Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Want zietH2009, die dagH3117 komtH935, brandendeH1197 als een ovenH8574, dan zullen alleH3605 hoogmoedigenH2086, en alH3605 wie goddeloosheidH7564 doetH6213, een stoppelH7179 zijnH1961, en de toekomstigeH935 dagH3117 zal ze in brandH3857 zetten, zegtH559 de HEERE der heirscharenH6635, DieH834 hun noch wortelH8328, noch takH6057 latenH5800 zal.
Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in brand zetten, zegt de HEERE der heirscharen, Die hun noch wortel, noch tak laten zal.
KJV
For, behold, the day3
cometh,4
that shall burn5
as an oven;6
and all the proud,9
yea, and all that do11
wickedly,12
shall be stubble:13
and the day16
that cometh17
shall burn them up,14
saith18
the LORD19
of hosts,20
that it shall leave23
them neither root25
nor branch.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Ulieden daarentegen, die Mijn NaamH8034 vreestH3373, zal de ZonH8121 der gerechtigheidH6666 opgaanH2224, en er zal genezingH4832 zijn onder Zijn vleugelenH3671; en gij zult uitgaanH3318, en toenemenH6335, als mestkalverenH5695.
Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren.
KJV
But unto you that fear3
my name4
shall the Sun5
of righteousness6
arise1
with healing7
in his wings;8
and ye shall go forth,9
and grow up10
as calves11
of the stall.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
En gij zult de goddelozenH7563 vertredenH6072; wantH3588 zijH1961 zullen asH665 worden onderH8478 de zolenH3709 uwer voetenH7272, te dien dageH3117, dienH834 IkH589 makenH6213 zal, zegtH559 de HEERE der heirscharenH6635.
En gij zult de goddelozen vertreden; want zij zullen as worden onder de zolen uwer voeten, te dien dage, dien Ik maken zal, zegt de HEERE der heirscharen.
KJV
And ye shall tread down1
the wicked;2
for they shall be ashes5
under the soles7
of your feet8
in the day9
that I shall do12
this, saith13
the LORD14
of hosts.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
GedenkH2142 der wetH8451 van MozesH4872, Mijn knechtH5650, dieH834 Ik hen bevolenH6680 heb op HorebH2722 aanH5921 gansH3605 IsraelH3478, der inzettingenH2706 en rechtenH4941.
Gedenk der wet van Mozes, Mijn knecht, die Ik hen bevolen heb op Horeb aan gans Israel, der inzettingen en rechten.
KJV
Remember1
ye the law2
of Moses3
my servant,4
which I commanded6
unto him in Horeb8
for all Israel,11
with the statutes12
and judgments.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
ZietH2009, IkH595 zendeH7971 ulieden den profeetH5030 EliaH452, eerH6440 dat die groteH1419 en die vreselijkeH3372 dagH3117 des HEEREN komenH935 zal.
Ziet, Ik zende ulieden den profeet Elia, eer dat die grote en die vreselijke dag des HEEREN komen zal.
KJV
Behold, I will send3
you Elijah6
the prophet7
before8
the coming9
of the great12
and dreadful13
day10
of the LORD:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
En hij zal het hartH3820 der vaderenH1 tot de kinderenH1121 wederbrengenH7725, en het hartH3820 der kinderenH1121 tot hun vaderenH1; opdat Ik niet komeH935, en de aardeH776 met den banH2764 slaH5221.
En hij zal het hart der vaderen tot de kinderen wederbrengen, en het hart der kinderen tot hun vaderen; opdat Ik niet kome, en de aarde met den ban sla.
KJV
And he shall turn1
the heart2
of the fathers3
to the children,5
and the heart6
of the children7
to their fathers,9
lest I come11
and smite12
the earth14
with a curse.
die dag komt,
Te weten, de dag van het oordeel des Heeren, hetzij dat men dit verstaat van de eerste verschijning van Jezus Christus, of van de tweede, als Hij ten jongste dage ten oordeel verschijnen zal. Sommigen verstaan het alzo, dat deze dag geduurd heeft van den eersten dag af der verschijning van Christus in het vlees, durende totdat Hij in de wolken verschijnen zal ten jongsten gerichte.
Hertaald:
die dag komt,
Namelijk de dag van het oordeel van de HEERE, hetzij men dit verstaat van de eerste verschijning van Jezus Christus, hetzij van de tweede, wanneer Hij op de jongste dag ten oordeel zal verschijnen. Sommigen vatten het zo op dat deze dag geduurd heeft vanaf de eerste dag van Christus' verschijning in het vlees, en voortduurt totdat Hij in de wolken zal verschijnen voor het laatste gericht.
Die hun noch wortel,
Dat is, Hij zal hen alzo uitroeien en teniet maken dat zij nimmermeer wederom opkomen zullen.
Hertaald:
Die hun noch wortel,
Dat is: Hij zal hen zo uitroeien en tenietdoen dat zij nooit meer zullen opkomen.
de Zon der gerechtigheid opgaan,
Alzo wordt Christus Jezus genoemd, omdat Hij de verstanden door zijn Woord en Geest verlicht, en de harten de gelovigen verkwikt door vergeving der zonden en toerekening der gerechtigheid. Verg. Jes. 60:1 , Jes. 60:19 ; Dan. 9:24 , en Luc. 1:78-79 .
Hertaald:
de Zon der gerechtigheid opgaan,
Zo wordt Christus Jezus genoemd, omdat Hij de verstanden verlicht door Zijn Woord en Geest, en de harten van de gelovigen verkwikt door vergeving van de zonden en toerekening van de gerechtigheid. Vergelijk Jes. 60:1, Jes. 60:19; Dan. 9:24 en Luk. 1:78-79.
genezing zijn
Te weten, der verslagenen gemoederen, die hunne zonden gevoelen.
Hertaald:
genezing zijn
Namelijk van de verslagen gemoederen die hun zonden gevoelen.
Zijn vleugelen;
Te weten, de Zon der gerechtigheid, welke is Jezus Christus.
Hertaald:
Zijn vleugelen;
Namelijk van de Zon der gerechtigheid, Die Jezus Christus is.
uitgaan,
Te weten, op een vette weide. Anderen verstaan dit van het uitgaan uit de gevangenis der zonden en van de dienstbaarheid des duivels, om God te dienen in heiligheid en gerechtigheid. Zie Joh. 8:36 ; 2 Kor. 3:17 .
Hertaald:
uitgaan,
Namelijk naar een vette weide. Anderen verstaan dit van het uitgaan uit de gevangenis van de zonde en uit de slavernij van de duivel, om God te dienen in heiligheid en gerechtigheid. Zie Joh. 8:36; 2 Kor. 3:17.
toenemen,
Aan tijdelijken en geestelijken welstand, door den zegen des Heeren.
Hertaald:
toenemen,
In tijdelijke en geestelijke welstand, door de zegen van de HEERE.
vertreden;
Dat is, overwinnen, namelijk in Christus Jezus uw Hoofd, die de wereld heeft overwonnen, Joh. 16:33 , en nog dagelijks de vijanden zijner kerk overwint en bedwingt, tot Hij hen eindelijk altegaar make tot een voetbank zijner voeten. Zie 1 Kor. 15:57 , en 1 Joh. 5:4 .
Hertaald:
vertreden;
Dat is: overwinnen, namelijk in Christus Jezus, uw Hoofd, Die de wereld overwonnen heeft, Joh. 16:33, en Die de vijanden van Zijn kerk nog dagelijks overwint en bedwingt, totdat Hij hen ten slotte allemaal tot een voetbank van Zijn voeten maakt. Zie 1 Kor. 15:57 en 1 Joh. 5:4.
as worden
Dat is, als van gene waarde, en ten uiterste veracht. Verg. Jes. 66:24 ; Dan. 12:2 .
Hertaald:
as worden
Dat is: als van geen waarde en ten uiterste veracht. Vergelijk Jes. 66:24; Dan. 12:2.
de zolen uwer voeten,
Of, planten.
Hertaald:
de zolen uwer voeten,
Of: planten.
te dien dage,
Zie Mal. 3:17 .
Hertaald:
te dien dage,
Zie Mal. 3:17.
Gedenk der wet van Mozes,
Omdat de tijd voorhanden was dat het volk Gods vele jaren zou zijn zonder profeten, die hun prediken zouden, [want Maleachi is de laatste onder de profeten van het Oude Testament];zo vermaant het den profeet, dat zij zich middelerwijl naarstiglijk zouden oefenen in het studeren en lezen der wet door Mozes gegeven, zich alzo wapenende tegen alle aanvechtingen, en tot versterking in het ware geloof.
Hertaald:
Gedenk der wet van Mozes,
De tijd was nabij dat het volk van God vele jaren zonder profeten zou zijn die hun zouden prediken; Maleachi is namelijk de laatste onder de profeten van het Oude Testament. Daarom vermaant de profeet hen dat zij zich intussen ijverig zouden oefenen in het bestuderen en lezen van de wet die door Mozes gegeven is, en zich daarmee zouden wapenen tegen alle aanvechtingen en versterken in het ware geloof.
op Horeb
Zie Deut. 4:10 .
Hertaald:
op Horeb
Zie Deut. 4:10.
aan gans Israël,
Aan het ganse Israëlietische volk.
Hertaald:
aan gans Israël,
Aan het hele Israëlitische volk.
den profeet Elia,
Dat is, Johannes de Doper, die in den geest en kracht van Elia verschijnen zal, gelijk Christus dit verklaart Matt. 11:14 , en Matt. 17:11-13 ; Marc. 9:11 , En de engel; Luc. 1:17 .
Hertaald:
den profeet Elia,
Dat is: Johannes de Doper, die in de geest en de kracht van Elia zal verschijnen, zoals Christus dat verklaart in Matth. 11:14 en Matth. 17:11-13; Mark. 9:11, en de engel in Luk. 1:17.
die grote
Te weten, in welken de Heere in het vlees verschijnen zal.
Hertaald:
die grote
Namelijk de dag waarop de HEERE in het vlees zal verschijnen.
vreselijke dag des HEEREN komen zal
Vreeslijk voor de goddelozen, maar de godzaligen bewegende tot berouw over hunne zonden en beterschap van hun leven. Verg. Joël 2:31 .
Hertaald:
vreselijke dag des HEEREN komen zal
Vreselijk voor de goddelozen, maar de godzaligen bewegend tot berouw over hun zonden en tot verbetering van hun leven. Vergelijk Joël 2:31.
En hij zal het hart der vaderen
De zin is: Zijne predikatie zal zulk een kracht hebben in de harten der uitverkorenen door de werking van den Heilige Geest, dat zo de vaders als de kinderen zich tot den Heere bekeren en Hem gezamelijk dienen zullen.
Hertaald:
En hij zal het hart der vaderen
De betekenis is: zijn prediking zal door de werking van de Heilige Geest zo'n kracht hebben in de harten van de uitverkorenen, dat zowel de vaders als de kinderen zich tot de HEERE zullen bekeren en Hem samen zullen dienen.
wederbrengen,
Of, wenden, of bekeren.
Hertaald:
wederbrengen,
Of: wenden, of bekeren.
de aarde
De inwoners der aarde.
Hertaald:
de aarde
De inwoners van de aarde.
met den ban sla
Dat is, opdat Ik de wereld niet gansch en al verdelge, vanwege hun ongeloof en verachting van Jezus Christus, hardnekkigheid en onboetvaardigheid. Zie Zach. 14:11 ; Deut. 18:15-16 ; Hand. 3:22-23 , en 1 Kor. 16:22 . Dusdanige mensen zijn er te allen tijde veel in de wereld geweest, gelijk er nu nog veel zijn, zodat God de Heere naar zijn gerechtigheid wel oorzaak zou hebben de wereld op het strengste te straffen, maar Hij verschoont hen nog al, vanwege het kleine hoopje der vromen en godzaligen, die in de wereld zijn. Zie Gen. 18:23-24 , enz.
Hertaald:
met den ban sla
Dat is: opdat Ik de wereld niet geheel en al verdelg vanwege hun ongeloof, hun verachting van Jezus Christus, hun hardnekkigheid en hun onboetvaardigheid. Zie Zach. 14:11; Deut. 18:15-16; Hand. 3:22-23 en 1 Kor. 16:22. Zulke mensen zijn er te allen tijde veel in de wereld geweest, zoals er ook nu nog veel zijn, zodat God de HEERE naar Zijn gerechtigheid alle reden zou hebben de wereld op het strengst te straffen. Maar Hij spaart hen nog, vanwege het kleine hoopje vromen en godzaligen dat in de wereld is. Zie Gen. 18:23-24, enzovoort. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in brand zetten" (Mal. 4:1). Daartegenover: "Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen" (Mal. 4:2). Bijbelse betekenis: Merk op het beeld van Mal. 4:1: een dag die brandt als een oven, en de hoogmoedigen die als stoppel — dor, licht ontvlambaar kaf — verteerd worden. Let vervolgens op de wending in Mal. 4:2: dezelfde dag die verbrandt, laat voor een andere groep een zon opgaan. Eén dag, twee uitkomsten, afhankelijk van wie God vreest en wie niet. Let ten slotte op het beeld van genezing onder Zijn vleugelen — een tederheid die in schril contrast staat met het vuur van het vorige vers. Typologie: Ditzelfde beeld van een zon die opgaat met genezende kracht, herkent Zacharias' lofzang in de Heere Jezus: "ons bezocht heeft de Opgang uit de hoogte" (Luk. 1:78). Mal. 4:1-2; Luk. 1:78 "Gedenk der wet van Mozes, Mijn knecht, die Ik hen bevolen heb op Horeb aan gans Israel, der inzettingen en rechten" (Mal. 4:4). Bijbelse betekenis: Merk op waar dit korte vers naar terugwijst: Horeb, de berg waar de wet oorspronkelijk gegeven werd, helemaal aan het begin van Israëls geschiedenis als volk. Let vervolgens op de plaats van dit vers: bijna aan het einde van het laatste boek van het Oude Testament, als een boog die zich sluit. Let ten slotte op wat er gevraagd wordt: niet iets nieuws, maar gedenk — een oproep om vast te houden aan wat al gegeven was, ook nu de profetie zwijgt. Typologie: Dat de wet van Mozes heenwijst naar wat nog komen moest, zegt de Heere Jezus Zelf: "Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen" (reeds behandeld bij Matt. 5:17). Mal. 4:4; Matt. 5:17 "Ziet, Ik zende ulieden den profeet Elia, eer dat die grote en die vreselijke dag des HEEREN komen zal" (Mal. 4:5). Het laatste vers van het boek, en van het hele Oude Testament: "En hij zal het hart der vaderen tot de kinderen wederbrengen, en het hart der kinderen tot hun vaderen; opdat Ik niet kome, en de aarde met den ban sla" (Mal. 4:6). Bijbelse betekenis: Merk op de naam die hier valt: Elia — dezelfde profeet die eeuwen eerder al had geleefd, nu aangekondigd als terugkerend vóór een grote dag. Let vervolgens op wat zijn werk zal zijn: het hart der vaderen tot de kinderen wederbrengen, en omgekeerd — een herstel van verbroken banden tussen generaties. Let ten slotte op het allerlaatste woord van het boek: ban, hetzelfde woord dat in de wet voor volledige verwoesting staat. Het Oude Testament sluit niet met een voltooide vervulling, maar met een aankondiging die wacht. Typologie: De Heere Jezus bevestigt dat deze profetie in Johannes de Doper vervuld is: "dat Elias nu gekomen is, en zij hebben hem niet gekend; doch zij hebben aan hem gedaan, al wat zij hebben gewild" (Matt. 17:12). Het vers erna zegt aan wie dit gold: "Toen verstonden de discipelen dat Hij hun van Johannes de Doper gesproken had" (Matt. 17:13). Elders zegt Hij nog directer: "hij is Elias, die komen zou" (Matt. 11:14). Mal. 4:5-6; Matt. 17:12-13; Matt. 11:14 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas De Engel des HEEREN niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen De laatste verzen van het Oude Testament. Er is gesproken over een dag die brandt als een oven, en over het onderscheid tussen wie God dient en wie Hem niet dient. En dan valt er licht. Over wie Gods Naam vreest zal de Zon der gerechtigheid opgaan, met genezing onder Zijn vleugelen. Voor de hoogmoedigen is die dag brandend als een oven. Maar dan volgt: ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen. De kanttekening zegt zonder omhaal wie dat is. Zo wordt Christus Jezus genoemd, omdat Hij de verstanden verlicht door Zijn Woord en Geest, en de harten van de gelovigen verkwikt door vergeving van de zonden en toerekening van de gerechtigheid. Zij verwijst daarbij naar Jesaja 60 en naar de lofzang van Zacharias. Het beeld van vleugelen is dubbel. Het kan zien op de stralen van de opgaande zon, die zich over het land uitspreiden. Het is ook het woord dat Boaz gebruikte, toen hij zei dat Ruth de toevlucht genomen had onder Gods vleugelen. Bij die genezing tekent de kanttekening aan: van de verslagen gemoederen die hun zonden gevoelen. Wat erop volgt is bijna vrolijk: en gij zult uitgaan en toenemen als mestkalveren — het beeld van jong vee dat de stal uit mag en in het gras staat te springen. Het boek eindigt met de aankondiging van Elia die komen zal, om het hart der vaderen tot de kinderen te wenden. Christus zegt van Johannes de Doper dat hij het is, zo gij het wilt aannemen. En dan valt het zwijgen: vier eeuwen zonder profeet. Als het weer opengaat, in de lofzang van Zacharias, klinkt precies dit beeld terug: de Opgang uit de hoogte heeft ons bezocht. Hij verschijnt dengenen die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods. In het Nieuwe Testament: Lukas 1:78-79; Mattheüs 11:14; Johannes 8:12; Openbaring 22:16
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt. © Teun van der Plas Maar plotseling heeft een wonderlijk licht hen overvallen, en is hun sterfbed een troon van heerlijkheid geworden. Welke duisternis uw heengaan van de aarde ook omgeeft: de Zon der gerechtigheid zal opgaan met genezing onder Zijn vleugelen, en op een dag zult u Hem zelfs over uw sterfelijk lichaam zien opgaan. Ulieden daarentegen, die mijn naam vreest, zal de Zon van de gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder zijn vleugels; en gij zult uitgaan, en toenemen, als… U daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal gene zing zijn onder Zijn vleugelen. Maleachi 4:2 Genees mijn ziel, want ik… En gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren. Mal. 4:2 Ja, als de zon schijnt, verlaten de zieken hun kamer en gaan buiten wandelen om de frisse lucht… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Maleachi 4
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Christus in dit hoofdstuk
Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De Zon der gerechtigheid — 4:1-6
Wat betekenen de niveaus?
Spurgeon Citaten
Verdiepende artikelen
Mal 4:2 - Zonneschijn
Genezing onder Zijn vleugelen
Groeien in het geloof


Maleachi 4
Maleachi 4:1-2.KruisverwijzingenJesaja 30:26→Lukas 1:78→Johannes 8:12→2 Samuël 23:4→Jeremia 33:6→Psalmen 84:11→Johannes 1:4→Jesaja 53:5→
— Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in brand zetten, zegt de HEERE der heirscharen, Die hun noch wortel, noch tak laten zal. Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren.
Hier ligt het verschil: maar tot ú.
Maleachi 4:2.KruisverwijzingenJesaja 30:26→Lukas 1:78→Johannes 8:12→2 Samuël 23:4→Jeremia 33:6→Psalmen 84:11→Johannes 1:4→Jesaja 53:5→
— Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren.
“Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren.”
Niet als een schroeiende en brandende oven, zoals de zon van de hemel in het oosten is. Nee, Hij zal opgaan met genezing onder Zijn vleugelen. Alles is goed met wie het met God goed heeft.
Deze belofte heeft ook een praktische vervulling gehad op het sterfbed van Gods volk. Door ziekte gepijnigd hebben zij in de duisternis en het donker van de dood gelegen. Misschien kwamen er ook nog vrezen bij, en was hun lichamelijke zwakheid het bolwerk waarop de satan zijn zware stukken van verzoeking geplant had.
En toch hebben zij zich bekleed gevonden met koninklijke klederen, alsof het hun kroning was in plaats van hun heengaan uit deze wereld. Zij werden in staat gesteld rechtop in bed te gaan zitten en anderen te vertellen dat zij de glans van de komende heerlijkheid gezien hadden. Dat zij in hun ziel de voorsmaak van onuitsprekelijke en goddelijke vreugden ondervonden hadden, nog voordat hun lichaam van zwakheid en pijn verlost was.
Al was het lichaam met koorden vastgebonden, de ziel is opgestegen als op de vleugels van arenden, in heilige verrukking en heilige zaligheid. De Zon der gerechtigheid is over hen opgegaan. Voordat hun aardse zon onderging, verlichtte de hemelse zon hun hemel met een heilige, hoge, eeuwige middag.
Maleachi 4:4-6.KruisverwijzingenLukas 1:17→Markus 9:11→Joël 2:31→Openbaring 6:17→Maleachi 3:1→Mattheüs 17:10→Deuteronomium 4:10→Maleachi 4:1→
— Gedenk der wet van Mozes, Mijn knecht, die Ik hen bevolen heb op Horeb aan gans Israel, der inzettingen en rechten. Ziet, Ik zende ulieden den profeet Elia, eer dat die grote en die vreselijke dag des HEEREN komen zal. En hij zal het hart der vaderen tot de kinderen wederbrengen, en het hart der kinderen tot hun vaderen; opdat Ik niet kome, en de aarde met den ban sla.
“Gedenk der wet van Mozes, Mijn knecht, die Ik hen bevolen heb op Horeb aan gans Israel, der inzettingen en rechten. Ziet, Ik zende ulieden den profeet Elia, eer dat die grote en die vreselijke dag des HEEREN komen zal. En hij zal het hart der vaderen tot de kinderen wederbrengen, en het hart der kinderen tot hun vaderen; opdat Ik niet kome, en de aarde met den ban sla.”
Het Oude Testament eindigt met het gemompel van een vloek, maar het Nieuwe Testament begint met een boodschap van zegen over de geboorte van onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus. Wat een barmhartigheid is het om van onder het oude verbond tot het nieuwe te komen!
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Want ziet, die dag komt, dat Ik in heerlijkheid op aarde nederdaal en gericht houd, brandende met sterken gloed als eengloeiende oven, die alles verzengt en vernietigt wat hij nabij komt; dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet a), een stoppel zijn, stro, waaruit het goede zaad is uitgedorst, en de toekomstige dag van het vuur des gerichts zal ze in vlam zetten in en geheel verdelgen, zegt de HEERE der heirscharen, die, zo als het spreekwoord zegt, hun noch wortel noch tak laten zal 1), zij zullen met alles wat zij zijn en hebben, worden uitgeroeid.
Obadja 1:18. De dag der toekomst is de dag, die begint met de komst van den Zoon Gods in het vlees en eindigt met de wederkomst. De Profeet ziet ook hier tot aan het einde der eeuwen. Alles is bij hem in één dag verenigd. De dag, waarop het zal openbaar worden, dat niet de Farizeën en de Schriftgeleerden, maar de tollenaars en zondaars bestaan zullen voor het aangezicht des Heeren, de dag, waarop Jeruzalem in vlammen zal opgaan en die waarop Hij eenmaal wederkomt, om te oordelen de levenden en de doden. Christus Jezus gaat al de eeuwen louterend en reinigend, maar ook verwerpend door de wereld. Hij is een rots der behoudenis voor alle degenen, die in Hem geloven, maar een rots, die verplettert, voor al wie tegen Hem opstaan en Hem verwerpen. Hij is tot een oordeel gekomen, opdat wie zien blind worden en wie blind zijn zien mogen. Hij is, als de HEERE!, onze gerechtigheid, een verterend vuur voor den zondaar.
Ulieden daarentegen, die Mijnen naam vreest, zal na een langen nacht van smart de Zon der gerechtigheid opgaan, de zon, die helder licht geeft en leven aanbrengt, die u de lang verlangde gerechtigheid Gods te weeg brengt, welke u rechtvaardigt en begenadigt. En er zal genezing, redding en verlossing uit alle ondervonden smarten, angsten en noden zijn onder Zijne vleugelen, welke zij als een vliegende vogel over u zal werpen; en gij zult dan juichend uitgaan uit de nauwe gevangenis, waarin gij tot hiertoe moest smachten onder de ongerechtigheid der goddelozen, en toenemen (of: vrolijk springen), als mestkalveren, die na een langen, donkeren winter uit de stallen komen, en over de herkregene vrijheid en de heldere lentezon verheugd zijn. De Zon der gerechtigheid is zeker niemand anders, dan de Heere Christus (Ps. 84:12. Jes. 60:19); want Hij brengt de ware gerechtigheid te weeg, en met deze heil en leven. Doch op onze plaats is de gerechtigheid niet als persoon genomen, maar als de hoofdinhoud van alles, wat de Heere Christus aanbrengt aan allen, die geloven. En juist daarom wordt de volheid van Zijn heil “gerechtigheid” genoemd, omdat de goddelozen het gericht en de gerechtigheid zullen ondervinden, en wel die gerechtigheid, welke niet alleen de goddelozen bestraft, maar ook de vromen met geluk en heil beloont. De vleugelen der zon zijn hare stralen. Evenals de stralen der zon licht en warmte over de aarde verbreiden tot wasdom en voorspoedigen groei van planten en levende wezens, zo zal de Zon der gerechtigheid genezing aanbrengen, alle nadelen en wonden, welke de macht der duisternis den vromen heeft aangebracht. Gelijk de dag, die komen zal, een stormachtige dag zal zijn voor de goddelozen, een dag, in welken God op hen regenen zal vuur en zwavel, en een schrikkelijk onweder, een dag van wolken en dikke donkerheid: zo zal het ook een schone en heldere dag zijn voor degenen, die God vrezen. Christus Jezus is de Zonne der gerechtigheid. Rechtvaardigheid en gerechtigheid is beide het licht en de warmte van de Zon. Hij heeft een eeuwige gerechtigheid aangebracht. En onder het kleed Zijner gerechtigheid is genezing en redding van alle zonde en ellende, voor alle zweren en wonden en etterbuilen, die niet verbonden zijn of met olie verzacht. Daarom zal ook de dag van Zijn tweede komst zijn als de morgen. Dan zullen de goddelozen voor eeuwig geworpen worden in de hel, maar alle Zijne gerechtvaardigden voor eeuwig gelukzalig zijn. De Heere Christus is niet alleen een Geneesmeester maar ook het geneesmiddel. Hij is de balsem van Gilead.
En gij zult de goddelozen, die u thans bespotten en vervolgen, vertreden, want zij zullen door Mijn verterend vuur des gerichts as worden onder de zolen uwer voeten, te dien dage, dien Ik maken zal (Hoofdst. 3:17), zegt de HEERE der heirscharen. De almachtige allerhoogste God zal geheel tot vreugde der rechtvaardigen zijn. Hij zelf zal hun de overwinning geven, zodat de vijanden door de macht van Zijn woord geheel tot niet zullen worden. Wij moeten dus heden niet bevreesd voor hen zijn, want Jezus Christus behaalt altijd de overwinning, hoe vreemd het ook ga. God heeft thans zulke tijden geschapen, in welke alles spoedig moet vergaan, wat zich tegen de waarheid verzet. Het farizeïsme van alle tijden is geoordeeld en wij kunnen het gerust onder de voeten treden. Hoeveel meer zal de Heere den Zijnen zegen en triomf geven over alle goddeloosheid, wanneer Hij den laatsten groten oordeelsdag zal hebben doen komen.
Daarom vermaan ik u-en dat is de somma van alles wat ik u in dit Boek der Profetieën had te zeggen: a) Gedenkt altijd der wet van Mozes, Mijnen knecht, die Ik hem bevolen heb op Horeb (Ex. 3:1) aan gans Israël; gedenkt der inzettingen en rechten, waaruit zij bestaat. Houdt u aan haar en wandelt alzo; want daarin hebt gij de eeuwige openbaring Mijner gerechtigheid en heiligheid. Laat af verder van haar af te wijken, opdat gij den vloek, dien Mijne wet den overtreders dreigt, ten dage van Mijn gericht moogt ontkomen, en de zaligheid, welke zij den godvruchtigen belooft, en naar welke zij verlangen, moogt deelachtig worden.
Deut. 6:3. De wet komt hier voor als afdruksel der heiligheid Gods, evenals in Matth. 5:17. In deze eigenschap is zij even eeuwig als God en geen jota en geen tittel daarvan kan vergaan. Alleen van dit standpunt verkrijgt men het juiste inzicht in den samenhang van dit met het voorgaande en volgende. De Profeet heeft het gericht aangekondigd; hier brengt hij het tot zijn grondslag terug, en wijst tevens ook aan, hoe het volk en hoe ieder in ‘t bijzonder dat kan ontkomen. Gods wet en Zijn volk zijn onafscheidelijk. Wordt de wet niet onder het volk vervuld, hetgeen hetzelfde is als de heiliging van den naam van God zo moet zij aan het volk vervuld worden. Zij moesten de komst van den Messias verwachten, en de prediking van Zijn Evangelie, en de oprichting van Zijn Koninkrijk en in die verwachting moesten zij de Wet van Mozes gedachtig zijn en in gehoorzaamheid daarnaar leven, en dan konden zij de vertroostingen verwachten, die de Messias zon aanbrengen voor de gewilligen en gehoorzamen. Laat hen de Wet van Mozes onderhouden en leren naar het licht, dat die hun gaf, en dan mogen zij het voordeel van het Evangelie van Christus verwachten; want aan hen die heeft, en hetgeen hij heeft wel gebruikt, zal nog meer gegeven worden, en hij zal overvloedig hebben.
Ziet, Ik zende ulieden, zo als Ik u reeds in Hoofdst. 3:1 beloofd heb, enen bode, die als heraut den weg voor Mij zal bereiden, namelijk den Profeet a) Elia 1) enen Profeet, die in de kracht en in den geest van Elia, en als deze in een tijd, arm in geloof en vol goddeloosheid, spreken en handelen zal, eer dat met Mijzelven die grote en die vreselijke dag van het gericht des HEEREN komen zal.
Matth. 11:14; 17:11, 12, 13. Mark 9: 11, 12, 13. Luk. 1:17. Ene oude onder de rabbijnen en kerkvaders verbreide mening is, dat hier de Profeet Elia, die ten hemel is opgenomen, bedoeld zou zijn. Daarom zetten de Alexandrijnse overzetters hier over: “Elia de Thisbiet. ” Evenzo Sir. 48:10 en de Joden ten tijde van Christus (Joh. 1:21. 1 Matth. 17:10). Het verkeerde dezer mening wordt, afgezien van andere redenen, door het Nieuwe Testament ten duidelijkste bewezen. “Johannes de Doper word reeds vóór zijne geboorte door den engel Gabriël als de beloofde Elia aangekondigd met woorden, welke duidelijk op onze profetie doelden (Luk. 1:16 vv.). Het optreden van Johannes kwam verder zeer nauwkeurig overeen met de woorden van den Engel en van onze profetie, zowel in den uitwendigen vorm, waarin hij zich als een der oude Profeten, als een Elia voorstelde, als ook in zijne prediking en in hare vrucht. Eindelijk bevestigt Christus zelf (Matth. 11:10 vv. 17:11 vv. Luk. 7:27 vv. Mark. 9:11 vv.), dat Johannes de door Maleachi voorzegde Bode en Profeet Elia was. Zo is Elia gekomen; maar het is hem slechts bij weinigen gelukt, de harten tot de vaderen te bekeren. Daarom moest hun het komen des Heeren tot Zijnen tempel ten verderve worden. Als de Romeinse adelaars zich op het verworpen en vervloekte volk en land nederlieten werd het met den ban geslagen en het zal daaronder liggen, totdat het zijn hart tot de vaderen laat bekeren, en den Heere, die tot Zijnen tempel gekomen is, erkent en aanneemt. Met de herinnering aan de wet van Mozes, en met de aankondiging van den Profeet Elia vóór de komst des Heeren eindigt de profetie des Ouden Verbonds. Na Maleachi is geen Profeet in Israël meer opgestaan, totdat de tijd vervuld was, dat in Johannes den Doper de door hem aangekondigde Elia optrad, en spoedig ook de Heere tot Zijnen tempel, de eengeborene Zoon Gods in Zijn eigendom kwam, om allen die Hem opnamen, tot kinderen Gods, tot eigendom des Heeren te maken. Wet en Profeten hebben van Christus getuigd, en Christus is gekomen, niet om de wet en de Profeten te ontbinden, maar ze te vervullen. Op den berg der verheerlijking van Christus verscheen daarom Mozes, de middelaar der wet en des Ouden Verbonds, en Elia, de Profeet, als hersteller der wet in Israël, om met Jezus te spreken, van Zijnen uitgang, dien Hij te Jeruzalem zou volbrengen (Matth. 17:1 vv.), den apostelen en ons allen tot een feitelijk getuigenis, dat Jezus Christus, die Zijn leven voor ons in den dood heeft gegeven, om onze zonde te dragen en ons van den vloek der wet te verlossen, de geliefde Zoon des Vaders is, dien wij moeten horen, opdat wij in geloof in Zijnen naam kinderen Gods en erfgenamen des eeuwigen levens worden.
En hij zal het hart der vrome vaderen, als Abraham, Izak en Jakob, Jozua, Samuël en David en der oude Profeten tot de kinderen wederbrengen, en het hart der kinderen, die zich nu voor hun vrome voorvaderen schamen, tot hun vaderen 1), zodat beider harten, welke door de goddeloosheid der kinderen van elkaar waren gescheiden, weer verenigd worden, daar het geloof, de gehoorzaamheid, de liefde en trouw der vaderen in de harten der kinderen weer opleeft. Ik zal dat doen, opdat Ik niet kometen verderve, en de aarde, uw land, met den ban der vernietiging, met eeuwigen vloek en verdoemenis sla 2).
Het veronderstelt, dat deze harten van elkaar gescheiden waren. Het hart der vaderen, dat is de gevoelens der vaderen in leer en godsdienst zou aanmerkelijk verschillen van de begrippen hunner nazaten. Maar de tegenbeeldige Elia zou het hart der vaderen tot de kinderen wederbrengen, dat is, hij zou de leer der waarheid, zoals die door de aartsvaders beleden en bewandeld, maar in der tijd in onbruik gekomen was, wederom tot de kinderen brengen, en in het helderste daglicht voorstellen. Ook zou hij het hart der kinderen wederbrengen tot hun vaderen. Zijne bediening zou ene gezegende vrucht wezen, zodat er velen zouden bewogen worden, om de oude beproefde leer gelovig aan te nemen en godvruchtig daarnaar te wandelen. Het was de roeping van Johannes den Doper, om wegbereider te zijn voor den Messias, door bij zijne tijdgenoten een verlangen te wekken naar Hem, van Wien de heilige Patriarchen en de Profeten hadden geprofeteerd en gesproken. Hij moest de boetprediker zijn, die met de scherpte der Wet kwam, opdat deze tuchtmeester tot Christus zou wezen, opdat hij Hem zou voorstellen als degene, in Wien er alleen behoudenis en redding zou zijn voor een verloren volk.
Het was daarom ook, dat Johannes de Doper, het uitriep, dat de bijl al reeds aan den wortel der bomen was gelegd. Israël heeft zich niet bekeerd. Israël heeft als volk den Messias verworpen en daarom is het als volk met den ban geslagen, heeft het zijn nationaal bestaan verloren. Zo ook een ieder, die den Christus verwerpt, zal eenmaal voor eeuwig den vloek van Gods toorn dragen, en er nooit meer onder uitkomen. Het Oude Testament eindigt met dezelfde waarheid, waarmee het Nieuwe begint, dat de Christus Gods gesteld is tot een val en tot een opstanding. SLOTWOORD OP HET BOEK MALEACHI. Niet ten onrechte is Maleachi genoemd, het avondrood van den ouden tijd, en toch tevens het morgenrood van den nieuwen dag, op welken de Zonne der gerechtigheid opging. Hij is de laatste der Profeten van den Ouden dag, wiens woord niet een nagalm is van wat de vroegeren hebben gesproken, maar hetwelk getuigt van den moed des geloofs, en bovenal van de inleiding en werking des Geestes, opdat zijne tijdgenoten zouden teruggeroepen worden van de zonde, de eigengerechtigheid en van een eigenwilligen godsdienst, en Israëls vromen onder hen vertroost met de toekomst van den Messias. Zijne profetieën behelzen daarom zowel woorden van waarschuwing als van troost. Maar opdat zij ingang mochten vinden, opdat zij voor de navolgende eeuwen een blijvende kracht zouden hebben, eindigt hij met een krachtige waarschuwing, opdat er een blijvend roepen zou zijn om den Engel des Verbonds, maar ook opdat, wie straks den Messias zouden verwerpen, dit niet ongewaarschuwd zouden doen. Het vóórlaatste woord is een woord van blijvende hope; het laatste een van ernstige waarschuwing, waarin echter ook de stellige waarheid ligt opgesloten, dat de Christus Gods alleen de redder van Zijn volk zou zijn, Hij, die voor alle Zijne gelovigen de oorzaak van vloek en ban, van dood en ellende zou wegnemen. De oude Rabbijnen hebben Maleachi genoemd, het “zegel der Profetie, ” en inderdaad heeft hij verzegeld al wat te voren reeds gesproken was. “De Heere komt, ” is de inhoud van al zijne woorden; als straks de door hem voorspelde Elia optreedt, sluit deze zich aan, aan dit zijn woord en klinkt het eveneens van diens lippen: “De Heere komt. “
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel