Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Leviticus 26

1 Gij zult ulieden geen afgoden maken; noch gesneden beeld, noch opgericht beeld zult gij u stellen, noch gebeelden steen in uw land zetten, om u daarvoor te buigen; want Ik ben de HEERE, uw God!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Gij zult ulieden geen afgodenH457 makenH6213; noch gesneden beeldH6459, noch opgericht beeldH4676 zult gij u stellenH6965, nochH3808 gebeeldenH4906 steenH68 in uw landH776 zettenH5414, om u daarvoor te buigenH7812; wantH3588 IkH589 ben de HEEREH3068, uw GodH430! Gij zult ulieden geen afgoden maken; noch gesneden beeld, noch opgericht beeld zult gij u stellen, noch gebeelden steen in uw land zetten, om u daarvoor te buigen; want Ik ben de HEERE, uw God!

KJV Ye shall make2 you no idols4 nor graven image,5 neither rear you up8 a standing image,6 neither shall ye set up13 any image11 of stone10 in your land,14 to bow down15 unto it: for I am the LORD19 your God.

1 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 תַעֲשׂ֨וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 3 לָכֶ֜ם 4 אֱלִילִ֗ם H457 afgoden, nietige, nietige afgoden idol, no value, thing of nought 5 וּפֶ֤סֶל H6459 gesneden beeld, gesneden beelden, beeld carved (graven) image 6 וּמַצֵּבָה֙ H4676 opgerichte beelden, opgericht teken, opgericht beeld garrison, (standing) image, pillar 7 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 תָקִ֣ימוּ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 9 לָכֶ֔ם 10 וְאֶ֣בֶן H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 11 מַשְׂכִּ֗ית H4906 gebeelde, beeltenissen, gebeelden conceit, image(-ry), picture, [idiom] wish 12 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 תִתְּנוּ֙ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 14 בְּאַרְצְכֶ֔ם H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 15 לְהִֽשְׁתַּחֲוֺ֖ת H7812 boog, bogen, nederbuigen bow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship 16 עָלֶ֑יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 18 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 19 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 20 אֱלֹהֵיכֶֽם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Mijn sabbatten zult gij houden, en Mijn heiligdommen zult gij vrezen; Ik ben de HEERE!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Mijn sabbattenH7676 zult gij houdenH8104, en Mijn heiligdommenH4720 zult gij vrezenH3372; IkH589 ben de HEEREH3068! Mijn sabbatten zult gij houden, en Mijn heiligdommen zult gij vrezen; Ik ben de HEERE!

KJV Ye shall keep3 my sabbaths,2 and reverence5 my sanctuary:4 I am the LORD.

1 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 שַׁבְּתֹתַ֣י H7676 sabbat, sabbatten, sabbatdag ([phrase] every) sabbath 3 תִּשְׁמֹ֔רוּ H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 4 וּמִקְדָּשִׁ֖י H4720 heiligdom, heiligdoms, heiligdommen chapel, hallowed part, holy place, sanctuary 5 תִּירָ֑אוּ H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 6 אֲנִ֖י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 7 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Indien gij in Mijn inzettingen wandelen, en Mijn geboden houden, en die doen zult;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 IndienH518 gij in Mijn inzettingenH2708 wandelenH3212, en Mijn gebodenH4687 houdenH8104, en die doenH6213 zult; Indien gij in Mijn inzettingen wandelen, en Mijn geboden houden, en die doen zult;

KJV If ye walk3 in my statutes,2 and keep6 my commandments,5 and do

1 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 בְּחֻקֹּתַ֖י H2708 inzettingen, inzetting, ordinantien appointed, custom, manner, ordinance, site, statute 3 תֵּלֵ֑כוּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 4 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 מִצְוֺתַ֣י H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 6 תִּשְׁמְר֔וּ H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 7 וַעֲשִׂיתֶ֖ם H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 אֹתָֽם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Zo zal Ik uw regens geven op hun tijd; en het land zal zijn inkomst geven, en het geboomte des velds zal zijn vrucht geven;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Zo zal Ik uw regensH1653 gevenH5414 op hun tijdH6256; en het landH776 zal zijn inkomstH2981 geven, en het geboomteH6086 des veldsH7704 zal zijn vruchtH6529 geven; Zo zal Ik uw regens geven op hun tijd; en het land zal zijn inkomst geven, en het geboomte des velds zal zijn vrucht geven;

KJV Then I will give1 you rain2 in due season,3 and the land5 shall yield4 her increase,6 and the trees7 of the field8 shall yield9 their fruit.

1 וְנָתַתִּ֥י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 גִשְׁמֵיכֶ֖ם H1653 regen, plasregen, plasregens rain, shower 3 בְּעִתָּ֑ם H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 4 וְנָתְנָ֤ה H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 5 הָאָ֨רֶץ֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 יְבוּלָ֔הּ H2981 gewas, inkomst, vrucht fruit, increase 7 וְעֵ֥ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 8 הַשָּׂדֶ֖ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 9 יִתֵּ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 10 פִּרְיֽוֹ H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En de dorstijd zal u reiken tot den wijnoogst, en de wijnoogst zal reiken tot den zaaitijd; en gij zult uw brood eten tot verzadiging toe, en gij zult zeker in uw land wonen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En de dorstijdH1786 zal u reikenH5381 tot den wijnoogstH1210, en de wijnoogstH1210 zal reikenH5381 tot den zaaitijdH2233; en gij zult uw broodH3899 etenH398 tot verzadigingH7648 toe, en gij zult zekerH983 in uw landH776 wonenH3427. En de dorstijd zal u reiken tot den wijnoogst, en de wijnoogst zal reiken tot den zaaitijd; en gij zult uw brood eten tot verzadiging toe, en gij zult zeker in uw land wonen.

KJV And your threshing3 shall reach1 unto the vintage,5 and the vintage6 shall reach7 unto the sowing time:9 and ye shall eat10 your bread11 to the full,12 and dwell13 in your land15 safely.

1 וְהִשִּׂ֨יג H5381 achterhalen, bereikt, achterhaalden ability, be able, attain (unto), (be able to, can) get, lay at, put, reach, remove, wax rich, [idiom] surely, (over-) take (hold of, on, upon) 2 לָכֶ֥ם 3 דַּ֨יִשׁ֙ H1786 dorstijd threshing 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 בָּצִ֔יר H1210 wijnoogst vintage 6 וּבָצִ֖יר H1210 wijnoogst vintage 7 יַשִּׂ֣יג H5381 achterhalen, bereikt, achterhaalden ability, be able, attain (unto), (be able to, can) get, lay at, put, reach, remove, wax rich, [idiom] surely, (over-) take (hold of, on, upon) 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 זָ֑רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 10 וַאֲכַלְתֶּ֤ם H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 11 לַחְמְכֶם֙ H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 12 לָשֹׂ֔בַע H7648 verzadiging fill, full(-ness), satisfying, be satisfied 13 וִֽישַׁבְתֶּ֥ם H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 14 לָבֶ֖טַח H983 zeker, zekerheid, eker assurance, boldly, (without) care(-less), confidence, hope, safe(-ly, -ty), secure, surely 15 בְּאַרְצְכֶֽם H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Ook zal Ik vrede geven in het land, dat gij zult te slapen liggen, en niemand zij, die verschrikke; en Ik zal het boos gedierte uit het land doen ophouden, en het zwaard zal door uw land niet doorgaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Ook zal Ik vredeH7965 gevenH5414 in het landH776, dat gij zult te slapen liggenH7901, en niemandH369 zij, die verschrikkeH2729; en Ik zal het boosH7451 gedierteH2416 uitH4480 het landH776 doen ophoudenH7673, en het zwaardH2719 zal door uw landH776 niet doorgaanH5674. Ook zal Ik vrede geven in het land, dat gij zult te slapen liggen, en niemand zij, die verschrikke; en Ik zal het boos gedierte uit het land doen ophouden, en het zwaard zal door uw land niet doorgaan.

KJV And I will give1 peace2 in the land,3 and ye shall lie down,4 and none shall make you afraid:6 and I will rid7 evil9 beasts8 out of the land,11 neither shall the sword12 go14 through your land.

1 וְנָתַתִּ֤י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 שָׁלוֹם֙ H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 3 בָּאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 וּשְׁכַבְתֶּ֖ם H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 5 וְאֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 6 מַחֲרִ֑יד H2729 verschrikken, verschrikte, bevende be (make) afraid, be careful, discomfit, fray (away), quake, tremble 7 וְהִשְׁבַּתִּ֞י H7673 ophouden, rusten, houdt (cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away 8 חַיָּ֤ה H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 9 רָעָה֙ H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 10 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 11 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 12 וְחֶ֖רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 13 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 תַעֲבֹ֥ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 15 בְּאַרְצְכֶֽם H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En gij zult uw vijanden vervolgen; en zij zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En gij zult uw vijandenH341 vervolgenH7291; en zij zullen voor uw aangezichtH6440 door het zwaardH2719 vallenH5307. En gij zult uw vijanden vervolgen; en zij zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen.

KJV And ye shall chase1 your enemies,3 and they shall fall4 before5 you by the sword.

1 וּרְדַפְתֶּ֖ם H7291 vervolgen, vervolgers, jaagde chase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r) 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 אֹיְבֵיכֶ֑ם H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 4 וְנָפְל֥וּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 5 לִפְנֵיכֶ֖ם H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 6 לֶחָֽרֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Vijf uit u zullen honderd vervolgen, en honderd uit u zullen tien duizend vervolgen; en uw vijanden zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 VijfH2568 uitH4480 u zullen honderdH3967 vervolgenH7291, en honderdH3967 uitH4480 u zullen tien duizendH7233 vervolgenH7291; en uw vijandenH341 zullen voor uw aangezichtH6440 door het zwaardH2719 vallenH5307. Vijf uit u zullen honderd vervolgen, en honderd uit u zullen tien duizend vervolgen; en uw vijanden zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen.

KJV And five3 of you shall chase1 an hundred,4 and an hundred5 of you shall put ten thousand7 to flight:8 and your enemies10 shall fall9 before11 you by the sword.

1 וְרָדְפ֨וּ H7291 vervolgen, vervolgers, jaagde chase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r) 2 מִכֶּ֤ם H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 3 חֲמִשָּׁה֙ H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 4 מֵאָ֔ה H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 5 וּמֵאָ֥ה H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 6 מִכֶּ֖ם H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 7 רְבָבָ֣ה H7233 tien duizend, tien duizenden, tienduizenden many, million, [idiom] multiply, ten thousand 8 יִרְדֹּ֑פוּ H7291 vervolgen, vervolgers, jaagde chase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r) 9 וְנָפְל֧וּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 10 אֹיְבֵיכֶ֛ם H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 11 לִפְנֵיכֶ֖ם H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 12 לֶחָֽרֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En Ik zal Mij tot u wenden, en zal u vruchtbaar maken, en u vermenigvuldigen; en Mijn verbond zal Ik met u bevestigen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En Ik zal Mij tot u wendenH6437, en zal u vruchtbaarH6509 maken, en u vermenigvuldigenH7235; en Mijn verbondH1285 zal Ik metH854 u bevestigenH6965. En Ik zal Mij tot u wenden, en zal u vruchtbaar maken, en u vermenigvuldigen; en Mijn verbond zal Ik met u bevestigen.

KJV For I will have respect1 unto you, and make you fruitful,3 and multiply5 you, and establish7 my covenant

1 וּפָנִ֣יתִי H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 2 אֲלֵיכֶ֔ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 וְהִפְרֵיתִ֣י H6509 vruchtbaar, vruchtbare, gewassen bear, bring forth (fruit), (be, cause to be, make) fruitful, grow, increase 4 אֶתְכֶ֔ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 וְהִרְבֵּיתִ֖י H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 6 אֶתְכֶ֑ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 וַהֲקִימֹתִ֥י H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 בְּרִיתִ֖י H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 10 אִתְּכֶֽם H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En gij zult het oude, dat verouderd is, eten; en het oude zult gij vanwege het nieuwe uitbrengen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En gij zult het oudeH3465, dat verouderd is, etenH398; en het oude zult gij vanwegeH6440 het nieuweH2319 uitbrengenH3318. En gij zult het oude, dat verouderd is, eten; en het oude zult gij vanwege het nieuwe uitbrengen.

Ook in dit vers oude verouderdH3462

KJV And ye shall eat1 old store,3 and bring forth7 the old2 because5 of the new.

1 וַאֲכַלְתֶּ֥ם H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 2 יָשָׁ֖ן H3465 oude, Oude, ouden old 3 נוֹשָׁ֑ן H3462 slapen, sliep, ontslape old (store), remain long, (make to) sleep 4 וְיָשָׁ֕ן H3465 oude, Oude, ouden old 5 מִפְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 6 חָדָ֖שׁ H2319 nieuwe, nieuw, nieuwen fresh, new thing 7 תּוֹצִֽיאוּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En Ik zal Mijn tabernakel in het midden van u zetten; en Mijn ziel zal van u niet walgen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En Ik zal Mijn tabernakelH4908 in het middenH8432 van u zettenH5414; en Mijn zielH5315 zal van u nietH3808 walgenH1602. En Ik zal Mijn tabernakel in het midden van u zetten; en Mijn ziel zal van u niet walgen.

KJV And I will set1 my tabernacle2 among3 you: and my soul6 shall not abhor

1 וְנָתַתִּ֥י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 מִשְׁכָּנִ֖י H4908 tabernakel, tabernakels, woningen dwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent 3 בְּתוֹכְכֶ֑ם H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 4 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 תִגְעַ֥ל H1602 walgen, walg, gewalgd abhor, fail, lothe, vilely cast away 6 נַפְשִׁ֖י H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 7 אֶתְכֶֽם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En Ik zal in het midden van u wandelen, en zal u tot een God zijn, en gij zult Mij tot een volk zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En Ik zal in het middenH8432 van u wandelenH1980, en zal u tot een GodH430 zijn, en gijH859 zult Mij tot een volkH5971 zijn. En Ik zal in het midden van u wandelen, en zal u tot een God zijn, en gij zult Mij tot een volk zijn.

KJV And I will walk1 among2 you, and will be3 your God,5 and ye shall be7 my people.

1 וְהִתְהַלַּכְתִּי֙ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 2 בְּת֣וֹכְכֶ֔ם H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 3 וְהָיִ֥יתִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 לָכֶ֖ם 5 לֵֽאלֹהִ֑ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 6 וְאַתֶּ֖ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 7 תִּהְיוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 לִ֥י 9 לְעָֽם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land der Egyptenaren uitgevoerd heb, opdat gij hun slaven niet zoudt zijn; en Ik heb de disselbomen van uw juk verbroken, en heb u doen rechtop staan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 IkH589 ben de HEEREH3068, uw GodH430, DieH834 u uit het landH776 der EgyptenarenH4714 uitgevoerdH3318 heb, opdat gij hun slavenH5650 niet zoudt zijnH1961; en Ik heb de disselbomenH4133 van uw jukH5923 verbrokenH7665, en heb u doen rechtopH6968 staanH3212. Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land der Egyptenaren uitgevoerd heb, opdat gij hun slaven niet zoudt zijn; en Ik heb de disselbomen van uw juk verbroken, en heb u doen rechtop staan.

KJV I am the LORD2 your God,3 which brought you forth5 out of the land7 of Egypt,8 that ye should not be their bondmen;11 and I have broken12 the bands13 of your yoke,14 and made you go15 upright.

1 אֲנִ֞י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 2 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֱלֹֽהֵיכֶ֗ם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 הוֹצֵ֤אתִי H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 6 אֶתְכֶם֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 מֵאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 מִצְרַ֔יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 9 מִֽהְיֹ֥ת H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 לָהֶ֖ם 11 עֲבָדִ֑ים H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 12 וָאֶשְׁבֹּר֙ H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 13 מֹטֹ֣ת H4133 juk, jukken, disselbomen bands, heavy, staves, yoke 14 עֻלְּכֶ֔ם H5923 juk, juks, maaktet juk yoke 15 וָאוֹלֵ֥ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 16 אֶתְכֶ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 קֽוֹמְמִיּֽוּת H6968 rechtop upright
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Maar indien gij Mij niet zult horen, en al deze geboden niet zult doen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Maar indienH518 gij Mij niet zult horenH8085, en alH3605 dezeH428 gebodenH4687 niet zult doenH6213; Maar indien gij Mij niet zult horen, en al deze geboden niet zult doen;

KJV But if ye will not hearken3 unto me, and will not do6 all these commandments;

1 וְאִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 תִשְׁמְע֖וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 4 לִ֑י 5 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 תַעֲשׂ֔וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 אֵ֥ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 הַמִּצְוֺ֖ת H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 10 הָאֵֽלֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En zo gij Mijn inzettingen zult smadelijk verwerpen, en zo uw ziel van Mijn rechten zal walgen, dat gij niet doet al Mijn geboden, om Mijn verbond te vernietigen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En zo gij Mijn inzettingenH2708 zult smadelijk verwerpenH3988, en zoH518 uw zielH5315 van Mijn rechtenH4941 zal walgenH1602, dat gij nietH1115 doetH6213 alH3605 Mijn gebodenH4687, om Mijn verbondH1285 te vernietigenH6565; En zo gij Mijn inzettingen zult smadelijk verwerpen, en zo uw ziel van Mijn rechten zal walgen, dat gij niet doet al Mijn geboden, om Mijn verbond te vernietigen;

KJV And if ye shall despise3 my statutes,2 or if your soul8 abhor7 my judgments,6 so that ye will not do10 all my commandments,13 but that ye break14 my covenant:

1 וְאִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 בְּחֻקֹּתַ֣י H2708 inzettingen, inzetting, ordinantien appointed, custom, manner, ordinance, site, statute 3 תִּמְאָ֔סוּ H3988 verworpen, verwerpen, versmaad abhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person 4 וְאִ֥ם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 מִשְׁפָּטַ֖י H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 7 תִּגְעַ֣ל H1602 walgen, walg, gewalgd abhor, fail, lothe, vilely cast away 8 נַפְשְׁכֶ֑ם H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 9 לְבִלְתִּ֤י H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 10 עֲשׂוֹת֙ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 מִצְוֺתַ֔י H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 14 לְהַפְרְכֶ֖ם H6565 vernietigen, vernietigd, ganselijk [idiom] any ways, break (asunder), cast off, cause to cease, [idiom] clean, defeat, disannul, disappoint, dissolve, divide, make of none effect, fail, frustrate, bring (come) to nought, [idiom] utterly, make void 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 בְּרִיתִֽי H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Dit zal Ik u ook doen, dat Ik over u stellen zal verschrikking, tering en koorts, die de ogen verteren en de ziel pijnigen; gij zult ook uw zaad te vergeefs zaaien, en uw vijanden zullen dat opeten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Dit zal Ik u ook doenH6213, dat Ik overH5921 u stellenH6485 zal verschrikkingH928, teringH7829 en koortsH6920, die de ogenH5869 verterenH3615 en de zielH5315 pijnigenH1727; gij zult ook uw zaadH2233 te vergeefsH7385 zaaienH2232, en uw vijandenH341 zullen dat opetenH398. Dit zal Ik u ook doen, dat Ik over u stellen zal verschrikking, tering en koorts, die de ogen verteren en de ziel pijnigen; gij zult ook uw zaad te vergeefs zaaien, en uw vijanden zullen dat opeten.

KJV I also will do3 this unto you; I will even appoint6 over you terror,8 consumption,10 and the burning ague,12 that shall consume13 the eyes,14 and cause sorrow15 of heart:16 and ye shall sow17 your seed19 in vain,18 for your enemies21 shall eat

1 אַף H637 ook, ja zelfs also, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea 2 אֲנִ֞י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 3 אֶֽעֱשֶׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 4 זֹּ֣את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 5 לָכֶ֗ם 6 וְהִפְקַדְתִּ֨י H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 7 עֲלֵיכֶ֤ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 בֶּֽהָלָה֙ H928 verschrikking, verschrikkingen, verstoring terror, trouble 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 הַשַּׁחֶ֣פֶת H7829 tering consumption 11 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 הַקַּדַּ֔חַת H6920 koorts burning ague, fever 13 מְכַלּ֥וֹת H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 14 עֵינַ֖יִם H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 15 וּמְדִיבֹ֣ת H1727 pijnigen sorrow 16 נָ֑פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 17 וּזְרַעְתֶּ֤ם H2232 zaaien, gezaaid, bezaaien bear, conceive seed, set with sow(-er), yield 18 לָרִיק֙ H7385 vergeefs, ijdelheid, tevergeefs empty, to no purpose, (in) vain (thing), vanity 19 זַרְעֲכֶ֔ם H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 20 וַאֲכָלֻ֖הוּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 21 אֹיְבֵיכֶֽם H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Daartoe zal Ik Mijn aangezicht tegen ulieden zetten, dat gij geslagen zult worden voor het aangezicht uwer vijanden; en uw haters zullen over u heerschappij hebben, en gij zult vlieden, als u iemand vervolgt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Daartoe zal Ik Mijn aangezichtH6440 tegen ulieden zettenH5414, dat gij geslagenH5062 zult worden voor het aangezichtH6440 uwer vijandenH341; en uw hatersH8130 zullen over u heerschappijH7287 hebben, en gij zult vliedenH5127, als u iemand vervolgtH7291. Daartoe zal Ik Mijn aangezicht tegen ulieden zetten, dat gij geslagen zult worden voor het aangezicht uwer vijanden; en uw haters zullen over u heerschappij hebben, en gij zult vlieden, als u iemand vervolgt.

KJV And I will set1 my face2 against you, and ye shall be slain4 before5 your enemies:6 they that hate9 you shall reign7 over you; and ye shall flee10 when none pursueth

1 וְנָתַתִּ֤י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 פָנַי֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 3 בָּכֶ֔ם 4 וְנִגַּפְתֶּ֖ם H5062 geslagen, slaan, sloeg beat, dash, hurt, plague, slay, smite (down), strike, stumble, [idiom] surely, put to the worse 5 לִפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 6 אֹיְבֵיכֶ֑ם H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 7 וְרָד֤וּ H7287 heerschappij, heersen, heerste (come to, make to) have dominion, prevail against, reign, (bear, make to) rule,(-r, over), take 8 בָכֶם֙ 9 שֹֽׂנְאֵיכֶ֔ם H8130 haat, haten, haters enemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly 10 וְנַסְתֶּ֖ם H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard 11 וְאֵין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 12 רֹדֵ֥ף H7291 vervolgen, vervolgers, jaagde chase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r) 13 אֶתְכֶֽם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En zo gij Mij tot deze dingen toe nog niet horen zult, Ik zal nog daar toe doen, om u zevenvoudig over uw zonden te tuchtigen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En zoH518 gij Mij tot dezeH428 dingen toe nog nietH3808 horenH8085 zult, Ik zal nog daar toe doen, om u zevenvoudigH7651 overH5921 uw zondenH2403 te tuchtigenH3256. En zo gij Mij tot deze dingen toe nog niet horen zult, Ik zal nog daar toe doen, om u zevenvoudig over uw zonden te tuchtigen.

Ook in dit vers toedoenH3254

KJV And if ye will not yet2 for all this hearken5 unto me, then I will punish8 you seven times10 more7 for your sins.

1 וְאִ֨ם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 3 אֵ֔לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 4 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 תִשְׁמְע֖וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 6 לִ֑י 7 וְיָסַפְתִּי֙ H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 8 לְיַסְּרָ֣ה H3256 gekastijd, kastijden, getuchtigd bind, chasten, chastise, correct, instruct, punish, reform, reprove, sore, teach 9 אֶתְכֶ֔ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 שֶׁ֖בַע H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 חַטֹּאתֵיכֶֽם H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Want Ik zal de hovaardigheid uwer kracht verbreken, en zal uw hemel als ijzer maken, en uw aarde als koper.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Want Ik zal de hovaardigheidH1347 uwer krachtH5797 verbrekenH7665, en zal uw hemelH8064 als ijzerH1270 maken, en uw aardeH776 als koperH5154. Want Ik zal de hovaardigheid uwer kracht verbreken, en zal uw hemel als ijzer maken, en uw aarde als koper.

KJV And I will break1 the pride3 of your power;4 and I will make5 your heaven7 as iron,8 and your earth10 as brass:

1 וְשָׁבַרְתִּ֖י H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 גְּא֣וֹן H1347 hovaardij, hoogmoed, heerlijkheid arrogancy, excellency(-lent), majesty, pomp, pride, proud, swelling 4 עֻזְּכֶ֑ם H5797 sterkte, Sterkte, sterke boldness, loud, might, power, strength, strong 5 וְנָתַתִּ֤י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 שְׁמֵיכֶם֙ H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 8 כַּבַּרְזֶ֔ל H1270 ijzer, ijzeren, ijzers (ax) head, iron 9 וְאֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 אַרְצְכֶ֖ם H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 כַּנְּחֻשָֽׁה H5154 koper, stalen, koperen brass, steel. Compare H5176 (נָחָשׁ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En uw macht zal ijdelijk verdaan worden; en uw land zal zijn inkomsten niet geven, en het geboomte des lands zal zijn vrucht niet geven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En uw machtH3581 zal ijdelijk verdaanH8552 worden; en uw landH776 zal zijn inkomstenH2981 niet geven, en het geboomteH6086 des landsH776 zal zijn vruchtH6529 niet geven. En uw macht zal ijdelijk verdaan worden; en uw land zal zijn inkomsten niet geven, en het geboomte des lands zal zijn vrucht niet geven.

Ook in dit vers ijdellijkH7385

KJV And your strength3 shall be spent1 in vain:2 for your land6 shall not yield5 her increase,8 neither shall the trees9 of the land10 yield12 their fruits.

1 וְתַ֥ם H8552 verteerd, verdaan, geeindigd accomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole 2 לָרִ֖יק H7385 vergeefs, ijdelheid, tevergeefs empty, to no purpose, (in) vain (thing), vanity 3 כֹּחֲכֶ֑ם H3581 kracht, macht, vermogen ability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth 4 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 תִתֵּ֤ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 אַרְצְכֶם֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 יְבוּלָ֔הּ H2981 gewas, inkomst, vrucht fruit, increase 9 וְעֵ֣ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 10 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 יִתֵּ֖ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 13 פִּרְיֽוֹ H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En zo gij met Mij in tegenheid wandelen zult, en Mij niet zult willen horen, zo zal Ik over u, naar uw zonden, zevenvoudig slagen toedoen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En zo gij metH5973 Mij in tegenheidH7147 wandelenH3212 zult, en Mij nietH3808 zult willenH14 horenH8085, zo zal Ik overH5921 u, naar uw zondenH2403, zevenvoudigH7651 slagenH4347 toedoenH3254. En zo gij met Mij in tegenheid wandelen zult, en Mij niet zult willen horen, zo zal Ik over u, naar uw zonden, zevenvoudig slagen toedoen.

KJV And if ye walk2 contrary4 unto me, and will6 not hearken7 unto me; I will bring9 seven times12 more plagues11 upon you according to your sins.

1 וְאִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 תֵּֽלְכ֤וּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 3 עִמִּי֙ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 4 קֶ֔רִי H7147 tegenheid contrary 5 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 תֹאב֖וּ H14 wilde, willen, wilden consent, rest content will, be willing 7 לִשְׁמֹ֣עַֽ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 8 לִ֑י 9 וְיָסַפְתִּ֤י H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 10 עֲלֵיכֶם֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 מַכָּ֔ה H4347 slag, plagen, plage beaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed) 12 שֶׁ֖בַע H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 13 כְּחַטֹּאתֵיכֶֽם H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Want Ik zal onder u zenden het gedierte des velds, hetwelk u beroven, en uw vee uitroeien, en u verminderen zal; en uw wegen zullen woest worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Want Ik zal onder u zendenH7971 het gedierteH2416 des veldsH7704, hetwelk u berovenH7921, en uw veeH929 uitroeienH3772, en u verminderenH4591 zal; en uw wegenH1870 zullen woestH8074 worden. Want Ik zal onder u zenden het gedierte des velds, hetwelk u beroven, en uw vee uitroeien, en u verminderen zal; en uw wegen zullen woest worden.

KJV I will also send1 wild5 beasts4 among you, which shall rob you of your children,6 and destroy8 your cattle,10 and make you few in number;11 and your high ways14 shall be desolate.

1 וְהִשְׁלַחְתִּ֨י H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 בָכֶ֜ם 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 חַיַּ֤ת H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 5 הַשָּׂדֶה֙ H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 6 וְשִׁכְּלָ֣ה H7921 beroofd, beroven, berooft bereave (of children), barren, cast calf (fruit, young), be (make) childless, deprive, destroy, [idiom] expect, lose children, miscarry, rob of children, spoil 7 אֶתְכֶ֔ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 וְהִכְרִ֨יתָה֙ H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 בְּהֶמְתְּכֶ֔ם H929 beesten, vee, beest beast, cattle 11 וְהִמְעִ֖יטָה H4591 verminderen, minder, verminderd suffer to decrease, diminish, (be, [idiom] borrow a, give, make) few (in number, -ness), gather least (little), be (seem) little, ([idiom] give the) less, be minished, bring to nothing 12 אֶתְכֶ֑ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 וְנָשַׁ֖מּוּ H8074 verwoest, verwoeste, ontzetten make amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder 14 דַּרְכֵיכֶֽם H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Indien gij nog door deze dingen Mij niet getuchtigd zult zijn, maar met Mij in tegenheid wandelen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 IndienH518 gij nog door dezeH428 dingen Mij nietH3808 getuchtigdH3256 zult zijn, maar metH5973 Mij in tegenheidH7147 wandelenH1980; Indien gij nog door deze dingen Mij niet getuchtigd zult zijn, maar met Mij in tegenheid wandelen;

KJV And if ye will not be reformed4 by me by these things, but will walk6 contrary

1 וְאִ֨ם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 בְּאֵ֔לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 3 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 תִוָּסְר֖וּ H3256 gekastijd, kastijden, getuchtigd bind, chasten, chastise, correct, instruct, punish, reform, reprove, sore, teach 5 לִ֑י 6 וַהֲלַכְתֶּ֥ם H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 7 עִמִּ֖י H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 8 קֶֽרִי H7147 tegenheid contrary
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Zo zal Ik ook met u in tegenheid wandelen, en Ik zal u ook zevenvoudig over uw zonden slaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Zo zal Ik ook metH5973 u in tegenheidH7147 wandelenH1980, en Ik zal u ookH1571 zevenvoudigH7651 overH5921 uw zondenH2403 slaanH5221. Zo zal Ik ook met u in tegenheid wandelen, en Ik zal u ook zevenvoudig over uw zonden slaan.

KJV Then will I also walk1 contrary5 unto you, and will punish6 you yet8 seven times10 for your sins.

1 וְהָלַכְתִּ֧י H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 2 אַף H637 ook, ja zelfs also, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea 3 אֲנִ֛י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 4 עִמָּכֶ֖ם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 5 בְּקֶ֑רִי H7147 tegenheid contrary 6 וְהִכֵּיתִ֤י H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 7 אֶתְכֶם֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 9 אָ֔נִי H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 10 שֶׁ֖בַע H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 חַטֹּאתֵיכֶֽם H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Want Ik zal een zwaard over u brengen, dat de wraak des verbonds wreken zal, zodat gij in uw steden vergaderd zult worden; dan zal Ik de pest in het midden van u zenden, en gij zult in de hand des vijands overgegeven worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Want Ik zal een zwaardH2719 overH5921 u brengenH935, dat de wraakH5359 des verbondsH1285 wrekenH5358 zal, zodat gij in uw stedenH5892 vergaderdH622 zult worden; dan zal Ik de pestH1698 in het middenH8432 van u zendenH7971, en gij zult in de handH3027 des vijandsH341 overgegevenH5414 worden. Want Ik zal een zwaard over u brengen, dat de wraak des verbonds wreken zal, zodat gij in uw steden vergaderd zult worden; dan zal Ik de pest in het midden van u zenden, en gij zult in de hand des vijands overgegeven worden.

KJV And I will bring1 a sword3 upon you, that shall avenge4 the quarrel5 of my covenant:6 and when ye are gathered together7 within8 your cities,9 I will send10 the pestilence11 among12 you; and ye shall be delivered13 into the hand14 of the enemy.

1 וְהֵבֵאתִ֨י H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 עֲלֵיכֶ֜ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 חֶ֗רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 4 נֹקֶ֨מֶת֙ H5358 wreken, gewroken, wreke avenge(-r, self), punish, revenge (self), [idiom] surely, take vengeance 5 נְקַם H5359 wraak, wrake, enkel [phrase] avenged, quarrel, vengeance 6 בְּרִ֔ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 7 וְנֶאֱסַפְתֶּ֖ם H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 עָרֵיכֶ֑ם H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 10 וְשִׁלַּ֤חְתִּי H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 11 דֶ֨בֶר֙ H1698 pestilentie, pest, pestilentien murrain, pestilence, plague 12 בְּת֣וֹכְכֶ֔ם H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 13 וְנִתַּתֶּ֖ם H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 14 בְּיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 15 אוֹיֵֽב H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Als Ik u den staf des broods zal gebroken hebben, dan zullen tien vrouwen uw brood in een oven bakken, en zullen uw brood bij het gewicht wedergeven; en gij zult eten, maar niet verzadigd worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Als Ik u den stafH4294 des broodsH3899 zal gebrokenH7665 hebben, dan zullen tienH6235 vrouwenH802 uw broodH3899 in eenH259 ovenH8574 bakkenH644, en zullen uw broodH3899 bij het gewichtH4948 wedergevenH7725; en gij zult etenH398, maar nietH3808 verzadigdH7646 worden. Als Ik u den staf des broods zal gebroken hebben, dan zullen tien vrouwen uw brood in een oven bakken, en zullen uw brood bij het gewicht wedergeven; en gij zult eten, maar niet verzadigd worden.

KJV And when I have broken1 the staff3 of your bread,4 ten6 women7 shall bake5 your bread8 in one10 oven,9 and they shall deliver11 you your bread12 again by weight:13 and ye shall eat,14 and not be satisfied.

1 בְּשִׁבְרִ֣י H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 2 לָכֶם֮ 3 מַטֵּה H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe 4 לֶחֶם֒ H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 5 וְ֠אָפוּ H644 bakkers, bakken, bakker bake(-r, (-meats)) 6 עֶ֣שֶׂר H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 7 נָשִׁ֤ים H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 8 לַחְמְכֶם֙ H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 9 בְּתַנּ֣וּר H8574 oven, bakoven, bakovens furnace, oven 10 אֶחָ֔ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 11 וְהֵשִׁ֥יבוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 12 לַחְמְכֶ֖ם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 13 בַּמִּשְׁקָ֑ל H4948 gewicht, goudgewicht (full) weight 14 וַאֲכַלְתֶּ֖ם H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 15 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 תִשְׂבָּֽעוּ H7646 verzadigd, verzadigen, verzadigt have enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Als gij ook hierom Mij niet horen zult, maar met Mij wandelen zult in tegenheid;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 AlsH518 gij ook hierom Mij nietH3808 horenH8085 zult, maar metH5973 Mij wandelenH1980 zult in tegenheidH7147; Als gij ook hierom Mij niet horen zult, maar met Mij wandelen zult in tegenheid;

KJV And if ye will not for all this2 hearken4 unto me, but walk6 contrary

1 וְאִ֨ם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 בְּזֹ֔את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 3 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 תִשְׁמְע֖וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 5 לִ֑י 6 וַהֲלַכְתֶּ֥ם H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 7 עִמִּ֖י H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 8 בְּקֶֽרִי H7147 tegenheid contrary
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Zo zal Ik ook met u in heetgrimmige tegenheid wandelen, en Ik zal u ook zevenvoudig over uw zonden tuchtigen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 Zo zal Ik ook metH5973 u in heetgrimmige tegenheidH7147 wandelenH1980, en IkH589 zal u ook zevenvoudigH7651 overH5921 uw zondenH2403 tuchtigenH3256. Zo zal Ik ook met u in heetgrimmige tegenheid wandelen, en Ik zal u ook zevenvoudig over uw zonden tuchtigen.

Ook in dit vers grimmigeH2534

KJV Then I will walk1 contrary4 unto you also in fury;3 and I, even7 I, will chastise5 you seven times9 for your sins.

1 וְהָלַכְתִּ֥י H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 2 עִמָּכֶ֖ם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 3 בַּחֲמַת H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 4 קֶ֑רִי H7147 tegenheid contrary 5 וְיִסַּרְתִּ֤י H3256 gekastijd, kastijden, getuchtigd bind, chasten, chastise, correct, instruct, punish, reform, reprove, sore, teach 6 אֶתְכֶם֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 אַף H637 ook, ja zelfs also, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea 8 אָ֔נִי H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 9 שֶׁ֖בַע H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 חַטֹּאתֵיכֶם H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Want gij zult het vlees uwer zonen eten, en het vlees uwer dochteren zult gij eten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Want gij zult het vleesH1320 uwer zonenH1121 etenH398, en het vleesH1320 uwer dochterenH1323 zult gij etenH398. Want gij zult het vlees uwer zonen eten, en het vlees uwer dochteren zult gij eten.

KJV And ye shall eat1 the flesh2 of your sons,3 and the flesh4 of your daughters5 shall ye eat.

1 וַאֲכַלְתֶּ֖ם H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 2 בְּשַׂ֣ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 3 בְּנֵיכֶ֑ם H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 וּבְשַׂ֥ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 5 בְּנֹתֵיכֶ֖ם H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 6 תֹּאכֵֽלוּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En Ik zal uw hoogten verderven, en uw zonnebeelden uitroeien, en zal uw dode lichamen op de dode lichamen uwer drekgoden werpen; en Mijn ziel zal aan u walgen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 En Ik zal uw hoogtenH1116 verdervenH8045, en uw zonnebeeldenH2553 uitroeienH3772, en zal uw dode lichamenH6297 opH5921 de dode lichamenH6297 uwer drekgodenH1544 werpenH5414; en Mijn zielH5315 zal aan u walgenH1602. En Ik zal uw hoogten verderven, en uw zonnebeelden uitroeien, en zal uw dode lichamen op de dode lichamen uwer drekgoden werpen; en Mijn ziel zal aan u walgen.

KJV And I will destroy1 your high places,3 and cut down4 your images,6 and cast7 your carcases9 upon the carcases11 of your idols,12 and my soul14 shall abhor

1 וְהִשְׁמַדְתִּ֞י H8045 verdelgd, verdelgen, verdelgde destory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בָּמֹֽתֵיכֶ֗ם H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 4 וְהִכְרַתִּי֙ H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 חַמָּ֣נֵיכֶ֔ם H2553 zonnebeelden idol, image 7 וְנָֽתַתִּי֙ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 פִּגְרֵיכֶ֔ם H6297 dode lichamen, lichamen, aas carcase, corpse, dead body 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 פִּגְרֵ֖י H6297 dode lichamen, lichamen, aas carcase, corpse, dead body 12 גִּלּוּלֵיכֶ֑ם H1544 drekgoden idol 13 וְגָעֲלָ֥ה H1602 walgen, walg, gewalgd abhor, fail, lothe, vilely cast away 14 נַפְשִׁ֖י H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 15 אֶתְכֶֽם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En Ik zal uw steden een woestijn maken, en uw heiligdommen verwoesten; en Ik zal uw liefelijken reuk niet rieken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 En Ik zal uw stedenH5892 een woestijnH2723 maken, en uw heiligdommenH4720 verwoestenH8074; en Ik zal uw liefelijkenH5207 reukH7381 nietH3808 riekenH7306. En Ik zal uw steden een woestijn maken, en uw heiligdommen verwoesten; en Ik zal uw liefelijken reuk niet rieken.

KJV And I will make1 your cities3 waste,4 and bring5 your sanctuaries7 unto desolation, and I will not smell9 the savour10 of your sweet odours.

1 וְנָתַתִּ֤י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 עָֽרֵיכֶם֙ H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 4 חָרְבָּ֔ה H2723 woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsen decayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place) 5 וַהֲשִׁמּוֹתִ֖י H8074 verwoest, verwoeste, ontzetten make amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 מִקְדְּשֵׁיכֶ֑ם H4720 heiligdom, heiligdoms, heiligdommen chapel, hallowed part, holy place, sanctuary 8 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 אָרִ֔יחַ H7306 rieken, rook, riekt accept, smell, [idiom] touch, make of quick understanding 10 בְּרֵ֖יחַ H7381 reuk, reuks savour, scent, smell 11 נִיחֹֽחֲכֶֽם H5207 liefelijken, liefelijke sweet (odour)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Ja, Ik zal dat land verwoesten; dat uw vijanden, die daarin zullen wonen, zich daarover ontzetten zullen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 Ja, IkH589 zal dat landH776 verwoestenH8074; dat uw vijandenH341, die daarin zullen wonenH3427, zich daarover ontzettenH8074 zullen. Ja, Ik zal dat land verwoesten; dat uw vijanden, die daarin zullen wonen, zich daarover ontzetten zullen.

KJV And I will bring1 the land4 into desolation:5 and your enemies7 which dwell8 therein shall be astonished

1 וַהֲשִׁמֹּתִ֥י H8074 verwoest, verwoeste, ontzetten make amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder 2 אֲנִ֖י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 וְשָֽׁמְמ֤וּ H8074 verwoest, verwoeste, ontzetten make amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder 6 עָלֶ֨יהָ֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 אֹֽיְבֵיכֶ֔ם H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 8 הַיֹּשְׁבִ֖ים H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 9 בָּֽהּ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Daartoe zal Ik u onder de heidenen verstrooien; en een zwaard achter u uittrekken; en uw land zal woest, en uw steden zullen een woestijn zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 Daartoe zal Ik u onder de heidenenH1471 verstrooienH2219; en een zwaardH2719 achterH310 u uittrekkenH7324; en uw landH776 zal woestH8077, en uw stedenH5892 zullen een woestijnH2723 zijnH1961. Daartoe zal Ik u onder de heidenen verstrooien; en een zwaard achter u uittrekken; en uw land zal woest, en uw steden zullen een woestijn zijn.

KJV And I will scatter2 you among the heathen,3 and will draw out4 a sword6 after5 you: and your land8 shall be desolate,9 and your cities10 waste.

1 וְאֶתְכֶם֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 אֱזָרֶ֣ה H2219 verstrooien, wannen, verspreiden cast away, compass, disperse, fan, scatter (away), spread, strew, winnow 3 בַגּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 4 וַהֲרִיקֹתִ֥י H7324 uittrekken, afgieten, breng [idiom] arm, cast out, draw (out), (make) empty, pour forth (out) 5 אַחֲרֵיכֶ֖ם H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 6 חָ֑רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 7 וְהָיְתָ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 אַרְצְכֶם֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 9 שְׁמָמָ֔ה H8077 verwoesting, woest, woeste (laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste 10 וְעָרֵיכֶ֖ם H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 11 יִהְי֥וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 12 חָרְבָּֽה H2723 woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsen decayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Dan zal het land aan zijn sabbatten een welgevallen hebben, al de dagen der verwoesting, en gij zult in het land uwer vijanden zijn; dan zal het land rusten, en aan zijn sabbatten een welgevallen hebben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 Dan zal het landH776 aan zijn sabbattenH7676 een welgevallenH7521 hebben, alH3605 de dagenH3117 der verwoestingH8074, en gijH859 zult in het landH776 uwer vijandenH341 zijn; dan zal het landH776 rustenH7673, en aan zijn sabbattenH7676 een welgevallenH7521 hebben. Dan zal het land aan zijn sabbatten een welgevallen hebben, al de dagen der verwoesting, en gij zult in het land uwer vijanden zijn; dan zal het land rusten, en aan zijn sabbatten een welgevallen hebben.

KJV Then shall the land3 enjoy2 her sabbaths,5 as long7 as it lieth desolate,8 and ye be in your enemies'11 land;10 even then shall the land14 rest,13 and enjoy15 her sabbaths.

1 אָז֩ H227 toen, alsdan beginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet 2 תִּרְצֶ֨ה H7521 welgevallen, aangenaam, behagen (be) accept(-able), accomplish, set affection, approve, consent with, delight (self), enjoy, (be, have a) favour(-able), like, observe, pardon, (be, have, take) please(-ure), reconcile self 3 הָאָ֜רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 שַׁבְּתֹתֶ֗יהָ H7676 sabbat, sabbatten, sabbatdag ([phrase] every) sabbath 6 כֹּ֚ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 יְמֵ֣י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 8 הֳשַׁמָּ֔ה H8074 verwoest, verwoeste, ontzetten make amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder 9 וְאַתֶּ֖ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 10 בְּאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 אֹיְבֵיכֶ֑ם H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 12 אָ֚ז H227 toen, alsdan beginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet 13 תִּשְׁבַּ֣ת H7673 ophouden, rusten, houdt (cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away 14 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 15 וְהִרְצָ֖ת H7521 welgevallen, aangenaam, behagen (be) accept(-able), accomplish, set affection, approve, consent with, delight (self), enjoy, (be, have a) favour(-able), like, observe, pardon, (be, have, take) please(-ure), reconcile self 16 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 שַׁבְּתֹתֶֽיהָ H7676 sabbat, sabbatten, sabbatdag ([phrase] every) sabbath
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Al de dagen der verwoesting zal het rusten, overmits het niet rustte in uw sabbatten, als gij daarin woondet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 AlH3605 de dagenH3117 der verwoestingH8074 zal het rustenH7673, overmits het nietH3808 rustteH7673 in uw sabbattenH7676, als gij daarin woondetH3427. Al de dagen der verwoesting zal het rusten, overmits het niet rustte in uw sabbatten, als gij daarin woondet.

KJV As long as2 it lieth desolate3 it shall rest;4 because it did not rest8 in your sabbaths,9 when ye dwelt

1 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 יְמֵ֥י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 הָשַּׁמָּ֖ה H8074 verwoest, verwoeste, ontzetten make amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder 4 תִּשְׁבֹּ֑ת H7673 ophouden, rusten, houdt (cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away 5 אֵ֣ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 אֲשֶׁ֧ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 שָׁבְתָ֛ה H7673 ophouden, rusten, houdt (cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away 9 בְּשַׁבְּתֹתֵיכֶ֖ם H7676 sabbat, sabbatten, sabbatdag ([phrase] every) sabbath 10 בְּשִׁבְתְּכֶ֥ם H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 11 עָלֶֽיהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 En aangaande de overgeblevenen onder u, Ik zal in hun hart een wekigheid in de landen hunner vijanden laten komen; zodat het geruis van een gedreven blad hen jagen zal, en zij zullen vlieden, gelijk men vliedt voor een zwaard, en zullen vallen, waar niemand is, die jaagt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 En aangaande de overgeblevenenH7604 onder u, Ik zal in hun hartH3824 een wekigheidH4816 in de landenH776 hunner vijandenH341 laten komenH935; zodat het geruisH6963 van een gedrevenH5086 bladH5929 hen jagenH7291 zal, en zij zullen vliedenH5127, gelijk men vliedtH4499 voor een zwaardH2719, en zullen vallenH5307, waar niemandH369 is, die jaagtH7291. En aangaande de overgeblevenen onder u, Ik zal in hun hart een wekigheid in de landen hunner vijanden laten komen; zodat het geruis van een gedreven blad hen jagen zal, en zij zullen vlieden, gelijk men vliedt voor een zwaard, en zullen vallen, waar niemand is, die jaagt.

KJV And upon them that are left1 alive of you I will send3 a faintness4 into their hearts5 in the lands6 of their enemies;7 and the sound10 of a shaken12 leaf11 shall chase8 them; and they shall flee,13 as fleeing14 from a sword;15 and they shall fall16 when none pursueth.

1 וְהַנִּשְׁאָרִ֣ים H7604 overgebleven, overblijven, overgelaten leave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest 2 בָּכֶ֔ם 3 וְהֵבֵ֤אתִי H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 מֹ֨רֶךְ֙ H4816 wekigheid faintness 5 בִּלְבָבָ֔ם H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 6 בְּאַרְצֹ֖ת H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 אֹיְבֵיהֶ֑ם H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 8 וְרָדַ֣ף H7291 vervolgen, vervolgers, jaagde chase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r) 9 אֹתָ֗ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 ק֚וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 11 עָלֶ֣ה H5929 blad, takken, loof branch, leaf 12 נִדָּ֔ף H5086 gedreven, henendrijft, nedergestoten drive (away, to and fro), thrust down, shaken, tossed to and fro 13 וְנָס֧וּ H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard 14 מְנֻֽסַת H4499 vliedt, vlucht fleeing, flight 15 חֶ֛רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 16 וְנָפְל֖וּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 17 וְאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 18 רֹדֵֽף H7291 vervolgen, vervolgers, jaagde chase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 En zij zullen de een op den ander als voor het zwaard vallen, waar niemand is, die jaagt; en gij zult voor het aangezicht uwer vijanden niet kunnen bestaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 En zij zullen de een op den anderH251 als voor het zwaardH2719 vallenH3782, waar niemand is, die jaagtH7291; en gij zult voor het aangezichtH6440 uwer vijandenH341 niet kunnen bestaanH8617. En zij zullen de een op den ander als voor het zwaard vallen, waar niemand is, die jaagt; en gij zult voor het aangezicht uwer vijanden niet kunnen bestaan.

KJV And they shall fall1 one2 upon another,3 as it were before4 a sword,5 when none pursueth:6 and ye shall have no power to stand11 before12 your enemies.

1 וְכָשְׁל֧וּ H3782 struikelen, vallen, aanstoten bereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak 2 אִישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 בְּאָחִ֛יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 4 כְּמִפְּנֵי H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 5 חֶ֖רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 6 וְרֹדֵ֣ף H7291 vervolgen, vervolgers, jaagde chase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r) 7 אָ֑יִן H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 8 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 תִֽהְיֶ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 לָכֶם֙ 11 תְּקוּמָ֔ה H8617 bestaan power to stand 12 לִפְנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 13 אֹֽיְבֵיכֶֽם H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 Maar gij zult omkomen onder de heidenen, en het land uwer vijanden zal u verteren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 Maar gij zult omkomenH6 onder de heidenenH1471, en het landH776 uwer vijandenH341 zal u verterenH398. Maar gij zult omkomen onder de heidenen, en het land uwer vijanden zal u verteren.

KJV And ye shall perish1 among the heathen,2 and the land5 of your enemies6 shall eat you up.

1 וַאֲבַדְתֶּ֖ם H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 2 בַּגּוֹיִ֑ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 3 וְאָכְלָ֣ה H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 4 אֶתְכֶ֔ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 אֶ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 אֹיְבֵיכֶֽם H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 En de overgeblevenen onder u zullen om hun ongerechtigheid in de landen uwer vijanden uitteren; ja, ook om de ongerechtigheden hunner vaderen zullen zij met hen uitteren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 En de overgeblevenenH7604 onder u zullen om hun ongerechtigheidH5771 in de landenH776 uwer vijandenH341 uitterenH4743; ja, ook om de ongerechtighedenH5771 hunner vaderenH1 zullen zij metH854 hen uitterenH4743. En de overgeblevenen onder u zullen om hun ongerechtigheid in de landen uwer vijanden uitteren; ja, ook om de ongerechtigheden hunner vaderen zullen zij met hen uitteren.

KJV And they that are left1 of you shall pine away3 in their iniquity4 in your enemies'6 lands;5 and also in the iniquities8 of their fathers9 shall they pine away

1 וְהַנִּשְׁאָרִ֣ים H7604 overgebleven, overblijven, overgelaten leave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest 2 בָּכֶ֗ם 3 יִמַּ֨קּוּ֙ H4743 uitteren, versmachten, vervuild consume away, be corrupt, dissolve, pine away 4 בַּֽעֲוֺנָ֔ם H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 5 בְּאַרְצֹ֖ת H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 אֹיְבֵיכֶ֑ם H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 7 וְאַ֛ף H637 ook, ja zelfs also, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea 8 בַּעֲוֺנֹ֥ת H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 9 אֲבֹתָ֖ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 10 אִתָּ֥ם H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 11 יִמָּֽקּוּ H4743 uitteren, versmachten, vervuild consume away, be corrupt, dissolve, pine away
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 Dan zullen zij hun ongerechtigheid belijden, en de ongerechtigheid hunner vaderen met hun overtredingen, waarmede zij tegen Mij overtreden hebben, en ook dat zij met Mij in tegenheid gewandeld hebben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 Dan zullen zij hun ongerechtigheidH5771 belijdenH3034, en de ongerechtigheidH5771 hunner vaderenH1 met hun overtredingenH4604, waarmede zij tegen Mij overtredenH4603 hebben, en ook datH834 zij metH5973 Mij in tegenheidH7147 gewandeldH1980 hebben. Dan zullen zij hun ongerechtigheid belijden, en de ongerechtigheid hunner vaderen met hun overtredingen, waarmede zij tegen Mij overtreden hebben, en ook dat zij met Mij in tegenheid gewandeld hebben.

KJV If they shall confess1 their iniquity,3 and the iniquity5 of their fathers,6 with their trespass7 which they trespassed9 against me, and that also they have walked13 contrary

1 וְהִתְוַדּ֤וּ H3034 loven, Looft, belijden cast (out), (make) confess(-ion), praise, shoot, (give) thank(-ful, -s, -sgiving) 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 עֲוֺנָם֙ H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 4 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 עֲוֺ֣ן H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 6 אֲבֹתָ֔ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 7 בְּמַעֲלָ֖ם H4604 overtreding, overtreden, overtredingen falsehood, grievously, sore, transgression, trespass, [idiom] very 8 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 מָֽעֲלוּ H4603 overtreden, begaan, overtrad transgress, (commit, do a) trespass(-ing) 10 בִ֑י 11 וְאַ֕ף H637 ook, ja zelfs also, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea 12 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 הָֽלְכ֥וּ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 14 עִמִּ֖י H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 15 בְּקֶֽרִי H7147 tegenheid contrary
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 Dat Ik ook met hen in tegenheid gewandeld, en hen in het land hunner vijanden gebracht zal hebben. Zo dan hun onbesneden hart gebogen wordt, en zij dan aan de straf hunner ongerechtigheid een welgevallen hebben;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 Dat IkH589 ook metH5973 hen in tegenheidH7147 gewandeldH3212, en hen in het landH776 hunner vijandenH341 gebrachtH935 zal hebben. Zo dan hun onbesnedenH6189 hartH3824 gebogenH3665 wordt, en zij dan aan de straf hunner ongerechtigheid een welgevallenH7521 hebben; Dat Ik ook met hen in tegenheid gewandeld, en hen in het land hunner vijanden gebracht zal hebben. Zo dan hun onbesneden hart gebogen wordt, en zij dan aan de straf hunner ongerechtigheid een welgevallen hebben;

Ook in dit vers straf ongerechtigheidH5771

KJV And that I also have walked3 contrary5 unto them, and have brought6 them into the land8 of their enemies;9 if then10 their uncircumcised14 hearts13 be humbled,12 and they then accept16 of the punishment of their iniquity:

1 אַף H637 ook, ja zelfs also, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea 2 אֲנִ֗י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 3 אֵלֵ֤ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 4 עִמָּם֙ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 5 בְּקֶ֔רִי H7147 tegenheid contrary 6 וְהֵבֵאתִ֣י H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 7 אֹתָ֔ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 בְּאֶ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 9 אֹיְבֵיהֶ֑ם H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 10 אוֹ H176 of also, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether 11 אָ֣ז H227 toen, alsdan beginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet 12 יִכָּנַ֗ע H3665 vernederd, ondergebracht, vernederde bring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue 13 לְבָבָם֙ H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 14 הֶֽעָרֵ֔ל H6189 onbesnedenen, onbesneden, voorhuid uncircumcised (person) 15 וְאָ֖ז H227 toen, alsdan beginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet 16 יִרְצ֥וּ H7521 welgevallen, aangenaam, behagen (be) accept(-able), accomplish, set affection, approve, consent with, delight (self), enjoy, (be, have a) favour(-able), like, observe, pardon, (be, have, take) please(-ure), reconcile self 17 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 עֲוֺנָֽם H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 Dan zal Ik gedenken aan Mijn verbond met Jakob, en ook aan Mijn verbond met Izak, en ook aan Mijn verbond met Abraham zal Ik gedenken, en aan het land zal Ik gedenken;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 Dan zal Ik gedenkenH2142 aan Mijn verbondH1285 met JakobH3290, en ook aan Mijn verbondH1285 met IzakH3327, en ook aan Mijn verbondH1285 met AbrahamH85 zal Ik gedenkenH2142, en aan het landH776 zal Ik gedenkenH2142; Dan zal Ik gedenken aan Mijn verbond met Jakob, en ook aan Mijn verbond met Izak, en ook aan Mijn verbond met Abraham zal Ik gedenken, en aan het land zal Ik gedenken;

KJV Then will I remember1 my covenant3 with Jacob,4 and also my covenant7 with Isaac,8 and also my covenant11 with Abraham12 will I remember;13 and I will remember15 the land.

1 וְזָכַרְתִּ֖י H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בְּרִיתִ֣י H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 4 יַעֲק֑וֹב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 5 וְאַף֩ H637 ook, ja zelfs also, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 בְּרִיתִ֨י H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 8 יִצְחָ֜ק H3327 Izak, Izaks Isaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק) 9 וְאַ֨ף H637 ook, ja zelfs also, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 בְּרִיתִ֧י H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 12 אַבְרָהָ֛ם H85 Abraham, Abrahams, zoon Abraham 13 אֶזְכֹּ֖ר H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 14 וְהָאָ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 15 אֶזְכֹּֽר H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 Als het land om hunnentwil zal verlaten zijn geweest, en aan zijn sabbatten een welgevallen gehad hebben, wanneer het om hunnentwil verwoest was, en zij aan de straf hunner ongerechtigheid een welgevallen zullen gehad hebben; daarom, en omdat zij Mijn rechten hadden verworpen, en hun ziel van Mijn inzettingen gewalgd had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 Als het landH776 om hunnentwil zal verlatenH5800 zijn geweest, en aan zijn sabbattenH7676 een welgevallenH7521 gehad hebben, wanneer het om hunnentwil verwoestH8074 was, en zijH1992 aan de straf hunner ongerechtigheid een welgevallenH7521 zullen gehad hebben; daarom, en omdat zij Mijn rechtenH4941 hadden verworpenH3988, en hun zielH5315 van Mijn inzettingenH2708 gewalgdH1602 had. Als het land om hunnentwil zal verlaten zijn geweest, en aan zijn sabbatten een welgevallen gehad hebben, wanneer het om hunnentwil verwoest was, en zij aan de straf hunner ongerechtigheid een welgevallen zullen gehad hebben; daarom, en omdat zij Mijn rechten hadden verworpen, en hun ziel van Mijn inzettingen gewalgd had.

Ook in dit vers straf ongerechtigheidH5771

KJV The land1 also shall be left2 of them, and shall enjoy4 her sabbaths,6 while she lieth desolate7 without them: and they shall accept10 of the punishment of their iniquity:12 because,13 even because14 they despised16 my judgments,15 and because their soul20 abhorred19 my statutes.

1 וְהָאָרֶץ֩ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 2 תֵּעָזֵ֨ב H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 3 מֵהֶ֜ם 4 וְתִ֣רֶץ H7521 welgevallen, aangenaam, behagen (be) accept(-able), accomplish, set affection, approve, consent with, delight (self), enjoy, (be, have a) favour(-able), like, observe, pardon, (be, have, take) please(-ure), reconcile self 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 שַׁבְּתֹתֶ֗יהָ H7676 sabbat, sabbatten, sabbatdag ([phrase] every) sabbath 7 בָּהְשַׁמָּה֙ H8074 verwoest, verwoeste, ontzetten make amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder 8 מֵהֶ֔ם 9 וְהֵ֖ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 10 יִרְצ֣וּ H7521 welgevallen, aangenaam, behagen (be) accept(-able), accomplish, set affection, approve, consent with, delight (self), enjoy, (be, have a) favour(-able), like, observe, pardon, (be, have, take) please(-ure), reconcile self 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 עֲוֺנָ֑ם H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 13 יַ֣עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 14 וּבְיַ֔עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 15 בְּמִשְׁפָּטַ֣י H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 16 מָאָ֔סוּ H3988 verworpen, verwerpen, versmaad abhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person 17 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 חֻקֹּתַ֖י H2708 inzettingen, inzetting, ordinantien appointed, custom, manner, ordinance, site, statute 19 גָּעֲלָ֥ה H1602 walgen, walg, gewalgd abhor, fail, lothe, vilely cast away 20 נַפְשָֽׁם H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 En hierenboven is dit ook; als zij in het land hunner vijanden zullen zijn, zal Ik hen niet verwerpen, noch van hen walgen, om een einde van hen te maken, vernietigende Mijn verbond met hen; want Ik ben de HEERE, hun God!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 En hierenbovenH637 is ditH2063 ookH1571; als zijH1961 in het landH776 hunner vijandenH341 zullen zijn, zal Ik hen niet verwerpenH3988, nochH3808 van hen walgenH1602, om een eindeH3615 van hen te maken, vernietigendeH6565 Mijn verbondH1285 metH854 hen; wantH3588 IkH589 ben de HEEREH3068, hun GodH430! En hierenboven is dit ook; als zij in het land hunner vijanden zullen zijn, zal Ik hen niet verwerpen, noch van hen walgen, om een einde van hen te maken, vernietigende Mijn verbond met hen; want Ik ben de HEERE, hun God!

KJV And yet1 for all that,3 when they be2 in the land5 of their enemies,6 I will not cast them away,8 neither will I abhor10 them, to destroy them utterly,11 and to break12 my covenant13 with them: for I am the LORD17 their God.

1 וְאַף H637 ook, ja zelfs also, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea 2 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 3 זֹ֠את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 4 בִּֽהְיוֹתָ֞ם H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 5 בְּאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 אֹֽיְבֵיהֶ֗ם H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 7 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 מְאַסְתִּ֤ים H3988 verworpen, verwerpen, versmaad abhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person 9 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 גְעַלְתִּים֙ H1602 walgen, walg, gewalgd abhor, fail, lothe, vilely cast away 11 לְכַלֹּתָ֔ם H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 12 לְהָפֵ֥ר H6565 vernietigen, vernietigd, ganselijk [idiom] any ways, break (asunder), cast off, cause to cease, [idiom] clean, defeat, disannul, disappoint, dissolve, divide, make of none effect, fail, frustrate, bring (come) to nought, [idiom] utterly, make void 13 בְּרִיתִ֖י H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 14 אִתָּ֑ם H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 15 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 16 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 17 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 18 אֱלֹהֵיהֶֽם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
45 Maar Ik zal hun ten beste gedenken aan het verbond der voorouderen, die Ik uit Egypteland voor de ogen der heidenen uitgevoerd heb, opdat Ik hun tot een God ware; Ik ben de HEERE!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

45 Maar Ik zal hun ten beste gedenkenH2142 aan het verbondH1285 der voorouderenH7223, dieH834 Ik uit EgyptelandH776 voor de ogenH5869 der heidenenH1471 uitgevoerdH3318 heb, opdat Ik hun tot een GodH430 wareH1961; IkH589 ben de HEEREH3068! Maar Ik zal hun ten beste gedenken aan het verbond der voorouderen, die Ik uit Egypteland voor de ogen der heidenen uitgevoerd heb, opdat Ik hun tot een God ware; Ik ben de HEERE!

KJV But I will for their sakes remember1 the covenant3 of their ancestors,4 whom I brought forth6 out of the land8 of Egypt9 in the sight10 of the heathen,11 that I might be their God:14 I am the LORD.

1 וְזָכַרְתִּ֥י H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 2 לָהֶ֖ם 3 בְּרִ֣ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 4 רִאשֹׁנִ֑ים H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 5 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 הוֹצֵֽאתִי H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 7 אֹתָם֩ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 מֵאֶ֨רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 9 מִצְרַ֜יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 10 לְעֵינֵ֣י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 11 הַגּוֹיִ֗ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 12 לִהְיֹ֥ת H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 לָהֶ֛ם 14 לֵאלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 15 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 16 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
46 Dit zijn die inzettingen, en die rechten, en die wetten, welke de HEERE gegeven heeft, tussen Zich en tussen de kinderen Israels, op den berg Sinai, door de hand van Mozes.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

46 DitH428 zijn die inzettingenH2706, en die rechtenH4941, en die wettenH8451, welkeH834 de HEEREH3068 gegevenH5414 heeft, tussenH996 Zich en tussenH996 de kinderenH1121 IsraelsH3478, op den bergH2022 SinaiH5514, door de handH3027 van MozesH4872. Dit zijn die inzettingen, en die rechten, en die wetten, welke de HEERE gegeven heeft, tussen Zich en tussen de kinderen Israels, op den berg Sinai, door de hand van Mozes.

KJV These are the statutes2 and judgments3 and laws,4 which the LORD7 made6 between him and the children10 of Israel11 in mount12 Sinai13 by the hand14 of Moses.

1 אֵ֠לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 2 הַֽחֻקִּ֣ים H2706 inzettingen, inzetting, bescheiden appointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task 3 וְהַמִּשְׁפָּטִים֮ H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 4 וְהַתּוֹרֹת֒ H8451 wet, wetten, leer law 5 אֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 נָתַ֣ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 בֵּינ֕וֹ H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 9 וּבֵ֖ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 10 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 12 בְּהַ֥ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 13 סִינַ֖י H5514 Sinai Sinai 14 בְּיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 15 מֹשֶֽׁה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Leviticus 26:1 Leviticus 19:4 Exodus 23:24 Exodus 20:4 Numeri 33:52 Exodus 20:23 Deuteronomium 16:21 Openbaring 22:15 Jesaja 2:20
Leviticus 26:2 Leviticus 19:30
Leviticus 26:3 Deuteronomium 28:1 Deuteronomium 11:13 Richteren 2:1 Mattheüs 7:24 Jesaja 48:18 Psalmen 81:12 Jozua 23:14 Romeinen 2:7
Leviticus 26:4 Psalmen 67:6 Deuteronomium 28:12 Hagai 2:18 Ezechiël 36:30 Joël 2:23 Job 38:25 Zacharia 8:12 Psalmen 65:9
Leviticus 26:5 Amos 9:13 Leviticus 25:18 Joël 2:19 Joël 2:26 Deuteronomium 11:15 1 Timotheüs 6:17 Jeremia 23:6 Handelingen 14:17
Leviticus 26:6 Sefanja 3:13 Psalmen 29:11 Ezechiël 34:25 Jesaja 35:9 Psalmen 147:14 Jeremia 30:10 Job 11:19 1 Kronieken 22:9
Leviticus 26:8 Jozua 23:10 Deuteronomium 32:30 Deuteronomium 28:7 1 Kronieken 11:11 Richteren 7:19 1 Kronieken 11:20 Psalmen 81:14 1 Samuël 14:6
Leviticus 26:9 Genesis 17:6 Nehemia 9:23 2 Koningen 13:23 Genesis 28:3 Exodus 2:25 Exodus 1:7 Deuteronomium 28:11 Jesaja 55:3
Leviticus 26:10 Leviticus 25:22 Jozua 5:11 2 Koningen 19:29 Lukas 12:17
Leviticus 26:11 Exodus 25:8 Psalmen 76:2 Openbaring 21:3 Exodus 29:45 Ezechiël 37:26 Psalmen 132:13 Zacharia 11:8 Jozua 22:19
Leviticus 26:12 2 Korinthe 6:16 Jeremia 30:22 Jeremia 7:23 Exodus 6:7 Exodus 19:5 Joël 2:27 Zacharia 13:9 Psalmen 50:7
Leviticus 26:13 Ezechiël 34:27 Exodus 20:2 Leviticus 25:38 Jesaja 51:23 Psalmen 116:16 1 Korinthe 6:19 Jeremia 2:20 Leviticus 25:55
Leviticus 26:14 Deuteronomium 28:15 Maleachi 2:2 Klaagliederen 2:17 Klaagliederen 1:18 Hebreeën 12:25 Jeremia 17:27 Leviticus 26:18 Handelingen 3:23
Leviticus 26:15 2 Koningen 17:15 Deuteronomium 31:16 Jesaja 24:5 Exodus 19:5 2 Samuël 12:9 Genesis 17:14 Hebreeën 8:9 Psalmen 50:17
Leviticus 26:16 Job 31:8 1 Samuël 2:33 Jeremia 5:17 Micha 6:15 Deuteronomium 28:21 Richteren 6:3 Ezechiël 33:10 Psalmen 78:33
Leviticus 26:17 Spreuken 28:1 Deuteronomium 28:25 Psalmen 53:5 Leviticus 17:10 Jeremia 19:7 Richteren 2:14 Psalmen 106:41 Psalmen 68:1
Leviticus 26:18 Leviticus 26:21 Leviticus 26:28 Leviticus 26:24 Psalmen 119:164 Spreuken 24:16 1 Samuël 2:5 Daniël 3:19
Leviticus 26:19 Deuteronomium 28:23 Jesaja 25:11 Jeremia 14:1 Jeremia 13:9 Jesaja 2:12 1 Samuël 4:3 Jesaja 26:5 Lukas 4:25
Leviticus 26:20 Psalmen 127:1 Jesaja 49:4 Leviticus 26:4 Deuteronomium 11:17 Job 31:40 Habakuk 2:13 Deuteronomium 28:18 Hagai 1:9
Leviticus 26:21 Leviticus 26:18 Leviticus 26:27
Leviticus 26:22 Deuteronomium 32:24 Richteren 5:6 Ezechiël 14:15 Zacharia 7:14 Leviticus 26:6 Jesaja 33:8 2 Koningen 17:25 Klaagliederen 1:4
Leviticus 26:23 Jeremia 5:3 Jeremia 2:30 Amos 4:6 Jesaja 1:16 Leviticus 26:21 Ezechiël 24:13
Leviticus 26:24 2 Samuël 22:27 Psalmen 18:26 Job 9:4 Jesaja 63:10
Leviticus 26:25 Numeri 14:12 Ezechiël 5:17 Ezechiël 14:17 Jeremia 24:10 Deuteronomium 28:21 Ezechiël 29:8 Deuteronomium 32:25 Ezechiël 33:2
Leviticus 26:26 Micha 6:14 Jesaja 3:1 Ezechiël 5:16 Psalmen 105:16 Ezechiël 4:16 Jesaja 9:20 Ezechiël 14:13 Hagai 1:6
Leviticus 26:27 Leviticus 26:24 Leviticus 26:21
Leviticus 26:28 Jesaja 59:18 Ezechiël 5:15 Jeremia 21:5 Jesaja 66:15 Jesaja 63:3 Ezechiël 5:13 Ezechiël 8:18 Jesaja 27:4
Leviticus 26:29 Klaagliederen 4:10 Ezechiël 5:10 Deuteronomium 28:53 Jeremia 19:9 2 Koningen 6:28 Mattheüs 24:19 Klaagliederen 2:20 Lukas 23:29
Leviticus 26:30 2 Koningen 23:20 Ezechiël 6:3 Ezechiël 6:13 Jesaja 27:9 Jeremia 14:19 2 Kronieken 31:1 Leviticus 26:11 Psalmen 78:58
Leviticus 26:31 Nehemia 2:3 Hebreeën 10:26 2 Koningen 25:4 Ezechiël 9:6 Amos 5:21 Klaagliederen 1:10 Jesaja 1:11 Jeremia 4:7
Leviticus 26:32 Jeremia 9:11 Jeremia 19:8 Jeremia 18:16 Jeremia 25:11 Ezechiël 5:15 1 Koningen 9:8 Jeremia 25:18 Deuteronomium 28:37
Leviticus 26:33 Ezechiël 20:23 Deuteronomium 4:27 Zacharia 7:14 Psalmen 44:11 Ezechiël 22:15 Jeremia 9:16 Lukas 21:24 Jakobus 1:1
Leviticus 26:34 2 Kronieken 36:21 Leviticus 25:2 Leviticus 25:10 Leviticus 26:43
Leviticus 26:35 Jesaja 24:5 Romeinen 8:22
Leviticus 26:36 Ezechiël 21:7 Leviticus 26:17 Jesaja 30:17 Deuteronomium 28:65 Jesaja 7:2 1 Samuël 17:24 Job 15:21 Jozua 2:9
Leviticus 26:37 Jozua 7:12 Richteren 2:14 1 Samuël 14:15 Numeri 14:42 Jesaja 10:4 Jeremia 37:10 Richteren 7:22
Leviticus 26:38 Jeremia 42:17 Jesaja 27:13 Deuteronomium 28:68 Jeremia 42:22 Deuteronomium 4:26 Jeremia 44:12 Jeremia 44:27 Deuteronomium 28:48
Leviticus 26:39 Ezechiël 4:17 Ezechiël 33:10 Ezechiël 6:9 Ezechiël 24:23 Deuteronomium 28:65 Ezechiël 20:43 Klaagliederen 4:9 Deuteronomium 30:1
Leviticus 26:40 1 Koningen 8:33 1 Johannes 1:8 Spreuken 28:13 Leviticus 26:24 Hosea 5:15 Leviticus 26:21 Psalmen 32:5 Job 33:27
Leviticus 26:41 Handelingen 7:51 Ezechiël 44:7 Jeremia 9:25 Jeremia 4:4 2 Kronieken 33:12 2 Kronieken 32:26 Filippenzen 3:3 2 Kronieken 12:6
Leviticus 26:42 Ezechiël 16:60 Exodus 2:24 Psalmen 106:45 Exodus 6:5 Ezechiël 36:33 Psalmen 136:23 Joël 2:18 Deuteronomium 4:31
Leviticus 26:43 Leviticus 26:15 2 Kronieken 33:12 Romeinen 8:7 Leviticus 26:41 Leviticus 26:34 Zacharia 11:8 Psalmen 119:67 1 Koningen 8:46
Leviticus 26:44 Romeinen 11:2 Jeremia 33:20 2 Koningen 13:23 Nehemia 9:31 Ezechiël 16:60 Psalmen 89:33 Ezechiël 14:22 Psalmen 94:14
Leviticus 26:45 Ezechiël 20:22 Leviticus 22:33 Ezechiël 20:9 Leviticus 25:38 Genesis 15:18 Psalmen 98:2 Romeinen 11:23 Exodus 6:8
Leviticus 26:46 Leviticus 27:34 Leviticus 25:1 Deuteronomium 6:1 Deuteronomium 12:1 Psalmen 77:20 Deuteronomium 13:4 Leviticus 8:36 Numeri 4:37
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Leviticus 26 vers 1

afgoden maken; Zie boven, Lev. 19:4.

Hertaald: afgoden maken; Zie hierboven, Lev. 19:4.

opgericht beeld Het Hebreeuwse woord betekent al wat op de wijze van een pilaar opgericht of op een pilaar gesteld werd, ter ere van de afgoden; Ex. 23:24; Deut. 16:22.

Hertaald: opgericht beeld Het Hebreeuwse woord betekent alles wat op de manier van een pilaar opgericht of op een pilaar geplaatst werd, ter ere van de afgoden; Ex. 23:24; Deut. 16:22.

gebeelden steen Hebreeuws, steen van het beeld, of der afbeelding.

Hertaald: gebeelden steen Hebreeuws: steen van het beeld, of van de afbeelding.

Leviticus 26 vers 2

vrezen; Zie boven, Lev. 19:30.

Hertaald: vrezen; Zie hierboven, Lev. 19:30.

Leviticus 26 vers 4

uw regens geven op hun tijd; Die gij nodig hebt, te weten den vroegen en den spaden regen.

Hertaald: uw regens geven op hun tijd; Die u nodig hebt, namelijk de vroege en de late regen.

Leviticus 26 vers 5

dorstijd zal u reiken De zin is, dat de oogst zo overvloedig zou zijn, dat zij al het graan niet zouden kunnen dorsen vóór den wijnoogst, en dat de wijnoogst ook zo overvloedig zou zijn, dat zij den wijn niet zouden kunnen kelderen vóór den zaaitijd; zodat zij van het werk zouden overvallen worden.

Hertaald: dorstijd zal u reiken De betekenis is dat de oogst zo overvloedig zou zijn, dat zij al het graan niet zouden kunnen dorsen vóór de wijnoogst, en dat de wijnoogst ook zo overvloedig zou zijn, dat zij de wijn niet zouden kunnen kelderen vóór de zaaitijd; zodat het werk hen zou inhalen.

verzadiging toe, Alzo boven, Lev. 25:19.

Hertaald: verzadiging toe, Zo ook hierboven, Lev. 25:19.

Leviticus 26 vers 6

te slapen liggen, Of, slapen, of nederliggen. Alzo Gen. 19:4.

Hertaald: te slapen liggen, Of: slapen, of neerliggen. Zo ook Gen. 19:4.

zal door uw land niet doorgaan Dat is, zal met geen oorlog gekweld worden. Alzo is het woord zwaard voor oorlog genomen; Num. 14:3; 2 Sam. 12:10; Jes. 1:20; Ezech. 30:4. Vergelijk de aantekeningen op Gen. 27:40.

Hertaald: zal door uw land niet doorgaan Dat is: zal niet met oorlog gekweld worden. Zo wordt het woord zwaard ook gebruikt voor oorlog; Num. 14:3; 2 Sam. 12:10; Jes. 1:20; Ezech. 30:4. Vergelijk de aantekeningen bij Gen. 27:40.

Leviticus 26 vers 7

door het zwaard vallen Dat is, door den oorlog vergaan. Alzo in vs.8, en Num. 14:3; 2 Sam. 3:29; Ps. 78:64; Jer. 20:4.

Hertaald: door het zwaard vallen Dat is: door de oorlog omkomen. Zo ook in vers 8, en Num. 14:3; 2 Sam. 3:29; Ps. 78:64; Jer. 20:4.

Leviticus 26 vers 8

Vijf uit u Een zeker getal wordt hier gesteld voor een onzeker, gelijk onder, vs.18, 26; Gen. 4:15, Gen. 4:24, enz.; Num. 14:22; 1 Sam. 18:7; Job 5:19. De zin is hier, dat weinige Israëlieten velen hunner vijanden verslaan zouden.

Hertaald: Vijf uit u Een bepaald getal wordt hier gebruikt voor een onbepaald, zoals hieronder, vers 18, 26; Gen. 4:15, Gen. 4:24; Num. 14:22; 1 Sam. 18:7; Job 5:19. De betekenis is hier dat weinig Israëlieten velen van hun vijanden zouden verslaan.

Leviticus 26 vers 9

Mij tot u wenden, Of, op u het gezicht hebben; te weten, om u goed te doen.

Hertaald: Mij tot u wenden, Of: Mijn aangezicht op u gericht hebben; namelijk om u goed te doen.

Leviticus 26 vers 10

oude, dat verouderd is, Versta dit van de vruchten, die men lang bewaren kan, blijvende smakelijk en bekwaam tot voeding.

Hertaald: oude, dat verouderd is, Versta dit van de vruchten die men lang kan bewaren, en die smakelijk en geschikt voor voeding blijven.

en het oude Dat is, zulken overvloed zal Ik geven dat de oude vruchten uit de schuren nog niet zullen opgeruimd, noch verteerd zijn, als de nieuwe er in zullen moeten gebracht of verzameld worden.

Hertaald: en het oude Dat is: zo'n overvloed zal Ik geven, dat de oude vruchten uit de schuren nog niet opgeruimd of verbruikt zullen zijn, wanneer de nieuwe erin gebracht of verzameld moeten worden.

vanwege het nieuwe uitbrengen Hebreeuws, van het aangezicht des, enz.

Hertaald: vanwege het nieuwe uitbrengen Hebreeuws: van het aangezicht van, enzovoort.

Leviticus 26 vers 11

tabernakel Dat is, Ik wil maken dat mijn genade en woord en godsdienst u steeds bijblijven zullen, opdat ik uw God blijve en gij mijn volk. Vergelijk vs.12.

Hertaald: tabernakel Dat is: Ik zal ervoor zorgen dat Mijn genade, woord en eredienst u steeds bijblijven, zodat Ik uw God blijf en u Mijn volk. Vergelijk vers 12.

walgen Het Hebreeuwse woord betekent iets met grote verfoeiing verwerpen en een afkeer daarvan hebben. Alzo onder, vs.15, 30, 43,44.

Hertaald: walgen Het Hebreeuwse woord betekent iets met grote afkeer verwerpen en er een afschuw van hebben. Zo ook hieronder, vers 15, 30, 43, 44.

Leviticus 26 vers 12

wandelen, Te weten, om u in het geestelijke te onderwijzen, te heiligen en te geleiden ter eeuwige zaligheid, en in het lichamelijke met overvloed van gezondheid, vruchtbaarheid, rijkdom en vrede te zegenen.

Hertaald: wandelen, Namelijk: om u in het geestelijke te onderwijzen, te heiligen en te leiden tot eeuwige zaligheid, en u in het lichamelijke te zegenen met overvloed van gezondheid, vruchtbaarheid, rijkdom en vrede.

en zal u tot een God zijn, Zie Gen. 17:7; Ezech. 11:20.

Hertaald: en zal u tot een God zijn, Zie Gen. 17:7; Ezech. 11:20.

tot een volk zijn Dat is, dat Ik uit genade door den beloofden Messias verlichten, rechtvaardigen en heiligen zal ter eeuwige zaligheid; 1 Kor. 1:30.

Hertaald: tot een volk zijn Dat is: dat Ik uit genade, door de beloofde Messias, zal verlichten, rechtvaardigen en heiligen tot eeuwige zaligheid; 1 Kor. 1:30.

Leviticus 26 vers 13

disselbomen van uw juk De disselboom aan een wagen is het middenhout, waaraan de paarden samen vastgemaakt zijn; of versta, de banden en zelen, waarmede zij aan den disselboom vastgemaakt en gebonden worden. Hierbij wordt vergeleken de dienstbaarheid, die de Israëlieten als een juk in Egypte moesten dragen. Zie deze en gelijke manier van spreken, Jer. 27:2, Jer. 27:8, en Jer. 28:2, Jer. 28:13, Jer. 28:15; idem Nah. 1:13.

Hertaald: disselbomen van uw juk De disselboom van een wagen is het middenhout waaraan de paarden samen vastgemaakt zijn; of versta: de banden en riemen waarmee zij aan de disselboom vastgemaakt en gebonden worden. Hiermee wordt de dienstbaarheid vergeleken die de Israëlieten als een juk in Egypte moesten dragen. Zie deze en een vergelijkbare manier van spreken, Jer. 27:2, Jer. 27:8 en Jer. 28:2, Jer. 28:13, Jer. 28:15; evenzo Nah. 1:13.

rechtop staan Hebreeuws, [met] oprichting; dat is, met opgerichten halze, komende uit een gerust, welverzekerd en mannelijk gemoed.

Hertaald: rechtop staan Hebreeuws: met oprichting; dat is: met opgeheven hoofd, voortkomend uit een gerust, verzekerd en moedig gemoed.

Leviticus 26 vers 15

vernietigen; Dat is, te maken dat het krachteloos zij, en dat Ik mijne beloften niet volbreng om uw ongeloof en ongehoorzaamheid. Alzo Jes. 24:5.

Hertaald: vernietigen; Dat is: het krachteloos maken, en Mijn beloften niet vervullen vanwege uw ongeloof en ongehoorzaamheid. Zo ook Jes. 24:5.

Leviticus 26 vers 16

over u stellen zal Te weten, als oversten, die, over u als strenge rechters heersende, u straffen en plagen zullen, om mijn rechtvaardige oordelen tegen u uit te voeren. Vergelijk deze manier van spreken met een gelijke 2 Kon. 8:1, en zie aldaar de aantekeningen.

Hertaald: over u stellen zal Namelijk: als overheersers, die als strenge rechters over u heersen en u zullen straffen en teisteren, om Mijn rechtvaardige oordelen tegen u uit te voeren. Vergelijk deze manier van spreken met een vergelijkbare in 2 Kon. 8:1, en zie daar de aantekeningen.

de ogen verteren Zie 1 Sam. 2:33.

Hertaald: de ogen verteren Zie 1 Sam. 2:33.

Leviticus 26 vers 17

aangezicht tegen ulieden zetten, Zie boven, Lev. 17:10.

Hertaald: aangezicht tegen ulieden zetten, Zie hierboven, Lev. 17:10.

Leviticus 26 vers 18

zo gij Mij Dat is, wanneer Ik zover met mijne straffen zal voortgegaan zijn, en gij door dezelve nog tot mijne gehoorzaamheid niet zult bewogen worden.

Hertaald: zo gij Mij Dat is: wanneer Ik zover met Mijn straffen zal zijn gegaan, en u daardoor nog niet tot Mijn gehoorzaamheid bewogen zult zijn.

zevenvoudig Zie boven, vs.8.

Hertaald: zevenvoudig Zie hierboven, vers 8.

Leviticus 26 vers 19

de hovaardigheid Dat is, de sterke, waarover gij hovaardig zijt.

Hertaald: de hovaardigheid Dat is: de kracht, waarop u trots bent.

als ijzer maken, Dat is, droog, zonder regen te geven.

Hertaald: als ijzer maken, Dat is: droog, zonder regen.

als koper Dat is, hard en onvruchtbaar.

Hertaald: als koper Dat is: hard en onvruchtbaar.

Leviticus 26 vers 20

En uw macht Dat is, gij zult arbeiden met lichaam, met ziel en met al uwe middelen, om u te helpen; maar het zal ijdele en vergeefse arbeid zijn.

Hertaald: En uw macht Dat is: u zult zwoegen met lichaam, ziel en al uw middelen om uzelf te helpen; maar het zal vergeefse, nutteloze arbeid zijn.

Leviticus 26 vers 21

in tegenheid wandelen zult, Dat is, met opzet en moedwil u tegen Mij stellen, of Mij als tegenpartijders bejegenen; recht [zoals men zegt] tegen Mij wilt aangaan; verachtende mijne geboden, omdat gij tegen dezelve doorgaans moedwilliglijk zult zondigen. Anders, lichtvaardiglijk, roekelooslijk, zonder zorg, of, achterdenken, omdat zij zichzelven zullen wijsmaken dat hun wel- of kwalijkvaren niet van Mij komt, maar bij geval, en daarom Mij den behoorlijken eerbied en gehoorzaamheid zullen weigeren. Het woordje in wordt vs.21 en vs.23 ingevoegd uit vs.24, 40,41.

Hertaald: in tegenheid wandelen zult, Dat is: met opzet en moedwil tegen Mij ingaan, of Mij als tegenstanders benaderen; recht [zoals men zegt] tegen Mij ingaan; Mijn geboden verachtend, omdat u er voortdurend moedwillig tegen zult zondigen. Ook mogelijk: lichtvaardig, roekeloos, zonder zorg of nadenken, omdat zij zichzelf zullen wijsmaken dat hun welzijn of tegenspoed niet van Mij komt, maar toevallig is, en zij daarom Mij de gepaste eerbied en gehoorzaamheid zullen weigeren. Het woordje in wordt in vers 21 en 23 toegevoegd op basis van vers 24, 40, 41.

Leviticus 26 vers 22

u beroven, Te weten, van uwe kinderen. Zie Ezech. 5:17.

Hertaald: u beroven, Namelijk: van uw kinderen. Zie Ezech. 5:17.

wegen zullen woest worden Te weten, die in uwe landen zijn, die niemand zal durven gebruiken, uit vrees van het wild, verslindend gedierte.

Hertaald: wegen zullen woest worden Namelijk: die in uw land liggen, die niemand zal durven gebruiken, uit angst voor wilde, verscheurende dieren.

Leviticus 26 vers 23

in tegenheid wandelen; Zie boven, vs.21.

Hertaald: in tegenheid wandelen; Zie hierboven, vers 21.

Leviticus 26 vers 24

in tegenheid wandelen, Dat is, u met mijn rechtvaardige straffen en oordelen tegenkomen. Anders, in of, bij geval; te weten, als die geen zorg meer voor u zal dragen, om u wel te doen. Maar zo zal Ik met u handelen, dat alle plagen u als bij ongeluk zullen schijnen te overvallen. Vergelijk Ps. 18:27.

Hertaald: in tegenheid wandelen, Dat is: u tegemoet komen met Mijn rechtvaardige straffen en oordelen. Ook mogelijk: toevallig; namelijk als iemand die geen zorg meer voor u zal dragen om u goed te doen. Maar zo zal Ik met u handelen, dat alle plagen u als bij toeval zullen lijken te overvallen. Vergelijk Ps. 18:27.

Leviticus 26 vers 25

wraak des verbonds Dat is, de straf, die gij verdiend zult hebben, omdat gij door uw afval en ongehoorzaamheid mijn verbond zult krachteloos gemaakt hebben. Zie boven, vs.15.

Hertaald: wraak des verbonds Dat is: de straf die u zult verdiend hebben, omdat u door uw afval en ongehoorzaamheid Mijn verbond krachteloos zult hebben gemaakt. Zie hierboven, vers 15.

Leviticus 26 vers 26

staf des broods Dat is, de kracht van allerlei spijs om te voeden, en voornamelijk des broods, waarop het leven des mensen door den zegen des Heeren steunt gelijk een zwak lichaam op een staf is steunende. Zie deze manier van spreken, ook Ezech. 4:16.

Hertaald: staf des broods Dat is: de kracht van allerlei voedsel om te voeden, en vooral van brood, waarop het leven van de mens door de zegen van de HEERE steunt, zoals een zwak lichaam op een staf steunt. Zie deze manier van spreken ook Ezech. 4:16.

in een oven bakken, De zin is, dat er zulk een schaarsheid van brood zal wezen, dat één over voor vele vrouwen genoeg zal zijn, om voor vele huisgezinnen te bakken, waar anders één huisgezin, naar zijn grootte, dikwijls wel één oven alleen behoeven zou.

Hertaald: in een oven bakken, De betekenis is dat er zo'n schaarste aan brood zal zijn, dat één oven voor veel vrouwen genoeg zal zijn om voor veel huisgezinnen te bakken, terwijl anders één huisgezin, naar zijn grootte, vaak wel één oven voor zichzelf nodig zou hebben.

bij het gewicht wedergeven; Dat is, het brood zal zijn gewicht hebben, maar niet zijn kracht naar het gewicht.

Hertaald: bij het gewicht wedergeven; Dat is: het brood zal wel zijn gewicht hebben, maar niet zijn voedingskracht overeenkomstig dat gewicht.

Leviticus 26 vers 28

in heetgrimmige tegenheid Hebreeuws, in hittige gramschap der tegenheid, of, ontmoeting.

Hertaald: in heetgrimmige tegenheid Hebreeuws: in hete gramschap van tegenstand, of confrontatie.

Leviticus 26 vers 30

hoogten verderven, Versta, hoge plaatsen, als bergen en heuvelen, op welke men de afgoden offeranden deed; of de hoge timmeringen der altaren. Zie van deze ook Num. 33:52; Ezech. 6:3.

Hertaald: hoogten verderven, Versta: hoge plaatsen, zoals bergen en heuvels, waarop men offers aan de afgoden bracht; of de hoge bouwwerken van de altaren. Zie hierover ook Num. 33:52; Ezech. 6:3.

zonnebeelden uitroeien, Het Hebreeuwse woord betekent beelden, die hun naam hadden van hittigheid en warmte, of [zoals men meent] omdat zij in de zon tentoon stonden. Anderen verstaan de huizen en altaren, die ter ere van de zon opgericht waren. Of op welke het vuur als een God werd geëerd. Zie van deze beelden ook 2 Kron. 14:5, en Ezech. 6:4, enz.

Hertaald: zonnebeelden uitroeien, Het Hebreeuwse woord betekent beelden die hun naam ontlenen aan hitte en warmte, of [zoals men meent] omdat zij in de zon werden opgesteld. Anderen verstaan hieronder de huizen en altaren die ter ere van de zon waren opgericht. Of waarop het vuur als een god werd vereerd. Zie voor deze beelden ook 2 Kron. 14:5, en Ezech. 6:4.

dode lichamen uwer Alzo noemt hij de afgebroken stukken der afgoden en de rompen derzelve, zoals die verachtelijk daarheen zouden geworpen worden, alzo zouden ook de lichamen der afgodendienaars veracht en de begrafenis niet waardig gehouden worden.

Hertaald: dode lichamen uwer Zo noemt Hij de afgebroken stukken van de afgoden en hun overblijfselen, die smadelijk daarheen geworpen zouden worden; zo zouden ook de lichamen van de afgodendienaars veracht en de begrafenis onwaardig geacht worden.

drekgoden werpen; Hebreeuws, drekken; dat is, welke door God niet anders dan als mensendrek geacht worden en die ieder daarom billijk als stinkende drek behoorde te verfoeien. De beelden der afgoden worden dikwijls aldus genoemd, om ons van afgoderij als van een afschuwelijke vuiligheid een walging te maken. Zie Deut. 29:17; 1 Kon. 15:12; 2 Kon. 17:12, en 2 Kon. 21:11; Jer. 50:2; Ezech. 6:6, en Ezech. 14:3, en Ezech. 20:7, enz.

Hertaald: drekgoden werpen; Hebreeuws: drekken; dat is: die door God niet anders beschouwd worden dan als mensendrek en die iedereen daarom terecht behoort te verafschuwen als stinkende drek. De beelden van de afgoden worden vaak zo genoemd, om ons van afgoderij een afschuw te geven, als van iets afschuwelijk vuils. Zie Deut. 29:17; 1 Kon. 15:12; 2 Kon. 17:12 en 2 Kon. 21:11; Jer. 50:2; Ezech. 6:6, Ezech. 14:3 en Ezech. 20:7.

Leviticus 26 vers 31

uw heiligdommen verwoesten; Versta, den tempel, die ook alzo in het getal van velen genoemd wordt Ezech. 21:2. De reden is, omdat deze vele delen had, te weten, het allerheiligste, het heilige en de voorhoven.

Hertaald: uw heiligdommen verwoesten; Versta: de tempel, die ook in het meervoud genoemd wordt in Ezech. 21:2. De reden is dat deze uit veel delen bestond, namelijk het allerheiligste, het heilige en de voorhoven.

liefelijken reuk Te weten, die van uwe offerande komt; dat is, uwe offers zullen Mij niet aangenaam zijn. Vergelijk Gen. 8:21; Jes. 1:11-13, enz.

Hertaald: liefelijken reuk Namelijk: die van uw offer komt; dat is: uw offers zullen Mij niet aangenaam zijn. Vergelijk Gen. 8:21; Jes. 1:11-13.

Leviticus 26 vers 32

daarin zullen wonen, Te weten, wanneer gij daaruit verdreven zult zijn. Zie vs.33.

Hertaald: daarin zullen wonen, Namelijk: wanneer u eruit verdreven zult zijn. Zie vers 33.

Leviticus 26 vers 34

een welgevallen hebben, Dat is, het land zal zijn rust hebben, welke gij hetzelve zult geweigerd hebben tegen mijne wet; Lev. 25:4. Zie vs.35.

Hertaald: een welgevallen hebben, Dat is: het land zal zijn rust hebben, die u het geweigerd zult hebben, tegen Mijn wet in; Lev. 25:4. Zie vers 35.

Leviticus 26 vers 36

Ik zal in hun hart Dat is, Ik zal hun allen moed en kracht benemen en een vrees aanjagen, dat zij zonder nood zullen verschrikt worden.

Hertaald: Ik zal in hun hart Dat is: Ik zal hun alle moed en kracht ontnemen en angst aanjagen, zodat zij zonder aanleiding zullen schrikken.

gelijk men vliedt Hebreeuws, de vlucht eens zwaards.

Hertaald: gelijk men vliedt Hebreeuws: de vlucht van een zwaard.

Leviticus 26 vers 37

de een op den ander Hebreeuws, de man op zijn broeder

Hertaald: de een op den ander Hebreeuws: de man op zijn broer.

niet kunnen bestaan Hebreeuws, u zal niet zijn, of, gij zult niet hebben de bestendigheid, of opstanding, òf kracht om u op te richten.

Hertaald: niet kunnen bestaan Hebreeuws: u zult geen standvastigheid, of opstand, of kracht hebben om overeind te blijven.

Leviticus 26 vers 39

om de ongerechtigheden Te weten, die zij zullen nagevolgd hebben. Zie Gods dreigement Ex. 20:5.

Hertaald: om de ongerechtigheden Namelijk: die zij zullen hebben nagevolgd. Zie Gods dreiging in Ex. 20:5.

Leviticus 26 vers 41

Dat Ik ook met hen Anders, ja Ik zal met hen in tegenheid wandelen en hen in het land hunner vijanden brengen. Immers, dan zal hun onbesneden hart, enz. En Ik zal, enz.

Hertaald: Dat Ik ook met hen Ook mogelijk: ja, Ik zal hen tegemoet komen en hen in het land van hun vijanden brengen. Immers, dan zal hun onbesneden hart, enzovoort. En Ik zal, enzovoort.

onbesneden hart gebogen wordt, Dat is, onboetvaardig, moedwillig, en de zonde van zich niet wegwerpende, maar die bij zich behoudende en voedende. Alzo Jer. 9:26; Ezech. 44:7; Hand. 7:51.

Hertaald: onbesneden hart gebogen wordt, Dat is: onboetvaardig, koppig, en die de zonde niet van zich afwerpt, maar bij zich houdt en voedt. Zo ook Jer. 9:26; Ezech. 44:7; Hand. 7:51.

straf hunner ongerechtigheid Hebreeuws, ongerechtigheid. Zie boven, Lev. 5:1.

Hertaald: straf hunner ongerechtigheid Hebreeuws: ongerechtigheid. Zie hierboven, Lev. 5:1.

een welgevallen hebben; Dat is, zo zij recht bekennen de straf vanwege hun zonden verdiend te hebben, en dienvolgens zich van harte bekeren.

Hertaald: een welgevallen hebben; Dat is: als zij eerlijk erkennen dat zij de straf vanwege hun zonden verdiend hebben, en zich daarom oprecht bekeren.

Leviticus 26 vers 43

hunnentwil Of, van hen

Hertaald: hunnentwil Of: van hen.

om hunnentwil verwoest was, Of, van hen

Hertaald: om hunnentwil verwoest was, Of: van hen.

straf hunner ongerechtigheid Hebreeuws, ongerechtigheid; als boven, vs.41.

Hertaald: straf hunner ongerechtigheid Hebreeuws: ongerechtigheid; zoals hierboven, vers 41.

Leviticus 26 vers 44

hierenboven is dit ook; Dat is, boven dat Ik hunner gedachtig zal zijn, wanneer zij zich tot Mij bekeren zullen; zo is het, dat Ik ook gedenken zal wanneer zij onder hun vijanden gevankelijk zullen zijn, en nog in onboetvaardigheid steken zullen.

Hertaald: hierenboven is dit ook; Dat is: naast dat Ik hen zal gedenken wanneer zij zich tot Mij bekeren, zal Ik ook gedenken wanneer zij gevangen zijn bij hun vijanden en nog in onboetvaardigheid volharden.

Leviticus 26 vers 45

ten beste gedenken Hebreeuws, voor henlieden. Vergelijk Ps. 79:8.

Hertaald: ten beste gedenken Hebreeuws: voor hen. Vergelijk Ps. 79:8.

der voorouderen, Of, der vorigen; dat is, wat Ik met de ouden, te weten, hunne voorvaders, die Ik uit Egypteland leidde, gemaakt heb.

Hertaald: der voorouderen, Of: van de vorigen; dat is: wat Ik met de ouden, namelijk hun voorvaders, die Ik uit Egypte leidde, gedaan heb.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Horeb/Sinaï  — zie voor naam, ligging en de volledige geschiedenis het artikel bij Exodus 3, waar de berg voor het eerst in de Schrift genoemd wordt

Ligging: Gelegen op het Sinaïtisch schiereiland; zie het artikel bij Exodus 3 voor de bespreking van de mogelijke locaties.

Geschiedenis: Heel het boek Leviticus speelt zich af terwijl Israël nog bij de berg Sinaï gelegerd is. Uitdrukkelijk vermeld als de plaats waar de HEERE Mozes de wet des schuldoffers gebood (Lev. 7:38), en later herhaald als de plaats van herkomst van de wetten omtrent de sabbatsjaren, de zegeningen en vervloekingen, en de geloften (Lev. 25:1; 26:46; 27:34) — waarmee het boek zelf drie keer uitdrukkelijk terugwijst naar de berg waar het gegeven werd.

Bijbelse betekenis: Onderstreept dat heel de offerwetgeving en de heiligheidswetten van Leviticus niet los staan van de verbondssluiting bij de Sinaï, maar er een rechtstreekse uitwerking van zijn: de HEERE, Die Zich daar aan Israël verbond, leert Zijn volk hier hoe het Hem, ondanks de zonde, toch naderen mag.

Lev. 7:38; 25:1; 26:46; 27:34

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Vloek  — Hebreeuws: kelalah, "vervloeking"; het tegendeel van berachah, "zegen"

Leviticus 26 sluit de wetgeving af met de twee wegen die voor Israël openliggen. Bij gehoorzaamheid volgen regen op tijd, opbrengst van het land, vrede en Gods wonen in hun midden (Lev. 26:3-13). Bij ongehoorzaamheid volgt een reeks van steeds zwaarder wordende oordelen, eindigend in verstrooiing onder de volken (Lev. 26:14-39). Deuteronomium herhaalt en verbreedt deze zegen en vloek bij de bergen Gerizim en Ebal (Deut. 11:26-29; 27-28). Toch eindigt het hoofdstuk niet bij de vloek: als hun onbesneden hart gebogen wordt, zal God aan Zijn verbond gedenken en hen niet verwerpen (Lev. 26:40-45).

Bijbelse betekenis: De vloek is in de Schrift geen willekeurige verwensing maar de rechtvaardige toorn van God over het verbreken van Zijn verbond. Vandaar de dubbele boodschap van dit hoofdstuk: de wet kan de overtreder niets anders aanzeggen dan vloek, en tegelijk blijkt Gods trouw sterker dan Israëls ontrouw — Hij vernietigt Zijn verbond niet, ook niet in het land van hun vijanden.

Typologie: Paulus vat het samen: allen die uit de werken der wet zijn, liggen onder de vloek. De grond daarvoor is geschreven: vervloekt is wie niet blijft in alles wat in het boek der wet geschreven staat (Gal. 3:10, aanhalend Deut. 27:26). Maar: "Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons" — en daarbij wordt Deut. 21:23 aangehaald, dat vervloekt is ieder die aan het hout hangt (Gal. 3:13). De vloek is niet weggeredeneerd maar gedragen.

Lev. 26:3-45; Deut. 11:26-29; Deut. 27:26; Deut. 21:22-23; Gal. 3:10-14

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

God bij Zijn volk niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe uitwerking

Ik zal in het midden van u wandelen — 26:3-13, 40-45

Leviticus loopt uit op een hoofdstuk met twee helften. Eerst wordt beschreven wat er gebeuren zal als het volk in Gods inzettingen wandelt, en daarna, veel uitvoeriger, wat er gebeurt als het dat niet doet. De weegschaal is niet in evenwicht.

In de zegen die God belooft staat de grootste toezegging voorop: dat Hij Zelf onder hen zal wonen en wandelen.

De eerste helft somt op wat er komt bij gehoorzaamheid: regen op zijn tijd, dorsing die tot de wijnoogst reikt, brood tot verzadiging, vrede in het land, slaap zonder verschrikking. Dat zijn gewone dingen, en juist daarom herkenbaar.

Maar er staat iets bij dat alles overtreft: “En Ik zal Mijn tabernakel in het midden van u zetten; en Mijn ziel zal van u niet walgen. En Ik zal in het midden van u wandelen, en zal u tot een God zijn, en gij zult Mij tot een volk zijn.”

Drie dingen achter elkaar. Een woning in hun midden. Een wandeling in hun midden — hetzelfde werkwoord dat in Genesis gebruikt wordt van God Die wandelde in de hof in de wind des daags. En de verbondsformule: Ik uw God, gij Mijn volk.

Paulus haalt dit vers aan, en hij doet het op een plaats waar men het niet verwacht: in een vermaning aan de gemeente van Korinthe om zich niet met ongelovigen in een ongelijk juk te begeven. Zijn argument is dat zij zelf de tempel des levenden Gods zijn, en dan citeert hij: “Ik zal in hen wonen, en Ik zal onder hen wandelen; en Ik zal hun God zijn, en zij zullen Mij een volk zijn.” Wat in Leviticus over een tent in een legerkamp ging, past hij toe op mensen.

De tweede helft van het hoofdstuk is lang en zwaar, en zij loopt in vier trappen op: als gij Mij dan nog niet hoort, zal Ik zevenvoudig meer over u brengen. Het eindigt bij verstrooiing onder de heidenen en een land dat zijn sabbatten viert terwijl het woest ligt.

En dan, na al dat oordeel, komt er nog een gedeelte dat begint met een voorwaarde en eindigt met een naam. Als zij hun ongerechtigheid belijden en hun onbesneden hart gebogen wordt, dan zal God gedenken aan Zijn verbond met Jakob, met Izak en met Abraham. En er staat bij dat Hij ook het land gedenken zal. Zelfs in de ballingschap zal Hij hen niet verwerpen om Zijn verbond te vernietigen, want Hij is de HEERE hun God.

Zo eindigt het boek van de offers niet bij een voorschrift maar bij een Persoon Die niet loslaat. En de laatste bladzijde van de Schrift neemt de belofte van vers 11 en 12 nog eens op, dan zonder voorwaarde erbij: ziet, de tabernakel Gods is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn.

  1. Leviticus 26:4-10 — De zegen bestaat uit gewone dingen: regen, brood, vrede, slaap.
  2. Leviticus 26:11 — En daarbovenuit: Ik zal Mijn tabernakel in het midden van u zetten.
  3. Leviticus 26:12 — Ik zal in het midden van u wandelen — hetzelfde woord als in de hof.
  4. 2 Korinthe 6:16 — Paulus haalt dat aan en past het toe op mensen: gij zijt de tempel Gods.
  5. Leviticus 26:42 — Na het oordeel: dan zal Ik Mijn verbond met Jakob gedenken.
  6. Openbaring 21:3 — En ten slotte zonder voorwaarde: de tabernakel Gods is bij de mensen.

In het Nieuwe Testament: 2 Korinthe 6:16; Openbaring 21:3; Genesis 3:8; Johannes 1:14; Hebreeën 8:10

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Leviticus 26

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content