Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Lukas 20

1 En het geschiedde in een van die dagen, als Hij in den tempel het volk leerde, en het Evangelie verkondigde, dat de overpriesters, en Schriftgeleerden, met de ouderlingen daarover kwamen,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En het geschieddeG1096 in eenG1520 van dieG1565 dagenG2250, als HijG846 in den tempelG2411 het volkG2992 leerdeG1321, enG2532 het EvangelieG2097 verkondigde, dat de overpriestersG749, enG2532 SchriftgeleerdenG1122, met de ouderlingenG4245 daarover kwamen, En het geschiedde in een van die dagen, als Hij in den tempel het volk leerde, en het Evangelie verkondigde, dat de overpriesters, en Schriftgeleerden, met de ouderlingen daarover kwamen,

KJV And1 it came to pass,2 that on3 one of those7 days,6 as he9 taught8 the people11 in12 the temple,14 and15 preached the gospel,16 the chief priests19 and20 the scribes22 came upon17 him with23 the elders,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 μια G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ημερων G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 7 εκεινων G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 8 διδασκοντος G1321 lerende, leerde, leren teach 9 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 λαον G2992 volk, volks, volke people 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 13 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ιερω G2411 tempel, tempels, heilige temple 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 ευαγγελιζομενου G2097 Evangelie, verkondigd, verkondigen declare, bring (declare, show) glad (good) tidings, preach (the gospel) 17 επεστησαν G2186 stond, stonden, aanvallende --assault, come (in, to, unto, upon), be at hand (instant), present, stand (before, by, over) 18 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 αρχιερεις G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 γραμματεις G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 23 συν G4862 met, samen met beside, with 24 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 πρεσβυτεροις G4245 ouderlingen, ouden, ouderling elder(-est), old
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En spraken tot Hem zeggende: Zeg ons, door wat macht Gij deze dingen doet; of wie Hij is, Die U deze macht heeft gegeven?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 EnG2532 sprakenG2036 totG4314 HemG846 zeggendeG3004: ZegG2036 ons, doorG1722 wat machtG1849 Gij dezeG3778 dingen doetG4160; ofG2228 wieG5101 Hij isG1510, Die UG4771 deze machtG1849 heeft gegevenG1325? En spraken tot Hem zeggende: Zeg ons, door wat macht Gij deze dingen doet; of wie Hij is, Die U deze macht heeft gegeven?

KJV And1 spake unto3 him,4 saying,2 Tell us, by8 what9 authority10 doest thou12 these things? or13 who14 is he that gave17 thee this authority?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 ειπε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 ημιν G1473 mij, ik I, me 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 ποια G4169 welk?, wat voor een? what (manner of), which 10 εξουσια G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 11 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 12 ποιεις G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 13 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 14 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 15 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 16 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 δους G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 18 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 19 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 εξουσιαν G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 21 ταυτην G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Ik zal u ook een woord vragen, en zegt Mij:
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En Hij, antwoordendeG611, zeideG2036 totG4314 henG846: Ik zal uG4771 ookG2532 eenG1520 woordG3056 vragenG2065, en zegtG2036 Mij: En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Ik zal u ook een woord vragen, en zegt Mij:

KJV And2 he answered1 and said unto4 them,5 I8 will6 also ask you one9 thing;10 and11 answer me:

1 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 5 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ερωτησω G2065 baden, bid, bad ask, beseech, desire, intreat, pray 7 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 8 καγω G2504 en ik, ook ik (and, even, even so, so) I (also, in like wise), both me, me also 9 ενα G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 10 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ειπατε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 13 μοι G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 De doop van Johannes, was die uit den Hemel, of uit de mensen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 De doopG908 van JohannesG2491, wasG1510 die uitG1537 den HemelG3772, ofG2228 uitG1537 de mensenG444? De doop van Johannes, was die uit den Hemel, of uit de mensen?

KJV The baptism2 of John,3 was it from4 heaven,5 or7 of8 men?

1 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 βαπτισμα G908 doop baptism 3 ιωαννου G2491 Johannes John 4 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 5 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 6 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 8 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 9 ανθρωπων G444 mensen, mens, Mens certain, man
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En zij overleiden onder zich, zeggende: Indien wij zeggen: Uit den Hemel; zo zal Hij zeggen: Waarom hebt gij dan hem niet geloofd?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 EnG1161 zij overleidenG4817 onder zichG1438, zeggendeG3004: IndienG1437 wij zeggen: UitG1537 den HemelG3772; zo zal Hij zeggen: WaaromG5101 hebt gij dan hemG846 nietG3756 geloofdG4100? En zij overleiden onder zich, zeggende: Indien wij zeggen: Uit den Hemel; zo zal Hij zeggen: Waarom hebt gij dan hem niet geloofd?

Ook in dit vers zeggenG2046 totG4314

KJV And2 they reasoned3 with4 themselves,5 saying,6 If8 we shall say, From10 heaven;11 he will say,12 Why then15 believed ye17 him18 not?

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 συνελογισαντο G4817 overleiden reason with 4 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 5 εαυτους G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 6 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 9 ειπωμεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 11 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 12 ερει G2046 zeggen, gezegd, gesproken call, say, speak (of), tell 13 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 14 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 15 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 16 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 17 επιστευσατε G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 18 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En indien wij zeggen: Uit de mensen; zo zal ons al het volk stenigen; want zij houden voor zeker, dat Johannes een profeet was.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 EnG1161 indien wij zeggenG2036: UitG1537 de mensenG444; zo zal ons alG3956 het volkG2992 stenigenG2642; wantG1063 zij houdenG2076 voor zekerG3982, dat JohannesG2491 een profeetG4396 wasG1510. En indien wij zeggen: Uit de mensen; zo zal ons al het volk stenigen; want zij houden voor zeker, dat Johannes een profeet was.

KJV But and2 if1 we say, Of4 men;5 all6 the people8 will stone9 us: for12 they be persuaded11 that John14 was a prophet.

1 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπωμεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 5 ανθρωπων G444 mensen, mens, Mens certain, man 6 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 λαος G2992 volk, volks, volke people 9 καταλιθασει G2642 stenigen stone 10 ημας G1473 mij, ik I, me 11 πεπεισμενος G3982 verzekerd, betrouwen, gehoorzaam agree, assure, believe, have confidence, be (wax) conflent, make friend, obey, persuade, trust, yield 12 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 13 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 ιωαννην G2491 Johannes John 15 προφητην G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 16 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En zij antwoordden, dat zij niet wisten, vanwaar die was.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 EnG2532 zij antwoorddenG611, dat zij nietG3361 wistenG1492, vanwaarG4159 die was. En zij antwoordden, dat zij niet wisten, vanwaar die was.

KJV And1 they answered,2 that they could4 not3 tell whence

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 απεκριθησαν G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 3 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 4 ειδεναι G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 5 ποθεν G4159 vanwaar?, hoe? whence
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En Jezus zeide tot hen: Zo zeg Ik u ook niet, door wat macht Ik deze dingen doe.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 EnG2532 JezusG2424 zeideG2036 tot henG846: Zo zegG3004 IkG1473 uG4771 ook niet, doorG1722 wat machtG1849 Ik dezeG3778 dingen doeG4160. En Jezus zeide tot hen: Zo zeg Ik u ook niet, door wat macht Ik deze dingen doe.

KJV And1 Jesus3 said unto them,5 Neither6 tell4 I7 you by10 what11 authority12 I do14 these things.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 7 εγω G1473 mij, ik I, me 8 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 ποια G4169 welk?, wat voor een? what (manner of), which 12 εξουσια G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 13 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 14 ποιω G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En Hij begon tot het volk deze gelijkenis te zeggen: Een zeker mens plantte een wijngaard, en hij verhuurde dien aan landlieden, en trok een langen tijd buitenslands.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En Hij begonG756 totG4314 het volkG2992 dezeG3778 gelijkenisG3850 te zeggenG3004: Een zekerG5100 mensG444 plantteG5452 een wijngaardG290, en hijG846 verhuurdeG1554 dien aan landliedenG1092, en trokG589 een langenG2425 tijdG5550 buitenslands. En Hij begon tot het volk deze gelijkenis te zeggen: Een zeker mens plantte een wijngaard, en hij verhuurde dien aan landlieden, en trok een langen tijd buitenslands.

KJV Then2 began he1 to speak6 to3 the people5 this parable;8 A certain11 man10 planted12 a vineyard,13 and14 let15 it16 forth to husbandmen,17 and18 went into a far country19 for a long21 time.

1 ηρξατο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 λαον G2992 volk, volks, volke people 6 λεγειν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 παραβολην G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 9 ταυτην G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 10 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 11 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 12 εφυτευσεν G5452 geplant, plant, plantte plant 13 αμπελωνα G290 wijngaard, wijngaards vineyard 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 εξεδοτο G1554 verhuurde, verhuren let forth (out) 16 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 γεωργοις G1092 landlieden, landman, Landman husbandman 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 απεδημησεν G589 buiten lands, reisde buiten, trok go (travel) into a far country, journey 20 χρονους G5550 tijd, tijden, tijds + years old, season, space, (X often-)time(-s), (a) while 21 ικανους G2425 vele, waardig, langen able, + content, enough, good, great, large, long (while), many, meet, much, security, sore, sufficient, worthy
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En als het de tijd was, zond hij tot de landlieden een dienstknecht, opdat zij hem van de vrucht des wijngaards geven zouden; maar de landlieden sloegen denzelven, en zonden hem ledig heen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En als het de tijdG2540 was, zondG649 hij totG4314 de landliedenG1092 een dienstknechtG1401, opdatG2443 zij hem vanG575 de vruchtG2590 des wijngaardsG290 gevenG1325 zouden; maarG1161 de landliedenG1092 sloegenG1194 denzelvenG846, en zondenG1821 hem ledigG2756 heen. En als het de tijd was, zond hij tot de landlieden een dienstknecht, opdat zij hem van de vrucht des wijngaards geven zouden; maar de landlieden sloegen denzelven, en zonden hem ledig heen.

KJV And1 at2 the season3 he sent4 a servant8 to5 the husbandmen,7 that9 they should give15 him16 of10 the fruit12 of the vineyard:14 but18 the husbandmen19 beat20 him,21 and sent him away22 empty.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 3 καιρω G2540 tijd, tijden, gelegenheden X always, opportunity, (convenient, due) season, (due, short, while) time, a while 4 απεστειλεν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 5 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 6 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 γεωργους G1092 landlieden, landman, Landman husbandman 8 δουλον G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 9 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 10 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 καρπου G2590 vrucht, vruchten, oorbaar fruit 13 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 αμπελωνος G290 wijngaard, wijngaards vineyard 15 δωσιν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 16 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 19 γεωργοι G1092 landlieden, landman, Landman husbandman 20 δειραντες G1194 geslagen, sloegen, slaat beat, smite 21 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 22 εξαπεστειλαν G1821 zonden, uitgezonden, afzenden send (away, forth, out) 23 κενον G2756 ijdel, ledig, ijdele empty, (in) vain
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En wederom zond hij nog een anderen dienstknecht; maar ook dien geslagen en smadelijk behandeld hebbende, zonden zij hem ledig heen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En wederomG4369 zondG3992 hij nog een anderen dienstknechtG1401; maarG1161 ookG2532 dien geslagenG1194 en smadelijkG818 behandeld hebbende, zondenG1821 zij hem ledigG2756 heen. En wederom zond hij nog een anderen dienstknecht; maar ook dien geslagen en smadelijk behandeld hebbende, zonden zij hem ledig heen.

KJV And1 again2 he sent3 another4 servant:5 and7 they beat9 him also,8 and10 entreated him shamefully,11 and sent him away12 empty.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προσεθετο G4369 toegedaan, toedoen, toegeworpen add, again, give more, increase, lay unto, proceed further, speak to any more 3 πεμψαι G3992 gezonden, zenden, zond send, thrust in 4 ετερον G2087 ander, anders, zoeke altered, else, next (day), one, (an-)other, some, strange 5 δουλον G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 6 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 8 κακεινον G2548 Dezen, dezen and him (other, them), even he, him also, them (also), (and) they 9 δειραντες G1194 geslagen, sloegen, slaat beat, smite 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ατιμασαντες G818 onteert, oneer aangedaan, onteren despise, dishonour, suffer shame, entreat shamefully 12 εξαπεστειλαν G1821 zonden, uitgezonden, afzenden send (away, forth, out) 13 κενον G2756 ijdel, ledig, ijdele empty, (in) vain
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En wederom zond hij nog een derden; maar zij verwondden ook dezen, en wierpen hem uit.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En wederomG4369 zondG3992 hij nog een derdenG5154; maarG1161 zij verwonddenG5135 ookG2532 dezenG5126, en wierpenG1544 hem uit. En wederom zond hij nog een derden; maar zij verwondden ook dezen, en wierpen hem uit.

KJV And1 again2 he sent3 a third:4 and6 they wounded9 him also,7 and cast him out.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προσεθετο G4369 toegedaan, toedoen, toegeworpen add, again, give more, increase, lay unto, proceed further, speak to any more 3 πεμψαι G3992 gezonden, zenden, zond send, thrust in 4 τριτον G5154 derde, derden third(-ly) 5 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 τουτον G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 9 τραυματισαντες G5135 gewond, verwondden wound 10 εξεβαλον G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En de heer des wijngaards zeide: Wat zal ik doen? Ik zal mijn geliefden zoon zenden; mogelijk dezen ziende, zullen zij hem ontzien.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 EnG1161 de heerG2962 des wijngaardsG290 zeideG2036: WatG5101 zal ik doenG4160? Ik zal mijn geliefdenG27 zoonG5207 zendenG3992; mogelijkG2481 dezenG5126 ziendeG1492, zullen zij hem ontzienG1788. En de heer des wijngaards zeide: Wat zal ik doen? Ik zal mijn geliefden zoon zenden; mogelijk dezen ziende, zullen zij hem ontzien.

KJV Then2 said the lord4 of the vineyard,6 What7 shall I do?8 I will send9 my beloved14 son:11 it may be15 they will reverence18 him when they see him.

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 αμπελωνος G290 wijngaard, wijngaards vineyard 7 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 8 ποιησω G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 9 πεμψω G3992 gezonden, zenden, zond send, thrust in 10 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 12 μου G1473 mij, ik I, me 13 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 αγαπητον G27 geliefden, geliefde, Geliefden (dearly, well) beloved, dear 15 ισως G2481 mogelijk it may be 16 τουτον G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 17 ιδοντες G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 18 εντραπησονται G1788 ontzien, beschaamd, beschamen regard, (give) reference, shame

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Maar als de landlieden hem zagen, overleiden zij onder elkander, en zeiden: Deze is de erfgenaam; komt, laat ons hem doden, opdat de erfenis onze worde.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 MaarG1161 als de landliedenG1092 hemG846 zagenG1492, overleidenG1260 zij onder elkander, en zeidenG3004: DezeG3778 isG1510 de erfgenaamG2818; komtG1205, laat ons hemG846 dodenG615, opdatG2443 de erfenisG2817 onze wordeG1096. Maar als de landlieden hem zagen, overleiden zij onder elkander, en zeiden: Deze is de erfgenaam; komt, laat ons hem doden, opdat de erfenis onze worde.

Ook in dit vers totG4314

KJV But2 when the husbandmen5 saw him,3 they reasoned6 among7 themselves,8 saying,9 This10 is the heir:13 come,14 let us kill15 him,16 that17 the inheritance21 may be19 ours.

1 ιδοντες G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 γεωργοι G1092 landlieden, landman, Landman husbandman 6 διελογιζοντο G1260 overlegt, overleiden, overdachten cast in mind, consider, dispute, muse, reason, think 7 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 8 εαυτους G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 9 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 11 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 κληρονομος G2818 erfgenaam, erfgenamen, Erfgenaam heir 14 δευτε G1205 Komt, komt, Volgt come, X follow 15 αποκτεινωμεν G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 16 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 18 ημων G1473 mij, ik I, me 19 γενηται G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 20 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 κληρονομια G2817 erfenis, erfdeel, erve inheritance

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En als zij hem buiten den wijngaard uitgeworpen hadden, doodden zij hem. Wat zal dan de heer des wijngaards hun doen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 EnG2532 als zij hem buitenG1854 den wijngaardG290 uitgeworpenG1544 hadden, dooddenG615 zij hem. WatG5101 zal danG3767 de heerG2962 des wijngaardsG290 hun doenG4160? En als zij hem buiten den wijngaard uitgeworpen hadden, doodden zij hem. Wat zal dan de heer des wijngaards hun doen?

KJV So1 they cast2 him3 out of4 the vineyard,6 and killed7 him. What8 therefore9 shall10 the lord13 of the vineyard15 do unto them?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εκβαλοντες G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εξω G1854 buiten, weg, uitgedreven away, forth, (with-)out (of, -ward), strange 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 αμπελωνος G290 wijngaard, wijngaards vineyard 7 απεκτειναν G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 8 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 9 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 10 ποιησει G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 11 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 αμπελωνος G290 wijngaard, wijngaards vineyard
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Hij zal komen en deze landlieden verderven, en zal den wijngaard aan anderen geven. En als zij dat hoorden, zeiden zij: Dat zij verre!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Hij zal komenG2064 en dezeG3778 landliedenG1092 verdervenG622, en zal den wijngaardG290 aan anderen gevenG1325. En als zij dat hoordenG191, zeidenG2036 zij: Dat zij verreG3361! Hij zal komen en deze landlieden verderven, en zal den wijngaard aan anderen geven. En als zij dat hoorden, zeiden zij: Dat zij verre!

KJV He shall come1 and2 destroy3 these husbandmen,5 and7 shall give8 the vineyard10 to others.11 And13 when they heard12 it, they said, God forbid.15

1 ελευσεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 2 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 3 απολεσει G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish 4 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 γεωργους G1092 landlieden, landman, Landman husbandman 6 τουτους G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 δωσει G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 9 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αμπελωνα G290 wijngaard, wijngaards vineyard 11 αλλοις G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 12 ακουσαντες G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 13 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 14 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 16 γενοιτο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Maar Hij zag hen aan, en zeide: Wat is dan dit, hetwelk geschreven staat: De steen, dien de bouwlieden verworpen hebben, deze is tot een hoofd des hoeks geworden?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Maar Hij zagG1689 henG846 aan, en zeideG2036: Wat isG1510 dan dit, hetwelk geschrevenG1125 staat: De steenG3037, dienG3739 de bouwliedenG3618 verworpenG593 hebben, dezeG3778 is totG1519 een hoofdG2776 des hoeksG1137 gewordenG1096? Maar Hij zag hen aan, en zeide: Wat is dan dit, hetwelk geschreven staat: De steen, dien de bouwlieden verworpen hebben, deze is tot een hoofd des hoeks geworden?

KJV And2 he beheld3 them,4 and said, What6 is this then7 that is written,10 The stone12 which13 the builders16 rejected,14 the same11 is become18 the head20 of19 the corner?

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εμβλεψας G1689 zag, aanziende, Aanziet behold, gaze up, look upon, (could) see 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 7 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 8 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 γεγραμμενον G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 11 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 12 λιθον G3037 steen, stenen, gesteente (mill-, stumbling-)stone 13 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 14 απεδοκιμασαν G593 verworpen disallow, reject 15 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 οικοδομουντες G3618 bouwen, gebouwd, bouwde (be in) build(-er, -ing, up), edify, embolden 17 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 18 εγενηθη G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 19 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 20 κεφαλην G2776 hoofd, hoofden, Hoofd head 21 γωνιας G1137 hoeks, hoeken, hoek corner, quarter

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Een iegelijk, die op dien steen valt, zal verpletterd worden, en op wien hij valt, dien zal hij vermorzelen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Een iegelijkG3956, die op dien steenG3037 valtG4098, zal verpletterdG4917 worden, enG1161 op wien hij valtG4098, dien zal hijG846 vermorzelenG3039. Een iegelijk, die op dien steen valt, zal verpletterd worden, en op wien hij valt, dien zal hij vermorzelen.

KJV Whosoever1 shall fall3 upon4 that5 stone7 shall be broken;8 but11 on9 whomsoever10 it shall fall,13 it will grind14 him15 to powder.

1 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 πεσων G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 4 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 5 εκεινον G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 λιθον G3037 steen, stenen, gesteente (mill-, stumbling-)stone 8 συνθλασθησεται G4917 verpletterd break 9 εφ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 10 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 11 δ G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 12 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 13 πεση G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 14 λικμησει G3039 vermorzelen grind to powder 15 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En de overpriesteren en de Schriftgeleerden zochten te dierzelver ure de handen aan Hem te slaan; maar zij vreesden het volk; want zij verstonden, dat Hij deze gelijkenis tegen hen gesproken had.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 EnG2532 de overpriesterenG749 enG2532 de SchriftgeleerdenG1122 zochtenG2212 te dierzelver ureG5610 de handenG5495 aanG1909 HemG846 te slaanG1911; maar zij vreesdenG5399 het volkG2992; want zij verstondenG1097, dat HijG846 dezeG3778 gelijkenisG3850 tegen hen gesprokenG2036 had. En de overpriesteren en de Schriftgeleerden zochten te dierzelver ure de handen aan Hem te slaan; maar zij vreesden het volk; want zij verstonden, dat Hij deze gelijkenis tegen hen gesproken had.

Ook in dit vers totG4314

KJV And1 the chief priests4 and5 the scribes7 the same13 hour16 sought2 to lay8 hands12 on9 him;10 and17 they feared18 the people:20 for22 they perceived21 that23 he had spoken this parable27 against24 them.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εζητησαν G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αρχιερεις G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 γραμματεις G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 8 επιβαλειν G1911 sloegen, sloeg, slaan beat into, cast (up-)on, fall, lay (on), put (unto), stretch forth, think on 9 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 10 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 χειρας G5495 handen, hand hand 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ωρα G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 εφοβηθησαν G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence 19 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 λαον G2992 volk, volks, volke people 21 εγνωσαν G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 22 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 23 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 24 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 25 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 26 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 παραβολην G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 28 ταυτην G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 29 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En zij namen Hem waar, en zonden verspieders uit, die zichzelven veinsden rechtvaardig te zijn; opdat zij Hem in Zijn rede vangen mochten, om Hem aan de heerschappij en de macht des stadhouders over te leveren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En zij namenG3906 Hem waar, en zondenG649 verspiedersG1455 uit, die zichzelvenG1438 veinsdenG5271 rechtvaardigG1342 te zijnG1510; opdatG2443 zij Hem in Zijn redeG3056 vangenG1949 mochten, om Hem aanG1519 de heerschappijG746 enG2532 de machtG1849 des stadhoudersG2232 over te leverenG3860. En zij namen Hem waar, en zonden verspieders uit, die zichzelven veinsden rechtvaardig te zijn; opdat zij Hem in Zijn rede vangen mochten, om Hem aan de heerschappij en de macht des stadhouders over te leveren.

KJV And1 they watched2 him, and sent forth3 spies,4 which should feign5 themselves6 just men,7 that9 they might take hold10 of his11 words,12 that so13 they might deliver15 him16 unto the power18 and19 authority21 of the governor.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 παρατηρησαντες G3906 namen, bewaarden, onderhoudt observe, watch 3 απεστειλαν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 4 εγκαθετους G1455 verspieders spy 5 υποκρινομενους G5271 veinsden feign 6 εαυτους G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 7 δικαιους G1342 rechtvaardig, rechtvaardigen, rechtvaardige just, meet, right(-eous) 8 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 10 επιλαβωνται G1949 nam, namen, greep catch, lay hold (up-)on, take (by, hold of, on) 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 λογου G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 13 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 14 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 παραδουναι G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 16 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 αρχη G746 beginne, begin, overheden beginning, corner, (at the, the) first (estate), magistrate, power, principality, principle, rule 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 εξουσια G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 22 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 ηγεμονος G2232 stadhouder, stadhouders, stadhouderen governor, prince, ruler
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En zij vraagden Hem, zeggende: Meester, wij weten, dat Gij recht spreekt en leert, en den persoon niet aanneemt, maar den weg Gods leert in der waarheid.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 EnG2532 zij vraagdenG1905 HemG846, zeggendeG3004: MeesterG1320, wij wetenG1492, datG3754 Gij rechtG3723 spreektG3004 enG2532 leertG1321, enG2532 den persoonG4383 nietG3756 aanneemtG2983, maarG235 den wegG3598 GodsG2316 leertG1321 in der waarheidG225. En zij vraagden Hem, zeggende: Meester, wij weten, dat Gij recht spreekt en leert, en den persoon niet aanneemt, maar den weg Gods leert in der waarheid.

KJV And1 they asked2 him,3 saying,4 Master,5 we know6 that7 thou sayest9 and10 teachest11 rightly,8 neither13 acceptest thou14 the person15 of any, but16 teachest23 the way20 of God22 truly:18

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επηρωτησαν G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 διδασκαλε G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 6 οιδαμεν G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 ορθως G3723 recht plain, right(-ly) 9 λεγεις G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 διδασκεις G1321 lerende, leerde, leren teach 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 14 λαμβανεις G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 15 προσωπον G4383 aangezicht, aangezichten, aangezichts (outward) appearance, X before, countenance, face, fashion, (men's) person, presence 16 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 17 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 18 αληθειας G225 waarheid, Waarheid, ware true, X truly, truth, verity 19 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 οδον G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 21 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 23 διδασκεις G1321 lerende, leerde, leren teach
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Is het ons geoorloofd den keizer schatting te geven, of niet?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Is het ons geoorloofdG1832 den keizerG2541 schattingG5411 te gevenG1325, ofG2228 nietG3756? Is het ons geoorloofd den keizer schatting te geven, of niet?

KJV Is it lawful1 for us to give5 tribute4 unto Caesar,3 or6 no?

1 εξεστιν G1832 geoorloofd be lawful, let, X may(-est) 2 ημιν G1473 mij, ik I, me 3 καισαρι G2541 keizer, keizers, Keizer Cæsar 4 φορον G5411 schatting, schattingen tribute 5 δουναι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 6 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 7 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En Hij, hun arglistigheid bemerkende, zeide tot hen: Wat verzoekt gij Mij?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 EnG1161 Hij, hun arglistigheidG3834 bemerkendeG2657, zeideG2036 totG4314 henG846: WatG5101 verzoektG3985 gij MijG1473? En Hij, hun arglistigheid bemerkende, zeide tot hen: Wat verzoekt gij Mij?

KJV But2 he perceived1 their3 craftiness,5 and said unto7 them,8 Why9 tempt ye11 me?

1 κατανοησας G2657 Aanmerkt, bemerkt, bezien behold, consider, discover, perceive 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πανουργιαν G3834 arglistigheid (cunning) craftiness, subtilty 6 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 8 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 10 με G1473 mij, ik I, me 11 πειραζετε G3985 verzocht, verzoekende, verzoekt assay, examine, go about, prove, tempt(-er), try

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Toont Mij een penning; wiens beeld en opschrift heeft hij? En zij, antwoordende, zeiden: Des keizers.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 ToontG1925 MijG1473 een penningG1220; wiens beeldG1504 en opschriftG1923 heeftG2192 hij? En zij, antwoordendeG611, zeidenG2036: Des keizersG2541. Toont Mij een penning; wiens beeld en opschrift heeft hij? En zij, antwoordende, zeiden: Des keizers.

KJV Shew1 me a penny.3 Whose4 image6 and7 superscription8 hath it?5 They answered9 and10 said, Caesar's.

1 επιδειξατε G1925 Toont, tonen, bewijzen shew 2 μοι G1473 mij, ik I, me 3 δηναριον G1220 penning, penningen pence, penny(-worth) 4 τινος G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 5 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 6 εικονα G1504 beeld, Beeld, beelde image 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 επιγραφην G1923 opschrift superscription 9 αποκριθεντες G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 10 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 11 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 καισαρος G2541 keizer, keizers, Keizer Cæsar

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En Hij zeide tot hen: Geeft dan den keizer, dat des keizers is, en Gode, dat Gods is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En Hij zeideG2036 tot henG846: GeeftG591 danG1161 den keizerG2541, dat des keizersG2541 is, en GodeG2316, dat GodsG2316 is. En Hij zeide tot hen: Geeft dan den keizer, dat des keizers is, en Gode, dat Gods is.

KJV And2 he said unto them,4 Render5 therefore6 unto Caesar8 the things which be1 Caesar's,9 and10 unto God13 the things which be7 God's.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 αποδοτε G591 vergelden, betaald, betalen deliver (again), give (again), (re-)pay(-ment be made), perform, recompense, render, requite, restore, reward, sell, yield 6 τοινυν G5106 then, therefore 7 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 καισαρος G2541 keizer, keizers, Keizer Cæsar 9 καισαρι G2541 keizer, keizers, Keizer Cæsar 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 14 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 θεω G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En zij konden Hem in Zijn woord niet vatten voor het volk; en zich verwonderende over Zijn antwoord, zwegen zij stil.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 EnG2532 zij kondenG2480 Hem in Zijn woordG4487 nietG3756 vattenG1949 voor het volkG2992; enG2532 zich verwonderendeG2296 overG1909 Zijn antwoordG612, zwegenG4601 zijG846 stil. En zij konden Hem in Zijn woord niet vatten voor het volk; en zich verwonderende over Zijn antwoord, zwegen zij stil.

KJV And1 they could3 not2 take hold4 of his5 words6 before7 the people:9 and10 they marvelled11 at12 his15 answer,14 and held their peace.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 3 ισχυσαν G2480 konden, kracht, Kunt be able, avail, can do(-not), could, be good, might, prevail, be of strength, be whole, + much work 4 επιλαβεσθαι G1949 nam, namen, greep catch, lay hold (up-)on, take (by, hold of, on) 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ρηματος G4487 woorden, woord, Woord + evil, + nothing, saying, word 7 εναντιον G1726 tegenwoordigheid before, in the presence of 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 λαου G2992 volk, volks, volke people 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 θαυμασαντες G2296 verwonderden, verwonderde, verwonderd admire, have in admiration, marvel, wonder 12 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 13 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 αποκρισει G612 antwoord, antwoorden answer 15 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 εσιγησαν G4601 zwegen stil, zwijge, zwijgen keep close (secret, silence), hold peace
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En tot Hem kwamen sommigen der Sadduceen, welke tegensprekende zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 EnG1161 tot Hem kwamen sommigenG5100 der SadduceenG4523, welke tegensprekendeG483 zeggen, dat er geenG3361 opstandingG386 isG1510, en vraagdenG1905 HemG846. En tot Hem kwamen sommigen der Sadduceen, welke tegensprekende zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem.

KJV Then2 came1 to him certain3 of the Sadducees,5 which4 deny7 that there is any9 resurrection;8 and they asked11 him,

1 προσελθοντες G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τινες G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 σαδδουκαιων G4523 Sadduceen Sadducee 6 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αντιλεγοντες G483 tegensprekende, tegengesproken, tegenspraken answer again, contradict, deny, gainsay(-er), speak against 8 αναστασιν G386 opstanding, Opstanding raised to life again, resurrection, rise from the dead, that should rise, rising again 9 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 10 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 επηρωτησαν G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question 12 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Zeggende: Meester! Mozes heeft ons geschreven: Zo iemands broeder sterft, die een vrouw heeft, en hij sterft zonder kinderen, dat zijn broeder de vrouw nemen zal, en zijn broeder zaad verwekken.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 ZeggendeG3004: MeesterG1320! MozesG3475 heeft ons geschrevenG1125: ZoG1437 iemandsG5100 broederG80 sterftG599, dieG3778 een vrouwG1135 heeftG2192, enG2532 hijG846 sterftG599 zonder kinderenG815, dat zijn broederG80 de vrouwG1135 nemenG2983 zal, enG2532 zijn broederG80 zaadG4690 verwekkenG1817. Zeggende: Meester! Mozes heeft ons geschreven: Zo iemands broeder sterft, die een vrouw heeft, en hij sterft zonder kinderen, dat zijn broeder de vrouw nemen zal, en zijn broeder zaad verwekken.

KJV Saying,1 Master,2 Moses3 wrote4 unto us, If6 any man's7 brother8 die,9 having10 a wife,11 and12 he13 die15 without children,14 that16 his20 brother19 should take17 his wife,22 and23 raise up24 seed25 unto his28 brother.

1 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 διδασκαλε G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 3 μωσης G3475 Mozes Moses 4 εγραψεν G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 5 ημιν G1473 mij, ik I, me 6 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 7 τινος G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 8 αδελφος G80 broeders, broeder, broederen brother 9 αποθανη G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with) 10 εχων G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 11 γυναικα G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 14 ατεκνος G815 kinderen childless, without children 15 αποθανη G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with) 16 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 17 λαβη G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 18 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 αδελφος G80 broeders, broeder, broederen brother 20 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 γυναικα G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 εξαναστηση G1817 verwekken, opgestaan raise (rise) up 25 σπερμα G4690 zaad, zade, zaden issue, seed 26 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 αδελφω G80 broeders, broeder, broederen brother 28 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Er waren nu zeven broeders; en de eerste nam een vrouw, en hij stierf zonder kinderen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Er warenG1510 nuG3767 zevenG2033 broedersG80; enG2532 de eersteG4413 namG2983 een vrouwG1135, en hij stierfG599 zonder kinderenG815. Er waren nu zeven broeders; en de eerste nam een vrouw, en hij stierf zonder kinderen.

KJV There were therefore2 seven1 brethren:3 and5 the first7 took8 a wife,9 and died10 without children.

1 επτα G2033 zeven, Zeven, zevende seven 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 αδελφοι G80 broeders, broeder, broederen brother 4 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πρωτος G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 8 λαβων G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 9 γυναικα G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 10 απεθανεν G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with) 11 ατεκνος G815 kinderen childless, without children
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En de tweede nam die vrouw, en ook deze stierf zonder kinderen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 En de tweedeG1208 namG2983 die vrouwG1135, en ook dezeG3778 stierfG599 zonder kinderenG815. En de tweede nam die vrouw, en ook deze stierf zonder kinderen.

KJV And1 the second4 took2 her to wife,6 and7 he8 died9 childless.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελαβεν G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 δευτερος G1208 tweede, tweeden, tweeden male afterward, again, second(-arily, time) 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 γυναικα G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 9 απεθανεν G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with) 10 ατεκνος G815 kinderen childless, without children
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En de derde nam dezelve vrouw; en desgelijks ook de zeven, en hebben geen kinderen nagelaten, en zijn gestorven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 En de derdeG5154 namG2983 dezelveG846 vrouw; en desgelijks ookG2532 de zevenG2033, en hebben geenG3756 kinderenG5043 nagelatenG2641, en zijn gestorvenG599. En de derde nam dezelve vrouw; en desgelijks ook de zeven, en hebben geen kinderen nagelaten, en zijn gestorven.

KJV And1 the third3 took4 her;5 and7 in like manner6 the seven10 also:8 and they left16 no15 children,17 and13 died.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 τριτος G5154 derde, derden third(-ly) 4 ελαβεν G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 5 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ωσαυτως G5615 insgelijks even so, likewise, after the same (in like) manner 7 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 επτα G2033 zeven, Zeven, zevende seven 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 16 κατελιπον G2641 verlaten, gelaten, verlatende forsake, leave, reserve 17 τεκνα G5043 kinderen, kind, zoon child, daughter, son 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 απεθανον G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En ten laatste na allen stierf ook de vrouw.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 En ten laatsteG5305 na allenG3956 stierfG599 ookG2532 de vrouwG1135. En ten laatste na allen stierf ook de vrouw.

KJV Last1 of all6 the woman10 died7 also.

1 υστερον G5305 laatste, namaals afterward, (at the) last (of all) 3 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 6 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 7 απεθανεν G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with) 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 γυνη G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 In de opstanding dan, wiens vrouw van dezen zal zij zijn? Want die zeven hebben dezelve tot een vrouw gehad.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 InG1722 de opstandingG386 danG3767, wiens vrouwG1135 van dezenG846 zal zij zijn? WantG1063 die zevenG2033 hebbenG2192 dezelve tot een vrouwG1135 gehad. In de opstanding dan, wiens vrouw van dezen zal zij zijn? Want die zeven hebben dezelve tot een vrouw gehad.

KJV Therefore3 in1 the resurrection4 whose5 wife8 of them6 is she?7 for10 seven11 had12 her13 to wife.

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 4 αναστασει G386 opstanding, Opstanding raised to life again, resurrection, rise from the dead, that should rise, rising again 5 τινος G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 6 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 γινεται G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 8 γυνη G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 9 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 11 επτα G2033 zeven, Zeven, zevende seven 12 εσχον G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 13 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 γυναικα G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: De kinderen dezer eeuw trouwen, en worden ten huwelijk uitgegeven;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 EnG2532 JezusG2424, antwoordendeG611, zeideG2036 tot henG846: De kinderenG5207 dezer eeuwG165 trouwenG1060, enG2532 worden ten huwelijk uitgegevenG1548; En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: De kinderen dezer eeuw trouwen, en worden ten huwelijk uitgegeven;

KJV And1 Jesus6 answering2 said unto them,4 The children8 of this world10 marry,12 and13 are given in marriage:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 3 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 υιοι G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αιωνος G165 eeuwigheid, wereld, eeuw age, course, eternal, (for) ever(-more), (n-)ever, (beginning of the , while the) world (began, without end) 11 τουτου G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 12 γαμουσιν G1060 trouwen, trouwt, getrouwd marry (a wife) 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 εκγαμισκονται G1548 huwelijk uitgegeven give in marriage

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Maar die waardig zullen geacht zijn die eeuw te verwerven en de opstanding uit de doden, zullen noch trouwen, noch ten huwelijk uitgegeven worden;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 MaarG1161 die waardig zullen geacht zijn dieG1565 eeuwG165 te verwervenG5177 en de opstandingG386 uitG1537 de dodenG3498, zullen noch trouwenG1060, noch ten huwelijk uitgegevenG1548 worden; Maar die waardig zullen geacht zijn die eeuw te verwerven en de opstanding uit de doden, zullen noch trouwen, noch ten huwelijk uitgegeven worden;

Ook in dit vers waardig geachtG2661

KJV But2 they which shall be accounted worthy3 to obtain7 that6 world,5 and8 the resurrection10 from12 the dead,13 neither14 marry,15 nor16 are given in marriage:

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 καταξιωθεντες G2661 waardig geacht (ac-)count worthy 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αιωνος G165 eeuwigheid, wereld, eeuw age, course, eternal, (for) ever(-more), (n-)ever, (beginning of the , while the) world (began, without end) 6 εκεινου G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 7 τυχειν G5177 verkrijgen, voorvalt, bezorgd be, chance, enjoy, little, obtain, X refresh…self, + special 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αναστασεως G386 opstanding, Opstanding raised to life again, resurrection, rise from the dead, that should rise, rising again 11 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 13 νεκρων G3498 doden, dood, dode dead 14 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 15 γαμουσιν G1060 trouwen, trouwt, getrouwd marry (a wife) 16 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 17 εκγαμισκονται G1548 huwelijk uitgegeven give in marriage
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Want zij kunnen niet meer sterven, want zij zijn den engelen gelijk; en zij zijn kinderen Gods, dewijl zij kinderen der opstanding zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 WantG1063 zij kunnen niet meer stervenG599, wantG1063 zij zijn den engelenG2465 gelijk; enG2532 zij zijn kinderenG5207 GodsG2316, dewijl zijG1510 kinderenG5207 der opstandingG386 zijn. Want zij kunnen niet meer sterven, want zij zijn den engelen gelijk; en zij zijn kinderen Gods, dewijl zij kinderen der opstanding zijn.

KJV Neither1 can5 they die3 any more:4 for2 they are equal unto the angels;6 and9 are the children10 of God,13 being the children16 of the resurrection.

1 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 αποθανειν G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with) 4 ετι G2089 nog, verder after that, also, ever, (any) further, (t-)henceforth (more), hereafter, (any) longer, (any) more(-one), now, still, yet 5 δυνανται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 6 ισαγγελοι G2465 engelen equal unto the angels 7 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 8 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 υιοι G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 11 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 14 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 αναστασεως G386 opstanding, Opstanding raised to life again, resurrection, rise from the dead, that should rise, rising again 16 υιοι G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 17 οντες G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 En dat de doden opgewekt zullen worden, heeft ook Mozes aangewezen bij het doornenbos, als hij den Heere noemt den God Abrahams, en den God Izaks, en den God Jakobs.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 En datG3754 de dodenG3498 opgewektG1453 zullen worden, heeft ookG2532 MozesG3475 aangewezenG3377 bijG1909 het doornenbosG942, alsG5613 hij den HeereG2962 noemtG3004 den GodG2316 AbrahamsG11, en den GodG2316 IzaksG2464, en den GodG2316 JakobsG2384. En dat de doden opgewekt zullen worden, heeft ook Mozes aangewezen bij het doornenbos, als hij den Heere noemt den God Abrahams, en den God Izaks, en den God Jakobs.

KJV Now2 that1 the dead5 are raised,3 even6 Moses7 shewed8 at9 the bush,11 when12 he calleth13 the Lord14 the God16 of Abraham,17 and18 the God20 of Isaac,21 and22 the God24 of Jacob.

1 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εγειρονται G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 νεκροι G3498 doden, dood, dode dead 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 μωσης G3475 Mozes Moses 8 εμηνυσεν G3377 kennen gegeven, aangewezen, kennen shew, tell 9 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 10 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 βατου G942 doornenbos, bramen bramble, bush 12 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 13 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 14 κυριον G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 15 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 θεον G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 17 αβρααμ G11 Abraham, Abrahams Abraham 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 θεον G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 21 ισαακ G2464 Izak, Izaks, Izaak Isaac 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 θεον G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 25 ιακωβ G2384 Jakob, Jakobs also an Israelite:--Jacob
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 God nu is niet een God der doden, maar der levenden; want zij leven Hem allen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 GodG2316 nuG1161 isG1510 nietG3756 een God der dodenG3498, maar der levendenG2198; wantG1063 zij levenG2198 HemG846 allenG3956. God nu is niet een God der doden, maar der levenden; want zij leven Hem allen.

KJV For2 he is not3 a God1 of the dead,5 but6 of the living:7 for9 all8 live11 unto him.

1 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 4 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 νεκρων G3498 doden, dood, dode dead 6 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 7 ζωντων G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick 8 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 9 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 10 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 ζωσιν G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 En sommigen der Schriftgeleerden, antwoordende, zeiden: Meester! Gij hebt wel gezegd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 EnG1161 sommigenG5100 der SchriftgeleerdenG1122, antwoordendeG611, zeidenG2036: MeesterG1320! Gij hebt wel gezegdG2036. En sommigen der Schriftgeleerden, antwoordende, zeiden: Meester! Gij hebt wel gezegd.

KJV Then2 certain3 of the scribes5 answering1 said, Master,7 thou hast well8 said.

1 αποκριθεντες G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τινες G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 γραμματεων G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 6 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 διδασκαλε G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 8 καλως G2573 wel, goed, recht (in a) good (place), honestly, + recover, (full) well 9 ειπας G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 En zij durfden Hem niet meer iets vragen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 EnG1161 zij durfdenG5111 Hem niet meer ietsG3762 vragenG1905. En zij durfden Hem niet meer iets vragen.

KJV And2 after that1 they durst3 not ask4 him5 any

1 ουκετι G3765 niet meer, voortaan niet after that (not), (not) any more, henceforth (hereafter) not, no longer (more), not as yet (now), now no more (not), yet (not) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ετολμων G5111 durfde, durven, stout be bold, boldly, dare, durst 4 επερωταν G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question 5 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ουδεν G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 En Hij zeide tot hen: Hoe zeggen zij, dat de Christus Davids Zoon is?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 EnG1161 Hij zeideG2036 totG4314 henG846: HoeG4459 zeggenG3004 zij, dat de ChristusG5547 DavidsG1138 ZoonG5207 isG1510? En Hij zeide tot hen: Hoe zeggen zij, dat de Christus Davids Zoon is?

KJV And2 he said unto3 them,4 How5 say1 they that Christ8 is David's10 son?

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 6 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 χριστον G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 9 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 10 δαβιδ G1138 David, Davids David 11 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 En David zelf zegt in het boek der psalmen: De Heere heeft gezegd tot mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 EnG2532 DavidG1138 zelfG846 zegtG3004 inG1722 het boekG976 der psalmenG5568: De HeereG2962 heeft gezegdG2036 tot mijn HeereG2962: ZitG2521 aan Mijn rechterG1188 hand, En David zelf zegt in het boek der psalmen: De Heere heeft gezegd tot mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand,

Ook in dit vers uit/metG1537

KJV And1 David3 himself2 saith4 in5 the book6 of Psalms,7 The LORD10 said unto my Lord,12 Sit thou14 on15 my right hand,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 δαβιδ G1138 David, Davids David 4 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 βιβλω G976 boek, boeken, boeks book 7 ψαλμων G5568 psalmen, Psalmen, psalm psalm 8 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 11 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 κυριω G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 13 μου G1473 mij, ik I, me 14 καθου G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 15 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 16 δεξιων G1188 rechter, rechterhand, rechter- right (hand, side) 17 μου G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 Totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 Totdat Ik Uw vijandenG2190 zal gezetG5087 hebben tot een voetbankG5286 Uwer voetenG4228. Totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten.

KJV Till1 I make3 thine enemies5 thy footstool.9

1 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 2 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 3 θω G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 4 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 εχθρους G2190 vijanden, vijand, vijandig enemy, foe 6 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 7 υποποδιον G5286 voetbank footstool 8 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ποδων G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 10 σου G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 David dan noemt Hem zijn Heere; en hoe is Hij zijn Zoon?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 DavidG1138 danG3767 noemtG2564 HemG846 zijn HeereG2962; enG2532 hoeG4459 is HijG846 zijn ZoonG5207? David dan noemt Hem zijn Heere; en hoe is Hij zijn Zoon?

KJV David1 therefore2 calleth5 him4 Lord,3 how7 is he then6 his9 son?

1 δαβιδ G1138 David, Davids David 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 κυριον G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 καλει G2564 genaamd, geroepen, genood bid, call (forth), (whose, whose sur-)name (was (called)) 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 8 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 9 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
45 En daar al het volk het hoorde, zeide Hij tot Zijn discipelen:
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

45 EnG1161 daar alG3956 het volkG2992 het hoordeG191, zeideG2036 HijG846 tot Zijn discipelenG3101: En daar al het volk het hoorde, zeide Hij tot Zijn discipelen:

KJV Then2 in the audience1 of all3 the people5 he said unto his9 disciples,

1 ακουοντος G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 παντος G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 λαου G2992 volk, volks, volke people 6 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 μαθηταις G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 9 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
46 Wacht u van de Schriftgeleerden, die daar willen wandelen in lange klederen, en beminnen de groetingen op de markten, en de voorgestoelten in de synagogen, en de vooraanzittingen in de maaltijden;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

46 WachtG4337 u vanG575 de SchriftgeleerdenG1122, die daar willenG2309 wandelenG4043 inG1722 lange klederenG4749, enG2532 beminnenG5368 de groetingenG783 opG1722 de marktenG58, enG2532 de voorgestoeltenG4410 inG1722 de synagogenG4864, enG2532 de vooraanzittingenG4411 inG1722 de maaltijdenG1173; Wacht u van de Schriftgeleerden, die daar willen wandelen in lange klederen, en beminnen de groetingen op de markten, en de voorgestoelten in de synagogen, en de vooraanzittingen in de maaltijden;

KJV Beware1 of2 the scribes,4 which3 desire6 to walk7 in8 long robes,9 and10 love11 greetings12 in13 the markets,15 and16 the highest seats17 in18 the synagogues,20 and21 the chief rooms22 at23 feasts;

1 προσεχετε G4337 wacht, begeven, acht (give) attend(-ance, -ance at, -ance to, unto), beware, be given to, give (take) heed (to unto); have regard 2 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 3 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 γραμματεων G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 θελοντων G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 7 περιπατειν G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about) 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 στολαις G4749 lange klederen, klederen, kleed long clothing (garment), (long) robe 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 φιλουντων G5368 lief, liefheeft, liefheb kiss, love 12 ασπασμους G783 groetenis, begroetingen, gegroet greeting, salutation 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 αγοραις G58 markten, markt market(-place), street 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 πρωτοκαθεδριας G4410 voorgestoelten, voorgestoelte chief (highest, uppermost) seat 18 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 19 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 συναγωγαις G4864 synagoge, synagogen, vergadering assembly, congregation, synagogue 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 πρωτοκλισιας G4411 vooraanzittingen, eerste zitplaats, vooraanzitting chief (highest, uppermost) room 23 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 24 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 δειπνοις G1173 avondmaal, maaltijden, avondmaals feast, supper
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
47 Die der weduwen huizen opeten, en onder een schijn lange gebeden doen; dezen zullen zwaarder oordeel ontvangen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

47 DieG3739 der weduwenG5503 huizenG3614 opetenG2719, enG2532 onder een schijnG4392 langeG3117 gebedenG4336 doen; dezenG3778 zullen zwaarderG4055 oordeelG2917 ontvangenG2983. Die der weduwen huizen opeten, en onder een schijn lange gebeden doen; dezen zullen zwaarder oordeel ontvangen.

KJV Which1 devour2 widows'6 houses,4 and7 for a shew8 make10 long9 prayers: the same11 shall receive12 greater damnation.

1 οι G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 κατεσθιουσιν G2719 aten, eet, opeten devour 3 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 οικιας G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 χηρων G5503 weduwen, weduwe, zekere weduwe widow 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 προφασει G4392 schijn, deksel, voorwendsel cloke, colour, pretence, show 9 μακρα G3117 lang, ver, lange far, long 10 προσευχονται G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 11 ουτοι G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 12 ληψονται G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 13 περισσοτερον G4053 onnodig, overvloed, voordeel exceeding abundantly above, more abundantly, advantage, exceedingly, very highly, beyond measure, more, superfluous, vehement(-ly) 14 κριμα G2917 oordeel, oordelen, rechtzaken avenge, condemned, condemnation, damnation, + go to law, judgment

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Lukas 20:1 Handelingen 4:1 Markus 11:27 Lukas 19:47 Johannes 18:20 Mattheüs 26:55 Lukas 8:1 Mattheüs 21:23 Handelingen 6:12
Lukas 20:2 Johannes 2:18 Handelingen 7:27 Mattheüs 21:23 Markus 11:28 Exodus 2:14 Handelingen 7:51 Handelingen 4:7 Johannes 5:22
Lukas 20:3 Mattheüs 15:2 Kolossenzen 4:6 Lukas 22:68
Lukas 20:4 Lukas 15:18 Johannes 1:19 Lukas 7:28 Mattheüs 17:11 Daniël 4:25 Johannes 1:6 Mattheüs 11:7 Mattheüs 21:25
Lukas 20:5 Johannes 3:26 Handelingen 13:25 Johannes 1:34 Johannes 1:15 Johannes 5:33 Johannes 3:36 Johannes 1:30
Lukas 20:6 Mattheüs 21:26 Mattheüs 11:9 Handelingen 5:26 Mattheüs 26:5 Mattheüs 21:46 Markus 12:12 Johannes 10:41 Lukas 7:26
Lukas 20:7 Jesaja 41:28 Jesaja 29:9 2 Petrus 3:3 Maleachi 2:7 Johannes 9:39 2 Timotheüs 3:8 Jesaja 29:14 2 Thessalonicenzen 2:10
Lukas 20:8 Mattheüs 21:27 Job 5:12 Mattheüs 15:14 Markus 11:33 Spreuken 26:4 Mattheüs 16:4 Lukas 22:68
Lukas 20:9 Markus 12:1 Mattheüs 21:33 Hooglied 8:11 Jesaja 5:1 Psalmen 80:8 Mattheüs 25:14 Johannes 15:1 Deuteronomium 16:18
Lukas 20:10 Nehemia 9:26 Mattheüs 21:34 2 Kronieken 36:15 Romeinen 7:4 Richteren 6:8 Lukas 11:47 Jeremia 35:15 Jeremia 5:24
Lukas 20:11 Hosea 10:1 Handelingen 7:52 Mattheüs 23:30 Hebreeën 11:36 1 Thessalonicenzen 2:2
Lukas 20:13 Mattheüs 3:17 Johannes 3:16 Jeremia 36:7 Jeremia 36:3 Lukas 9:35 Romeinen 8:3 Hosea 11:8 Mattheüs 17:5
Lukas 20:14 Hebreeën 1:2 Romeinen 8:17 Handelingen 2:23 Mattheüs 27:21 Genesis 37:18 Psalmen 2:8 Lukas 20:5 Handelingen 3:15
Lukas 20:15 Hebreeën 13:12 Markus 12:6 Mattheüs 21:37
Lukas 20:16 Lukas 19:27 Mattheüs 21:41 Handelingen 13:46 Psalmen 21:8 Psalmen 2:8 Nehemia 9:36 Mattheüs 22:7
Lukas 20:17 Psalmen 118:22 Handelingen 4:11 Jesaja 28:16 Markus 3:5 Lukas 22:37 Mattheüs 21:42 1 Petrus 2:7 Lukas 24:44
Lukas 20:18 Jesaja 8:14 Daniël 2:44 Daniël 2:34 Mattheüs 21:44 1 Thessalonicenzen 2:16 Mattheüs 21:34 Zacharia 12:3
Lukas 20:19 Lukas 19:47 Mattheüs 26:3 Mattheüs 21:45 Lukas 20:14 Markus 12:12
Lukas 20:20 Mattheüs 27:2 Lukas 20:26 Lukas 11:54 1 Koningen 14:2 Mattheüs 22:15 Markus 3:2 Psalmen 81:15 Jeremia 20:10
Lukas 20:21 1 Thessalonicenzen 2:4 Mattheüs 22:16 Handelingen 10:34 2 Kronieken 19:7 Mattheüs 26:49 Galaten 1:10 Galaten 2:6 Markus 12:14
Lukas 20:22 Markus 12:14 Ezra 9:7 Mattheüs 17:25 Nehemia 9:37 Ezra 4:13 Nehemia 5:4 Handelingen 5:37 Ezra 4:19
Lukas 20:23 1 Korinthe 3:19 Lukas 11:53 Johannes 2:24 Mattheüs 22:18 Lukas 20:20 1 Korinthe 10:9 Psalmen 95:9 Lukas 6:8
Lukas 20:24 Mattheüs 18:28 Lukas 2:1 Mattheüs 20:2 Lukas 3:1 Lukas 20:22 Handelingen 26:32 Handelingen 11:28 Lukas 23:2
Lukas 20:25 Mattheüs 22:21 1 Korinthe 10:31 Markus 12:17 Handelingen 5:29 Handelingen 4:19 Mattheüs 17:27 Spreuken 24:21 Romeinen 13:6
Lukas 20:26 Lukas 20:20 2 Timotheüs 3:8 Mattheüs 22:22 Lukas 13:17 Spreuken 26:4 Titus 1:10 Mattheüs 22:34 Mattheüs 22:12
Lukas 20:27 Mattheüs 16:1 Handelingen 5:17 Handelingen 4:1 1 Korinthe 15:12 Markus 12:18 Mattheüs 22:23 Handelingen 23:6 Mattheüs 16:6
Lukas 20:28 Genesis 38:8 Ruth 1:11 Genesis 38:11 Genesis 38:26 Deuteronomium 25:5
Lukas 20:29 Jeremia 22:30 Leviticus 20:20
Lukas 20:32 Hebreeën 9:27 Richteren 2:10 Prediker 9:5 Prediker 1:4
Lukas 20:33 Mattheüs 22:24 Markus 12:19
Lukas 20:34 Lukas 16:8 Lukas 17:27 Efeze 5:31 1 Korinthe 7:2 Hebreeën 13:4
Lukas 20:35 Daniël 12:2 2 Thessalonicenzen 1:5 Johannes 5:29 Handelingen 5:41 Handelingen 24:15 Mattheüs 12:32 Lukas 21:36 Markus 12:24
Lukas 20:36 Mattheüs 22:30 Openbaring 21:4 1 Thessalonicenzen 4:13 Markus 12:25 1 Korinthe 15:42 Openbaring 5:6 1 Korinthe 15:26 Openbaring 7:9
Lukas 20:37 Exodus 3:2 Mattheüs 22:3 Genesis 32:9 Genesis 28:13 Markus 12:26 Exodus 3:15 Handelingen 7:30 Genesis 28:21
Lukas 20:38 Johannes 11:25 Kolossenzen 3:3 Romeinen 6:10 Psalmen 16:5 Romeinen 14:7 2 Korinthe 6:16 Openbaring 7:15 Hebreeën 11:16
Lukas 20:39 Handelingen 23:9 Mattheüs 22:34 Markus 12:28
Lukas 20:40 Mattheüs 22:46 Markus 12:34 Spreuken 26:5
Lukas 20:41 Markus 12:35 Mattheüs 1:1 Johannes 7:42 Mattheüs 22:41 Jeremia 23:5 Lukas 18:38 Romeinen 1:3 Handelingen 2:30
Lukas 20:42 Psalmen 110:1 Hebreeën 1:13 Handelingen 2:34 1 Korinthe 15:25 Handelingen 13:33 2 Samuël 23:1 Lukas 24:44 Mattheüs 22:43
Lukas 20:43 Psalmen 110:1 Psalmen 2:1 Psalmen 110:5 Psalmen 109:4 Psalmen 72:9 Lukas 19:27 Openbaring 19:14 Psalmen 21:8
Lukas 20:44 Openbaring 22:16 Mattheüs 1:23 Jesaja 7:14 1 Timotheüs 3:16 Lukas 1:31 Lukas 2:11 Romeinen 9:5 Galaten 4:4
Lukas 20:45 Mattheüs 23:1 Markus 12:38 1 Timotheüs 5:20 Markus 8:34 Mattheüs 15:10 Mattheüs 23:5
Lukas 20:46 Lukas 11:43 Lukas 14:7 3 Johannes 1:9 Spreuken 29:23 Mattheüs 23:5 Lukas 12:1 2 Timotheüs 4:15 Markus 8:15
Lukas 20:47 Markus 12:40 Lukas 12:1 Micha 3:2 Mattheüs 23:26 Ezechiël 22:7 Lukas 10:12 Ezechiël 33:31 Amos 8:4
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Lukas 20 vers 1

het Evangelie verkondigde, Grieks Evangeliseerde.

Hertaald: het Evangelie verkondigde, Grieks: evangeliseerde.

Lukas 20 vers 2

door wat Grieks in hoedanige.

Hertaald: door wat Grieks: in welke.

macht Gij Dat is, autoriteit.

Hertaald: macht Gij Dat is: gezag.

deze dingen doet; Namelijk die in het voorgaande hoofdstuk verhaald worden.

Hertaald: deze dingen doet; Namelijk de dingen die in het voorgaande hoofdstuk verteld worden.

Lukas 20 vers 3

een woord vragen, Dat is een ding, of zaak. Hebreeuws.

Hertaald: een woord vragen, Dat is: één ding of zaak; een hebraïsme.

Lukas 20 vers 4

De doop van Johannes, Zie hiervan de aantekeningen Matt. 21:25 .

Hertaald: De doop van Johannes, Zie hierover de aantekeningen bij Matth. 21:25.

uit den Hemel, of uit de mensen? Dat is, van God, gelijk Luc. 15:18 .

Hertaald: uit den Hemel, of uit de mensen? Dat is: van God, zoals Luk. 15:18.

Lukas 20 vers 5

onder zich, Of, bij zichzelven.

Hertaald: onder zich, Of: bij zichzelf.

Lukas 20 vers 7

die was Namelijk de doop van Johannes.

Hertaald: die was Namelijk de doop van Johannes.

Lukas 20 vers 8

door wat macht Grieks in.

Hertaald: door wat macht Grieks: in.

Lukas 20 vers 9

deze gelijkenis te zeggen Van deze gelijkenis, zie de verklaring Matt. 21:33 .

Hertaald: deze gelijkenis te zeggen Zie over deze gelijkenis de verklaring bij Matth. 21:33.

een langen tijd buitenslands Grieks genoegzamen, of tamelijke tijden.

Hertaald: een langen tijd buitenslands Grieks: geruime of tamelijke tijden.

Lukas 20 vers 10

de tijd was, Namelijk dat de vruchten rijp zijnde, ingezameld worden. Zie Matt. 21:34 .

Hertaald: de tijd was, Namelijk de tijd waarop de vruchten rijp zijn en ingezameld worden. Zie Matth. 21:34.

Lukas 20 vers 11

wederom zond hij nog een anderen dienstknecht; Grieks en hij deed daartoe, en zond. Hebreeuws. Gelijk ook in vs.12.

Hertaald: wederom zond hij nog een anderen dienstknecht; Grieks: en hij deed daarbij en zond; een hebraïsme. Zo ook in vers 12.

Lukas 20 vers 13

Wat zal ik doen? Dit zijn woorden, uitdrukkende niet enige twijfeling, maar naar menselijke wijze van spreken, een grote genegenheid om hen terecht te brengen, gelijk Hos. 6:4 .

Hertaald: Wat zal ik doen? Deze woorden drukken geen twijfel uit, maar geven op menselijke wijze van spreken een grote genegenheid weer om hen terecht te brengen, zoals Hos. 6:4.

Lukas 20 vers 16

anderen geven Namelijk den heidenen; Matt. 21:43 .

Hertaald: anderen geven Namelijk aan de heidenen; Matth. 21:43.

Dat zij verre Namelijk dat wij den Zoon zouden doden, en dat ons zulks zou overkomen, als gij hier zegt.

Hertaald: Dat zij verre Namelijk dat wij de Zoon zouden doden, en dat ons zou overkomen wat U hier zegt.

Lukas 20 vers 17

De steen, Zie de aantekeningen Matt. 21:42 .

Hertaald: De steen, Zie de aantekeningen bij Matth. 21:42.

Lukas 20 vers 18

op dien steen valt, Dat is, die zich aan Hem stoten en Hem ongehoorzaam zijn; 1 Petr. 2:7-8 .

Hertaald: op dien steen valt, Dat is: zij die zich aan Hem stoten en Hem ongehoorzaam zijn; 1 Petr. 2:7-8.

op wien hij valt, Namelijk door de zwaarte zijns oordeels en zijner straf; Ps. 2:9 .

Hertaald: op wien hij valt, Namelijk door de zwaarte van Zijn oordeel en Zijn straf; Ps. 2:9.

Lukas 20 vers 20

verspieders uit, Of, laagleggers.

Hertaald: verspieders uit, Of: hinderlaagleggers.

rechtvaardig te zijn; Dat is, als die oprecht met Hem wilden handelen, en niet gaarne iets zouden doen of lijden, dat onrecht ware, of tegen Gods bevel.

Hertaald: rechtvaardig te zijn; Dat is: alsof zij oprecht met Hem wilden handelen en niet graag iets zouden doen of dulden wat onrechtvaardig of tegen Gods gebod zou zijn.

vangen mochten, Dat is, behalen, of achterhalen, of zijne rede berispen.

Hertaald: vangen mochten, Dat is: betrappen of achterhalen, of iets op Zijn woorden aan te merken hebben.

Lukas 20 vers 21

den persoon niet aanneemt, Grieks aangezicht. Zie der verklaring Matt. 22:16 .

Hertaald: den persoon niet aanneemt, Grieks: aangezicht. Zie de verklaring bij Matth. 22:16.

Lukas 20 vers 22

ons geoorloofd Namelijk die wij Joden en Gods volk zijn, aan een heidensen keizer. Van deze schatting, zie Matt. 17:24 .

Hertaald: ons geoorloofd Namelijk wij, die Joden en Gods volk zijn, aan een heidense keizer. Zie over deze belasting Matth. 17:24.

Lukas 20 vers 24

penning; Grieks denarius; waarvan zie Matt. 22:19 .

Hertaald: penning; Grieks: denarius; zie daarover Matth. 22:19.

Lukas 20 vers 26

vatten voor het volk; Of, behalen, achterhalen. Of, zijn woord berispen.

Hertaald: vatten voor het volk; Of: betrappen, achterhalen. Of: iets op Zijn woord aan te merken hebben.

Lukas 20 vers 27

Sadduceën, Van de leer der Sadduceën, zie breder Hand. 23:8 .

Hertaald: Sadduceën, Zie over de leer van de Sadduceeën uitvoeriger Hand. 23:8.

tegensprekende zeggen, Grieks tegenspreken; namelijk de rechte leer van deze zaak.

Hertaald: tegensprekende zeggen, Grieks: tegenspreken; namelijk de juiste leer over deze zaak.

Lukas 20 vers 28

geschreven Dat is, in zijne schriften bevolen, Deut. 25:5 .

Hertaald: geschreven Dat is: in zijn geschriften bevolen, Deut. 25:5.

zaad verwekken Dat is, een zoon bij haar gewinnen, die des eersten broeders naam zou dragen en zijn erfgenaam zijn.

Hertaald: zaad verwekken Dat is: bij haar een zoon verwekken die de naam van de eerste broer zou dragen en zijn erfgenaam zou zijn.

Lukas 20 vers 31

de zeven, Dat is, de andere vier tot zeven toe.

Hertaald: de zeven, Dat is: de andere vier, tot zeven toe.

Lukas 20 vers 34

dezer eeuw trouwen, Door dezen worden verstaan, niet de wereldse mensen, gelijk Luc. 16:8 , maar degenen, die in deze wereld leven; want het huwelijk is eerlijk onder allen, Hebr. 13:4 .

Hertaald: dezer eeuw trouwen, Daarmee worden niet de wereldse mensen bedoeld, zoals in Luk. 16:8, maar zij die in deze wereld leven. Want het huwelijk is eerbaar onder allen, Hebr. 13:4.

Lukas 20 vers 35

geacht zijn Namelijk van God uit genade, 2 Thess. 1:5 , 2 Thess. 1:11 , alzo wordt dit woord ook genomen in Luc. 21:36 .

Hertaald: geacht zijn Namelijk door God, uit genade, 2 Thess. 1:5, 2 Thess. 1:11. Zo wordt dit woord ook gebruikt in Luk. 21:36.

die eeuw te verwerven Dat is, het eeuwige leven en de opstanding ter heerlijkheid in de toekomende eeuw. Want de goddelozen zullen ook opstaan, maar ter verdoemenis, Joh. 5:29 .

Hertaald: die eeuw te verwerven Dat is: het eeuwige leven en de opstanding tot heerlijkheid in de toekomende eeuw. Want de goddelozen zullen ook opstaan, maar tot de verdoemenis, Joh. 5:29.

Lukas 20 vers 36

zijn kinderen Gods, Namelijk geopenbaard in heerlijkheid, dewijl zij der zalige opstanding deelachtig zijn. Zie 1 Joh. 3:2 .

Hertaald: zijn kinderen Gods, Namelijk geopenbaard in heerlijkheid, aangezien zij deel hebben aan de zalige opstanding. Zie 1 Joh. 3:2.

Lukas 20 vers 37

Mozes Christus bewijst de opstanding der doden uit de schriften van Mozes, omdat de Sadduceën dezelve daartegen hadden voorgebracht.

Hertaald: Mozes Christus bewijst de opstanding van de doden uit de geschriften van Mozes, omdat de Sadduceeën die daartegen hadden aangevoerd.

aangewezen bij het doornenbos, Of, te kennen gegeven, getoond; namelijk in de beschrijving van de verschijning des Heeren in het doornenbos.

Hertaald: aangewezen bij het doornenbos, Of: te kennen gegeven, getoond; namelijk in de beschrijving van de verschijning van de HEERE in het braambos.

als hij den Heere noemt den God Abrahams, Van de kracht van deze besluitrede zie Matt. 22:32 .

Hertaald: als hij den Heere noemt den God Abrahams, Zie over de kracht van deze bewijsvoering Matth. 22:32.

Lukas 20 vers 38

zij leven Hem allen Namelijk niet alleen naar de ziel, die onsterflijk is, maar ook naar het lichaam, omdat hetzelve weder opgewekt zal worden, en bij God alle toekomende dingen reeds als tegenwoordig zijn; Rom. 4:17 .

Hertaald: zij leven Hem allen Namelijk niet alleen naar de ziel, die onsterfelijk is, maar ook naar het lichaam, omdat dat weer opgewekt zal worden — en omdat bij God alle toekomende dingen al als tegenwoordig zijn; Rom. 4:17.

Lukas 20 vers 40

zij durfden Hem niet meer iets vragen Namelijk de schriftgeleerden. Zie Marc. 12:34 .

Hertaald: zij durfden Hem niet meer iets vragen Namelijk de schriftgeleerden. Zie Mark. 12:34.

Lukas 20 vers 44

hoe is Hij zijn Zoon? Dat is, indien Hij alleen een zoon Davids, dat is een bloot mens uit David is, hoe noemt hem dan David, die een souverein koning was, en geen heer boven zich erkende dan God alleen, zijnen Heere. Waarop zij niet konden antwoorden, omdat zij den Messias niet hielden waarachtig God te zijn.

Hertaald: hoe is Hij zijn Zoon? Dat is: als Hij alleen een zoon van David is — dat is: enkel een mens uit David — hoe noemt David Hem dan zijn Heere, terwijl hij zelf een soeverein koning was en boven zich geen heer erkende dan God alleen? Daarop konden zij niet antwoorden, omdat zij de Messias niet voor waarachtig God hielden.

Lukas 20 vers 46

lange klederen, Grieks Stolais. Zie Marc. 12:38 .

Hertaald: lange klederen, Grieks: stolai. Zie Mark. 12:38.

maaltijden; Grieks avondmalen.

Hertaald: maaltijden; Grieks: avondmaaltijden.

Lukas 20 vers 47

huizen opeten, Dat is, de middelen, waardoor zij hare huisgezinnen zouden onderhouden.

Hertaald: huizen opeten, Dat is: de middelen waarmee zij hun huisgezinnen zouden onderhouden.

zwaarder Grieks overvloediger.

Hertaald: zwaarder Grieks: overvloediger.

oordeel ontvangen Dat is, straf in het oordeel.

Hertaald: oordeel ontvangen Dat is: straf in het oordeel.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Een God der levenden — 20:27-38

Het verbond niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

In de laatste week komen de partijen om beurten met een strikvraag. De Sadduceeën zijn aan de beurt; zij geloven niet in een opstanding, en zij denken die te weerleggen met een geval dat zij zelf bedacht hebben.

Hij bewijst de opstanding uit één zin bij een doornstruik, en het bewijs zit in twee kleine woorden.

**De vraag.** Zeven broers achter elkaar getrouwd met dezelfde vrouw, allen kinderloos gestorven. Van wie is zij in de opstanding? Zij menen dat de zaak daarmee belachelijk gemaakt is.

**Het eerste antwoord.** Zij rekenen met de toekomst alsof die een verlengstuk van nu is. Maar wie die eeuw verwerft, trouwt niet meer, kan niet meer sterven, en is de engelen gelijk.

**Het tweede antwoord, en dat is het merkwaardige.** Hij haalt geen profeet aan over de opstanding — Jesaja 26 of Daniël 12 lagen voor de hand. De Sadduceeën erkenden vooral de boeken van Mozes, en dus gaat Hij dáárheen.

De kanttekening merkt dat op: Christus bewijst de opstanding uit de geschriften van Mozes, omdat de Sadduceeën juist die ertegen hadden aangevoerd.

**Waar Hij het vandaan haalt.** Uit het doornenbos: “En dat de doden opgewekt zullen worden, heeft ook Mozes aangewezen bij het doornenbos, als hij den Heere noemt den God Abrahams, en den God Izaks, en den God Jakobs.”

Dat is de verbondsnaam. Zo stelde God Zich voor toen Hij Mozes riep, en zo heet Hij door heel het Oude Testament heen.

**Wat er in die naam zit.** “God nu is niet een God der doden, maar der levenden; want zij leven Hem allen.”

Abraham was al eeuwen dood toen dit gezegd werd. En toch zegt God niet: Ik wás hun God. Hij zegt: Ik ben het.

Daar staat het verbond in zijn kortste vorm. Een verbond met iemand die er niet meer is, is geen verbond. Als God Zich nog steeds naar die drie namen noemt, dan houdt Hij hen ergens vast.

**Waarom dit de verbondslijn afmaakt.** Die lijn loopt van een boog in de wolken naar een eed op Moria. Van bloed bij een berg naar een woord over het huis van David, en zo tot een nieuw verbond in het hart. Al die verbonden waren met mensen die stierven.

Hier zegt Christus dat de dood aan het verbond niets afdoet — en Hij zegt het met een vervoeging van een werkwoord.

De kanttekening voegt er nog iets aan toe. Zij leven niet alleen naar de ziel maar ook naar het lichaam, want dat zal opgewekt worden; en bij God zijn alle toekomende dingen al tegenwoordig.

  1. Genesis 17:7 — Ik zal Mijn verbond oprichten, om u tot een God te zijn.
  2. Exodus 3:6 — Bij het doornenbos noemt God Zich naar drie gestorven mannen.
  3. Lukas 20:37 — Daaruit bewijst Christus de opstanding.
  4. Lukas 20:38 — God is niet een God der doden maar der levenden.
  5. Hebreeën 11:16 — Daarom schaamt God Zich niet hun God genaamd te worden.
  6. Romeinen 4:17 — Hij roept de dingen die niet zijn, alsof zij waren.

In het Nieuwe Testament: Exodus 3:6; Exodus 3:15; Genesis 17:7; Hebreeën 11:16; Romeinen 4:17; Mattheüs 22:32

Hoever dit reikt: Christus haalt Exodus 3 uitdrukkelijk aan; daarop rust het niveau. Dat Hij uit de boeken van Mozes redeneert, verklaart de kanttekening uit de opvattingen van de Sadduceeën. Wat het gelijk zijn aan de engelen precies inhoudt, wordt hier niet uitgewerkt.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Lukas 20

Lukas 20:1-8.KruisverwijzingenJohannes 2:18Mattheüs 21:26Handelingen 7:27Markus 11:28Exodus 2:14Lukas 15:18Mattheüs 11:9Handelingen 4:1
— En het geschiedde in een van die dagen, als Hij in den tempel het volk leerde, en het Evangelie verkondigde, dat de overpriesters, en Schriftgeleerden, met de ouderlingen daarover kwamen, En spraken tot Hem zeggende: Zeg ons, door wat macht Gij deze dingen doet; of wie Hij is, Die U deze macht heeft gegeven? En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Ik zal u ook een woord vragen, en zegt Mij: De doop van Johannes, was die uit den Hemel, of uit de mensen? En zij overleiden onder zich, zeggende: Indien wij zeggen: Uit den Hemel; zo zal Hij zeggen: Waarom hebt gij dan hem niet geloofd? En indien wij zeggen: Uit de mensen; zo zal ons al het volk stenigen; want zij houden voor zeker, dat Johannes een profeet was. En zij antwoordden, dat zij niet wisten, vanwaar die was. En Jezus zeide tot hen: Zo zeg Ik u ook niet, door wat macht Ik deze dingen doe.
“En het geschiedde in een van die dagen, als Hij in den tempel het volk leerde, en het Evangelie verkondigde, dat de overpriesters, en Schriftgeleerden, met de ouderlingen daarover kwamen, En spraken tot Hem zeggende: Zeg ons, door wat macht Gij deze dingen doet; of wie Hij is, Die U deze macht heeft gegeven? En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Ik zal u ook een woord vragen, en zegt Mij: De doop van Johannes, was die uit den Hemel, of uit de mensen? En zij overleiden onder zich, zeggende: Indien wij zeggen: Uit den Hemel; zo zal Hij zeggen: Waarom hebt gij dan hem niet geloofd? En indien wij zeggen: Uit de mensen; zo zal ons al het volk stenigen; want zij houden voor zeker, dat Johannes een profeet was. En zij antwoordden, dat zij niet wisten, vanwaar die was. En Jezus zeide tot hen: Zo zeg Ik u ook niet, door wat macht Ik deze dingen doe.”

De overpriesters en Schriftgeleerden kwamen met een strikvraag, in de hoop Hem in Zijn eigen woorden te vangen. Maar Christus doorziet elke strik en stelt hun een tegenvraag die hen op hun eigen onoprechtheid vastzet. Zij hadden de doop van Johannes zelf al veroordeeld door haar niet te ontvangen, en durfden dat nu niet hardop te zeggen omdat het volk Johannes als profeet eerde. Zo wordt hun eigen weigering om de waarheid te erkennen hun de mond gesnoerd; wie de waarheid van gisteren niet aanvaardt, heeft geen recht op een antwoord vandaag.

Lukas 20:9-16.KruisverwijzingenMattheüs 3:17Lukas 19:27Markus 12:1Mattheüs 21:33Johannes 3:16Hooglied 8:11Jesaja 5:1Nehemia 9:26
— En Hij begon tot het volk deze gelijkenis te zeggen: Een zeker mens plantte een wijngaard, en hij verhuurde dien aan landlieden, en trok een langen tijd buitenslands. En als het de tijd was, zond hij tot de landlieden een dienstknecht, opdat zij hem van de vrucht des wijngaards geven zouden; maar de landlieden sloegen denzelven, en zonden hem ledig heen. En wederom zond hij nog een anderen dienstknecht; maar ook dien geslagen en smadelijk behandeld hebbende, zonden zij hem ledig heen. En wederom zond hij nog een derden; maar zij verwondden ook dezen, en wierpen hem uit. En de heer des wijngaards zeide: Wat zal ik doen? Ik zal mijn geliefden zoon zenden; mogelijk dezen ziende, zullen zij hem ontzien. Maar als de landlieden hem zagen, overleiden zij onder elkander, en zeiden: Deze is de erfgenaam; komt, laat ons hem doden, opdat de erfenis onze worde. En als zij hem buiten den wijngaard uitgeworpen hadden, doodden zij hem. Wat zal dan de heer des wijngaards hun doen? Hij zal komen en deze landlieden verderven, en zal den wijngaard aan anderen geven. En als zij dat hoorden, zeiden zij: Dat zij verre!
“En Hij begon tot het volk deze gelijkenis te zeggen: Een zeker mens plantte een wijngaard, en hij verhuurde dien aan landlieden, en trok een langen tijd buitenslands. En als het de tijd was, zond hij tot de landlieden een dienstknecht, opdat zij hem van de vrucht des wijngaards geven zouden; maar de landlieden sloegen denzelven, en zonden hem ledig heen. En wederom zond hij nog een anderen dienstknecht; maar ook dien geslagen en smadelijk behandeld hebbende, zonden zij hem ledig heen. En wederom zond hij nog een derden; maar zij verwondden ook dezen, en wierpen hem uit. En de heer des wijngaards zeide: Wat zal ik doen? Ik zal mijn geliefden zoon zenden; mogelijk dezen ziende, zullen zij hem ontzien. Maar als de landlieden hem zagen, overleiden zij onder elkander, en zeiden: Deze is de erfgenaam; komt, laat ons hem doden, opdat de erfenis onze worde. En als zij hem buiten den wijngaard uitgeworpen hadden, doodden zij hem. Wat zal dan de heer des wijngaards hun doen? Hij zal komen en deze landlieden verderven, en zal den wijngaard aan anderen geven. En als zij dat hoorden, zeiden zij: Dat zij verre!”

Het is al lang geleden dat Jezus ons verliet, en Hij is nog niet teruggekeerd. Velen zeggen dat Hij zeer spoedig zal wederkomen; anderen zeggen: de Heere vertraagt Zijn komst. Zo redeneerde de heer van de wijngaard niet: hij zond eerst de een, dan de andere dienstknecht, met lankmoedig geduld dat elk teken van hoop een nieuwe kans gunt.

Zij worden steeds vermetelder en bozer, ziet u wel; eerst slaan, en dan schandelijke behandeling aan de eerdere wreedheid toevoegen. Mensen komen niet in één keer tot het bespotten van de godsdienst en het vervolgen van haar voorstanders; dat is een kunst die satan langzaam aanleert. Zij worden deze keer nog gewelddadiger; het komt tot werkelijke verwonding, en tot het buitenwerpen van de knecht.

Wat een vreemd ogenblik is dit: wanneer de Heere Zelf tot Zichzelf komt en zegt: wat zal Ik doen? Hier is oneindige wijsheid als het ware in het nauw gebracht; en in die uiterste nood is dit het laatste redmiddel van de Heere. U kent het verhaal hoe deze geliefde Zoon van de Allerhoogste enkel liefde en ontferming was. En toch wierpen mensen Hem met wrede handen buiten Gods oude wijngaard, en kruisigden Hem, in de hoop dat zij dan als heren van Gods erfdeel zouden mogen blijven.

Welke straf kan toereikend zijn om zulk een misdaad te vergelden? Welke wraak zal uitgestort worden over hen die Hem gedood hebben, Die kwam om hun goed te doen? En toch: hij deed het, hij verstrooide de Joden en gaf het Koninkrijk, voor een tijd althans, aan de heidenen, en zij horen het Evangelie dat de Joden verworpen hebben. Dat is precies wat u en ik ook zouden zeggen, want ook wij hebben de gezegende Heere van de wijngaard en Zijn geliefde Zoon slecht behandeld. Laat ons, opdat ons de erfenis niet ontnomen wordt, de vrucht afstaan aan Hem Die het meeste recht daarop heeft.

Lukas 20:27-40.KruisverwijzingenDaniël 12:22 Thessalonicenzen 1:5Mattheüs 22:46Lukas 16:8Johannes 5:29Handelingen 5:41Mattheüs 22:30Exodus 3:2
— En tot Hem kwamen sommigen der Sadduceen, welke tegensprekende zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem. Zeggende: Meester! Mozes heeft ons geschreven: Zo iemands broeder sterft, die een vrouw heeft, en hij sterft zonder kinderen, dat zijn broeder de vrouw nemen zal, en zijn broeder zaad verwekken. Er waren nu zeven broeders; en de eerste nam een vrouw, en hij stierf zonder kinderen. En de tweede nam die vrouw, en ook deze stierf zonder kinderen. En de derde nam dezelve vrouw; en desgelijks ook de zeven, en hebben geen kinderen nagelaten, en zijn gestorven. En ten laatste na allen stierf ook de vrouw. In de opstanding dan, wiens vrouw van dezen zal zij zijn? Want die zeven hebben dezelve tot een vrouw gehad. En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: De kinderen dezer eeuw trouwen, en worden ten huwelijk uitgegeven; Maar die waardig zullen geacht zijn die eeuw te verwerven en de opstanding uit de doden, zullen noch trouwen, noch ten huwelijk uitgegeven worden; Want zij kunnen niet meer sterven, want zij zijn den engelen gelijk; en zij zijn kinderen Gods, dewijl zij kinderen der opstanding zijn. En dat de doden opgewekt zullen worden, heeft ook Mozes aangewezen bij het doornenbos, als hij den Heere noemt den God Abrahams, en den God Izaks, en den God Jakobs. God nu is niet een God der doden, maar der levenden; want zij leven Hem allen. En sommigen der Schriftgeleerden, antwoordende, zeiden: Meester! Gij hebt wel gezegd. En zij durfden Hem niet meer iets vragen.
“En tot Hem kwamen sommigen der Sadduceen, welke tegensprekende zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem. Zeggende: Meester! Mozes heeft ons geschreven: Zo iemands broeder sterft, die een vrouw heeft, en hij sterft zonder kinderen, dat zijn broeder de vrouw nemen zal, en zijn broeder zaad verwekken. Er waren nu zeven broeders; en de eerste nam een vrouw, en hij stierf zonder kinderen. En de tweede nam die vrouw, en ook deze stierf zonder kinderen. En de derde nam dezelve vrouw; en desgelijks ook de zeven, en hebben geen kinderen nagelaten, en zijn gestorven. En ten laatste na allen stierf ook de vrouw. In de opstanding dan, wiens vrouw van dezen zal zij zijn? Want die zeven hebben dezelve tot een vrouw gehad. En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: De kinderen dezer eeuw trouwen, en worden ten huwelijk uitgegeven; Maar die waardig zullen geacht zijn die eeuw te verwerven en de opstanding uit de doden, zullen noch trouwen, noch ten huwelijk uitgegeven worden; Want zij kunnen niet meer sterven, want zij zijn den engelen gelijk; en zij zijn kinderen Gods, dewijl zij kinderen der opstanding zijn. En dat de doden opgewekt zullen worden, heeft ook Mozes aangewezen bij het doornenbos, als hij den Heere noemt den God Abrahams, en den God Izaks, en den God Jakobs. God nu is niet een God der doden, maar der levenden; want zij leven Hem allen. En sommigen der Schriftgeleerden, antwoordende, zeiden: Meester! Gij hebt wel gezegd. En zij durfden Hem niet meer iets vragen.”

Nu de doden opgewekt worden, heeft ook Mozes zelf het aangetoond bij het doornenbos. Daar noemt hij de Heere de God van Abraham, en de God van Izak, en de God van Jakob. Hij is niet een God van doden, maar van levenden — voor Hem leven zij allen. Wij zijn onze geliefden door hun sterven niet kwijt; zij zijn er nog, en zij zijn nog van ons. Zoals Abraham niet verloren is voor Izak, of voor Jakob, of voor God, of voor zichzelf, zo zijn onze geliefden voor ons evenmin verloren. Laten wij dan niet aan hen denken alsof zij verloren waren.

Onze smart maakt wel een tocht naar het graf om de gestorvenen te zoeken. Wij willen dat deksel van de kist lichten en het lijkkleed loswikkelen. Maar Hij is daar niet; de werkelijke mens is heengegaan. Hij mag voor ons een tijd lang dood zijn, maar hij leeft voor God. Ja, de gestorvene leeft. De engelen van onze Zaligmaker zullen hun gouden bazuinen doen klinken. Op dat welkome geluid zal het graf zijn poorten openen en zijn gevangenen loslaten: uw broeder zal weder opstaan. Vertroost dus elkaar met deze woorden.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content