Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Markus 11

1 En toen zij Jeruzalem genaakten, te Beth-fage en Bethanie, aan den Olijfberg, zond Hij twee van Zijn discipelen uit,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En toen zij JeruzalemG2419 genaaktenG1448, te Beth-fageG967 enG2532 BethanieG963, aanG1519 den OlijfbergG3735, zondG649 HijG846 tweeG1417 van Zijn discipelenG3101 uit, En toen zij Jeruzalem genaakten, te Beth-fage en Bethanie, aan den Olijfberg, zond Hij twee van Zijn discipelen uit,

Ook in dit vers totG4314

KJV And1 when2 they came nigh3 to4 Jerusalem,5 unto6 Bethphage7 and8 Bethany,9 at10 the mount12 of Olives,14 he sendeth forth15 two16 of his19 disciples,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 3 εγγιζουσιν G1448 nabij, genaakte, genaakt approach, be at hand, come (draw) near, be (come, draw) nigh 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 ιερουσαλημ G2419 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 6 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 7 βηθφαγη G967 Beth-fage Bethphage 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 βηθανιαν G963 Bethanie Bethany 10 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 11 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ορος G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain) 13 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ελαιων G1636 Olijf, Olijfberg, olijfbomen olive (berry, tree) 15 αποστελλει G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 16 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 17 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 μαθητων G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 19 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En zeide tot hen: Gaat heen in het vlek, dat tegen u over is; en terstond als gij in hetzelve komt, zult gij vinden een veulen gebonden, op hetwelk geen mens gezeten heeft, ontbindt het, en brengt het.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 EnG2532 zeideG3004 tot henG846: Gaat heen inG1519 het vlekG2968, dat tegen uG4771 over is; enG2532 terstondG2112 als gij inG1519 hetzelveG846 komtG1531, zult gij vindenG2147 een veulenG4454 gebondenG1210, op hetwelkG3739 geen mensG444 gezetenG2523 heeft, ontbindtG3089 het, en brengtG71 het. En zeide tot hen: Gaat heen in het vlek, dat tegen u over is; en terstond als gij in hetzelve komt, zult gij vinden een veulen gebonden, op hetwelk geen mens gezeten heeft, ontbindt het, en brengt het.

KJV And1 saith2 unto them,3 Go your way4 into5 the village7 over against9 you: and11 as soon as12 ye be entered13 into14 it,15 ye shall find16 a colt17 tied,18 whereon19 never21 man22 sat;23 loose24 him,25 and bring

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 υπαγετε G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 κωμην G2968 vlek, vlekken town, village 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 κατεναντι G2713 tegenover before, over against 10 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 13 εισπορευομενοι G1531 ingaat, ingaande, inkomen come (enter) in, go into 14 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 15 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 ευρησετε G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 17 πωλον G4454 veulen colt 18 δεδεμενον G1210 gebonden, binden, verbonden bind, be in bonds, knit, tie, wind 19 εφ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 20 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 21 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 22 ανθρωπων G444 mensen, mens, Mens certain, man 23 κεκαθικεν G2523 gezeten, zitten, neder continue, set, sit (down), tarry 24 λυσαντες G3089 ontbonden, ontbinden, ontbindt break (up), destroy, dissolve, (un-)loose, melt, put off 25 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 26 αγαγετε G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En indien iemand tot u zegt: Waarom doet gij dat? Zo zegt, dat de Heere hetzelve van node heeft; en hij zal het terstond herwaarts zenden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 EnG2532 indienG1437 iemandG5100 tot uG4771 zegtG2036: WaaromG5101 doetG4160 gij dat? Zo zegtG2036, dat de HeereG2962 hetzelveG846 van nodeG5532 heeftG2192; enG2532 hijG846 zal het terstondG2112 herwaarts zendenG649. En indien iemand tot u zegt: Waarom doet gij dat? Zo zegt, dat de Heere hetzelve van node heeft; en hij zal het terstond herwaarts zenden.

KJV And1 if2 any man3 say unto you, Why6 do ye7 this? say ye that10 the Lord12 hath15 need14 of him;13 and16 straightway17 he will send19 him18 hither.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 3 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 5 ειπη G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 7 ποιειτε G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 8 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 9 ειπατε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 13 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 χρειαν G5532 node, nooddruft, nood business, lack, necessary(-ity), need(-ful), use, want 15 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 18 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 αποστελει G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 20 ωδε G5602 hier, op deze plaats here, hither, (in) this place, there

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En zij gingen heen, en vonden het veulen gebonden bij de deur, buiten aan de wegscheiding, en zij ontbonden hetzelve.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En zij gingenG565 heen, en vondenG2147 het veulenG4454 gebondenG1210 bijG4314 de deurG2374, buitenG1854 aanG1909 de wegscheidingG296, en zij ontbondenG3089 hetzelve. En zij gingen heen, en vonden het veulen gebonden bij de deur, buiten aan de wegscheiding, en zij ontbonden hetzelve.

KJV And2 they went their way,1 and3 found4 the colt6 tied7 by8 the door10 without11 in12 a place where two ways met;14 and15 they loose16 him.

1 απηλθον G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 ευρον G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πωλον G4454 veulen colt 7 δεδεμενον G1210 gebonden, binden, verbonden bind, be in bonds, knit, tie, wind 8 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 9 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 θυραν G2374 deur, deuren, Deur door, gate 11 εξω G1854 buiten, weg, uitgedreven away, forth, (with-)out (of, -ward), strange 12 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 13 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 αμφοδου G296 wegscheiding where two ways meet 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 λυουσιν G3089 ontbonden, ontbinden, ontbindt break (up), destroy, dissolve, (un-)loose, melt, put off 17 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En sommigen van degenen, die aldaar stonden, zeiden tot hen: Wat doet gij, dat gij het veulen ontbindt?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 EnG2532 sommigenG5100 van degenen, die aldaar stondenG2476, zeidenG3004 tot henG846: WatG5101 doetG4160 gij, dat gij het veulenG4454 ontbindtG3089? En sommigen van degenen, die aldaar stonden, zeiden tot hen: Wat doet gij, dat gij het veulen ontbindt?

KJV And1 certain of them2 that stood5 there4 said6 unto them,7 What8 do ye,9 loosing10 the colt?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 τινες G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 3 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 5 εστηκοτων G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 6 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 9 ποιειτε G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 10 λυοντες G3089 ontbonden, ontbinden, ontbindt break (up), destroy, dissolve, (un-)loose, melt, put off 11 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 πωλον G4454 veulen colt
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Doch zij zeiden tot hen, gelijk Jezus bevolen had; en zij lieten hen gaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 DochG1161 zij zeidenG2036 tot hen, gelijk JezusG2424 bevolenG1781 had; en zij lietenG863 hen gaan. Doch zij zeiden tot hen, gelijk Jezus bevolen had; en zij lieten hen gaan.

KJV And2 they said unto them4 even as5 Jesus8 had commanded:6 and9 they let10 them11 go.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 6 ενετειλατο G1781 geboden, bevelen, gebood (give) charge, (give) command(-ments), injoin 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 αφηκαν G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 11 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En zij brachten het veulen tot Jezus, en wierpen hun klederen daarop; en Hij zat op hetzelve.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En zij brachtenG71 het veulenG4454 totG4314 JezusG2424, enG2532 wierpenG1911 hunG846 klederenG2440 daarop; enG2532 Hij zat opG1909 hetzelve. En zij brachten het veulen tot Jezus, en wierpen hun klederen daarop; en Hij zat op hetzelve.

KJV And1 they brought2 the colt4 to5 Jesus,7 and8 cast9 their10 garments12 on him;13 and14 he sat15 upon16 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηγαγον G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πωλον G4454 veulen colt 5 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 επεβαλον G1911 sloegen, sloeg, slaan beat into, cast (up-)on, fall, lay (on), put (unto), stretch forth, think on 10 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ιματια G2440 klederen, kleed, kleeds apparel, cloke, clothes, garment, raiment, robe, vesture 13 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 εκαθισεν G2523 gezeten, zitten, neder continue, set, sit (down), tarry 16 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 17 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En velen spreidden hun klederen op den weg, en anderen hieuwen meien van de bomen, en spreidden ze op den weg.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En velenG4183 spreiddenG4766 hunG846 klederenG2440 opG1519 den wegG3598, en anderen hieuwenG2875 meienG4746 vanG1537 de bomenG1186, en spreiddenG4766 ze opG1519 den wegG3598. En velen spreidden hun klederen op den weg, en anderen hieuwen meien van de bomen, en spreidden ze op den weg.

KJV And2 many1 spread6 their5 garments4 in7 the way:9 and11 others10 cut down13 branches12 off14 the trees,16 and17 strawed18 them in19 the way.

1 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιματια G2440 klederen, kleed, kleeds apparel, cloke, clothes, garment, raiment, robe, vesture 5 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 εστρωσαν G4766 spreidden, spreid, toegerust make bed, furnish, spread, strew 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 οδον G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 10 αλλοι G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 11 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 12 στοιβαδας G4746 meien branch 13 εκοπτον G2875 hieuwen, bedrijven, geweend cut down, lament, mourn, (be-)wail 14 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 15 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 δενδρων G1186 boom, bomen tree 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 εστρωννυον G4766 spreidden, spreid, toegerust make bed, furnish, spread, strew 19 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 20 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 οδον G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En die voorgingen en die volgden riepen, zeggende: Hosanna, gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En die voorgingenG4254 enG2532 die volgdenG190 riepenG2896, zeggendeG3004: HosannaG5614, gezegendG2127 is Hij, Die komtG2064 inG1722 den NaamG3686 des HeerenG2962! En die voorgingen en die volgden riepen, zeggende: Hosanna, gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren!

KJV And1 they that went before,3 and4 they that followed,6 cried,7 saying,8 Hosanna;9 Blessed10 is he that cometh12 in13 the name14 of the Lord:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 προαγοντες G4254 voorgaan, varen, voorgingen bring (forth, out), go before 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ακολουθουντες G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 7 εκραζον G2896 riepen, roepende, riep cry (out) 8 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 ωσαννα G5614 Hosanna hosanna 10 ευλογημενος G2127 gezegend, zegende, Gezegend bless, praise 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ερχομενος G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 15 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Gezegend zij het Koninkrijk van onzen vader David, hetwelk komt in den Naam des Heeren! Hosanna in de hoogste hemelen!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 GezegendG2127 zij het KoninkrijkG932 van onzen vaderG3962 DavidG1138, hetwelk komtG2064 in den NaamG3686 des HeerenG2962! HosannaG5614 inG1722 de hoogsteG5310 hemelen! Gezegend zij het Koninkrijk van onzen vader David, hetwelk komt in den Naam des Heeren! Hosanna in de hoogste hemelen!

KJV Blessed1 be the kingdom4 of our father9 David,11 that cometh3 in5 the name6 of the Lord:7 Hosanna12 in13 the highest.

1 ευλογημενη G2127 gezegend, zegende, Gezegend bless, praise 2 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 ερχομενη G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 4 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 7 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πατρος G3962 Vader, vader, vaders father, parent 10 ημων G1473 mij, ik I, me 11 δαβιδ G1138 David, Davids David 12 ωσαννα G5614 Hosanna hosanna 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 υψιστοις G5310 Allerhoogsten, hoogste, Allerhoogste most high, highest
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En Jezus kwam binnen Jeruzalem, en in den tempel; en als Hij alles rondom bezien had, en het nu avondstond was, ging Hij uit naar Bethanie met de twaalven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En JezusG2424 kwam binnen JeruzalemG2414, enG2532 inG1519 den tempelG2411; enG2532 als Hij allesG3956 rondom bezienG4017 had, en het nu avondstondG3798 wasG1510, ging Hij uit naarG1519 BethanieG963 metG3326 de twaalvenG1427. En Jezus kwam binnen Jeruzalem, en in den tempel; en als Hij alles rondom bezien had, en het nu avondstond was, ging Hij uit naar Bethanie met de twaalven.

KJV And1 Jesus6 entered2 into3 Jerusalem,4 and7 into8 the temple:10 and11 when he had looked round about upon12 all things,13 and now15 the eventide14 was come, he went out19 unto20 Bethany21 with22 the twelve.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εισηλθεν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 ιεροσολυμα G2414 Jeruzalem Jerusalem 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ιερον G2411 tempel, tempels, heilige temple 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 περιβλεψαμενος G4017 rondom aangezien, rondom ziende, overzien look (round) about (on) 13 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 14 οψιας G3798 avond, avondstond even(-ing, (-tide)) 15 ηδη G2235 alrede, Alrede already, (even) now (already), by this time 16 ουσης G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ωρας G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 19 εξηλθεν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 20 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 21 βηθανιαν G963 Bethanie Bethany 22 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 23 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En des anderen daags, als zij uit Bethanie gingen, hongerde Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 EnG2532 des anderen daagsG1887, als zij uitG575 BethanieG963 gingenG1831, hongerdeG3983 Hem. En des anderen daags, als zij uit Bethanie gingen, hongerde Hem.

KJV And1 on the morrow,3 when they5 were come4 from6 Bethany,7 he was hungry:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 επαυριον G1887 daags day following, morrow, next day (after) 4 εξελθοντων G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 5 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 7 βηθανιας G963 Bethanie Bethany 8 επεινασεν G3983 hongerde, hongerig, hongeren be an hungered
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En ziende van verre een vijgeboom, die bladeren had, ging Hij om te zien, of Hij ook iets op denzelven zou vinden; en daarbij gekomen zijnde, vond Hij niets dan bladeren; want het was de tijd der vijgen niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En ziendeG1492 van verreG3113 een vijgeboomG4808, die bladerenG5444 hadG2192, ging Hij om te zienG3708, ofG1487 Hij ook ietsG5100 op denzelvenG846 zou vindenG2147; enG2532 daarbij gekomenG2064 zijnde, vondG2147 Hij nietsG3762 dan bladerenG5444; wantG1063 het wasG1510 de tijdG2540 der vijgenG4810 niet. En ziende van verre een vijgeboom, die bladeren had, ging Hij om te zien, of Hij ook iets op denzelven zou vinden; en daarbij gekomen zijnde, vond Hij niets dan bladeren; want het was de tijd der vijgen niet.

KJV And1 seeing a fig tree3 afar off4 having5 leaves,6 he came,7 if8 haply he might find10 any thing11 thereon:12 and14 when he came15 to16 it,13 he found19 nothing18 but leaves;22 for24 the time26 of figs27 was not

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ιδων G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 συκην G4808 vijgeboom fig tree 4 μακροθεν G3113 verre afar off, from far 5 εχουσαν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 6 φυλλα G5444 bladeren leaf 7 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 8 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 9 αρα G687 of soms therefore 10 ευρησει G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 11 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 13 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ελθων G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 16 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 17 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 ουδεν G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 19 ευρεν G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 20 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 21 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 22 φυλλα G5444 bladeren leaf 23 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 24 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 25 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 26 καιρος G2540 tijd, tijden, gelegenheden X always, opportunity, (convenient, due) season, (due, short, while) time, a while 27 συκων G4810 vijgen fig

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En Jezus, antwoordende, zeide tot denzelven: Niemand ete enige vrucht meer van u in der eeuwigheid! En Zijn discipelen hoorden het.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 EnG2532 JezusG2424, antwoordendeG611, zeideG2036 tot denzelvenG846: NiemandG3367 eteG5315 enige vruchtG2590 meer vanG1537 uG4771 inG1519 der eeuwigheidG165! EnG2532 Zijn discipelenG3101 hoordenG191 het. En Jezus, antwoordende, zeide tot denzelven: Niemand ete enige vrucht meer van u in der eeuwigheid! En Zijn discipelen hoorden het.

KJV And1 Jesus4 answered2 and said unto it,6 No man13 eat15 fruit14 of8 thee hereafter7 for10 ever.12 And16 his20 disciples19 heard

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 μηκετι G3371 niet meer, voortaan niet any longer, (not) henceforth, hereafter, no henceforward (longer, more, soon), not any more 8 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 9 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αιωνα G165 eeuwigheid, wereld, eeuw age, course, eternal, (for) ever(-more), (n-)ever, (beginning of the , while the) world (began, without end) 13 μηδεις G3367 niemand, niets, ding any (man, thing), no (man), none, not (at all, any man, a whit), nothing, + without delay 14 καρπον G2590 vrucht, vruchten, oorbaar fruit 15 φαγοι G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 ηκουον G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 18 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 20 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En zij kwamen te Jeruzalem; en Jezus, in den tempel gegaan zijnde, begon degenen, die in den tempel verkochten en kochten, uit te drijven; en de tafelen der wisselaars, en de zitstoelen dergenen, die de duiven verkochten, keerde Hij om;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En zij kwamenG2064 te JeruzalemG2414; enG2532 JezusG2424, in den tempelG2411 gegaanG1525 zijnde, begonG756 degenen, die in den tempelG2411 verkochtenG4453 enG2532 kochtenG59, uit te drijvenG1544; en de tafelenG5132 der wisselaarsG2855, enG2532 de zitstoelenG2515 dergenen, die de duivenG4058 verkochtenG4453, keerdeG2690 Hij omG1519; En zij kwamen te Jeruzalem; en Jezus, in den tempel gegaan zijnde, begon degenen, die in den tempel verkochten en kochten, uit te drijven; en de tafelen der wisselaars, en de zitstoelen dergenen, die de duiven verkochten, keerde Hij om;

KJV And1 they come2 to3 Jerusalem:4 and5 Jesus8 went6 into9 the temple,11 and began12 to cast out13 them that sold15 and16 bought17 in18 the temple,20 and21 overthrew33 the tables23 of the moneychangers,25 and26 the seats28 of them that sold30 doves;

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ερχονται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 ιεροσολυμα G2414 Jeruzalem Jerusalem 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 εισελθων G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 9 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ιερον G2411 tempel, tempels, heilige temple 12 ηρξατο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 13 εκβαλλειν G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 14 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 πωλουντας G4453 verkochten, verkocht, verkoop sell, whatever is sold 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 αγοραζοντας G59 gekocht, kopen, kochten buy, redeem 18 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 19 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ιερω G2411 tempel, tempels, heilige temple 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 τραπεζας G5132 tafel, tafelen, bank bank, meat, table 24 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 κολλυβιστων G2855 wisselaars, wisselaren (money-)changer 26 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 27 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 καθεδρας G2515 zitstoelen, stoel seat 29 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 30 πωλουντων G4453 verkochten, verkocht, verkoop sell, whatever is sold 31 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 32 περιστερας G4058 duiven, duif, duive dove, pigeon 33 κατεστρεψεν G2690 keerde overthrow
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En liet niet toe, dat iemand enig vat door den tempel droeg.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 EnG2532 lietG863 nietG3756 toe, datG2443 iemandG5100 enig vatG4632 doorG1223 den tempelG2411 droegG1308. En liet niet toe, dat iemand enig vat door den tempel droeg.

KJV And1 would3 not2 suffer that4 any man5 should carry6 any vessel7 through8 the temple.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 3 ηφιεν G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 4 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 5 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 6 διενεγκη G1308 verschilt, verschillen, droeg be better, carry, differ from, drive up and down, be (more) excellent, make matter, publish, be of more value 7 σκευος G4632 vat, vaten, huisraad goods, sail, stuff, vessel 8 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ιερου G2411 tempel, tempels, heilige temple
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En Hij leerde, zeggende tot hen: Is er niet geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden allen volken? Maar gij hebt dat tot een kuil der moordenaren gemaakt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En HijG846 leerdeG1321, zeggendeG3004 tot henG846: Is er nietG3756 geschrevenG1125: Mijn huisG3624 zal een huisG3624 des gebedsG4335 genaamdG2564 worden allenG3956 volkenG1484? MaarG1161 gijG4771 hebt datG3754 tot een kuilG4693 der moordenarenG3027 gemaaktG4160. En Hij leerde, zeggende tot hen: Is er niet geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden allen volken? Maar gij hebt dat tot een kuil der moordenaren gemaakt.

KJV And1 he taught,2 saying3 unto them,4 Is it6 not5 written,7 My house9 shall be called13 of all14 nations16 the house11 of prayer?12 but18 ye have made19 it20 a den21 of thieves.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εδιδασκεν G1321 lerende, leerde, leren teach 3 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 6 γεγραπται G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 οικος G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 10 μου G1473 mij, ik I, me 11 οικος G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 12 προσευχης G4335 gebeden, gebed, bidden X pray earnestly, prayer 13 κληθησεται G2564 genaamd, geroepen, genood bid, call (forth), (whose, whose sur-)name (was (called)) 14 πασιν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 15 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 εθνεσιν G1484 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 17 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 18 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 19 εποιησατε G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 20 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 σπηλαιον G4693 kuil, spelonken, spelonk cave, den 22 ληστων G3027 moordenaars, moordenaar, moordenaren robber, thief
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En de Schriftgeleerden en de overpriesters hoorden dat, en zochten, hoe zij Hem doden zouden; want zij vreesden Hem, omdat de ganse schare ontzet was over Zijn leer.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En de SchriftgeleerdenG1122 enG2532 de overpriestersG749 hoordenG191 dat, enG2532 zochtenG2212, hoeG4459 zij Hem dodenG622 zouden; want zij vreesdenG5399 HemG846, omdatG3754 de ganseG3956 schareG3793 ontzetG1605 was overG1909 Zijn leerG1322. En de Schriftgeleerden en de overpriesters hoorden dat, en zochten, hoe zij Hem doden zouden; want zij vreesden Hem, omdat de ganse schare ontzet was over Zijn leer.

KJV And1 the scribes4 and5 chief priests7 heard2 it, and8 sought9 how10 they might destroy12 him:11 for14 they feared13 him,15 because16 all17 the people19 was astonished20 at21 his24 doctrine.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηκουσαν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 γραμματεις G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αρχιερεις G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 εζητουν G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 10 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 11 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 απολεσουσιν G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish 13 εφοβουντο G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence 14 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 15 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 17 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 18 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 20 εξεπλησσετο G1605 verslagen, ontzetten, versloegen amaze, astonish 21 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 22 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 διδαχη G1322 leer, lering, leringen doctrine, hath been taught 24 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En als het nu laat geworden was, ging Hij uit buiten de stad.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 EnG2532 als het nu laat geworden was, ging Hij uit buitenG1854 de stadG4172. En als het nu laat geworden was, ging Hij uit buiten de stad.

KJV And1 when2 even3 was come,4 he went5 out of6 the city.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 3 οψε G3796 laat, tegen de avond (at) even, in the end 4 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 5 εξεπορευετο G1607 uitgaan, uitgaat, uitging come (forth, out of), depart, go (forth, out), issue, proceed (out of) 6 εξω G1854 buiten, weg, uitgedreven away, forth, (with-)out (of, -ward), strange 7 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 πολεως G4172 stad, steden city
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En des morgens vroeg voorbijgaande, zagen zij, dat de vijgeboom verdord was, van de wortelen af.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 EnG2532 des morgens vroegG4404 voorbijgaandeG3899, zagenG1492 zij, dat de vijgeboomG4808 verdordG3583 was, vanG1537 de wortelenG4491 af. En des morgens vroeg voorbijgaande, zagen zij, dat de vijgeboom verdord was, van de wortelen af.

KJV And1 in the morning,2 as they passed by,3 they saw the fig tree6 dried up7 from8 the roots.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 πρωι G4404 morgens vroeg, morgens, vroeg early (in the morning), (in the) morning 3 παραπορευομενοι G3899 voorbijgingen, reisden, voorbijgaande go, pass (by) 4 ειδον G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 συκην G4808 vijgeboom fig tree 7 εξηραμμενην G3583 verdord, verdorde, dor dry up, pine away, be ripe, wither (away) 8 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 9 ριζων G4491 wortel, Wortel, wortelen root

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En Petrus, zulks indachtig geworden zijnde, zeide tot Hem: Rabbi, zie, de vijgeboom, dien Gij vervloekt hebt, is verdord.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 EnG2532 PetrusG4074, zulks indachtigG363 geworden zijnde, zeideG3004 tot HemG846: RabbiG4461, zieG2396, de vijgeboomG4808, dienG3739 Gij vervloektG2672 hebt, is verdordG3583. En Petrus, zulks indachtig geworden zijnde, zeide tot Hem: Rabbi, zie, de vijgeboom, dien Gij vervloekt hebt, is verdord.

KJV And1 Peter4 calling to remembrance2 saith5 unto him,6 Master,7 behold, the fig tree10 which11 thou cursedst12 is withered away.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αναμνησθεις G363 indachtig, gedenkt, overdenkt call to mind, (bring to , call to, put in), remember(-brance) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 5 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 ραββι G4461 Rabbi Master, Rabbi 8 ιδε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 9 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 συκη G4808 vijgeboom fig tree 11 ην G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 12 κατηρασω G2672 vervloeken, vervloekt, vervloekten curse 13 εξηρανται G3583 verdord, verdorde, dor dry up, pine away, be ripe, wither (away)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Hebt geloof op God.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 EnG2532 JezusG2424, antwoordendeG611, zeideG3004 tot henG846: HebtG2192 geloofG4102 op GodG2316. En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Hebt geloof op God.

KJV And1 Jesus3 answering2 saith4 unto them,5 Have6 faith7 in God.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 εχετε G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 7 πιστιν G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 8 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Want voorwaar zeg Ik u, dat, zo wie tot dezen berg zal zeggen: Word opgeheven en in de zee geworpen; en niet zal twijfelen in zijn hart, maar zal geloven hetgeen hij zegt, geschieden zal, het zal hem geworden, zo wat hij zegt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Want voorwaarG281 zegG3004 Ik uG4771, dat, zo wieG3739 totG1519 dezenG5129 bergG3735 zal zeggenG2036: Word opgehevenG142 enG2532 in de zeeG2281 geworpenG906; enG2532 nietG3361 zal twijfelenG1252 in zijnG1510 hartG2588, maarG235 zal gelovenG4100 hetgeenG3739 hij zegt, geschiedenG1096 zal, het zal hem geworden, zoG1437 watG3739 hij zegt. Want voorwaar zeg Ik u, dat, zo wie tot dezen berg zal zeggen: Word opgeheven en in de zee geworpen; en niet zal twijfelen in zijn hart, maar zal geloven hetgeen hij zegt, geschieden zal, het zal hem geworden, zo wat hij zegt.

Ook in dit vers zegtG3004

KJV For2 verily1 I say3 unto you, That5 whosoever6 shall say unto this mountain,10 Be thou removed,12 and13 be thou cast14 into15 the sea;17 and18 shall20 not19 doubt in21 his24 heart,23 but25 shall believe26 that27 those things which28 he saith8 shall come to pass;30 he32 shall have whatsoever33 he saith.

1 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 5 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 6 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 7 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 8 ειπη G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ορει G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain) 11 τουτω G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 12 αρθητι G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 βληθητι G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 15 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 16 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 θαλασσαν G2281 zee sea 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 20 διακριθη G1252 twijfelende, onderscheid, oordelen contend, make (to) differ(-ence), discern, doubt, judge, be partial, stagger, waver 21 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 22 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 καρδια G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 24 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 25 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 26 πιστευση G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 27 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 28 α G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 29 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 30 γινεται G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 31 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 32 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 33 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 34 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 35 ειπη G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Daarom zeg Ik u: Alle dingen, die gij biddende begeert, gelooft, dat gij ze ontvangen zult, en zij zullen u geworden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Daarom zegG3004 Ik uG4771: AlleG3956 dingen, dieG3778 gij biddendeG4336 begeertG154, gelooftG4100, dat gij ze ontvangenG2983 zult, enG2532 zijG1510 zullen u geworden. Daarom zeg Ik u: Alle dingen, die gij biddende begeert, gelooft, dat gij ze ontvangen zult, en zij zullen u geworden.

KJV Therefore1 I say3 unto you, What6 things5 soever7 ye desire,9 when ye pray,8 believe10 that11 ye receive12 them, and13 ye shall have

1 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 2 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 3 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 5 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 6 οσα G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 7 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 8 προσευχομενοι G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 9 αιτεισθε G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require 10 πιστευετε G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 11 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 12 λαμβανετε G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 15 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En wanneer gij staat om te bidden, vergeeft, indien gij iets hebt tegen iemand; opdat ook uw Vader, Die in de hemelen is, ulieden uw misdaden vergeve.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 EnG2532 wanneer gij staatG4739 om te biddenG4336, vergeeftG863, indienG1487 gij ietsG1536 hebtG2192 tegenG2596 iemandG5100; opdatG2443 ookG2532 uw VaderG3962, Die inG1722 de hemelenG3772 is, ulieden uw misdadenG3900 vergeveG863. En wanneer gij staat om te bidden, vergeeft, indien gij iets hebt tegen iemand; opdat ook uw Vader, Die in de hemelen is, ulieden uw misdaden vergeve.

KJV And1 when2 ye stand3 praying,4 forgive,5 if ye have8 ought against9 any:7 that11 your Father14 also12 which13 is in17 heaven19 may forgive20 you your trespasses.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 3 στηκητε G4739 staat, Staat stand (fast) 4 προσευχομενοι G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 5 αφιετε G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 6 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 7 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 8 εχετε G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 9 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 10 τινος G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 11 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 15 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 16 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 18 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ουρανοις G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 20 αφη G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 21 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 22 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 παραπτωματα G3900 misdaden, misdaad, val fall, fault, offence, sin, trespass 24 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Maar indien gij niet vergeeft, zo zal uw Vader, Die in de hemelen is, ook uw misdaden niet vergeven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 MaarG1161 indien gijG4771 nietG3756 vergeeftG863, zo zal uw VaderG3962, Die inG1722 de hemelenG3772 is, ook uw misdadenG3900 niet vergevenG863. Maar indien gij niet vergeeft, zo zal uw Vader, Die in de hemelen is, ook uw misdaden niet vergeven.

KJV But2 if1 ye do5 not4 forgive,14 neither6 will your Father8 which7 is in11 heaven13 forgive your trespasses.

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 4 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 5 αφιετε G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 6 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 9 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ουρανοις G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 14 αφησει G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 15 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 παραπτωματα G3900 misdaden, misdaad, val fall, fault, offence, sin, trespass 17 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En zij kwamen wederom te Jeruzalem. En als Hij in den tempel wandelde, kwamen tot Hem de overpriesters, en de schriftgeleerden, en de ouderlingen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 En zij kwamenG2064 wederomG3825 te JeruzalemG2414. EnG2532 als Hij in den tempelG2411 wandeldeG4043, kwamenG2064 totG4314 HemG846 de overpriestersG749, enG2532 de schriftgeleerdenG1122, enG2532 de ouderlingenG4245. En zij kwamen wederom te Jeruzalem. En als Hij in den tempel wandelde, kwamen tot Hem de overpriesters, en de schriftgeleerden, en de ouderlingen.

KJV And1 they come2 again3 to4 Jerusalem:5 and6 as he11 was walking10 in7 the temple,9 there come12 to13 him14 the chief priests,16 and17 the scribes,19 and20 the elders,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ερχονται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 ιεροσολυμα G2414 Jeruzalem Jerusalem 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ιερω G2411 tempel, tempels, heilige temple 10 περιπατουντος G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about) 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 ερχονται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 13 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 14 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 αρχιερεις G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 γραμματεις G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 πρεσβυτεροι G4245 ouderlingen, ouden, ouderling elder(-est), old
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En zeiden tot Hem: Door wat macht doet Gij deze dingen? En wie heeft U deze macht gegeven, dat Gij deze dingen doen zoudt?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 EnG2532 zeidenG3004 tot HemG846: DoorG1722 wat machtG1849 doetG4160 Gij dezeG3778 dingen? EnG2532 wieG5101 heeft UG4771 deze machtG1849 gegevenG1325, dat Gij deze dingen doenG4160 zoudt? En zeiden tot Hem: Door wat macht doet Gij deze dingen? En wie heeft U deze macht gegeven, dat Gij deze dingen doen zoudt?

KJV And1 say2 unto him,3 By4 what5 authority6 doest thou8 these things? and9 who10 gave15 thee this authority13 to16 do18 these things?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 ποια G4169 welk?, wat voor een? what (manner of), which 6 εξουσια G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 7 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 8 ποιεις G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 11 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 12 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 εξουσιαν G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 14 ταυτην G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 15 εδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 16 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 17 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 18 ποιης G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Maar Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ik zal u ook een woord vragen; antwoordt Mij ook, en zo zal Ik u zeggen, door wat macht Ik deze dingen doe:
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 MaarG1161 JezusG2424, antwoordendeG611, zeideG2036 tot henG846: Ik zal u ook eenG1520 woordG3056 vragenG1905; antwoordtG611 MijG1473 ookG2532, en zo zal Ik uG4771 zeggenG2046, doorG1722 wat machtG1849 Ik dezeG3778 dingen doeG4160: Maar Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ik zal u ook een woord vragen; antwoordt Mij ook, en zo zal Ik u zeggen, door wat macht Ik deze dingen doe:

KJV And2 Jesus3 answered4 and said unto them,6 I will7 also9 ask of you one10 question,11 and12 answer13 me, and15 I will tell16 you by18 what19 authority20 I do22 these things.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 επερωτησω G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question 8 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 9 καγω G2504 en ik, ook ik (and, even, even so, so) I (also, in like wise), both me, me also 10 ενα G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 11 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 αποκριθητε G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 14 μοι G1473 mij, ik I, me 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 ερω G2046 zeggen, gezegd, gesproken call, say, speak (of), tell 17 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 18 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 19 ποια G4169 welk?, wat voor een? what (manner of), which 20 εξουσια G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 21 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 22 ποιω G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 De doop van Johannes, was die uit den hemel, of uit de mensen? Antwoordt Mij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 De doopG908 van JohannesG2491, wasG1510 die uitG1537 den hemelG3772, ofG2228 uitG1537 de mensenG444? AntwoordtG611 MijG1473. De doop van Johannes, was die uit den hemel, of uit de mensen? Antwoordt Mij.

KJV The baptism2 of John,3 was it from4 heaven,5 or7 of8 men?9 answer10 me.

1 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 βαπτισμα G908 doop baptism 3 ιωαννου G2491 Johannes John 4 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 5 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 6 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 8 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 9 ανθρωπων G444 mensen, mens, Mens certain, man 10 αποκριθητε G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 11 μοι G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En zij overlegden onder zich, zeggende: Indien wij zeggen: Uit den hemel, zo zal Hij zeggen: Waarom hebt gij hem dan niet geloofd?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 EnG2532 zij overlegdenG3049 onder zichG1438, zeggendeG3004: IndienG1437 wij zeggen: UitG1537 den hemelG3772, zo zal Hij zeggen: WaaromG5101 hebt gij hem danG3767 nietG3756 geloofdG4100? En zij overlegden onder zich, zeggende: Indien wij zeggen: Uit den hemel, zo zal Hij zeggen: Waarom hebt gij hem dan niet geloofd?

Ook in dit vers zeggenG2046 totG4314

KJV And1 they reasoned2 with3 themselves,4 saying,5 If6 we shall say, From8 heaven;9 he will say,10 Why then13 did ye15 not14 believe him?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελογιζοντο G3049 gerekend, toegerekend, acht conclude, (ac-)count (of), + despise, esteem, impute, lay, number, reason, reckon, suppose, think (on) 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 εαυτους G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 5 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 7 ειπωμεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 9 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 10 ερει G2046 zeggen, gezegd, gesproken call, say, speak (of), tell 11 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 12 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 13 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 14 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 15 επιστευσατε G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 16 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Maar indien wij zeggen: Uit de mensen; zo vrezen wij het volk; want zij hielden allen van Johannes, dat hij waarlijk een profeet was.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 MaarG235 indien wij zeggenG2036: UitG1537 de mensenG444; zo vrezenG5399 wij het volkG2992; want zij hieldenG2192 allen van JohannesG2491, datG3754 hij waarlijkG3689 een profeetG4396 wasG1510. Maar indien wij zeggen: Uit de mensen; zo vrezen wij het volk; want zij hielden allen van Johannes, dat hij waarlijk een profeet was.

KJV But1 if2 we shall say, Of4 men;5 they feared6 the people:8 for10 all9 men counted11 John,13 that14 he was a prophet16 indeed.

1 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 2 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 3 ειπωμεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 5 ανθρωπων G444 mensen, mens, Mens certain, man 6 εφοβουντο G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence 7 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 λαον G2992 volk, volks, volke people 9 απαντες G537 alles all (things), every (one), whole 10 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 11 ειχον G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 12 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ιωαννην G2491 Johannes John 14 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 15 οντως G3689 waarlijk, Waarlijk certainly, clean, indeed, of a truth, verily 16 προφητης G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 17 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 En, antwoordende, zeiden zij tot Jezus: Wij weten het niet. En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Zo zeg Ik u ook niet, door wat macht Ik deze dingen doe.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 EnG2532, antwoordendeG611, zeidenG3004 zij tot JezusG2424: Wij wetenG1492 het nietG3756. EnG2532 JezusG2424, antwoordendeG611, zeideG3004 tot henG846: Zo zegG3004 IkG1473 uG4771 ook niet, doorG1722 wat machtG1849 Ik dezeG3778 dingen doeG4160. En, antwoordende, zeiden zij tot Jezus: Wij weten het niet. En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Zo zeg Ik u ook niet, door wat macht Ik deze dingen doe.

KJV And1 they answered2 and said3 unto Jesus,5 We7 cannot6 tell. And8 Jesus10 answering11 saith12 unto them,13 Neither14 do I15 tell16 you by18 what19 authority20 I do22 these things.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αποκριθεντες G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 3 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 7 οιδαμεν G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 11 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 12 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 13 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 15 εγω G1473 mij, ik I, me 16 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 17 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 18 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 19 ποια G4169 welk?, wat voor een? what (manner of), which 20 εξουσια G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 21 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 22 ποιω G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Markus 11:1 Johannes 12:14 Mattheüs 21:17 Mattheüs 21:1 Mattheüs 24:3 Handelingen 1:12 Johannes 8:1 Lukas 19:29 Zacharia 14:4
Markus 11:2 Mattheüs 21:2 Lukas 19:30
Markus 11:3 Markus 14:15 1 Kronieken 29:12 Psalmen 110:3 Hebreeën 2:7 Handelingen 1:24 Psalmen 24:1 Handelingen 10:36 2 Korinthe 8:9
Markus 11:4 Johannes 2:5 Hebreeën 11:8 Mattheüs 26:19 Mattheüs 21:6 Lukas 19:32
Markus 11:7 Mattheüs 21:4 Mattheüs 21:7 Zacharia 9:9 Lukas 19:35 2 Koningen 9:13 Johannes 12:12
Markus 11:8 Leviticus 23:40
Markus 11:9 Mattheüs 23:39 Psalmen 118:25 Mattheüs 21:9 Johannes 19:15 Johannes 12:13 Lukas 19:37
Markus 11:10 Lukas 2:14 Psalmen 148:1 Ezechiël 37:24 Jesaja 9:6 Lukas 19:38 Jeremia 33:15 Lukas 1:31 Hosea 3:5
Markus 11:11 Sefanja 1:12 Ezechiël 8:9 Lukas 19:41 Mattheüs 21:10 Johannes 8:1 Lukas 21:37 Maleachi 3:1
Markus 11:12 Mattheüs 21:18 Mattheüs 4:2 Johannes 4:6 Johannes 19:28 Lukas 4:2 Johannes 4:31 Hebreeën 2:17
Markus 11:13 Lukas 13:6 Mattheüs 21:19 Lukas 12:6 Lukas 10:31 Ruth 2:3 1 Samuël 6:9 Jesaja 5:7
Markus 11:14 Mattheüs 21:19 Deuteronomium 11:26 Johannes 15:6 2 Petrus 2:20 Mattheüs 3:10 Mattheüs 7:19 Mattheüs 12:33 Mattheüs 21:33
Markus 11:15 Mattheüs 21:12 Deuteronomium 14:25 Lukas 19:45 Johannes 2:13
Markus 11:17 Jesaja 56:7 Jeremia 7:11 Lukas 19:46 Johannes 2:16 Jesaja 60:7 1 Koningen 8:41 Hosea 12:7
Markus 11:18 Mattheüs 7:28 Markus 12:12 Openbaring 11:5 Markus 3:6 Lukas 4:22 Mattheüs 26:3 Mattheüs 21:45 1 Koningen 22:18
Markus 11:19 Lukas 21:37 Markus 11:11 Johannes 12:36
Markus 11:20 Jesaja 5:4 Judas 1:12 Mattheüs 21:19 Job 18:16 Mattheüs 13:6 Job 20:5 Markus 11:14 Hebreeën 6:8
Markus 11:21 Zacharia 5:3 Mattheüs 25:41 1 Korinthe 16:22 Mattheüs 23:7 Spreuken 3:33
Markus 11:22 Markus 9:23 Psalmen 62:8 Johannes 14:1 2 Kronieken 20:20 Kolossenzen 2:12 Jesaja 7:9 Titus 1:1
Markus 11:23 Mattheüs 17:20 Johannes 15:7 Johannes 14:13 Psalmen 37:4 1 Korinthe 13:2 Lukas 17:6 Mattheüs 21:21 Hebreeën 11:17
Markus 11:24 Mattheüs 21:22 1 Johannes 5:14 1 Johannes 3:22 Jakobus 1:5 Mattheüs 18:19 Mattheüs 7:7 Johannes 14:13 Johannes 15:7
Markus 11:25 Kolossenzen 3:13 Mattheüs 6:14 Mattheüs 6:12 Jakobus 2:13 Efeze 4:32 Lukas 6:37 Lukas 18:11 Mattheüs 5:23
Markus 11:27 Lukas 20:1 Mattheüs 21:23 Handelingen 4:5 Psalmen 2:1 Handelingen 4:27 Markus 14:1 Johannes 18:20 Johannes 10:23
Markus 11:28 Exodus 2:14 Numeri 16:13 Numeri 16:3 Handelingen 7:27 Handelingen 7:51 Handelingen 7:38
Markus 11:29 Lukas 20:3 Mattheüs 21:24 Jesaja 52:13
Markus 11:30 Johannes 1:6 Johannes 3:25 Johannes 1:15 Markus 9:13 Markus 1:1 Mattheüs 3:1 Lukas 3:1
Markus 11:31 Johannes 1:34 Johannes 1:29 Johannes 1:36 Mattheüs 21:31 Mattheüs 11:7 Mattheüs 21:25 Johannes 3:29 Johannes 1:15
Markus 11:32 Mattheüs 21:46 Mattheüs 14:5 Lukas 22:2 Mattheüs 21:31 Lukas 20:6 Lukas 20:19 Markus 6:20 Handelingen 5:26
Markus 11:33 Johannes 9:27 Romeinen 1:28 Maleachi 2:7 Jesaja 1:3 2 Thessalonicenzen 2:10 Job 5:13 Mattheüs 21:27 Johannes 3:10
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Markus 11 vers 1

te Beth-fage en Bethanië, Grieks, in; dat is omtrent, gelijk uitgedrukt wordt Luc. 19:29 . Van de ligging van deze twee plaatsen zie Matt. 21:1 .

Hertaald: te Beth-fage en Bethanië, Grieks: in; dat is: dicht bij, zoals uitgedrukt wordt in Luk. 19:29. Zie over de ligging van deze twee plaatsen Matth. 21:1.

Markus 11 vers 2

een veulen gebonden, Matth. 21:2 wordt gezegd dat daar ook ene ezelin gehouden was met haar veulen. Doch Markus verhaalt alleen van het veulen, omdat Christus daarop gereden heeft. Zie Luc. 19:35 .

Hertaald: een veulen gebonden, In Matth. 21:2 wordt gezegd dat daar ook een ezelin vastgebonden stond met haar veulen. Maar Markus vertelt alleen over het veulen, omdat Christus daarop gereden heeft. Zie Luk. 19:35.

geen mens gezeten heeft, Grieks, geen der mensen; dat is niemand.

Hertaald: geen mens gezeten heeft, Grieks: geen van de mensen; dat is: niemand.

Markus 11 vers 4

wegscheiding, Of, tweesprong, tweeweg.

Hertaald: wegscheiding, Of: tweesprong, kruispunt.

Markus 11 vers 7

En zij brachten het veulen tot Jezus, Zie van dezen intocht van Christus binnen Jeruzalem de aantekeningen Matt. 21:1 , enz.

Hertaald: En zij brachten het veulen tot Jezus, Zie over deze intocht van Christus in Jeruzalem de aantekeningen bij Matth. 21:1, enzovoort.

Markus 11 vers 8

meien van de bomen, Het Griekse woord betekent kleine, tedere, groene takken, die bekwaam zijn om op te zitten en over te gaan. Zie ook Joh. 12:13 .

Hertaald: meien van de bomen, Het Griekse woord betekent kleine, tere, groene takken, die geschikt zijn om op te zitten en overheen te gaan. Zie ook Joh. 12:13.

Markus 11 vers 9

Hosanna Wat dit woord betekent zie Matt. 21:9 .

Hertaald: Hosanna Zie wat dit woord betekent bij Matth. 21:9.

gezegend is Hij, Of, geprezen zij hij.

Hertaald: gezegend is Hij, Of: geprezen zij Hij.

Markus 11 vers 10

in de hoogste hemelen! Dat is, gij die daar zijt in de hoogste hemelen.

Hertaald: in de hoogste hemelen! Dat is: U Die in de hoogste hemelen bent.

Markus 11 vers 11

avondstond was, Grieks, avondure.

Hertaald: avondstond was, Grieks: avonduur.

Markus 11 vers 13

de tijd der vijgen niet Dat is, de rechte en gewone tijd dat de vijgebomen hun volle en rijpe vruchten hebben; hoewel in die hete landen de vijgebomen buitentijds ook enige ontijdige vruchten dragen, die van de geringe lieden plachten gegeten te worden, welke Christus schijnt gemeend te hebben daarop te vinden.

Hertaald: de tijd der vijgen niet Dat is: de juiste en gewone tijd waarin de vijgenbomen hun volle en rijpe vruchten hebben. Hoewel de vijgenbomen in die hete landen ook buiten die tijd enkele onrijpe vruchten dragen, die door de geringe mensen gegeten plachten te worden — die Christus daar kennelijk verwachtte te vinden.

Markus 11 vers 14

antwoordende, Het woord antwoorden naar de Hebreeuwse manier van spreken, betekent dikmaals ene rede beginnen, gelijk hier klaarlijk blijkt.

Hertaald: antwoordende, Het woord antwoorden betekent naar de Hebreeuwse manier van spreken vaak: een rede beginnen, zoals hier duidelijk blijkt.

Markus 11 vers 16

vat door den tempel droeg Namelijk tot den godsdienst niet behorende.

Hertaald: vat door den tempel droeg Namelijk een vat dat niet bij de eredienst hoorde.

Markus 11 vers 17

genaamd worden allen volken? Dat is, zijn en gehouden worden.

Hertaald: genaamd worden allen volken? Dat is: zijn en ervoor gehouden worden.

Markus 11 vers 18

doden zouden; Grieks, verderven, of vernielen.

Hertaald: doden zouden; Grieks: verderven, of vernietigen.

ontzet was over Zijn leer Of, verslagen was; namelijk door verwondering; en daarom vreesden zij dat al het volk Zijne leer zou aanhangen, en hen afvallen.

Hertaald: ontzet was over Zijn leer Of: verslagen was, namelijk van verwondering. Daarom vreesden zij dat heel het volk Zijn leer zou aanhangen en hen zou verlaten.

Markus 11 vers 21

zulks indachtig geworden zijnde, Namelijk hetgeen tevoren, vs.14, van Christus gezegd was.

Hertaald: zulks indachtig geworden zijnde, Namelijk wat Christus daarvoor in vers 14 gezegd had.

Markus 11 vers 22

Hebt geloof op God Grieks, hebt het geloof Gods; dit is, hetwelk vastelijk steunt en vertrouwt op God en Zijne beloften.

Hertaald: Hebt geloof op God Grieks: hebt het geloof van God; dat is: het geloof dat vast steunt en vertrouwt op God en Zijn beloften.

Markus 11 vers 24

begeert, Namelijk naar den wil van God; zie 1 Joh. 5:14 .

Hertaald: begeert, Namelijk naar de wil van God; zie 1 Joh. 5:14.

ontvangen zult, Grieks, ontvangt.

Hertaald: ontvangen zult, Grieks: ontvangt.

Markus 11 vers 25

staat Dat is, voor God verschijnt en u daarstelt om te bidden. Want hoewel de Joden somtijds al staande baden, Job 30:20 ; Jer. 15:1 ; Luc. 18:13 , nochtans baden zij meest op hunne knieën liggende, 2 Kron. 6:13 ; Dan. 6:11 ; Hand. 9:40 , en Hand. 20:36 .

Hertaald: staat Dat is: voor God verschijnt en u opstelt om te bidden. Want hoewel de Joden soms staande baden, Job 30:20; Jer. 15:1; Luk. 18:13, baden zij toch meestal op hun knieën, 2 Kron. 6:13; Dan. 6:11; Hand. 9:40 en Hand. 20:36.

om te bidden, Grieks, biddende.

Hertaald: om te bidden, Grieks: biddend.

Markus 11 vers 27

ouderlingen Dat is, de oversten of oudsten des volks, die met de overpriesters en schriftgeleerden in dien tijd den breden Raad der Joden uitmaakten.

Hertaald: ouderlingen Dat is: de oversten of oudsten van het volk, die in die tijd samen met de overpriesters en schriftgeleerden de grote Raad van de Joden vormden.

Markus 11 vers 28

Door wat macht doet Gij deze dingen? Grieks, in wat macht.

Hertaald: Door wat macht doet Gij deze dingen? Grieks: in welke macht.

Markus 11 vers 29

een woord vragen; Dat is, ene zaak.

Hertaald: een woord vragen; Dat is: één zaak.

Markus 11 vers 30

doop van Johannes, Dat is, de leer van Johannes door zijn doop bevestigd, gelijk blijkt uit de volgende verzen.

Hertaald: doop van Johannes, Dat is: de leer van Johannes, die door zijn doop bevestigd werd, zoals blijkt uit de volgende verzen.

Markus 11 vers 32

zo vrezen wij het volk; Grieks, zij vreesden. Het is een afgebroken wijze van spreken, waardoor hunne versteldheid en overleggingen in het kort uitgedrukt worden.

Hertaald: zo vrezen wij het volk; Grieks: zij vreesden. Het is een afgebroken manier van spreken, waarmee hun verlegenheid en overleggingen kort worden weergegeven.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Een huis des gebeds voor alle volken — 11:12-17, 20-22

God bij Zijn volk niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

De intocht is achter de rug. De volgende ochtend loopt Hij naar Jeruzalem, en onderweg gebeurt er iets met een vijgenboom. Markus zet dat verhaal met opzet om de tempelreiniging heen: het begint ervoor en het eindigt erna.

Een boom vol blad zonder vrucht, en daartussen een tempel vol handel zonder gebed.

**De boom.** Hij ziet van verre een vijgenboom in blad staan en gaat kijken of er iets aan zit. Er is niets dan bladeren. Wat Hij dan zegt klinkt hard: niemand ete enige vrucht meer van u in der eeuwigheid. Markus voegt eraan toe dat de discipelen het hoorden — hij wil dat wij het onthouden.

**De tempel ertussen.** Meteen daarna gaat Hij de tempel binnen. Hij drijft de kopers en verkopers eruit, keert de tafels van de wisselaars om, en laat niemand meer met een vat door de tempel lopen. Er wordt niet alleen gehandeld; het huis is een doorgang geworden.

**De aanhaling.** En dan zegt Hij waaróm: “Is er niet geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden allen volken? Maar gij hebt dat tot een kuil der moordenaren gemaakt.”

De eerste helft komt uit Jesaja 56, en Markus is de enige evangelist die de laatste twee woorden meeneemt: **voor alle volken**. Dat is niet toevallig, want de plaats waar de handel stond was het voorhof van de heidenen — de enige plek in het hele complex waar een vreemdeling bidden mocht. Die ruimte was volgestapeld met kramen.

Wie van ver kwam om te bidden, kon er niet meer bij.

**De boom erna.** De volgende morgen is de vijgenboom verdord tot de wortel toe. Petrus wijst het aan. En zo staan de twee taferelen op elkaar: veel blad, geen vrucht; veel bedrijvigheid, geen gebed.

**Waarom dit bij deze lijn hoort.** Van dit huis was gezegd dat God er wonen zou. Ezechiël had gezien hoe de heerlijkheid er langzaam uit vertrok. Hier komt de Heere van het huis er Zelf binnen en zegt waarvoor het bedoeld was.

En een paar dagen later is het voorhangsel gescheurd, en staan er geen kramen meer tussen de volken en God in.

  1. Exodus 25:8 — Een heiligdom, opdat Ik in het midden van hen wone.
  2. Jesaja 56:7 — Mijn huis zal een bedehuis heten voor alle volken.
  3. Ezechiël 10:18 — Maar de heerlijkheid vertrok uit dat huis.
  4. Markus 11:15 — De Heere van het huis drijft de handel eruit.
  5. Markus 11:17 — En Hij haalt aan waarvoor het bedoeld was: voor alle volken.
  6. Efeziers 2:14 — De middelmuur des afscheidsels is later weggebroken.

In het Nieuwe Testament: Jesaja 56:7; Jeremia 7:11; Ezechiël 10:18; Maleachi 3:1; Mattheüs 27:51; Efeziers 2:14

Hoever dit reikt: Christus haalt Jesaja 56 en Jeremia 7 uitdrukkelijk aan; daarop rust het niveau. Dat de handel juist in het voorhof van de heidenen stond, staat niet in de tekst maar volgt uit de inrichting van de tempel. Wat de vervloekte vijgenboom betekent, wordt in het hoofdstuk niet uitgelegd; Markus plaatst de twee taferelen naast elkaar en laat de lezer het verband zien.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Markus 11

Markus 11:24.KruisverwijzingenMattheüs 21:221 Johannes 5:141 Johannes 3:22Jakobus 1:5Mattheüs 18:19Mattheüs 7:7Johannes 14:13Johannes 15:7
— Daarom zeg Ik u: Alle dingen, die gij biddende begeert, gelooft, dat gij ze ontvangen zult, en zij zullen u geworden.
“Daarom zeg Ik u: Alle dingen, die gij biddende begeert, gelooft, dat gij ze ontvangen zult, en zij zullen u geworden.”

Deze tekst laat ons vier onmisbare eigenschappen zien voor een gebed dat werkelijk iets uitricht en verhoord wordt.

Ten eerste: naar de beschrijving die onze Zaligmaker van het gebed geeft, behoren er altijd bepaalde zaken te zijn waarvoor wij pleiten. Jezus sprak over díngen: “Alle dingen, die gij biddende begeert”. Hij scheen niet te denken dat de kinderen van God tot Hem zouden komen wanneer zij niets hadden om voor te bidden.

Een tweede onmisbare eigenschap van het gebed is een ernstig verlangen. De Meester veronderstelt dat wij, wanneer wij bidden, iets hebben wat wij begeren.

Let ten derde erop dat het geloof een onmisbare eigenschap van een geslaagd gebed is: “gelooft, dat gij ze ontvangen zult”. Wij kunnen niet zo bidden dat wij in de hemel gehoord en tot voldoening van onze ziel verhoord worden. Dat kan alleen als wij geloven dat God ons werkelijk hoort en ons antwoorden zal.

Een vierde eigenschap is dat er altijd een verwachting met een vast geloof mee behoort te gaan: “gelooft, dat gij ze ontvangen zult, en zij zullen u geworden”.

Geloof dus niet alleen dat u het krijgen zúlt, maar geloof dat u het al ontvangen hébt. Reken erop alsof het er al is, en handel alsof het er al is.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content