Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Verder sprakH1696 de HEEREH3068totH413MozesH4872, zeggendeH559:Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
2Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer iemand een gelofte zal afgezonderd hebben, naar uw schatting zullen de zielen des HEEREN zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2SpreekH1696totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478, en zegH559totH413 hen: Wanneer iemandH376 een gelofteH5088 zal afgezonderdH6381 hebben, naar uw schattingH6187 zullen de zielenH5315 des HEERENH3068 zijn.Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer iemand een gelofte zal afgezonderd hebben, naar uw schatting zullen de zielen des HEEREN zijn.
KJVSpeak1unto the children3of Israel,4and say5unto them, When a man7shall make a singular9vow,10the persons12shall be for the LORD13by thy estimation.
1דַּבֵּ֞רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בְּנֵ֤יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וְאָמַרְתָּ֣H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֲלֵהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7אִ֕ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9יַפְלִ֖אH6381wonderen, wonderlijk, wonderwerkenaccomplish, (arise...too, be too) hard, hidden, things too high, (be, do, do a, shew) marvelous(-ly, -els, things, work), miracles, perform, separate, make singular, (be, great, make) wonderful(-ers, -ly, things, works), wondrous (things, works, -ly)10נֶ֑דֶרH5088gelofte, geloftenvow(-ed)11בְּעֶרְכְּךָ֥H6187schatting, gestaltenis, ordeequal, estimation, (things that are set in) order, price, proportion, [idiom] set at, suit, taxation, [idiom] valuest12נְפָשֹׁ֖תH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it13לַֽיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
3Als uw schatting eens mans zal zijn van twintig jaren oud, tot een, die zestig jaren oud is; dan zal uw schatting zijn van vijftig sikkelen zilvers, naar den sikkel des heiligdoms.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Als uw schattingH6187 eens mansH2145 zal zijnH1961 van twintigH6242jarenH8141oudH1121, totH5704 een, die zestigH8346jarenH8141oudH1121isH1961; dan zal uw schattingH6187 zijn van vijftigH2572sikkelenH8255zilversH3701, naar den sikkelH8255 des heiligdomsH6944.Als uw schatting eens mans zal zijn van twintig jaren oud, tot een, die zestig jaren oud is; dan zal uw schatting zijn van vijftig sikkelen zilvers, naar den sikkel des heiligdoms.
KJVAnd thy estimation2shall be of the male3from twenty5years6old4even unto sixty9years10old,8even thy estimation12shall be fifty13shekels14of silver,15after the shekel16of the sanctuary.
1וְהָיָ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2עֶרְכְּךָ֙H6187schatting, gestaltenis, ordeequal, estimation, (things that are set in) order, price, proportion, [idiom] set at, suit, taxation, [idiom] valuest3הַזָּכָ֔רH2145mannelijk, manspersonen, mannetje[idiom] him, male, man(child, -kind)4מִבֶּן֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5עֶשְׂרִ֣יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)6שָׁנָ֔הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)7וְעַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet8בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9שִׁשִּׁ֣יםH8346zestigsixty, three score10שָׁנָ֑הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)11וְהָיָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12עֶרְכְּךָ֗H6187schatting, gestaltenis, ordeequal, estimation, (things that are set in) order, price, proportion, [idiom] set at, suit, taxation, [idiom] valuest13חֲמִשִּׁ֛יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty14שֶׁ֥קֶלH8255sikkelen, sikkel, sikkelsshekel15כֶּ֖סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)16בְּשֶׁ֥קֶלH8255sikkelen, sikkel, sikkelsshekel17הַקֹּֽדֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
4Maar is het een vrouw, dan zal uw schatting zijn dertig sikkelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Maar is hetH1931 een vrouwH5347, dan zal uw schattingH6187 zijn dertigH7970sikkelenH8255.Maar is het een vrouw, dan zal uw schatting zijn dertig sikkelen.
KJVAnd if it be a female,2then thy estimation5shall be thirty6shekels.
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2נְקֵבָ֖הH5347vrouw, wijfje, meisjefemale3הִ֑ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4וְהָיָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5עֶרְכְּךָ֖H6187schatting, gestaltenis, ordeequal, estimation, (things that are set in) order, price, proportion, [idiom] set at, suit, taxation, [idiom] valuest6שְׁלֹשִׁ֥יםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)7שָֽׁקֶלH8255sikkelen, sikkel, sikkelsshekel
5En is het van een, die vijf jaren oud is, tot een, die twintig jaren oud is, zo zal uw schatting van een man twintig sikkelen zijn, en voor een vrouw tien sikkelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En is het van een, die vijfH2568jarenH8141oudH1121 is, totH5704 een, die twintigH6242jarenH8141oudH1121isH1961, zoH518 zal uw schattingH6187 van een manH2145twintigH6242sikkelenH8255 zijn, en voor een vrouwH5347tienH6235sikkelenH8255.En is het van een, die vijf jaren oud is, tot een, die twintig jaren oud is, zo zal uw schatting van een man twintig sikkelen zijn, en voor een vrouw tien sikkelen.
KJVAnd if it be from five3years4old2even unto twenty7years8old,6then thy estimation10shall be of the male11twenty12shekels,13and for the female14ten15shekels.
1וְאִ֨םH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2מִבֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3חָמֵ֜שׁH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)4שָׁנִ֗יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)5וְעַד֙H5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7עֶשְׂרִ֣יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)8שָׁנָ֔הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)9וְהָיָ֧הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10עֶרְכְּךָ֛H6187schatting, gestaltenis, ordeequal, estimation, (things that are set in) order, price, proportion, [idiom] set at, suit, taxation, [idiom] valuest11הַזָּכָ֖רH2145mannelijk, manspersonen, mannetje[idiom] him, male, man(child, -kind)12עֶשְׂרִ֣יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)13שְׁקָלִ֑יםH8255sikkelen, sikkel, sikkelsshekel14וְלַנְּקֵבָ֖הH5347vrouw, wijfje, meisjefemale15עֲשֶׂ֥רֶתH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen16שְׁקָלִֽיםH8255sikkelen, sikkel, sikkelsshekel
6Maar is het van een, die een maand oud is, tot een, die vijf jaren oud is, zo zal uw schatting van een man zijn vijf sikkelen zilvers, en uw schatting over een vrouw zal zijn drie sikkelen zilvers.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Maar is het van een, die een maandH2320oudH1121 is, totH5704 een, die vijfH2568jarenH8141oudH1121isH1961, zoH518 zal uw schattingH6187 van een manH2145 zijn vijfH2568sikkelenH8255zilversH3701, en uw schattingH6187 over een vrouwH5347 zal zijn drieH7969sikkelenH8255zilversH3701.Maar is het van een, die een maand oud is, tot een, die vijf jaren oud is, zo zal uw schatting van een man zijn vijf sikkelen zilvers, en uw schatting over een vrouw zal zijn drie sikkelen zilvers.
KJVAnd if it be from a month3old2even unto five6years7old,5then thy estimation9shall be of the male10five11shekels12of silver,13and for the female14thy estimation15shall be three16shekels17of silver.
1וְאִ֣םH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2מִבֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3חֹ֗דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon4וְעַד֙H5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet5בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6חָמֵ֣שׁH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)7שָׁנִ֔יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)8וְהָיָ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9עֶרְכְּךָ֙H6187schatting, gestaltenis, ordeequal, estimation, (things that are set in) order, price, proportion, [idiom] set at, suit, taxation, [idiom] valuest10הַזָּכָ֔רH2145mannelijk, manspersonen, mannetje[idiom] him, male, man(child, -kind)11חֲמִשָּׁ֥הH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)12שְׁקָלִ֖יםH8255sikkelen, sikkel, sikkelsshekel13כָּ֑סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)14וְלַנְּקֵבָ֣הH5347vrouw, wijfje, meisjefemale15עֶרְכְּךָ֔H6187schatting, gestaltenis, ordeequal, estimation, (things that are set in) order, price, proportion, [idiom] set at, suit, taxation, [idiom] valuest16שְׁלֹ֥שֶׁתH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)17שְׁקָלִ֖יםH8255sikkelen, sikkel, sikkelsshekel18כָּֽסֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)
7En is het van een, die zestig jaren oud is en daarboven, is het een man, zo zal uw schatting zijn vijftien sikkelen, en voor een vrouw tien sikkelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En is het van een, die zestigH8346jarenH8141oudH1121 is en daarboven, is het een manH2145, zoH518 zal uw schattingH6187 zijn vijftienH2568sikkelenH8255, en voor een vrouwH5347tienH6235sikkelenH8255.En is het van een, die zestig jaren oud is en daarboven, is het een man, zo zal uw schatting zijn vijftien sikkelen, en voor een vrouw tien sikkelen.
KJVAnd if it be from sixty3years4old2and above;5if it be a male,7then thy estimation9shall be fifteen10shekels,12and for the female13ten14shekels.
8Maar zo hij armer is, dan uw schatting, zo zal hij zich voor het aangezicht des priesters zetten, opdat de priester hem schatte; naar dat de hand desgenen, die de gelofte gedaan heeft, zal kunnen bekomen, zal de priester hem schatten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Maar zoH518 hij armerH4134 is, dan uw schattingH6187, zo zal hij zich voor het aangezichtH6440 des priestersH3548zettenH5975, opdat de priesterH3548 hem schatteH6186; naar dat de handH3027 desgenen, die de gelofteH5087 gedaan heeft, zal kunnen bekomen, zal de priesterH3548 hem schattenH6186.Maar zo hij armer is, dan uw schatting, zo zal hij zich voor het aangezicht des priesters zetten, opdat de priester hem schatte; naar dat de hand desgenen, die de gelofte gedaan heeft, zal kunnen bekomen, zal de priester hem schatten.
KJVBut if he be poorer2than thy estimation,4then he shall present5himself before6the priest,7and the priest10shall value8him; according to12his ability15that vowed16shall the priest18value
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2מָ֥ךְH4134verarmd, armerbe (waxen) poor(-er)3הוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4מֵֽעֶרְכֶּ֔ךָH6187schatting, gestaltenis, ordeequal, estimation, (things that are set in) order, price, proportion, [idiom] set at, suit, taxation, [idiom] valuest5וְהֶֽעֱמִידוֹ֙H5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry6לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7הַכֹּהֵ֔ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer8וְהֶעֱרִ֥יךְH6186stelden, schikken, toegerustput (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value9אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הַכֹּהֵ֑ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12פִּ֗יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word13אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14תַּשִּׂיג֙H5381achterhalen, bereikt, achterhaaldenability, be able, attain (unto), (be able to, can) get, lay at, put, reach, remove, wax rich, [idiom] surely, (over-) take (hold of, on, upon)15יַ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves16הַנֹּדֵ֔רH5087beloofd, beloofde, belooft(make a) vow17יַעֲרִיכֶ֖נּוּH6186stelden, schikken, toegerustput (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value18הַכֹּהֵֽןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer
9En indien het een beest is, waarvan men den HEERE offerande offert; al wat hij daarvan den HEERE zal gegeven hebben, zal heilig zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En indienH518 het een beestH929 is, waarvan men den HEEREH3068offerandeH7133offertH7126; alH3605watH834 hij daarvan den HEEREH3068 zal gegevenH5414 hebben, zal heiligH6944zijnH1961.En indien het een beest is, waarvan men den HEERE offerande offert; al wat hij daarvan den HEERE zal gegeven hebben, zal heilig zijn.
KJVAnd if it be a beast,2whereof men bring4an offering6unto the LORD,7all that any man giveth10of such unto the LORD12shall be holy.
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2בְּהֵמָ֔הH929beesten, vee, beestbeast, cattle3אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4יַקְרִ֧יבוּH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take5מִמֶּ֛נָּהH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with6קָרְבָּ֖ןH7133offerande, offeranden, offeroblation, that is offered, offering7לַֽיהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8כֹּל֩H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10יִתֵּ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11מִמֶּ֛נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with12לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13יִֽהְיֶהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use14קֹּֽדֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
10Hij zal niet vermangelen, noch hetzelve verwisselen, een goed voor een kwaad, of een kwaad voor een goed; indien hij nochtans een beest voor een beest enigzins verwisselt, zo zal dit, en wat daarvoor verwisseld is, heilig zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Hij zal niet vermangelenH2498, nochH3808 hetzelve verwisselenH4171, een goedH2896 voor een kwaadH7451, of een kwaadH7451 voor een goedH2896; indien hij nochtans een beestH929 voor een beestH929 enigzins verwisseltH4171, zo zal dit, en wat daarvoor verwisseldH8545isH1961, heiligH6944 zijn.Hij zal niet vermangelen, noch hetzelve verwisselen, een goed voor een kwaad, of een kwaad voor een goed; indien hij nochtans een beest voor een beest enigzins verwisselt, zo zal dit, en wat daarvoor verwisseld is, heilig zijn.
Ook in dit vers
enigszinsH4171
KJVHe shall not alter2it, nor change4it, a good6for a bad,7or a bad9for a good:10and if he shall at all12change13beast14for beast,15then it and the exchange18thereof shall be holy.
1לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2יַחֲלִיפֶ֗נּוּH2498veranderen, veranderd, veranderdeabolish, alter, change, cut off, go on forward, grow up, be over, pass (away, on, through), renew, sprout, strike through3וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4יָמִ֥ירH4171verwisselen, veranderd, verwisselt[idiom] at all, (ex-) change, remove5אֹת֛וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6ט֥וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)7בְּרָ֖עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)8אוֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether9רַ֣עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)10בְּט֑וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)11וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet12הָמֵ֨רH4171verwisselen, veranderd, verwisselt[idiom] at all, (ex-) change, remove13יָמִ֤ירH4171verwisselen, veranderd, verwisselt[idiom] at all, (ex-) change, remove14בְּהֵמָה֙H929beesten, vee, beestbeast, cattle15בִּבְהֵמָ֔הH929beesten, vee, beestbeast, cattle16וְהָֽיָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use17ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who18וּתְמוּרָת֖וֹH8545verwisseld, verandering, vergelding(ex-) change(-ing), recompense, restitution19יִֽהְיֶהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use20קֹּֽדֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
11En indien het enig onrein beest is, van hetwelk men den HEERE geen offerande offert, zo zal hij dat beest voor het aangezicht des priesters zetten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En indien het enigH3605onreinH2931beestH929 is, vanH4480hetwelkH834 men den HEEREH3068geenH3808offerandeH7133offertH7126, zo zal hij dat beestH929 voor het aangezichtH6440 des priestersH3548zettenH5975.En indien het enig onrein beest is, van hetwelk men den HEERE geen offerande offert, zo zal hij dat beest voor het aangezicht des priesters zetten.
KJVAnd if it be any unclean4beast,3of which they do not offer7a sacrifice9unto the LORD,10then he shall present11the beast13before14the priest:
1וְאִם֙H518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3בְּהֵמָ֣הH929beesten, vee, beestbeast, cattle4טְמֵאָ֔הH2931onrein, onreine, onreinsdefiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean5אֲ֠שֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7יַקְרִ֧יבוּH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take8מִמֶּ֛נָּהH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with9קָרְבָּ֖ןH7133offerande, offeranden, offeroblation, that is offered, offering10לַֽיהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11וְהֶֽעֱמִ֥ידH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13הַבְּהֵמָ֖הH929beesten, vee, beestbeast, cattle14לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you15הַכֹּהֵֽןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer
12En de priester zal dat schatten, naar dat het goed of kwaad is; naar uw schatting, priester! zo zal het zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En de priesterH3548 zal dat schattenH6186, naar dat het goedH2896 of kwaadH7451 is; naar uw schattingH6187, priesterH3548! zoH3651 zal het zijn.En de priester zal dat schatten, naar dat het goed of kwaad is; naar uw schatting, priester! zo zal het zijn.
KJVAnd the priest2shall value1it, whether4it be good5or6bad:7as thou valuest8it, who art the priest,
1וְהֶעֱרִ֤יךְH6186stelden, schikken, toegerustput (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value2הַכֹּהֵן֙H3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer3אֹתָ֔הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4בֵּ֥יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within5ט֖וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)6וּבֵ֣יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within7רָ֑עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)8כְּעֶרְכְּךָ֥H6187schatting, gestaltenis, ordeequal, estimation, (things that are set in) order, price, proportion, [idiom] set at, suit, taxation, [idiom] valuest9הַכֹּהֵ֖ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer10כֵּ֥ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you11יִהְיֶֽהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
13Maar indien hij het immers lossen zal, zo zal hij deszelfs vijfde deel boven uw schatting toedoen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Maar indien hij het immers lossenH1350 zal, zo zal hij deszelfs vijfdeH2549 deel bovenH5921 uw schattingH6187toedoenH3254.Maar indien hij het immers lossen zal, zo zal hij deszelfs vijfde deel boven uw schatting toedoen.
KJVBut if he will at all2redeem3it, then he shall add4a fifth5part thereof unto thy estimation.
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2גָּאֹ֖לH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger3יִגְאָלֶ֑נָּהH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger4וְיָסַ֥ףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield5חֲמִישִׁת֖וֹH2549vijfde, vijfden, vijfde deelfifth (part)6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7עֶרְכֶּֽךָH6187schatting, gestaltenis, ordeequal, estimation, (things that are set in) order, price, proportion, [idiom] set at, suit, taxation, [idiom] valuest
14En wanneer iemand zijn huis zal geheiligd hebben, dat het den HEERE heilig zij, zo zal de priester dat schatten, naar dat het goed of kwaad is; gelijk als de priester dat geschat zal hebben, zo zal het stand hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En wanneer iemandH376 zijn huisH1004 zal geheiligdH6942 hebben, dat het den HEEREH3068heiligH6944 zij, zo zal de priesterH3548 dat schattenH6186, naar dat het goedH2896 of kwaadH7451 is; gelijk alsH3588 de priesterH3548 dat geschatH6186 zal hebben, zoH3651 zal het standH6965 hebben.En wanneer iemand zijn huis zal geheiligd hebben, dat het den HEERE heilig zij, zo zal de priester dat schatten, naar dat het goed of kwaad is; gelijk als de priester dat geschat zal hebben, zo zal het stand hebben.
KJVAnd when a man1shall sanctify3his house5to be holy6unto the LORD,7then the priest9shall estimate8it, whether it be good11or bad:13as the priest17shall estimate15it, so shall it stand.
1וְאִ֗ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3יַקְדִּ֨שׁH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5בֵּית֥וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6קֹ֨דֶשׁ֙H6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary7לַֽיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8וְהֶעֱרִיכוֹ֙H6186stelden, schikken, toegerustput (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value9הַכֹּהֵ֔ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer10בֵּ֥יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within11ט֖וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)12וּבֵ֣יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within13רָ֑עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)14כַּאֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15יַעֲרִ֥יךְH6186stelden, schikken, toegerustput (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value16אֹת֛וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17הַכֹּהֵ֖ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer18כֵּ֥ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you19יָקֽוּםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)
15En indien hij, die het geheiligd heeft, zijn huis zal lossen, zo zal hij een vijfde deel des gelds uwer schatting daarboven toedoen, zo zal het zijne zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En indien hij, die het geheiligdH6942 heeft, zijn huisH1004 zal lossenH1350, zo zal hij een vijfdeH2549 deel des geldsH3701 uwer schattingH6187 daarboven toedoenH3254, zo zal het zijne zijn.En indien hij, die het geheiligd heeft, zijn huis zal lossen, zo zal hij een vijfde deel des gelds uwer schatting daarboven toedoen, zo zal het zijne zijn.
KJVAnd if he that sanctified2it will redeem3his house,5then he shall add6the fifth7part of the money8of thy estimation
1וְאִ֨םH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2הַמַּקְדִּ֔ישׁH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly3יִגְאַ֖לH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5בֵּית֑וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6וְ֠יָסַףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield7חֲמִישִׁ֧יתH2549vijfde, vijfden, vijfde deelfifth (part)8כֶּֽסֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)9עֶרְכְּךָ֛H6187schatting, gestaltenis, ordeequal, estimation, (things that are set in) order, price, proportion, [idiom] set at, suit, taxation, [idiom] valuest10עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11וְהָ֥יָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12לֽוֹ
16Indien ook iemand van den akker zijner bezitting den HEERE wat geheiligd zal hebben, zo zal uw schatting zijn naar zijn zaad; een homer gerstezaad zal zijn op vijftig sikkelen zilvers.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Indien ook iemandH376 van den akkerH7704 zijner bezittingH272 den HEEREH3068 wat geheiligdH6942 zal hebben, zo zal uw schattingH6187 zijn naar zijn zaadH2233; een homerH2563gerstezaadH8184 zal zijn op vijftigH2572sikkelenH8255zilversH3701.Indien ook iemand van den akker zijner bezitting den HEERE wat geheiligd zal hebben, zo zal uw schatting zijn naar zijn zaad; een homer gerstezaad zal zijn op vijftig sikkelen zilvers.
KJVAnd if a man5shall sanctify4unto the LORD6some part of a field2of his possession,3then thy estimation8shall be according9to the seed10thereof: an homer12of barley13seed11shall be valued at fifty14shekels15of silver.
17Indien hij zijn akker van het jubeljaar af geheiligd zal hebben, zo zal het naar uw schatting stand hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Indien hij zijn akkerH7704 van het jubeljaarH8141 af geheiligdH6942 zal hebben, zo zal het naar uw schattingH6187standH6965 hebben.Indien hij zijn akker van het jubeljaar af geheiligd zal hebben, zo zal het naar uw schatting stand hebben.
KJVIf he sanctify4his field5from the year2of jubile,3according to thy estimation6it shall stand.
18Maar zo hij zijn akker na het jubeljaar geheiligd zal hebben, dan zal hem de priester het geld rekenen, naar de jaren, die nog overig zijn tot het jubeljaar; en het zal van uw schatting afgetrokken worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Maar zoH518 hij zijn akkerH7704naH310 het jubeljaar geheiligdH6942 zal hebben, dan zal hem de priesterH3548 het geldH3701rekenenH2803, naar de jarenH8141, die nog overigH3498 zijn totH5704 het jubeljaar; en het zal van uw schattingH6187afgetrokkenH1639 worden.Maar zo hij zijn akker na het jubeljaar geheiligd zal hebben, dan zal hem de priester het geld rekenen, naar de jaren, die nog overig zijn tot het jubeljaar; en het zal van uw schatting afgetrokken worden.
Ook in dit vers
jubeljaarH3104
jubeljaarH8141
KJVBut if he sanctify4his field5after2the jubile,3then the priest8shall reckon6unto him the money10according to12the years13that remain,14even unto the year16of the jubile,17and it shall be abated18from thy estimation.
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2אַחַ֣רH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with3הַיֹּבֵל֮H3104jubeljaar, ramshoornjubile, ram's horn, trumpet4יַקְדִּ֣ישׁH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly5שָׂדֵהוּ֒H7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild6וְחִשַּׁבH2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think7ל֨וֹ8הַכֹּהֵ֜ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הַכֶּ֗סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12פִּ֤יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word13הַשָּׁנִים֙H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)14הַנּ֣וֹתָרֹ֔תH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest15עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet16שְׁנַ֣תH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)17הַיֹּבֵ֑לH3104jubeljaar, ramshoornjubile, ram's horn, trumpet18וְנִגְרַ֖עH1639afgetrokken, afdoen, verminderenabate, clip, (di-) minish, do (take) away, keep back, restrain, make small, withdraw19מֵֽעֶרְכֶּֽךָH6187schatting, gestaltenis, ordeequal, estimation, (things that are set in) order, price, proportion, [idiom] set at, suit, taxation, [idiom] valuest
19En indien hij, die den akker geheiligd heeft, denzelven ganselijk lossen zal, zo zal hij een vijfde deel des gelds uwer schatting daarboven toedoen, en dezelve zal hem gevestigd zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En indien hij, die den akkerH7704geheiligdH6942 heeft, denzelven ganselijkH1350lossenH1350 zal, zo zal hij een vijfdeH2549 deel des geldsH3701 uwer schattingH6187 daarboven toedoenH3254, en dezelve zal hem gevestigdH6965 zijn.En indien hij, die den akker geheiligd heeft, denzelven ganselijk lossen zal, zo zal hij een vijfde deel des gelds uwer schatting daarboven toedoen, en dezelve zal hem gevestigd zijn.
KJVAnd if he that sanctified6the field5will in any wise2redeem3it, then he shall add8the fifth9part of the money10of thy estimation11unto it, and it shall be assured
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2גָּאֹ֤לH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger3יִגְאַל֙H1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַשָּׂדֶ֔הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild6הַמַּקְדִּ֖ישׁH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly7אֹת֑וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8וְ֠יָסַףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield9חֲמִשִׁ֧יתH2549vijfde, vijfden, vijfde deelfifth (part)10כֶּֽסֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)11עֶרְכְּךָ֛H6187schatting, gestaltenis, ordeequal, estimation, (things that are set in) order, price, proportion, [idiom] set at, suit, taxation, [idiom] valuest12עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13וְקָ֥םH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)14לֽוֹ
20En indien hij dien akker niet zal lossen, of indien hij dien akker aan een anderen man verkocht heeft, zo zal hij niet meer gelost worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En indien hij dien akkerH7704nietH3808 zal lossenH1350, of indien hij dien akkerH7704 aan een anderen manH376verkochtH4376 heeft, zo zal hij nietH3808meerH5750gelostH1350 worden.En indien hij dien akker niet zal lossen, of indien hij dien akker aan een anderen man verkocht heeft, zo zal hij niet meer gelost worden.
KJVAnd if he will not redeem3the field,5or if he have sold7the field9to another11man,10it shall not be redeemed
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3יִגְאַל֙H1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַשָּׂדֶ֔הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild6וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet7מָכַ֥רH4376verkocht, verkopen, verkochten[idiom] at all, sell (away, -er, self)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַשָּׂדֶ֖הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild10לְאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11אַחֵ֑רH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange12לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13יִגָּאֵ֖לH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger14עֽוֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)
21Maar die akker, nadat hij in het jubeljaar zal uitgegaan zijn, zal den HEERE heilig zijn, als een verbannen akker; de bezitting daarvan zal des priesters zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Maar die akkerH7704, nadat hij in het jubeljaarH3104 zal uitgegaanH3318 zijn, zal den HEEREH3068heiligH6944 zijn, als een verbannenH2764akkerH7704; de bezittingH272 daarvan zal des priestersH3548 zijn.Maar die akker, nadat hij in het jubeljaar zal uitgegaan zijn, zal den HEERE heilig zijn, als een verbannen akker; de bezitting daarvan zal des priesters zijn.
KJVBut the field,2when it goeth out3in the jubile,4shall be holy5unto the LORD,6as a field7devoted;8the possession11thereof shall be the priest's.
1וְהָיָ֨הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2הַשָּׂדֶ֜הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild3בְּצֵאת֣וֹH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter4בַיֹּבֵ֗לH3104jubeljaar, ramshoornjubile, ram's horn, trumpet5קֹ֛דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary6לַֽיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7כִּשְׂדֵ֣הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild8הַחֵ֑רֶםH2764verbannene, ban, verbannen(ac-) curse(-d, -d thing), dedicated thing, things which should have been utterly destroyed, (appointed to) utter destruction, devoted (thing), net9לַכֹּהֵ֖ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer10תִּהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11אֲחֻזָּתֽוֹH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession
22En indien hij den HEERE een akker heeft geheiligd, dien hij gekocht heeft, en niet is van den akker zijner bezitting;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En indienH518 hij den HEEREH3068 een akkerH7704 heeft geheiligdH6942, dienH834 hij gekochtH4736 heeft, en nietH3808 is van den akkerH7704 zijner bezittingH272;En indien hij den HEERE een akker heeft geheiligd, dien hij gekocht heeft, en niet is van den akker zijner bezitting;
KJVAnd if a man sanctify9unto the LORD10a field3which he hath bought,4which is not of the fields7of his possession;
1וְאִם֙H518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3שְׂדֵ֣הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild4מִקְנָת֔וֹH4736gekocht, gekochte, gekochten(he that is) bought, possession, piece, purchase5אֲשֶׁ֕רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6לֹ֖אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7מִשְּׂדֵ֣הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild8אֲחֻזָּת֑וֹH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession9יַקְדִּ֖ישׁH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly10לַֽיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
23Zo zal de priester hem rekenen de som uwer schatting tot het jubeljaar; en hij zal op denzelven dag uw schatting geven, een heiligheid den HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Zo zal de priesterH3548 hem rekenenH2803 de somH4373 uwer schattingH6187totH5704 het jubeljaarH8141; en hij zal op denzelven dagH3117 uw schattingH6187gevenH5414, een heiligheidH6944 den HEEREH3068.Zo zal de priester hem rekenen de som uwer schatting tot het jubeljaar; en hij zal op denzelven dag uw schatting geven, een heiligheid den HEERE.
KJVThen the priest3shall reckon1unto him the worth5of thy estimation,6even unto the year8of the jubile:9and he shall give10thine estimation12in that day,13as a holy thing15unto the LORD.
1וְחִשַּׁבH2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think2ל֣וֹ3הַכֹּהֵ֗ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer4אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5מִכְסַ֣תH4373getal, somnumber, worth6הָֽעֶרְכְּךָ֔H6187schatting, gestaltenis, ordeequal, estimation, (things that are set in) order, price, proportion, [idiom] set at, suit, taxation, [idiom] valuest7עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet8שְׁנַ֣תH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)9הַיֹּבֵ֑לH3104jubeljaar, ramshoornjubile, ram's horn, trumpet10וְנָתַ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הָעֶרְכְּךָ֙H6187schatting, gestaltenis, ordeequal, estimation, (things that are set in) order, price, proportion, [idiom] set at, suit, taxation, [idiom] valuest13בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger14הַה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who15קֹ֖דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary16לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
24In het jubeljaar zal die akker wederkomen tot dien, van wien hij hem gekocht had, tot hem, wiens de bezitting van dat land was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24In het jubeljaarH8141 zal die akkerH7704wederkomenH7725 tot dienH834, van wien hij hem gekochtH7069 had, totH854 hem, wiens de bezittingH272 van datH834landH776 was.In het jubeljaar zal die akker wederkomen tot dien, van wien hij hem gekocht had, tot hem, wiens de bezitting van dat land was.
KJVIn the year1of the jubile2the field4shall return3unto him of whom it was bought,6even to him to whom the possession10of the land
1בִּשְׁנַ֤תH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)2הַיּוֹבֵל֙H3104jubeljaar, ramshoornjubile, ram's horn, trumpet3יָשׁ֣וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw4הַשָּׂדֶ֔הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild5לַאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6קָנָ֖הוּH7069kopen, gekocht, kochtattain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily7מֵאִתּ֑וֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix8לַאֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9ל֖וֹ10אֲחֻזַּ֥תH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession11הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
25Al uw schatting nu zal naar den sikkel des heiligdoms geschieden; de sikkel zal zijn van twintig gera.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25AlH3605 uw schattingH6187 nu zal naar den sikkelH8255 des heiligdomsH6944 geschieden; de sikkelH8255 zal zijnH1961 van twintigH6242geraH1626.Al uw schatting nu zal naar den sikkel des heiligdoms geschieden; de sikkel zal zijn van twintig gera.
KJVAnd all thy estimations2shall be according to the shekel4of the sanctuary:5twenty6gerahs7shall be the shekel.
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2עֶרְכְּךָ֔H6187schatting, gestaltenis, ordeequal, estimation, (things that are set in) order, price, proportion, [idiom] set at, suit, taxation, [idiom] valuest3יִהְיֶ֖הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4בְּשֶׁ֣קֶלH8255sikkelen, sikkel, sikkelsshekel5הַקֹּ֑דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary6עֶשְׂרִ֥יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)7גֵּרָ֖הH1626geragerah8יִהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9הַשָּֽׁקֶלH8255sikkelen, sikkel, sikkelsshekel
26Maar het eerstgeborene, dat den HEERE van een beest eerstgeboren wordt, dat zal niemand heiligen; hetzij een os, of klein vee, het is des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Maar het eerstgeboreneH1060, dat den HEEREH3068 van een beestH929eerstgeborenH1069 wordt, dat zal niemandH376heiligenH6942; hetzij een osH7794, ofH518klein veeH7716, hetH1931 is des HEERENH3068.Maar het eerstgeborene, dat den HEERE van een beest eerstgeboren wordt, dat zal niemand heiligen; hetzij een os, of klein vee, het is des HEEREN.
KJVOnly the firstling2of the beasts,6which should be the LORD'S5firstling,4no man9shall sanctify8it; whether it be ox,12or sheep:14it is the LORD'S.
1אַךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)2בְּכ֞וֹרH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)3אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4יְבֻכַּ֤רH1069eersten kinds nood, eerstgeboorte, eerstgeborenmake firstborn, be firstling, bring forth first child (new fruit)5לַֽיהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6בִּבְהֵמָ֔הH929beesten, vee, beestbeast, cattle7לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8יַקְדִּ֥ישׁH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly9אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10אֹת֑וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet12שׁ֣וֹרH7794os, ossen, ossesbull(-ock), cow, ox, wall (by mistake for H7791 (שׁוּר))13אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet14שֶׂ֔הH7716klein vee, lam, schaap(lesser, small) cattle, ewe, goat, lamb, sheep. Compare H2089 (זֶה)15לַֽיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16הֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
27Doch is het van een onrein beest, hij zal dat lossen naar uw schatting, en zal zijn vijfde deel daarboven toedoen; en indien het niet gelost wordt, zo zal het verkocht worden, naar uw schatting.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Doch is het van een onreinH2931beestH929, hij zal dat lossenH6299 naar uw schattingH6187, en zal zijn vijfdeH2549 deel daarboven toedoenH3254; en indienH518 het nietH3808gelostH1350 wordt, zo zal het verkochtH4376 worden, naar uw schattingH6187.Doch is het van een onrein beest, hij zal dat lossen naar uw schatting, en zal zijn vijfde deel daarboven toedoen; en indien het niet gelost wordt, zo zal het verkocht worden, naar uw schatting.
KJVAnd if it be of an unclean3beast,2then he shall redeem4it according to thine estimation,5and shall add6a fifth7part of it thereto: or if it be not redeemed,11then it shall be sold12according to thy estimation.
1וְאִ֨םH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2בַּבְּהֵמָ֤הH929beesten, vee, beestbeast, cattle3הַטְּמֵאָה֙H2931onrein, onreine, onreinsdefiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean4וּפָדָ֣הH6299verlost, lossen, verlossen[idiom] at all, deliver, [idiom] by any means, ransom, (that are to be, let be) redeem(-ed), rescue, [idiom] surely5בְעֶרְכֶּ֔ךָH6187schatting, gestaltenis, ordeequal, estimation, (things that are set in) order, price, proportion, [idiom] set at, suit, taxation, [idiom] valuest6וְיָסַ֥ףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield7חֲמִשִׁת֖וֹH2549vijfde, vijfden, vijfde deelfifth (part)8עָלָ֑יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet10לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11יִגָּאֵ֖לH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger12וְנִמְכַּ֥רH4376verkocht, verkopen, verkochten[idiom] at all, sell (away, -er, self)13בְּעֶרְכֶּֽךָH6187schatting, gestaltenis, ordeequal, estimation, (things that are set in) order, price, proportion, [idiom] set at, suit, taxation, [idiom] valuest
28Evenwel niets, dat verbannen is, dat iemand den HEERE zal verbannen hebben, van al hetgeen hij heeft, van een mens, of van een beest, of van den akker zijner bezitting, zal verkocht noch gelost worden; al wat verbannen is, zal den HEERE een heiligheid der heiligheden zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Evenwel niets, dat verbannen is, dat iemandH376 den HEEREH3068 zal verbannen hebben, van alH3605hetgeenH834hijH1931 heeft, van een mensH120, of van een beestH929, of van den akkerH7704 zijner bezittingH272, zal verkochtH4376nochH3808gelostH1350 worden; alH3605watH834 verbannen is, zal den HEEREH3068 een heiligheidH6944 der heilighedenH6944 zijn.Evenwel niets, dat verbannen is, dat iemand den HEERE zal verbannen hebben, van al hetgeen hij heeft, van een mens, of van een beest, of van den akker zijner bezitting, zal verkocht noch gelost worden; al wat verbannen is, zal den HEERE een heiligheid der heiligheden zijn.
Ook in dit vers
verbannenH2763
verbannenH2764
verbannenH2764
KJVNotwithstanding no devoted thing,3that a man6shall devote5unto the LORD7of all that he hath, both of man11and beast,12and of the field13of his possession,14shall be sold16or redeemed:18every devoted thing20is most21holy22unto the LORD.
1אַךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3חֵ֡רֶםH2764verbannene, ban, verbannen(ac-) curse(-d, -d thing), dedicated thing, things which should have been utterly destroyed, (appointed to) utter destruction, devoted (thing), net4אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5יַחֲרִם֩H2763verbannen, verbande, verbandenmake accursed, consecrate, (utterly) destroy, devote, forfeit, have a flat nose, utterly (slay, make away)6אִ֨ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7לַֽיהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10ל֗וֹ11מֵאָדָ֤םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person12וּבְהֵמָה֙H929beesten, vee, beestbeast, cattle13וּמִשְּׂדֵ֣הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild14אֲחֻזָּת֔וֹH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession15לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16יִמָּכֵ֖רH4376verkocht, verkopen, verkochten[idiom] at all, sell (away, -er, self)17וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18יִגָּאֵ֑לH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger19כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)20חֵ֕רֶםH2764verbannene, ban, verbannen(ac-) curse(-d, -d thing), dedicated thing, things which should have been utterly destroyed, (appointed to) utter destruction, devoted (thing), net21קֹֽדֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary22קָֽדָשִׁ֥יםH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary23ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who24לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
29Al wat verbannen is, dat van de mensen zal verbannen zijn, zal niet gelost worden; het zal zekerlijk gedood worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29AlH3605 wat verbannen is, dat vanH4480 de mensenH120 zal verbannen zijn, zal nietH3808gelostH6299 worden; het zal zekerlijkH4191gedoodH4191 worden.Al wat verbannen is, dat van de mensen zal verbannen zijn, zal niet gelost worden; het zal zekerlijk gedood worden.
Ook in dit vers
verbannenH2763
verbannenH2764
KJVNone devoted,2which shall be7devoted4of men,6shall be redeemed;8but shall surely9be put to death.
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2חֵ֗רֶםH2764verbannene, ban, verbannen(ac-) curse(-d, -d thing), dedicated thing, things which should have been utterly destroyed, (appointed to) utter destruction, devoted (thing), net3אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4יָחֳרַ֛םH2763verbannen, verbande, verbandenmake accursed, consecrate, (utterly) destroy, devote, forfeit, have a flat nose, utterly (slay, make away)5מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with6הָאָדָ֖םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person7לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8יִפָּדֶ֑הH6299verlost, lossen, verlossen[idiom] at all, deliver, [idiom] by any means, ransom, (that are to be, let be) redeem(-ed), rescue, [idiom] surely9מ֖וֹתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise10יוּמָֽתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
30Ook alle tienden des lands, van het zaad des lands, van de vrucht van het geboomte, zijn des HEEREN; zij zijn den HEERE heilig.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Ook alleH3605tiendenH4643 des landsH776, van het zaadH2233 des landsH776, van de vruchtH6529 van het geboomteH6086, zijn des HEERENH3068; zijH1931 zijn den HEEREH3068heiligH6944.Ook alle tienden des lands, van het zaad des lands, van de vrucht van het geboomte, zijn des HEEREN; zij zijn den HEERE heilig.
KJVAnd all the tithe2of the land,3whether of the seed4of the land,5or of the fruit6of the tree,7is the LORD'S:8it is holy10unto the LORD.
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2מַעְשַׂ֨רH4643tienden, tiendetenth (part), tithe(-ing)3הָאָ֜רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world4מִזֶּ֤רַעH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time5הָאָ֨רֶץ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6מִפְּרִ֣יH6529vrucht, vruchten, vruchtbaarbough, (first-)fruit(-ful), reward7הָעֵ֔ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood8לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9ה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who10קֹ֖דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary11לַֽיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
31Maar zo iemand van zijn tienden immer iets lossen zal, hij zal zijn vijfde deel daarboven toedoen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Maar zoH518iemandH376 van zijn tiendenH4643immerH1350 iets lossenH1350 zal, hij zal zijn vijfdeH2549 deel daarboven toedoenH3254.Maar zo iemand van zijn tienden immer iets lossen zal, hij zal zijn vijfde deel daarboven toedoen.
KJVAnd if a man4will at all2redeem3ought of his tithes,5he shall add7thereto the fifth
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2גָּאֹ֥לH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger3יִגְאַ֛לH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger4אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5מִמַּֽעַשְׂר֑וֹH4643tienden, tiendetenth (part), tithe(-ing)6חֲמִשִׁית֖וֹH2549vijfde, vijfden, vijfde deelfifth (part)7יֹסֵ֥ףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield8עָלָֽיוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
32Aangaande al de tienden van runderen en klein vee, alles wat onder de roede zal doorgaan, het tiende zal den HEERE heilig zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Aangaande alH3605 de tiendenH4643 van runderenH1241 en klein veeH6629, allesH3605watH834onderH8478 de roedeH7626 zal doorgaanH5674, het tiendeH6224 zal den HEEREH3068heiligH6944zijnH1961.Aangaande al de tienden van runderen en klein vee, alles wat onder de roede zal doorgaan, het tiende zal den HEERE heilig zijn.
KJVAnd concerning the tithe2of the herd,3or of the flock,4even of whatsoever passeth7under the rod,9the tenth10shall be holy12unto the LORD.
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2מַעְשַׂ֤רH4643tienden, tiendetenth (part), tithe(-ing)3בָּקָר֙H1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox4וָצֹ֔אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)5כֹּ֥לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7יַעֲבֹ֖רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath8תַּ֣חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with9הַשָּׁ֑בֶטH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe10הָֽעֲשִׂירִ֕יH6224tiende, tiendententh (part)11יִֽהְיֶהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12קֹּ֖דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary13לַֽיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
33Hij zal tussen het goede en het kwade niet onderzoeken; hij zal het ook niet verwisselen; maar indien hij het immers verwisselen zal, zo zal dit, en wat daarvoor verwisseld is, heilig zijn; het zal niet gelost worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Hij zal tussenH996 het goedeH2896 en het kwadeH7451nietH3808onderzoekenH1239; hij zal het ook nietH3808verwisselenH4171; maar indienH518 hij het immers verwisselenH4171 zal, zo zal dit, en wat daarvoor verwisseldH8545isH1961, heiligH6944 zijn; het zal nietH3808gelostH1350 worden.Hij zal tussen het goede en het kwade niet onderzoeken; hij zal het ook niet verwisselen; maar indien hij het immers verwisselen zal, zo zal dit, en wat daarvoor verwisseld is, heilig zijn; het zal niet gelost worden.
KJVHe shall not search2whether it be good4or bad,5neither shall he change7it: and if he change9it at all,10then both it and the change13thereof shall be holy;15it shall not be redeemed.
1לֹ֧אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2יְבַקֵּ֛רH1239onderzoeken, opzoeken, onderzoek(make) inquire (-ry), (make) search, seek out3בֵּֽיןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within4ט֥וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)5לָרַ֖עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)6וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7יְמִירֶ֑נּוּH4171verwisselen, veranderd, verwisselt[idiom] at all, (ex-) change, remove8וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet9הָמֵ֣רH4171verwisselen, veranderd, verwisselt[idiom] at all, (ex-) change, remove10יְמִירֶ֔נּוּH4171verwisselen, veranderd, verwisselt[idiom] at all, (ex-) change, remove11וְהָֽיָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12ה֧וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who13וּתְמוּרָת֛וֹH8545verwisseld, verandering, vergelding(ex-) change(-ing), recompense, restitution14יִֽהְיֶהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use15קֹ֖דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary16לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17יִגָּאֵֽלH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger
34Dit zijn de geboden, die de HEERE Mozes geboden heeft, aan de kinderen Israels, op den berg Sinai.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34DitH428 zijn de geboden, die de HEEREH3068MozesH4872 geboden heeft, aanH413 de kinderenH1121IsraelsH3478, op den bergH2022SinaiH5514.Dit zijn de geboden, die de HEERE Mozes geboden heeft, aan de kinderen Israels, op den berg Sinai.
Ook in dit vers
gebodenH4687
gebodenH6680
KJVThese are the commandments,2which the LORD5commanded4Moses7for the children9of Israel10in mount11Sinai.
1אֵ֣לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2הַמִּצְוֺ֗תH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept3אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4צִוָּ֧הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order5יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11בְּהַ֖רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion12סִינָֽיH5514SinaiSinai
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Leviticus 27:2— Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer iemand een gelofte zal afgezonderd hebben, naar uw schatting zullen de zielen des HEEREN zijn.Numeri 6:2→1 Samuël 1:28→Richteren 11:39→Deuteronomium 23:21→Richteren 11:30→1 Samuël 1:11→Prediker 5:4→Numeri 21:2→
Leviticus 27:3— Als uw schatting eens mans zal zijn van twintig jaren oud, tot een, die zestig jaren oud is; dan zal uw schatting zijn van vijftig sikkelen zilvers, naar den sikkel des heiligdoms.Exodus 30:13→Numeri 18:16→Leviticus 27:25→Leviticus 6:6→Leviticus 27:14→2 Koningen 12:4→Leviticus 5:15→Numeri 3:47→
Leviticus 27:4— Maar is het een vrouw, dan zal uw schatting zijn dertig sikkelen.Zacharia 11:12→Mattheüs 27:9→Mattheüs 26:15→
Leviticus 27:6— Maar is het van een, die een maand oud is, tot een, die vijf jaren oud is, zo zal uw schatting van een man zijn vijf sikkelen zilvers, en uw schatting over een vrouw zal zijn drie sikkelen zilvers.Numeri 3:40→Numeri 18:14→
Leviticus 27:7— En is het van een, die zestig jaren oud is en daarboven, is het een man, zo zal uw schatting zijn vijftien sikkelen, en voor een vrouw tien sikkelen.Psalmen 90:10→
Leviticus 27:8— Maar zo hij armer is, dan uw schatting, zo zal hij zich voor het aangezicht des priesters zetten, opdat de priester hem schatte; naar dat de hand desgenen, die de gelofte gedaan heeft, zal kunnen bekomen, zal de priester hem schatten.Leviticus 14:21→2 Korinthe 8:12→Leviticus 12:8→Jeremia 5:7→Markus 14:7→Lukas 21:1→Leviticus 5:11→Leviticus 5:7→
Leviticus 27:10— Hij zal niet vermangelen, noch hetzelve verwisselen, een goed voor een kwaad, of een kwaad voor een goed; indien hij nochtans een beest voor een beest enigzins verwisselt, zo zal dit, en wat daarvoor verwisseld is, heilig zijn.Jakobus 1:8→Leviticus 27:15→
Leviticus 27:11— En indien het enig onrein beest is, van hetwelk men den HEERE geen offerande offert, zo zal hij dat beest voor het aangezicht des priesters zetten.Maleachi 1:14→Deuteronomium 23:18→
Leviticus 27:13— Maar indien hij het immers lossen zal, zo zal hij deszelfs vijfde deel boven uw schatting toedoen.Leviticus 27:15→Leviticus 27:19→Leviticus 22:14→Leviticus 6:4→Leviticus 5:16→Leviticus 27:10→
Leviticus 27:14— En wanneer iemand zijn huis zal geheiligd hebben, dat het den HEERE heilig zij, zo zal de priester dat schatten, naar dat het goed of kwaad is; gelijk als de priester dat geschat zal hebben, zo zal het stand hebben.Leviticus 25:29→Psalmen 101:2→Numeri 18:14→Leviticus 27:21→
Leviticus 27:15— En indien hij, die het geheiligd heeft, zijn huis zal lossen, zo zal hij een vijfde deel des gelds uwer schatting daarboven toedoen, zo zal het zijne zijn.Leviticus 27:13→
Leviticus 27:16— Indien ook iemand van den akker zijner bezitting den HEERE wat geheiligd zal hebben, zo zal uw schatting zijn naar zijn zaad; een homer gerstezaad zal zijn op vijftig sikkelen zilvers.Handelingen 5:4→Ezechiël 45:11→Jesaja 5:10→Hosea 3:2→Handelingen 4:34→
Leviticus 27:18— Maar zo hij zijn akker na het jubeljaar geheiligd zal hebben, dan zal hem de priester het geld rekenen, naar de jaren, die nog overig zijn tot het jubeljaar; en het zal van uw schatting afgetrokken worden.Leviticus 25:15→Leviticus 25:27→Leviticus 25:51→
Leviticus 27:19— En indien hij, die den akker geheiligd heeft, denzelven ganselijk lossen zal, zo zal hij een vijfde deel des gelds uwer schatting daarboven toedoen, en dezelve zal hem gevestigd zijn.Leviticus 27:13→
Leviticus 27:21— Maar die akker, nadat hij in het jubeljaar zal uitgegaan zijn, zal den HEERE heilig zijn, als een verbannen akker; de bezitting daarvan zal des priesters zijn.Ezechiël 44:29→Numeri 18:14→Leviticus 25:10→Leviticus 25:31→Leviticus 25:28→Ezra 10:8→Deuteronomium 13:17→Leviticus 27:28→
Leviticus 27:22— En indien hij den HEERE een akker heeft geheiligd, dien hij gekocht heeft, en niet is van den akker zijner bezitting;Leviticus 25:10→Leviticus 25:25→
Leviticus 27:23— Zo zal de priester hem rekenen de som uwer schatting tot het jubeljaar; en hij zal op denzelven dag uw schatting geven, een heiligheid den HEERE.Leviticus 27:18→Leviticus 27:12→
Leviticus 27:24— In het jubeljaar zal die akker wederkomen tot dien, van wien hij hem gekocht had, tot hem, wiens de bezitting van dat land was.Leviticus 25:28→Leviticus 27:20→
Leviticus 27:25— Al uw schatting nu zal naar den sikkel des heiligdoms geschieden; de sikkel zal zijn van twintig gera.Exodus 30:13→Numeri 3:47→Numeri 18:16→Ezechiël 45:12→Leviticus 27:3→
Leviticus 27:26— Maar het eerstgeborene, dat den HEERE van een beest eerstgeboren wordt, dat zal niemand heiligen; hetzij een os, of klein vee, het is des HEEREN.Exodus 13:2→Exodus 22:30→Deuteronomium 15:19→Exodus 13:12→Numeri 18:17→
Leviticus 27:27— Doch is het van een onrein beest, hij zal dat lossen naar uw schatting, en zal zijn vijfde deel daarboven toedoen; en indien het niet gelost wordt, zo zal het verkocht worden, naar uw schatting.Leviticus 27:11→
Leviticus 27:28— Evenwel niets, dat verbannen is, dat iemand den HEERE zal verbannen hebben, van al hetgeen hij heeft, van een mens, of van een beest, of van den akker zijner bezitting, zal verkocht noch gelost worden; al wat verbannen is, zal den HEERE een heiligheid der heiligheden zijn.Jozua 6:17→Leviticus 27:21→Exodus 22:20→Deuteronomium 20:16→Deuteronomium 25:19→Galaten 3:13→1 Samuël 14:24→Jozua 7:25→
Leviticus 27:29— Al wat verbannen is, dat van de mensen zal verbannen zijn, zal niet gelost worden; het zal zekerlijk gedood worden.1 Samuël 15:18→Numeri 21:2→
Leviticus 27:30— Ook alle tienden des lands, van het zaad des lands, van de vrucht van het geboomte, zijn des HEEREN; zij zijn den HEERE heilig.Genesis 28:22→2 Kronieken 31:5→Nehemia 13:12→Genesis 14:20→Nehemia 12:44→Mattheüs 23:23→Lukas 11:42→2 Kronieken 31:12→
Leviticus 27:32— Aangaande al de tienden van runderen en klein vee, alles wat onder de roede zal doorgaan, het tiende zal den HEERE heilig zijn.Jeremia 33:13→Ezechiël 20:37→Micha 7:14→
Leviticus 27:33— Hij zal tussen het goede en het kwade niet onderzoeken; hij zal het ook niet verwisselen; maar indien hij het immers verwisselen zal, zo zal dit, en wat daarvoor verwisseld is, heilig zijn; het zal niet gelost worden.Leviticus 27:10→
Leviticus 27:34— Dit zijn de geboden, die de HEERE Mozes geboden heeft, aan de kinderen Israels, op den berg Sinai.Leviticus 26:46→Deuteronomium 4:5→Galaten 4:24→Johannes 1:17→Hebreeën 12:18→Numeri 1:1→Deuteronomium 4:45→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Leviticus 27 vers 2— Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer iemand een gelofte zal afgezonderd hebben, naar uw schatting zullen de zielen des HEEREN zijn.
zal afgezonderd hebben,
Te weten, uit de dingen of personen, die hem toebehoren, of in zijn vermogen zijn, begerende die den HEERE toe te eigenen tot een heilig gebruik, hetwelk onder vs.14, enz. heiligen wordt genoemd.
Hertaald:zal afgezonderd hebben,
Namelijk: uit de dingen of personen die hem toebehoren, of in zijn bezit zijn, met de wens die aan de HEERE toe te wijden voor heilig gebruik, wat hieronder in vers 14 heiligen genoemd wordt.
uw schatting
De HEERE spreekt den priester toe, gelijk blijkt uit vs.12, die deze schatting doen moest; versta bij deze de som geld, naar welke het geheiligde gewaardeerd en gelost werd.
Hertaald:uw schatting
De HEERE spreekt hier de priester aan, zoals blijkt uit vers 12, die deze schatting moest doen; versta hieronder de geldsom waarnaar het geheiligde gewaardeerd en gelost werd.
de zielen
Dat is, de personen of mensen. Zie Gen. 12:5.
Hertaald:de zielen
Dat is: de personen of mensen. Zie Gen. 12:5.
HEEREN zijn
En vervolgens des priesters, die den dienst des HEEREN en wat er toe behoorde waarnemen moest. Hebreeuws, den HEERE.
Hertaald:HEEREN zijn
En vervolgens van de priester, die de dienst van de HEERE en wat daarbij hoorde moest waarnemen. Hebreeuws: de HEERE.
Leviticus 27 vers 3— Als uw schatting eens mans zal zijn van twintig jaren oud, tot een, die zestig jaren oud is; dan zal uw schatting zijn van vijftig sikkelen zilvers, naar den sikkel des heiligdoms.
zal zijn van twintig jaren oud,
Hebreeuws, van een zoon van twintig jaren tot een zoon van zestig jaren; en zo in het volgende.
Hertaald:zal zijn van twintig jaren oud,
Hebreeuws: van een zoon van twintig jaar tot een zoon van zestig jaar; en zo ook hierna.
ikkelen zilvers,
Zie van deze munt Gen. 20:16, en Gen. 23:15.
Hertaald:ikkelen zilvers,
Zie voor deze munt Gen. 20:16 en Gen. 23:15.
Leviticus 27 vers 8— Maar zo hij armer is, dan uw schatting, zo zal hij zich voor het aangezicht des priesters zetten, opdat de priester hem schatte; naar dat de hand desgenen, die de gelofte gedaan heeft, zal kunnen bekomen, zal de priester hem schatten.
dan uw schatting,
Of, dan gij hem geschat hebt; dat is, zo hij te arm is om uw schatting te betalen.
Hertaald:dan uw schatting,
Of: dan u hem geschat hebt; dat is: als hij te arm is om uw schatting te betalen.
hand desgenen,
Zie van deze manier van spreken boven, Lev. 5:7.
Hertaald:hand desgenen,
Zie voor deze manier van spreken hierboven, Lev. 5:7.
Leviticus 27 vers 9— En indien het een beest is, waarvan men den HEERE offerande offert; al wat hij daarvan den HEERE zal gegeven hebben, zal heilig zijn.
hij
Te weten, hij, die de belofte gedaan heeft.
Hertaald:hij
Namelijk: hij die de belofte gedaan heeft.
daarvan den HEERE
Dat is, van wat men in de wet placht te offeren.
Hertaald:daarvan den HEERE
Dat is: van wat men volgens de wet placht te offeren.
heilig zijn
Hebreeuws, heiligheid; alzo in vs.10, 14, enz. Dat is, aan God toegeëigend en geheiligd.
Hertaald:heilig zijn
Hebreeuws: heiligheid; zo ook in vers 10, 14. Dat is: aan God toegewijd en geheiligd.
Leviticus 27 vers 10— Hij zal niet vermangelen, noch hetzelve verwisselen, een goed voor een kwaad, of een kwaad voor een goed; indien hij nochtans een beest voor een beest enigzins verwisselt, zo zal dit, en wat daarvoor verwisseld is, heilig zijn.
daarvoor verwisseld is,
Hebreeuws, zijn verwisselingen, of zijn verwisseling; dat is, wat in de plaats is van het verwisselde. Alzo onder, vs.33.
Hertaald:daarvoor verwisseld is,
Hebreeuws: zijn verwisselingen, of zijn verwisseling; dat is: wat in de plaats komt van het verwisselde. Zo ook hieronder, vers 33.
Leviticus 27 vers 12— En de priester zal dat schatten, naar dat het goed of kwaad is; naar uw schatting, priester! zo zal het zijn.
naar dat het goed of kwaad is;
Te weten, om te onderscheiden hetwelk goed, hetwelk kwaad zou zijn, en daarna zijn schatting te richten. Hebreeuws, tussen goed en tussen kwaad. Alzo onder, vs.14.
Hertaald:naar dat het goed of kwaad is;
Namelijk: om te onderscheiden wat goed, wat kwaad zou zijn, en daarnaar zijn schatting te bepalen. Hebreeuws: tussen goed en tussen kwaad. Zo ook hieronder, vers 14.
Leviticus 27 vers 13— Maar indien hij het immers lossen zal, zo zal hij deszelfs vijfde deel boven uw schatting toedoen.
Leviticus 27 vers 14— En wanneer iemand zijn huis zal geheiligd hebben, dat het den HEERE heilig zij, zo zal de priester dat schatten, naar dat het goed of kwaad is; gelijk als de priester dat geschat zal hebben, zo zal het stand hebben.
geheiligd hebben,
Dat is, door gelofte aan God vrijwilliglijk opgedragen en toegeëigend zal hebben, waardoor het den priester toebehoorde, in welk geval, wanneer men het lossen wilde, de schatting der waarde naar des priesters uitspraak geschieden moest, en dan nog het vijfde deel er bij komen.
Hertaald:geheiligd hebben,
Dat is: door een gelofte vrijwillig aan God opgedragen en toegewijd zal hebben, waardoor het aan de priester toebehoorde; in dat geval, wanneer men het wilde loskopen, moest de schatting van de waarde volgens het oordeel van de priester gebeuren, met daarbij nog een vijfde deel erbij.
Leviticus 27 vers 16— Indien ook iemand van den akker zijner bezitting den HEERE wat geheiligd zal hebben, zo zal uw schatting zijn naar zijn zaad; een homer gerstezaad zal zijn op vijftig sikkelen zilvers.
naar zijn zaad;
Dat is, naar de veelheid van het zaad, waarmede dat land bezaaid moet worden, zult gij het geld waarderen, wat voor de lossing van hetzelve betaald moest worden.
Hertaald:naar zijn zaad;
Dat is: naar de hoeveelheid zaad waarmee dat land bezaaid moet worden, zult u het geld waarderen dat voor de lossing ervan betaald moest worden.
homer gerstezaad
Zie van deze maat 1 Kon. 4:22; Jes. 5:10; Ezech. 45:11; Hos. 3:2.
Hertaald:homer gerstezaad
Zie voor deze maat 1 Kon. 4:22; Jes. 5:10; Ezech. 45:11; Hos. 3:2.
Leviticus 27 vers 17— Indien hij zijn akker van het jubeljaar af geheiligd zal hebben, zo zal het naar uw schatting stand hebben.
jubeljaar af geheiligd zal hebben,
Zie boven, Lev. 25:10.
Hertaald:jubeljaar af geheiligd zal hebben,
Zie hierboven, Lev. 25:10.
naar uw schatting
Dat is, naar den prijs, dien gij stelt, zal dat land wederkeren tot hem, die het den Heere geheiligd had, mits betalende den voorgemelden prijs.
Hertaald:naar uw schatting
Dat is: naar de prijs die u vaststelt, zal dat land terugkeren naar hem die het aan de HEERE geheiligd had, mits hij de eerder genoemde prijs betaalt.
Leviticus 27 vers 18— Maar zo hij zijn akker na het jubeljaar geheiligd zal hebben, dan zal hem de priester het geld rekenen, naar de jaren, die nog overig zijn tot het jubeljaar; en het zal van uw schatting afgetrokken worden.
naar de jaren,
Dat is, naardat vele of weinige jaren tot het jubeljaar overblijven.
Hertaald:naar de jaren,
Dat is: naar gelang er veel of weinig jaren tot het jubeljaar overblijven.
afgetrokken worden
Zie van dit aftrekken naar het getal der jaren van het jubeljaar af, boven, Lev. 25:15-17.
Hertaald:afgetrokken worden
Zie voor deze aftrek naar het aantal jaren tot het jubeljaar hierboven, Lev. 25:15-17.
Leviticus 27 vers 19— En indien hij, die den akker geheiligd heeft, denzelven ganselijk lossen zal, zo zal hij een vijfde deel des gelds uwer schatting daarboven toedoen, en dezelve zal hem gevestigd zijn.
Leviticus 27 vers 21— Maar die akker, nadat hij in het jubeljaar zal uitgegaan zijn, zal den HEERE heilig zijn, als een verbannen akker; de bezitting daarvan zal des priesters zijn.
uitgegaan zijn,
Te weten, uit de macht en de bezitting desgenen, die hem gekocht had. Zie boven, Lev. 25:28.
Hertaald:uitgegaan zijn,
Namelijk: uit de macht en het bezit van degene die het gekocht had. Zie hierboven, Lev. 25:28.
verbannen akker;
Het Hebreeuwse woord betekent wel ene uitroeiing ten verderving, waarvan niet moest overgelaten worden, Deut. 2:34, en Deut. 7:26, maar ook een toeheiliging van hetgeen God alleen toebehoren moest, en dienvolgens den priester eigen werd, gelijk hier en onder, vs.28; Num. 18:14.
Hertaald:verbannen akker;
Het Hebreeuwse woord betekent zowel een uitroeiing tot vernietiging, waarvan niets overgelaten mocht worden, Deut. 2:34 en Deut. 7:26, als een toewijding van iets wat alleen aan God moest toebehoren, en daardoor eigendom van de priester werd, zoals hier en hieronder, vers 28; Num. 18:14.
Leviticus 27 vers 22— En indien hij den HEERE een akker heeft geheiligd, dien hij gekocht heeft, en niet is van den akker zijner bezitting;
dien hij gekocht heeft,
Hebreeuws, zijner koping, of verovering
Hertaald:dien hij gekocht heeft,
Hebreeuws: van zijn koop, of verovering.
bezitting;
Dat is, dien hij als erfgoed bezit.
Hertaald:bezitting;
Dat is: dat hij als erfgoed bezit.
Leviticus 27 vers 23— Zo zal de priester hem rekenen de som uwer schatting tot het jubeljaar; en hij zal op denzelven dag uw schatting geven, een heiligheid den HEERE.
uwer schatting
Dat is, der schatting, die gij, Mozes, door mijn gebod hem voorstelt, welke schatting door den priester moest geschieden, vs.25; of met deze woorden sprak de HEERE den priester toe, die de schatting doen moest. Zie boven, vs.12.
Hertaald:uwer schatting
Dat is: de schatting die u, Mozes, hem op Mijn bevel voorstelt, welke schatting door de priester moest gebeuren, vers 25; of met deze woorden sprak de HEERE de priester aan, die de schatting moest doen. Zie hierboven, vers 12.
hij zal op denzelven dag
Te weten, hij, die den akker heeft geheiligd.
Hertaald:hij zal op denzelven dag
Namelijk: hij die de akker geheiligd heeft.
een heiligheid den HEERE
Dat is, die den HEERE geheiligd is, of, den HEERE [ter] heiligheid; dat is, opdat zij den HEERE heilig zij.
Hertaald:een heiligheid den HEERE
Dat is: die aan de HEERE geheiligd is, of aan de HEERE tot heiligheid; dat is: opdat het de HEERE heilig zal zijn.
Leviticus 27 vers 25— Al uw schatting nu zal naar den sikkel des heiligdoms geschieden; de sikkel zal zijn van twintig gera.
uw schatting
Hier spreekt de HEERE wederom den priester aan.
Hertaald:uw schatting
Hier spreekt de HEERE opnieuw de priester aan.
gera
Een gera woog zestig gerstekorreltjes of azen, bedragende het twintigste deel van een halven rijksdaalder. Zie ook van deze munt Ex. 30:13; Num. 3:47, en Num. 18:16.
Hertaald:gera
Een gera woog zestig gerstekorrels of azen, gelijk aan het twintigste deel van een halve rijksdaalder. Zie voor deze munt ook Ex. 30:13; Num. 3:47 en Num. 18:16.
Leviticus 27 vers 26— Maar het eerstgeborene, dat den HEERE van een beest eerstgeboren wordt, dat zal niemand heiligen; hetzij een os, of klein vee, het is des HEEREN.
eerstgeborene,
Dat is, dat anders, vanwege het recht der eerstgeboorte, den HEERE toebehoort, en daarom kunt gij daarvan geen belofte doen. Zie Ex. 13:2, en Ex. 22:29, en Ex. 34:19; Num. 3:13, en Num. 8:17.
Hertaald:eerstgeborene,
Dat is: wat anders, vanwege het recht van de eerstgeboorte, aan de HEERE toebehoort, en waarover u daarom geen gelofte kunt doen. Zie Ex. 13:2, Ex. 22:29 en Ex. 34:19; Num. 3:13 en Num. 8:17.
Leviticus 27 vers 28— Evenwel niets, dat verbannen is, dat iemand den HEERE zal verbannen hebben, van al hetgeen hij heeft, van een mens, of van een beest, of van den akker zijner bezitting, zal verkocht noch gelost worden; al wat verbannen is, zal den HEERE een heiligheid der heiligheden zijn.
verbannen is,
Zie boven, vs.21.
Hertaald:verbannen is,
Zie hierboven, vers 21.
al wat verbannen is,
Hebreeuws, alle verbanning
Hertaald:al wat verbannen is,
Hebreeuws: alle verbanning.
heiligheid der heiligheden zijn
Zie boven, Lev. 2:3.
Hertaald:heiligheid der heiligheden zijn
Zie hierboven, Lev. 2:3.
Leviticus 27 vers 29— Al wat verbannen is, dat van de mensen zal verbannen zijn, zal niet gelost worden; het zal zekerlijk gedood worden.
het zal zekerlijk
Versta dit van mensen, die vijanden Gods en van zijn volk zijn, en welke inzonderheid de Heere geboden heeft te verderven en uit te roeien; dezen mocht men niet lossen, noch laten leven. Zie Num. 21:2-3; Joz. 6:17-18; 1 Sam. 15:3. Men kan dit ook verstaan niet van mensen, maar van beesten, die door de mensen verbannen zouden worden.
Hertaald:het zal zekerlijk
Versta dit van mensen die vijanden van God en van Zijn volk zijn, en die de HEERE specifiek geboden heeft te vernietigen en uit te roeien; dezen mocht men niet loskopen, noch in leven laten. Zie Num. 21:2-3; Joz. 6:17-18; 1 Sam. 15:3. Men kan dit ook opvatten als niet over mensen, maar over dieren die door mensen verbannen zouden worden.
Leviticus 27 vers 30— Ook alle tienden des lands, van het zaad des lands, van de vrucht van het geboomte, zijn des HEEREN; zij zijn den HEERE heilig.
tienden des lands,
Er waren vierderlei tienden:<i>I.</i> De ordinaire jaarlijkse tienden der Levieten. Van dezen wordt hier gesproken, idem Num. 18:21, enz.; Deut. 14:22, enz, en Deut. 26:12, enz.; 2 Kron. 31:5; Neh. 10:37; Hebr. 7:8-9;<i>II.</i> De tienden, die de Levieten van deze tienden moesten geven aan den hogepriester, Num. 18:26, enz.<i>III.</i> De jaarlijkse tienden, waarvan de Israëlieten met hun huisgezinnen en de Levieten moesten vrolijk zijn voor den Heere; Deut. 12:17-18, en Deut. 14:22-23;<i>IV.</i> De driejarige tienden voor de Levieten, armen, weduwen, wezen en vreemdelingen; Deut. 14:28, en Deut. 26:12.
Hertaald:tienden des lands,
Er waren vier soorten tienden: I. De gewone jaarlijkse tienden van de Levieten. Hierover wordt hier gesproken, evenals in Num. 18:21; Deut. 14:22 en Deut. 26:12; 2 Kron. 31:5; Neh. 10:37; Hebr. 7:8-9; II. De tienden die de Levieten van deze tienden aan de hogepriester moesten geven, Num. 18:26; III. De jaarlijkse tienden waarmee de Israëlieten met hun huisgezinnen en de Levieten zich voor de HEERE moesten verheugen; Deut. 12:17-18 en Deut. 14:22-23; IV. De driejaarlijkse tienden voor de Levieten, armen, weduwen, wezen en vreemdelingen; Deut. 14:28 en Deut. 26:12.
Leviticus 27 vers 31— Maar zo iemand van zijn tienden immer iets lossen zal, hij zal zijn vijfde deel daarboven toedoen.
immer iets lossen zal,
Hebreeuws, lossende lossen zal.
Hertaald:immer iets lossen zal,
Hebreeuws: lossend zal lossen.
Leviticus 27 vers 32— Aangaande al de tienden van runderen en klein vee, alles wat onder de roede zal doorgaan, het tiende zal den HEERE heilig zijn.
wat onder de roede zal doorgaan,
Dit ziet op de manier van de tienden uit te lezen onder het vee, toen ten tijde gebruikelijk; de beesten gingen uit den stal, het ene voor, het andere na; de vertiender roerde het tiende beest aan in het tellen, met zijn staf of roede, en dit nam hij tot zich om den HEERE toe te heiligen. Zie ook Jer. 33:13.
Hertaald:wat onder de roede zal doorgaan,
Dit verwijst naar de manier waarop destijds gebruikelijk was de tienden uit het vee te kiezen; de dieren gingen de stal uit, het ene voor, het andere na; de vertiender raakte het tiende dier aan bij het tellen, met zijn staf of roede, en dat nam hij om aan de HEERE te heiligen. Zie ook Jer. 33:13.
Leviticus 27 vers 33— Hij zal tussen het goede en het kwade niet onderzoeken; hij zal het ook niet verwisselen; maar indien hij het immers verwisselen zal, zo zal dit, en wat daarvoor verwisseld is, heilig zijn; het zal niet gelost worden.
tussen het goede en het kwade
Als tussen het vette en tussen het magere; er mocht geen keuze wezen. Wanneer iemand zijn tienden betaalde, zo gaf hij niet wat hij wilde, maar wat in de telling van het vee voorviel, en telkens het tiende in getal was, gelijk recht tevoren gezegd is.
Hertaald:tussen het goede en het kwade
Zoals tussen het vette en het magere; er mocht geen keuze zijn. Wanneer iemand zijn tienden betaalde, gaf hij niet wat hij wilde, maar wat bij het tellen van het vee uitkwam, telkens het tiende in aantal, zoals hierboven gezegd is.
het immers verwisselen zal,
Zie boven, vs.10.
Hertaald:het immers verwisselen zal,
Zie hierboven, vers 10.
Leviticus 27 vers 34— Dit zijn de geboden, die de HEERE Mozes geboden heeft, aan de kinderen Israels, op den berg Sinai.
op den berg Sinaï.
Zie hiervan Lev. 25:1, en Lev. 26:46.
Hertaald:op den berg Sinaï.
Zie hierover Lev. 25:1 en Lev. 26:46.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Horeb/Sinaï — zie voor naam, ligging en de volledige geschiedenis het artikel bij Exodus 3, waar de berg voor het eerst in de Schrift genoemd wordt
Ligging: Gelegen op het Sinaïtisch schiereiland; zie het artikel bij Exodus 3 voor de bespreking van de mogelijke locaties.
Geschiedenis: Heel het boek Leviticus speelt zich af terwijl Israël nog bij de berg Sinaï gelegerd is. Uitdrukkelijk vermeld als de plaats waar de HEERE Mozes de wet des schuldoffers gebood (Lev. 7:38), en later herhaald als de plaats van herkomst van de wetten omtrent de sabbatsjaren, de zegeningen en vervloekingen, en de geloften (Lev. 25:1; 26:46; 27:34) — waarmee het boek zelf drie keer uitdrukkelijk terugwijst naar de berg waar het gegeven werd.
Bijbelse betekenis: Onderstreept dat heel de offerwetgeving en de heiligheidswetten van Leviticus niet los staan van de verbondssluiting bij de Sinaï, maar er een rechtstreekse uitwerking van zijn: de HEERE, Die Zich daar aan Israël verbond, leert Zijn volk hier hoe het Hem, ondanks de zonde, toch naderen mag.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Gelofte — Hebreeuws: neder, "gelofte" — een vrijwillige belofte aan God
Het slothoofdstuk van Leviticus regelt de schatting van wat iemand de HEERE door een gelofte toewijdde. Het gaat om personen naar leeftijd en geslacht, om dieren, huizen en akkers, telkens met een vaste waarde en met een vijfde deel erbij wanneer men het gelofteoffer wilde lossen (Lev. 27:1-27). Ook de tienden van het land en van het vee vallen hieronder (Lev. 27:30-33). Numeri 30 regelt daarnaast wanneer de gelofte van een vrouw bindend is, en Prediker waarschuwt tegen het lichtvaardig beloven (Pred. 5:3-5).
Bijbelse betekenis: Een gelofte was nooit verplicht — men was vrij haar niet te doen — maar zodra zij uitgesproken was, was zij onherroepelijk bindend: "Het is beter, dat gij niet belooft, dan dat gij belooft en niet betaalt" (Pred. 5:4). Daarmee is de gelofte een school van eerbied: God laat Zich niet met woorden betalen die men niet meent.
Typologie: De Heere Jezus keert Zich scherp tegen het misbruik van de gelofte, waarbij men het "korban" verklaarde om zich aan de zorg voor vader en moeder te onttrekken. Zo werd Gods gebod krachteloos gemaakt door de inzetting van mensen (Mark. 7:9-13). In de Bergrede snijdt Hij de wortel van het gemakkelijk zweren door: laat uw ja ja zijn en uw nee nee (Matt. 5:33-37).
Ban (het verbannene) — Hebreeuws: cherem, "wat onherroepelijk aan de HEERE gewijd is" — vandaar ook "met de ban slaan, verbannen"
Wat door de ban aan de HEERE toegewijd was, kon niet verkocht en niet gelost worden: het was "een heiligheid der heiligheden" voor de HEERE, en wanneer het mensen betrof die zo verbannen waren, moesten zij gedood worden (Lev. 27:28-29). De instelling komt vooral aan het licht bij de verovering van Kanaän. Israël beloofde de steden van de koning van Arad met de ban te slaan (Num. 21:2-3), en Jericho viel geheel onder de ban (Joz. 6:17-19). De zonde van Achan bestond juist in het achterhouden van het verbannene (Joz. 7:1,20-26). Saul verloor het koningschap omdat hij de ban over Amalek niet volvoerde (1 Sam. 15:9-23).
Bijbelse betekenis: De ban was geen willekeurige wreedheid maar de voltrekking van een gericht dat God Zelf had aangekondigd en waarvoor Hij eeuwen geduld had geoefend (Gen. 15:16). Wat onder de ban lag, was aan het menselijk gebruik onttrokken omdat God er Zelf de beschikking over had opgeëist; het achterhouden ervan was daarom heiligschennis en niet slechts diefstal.
Typologie: Het Nieuwe Testament kent geen opdracht meer om volken met de ban te slaan; de wapenen van de gelovige zijn niet vleselijk (2 Kor. 10:3-5). Wel houdt het de ernst van de zaak vast: Paulus gebruikt hetzelfde woordveld (anathema) voor wie een ander evangelie verkondigt (Gal. 1:8-9). En de Hebreeënbrief past de les toe: wie het bloed des verbonds onrein acht, valt in de handen van de levende God (Hebr. 10:29-31).
Als een aanhangsel op de Sinaitische wetgeving volgen nu nog de bepalingen over de geloften, die als vrijwillige daad van godsvrucht eigenlijk buiten de wet stonden, in zoverre zij door deze niet werden geeist, maar ook konden nagelaten worden, zonder dat, daarom het Verbond met God verbroken werd; die echter ook een regeling door de wet nodig hadden, om met de geest van de wet overeen te komen.
1. Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
2. Spreek tot de kinderen van Israel en zeg tot hen: Wanneer iemand bij zijn gebed om redding of om de gave van iets goeds, een gelofte voor de Heere zal afgezonderd hebben, dat hij Hem voor die gave iets ten offer wil brengen, naar uw schatting zullen de zielen van de HEERE zijn; gij zult naar priesterlijke schatting tegen geld het beloofde offer van de ziel, d.i. van de persoonlijkheid inruilen, wanneer hij, die het beloofd heeft, zijn gelofte vervult.
3. Als uw schatting van een man, de regel volgens welke de priester schat, zal zijn van twintig jaar oud, tot een die zestig jaar oud is, dan zal uw schatting voor een man zijn van vijftig sikkels zilver, naar de sikkel van het heiligdom, d.i. voor een man, 50 zilveren sikkels.
4. Maar is het een vrouw, dan zal uw schatting zijn dertig sikkels.
5. En is het van een, die vijf jaar oud is, tot een die twintig jaar oud is, zo zal uw schatting van een man twintig sikkels zijn, en voor een vrouw tien sikkels.
6. Maar is het van een, die een maand oud is, tot een, die vijf jaar oud is, zo zal uw schatting van een man zijn vijf sikkels zilver, en uw schatting over een vrouw, zal zijn drie sikkels zilver.
7. En is het van een, die zestig jaar of ouder is (vs.3), is het een man, zo zal uw schatting zijn vijftien sikkels, en voor een vrouw tien sikkels.
8. Maar zo hij armer is dan uw schatting, te arm om de met uw schatting overeenkomende som aan het heiligdom te kunnen betalen als lossing, zo zal hij zich voor het aangezicht van de priester zetten, opdat de priester hem naar een andere maatstaf dan die van de wet schatte, naar dat de hand van hem, die de gelofte gedaan heeft, zal kunnen verkrijgen, zal de priester hem schatten, dus naar de maatstaf van zijn vermogen, opdat het ook een arme mogelijk zij, voor zijn persoon de Heere een gelofte doen.
De geloften zijn, net als de offers, zeer oud (Genesis 28:20 vv. Job 22:27) en worden bij alle volkeren aangetroffen (Jona 1:10). Zij bestaan in de belofte God iets te geven, of Hem ter ere zich van een anders veroorloofd genot te onthouden en gaan deels van de veronderstelling uit, dat men daardoor iets doet, wat Hem welgevallig is en waardoor men dan Zijn bijzondere genade deelachtig wordt; deels wordt daarmee bedoeld in een buitengewoon geval, waarin men de hulp van God dringend nodig heeft, zich daardoor van deze hulp te verzekeren, dat men reeds vooraf zich plechtig tot een wederdienst verbindt. De bepalingen van de wet laten zich tot de twee volgende hoofdstellingen beperken: 1. Wanneer gij geen geloften doet, wordt dat u niet als zonde toegerekend; maar wat gij beloofd hebt, zult gij houden en zult doen wat gij de Heere, uw God vrijwillig hebt beloofd (Deuteronomium. 23:22 vv.); 2. Gij moogt de Heere niets beloven wat Hem reeds toebehoort, of waardoor Zijn door de wet geheiligde orde verbroken wordt, of waaraan zonde en schande kleeft (Leviticus. 27:26 vv. Numeri. 30:4 vv. Deuteronomium. 23:18). Ook mag nimmer iets dat minder in waarde is dan het eigenlijk beloofde Hem als betaling van de gelofte toegebracht worden, om daardoor met Hem op een effen voet te komen (Leviticus. 27:10). Daar de geloften in zich sluiten of de belofte van een toewijding aan God, of een onthouding van iets tot Zijn ere, onderscheidt de wet deels toewijdings-, deels onthoudingsgeloften. Tot de laatste behoort vooral het in Numeri. 6 nader te ontwikkelen Nazireeerschap en het in Numeri. 30:14 vermelde vasten; terwijl wij in dit hoofdstuk alleen met toewijdingsgeloften te doen hebben. En zo worden alle dingen, die men de Heere beloven kan, opgenoemd: 1. een mens, (vs.2-8), 2. een dier, (vs.9-13), 3. een huis, (vs.14,15), 4. een stuk grond (vs.16-25). Wat nu de gelofte van mensen aangaat, kon men of zichzelf of een van zijn onderhorigen de Heere tot een bijzonder eigendom beloven, want in het algemeen waren allen in Israel het eigendom van de Heere (Exodus. 19:5) en moesten zich als zodanig beschouwen ook ten gevolge van de heiliging van de eerstgeborenen, waarin, als in de kern van het gehele volk, de Heere hen allen tezamen zich geheiligd had (zie Ex 13.2). Die zo zichzelf de Heere beloofd had, of door zijn ouders of heersers Hem beloofd was, was daardoor een lijfeigene van het heiligdom geworden en had eigenlijk met het maatschappelijk leven niets meer te maken, maar moest in zoverre hij als leek daartoe in de gelegenheid was, in de tent der samenkomst dienst doen. Zoals intussen de eerstgeborene bij mensen moest gelost worden (Exodus. 13:13; 34:20 Numeri. 18:16) en wellicht ook hij zich lossen moest, die door aanraking met het Allerheiligste heilig was geworden (zie Le 6.18), zo kocht ook hij, die beloofd was, zich los of werd losgekocht en was het geld daarvoor betaald, in zijn plaats voor de dienst van het heiligdom (2 Koningen. 12:4 vv.). Bij de bepaling van de prijs van de waarde, waarvoor hij zichzelf lossen of gelost worden moest, kwam volgens de bovenstaande verzen zowel zijn ouderdom als zijn geslacht in aanmerking; het meest had hij te betalen, die zich op de leeftijd van de hoogste levenskracht bevond, maar het vrouwelijk geslacht als het zwakkere deel (1 Petr.3:7) betaalde op iedere leeftijd maar de helft, waarbij voor de getallen 50, 15, 5, de ronde sommen 30, 10, 3 als de helft werden gerekend (vs.3,6,7).
9. En indien het beloofde een beest is en wel zulk een beest, waarvan men de HEERE offerande offert, een rund, schaap of geit: al wat hij daarvan, van dit vee, de HEERE zal gegeven hebben, zal van het ogenblik af dat het beloofd werd, heilig zijn, zodat de bezitter zijn eigendomsrecht daarop heeft verloren.
10. Hij zal daarom niet vermangelen, noch het verwisselen, gevende een goed voor een kwaad met een goede bedoeling, of een kwaad voor een goed, met een zelfzuchtige bedoeling; indien hij nochthans een beest voor een beest enigszins verwisselt, zo zal dit, en wat daarvoor verwisseld is, zowel dit eerste als het tweede beest, de Heere heilig zijn, 1) daar het eerste, als reeds volgens (vs.9) heilig, de Heere niet weer kan ontnomen worden.
1) Hiermee wil de Heere zeggen, dat, wanneer een beest de Heere beloofd is, het niet terug mag genomen worden. Het mocht niet vermangeld, d.i. geruild worden tegen een ander of verwisseld met een ander. Het beloofde moest de Heere gegeven worden. Was het echter zo, dat het wegens een of ander gebrek niet op het altaar mocht komen, en werd het daarom voor een ander verruild, dan moest het eerste aan de priester tot levensonderhoud worden gegeven, en het andere de Heere geofferd, want beide dieren waren heilig, d.i. de Heere gewijd.
11. En indien het beloofde enig onrein beest is, 1) van hetgeen men de HEERE geen offerande offert, b.v. een ezel, zo zal hij dat beest, daar het ten voordele van het heiligdom moet verkocht worden, tot schatting van zijn waarde voor het aangezicht van de priester zetten.
1) Mozes handelt nu over de stomme dieren, welke hij beveelt, de Heere te offeren, indien zij voor offeranden geschikt waren. Indien zij verminkt waren of onrein, geeft hij de wet van de lossing. Maar de vraag kan oprijzen, hoe men mag beloven, wat God verboden heeft Hem te offeren, en van de toegang tot de tempel als onrein heeft afgesloten. En zeker, indien het iemand in de gedachte was gekomen, een onrein dier te offeren, zou het een godsverering zijn geweest, die verwerpelijk was, ja, waarvoor verzoening nodig was. Doch hier wordt (naar mijn oordeel) een ander soort van offerande aangevoerd, die de offeranden en de tempeldienst niet tegen de voorschriften van de wet in bedierf. Er stak niets ongerijmds in, dat, indien God zo’n gelofte ontving, Hij die wuftheid kastijdde met een geldboete. B.v., dat de gebieder een krachtig en beproefd paard, indien het in gevaar was, had beloofd, maar hij, nadat het weer gered was, veroordeeld werd, om de waarde ervan te betalen. Zo ook ten opzichte van de overige dingen. De gelofte bestond dan in niets anders, dan dat men aan de hoede en bescherming van God overgaf, wat men wenste te behouden. Hierdoor kwam er een grote overvloed van geloften, welke echter op de een of andere wijze moesten gehouden worden, opdat de heilige Naam van God niet tot een aanfluiting zou worden. De schatting hiervan laat God over aan het oordeel van de priester. Indien echter het dier geofferd kon worden, was geen lossing mogelijk. Indien iemand een ander dier in de plaats stelde, of de waarde betaalde, ontving hij straf voor zijn bedrog, omdat beide God waren geheiligd. Doch de schatting wordt vastgesteld, welke de “belover” opgelegd wordt, omdat God beveelt, dat de Israeliet zou staan voor de rechtbank van de priesters, en bij wijze van boete moesten zij erbij voegen, een vijfde gedeelte boven de waarde, door de priesters bepaald.
12. En de priester zal dat op een gemiddelde prijs schatten, naar dat het goed of kwaad is, dus het goede niet te hoog en het kwade niet te laag, naar uw schatting, priester! zo zal het zijn, naar de door u aangegeven waardezal het verkocht worden en de opbrengst voor het heiligdom zijn.
13. Maar indien hij, de belovende, het immers, integendeel, lossen, de vastgestelde prijs betalen zal, om het beest te kunnen behouden, zo zal hij, als rouwgeld daarvoor, dat hij een de Heere beloofde zaak zich niet kan ontzeggen, een vijfde deel hiervan boven uw schatting toedoen (Leviticus. 5:16).
14. En wanneer iemand zijn huis zal geheiligd hebben, dat het de HEERE heilig zij, zo zal de priester dat schatten, ten behoeve van de latere verkoop (vs.11), en wel op middelbare waarde, naar dat het goed of kwaad is, (vs.12); zoals de priester dat geschat zalhebben, zo zal het stand hebben.
15. En indien hij, die het geheiligd heeft, zijn huis zal lossen, om het te kunnen behouden, zo zal hij een vijfde deel van het geld van uw schatting daarboven toedoen, als boete (vs.13); zo zal het zijn zijn. 1)
1) Ten opzichte van de huizen gold dezelfde wet als voor het onrein vee. Een huis, de Heere gewijd, werd ten behoeve en ten voordele van het huis van de Heeren verkocht. Wilde echter de “belover” het terug hebben, dan werd het getaxeerd en voor de getaxeerde waarde, vermeerderd met een vijfde van die som, kon men het terugkrijgen.
16. Indien ook iemand van de akker en wel van de akker van zijn bezitting, zijn erfgoed, de HEERE wat geheiligd zal hebben, zo zal uw schatting van de akker zijn naar zijn zaad, naar de hoeveelheid zaad, die bij het bezaaien gebruikt wordt. Een stuk land bezaaid met een homer gerstenzaad zal zijn gewaardeerd op vijftig sikkels zilver.
17. Indien hij daarna zijn akker dadelijk van het Jubeljaar 1) af geheiligd zal hebben, zo zal het naar uw schatting stand hebben.
1) Vs.17 verklaart vs.16. De vijftig sikkels zilver is niet de schatting over eenn jaar, maar over 50 jaar, die verliepen tussen het ene en het andere Jubeljaar. De vijftig sikkels zilver was de som voor een gemiddelde opbrengst, gedurende 50 jaar. Jaarlijks moest die som afgelost worden.
18. Maar zo hij zijn akker enige tijd na het Jubeljaar geheiligd zal hebben, dan zal hem de priester het geld rekenen naar de jaren, die nog over zijn tot het Jubeljaar; en het zal van uw schatting afgetrokken worden, al naar dater veel of weinig jaren over zijn, de akker hoger of minder schatten, zodat hij, die de gelofte doet, wanneer b.v. nog slechts 10 jaar moesten verlopen, slechts het 10de deel van de gehele som in jaarlijkse termijnen moest betalen.
19. En indien hij, die de akker geheiligd heeft, deze geheel lossen zal, om vrij hierover te kunnen beschikken en in voorkomende gevallen die te kunnen verkopen, zo zal hij een vijfde deel van het geld van uw schatting daarboven toedoen, en dezee zal hem gevestigd tot zijn beschikking zijn.
20. En indien hij die akker niet zal lossen of indien hij die akker gedurende die tijd tot het volgende Jubeljaar aan een andere man verkocht heeft, zo zal hij tot straf daarvoor, dat hij zich aan het eigendom van de Heere, waarop hij door zijn gelofte geen recht meer had, heeft vergrepen, in het geheel niet meer gelost worden 1) en in het Jubeljaar, waarin de nieuwe koper hem weer overgeven moet (Leviticus. 25:28), niet meer terug ontvangen.
1) Hieruit blijkt, dat de akker niet alleen aan het Heiligdom verviel, wanneer de “belover” deze aan een ander had verkocht, maar ook, wanneer hij deze niet voor het Jubeljaar had gelost.
21. Maar die akker, nadat hij in het Jubeljaar zal uitgegaan zijn, zal de HEERE heilig zijn, als een verbannen akker; 1) (vs.28) de bezitting daarvan zal van de priesters zijn, de priesters voor altijdtoevallen.
1) Dat is, als een akker, waarop de gewezen bezitter geen recht van lossing meer had, als hebbende hij dit door zijn weigering zelf verbeurd.
In het Hebreeuws Kisdee hacherem. De Zeventigen vertalen daarom: als een verpande akker. De Statenvertalers vertalen: verbannen akker. Het Hebreeuwse woord geeft aan, een akker, die aan God gewijd is, maar niet meer kan terug gekocht worden. Het werkwoord, waarvan het afgeleid is, betekent, iets van het algemeen gebruik afzonderen, of afhouden.
22. En indien hij de HEERE een akker heeft geheiligd, die hij gekocht, van een andere Israeliet naar het bevel (Leviticus. 25:15 vv.) tot op het eerstvolgende Jubeljaar in pacht genomen heeft, en deze niet is van deakker van zijn bezitting, erfgoed (vs.16), die hij dus in het Jubeljaar zonder losgeld aan zijn oorspronkelijke bezitter terug moet geven.
23. Zo zal de priester hem rekenen de som van uw schatting, naar zijn waarde, overeenkomstig zijn opbrengst (vs.16) tot het Jubeljaar, terwijl hij daarbij slechts de tot het Jubeljaar nog overblijvende jaren in rekening brengt; en hij, die de gelofte gedaan heeft, zal op deze dag uw schatting geven, de verschuldigde som op dezelfde dag, dat hij zijn gelofte betaalt, in het heiligdom brengen, dat deze akker een heiligheid voor de HEERE zij, voor de gehele, nog tot het Jubeljaar overblijvende tijd.
24. In het Jubeljaar zal die akker, naar hetgeen gezegd is, (Leviticus. 25:23-28) terugkomen tot die, van wie hij hem gekocht had tot hem, wiens de bezitting van dat land was.
25. Al uw schatting nu, waardering door de priester in de (vs.3-23) opgenoemde gevallen, zal naar de sikkel van het heiligdom geschieden, naar de oorspronkelijke sikkel van volkome gewicht, niet naar de sikkel van geringe waarde, die in het gewone leven gangbaar is (Ex.30:13), a) de sikkel zal zijn van twintig gera.
a) Numeri. 3:47 Ezech.45:12
Uit 1 Kon.10:17 en 2 Kron.9:16, volgens welke 3 mina (pond) = 300 sikkels zijn, de mina dus 100 sikkels bevat, terwijl zij naar onze opgave bij Exodus. 30:13 slechts 50 heilige sikkels bevatte, volgt dat de gewone sikkel maar de helft was van de heilige sikkel (= 1 Beka), wat dan ook door de Rabbijnen wordt aangenomen. Daar er, zoals blijkt uit Genesis 24:22 en Exodus. 38:26 ook halve sikkels of beka-stukken waren van 10 gera, welke in het dagelijks leven gebruikt werden, kon men des te gemakkelijker ook aan deze de naam “sikkel” geven, omdat de naam op zichzelf geen bepaald gewicht uitdrukt, maar slechts in het algemeen iets dat afgewogen is.
26. a) Maar het eerstgeborene, dat de HEERE reeds volgens de wet (Ex.13:2), van een beest eerst geboren wordt, dat zal niemand heiligen, door een bijzondere gelofte beloven te zullen geven; hetzij een os, of klein vee, een eerstgeborene van rund of klein vee, het is van de HEERE en zal Hem dus bovendien als offer gebracht worden.
a) Exodus. 22:29; 34:19 Numeri. 3:13; 8:17
27. Doch is het van een onrein beest, behoort dit eerstgeborene tot de onreine niet voor offer bestemde beesten, hij zal dat lossen naar uw schatting, waarvoor het door de priester geschat wordt, en zal zijn vijfde deel daarboven toedoen; en indien het niet gelost wordt door hem, aan wie het geboren en die tot het geven hiervan aan het heiligdom verplicht is, zo zal het verkocht worden naar uw schatting.
De Heere wijzigt dus de eerder (Ex.13:13; 34:20) door Hem gegeven verordening dat onreine, niet voor een offer vatbare dieren door een schaap gelost, of gedood moeten worden, ten voordele van het nu opgerichte heiligdom en van de onderhouding van de priesterstand. (Numeri. 18:15 vv.).
28. a) Evenwel niets dat verbannen is, dat iemand de HEERE zal verbannen 1) hebben, van al hetgeen Hij heeft, van een mens of van een beest, of van de akker van zijn bezitting, zal verkocht noch gelost worden; al wat verbannen is, zal de HEERE een Heiligheid der Heiligheden zijn, Hem geheel en onveranderlijk gewijd zijn; het mag daarom niet door verkoop en lossing in de handen van mensen overgaan.
a) Jozua. 6:18; 7:13 vv.
1) Verbannen heeft een veel sterkere betekenis dan beloven. Het verbannene was onherroepelijk de Heere over gegeven. De ban werd later uitgesproken over personen en goederen, als een theocratisch strafgericht, wegens afgoderij en beeldendienst.
29. Al wat verbannen is, dat van de mensen, van de gehele gemeente wegens zijn afgoderij (Ex.22:20), zal verbannen zijn, zal niet gelost worden, maar het zal, nadat de ban in behoorlijke vorm, naar Deuteronomium. 17:2 vv., over hem uitgesproken is, zeker gedood worden.
Als een bijzondere gelofte van toewijding, ontdekken wij hier de bangelofte, d.i. die gelofte, waardoor van hetgeen men de Heere wilde toewijden, geheel en voor altijd afstand werd gedaan en men het Hem onherroepelijk tot een eigendom overgaf. “Verbannen” betekent dus “heiligen” in verhoogde graad; het is de gehele overgave aan God met uitsluiting van alle mogelijkheid om het ooit weer terug te ontvangen, wat bij het in gewone zin geheiligde nog altijd mogelijk was. Op grond hiervan wordt ook bij de vermelding van hetgeen iemand van het zijne verbannen kan, zowel het huis als het gekochte veld ongenoemd laten; het eerste kon de eigenaar niet voor altijd weggeven, zonder zichzelf van een beschermend dak te beroven; (het tweede) was niet werkelijk het eigendom van de koper, maar alleen, naar het in Israel heersende recht, een soort van pakgoed, dat in het jaar van de vrijlating weer tot de oorspronkelijke bezitter terugkeerde. Mensen, die men de Heere verbande, werden werkelijk lijfeigenen van het heiligdom, en moesten van het burgerlijk leven voor altijd afstand doen, zoals wij dit zien in Samuel (1 Samuel 1:11,24 vv.), evenals in de dochter van Jefta (Richteren. 11:30,34 vv.). Deze soort van toewijding, die in betrekking staat tot de eenvoudige gelofte, zoals het brand- tot het dankoffer, gebeurde overal daar, waar de aandrang van het gemoed, welke in het algemeen de grond is van alle geloften, het krachtigst was en slechts in de volkomen verzaking van het beloofde voorwerp haar bevrediging vond. Daarvan is echter een andere, de vernietigingsban, wel te onderscheiden, waarbij iemand de Heere overgegeven werd, niet tot eeuwig eigendom, maar tot vernietiging; hier is drijfveer van het godvrezende hart, niet liefde en dankbaarheid jegens Hem, die gezegend heeft en nog daarmee voortgaat, maar heilige ijver voor Zijn ere en toorn tegen hem, die deze ere geschonden heeft. Zo’n ban zou komen niet alleen over de afzonderlijke afgodendienaar (Exodus. 22:20 Deuteronomium. 17:2 vv.), maar ook over een gehele afgodische plaats (Deuteronomium. 13:12 vv.), ja! over het gehele afgodische volk van de Kanaanieten, wier maat van gruwelen nu vol was geworden (Deuteronomium. 20:16 vv.). Waar deze ban zo streng mogelijk werd voltrokken, werd daarin ook al wat de verbannene bezat, begrepen en met hem vernietigd, of tot een schat aan het huis van de Heere gegeven (Jozua 6:21 vv.; 1 Samuel. 15:2 vv.); in andere gevallen bleef de levende en dode have van een verbannene in de ban verschoond en werd dan het eigendom van hen, die de ban voltrokken (Deuteronomium. 2:34 vv. Jozua. 8:26 vv.). Zo’n ban van vernietiging over een mens of vergadering te brengen en te voltrekken, was natuurlijk geen personele zaak, maar alleen de zaak van de gehele gemeente; het was een in Zijn naam volvoerd Gods oordeel, waardoor de Heere geheiligd werd aan hen, die Hem niet hadden willen heiligen in hun hart. Tot een dergelijke voltrekking van het oordeel kon echter slechts een hetzij kleinere, hetzij grote volksverzameling de bevoegdheid hebben, wanneer zij niet zelf aan deze zware zonde schuldig stond.
30. Ook alle tienden, 1) tiende gedeelte van de jaarlijkse oogst, van het land, waarin gij nu komt, van het zaad van het land, van hetgeen op het veld groeit, van de vrucht van het geboomte, wijnstok zowel als olijfboom (Deuteronomium. 14:23) zijn, volgens de gewoonte, die reeds bij de vaderen bestond (Genesis 14:22; 28:22), welke Ik nu tot wet maak, totdat Ik u dan later (Numeri. 18:20 vv.) zeggen zal wat met deze tienden geschieden moet, van de HEERE, zij zijn de HEERE heilig, zij moeten aangemerkt worden als een Hem reeds gewijd eigendom, waarom zij evenmin als de eerstgeborenen van het vee (vs.26), totvoorwerpen van een bijzondere gelofte mogen gemaakt worden.
1) Met deze woorden toont God, dat Hij, door de tienden aan de Levieten te schenken, afstand doet van Zijn eigendomsrecht, omdat deze voor Hem zijn als een soort van koninklijke belasting. Maar zo neemt Hij ook alle bezwaar weg, omdat toch de andere stammen erover zouden kunnen mopperen, dat zij bovenmate bezwaard werden.
31. Maar als iemand van zijn tienden immers iets lossen zal, wat hem altijd zal geoorloofd zijn, hij zal zijn vijfde deel, boven de eigenlijke waarde daarboven toedoen, zoals bij de andere lossingen (vs.13,15,19,27).
32. Aangaande al de tienden van runderen en klein vee, alles wat onder de roede 1) zal doorgaan, over het algemeen van het vee kan vertiend worden, het tiende zal, evenals het tiende deel van de opbrengst van het land (vs.30), de HEERE heilig zijn, en zal niet eerst beloofd, maar ook zonder bijzondere belofte gegeven worden.
1) Volgens de Rabbijnen werd, bij het afzonderen van de tienden van het vee, het bedoelde vee in een stal gedreven en dan stuk voor stuk weer uitgelaten, met een staf geteld en ieder tiende stuk met rood krijt gemerkt. Naar deze gewoonte worden in de bovenstaande uitdrukking alle tienden van het vee in het algemeen samengevat.
33. Hij zal, bij uitzondering daarvan tussen het goede en het kwade niet onderzoeken, niet vragen of het tiende stuk goed of kwaad is; hij zal het ook niet verwisselen, noch met een goede, noch met een zelfzuchtige bedoeling (vs.10); maar indien hij het immers verwisselen zal en een ander voor dat tiende stuk geven, het zij dan beter of slechter, zo zal dit en wat daarvoor verwisseld is, zowel het rechte als het ondergeschovene, heilig, aan het heiligdom vervallen zijn; het zal niet gelost worden, want gij zult u geen ingrijpen in het eigendom van de Heere veroorloven.
In het Christelijk leven is er voor het “bijzonder” beloven geen plaats meer (1 Tim.4:3 vv.); het behoort tot de uiterlijkheden van de toestand van onvolkomenheid (Galaten. 4:3). De Christen geeft zich voortdurend met lichaam, ziel en geest en al wat hij heeft, God ten offer, dat offer is levend, heilig en God welgevallig, dat is zijn redelijke godsdienst (Rom.12:1). Zo zijn dan ook de pauselijke beloften tegen de geest van het Evangelie. Daarentegen vernieuwt een Christen dagelijks zijn doopgelofte: te verloochenen de duivel de wereld, de zondige lusten van het vlees, en ook God en zijn Heere Jezus Christus te dienen; zijn leven lang en eigent zich in deze zaak toe wat in Psalm. 50:14; 81:6; 66:13; 116:14,18, over geloften gezegd wordt.
Slechts als het leven nog onder de wet is, staat ook de gelofte als een neiging om zijn eigen besluit, zijn eigen wil tot een bindende wet te maken, in overeenstemming met de algemene levensregel. Vandaar de geloften in het Oude Verbond en de nagalm van deze dingen in het leven van Paulus (Hand.18:18; 21:24); ofschoon de daar vemelde toedracht van zaken de stempel draagt van een vervulling van de wet als godsdienstig gebruik, of als het letten van de liefde op de zwakheid van de naaste. Waar zulke aanleidingen wegvallen, zal de gelofte nergens als een vrucht van het ware evangelische leven kunnen worden aangetroffen. Zich in de werkzaamheid van de ware liefde door geloften te laten binden, kan alleen als vrees voor de zwakheid en weerspannigheid van het eigen hart verklaard en verontschuldigd worden en is, namelijk in zover het uit dit beginsel geschiedt, toe te laten, maar in ieder ander opzicht verwerpelijk; het moet voorgesteld worden als het afdalen tot een diepte, waaruit de in Christus tot vrijheid geborene voor altijd moest zijn verrezen.
34. Dit zijn de geboden, die de HEERE Mozes geboden 1) heeft, aan de kinderen van Israel, op en bij de berg Sinai. 2)
1) Hierdoor verbindt Mozes aan de kennis van de wet de geloofwaardigheid ervan. Allereerst vanwege de autoriteit, omdat deze van God is gegeven. Vervolgens, omdat hij zichzelf niet de rol van wetgever heeft toebedeeld, maar omdat hij door God is gekozen, en geroepen, om dit ambt te vervullen. Doch van de kinderen van Israel verlangt Hij vertrouwen en achting, omdat hij tot hen is gezonden, als onderwijzer en leermeester.
2) De nu nog volgende wetten zijn door de Heere aan Mozes opgedragen, toen de toebereidselen, om uit de nabijheid van de Sinai op te breken, reeds een aanvang hadden genomen en bestaan deels in tijdelijke voorschriften, deels in aanwijzingen voor bepaalde gevallen, deels in verdere ontwikkelingen van de reeds vroeger afgekondigde fundamentele wetten.
SLOTWOORD
In verband tot de beschrijving van de Tabernakel (Exodus. 26 vv.) staat die van de verschillende offers in dit derde boek van Mozes. Het offer vinden wij reeds bij de eerste mensen (Genesis 4:4); later bij Noach (Genesis 8:20). Abraham is bereid, om zijn zoon God ten offer te brengen. Zo waren de offers reeds lang voor Mozes in gebruik, en dit zelfs onder de heidense volken. Reeds van het vroegste, in de Heilige Schrift voorkomende offers kan worden gezegd, dat zij door middel van een bijzondere Godsopenbaring de mens waren opgelegd. Hetzelfde kunnen wij nu ook zeggen van de verdere ontwikkeling van de offerdienst; ook deze behoort tot hetgeen Mozes op de berg is meegedeeld. De algemene betekenis van alle offers is de overgave van zichzelf en zijn innerlijke wezen en leven aan God; dit nu wordt uiterlijk voorgesteld en afgebeeld door het brengen van het beste, dat men bezit, aan Hem. Het was dus reeds naar het uitwendige een oefening in zelfverloochening en gehoorzaamheid aan het Goddelijk voorschrift; het was verbreking van eigen wil, buiging van die wil onder de wil van God, gelijk de zedewet de gehoorzaamheid van de harten, wat gezindheid, liefde en vertrouwen aangaat, moet regelen; tevens waren de offers tekenen van de voortdurende erkenning van de verbondsgemeenschap met Jehova. Maar in dit uitwendige, zinnelijke en zichtbare bij de offers, waaraan een groot deel van het volk hangen bleef, bestond toch, naar de bedoeling van de Wetgever, die ook door velen en in de loop der eeuwen altijd beter gekend werd, het eigenlijke wezen en de betekenis van de zaak niet; het moest tevens schaduwbeeld van iets hogers, van iets volkomens, iets toekomstigs zijn, dat zich in het offer van Christus als de volmaakte zelfopoffering en ware overgave aan God openbaart. De gehele wet, waartoe nu ook de offerdienst behoort, heeft maar een schaduw van de toekomende goederen, niet het beeld zelf van de zaken (Heb.10:1). Zo is de oudtestamentische offertheorie niet iets onwaars, maar iets onvolkomens, dat ons nu wijst op het volmaakte, dat daarvoor de weg baant en het voorbereidt.
Bij de behandeling van dit derde boek zijn wij er opnieuw in bevestigd, dat het niemand anders dan Mozes, de man Gods, tot auteur heeft gehad. De voorstelling van zaken, de aanwijzijng van de godsdienstige plechtigheden verraadt onmiskenbaar de man, die op Gods bevel, op Zijn onmiddellijke lastgeving, dat alles aan het oude Verbondsvolk heeft meegedeeld en gechreven in het boek, daartoe verordend. Het geheel toont duidelijk, dat het door een hand is geschreven, die zich nauwkeurig doel en omvang heeft voor ogen gesteld, en het bevestigt met het, voor de gelovigen alles afdoend woord, dat hem alles is meegedeeld en getoond, door niemand minder dan God zelf. Geen gezochte, maar een werkelijke, goddelijke, harmonische eenheid valt in dit boek niet te loochenen, maar duidelijk aan te wijzen. Alles concentreert zich, om het Heiligdom, dat Jehova onder Israel had opgericht. Alles bedoelt de heiligheid van het in zichzelf onheilig volk, opdat het Verbond, met hen opgericht, van kracht zou blijven, en de Verbondsweldaden mild tot hen konden uitstromen. En waar er soms veranderingen gebracht worden in eenmaal gegevene verordeningen, daar geschiedt dit, omdat de Heere zich altijd schikt naar de behoeften en toestanden van de Zijnen; daar heeft dit plaats, opdat Zijn volk steeds meer een volk zal worden, dat Hem gewillig dient, zonder enig mopperen; daar wordt dit gedaan, omdat de toestand van het volk ook anders is geworden. Vandaar dat ook gedurig nog geboden herhaald worden, niet, omdat aan dit boek verschillende grondschriften ten grondslag liggen, maar of, omdat de toestand enigszins anders is geworden, of omdat de Heere bij schijnbare herhaling toch met die voorschriften op iets wijzen wil, wat geheel past in het kader van de voor de eerste maal te geven rechten en instellingen (hoofdstuk 23 en 26). Laten wij niet vergeten, dat Israel, als een volk van slaven, uit Egypte is gevoerd, en dat het daarom nodig was, dat het gedurig weer aan de wet van de tien geboden als grondwet op allerlei wijze werd herinnerd, opdat het zou leren, dat alle ceremoniele wetten dienden, opdat hun de wet van de zeden zou worden ingescherpt, en dat het volbrengen van wat God, op godsdienstig en burgerlijk gebied, verordende, moest strekken, opdat zij de tien geboden, de grondwet van het Koninkrijk Gods, zouden leren onderhouden. Alle ceremoniele wetten waren als even zovele trappen, die moesten dienen, dat Israel zou komen tot de geestelijke kennis en de aanbidding van een God, die zich in Christus Jezus, de te komen Messias, de eeuwige en grote Hogepriester, als een verzoend God, voor al Zijn volk openbaarde en zou openbaren.
Door geheel het Oude Testament heen zijn de denkbeelden verzoening en vrijlating naast elkaar geplaatst als een heenwijzing naar Christus en naar de vrucht van zijn werk. Christus werd geofferd, de zondaar vrijgelaten. Ook het denkbeeld van gedood te worden en uit de dood weer op te staan wordt in het zestiende hoofdstuk van Leviticus “over twee bokken” uitgedrukt, en dus de vrijlating van het offer zelf, dat reeds in Izak afgebeeld was. Ook wij, in Christus gestorven zijnde, zullen in Hem weer opstaan. De twee bokken moeten dus afzonderlijk voorstellen, wat zich in Christus verenigt, de dood en de opstanding. Het is hetzelfde met de ene duif, die gedood werd en de andere, die vrij naar de hemel vloog. Ook ligt hierin een zedelijke zin, want in de dingen van God is het ene afspiegeling van het andere, de oude mens moet ten onder gebracht worden, de nieuwe moet zich ten hemel verheffen.
Wij hebben in Leviticus gezien dat zowel de verzoening als de reiniging van de zondaar aan de offertheorie ten grondslag ligt. Het bloedige offer werd door de offeraar zelf tot zijn plaatsbekleder gewijd en dit zinnebeeldig door het leggen van zijn hand op de kop van het dier uitgedrukt, als om daardoor te verklaren dat hij zijn schuld op dit schuldeloze overbracht. In het gevoel van die schuld en met het verlangen God weer geheel toe te behoren, slachtte hij
(niet de priester) het offerdier, terwijl hij daarmee betuigde dat hij zelf om zijn schuld de dood verdiend had, die het dier onderging en de wens uitdrukte dat God hem van de straf mocht ontheffen. Op de rechtvaardiging (verzoening) volgde nu ook de heiliging. Deze heiliging of toewijding van de zondaar aan Jehova werd zinnebeeldig uitgedrukt door het verbranden van al het vlees of een gedeelte daarvan met de (zogenaamde onbloedige) spijsoffers: brood en wijn, olie, wierook en zout. Dat dit alles maar zinnebeeldig was, zowel verzoening als heiliging, wordt door de schrijver van de brief aan de Hebreeen in het helderste licht gesteld, wanneer hij verklaart: “Indien het boed van de stieren en bokken en de as van de jonge koe, besprenkelende de onreinen, hen heiligt tot de reinheid van het vlees, hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest zichzelf God onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken om de levende God te dienen?” Wat een gewichtige, heerlijke, vertroostende betekenis verkrijgt nu voor de gemeente der gelovigen, die juichen mag dat haar Pascha, namelijk Christus, geslacht is, de viering van het Heilig Avondmaal, als zijnde van harentwege een plechtige verklaring, welke zij aflegt: “O Lam Gods! Uw dood is ons leven,” en een plechtige toewijding aan de dienst van Hem, die het haar aan dat Avondmaal doet ondervinden, dat zijn vlees waarlijk spijs en zijn bloed waarlijk drank is; die het haar op de stelligste wijze verzekert en verzegelt, dat Hij haar een eeuwige rustplaats bereid heeft in het Vaderhuis, waar zij Hem en de Vader altijd zal opofferen een offerande van lof, namelijk de vrucht van de lippen, die zijn maan beleiden. “Juich, o sterveling! Juich, verzoende! Juich, de pijl van de dood brak af: Jezus, voor uw schuld voldoende, Rukte het zegel van het graf. Jezus, uit de dood verheven, Is de waarborg van uw leven, Borgtocht van uw Heilgenot. Treed dan blij het sterfuur tegen; ‘t Is vervulling van de zegen: Uw Verlosser, ja, is God!
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Leviticus 27
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
OVER GELOFTEN EN TIENDEN.
I. Vers 1-34
Als een aanhangsel op de Sinaitische wetgeving volgen nu nog de bepalingen over de geloften, die als vrijwillige daad van godsvrucht eigenlijk buiten de wet stonden, in zoverre zij door deze niet werden geeist, maar ook konden nagelaten worden, zonder dat, daarom het Verbond met God verbroken werd; die echter ook een regeling door de wet nodig hadden, om met de geest van de wet overeen te komen.
1. Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
2. Spreek tot de kinderen van Israel en zeg tot hen: Wanneer iemand bij zijn gebed om redding of om de gave van iets goeds, een gelofte voor de Heere zal afgezonderd hebben, dat hij Hem voor die gave iets ten offer wil brengen, naar uw schatting zullen de zielen van de HEERE zijn; gij zult naar priesterlijke schatting tegen geld het beloofde offer van de ziel, d.i. van de persoonlijkheid inruilen, wanneer hij, die het beloofd heeft, zijn gelofte vervult.
3. Als uw schatting van een man, de regel volgens welke de priester schat, zal zijn van twintig jaar oud, tot een die zestig jaar oud is, dan zal uw schatting voor een man zijn van vijftig sikkels zilver, naar de sikkel van het heiligdom, d.i. voor een man, 50 zilveren sikkels.
4. Maar is het een vrouw, dan zal uw schatting zijn dertig sikkels.
5. En is het van een, die vijf jaar oud is, tot een die twintig jaar oud is, zo zal uw schatting van een man twintig sikkels zijn, en voor een vrouw tien sikkels.
6. Maar is het van een, die een maand oud is, tot een, die vijf jaar oud is, zo zal uw schatting van een man zijn vijf sikkels zilver, en uw schatting over een vrouw, zal zijn drie sikkels zilver.
7. En is het van een, die zestig jaar of ouder is (vs.3), is het een man, zo zal uw schatting zijn vijftien sikkels, en voor een vrouw tien sikkels.
8. Maar zo hij armer is dan uw schatting, te arm om de met uw schatting overeenkomende som aan het heiligdom te kunnen betalen als lossing, zo zal hij zich voor het aangezicht van de priester zetten, opdat de priester hem naar een andere maatstaf dan die van de wet schatte, naar dat de hand van hem, die de gelofte gedaan heeft, zal kunnen verkrijgen, zal de priester hem schatten, dus naar de maatstaf van zijn vermogen, opdat het ook een arme mogelijk zij, voor zijn persoon de Heere een gelofte doen.
De geloften zijn, net als de offers, zeer oud (Genesis 28:20 vv. Job 22:27) en worden bij alle volkeren aangetroffen (Jona 1:10). Zij bestaan in de belofte God iets te geven, of Hem ter ere zich van een anders veroorloofd genot te onthouden en gaan deels van de veronderstelling uit, dat men daardoor iets doet, wat Hem welgevallig is en waardoor men dan Zijn bijzondere genade deelachtig wordt; deels wordt daarmee bedoeld in een buitengewoon geval, waarin men de hulp van God dringend nodig heeft, zich daardoor van deze hulp te verzekeren, dat men reeds vooraf zich plechtig tot een wederdienst verbindt. De bepalingen van de wet laten zich tot de twee volgende hoofdstellingen beperken: 1. Wanneer gij geen geloften doet, wordt dat u niet als zonde toegerekend; maar wat gij beloofd hebt, zult gij houden en zult doen wat gij de Heere, uw God vrijwillig hebt beloofd (Deuteronomium. 23:22 vv.); 2. Gij moogt de Heere niets beloven wat Hem reeds toebehoort, of waardoor Zijn door de wet geheiligde orde verbroken wordt, of waaraan zonde en schande kleeft (Leviticus. 27:26 vv. Numeri. 30:4 vv. Deuteronomium. 23:18). Ook mag nimmer iets dat minder in waarde is dan het eigenlijk beloofde Hem als betaling van de gelofte toegebracht worden, om daardoor met Hem op een effen voet te komen (Leviticus. 27:10). Daar de geloften in zich sluiten of de belofte van een toewijding aan God, of een onthouding van iets tot Zijn ere, onderscheidt de wet deels toewijdings-, deels onthoudingsgeloften. Tot de laatste behoort vooral het in Numeri. 6 nader te ontwikkelen Nazireeerschap en het in Numeri. 30:14 vermelde vasten; terwijl wij in dit hoofdstuk alleen met toewijdingsgeloften te doen hebben. En zo worden alle dingen, die men de Heere beloven kan, opgenoemd: 1. een mens, (vs.2-8), 2. een dier, (vs.9-13), 3. een huis, (vs.14,15), 4. een stuk grond (vs.16-25). Wat nu de gelofte van mensen aangaat, kon men of zichzelf of een van zijn onderhorigen de Heere tot een bijzonder eigendom beloven, want in het algemeen waren allen in Israel het eigendom van de Heere (Exodus. 19:5) en moesten zich als zodanig beschouwen ook ten gevolge van de heiliging van de eerstgeborenen, waarin, als in de kern van het gehele volk, de Heere hen allen tezamen zich geheiligd had (zie Ex 13.2). Die zo zichzelf de Heere beloofd had, of door zijn ouders of heersers Hem beloofd was, was daardoor een lijfeigene van het heiligdom geworden en had eigenlijk met het maatschappelijk leven niets meer te maken, maar moest in zoverre hij als leek daartoe in de gelegenheid was, in de tent der samenkomst dienst doen. Zoals intussen de eerstgeborene bij mensen moest gelost worden (Exodus. 13:13; 34:20 Numeri. 18:16) en wellicht ook hij zich lossen moest, die door aanraking met het Allerheiligste heilig was geworden (zie Le 6.18), zo kocht ook hij, die beloofd was, zich los of werd losgekocht en was het geld daarvoor betaald, in zijn plaats voor de dienst van het heiligdom (2 Koningen. 12:4 vv.). Bij de bepaling van de prijs van de waarde, waarvoor hij zichzelf lossen of gelost worden moest, kwam volgens de bovenstaande verzen zowel zijn ouderdom als zijn geslacht in aanmerking; het meest had hij te betalen, die zich op de leeftijd van de hoogste levenskracht bevond, maar het vrouwelijk geslacht als het zwakkere deel (1 Petr.3:7) betaalde op iedere leeftijd maar de helft, waarbij voor de getallen 50, 15, 5, de ronde sommen 30, 10, 3 als de helft werden gerekend (vs.3,6,7).
9. En indien het beloofde een beest is en wel zulk een beest, waarvan men de HEERE offerande offert, een rund, schaap of geit: al wat hij daarvan, van dit vee, de HEERE zal gegeven hebben, zal van het ogenblik af dat het beloofd werd, heilig zijn, zodat de bezitter zijn eigendomsrecht daarop heeft verloren.
10. Hij zal daarom niet vermangelen, noch het verwisselen, gevende een goed voor een kwaad met een goede bedoeling, of een kwaad voor een goed, met een zelfzuchtige bedoeling; indien hij nochthans een beest voor een beest enigszins verwisselt, zo zal dit, en wat daarvoor verwisseld is, zowel dit eerste als het tweede beest, de Heere heilig zijn, 1) daar het eerste, als reeds volgens (vs.9) heilig, de Heere niet weer kan ontnomen worden.
1) Hiermee wil de Heere zeggen, dat, wanneer een beest de Heere beloofd is, het niet terug mag genomen worden. Het mocht niet vermangeld, d.i. geruild worden tegen een ander of verwisseld met een ander. Het beloofde moest de Heere gegeven worden. Was het echter zo, dat het wegens een of ander gebrek niet op het altaar mocht komen, en werd het daarom voor een ander verruild, dan moest het eerste aan de priester tot levensonderhoud worden gegeven, en het andere de Heere geofferd, want beide dieren waren heilig, d.i. de Heere gewijd.
11. En indien het beloofde enig onrein beest is, 1) van hetgeen men de HEERE geen offerande offert, b.v. een ezel, zo zal hij dat beest, daar het ten voordele van het heiligdom moet verkocht worden, tot schatting van zijn waarde voor het aangezicht van de priester zetten.
1) Mozes handelt nu over de stomme dieren, welke hij beveelt, de Heere te offeren, indien zij voor offeranden geschikt waren. Indien zij verminkt waren of onrein, geeft hij de wet van de lossing. Maar de vraag kan oprijzen, hoe men mag beloven, wat God verboden heeft Hem te offeren, en van de toegang tot de tempel als onrein heeft afgesloten. En zeker, indien het iemand in de gedachte was gekomen, een onrein dier te offeren, zou het een godsverering zijn geweest, die verwerpelijk was, ja, waarvoor verzoening nodig was. Doch hier wordt (naar mijn oordeel) een ander soort van offerande aangevoerd, die de offeranden en de tempeldienst niet tegen de voorschriften van de wet in bedierf. Er stak niets ongerijmds in, dat, indien God zo’n gelofte ontving, Hij die wuftheid kastijdde met een geldboete. B.v., dat de gebieder een krachtig en beproefd paard, indien het in gevaar was, had beloofd, maar hij, nadat het weer gered was, veroordeeld werd, om de waarde ervan te betalen. Zo ook ten opzichte van de overige dingen. De gelofte bestond dan in niets anders, dan dat men aan de hoede en bescherming van God overgaf, wat men wenste te behouden. Hierdoor kwam er een grote overvloed van geloften, welke echter op de een of andere wijze moesten gehouden worden, opdat de heilige Naam van God niet tot een aanfluiting zou worden. De schatting hiervan laat God over aan het oordeel van de priester. Indien echter het dier geofferd kon worden, was geen lossing mogelijk. Indien iemand een ander dier in de plaats stelde, of de waarde betaalde, ontving hij straf voor zijn bedrog, omdat beide God waren geheiligd. Doch de schatting wordt vastgesteld, welke de “belover” opgelegd wordt, omdat God beveelt, dat de Israeliet zou staan voor de rechtbank van de priesters, en bij wijze van boete moesten zij erbij voegen, een vijfde gedeelte boven de waarde, door de priesters bepaald.
12. En de priester zal dat op een gemiddelde prijs schatten, naar dat het goed of kwaad is, dus het goede niet te hoog en het kwade niet te laag, naar uw schatting, priester! zo zal het zijn, naar de door u aangegeven waardezal het verkocht worden en de opbrengst voor het heiligdom zijn.
13. Maar indien hij, de belovende, het immers, integendeel, lossen, de vastgestelde prijs betalen zal, om het beest te kunnen behouden, zo zal hij, als rouwgeld daarvoor, dat hij een de Heere beloofde zaak zich niet kan ontzeggen, een vijfde deel hiervan boven uw schatting toedoen (Leviticus. 5:16).
14. En wanneer iemand zijn huis zal geheiligd hebben, dat het de HEERE heilig zij, zo zal de priester dat schatten, ten behoeve van de latere verkoop (vs.11), en wel op middelbare waarde, naar dat het goed of kwaad is, (vs.12); zoals de priester dat geschat zalhebben, zo zal het stand hebben.
15. En indien hij, die het geheiligd heeft, zijn huis zal lossen, om het te kunnen behouden, zo zal hij een vijfde deel van het geld van uw schatting daarboven toedoen, als boete (vs.13); zo zal het zijn zijn. 1)
1) Ten opzichte van de huizen gold dezelfde wet als voor het onrein vee. Een huis, de Heere gewijd, werd ten behoeve en ten voordele van het huis van de Heeren verkocht. Wilde echter de “belover” het terug hebben, dan werd het getaxeerd en voor de getaxeerde waarde, vermeerderd met een vijfde van die som, kon men het terugkrijgen.
16. Indien ook iemand van de akker en wel van de akker van zijn bezitting, zijn erfgoed, de HEERE wat geheiligd zal hebben, zo zal uw schatting van de akker zijn naar zijn zaad, naar de hoeveelheid zaad, die bij het bezaaien gebruikt wordt. Een stuk land bezaaid met een homer gerstenzaad zal zijn gewaardeerd op vijftig sikkels zilver.
17. Indien hij daarna zijn akker dadelijk van het Jubeljaar 1) af geheiligd zal hebben, zo zal het naar uw schatting stand hebben.
1) Vs.17 verklaart vs.16. De vijftig sikkels zilver is niet de schatting over eenn jaar, maar over 50 jaar, die verliepen tussen het ene en het andere Jubeljaar. De vijftig sikkels zilver was de som voor een gemiddelde opbrengst, gedurende 50 jaar. Jaarlijks moest die som afgelost worden.
18. Maar zo hij zijn akker enige tijd na het Jubeljaar geheiligd zal hebben, dan zal hem de priester het geld rekenen naar de jaren, die nog over zijn tot het Jubeljaar; en het zal van uw schatting afgetrokken worden, al naar dater veel of weinig jaren over zijn, de akker hoger of minder schatten, zodat hij, die de gelofte doet, wanneer b.v. nog slechts 10 jaar moesten verlopen, slechts het 10de deel van de gehele som in jaarlijkse termijnen moest betalen.
19. En indien hij, die de akker geheiligd heeft, deze geheel lossen zal, om vrij hierover te kunnen beschikken en in voorkomende gevallen die te kunnen verkopen, zo zal hij een vijfde deel van het geld van uw schatting daarboven toedoen, en dezee zal hem gevestigd tot zijn beschikking zijn.
20. En indien hij die akker niet zal lossen of indien hij die akker gedurende die tijd tot het volgende Jubeljaar aan een andere man verkocht heeft, zo zal hij tot straf daarvoor, dat hij zich aan het eigendom van de Heere, waarop hij door zijn gelofte geen recht meer had, heeft vergrepen, in het geheel niet meer gelost worden 1) en in het Jubeljaar, waarin de nieuwe koper hem weer overgeven moet (Leviticus. 25:28), niet meer terug ontvangen.
1) Hieruit blijkt, dat de akker niet alleen aan het Heiligdom verviel, wanneer de “belover” deze aan een ander had verkocht, maar ook, wanneer hij deze niet voor het Jubeljaar had gelost.
21. Maar die akker, nadat hij in het Jubeljaar zal uitgegaan zijn, zal de HEERE heilig zijn, als een verbannen akker; 1) (vs.28) de bezitting daarvan zal van de priesters zijn, de priesters voor altijdtoevallen.
1) Dat is, als een akker, waarop de gewezen bezitter geen recht van lossing meer had, als hebbende hij dit door zijn weigering zelf verbeurd.
In het Hebreeuws Kisdee hacherem. De Zeventigen vertalen daarom: als een verpande akker. De Statenvertalers vertalen: verbannen akker. Het Hebreeuwse woord geeft aan, een akker, die aan God gewijd is, maar niet meer kan terug gekocht worden. Het werkwoord, waarvan het afgeleid is, betekent, iets van het algemeen gebruik afzonderen, of afhouden.
22. En indien hij de HEERE een akker heeft geheiligd, die hij gekocht, van een andere Israeliet naar het bevel (Leviticus. 25:15 vv.) tot op het eerstvolgende Jubeljaar in pacht genomen heeft, en deze niet is van deakker van zijn bezitting, erfgoed (vs.16), die hij dus in het Jubeljaar zonder losgeld aan zijn oorspronkelijke bezitter terug moet geven.
23. Zo zal de priester hem rekenen de som van uw schatting, naar zijn waarde, overeenkomstig zijn opbrengst (vs.16) tot het Jubeljaar, terwijl hij daarbij slechts de tot het Jubeljaar nog overblijvende jaren in rekening brengt; en hij, die de gelofte gedaan heeft, zal op deze dag uw schatting geven, de verschuldigde som op dezelfde dag, dat hij zijn gelofte betaalt, in het heiligdom brengen, dat deze akker een heiligheid voor de HEERE zij, voor de gehele, nog tot het Jubeljaar overblijvende tijd.
24. In het Jubeljaar zal die akker, naar hetgeen gezegd is, (Leviticus. 25:23-28) terugkomen tot die, van wie hij hem gekocht had tot hem, wiens de bezitting van dat land was.
25. Al uw schatting nu, waardering door de priester in de (vs.3-23) opgenoemde gevallen, zal naar de sikkel van het heiligdom geschieden, naar de oorspronkelijke sikkel van volkome gewicht, niet naar de sikkel van geringe waarde, die in het gewone leven gangbaar is (Ex.30:13), a) de sikkel zal zijn van twintig gera.
a) Numeri. 3:47 Ezech.45:12
Uit 1 Kon.10:17 en 2 Kron.9:16, volgens welke 3 mina (pond) = 300 sikkels zijn, de mina dus 100 sikkels bevat, terwijl zij naar onze opgave bij Exodus. 30:13 slechts 50 heilige sikkels bevatte, volgt dat de gewone sikkel maar de helft was van de heilige sikkel (= 1 Beka), wat dan ook door de Rabbijnen wordt aangenomen. Daar er, zoals blijkt uit Genesis 24:22 en Exodus. 38:26 ook halve sikkels of beka-stukken waren van 10 gera, welke in het dagelijks leven gebruikt werden, kon men des te gemakkelijker ook aan deze de naam “sikkel” geven, omdat de naam op zichzelf geen bepaald gewicht uitdrukt, maar slechts in het algemeen iets dat afgewogen is.
26. a) Maar het eerstgeborene, dat de HEERE reeds volgens de wet (Ex.13:2), van een beest eerst geboren wordt, dat zal niemand heiligen, door een bijzondere gelofte beloven te zullen geven; hetzij een os, of klein vee, een eerstgeborene van rund of klein vee, het is van de HEERE en zal Hem dus bovendien als offer gebracht worden.
a) Exodus. 22:29; 34:19 Numeri. 3:13; 8:17
27. Doch is het van een onrein beest, behoort dit eerstgeborene tot de onreine niet voor offer bestemde beesten, hij zal dat lossen naar uw schatting, waarvoor het door de priester geschat wordt, en zal zijn vijfde deel daarboven toedoen; en indien het niet gelost wordt door hem, aan wie het geboren en die tot het geven hiervan aan het heiligdom verplicht is, zo zal het verkocht worden naar uw schatting.
De Heere wijzigt dus de eerder (Ex.13:13; 34:20) door Hem gegeven verordening dat onreine, niet voor een offer vatbare dieren door een schaap gelost, of gedood moeten worden, ten voordele van het nu opgerichte heiligdom en van de onderhouding van de priesterstand. (Numeri. 18:15 vv.).
28. a) Evenwel niets dat verbannen is, dat iemand de HEERE zal verbannen 1) hebben, van al hetgeen Hij heeft, van een mens of van een beest, of van de akker van zijn bezitting, zal verkocht noch gelost worden; al wat verbannen is, zal de HEERE een Heiligheid der Heiligheden zijn, Hem geheel en onveranderlijk gewijd zijn; het mag daarom niet door verkoop en lossing in de handen van mensen overgaan.
a) Jozua. 6:18; 7:13 vv.
1) Verbannen heeft een veel sterkere betekenis dan beloven. Het verbannene was onherroepelijk de Heere over gegeven. De ban werd later uitgesproken over personen en goederen, als een theocratisch strafgericht, wegens afgoderij en beeldendienst.
29. Al wat verbannen is, dat van de mensen, van de gehele gemeente wegens zijn afgoderij (Ex.22:20), zal verbannen zijn, zal niet gelost worden, maar het zal, nadat de ban in behoorlijke vorm, naar Deuteronomium. 17:2 vv., over hem uitgesproken is, zeker gedood worden.
Als een bijzondere gelofte van toewijding, ontdekken wij hier de bangelofte, d.i. die gelofte, waardoor van hetgeen men de Heere wilde toewijden, geheel en voor altijd afstand werd gedaan en men het Hem onherroepelijk tot een eigendom overgaf. “Verbannen” betekent dus “heiligen” in verhoogde graad; het is de gehele overgave aan God met uitsluiting van alle mogelijkheid om het ooit weer terug te ontvangen, wat bij het in gewone zin geheiligde nog altijd mogelijk was. Op grond hiervan wordt ook bij de vermelding van hetgeen iemand van het zijne verbannen kan, zowel het huis als het gekochte veld ongenoemd laten; het eerste kon de eigenaar niet voor altijd weggeven, zonder zichzelf van een beschermend dak te beroven; (het tweede) was niet werkelijk het eigendom van de koper, maar alleen, naar het in Israel heersende recht, een soort van pakgoed, dat in het jaar van de vrijlating weer tot de oorspronkelijke bezitter terugkeerde. Mensen, die men de Heere verbande, werden werkelijk lijfeigenen van het heiligdom, en moesten van het burgerlijk leven voor altijd afstand doen, zoals wij dit zien in Samuel (1 Samuel 1:11,24 vv.), evenals in de dochter van Jefta (Richteren. 11:30,34 vv.). Deze soort van toewijding, die in betrekking staat tot de eenvoudige gelofte, zoals het brand- tot het dankoffer, gebeurde overal daar, waar de aandrang van het gemoed, welke in het algemeen de grond is van alle geloften, het krachtigst was en slechts in de volkomen verzaking van het beloofde voorwerp haar bevrediging vond. Daarvan is echter een andere, de vernietigingsban, wel te onderscheiden, waarbij iemand de Heere overgegeven werd, niet tot eeuwig eigendom, maar tot vernietiging; hier is drijfveer van het godvrezende hart, niet liefde en dankbaarheid jegens Hem, die gezegend heeft en nog daarmee voortgaat, maar heilige ijver voor Zijn ere en toorn tegen hem, die deze ere geschonden heeft. Zo’n ban zou komen niet alleen over de afzonderlijke afgodendienaar (Exodus. 22:20 Deuteronomium. 17:2 vv.), maar ook over een gehele afgodische plaats (Deuteronomium. 13:12 vv.), ja! over het gehele afgodische volk van de Kanaanieten, wier maat van gruwelen nu vol was geworden (Deuteronomium. 20:16 vv.). Waar deze ban zo streng mogelijk werd voltrokken, werd daarin ook al wat de verbannene bezat, begrepen en met hem vernietigd, of tot een schat aan het huis van de Heere gegeven (Jozua 6:21 vv.; 1 Samuel. 15:2 vv.); in andere gevallen bleef de levende en dode have van een verbannene in de ban verschoond en werd dan het eigendom van hen, die de ban voltrokken (Deuteronomium. 2:34 vv. Jozua. 8:26 vv.). Zo’n ban van vernietiging over een mens of vergadering te brengen en te voltrekken, was natuurlijk geen personele zaak, maar alleen de zaak van de gehele gemeente; het was een in Zijn naam volvoerd Gods oordeel, waardoor de Heere geheiligd werd aan hen, die Hem niet hadden willen heiligen in hun hart. Tot een dergelijke voltrekking van het oordeel kon echter slechts een hetzij kleinere, hetzij grote volksverzameling de bevoegdheid hebben, wanneer zij niet zelf aan deze zware zonde schuldig stond.
30. Ook alle tienden, 1) tiende gedeelte van de jaarlijkse oogst, van het land, waarin gij nu komt, van het zaad van het land, van hetgeen op het veld groeit, van de vrucht van het geboomte, wijnstok zowel als olijfboom (Deuteronomium. 14:23) zijn, volgens de gewoonte, die reeds bij de vaderen bestond (Genesis 14:22; 28:22), welke Ik nu tot wet maak, totdat Ik u dan later (Numeri. 18:20 vv.) zeggen zal wat met deze tienden geschieden moet, van de HEERE, zij zijn de HEERE heilig, zij moeten aangemerkt worden als een Hem reeds gewijd eigendom, waarom zij evenmin als de eerstgeborenen van het vee (vs.26), totvoorwerpen van een bijzondere gelofte mogen gemaakt worden.
1) Met deze woorden toont God, dat Hij, door de tienden aan de Levieten te schenken, afstand doet van Zijn eigendomsrecht, omdat deze voor Hem zijn als een soort van koninklijke belasting. Maar zo neemt Hij ook alle bezwaar weg, omdat toch de andere stammen erover zouden kunnen mopperen, dat zij bovenmate bezwaard werden.
31. Maar als iemand van zijn tienden immers iets lossen zal, wat hem altijd zal geoorloofd zijn, hij zal zijn vijfde deel, boven de eigenlijke waarde daarboven toedoen, zoals bij de andere lossingen (vs.13,15,19,27).
32. Aangaande al de tienden van runderen en klein vee, alles wat onder de roede 1) zal doorgaan, over het algemeen van het vee kan vertiend worden, het tiende zal, evenals het tiende deel van de opbrengst van het land (vs.30), de HEERE heilig zijn, en zal niet eerst beloofd, maar ook zonder bijzondere belofte gegeven worden.
1) Volgens de Rabbijnen werd, bij het afzonderen van de tienden van het vee, het bedoelde vee in een stal gedreven en dan stuk voor stuk weer uitgelaten, met een staf geteld en ieder tiende stuk met rood krijt gemerkt. Naar deze gewoonte worden in de bovenstaande uitdrukking alle tienden van het vee in het algemeen samengevat.
33. Hij zal, bij uitzondering daarvan tussen het goede en het kwade niet onderzoeken, niet vragen of het tiende stuk goed of kwaad is; hij zal het ook niet verwisselen, noch met een goede, noch met een zelfzuchtige bedoeling (vs.10); maar indien hij het immers verwisselen zal en een ander voor dat tiende stuk geven, het zij dan beter of slechter, zo zal dit en wat daarvoor verwisseld is, zowel het rechte als het ondergeschovene, heilig, aan het heiligdom vervallen zijn; het zal niet gelost worden, want gij zult u geen ingrijpen in het eigendom van de Heere veroorloven.
In het Christelijk leven is er voor het “bijzonder” beloven geen plaats meer (1 Tim.4:3 vv.); het behoort tot de uiterlijkheden van de toestand van onvolkomenheid (Galaten. 4:3). De Christen geeft zich voortdurend met lichaam, ziel en geest en al wat hij heeft, God ten offer, dat offer is levend, heilig en God welgevallig, dat is zijn redelijke godsdienst (Rom.12:1). Zo zijn dan ook de pauselijke beloften tegen de geest van het Evangelie. Daarentegen vernieuwt een Christen dagelijks zijn doopgelofte: te verloochenen de duivel de wereld, de zondige lusten van het vlees, en ook God en zijn Heere Jezus Christus te dienen; zijn leven lang en eigent zich in deze zaak toe wat in Psalm. 50:14; 81:6; 66:13; 116:14,18, over geloften gezegd wordt.
Slechts als het leven nog onder de wet is, staat ook de gelofte als een neiging om zijn eigen besluit, zijn eigen wil tot een bindende wet te maken, in overeenstemming met de algemene levensregel. Vandaar de geloften in het Oude Verbond en de nagalm van deze dingen in het leven van Paulus (Hand.18:18; 21:24); ofschoon de daar vemelde toedracht van zaken de stempel draagt van een vervulling van de wet als godsdienstig gebruik, of als het letten van de liefde op de zwakheid van de naaste. Waar zulke aanleidingen wegvallen, zal de gelofte nergens als een vrucht van het ware evangelische leven kunnen worden aangetroffen. Zich in de werkzaamheid van de ware liefde door geloften te laten binden, kan alleen als vrees voor de zwakheid en weerspannigheid van het eigen hart verklaard en verontschuldigd worden en is, namelijk in zover het uit dit beginsel geschiedt, toe te laten, maar in ieder ander opzicht verwerpelijk; het moet voorgesteld worden als het afdalen tot een diepte, waaruit de in Christus tot vrijheid geborene voor altijd moest zijn verrezen.
34. Dit zijn de geboden, die de HEERE Mozes geboden 1) heeft, aan de kinderen van Israel, op en bij de berg Sinai. 2)
1) Hierdoor verbindt Mozes aan de kennis van de wet de geloofwaardigheid ervan. Allereerst vanwege de autoriteit, omdat deze van God is gegeven. Vervolgens, omdat hij zichzelf niet de rol van wetgever heeft toebedeeld, maar omdat hij door God is gekozen, en geroepen, om dit ambt te vervullen. Doch van de kinderen van Israel verlangt Hij vertrouwen en achting, omdat hij tot hen is gezonden, als onderwijzer en leermeester.
2) De nu nog volgende wetten zijn door de Heere aan Mozes opgedragen, toen de toebereidselen, om uit de nabijheid van de Sinai op te breken, reeds een aanvang hadden genomen en bestaan deels in tijdelijke voorschriften, deels in aanwijzingen voor bepaalde gevallen, deels in verdere ontwikkelingen van de reeds vroeger afgekondigde fundamentele wetten.
SLOTWOORD
In verband tot de beschrijving van de Tabernakel (Exodus. 26 vv.) staat die van de verschillende offers in dit derde boek van Mozes. Het offer vinden wij reeds bij de eerste mensen (Genesis 4:4); later bij Noach (Genesis 8:20). Abraham is bereid, om zijn zoon God ten offer te brengen. Zo waren de offers reeds lang voor Mozes in gebruik, en dit zelfs onder de heidense volken. Reeds van het vroegste, in de Heilige Schrift voorkomende offers kan worden gezegd, dat zij door middel van een bijzondere Godsopenbaring de mens waren opgelegd. Hetzelfde kunnen wij nu ook zeggen van de verdere ontwikkeling van de offerdienst; ook deze behoort tot hetgeen Mozes op de berg is meegedeeld. De algemene betekenis van alle offers is de overgave van zichzelf en zijn innerlijke wezen en leven aan God; dit nu wordt uiterlijk voorgesteld en afgebeeld door het brengen van het beste, dat men bezit, aan Hem. Het was dus reeds naar het uitwendige een oefening in zelfverloochening en gehoorzaamheid aan het Goddelijk voorschrift; het was verbreking van eigen wil, buiging van die wil onder de wil van God, gelijk de zedewet de gehoorzaamheid van de harten, wat gezindheid, liefde en vertrouwen aangaat, moet regelen; tevens waren de offers tekenen van de voortdurende erkenning van de verbondsgemeenschap met Jehova. Maar in dit uitwendige, zinnelijke en zichtbare bij de offers, waaraan een groot deel van het volk hangen bleef, bestond toch, naar de bedoeling van de Wetgever, die ook door velen en in de loop der eeuwen altijd beter gekend werd, het eigenlijke wezen en de betekenis van de zaak niet; het moest tevens schaduwbeeld van iets hogers, van iets volkomens, iets toekomstigs zijn, dat zich in het offer van Christus als de volmaakte zelfopoffering en ware overgave aan God openbaart. De gehele wet, waartoe nu ook de offerdienst behoort, heeft maar een schaduw van de toekomende goederen, niet het beeld zelf van de zaken (Heb.10:1). Zo is de oudtestamentische offertheorie niet iets onwaars, maar iets onvolkomens, dat ons nu wijst op het volmaakte, dat daarvoor de weg baant en het voorbereidt.
Bij de behandeling van dit derde boek zijn wij er opnieuw in bevestigd, dat het niemand anders dan Mozes, de man Gods, tot auteur heeft gehad. De voorstelling van zaken, de aanwijzijng van de godsdienstige plechtigheden verraadt onmiskenbaar de man, die op Gods bevel, op Zijn onmiddellijke lastgeving, dat alles aan het oude Verbondsvolk heeft meegedeeld en gechreven in het boek, daartoe verordend. Het geheel toont duidelijk, dat het door een hand is geschreven, die zich nauwkeurig doel en omvang heeft voor ogen gesteld, en het bevestigt met het, voor de gelovigen alles afdoend woord, dat hem alles is meegedeeld en getoond, door niemand minder dan God zelf. Geen gezochte, maar een werkelijke, goddelijke, harmonische eenheid valt in dit boek niet te loochenen, maar duidelijk aan te wijzen. Alles concentreert zich, om het Heiligdom, dat Jehova onder Israel had opgericht. Alles bedoelt de heiligheid van het in zichzelf onheilig volk, opdat het Verbond, met hen opgericht, van kracht zou blijven, en de Verbondsweldaden mild tot hen konden uitstromen. En waar er soms veranderingen gebracht worden in eenmaal gegevene verordeningen, daar geschiedt dit, omdat de Heere zich altijd schikt naar de behoeften en toestanden van de Zijnen; daar heeft dit plaats, opdat Zijn volk steeds meer een volk zal worden, dat Hem gewillig dient, zonder enig mopperen; daar wordt dit gedaan, omdat de toestand van het volk ook anders is geworden. Vandaar dat ook gedurig nog geboden herhaald worden, niet, omdat aan dit boek verschillende grondschriften ten grondslag liggen, maar of, omdat de toestand enigszins anders is geworden, of omdat de Heere bij schijnbare herhaling toch met die voorschriften op iets wijzen wil, wat geheel past in het kader van de voor de eerste maal te geven rechten en instellingen (hoofdstuk 23 en 26). Laten wij niet vergeten, dat Israel, als een volk van slaven, uit Egypte is gevoerd, en dat het daarom nodig was, dat het gedurig weer aan de wet van de tien geboden als grondwet op allerlei wijze werd herinnerd, opdat het zou leren, dat alle ceremoniele wetten dienden, opdat hun de wet van de zeden zou worden ingescherpt, en dat het volbrengen van wat God, op godsdienstig en burgerlijk gebied, verordende, moest strekken, opdat zij de tien geboden, de grondwet van het Koninkrijk Gods, zouden leren onderhouden. Alle ceremoniele wetten waren als even zovele trappen, die moesten dienen, dat Israel zou komen tot de geestelijke kennis en de aanbidding van een God, die zich in Christus Jezus, de te komen Messias, de eeuwige en grote Hogepriester, als een verzoend God, voor al Zijn volk openbaarde en zou openbaren.
Door geheel het Oude Testament heen zijn de denkbeelden verzoening en vrijlating naast elkaar geplaatst als een heenwijzing naar Christus en naar de vrucht van zijn werk. Christus werd geofferd, de zondaar vrijgelaten. Ook het denkbeeld van gedood te worden en uit de dood weer op te staan wordt in het zestiende hoofdstuk van Leviticus “over twee bokken” uitgedrukt, en dus de vrijlating van het offer zelf, dat reeds in Izak afgebeeld was. Ook wij, in Christus gestorven zijnde, zullen in Hem weer opstaan. De twee bokken moeten dus afzonderlijk voorstellen, wat zich in Christus verenigt, de dood en de opstanding. Het is hetzelfde met de ene duif, die gedood werd en de andere, die vrij naar de hemel vloog. Ook ligt hierin een zedelijke zin, want in de dingen van God is het ene afspiegeling van het andere, de oude mens moet ten onder gebracht worden, de nieuwe moet zich ten hemel verheffen.
Wij hebben in Leviticus gezien dat zowel de verzoening als de reiniging van de zondaar aan de offertheorie ten grondslag ligt. Het bloedige offer werd door de offeraar zelf tot zijn plaatsbekleder gewijd en dit zinnebeeldig door het leggen van zijn hand op de kop van het dier uitgedrukt, als om daardoor te verklaren dat hij zijn schuld op dit schuldeloze overbracht. In het gevoel van die schuld en met het verlangen God weer geheel toe te behoren, slachtte hij
(niet de priester) het offerdier, terwijl hij daarmee betuigde dat hij zelf om zijn schuld de dood verdiend had, die het dier onderging en de wens uitdrukte dat God hem van de straf mocht ontheffen. Op de rechtvaardiging (verzoening) volgde nu ook de heiliging. Deze heiliging of toewijding van de zondaar aan Jehova werd zinnebeeldig uitgedrukt door het verbranden van al het vlees of een gedeelte daarvan met de (zogenaamde onbloedige) spijsoffers: brood en wijn, olie, wierook en zout. Dat dit alles maar zinnebeeldig was, zowel verzoening als heiliging, wordt door de schrijver van de brief aan de Hebreeen in het helderste licht gesteld, wanneer hij verklaart: “Indien het boed van de stieren en bokken en de as van de jonge koe, besprenkelende de onreinen, hen heiligt tot de reinheid van het vlees, hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest zichzelf God onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken om de levende God te dienen?” Wat een gewichtige, heerlijke, vertroostende betekenis verkrijgt nu voor de gemeente der gelovigen, die juichen mag dat haar Pascha, namelijk Christus, geslacht is, de viering van het Heilig Avondmaal, als zijnde van harentwege een plechtige verklaring, welke zij aflegt: “O Lam Gods! Uw dood is ons leven,” en een plechtige toewijding aan de dienst van Hem, die het haar aan dat Avondmaal doet ondervinden, dat zijn vlees waarlijk spijs en zijn bloed waarlijk drank is; die het haar op de stelligste wijze verzekert en verzegelt, dat Hij haar een eeuwige rustplaats bereid heeft in het Vaderhuis, waar zij Hem en de Vader altijd zal opofferen een offerande van lof, namelijk de vrucht van de lippen, die zijn maan beleiden. “Juich, o sterveling! Juich, verzoende! Juich, de pijl van de dood brak af: Jezus, voor uw schuld voldoende, Rukte het zegel van het graf. Jezus, uit de dood verheven, Is de waarborg van uw leven, Borgtocht van uw Heilgenot. Treed dan blij het sterfuur tegen; ‘t Is vervulling van de zegen: Uw Verlosser, ja, is God!
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel