Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Lukas 13

1 En er waren te dierzelfder tijd enigen tegenwoordig, die Hem boodschapten van de Galileers, welker bloed Pilatus met hun offeranden gemengd had.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 EnG1161 er waren te dierzelfderG846 tijdG2540 enigenG5100 tegenwoordigG3918, dieG3739 Hem boodschaptenG518 vanG4012 de GalileersG1057, welker bloedG129 PilatusG4091 met hun offerandenG2378 gemengdG3396 had. En er waren te dierzelfder tijd enigen tegenwoordig, die Hem boodschapten van de Galileers, welker bloed Pilatus met hun offeranden gemengd had.

KJV There were present1 at4 that season5 some3 that told8 him9 of10 the Galilaeans,12 whose13 blood15 Pilate16 had mingled17 with18 their21 sacrifices.

1 παρησαν G3918 tegenwoordig, tegenwoordige, ware come, X have, be here, + lack, (be here) present 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τινες G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 καιρω G2540 tijd, tijden, gelegenheden X always, opportunity, (convenient, due) season, (due, short, while) time, a while 8 απαγγελλοντες G518 boodschapten, boodschapte, verkondigen bring word (again), declare, report, shew (again), tell 9 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 11 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 γαλιλαιων G1057 Galileer, Galileers, Galilese Galilean, of Galilee 13 ων G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 14 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 αιμα G129 bloed, bloeds, bloede blood 16 πιλατος G4091 Pilatus Pilate 17 εμιξεν G3396 gemengd mingle 18 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 19 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 θυσιων G2378 offerande, offeranden, slachtofferen sacrifice 21 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En Jezus antwoordde, en zeide tot hen: Meent gij, dat deze Galileers zondaars zijn geweest boven al de Galileers, omdat zij zulks geleden hebben?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En JezusG2424 antwoorddeG611, en zeideG2036 tot henG846: MeentG1380 gij, dat dezeG3778 GalileersG1057 zondaarsG268 zijn geweestG1096 boven alG3956 de GalileersG1057, omdatG3754 zij zulks geledenG3958 hebben? En Jezus antwoordde, en zeide tot hen: Meent gij, dat deze Galileers zondaars zijn geweest boven al de Galileers, omdat zij zulks geleden hebben?

KJV And1 Jesus4 answering2 said unto them,6 Suppose ye7 that8 these11 Galilaeans10 were17 sinners12 above13 all14 the Galilaeans,16 because18 they suffered20 such things?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 δοκειτε G1380 meent, dunkt, meenden be accounted, (of own) please(-ure), be of reputation, seem (good), suppose, think, trow 8 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 9 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 γαλιλαιοι G1057 Galileer, Galileers, Galilese Galilean, of Galilee 11 ουτοι G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 12 αμαρτωλοι G268 zondaars, zondaren, zondaar sinful, sinner 13 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 14 παντας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 15 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 γαλιλαιους G1057 Galileer, Galileers, Galilese Galilean, of Galilee 17 εγενοντο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 18 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 19 τοιαυτα G5108 zodanige, zodanigen, zodanig like, such (an one) 20 πεπονθασιν G3958 lijden, geleden, lijdt feel, passion, suffer, vex

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Ik zeg u: Neen zij; maar indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen desgelijks vergaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Ik zegG3004 uG4771: NeenG3780 zij; maarG235 indienG1437 gij u nietG3361 bekeertG3340, zo zult gij allenG3956 desgelijks vergaanG622. Ik zeg u: Neen zij; maar indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen desgelijks vergaan.

KJV I tell2 you, Nay:1 but,4 except ye repent,7 ye shall10 all8 likewise9 perish.

1 ουχι G3780 neen, geenszins nay, not 2 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 5 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 6 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 7 μετανοητε G3340 bekeerd, bekeert, bekeren repent 8 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 9 ωσαυτως G5615 insgelijks even so, likewise, after the same (in like) manner 10 απολεισθε G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Of die achttien, op welke de toren in Siloam viel, en doodde ze; meent gij, dat deze schuldenaars zijn geweest, boven alle mensen, die in Jeruzalem wonen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 OfG2228 die achttienG1176, op welkeG3739 de torenG4444 inG1722 SiloamG4611 vielG4098, enG2532 dooddeG615 ze; meentG1380 gij, dat dezeG3778 schuldenaarsG3781 zijn geweestG1096, boven alleG3956 mensenG444, die inG1722 JeruzalemG2419 wonenG2730? Of die achttien, op welke de toren in Siloam viel, en doodde ze; meent gij, dat deze schuldenaars zijn geweest, boven alle mensen, die in Jeruzalem wonen?

KJV Or1 those2 eighteen,4 upon7 whom8 the tower11 in12 Siloam14 fell,9 and5 slew16 them,17 think ye18 that19 they20 were22 sinners21 above23 all24 men25 that dwelt27 in28 Jerusalem?

1 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 2 εκεινοι G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 δεκα G1176 tien, achttien (eight-)een, ten 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 οκτω G3638 acht eight 7 εφ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 8 ους G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 9 επεσεν G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πυργος G4444 toren tower 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 13 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 σιλωαμ G4611 Siloam Siloam 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 απεκτεινεν G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 17 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 δοκειτε G1380 meent, dunkt, meenden be accounted, (of own) please(-ure), be of reputation, seem (good), suppose, think, trow 19 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 20 ουτοι G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 21 οφειλεται G3781 schuldenaars, schuldenaar, schuldenaren debtor, which owed, sinner 22 εγενοντο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 23 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 24 παντας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 25 ανθρωπους G444 mensen, mens, Mens certain, man 26 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 κατοικουντας G2730 wonen, woont, woonden dwell(-er), inhabitant(-ter) 28 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 29 ιερουσαλημ G2419 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Ik zeg u: Neen zij; maar indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen insgelijks vergaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Ik zegG3004 uG4771: NeenG3780 zij; maarG235 indienG1437 gij u nietG3361 bekeertG3340, zo zult gij allenG3956 insgelijksG3668 vergaanG622. Ik zeg u: Neen zij; maar indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen insgelijks vergaan.

KJV I tell2 you, Nay:1 but,4 except ye repent,7 ye shall10 all8 likewise9 perish.

1 ουχι G3780 neen, geenszins nay, not 2 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 5 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 6 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 7 μετανοητε G3340 bekeerd, bekeert, bekeren repent 8 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 9 ομοιως G3668 insgelijks, evenzo likewise, so 10 απολεισθε G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En Hij zeide deze gelijkenis: Een zeker man had een vijgeboom, geplant in zijn wijngaard; en hij kwam en zocht vrucht daarop, en vond ze niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En HijG846 zeideG3004 dezeG3778 gelijkenisG3850: Een zekerG5100 man hadG2192 een vijgeboomG4808, geplantG5452 inG1722 zijn wijngaardG290; en hijG846 kwamG2064 en zochtG2212 vruchtG2590 daarop, en vondG2147 ze nietG3756. En Hij zeide deze gelijkenis: Een zeker man had een vijgeboom, geplant in zijn wijngaard; en hij kwam en zocht vrucht daarop, en vond ze niet.

KJV He spake1 also2 this parable;5 A certain8 man had7 a fig tree6 planted13 in9 his12 vineyard;11 and14 he came15 and sought17 fruit16 thereon,18 and20 found22 none.

1 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ταυτην G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 παραβολην G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 6 συκην G4808 vijgeboom fig tree 7 ειχεν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 8 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 αμπελωνι G290 wijngaard, wijngaards vineyard 12 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 πεφυτευμενην G5452 geplant, plant, plantte plant 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 16 καρπον G2590 vrucht, vruchten, oorbaar fruit 17 ζητων G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 18 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 19 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 22 ευρεν G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En hij zeide tot den wijngaardenier: Zie, ik kome nu drie jaren, zoekende vrucht op dezen vijgeboom, en vind ze niet; houw hem uit; waartoe beslaat hij ook onnuttelijk de aarde?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En hij zeideG2036 totG4314 den wijngaardenierG289: ZieG2400, ik komeG2064 nuG1161 drieG5140 jarenG2094, zoekendeG2212 vruchtG2590 opG1722 dezenG5026 vijgeboomG4808, en vindG2147 ze nietG3756; houwG1581 hemG846 uit; waartoeG2444 beslaatG2673 hij ookG2532 onnuttelijkG2673 de aardeG1093? En hij zeide tot den wijngaardenier: Zie, ik kome nu drie jaren, zoekende vrucht op dezen vijgeboom, en vind ze niet; houw hem uit; waartoe beslaat hij ook onnuttelijk de aarde?

KJV Then2 said he unto3 the dresser of his vineyard,5 Behold, these three7 years8 I come9 seeking10 fruit11 on12 this fig tree,14 and16 find18 none:17 cut19 it20 down; why23 cumbereth26 it the ground?

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αμπελουργον G289 wijngaardenier vine-dresser 6 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 7 τρια G5140 drie, Drie three 8 ετη G2094 jaren, jaar, lang year 9 ερχομαι G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 10 ζητων G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 11 καρπον G2590 vrucht, vruchten, oorbaar fruit 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 13 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 συκη G4808 vijgeboom fig tree 15 ταυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 18 ευρισκω G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 19 εκκοψον G1581 uitgehouwen, afgehouwen, houwt cut down (off, out), hew down, hinder 20 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 22 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 γην G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 26 καταργει G2673 tenietdoen, buiten werking stellen; vrijmaken abolish, cease, cumber, deliver, destroy, do away, become (make) of no (none, without) effect, fail, loose, bring (come) to nought, put away (down), vanish away, make void

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En hij, antwoordende, zeide tot hem: Heer, laat hem ook nog dit jaar, totdat ik om hem gegraven en mest gelegd zal hebben;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En hij, antwoordendeG611, zeideG3004 tot hemG846: HeerG2962, laat hemG846 ookG2532 nog ditG3778 jaarG2094, totdat ik om hemG846 gegravenG4626 en mestG2874 gelegdG906 zal hebben; En hij, antwoordende, zeide tot hem: Heer, laat hem ook nog dit jaar, totdat ik om hem gegraven en mest gelegd zal hebben;

KJV And2 he answering3 said4 unto him,5 Lord,6 let7 it8 alone this year12 also,9 till13 I shall dig15 about16 it,17 and18 dung19

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 4 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 7 αφες G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 8 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 11 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ετος G2094 jaren, jaar, lang year 13 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 14 οτου G3755 totdat whiles 15 σκαψω G4626 Graven, gegraven, groef dig 16 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 17 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 βαλω G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 20 κοπριαν G2874 mest, mesthoop dung(-hill)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En indien hij vrucht zal voortbrengen, laat hem staan; maar indien niet, zo zult gij hem namaals uithouwen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En indien hij vruchtG2590 zal voortbrengenG4160, laat hem staan; maarG1161 indien niet, zo zult gij hemG846 namaalsG1519 uithouwenG1581. En indien hij vrucht zal voortbrengen, laat hem staan; maar indien niet, zo zult gij hem namaals uithouwen.

KJV And if1 it bear3 fruit,4 well: and if not,7 then after that8 thou shalt cut11 it12 down.

1 καν G2579 en indien, al ware het and (also) if (so much as), if but, at the least, though, yet 2 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 3 ποιηση G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 4 καρπον G2590 vrucht, vruchten, oorbaar fruit 5 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 6 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 7 μηγε G1490 anders, Anderszins, anderszins (or) else, if (not, otherwise), otherwise 8 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 μελλον G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 11 εκκοψεις G1581 uitgehouwen, afgehouwen, houwt cut down (off, out), hew down, hinder 12 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En Hij leerde op den sabbat in een der synagogen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 EnG1161 Hij leerdeG2258 op den sabbatG4521 in eenG1520 der synagogenG4864. En Hij leerde op den sabbat in een der synagogen.

KJV And2 he was teaching3 in4 one of the synagogues7 on8 the sabbath.

1 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 διδασκων G1321 lerende, leerde, leren teach 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 μια G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 συναγωγων G4864 synagoge, synagogen, vergadering assembly, congregation, synagogue 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 σαββασιν G4521 sabbat, week, sabbats sabbath (day), week

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En ziet, er was een vrouw, die een geest der krankheid achttien jaren lang gehad had, en zij was samengebogen, en kon zich ganselijk niet oprichten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 EnG2532 zietG3708, er wasG1510 een vrouwG1135, die een geestG4151 der krankheidG769 achttienG1176 jarenG2094 langG2192 gehad had, enG2532 zij wasG1510 samengebogenG4794, enG2532 konG1410 zich ganselijkG1519 nietG3361 oprichtenG352. En ziet, er was een vrouw, die een geest der krankheid achttien jaren lang gehad had, en zij was samengebogen, en kon zich ganselijk niet oprichten.

KJV And,1 behold, there was a woman3 which had6 a spirit5 of infirmity7 eighteen9 years,8 and10 was bowed together,14 and12 could17 in19 no16 wise21 lift up

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 γυνη G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 4 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 6 εχουσα G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 7 ασθενειας G769 zwakheid, zwakheden, krankheden disease, infirmity, sickness, weakness 8 ετη G2094 jaren, jaar, lang year 9 δεκα G1176 tien, achttien (eight-)een, ten 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 οκτω G3638 acht eight 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 συγκυπτουσα G4794 samengebogen bow together 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 17 δυναμενη G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 18 ανακυψαι G352 omhoog, oprichten, oprichtende lift up, look up 19 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 20 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 παντελες G3838 + in (no) wise, uttermost
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En Jezus, haar ziende, riep haar tot Zich, en zeide tot haar: Vrouw, gij zijt verlost van uw krankheid.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En JezusG2424, haarG846 ziendeG1492, riepG4377 haar tot Zich, en zeideG2036 tot haarG846: VrouwG1135, gijG4771 zijt verlostG630 van uw krankheidG769. En Jezus, haar ziende, riep haar tot Zich, en zeide tot haar: Vrouw, gij zijt verlost van uw krankheid.

KJV And2 when Jesus5 saw her,3 he called6 her to him, and7 said unto her,9 Woman,10 thou art loosed11 from thine infirmity.

1 ιδων G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 προσεφωνησεν G4377 riep, toeroepen, aansprak call unto, speak (un-)to 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 γυναι G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 11 απολελυσαι G630 loslaten, verlaten, liet (let) depart, dismiss, divorce, forgive, let go, loose, put (send) away, release, set at liberty 12 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ασθενειας G769 zwakheid, zwakheden, krankheden disease, infirmity, sickness, weakness 14 σου G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En Hij legde de handen op haar; en zij werd terstond weder recht, en verheerlijkte God.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En Hij legdeG2007 de handenG5495 op haar; enG2532 zij werd terstondG3916 weder rechtG461, enG2532 verheerlijkteG1392 GodG2316. En Hij legde de handen op haar; en zij werd terstond weder recht, en verheerlijkte God.

KJV And1 he laid2 his hands5 on her:3 and6 immediately7 she was made straight,8 and9 glorified10 God.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επεθηκεν G2007 legde, leggen, leide add unto, lade, lay upon, put (up) on, set on (up), + surname, X wound 3 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 χειρας G5495 handen, hand hand 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 παραχρημα G3916 terstond, stonde forthwith, immediately, presently, straightway, soon 8 ανωρθωθη G461 oprichten, recht, richt lift (set) up, make straight 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 εδοξαζεν G1392 verheerlijkt, verheerlijken, verheerlijkten (make) glorify(-ious), full of (have) glory, honour, magnify 11 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 θεον G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En de overste der synagoge, kwalijk nemende, dat Jezus op den sabbat genezen had, antwoordde en zeide tot de schare: Er zijn zes dagen, in welke men moet werken; komt dan in dezelve, en laat u genezen, en niet op den dag des sabbats.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En de overste der synagogeG752, kwalijk nemendeG23, dat JezusG2424 op den sabbatG4521 genezenG2323 had, antwoorddeG611 en zeideG3004 tot de schareG3793: Er zijnG1510 zesG1803 dagenG2250, inG1722 welkeG3739 men moetG1163 werkenG2038; komtG2064 dan inG1722 dezelveG3778, en laat u genezenG2323, en nietG3361 op den dagG2250 des sabbatsG4521. En de overste der synagoge, kwalijk nemende, dat Jezus op den sabbat genezen had, antwoordde en zeide tot de schare: Er zijn zes dagen, in welke men moet werken; komt dan in dezelve, en laat u genezen, en niet op den dag des sabbats.

KJV And2 the ruler of the synagogue4 answered1 with indignation,5 because6 that Jesus11 had healed9 on the sabbath8 day, and said12 unto the people,14 There are six15 days16 in18 which19 men ought20 to work:21 in22 them therefore24 come25 and be healed,26 and27 not28 on the sabbath32 day.

1 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αρχισυναγωγος G752 overste synagoge, oversten synagoge, synagoge (chief) ruler of the synagogue 5 αγανακτων G23 kwalijk, kwalijk namen, kwalijk nemen be much (sore) displeased, have (be moved with, with) indignation 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 σαββατω G4521 sabbat, week, sabbats sabbath (day), week 9 εθεραπευσεν G2323 genezen, genas, genezende cure, heal, worship 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 12 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 13 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 οχλω G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 15 εξ G1803 zes, Zes six 16 ημεραι G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 17 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 18 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 19 αις G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 20 δει G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 21 εργαζεσθαι G2038 werkt, werken, werkende commit, do, labor for, minister about, trade (by), work 22 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 23 ταυταις G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 24 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 25 ερχομενοι G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 26 θεραπευεσθε G2323 genezen, genas, genezende cure, heal, worship 27 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 28 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 29 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 30 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 31 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 32 σαββατου G4521 sabbat, week, sabbats sabbath (day), week
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 De Heere dan antwoordde hem en zeide: Gij geveinsde, maakt niet een iegelijk van u op den sabbat zijn os of ezel van de kribbe los, en leidt hem heen om te doen drinken?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 De HeereG2962 dan antwoorddeG611 hemG846 enG2532 zeideG2036: Gij geveinsdeG5273, maaktG3089 nietG3756 een iegelijkG1538 van u op den sabbatG4521 zijn osG1016 ofG2228 ezelG3688 vanG575 de kribbeG5336 losG3089, enG2532 leidtG520 hemG846 heen om te doen drinkenG4222? De Heere dan antwoordde hem en zeide: Gij geveinsde, maakt niet een iegelijk van u op den sabbat zijn os of ezel van de kribbe los, en leidt hem heen om te doen drinken?

KJV The Lord5 then2 answered1 him,3 and6 said, Thou hypocrite,8 doth14 not13 each one9 of you on the sabbath12 loose his17 ox16 or18 his ass20 from21 the stall,23 and24 lead him away25 to watering?

1 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 υποκριτα G5273 geveinsden, geveinsde hypocrite 9 εκαστος G1538 iegelijk, elk, iegelijks any, both, each (one), every (man, one, woman), particularly 10 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 11 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 σαββατω G4521 sabbat, week, sabbats sabbath (day), week 13 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 14 λυει G3089 ontbonden, ontbinden, ontbindt break (up), destroy, dissolve, (un-)loose, melt, put off 15 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 βουν G1016 os, ossen ox 17 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 19 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ονον G3688 ezelin, ezel an ass 21 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 22 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 φατνης G5336 kribbe manager, stall 24 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 25 απαγαγων G520 leidden, leidt, Leid bring, carry away, lead (away), put to death, take away 26 ποτιζει G4222 drinken, gedrenkt, nat maakt give (make) to drink, feed, water

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En deze, die een dochter Abrahams is, welke de satan, ziet, nu achttien jaren gebonden had, moest die niet losgemaakt worden van dezen band, op den dag des sabbats?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En dezeG3778, die een dochterG2364 AbrahamsG11 isG1510, welkeG3739 de satanG4567, zietG3708, nuG1161 achttienG1176 jarenG2094 gebondenG1210 had, moestG1163 die nietG3756 losgemaaktG3089 worden vanG575 dezenG5127 bandG1199, op den dagG2250 des sabbatsG4521? En deze, die een dochter Abrahams is, welke de satan, ziet, nu achttien jaren gebonden had, moest die niet losgemaakt worden van dezen band, op den dag des sabbats?

KJV And2 ought16 not15 this woman, being a daughter3 of Abraham,4 whom6 Satan9 hath bound,7 lo, these eighteen11 years,14 be loosed17 from18 this bond20 on the sabbath25 day?

1 ταυτην G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 θυγατερα G2364 dochter, dochters, Dochter daughter 4 αβρααμ G11 Abraham, Abrahams Abraham 5 ουσαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 ην G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 7 εδησεν G1210 gebonden, binden, verbonden bind, be in bonds, knit, tie, wind 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 σατανας G4567 satan, satanas, satans Satan 10 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 11 δεκα G1176 tien, achttien (eight-)een, ten 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 οκτω G3638 acht eight 14 ετη G2094 jaren, jaar, lang year 15 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 16 εδει G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 17 λυθηναι G3089 ontbonden, ontbinden, ontbindt break (up), destroy, dissolve, (un-)loose, melt, put off 18 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 19 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 δεσμου G1199 banden, band band, bond, chain, string 21 τουτου G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 22 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 24 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 σαββατου G4521 sabbat, week, sabbats sabbath (day), week

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En als Hij dit zeide, werden zij allen beschaamd, die zich tegen Hem stelden; en al de schare verblijdde zich over al de heerlijke dingen, die van Hem geschiedden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 EnG2532 als Hij ditG3778 zeideG3004, werden zijG846 allen beschaamdG2617, die zich tegen HemG846 steldenG480; enG2532 alG3956 de schareG3793 verblijddeG5463 zich overG1909 alG3956 de heerlijkeG1741 dingen, die vanG5259 HemG846 geschieddenG1096. En als Hij dit zeide, werden zij allen beschaamd, die zich tegen Hem stelden; en al de schare verblijdde zich over al de heerlijke dingen, die van Hem geschiedden.

KJV And1 when he4 had said3 these things, all6 his9 adversaries8 were ashamed:5 and10 all11 the people13 rejoiced14 for15 all16 the glorious things18 that were done20 by21 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 3 λεγοντος G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 κατησχυνοντο G2617 beschaamd, beschaamt, beschamen confound, dishonour, (be a-, make a-)shame(-d) 6 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 αντικειμενοι G480 staan, stelden, tegenstaan adversary, be contrary, oppose 9 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 14 εχαιρεν G5463 verblijd, verblijden, verblijdt farewell, be glad, God speed, greeting, hall, joy(- fully), rejoice 15 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 16 πασιν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 17 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ενδοξοις G1741 heerlijke, heerlijk, heerlijken glorious, gorgeous(-ly), honourable 19 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 γινομενοις G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 21 υπ G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 22 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En Hij zeide: Wien is het Koninkrijk Gods gelijk, en waarbij zal Ik hetzelve vergelijken?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En Hij zeideG3004: Wien isG1510 het KoninkrijkG932 GodsG2316 gelijk, en waarbijG5101 zal Ik hetzelveG846 vergelijkenG3666? En Hij zeide: Wien is het Koninkrijk Gods gelijk, en waarbij zal Ik hetzelve vergelijken?

KJV Then2 said he,1 Unto what3 is the kingdom7 of God9 like?4 and10 whereunto11 shall I resemble12 it?

1 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τινι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 4 ομοια G3664 hoornen, gelijke like, + manner 5 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 τινι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 12 ομοιωσω G3666 vergelijken, vergeleken be (make) like, (in the) liken(-ess), resemble 13 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Het is gelijk aan een mostaardzaad, hetwelk een mens genomen en in zijn hof geworpen heeft; en het wies op, en werd tot een groten boom, en de vogelen des hemels nestelden in zijn takken.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Het is gelijk aan een mostaardzaadG2848, hetwelkG3739 een mensG444 genomenG2983 en in zijn hofG2779 geworpenG906 heeft; enG2532 het wiesG837 op, enG2532 werdG1096 totG1519 een grotenG3173 boomG1186, enG2532 de vogelenG4071 des hemelsG3772 nesteldenG2681 in zijn takkenG2798. Het is gelijk aan een mostaardzaad, hetwelk een mens genomen en in zijn hof geworpen heeft; en het wies op, en werd tot een groten boom, en de vogelen des hemels nestelden in zijn takken.

KJV It is like1 a grain3 of mustard seed,4 which5 a man7 took,6 and cast8 into9 his11 garden;10 and12 it grew,13 and14 waxed15 a great18 tree;17 and19 the fowls21 of the air23 lodged24 in25 the branches27 of it.

1 ομοια G3664 hoornen, gelijke like, + manner 2 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 κοκκω G2848 mosterdzaad, mostaardzaad, graan corn, grain 4 σιναπεως G4615 mustard 5 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 6 λαβων G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 7 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 8 εβαλεν G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 9 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 10 κηπον G2779 hof garden 11 εαυτου G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ηυξησεν G837 wies, wassen, opwassen grow (up), (give the) increase 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 16 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 17 δενδρον G1186 boom, bomen tree 18 μεγα G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 πετεινα G4071 vogelen, dieren vogelen, gevogelte bird, fowl 22 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 24 κατεσκηνωσεν G2681 nestelen, nestelden, rusten lodge, rest 25 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 26 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 κλαδοις G2798 takken, tak branch 28 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En Hij zeide wederom: Waarbij zal Ik het Koninkrijk Gods vergelijken?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 EnG2532 Hij zeideG2036 wederomG3825: WaarbijG5101 zal Ik het KoninkrijkG932 GodsG2316 vergelijkenG3666? En Hij zeide wederom: Waarbij zal Ik het Koninkrijk Gods vergelijken?

KJV And1 again2 he said, Whereunto4 shall I liken5 the kingdom7 of God?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 3 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 τινι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 5 ομοιωσω G3666 vergelijken, vergeleken be (make) like, (in the) liken(-ess), resemble 6 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 βασιλειαν G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Het is gelijk aan een zuurdesem, welken een vrouw nam, en verborg in drie maten meels, totdat het geheel gezuurd was.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Het isG1510 gelijk aan een zuurdesemG2219, welkenG3739 een vrouwG1135 namG2983, en verborgG1470 inG1519 drieG5140 matenG4568 meelsG224, totdat het geheelG3650 gezuurdG2220 was. Het is gelijk aan een zuurdesem, welken een vrouw nam, en verborg in drie maten meels, totdat het geheel gezuurd was.

KJV It is like1 leaven,3 which4 a woman6 took5 and hid7 in8 three11 measures10 of meal,9 till12 the whole15 was leavened.

1 ομοια G3664 hoornen, gelijke like, + manner 2 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 ζυμη G2219 zuurdesem leaven 4 ην G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 5 λαβουσα G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 6 γυνη G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 7 ενεκρυψεν G1470 verborg hid in 8 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 9 αλευρου G224 meels meal 10 σατα G4568 maten measure 11 τρια G5140 drie, Drie three 12 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 13 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 14 εζυμωθη G2220 gezuurd, verzuurt, zuur maakt leaven 15 ολον G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En Hij reisde van de ene stad en vlek tot de andere, lerende, en richtende Zijn reis naar Jeruzalem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En Hij reisdeG1279 van de ene stadG4172 enG2532 vlekG2968 totG1519 de andere, lerendeG1321, enG2532 richtendeG4160 Zijn reisG4197 naar JeruzalemG2419. En Hij reisde van de ene stad en vlek tot de andere, lerende, en richtende Zijn reis naar Jeruzalem.

KJV And1 he went2 through3 the cities4 and5 villages,6 teaching,7 and8 journeying10 toward11 Jerusalem.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 διεπορευετο G1279 doorreisden, doorreizen, reisde go through, journey in, pass by 3 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 4 πολεις G4172 stad, steden city 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 κωμας G2968 vlek, vlekken town, village 7 διδασκων G1321 lerende, leerde, leren teach 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 πορειαν G4197 reis, wegen journey(-ing), ways 10 ποιουμενος G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 11 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 12 ιερουσαλημ G2419 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En er zeide een tot Hem: Heere, zijn er ook weinigen, die zalig worden? En Hij zeide tot hen:
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En er zeideG2036 een totG4314 HemG846: HeereG2962, zijn er ook weinigenG3641, die zaligG4982 worden? En Hij zeideG2036 tot hen: En er zeide een tot Hem: Heere, zijn er ook weinigen, die zalig worden? En Hij zeide tot hen:

KJV Then2 said one3 unto13 him,4 Lord,5 are there few6 that be saved?9 And11 he said unto them,

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 6 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 7 ολιγοι G3641 weinig, weinige, weinigen + almost, brief(-ly), few, (a) little, + long, a season, short, small, a while 8 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 σωζομενοι G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 12 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 13 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 14 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Strijdt om in te gaan door de enge poort; want velen, zeg Ik u, zullen zoeken in te gaan, en zullen niet kunnen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 StrijdtG75 om in te gaan door de engeG4728 poortG4439; wantG3754 velenG4183, zegG3004 Ik uG4771, zullen zoekenG2212 in te gaan, enG2532 zullen nietG3756 kunnen; Strijdt om in te gaan door de enge poort; want velen, zeg Ik u, zullen zoeken in te gaan, en zullen niet kunnen;

KJV Strive1 to enter in2 at3 the strait5 gate:6 for7 many,8 I say9 unto you, will seek11 to enter in,12 and13 shall15 not14 be able.

1 αγωνιζεσθε G75 gestreden, strijdende, Strijd fight, labor fervently, strive 2 εισελθειν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 3 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 4 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 στενης G4728 enge, eng strait 6 πυλης G4439 poort, poorten gate 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 9 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 11 ζητησουσιν G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 12 εισελθειν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 15 ισχυσουσιν G2480 konden, kracht, Kunt be able, avail, can do(-not), could, be good, might, prevail, be of strength, be whole, + much work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Namelijk nadat de Heer des huizes zal opgestaan zijn, en de deur zal gesloten hebben, en gij zult beginnen buiten te staan, en aan de deur te kloppen, zeggende: Heere, Heere, doe ons open! en Hij zal antwoorden en tot u zeggen: Ik ken u niet, van waar gij zijt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Namelijk nadatG575 de Heer des huizesG3617 zal opgestaanG1453 zijn, en de deurG2374 zal geslotenG608 hebben, enG2532 gij zult beginnenG756 buitenG1854 te staanG2476, enG2532 aan de deurG2374 te kloppenG2925, zeggendeG3004: HeereG2962, HeereG2962, doe ons openG455! en Hij zal antwoordenG611 en tot u zeggenG2046: IkG1473 kenG1492 uG4771 nietG3756, van waar gij zijtG1510. Namelijk nadat de Heer des huizes zal opgestaan zijn, en de deur zal gesloten hebben, en gij zult beginnen buiten te staan, en aan de deur te kloppen, zeggende: Heere, Heere, doe ons open! en Hij zal antwoorden en tot u zeggen: Ik ken u niet, van waar gij zijt.

KJV When once1 the master of the house6 is risen up,4 and7 hath shut8 to the door,10 and11 ye begin12 to stand14 without,13 and15 to knock16 at the door,18 saying,19 Lord,20 Lord,21 open22 unto us; and24 he shall answer25 and say26 unto you, I know29 you not28 whence31 ye are:

1 αφ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 2 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 3 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 4 εγερθη G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 οικοδεσποτης G3617 heer huizes, huizes, Heer huizes goodman (of the house), householder, master of the house 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 αποκλειση G608 gesloten shut up 9 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 θυραν G2374 deur, deuren, Deur door, gate 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 αρξησθε G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 13 εξω G1854 buiten, weg, uitgedreven away, forth, (with-)out (of, -ward), strange 14 εσταναι G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 κρουειν G2925 klopt, klop, kloppen knock 17 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 θυραν G2374 deur, deuren, Deur door, gate 19 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 20 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 21 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 22 ανοιξον G455 geopend, open, openen open 23 ημιν G1473 mij, ik I, me 24 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 25 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 26 ερει G2046 zeggen, gezegd, gesproken call, say, speak (of), tell 27 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 28 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 29 οιδα G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 30 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 31 ποθεν G4159 vanwaar?, hoe? whence 32 εστε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Alsdan zult gij beginnen te zeggen: Wij hebben in Uw tegenwoordigheid gegeten en gedronken, en Gij hebt in onze straten geleerd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 AlsdanG5119 zult gij beginnenG756 te zeggenG3004: Wij hebben in Uw tegenwoordigheidG1799 gegetenG5315 enG2532 gedronkenG4095, enG2532 Gij hebt inG1722 onze stratenG4113 geleerdG1321. Alsdan zult gij beginnen te zeggen: Wij hebben in Uw tegenwoordigheid gegeten en gedronken, en Gij hebt in onze straten geleerd.

KJV Then1 shall ye begin2 to say,3 We have eaten4 and7 drunk8 in thy presence,5 and9 thou hast taught14 in10 our streets.

1 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 2 αρξεσθε G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 3 λεγειν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 εφαγομεν G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 5 ενωπιον G1799 voor het aangezicht van, in tegenwoordigheid van before, in the presence (sight) of, to 6 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 επιομεν G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 πλατειαις G4113 straten, straat street 13 ημων G1473 mij, ik I, me 14 εδιδαξας G1321 lerende, leerde, leren teach
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En Hij zal zeggen: Ik zeg u, Ik ken u niet, van waar gij zijt; wijkt van Mij af, alle gij werkers der ongerechtigheid!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 EnG2532 Hij zal zeggenG2046: Ik zegG3004 uG4771, Ik kenG1492 u nietG3756, van waar gij zijtG1510; wijktG868 vanG575 MijG1473 af, alleG3956 gij werkersG2040 der ongerechtigheidG93! En Hij zal zeggen: Ik zeg u, Ik ken u niet, van waar gij zijt; wijkt van Mij af, alle gij werkers der ongerechtigheid!

KJV But1 he shall say,2 I tell3 you, I know6 you not5 whence8 ye are; depart10 from11 me, all13 ye workers15 of iniquity.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ερει G2046 zeggen, gezegd, gesproken call, say, speak (of), tell 3 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 5 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 6 οιδα G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 7 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 8 ποθεν G4159 vanwaar?, hoe? whence 9 εστε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 αποστητε G868 week, wijken, Houdt depart, draw (fall) away, refrain, withdraw self 11 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 12 εμου G1473 mij, ik I, me 13 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 14 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 εργαται G2040 arbeiders, arbeider, handwerkers labourer, worker(-men) 16 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 αδικιας G93 ongerechtigheid, onrechtvaardigen, onrechtvaardigheid iniquity, unjust, unrighteousness, wrong
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Aldaar zal zijn wening en knersing der tanden, wanneer gij zult zien Abraham, en Izak, en Jakob, en al de profeten in het Koninkrijk Gods, maar ulieden buiten uitgeworpen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 Aldaar zal zijnG1510 weningG2805 en knersingG1030 der tandenG3599, wanneer gijG4771 zult zienG3700 AbrahamG11, en IzakG2464, en JakobG2384, en alG3956 de profetenG4396 inG1722 het KoninkrijkG932 GodsG2316, maarG1161 ulieden buitenG1854 uitgeworpenG1544. Aldaar zal zijn wening en knersing der tanden, wanneer gij zult zien Abraham, en Izak, en Jakob, en al de profeten in het Koninkrijk Gods, maar ulieden buiten uitgeworpen.

KJV There1 shall be weeping4 and5 gnashing7 of teeth,9 when10 ye shall see Abraham,12 and13 Isaac,14 and15 Jacob,16 and17 all18 the prophets,20 in21 the kingdom23 of God,25 and27 you yourselves thrust28 out.

1 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 2 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 κλαυθμος G2805 wening, geween wailing, weeping, X wept 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 βρυγμος G1030 knersing gnashing 8 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 οδοντων G3599 tanden, tand tooth 10 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 11 οψησθε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 12 αβρααμ G11 Abraham, Abrahams Abraham 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 ισαακ G2464 Izak, Izaks, Izaak Isaac 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 ιακωβ G2384 Jakob, Jakobs also an Israelite:--Jacob 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 παντας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 19 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 προφητας G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 21 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 22 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 24 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 26 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 27 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 28 εκβαλλομενους G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 29 εξω G1854 buiten, weg, uitgedreven away, forth, (with-)out (of, -ward), strange

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En daar zullen er komen van Oosten en Westen, en van Noorden en Zuiden, en zullen aanzitten in het Koninkrijk Gods.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 En daar zullen er komenG2240 vanG575 OostenG395 enG2532 WestenG1424, enG2532 vanG575 NoordenG1005 enG2532 ZuidenG3558, enG2532 zullen aanzittenG347 inG1722 het KoninkrijkG932 GodsG2316. En daar zullen er komen van Oosten en Westen, en van Noorden en Zuiden, en zullen aanzitten in het Koninkrijk Gods.

KJV And1 they shall come2 from3 the east,4 and5 from the west,6 and7 from8 the north,9 and10 from the south,11 and12 shall sit down13 in14 the kingdom16 of God.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηξουσιν G2240 komen, kom come 3 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 4 ανατολων G395 oosten, Oosten, opgang dayspring, east, rising 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 δυσμων G1424 westen, Westen west 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 9 βορρα G1005 Noorden, noorden north 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 νοτου G3558 Zuiden, zuiden, zuidenwind south (wind) 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ανακλιθησονται G347 aanzitten, nederzitten, leide lay, (make) sit down 14 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 15 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 17 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En ziet, er zijn laatsten, die de eersten zullen zijn; en er zijn eersten, die de laatsten zullen zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 En zietG3708, er zijnG1510 laatstenG2078, dieG3739 de eerstenG4413 zullen zijn; enG2532 er zijn eerstenG4413, dieG3739 de laatstenG2078 zullen zijn. En ziet, er zijn laatsten, die de eersten zullen zijn; en er zijn eersten, die de laatsten zullen zijn.

KJV And,1 behold, there are last4 which5 shall be first,7 and8 there are first10 which11 shall be last.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 εσχατοι G2078 laatste, laatsten, Laatste ends of, last, latter end, lowest, uttermost 5 οι G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 6 εσονται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 πρωτοι G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 πρωτοι G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 11 οι G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 12 εσονται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 εσχατοι G2078 laatste, laatsten, Laatste ends of, last, latter end, lowest, uttermost
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Te dienzelfden dage kwamen er enige Farizeen, zeggende tot Hem: Ga weg, en vertrek van hier; want Herodes wil U doden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 Te dienzelfden dageG2250 kwamen er enigeG5100 FarizeenG5330, zeggendeG3004 tot HemG846: Ga wegG1831, enG2532 vertrekG4198 van hier; wantG3754 HerodesG2264 wilG2309 UG4771 dodenG615. Te dienzelfden dage kwamen er enige Farizeen, zeggende tot Hem: Ga weg, en vertrek van hier; want Herodes wil U doden.

KJV The same1 day4 there came5 certain6 of the Pharisees,7 saying8 unto him,2 Get thee out,10 and11 depart12 hence:13 for14 Herod15 will16 kill18 thee.

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 5 προσηλθον G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 6 τινες G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 7 φαρισαιοι G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 8 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 εξελθε G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 πορευου G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 13 εντευθεν G1782 weg (from) hence, on either side 14 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 15 ηρωδης G2264 Herodes Herod 16 θελει G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 17 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 18 αποκτειναι G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En Hij zeide tot hen: Gaat heen, en zegt dien vos: Zie, Ik werp duivelen uit, en maak gezond, heden en morgen, en ten derden dage worde Ik voleindigd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 En Hij zeideG2036 tot hen: Gaat heen, en zegtG2036 dien vosG258: ZieG2400, Ik werpG1544 duivelenG1140 uit, enG2532 maakG2005 gezondG2392, hedenG4594 enG2532 morgenG839, enG2532 ten derdenG5154 dage worde Ik voleindigdG5048. En Hij zeide tot hen: Gaat heen, en zegt dien vos: Zie, Ik werp duivelen uit, en maak gezond, heden en morgen, en ten derden dage worde Ik voleindigd.

KJV And1 he said unto them,3 Go ye,4 and tell that fox,7 Behold, I cast out10 devils,11 and12 I do14 cures13 to day15 and16 to morrow,17 and18 the third20 day I shall be perfected.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 πορευθεντες G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 5 ειπατε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αλωπεκι G258 vossen, vos fox 8 ταυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 9 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 10 εκβαλλω G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 11 δαιμονια G1140 duivelen, duivel, duivels devil, god 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ιασεις G2392 genezing, gezond cure, heal(-ing) 14 επιτελω G2005 volbracht, voleindigen, voleindigt accomplish, do, finish, (make) (perfect), perform(X -ance) 15 σημερον G4594 heden, Heden, huidigen this (to-)day 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 αυριον G839 morgen, daags, Morgen (to-)morrow, next day 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 τριτη G5154 derde, derden third(-ly) 21 τελειουμαι G5048 volmaakt, heiligen, voleindigd consecrate, finish, fulfil, make) perfect

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Doch Ik moet heden, en morgen, en den volgenden dag reizen; want het gebeurt niet, dat een profeet gedood wordt buiten Jeruzalem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 Doch IkG1473 moetG1163 hedenG4594, enG2532 morgenG839, enG2532 den volgendenG2192 dag reizenG4198; wantG3754 het gebeurtG1735 nietG3756, dat een profeetG4396 gedoodG622 wordt buitenG1854 JeruzalemG2419. Doch Ik moet heden, en morgen, en den volgenden dag reizen; want het gebeurt niet, dat een profeet gedood wordt buiten Jeruzalem.

KJV Nevertheless1 I must2 walk10 to day,4 and5 to morrow,6 and7 the day following:9 for11 it cannot be12 that a prophet14 perish15 out of16 Jerusalem.

1 πλην G4133 doch, behalve but (rather), except, nevertheless, notwithstanding, save, than 2 δει G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 3 με G1473 mij, ik I, me 4 σημερον G4594 heden, Heden, huidigen this (to-)day 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 αυριον G839 morgen, daags, Morgen (to-)morrow, next day 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 εχομενη G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 10 πορευεσθαι G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 11 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 12 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 13 ενδεχεται G1735 gebeurt can (+ not) be 14 προφητην G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 15 απολεσθαι G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish 16 εξω G1854 buiten, weg, uitgedreven away, forth, (with-)out (of, -ward), strange 17 ιερουσαλημ G2419 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn, hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens onder de vleugelen vergadert; en gijlieden hebt niet gewild?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 JeruzalemG2419, JeruzalemG2419! gij, die de profetenG4396 doodtG615, enG2532 stenigtG3036, die totG4314 u gezondenG649 zijn, hoe menigmaalG4212 heb Ik uw kinderenG5043 willenG2309 bijeenvergaderenG1996, gelijkerwijsG5158 een hen haar kiekensG3555 onderG5259 de vleugelenG4420 vergadert; enG2532 gijlieden hebt nietG3756 gewildG2309? Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn, hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens onder de vleugelen vergadert; en gijlieden hebt niet gewild?

KJV O Jerusalem,1 Jerusalem,2 which3 killest4 the prophets,6 and7 stonest8 them that are sent10 unto11 thee;12 how often13 would14 I have gathered15 thy children17 together, as19 a hen21 doth gather her23 brood24 under25 her wings,27 and28 ye would30 not!

1 ιερουσαλημ G2419 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 2 ιερουσαλημ G2419 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 3 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αποκτεινουσα G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 5 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 προφητας G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 λιθοβολουσα G3036 gestenigd, stenigden, stenigt stone, cast stones 9 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 απεσταλμενους G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 11 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 12 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 ποσακις G4212 menigmaal how oft(-en) 14 ηθελησα G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 15 επισυναξαι G1996 bijeenvergaderen, bijeenvergaderd, bijeenvergadert gather (together) 16 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 τεκνα G5043 kinderen, kind, zoon child, daughter, son 18 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 19 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 20 τροπον G5158 wijze, gelijkerwijs, Gelijkerwijs (even) as, conversation, (+ like) manner, (+ by any) means, way 21 ορνις G3733 hen 22 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 εαυτης G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 24 νοσσιαν G3555 kiekens brood 25 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 26 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 πτερυγας G4420 vleugelen, vleugels wing 28 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 29 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 30 ηθελησατε G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Ziet, uw huis wordt ulieden woest gelaten. En voorwaar, Ik zeg u, dat gij Mij niet zult zien, totdat de tijd zal gekomen zijn, als gij zult zeggen: Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 ZietG3708, uw huisG3624 wordt ulieden woestG2048 gelatenG863. EnG1161 voorwaarG281, Ik zegG3004 u, datG3754 gij Mij niet zult zienG1492, totdat de tijd zal gekomen zijn, als gij zult zeggenG2036: GezegendG2127 is Hij, Die komtG2064 inG1722 den NaamG3686 des HeerenG2962! Ziet, uw huis wordt ulieden woest gelaten. En voorwaar, Ik zeg u, dat gij Mij niet zult zien, totdat de tijd zal gekomen zijn, als gij zult zeggen: Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren!

KJV Behold, your house5 is left2 unto you desolate:7 and9 verily8 I say10 unto you,12 Ye shall not see me, until17 the time come19 when20 ye shall say, Blessed22 is he that cometh24 in25 the name26 of the Lord.

1 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 2 αφιεται G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 οικος G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 6 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 7 ερημος G2048 woestijn, woeste, woest desert, desolate, solitary, wilderness 8 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 9 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 10 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 12 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 13 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 14 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 15 με G1473 mij, ik I, me 16 ιδητε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 17 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 18 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 19 ηξη G2240 komen, kom come 20 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 21 ειπητε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 22 ευλογημενος G2127 gezegend, zegende, Gezegend bless, praise 23 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 ερχομενος G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 25 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 26 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 27 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Lukas 13:1 Klaagliederen 2:20 Mattheüs 27:2 1 Petrus 4:17 Handelingen 5:37 Ezechiël 9:5
Lukas 13:2 Johannes 9:2 Handelingen 28:4 Lukas 13:4 Job 22:5
Lukas 13:3 Mattheüs 3:2 Mattheüs 12:45 Handelingen 3:19 Lukas 13:5 Openbaring 2:21 Handelingen 2:38 Mattheüs 23:35 Mattheüs 22:7
Lukas 13:4 Johannes 9:11 Johannes 9:7 Nehemia 3:15 Lukas 11:4 Mattheüs 6:12 Job 1:19 Mattheüs 18:24 1 Koningen 20:30
Lukas 13:5 Lukas 13:3 Ezechiël 18:30 Jesaja 28:10
Lukas 13:6 Jeremia 2:21 Mattheüs 21:19 Galaten 5:22 Johannes 15:16 Mattheüs 21:34 Markus 11:12 Jesaja 5:1 Psalmen 80:8
Lukas 13:7 Mattheüs 7:19 Lukas 3:9 Exodus 32:10 Romeinen 2:4 Leviticus 25:21 Johannes 15:2 Daniël 4:14 Leviticus 19:23
Lukas 13:8 Joël 2:17 Jeremia 15:1 Romeinen 10:1 Jeremia 14:13 Psalmen 106:23 Jeremia 18:20 Romeinen 11:14 Exodus 32:11
Lukas 13:9 Daniël 9:5 Openbaring 16:5 Openbaring 15:3 Hebreeën 6:8 Psalmen 69:22 1 Thessalonicenzen 2:15 Johannes 15:2 Ezra 9:14
Lukas 13:10 Mattheüs 4:23 Lukas 4:44 Lukas 4:15
Lukas 13:11 Lukas 13:16 Lukas 8:2 Lukas 8:43 Psalmen 6:2 Johannes 9:19 Johannes 5:5 Handelingen 4:22 Markus 9:21
Lukas 13:12 Lukas 6:8 Lukas 13:16 Jesaja 65:1 Joël 3:10 Mattheüs 8:16 Psalmen 107:20
Lukas 13:13 Lukas 18:43 Markus 5:23 Psalmen 103:1 Psalmen 107:20 Psalmen 116:16 Handelingen 9:17 Markus 8:25 Lukas 17:14
Lukas 13:14 Exodus 20:9 Lukas 8:41 Mattheüs 12:2 Handelingen 18:17 Romeinen 10:2 Markus 5:22 Markus 3:2 Lukas 14:3
Lukas 13:15 Lukas 14:5 Handelingen 13:9 Mattheüs 15:7 Job 34:30 Mattheüs 7:5 Mattheüs 23:13 Jesaja 29:20 Lukas 12:1
Lukas 13:16 Lukas 19:9 Johannes 8:44 Lukas 3:8 Mattheüs 4:10 Handelingen 13:26 Markus 2:27 Lukas 16:24 2 Timotheüs 2:26
Lukas 13:17 1 Petrus 3:16 Psalmen 132:18 Exodus 15:11 Lukas 18:43 Jesaja 45:24 Handelingen 4:21 Lukas 19:48 Lukas 19:37
Lukas 13:18 Lukas 13:20 Mattheüs 13:24 Mattheüs 13:31 Klaagliederen 2:13 Lukas 17:21 Markus 4:26 Lukas 7:31 Markus 4:30
Lukas 13:19 Mattheüs 17:20 Zacharia 2:11 Lukas 17:6 Handelingen 15:14 Jesaja 53:1 Jesaja 60:15 Daniël 4:12 Handelingen 21:20
Lukas 13:21 Mattheüs 13:33 1 Korinthe 5:6 Johannes 15:2 Johannes 4:14 Hosea 6:3 Jakobus 1:21 Filippenzen 1:9 1 Thessalonicenzen 5:23
Lukas 13:22 Lukas 9:51 Markus 6:6 Mattheüs 9:35 Markus 10:32 Handelingen 10:38 Lukas 4:43
Lukas 13:23 Mattheüs 7:14 Mattheüs 19:25 Markus 13:4 Handelingen 1:7 Lukas 12:13 Johannes 21:21 Mattheüs 22:14 Mattheüs 20:16
Lukas 13:24 2 Petrus 1:10 Spreuken 21:25 Johannes 7:34 Filippenzen 2:12 Prediker 10:15 Markus 6:18 Johannes 6:27 Lukas 21:36
Lukas 13:25 Mattheüs 25:10 Lukas 13:27 Mattheüs 7:21 Lukas 6:46 Mattheüs 25:41 2 Korinthe 6:2 Hebreeën 12:17 Jesaja 55:6
Lukas 13:26 2 Timotheüs 3:5 Jesaja 58:2 Titus 1:16
Lukas 13:27 Mattheüs 25:41 Lukas 13:25 Psalmen 6:8 Psalmen 101:8 Hosea 9:12 Psalmen 1:6 Psalmen 5:6 Galaten 4:9
Lukas 13:28 Mattheüs 22:13 Mattheüs 25:30 Mattheüs 8:11 2 Thessalonicenzen 1:5 Lukas 10:15 Lukas 23:42 Mattheüs 13:50 Lukas 16:23
Lukas 13:29 Efeze 3:6 Maleachi 1:11 Handelingen 28:28 Jesaja 66:18 Jesaja 49:6 Mattheüs 8:11 Kolossenzen 1:23 Jesaja 54:2
Lukas 13:30 Mattheüs 19:30 Markus 10:31 Mattheüs 20:16 Mattheüs 21:28 Mattheüs 3:9 Mattheüs 8:11
Lukas 13:31 Nehemia 6:9 Psalmen 11:1 Amos 7:12 Mattheüs 14:1 Lukas 3:1
Lukas 13:32 Hebreeën 2:10 Hebreeën 5:9 Sefanja 3:3 Markus 6:26 Lukas 3:19 Johannes 10:32 Johannes 17:4 Hebreeën 7:28
Lukas 13:33 Mattheüs 21:11 Johannes 12:35 Lukas 9:53 Johannes 9:4 Johannes 11:9 Johannes 11:54 Handelingen 13:27 Mattheüs 20:18
Lukas 13:34 Handelingen 7:52 Deuteronomium 32:11 Mattheüs 23:37 Ruth 2:12 Jesaja 30:15 Lukas 19:41 Jeremia 7:23 Lukas 19:44
Lukas 13:35 Psalmen 118:26 Mattheüs 21:9 Markus 11:9 Johannes 8:22 Johannes 14:19 Jesaja 40:9 Zacharia 11:1 Lukas 21:24
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Lukas 13 vers 1

van de Galileërs, Josefus verhaalt, Antiq. lib.18, cap.5, wel iets dergelijks, doch de omstandigheden, zo van den tijd als anderszins, tonen dat het dezelfde geschiedenis niet is. Sommige oude leraars menen dat dit zou geschied zijn binnen Jeruzalem, toen enige Galileërs wilden verhinderen dat voor den keizer van Rome in den tempel zou geofferd worden.

Hertaald: van de Galileërs, Josefus vertelt in Antiquitates boek 18, hoofdstuk 5 wel iets dergelijks, maar de omstandigheden — zowel wat de tijd betreft als anderszins — laten zien dat het niet dezelfde geschiedenis is. Sommige oude leraars menen dat dit in Jeruzalem gebeurd zou zijn, toen enkele Galileeërs wilden verhinderen dat er in de tempel voor de keizer van Rome geofferd werd.

Lukas 13 vers 3

vergaan Dat is, door Gods rechtvaardige straf omkomen; gelijk ook daarna door de Romeinen geschied is.

Hertaald: vergaan Dat is: door Gods rechtvaardige straf omkomen, zoals daarna ook door de Romeinen gebeurd is.

Lukas 13 vers 4

toren in Siloam viel, Dat is, die aan of over de fontein of beek Siloa was gebouwd; van welke beek zie Jes. 8:6 ; Joh. 9:7 .

Hertaald: toren in Siloam viel, Dat is: de toren die aan of over de bron of beek Siloa gebouwd was; zie over die beek Jes. 8:6; Joh. 9:7.

schuldenaars zijn geweest, Dat is zondaars, die meer schuld of zonden hadden. Zie Matt. 6:12 , en Matt. 18:24 .

Hertaald: schuldenaars zijn geweest, Dat is: zondaars die meer schuld of zonden hadden. Zie Matth. 6:12 en Matth. 18:24.

Lukas 13 vers 7

beslaat hij ook onnuttelijk de aarde? Grieks maakt de aarde onnut, of onvruchtbaar; in welke wat anders zou kunnen geplant worden, dat vruchten zou voortbrengen.

Hertaald: beslaat hij ook onnuttelijk de aarde? Grieks: maakt de aarde onnut of onvruchtbaar, terwijl daar iets anders geplant zou kunnen worden dat wel vruchten voortbrengt.

Lukas 13 vers 10

den sabbat in een der synagogen Grieks sabbatdagen.

Hertaald: den sabbat in een der synagogen Grieks: sabbatdagen.

Lukas 13 vers 11

een geest der krankheid Dat is, een boze geest, die haar krank maakte; zie vs.16.

Hertaald: een geest der krankheid Dat is: een boze geest die haar ziek maakte; zie vers 16.

samengebogen, Grieks tezamen gebukt.

Hertaald: samengebogen, Grieks: samengebogen.

Lukas 13 vers 12

verlost van uw krankheid Grieks losgemaakt, of ontbonden.

Hertaald: verlost van uw krankheid Grieks: losgemaakt of ontbonden.

Lukas 13 vers 13

recht, Dat is recht gemaakt.

Hertaald: recht, Dat is: rechtgemaakt.

Lukas 13 vers 14

de overste der synagoge, Dat is, een van de oversten; want elke synagoge had meer dan een overste. Zie Marc. 5:22 ; Hand. 13:15 .

Hertaald: de overste der synagoge, Dat is: een van de oversten; want elke synagoge had meer dan één overste. Zie Mark. 5:22; Hand. 13:15.

men moet werken; Dat is, geoorloofd en geboden is te werken.

Hertaald: men moet werken; Dat is: waarop het geoorloofd en geboden is te werken.

Lukas 13 vers 16

een dochter Abrahams is, Dat is, afkomstig is van het geslacht Abrahams, en behorende tot het verbond, dat God met Abraham en zijne nakomelingen gemaakt heeft. Zie Luc. 19:9 .

Hertaald: een dochter Abrahams is, Dat is: afkomstig is uit het geslacht van Abraham en behoort tot het verbond dat God met Abraham en zijn nakomelingen gemaakt heeft. Zie Luk. 19:9.

gebonden had, Dat is, die haar met krankheden, als met banden, benauwd had.

Hertaald: gebonden had, Dat is: die haar met ziekten als met banden benauwd had.

Lukas 13 vers 18

het Koninkrijk Gods gelijk, Dat is, de predikatie des Evangelies, waardoor het koninkrijk Gods opgericht wordt.

Hertaald: het Koninkrijk Gods gelijk, Dat is: de prediking van het Evangelie, waardoor het Koninkrijk van God opgericht wordt.

Lukas 13 vers 19

aan een mosterdzaad, Zie van deze twee gelijkenissen Matt. 13:31 .

Hertaald: aan een mosterdzaad, Zie over deze twee gelijkenissen Matth. 13:31.

Lukas 13 vers 22

richtende Zijn reis naar Jeruzalem Grieks makende.

Hertaald: richtende Zijn reis naar Jeruzalem Grieks: makende.

Lukas 13 vers 24

Strijdt om in te gaan Dat is, doet naarstigheid en arbeidt; Ef. 6:11 , enz.; Fil. 3:12 ; 2 Tim. 4:7 .

Hertaald: Strijdt om in te gaan Dat is: doe uw best en span u in; Ef. 6:11, enzovoort; Filipp. 3:12; 2 Tim. 4:7.

de enge poort; Namelijk die tot het leven leidt; Matt. 7:14 .

Hertaald: de enge poort; Namelijk de poort die tot het leven leidt; Matth. 7:14.

niet kunnen; Namelijk omdat het te laat zal zijn, gelijk uit het volgende blijkt.

Hertaald: niet kunnen; Namelijk omdat het dan te laat zal zijn, zoals uit het vervolg blijkt.

Lukas 13 vers 25

de Heer des huizes Deze gelijkenis wordt genomen van het houden der bruiloften in dien tijd, waarvan breder te zien is Matt. 25:1 , enz.

Hertaald: de Heer des huizes Deze gelijkenis is ontleend aan het houden van de bruiloften in die tijd, waarover uitvoeriger te zien is in Matth. 25:1, enzovoort.

Lukas 13 vers 28

Koninkrijk Gods, Namelijk der heerlijkheid in den hemel.

Hertaald: Koninkrijk Gods, Namelijk het Koninkrijk van de heerlijkheid in de hemel.

Lukas 13 vers 30

laatsten, Door de laatsten worden verstaan de heidenen, die nog vreemd waren van het verbond Gods, en door de eersten de Joden; en wordt daarmede te kennen gegeven dat de heidenen velen Joden zullen voorgetrokken worden, Rom. 11:17 .

Hertaald: laatsten, Met de laatsten worden de heidenen bedoeld, die nog vreemd waren aan Gods verbond, en met de eersten de Joden. Daarmee wordt te kennen gegeven dat de heidenen de voorrang zullen krijgen boven veel Joden, Rom. 11:17.

Lukas 13 vers 31

Ga weg, Namelijk uit Galilea, waar Heródes viervorst was; Luc. 3:1 , en Luc. 23:7 .

Hertaald: Ga weg, Namelijk uit Galilea, waar Herodes viervorst was; Luk. 3:1 en Luk. 23:7.

want Heródes wil U doden Deze waarschuwing geschiedt van hen, niet uit liefde tot Christus, maar omdat zij Hem gaarne kwijt waren geweest. Zie dergelijke waarschuwing Am. 7:13 ; Neh. 6:10-11 .

Hertaald: want Heródes wil U doden Deze waarschuwing komt van hen, niet uit liefde tot Christus, maar omdat zij Hem graag kwijt waren. Zie een soortgelijke waarschuwing in Amos 7:13; Neh. 6:10-11.

Lukas 13 vers 32

vos Zo noemt Hij hem vanwege zijne listigheid en schalkheid.

Hertaald: vos Zo noemt Hij hem vanwege zijn listigheid en sluwheid.

maak gezond, Grieks volbreng genezingen.

Hertaald: maak gezond, Grieks: volbreng genezingen.

heden en morgen, Dat is, nog een kleinen tijd. Zie Hos. 6:2 .

Hertaald: heden en morgen, Dat is: nog een korte tijd. Zie Hos. 6:2.

ten derden dage Dat is, naar het voleinden van mijn leerambt in dien korten tijd.

Hertaald: ten derden dage Dat is: wanneer Ik Mijn leerambt in die korte tijd voleindigd zal hebben.

worde Ik voleindigd Of, wordt volmaakt, of geheiligd, of opgeofferd; Joh. 17:4 , en Joh. 19:30 . Zie van de betekenis van dit woord breder Hebr. 2:10 en Hebr. 5:9 .

Hertaald: worde Ik voleindigd Of: word Ik volmaakt, of geheiligd, of geofferd; Joh. 17:4 en Joh. 19:30. Zie over de betekenis van dit woord uitvoeriger Hebr. 2:10 en Hebr. 5:9.

Lukas 13 vers 33

Doch Ik moet heden, Dat is, Ik moet nog een kleinen tijd hier en daar wandelen om mijn ambt voorts te bedienen, en daarna zal Ik naar Jeruzalem gaan om van ulieden zelf daar gedood te worden.

Hertaald: Doch Ik moet heden, Dat is: Ik moet nog een korte tijd hier en daar rondgaan om Mijn ambt verder te bedienen, en daarna zal Ik naar Jeruzalem gaan om daar door u zelf gedood te worden.

niet, Dat is nauwelijks, of zeer zelden.

Hertaald: niet, Dat is: nauwelijks, of: zeer zelden.

Lukas 13 vers 34

Jeruzalem, Jeruzalem Zie hiervan de verklaring Matt. 23:37 .

Hertaald: Jeruzalem, Jeruzalem Zie hierover de verklaring bij Matth. 23:37.

kiekens onder de vleugelen Grieks broedsel, of nestkiekens.

Hertaald: kiekens onder de vleugelen Grieks: broedsel, of nestkuikens.

Lukas 13 vers 35

uw huis wordt ulieden woest gelaten Dat is, de tempel en stad.

Hertaald: uw huis wordt ulieden woest gelaten Dat is: de tempel en de stad.

gekomen zijn, Dat is kort daarna enigszins vervuld, zie Luc. 19:38 , en zal volkomen volbracht worden ten uitersten dage.

Hertaald: gekomen zijn, Dat is: kort daarna enigszins vervuld, zie Luk. 19:38, en het zal volkomen volbracht worden op de laatste dag.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Uw huis wordt ulieden woest gelaten — 13:31-35

God bij Zijn volk niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen uitwerking

Enkele Farizeeën waarschuwen Hem dat Herodes Hem zoekt te doden en raden Hem aan te vertrekken. Zijn antwoord is dat Hij Zijn eigen weg en Zijn eigen tijd heeft, en dat die weg naar Jeruzalem loopt.

Hij spreekt de stad aan als Iemand Die haar al eeuwen bij Zich heeft willen halen, en Hij kondigt aan dat het huis leeg achterblijft.

Eerst de boodschap aan Herodes, en die is koel: zegt die vos dat Ik duivelen uitwerp en gezond maak, heden en morgen, en ten derden dage worde Ik voleindigd. Een bedreiging verandert Zijn rooster niet.

Dan volgt de klacht over de stad, en die begint met de naam tweemaal: “Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn.”

En dan de zin die deze bladzijde bij deze lijn brengt: “hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens onder de vleugelen vergadert; en gijlieden hebt niet gewild?”

Hoe menigmaal. Dat zegt geen mens over een stad die hij hooguit enkele malen bezocht heeft. Wie zo spreekt, spreekt over eeuwen — over al die keren dat er profeten gezonden werden en de stad hen doodde. En het beeld dat Hij kiest komt uit het lied van Mozes, waar God met een arend vergeleken wordt die over zijn jongen zweeft en hen op zijn vleugels draagt.

Daarna komt het oordeel, en het is geen donderslag maar een vertrek: “Ziet, uw huis wordt ulieden woest gelaten.” De kanttekening zegt kort wat met dat huis bedoeld is: de tempel en de stad.

Dat is de zwaarste zin van dit hoofdstuk. Het huis blijft staan; er wordt niets afgebroken. Alleen wordt het van nu af hún huis genoemd, en het is leeg.

Ezechiël had dat eerder zien gebeuren, en hij beschreef het stap voor stap. De heerlijkheid des HEEREN ging van boven de dorpel van het huis weg. Zij stond boven de cherubs. Zij ging naar de oostpoort. En ten slotte rees zij van het midden der stad omhoog, en bleef staan boven de berg ten oosten daarvan: de Olijfberg. God verliet Zijn huis niet met een ruk, maar langzaam, alsof het Hem moeite kostte.

Hier gebeurt hetzelfde, en nu loopt de tegenwoordigheid van God de stad uit op twee voeten.

En toch eindigt het hoofdstuk niet in het donker. Er staat een grens aan het niet zien: “En voorwaar, Ik zeg u, dat gij Mij niet zult zien, totdat de tijd zal gekomen zijn, als gij zult zeggen: Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren!” Dat is een regel uit de psalm die bij het feest gezongen werd. De kanttekening merkt op dat dit kort daarna al enigszins vervuld werd, bij de intocht, en volkomen zal worden op de laatste dag.

Het laatste woord is dus niet woest, maar gezegend.

  1. Exodus 40:34 — De heerlijkheid des HEEREN vervult de tabernakel.
  2. Deuteronomium 32:11 — God draagt Zijn volk als een arend zijn jongen op de vleugels.
  3. Ezechiël 10:18 — Bij Ezechiël gaat die heerlijkheid langzaam het huis uit.
  4. Ezechiël 11:23 — En zij blijft staan op de berg ten oosten van de stad.
  5. Lukas 13:34 — Hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen.
  6. Lukas 13:35 — Uw huis wordt u woest gelaten — maar niet voor altijd.

In het Nieuwe Testament: Deuteronomium 32:11; Ezechiël 10:18-19; Ezechiël 11:23; Psalm 118:26; Lukas 19:38; Mattheüs 23:37-39

Hoever dit reikt: Dat het vertrek van de heerlijkheid bij Ezechiël hier meeklinkt, is een gevolgtrekking uit de overeenkomst tussen beide taferelen; Lukas legt dat verband niet. Wat het huis is, verklaart de kanttekening als de tempel en de stad. Wanneer het laatste vers vervuld wordt, wordt in tweeën gelegd: gedeeltelijk bij de intocht, volkomen op de laatste dag.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Lukas 13

Lukas 13:1-3.KruisverwijzingenJohannes 9:2Handelingen 28:4Mattheüs 3:2Mattheüs 12:45Klaagliederen 2:20Mattheüs 27:21 Petrus 4:17Handelingen 5:37
— En er waren te dierzelfder tijd enigen tegenwoordig, die Hem boodschapten van de Galileers, welker bloed Pilatus met hun offeranden gemengd had. En Jezus antwoordde, en zeide tot hen: Meent gij, dat deze Galileers zondaars zijn geweest boven al de Galileers, omdat zij zulks geleden hebben? Ik zeg u: Neen zij; maar indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen desgelijks vergaan.
“En er waren te dierzelfder tijd enigen tegenwoordig, die Hem boodschapten van de Galileers, welker bloed Pilatus met hun offeranden gemengd had. En Jezus antwoordde, en zeide tot hen: Meent gij, dat deze Galileers zondaars zijn geweest boven al de Galileers, omdat zij zulks geleden hebben? Ik zeg u: Neen zij; maar indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen desgelijks vergaan.”

Dit was het gesprek van de dag in de stad, en dus brachten zij het nieuws natuurlijk ook bij Jezus.

Let erop hoe wijs Hij dit schandelijke voorval gebruikte. U en ik horen maar al te vaak het nieuws van wat er gebeurt, zonder er iets uit te leren. Maar het genadige gemoed van onze Zaligmaker wendde alles ten goede aan; Hij was als de bij die uit elke bloem honing haalt.

Het is alsof Hij zegt: verbeeldt u zich dat er een buitengewone schuld was die dit oordeel over hen bracht, en dat wie gespaard bleven onschuldiger zouden zijn dan zij?

Ook over hén zou om hun zonde een plotselinge en overweldigende ramp komen. Lezen wij van de verschrikkelijkste dingen die anderen overkomen, dan mogen wij besluiten dat ons iets dergelijks overkomen zal als wij onboetvaardig blijven. Zo niet in deze wereld, dan toch in de toekomende.

Lukas 13:4-5.KruisverwijzingenJohannes 9:11Johannes 9:7Lukas 13:3Ezechiël 18:30Nehemia 3:15Lukas 11:4Mattheüs 6:12Jesaja 28:10
— Of die achttien, op welke de toren in Siloam viel, en doodde ze; meent gij, dat deze schuldenaars zijn geweest, boven alle mensen, die in Jeruzalem wonen? Ik zeg u: Neen zij; maar indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen insgelijks vergaan.
“Of die achttien, op welke de toren in Siloam viel, en doodde ze; meent gij, dat deze schuldenaars zijn geweest, boven alle mensen, die in Jeruzalem wonen? Ik zeg u: Neen zij; maar indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen insgelijks vergaan.”

Dit was een voorafschaduwing van de val van Jeruzalem en van het slechten van haar muren en torens, wat niet lang daarna gebeurde. En zelfs die val van Jeruzalem was niet meer dan een voorproef van het ontzaglijke oordeel dat komen zal over allen die onboetvaardig blijven.

Lukas 13:6-7.KruisverwijzingenMattheüs 7:19Lukas 3:9Exodus 32:10Romeinen 2:4Jeremia 2:21Mattheüs 21:19Galaten 5:22Leviticus 25:21
— En Hij zeide deze gelijkenis: Een zeker man had een vijgeboom, geplant in zijn wijngaard; en hij kwam en zocht vrucht daarop, en vond ze niet. En hij zeide tot den wijngaardenier: Zie, ik kome nu drie jaren, zoekende vrucht op dezen vijgeboom, en vind ze niet; houw hem uit; waartoe beslaat hij ook onnuttelijk de aarde?
“En Hij zeide deze gelijkenis: Een zeker man had een vijgeboom, geplant in zijn wijngaard; en hij kwam en zocht vrucht daarop, en vond ze niet. En hij zeide tot den wijngaardenier: Zie, ik kome nu drie jaren, zoekende vrucht op dezen vijgeboom, en vind ze niet; houw hem uit; waartoe beslaat hij ook onnuttelijk de aarde?”

Laat ieder van ons deze gelijkenis lezen alsof onze Heere Jezus Christus haar nu voor het eerst tot ons persoonlijk sprak. Er ligt hier een les die wij goed ter harte moeten nemen.

Het was een víjgenboom, een boom die naar zijn aard vrucht moest dragen. Hij was geplánt; het was geen wilde boom, maar hij stond in een wijngaard, op de juiste plaats voor vijgenbomen, in goede grond. De eigenaar had er dus recht op te komen en vrucht op die boom te zoeken — maar hij vond er geen.

Zijn er hier vanavond niet sommigen die in de gemeente van God geplant zijn en die naar hun belijdenis vrucht behoorden te dragen, maar het niet doen? Christus is gekomen en heeft vrucht gezocht, maar Hij heeft er geen gevonden.

Het is alsof de eigenaar zegt: had ik het eerste jaar geen vrucht gevonden, dan zou ik gedacht hebben dat het jaargetijde ongunstig was. Had ik het tweede jaar geen vrucht gevonden, dan zou ik misschien gedacht hebben dat de boom wat van slag was en er wel weer bovenop zou komen. Maar kom ik drie jaar achtereen en vind ik telkens geen vrucht, dan is het duidelijk dat deze vijgenboom onvruchtbaar is. Waarom zou hij hier blijven staan, de grond bederven, de plaats innemen die een goede vijgenboom had kunnen innemen, en de voeding aan de andere bomen onttrekken?

Hebt u dan na vele jaren geen vrucht voortgebracht, dan mag God wel over u klagen. U eet het brood dat een heilige had kunnen voeden. U neemt een plaats in waar uw invloed anderen schaadt. Anderen doen minder omdat u niets doet.

Lukas 13:8-9.KruisverwijzingenJoël 2:17Jeremia 15:1Romeinen 10:1Jeremia 14:13Psalmen 106:23Jeremia 18:20Romeinen 11:14Exodus 32:11
— En hij, antwoordende, zeide tot hem: Heer, laat hem ook nog dit jaar, totdat ik om hem gegraven en mest gelegd zal hebben; En indien hij vrucht zal voortbrengen, laat hem staan; maar indien niet, zo zult gij hem namaals uithouwen.
“En hij, antwoordende, zeide tot hem: Heer, laat hem ook nog dit jaar, totdat ik om hem gegraven en mest gelegd zal hebben; En indien hij vrucht zal voortbrengen, laat hem staan; maar indien niet, zo zult gij hem namaals uithouwen.”

De wijngaardenier vraagt uitstel, maar slechts een beperkt uitstel: geef hem nog één jaar. Hij geeft toe dat de tijd komen moet waarop de bijl de onvruchtbare boom omhakt.

Blijft de boom ook na de beproeving van dat ene jaar vruchteloos, dan zal zelfs de voorspreker geen verder uitstel meer vragen.

De boom die de grond bederft kan niet eeuwig blijven staan; dat zou onredelijk zijn. En zo kan ook u niet worden toegestaan eeuwig in de zonde te leven; u kunt niet nog eens vijftig jaar de lucht met godslastering bezoedelen. Er moet aan zo’n leven als het uwe een einde komen, en dat einde kan heel spoedig komen. De snede van de bijl is scherp, en de hand die hem zwaait is sterk. Pas op, onvruchtbare boom!

Lukas 13:10-11.KruisverwijzingenLukas 13:16Mattheüs 4:23Lukas 8:2Lukas 8:43Lukas 4:44Psalmen 6:2Johannes 9:19Johannes 5:5
— En Hij leerde op den sabbat in een der synagogen. En ziet, er was een vrouw, die een geest der krankheid achttien jaren lang gehad had, en zij was samengebogen, en kon zich ganselijk niet oprichten.
“En Hij leerde op den sabbat in een der synagogen. En ziet, er was een vrouw, die een geest der krankheid achttien jaren lang gehad had, en zij was samengebogen, en kon zich ganselijk niet oprichten.”

Hier gebeurde een heel opmerkelijk wonder. De gelijkenis die eraan voorafging was een gelijkenis van oordeel; het wonder dat erop volgde was een wonder van barmhartigheid en genade.

Was deze vrouw erbij toen Christus over de onvruchtbare vijgenboom sprak, dan weet ik vrij zeker dat zij gezegd heeft: dat moet op mij slaan, ik ben die onvruchtbare vijgenboom. Maar de Meester bedoelde haar niet; Hij had andere en veel bemoedigender woorden voor haar.

Let op het woordje “ziet” hier. In oude boeken zette men wel eens een handje in de kantlijn om de aandacht op iets bijzonders te vestigen. Zo lijkt dit woord te zeggen dat niemand in de synagoge zoveel bijzondere aandacht waard was als de meest verlaten en troosteloze mens die er zat.

Het zou voor haar een gelukkige sabbat worden, al wist zij dat nog niet. Zij ging altijd naar de synagoge, al moet het haar veel pijn gekost hebben om er te zijn. Misschien kon zij de voorganger niet eens zien, zo krom stond zij. Wat moet het haar verrast hebben toen de Zaligmaker haar tot Zich riep!

Deze vrouw kreeg geen enkel goed van het bezoeken van de synagoge, zolang zij er alleen maar héénging. Zij ging krom naar de synagoge, en zij kwam krom weer terug. Ging zij er al die achttien jaar heen — en ik durf te zeggen dat zij dat deed — dan kon zij zich al die lange tijd niet oprichten.

Wij moeten dus oppassen voor deze gedachte: wij hoeven alleen maar zoveel keer naar de kerk te gaan, en dan krijgen wij wel een zegen. Deze arme vrouw werd niet genezen voordat zij de Heere Jezus Christus ontmoette.

Komt iemand alleen uit ijdele nieuwsgierigheid naar de kerk, dan is het mogelijk — al is het niet zeker — dat zijn nieuwsgierigheid bevredigd wordt. Komt iemand om aanmerkingen te maken, dan twijfel ik er niet aan dat hij genoeg vindt om over te klagen. Maar komt iemand met het vaste voornemen Christus te vinden als Hij te vinden is, dan zou het mij verbazen als hij zonder Hem weer weg moest gaan. En dát is wat u werkelijk nodig hebt als u hersteld zult worden van alle kwalen die de zonde gewrocht heeft: u moet tot Christus Zélf komen.

Lukas 13:12-13.KruisverwijzingenLukas 18:43Markus 5:23Psalmen 103:1Lukas 6:8Lukas 13:16Jesaja 65:1Joël 3:10Mattheüs 8:16
— En Jezus, haar ziende, riep haar tot Zich, en zeide tot haar: Vrouw, gij zijt verlost van uw krankheid. En Hij legde de handen op haar; en zij werd terstond weder recht, en verheerlijkte God.
“En Jezus, haar ziende, riep haar tot Zich, en zeide tot haar: Vrouw, gij zijt verlost van uw krankheid. En Hij legde de handen op haar; en zij werd terstond weder recht, en verheerlijkte God.”

U kunt haar langzaam zien voortgaan, krom gebogen. Het was een pijnlijke gang, maar zij kwam op de roep van Christus.

Och, wat een blijde tijding moet dit voor haar geweest zijn! Hoe moet het haar hele lichaam doortrild hebben! Wat een verrukking moet haar hart vervuld hebben toen zij vernam dat zij weer rechtop zou staan!

Zie wat Christus doen kan. Nadat ik vanmorgen gepreekt had, moest ik spreken met juist zo’n vrouw als deze, iemand die al jaren het slachtoffer is van diepe neerslachtigheid. Wat wenste ik dat ik haar de handen kon opleggen en zeggen: “Vrouw, gij zijt verlost van uw krankheid.” Maar zo’n wonder kunnen wij niet doen. Christus moet het alles doen — en Zijn Naam zij geloofd, Hij is altijd groot in de nood. Wanneer wij het helemaal niet meer weten en de mens aan het einde van zijn kunnen is, dan is dat de gelegenheid van Christus.

Wat een woorden van vurige dankbaarheid, wat een tonen van blijde jubel kwamen er van de lippen van die vrouw! Zelfs cherubs en serafs konden God niet hartelijker en ernstiger loven dan zij deed toen zij rechtop gemaakt werd en God verheerlijkte.

Wij hebben geen bericht van wat zij zei; misschien riep zij enkel: hallelujah. Maar haar hele voorkomen, haar stromende ogen vol dankbaarheid, haar gezicht dat straalde van vreugde — het diende alles om God te verheerlijken.

Ja, ook al had zij niets gezegd, haar rechtop gemaakt worden zou op zichzelf al God verheerlijkt hebben. En zoals die eens kromme vrouw God verheerlijken kon, zo kan ook een schuldige zondaar, verpletterd en hulpeloos, God verheerlijken. Het was toen de handen van Christus op haar gelegd werden dat zij rechtop gemaakt werd. Och, dat Hij Zijn handen op sommigen van u legde!

Lukas 13:14.KruisverwijzingenExodus 20:9Lukas 8:41Mattheüs 12:2Handelingen 18:17Romeinen 10:2Markus 5:22Markus 3:2Lukas 14:3
— En de overste der synagoge, kwalijk nemende, dat Jezus op den sabbat genezen had, antwoordde en zeide tot de schare: Er zijn zes dagen, in welke men moet werken; komt dan in dezelve, en laat u genezen, en niet op den dag des sabbats.
“En de overste der synagoge, kwalijk nemende, dat Jezus op den sabbat genezen had, antwoordde en zeide tot de schare: Er zijn zes dagen, in welke men moet werken; komt dan in dezelve, en laat u genezen, en niet op den dag des sabbats.”

Wat een ellendig mens, om verontwaardigd te zijn omdat Christus goeddeed! Met eigengerechtige mensen valt niet te rekenen. Zij zijn zelf onwijs, en zij menen dat anderen het zijn.

Hij durfde Christus niet aan te spreken. Ik vermoed dat de majesteit van de houding van Christus hem ontzag inboezemde, en daarom richtte hij zich rechtstreeks tot het volk en trof hij Christus door hén. Arme man! Hij was zeker krommer dan de gebogen vrouw — maar helaas, híj werd niet genezen.

Aan de koudbloedige, harteloze manier waarop hij dit gezegd moet hebben kunt u zich wel iets voorstellen. Deze man verheugde zich niet toen hij zijn arme medeschepsel genezen zag. Dat laat zien dat hij van alle menselijke goedheid ontbloot moet zijn geweest, en dat de dweepzucht zijn ziel had uitgedroogd.

Lukas 13:15-17.KruisverwijzingenLukas 14:5Lukas 19:9Handelingen 13:9Johannes 8:44Lukas 3:81 Petrus 3:16Psalmen 132:18Mattheüs 15:7
— De Heere dan antwoordde hem en zeide: Gij geveinsde, maakt niet een iegelijk van u op den sabbat zijn os of ezel van de kribbe los, en leidt hem heen om te doen drinken? En deze, die een dochter Abrahams is, welke de satan, ziet, nu achttien jaren gebonden had, moest die niet losgemaakt worden van dezen band, op den dag des sabbats? En als Hij dit zeide, werden zij allen beschaamd, die zich tegen Hem stelden; en al de schare verblijdde zich over al de heerlijke dingen, die van Hem geschiedden.
“De Heere dan antwoordde hem en zeide: Gij geveinsde, maakt niet een iegelijk van u op den sabbat zijn os of ezel van de kribbe los, en leidt hem heen om te doen drinken? En deze, die een dochter Abrahams is, welke de satan, ziet, nu achttien jaren gebonden had, moest die niet losgemaakt worden van dezen band, op den dag des sabbats? En als Hij dit zeide, werden zij allen beschaamd, die zich tegen Hem stelden; en al de schare verblijdde zich over al de heerlijke dingen, die van Hem geschiedden.”

Onze Heere pakte het niet zijdelings aan toen Hij hem antwoordde. Het geschiedde hem recht. Dit is juist het woord dat vanzelf op de lippen van de Zaligmaker komen moest. Juist omdát Hij liefdevol en teder was, kon Hij deze huichelachtige verontwaardiging niet verdragen.

Het was een heel sluitend betoog. U mag zulke daden op de sabbat doen — en u mag op de sabbat komen om genezen te worden, ook al kost u dat een reis. Het is zo nodig dat u het brood van de hemel krijgt, en zo nodig dat u de zegen van Christus krijgt. Daarom mag u juist op deze dag komen om genezen te worden.

De Joden hadden de sabbat teruggebracht tot een dag van ledigheid en weelde. Het enige wat zij zichzelf verboden, was het dóén van iets. Maar de sabbat is nooit bedoeld geweest om in ledigheid en weelde doorgebracht te worden. Hij behoort besteed te worden aan de aanbidding van God. Werken van barmhartigheid en werken van godsvrucht maken de sabbat juist heilig, in plaats van dat zij tegen zijn eisen ingaan. En door aan die arme belaste vrouw rust te geven, maakte onze Zaligmaker in waarheid sabbat in haar lichaam en in haar ziel.

Lukas 13:18-19.KruisverwijzingenLukas 13:20Mattheüs 17:20Mattheüs 13:24Mattheüs 13:31Klaagliederen 2:13Lukas 17:21Markus 4:26Lukas 7:31
— En Hij zeide: Wien is het Koninkrijk Gods gelijk, en waarbij zal Ik hetzelve vergelijken? Het is gelijk aan een mostaardzaad, hetwelk een mens genomen en in zijn hof geworpen heeft; en het wies op, en werd tot een groten boom, en de vogelen des hemels nestelden in zijn takken.
“En Hij zeide: Wien is het Koninkrijk Gods gelijk, en waarbij zal Ik hetzelve vergelijken? Het is gelijk aan een mostaardzaad, hetwelk een mens genomen en in zijn hof geworpen heeft; en het wies op, en werd tot een groten boom, en de vogelen des hemels nestelden in zijn takken.”

Zij waren in de goede gemoedsgesteldheid om te horen, want de bewondering voor Zijn wonderdaad en Zijn wonderlijke woord had hen aandachtig gemaakt.

Mensen leren veel door overeenkomsten, en de dingen die gezien worden helpen ons dikwijls om de dingen te schetsen die niet gezien worden. Omdat God één is in alles wat Hij gedaan heeft, kunnen wij dikwijls uit het ene deel van Zijn werken het andere leren verstaan.

Waaraan is het Koninkrijk van God dan gelijk? Is het als een machtig leger dat oprukt met banieren en trompetten? Nee. Is het als de razende zee, die voortrolt en alles voor zich uit veegt? Ook niet — althans niet zichtbaar.

Een mosterdzaadje kunt u nauwelijks zien, maar u kunt het wel proeven. Probeer het maar, en u zult merken dat het scherp genoeg is; toch is het zo klein dat u er gemakkelijk aan voorbijgaat. En het moet in toebereide grond gezaaid worden. Er is een mens die het zo weet te werpen dat het valt waar het leven zal en groeien zal.

De vogels van de hemel, die het eens hadden kunnen opeten, nestelden in de takken ervan. Zie in dit zinnebeeld hoe het Koninkrijk van God groeit en hoe levenskrachtig de waarheid van God is. Zie met welke kracht Gods Koninkrijk van een klein begin naar een groot einde voortschrijdt.

Hebt u dit mosterdzaad in uw hart? Het lijkt u misschien zelf een heel klein ding, en anderen nemen het nauwelijks waar. Maar laat het met rust, en het zal groeien. Toch groeit het niet zonder besproeiing. Zaden kunnen lang in de grond liggen, maar zij ontkiemen niet voordat de regen de aarde vochtig gemaakt heeft.

Een weinig genade groeit uit tot grote genade. Hebt u op dit ogenblik maar weinig geloof, wees dan dankbaar voor dat weinige. Breng het bij Christus; laat het zich met Hem voeden, en uw mosterdzaad zal groeien tot het een boom wordt.

Hetzelfde geldt voor het evangelie in heel de wereld. Wij hoeven nooit bang te zijn omdat wij toevallig maar met weinigen zijn. Hebben wij de waarheid, dan zal de waarheid leven. En is die waarheid klein als het mosterdzaad, er zit leven in, er zit levenskracht in, en zij zal eerlang zeker groeien. Wij hoeven niet bang te zijn in de minderheid te zijn; meerderheden hebben niet altijd gelijk.

Lukas 13:20-21.KruisverwijzingenMattheüs 13:331 Korinthe 5:6Johannes 15:2Johannes 4:14Hosea 6:3Jakobus 1:21Filippenzen 1:91 Thessalonicenzen 5:23
— En Hij zeide wederom: Waarbij zal Ik het Koninkrijk Gods vergelijken? Het is gelijk aan een zuurdesem, welken een vrouw nam, en verborg in drie maten meels, totdat het geheel gezuurd was.
“En Hij zeide wederom: Waarbij zal Ik het Koninkrijk Gods vergelijken? Het is gelijk aan een zuurdesem, welken een vrouw nam, en verborg in drie maten meels, totdat het geheel gezuurd was.”

Sommige uitleggers menen dat dit een beeld is van het koninkrijk van de duivel, maar dat staat er niet. Had onze Heere de macht van het kwaad willen afbeelden, dan zou Hij ons daarvan wel enige aanwijzing gegeven hebben, maar Hij heeft er geen gegeven. Hij bedoelt precies te beschrijven wat Hij hiervoor beschreef, want Hij vraagt: waarbij zal Ik het Koninkrijk van God vergelijken?

De zuurdesem wordt als het ware begraven: verborgen in drie maten meel. Hij raakt zoek, hij wordt bedekt. Maar laat hem met rust; door de kracht die in hemzelf zit begint hij zich een weg door het meel te banen. Hij doorzuurt alles om zich heen, totdat ten slotte al die drie maten meel ervan doortrokken zijn en zijn kracht moeten erkennen.

Zo gaat het met de genade van God waar zij in een menselijk hart gelegd wordt. En zo gaat het met het Koninkrijk van God waar het onder de mensenkinderen zijn invloed uitoefent.

Toch werkt de zuurdesem ook naar de andere kant. De vrouw van Rome heeft haar zuurdesem in de kerk verborgen, en die heeft het geheel doorzuurd. En nu heeft de vrouw van het verstand háár zuurdesem in de kerk gedaan: het eigenwijs uitvinden van nieuwe leerstukken, het verdraaien van de eenvoud van het evangelie. God helpe ons de zuurdesem van Rome én die van het rationalisme buiten te houden!

Lukas 13:22-23.KruisverwijzingenLukas 9:51Markus 6:6Mattheüs 7:14Mattheüs 9:35Markus 10:32Handelingen 10:38Lukas 4:43Mattheüs 19:25
— En Hij reisde van de ene stad en vlek tot de andere, lerende, en richtende Zijn reis naar Jeruzalem. En er zeide een tot Hem: Heere, zijn er ook weinigen, die zalig worden? En Hij zeide tot hen:
“En Hij reisde van de ene stad en vlek tot de andere, lerende, en richtende Zijn reis naar Jeruzalem. En er zeide een tot Hem: Heere, zijn er ook weinigen, die zalig worden? En Hij zeide tot hen:”

Zijn aangezicht was naar het kruis gekeerd. Hij werkte Zich een weg naar Zijn offerande en predikte Zich een weg naar die plaats waar Hij onze verlossing voltooien zou. Dat is een wonderlijk beeld van Christus: lerende en reizende naar Jeruzalem.

Zijn er weinigen die zalig worden? Dat is een vraag die ik heel vaak gehoord heb. Wat trekt mensen er toch zo in aan om juist die vraag te stellen?

Ik meen dat sommigen haar stellen alsof zij bijna hópen dat het er weinigen zullen zijn. Er zijn mensen die heel tevreden zijn wanneer het antwoord luidt: ja, er zullen er heel weinig zalig worden, en die gaan allemaal naar ónze gemeente. Sommigen weten niet eens zeker of allen die dáár komen wel zalig worden. Zij scheppen er kennelijk behagen in het getal van de zaligen tot het allerlaagste terug te snoeien.

Met zo’n geest hebben wij geen enkele gemeenschap, en onze Heere ook niet. Broeders, God verheffe ons boven die geest en doe ons begeren dat er menigten zalig worden. Ik vermoed dat het een van de verrassingen van de hemel zal zijn dat wij er veel meer zullen zien dan wij ooit gedroomd hadden dat die plaats bereiken zouden.

Jezus Christus gaf een heel praktisch antwoord. Het was geen antwoord, en toch was het het beste van alle antwoorden.

Lukas 13:24.Kruisverwijzingen2 Petrus 1:10Spreuken 21:25Johannes 7:34Filippenzen 2:12Prediker 10:15Markus 6:18Johannes 6:27Lukas 21:36
— Strijdt om in te gaan door de enge poort; want velen, zeg Ik u, zullen zoeken in te gaan, en zullen niet kunnen;
“Strijdt om in te gaan door de enge poort; want velen, zeg Ik u, zullen zoeken in te gaan, en zullen niet kunnen;”

Ga er voor uzelf maar van uit dat er zo weinigen zullen ingaan, dat u zich erdoorheen zult moeten dringen. Ook al bent u zelf niet eng van geest — en het zou jammer zijn als u dat was — bedenk dan toch dat de poort naar de hemel eng is. Neem u dus voor dat er niet doorheen te komen is dan met veel duwen en persen.

Lukas 13:25-28.KruisverwijzingenMattheüs 25:10Lukas 13:27Mattheüs 7:21Lukas 6:46Lukas 13:25Psalmen 6:8Mattheüs 22:13Mattheüs 25:30
— Namelijk nadat de Heer des huizes zal opgestaan zijn, en de deur zal gesloten hebben, en gij zult beginnen buiten te staan, en aan de deur te kloppen, zeggende: Heere, Heere, doe ons open! en Hij zal antwoorden en tot u zeggen: Ik ken u niet, van waar gij zijt. Alsdan zult gij beginnen te zeggen: Wij hebben in Uw tegenwoordigheid gegeten en gedronken, en Gij hebt in onze straten geleerd. En Hij zal zeggen: Ik zeg u, Ik ken u niet, van waar gij zijt; wijkt van Mij af, alle gij werkers der ongerechtigheid! Aldaar zal zijn wening en knersing der tanden, wanneer gij zult zien Abraham, en Izak, en Jakob, en al de profeten in het Koninkrijk Gods, maar ulieden buiten uitgeworpen.
“Namelijk nadat de Heer des huizes zal opgestaan zijn, en de deur zal gesloten hebben, en gij zult beginnen buiten te staan, en aan de deur te kloppen, zeggende: Heere, Heere, doe ons open! en Hij zal antwoorden en tot u zeggen: Ik ken u niet, van waar gij zijt. Alsdan zult gij beginnen te zeggen: Wij hebben in Uw tegenwoordigheid gegeten en gedronken, en Gij hebt in onze straten geleerd. En Hij zal zeggen: Ik zeg u, Ik ken u niet, van waar gij zijt; wijkt van Mij af, alle gij werkers der ongerechtigheid! Aldaar zal zijn wening en knersing der tanden, wanneer gij zult zien Abraham, en Izak, en Jakob, en al de profeten in het Koninkrijk Gods, maar ulieden buiten uitgeworpen.”

Zij worden weggedreven, en toch kunnen zij de heiligen daar zien, en hun eigen vlees en bloed, want zij waren Joden. Zij zien Abraham, Izak en Jakob en al de profeten daar, terwijl zijzelf buitengeworpen zijn. Zij worden uitgestoten, met geweld weggedreven, als mensen die God een gruwel zijn omdat zij Zijn barmhartigheid veracht hebben.

En u had gemeend dat u deel had aan het Koninkrijk van God, en dat u door geboorte de natuurlijke erfgenaam ervan was.

Lukas 13:29-30.KruisverwijzingenMattheüs 19:30Markus 10:31Mattheüs 20:16Efeze 3:6Maleachi 1:11Handelingen 28:28Jesaja 66:18Jesaja 49:6
— En daar zullen er komen van Oosten en Westen, en van Noorden en Zuiden, en zullen aanzitten in het Koninkrijk Gods. En ziet, er zijn laatsten, die de eersten zullen zijn; en er zijn eersten, die de laatsten zullen zijn.
“En daar zullen er komen van Oosten en Westen, en van Noorden en Zuiden, en zullen aanzitten in het Koninkrijk Gods. En ziet, er zijn laatsten, die de eersten zullen zijn; en er zijn eersten, die de laatsten zullen zijn.”

Volslagen buitenstaanders, verre heidenen, buitensporige zondaars, hoeren: zíj zullen komen en zich bekeren en aanzitten in het Koninkrijk van God. En dat zal tot in het merg snijden bij wie het Woord wel hoorden maar omkwamen omdat zij werkers van de ongerechtigheid waren.

Wie het minst geschikt lijken om zalig te worden, zullen zalig worden. De zwartste zondaars, de laagste verworpenen, de grofste ongelovigen zullen tot bekering en geloof gebracht worden. En wie het eerst waren in voorrechten, die zullen tot het laatst gelaten worden en buiten het Koninkrijk van God gesloten worden. Denk aan kinderen van godvruchtige ouders, aan belijders van de godsdienst, aan mensen die in elk opzicht het eerst zalig schenen te zullen worden.

Velen die vandaag onwaarschijnlijke bekeerlingen lijken, en die de laatsten zijn naar hun karakter, zullen toch de eersten zijn in de bekering. En anderen die de eersten zijn in voorrechten en zelfs in hoopgevendheid, zullen de laatsten zijn op de grote dag van de afrekening. Mogen wij deze plechtige waarschuwing ter harte nemen!

Lukas 13:31-32.KruisverwijzingenHebreeën 2:10Hebreeën 5:9Nehemia 6:9Psalmen 11:1Amos 7:12Mattheüs 14:1Sefanja 3:3Markus 6:26
— Te dienzelfden dage kwamen er enige Farizeen, zeggende tot Hem: Ga weg, en vertrek van hier; want Herodes wil U doden. En Hij zeide tot hen: Gaat heen, en zegt dien vos: Zie, Ik werp duivelen uit, en maak gezond, heden en morgen, en ten derden dage worde Ik voleindigd.
“Te dienzelfden dage kwamen er enige Farizeen, zeggende tot Hem: Ga weg, en vertrek van hier; want Herodes wil U doden. En Hij zeide tot hen: Gaat heen, en zegt dien vos: Zie, Ik werp duivelen uit, en maak gezond, heden en morgen, en ten derden dage worde Ik voleindigd.”

Stel u voor: de farizeeën bezorgd over het leven van Christus! Wat een gemaakte belangstelling. En toch was het niets dan gemaaktheid. Wij moeten altijd op onze hoede zijn voor de vijanden van God, ook wanneer zij het vriendelijkst spreken. Het zijn juist hun innemende, hartelijke woorden die wij het meest te duchten hebben.

Jezus noemde Herodes een vos, omdat Herodes Christus uit zijn gebied wilde hebben zonder de schande op zich te laden Hem te verdrijven. Daarom zond hij deze omweg van een boodschap, om de Heere bang te maken en Hem uit zichzelf te laten vertrekken.

Het is alsof Christus zegt: Ik zal Mijn volle tijd hier blijven. Zolang Ik werk te doen heb, zal Ik het doen, en Ik ga niet weg voordat het volbracht is. Ik ben niet bang dat Herodes dreigt Mij te doden, want Ik ben onsterfelijk tot Mijn werk gedaan is.

Hij raakt door zo’n boodschap niet eens van Zijn stuk. Bovendien: wie werkelijk van plan zijn te bijten, blaffen gewoonlijk niet. Had Herodes Christus op dat ogenblik werkelijk willen doden, dan zou hij Hem niet verteld hebben wat hij van plan was.

Lukas 13:33-34.KruisverwijzingenHandelingen 7:52Deuteronomium 32:11Mattheüs 23:37Mattheüs 21:11Ruth 2:12Jesaja 30:15Lukas 19:41Jeremia 7:23
— Doch Ik moet heden, en morgen, en den volgenden dag reizen; want het gebeurt niet, dat een profeet gedood wordt buiten Jeruzalem. Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn, hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens onder de vleugelen vergadert; en gijlieden hebt niet gewild?
“Doch Ik moet heden, en morgen, en den volgenden dag reizen; want het gebeurt niet, dat een profeet gedood wordt buiten Jeruzalem. Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn, hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens onder de vleugelen vergadert; en gijlieden hebt niet gewild?”

Wat een droevig woord voor Christus om te moeten zeggen! Er waren in Jeruzalem zoveel heilige mannen vermoord, dat Hij het in het algemeen als waar mocht stellen dat alle profeten daar de marteldood stierven. De uitzonderingen bevestigen alleen de regel.

Daar lag hun zwakheid: zij waren als een broedsel kuikens. En daar lag Zijn macht om hen te beschermen, zoals een hen haar broedsel onder haar vleugels vergadert. Maar daar lag ook hun verblinding: zij wilden liever omkomen dan komen en onder Zijn almachtige vleugels schuilen: “en gijlieden hebt niet gewild”.

Wat een verschrikkelijke tegenstelling: Ik heb gewild, en ú hebt niet gewild. Moge de Heere Jezus dat nooit tot een van ons hoeven te zeggen!

Lukas 13:35.KruisverwijzingenPsalmen 118:26Mattheüs 21:9Markus 11:9Johannes 8:22Johannes 14:19Jesaja 40:9Zacharia 11:1Lukas 21:24
— Ziet, uw huis wordt ulieden woest gelaten. En voorwaar, Ik zeg u, dat gij Mij niet zult zien, totdat de tijd zal gekomen zijn, als gij zult zeggen: Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren!
“Ziet, uw huis wordt ulieden woest gelaten. En voorwaar, Ik zeg u, dat gij Mij niet zult zien, totdat de tijd zal gekomen zijn, als gij zult zeggen: Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren!”

Er zal voor Jeruzalem geen ware heerlijkheid zijn voordat de Joden bekeerd worden. Er zal geen terugkeer van Christus tot die koninklijke stad zijn voordat zij Hem verwelkomen met luider hosanna’s dan tevoren. Toen reed Hij in triomf door de straten en ging Hij de tempel binnen.

De HEERE geve dat wij Christus nooit verwerpen! Laten wij, ook nu, als kleine kuikens toelopen en schuilen onder de vleugels van de Eeuwige.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Het is een regel met weinig uitzonderingen, dat een mens het meest waarschijnlijk vángt waarnaar hij víst.

Verdiepende artikelen

Een klein begin

Voor kinderen

Van vier jongens in een schuur tot vijfhonderd kinderen! Spurgeon opende de East Street Baptist Church. Zo groeit Gods Koninkrijk van mosterdzaad tot boom (Luk. 13:19).

Zelfbedrog

Preken

Spurgeon waarschuwt: Velen proberen het Koninkrijk binnen te gaan, maar falen. Onderzoek uzelf! Bekeert u tot Jezus voor eeuwig heil.

Ongelukken, geen Straffen

Preken

Spurgeon sprak deze boodschap uit naar aanleiding van twee rampen die zich kort daarvoor in zijn directe omgeving hadden voltrokken. Op zondag 25 augustus 1861 vond een ernstige…

Geen toegang!

Voor kinderen

Strijd om binnen te gaan door de nauwe poort, want velen, zeg Ik u, zullen proberen binnen te gaan en het niet kunnen. Lukas 13:24 Nu wil ik…

Al die dingen moeten gebeuren

Voor Iedere Dag

Er waren … enigen bij Hem, die Hem berichtten over de Galileeërs van wie Pilatus het bloed met hun offers vermengd had. En Jezus antwoordde en zei tegen…

Nog niet het einde

Aan De Voeten Van De Meester

En er waren te dierzelfder tijd enigen tegenwoordig, die Hem boodschapten van de Galileers, welker bloed Pilatus met hun offeranden gemengd had. En Jezus antwoordde, en zeide tot hen:…

Bedrieg uzelf niet

Aan De Voeten Van De Meester

Strijdt om in te gaan door de enge poort; want velen, zeg Ik u, zullen zoeken in te gaan, en zullen niet kunnen; Lukas 13:24 Het verbaasd me…

De tuin van de gelovigen

Aan De Voeten Van De Meester

En Hij zeide: Wien is het Koninkrijk Gods gelijk, en waarbij zal Ik hetzelve vergelijken? Het is gelijk aan een mostaardzaad, hetwelk een mens genomen en in zijn hof…

Het oprichten van de neergebogene

Preken

En Hij leerde op de sabbat in een van de synagogen. En ziet, er was een vrouw, die een geest der ziekte achttien jaren lang gehad had, en…

De onvruchtbare vijgenboom

Preken

Houw hem uit: waartoe beslaat hij ook nutteloos de aarde? En hij, antwoordende, zei tot hem: Heere, laat hem ook nog dit jaar. Lukas 13:7,8. De vergelijking van…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content