Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Verder sprakH1696 de HEEREH3068totH413MozesH4872, zeggendeH559:Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
2Neem Aaron en zijn zonen met hem, en de klederen, en de zalfolie, daartoe den var des zondoffers, en de twee rammen, en den korf van de ongezuurde broden;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2NeemH3947AaronH175 en zijn zonenH1121metH854 hem, en de klederenH899, en de zalfolieH4888, daartoe den varH6499 des zondoffersH2403, en de tweeH8147rammenH352, en den korfH5536 van de ongezuurdeH4682 broden;Neem Aaron en zijn zonen met hem, en de klederen, en de zalfolie, daartoe den var des zondoffers, en de twee rammen, en den korf van de ongezuurde broden;
KJVTake1Aaron3and his sons5with him, and the garments,8and the anointing11oil,10and a bullock13for the sin offering,14and two16rams,17and a basket19of unleavened bread;
1קַ֤חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אַהֲרֹן֙H175Aaron, Aarons, AaronietenAaron4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5בָּנָ֣יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6אִתּ֔וֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix7וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַבְּגָדִ֔יםH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe9וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10שֶׁ֣מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine11הַמִּשְׁחָ֑הH4888zalfolie, zalving, zalve(to be) anointed(-ing), ointment12וְאֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13פַּ֣רH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox14הַֽחַטָּ֗אתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)15וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16שְׁנֵ֣יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two17הָֽאֵילִ֔יםH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree18וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19סַ֥לH5536korf, korvenbasket20הַמַּצּֽוֹתH4682ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurdunleaved (bread, cake), without leaven
3En verzamel de ganse vergadering aan de deur van de tent der samenkomst.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En verzamelH6950 de ganseH3605vergaderingH5712aanH413 de deurH6607 van de tentH168 der samenkomstH4150.En verzamel de ganse vergadering aan de deur van de tent der samenkomst.
KJVAnd gather4thou all the congregation3togetherunto the door6of the tabernacle7of the congregation.
1וְאֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3הָעֵדָ֖הH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)4הַקְהֵ֑לH6950vergaderden, vergaderde, verzameldeassemble (selves) (together), gather (selves) (together)5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6פֶּ֖תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place7אֹ֥הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent8מוֹעֵֽדH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)
4Mozes nu deed, gelijk als de HEERE hem geboden had; en de vergadering werd verzameld aan de deur van de tent der samenkomst.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4MozesH4872 nu deedH6213, gelijk als de HEEREH3068 hem gebodenH6680 had; en de vergaderingH5712 werd verzameldH6950aanH413 de deurH6607 van de tentH168 der samenkomstH4150.Mozes nu deed, gelijk als de HEERE hem geboden had; en de vergadering werd verzameld aan de deur van de tent der samenkomst.
KJVAnd Moses2did1as the LORD5commanded4him; and the assembly8was gathered together7unto the door10of the tabernacle11of the congregation.
1וַיַּ֣עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3כַּֽאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order5יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֹת֑וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7וַתִּקָּהֵל֙H6950vergaderden, vergaderde, verzameldeassemble (selves) (together), gather (selves) (together)8הָֽעֵדָ֔הH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10פֶּ֖תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place11אֹ֥הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent12מוֹעֵֽדH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)
5Toen zeide Mozes tot de vergadering: Dit is de zaak, die de HEERE geboden heeft te doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Toen zeideH559MozesH4872totH413 de vergaderingH5712: DitH2088 is de zaakH1697, die de HEEREH3068gebodenH6680 heeft te doenH6213.Toen zeide Mozes tot de vergadering: Dit is de zaak, die de HEERE geboden heeft te doen.
KJVAnd Moses2said1unto the congregation,4This is the thing6which the LORD9commanded8to be done.
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הָעֵדָ֑הH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)5זֶ֣הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)6הַדָּבָ֔רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order9יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10לַעֲשֽׂוֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
6En Mozes deed Aaron en zijn zonen naderen, en wies hen met dat water.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En MozesH4872 deed AaronH175 en zijn zonenH1121naderenH7126, en wiesH7364 hen met dat waterH4325.En Mozes deed Aaron en zijn zonen naderen, en wies hen met dat water.
KJVAnd Moses2brought1Aaron4and his sons,6and washed7them with water.
1וַיַּקְרֵ֣בH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take2מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אַהֲרֹ֖ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6בָּנָ֑יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7וַיִּרְחַ֥ץH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)8אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9בַּמָּֽיִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
7Daar deed hij hem den rok aan, en gordde hem met den gordel, en trok hem den mantel aan; en deed hij hem den efod aan, en gordde dien met de kunstelijken riem des efods, en ombond hem daarmede.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Daar deed hij hem den rokH3801aanH5921, en gorddeH2296 hem met den gordelH73, en trokH3847 hem den mantelH4598 aan; en deed hij hem den efodH646 aan, en gorddeH2296 dien met de kunstelijken riemH2805 des efodsH646, en ombondH640 hem daarmede.Daar deed hij hem den rok aan, en gordde hem met den gordel, en trok hem den mantel aan; en deed hij hem den efod aan, en gordde dien met de kunstelijken riem des efods, en ombond hem daarmede.
KJVAnd he put1upon him the coat,4and girded5him with the girdle,7and clothed8him with the robe,11and put12the ephod15upon him, and he girded16him with the curious girdle18of the ephod,19and bound
1וַיִּתֵּ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2עָלָ֜יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַכֻּתֹּ֗נֶתH3801rok, rokken, rokscoat, garment, robe5וַיַּחְגֹּ֤רH2296aangegord, gordde, omgordbe able to put on, be afraid, appointed, gird, restrain, [idiom] on every side6אֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בָּֽאַבְנֵ֔טH73gordel, gordelsgirdle8וַיַּלְבֵּ֤שׁH3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear9אֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10אֶֽתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix11הַמְּעִ֔ילH4598mantel, mantels, rokcloke, coat, mantle, robe12וַיִּתֵּ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield13עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הָאֵפֹ֑דH646efod, efods, lijfrokephod16וַיַּחְגֹּ֣רH2296aangegord, gordde, omgordbe able to put on, be afraid, appointed, gird, restrain, [idiom] on every side17אֹת֗וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18בְּחֵ֨שֶׁב֙H2805kunstelijken riem, kunstelijke riemcurious girdle19הָֽאֵפֹ֔דH646efod, efods, lijfrokephod20וַיֶּאְפֹּ֥דH640ombond, omgordenbind, gird21ל֖וֹ22בּֽוֹ
8Voorts deed hij hem den borstlap aan, en voegde aan den borstlap de Urim en de Thummim.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Voorts deed hij hem den borstlapH2833 aan, en voegdeH5414 aan den borstlapH2833 de UrimH224 en de ThummimH8550.Voorts deed hij hem den borstlap aan, en voegde aan den borstlap de Urim en de Thummim.
KJVAnd he put1the breastplate4upon him: also he put5in the breastplate7the Urim9and the Thummim.
1וַיָּ֥שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work2עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַחֹ֑שֶׁןH2833borstlap, borstlapsbreastplate5וַיִּתֵּן֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7הַחֹ֔שֶׁןH2833borstlap, borstlapsbreastplate8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הָאוּרִ֖יםH224Urim, urimUrim10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הַתֻּמִּֽיםH8550Thummim, thummimThummim
9En hij zette den hoed op zijn hoofd; en aan den hoed boven zijn aangezicht zette hij de gouden plaat, de kroon der heiligheid, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En hij zetteH7760 den hoedH4701opH5921 zijn hoofdH7218; en aan den hoedH4701bovenH5921 zijn aangezichtH6440zetteH7760 hij de goudenH2091plaatH6731, de kroonH5145 der heiligheidH6944, gelijk als de HEEREH3068MozesH4872gebodenH6680 had.En hij zette den hoed op zijn hoofd; en aan den hoed boven zijn aangezicht zette hij de gouden plaat, de kroon der heiligheid, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
KJVAnd he put1the mitre3upon his head;5also upon the mitre,8even upon his forefront,11did he put6the golden14plate,13the holy16crown;15as the LORD19commanded18Moses.
1וַיָּ֥שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַמִּצְנֶ֖פֶתH4701hoed, hoedsdiadem, mitre4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5רֹאשׁ֑וֹH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top6וַיָּ֨שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work7עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הַמִּצְנֶ֜פֶתH4701hoed, hoedsdiadem, mitre9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10מ֣וּלH4136tegenover, voorste, nagel(over) against, before, (fore-) front, from, (God-) ward, toward, with11פָּנָ֗יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13צִ֤יץH6731bloem, bloemen, plaatblossom, flower, plate, wing14הַזָּהָב֙H2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather15נֵ֣זֶרH5145Nazireerschap, kroon, gekroondeconsecration, crown, hair, separation16הַקֹּ֔דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary17כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order19יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
10Toen nam Mozes de zalfolie, en zalfde den tabernakel, en al wat daarin was, en heiligde ze.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen namH3947MozesH4872 de zalfolieH4888, en zalfdeH4886 den tabernakelH4908, en alH3605watH834 daarin was, en heiligdeH6942 ze.Toen nam Mozes de zalfolie, en zalfde den tabernakel, en al wat daarin was, en heiligde ze.
KJVAnd Moses2took1the anointing5oil,4and anointed6the tabernacle8and all that was therein, and sanctified
1וַיִּקַּ֤חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4שֶׁ֣מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine5הַמִּשְׁחָ֔הH4888zalfolie, zalving, zalve(to be) anointed(-ing), ointment6וַיִּמְשַׁ֥חH4886gezalfd, zalven, zalfdeanoint, paint7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַמִּשְׁכָּ֖ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12בּ֑וֹ13וַיְקַדֵּ֖שׁH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly14אֹתָֽםH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
11En hij sprengde daarvan op het altaar zevenmaal; en hij zalfde het altaar, en al zijn gereedschap, mitsgaders het wasvat en zijn voet, om die te heiligen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En hij sprengdeH5137 daarvan opH5921 het altaarH4196zevenmaalH7651; en hij zalfdeH4886 het altaarH4196, en alH3605 zijn gereedschapH3627, mitsgaders het wasvatH3595 en zijn voetH3653, om die te heiligenH6942.En hij sprengde daarvan op het altaar zevenmaal; en hij zalfde het altaar, en al zijn gereedschap, mitsgaders het wasvat en zijn voet, om die te heiligen.
KJVAnd he sprinkled1thereof upon the altar4seven5times,6and anointed7the altar9and all his vessels,12both the laver14and his foot,16to sanctify
1וַיַּ֥זH5137sprengen, gesprengd, besprengensprinkle2מִמֶּ֛נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4הַמִּזְבֵּ֖חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar5שֶׁ֣בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)6פְּעָמִ֑יםH6471ditmaal, malen, tweemaalanvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel7וַיִּמְשַׁ֨חH4886gezalfd, zalven, zalfdeanoint, paint8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַמִּזְבֵּ֜חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12כֵּלָ֗יוH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever13וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הַכִּיֹּ֛רH3595wasvat, wasvaten, haardhearth, laver, pan, scaffold15וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16כַּנּ֖וֹH3653voet, staat, rechtbase, estate, foot, office, place, well17לְקַדְּשָֽׁםH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly
12Daarna goot hij van de zalfolie op het hoofd van Aaron, en hij zalfde hem, om hem te heiligen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Daarna gootH3332 hij van de zalfolieH4888opH5921 het hoofdH7218 van AaronH175, en hij zalfdeH4886 hem, om hem te heiligenH6942.Daarna goot hij van de zalfolie op het hoofd van Aaron, en hij zalfde hem, om hem te heiligen.
KJVAnd he poured1of the anointing3oil2upon Aaron's6head,5and anointed7him, to sanctify
1וַיִּצֹק֙H3332goot, gieten, gegotencast, cleave fast, be (as) firm, grow, be hard, lay out, molten, overflow, pour (out), run out, set down, stedfast2מִשֶּׁ֣מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine3הַמִּשְׁחָ֔הH4888zalfolie, zalving, zalve(to be) anointed(-ing), ointment4עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5רֹ֣אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top6אַהֲרֹ֑ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron7וַיִּמְשַׁ֥חH4886gezalfd, zalven, zalfdeanoint, paint8אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9לְקַדְּשֽׁוֹH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly
13Ook deed Mozes de zonen van Aaron naderen, en trok hun rokken aan, en gordde hen met een gordel, en bond hun mutsen op, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Ook deed MozesH4872 de zonenH1121 van AaronH175naderenH7126, en trokH3847 hun rokkenH3801 aan, en gorddeH2296 hen met een gordelH73, en bondH2280 hun mutsenH4021 op, gelijk als de HEEREH3068MozesH4872gebodenH6680 had.Ook deed Mozes de zonen van Aaron naderen, en trok hun rokken aan, en gordde hen met een gordel, en bond hun mutsen op, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
KJVAnd Moses2brought1Aaron's5sons,4and put6coats7upon them, and girded8them with girdles,10and put11bonnets13upon them; as the LORD16commanded15Moses.
1וַיַּקְרֵ֨בH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take2מֹשֶׁ֜הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5אַהֲרֹ֗ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron6וַיַּלְבִּשֵׁ֤םH3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear7כֻּתֳּנֹת֙H3801rok, rokken, rokscoat, garment, robe8וַיַּחְגֹּ֤רH2296aangegord, gordde, omgordbe able to put on, be afraid, appointed, gird, restrain, [idiom] on every side9אֹתָם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10אַבְנֵ֔טH73gordel, gordelsgirdle11וַיַּחֲבֹ֥שׁH2280verbinden, zadelde, verbindtbind (up), gird about, govern, healer, put, saddle, wrap about12לָהֶ֖ם13מִגְבָּע֑וֹתH4021mutsenbonnet14כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order16יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
14Toen deed hij den var des zondoffers bijkomen; en Aaron en zijn zonen legden hun handen op het hoofd van den var des zondoffers;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Toen deed hij den varH6499 des zondoffersH2403 bijkomen; en AaronH175 en zijn zonenH1121 legden hun handenH3027opH5921 het hoofdH7218 van den varH6499 des zondoffersH2403;Toen deed hij den var des zondoffers bijkomen; en Aaron en zijn zonen legden hun handen op het hoofd van den var des zondoffers;
Ook in dit vers
bijeenkomenH5066
leidenH5564
KJVAnd he brought1the bullock3for the sin offering:4and Aaron6and his sons7laid5their hands9upon the head11of the bullock12for the sin offering.
1וַיַּגֵּ֕שׁH5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand2אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3פַּ֣רH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox4הַֽחַטָּ֑אתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)5וַיִּסְמֹ֨ךְH5564leggen, leiden, ondersteundbear up, establish, (up-) hold, lay, lean, lie hard, put, rest self, set self, stand fast, stay (self), sustain6אַהֲרֹ֤ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron7וּבָנָיו֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9יְדֵיהֶ֔םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11רֹ֖אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top12פַּ֥רH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox13הַֽחַטָּֽאתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)
15En men slachtte hem; en Mozes nam het bloed, en deed het met zijn vinger rondom op de hoornen des altaars, en ontzondigde het altaar; daarna goot hij het bloed uit aan den bodem des altaars, en heiligde het, om voor hetzelve verzoening te doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En men slachtteH7819 hem; en MozesH4872namH3947 het bloedH1818, en deed het met zijn vingerH676rondomH5439opH5921 de hoornenH7161 des altaarsH4196, en ontzondigdeH2398 het altaarH4196; daarna gootH3332 hij het bloedH1818 uit aan den bodemH3247 des altaarsH4196, en heiligdeH6942 het, om voor hetzelve verzoeningH3722 te doen.En men slachtte hem; en Mozes nam het bloed, en deed het met zijn vinger rondom op de hoornen des altaars, en ontzondigde het altaar; daarna goot hij het bloed uit aan den bodem des altaars, en heiligde het, om voor hetzelve verzoening te doen.
KJVAnd he slew1it; and Moses3took2the blood,5and put6it upon the horns8of the altar9round about10with his finger,11and purified12the altar,14and poured17the blood16at the bottom19of the altar,20and sanctified21it, to make reconciliation
1וַיִּשְׁחָ֗טH7819slachten, slachtte, slachttenkill, offer, shoot out, slay, slaughter2וַיִּקַּ֨חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win3מֹשֶׁ֤הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַדָּם֙H1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent6וַ֠יִּתֵּןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8קַרְנ֨וֹתH7161hoornen, hoorn, Hoorn[idiom] hill, horn9הַמִּזְבֵּ֤חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar10סָבִיב֙H5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side11בְּאֶצְבָּע֔וֹH676vinger, vingeren, vingersfinger, toe12וַיְחַטֵּ֖אH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הַמִּזְבֵּ֑חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar15וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16הַדָּ֗םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent17יָצַק֙H3332goot, gieten, gegotencast, cleave fast, be (as) firm, grow, be hard, lay out, molten, overflow, pour (out), run out, set down, stedfast18אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)19יְס֣וֹדH3247bodem, fondamenten, grondbottom, foundation, repairing20הַמִּזְבֵּ֔חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar21וַֽיְקַדְּשֵׁ֖הוּH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly22לְכַפֵּ֥רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)23עָלָֽיוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
16Voorts nam hij al het vet, dat aan het ingewand is, en het net der lever, en de twee nieren en haar vet; en Mozes stak het aan op het altaar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Voorts namH3947 hij alH3605 het vetH2459, datH834aanH5921 het ingewandH7130 is, en het netH3508 der leverH3516, en de tweeH8147nierenH3629 en haar vetH2459; en MozesH4872stakH6999 het aan op het altaarH4196.Voorts nam hij al het vet, dat aan het ingewand is, en het net der lever, en de twee nieren en haar vet; en Mozes stak het aan op het altaar.
KJVAnd he took1all the fat4that was upon the inwards,7and the caul9above the liver,10and the two12kidneys,13and their fat,15and Moses17burned16it upon the altar.
1וַיִּקַּ֗חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הַחֵלֶב֮H2459vet, vette, smeer[idiom] best, fat(-ness), [idiom] finest, grease, marrow5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7הַקֶּרֶב֒H7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self8וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9יֹתֶ֣רֶתH3508netcaul10הַכָּבֵ֔דH3516leverliver11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12שְׁתֵּ֥יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two13הַכְּלָיֹ֖תH3629nierenkidneys, reins14וְאֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15חֶלְבְּהֶ֑ןH2459vet, vette, smeer[idiom] best, fat(-ness), [idiom] finest, grease, marrow16וַיַּקְטֵ֥רH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)17מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses18הַמִּזְבֵּֽחָהH4196altaar, altaren, altaarsaltar
17Maar den var met zijn huid, en zijn vlees, en zijn mest, heeft hij buiten het leger met vuur verbrand, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Maar den varH6499 met zijn huidH5785, en zijn vleesH1320, en zijn mestH6569, heeft hij buitenH2351 het legerH4264 met vuurH784verbrandH8313, gelijk als de HEEREH3068MozesH4872gebodenH6680 had.Maar den var met zijn huid, en zijn vlees, en zijn mest, heeft hij buiten het leger met vuur verbrand, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
KJVBut the bullock,2and his hide,4his flesh,6and his dung,8he burnt9with fire10without11the camp;12as the LORD15commanded14Moses.
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2הַפָּ֤רH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4עֹרוֹ֙H5785vel, huid, vellenhide, leather, skin5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6בְּשָׂר֣וֹH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8פִּרְשׁ֔וֹH6569mest, drekdung9שָׂרַ֣ףH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly10בָּאֵ֔שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot11מִח֖וּץH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without12לַֽמַּחֲנֶ֑הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents13כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order15יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
18Daarna deed hij den ram des brandoffers bijbrengen; en Aaron en zijn zonen legden hun handen op het hoofd van den ram.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Daarna deed hij den ramH352 des brandoffersH5930bijbrengenH7126; en AaronH175 en zijn zonenH1121 legden hun handenH3027opH5921 het hoofdH7218 van den ramH352.Daarna deed hij den ram des brandoffers bijbrengen; en Aaron en zijn zonen legden hun handen op het hoofd van den ram.
Ook in dit vers
leidenH5564
KJVAnd he brought1the ram3for the burnt offering:4and Aaron6and his sons7laid5their hands9upon the head11of the ram.
1וַיַּקְרֵ֕בH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take2אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אֵ֣ילH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree4הָעֹלָ֑הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)5וַֽיִּסְמְכ֞וּH5564leggen, leiden, ondersteundbear up, establish, (up-) hold, lay, lean, lie hard, put, rest self, set self, stand fast, stay (self), sustain6אַהֲרֹ֧ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron7וּבָנָ֛יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9יְדֵיהֶ֖םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11רֹ֥אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top12הָאָֽיִלH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree
19En men slachtte hem; en Mozes sprengde het bloed op het altaar rondom.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En men slachtteH7819 hem; en MozesH4872sprengdeH2236 het bloedH1818opH5921 het altaarH4196rondomH5439.En men slachtte hem; en Mozes sprengde het bloed op het altaar rondom.
KJVAnd he killed1it; and Moses3sprinkled2the blood5upon the altar7round about.
1וַיִּשְׁחָ֑טH7819slachten, slachtte, slachttenkill, offer, shoot out, slay, slaughter2וַיִּזְרֹ֨קH2236sprengen, sprengde, sprengdenbe here and there, scatter, sprinkle, strew3מֹשֶׁ֧הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַדָּ֛םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7הַמִּזְבֵּ֖חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar8סָבִֽיבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side
20Hij deelde ook den ram in zijn delen; en Mozes stak het hoofd aan, en die delen, en het smeer;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Hij deeldeH5408 ook den ramH352 in zijn delenH5409; en MozesH4872stakH6999 het hoofdH7218 aan, en die delenH5409, en het smeerH6309;Hij deelde ook den ram in zijn delen; en Mozes stak het hoofd aan, en die delen, en het smeer;
KJVAnd he cut3the ram2into pieces;4and Moses6burnt5the head,8and the pieces,10and the fat.
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2הָאַ֔יִלH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree3נִתַּ֖חH5408deelde, delen, hieuwcut (in pieces), divide, hew in pieces4לִנְתָחָ֑יוH5409stukken, delen, stukpart, piece5וַיַּקְטֵ֤רH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)6מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הָרֹ֔אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הַנְּתָחִ֖יםH5409stukken, delen, stukpart, piece11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הַפָּֽדֶרH6309smeerfat
21Doch het ingewand en de schenkelen wies hij met water; en Mozes stak dien gehelen ram aan op het altaar; het was een brandoffer tot een liefelijken reuk, een vuuroffer was het den HEERE, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Doch het ingewandH7130 en de schenkelenH3767wiesH7364 hij met waterH4325; en MozesH4872stakH6999 dien gehelen ramH352 aan op het altaarH4196; het was een brandofferH5930 tot een liefelijkenH5207reukH7381, een vuurofferH801 was hetH1931 den HEEREH3068, gelijk als de HEEREH3068MozesH4872gebodenH6680 had.Doch het ingewand en de schenkelen wies hij met water; en Mozes stak dien gehelen ram aan op het altaar; het was een brandoffer tot een liefelijken reuk, een vuuroffer was het den HEERE, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
KJVAnd he washed5the inwards2and the legs4in water;6and Moses8burnt7the whole ram11upon the altar:12it was a burnt sacrifice13for a sweet16savour,15and an offering made by fire17unto the LORD;19as the LORD22commanded21Moses.
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2הַקֶּ֥רֶבH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַכְּרָעַ֖יִםH3767schenkelenleg5רָחַ֣ץH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)6בַּמָּ֑יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))7וַיַּקְטֵר֩H6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)8מֹשֶׁ֨הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11הָאַ֜יִלH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree12הַמִּזְבֵּ֗חָהH4196altaar, altaren, altaarsaltar13עֹלָ֨הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)14ה֤וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who15לְרֵֽיחַH7381reuk, reukssavour, scent, smell16נִיחֹ֨חַ֙H5207liefelijken, liefelijkesweet (odour)17אִשֶּׁ֥הH801vuuroffer, vuurofferen, vuuroffers(offering, sacrifice), (made) by fire18הוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who19לַיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)20כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection21צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order22יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)23אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
22Daarna deed hij den anderen ram, den ram des vuloffers, bijbrengen; en Aaron met zijn zonen legden hun handen op het hoofd van den ram.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Daarna deed hij den anderen ramH352, den ramH352 des vuloffersH4394, bijbrengenH7126; en AaronH175 met zijn zonenH1121 legden hun handenH3027opH5921 het hoofdH7218 van den ramH352.Daarna deed hij den anderen ram, den ram des vuloffers, bijbrengen; en Aaron met zijn zonen legden hun handen op het hoofd van den ram.
Ook in dit vers
leidenH5564
KJVAnd he brought1the other4ram,3the ram5of consecration:6and Aaron8and his sons9laid7their hands11upon the head13of the ram.
1וַיַּקְרֵב֙H7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הָאַ֣יִלH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree4הַשֵּׁנִ֔יH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)5אֵ֖ילH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree6הַמִּלֻּאִ֑יםH4394vuloffers, vulofferen, vervullendeconsecration, be set7וַֽיִּסְמְכ֞וּH5564leggen, leiden, ondersteundbear up, establish, (up-) hold, lay, lean, lie hard, put, rest self, set self, stand fast, stay (self), sustain8אַהֲרֹ֧ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron9וּבָנָ֛יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11יְדֵיהֶ֖םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13רֹ֥אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top14הָאָֽיִלH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree
23En men slachtte hem; en Mozes nam van zijn bloed, en deed het op het lapje van Aarons rechteroor, en op den duim zijner rechterhand, en op den groten teen van zijn rechtervoet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En men slachtteH7819 hem; en MozesH4872namH3947 van zijn bloedH1818, en deed het opH5921 het lapjeH8571 van AaronsH175rechteroorH3233, en opH5921 den duimH931 zijner rechterhandH3233, en opH5921 den groten teenH931 van zijn rechtervoetH3233.En men slachtte hem; en Mozes nam van zijn bloed, en deed het op het lapje van Aarons rechteroor, en op den duim zijner rechterhand, en op den groten teen van zijn rechtervoet.
KJVAnd he slew1it; and Moses3took2of the blood4of it, and put5it upon the tip7of Aaron's9right10ear,8and upon the thumb12of his right14hand,13and upon the great toe16of his right18foot.
1וַיִּשְׁחָ֓טH7819slachten, slachtte, slachttenkill, offer, shoot out, slay, slaughter2וַיִּקַּ֤חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win3מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses4מִדָּמ֔וֹH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent5וַיִּתֵּ֛ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7תְּנ֥וּךְH8571lapje, rechteroorlapje, oorlapjetip8אֹֽזֶןH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show9אַהֲרֹ֖ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron10הַיְמָנִ֑יתH3233rechterzijde, rechterhand, rechteroor(on the) right (hand)11וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12בֹּ֤הֶןH931duim, teen, duimenthumb, great toe13יָדוֹ֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves14הַיְמָנִ֔יתH3233rechterzijde, rechterhand, rechteroor(on the) right (hand)15וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16בֹּ֥הֶןH931duim, teen, duimenthumb, great toe17רַגְל֖וֹH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time18הַיְמָנִֽיתH3233rechterzijde, rechterhand, rechteroor(on the) right (hand)
24Hij deed ook de zonen van Aaron naderen; en Mozes deed van dat bloed op het lapje van hun rechteroor, en op den duim van hun rechterhand, en op den groten teen van hun rechtervoet; daarna sprengde Mozes dat bloed rondom op het altaar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Hij deed ook de zonenH1121 van AaronH175naderenH7126; en MozesH4872 deed vanH4480 dat bloedH1818opH5921 het lapjeH8571 van hun rechteroorH3233, en opH5921 den duimH931 van hun rechterhandH3233, en opH5921 den groten teenH931 van hun rechtervoetH3233; daarna sprengdeH2236MozesH4872 dat bloedH1818rondomH5439opH5921 het altaarH4196.Hij deed ook de zonen van Aaron naderen; en Mozes deed van dat bloed op het lapje van hun rechteroor, en op den duim van hun rechterhand, en op den groten teen van hun rechtervoet; daarna sprengde Mozes dat bloed rondom op het altaar.
KJVAnd he brought1Aaron's4sons,3and Moses6put5of the blood8upon the tip10of their right12ear,11and upon the thumbs14of their right16hands,15and upon the great toes18of their right20feet:19and Moses22sprinkled21the blood24upon the altar26round about.
1וַיַּקְרֵ֞בH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4אַהֲרֹ֗ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron5וַיִּתֵּ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6מֹשֶׁ֤הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses7מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with8הַדָּם֙H1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10תְּנ֤וּךְH8571lapje, rechteroorlapje, oorlapjetip11אָזְנָם֙H241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show12הַיְמָנִ֔יתH3233rechterzijde, rechterhand, rechteroor(on the) right (hand)13וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14בֹּ֤הֶןH931duim, teen, duimenthumb, great toe15יָדָם֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves16הַיְמָנִ֔יתH3233rechterzijde, rechterhand, rechteroor(on the) right (hand)17וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18בֹּ֥הֶןH931duim, teen, duimenthumb, great toe19רַגְלָ֖םH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time20הַיְמָנִ֑יתH3233rechterzijde, rechterhand, rechteroor(on the) right (hand)21וַיִּזְרֹ֨קH2236sprengen, sprengde, sprengdenbe here and there, scatter, sprinkle, strew22מֹשֶׁ֧הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses23אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24הַדָּ֛םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent25עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with26הַֽמִּזְבֵּ֖חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar27סָבִֽיבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side
25En hij nam het vet, en den staart, en al het vet, dat aan het ingewand is, en het net der lever, en de beide nieren, en haar vet, daartoe den rechterschouder.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En hij namH3947 het vetH2459, en den staartH451, en alH3605 het vetH2459, datH834aanH5921 het ingewandH7130 is, en het netH3508 der leverH3516, en de beideH8147nierenH3629, en haar vetH2459, daartoe den rechterschouderH3225.En hij nam het vet, en den staart, en al het vet, dat aan het ingewand is, en het net der lever, en de beide nieren, en haar vet, daartoe den rechterschouder.
KJVAnd he took1the fat,3and the rump,5and all the fat8that was upon the inwards,11and the caul13above the liver,14and the two16kidneys,17and their fat,19and the right22shoulder:
1וַיִּקַּ֞חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַחֵ֣לֶבH2459vet, vette, smeer[idiom] best, fat(-ness), [idiom] finest, grease, marrow4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הָֽאַלְיָ֗הH451staartrump6וְאֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8הַחֵלֶב֮H2459vet, vette, smeer[idiom] best, fat(-ness), [idiom] finest, grease, marrow9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הַקֶּרֶב֒H7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self12וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13יֹתֶ֣רֶתH3508netcaul14הַכָּבֵ֔דH3516leverliver15וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16שְׁתֵּ֥יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two17הַכְּלָיֹ֖תH3629nierenkidneys, reins18וְאֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19חֶלְבְּהֶ֑ןH2459vet, vette, smeer[idiom] best, fat(-ness), [idiom] finest, grease, marrow20וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21שׁ֥וֹקH7785benen, schouder, schenkelenhip, leg, shoulder, thigh22הַיָּמִֽיןH3225rechterhand, rechter, rechterschouder[phrase] left-handed, right (hand, side), south
26Ook nam hij uit den korf van de ongezuurde broden, die voor het aangezicht des HEEREN was, een ongezuurde koek, en een geolieden broodkoek, en een vlade; en hij legde ze op dat vet, en op den rechterschouder.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Ook namH3947 hij uit den korfH5536 van de ongezuurdeH4682brodenH3899, dieH834 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068 was, eenH259ongezuurdeH4682koekH2471, en eenH259geoliedenH8081broodkoekH2471, en eenH259vladeH7550; en hij legde ze opH5921 dat vetH2459, en opH5921 den rechterschouderH3225.Ook nam hij uit den korf van de ongezuurde broden, die voor het aangezicht des HEEREN was, een ongezuurde koek, en een geolieden broodkoek, en een vlade; en hij legde ze op dat vet, en op den rechterschouder.
Ook in dit vers
leideH7760
KJVAnd out of the basket1of unleavened2bread,11that was before4the LORD,5he took6one9unleavened8cake,7and a cake10of oiled12bread, and one13wafer,14and put16them on the fat,18and upon the right21shoulder:
1וּמִסַּ֨לH5536korf, korvenbasket2הַמַּצּ֜וֹתH4682ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurdunleaved (bread, cake), without leaven3אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6לָ֠קַחH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win7חַלַּ֨תH2471koeken, koek, broodkoekcake8מַצָּ֤הH4682ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurdunleaved (bread, cake), without leaven9אַחַת֙H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,10וְֽחַלַּ֨תH2471koeken, koek, broodkoekcake11לֶ֥חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals12שֶׁ֛מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine13אַחַ֖תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,14וְרָקִ֣יקH7550vladen, vladecake, wafer15אֶחָ֑דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,16וַיָּ֨שֶׂם֙H7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work17עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18הַ֣חֲלָבִ֔יםH2459vet, vette, smeer[idiom] best, fat(-ness), [idiom] finest, grease, marrow19וְעַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20שׁ֥וֹקH7785benen, schouder, schenkelenhip, leg, shoulder, thigh21הַיָּמִֽיןH3225rechterhand, rechter, rechterschouder[phrase] left-handed, right (hand, side), south
27En hij gaf dat alles in de handen van Aaron, en in de handen zijner zonen; en bewoog die ten beweegoffer, voor het aangezicht des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En hij gafH5414 dat allesH3605 in de handenH3709 van AaronH175, en in de handenH3709 zijner zonenH1121; en bewoogH5130 die ten beweegofferH8573, voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068.En hij gaf dat alles in de handen van Aaron, en in de handen zijner zonen; en bewoog die ten beweegoffer, voor het aangezicht des HEEREN.
KJVAnd he put1all upon Aaron's6hands,5and upon his sons'9hands,8and waved10them for a wave offering12before13the LORD.
1וַיִּתֵּ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַכֹּ֔לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4עַ֚לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5כַּפֵּ֣יH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon6אַהֲרֹ֔ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron7וְעַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8כַּפֵּ֣יH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon9בָנָ֑יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10וַיָּ֧נֶףH5130bewegen, bewoog, bewogenlift up, move, offer, perfume, send, shake, sift, strike, wave11אֹתָ֛םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12תְּנוּפָ֖הH8573beweegoffer, beweegoffers, beweegborstoffering, shaking, wave (offering)13לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you14יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
28Daarna nam Mozes ze uit hun handen, en stak ze aan op het altaar, op het brandoffer; zij waren vulofferen tot een liefelijken reuk; het was een vuuroffer den HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Daarna namH3947MozesH4872 ze uit hunH1992handenH3709, en stakH6999 ze aan op het altaarH4196, opH5921 het brandofferH5930; zij waren vulofferenH4394 tot een liefelijkenH5207reukH7381; hetH1931 was een vuurofferH801 den HEEREH3068.Daarna nam Mozes ze uit hun handen, en stak ze aan op het altaar, op het brandoffer; zij waren vulofferen tot een liefelijken reuk; het was een vuuroffer den HEERE.
KJVAnd Moses2took1them from off their hands,5and burnt6them on the altar7upon the burnt offering:9they were consecrations10for a sweet13savour:12it is an offering made by fire14unto the LORD.
1וַיִּקַּ֨חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2מֹשֶׁ֤הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֹתָם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מֵעַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5כַּפֵּיהֶ֔םH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon6וַיַּקְטֵ֥רH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)7הַמִּזְבֵּ֖חָהH4196altaar, altaren, altaarsaltar8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הָעֹלָ֑הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)10מִלֻּאִ֥יםH4394vuloffers, vulofferen, vervullendeconsecration, be set11הֵם֙H1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye12לְרֵ֣יחַH7381reuk, reukssavour, scent, smell13נִיחֹ֔חַH5207liefelijken, liefelijkesweet (odour)14אִשֶּׁ֥הH801vuuroffer, vuurofferen, vuuroffers(offering, sacrifice), (made) by fire15ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who16לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
29Voorts nam Mozes de borst, en bewoog ze ten beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN; zij werd Mozes ten dele van den ram des vuloffers, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Voorts namH3947MozesH4872 de borstH2373, en bewoogH5130 ze ten beweegofferH8573 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068; zij werd MozesH4872 ten deleH4490 van den ramH352 des vuloffersH4394, gelijk als de HEEREH3068MozesH4872gebodenH6680 had.Voorts nam Mozes de borst, en bewoog ze ten beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN; zij werd Mozes ten dele van den ram des vuloffers, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
KJVAnd Moses2took1the breast,4and waved5it for a wave offering6before7the LORD:8for of the ram9of consecration10it was Moses'11part;13as the LORD16commanded15Moses.
1וַיִּקַּ֤חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הֶ֣חָזֶ֔הH2373borst, borstenbreast5וַיְנִיפֵ֥הוּH5130bewegen, bewoog, bewogenlift up, move, offer, perfume, send, shake, sift, strike, wave6תְנוּפָ֖הH8573beweegoffer, beweegoffers, beweegborstoffering, shaking, wave (offering)7לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9מֵאֵ֣ילH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree10הַמִּלֻּאִ֗יםH4394vuloffers, vulofferen, vervullendeconsecration, be set11לְמֹשֶׁ֤הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses12הָיָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13לְמָנָ֔הH4490delen, deel, delesuch things as belonged, part, portion14כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order16יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
30Mozes nam ook van de zalfolie, en van het bloed, hetwelk op het altaar was, en sprengde het op Aaron, op zijn klederen, en op zijn zonen, en op de klederen zijner zonen met hem; en hij heiligde Aaron, zijn klederen, en zijn zonen, en de klederen zijner zonen met hem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30MozesH4872namH3947 ook van de zalfolieH4888, en van het bloedH1818, hetwelkH834opH5921 het altaarH4196 was, en sprengdeH5137 het opH5921AaronH175, opH5921 zijn klederenH899, en opH5921 zijn zonenH1121, en opH5921 de klederenH899 zijner zonenH1121metH854 hem; en hij heiligdeH6942AaronH175, zijn klederenH899, en zijn zonenH1121, en de klederenH899 zijner zonenH1121metH854 hem.Mozes nam ook van de zalfolie, en van het bloed, hetwelk op het altaar was, en sprengde het op Aaron, op zijn klederen, en op zijn zonen, en op de klederen zijner zonen met hem; en hij heiligde Aaron, zijn klederen, en zijn zonen, en de klederen zijner zonen met hem.
KJVAnd Moses2took1of the anointing4oil,3and of the blood6which was upon the altar,9and sprinkled10it upon Aaron,12and upon his garments,14and upon his sons,16and upon his sons'19garments18with him; and sanctified21Aaron,23and his garments,25and his sons,27and his sons'30garments
1וַיִּקַּ֨חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2מֹשֶׁ֜הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3מִשֶּׁ֣מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine4הַמִּשְׁחָ֗הH4888zalfolie, zalving, zalve(to be) anointed(-ing), ointment5וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with6הַדָּם֮H1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent7אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הַמִּזְבֵּחַ֒H4196altaar, altaren, altaarsaltar10וַיַּ֤זH5137sprengen, gesprengd, besprengensprinkle11עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12אַהֲרֹן֙H175Aaron, Aarons, AaronietenAaron13עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14בְּגָדָ֔יוH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe15וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16בָּנָ֛יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth17וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18בִּגְדֵ֥יH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe19בָנָ֖יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth20אִתּ֑וֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix21וַיְקַדֵּ֤שׁH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly22אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)23אַהֲרֹן֙H175Aaron, Aarons, AaronietenAaron24אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)25בְּגָדָ֔יוH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe26וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)27בָּנָ֛יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth28וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)29בִּגְדֵ֥יH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe30בָנָ֖יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth31אִתּֽוֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix
31En Mozes zeide tot Aaron en tot zijn zonen: Ziedt dat vlees voor de deur van de tent der samenkomst, en eet hetzelve daar, mitsgaders het brood, dat in den korf des vuloffers is; gelijk als ik geboden heb, zeggende: Aaron en zijn zonen zullen dat eten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En MozesH4872zeideH559totH413AaronH175 en totH413 zijn zonenH1121: ZiedtH1310 dat vleesH1320 voor de deurH6607 van de tentH168 der samenkomstH4150, en eetH398 hetzelve daarH8033, mitsgaders het broodH3899, datH834 in den korfH5536 des vuloffersH4394 is; gelijk als ik gebodenH6680 heb, zeggendeH559: AaronH175 en zijn zonenH1121 zullen dat etenH398.En Mozes zeide tot Aaron en tot zijn zonen: Ziedt dat vlees voor de deur van de tent der samenkomst, en eet hetzelve daar, mitsgaders het brood, dat in den korf des vuloffers is; gelijk als ik geboden heb, zeggende: Aaron en zijn zonen zullen dat eten.
KJVAnd Moses2said1unto Aaron4and to his sons,6Boil7the flesh9at the door10of the tabernacle11of the congregation:12and there eat14it with the bread17that is in the basket19of consecrations,20as I commanded,22saying,23Aaron24and his sons25shall eat
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֹשֶׁ֜הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אַהֲרֹ֣ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron5וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6בָּנָ֗יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7בַּשְּׁל֣וּH1310koken, gezoden, gekooktbake, boil, bring forth, roast, seethe, sod (be sodden)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַבָּשָׂר֮H1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin10פֶּ֣תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place11אֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent12מוֹעֵד֒H4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)13וְשָׁם֙H8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither14תֹּאכְל֣וּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite15אֹת֔וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16וְאֶ֨תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17הַלֶּ֔חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals18אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19בְּסַ֣לH5536korf, korvenbasket20הַמִּלֻּאִ֑יםH4394vuloffers, vulofferen, vervullendeconsecration, be set21כַּאֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection22צִוֵּ֨יתִי֙H6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order23לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet24אַהֲרֹ֥ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron25וּבָנָ֖יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth26יֹאכְלֻֽהוּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
32Maar het overige van het vlees en van het brood zult gij met vuur verbranden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Maar het overigeH3498 van het vleesH1320 en van het broodH3899 zult gij met vuurH784verbrandenH8313.Maar het overige van het vlees en van het brood zult gij met vuur verbranden.
KJVAnd that which remaineth1of the flesh2and of the bread3shall ye burn5with fire.
1וְהַנּוֹתָ֥רH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest2בַּבָּשָׂ֖רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin3וּבַלָּ֑חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals4בָּאֵ֖שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot5תִּשְׂרֹֽפוּH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly
33Ook zult gij uit de deur van de tent der samenkomst, zeven dagen, niet uitgaan, tot aan den dag, dat vervuld worden de dagen uws vuloffers; want zeven dagen zal men uw handen vullen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Ook zult gij uit de deurH6607 van de tentH168 der samenkomstH4150, zevenH7651dagenH3117, nietH3808uitgaanH3318, tot aan den dag, dat vervuldH4390 worden de dagenH3117 uws vuloffersH4394; wantH3588zevenH7651dagenH3117 zal men uw handenH3027vullenH4390.Ook zult gij uit de deur van de tent der samenkomst, zeven dagen, niet uitgaan, tot aan den dag, dat vervuld worden de dagen uws vuloffers; want zeven dagen zal men uw handen vullen.
KJVAnd ye shall not go out5of the door1of the tabernacle2of the congregation3in seven6days,7until the days9of your consecration12be at an end:10for seven14days11shall he consecrate16
1וּמִפֶּתַח֩H6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place2אֹ֨הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent3מוֹעֵ֜דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)4לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5תֵֽצְאוּ֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter6שִׁבְעַ֣תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)7יָמִ֔יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger8עַ֚דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet9י֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger10מְלֹ֔אתH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly11יְמֵ֖יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger12מִלֻּאֵיכֶ֑םH4394vuloffers, vulofferen, vervullendeconsecration, be set13כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14שִׁבְעַ֣תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)15יָמִ֔יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger16יְמַלֵּ֖אH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18יֶדְכֶֽםH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
34Gelijk men gedaan heeft op dezen dag, heeft de HEERE te doen geboden, om voor u verzoening te doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34Gelijk men gedaan heeft opH5921dezenH2088dagH3117, heeft de HEEREH3068 te doenH6213gebodenH6680, om voor u verzoeningH3722 te doen.Gelijk men gedaan heeft op dezen dag, heeft de HEERE te doen geboden, om voor u verzoening te doen.
KJVAs he hath done2this day,3so the LORD6hath commanded5to do,7to make an atonement
1כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection2עָשָׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use3בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)5צִוָּ֧הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order6יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7לַעֲשֹׂ֖תH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8לְכַפֵּ֥רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)9עֲלֵיכֶֽםH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
35Gij zult dan aan de deur van de tent der samenkomst blijven, dag en nacht, zeven dagen, en zult de wacht des HEEREN waarnemen, opdat gij niet sterft; want alzo is het mij geboden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35Gij zult dan aan de deurH6607 van de tentH168 der samenkomstH4150 blijven, dagH3119 en nachtH3915, zevenH7651dagenH3117, en zult de wachtH4931 des HEERENH3068waarnemenH8104, opdat gij nietH3808sterftH4191; wantH3588alzoH3651 is het mij gebodenH6680.Gij zult dan aan de deur van de tent der samenkomst blijven, dag en nacht, zeven dagen, en zult de wacht des HEEREN waarnemen, opdat gij niet sterft; want alzo is het mij geboden.
KJVTherefore shall ye abide4at the door1of the tabernacle2of the congregation3day5and night6seven7days,8and keep9the charge11of the LORD,12that ye die14not: for so I am commanded.
1וּפֶתַח֩H6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place2אֹ֨הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent3מוֹעֵ֜דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)4תֵּשְׁב֨וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry5יוֹמָ֤םH3119dag, daags, Dagdaily, (by, in the) day(-time)6וָלַ֨יְלָה֙H3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)7שִׁבְעַ֣תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)8יָמִ֔יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9וּשְׁמַרְתֶּ֛םH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11מִשְׁמֶ֥רֶתH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch12יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14תָמ֑וּתוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise15כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16כֵ֖ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you17צֻוֵּֽיתִיH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order
36Aaron nu en zijn zonen deden al de dingen, die de HEERE door den dienst van Mozes geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36AaronH175 nu en zijn zonenH1121dedenH6213alH3605 de dingen, dieH834 de HEEREH3068 door den dienstH3027 van MozesH4872gebodenH6680 had.Aaron nu en zijn zonen deden al de dingen, die de HEERE door den dienst van Mozes geboden had.
KJVSo Aaron2and his sons3did1all things6which the LORD9commanded8by the hand10of Moses.
1וַיַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אַהֲרֹ֖ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron3וּבָנָ֑יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הַדְּבָרִ֔יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order9יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10בְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves11מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Leviticus 8:2— Neem Aaron en zijn zonen met hem, en de klederen, en de zalfolie, daartoe den var des zondoffers, en de twee rammen, en den korf van de ongezuurde broden;Exodus 28:2→Exodus 39:41→Exodus 40:12→Exodus 28:40→Hebreeën 7:27→Exodus 30:23→Exodus 39:1→
Leviticus 8:3— En verzamel de ganse vergadering aan de deur van de tent der samenkomst.2 Kronieken 30:13→Psalmen 22:25→2 Kronieken 5:2→1 Kronieken 13:5→1 Kronieken 15:3→2 Kronieken 5:6→Handelingen 2:1→Numeri 21:16→
Leviticus 8:4— Mozes nu deed, gelijk als de HEERE hem geboden had; en de vergadering werd verzameld aan de deur van de tent der samenkomst.Leviticus 8:9→Exodus 39:21→Leviticus 8:35→Exodus 39:26→Exodus 39:5→Leviticus 8:17→1 Korinthe 11:23→Mattheüs 28:20→
Leviticus 8:5— Toen zeide Mozes tot de vergadering: Dit is de zaak, die de HEERE geboden heeft te doen.Exodus 29:4→
Leviticus 8:6— En Mozes deed Aaron en zijn zonen naderen, en wies hen met dat water.Exodus 29:4→Efeze 5:26→1 Korinthe 6:11→Johannes 13:8→Exodus 40:12→Exodus 30:19→Psalmen 51:7→Hebreeën 10:22→
Leviticus 8:7— Daar deed hij hem den rok aan, en gordde hem met den gordel, en trok hem den mantel aan; en deed hij hem den efod aan, en gordde dien met de kunstelijken riem des efods, en ombond hem daarmede.Exodus 28:4→Galaten 3:27→Exodus 29:5→Jesaja 61:10→Romeinen 13:14→Exodus 39:1→Romeinen 3:22→Jesaja 61:3→
Leviticus 8:8— Voorts deed hij hem den borstlap aan, en voegde aan den borstlap de Urim en de Thummim.Ezra 2:63→1 Thessalonicenzen 5:8→Efeze 6:14→Hooglied 8:6→Exodus 28:15→Jesaja 59:17→Exodus 39:8→
Leviticus 8:9— En hij zette den hoed op zijn hoofd; en aan den hoed boven zijn aangezicht zette hij de gouden plaat, de kroon der heiligheid, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.Zacharia 6:11→Exodus 29:6→Exodus 28:36→Exodus 39:28→Exodus 28:4→Zacharia 3:5→Filippenzen 2:9→
Leviticus 8:10— Toen nam Mozes de zalfolie, en zalfde den tabernakel, en al wat daarin was, en heiligde ze.Exodus 40:9→Leviticus 8:2→Exodus 30:23→
Leviticus 8:11— En hij sprengde daarvan op het altaar zevenmaal; en hij zalfde het altaar, en al zijn gereedschap, mitsgaders het wasvat en zijn voet, om die te heiligen.Titus 3:6→Exodus 16:14→Jesaja 52:15→Exodus 16:19→Ezechiël 36:25→Exodus 4:6→Exodus 30:29→Exodus 4:17→
Leviticus 8:12— Daarna goot hij van de zalfolie op het hoofd van Aaron, en hij zalfde hem, om hem te heiligen.Exodus 30:30→Psalmen 133:2→Exodus 29:7→Leviticus 21:10→Leviticus 4:3→Exodus 28:41→
Leviticus 8:13— Ook deed Mozes de zonen van Aaron naderen, en trok hun rokken aan, en gordde hen met een gordel, en bond hun mutsen op, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.Exodus 29:8→1 Petrus 2:5→Jesaja 61:6→1 Petrus 2:9→Exodus 40:14→Jesaja 61:10→Psalmen 132:9→Openbaring 1:6→
Leviticus 8:14— Toen deed hij den var des zondoffers bijkomen; en Aaron en zijn zonen legden hun handen op het hoofd van den var des zondoffers;Ezechiël 43:19→Leviticus 16:6→2 Korinthe 5:21→Hebreeën 7:26→Jesaja 53:10→Leviticus 8:2→1 Petrus 3:18→Psalmen 66:15→
Leviticus 8:15— En men slachtte hem; en Mozes nam het bloed, en deed het met zijn vinger rondom op de hoornen des altaars, en ontzondigde het altaar; daarna goot hij het bloed uit aan den bodem des altaars, en heiligde het, om voor hetzelve verzoening te doen.Leviticus 4:7→2 Korinthe 5:18→Leviticus 1:5→Ezechiël 45:20→Efeze 2:16→Hebreeën 9:18→Leviticus 1:11→2 Kronieken 29:24→
Leviticus 8:16— Voorts nam hij al het vet, dat aan het ingewand is, en het net der lever, en de twee nieren en haar vet; en Mozes stak het aan op het altaar.Exodus 29:13→Leviticus 4:8→Leviticus 3:3→
Leviticus 8:17— Maar den var met zijn huid, en zijn vlees, en zijn mest, heeft hij buiten het leger met vuur verbrand, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.Leviticus 4:11→Exodus 29:14→Leviticus 16:27→Hebreeën 13:11→Leviticus 6:30→Leviticus 4:21→Galaten 3:13→
Leviticus 8:18— Daarna deed hij den ram des brandoffers bijbrengen; en Aaron en zijn zonen legden hun handen op het hoofd van den ram.Leviticus 8:2→Leviticus 1:4→Exodus 29:15→
Leviticus 8:20— Hij deelde ook den ram in zijn delen; en Mozes stak het hoofd aan, en die delen, en het smeer;Leviticus 1:8→
Leviticus 8:21— Doch het ingewand en de schenkelen wies hij met water; en Mozes stak dien gehelen ram aan op het altaar; het was een brandoffer tot een liefelijken reuk, een vuuroffer was het den HEERE, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.Exodus 29:18→Genesis 8:21→Efeze 5:2→Leviticus 2:9→Leviticus 1:17→
Leviticus 8:22— Daarna deed hij den anderen ram, den ram des vuloffers, bijbrengen; en Aaron met zijn zonen legden hun handen op het hoofd van den ram.Leviticus 8:2→Leviticus 7:37→Exodus 29:19→2 Korinthe 5:21→Openbaring 1:5→Leviticus 8:29→Efeze 5:27→Johannes 17:19→
Leviticus 8:23— En men slachtte hem; en Mozes nam van zijn bloed, en deed het op het lapje van Aarons rechteroor, en op den duim zijner rechterhand, en op den groten teen van zijn rechtervoet.Leviticus 14:17→Leviticus 14:14→Exodus 29:20→Leviticus 14:28→Filippenzen 1:20→Romeinen 6:13→1 Thessalonicenzen 5:22→Romeinen 6:19→
Leviticus 8:24— Hij deed ook de zonen van Aaron naderen; en Mozes deed van dat bloed op het lapje van hun rechteroor, en op den duim van hun rechterhand, en op den groten teen van hun rechtervoet; daarna sprengde Mozes dat bloed rondom op het altaar.Hebreeën 9:18→
Leviticus 8:25— En hij nam het vet, en den staart, en al het vet, dat aan het ingewand is, en het net der lever, en de beide nieren, en haar vet, daartoe den rechterschouder.Jesaja 53:10→Leviticus 3:9→Leviticus 3:3→Exodus 29:22→Spreuken 23:26→
Leviticus 8:26— Ook nam hij uit den korf van de ongezuurde broden, die voor het aangezicht des HEEREN was, een ongezuurde koek, en een geolieden broodkoek, en een vlade; en hij legde ze op dat vet, en op den rechterschouder.Exodus 29:23→Johannes 1:14→1 Timotheüs 2:5→Handelingen 5:12→
Leviticus 8:27— En hij gaf dat alles in de handen van Aaron, en in de handen zijner zonen; en bewoog die ten beweegoffer, voor het aangezicht des HEEREN.Jeremia 30:21→Hebreeën 9:14→Leviticus 7:30→Exodus 29:24→
Leviticus 8:28— Daarna nam Mozes ze uit hun handen, en stak ze aan op het altaar, op het brandoffer; zij waren vulofferen tot een liefelijken reuk; het was een vuuroffer den HEERE.Exodus 29:25→Psalmen 22:13→Zacharia 13:7→Hebreeën 10:14→
Leviticus 8:29— Voorts nam Mozes de borst, en bewoog ze ten beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN; zij werd Mozes ten dele van den ram des vuloffers, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.Exodus 29:26→1 Korinthe 10:31→Jesaja 66:20→Leviticus 7:30→1 Petrus 4:11→
Leviticus 8:30— Mozes nam ook van de zalfolie, en van het bloed, hetwelk op het altaar was, en sprengde het op Aaron, op zijn klederen, en op zijn zonen, en op de klederen zijner zonen met hem; en hij heiligde Aaron, zijn klederen, en zijn zonen, en de klederen zijner zonen met hem.Numeri 3:3→Exodus 30:30→Exodus 29:21→Jesaja 61:3→Openbaring 7:14→Jesaja 61:1→1 Johannes 2:27→1 Petrus 1:2→
Leviticus 8:31— En Mozes zeide tot Aaron en tot zijn zonen: Ziedt dat vlees voor de deur van de tent der samenkomst, en eet hetzelve daar, mitsgaders het brood, dat in den korf des vuloffers is; gelijk als ik geboden heb, zeggende: Aaron en zijn zonen zullen dat eten.Exodus 29:31→Johannes 6:35→Deuteronomium 12:6→Ezechiël 46:20→1 Samuël 2:13→Leviticus 6:28→Leviticus 7:15→Johannes 6:53→
Leviticus 8:32— Maar het overige van het vlees en van het brood zult gij met vuur verbranden.Exodus 29:34→Hebreeën 3:13→Exodus 12:10→Leviticus 7:17→Prediker 9:10→2 Korinthe 6:2→Spreuken 27:1→
Leviticus 8:33— Ook zult gij uit de deur van de tent der samenkomst, zeven dagen, niet uitgaan, tot aan den dag, dat vervuld worden de dagen uws vuloffers; want zeven dagen zal men uw handen vullen.Exodus 29:35→Ezechiël 43:25→Leviticus 14:8→Numeri 19:12→Exodus 29:30→
Leviticus 8:34— Gelijk men gedaan heeft op dezen dag, heeft de HEERE te doen geboden, om voor u verzoening te doen.Hebreeën 7:16→Hebreeën 7:27→Hebreeën 10:11→
Leviticus 8:35— Gij zult dan aan de deur van de tent der samenkomst blijven, dag en nacht, zeven dagen, en zult de wacht des HEEREN waarnemen, opdat gij niet sterft; want alzo is het mij geboden.Numeri 9:19→Deuteronomium 11:1→1 Koningen 2:3→Numeri 3:7→1 Timotheüs 1:3→1 Timotheüs 6:13→Leviticus 14:8→2 Korinthe 7:1→
Leviticus 8:36— Aaron nu en zijn zonen deden al de dingen, die de HEERE door den dienst van Mozes geboden had.Deuteronomium 12:32→Deuteronomium 4:2→1 Samuël 15:22→Exodus 40:16→Exodus 39:43→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Leviticus 8 vers 2— Neem Aaron en zijn zonen met hem, en de klederen, en de zalfolie, daartoe den var des zondoffers, en de twee rammen, en den korf van de ongezuurde broden;
de klederen,
Versta, de heilige en priesterlijke klederen, welke God bevolen had te maken, Ex. 28:2, en naar dit bevel zijn gemaakt geweest, Ex. 39:1.
Hertaald:de klederen,
Versta: de heilige, priesterlijke klederen, die God bevolen had te maken, Ex. 28:2, en die naar dat bevel gemaakt zijn, Ex. 39:1.
de zalfolie,
Hebreeuws, olie der zalving; alzo in het volgende. Zie van deze, Ex. 30:23-25, en Ex. 37:29.
Hertaald:de zalfolie,
Hebreeuws: olie der zalving; zo ook hierna. Zie hierover Ex. 30:23-25 en Ex. 37:29.
des zondoffers,
Dat is, die tot een zondoffer geofferd moest zijn. Zie hiervan en van de volgende dingen, Ex. 29:1, enz.
Hertaald:des zondoffers,
Dat is: die als zondoffer geofferd moest worden. Zie hiervoor en voor het volgende, Ex. 29:1.
korf van de ongezuurde broden
Waarin de ongezuurde of ongedesemde dingen zijn, die men aan God heeft geofferd.
Hertaald:korf van de ongezuurde broden
Waarin de ongezuurde dingen zaten, die men aan God geofferd had.
Leviticus 8 vers 5— Toen zeide Mozes tot de vergadering: Dit is de zaak, die de HEERE geboden heeft te doen.
de zaak,
Hebreeuws, het woord. Zie Gen. 20:10.
Hertaald:de zaak,
Hebreeuws: het woord. Zie Gen. 20:10.
geboden heeft te doen
Zie Ex. 29 en Ex. 30, en vergelijk die twee hoofdstukken met dit.
Hertaald:geboden heeft te doen
Zie Ex. 29 en Ex. 30, en vergelijk die twee hoofdstukken met dit hoofdstuk.
Leviticus 8 vers 6— En Mozes deed Aaron en zijn zonen naderen, en wies hen met dat water.
dat water
Zie boven, Lev. 6:28, en onder, vs.11.
Hertaald:dat water
Zie hierboven, Lev. 6:28, en hieronder, vers 11.
Leviticus 8 vers 7— Daar deed hij hem den rok aan, en gordde hem met den gordel, en trok hem den mantel aan; en deed hij hem den efod aan, en gordde dien met de kunstelijken riem des efods, en ombond hem daarmede.
hem
Namelijk Aäron.
Hertaald:hem
Namelijk: Aäron.
den rok aan,
Zie van dit priesterlijk gewaad, Ex. 28:4.
Hertaald:den rok aan,
Zie voor dit priesterlijk gewaad, Ex. 28:4.
den efod aan,
Zie van dit kleed, Ex. 28:4, Ex. 28:6-7. Het was tweeërlei: het ene, van den hogepriester, van kostelijke stof gemaakt, Ex. 28:6, waarvan hier gesproken wordt; het andere van linnen voor de andere priesters, de Levieten en de koningen, 1 Sam. 2:18, en 1 Sam. 22:18; 1 Kron. 15:27.
Hertaald:den efod aan,
Zie voor dit kleed, Ex. 28:4, Ex. 28:6-7. Er waren er twee soorten: de ene, van de hogepriester, gemaakt van kostbare stof, Ex. 28:6, waarover hier gesproken wordt; de andere, van linnen, voor de andere priesters, de Levieten en de koningen, 1 Sam. 2:18 en 1 Sam. 22:18; 1 Kron. 15:27.
Leviticus 8 vers 8— Voorts deed hij hem den borstlap aan, en voegde aan den borstlap de Urim en de Thummim.
de Urim en de Thummim
Zie van dezen Ex. 28:30. De woorden betekenen lichten en volmaaktheden, dingen die niet door enige kunsten der mensen zijn gemaakt geweest, maar door God aan Mozes gegeven, om die aan den heiligen borstlap te voegen.
Hertaald:de Urim en de Thummim
Zie hiervoor, Ex. 28:30. De woorden betekenen lichten en volmaaktheden, dingen die niet door mensenhanden gemaakt waren, maar door God aan Mozes gegeven, om aan de heilige borstlap te bevestigen.
Leviticus 8 vers 9— En hij zette den hoed op zijn hoofd; en aan den hoed boven zijn aangezicht zette hij de gouden plaat, de kroon der heiligheid, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
boven zijn aangezicht
Hebreeuws, tegenover; vergelijk Ex. 28:37-38, en Ex. 29:6.
Hertaald:boven zijn aangezicht
Hebreeuws: tegenover; vergelijk Ex. 28:37-38 en Ex. 29:6.
plaat,
Of, blad. Hebreeuws, de bloem van het goud.
Hertaald:plaat,
Of: blad. Hebreeuws: de bloem van het goud.
de kroon der heiligheid,
Zo genoemd, omdat zij [zoals enigen schrijven] bijna als ene kroon gemaakt was. Zie wijders Ex. 29:6.
Hertaald:de kroon der heiligheid,
Zo genoemd omdat zij [volgens sommige schrijvers] bijna als een kroon gemaakt was. Zie verder Ex. 29:6.
Leviticus 8 vers 10— Toen nam Mozes de zalfolie, en zalfde den tabernakel, en al wat daarin was, en heiligde ze.
tabernakel, en al wat daarin was,
De tent der samenkomst.
Hertaald:tabernakel, en al wat daarin was,
De tent der samenkomst.
heiligde ze
Dat is, heeft dien afgezonderd tot een heilig gebruik. Alzo in vs.11,12, idem Gen. 2:3; Ex. 28:41, en Ex. 29:1; 2 Kron. 7:7; Joël 1:14.
Hertaald:heiligde ze
Dat is: heeft ze afgezonderd voor heilig gebruik. Zo ook in vers 11, 12; evenzo Gen. 2:3; Ex. 28:41 en Ex. 29:1; 2 Kron. 7:7; Joël 1:14.
Leviticus 8 vers 11— En hij sprengde daarvan op het altaar zevenmaal; en hij zalfde het altaar, en al zijn gereedschap, mitsgaders het wasvat en zijn voet, om die te heiligen.
wasvat en zijn voet,
Dat is, een vat, waarin de priesters, wanneer zij in den tabernakel gingen, hunne handen en voeten, mitsgaders het vlees der offeranden en het gereedschap, tot den godsdienst behorende, wiesen. Zie Ex. 30:18-20, en Ex. 40:7, Ex. 40:30, en boven, Lev. 6:28.
Hertaald:wasvat en zijn voet,
Dat is: een vat waarin de priesters, wanneer zij de tabernakel binnengingen, hun handen en voeten wasten, evenals het vlees van de offers en het gereedschap voor de eredienst. Zie Ex. 30:18-20, Ex. 40:7, Ex. 40:30 en hierboven, Lev. 6:28.
Leviticus 8 vers 14— Toen deed hij den var des zondoffers bijkomen; en Aaron en zijn zonen legden hun handen op het hoofd van den var des zondoffers;
legden hun handen
Anders, steunden, of leunden met hunne handen op het hoofd, enz., alzo onder vs.18. Zie boven, Lev. 1:4.
Hertaald:legden hun handen
Ook mogelijk: steunden, of leunden met hun handen op het hoofd; zo ook hieronder, vers 18. Zie hierboven, Lev. 1:4.
Leviticus 8 vers 15— En men slachtte hem; en Mozes nam het bloed, en deed het met zijn vinger rondom op de hoornen des altaars, en ontzondigde het altaar; daarna goot hij het bloed uit aan den bodem des altaars, en heiligde het, om voor hetzelve verzoening te doen.
ontzondigde het altaar;
Dat is, zonderde hem af van het algemeen en onheilig gebruik. Alzo Ex. 29:36, en onder, Lev. 14:49.
Hertaald:ontzondigde het altaar;
Dat is: zonderde het af van gewoon en onheilig gebruik. Zo ook Ex. 29:36 en hieronder, Lev. 14:49.
het bloed
Te weten, het andere, of overige van het bloed. Zie Ex. 29:12.
Hertaald:het bloed
Namelijk: het andere, of overige, deel van het bloed. Zie Ex. 29:12.
hetzelve verzoening te doen
Dat is, om door deze offeranden dien tot een heilig gebruik bekwaam te maken, of, om op hem verzoening te doen; dat is, om daarop de offeranden der verzoening voor de mensen te offeren. Alzo ook Ex. 29:36.
Hertaald:hetzelve verzoening te doen
Dat is: om door deze offers het geschikt te maken voor heilig gebruik, of om er verzoening op te doen; dat is: om erop de verzoeningsoffers voor de mensen te brengen. Zo ook Ex. 29:36.
Leviticus 8 vers 16— Voorts nam hij al het vet, dat aan het ingewand is, en het net der lever, en de twee nieren en haar vet; en Mozes stak het aan op het altaar.
aan het ingewand is,
Anders, op, over.
Hertaald:aan het ingewand is,
Ook mogelijk: op, over.
Leviticus 8 vers 20— Hij deelde ook den ram in zijn delen; en Mozes stak het hoofd aan, en die delen, en het smeer;
Hij deelde ook den ram
Zie boven, Lev. 1:6.
Hertaald:Hij deelde ook den ram
Zie hierboven, Lev. 1:6.
Leviticus 8 vers 21— Doch het ingewand en de schenkelen wies hij met water; en Mozes stak dien gehelen ram aan op het altaar; het was een brandoffer tot een liefelijken reuk, een vuuroffer was het den HEERE, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
met water;
Zie boven, vs.11.
Hertaald:met water;
Zie hierboven, vers 11.
tot een liefelijken reuk,
Zie boven, Lev. 1:9, en Gen. 8:21.
Hertaald:tot een liefelijken reuk,
Zie hierboven, Lev. 1:9, en Gen. 8:21.
Leviticus 8 vers 22— Daarna deed hij den anderen ram, den ram des vuloffers, bijbrengen; en Aaron met zijn zonen legden hun handen op het hoofd van den ram.
des vuloffers,
Hebreeuws, der vervullingen; dat is, met welke ramsofferande zij in hun priesterambt bevestigd werden. Zie boven, Lev. 7:37.
Hertaald:des vuloffers,
Hebreeuws: der vervullingen; dat is: waarmee zij door dit ramoffer in hun priesterambt bevestigd werden. Zie hierboven, Lev. 7:37.
Leviticus 8 vers 23— En men slachtte hem; en Mozes nam van zijn bloed, en deed het op het lapje van Aarons rechteroor, en op den duim zijner rechterhand, en op den groten teen van zijn rechtervoet.
lapje van Aärons rechteroor,
Versta, het tedere en weke van het onderste deel van het oor, anders genoemd het oorlapje, of oortipje.
Hertaald:lapje van Aärons rechteroor,
Versta: het zachte, onderste deel van het oor, ook wel het oorlelletje genoemd.
Leviticus 8 vers 24— Hij deed ook de zonen van Aaron naderen; en Mozes deed van dat bloed op het lapje van hun rechteroor, en op den duim van hun rechterhand, en op den groten teen van hun rechtervoet; daarna sprengde Mozes dat bloed rondom op het altaar.
dat bloed rondom op het altaar
Te weten, het andere of overige bloed; alzo boven, vs.15.
Hertaald:dat bloed rondom op het altaar
Namelijk: het andere, of overige, bloed; zo ook hierboven, vers 15.
Leviticus 8 vers 26— Ook nam hij uit den korf van de ongezuurde broden, die voor het aangezicht des HEEREN was, een ongezuurde koek, en een geolieden broodkoek, en een vlade; en hij legde ze op dat vet, en op den rechterschouder.
voor het aangezicht
Zie boven, Lev. 1:3.
Hertaald:voor het aangezicht
Zie hierboven, Lev. 1:3.
een geölieden broodkoek,
Hebreeuws, een koek van het brood der olie.
Hertaald:een geölieden broodkoek,
Hebreeuws: een koek van brood met olie.
Leviticus 8 vers 27— En hij gaf dat alles in de handen van Aaron, en in de handen zijner zonen; en bewoog die ten beweegoffer, voor het aangezicht des HEEREN.
handen van Aäron,
Hebreeuws, palmen; en zo in het volgende.
Hertaald:handen van Aäron,
Hebreeuws: palmen; en zo ook hierna.
beweegoffer,
Zie boven, Lev. 7:30.
Hertaald:beweegoffer,
Zie hierboven, Lev. 7:30.
Leviticus 8 vers 28— Daarna nam Mozes ze uit hun handen, en stak ze aan op het altaar, op het brandoffer; zij waren vulofferen tot een liefelijken reuk; het was een vuuroffer den HEERE.
vulofferen
Hebreeuws, vervullingen; en zo in het volgende. Zie boven, Lev. 7:37.
Hertaald:vulofferen
Hebreeuws: vervullingen; en zo ook hierna. Zie hierboven, Lev. 7:37.
Leviticus 8 vers 29— Voorts nam Mozes de borst, en bewoog ze ten beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN; zij werd Mozes ten dele van den ram des vuloffers, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
dele van den ram des vuloffers,
Welverstaande ten aanzien van dien tijd, toen het priesterschap eerst ingesteld werd en Mozes het ambt van een extraordinair priester bediende. Want daarna heeft hij dat niet meer gedaan, zich houdende bij de bediening van het politieke en profetische ambt, en zijne kinderen onder de gemene Levieten stellende.
Hertaald:dele van den ram des vuloffers,
Wat betekent, ten aanzien van die tijd waarin het priesterschap net was ingesteld en Mozes het ambt van een bijzondere priester vervulde. Want daarna heeft hij dat niet meer gedaan, en hield hij zich bij de vervulling van het politieke en profetische ambt, terwijl hij zijn kinderen bij de gewone Levieten plaatste.
Leviticus 8 vers 30— Mozes nam ook van de zalfolie, en van het bloed, hetwelk op het altaar was, en sprengde het op Aaron, op zijn klederen, en op zijn zonen, en op de klederen zijner zonen met hem; en hij heiligde Aaron, zijn klederen, en zijn zonen, en de klederen zijner zonen met hem.
hij heiligde Aäron,
Zie boven, vs.10.
Hertaald:hij heiligde Aäron,
Zie hierboven, vers 10.
Leviticus 8 vers 31— En Mozes zeide tot Aaron en tot zijn zonen: Ziedt dat vlees voor de deur van de tent der samenkomst, en eet hetzelve daar, mitsgaders het brood, dat in den korf des vuloffers is; gelijk als ik geboden heb, zeggende: Aaron en zijn zonen zullen dat eten.
dat eten
Te weten, het overige van het vlees en brood, dat in den korf is.
Hertaald:dat eten
Namelijk: het overige van het vlees en het brood dat in de korf zit.
Leviticus 8 vers 33— Ook zult gij uit de deur van de tent der samenkomst, zeven dagen, niet uitgaan, tot aan den dag, dat vervuld worden de dagen uws vuloffers; want zeven dagen zal men uw handen vullen.
uw handen vullen
Dat is, door zekere ceremoniën in uw priesterambt bevestigen. Zie boven, Lev. 7:37.
Hertaald:uw handen vullen
Dat is: door bepaalde plechtigheden in uw priesterambt bevestigen. Zie hierboven, Lev. 7:37.
Leviticus 8 vers 35— Gij zult dan aan de deur van de tent der samenkomst blijven, dag en nacht, zeven dagen, en zult de wacht des HEEREN waarnemen, opdat gij niet sterft; want alzo is het mij geboden.
wacht des HEEREN waarnemen,
Of, deze ordinantie des Heeren onderhouden. Versta, den schuldigen plicht der priesters in het waarnemen en onderhouden van al wat hun in den tabernakel te doen bevolen was, en bijzonder wat deze hunne wijding aanging. Vergelijk Num. 3:7-8, en Num. 9:19; 2 Kon. 11:5.
Hertaald:wacht des HEEREN waarnemen,
Of: neem deze verordening van de HEERE in acht. Versta: de plicht van de priesters om alles wat hun in de tabernakel opgedragen was, waar te nemen en na te komen, met name wat deze wijding betrof. Vergelijk Num. 3:7-8 en Num. 9:19; 2 Kon. 11:5.
opdat gij niet sterft;
Gelijk Nadab en Abihu naderhand wedervaren is, toen zij, tegen de ordinantie, vreemd vuur den Heere geofferd hebben.
Hertaald:opdat gij niet sterft;
Zoals later Nadab en Abihu is overkomen, toen zij, tegen de verordening in, vreemd vuur aan de HEERE geofferd hebben.
Leviticus 8 vers 36— Aaron nu en zijn zonen deden al de dingen, die de HEERE door den dienst van Mozes geboden had.
door den dienst van Mozes geboden had
Hebreeuws, door de hand van Mozes; dat is, door zijn dienst en beleid. Zie Ex. 4:13; alzo onder, Lev. 10:11; Num. 16:40; Joz. 14:2.
Hertaald:door den dienst van Mozes geboden had
Hebreeuws: door de hand van Mozes; dat is: door zijn bemiddeling en beleid. Zie Ex. 4:13; zo ook hieronder, Lev. 10:11; Num. 16:40; Joz. 14:2.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Zalving — Hebreeuws: masjach, "zalven, met olie bestrijken" — waarvan masjiach, "gezalfde", ons woord Messias
Bij de wijding van Aäron en zijn zonen zalfde Mozes eerst de tabernakel en al zijn gereedschap met de heilige zalfolie, en goot daarna van die olie op het hoofd van Aäron om hem te heiligen (Lev. 8:10-12). De samenstelling van de olie was voorgeschreven en het gebruik ervan voor gewone doeleinden was op straffe verboden (Ex. 30:22-33). Later werden ook koningen en enkele profeten op dezelfde wijze in hun ambt gesteld (1 Sam. 10:1; 16:13; 1 Kon. 19:16).
Bijbelse betekenis: De zalving maakte iemand of iets niet bekwaam, maar afgezonderd: wat gezalfd werd, was daarmee uit het gewone gebruik genomen en aan de HEERE toegewijd. Omdat olie in de Schrift telkens verbonden wordt met de Geest van God (1 Sam. 16:13; Jes. 61:1), wees zij tegelijk op de toerusting die bij het ambt hoort en die God Zelf verleent.
Typologie: De drie gezalfde ambten — profeet, priester en koning — komen in Christus samen. Petrus zegt dat God Hem gezalfd heeft met de Heilige Geest en met kracht (Hand. 10:38), en Jezus past het woord van Jesaja op Zichzelf toe: "De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de Heere Mij gezalfd heeft" (Jes. 61:1; Luk. 4:18-21). In de geest van Spurgeon is hier de troost dat de zalving van het Hoofd afdaalt op de leden: ook de gelovigen hebben de zalving van de Heilige (1 Joh. 2:20,27).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Bloed aan het oor, de duim en de teen — 8:22-24, 30
Het offer en de plaatsvervangingniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindingambt
De tabernakel staat, de wet op de offers is gegeven, en nu moeten er priesters komen. Zeven dagen lang wordt Aäron met zijn zonen gewijd, voor het oog van de hele vergadering.
Bij de wijding wordt er bloed gestreken op drie plaatsen van het lichaam, en pas daarna komt de olie.
**De handoplegging.** De ram van het vuloffer wordt voorgebracht, en Aäron met zijn zonen leggen hun handen op zijn kop. Dat gebaar betekent overdracht: wat aan hen kleeft gaat over op het dier, en het dier gaat in hun plaats.
**De drie plaatsen.** Dan gebeurt er iets dat men niet vergeet: “Mozes nam van zijn bloed, en deed het op het lapje van Aarons rechteroor, en op den duim zijner rechterhand, en op den groten teen van zijn rechtervoet.” Bij de zonen precies zo.
Oor, hand, voet. Wat hij horen zal, wat hij doen zal, waar hij gaan zal.
Er wordt niets uitgelegd; er wordt alleen gestreken. Maar wie de dienst kende, wist wat het zei: er is geen deel van een priesterleven dat het zonder bloed kan stellen.
**Toen pas de olie.** “Mozes nam ook van de zalfolie, en van het bloed, hetwelk op het altaar was, en sprengde het op Aaron, op zijn klederen, en op zijn zonen.” De volgorde ligt vast: eerst het bloed, dan de zalving. Geen ambt zonder verzoening.
**Waar het schuurt.** Deze man ging straks voor het volk staan om verzoening te doen — en hij begon met het bloed van een dier aan zijn eigen oor. De hogepriester was zelf een van de gereinigden. Zeven dagen lang, en elk jaar opnieuw voor zichzelf offeren op de grote verzoendag.
**Waar het uitkomt.** De Hebreeënbrief zet daar één zin tegenover: Hem was het niet alle dag nodig, gelijk de hogepriesters, eerst voor Zijn eigen zonden slachtoffers op te offeren.
En bij Hem is de volgorde omgekeerd. Hij werd gezalfd bij Zijn doop, en het bloed kwam aan het einde — en het was Zijn eigen. Wat hier op een oor gestreken werd, is daar uitgegoten.
Exodus 29:20 — De wijding is vooraf voorgeschreven: bloed aan oor, duim en teen.
Leviticus 8:22 — De handen gaan op de kop van de ram: overdracht.
Leviticus 8:23 — Het bloed komt op wat hij hoort, doet en waar hij gaat.
Leviticus 8:30 — Pas daarna de zalfolie: geen ambt zonder verzoening.
Hebreeën 7:27 — Deze Priester hoeft niet eerst voor Zichzelf te offeren.
Hebreeën 9:14 — En het bloed dat reinigt, is Zijn eigen.
In het Nieuwe Testament: Hebreeën 7:26-27; Hebreeën 9:14; Leviticus 14:14; Exodus 29:20; Handelingen 10:38; 1 Petrus 1:19
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt dit hoofdstuk niet aan, maar bespreekt de priesterwijding wel in het algemeen en stelt daar Christus tegenover. Wat de drie plaatsen betekenen, wordt door de wet niet uitgelegd; dezelfde drie worden ook gebruikt bij de reiniging van een melaatse. Deze post leest ze als oor, hand en voet en gaat niet verder dan dat.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Nadat alzo de wet van de offer in haar voornaamste delen ontwikkeld, en daarmee de grond gelegd is voor de nu beginnende bestendige dienst in het heiligdom is het de tijd, dat zij, die tot de uitoefening van hun ambt geroepen zijn, met dit ambt op een plechtige wijze worden bekend gemaakt. De Heere beveelt dus aan Mozes, de reeds in Exodus. 29 voorgeschreven priesterwijding nu aan Aäron en zijn zonen voor de verzamelde gemeente te voltrekken, en zo volbrengt Mozes volgens het goddelijk bevel het EERSTE deel van de heilige handeling door wassing, kleding en zalving.
1. Verder, (opnieuw, Leviticus. 1:1; 6:8) sprak de HEERE uit de tent der samenkomst tot Mozes, zeggende:
2. Neem Aäron en zijn zonen met hem, 1) en de (Exodus. 28) voor hen bestemde heilige klederen, en de (Exodus. 30:22) verordende zalfolie, daartoe de var, jonge stier, van het zondoffer, en de twee rammen zonder gebrek, de een tot een brand- de ander tot een dank- en eigenlijk wijoffer, en, tot volmaking van het laatste de korf van de ongezuurde broden, en de (Exodus. 29:2) opgenoemde twee soorten van koeken tot spijsoffer.
1) Dat Aäron niet zichzelf tot priester heeft opgeworpen, maar op Gods bevel door Mozes daartoe is gewijd, daarin is hij ook een schaduwbeeld van dan Grote Hogepriester, welke naar het woorden van de Apostel (Hebr.5:5) zichzelf niet heeft verheerlijkt, maar Die, die tot Hem gezegd had: Gij zijt mijn Zoon, heden heb ik u gegenereerd. De wijding van Aäron en zijn zonen werd volbracht naar het voorschrift vermeld in Exodus. 29:1-36; 40:12-15. Tegelijk met de zalving had ook plaats die van de tent der samenkomst en van het altaar met zijn gereedschappen, volgens Exodus. 29:37; 30:26-29; 40:9-11.
3. En verzamel de gehele vergadering 1) aan de deur van de tent der samenkomst, in de nabijheid van het brandofferaltaar, om daar in hun tegenwoordigheid te doen, wat Ik u met betrekking tot de priesterwijding heb voorgeschreven.
1) Onder de gehele vergadering hebben wij hier te verstaan de oudsten, de hoofden van de verschillende stammen en geslachten en gezinnen. Daarom moest de gemeente aanwezig zijn, omdat voortaan Aäron en zijn zonen de middelaars zouden zijn tussen God en Israël. Israël moest weten, dat Aäron en zijn zonen zich niet hadden opgedrongen, maar dat zij volgens Goddelijke verordening daartoe door Hem zelf waren geroepen. Daarom deelde Mozes, voordat hij tot de heilige handeling overging, ook het bevel van God mee.
5. Mozes nu deed, zoals de HEERE hem geboden had, en de vergadering van de oudsten werd verzameld aan de deur van de tent der samenkomst, waarheen hij ook Aäron en zijn zonen had laten komen en de vroeger genoemde offerbenodigdheden.
6. Toen zei Mozes tot de vergadering: dit, wat ik nu zal voorschrijven, is de zaak a) die de HEERE mij geboden heeft te doen.
a) Ex.29:4
6. En Mozes deed Aäron en zijn zonen uit de menigte van het volk tot zich in de nabijheid van de tent der samenkomst, (Exodus. 28:1) naderen, en waste hen met dat water 1) uit het bekken, dat onder het koperen wasvat was.
1) Deze wassing zag op de natuurlijke onreinheid, waarvan zij gereinigd moesten worden, en op de reinheid, die tot een heilzame waarneming van de heilige priester- en middelaars-bediening wordt gevorderd, en zonder welke die dienst geheel niet aannemelijk zou zijn; waarom dan ook de Apostel, in tegenstelling van het onvolmaakte priesterschap van Aäron, van de tegenbeeldende Hogepriester Christus zeggen kon: Zodanig een Hogepriester betaamde ons heilig, onnozel, onbesmet, afgescheiden van de zondaren. (Hebr.7:26).
Wanneer de priesters zuiver waren bevonden, dan werden zij tot de wassing uitgebracht aan de deur van de tent der samenkomst, dat is in de voorhof, nabij het wasvat. Daar moesten zij dan zeven dagen en zeven nachten onophoudelijk blijven (Leviticus. 8:35). Dit was een afschaduwing en voorstelling van de verbondmaking van de gelovigen met God. (Nu is het in mijn hart met de Heere een Verbond maken.) Zeven is altijd in de Schrift het getal van de overeenkomst of van het Verbond tussen God (voorgesteld door het getal drie) en de mens (voorgesteld door het wereldgetal vier; want drie en vier vormen tezamen het zevental). Vandaar reeds in Abrahams tijd het gebruik om bij elk verbond zeven lammeren of ooien te offeren; gelijk dan ook het woord eedzwering bij het maken van een verbond, in het Hebreeuws wordt uitgedrukt: “zevenen” Vergelijk bijvoorbeeld Ber-séba, de put van de eedzwering (Genesis 26:23-33). Gedurende deze zeven dagen werden zij dagelijks gewassen met water, en daardoor van het overige van het volk afgezonderd, om priesters van God te zijn. Die wassingen waren een herhaalde verwijting over hun zonden en onreinigheid, waardoor zij zichzelf onbekwaam hadden gemaakt tot het oefenen van de reine en heilige dienst van de Heere; en in het algemeen schaduwden zij af, het overtuigingswerk van de Heilige Geest, (Johannes 16:7) waardoor de zondaar wordt overgehaald om de besmettingen van deze tegenwoordige wereld te ontvluchten, en zich geheel en onverdeeld toe te wijden aan de dienst van de Heere.
7. Daar deed hij, nadat zij de linnen onderkleding hadden aangetrokken, hem, tot de Hogepriester bestemde Aäron, de uit wit lijnwaad geweefde rok 1) aan, en gordde hem met de driekleurige gordel, en trok hem de uit donkerblauwpurpergaren vervaardigde en met de granaatappels en bellen voorziene mantel aan; ook deed hij hem de uit gouddraad, wit lijnwaad en donkerblauw, donkerrood en karmozijnrood purper gewerkte efod aan, en gordde die met de kunstige riem, de uit dezelfde stof vervaardigde gordel van de efod en ombond hem daarmee.
1) Over de betekenis van de Hogepriesterlijke kleding zie Ex 29.1.
8. Voorts deed hij hem de borstlap aan en voegde aan a) de borstlap de als onderpand van goddelijke verlichting en regering Urim en de Tummim, de beide licht en recht genoemde voorwerpen.
a) Ex.28:29
9. En hij zette de uit dezelfde stof als de priesterlijke rok vervaardigde hoed op zijn hoofd, en aan de hoed boven zijn aangezicht zette hij de gouden plaat, de kroon van de heiligheid met het opschrift: de HEILIGHEID DES HEEREN, a) zoals de HEERE Mozes geboden had.
a) Ex.28:36; 29:6
10. Toen nam Mozes de zalfolie 1) en zalfde door besprenkeling daarmee de tabernakel en al wat daarin was, de Ark van het Verbond, het reukaltaar, de gouden kandelaar, de tafel van de toonbroden, en al het gereedschap, en heiligde ze op deze wijze tot middelen en werktuigen van die genadegaven, welke de Heere wilde meedelen aan het volk, door de dienst van Zijn priesters, welke zij door middel van al deze voorwerpen te verrichten hadden.
1) De priesters werden gezalfd, zodra de kleding geschied was. In het heiligdom werd de gewijde hoorn bewaard, waarin olie was, bestaande uit een allerkostelijkst mengsel van uitgeperste olijven met specerijen. Die olie was daardoor een zinnebeeld van liefelijkheid en duurzaamheid. Zij werd uitgestort op het hoofd van de priester, en vloeide van daar nederwaarts langs de baard en tot aan de zomen van het gewaad, zie Psalm 133.1-3. Op deze zalving doelt Johannes, zeggende: “Gij hebt de zalving van de Heilige.” Voor de priester betekende het, de genadige mededeling van die gaven, welke hij overeenkomstig zijn priesterambt behoefde. Als schaduw voor het Nieuwe Testament was de olie, de velerlei gaven van de Heilige Geest. Christus is de hoorn, die God ons opgericht heeft in Davids huis (Luk.1:69). Uit die gezegende Hoorn van zaligheid wordt Zijn volk bedeeld met alle geestelijke gaven en zegeningen (Psalm. 68:19); en ontvang de eernaam van christenen, omdat zij door Zijn olie geroepen en bekwaam gemaakt zijn om te wezen: profeten, tot het verkondigen van de deugden van Hem, Die hen liedhad; priesters, om zich Hem over te geven als een dankoffer; en koningen, om tegen al Zijn en hun vijanden te strijden, en over die vijanden te triomferen in Zijn kracht.
11. En hij sprenkelde daarvan op het in de voorhof staande altaar, niet zoals op de tent der samenkomst en al wat daarin was éénmaal, maar zevenmaal en al zijn gereedschap, dus ook de aspotten, schoffels, bekkens enz. (Exodus. 27:3), en hij zalfde zo het altaar en al zijn gereedschap, evenals het wasvat en zijn voet besprenkelde hij, maar dit slechts eenmaal, om die eenvoudig te heiligen, terwijl het altaar door de zevenvoudige besprenkeling zeer heilig geworden was. (Exodus. 40:10).
12. Daarna goot hij een groot deel a) van de zalfolie op het hoofd 1) van Aäron, en hij zalfde hem, om hem te heiligen tot een middelaar van de genadegaven voor het volk.
a) Psalm. 133:2
1) Volgens de Joodse overlevering moet de zalving van Aäron van die van zijn zonen onderscheiden zijn geweest. Bij Aäron werd de zalfolie op het hoofd uitgegoten, bij zijn zonen slechts het voorhoofd met olie bestreken. Voor deze opvatting is veel te zeggen, omdat ook hoofdstuk 21:10,12 een onderscheid gemaakt wordt tussen de zalving van de Hogepriester en die van de gewone priester. De Hogepriester, of, zoals hij ook wel genoemd wordt in de oorspronkelijke tekst, de grote priester, wat hetzelfde denkbeeld in zich sluit, draagt ook de naam van de gezalfde priester. Dit was niet, omdat hij alleen gezalfd was. Maar hij draagt die naam, omdat hij zo niet op een andere wijze, dan toch in veel ruimere mate, de zalving met de heilige olie heeft ontvangen, dan de gewone priesters haar ontvangen hebben.
13. Ook deed Mozes de zonen van Aäron naderen en trok hun, die tot gewone priesters waren gewijd, rokken, priestermantels van piqué-achtig geweefd lijnwaad aan, en gordde hen met een driekleurige gordel, en bond hun de voor hen bestemde mutsen op, hoofdbedeksels van wit linnen, in de vorm van bloemkelken, en zalfde ze wellicht door bestrijking van hun voorhoofd met heilige olie, a)zoals de HEERE Mozes geboden had. 1)
a) Ex.29:9
1) Volgens de mening van de Rabbijnen heeft Mozes bij deze bestrijking hun de Hebreeuwse letter, waarmee het woord Cohen, d.i. priester, begint, op het voorhoofd getekend; maar het moet nog bewezen worden, dat deze mening juist is. In geen geval komt iets op een dergelijk teken aan, anders had de Heilige Schrift daarvan wel melding gemaakt; wel is het opmerkelijk dat de gewone priesters alleen met olie werden bestreken, terwijl Mozes de Hogepriester daarmee geheel overstort. Want in hem zou het heiligingsambt zich concentreren; hij zou het in zijn gehele volheid bezitten en niet alleen van enkelen, maar van de gehele gemeente middelaar zijn; terwijl het priesterschap van de gewone priesters slechts een gedeeltelijk priesterschap, een van mindere rang was; om die volkomen zalving wordt de priester dan ook de “Gezalfde” priester (Leviticus. 4:3; 6:22), of de “heilige van de Heere” genoemd (Psalm. 106:16)
II. Vers 14-36
Hierna gaat Mozes tot het tweede deel van de heilige handeling over en brengt de drie offers, het zondoffer, het brandoffer en het dankoffer; bij het laatste vult hij Aäron en zijn zonen de handen, en bevestigt hen daardoor in de werkzaamheden en emolumenten (rechten van genot) van hun priesterlijk ambt. De wijding, zowel in haar eerste als tweede deel wordt zeven dagen achtereenvolgende herhaald, gedurende welke tijd zij, die gewijd worden, het voorhof van de tabernakel niet mogen verlaten.
14. a) Toen deed hij de (vs.4) meegebrachte var van het zondoffer komen. En Aäron en zijn zonen, voor wie dat offer bestemd was, legden hun handen op het hoofd van de var van het zondoffer. 1)
a) Ex.29:1
1) Door een zondoffer, want zo luide het bevel van de Heere: “Brengt een var nabij de tent, (dat is dus bij het altaar) en laten de priesters hun handen op zijn hoofd leggen.” Die handoplegging was een belijdenis van hun zonden. Zij bekenden daarmee waardig te zijn, en zelf te worden geslacht; maar zij betuigden daarmee tevens, hun ongerechtigheden en schulden over te dragen aan de var. Daarop moest die var geslacht, en van zijn bloed aan de hoornen van het altaar gestreken worden. Het niervet en het ingewandsvet, dus het beste gedeelte, moest worden aangestoken; terwijl het vlees en het vel met vuur verbrand moesten worden buiten het leger. Het vet van het zondoffer beeldt altijd af de ziel van de Heiland, als het beste deel van Zijn mensheid. Het vlees en de huid van het zondoffer, Jezus’ lichaam. Het was dus geheel en al zinnebeeldig een overdragen van eigen vloek aan Hem, Die als een vloek ook buiten de legerplaats van de heilige stad moest sterven. (Hebr.13:11-13).
15. En men, een van hen, die gewijd moesten worden, waarschijnlijk Aäron zelf, slachtte hem, namelijk het door handoplegging met de doodschuld beladen dier, en Mozes nam een deel van het bloed, en deed het met zijn vinger rondomop de hoornen van het altaar, en ontzondigde daarmee, behalve de persoon van de offeraar, ook de plaats van hun aanstaande handeling, het altaar; 1) daarna goot hij het overige bloed uit aan de bodem van het altaar en heiligde het, om hiervoor verzoening te doen 2) (Leviticus. 16:16).
1) Het altaar werd op die wijze van bloedsprenkeling langs de hoornen “ontzondigd,” waarbij wij te denken hebben aan een ontsmetting van de onreinheid, die het door menselijke aanraking en behandeling, tot hiertoe ondergaan, aankleefde. Zouden toch de offers, die erop gebracht werden, God aangenaam wezen, dan moesten die offers zelf niet alleen rein zijn, maar ook dat, waarop ze Hem gebracht of aangeboden werden, gelijk dit zijn hoogste vervulling heeft gehad in het offer van de Heere Christus, Die dat God, Zijn Vader, met een volkomen, rein en heilig gemoed gebracht heeft door de Heilige Geest, die in al Zijn volheid in Hem wonen. Daarop worden wij dan ook in het Nieuwe Verbond gewezen, waar geschreven staat: “Hoeveel temeer zal het bloed van Christus, Die door de eeuwige Geest zichzelf God onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken om de levende God te dienen.” (Hebr.9:14)
2) Niet alleen moest het altaar ontreinigd en geheiligd worden van de zonden, waarmee het besmet was, maar ook moest voor die zonden, voor het altaar, verzoening bij God worden gedaan. Daarop doelde die tweede handeling.
16. Voorts nam hij de vetstukken, die alleen bij een zondoffer op het altaar mochten verbrand worden, (Leviticus. 4:8 vv., 19,26,31, 35) namelijk al het vet, dat aan de ingewanden is, en het net van de lever, en de twee nieren en haar vet (Leviticus. 7:3 vv.) enMozes stak het aan op het altaar.
17. Maar de var met zijn huid, en zijn vlees en zijn mest, heeft hij op een reine plaats (Leviticus. 4:12) buiten het leger met vuur verbrand, 1) a) zoals de HEERE Mozes geboden had.
a) Ex.29:14 Leviticus. 4:11
1) Hoogstwaarschijnlijk geschiedde dit ook met dit zondoffer voor de priester, omdat het offer tot ontzondiging diende, hoewel de geestelijke betekenis ons niet recht duidelijk in Gods Woord is verklaard. Sommigen menen, zoals Henry en Stachhousen, dat de reden hiervan was: dat evenals de zonden van het volk op een schaduwachtige wijze en als een uitbreiding van het werk van de volmaakte Hogepriester Christus verzoend werden door de priester, die door het eten van de zondofferanden duidelijk toonden, dat zij ongerechtigheid dragen, gelijk gezegd wordt (hoofdstuk 10:17), zo ook de zonden van de priester zelf door de wettische offeranden, die zij zelf offerden, op een dergelijke wijze werden verzoend, dat zij duidelijk gewezen werden, naar een volmaakte Hogepriester, ter wegneming van hun ongerechtigheid, die zij allen als voorbeeld droegen, wanneer zij voor anderen offerende, van de zondoffers aten; en mogelijk is de reden, waarom Mozes weer van dit voorrecht werd uitgesloten geweest, dat hij bij de inwijding evenzo als priester, hoewel een buitengewone, werd aangemerkt, zoala hij ook uit de stam van Levi was, en aan hem de naam van priester gegeven is (Psalm. 99:6)
18. Daarna deed hij de ram (vs.1) van het brandoffer 1) bijbrengen, en Aäron en zijn zonen leiden, zoals dit bij ieder bloedig offer door de offeraar geschieden moest, hun handen op het hoofd van de ram.
1) De priesters moesten opnieuw hun handen op het hoofd van die ram leggen, ten teken van ruiling of verwisseling. Daarna moest het bloed van het ram rondom op het altaar worden gesprenkeld; waarna men de huid afstroopte en de ram in delen verdeelde, die aldus geheel en al aangestoken en verbrand moest worden op het altaar, en dat wel “tot een liefelijke reuk voor de Heere.” Daardoor eigenden de priesters zichzelf de Heere toe, en gaven zich aan Hem over, om uit te doen de oude mens met al zijn begeerlijkheden, en de leden te doden, die op aarde waren, ten einde alzo niet zichzelf meer te leven, maar Die, die in hun plaats gestorven was.
Ook dit brandoffer hier wees op Christus Jezus. Was het voor de priester een bewijs van zijn gehele overgave en toewijding aan God, het wees tevens op Christus Jezus, die zich geheel de Vader zou overgeven, om een eeuwige verzoening aan te brengen en die voor al de zijnen het leven door de dood zou overwinnen. Omdat hierop gewezen werd door het brandoffer, moest het ook geheel en al door het vuur worden verteerd.
19. En men slachtte hem (vs.15). En Mozes sprenkelde al het bloed, zoals dit (hoofdstuk 1:5) was voorgeschreven, op het altaar rondom.
20. Hij deelde ook de ram in zijn delen, liet hem door Aäron en zijn zonen verdelen en Mozes stak zelf op het altaar het hoofd aan en die delen en het smeer (zie “1Sa 5.4); juister: de voor het verdelen uit het dier weggenomen vetdelen.
21. Doch de ingewanden en de onderschenkels waste hij, liet hij door hen, die gewijd moesten worden, wassen met water uit het koperen wasvat, en Mozes stak, terwijl hij ook deze bij de vroeger opgenoemde stukken voegde, die gehele ramaan op het altaar; het was een brandoffer tot een liefelijke reuk, 1)een vuuroffer was het voor de HEERE, a) zoals de HEERE Mozes geboden had.
a) Ex.29:18
1) Tot een liefelijke reuk, d.i. God aangenaam, zodat Hij het aannam.
22. Daarna deed hij de andere ram, de ram van het vuloffer bijbrengen. 1) Deze ram moest dienen om Aäron en zijn zonen de handen te vullen, d.i. hun dezelfde offergaven mee te delen, welke zij later bij hun dienst als middelaar van het volk op het altaar moesten offeren, en Aäron met zijn zonen legden hun handen op het hoofd van de ram (vs.18).
1) Ook op het hoofd van deze ram moesten de priesters de handen leggen. En als daarna die ram geslacht werd, moest er van het bloed gestreken worden aan de rechteroorlel, de rechterduim en op de rechterteen van de priester. Hoofd, handen en voeten werden daardoor gereinigd, om wapens van gerechtigheid te worden, toegewijd aan de dienst van de Heere. Vervolgens moest dat bloed vermengd met heilige zalfolie op hun kleren gesprenkeld worden, als een bewijs hoe het bloed van reinigmaking en de Geest van genade samenwerken, om aan de gelovige een gestalte te geven, waardoor hij voor God en mensen welbehagelijk en aangenaam wordt.
23. En men slachtte hem (vs.15). En Mozes nam enige droppels van zijn bloed, en deed het op het lelletje van Aärons rechteroor, en op de duim van zijn rechterhand, en op de grote teen van zijn rechtervoet (Ex.29:20).
24. Hij deed ook de zonen van Aäron naderen, en Mozes deed van dat bloed op het lelletje van hun rechteroor, en op de duim van hun rechterhand, en op de grote teen van hun rechtervoet; 1) daarna sprenkelde Mozes het overige van dat bloed rondom op het altaar, vermengde van het weer aflopende bloed enige druppels onder het overblijfsel van zalfolie (vs.9 vv.) en volbracht de (vs.30) voorgestelde plechtigheid.
1) Waren zij schuldig en bevlekt voor God, én wat hun horen naar Hem betreft, én wat betreft hun doen van Gods wil, én wat aangaat hun wandelen in Zijn wegen, daarom moesten zij eerst vergeving ontvangen; die schuld, die vloek moest eerst worden uitgewist; vóórdat zij Hem welbehagelijk in Zijn heiligdom zouden kunnen dienen.
25. a) En hij nam nu, eer hij tot het ontsteken van het vuloffer overging, eerst de daartoe bestemde delen van het offerdier, namelijk het vet en de staart, en al het vet, dat aan de ingewanden is, en het net van de lever, en de beide nieren en haar vet (vs.9 vv.); daartoe de rechterschouder, die bij andere dankoffers de dienstdoende priesters als hun aandeel toegewezen was (Leviticus. 7:32).
26. Ook nam hij uit de korf van de ongezuurde broden, die voor het aangezicht des HEEREN was (vs.1) een ongezuurde koek en een geoliede broodkoek, en een vlade, en hij legde ze op dat vet en op de rechterschouder.
27. En hij gaf dat alles in de handen van Aäron en in de handen van zijn zonen, om ze hun de een na de ander te vullen, en bewoog die ten beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN (zie “Ex 29.24).
28. Daarna nam Mozes ze uit hun handen en stak ze aan op het altaar, op het brandoffer, dat toen nog brandde; zij waren vuloffers: daarom legde Mozes de stukken, die verbrand moesten worden; op de handen van Aäron en van zijn zonen, en bewoog ze voor de Heere; maar zij waren toch ook vuloffers, daarom nam hij deze stukken weer uit hun handen en stak ze op het altaar aan, tot een liefelijke reuk: het was een vuuroffer voor de HEERE.
29. Voorts nam Mozes de borst, die niet als de rechterschouder op het brandaltaar neergelegd was, en bewoog ze ten beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN; hij deed alzo met de borst van een ram van het vuloffer, zoals met die van een gewoon dankoffer (Leviticus. 7:30). Zij werd Mozes ten dele van de ram van het vuloffer, a) zoals de HEERE Mozes geboden had, 1) zodat hem aldus datgene toeviel, wat in de toekomst voor de gehele priesterschaar zou zijn (Leviticus. 7:31).
a) Ex.29:26
1) Ook nu lezen wij gedurig, zoals de Heere Mozes geboden had, en dat, om te doen uitkomen, dat alles, wat plaatsvond, was volgens het Woord van God. Neen, niet van menselijke uitvinding was die dienst onder Israël, maar van Goddelijke oorsprong. Voortgekomen uit de eigen gedachte van God.
30. Mozes nam ook van de zalfolie en van het bloed, dat op het altaar was, en sprenkelde het mengsel van zalfolie en bloed op Aäron, op zijn kleren en op zijn zonen en op de kleren van zijn zonen met hem, en hij heiligde Aäron, zijn kleren en zijn zonen en de kleren van zijn zonen met hem 1) (zie “Ex 29.21).
1) Met de zalfolie en met het bloed nog eens besprenkeld, duidde het slot van de plechtige wijding aan, dat de Heere God Aäron en zijn zonen bekwaam maakte tot hun heilig ambt, en met hen in verzoende betrekking stond. Door deze besprenkeling werden de Priesters hier met hoger kracht van het geestelijke leven begenadigd.
31. En Mozes zei, als hij niet alleen deze plechtigheid, maar ook al wat (vs.25-29) over het vullen van de handen, het bewegen en het aansteken van de eigenlijke offerdelen bevolen was, volbracht had, tot Aäron en tot zijn zonen: Ziet dat overige vlees voor de deur van de tent der samenkomst en eet hetzelfde daar als offermaaltijd, bovendien het brood, dat in de korf van het vuloffer is, waarvan mede een deel (vs.26) tot vuloffer was gebruikt geworden, zoals Ik geboden heb, zeggende: Aäron en zijn zonen zullen dat eten.
a) Ex.29:32 Leviticus. 24:9
32. Maar het, na de gehouden maaltijd, overige van het vlees en van het brood, zult gij niet tot de volgende morgen bewaren, maar nog heden, zoals bij het lofoffergeschiedt, (Leviticus. 7:15) met vuur verbranden. 1)
1) Het offervlees mocht, omdat het heilig vlees was, alleen door de priester voor de deur van de tabernakel gegeten worden, en wat over was, moest met vuur worden verbrand, ook weer, opdat het niet ontheiligd zou worden.
33. Ook zult gij uit de deur van de tent der samenkomst, zeven dagen niet uitgaan, tot aan de dag, dat vervuld worden de dagen van uw vuloffer, en de verdere aan u tevolbrengen wijding; want zeven dagen zal men op dezelfde wijze uw handen vullen. 1)
1) Deze herhaling van de wijding is als een bekrachtiging daarvan te beschouwen; de vaststelling ervan op zeven dagen is echter uit de heiligheid van het getal zeven als teken van de voleindiging van het werk van God te verklaren.
34. Zoals men gedaan heeft op dezelfde dag, alzo heeft de HEERE te doen geboden, om voor u geheel verzoening te doen, en u te heiligen, opdat gij alzo uw bediening aanvaardt.
35. Gij zult dan, zoals gezegd is (vs.33) aan de deur van de tent der samenkomst in de voorhof blijven, dag en nacht, 1) zeven dagen, en zult de wacht van de HEERE waarnemen, 2) de door God voor u verordende wijding geregeld ondergaan, en het verband tussen deze verschillende delen niet verbreken door terug te keren in het gewone, dagelijkse leven, opdat gij niet tot straf voor uw lichtzinnigheid sterft; 3) want alzo is het mij geboden.
1) Hiermee wordt aangeduid, dat de priesters nooit, noch overdag noch ‘s nachts ontslagen zouden zijn van de dienst van de Heere, dat zij immer moesten zorgen voor de welstand van het huis van de Heere.
2) In het Hebreeuws Schemarthem et-mischmereth Jahveh. Gij zult de hoede, de bewaking van de Heere waarnemen, d.i. gij zult doen, wat tot bewaking van de Heere en tot waarneming van Zijn wet bevorderlijk kan zijn. De Schomerim waren degene, wie de wacht over Gods Kerk op aarde was aanbevolen (Ezechiel. 3:7; Jesaja. 56:10) d.i. de Profeten, de priesters en de Levieten.
3) Wel was de straf zwaar, maar men vergete niet, dat Aäron en zijn zonen geheiligde personen waren, en dat hun zonde een geheel volk ten verderve was.
36. Aäron nu en zijn zonen deden al de dingen, die de HEERE door de dienst van Mozes geboden had.1) Zij verwijderden zich zeven dagen lang niet van het heiligdom, maar onderwierpen zich volkomen aan de voor hen bepaalde wijding.
1) Daar op de 1ste Abib, in het 2de jaar na de uittocht (Exodus. 40:2,17) de tabernakel werd opgericht, en waarschijnlijk op de beide volgende dagen de offerwetten werden gegeven (Leviticus. 1-7), moeten de dagen van 4-10 Abib de dagen van de wijding geweest zijn; op de laatste van deze dagen volgde tegelijk de afzondering van het Paaslam voor het nu nabij zijnde Paasfeest (Exodus. 12:1 vv.), waarvan de viering van 12-21 Abib ons in Numeri. 9:1-5 beschreven wordt. Op de 14de dag van de andere maand (Jijar) had er dan een naviering van het Pascha plaats voor sommigen, die op de juiste tijd het Pascha niet hadden kunnen vieren (Numeri. 9:6-14), en op de 20ste dag van diezelfde maand brak men op van Sinaï (Numeri. 10:11 vv.), nadat Israël bijna een jaar daar was gelegerd geweest. (Exodus. 19:1).
Wegens de onvolmaaktheid van de schaduwdienst (men moet dit wel in het oog houden), moest dus dat, wat in Christus’ Persoon en werk onafscheidelijk verenigd was, door drie onderscheidene offers voorgesteld worden. Eenvoudig zouden wij hier kunnen zeggen, dat de inwijding van de priesters (dat wil zeggen: de intrede van arme zondaren als verloste kinderen van God in Zijn kerk) geschiedt door Christus, als de grote vloekwegnemer; door Christus, Die het handschrift van de zonde uitgewist en daardoor tevens de oude mens gedood en van zijn heerschappij beroofd heeft; en door Christus, Wiens bloed en Geest reinigen van alle vlekken, en Die daardoor oorsprong en voedsel is van een nieuw leven in Zijn gemeenschap.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Leviticus 8
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
WIJDING VAN DE PRIESTERS.
I. Vers 1-13
Nadat alzo de wet van de offer in haar voornaamste delen ontwikkeld, en daarmee de grond gelegd is voor de nu beginnende bestendige dienst in het heiligdom is het de tijd, dat zij, die tot de uitoefening van hun ambt geroepen zijn, met dit ambt op een plechtige wijze worden bekend gemaakt. De Heere beveelt dus aan Mozes, de reeds in Exodus. 29 voorgeschreven priesterwijding nu aan Aäron en zijn zonen voor de verzamelde gemeente te voltrekken, en zo volbrengt Mozes volgens het goddelijk bevel het EERSTE deel van de heilige handeling door wassing, kleding en zalving.
1. Verder, (opnieuw, Leviticus. 1:1; 6:8) sprak de HEERE uit de tent der samenkomst tot Mozes, zeggende:
2. Neem Aäron en zijn zonen met hem, 1) en de (Exodus. 28) voor hen bestemde heilige klederen, en de (Exodus. 30:22) verordende zalfolie, daartoe de var, jonge stier, van het zondoffer, en de twee rammen zonder gebrek, de een tot een brand- de ander tot een dank- en eigenlijk wijoffer, en, tot volmaking van het laatste de korf van de ongezuurde broden, en de (Exodus. 29:2) opgenoemde twee soorten van koeken tot spijsoffer.
1) Dat Aäron niet zichzelf tot priester heeft opgeworpen, maar op Gods bevel door Mozes daartoe is gewijd, daarin is hij ook een schaduwbeeld van dan Grote Hogepriester, welke naar het woorden van de Apostel (Hebr.5:5) zichzelf niet heeft verheerlijkt, maar Die, die tot Hem gezegd had: Gij zijt mijn Zoon, heden heb ik u gegenereerd. De wijding van Aäron en zijn zonen werd volbracht naar het voorschrift vermeld in Exodus. 29:1-36; 40:12-15. Tegelijk met de zalving had ook plaats die van de tent der samenkomst en van het altaar met zijn gereedschappen, volgens Exodus. 29:37; 30:26-29; 40:9-11.
3. En verzamel de gehele vergadering 1) aan de deur van de tent der samenkomst, in de nabijheid van het brandofferaltaar, om daar in hun tegenwoordigheid te doen, wat Ik u met betrekking tot de priesterwijding heb voorgeschreven.
1) Onder de gehele vergadering hebben wij hier te verstaan de oudsten, de hoofden van de verschillende stammen en geslachten en gezinnen. Daarom moest de gemeente aanwezig zijn, omdat voortaan Aäron en zijn zonen de middelaars zouden zijn tussen God en Israël. Israël moest weten, dat Aäron en zijn zonen zich niet hadden opgedrongen, maar dat zij volgens Goddelijke verordening daartoe door Hem zelf waren geroepen. Daarom deelde Mozes, voordat hij tot de heilige handeling overging, ook het bevel van God mee.
5. Mozes nu deed, zoals de HEERE hem geboden had, en de vergadering van de oudsten werd verzameld aan de deur van de tent der samenkomst, waarheen hij ook Aäron en zijn zonen had laten komen en de vroeger genoemde offerbenodigdheden.
6. Toen zei Mozes tot de vergadering: dit, wat ik nu zal voorschrijven, is de zaak a) die de HEERE mij geboden heeft te doen.
a) Ex.29:4
6. En Mozes deed Aäron en zijn zonen uit de menigte van het volk tot zich in de nabijheid van de tent der samenkomst, (Exodus. 28:1) naderen, en waste hen met dat water 1) uit het bekken, dat onder het koperen wasvat was.
1) Deze wassing zag op de natuurlijke onreinheid, waarvan zij gereinigd moesten worden, en op de reinheid, die tot een heilzame waarneming van de heilige priester- en middelaars-bediening wordt gevorderd, en zonder welke die dienst geheel niet aannemelijk zou zijn; waarom dan ook de Apostel, in tegenstelling van het onvolmaakte priesterschap van Aäron, van de tegenbeeldende Hogepriester Christus zeggen kon: Zodanig een Hogepriester betaamde ons heilig, onnozel, onbesmet, afgescheiden van de zondaren. (Hebr.7:26).
Wanneer de priesters zuiver waren bevonden, dan werden zij tot de wassing uitgebracht aan de deur van de tent der samenkomst, dat is in de voorhof, nabij het wasvat. Daar moesten zij dan zeven dagen en zeven nachten onophoudelijk blijven (Leviticus. 8:35). Dit was een afschaduwing en voorstelling van de verbondmaking van de gelovigen met God. (Nu is het in mijn hart met de Heere een Verbond maken.) Zeven is altijd in de Schrift het getal van de overeenkomst of van het Verbond tussen God (voorgesteld door het getal drie) en de mens (voorgesteld door het wereldgetal vier; want drie en vier vormen tezamen het zevental). Vandaar reeds in Abrahams tijd het gebruik om bij elk verbond zeven lammeren of ooien te offeren; gelijk dan ook het woord eedzwering bij het maken van een verbond, in het Hebreeuws wordt uitgedrukt: “zevenen” Vergelijk bijvoorbeeld Ber-séba, de put van de eedzwering (Genesis 26:23-33). Gedurende deze zeven dagen werden zij dagelijks gewassen met water, en daardoor van het overige van het volk afgezonderd, om priesters van God te zijn. Die wassingen waren een herhaalde verwijting over hun zonden en onreinigheid, waardoor zij zichzelf onbekwaam hadden gemaakt tot het oefenen van de reine en heilige dienst van de Heere; en in het algemeen schaduwden zij af, het overtuigingswerk van de Heilige Geest, (Johannes 16:7) waardoor de zondaar wordt overgehaald om de besmettingen van deze tegenwoordige wereld te ontvluchten, en zich geheel en onverdeeld toe te wijden aan de dienst van de Heere.
7. Daar deed hij, nadat zij de linnen onderkleding hadden aangetrokken, hem, tot de Hogepriester bestemde Aäron, de uit wit lijnwaad geweefde rok 1) aan, en gordde hem met de driekleurige gordel, en trok hem de uit donkerblauwpurpergaren vervaardigde en met de granaatappels en bellen voorziene mantel aan; ook deed hij hem de uit gouddraad, wit lijnwaad en donkerblauw, donkerrood en karmozijnrood purper gewerkte efod aan, en gordde die met de kunstige riem, de uit dezelfde stof vervaardigde gordel van de efod en ombond hem daarmee.
1) Over de betekenis van de Hogepriesterlijke kleding zie Ex 29.1.
8. Voorts deed hij hem de borstlap aan en voegde aan a) de borstlap de als onderpand van goddelijke verlichting en regering Urim en de Tummim, de beide licht en recht genoemde voorwerpen.
a) Ex.28:29
9. En hij zette de uit dezelfde stof als de priesterlijke rok vervaardigde hoed op zijn hoofd, en aan de hoed boven zijn aangezicht zette hij de gouden plaat, de kroon van de heiligheid met het opschrift: de HEILIGHEID DES HEEREN, a) zoals de HEERE Mozes geboden had.
a) Ex.28:36; 29:6
10. Toen nam Mozes de zalfolie 1) en zalfde door besprenkeling daarmee de tabernakel en al wat daarin was, de Ark van het Verbond, het reukaltaar, de gouden kandelaar, de tafel van de toonbroden, en al het gereedschap, en heiligde ze op deze wijze tot middelen en werktuigen van die genadegaven, welke de Heere wilde meedelen aan het volk, door de dienst van Zijn priesters, welke zij door middel van al deze voorwerpen te verrichten hadden.
1) De priesters werden gezalfd, zodra de kleding geschied was. In het heiligdom werd de gewijde hoorn bewaard, waarin olie was, bestaande uit een allerkostelijkst mengsel van uitgeperste olijven met specerijen. Die olie was daardoor een zinnebeeld van liefelijkheid en duurzaamheid. Zij werd uitgestort op het hoofd van de priester, en vloeide van daar nederwaarts langs de baard en tot aan de zomen van het gewaad, zie Psalm 133.1-3. Op deze zalving doelt Johannes, zeggende: “Gij hebt de zalving van de Heilige.” Voor de priester betekende het, de genadige mededeling van die gaven, welke hij overeenkomstig zijn priesterambt behoefde. Als schaduw voor het Nieuwe Testament was de olie, de velerlei gaven van de Heilige Geest. Christus is de hoorn, die God ons opgericht heeft in Davids huis (Luk.1:69). Uit die gezegende Hoorn van zaligheid wordt Zijn volk bedeeld met alle geestelijke gaven en zegeningen (Psalm. 68:19); en ontvang de eernaam van christenen, omdat zij door Zijn olie geroepen en bekwaam gemaakt zijn om te wezen: profeten, tot het verkondigen van de deugden van Hem, Die hen liedhad; priesters, om zich Hem over te geven als een dankoffer; en koningen, om tegen al Zijn en hun vijanden te strijden, en over die vijanden te triomferen in Zijn kracht.
11. En hij sprenkelde daarvan op het in de voorhof staande altaar, niet zoals op de tent der samenkomst en al wat daarin was éénmaal, maar zevenmaal en al zijn gereedschap, dus ook de aspotten, schoffels, bekkens enz. (Exodus. 27:3), en hij zalfde zo het altaar en al zijn gereedschap, evenals het wasvat en zijn voet besprenkelde hij, maar dit slechts eenmaal, om die eenvoudig te heiligen, terwijl het altaar door de zevenvoudige besprenkeling zeer heilig geworden was. (Exodus. 40:10).
12. Daarna goot hij een groot deel a) van de zalfolie op het hoofd 1) van Aäron, en hij zalfde hem, om hem te heiligen tot een middelaar van de genadegaven voor het volk.
a) Psalm. 133:2
1) Volgens de Joodse overlevering moet de zalving van Aäron van die van zijn zonen onderscheiden zijn geweest. Bij Aäron werd de zalfolie op het hoofd uitgegoten, bij zijn zonen slechts het voorhoofd met olie bestreken. Voor deze opvatting is veel te zeggen, omdat ook hoofdstuk 21:10,12 een onderscheid gemaakt wordt tussen de zalving van de Hogepriester en die van de gewone priester. De Hogepriester, of, zoals hij ook wel genoemd wordt in de oorspronkelijke tekst, de grote priester, wat hetzelfde denkbeeld in zich sluit, draagt ook de naam van de gezalfde priester. Dit was niet, omdat hij alleen gezalfd was. Maar hij draagt die naam, omdat hij zo niet op een andere wijze, dan toch in veel ruimere mate, de zalving met de heilige olie heeft ontvangen, dan de gewone priesters haar ontvangen hebben.
13. Ook deed Mozes de zonen van Aäron naderen en trok hun, die tot gewone priesters waren gewijd, rokken, priestermantels van piqué-achtig geweefd lijnwaad aan, en gordde hen met een driekleurige gordel, en bond hun de voor hen bestemde mutsen op, hoofdbedeksels van wit linnen, in de vorm van bloemkelken, en zalfde ze wellicht door bestrijking van hun voorhoofd met heilige olie, a)zoals de HEERE Mozes geboden had. 1)
a) Ex.29:9
1) Volgens de mening van de Rabbijnen heeft Mozes bij deze bestrijking hun de Hebreeuwse letter, waarmee het woord Cohen, d.i. priester, begint, op het voorhoofd getekend; maar het moet nog bewezen worden, dat deze mening juist is. In geen geval komt iets op een dergelijk teken aan, anders had de Heilige Schrift daarvan wel melding gemaakt; wel is het opmerkelijk dat de gewone priesters alleen met olie werden bestreken, terwijl Mozes de Hogepriester daarmee geheel overstort. Want in hem zou het heiligingsambt zich concentreren; hij zou het in zijn gehele volheid bezitten en niet alleen van enkelen, maar van de gehele gemeente middelaar zijn; terwijl het priesterschap van de gewone priesters slechts een gedeeltelijk priesterschap, een van mindere rang was; om die volkomen zalving wordt de priester dan ook de “Gezalfde” priester (Leviticus. 4:3; 6:22), of de “heilige van de Heere” genoemd (Psalm. 106:16)
II. Vers 14-36
Hierna gaat Mozes tot het tweede deel van de heilige handeling over en brengt de drie offers, het zondoffer, het brandoffer en het dankoffer; bij het laatste vult hij Aäron en zijn zonen de handen, en bevestigt hen daardoor in de werkzaamheden en emolumenten (rechten van genot) van hun priesterlijk ambt. De wijding, zowel in haar eerste als tweede deel wordt zeven dagen achtereenvolgende herhaald, gedurende welke tijd zij, die gewijd worden, het voorhof van de tabernakel niet mogen verlaten.
14. a) Toen deed hij de (vs.4) meegebrachte var van het zondoffer komen. En Aäron en zijn zonen, voor wie dat offer bestemd was, legden hun handen op het hoofd van de var van het zondoffer. 1)
a) Ex.29:1
1) Door een zondoffer, want zo luide het bevel van de Heere: “Brengt een var nabij de tent, (dat is dus bij het altaar) en laten de priesters hun handen op zijn hoofd leggen.” Die handoplegging was een belijdenis van hun zonden. Zij bekenden daarmee waardig te zijn, en zelf te worden geslacht; maar zij betuigden daarmee tevens, hun ongerechtigheden en schulden over te dragen aan de var. Daarop moest die var geslacht, en van zijn bloed aan de hoornen van het altaar gestreken worden. Het niervet en het ingewandsvet, dus het beste gedeelte, moest worden aangestoken; terwijl het vlees en het vel met vuur verbrand moesten worden buiten het leger. Het vet van het zondoffer beeldt altijd af de ziel van de Heiland, als het beste deel van Zijn mensheid. Het vlees en de huid van het zondoffer, Jezus’ lichaam. Het was dus geheel en al zinnebeeldig een overdragen van eigen vloek aan Hem, Die als een vloek ook buiten de legerplaats van de heilige stad moest sterven. (Hebr.13:11-13).
15. En men, een van hen, die gewijd moesten worden, waarschijnlijk Aäron zelf, slachtte hem, namelijk het door handoplegging met de doodschuld beladen dier, en Mozes nam een deel van het bloed, en deed het met zijn vinger rondomop de hoornen van het altaar, en ontzondigde daarmee, behalve de persoon van de offeraar, ook de plaats van hun aanstaande handeling, het altaar; 1) daarna goot hij het overige bloed uit aan de bodem van het altaar en heiligde het, om hiervoor verzoening te doen 2) (Leviticus. 16:16).
1) Het altaar werd op die wijze van bloedsprenkeling langs de hoornen “ontzondigd,” waarbij wij te denken hebben aan een ontsmetting van de onreinheid, die het door menselijke aanraking en behandeling, tot hiertoe ondergaan, aankleefde. Zouden toch de offers, die erop gebracht werden, God aangenaam wezen, dan moesten die offers zelf niet alleen rein zijn, maar ook dat, waarop ze Hem gebracht of aangeboden werden, gelijk dit zijn hoogste vervulling heeft gehad in het offer van de Heere Christus, Die dat God, Zijn Vader, met een volkomen, rein en heilig gemoed gebracht heeft door de Heilige Geest, die in al Zijn volheid in Hem wonen. Daarop worden wij dan ook in het Nieuwe Verbond gewezen, waar geschreven staat: “Hoeveel temeer zal het bloed van Christus, Die door de eeuwige Geest zichzelf God onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken om de levende God te dienen.” (Hebr.9:14)
2) Niet alleen moest het altaar ontreinigd en geheiligd worden van de zonden, waarmee het besmet was, maar ook moest voor die zonden, voor het altaar, verzoening bij God worden gedaan. Daarop doelde die tweede handeling.
16. Voorts nam hij de vetstukken, die alleen bij een zondoffer op het altaar mochten verbrand worden, (Leviticus. 4:8 vv., 19,26,31, 35) namelijk al het vet, dat aan de ingewanden is, en het net van de lever, en de twee nieren en haar vet (Leviticus. 7:3 vv.) enMozes stak het aan op het altaar.
17. Maar de var met zijn huid, en zijn vlees en zijn mest, heeft hij op een reine plaats (Leviticus. 4:12) buiten het leger met vuur verbrand, 1) a) zoals de HEERE Mozes geboden had.
a) Ex.29:14 Leviticus. 4:11
1) Hoogstwaarschijnlijk geschiedde dit ook met dit zondoffer voor de priester, omdat het offer tot ontzondiging diende, hoewel de geestelijke betekenis ons niet recht duidelijk in Gods Woord is verklaard. Sommigen menen, zoals Henry en Stachhousen, dat de reden hiervan was: dat evenals de zonden van het volk op een schaduwachtige wijze en als een uitbreiding van het werk van de volmaakte Hogepriester Christus verzoend werden door de priester, die door het eten van de zondofferanden duidelijk toonden, dat zij ongerechtigheid dragen, gelijk gezegd wordt (hoofdstuk 10:17), zo ook de zonden van de priester zelf door de wettische offeranden, die zij zelf offerden, op een dergelijke wijze werden verzoend, dat zij duidelijk gewezen werden, naar een volmaakte Hogepriester, ter wegneming van hun ongerechtigheid, die zij allen als voorbeeld droegen, wanneer zij voor anderen offerende, van de zondoffers aten; en mogelijk is de reden, waarom Mozes weer van dit voorrecht werd uitgesloten geweest, dat hij bij de inwijding evenzo als priester, hoewel een buitengewone, werd aangemerkt, zoala hij ook uit de stam van Levi was, en aan hem de naam van priester gegeven is (Psalm. 99:6)
18. Daarna deed hij de ram (vs.1) van het brandoffer 1) bijbrengen, en Aäron en zijn zonen leiden, zoals dit bij ieder bloedig offer door de offeraar geschieden moest, hun handen op het hoofd van de ram.
1) De priesters moesten opnieuw hun handen op het hoofd van die ram leggen, ten teken van ruiling of verwisseling. Daarna moest het bloed van het ram rondom op het altaar worden gesprenkeld; waarna men de huid afstroopte en de ram in delen verdeelde, die aldus geheel en al aangestoken en verbrand moest worden op het altaar, en dat wel “tot een liefelijke reuk voor de Heere.” Daardoor eigenden de priesters zichzelf de Heere toe, en gaven zich aan Hem over, om uit te doen de oude mens met al zijn begeerlijkheden, en de leden te doden, die op aarde waren, ten einde alzo niet zichzelf meer te leven, maar Die, die in hun plaats gestorven was.
Ook dit brandoffer hier wees op Christus Jezus. Was het voor de priester een bewijs van zijn gehele overgave en toewijding aan God, het wees tevens op Christus Jezus, die zich geheel de Vader zou overgeven, om een eeuwige verzoening aan te brengen en die voor al de zijnen het leven door de dood zou overwinnen. Omdat hierop gewezen werd door het brandoffer, moest het ook geheel en al door het vuur worden verteerd.
19. En men slachtte hem (vs.15). En Mozes sprenkelde al het bloed, zoals dit (hoofdstuk 1:5) was voorgeschreven, op het altaar rondom.
20. Hij deelde ook de ram in zijn delen, liet hem door Aäron en zijn zonen verdelen en Mozes stak zelf op het altaar het hoofd aan en die delen en het smeer (zie “1Sa 5.4); juister: de voor het verdelen uit het dier weggenomen vetdelen.
21. Doch de ingewanden en de onderschenkels waste hij, liet hij door hen, die gewijd moesten worden, wassen met water uit het koperen wasvat, en Mozes stak, terwijl hij ook deze bij de vroeger opgenoemde stukken voegde, die gehele ramaan op het altaar; het was een brandoffer tot een liefelijke reuk, 1)een vuuroffer was het voor de HEERE, a) zoals de HEERE Mozes geboden had.
a) Ex.29:18
1) Tot een liefelijke reuk, d.i. God aangenaam, zodat Hij het aannam.
22. Daarna deed hij de andere ram, de ram van het vuloffer bijbrengen. 1) Deze ram moest dienen om Aäron en zijn zonen de handen te vullen, d.i. hun dezelfde offergaven mee te delen, welke zij later bij hun dienst als middelaar van het volk op het altaar moesten offeren, en Aäron met zijn zonen legden hun handen op het hoofd van de ram (vs.18).
1) Ook op het hoofd van deze ram moesten de priesters de handen leggen. En als daarna die ram geslacht werd, moest er van het bloed gestreken worden aan de rechteroorlel, de rechterduim en op de rechterteen van de priester. Hoofd, handen en voeten werden daardoor gereinigd, om wapens van gerechtigheid te worden, toegewijd aan de dienst van de Heere. Vervolgens moest dat bloed vermengd met heilige zalfolie op hun kleren gesprenkeld worden, als een bewijs hoe het bloed van reinigmaking en de Geest van genade samenwerken, om aan de gelovige een gestalte te geven, waardoor hij voor God en mensen welbehagelijk en aangenaam wordt.
23. En men slachtte hem (vs.15). En Mozes nam enige droppels van zijn bloed, en deed het op het lelletje van Aärons rechteroor, en op de duim van zijn rechterhand, en op de grote teen van zijn rechtervoet (Ex.29:20).
24. Hij deed ook de zonen van Aäron naderen, en Mozes deed van dat bloed op het lelletje van hun rechteroor, en op de duim van hun rechterhand, en op de grote teen van hun rechtervoet; 1) daarna sprenkelde Mozes het overige van dat bloed rondom op het altaar, vermengde van het weer aflopende bloed enige druppels onder het overblijfsel van zalfolie (vs.9 vv.) en volbracht de (vs.30) voorgestelde plechtigheid.
1) Waren zij schuldig en bevlekt voor God, én wat hun horen naar Hem betreft, én wat betreft hun doen van Gods wil, én wat aangaat hun wandelen in Zijn wegen, daarom moesten zij eerst vergeving ontvangen; die schuld, die vloek moest eerst worden uitgewist; vóórdat zij Hem welbehagelijk in Zijn heiligdom zouden kunnen dienen.
25. a) En hij nam nu, eer hij tot het ontsteken van het vuloffer overging, eerst de daartoe bestemde delen van het offerdier, namelijk het vet en de staart, en al het vet, dat aan de ingewanden is, en het net van de lever, en de beide nieren en haar vet (vs.9 vv.); daartoe de rechterschouder, die bij andere dankoffers de dienstdoende priesters als hun aandeel toegewezen was (Leviticus. 7:32).
26. Ook nam hij uit de korf van de ongezuurde broden, die voor het aangezicht des HEEREN was (vs.1) een ongezuurde koek en een geoliede broodkoek, en een vlade, en hij legde ze op dat vet en op de rechterschouder.
27. En hij gaf dat alles in de handen van Aäron en in de handen van zijn zonen, om ze hun de een na de ander te vullen, en bewoog die ten beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN (zie “Ex 29.24).
28. Daarna nam Mozes ze uit hun handen en stak ze aan op het altaar, op het brandoffer, dat toen nog brandde; zij waren vuloffers: daarom legde Mozes de stukken, die verbrand moesten worden; op de handen van Aäron en van zijn zonen, en bewoog ze voor de Heere; maar zij waren toch ook vuloffers, daarom nam hij deze stukken weer uit hun handen en stak ze op het altaar aan, tot een liefelijke reuk: het was een vuuroffer voor de HEERE.
29. Voorts nam Mozes de borst, die niet als de rechterschouder op het brandaltaar neergelegd was, en bewoog ze ten beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN; hij deed alzo met de borst van een ram van het vuloffer, zoals met die van een gewoon dankoffer (Leviticus. 7:30). Zij werd Mozes ten dele van de ram van het vuloffer, a) zoals de HEERE Mozes geboden had, 1) zodat hem aldus datgene toeviel, wat in de toekomst voor de gehele priesterschaar zou zijn (Leviticus. 7:31).
a) Ex.29:26
1) Ook nu lezen wij gedurig, zoals de Heere Mozes geboden had, en dat, om te doen uitkomen, dat alles, wat plaatsvond, was volgens het Woord van God. Neen, niet van menselijke uitvinding was die dienst onder Israël, maar van Goddelijke oorsprong. Voortgekomen uit de eigen gedachte van God.
30. Mozes nam ook van de zalfolie en van het bloed, dat op het altaar was, en sprenkelde het mengsel van zalfolie en bloed op Aäron, op zijn kleren en op zijn zonen en op de kleren van zijn zonen met hem, en hij heiligde Aäron, zijn kleren en zijn zonen en de kleren van zijn zonen met hem 1) (zie “Ex 29.21).
1) Met de zalfolie en met het bloed nog eens besprenkeld, duidde het slot van de plechtige wijding aan, dat de Heere God Aäron en zijn zonen bekwaam maakte tot hun heilig ambt, en met hen in verzoende betrekking stond. Door deze besprenkeling werden de Priesters hier met hoger kracht van het geestelijke leven begenadigd.
31. En Mozes zei, als hij niet alleen deze plechtigheid, maar ook al wat (vs.25-29) over het vullen van de handen, het bewegen en het aansteken van de eigenlijke offerdelen bevolen was, volbracht had, tot Aäron en tot zijn zonen: Ziet dat overige vlees voor de deur van de tent der samenkomst en eet hetzelfde daar als offermaaltijd, bovendien het brood, dat in de korf van het vuloffer is, waarvan mede een deel (vs.26) tot vuloffer was gebruikt geworden, zoals Ik geboden heb, zeggende: Aäron en zijn zonen zullen dat eten.
a) Ex.29:32 Leviticus. 24:9
32. Maar het, na de gehouden maaltijd, overige van het vlees en van het brood, zult gij niet tot de volgende morgen bewaren, maar nog heden, zoals bij het lofoffergeschiedt, (Leviticus. 7:15) met vuur verbranden. 1)
1) Het offervlees mocht, omdat het heilig vlees was, alleen door de priester voor de deur van de tabernakel gegeten worden, en wat over was, moest met vuur worden verbrand, ook weer, opdat het niet ontheiligd zou worden.
33. Ook zult gij uit de deur van de tent der samenkomst, zeven dagen niet uitgaan, tot aan de dag, dat vervuld worden de dagen van uw vuloffer, en de verdere aan u tevolbrengen wijding; want zeven dagen zal men op dezelfde wijze uw handen vullen. 1)
1) Deze herhaling van de wijding is als een bekrachtiging daarvan te beschouwen; de vaststelling ervan op zeven dagen is echter uit de heiligheid van het getal zeven als teken van de voleindiging van het werk van God te verklaren.
34. Zoals men gedaan heeft op dezelfde dag, alzo heeft de HEERE te doen geboden, om voor u geheel verzoening te doen, en u te heiligen, opdat gij alzo uw bediening aanvaardt.
35. Gij zult dan, zoals gezegd is (vs.33) aan de deur van de tent der samenkomst in de voorhof blijven, dag en nacht, 1) zeven dagen, en zult de wacht van de HEERE waarnemen, 2) de door God voor u verordende wijding geregeld ondergaan, en het verband tussen deze verschillende delen niet verbreken door terug te keren in het gewone, dagelijkse leven, opdat gij niet tot straf voor uw lichtzinnigheid sterft; 3) want alzo is het mij geboden.
1) Hiermee wordt aangeduid, dat de priesters nooit, noch overdag noch ‘s nachts ontslagen zouden zijn van de dienst van de Heere, dat zij immer moesten zorgen voor de welstand van het huis van de Heere.
2) In het Hebreeuws Schemarthem et-mischmereth Jahveh. Gij zult de hoede, de bewaking van de Heere waarnemen, d.i. gij zult doen, wat tot bewaking van de Heere en tot waarneming van Zijn wet bevorderlijk kan zijn. De Schomerim waren degene, wie de wacht over Gods Kerk op aarde was aanbevolen (Ezechiel. 3:7; Jesaja. 56:10) d.i. de Profeten, de priesters en de Levieten.
3) Wel was de straf zwaar, maar men vergete niet, dat Aäron en zijn zonen geheiligde personen waren, en dat hun zonde een geheel volk ten verderve was.
36. Aäron nu en zijn zonen deden al de dingen, die de HEERE door de dienst van Mozes geboden had.1) Zij verwijderden zich zeven dagen lang niet van het heiligdom, maar onderwierpen zich volkomen aan de voor hen bepaalde wijding.
1) Daar op de 1ste Abib, in het 2de jaar na de uittocht (Exodus. 40:2,17) de tabernakel werd opgericht, en waarschijnlijk op de beide volgende dagen de offerwetten werden gegeven (Leviticus. 1-7), moeten de dagen van 4-10 Abib de dagen van de wijding geweest zijn; op de laatste van deze dagen volgde tegelijk de afzondering van het Paaslam voor het nu nabij zijnde Paasfeest (Exodus. 12:1 vv.), waarvan de viering van 12-21 Abib ons in Numeri. 9:1-5 beschreven wordt. Op de 14de dag van de andere maand (Jijar) had er dan een naviering van het Pascha plaats voor sommigen, die op de juiste tijd het Pascha niet hadden kunnen vieren (Numeri. 9:6-14), en op de 20ste dag van diezelfde maand brak men op van Sinaï (Numeri. 10:11 vv.), nadat Israël bijna een jaar daar was gelegerd geweest. (Exodus. 19:1).
Wegens de onvolmaaktheid van de schaduwdienst (men moet dit wel in het oog houden), moest dus dat, wat in Christus’ Persoon en werk onafscheidelijk verenigd was, door drie onderscheidene offers voorgesteld worden. Eenvoudig zouden wij hier kunnen zeggen, dat de inwijding van de priesters (dat wil zeggen: de intrede van arme zondaren als verloste kinderen van God in Zijn kerk) geschiedt door Christus, als de grote vloekwegnemer; door Christus, Die het handschrift van de zonde uitgewist en daardoor tevens de oude mens gedood en van zijn heerschappij beroofd heeft; en door Christus, Wiens bloed en Geest reinigen van alle vlekken, en Die daardoor oorsprong en voedsel is van een nieuw leven in Zijn gemeenschap.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel