Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En toen zij Jeruzalem genaakten, te Beth-fage en Bethanie, aan den Olijfberg, zond Hij twee van Zijn discipelen uit,
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En toen zij JeruzalemG2419genaaktenG1448, te Beth-fageG967enG2532BethanieG963, aanG1519 den OlijfbergG3735, zondG649HijG846tweeG1417 van Zijn discipelenG3101 uit,En toen zij Jeruzalem genaakten, te Beth-fage en Bethanie, aan den Olijfberg, zond Hij twee van Zijn discipelen uit,
Ook in dit vers
totG4314
KJVAnd1when2they came nigh3to4Jerusalem,5unto6Bethphage7and8Bethany,9at10the mount12of Olives,14he sendeth forth15two16of his19disciples,
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2οτεG3753toen, wanneerafter (that), as soon as, that, when, while3εγγιζουσινG1448nabij, genaakte, genaaktapproach, be at hand, come (draw) near, be (come, draw) nigh4ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with5ιερουσαλημG2419Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem6ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with7βηθφαγηG967Beth-fageBethphage8καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet9βηθανιανG963BethanieBethany10προςG4314tot, bij, aanabout, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in)11τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc12οροςG3735berg, bergen, Olijfberghill, mount(-ain)13τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc14ελαιωνG1636Olijf, Olijfberg, olijfbomenolive (berry, tree)15αποστελλειG649gezonden, zond, zondenput in, send (away, forth, out), set (at liberty)16δυοG1417twee, Twee, tweeenboth, twain, two17τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc18μαθητωνG3101discipelen, discipel, discipelsdisciple19αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
2En zeide tot hen: Gaat heen in het vlek, dat tegen u over is; en terstond als gij in hetzelve komt, zult gij vinden een veulen gebonden, op hetwelk geen mens gezeten heeft, ontbindt het, en brengt het.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2EnG2532zeideG3004 tot henG846: Gaat heen inG1519 het vlekG2968, dat tegen uG4771 over is; enG2532terstondG2112 als gij inG1519hetzelveG846komtG1531, zult gij vindenG2147 een veulenG4454gebondenG1210, op hetwelkG3739 geen mensG444gezetenG2523 heeft, ontbindtG3089 het, en brengtG71 het.En zeide tot hen: Gaat heen in het vlek, dat tegen u over is; en terstond als gij in hetzelve komt, zult gij vinden een veulen gebonden, op hetwelk geen mens gezeten heeft, ontbindt het, en brengt het.
KJVAnd1saith2unto them,3Go your way4into5the village7over against9you:and11as soon as12ye be entered13into14it,15ye shall find16a colt17tied,18whereon19never21man22sat;23loose24him,25and bring
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2λεγειG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter3αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which4υπαγετεG5217heenga, heengaan, heengaatdepart, get hence, go (a-)way5ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with6τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7κωμηνG2968vlek, vlekkentown, village8τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc9κατεναντιG2713tegenoverbefore, over against10υμωνG4771u, gij, gijliedenthou11καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet12ευθεωςG2112terstond, dadelijkanon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway13εισπορευομενοιG1531ingaat, ingaande, inkomencome (enter) in, go into14ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with15αυτηνG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which16ευρησετεG2147gevonden, vinden, vondenfind, get, obtain, perceive, see17πωλονG4454veulencolt18δεδεμενονG1210gebonden, binden, verbondenbind, be in bonds, knit, tie, wind19εφG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with20ονG3739die, welke, welkenone, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc21ουδειςG3762niemand, niets, Niemandany (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought22ανθρωπωνG444mensen, mens, Menscertain, man23κεκαθικενG2523gezeten, zitten, nedercontinue, set, sit (down), tarry24λυσαντεςG3089ontbonden, ontbinden, ontbindtbreak (up), destroy, dissolve, (un-)loose, melt, put off25αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which26αγαγετεG71brachten, brengen, geleidbe, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open
3En indien iemand tot u zegt: Waarom doet gij dat? Zo zegt, dat de Heere hetzelve van node heeft; en hij zal het terstond herwaarts zenden.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3EnG2532indienG1437iemandG5100 tot uG4771zegtG2036: WaaromG5101doetG4160 gij dat? Zo zegtG2036, dat de HeereG2962hetzelveG846 van nodeG5532heeftG2192; enG2532hijG846 zal het terstondG2112 herwaarts zendenG649.En indien iemand tot u zegt: Waarom doet gij dat? Zo zegt, dat de Heere hetzelve van node heeft; en hij zal het terstond herwaarts zenden.
KJVAnd1if2any man3sayunto you,Why6do ye7this?say yethat10the Lord12hath15need14of him;13and16straightway17he will send19him18hither.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2εανG1437indien, zo, warebefore, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever)3τιςG5100iemand, sommigen, zekera (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever)4υμινG4771u, gij, gijliedenthou5ειπηG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter6τιG5101wat, wie, waaromevery man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why7ποιειτεG4160doen, gedaan, doetabide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield8τουτοG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who9ειπατεG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter10οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why11οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc12κυριοςG2962Heere, Heeren, heerGod, Lord, master, Sir13αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which14χρειανG5532node, nooddruft, noodbusiness, lack, necessary(-ity), need(-ful), use, want15εχειG2192hebben, heeft, hebtbe (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use16καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet17ευθεωςG2112terstond, dadelijkanon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway18αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which19αποστελειG649gezonden, zond, zondenput in, send (away, forth, out), set (at liberty)20ωδεG5602hier, op deze plaatshere, hither, (in) this place, there
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
4En zij gingen heen, en vonden het veulen gebonden bij de deur, buiten aan de wegscheiding, en zij ontbonden hetzelve.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En zij gingenG565 heen, en vondenG2147 het veulenG4454gebondenG1210bijG4314 de deurG2374, buitenG1854aanG1909 de wegscheidingG296, en zij ontbondenG3089 hetzelve.En zij gingen heen, en vonden het veulen gebonden bij de deur, buiten aan de wegscheiding, en zij ontbonden hetzelve.
KJVAnd2they went their way,1and3found4the colt6tied7by8the door10without11in12a place where two ways met;14and15they loose16him.
1απηλθονG565ging, weg, weggegaancome, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet4ευρονG2147gevonden, vinden, vondenfind, get, obtain, perceive, see5τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc6πωλονG4454veulencolt7δεδεμενονG1210gebonden, binden, verbondenbind, be in bonds, knit, tie, wind8προςG4314tot, bij, aanabout, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in)9τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10θυρανG2374deur, deuren, Deurdoor, gate11εξωG1854buiten, weg, uitgedrevenaway, forth, (with-)out (of, -ward), strange12επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with13τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc14αμφοδουG296wegscheidingwhere two ways meet15καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet16λυουσινG3089ontbonden, ontbinden, ontbindtbreak (up), destroy, dissolve, (un-)loose, melt, put off17αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
5En sommigen van degenen, die aldaar stonden, zeiden tot hen: Wat doet gij, dat gij het veulen ontbindt?
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5EnG2532sommigenG5100 van degenen, die aldaar stondenG2476, zeidenG3004 tot henG846: WatG5101doetG4160 gij, dat gij het veulenG4454ontbindtG3089?En sommigen van degenen, die aldaar stonden, zeiden tot hen: Wat doet gij, dat gij het veulen ontbindt?
KJVAnd1certain of them2that stood5there4said6unto them,7What8do ye,9loosing10the colt?
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2τινεςG5100iemand, sommigen, zekera (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever)3τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4εκειG1563daar, aldaarthere, thither(-ward), (to) yonder (place)5εστηκοτωνG2476stond, staande, staanabide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up)6ελεγονG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter7αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which8τιG5101wat, wie, waaromevery man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why9ποιειτεG4160doen, gedaan, doetabide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield10λυοντεςG3089ontbonden, ontbinden, ontbindtbreak (up), destroy, dissolve, (un-)loose, melt, put off11τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc12πωλονG4454veulencolt
6Doch zij zeiden tot hen, gelijk Jezus bevolen had; en zij lieten hen gaan.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6DochG1161 zij zeidenG2036 tot hen, gelijk JezusG2424bevolenG1781 had; en zij lietenG863 hen gaan.Doch zij zeiden tot hen, gelijk Jezus bevolen had; en zij lieten hen gaan.
1οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3ειπονG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter4αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which5καθωςG2531gelijk, zoalsaccording to, (according, even) as, how, when6ενετειλατοG1781geboden, bevelen, gebood(give) charge, (give) command(-ments), injoin7οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc8ιησουςG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus9καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet10αφηκανG863vergeven, verlaten, lietcry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up11αυτουςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
7En zij brachten het veulen tot Jezus, en wierpen hun klederen daarop; en Hij zat op hetzelve.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En zij brachtenG71 het veulenG4454totG4314JezusG2424, enG2532wierpenG1911hunG846klederenG2440 daarop; enG2532 Hij zat opG1909 hetzelve.En zij brachten het veulen tot Jezus, en wierpen hun klederen daarop; en Hij zat op hetzelve.
8En velen spreidden hun klederen op den weg, en anderen hieuwen meien van de bomen, en spreidden ze op den weg.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En velenG4183spreiddenG4766hunG846klederenG2440opG1519 den wegG3598, en anderen hieuwenG2875meienG4746vanG1537 de bomenG1186, en spreiddenG4766 ze opG1519 den wegG3598.En velen spreidden hun klederen op den weg, en anderen hieuwen meien van de bomen, en spreidden ze op den weg.
9En die voorgingen en die volgden riepen, zeggende: Hosanna, gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren!
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En die voorgingenG4254enG2532 die volgdenG190riepenG2896, zeggendeG3004: HosannaG5614, gezegendG2127 is Hij, Die komtG2064inG1722 den NaamG3686 des HeerenG2962!En die voorgingen en die volgden riepen, zeggende: Hosanna, gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren!
KJVAnd1they that went before,3and4they that followed,6cried,7saying,8Hosanna;9Blessed10is he that cometh12in13the name14of the Lord:
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc3προαγοντεςG4254voorgaan, varen, voorgingenbring (forth, out), go before4καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet5οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc6ακολουθουντεςG190volgde, gevolgd, volgdenfollow, reach7εκραζονG2896riepen, roepende, riepcry (out)8λεγοντεςG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter9ωσανναG5614Hosannahosanna10ευλογημενοςG2127gezegend, zegende, Gezegendbless, praise11οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc12ερχομενοςG2064komen, gekomen, kwamaccompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set13ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)14ονοματιG3686Naam, naam, namecalled, (+ sur-)name(-d)15κυριουG2962Heere, Heeren, heerGod, Lord, master, Sir
10Gezegend zij het Koninkrijk van onzen vader David, hetwelk komt in den Naam des Heeren! Hosanna in de hoogste hemelen!
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10GezegendG2127 zij het KoninkrijkG932 van onzen vaderG3962DavidG1138, hetwelk komtG2064 in den NaamG3686 des HeerenG2962! HosannaG5614inG1722 de hoogsteG5310 hemelen!Gezegend zij het Koninkrijk van onzen vader David, hetwelk komt in den Naam des Heeren! Hosanna in de hoogste hemelen!
KJVBlessed1be the kingdom4of ourfather9David,11that cometh3in5the name6of the Lord:7Hosanna12in13the highest.
1ευλογημενηG2127gezegend, zegende, Gezegendbless, praise2ηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc3ερχομενηG2064komen, gekomen, kwamaccompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set4βασιλειαG932Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijkskingdom, + reign5ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)6ονοματιG3686Naam, naam, namecalled, (+ sur-)name(-d)7κυριουG2962Heere, Heeren, heerGod, Lord, master, Sir8τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc9πατροςG3962Vader, vader, vadersfather, parent10ημωνG1473mij, ikI, me11δαβιδG1138David, DavidsDavid12ωσανναG5614Hosannahosanna13ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)14τοιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc15υψιστοιςG5310Allerhoogsten, hoogste, Allerhoogstemost high, highest
11En Jezus kwam binnen Jeruzalem, en in den tempel; en als Hij alles rondom bezien had, en het nu avondstond was, ging Hij uit naar Bethanie met de twaalven.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En JezusG2424 kwam binnen JeruzalemG2414, enG2532inG1519 den tempelG2411; enG2532 als Hij allesG3956rondom bezienG4017 had, en het nu avondstondG3798wasG1510, ging Hij uit naarG1519BethanieG963metG3326 de twaalvenG1427.En Jezus kwam binnen Jeruzalem, en in den tempel; en als Hij alles rondom bezien had, en het nu avondstond was, ging Hij uit naar Bethanie met de twaalven.
KJVAnd1Jesus6entered2into3Jerusalem,4and7into8the temple:10and11when he had looked round about upon12all things,13and now15the eventide14was come,he went out19unto20Bethany21with22the twelve.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2εισηλθενG1525ingaan, ingegaan, inkomenX arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through)3ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with4ιεροσολυμαG2414JeruzalemJerusalem5οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc6ιησουςG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus7καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet8ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with9τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10ιερονG2411tempel, tempels, heiligetemple11καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet12περιβλεψαμενοςG4017rondom aangezien, rondom ziende, overzienlook (round) about (on)13πανταG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever14οψιαςG3798avond, avondstondeven(-ing, (-tide))15ηδηG2235alrede, Alredealready, (even) now (already), by this time16ουσηςG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was17τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc18ωραςG5610ure, uur, urenday, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time19εξηλθενG1831uitgegaan, gingen, uitgaandecome (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad20ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with21βηθανιανG963BethanieBethany22μεταG3326met, na, nadatafter(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out)23τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc24δωδεκαG1427twaalf, twaalven, Twaalftwelve
12En des anderen daags, als zij uit Bethanie gingen, hongerde Hem.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12EnG2532 des anderen daagsG1887, als zij uitG575BethanieG963gingenG1831, hongerdeG3983 Hem.En des anderen daags, als zij uit Bethanie gingen, hongerde Hem.
KJVAnd1on the morrow,3when they5were come4from6Bethany,7he was hungry:
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2τηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc3επαυριονG1887daagsday following, morrow, next day (after)4εξελθοντωνG1831uitgegaan, gingen, uitgaandecome (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad5αυτωνG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which6αποG575van, uit, af(X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with7βηθανιαςG963BethanieBethany8επεινασενG3983hongerde, hongerig, hongerenbe an hungered
13En ziende van verre een vijgeboom, die bladeren had, ging Hij om te zien, of Hij ook iets op denzelven zou vinden; en daarbij gekomen zijnde, vond Hij niets dan bladeren; want het was de tijd der vijgen niet.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En ziendeG1492 van verreG3113 een vijgeboomG4808, die bladerenG5444hadG2192, ging Hij om te zienG3708, ofG1487 Hij ook ietsG5100 op denzelvenG846 zou vindenG2147; enG2532 daarbij gekomenG2064 zijnde, vondG2147 Hij nietsG3762 dan bladerenG5444; wantG1063 het wasG1510 de tijdG2540 der vijgenG4810 niet.En ziende van verre een vijgeboom, die bladeren had, ging Hij om te zien, of Hij ook iets op denzelven zou vinden; en daarbij gekomen zijnde, vond Hij niets dan bladeren; want het was de tijd der vijgen niet.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ιδωνG3708ziet, gezien, Ziebehold, perceive, see, take heed3συκηνG4808vijgeboomfig tree4μακροθενG3113verreafar off, from far5εχουσανG2192hebben, heeft, hebtbe (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use6φυλλαG5444bladerenleaf7ηλθενG2064komen, gekomen, kwamaccompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set8ειG1487indien, zo, offorasmuch as, if, that, (al-)though, whether9αραG687of somstherefore10ευρησειG2147gevonden, vinden, vondenfind, get, obtain, perceive, see11τιG5100iemand, sommigen, zekera (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever)12ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)13αυτηG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which14καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet15ελθωνG2064komen, gekomen, kwamaccompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set16επG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with17αυτηνG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which18ουδενG3762niemand, niets, Niemandany (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought19ευρενG2147gevonden, vinden, vondenfind, get, obtain, perceive, see20ειG1487indien, zo, offorasmuch as, if, that, (al-)though, whether21μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without22φυλλαG5444bladerenleaf23ουG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but24γαρG1063want, wil, immersand, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet25ηνG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was26καιροςG2540tijd, tijden, gelegenhedenX always, opportunity, (convenient, due) season, (due, short, while) time, a while27συκωνG4810vijgenfig
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
14En Jezus, antwoordende, zeide tot denzelven: Niemand ete enige vrucht meer van u in der eeuwigheid! En Zijn discipelen hoorden het.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14EnG2532JezusG2424, antwoordendeG611, zeideG2036 tot denzelvenG846: NiemandG3367eteG5315 enige vruchtG2590 meer vanG1537uG4771inG1519 der eeuwigheidG165! EnG2532 Zijn discipelenG3101hoordenG191 het.En Jezus, antwoordende, zeide tot denzelven: Niemand ete enige vrucht meer van u in der eeuwigheid! En Zijn discipelen hoorden het.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2αποκριθειςG611antwoordde, antwoordende, antwoorddenanswer3οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4ιησουςG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus5ειπενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter6αυτηG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which7μηκετιG3371niet meer, voortaan nietany longer, (not) henceforth, hereafter, no henceforward (longer, more, soon), not any more8εκG1537uit, van, metafter, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out)9σουG4771u, gij, gijliedenthou10ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with11τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc12αιωναG165eeuwigheid, wereld, eeuwage, course, eternal, (for) ever(-more), (n-)ever, (beginning of the , while the) world (began, without end)13μηδειςG3367niemand, niets, dingany (man, thing), no (man), none, not (at all, any man, a whit), nothing, + without delay14καρπονG2590vrucht, vruchten, oorbaarfruit15φαγοιG5315eten, gegeten, eeteat, meat16καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet17ηκουονG191gehoord, horen, hoordegive (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand18οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc19μαθηταιG3101discipelen, discipel, discipelsdisciple20αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
15En zij kwamen te Jeruzalem; en Jezus, in den tempel gegaan zijnde, begon degenen, die in den tempel verkochten en kochten, uit te drijven; en de tafelen der wisselaars, en de zitstoelen dergenen, die de duiven verkochten, keerde Hij om;
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En zij kwamenG2064 te JeruzalemG2414; enG2532JezusG2424, in den tempelG2411gegaanG1525 zijnde, begonG756 degenen, die in den tempelG2411verkochtenG4453enG2532kochtenG59, uit te drijvenG1544; en de tafelenG5132 der wisselaarsG2855, enG2532 de zitstoelenG2515 dergenen, die de duivenG4058verkochtenG4453, keerdeG2690 Hij omG1519;En zij kwamen te Jeruzalem; en Jezus, in den tempel gegaan zijnde, begon degenen, die in den tempel verkochten en kochten, uit te drijven; en de tafelen der wisselaars, en de zitstoelen dergenen, die de duiven verkochten, keerde Hij om;
KJVAnd1they come2to3Jerusalem:4and5Jesus8went6into9the temple,11and began12to cast out13them that sold15and16bought17in18the temple,20and21overthrew33the tables23of the moneychangers,25and26the seats28of themthat sold30doves;
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ερχονταιG2064komen, gekomen, kwamaccompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set3ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with4ιεροσολυμαG2414JeruzalemJerusalem5καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet6εισελθωνG1525ingaan, ingegaan, inkomenX arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through)7οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc8ιησουςG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus9ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with10τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11ιερονG2411tempel, tempels, heiligetemple12ηρξατοG756begon, begonnen, beginnen(rehearse from the) begin(-ning)13εκβαλλεινG1544werpt, wierpen, uitgeworpenbring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out)14τουςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc15πωλουνταςG4453verkochten, verkocht, verkoopsell, whatever is sold16καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet17αγοραζονταςG59gekocht, kopen, kochtenbuy, redeem18ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)19τωG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc20ιερωG2411tempel, tempels, heiligetemple21καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet22ταςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc23τραπεζαςG5132tafel, tafelen, bankbank, meat, table24τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc25κολλυβιστωνG2855wisselaars, wisselaren(money-)changer26καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet27ταςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc28καθεδραςG2515zitstoelen, stoelseat29τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc30πωλουντωνG4453verkochten, verkocht, verkoopsell, whatever is sold31ταςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc32περιστεραςG4058duiven, duif, duivedove, pigeon33κατεστρεψενG2690keerdeoverthrow
16En liet niet toe, dat iemand enig vat door den tempel droeg.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16EnG2532lietG863nietG3756 toe, datG2443iemandG5100 enig vatG4632doorG1223 den tempelG2411droegG1308.En liet niet toe, dat iemand enig vat door den tempel droeg.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ουκG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but3ηφιενG863vergeven, verlaten, lietcry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up4ιναG2443opdat, dat, wilalbeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to5τιςG5100iemand, sommigen, zekera (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever)6διενεγκηG1308verschilt, verschillen, droegbe better, carry, differ from, drive up and down, be (more) excellent, make matter, publish, be of more value7σκευοςG4632vat, vaten, huisraadgoods, sail, stuff, vessel8διαG1223door, om, vanwegeafter, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in)9τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10ιερουG2411tempel, tempels, heiligetemple
17En Hij leerde, zeggende tot hen: Is er niet geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden allen volken? Maar gij hebt dat tot een kuil der moordenaren gemaakt.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En HijG846leerdeG1321, zeggendeG3004 tot henG846: Is er nietG3756geschrevenG1125: Mijn huisG3624 zal een huisG3624 des gebedsG4335genaamdG2564 worden allenG3956volkenG1484? MaarG1161gijG4771 hebt datG3754 tot een kuilG4693 der moordenarenG3027gemaaktG4160.En Hij leerde, zeggende tot hen: Is er niet geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden allen volken? Maar gij hebt dat tot een kuil der moordenaren gemaakt.
18En de Schriftgeleerden en de overpriesters hoorden dat, en zochten, hoe zij Hem doden zouden; want zij vreesden Hem, omdat de ganse schare ontzet was over Zijn leer.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En de SchriftgeleerdenG1122enG2532 de overpriestersG749hoordenG191 dat, enG2532zochtenG2212, hoeG4459 zij Hem dodenG622 zouden; want zij vreesdenG5399HemG846, omdatG3754 de ganseG3956schareG3793ontzetG1605 was overG1909 Zijn leerG1322.En de Schriftgeleerden en de overpriesters hoorden dat, en zochten, hoe zij Hem doden zouden; want zij vreesden Hem, omdat de ganse schare ontzet was over Zijn leer.
19En als het nu laat geworden was, ging Hij uit buiten de stad.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19EnG2532 als het nu laat geworden was, ging Hij uit buitenG1854 de stadG4172.En als het nu laat geworden was, ging Hij uit buiten de stad.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2οτεG3753toen, wanneerafter (that), as soon as, that, when, while3οψεG3796laat, tegen de avond(at) even, in the end4εγενετοG1096geworden, geschied, geschieddearise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought5εξεπορευετοG1607uitgaan, uitgaat, uitgingcome (forth, out of), depart, go (forth, out), issue, proceed (out of)6εξωG1854buiten, weg, uitgedrevenaway, forth, (with-)out (of, -ward), strange7τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc8πολεωςG4172stad, stedencity
20En des morgens vroeg voorbijgaande, zagen zij, dat de vijgeboom verdord was, van de wortelen af.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20EnG2532 des morgens vroegG4404voorbijgaandeG3899, zagenG1492 zij, dat de vijgeboomG4808verdordG3583 was, vanG1537 de wortelenG4491 af.En des morgens vroeg voorbijgaande, zagen zij, dat de vijgeboom verdord was, van de wortelen af.
KJVAnd1in the morning,2as they passed by,3they sawthe fig tree6dried up7from8the roots.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2πρωιG4404morgens vroeg, morgens, vroegearly (in the morning), (in the) morning3παραπορευομενοιG3899voorbijgingen, reisden, voorbijgaandego, pass (by)4ειδονG3708ziet, gezien, Ziebehold, perceive, see, take heed5τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc6συκηνG4808vijgeboomfig tree7εξηραμμενηνG3583verdord, verdorde, dordry up, pine away, be ripe, wither (away)8εκG1537uit, van, metafter, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out)9ριζωνG4491wortel, Wortel, wortelenroot
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
21En Petrus, zulks indachtig geworden zijnde, zeide tot Hem: Rabbi, zie, de vijgeboom, dien Gij vervloekt hebt, is verdord.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21EnG2532PetrusG4074, zulks indachtigG363 geworden zijnde, zeideG3004 tot HemG846: RabbiG4461, zieG2396, de vijgeboomG4808, dienG3739 Gij vervloektG2672 hebt, is verdordG3583.En Petrus, zulks indachtig geworden zijnde, zeide tot Hem: Rabbi, zie, de vijgeboom, dien Gij vervloekt hebt, is verdord.
KJVAnd1Peter4calling to remembrance2saith5unto him,6Master,7behold,the fig tree10which11thou cursedst12is withered away.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2αναμνησθειςG363indachtig, gedenkt, overdenktcall to mind, (bring to , call to, put in), remember(-brance)3οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4πετροςG4074PetrusPeter, rock5λεγειG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter6αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which7ραββιG4461RabbiMaster, Rabbi8ιδεG3708ziet, gezien, Ziebehold, perceive, see, take heed9ηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10συκηG4808vijgeboomfig tree11ηνG3739die, welke, welkenone, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc12κατηρασωG2672vervloeken, vervloekt, vervloektencurse13εξηρανταιG3583verdord, verdorde, dordry up, pine away, be ripe, wither (away)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
22En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Hebt geloof op God.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22EnG2532JezusG2424, antwoordendeG611, zeideG3004 tot henG846: HebtG2192geloofG4102 op GodG2316.En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Hebt geloof op God.
KJVAnd1Jesus3answering2saith4unto them,5Have6faith7in God.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2αποκριθειςG611antwoordde, antwoordende, antwoorddenanswer3ιησουςG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus4λεγειG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter5αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which6εχετεG2192hebben, heeft, hebtbe (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use7πιστινG4102geloof, geloofs, geloveassurance, belief, believe, faith, fidelity8θεουG2316God, Gods, GodeX exceeding, God, god(-ly, -ward)
23Want voorwaar zeg Ik u, dat, zo wie tot dezen berg zal zeggen: Word opgeheven en in de zee geworpen; en niet zal twijfelen in zijn hart, maar zal geloven hetgeen hij zegt, geschieden zal, het zal hem geworden, zo wat hij zegt.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Want voorwaarG281zegG3004 Ik uG4771, dat, zo wieG3739totG1519dezenG5129bergG3735 zal zeggenG2036: Word opgehevenG142enG2532 in de zeeG2281geworpenG906; enG2532nietG3361 zal twijfelenG1252 in zijnG1510hartG2588, maarG235 zal gelovenG4100hetgeenG3739 hij zegt, geschiedenG1096 zal, het zal hem geworden, zoG1437watG3739 hij zegt.Want voorwaar zeg Ik u, dat, zo wie tot dezen berg zal zeggen: Word opgeheven en in de zee geworpen; en niet zal twijfelen in zijn hart, maar zal geloven hetgeen hij zegt, geschieden zal, het zal hem geworden, zo wat hij zegt.
Ook in dit vers
zegtG3004
KJVFor2verily1I say3unto you,That5whosoever6shall sayunto thismountain,10Be thou removed,12and13be thou cast14into15the sea;17and18shall20not19doubtin21his24heart,23but25shall believe26that27those things which28he saith8shall come to pass;30he32shall havewhatsoever33he saith.
1αμηνG281Voorwaar, Amen, voorwaaramen, verily2γαρG1063want, wil, immersand, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet3λεγωG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter4υμινG4771u, gij, gijliedenthou5οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why6οςG3739die, welke, welkenone, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc7ανG302drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald(what-, where-, wither-, who-)soever8ειπηG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter9τωG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10ορειG3735berg, bergen, Olijfberghill, mount(-ain)11τουτωG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who12αρθητιG142weggenomen, namen, neemaway with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up)13καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet14βληθητιG906geworpen, wierp, werpenarise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust15ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with16τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc17θαλασσανG2281zeesea18καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet19μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without20διακριθηG1252twijfelende, onderscheid, oordelencontend, make (to) differ(-ence), discern, doubt, judge, be partial, stagger, waver21ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)22τηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc23καρδιαG2588hart, harten, harte(+ broken-)heart(-ed)24αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which25αλλαG235maar, dochand, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet26πιστευσηG4100gelooft, geloven, geloofdbelieve(-r), commit (to trust), put in trust with27οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why28αG3739die, welke, welkenone, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc29λεγειG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter30γινεταιG1096geworden, geschied, geschieddearise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought31εσταιG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was32αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which33οG3739die, welke, welkenone, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc34εανG1437indien, zo, warebefore, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever)35ειπηG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
24Daarom zeg Ik u: Alle dingen, die gij biddende begeert, gelooft, dat gij ze ontvangen zult, en zij zullen u geworden.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Daarom zegG3004 Ik uG4771: AlleG3956 dingen, dieG3778 gij biddendeG4336begeertG154, gelooftG4100, dat gij ze ontvangenG2983 zult, enG2532zijG1510 zullen u geworden.Daarom zeg Ik u: Alle dingen, die gij biddende begeert, gelooft, dat gij ze ontvangen zult, en zij zullen u geworden.
KJVTherefore1I say3unto you,What6things5soever7ye desire,9when ye pray,8believe10that11ye receive12them, and13yeshall have
1διαG1223door, om, vanwegeafter, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in)2τουτοG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who3λεγωG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter4υμινG4771u, gij, gijliedenthou5πανταG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever6οσαG3745zoveel als, allen dieall (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever)7ανG302drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald(what-, where-, wither-, who-)soever8προσευχομενοιG4336bidden, bidt, badpray (X earnestly, for), make prayer9αιτεισθεG154begeren, bidden, bidtask, beg, call for, crave, desire, require10πιστευετεG4100gelooft, geloven, geloofdbelieve(-r), commit (to trust), put in trust with11οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why12λαμβανετεG2983ontvangen, nam, genomenaccept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up)13καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet14εσταιG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was15υμινG4771u, gij, gijliedenthou
25En wanneer gij staat om te bidden, vergeeft, indien gij iets hebt tegen iemand; opdat ook uw Vader, Die in de hemelen is, ulieden uw misdaden vergeve.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25EnG2532 wanneer gij staatG4739 om te biddenG4336, vergeeftG863, indienG1487 gij ietsG1536hebtG2192tegenG2596iemandG5100; opdatG2443ookG2532 uw VaderG3962, Die inG1722 de hemelenG3772 is, ulieden uw misdadenG3900vergeveG863.En wanneer gij staat om te bidden, vergeeft, indien gij iets hebt tegen iemand; opdat ook uw Vader, Die in de hemelen is, ulieden uw misdaden vergeve.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2οτανG3752wanneer, zodraas long (soon) as, that, + till, when(-soever), while3στηκητεG4739staat, Staatstand (fast)4προσευχομενοιG4336bidden, bidt, badpray (X earnestly, for), make prayer5αφιετεG863vergeven, verlaten, lietcry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up6ειG1487indien, zo, offorasmuch as, if, that, (al-)though, whether7τιG5100iemand, sommigen, zekera (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever)8εχετεG2192hebben, heeft, hebtbe (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use9καταG2596naar, tegen, doorabout, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with10τινοςG5100iemand, sommigen, zekera (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever)11ιναG2443opdat, dat, wilalbeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to12καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet13οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc14πατηρG3962Vader, vader, vadersfather, parent15υμωνG4771u, gij, gijliedenthou16οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc17ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)18τοιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc19ουρανοιςG3772hemel, hemelen, hemelsair, heaven(-ly), sky20αφηG863vergeven, verlaten, lietcry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up21υμινG4771u, gij, gijliedenthou22ταG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc23παραπτωματαG3900misdaden, misdaad, valfall, fault, offence, sin, trespass24υμωνG4771u, gij, gijliedenthou
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
26Maar indien gij niet vergeeft, zo zal uw Vader, Die in de hemelen is, ook uw misdaden niet vergeven.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26MaarG1161 indien gijG4771nietG3756vergeeftG863, zo zal uw VaderG3962, Die inG1722 de hemelenG3772 is, ook uw misdadenG3900 niet vergevenG863.Maar indien gij niet vergeeft, zo zal uw Vader, Die in de hemelen is, ook uw misdaden niet vergeven.
27En zij kwamen wederom te Jeruzalem. En als Hij in den tempel wandelde, kwamen tot Hem de overpriesters, en de schriftgeleerden, en de ouderlingen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En zij kwamenG2064wederomG3825 te JeruzalemG2414. EnG2532 als Hij in den tempelG2411wandeldeG4043, kwamenG2064totG4314HemG846 de overpriestersG749, enG2532 de schriftgeleerdenG1122, enG2532 de ouderlingenG4245.En zij kwamen wederom te Jeruzalem. En als Hij in den tempel wandelde, kwamen tot Hem de overpriesters, en de schriftgeleerden, en de ouderlingen.
28En zeiden tot Hem: Door wat macht doet Gij deze dingen? En wie heeft U deze macht gegeven, dat Gij deze dingen doen zoudt?
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28EnG2532zeidenG3004 tot HemG846: DoorG1722 wat machtG1849doetG4160 Gij dezeG3778 dingen? EnG2532wieG5101 heeft UG4771 deze machtG1849gegevenG1325, dat Gij deze dingen doenG4160 zoudt?En zeiden tot Hem: Door wat macht doet Gij deze dingen? En wie heeft U deze macht gegeven, dat Gij deze dingen doen zoudt?
29Maar Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ik zal u ook een woord vragen; antwoordt Mij ook, en zo zal Ik u zeggen, door wat macht Ik deze dingen doe:
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29MaarG1161JezusG2424, antwoordendeG611, zeideG2036 tot henG846: Ik zal u ook eenG1520woordG3056vragenG1905; antwoordtG611MijG1473ookG2532, en zo zal Ik uG4771zeggenG2046, doorG1722 wat machtG1849 Ik dezeG3778 dingen doeG4160:Maar Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ik zal u ook een woord vragen; antwoordt Mij ook, en zo zal Ik u zeggen, door wat macht Ik deze dingen doe:
KJVAnd2Jesus3answered4and saidunto them,6I will7also9askof youone10question,11and12answer13me,and15I will tell16youby18what19authority20I do22these things.
1οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3ιησουςG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus4αποκριθειςG611antwoordde, antwoordende, antwoorddenanswer5ειπενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter6αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which7επερωτησωG1905vraagde, vraagden, vragenask (after, questions), demand, desire, question8υμαςG4771u, gij, gijliedenthou9καγωG2504en ik, ook ik(and, even, even so, so) I (also, in like wise), both me, me also10εναG1520een, ene, enena(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some11λογονG3056woord, Woord, woordenaccount, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work12καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet13αποκριθητεG611antwoordde, antwoordende, antwoorddenanswer14μοιG1473mij, ikI, me15καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet16ερωG2046zeggen, gezegd, gesprokencall, say, speak (of), tell17υμινG4771u, gij, gijliedenthou18ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)19ποιαG4169welk?, wat voor een?what (manner of), which20εξουσιαG1849macht, machten, gebiedauthority, jurisdiction, liberty, power, right, strength21ταυταG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who22ποιωG4160doen, gedaan, doetabide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
30De doop van Johannes, was die uit den hemel, of uit de mensen? Antwoordt Mij.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30De doopG908 van JohannesG2491, wasG1510 die uitG1537 den hemelG3772, ofG2228uitG1537 de mensenG444? AntwoordtG611MijG1473.De doop van Johannes, was die uit den hemel, of uit de mensen? Antwoordt Mij.
1τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc2βαπτισμαG908doopbaptism3ιωαννουG2491JohannesJohn4εξG1537uit, van, metafter, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out)5ουρανουG3772hemel, hemelen, hemelsair, heaven(-ly), sky6ηνG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was7ηG2228of, danand, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea8εξG1537uit, van, metafter, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out)9ανθρωπωνG444mensen, mens, Menscertain, man10αποκριθητεG611antwoordde, antwoordende, antwoorddenanswer11μοιG1473mij, ikI, me
31En zij overlegden onder zich, zeggende: Indien wij zeggen: Uit den hemel, zo zal Hij zeggen: Waarom hebt gij hem dan niet geloofd?
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31EnG2532 zij overlegdenG3049 onder zichG1438, zeggendeG3004: IndienG1437 wij zeggen: UitG1537 den hemelG3772, zo zal Hij zeggen: WaaromG5101 hebt gij hem danG3767nietG3756geloofdG4100?En zij overlegden onder zich, zeggende: Indien wij zeggen: Uit den hemel, zo zal Hij zeggen: Waarom hebt gij hem dan niet geloofd?
Ook in dit vers
zeggenG2046
totG4314
KJVAnd1they reasoned2with3themselves,4saying,5If6we shall say,From8heaven;9he will say,10Whythen13did ye15not14believehim?
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ελογιζοντοG3049gerekend, toegerekend, achtconclude, (ac-)count (of), + despise, esteem, impute, lay, number, reason, reckon, suppose, think (on)3προςG4314tot, bij, aanabout, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in)4εαυτουςG1438zichzelven, zich, onszelvenalone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves)5λεγοντεςG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter6εανG1437indien, zo, warebefore, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever)7ειπωμενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter8εξG1537uit, van, metafter, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out)9ουρανουG3772hemel, hemelen, hemelsair, heaven(-ly), sky10ερειG2046zeggen, gezegd, gesprokencall, say, speak (of), tell11διαG1223door, om, vanwegeafter, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in)12τιG5101wat, wie, waaromevery man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why13ουνG3767dan, zo, nuand (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore14ουκG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but15επιστευσατεG4100gelooft, geloven, geloofdbelieve(-r), commit (to trust), put in trust with16αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
32Maar indien wij zeggen: Uit de mensen; zo vrezen wij het volk; want zij hielden allen van Johannes, dat hij waarlijk een profeet was.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32MaarG235 indien wij zeggenG2036: UitG1537 de mensenG444; zo vrezenG5399 wij het volkG2992; want zij hieldenG2192 allen van JohannesG2491, datG3754 hij waarlijkG3689 een profeetG4396wasG1510.Maar indien wij zeggen: Uit de mensen; zo vrezen wij het volk; want zij hielden allen van Johannes, dat hij waarlijk een profeet was.
1αλλG235maar, dochand, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet2εανG1437indien, zo, warebefore, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever)3ειπωμενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter4εξG1537uit, van, metafter, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out)5ανθρωπωνG444mensen, mens, Menscertain, man6εφοβουντοG5399bevreesd, vreest, vreesdenbe (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence7τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc8λαονG2992volk, volks, volkepeople9απαντεςG537allesall (things), every (one), whole10γαρG1063want, wil, immersand, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet11ειχονG2192hebben, heeft, hebtbe (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use12τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc13ιωαννηνG2491JohannesJohn14οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why15οντωςG3689waarlijk, Waarlijkcertainly, clean, indeed, of a truth, verily16προφητηςG4396profeten, profeet, Profeetprophet17ηνG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
33En, antwoordende, zeiden zij tot Jezus: Wij weten het niet. En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Zo zeg Ik u ook niet, door wat macht Ik deze dingen doe.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33EnG2532, antwoordendeG611, zeidenG3004 zij tot JezusG2424: Wij wetenG1492 het nietG3756. EnG2532JezusG2424, antwoordendeG611, zeideG3004 tot henG846: Zo zegG3004IkG1473uG4771 ook niet, doorG1722 wat machtG1849 Ik dezeG3778 dingen doeG4160.En, antwoordende, zeiden zij tot Jezus: Wij weten het niet. En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Zo zeg Ik u ook niet, door wat macht Ik deze dingen doe.
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Markus 11:1— En toen zij Jeruzalem genaakten, te Beth-fage en Bethanie, aan den Olijfberg, zond Hij twee van Zijn discipelen uit,Johannes 12:14→Mattheüs 21:17→Mattheüs 21:1→Mattheüs 24:3→Handelingen 1:12→Johannes 8:1→Lukas 19:29→Zacharia 14:4→
Markus 11:2— En zeide tot hen: Gaat heen in het vlek, dat tegen u over is; en terstond als gij in hetzelve komt, zult gij vinden een veulen gebonden, op hetwelk geen mens gezeten heeft, ontbindt het, en brengt het.Mattheüs 21:2→Lukas 19:30→
Markus 11:3— En indien iemand tot u zegt: Waarom doet gij dat? Zo zegt, dat de Heere hetzelve van node heeft; en hij zal het terstond herwaarts zenden.Markus 14:15→1 Kronieken 29:12→Psalmen 110:3→Hebreeën 2:7→Handelingen 1:24→Psalmen 24:1→Handelingen 10:36→2 Korinthe 8:9→
Markus 11:4— En zij gingen heen, en vonden het veulen gebonden bij de deur, buiten aan de wegscheiding, en zij ontbonden hetzelve.Johannes 2:5→Hebreeën 11:8→Mattheüs 26:19→Mattheüs 21:6→Lukas 19:32→
Markus 11:7— En zij brachten het veulen tot Jezus, en wierpen hun klederen daarop; en Hij zat op hetzelve.Mattheüs 21:4→Mattheüs 21:7→Zacharia 9:9→Lukas 19:35→2 Koningen 9:13→Johannes 12:12→
Markus 11:8— En velen spreidden hun klederen op den weg, en anderen hieuwen meien van de bomen, en spreidden ze op den weg.Leviticus 23:40→
Markus 11:9— En die voorgingen en die volgden riepen, zeggende: Hosanna, gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren!Mattheüs 23:39→Psalmen 118:25→Mattheüs 21:9→Johannes 19:15→Johannes 12:13→Lukas 19:37→
Markus 11:10— Gezegend zij het Koninkrijk van onzen vader David, hetwelk komt in den Naam des Heeren! Hosanna in de hoogste hemelen!Lukas 2:14→Psalmen 148:1→Ezechiël 37:24→Jesaja 9:6→Lukas 19:38→Jeremia 33:15→Lukas 1:31→Hosea 3:5→
Markus 11:11— En Jezus kwam binnen Jeruzalem, en in den tempel; en als Hij alles rondom bezien had, en het nu avondstond was, ging Hij uit naar Bethanie met de twaalven.Sefanja 1:12→Ezechiël 8:9→Lukas 19:41→Mattheüs 21:10→Johannes 8:1→Lukas 21:37→Maleachi 3:1→
Markus 11:12— En des anderen daags, als zij uit Bethanie gingen, hongerde Hem.Mattheüs 21:18→Mattheüs 4:2→Johannes 4:6→Johannes 19:28→Lukas 4:2→Johannes 4:31→Hebreeën 2:17→
Markus 11:13— En ziende van verre een vijgeboom, die bladeren had, ging Hij om te zien, of Hij ook iets op denzelven zou vinden; en daarbij gekomen zijnde, vond Hij niets dan bladeren; want het was de tijd der vijgen niet.Lukas 13:6→Mattheüs 21:19→Lukas 12:6→Lukas 10:31→Ruth 2:3→1 Samuël 6:9→Jesaja 5:7→
Markus 11:14— En Jezus, antwoordende, zeide tot denzelven: Niemand ete enige vrucht meer van u in der eeuwigheid! En Zijn discipelen hoorden het.Mattheüs 21:19→Deuteronomium 11:26→Johannes 15:6→2 Petrus 2:20→Mattheüs 3:10→Mattheüs 7:19→Mattheüs 12:33→Mattheüs 21:33→
Markus 11:15— En zij kwamen te Jeruzalem; en Jezus, in den tempel gegaan zijnde, begon degenen, die in den tempel verkochten en kochten, uit te drijven; en de tafelen der wisselaars, en de zitstoelen dergenen, die de duiven verkochten, keerde Hij om;Mattheüs 21:12→Deuteronomium 14:25→Lukas 19:45→Johannes 2:13→
Markus 11:17— En Hij leerde, zeggende tot hen: Is er niet geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden allen volken? Maar gij hebt dat tot een kuil der moordenaren gemaakt.Jesaja 56:7→Jeremia 7:11→Lukas 19:46→Johannes 2:16→Jesaja 60:7→1 Koningen 8:41→Hosea 12:7→
Markus 11:18— En de Schriftgeleerden en de overpriesters hoorden dat, en zochten, hoe zij Hem doden zouden; want zij vreesden Hem, omdat de ganse schare ontzet was over Zijn leer.Mattheüs 7:28→Markus 12:12→Openbaring 11:5→Markus 3:6→Lukas 4:22→Mattheüs 26:3→Mattheüs 21:45→1 Koningen 22:18→
Markus 11:19— En als het nu laat geworden was, ging Hij uit buiten de stad.Lukas 21:37→Markus 11:11→Johannes 12:36→
Markus 11:20— En des morgens vroeg voorbijgaande, zagen zij, dat de vijgeboom verdord was, van de wortelen af.Jesaja 5:4→Judas 1:12→Mattheüs 21:19→Job 18:16→Mattheüs 13:6→Job 20:5→Markus 11:14→Hebreeën 6:8→
Markus 11:21— En Petrus, zulks indachtig geworden zijnde, zeide tot Hem: Rabbi, zie, de vijgeboom, dien Gij vervloekt hebt, is verdord.Zacharia 5:3→Mattheüs 25:41→1 Korinthe 16:22→Mattheüs 23:7→Spreuken 3:33→
Markus 11:22— En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Hebt geloof op God.Markus 9:23→Psalmen 62:8→Johannes 14:1→2 Kronieken 20:20→Kolossenzen 2:12→Jesaja 7:9→Titus 1:1→
Markus 11:23— Want voorwaar zeg Ik u, dat, zo wie tot dezen berg zal zeggen: Word opgeheven en in de zee geworpen; en niet zal twijfelen in zijn hart, maar zal geloven hetgeen hij zegt, geschieden zal, het zal hem geworden, zo wat hij zegt.Mattheüs 17:20→Johannes 15:7→Johannes 14:13→Psalmen 37:4→1 Korinthe 13:2→Lukas 17:6→Mattheüs 21:21→Hebreeën 11:17→
Markus 11:24— Daarom zeg Ik u: Alle dingen, die gij biddende begeert, gelooft, dat gij ze ontvangen zult, en zij zullen u geworden.Mattheüs 21:22→1 Johannes 5:14→1 Johannes 3:22→Jakobus 1:5→Mattheüs 18:19→Mattheüs 7:7→Johannes 14:13→Johannes 15:7→
Markus 11:25— En wanneer gij staat om te bidden, vergeeft, indien gij iets hebt tegen iemand; opdat ook uw Vader, Die in de hemelen is, ulieden uw misdaden vergeve.Kolossenzen 3:13→Mattheüs 6:14→Mattheüs 6:12→Jakobus 2:13→Efeze 4:32→Lukas 6:37→Lukas 18:11→Mattheüs 5:23→
Markus 11:27— En zij kwamen wederom te Jeruzalem. En als Hij in den tempel wandelde, kwamen tot Hem de overpriesters, en de schriftgeleerden, en de ouderlingen.Lukas 20:1→Mattheüs 21:23→Handelingen 4:5→Psalmen 2:1→Handelingen 4:27→Markus 14:1→Johannes 18:20→Johannes 10:23→
Markus 11:28— En zeiden tot Hem: Door wat macht doet Gij deze dingen? En wie heeft U deze macht gegeven, dat Gij deze dingen doen zoudt?Exodus 2:14→Numeri 16:13→Numeri 16:3→Handelingen 7:27→Handelingen 7:51→Handelingen 7:38→
Markus 11:29— Maar Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ik zal u ook een woord vragen; antwoordt Mij ook, en zo zal Ik u zeggen, door wat macht Ik deze dingen doe:Lukas 20:3→Mattheüs 21:24→Jesaja 52:13→
Markus 11:30— De doop van Johannes, was die uit den hemel, of uit de mensen? Antwoordt Mij.Johannes 1:6→Johannes 3:25→Johannes 1:15→Markus 9:13→Markus 1:1→Mattheüs 3:1→Lukas 3:1→
Markus 11:31— En zij overlegden onder zich, zeggende: Indien wij zeggen: Uit den hemel, zo zal Hij zeggen: Waarom hebt gij hem dan niet geloofd?Johannes 1:34→Johannes 1:29→Johannes 1:36→Mattheüs 21:31→Mattheüs 11:7→Mattheüs 21:25→Johannes 3:29→Johannes 1:15→
Markus 11:32— Maar indien wij zeggen: Uit de mensen; zo vrezen wij het volk; want zij hielden allen van Johannes, dat hij waarlijk een profeet was.Mattheüs 21:46→Mattheüs 14:5→Lukas 22:2→Mattheüs 21:31→Lukas 20:6→Lukas 20:19→Markus 6:20→Handelingen 5:26→
Markus 11:33— En, antwoordende, zeiden zij tot Jezus: Wij weten het niet. En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Zo zeg Ik u ook niet, door wat macht Ik deze dingen doe.Johannes 9:27→Romeinen 1:28→Maleachi 2:7→Jesaja 1:3→2 Thessalonicenzen 2:10→Job 5:13→Mattheüs 21:27→Johannes 3:10→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Markus 11 vers 1— En toen zij Jeruzalem genaakten, te Beth-fage en Bethanie, aan den Olijfberg, zond Hij twee van Zijn discipelen uit,
te Beth-fage en Bethanië,
Grieks, in; dat is omtrent, gelijk uitgedrukt wordt Luc. 19:29 . Van de ligging van deze twee plaatsen zie Matt. 21:1 .
Hertaald:te Beth-fage en Bethanië,
Grieks: in; dat is: dicht bij, zoals uitgedrukt wordt in Luk. 19:29. Zie over de ligging van deze twee plaatsen Matth. 21:1.
Markus 11 vers 2— En zeide tot hen: Gaat heen in het vlek, dat tegen u over is; en terstond als gij in hetzelve komt, zult gij vinden een veulen gebonden, op hetwelk geen mens gezeten heeft, ontbindt het, en brengt het.
een veulen gebonden,
Matth. 21:2 wordt gezegd dat daar ook ene ezelin gehouden was met haar veulen. Doch Markus verhaalt alleen van het veulen, omdat Christus daarop gereden heeft. Zie Luc. 19:35 .
Hertaald:een veulen gebonden,
In Matth. 21:2 wordt gezegd dat daar ook een ezelin vastgebonden stond met haar veulen. Maar Markus vertelt alleen over het veulen, omdat Christus daarop gereden heeft. Zie Luk. 19:35.
geen mens gezeten heeft,
Grieks, geen der mensen; dat is niemand.
Hertaald:geen mens gezeten heeft,
Grieks: geen van de mensen; dat is: niemand.
Markus 11 vers 4— En zij gingen heen, en vonden het veulen gebonden bij de deur, buiten aan de wegscheiding, en zij ontbonden hetzelve.
wegscheiding,
Of, tweesprong, tweeweg.
Hertaald:wegscheiding,
Of: tweesprong, kruispunt.
Markus 11 vers 7— En zij brachten het veulen tot Jezus, en wierpen hun klederen daarop; en Hij zat op hetzelve.
En zij brachten het veulen tot Jezus,
Zie van dezen intocht van Christus binnen Jeruzalem de aantekeningen Matt. 21:1 , enz.
Hertaald:En zij brachten het veulen tot Jezus,
Zie over deze intocht van Christus in Jeruzalem de aantekeningen bij Matth. 21:1, enzovoort.
Markus 11 vers 8— En velen spreidden hun klederen op den weg, en anderen hieuwen meien van de bomen, en spreidden ze op den weg.
meien van de bomen,
Het Griekse woord betekent kleine, tedere, groene takken, die bekwaam zijn om op te zitten en over te gaan. Zie ook Joh. 12:13 .
Hertaald:meien van de bomen,
Het Griekse woord betekent kleine, tere, groene takken, die geschikt zijn om op te zitten en overheen te gaan. Zie ook Joh. 12:13.
Markus 11 vers 9— En die voorgingen en die volgden riepen, zeggende: Hosanna, gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren!
Hosanna
Wat dit woord betekent zie Matt. 21:9 .
Hertaald:Hosanna
Zie wat dit woord betekent bij Matth. 21:9.
gezegend is Hij,
Of, geprezen zij hij.
Hertaald:gezegend is Hij,
Of: geprezen zij Hij.
Markus 11 vers 10— Gezegend zij het Koninkrijk van onzen vader David, hetwelk komt in den Naam des Heeren! Hosanna in de hoogste hemelen!
in de hoogste hemelen!
Dat is, gij die daar zijt in de hoogste hemelen.
Hertaald:in de hoogste hemelen!
Dat is: U Die in de hoogste hemelen bent.
Markus 11 vers 11— En Jezus kwam binnen Jeruzalem, en in den tempel; en als Hij alles rondom bezien had, en het nu avondstond was, ging Hij uit naar Bethanie met de twaalven.
avondstond was,
Grieks, avondure.
Hertaald:avondstond was,
Grieks: avonduur.
Markus 11 vers 13— En ziende van verre een vijgeboom, die bladeren had, ging Hij om te zien, of Hij ook iets op denzelven zou vinden; en daarbij gekomen zijnde, vond Hij niets dan bladeren; want het was de tijd der vijgen niet.
de tijd der vijgen niet
Dat is, de rechte en gewone tijd dat de vijgebomen hun volle en rijpe vruchten hebben; hoewel in die hete landen de vijgebomen buitentijds ook enige ontijdige vruchten dragen, die van de geringe lieden plachten gegeten te worden, welke Christus schijnt gemeend te hebben daarop te vinden.
Hertaald:de tijd der vijgen niet
Dat is: de juiste en gewone tijd waarin de vijgenbomen hun volle en rijpe vruchten hebben. Hoewel de vijgenbomen in die hete landen ook buiten die tijd enkele onrijpe vruchten dragen, die door de geringe mensen gegeten plachten te worden — die Christus daar kennelijk verwachtte te vinden.
Markus 11 vers 14— En Jezus, antwoordende, zeide tot denzelven: Niemand ete enige vrucht meer van u in der eeuwigheid! En Zijn discipelen hoorden het.
antwoordende,
Het woord antwoorden naar de Hebreeuwse manier van spreken, betekent dikmaals ene rede beginnen, gelijk hier klaarlijk blijkt.
Hertaald:antwoordende,
Het woord antwoorden betekent naar de Hebreeuwse manier van spreken vaak: een rede beginnen, zoals hier duidelijk blijkt.
Markus 11 vers 16— En liet niet toe, dat iemand enig vat door den tempel droeg.
vat door den tempel droeg
Namelijk tot den godsdienst niet behorende.
Hertaald:vat door den tempel droeg
Namelijk een vat dat niet bij de eredienst hoorde.
Markus 11 vers 17— En Hij leerde, zeggende tot hen: Is er niet geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden allen volken? Maar gij hebt dat tot een kuil der moordenaren gemaakt.
genaamd worden allen volken?
Dat is, zijn en gehouden worden.
Hertaald:genaamd worden allen volken?
Dat is: zijn en ervoor gehouden worden.
Markus 11 vers 18— En de Schriftgeleerden en de overpriesters hoorden dat, en zochten, hoe zij Hem doden zouden; want zij vreesden Hem, omdat de ganse schare ontzet was over Zijn leer.
doden zouden;
Grieks, verderven, of vernielen.
Hertaald:doden zouden;
Grieks: verderven, of vernietigen.
ontzet was over Zijn leer
Of, verslagen was; namelijk door verwondering; en daarom vreesden zij dat al het volk Zijne leer zou aanhangen, en hen afvallen.
Hertaald:ontzet was over Zijn leer
Of: verslagen was, namelijk van verwondering. Daarom vreesden zij dat heel het volk Zijn leer zou aanhangen en hen zou verlaten.
Markus 11 vers 21— En Petrus, zulks indachtig geworden zijnde, zeide tot Hem: Rabbi, zie, de vijgeboom, dien Gij vervloekt hebt, is verdord.
zulks indachtig geworden zijnde,
Namelijk hetgeen tevoren, vs.14, van Christus gezegd was.
Hertaald:zulks indachtig geworden zijnde,
Namelijk wat Christus daarvoor in vers 14 gezegd had.
Markus 11 vers 22— En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Hebt geloof op God.
Hebt geloof op God
Grieks, hebt het geloof Gods; dit is, hetwelk vastelijk steunt en vertrouwt op God en Zijne beloften.
Hertaald:Hebt geloof op God
Grieks: hebt het geloof van God; dat is: het geloof dat vast steunt en vertrouwt op God en Zijn beloften.
Markus 11 vers 24— Daarom zeg Ik u: Alle dingen, die gij biddende begeert, gelooft, dat gij ze ontvangen zult, en zij zullen u geworden.
begeert,
Namelijk naar den wil van God; zie 1 Joh. 5:14 .
Hertaald:begeert,
Namelijk naar de wil van God; zie 1 Joh. 5:14.
ontvangen zult,
Grieks, ontvangt.
Hertaald:ontvangen zult,
Grieks: ontvangt.
Markus 11 vers 25— En wanneer gij staat om te bidden, vergeeft, indien gij iets hebt tegen iemand; opdat ook uw Vader, Die in de hemelen is, ulieden uw misdaden vergeve.
staat
Dat is, voor God verschijnt en u daarstelt om te bidden. Want hoewel de Joden somtijds al staande baden, Job 30:20 ; Jer. 15:1 ; Luc. 18:13 , nochtans baden zij meest op hunne knieën liggende, 2 Kron. 6:13 ; Dan. 6:11 ; Hand. 9:40 , en Hand. 20:36 .
Hertaald:staat
Dat is: voor God verschijnt en u opstelt om te bidden. Want hoewel de Joden soms staande baden, Job 30:20; Jer. 15:1; Luk. 18:13, baden zij toch meestal op hun knieën, 2 Kron. 6:13; Dan. 6:11; Hand. 9:40 en Hand. 20:36.
om te bidden,
Grieks, biddende.
Hertaald:om te bidden,
Grieks: biddend.
Markus 11 vers 27— En zij kwamen wederom te Jeruzalem. En als Hij in den tempel wandelde, kwamen tot Hem de overpriesters, en de schriftgeleerden, en de ouderlingen.
ouderlingen
Dat is, de oversten of oudsten des volks, die met de overpriesters en schriftgeleerden in dien tijd den breden Raad der Joden uitmaakten.
Hertaald:ouderlingen
Dat is: de oversten of oudsten van het volk, die in die tijd samen met de overpriesters en schriftgeleerden de grote Raad van de Joden vormden.
Markus 11 vers 28— En zeiden tot Hem: Door wat macht doet Gij deze dingen? En wie heeft U deze macht gegeven, dat Gij deze dingen doen zoudt?
Door wat macht doet Gij deze dingen?
Grieks, in wat macht.
Hertaald:Door wat macht doet Gij deze dingen?
Grieks: in welke macht.
Markus 11 vers 29— Maar Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ik zal u ook een woord vragen; antwoordt Mij ook, en zo zal Ik u zeggen, door wat macht Ik deze dingen doe:
een woord vragen;
Dat is, ene zaak.
Hertaald:een woord vragen;
Dat is: één zaak.
Markus 11 vers 30— De doop van Johannes, was die uit den hemel, of uit de mensen? Antwoordt Mij.
doop van Johannes,
Dat is, de leer van Johannes door zijn doop bevestigd, gelijk blijkt uit de volgende verzen.
Hertaald:doop van Johannes,
Dat is: de leer van Johannes, die door zijn doop bevestigd werd, zoals blijkt uit de volgende verzen.
Markus 11 vers 32— Maar indien wij zeggen: Uit de mensen; zo vrezen wij het volk; want zij hielden allen van Johannes, dat hij waarlijk een profeet was.
zo vrezen wij het volk;
Grieks, zij vreesden. Het is een afgebroken wijze van spreken, waardoor hunne versteldheid en overleggingen in het kort uitgedrukt worden.
Hertaald:zo vrezen wij het volk;
Grieks: zij vreesden. Het is een afgebroken manier van spreken, waarmee hun verlegenheid en overleggingen kort worden weergegeven.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Een huis des gebeds voor alle volken — 11:12-17, 20-22
God bij Zijn volkniveau 1Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
De intocht is achter de rug. De volgende ochtend loopt Hij naar Jeruzalem, en onderweg gebeurt er iets met een vijgenboom. Markus zet dat verhaal met opzet om de tempelreiniging heen: het begint ervoor en het eindigt erna.
Een boom vol blad zonder vrucht, en daartussen een tempel vol handel zonder gebed.
**De boom.** Hij ziet van verre een vijgenboom in blad staan en gaat kijken of er iets aan zit. Er is niets dan bladeren. Wat Hij dan zegt klinkt hard: niemand ete enige vrucht meer van u in der eeuwigheid. Markus voegt eraan toe dat de discipelen het hoorden — hij wil dat wij het onthouden.
**De tempel ertussen.** Meteen daarna gaat Hij de tempel binnen. Hij drijft de kopers en verkopers eruit, keert de tafels van de wisselaars om, en laat niemand meer met een vat door de tempel lopen. Er wordt niet alleen gehandeld; het huis is een doorgang geworden.
**De aanhaling.** En dan zegt Hij waaróm: “Is er niet geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden allen volken? Maar gij hebt dat tot een kuil der moordenaren gemaakt.”
De eerste helft komt uit Jesaja 56, en Markus is de enige evangelist die de laatste twee woorden meeneemt: **voor alle volken**. Dat is niet toevallig, want de plaats waar de handel stond was het voorhof van de heidenen — de enige plek in het hele complex waar een vreemdeling bidden mocht. Die ruimte was volgestapeld met kramen.
Wie van ver kwam om te bidden, kon er niet meer bij.
**De boom erna.** De volgende morgen is de vijgenboom verdord tot de wortel toe. Petrus wijst het aan. En zo staan de twee taferelen op elkaar: veel blad, geen vrucht; veel bedrijvigheid, geen gebed.
**Waarom dit bij deze lijn hoort.** Van dit huis was gezegd dat God er wonen zou. Ezechiël had gezien hoe de heerlijkheid er langzaam uit vertrok. Hier komt de Heere van het huis er Zelf binnen en zegt waarvoor het bedoeld was.
En een paar dagen later is het voorhangsel gescheurd, en staan er geen kramen meer tussen de volken en God in.
Exodus 25:8 — Een heiligdom, opdat Ik in het midden van hen wone.
Jesaja 56:7 — Mijn huis zal een bedehuis heten voor alle volken.
Ezechiël 10:18 — Maar de heerlijkheid vertrok uit dat huis.
Markus 11:15 — De Heere van het huis drijft de handel eruit.
Markus 11:17 — En Hij haalt aan waarvoor het bedoeld was: voor alle volken.
Efeziers 2:14 — De middelmuur des afscheidsels is later weggebroken.
In het Nieuwe Testament: Jesaja 56:7; Jeremia 7:11; Ezechiël 10:18; Maleachi 3:1; Mattheüs 27:51; Efeziers 2:14
Hoever dit reikt: Christus haalt Jesaja 56 en Jeremia 7 uitdrukkelijk aan; daarop rust het niveau. Dat de handel juist in het voorhof van de heidenen stond, staat niet in de tekst maar volgt uit de inrichting van de tempel. Wat de vervloekte vijgenboom betekent, wordt in het hoofdstuk niet uitgelegd; Markus plaatst de twee taferelen naast elkaar en laat de lezer het verband zien.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Markus 11:24.KruisverwijzingenMattheüs 21:22→1 Johannes 5:14→1 Johannes 3:22→Jakobus 1:5→Mattheüs 18:19→Mattheüs 7:7→Johannes 14:13→Johannes 15:7→ — Daarom zeg Ik u: Alle dingen, die gij biddende begeert, gelooft, dat gij ze ontvangen zult, en zij zullen u geworden. “Daarom zeg Ik u: Alle dingen, die gij biddende begeert, gelooft, dat gij ze ontvangen zult, en zij zullen u geworden.”
Deze tekst laat ons vier onmisbare eigenschappen zien voor een gebed dat werkelijk iets uitricht en verhoord wordt.
Ten eerste: naar de beschrijving die onze Zaligmaker van het gebed geeft, behoren er altijd bepaalde zaken te zijn waarvoor wij pleiten. Jezus sprak over díngen: “Alle dingen, die gij biddende begeert”. Hij scheen niet te denken dat de kinderen van God tot Hem zouden komen wanneer zij niets hadden om voor te bidden.
Een tweede onmisbare eigenschap van het gebed is een ernstig verlangen. De Meester veronderstelt dat wij, wanneer wij bidden, iets hebben wat wij begeren.
Let ten derde erop dat het geloof een onmisbare eigenschap van een geslaagd gebed is: “gelooft, dat gij ze ontvangen zult”. Wij kunnen niet zo bidden dat wij in de hemel gehoord en tot voldoening van onze ziel verhoord worden. Dat kan alleen als wij geloven dat God ons werkelijk hoort en ons antwoorden zal.
Een vierde eigenschap is dat er altijd een verwachting met een vast geloof mee behoort te gaan: “gelooft, dat gij ze ontvangen zult, en zij zullen u geworden”.
Geloof dus niet alleen dat u het krijgen zúlt, maar geloof dat u het al ontvangen hébt. Reken erop alsof het er al is, en handel alsof het er al is.
Het volgende gedeelte mist in meerdere digitale bronnen van de Bijbelverklaring van Dächsel. Geprobeerd wordt om dit gedeelte later toe te voegen.
KruisverwijzingenMattheüs 21:46→Mattheüs 14:5→Lukas 22:2→Mattheüs 21:31→Lukas 20:6→Lukas 20:19→Markus 6:20→Handelingen 5:26→— Maar indien wij zeggen: Uit de mensen; zo vrezen wij het volk; want zij hielden allen van Johannes, dat hij waarlijk een profeet was.
Maar als wij zeggen: Uit de mensen, dan vrezen wij het volk; wij kunnen dus niet uitspreken wat wij anders graag geantwoord zouden hebben; a) want de menigte meende van Johannes dat hij echt een profeet was en zouden het zeker niet hebben verdragen als zo de overpriesters en schriftgeleerden hem Zijn eer hadden ontroofd.
MATTHEUS. 14: 5. Mark. 6: 20.
KruisverwijzingenJohannes 9:27→Romeinen 1:28→Maleachi 2:7→Jesaja 1:3→2 Thessalonicenzen 2:10→Job 5:13→Mattheüs 21:27→Johannes 3:10→— En, antwoordende, zeiden zij tot Jezus: Wij weten het niet. En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Zo zeg Ik u ook niet, door wat macht Ik deze dingen doe.
En zij antwoordden Jezus: Wij weten het niet. En Jezus antwoordde hen: Dan zeg Ik u ook niet door welke macht Ik deze dingen doe.
De wedervraag rust op de veronderstelling dat de overheid, wanneer zij over Johannes haar roeping trouw vervuld had, tot zo?n vraag aan Jezus in het geheel niet meer had hoeven te komen. Zoals Hij in Hoofdstuk 9: 12 gezegd heeft dat de vervulling van de profetie in Johannes en in Hemzelf parallel was, zo zegt Hij door Zijn vraag aan de overheid dat zij alleen in diezelfde mate bekwaam is Zijn volmacht te erkennen en tot onderzoek gerechtigd is, als zij de goddelijke oorsprong van de werkzaamheid van Johannes, die zich in zijn doop uitdrukte, erkend heeft. Is zij over dit duidelijk begin van het Godsrijk onverschillig gebleven, dan heeft zij geen recht meer van de voortgang van de verwezenlijking van dat rijk te verwachten, dat het zich voor haar wettigt. Terwijl Jezus hen het antwoord weigert en evenwel het door hen betwijfelde recht daarna gebruikt, is beslist dat het Godsrijk zich op zo?n manier zal verwezenlijken en openbaren, waarbij de goedkeuring van de geestelijke overheid van Isra?l ontbreekt en dat wie het deelachtig wil worden door de onmiddellijke indruk daarvan op zijn geweten al vrij moet zijn geworden van de gebondenheid aan die geestelijke autoriteit.
Het ongeloof heeft geen voelen en zelden de moed geheel en openlijk uit te spreken wat het voelt. Het is, met welke ijver het zich daarvan ook het voorkomen geven mag, het is geen toestand van kracht of moed, maar van vrees, van bestendige vrees voor de waarheid en daarom van zorgvuldige vermijding ook van de weg op welke de waarheid gevonden wordt. Verwacht van het ongeloof noch ernstig onderzoek, noch eerlijke redenering, noch een oprechte rekenschap van gevoelens; immers niet daar waar het begint te vermoeden, dat het zich aan een heilige waarheid brandt en met de noodzakelijkheid bedreigt wordt tot haar zedelijke gevolgen te komen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Markus 11
Markus 11:24.KruisverwijzingenMattheüs 21:22→1 Johannes 5:14→1 Johannes 3:22→Jakobus 1:5→Mattheüs 18:19→Mattheüs 7:7→Johannes 14:13→Johannes 15:7→
— Daarom zeg Ik u: Alle dingen, die gij biddende begeert, gelooft, dat gij ze ontvangen zult, en zij zullen u geworden.
“Daarom zeg Ik u: Alle dingen, die gij biddende begeert, gelooft, dat gij ze ontvangen zult, en zij zullen u geworden.”
Deze tekst laat ons vier onmisbare eigenschappen zien voor een gebed dat werkelijk iets uitricht en verhoord wordt.
Ten eerste: naar de beschrijving die onze Zaligmaker van het gebed geeft, behoren er altijd bepaalde zaken te zijn waarvoor wij pleiten. Jezus sprak over díngen: “Alle dingen, die gij biddende begeert”. Hij scheen niet te denken dat de kinderen van God tot Hem zouden komen wanneer zij niets hadden om voor te bidden.
Een tweede onmisbare eigenschap van het gebed is een ernstig verlangen. De Meester veronderstelt dat wij, wanneer wij bidden, iets hebben wat wij begeren.
Let ten derde erop dat het geloof een onmisbare eigenschap van een geslaagd gebed is: “gelooft, dat gij ze ontvangen zult”. Wij kunnen niet zo bidden dat wij in de hemel gehoord en tot voldoening van onze ziel verhoord worden. Dat kan alleen als wij geloven dat God ons werkelijk hoort en ons antwoorden zal.
Een vierde eigenschap is dat er altijd een verwachting met een vast geloof mee behoort te gaan: “gelooft, dat gij ze ontvangen zult, en zij zullen u geworden”.
Geloof dus niet alleen dat u het krijgen zúlt, maar geloof dat u het al ontvangen hébt. Reken erop alsof het er al is, en handel alsof het er al is.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Gedeelte mist in digitale bronnen
Het volgende gedeelte mist in meerdere digitale bronnen van de Bijbelverklaring van Dächsel. Geprobeerd wordt om dit gedeelte later toe te voegen.
Maar als wij zeggen: Uit de mensen, dan vrezen wij het volk; wij kunnen dus niet uitspreken wat wij anders graag geantwoord zouden hebben; a) want de menigte meende van Johannes dat hij echt een profeet was en zouden het zeker niet hebben verdragen als zo de overpriesters en schriftgeleerden hem Zijn eer hadden ontroofd.
MATTHEUS. 14: 5. Mark. 6: 20.
En zij antwoordden Jezus: Wij weten het niet. En Jezus antwoordde hen: Dan zeg Ik u ook niet door welke macht Ik deze dingen doe.
De wedervraag rust op de veronderstelling dat de overheid, wanneer zij over Johannes haar roeping trouw vervuld had, tot zo?n vraag aan Jezus in het geheel niet meer had hoeven te komen. Zoals Hij in Hoofdstuk 9: 12 gezegd heeft dat de vervulling van de profetie in Johannes en in Hemzelf parallel was, zo zegt Hij door Zijn vraag aan de overheid dat zij alleen in diezelfde mate bekwaam is Zijn volmacht te erkennen en tot onderzoek gerechtigd is, als zij de goddelijke oorsprong van de werkzaamheid van Johannes, die zich in zijn doop uitdrukte, erkend heeft. Is zij over dit duidelijk begin van het Godsrijk onverschillig gebleven, dan heeft zij geen recht meer van de voortgang van de verwezenlijking van dat rijk te verwachten, dat het zich voor haar wettigt. Terwijl Jezus hen het antwoord weigert en evenwel het door hen betwijfelde recht daarna gebruikt, is beslist dat het Godsrijk zich op zo?n manier zal verwezenlijken en openbaren, waarbij de goedkeuring van de geestelijke overheid van Isra?l ontbreekt en dat wie het deelachtig wil worden door de onmiddellijke indruk daarvan op zijn geweten al vrij moet zijn geworden van de gebondenheid aan die geestelijke autoriteit.
Het ongeloof heeft geen voelen en zelden de moed geheel en openlijk uit te spreken wat het voelt. Het is, met welke ijver het zich daarvan ook het voorkomen geven mag, het is geen toestand van kracht of moed, maar van vrees, van bestendige vrees voor de waarheid en daarom van zorgvuldige vermijding ook van de weg op welke de waarheid gevonden wordt. Verwacht van het ongeloof noch ernstig onderzoek, noch eerlijke redenering, noch een oprechte rekenschap van gevoelens; immers niet daar waar het begint te vermoeden, dat het zich aan een heilige waarheid brandt en met de noodzakelijkheid bedreigt wordt tot haar zedelijke gevolgen te komen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel