Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En de HEEREH3068sprakH1696totH413MozesH4872, zeggendeH559:En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
2Gebied den kinderen Israels, dat zij tot u brengen zuivere gestoten olijfolie, voor den luchter, om de lampen gedurig aan te steken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2GebiedH6680 den kinderenH1121IsraelsH3478, dat zij totH413 u brengenH3947zuivereH2134gestotenH3795olijfolieH2132, voor den luchterH3974, om de lampenH5216gedurigH8548 aan te stekenH5927.Gebied den kinderen Israels, dat zij tot u brengen zuivere gestoten olijfolie, voor den luchter, om de lampen gedurig aan te steken.
KJVCommand1the children3of Israel,4that they bring5unto thee pure9oil7olive8beaten10for the light,11to cause the lamps13to burn12continually.
1צַ֞וH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וְיִקְח֨וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win6אֵלֶ֜יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7שֶׁ֣מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine8זַ֥יִתH2132olijfbomen, olijfboom, olijfgaardenolive (tree, -yard), Olivet9זָ֛ךְH2134zuiver, zuiveren, reinclean, pure10כָּתִ֖יתH3795gestotenbeaten11לַמָּא֑וֹרH3974licht, luchter, lichtenbright, light12לְהַעֲלֹ֥תH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work13נֵ֖רH5216lampen, lamp, Lampcandle, lamp, light14תָּמִֽידH8548geduriglijk, gedurig, gedurigealway(-s), continual (employment, -ly), daily, (n-)ever(-more), perpetual
3Aaron zal die voor het aangezicht des HEEREN gedurig toerichten, van den avond tot den morgen, buiten den voorhang van de getuigenis, in de tent der samenkomst; het is een eeuwige inzetting voor uw geslachten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3AaronH175 zal die voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068gedurigH8548toerichtenH6186, van den avondH6153totH5704 den morgenH1242, buitenH2351 den voorhangH6532 van de getuigenisH5715, in de tentH168 der samenkomstH4150; het is een eeuwigeH5769inzettingH2708 voor uw geslachtenH1755.Aaron zal die voor het aangezicht des HEEREN gedurig toerichten, van den avond tot den morgen, buiten den voorhang van de getuigenis, in de tent der samenkomst; het is een eeuwige inzetting voor uw geslachten.
KJVWithout1the vail2of the testimony,3in the tabernacle4of the congregation,5shall Aaron8order6it from the evening9unto the morning11before12the LORD13continually:14it shall be a statute15for ever16in your generations.
1מִחוּץ֩H2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without2לְפָרֹ֨כֶתH6532voorhang, voorhangsvail3הָעֵדֻ֜תH5715getuigenis, getuigenissentestimony, witness4בְּאֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent5מוֹעֵ֗דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)6יַעֲרֹךְ֩H6186stelden, schikken, toegerustput (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value7אֹת֨וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8אַהֲרֹ֜ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron9מֵעֶ֧רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night10עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11בֹּ֛קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow12לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you13יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14תָּמִ֑ידH8548geduriglijk, gedurig, gedurigealway(-s), continual (employment, -ly), daily, (n-)ever(-more), perpetual15חֻקַּ֥תH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute16עוֹלָ֖םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)17לְדֹרֹֽתֵיכֶֽםH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity
4Hij zal op den louteren kandelaar die lampen voor het aangezicht des HEEREN gedurig toerichten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Hij zal opH5921 den louterenH2889kandelaarH4501 die lampenH5216 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068gedurigH8548toerichtenH6186.Hij zal op den louteren kandelaar die lampen voor het aangezicht des HEEREN gedurig toerichten.
KJVHe shall order4the lamps6upon the pure3candlestick2before7the LORD8continually.
1עַ֚לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2הַמְּנֹרָ֣הH4501kandelaar, kandelaars, kandelarencandlestick3הַטְּהֹרָ֔הH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)4יַעֲרֹ֖ךְH6186stelden, schikken, toegerustput (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַנֵּר֑וֹתH5216lampen, lamp, Lampcandle, lamp, light7לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9תָּמִֽידH8548geduriglijk, gedurig, gedurigealway(-s), continual (employment, -ly), daily, (n-)ever(-more), perpetual
5Gij zult ook meelbloem nemen, en twaalf koeken daarvan bakken; van twee tienden zal een koek zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Gij zult ook meelbloemH5560nemenH3947, en twaalfH6240koekenH2471 daarvan bakkenH644; van tweeH8147tiendenH6241 zal eenH259koekH2471zijnH1961.Gij zult ook meelbloem nemen, en twaalf koeken daarvan bakken; van twee tienden zal een koek zijn.
KJVAnd thou shalt take1fine flour,2and bake3twelve6cakes7thereof: two5tenth deals9shall be in one12cake.
6En gij zult ze in twee rijen leggen, zes in een rij, op de reine tafel, voor het aangezicht des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En gij zult ze in tweeH8147rijenH4634leggenH7760, zesH8337 in een rijH4635, opH5921 de reineH2889tafelH7979, voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068.En gij zult ze in twee rijen leggen, zes in een rij, op de reine tafel, voor het aangezicht des HEEREN.
KJVAnd thou shalt set1them in two3rows,4six5on a row,6upon the pure9table8before10the LORD.
1וְשַׂמְתָּ֥H7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work2אוֹתָ֛םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3שְׁתַּ֥יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two4מַֽעֲרָכ֖וֹתH4634slagorden, slagorde, heirarmy, fight, be set in order, ordered place, rank, row5שֵׁ֣שׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth6הַֽמַּעֲרָ֑כֶתH4635toerichting, rijrow, shewbread7עַ֛לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הַשֻּׁלְחָ֥ןH7979tafel, tafelen, tafelstable9הַטָּהֹ֖רH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)10לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
7En op elke rij zult gij zuiveren wierook leggen, welke het brood ten gedenkoffer zal zijn; het is een vuuroffer den HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En opH5921 elke rijH4635 zult gij zuiverenH2134wierookH3828leggenH5414, welke het broodH3899 ten gedenkofferH234 zal zijn; het is een vuurofferH801 den HEEREH3068.En op elke rij zult gij zuiveren wierook leggen, welke het brood ten gedenkoffer zal zijn; het is een vuuroffer den HEERE.
KJVAnd thou shalt put1pure5frankincense4upon each row,3that it may be on the bread7for a memorial,8even an offering made by fire9unto the LORD.
1וְנָתַתָּ֥H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3הַֽמַּעֲרֶ֖כֶתH4635toerichting, rijrow, shewbread4לְבֹנָ֣הH3828wierook(frank-) incense5זַכָּ֑הH2134zuiver, zuiveren, reinclean, pure6וְהָיְתָ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7לַלֶּ֨חֶם֙H3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals8לְאַזְכָּרָ֔הH234gedenkoffer, gedachtenismemorial9אִשֶּׁ֖הH801vuuroffer, vuurofferen, vuuroffers(offering, sacrifice), (made) by fire10לַֽיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
8Op elken sabbatdag gedurig zal men dat voor het aangezicht des HEEREN toerichten, vanwege de kinderen Israels, tot een eeuwig verbond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Op elken sabbatdagH3117gedurigH8548 zal men dat voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068toerichtenH6186, vanwege de kinderenH1121IsraelsH3478, totH854 een eeuwigH5769verbondH1285.Op elken sabbatdag gedurig zal men dat voor het aangezicht des HEEREN toerichten, vanwege de kinderen Israels, tot een eeuwig verbond.
KJVEvery sabbath2he shall set it1in order5before6the LORD7continually,8being taken from the children10of Israel11by an everlasting13covenant.
1בְּי֨וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2הַשַּׁבָּ֜תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath3בְּי֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4הַשַּׁבָּ֗תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath5יַֽעַרְכֶ֛נּוּH6186stelden, schikken, toegerustput (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value6לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8תָּמִ֑ידH8548geduriglijk, gedurig, gedurigealway(-s), continual (employment, -ly), daily, (n-)ever(-more), perpetual9מֵאֵ֥תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix10בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12בְּרִ֥יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league13עוֹלָֽםH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
9En het zal voor Aaron en zijn zonen zijn, die dat in de heilige plaats zullen eten; want het is voor hem een heiligheid der heiligheden uit de vuurofferen des HEEREN, een eeuwige inzetting.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En het zal voor AaronH175 en zijn zonenH1121 zijn, die dat in de heiligeH6918plaatsH4725 zullen etenH398; wantH3588 het is voor hem een heiligheidH6944 der heilighedenH6944 uit de vuurofferenH801 des HEERENH3068, een eeuwigeH5769inzettingH2706.En het zal voor Aaron en zijn zonen zijn, die dat in de heilige plaats zullen eten; want het is voor hem een heiligheid der heiligheden uit de vuurofferen des HEEREN, een eeuwige inzetting.
KJVAnd it shall be Aaron's2and his sons';3and they shall eat4it in the holy6place:5for it is most8holy9unto him of the offerings12of the LORD13made by fireby a perpetual15statute.
1וְהָֽיְתָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2לְאַהֲרֹ֣ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron3וּלְבָנָ֔יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4וַאֲכָלֻ֖הוּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite5בְּמָק֣וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)6קָדֹ֑שׁH6918heilig, Heilige, heiligeholy (One), saint7כִּ֡יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8קֹדֶשׁ֩H6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary9קָֽדָשִׁ֨יםH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary10ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who11ל֛וֹ12מֵאִשֵּׁ֥יH801vuuroffer, vuurofferen, vuuroffers(offering, sacrifice), (made) by fire13יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14חָקH2706inzettingen, inzetting, bescheidenappointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task15עוֹלָֽםH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
10En er ging de zoon ener Israelietische vrouw uit, die, in het midden der kinderen Israels, de zoon van een Egyptische man was; en de zoon van deze Israelietische en een Israelietisch man twistten in het leger.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En er ging de zoonH1121 ener IsraelietischeH3482vrouwH802 uit, die, in het middenH8432 der kinderenH1121IsraelsH3478, de zoonH1121 van een EgyptischeH4713manH376 was; en de zoonH1121 van deze IsraelietischeH3482 en een IsraelietischH3481manH376twisttenH5327 in het legerH4264.En er ging de zoon ener Israelietische vrouw uit, die, in het midden der kinderen Israels, de zoon van een Egyptische man was; en de zoon van deze Israelietische en een Israelietisch man twistten in het leger.
KJVAnd the son2of an Israelitish4woman,3whose father6was an Egyptian,7went out1among9the children10of Israel:11and this son14of the Israelitish15woman and a man16of Israelstrove together12in the camp;
1וַיֵּצֵא֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3אִשָּׁ֣הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English4יִשְׂרְאֵלִ֔יתH3482IsraelietischeIsraelitish5וְהוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8מִצְרִ֔יH4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt9בְּת֖וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)10בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12וַיִּנָּצוּ֙H5327twistten, gekijf, woestebe laid waste, runinous, strive (together)13בַּֽמַּחֲנֶ֔הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents14בֶּ֚ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth15הַיִּשְׂרְאֵלִ֔יתH3482IsraelietischeIsraelitish16וְאִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)17הַיִּשְׂרְאֵלִֽיH3481Israeliet, Israelietischof Israel, Israelite
11Toen lasterde de zoon der Israelietische vrouw uitdrukkelijk den NAAM, en vloekte; daarom brachten zij hem tot Mozes; de naam nu zijner moeder was Selomith, de dochter van Dibri, van den stam Dan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Toen lasterdeH5344 de zoonH1121 der IsraelietischeH3482vrouwH802 uitdrukkelijk den NAAMH8034, en vloekteH7043; daarom brachtenH935 zij hem totH413MozesH4872; de naamH8034 nu zijner moederH517 was SelomithH8019, de dochterH1323 van DibriH1704, van den stamH4294 Dan.Toen lasterde de zoon der Israelietische vrouw uitdrukkelijk den NAAM, en vloekte; daarom brachten zij hem tot Mozes; de naam nu zijner moeder was Selomith, de dochter van Dibri, van den stam Dan.
KJVAnd the Israelitish4woman's3son2blasphemed1the name6of the LORD, and cursed.7And they brought8him unto Moses:11(and his mother's13name12was Shelomith,14the daughter15of Dibri,16of the tribe17of Dan:)
1וַ֠יִּקֹּבH5344uitgedrukt, doorboren, gelasterdappoint, blaspheme, bore, curse, express, with holes, name, pierce, strike through2בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3הָֽאִשָּׁ֨הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English4הַיִּשְׂרְאֵלִ֤יתH3482IsraelietischeIsraelitish5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַשֵּׁם֙H8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report7וַיְקַלֵּ֔לH7043lichter, vloeken, vloekteabate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet8וַיָּבִ֥יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11מֹשֶׁ֑הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses12וְשֵׁ֥םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report13אִמּ֛וֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting14שְׁלֹמִ֥יתH8019SelomithShelomith15בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village16דִּבְרִ֖יH1704DibriDibri17לְמַטֵּהH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe18דָֽןH1835DanDaniel
12En zij leidden hem in de gevangenis, opdat hem, naar den mond des HEEREN, verklaring geschieden zou.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En zij leiddenH3240 hem in de gevangenisH4929, opdat hem, naar den mondH6310 des HEERENH3068, verklaringH6567 geschieden zou.En zij leidden hem in de gevangenis, opdat hem, naar den mond des HEEREN, verklaring geschieden zou.
KJVAnd they put1him in ward,2that the mind6of the LORD7might be shewed
1וַיַּנִּיחֻ֖הוּH3240laten, leide, lietbestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)2בַּמִּשְׁמָ֑רH4929wacht, bewaring, wachtendiligence, guard, office, prison, ward, watch3לִפְרֹ֥שׁH6567duidelijk, steken, verklaardscatter, declare, distinctly, shew, sting4לָהֶ֖ם5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6פִּ֥יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word7יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En de HEEREH3068sprakH1696totH413MozesH4872, zeggendeH559:En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
14Breng den vloeker uit tot buiten het leger, en allen, die het gehoord hebben, zullen hun handen op zijn hoofd leggen; daarna zal hem de gehele vergadering stenigen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14BrengH3318 den vloekerH7043 uit totH413buitenH2351 het legerH4264, en allen, die het gehoordH8085 hebben, zullen hun handenH3027opH5921 zijn hoofdH7218leggenH5564; daarna zal hem de geheleH3605vergaderingH5712stenigenH7275.Breng den vloeker uit tot buiten het leger, en allen, die het gehoord hebben, zullen hun handen op zijn hoofd leggen; daarna zal hem de gehele vergadering stenigen.
KJVBring forth1him that hath cursed3without5the camp;6and let all that heard9him lay7their hands11upon his head,13and let all the congregation17stone
1הוֹצֵ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַֽמְקַלֵּ֗לH7043lichter, vloeken, vloekteabate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5מִחוּץ֙H2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without6לַֽמַּחֲנֶ֔הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents7וְסָמְכ֧וּH5564leggen, leiden, ondersteundbear up, establish, (up-) hold, lay, lean, lie hard, put, rest self, set self, stand fast, stay (self), sustain8כָֽלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9הַשֹּׁמְעִ֛יםH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11יְדֵיהֶ֖םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13רֹאשׁ֑וֹH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top14וְרָגְמ֥וּH7275stenigen, stenigden, stenigde[idiom] certainly, stone15אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17הָעֵדָֽהH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)
15En tot de kinderen Israels zult gij spreken, zeggende: Een ieder, als hij zijn God gevloekt zal hebben, zo zal hij zijn zonde dragen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478 zult gij sprekenH1696, zeggendeH559: Een iederH376, alsH3588 hij zijn GodH430gevloektH7043 zal hebben, zo zal hij zijn zondeH2399dragenH5375.En tot de kinderen Israels zult gij spreken, zeggende: Een ieder, als hij zijn God gevloekt zal hebben, zo zal hij zijn zonde dragen.
KJVAnd thou shalt speak4unto the children2of Israel,3saying,5Whosoever6curseth8his God10shall bear11his sin.
1וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)2בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4תְּדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work5לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7אִ֛ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9יְקַלֵּ֥לH7043lichter, vloeken, vloekteabate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet10אֱלֹהָ֖יוH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11וְנָשָׂ֥אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield12חֶטְאֽוֹH2399zonde, zonden, zwaarlijkfault, [idiom] grievously, offence, (punishment of) sin
16En wie den Naam des HEEREN gelasterd zal hebben, zal zekerlijk gedood worden; de ganse vergadering zal hem zekerlijk stenigen; alzo zal de vreemdeling zijn, gelijk de inboorling, als hij den NAAM zal gelasterd hebben, hij zal gedood worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En wie den NaamH8034 des HEERENH3068gelasterdH5344 zal hebben, zal zekerlijk gedoodH4191 worden; de ganseH3605vergaderingH5712 zal hem zekerlijk stenigenH7275; alzo zal de vreemdelingH1616 zijn, gelijk de inboorlingH249, als hij den NAAMH8034 zal gelasterdH5344 hebben, hij zal gedoodH4191 worden.En wie den Naam des HEEREN gelasterd zal hebben, zal zekerlijk gedood worden; de ganse vergadering zal hem zekerlijk stenigen; alzo zal de vreemdeling zijn, gelijk de inboorling, als hij den NAAM zal gelasterd hebben, hij zal gedood worden.
Ook in dit vers
zekerlijkH4191
zekerlijkH7275
KJVAnd he that blasphemeth1the name2of the LORD,3he shall surely4be put to death,5and all the congregation10shall certainly6stone7him: as well the stranger,11as he that is born in the land,12when he blasphemeth13the name14of the LORD, shall be put to death.
1וְנֹקֵ֤בH5344uitgedrukt, doorboren, gelasterdappoint, blaspheme, bore, curse, express, with holes, name, pierce, strike through2שֵׁםH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report3יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4מ֣וֹתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise5יוּמָ֔תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise6רָג֥וֹםH7275stenigen, stenigden, stenigde[idiom] certainly, stone7יִרְגְּמוּH7275stenigen, stenigden, stenigde[idiom] certainly, stone8ב֖וֹ9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הָעֵדָ֑הH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)11כַּגֵּר֙H1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger12כָּֽאֶזְרָ֔חH249inboorling, inboorlingen, ingeborenebay tree, (home-) born (in the land), of the (one's own) country (nation)13בְּנָקְבוֹH5344uitgedrukt, doorboren, gelasterdappoint, blaspheme, bore, curse, express, with holes, name, pierce, strike through14שֵׁ֖םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report15יוּמָֽתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
17En als iemand enige ziel des mensen zal verslagen hebben, hij zal zekerlijk gedood worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En alsH3588iemandH376enigeH3605zielH5315 des mensenH120 zal verslagenH5221 hebben, hij zal zekerlijkH4191gedoodH4191 worden.En als iemand enige ziel des mensen zal verslagen hebben, hij zal zekerlijk gedood worden.
KJVAnd he1that killeth3any5man6shall surely7be put to death.
1וְאִ֕ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3יַכֶּ֖הH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5נֶ֣פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it6אָדָ֑םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person7מ֖וֹתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise8יוּמָֽתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
18Maar wie de ziel van enig vee zal verslagen hebben, hij zal het wedergeven, ziel voor ziel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Maar wie de zielH5315 van enig veeH929 zal verslagenH5221 hebben, hij zal het wedergevenH7999, zielH5315voorH8478zielH5315.Maar wie de ziel van enig vee zal verslagen hebben, hij zal het wedergeven, ziel voor ziel.
KJVAnd he that killeth1a beast2shall make it good;4beast5for beast.
19Als ook iemand aan zijn naaste een gebrek zal aangebracht hebben; gelijk als hij gedaan heeft, zo zal ook aan hem gedaan worden:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Als ook iemandH376 aan zijn naasteH5997 een gebrekH3971 zal aangebrachtH5414 hebben; gelijk als hij gedaan heeft, zoH3651 zal ook aan hem gedaan worden:Als ook iemand aan zijn naaste een gebrek zal aangebracht hebben; gelijk als hij gedaan heeft, zo zal ook aan hem gedaan worden:
KJVAnd if a man1cause3a blemish4in his neighbour;5as he hath done,7so shall it be done
1וְאִ֕ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3יִתֵּ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4מ֖וּםH3971gebrek, schandvlek, gebrekenblemish, blot, spot5בַּעֲמִית֑וֹH5997naaste, naasten, Metgezelanother, fellow, neighbour6כַּאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7עָשָׂ֔הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8כֵּ֖ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you9יֵעָ֥שֶׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10לּֽוֹ
20Breuk voor breuk, oog voor oog, tand voor tand; gelijk als hij een gebrek een mens zal aangebracht hebben, zo zal ook hem aangebracht worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20BreukH7667voorH8478breukH7667, oogH5869voorH8478oogH5869, tandH8127voorH8478tandH8127; gelijk als hij een gebrekH3971 een mensH120 zal aangebrachtH5414 hebben, zoH3651 zal ook hem aangebrachtH5414 worden.Breuk voor breuk, oog voor oog, tand voor tand; gelijk als hij een gebrek een mens zal aangebracht hebben, zo zal ook hem aangebracht worden.
KJVBreach1for breach,3eye4for eye,6tooth7for tooth:9as he hath caused11a blemish12in a man,13so shall it be done
21Wie dan enig vee verslaat, die zal het wedergeven; maar wie een mens verslaat, die zal gedood worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Wie dan enig veeH929verslaatH5221, die zal het wedergevenH7999; maar wie een mensH120verslaatH5221, die zal gedoodH4191 worden.Wie dan enig vee verslaat, die zal het wedergeven; maar wie een mens verslaat, die zal gedood worden.
KJVAnd he that killeth1a beast,2he shall restore3it: and he that killeth4a man,5he shall be put to death.
1וּמַכֵּ֥הH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound2בְהֵמָ֖הH929beesten, vee, beestbeast, cattle3יְשַׁלְּמֶ֑נָּהH7999vergelden, wedergeven, betalenmake amends, (make an) end, finish, full, give again, make good, (re-) pay (again), (make) (to) (be at) peace(-able), that is perfect, perform, (make) prosper(-ous), recompense, render, requite, make restitution, restore, reward, [idiom] surely4וּמַכֵּ֥הH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound5אָדָ֖םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person6יוּמָֽתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
22Enerlei recht zult gij hebben; zo zal de vreemdeling zijn, als de inboorling; want Ik ben de HEERE, uw God!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22EnerleiH259rechtH4941 zult gij hebben; zo zal de vreemdelingH1616zijnH1961, als de inboorlingH249; wantH3588IkH589 ben de HEEREH3068, uw GodH430!Enerlei recht zult gij hebben; zo zal de vreemdeling zijn, als de inboorling; want Ik ben de HEERE, uw God!
KJVYe shall have one2manner of law,1as well for the stranger,5as for one of your own country:6for I am the LORD10your God.
23En Mozes zeide tot de kinderen Israels, dat zij den vloeker tot buiten het leger uitbrengen, en hem met stenen stenigen zouden. En de kinderen Israels deden, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En MozesH4872zeideH1696totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478, datH834 zij den vloekerH7043totH413buitenH2351 het legerH4264uitbrengenH3318, en hem met stenenH68stenigenH7275 zouden. En de kinderenH1121IsraelsH3478dedenH6213, gelijk als de HEEREH3068MozesH4872gebodenH6680 had.En Mozes zeide tot de kinderen Israels, dat zij den vloeker tot buiten het leger uitbrengen, en hem met stenen stenigen zouden. En de kinderen Israels deden, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
KJVAnd Moses2spake1to the children4of Israel,5that they should bring forth6him that had cursed8out10of the camp,11and stone12him with stones.14And the children15of Israel16did17as the LORD20commanded19Moses.
1וַיְדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2מֹשֶׁה֮H4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5יִשְׂרָאֵל֒H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6וַיּוֹצִ֣יאוּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַֽמְקַלֵּ֗לH7043lichter, vloeken, vloekteabate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10מִחוּץ֙H2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without11לַֽמַּחֲנֶ֔הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents12וַיִּרְגְּמ֥וּH7275stenigen, stenigden, stenigde[idiom] certainly, stone13אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14אָ֑בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)15וּבְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16יִשְׂרָאֵ֣לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael17עָשׂ֔וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use18כַּֽאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order20יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)21אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)22מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Leviticus 24:2— Gebied den kinderen Israels, dat zij tot u brengen zuivere gestoten olijfolie, voor den luchter, om de lampen gedurig aan te steken.Exodus 27:20→Mattheüs 5:16→Johannes 5:35→Johannes 1:9→2 Kronieken 13:11→Psalmen 119:105→Lukas 1:79→Exodus 39:37→
Leviticus 24:4— Hij zal op den louteren kandelaar die lampen voor het aangezicht des HEEREN gedurig toerichten.Exodus 31:8→Exodus 39:37→Numeri 3:31→Jeremia 52:19→1 Koningen 7:49→Openbaring 2:5→Exodus 25:31→Hebreeën 9:2→
Leviticus 24:5— Gij zult ook meelbloem nemen, en twaalf koeken daarvan bakken; van twee tienden zal een koek zijn.Exodus 25:30→Exodus 40:23→Handelingen 26:7→Mattheüs 12:4→1 Samuël 21:4→1 Koningen 18:31→Jakobus 1:1→
Leviticus 24:6— En gij zult ze in twee rijen leggen, zes in een rij, op de reine tafel, voor het aangezicht des HEEREN.1 Koningen 7:48→Exodus 25:23→2 Kronieken 4:19→Hebreeën 9:2→2 Kronieken 13:11→Exodus 40:22→1 Korinthe 14:40→Exodus 37:10→
Leviticus 24:7— En op elke rij zult gij zuiveren wierook leggen, welke het brood ten gedenkoffer zal zijn; het is een vuuroffer den HEERE.Leviticus 2:2→Handelingen 10:31→Exodus 12:14→Handelingen 10:4→Genesis 9:16→Hebreeën 7:25→1 Korinthe 11:23→Johannes 6:51→
Leviticus 24:8— Op elken sabbatdag gedurig zal men dat voor het aangezicht des HEEREN toerichten, vanwege de kinderen Israels, tot een eeuwig verbond.2 Kronieken 2:4→Numeri 4:7→1 Kronieken 9:32→Mattheüs 12:3→1 Kronieken 23:29→Nehemia 10:33→
Leviticus 24:9— En het zal voor Aaron en zijn zonen zijn, die dat in de heilige plaats zullen eten; want het is voor hem een heiligheid der heiligheden uit de vuurofferen des HEEREN, een eeuwige inzetting.Leviticus 8:31→Markus 2:26→Lukas 6:4→Mattheüs 12:4→Leviticus 10:17→Leviticus 6:16→Leviticus 21:22→1 Samuël 21:6→
Leviticus 24:10— En er ging de zoon ener Israelietische vrouw uit, die, in het midden der kinderen Israels, de zoon van een Egyptische man was; en de zoon van deze Israelietische en een Israelietisch man twistten in het leger.Exodus 12:38→Numeri 11:4→
Leviticus 24:11— Toen lasterde de zoon der Israelietische vrouw uitdrukkelijk den NAAM, en vloekte; daarom brachten zij hem tot Mozes; de naam nu zijner moeder was Selomith, de dochter van Dibri, van den stam Dan.Exodus 3:15→Jesaja 8:21→Exodus 18:22→Exodus 18:26→Job 2:5→2 Koningen 18:37→Romeinen 2:24→2 Samuël 12:14→
Leviticus 24:12— En zij leidden hem in de gevangenis, opdat hem, naar den mond des HEEREN, verklaring geschieden zou.Exodus 18:15→Numeri 15:34→Numeri 27:5→Numeri 36:5→Exodus 18:23→
Leviticus 24:14— Breng den vloeker uit tot buiten het leger, en allen, die het gehoord hebben, zullen hun handen op zijn hoofd leggen; daarna zal hem de gehele vergadering stenigen.Deuteronomium 17:7→Deuteronomium 21:21→Leviticus 20:27→Leviticus 20:2→Numeri 5:2→Deuteronomium 13:9→Johannes 10:31→Johannes 8:59→
Leviticus 24:15— En tot de kinderen Israels zult gij spreken, zeggende: Een ieder, als hij zijn God gevloekt zal hebben, zo zal hij zijn zonde dragen.Numeri 9:13→Leviticus 5:1→Exodus 22:28→Leviticus 20:16→
Leviticus 24:16— En wie den Naam des HEEREN gelasterd zal hebben, zal zekerlijk gedood worden; de ganse vergadering zal hem zekerlijk stenigen; alzo zal de vreemdeling zijn, gelijk de inboorling, als hij den NAAM zal gelasterd hebben, hij zal gedood worden.Mattheüs 12:31→Psalmen 74:18→Jakobus 2:7→Handelingen 26:11→Johannes 8:58→Mattheüs 26:66→Psalmen 74:10→Markus 3:28→
Leviticus 24:17— En als iemand enige ziel des mensen zal verslagen hebben, hij zal zekerlijk gedood worden.Genesis 9:5→Deuteronomium 19:11→Exodus 21:12→Deuteronomium 27:24→Numeri 35:30→
Leviticus 24:18— Maar wie de ziel van enig vee zal verslagen hebben, hij zal het wedergeven, ziel voor ziel.Leviticus 24:21→Exodus 21:34→
Leviticus 24:19— Als ook iemand aan zijn naaste een gebrek zal aangebracht hebben; gelijk als hij gedaan heeft, zo zal ook aan hem gedaan worden:Mattheüs 7:2→Mattheüs 5:38→Deuteronomium 19:21→
Leviticus 24:20— Breuk voor breuk, oog voor oog, tand voor tand; gelijk als hij een gebrek een mens zal aangebracht hebben, zo zal ook hem aangebracht worden.Deuteronomium 19:21→Mattheüs 5:38→Exodus 21:23→
Leviticus 24:21— Wie dan enig vee verslaat, die zal het wedergeven; maar wie een mens verslaat, die zal gedood worden.Leviticus 24:17→Exodus 21:33→
Leviticus 24:22— Enerlei recht zult gij hebben; zo zal de vreemdeling zijn, als de inboorling; want Ik ben de HEERE, uw God!Exodus 12:49→Numeri 9:14→Numeri 15:15→Numeri 15:29→Leviticus 19:34→Leviticus 17:10→
Leviticus 24:23— En Mozes zeide tot de kinderen Israels, dat zij den vloeker tot buiten het leger uitbrengen, en hem met stenen stenigen zouden. En de kinderen Israels deden, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.Leviticus 24:14→Numeri 15:35→Hebreeën 2:2→Hebreeën 10:28→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Leviticus 24 vers 2— Gebied den kinderen Israels, dat zij tot u brengen zuivere gestoten olijfolie, voor den luchter, om de lampen gedurig aan te steken.
brengen
Hebreeuws, nemen; dat is, nemen en brengen. Zie Gen. 12:15.
Hertaald:brengen
Hebreeuws: nemen; dat is: nemen en brengen. Zie Gen. 12:15.
gestoten olijfolie,
Zie hiervan ook het gebod Ex. 27:20.
Hertaald:gestoten olijfolie,
Zie hierover ook het gebod in Ex. 27:20.
lampen
Welke waren in getal zegen; Ex. 25:37.
Hertaald:lampen
Die zeven in getal waren; Ex. 25:37.
gedurig aan te steken
Te weten, in elken avondstond.
Hertaald:gedurig aan te steken
Namelijk: elke avond.
Leviticus 24 vers 3— Aaron zal die voor het aangezicht des HEEREN gedurig toerichten, van den avond tot den morgen, buiten den voorhang van de getuigenis, in de tent der samenkomst; het is een eeuwige inzetting voor uw geslachten.
Aäron
Of, zijne zonen door zijn gebod, gelijk te zien is Ex. 27:21.
Hertaald:Aäron
Of: zijn zonen op zijn bevel, zoals blijkt uit Ex. 27:21.
voorhang van de getuigenis,
Die het heilige van het heilige der heiligen afscheidt. Zie boven, Lev. 4:6. Deze luchter nu of kandelaar stond in het heilige aan de zuidzijde, gelijk de gouden tafel aan de noordzijde; Ex. 26:35.
Hertaald:voorhang van de getuigenis,
Dat het heilige van het heilige der heiligen scheidt. Zie hierboven, Lev. 4:6. Deze luchter, of kandelaar, stond in het heilige aan de zuidzijde, zoals de gouden tafel aan de noordzijde stond; Ex. 26:35.
Leviticus 24 vers 4— Hij zal op den louteren kandelaar die lampen voor het aangezicht des HEEREN gedurig toerichten.
louteren kandelaar
Dat is, die van louter en fijn goud gemaakt was, Ex. 25:31, gelijk hij ook hierna vs.6 de reine tafel noemt, waar de toonbroden op gelegd worden, omdat die met zuiver, fijn en gelouterd goud overtrokken was; van welke men ook lezen kan Ex. 25:24.
Hertaald:louteren kandelaar
Dat is: die van louter en fijn goud gemaakt was, Ex. 25:31, zoals hij hierna in vers 6 ook de reine tafel noemt, waarop de toonbroden gelegd werden, omdat die met zuiver, fijn en gelouterd goud overtrokken was; zie hierover ook Ex. 25:24.
Leviticus 24 vers 5— Gij zult ook meelbloem nemen, en twaalf koeken daarvan bakken; van twee tienden zal een koek zijn.
twee tienden
Dat is, van twee gomer, welke was het tiende deel van een efa. Zie Ex. 16:36.
Hertaald:twee tienden
Dat is: van twee gomer, wat het tiende deel van een efa was. Zie Ex. 16:36.
Leviticus 24 vers 7— En op elke rij zult gij zuiveren wierook leggen, welke het brood ten gedenkoffer zal zijn; het is een vuuroffer den HEERE.
ten gedenkoffer zal zijn;
Zie boven, Lev. 2:2.
Hertaald:ten gedenkoffer zal zijn;
Zie hierboven, Lev. 2:2.
Leviticus 24 vers 8— Op elken sabbatdag gedurig zal men dat voor het aangezicht des HEEREN toerichten, vanwege de kinderen Israels, tot een eeuwig verbond.
elken sabbatdag
Hebreeuws, in den dag des sabbats, in den dag des sabbats. Zie van deze manier van spreken Gen. 7:2.
Hertaald:elken sabbatdag
Hebreeuws: op de dag van de sabbat, op de dag van de sabbat. Zie voor deze manier van spreken Gen. 7:2.
toerichten,
Hetwelk de priesters alleen doen moesten.
Hertaald:toerichten,
Wat alleen de priesters moesten doen.
kinderen Israëls,
Die de meelbloem geofferd hadden, waarvan de priesters de broden of koeken maken moesten.
Hertaald:kinderen Israëls,
Die de meelbloem geofferd hadden, waarvan de priesters de broden of koeken moesten maken.
Leviticus 24 vers 9— En het zal voor Aaron en zijn zonen zijn, die dat in de heilige plaats zullen eten; want het is voor hem een heiligheid der heiligheden uit de vuurofferen des HEEREN, een eeuwige inzetting.
zal voor Aäron en zijn zonen
Versta, in het eind van de week, wanneer men op den sabbat daaraanvolgende die toonbroden van de tafel nam, om verse in hun plaats te leggen.
Hertaald:zal voor Aäron en zijn zonen
Versta: aan het einde van de week, wanneer men op de daaropvolgende sabbat de toonbroden van de tafel nam om er verse voor in de plaats te leggen.
vuurofferen
Dit wordt onder de vuurofferanden ook geteld, omdat de wierook, die er op lag, dan aangestoken en den Heere verbrand werd.
Hertaald:vuurofferen
Dit wordt ook tot de vuuroffers gerekend, omdat de wierook die erop lag dan aangestoken en aan de HEERE verbrand werd.
Leviticus 24 vers 10— En er ging de zoon ener Israelietische vrouw uit, die, in het midden der kinderen Israels, de zoon van een Egyptische man was; en de zoon van deze Israelietische en een Israelietisch man twistten in het leger.
de zoon van een Egyptische man was;
Het is waarschijnlijk dat deze Egyptenaar het Israëlietisch geloof aangenomen had, gelijk velen menen, of anders moest hij, als een vreemdeling, onder de Israëlieten gewoond hebben.
Hertaald:de zoon van een Egyptische man was;
Het is waarschijnlijk dat deze Egyptenaar het Israëlietische geloof had aangenomen, zoals velen menen, of anders moest hij, als vreemdeling, onder de Israëlieten gewoond hebben.
Israëlietisch man
Ten aanzien van beide zijn ouders.
Hertaald:Israëlietisch man
Met betrekking tot beide ouders.
Leviticus 24 vers 11— Toen lasterde de zoon der Israelietische vrouw uitdrukkelijk den NAAM, en vloekte; daarom brachten zij hem tot Mozes; de naam nu zijner moeder was Selomith, de dochter van Dibri, van den stam Dan.
lasterde de zoon der Israëlietische vrouw
Het Hebreeuwse woor wat hier uitdrukkelijk lasteren overgezet is, betekent eigenlijk doorsteken, doorboren, doorwonden; waarmede de afgrijselijkheid dezer daad te kennen gegeven wordt, omdat hij God met zijn snode tong als doorstoken had.
Hertaald:lasterde de zoon der Israëlietische vrouw
Het Hebreeuwse woord dat hier uitdrukkelijk met lasteren vertaald is, betekent eigenlijk doorsteken, doorboren, doorwonden; waarmee de afschuwelijkheid van deze daad wordt aangegeven, omdat hij God met zijn snode tong als het ware doorstoken had.
NAAM,
Versta, den naam des Heeren, of, JHWH, gelijk zulks verklaard wordt vs.16, en Deut. 28:58. Zie van dezen naam Gen. 2:4.
Hertaald:NAAM,
Versta: de Naam van de HEERE, of JHWH, zoals dit wordt uitgelegd in vers 16 en Deut. 28:58. Zie voor deze naam Gen. 2:4.
brachten zij hem tot Mozes;
Versta, dat de rechters hem tot Mozes gebracht hebben, om hem raad te vragen hoe zij dezen gruwelijken lasteraar straffen zouden.
Hertaald:brachten zij hem tot Mozes;
Versta: dat de rechters hem naar Mozes gebracht hebben, om hem te vragen hoe zij deze gruwelijke lasteraar zouden straffen.
Leviticus 24 vers 12— En zij leidden hem in de gevangenis, opdat hem, naar den mond des HEEREN, verklaring geschieden zou.
den mond des HEEREN,
Dat is, het bevel des Heeren. Zie Gen. 41:40, en Ex. 17:1.
Hertaald:den mond des HEEREN,
Dat is: het bevel van de HEERE. Zie Gen. 41:40 en Ex. 17:1.
Leviticus 24 vers 14— Breng den vloeker uit tot buiten het leger, en allen, die het gehoord hebben, zullen hun handen op zijn hoofd leggen; daarna zal hem de gehele vergadering stenigen.
gehoord hebben,
Namelijk, hoe hij gevloekt en den naam van God gelasterd heeft. En dezen, als getuigen, moesten hunne hand op zijn hoofd leggen, om daarmede te getuigen dat zij hem met waarheid van deze zonde der godslastering beschuldigden, en dat hij alzo er aan schuldig zijnde, deze straf verdiend had.
Hertaald:gehoord hebben,
Namelijk: hoe hij gevloekt en de Naam van God gelasterd heeft. En dezen moesten als getuigen hun hand op zijn hoofd leggen, om daarmee te getuigen dat zij hem naar waarheid van deze zonde van godslastering beschuldigden, en dat hij, daaraan schuldig zijnde, deze straf verdiend had.
Leviticus 24 vers 15— En tot de kinderen Israels zult gij spreken, zeggende: Een ieder, als hij zijn God gevloekt zal hebben, zo zal hij zijn zonde dragen.
zonde dragen
Dat is, de straf zijner zonde, gelijk hij dat verklaart in vs.16. Zie boven, Lev. 5:1.
Hertaald:zonde dragen
Dat is: de straf voor zijn zonde, zoals hij uitlegt in vers 16. Zie hierboven, Lev. 5:1.
Leviticus 24 vers 16— En wie den Naam des HEEREN gelasterd zal hebben, zal zekerlijk gedood worden; de ganse vergadering zal hem zekerlijk stenigen; alzo zal de vreemdeling zijn, gelijk de inboorling, als hij den NAAM zal gelasterd hebben, hij zal gedood worden.
Hertaald:gelasterd zal hebben,
Hebreeuws: doorstoken hebben; zoals hierboven, vers 11. Zie daar.
zal zekerlijk gedood worden;
Hebreeuws, stervende gedood worden; dat is, men zal niet nalaten hem te doden zonder enige verschoning te gebruiken. Alzo in het volgende.
Hertaald:zal zekerlijk gedood worden;
Hebreeuws: stervend gedood worden; dat is: men zal niet nalaten hem te doden, zonder enige verschoning te gebruiken. Zo ook hierna.
Leviticus 24 vers 17— En als iemand enige ziel des mensen zal verslagen hebben, hij zal zekerlijk gedood worden.
ziel des mensen
Dat is, een mens. Zie Gen. 12:5, en Ex. 21:12.
Hertaald:ziel des mensen
Dat is: een mens. Zie Gen. 12:5 en Ex. 21:12.
zal verslagen hebben,
Dat is, wie een mens met wonden en slaan het leven beneemt. Vergelijk Gen. 37:21.
Hertaald:zal verslagen hebben,
Dat is: wie een mens door verwonding of slaan het leven ontneemt. Vergelijk Gen. 37:21.
Leviticus 24 vers 18— Maar wie de ziel van enig vee zal verslagen hebben, hij zal het wedergeven, ziel voor ziel.
ziel voor ziel
Te weten, een levend stuk vee, voor hetgeen hij doodgeslagen zal hebben.
Hertaald:ziel voor ziel
Namelijk: een levend stuk vee, voor wat hij doodgeslagen zal hebben.
Leviticus 24 vers 19— Als ook iemand aan zijn naaste een gebrek zal aangebracht hebben; gelijk als hij gedaan heeft, zo zal ook aan hem gedaan worden:
zo zal ook aan hem gedaan worden
Te weten, naar wettelijke orde, verklaard in de volgende aantekening.
Hertaald:zo zal ook aan hem gedaan worden
Namelijk: volgens de wettelijke orde, uitgelegd in de volgende aantekening.
Leviticus 24 vers 20— Breuk voor breuk, oog voor oog, tand voor tand; gelijk als hij een gebrek een mens zal aangebracht hebben, zo zal ook hem aangebracht worden.
Breuk voor breuk,
Dit was de wet der vergelding, welke niet door particuliere personen, maar door de overheid met kennis van zaken moest uitgevoerd worden. De Farizeën hebben haar misduid en kwalijk uitgelegd, waarover zij van onzen Zaligmaker, Matt. 5:38-39, bestraft worden.
Hertaald:Breuk voor breuk,
Dit was de wet van de vergelding, die niet door particulieren, maar door de overheid, met kennis van zaken, moest worden uitgevoerd. De farizeeën hebben haar verkeerd begrepen en uitgelegd, waarover zij door onze Zaligmaker in Matt. 5:38-39 terechtgewezen worden.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Selomith — vredig, vreedzaam
Een vrouw uit de stam Dan, dochter van Dibri, gehuwd met een Egyptenaar. Zij is de enige vrouw die in het hele boek Leviticus met name genoemd wordt (Lev. 24:11). Haar zoon lasterde onder een twist de Naam des HEEREN, werd daarom in verzekerde bewaring gesteld, en op Gods bevel door de gemeente buiten het kamp gestenigd (Lev. 24:10-16, 23).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Toonbroden — Hebreeuws: lechem panim, "brood des aangezichts" — brood dat gedurig voor Gods aangezicht lag
Twaalf koeken van meelbloem, elk uit twee tienden meelbloem gebakken, werden in twee rijen van zes op de reine tafel in het heilige gelegd, met zuivere wierook op elke rij als gedenkoffer (Lev. 24:5-9). Elke sabbat werden zij ververst; de oude broden kwamen Aäron en zijn zonen toe, die ze in de heilige plaats moesten eten. De tafel ervoor was al bij de tabernakel voorgeschreven (Ex. 25:23-30).
Bijbelse betekenis: De twaalf broden stonden voor de twaalf stammen: heel Israël lag gedurig, als één geheel, voor het aangezicht van de HEERE. Het brood was tegelijk een blijvende erkenning dat het volk van Zijn hand at, en een teken van het "eeuwig verbond" (Lev. 24:8) dat God met hen onderhield.
Typologie: Christus verwijst Zelf naar deze broden wanneer Hij de Farizeeën op David wijst, die er in nood van at hoewel het hem niet geoorloofd was (Matt. 12:3-4; 1 Sam. 21:1-6) — en Hij trekt daaruit dat barmhartigheid boven offerande gaat. Dezelfde Heere noemt Zichzelf het Brood des levens, waarvan wie eet in eeuwigheid niet zal hongeren (Joh. 6:35,48-51).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
God bij Zijn volkniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
Het brood dat er altijd lag — 24:1-9
Tussen de feestwetten en een geschiedenis over godslastering staat een kort gedeelte over twee dingen in de heilige plaats: de lampen die branden moeten en de broden die op tafel moeten liggen. Beide worden geregeld met hetzelfde woord: gedurig.
Twaalf broden liggen week in week uit voor het aangezicht van God, en de olie voor de lampen moet door het volk zelf aangedragen worden.
Het eerste voorschrift gaat over de olie: het volk moet zuivere gestoten olijfolie brengen om de lampen gedurig aan te steken. Aäron moet ze toerichten voor het aangezicht des HEEREN, van de avond tot de morgen. Er moet dus licht branden juist in de uren dat er niemand kijkt.
Het tweede gaat over brood. Twaalf koeken van meelbloem worden gebakken en in twee rijen van zes op de reine tafel gelegd, voor het aangezicht des HEEREN. Er wordt zuivere wierook bij gelegd. En dan staat er iets dat men niet verwacht bij een brood: het is een vuuroffer den HEERE, en het wordt neergelegd tot een eeuwig verbond.
Twaalf broden, en twaalf stammen. Elke stam ligt daar dus, in de vorm van brood, op de tafel voor Gods aangezicht — de hele week door, ook wanneer het volk verspreid in het land aan het werk was. En elke sabbat werden zij vervangen door verse, en de oude waren voor de priesters om te eten in de heilige plaats.
Het Hebreeuws noemt dit brood letterlijk het brood des aangezichts. Het lag niet in een kast en niet in een kist; het lag in het zicht. Zolang die tabernakel stond, lag daar een stille voortdurende herinnering dat dit volk bij God in beeld was.
Het Nieuwe Testament komt tweemaal op dit brood terug. De eerste keer doet Christus dat Zelf, wanneer men Zijn discipelen verwijt dat zij op de sabbat aren plukken. Hij herinnert aan David, die in het huis Gods ging en de toonbroden at, die niemand eten mocht dan de priesters. Zijn punt is dat de nood van een hongerige man zwaarder woog dan het voorschrift, en Hij besluit met een zin die op ditzelfde hoofdstuk terugslaat: de sabbat is gemaakt om den mens, en niet de mens om den sabbat.
De tweede keer is bij de opsomming van de heilige plaats in de Hebreeënbrief. Daar worden de kandelaar, de tafel en de toonbroden genoemd, en van die hele inrichting wordt gezegd dat zij een schaduw is.
En wie de twee voorwerpen van dit hoofdstuk naast elkaar legt, ziet waar zij op uitkomen. Licht dat gedurig brandt, en brood dat er altijd ligt. Van Eén staat er dat Hij het Licht der wereld is, en van diezelfde Ene dat Hij het Brood des levens is. Beide zei Hij van Zichzelf, en beide in hetzelfde Evangelie.
Leviticus 24:2-3 — Licht dat brandt van de avond tot de morgen, als niemand kijkt.
Leviticus 24:5-6 — Twaalf broden op de tafel, voor het aangezicht des HEEREN.
Leviticus 24:8 — Elke sabbat vervangen, en het heet een eeuwig verbond.
Markus 2:25-28 — Christus haalt het toonbrood aan bij de vraag over de sabbat.
Johannes 6:35 — Ik ben het Brood des levens.
Johannes 8:12 — Ik ben het Licht der wereld.
In het Nieuwe Testament: Markus 2:25-28; Hebreeën 9:2; Johannes 6:35; Johannes 8:12; Kolossenzen 2:17
Hoever dit reikt: Christus haalt het toonbrood zelf aan in Markus 2, maar Hij gebruikt het daar om iets over de sabbat te zeggen en niet om Zichzelf ermee te vergelijken. Dat het brood en de kandelaar op Hem zien, is een gevolgtrekking uit de plaatsen waar Hij Zichzelf het Brood des levens en het Licht der wereld noemt. De Hebreeënbrief noemt de inrichting van de tabernakel wel een schaduw van de hemelse dingen, maar werkt de afzonderlijke voorwerpen niet uit.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
VAN DE KANDELAAR, VAN DE TOONBRODEN, DE STRAF, VAN GODSLASTERAARS EN DOODSLAGERS.
1. En de HEERE, over de bijzonder heilige tijden gehandeld hebbende, sprak tot Mozes ook over de wijze, waarop behalve de Sabbat iedere afzonderlijke dag van de week, en behalve de feesten iedere afzonderlijke week van het jaar in Israël moest geheiligd worden, zeggende:
2. Gebied de kinderen van Israël, zoals Ik reeds in Exodus. 27:20 u beval, en dit bevel dan ook reeds uitgevoerd is (Exodus. 40:25 Numeri. 8:1-4); maar Ik herhaal het toen gesproken woord nog eenmaal, omdat Ik voor de rechte, zuivere godsdienst op de stipte volbrenging daarvan zoveel aankomt, dat zij tot u brengen zuivere gestoten olijfolie, voor de luchter, om de lampen van de gouden kandelaar (Exodus. 25:31 vv.) gedurig aan te steken. 1)
1) Sommigen menen, dat die lampen onophoudelijk hebben gebrand, doch het is waarschijnlijker, dat zij ‘s nachts, maar niet bij dag gebrand hebben, te meer daar de Heilige Schrift nergens melding maakt, dat enig licht bij dag heeft gebrand, maar wel, dat ze ‘s avonds werden aangestoken en tot ‘s morgens brandden, daarom moet het woord gedurig verstaan worden in die betekenis, dat geen nacht mocht worden overgeslagen.
3. Aäron, of wie van de gewone priesters in zijn plaats de dienst verricht, zal die voor het aangezicht van de HEERE gedurig toerichten, van de avond tot de morgen, bij het brengen van het avond en morgenoffer (Exodus. 29:38 vv.) buiten de voorhang van de getuigenis, 1) in de tent der samenkomst, die in de tabernakel de plaats van de getuigenis (Exodus. 25:22) van de overige ruimte afzondert; het is een eeuwige instelling voor uw geslachten.
1) In Exodus. 27:21 luidt het: Buiten de voorhang, die voor het getuigenis is. De bedoeling is, buiten de voorhang, die het Heilige van het Heilige der Heiligen scheidt.
4. Hij zal, zoals gezegd is, op de loutere kandelaar, de kandelaar van louter of zuiver goud, die lampen voor het aangezicht van de HEERE gedurig 1) toerichten, en dit werk met het andere voor de dagelijkse tempeldienst ook op de Sabbat en de feestdagen niet nalaten, maar altijd voor het brengen van de sabbat- en feestoffers op gewone wijze toerichten.
1) De wet spaart geen herhaling, zolang zij nog niet haar geestelijke vervulling verkregen heeft.
5. Gij zult ook, zoals volgens Mijn bevel (Exodus. 25:30) tot dusver geschied is (Exodus. 39:36; 40:23) door de priester die voor de dienst zorgen moet, meelbloem nemen en twaalf broodkoeken, van dikkere vorm dan de in Leviticus. 2:4 vermelde vladen daarvan bakken; van twee tienden (of Gomer) zal één koek zijn 1) (zie “Ex 16.36).
1) Volgens de eenparige Joodse overlevering werden zij zonder zuurdeeg toebereid. Voor deze toebereiding moest later het geslacht van de Kahathieten zorgen (1 Kronieken 9:32), dat de wijze van toebereiding als familiegeheim bewaarde. In de tweede tempel geschiedde dit in een bijzonder vertrek, het gloed- of bakhuis aan de noordzijde van de voorhof van de priesters; maar zij mochten ook, zoals ander heilig gebak, in het vlek Bethfagé, bij Jeruzalem (Matth.21:1) worden gebakken.
Nu is men gekomen tot het derde deel van de uitwendige eredienst, dat de overgang vormt voor de uitlegging van het tweede gebod. Er is daarom te handelen over de heilige offeranden, waaronder Hij de eerste plaats behaagt te geven aan de broden, die een eigen tafel hebben, recht tegenover de kandelaar, aan de noordzijde, zoals bij de bouw van de tabernakel is gezien. Doch ofschoon er ergens anders sprake van is, zoals zij echter op zichzelf werden aangeboden en geplaatst vóór de Ark van het Verbond, als het ware vóór het aangezicht van God, waren zij niet te scheiden van de offeranden. Ik heb reeds vroeger uitgelegd, dat dit een symbool is geweest van een niet alledaagse genade van God, waar Hij op gemeenzame wijze tot hen af daalt, alsof Hij hun gastvriend ware. Doch zij worden genaamd toonbroden, daarom, omdat zij als voor de ogen van God worden geplaatst. Maar daarmee toont Hij een zeldzame gunst, door als het ware wederkerig tot hun gastmaal te komen. Het is niet twijfelachtig, dat Hij het getal twaalf heeft bevolen met het oog op de twaalf stammen, alsof Hij de door elke stam afzonderlijk aangeboden spijs tot Zijn tafel toeliet.
De bereiding van de toonbroden wordt eerst nu nauwkeurig beschreven, ofschoon zij reeds bij de inwijding van de tabernakel door de gemeente geleverd en door Mozes op de dis gelegd werden. Door het brengen en bereiden ervan, uit de door de gemeente gebrachte meelbloem, en meer nog door de bijvoeging van wierook, die bij de wegneming van de broden, op iedere Sabbat, als Ascara, d.i. als dadelijke herinnering van de gemeente, voor God op het altaar aangestoken werd, werd die oplegging van de broden een onbloedig offer waarmee de gemeente de vrucht van haar werken, leven en sterven voor het aangezicht van de Heere brengt, en in deze God zich als een volk, dat ijverig is, in de heiliging tot goede werken, bewijst.
Deze koeken moesten wel zonder zuurdeeg zijn, omdat zij waren een Heiligheid der Heiligheden. De gezuurdesemde koek mocht niet op het altaar komen, en evenmin daarom op de tafel van de toonbroden, voor het aangezicht van de Heere.
6. En gij zult ze in twee rijen leggen, zes in een rij, op de daartoe bestemde reine tafel (Exodus. 25:23 vv.)) die voor het aangezicht van de in het Allerheiligste aanwezige HEERE staat.
7. En op elke rij zult gij, op gouden schalen, zuivere wierook leggen, welke het brood ten gedenkoffer zal zijn, terwijl de wierook bij het wegnemen van de broden op het altaar aangestoken wordt; het is een vuuroffer voor de HEERE, waardoor deze bewogen wordt, aan Zijn gemeente in genade te denken.
8. Op elke Sabbatdag gedurig zal men, de dienstdoende priester, bij het begin van de sabbat dat voor het aangezicht van de HEERE toerichten, de oude broden wegnemenen daarvoor de nieuwe-nog warm (1 Samuel 21:6) -in de plaats stellen, vanwege de kinderen van Israël, tot een eeuwig verbond. 1)
1) De bedoeling is, dat deze broden, deze onbloedige offeranden teken en onderpand zouden zijn van het Verbond, dat de Heere God met Zijn volk had opgericht. Volgens Maimonides werden de toonbroden door vier priesters op de tafel bezorgd, terwijl vier anderen de broden van de tafel afnamen.
9. En a) het, de weggenomen vorige broden, zal voor Aäron en zijn zonen zijn, die dat in de heilige plaats zullen eten; want het is voor hem een Heiligheid der Heiligheden uit de vuuroffers van de HEERE, een eeuwige instelling; het behoort mede tot die overblijfselen van het offer, waarmee men zeer heilig moet handelen en die de priesters alleen, met uitsluiting van de vrouwelijke leden van het priesterlijke geslacht, mogen eten (Leviticus. 6:17 vv.; 21:22 Matth.12:4).
a) Exodus. 29:32 Leviticus. 8:31; 1 Samuel. 21:6
Wil men zoals het leggen van de toonbroden in het algemeen (zie Ex 25.30) ook dit, dat alleen de priesters en dan nog maar binnen het heiligdom ze mochten eten, geestelijk verklaren, dan lag daarin voor Israël de wenk: “Wees ijverig in goede werken, dan zult gij als een priesterlijk volk in Gods huis wonen en uit Zijn gemeenschap heil en zegen voor u zien vloeien.”
I. Vers 10-23🔗
Te midden van deze overlegging van God met Mozes, waarbij de Heere hem die wetten meedeelt, welke de ontwikkeling van Israël als een heilig volk bedoelen, geschiedt er iets dat aan de gemeente de eerste gelegenheid biedt, om het goddelijk strafgericht te handhaven. De zoon van een Israëlitische vrouw, geboren uit een vermenging met een Egyptische man, wordt als een godslasteraar tot Mozes gebracht; deze laat door de Heere zelf zeggen wat met de misdadiger moet geschieden, en nu volgt als Gods bevel de openbare steniging buiten de legerplaats.
10. En er ging uit de tent van zijn vader, welke, zoals de tenten van de uit Egypte meegevoerde gemengde schare (Exodus. 12:38) in het algemeen, buiten de tenten van de naar hun stamhoofden gelegerde Israëlieten (Numeri. 2:2) stond, de zoon van een Israëlitische vrouw (vs.11), uit, die in het midden van de kinderen van Israël, als ware hij hun geloofsgenoot, de zoon van een Egyptische, met haar gehuwde, man was; 1) en de zoon van deze Israëlitischeen een Israëlietisch man, die dat niet verdragen en om zijn afkomst van een vreemdeling hem afwijzen wilde, twistten in het leger.
1) De zo nadrukkelijke vermelding van de afkomst van de vloeker, bedoelt zonder twijfel op het bedenkelijke van zulke huwelijken opmerkzaam te maken. Zo wordt ook in de Christelijke Kerk, zowel door de Evangelische als door de Room- Katholieken, het gemengde huwelijk (tussen personen van verschillende geloofsbelijdenis) aangezien voor iets, dat eerder moet nagelaten dan gedaan worden; de oudste Evangelische kerkorden bepalen, dat vóór het huwelijk de geloofsbelijdenis van de verloofden zeer nauwkeurig zal onderzocht worden.
11. Toen lasterde 1) in het vuur van drift, de zoon van de Israëlitische vrouw uitdrukkelijk de NAAM des Heeren (vs.16) en vloekte, braakte allerlei verachtelijke en goddeloze woorden tegen die naam uit; daarom brachten zij, die dit hadden aangehoord, hem tot Mozes; de naam nu van zijn moeder was Selomith, de dochter van Dibri, van de stam Dan.
1) Het in de grondtekst staande woord betekent in het algemeen “aanduiden, noemen, uitspreken” en wordt zowel in goede als slechte zin gebruikt. Welke zin bedoeld wordt, moet het verband dan aangeven. Maar de Joden zijn van oudsher bij de algemene betekenis van het woord blijven staan, en hebben nu op deze plaats (vs.16) het bekende verbod gegrond, dat de naamhwhy hwhy eigenlijk = Jahveh te punktuéren, in het geheel niet uitgesproken, maar daarvoor altijd ynda (Adonai = de Heere) moest worden gelezen, (waarom nu xrxy = Jehova gepunktueerd wordt). Maimonides (een Joods geleerde uit de 12de eeuw, om zijn diepe kennis van de Joodse godgeleerdheid de tweede Mozes genoemd) zegt het volgende: Die naam werd vroeger alleen in het heiligdom en wel door de gewijde priesters, bij de priesterlijke zegen en door de Hogepriester, op de grote Verzoendag uitgesproken. Sedert de tijd van Simon de rechtvaardige, werd dit echter afgeschaft, en van nu aan ook in de tempel steeds Adonai gezegd, opdat niet iemand die naam leerde, die hij ontheiligen kon.
12. En Zij leidden hem op bevel van Mozes, die in dit ongehoord geval niet zelf het oordeel durfde uitspreken, in de gevangenis, opdat hem naar de mond van de HEEREverklaring 1) geschieden zou.
1) In het Hebreeuws Liphrasch, eigenlijk scheiden. Vandaar de betekenis, zijn vonnis bepalen. Verklaring doen betekent dan ook, het vonnis vellen, zijn vonnis aanzeggen.
13. En de HEERE sprak tot Mozes, om hem het begeerde antwoord te geven, zeggende:
14. Breng de vloeker uit tot buiten het leger, en allen die het, zijn lastering, gehoord hebben, zullen hun handen op zijn hoofd leggen; daarna zal hem de gehele vergadering stenigen.
Door een zonde, als deze, was de gehele, met de zondaar uiterlijk verbonden gemeente aan deze schuld medeplichtig; wel was deze schuld slechts ontvangen, haar gewelddadig opgedrongen, maar zij was haar eigen, persoonlijke geworden, wanneer zij haar niet aan degene had weergegeven, van wie zij haar ontvangen had. Dit teruggeven geschiedt nu werkelijk door de verdelging van de zondaar, door de gehele gemeente volbracht; maar vooraf geschiedt dit ook symbolisch, daar zij die getuigen van zijn zonde zijn geweest, de vloek hebben aangehoord en nog in bijzondere zin door zijn schuld zijn besmet geworden, de handen op hem leggen. Deze hier en overal door de wet voorgeschreven handeling bij openbare misdrijven verdient ook door ons zeer nauwkeurig beschouwd te worden. Het kwaad, dat in grotere of kleinere kringen gepleegd wordt, steekt voor een deel als een doordringend vergif de anderen aan en werkt deels afschuwwekkend, deels verleidend op hen; wanneer niet door aan de gerechtigheid de volle loop te laten, de lucht, om zo te zeggen, weer gezuiverd is (1 Corinthiers. 5:6)
De getuigen legden de handen op de zondaar, niet alleen, omdat zij in het openbaar beleden, getuigen van de misdaad te zijn, maar dat ze ook de onheilen te wachten, om zulke schrikkelijke misdaden, van het volk afkeerden en ze weer op het hoofd van de misdadiger brachten. Hieruit leert men de kracht van de spreekwijze kennen: Zijn ongeluk komt op zijn hoofd.
Het leggen van de handen door de getuigen op het hoofd van de schuldige betekende ook, dat zij de zonden, waarmee zij zelfs door het aanhoren ervan besmet waren, op de vloeker weer overdroegen.
15. En tot de kinderen van Israël zult gij spreken, 1) voor alle voorkomende gevallen van deze aard, zeggende: Een ieder, als hij zijn God gevloekt zal hebben, zo zal hij zijn zonde dragen, boeten.
1) Hieruit blijkt meer duidelijk, dat het doel van het derde gebod is geweest, dat, zoals het betaamt, de heilige naam van God met zorgvuldigheid en eerbied zou gevreesd worden, omdat met de doodstraf gestraft werd de zorgeloosheid, waardoor deze werd geschonden. Want met het woord laster duidt Mozes aan, alle ijdele en onreine woorden, welke bedoelden die Naam te ontheiligen, zoals, indien iemand God van onrechtvaardigheid of wreedheid betichtte, of Hem met smaadredenen hekelde, of met opzet Zijn roem verkleinde, hetzij dit uit wraakzucht geschiedde, hetzij uit onbezonnenheid, zoals velen, zo maar, de schrikkelijkste godslasteringen uitbraken, en anderen in hun overmoed hun brutaalheid tonen.
16. En wie de naam des HEEREN gelasterd zal hebben, zal zeker gedood worden, de gehele vergadering zal hem zeker stenigen; alzo zal de vreemdeling zijn gelijk aan de inwoner, als hij, de inwoner, de Naam boven alle namen (Deuteronomium. 28:38) zal gelasterd hebben, hij zal op dezelfde wijze gedood worden, zoals nu deze vreemdeling sterven moet.
17. Als iemand enige ziel van de mens zal verslagen hebben, hij zal zeker gedood worden. 1)
1) Wat in Exodus. 21:12 gezegd is, in zake het zesde gebod, ten opzichte van de Israëliet, wordt nu ook op de vreemdeling van toepassing verklaard. Zowel het recht van de vreemdeling wordt hiermee gehandhaafd, als de straf op zijn misdrijven gesteld.
18. Maar wie de ziel van enig vee zal verslagen hebben, hij zal het teruggeven, volgens de grondstellingen van de strenge wedervergelding, het jus talionis (zie “Ex 21.14” en zie “Ex 21.25), zalhij geven, ziel voor ziel, een levend wezen voor het andere.
19. Als ook iemand aan zijn naaste een gebrek zal aangebracht hebben, waarvan deze een blijvende schade ondervindt, zoals hij gedaan heeft, zo zal ook aan hemgedaan worden.
20. Breuk voor breuk, a) oog voor oog, tand voor tand; zoals hij een gebrek een mens zal aangebracht hebben, zo zal ook hem aangebracht worden.
a) Exodus. 21:24 Deuteronomium. 19:21 Matth.5:38
21. Wie dan enig vee verslaat, die zal het weergeven; maar wie een mens verslaat, die zal gedood worden.
22. Een recht zult gij hebben; 1) zo zal de vreemdeling zijn als de inwoner; want Ik ben de Heere uw God, die onder u geheiligd wil zijn-wanneer niet door u, dan tenminste aan u.
1) Opdat het volk Israël naar de aard van zijn trotse natuur niet zou menen, dat het geslacht van Abraham alleen onschendbaar was, strekt Hij ook de wet tot de vreemdelingen uit. En zo toont God, dat het gehele menselijke geslacht Hem ter harte gaat, zodat Hij ook niet wil, dat de meest vreemden aan de willekeur van de goddelozen zouden blootgesteld zijn. In andere zaken zorgt Hij, door een bijzonder privilegie, voor Zijn uitverkoren volk, maar nu, omdat Hij zonder uitzondering, alle stervelingen naar Zijn beeld heeft geformeerd, neemt Hij hen allen in Zijn bijzondere hoede en bescherming, opdat niemand hen straffeloos schade zou aanbrengen.
23. En Mozes zei tot de kinderen van Israël wat hem bij gelegenheid van het gebeurde in vs.10 vv. als de wil van de Heere (vs.14 vv.) was geopenbaard; dat zij de vloeker overeenkomstig die wil tot buiten het leger uitbrengen en hem met stenen stenigen zouden. En de kinderen van Israël deden, zoals de HEERE Mozes geboden had.
Naar alle waarschijnlijkheid geschiedde de strafoefening op een van de dagen van het Paasfeest (Leviticus. 23:44). Ook later waren de Joden gewoon zware misdadigers juist op feestdagen als er veel volk te Jeruzalem bijeen was te vonnissen, en wel op grond van Deuteronomium. 17:13, opdat al het volk hoorde en vreesde en zich niet meer onderwond om dit te doen. Vooral geschiedde dit, wanneer het de bestraffing van een godslasteraar gold, daar men deze straf voor een deel van de godsdienst aanzag en daardoor de Sabbat niet geschonden werd. Zo kan het ons niet verwonderen, dat Jezus op de 15de Nisan, de eerste van de zeven dagen van de ongezuurde broden, ofschoon op die dag geen werk werd verricht, maar een feestelijke verzameling moest worden gehouden (Hebr.13:7), gekruisigd is.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Leviticus 24
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
VAN DE KANDELAAR, VAN DE TOONBRODEN, DE STRAF, VAN GODSLASTERAARS EN DOODSLAGERS.
1. En de HEERE, over de bijzonder heilige tijden gehandeld hebbende, sprak tot Mozes ook over de wijze, waarop behalve de Sabbat iedere afzonderlijke dag van de week, en behalve de feesten iedere afzonderlijke week van het jaar in Israël moest geheiligd worden, zeggende:
2. Gebied de kinderen van Israël, zoals Ik reeds in Exodus. 27:20 u beval, en dit bevel dan ook reeds uitgevoerd is (Exodus. 40:25 Numeri. 8:1-4); maar Ik herhaal het toen gesproken woord nog eenmaal, omdat Ik voor de rechte, zuivere godsdienst op de stipte volbrenging daarvan zoveel aankomt, dat zij tot u brengen zuivere gestoten olijfolie, voor de luchter, om de lampen van de gouden kandelaar (Exodus. 25:31 vv.) gedurig aan te steken. 1)
1) Sommigen menen, dat die lampen onophoudelijk hebben gebrand, doch het is waarschijnlijker, dat zij ‘s nachts, maar niet bij dag gebrand hebben, te meer daar de Heilige Schrift nergens melding maakt, dat enig licht bij dag heeft gebrand, maar wel, dat ze ‘s avonds werden aangestoken en tot ‘s morgens brandden, daarom moet het woord gedurig verstaan worden in die betekenis, dat geen nacht mocht worden overgeslagen.
3. Aäron, of wie van de gewone priesters in zijn plaats de dienst verricht, zal die voor het aangezicht van de HEERE gedurig toerichten, van de avond tot de morgen, bij het brengen van het avond en morgenoffer (Exodus. 29:38 vv.) buiten de voorhang van de getuigenis, 1) in de tent der samenkomst, die in de tabernakel de plaats van de getuigenis (Exodus. 25:22) van de overige ruimte afzondert; het is een eeuwige instelling voor uw geslachten.
1) In Exodus. 27:21 luidt het: Buiten de voorhang, die voor het getuigenis is. De bedoeling is, buiten de voorhang, die het Heilige van het Heilige der Heiligen scheidt.
4. Hij zal, zoals gezegd is, op de loutere kandelaar, de kandelaar van louter of zuiver goud, die lampen voor het aangezicht van de HEERE gedurig 1) toerichten, en dit werk met het andere voor de dagelijkse tempeldienst ook op de Sabbat en de feestdagen niet nalaten, maar altijd voor het brengen van de sabbat- en feestoffers op gewone wijze toerichten.
1) De wet spaart geen herhaling, zolang zij nog niet haar geestelijke vervulling verkregen heeft.
5. Gij zult ook, zoals volgens Mijn bevel (Exodus. 25:30) tot dusver geschied is (Exodus. 39:36; 40:23) door de priester die voor de dienst zorgen moet, meelbloem nemen en twaalf broodkoeken, van dikkere vorm dan de in Leviticus. 2:4 vermelde vladen daarvan bakken; van twee tienden (of Gomer) zal één koek zijn 1) (zie “Ex 16.36).
1) Volgens de eenparige Joodse overlevering werden zij zonder zuurdeeg toebereid. Voor deze toebereiding moest later het geslacht van de Kahathieten zorgen (1 Kronieken 9:32), dat de wijze van toebereiding als familiegeheim bewaarde. In de tweede tempel geschiedde dit in een bijzonder vertrek, het gloed- of bakhuis aan de noordzijde van de voorhof van de priesters; maar zij mochten ook, zoals ander heilig gebak, in het vlek Bethfagé, bij Jeruzalem (Matth.21:1) worden gebakken.
Nu is men gekomen tot het derde deel van de uitwendige eredienst, dat de overgang vormt voor de uitlegging van het tweede gebod. Er is daarom te handelen over de heilige offeranden, waaronder Hij de eerste plaats behaagt te geven aan de broden, die een eigen tafel hebben, recht tegenover de kandelaar, aan de noordzijde, zoals bij de bouw van de tabernakel is gezien. Doch ofschoon er ergens anders sprake van is, zoals zij echter op zichzelf werden aangeboden en geplaatst vóór de Ark van het Verbond, als het ware vóór het aangezicht van God, waren zij niet te scheiden van de offeranden. Ik heb reeds vroeger uitgelegd, dat dit een symbool is geweest van een niet alledaagse genade van God, waar Hij op gemeenzame wijze tot hen af daalt, alsof Hij hun gastvriend ware. Doch zij worden genaamd toonbroden, daarom, omdat zij als voor de ogen van God worden geplaatst. Maar daarmee toont Hij een zeldzame gunst, door als het ware wederkerig tot hun gastmaal te komen. Het is niet twijfelachtig, dat Hij het getal twaalf heeft bevolen met het oog op de twaalf stammen, alsof Hij de door elke stam afzonderlijk aangeboden spijs tot Zijn tafel toeliet.
De bereiding van de toonbroden wordt eerst nu nauwkeurig beschreven, ofschoon zij reeds bij de inwijding van de tabernakel door de gemeente geleverd en door Mozes op de dis gelegd werden. Door het brengen en bereiden ervan, uit de door de gemeente gebrachte meelbloem, en meer nog door de bijvoeging van wierook, die bij de wegneming van de broden, op iedere Sabbat, als Ascara, d.i. als dadelijke herinnering van de gemeente, voor God op het altaar aangestoken werd, werd die oplegging van de broden een onbloedig offer waarmee de gemeente de vrucht van haar werken, leven en sterven voor het aangezicht van de Heere brengt, en in deze God zich als een volk, dat ijverig is, in de heiliging tot goede werken, bewijst.
Deze koeken moesten wel zonder zuurdeeg zijn, omdat zij waren een Heiligheid der Heiligheden. De gezuurdesemde koek mocht niet op het altaar komen, en evenmin daarom op de tafel van de toonbroden, voor het aangezicht van de Heere.
6. En gij zult ze in twee rijen leggen, zes in een rij, op de daartoe bestemde reine tafel (Exodus. 25:23 vv.)) die voor het aangezicht van de in het Allerheiligste aanwezige HEERE staat.
7. En op elke rij zult gij, op gouden schalen, zuivere wierook leggen, welke het brood ten gedenkoffer zal zijn, terwijl de wierook bij het wegnemen van de broden op het altaar aangestoken wordt; het is een vuuroffer voor de HEERE, waardoor deze bewogen wordt, aan Zijn gemeente in genade te denken.
8. Op elke Sabbatdag gedurig zal men, de dienstdoende priester, bij het begin van de sabbat dat voor het aangezicht van de HEERE toerichten, de oude broden wegnemenen daarvoor de nieuwe-nog warm (1 Samuel 21:6) -in de plaats stellen, vanwege de kinderen van Israël, tot een eeuwig verbond. 1)
1) De bedoeling is, dat deze broden, deze onbloedige offeranden teken en onderpand zouden zijn van het Verbond, dat de Heere God met Zijn volk had opgericht. Volgens Maimonides werden de toonbroden door vier priesters op de tafel bezorgd, terwijl vier anderen de broden van de tafel afnamen.
9. En a) het, de weggenomen vorige broden, zal voor Aäron en zijn zonen zijn, die dat in de heilige plaats zullen eten; want het is voor hem een Heiligheid der Heiligheden uit de vuuroffers van de HEERE, een eeuwige instelling; het behoort mede tot die overblijfselen van het offer, waarmee men zeer heilig moet handelen en die de priesters alleen, met uitsluiting van de vrouwelijke leden van het priesterlijke geslacht, mogen eten (Leviticus. 6:17 vv.; 21:22 Matth.12:4).
a) Exodus. 29:32 Leviticus. 8:31; 1 Samuel. 21:6
Wil men zoals het leggen van de toonbroden in het algemeen (zie Ex 25.30) ook dit, dat alleen de priesters en dan nog maar binnen het heiligdom ze mochten eten, geestelijk verklaren, dan lag daarin voor Israël de wenk: “Wees ijverig in goede werken, dan zult gij als een priesterlijk volk in Gods huis wonen en uit Zijn gemeenschap heil en zegen voor u zien vloeien.”
I. Vers 10-23🔗
Te midden van deze overlegging van God met Mozes, waarbij de Heere hem die wetten meedeelt, welke de ontwikkeling van Israël als een heilig volk bedoelen, geschiedt er iets dat aan de gemeente de eerste gelegenheid biedt, om het goddelijk strafgericht te handhaven. De zoon van een Israëlitische vrouw, geboren uit een vermenging met een Egyptische man, wordt als een godslasteraar tot Mozes gebracht; deze laat door de Heere zelf zeggen wat met de misdadiger moet geschieden, en nu volgt als Gods bevel de openbare steniging buiten de legerplaats.
10. En er ging uit de tent van zijn vader, welke, zoals de tenten van de uit Egypte meegevoerde gemengde schare (Exodus. 12:38) in het algemeen, buiten de tenten van de naar hun stamhoofden gelegerde Israëlieten (Numeri. 2:2) stond, de zoon van een Israëlitische vrouw (vs.11), uit, die in het midden van de kinderen van Israël, als ware hij hun geloofsgenoot, de zoon van een Egyptische, met haar gehuwde, man was; 1) en de zoon van deze Israëlitischeen een Israëlietisch man, die dat niet verdragen en om zijn afkomst van een vreemdeling hem afwijzen wilde, twistten in het leger.
1) De zo nadrukkelijke vermelding van de afkomst van de vloeker, bedoelt zonder twijfel op het bedenkelijke van zulke huwelijken opmerkzaam te maken. Zo wordt ook in de Christelijke Kerk, zowel door de Evangelische als door de Room- Katholieken, het gemengde huwelijk (tussen personen van verschillende geloofsbelijdenis) aangezien voor iets, dat eerder moet nagelaten dan gedaan worden; de oudste Evangelische kerkorden bepalen, dat vóór het huwelijk de geloofsbelijdenis van de verloofden zeer nauwkeurig zal onderzocht worden.
11. Toen lasterde 1) in het vuur van drift, de zoon van de Israëlitische vrouw uitdrukkelijk de NAAM des Heeren (vs.16) en vloekte, braakte allerlei verachtelijke en goddeloze woorden tegen die naam uit; daarom brachten zij, die dit hadden aangehoord, hem tot Mozes; de naam nu van zijn moeder was Selomith, de dochter van Dibri, van de stam Dan.
1) Het in de grondtekst staande woord betekent in het algemeen “aanduiden, noemen, uitspreken” en wordt zowel in goede als slechte zin gebruikt. Welke zin bedoeld wordt, moet het verband dan aangeven. Maar de Joden zijn van oudsher bij de algemene betekenis van het woord blijven staan, en hebben nu op deze plaats (vs.16) het bekende verbod gegrond, dat de naamhwhy hwhy eigenlijk = Jahveh te punktuéren, in het geheel niet uitgesproken, maar daarvoor altijd ynda (Adonai = de Heere) moest worden gelezen, (waarom nu xrxy = Jehova gepunktueerd wordt). Maimonides (een Joods geleerde uit de 12de eeuw, om zijn diepe kennis van de Joodse godgeleerdheid de tweede Mozes genoemd) zegt het volgende: Die naam werd vroeger alleen in het heiligdom en wel door de gewijde priesters, bij de priesterlijke zegen en door de Hogepriester, op de grote Verzoendag uitgesproken. Sedert de tijd van Simon de rechtvaardige, werd dit echter afgeschaft, en van nu aan ook in de tempel steeds Adonai gezegd, opdat niet iemand die naam leerde, die hij ontheiligen kon.
12. En Zij leidden hem op bevel van Mozes, die in dit ongehoord geval niet zelf het oordeel durfde uitspreken, in de gevangenis, opdat hem naar de mond van de HEEREverklaring 1) geschieden zou.
1) In het Hebreeuws Liphrasch, eigenlijk scheiden. Vandaar de betekenis, zijn vonnis bepalen. Verklaring doen betekent dan ook, het vonnis vellen, zijn vonnis aanzeggen.
13. En de HEERE sprak tot Mozes, om hem het begeerde antwoord te geven, zeggende:
14. Breng de vloeker uit tot buiten het leger, en allen die het, zijn lastering, gehoord hebben, zullen hun handen op zijn hoofd leggen; daarna zal hem de gehele vergadering stenigen.
Door een zonde, als deze, was de gehele, met de zondaar uiterlijk verbonden gemeente aan deze schuld medeplichtig; wel was deze schuld slechts ontvangen, haar gewelddadig opgedrongen, maar zij was haar eigen, persoonlijke geworden, wanneer zij haar niet aan degene had weergegeven, van wie zij haar ontvangen had. Dit teruggeven geschiedt nu werkelijk door de verdelging van de zondaar, door de gehele gemeente volbracht; maar vooraf geschiedt dit ook symbolisch, daar zij die getuigen van zijn zonde zijn geweest, de vloek hebben aangehoord en nog in bijzondere zin door zijn schuld zijn besmet geworden, de handen op hem leggen. Deze hier en overal door de wet voorgeschreven handeling bij openbare misdrijven verdient ook door ons zeer nauwkeurig beschouwd te worden. Het kwaad, dat in grotere of kleinere kringen gepleegd wordt, steekt voor een deel als een doordringend vergif de anderen aan en werkt deels afschuwwekkend, deels verleidend op hen; wanneer niet door aan de gerechtigheid de volle loop te laten, de lucht, om zo te zeggen, weer gezuiverd is (1 Corinthiers. 5:6)
De getuigen legden de handen op de zondaar, niet alleen, omdat zij in het openbaar beleden, getuigen van de misdaad te zijn, maar dat ze ook de onheilen te wachten, om zulke schrikkelijke misdaden, van het volk afkeerden en ze weer op het hoofd van de misdadiger brachten. Hieruit leert men de kracht van de spreekwijze kennen: Zijn ongeluk komt op zijn hoofd.
Het leggen van de handen door de getuigen op het hoofd van de schuldige betekende ook, dat zij de zonden, waarmee zij zelfs door het aanhoren ervan besmet waren, op de vloeker weer overdroegen.
15. En tot de kinderen van Israël zult gij spreken, 1) voor alle voorkomende gevallen van deze aard, zeggende: Een ieder, als hij zijn God gevloekt zal hebben, zo zal hij zijn zonde dragen, boeten.
1) Hieruit blijkt meer duidelijk, dat het doel van het derde gebod is geweest, dat, zoals het betaamt, de heilige naam van God met zorgvuldigheid en eerbied zou gevreesd worden, omdat met de doodstraf gestraft werd de zorgeloosheid, waardoor deze werd geschonden. Want met het woord laster duidt Mozes aan, alle ijdele en onreine woorden, welke bedoelden die Naam te ontheiligen, zoals, indien iemand God van onrechtvaardigheid of wreedheid betichtte, of Hem met smaadredenen hekelde, of met opzet Zijn roem verkleinde, hetzij dit uit wraakzucht geschiedde, hetzij uit onbezonnenheid, zoals velen, zo maar, de schrikkelijkste godslasteringen uitbraken, en anderen in hun overmoed hun brutaalheid tonen.
16. En wie de naam des HEEREN gelasterd zal hebben, zal zeker gedood worden, de gehele vergadering zal hem zeker stenigen; alzo zal de vreemdeling zijn gelijk aan de inwoner, als hij, de inwoner, de Naam boven alle namen (Deuteronomium. 28:38) zal gelasterd hebben, hij zal op dezelfde wijze gedood worden, zoals nu deze vreemdeling sterven moet.
17. Als iemand enige ziel van de mens zal verslagen hebben, hij zal zeker gedood worden. 1)
1) Wat in Exodus. 21:12 gezegd is, in zake het zesde gebod, ten opzichte van de Israëliet, wordt nu ook op de vreemdeling van toepassing verklaard. Zowel het recht van de vreemdeling wordt hiermee gehandhaafd, als de straf op zijn misdrijven gesteld.
18. Maar wie de ziel van enig vee zal verslagen hebben, hij zal het teruggeven, volgens de grondstellingen van de strenge wedervergelding, het jus talionis (zie “Ex 21.14” en zie “Ex 21.25), zalhij geven, ziel voor ziel, een levend wezen voor het andere.
19. Als ook iemand aan zijn naaste een gebrek zal aangebracht hebben, waarvan deze een blijvende schade ondervindt, zoals hij gedaan heeft, zo zal ook aan hemgedaan worden.
20. Breuk voor breuk, a) oog voor oog, tand voor tand; zoals hij een gebrek een mens zal aangebracht hebben, zo zal ook hem aangebracht worden.
a) Exodus. 21:24 Deuteronomium. 19:21 Matth.5:38
21. Wie dan enig vee verslaat, die zal het weergeven; maar wie een mens verslaat, die zal gedood worden.
22. Een recht zult gij hebben; 1) zo zal de vreemdeling zijn als de inwoner; want Ik ben de Heere uw God, die onder u geheiligd wil zijn-wanneer niet door u, dan tenminste aan u.
1) Opdat het volk Israël naar de aard van zijn trotse natuur niet zou menen, dat het geslacht van Abraham alleen onschendbaar was, strekt Hij ook de wet tot de vreemdelingen uit. En zo toont God, dat het gehele menselijke geslacht Hem ter harte gaat, zodat Hij ook niet wil, dat de meest vreemden aan de willekeur van de goddelozen zouden blootgesteld zijn. In andere zaken zorgt Hij, door een bijzonder privilegie, voor Zijn uitverkoren volk, maar nu, omdat Hij zonder uitzondering, alle stervelingen naar Zijn beeld heeft geformeerd, neemt Hij hen allen in Zijn bijzondere hoede en bescherming, opdat niemand hen straffeloos schade zou aanbrengen.
23. En Mozes zei tot de kinderen van Israël wat hem bij gelegenheid van het gebeurde in vs.10 vv. als de wil van de Heere (vs.14 vv.) was geopenbaard; dat zij de vloeker overeenkomstig die wil tot buiten het leger uitbrengen en hem met stenen stenigen zouden. En de kinderen van Israël deden, zoals de HEERE Mozes geboden had.
Naar alle waarschijnlijkheid geschiedde de strafoefening op een van de dagen van het Paasfeest (Leviticus. 23:44). Ook later waren de Joden gewoon zware misdadigers juist op feestdagen als er veel volk te Jeruzalem bijeen was te vonnissen, en wel op grond van Deuteronomium. 17:13, opdat al het volk hoorde en vreesde en zich niet meer onderwond om dit te doen. Vooral geschiedde dit, wanneer het de bestraffing van een godslasteraar gold, daar men deze straf voor een deel van de godsdienst aanzag en daardoor de Sabbat niet geschonden werd. Zo kan het ons niet verwonderen, dat Jezus op de 15de Nisan, de eerste van de zeven dagen van de ongezuurde broden, ofschoon op die dag geen werk werd verricht, maar een feestelijke verzameling moest worden gehouden (Hebr.13:7), gekruisigd is.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel