Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, aan den berg Sinai, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Verder sprakH1696 de HEEREH3068totH413MozesH4872, aan den bergH2022SinaiH5514, zeggendeH559:Verder sprak de HEERE tot Mozes, aan den berg Sinai, zeggende:
KJVAnd the LORD2spake1unto Moses4in mount5Sinai,6saying,
2Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer gij zult gekomen zijn in dat land, dat Ik u geve, dan zal dat land rusten, een sabbat den HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2SpreekH1696totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478, en zegH559totH413 hen: Wanneer gij zult gekomenH935 zijn in dat landH776, dat IkH589 u geveH5414, dan zal dat landH776rustenH7673, een sabbatH7676 den HEEREH3068.Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer gij zult gekomen zijn in dat land, dat Ik u geve, dan zal dat land rusten, een sabbat den HEERE.
KJVSpeak1unto the children3of Israel,4and say5unto them, When ye come8into the land10which I give13you, then shall the land16keep15a sabbath17unto the LORD.
1דַּבֵּ֞רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בְּנֵ֤יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וְאָמַרְתָּ֣H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֲלֵהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8תָבֹ֨אוּ֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12אֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who13נֹתֵ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14לָכֶ֑ם15וְשָׁבְתָ֣הH7673ophouden, rusten, houdt(cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away16הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17שַׁבָּ֖תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath18לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
3Zes jaren zult gij uw akker bezaaien, en zes jaren uw wijngaard besnijden, en de inkomst daarvan inzamelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3ZesH8337jarenH8141 zult gij uw akkerH7704bezaaienH2232, en zesH8337jarenH8141 uw wijngaardH3754besnijdenH2168, en de inkomstH8393 daarvan inzamelenH622.Zes jaren zult gij uw akker bezaaien, en zes jaren uw wijngaard besnijden, en de inkomst daarvan inzamelen.
KJVSix1years2thou shalt sow3thy field,4and six5years6thou shalt prune7thy vineyard,8and gather9in the fruit
1שֵׁ֤שׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth2שָׁנִים֙H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)3תִּזְרַ֣עH2232zaaien, gezaaid, bezaaienbear, conceive seed, set with sow(-er), yield4שָׂדֶ֔ךָH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild5וְשֵׁ֥שׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth6שָׁנִ֖יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)7תִּזְמֹ֣רH2168besnijden, besnoeidprune8כַּרְמֶ֑ךָH3754wijngaarden, wijngaard, wijngaardsvines, (increase of the) vineyard(-s), vintage. See also H1021 (בֵּית הַכֶּרֶם)9וְאָסַפְתָּ֖H622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11תְּבוּאָתָֽהּH8393inkomst, inkomen, inkomstenfruit, gain, increase, revenue
4Doch in het zevende jaar zal voor het land een sabbat der rust zijn, een sabbat den HEERE; uw akker zult gij niet bezaaien en uw wijngaard niet besnijden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Doch in het zevendeH7637jaarH8141 zal voor het landH776 een sabbatH7676 der rustH7677zijnH1961, een sabbatH7676 den HEEREH3068; uw akkerH7704 zult gij nietH3808bezaaienH2232 en uw wijngaardH3754nietH3808besnijdenH2168.Doch in het zevende jaar zal voor het land een sabbat der rust zijn, een sabbat den HEERE; uw akker zult gij niet bezaaien en uw wijngaard niet besnijden.
KJVBut in the seventh2year1shall be a sabbath3of rest4unto the land,6a sabbath7for the LORD:8thou shalt neither sow11thy field,9nor prune14thy vineyard.
1וּבַשָּׁנָ֣הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)2הַשְּׁבִיעִ֗תH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)3שַׁבַּ֤תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath4שַׁבָּתוֹן֙H7677rust, rusterest, sabbath5יִהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6לָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7שַׁבָּ֖תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath8לַיהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9שָֽׂדְךָ֙H7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild10לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11תִזְרָ֔עH2232zaaien, gezaaid, bezaaienbear, conceive seed, set with sow(-er), yield12וְכַרְמְךָ֖H3754wijngaarden, wijngaard, wijngaardsvines, (increase of the) vineyard(-s), vintage. See also H1021 (בֵּית הַכֶּרֶם)13לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14תִזְמֹֽרH2168besnijden, besnoeidprune
5Wat van zelf van uw oogst zal gewassen zijn, zult gij niet inoogsten, en de druiven uwer afzondering zult gij niet afsnijden; het zal een jaar der ruste voor het land zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Wat van zelfH5599 van uw oogstH7105 zal gewassenH5599 zijn, zult gij nietH3808inoogstenH7114, en de druivenH6025 uwer afzonderingH5139 zult gij nietH3808afsnijdenH1219; het zal een jaarH8141 der rusteH7677 voor het landH776zijnH1961.Wat van zelf van uw oogst zal gewassen zijn, zult gij niet inoogsten, en de druiven uwer afzondering zult gij niet afsnijden; het zal een jaar der ruste voor het land zijn.
KJVThat which groweth of its own accord2of thy harvest3thou shalt not reap,5neither gather10the grapes7of thy vine undressed:8for it is a year11of rest12unto the land.
1אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2סְפִ֤יחַH5599gewassen, voortkomt, zelf(such) things as (which) grow (of themselves), which groweth of its own accord (itself)3קְצִֽירְךָ֙H7105oogst, oogstes, takbough, branch, harvest (man)4לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5תִקְצ֔וֹרH7114maaien, maaiers, inoogsten[idiom] at all, cut down, much discouraged, grieve, harvestman, lothe, mourn, reap(-er), (be, wax) short(-en, -er), straiten, trouble, vex6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7עִנְּבֵ֥יH6025druiven, wijndruiven, wijn(ripe) grape, wine8נְזִירֶ֖ךָH5139Nazireer, Nazireers, NazireenNazarite (by a false alliteration with Nazareth), separate(-d), vine undressed9לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10תִבְצֹ֑רH1219vaste, gesterkt, vastcut off, (de-) fenced, fortify, (grape) gather(-er), mighty things, restrain, strong, wall (up), withhold11שְׁנַ֥תH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)12שַׁבָּת֖וֹןH7677rust, rusterest, sabbath13יִהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use14לָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
6En de inkomst van den sabbat des lands zal voor u tot spijze zijn, voor u, en voor uw knecht, en voor uw dienstmaagd, en voor uw dagloner, en voor uw bijwoner, die bij u als vreemdelingen verkeren;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En de inkomst van den sabbatH7676 des landsH776 zal voor u tot spijzeH402zijnH1961, voor u, en voor uw knechtH5650, en voor uw dienstmaagdH519, en voor uw daglonerH7916, en voor uw bijwonerH8453, die bijH5973 u als vreemdelingenH1481 verkeren;En de inkomst van den sabbat des lands zal voor u tot spijze zijn, voor u, en voor uw knecht, en voor uw dienstmaagd, en voor uw dagloner, en voor uw bijwoner, die bij u als vreemdelingen verkeren;
KJVAnd the sabbath2of the land3shall be meat5for you; for thee, and for thy servant,7and for thy maid,8and for thy hired servant,9and for thy stranger10that sojourneth
1וְ֠הָיְתָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2שַׁבַּ֨תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath3הָאָ֤רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world4לָכֶם֙5לְאָכְלָ֔הH402spijze, eten, verteerdconsume, devour, eat, food, meat6לְךָ֖7וּלְעַבְדְּךָ֣H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant8וְלַאֲמָתֶ֑ךָH519dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(hand-) bondmaid(-woman), maid(-servant)9וְלִשְׂכִֽירְךָ֙H7916dagloner, dagloners, gehuurdhired (man, servant), hireling10וּלְתוֹשָׁ֣בְךָ֔H8453bijwoner, bijwoners, inwonerforeigner, inhabitant, sojourner, stranger11הַגָּרִ֖יםH1481vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeertabide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely12עִמָּֽךְH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
7Mitsgaders voor het vee, en voor het gedierte, dat in uw land is, zal al de inkomst daarvan tot spijze zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Mitsgaders voor het veeH929, en voor het gedierteH2416, datH834 in uw landH776isH1961, zal alH3605 de inkomstH8393 daarvan tot spijzeH398 zijn.Mitsgaders voor het vee, en voor het gedierte, dat in uw land is, zal al de inkomst daarvan tot spijze zijn.
KJVAnd for thy cattle,1and for the beast2that are in thy land,4shall all the increase7thereof be meat.
1וְלִ֨בְהֶמְתְּךָ֔H929beesten, vee, beestbeast, cattle2וְלַֽחַיָּ֖הH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop3אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4בְּאַרְצֶ֑ךָH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5תִּהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7תְּבוּאָתָ֖הּH8393inkomst, inkomen, inkomstenfruit, gain, increase, revenue8לֶאֱכֹֽלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
8Gij zult u ook tellen zeven jaarweken, zevenmaal zeven jaren; zodat de dagen der zeven jaarweken u negen en veertig jaren zullen zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Gij zult u ook tellenH5608zevenH7651jaarwekenH7676, zevenmaalH7651zevenH7651jarenH8141; zodat de dagenH3117 der zevenH7651jaarwekenH7676 u negenH8672 en veertigH705jarenH8141 zullen zijnH1961.Gij zult u ook tellen zeven jaarweken, zevenmaal zeven jaren; zodat de dagen der zeven jaarweken u negen en veertig jaren zullen zijn.
KJVAnd thou shalt number1seven3sabbaths4of years5unto thee, seven6times9seven8years;7and the space12of the seven13sabbaths14of years15shall be unto thee forty17and nine16years.
9Daarna zult gij in de zevende maand, op den tienden der maand, de bazuin des geklanks doen doorgaan; op den verzoendag zult gij de bazuin doen doorgaan in uw ganse land.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Daarna zult gij in de zevendeH7637maandH2320, op den tiendenH6218 der maand, de bazuinH7782 des geklanksH8643 doen doorgaanH5674; op den verzoendagH3117 zult gij de bazuinH7782 doen doorgaanH5674 in uw ganseH3605landH776.Daarna zult gij in de zevende maand, op den tienden der maand, de bazuin des geklanks doen doorgaan; op den verzoendag zult gij de bazuin doen doorgaan in uw ganse land.
KJVThen shalt thou cause the trumpet2of the jubile3to sound1on the tenth6day of the seventh5month,4in the day8of atonement9shall ye make the trumpet11sound10throughout all your land.
1וְהַֽעֲבַרְתָּ֞H5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath2שׁוֹפַ֤רH7782bazuin, bazuinen, ramsbazuinencornet, trumpet3תְּרוּעָה֙H8643gejuich, geklanks, gebroken klankalarm, blow(-ing) (of, the) (trumpets), joy, jubile, loud noise, rejoicing, shout(-ing), (high, joyful) sound(-ing)4בַּחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon5הַשְּׁבִעִ֔יH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)6בֶּעָשׂ֖וֹרH6218tienden, tiensnarig instrument, tien(instrument of) ten (strings, -th)7לַחֹ֑דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon8בְּיוֹם֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9הַכִּפֻּרִ֔יםH3725verzoeningen, verzoeningatonement10תַּעֲבִ֥ירוּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath11שׁוֹפָ֖רH7782bazuin, bazuinen, ramsbazuinencornet, trumpet12בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13אַרְצְכֶֽםH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
10En gij zult dat vijftigste jaar heiligen, en vrijheid uitroepen in het land, voor al zijn inwoners; het zal u een jubeljaar zijn; en gij zult wederkeren een ieder tot zijn bezittingen, en zult wederkeren een ieder tot zijn geslacht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En gij zult dat vijftigsteH2572jaarH8141heiligenH6942, en vrijheidH1865uitroepenH7121 in het landH776, voor alH3605 zijn inwonersH3427; het zal u een jubeljaarH3104 zijn; en gij zult wederkerenH7725 een ieder totH413 zijn bezittingenH272, en zult wederkerenH7725 een ieder totH413 zijn geslachtH4940.En gij zult dat vijftigste jaar heiligen, en vrijheid uitroepen in het land, voor al zijn inwoners; het zal u een jubeljaar zijn; en gij zult wederkeren een ieder tot zijn bezittingen, en zult wederkeren een ieder tot zijn geslacht.
KJVAnd ye shall hallow1the fiftieth4year,3and proclaim6liberty7throughout all the land8unto all the inhabitants10thereof: it shall be a jubile11unto you; and ye shall return15every man16unto his possession,18and ye shall return22every man19unto his family.
1וְקִדַּשְׁתֶּ֗םH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly2אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3שְׁנַ֤תH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)4הַחֲמִשִּׁים֙H2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty5שָׁנָ֔הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)6וּקְרָאתֶ֥םH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say7דְּר֛וֹרH1865vrijheid, zuiversteliberty, pure8בָּאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10יֹשְׁבֶ֑יהָH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry11יוֹבֵ֥לH3104jubeljaar, ramshoornjubile, ram's horn, trumpet12הִוא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who13תִּהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use14לָכֶ֔ם15וְשַׁבְתֶּ֗םH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw16אִ֚ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)17אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18אֲחֻזָּת֔וֹH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession19וְאִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)20אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)21מִשְׁפַּחְתּ֖וֹH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)22תָּשֻֽׁבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw
11Dit jubeljaar zal u het vijftigste jaar zijn; gij zult niet zaaien, noch inoogsten wat van zelf daarin zal gewassen zijn, noch ook de druiven der afzonderingen in hetzelve afsnijden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Dit jubeljaarH3104 zal u hetH1931vijftigsteH2572jaarH8141zijnH1961; gij zult nietH3808zaaienH2232, nochH3808inoogstenH7114 wat van zelf daarin zal gewassenH5599 zijn, nochH3808 ook de druiven der afzonderingenH5139 in hetzelve afsnijdenH1219.Dit jubeljaar zal u het vijftigste jaar zijn; gij zult niet zaaien, noch inoogsten wat van zelf daarin zal gewassen zijn, noch ook de druiven der afzonderingen in hetzelve afsnijden.
KJVA jubile1shall that fiftieth4year3be unto you: ye shall not sow,9neither reap11that which groweth13of itself in it, nor gather15the grapes in it of thy vine undressed.
1יוֹבֵ֣לH3104jubeljaar, ramshoornjubile, ram's horn, trumpet2הִ֗ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who3שְׁנַ֛תH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)4הַחֲמִשִּׁ֥יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty5שָׁנָ֖הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)6תִּהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7לָכֶ֑ם8לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תִזְרָ֔עוּH2232zaaien, gezaaid, bezaaienbear, conceive seed, set with sow(-er), yield10וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11תִקְצְרוּ֙H7114maaien, maaiers, inoogsten[idiom] at all, cut down, much discouraged, grieve, harvestman, lothe, mourn, reap(-er), (be, wax) short(-en, -er), straiten, trouble, vex12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13סְפִיחֶ֔יהָH5599gewassen, voortkomt, zelf(such) things as (which) grow (of themselves), which groweth of its own accord (itself)14וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15תִבְצְר֖וּH1219vaste, gesterkt, vastcut off, (de-) fenced, fortify, (grape) gather(-er), mighty things, restrain, strong, wall (up), withhold16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17נְזִרֶֽיהָH5139Nazireer, Nazireers, NazireenNazarite (by a false alliteration with Nazareth), separate(-d), vine undressed
12Want dat is het jubeljaar; het zal u heilig zijn; gij zult uit het veld de inkomst daarvan eten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12WantH3588 dat is het jubeljaarH3104; hetH1931 zal u heiligH6944zijnH1961; gij zult uitH4480 het veldH7704 de inkomstH8393 daarvan etenH398.Want dat is het jubeljaar; het zal u heilig zijn; gij zult uit het veld de inkomst daarvan eten.
KJVFor it is the jubile;2it shall be holy4unto you: ye shall eat9the increase11thereof out of the field.
1כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2יוֹבֵ֣לH3104jubeljaar, ramshoornjubile, ram's horn, trumpet3הִ֔ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4קֹ֖דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary5תִּהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6לָכֶ֑ם7מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with8הַ֨שָּׂדֶ֔הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild9תֹּאכְל֖וּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11תְּבוּאָתָֽהּH8393inkomst, inkomen, inkomstenfruit, gain, increase, revenue
13Op dat jubeljaar zult gij ieder wederkeren tot zijn bezitting.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Op datH2063jubeljaarH3104 zult gij iederH376wederkerenH7725totH413 zijn bezittingH272.Op dat jubeljaar zult gij ieder wederkeren tot zijn bezitting.
KJVIn the year1of this jubile2ye shall return4every man5unto his possession.
1בִּשְׁנַ֥תH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)2הַיּוֹבֵ֖לH3104jubeljaar, ramshoornjubile, ram's horn, trumpet3הַזֹּ֑אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus4תָּשֻׁ֕בוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw5אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7אֲחֻזָּתֽוֹH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession
14Daarom, wanneer gij aan uw naaste wat veilbaars verkopen, of uit de hand uws naasten kopen zult, dat niemand de een den ander verdrukke.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Daarom, wanneer gij aan uw naasteH5997 wat veilbaarsH4465verkopenH4376, ofH176 uit de handH3027 uws naastenH5997kopenH7069 zult, datH3588niemandH376 de een den anderH251verdrukkeH3238.Daarom, wanneer gij aan uw naaste wat veilbaars verkopen, of uit de hand uws naasten kopen zult, dat niemand de een den ander verdrukke.
KJVAnd if thou sell2ought3unto thy neighbour,4or buyest6ought of thy neighbour's8hand,7ye shall not oppress10one11another:
1וְכִֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2תִמְכְּר֤וּH4376verkocht, verkopen, verkochten[idiom] at all, sell (away, -er, self)3מִמְכָּר֙H4465verkoping, verkochte, koop[idiom] ought, (that which cometh of) sale, that which...sold, ware4לַעֲמִיתֶ֔ךָH5997naaste, naasten, Metgezelanother, fellow, neighbour5א֥וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether6קָנֹ֖הH7069kopen, gekocht, kochtattain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily7מִיַּ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8עֲמִיתֶ֑ךָH5997naaste, naasten, Metgezelanother, fellow, neighbour9אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than10תּוֹנ֖וּH3238verdrukken, verdrukkende, verdruktdestroy, (thrust out by) oppress(-ing, -ion, -or), proud, vex, do violence11אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13אָחִֽיוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
15Naar het getal der jaren, van het jubeljaar af, zult gij van uw naaste kopen, en naar het getal van de jaren der inkomsten zal hij het aan u verkopen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Naar het getalH4557 der jarenH8141, van het jubeljaarH3104 af, zult gij van uw naasteH5997kopenH7069, en naar het getalH4557 van de jarenH8141 der inkomstenH8393 zal hij het aan u verkopenH4376.Naar het getal der jaren, van het jubeljaar af, zult gij van uw naaste kopen, en naar het getal van de jaren der inkomsten zal hij het aan u verkopen.
KJVAccording to the number1of years2after3the jubile4thou shalt buy5of thy neighbour,7and according unto the number8of years9of the fruits10he shall sell
16Naar de veelheid der jaren zult gij zijn koop vermeerderen, en naar de weinigheid der jaren zult gij zijn koop verminderen; want hij verkoopt aan u het getal der inkomsten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Naar de veelheidH7230 der jarenH8141 zult gij zijn koopH4736vermeerderenH7235, en naar de weinigheidH4591 der jarenH8141 zult gij zijn koopH4736verminderenH4591; wantH3588 hij verkooptH4376 aan u hetH1931getalH4557 der inkomstenH8393.Naar de veelheid der jaren zult gij zijn koop vermeerderen, en naar de weinigheid der jaren zult gij zijn koop verminderen; want hij verkoopt aan u het getal der inkomsten.
KJVAccording1to the multitude2of years3thou shalt increase4the price5thereof, and according6to the fewness7of years8thou shalt diminish9the price10of it: for according to the number12of the years of the fruits13doth he sell
1לְפִ֣יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word2רֹ֣בH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)3הַשָּׁנִ֗יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)4תַּרְבֶּה֙H7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very5מִקְנָת֔וֹH4736gekocht, gekochte, gekochten(he that is) bought, possession, piece, purchase6וּלְפִי֙H6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word7מְעֹ֣טH4591verminderen, minder, verminderdsuffer to decrease, diminish, (be, [idiom] borrow a, give, make) few (in number, -ness), gather least (little), be (seem) little, ([idiom] give the) less, be minished, bring to nothing8הַשָּׁנִ֔יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)9תַּמְעִ֖יטH4591verminderen, minder, verminderdsuffer to decrease, diminish, (be, [idiom] borrow a, give, make) few (in number, -ness), gather least (little), be (seem) little, ([idiom] give the) less, be minished, bring to nothing10מִקְנָת֑וֹH4736gekocht, gekochte, gekochten(he that is) bought, possession, piece, purchase11כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12מִסְפַּ֣רH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time13תְּבוּאֹ֔תH8393inkomst, inkomen, inkomstenfruit, gain, increase, revenue14ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who15מֹכֵ֖רH4376verkocht, verkopen, verkochten[idiom] at all, sell (away, -er, self)16לָֽךְ
17Dat dan niemand zijn naaste verdrukke; maar vreest voor uw God; want Ik ben de HEERE, uw God!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Dat dan niemandH376 zijn naasteH5997verdrukkeH3238; maar vreestH3372 voor uw GodH430; wantH3588IkH589 ben de HEEREH3068, uw GodH430!Dat dan niemand zijn naaste verdrukke; maar vreest voor uw God; want Ik ben de HEERE, uw God!
KJVYe shall not therefore oppress2one3another;5but thou shalt fear6thy God:7for I am the LORD10your God.
1וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תוֹנוּ֙H3238verdrukken, verdrukkende, verdruktdestroy, (thrust out by) oppress(-ing, -ion, -or), proud, vex, do violence3אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5עֲמִית֔וֹH5997naaste, naasten, Metgezelanother, fellow, neighbour6וְיָרֵ֖אתָH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)7מֵֽאֱלֹהֶ֑יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who10יְהֹוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֱלֹהֵיכֶֽםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
18En doet Mijn inzettingen, en houdt Mijn rechten, en doet dezelve; zo zult gij zeker wonen in het land.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En doet Mijn inzettingenH2708, en houdtH8104 Mijn rechtenH4941, en doetH6213 dezelve; zo zult gij zekerH983wonenH3427 in het landH776.En doet Mijn inzettingen, en houdt Mijn rechten, en doet dezelve; zo zult gij zeker wonen in het land.
KJVWherefore ye shall do1my statutes,3and keep6my judgments,5and do7them; and ye shall dwell9in the land11in safety.
1וַעֲשִׂיתֶם֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3חֻקֹּתַ֔יH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5מִשְׁפָּטַ֥יH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong6תִּשְׁמְר֖וּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)7וַעֲשִׂיתֶ֣םH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8אֹתָ֑םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9וִֽישַׁבְתֶּ֥םH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12לָבֶֽטַחH983zeker, zekerheid, ekerassurance, boldly, (without) care(-less), confidence, hope, safe(-ly, -ty), secure, surely
19En het land zal zijn vrucht geven, en gij zult eten tot verzadiging toe; en gij zult zeker daarin wonen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En het landH776 zal zijn vruchtH6529gevenH5414, en gij zult etenH398 tot verzadigingH7648 toe; en gij zult zekerH983 daarin wonenH3427.En het land zal zijn vrucht geven, en gij zult eten tot verzadiging toe; en gij zult zeker daarin wonen.
KJVAnd the land2shall yield1her fruit,3and ye shall eat4your fill,5and dwell6therein in safety.
1וְנָתְנָ֤הH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2הָאָ֨רֶץ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world3פִּרְיָ֔הּH6529vrucht, vruchten, vruchtbaarbough, (first-)fruit(-ful), reward4וַאֲכַלְתֶּ֖םH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite5לָשֹׂ֑בַעH7648verzadigingfill, full(-ness), satisfying, be satisfied6וִֽישַׁבְתֶּ֥םH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry7לָבֶ֖טַחH983zeker, zekerheid, ekerassurance, boldly, (without) care(-less), confidence, hope, safe(-ly, -ty), secure, surely8עָלֶֽיהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
20En als gij zoudt zeggen: Wat zullen wij eten in het zevende jaar? Ziet, wij zullen niet zaaien, en onze inkomst niet inzamelen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En alsH3588 gij zoudt zeggenH559: WatH4100 zullen wij etenH398 in het zevendeH7637jaarH8141? ZietH2005, wij zullen nietH3808zaaienH2232, en onze inkomstH8393nietH3808inzamelenH622;En als gij zoudt zeggen: Wat zullen wij eten in het zevende jaar? Ziet, wij zullen niet zaaien, en onze inkomst niet inzamelen;
KJVAnd if ye shall say,2What shall we eat4the seventh6year?5behold, we shall not sow,9nor gather11in our increase:
1וְכִ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2תֹאמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why4נֹּאכַ֤֖לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite5בַּשָּׁנָ֣הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)6הַשְּׁבִיעִ֑תH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)7הֵ֚ןH2005ziet, ziebehold, if, lo, though8לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9נִזְרָ֔עH2232zaaien, gezaaid, bezaaienbear, conceive seed, set with sow(-er), yield10וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11נֶאֱסֹ֖ףH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13תְּבוּאָתֵֽנוּH8393inkomst, inkomen, inkomstenfruit, gain, increase, revenue
21Zo zal Ik Mijn zegen gebieden over u in het zesde jaar, dat het de inkomst voor drie jaren zal voortbrengen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Zo zal Ik Mijn zegenH1293gebiedenH6680 over u in het zesdeH8345jaarH8141, dat het de inkomstH8393 voor drieH7969jarenH8141 zal voortbrengenH6213.Zo zal Ik Mijn zegen gebieden over u in het zesde jaar, dat het de inkomst voor drie jaren zal voortbrengen.
KJVThen I will command1my blessing3upon you in the sixth6year,5and it shall bring forth7fruit9for three10years.
1וְצִוִּ֤יתִיH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בִּרְכָתִי֙H1293zegen, zegeningen, zegeningblessing, liberal, pool, present4לָכֶ֔ם5בַּשָּׁנָ֖הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)6הַשִּׁשִּׁ֑יתH8345zesde, zesdensixth (part)7וְעָשָׂת֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַתְּבוּאָ֔הH8393inkomst, inkomen, inkomstenfruit, gain, increase, revenue10לִשְׁלֹ֖שׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)11הַשָּׁנִֽיםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
22Het achtste jaar nu zult gij zaaien, en zult van de oude inkomst eten, tot het negende jaar toe; totdat zijn inkomst ingekomen is, zult gij het oude eten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Het achtsteH8066jaarH8141 nu zult gij zaaienH2232, en zult vanH4480 de oudeH3465inkomstH8393etenH398, totH5704 het negendeH8671jaarH8141 toe; totdatH5704 zijn inkomstH8393ingekomenH935 is, zult gij het oudeH3465etenH398.Het achtste jaar nu zult gij zaaien, en zult van de oude inkomst eten, tot het negende jaar toe; totdat zijn inkomst ingekomen is, zult gij het oude eten.
KJVAnd ye shall sow1the eighth4year,3and eat5yet of old8fruit7until the ninth11year;10until her fruits14come in13ye shall eat15of the old
1וּזְרַעְתֶּ֗םH2232zaaien, gezaaid, bezaaienbear, conceive seed, set with sow(-er), yield2אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַשָּׁנָ֣הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)4הַשְּׁמִינִ֔תH8066achtsten, achtsteeight5וַאֲכַלְתֶּ֖םH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite6מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with7הַתְּבוּאָ֣הH8393inkomst, inkomen, inkomstenfruit, gain, increase, revenue8יָשָׁ֑ןH3465oude, Oude, oudenold9עַ֣דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10הַשָּׁנָ֣הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)11הַתְּשִׁיעִ֗תH8671negende, negendenninth12עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet13בּוֹא֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way14תְּב֣וּאָתָ֔הּH8393inkomst, inkomen, inkomstenfruit, gain, increase, revenue15תֹּאכְל֖וּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite16יָשָֽׁןH3465oude, Oude, oudenold
23Het land ook zal niet voor altoos verkocht worden; want het land is het Mijne, dewijl gij vreemdelingen en bijwoners bij Mij zijt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Het landH776 ook zal nietH3808 voor altoosH6783verkochtH4376 worden; wantH3588 het landH776 is het Mijne, dewijlH3588gijH859vreemdelingenH1616 en bijwonersH8453 bij Mij zijt.Het land ook zal niet voor altoos verkocht worden; want het land is het Mijne, dewijl gij vreemdelingen en bijwoners bij Mij zijt.
KJVThe land1shall not be sold3for ever:4for the land7is mine; for ye are strangers9and sojourners
1וְהָאָ֗רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world2לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3תִמָּכֵר֙H4376verkocht, verkopen, verkochten[idiom] at all, sell (away, -er, self)4לִצְמִתֻ֔תH6783altoosever5כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6לִ֖י7הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9גֵרִ֧יםH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger10וְתוֹשָׁבִ֛יםH8453bijwoner, bijwoners, inwonerforeigner, inhabitant, sojourner, stranger11אַתֶּ֖םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you12עִמָּדִֽיH5978met, bijagainst, by, from, [phrase] me, [phrase] mine, of, [phrase] that I take, unto, upon, with(-in.)
24Daarom zult gij, in het ganse land uwer bezitting, lossing voor het land toelaten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Daarom zult gij, in het ganseH3605landH776 uwer bezittingH272, lossingH1353 voor het landH776toelatenH5414.Daarom zult gij, in het ganse land uwer bezitting, lossing voor het land toelaten.
KJVAnd in all the land2of your possession3ye shall grant5a redemption4for the land.
25Wanneer uw broeder zal verarmd zijn, en iets van zijn bezitting verkocht zal hebben, zo zal zijn losser, die hem nabestaande is, komen, en zal het verkochte zijns broeders lossen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Wanneer uw broederH251 zal verarmdH4134 zijn, en iets van zijn bezittingH272verkochtH4376 zal hebben, zo zal zijn losserH1350, die hem nabestaandeH7138 is, komenH935, en zal het verkochteH4465 zijns broedersH251lossenH1350.Wanneer uw broeder zal verarmd zijn, en iets van zijn bezitting verkocht zal hebben, zo zal zijn losser, die hem nabestaande is, komen, en zal het verkochte zijns broeders lossen.
KJVIf thy brother3be waxen poor,2and hath sold4away some of his possession,5and if any of his kin8come6to redeem7it, then shall he redeem10that which his brother13sold.
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2יָמ֣וּךְH4134verarmd, armerbe (waxen) poor(-er)3אָחִ֔יךָH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'4וּמָכַ֖רH4376verkocht, verkopen, verkochten[idiom] at all, sell (away, -er, self)5מֵאֲחֻזָּת֑וֹH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession6וּבָ֤אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7גֹֽאֲלוֹ֙H1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger8הַקָּרֹ֣בH7138nabij, naaste, nabestaandeallied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly)9אֵלָ֔יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10וְגָאַ֕לH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger11אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12מִמְכַּ֥רH4465verkoping, verkochte, koop[idiom] ought, (that which cometh of) sale, that which...sold, ware13אָחִֽיוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
26En wanneer iemand geen losser zal hebben, maar zijn hand bekomen en hij gevonden zal hebben, zoveel genoeg is tot zijn lossing;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En wanneer iemandH376geenH3808losserH1350 zal hebben, maarH3588zijnH1961handH3027 bekomen en hij gevondenH4672 zal hebben, zoveel genoegH1767 is tot zijn lossingH1353;En wanneer iemand geen losser zal hebben, maar zijn hand bekomen en hij gevonden zal hebben, zoveel genoeg is tot zijn lossing;
KJVAnd if the man1have none to redeem6it, and himself8be able10to redeem9
1וְאִ֕ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4יִֽהְיֶהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5לּ֖וֹ6גֹּאֵ֑לH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger7וְהִשִּׂ֣יגָהH5381achterhalen, bereikt, achterhaaldenability, be able, attain (unto), (be able to, can) get, lay at, put, reach, remove, wax rich, [idiom] surely, (over-) take (hold of, on, upon)8יָד֔וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves9וּמָצָ֖אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on10כְּדֵ֥יH1767genoeg, genoegzaam, sindsable, according to, after (ability), among, as (oft as), (more than) enough, from, in, since, (much as is) sufficient(-ly), too much, very, when11גְאֻלָּתֽוֹH1353lossing, maagschapkindred, redeem, redemption, right
27Dan zal hij de jaren zijner verkoping rekenen, en het overschot zal hij den man, wien hij het verkocht had, weder uitkeren; en hij zal weder tot zijn bezitting komen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Dan zal hij de jarenH8141 zijner verkopingH4465rekenenH2803, en het overschotH5736 zal hij den manH376, wien hij het verkochtH4376 had, weder uitkerenH7725; en hij zal weder tot zijn bezittingH272komenH7725.Dan zal hij de jaren zijner verkoping rekenen, en het overschot zal hij den man, wien hij het verkocht had, weder uitkeren; en hij zal weder tot zijn bezitting komen.
KJVThen let him count1the years3of the sale4thereof, and restore5the overplus7unto the man8to whom he sold10it; that he may return12unto his possession.
1וְחִשַּׁב֙H2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3שְׁנֵ֣יH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)4מִמְכָּר֔וֹH4465verkoping, verkochte, koop[idiom] ought, (that which cometh of) sale, that which...sold, ware5וְהֵשִׁיב֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הָ֣עֹדֵ֔ףH5736overschiet, overschieten, blijftbe more, odd number, be (have) over (and above), overplus, remain8לָאִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10מָֽכַרH4376verkocht, verkopen, verkochten[idiom] at all, sell (away, -er, self)11ל֑וֹ12וְשָׁ֖בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw13לַאֲחֻזָּתֽוֹH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession
28Maar indien zijn hand niet gevonden heeft, wat genoeg is, om aan hem weder uit te keren, zo zal zijn verkochte goed zijn in de hand van deszelfs koper tot het jubeljaar toe; maar in het jubeljaar zal het uitgaan, en hij zal tot zijn bezitting wederkeren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Maar indien zijn handH3027nietH3808gevondenH4672 heeft, wat genoegH1767 is, om aan hem weder uit te kerenH7725, zo zal zijnH1961verkochte goedH4465 zijn in de handH3027 van deszelfs koperH7069 tot het jubeljaar toeH5704; maar in het jubeljaar zal het uitgaanH3318, en hij zal tot zijn bezittingH272wederkerenH7725.Maar indien zijn hand niet gevonden heeft, wat genoeg is, om aan hem weder uit te keren, zo zal zijn verkochte goed zijn in de hand van deszelfs koper tot het jubeljaar toe; maar in het jubeljaar zal het uitgaan, en hij zal tot zijn bezitting wederkeren.
Ook in dit vers
jubeljaarH3104
jubeljaarH8141
KJVBut if he4be not able5to restore3it to him, then that which is sold9shall remain in the hand10of him that hath bought11it until the year14of jubile:15and in the jubile17it shall go out,16and he shall return6unto his possession.
1וְאִ֨םH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3מָֽצְאָ֜הH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on4יָד֗וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5דֵּי֮H1767genoeg, genoegzaam, sindsable, according to, after (ability), among, as (oft as), (more than) enough, from, in, since, (much as is) sufficient(-ly), too much, very, when6הָשִׁ֣יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw7לוֹ֒8וְהָיָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9מִמְכָּר֗וֹH4465verkoping, verkochte, koop[idiom] ought, (that which cometh of) sale, that which...sold, ware10בְּיַד֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves11הַקֹּנֶ֣הH7069kopen, gekocht, kochtattain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily12אֹת֔וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet14שְׁנַ֣תH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)15הַיּוֹבֵ֑לH3104jubeljaar, ramshoornjubile, ram's horn, trumpet16וְיָצָא֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter17בַּיֹּבֵ֔לH3104jubeljaar, ramshoornjubile, ram's horn, trumpet18וְשָׁ֖בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw19לַאֲחֻזָּתֽוֹH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession
29Insgelijks, wanneer iemand een woonhuis in een bemuurde stad zal verkocht hebben, zo zal zijn lossing zijn, totdat het jaar zijner verkoping volkomen zal zijn; in een vol jaar zal zijn lossing wezen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Insgelijks, wanneer iemandH376 een woonhuisH4186 in een bemuurdeH2346stadH5892 zal verkochtH4376 hebben, zo zal zijn lossingH1353 zijn, totdatH5704 het jaar zijner verkopingH4465volkomenH8552 zal zijn; in een vol jaar zal zijn lossingH1353 wezen.Insgelijks, wanneer iemand een woonhuis in een bemuurde stad zal verkocht hebben, zo zal zijn lossing zijn, totdat het jaar zijner verkoping volkomen zal zijn; in een vol jaar zal zijn lossing wezen.
Ook in dit vers
jaarH3117
jaarH8141
KJVAnd if a man1sell3a dwelling5house4in a walled7city,6then he may redeem9it within a wholeyear12after it is sold;13within a full year14may he redeem
1וְאִ֗ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3יִמְכֹּ֤רH4376verkocht, verkopen, verkochten[idiom] at all, sell (away, -er, self)4בֵּיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5מוֹשַׁב֙H4186woningen, woning, zitplaatsassembly, dwell in, dwelling(-place), wherein (that) dwelt (in), inhabited place, seat, sitting, situation, sojourning6עִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town7חוֹמָ֔הH2346muur, muren, muurswall, walled8וְהָיְתָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9גְּאֻלָּת֔וֹH1353lossing, maagschapkindred, redeem, redemption, right10עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11תֹּ֖םH8537oprechtheid, oprechtigheid, eenvoudigheidfull, integrity, perfect(-ion), simplicity, upright(-ly, -ness), at a venture. See H8550 (תֻּמִּים)12שְׁנַ֣תH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)13מִמְכָּר֑וֹH4465verkoping, verkochte, koop[idiom] ought, (that which cometh of) sale, that which...sold, ware14יָמִ֖יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger15תִּהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use16גְאֻלָּתֽוֹH1353lossing, maagschapkindred, redeem, redemption, right
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
30Maar is het, dat het niet gelost wordt, tegen dat hem het gehele jaar zal vervuld zijn, zo zal dat huis, hetwelk in die stad is, die een muur heeft, voor altoos blijven aan hem, die dat gekocht heeft, onder zijn geslachten; het zal in het jubeljaar niet uitgaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Maar is het, dat het nietH3808gelostH1350 wordt, tegen dat hem het gehele jaarH8141 zal vervuldH4390 zijn, zoH518 zal dat huisH1004, hetwelk in die stadH5892 is, dieH834 een muurH2346 heeft, voor altoosH6783 blijven aanH5704 hem, die dat gekochtH7069 heeft, onder zijn geslachtenH1755; het zal in het jubeljaarH3104nietH3808uitgaanH3318.Maar is het, dat het niet gelost wordt, tegen dat hem het gehele jaar zal vervuld zijn, zo zal dat huis, hetwelk in die stad is, die een muur heeft, voor altoos blijven aan hem, die dat gekocht heeft, onder zijn geslachten; het zal in het jubeljaar niet uitgaan.
KJVAnd if it be not redeemed3within the space5of a full8year,7then the house10that is in the walled15city12shall be established9for ever16to him that bought17it throughout his generations:19it shall not go out21in the jubile.
1וְאִ֣םH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3יִגָּאֵ֗לH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger4עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet5מְלֹ֣אתH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly6לוֹ֮7שָׁנָ֣הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)8תְמִימָה֒H8549volkomen, oprechten, oprechtwithout blemish, complete, full, perfect, sincerely (-ity), sound, without spot, undefiled, upright(-ly), whole9וְ֠קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)10הַבַּ֨יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12בָּעִ֜ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town13אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14ל֣וֹ15חֹמָ֗הH2346muur, muren, muurswall, walled16לַצְּמִיתֻ֛תH6783altoosever17לַקֹּנֶ֥הH7069kopen, gekocht, kochtattain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily18אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19לְדֹרֹתָ֑יוH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity20לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21יֵצֵ֖אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter22בַּיֹּבֵֽלH3104jubeljaar, ramshoornjubile, ram's horn, trumpet
31Doch de huizen der dorpen, die rondom geen muur hebben, zullen als het veld des lands gerekend worden; daarvoor zal lossing zijn, en zij zullen in het jubeljaar uitgaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Doch de huizenH1004 der dorpenH2691, dieH834rondomH5439geenH369muurH2346 hebben, zullen als het veldH7704 des landsH776gerekendH2803 worden; daarvoor zal lossingH1353 zijn, en zijH1961 zullen in het jubeljaarH3104uitgaanH3318.Doch de huizen der dorpen, die rondom geen muur hebben, zullen als het veld des lands gerekend worden; daarvoor zal lossing zijn, en zij zullen in het jubeljaar uitgaan.
KJVBut the houses1of the villages2which have no wall6round about7them shall be counted11as the fields9of the country:10they may be redeemed,12and they shall go out16in the jubile.
1וּבָתֵּ֣יH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)2הַחֲצֵרִ֗יםH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village3אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4אֵיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)5לָהֶ֤ם6חֹמָה֙H2346muur, muren, muurswall, walled7סָבִ֔יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9שְׂדֵ֥הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild10הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11יֵחָשֵׁ֑בH2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think12גְּאֻלָּה֙H1353lossing, maagschapkindred, redeem, redemption, right13תִּהְיֶהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use14לּ֔וֹ15וּבַיֹּבֵ֖לH3104jubeljaar, ramshoornjubile, ram's horn, trumpet16יֵצֵֽאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter
32Aangaande de steden der Levieten, en de huizen der steden hunner bezitting; de Levieten zullen een eeuwige lossing hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Aangaande de stedenH5892 der LevietenH3881, en de huizenH1004 der stedenH5892 hunner bezittingH272; de LevietenH3881 zullen een eeuwigeH5769lossingH1353 hebben.Aangaande de steden der Levieten, en de huizen der steden hunner bezitting; de Levieten zullen een eeuwige lossing hebben.
KJVNotwithstanding the cities1of the Levites,2and the houses3of the cities4of their possession,5may the Levites9redeem6at any time.
1וְעָרֵי֙H5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town2הַלְוִיִּ֔םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite3בָּתֵּ֖יH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)4עָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town5אֲחֻזָּתָ֑םH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession6גְּאֻלַּ֥תH1353lossing, maagschapkindred, redeem, redemption, right7עוֹלָ֖םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)8תִּהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9לַלְוִיִּֽםH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite
33En als men onder de Levieten lossing zal gedaan hebben, zo zal de koop van het huis en van de stad zijner bezitting in het jubeljaar uitgaan; want de huizen van de steden der Levieten zijn hun bezitting in het midden van de kinderen Israels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33En als men onder de LevietenH3881lossingH1350 zal gedaan hebben, zo zal de koopH4465 van het huisH1004 en van de stadH5892 zijner bezittingH272 in het jubeljaarH3104uitgaanH3318; wantH3588 de huizenH1004 van de stedenH5892 der LevietenH3881 zijn hun bezittingH272 in hetH1931middenH8432 van de kinderenH1121IsraelsH3478.En als men onder de Levieten lossing zal gedaan hebben, zo zal de koop van het huis en van de stad zijner bezitting in het jubeljaar uitgaan; want de huizen van de steden der Levieten zijn hun bezitting in het midden van de kinderen Israels.
KJVAnd if a man purchase2of the Levites,4then the house7that was sold,6and the city8of his possession,9shall go out5in the year of jubile:10for the houses12of the cities13of the Levites14are their possession16among17the children18of Israel.
1וַאֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection2יִגְאַל֙H1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger3מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4הַלְוִיִּ֔םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite5וְיָצָ֧אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter6מִמְכַּרH4465verkoping, verkochte, koop[idiom] ought, (that which cometh of) sale, that which...sold, ware7בַּ֛יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8וְעִ֥ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town9אֲחֻזָּת֖וֹH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession10בַּיֹּבֵ֑לH3104jubeljaar, ramshoornjubile, ram's horn, trumpet11כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12בָתֵּ֞יH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)13עָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town14הַלְוִיִּ֗םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite15הִ֚ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who16אֲחֻזָּתָ֔םH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession17בְּת֖וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)18בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth19יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
34Doch het veld van de voorstad hunner steden zal niet verkocht worden; want het is een eeuwige bezitting voor hen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34Doch het veldH7704 van de voorstadH4054 hunner stedenH5892 zal nietH3808verkochtH4376 worden; wantH3588hetH1931 is een eeuwigeH5769bezittingH272 voor hen.Doch het veld van de voorstad hunner steden zal niet verkocht worden; want het is een eeuwige bezitting voor hen.
KJVBut the field1of the suburbs2of their cities3may not be sold;5for it is their perpetual8possession.
1וּֽשְׂדֵ֛הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild2מִגְרַ֥שׁH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb3עָרֵיהֶ֖םH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town4לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5יִמָּכֵ֑רH4376verkocht, verkopen, verkochten[idiom] at all, sell (away, -er, self)6כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7אֲחֻזַּ֥תH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession8עוֹלָ֛םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)9ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who10לָהֶֽם
35En als uw broeder zal verarmd zijn, en zijn hand bij u wankelen zal, zo zult gij hem vasthouden, zelfs een vreemdeling en bijwoner, opdat hij bij u leve.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35En alsH3588 uw broederH251 zal verarmdH4134 zijn, en zijn handH3027bijH5973 u wankelenH4131 zal, zo zult gij hem vasthoudenH2388, zelfs een vreemdelingH1616 en bijwonerH8453, opdat hij bijH5973 u leveH2421.En als uw broeder zal verarmd zijn, en zijn hand bij u wankelen zal, zo zult gij hem vasthouden, zelfs een vreemdeling en bijwoner, opdat hij bij u leve.
KJVAnd if thy brother3be waxen poor,2and fallen in decay4with thee;5then thou shalt relieve7him: yea, though he be a stranger,9or a sojourner;10that he may live
1וְכִֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2יָמ֣וּךְH4134verarmd, armerbe (waxen) poor(-er)3אָחִ֔יךָH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'4וּמָ֥טָהH4131wankelen, bewogen, wankelebe carried, cast, be out of course, be fallen in decay, [idiom] exceedingly, fall(-ing down), be (re-) moved, be ready, shake, slide, slip5יָד֖וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves6עִמָּ֑ךְH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)7וְהֶֽחֱזַ֣קְתָּH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand8בּ֔וֹ9גֵּ֧רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger10וְתוֹשָׁ֛בH8453bijwoner, bijwoners, inwonerforeigner, inhabitant, sojourner, stranger11וָחַ֖יH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole12עִמָּֽךְH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
36Gij zult geen woeker noch overwinst van hem nemen; maar gij zult vrezen voor uw God, opdat uw broeder bij u leve.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36Gij zult geenH408woekerH5392 noch overwinstH8636vanH854 hem nemenH3947; maar gij zult vrezenH3372 voor uw GodH430, opdat uw broederH251 bij u leveH2421.Gij zult geen woeker noch overwinst van hem nemen; maar gij zult vrezen voor uw God, opdat uw broeder bij u leve.
KJVTake2thou no usury4of him, or increase:5but fear6thy God;7that thy brother9may live
1אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than2תִּקַּ֤חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win3מֵֽאִתּוֹ֙H854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix4נֶ֣שֶׁךְH5392woekerusury5וְתַרְבִּ֔יתH8636overwinstincrease, unjust gain6וְיָרֵ֖אתָH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)7מֵֽאֱלֹהֶ֑יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8וְחֵ֥יH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole9אָחִ֖יךָH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'10עִמָּֽךְH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
37Uw geld zult gij hem niet op woeker geven, en gij zult uw spijze niet op overwinst geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37Uw geldH3701 zult gij hem nietH3808 op woekerH5392gevenH5414, en gij zult uw spijzeH400nietH3808 op overwinstH4768gevenH5414.Uw geld zult gij hem niet op woeker geven, en gij zult uw spijze niet op overwinst geven.
38Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit Egypteland gevoerd heb, om u het land Kanaan te geven, opdat Ik u tot een God zij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38IkH589 ben de HEEREH3068, uw GodH430, DieH834 u uit EgyptelandH776gevoerdH3318 heb, om u het landH776KanaanH3667 te gevenH5414, opdat Ik u tot een GodH430zijH1961.Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit Egypteland gevoerd heb, om u het land Kanaan te geven, opdat Ik u tot een God zij.
KJVI am the LORD2your God,3which brought you forth5out of the land7of Egypt,8to give9you the land12of Canaan,13and to be your God.
1אֲנִ֗יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֱלֹ֣הֵיכֶ֔םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5הוֹצֵ֥אתִיH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter6אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim9לָתֵ֤תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield10לָכֶם֙11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13כְּנַ֔עַןH3667Kanaan, koophandel, KanaanietenCanaan, merchant, traffick14לִהְי֥וֹתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use15לָכֶ֖ם16לֵאלֹהִֽיםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
39Desgelijks, wanneer uw broeder bij u zal verarmd zijn, en zich aan u verkocht zal hebben, gij zult hem niet doen dienen den dienst van een slaaf;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39Desgelijks, wanneer uw broederH251bijH5973 u zal verarmdH4134 zijn, en zich aan u verkochtH4376 zal hebben, gij zult hem nietH3808 doen dienenH5647 den dienstH5656 van een slaafH5650;Desgelijks, wanneer uw broeder bij u zal verarmd zijn, en zich aan u verkocht zal hebben, gij zult hem niet doen dienen den dienst van een slaaf;
KJVAnd if thy brother3that dwelleth by thee be waxen poor,2and be sold5unto thee; thou shalt not compel8him to serve10as a bondservant:
1וְכִֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2יָמ֥וּךְH4134verarmd, armerbe (waxen) poor(-er)3אָחִ֛יךָH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'4עִמָּ֖ךְH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)5וְנִמְכַּרH4376verkocht, verkopen, verkochten[idiom] at all, sell (away, -er, self)6לָ֑ךְ7לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8תַעֲבֹ֥דH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,9בּ֖וֹ10עֲבֹ֥דַתH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought11עָֽבֶדH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant
40Als een dagloner, als een bijwoner zal hij bij u zijn; tot het jubeljaar zal hij bij u dienen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40Als een daglonerH7916, als een bijwonerH8453 zal hij bijH5973 u zijnH1961; totH5704 het jubeljaarH8141 zal hij bijH5973 u dienenH5647.Als een dagloner, als een bijwoner zal hij bij u zijn; tot het jubeljaar zal hij bij u dienen.
KJVBut as an hired servant,1and as a sojourner,2he shall be with thee, and shall serve8thee unto the year6of jubile:
1כְּשָׂכִ֥ירH7916dagloner, dagloners, gehuurdhired (man, servant), hireling2כְּתוֹשָׁ֖בH8453bijwoner, bijwoners, inwonerforeigner, inhabitant, sojourner, stranger3יִהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4עִמָּ֑ךְH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)5עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6שְׁנַ֥תH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)7הַיֹּבֵ֖לH3104jubeljaar, ramshoornjubile, ram's horn, trumpet8יַעֲבֹ֥דH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,9עִמָּֽךְH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
41Dan zal hij van u uitgaan, hij en zijn kinderen met hem, en hij zal tot zijn geslacht wederkeren, en tot de bezitting zijner vaderen wederkeren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41Dan zal hij van u uitgaanH3318, hij en zijn kinderenH1121metH5973 hem, en hij zal tot zijn geslachtH4940wederkerenH7725, en totH413 de bezittingH272 zijner vaderenH1wederkerenH7725.Dan zal hij van u uitgaan, hij en zijn kinderen met hem, en hij zal tot zijn geslacht wederkeren, en tot de bezitting zijner vaderen wederkeren.
KJVAnd then shall he depart1from thee, both he and his children4with him, and shall return6unto his own family,8and unto the possession10of his fathers11shall he return.
1וְיָצָא֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2מֵֽעִמָּ֔ךְH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)3ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4וּבָנָ֣יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5עִמּ֑וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)6וְשָׁב֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8מִשְׁפַּחְתּ֔וֹH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)9וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10אֲחֻזַּ֥תH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession11אֲבֹתָ֖יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'12יָשֽׁוּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw
42Want zij zijn Mijn dienstknechten, die Ik uit Egypteland uitgevoerd heb; zij zullen niet verkocht worden, gelijk men een slaaf verkoopt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42WantH3588 zij zijn Mijn dienstknechtenH5650, die Ik uit EgyptelandH776uitgevoerdH3318 heb; zij zullen nietH3808verkochtH4376 worden, gelijk men een slaafH5650 verkoopt.Want zij zijn Mijn dienstknechten, die Ik uit Egypteland uitgevoerd heb; zij zullen niet verkocht worden, gelijk men een slaaf verkoopt.
KJVFor they are my servants,2which I brought forth5out of the land7of Egypt:8they shall not be sold10as11bondmen.
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2עֲבָדַ֣יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant3הֵ֔םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5הוֹצֵ֥אתִיH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter6אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim9לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10יִמָּכְר֖וּH4376verkocht, verkopen, verkochten[idiom] at all, sell (away, -er, self)11מִמְכֶּ֥רֶתH4466[phrase] sold as12עָֽבֶדH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant
43Gij zult geen heerschappij over hem hebben met wreedheid; maar gij zult vrezen voor uw God.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43Gij zult geenH3808heerschappijH7287 over hem hebben met wreedheidH6531; maar gij zult vrezenH3372 voor uw GodH430.Gij zult geen heerschappij over hem hebben met wreedheid; maar gij zult vrezen voor uw God.
KJVThou shalt not rule2over him with rigour;4but shalt fear5thy God.
1לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תִרְדֶּ֥הH7287heerschappij, heersen, heerste(come to, make to) have dominion, prevail against, reign, (bear, make to) rule,(-r, over), take3ב֖וֹ4בְּפָ֑רֶךְH6531hardigheid, wreedheidcruelty, rigour5וְיָרֵ֖אתָH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)6מֵאֱלֹהֶֽיךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
44Aangaande uw slaaf of uw slavin, die gij zult hebben, die zullen van de volken zijn, die rondom u zijn; van die zult gij een slaaf of een slavin kopen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44Aangaande uw slaafH5650 of uw slavinH519, dieH834 gij zult hebben, die zullen vanH854 de volkenH1471 zijn, dieH834rondomH5439 u zijn; van die zult gij een slaafH5650 of een slavinH519kopenH7069.Aangaande uw slaaf of uw slavin, die gij zult hebben, die zullen van de volken zijn, die rondom u zijn; van die zult gij een slaaf of een slavin kopen.
KJVBoth thy bondmen,1and thy bondmaids,2which thou shalt have, shall be of the heathen7that are round about9you; of them shall ye buy11bondmen12and bondmaids.
1וְעַבְדְּךָ֥H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant2וַאֲמָתְךָ֖H519dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(hand-) bondmaid(-woman), maid(-servant)3אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4יִהְיוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5לָ֑ךְ6מֵאֵ֣תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix7הַגּוֹיִ֗םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people8אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9סְבִיבֹ֣תֵיכֶ֔םH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side10מֵהֶ֥ם11תִּקְנ֖וּH7069kopen, gekocht, kochtattain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily12עֶ֥בֶדH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant13וְאָמָֽהH519dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(hand-) bondmaid(-woman), maid(-servant)
45Gij zult ze ook kopen van de kinderen der bijwoners, die bij u als vreemdelingen verkeren, uit hen en uit hun geslachten, die bij u zullen zijn, die zij in uw land zullen gewonnen hebben; en zij zullen u tot een bezitting zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
45Gij zult ze ookH1571kopenH7069 van de kinderenH1121 der bijwonersH8453, die bijH5973 u als vreemdelingenH1481 verkeren, uit hen en uit hun geslachtenH4940, die bijH5973 u zullen zijn, die zij in uw landH776 zullen gewonnenH3205 hebben; en zijH1961 zullen u tot een bezittingH272 zijn.Gij zult ze ook kopen van de kinderen der bijwoners, die bij u als vreemdelingen verkeren, uit hen en uit hun geslachten, die bij u zullen zijn, die zij in uw land zullen gewonnen hebben; en zij zullen u tot een bezitting zijn.
KJVMoreover of the children2of the strangers3that do sojourn4among you, of them shall ye buy,7and of their families8that are with you, which they begat12in your land:13and they shall be your possession.
1וְ֠גַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2מִבְּנֵ֨יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3הַתּוֹשָׁבִ֜יםH8453bijwoner, bijwoners, inwonerforeigner, inhabitant, sojourner, stranger4הַגָּרִ֤יםH1481vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeertabide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely5עִמָּכֶם֙H5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)6מֵהֶ֣ם7תִּקְנ֔וּH7069kopen, gekocht, kochtattain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily8וּמִמִּשְׁפַּחְתָּם֙H4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10עִמָּכֶ֔םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)11אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12הוֹלִ֖ידוּH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)13בְּאַרְצְכֶ֑םH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14וְהָי֥וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use15לָכֶ֖ם16לַֽאֲחֻזָּֽהH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession
46En gij zult u tot bezitters over hen stellen voor uw kinderen na u, opdat zij de bezitting erven; gij zult hen in eeuwigheid doen dienen; maar over uw broeders, de kinderen Israels, een iegelijk over zijn broeder, gij zult over hem geen heerschappij hebben met wreedheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
46En gij zult u tot bezittersH5157 over hen stellen voor uw kinderenH1121naH310 u, opdat zij de bezittingH272ervenH3423; gij zult hen in eeuwigheidH5769 doen dienenH5647; maar over uw broedersH251, de kinderenH1121IsraelsH3478, een iegelijkH376 over zijn broederH251, gij zult over hem geenH3808heerschappijH7287 hebben met wreedheidH6531.En gij zult u tot bezitters over hen stellen voor uw kinderen na u, opdat zij de bezitting erven; gij zult hen in eeuwigheid doen dienen; maar over uw broeders, de kinderen Israels, een iegelijk over zijn broeder, gij zult over hem geen heerschappij hebben met wreedheid.
KJVAnd ye shall take them as an inheritance1for your children3after4you, to inherit5them for a possession;6they shall be your bondmen9for ever:7but over your brethren10the children11of Israel,12ye shall not rule16one13over another14with rigour.
1וְהִתְנַחֲלְתֶּ֨םH5157erven, erfelijk, ervedivide, have (inheritance), take as a heritage, (cause to, give to, make to) inherit, (distribute for, divide (for, for an, by), give for, have, leave for, take (for)) inheritance, (have in, cause to, be made to) possess(-ion)2אֹתָ֜םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3לִבְנֵיכֶ֤םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4אַחֲרֵיכֶם֙H310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with5לָרֶ֣שֶׁתH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly6אֲחֻזָּ֔הH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession7לְעֹלָ֖םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)8בָּהֶ֣ם9תַּעֲבֹ֑דוּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,10וּבְאַ֨חֵיכֶ֤םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'11בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)14בְּאָחִ֔יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'15לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16תִרְדֶּ֥הH7287heerschappij, heersen, heerste(come to, make to) have dominion, prevail against, reign, (bear, make to) rule,(-r, over), take17ב֖וֹ18בְּפָֽרֶךְH6531hardigheid, wreedheidcruelty, rigour
47En wanneer de hand eens vreemdelings en bijwoners, die bij u is, wat bekomen zal hebben, en uw broeder, die bij hem is, verarmd zal zijn, dat hij zich aan den vreemdeling, den bijwoner, die bij u is, of aan den stam van het geslacht des vreemdelings zal verkocht hebben;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
47En wanneer de handH3027 eens vreemdelingsH1616 en bijwonersH8453, die bij u isH5381, wat bekomen zal hebben, en uw broederH251, die bijH5973 hem is, verarmdH4134 zal zijn, datH3588 hij zich aan den vreemdelingH1616, den bijwonerH8453, die bijH5973 u is, ofH176 aan den stamH6133 van het geslachtH4940 des vreemdelingsH1616 zal verkochtH4376 hebben;En wanneer de hand eens vreemdelings en bijwoners, die bij u is, wat bekomen zal hebben, en uw broeder, die bij hem is, verarmd zal zijn, dat hij zich aan den vreemdeling, den bijwoner, die bij u is, of aan den stam van het geslacht des vreemdelings zal verkocht hebben;
KJVAnd if a sojourner4or stranger5wax rich2by thee,3and thy brother8that dwelleth by him wax poor,7and sell10himself unto the stranger11or sojourner12by thee, or to the stock15of the stranger's17family:
1וְכִ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2תַשִּׂ֗יגH5381achterhalen, bereikt, achterhaaldenability, be able, attain (unto), (be able to, can) get, lay at, put, reach, remove, wax rich, [idiom] surely, (over-) take (hold of, on, upon)3יַ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves4גֵּ֤רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger5וְתוֹשָׁב֙H8453bijwoner, bijwoners, inwonerforeigner, inhabitant, sojourner, stranger6עִמָּ֔ךְH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)7וּמָ֥ךְH4134verarmd, armerbe (waxen) poor(-er)8אָחִ֖יךָH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'9עִמּ֑וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)10וְנִמְכַּ֗רH4376verkocht, verkopen, verkochten[idiom] at all, sell (away, -er, self)11לְגֵ֤רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger12תּוֹשָׁב֙H8453bijwoner, bijwoners, inwonerforeigner, inhabitant, sojourner, stranger13עִמָּ֔ךְH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)14א֥וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether15לְעֵ֖קֶרH6133stamstock16מִשְׁפַּ֥חַתH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)17גֵּֽרH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger
48Nadat hij zich zal verkocht hebben, zal er lossing voor hem zijn; een van zijn broeders zal hem lossen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
48NadatH310 hij zich zal verkochtH4376 hebben, zal er lossingH1353 voor hem zijnH1961; eenH259 van zijn broedersH251 zal hem lossenH1350;Nadat hij zich zal verkocht hebben, zal er lossing voor hem zijn; een van zijn broeders zal hem lossen;
KJVAfter1that he is sold2he may be redeemed again;3one6of his brethren7may redeem
1אַחֲרֵ֣יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with2נִמְכַּ֔רH4376verkocht, verkopen, verkochten[idiom] at all, sell (away, -er, self)3גְּאֻלָּ֖הH1353lossing, maagschapkindred, redeem, redemption, right4תִּהְיֶהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5לּ֑וֹ6אֶחָ֥דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,7מֵאֶחָ֖יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'8יִגְאָלֶֽנּוּH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger
49Of zijn oom, of de zoon zijns ooms, zal hem lossen, of die uit de naasten zijns vleses van zijn geslacht is, zal hem lossen; of heeft zijn hand wat bekomen, dat hij zichzelven losse.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
49Of zijn oomH1730, ofH176 de zoonH1121 zijns oomsH1730, zal hem lossenH1350, ofH176 die uit de naastenH7607 zijns vlesesH1320 van zijn geslachtH4940 is, zal hem lossenH1350; ofH176 heeft zijn handH3027 wat bekomen, dat hij zichzelven losseH1350.Of zijn oom, of de zoon zijns ooms, zal hem lossen, of die uit de naasten zijns vleses van zijn geslacht is, zal hem lossen; of heeft zijn hand wat bekomen, dat hij zichzelven losse.
KJVEither his uncle,2or his uncle's5son,4may redeem6him, or any that is nigh8of kin9unto him of his family10may redeem11him; or if he be able,13he may redeem15himself.
1אוֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether2דֹד֞וֹH1730Liefste, oom, ooms(well-) beloved, father's brother, love, uncle3א֤וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether4בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5דֹּדוֹ֙H1730Liefste, oom, ooms(well-) beloved, father's brother, love, uncle6יִגְאָלֶ֔נּוּH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger7אֽוֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether8מִשְּׁאֵ֧רH7607vlees, nabestaande, bloedvriendbody, flesh, food, (near) kin(-sman, -swoman), near (nigh) (of kin)9בְּשָׂר֛וֹH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin10מִמִּשְׁפַּחְתּ֖וֹH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)11יִגְאָלֶ֑נּוּH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger12אֽוֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether13הִשִּׂ֥יגָהH5381achterhalen, bereikt, achterhaaldenability, be able, attain (unto), (be able to, can) get, lay at, put, reach, remove, wax rich, [idiom] surely, (over-) take (hold of, on, upon)14יָד֖וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves15וְנִגְאָֽלH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger
50En hij zal met zijn koper rekenen van dat jaar af, dat hij zich aan hem verkocht heeft tot het jubeljaar toe; alzo dat het geld zijner verkoping zal zijn naar het getal van de jaren, naar de dagen eens dagloners zal het met hem zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
50En hij zal metH5973 zijn koperH7069rekenenH2803 van dat jaarH8141 af, dat hij zich aan hem verkochtH4376 heeft totH5704 het jubeljaarH8141 toe; alzo dat het geldH3701 zijner verkopingH4465 zal zijn naar het getalH4557 van de jarenH8141, naar de dagenH3117 eens daglonersH7916 zal het metH5973 hem zijn.En hij zal met zijn koper rekenen van dat jaar af, dat hij zich aan hem verkocht heeft tot het jubeljaar toe; alzo dat het geld zijner verkoping zal zijn naar het getal van de jaren, naar de dagen eens dagloners zal het met hem zijn.
KJVAnd he shall reckon1with him that bought3him from the year4that he was sold5to him unto the year8of jubile:9and the price11of his sale12shall be according unto the number13of years,14according to the time15of an hired servant
1וְחִשַּׁב֙H2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think2עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)3קֹנֵ֔הוּH7069kopen, gekocht, kochtattain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily4מִשְּׁנַת֙H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)5הִמָּ֣כְרוֹH4376verkocht, verkopen, verkochten[idiom] at all, sell (away, -er, self)6ל֔וֹ7עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet8שְׁנַ֣תH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)9הַיֹּבֵ֑לH3104jubeljaar, ramshoornjubile, ram's horn, trumpet10וְהָיָ֞הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11כֶּ֤סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)12מִמְכָּרוֹ֙H4465verkoping, verkochte, koop[idiom] ought, (that which cometh of) sale, that which...sold, ware13בְּמִסְפַּ֣רH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time14שָׁנִ֔יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)15כִּימֵ֥יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger16שָׂכִ֖ירH7916dagloner, dagloners, gehuurdhired (man, servant), hireling17יִהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use18עִמּֽוֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
51Indien nog vele van die jaren zijn, naar die zal hij tot zijn lossing van het geld, waarover hij gekocht is, wedergeven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
51IndienH518nogH5750veleH7227 van die jarenH8141 zijn, naar die zal hij tot zijn lossingH1353 van het geldH3701, waarover hij gekochtH4736 is, wedergevenH7725.Indien nog vele van die jaren zijn, naar die zal hij tot zijn lossing van het geld, waarover hij gekocht is, wedergeven.
KJVIf there be yet many3years4behind, according5unto them he shall give again6the price of his redemption7out of the money8that he was bought
1אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2ע֥וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)3רַבּ֖וֹתH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)4בַּשָּׁנִ֑יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)5לְפִיהֶן֙H6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word6יָשִׁ֣יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw7גְּאֻלָּת֔וֹH1353lossing, maagschapkindred, redeem, redemption, right8מִכֶּ֖סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)9מִקְנָתֽוֹH4736gekocht, gekochte, gekochten(he that is) bought, possession, piece, purchase
52En indien er nog weinige van die jaren overgebleven zijn, tot aan het jubeljaar, zo zal hij met hem rekenen; naar zijn jaren zal hij zijn lossing wedergeven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
52En indienH518 er nog weinigeH4592 van die jarenH8141overgeblevenH7604 zijn, tot aan het jubeljaarH8141, zo zal hij met hem rekenenH2803; naar zijn jarenH8141 zal hij zijn lossingH1353wedergevenH7725.En indien er nog weinige van die jaren overgebleven zijn, tot aan het jubeljaar, zo zal hij met hem rekenen; naar zijn jaren zal hij zijn lossing wedergeven.
KJVAnd if there remain3but few2years4unto the year6of jubile,7then he shall count8with him, and according10unto his years11shall he give him again12the price of his redemption.
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2מְעַ֞טH4592weinig, weinige, bijnaalmost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very3נִשְׁאַ֧רH7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest4בַּשָּׁנִ֛יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)5עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6שְׁנַ֥תH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)7הַיֹּבֵ֖לH3104jubeljaar, ramshoornjubile, ram's horn, trumpet8וְחִשַּׁבH2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think9ל֑וֹ10כְּפִ֣יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word11שָׁנָ֔יוH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)12יָשִׁ֖יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14גְּאֻלָּתֽוֹH1353lossing, maagschapkindred, redeem, redemption, right
53Als een dagloner zal hij van jaar tot jaar bij hem zijn; men zal over hem geen heerschappij hebben met wreedheid voor uw ogen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
53Als een daglonerH7916 zal hij van jaarH8141 tot jaarH8141 bij hem zijnH1961; men zal over hem geenH3808heerschappijH7287 hebben met wreedheidH6531 voor uw ogenH5869.Als een dagloner zal hij van jaar tot jaar bij hem zijn; men zal over hem geen heerschappij hebben met wreedheid voor uw ogen.
KJVAnd as a yearly2hired servant1shall he be with him: and the other shall not rule7with rigour8over him in thy sight.
1כִּשְׂכִ֥ירH7916dagloner, dagloners, gehuurdhired (man, servant), hireling2שָׁנָ֛הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)3בְּשָׁנָ֖הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)4יִהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5עִמּ֑וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)6לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7יִרְדֶּ֥נּֽוּH7287heerschappij, heersen, heerste(come to, make to) have dominion, prevail against, reign, (bear, make to) rule,(-r, over), take8בְּפֶ֖רֶךְH6531hardigheid, wreedheidcruelty, rigour9לְעֵינֶֽיךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
54En is het, dat hij hierdoor niet gelost wordt, zo zal hij in het jubeljaar uitgaan, hij en zijn kinderen met hem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
54En is het, dat hij hierdoor nietH3808gelostH1350 wordt, zoH518 zal hij in het jubeljaarH8141uitgaanH3318, hijH1931 en zijn kinderenH1121metH5973 hem.En is het, dat hij hierdoor niet gelost wordt, zo zal hij in het jubeljaar uitgaan, hij en zijn kinderen met hem.
KJVAnd if he be not redeemed3in these years, then he shall go out5in the year6of jubile,7both he, and his children
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3יִגָּאֵ֖לH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger4בְּאֵ֑לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)5וְיָצָא֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter6בִּשְׁנַ֣תH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)7הַיֹּבֵ֔לH3104jubeljaar, ramshoornjubile, ram's horn, trumpet8ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who9וּבָנָ֥יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10עִמּֽוֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
55Want de kinderen Israels zijn Mij tot dienstknechten; Mijn dienstknechten zijn zij, die Ik uit Egypteland uitgevoerd heb; Ik ben de HEERE, uw God!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
55WantH3588 de kinderenH1121IsraelsH3478 zijn Mij tot dienstknechtenH5650; Mijn dienstknechtenH5650 zijn zijH1992, die Ik uit EgyptelandH776uitgevoerdH3318 heb; IkH589 ben de HEEREH3068, uw GodH430!Want de kinderen Israels zijn Mij tot dienstknechten; Mijn dienstknechten zijn zij, die Ik uit Egypteland uitgevoerd heb; Ik ben de HEERE, uw God!
KJVFor unto me the children3of Israel4are servants;5they are my servants6whom I brought forth9out of the land11of Egypt:12I am the LORD14your God.
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2לִ֤י3בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5עֲבָדִ֔יםH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant6עֲבָדַ֣יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant7הֵ֔םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye8אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9הוֹצֵ֥אתִיH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter10אוֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim13אֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who14יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15אֱלֹהֵיכֶֽםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Leviticus 25:1— Verder sprak de HEERE tot Mozes, aan den berg Sinai, zeggende:Galaten 4:24→Exodus 19:1→Numeri 10:11→Numeri 1:1→
Leviticus 25:2— Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer gij zult gekomen zijn in dat land, dat Ik u geve, dan zal dat land rusten, een sabbat den HEERE.2 Kronieken 36:21→Exodus 23:10→Leviticus 26:34→Psalmen 24:1→Leviticus 14:34→Jeremia 27:5→Deuteronomium 34:4→Psalmen 115:16→
Leviticus 25:3— Zes jaren zult gij uw akker bezaaien, en zes jaren uw wijngaard besnijden, en de inkomst daarvan inzamelen.Exodus 23:10→
Leviticus 25:4— Doch in het zevende jaar zal voor het land een sabbat der rust zijn, een sabbat den HEERE; uw akker zult gij niet bezaaien en uw wijngaard niet besnijden.2 Kronieken 36:21→Leviticus 25:20→Exodus 23:10→Leviticus 26:34→Leviticus 26:43→
Leviticus 25:5— Wat van zelf van uw oogst zal gewassen zijn, zult gij niet inoogsten, en de druiven uwer afzondering zult gij niet afsnijden; het zal een jaar der ruste voor het land zijn.Jesaja 37:30→2 Koningen 19:29→
Leviticus 25:6— En de inkomst van den sabbat des lands zal voor u tot spijze zijn, voor u, en voor uw knecht, en voor uw dienstmaagd, en voor uw dagloner, en voor uw bijwoner, die bij u als vreemdelingen verkeren;Handelingen 4:34→Handelingen 2:44→Leviticus 25:20→Handelingen 4:32→Exodus 23:11→
Leviticus 25:8— Gij zult u ook tellen zeven jaarweken, zevenmaal zeven jaren; zodat de dagen der zeven jaarweken u negen en veertig jaren zullen zijn.Leviticus 23:15→Genesis 2:2→
Leviticus 25:9— Daarna zult gij in de zevende maand, op den tienden der maand, de bazuin des geklanks doen doorgaan; op den verzoendag zult gij de bazuin doen doorgaan in uw ganse land.Leviticus 23:24→Leviticus 23:27→Leviticus 16:20→Leviticus 25:10→1 Thessalonicenzen 1:8→Romeinen 15:19→Leviticus 27:24→Numeri 36:4→
Leviticus 25:10— En gij zult dat vijftigste jaar heiligen, en vrijheid uitroepen in het land, voor al zijn inwoners; het zal u een jubeljaar zijn; en gij zult wederkeren een ieder tot zijn bezittingen, en zult wederkeren een ieder tot zijn geslacht.Jeremia 34:8→Jesaja 61:1→Leviticus 25:13→Jesaja 63:4→Exodus 20:2→Zacharia 9:11→Ezra 1:3→Galaten 4:25→
Leviticus 25:11— Dit jubeljaar zal u het vijftigste jaar zijn; gij zult niet zaaien, noch inoogsten wat van zelf daarin zal gewassen zijn, noch ook de druiven der afzonderingen in hetzelve afsnijden.Leviticus 25:4→Leviticus 27:17→
Leviticus 25:12— Want dat is het jubeljaar; het zal u heilig zijn; gij zult uit het veld de inkomst daarvan eten.Leviticus 25:6→
Leviticus 25:13— Op dat jubeljaar zult gij ieder wederkeren tot zijn bezitting.Leviticus 25:10→Numeri 36:4→Leviticus 27:17→
Leviticus 25:14— Daarom, wanneer gij aan uw naaste wat veilbaars verkopen, of uit de hand uws naasten kopen zult, dat niemand de een den ander verdrukke.Leviticus 25:17→Leviticus 19:13→1 Samuël 12:3→Lukas 3:14→Ezechiël 22:12→Deuteronomium 16:19→Jesaja 3:12→Spreuken 28:16→
Leviticus 25:15— Naar het getal der jaren, van het jubeljaar af, zult gij van uw naaste kopen, en naar het getal van de jaren der inkomsten zal hij het aan u verkopen.Filippenzen 4:5→Leviticus 27:18→
Leviticus 25:16— Naar de veelheid der jaren zult gij zijn koop vermeerderen, en naar de weinigheid der jaren zult gij zijn koop verminderen; want hij verkoopt aan u het getal der inkomsten.Leviticus 25:27→Leviticus 25:51→
Leviticus 25:17— Dat dan niemand zijn naaste verdrukke; maar vreest voor uw God; want Ik ben de HEERE, uw God!Leviticus 19:14→Leviticus 19:32→Leviticus 25:43→Exodus 20:20→1 Thessalonicenzen 4:6→Genesis 20:11→Handelingen 9:31→1 Samuël 12:24→
Leviticus 25:18— En doet Mijn inzettingen, en houdt Mijn rechten, en doet dezelve; zo zult gij zeker wonen in het land.Deuteronomium 12:10→Jeremia 23:6→Spreuken 1:33→Psalmen 4:8→Jeremia 7:3→Deuteronomium 33:12→Ezechiël 33:24→Ezechiël 33:29→
Leviticus 25:19— En het land zal zijn vrucht geven, en gij zult eten tot verzadiging toe; en gij zult zeker daarin wonen.Psalmen 85:12→Leviticus 26:5→Joël 2:26→Ezechiël 36:30→Ezechiël 34:25→Jesaja 65:21→Jesaja 30:23→Joël 2:24→
Leviticus 25:20— En als gij zoudt zeggen: Wat zullen wij eten in het zevende jaar? Ziet, wij zullen niet zaaien, en onze inkomst niet inzamelen;Lukas 12:29→Leviticus 25:4→Filippenzen 4:6→Jesaja 1:2→Psalmen 78:19→2 Koningen 7:2→Numeri 11:4→2 Koningen 6:15→
Leviticus 25:21— Zo zal Ik Mijn zegen gebieden over u in het zesde jaar, dat het de inkomst voor drie jaren zal voortbrengen.Deuteronomium 28:8→Psalmen 133:3→2 Korinthe 9:10→Spreuken 10:22→Genesis 41:47→Leviticus 25:4→Leviticus 25:8→Genesis 26:12→
Leviticus 25:22— Het achtste jaar nu zult gij zaaien, en zult van de oude inkomst eten, tot het negende jaar toe; totdat zijn inkomst ingekomen is, zult gij het oude eten.2 Koningen 19:29→Leviticus 26:10→Jozua 5:11→Jesaja 37:30→
Leviticus 25:23— Het land ook zal niet voor altoos verkocht worden; want het land is het Mijne, dewijl gij vreemdelingen en bijwoners bij Mij zijt.1 Petrus 2:11→1 Kronieken 29:15→Psalmen 39:12→Hosea 9:3→2 Kronieken 7:20→Deuteronomium 32:43→Leviticus 25:10→Joël 3:2→
Leviticus 25:24— Daarom zult gij, in het ganse land uwer bezitting, lossing voor het land toelaten.Efeze 4:30→Efeze 1:14→Leviticus 25:51→Leviticus 25:27→Romeinen 8:23→Leviticus 25:31→Efeze 1:7→1 Korinthe 1:30→
Leviticus 25:25— Wanneer uw broeder zal verarmd zijn, en iets van zijn bezitting verkocht zal hebben, zo zal zijn losser, die hem nabestaande is, komen, en zal het verkochte zijns broeders lossen.Ruth 2:20→Ruth 3:12→Jeremia 32:7→Ruth 3:9→Ruth 4:4→Hebreeën 2:13→Ruth 3:2→2 Korinthe 8:9→
Leviticus 25:26— En wanneer iemand geen losser zal hebben, maar zijn hand bekomen en hij gevonden zal hebben, zoveel genoeg is tot zijn lossing;Leviticus 5:7→
Leviticus 25:28— Maar indien zijn hand niet gevonden heeft, wat genoeg is, om aan hem weder uit te keren, zo zal zijn verkochte goed zijn in de hand van deszelfs koper tot het jubeljaar toe; maar in het jubeljaar zal het uitgaan, en hij zal tot zijn bezitting wederkeren.1 Korinthe 15:52→Jeremia 32:15→1 Thessalonicenzen 4:13→Leviticus 25:10→Jesaja 35:9→Leviticus 25:13→1 Petrus 1:4→
Leviticus 25:31— Doch de huizen der dorpen, die rondom geen muur hebben, zullen als het veld des lands gerekend worden; daarvoor zal lossing zijn, en zij zullen in het jubeljaar uitgaan.Psalmen 49:7→
Leviticus 25:32— Aangaande de steden der Levieten, en de huizen der steden hunner bezitting; de Levieten zullen een eeuwige lossing hebben.Jozua 21:1→Numeri 35:1→
Leviticus 25:33— En als men onder de Levieten lossing zal gedaan hebben, zo zal de koop van het huis en van de stad zijner bezitting in het jubeljaar uitgaan; want de huizen van de steden der Levieten zijn hun bezitting in het midden van de kinderen Israels.Numeri 18:20→Deuteronomium 18:1→
Leviticus 25:34— Doch het veld van de voorstad hunner steden zal niet verkocht worden; want het is een eeuwige bezitting voor hen.Handelingen 4:36→Leviticus 25:23→Numeri 35:2→
Leviticus 25:35— En als uw broeder zal verarmd zijn, en zijn hand bij u wankelen zal, zo zult gij hem vasthouden, zelfs een vreemdeling en bijwoner, opdat hij bij u leve.Deuteronomium 15:7→Spreuken 14:31→Psalmen 112:5→Psalmen 37:26→Lukas 6:35→Psalmen 112:9→Handelingen 11:29→Psalmen 41:1→
Leviticus 25:36— Gij zult geen woeker noch overwinst van hem nemen; maar gij zult vrezen voor uw God, opdat uw broeder bij u leve.Exodus 22:25→Deuteronomium 23:19→Ezechiël 18:17→Leviticus 25:17→Ezechiël 18:8→Ezechiël 18:13→Psalmen 15:5→Ezechiël 22:12→
Leviticus 25:38— Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit Egypteland gevoerd heb, om u het land Kanaan te geven, opdat Ik u tot een God zij.Leviticus 11:45→Exodus 20:2→Numeri 15:41→Genesis 17:7→Jeremia 31:33→Jeremia 31:1→Leviticus 22:32→Hebreeën 11:16→
Leviticus 25:39— Desgelijks, wanneer uw broeder bij u zal verarmd zijn, en zich aan u verkocht zal hebben, gij zult hem niet doen dienen den dienst van een slaaf;Exodus 21:2→1 Koningen 9:22→2 Koningen 4:1→Nehemia 5:5→Leviticus 25:46→Jeremia 27:7→Jeremia 25:14→Exodus 1:14→
Leviticus 25:40— Als een dagloner, als een bijwoner zal hij bij u zijn; tot het jubeljaar zal hij bij u dienen.Exodus 21:2→
Leviticus 25:41— Dan zal hij van u uitgaan, hij en zijn kinderen met hem, en hij zal tot zijn geslacht wederkeren, en tot de bezitting zijner vaderen wederkeren.Leviticus 25:28→Exodus 21:3→Titus 2:14→Romeinen 6:14→Johannes 8:32→Leviticus 25:10→
Leviticus 25:42— Want zij zijn Mijn dienstknechten, die Ik uit Egypteland uitgevoerd heb; zij zullen niet verkocht worden, gelijk men een slaaf verkoopt.Romeinen 6:22→Leviticus 25:55→1 Korinthe 7:21→
Leviticus 25:43— Gij zult geen heerschappij over hem hebben met wreedheid; maar gij zult vrezen voor uw God.Kolossenzen 4:1→Leviticus 25:53→Leviticus 25:17→Exodus 1:13→Leviticus 25:46→Efeze 6:9→Ezechiël 34:4→Deuteronomium 25:18→
Leviticus 25:44— Aangaande uw slaaf of uw slavin, die gij zult hebben, die zullen van de volken zijn, die rondom u zijn; van die zult gij een slaaf of een slavin kopen.Jesaja 14:1→Openbaring 2:26→Exodus 12:44→Psalmen 2:8→
Leviticus 25:45— Gij zult ze ook kopen van de kinderen der bijwoners, die bij u als vreemdelingen verkeren, uit hen en uit hun geslachten, die bij u zullen zijn, die zij in uw land zullen gewonnen hebben; en zij zullen u tot een bezitting zijn.Jesaja 56:3→
Leviticus 25:46— En gij zult u tot bezitters over hen stellen voor uw kinderen na u, opdat zij de bezitting erven; gij zult hen in eeuwigheid doen dienen; maar over uw broeders, de kinderen Israels, een iegelijk over zijn broeder, gij zult over hem geen heerschappij hebben met wreedheid.Leviticus 25:43→Jesaja 14:2→
Leviticus 25:47— En wanneer de hand eens vreemdelings en bijwoners, die bij u is, wat bekomen zal hebben, en uw broeder, die bij hem is, verarmd zal zijn, dat hij zich aan den vreemdeling, den bijwoner, die bij u is, of aan den stam van het geslacht des vreemdelings zal verkocht hebben;Leviticus 25:26→1 Samuël 2:7→Jakobus 2:5→
Leviticus 25:48— Nadat hij zich zal verkocht hebben, zal er lossing voor hem zijn; een van zijn broeders zal hem lossen;Nehemia 5:5→Leviticus 25:25→Hebreeën 2:11→Leviticus 25:35→Nehemia 5:8→Galaten 4:4→
Leviticus 25:49— Of zijn oom, of de zoon zijns ooms, zal hem lossen, of die uit de naasten zijns vleses van zijn geslacht is, zal hem lossen; of heeft zijn hand wat bekomen, dat hij zichzelven losse.Leviticus 25:26→
Leviticus 25:50— En hij zal met zijn koper rekenen van dat jaar af, dat hij zich aan hem verkocht heeft tot het jubeljaar toe; alzo dat het geld zijner verkoping zal zijn naar het getal van de jaren, naar de dagen eens dagloners zal het met hem zijn.Jesaja 16:14→Jesaja 21:16→Job 7:1→Job 14:6→Leviticus 25:40→Leviticus 25:53→Deuteronomium 15:18→
Leviticus 25:53— Als een dagloner zal hij van jaar tot jaar bij hem zijn; men zal over hem geen heerschappij hebben met wreedheid voor uw ogen.Leviticus 25:43→Leviticus 25:46→
Leviticus 25:54— En is het, dat hij hierdoor niet gelost wordt, zo zal hij in het jubeljaar uitgaan, hij en zijn kinderen met hem.Exodus 21:2→Leviticus 25:40→Jesaja 49:25→Jesaja 49:9→Jesaja 52:3→
Leviticus 25:55— Want de kinderen Israels zijn Mij tot dienstknechten; Mijn dienstknechten zijn zij, die Ik uit Egypteland uitgevoerd heb; Ik ben de HEERE, uw God!Leviticus 25:42→Lukas 1:74→1 Korinthe 7:22→Romeinen 6:22→Exodus 20:2→1 Korinthe 9:19→Jesaja 43:3→Romeinen 6:17→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Leviticus 25 vers 1— Verder sprak de HEERE tot Mozes, aan den berg Sinai, zeggende:
aan den berg Sinaï,
Te weten, uit de tent der samenkomst, die nu aan den berg opgericht was, Exo. 40, en uit welke God aan Mozes deze wetten heeft gegeven, Lev. 1:1, toen zij opgericht was bij den berg Sinaï. Vergelijk onder, Lev. 26:46, en Lev. 27:34.
Hertaald:aan den berg Sinaï,
Namelijk: uit de tent der samenkomst, die nu bij de berg was opgericht, Ex. 40, en van waaruit God deze wetten aan Mozes gegeven heeft, Lev. 1:1, toen zij bij de berg Sinaï was opgericht. Vergelijk hieronder, Lev. 26:46 en Lev. 27:34.
Leviticus 25 vers 2— Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer gij zult gekomen zijn in dat land, dat Ik u geve, dan zal dat land rusten, een sabbat den HEERE.
zal dat land
Anders, het land zal rusten, het zal een sabbat den HEERE zijn
Hertaald:zal dat land
Ook mogelijk: het land zal rusten, het zal een sabbat voor de HEERE zijn.
rusten,
Te weten, van bebouwd te worden.
Hertaald:rusten,
Namelijk: van bebouwd te worden.
sabbat
Het woord sabbat betekent rust en ophouding van enige werken. De uitwendige sabbat is in het Oude Testament geweest:<i>I.</i> van dagen, als van den zevenden dag en de vierdagen, Ex. 20:8, boven, Lev. 23:39, enz.;<i>II.</i> van maanden, als van de nieuwe maanden, boven, Lev. 23:24; Num. 28:11;<i>III.</i> van jaren, als hier en onder, Lev. 26:35, enz.
Hertaald:sabbat
Het woord sabbat betekent rust en het stopzetten van bepaalde werkzaamheden. De uiterlijke sabbat was in het Oude Testament: I. van dagen, zoals de zevende dag en de feestdagen, Ex. 20:8, hierboven, Lev. 23:39; II. van maanden, zoals de nieuwe manen, hierboven, Lev. 23:24; Num. 28:11; III. van jaren, zoals hier en hieronder, Lev. 26:35.
den HEERE
Dat is, naar zijn bevel en Hem ter ere.
Hertaald:den HEERE
Dat is: volgens Zijn gebod en tot Zijn eer.
Leviticus 25 vers 5— Wat van zelf van uw oogst zal gewassen zijn, zult gij niet inoogsten, en de druiven uwer afzondering zult gij niet afsnijden; het zal een jaar der ruste voor het land zijn.
afzondering
Anders, wat gij niet besneden hebt, of, waarvan gij u onthouden hebt. Versta, den wijngaard van iederen Israëliet, waarvan hij zich naar deze wet afzondere, om het bebouwen, het snoeien daarvan en het aflezen zijner druiven na te laten. Zo wordt hij ook genoemd onder, vs.11.
Hertaald:afzondering
Ook mogelijk: wat u niet gesnoeid hebt, of: waarvan u zich onthouden hebt. Versta: de wijngaard van elke Israëliet, waarvan hij zich volgens deze wet moest onthouden, door het bebouwen, het snoeien en het oogsten van de druiven na te laten. Zo wordt het ook genoemd in vers 11.
Leviticus 25 vers 6— En de inkomst van den sabbat des lands zal voor u tot spijze zijn, voor u, en voor uw knecht, en voor uw dienstmaagd, en voor uw dagloner, en voor uw bijwoner, die bij u als vreemdelingen verkeren;
inkomst van
Dat is, de vruchten, die in dat zevende jaar op het ongebouwde land vanzelf, door den zegen des Heeren voortkomen zullen, en door den eigenaar niet, als naar gewoonte, in de schuren en kelders moesten ingezameld zijn.
Hertaald:inkomst van
Dat is: de vruchten die in dat zevende jaar op het onbewerkte land vanzelf, door de zegen van de HEERE, zullen groeien, en die de eigenaar niet, zoals gewoonlijk, in schuren en kelders mocht opslaan.
Leviticus 25 vers 8— Gij zult u ook tellen zeven jaarweken, zevenmaal zeven jaren; zodat de dagen der zeven jaarweken u negen en veertig jaren zullen zijn.
zeven jaarweken, zevenmaal zeven jaren;
Hebreeuws, sabbatjaren. Het woord sabbat betekent hier een week, gelijk boven, Lev. 23:15; gelijk nu een week der dagen zeven dagen had, alzo had een week der jaren zeven jaren.
Hertaald:zeven jaarweken, zevenmaal zeven jaren;
Hebreeuws: sabbatjaren. Het woord sabbat betekent hier een week, zoals hierboven, Lev. 23:15; zoals een week van dagen zeven dagen telde, zo telde een week van jaren zeven jaren.
Leviticus 25 vers 9— Daarna zult gij in de zevende maand, op den tienden der maand, de bazuin des geklanks doen doorgaan; op den verzoendag zult gij de bazuin doen doorgaan in uw ganse land.
zevende maand,
Zie van deze maand boven, Lev. 23:24.
Hertaald:zevende maand,
Zie voor deze maand hierboven, Lev. 23:24.
doen doorgaan;
Dat is, doen omdragen door het gehele land, om overal geblazen te worden tot verkondiging van het jubeljaar.
Hertaald:doen doorgaan;
Dat is: laten omgaan door het hele land, om overal geblazen te worden ter aankondiging van het jubeljaar.
verzoendag
Zie boven, Lev. 23:27.
Hertaald:verzoendag
Zie hierboven, Lev. 23:27.
Leviticus 25 vers 10— En gij zult dat vijftigste jaar heiligen, en vrijheid uitroepen in het land, voor al zijn inwoners; het zal u een jubeljaar zijn; en gij zult wederkeren een ieder tot zijn bezittingen, en zult wederkeren een ieder tot zijn geslacht.
dat vijftigste jaar
Hebreeuws, het jaar van vijftig jaar
Hertaald:dat vijftigste jaar
Hebreeuws: het jaar van vijftig jaar.
heiligen,
Dat is, verkondigen dat het den Heere tot een bijzonder en heilig gebruik toegeëigend en afgezonderd is. Zie van het woord heiligen, in dezen zin genomen, boven, Lev. 8:10.
Hertaald:heiligen,
Dat is: bekendmaken dat het aan de HEERE toegewijd en voor bijzonder, heilig gebruik afgezonderd is. Zie voor het woord heiligen in deze betekenis hierboven, Lev. 8:10.
jubeljaar zijn;
Het Hebreeuwse woord Jobel betekent vooreerst een weer of ram, daarna een ramshoorn, en eindelijk het vijftigste jaar, hetwelk met een ramshoorn verkondigd werd, gelijk hier. In dit jaar werd de vrijheid voor de Israëlietische knechten en dienstmaagden uitgeroepen, en die hun erfgoederen door armoede verkocht hadden, kwamen weder in derzelver bezit. Het woord jaar wordt hier en in het volgende bijgevoegd uit vs.13.
Hertaald:jubeljaar zijn;
Het Hebreeuwse woord Jobel betekent eerst een ram, daarna een ramshoorn, en ten slotte het vijftigste jaar, dat met een ramshoorn werd aangekondigd, zoals hier. In dit jaar werd de vrijheid voor de Israëlietische knechten en dienstmaagden uitgeroepen, en wie hun erfgoed door armoede verkocht hadden, kwamen er weer in het bezit van. Het woord jaar wordt hier en hierna toegevoegd op basis van vers 13.
tot zijn geslacht
Dat is, tot zijne maagschap en vrienden, van wie hij zich afgezonderd had door zich aan vreemden te verkopen. Zie onder, vs.41. Lev. 25:11.
Hertaald:tot zijn geslacht
Dat is: tot zijn familie en verwanten, van wie hij zich had afgezonderd door zich aan vreemden te verkopen. Zie hieronder, vers 41, Lev. 25:11.
Leviticus 25 vers 11— Dit jubeljaar zal u het vijftigste jaar zijn; gij zult niet zaaien, noch inoogsten wat van zelf daarin zal gewassen zijn, noch ook de druiven der afzonderingen in hetzelve afsnijden.
hetzelve afsnijden
Versta, het vijftigste jaar. Zie boven, vs.5.
Hertaald:hetzelve afsnijden
Versta: het vijftigste jaar. Zie hierboven, vers 5.
Leviticus 25 vers 12— Want dat is het jubeljaar; het zal u heilig zijn; gij zult uit het veld de inkomst daarvan eten.
heilig zijn;
Hebreeuws, heiligheid
Hertaald:heilig zijn;
Hebreeuws: heiligheid.
de inkomst daarvan eten
Te weten, die vanzelf, zonder uw arbeid, zal gewassen zijn.
Hertaald:de inkomst daarvan eten
Namelijk: wat vanzelf, zonder uw arbeid, gegroeid zal zijn.
Leviticus 25 vers 14— Daarom, wanneer gij aan uw naaste wat veilbaars verkopen, of uit de hand uws naasten kopen zult, dat niemand de een den ander verdrukke.
de een den ander
Hebreeuws, een man zijnen broeder
Hertaald:de een den ander
Hebreeuws: een man zijn broeder.
Leviticus 25 vers 15— Naar het getal der jaren, van het jubeljaar af, zult gij van uw naaste kopen, en naar het getal van de jaren der inkomsten zal hij het aan u verkopen.
van de jaren der inkomsten
Dat is, waarin het veld of de akkers hunne inkomst voortbrengen. Want het land werd niet verkocht, maar alleen zijn inkomen voor zekere jaren, gelijk blijkt uit het volgende.
Hertaald:van de jaren der inkomsten
Dat is: waarin het veld of de akkers hun opbrengst voortbrengen. Want het land werd niet verkocht, maar alleen de opbrengst ervan voor een bepaald aantal jaren, zoals uit het vervolg blijkt.
Leviticus 25 vers 16— Naar de veelheid der jaren zult gij zijn koop vermeerderen, en naar de weinigheid der jaren zult gij zijn koop verminderen; want hij verkoopt aan u het getal der inkomsten.
zijn koop vermeerderen,
Versta, van het goed, dat te verkopen is, prijs of waarde.
Hertaald:zijn koop vermeerderen,
Versta: de prijs of waarde van het goed dat te koop is.
getal der inkomsten
Dat is, niet het eigendom des lands, maar het gebruik en de inkomsten daarvan, en dat voor een getal van jaren, dat met het jubeljaar moet eindigen. Want alsdan mocht de verkoper of eigenaar weder in zijn goed komen, en de koper er uit scheiden.
Hertaald:getal der inkomsten
Dat is: niet het eigendom van het land, maar het gebruik en de opbrengst ervan, en dat voor een aantal jaren dat met het jubeljaar moet eindigen. Want dan mocht de verkoper of eigenaar weer in het bezit van zijn goed komen, en moest de koper eruit vertrekken.
Leviticus 25 vers 21— Zo zal Ik Mijn zegen gebieden over u in het zesde jaar, dat het de inkomst voor drie jaren zal voortbrengen.
gebieden
Dat is, Ik zal mijn zegen geven en toezenden. Gods gebieden betekent zijn doen, volbrengen en uitvoeren, òf met dadelijke zegening, gelijk hier en Deut. 28:8, en Ps. 111:9, en Ps. 133:3; òf met dadelijke straf, gelijk Jes. 5:6; Am. 9:4; Nah. 1:14. Vergelijk Gen. 1:3.
Hertaald:gebieden
Dat is: Ik zal Mijn zegen geven en zenden. Gods gebieden betekent Zijn doen, volbrengen en uitvoeren, hetzij met daadwerkelijke zegening, zoals hier en Deut. 28:8, Ps. 111:9 en Ps. 133:3, hetzij met daadwerkelijke straf, zoals Jes. 5:6; Am. 9:4; Nah. 1:14. Vergelijk Gen. 1:3.
Leviticus 25 vers 22— Het achtste jaar nu zult gij zaaien, en zult van de oude inkomst eten, tot het negende jaar toe; totdat zijn inkomst ingekomen is, zult gij het oude eten.
zijn inkomst ingekomen is,
Te weten, van het achtste jaar.
Hertaald:zijn inkomst ingekomen is,
Namelijk: van het achtste jaar.
Leviticus 25 vers 23— Het land ook zal niet voor altoos verkocht worden; want het land is het Mijne, dewijl gij vreemdelingen en bijwoners bij Mij zijt.
voor altoos verkocht worden;
Hebreeuws, tot afsnijding; te weten, van het recht der lossing; zodat den verkoper ten enenmale zou afgesneden en ontnomen zijn het recht van zijn verkocht erf te mogen lossen, of in het jubeljaar wederom tot zijne bezitting te keren. Zie dezelfde manier van spreken onder, vs.30.
Hertaald:voor altoos verkocht worden;
Hebreeuws: tot afsnijding; namelijk van het recht van lossing; zodat de verkoper volledig het recht ontnomen werd om zijn verkochte erfgoed terug te kopen, of in het jubeljaar weer tot zijn bezit terug te keren. Zie dezelfde manier van spreken hieronder, vers 30.
Leviticus 25 vers 24— Daarom zult gij, in het ganse land uwer bezitting, lossing voor het land toelaten.
zult gij,
Dat is, gij zult het met deze conditie verkopen, dat het zal mogen gelost worden.
Hertaald:zult gij,
Dat is: u zult het onder deze voorwaarde verkopen, dat het teruggekocht mag worden.
toelaten
Hebreeuws, eigenlijk geven.
Hertaald:toelaten
Hebreeuws: eigenlijk geven.
Leviticus 25 vers 26— En wanneer iemand geen losser zal hebben, maar zijn hand bekomen en hij gevonden zal hebben, zoveel genoeg is tot zijn lossing;
maar zijn hand bekomen
Zie dergelijke manier van spreken, boven, Lev. 5:7.
Hertaald:maar zijn hand bekomen
Zie een vergelijkbare manier van spreken hierboven, Lev. 5:7.
zoveel genoeg is
Hebreeuws, naar de genoegzaamheid zijner lossing.
Hertaald:zoveel genoeg is
Hebreeuws: naar de toereikendheid van zijn lossing.
Leviticus 25 vers 27— Dan zal hij de jaren zijner verkoping rekenen, en het overschot zal hij den man, wien hij het verkocht had, weder uitkeren; en hij zal weder tot zijn bezitting komen.
jaren zijner verkoping rekenen,
Te weten, van toen de verkoping was geschied tot het jubeljaar daaraan volgende, rekenende de inkomst van zoveel jaren als er nog overig waren, en die betalende naar de waarde, gelijk de koop geschied was. Zie boven, vs.16.
Hertaald:jaren zijner verkoping rekenen,
Namelijk: vanaf het moment van de verkoop tot het daaropvolgende jubeljaar, waarbij de opbrengst van zoveel jaren als er nog over waren berekend werd, en die betaald werd naar de waarde waarvoor de koop gesloten was. Zie hierboven, vers 16.
Leviticus 25 vers 28— Maar indien zijn hand niet gevonden heeft, wat genoeg is, om aan hem weder uit te keren, zo zal zijn verkochte goed zijn in de hand van deszelfs koper tot het jubeljaar toe; maar in het jubeljaar zal het uitgaan, en hij zal tot zijn bezitting wederkeren.
zijn hand niet gevonden heeft,
Vergelijk dit met de aantekeningen op vs.30, en Richt. 9:33.
Hertaald:zijn hand niet gevonden heeft,
Vergelijk dit met de aantekeningen bij vers 30, en Richt. 9:33.
zal het uitgaan,
Dat is, het verkochte goed zal niet meer in de macht desgenen zijn, die dat gekocht had. Anders, hij, te weten, de koper zal uitgaan. Vergelijk onder, vs.30,31, in het volgende, hij, te weten, de verkoper.
Hertaald:zal het uitgaan,
Dat is: het verkochte goed zal niet langer in de macht blijven van degene die het gekocht had. Ook mogelijk: hij, namelijk de koper, zal weggaan. Vergelijk hieronder, vers 30, 31, waar hij verderop de verkoper betekent.
Leviticus 25 vers 29— Insgelijks, wanneer iemand een woonhuis in een bemuurde stad zal verkocht hebben, zo zal zijn lossing zijn, totdat het jaar zijner verkoping volkomen zal zijn; in een vol jaar zal zijn lossing wezen.
bemuurde stad zal verkocht hebben,
Hebreeuws, een stad des muurs
Hertaald:bemuurde stad zal verkocht hebben,
Hebreeuws: een stad van de muur.
vol jaar zal zijn lossing wezen
Hebreeuws, dagen. Alzo wordt dit woordje voor een volkomen jaar genomen, Ex. 13:10; 1 Sam. 1:3, en 1 Sam. 27:7. De zin is, dat het recht dezer lossing duurde een geheel en volkomen jaar nadat de verkoping geschied was.
Hertaald:vol jaar zal zijn lossing wezen
Hebreeuws: dagen. Zo wordt dit woordje ook gebruikt voor een volledig jaar in Ex. 13:10; 1 Sam. 1:3 en 1 Sam. 27:7. De betekenis is dat het recht van deze lossing een heel en volledig jaar duurde nadat de verkoop had plaatsgevonden.
Leviticus 25 vers 30— Maar is het, dat het niet gelost wordt, tegen dat hem het gehele jaar zal vervuld zijn, zo zal dat huis, hetwelk in die stad is, die een muur heeft, voor altoos blijven aan hem, die dat gekocht heeft, onder zijn geslachten; het zal in het jubeljaar niet uitgaan.
voor altoos blijven aan hem,
Hebreeuws, tot afsnijding; gelijk boven, vs.23. De zin is, dat het huis den koper alzo toebehoren en eigen worden moest, dat den verkoper alle recht van dat te mogen lossen afgesneden werd.
Hertaald:voor altoos blijven aan hem,
Hebreeuws: tot afsnijding; zoals hierboven, vers 23. De betekenis is dat het huis zo aan de koper zou toebehoren en zijn eigendom worden, dat de verkoper elk recht om het terug te kopen ontnomen werd.
het zal in het jubeljaar
Versta dit van het verkochte huis, hetwelk ook uit het vermogen des kopers in het jubeljaar niet mocht uitgaan, maar hem moest eigen blijven.
Hertaald:het zal in het jubeljaar
Versta dit van het verkochte huis, dat ook in het jubeljaar niet uit het bezit van de koper mocht gaan, maar hem eigen moest blijven.
Leviticus 25 vers 31— Doch de huizen der dorpen, die rondom geen muur hebben, zullen als het veld des lands gerekend worden; daarvoor zal lossing zijn, en zij zullen in het jubeljaar uitgaan.
daarvoor zal lossing zijn,
Te weten, voor de huizen der dorpen, gelijk van het veld verordineerd wordt, boven, vs.25,26. In het Hebreeuws staat dit in het getal van enen, ziende op elk dorpshuis. Anders, voor hem [den verkoper] zal lossing zijn en [de koper] zal er uitgaan in het jubeljaar.
Hertaald:daarvoor zal lossing zijn,
Namelijk: voor de huizen van de dorpen, zoals voor het veld bepaald is hierboven, vers 25, 26. In het Hebreeuws staat dit in het enkelvoud, met het oog op elk dorpshuis. Ook mogelijk: voor hem [de verkoper] zal er lossing zijn, en [de koper] zal eruit vertrekken in het jubeljaar.
Leviticus 25 vers 32— Aangaande de steden der Levieten, en de huizen der steden hunner bezitting; de Levieten zullen een eeuwige lossing hebben.
een eeuwige lossing hebben
Versta dit van den tijd der wet en der Joodse politie in het land Kanaän; alzo onder, vs.34. Zie Gen. 13:15.
Hertaald:een eeuwige lossing hebben
Versta dit voor de tijd van de wet en het Joodse bestuur in het land Kanaän; zo ook hieronder, vers 34. Zie Gen. 13:15.
Leviticus 25 vers 33— En als men onder de Levieten lossing zal gedaan hebben, zo zal de koop van het huis en van de stad zijner bezitting in het jubeljaar uitgaan; want de huizen van de steden der Levieten zijn hun bezitting in het midden van de kinderen Israels.
onder de Levieten
Anders, als men van de Levieten enig huis zal gekocht hebben, enz. Of, maar die lost, [hetzij] van de Levieten, of, de [koper] zal van het verkochte huis, enz.
Hertaald:onder de Levieten
Ook mogelijk: als men van de Levieten een huis gekocht zal hebben. Of: maar wie het loskoopt, hetzij van de Levieten, of: de koper zal van het verkochte huis.
van het huis
Namelijk, dat van den verkoper zal gelost worden.
Hertaald:van het huis
Namelijk: dat door de verkoper gelost zal worden.
van de stad zijner bezitting
Versta, tot welke het huis behoorde of waaronder het sorteerde.
Hertaald:van de stad zijner bezitting
Versta: waartoe het huis behoorde of waaronder het viel.
Leviticus 25 vers 34— Doch het veld van de voorstad hunner steden zal niet verkocht worden; want het is een eeuwige bezitting voor hen.
voorstad hunner steden
Dat is, dat onder de stad gelegen is.
Hertaald:voorstad hunner steden
Dat is: wat onder de stad ligt.
een eeuwige bezitting voor hen
Als boven, vs.32.
Hertaald:een eeuwige bezitting voor hen
Zoals hierboven, vers 32.
Leviticus 25 vers 35— En als uw broeder zal verarmd zijn, en zijn hand bij u wankelen zal, zo zult gij hem vasthouden, zelfs een vreemdeling en bijwoner, opdat hij bij u leve.
bij u wankelen zal,
Dat is, zijn vermogen en middelen zullen afgaande zijn. Anders, zijn bevende hand tot u uitstrekken zal, om hulp in zijne armoede en ellende bij u te verkrijgen.
Hertaald:bij u wankelen zal,
Dat is: zijn vermogen en middelen zullen achteruitgaan. Ook mogelijk: zijn bevende hand naar u zal uitstrekken, om hulp te zoeken in zijn armoede en ellende.
vasthouden,
Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk aangrijpen en vatten om vast te houden. Versta hierdoor allerlei onderstand en weldadigheid, waardoor men den armen tehulp komt. Vergelijk Ezech. 16:49.
Hertaald:vasthouden,
Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk vastgrijpen en vasthouden. Versta hieronder allerlei bijstand en weldadigheid, waarmee men de arme te hulp komt. Vergelijk Ezech. 16:49.
vreemdeling en bijwoner,
Men kan hier verstaan dezulken, die Jodengenoten geworden waren en de Israëlietische religie aangenomen hadden. Want aan andere vreemdelingen mochten zij op woeker lenen, Deut. 23:20, hetwelk God verboden had te doen aan den gelovigen vreemdeling; Ex. 22:25; Deut. 23:19.
Hertaald:vreemdeling en bijwoner,
Men kan hier denken aan degenen die Jodengenoten geworden waren en de Israëlietische religie hadden aangenomen. Want aan andere vreemdelingen mochten zij wel op rente lenen, Deut. 23:20, wat God verboden had te doen aan de gelovige vreemdeling; Ex. 22:25; Deut. 23:19.
Leviticus 25 vers 36— Gij zult geen woeker noch overwinst van hem nemen; maar gij zult vrezen voor uw God, opdat uw broeder bij u leve.
woeker
Het Hebreeuwse woord betekent een bijting of doorknaging; omdat door den woeker de middelen der mensen verslonden worden.
Hertaald:woeker
Het Hebreeuwse woord betekent een bijten of doorknagen; omdat door woeker de middelen van mensen verslonden worden.
overwinst van hem nemen;
Het Hebreeuwse woord is zoveel als vermenigvuldiging of overmatige vergroting, gelijk is woeker van woeker, gewin van gewin, en overschatting buiten reden en maat nemen. Sommigen nemen het eerste woord voor den woeker, die met geld geschiedt, het andere voor het overgewin, dat verkregen wordt met waar, spijs, kleding, enz.
Hertaald:overwinst van hem nemen;
Het Hebreeuwse woord betekent zoveel als vermenigvuldiging of overmatige vergroting, zoals woeker op woeker, winst op winst, en het buitensporig te veel vragen. Sommigen nemen het eerste woord voor de rente die met geld gebeurt, het andere voor de overwinst die verkregen wordt met goederen, voedsel, kleding, enzovoort.
Leviticus 25 vers 38— Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit Egypteland gevoerd heb, om u het land Kanaan te geven, opdat Ik u tot een God zij.
opdat Ik u tot een God zij
Zie Gen. 17:7.
Hertaald:opdat Ik u tot een God zij
Zie Gen. 17:7.
Leviticus 25 vers 39— Desgelijks, wanneer uw broeder bij u zal verarmd zijn, en zich aan u verkocht zal hebben, gij zult hem niet doen dienen den dienst van een slaaf;
verkocht zal hebben,
Of, aan u verkocht zal worden
Hertaald:verkocht zal hebben,
Of: aan u verkocht zal worden.
gij zult hem niet doen dienen
Of, gij zult hem geen dienst afeischen, naar slaafse dienstbaarheid, of, gij zult [u] door hem niet laten dienen, of door hem niet gediend zijn met den dienst van een slaaf of lijfeigene; dat is, gij zult zijn dienst niet gebruiken met zulke hardheid, die men de slaven placht op te leggen. Hebreeuws, gij zult niet dienen in hem den dienst eens knechts. Zie dezelfde manier van spreken onder, vs.46; Ex. 1:14; Jer. 25:14, en Jer. 30:8, en Jer. 34:9-10.
Hertaald:gij zult hem niet doen dienen
Of: u zult van hem geen dienst eisen, zoals slaafse dienstbaarheid, of: u zult zich niet door hem laten dienen, of niet door hem gediend worden met de dienst van een slaaf of lijfeigene; dat is: u zult zijn dienst niet gebruiken met zulke hardheid als men de slaven placht op te leggen. Hebreeuws: u zult in hem niet de dienst van een knecht dienen. Zie dezelfde manier van spreken hieronder, vers 46; Ex. 1:14; Jer. 25:14 en Jer. 30:8, Jer. 34:9-10.
Leviticus 25 vers 41— Dan zal hij van u uitgaan, hij en zijn kinderen met hem, en hij zal tot zijn geslacht wederkeren, en tot de bezitting zijner vaderen wederkeren.
geslacht wederkeren,
Zie boven, vs.10.
Hertaald:geslacht wederkeren,
Zie hierboven, vers 10.
Leviticus 25 vers 42— Want zij zijn Mijn dienstknechten, die Ik uit Egypteland uitgevoerd heb; zij zullen niet verkocht worden, gelijk men een slaaf verkoopt.
dienstknechten,
Die Ik uit alle volken verkoren heb tot mijn eigendom, om Mij alhier te dienen, en hierna eeuwiglijk met Mij te leven. Alzo onder, vs.55.
Hertaald:dienstknechten,
Die Ik uit alle volken heb uitverkoren als Mijn eigendom, om Mij hier te dienen, en hierna eeuwig met Mij te leven. Zo ook hieronder, vers 55.
gelijk men een slaaf verkoopt
Hebreeuws, door, of naar de verkoping van een slaaf; dat is, om als slaven behandeld te worden, en eeuwiglijk te dienen.
Hertaald:gelijk men een slaaf verkoopt
Hebreeuws: door, of naar de verkoop van een slaaf; dat is: om als slaven behandeld te worden en voor altijd te dienen.
Leviticus 25 vers 45— Gij zult ze ook kopen van de kinderen der bijwoners, die bij u als vreemdelingen verkeren, uit hen en uit hun geslachten, die bij u zullen zijn, die zij in uw land zullen gewonnen hebben; en zij zullen u tot een bezitting zijn.
bezitting zijn
Te weten, om die als slaven, die in het jubeljaar niet konden gelost worden, altijd te gebruiken.
Hertaald:bezitting zijn
Namelijk: om hen, als slaven die in het jubeljaar niet konden worden losgekocht, voor altijd te gebruiken.
Leviticus 25 vers 46— En gij zult u tot bezitters over hen stellen voor uw kinderen na u, opdat zij de bezitting erven; gij zult hen in eeuwigheid doen dienen; maar over uw broeders, de kinderen Israels, een iegelijk over zijn broeder, gij zult over hem geen heerschappij hebben met wreedheid.
dienen;
Te weten, als slaven en lijfeigenen, gelijk boven, vs.39.
Hertaald:dienen;
Namelijk: als slaven en lijfeigenen, zoals hierboven, vers 39.
Leviticus 25 vers 47— En wanneer de hand eens vreemdelings en bijwoners, die bij u is, wat bekomen zal hebben, en uw broeder, die bij hem is, verarmd zal zijn, dat hij zich aan den vreemdeling, den bijwoner, die bij u is, of aan den stam van het geslacht des vreemdelings zal verkocht hebben;
bekomen zal hebben,
Dat is, enige middelen of rijkdom verkregen zal hebben; alzo onder, vs.49.
Hertaald:bekomen zal hebben,
Dat is: enige middelen of rijkdom verkregen zal hebben; zo ook hieronder, vers 49.
aan den stam
Dat is, aan den ingeborene en ingezetene, welke, ofschoon hij van uitlandse ouders afkomstig is, nochtans in uw land geboren en daarin door langdurige inwoning ingeworteld is.
Hertaald:aan den stam
Dat is: aan de ingezetene, die, hoewel afkomstig van buitenlandse ouders, toch in uw land geboren is en daar door langdurig verblijf geworteld is.
Leviticus 25 vers 50— En hij zal met zijn koper rekenen van dat jaar af, dat hij zich aan hem verkocht heeft tot het jubeljaar toe; alzo dat het geld zijner verkoping zal zijn naar het getal van de jaren, naar de dagen eens dagloners zal het met hem zijn.
van de jaren,
Te weten, dat hij zijn heer gediend zal hebben, om zoveel van het geld der lossing af te trekken als zijn heer in dien tijd een dagloner had moeten geven.
Hertaald:van de jaren,
Namelijk: dat hij zijn heer gediend heeft, om zoveel van het loskoopgeld af te trekken als zijn heer in die tijd een dagloner had moeten betalen.
zal het met hem zijn
Dat is, zal men met hem handelen.
Hertaald:zal het met hem zijn
Dat is: zal men met hem handelen.
Leviticus 25 vers 51— Indien nog vele van die jaren zijn, naar die zal hij tot zijn lossing van het geld, waarover hij gekocht is, wedergeven.
jaren zijn,
Te weten, die het jubeljaar voorafgaan, in hetwelk de knechten moesten losgelaten worden. Vergelijk vs.52.
Hertaald:jaren zijn,
Namelijk: die aan het jubeljaar voorafgaan, waarin de knechten moesten worden vrijgelaten. Vergelijk vers 52.
naar die
Dat is, naar dat er nog vele jaren overig zijn voor het jubeljaar, dat hij zijnen heer van het geld, waarvoor hij verkocht was, wedergeve.
Hertaald:naar die
Dat is: naar de mate waarin er nog veel jaren over zijn tot het jubeljaar, zal hij aan zijn heer het geld waarvoor hij verkocht was, teruggeven.
het geld,
Hebreeuws, het geld zijner koping.
Hertaald:het geld,
Hebreeuws: het geld van zijn koop.
Leviticus 25 vers 53— Als een dagloner zal hij van jaar tot jaar bij hem zijn; men zal over hem geen heerschappij hebben met wreedheid voor uw ogen.
jaar tot jaar bij hem zijn;
Dat is, die niet nu en dan eens, maar een vol jaar of meer voor loon gearbeid heeft.
Hertaald:jaar tot jaar bij hem zijn;
Dat is: die niet af en toe, maar een heel jaar of langer voor loon gewerkt heeft.
voor uw ogen
Dat is, waarop gij het aanschouwt en door de vingers ziet.
Hertaald:voor uw ogen
Dat is: waarop u toeziet en het door de vingers ziet.
Leviticus 25 vers 54— En is het, dat hij hierdoor niet gelost wordt, zo zal hij in het jubeljaar uitgaan, hij en zijn kinderen met hem.
hierdoor niet gelost wordt,
Dat is door de voorverhaalde personen of middelen. Anders, in deze, te weten, jaren.
Hertaald:hierdoor niet gelost wordt,
Dat is: door de eerder genoemde personen of middelen. Ook mogelijk: in deze, namelijk jaren.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Horeb/Sinaï — zie voor naam, ligging en de volledige geschiedenis het artikel bij Exodus 3, waar de berg voor het eerst in de Schrift genoemd wordt
Ligging: Gelegen op het Sinaïtisch schiereiland; zie het artikel bij Exodus 3 voor de bespreking van de mogelijke locaties.
Geschiedenis: Heel het boek Leviticus speelt zich af terwijl Israël nog bij de berg Sinaï gelegerd is. Uitdrukkelijk vermeld als de plaats waar de HEERE Mozes de wet des schuldoffers gebood (Lev. 7:38), en later herhaald als de plaats van herkomst van de wetten omtrent de sabbatsjaren, de zegeningen en vervloekingen, en de geloften (Lev. 25:1; 26:46; 27:34) — waarmee het boek zelf drie keer uitdrukkelijk terugwijst naar de berg waar het gegeven werd.
Bijbelse betekenis: Onderstreept dat heel de offerwetgeving en de heiligheidswetten van Leviticus niet los staan van de verbondssluiting bij de Sinaï, maar er een rechtstreekse uitwerking van zijn: de HEERE, Die Zich daar aan Israël verbond, leert Zijn volk hier hoe het Hem, ondanks de zonde, toch naderen mag.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Jubeljaar — Hebreeuws: joveel, waarschijnlijk "ramshoorn" — naar de bazuin waarmee het jaar werd uitgeroepen
Na zeven sabbatsjaren, dus zeven maal zeven jaren, moest op de Grote Verzoendag van het vijftigste jaar de bazuin door het hele land klinken en vrijheid uitgeroepen worden voor alle inwoners (Lev. 25:8-13). In dat jaar werd niet gezaaid noch geoogst; verkochte grond keerde terug tot het oorspronkelijke geslacht en wie zich uit armoede verkocht had, ging vrij uit (Lev. 25:23-28,39-41). De grondregel eronder staat in Lev. 25:23: "het land is het Mijne, dewijl gij vreemdelingen en bijwoners bij Mij zijt." Het jubeljaar sloot aan bij het sabbatsjaar, waarin het land elk zevende jaar rustte (Lev. 25:1-7).
Bijbelse betekenis: Het jubeljaar zette een grens aan blijvende armoede en blijvend grondbezit tegelijk: geen schuld kon een geslacht voorgoed onterven, en geen koper kon zich definitief meester maken van wat God aan een ander had toebedeeld. Veelzeggend is dat de vrijheid werd uitgeroepen op de Verzoendag — pas nadat verzoening gedaan was, klonk de bazuin.
Typologie: Jesaja gebruikt de taal van dit jaar voor het werk van de Gezalfde: uitroeping van vrijheid voor de gevangenen en "het jaar van het welbehagen des HEEREN" (Jes. 61:1-2). Christus las juist die woorden voor in de synagoge te Nazareth en zei: "Heden is deze Schrift in uw oren vervuld" (Luk. 4:18-21). De vrijmaking die Hij brengt is niet tijdelijk maar blijvend: "Indien dan de Zoon u zal vrijgemaakt hebben, zo zult gij waarlijk vrij zijn" (Joh. 8:36).
Losser — Hebreeuws: go'eel, van ga'al, "lossen, terugkopen, als naaste bloedverwant opeisen"
De losser was de naaste bloedverwant op wie de plicht rustte de belangen van een verarmd of gestorven familielid waar te nemen. Hij kocht het verkochte erfdeel terug (Lev. 25:25-28) en loste zijn broeder die zich aan een vreemdeling verkocht had (Lev. 25:47-49). Ook handhaafde hij als bloedwreker namens de nabestaanden het recht van de gedode (Num. 35:19). Er waren drie voorwaarden: hij moest werkelijk bloedverwant zijn, de losprijs kunnen opbrengen, en bereid zijn het te doen. Het boek Ruth toont de instelling in werking, waar Boaz doet wat de nadere losser weigert (Ruth 3:12-13; 4:1-10).
Bijbelse betekenis: De lossing was geen liefdadigheid maar een recht dat op de familie rustte: verlossing kwam van binnenuit de eigen kring, door iemand die deel had aan hetzelfde bloed. Daarom werd het woord ook rechtstreeks van God gebruikt, Die Israël verloste uit Egypte en Zich hun Losser noemde (Ex. 6:5; Jes. 41:14; 43:1).
Typologie: Job belijdt reeds: "ik weet, mijn Verlosser leeft" (Job 19:25). Het Nieuwe Testament vult de drie voorwaarden in. Christus is bloedverwant geworden, want omdat de kinderen des vleses en bloeds deelachtig zijn, is Hij dat ook geworden (Hebr. 2:14-17). Hij kon de prijs betalen, want wij zijn gekocht met Zijn dierbaar bloed en niet met vergankelijke dingen (1 Petr. 1:18-19). En Hij was gewillig, want Hij gaf Zijn ziel tot een rantsoen voor velen (Mark. 10:45). Zoals Boaz een bepaalde persoon loste en niet allen in Bethlehem, zo is de losprijs hier voor het Zijne bepaald: Hij koopt "uit alle geslacht en taal en volk en natie" hen die Hem gegeven zijn (Op. 5:9; Joh. 10:15).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenambt
De losser en het jubeljaar — 25:8-13, 25-28
Wetten voor een land waar Israël nog geen voet heeft gezet. God regelt vooruit wat er moet gebeuren als iemand alles kwijtraakt — want dat zal gebeuren, en Hij weet het.
Wie verarmd is en zijn erfdeel heeft moeten verkopen, kan het terugkrijgen door een bloedverwant die lost; en om de vijftig jaar keert iedereen terug tot zijn bezit.
Wanneer uw broeder zal verarmd zijn — zo begint het, en iedereen die het las wist dat het over hemzelf kon gaan. Dan mag zijn losser komen, en de tekst zegt erbij wie dat is: die hem nabestaande is. Daar zitten drie eisen in verpakt die de rest van de Schrift zal uitwerken. Hij moet familie zijn, anders heeft hij het recht niet. Hij moet het kunnen betalen. En hij moet het willen — niemand kan hem dwingen.
Het boek Ruth is één lange geschiedenis over die drie eisen. Er is een losser die dichterbij staat dan Boaz, maar zodra hij hoort wat het hem kosten gaat, trekt hij zijn schoen uit en laat het erbij. Boaz wil wel. Job, in zijn diepste ellende, roept het uit over God zelf: ik weet, mijn Verlosser leeft.
En dan is er nog het jubeljaar. Om de vijftig jaar klinkt de bazuin en wordt er vrijheid uitgeroepen in het land. Schulden vervallen, slaven gaan naar huis, akkers keren terug naar de familie die ze ooit verloor. Wie in het achtenveertigste jaar alles kwijt was, wist: het duurt niet lang meer. Toen Jezus in de synagoge van Nazareth de rol van Jesaja opendeed, las Hij over het uitroepen van het aangename jaar des HEEREN, rolde de boekrol dicht en zei dat het die dag vervuld was.
Leviticus 25:25 — De losser moet bloedverwant zijn en het kunnen betalen.
Leviticus 25:10 — Om de vijftig jaar wordt vrijheid uitgeroepen in het land.
Ruth 4:9 — Boaz lost het erfdeel en de weduwe; de nadere losser wil niet.
Job 19:25 — Ik weet, mijn Verlosser leeft.
Lukas 4:18 — Christus leest van het aangename jaar des HEEREN en zegt: heden vervuld.
In het Nieuwe Testament: Lukas 4:18-21; Hebreeën 2:14-15; Efeze 1:7; Titus 2:14
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Leviticus 25:1-2.Kruisverwijzingen2 Kronieken 36:21→Exodus 23:10→Leviticus 26:34→Galaten 4:24→Exodus 19:1→Numeri 10:11→Numeri 1:1→Psalmen 24:1→ — Verder sprak de HEERE tot Mozes, aan den berg Sinai, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer gij zult gekomen zijn in dat land, dat Ik u geve, dan zal dat land rusten, een sabbat den HEERE. Voor de Joden was er veel rust bereid. Hadden zij geloof genoeg gehad om de geboden van God te gehoorzamen, dan zouden zij het meest begunstigde volk kunnen zijn geweest; maar zij waren geen geestelijk volk, en de Heere heeft vaak hun ongehoorzaamheid moeten beklagen, zoals in de woorden die door Jesaja opgetekend zijn: “Och, dat gij naar Mijn geboden geluisterd hadt! zo zou uw vrede geweest zijn als een rivier, en uw gerechtigheid als de golven der zee” (Jes. 48:18).
Leviticus 25:3-4.Kruisverwijzingen2 Kronieken 36:21→Leviticus 25:20→Exodus 23:10→Leviticus 26:34→Leviticus 26:43→ — Zes jaren zult gij uw akker bezaaien, en zes jaren uw wijngaard besnijden, en de inkomst daarvan inzamelen. Doch in het zevende jaar zal voor het land een sabbat der rust zijn, een sabbat den HEERE; uw akker zult gij niet bezaaien en uw wijngaard niet besnijden. Denk eens aan een sabbat van een jaar lang, waarin niets anders te doen was dan God te dienen en zo te rusten!
Leviticus 25:4-5.Kruisverwijzingen2 Kronieken 36:21→Leviticus 25:20→Jesaja 37:30→2 Koningen 19:29→Exodus 23:10→Leviticus 26:34→Leviticus 26:43→ — Doch in het zevende jaar zal voor het land een sabbat der rust zijn, een sabbat den HEERE; uw akker zult gij niet bezaaien en uw wijngaard niet besnijden. Wat van zelf van uw oogst zal gewassen zijn, zult gij niet inoogsten, en de druiven uwer afzondering zult gij niet afsnijden; het zal een jaar der ruste voor het land zijn. Een tijd van rust in een land van rust; heel het land moest rust hebben, en toch vruchtbaarheid hebben in die rust: de rust van een hof, niet de rust van een taak. Zo is het vaak met het volk van God: wanneer zij het meest rusten, werken zij het best; en terwijl zij rusten, dragen zij vrucht voor God.
Leviticus 25:6-7.KruisverwijzingenHandelingen 4:34→Handelingen 2:44→Leviticus 25:20→Handelingen 4:32→Exodus 23:11→ — En de inkomst van den sabbat des lands zal voor u tot spijze zijn, voor u, en voor uw knecht, en voor uw dienstmaagd, en voor uw dagloner, en voor uw bijwoner, die bij u als vreemdelingen verkeren; Mitsgaders voor het vee, en voor het gedierte, dat in uw land is, zal al de inkomst daarvan tot spijze zijn. Er mocht van de opbrengst die dat jaar van zichzelf opkwam geen persoonlijk eigendom zijn. Zij was vrij voor ieder; zelfs vrij voor het vee, dat mocht gaan en eten wat het wilde en waar het wilde.
Leviticus 25:17-21.KruisverwijzingenDeuteronomium 28:8→Leviticus 19:14→Leviticus 19:32→Deuteronomium 12:10→Jeremia 23:6→Leviticus 25:43→Exodus 20:20→Spreuken 1:33→ — Dat dan niemand zijn naaste verdrukke; maar vreest voor uw God; want Ik ben de HEERE, uw God! En doet Mijn inzettingen, en houdt Mijn rechten, en doet dezelve; zo zult gij zeker wonen in het land. En het land zal zijn vrucht geven, en gij zult eten tot verzadiging toe; en gij zult zeker daarin wonen. En als gij zoudt zeggen: Wat zullen wij eten in het zevende jaar? Ziet, wij zullen niet zaaien, en onze inkomst niet inzamelen; Zo zal Ik Mijn zegen gebieden over u in het zesde jaar, dat het de inkomst voor drie jaren zal voortbrengen. Niet enkel voor het ene jaar van rust, maar vrucht voor dríe jaren.
Leviticus 25:22.Kruisverwijzingen2 Koningen 19:29→Leviticus 26:10→Jozua 5:11→Jesaja 37:30→ — Het achtste jaar nu zult gij zaaien, en zult van de oude inkomst eten, tot het negende jaar toe; totdat zijn inkomst ingekomen is, zult gij het oude eten. Zij zouden genoeg hebben voor het jaar van rust, en voor het volgende jaar waarin de oogst opgroeide, en dan nog iets overhouden voor het negende jaar. Zoveel konden zij nauwelijks nodig hebben; maar God zou hen meer geven dan zij werkelijk behoefden, overvloediger dan zij baden of zelfs dachten.
Dat sabbatsjaar had nog andere zegeningen die eraan verbonden waren. Laten wij daarover lezen in het boek Deuteronomium, het vijftiende hoofdstuk.
Na het gebeurde met de godslasteraar gaat de Heere verder voort met de voorstelling van de voor Israël vastgestelde heilige tijden daar zowel Sabbat- als Jubeljaar nog een nadere verklaring nodig heeft; want over het Sabbatjaar was slechts terloops (Exodus. 28:10 vv.), over het Jubeljaar nog in het geheel niet gesproken. Dit deel van de wetgeving wordt weer, zoals het eerste (Exodus. 20:21-31:18; Exodus 34:10,28) van de berg Sinaï afgekondigd en ook de daarmee verbonden bedreiging en belofte in hoofdstuk 26, waarmee de eigenlijke wet haar eindpunt bereikt en nu nog maar ophelderingen, uitwijdingen en herhalingen in het afzonderlijke, al naar gelang dit nodig is in het verdere verhaal worden tussengevoegd
1. Verder sprak de HEERE tot Mozes en wel op de berg Sinaï, 1) zeggende:
1) Het gebod, omtrent het Sabbat- en het Jubeljaar, vormt het slot van de wetten, die Jehova op de berg Sinaï aan Mozes gegeven heeft. Dit leert de mededeling in het opschrift (vs.1) 25.1, dat, op Exodus. 34:32 terugslaande, de gehele som van de wetten, welke Mozes op de berg van God ontvangen en het volk voor en na geopenbaard heeft, tot innerlijke eenheid verbindt.
2. Spreek tot de kinderen van Israël en zeg tot hen: wanneer gij zult gekomen zijn in dat land, dat Ik u geef, dan zal de bodem van dat land rusten een Sabbat voor de HEERE; 1) evenzo een de Heere gewijde rust hebben, zoals gij zelf met uw vee op de zevende dag.
1) Door de instelling van het Sabbatjaar werd: 1. gezorgd voor de vruchtbaarheid van het land, door het elke zeven jaar te laten rusten, zonder het te beploegen of te bezaaien. 2. Een vermaning gegeven naar de gedachte van de Joden, en naar die van Paulus Fagius, dat de rijken aan de behoefte van de armen zouden gedenken, door gade te slaan, dat, zoals zij zelf in dat zevende jaar enigszins bekrompener leefden, dan in de andere zes, de armeren zich altoos in zo’n bekrompen, zorgelijke staat bevinden, omdat zij nooit zaaien noch maaien. 3. Afgeschaduwd de Sabbat van vergeving en vrijheid, die onder het Nieuwe Testament te verwachten waren, volgens het zeggen van Procopius; en 4. Een schaduwbeeld gegeven van de eeuwige Sabbat.
Elk zevende jaar had de naam van Sabbatjaar, opdat in dat jaar de aarde rustte en niet bebouwd werd. Het werd ook het jaar van de verlating genoemd, omdat in dat jaar de schuldenaars de schulden werden kwijtgescholden, en de dienenden, zo ze wilden, van hun dienst werden ontslagen. De reden van het vieren van dit feest waren verscheiden: Allereerst de staatkundige of burgerlijke, omdat God beloofd had, dat er geen bedelaar onder Israël zou zijn, zodat voor de armen hierin op deze wijze was zorg gedragen. Ten tweede, de zedelijke, want God wilde hiermee leren, de barmhartigheid jegens hun arme medebroeder en de gedachten van de Israëlieten van de gierigheid en hebzucht afhouden en hen de dankbaarheid jegens God, de Gever van alle goederen, inboezemen. Ten derde, de geestelijke, want het verbeelde het jaar van de genade, volgens de voorzegging van Jesaja (hoofdstuk 61:1,2). Dat is, de tijden van het Nieuwe Verbond vol van genade, die eeuwige Sabbat de rust van de werkelijke dienst van het Oude Verbond en van de vloek van de wet en volkomen vergeving.
Een Sabbat voor de Heere, d.i.een Sabbat ter ere van God. Vóór het Loofhuttenfeest van ieder 7de jaar moest dan ook de wet van het Verbond het volk worden voorgelezen. De wekelijkse Sabbat en de Jaarsabbat staan met elkaar in zeer nauw verband. Zoals de Sabbat volgt op zes dagen van arbeid, zo volgt op zes jaren van arbeid een jaar van rust voor mens en vee en land. Bovendien is de wekelijkse Sabbat een dag, door de Heere gewijd en geheiligd, zo ook de Jaarsabbat.
3. Zes jaar achtereen zult gij uw akker bezaaien, en zes jaar lang uw wijngaard, uw wijn- en olijfbergen (Leviticus. 19:10) met het snoeimes tot vruchtdragen besnijden Jesaja 5:6 Joh.15:12) en de inkomst daarvan inzamelen.
4. Doch in het zevende jaar zal voor het land een Sabbat van rust zijn, waarover (vs.2) gesproken is, een Sabbat voor de HEERE, namelijk een rusttijd, een braakliggen, uw akker zult gij niet bezaaien en uw wijngaard niet besnijden.
5. Wat op het land vanzelf van uw oogst, van de korrels, bij de oogst van het zesde jaar op het land gevallen en ontkiemd, zal gegroeid zijn, zult gij in het zevende jaar niet inoogsten, en de druiven van uw afzondering, gegroeid zonder dat de wijngaard besnoeid is, zult gij niet afsnijden; het zal een jaar van rust voor het land zijn, en die rust zult gij niet verstoren.
6. En de inkomst van de Sabbat van het land zal voor u tot spijze zijn, 1) wat het land gedurende die rust vanzelf opbrengt zult gij voor u zelf houden, voor u, de bezitter, en ook voor uw knecht, en voor uw dienstmaagd, en voor uwdagloners en voor uw bijwoner, die bij u als vreemdelingen verkeren, als ook voor de arme onder uw volk (Exodus. 23:11).
1) De bedoeling in verband met vs.5 is duidelijk. Wat op de landen als vanzelf opkwam, mocht niet ingeoogst worden, dat is, gemaaid en daarna in de schuren verzameld, maar was algemeen goed. Een ieder, die behoefte had, mocht er zoveel van nemen, als hij op dat ogenblik nodig had. De arme had er even veel recht op als de rijke, de niet-bezitter als de bezitter. Exodus. 23:11 is hiermee niet in strijd, omdat hier niet wordt ontkend, dat ook de arme, of wil men, dat de arme er gebruik van mocht maken.
7. Bovendien voor uw fok- en huisvee, en voor het gedierte, het wild, dat in uw land is, zal al de inkomst, die vanzelf groeit, daarvan tot spijze zijn, niet ingezameld, maar als gemeenschappelijk goed voor allen, mensen en dieren, buitengelaten worden, dat een ieder daarvan neemt en eet wat hij juist nodig heeft.
In Exodus. 23:10 vv., waar reeds het sabbatjaar vermeld werd, was hoofdzakelijk de zorg voor de armen bedoeld en werd die instelling van de sabbat in dit licht beschouwd; maar hier wordt deze instelling nog meer bepaald als een goddelijke beschouwd, als een de Heere gewijde feestviering van het gehele land, en aan de Hoofdstuk 23 vermelde rust- en feesttijden van het volk van God toegevoegd. Het sabbatjaar sluit zich toch zeer nauw aan de gewone wekelijkse sabbat (23:3) aan, het is daarvan de ontwikkeling. Zoals toch de wekelijkse sabbat op de zes werkdagen volgt en voor de mens en vee een dag van rust en verkwikking is, zo lost het sabbatjaar de zes jaren van regelmatige veld- en landbouw af en laat de vruchtbare grond een jaar lang vieren, terwijl deze dit jaar aan zijn eigen onmiddellijke groeikracht overgelaten wordt en van alle ingrijpende werkzaamheid van de mensen verschoond blijft. Het is een dwaling naar allerlei redenen te zoeken, om het nut van deze maatregel op te sporen (bv. vermeerdering van de vruchtbaarheid van de grond door gedurig terugkerend braakliggen; vermeerdering van handel en vriendschappelijk verkeer met andere volkeren, door verhindering van een meer dan tot de eigen dringende behoefte toereikende opbrengst; bevordering van de jacht door toereikend voedsel voor het wild en bemesting van de grond, door het vrij daarop rondlopend vee).
Het is de Heere, die het Sabbatjaar verordent, en wat Hij verordent, heeft vanzelf ook voor het tijdelijke leven zijn goede uitkomsten; maar het eigenlijke doel is op de grondvesting van Zijn rijk, op de verwerkelijking van geestelijke waarheden en de verwezenlijking van hemelse plannen gericht. En dan is het ook niet onmogelijk om Gods gedachten en raadsbesluiten te verstaan, men moet ze maar niet met opzet willen miskennen, daar zij toch door de woorden: “In het zevende jaar zal voor het land een Sabbat van rust zijn, een Sabbat voor de Heere” duidelijk genoeg zijn aangewezen. De akker geeft jaarlijks zijn vrucht als een schuld, welke hij aan de mens voldoet en waarop deze als een loon voor al zijn moeite rekenen mag. Maar daarbij zal Israël als volk van God toch niet vergeten dat de aarde, ofschoon voor de mens geschapen, nochthans niet daartoe is, opdat de mens haar als zijn eigendom aanzie en nu met haar vermogen om vrucht te dragen in de dienst van zelfzucht tot in het uiterste woekere; veeleer zal Israël de aarde als de Heere heilig erkennen, en ook als geroepen om aan zijn zalige rust deel te hebben. Terwijl het land in het zevende jaar droeg wat het vanzelf voortbracht, werd het daarmee zijn Schepper en Heere gedurende de door Hem bepaalde tijd weer tot vrije beschikking en besturing overgegeven en voor verder menselijk gebruik opnieuw geheiligd. Terwijl nu de dwingende werkende mensenhand voor die tijd van de grond afliet, genoot deze zinnebeeldig de rust, waarin hij zich voor de zonde na volbrachte schepping verblijd had (Genesis 2:2,3) en vierde zinnebeeldig dezelfde Sabbat, welke in de toekomst, wanneer alles weer zal zijn opgericht, ook het beleid is (Hebr.4:9). Wat het werkelijke leven aangaat, had zulk een volkomen rust van de grond niet de minste moeilijkheid; nog heden ten dage zaait in Palestina een groot deel van het koren zich vanzelf in een overvloed, die veel meer is dan de bestaande behoefte eist en in vele streken planten de graangewassen zich zonder bearbeiding voort. Wel was een grote zegen daaraan verbonden; want niet alleen vonden de armen, wezen, dagloners en vreemdelingen, die zelf geen eigendom hadden, toch hun oogst en verblijdden zich des te meer in het leven, daar in het Sabbatjaar geen schulden mochten worden ingevorderd (Deuteronomium. 15:1 vv.), maar de vrije tijd bood ook gelegenheid aan om zich meer dan gewoonlijk met geestelijke dingen bezig te houden en aan school en onderwijs meer zorg te wijden, dan anders geschieden kon. Alle klassen van de bevolking ondervonden alzo werkelijk dat het levensdoel van de gemeente van de Heere niet bestaat in het onophoudelijk en zwaar bearbeiden van de grond, in het zweet des aanschijns (Genesis 3:17,19), maar in het onbezorgde genot van de vruchten van de aarde, welke de Heere haar God geeft zonder de arbeid van haar hand en altijd geven zal, wanneer zij er naar staat in Zijn verbond te blijven en in Zijn wet zich te vermaken. Tot bereiking van het laatstgenoemde deel, het gehele volk eenmaal tot de levende overtuiging te brengen, welk een kostbare schat het in de wet van de Heere bezit (Psalm. 19:8 vv.), wordt in Deuteronomium. 31:10 vv. bevolen dat vóór het Loofhuttenfeest van ieder 7de jaar bij het heiligdom de wet in het openbaar zal worden voorgelezen. Wel heeft Israël Gods goede en genadige wil over het geheel weinig erkend en reeds sedert Salomo’s laatste regeringsjaren de viering van het Sabbatjaar nagelaten; maar daarom moest het land dan ook later 70 jaar lang (gedurende de Babylonische ballingschap) woest liggen, om de nagelaten Sabbatjaren in te halen (Leviticus. 26:34 vv; 2 Kron.30:21). Na de ballingschap vinden wij dan de waarneming van de rusttijd voor het land in Nehemiah. 10:31 1 Makk.6:49,53, Tacitus hist. V: 4, en ook bij Jozefus vermeld.
8. Gij zult u ook tellen zeven jaarweken, 1) zevenmaal zeven jaar, zodat de dagen van de zeven jaarweken, waarvan ieder een tijdruimte van zeven jaar vormt, u negenenveertig jaar zullen zijn.
1) Een derde soort van Sabbat wordt hier aangeduid, welke werd uitgevaardigd na negenenveertig jaar, of na zeven jaarweken. Deze Sabbat was zeer beroemd, omdat, zowel ten opzichte van de personen, als ten opzichte van de gebouwen en landerijen, alles bij het volk weer in de oude toestand terugkwam. Ofschoon God op deze wijze heeft zorg gedragen voor het publiek belang, de armen te hulp is gekomen, opdat hun vrijheid niet werd opgeheven, en de orde, door Hem gesteld, bewaard heeft, toch is het volstrekt niet twijfelachtig, of nog een andere prikkel heeft Hij er bijgevoegd, waardoor de Joden tot de viering van deze Sabbat werden opgewekt. Het is toch een in het oog vallend bewijs van heilige rust geweest, te zien, dat de slaven werden vrijgelaten en plotseling vrij werden, dat de huizen en de bezittingen van land tot de vorige bezitters, die ze verkocht hadden, terugkeerden. Kortom, dat het gelaat van alle dingen vernieuwd werd. Jubel noemen zij dit jaar, vanwege het geklank van de ramshoorn, waarmee de vrijheid en het herstel in het bezit van de akkers werd verleend, maar hoofdzaak van de plechtigheid is, dat zij daardoor leerden, dat zij van de andere volken gescheiden waren, dat zij een volk waren, bijzonder geheiligd aan God. Ja, de herstelling had dit tot doel, dat zij op de grote Sabbat weer verlost, zich aan God, als hun Verlosser, geheel en al zouden wijden.
Het Jubeljaar verschilde hierin van het Sabbatjaar, vooral wat de vrijlating enz. aangaat, dat deze laatste veel meer beperkt was. Op het Jubeljaar had een algemene en veel minder bepaalde vrijlating plaats. Overigens heeft ook het Jubeljaar dezelfde geestelijke en zedelijke betekenis als het Sabbatjaar, alleen alles is meer volledig. De afschaduwing van het eeuwige is volkomener. Toen de Heere Israël zou verschijnen op de berg, werden zij vermaand, om te letten op het horen van de ramshoorn. Evenzo wordt nu Gods oude Verbondsvolk aangezegd, om erop te letten, wanneer na 7 x 7 jaren de bazuin of ramshoorn zou klinken. Dan was het jaar van de vrijlating. Dat bazuingeklank zou Israël tot de vrijheid uitroepen.
9. Daarna, bij het einde van het 49ste jaar zult gij in de zevende maand, op de tiende dag van de maand de bazuin van het geklank doen doorgaan; op de Verzoendag zult gij de bazuin doen doorgaan in uw gehele land.
Het Sabbatjaar werd niet naar het kerkelijk, maar naar het burgerlijk jaar berekend, het nam alzo een aanvang met de maand Tisri (zie Ex 12.2), terwijl de met deze maand beginnende veldarbeid achterwege bleef. Van zulke Sabbatjaren zouden nu zeven, d.i. 7 x 7 = 49 gewone jaren geteld en het daarop volgende 50ste jaar, dat onmiddellijk aan het 7de sabbatjaar zich aansloot, op de 10de dag van zijn eerste maand (de 7de naar kerkelijke berekening) door middel van boden in het gehele land uitgezonden, als een nieuw eigenaardig Sabbatjaar uitgeroepen worden, waarin het denkbeeld van rust tot zijn volle ontwikkeling en tijdelijke volmaking komt. Het muziekinstrument, waardoor het wordt aangekondigd, is de bazuin. Om de sterke, overal weergalmende toon van deze bazuin wordt dat jaar het halleljaar genoemd. Daar het ook ontbinding van alle vroeger gesloten verbonden aanbracht, zodat een ieder weer tot zijn eigen have en tot zijn geslacht kwam (vs.10), draagt het tegelijk de naam jaar van de vrijlating. In hoeverre ook het Sabbatjaar die naam draagt, kan men zien in Deuteronomium. 15:1 vv. In het Hebreeuws wordt de sterke, alom weerklinkende toon van de bazuin lbwy (Jobeel) genoemd; dit woord Jobeel hebben vele uitleggers als “jubel” vertaald (zo reeds de Vulgata); maar Luther heeft de vertaling Jubeljaar (misschien wel uit afschuw van de gruwel), die de Roomse pausen met het uitschrijven van Jubeljaren dreven in zijn Bijbel vermeden. Niet zonder grond moest dit jaar, waarin de om schulden tot slaaf verkochten weer vrij, de uit nood van hun grondbezit beroofden weer in het bezit gesteld werden van het hun door de Heere aangewezen erfdeel (vs.12,30), en dat daarom ook het genadejaar (Luther: “het genadige jaar” Jesaja. 61:2) genoemd wordt, juist op die dag worden aangekondigd, waarop de verzoening van alle zonden geschied was, d.i. op de grote Verzoendag; want de mededeling van de genade onderstelt de volkomen schuldvergiffenis. Wat de aard van dit jaar van de vrijlating aangaat, is het een nog ruimere ontwikkeling van het denkbeeld van rust dan het bij vs.7 nader omschreven feestjaar, in dat jaar zal de eigendomsstaat, in het vorige tijdperk door de verschillende voorvallen van het dagelijks, burgerlijk leven in wanorde gebracht, weer tot rust, en dat goed, uit de handen van de vreemde weer in die van de eigenaar komen. Wat nu de tijdrekenkunde aangaat, sluit het zich daarentegen zo nauw mogelijk aan het Pinksterfeest aan; want zoals dit op de 50ste dag na Pasen valt, als sedert de aanbieding van de handvol van het beweegoffer zeven volle Sabbatjaren zijn voorbijgegaan (Leviticus. 23:15 vv.), zo is het halleljaar het ieder 50ste jaar en breekt weer aan, zo menigmaal zeven Sabbatjaren zijn voorbijgegaan.
10. En gij zult dat vijftigste, van de 10de Tisri tot op de eerstvolgende herfsttijd durend jaar heiligen, als een kerkelijke feesttijd behandelen en vrijheid uitroepen in het land, voor al zijn inwoners; het zal u een Jubeljaar zijn, waarvan het bazuingeschal klinkt door het gehele land, verkondigende aan een ieder vrijheid en loslating, en gij zult terugkeren, een ieder tot zijn bezittingen, en zult terugkeren, een ieder tot zijn geslacht. 1)
1) Zij, die verkocht waren aan andere geslachten, werden daardoor vreemden van hun eigen geslacht, maar in dit jaar van de verlossing zouden zij terugkeren, een ieder tot zijn geslacht.
Dit was een zinneprent van de verlossing door Christus uit de slavernij van de zonde en de satan, en van de herstelling tot de heerlijke vrijheid van de kinderen van God.
11. Dit Jubeljaar zal u het vijftigste jaar zijn; juist omdat het tot de oorspronkelijke instelling van God terugleidt en alles in de vorige staat herstelt, zal het als een Sabbatjaar worden behandeld (vs.4 vv.), gij zult niet zaaien, noch inoogsten wat vanzelf daarin zal gegroeid zijn, noch ook de druiven van de afzondering hierin afsnijden.
12. Want, zoals gezegd is, dat is het Jubeljaar, 1) het zal u heilig zijn; gij zult uit het veld de inkomst daarvan eten. 2)
1) Eigenlijk: Dit is het jaar van het bazuingeschal.
2) Ook een herhaald braakliggen van velden, wijnbergen, olijfgaarden en hoven in het vijftigste jaar, nadat reeds het vorige jaar een Sabbatjaar geweest was, had op zichzelf geen moeilijkheid, daar hetgeen Strabo, XI: 4, 3 meedeelt over Albanië (aan de Kaspische Zee, heden Schirwan genaamd), dat daar van één zaaisel 2-3 jaren na elkaar geoogst kon worden, door de Heere in vs.21 bepaald aan Zijn volk beloofd wordt; evenzo wordt Jesaja 37:30) aan Hiskia zulk een tweemalige opbrengst van de grond uit zichzelf toegezegd, waardoor alle schade van de toenmalige verwoesting na drie jaar geheel zou zijn weggenomen.
Ook hier opnieuw als in het Sabbatjaar; zij mochten het als vanzelf groeiende koren niet inoogsten, maar slechts zoveel telkens verzamelen, als nodig was voor het ogenblikkelijk levensonderhoud. Alles was algemeen goed. Een ieder, die behoefte had, mocht ervan genieten.
13. In dat Jubeljaar, zult gij ieder terugkeren tot zijn hem oorspronkelijk toekomende bezitting.
14. Daarom, wanneer wij gedurende de voor het Jubeljaar verlopen 49 jaar aan uw naaste goederen, een akker of een stuk grond verkopen, of uit de hand van uw naaste iets dergelijks kopen zult, dat niemand de een de ander, noch deverkoper de koper door te hogen, noch de koper de verkoper door te lagen koopprijs verdrukke. 1)
1) Het woord in de grondtekst betekent in het bijzonder, de verdrukking van de vreemdelingen (Leviticus. 19:33 Exodus. 22:22), van de slaven (Deuteronomium. 23:17), van de armen, weduwen en wezen (Jeremia. 22:3 Ezech.18:8), in burgerlijk opzicht, door afzetten of onttrekken van have en goed.
15. Naar het getal van de jaren van het laatste Jubeljaar af zult gij van uw naaste kopen, en niet meer, dan dit getal, van de waarde van opbrengst van de akker of het deel grond in rekening brengen, en naar het getal van de jaren van de inkomsten, die tot het volgende halleljaar nog over zijn, zal hij het aan u verkopen, zo hoog en niet hoger, opdat gij het hem in het jaar van de vrijlating zonder schade kunt teruggeven.
16. Naar de veelheid van de jaren, die van de tijd van de verkoping tot aan het begin van het jaar van de vrijlating verlopen, zult gij, de koper, zijn koopprijs vermeerderen, en naar de weinigheid van de jaren zult gij zijn koopverminderen: want hij, de verkoper, verkoopt aan u het getal van de inkomsten, de akker of het stuk grond naar de opbrengst, niet naar de eigenlijke waarde van de grond, zodat het dan uw eigendom zou worden (vs.23).
17. Dat dan niemand zijn naaste verdrukke, 1) maar vreest, hetzij koper, of verkoper, voor uw God: want Ik ben de HEERE, uw God die wederkerig èn woeker èn verdrukking niet ongestraft laat.
1) Niemand mocht de waarde van zijn land verhogen, evenmin mocht iemand van de benarde toestand van de verkoper misbruik maken, door van hem het land voor te lage prijs te kopen.
18. En doet, opdat gij niet valt in de macht van Mijn straffende gerechtigheid, Mijn instellingen, en houdt Mijn rechten, welke Ik u (vs.14-17) geboden heb, en doet gij, die van uw naaste koopt, dezelfde; zo zult gij, in plaats van voor Mijn toorn te moeten vrezen, zeker1) wonen in het land.
1) In het Hebreeuws Labétach, eigenlijk vrij van zorg, zonder zorg. Zij zouden geen kwaad hebben te vrezen. Aan het onderhouden van de geboden van de Heere is groot loon verbonden.
19. En het land zal, door de bijzonderen zege die Ik daarop zal leggen, wanneer gij naar Mijn rechten doet, Zijn vrucht in rijke volheid geven, en gij zult altijd eten, tot verzadiging toe, en gij zult zeker, rustig en gelukkig (1 Kon.4:25) daarin wonen.
20. En als gij, bij het naderen van het Sabbatjaar, zou zeggen: 1) Wat zullen wij eten in het zevende jaar? Ziet, wij zullen in dit jaar niet zaaien, en onze inkomst niet inzamelen, wanneer wij werkelijk naar de instellingen van de Heere doen (vs.4).
1) Nooit zijn de mensen gehoorzaam aan de bevelen van de Heere, tenzij dan, wanneer het wantrouwen wordt opgeheven, en altijd zijn zij schrander in het opwerpen van voorwendselen, om niet te gehoorzamen. Doch er was voor de Joden een fraai klinkende verontschuldiging, wegens een moeilijkheid die zich kon voordoen, dat de honger hen gedurende twee jaar kon overvallen, wanneer zij in het zevende jaar noch konden maaien, noch zaaien. Om te maaien moest men het einde van het achtste jaar afwachten. Want vanwaar nu zou er overvloed van gemaaide zijn, als het land een jaar lang braak had gelegen? Niet zonder oorzaak neemt God hier nu de twijfel weg, door te beloven, dat Hij in het zesde jaar een bijzondere vruchtbaarheid zou geven, welke voldoende zou zijn voor de komende twee jaren. De uitdrukking is wel op te merken: dat God Zijn zegening zou bevelen op buitengewone wijze en tegen de gewone omstandigheden in, opdat het land het dubbele, ja, het driedubbele zou voortbrengen. Waardoor ons een niet gewone stof tot vertrouwen wordt ingeprent, om ons dagelijks brood te begeren. Maar dit was een geheel bijzondere belofte, dat de Joden het voedsel niet ontbreken zou, wegens de Sabbat. Waarvan God in de woestijn reeds een voorbeeld had gegeven, toen Hij de dag vóór de Sabbat een dubbele portie manna aan de inzamelaars had geschonken. Aldus ontneemt God hun de vrees voor gebrek tot aan de oogst van het achtste jaar, ofschoon het schijnt, dat Hij hen tegelijk aan matig gebruik wil gewennen, opdat zij niet door onmatigheid en weelde kwijt worden, wat Hij overvloedig heeft geschonken, maar voor de twee volgende jaren genoeg over hielden. Op dit gebod zinspeelt God, wanneer Hij door Zijn profeten aankondigt, dat het land Zijn Sabbatten zal genieten, wanneer het zijn inwoners heeft uitgespuwd (2 Kron.36:21). Daar zij nu, door de Sabbatten te schenden, het land hadden verontreinigd, zodat het zuchtte onder een zware last, zegt Hij, dat het lang en aanhoudend zou rusten, opdat het braak liggende de arbeid van vele jaren zou goed maken.
Voor het geval, dat een Jubeljaar volgde onmiddellijk op een Sabbatjaar, zodat het land dan twee achtereenvolgende jaren moest braak liggen, belooft de Heere, met het oog hierop, dat Hij in het zesde jaar zulk een overvloedige oogst zou geven, dat er voor drie achtereenvolgende jaren genoegzaam zou zijn tot levensonderhoud voor mens en vee.
21. Zo zal Ik Mijn zegen gebieden over u in het zesde jaar, dat het de inkomst voor drie jaar zal voortbrengen, op eenmaal een driejarige oogst, de ene oogst voor hetlopende, de tweede voor het aanbrekende Sabbat-, de derde voor het daarna volgende halleljaar.
22. Het achtste jaar nu zult gij zaaien, en zult van de oude inkomst die van het zesde jaar, eten, tot het negende jaar toe, zolang de oogst van het achtste jaar nog op het veld staat rijp te worden; totdat zijn inkomst, de met de aanvang van het negende jaar nu geheel ingezamelde oogst ingekomen is, zult gij het oude eten.
Hoe getrouw en met welk een vrij geweten kon Israël, door zulk een belofte in het geloof gesterkt, niet alleen het Sabbat-, maar ook het Jubeljaar houden, zonder daarbij wat zijn nooddruft aangaat, schade te lijden! Reeds in de aanm. bij vs.7 (zie Le 25.7) is gezegd dat men al vroegtijdig begon het Sabbatjaar niet meer te houden; eerst na de Babylonische ballingschap voldeed het volk weer aan Gods bevel (Nehemiah. 10:31 1 Makk.6:49,53). Ook van de viering van het Jubeljaar vindt men in het Oude Testament vóór de tijd van de ballingschap geen bepaalde sporen, ofschoon meerdere plaatsen (1 Kon.21:3 vv. Jesaja. 37:30; 16:1 vv. Ezech.7:12 vv.; 46:17) te kennen geven, dat in het hart van de vromen de overtuiging, dat het alzo Gods ordening was, diepe wortels had geschoten. Maar tot de werkelijke gehoorzaamheid aan deze verordening van God behoorde een volkomen vrijheid van alle zelfzuchtige bedoelingen en een gehoorzaamheid van het geloof, zoals bij de grote meerderheid slechts zelden worden aangetroffen, zodat dan ook nß de Babylonische ballingschap de wetten over het Jubeljaar niet weer werden ter hand genomen.
23. Het land, de grond die ieder als zijn erfdeel ontvangt, ook zal niet voor altoos, tot een blijvende bezitting, verkocht worden, 1) door de een aan de ander; want het land is het Mijne, 2) (Jesaja 14:2,25 Jer.2:7 Ezech.36:5; 38:16 Psalm. 10:16), a) omdat gij vreemdelingen en bijwoners bij Mij zijt. 3)
a) 1 Kronieken 29:15
1) Niet voor altoos verkocht, d.i. niet zó verkocht, dat het niet weer gelost kon worden. Een uitzondering vinden we in hoofdstuk 27:20
2) D.w.z. in het bijzonder Zijn eigendom. Wel is de Heere de God van de gehele aardbodem, maar voor Israël was Hij het op bijzondere wijze. Het land Kanaän was in het bijzonder Zijn land. Israëls volk mocht het als het ware slechts beschouwen als het in leengebruik van Hem, de opperste Leenheer, te hebben ontvangen.
3) Omdat zij vreemdelingen en inwoners waren bij de Heere, in Zijn land en in Zijn huizen, en Hij Zijn tabernakel onder hen had, zo zou het vervreemden van hun gedeelte aan dat land in van de daad wezen, alsof zij zich van hun gemeenschap met God afzonderden, en voor altoos afstand deden van het land, dat Immanuëls land was Jesaja 7:8), waar de Messias geboren zou worden, leven en sterven zou. Daar Kanaän daarenboven een voorbeeld en onderpand van de hemelse erfenis was, zo kon geen Israëliet, zonder versmading van een uitnemend voorrecht zijn deel ervan, in dat land volstrekt overgaven op een wijze, dat hem alle mogelijkheid van lossing benomen ware. Om die reden wilde Naboth zich liever de boosheid van de koning op de hals halen, dan het erfgoed van zijn vaderen aan hem afstaan (1 Kon.21:3)
24. Daarom, zoals om deze oorzaak niemand zijn stuk grond aan een ander in eigenlijke zin verkopen mag, zo zal ook niemand een stuk grond, dat hij van een ander overneemt, als zijn blijvend eigendom aanmerken, maar zult gij in hetgehele land van uw bezitting, dat Ik u geleend heb, lossing voor het land toelaten. 1)
1) Zoals uit vs.25,26 en 28 blijkt, kon deze lossing op drie manieren plaatshebben. In vs.25 wordt de lossing beschreven, doordat een rijke bloedverwant, de naastbestaande, het verkochte lost. In vs.26 wordt het geval gesteld, dat iemand geen losser heeft, hetzij die niet bestaat, of deze zelf te arm is. In dit geval, zo hij zelf genoeg geld verkregen heeft, om het verkochte terug te kopen, zullen de jaren, die nog verlopen moeten tot aan het volgende Jubeljaar, berekend worden, en naar die maatstaf de som van de lossing vastgesteld. In vs.28 wordt het derde geval meegedeeld, waar er noch een losser is, noch de verkoper de benodigde som bijeen kan krijgen. Dan moet hij wachten totdat het Jubeljaar komt, en in dit Jubeljaar wordt het weer zijn rechtmatig eigendom. Niets onbillijks lag hierin, omdat de koopsom berekend werd naar de opbrengst van de oogst en de koper al die jaren lang het genot van de oogst had gehad. De koper had hiermee moeten en kunnen rekenen. Een losser heette in het Hebreeuws Goël. Onze Heere en Zaligmaker wordt ook met die naam aangeduid, omdat Hij voor de Gemeente, de nabestaande is geworden, vrijwillig geworden, om God, de Vader, het losgeld, het rantsoen te betalen, en alzo allen, die in Hem geloven, voor eeuwig vrij te maken en het erfrecht op de Hemel te verlenen.
25. Wanneer alzo uw broeder, een in uw omgeving wonend volksgenoot, Israëliet, zal verarmd zijn en iets van zijn bezitting verkocht zal hebben, zo zal zijn losser die hem nabestaande is en op wie de plicht van de lossing dus rust (vs.48 vv.), komen, voor hem opkomen, en zal, naar berekening van de tijd, die tot het jaar van de vrijlating nog verloopt (vs.27), het verkochte van zijn broeder lossen, en gij zult het hem zonder weigering weer overgeven.
26. En wanneer iemand geen losser zal hebben, terwijl daartoe verplichte betrekkingen of niet aanwezig of de aanwezigen te arm zijn om hun verplichting na te komen, maar zijn hand verkrijgen en hij, de verkoper, na verloop van enige tijd zelf gevonden zal hebben zoveel genoeg is tot zijn lossing, de tot lossing gevorderde som bezit.
27. Dan zal hij de jaren van zijn verkoping rekenen en even zoveel delen, als het getal van deze jaren bedraagt, van de koopsom aftrekken, en het overschot zal hij, de verkoper, tegen overlegging van de eerste, de man aan wie hij het verkocht had, weer uitkeren, zijn stuk grond tot zijn eigen gebruik; en hij zal zo spoedig mogelijk weer tot zijn bezitting komen.
De door de koper betaalde som zal dus naar hetgeen in vs.15 vv. als regel voor de verkoop van liggend goed is vastgesteld, (namelijk dat men niet de grond zelf, maar slechts de opbrengst daarvan, gedurende de jaren die nog moeten verlopen tot op het eerste jubeljaar zou verkopen) over de afzonderlijke jaren van de verkoop tot het jubeljaar gelijk verdeeld worden.
Zoveel jaren de koper de grond reeds in vruchtgebruik gehad heeft, zoveel delen worden van de koopsom afgetrokken; daar de koper daarvoor door de opbrengst van deze jaren schadeloos is gesteld, en slechts de tot op het Jubeljaar nog over zijnde tijd komt nu bij de lossing in aanmerking. Zoveel jaren dit nu zijn, zoveel delen moet men van de koopsom aftrekken.
28. Maar indien zijn, de verkoper, hand niet gevonden, bijeengebracht heeft wat genoeg is om een deel van de verkochte jaarlijkse opbrengst nog vóór de aanvang van het jaar van de vrijlating aan hem weer uit te keren, zo zal zijn verkochte goed, stuks grond, zijn in de hand van deze koper, tot vrij gebruik, tot het Jubeljaar toe; maar in het Jubeljaar zal het uitgaan1) zonder losgeld de verkoper worden teruggegeven, en hij zal tot zijn bezitting terugkeren. 2)
1) Zal het uitgaan, in de zin van, vrij worden. Het kwam dan weer in het bezit van de verarmde verkoper.
2) Zo zou alle verkoop van grondeigendom in Israël werkelijk slechts een verpanding of verpachting zijn, voor een bepaalde tijd, tot het jaar van de vrijlating. Of een ruiling geoorloofd is geweest, wordt in de wet niet aangewezen. Daar echter Naboth in zijn gesprek met Achab (1 Kon.21:2 vv.) zich met een ruiling evenmin als met een eigenlijke verkoping inlaat, moeten wij deze vraag tegenover de archeologen, die getracht hebben daarop een bevestigend antwoord te vinden, des te beslister ontkennend beantwoorden, daar de verkoop slechts een bijzondere vorm van ruiling is en het laatste even goed als het eerste de grondwaarheid, dat al het de kinderen van Israël gegeven land eigendom van de Heere is, van Wie zij het in leen hebben, weerspreekt. In onze Christelijke staten gelden wel geheel andere rechtsbetrekkingen, dan die de Heere hier onder Zijn volk instelt; maar iedere Christen, al moet hij dan in zulke gevallen de weldaden van die goddelijke rechtsbedeling missen, wanneer hij genoodzaakt wordt om zijn eigen erfdeel te verkopen, zal zich echter in zoverre van zijn verplichtingen jegens deze niet kunnen ontslaan, als hij naar Luthers verklaring van het 9de gebod (Gij zult niet begeren uws naasten huis) op alle mogelijke wijze bevorderlijk en nuttig moet zijn, om zijn erfgoed of huis te behouden en-zo voegen wij op grond van deze plaats daaraan toe-weer hiertoe, d.i. tot het bezit daarvan te komen.
29. Evenzo, wanneer iemand een woonhuis in een bemuurde stad gelegen en alzo niet zo dadelijk samenhangende met de grond, welke de Heere aan Zijn volk ten erfdeel heeft gegeven, maar meer alleen tot woning en tot het verrichten van een handwerk of het drijven van handel bestond, zal verkocht hebben, zo zal zijn lossing zijn, totdat het jaar van zijn verkoping volkomen zal zijn; in een vol jaar zal zijn lossing wezen, 1) maar niet de gehele tijd tot het naaste Jubeljaar.
1) Hier maakt Hij onderscheid tussen huizen en akkers, opdat de vrijheid, om terug te kopen, zich niet langer dan een jaar zou uitstrekken; vervolgens, opdat de koop in het Jubeljaar ook vast bepaald bleef. Evenwel een tweede onderscheiding tussen de huizen zelf wordt er bijgevoegd, zodat het geoorloofd is, de huizen in de steden geheel te vervreemden. Doch voor die van de dorpen geldt dezelfde conditie als voor de landen, omdat zij daarmee als onafscheidelijk zijn verbonden. Wat nu de huizen in de steden betreft, omdat zij soms voor arme eigenaars bezwaar opleverden, was het nuttig, dat zij in de handen van rijken konden overgaan, die de kosten van opbouw konden betalen. Voeg er nog bij, dat een huis niet evenals een akker in de dagelijkse behoefte kon voorzien, en een huis te ontberen beter te dragen was, dan een akker, waarop gij uw bedrijf kunt uitoefenen, en uit haar opbrengst voor u en uw gezin het levensonderhoud kunt vinden. Doch de dorpen behoorde men uit te zonderen, evenals de bezittingen van landerijen. Wat hielp het u, de vrucht in te zamelen, wanneer gij geen plaats om te wonen hebt? Ja, wat gaf het u, land te bezitten, hetgeen gij niet zou kunnen bebouwen? Hoe zouden de runderen kunnen ploegen, waarvoor geen stal was bij de akker? Daar landerijen zonder dak of hut bijna waardeloos zijn, niet gemakkelijk kunnen gescheiden worden, heeft God met recht ingesteld, dat in het Jubeljaar elke landelijke bezitting tot haar vroegere eigenaar zou terugkeren.
De bedoeling is deze, het recht van terugkoop of lossing verviel na een vol jaar. Had de vorige eigenaar het verkochte goed niet binnen een jaar weer teruggekocht, dan bleef het het eigendom van de koper, ook in het Jubeljaar.
30. Maar is het, dat het niet gelost wordt tegen dat hem het gehele jaar, gerekend van de verkoopdag, zal vervuld zijn, zo zal dat huis, dat in die stad is, die een muur heeft, voor altoos blijven aan hem, die dat gekocht heeft, onder zijn geslachten; het zal, als een verkocht stuk grond (vs.28), in het Jubeljaar niet uitgaan, zonder beloning, vergoeding aan de oorspronkelijke bezitter weer toevallen.
Met de werkelijke verkoop van zo’n door mensenhand gebouwd huis is niet met de (vs.23) opgenoemde grond in strijd; daarom wordt het na verloop van een jaar de koper voor altijd ten eigendom, zodat hij nu daarmee doen kan wat hij wil.
Aan dit voorschrift ligt deze beschouwing ten grondslag, dat de huizen in bemuurde steden, met het eigendom aan land en grond niet zó nauwkeurig samenhangen, dat door haar verkoping, het aan ieder gezin oorspronkelijk toegemeten deel van het grondbezit van het land veranderd wordt. Als door mensen gebouwd, behoren zij tot het volle eigendom van de bezitters, hetzij deze ze bij de verovering van het land ontvingen, of slechts in stand hadden gehouden, of zelf gebouwd hadden.
31. Doch de huizen van de dorpen, 1) die rondom geen muur hebben; zullen als het velds van het land, tot de omtrek waarvan zij behoren, gerekend worden, dat zij evenzo als dit niet verkocht, maar slechts voor die tijd tot op het eerstvolgende jaar van de vrijlating verpacht worden; daarvoor zal lossing zijn, zij zullen te allen tijde door de verkoper of zijn losser worden teruggekocht, en zij zullen in het Jubeljaar uitgaan, zonder vergoeding aan de oorspronkelijke bezitter weer vervallen.
1) Wat voor de huizen in de steden geldt, geldt niet voor die in de dorpen. Deze huizen worden onafscheidelijk gedacht van de grond, van het grondbezit. Zij mogen die niet voor altijd vervreemden, maar deze moeten in het Jubeljaar weer vrij worden.
32. Aangaande de steden 1) van de Levieten, en de huizen van de steden van hun bezitting, die hun met de tot onderhouding van hun veestapel nodige weiden door iedere stam zullen worden overgelaten (Numeri. 35:1 vv.), de Levieten zullen daarentegen een eeuwige lossing hebben.
1) Een andere uitzondering is, dat de Levieten de verkochte huizen, óf volgens het recht van de lossing, óf in het Jubeljaar voor niets terug krijgen. Wat niet slechts voor hun behoefte is vastgesteld, maar omdat het gehele volk er belang bij had, dat zij waren aangesteld, om de wacht te houden, waar God aan hun een plaats had aangewezen. Wat nu de voorsteden betreft, of de landen bestemd, om het vee te voeden, God verbiedt hun ze te vervreemden, omdat zij op die wijze, na hun vaste woonplaats verlaten te hebben, hier en daar zouden omzwerven. Dat deze verstrooiing niet plaats kon hebben, daarbij had het gehele volk belang.
Op de Levieten was, wat in vs.29 over de huizen in de steden gezegd wordt, niet van toepassing, maar voor hen gold de wet op de huizen in de dorpen.
33. En als men onder de Levieten lossing zal gedaan hebben, 1) erft of door koop zich toeëigent, zo zal de koop van het huis en van de stad van zijn bezitting in het Jubeljaar uitgaan, en aan de Levieten zonder geld worden teruggegeven; want de huizen van de steden van de Levieten zijn hun bezitting in het midden van de kinderen van Israël; 2) daar zij geen erfelijke bezitting in het land hebben, maar slechts huizen in de voor hen bestemde steden.
1) Het moet echter, zoals gezegd is, een huis in een van de vaste steden van de Levieten zijn, niet een huis in een andere stad, dat de Leviet door erfrecht of koop verkreeg. In dit geval geldt bepaald het in vs.29 vv. gezegde; in het eerste geval echter zal met het huis van een Leviet als met de grond van een gewoon Israëliet worden gehandeld. Niet zonder grond wordt hier, waar over de Levieten wordt gesproken, de uitdrukking “lossen” in plaats van “afkopen” gebruikt. Eigenlijk gezegd hadden de Levieten geen bezitting, maar werden hun alleen huizen in bepaalde steden van iedere stam ingeruimd; wat zij bezaten was het eigendom van de stam, waar dit huis stond, het afkopen was dus werkelijk een eenvoudig terugkopen of lossen.
2) Anderen vertalen, en meer in overeenstemming, met de grondtekst: Wie (wanneer men) lost, d.i. koopt van de Levieten. Het woord lossen vatten de Rabbijnen hier op in de zin van, kopen. Dit is hier ook de bedoeling.
34. Doch het veld van de voorstad van hun steden, de tot de weiden voor hun vee in de omtrek van hun steden aangewezen grasvlakten, zal in het geheel niet verkocht worden, niet eenmaal tot het jaar van de vrijlating; want het is eeneeuwige bezitting voor hen; zij kunnen deze vlakte nimmer ontberen, en moesten, wanneer zij ze misten, tegelijk hun veestapel wegdoen, waardoor zij dan hun eigenlijk voedingsmiddel zouden verliezen.
Nadat de Heere in het tot nu toe gezegde (vs.13-34), de ene werking van de wet van de vrijlating, de terugkering van ieder tot zijn bezitting, waardoor dit jaar tot een jaar van genade of verlossing werd, besproken heeft, spreekt Hij daarna (vs.35-55) over een andere werking van dergelijke aard, over de terugkering van de in lijfeigenschap gekomen Israëlieten tot vrijheid en tot hun geslacht (vs.10). Zoals hij nu daar aan Zijn instellingen een vermaning tegen de benadeling van de naaste bij koop en verkoop van grond doet voorafgaan (vs.14 vv.), zo geeft Hij hier vóór Zijn wetten een vermaning om de verarmde broeder te ondersteunen en hem zoveel mogelijk zijn persoonlijke vrijheid te doen behouden (vs.35-38).
35. En als uw broeder, volks- of stamgenoot, zal verarmd zijn en zijn hand bij u wankelen zal, zodat gij duidelijk ziet dat hij niet lang meer een onafhankelijk bestaan zal hebben, zo zult gij hem, nadat hij reeds uit nood zijn grondbezitting heeft moeten verkopen, vasthouden, zelfs 1) een vreemdeling en bijwoner, hem een onderkomen in uw eigen huis verlenen, opdat hij bij u leeft; tot aan het naaste Jubeljaar, waarin hij zijn eigendom terugkrijgt, zich en de zijnen door arbeid om loon in uw gezin onderhouden kan.
1) Door de Statenvertaling is tot verduidelijking het woordje zelfs er tussenin gevoegd. In verband echter met vs.40 is het beter het woordje als er tussenin te voegen. Dit eist de grondtekst.
36. Gij zult, als hij gedurende die tijd geld of vruchten van u neemt, a) geen woeker noch overwinst van hem nemen, 1) noch boven het hem geleende geld jaarlijkse rente, noch van de geleende levensmiddelen bij de teruggave een overwinst van hem eisen; maar gij zult vrezen voor uw God, 2) en uit godsvrucht al het mogelijke doen, opdat uw broeder onafhankelijk, zonder zich aan een ander te moeten verkopen, bij u leeft.
a) Exodus. 22:25 Deuteronomium. 23:19 Spreuken. 28:8 Ezech.18:8; 22:12
1) Het is duidelijk, dat hier gesproken wordt van de geheel verarmde natuurgenoot, en dat hier niet gesproken wordt van het lenen van geld, tot het drijven van koophandel, tot het kopen van land enz. Af te manen van verdrukking en van onbarmhartigheid is het doel van God (zie De 23.20)
2) De Heere stond de armen voor: Gij zult vrezen voor uw God, die rekenschap van u eisen zal, wegens alle verongelijkingen, die gij de armen hebt aangedaan. Vreest gij hen niet, die gij in uw macht hebt en die zichzelf niet rechten kunnen, zo vreest mij, die u bevolen heeft, hen vriendelijk te behandelen en, zo gij hen verdrukt, hun zaak zal handhaven.
37. Uw geld, om u nog eenmaal te zeggen wat gij tot behoud van zijn onafhankelijkheid doen kunt, zult gij hem niet op woeker geven, en gij zult uw spijze niet op overwinstgeven, wat Ik echter van u met een goed recht kan vorderen.
38. Ik ben de HEERE uw God, die u uit Egypte gevoerd heb, om u tot een zelfstandig volk te maken en u het land Kanaän tot een bezitting te geven, opdat Ik u hierin tot een God zij; heb Ik nu zo grote dingen aan u gedaan, dan zult gij ook elkaar het kleine doen en u onderling bij uw zelfstandigheid zoeken te bewaren.
39. Evenals, 1) wanneer uw broeder, een ander van uw broeders, die gij niet op de in vs.35 vv. beschreven wijze hebt kunnen helpen, zó bij u zal verarmd zijn, dat hij zichzelfs niet meer als bewoner kan staande houden, en zich aan u verkocht zal hebben tot een lijfeigene (Exodus. 21:2-6), gij zult hem toch niet doen dienen de dienst van een slaaf, in de ware zin van het woord als een slaaf van vreemde afkomst, die ook tot de nederigste en zwaarste arbeid zijn arm lenen moet (vs.34 vv.).
1) In vs.39-46 wordt gesproken over het lot van de Israëliet, die bij een andere Israëliet dient. Sommigen menen hier een verschil op te merken met Exodus. 21:2-6, maar men ziet voorbij, dat daar hoofdzakelijk wordt gehandeld over de duur van het knechtschap, en hier vooral over de behandeling, welke men zo’n knecht verplicht is, terwijl verondersteld wordt, dat wie in het Jubeljaar vrij uitgaat, alsdan de zeven jaar, waarvan in Exodus. 21 sprake is, nog niet heeft vervuld. Hij mocht als dan vrij uitgaan, tenzij hij vrijwillig verzekerde, voor altijd in het huis van zijn heer knecht te willen blijven.
40. Maar als een dagloner, 1) voor loon gehuurde knecht, als een bijwoner, in het huis opgenomen vreemdeling (vs.35), zal hij bij u zijn, en niet langer dan tot het Jubeljaar zal hij bij u dienen, zelfs wanneer tot die tijd de 6 jaar van zijn dienstbaarheid (Exodus. 21:2 Deuteronomium. 15:12) nog niet geëindigd waren. a)
a) Jer.34:14
1) Als een dagloner, als iemand, van wie zijn heer behoorlijk dienst heeft, zonder dat hij een volstrekte macht over hem had. Er moest onderscheid gemaakt worden tussen een Israëliet en een vreemdeling, die dikwijls niet meer als een stuk vee werd geschat, over wie zijn heer een onbeperkte macht bezat.
41. Dan, zodra het Jubeljaar begint, zal hij, in ieder geval, ook wanneer dit eerst het tweede of derde enz. dienstjaar ware, van u uitgaan, 1) zonder teruggave van het koopgeld, hij en zijn kinderen met hem, die hij behalve zijn vrouw u heeft toegebracht, en hij zal, als zelfstandig man, tot zijn geslacht terugkeren en tot de bezitting van zijn vaderen terugkeren: 2) waarvan hij reeds vroeger, eer hij zichzelf verkocht, zich uit nood heeft moeten vervreemden en die nu evenzo volgens de wet (vs.24-28) onvoorwaardelijk hem weer toevalt.
1) Een uitzondering van de hier voorgeschreven vrijstelling van de knechten, ten tijde van het Jubeljaar nog lijfeigenen zijnde, maakte natuurlijk het geval, wanneer de knecht reeds vroeger vrij had kunnen worden, maar met opzet van die vrijheid afstand had gedaan en nu door het zinnebeeldig gebruik (Exodus. 21:5 vv.) voor altijd aan het huis verbonden was.
2) Wanneer iemand zijn knecht met zeven jaar vrijliet (Exodus. 21), dan moest hij hem een behoorlijk uitzet meegeven (Deuteronomium. 15:13). Met het vrijlaten in het Jubeljaar behoefde dit niet.
42. Want zij, de Israëlieten, die zichzelf aan hun volksgenoten verkopen, of van rechtswege verkocht worden (Exodus. 22:3), zijn Mijn 1) dienstknechten, die Ik uit Egypte gevoerd en daardoor tot Mijn bestendige bezitting Mij verworven heb; zij zullen niet verkocht worden, zoals men een slaaf verkoopt, zodat zij werkelijke slaven van de mensen worden.
1) Hier kondigt God aan, dat Hem zijn recht wordt ontnomen, wanneer in andermans bezit werd gebracht, die Hij zich tot een bijzonder eigendom had gekocht. Daarom zegt Hij, dat Hij het volk heeft verworven, toen Hij hen uit Egypte heeft gevoerd. Waaruit Hij besluit, dat zij Zijn recht schonden, indien iemand een van de Hebreeën zich tot een altijd durend bezit verkreeg.
Het zogenaamde lijfeigenschap mocht daarom in Israël niet bestaan ten opzichte van de Israëliet zelf.
43. a) Gij, die zo iemand koopt, zult geen heerschappij over hem hebben met wreedheid, waarmee men een slaaf behandelt, die men tot iedere arbeid gebruiken en zelfs lichamelijk tuchtigen kan, maar gij zult vrezen voor uw God, die de ware en opperste Gebieder is van zo’n gekochte, en gewis alle buitensporigheid in de wijze waarop gij hem behandelt, niet ongestraft zal laten.
a) Efe.6:9 Kol.4:1
44. Aangaande uw slaaf of uw slavin, die gij zult hebben, zo gij er werkelijk zo een hebben wilt, die zullen van de volken zijn, die rondom u zijn; van die zult gij een slaaf of een slavin kopen.
45. Gij zult ze eveneens ook kopen van de kinderen van de bijwoners, die bij u als vreemdelingen verkeren, zich vormelijk onder u hebben neergezet en u hun eigen slaventen verkoop aanbieden, uit hen en uit hun geslachten, of kinderen, die bij u zullen zijn, die zij in uw land zullen gewonnen hebben en aan u willen verkopen; en zij zullen u tot een bezitting zijn, want zij zijn niet in bijzondere zin Mijn eigendom, zoals uw volksgenoten.
46. En gij zult u tot bezitters over hen stellen voor uw kinderen 1) na u, opdat zij de bezitting erven, zodat zij mede behoren tot de bezitting die uw kinderen van u erven, gij zult hen dan ook in die zin in eeuwigheid doen dienen, dat gij met strengheid, maar altijd binnen de grenzen door de wet gesteld, over hen heerst; maar over uw broeders, de kinderen van Israël, een ieder over zijn broeder, gij zult over hem geen heerschappij hebben met wreedheid van een heer over zijn slaven.
1) Wat God hier ten opzichte van de vreemdelingen toestaat, was wijd en zijd bij alle volken de gewoonte, zodat de macht over de slaven bij de meester verbleef, niet slechts tot aan zijn dood, maar ook door voortdurende opvolging bij de kinderen, door hem verwekt. Dit is de kracht van de uitdrukking: “Gij zult ze bezitten voor uw kinderen.” Het recht van bezit ging over op de erfgenamen. Niet alleen, wat het altijd durende van het dienen aangaat, was er onderscheid, maar ook in de wijze van heerschappij. Op te merken is toch de tegenstelling: Gij zult hun arbeid gebruiken, doch zijn broeder zal niemand hard doen dienen. Waaruit blijkt, dat hier een teugel wordt aangedaan, opdat zij de zonen van Abraham niet zo heerszuchtig zouden behandelen, of een halve vrijheid bleef hen nog over in vergelijking met de volkeren. Niet, omdat hun een tyrannische of onmenselijke macht over de vreemdelingen vrijstond, maar omdat God, door een zeker privilege, het geslacht van Abraham, waarvan Hij de bevrijder was, van het algemene lot wilde bevrijd hebben.
47. En wanneer 1) de hand van een vreemdeling en 2) bijwoner, die bij u is, wat verkregen zal hebben, tot zeker vermogen komt, en uw broeder, een Israëliet, die bij hem is, verarmd zal zijn, dat hij uit nood, omdat hij zich niet langer kan staande houden, zich aan de vreemdeling, de bijwoner, die bij u is, die als bijwoner in uw land woont, of aan de stam van het geslacht van de vreemdeling, of aan iemand die van een buitenlander afstamt, zal verkocht hebben.
1) De Heere zorgt niet alleen voor de Israëliet, die bij een van zijn eigen stamgenoot dient, maar ook voor hem, die in de hand van een vreemdeling is gevallen; van zo’n vreemdeling, die in Kanaän is komen wonen, en daar in het bezit van huizen, of enig ander vermogen was gekomen (niet in het bezit van grond). God zorgt ervoor, dat Zijn volk in stand blijft. Zoals Hij beloofd heeft, dat er geen klauw zou achterblijven in Egypte, alzo zorgt Hij ook door deze voorschriften, dat het volk in zijn geheel blijft in Kanaän en in het land van de vaderen niet voor altijd in de macht van vreemden blijft. Hij die uitleidt, bewaart ook zowel op tijdelijk als op geestelijk gebied.
2) Beter, van een bijwoner. Een vreemdeling, een bijwoner, in tegenstelling van de Israëliet, die als bijwoner verkeerde (vs.35). Zo ook in het tweede lid van dit vers: Zich aan de vreemdeling, de bijwoner.
48. Nadat hij zich zal verkocht hebben, zal er toch te allen tijde lossing, een naar het getal van de jaren, dat hij nog dienen moest, berekend losgeld (vs.50-52), voor hem zijn; een van zijn natuurlijke broeders, die tot zijn naaste bloedverwantschap behoren, zal hem lossen; opdat hij zo spoedig mogelijk weer los worde.
49. Of wanneer hij deze niet heeft, of deze zelf te arm zijn, zijn oom, broeder van zijn vader, of de zoons van zijn oom zal hem lossen, neef, of die uit de naasten van zijn vlees van zijn geslacht is, die met hem tot hetzelfdegeslacht behoort, zal hem lossen; of heeft zijn eigen hand wat, gedurende zijn diensttijd, verkregen, dat hij zichzelf vrijkopen kan, dat hij zichzelf lost.
Onder vreemdelingen zijn in het algemeen te verstaan alle niet-Israëlieten, de afstammelingen van andere volken, tegenover de inwoners of de nazaten van Abraham, Izak en Jakob, aan wie de Heere het land Kanaän tot een bezitting wilde geven. Die vreemdelingen nu, welke een blijvende woonplaats in het land hadden gevonden en door het bezit van huizen op een bepaalde plaats (maar niet door het bezit van grond, wat naar de wet niet geoorloofd was) zich tot inlanders hadden gemaakt, zonder toch in de godsdienstige gemeenschap van Israël te zijn opgenomen, (werden zij dit, dan behoorden zij tot de proselieten, (zie Le 17.9) worden in de Hebreeuwse grondtekst bijwoners genoemd (Luther: huisgenoten, Exodus. 12:45 Leviticus. 25:6, of gasten, Leviticus. 25:35,40,45); zij konden een vermogen verwerven en, zoals op deze plaats blijkt, Hebreeërs in dienst nemen. De anderen die zich slechts tijdelijk in het land ophielden en eenvoudig vreemdelingen genoemd werden (Deuteronomium. 14:21), zochten een onderkomen in Israëlitische gezinnen (huisgenoten of gasten in de eigenlijke zin), of traden als gehuurde knechten in Israëlitische dienst (huurlingen, Exodus. 12:45 en dagloners). In vs.35 en 40 van dit hoofdstuk is volgens de samenhang zonder twijfel aan de betrekking van een huisgenoot (Exodus. 3:22) te denken, en heeft Luther dus zeer juist dit woord door “gast” vertaald. Reeds vroeger (vs.25 vv.) zagen wij de plicht van de naaste bloedverwanten jegens een van zijn erfbezitting in grond beroofde Israëliet voorgesteld, om namelijk voor hem op te komen en in zijn plaats de lossing van hetgeen hij uit nood had moeten verkopen, te bewerken; want in geen ander geval dan in dringende nood, om zich en de zijnen bij het leven te behouden, mocht een Israëliet zijn grondbezitting verkopen. Zo was een verkopen uit winstbejag of om andere oorzaken reeds daardoor onmogelijk gemaakt, dat over het algemeen geen werkelijk verkopen maar slechts een tijdelijk verpachten bestond (vs.23). Om deze verplichting tot lossing wordt zulk een nabestaande de losser (Goël) genoemd. Wij zien echter uit het behandelde, dat ook daar, waar een Israëliet zijn persoonlijke vrijheid verloor, de naaste van zijn betrekkingen verplicht was hem door betaling van het losgeld zijn vrijheid weer te verschaffen. Het geheel was toch meer een plicht van vrijwillige liefde, welke met een belangrijk offer verbonden was, dan een plicht van wettische dwang, zoals het bij Genesis 38:8 besproken Leviraatshuwelijk, zonder dat zoals hierbij ergens in de wet wordt gezegd dat hij, die aan deze plicht zich onttrok, een smaadheid op zich moest nemen; veeleer plaatst de wet de bereidwilligheid van de naaste betrekkingen op de voorgrond om voor het familielid, dat goed of vrijheid verloren heeft, op te komen, zij geeft hun het recht daartoe en stelt de voorwaarden vast, waaronder die daad van bloedverwantschappelijke liefde kan worden verricht. De wet kon des te meer de eigenlijke dwang ter zijde stellen, daar zij er reeds elders voor gezorgd had, dat iedere Israëliet, die erfgoed of vrijheid verloor, ook wanneer niemand van zijn bloedverwanten zich over hem ontfermde, eindelijk toch weer tot zijn bezitting en zijn geslacht kwam. In liederen en leerredenen wordt Christus niet zelden onze Goël genoemd; dat woord staat echter ook in de grondtekst en wel in Job 19:25 waar het met “Verlosser” en niet “Losser” vertaald is.
50. En hij zal, wanneer hij in staat is om zichzelf te lossen, met zijn koper rekenen van dat jaar af, dat hij zich aan hem verkocht heeft, tot het Jubeljaar toe, hoeveel jaren dit zijn; alzo dat het geld van zijn verkoping, de prijs waarvoor hij zich verkocht heeft, zal zijn naar het getal van de jaren, over deze jaren gelijk verdeeld, naar de dagen van een dagloner zal het met hem zijn, de jaren gedurende welke hij gearbeid heeft, zullen als die van een arbeider om loon, die zijn bepaalde uren gearbeid heeft endaarvoor een vast loon ontvangt, gewaardeerd en van de koopsom afgetrokken worden.
51. Indien nog vele van die jaren zijn, naar die, naar het getal heirvan, zal hij tot zijn lossing van het geld, waarvoor hij gekocht is, hetzij veel of weinig, weergeven.
52. En indien er nog weinige van die jaren overgebleven zijn, tot aan het Jubeljaar, zo zal hij met hem, naar die jaren, rekenen; naar zijn jaren zal hij zijn lossing weergeven; de jaren van zijn diensttijd, berekend naar het loon van een gehuurde arbeider, van de hoofdsom aftrekken.
53. Als een dagloner zal hij van jaar tot jaar 1) bij hem zijn; men, geheel Israël, in wiens midden de vreemdeling als bijwoner leeft en zich een van Israëls zonen tot knecht koopt, zal zijn heer over hem geen heerschappij doen hebben, zoals over de slaven, met wreedheid voor uw ogen, 2) maar veeleer daarop zien, dat hij als een arbeider, die jaar op jaar arbeidt, gehouden wordt.
1) Van jaar tot jaar, d.i. als een voor jaren gehuurde dagloner.
2) Wanneer men bespeurde, dat een dienstknecht door zijn meester met wreedheid gekweld werd, zo moest de overheid met haar gericht tussenbeide komen, om dit te beletten.
54. En is het, dat hij hierdoor, zoals eerder (vs.48-52) is voorgesteld, niet gedurende zijn diensttijd gelost wordt, zo zal hij in het Jubeljaar zonder losgeld vrij uitgaan, hij en zijn kinderen met hem.
55. Want de kinderen van Israël zijn, zoals Ik reeds (vs.42) gezegd heb, Mij tot dienstknechten, Mijn dienstknechten zijn zij, die Ik uit Egypte gevoerd en Mij daardoor tot een eigendom verworven heb; Ik ben deHEERE uw God, en kan daarom niet toelaten dat een van Mijn volk voor altijd in de macht van een vreemde zou zijn!
Het doel van deze wet is, dat niemand van hen, welke God heeft aangenomen tot kinderen, van Zijn geslacht vervreemd wordt, en op die wijze afgesneden van de zuivere dienst van God zelf.
Het jaar van de vrijlating bracht reeds op zichzelf een rijke zegen mee, deels omdat het niet alleen onder de kinderen van Israël het bewustzijn levend hield, dat zij allen een volk van broeders, een eigendom van de Heere waren en als knechten van God niet knechten van mensen zouden worden, maar ook die stoornissen en verwarringen van oorspronkelijke rechts- en bezitsbetrekkingen, welke in de loop der tijden waren ontstaan, weer ophief en elke 50 jaar de staat als met nieuwe kracht uit al wat zijn aan God ondergeschikte grondslagen met verwoesting bedreigde, deed opstaan, maar daardoor evenzeer geweldige omwentelingen als het aangroeien van het geslacht van de burgers zonder geld en zonder land, de zogenaamde proletariërs, verhinderde. Evenwel behoort dit alles slechts tot de heilzame en onmiddellijke gevolgen, het is niet de eigenlijke betekenis en het bepaalde doel van deze instelling. Die betekenis, dit doel is veeleer: “een grote afschaduwende voorspelling te zijn, eenmaal door tijd en eeuwigheid te vervullen”.
“Een voorbeeld van het grote wereldjaar van de verlossing, als alle dienstbaarheid een einde heeft, alle schuld uitgedelgd, al het verlorene herkregen is en een nieuwe wereldtijd beginnen zal”.
Als voorspelling en voorbeeld wordt het jaar van de vrijlating dan ook overal in de schriften van profeten en apostelen voorgesteld Jesaja 61:1 vv. Luk.4:17 vv. Hand.3:19 vv. Rom.8:19 vv.). Met de grote Verzoendag, de komst van Christus in het vlees en Zijn offer voor de zonden van de wereld, nam de tijd van vrijheid dan ook werkelijk een aanvang, welke tijd aangekondigd werd door het alle landen doordringend bazuingeschal van het Evangelie (Rom.10:18; 2 Kor.6:2). Voleindigd zal die tijd worden, als de laatste bazuin slaat, wanneer de verlossing uit de macht van de laatste vijand komt, d.i. van de dood, die verslonden wordt en alles zal vervuld worden, wat God heeft gesproken door de mond van al Zijn heilige profeten van het begin van de wereld af (1 Thess.4:16; 1 Kor.15:52 vv. Hand.3:21). Men heeft berekend dat de verschijning van Christus in het vlees in de 84ste Jubeljaarperiode sedert de schepping van de wereld en ook Zijn dood in een Jubeljaar valt, maar al kan bij de moeilijkheden, die de bijbelse tijdrekenkunde oplevert, iets zekers daarover niet gezegd worden, zo geloven wij toch dat de dag des Heeren nog veel verrassender ophelderingen over de verwonderlijk diepe en goddelijk grote plannen van de gehele heilsgeschiedenis, zelfs in uiterlijke en tijdelijke dingen, geven zal, dan wij ons nu nauwelijks kunnen voorstellen.
Ontegenzeglijk wordt door deze voorschriften symbolisch voor ogen gesteld, wat de Heere in latere eeuwen laat zeggen: Gij zijt duur gekocht, wordt geen dienstknechten van mensen (1 Corinthiers. 7:23).
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Leviticus 25
Leviticus 25:1-2.Kruisverwijzingen2 Kronieken 36:21→Exodus 23:10→Leviticus 26:34→Galaten 4:24→Exodus 19:1→Numeri 10:11→Numeri 1:1→Psalmen 24:1→
— Verder sprak de HEERE tot Mozes, aan den berg Sinai, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer gij zult gekomen zijn in dat land, dat Ik u geve, dan zal dat land rusten, een sabbat den HEERE.
Voor de Joden was er veel rust bereid. Hadden zij geloof genoeg gehad om de geboden van God te gehoorzamen, dan zouden zij het meest begunstigde volk kunnen zijn geweest; maar zij waren geen geestelijk volk, en de Heere heeft vaak hun ongehoorzaamheid moeten beklagen, zoals in de woorden die door Jesaja opgetekend zijn: “Och, dat gij naar Mijn geboden geluisterd hadt! zo zou uw vrede geweest zijn als een rivier, en uw gerechtigheid als de golven der zee” (Jes. 48:18).
Leviticus 25:3-4.Kruisverwijzingen2 Kronieken 36:21→Leviticus 25:20→Exodus 23:10→Leviticus 26:34→Leviticus 26:43→
— Zes jaren zult gij uw akker bezaaien, en zes jaren uw wijngaard besnijden, en de inkomst daarvan inzamelen. Doch in het zevende jaar zal voor het land een sabbat der rust zijn, een sabbat den HEERE; uw akker zult gij niet bezaaien en uw wijngaard niet besnijden.
Denk eens aan een sabbat van een jaar lang, waarin niets anders te doen was dan God te dienen en zo te rusten!
Leviticus 25:4-5.Kruisverwijzingen2 Kronieken 36:21→Leviticus 25:20→Jesaja 37:30→2 Koningen 19:29→Exodus 23:10→Leviticus 26:34→Leviticus 26:43→
— Doch in het zevende jaar zal voor het land een sabbat der rust zijn, een sabbat den HEERE; uw akker zult gij niet bezaaien en uw wijngaard niet besnijden. Wat van zelf van uw oogst zal gewassen zijn, zult gij niet inoogsten, en de druiven uwer afzondering zult gij niet afsnijden; het zal een jaar der ruste voor het land zijn.
Een tijd van rust in een land van rust; heel het land moest rust hebben, en toch vruchtbaarheid hebben in die rust: de rust van een hof, niet de rust van een taak. Zo is het vaak met het volk van God: wanneer zij het meest rusten, werken zij het best; en terwijl zij rusten, dragen zij vrucht voor God.
Leviticus 25:6-7.KruisverwijzingenHandelingen 4:34→Handelingen 2:44→Leviticus 25:20→Handelingen 4:32→Exodus 23:11→
— En de inkomst van den sabbat des lands zal voor u tot spijze zijn, voor u, en voor uw knecht, en voor uw dienstmaagd, en voor uw dagloner, en voor uw bijwoner, die bij u als vreemdelingen verkeren; Mitsgaders voor het vee, en voor het gedierte, dat in uw land is, zal al de inkomst daarvan tot spijze zijn.
Er mocht van de opbrengst die dat jaar van zichzelf opkwam geen persoonlijk eigendom zijn. Zij was vrij voor ieder; zelfs vrij voor het vee, dat mocht gaan en eten wat het wilde en waar het wilde.
Leviticus 25:17-21.KruisverwijzingenDeuteronomium 28:8→Leviticus 19:14→Leviticus 19:32→Deuteronomium 12:10→Jeremia 23:6→Leviticus 25:43→Exodus 20:20→Spreuken 1:33→
— Dat dan niemand zijn naaste verdrukke; maar vreest voor uw God; want Ik ben de HEERE, uw God! En doet Mijn inzettingen, en houdt Mijn rechten, en doet dezelve; zo zult gij zeker wonen in het land. En het land zal zijn vrucht geven, en gij zult eten tot verzadiging toe; en gij zult zeker daarin wonen. En als gij zoudt zeggen: Wat zullen wij eten in het zevende jaar? Ziet, wij zullen niet zaaien, en onze inkomst niet inzamelen; Zo zal Ik Mijn zegen gebieden over u in het zesde jaar, dat het de inkomst voor drie jaren zal voortbrengen.
Niet enkel voor het ene jaar van rust, maar vrucht voor dríe jaren.
Leviticus 25:22.Kruisverwijzingen2 Koningen 19:29→Leviticus 26:10→Jozua 5:11→Jesaja 37:30→
— Het achtste jaar nu zult gij zaaien, en zult van de oude inkomst eten, tot het negende jaar toe; totdat zijn inkomst ingekomen is, zult gij het oude eten.
Zij zouden genoeg hebben voor het jaar van rust, en voor het volgende jaar waarin de oogst opgroeide, en dan nog iets overhouden voor het negende jaar. Zoveel konden zij nauwelijks nodig hebben; maar God zou hen meer geven dan zij werkelijk behoefden, overvloediger dan zij baden of zelfs dachten.
Dat sabbatsjaar had nog andere zegeningen die eraan verbonden waren. Laten wij daarover lezen in het boek Deuteronomium, het vijftiende hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
FEEST- EN JUBELJAAR.
I. Vers 1-55
Na het gebeurde met de godslasteraar gaat de Heere verder voort met de voorstelling van de voor Israël vastgestelde heilige tijden daar zowel Sabbat- als Jubeljaar nog een nadere verklaring nodig heeft; want over het Sabbatjaar was slechts terloops (Exodus. 28:10 vv.), over het Jubeljaar nog in het geheel niet gesproken. Dit deel van de wetgeving wordt weer, zoals het eerste (Exodus. 20:21-31:18; Exodus 34:10,28) van de berg Sinaï afgekondigd en ook de daarmee verbonden bedreiging en belofte in hoofdstuk 26, waarmee de eigenlijke wet haar eindpunt bereikt en nu nog maar ophelderingen, uitwijdingen en herhalingen in het afzonderlijke, al naar gelang dit nodig is in het verdere verhaal worden tussengevoegd
1. Verder sprak de HEERE tot Mozes en wel op de berg Sinaï, 1) zeggende:
1) Het gebod, omtrent het Sabbat- en het Jubeljaar, vormt het slot van de wetten, die Jehova op de berg Sinaï aan Mozes gegeven heeft. Dit leert de mededeling in het opschrift (vs.1) 25.1, dat, op Exodus. 34:32 terugslaande, de gehele som van de wetten, welke Mozes op de berg van God ontvangen en het volk voor en na geopenbaard heeft, tot innerlijke eenheid verbindt.
2. Spreek tot de kinderen van Israël en zeg tot hen: wanneer gij zult gekomen zijn in dat land, dat Ik u geef, dan zal de bodem van dat land rusten een Sabbat voor de HEERE; 1) evenzo een de Heere gewijde rust hebben, zoals gij zelf met uw vee op de zevende dag.
1) Door de instelling van het Sabbatjaar werd: 1. gezorgd voor de vruchtbaarheid van het land, door het elke zeven jaar te laten rusten, zonder het te beploegen of te bezaaien. 2. Een vermaning gegeven naar de gedachte van de Joden, en naar die van Paulus Fagius, dat de rijken aan de behoefte van de armen zouden gedenken, door gade te slaan, dat, zoals zij zelf in dat zevende jaar enigszins bekrompener leefden, dan in de andere zes, de armeren zich altoos in zo’n bekrompen, zorgelijke staat bevinden, omdat zij nooit zaaien noch maaien. 3. Afgeschaduwd de Sabbat van vergeving en vrijheid, die onder het Nieuwe Testament te verwachten waren, volgens het zeggen van Procopius; en 4. Een schaduwbeeld gegeven van de eeuwige Sabbat.
Elk zevende jaar had de naam van Sabbatjaar, opdat in dat jaar de aarde rustte en niet bebouwd werd. Het werd ook het jaar van de verlating genoemd, omdat in dat jaar de schuldenaars de schulden werden kwijtgescholden, en de dienenden, zo ze wilden, van hun dienst werden ontslagen. De reden van het vieren van dit feest waren verscheiden: Allereerst de staatkundige of burgerlijke, omdat God beloofd had, dat er geen bedelaar onder Israël zou zijn, zodat voor de armen hierin op deze wijze was zorg gedragen. Ten tweede, de zedelijke, want God wilde hiermee leren, de barmhartigheid jegens hun arme medebroeder en de gedachten van de Israëlieten van de gierigheid en hebzucht afhouden en hen de dankbaarheid jegens God, de Gever van alle goederen, inboezemen. Ten derde, de geestelijke, want het verbeelde het jaar van de genade, volgens de voorzegging van Jesaja (hoofdstuk 61:1,2). Dat is, de tijden van het Nieuwe Verbond vol van genade, die eeuwige Sabbat de rust van de werkelijke dienst van het Oude Verbond en van de vloek van de wet en volkomen vergeving.
Een Sabbat voor de Heere, d.i.een Sabbat ter ere van God. Vóór het Loofhuttenfeest van ieder 7de jaar moest dan ook de wet van het Verbond het volk worden voorgelezen. De wekelijkse Sabbat en de Jaarsabbat staan met elkaar in zeer nauw verband. Zoals de Sabbat volgt op zes dagen van arbeid, zo volgt op zes jaren van arbeid een jaar van rust voor mens en vee en land. Bovendien is de wekelijkse Sabbat een dag, door de Heere gewijd en geheiligd, zo ook de Jaarsabbat.
3. Zes jaar achtereen zult gij uw akker bezaaien, en zes jaar lang uw wijngaard, uw wijn- en olijfbergen (Leviticus. 19:10) met het snoeimes tot vruchtdragen besnijden Jesaja 5:6 Joh.15:12) en de inkomst daarvan inzamelen.
4. Doch in het zevende jaar zal voor het land een Sabbat van rust zijn, waarover (vs.2) gesproken is, een Sabbat voor de HEERE, namelijk een rusttijd, een braakliggen, uw akker zult gij niet bezaaien en uw wijngaard niet besnijden.
5. Wat op het land vanzelf van uw oogst, van de korrels, bij de oogst van het zesde jaar op het land gevallen en ontkiemd, zal gegroeid zijn, zult gij in het zevende jaar niet inoogsten, en de druiven van uw afzondering, gegroeid zonder dat de wijngaard besnoeid is, zult gij niet afsnijden; het zal een jaar van rust voor het land zijn, en die rust zult gij niet verstoren.
6. En de inkomst van de Sabbat van het land zal voor u tot spijze zijn, 1) wat het land gedurende die rust vanzelf opbrengt zult gij voor u zelf houden, voor u, de bezitter, en ook voor uw knecht, en voor uw dienstmaagd, en voor uwdagloners en voor uw bijwoner, die bij u als vreemdelingen verkeren, als ook voor de arme onder uw volk (Exodus. 23:11).
1) De bedoeling in verband met vs.5 is duidelijk. Wat op de landen als vanzelf opkwam, mocht niet ingeoogst worden, dat is, gemaaid en daarna in de schuren verzameld, maar was algemeen goed. Een ieder, die behoefte had, mocht er zoveel van nemen, als hij op dat ogenblik nodig had. De arme had er even veel recht op als de rijke, de niet-bezitter als de bezitter. Exodus. 23:11 is hiermee niet in strijd, omdat hier niet wordt ontkend, dat ook de arme, of wil men, dat de arme er gebruik van mocht maken.
7. Bovendien voor uw fok- en huisvee, en voor het gedierte, het wild, dat in uw land is, zal al de inkomst, die vanzelf groeit, daarvan tot spijze zijn, niet ingezameld, maar als gemeenschappelijk goed voor allen, mensen en dieren, buitengelaten worden, dat een ieder daarvan neemt en eet wat hij juist nodig heeft.
In Exodus. 23:10 vv., waar reeds het sabbatjaar vermeld werd, was hoofdzakelijk de zorg voor de armen bedoeld en werd die instelling van de sabbat in dit licht beschouwd; maar hier wordt deze instelling nog meer bepaald als een goddelijke beschouwd, als een de Heere gewijde feestviering van het gehele land, en aan de Hoofdstuk 23 vermelde rust- en feesttijden van het volk van God toegevoegd. Het sabbatjaar sluit zich toch zeer nauw aan de gewone wekelijkse sabbat (23:3) aan, het is daarvan de ontwikkeling. Zoals toch de wekelijkse sabbat op de zes werkdagen volgt en voor de mens en vee een dag van rust en verkwikking is, zo lost het sabbatjaar de zes jaren van regelmatige veld- en landbouw af en laat de vruchtbare grond een jaar lang vieren, terwijl deze dit jaar aan zijn eigen onmiddellijke groeikracht overgelaten wordt en van alle ingrijpende werkzaamheid van de mensen verschoond blijft. Het is een dwaling naar allerlei redenen te zoeken, om het nut van deze maatregel op te sporen (bv. vermeerdering van de vruchtbaarheid van de grond door gedurig terugkerend braakliggen; vermeerdering van handel en vriendschappelijk verkeer met andere volkeren, door verhindering van een meer dan tot de eigen dringende behoefte toereikende opbrengst; bevordering van de jacht door toereikend voedsel voor het wild en bemesting van de grond, door het vrij daarop rondlopend vee).
Het is de Heere, die het Sabbatjaar verordent, en wat Hij verordent, heeft vanzelf ook voor het tijdelijke leven zijn goede uitkomsten; maar het eigenlijke doel is op de grondvesting van Zijn rijk, op de verwerkelijking van geestelijke waarheden en de verwezenlijking van hemelse plannen gericht. En dan is het ook niet onmogelijk om Gods gedachten en raadsbesluiten te verstaan, men moet ze maar niet met opzet willen miskennen, daar zij toch door de woorden: “In het zevende jaar zal voor het land een Sabbat van rust zijn, een Sabbat voor de Heere” duidelijk genoeg zijn aangewezen. De akker geeft jaarlijks zijn vrucht als een schuld, welke hij aan de mens voldoet en waarop deze als een loon voor al zijn moeite rekenen mag. Maar daarbij zal Israël als volk van God toch niet vergeten dat de aarde, ofschoon voor de mens geschapen, nochthans niet daartoe is, opdat de mens haar als zijn eigendom aanzie en nu met haar vermogen om vrucht te dragen in de dienst van zelfzucht tot in het uiterste woekere; veeleer zal Israël de aarde als de Heere heilig erkennen, en ook als geroepen om aan zijn zalige rust deel te hebben. Terwijl het land in het zevende jaar droeg wat het vanzelf voortbracht, werd het daarmee zijn Schepper en Heere gedurende de door Hem bepaalde tijd weer tot vrije beschikking en besturing overgegeven en voor verder menselijk gebruik opnieuw geheiligd. Terwijl nu de dwingende werkende mensenhand voor die tijd van de grond afliet, genoot deze zinnebeeldig de rust, waarin hij zich voor de zonde na volbrachte schepping verblijd had (Genesis 2:2,3) en vierde zinnebeeldig dezelfde Sabbat, welke in de toekomst, wanneer alles weer zal zijn opgericht, ook het beleid is (Hebr.4:9). Wat het werkelijke leven aangaat, had zulk een volkomen rust van de grond niet de minste moeilijkheid; nog heden ten dage zaait in Palestina een groot deel van het koren zich vanzelf in een overvloed, die veel meer is dan de bestaande behoefte eist en in vele streken planten de graangewassen zich zonder bearbeiding voort. Wel was een grote zegen daaraan verbonden; want niet alleen vonden de armen, wezen, dagloners en vreemdelingen, die zelf geen eigendom hadden, toch hun oogst en verblijdden zich des te meer in het leven, daar in het Sabbatjaar geen schulden mochten worden ingevorderd (Deuteronomium. 15:1 vv.), maar de vrije tijd bood ook gelegenheid aan om zich meer dan gewoonlijk met geestelijke dingen bezig te houden en aan school en onderwijs meer zorg te wijden, dan anders geschieden kon. Alle klassen van de bevolking ondervonden alzo werkelijk dat het levensdoel van de gemeente van de Heere niet bestaat in het onophoudelijk en zwaar bearbeiden van de grond, in het zweet des aanschijns (Genesis 3:17,19), maar in het onbezorgde genot van de vruchten van de aarde, welke de Heere haar God geeft zonder de arbeid van haar hand en altijd geven zal, wanneer zij er naar staat in Zijn verbond te blijven en in Zijn wet zich te vermaken. Tot bereiking van het laatstgenoemde deel, het gehele volk eenmaal tot de levende overtuiging te brengen, welk een kostbare schat het in de wet van de Heere bezit (Psalm. 19:8 vv.), wordt in Deuteronomium. 31:10 vv. bevolen dat vóór het Loofhuttenfeest van ieder 7de jaar bij het heiligdom de wet in het openbaar zal worden voorgelezen. Wel heeft Israël Gods goede en genadige wil over het geheel weinig erkend en reeds sedert Salomo’s laatste regeringsjaren de viering van het Sabbatjaar nagelaten; maar daarom moest het land dan ook later 70 jaar lang (gedurende de Babylonische ballingschap) woest liggen, om de nagelaten Sabbatjaren in te halen (Leviticus. 26:34 vv; 2 Kron.30:21). Na de ballingschap vinden wij dan de waarneming van de rusttijd voor het land in Nehemiah. 10:31 1 Makk.6:49,53, Tacitus hist. V: 4, en ook bij Jozefus vermeld.
8. Gij zult u ook tellen zeven jaarweken, 1) zevenmaal zeven jaar, zodat de dagen van de zeven jaarweken, waarvan ieder een tijdruimte van zeven jaar vormt, u negenenveertig jaar zullen zijn.
1) Een derde soort van Sabbat wordt hier aangeduid, welke werd uitgevaardigd na negenenveertig jaar, of na zeven jaarweken. Deze Sabbat was zeer beroemd, omdat, zowel ten opzichte van de personen, als ten opzichte van de gebouwen en landerijen, alles bij het volk weer in de oude toestand terugkwam. Ofschoon God op deze wijze heeft zorg gedragen voor het publiek belang, de armen te hulp is gekomen, opdat hun vrijheid niet werd opgeheven, en de orde, door Hem gesteld, bewaard heeft, toch is het volstrekt niet twijfelachtig, of nog een andere prikkel heeft Hij er bijgevoegd, waardoor de Joden tot de viering van deze Sabbat werden opgewekt. Het is toch een in het oog vallend bewijs van heilige rust geweest, te zien, dat de slaven werden vrijgelaten en plotseling vrij werden, dat de huizen en de bezittingen van land tot de vorige bezitters, die ze verkocht hadden, terugkeerden. Kortom, dat het gelaat van alle dingen vernieuwd werd. Jubel noemen zij dit jaar, vanwege het geklank van de ramshoorn, waarmee de vrijheid en het herstel in het bezit van de akkers werd verleend, maar hoofdzaak van de plechtigheid is, dat zij daardoor leerden, dat zij van de andere volken gescheiden waren, dat zij een volk waren, bijzonder geheiligd aan God. Ja, de herstelling had dit tot doel, dat zij op de grote Sabbat weer verlost, zich aan God, als hun Verlosser, geheel en al zouden wijden.
Het Jubeljaar verschilde hierin van het Sabbatjaar, vooral wat de vrijlating enz. aangaat, dat deze laatste veel meer beperkt was. Op het Jubeljaar had een algemene en veel minder bepaalde vrijlating plaats. Overigens heeft ook het Jubeljaar dezelfde geestelijke en zedelijke betekenis als het Sabbatjaar, alleen alles is meer volledig. De afschaduwing van het eeuwige is volkomener. Toen de Heere Israël zou verschijnen op de berg, werden zij vermaand, om te letten op het horen van de ramshoorn. Evenzo wordt nu Gods oude Verbondsvolk aangezegd, om erop te letten, wanneer na 7 x 7 jaren de bazuin of ramshoorn zou klinken. Dan was het jaar van de vrijlating. Dat bazuingeklank zou Israël tot de vrijheid uitroepen.
9. Daarna, bij het einde van het 49ste jaar zult gij in de zevende maand, op de tiende dag van de maand de bazuin van het geklank doen doorgaan; op de Verzoendag zult gij de bazuin doen doorgaan in uw gehele land.
Het Sabbatjaar werd niet naar het kerkelijk, maar naar het burgerlijk jaar berekend, het nam alzo een aanvang met de maand Tisri (zie Ex 12.2), terwijl de met deze maand beginnende veldarbeid achterwege bleef. Van zulke Sabbatjaren zouden nu zeven, d.i. 7 x 7 = 49 gewone jaren geteld en het daarop volgende 50ste jaar, dat onmiddellijk aan het 7de sabbatjaar zich aansloot, op de 10de dag van zijn eerste maand (de 7de naar kerkelijke berekening) door middel van boden in het gehele land uitgezonden, als een nieuw eigenaardig Sabbatjaar uitgeroepen worden, waarin het denkbeeld van rust tot zijn volle ontwikkeling en tijdelijke volmaking komt. Het muziekinstrument, waardoor het wordt aangekondigd, is de bazuin. Om de sterke, overal weergalmende toon van deze bazuin wordt dat jaar het halleljaar genoemd. Daar het ook ontbinding van alle vroeger gesloten verbonden aanbracht, zodat een ieder weer tot zijn eigen have en tot zijn geslacht kwam (vs.10), draagt het tegelijk de naam jaar van de vrijlating. In hoeverre ook het Sabbatjaar die naam draagt, kan men zien in Deuteronomium. 15:1 vv. In het Hebreeuws wordt de sterke, alom weerklinkende toon van de bazuin lbwy (Jobeel) genoemd; dit woord Jobeel hebben vele uitleggers als “jubel” vertaald (zo reeds de Vulgata); maar Luther heeft de vertaling Jubeljaar (misschien wel uit afschuw van de gruwel), die de Roomse pausen met het uitschrijven van Jubeljaren dreven in zijn Bijbel vermeden. Niet zonder grond moest dit jaar, waarin de om schulden tot slaaf verkochten weer vrij, de uit nood van hun grondbezit beroofden weer in het bezit gesteld werden van het hun door de Heere aangewezen erfdeel (vs.12,30), en dat daarom ook het genadejaar (Luther: “het genadige jaar” Jesaja. 61:2) genoemd wordt, juist op die dag worden aangekondigd, waarop de verzoening van alle zonden geschied was, d.i. op de grote Verzoendag; want de mededeling van de genade onderstelt de volkomen schuldvergiffenis. Wat de aard van dit jaar van de vrijlating aangaat, is het een nog ruimere ontwikkeling van het denkbeeld van rust dan het bij vs.7 nader omschreven feestjaar, in dat jaar zal de eigendomsstaat, in het vorige tijdperk door de verschillende voorvallen van het dagelijks, burgerlijk leven in wanorde gebracht, weer tot rust, en dat goed, uit de handen van de vreemde weer in die van de eigenaar komen. Wat nu de tijdrekenkunde aangaat, sluit het zich daarentegen zo nauw mogelijk aan het Pinksterfeest aan; want zoals dit op de 50ste dag na Pasen valt, als sedert de aanbieding van de handvol van het beweegoffer zeven volle Sabbatjaren zijn voorbijgegaan (Leviticus. 23:15 vv.), zo is het halleljaar het ieder 50ste jaar en breekt weer aan, zo menigmaal zeven Sabbatjaren zijn voorbijgegaan.
10. En gij zult dat vijftigste, van de 10de Tisri tot op de eerstvolgende herfsttijd durend jaar heiligen, als een kerkelijke feesttijd behandelen en vrijheid uitroepen in het land, voor al zijn inwoners; het zal u een Jubeljaar zijn, waarvan het bazuingeschal klinkt door het gehele land, verkondigende aan een ieder vrijheid en loslating, en gij zult terugkeren, een ieder tot zijn bezittingen, en zult terugkeren, een ieder tot zijn geslacht. 1)
1) Zij, die verkocht waren aan andere geslachten, werden daardoor vreemden van hun eigen geslacht, maar in dit jaar van de verlossing zouden zij terugkeren, een ieder tot zijn geslacht.
Dit was een zinneprent van de verlossing door Christus uit de slavernij van de zonde en de satan, en van de herstelling tot de heerlijke vrijheid van de kinderen van God.
11. Dit Jubeljaar zal u het vijftigste jaar zijn; juist omdat het tot de oorspronkelijke instelling van God terugleidt en alles in de vorige staat herstelt, zal het als een Sabbatjaar worden behandeld (vs.4 vv.), gij zult niet zaaien, noch inoogsten wat vanzelf daarin zal gegroeid zijn, noch ook de druiven van de afzondering hierin afsnijden.
12. Want, zoals gezegd is, dat is het Jubeljaar, 1) het zal u heilig zijn; gij zult uit het veld de inkomst daarvan eten. 2)
1) Eigenlijk: Dit is het jaar van het bazuingeschal.
2) Ook een herhaald braakliggen van velden, wijnbergen, olijfgaarden en hoven in het vijftigste jaar, nadat reeds het vorige jaar een Sabbatjaar geweest was, had op zichzelf geen moeilijkheid, daar hetgeen Strabo, XI: 4, 3 meedeelt over Albanië (aan de Kaspische Zee, heden Schirwan genaamd), dat daar van één zaaisel 2-3 jaren na elkaar geoogst kon worden, door de Heere in vs.21 bepaald aan Zijn volk beloofd wordt; evenzo wordt Jesaja 37:30) aan Hiskia zulk een tweemalige opbrengst van de grond uit zichzelf toegezegd, waardoor alle schade van de toenmalige verwoesting na drie jaar geheel zou zijn weggenomen.
Ook hier opnieuw als in het Sabbatjaar; zij mochten het als vanzelf groeiende koren niet inoogsten, maar slechts zoveel telkens verzamelen, als nodig was voor het ogenblikkelijk levensonderhoud. Alles was algemeen goed. Een ieder, die behoefte had, mocht ervan genieten.
13. In dat Jubeljaar, zult gij ieder terugkeren tot zijn hem oorspronkelijk toekomende bezitting.
14. Daarom, wanneer wij gedurende de voor het Jubeljaar verlopen 49 jaar aan uw naaste goederen, een akker of een stuk grond verkopen, of uit de hand van uw naaste iets dergelijks kopen zult, dat niemand de een de ander, noch deverkoper de koper door te hogen, noch de koper de verkoper door te lagen koopprijs verdrukke. 1)
1) Het woord in de grondtekst betekent in het bijzonder, de verdrukking van de vreemdelingen (Leviticus. 19:33 Exodus. 22:22), van de slaven (Deuteronomium. 23:17), van de armen, weduwen en wezen (Jeremia. 22:3 Ezech.18:8), in burgerlijk opzicht, door afzetten of onttrekken van have en goed.
15. Naar het getal van de jaren van het laatste Jubeljaar af zult gij van uw naaste kopen, en niet meer, dan dit getal, van de waarde van opbrengst van de akker of het deel grond in rekening brengen, en naar het getal van de jaren van de inkomsten, die tot het volgende halleljaar nog over zijn, zal hij het aan u verkopen, zo hoog en niet hoger, opdat gij het hem in het jaar van de vrijlating zonder schade kunt teruggeven.
16. Naar de veelheid van de jaren, die van de tijd van de verkoping tot aan het begin van het jaar van de vrijlating verlopen, zult gij, de koper, zijn koopprijs vermeerderen, en naar de weinigheid van de jaren zult gij zijn koopverminderen: want hij, de verkoper, verkoopt aan u het getal van de inkomsten, de akker of het stuk grond naar de opbrengst, niet naar de eigenlijke waarde van de grond, zodat het dan uw eigendom zou worden (vs.23).
17. Dat dan niemand zijn naaste verdrukke, 1) maar vreest, hetzij koper, of verkoper, voor uw God: want Ik ben de HEERE, uw God die wederkerig èn woeker èn verdrukking niet ongestraft laat.
1) Niemand mocht de waarde van zijn land verhogen, evenmin mocht iemand van de benarde toestand van de verkoper misbruik maken, door van hem het land voor te lage prijs te kopen.
18. En doet, opdat gij niet valt in de macht van Mijn straffende gerechtigheid, Mijn instellingen, en houdt Mijn rechten, welke Ik u (vs.14-17) geboden heb, en doet gij, die van uw naaste koopt, dezelfde; zo zult gij, in plaats van voor Mijn toorn te moeten vrezen, zeker1) wonen in het land.
1) In het Hebreeuws Labétach, eigenlijk vrij van zorg, zonder zorg. Zij zouden geen kwaad hebben te vrezen. Aan het onderhouden van de geboden van de Heere is groot loon verbonden.
19. En het land zal, door de bijzonderen zege die Ik daarop zal leggen, wanneer gij naar Mijn rechten doet, Zijn vrucht in rijke volheid geven, en gij zult altijd eten, tot verzadiging toe, en gij zult zeker, rustig en gelukkig (1 Kon.4:25) daarin wonen.
20. En als gij, bij het naderen van het Sabbatjaar, zou zeggen: 1) Wat zullen wij eten in het zevende jaar? Ziet, wij zullen in dit jaar niet zaaien, en onze inkomst niet inzamelen, wanneer wij werkelijk naar de instellingen van de Heere doen (vs.4).
1) Nooit zijn de mensen gehoorzaam aan de bevelen van de Heere, tenzij dan, wanneer het wantrouwen wordt opgeheven, en altijd zijn zij schrander in het opwerpen van voorwendselen, om niet te gehoorzamen. Doch er was voor de Joden een fraai klinkende verontschuldiging, wegens een moeilijkheid die zich kon voordoen, dat de honger hen gedurende twee jaar kon overvallen, wanneer zij in het zevende jaar noch konden maaien, noch zaaien. Om te maaien moest men het einde van het achtste jaar afwachten. Want vanwaar nu zou er overvloed van gemaaide zijn, als het land een jaar lang braak had gelegen? Niet zonder oorzaak neemt God hier nu de twijfel weg, door te beloven, dat Hij in het zesde jaar een bijzondere vruchtbaarheid zou geven, welke voldoende zou zijn voor de komende twee jaren. De uitdrukking is wel op te merken: dat God Zijn zegening zou bevelen op buitengewone wijze en tegen de gewone omstandigheden in, opdat het land het dubbele, ja, het driedubbele zou voortbrengen. Waardoor ons een niet gewone stof tot vertrouwen wordt ingeprent, om ons dagelijks brood te begeren. Maar dit was een geheel bijzondere belofte, dat de Joden het voedsel niet ontbreken zou, wegens de Sabbat. Waarvan God in de woestijn reeds een voorbeeld had gegeven, toen Hij de dag vóór de Sabbat een dubbele portie manna aan de inzamelaars had geschonken. Aldus ontneemt God hun de vrees voor gebrek tot aan de oogst van het achtste jaar, ofschoon het schijnt, dat Hij hen tegelijk aan matig gebruik wil gewennen, opdat zij niet door onmatigheid en weelde kwijt worden, wat Hij overvloedig heeft geschonken, maar voor de twee volgende jaren genoeg over hielden. Op dit gebod zinspeelt God, wanneer Hij door Zijn profeten aankondigt, dat het land Zijn Sabbatten zal genieten, wanneer het zijn inwoners heeft uitgespuwd (2 Kron.36:21). Daar zij nu, door de Sabbatten te schenden, het land hadden verontreinigd, zodat het zuchtte onder een zware last, zegt Hij, dat het lang en aanhoudend zou rusten, opdat het braak liggende de arbeid van vele jaren zou goed maken.
Voor het geval, dat een Jubeljaar volgde onmiddellijk op een Sabbatjaar, zodat het land dan twee achtereenvolgende jaren moest braak liggen, belooft de Heere, met het oog hierop, dat Hij in het zesde jaar zulk een overvloedige oogst zou geven, dat er voor drie achtereenvolgende jaren genoegzaam zou zijn tot levensonderhoud voor mens en vee.
21. Zo zal Ik Mijn zegen gebieden over u in het zesde jaar, dat het de inkomst voor drie jaar zal voortbrengen, op eenmaal een driejarige oogst, de ene oogst voor hetlopende, de tweede voor het aanbrekende Sabbat-, de derde voor het daarna volgende halleljaar.
22. Het achtste jaar nu zult gij zaaien, en zult van de oude inkomst die van het zesde jaar, eten, tot het negende jaar toe, zolang de oogst van het achtste jaar nog op het veld staat rijp te worden; totdat zijn inkomst, de met de aanvang van het negende jaar nu geheel ingezamelde oogst ingekomen is, zult gij het oude eten.
Hoe getrouw en met welk een vrij geweten kon Israël, door zulk een belofte in het geloof gesterkt, niet alleen het Sabbat-, maar ook het Jubeljaar houden, zonder daarbij wat zijn nooddruft aangaat, schade te lijden! Reeds in de aanm. bij vs.7 (zie Le 25.7) is gezegd dat men al vroegtijdig begon het Sabbatjaar niet meer te houden; eerst na de Babylonische ballingschap voldeed het volk weer aan Gods bevel (Nehemiah. 10:31 1 Makk.6:49,53). Ook van de viering van het Jubeljaar vindt men in het Oude Testament vóór de tijd van de ballingschap geen bepaalde sporen, ofschoon meerdere plaatsen (1 Kon.21:3 vv. Jesaja. 37:30; 16:1 vv. Ezech.7:12 vv.; 46:17) te kennen geven, dat in het hart van de vromen de overtuiging, dat het alzo Gods ordening was, diepe wortels had geschoten. Maar tot de werkelijke gehoorzaamheid aan deze verordening van God behoorde een volkomen vrijheid van alle zelfzuchtige bedoelingen en een gehoorzaamheid van het geloof, zoals bij de grote meerderheid slechts zelden worden aangetroffen, zodat dan ook nß de Babylonische ballingschap de wetten over het Jubeljaar niet weer werden ter hand genomen.
23. Het land, de grond die ieder als zijn erfdeel ontvangt, ook zal niet voor altoos, tot een blijvende bezitting, verkocht worden, 1) door de een aan de ander; want het land is het Mijne, 2) (Jesaja 14:2,25 Jer.2:7 Ezech.36:5; 38:16 Psalm. 10:16), a) omdat gij vreemdelingen en bijwoners bij Mij zijt. 3)
a) 1 Kronieken 29:15
1) Niet voor altoos verkocht, d.i. niet zó verkocht, dat het niet weer gelost kon worden. Een uitzondering vinden we in hoofdstuk 27:20
2) D.w.z. in het bijzonder Zijn eigendom. Wel is de Heere de God van de gehele aardbodem, maar voor Israël was Hij het op bijzondere wijze. Het land Kanaän was in het bijzonder Zijn land. Israëls volk mocht het als het ware slechts beschouwen als het in leengebruik van Hem, de opperste Leenheer, te hebben ontvangen.
3) Omdat zij vreemdelingen en inwoners waren bij de Heere, in Zijn land en in Zijn huizen, en Hij Zijn tabernakel onder hen had, zo zou het vervreemden van hun gedeelte aan dat land in van de daad wezen, alsof zij zich van hun gemeenschap met God afzonderden, en voor altoos afstand deden van het land, dat Immanuëls land was Jesaja 7:8), waar de Messias geboren zou worden, leven en sterven zou. Daar Kanaän daarenboven een voorbeeld en onderpand van de hemelse erfenis was, zo kon geen Israëliet, zonder versmading van een uitnemend voorrecht zijn deel ervan, in dat land volstrekt overgaven op een wijze, dat hem alle mogelijkheid van lossing benomen ware. Om die reden wilde Naboth zich liever de boosheid van de koning op de hals halen, dan het erfgoed van zijn vaderen aan hem afstaan (1 Kon.21:3)
24. Daarom, zoals om deze oorzaak niemand zijn stuk grond aan een ander in eigenlijke zin verkopen mag, zo zal ook niemand een stuk grond, dat hij van een ander overneemt, als zijn blijvend eigendom aanmerken, maar zult gij in hetgehele land van uw bezitting, dat Ik u geleend heb, lossing voor het land toelaten. 1)
1) Zoals uit vs.25,26 en 28 blijkt, kon deze lossing op drie manieren plaatshebben. In vs.25 wordt de lossing beschreven, doordat een rijke bloedverwant, de naastbestaande, het verkochte lost. In vs.26 wordt het geval gesteld, dat iemand geen losser heeft, hetzij die niet bestaat, of deze zelf te arm is. In dit geval, zo hij zelf genoeg geld verkregen heeft, om het verkochte terug te kopen, zullen de jaren, die nog verlopen moeten tot aan het volgende Jubeljaar, berekend worden, en naar die maatstaf de som van de lossing vastgesteld. In vs.28 wordt het derde geval meegedeeld, waar er noch een losser is, noch de verkoper de benodigde som bijeen kan krijgen. Dan moet hij wachten totdat het Jubeljaar komt, en in dit Jubeljaar wordt het weer zijn rechtmatig eigendom. Niets onbillijks lag hierin, omdat de koopsom berekend werd naar de opbrengst van de oogst en de koper al die jaren lang het genot van de oogst had gehad. De koper had hiermee moeten en kunnen rekenen. Een losser heette in het Hebreeuws Goël. Onze Heere en Zaligmaker wordt ook met die naam aangeduid, omdat Hij voor de Gemeente, de nabestaande is geworden, vrijwillig geworden, om God, de Vader, het losgeld, het rantsoen te betalen, en alzo allen, die in Hem geloven, voor eeuwig vrij te maken en het erfrecht op de Hemel te verlenen.
25. Wanneer alzo uw broeder, een in uw omgeving wonend volksgenoot, Israëliet, zal verarmd zijn en iets van zijn bezitting verkocht zal hebben, zo zal zijn losser die hem nabestaande is en op wie de plicht van de lossing dus rust (vs.48 vv.), komen, voor hem opkomen, en zal, naar berekening van de tijd, die tot het jaar van de vrijlating nog verloopt (vs.27), het verkochte van zijn broeder lossen, en gij zult het hem zonder weigering weer overgeven.
26. En wanneer iemand geen losser zal hebben, terwijl daartoe verplichte betrekkingen of niet aanwezig of de aanwezigen te arm zijn om hun verplichting na te komen, maar zijn hand verkrijgen en hij, de verkoper, na verloop van enige tijd zelf gevonden zal hebben zoveel genoeg is tot zijn lossing, de tot lossing gevorderde som bezit.
27. Dan zal hij de jaren van zijn verkoping rekenen en even zoveel delen, als het getal van deze jaren bedraagt, van de koopsom aftrekken, en het overschot zal hij, de verkoper, tegen overlegging van de eerste, de man aan wie hij het verkocht had, weer uitkeren, zijn stuk grond tot zijn eigen gebruik; en hij zal zo spoedig mogelijk weer tot zijn bezitting komen.
De door de koper betaalde som zal dus naar hetgeen in vs.15 vv. als regel voor de verkoop van liggend goed is vastgesteld, (namelijk dat men niet de grond zelf, maar slechts de opbrengst daarvan, gedurende de jaren die nog moeten verlopen tot op het eerste jubeljaar zou verkopen) over de afzonderlijke jaren van de verkoop tot het jubeljaar gelijk verdeeld worden.
Zoveel jaren de koper de grond reeds in vruchtgebruik gehad heeft, zoveel delen worden van de koopsom afgetrokken; daar de koper daarvoor door de opbrengst van deze jaren schadeloos is gesteld, en slechts de tot op het Jubeljaar nog over zijnde tijd komt nu bij de lossing in aanmerking. Zoveel jaren dit nu zijn, zoveel delen moet men van de koopsom aftrekken.
28. Maar indien zijn, de verkoper, hand niet gevonden, bijeengebracht heeft wat genoeg is om een deel van de verkochte jaarlijkse opbrengst nog vóór de aanvang van het jaar van de vrijlating aan hem weer uit te keren, zo zal zijn verkochte goed, stuks grond, zijn in de hand van deze koper, tot vrij gebruik, tot het Jubeljaar toe; maar in het Jubeljaar zal het uitgaan1) zonder losgeld de verkoper worden teruggegeven, en hij zal tot zijn bezitting terugkeren. 2)
1) Zal het uitgaan, in de zin van, vrij worden. Het kwam dan weer in het bezit van de verarmde verkoper.
2) Zo zou alle verkoop van grondeigendom in Israël werkelijk slechts een verpanding of verpachting zijn, voor een bepaalde tijd, tot het jaar van de vrijlating. Of een ruiling geoorloofd is geweest, wordt in de wet niet aangewezen. Daar echter Naboth in zijn gesprek met Achab (1 Kon.21:2 vv.) zich met een ruiling evenmin als met een eigenlijke verkoping inlaat, moeten wij deze vraag tegenover de archeologen, die getracht hebben daarop een bevestigend antwoord te vinden, des te beslister ontkennend beantwoorden, daar de verkoop slechts een bijzondere vorm van ruiling is en het laatste even goed als het eerste de grondwaarheid, dat al het de kinderen van Israël gegeven land eigendom van de Heere is, van Wie zij het in leen hebben, weerspreekt. In onze Christelijke staten gelden wel geheel andere rechtsbetrekkingen, dan die de Heere hier onder Zijn volk instelt; maar iedere Christen, al moet hij dan in zulke gevallen de weldaden van die goddelijke rechtsbedeling missen, wanneer hij genoodzaakt wordt om zijn eigen erfdeel te verkopen, zal zich echter in zoverre van zijn verplichtingen jegens deze niet kunnen ontslaan, als hij naar Luthers verklaring van het 9de gebod (Gij zult niet begeren uws naasten huis) op alle mogelijke wijze bevorderlijk en nuttig moet zijn, om zijn erfgoed of huis te behouden en-zo voegen wij op grond van deze plaats daaraan toe-weer hiertoe, d.i. tot het bezit daarvan te komen.
29. Evenzo, wanneer iemand een woonhuis in een bemuurde stad gelegen en alzo niet zo dadelijk samenhangende met de grond, welke de Heere aan Zijn volk ten erfdeel heeft gegeven, maar meer alleen tot woning en tot het verrichten van een handwerk of het drijven van handel bestond, zal verkocht hebben, zo zal zijn lossing zijn, totdat het jaar van zijn verkoping volkomen zal zijn; in een vol jaar zal zijn lossing wezen, 1) maar niet de gehele tijd tot het naaste Jubeljaar.
1) Hier maakt Hij onderscheid tussen huizen en akkers, opdat de vrijheid, om terug te kopen, zich niet langer dan een jaar zou uitstrekken; vervolgens, opdat de koop in het Jubeljaar ook vast bepaald bleef. Evenwel een tweede onderscheiding tussen de huizen zelf wordt er bijgevoegd, zodat het geoorloofd is, de huizen in de steden geheel te vervreemden. Doch voor die van de dorpen geldt dezelfde conditie als voor de landen, omdat zij daarmee als onafscheidelijk zijn verbonden. Wat nu de huizen in de steden betreft, omdat zij soms voor arme eigenaars bezwaar opleverden, was het nuttig, dat zij in de handen van rijken konden overgaan, die de kosten van opbouw konden betalen. Voeg er nog bij, dat een huis niet evenals een akker in de dagelijkse behoefte kon voorzien, en een huis te ontberen beter te dragen was, dan een akker, waarop gij uw bedrijf kunt uitoefenen, en uit haar opbrengst voor u en uw gezin het levensonderhoud kunt vinden. Doch de dorpen behoorde men uit te zonderen, evenals de bezittingen van landerijen. Wat hielp het u, de vrucht in te zamelen, wanneer gij geen plaats om te wonen hebt? Ja, wat gaf het u, land te bezitten, hetgeen gij niet zou kunnen bebouwen? Hoe zouden de runderen kunnen ploegen, waarvoor geen stal was bij de akker? Daar landerijen zonder dak of hut bijna waardeloos zijn, niet gemakkelijk kunnen gescheiden worden, heeft God met recht ingesteld, dat in het Jubeljaar elke landelijke bezitting tot haar vroegere eigenaar zou terugkeren.
De bedoeling is deze, het recht van terugkoop of lossing verviel na een vol jaar. Had de vorige eigenaar het verkochte goed niet binnen een jaar weer teruggekocht, dan bleef het het eigendom van de koper, ook in het Jubeljaar.
30. Maar is het, dat het niet gelost wordt tegen dat hem het gehele jaar, gerekend van de verkoopdag, zal vervuld zijn, zo zal dat huis, dat in die stad is, die een muur heeft, voor altoos blijven aan hem, die dat gekocht heeft, onder zijn geslachten; het zal, als een verkocht stuk grond (vs.28), in het Jubeljaar niet uitgaan, zonder beloning, vergoeding aan de oorspronkelijke bezitter weer toevallen.
Met de werkelijke verkoop van zo’n door mensenhand gebouwd huis is niet met de (vs.23) opgenoemde grond in strijd; daarom wordt het na verloop van een jaar de koper voor altijd ten eigendom, zodat hij nu daarmee doen kan wat hij wil.
Aan dit voorschrift ligt deze beschouwing ten grondslag, dat de huizen in bemuurde steden, met het eigendom aan land en grond niet zó nauwkeurig samenhangen, dat door haar verkoping, het aan ieder gezin oorspronkelijk toegemeten deel van het grondbezit van het land veranderd wordt. Als door mensen gebouwd, behoren zij tot het volle eigendom van de bezitters, hetzij deze ze bij de verovering van het land ontvingen, of slechts in stand hadden gehouden, of zelf gebouwd hadden.
31. Doch de huizen van de dorpen, 1) die rondom geen muur hebben; zullen als het velds van het land, tot de omtrek waarvan zij behoren, gerekend worden, dat zij evenzo als dit niet verkocht, maar slechts voor die tijd tot op het eerstvolgende jaar van de vrijlating verpacht worden; daarvoor zal lossing zijn, zij zullen te allen tijde door de verkoper of zijn losser worden teruggekocht, en zij zullen in het Jubeljaar uitgaan, zonder vergoeding aan de oorspronkelijke bezitter weer vervallen.
1) Wat voor de huizen in de steden geldt, geldt niet voor die in de dorpen. Deze huizen worden onafscheidelijk gedacht van de grond, van het grondbezit. Zij mogen die niet voor altijd vervreemden, maar deze moeten in het Jubeljaar weer vrij worden.
32. Aangaande de steden 1) van de Levieten, en de huizen van de steden van hun bezitting, die hun met de tot onderhouding van hun veestapel nodige weiden door iedere stam zullen worden overgelaten (Numeri. 35:1 vv.), de Levieten zullen daarentegen een eeuwige lossing hebben.
1) Een andere uitzondering is, dat de Levieten de verkochte huizen, óf volgens het recht van de lossing, óf in het Jubeljaar voor niets terug krijgen. Wat niet slechts voor hun behoefte is vastgesteld, maar omdat het gehele volk er belang bij had, dat zij waren aangesteld, om de wacht te houden, waar God aan hun een plaats had aangewezen. Wat nu de voorsteden betreft, of de landen bestemd, om het vee te voeden, God verbiedt hun ze te vervreemden, omdat zij op die wijze, na hun vaste woonplaats verlaten te hebben, hier en daar zouden omzwerven. Dat deze verstrooiing niet plaats kon hebben, daarbij had het gehele volk belang.
Op de Levieten was, wat in vs.29 over de huizen in de steden gezegd wordt, niet van toepassing, maar voor hen gold de wet op de huizen in de dorpen.
33. En als men onder de Levieten lossing zal gedaan hebben, 1) erft of door koop zich toeëigent, zo zal de koop van het huis en van de stad van zijn bezitting in het Jubeljaar uitgaan, en aan de Levieten zonder geld worden teruggegeven; want de huizen van de steden van de Levieten zijn hun bezitting in het midden van de kinderen van Israël; 2) daar zij geen erfelijke bezitting in het land hebben, maar slechts huizen in de voor hen bestemde steden.
1) Het moet echter, zoals gezegd is, een huis in een van de vaste steden van de Levieten zijn, niet een huis in een andere stad, dat de Leviet door erfrecht of koop verkreeg. In dit geval geldt bepaald het in vs.29 vv. gezegde; in het eerste geval echter zal met het huis van een Leviet als met de grond van een gewoon Israëliet worden gehandeld. Niet zonder grond wordt hier, waar over de Levieten wordt gesproken, de uitdrukking “lossen” in plaats van “afkopen” gebruikt. Eigenlijk gezegd hadden de Levieten geen bezitting, maar werden hun alleen huizen in bepaalde steden van iedere stam ingeruimd; wat zij bezaten was het eigendom van de stam, waar dit huis stond, het afkopen was dus werkelijk een eenvoudig terugkopen of lossen.
2) Anderen vertalen, en meer in overeenstemming, met de grondtekst: Wie (wanneer men) lost, d.i. koopt van de Levieten. Het woord lossen vatten de Rabbijnen hier op in de zin van, kopen. Dit is hier ook de bedoeling.
34. Doch het veld van de voorstad van hun steden, de tot de weiden voor hun vee in de omtrek van hun steden aangewezen grasvlakten, zal in het geheel niet verkocht worden, niet eenmaal tot het jaar van de vrijlating; want het is eeneeuwige bezitting voor hen; zij kunnen deze vlakte nimmer ontberen, en moesten, wanneer zij ze misten, tegelijk hun veestapel wegdoen, waardoor zij dan hun eigenlijk voedingsmiddel zouden verliezen.
Nadat de Heere in het tot nu toe gezegde (vs.13-34), de ene werking van de wet van de vrijlating, de terugkering van ieder tot zijn bezitting, waardoor dit jaar tot een jaar van genade of verlossing werd, besproken heeft, spreekt Hij daarna (vs.35-55) over een andere werking van dergelijke aard, over de terugkering van de in lijfeigenschap gekomen Israëlieten tot vrijheid en tot hun geslacht (vs.10). Zoals hij nu daar aan Zijn instellingen een vermaning tegen de benadeling van de naaste bij koop en verkoop van grond doet voorafgaan (vs.14 vv.), zo geeft Hij hier vóór Zijn wetten een vermaning om de verarmde broeder te ondersteunen en hem zoveel mogelijk zijn persoonlijke vrijheid te doen behouden (vs.35-38).
35. En als uw broeder, volks- of stamgenoot, zal verarmd zijn en zijn hand bij u wankelen zal, zodat gij duidelijk ziet dat hij niet lang meer een onafhankelijk bestaan zal hebben, zo zult gij hem, nadat hij reeds uit nood zijn grondbezitting heeft moeten verkopen, vasthouden, zelfs 1) een vreemdeling en bijwoner, hem een onderkomen in uw eigen huis verlenen, opdat hij bij u leeft; tot aan het naaste Jubeljaar, waarin hij zijn eigendom terugkrijgt, zich en de zijnen door arbeid om loon in uw gezin onderhouden kan.
1) Door de Statenvertaling is tot verduidelijking het woordje zelfs er tussenin gevoegd. In verband echter met vs.40 is het beter het woordje als er tussenin te voegen. Dit eist de grondtekst.
36. Gij zult, als hij gedurende die tijd geld of vruchten van u neemt, a) geen woeker noch overwinst van hem nemen, 1) noch boven het hem geleende geld jaarlijkse rente, noch van de geleende levensmiddelen bij de teruggave een overwinst van hem eisen; maar gij zult vrezen voor uw God, 2) en uit godsvrucht al het mogelijke doen, opdat uw broeder onafhankelijk, zonder zich aan een ander te moeten verkopen, bij u leeft.
a) Exodus. 22:25 Deuteronomium. 23:19 Spreuken. 28:8 Ezech.18:8; 22:12
1) Het is duidelijk, dat hier gesproken wordt van de geheel verarmde natuurgenoot, en dat hier niet gesproken wordt van het lenen van geld, tot het drijven van koophandel, tot het kopen van land enz. Af te manen van verdrukking en van onbarmhartigheid is het doel van God (zie De 23.20)
2) De Heere stond de armen voor: Gij zult vrezen voor uw God, die rekenschap van u eisen zal, wegens alle verongelijkingen, die gij de armen hebt aangedaan. Vreest gij hen niet, die gij in uw macht hebt en die zichzelf niet rechten kunnen, zo vreest mij, die u bevolen heeft, hen vriendelijk te behandelen en, zo gij hen verdrukt, hun zaak zal handhaven.
37. Uw geld, om u nog eenmaal te zeggen wat gij tot behoud van zijn onafhankelijkheid doen kunt, zult gij hem niet op woeker geven, en gij zult uw spijze niet op overwinstgeven, wat Ik echter van u met een goed recht kan vorderen.
38. Ik ben de HEERE uw God, die u uit Egypte gevoerd heb, om u tot een zelfstandig volk te maken en u het land Kanaän tot een bezitting te geven, opdat Ik u hierin tot een God zij; heb Ik nu zo grote dingen aan u gedaan, dan zult gij ook elkaar het kleine doen en u onderling bij uw zelfstandigheid zoeken te bewaren.
39. Evenals, 1) wanneer uw broeder, een ander van uw broeders, die gij niet op de in vs.35 vv. beschreven wijze hebt kunnen helpen, zó bij u zal verarmd zijn, dat hij zichzelfs niet meer als bewoner kan staande houden, en zich aan u verkocht zal hebben tot een lijfeigene (Exodus. 21:2-6), gij zult hem toch niet doen dienen de dienst van een slaaf, in de ware zin van het woord als een slaaf van vreemde afkomst, die ook tot de nederigste en zwaarste arbeid zijn arm lenen moet (vs.34 vv.).
1) In vs.39-46 wordt gesproken over het lot van de Israëliet, die bij een andere Israëliet dient. Sommigen menen hier een verschil op te merken met Exodus. 21:2-6, maar men ziet voorbij, dat daar hoofdzakelijk wordt gehandeld over de duur van het knechtschap, en hier vooral over de behandeling, welke men zo’n knecht verplicht is, terwijl verondersteld wordt, dat wie in het Jubeljaar vrij uitgaat, alsdan de zeven jaar, waarvan in Exodus. 21 sprake is, nog niet heeft vervuld. Hij mocht als dan vrij uitgaan, tenzij hij vrijwillig verzekerde, voor altijd in het huis van zijn heer knecht te willen blijven.
40. Maar als een dagloner, 1) voor loon gehuurde knecht, als een bijwoner, in het huis opgenomen vreemdeling (vs.35), zal hij bij u zijn, en niet langer dan tot het Jubeljaar zal hij bij u dienen, zelfs wanneer tot die tijd de 6 jaar van zijn dienstbaarheid (Exodus. 21:2 Deuteronomium. 15:12) nog niet geëindigd waren. a)
a) Jer.34:14
1) Als een dagloner, als iemand, van wie zijn heer behoorlijk dienst heeft, zonder dat hij een volstrekte macht over hem had. Er moest onderscheid gemaakt worden tussen een Israëliet en een vreemdeling, die dikwijls niet meer als een stuk vee werd geschat, over wie zijn heer een onbeperkte macht bezat.
41. Dan, zodra het Jubeljaar begint, zal hij, in ieder geval, ook wanneer dit eerst het tweede of derde enz. dienstjaar ware, van u uitgaan, 1) zonder teruggave van het koopgeld, hij en zijn kinderen met hem, die hij behalve zijn vrouw u heeft toegebracht, en hij zal, als zelfstandig man, tot zijn geslacht terugkeren en tot de bezitting van zijn vaderen terugkeren: 2) waarvan hij reeds vroeger, eer hij zichzelf verkocht, zich uit nood heeft moeten vervreemden en die nu evenzo volgens de wet (vs.24-28) onvoorwaardelijk hem weer toevalt.
1) Een uitzondering van de hier voorgeschreven vrijstelling van de knechten, ten tijde van het Jubeljaar nog lijfeigenen zijnde, maakte natuurlijk het geval, wanneer de knecht reeds vroeger vrij had kunnen worden, maar met opzet van die vrijheid afstand had gedaan en nu door het zinnebeeldig gebruik (Exodus. 21:5 vv.) voor altijd aan het huis verbonden was.
2) Wanneer iemand zijn knecht met zeven jaar vrijliet (Exodus. 21), dan moest hij hem een behoorlijk uitzet meegeven (Deuteronomium. 15:13). Met het vrijlaten in het Jubeljaar behoefde dit niet.
42. Want zij, de Israëlieten, die zichzelf aan hun volksgenoten verkopen, of van rechtswege verkocht worden (Exodus. 22:3), zijn Mijn 1) dienstknechten, die Ik uit Egypte gevoerd en daardoor tot Mijn bestendige bezitting Mij verworven heb; zij zullen niet verkocht worden, zoals men een slaaf verkoopt, zodat zij werkelijke slaven van de mensen worden.
1) Hier kondigt God aan, dat Hem zijn recht wordt ontnomen, wanneer in andermans bezit werd gebracht, die Hij zich tot een bijzonder eigendom had gekocht. Daarom zegt Hij, dat Hij het volk heeft verworven, toen Hij hen uit Egypte heeft gevoerd. Waaruit Hij besluit, dat zij Zijn recht schonden, indien iemand een van de Hebreeën zich tot een altijd durend bezit verkreeg.
Het zogenaamde lijfeigenschap mocht daarom in Israël niet bestaan ten opzichte van de Israëliet zelf.
43. a) Gij, die zo iemand koopt, zult geen heerschappij over hem hebben met wreedheid, waarmee men een slaaf behandelt, die men tot iedere arbeid gebruiken en zelfs lichamelijk tuchtigen kan, maar gij zult vrezen voor uw God, die de ware en opperste Gebieder is van zo’n gekochte, en gewis alle buitensporigheid in de wijze waarop gij hem behandelt, niet ongestraft zal laten.
a) Efe.6:9 Kol.4:1
44. Aangaande uw slaaf of uw slavin, die gij zult hebben, zo gij er werkelijk zo een hebben wilt, die zullen van de volken zijn, die rondom u zijn; van die zult gij een slaaf of een slavin kopen.
45. Gij zult ze eveneens ook kopen van de kinderen van de bijwoners, die bij u als vreemdelingen verkeren, zich vormelijk onder u hebben neergezet en u hun eigen slaventen verkoop aanbieden, uit hen en uit hun geslachten, of kinderen, die bij u zullen zijn, die zij in uw land zullen gewonnen hebben en aan u willen verkopen; en zij zullen u tot een bezitting zijn, want zij zijn niet in bijzondere zin Mijn eigendom, zoals uw volksgenoten.
46. En gij zult u tot bezitters over hen stellen voor uw kinderen 1) na u, opdat zij de bezitting erven, zodat zij mede behoren tot de bezitting die uw kinderen van u erven, gij zult hen dan ook in die zin in eeuwigheid doen dienen, dat gij met strengheid, maar altijd binnen de grenzen door de wet gesteld, over hen heerst; maar over uw broeders, de kinderen van Israël, een ieder over zijn broeder, gij zult over hem geen heerschappij hebben met wreedheid van een heer over zijn slaven.
1) Wat God hier ten opzichte van de vreemdelingen toestaat, was wijd en zijd bij alle volken de gewoonte, zodat de macht over de slaven bij de meester verbleef, niet slechts tot aan zijn dood, maar ook door voortdurende opvolging bij de kinderen, door hem verwekt. Dit is de kracht van de uitdrukking: “Gij zult ze bezitten voor uw kinderen.” Het recht van bezit ging over op de erfgenamen. Niet alleen, wat het altijd durende van het dienen aangaat, was er onderscheid, maar ook in de wijze van heerschappij. Op te merken is toch de tegenstelling: Gij zult hun arbeid gebruiken, doch zijn broeder zal niemand hard doen dienen. Waaruit blijkt, dat hier een teugel wordt aangedaan, opdat zij de zonen van Abraham niet zo heerszuchtig zouden behandelen, of een halve vrijheid bleef hen nog over in vergelijking met de volkeren. Niet, omdat hun een tyrannische of onmenselijke macht over de vreemdelingen vrijstond, maar omdat God, door een zeker privilege, het geslacht van Abraham, waarvan Hij de bevrijder was, van het algemene lot wilde bevrijd hebben.
47. En wanneer 1) de hand van een vreemdeling en 2) bijwoner, die bij u is, wat verkregen zal hebben, tot zeker vermogen komt, en uw broeder, een Israëliet, die bij hem is, verarmd zal zijn, dat hij uit nood, omdat hij zich niet langer kan staande houden, zich aan de vreemdeling, de bijwoner, die bij u is, die als bijwoner in uw land woont, of aan de stam van het geslacht van de vreemdeling, of aan iemand die van een buitenlander afstamt, zal verkocht hebben.
1) De Heere zorgt niet alleen voor de Israëliet, die bij een van zijn eigen stamgenoot dient, maar ook voor hem, die in de hand van een vreemdeling is gevallen; van zo’n vreemdeling, die in Kanaän is komen wonen, en daar in het bezit van huizen, of enig ander vermogen was gekomen (niet in het bezit van grond). God zorgt ervoor, dat Zijn volk in stand blijft. Zoals Hij beloofd heeft, dat er geen klauw zou achterblijven in Egypte, alzo zorgt Hij ook door deze voorschriften, dat het volk in zijn geheel blijft in Kanaän en in het land van de vaderen niet voor altijd in de macht van vreemden blijft. Hij die uitleidt, bewaart ook zowel op tijdelijk als op geestelijk gebied.
2) Beter, van een bijwoner. Een vreemdeling, een bijwoner, in tegenstelling van de Israëliet, die als bijwoner verkeerde (vs.35). Zo ook in het tweede lid van dit vers: Zich aan de vreemdeling, de bijwoner.
48. Nadat hij zich zal verkocht hebben, zal er toch te allen tijde lossing, een naar het getal van de jaren, dat hij nog dienen moest, berekend losgeld (vs.50-52), voor hem zijn; een van zijn natuurlijke broeders, die tot zijn naaste bloedverwantschap behoren, zal hem lossen; opdat hij zo spoedig mogelijk weer los worde.
49. Of wanneer hij deze niet heeft, of deze zelf te arm zijn, zijn oom, broeder van zijn vader, of de zoons van zijn oom zal hem lossen, neef, of die uit de naasten van zijn vlees van zijn geslacht is, die met hem tot hetzelfdegeslacht behoort, zal hem lossen; of heeft zijn eigen hand wat, gedurende zijn diensttijd, verkregen, dat hij zichzelf vrijkopen kan, dat hij zichzelf lost.
Onder vreemdelingen zijn in het algemeen te verstaan alle niet-Israëlieten, de afstammelingen van andere volken, tegenover de inwoners of de nazaten van Abraham, Izak en Jakob, aan wie de Heere het land Kanaän tot een bezitting wilde geven. Die vreemdelingen nu, welke een blijvende woonplaats in het land hadden gevonden en door het bezit van huizen op een bepaalde plaats (maar niet door het bezit van grond, wat naar de wet niet geoorloofd was) zich tot inlanders hadden gemaakt, zonder toch in de godsdienstige gemeenschap van Israël te zijn opgenomen, (werden zij dit, dan behoorden zij tot de proselieten, (zie Le 17.9) worden in de Hebreeuwse grondtekst bijwoners genoemd (Luther: huisgenoten, Exodus. 12:45 Leviticus. 25:6, of gasten, Leviticus. 25:35,40,45); zij konden een vermogen verwerven en, zoals op deze plaats blijkt, Hebreeërs in dienst nemen. De anderen die zich slechts tijdelijk in het land ophielden en eenvoudig vreemdelingen genoemd werden (Deuteronomium. 14:21), zochten een onderkomen in Israëlitische gezinnen (huisgenoten of gasten in de eigenlijke zin), of traden als gehuurde knechten in Israëlitische dienst (huurlingen, Exodus. 12:45 en dagloners). In vs.35 en 40 van dit hoofdstuk is volgens de samenhang zonder twijfel aan de betrekking van een huisgenoot (Exodus. 3:22) te denken, en heeft Luther dus zeer juist dit woord door “gast” vertaald. Reeds vroeger (vs.25 vv.) zagen wij de plicht van de naaste bloedverwanten jegens een van zijn erfbezitting in grond beroofde Israëliet voorgesteld, om namelijk voor hem op te komen en in zijn plaats de lossing van hetgeen hij uit nood had moeten verkopen, te bewerken; want in geen ander geval dan in dringende nood, om zich en de zijnen bij het leven te behouden, mocht een Israëliet zijn grondbezitting verkopen. Zo was een verkopen uit winstbejag of om andere oorzaken reeds daardoor onmogelijk gemaakt, dat over het algemeen geen werkelijk verkopen maar slechts een tijdelijk verpachten bestond (vs.23). Om deze verplichting tot lossing wordt zulk een nabestaande de losser (Goël) genoemd. Wij zien echter uit het behandelde, dat ook daar, waar een Israëliet zijn persoonlijke vrijheid verloor, de naaste van zijn betrekkingen verplicht was hem door betaling van het losgeld zijn vrijheid weer te verschaffen. Het geheel was toch meer een plicht van vrijwillige liefde, welke met een belangrijk offer verbonden was, dan een plicht van wettische dwang, zoals het bij Genesis 38:8 besproken Leviraatshuwelijk, zonder dat zoals hierbij ergens in de wet wordt gezegd dat hij, die aan deze plicht zich onttrok, een smaadheid op zich moest nemen; veeleer plaatst de wet de bereidwilligheid van de naaste betrekkingen op de voorgrond om voor het familielid, dat goed of vrijheid verloren heeft, op te komen, zij geeft hun het recht daartoe en stelt de voorwaarden vast, waaronder die daad van bloedverwantschappelijke liefde kan worden verricht. De wet kon des te meer de eigenlijke dwang ter zijde stellen, daar zij er reeds elders voor gezorgd had, dat iedere Israëliet, die erfgoed of vrijheid verloor, ook wanneer niemand van zijn bloedverwanten zich over hem ontfermde, eindelijk toch weer tot zijn bezitting en zijn geslacht kwam. In liederen en leerredenen wordt Christus niet zelden onze Goël genoemd; dat woord staat echter ook in de grondtekst en wel in Job 19:25 waar het met “Verlosser” en niet “Losser” vertaald is.
50. En hij zal, wanneer hij in staat is om zichzelf te lossen, met zijn koper rekenen van dat jaar af, dat hij zich aan hem verkocht heeft, tot het Jubeljaar toe, hoeveel jaren dit zijn; alzo dat het geld van zijn verkoping, de prijs waarvoor hij zich verkocht heeft, zal zijn naar het getal van de jaren, over deze jaren gelijk verdeeld, naar de dagen van een dagloner zal het met hem zijn, de jaren gedurende welke hij gearbeid heeft, zullen als die van een arbeider om loon, die zijn bepaalde uren gearbeid heeft endaarvoor een vast loon ontvangt, gewaardeerd en van de koopsom afgetrokken worden.
51. Indien nog vele van die jaren zijn, naar die, naar het getal heirvan, zal hij tot zijn lossing van het geld, waarvoor hij gekocht is, hetzij veel of weinig, weergeven.
52. En indien er nog weinige van die jaren overgebleven zijn, tot aan het Jubeljaar, zo zal hij met hem, naar die jaren, rekenen; naar zijn jaren zal hij zijn lossing weergeven; de jaren van zijn diensttijd, berekend naar het loon van een gehuurde arbeider, van de hoofdsom aftrekken.
53. Als een dagloner zal hij van jaar tot jaar 1) bij hem zijn; men, geheel Israël, in wiens midden de vreemdeling als bijwoner leeft en zich een van Israëls zonen tot knecht koopt, zal zijn heer over hem geen heerschappij doen hebben, zoals over de slaven, met wreedheid voor uw ogen, 2) maar veeleer daarop zien, dat hij als een arbeider, die jaar op jaar arbeidt, gehouden wordt.
1) Van jaar tot jaar, d.i. als een voor jaren gehuurde dagloner.
2) Wanneer men bespeurde, dat een dienstknecht door zijn meester met wreedheid gekweld werd, zo moest de overheid met haar gericht tussenbeide komen, om dit te beletten.
54. En is het, dat hij hierdoor, zoals eerder (vs.48-52) is voorgesteld, niet gedurende zijn diensttijd gelost wordt, zo zal hij in het Jubeljaar zonder losgeld vrij uitgaan, hij en zijn kinderen met hem.
55. Want de kinderen van Israël zijn, zoals Ik reeds (vs.42) gezegd heb, Mij tot dienstknechten, Mijn dienstknechten zijn zij, die Ik uit Egypte gevoerd en Mij daardoor tot een eigendom verworven heb; Ik ben deHEERE uw God, en kan daarom niet toelaten dat een van Mijn volk voor altijd in de macht van een vreemde zou zijn!
Het doel van deze wet is, dat niemand van hen, welke God heeft aangenomen tot kinderen, van Zijn geslacht vervreemd wordt, en op die wijze afgesneden van de zuivere dienst van God zelf.
Het jaar van de vrijlating bracht reeds op zichzelf een rijke zegen mee, deels omdat het niet alleen onder de kinderen van Israël het bewustzijn levend hield, dat zij allen een volk van broeders, een eigendom van de Heere waren en als knechten van God niet knechten van mensen zouden worden, maar ook die stoornissen en verwarringen van oorspronkelijke rechts- en bezitsbetrekkingen, welke in de loop der tijden waren ontstaan, weer ophief en elke 50 jaar de staat als met nieuwe kracht uit al wat zijn aan God ondergeschikte grondslagen met verwoesting bedreigde, deed opstaan, maar daardoor evenzeer geweldige omwentelingen als het aangroeien van het geslacht van de burgers zonder geld en zonder land, de zogenaamde proletariërs, verhinderde. Evenwel behoort dit alles slechts tot de heilzame en onmiddellijke gevolgen, het is niet de eigenlijke betekenis en het bepaalde doel van deze instelling. Die betekenis, dit doel is veeleer: “een grote afschaduwende voorspelling te zijn, eenmaal door tijd en eeuwigheid te vervullen”.
“Een voorbeeld van het grote wereldjaar van de verlossing, als alle dienstbaarheid een einde heeft, alle schuld uitgedelgd, al het verlorene herkregen is en een nieuwe wereldtijd beginnen zal”.
Als voorspelling en voorbeeld wordt het jaar van de vrijlating dan ook overal in de schriften van profeten en apostelen voorgesteld Jesaja 61:1 vv. Luk.4:17 vv. Hand.3:19 vv. Rom.8:19 vv.). Met de grote Verzoendag, de komst van Christus in het vlees en Zijn offer voor de zonden van de wereld, nam de tijd van vrijheid dan ook werkelijk een aanvang, welke tijd aangekondigd werd door het alle landen doordringend bazuingeschal van het Evangelie (Rom.10:18; 2 Kor.6:2). Voleindigd zal die tijd worden, als de laatste bazuin slaat, wanneer de verlossing uit de macht van de laatste vijand komt, d.i. van de dood, die verslonden wordt en alles zal vervuld worden, wat God heeft gesproken door de mond van al Zijn heilige profeten van het begin van de wereld af (1 Thess.4:16; 1 Kor.15:52 vv. Hand.3:21). Men heeft berekend dat de verschijning van Christus in het vlees in de 84ste Jubeljaarperiode sedert de schepping van de wereld en ook Zijn dood in een Jubeljaar valt, maar al kan bij de moeilijkheden, die de bijbelse tijdrekenkunde oplevert, iets zekers daarover niet gezegd worden, zo geloven wij toch dat de dag des Heeren nog veel verrassender ophelderingen over de verwonderlijk diepe en goddelijk grote plannen van de gehele heilsgeschiedenis, zelfs in uiterlijke en tijdelijke dingen, geven zal, dan wij ons nu nauwelijks kunnen voorstellen.
Ontegenzeglijk wordt door deze voorschriften symbolisch voor ogen gesteld, wat de Heere in latere eeuwen laat zeggen: Gij zijt duur gekocht, wordt geen dienstknechten van mensen (1 Corinthiers. 7:23).
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel