Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En het geschiedde op den achtsten dag, dat Mozes riep Aaron en zijn zonen, en de oudsten van Israel;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En het geschiedde op den achtstenH8066dagH3117, dat MozesH4872riepH7121AaronH175 en zijn zonenH1121, en de oudstenH2205 van IsraelH3478;En het geschiedde op den achtsten dag, dat Mozes riep Aaron en zijn zonen, en de oudsten van Israel;
KJVAnd it came to pass on the eighth3day,2that Moses5called4Aaron6and his sons,7and the elders8of Israel;
1וַיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3הַשְּׁמִינִ֔יH8066achtsten, achtsteeight4קָרָ֣אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say5מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses6לְאַהֲרֹ֖ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron7וּלְבָנָ֑יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8וּלְזִקְנֵ֖יH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator9יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
2En hij zeide tot Aaron: Neem u een kalf, een jong rund, ten zondoffer, en een ram ten brandoffer, die volkomen zijn; en breng ze voor het aangezicht des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En hij zeideH559totH413AaronH175: NeemH3947 u een kalfH5695, een jongH1241rundH1121, ten zondofferH2403, en een ramH352 ten brandofferH5930, die volkomenH8549 zijn; en brengH7126 ze voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068.En hij zeide tot Aaron: Neem u een kalf, een jong rund, ten zondoffer, en een ram ten brandoffer, die volkomen zijn; en breng ze voor het aangezicht des HEEREN.
KJVAnd he said1unto Aaron,3Take4thee a young8calf6for a sin offering,9and a ram10for a burnt offering,11without blemish,12and offer13them before14the LORD.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אַהֲרֹ֗ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron4קַחH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win5לְ֠ךָ6עֵ֣גֶלH5695kalf, kalveren, kalfsbullock, calf7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8בָּקָ֧רH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox9לְחַטָּ֛אתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)10וְאַ֥יִלH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree11לְעֹלָ֖הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)12תְּמִימִ֑םH8549volkomen, oprechten, oprechtwithout blemish, complete, full, perfect, sincerely (-ity), sound, without spot, undefiled, upright(-ly), whole13וְהַקְרֵ֖בH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take14לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you15יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
3Daarna spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Neemt een geitenbok ten zondoffer, en een kalf, en een lam, eenjarig, volkomen, ten brandoffer;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Daarna spreekH1696totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478, zeggendeH559: NeemtH3947 een geitenbokH8163 ten zondofferH2403, en een kalfH5695, en een lamH3532, eenjarigH1121, volkomenH8549, ten brandofferH5930;Daarna spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Neemt een geitenbok ten zondoffer, en een kalf, en een lam, eenjarig, volkomen, ten brandoffer;
KJVAnd unto the children2of Israel3thou shalt speak,4saying,5Take6ye a kid7of the goats8for a sin offering;9and a calf10and a lamb,11both of the first12year,13without blemish,14for a burnt offering;
1וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)2בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4תְּדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work5לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6קְח֤וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win7שְׂעִירH8163geitenbok, bok, bokkendevil, goat, hairy, kid, rough, satyr8עִזִּים֙H5795geiten, geit, geitenbok(she) goat, kid9לְחַטָּ֔אתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)10וְעֵ֨גֶלH5695kalf, kalveren, kalfsbullock, calf11וָכֶ֧בֶשׂH3532lammeren, lam, schapenlamb, sheep12בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13שָׁנָ֛הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)14תְּמִימִ֖םH8549volkomen, oprechten, oprechtwithout blemish, complete, full, perfect, sincerely (-ity), sound, without spot, undefiled, upright(-ly), whole15לְעֹלָֽהH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)
4Ook een os en ram ten dankoffer, om voor het aangezicht des HEEREN te offeren; en spijsoffer met olie gemengd; want heden zal de HEERE u verschijnen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Ook een osH7794 en ramH352 ten dankofferH8002, om voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068 te offerenH2076; en spijsofferH4503 met olieH8081gemengdH1101; wantH3588hedenH3117 zal de HEEREH3068 u verschijnenH7200.Ook een os en ram ten dankoffer, om voor het aangezicht des HEEREN te offeren; en spijsoffer met olie gemengd; want heden zal de HEERE u verschijnen.
KJVAlso a bullock1and a ram2for peace offerings,3to sacrifice4before5the LORD;6and a meat offering7mingled8with oil:9for to day11the LORD12will appear
1וְשׁ֨וֹרH7794os, ossen, ossesbull(-ock), cow, ox, wall (by mistake for H7791 (שׁוּר))2וָאַ֜יִלH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree3לִשְׁלָמִ֗יםH8002dankofferen, dankoffer, dankofferspeace offering4לִזְבֹּ֨חַ֙H2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay5לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7וּמִנְחָ֖הH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice8בְּלוּלָ֣הH1101gemengd, overgoten, verwardeanoint, confound, [idiom] fade, mingle, mix (self), give provender, temper9בַשָּׁ֑מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine10כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11הַיּ֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger12יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13נִרְאָ֥הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions14אֲלֵיכֶֽםH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
5Toen namen zij hetgeen Mozes geboden had, brengende dat tot voor aan de tent der samenkomst; en de gehele vergadering naderde, en stond voor het aangezicht des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Toen namenH3947 zij hetgeenH834MozesH4872gebodenH6680 had, brengende dat tot voor aan de tentH168 der samenkomstH4150; en de geheleH3605vergaderingH5712naderdeH7126, en stondH5975 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068.Toen namen zij hetgeen Mozes geboden had, brengende dat tot voor aan de tent der samenkomst; en de gehele vergadering naderde, en stond voor het aangezicht des HEEREN.
KJVAnd they brought1that which Moses5commanded4before7the tabernacle8of the congregation:9and all the congregation12drew near10and stood13before14the LORD.
1וַיִּקְח֗וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4צִוָּ֣הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order5מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7פְּנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8אֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent9מוֹעֵ֑דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)10וַֽיִּקְרְבוּ֙H7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12הָ֣עֵדָ֔הH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)13וַיַּֽעַמְד֖וּH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry14לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you15יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
6En Mozes zeide: Deze zaak, die de HEERE geboden heeft, zult gij doen; en de heerlijkheid des HEEREN zal u verschijnen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En MozesH4872zeideH559: DezeH2088zaakH1697, die de HEEREH3068gebodenH6680 heeft, zult gij doenH6213; en de heerlijkheidH3519 des HEERENH3068 zal u verschijnenH7200.En Mozes zeide: Deze zaak, die de HEERE geboden heeft, zult gij doen; en de heerlijkheid des HEEREN zal u verschijnen.
KJVAnd Moses2said,1This is the thing4which the LORD7commanded6that ye should do:8and the glory11of the LORD12shall appear
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3זֶ֧הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)4הַדָּבָ֛רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work5אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order7יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8תַּעֲשׂ֑וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9וְיֵרָ֥אH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions10אֲלֵיכֶ֖םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11כְּב֥וֹדH3519heerlijkheid, eer, ereglorious(-ly), glory, honour(-able)12יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
7En Mozes zeide tot Aaron: Nader tot het altaar, en maak uw zondoffer toe; en uw brandoffer toe; en doe verzoening voor u en voor het volk; maak daarna de offerande des volks toe, en doe de verzoening voor hen, gelijk als de HEERE geboden heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En MozesH4872zeideH559totH413AaronH175: NaderH7126totH413 het altaarH4196, en maakH6213 uw zondofferH2403 toe; en uw brandofferH5930 toe; en doe verzoeningH3722 voor u en voor het volkH5971; maakH6213 daarna de offerandeH7133 des volksH5971 toe, en doe de verzoeningH3722 voor hen, gelijk als de HEEREH3068gebodenH6680 heeft.En Mozes zeide tot Aaron: Nader tot het altaar, en maak uw zondoffer toe; en uw brandoffer toe; en doe verzoening voor u en voor het volk; maak daarna de offerande des volks toe, en doe de verzoening voor hen, gelijk als de HEERE geboden heeft.
KJVAnd Moses2said1unto Aaron,4Go5unto the altar,7and offer8thy sin offering,10and thy burnt offering,12and make an atonement13for thyself, and for the people:16and offer17the offering19of the people,20and make an atonement21for them; as the LORD25commanded.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֹשֶׁ֜הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אַהֲרֹ֗ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron5קְרַ֤בH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7הַמִּזְבֵּ֨חַ֙H4196altaar, altaren, altaarsaltar8וַעֲשֵׂ֞הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10חַטָּֽאתְךָ֙H2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12עֹ֣לָתֶ֔ךָH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)13וְכַפֵּ֥רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)14בַּֽעַדְךָ֖H1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within15וּבְעַ֣דH1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within16הָעָ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people17וַעֲשֵׂ֞הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use18אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19קָרְבַּ֤ןH7133offerande, offeranden, offeroblation, that is offered, offering20הָעָם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people21וְכַפֵּ֣רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)22בַּֽעֲדָ֔םH1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within23כַּאֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection24צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order25יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
8Toen naderde Aaron tot het altaar, en slachtte het kalf des zondoffers, dat voor hem was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Toen naderdeH7126AaronH175totH413 het altaarH4196, en slachtteH7819 het kalfH5695 des zondoffersH2403, datH834 voor hem was.Toen naderde Aaron tot het altaar, en slachtte het kalf des zondoffers, dat voor hem was.
KJVAaron2therefore went1unto the altar,4and slew5the calf7of the sin offering,
1וַיִּקְרַ֥בH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take2אַהֲרֹ֖ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הַמִּזְבֵּ֑חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar5וַיִּשְׁחַ֛טH7819slachten, slachtte, slachttenkill, offer, shoot out, slay, slaughter6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7עֵ֥גֶלH5695kalf, kalveren, kalfsbullock, calf8הַחַטָּ֖אתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)9אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10לֽוֹ
9En de zonen van Aaron brachten het bloed tot hem, en hij doopte zijn vinger in dat bloed, en deed het op de hoornen des altaars; daarna goot hij het bloed uit aan den bodem des altaars.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En de zonenH1121 van AaronH175brachtenH7126 het bloedH1818totH413 hem, en hij doopteH2881 zijn vingerH676 in dat bloedH1818, en deed het opH5921 de hoornenH7161 des altaarsH4196; daarna gootH3332 hij het bloedH1818 uit aan den bodemH3247 des altaarsH4196.En de zonen van Aaron brachten het bloed tot hem, en hij doopte zijn vinger in dat bloed, en deed het op de hoornen des altaars; daarna goot hij het bloed uit aan den bodem des altaars.
KJVAnd the sons2of Aaron3brought1the blood5unto him: and he dipped7his finger8in the blood,9and put10it upon the horns12of the altar,13and poured16out the blood15at the bottom18of the altar:
1וַ֠יַּקְרִבוּH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take2בְּנֵ֨יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3אַהֲרֹ֣ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַדָּם֮H1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent6אֵלָיו֒H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7וַיִּטְבֹּ֤לH2881doopte, dopen, indopendip, plunge8אֶצְבָּעוֹ֙H676vinger, vingeren, vingersfinger, toe9בַּדָּ֔םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent10וַיִּתֵּ֖ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12קַרְנ֣וֹתH7161hoornen, hoorn, Hoorn[idiom] hill, horn13הַמִּזְבֵּ֑חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar14וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הַדָּ֣םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent16יָצַ֔קH3332goot, gieten, gegotencast, cleave fast, be (as) firm, grow, be hard, lay out, molten, overflow, pour (out), run out, set down, stedfast17אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18יְס֖וֹדH3247bodem, fondamenten, grondbottom, foundation, repairing19הַמִּזְבֵּֽחַH4196altaar, altaren, altaarsaltar
10Maar het vet, en de nieren, en het net van de lever van het zondoffer heeft hij op het altaar aangestoken, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Maar het vetH2459, en de nierenH3629, en het netH3508vanH4480 de leverH3516vanH4480 het zondofferH2403 heeft hij op het altaarH4196aangestokenH6999, gelijk als de HEEREH3068MozesH4872gebodenH6680 had.Maar het vet, en de nieren, en het net van de lever van het zondoffer heeft hij op het altaar aangestoken, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
KJVBut the fat,2and the kidneys,4and the caul6above7the liver8of the sin offering,10he burnt11upon the altar;12as the LORD15commanded14Moses.
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2הַחֵ֨לֶבH2459vet, vette, smeer[idiom] best, fat(-ness), [idiom] finest, grease, marrow3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַכְּלָיֹ֜תH3629nierenkidneys, reins5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַיֹּתֶ֤רֶתH3508netcaul7מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with8הַכָּבֵד֙H3516leverliver9מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with10הַ֣חַטָּ֔אתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)11הִקְטִ֖ירH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)12הַמִּזְבֵּ֑חָהH4196altaar, altaren, altaarsaltar13כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order15יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
11Doch het vlees, en de huid verbrandde hij met vuur buiten het leger.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Doch het vleesH1320, en de huidH5785verbranddeH8313 hij met vuurH784buitenH2351 het legerH4264.Doch het vlees, en de huid verbrandde hij met vuur buiten het leger.
KJVAnd the flesh2and the hide4he burnt5with fire6without7the camp.
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2הַבָּשָׂ֖רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָע֑וֹרH5785vel, huid, vellenhide, leather, skin5שָׂרַ֣ףH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly6בָּאֵ֔שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot7מִח֖וּץH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without8לַֽמַּחֲנֶֽהH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents
12Daarna slachtte hij het brandoffer; en de zonen van Aaron leverden aan hem het bloed; en hij sprengde dat rondom op het altaar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Daarna slachtteH7819 hij het brandofferH5930; en de zonenH1121 van AaronH175leverdenH4672 aan hem het bloedH1818; en hij sprengdeH2236 dat rondomH5439opH5921 het altaarH4196.Daarna slachtte hij het brandoffer; en de zonen van Aaron leverden aan hem het bloed; en hij sprengde dat rondom op het altaar.
KJVAnd he slew1the burnt offering;3and Aaron's6sons5presented4unto him the blood,9which he sprinkled10round about13upon the altar.
1וַיִּשְׁחַ֖טH7819slachten, slachtte, slachttenkill, offer, shoot out, slay, slaughter2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הָעֹלָ֑הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)4וַ֠יַּמְצִאוּH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on5בְּנֵ֨יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6אַהֲרֹ֤ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron7אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַדָּ֔םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent10וַיִּזְרְקֵ֥הוּH2236sprengen, sprengde, sprengdenbe here and there, scatter, sprinkle, strew11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12הַמִּזְבֵּ֖חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar13סָבִֽיבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side
13Ook leverden zij aan hem het brandoffer in zijn stukken, met het hoofd; en hij stak het aan op het altaar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Ook leverdenH4672 zij aan hem het brandofferH5930 in zijn stukkenH5409, met het hoofdH7218; en hij stakH6999 het aan opH5921 het altaarH4196.Ook leverden zij aan hem het brandoffer in zijn stukken, met het hoofd; en hij stak het aan op het altaar.
KJVAnd they presented3the burnt offering2unto him, with the pieces5thereof, and the head:7and he burnt8them upon the altar.
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2הָעֹלָ֗הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)3הִמְצִ֧יאוּH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on4אֵלָ֛יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5לִנְתָחֶ֖יהָH5409stukken, delen, stukpart, piece6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הָרֹ֑אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top8וַיַּקְטֵ֖רH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10הַמִּזְבֵּֽחַH4196altaar, altaren, altaarsaltar
14En hij wies het ingewand en de schenkelen; en hij stak ze aan op het brandoffer, op het altaar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En hij wiesH7364 het ingewandH7130 en de schenkelenH3767; en hij stakH6999 ze aan opH5921 het brandofferH5930, op het altaarH4196.En hij wies het ingewand en de schenkelen; en hij stak ze aan op het brandoffer, op het altaar.
KJVAnd he did wash1the inwards3and the legs,5and burnt6them upon the burnt offering8on the altar.
1וַיִּרְחַ֥ץH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַקֶּ֖רֶבH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַכְּרָעָ֑יִםH3767schenkelenleg6וַיַּקְטֵ֥רH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הָעֹלָ֖הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)9הַמִּזְבֵּֽחָהH4196altaar, altaren, altaarsaltar
15Daarna deed hij de offerande des volks toebrengen; en nam den bok des zondoffers, die voor het volk was, en slachtte hem, en bereidde hem ten zondoffer, gelijk het eerste.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Daarna deed hij de offerandeH7133 des volksH5971toebrengenH7126; en namH3947 den bokH8163 des zondoffersH2403, dieH834 voor het volkH5971 was, en slachtteH7819 hem, en bereidde hem ten zondofferH2398, gelijk het eersteH7223.Daarna deed hij de offerande des volks toebrengen; en nam den bok des zondoffers, die voor het volk was, en slachtte hem, en bereidde hem ten zondoffer, gelijk het eerste.
KJVAnd he brought1the people's4offering,3and took5the goat,7which was the sin offering8for the people,10and slew11it, and offered it for sin,12as the first.
1וַיַּקְרֵ֕בH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take2אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3קָרְבַּ֣ןH7133offerande, offeranden, offeroblation, that is offered, offering4הָעָ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5וַיִּקַּ֞חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7שְׂעִ֤ירH8163geitenbok, bok, bokkendevil, goat, hairy, kid, rough, satyr8הַֽחַטָּאת֙H2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10לָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people11וַיִּשְׁחָטֵ֥הוּH7819slachten, slachtte, slachttenkill, offer, shoot out, slay, slaughter12וַֽיְחַטְּאֵ֖הוּH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass13כָּרִאשֽׁוֹןH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past
16Verder deed hij het brandoffer toebrengen, en maakte dat toe naar het recht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Verder deed hij het brandofferH5930toebrengenH7126, en maakteH6213 dat toe naar het rechtH4941.Verder deed hij het brandoffer toebrengen, en maakte dat toe naar het recht.
KJVAnd he brought1the burnt offering,3and offered4it according to the manner.
1וַיַּקְרֵ֖בH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הָעֹלָ֑הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)4וַֽיַּעֲשֶׂ֖הָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5כַּמִּשְׁפָּֽטH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong
17En hij deed het spijsoffer toebrengen, en vulde daarvan zijn hand, en stak het aan op het altaar, behalve het morgenbrandoffer.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En hij deed het spijsofferH4503toebrengenH7126, en vuldeH4390 daarvan zijn handH3709, en stakH6999 het aan op het altaarH4196, behalve het morgenbrandofferH5930.En hij deed het spijsoffer toebrengen, en vulde daarvan zijn hand, en stak het aan op het altaar, behalve het morgenbrandoffer.
KJVAnd he brought1the meat offering,3and took4an handful5thereof, and burnt7it upon the altar,9beside10the burnt sacrifice11of the morning.
1וַיַּקְרֵב֮H7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַמִּנְחָה֒H4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice4וַיְמַלֵּ֤אH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly5כַפּוֹ֙H3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon6מִמֶּ֔נָּהH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with7וַיַּקְטֵ֖רH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הַמִּזְבֵּ֑חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar10מִלְּבַ֖דH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength11עֹלַ֥תH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)12הַבֹּֽקֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow
18Daarna slachtte hij den os, en den ram ten dankoffer, dat voor het volk was; en de zonen van Aaron leverden het bloed aan hem, hetwelk hij rondom op het altaar sprengde;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Daarna slachtteH7819 hij den osH7794, en den ramH352 ten dankofferH2077, datH834 voor het volkH5971 was; en de zonenH1121 van AaronH175leverdenH4672 het bloedH1818 aan hem, hetwelk hij rondomH5439opH5921 het altaarH4196sprengdeH2236;Daarna slachtte hij den os, en den ram ten dankoffer, dat voor het volk was; en de zonen van Aaron leverden het bloed aan hem, hetwelk hij rondom op het altaar sprengde;
KJVHe slew1also the bullock3and the ram5for a sacrifice6of peace offerings,7which was for the people:9and Aaron's12sons11presented10unto him the blood,14which he sprinkled16upon the altar18round about,
1וַיִּשְׁחַ֤טH7819slachten, slachtte, slachttenkill, offer, shoot out, slay, slaughter2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַשּׁוֹר֙H7794os, ossen, ossesbull(-ock), cow, ox, wall (by mistake for H7791 (שׁוּר))4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הָאַ֔יִלH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree6זֶ֥בַחH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice7הַשְּׁלָמִ֖יםH8002dankofferen, dankoffer, dankofferspeace offering8אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9לָעָ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people10וַ֠יַּמְצִאוּH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on11בְּנֵ֨יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12אַהֲרֹ֤ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הַדָּם֙H1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent15אֵלָ֔יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16וַיִּזְרְקֵ֥הוּH2236sprengen, sprengde, sprengdenbe here and there, scatter, sprinkle, strew17עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18הַמִּזְבֵּ֖חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar19סָבִֽיבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side
19En het vet van den os, en van den ram, den staart, en wat het ingewand bedekt, en de nieren, en het net der lever;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En het vetH2459vanH4480 den osH7794, en vanH4480 den ramH352, den staartH451, en wat het ingewand bedektH4374, en de nierenH3629, en het netH3508 der leverH3516;En het vet van den os, en van den ram, den staart, en wat het ingewand bedekt, en de nieren, en het net der lever;
KJVAnd the fat2of the bullock4and of the ram,6the rump,7and that which covereth8the inwards, and the kidneys,9and the caul10above the liver:
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2הַחֲלָבִ֖יםH2459vet, vette, smeer[idiom] best, fat(-ness), [idiom] finest, grease, marrow3מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4הַשּׁ֑וֹרH7794os, ossen, ossesbull(-ock), cow, ox, wall (by mistake for H7791 (שׁוּר))5וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with6הָאַ֔יִלH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree7הָֽאַלְיָ֤הH451staartrump8וְהַֽמְכַסֶּה֙H4374deksel, bedekken, bedektclothing, to cover, that which covereth9וְהַכְּלָיֹ֔תH3629nierenkidneys, reins10וְיֹתֶ֖רֶתH3508netcaul11הַכָּבֵֽדH3516leverliver
20En zij legden het vet op de borsten; en hij stak dat vet aan op het altaar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En zij legden het vetH2459opH5921 de borstenH2373; en hij stakH6999 dat vetH2459 aan op het altaarH4196.En zij legden het vet op de borsten; en hij stak dat vet aan op het altaar.
Ook in dit vers
leidenH7760
KJVAnd they put1the fat3upon the breasts,5and he burnt6the fat7upon the altar:
1וַיָּשִׂ֥ימוּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַחֲלָבִ֖יםH2459vet, vette, smeer[idiom] best, fat(-ness), [idiom] finest, grease, marrow4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5הֶחָז֑וֹתH2373borst, borstenbreast6וַיַּקְטֵ֥רH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)7הַחֲלָבִ֖יםH2459vet, vette, smeer[idiom] best, fat(-ness), [idiom] finest, grease, marrow8הַמִּזְבֵּֽחָהH4196altaar, altaren, altaarsaltar
21Maar de borsten en den rechterschouder bewoog Aaron ten beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN, gelijk als Mozes geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Maar de borstenH2373 en den rechterschouderH3225bewoogH5130AaronH175 ten beweegofferH8573 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, gelijk als MozesH4872gebodenH6680 had.Maar de borsten en den rechterschouder bewoog Aaron ten beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN, gelijk als Mozes geboden had.
KJVAnd the breasts2and the right5shoulder4Aaron7waved6for a wave offering8before9the LORD;10as Moses13commanded.
1וְאֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2הֶחָז֗וֹתH2373borst, borstenbreast3וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4שׁ֣וֹקH7785benen, schouder, schenkelenhip, leg, shoulder, thigh5הַיָּמִ֔יןH3225rechterhand, rechter, rechterschouder[phrase] left-handed, right (hand, side), south6הֵנִ֧יףH5130bewegen, bewoog, bewogenlift up, move, offer, perfume, send, shake, sift, strike, wave7אַהֲרֹ֛ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron8תְּנוּפָ֖הH8573beweegoffer, beweegoffers, beweegborstoffering, shaking, wave (offering)9לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11כַּאֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order13מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
22Daarna hief Aaron zijn handen op tot het volk, en zegende hen; en hij kwam af, nadat hij het zondoffer, en brandoffer, en dankoffer gedaan had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Daarna hiefH5375AaronH175 zijn handenH3027 op totH413 het volkH5971, en zegendeH1288 hen; en hij kwam af, nadat hij het zondofferH2403, en brandofferH5930, en dankofferH8002gedaanH6213 had.Daarna hief Aaron zijn handen op tot het volk, en zegende hen; en hij kwam af, nadat hij het zondoffer, en brandoffer, en dankoffer gedaan had.
KJVAnd Aaron2lifted up1his hand4toward the people,6and blessed7them, and came down8from offering9of the sin offering,10and the burnt offering,11and peace offerings.
1וַיִּשָּׂ֨אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield2אַהֲרֹ֧ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4יָדָ֛יוH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7וַֽיְבָרְכֵ֑םH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank8וַיֵּ֗רֶדH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down9מֵעֲשֹׂ֧תH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10הַֽחַטָּ֛אתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)11וְהָעֹלָ֖הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)12וְהַשְּׁלָמִֽיםH8002dankofferen, dankoffer, dankofferspeace offering
23Toen ging Mozes met Aaron in de tent der samenkomst; daarna kwamen zij uit, en zegenden het volk; en de heerlijkheid des HEEREN verscheen al het volk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Toen ging MozesH4872 met AaronH175 in de tentH168 der samenkomstH4150; daarna kwamenH935 zij uit, en zegendenH1288 het volkH5971; en de heerlijkheidH3519 des HEERENH3068verscheenH7200alH3605 het volkH5971.Toen ging Mozes met Aaron in de tent der samenkomst; daarna kwamen zij uit, en zegenden het volk; en de heerlijkheid des HEEREN verscheen al het volk.
KJVAnd Moses2and Aaron3went1into the tabernacle5of the congregation,6and came out,7and blessed8the people:10and the glory12of the LORD13appeared11unto all the people.
1וַיָּבֹ֨אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2מֹשֶׁ֤הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3וְאַהֲרֹן֙H175Aaron, Aarons, AaronietenAaron4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5אֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent6מוֹעֵ֔דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)7וַיֵּ֣צְא֔וּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter8וַֽיְבָרֲכ֖וּH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הָעָ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people11וַיֵּרָ֥אH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions12כְבוֹדH3519heerlijkheid, eer, ereglorious(-ly), glory, honour(-able)13יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16הָעָֽםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
24Want een vuur ging uit van het aangezicht des HEEREN, en verteerde op het altaar het brandoffer, en het vet. Als het ganse volk dit zag, zo juichten zij, en vielen op hun aangezichten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Want een vuurH784 ging uit van het aangezichtH6440 des HEERENH3068, en verteerdeH398opH5921 het altaarH4196 het brandofferH5930, en het vetH2459. Als het ganseH3605volkH5971 dit zagH7200, zo juichtenH7442 zij, en vielenH5307opH5921 hun aangezichtenH6440.Want een vuur ging uit van het aangezicht des HEEREN, en verteerde op het altaar het brandoffer, en het vet. Als het ganse volk dit zag, zo juichten zij, en vielen op hun aangezichten.
KJVAnd there came1a fire2out from before3the LORD,4and consumed5upon the altar7the burnt offering9and the fat:11which when all the people14saw,12they shouted,15and fell16on their faces.
1וַתֵּ֤צֵאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2אֵשׁ֙H784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot3מִלִּפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you4יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5וַתֹּ֨אכַל֙H398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7הַמִּזְבֵּ֔חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הָעֹלָ֖הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הַחֲלָבִ֑יםH2459vet, vette, smeer[idiom] best, fat(-ness), [idiom] finest, grease, marrow12וַיַּ֤רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14הָעָם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people15וַיָּרֹ֔נּוּH7442juichen, vrolijk zingen, juichtaloud for joy, cry out, be joyful (greatly, make to) rejoice, (cause to) shout (for joy), (cause to) sing (aloud, for joy, out), triumph16וַֽיִּפְּל֖וּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down17עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18פְּנֵיהֶֽםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Leviticus 9:1— En het geschiedde op den achtsten dag, dat Mozes riep Aaron en zijn zonen, en de oudsten van Israel;Leviticus 14:23→Leviticus 8:33→Leviticus 15:29→Ezechiël 43:26→Leviticus 15:14→Leviticus 14:10→Mattheüs 28:1→Numeri 6:10→
Leviticus 9:2— En hij zeide tot Aaron: Neem u een kalf, een jong rund, ten zondoffer, en een ram ten brandoffer, die volkomen zijn; en breng ze voor het aangezicht des HEEREN.Leviticus 4:3→Exodus 29:1→Leviticus 8:18→Hebreeën 10:10→Leviticus 8:14→2 Korinthe 5:21→Hebreeën 7:27→Leviticus 9:7→
Leviticus 9:3— Daarna spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Neemt een geitenbok ten zondoffer, en een kalf, en een lam, eenjarig, volkomen, ten brandoffer;Ezra 6:17→Romeinen 8:3→Titus 2:14→Openbaring 5:9→Leviticus 4:23→1 Petrus 2:24→Exodus 12:5→Jesaja 53:10→
Leviticus 9:4— Ook een os en ram ten dankoffer, om voor het aangezicht des HEEREN te offeren; en spijsoffer met olie gemengd; want heden zal de HEERE u verschijnen.Exodus 29:43→Leviticus 9:23→Leviticus 9:6→Exodus 19:11→Numeri 14:10→Exodus 40:34→Ezechiël 43:2→Exodus 24:16→
Leviticus 9:5— Toen namen zij hetgeen Mozes geboden had, brengende dat tot voor aan de tent der samenkomst; en de gehele vergadering naderde, en stond voor het aangezicht des HEEREN.Nehemia 8:1→1 Kronieken 15:3→Exodus 19:17→2 Kronieken 5:2→Deuteronomium 31:12→
Leviticus 9:6— En Mozes zeide: Deze zaak, die de HEERE geboden heeft, zult gij doen; en de heerlijkheid des HEEREN zal u verschijnen.Exodus 24:16→Leviticus 9:23→Exodus 40:34→2 Kronieken 5:13→Ezechiël 43:2→Exodus 16:10→1 Koningen 8:10→
Leviticus 9:7— En Mozes zeide tot Aaron: Nader tot het altaar, en maak uw zondoffer toe; en uw brandoffer toe; en doe verzoening voor u en voor het volk; maak daarna de offerande des volks toe, en doe de verzoening voor hen, gelijk als de HEERE geboden heeft.Hebreeën 5:3→Hebreeën 5:1→Hebreeën 9:7→Leviticus 4:3→Leviticus 9:2→1 Samuël 3:14→Leviticus 8:34→Leviticus 4:16→
Leviticus 9:8— Toen naderde Aaron tot het altaar, en slachtte het kalf des zondoffers, dat voor hem was.Leviticus 1:4→Leviticus 4:29→Leviticus 4:1→
Leviticus 9:9— En de zonen van Aaron brachten het bloed tot hem, en hij doopte zijn vinger in dat bloed, en deed het op de hoornen des altaars; daarna goot hij het bloed uit aan den bodem des altaars.Leviticus 4:6→Leviticus 8:15→Hebreeën 10:4→Hebreeën 9:22→Leviticus 4:17→Leviticus 4:25→Leviticus 9:18→Leviticus 4:30→
Leviticus 9:10— Maar het vet, en de nieren, en het net van de lever van het zondoffer heeft hij op het altaar aangestoken, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.Spreuken 23:26→Leviticus 3:3→Jesaja 57:15→Leviticus 4:8→Leviticus 3:9→Psalmen 51:17→Jesaja 66:2→Jesaja 53:10→
Leviticus 9:11— Doch het vlees, en de huid verbrandde hij met vuur buiten het leger.Leviticus 4:11→Leviticus 8:17→Leviticus 16:27→Leviticus 4:21→Hebreeën 13:11→
Leviticus 9:12— Daarna slachtte hij het brandoffer; en de zonen van Aaron leverden aan hem het bloed; en hij sprengde dat rondom op het altaar.Efeze 5:2→Efeze 5:25→Leviticus 8:18→Leviticus 1:1→
Leviticus 9:14— En hij wies het ingewand en de schenkelen; en hij stak ze aan op het brandoffer, op het altaar.Leviticus 8:21→
Leviticus 9:15— Daarna deed hij de offerande des volks toebrengen; en nam den bok des zondoffers, die voor het volk was, en slachtte hem, en bereidde hem ten zondoffer, gelijk het eerste.Leviticus 4:27→Hebreeën 2:17→Leviticus 9:3→Hebreeën 5:3→Titus 2:14→Jesaja 53:10→2 Korinthe 5:21→Numeri 28:1→
Leviticus 9:16— Verder deed hij het brandoffer toebrengen, en maakte dat toe naar het recht.Leviticus 8:18→Leviticus 1:1→Leviticus 9:12→Hebreeën 10:1→
Leviticus 9:17— En hij deed het spijsoffer toebrengen, en vulde daarvan zijn hand, en stak het aan op het altaar, behalve het morgenbrandoffer.Leviticus 2:1→Leviticus 3:5→Galaten 2:20→Exodus 29:38→Leviticus 9:1→Johannes 6:53→
Leviticus 9:18— Daarna slachtte hij den os, en den ram ten dankoffer, dat voor het volk was; en de zonen van Aaron leverden het bloed aan hem, hetwelk hij rondom op het altaar sprengde;Efeze 2:14→Kolossenzen 1:20→Romeinen 5:1→Leviticus 3:1→Romeinen 5:10→Leviticus 7:11→
Leviticus 9:19— En het vet van den os, en van den ram, den staart, en wat het ingewand bedekt, en de nieren, en het net der lever;Leviticus 3:9→Leviticus 3:16→Leviticus 3:5→Leviticus 9:10→
Leviticus 9:20— En zij legden het vet op de borsten; en hij stak dat vet aan op het altaar.Leviticus 3:14→Leviticus 7:29→
Leviticus 9:21— Maar de borsten en den rechterschouder bewoog Aaron ten beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN, gelijk als Mozes geboden had.Leviticus 7:30→Leviticus 7:26→Exodus 29:24→1 Petrus 4:11→Lukas 2:13→Leviticus 7:24→Jesaja 49:3→Exodus 29:26→
Leviticus 9:22— Daarna hief Aaron zijn handen op tot het volk, en zegende hen; en hij kwam af, nadat hij het zondoffer, en brandoffer, en dankoffer gedaan had.Deuteronomium 21:5→Lukas 24:50→Numeri 6:23→Genesis 14:18→2 Korinthe 13:14→Hebreeën 7:6→1 Petrus 3:9→1 Koningen 8:55→
Leviticus 9:23— Toen ging Mozes met Aaron in de tent der samenkomst; daarna kwamen zij uit, en zegenden het volk; en de heerlijkheid des HEEREN verscheen al het volk.Leviticus 9:6→Numeri 16:19→Numeri 14:10→Numeri 16:42→Lukas 1:21→Hebreeën 9:24→
Leviticus 9:24— Want een vuur ging uit van het aangezicht des HEEREN, en verteerde op het altaar het brandoffer, en het vet. Als het ganse volk dit zag, zo juichten zij, en vielen op hun aangezichten.1 Koningen 18:38→Richteren 6:21→1 Kronieken 21:26→Richteren 13:19→Ezra 3:11→Psalmen 80:1→Genesis 15:17→2 Kronieken 6:2→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Leviticus 9 vers 1— En het geschiedde op den achtsten dag, dat Mozes riep Aaron en zijn zonen, en de oudsten van Israel;
achtsten dag,
Welke volgde na de zeven dagen der inwijding, waarvan boven gemeld is; Lev. 8:35, vergelijk Ezech. 43:26-27.
Hertaald:achtsten dag,
Die volgde na de zeven dagen van de inwijding, waarover hierboven bericht is; Lev. 8:35, vergelijk Ezech. 43:26-27.
de oudsten van Israël
Zie boven, Lev. 4:15.
Hertaald:de oudsten van Israël
Zie hierboven, Lev. 4:15.
Leviticus 9 vers 2— En hij zeide tot Aaron: Neem u een kalf, een jong rund, ten zondoffer, en een ram ten brandoffer, die volkomen zijn; en breng ze voor het aangezicht des HEEREN.
u een kalf,
Dat is, om voor u geslacht te worden. Zie onder, vs.8.
Hertaald:u een kalf,
Dat is: om voor u geslacht te worden. Zie hieronder, vers 8.
jong rund,
Hebreeuws, de zoon van een rund; dat is, een jonge os.
Hertaald:jong rund,
Hebreeuws: de zoon van een rund; dat is: een jonge os.
voor het aangezicht des HEEREN
Zie boven, Lev. 1:3.
Hertaald:voor het aangezicht des HEEREN
Zie hierboven, Lev. 1:3.
Leviticus 9 vers 3— Daarna spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Neemt een geitenbok ten zondoffer, en een kalf, en een lam, eenjarig, volkomen, ten brandoffer;
eenjarig,
Hebreeuws, zonen van één jaar; alzo onder Lev. 14:10.
Hertaald:eenjarig,
Hebreeuws: zonen van één jaar; zo ook hieronder, Lev. 14:10.
Leviticus 9 vers 4— Ook een os en ram ten dankoffer, om voor het aangezicht des HEEREN te offeren; en spijsoffer met olie gemengd; want heden zal de HEERE u verschijnen.
zal de HEERE u verschijnen
Hebreeuws, is u de Heere verschenen. Hij spreekt van de toekomstige geschiedenis; zie daarvan vs.23,24, alsof die tegenwoordig en geschied ware, om de zekerheid en vastheid er van hun in te scherpen; alzo Gen. 20:3; Ex. 9:3; Matt. 26:28, enz.
Hertaald:zal de HEERE u verschijnen
Hebreeuws: is u de HEERE verschenen. Hij spreekt over een toekomstige gebeurtenis; zie daarover vers 23, 24, alsof die al gebeurd was, om hun de zekerheid en vastheid ervan in te prenten; zo ook Gen. 20:3; Ex. 9:3; Matt. 26:28.
Leviticus 9 vers 5— Toen namen zij hetgeen Mozes geboden had, brengende dat tot voor aan de tent der samenkomst; en de gehele vergadering naderde, en stond voor het aangezicht des HEEREN.
brengende dat
Dit is hier ingevoegd, omdat het woord nemen, wat voorgaat, dikwijls nog een ander woord met zich insluit, wat den zin aanvullen moet. Zie Gen. 12:15. Anders, toen brachten zij wat Mozes geboden had tot, enz.
Hertaald:brengende dat
Dit is hier toegevoegd, omdat het voorafgaande woord nemen vaak nog een ander woord met zich meedraagt, dat de zin moet aanvullen. Zie Gen. 12:15. Ook mogelijk: toen brachten zij wat Mozes bevolen had, naar.
Leviticus 9 vers 6— En Mozes zeide: Deze zaak, die de HEERE geboden heeft, zult gij doen; en de heerlijkheid des HEEREN zal u verschijnen.
heerlijkheid des HEEREN zal u verschijnen
Versta, de heerlijke tekenen der openbaring Gods door het vuur, wat van den Heere uitkwam, waardoor het brandoffer vanzelf aangestoken en verteerd werd. Zie onder, vs.23,24. Vergelijk Ex. 24:16-17, en Ex. 40:34-35; Ezech. 43:2.
Hertaald:heerlijkheid des HEEREN zal u verschijnen
Versta: de heerlijke tekenen van Gods openbaring door het vuur, dat van de HEERE uitging, waardoor het brandoffer vanzelf aangestoken en verteerd werd. Zie hieronder, vers 23, 24. Vergelijk Ex. 24:16-17 en Ex. 40:34-35; Ezech. 43:2.
Leviticus 9 vers 7— En Mozes zeide tot Aaron: Nader tot het altaar, en maak uw zondoffer toe; en uw brandoffer toe; en doe verzoening voor u en voor het volk; maak daarna de offerande des volks toe, en doe de verzoening voor hen, gelijk als de HEERE geboden heeft.
voor u en voor het volk;
Het eerst voor u, opdat gij alzo bekwaam moogt wezen om de verzoening voor het volk te doen, als gij zelf eerst verzoend zult zijn. Want de Levietische priesters, zondaars zijnde, moesten ook voor zichzelven offeren; Hebr. 7:27-28.
Hertaald:voor u en voor het volk;
Eerst voor uzelf, opdat u bekwaam zou zijn om verzoening voor het volk te doen, wanneer u zelf eerst verzoend bent. Want de Levitische priesters, zelf zondaars zijnde, moesten ook voor zichzelf offeren; Hebr. 7:27-28.
Leviticus 9 vers 8— Toen naderde Aaron tot het altaar, en slachtte het kalf des zondoffers, dat voor hem was.
het kalf des zondoffers,
Dat is, wat voor de zonde geofferd moest wezen. Vergelijk onder de aantekening op vs.15.
Hertaald:het kalf des zondoffers,
Dat is: wat voor de zonde geofferd moest worden. Vergelijk hieronder de aantekening bij vers 15.
voor hem was
Zie boven, vs.2.
Hertaald:voor hem was
Zie hierboven, vers 2.
Leviticus 9 vers 10— Maar het vet, en de nieren, en het net van de lever van het zondoffer heeft hij op het altaar aangestoken, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
aangestoken,
Dat is, bereid en toegemaakt om aangestoken en verbrand te worden. Alzo onder, Lev. 13:14, Lev. 13:17, Lev. 13:20. Want het is terstond daarna aangestoken en verteerd met vuur, dat wonderbaarlijk uit den hemel viel of uit het heilige der heiligen voortkwam; onder, vs.24.
Hertaald:aangestoken,
Dat is: bereid en klaargemaakt om aangestoken en verbrand te worden. Zo ook hieronder, Lev. 13:14, Lev. 13:17, Lev. 13:20. Want het werd direct daarna aangestoken en verteerd door vuur, dat wonderbaarlijk uit de hemel viel of uit het heilige der heiligen voortkwam; hieronder, vers 24.
Leviticus 9 vers 11— Doch het vlees, en de huid verbrandde hij met vuur buiten het leger.
huid verbrandde hij met vuur
Met alles wat nog overig was van dit kalf. Vergelijk boven, Lev. 4:11.
Hertaald:huid verbrandde hij met vuur
Met alles wat nog over was van dit kalf. Vergelijk hierboven, Lev. 4:11.
Leviticus 9 vers 12— Daarna slachtte hij het brandoffer; en de zonen van Aaron leverden aan hem het bloed; en hij sprengde dat rondom op het altaar.
leverden aan hem het bloed;
Hebreeuws, deden aan hem vinden; dat is, leverden, langden hem, of, dienden hem aan, of brachten tot hem. Alzo in vs.13, 18, enz.
Hertaald:leverden aan hem het bloed;
Hebreeuws: deden aan hem vinden; dat is: leverden, brachten hem, of dienden hem toe. Zo ook in vers 13, 18.
Leviticus 9 vers 15— Daarna deed hij de offerande des volks toebrengen; en nam den bok des zondoffers, die voor het volk was, en slachtte hem, en bereidde hem ten zondoffer, gelijk het eerste.
voor het volk was,
Of, van het volk; dat is die voor het volk geofferd zou worden. Vergelijk boven, vs.8, de aantekeningen.
Hertaald:voor het volk was,
Of: van het volk; dat is: dat voor het volk geofferd zou worden. Vergelijk hierboven, vers 8, de aantekeningen.
bereidde hem ten zondoffer,
Hebreeuws, hij maakte hem zonde; dat is, hij bereidde hem tot een offer voor de zonde. Of, hij ontzondigde hem; dat is, met hem ontzondigde hij, te weten, het volk. Dat is, hij reinigde het van zijne zonden; welverstaande, niet inderdaad, maar in de betekenis, wijzende op de enigen offerande van Christus, welke alleen dadelijk de zonden wegnemen kan; Heb. 9 en 10. Zie boven, Lev. 4:20, waarom hij ook gezegd wordt: ons zonde gemaakt te zijn; 2 Kor. 5:21.
Hertaald:bereidde hem ten zondoffer,
Hebreeuws: hij maakte hem zonde; dat is: hij bereidde hem tot een offer voor de zonde. Of: hij ontzondigde hem; dat is: daarmee ontzondigde hij, namelijk het volk. Dat is: hij reinigde het van zijn zonden; wel te verstaan niet werkelijk, maar in betekenis, wijzend op het ene offer van Christus, dat alleen werkelijk de zonden kan wegnemen; Hebr. 9 en 10. Zie hierboven, Lev. 4:20, waarom Hij ook gezegd wordt tot zonde voor ons gemaakt te zijn; 2 Kor. 5:21.
eerste
Te weten, offer van het kalf. Zie boven, vs.2, 8.
Hertaald:eerste
Namelijk: het offer van het kalf. Zie hierboven, vers 2, 8.
Leviticus 9 vers 16— Verder deed hij het brandoffer toebrengen, en maakte dat toe naar het recht.
naar het recht
Dat is, naar de wettelijke wijze, gelijk dat geschieden moest. Zie boven, Lev. 5:10.
Hertaald:naar het recht
Dat is: op de wettelijk voorgeschreven manier, zoals het moest gebeuren. Zie hierboven, Lev. 5:10.
Leviticus 9 vers 17— En hij deed het spijsoffer toebrengen, en vulde daarvan zijn hand, en stak het aan op het altaar, behalve het morgenbrandoffer.
spijsoffer toebrengen,
Hetwelk altijd bij het brandoffer gaan moest, gelijk af te nemen is boven uit Lev. 6.
Hertaald:spijsoffer toebrengen,
Dat altijd samen met het brandoffer gebracht moest worden, zoals blijkt uit Lev. 6 hierboven.
daarvan zijn hand,
Te weten, van de meelbloem, waaruit het spijsoffer bestond. Zie boven, Lev. 2:2.
Hertaald:daarvan zijn hand,
Namelijk: van de meelbloem, waaruit het spijsoffer bestond. Zie hierboven, Lev. 2:2.
het morgenbrandoffer
Dat is, dat op iederen morgen gewoon met spijsoffer geofferd moest worden. Zie Ex. 29:38-40.
Hertaald:het morgenbrandoffer
Dat is: wat elke morgen gewoonlijk met een spijsoffer geofferd moest worden. Zie Ex. 29:38-40.
Leviticus 9 vers 18— Daarna slachtte hij den os, en den ram ten dankoffer, dat voor het volk was; en de zonen van Aaron leverden het bloed aan hem, hetwelk hij rondom op het altaar sprengde;
voor het volk was;
Te weten, om voor hetzelve geslacht te worden. Vergelijk boven de aantekeningen op vs.8.
Hertaald:voor het volk was;
Namelijk: om daarvoor geslacht te worden. Vergelijk hierboven de aantekeningen bij vers 8.
Leviticus 9 vers 19— En het vet van den os, en van den ram, den staart, en wat het ingewand bedekt, en de nieren, en het net der lever;
wat het ingewand bedekt,
Versta, het vet, hetwelk het ingewand bedekt. Vergelijk boven, Lev. 3:3, Lev. 3:9, Lev. 3:14, en Lev. 4:8, en Lev. 7:3, enz., uit welke plaatsen dit woord ingewand hier tot aanvulling van den zin ingevoegd is.
Hertaald:wat het ingewand bedekt,
Versta: het vet dat het ingewand bedekt. Vergelijk hierboven, Lev. 3:3, Lev. 3:9, Lev. 3:14, Lev. 4:8 en Lev. 7:3, waaruit dit woord ingewand hier ter aanvulling van de zin is toegevoegd.
Leviticus 9 vers 20— En zij legden het vet op de borsten; en hij stak dat vet aan op het altaar.
hij stak dat vet aan
Namelijk, Aäron.
Hertaald:hij stak dat vet aan
Namelijk: Aäron.
Leviticus 9 vers 22— Daarna hief Aaron zijn handen op tot het volk, en zegende hen; en hij kwam af, nadat hij het zondoffer, en brandoffer, en dankoffer gedaan had.
zegende hen;
Te weten, als priester, wiens ambt was, de geestelijke goederen met leren, offeren en bidden het volk Gods uit te delen. De publieke zegening nu is geweest een soort van gebed, waarvan wij het formulier lezen, Num. 6:23.
Hertaald:zegende hen;
Namelijk: als priester, wiens taak het was de geestelijke goederen door onderwijzen, offeren en bidden aan het volk van God uit te delen. De openbare zegening was een soort gebed, waarvan wij de formule lezen in Num. 6:23.
hij kwam af,
Te weten, van het kleine heuveltje, niet steil, maar ellengskens opgaande, waarop het altaar stond, zodat men bekwamelijk rondom zien kon wat er op geschiedde. Vergelijk Ex. 20:26; anders, afgekomen zijnde.
Hertaald:hij kwam af,
Namelijk: van de kleine, niet steile heuvel die geleidelijk omhoogging, waarop het altaar stond, zodat men goed rondom kon zien wat daar gebeurde. Vergelijk Ex. 20:26; ook mogelijk: nadat hij was afgekomen.
nadat hij het zondoffer,
Hebreeuws, van het doen des zondoffers, brandoffers, enz.
Hertaald:nadat hij het zondoffer,
Hebreeuws: van het brengen van het zondoffer, brandoffer, enzovoort.
Leviticus 9 vers 23— Toen ging Mozes met Aaron in de tent der samenkomst; daarna kwamen zij uit, en zegenden het volk; en de heerlijkheid des HEEREN verscheen al het volk.
zegenden het volk;
Te weten, als dienaar Gods over zijne gemeente. Welke zegening openlijk geschiedde, met aanroeping des goddelijken naams, naar het voorschrift van Num. 6:24, enz. Zie ook daarvan Deut. 10:8.
Hertaald:zegenden het volk;
Namelijk: als dienaar van God over Zijn gemeente. Deze zegening gebeurde openlijk, met aanroeping van de goddelijke Naam, volgens het voorschrift van Num. 6:24. Zie hierover ook Deut. 10:8.
heerlijkheid des HEEREN verscheen al het volk
Zie vs.24, en boven, vs.6.
Hertaald:heerlijkheid des HEEREN verscheen al het volk
Zie vers 24 en hierboven, vers 6.
Leviticus 9 vers 24— Want een vuur ging uit van het aangezicht des HEEREN, en verteerde op het altaar het brandoffer, en het vet. Als het ganse volk dit zag, zo juichten zij, en vielen op hun aangezichten.
van het aangezicht des HEEREN,
Dat is, van het heilige der heiligen, genoemd met den gehelen tabernakel Gods huis; 1 Sam. 3:15; 1 Kron. 6:31-32, waar de ark des verbonds was, een teken van Gods tegenwoordigheid; of versta dit van den hemel, die de woning des Heeren genoemd werd; Deut. 26:15; 2 Kron. 30:27; Jes. 63:15, vanwaar ten tijde van Elias het vuur over zijne offerande gevallen is; 1 Kon. 18:38.
Hertaald:van het aangezicht des HEEREN,
Dat is: van het heilige der heiligen, dat samen met de hele tabernakel Gods huis genoemd wordt; 1 Sam. 3:15; 1 Kron. 6:31-32, waar de ark van het verbond stond, een teken van Gods tegenwoordigheid; of versta dit van de hemel, die de woning van de HEERE genoemd wordt; Deut. 26:15; 2 Kron. 30:27; Jes. 63:15, vanwaar in de tijd van Elia het vuur op zijn offer gevallen is; 1 Kon. 18:38.
zo juichten zij,
Dat is, zij hebben een vreugdegeschrei, of vrolijk geroep gemaakt.
Hertaald:zo juichten zij,
Dat is: zij hebben een vreugdekreet, of blij gejuich, aangeheven.
vielen op hun aangezichten
Tot een teken van ootmoedigen eerbied. Zie Gen. 17:3.
Hertaald:vielen op hun aangezichten
Als teken van nederige eerbied. Zie Gen. 17:3.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Heden zal de HEERE u verschijnen — 9:1-7, 22-24
Het offer en de plaatsvervangingniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindingambt
Zeven dagen lang is Aäron gewijd, en op de achtste dag treedt hij voor het eerst als priester op. Het volk staat erbij; de hele vergadering nadert en blijft staan voor het aangezicht van de HEERE.
De eerste dienst van de eerste hogepriester loopt uit op twee dingen: een zegen, en vuur uit de hemel.
Mozes zegt vooraf waartoe alles dient, en hij zegt het twee keer: “want heden zal de HEERE u verschijnen”, en even later: “En Mozes zeide: Deze zaak, die de HEERE geboden heeft, zult gij doen; en de heerlijkheid des HEEREN zal u verschijnen.”
Dat is opmerkelijk, want wat er gebracht moet worden is niet feestelijk. Aäron begint met een zondoffer voor zichzelf. De hogepriester die straks voor het volk gaat staan, moet eerst zijn eigen schuld laten wegnemen. Daarna komt het zondoffer voor het volk, dan het brandoffer, en dan het dankoffer.
Er zit dus een volgorde in die door het hele Oude Testament vastligt: eerst het bloed, dan de gemeenschap. Er is geen verschijnen van de heerlijkheid vóórdat het altaar gedaan heeft wat het doen moest.
En als dat gebeurd is, komt de zegen: “Daarna hief Aaron zijn handen op tot het volk, en zegende hen; en hij kwam af, nadat hij het zondoffer, en brandoffer, en dankoffer gedaan had.”
Die twee dingen staan in één zin: de opgeheven handen en het gebrachte offer. Hij zegent niet omdat hij een vriendelijk man is, maar omdat er geofferd is. De kanttekening merkt op dat dit zegenen bij zijn ambt hoorde, en dat het een soort gebed was, met een formulier dat in Numeri 6 staat.
Wie dat beeld vasthoudt, herkent het aan het eind van het Evangelie van Lukas. Daar leidt Hij hen uit tot bij Bethanië, heft Zijn handen op en zegent hen — en terwijl Hij zegende, scheidde Hij van hen. Ook daar komt de zegen ná het offer, en ook daar komt hij van iemand die zojuist het heiligdom is binnengegaan.
Het slot van dit hoofdstuk is het antwoord uit de hemel: “Want een vuur ging uit van het aangezicht des HEEREN, en verteerde op het altaar het brandoffer, en het vet.” Het offer werd dus niet door mensen aangestoken. Het werd aangenomen.
En dan de reactie van het volk, in twee bewegingen tegelijk: “Als het ganse volk dit zag, zo juichten zij, en vielen op hun aangezichten.” Vreugde en ontzag in hetzelfde ogenblik.
Wat hier één keer gebeurde, moest elk jaar opnieuw, en de hogepriester moest telkens eerst voor zichzelf offeren. De Hebreeënbrief zet daar de Andere naast: Die niet van node heeft, gelijk de hogepriesters, eerst voor Zijn eigen zonden slachtofferen op te offeren.
Leviticus 9:2 — De hogepriester begint met een zondoffer voor zichzelf.
Leviticus 9:6 — En dan pas: de heerlijkheid des HEEREN zal u verschijnen.
Leviticus 9:22 — Hij heft zijn handen op en zegent, nadat er geofferd is.
Leviticus 9:24 — Het vuur gaat uit van het aangezicht des HEEREN: aangenomen.
Hebreeën 7:27 — De Andere hoefde niet eerst voor Zichzelf te offeren.
Lukas 24:50 — En Hij zegende met opgeheven handen, en scheidde van hen.
In het Nieuwe Testament: Numeri 6:23-26; Lukas 24:50-51; Hebreeën 7:27; Hebreeën 9:12; Leviticus 16:6; 1 Koningen 18:38
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt dit hoofdstuk niet aan. De verbinding rust op de overeenkomst in het verloop: eerst het offer, dan de zegen, dan het verschijnen van de heerlijkheid. Daarnaast op de tegenstelling in de Hebreeënbrief: een priester moest eerst voor zichzelf offeren, en Hij hoefde dat niet. Dat de zegen bij Bethanië bewust naar deze zegen verwijst, staat er niet; het is een overeenkomst in beeld.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
HET EERSTE OFFER VAN AÄRON WORDT DOOR VUUR VERTEERD.
I. Vers 1-24
Op de achtste dag, de dag na de zevendaagse priesterwijding, aanvaarden Aäron en zijn zonen, na het gewone morgenbrandoffer, hun bediening met een zond- en brandoffer voor zichzelf, en een zond-, brand-, spijs- en dankoffer voor het volk. Als Mozes zijn broeder nu in de tent der samenkomst brengt, om hem de Heere als Hogepriester voor te stellen, en daarna met hem weer de voorhof betreedt, verschijnt de heerlijkheid des Heeren in de wolk, en een vuurstraal, die daaruit neerschiet, verteert de op het altaar brandende offers.
1. En het geschiedde op de achtste dag, naar onze berekening op 11 Nisan of Abib, dat Mozes, die op deze dag nog eenmaal, zoals al de tijd sedert de oprichting van de tabernakel, (Exodus. 40:29), het gewone morgenbrandoffer zelf gebracht had (vs.17),riep Aäron en zijn zonen, en de oudsten van Israël, als vertegenwoordigers van de gemeente.
2. En hij zei tot Aäron, die nu zijn bediening aanvaarden en, zoals Mozes door de Heere wist (vs.4) bij deze gelegenheid het zegel van de Goddelijke bevestiging van zijn wijding ontvangen zou; neem U een kalf, want een volwassen stier is voor ditmaal na de vele offers, die in de afgelopen 7 dagen reeds gebracht zijn, niet nodig, een jong rund 1) ten zondoffer, 2) voor u en uw zonen, en een ram ten brandoffer, die zoals dit betaamt, volkomen zijn, en breng ze voor het aangezicht des HEEREN.
a) Ex.29:1
1) De in de plaatsstelling van een iets geringer dier, dan in Leviticus. 4:3 bevolen is, tot een priesterlijk zondoffer wijst aan, dat de verzoening van de vorige dagen nog kracht bezit; dat echter in het algemeen een zondoffer moet worden gebracht, wijst erop, dat de oudtestamentische offerdienst niet heiligen kan; voortdurend moet die herhaald worden, want in haar geschiedt ieder jaar weer gedachtenis aan de zonde.
2) Nu legde Mozes zijn priesterambt neer en Aäron moest zijn Hogepriesterschap aanvaarden met een zondoffer, om aan te tonen, dat hij, hoewel Hogepriester zijnde, echter een zondig mens, geenszins de ware Hogepriester en maar slechts een voorbeeld was van Hem, Die zonder zonde zijnde, Zichzelf tot een zondoffer en rantsoen voor anderen offeren zou.
3. Daarna spreek tot de kinderen van Israël, waarvan de oudsten hier tegenwoordig zijn zeggende: neemt een geitebok, 1) ten zondoffer van de gemeente, en een kalf en een lam, eenjarig, volkomen ten brandoffer.
1) D.i. een jong bokje. Voor een bepaalde zonde werd een jong rund ten zondoffer geëist: maar hier was het een zondoffer in het algemeen. Wel een bewijs, dat in de grond van de zaak de verzoening niet afhing van de waarde van het offer, maar van het bloed van het Lam van de verzoening.
4. Ook een os, een mannelijk of vrouwelijk rund (Leviticus. 3:1; 4:10 vv.) en ram 1) ten dankoffer, om voor het aangezicht des HEEREN te offeren; en brengt spijsoffer van meel (Leviticus. 2:1) met olie gemengd; 2) want heden zal de HEERE u verschijnen, 3)u Zijn aanwezigheid op bijzondere wijze openbaren.
1) De woorden in de grondtekst geven aan, dat én de os én de ram tot hun volle kracht moesten gekomen zijn. Een groot offer werd dus geëist, opdat er een kostelijke feestmaaltijd zou zijn.
Voor Aäron werd geen dankoffer geëist, wel voor de vergadering van het volk. Dit komt, omdat Aäron in dit geval priester en offeraar tegelijk was.
2) Dit diende, om het dankoffer te volmaken.
3) Mozes voorspelde het volk deze gebeurtenis: 1e. Opdat het onder de inwachting van Gods zichtbare aanwezigheid zich stiller en in meer ontzag zou houden. 2e. Ten einde blijdschap in de harten te verwekken, door hen hoop te geven, dat God de offeranden, die men Hem ging aanbieden, gunstig zou aannemen. 3e. Om voor te komen, dat zij de nederdaling van het vuur niet voor een natuurlijk geval zouden aanzien, hetgeen zou hebben kunnen gebeuren, indien zoiets niet was voorzegd gevreest. 4e. Opdat zij zich des te meer zouden beijverigen in een betamelijke voorbereiding om als een heilig volk, dat het Verbond met God maakte, met offeranden de Heere te naderen en Zijn verschijning af te wachten.
5. Toen namen zij, Aäron en de oudsten, hetgeen Mozes geboden had, brengende dat tot vóór aan de tent der samenkomst; en de gehele vergadering, vertegenwoordigd door de hoofden van de stammen, geslachten en gezinnen, (Leviticus. 8:3) naderde en stond voor het aangezicht des HEEREN, aan de zuid- en oostzijde van de voorhof.
6. En Mozes zei tot de vergadering: deze zaak, die nu door Aäron gebeuren zal, die de HEERE mij geboden heeft, zult gij doen; en de Heerlijkheid des HEEREN 1) zal u verschijnen en voor allen het nu bestaande priesterschap plechtig bevestigen.
1) Ook: zie Ex 16.10.
7. En Mozes zei tot de Hogepriester Aäron: nader tot het altaar en maak het eerst a) uw zondoffer en uw brandoffer, waar over ik u vroeger (vs.2) sprak, en doe daarmee verzoening voor u en voor het volk 1) over alle schuld, welke gij, van nu af hun hoofd, daarover gebracht hebt; daarna maak de offerande van het volk, het zond-, brand- en dankoffer, dat gij door de oudsten hebt laten brengen (vs.3 vv.) en doe de verzoening ook voor hen, voor de zonden, die zij zelf gedaan hebben, zoals de HEERE geboden heeft.
a) Leviticus. 16:6 Hebr.7:27
1) Hiermee komt de onvolmaaktheid uit van het priesterschap van Aäron. Niet alleen voor het volk, maar ook voor eigen zonde moest de priester verzoening doen. Het Evangelie wijst de Hogepriester aan, die niet voor eigen zonde behoefde te offeren. Priester en volk waren hier overigens op het nauwste verbonden. Het offer van het volk ontving zijn kracht van de heiligheid van de priester.
8. Toen naderde Aäron, het bevel van Mozes opvolgende, tot het altaar en slachtte aan de noordzijde daarvan het kalf van het zondoffer (vs.2), dat voor hem was.
9. a) En de zonen van Aäron in hun betrekking als priesters brachten het bloed, dat zij onder het slachten in schalen hadden opgevangen, tot hem, en hij doopte zijn vinger in dat bloed 1) en deed het op de hoornen vanhet altaar; 2) daarna goot hij het overige bloed uit aan de bodem van het altaar.
a) Zach.9:15; 14:20
1) Dit was een afbeelding van het werk van de Heilige Geest, door Wie de verlossing door het bloed van Christus aan de harten van de gelovigen toegepast en verzameld wordt.
2) Het bloed werd niet in het Heilige gebracht, omdat het niet diende tot verzoening van een bijzondere zonde.
10. Maar het vet en de nieren en het net van de lever van het zondoffer heeft hij op het altaar aangestoken, zoals de HEERE Mozes geboden had.
11. Doch het vlees en de huid verbrandde hij met vuur buiten het leger. 1)
1) Met het vlees en de huid wordt gehandeld als met alle zondoffers, welke voor de priester werden gebracht. Dit offer werd nog met aards vuur aangestoken. Wel hebben sommigen gemeend, dat hier bij wijze van vervroeging gesproken wordt, alsof Aäron alleen het vet enz. heeft gelegd op het altaar, maar ten onrechte. Eerst het avondoffer, toen al de aangewezen offers waren gebracht en des Heeren bevel was gehoorzaamd, is op bijzondere wijze door vuur uit de hemel verbrand.
Nog is Aäron geen volkomen toegerust hogepriester, maar wordt eerst daarvoor toebereid; daarom handelt hij met het zondoffer, zoals met die gedurende de 7 dagen van zijn wijding (Le.8:14-17, en brengt het bloed niet in het heilige, zoals in hfdts. 4:5-7 voor het zondoffer van de hogepriesters voorgeschreven werd.
12. Daarna slachtte hij het voor hem (vs.2) bepaalde brandoffer; en de zonen van Aäron leverden aan hem het bloed, en hij sprenkelde dat rondom op het altaar (Leviticus. 1:5).
13. Ook leverden zij aan hem het brandoffer in zijn stukken; zij bezorgen behalve de bloedopvanging (vs.9), ook de onthoofding en verdeling van het dier, en brachten de afzonderlijke stukken tot hem, met het hoofd, dat bij ieder verdeeld offer een afzonderlijk stuk vormde (Leviticus. 1:8,12; 4:11) en hij stak het aan op het altaar.
14. En hij waste de ingewanden en de schenkels (Leviticus. 1:9), en hij stak ze aan op het brandoffer, op het altaar.
15. Daarna deed hij de offerande a) van het volk toebrengen (vs.3 vv.) en nam eerst de bok van het zondoffer, die voor het volk was, en slachtte hem; en bereidde hem ten zondoffer, zoals het eerste. 1)
a) Leviticus. 4:13
1) Hij behandelde dit offer in alles op dezelfde wijze, als het vroeger (vs.8-11) voor hem zelf gebrachte zoenoffer; hij bracht dus het bloed ook niet in het heiligdom, maar bestreek alleen de hoornen van het brandofferaltaar daarmee, en zijn zonen verbrandden het vlees en het vet met vuur buiten de legerplaats; welke laatste daad echter niet de juiste was. (Leviticus. 10:16 vv.).
16. Verder deed hij het brandoffer, bestaande uit een eenjarig kalf en eenjarig schaap, toebrengen en maakte dat toe naar het recht, hij deed daarmee naar hetgeen bevolen was (Leviticus. 1:3-13).
17. En hij deed verder het uit meel met olie (vs.4) bestaande spijsoffer toebrengen en vulde daarvan zijn hand, zoveel hij van dit met olie vermengde meel met zijn hand vatten kon (Leviticus. 2:2) en stak het met al de wierook aan op het altaar; dit spijsoffer bracht hij, behalve het spijsoffer, dat reeds op dezelfde dag als morgenbrandoffer, naar Exodus. 29:40 was gebracht geworden.
18. Daarna slachtte hij de os en de ram (vs.4) ten dankoffer, dat voor het volk was, en de zonen van Aäron leverden het bloed aan hem, dat hij rondom op het altaar sprenkelde (Leviticus. 3:2).
19. En het vet van de os en van de ram, (Leviticus. 3:3 vv.; 9 vv.), de staart en wat de ingewanden bedekt, en de nieren en het net van de lever.
20. En zij legden het vet op de borsten, die zij van het vlees afgenomen hadden, en reikten het gezamenlijk hem over, en hij stak dat vet aan op het altaar.
21. Maar de borsten en de medeafgenomen rechterschouder bewoog Aäron, op de (Exodus. 29:24,28) voorgeschreven wijze, ten beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN, zoals Mozes geboden had (Leviticus. 7:30 vv.); daarna bracht hij ook het voor het dankoffer (Leviticus. 7:12 vv.) voorgeschreven spijsoffer.
22. Daarna, nadat hij zo alle offers gebracht had, hief Aäron zijn handen op tot het volk, ze daardoor middellijk een ieder in het bijzonder opleggende (Genesis 48:14) en zegende hen; 1) en hij kwam af van de om het altaar heenlopende verhevenheid (Exodus. 27:4), nadat hij het zondoffer en brandoffer en dankoffer gedaan (op het altaar aangestoken) had. 2)
1) Voor deze priesterlijke zegening werd later (Numeri. 6:22 vv.), een bijzondere blijvende formule verordend, die nog heden ten dage in de Christelijke kerk bij het zegenen van de gemeente gebruikt wordt.
2) Dat Aäron het volk, na het brengen van de offerande zegende, daarmee gaf hij te kennen, dat alle zegen gegrond is op verzoening.
23. Toen ging Mozes met Aäron in de tent der samenkomst, 1) daarna kwamen zij uit en zegende het volk, deelden tezamen aan het volk de zegen mee, waarom zij in het heiligdom hadden gebeden. En de heerlijkheid des HEEREN verscheen aanal het volk; 2) op hetzelfde ogenblik, dat zij hun handen over het volk ophieven, uit de wolk, die op de tabernakel rustte (Exodus. 40:34 vv.), lichtte plotseling een wonderbare glans, zoals vroeger (Exodus. 16:10); dat lichten ging echter nu nog met iets bijzonders gepaard.
1) Mozes en Aäron gingen niet in het Heilige, om een reukwerk aan te steken, maar om Aäron in te leiden tot zijn heilig dienstwerk en ‘s Heeren aangezicht te zoeken, opdat Hij Zijn woord en belofte zou vervullen. Want toch, al is alles gedaan naar recht en naar het eigen bevel van de Heere, daarom blijft God toch nog vrijmachtig, om te doen naar Zijn welbehagen. Als Hij straks het avondoffer met vuur uit de hemel zal aansteken, en daarom blijken zal geven van Zijn Goddelijke goedkeuring en zegen, zal dit nog altijd vrije gunst en ontferming zijn. Mozes en Aäron beiden het Heilige binnengaande schaduwen af het Profetisch en het Hogepriesterlijk werk van Christus.
2) De verschijning van de heerlijkheid van Jehova hier zoals Numeri. 16:19; 17:7; 20:6 hebben wij ons vermoedelijk als een plotseling oplichten van een wonderbare lichtglans te denken, welke uit de wolk, die de tabernakel bedekte, wellicht ook van de, in het Allerheilige zich bevindende, wolk te voorschijn kwam, of als een plotselinge, zeer in het oog vallende verandering van de, de Heerlijkheid des Heeren omhullende, wolk in een heldere lichtglans, waarvan dan in dit geval het vuur op de wijze van de bliksemstralen uitging, dat het offer op het altaar verteerde.
24. Want a) een vuur ging uit van 1) het aangezicht des HEEREN, en verteerde op het altaar het brandoffer, en het vet, 2) zodat de offers eensklaps tot as werden verbrand. Als het gehele volk dit zag, zo juichten zij van vreugde en vielen aanbiddend op hun aangezichten; want zij zagen met recht daarin een teken, dat de Heere hun offers genadig had aangenomen (Numeri. 4:4), en hun een priesterschap gegeven had, welks dienst Hem welgevallig was; maar tegelijk hadden zij nu op hun altaar in plaats van het gewone, natuurlijke vuur, een goddelijk, hemels vuur, dat nimmer weer zou uitgaan (Leviticus. 6:13).
a) 1 Kon.18:38; 2 Kron.7:1
1) De overleveringen van heidense volkeren delen evenzo de aansteking van hun offers door hemels vuur mee (Pausan. V: 27, 3; Sueton. Tib. 14 Amm. Marc. XXIII: 6, 34); dit zijn getuigenissen van hetgeen de mens ter Godsverering nodig heeft, namelijk, dat God de hemel scheure en genadig tot hem afdale; want de mens kan niet tot God opstijgen en zelf de gemeenschap met Hem herstellen. Terwijl nu bij de overige volkeren deze behoefte zich alleen in overleveringen uitspreekt, vinden wij bij Israël ook bevrediging van de behoefte door werkelijke vervulling van hetgeen het God zoekende hart begeert. Zie Ex 13.21 zie Ex 19.9.
Letterlijk: Van voor het aangezicht des Heeren, d.i. vanuit de verschijning van Jehova.
2) Daar hier staat het brandoffer en het vet, mogen wij veilig aannemen, dat hiermee het avondoffer wordt bedoeld. Alles werd tot as verteerd, tot teken van Gods genoegen in het offer. Dit verklaart de uitdrukking, voorkomende in Psalm. 20:3. Anderen zijn van mening, dat het offer reeds aangestoken was, maar het vuur van het offer nu door goddelijk vuur wordt gewijd.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Leviticus 9
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
HET EERSTE OFFER VAN AÄRON WORDT DOOR VUUR VERTEERD.
I. Vers 1-24
Op de achtste dag, de dag na de zevendaagse priesterwijding, aanvaarden Aäron en zijn zonen, na het gewone morgenbrandoffer, hun bediening met een zond- en brandoffer voor zichzelf, en een zond-, brand-, spijs- en dankoffer voor het volk. Als Mozes zijn broeder nu in de tent der samenkomst brengt, om hem de Heere als Hogepriester voor te stellen, en daarna met hem weer de voorhof betreedt, verschijnt de heerlijkheid des Heeren in de wolk, en een vuurstraal, die daaruit neerschiet, verteert de op het altaar brandende offers.
1. En het geschiedde op de achtste dag, naar onze berekening op 11 Nisan of Abib, dat Mozes, die op deze dag nog eenmaal, zoals al de tijd sedert de oprichting van de tabernakel, (Exodus. 40:29), het gewone morgenbrandoffer zelf gebracht had (vs.17),riep Aäron en zijn zonen, en de oudsten van Israël, als vertegenwoordigers van de gemeente.
2. En hij zei tot Aäron, die nu zijn bediening aanvaarden en, zoals Mozes door de Heere wist (vs.4) bij deze gelegenheid het zegel van de Goddelijke bevestiging van zijn wijding ontvangen zou; neem U een kalf, want een volwassen stier is voor ditmaal na de vele offers, die in de afgelopen 7 dagen reeds gebracht zijn, niet nodig, een jong rund 1) ten zondoffer, 2) voor u en uw zonen, en een ram ten brandoffer, die zoals dit betaamt, volkomen zijn, en breng ze voor het aangezicht des HEEREN.
a) Ex.29:1
1) De in de plaatsstelling van een iets geringer dier, dan in Leviticus. 4:3 bevolen is, tot een priesterlijk zondoffer wijst aan, dat de verzoening van de vorige dagen nog kracht bezit; dat echter in het algemeen een zondoffer moet worden gebracht, wijst erop, dat de oudtestamentische offerdienst niet heiligen kan; voortdurend moet die herhaald worden, want in haar geschiedt ieder jaar weer gedachtenis aan de zonde.
2) Nu legde Mozes zijn priesterambt neer en Aäron moest zijn Hogepriesterschap aanvaarden met een zondoffer, om aan te tonen, dat hij, hoewel Hogepriester zijnde, echter een zondig mens, geenszins de ware Hogepriester en maar slechts een voorbeeld was van Hem, Die zonder zonde zijnde, Zichzelf tot een zondoffer en rantsoen voor anderen offeren zou.
3. Daarna spreek tot de kinderen van Israël, waarvan de oudsten hier tegenwoordig zijn zeggende: neemt een geitebok, 1) ten zondoffer van de gemeente, en een kalf en een lam, eenjarig, volkomen ten brandoffer.
1) D.i. een jong bokje. Voor een bepaalde zonde werd een jong rund ten zondoffer geëist: maar hier was het een zondoffer in het algemeen. Wel een bewijs, dat in de grond van de zaak de verzoening niet afhing van de waarde van het offer, maar van het bloed van het Lam van de verzoening.
4. Ook een os, een mannelijk of vrouwelijk rund (Leviticus. 3:1; 4:10 vv.) en ram 1) ten dankoffer, om voor het aangezicht des HEEREN te offeren; en brengt spijsoffer van meel (Leviticus. 2:1) met olie gemengd; 2) want heden zal de HEERE u verschijnen, 3)u Zijn aanwezigheid op bijzondere wijze openbaren.
1) De woorden in de grondtekst geven aan, dat én de os én de ram tot hun volle kracht moesten gekomen zijn. Een groot offer werd dus geëist, opdat er een kostelijke feestmaaltijd zou zijn.
Voor Aäron werd geen dankoffer geëist, wel voor de vergadering van het volk. Dit komt, omdat Aäron in dit geval priester en offeraar tegelijk was.
2) Dit diende, om het dankoffer te volmaken.
3) Mozes voorspelde het volk deze gebeurtenis: 1e. Opdat het onder de inwachting van Gods zichtbare aanwezigheid zich stiller en in meer ontzag zou houden. 2e. Ten einde blijdschap in de harten te verwekken, door hen hoop te geven, dat God de offeranden, die men Hem ging aanbieden, gunstig zou aannemen. 3e. Om voor te komen, dat zij de nederdaling van het vuur niet voor een natuurlijk geval zouden aanzien, hetgeen zou hebben kunnen gebeuren, indien zoiets niet was voorzegd gevreest. 4e. Opdat zij zich des te meer zouden beijverigen in een betamelijke voorbereiding om als een heilig volk, dat het Verbond met God maakte, met offeranden de Heere te naderen en Zijn verschijning af te wachten.
5. Toen namen zij, Aäron en de oudsten, hetgeen Mozes geboden had, brengende dat tot vóór aan de tent der samenkomst; en de gehele vergadering, vertegenwoordigd door de hoofden van de stammen, geslachten en gezinnen, (Leviticus. 8:3) naderde en stond voor het aangezicht des HEEREN, aan de zuid- en oostzijde van de voorhof.
6. En Mozes zei tot de vergadering: deze zaak, die nu door Aäron gebeuren zal, die de HEERE mij geboden heeft, zult gij doen; en de Heerlijkheid des HEEREN 1) zal u verschijnen en voor allen het nu bestaande priesterschap plechtig bevestigen.
1) Ook: zie Ex 16.10.
7. En Mozes zei tot de Hogepriester Aäron: nader tot het altaar en maak het eerst a) uw zondoffer en uw brandoffer, waar over ik u vroeger (vs.2) sprak, en doe daarmee verzoening voor u en voor het volk 1) over alle schuld, welke gij, van nu af hun hoofd, daarover gebracht hebt; daarna maak de offerande van het volk, het zond-, brand- en dankoffer, dat gij door de oudsten hebt laten brengen (vs.3 vv.) en doe de verzoening ook voor hen, voor de zonden, die zij zelf gedaan hebben, zoals de HEERE geboden heeft.
a) Leviticus. 16:6 Hebr.7:27
1) Hiermee komt de onvolmaaktheid uit van het priesterschap van Aäron. Niet alleen voor het volk, maar ook voor eigen zonde moest de priester verzoening doen. Het Evangelie wijst de Hogepriester aan, die niet voor eigen zonde behoefde te offeren. Priester en volk waren hier overigens op het nauwste verbonden. Het offer van het volk ontving zijn kracht van de heiligheid van de priester.
8. Toen naderde Aäron, het bevel van Mozes opvolgende, tot het altaar en slachtte aan de noordzijde daarvan het kalf van het zondoffer (vs.2), dat voor hem was.
9. a) En de zonen van Aäron in hun betrekking als priesters brachten het bloed, dat zij onder het slachten in schalen hadden opgevangen, tot hem, en hij doopte zijn vinger in dat bloed 1) en deed het op de hoornen vanhet altaar; 2) daarna goot hij het overige bloed uit aan de bodem van het altaar.
a) Zach.9:15; 14:20
1) Dit was een afbeelding van het werk van de Heilige Geest, door Wie de verlossing door het bloed van Christus aan de harten van de gelovigen toegepast en verzameld wordt.
2) Het bloed werd niet in het Heilige gebracht, omdat het niet diende tot verzoening van een bijzondere zonde.
10. Maar het vet en de nieren en het net van de lever van het zondoffer heeft hij op het altaar aangestoken, zoals de HEERE Mozes geboden had.
11. Doch het vlees en de huid verbrandde hij met vuur buiten het leger. 1)
1) Met het vlees en de huid wordt gehandeld als met alle zondoffers, welke voor de priester werden gebracht. Dit offer werd nog met aards vuur aangestoken. Wel hebben sommigen gemeend, dat hier bij wijze van vervroeging gesproken wordt, alsof Aäron alleen het vet enz. heeft gelegd op het altaar, maar ten onrechte. Eerst het avondoffer, toen al de aangewezen offers waren gebracht en des Heeren bevel was gehoorzaamd, is op bijzondere wijze door vuur uit de hemel verbrand.
Nog is Aäron geen volkomen toegerust hogepriester, maar wordt eerst daarvoor toebereid; daarom handelt hij met het zondoffer, zoals met die gedurende de 7 dagen van zijn wijding (Le.8:14-17, en brengt het bloed niet in het heilige, zoals in hfdts. 4:5-7 voor het zondoffer van de hogepriesters voorgeschreven werd.
12. Daarna slachtte hij het voor hem (vs.2) bepaalde brandoffer; en de zonen van Aäron leverden aan hem het bloed, en hij sprenkelde dat rondom op het altaar (Leviticus. 1:5).
13. Ook leverden zij aan hem het brandoffer in zijn stukken; zij bezorgen behalve de bloedopvanging (vs.9), ook de onthoofding en verdeling van het dier, en brachten de afzonderlijke stukken tot hem, met het hoofd, dat bij ieder verdeeld offer een afzonderlijk stuk vormde (Leviticus. 1:8,12; 4:11) en hij stak het aan op het altaar.
14. En hij waste de ingewanden en de schenkels (Leviticus. 1:9), en hij stak ze aan op het brandoffer, op het altaar.
15. Daarna deed hij de offerande a) van het volk toebrengen (vs.3 vv.) en nam eerst de bok van het zondoffer, die voor het volk was, en slachtte hem; en bereidde hem ten zondoffer, zoals het eerste. 1)
a) Leviticus. 4:13
1) Hij behandelde dit offer in alles op dezelfde wijze, als het vroeger (vs.8-11) voor hem zelf gebrachte zoenoffer; hij bracht dus het bloed ook niet in het heiligdom, maar bestreek alleen de hoornen van het brandofferaltaar daarmee, en zijn zonen verbrandden het vlees en het vet met vuur buiten de legerplaats; welke laatste daad echter niet de juiste was. (Leviticus. 10:16 vv.).
16. Verder deed hij het brandoffer, bestaande uit een eenjarig kalf en eenjarig schaap, toebrengen en maakte dat toe naar het recht, hij deed daarmee naar hetgeen bevolen was (Leviticus. 1:3-13).
17. En hij deed verder het uit meel met olie (vs.4) bestaande spijsoffer toebrengen en vulde daarvan zijn hand, zoveel hij van dit met olie vermengde meel met zijn hand vatten kon (Leviticus. 2:2) en stak het met al de wierook aan op het altaar; dit spijsoffer bracht hij, behalve het spijsoffer, dat reeds op dezelfde dag als morgenbrandoffer, naar Exodus. 29:40 was gebracht geworden.
18. Daarna slachtte hij de os en de ram (vs.4) ten dankoffer, dat voor het volk was, en de zonen van Aäron leverden het bloed aan hem, dat hij rondom op het altaar sprenkelde (Leviticus. 3:2).
19. En het vet van de os en van de ram, (Leviticus. 3:3 vv.; 9 vv.), de staart en wat de ingewanden bedekt, en de nieren en het net van de lever.
20. En zij legden het vet op de borsten, die zij van het vlees afgenomen hadden, en reikten het gezamenlijk hem over, en hij stak dat vet aan op het altaar.
21. Maar de borsten en de medeafgenomen rechterschouder bewoog Aäron, op de (Exodus. 29:24,28) voorgeschreven wijze, ten beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN, zoals Mozes geboden had (Leviticus. 7:30 vv.); daarna bracht hij ook het voor het dankoffer (Leviticus. 7:12 vv.) voorgeschreven spijsoffer.
22. Daarna, nadat hij zo alle offers gebracht had, hief Aäron zijn handen op tot het volk, ze daardoor middellijk een ieder in het bijzonder opleggende (Genesis 48:14) en zegende hen; 1) en hij kwam af van de om het altaar heenlopende verhevenheid (Exodus. 27:4), nadat hij het zondoffer en brandoffer en dankoffer gedaan (op het altaar aangestoken) had. 2)
1) Voor deze priesterlijke zegening werd later (Numeri. 6:22 vv.), een bijzondere blijvende formule verordend, die nog heden ten dage in de Christelijke kerk bij het zegenen van de gemeente gebruikt wordt.
2) Dat Aäron het volk, na het brengen van de offerande zegende, daarmee gaf hij te kennen, dat alle zegen gegrond is op verzoening.
23. Toen ging Mozes met Aäron in de tent der samenkomst, 1) daarna kwamen zij uit en zegende het volk, deelden tezamen aan het volk de zegen mee, waarom zij in het heiligdom hadden gebeden. En de heerlijkheid des HEEREN verscheen aanal het volk; 2) op hetzelfde ogenblik, dat zij hun handen over het volk ophieven, uit de wolk, die op de tabernakel rustte (Exodus. 40:34 vv.), lichtte plotseling een wonderbare glans, zoals vroeger (Exodus. 16:10); dat lichten ging echter nu nog met iets bijzonders gepaard.
1) Mozes en Aäron gingen niet in het Heilige, om een reukwerk aan te steken, maar om Aäron in te leiden tot zijn heilig dienstwerk en ‘s Heeren aangezicht te zoeken, opdat Hij Zijn woord en belofte zou vervullen. Want toch, al is alles gedaan naar recht en naar het eigen bevel van de Heere, daarom blijft God toch nog vrijmachtig, om te doen naar Zijn welbehagen. Als Hij straks het avondoffer met vuur uit de hemel zal aansteken, en daarom blijken zal geven van Zijn Goddelijke goedkeuring en zegen, zal dit nog altijd vrije gunst en ontferming zijn. Mozes en Aäron beiden het Heilige binnengaande schaduwen af het Profetisch en het Hogepriesterlijk werk van Christus.
2) De verschijning van de heerlijkheid van Jehova hier zoals Numeri. 16:19; 17:7; 20:6 hebben wij ons vermoedelijk als een plotseling oplichten van een wonderbare lichtglans te denken, welke uit de wolk, die de tabernakel bedekte, wellicht ook van de, in het Allerheilige zich bevindende, wolk te voorschijn kwam, of als een plotselinge, zeer in het oog vallende verandering van de, de Heerlijkheid des Heeren omhullende, wolk in een heldere lichtglans, waarvan dan in dit geval het vuur op de wijze van de bliksemstralen uitging, dat het offer op het altaar verteerde.
24. Want a) een vuur ging uit van 1) het aangezicht des HEEREN, en verteerde op het altaar het brandoffer, en het vet, 2) zodat de offers eensklaps tot as werden verbrand. Als het gehele volk dit zag, zo juichten zij van vreugde en vielen aanbiddend op hun aangezichten; want zij zagen met recht daarin een teken, dat de Heere hun offers genadig had aangenomen (Numeri. 4:4), en hun een priesterschap gegeven had, welks dienst Hem welgevallig was; maar tegelijk hadden zij nu op hun altaar in plaats van het gewone, natuurlijke vuur, een goddelijk, hemels vuur, dat nimmer weer zou uitgaan (Leviticus. 6:13).
a) 1 Kon.18:38; 2 Kron.7:1
1) De overleveringen van heidense volkeren delen evenzo de aansteking van hun offers door hemels vuur mee (Pausan. V: 27, 3; Sueton. Tib. 14 Amm. Marc. XXIII: 6, 34); dit zijn getuigenissen van hetgeen de mens ter Godsverering nodig heeft, namelijk, dat God de hemel scheure en genadig tot hem afdale; want de mens kan niet tot God opstijgen en zelf de gemeenschap met Hem herstellen. Terwijl nu bij de overige volkeren deze behoefte zich alleen in overleveringen uitspreekt, vinden wij bij Israël ook bevrediging van de behoefte door werkelijke vervulling van hetgeen het God zoekende hart begeert. Zie Ex 13.21 zie Ex 19.9.
Letterlijk: Van voor het aangezicht des Heeren, d.i. vanuit de verschijning van Jehova.
2) Daar hier staat het brandoffer en het vet, mogen wij veilig aannemen, dat hiermee het avondoffer wordt bedoeld. Alles werd tot as verteerd, tot teken van Gods genoegen in het offer. Dit verklaart de uitdrukking, voorkomende in Psalm. 20:3. Anderen zijn van mening, dat het offer reeds aangestoken was, maar het vuur van het offer nu door goddelijk vuur wordt gewijd.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel