Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Gij zult ulieden geen afgoden maken; noch gesneden beeld, noch opgericht beeld zult gij u stellen, noch gebeelden steen in uw land zetten, om u daarvoor te buigen; want Ik ben de HEERE, uw God!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Gij zult ulieden geen afgodenH457makenH6213; noch gesneden beeldH6459, noch opgericht beeldH4676 zult gij u stellenH6965, nochH3808gebeeldenH4906steenH68 in uw landH776zettenH5414, om u daarvoor te buigenH7812; wantH3588IkH589 ben de HEEREH3068, uw GodH430!Gij zult ulieden geen afgoden maken; noch gesneden beeld, noch opgericht beeld zult gij u stellen, noch gebeelden steen in uw land zetten, om u daarvoor te buigen; want Ik ben de HEERE, uw God!
KJVYe shall make2you no idols4nor graven image,5neither rear you up8a standing image,6neither shall ye set up13any image11of stone10in your land,14to bow down15unto it: for I am the LORD19your God.
1לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תַעֲשׂ֨וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use3לָכֶ֜ם4אֱלִילִ֗םH457afgoden, nietige, nietige afgodenidol, no value, thing of nought5וּפֶ֤סֶלH6459gesneden beeld, gesneden beelden, beeldcarved (graven) image6וּמַצֵּבָה֙H4676opgerichte beelden, opgericht teken, opgericht beeldgarrison, (standing) image, pillar7לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8תָקִ֣ימוּH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)9לָכֶ֔ם10וְאֶ֣בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)11מַשְׂכִּ֗יתH4906gebeelde, beeltenissen, gebeeldenconceit, image(-ry), picture, [idiom] wish12לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13תִתְּנוּ֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14בְּאַרְצְכֶ֔םH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world15לְהִֽשְׁתַּחֲוֺ֖תH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship16עָלֶ֑יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who19יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)20אֱלֹהֵיכֶֽםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
2Mijn sabbatten zult gij houden, en Mijn heiligdommen zult gij vrezen; Ik ben de HEERE!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Mijn sabbattenH7676 zult gij houdenH8104, en Mijn heiligdommenH4720 zult gij vrezenH3372; IkH589 ben de HEEREH3068!Mijn sabbatten zult gij houden, en Mijn heiligdommen zult gij vrezen; Ik ben de HEERE!
KJVYe shall keep3my sabbaths,2and reverence5my sanctuary:4I am the LORD.
1אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2שַׁבְּתֹתַ֣יH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath3תִּשְׁמֹ֔רוּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)4וּמִקְדָּשִׁ֖יH4720heiligdom, heiligdoms, heiligdommenchapel, hallowed part, holy place, sanctuary5תִּירָ֑אוּH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)6אֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who7יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
3Indien gij in Mijn inzettingen wandelen, en Mijn geboden houden, en die doen zult;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3IndienH518 gij in Mijn inzettingenH2708wandelenH3212, en Mijn gebodenH4687houdenH8104, en die doenH6213 zult;Indien gij in Mijn inzettingen wandelen, en Mijn geboden houden, en die doen zult;
KJVIf ye walk3in my statutes,2and keep6my commandments,5and do
1אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2בְּחֻקֹּתַ֖יH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute3תֵּלֵ֑כוּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5מִצְוֺתַ֣יH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept6תִּשְׁמְר֔וּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)7וַעֲשִׂיתֶ֖םH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8אֹתָֽםH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
4Zo zal Ik uw regens geven op hun tijd; en het land zal zijn inkomst geven, en het geboomte des velds zal zijn vrucht geven;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Zo zal Ik uw regensH1653gevenH5414 op hun tijdH6256; en het landH776 zal zijn inkomstH2981 geven, en het geboomteH6086 des veldsH7704 zal zijn vruchtH6529 geven;Zo zal Ik uw regens geven op hun tijd; en het land zal zijn inkomst geven, en het geboomte des velds zal zijn vrucht geven;
KJVThen I will give1you rain2in due season,3and the land5shall yield4her increase,6and the trees7of the field8shall yield9their fruit.
5En de dorstijd zal u reiken tot den wijnoogst, en de wijnoogst zal reiken tot den zaaitijd; en gij zult uw brood eten tot verzadiging toe, en gij zult zeker in uw land wonen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En de dorstijdH1786 zal u reikenH5381 tot den wijnoogstH1210, en de wijnoogstH1210 zal reikenH5381 tot den zaaitijdH2233; en gij zult uw broodH3899etenH398 tot verzadigingH7648 toe, en gij zult zekerH983 in uw landH776wonenH3427.En de dorstijd zal u reiken tot den wijnoogst, en de wijnoogst zal reiken tot den zaaitijd; en gij zult uw brood eten tot verzadiging toe, en gij zult zeker in uw land wonen.
KJVAnd your threshing3shall reach1unto the vintage,5and the vintage6shall reach7unto the sowing time:9and ye shall eat10your bread11to the full,12and dwell13in your land15safely.
1וְהִשִּׂ֨יגH5381achterhalen, bereikt, achterhaaldenability, be able, attain (unto), (be able to, can) get, lay at, put, reach, remove, wax rich, [idiom] surely, (over-) take (hold of, on, upon)2לָכֶ֥ם3דַּ֨יִשׁ֙H1786dorstijdthreshing4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5בָּצִ֔ירH1210wijnoogstvintage6וּבָצִ֖ירH1210wijnoogstvintage7יַשִּׂ֣יגH5381achterhalen, bereikt, achterhaaldenability, be able, attain (unto), (be able to, can) get, lay at, put, reach, remove, wax rich, [idiom] surely, (over-) take (hold of, on, upon)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9זָ֑רַעH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time10וַאֲכַלְתֶּ֤םH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite11לַחְמְכֶם֙H3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals12לָשֹׂ֔בַעH7648verzadigingfill, full(-ness), satisfying, be satisfied13וִֽישַׁבְתֶּ֥םH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry14לָבֶ֖טַחH983zeker, zekerheid, ekerassurance, boldly, (without) care(-less), confidence, hope, safe(-ly, -ty), secure, surely15בְּאַרְצְכֶֽםH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
6Ook zal Ik vrede geven in het land, dat gij zult te slapen liggen, en niemand zij, die verschrikke; en Ik zal het boos gedierte uit het land doen ophouden, en het zwaard zal door uw land niet doorgaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Ook zal Ik vredeH7965gevenH5414 in het landH776, dat gij zult te slapen liggenH7901, en niemandH369 zij, die verschrikkeH2729; en Ik zal het boosH7451gedierteH2416uitH4480 het landH776 doen ophoudenH7673, en het zwaardH2719 zal door uw landH776 niet doorgaanH5674.Ook zal Ik vrede geven in het land, dat gij zult te slapen liggen, en niemand zij, die verschrikke; en Ik zal het boos gedierte uit het land doen ophouden, en het zwaard zal door uw land niet doorgaan.
KJVAnd I will give1peace2in the land,3and ye shall lie down,4and none shall make you afraid:6and I will rid7evil9beasts8out of the land,11neither shall the sword12go14through your land.
1וְנָתַתִּ֤יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2שָׁלוֹם֙H7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly3בָּאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world4וּשְׁכַבְתֶּ֖םH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay5וְאֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)6מַחֲרִ֑ידH2729verschrikken, verschrikte, bevendebe (make) afraid, be careful, discomfit, fray (away), quake, tremble7וְהִשְׁבַּתִּ֞יH7673ophouden, rusten, houdt(cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away8חַיָּ֤הH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop9רָעָה֙H7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)10מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with11הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12וְחֶ֖רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool13לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14תַעֲבֹ֥רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath15בְּאַרְצְכֶֽםH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
7En gij zult uw vijanden vervolgen; en zij zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En gij zult uw vijandenH341vervolgenH7291; en zij zullen voor uw aangezichtH6440 door het zwaardH2719vallenH5307.En gij zult uw vijanden vervolgen; en zij zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen.
KJVAnd ye shall chase1your enemies,3and they shall fall4before5you by the sword.
1וּרְדַפְתֶּ֖םH7291vervolgen, vervolgers, jaagdechase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אֹיְבֵיכֶ֑םH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe4וְנָפְל֥וּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down5לִפְנֵיכֶ֖םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6לֶחָֽרֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool
8Vijf uit u zullen honderd vervolgen, en honderd uit u zullen tien duizend vervolgen; en uw vijanden zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8VijfH2568uitH4480 u zullen honderdH3967vervolgenH7291, en honderdH3967uitH4480 u zullen tien duizendH7233vervolgenH7291; en uw vijandenH341 zullen voor uw aangezichtH6440 door het zwaardH2719vallenH5307.Vijf uit u zullen honderd vervolgen, en honderd uit u zullen tien duizend vervolgen; en uw vijanden zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen.
KJVAnd five3of you shall chase1an hundred,4and an hundred5of you shall put ten thousand7to flight:8and your enemies10shall fall9before11you by the sword.
1וְרָדְפ֨וּH7291vervolgen, vervolgers, jaagdechase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r)2מִכֶּ֤םH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with3חֲמִשָּׁה֙H2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)4מֵאָ֔הH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore5וּמֵאָ֥הH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore6מִכֶּ֖םH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with7רְבָבָ֣הH7233tien duizend, tien duizenden, tienduizendenmany, million, [idiom] multiply, ten thousand8יִרְדֹּ֑פוּH7291vervolgen, vervolgers, jaagdechase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r)9וְנָפְל֧וּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down10אֹיְבֵיכֶ֛םH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe11לִפְנֵיכֶ֖םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12לֶחָֽרֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool
9En Ik zal Mij tot u wenden, en zal u vruchtbaar maken, en u vermenigvuldigen; en Mijn verbond zal Ik met u bevestigen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En Ik zal Mij tot u wendenH6437, en zal u vruchtbaarH6509 maken, en u vermenigvuldigenH7235; en Mijn verbondH1285 zal Ik metH854 u bevestigenH6965.En Ik zal Mij tot u wenden, en zal u vruchtbaar maken, en u vermenigvuldigen; en Mijn verbond zal Ik met u bevestigen.
KJVFor I will have respect1unto you, and make you fruitful,3and multiply5you, and establish7my covenant
1וּפָנִ֣יתִיH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)2אֲלֵיכֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3וְהִפְרֵיתִ֣יH6509vruchtbaar, vruchtbare, gewassenbear, bring forth (fruit), (be, cause to be, make) fruitful, grow, increase4אֶתְכֶ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5וְהִרְבֵּיתִ֖יH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very6אֶתְכֶ֑םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7וַהֲקִימֹתִ֥יH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9בְּרִיתִ֖יH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league10אִתְּכֶֽםH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix
10En gij zult het oude, dat verouderd is, eten; en het oude zult gij vanwege het nieuwe uitbrengen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En gij zult het oudeH3465, dat verouderd is, etenH398; en het oude zult gij vanwegeH6440 het nieuweH2319uitbrengenH3318.En gij zult het oude, dat verouderd is, eten; en het oude zult gij vanwege het nieuwe uitbrengen.
Ook in dit vers
oude verouderdH3462
KJVAnd ye shall eat1old store,3and bring forth7the old2because5of the new.
1וַאֲכַלְתֶּ֥םH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite2יָשָׁ֖ןH3465oude, Oude, oudenold3נוֹשָׁ֑ןH3462slapen, sliep, ontslapeold (store), remain long, (make to) sleep4וְיָשָׁ֕ןH3465oude, Oude, oudenold5מִפְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6חָדָ֖שׁH2319nieuwe, nieuw, nieuwenfresh, new thing7תּוֹצִֽיאוּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter
11En Ik zal Mijn tabernakel in het midden van u zetten; en Mijn ziel zal van u niet walgen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En Ik zal Mijn tabernakelH4908 in het middenH8432 van u zettenH5414; en Mijn zielH5315 zal van u nietH3808walgenH1602.En Ik zal Mijn tabernakel in het midden van u zetten; en Mijn ziel zal van u niet walgen.
KJVAnd I will set1my tabernacle2among3you: and my soul6shall not abhor
1וְנָתַתִּ֥יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2מִשְׁכָּנִ֖יH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent3בְּתוֹכְכֶ֑םH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)4וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5תִגְעַ֥לH1602walgen, walg, gewalgdabhor, fail, lothe, vilely cast away6נַפְשִׁ֖יH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it7אֶתְכֶֽםH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
12En Ik zal in het midden van u wandelen, en zal u tot een God zijn, en gij zult Mij tot een volk zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En Ik zal in het middenH8432 van u wandelenH1980, en zal u tot een GodH430 zijn, en gijH859 zult Mij tot een volkH5971 zijn.En Ik zal in het midden van u wandelen, en zal u tot een God zijn, en gij zult Mij tot een volk zijn.
KJVAnd I will walk1among2you, and will be3your God,5and ye shall be7my people.
1וְהִתְהַלַּכְתִּי֙H1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl2בְּת֣וֹכְכֶ֔םH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)3וְהָיִ֥יתִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4לָכֶ֖ם5לֵֽאלֹהִ֑יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6וְאַתֶּ֖םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you7תִּהְיוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8לִ֥י9לְעָֽםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
13Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land der Egyptenaren uitgevoerd heb, opdat gij hun slaven niet zoudt zijn; en Ik heb de disselbomen van uw juk verbroken, en heb u doen rechtop staan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13IkH589 ben de HEEREH3068, uw GodH430, DieH834 u uit het landH776 der EgyptenarenH4714uitgevoerdH3318 heb, opdat gij hun slavenH5650 niet zoudt zijnH1961; en Ik heb de disselbomenH4133 van uw jukH5923verbrokenH7665, en heb u doen rechtopH6968staanH3212.Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land der Egyptenaren uitgevoerd heb, opdat gij hun slaven niet zoudt zijn; en Ik heb de disselbomen van uw juk verbroken, en heb u doen rechtop staan.
KJVI am the LORD2your God,3which brought you forth5out of the land7of Egypt,8that ye should not be their bondmen;11and I have broken12the bands13of your yoke,14and made you go15upright.
1אֲנִ֞יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who2יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֱלֹֽהֵיכֶ֗םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5הוֹצֵ֤אתִיH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter6אֶתְכֶם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim9מִֽהְיֹ֥תH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10לָהֶ֖ם11עֲבָדִ֑יםH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant12וָאֶשְׁבֹּר֙H7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))13מֹטֹ֣תH4133juk, jukken, disselbomenbands, heavy, staves, yoke14עֻלְּכֶ֔םH5923juk, juks, maaktet jukyoke15וָאוֹלֵ֥ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak16אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17קֽוֹמְמִיּֽוּתH6968rechtopupright
14Maar indien gij Mij niet zult horen, en al deze geboden niet zult doen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Maar indienH518 gij Mij niet zult horenH8085, en alH3605dezeH428gebodenH4687 niet zult doenH6213;Maar indien gij Mij niet zult horen, en al deze geboden niet zult doen;
KJVBut if ye will not hearken3unto me, and will not do6all these commandments;
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3תִשְׁמְע֖וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4לִ֑י5וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6תַעֲשׂ֔וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7אֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9הַמִּצְוֺ֖תH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept10הָאֵֽלֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
15En zo gij Mijn inzettingen zult smadelijk verwerpen, en zo uw ziel van Mijn rechten zal walgen, dat gij niet doet al Mijn geboden, om Mijn verbond te vernietigen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En zo gij Mijn inzettingenH2708 zult smadelijk verwerpenH3988, en zoH518 uw zielH5315 van Mijn rechtenH4941 zal walgenH1602, dat gij nietH1115doetH6213alH3605 Mijn gebodenH4687, om Mijn verbondH1285 te vernietigenH6565;En zo gij Mijn inzettingen zult smadelijk verwerpen, en zo uw ziel van Mijn rechten zal walgen, dat gij niet doet al Mijn geboden, om Mijn verbond te vernietigen;
KJVAnd if ye shall despise3my statutes,2or if your soul8abhor7my judgments,6so that ye will not do10all my commandments,13but that ye break14my covenant:
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2בְּחֻקֹּתַ֣יH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute3תִּמְאָ֔סוּH3988verworpen, verwerpen, versmaadabhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person4וְאִ֥םH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מִשְׁפָּטַ֖יH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong7תִּגְעַ֣לH1602walgen, walg, gewalgdabhor, fail, lothe, vilely cast away8נַפְשְׁכֶ֑םH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it9לְבִלְתִּ֤יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without10עֲשׂוֹת֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13מִצְוֺתַ֔יH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept14לְהַפְרְכֶ֖םH6565vernietigen, vernietigd, ganselijk[idiom] any ways, break (asunder), cast off, cause to cease, [idiom] clean, defeat, disannul, disappoint, dissolve, divide, make of none effect, fail, frustrate, bring (come) to nought, [idiom] utterly, make void15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16בְּרִיתִֽיH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league
16Dit zal Ik u ook doen, dat Ik over u stellen zal verschrikking, tering en koorts, die de ogen verteren en de ziel pijnigen; gij zult ook uw zaad te vergeefs zaaien, en uw vijanden zullen dat opeten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Dit zal Ik u ook doenH6213, dat Ik overH5921 u stellenH6485 zal verschrikkingH928, teringH7829 en koortsH6920, die de ogenH5869verterenH3615 en de zielH5315pijnigenH1727; gij zult ook uw zaadH2233 te vergeefsH7385zaaienH2232, en uw vijandenH341 zullen dat opetenH398.Dit zal Ik u ook doen, dat Ik over u stellen zal verschrikking, tering en koorts, die de ogen verteren en de ziel pijnigen; gij zult ook uw zaad te vergeefs zaaien, en uw vijanden zullen dat opeten.
KJVI also will do3this unto you; I will even appoint6over you terror,8consumption,10and the burning ague,12that shall consume13the eyes,14and cause sorrow15of heart:16and ye shall sow17your seed19in vain,18for your enemies21shall eat
1אַףH637ook, ja zelfsalso, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea2אֲנִ֞יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who3אֶֽעֱשֶׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4זֹּ֣אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus5לָכֶ֗ם6וְהִפְקַדְתִּ֨יH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want7עֲלֵיכֶ֤םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8בֶּֽהָלָה֙H928verschrikking, verschrikkingen, verstoringterror, trouble9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הַשַּׁחֶ֣פֶתH7829teringconsumption11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הַקַּדַּ֔חַתH6920koortsburning ague, fever13מְכַלּ֥וֹתH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste14עֵינַ֖יִםH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)15וּמְדִיבֹ֣תH1727pijnigensorrow16נָ֑פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it17וּזְרַעְתֶּ֤םH2232zaaien, gezaaid, bezaaienbear, conceive seed, set with sow(-er), yield18לָרִיק֙H7385vergeefs, ijdelheid, tevergeefsempty, to no purpose, (in) vain (thing), vanity19זַרְעֲכֶ֔םH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time20וַאֲכָלֻ֖הוּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite21אֹיְבֵיכֶֽםH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe
17Daartoe zal Ik Mijn aangezicht tegen ulieden zetten, dat gij geslagen zult worden voor het aangezicht uwer vijanden; en uw haters zullen over u heerschappij hebben, en gij zult vlieden, als u iemand vervolgt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Daartoe zal Ik Mijn aangezichtH6440 tegen ulieden zettenH5414, dat gij geslagenH5062 zult worden voor het aangezichtH6440 uwer vijandenH341; en uw hatersH8130 zullen over u heerschappijH7287 hebben, en gij zult vliedenH5127, als u iemand vervolgtH7291.Daartoe zal Ik Mijn aangezicht tegen ulieden zetten, dat gij geslagen zult worden voor het aangezicht uwer vijanden; en uw haters zullen over u heerschappij hebben, en gij zult vlieden, als u iemand vervolgt.
KJVAnd I will set1my face2against you, and ye shall be slain4before5your enemies:6they that hate9you shall reign7over you; and ye shall flee10when none pursueth
1וְנָתַתִּ֤יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2פָנַי֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you3בָּכֶ֔ם4וְנִגַּפְתֶּ֖םH5062geslagen, slaan, sloegbeat, dash, hurt, plague, slay, smite (down), strike, stumble, [idiom] surely, put to the worse5לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6אֹיְבֵיכֶ֑םH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe7וְרָד֤וּH7287heerschappij, heersen, heerste(come to, make to) have dominion, prevail against, reign, (bear, make to) rule,(-r, over), take8בָכֶם֙9שֹֽׂנְאֵיכֶ֔םH8130haat, haten, hatersenemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly10וְנַסְתֶּ֖םH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard11וְאֵיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)12רֹדֵ֥ףH7291vervolgen, vervolgers, jaagdechase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r)13אֶתְכֶֽםH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
18En zo gij Mij tot deze dingen toe nog niet horen zult, Ik zal nog daar toe doen, om u zevenvoudig over uw zonden te tuchtigen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En zoH518 gij Mij tot dezeH428 dingen toe nog nietH3808horenH8085 zult, Ik zal nog daar toe doen, om u zevenvoudigH7651overH5921 uw zondenH2403 te tuchtigenH3256.En zo gij Mij tot deze dingen toe nog niet horen zult, Ik zal nog daar toe doen, om u zevenvoudig over uw zonden te tuchtigen.
Ook in dit vers
toedoenH3254
KJVAnd if ye will not yet2for all this hearken5unto me, then I will punish8you seven times10more7for your sins.
1וְאִ֨םH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet3אֵ֔לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)4לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5תִשְׁמְע֖וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness6לִ֑י7וְיָסַפְתִּי֙H3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield8לְיַסְּרָ֣הH3256gekastijd, kastijden, getuchtigdbind, chasten, chastise, correct, instruct, punish, reform, reprove, sore, teach9אֶתְכֶ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10שֶׁ֖בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12חַטֹּאתֵיכֶֽםH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)
19Want Ik zal de hovaardigheid uwer kracht verbreken, en zal uw hemel als ijzer maken, en uw aarde als koper.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Want Ik zal de hovaardigheidH1347 uwer krachtH5797verbrekenH7665, en zal uw hemelH8064 als ijzerH1270 maken, en uw aardeH776 als koperH5154.Want Ik zal de hovaardigheid uwer kracht verbreken, en zal uw hemel als ijzer maken, en uw aarde als koper.
KJVAnd I will break1the pride3of your power;4and I will make5your heaven7as iron,8and your earth10as brass:
1וְשָׁבַרְתִּ֖יH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3גְּא֣וֹןH1347hovaardij, hoogmoed, heerlijkheidarrogancy, excellency(-lent), majesty, pomp, pride, proud, swelling4עֻזְּכֶ֑םH5797sterkte, Sterkte, sterkeboldness, loud, might, power, strength, strong5וְנָתַתִּ֤יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7שְׁמֵיכֶם֙H8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)8כַּבַּרְזֶ֔לH1270ijzer, ijzeren, ijzers(ax) head, iron9וְאֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10אַרְצְכֶ֖םH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11כַּנְּחֻשָֽׁהH5154koper, stalen, koperenbrass, steel. Compare H5176 (נָחָשׁ)
20En uw macht zal ijdelijk verdaan worden; en uw land zal zijn inkomsten niet geven, en het geboomte des lands zal zijn vrucht niet geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En uw machtH3581 zal ijdelijk verdaanH8552 worden; en uw landH776 zal zijn inkomstenH2981 niet geven, en het geboomteH6086 des landsH776 zal zijn vruchtH6529 niet geven.En uw macht zal ijdelijk verdaan worden; en uw land zal zijn inkomsten niet geven, en het geboomte des lands zal zijn vrucht niet geven.
Ook in dit vers
ijdellijkH7385
KJVAnd your strength3shall be spent1in vain:2for your land6shall not yield5her increase,8neither shall the trees9of the land10yield12their fruits.
1וְתַ֥םH8552verteerd, verdaan, geeindigdaccomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole2לָרִ֖יקH7385vergeefs, ijdelheid, tevergeefsempty, to no purpose, (in) vain (thing), vanity3כֹּחֲכֶ֑םH3581kracht, macht, vermogenability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth4וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5תִתֵּ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6אַרְצְכֶם֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8יְבוּלָ֔הּH2981gewas, inkomst, vruchtfruit, increase9וְעֵ֣ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood10הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12יִתֵּ֖ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield13פִּרְיֽוֹH6529vrucht, vruchten, vruchtbaarbough, (first-)fruit(-ful), reward
21En zo gij met Mij in tegenheid wandelen zult, en Mij niet zult willen horen, zo zal Ik over u, naar uw zonden, zevenvoudig slagen toedoen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En zo gij metH5973 Mij in tegenheidH7147wandelenH3212 zult, en Mij nietH3808 zult willenH14horenH8085, zo zal Ik overH5921 u, naar uw zondenH2403, zevenvoudigH7651slagenH4347toedoenH3254.En zo gij met Mij in tegenheid wandelen zult, en Mij niet zult willen horen, zo zal Ik over u, naar uw zonden, zevenvoudig slagen toedoen.
KJVAnd if ye walk2contrary4unto me, and will6not hearken7unto me; I will bring9seven times12moreplagues11upon you according to your sins.
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2תֵּֽלְכ֤וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak3עִמִּי֙H5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)4קֶ֔רִיH7147tegenheidcontrary5וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6תֹאב֖וּH14wilde, willen, wildenconsent, rest content will, be willing7לִשְׁמֹ֣עַֽH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness8לִ֑י9וְיָסַפְתִּ֤יH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield10עֲלֵיכֶם֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11מַכָּ֔הH4347slag, plagen, plagebeaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed)12שֶׁ֖בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)13כְּחַטֹּאתֵיכֶֽםH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)
22Want Ik zal onder u zenden het gedierte des velds, hetwelk u beroven, en uw vee uitroeien, en u verminderen zal; en uw wegen zullen woest worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Want Ik zal onder u zendenH7971 het gedierteH2416 des veldsH7704, hetwelk u berovenH7921, en uw veeH929uitroeienH3772, en u verminderenH4591 zal; en uw wegenH1870 zullen woestH8074 worden.Want Ik zal onder u zenden het gedierte des velds, hetwelk u beroven, en uw vee uitroeien, en u verminderen zal; en uw wegen zullen woest worden.
KJVI will also send1wild5beasts4among you, which shall rob you of your children,6and destroy8your cattle,10and make you few in number;11and your high ways14shall be desolate.
1וְהִשְׁלַחְתִּ֨יH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2בָכֶ֜ם3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4חַיַּ֤תH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop5הַשָּׂדֶה֙H7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild6וְשִׁכְּלָ֣הH7921beroofd, beroven, berooftbereave (of children), barren, cast calf (fruit, young), be (make) childless, deprive, destroy, [idiom] expect, lose children, miscarry, rob of children, spoil7אֶתְכֶ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8וְהִכְרִ֨יתָה֙H3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10בְּהֶמְתְּכֶ֔םH929beesten, vee, beestbeast, cattle11וְהִמְעִ֖יטָהH4591verminderen, minder, verminderdsuffer to decrease, diminish, (be, [idiom] borrow a, give, make) few (in number, -ness), gather least (little), be (seem) little, ([idiom] give the) less, be minished, bring to nothing12אֶתְכֶ֑םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13וְנָשַׁ֖מּוּH8074verwoest, verwoeste, ontzettenmake amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder14דַּרְכֵיכֶֽםH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)
23Indien gij nog door deze dingen Mij niet getuchtigd zult zijn, maar met Mij in tegenheid wandelen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23IndienH518 gij nog door dezeH428 dingen Mij nietH3808getuchtigdH3256 zult zijn, maar metH5973 Mij in tegenheidH7147wandelenH1980;Indien gij nog door deze dingen Mij niet getuchtigd zult zijn, maar met Mij in tegenheid wandelen;
KJVAnd if ye will not be reformed4by me by these things, but will walk6contrary
1וְאִ֨םH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2בְּאֵ֔לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)3לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4תִוָּסְר֖וּH3256gekastijd, kastijden, getuchtigdbind, chasten, chastise, correct, instruct, punish, reform, reprove, sore, teach5לִ֑י6וַהֲלַכְתֶּ֥םH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl7עִמִּ֖יH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)8קֶֽרִיH7147tegenheidcontrary
24Zo zal Ik ook met u in tegenheid wandelen, en Ik zal u ook zevenvoudig over uw zonden slaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Zo zal Ik ook metH5973 u in tegenheidH7147wandelenH1980, en Ik zal u ookH1571zevenvoudigH7651overH5921 uw zondenH2403slaanH5221.Zo zal Ik ook met u in tegenheid wandelen, en Ik zal u ook zevenvoudig over uw zonden slaan.
KJVThen will I also walk1contrary5unto you, and will punish6you yet8seven times10for your sins.
1וְהָלַכְתִּ֧יH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl2אַףH637ook, ja zelfsalso, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea3אֲנִ֛יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who4עִמָּכֶ֖םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)5בְּקֶ֑רִיH7147tegenheidcontrary6וְהִכֵּיתִ֤יH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound7אֶתְכֶם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea9אָ֔נִיH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who10שֶׁ֖בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12חַטֹּאתֵיכֶֽםH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)
25Want Ik zal een zwaard over u brengen, dat de wraak des verbonds wreken zal, zodat gij in uw steden vergaderd zult worden; dan zal Ik de pest in het midden van u zenden, en gij zult in de hand des vijands overgegeven worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Want Ik zal een zwaardH2719overH5921 u brengenH935, dat de wraakH5359 des verbondsH1285wrekenH5358 zal, zodat gij in uw stedenH5892vergaderdH622 zult worden; dan zal Ik de pestH1698 in het middenH8432 van u zendenH7971, en gij zult in de handH3027 des vijandsH341overgegevenH5414 worden.Want Ik zal een zwaard over u brengen, dat de wraak des verbonds wreken zal, zodat gij in uw steden vergaderd zult worden; dan zal Ik de pest in het midden van u zenden, en gij zult in de hand des vijands overgegeven worden.
KJVAnd I will bring1a sword3upon you, that shall avenge4the quarrel5of my covenant:6and when ye are gathered together7within8your cities,9I will send10the pestilence11among12you; and ye shall be delivered13into the hand14of the enemy.
1וְהֵבֵאתִ֨יH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2עֲלֵיכֶ֜םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3חֶ֗רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool4נֹקֶ֨מֶת֙H5358wreken, gewroken, wrekeavenge(-r, self), punish, revenge (self), [idiom] surely, take vengeance5נְקַםH5359wraak, wrake, enkel[phrase] avenged, quarrel, vengeance6בְּרִ֔יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league7וְנֶאֱסַפְתֶּ֖םH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9עָרֵיכֶ֑םH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10וְשִׁלַּ֤חְתִּיH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)11דֶ֨בֶר֙H1698pestilentie, pest, pestilentienmurrain, pestilence, plague12בְּת֣וֹכְכֶ֔םH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)13וְנִתַּתֶּ֖םH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14בְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves15אוֹיֵֽבH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe
26Als Ik u den staf des broods zal gebroken hebben, dan zullen tien vrouwen uw brood in een oven bakken, en zullen uw brood bij het gewicht wedergeven; en gij zult eten, maar niet verzadigd worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Als Ik u den stafH4294 des broodsH3899 zal gebrokenH7665 hebben, dan zullen tienH6235vrouwenH802 uw broodH3899 in eenH259ovenH8574bakkenH644, en zullen uw broodH3899 bij het gewichtH4948wedergevenH7725; en gij zult etenH398, maar nietH3808verzadigdH7646 worden.Als Ik u den staf des broods zal gebroken hebben, dan zullen tien vrouwen uw brood in een oven bakken, en zullen uw brood bij het gewicht wedergeven; en gij zult eten, maar niet verzadigd worden.
KJVAnd when I have broken1the staff3of your bread,4ten6women7shall bake5your bread8in one10oven,9and they shall deliver11you your bread12againby weight:13and ye shall eat,14and not be satisfied.
1בְּשִׁבְרִ֣יH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))2לָכֶם֮3מַטֵּהH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe4לֶחֶם֒H3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals5וְ֠אָפוּH644bakkers, bakken, bakkerbake(-r, (-meats))6עֶ֣שֶׂרH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen7נָשִׁ֤יםH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English8לַחְמְכֶם֙H3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals9בְּתַנּ֣וּרH8574oven, bakoven, bakovensfurnace, oven10אֶחָ֔דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,11וְהֵשִׁ֥יבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw12לַחְמְכֶ֖םH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals13בַּמִּשְׁקָ֑לH4948gewicht, goudgewicht(full) weight14וַאֲכַלְתֶּ֖םH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite15וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16תִשְׂבָּֽעוּH7646verzadigd, verzadigen, verzadigthave enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of
27Als gij ook hierom Mij niet horen zult, maar met Mij wandelen zult in tegenheid;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27AlsH518 gij ook hierom Mij nietH3808horenH8085 zult, maar metH5973 Mij wandelenH1980 zult in tegenheidH7147;Als gij ook hierom Mij niet horen zult, maar met Mij wandelen zult in tegenheid;
KJVAnd if ye will not for all this2hearken4unto me, but walk6contrary
1וְאִ֨םH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2בְּזֹ֔אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus3לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4תִשְׁמְע֖וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness5לִ֑י6וַהֲלַכְתֶּ֥םH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl7עִמִּ֖יH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)8בְּקֶֽרִיH7147tegenheidcontrary
28Zo zal Ik ook met u in heetgrimmige tegenheid wandelen, en Ik zal u ook zevenvoudig over uw zonden tuchtigen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Zo zal Ik ook metH5973 u in heetgrimmige tegenheidH7147wandelenH1980, en IkH589 zal u ook zevenvoudigH7651overH5921 uw zondenH2403tuchtigenH3256.Zo zal Ik ook met u in heetgrimmige tegenheid wandelen, en Ik zal u ook zevenvoudig over uw zonden tuchtigen.
Ook in dit vers
grimmigeH2534
KJVThen I will walk1contrary4unto you also in fury;3and I, even7I, will chastise5you seven times9for your sins.
1וְהָלַכְתִּ֥יH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl2עִמָּכֶ֖םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)3בַּחֲמַתH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)4קֶ֑רִיH7147tegenheidcontrary5וְיִסַּרְתִּ֤יH3256gekastijd, kastijden, getuchtigdbind, chasten, chastise, correct, instruct, punish, reform, reprove, sore, teach6אֶתְכֶם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7אַףH637ook, ja zelfsalso, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea8אָ֔נִיH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who9שֶׁ֖בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11חַטֹּאתֵיכֶםH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)
29Want gij zult het vlees uwer zonen eten, en het vlees uwer dochteren zult gij eten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Want gij zult het vleesH1320 uwer zonenH1121etenH398, en het vleesH1320 uwer dochterenH1323 zult gij etenH398.Want gij zult het vlees uwer zonen eten, en het vlees uwer dochteren zult gij eten.
KJVAnd ye shall eat1the flesh2of your sons,3and the flesh4of your daughters5shall ye eat.
30En Ik zal uw hoogten verderven, en uw zonnebeelden uitroeien, en zal uw dode lichamen op de dode lichamen uwer drekgoden werpen; en Mijn ziel zal aan u walgen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30En Ik zal uw hoogtenH1116verdervenH8045, en uw zonnebeeldenH2553uitroeienH3772, en zal uw dode lichamenH6297opH5921 de dode lichamenH6297 uwer drekgodenH1544werpenH5414; en Mijn zielH5315 zal aan u walgenH1602.En Ik zal uw hoogten verderven, en uw zonnebeelden uitroeien, en zal uw dode lichamen op de dode lichamen uwer drekgoden werpen; en Mijn ziel zal aan u walgen.
KJVAnd I will destroy1your high places,3and cut down4your images,6and cast7your carcases9upon the carcases11of your idols,12and my soul14shall abhor
1וְהִשְׁמַדְתִּ֞יH8045verdelgd, verdelgen, verdelgdedestory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בָּמֹֽתֵיכֶ֗םH1116hoogten, hoogte, Bamothheight, high place, wave4וְהִכְרַתִּי֙H3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6חַמָּ֣נֵיכֶ֔םH2553zonnebeeldenidol, image7וְנָֽתַתִּי֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9פִּגְרֵיכֶ֔םH6297dode lichamen, lichamen, aascarcase, corpse, dead body10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11פִּגְרֵ֖יH6297dode lichamen, lichamen, aascarcase, corpse, dead body12גִּלּוּלֵיכֶ֑םH1544drekgodenidol13וְגָעֲלָ֥הH1602walgen, walg, gewalgdabhor, fail, lothe, vilely cast away14נַפְשִׁ֖יH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it15אֶתְכֶֽםH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
31En Ik zal uw steden een woestijn maken, en uw heiligdommen verwoesten; en Ik zal uw liefelijken reuk niet rieken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En Ik zal uw stedenH5892 een woestijnH2723 maken, en uw heiligdommenH4720verwoestenH8074; en Ik zal uw liefelijkenH5207reukH7381nietH3808riekenH7306.En Ik zal uw steden een woestijn maken, en uw heiligdommen verwoesten; en Ik zal uw liefelijken reuk niet rieken.
KJVAnd I will make1your cities3waste,4and bring5your sanctuaries7unto desolation,and I will not smell9the savour10of your sweet odours.
1וְנָתַתִּ֤יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3עָֽרֵיכֶם֙H5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town4חָרְבָּ֔הH2723woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsendecayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place)5וַהֲשִׁמּוֹתִ֖יH8074verwoest, verwoeste, ontzettenmake amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7מִקְדְּשֵׁיכֶ֑םH4720heiligdom, heiligdoms, heiligdommenchapel, hallowed part, holy place, sanctuary8וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9אָרִ֔יחַH7306rieken, rook, riektaccept, smell, [idiom] touch, make of quick understanding10בְּרֵ֖יחַH7381reuk, reukssavour, scent, smell11נִיחֹֽחֲכֶֽםH5207liefelijken, liefelijkesweet (odour)
32Ja, Ik zal dat land verwoesten; dat uw vijanden, die daarin zullen wonen, zich daarover ontzetten zullen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Ja, IkH589 zal dat landH776verwoestenH8074; dat uw vijandenH341, die daarin zullen wonenH3427, zich daarover ontzettenH8074 zullen.Ja, Ik zal dat land verwoesten; dat uw vijanden, die daarin zullen wonen, zich daarover ontzetten zullen.
KJVAnd I will bring1the land4into desolation:5and your enemies7which dwell8therein shall be astonished
1וַהֲשִׁמֹּתִ֥יH8074verwoest, verwoeste, ontzettenmake amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder2אֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5וְשָֽׁמְמ֤וּH8074verwoest, verwoeste, ontzettenmake amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder6עָלֶ֨יהָ֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7אֹֽיְבֵיכֶ֔םH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe8הַיֹּשְׁבִ֖יםH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry9בָּֽהּ
33Daartoe zal Ik u onder de heidenen verstrooien; en een zwaard achter u uittrekken; en uw land zal woest, en uw steden zullen een woestijn zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Daartoe zal Ik u onder de heidenenH1471verstrooienH2219; en een zwaardH2719achterH310 u uittrekkenH7324; en uw landH776 zal woestH8077, en uw stedenH5892 zullen een woestijnH2723zijnH1961.Daartoe zal Ik u onder de heidenen verstrooien; en een zwaard achter u uittrekken; en uw land zal woest, en uw steden zullen een woestijn zijn.
KJVAnd I will scatter2you among the heathen,3and will draw out4a sword6after5you: and your land8shall be desolate,9and your cities10waste.
34Dan zal het land aan zijn sabbatten een welgevallen hebben, al de dagen der verwoesting, en gij zult in het land uwer vijanden zijn; dan zal het land rusten, en aan zijn sabbatten een welgevallen hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34Dan zal het landH776 aan zijn sabbattenH7676 een welgevallenH7521 hebben, alH3605 de dagenH3117 der verwoestingH8074, en gijH859 zult in het landH776 uwer vijandenH341 zijn; dan zal het landH776rustenH7673, en aan zijn sabbattenH7676 een welgevallenH7521 hebben.Dan zal het land aan zijn sabbatten een welgevallen hebben, al de dagen der verwoesting, en gij zult in het land uwer vijanden zijn; dan zal het land rusten, en aan zijn sabbatten een welgevallen hebben.
KJVThen shall the land3enjoy2her sabbaths,5as long7as it lieth desolate,8and ye be in your enemies'11land;10even then shall the land14rest,13and enjoy15her sabbaths.
1אָז֩H227toen, alsdanbeginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet2תִּרְצֶ֨הH7521welgevallen, aangenaam, behagen(be) accept(-able), accomplish, set affection, approve, consent with, delight (self), enjoy, (be, have a) favour(-able), like, observe, pardon, (be, have, take) please(-ure), reconcile self3הָאָ֜רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5שַׁבְּתֹתֶ֗יהָH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath6כֹּ֚לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7יְמֵ֣יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger8הֳשַׁמָּ֔הH8074verwoest, verwoeste, ontzettenmake amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder9וְאַתֶּ֖םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you10בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11אֹיְבֵיכֶ֑םH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe12אָ֚זH227toen, alsdanbeginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet13תִּשְׁבַּ֣תH7673ophouden, rusten, houdt(cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away14הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world15וְהִרְצָ֖תH7521welgevallen, aangenaam, behagen(be) accept(-able), accomplish, set affection, approve, consent with, delight (self), enjoy, (be, have a) favour(-able), like, observe, pardon, (be, have, take) please(-ure), reconcile self16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17שַׁבְּתֹתֶֽיהָH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath
35Al de dagen der verwoesting zal het rusten, overmits het niet rustte in uw sabbatten, als gij daarin woondet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35AlH3605 de dagenH3117 der verwoestingH8074 zal het rustenH7673, overmits het nietH3808rustteH7673 in uw sabbattenH7676, als gij daarin woondetH3427.Al de dagen der verwoesting zal het rusten, overmits het niet rustte in uw sabbatten, als gij daarin woondet.
KJVAs long as2it lieth desolate3it shall rest;4because it did not rest8in your sabbaths,9when ye dwelt
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2יְמֵ֥יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3הָשַּׁמָּ֖הH8074verwoest, verwoeste, ontzettenmake amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder4תִּשְׁבֹּ֑תH7673ophouden, rusten, houdt(cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away5אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8שָׁבְתָ֛הH7673ophouden, rusten, houdt(cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away9בְּשַׁבְּתֹתֵיכֶ֖םH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath10בְּשִׁבְתְּכֶ֥םH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry11עָלֶֽיהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
36En aangaande de overgeblevenen onder u, Ik zal in hun hart een wekigheid in de landen hunner vijanden laten komen; zodat het geruis van een gedreven blad hen jagen zal, en zij zullen vlieden, gelijk men vliedt voor een zwaard, en zullen vallen, waar niemand is, die jaagt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36En aangaande de overgeblevenenH7604 onder u, Ik zal in hun hartH3824 een wekigheidH4816 in de landenH776 hunner vijandenH341 laten komenH935; zodat het geruisH6963 van een gedrevenH5086bladH5929 hen jagenH7291 zal, en zij zullen vliedenH5127, gelijk men vliedtH4499 voor een zwaardH2719, en zullen vallenH5307, waar niemandH369 is, die jaagtH7291.En aangaande de overgeblevenen onder u, Ik zal in hun hart een wekigheid in de landen hunner vijanden laten komen; zodat het geruis van een gedreven blad hen jagen zal, en zij zullen vlieden, gelijk men vliedt voor een zwaard, en zullen vallen, waar niemand is, die jaagt.
KJVAnd upon them that are left1alive of you I will send3a faintness4into their hearts5in the lands6of their enemies;7and the sound10of a shaken12leaf11shall chase8them; and they shall flee,13as fleeing14from a sword;15and they shall fall16when none pursueth.
1וְהַנִּשְׁאָרִ֣יםH7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest2בָּכֶ֔ם3וְהֵבֵ֤אתִיH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4מֹ֨רֶךְ֙H4816wekigheidfaintness5בִּלְבָבָ֔םH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding6בְּאַרְצֹ֖תH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7אֹיְבֵיהֶ֑םH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe8וְרָדַ֣ףH7291vervolgen, vervolgers, jaagdechase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r)9אֹתָ֗םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10ק֚וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell11עָלֶ֣הH5929blad, takken, loofbranch, leaf12נִדָּ֔ףH5086gedreven, henendrijft, nedergestotendrive (away, to and fro), thrust down, shaken, tossed to and fro13וְנָס֧וּH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard14מְנֻֽסַתH4499vliedt, vluchtfleeing, flight15חֶ֛רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool16וְנָפְל֖וּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down17וְאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)18רֹדֵֽףH7291vervolgen, vervolgers, jaagdechase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r)
37En zij zullen de een op den ander als voor het zwaard vallen, waar niemand is, die jaagt; en gij zult voor het aangezicht uwer vijanden niet kunnen bestaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37En zij zullen de een op den anderH251 als voor het zwaardH2719vallenH3782, waar niemand is, die jaagtH7291; en gij zult voor het aangezichtH6440 uwer vijandenH341 niet kunnen bestaanH8617.En zij zullen de een op den ander als voor het zwaard vallen, waar niemand is, die jaagt; en gij zult voor het aangezicht uwer vijanden niet kunnen bestaan.
KJVAnd they shall fall1one2upon another,3as it were before4a sword,5when none pursueth:6and ye shall have no power to stand11before12your enemies.
1וְכָשְׁל֧וּH3782struikelen, vallen, aanstotenbereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak2אִישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3בְּאָחִ֛יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'4כְּמִפְּנֵיH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5חֶ֖רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool6וְרֹדֵ֣ףH7291vervolgen, vervolgers, jaagdechase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r)7אָ֑יִןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)8וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תִֽהְיֶ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10לָכֶם֙11תְּקוּמָ֔הH8617bestaanpower to stand12לִפְנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you13אֹֽיְבֵיכֶֽםH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe
38Maar gij zult omkomen onder de heidenen, en het land uwer vijanden zal u verteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38Maar gij zult omkomenH6 onder de heidenenH1471, en het landH776 uwer vijandenH341 zal u verterenH398.Maar gij zult omkomen onder de heidenen, en het land uwer vijanden zal u verteren.
KJVAnd ye shall perish1among the heathen,2and the land5of your enemies6shall eat you up.
1וַאֲבַדְתֶּ֖םH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee2בַּגּוֹיִ֑םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people3וְאָכְלָ֣הH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite4אֶתְכֶ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5אֶ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6אֹיְבֵיכֶֽםH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe
39En de overgeblevenen onder u zullen om hun ongerechtigheid in de landen uwer vijanden uitteren; ja, ook om de ongerechtigheden hunner vaderen zullen zij met hen uitteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39En de overgeblevenenH7604 onder u zullen om hun ongerechtigheidH5771 in de landenH776 uwer vijandenH341uitterenH4743; ja, ook om de ongerechtighedenH5771 hunner vaderenH1 zullen zij metH854 hen uitterenH4743.En de overgeblevenen onder u zullen om hun ongerechtigheid in de landen uwer vijanden uitteren; ja, ook om de ongerechtigheden hunner vaderen zullen zij met hen uitteren.
KJVAnd they that are left1of you shall pine away3in their iniquity4in your enemies'6lands;5and also in the iniquities8of their fathers9shall they pine away
1וְהַנִּשְׁאָרִ֣יםH7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest2בָּכֶ֗ם3יִמַּ֨קּוּ֙H4743uitteren, versmachten, vervuildconsume away, be corrupt, dissolve, pine away4בַּֽעֲוֺנָ֔םH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin5בְּאַרְצֹ֖תH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6אֹיְבֵיכֶ֑םH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe7וְאַ֛ףH637ook, ja zelfsalso, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea8בַּעֲוֺנֹ֥תH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin9אֲבֹתָ֖םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'10אִתָּ֥םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix11יִמָּֽקּוּH4743uitteren, versmachten, vervuildconsume away, be corrupt, dissolve, pine away
40Dan zullen zij hun ongerechtigheid belijden, en de ongerechtigheid hunner vaderen met hun overtredingen, waarmede zij tegen Mij overtreden hebben, en ook dat zij met Mij in tegenheid gewandeld hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40Dan zullen zij hun ongerechtigheidH5771belijdenH3034, en de ongerechtigheidH5771 hunner vaderenH1 met hun overtredingenH4604, waarmede zij tegen Mij overtredenH4603 hebben, en ook datH834 zij metH5973 Mij in tegenheidH7147gewandeldH1980 hebben.Dan zullen zij hun ongerechtigheid belijden, en de ongerechtigheid hunner vaderen met hun overtredingen, waarmede zij tegen Mij overtreden hebben, en ook dat zij met Mij in tegenheid gewandeld hebben.
KJVIf they shall confess1their iniquity,3and the iniquity5of their fathers,6with their trespass7which they trespassed9against me, and that also they have walked13contrary
1וְהִתְוַדּ֤וּH3034loven, Looft, belijdencast (out), (make) confess(-ion), praise, shoot, (give) thank(-ful, -s, -sgiving)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3עֲוֺנָם֙H5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5עֲוֺ֣ןH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin6אֲבֹתָ֔םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7בְּמַעֲלָ֖םH4604overtreding, overtreden, overtredingenfalsehood, grievously, sore, transgression, trespass, [idiom] very8אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9מָֽעֲלוּH4603overtreden, begaan, overtradtransgress, (commit, do a) trespass(-ing)10בִ֑י11וְאַ֕ףH637ook, ja zelfsalso, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea12אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13הָֽלְכ֥וּH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl14עִמִּ֖יH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)15בְּקֶֽרִיH7147tegenheidcontrary
41Dat Ik ook met hen in tegenheid gewandeld, en hen in het land hunner vijanden gebracht zal hebben. Zo dan hun onbesneden hart gebogen wordt, en zij dan aan de straf hunner ongerechtigheid een welgevallen hebben;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41Dat IkH589 ook metH5973 hen in tegenheidH7147gewandeldH3212, en hen in het landH776 hunner vijandenH341gebrachtH935 zal hebben. Zo dan hun onbesnedenH6189hartH3824gebogenH3665 wordt, en zij dan aan de straf hunner ongerechtigheid een welgevallenH7521 hebben;Dat Ik ook met hen in tegenheid gewandeld, en hen in het land hunner vijanden gebracht zal hebben. Zo dan hun onbesneden hart gebogen wordt, en zij dan aan de straf hunner ongerechtigheid een welgevallen hebben;
Ook in dit vers
straf ongerechtigheidH5771
KJVAnd that I also have walked3contrary5unto them, and have brought6them into the land8of their enemies;9if then10their uncircumcised14hearts13be humbled,12and they then accept16of the punishment of their iniquity:
1אַףH637ook, ja zelfsalso, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea2אֲנִ֗יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who3אֵלֵ֤ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak4עִמָּם֙H5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)5בְּקֶ֔רִיH7147tegenheidcontrary6וְהֵבֵאתִ֣יH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7אֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8בְּאֶ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9אֹיְבֵיהֶ֑םH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe10אוֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether11אָ֣זH227toen, alsdanbeginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet12יִכָּנַ֗עH3665vernederd, ondergebracht, vernederdebring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue13לְבָבָם֙H3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding14הֶֽעָרֵ֔לH6189onbesnedenen, onbesneden, voorhuiduncircumcised (person)15וְאָ֖זH227toen, alsdanbeginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet16יִרְצ֥וּH7521welgevallen, aangenaam, behagen(be) accept(-able), accomplish, set affection, approve, consent with, delight (self), enjoy, (be, have a) favour(-able), like, observe, pardon, (be, have, take) please(-ure), reconcile self17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18עֲוֺנָֽםH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin
42Dan zal Ik gedenken aan Mijn verbond met Jakob, en ook aan Mijn verbond met Izak, en ook aan Mijn verbond met Abraham zal Ik gedenken, en aan het land zal Ik gedenken;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42Dan zal Ik gedenkenH2142 aan Mijn verbondH1285 met JakobH3290, en ook aan Mijn verbondH1285 met IzakH3327, en ook aan Mijn verbondH1285 met AbrahamH85 zal Ik gedenkenH2142, en aan het landH776 zal Ik gedenkenH2142;Dan zal Ik gedenken aan Mijn verbond met Jakob, en ook aan Mijn verbond met Izak, en ook aan Mijn verbond met Abraham zal Ik gedenken, en aan het land zal Ik gedenken;
KJVThen will I remember1my covenant3with Jacob,4and also my covenant7with Isaac,8and also my covenant11with Abraham12will I remember;13and I will remember15the land.
1וְזָכַרְתִּ֖יH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בְּרִיתִ֣יH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league4יַעֲק֑וֹבH3290Jakob, JakobsJacob5וְאַף֩H637ook, ja zelfsalso, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בְּרִיתִ֨יH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league8יִצְחָ֜קH3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)9וְאַ֨ףH637ook, ja zelfsalso, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11בְּרִיתִ֧יH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league12אַבְרָהָ֛םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham13אֶזְכֹּ֖רH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well14וְהָאָ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world15אֶזְכֹּֽרH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well
43Als het land om hunnentwil zal verlaten zijn geweest, en aan zijn sabbatten een welgevallen gehad hebben, wanneer het om hunnentwil verwoest was, en zij aan de straf hunner ongerechtigheid een welgevallen zullen gehad hebben; daarom, en omdat zij Mijn rechten hadden verworpen, en hun ziel van Mijn inzettingen gewalgd had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43Als het landH776 om hunnentwil zal verlatenH5800 zijn geweest, en aan zijn sabbattenH7676 een welgevallenH7521 gehad hebben, wanneer het om hunnentwil verwoestH8074 was, en zijH1992 aan de straf hunner ongerechtigheid een welgevallenH7521 zullen gehad hebben; daarom, en omdat zij Mijn rechtenH4941 hadden verworpenH3988, en hun zielH5315 van Mijn inzettingenH2708gewalgdH1602 had.Als het land om hunnentwil zal verlaten zijn geweest, en aan zijn sabbatten een welgevallen gehad hebben, wanneer het om hunnentwil verwoest was, en zij aan de straf hunner ongerechtigheid een welgevallen zullen gehad hebben; daarom, en omdat zij Mijn rechten hadden verworpen, en hun ziel van Mijn inzettingen gewalgd had.
Ook in dit vers
straf ongerechtigheidH5771
KJVThe land1also shall be left2of them, and shall enjoy4her sabbaths,6while she lieth desolate7without them: and they shall accept10of the punishment of their iniquity:12because,13even because14they despised16my judgments,15and because their soul20abhorred19my statutes.
1וְהָאָרֶץ֩H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world2תֵּעָזֵ֨בH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely3מֵהֶ֜ם4וְתִ֣רֶץH7521welgevallen, aangenaam, behagen(be) accept(-able), accomplish, set affection, approve, consent with, delight (self), enjoy, (be, have a) favour(-able), like, observe, pardon, (be, have, take) please(-ure), reconcile self5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6שַׁבְּתֹתֶ֗יהָH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath7בָּהְשַׁמָּה֙H8074verwoest, verwoeste, ontzettenmake amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder8מֵהֶ֔ם9וְהֵ֖םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye10יִרְצ֣וּH7521welgevallen, aangenaam, behagen(be) accept(-able), accomplish, set affection, approve, consent with, delight (self), enjoy, (be, have a) favour(-able), like, observe, pardon, (be, have, take) please(-ure), reconcile self11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12עֲוֺנָ֑םH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin13יַ֣עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why14וּבְיַ֔עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why15בְּמִשְׁפָּטַ֣יH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong16מָאָ֔סוּH3988verworpen, verwerpen, versmaadabhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person17וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18חֻקֹּתַ֖יH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute19גָּעֲלָ֥הH1602walgen, walg, gewalgdabhor, fail, lothe, vilely cast away20נַפְשָֽׁםH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
44En hierenboven is dit ook; als zij in het land hunner vijanden zullen zijn, zal Ik hen niet verwerpen, noch van hen walgen, om een einde van hen te maken, vernietigende Mijn verbond met hen; want Ik ben de HEERE, hun God!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44En hierenbovenH637 is ditH2063ookH1571; als zijH1961 in het landH776 hunner vijandenH341 zullen zijn, zal Ik hen niet verwerpenH3988, nochH3808 van hen walgenH1602, om een eindeH3615 van hen te maken, vernietigendeH6565 Mijn verbondH1285metH854 hen; wantH3588IkH589 ben de HEEREH3068, hun GodH430!En hierenboven is dit ook; als zij in het land hunner vijanden zullen zijn, zal Ik hen niet verwerpen, noch van hen walgen, om een einde van hen te maken, vernietigende Mijn verbond met hen; want Ik ben de HEERE, hun God!
KJVAnd yet1for all that,3when they be2in the land5of their enemies,6I will not cast them away,8neither will I abhor10them, to destroy them utterly,11and to break12my covenant13with them: for I am the LORD17their God.
1וְאַףH637ook, ja zelfsalso, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea2גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea3זֹ֠אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus4בִּֽהְיוֹתָ֞םH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6אֹֽיְבֵיהֶ֗םH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe7לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8מְאַסְתִּ֤יםH3988verworpen, verwerpen, versmaadabhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person9וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10גְעַלְתִּים֙H1602walgen, walg, gewalgdabhor, fail, lothe, vilely cast away11לְכַלֹּתָ֔םH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste12לְהָפֵ֥רH6565vernietigen, vernietigd, ganselijk[idiom] any ways, break (asunder), cast off, cause to cease, [idiom] clean, defeat, disannul, disappoint, dissolve, divide, make of none effect, fail, frustrate, bring (come) to nought, [idiom] utterly, make void13בְּרִיתִ֖יH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league14אִתָּ֑םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix15כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who17יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18אֱלֹהֵיהֶֽםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
45Maar Ik zal hun ten beste gedenken aan het verbond der voorouderen, die Ik uit Egypteland voor de ogen der heidenen uitgevoerd heb, opdat Ik hun tot een God ware; Ik ben de HEERE!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
45Maar Ik zal hun ten beste gedenkenH2142 aan het verbondH1285 der voorouderenH7223, dieH834 Ik uit EgyptelandH776 voor de ogenH5869 der heidenenH1471uitgevoerdH3318 heb, opdat Ik hun tot een GodH430wareH1961; IkH589 ben de HEEREH3068!Maar Ik zal hun ten beste gedenken aan het verbond der voorouderen, die Ik uit Egypteland voor de ogen der heidenen uitgevoerd heb, opdat Ik hun tot een God ware; Ik ben de HEERE!
KJVBut I will for their sakes remember1the covenant3of their ancestors,4whom I brought forth6out of the land8of Egypt9in the sight10of the heathen,11that I might be their God:14I am the LORD.
1וְזָכַרְתִּ֥יH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well2לָהֶ֖ם3בְּרִ֣יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league4רִאשֹׁנִ֑יםH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6הוֹצֵֽאתִיH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter7אֹתָם֩H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8מֵאֶ֨רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9מִצְרַ֜יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim10לְעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)11הַגּוֹיִ֗םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people12לִהְיֹ֥תH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13לָהֶ֛ם14לֵאלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who16יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
46Dit zijn die inzettingen, en die rechten, en die wetten, welke de HEERE gegeven heeft, tussen Zich en tussen de kinderen Israels, op den berg Sinai, door de hand van Mozes.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
46DitH428 zijn die inzettingenH2706, en die rechtenH4941, en die wettenH8451, welkeH834 de HEEREH3068gegevenH5414 heeft, tussenH996 Zich en tussenH996 de kinderenH1121IsraelsH3478, op den bergH2022SinaiH5514, door de handH3027 van MozesH4872.Dit zijn die inzettingen, en die rechten, en die wetten, welke de HEERE gegeven heeft, tussen Zich en tussen de kinderen Israels, op den berg Sinai, door de hand van Mozes.
KJVThese are the statutes2and judgments3and laws,4which the LORD7made6between him and the children10of Israel11in mount12Sinai13by the hand14of Moses.
1אֵ֠לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2הַֽחֻקִּ֣יםH2706inzettingen, inzetting, bescheidenappointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task3וְהַמִּשְׁפָּטִים֮H4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong4וְהַתּוֹרֹת֒H8451wet, wetten, leerlaw5אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6נָתַ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8בֵּינ֕וֹH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within9וּבֵ֖יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within10בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12בְּהַ֥רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion13סִינַ֖יH5514SinaiSinai14בְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves15מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Leviticus 26:1— Gij zult ulieden geen afgoden maken; noch gesneden beeld, noch opgericht beeld zult gij u stellen, noch gebeelden steen in uw land zetten, om u daarvoor te buigen; want Ik ben de HEERE, uw God!Leviticus 19:4→Exodus 23:24→Exodus 20:4→Numeri 33:52→Exodus 20:23→Deuteronomium 16:21→Openbaring 22:15→Jesaja 2:20→
Leviticus 26:2— Mijn sabbatten zult gij houden, en Mijn heiligdommen zult gij vrezen; Ik ben de HEERE!Leviticus 19:30→
Leviticus 26:3— Indien gij in Mijn inzettingen wandelen, en Mijn geboden houden, en die doen zult;Deuteronomium 28:1→Deuteronomium 11:13→Richteren 2:1→Mattheüs 7:24→Jesaja 48:18→Psalmen 81:12→Jozua 23:14→Romeinen 2:7→
Leviticus 26:4— Zo zal Ik uw regens geven op hun tijd; en het land zal zijn inkomst geven, en het geboomte des velds zal zijn vrucht geven;Psalmen 67:6→Deuteronomium 28:12→Hagai 2:18→Ezechiël 36:30→Joël 2:23→Job 38:25→Zacharia 8:12→Psalmen 65:9→
Leviticus 26:5— En de dorstijd zal u reiken tot den wijnoogst, en de wijnoogst zal reiken tot den zaaitijd; en gij zult uw brood eten tot verzadiging toe, en gij zult zeker in uw land wonen.Amos 9:13→Leviticus 25:18→Joël 2:19→Joël 2:26→Deuteronomium 11:15→1 Timotheüs 6:17→Jeremia 23:6→Handelingen 14:17→
Leviticus 26:6— Ook zal Ik vrede geven in het land, dat gij zult te slapen liggen, en niemand zij, die verschrikke; en Ik zal het boos gedierte uit het land doen ophouden, en het zwaard zal door uw land niet doorgaan.Sefanja 3:13→Psalmen 29:11→Ezechiël 34:25→Jesaja 35:9→Psalmen 147:14→Jeremia 30:10→Job 11:19→1 Kronieken 22:9→
Leviticus 26:8— Vijf uit u zullen honderd vervolgen, en honderd uit u zullen tien duizend vervolgen; en uw vijanden zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen.Jozua 23:10→Deuteronomium 32:30→Deuteronomium 28:7→1 Kronieken 11:11→Richteren 7:19→1 Kronieken 11:20→Psalmen 81:14→1 Samuël 14:6→
Leviticus 26:9— En Ik zal Mij tot u wenden, en zal u vruchtbaar maken, en u vermenigvuldigen; en Mijn verbond zal Ik met u bevestigen.Genesis 17:6→Nehemia 9:23→2 Koningen 13:23→Genesis 28:3→Exodus 2:25→Exodus 1:7→Deuteronomium 28:11→Jesaja 55:3→
Leviticus 26:10— En gij zult het oude, dat verouderd is, eten; en het oude zult gij vanwege het nieuwe uitbrengen.Leviticus 25:22→Jozua 5:11→2 Koningen 19:29→Lukas 12:17→
Leviticus 26:11— En Ik zal Mijn tabernakel in het midden van u zetten; en Mijn ziel zal van u niet walgen.Exodus 25:8→Psalmen 76:2→Openbaring 21:3→Exodus 29:45→Ezechiël 37:26→Psalmen 132:13→Zacharia 11:8→Jozua 22:19→
Leviticus 26:12— En Ik zal in het midden van u wandelen, en zal u tot een God zijn, en gij zult Mij tot een volk zijn.2 Korinthe 6:16→Jeremia 30:22→Jeremia 7:23→Exodus 6:7→Exodus 19:5→Joël 2:27→Zacharia 13:9→Psalmen 50:7→
Leviticus 26:13— Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land der Egyptenaren uitgevoerd heb, opdat gij hun slaven niet zoudt zijn; en Ik heb de disselbomen van uw juk verbroken, en heb u doen rechtop staan.Ezechiël 34:27→Exodus 20:2→Leviticus 25:38→Jesaja 51:23→Psalmen 116:16→1 Korinthe 6:19→Jeremia 2:20→Leviticus 25:55→
Leviticus 26:14— Maar indien gij Mij niet zult horen, en al deze geboden niet zult doen;Deuteronomium 28:15→Maleachi 2:2→Klaagliederen 2:17→Klaagliederen 1:18→Hebreeën 12:25→Jeremia 17:27→Leviticus 26:18→Handelingen 3:23→
Leviticus 26:15— En zo gij Mijn inzettingen zult smadelijk verwerpen, en zo uw ziel van Mijn rechten zal walgen, dat gij niet doet al Mijn geboden, om Mijn verbond te vernietigen;2 Koningen 17:15→Deuteronomium 31:16→Jesaja 24:5→Exodus 19:5→2 Samuël 12:9→Genesis 17:14→Hebreeën 8:9→Psalmen 50:17→
Leviticus 26:16— Dit zal Ik u ook doen, dat Ik over u stellen zal verschrikking, tering en koorts, die de ogen verteren en de ziel pijnigen; gij zult ook uw zaad te vergeefs zaaien, en uw vijanden zullen dat opeten.Job 31:8→1 Samuël 2:33→Jeremia 5:17→Micha 6:15→Deuteronomium 28:21→Richteren 6:3→Ezechiël 33:10→Psalmen 78:33→
Leviticus 26:17— Daartoe zal Ik Mijn aangezicht tegen ulieden zetten, dat gij geslagen zult worden voor het aangezicht uwer vijanden; en uw haters zullen over u heerschappij hebben, en gij zult vlieden, als u iemand vervolgt.Spreuken 28:1→Deuteronomium 28:25→Psalmen 53:5→Leviticus 17:10→Jeremia 19:7→Richteren 2:14→Psalmen 106:41→Psalmen 68:1→
Leviticus 26:18— En zo gij Mij tot deze dingen toe nog niet horen zult, Ik zal nog daar toe doen, om u zevenvoudig over uw zonden te tuchtigen.Leviticus 26:21→Leviticus 26:28→Leviticus 26:24→Psalmen 119:164→Spreuken 24:16→1 Samuël 2:5→Daniël 3:19→
Leviticus 26:19— Want Ik zal de hovaardigheid uwer kracht verbreken, en zal uw hemel als ijzer maken, en uw aarde als koper.Deuteronomium 28:23→Jesaja 25:11→Jeremia 14:1→Jeremia 13:9→Jesaja 2:12→1 Samuël 4:3→Jesaja 26:5→Lukas 4:25→
Leviticus 26:20— En uw macht zal ijdelijk verdaan worden; en uw land zal zijn inkomsten niet geven, en het geboomte des lands zal zijn vrucht niet geven.Psalmen 127:1→Jesaja 49:4→Leviticus 26:4→Deuteronomium 11:17→Job 31:40→Habakuk 2:13→Deuteronomium 28:18→Hagai 1:9→
Leviticus 26:21— En zo gij met Mij in tegenheid wandelen zult, en Mij niet zult willen horen, zo zal Ik over u, naar uw zonden, zevenvoudig slagen toedoen.Leviticus 26:18→Leviticus 26:27→
Leviticus 26:22— Want Ik zal onder u zenden het gedierte des velds, hetwelk u beroven, en uw vee uitroeien, en u verminderen zal; en uw wegen zullen woest worden.Deuteronomium 32:24→Richteren 5:6→Ezechiël 14:15→Zacharia 7:14→Leviticus 26:6→Jesaja 33:8→2 Koningen 17:25→Klaagliederen 1:4→
Leviticus 26:23— Indien gij nog door deze dingen Mij niet getuchtigd zult zijn, maar met Mij in tegenheid wandelen;Jeremia 5:3→Jeremia 2:30→Amos 4:6→Jesaja 1:16→Leviticus 26:21→Ezechiël 24:13→
Leviticus 26:24— Zo zal Ik ook met u in tegenheid wandelen, en Ik zal u ook zevenvoudig over uw zonden slaan.2 Samuël 22:27→Psalmen 18:26→Job 9:4→Jesaja 63:10→
Leviticus 26:25— Want Ik zal een zwaard over u brengen, dat de wraak des verbonds wreken zal, zodat gij in uw steden vergaderd zult worden; dan zal Ik de pest in het midden van u zenden, en gij zult in de hand des vijands overgegeven worden.Numeri 14:12→Ezechiël 5:17→Ezechiël 14:17→Jeremia 24:10→Deuteronomium 28:21→Ezechiël 29:8→Deuteronomium 32:25→Ezechiël 33:2→
Leviticus 26:26— Als Ik u den staf des broods zal gebroken hebben, dan zullen tien vrouwen uw brood in een oven bakken, en zullen uw brood bij het gewicht wedergeven; en gij zult eten, maar niet verzadigd worden.Micha 6:14→Jesaja 3:1→Ezechiël 5:16→Psalmen 105:16→Ezechiël 4:16→Jesaja 9:20→Ezechiël 14:13→Hagai 1:6→
Leviticus 26:27— Als gij ook hierom Mij niet horen zult, maar met Mij wandelen zult in tegenheid;Leviticus 26:24→Leviticus 26:21→
Leviticus 26:28— Zo zal Ik ook met u in heetgrimmige tegenheid wandelen, en Ik zal u ook zevenvoudig over uw zonden tuchtigen.Jesaja 59:18→Ezechiël 5:15→Jeremia 21:5→Jesaja 66:15→Jesaja 63:3→Ezechiël 5:13→Ezechiël 8:18→Jesaja 27:4→
Leviticus 26:29— Want gij zult het vlees uwer zonen eten, en het vlees uwer dochteren zult gij eten.Klaagliederen 4:10→Ezechiël 5:10→Deuteronomium 28:53→Jeremia 19:9→2 Koningen 6:28→Mattheüs 24:19→Klaagliederen 2:20→Lukas 23:29→
Leviticus 26:30— En Ik zal uw hoogten verderven, en uw zonnebeelden uitroeien, en zal uw dode lichamen op de dode lichamen uwer drekgoden werpen; en Mijn ziel zal aan u walgen.2 Koningen 23:20→Ezechiël 6:3→Ezechiël 6:13→Jesaja 27:9→Jeremia 14:19→2 Kronieken 31:1→Leviticus 26:11→Psalmen 78:58→
Leviticus 26:31— En Ik zal uw steden een woestijn maken, en uw heiligdommen verwoesten; en Ik zal uw liefelijken reuk niet rieken.Nehemia 2:3→Hebreeën 10:26→2 Koningen 25:4→Ezechiël 9:6→Amos 5:21→Klaagliederen 1:10→Jesaja 1:11→Jeremia 4:7→
Leviticus 26:32— Ja, Ik zal dat land verwoesten; dat uw vijanden, die daarin zullen wonen, zich daarover ontzetten zullen.Jeremia 9:11→Jeremia 19:8→Jeremia 18:16→Jeremia 25:11→Ezechiël 5:15→1 Koningen 9:8→Jeremia 25:18→Deuteronomium 28:37→
Leviticus 26:33— Daartoe zal Ik u onder de heidenen verstrooien; en een zwaard achter u uittrekken; en uw land zal woest, en uw steden zullen een woestijn zijn.Ezechiël 20:23→Deuteronomium 4:27→Zacharia 7:14→Psalmen 44:11→Ezechiël 22:15→Jeremia 9:16→Lukas 21:24→Jakobus 1:1→
Leviticus 26:34— Dan zal het land aan zijn sabbatten een welgevallen hebben, al de dagen der verwoesting, en gij zult in het land uwer vijanden zijn; dan zal het land rusten, en aan zijn sabbatten een welgevallen hebben.2 Kronieken 36:21→Leviticus 25:2→Leviticus 25:10→Leviticus 26:43→
Leviticus 26:35— Al de dagen der verwoesting zal het rusten, overmits het niet rustte in uw sabbatten, als gij daarin woondet.Jesaja 24:5→Romeinen 8:22→
Leviticus 26:36— En aangaande de overgeblevenen onder u, Ik zal in hun hart een wekigheid in de landen hunner vijanden laten komen; zodat het geruis van een gedreven blad hen jagen zal, en zij zullen vlieden, gelijk men vliedt voor een zwaard, en zullen vallen, waar niemand is, die jaagt.Ezechiël 21:7→Leviticus 26:17→Jesaja 30:17→Deuteronomium 28:65→Jesaja 7:2→1 Samuël 17:24→Job 15:21→Jozua 2:9→
Leviticus 26:37— En zij zullen de een op den ander als voor het zwaard vallen, waar niemand is, die jaagt; en gij zult voor het aangezicht uwer vijanden niet kunnen bestaan.Jozua 7:12→Richteren 2:14→1 Samuël 14:15→Numeri 14:42→Jesaja 10:4→Jeremia 37:10→Richteren 7:22→
Leviticus 26:38— Maar gij zult omkomen onder de heidenen, en het land uwer vijanden zal u verteren.Jeremia 42:17→Jesaja 27:13→Deuteronomium 28:68→Jeremia 42:22→Deuteronomium 4:26→Jeremia 44:12→Jeremia 44:27→Deuteronomium 28:48→
Leviticus 26:39— En de overgeblevenen onder u zullen om hun ongerechtigheid in de landen uwer vijanden uitteren; ja, ook om de ongerechtigheden hunner vaderen zullen zij met hen uitteren.Ezechiël 4:17→Ezechiël 33:10→Ezechiël 6:9→Ezechiël 24:23→Deuteronomium 28:65→Ezechiël 20:43→Klaagliederen 4:9→Deuteronomium 30:1→
Leviticus 26:40— Dan zullen zij hun ongerechtigheid belijden, en de ongerechtigheid hunner vaderen met hun overtredingen, waarmede zij tegen Mij overtreden hebben, en ook dat zij met Mij in tegenheid gewandeld hebben.1 Koningen 8:33→1 Johannes 1:8→Spreuken 28:13→Leviticus 26:24→Hosea 5:15→Leviticus 26:21→Psalmen 32:5→Job 33:27→
Leviticus 26:41— Dat Ik ook met hen in tegenheid gewandeld, en hen in het land hunner vijanden gebracht zal hebben. Zo dan hun onbesneden hart gebogen wordt, en zij dan aan de straf hunner ongerechtigheid een welgevallen hebben;Handelingen 7:51→Ezechiël 44:7→Jeremia 9:25→Jeremia 4:4→2 Kronieken 33:12→2 Kronieken 32:26→Filippenzen 3:3→2 Kronieken 12:6→
Leviticus 26:42— Dan zal Ik gedenken aan Mijn verbond met Jakob, en ook aan Mijn verbond met Izak, en ook aan Mijn verbond met Abraham zal Ik gedenken, en aan het land zal Ik gedenken;Ezechiël 16:60→Exodus 2:24→Psalmen 106:45→Exodus 6:5→Ezechiël 36:33→Psalmen 136:23→Joël 2:18→Deuteronomium 4:31→
Leviticus 26:43— Als het land om hunnentwil zal verlaten zijn geweest, en aan zijn sabbatten een welgevallen gehad hebben, wanneer het om hunnentwil verwoest was, en zij aan de straf hunner ongerechtigheid een welgevallen zullen gehad hebben; daarom, en omdat zij Mijn rechten hadden verworpen, en hun ziel van Mijn inzettingen gewalgd had.Leviticus 26:15→2 Kronieken 33:12→Romeinen 8:7→Leviticus 26:41→Leviticus 26:34→Zacharia 11:8→Psalmen 119:67→1 Koningen 8:46→
Leviticus 26:44— En hierenboven is dit ook; als zij in het land hunner vijanden zullen zijn, zal Ik hen niet verwerpen, noch van hen walgen, om een einde van hen te maken, vernietigende Mijn verbond met hen; want Ik ben de HEERE, hun God!Romeinen 11:2→Jeremia 33:20→2 Koningen 13:23→Nehemia 9:31→Ezechiël 16:60→Psalmen 89:33→Ezechiël 14:22→Psalmen 94:14→
Leviticus 26:45— Maar Ik zal hun ten beste gedenken aan het verbond der voorouderen, die Ik uit Egypteland voor de ogen der heidenen uitgevoerd heb, opdat Ik hun tot een God ware; Ik ben de HEERE!Ezechiël 20:22→Leviticus 22:33→Ezechiël 20:9→Leviticus 25:38→Genesis 15:18→Psalmen 98:2→Romeinen 11:23→Exodus 6:8→
Leviticus 26:46— Dit zijn die inzettingen, en die rechten, en die wetten, welke de HEERE gegeven heeft, tussen Zich en tussen de kinderen Israels, op den berg Sinai, door de hand van Mozes.Leviticus 27:34→Leviticus 25:1→Deuteronomium 6:1→Deuteronomium 12:1→Psalmen 77:20→Deuteronomium 13:4→Leviticus 8:36→Numeri 4:37→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Leviticus 26 vers 1— Gij zult ulieden geen afgoden maken; noch gesneden beeld, noch opgericht beeld zult gij u stellen, noch gebeelden steen in uw land zetten, om u daarvoor te buigen; want Ik ben de HEERE, uw God!
afgoden maken;
Zie boven, Lev. 19:4.
Hertaald:afgoden maken;
Zie hierboven, Lev. 19:4.
opgericht beeld
Het Hebreeuwse woord betekent al wat op de wijze van een pilaar opgericht of op een pilaar gesteld werd, ter ere van de afgoden; Ex. 23:24; Deut. 16:22.
Hertaald:opgericht beeld
Het Hebreeuwse woord betekent alles wat op de manier van een pilaar opgericht of op een pilaar geplaatst werd, ter ere van de afgoden; Ex. 23:24; Deut. 16:22.
gebeelden steen
Hebreeuws, steen van het beeld, of der afbeelding.
Hertaald:gebeelden steen
Hebreeuws: steen van het beeld, of van de afbeelding.
Leviticus 26 vers 2— Mijn sabbatten zult gij houden, en Mijn heiligdommen zult gij vrezen; Ik ben de HEERE!
vrezen;
Zie boven, Lev. 19:30.
Hertaald:vrezen;
Zie hierboven, Lev. 19:30.
Leviticus 26 vers 4— Zo zal Ik uw regens geven op hun tijd; en het land zal zijn inkomst geven, en het geboomte des velds zal zijn vrucht geven;
uw regens geven op hun tijd;
Die gij nodig hebt, te weten den vroegen en den spaden regen.
Hertaald:uw regens geven op hun tijd;
Die u nodig hebt, namelijk de vroege en de late regen.
Leviticus 26 vers 5— En de dorstijd zal u reiken tot den wijnoogst, en de wijnoogst zal reiken tot den zaaitijd; en gij zult uw brood eten tot verzadiging toe, en gij zult zeker in uw land wonen.
dorstijd zal u reiken
De zin is, dat de oogst zo overvloedig zou zijn, dat zij al het graan niet zouden kunnen dorsen vóór den wijnoogst, en dat de wijnoogst ook zo overvloedig zou zijn, dat zij den wijn niet zouden kunnen kelderen vóór den zaaitijd; zodat zij van het werk zouden overvallen worden.
Hertaald:dorstijd zal u reiken
De betekenis is dat de oogst zo overvloedig zou zijn, dat zij al het graan niet zouden kunnen dorsen vóór de wijnoogst, en dat de wijnoogst ook zo overvloedig zou zijn, dat zij de wijn niet zouden kunnen kelderen vóór de zaaitijd; zodat het werk hen zou inhalen.
verzadiging toe,
Alzo boven, Lev. 25:19.
Hertaald:verzadiging toe,
Zo ook hierboven, Lev. 25:19.
Leviticus 26 vers 6— Ook zal Ik vrede geven in het land, dat gij zult te slapen liggen, en niemand zij, die verschrikke; en Ik zal het boos gedierte uit het land doen ophouden, en het zwaard zal door uw land niet doorgaan.
te slapen liggen,
Of, slapen, of nederliggen. Alzo Gen. 19:4.
Hertaald:te slapen liggen,
Of: slapen, of neerliggen. Zo ook Gen. 19:4.
zal door uw land niet doorgaan
Dat is, zal met geen oorlog gekweld worden. Alzo is het woord zwaard voor oorlog genomen; Num. 14:3; 2 Sam. 12:10; Jes. 1:20; Ezech. 30:4. Vergelijk de aantekeningen op Gen. 27:40.
Hertaald:zal door uw land niet doorgaan
Dat is: zal niet met oorlog gekweld worden. Zo wordt het woord zwaard ook gebruikt voor oorlog; Num. 14:3; 2 Sam. 12:10; Jes. 1:20; Ezech. 30:4. Vergelijk de aantekeningen bij Gen. 27:40.
Leviticus 26 vers 7— En gij zult uw vijanden vervolgen; en zij zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen.
door het zwaard vallen
Dat is, door den oorlog vergaan. Alzo in vs.8, en Num. 14:3; 2 Sam. 3:29; Ps. 78:64; Jer. 20:4.
Hertaald:door het zwaard vallen
Dat is: door de oorlog omkomen. Zo ook in vers 8, en Num. 14:3; 2 Sam. 3:29; Ps. 78:64; Jer. 20:4.
Leviticus 26 vers 8— Vijf uit u zullen honderd vervolgen, en honderd uit u zullen tien duizend vervolgen; en uw vijanden zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen.
Vijf uit u
Een zeker getal wordt hier gesteld voor een onzeker, gelijk onder, vs.18, 26; Gen. 4:15, Gen. 4:24, enz.; Num. 14:22; 1 Sam. 18:7; Job 5:19. De zin is hier, dat weinige Israëlieten velen hunner vijanden verslaan zouden.
Hertaald:Vijf uit u
Een bepaald getal wordt hier gebruikt voor een onbepaald, zoals hieronder, vers 18, 26; Gen. 4:15, Gen. 4:24; Num. 14:22; 1 Sam. 18:7; Job 5:19. De betekenis is hier dat weinig Israëlieten velen van hun vijanden zouden verslaan.
Leviticus 26 vers 9— En Ik zal Mij tot u wenden, en zal u vruchtbaar maken, en u vermenigvuldigen; en Mijn verbond zal Ik met u bevestigen.
Mij tot u wenden,
Of, op u het gezicht hebben; te weten, om u goed te doen.
Hertaald:Mij tot u wenden,
Of: Mijn aangezicht op u gericht hebben; namelijk om u goed te doen.
Leviticus 26 vers 10— En gij zult het oude, dat verouderd is, eten; en het oude zult gij vanwege het nieuwe uitbrengen.
oude, dat verouderd is,
Versta dit van de vruchten, die men lang bewaren kan, blijvende smakelijk en bekwaam tot voeding.
Hertaald:oude, dat verouderd is,
Versta dit van de vruchten die men lang kan bewaren, en die smakelijk en geschikt voor voeding blijven.
en het oude
Dat is, zulken overvloed zal Ik geven dat de oude vruchten uit de schuren nog niet zullen opgeruimd, noch verteerd zijn, als de nieuwe er in zullen moeten gebracht of verzameld worden.
Hertaald:en het oude
Dat is: zo'n overvloed zal Ik geven, dat de oude vruchten uit de schuren nog niet opgeruimd of verbruikt zullen zijn, wanneer de nieuwe erin gebracht of verzameld moeten worden.
vanwege het nieuwe uitbrengen
Hebreeuws, van het aangezicht des, enz.
Hertaald:vanwege het nieuwe uitbrengen
Hebreeuws: van het aangezicht van, enzovoort.
Leviticus 26 vers 11— En Ik zal Mijn tabernakel in het midden van u zetten; en Mijn ziel zal van u niet walgen.
tabernakel
Dat is, Ik wil maken dat mijn genade en woord en godsdienst u steeds bijblijven zullen, opdat ik uw God blijve en gij mijn volk. Vergelijk vs.12.
Hertaald:tabernakel
Dat is: Ik zal ervoor zorgen dat Mijn genade, woord en eredienst u steeds bijblijven, zodat Ik uw God blijf en u Mijn volk. Vergelijk vers 12.
walgen
Het Hebreeuwse woord betekent iets met grote verfoeiing verwerpen en een afkeer daarvan hebben. Alzo onder, vs.15, 30, 43,44.
Hertaald:walgen
Het Hebreeuwse woord betekent iets met grote afkeer verwerpen en er een afschuw van hebben. Zo ook hieronder, vers 15, 30, 43, 44.
Leviticus 26 vers 12— En Ik zal in het midden van u wandelen, en zal u tot een God zijn, en gij zult Mij tot een volk zijn.
wandelen,
Te weten, om u in het geestelijke te onderwijzen, te heiligen en te geleiden ter eeuwige zaligheid, en in het lichamelijke met overvloed van gezondheid, vruchtbaarheid, rijkdom en vrede te zegenen.
Hertaald:wandelen,
Namelijk: om u in het geestelijke te onderwijzen, te heiligen en te leiden tot eeuwige zaligheid, en u in het lichamelijke te zegenen met overvloed van gezondheid, vruchtbaarheid, rijkdom en vrede.
en zal u tot een God zijn,
Zie Gen. 17:7; Ezech. 11:20.
Hertaald:en zal u tot een God zijn,
Zie Gen. 17:7; Ezech. 11:20.
tot een volk zijn
Dat is, dat Ik uit genade door den beloofden Messias verlichten, rechtvaardigen en heiligen zal ter eeuwige zaligheid; 1 Kor. 1:30.
Hertaald:tot een volk zijn
Dat is: dat Ik uit genade, door de beloofde Messias, zal verlichten, rechtvaardigen en heiligen tot eeuwige zaligheid; 1 Kor. 1:30.
Leviticus 26 vers 13— Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land der Egyptenaren uitgevoerd heb, opdat gij hun slaven niet zoudt zijn; en Ik heb de disselbomen van uw juk verbroken, en heb u doen rechtop staan.
disselbomen van uw juk
De disselboom aan een wagen is het middenhout, waaraan de paarden samen vastgemaakt zijn; of versta, de banden en zelen, waarmede zij aan den disselboom vastgemaakt en gebonden worden. Hierbij wordt vergeleken de dienstbaarheid, die de Israëlieten als een juk in Egypte moesten dragen. Zie deze en gelijke manier van spreken, Jer. 27:2, Jer. 27:8, en Jer. 28:2, Jer. 28:13, Jer. 28:15; idem Nah. 1:13.
Hertaald:disselbomen van uw juk
De disselboom van een wagen is het middenhout waaraan de paarden samen vastgemaakt zijn; of versta: de banden en riemen waarmee zij aan de disselboom vastgemaakt en gebonden worden. Hiermee wordt de dienstbaarheid vergeleken die de Israëlieten als een juk in Egypte moesten dragen. Zie deze en een vergelijkbare manier van spreken, Jer. 27:2, Jer. 27:8 en Jer. 28:2, Jer. 28:13, Jer. 28:15; evenzo Nah. 1:13.
rechtop staan
Hebreeuws, [met] oprichting; dat is, met opgerichten halze, komende uit een gerust, welverzekerd en mannelijk gemoed.
Hertaald:rechtop staan
Hebreeuws: met oprichting; dat is: met opgeheven hoofd, voortkomend uit een gerust, verzekerd en moedig gemoed.
Leviticus 26 vers 15— En zo gij Mijn inzettingen zult smadelijk verwerpen, en zo uw ziel van Mijn rechten zal walgen, dat gij niet doet al Mijn geboden, om Mijn verbond te vernietigen;
vernietigen;
Dat is, te maken dat het krachteloos zij, en dat Ik mijne beloften niet volbreng om uw ongeloof en ongehoorzaamheid. Alzo Jes. 24:5.
Hertaald:vernietigen;
Dat is: het krachteloos maken, en Mijn beloften niet vervullen vanwege uw ongeloof en ongehoorzaamheid. Zo ook Jes. 24:5.
Leviticus 26 vers 16— Dit zal Ik u ook doen, dat Ik over u stellen zal verschrikking, tering en koorts, die de ogen verteren en de ziel pijnigen; gij zult ook uw zaad te vergeefs zaaien, en uw vijanden zullen dat opeten.
over u stellen zal
Te weten, als oversten, die, over u als strenge rechters heersende, u straffen en plagen zullen, om mijn rechtvaardige oordelen tegen u uit te voeren. Vergelijk deze manier van spreken met een gelijke 2 Kon. 8:1, en zie aldaar de aantekeningen.
Hertaald:over u stellen zal
Namelijk: als overheersers, die als strenge rechters over u heersen en u zullen straffen en teisteren, om Mijn rechtvaardige oordelen tegen u uit te voeren. Vergelijk deze manier van spreken met een vergelijkbare in 2 Kon. 8:1, en zie daar de aantekeningen.
de ogen verteren
Zie 1 Sam. 2:33.
Hertaald:de ogen verteren
Zie 1 Sam. 2:33.
Leviticus 26 vers 17— Daartoe zal Ik Mijn aangezicht tegen ulieden zetten, dat gij geslagen zult worden voor het aangezicht uwer vijanden; en uw haters zullen over u heerschappij hebben, en gij zult vlieden, als u iemand vervolgt.
aangezicht tegen ulieden zetten,
Zie boven, Lev. 17:10.
Hertaald:aangezicht tegen ulieden zetten,
Zie hierboven, Lev. 17:10.
Leviticus 26 vers 18— En zo gij Mij tot deze dingen toe nog niet horen zult, Ik zal nog daar toe doen, om u zevenvoudig over uw zonden te tuchtigen.
zo gij Mij
Dat is, wanneer Ik zover met mijne straffen zal voortgegaan zijn, en gij door dezelve nog tot mijne gehoorzaamheid niet zult bewogen worden.
Hertaald:zo gij Mij
Dat is: wanneer Ik zover met Mijn straffen zal zijn gegaan, en u daardoor nog niet tot Mijn gehoorzaamheid bewogen zult zijn.
zevenvoudig
Zie boven, vs.8.
Hertaald:zevenvoudig
Zie hierboven, vers 8.
Leviticus 26 vers 19— Want Ik zal de hovaardigheid uwer kracht verbreken, en zal uw hemel als ijzer maken, en uw aarde als koper.
de hovaardigheid
Dat is, de sterke, waarover gij hovaardig zijt.
Hertaald:de hovaardigheid
Dat is: de kracht, waarop u trots bent.
als ijzer maken,
Dat is, droog, zonder regen te geven.
Hertaald:als ijzer maken,
Dat is: droog, zonder regen.
als koper
Dat is, hard en onvruchtbaar.
Hertaald:als koper
Dat is: hard en onvruchtbaar.
Leviticus 26 vers 20— En uw macht zal ijdelijk verdaan worden; en uw land zal zijn inkomsten niet geven, en het geboomte des lands zal zijn vrucht niet geven.
En uw macht
Dat is, gij zult arbeiden met lichaam, met ziel en met al uwe middelen, om u te helpen; maar het zal ijdele en vergeefse arbeid zijn.
Hertaald:En uw macht
Dat is: u zult zwoegen met lichaam, ziel en al uw middelen om uzelf te helpen; maar het zal vergeefse, nutteloze arbeid zijn.
Leviticus 26 vers 21— En zo gij met Mij in tegenheid wandelen zult, en Mij niet zult willen horen, zo zal Ik over u, naar uw zonden, zevenvoudig slagen toedoen.
in tegenheid wandelen zult,
Dat is, met opzet en moedwil u tegen Mij stellen, of Mij als tegenpartijders bejegenen; recht [zoals men zegt] tegen Mij wilt aangaan; verachtende mijne geboden, omdat gij tegen dezelve doorgaans moedwilliglijk zult zondigen. Anders, lichtvaardiglijk, roekelooslijk, zonder zorg, of, achterdenken, omdat zij zichzelven zullen wijsmaken dat hun wel- of kwalijkvaren niet van Mij komt, maar bij geval, en daarom Mij den behoorlijken eerbied en gehoorzaamheid zullen weigeren. Het woordje in wordt vs.21 en vs.23 ingevoegd uit vs.24, 40,41.
Hertaald:in tegenheid wandelen zult,
Dat is: met opzet en moedwil tegen Mij ingaan, of Mij als tegenstanders benaderen; recht [zoals men zegt] tegen Mij ingaan; Mijn geboden verachtend, omdat u er voortdurend moedwillig tegen zult zondigen. Ook mogelijk: lichtvaardig, roekeloos, zonder zorg of nadenken, omdat zij zichzelf zullen wijsmaken dat hun welzijn of tegenspoed niet van Mij komt, maar toevallig is, en zij daarom Mij de gepaste eerbied en gehoorzaamheid zullen weigeren. Het woordje in wordt in vers 21 en 23 toegevoegd op basis van vers 24, 40, 41.
Leviticus 26 vers 22— Want Ik zal onder u zenden het gedierte des velds, hetwelk u beroven, en uw vee uitroeien, en u verminderen zal; en uw wegen zullen woest worden.
u beroven,
Te weten, van uwe kinderen. Zie Ezech. 5:17.
Hertaald:u beroven,
Namelijk: van uw kinderen. Zie Ezech. 5:17.
wegen zullen woest worden
Te weten, die in uwe landen zijn, die niemand zal durven gebruiken, uit vrees van het wild, verslindend gedierte.
Hertaald:wegen zullen woest worden
Namelijk: die in uw land liggen, die niemand zal durven gebruiken, uit angst voor wilde, verscheurende dieren.
Leviticus 26 vers 23— Indien gij nog door deze dingen Mij niet getuchtigd zult zijn, maar met Mij in tegenheid wandelen;
in tegenheid wandelen;
Zie boven, vs.21.
Hertaald:in tegenheid wandelen;
Zie hierboven, vers 21.
Leviticus 26 vers 24— Zo zal Ik ook met u in tegenheid wandelen, en Ik zal u ook zevenvoudig over uw zonden slaan.
in tegenheid wandelen,
Dat is, u met mijn rechtvaardige straffen en oordelen tegenkomen. Anders, in of, bij geval; te weten, als die geen zorg meer voor u zal dragen, om u wel te doen. Maar zo zal Ik met u handelen, dat alle plagen u als bij ongeluk zullen schijnen te overvallen. Vergelijk Ps. 18:27.
Hertaald:in tegenheid wandelen,
Dat is: u tegemoet komen met Mijn rechtvaardige straffen en oordelen. Ook mogelijk: toevallig; namelijk als iemand die geen zorg meer voor u zal dragen om u goed te doen. Maar zo zal Ik met u handelen, dat alle plagen u als bij toeval zullen lijken te overvallen. Vergelijk Ps. 18:27.
Leviticus 26 vers 25— Want Ik zal een zwaard over u brengen, dat de wraak des verbonds wreken zal, zodat gij in uw steden vergaderd zult worden; dan zal Ik de pest in het midden van u zenden, en gij zult in de hand des vijands overgegeven worden.
wraak des verbonds
Dat is, de straf, die gij verdiend zult hebben, omdat gij door uw afval en ongehoorzaamheid mijn verbond zult krachteloos gemaakt hebben. Zie boven, vs.15.
Hertaald:wraak des verbonds
Dat is: de straf die u zult verdiend hebben, omdat u door uw afval en ongehoorzaamheid Mijn verbond krachteloos zult hebben gemaakt. Zie hierboven, vers 15.
Leviticus 26 vers 26— Als Ik u den staf des broods zal gebroken hebben, dan zullen tien vrouwen uw brood in een oven bakken, en zullen uw brood bij het gewicht wedergeven; en gij zult eten, maar niet verzadigd worden.
staf des broods
Dat is, de kracht van allerlei spijs om te voeden, en voornamelijk des broods, waarop het leven des mensen door den zegen des Heeren steunt gelijk een zwak lichaam op een staf is steunende. Zie deze manier van spreken, ook Ezech. 4:16.
Hertaald:staf des broods
Dat is: de kracht van allerlei voedsel om te voeden, en vooral van brood, waarop het leven van de mens door de zegen van de HEERE steunt, zoals een zwak lichaam op een staf steunt. Zie deze manier van spreken ook Ezech. 4:16.
in een oven bakken,
De zin is, dat er zulk een schaarsheid van brood zal wezen, dat één over voor vele vrouwen genoeg zal zijn, om voor vele huisgezinnen te bakken, waar anders één huisgezin, naar zijn grootte, dikwijls wel één oven alleen behoeven zou.
Hertaald:in een oven bakken,
De betekenis is dat er zo'n schaarste aan brood zal zijn, dat één oven voor veel vrouwen genoeg zal zijn om voor veel huisgezinnen te bakken, terwijl anders één huisgezin, naar zijn grootte, vaak wel één oven voor zichzelf nodig zou hebben.
bij het gewicht wedergeven;
Dat is, het brood zal zijn gewicht hebben, maar niet zijn kracht naar het gewicht.
Hertaald:bij het gewicht wedergeven;
Dat is: het brood zal wel zijn gewicht hebben, maar niet zijn voedingskracht overeenkomstig dat gewicht.
Leviticus 26 vers 28— Zo zal Ik ook met u in heetgrimmige tegenheid wandelen, en Ik zal u ook zevenvoudig over uw zonden tuchtigen.
in heetgrimmige tegenheid
Hebreeuws, in hittige gramschap der tegenheid, of, ontmoeting.
Hertaald:in heetgrimmige tegenheid
Hebreeuws: in hete gramschap van tegenstand, of confrontatie.
Leviticus 26 vers 30— En Ik zal uw hoogten verderven, en uw zonnebeelden uitroeien, en zal uw dode lichamen op de dode lichamen uwer drekgoden werpen; en Mijn ziel zal aan u walgen.
hoogten verderven,
Versta, hoge plaatsen, als bergen en heuvelen, op welke men de afgoden offeranden deed; of de hoge timmeringen der altaren. Zie van deze ook Num. 33:52; Ezech. 6:3.
Hertaald:hoogten verderven,
Versta: hoge plaatsen, zoals bergen en heuvels, waarop men offers aan de afgoden bracht; of de hoge bouwwerken van de altaren. Zie hierover ook Num. 33:52; Ezech. 6:3.
zonnebeelden uitroeien,
Het Hebreeuwse woord betekent beelden, die hun naam hadden van hittigheid en warmte, of [zoals men meent] omdat zij in de zon tentoon stonden. Anderen verstaan de huizen en altaren, die ter ere van de zon opgericht waren. Of op welke het vuur als een God werd geëerd. Zie van deze beelden ook 2 Kron. 14:5, en Ezech. 6:4, enz.
Hertaald:zonnebeelden uitroeien,
Het Hebreeuwse woord betekent beelden die hun naam ontlenen aan hitte en warmte, of [zoals men meent] omdat zij in de zon werden opgesteld. Anderen verstaan hieronder de huizen en altaren die ter ere van de zon waren opgericht. Of waarop het vuur als een god werd vereerd. Zie voor deze beelden ook 2 Kron. 14:5, en Ezech. 6:4.
dode lichamen uwer
Alzo noemt hij de afgebroken stukken der afgoden en de rompen derzelve, zoals die verachtelijk daarheen zouden geworpen worden, alzo zouden ook de lichamen der afgodendienaars veracht en de begrafenis niet waardig gehouden worden.
Hertaald:dode lichamen uwer
Zo noemt Hij de afgebroken stukken van de afgoden en hun overblijfselen, die smadelijk daarheen geworpen zouden worden; zo zouden ook de lichamen van de afgodendienaars veracht en de begrafenis onwaardig geacht worden.
drekgoden werpen;
Hebreeuws, drekken; dat is, welke door God niet anders dan als mensendrek geacht worden en die ieder daarom billijk als stinkende drek behoorde te verfoeien. De beelden der afgoden worden dikwijls aldus genoemd, om ons van afgoderij als van een afschuwelijke vuiligheid een walging te maken. Zie Deut. 29:17; 1 Kon. 15:12; 2 Kon. 17:12, en 2 Kon. 21:11; Jer. 50:2; Ezech. 6:6, en Ezech. 14:3, en Ezech. 20:7, enz.
Hertaald:drekgoden werpen;
Hebreeuws: drekken; dat is: die door God niet anders beschouwd worden dan als mensendrek en die iedereen daarom terecht behoort te verafschuwen als stinkende drek. De beelden van de afgoden worden vaak zo genoemd, om ons van afgoderij een afschuw te geven, als van iets afschuwelijk vuils. Zie Deut. 29:17; 1 Kon. 15:12; 2 Kon. 17:12 en 2 Kon. 21:11; Jer. 50:2; Ezech. 6:6, Ezech. 14:3 en Ezech. 20:7.
Leviticus 26 vers 31— En Ik zal uw steden een woestijn maken, en uw heiligdommen verwoesten; en Ik zal uw liefelijken reuk niet rieken.
uw heiligdommen verwoesten;
Versta, den tempel, die ook alzo in het getal van velen genoemd wordt Ezech. 21:2. De reden is, omdat deze vele delen had, te weten, het allerheiligste, het heilige en de voorhoven.
Hertaald:uw heiligdommen verwoesten;
Versta: de tempel, die ook in het meervoud genoemd wordt in Ezech. 21:2. De reden is dat deze uit veel delen bestond, namelijk het allerheiligste, het heilige en de voorhoven.
liefelijken reuk
Te weten, die van uwe offerande komt; dat is, uwe offers zullen Mij niet aangenaam zijn. Vergelijk Gen. 8:21; Jes. 1:11-13, enz.
Hertaald:liefelijken reuk
Namelijk: die van uw offer komt; dat is: uw offers zullen Mij niet aangenaam zijn. Vergelijk Gen. 8:21; Jes. 1:11-13.
Leviticus 26 vers 32— Ja, Ik zal dat land verwoesten; dat uw vijanden, die daarin zullen wonen, zich daarover ontzetten zullen.
daarin zullen wonen,
Te weten, wanneer gij daaruit verdreven zult zijn. Zie vs.33.
Hertaald:daarin zullen wonen,
Namelijk: wanneer u eruit verdreven zult zijn. Zie vers 33.
Leviticus 26 vers 34— Dan zal het land aan zijn sabbatten een welgevallen hebben, al de dagen der verwoesting, en gij zult in het land uwer vijanden zijn; dan zal het land rusten, en aan zijn sabbatten een welgevallen hebben.
een welgevallen hebben,
Dat is, het land zal zijn rust hebben, welke gij hetzelve zult geweigerd hebben tegen mijne wet; Lev. 25:4. Zie vs.35.
Hertaald:een welgevallen hebben,
Dat is: het land zal zijn rust hebben, die u het geweigerd zult hebben, tegen Mijn wet in; Lev. 25:4. Zie vers 35.
Leviticus 26 vers 36— En aangaande de overgeblevenen onder u, Ik zal in hun hart een wekigheid in de landen hunner vijanden laten komen; zodat het geruis van een gedreven blad hen jagen zal, en zij zullen vlieden, gelijk men vliedt voor een zwaard, en zullen vallen, waar niemand is, die jaagt.
Ik zal in hun hart
Dat is, Ik zal hun allen moed en kracht benemen en een vrees aanjagen, dat zij zonder nood zullen verschrikt worden.
Hertaald:Ik zal in hun hart
Dat is: Ik zal hun alle moed en kracht ontnemen en angst aanjagen, zodat zij zonder aanleiding zullen schrikken.
gelijk men vliedt
Hebreeuws, de vlucht eens zwaards.
Hertaald:gelijk men vliedt
Hebreeuws: de vlucht van een zwaard.
Leviticus 26 vers 37— En zij zullen de een op den ander als voor het zwaard vallen, waar niemand is, die jaagt; en gij zult voor het aangezicht uwer vijanden niet kunnen bestaan.
de een op den ander
Hebreeuws, de man op zijn broeder
Hertaald:de een op den ander
Hebreeuws: de man op zijn broer.
niet kunnen bestaan
Hebreeuws, u zal niet zijn, of, gij zult niet hebben de bestendigheid, of opstanding, òf kracht om u op te richten.
Hertaald:niet kunnen bestaan
Hebreeuws: u zult geen standvastigheid, of opstand, of kracht hebben om overeind te blijven.
Leviticus 26 vers 39— En de overgeblevenen onder u zullen om hun ongerechtigheid in de landen uwer vijanden uitteren; ja, ook om de ongerechtigheden hunner vaderen zullen zij met hen uitteren.
om de ongerechtigheden
Te weten, die zij zullen nagevolgd hebben. Zie Gods dreigement Ex. 20:5.
Hertaald:om de ongerechtigheden
Namelijk: die zij zullen hebben nagevolgd. Zie Gods dreiging in Ex. 20:5.
Leviticus 26 vers 41— Dat Ik ook met hen in tegenheid gewandeld, en hen in het land hunner vijanden gebracht zal hebben. Zo dan hun onbesneden hart gebogen wordt, en zij dan aan de straf hunner ongerechtigheid een welgevallen hebben;
Dat Ik ook met hen
Anders, ja Ik zal met hen in tegenheid wandelen en hen in het land hunner vijanden brengen. Immers, dan zal hun onbesneden hart, enz. En Ik zal, enz.
Hertaald:Dat Ik ook met hen
Ook mogelijk: ja, Ik zal hen tegemoet komen en hen in het land van hun vijanden brengen. Immers, dan zal hun onbesneden hart, enzovoort. En Ik zal, enzovoort.
onbesneden hart gebogen wordt,
Dat is, onboetvaardig, moedwillig, en de zonde van zich niet wegwerpende, maar die bij zich behoudende en voedende. Alzo Jer. 9:26; Ezech. 44:7; Hand. 7:51.
Hertaald:onbesneden hart gebogen wordt,
Dat is: onboetvaardig, koppig, en die de zonde niet van zich afwerpt, maar bij zich houdt en voedt. Zo ook Jer. 9:26; Ezech. 44:7; Hand. 7:51.
een welgevallen hebben;
Dat is, zo zij recht bekennen de straf vanwege hun zonden verdiend te hebben, en dienvolgens zich van harte bekeren.
Hertaald:een welgevallen hebben;
Dat is: als zij eerlijk erkennen dat zij de straf vanwege hun zonden verdiend hebben, en zich daarom oprecht bekeren.
Leviticus 26 vers 43— Als het land om hunnentwil zal verlaten zijn geweest, en aan zijn sabbatten een welgevallen gehad hebben, wanneer het om hunnentwil verwoest was, en zij aan de straf hunner ongerechtigheid een welgevallen zullen gehad hebben; daarom, en omdat zij Mijn rechten hadden verworpen, en hun ziel van Mijn inzettingen gewalgd had.
hunnentwil
Of, van hen
Hertaald:hunnentwil
Of: van hen.
om hunnentwil verwoest was,
Of, van hen
Hertaald:om hunnentwil verwoest was,
Of: van hen.
straf hunner ongerechtigheid
Hebreeuws, ongerechtigheid; als boven, vs.41.
Hertaald:straf hunner ongerechtigheid
Hebreeuws: ongerechtigheid; zoals hierboven, vers 41.
Leviticus 26 vers 44— En hierenboven is dit ook; als zij in het land hunner vijanden zullen zijn, zal Ik hen niet verwerpen, noch van hen walgen, om een einde van hen te maken, vernietigende Mijn verbond met hen; want Ik ben de HEERE, hun God!
hierenboven is dit ook;
Dat is, boven dat Ik hunner gedachtig zal zijn, wanneer zij zich tot Mij bekeren zullen; zo is het, dat Ik ook gedenken zal wanneer zij onder hun vijanden gevankelijk zullen zijn, en nog in onboetvaardigheid steken zullen.
Hertaald:hierenboven is dit ook;
Dat is: naast dat Ik hen zal gedenken wanneer zij zich tot Mij bekeren, zal Ik ook gedenken wanneer zij gevangen zijn bij hun vijanden en nog in onboetvaardigheid volharden.
Leviticus 26 vers 45— Maar Ik zal hun ten beste gedenken aan het verbond der voorouderen, die Ik uit Egypteland voor de ogen der heidenen uitgevoerd heb, opdat Ik hun tot een God ware; Ik ben de HEERE!
ten beste gedenken
Hebreeuws, voor henlieden. Vergelijk Ps. 79:8.
Hertaald:ten beste gedenken
Hebreeuws: voor hen. Vergelijk Ps. 79:8.
der voorouderen,
Of, der vorigen; dat is, wat Ik met de ouden, te weten, hunne voorvaders, die Ik uit Egypteland leidde, gemaakt heb.
Hertaald:der voorouderen,
Of: van de vorigen; dat is: wat Ik met de ouden, namelijk hun voorvaders, die Ik uit Egypte leidde, gedaan heb.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Horeb/Sinaï — zie voor naam, ligging en de volledige geschiedenis het artikel bij Exodus 3, waar de berg voor het eerst in de Schrift genoemd wordt
Ligging: Gelegen op het Sinaïtisch schiereiland; zie het artikel bij Exodus 3 voor de bespreking van de mogelijke locaties.
Geschiedenis: Heel het boek Leviticus speelt zich af terwijl Israël nog bij de berg Sinaï gelegerd is. Uitdrukkelijk vermeld als de plaats waar de HEERE Mozes de wet des schuldoffers gebood (Lev. 7:38), en later herhaald als de plaats van herkomst van de wetten omtrent de sabbatsjaren, de zegeningen en vervloekingen, en de geloften (Lev. 25:1; 26:46; 27:34) — waarmee het boek zelf drie keer uitdrukkelijk terugwijst naar de berg waar het gegeven werd.
Bijbelse betekenis: Onderstreept dat heel de offerwetgeving en de heiligheidswetten van Leviticus niet los staan van de verbondssluiting bij de Sinaï, maar er een rechtstreekse uitwerking van zijn: de HEERE, Die Zich daar aan Israël verbond, leert Zijn volk hier hoe het Hem, ondanks de zonde, toch naderen mag.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Vloek — Hebreeuws: kelalah, "vervloeking"; het tegendeel van berachah, "zegen"
Leviticus 26 sluit de wetgeving af met de twee wegen die voor Israël openliggen. Bij gehoorzaamheid volgen regen op tijd, opbrengst van het land, vrede en Gods wonen in hun midden (Lev. 26:3-13). Bij ongehoorzaamheid volgt een reeks van steeds zwaarder wordende oordelen, eindigend in verstrooiing onder de volken (Lev. 26:14-39). Deuteronomium herhaalt en verbreedt deze zegen en vloek bij de bergen Gerizim en Ebal (Deut. 11:26-29; 27-28). Toch eindigt het hoofdstuk niet bij de vloek: als hun onbesneden hart gebogen wordt, zal God aan Zijn verbond gedenken en hen niet verwerpen (Lev. 26:40-45).
Bijbelse betekenis: De vloek is in de Schrift geen willekeurige verwensing maar de rechtvaardige toorn van God over het verbreken van Zijn verbond. Vandaar de dubbele boodschap van dit hoofdstuk: de wet kan de overtreder niets anders aanzeggen dan vloek, en tegelijk blijkt Gods trouw sterker dan Israëls ontrouw — Hij vernietigt Zijn verbond niet, ook niet in het land van hun vijanden.
Typologie: Paulus vat het samen: allen die uit de werken der wet zijn, liggen onder de vloek. De grond daarvoor is geschreven: vervloekt is wie niet blijft in alles wat in het boek der wet geschreven staat (Gal. 3:10, aanhalend Deut. 27:26). Maar: "Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons" — en daarbij wordt Deut. 21:23 aangehaald, dat vervloekt is ieder die aan het hout hangt (Gal. 3:13). De vloek is niet weggeredeneerd maar gedragen.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
God bij Zijn volkniveau 1Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toeuitwerking
Ik zal in het midden van u wandelen — 26:3-13, 40-45
Leviticus loopt uit op een hoofdstuk met twee helften. Eerst wordt beschreven wat er gebeuren zal als het volk in Gods inzettingen wandelt, en daarna, veel uitvoeriger, wat er gebeurt als het dat niet doet. De weegschaal is niet in evenwicht.
In de zegen die God belooft staat de grootste toezegging voorop: dat Hij Zelf onder hen zal wonen en wandelen.
De eerste helft somt op wat er komt bij gehoorzaamheid: regen op zijn tijd, dorsing die tot de wijnoogst reikt, brood tot verzadiging, vrede in het land, slaap zonder verschrikking. Dat zijn gewone dingen, en juist daarom herkenbaar.
Maar er staat iets bij dat alles overtreft: “En Ik zal Mijn tabernakel in het midden van u zetten; en Mijn ziel zal van u niet walgen. En Ik zal in het midden van u wandelen, en zal u tot een God zijn, en gij zult Mij tot een volk zijn.”
Drie dingen achter elkaar. Een woning in hun midden. Een wandeling in hun midden — hetzelfde werkwoord dat in Genesis gebruikt wordt van God Die wandelde in de hof in de wind des daags. En de verbondsformule: Ik uw God, gij Mijn volk.
Paulus haalt dit vers aan, en hij doet het op een plaats waar men het niet verwacht: in een vermaning aan de gemeente van Korinthe om zich niet met ongelovigen in een ongelijk juk te begeven. Zijn argument is dat zij zelf de tempel des levenden Gods zijn, en dan citeert hij: “Ik zal in hen wonen, en Ik zal onder hen wandelen; en Ik zal hun God zijn, en zij zullen Mij een volk zijn.” Wat in Leviticus over een tent in een legerkamp ging, past hij toe op mensen.
De tweede helft van het hoofdstuk is lang en zwaar, en zij loopt in vier trappen op: als gij Mij dan nog niet hoort, zal Ik zevenvoudig meer over u brengen. Het eindigt bij verstrooiing onder de heidenen en een land dat zijn sabbatten viert terwijl het woest ligt.
En dan, na al dat oordeel, komt er nog een gedeelte dat begint met een voorwaarde en eindigt met een naam. Als zij hun ongerechtigheid belijden en hun onbesneden hart gebogen wordt, dan zal God gedenken aan Zijn verbond met Jakob, met Izak en met Abraham. En er staat bij dat Hij ook het land gedenken zal. Zelfs in de ballingschap zal Hij hen niet verwerpen om Zijn verbond te vernietigen, want Hij is de HEERE hun God.
Zo eindigt het boek van de offers niet bij een voorschrift maar bij een Persoon Die niet loslaat. En de laatste bladzijde van de Schrift neemt de belofte van vers 11 en 12 nog eens op, dan zonder voorwaarde erbij: ziet, de tabernakel Gods is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn.
Leviticus 26:4-10 — De zegen bestaat uit gewone dingen: regen, brood, vrede, slaap.
Leviticus 26:11 — En daarbovenuit: Ik zal Mijn tabernakel in het midden van u zetten.
Leviticus 26:12 — Ik zal in het midden van u wandelen — hetzelfde woord als in de hof.
2 Korinthe 6:16 — Paulus haalt dat aan en past het toe op mensen: gij zijt de tempel Gods.
Leviticus 26:42 — Na het oordeel: dan zal Ik Mijn verbond met Jakob gedenken.
Openbaring 21:3 — En ten slotte zonder voorwaarde: de tabernakel Gods is bij de mensen.
In het Nieuwe Testament: 2 Korinthe 6:16; Openbaring 21:3; Genesis 3:8; Johannes 1:14; Hebreeën 8:10
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Daar de Heere nu genaderd is tot het einde van de wet, die Hij de kinderen van Israël door Mozes wilde geven naar het met hen opgericht Verbond, laat Hij nu ook bekend maken welke zegen zij van Hem mogen verwachten, wanneer zij in Zijn instellingen wandelen en Zijn geboden houden; maar ook laat Hij hun betuigen, welke straffen hen in steeds toenemende graad zullen treffen, wanneer zij Hem niet gehoorzaam zijn en met hardnekkige ongehoorzaamheid zich tegen Hem en Zijn voorlopige oordelen zullen verzetten. Dan zal Hij hen aan gevangenschap en zware ellende overgeven en zich eerst over hen ontfermen, wanneer zij hun schuld belijden en zich onder Zijn machtige hand verootmoedigen.
1. Gij zult u naar het oorspronkelijk gebod (Exodus. 20:2-5), waarvan de getrouwe en gemoedelijke volbrenging die van alle andere geboden ten gevolge heeft, geen afgoden maken (Leviticus. 19:4), noch gesneden beeld van de ware God, noch opgericht standbeeld van dieGod zult gij u stellen, zoals de heidenen zulke standbeelden hebben van hun goden (Exodus. 23:24), noch gebeeldhouwde steen, 1) stenen beeld in uw land zetten, om u daarvoor te buigen; want Ik ben de HEERE uw God, die gij alleen zult dienen, en niet de afgoden. En hoe gij Mij zonder al deze soorten van beelden op de rechte wijze dienen kunt, heb Ik u in de wet over het heiligdom, de heilige gaven en tijden duidelijk genoeg gezegd.
a) Deuteronomium. 5:8; 16:22 Psalm. 97:7
1) Bij het verbod van geen afgoden te dienen, of gesneden beelden te maken, wordt nu ook nog gevoegd, dat, omtrent het vervaardigen van stenen beelden, een afgodsbeeld uit steen gemaakt om zich daarvoor neer te buigen. Deze afgodsbeelden van steen zijn wel te onderscheiden van gedenkstenen.
2. Mijn Sabbatten, 1) de heilige feest- en rusttijden, waarover in hoofdstuk 23 en 25 gehandeld is, zult gij dan houden en Mijn heiligdom zult gij vrezen, dat Ik in uw midden heb opgericht, om onder u te wonen, zodat gij, zowel priesters als volk, altijd met heilige eerbied hiertoe nadert (hoofdstuk 22): Ik ben de HEERE! (Leviticus. 19:30).
1) De Sabbat is een instelling van de Heere. Nu weet gij, hoe Mozes in de Naam des Heeren niets geduriger voor het oor van Israël herhaalt, dan dat al deze heiligheden de rechten en instellingen en geboden van de Heere zijn. En dat moest. Want in Israël zat juist dezelfde zonde, die ook gedurig in uw hart sluipt, om wel, ja, God de ere te willen geven, mits het geschieden kon naar eigen inzicht en uit eigen aandrift, naar de prikkel van het eigen hart. En wat Israël niet wilde, en wat gij van nature ook niet wilt, dat is dienen uit gehoorzaamheid; omdat Hij het u geboden heeft, en omdat Hij het u heeft ingezet. Gij wilt dan wel iets voor uw God doen. O, gij zou alles voor Hem over hebben. Alleen maar, de Heere moet het niet van u in de weg van gehoorzaamheid vorderen. Veeleer moet Hij het aan u overlaten, dat gij het uit eigen aandrift doet. En dan zult gij, al wat gij slechts vermoogt, aan uw God toewijden. In lust, om uw God de ere te geven, zult gij met de beste wedijveren. Alleen maar die ene eer, dat Hij als uw Souverein en Koning zelf bepalen zal, wat gij voor Hem doen zult, die ere gunt gij Hem niet. En dat is het nu juist, wat uw Sabbat u telkens weer prediken komt: “God heeft mij ingezet.” Van God ben ik verordend.
Deze beide verzen behoren in het verband niet meer tot het vorige hoofdstuk, maar vormen de inleiding op het volgende; daarom moet men aan de oude verdeling in hoofdstukken boven de nieuwe de voorkeur geven (zie Ge 32.2). Terwijl de wetgeving op Sinaï nu haar einde bereikt (vs.46), keert zij tot haar begin terug, stelt nog eenmaal het eerste gebod voor, dat alle volgende in zich bevat en ontwikkelt verder de daar beloofde zegen en gedreigde vloek. Beiden, vloek en zegen, worden hier uitdrukkelijk op alle geboden toegepast, en zo strekt dit hoofdstuk tot rechtvaardiging van de wijze, waarop Luther in zijn catechismus de 10 geboden behandeld heeft, die namelijk de woorden (Exodus. 20:5,6) aan het slot van het eerste hoofdstuk gesteld heeft (zie Ex 20.6)
3. a) Indien gij nu in deze Mijn instellingen welke op de ware Godsverering betrekking hebben, wandelen en ook Mijn andere geboden, die Ik als uw God en Heere u gegeven heb, houden, en die doen zult;
a) Deuteronomium. 28:1
4. Zo zal Ik u in het land, waarin Ik u nu leid, uw regens geven op hun tijd, zowel vroege als late regen (Deuteronomium. 11:14), en het land zal zijn inkomst geven en het geboomte van het veld zal zijn vrucht geven.
5. En de dorstijd zal u reiken tot de wijnoogst, en de wijnoogst zal reiken tot de zaaitijd, 1) zodat gij met het oogsten en inzamelen van de zegen van de velden, wijnbergen enz. werk genoeg hebt, zo rijkelijk zal die zegen u toevloeien, en gij zult uw brood eten, niet alleen tot voorziening in uw nooddruft, maar ook tot verzadiging toe, en gij zult zeker, zonder zorg voor uw onderhoud (Leviticus. 25:18 vv.), in uw land wonen. 2)
1) Hiermee wordt aangeduid, een zeer overvloedige oogst, indien Israël in de wegen van de Heere zou wandelen. Het dorsen begint tegelijk met de oogst, einde april, de wijnoogst valt in september voor en het zaaien neemt een aanvang eind oktober of begin november.
2) Zoals het boek van het Verbond (Exodus. 20:22-23:19), dat de grondtrekken van de rechte betrekking van Israël, de plichten die uit zijn Verbondsbetrekking tot Jehova voortvloeien, in zich bevat, met beloften en bedreigingen eindigt (Exodus. 23:20-33), alzo sluit nu ook de Sinaïtische wetgeving in het algemeen, nadat zij de innerlijke, de geestelijke betekenis van de gehele Verbondsinstelling heeft ontwikkeld, met een zeer uitvoerige voorstelling: allereerst van de zegen, die op de getrouwe opvolging van Gods geboden rust, daarna van de vloek, waardoor hun overtreding gevolgd wordt. Terwijl echter die beloften en bedreigingen aan het einde van het boek van het Verbond meegedeeld, slechts op de beërving van het land van belofte betrekking hadden, zien de beloften in dit hoofdstuk op de zegeningen, welke Israël in het reeds verkregen land zal genieten en de bedreigingen op de strafgerichten, waarmee het daar zal bezocht worden; want de tijd is nu gekomen, dat het volk weer van Sinaï zal opbreken en zijn erfenis aanvaarden. Nog uitvoeriger worden de zegen en vloek van de wet, na herhaling van deze, ontwikkeld in Mozes’ 5de boek, als Israël reeds staat aan de grenzen van het heilige land (Deuteronomium. 28-30). Wat nu het klimaat van het heilige land aangaat, waarop vs.3 en 4 betrekking hebben, merken wij op, dat Palestina onder 32 graden noorderbreedte gelegen, over het algemeen een gematigd warm klimaat heeft en het gehele jaar door een slechts geringe wisseling van lengte van de dagen (de langste dag duurt 14 uur, 12 minuten, de kortste 9 uur, 48 minuten (zie Ex 12.2). Toch is de warmte in de onderscheiden streken, naardat zij gelegen zijn, zeer verschillend. Het sterkst is zij in de Jordaanvlakte, waar de hitte in de zomer door de steile bergwanden aan beide zijden, ten gevolge waarvan de afkoeling door de westenwind onmogelijk is, zeer drukkend en verzengend wordt; minder drukkend is zij in het lage land bij de Middellandse Zee; terwijl in Galiléa en op het gebergte Efraïm en Juda de lucht veel frisser is en er slechts op enkele dagen door sterke zuidenwinden een drukkende hitte heerst. In de winter valt dikwijls (maar gewoonlijk pas in februari) op het gebergte veel sneeuw, die echter zelden lang blijft liggen; alleen de top van de Hermon is altijd met sneeuw bedekt, ook als in zijn dalen de heerlijkste lente- en zomerwarmte heerst. Onder winter is slechts die tijd van het jaar te verstaan, waarin koude noordwestelijke en noordelijke winden waaien, die regen, onweer en sneeuw aanbrengen, zonder dat de grond ooit bevriest. Hij begint met de zogenaamde vroege regen na de dag- en nachtevening in de herfst, waarmee het burgerlijke jaar zijn aanvang neemt; doch niet opeens, maar geleidelijk, waardoor de landbouwer gelegenheid ontvangt om zijn koren-en gerstvelden te bezaaien. Gedurende de maanden november en december valt de regen dan meest in sterke stromen; later keert die regen slechts na langere tussenruimten terug, maar houdt ‘s winters nimmer geheel op. De gehele regentijd, die de winter vormt, eindigt met de late regen in maart, eer dat men het wintergraan begint te maaien en het zomerkoren te zaaien; gewoonlijk duurt die slechts enige dagen, menigmaal alleen enige uren. Dan begint de zomer, van april tot oktober, wanneer gewoonlijk in het geheel geen regen valt en de hemel bijna altijd helder is, zodat dan ook in 1 Samuel. 12:17 vv. regen en onweer als aan wonder vermeld worden. Nu neemt de hitte met de dag toe, totdat zij in augustus bijna ondraaglijk wordt, terwijl dan in september de nachten koeler worden, die de hitte overdag temperen en de buitengewoon sterke dauw van de nacht gras en planten voor verdorren bewaart.
6. Ook zal Ik, opdat gij de vrucht van het land in rust en blijmoedig genieten moogt, vrede geven in het land, a) dat gij als een kudde, welke in een goede weide rustiggelegerd is, zult te slapen liggen en niemand zij, die verschrikt, 1)daar de goede Herder (Psalm. 23) over u de wacht houdt; en Ik zal het boos, verscheurend en gevaarlijk gedierte uit het land doen ophouden, en het zwaard zal door uw land niet doorgaan, 2) geen van de omringende volkeren zal het wagen u de oorlog aan te doen.
a) Job 11:18,19
1) Dit is een sierlijke schildering van een volmaakte rust van een volk, en Jesaja beeldt de overvloedige vrede en de grote uitbreiding van de Kerk bijna op gelijke wijze aldus af: Uw poorten zullen steeds openstaan, zij zullen overdag, noch ‘s nachts niet gesloten worden. Jesaja 60:11 Jer.30:10 Ezech.34:28 Micha 4:3).
2) Het beeld is ontleend aan het legeren van het vee in een goede weide, beschermd tegen de aanvallen van het roofgedierte en van de dief en moordenaar. De Heere stelt zich hier voor als de goede Herder, die Zijn volk in veiligheid zal doen neerliggen.
7. En gij zult, wanneer een volk het zal wagen u in uw land aan te vallen, uw vijanden door Mijn machtige hulp dadelijk vervolgen, en zij zullen voor uw aangezicht door het zwaard, waarmee zij u vervolgen, vallen, zodat zij niet andermaal beproeven u aan te tasten.
8. a) Vijf uit u zullen honderd vervolgen en honderd uit u zullen tienduizend vervolgen; zo krachtig zal Ik u bijstaan en niet toelaten dat zelfs de grootste overmacht, welke u aanvalt, iets tegen u uitricht, en uw vijandenzullen in ieder geval voor uw aangezicht door het zwaard vallen, 1) zij komen dan met zulk een overmacht, als zij maar willen.
a) Jozua. 23:10
1) Niet alleen vrede in het binnenland, maar ook zegen en voorspoed zou hun deel zijn in hun buitenlandse oorlogen. De Heere zou zich in Zijn heerlijkheid en macht zo openbaren ten gunste van Zijn erfvolk, dat ook de machtigste vijand niet tegen hen bestand zou zijn.
9. En Ik zal in de rustige vredevolle dagen, die Ik u ongestoord zal bewaren, Mij met de heerlijkste u toegedachte zegen tot u wenden, 1) en zal u in getal en volksmenigte, volgens de aan Abraham gegeven belofte, (Genesis 17:4 vv.) zeer vruchtbaar maken, en u vermenigvuldigen; en Mijn Verbond dat Ik met hen heb opgericht, zal Ik met u bevestigen. 2)
1) Mij tot u wenden, d.i. op deelnemende wijze Mij tot u keren, mijn gunstrijk aangezicht tot u wenden.
2) Duidelijk geeft de Heere hier aan, dat al de weldaden, welke Hij belooft, uitvloeisels zijn van het Verbond, dat Hij met hen opgericht heeft. De weldaden opgesomd, zijn Verbondsweldaden.
10. En gij zult het oude, dat verouderd is, de opbrengst van het vorige jaar (Hoogl.7:9) eten; en het oude zult gij vanwege het nieuwe, de nieuwe oogst, uitbrengen, 1) om daarvoor plaats te maken in uw schuren.
1) Hiermee wordt de vrees weggenomen voor gebrek aan voedsel, bij vermeerdering en toeneming van de bevolking. De Heere belooft hun, dat de oogst van koren en wijn zo overvloedig zou wezen, dat zij gedwongen zullen worden, door het uitbrengen van de oude, plaats te maken voor de nieuwe oogst.
11. En a) Ik zal Mijn tabernakel in het midden van u zetten 1) en Mijn ziel zal van u niet walgen, alsof Ik verdrietig over u worden en Mijn genadige hand van u terugtrekken kon.
a) Ezech.37:26; 2 Kor.6:16
1) Het wonen van God in het midden van Zijn volk voorgesteld door: Ik zal mijn tabernakel in het midden van u zetten, geeft aan een volheid van zegeningen, een rustig en zeker wonen. In de woestijn moest de tabernakel gedurig verplaatst worden, maar in het beloofde land zou die tabernakel een vaste woonplaats hebben, en dat zou het bewijs zijn, dat Israël rustig mocht vertoeven onder Zijn wijnstok en vijgeboom. De grondtekst laat dan ook de vertaling toe: Ik zal mijn woning onder u oprichten.
12. En Ik zal in het midden van u wandelen, 1) niet maar in het heiligdom Mijn woning onder u hebben, maar ook daaruit gaan en werkzaam onder u verkeren, en zal u tot een God zijn, Mij kennelijk op al uw wegen en gangen als uw God openbaren; en gij zult Mij tot een volk zijn, ook aan de andere kant in Mijn zegenende nabijheid en zaligende gemeenschap u verblijden en u als Mijn volk gelukkig voelen.
1) Het wandelen van God in het midden van Israëls volk ziet niet op de begeleiding van het volk op zijn tocht, maar betekent, het wandelen van God onder Zijn volk in Kanaän, waardoor Hij zich steeds aan het volk zal betonen, als hun God te zijn, hetgeen Hij, tot Zijn eigendom gemaakt, in steeds inniger levensgemeenschap met Zich zet en het alle heilsgoederen van Zijn genadeverbond toeschikt.
13. Ik ben de HEERE uw God, die u uit het land van de Egyptenaren uitgevoerd heb, opdat gij hun, van de Egyptenaren, slaven niet zou zijn, 1) maar Mijn volk; en Ik heb de disselbomen 2) van uw door hen u opgelegdjuk verbroken, en heb u doen recht opgaan; 3) want nu drukt en buigt u geen juk meer neer, zoals voorheen; maar dat is echter eerst het begin van Mijn wegen met u, welke Ik Mij heb voorgenomen.
1) Gedurig wordt Israël gewezen op dit veelbetekenende feit, opdat het nooit zou vergeten, dat het als een volk van slaven, door God tot Zijn volk was aangenomen. Onderscheidene malen wordt het erop gewezen (Exodus. 20:2; 22:33 Deuteronomium. 4:37; 7:8,14; 16:6, Richteren. 2:1; 6:9; 1 Samuel. 10:18). De uitvoering wordt dan ook wel genoemd, het fundament en begin van de burgerstaat.
2) De disselbomen zijn de stangen, die het lastdier op de nek als juk worden gelegd (Jeremia. 27:2), om zijn nek te buigen en het tot de arbeid aan te zetten. Met de last van zulk een juk had Egypte de Israëlieten neergedrukt, opdat zij niet meer opgericht zouden kunnen gaan, totdat God door verbreking van het juk, hen weer bracht tot een opgerichte gang. Zoals het juk beeld is van de druk, die terneer buigt, zo is het met opgericht hoofd gaan beeld van de bevrijding van de dienstbaarheid.
3) God stort hier zo heel Zijn liefdevol hart voor Israël uit, zoals na de zondvloed voor Noach en zijn huis (zie Ge 9.17). Gij, vader, meent het goed met uw mensenkinderen; Gij hebt het bloed van Uw Zoon bereid en biedt het de zondaars aan; Gij wilt dat zij met de hand van het geloof aannemende wat Gij hun aanbiedt, zich daaraan zullen verkwikken en die gave in hun hart wegleggen. Maar zie, is niet voortdurend de hele wereld U tegen? Gij bouwt hier, Gij bouwt daar, maar de wereld werpt alles neer. Daarom verkrijgt zij ook Uw heil niet, maar blijft in de dood en heeft geen deel aan het rijk, waar vromen worden vergaderd, die hun God hier volgden.
14. a) Maar 1) indien gij Mij niet zult horen, en al deze geboden niet zult doen, welke Ik u van Exodus. 20 af tot Leviticus. 25:55 geboden heb.
a) Deuteronomium. 28:15 Klaagl.2:17 Mal.2:2
1) Met vs.14 begint de Heere met de bedreiging van de straffen, welke Hij zal doen komen over Zijn volk, indien zij niet naar Zijn geboden zullen luisteren. Vier verschillende graden van strafoefeningen laat de Heere aankondigen. In vs.18-20 wordt de eerste graad; vs.21 en 22 de tweede; vs.23-26 de derde, en vs.27-33 de vierde of hoogste graad aangekondigd, terwijl in vs.16 en 17 met de straffen in het algemeen wordt gedreigd.
15. En zo gij Mijn instellingen smadelijk zultverwerpen en zo uw ziel van Mijn rechten zal walgen, 1) dat gij moedwillig niet doet al Mijn geboden, want voor menselijke zwakheidszonden heb Ik u in de offers een verzoeningbereid, om Mijn Verbond te vernietigen, te verbreken en te niet te doen.
1) Walgen, in de zin van, een afkeer hebben.
16. Dit, namelijk wat uw volhardende ongehoorzaamheid en uw verachting van Mijn verbondsgenade ook verdient, zal Ik u ook doen, dat Ik over u stellen zal verschrikking, 1)u bezoeken met verschrikkelijke dingen, met tering en koorts, die de ogen verteren, en de ziel pijnigen; 2) gij zult ook uw zaad tevergeefs zaaien en uw vijanden zullen dat, wat daaruit groeit, de oogst opeten (Richteren. 6:3 vv.).
1) Verschrikking. Onder verschrikking hebben wij te verstaan, wat onmiddellijk daarop volgt: 1e. tering en koorts; 2e. zaaien, zonder te kunnen oogsten, en 3e. verslagen worden door de vijanden.
2) Die de ogen verteren en de ziel pijnigen. De ogen zijn hier genomen voor het levenslicht en de ziel voor het leven. De bedoeling is daarom, dat, én door de tering, én door de koortsen, en dat wel ontstekingskoortsen, het levenslicht zal uitgeblust worden en het leven weggenomen. De tering komt in Palestina zelden voor, slechts in de hoger gelegen streken.
17. Daartoe zal Ik Mijn aangezicht in vijandschap tegen u zetten, 1) dat gij geslagen zult worden voor het aangezicht van uw vijanden en voor hen vluchten moet; en uw haters zullen over u heerschappij hebben en a) gijzult, door de voortdurende nederslagen moedeloos en vertwijfeld, vluchten, als iemand u vervolgt (vs.36 Richteren. 6:2).
a) Spreuken. 28:1
1) Deze bedreiging staat haaks tegenover de belofte in vs.9 gedaan, en vandaar hetgeen volgt: dat zij zullen vallen in de handen van hun vijanden, ja, met de uiterste lafhartigheid zullen vervuld worden.
18. En zo gij Mij tot deze dingen toe, in weerwil van deze aanvankelijke tuchtigingen, die uw berouw en uw bekering bedoelen, nog niet horen zult, Ik zal nog daartoe doen, om u zevenvoudig over uw zonden te tuchtigen.
19. Want Ik zal de hovaardigheid van uw kracht 1) verbreken, en zal uw hemel, de hemel in uw land, als ijzer maken en uw aarde, de vruchtbare bodem van uw land, als koper dat die geen zegen, deze geen vrucht zal geven.
1) In het Hebreeuws Ethgeoon uzkem, de hoogheid, of hovaardigheid van uw kracht of sterkte. Hiermee wordt aangeduid, datgene, waarop een volk zijn macht grondt. In dit geval, de vruchtbaarheid van de bomen en de overvloed van de oogst. God zou echter die hoogmoed zo verbreken, dat de hemel als van koper zou zijn en de aarde van ijzer, d.i. dat er geen regen zou neerstromen en de aarde geen grasscheutjes zou voortbrengen vanwege de felle droogte.
20. En uw macht, welke gij aan de landbouw besteedt, zal ijdel verdaan worden; 1) en uw land zal zijn inkomst niet geven, en het geboomte van het land zal zijn vrucht niet geven (1 Kon.17:1; 18:5 vv.).
1) IJdel verdaan worden, in de zin van, tevergeefs aangewend worden. Al uw arbeid zal vruchteloos zijn.
21. En zo gij met Mij in tegenheid wandelen 1) zult en Mij niet zult willen horen, uw tegenstand tegen Mij ook bij zulke kastijdingen voortzet en in opstand toeneemt, zo zal Ik over u, naar uw zonden, in evenredigheid van de klimmende ongehoorzaamheid, zevenvoudig slagen toedoen, u bij toeneming tuchtigen.
1) In tegenheid wandelen geeft aan, een vijandelijke houding aannemen, God de nek toekeren en zich tegen Zijn wil verharden. In tegenheid wandelen is het tegenovergestelde van, wandelen met God, voor Zijn aangezicht, wandelen in oprechtheid. Anderen zijn van mening, dat dit betekent, in vijandelijke houding tegen God verkeren. De bedoeling is vrijwel hetzelfde.
22. Want Ik zal onder u zenden het gedierte van het veld, beren en leeuwen, die u beroven en uw vee uitroeien, en u verminderen zal; 1) en uw wegen zullen woest worden; 2)
1) U verminderen. Dat is, door onvruchtbaarheid, door kinderloosheid het getal van het volk verminderen. Beroving van vee en kinderloosheid is nu de straf die volgen zal.
2) Het woest worden van de wegen, is gevolg van de vermindering van het volk. Ten gevolge van het inkrimpen van de bevolking, zullen de wegen zo weinig gebruikt worden, dat zij, in plaats van goede heerbanen, woeste wegen, ongebaande wegen zullen worden.
23. Indien gij nog door deze dingen Mij niet getuchtigd zult zijn, tot berouw en bekering, maar nog verder met Mij in tegenheid wandelen;
24. a) Zo zal Ik ook met u in tegenheid wandelen en Ik zal u ook zevenvoudig over uw zonden slaan (vs.21).
a) 2 Samuel. 22:27 Psalm. 18:27
25. Want Ik zal door gruwzame en machtige vijanden, die Ik in uw land zend, een zwaard 1) over u brengen, dat de wraak van het door u ontheiligde Verbond wreken zal2) zodat gij om aan dit zwaard te ontkomen, in uw versterkte steden vergaderd zult worden; dan zal Ik u toch straffen en de pest 3) in het midden van u zenden, die u verwoesten zal, en gij, die door de pest gespaard zijt, zult door hongersnood tot de overgave gedwongen, in weerwil van alle tegenstand, in de hand van de vijand overgegeven worden.
1) Nu kondigt God aan, bij steeds toenemende goddeloosheid, oorlog, pest en hongersnood (Jesaja 15:18; 16:4 Jer.15:2-4; 44:12,13 Ezech.6:11,12; 14:21)
2) Dat de wraak van het Verbond wreken zal. Hiermee spreekt God het uit, dat de straf komen zal, om de schending, de verbreking van het Verbond door het volk te wreken.
3) Zij zouden vluchten in hun versterkte steden, maar ook dat zou hen niet baten, want dan zou de pest hen overvallen.
26. Als Ik u bij de derde plaag, de hongersnood, de staf van het brood 1) zal gebroken en de hoeveelheid brood zo zal verminderd hebben, dan zullen tien vrouwen uw brood in één oven bakken, dat één enkele bakoven (zie “Ex 16.24) voor 10 gezinnen plaats genoeg heeft, terwijl anders ieder gezin een afzonderlijke oven heeft, en zullen uw brood bij het gewicht weergeven; daar een ieder slechts een zeer klein, nauwkeurig afgepast deel verkrijgt, in plaats van naar welgevallen te kunnen nemen, en gij zult eten, maar niet verzadigd worden, op zijn meest voor hongersnood bewaard blijven (2 Koningen. 6:25 vv. Jer.14:18 Ezech.4:16; 5:12).
1) Behalve het lichamelijk wezen van het schepsel, moeten wij arbeiden een verdere zaak te zien, nl. de zegen van God in het schepsel, die voortkomt van Zijn woord, besluit en verordening, waardoor het bekwaam en krachtig gemaakt wordt, om onderhoud en voedsel te verlenen. Dit noemt de Schrift, de staf van het brood. En zo is het in waarheid, want, evenals een oud en onmachtig mens ter aarde valt, indien zijn staf hem ontrukt wordt, alzo wordt het beste schepsel, dat tot ons gebruik dient, zonder Gods zegen, ons onvruchtbaar.
27. Als gij hierom ook Mij niet horen zult, maar met Mij wandelen zult in tegenheid en uw weerspannigheid nog vermeerdert;
28. Zo zal Ik ook met u in zeer grimmige, verhoogde tegenheid wandelen, en Ik zal u ook zevenvoudig over uw zonden tuchtigen.
29. Want gij zult door de vreselijkste hongersnood gefolterd, in vertwijfeling uw kinderen doden en het vlees van uw zonen eten en het vlees van uw dochters zult gij eten 1) (2 Koningen. 6:28 vv. Klaagl.2:20; 4:10).
1) Het vlees van uw zonen eten en het vlees van uw dochters eten, is de uiterste daad van vertwijfeling, waartoe Israël zal komen, als God Zijn oordelen over het volk zendt, die oordelen, welke Hij in de volgende verzen aankondigt.
30. En Ik zal, bij de algemene verwoesting door de hand van de overwinnende vijanden uw hoogten verderven, de op heuvels en bergen opgerichte altaren, waarop gij naar de wijze van de heidenen geofferd hebt, en uw zonnebeelden, uw aan de goden gewijde zuilen (2 Kron.34:4,7) uitroeien en zal uw dode lichamen op de dode lichamen, de omgeworpen beelden van uw drekgoden werpen, opdat gij ook in de dood bij hen zijn moogt, vanwie gij u in uw leven niet hebt willen afscheiden, en Mijn ziel zal aan u walgen, dat Ik u wegwerp, zoals men een walgelijke zaak ver wegwerpt.
31. En Ik zal uw steden, op de sterkte waarvan gij u verlaat, om binnen haar muren Mijn strafgerichten nog verder te weerstaan (vs.25), een woestijn maken en uw heiligdommen, de tempel met zijn altaren enheilige sieraden, verwoesten; en Ik zal uw liefelijke reuk niet ruiken, 1) van zo’n ongehoorzaam en verhard volk wil Ik geen offer meer aannemen.
1) Dat is het reukwerk, dat dagelijks van verscheidene welriekende specerijen aan God in de tabernakel geofferd werd, en daardoor wordt betekend, dat noch hun gebeden verhoord, noch hun offeranden zouden worden aangenomen.
32. Ja, Ik zal dat land verwoesten, dat uw vijanden, die daarin zullen wonen, de vijandelijke volkeren die het hebben veroverd en het nu zelf gaan bezitten, zich daarover, over die vreselijke verwoesting ontzetten zullen.
33. Daartoe zal Ik u onder de heidenen verstrooien en een zwaard achter u uittrekken, met getrokken zwaard achter u gaan en u zo ver wegdrijven, dat gij er niet meer aan denken zult om spoedig terug te keren; en uw land zal een aangeven tijd woest, en uw steden zullen een woestijn zijn.
Deze goddelijke bedreigingen omvatten de gehele toekomst van Israël en zijn een zinnebeeldige voorstelling van de oordelen van God, die zich met innerlijke noodzakelijkheid ontwikkelen, in verband tot de ontwikkeling van de zonde; daarom mag men ook niet verwachten dat de latere geschiedenis van het volk de hier voorgestelde volgorde van plagen bevatten en zich chronologisch naar die plagen als naar een reeds vooruitgezet plan richten zal. Wel is deze geschiedenis in haar geheel een tot in het afzonderlijke toe zich vervullende voltrekking van de bedreigingen van God, daar Israël niet wandelde in de wegen van de Heere, integendeel zijn boze aard en voortdurende verharding al meer en meer openbaarde; vooral is het besluit van deze geschiedenis niets meer dan een verwezenlijking van hetgeen de Heer aan het slot van Zijn rede voorstelt. Opmerkelijk is in deze rede, dat God viermaal (vs.18,21,23,27) over een verzwaring van Zijn oordelen, en wel iedere keer over een zevenvoudige verzwaring spreekt; want het gaat hier om Zijn rijk, welks toekomst Hij tegenover de hardnekkigheid van Zijn volk door strafgerichten, om Zijn verbond, welks verbreking Hij aan het die het hebben verkracht, te redden heeft. Dien ten gevolge is de trapsgewijze verzwaring van Zijn oordelen zo ingericht, dat op de eerste trap staat een straf (volkomen onvruchtbaarheid van het land vs.18-20); op de tweede twee straffen (uitroeiing van het vee en kinderloosheid, vs.21,22); op de derde trap drie straffen (oorlog, pest en hongersnood, vs.23-26) eindelijk, op de vierde trap vier straffen (uitroeiing van de gruwel van de afgoderij, verwoesting van steden en heiligdommen, verwoesting van het land en verstrooiing van het volk onder de heidenen (vs.23-27)
Dit behoort tot de dichterlijke vorm van de rede, maar doet over het algemeen aan de waarheid van dat wat gezegd wordt, geen afbreuk, maar is daar overal op zijn plaats, waar het hart zo geheel vervuld is met het behandeld wordende onderwerp (zie Genesis 1:27)
34. Dan zal het land aan zijn Sabbatten een welgevallen hebben, 1) de rust genieten welke daaraan nu vergund is, al de dagen van de verwoesting, en gij zult in het land van uw vijanden zijn; dan zal het land rusten en aan zijnSabbatten een welgevallen hebben, 2) zich hierin verlustigen.
1) Vanwege de afval van God, zou het volk ook zijn Sabbatjaar niet vieren, maar dan zou door de verwoesting, die komen zou, het land rust genieten.
2) Zoals de aardbodem onder de druk van de zonden van de mensenkinderen zucht, zo verheugt hij zich ook over de verlossing van de druk en zijn deelhebben aan de zalige rust van de gehele schepping.
35. Al de dagen van de verwoesting zal het rusten, omdat het niet rust in uw Sabbatten, in zijn Sabbatsjaren, zoals Ik u geboden had (Leviticus. 25:2 vv.), maar door u uit ongehoorzaamheid en vleselijke zin werd nagelaten, alsgij daarin woonde (2 Kron.36:21 zie “Le 25.7).
36. En aangaande de in de strijd, die de verwoesting voorafgaat (vs.27 vv.), overgeblevenen onder u, die ver waren verdreven (vs.33), Ik zal in hun hart een weekheid, een bestendig gevoel van vrees, in de landen van hun vijanden laten komen, zodat het geruis van een gedreven blad, de onbeduidendste en onschuldigste zaak, hen jagen zal, en zij zullen vluchten, zoals men vlucht voor een zwaard, als ware het uitgetogen zwaard (vs.33) bestendig achter hen, en zullen vallen, waar niemand is, die jaagt, terwijl reeds de vrees alleen hen doet bezwijken.
37. En zij zullen de een op de ander als voor het zwaard vallen, zoals de door de sikkel gemaaide halmen, waar niemand is, die jaagt, zo vreselijk zal de bestendige angst en zorg zijn; en gij zult voor het aangezicht van uwvijanden niet kunnen bestaan, zodat gij zelfs niet eenmaal daaraan denken kunt, u uit uw gevangenschap te bevrijden.
38. Maar gij zult, nog voor een groot deel, omkomen onder de heidenen, ten gevolge van de drukkende lasten, die u daar wachten en het land van uw vijanden zal u tot op een zeer gering overblijfsel verteren.
39. En de overgeblevene onder u, de druk van de ballingschap uithoudende, zullen om hun ongerechtigheid, die hun een loodzware last zal opleggen, in de landen van uw vijanden wegteren; 1) ja, ook om de ongerechtigheden van hun vaderen, welke zij met de hunnen moeten dragen,zullen zij met hen wegteren.
1) Het woord in de grondtekst betekent eigenlijk: vermolmen, verrotten. Israël wordt hier gedreigd met bijna gehele ondergang, indien zij de rechten en instellingen van de Heere verwerpen. Slechts dan, indien zij tot belijdenis van zonden zullen komen, zal God, om Zijn eeuwig Verbond, het overblijfsel nog genadig zijn.
40. Dan 1) zullen zij, wanneer zij zo wegkwijnen en nergens rust en vrede kunnen vinden, hun ongerechtigheid belijden, en de ongerechtigheid van hun vaderen met hunovertredingen, waarmee 2) zij tegen Mij overtreden hebben, en ook dat zij met Mij in tegenheid gewandeld hebben.
1) Of, wanneer zij hun ongerechtigheden belijden. Zo luidt ook de Engelse vertaling. Zoals de belofte omtrent de zegen conditioneel is en eveneens de bedreiging van de straf, zo is ook de belofte van een nieuwe bestraling met Gods vriendelijk aangezicht voorwaardelijk. Eerst dan, als Israël zich verootmoedigen zal voor de Heere, zal Hij Zijn Verbond gedachtig zijn.
2) Vanaf waarmee zij tot in vs.41 gebracht zal hebben, is een neven- of tussenzin, die aldus vertaald moet worden: Bij, of vanwege hun overtredingen, waarmee zij tegen Mij overtreden hebben, en ook dat zij met Mij in tegenheid gewandeld hebben, wandelde ik ook met hen in tegenheid en bracht hun in het land van hun vijanden.
41. Dat Ik, juist opdat zij tot deze gezegende kennis zouden raken, ook met hen, zoals Ik (vs.28) gezegd heb, toen zij tegen Mij zondigden, in tegenheid gewandeld en hen in het land van hun vijanden gebracht zal hebben, om daar alle (vs.36 vv.) gedreigde plagen over hen te laten komen; zo dan 1) onder de lastvan deze plagen hun vroeger onbesneden, 2) voor alle trekkingen van de genade zo ongevoelig en onheilig hart (zie “De 10.16) gebogen wordt, en zij dan, wanneer zij nu beginnen zich te verootmoedigen en de weg van de bekering tot Mij te bewandelen aan de straf van hun ongerechtigheid, welke zij moeten dragen, een welgevallenhebben. 3)
1) Beter, of veelmeer. Hiermee wordt de voorwaarde, in vs.40 het eerste gedeelte begonnen, voortgezet.
2) Een onbesneden hart is een hart als dat van de heidenen, dat zich tegen God en zijn dienst stelt, een hart, alleen te vermurwen door de oordelen van God. Onbesneden is hier in de zin van onbuigzaam. Een onbesneden hart erkent geen zonde. Slechts dan, wanneer het door de bemoeiingen van God verbroken wordt, komt het tot verootmoediging. Belijden van zonde is alleen mogelijk, als eerst het hart is vertederd. Vandaar de vertaling van, of veel meer, beter dan, zo dan.
3) Aan God zijn al Zijn werken van eeuwigheid bekend (Hand.15:18). Daarom kunnen wij ons niet daarover verwonderen, dat Hij in dit hoofdstuk niet alleen de beide mogelijkheden: wanneer gij in Mijn instellingen zult wandelen enz. (vs.3), en: wanneer gij Mij niet gehoorzaam zult zijn, enz. (vs.14) eenvoudig voorstelt, maar als zij later werkelijkheid zijn geworden, ook als de zodanige nader beschouwt en nu met betrekking daarop het gehele raadsbesluit van Zijn goddelijke wijsheid ontdekt. Zij, die niet willen geloven dat de Heilige Schrift werkelijk de openbaring van God is, maar haar alleen houden voor een menselijk produkt, zoals ieder ander boek, komen bij zulke plaatsen als deze zeer in het gedrang en weten zich niet anders te behelpen dan met de jammerlijke uitvlucht dat al dergelijke profetieën, die later zo volkomen en juist vervuld werden, eerst nadat die uitkomst aanschouwd is, zijn geschreven geworden. Maar net zo min iemand loochenen kan, die in een levende God gelooft, dat deze God lang tevoren weet wat geschieden zal eer het geschiedt, net zo min ligt daarin een zwarigheid, dat Hij nu ook over de gebeurtenissen van de toekomst verkondigt wat Hij tot heil van de mensen openbaren wil. En niet alleen maakt Hij hier Zijn oordelen, maar ook het einddoel hiervan openbaar, opdat Zijn volk, wanneer de tijd van de zware tuchtiging aanbreekt, daaronder niet bezwijke, maar zich tot Hem bekere. Om mensenzielen te redden is het wel de moeite waard zich aan mensenzielen te openbaren.
Dat is een gevoelige aandoening over de straf, gepaard met een hartbrekende droefheid, die de uitgevoerde voordelen beschouwt en de billijkheid hiervan erkent. En omdat aan deze hartelijke droefheid is vastgemaakt, dat God zou gedenken aan zijn verbond en aan het land, zo ziet men ook, dat de heilige Psalmzanger, terwijl de Joden in de gevangenis waren, zittende aan de rivier van Babel, en wenende, wanneer zij gedachten aan Sion (Psalm. 137:1), zeer gevoegelijk als de Heere smekende voordraagt, dat de tijd om Sion genadig te zijn, de bestemde tijd gekomen was, omdat Gods knechten een welgevallen hadden aan deze stenen, dat is, daarover gevoelig waren aangedaan (Psalm. 102:12,13); waarin hij waarschijnlijk ziet op de belofte, die in verband met dit vers nu volgt.
42. Dan, wanneer het zover gekomen en de tijd om Mij te ontfermen, daar is, zal Ik gedenken aan Mijn Verbond met Jakob, en ook aan Mijn Verbond met Izak, en ook aan Mijn Verbond met Abraham zal Ik gedenken, dat toch een eeuwig Verbond zal zijn (Genesis 17:7; 13:15); en aan het land 1) zal Ik gedenken.
1) Onder land wordt verstaan, zowel het land zelf als zijn bewoners. Dat God eerst spreekt over het Verbond met Jakob, heeft sommigen ertoe geleid, te verklaren, dat God dit hierom gedaan heeft, omdat het Verbond, met Jakob gesloten, het best de Israëlieten nog in het geheugen zat. Ons inziens ten onrechte. Jakob wordt daarom eerst genoemd, omdat zij kinderen van Jakob of kinderen van Israël werden genoemd. Maar opdat Israëls volk zou weten, dat het verbond zeer vast was, daarom deelt God mee, dat Hij het niet alleen met Jakob heeft gesloten, maar ook met de twee andere patriarchen, Izak en Abraham, van wie Jakob de zoon en kleinzoon was.
43. Als het land nu om hunnentwil zal verlaten zijn geweest, en aan zijn Sabbatten een welgevallen gehad hebben, wanneer het om zijnentwil verwoest was (vs.34). en zij aan de straf van hun ongerechtigheid, om de daaruit voortgevloeide heilzame gevolgen (vs.40 vv.), een welgevallen zullen gehad hebben, de straf van hun ongerechtigheid, welke zij daarom dragen, en omdat zij, toen zij nog in hun land woonden, Mijn rechten hadden verworpen en hun ziel aan Mijn instellingen gewalgd hadden.
44. En hierboven is dit ook: 1) als zij in het land van hun vijanden zullen zijn en schijnen door Mij verworpen te zijn a) zal Ik hen niet geheel verwerpen, noch van hen walgen (vs.30), om voor altijd een einde van hen te maken, vernietigende Mijn verbond met hen, want Ik ben de HEERE, de Onveranderlijke en de onwankelbaarGetrouwe (Exodus. 3:14), en ben als de zodanige hun God geworden; daarom moet Ik Mij vrij in Mijn onwankelbare trouw aan hen verheerlijken.
a) Deuteronomium. 4:31 Rom.11:1,26 vv.
1) Met deze woorden drukt de Heere het duidelijk uit, dat de uitredding van Israël zijn diepste grond heeft in het Verbond, dat niet vernietigd kon worden. God heeft gezworen, dat het nageslacht van Abraham niet vernietigd zou worden. En daarom zal het volk weer terugkeren. De straffen zullen dienen, om bij het volk verootmoediging te wekken, opdat alsdan de Heere Zijn verbond zou gedenken. Hier ontmoeten de conditionele (voorwaardelijke) en de positieve (stellige) beloften elkaar. Hier blijkt het zo duidelijk mogelijk, dat boven alles de raad van de Heere zal bestaan en Hij zijn welbehagen zal doen.
45. Maar Ik zal, hun ten beste, gedenken aan het eerste Verbond van de voorouderen, met hen opgericht, die Ik uit Egypte voor de ogen van de heidenen uitgevoerd heb, opdat Ik hun tot een God ware. Ik ben de HEERE! -en wil nu op dezelfde wijze en met gelijke bedoeling hen, de nakomelingen, evenzo leiden uit het land van hun ballingschap (Deuteronomium. 30:1-5).
De rede van de Heere neemt hier een beklagende toon aan, waarin men de weemoed over het lijden van het volk ontdekt, maar ook de mildheid van een verzoend hart, dat nu aan dit lijden een einde maakt Voor de hand ligt een toespeling op de Babylonische ballingschap; maar hier is meer; deze woorden wijzen ook op een toekomst, welke Israël nog moet verwachten, (Rom.11:23 vv.; 2 Kor.3:16), en wel nu het voor de tweede maal uit het land van zijn vaderen verdreven en aan de bestraffing van zijn misdaad overgegeven is. De naam Jehova, waarop God zelf (vs.44) zich beroept, om te bevestigen, dat Zijn verbond met het uitverkoren volk nog verder van kracht blijft, in weerwil van de tijdelijke krachteloosheid van dit verbond, stelt God voor zoals wij dit bij Exodus. 3:14 vv.; 6:3 ook zo verklaard hebben, als de geheel zelfstandige, met onbeperkte vrijheid regerende Wereldheerser, die in al wat Hij spreekt en voorneemt, waarlijk met zichzelf in overeenstemming is en blijft. “De betekenis van deze naam is dieper dan de zee, zij is ondoorgrondelijk; doch dit zien wij duidelijk: Hij zal zijn-Hij is eeuwig. Hij zal zijn, die Hij is-Hij is onveranderlijk, zonder schaduw van omkering, zichzelf getrouw in woord en daad. Een eeuwig onveranderlijk Wezen”.
Over de taalkundige verklaring en eigenlijke uitspraak van het woord heerst in de theologische wereld nog altijd veel onzekerheid, wat samenhangt met de in Le.24:11 en 16 vermelde gewoonten van de Joden, door die naam helemeel niet uit te spreken, maar daarvoor een ander woord te lezen; in het wetenschappelijk spraakgebruik behield men over het algemeen dit woord; de Statenvertaling luidt “Heere,” maar schrijft overal HEERE, terwijl Heere overal staat, waar men in grondtekst adonai leest. Tegenwoordig wordt dit onderscheid in spreek- of schrijfwijze door de meesten niet meer gevolgd.
46. Dit, wat van Exodus. 25 af tot hiertoe bij de geschiedenis tot verklaring van de wet gezegd wordt, zijn die instellingen, en die rechten, en die wetten, welke de HEERE gegeven heeft tussen zich en tussen de kinderen van Israël, 1) tot verdere ontwikkeling van het met hen gesloten verbond op de berg Sinaï, door de hand van Mozes, die alles, wat de Heere met hem sprak, ook schriftelijk moestoptekenen.
1) Uit deze woorden blijkt duidelijk, dat deze wetten, rechten en instellingen beschouwd moeten worden als bevelen, welke de God van het Verbond aan de deelgenoten van dat Verbond, hun ten goede, gegeven heeft.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Leviticus 26
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
GEDREIGDE VLOEK EN BELOOFDE ZEGEN.
I. Vers 1-46
Daar de Heere nu genaderd is tot het einde van de wet, die Hij de kinderen van Israël door Mozes wilde geven naar het met hen opgericht Verbond, laat Hij nu ook bekend maken welke zegen zij van Hem mogen verwachten, wanneer zij in Zijn instellingen wandelen en Zijn geboden houden; maar ook laat Hij hun betuigen, welke straffen hen in steeds toenemende graad zullen treffen, wanneer zij Hem niet gehoorzaam zijn en met hardnekkige ongehoorzaamheid zich tegen Hem en Zijn voorlopige oordelen zullen verzetten. Dan zal Hij hen aan gevangenschap en zware ellende overgeven en zich eerst over hen ontfermen, wanneer zij hun schuld belijden en zich onder Zijn machtige hand verootmoedigen.
1. Gij zult u naar het oorspronkelijk gebod (Exodus. 20:2-5), waarvan de getrouwe en gemoedelijke volbrenging die van alle andere geboden ten gevolge heeft, geen afgoden maken (Leviticus. 19:4), noch gesneden beeld van de ware God, noch opgericht standbeeld van dieGod zult gij u stellen, zoals de heidenen zulke standbeelden hebben van hun goden (Exodus. 23:24), noch gebeeldhouwde steen, 1) stenen beeld in uw land zetten, om u daarvoor te buigen; want Ik ben de HEERE uw God, die gij alleen zult dienen, en niet de afgoden. En hoe gij Mij zonder al deze soorten van beelden op de rechte wijze dienen kunt, heb Ik u in de wet over het heiligdom, de heilige gaven en tijden duidelijk genoeg gezegd.
a) Deuteronomium. 5:8; 16:22 Psalm. 97:7
1) Bij het verbod van geen afgoden te dienen, of gesneden beelden te maken, wordt nu ook nog gevoegd, dat, omtrent het vervaardigen van stenen beelden, een afgodsbeeld uit steen gemaakt om zich daarvoor neer te buigen. Deze afgodsbeelden van steen zijn wel te onderscheiden van gedenkstenen.
2. Mijn Sabbatten, 1) de heilige feest- en rusttijden, waarover in hoofdstuk 23 en 25 gehandeld is, zult gij dan houden en Mijn heiligdom zult gij vrezen, dat Ik in uw midden heb opgericht, om onder u te wonen, zodat gij, zowel priesters als volk, altijd met heilige eerbied hiertoe nadert (hoofdstuk 22): Ik ben de HEERE! (Leviticus. 19:30).
1) De Sabbat is een instelling van de Heere. Nu weet gij, hoe Mozes in de Naam des Heeren niets geduriger voor het oor van Israël herhaalt, dan dat al deze heiligheden de rechten en instellingen en geboden van de Heere zijn. En dat moest. Want in Israël zat juist dezelfde zonde, die ook gedurig in uw hart sluipt, om wel, ja, God de ere te willen geven, mits het geschieden kon naar eigen inzicht en uit eigen aandrift, naar de prikkel van het eigen hart. En wat Israël niet wilde, en wat gij van nature ook niet wilt, dat is dienen uit gehoorzaamheid; omdat Hij het u geboden heeft, en omdat Hij het u heeft ingezet. Gij wilt dan wel iets voor uw God doen. O, gij zou alles voor Hem over hebben. Alleen maar, de Heere moet het niet van u in de weg van gehoorzaamheid vorderen. Veeleer moet Hij het aan u overlaten, dat gij het uit eigen aandrift doet. En dan zult gij, al wat gij slechts vermoogt, aan uw God toewijden. In lust, om uw God de ere te geven, zult gij met de beste wedijveren. Alleen maar die ene eer, dat Hij als uw Souverein en Koning zelf bepalen zal, wat gij voor Hem doen zult, die ere gunt gij Hem niet. En dat is het nu juist, wat uw Sabbat u telkens weer prediken komt: “God heeft mij ingezet.” Van God ben ik verordend.
Deze beide verzen behoren in het verband niet meer tot het vorige hoofdstuk, maar vormen de inleiding op het volgende; daarom moet men aan de oude verdeling in hoofdstukken boven de nieuwe de voorkeur geven (zie Ge 32.2). Terwijl de wetgeving op Sinaï nu haar einde bereikt (vs.46), keert zij tot haar begin terug, stelt nog eenmaal het eerste gebod voor, dat alle volgende in zich bevat en ontwikkelt verder de daar beloofde zegen en gedreigde vloek. Beiden, vloek en zegen, worden hier uitdrukkelijk op alle geboden toegepast, en zo strekt dit hoofdstuk tot rechtvaardiging van de wijze, waarop Luther in zijn catechismus de 10 geboden behandeld heeft, die namelijk de woorden (Exodus. 20:5,6) aan het slot van het eerste hoofdstuk gesteld heeft (zie Ex 20.6)
3. a) Indien gij nu in deze Mijn instellingen welke op de ware Godsverering betrekking hebben, wandelen en ook Mijn andere geboden, die Ik als uw God en Heere u gegeven heb, houden, en die doen zult;
a) Deuteronomium. 28:1
4. Zo zal Ik u in het land, waarin Ik u nu leid, uw regens geven op hun tijd, zowel vroege als late regen (Deuteronomium. 11:14), en het land zal zijn inkomst geven en het geboomte van het veld zal zijn vrucht geven.
5. En de dorstijd zal u reiken tot de wijnoogst, en de wijnoogst zal reiken tot de zaaitijd, 1) zodat gij met het oogsten en inzamelen van de zegen van de velden, wijnbergen enz. werk genoeg hebt, zo rijkelijk zal die zegen u toevloeien, en gij zult uw brood eten, niet alleen tot voorziening in uw nooddruft, maar ook tot verzadiging toe, en gij zult zeker, zonder zorg voor uw onderhoud (Leviticus. 25:18 vv.), in uw land wonen. 2)
1) Hiermee wordt aangeduid, een zeer overvloedige oogst, indien Israël in de wegen van de Heere zou wandelen. Het dorsen begint tegelijk met de oogst, einde april, de wijnoogst valt in september voor en het zaaien neemt een aanvang eind oktober of begin november.
2) Zoals het boek van het Verbond (Exodus. 20:22-23:19), dat de grondtrekken van de rechte betrekking van Israël, de plichten die uit zijn Verbondsbetrekking tot Jehova voortvloeien, in zich bevat, met beloften en bedreigingen eindigt (Exodus. 23:20-33), alzo sluit nu ook de Sinaïtische wetgeving in het algemeen, nadat zij de innerlijke, de geestelijke betekenis van de gehele Verbondsinstelling heeft ontwikkeld, met een zeer uitvoerige voorstelling: allereerst van de zegen, die op de getrouwe opvolging van Gods geboden rust, daarna van de vloek, waardoor hun overtreding gevolgd wordt. Terwijl echter die beloften en bedreigingen aan het einde van het boek van het Verbond meegedeeld, slechts op de beërving van het land van belofte betrekking hadden, zien de beloften in dit hoofdstuk op de zegeningen, welke Israël in het reeds verkregen land zal genieten en de bedreigingen op de strafgerichten, waarmee het daar zal bezocht worden; want de tijd is nu gekomen, dat het volk weer van Sinaï zal opbreken en zijn erfenis aanvaarden. Nog uitvoeriger worden de zegen en vloek van de wet, na herhaling van deze, ontwikkeld in Mozes’ 5de boek, als Israël reeds staat aan de grenzen van het heilige land (Deuteronomium. 28-30). Wat nu het klimaat van het heilige land aangaat, waarop vs.3 en 4 betrekking hebben, merken wij op, dat Palestina onder 32 graden noorderbreedte gelegen, over het algemeen een gematigd warm klimaat heeft en het gehele jaar door een slechts geringe wisseling van lengte van de dagen (de langste dag duurt 14 uur, 12 minuten, de kortste 9 uur, 48 minuten (zie Ex 12.2). Toch is de warmte in de onderscheiden streken, naardat zij gelegen zijn, zeer verschillend. Het sterkst is zij in de Jordaanvlakte, waar de hitte in de zomer door de steile bergwanden aan beide zijden, ten gevolge waarvan de afkoeling door de westenwind onmogelijk is, zeer drukkend en verzengend wordt; minder drukkend is zij in het lage land bij de Middellandse Zee; terwijl in Galiléa en op het gebergte Efraïm en Juda de lucht veel frisser is en er slechts op enkele dagen door sterke zuidenwinden een drukkende hitte heerst. In de winter valt dikwijls (maar gewoonlijk pas in februari) op het gebergte veel sneeuw, die echter zelden lang blijft liggen; alleen de top van de Hermon is altijd met sneeuw bedekt, ook als in zijn dalen de heerlijkste lente- en zomerwarmte heerst. Onder winter is slechts die tijd van het jaar te verstaan, waarin koude noordwestelijke en noordelijke winden waaien, die regen, onweer en sneeuw aanbrengen, zonder dat de grond ooit bevriest. Hij begint met de zogenaamde vroege regen na de dag- en nachtevening in de herfst, waarmee het burgerlijke jaar zijn aanvang neemt; doch niet opeens, maar geleidelijk, waardoor de landbouwer gelegenheid ontvangt om zijn koren-en gerstvelden te bezaaien. Gedurende de maanden november en december valt de regen dan meest in sterke stromen; later keert die regen slechts na langere tussenruimten terug, maar houdt ‘s winters nimmer geheel op. De gehele regentijd, die de winter vormt, eindigt met de late regen in maart, eer dat men het wintergraan begint te maaien en het zomerkoren te zaaien; gewoonlijk duurt die slechts enige dagen, menigmaal alleen enige uren. Dan begint de zomer, van april tot oktober, wanneer gewoonlijk in het geheel geen regen valt en de hemel bijna altijd helder is, zodat dan ook in 1 Samuel. 12:17 vv. regen en onweer als aan wonder vermeld worden. Nu neemt de hitte met de dag toe, totdat zij in augustus bijna ondraaglijk wordt, terwijl dan in september de nachten koeler worden, die de hitte overdag temperen en de buitengewoon sterke dauw van de nacht gras en planten voor verdorren bewaart.
6. Ook zal Ik, opdat gij de vrucht van het land in rust en blijmoedig genieten moogt, vrede geven in het land, a) dat gij als een kudde, welke in een goede weide rustiggelegerd is, zult te slapen liggen en niemand zij, die verschrikt, 1)daar de goede Herder (Psalm. 23) over u de wacht houdt; en Ik zal het boos, verscheurend en gevaarlijk gedierte uit het land doen ophouden, en het zwaard zal door uw land niet doorgaan, 2) geen van de omringende volkeren zal het wagen u de oorlog aan te doen.
a) Job 11:18,19
1) Dit is een sierlijke schildering van een volmaakte rust van een volk, en Jesaja beeldt de overvloedige vrede en de grote uitbreiding van de Kerk bijna op gelijke wijze aldus af: Uw poorten zullen steeds openstaan, zij zullen overdag, noch ‘s nachts niet gesloten worden. Jesaja 60:11 Jer.30:10 Ezech.34:28 Micha 4:3).
2) Het beeld is ontleend aan het legeren van het vee in een goede weide, beschermd tegen de aanvallen van het roofgedierte en van de dief en moordenaar. De Heere stelt zich hier voor als de goede Herder, die Zijn volk in veiligheid zal doen neerliggen.
7. En gij zult, wanneer een volk het zal wagen u in uw land aan te vallen, uw vijanden door Mijn machtige hulp dadelijk vervolgen, en zij zullen voor uw aangezicht door het zwaard, waarmee zij u vervolgen, vallen, zodat zij niet andermaal beproeven u aan te tasten.
8. a) Vijf uit u zullen honderd vervolgen en honderd uit u zullen tienduizend vervolgen; zo krachtig zal Ik u bijstaan en niet toelaten dat zelfs de grootste overmacht, welke u aanvalt, iets tegen u uitricht, en uw vijandenzullen in ieder geval voor uw aangezicht door het zwaard vallen, 1) zij komen dan met zulk een overmacht, als zij maar willen.
a) Jozua. 23:10
1) Niet alleen vrede in het binnenland, maar ook zegen en voorspoed zou hun deel zijn in hun buitenlandse oorlogen. De Heere zou zich in Zijn heerlijkheid en macht zo openbaren ten gunste van Zijn erfvolk, dat ook de machtigste vijand niet tegen hen bestand zou zijn.
9. En Ik zal in de rustige vredevolle dagen, die Ik u ongestoord zal bewaren, Mij met de heerlijkste u toegedachte zegen tot u wenden, 1) en zal u in getal en volksmenigte, volgens de aan Abraham gegeven belofte, (Genesis 17:4 vv.) zeer vruchtbaar maken, en u vermenigvuldigen; en Mijn Verbond dat Ik met hen heb opgericht, zal Ik met u bevestigen. 2)
1) Mij tot u wenden, d.i. op deelnemende wijze Mij tot u keren, mijn gunstrijk aangezicht tot u wenden.
2) Duidelijk geeft de Heere hier aan, dat al de weldaden, welke Hij belooft, uitvloeisels zijn van het Verbond, dat Hij met hen opgericht heeft. De weldaden opgesomd, zijn Verbondsweldaden.
10. En gij zult het oude, dat verouderd is, de opbrengst van het vorige jaar (Hoogl.7:9) eten; en het oude zult gij vanwege het nieuwe, de nieuwe oogst, uitbrengen, 1) om daarvoor plaats te maken in uw schuren.
1) Hiermee wordt de vrees weggenomen voor gebrek aan voedsel, bij vermeerdering en toeneming van de bevolking. De Heere belooft hun, dat de oogst van koren en wijn zo overvloedig zou wezen, dat zij gedwongen zullen worden, door het uitbrengen van de oude, plaats te maken voor de nieuwe oogst.
11. En a) Ik zal Mijn tabernakel in het midden van u zetten 1) en Mijn ziel zal van u niet walgen, alsof Ik verdrietig over u worden en Mijn genadige hand van u terugtrekken kon.
a) Ezech.37:26; 2 Kor.6:16
1) Het wonen van God in het midden van Zijn volk voorgesteld door: Ik zal mijn tabernakel in het midden van u zetten, geeft aan een volheid van zegeningen, een rustig en zeker wonen. In de woestijn moest de tabernakel gedurig verplaatst worden, maar in het beloofde land zou die tabernakel een vaste woonplaats hebben, en dat zou het bewijs zijn, dat Israël rustig mocht vertoeven onder Zijn wijnstok en vijgeboom. De grondtekst laat dan ook de vertaling toe: Ik zal mijn woning onder u oprichten.
12. En Ik zal in het midden van u wandelen, 1) niet maar in het heiligdom Mijn woning onder u hebben, maar ook daaruit gaan en werkzaam onder u verkeren, en zal u tot een God zijn, Mij kennelijk op al uw wegen en gangen als uw God openbaren; en gij zult Mij tot een volk zijn, ook aan de andere kant in Mijn zegenende nabijheid en zaligende gemeenschap u verblijden en u als Mijn volk gelukkig voelen.
1) Het wandelen van God in het midden van Israëls volk ziet niet op de begeleiding van het volk op zijn tocht, maar betekent, het wandelen van God onder Zijn volk in Kanaän, waardoor Hij zich steeds aan het volk zal betonen, als hun God te zijn, hetgeen Hij, tot Zijn eigendom gemaakt, in steeds inniger levensgemeenschap met Zich zet en het alle heilsgoederen van Zijn genadeverbond toeschikt.
13. Ik ben de HEERE uw God, die u uit het land van de Egyptenaren uitgevoerd heb, opdat gij hun, van de Egyptenaren, slaven niet zou zijn, 1) maar Mijn volk; en Ik heb de disselbomen 2) van uw door hen u opgelegdjuk verbroken, en heb u doen recht opgaan; 3) want nu drukt en buigt u geen juk meer neer, zoals voorheen; maar dat is echter eerst het begin van Mijn wegen met u, welke Ik Mij heb voorgenomen.
1) Gedurig wordt Israël gewezen op dit veelbetekenende feit, opdat het nooit zou vergeten, dat het als een volk van slaven, door God tot Zijn volk was aangenomen. Onderscheidene malen wordt het erop gewezen (Exodus. 20:2; 22:33 Deuteronomium. 4:37; 7:8,14; 16:6, Richteren. 2:1; 6:9; 1 Samuel. 10:18). De uitvoering wordt dan ook wel genoemd, het fundament en begin van de burgerstaat.
2) De disselbomen zijn de stangen, die het lastdier op de nek als juk worden gelegd (Jeremia. 27:2), om zijn nek te buigen en het tot de arbeid aan te zetten. Met de last van zulk een juk had Egypte de Israëlieten neergedrukt, opdat zij niet meer opgericht zouden kunnen gaan, totdat God door verbreking van het juk, hen weer bracht tot een opgerichte gang. Zoals het juk beeld is van de druk, die terneer buigt, zo is het met opgericht hoofd gaan beeld van de bevrijding van de dienstbaarheid.
3) God stort hier zo heel Zijn liefdevol hart voor Israël uit, zoals na de zondvloed voor Noach en zijn huis (zie Ge 9.17). Gij, vader, meent het goed met uw mensenkinderen; Gij hebt het bloed van Uw Zoon bereid en biedt het de zondaars aan; Gij wilt dat zij met de hand van het geloof aannemende wat Gij hun aanbiedt, zich daaraan zullen verkwikken en die gave in hun hart wegleggen. Maar zie, is niet voortdurend de hele wereld U tegen? Gij bouwt hier, Gij bouwt daar, maar de wereld werpt alles neer. Daarom verkrijgt zij ook Uw heil niet, maar blijft in de dood en heeft geen deel aan het rijk, waar vromen worden vergaderd, die hun God hier volgden.
14. a) Maar 1) indien gij Mij niet zult horen, en al deze geboden niet zult doen, welke Ik u van Exodus. 20 af tot Leviticus. 25:55 geboden heb.
a) Deuteronomium. 28:15 Klaagl.2:17 Mal.2:2
1) Met vs.14 begint de Heere met de bedreiging van de straffen, welke Hij zal doen komen over Zijn volk, indien zij niet naar Zijn geboden zullen luisteren. Vier verschillende graden van strafoefeningen laat de Heere aankondigen. In vs.18-20 wordt de eerste graad; vs.21 en 22 de tweede; vs.23-26 de derde, en vs.27-33 de vierde of hoogste graad aangekondigd, terwijl in vs.16 en 17 met de straffen in het algemeen wordt gedreigd.
15. En zo gij Mijn instellingen smadelijk zultverwerpen en zo uw ziel van Mijn rechten zal walgen, 1) dat gij moedwillig niet doet al Mijn geboden, want voor menselijke zwakheidszonden heb Ik u in de offers een verzoeningbereid, om Mijn Verbond te vernietigen, te verbreken en te niet te doen.
1) Walgen, in de zin van, een afkeer hebben.
16. Dit, namelijk wat uw volhardende ongehoorzaamheid en uw verachting van Mijn verbondsgenade ook verdient, zal Ik u ook doen, dat Ik over u stellen zal verschrikking, 1)u bezoeken met verschrikkelijke dingen, met tering en koorts, die de ogen verteren, en de ziel pijnigen; 2) gij zult ook uw zaad tevergeefs zaaien en uw vijanden zullen dat, wat daaruit groeit, de oogst opeten (Richteren. 6:3 vv.).
1) Verschrikking. Onder verschrikking hebben wij te verstaan, wat onmiddellijk daarop volgt: 1e. tering en koorts; 2e. zaaien, zonder te kunnen oogsten, en 3e. verslagen worden door de vijanden.
2) Die de ogen verteren en de ziel pijnigen. De ogen zijn hier genomen voor het levenslicht en de ziel voor het leven. De bedoeling is daarom, dat, én door de tering, én door de koortsen, en dat wel ontstekingskoortsen, het levenslicht zal uitgeblust worden en het leven weggenomen. De tering komt in Palestina zelden voor, slechts in de hoger gelegen streken.
17. Daartoe zal Ik Mijn aangezicht in vijandschap tegen u zetten, 1) dat gij geslagen zult worden voor het aangezicht van uw vijanden en voor hen vluchten moet; en uw haters zullen over u heerschappij hebben en a) gijzult, door de voortdurende nederslagen moedeloos en vertwijfeld, vluchten, als iemand u vervolgt (vs.36 Richteren. 6:2).
a) Spreuken. 28:1
1) Deze bedreiging staat haaks tegenover de belofte in vs.9 gedaan, en vandaar hetgeen volgt: dat zij zullen vallen in de handen van hun vijanden, ja, met de uiterste lafhartigheid zullen vervuld worden.
18. En zo gij Mij tot deze dingen toe, in weerwil van deze aanvankelijke tuchtigingen, die uw berouw en uw bekering bedoelen, nog niet horen zult, Ik zal nog daartoe doen, om u zevenvoudig over uw zonden te tuchtigen.
19. Want Ik zal de hovaardigheid van uw kracht 1) verbreken, en zal uw hemel, de hemel in uw land, als ijzer maken en uw aarde, de vruchtbare bodem van uw land, als koper dat die geen zegen, deze geen vrucht zal geven.
1) In het Hebreeuws Ethgeoon uzkem, de hoogheid, of hovaardigheid van uw kracht of sterkte. Hiermee wordt aangeduid, datgene, waarop een volk zijn macht grondt. In dit geval, de vruchtbaarheid van de bomen en de overvloed van de oogst. God zou echter die hoogmoed zo verbreken, dat de hemel als van koper zou zijn en de aarde van ijzer, d.i. dat er geen regen zou neerstromen en de aarde geen grasscheutjes zou voortbrengen vanwege de felle droogte.
20. En uw macht, welke gij aan de landbouw besteedt, zal ijdel verdaan worden; 1) en uw land zal zijn inkomst niet geven, en het geboomte van het land zal zijn vrucht niet geven (1 Kon.17:1; 18:5 vv.).
1) IJdel verdaan worden, in de zin van, tevergeefs aangewend worden. Al uw arbeid zal vruchteloos zijn.
21. En zo gij met Mij in tegenheid wandelen 1) zult en Mij niet zult willen horen, uw tegenstand tegen Mij ook bij zulke kastijdingen voortzet en in opstand toeneemt, zo zal Ik over u, naar uw zonden, in evenredigheid van de klimmende ongehoorzaamheid, zevenvoudig slagen toedoen, u bij toeneming tuchtigen.
1) In tegenheid wandelen geeft aan, een vijandelijke houding aannemen, God de nek toekeren en zich tegen Zijn wil verharden. In tegenheid wandelen is het tegenovergestelde van, wandelen met God, voor Zijn aangezicht, wandelen in oprechtheid. Anderen zijn van mening, dat dit betekent, in vijandelijke houding tegen God verkeren. De bedoeling is vrijwel hetzelfde.
22. Want Ik zal onder u zenden het gedierte van het veld, beren en leeuwen, die u beroven en uw vee uitroeien, en u verminderen zal; 1) en uw wegen zullen woest worden; 2)
1) U verminderen. Dat is, door onvruchtbaarheid, door kinderloosheid het getal van het volk verminderen. Beroving van vee en kinderloosheid is nu de straf die volgen zal.
2) Het woest worden van de wegen, is gevolg van de vermindering van het volk. Ten gevolge van het inkrimpen van de bevolking, zullen de wegen zo weinig gebruikt worden, dat zij, in plaats van goede heerbanen, woeste wegen, ongebaande wegen zullen worden.
23. Indien gij nog door deze dingen Mij niet getuchtigd zult zijn, tot berouw en bekering, maar nog verder met Mij in tegenheid wandelen;
24. a) Zo zal Ik ook met u in tegenheid wandelen en Ik zal u ook zevenvoudig over uw zonden slaan (vs.21).
a) 2 Samuel. 22:27 Psalm. 18:27
25. Want Ik zal door gruwzame en machtige vijanden, die Ik in uw land zend, een zwaard 1) over u brengen, dat de wraak van het door u ontheiligde Verbond wreken zal2) zodat gij om aan dit zwaard te ontkomen, in uw versterkte steden vergaderd zult worden; dan zal Ik u toch straffen en de pest 3) in het midden van u zenden, die u verwoesten zal, en gij, die door de pest gespaard zijt, zult door hongersnood tot de overgave gedwongen, in weerwil van alle tegenstand, in de hand van de vijand overgegeven worden.
1) Nu kondigt God aan, bij steeds toenemende goddeloosheid, oorlog, pest en hongersnood (Jesaja 15:18; 16:4 Jer.15:2-4; 44:12,13 Ezech.6:11,12; 14:21)
2) Dat de wraak van het Verbond wreken zal. Hiermee spreekt God het uit, dat de straf komen zal, om de schending, de verbreking van het Verbond door het volk te wreken.
3) Zij zouden vluchten in hun versterkte steden, maar ook dat zou hen niet baten, want dan zou de pest hen overvallen.
26. Als Ik u bij de derde plaag, de hongersnood, de staf van het brood 1) zal gebroken en de hoeveelheid brood zo zal verminderd hebben, dan zullen tien vrouwen uw brood in één oven bakken, dat één enkele bakoven (zie “Ex 16.24) voor 10 gezinnen plaats genoeg heeft, terwijl anders ieder gezin een afzonderlijke oven heeft, en zullen uw brood bij het gewicht weergeven; daar een ieder slechts een zeer klein, nauwkeurig afgepast deel verkrijgt, in plaats van naar welgevallen te kunnen nemen, en gij zult eten, maar niet verzadigd worden, op zijn meest voor hongersnood bewaard blijven (2 Koningen. 6:25 vv. Jer.14:18 Ezech.4:16; 5:12).
1) Behalve het lichamelijk wezen van het schepsel, moeten wij arbeiden een verdere zaak te zien, nl. de zegen van God in het schepsel, die voortkomt van Zijn woord, besluit en verordening, waardoor het bekwaam en krachtig gemaakt wordt, om onderhoud en voedsel te verlenen. Dit noemt de Schrift, de staf van het brood. En zo is het in waarheid, want, evenals een oud en onmachtig mens ter aarde valt, indien zijn staf hem ontrukt wordt, alzo wordt het beste schepsel, dat tot ons gebruik dient, zonder Gods zegen, ons onvruchtbaar.
27. Als gij hierom ook Mij niet horen zult, maar met Mij wandelen zult in tegenheid en uw weerspannigheid nog vermeerdert;
28. Zo zal Ik ook met u in zeer grimmige, verhoogde tegenheid wandelen, en Ik zal u ook zevenvoudig over uw zonden tuchtigen.
29. Want gij zult door de vreselijkste hongersnood gefolterd, in vertwijfeling uw kinderen doden en het vlees van uw zonen eten en het vlees van uw dochters zult gij eten 1) (2 Koningen. 6:28 vv. Klaagl.2:20; 4:10).
1) Het vlees van uw zonen eten en het vlees van uw dochters eten, is de uiterste daad van vertwijfeling, waartoe Israël zal komen, als God Zijn oordelen over het volk zendt, die oordelen, welke Hij in de volgende verzen aankondigt.
30. En Ik zal, bij de algemene verwoesting door de hand van de overwinnende vijanden uw hoogten verderven, de op heuvels en bergen opgerichte altaren, waarop gij naar de wijze van de heidenen geofferd hebt, en uw zonnebeelden, uw aan de goden gewijde zuilen (2 Kron.34:4,7) uitroeien en zal uw dode lichamen op de dode lichamen, de omgeworpen beelden van uw drekgoden werpen, opdat gij ook in de dood bij hen zijn moogt, vanwie gij u in uw leven niet hebt willen afscheiden, en Mijn ziel zal aan u walgen, dat Ik u wegwerp, zoals men een walgelijke zaak ver wegwerpt.
31. En Ik zal uw steden, op de sterkte waarvan gij u verlaat, om binnen haar muren Mijn strafgerichten nog verder te weerstaan (vs.25), een woestijn maken en uw heiligdommen, de tempel met zijn altaren enheilige sieraden, verwoesten; en Ik zal uw liefelijke reuk niet ruiken, 1) van zo’n ongehoorzaam en verhard volk wil Ik geen offer meer aannemen.
1) Dat is het reukwerk, dat dagelijks van verscheidene welriekende specerijen aan God in de tabernakel geofferd werd, en daardoor wordt betekend, dat noch hun gebeden verhoord, noch hun offeranden zouden worden aangenomen.
32. Ja, Ik zal dat land verwoesten, dat uw vijanden, die daarin zullen wonen, de vijandelijke volkeren die het hebben veroverd en het nu zelf gaan bezitten, zich daarover, over die vreselijke verwoesting ontzetten zullen.
33. Daartoe zal Ik u onder de heidenen verstrooien en een zwaard achter u uittrekken, met getrokken zwaard achter u gaan en u zo ver wegdrijven, dat gij er niet meer aan denken zult om spoedig terug te keren; en uw land zal een aangeven tijd woest, en uw steden zullen een woestijn zijn.
Deze goddelijke bedreigingen omvatten de gehele toekomst van Israël en zijn een zinnebeeldige voorstelling van de oordelen van God, die zich met innerlijke noodzakelijkheid ontwikkelen, in verband tot de ontwikkeling van de zonde; daarom mag men ook niet verwachten dat de latere geschiedenis van het volk de hier voorgestelde volgorde van plagen bevatten en zich chronologisch naar die plagen als naar een reeds vooruitgezet plan richten zal. Wel is deze geschiedenis in haar geheel een tot in het afzonderlijke toe zich vervullende voltrekking van de bedreigingen van God, daar Israël niet wandelde in de wegen van de Heere, integendeel zijn boze aard en voortdurende verharding al meer en meer openbaarde; vooral is het besluit van deze geschiedenis niets meer dan een verwezenlijking van hetgeen de Heer aan het slot van Zijn rede voorstelt. Opmerkelijk is in deze rede, dat God viermaal (vs.18,21,23,27) over een verzwaring van Zijn oordelen, en wel iedere keer over een zevenvoudige verzwaring spreekt; want het gaat hier om Zijn rijk, welks toekomst Hij tegenover de hardnekkigheid van Zijn volk door strafgerichten, om Zijn verbond, welks verbreking Hij aan het die het hebben verkracht, te redden heeft. Dien ten gevolge is de trapsgewijze verzwaring van Zijn oordelen zo ingericht, dat op de eerste trap staat een straf (volkomen onvruchtbaarheid van het land vs.18-20); op de tweede twee straffen (uitroeiing van het vee en kinderloosheid, vs.21,22); op de derde trap drie straffen (oorlog, pest en hongersnood, vs.23-26) eindelijk, op de vierde trap vier straffen (uitroeiing van de gruwel van de afgoderij, verwoesting van steden en heiligdommen, verwoesting van het land en verstrooiing van het volk onder de heidenen (vs.23-27)
Dit behoort tot de dichterlijke vorm van de rede, maar doet over het algemeen aan de waarheid van dat wat gezegd wordt, geen afbreuk, maar is daar overal op zijn plaats, waar het hart zo geheel vervuld is met het behandeld wordende onderwerp (zie Genesis 1:27)
34. Dan zal het land aan zijn Sabbatten een welgevallen hebben, 1) de rust genieten welke daaraan nu vergund is, al de dagen van de verwoesting, en gij zult in het land van uw vijanden zijn; dan zal het land rusten en aan zijnSabbatten een welgevallen hebben, 2) zich hierin verlustigen.
1) Vanwege de afval van God, zou het volk ook zijn Sabbatjaar niet vieren, maar dan zou door de verwoesting, die komen zou, het land rust genieten.
2) Zoals de aardbodem onder de druk van de zonden van de mensenkinderen zucht, zo verheugt hij zich ook over de verlossing van de druk en zijn deelhebben aan de zalige rust van de gehele schepping.
35. Al de dagen van de verwoesting zal het rusten, omdat het niet rust in uw Sabbatten, in zijn Sabbatsjaren, zoals Ik u geboden had (Leviticus. 25:2 vv.), maar door u uit ongehoorzaamheid en vleselijke zin werd nagelaten, alsgij daarin woonde (2 Kron.36:21 zie “Le 25.7).
36. En aangaande de in de strijd, die de verwoesting voorafgaat (vs.27 vv.), overgeblevenen onder u, die ver waren verdreven (vs.33), Ik zal in hun hart een weekheid, een bestendig gevoel van vrees, in de landen van hun vijanden laten komen, zodat het geruis van een gedreven blad, de onbeduidendste en onschuldigste zaak, hen jagen zal, en zij zullen vluchten, zoals men vlucht voor een zwaard, als ware het uitgetogen zwaard (vs.33) bestendig achter hen, en zullen vallen, waar niemand is, die jaagt, terwijl reeds de vrees alleen hen doet bezwijken.
37. En zij zullen de een op de ander als voor het zwaard vallen, zoals de door de sikkel gemaaide halmen, waar niemand is, die jaagt, zo vreselijk zal de bestendige angst en zorg zijn; en gij zult voor het aangezicht van uwvijanden niet kunnen bestaan, zodat gij zelfs niet eenmaal daaraan denken kunt, u uit uw gevangenschap te bevrijden.
38. Maar gij zult, nog voor een groot deel, omkomen onder de heidenen, ten gevolge van de drukkende lasten, die u daar wachten en het land van uw vijanden zal u tot op een zeer gering overblijfsel verteren.
39. En de overgeblevene onder u, de druk van de ballingschap uithoudende, zullen om hun ongerechtigheid, die hun een loodzware last zal opleggen, in de landen van uw vijanden wegteren; 1) ja, ook om de ongerechtigheden van hun vaderen, welke zij met de hunnen moeten dragen,zullen zij met hen wegteren.
1) Het woord in de grondtekst betekent eigenlijk: vermolmen, verrotten. Israël wordt hier gedreigd met bijna gehele ondergang, indien zij de rechten en instellingen van de Heere verwerpen. Slechts dan, indien zij tot belijdenis van zonden zullen komen, zal God, om Zijn eeuwig Verbond, het overblijfsel nog genadig zijn.
40. Dan 1) zullen zij, wanneer zij zo wegkwijnen en nergens rust en vrede kunnen vinden, hun ongerechtigheid belijden, en de ongerechtigheid van hun vaderen met hunovertredingen, waarmee 2) zij tegen Mij overtreden hebben, en ook dat zij met Mij in tegenheid gewandeld hebben.
1) Of, wanneer zij hun ongerechtigheden belijden. Zo luidt ook de Engelse vertaling. Zoals de belofte omtrent de zegen conditioneel is en eveneens de bedreiging van de straf, zo is ook de belofte van een nieuwe bestraling met Gods vriendelijk aangezicht voorwaardelijk. Eerst dan, als Israël zich verootmoedigen zal voor de Heere, zal Hij Zijn Verbond gedachtig zijn.
2) Vanaf waarmee zij tot in vs.41 gebracht zal hebben, is een neven- of tussenzin, die aldus vertaald moet worden: Bij, of vanwege hun overtredingen, waarmee zij tegen Mij overtreden hebben, en ook dat zij met Mij in tegenheid gewandeld hebben, wandelde ik ook met hen in tegenheid en bracht hun in het land van hun vijanden.
41. Dat Ik, juist opdat zij tot deze gezegende kennis zouden raken, ook met hen, zoals Ik (vs.28) gezegd heb, toen zij tegen Mij zondigden, in tegenheid gewandeld en hen in het land van hun vijanden gebracht zal hebben, om daar alle (vs.36 vv.) gedreigde plagen over hen te laten komen; zo dan 1) onder de lastvan deze plagen hun vroeger onbesneden, 2) voor alle trekkingen van de genade zo ongevoelig en onheilig hart (zie “De 10.16) gebogen wordt, en zij dan, wanneer zij nu beginnen zich te verootmoedigen en de weg van de bekering tot Mij te bewandelen aan de straf van hun ongerechtigheid, welke zij moeten dragen, een welgevallenhebben. 3)
1) Beter, of veelmeer. Hiermee wordt de voorwaarde, in vs.40 het eerste gedeelte begonnen, voortgezet.
2) Een onbesneden hart is een hart als dat van de heidenen, dat zich tegen God en zijn dienst stelt, een hart, alleen te vermurwen door de oordelen van God. Onbesneden is hier in de zin van onbuigzaam. Een onbesneden hart erkent geen zonde. Slechts dan, wanneer het door de bemoeiingen van God verbroken wordt, komt het tot verootmoediging. Belijden van zonde is alleen mogelijk, als eerst het hart is vertederd. Vandaar de vertaling van, of veel meer, beter dan, zo dan.
3) Aan God zijn al Zijn werken van eeuwigheid bekend (Hand.15:18). Daarom kunnen wij ons niet daarover verwonderen, dat Hij in dit hoofdstuk niet alleen de beide mogelijkheden: wanneer gij in Mijn instellingen zult wandelen enz. (vs.3), en: wanneer gij Mij niet gehoorzaam zult zijn, enz. (vs.14) eenvoudig voorstelt, maar als zij later werkelijkheid zijn geworden, ook als de zodanige nader beschouwt en nu met betrekking daarop het gehele raadsbesluit van Zijn goddelijke wijsheid ontdekt. Zij, die niet willen geloven dat de Heilige Schrift werkelijk de openbaring van God is, maar haar alleen houden voor een menselijk produkt, zoals ieder ander boek, komen bij zulke plaatsen als deze zeer in het gedrang en weten zich niet anders te behelpen dan met de jammerlijke uitvlucht dat al dergelijke profetieën, die later zo volkomen en juist vervuld werden, eerst nadat die uitkomst aanschouwd is, zijn geschreven geworden. Maar net zo min iemand loochenen kan, die in een levende God gelooft, dat deze God lang tevoren weet wat geschieden zal eer het geschiedt, net zo min ligt daarin een zwarigheid, dat Hij nu ook over de gebeurtenissen van de toekomst verkondigt wat Hij tot heil van de mensen openbaren wil. En niet alleen maakt Hij hier Zijn oordelen, maar ook het einddoel hiervan openbaar, opdat Zijn volk, wanneer de tijd van de zware tuchtiging aanbreekt, daaronder niet bezwijke, maar zich tot Hem bekere. Om mensenzielen te redden is het wel de moeite waard zich aan mensenzielen te openbaren.
Dat is een gevoelige aandoening over de straf, gepaard met een hartbrekende droefheid, die de uitgevoerde voordelen beschouwt en de billijkheid hiervan erkent. En omdat aan deze hartelijke droefheid is vastgemaakt, dat God zou gedenken aan zijn verbond en aan het land, zo ziet men ook, dat de heilige Psalmzanger, terwijl de Joden in de gevangenis waren, zittende aan de rivier van Babel, en wenende, wanneer zij gedachten aan Sion (Psalm. 137:1), zeer gevoegelijk als de Heere smekende voordraagt, dat de tijd om Sion genadig te zijn, de bestemde tijd gekomen was, omdat Gods knechten een welgevallen hadden aan deze stenen, dat is, daarover gevoelig waren aangedaan (Psalm. 102:12,13); waarin hij waarschijnlijk ziet op de belofte, die in verband met dit vers nu volgt.
42. Dan, wanneer het zover gekomen en de tijd om Mij te ontfermen, daar is, zal Ik gedenken aan Mijn Verbond met Jakob, en ook aan Mijn Verbond met Izak, en ook aan Mijn Verbond met Abraham zal Ik gedenken, dat toch een eeuwig Verbond zal zijn (Genesis 17:7; 13:15); en aan het land 1) zal Ik gedenken.
1) Onder land wordt verstaan, zowel het land zelf als zijn bewoners. Dat God eerst spreekt over het Verbond met Jakob, heeft sommigen ertoe geleid, te verklaren, dat God dit hierom gedaan heeft, omdat het Verbond, met Jakob gesloten, het best de Israëlieten nog in het geheugen zat. Ons inziens ten onrechte. Jakob wordt daarom eerst genoemd, omdat zij kinderen van Jakob of kinderen van Israël werden genoemd. Maar opdat Israëls volk zou weten, dat het verbond zeer vast was, daarom deelt God mee, dat Hij het niet alleen met Jakob heeft gesloten, maar ook met de twee andere patriarchen, Izak en Abraham, van wie Jakob de zoon en kleinzoon was.
43. Als het land nu om hunnentwil zal verlaten zijn geweest, en aan zijn Sabbatten een welgevallen gehad hebben, wanneer het om zijnentwil verwoest was (vs.34). en zij aan de straf van hun ongerechtigheid, om de daaruit voortgevloeide heilzame gevolgen (vs.40 vv.), een welgevallen zullen gehad hebben, de straf van hun ongerechtigheid, welke zij daarom dragen, en omdat zij, toen zij nog in hun land woonden, Mijn rechten hadden verworpen en hun ziel aan Mijn instellingen gewalgd hadden.
44. En hierboven is dit ook: 1) als zij in het land van hun vijanden zullen zijn en schijnen door Mij verworpen te zijn a) zal Ik hen niet geheel verwerpen, noch van hen walgen (vs.30), om voor altijd een einde van hen te maken, vernietigende Mijn verbond met hen, want Ik ben de HEERE, de Onveranderlijke en de onwankelbaarGetrouwe (Exodus. 3:14), en ben als de zodanige hun God geworden; daarom moet Ik Mij vrij in Mijn onwankelbare trouw aan hen verheerlijken.
a) Deuteronomium. 4:31 Rom.11:1,26 vv.
1) Met deze woorden drukt de Heere het duidelijk uit, dat de uitredding van Israël zijn diepste grond heeft in het Verbond, dat niet vernietigd kon worden. God heeft gezworen, dat het nageslacht van Abraham niet vernietigd zou worden. En daarom zal het volk weer terugkeren. De straffen zullen dienen, om bij het volk verootmoediging te wekken, opdat alsdan de Heere Zijn verbond zou gedenken. Hier ontmoeten de conditionele (voorwaardelijke) en de positieve (stellige) beloften elkaar. Hier blijkt het zo duidelijk mogelijk, dat boven alles de raad van de Heere zal bestaan en Hij zijn welbehagen zal doen.
45. Maar Ik zal, hun ten beste, gedenken aan het eerste Verbond van de voorouderen, met hen opgericht, die Ik uit Egypte voor de ogen van de heidenen uitgevoerd heb, opdat Ik hun tot een God ware. Ik ben de HEERE! -en wil nu op dezelfde wijze en met gelijke bedoeling hen, de nakomelingen, evenzo leiden uit het land van hun ballingschap (Deuteronomium. 30:1-5).
De rede van de Heere neemt hier een beklagende toon aan, waarin men de weemoed over het lijden van het volk ontdekt, maar ook de mildheid van een verzoend hart, dat nu aan dit lijden een einde maakt Voor de hand ligt een toespeling op de Babylonische ballingschap; maar hier is meer; deze woorden wijzen ook op een toekomst, welke Israël nog moet verwachten, (Rom.11:23 vv.; 2 Kor.3:16), en wel nu het voor de tweede maal uit het land van zijn vaderen verdreven en aan de bestraffing van zijn misdaad overgegeven is. De naam Jehova, waarop God zelf (vs.44) zich beroept, om te bevestigen, dat Zijn verbond met het uitverkoren volk nog verder van kracht blijft, in weerwil van de tijdelijke krachteloosheid van dit verbond, stelt God voor zoals wij dit bij Exodus. 3:14 vv.; 6:3 ook zo verklaard hebben, als de geheel zelfstandige, met onbeperkte vrijheid regerende Wereldheerser, die in al wat Hij spreekt en voorneemt, waarlijk met zichzelf in overeenstemming is en blijft. “De betekenis van deze naam is dieper dan de zee, zij is ondoorgrondelijk; doch dit zien wij duidelijk: Hij zal zijn-Hij is eeuwig. Hij zal zijn, die Hij is-Hij is onveranderlijk, zonder schaduw van omkering, zichzelf getrouw in woord en daad. Een eeuwig onveranderlijk Wezen”.
Over de taalkundige verklaring en eigenlijke uitspraak van het woord heerst in de theologische wereld nog altijd veel onzekerheid, wat samenhangt met de in Le.24:11 en 16 vermelde gewoonten van de Joden, door die naam helemeel niet uit te spreken, maar daarvoor een ander woord te lezen; in het wetenschappelijk spraakgebruik behield men over het algemeen dit woord; de Statenvertaling luidt “Heere,” maar schrijft overal HEERE, terwijl Heere overal staat, waar men in grondtekst adonai leest. Tegenwoordig wordt dit onderscheid in spreek- of schrijfwijze door de meesten niet meer gevolgd.
46. Dit, wat van Exodus. 25 af tot hiertoe bij de geschiedenis tot verklaring van de wet gezegd wordt, zijn die instellingen, en die rechten, en die wetten, welke de HEERE gegeven heeft tussen zich en tussen de kinderen van Israël, 1) tot verdere ontwikkeling van het met hen gesloten verbond op de berg Sinaï, door de hand van Mozes, die alles, wat de Heere met hem sprak, ook schriftelijk moestoptekenen.
1) Uit deze woorden blijkt duidelijk, dat deze wetten, rechten en instellingen beschouwd moeten worden als bevelen, welke de God van het Verbond aan de deelgenoten van dat Verbond, hun ten goede, gegeven heeft.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel