Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Daarna sprakH1696 de HEEREH3068totH413MozesH4872, zeggendeH559:Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
2Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: De gezette hoogtijden des HEEREN, welke gijlieden uitroepen zult, zullen heilige samenroepingen zijn; deze zijn Mijn gezette hoogtijden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2SpreekH1696totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478, en zegH559totH413henH1992: De gezette hoogtijdenH4150 des HEERENH3068, welkeH834 gijlieden uitroepenH7121 zult, zullen heiligeH6944samenroepingenH4744 zijn; dezeH428 zijn Mijn gezette hoogtijdenH4150.Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: De gezette hoogtijden des HEEREN, welke gijlieden uitroepen zult, zullen heilige samenroepingen zijn; deze zijn Mijn gezette hoogtijden.
KJVSpeak1unto the children3of Israel,4and say5unto them, Concerning the feasts7of the LORD,8which ye shall proclaim10to be holy13convocations,12even these are my feasts.
1דַּבֵּ֞רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בְּנֵ֤יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וְאָמַרְתָּ֣H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֲלֵהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7מוֹעֲדֵ֣יH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)8יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10תִּקְרְא֥וּH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say11אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12מִקְרָאֵ֣יH4744samenroeping, samenroepingen, vergaderingenassembly, calling, convocation, reading13קֹ֑דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary14אֵ֥לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)15הֵ֖םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye16מוֹעֲדָֽיH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)
3Zes dagen zal men het werk doen, maar op den zevenden dag is de sabbat der rust, een heilige samenroeping; geen werk zult gij doen; het is des HEEREN sabbat, in al uw woningen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3ZesH8337dagenH3117 zal men het werkH4399doenH6213, maar op den zevendenH7637dagH3117 is de sabbatH7676 der rustH7677, een heiligeH6944samenroepingH4744; geenH3808werkH4399 zult gij doenH6213; hetH1931 is des HEERENH3068sabbatH7676, in alH3605 uw woningenH4186.Zes dagen zal men het werk doen, maar op den zevenden dag is de sabbat der rust, een heilige samenroeping; geen werk zult gij doen; het is des HEEREN sabbat, in al uw woningen.
KJVSix1days2shall work4be done:3but the seventh6day5is the sabbath7of rest,8an holy10convocation;9ye shall do14no work12therein: it is the sabbath15of the LORD17in all your dwellings.
1שֵׁ֣שֶׁתH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth2יָמִים֮H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3תֵּעָשֶׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4מְלָאכָה֒H4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)5וּבַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6הַשְּׁבִיעִ֗יH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)7שַׁבַּ֤תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath8שַׁבָּתוֹן֙H7677rust, rusterest, sabbath9מִקְרָאH4744samenroeping, samenroepingen, vergaderingenassembly, calling, convocation, reading10קֹ֔דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12מְלָאכָ֖הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)13לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14תַעֲשׂ֑וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15שַׁבָּ֥תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath16הִוא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who17לַֽיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18בְּכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19מֽוֹשְׁבֹתֵיכֶֽםH4186woningen, woning, zitplaatsassembly, dwell in, dwelling(-place), wherein (that) dwelt (in), inhabited place, seat, sitting, situation, sojourning
4Deze zijn de gezette hoogtijden des HEEREN, de heilige samenroepingen, welke gij uitroepen zult op hun gezetten tijd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4DezeH428 zijn de gezette hoogtijdenH4150 des HEERENH3068, de heiligeH6944samenroepingenH4744, welkeH834 gij uitroepenH7121 zult op hun gezetten tijdH4150.Deze zijn de gezette hoogtijden des HEEREN, de heilige samenroepingen, welke gij uitroepen zult op hun gezetten tijd.
KJVThese are the feasts2of the LORD,3even holy5convocations,4which ye shall proclaim7in their seasons.
1אֵ֚לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2מוֹעֲדֵ֣יH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)3יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4מִקְרָאֵ֖יH4744samenroeping, samenroepingen, vergaderingenassembly, calling, convocation, reading5קֹ֑דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7תִּקְרְא֥וּH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say8אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9בְּמוֹעֲדָֽםH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)
5In de eerste maand, op den veertienden der maand, tussen twee avonden is des HEEREN pascha.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5In de eersteH7223maandH2320, op den veertiendenH702 der maand, tussenH996 twee avondenH6153 is des HEERENH3068paschaH6453.In de eerste maand, op den veertienden der maand, tussen twee avonden is des HEEREN pascha.
KJVIn the fourteenth3day of the first2month1at even7is the LORD'S9passover.
1בַּחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon2הָרִאשׁ֗וֹןH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past3בְּאַרְבָּעָ֥הH702vier, vierhonderd, veertienfour4עָשָׂ֛רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)5לַחֹ֖דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon6בֵּ֣יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within7הָעַרְבָּ֑יִםH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night8פֶּ֖סַחH6453pascha, paasofferen, paaslammerenpassover (offering)9לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
6En op den vijftienden dag der derzelver maand is het feest van de ongezuurde broden des HEEREN; zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En op den vijftiendenH2568dagH3117 der derzelver maandH2320 is het feestH2282 van de ongezuurdeH4682 broden des HEERENH3068; zevenH7651dagenH3117 zult gij ongezuurdeH4682 broden etenH398.En op den vijftienden dag der derzelver maand is het feest van de ongezuurde broden des HEEREN; zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten.
KJVAnd on the fifteenth1day3of the same month4is the feast6of unleavened bread7unto the LORD:8seven9days10ye must eat12unleavened bread.
1וּבַחֲמִשָּׁ֨הH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)2עָשָׂ֥רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)3יוֹם֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4לַחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon5הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)6חַ֥גH2282feest, feesten, feestdag(solemn) feast (day), sacrifice, solemnity7הַמַּצּ֖וֹתH4682ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurdunleaved (bread, cake), without leaven8לַיהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9שִׁבְעַ֥תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)10יָמִ֖יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11מַצּ֥וֹתH4682ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurdunleaved (bread, cake), without leaven12תֹּאכֵֽלוּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
7Op den eersten dag zult gij een heilige samenroeping hebben; geen dienstwerk zult gij doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Op den eerstenH7223dagH3117 zult gij een heiligeH6944samenroepingH4744 hebben; geenH3808dienstwerkH5656 zult gij doenH6213.Op den eersten dag zult gij een heilige samenroeping hebben; geen dienstwerk zult gij doen.
KJVIn the first2day1ye shall have an holy4convocation:3ye shall do11no servile9work
1בַּיּוֹם֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2הָֽרִאשׁ֔וֹןH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past3מִקְרָאH4744samenroeping, samenroepingen, vergaderingenassembly, calling, convocation, reading4קֹ֖דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary5יִהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6לָכֶ֑ם7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8מְלֶ֥אכֶתH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)9עֲבֹדָ֖הH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought10לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11תַעֲשֽׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
8Maar gij zult zeven dagen vuuroffer den HEERE offeren; en op den zevenden dag zal een heilige samenroeping wezen; geen dienstwerk zult gij doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Maar gij zult zevenH7651dagenH3117vuurofferH801 den HEEREH3068offerenH7126; en op den zevendenH7637dagH3117 zal een heiligeH6944samenroepingH4744 wezen; geenH3808dienstwerkH5656 zult gij doenH6213.Maar gij zult zeven dagen vuuroffer den HEERE offeren; en op den zevenden dag zal een heilige samenroeping wezen; geen dienstwerk zult gij doen.
KJVBut ye shall offer1an offering made by fire2unto the LORD3seven4days:5in the seventh7day6is an holy9convocation:8ye shall do14no servile12work
1וְהִקְרַבְתֶּ֥םH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take2אִשֶּׁ֛הH801vuuroffer, vuurofferen, vuuroffers(offering, sacrifice), (made) by fire3לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4שִׁבְעַ֣תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)5יָמִ֑יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6בַּיּ֤וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7הַשְּׁבִיעִי֙H7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)8מִקְרָאH4744samenroeping, samenroepingen, vergaderingenassembly, calling, convocation, reading9קֹ֔דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11מְלֶ֥אכֶתH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)12עֲבֹדָ֖הH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought13לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14תַעֲשֽׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En de HEEREH3068sprakH1696totH413MozesH4872, zeggendeH559:En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
10Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Als gij in het land zult gekomen zijn, hetwelk Ik u geven zal, en gij zijn oogst zult inoogsten, dan zult gij een garf der eerstelingen van uw oogst tot den priester brengen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10SpreekH1696totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478, en zegH559 tot hen: AlsH3588 gij in het landH776 zult gekomen zijn, hetwelkH834IkH589 u gevenH5414 zal, en gij zijn oogstH7105 zult inoogstenH7114, dan zult gij een garfH6016 der eerstelingenH7225 van uw oogstH7105totH413 den priesterH3548brengenH935.Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Als gij in het land zult gekomen zijn, hetwelk Ik u geven zal, en gij zijn oogst zult inoogsten, dan zult gij een garf der eerstelingen van uw oogst tot den priester brengen.
KJVSpeak1unto the children3of Israel,4and say5unto them, When ye be come8into the land10which I give13unto you, and shall reap15the harvest17thereof, then ye shall bring18a sheaf20of the firstfruits21of your harvest22unto the priest:
1דַּבֵּ֞רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בְּנֵ֤יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וְאָמַרְתָּ֣H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֲלֵהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8תָבֹ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10הָאָ֗רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12אֲנִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who13נֹתֵ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14לָכֶ֔ם15וּקְצַרְתֶּ֖םH7114maaien, maaiers, inoogsten[idiom] at all, cut down, much discouraged, grieve, harvestman, lothe, mourn, reap(-er), (be, wax) short(-en, -er), straiten, trouble, vex16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17קְצִירָ֑הּH7105oogst, oogstes, takbough, branch, harvest (man)18וַהֲבֵאתֶ֥םH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20עֹ֛מֶרH6016garf, gomer, garvenomer, sheaf21רֵאשִׁ֥יתH7225eerstelingen, begin, beginselbeginning, chief(-est), first(-fruits, part, time), principal thing22קְצִירְכֶ֖םH7105oogst, oogstes, takbough, branch, harvest (man)23אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)24הַכֹּהֵֽןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer
11En hij zal die garf voor het aangezicht des HEEREN bewegen, opdat het voor u aangenaam zij; des anderen daags na den sabbat zal de priester die bewegen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En hij zal die garfH6016 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068bewegenH5130, opdat het voor u aangenaamH7522 zij; des anderen daagsH4283 na den sabbatH7676 zal de priesterH3548 die bewegenH5130.En hij zal die garf voor het aangezicht des HEEREN bewegen, opdat het voor u aangenaam zij; des anderen daags na den sabbat zal de priester die bewegen.
KJVAnd he shall wave1the sheaf3before4the LORD,5to be accepted6for you: on the morrow7after the sabbath8the priest10shall wave
1וְהֵנִ֧יףH5130bewegen, bewoog, bewogenlift up, move, offer, perfume, send, shake, sift, strike, wave2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הָעֹ֛מֶרH6016garf, gomer, garvenomer, sheaf4לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6לִֽרְצֹנְכֶ֑םH7522welgevallen, welbehagen, aangenaam(be) acceptable(-ance, -ed), delight, desire, favour, (good) pleasure, (own, self, voluntary) will, as...(what) would7מִֽמָּחֳרַת֙H4283daags, dag, gansenmorrow, next day8הַשַּׁבָּ֔תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath9יְנִיפֶ֖נּוּH5130bewegen, bewoog, bewogenlift up, move, offer, perfume, send, shake, sift, strike, wave10הַכֹּהֵֽןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer
12Gij zult ook op den dag, als gij die garf bewegen zult, bereiden een volkomen lam, dat eenjarig is, ten brandoffer den HEERE;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Gij zult ook op den dagH3117, als gij die garfH6016bewegenH5130 zult, bereidenH6213 een volkomenH8549lamH3532, dat eenjarigH1121 is, ten brandofferH5930 den HEEREH3068;Gij zult ook op den dag, als gij die garf bewegen zult, bereiden een volkomen lam, dat eenjarig is, ten brandoffer den HEERE;
KJVAnd ye shall offer1that day2when ye wave3the sheaf5an he lamb6without blemish7of the first8year9for a burnt offering10unto the LORD.
1וַעֲשִׂיתֶ֕םH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2בְּי֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3הֲנִֽיפְכֶ֖םH5130bewegen, bewoog, bewogenlift up, move, offer, perfume, send, shake, sift, strike, wave4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הָעֹ֑מֶרH6016garf, gomer, garvenomer, sheaf6כֶּ֣בֶשׂH3532lammeren, lam, schapenlamb, sheep7תָּמִ֧יםH8549volkomen, oprechten, oprechtwithout blemish, complete, full, perfect, sincerely (-ity), sound, without spot, undefiled, upright(-ly), whole8בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9שְׁנָת֛וֹH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)10לְעֹלָ֖הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)11לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
13En zijn spijsoffer twee tienden meelbloem, met olie gemengd, ten vuuroffer, den HEERE tot een liefelijken reuk; en zijn drankoffer van wijn, het vierde deel van een hin.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En zijn spijsofferH4503tweeH8147tiendenH6241meelbloemH5560, met olieH8081gemengdH1101, ten vuurofferH801, den HEEREH3068 tot een liefelijkenH5207reukH7381; en zijn drankofferH5262 van wijnH3196, het vierdeH7243 deel van een hinH1969.En zijn spijsoffer twee tienden meelbloem, met olie gemengd, ten vuuroffer, den HEERE tot een liefelijken reuk; en zijn drankoffer van wijn, het vierde deel van een hin.
KJVAnd the meat offering1thereof shall be two2tenth deals3of fine flour4mingled5with oil,6an offering made by fire7unto the LORD8for a sweet10savour:9and the drink offering11thereof shall be of wine,12the fourth13part of an hin.
14En gij zult geen brood, noch geroost koren, noch groen aren eten, tot op dienzelven dag, dat gij de offerande uws Gods zult gebracht hebben; het is een eeuwige inzetting voor uw geslachten, in al uw woningen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En gij zult geen broodH3899, noch geroost korenH7039, nochH3808 groen arenH6106etenH398, totH5704 op dienzelven dagH3117, datH2088 gij de offerandeH7133 uws GodsH430 zult gebrachtH935 hebben; het is een eeuwigeH5769inzettingH2708 voor uw geslachtenH1755, in alH3605 uw woningenH4186.En gij zult geen brood, noch geroost koren, noch groen aren eten, tot op dienzelven dag, dat gij de offerande uws Gods zult gebracht hebben; het is een eeuwige inzetting voor uw geslachten, in al uw woningen.
Ook in dit vers
groene arenH3759
KJVAnd ye shall eat5neither bread,1nor parched corn,2nor green ears,3until the selfsame7day8that6ye have brought11an offering13unto your God:14it shall be a statute15for ever16throughout your generations17in all your dwellings.
1וְלֶחֶם֩H3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals2וְקָלִ֨יH7039geroost, geroost korenparched corn3וְכַרְמֶ֜לH3759vruchtbare veld, groene aren, vruchtbaar veldfull (green) ears (of corn), fruitful field (place), plentiful (field)4לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5תֹֽאכְל֗וּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite6עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet7עֶ֨צֶם֙H6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very8הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10עַ֚דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11הֲבִ֣יאֲכֶ֔םH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13קָרְבַּ֖ןH7133offerande, offeranden, offeroblation, that is offered, offering14אֱלֹהֵיכֶ֑םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15חֻקַּ֤תH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute16עוֹלָם֙H5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)17לְדֹרֹ֣תֵיכֶ֔םH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity18בְּכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19מֹשְׁבֹֽתֵיכֶֽםH4186woningen, woning, zitplaatsassembly, dwell in, dwelling(-place), wherein (that) dwelt (in), inhabited place, seat, sitting, situation, sojourning
15Daarna zult gij u tellen van den anderen dag na den sabbat, van den dag, dat gij de garf des beweegoffers zult gebracht hebben; het zullen zeven volkomen sabbatten zijn;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Daarna zult gij u tellenH5608 van den anderen dag na den sabbatH7676, van den dag, dat gij de garfH6016 des beweegoffersH8573 zult gebrachtH935 hebben; het zullen zevenH7651volkomenH8549sabbattenH7676zijnH1961;Daarna zult gij u tellen van den anderen dag na den sabbat, van den dag, dat gij de garf des beweegoffers zult gebracht hebben; het zullen zeven volkomen sabbatten zijn;
Ook in dit vers
dagH3117
dagH4283
KJVAnd ye shall count1unto you from the morrow3after the sabbath,4from the day5that ye brought6the sheaf8of the wave offering;9seven10sabbaths11shall be13complete:
1וּסְפַרְתֶּ֤םH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer2לָכֶם֙3מִמָּחֳרַ֣תH4283daags, dag, gansenmorrow, next day4הַשַּׁבָּ֔תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath5מִיּוֹם֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6הֲבִ֣יאֲכֶ֔םH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8עֹ֖מֶרH6016garf, gomer, garvenomer, sheaf9הַתְּנוּפָ֑הH8573beweegoffer, beweegoffers, beweegborstoffering, shaking, wave (offering)10שֶׁ֥בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)11שַׁבָּת֖וֹתH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath12תְּמִימֹ֥תH8549volkomen, oprechten, oprechtwithout blemish, complete, full, perfect, sincerely (-ity), sound, without spot, undefiled, upright(-ly), whole13תִּהְיֶֽינָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
16Tot den anderen dag, na den zevenden sabbat, zult gij vijftig dagen tellen, dan zult gij een nieuw spijsoffer den HEERE offeren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16TotH5704 den anderen dagH4283, na den zevendenH7637sabbatH7676, zult gij vijftigH2572dagenH3117tellenH5608, dan zult gij een nieuwH2319spijsofferH4503 den HEEREH3068offerenH7126.Tot den anderen dag, na den zevenden sabbat, zult gij vijftig dagen tellen, dan zult gij een nieuw spijsoffer den HEERE offeren.
KJVEven unto1the morrow2after the seventh4sabbath3shall ye number5fifty6days;7and ye shall offer8a new10meat offering9unto the LORD.
1עַ֣דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet2מִֽמָּחֳרַ֤תH4283daags, dag, gansenmorrow, next day3הַשַּׁבָּת֙H7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath4הַשְּׁבִיעִ֔תH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)5תִּסְפְּר֖וּH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer6חֲמִשִּׁ֣יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty7י֑וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger8וְהִקְרַבְתֶּ֛םH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take9מִנְחָ֥הH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice10חֲדָשָׁ֖הH2319nieuwe, nieuw, nieuwenfresh, new thing11לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
17Gijlieden zult uit uw woningen twee beweegbroden brengen, zij zullen van twee tienden meelbloem zijn, gedesemd zullen zij gebakken worden; het zijn de eerstelingen den HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Gijlieden zult uit uw woningenH4186tweeH8147beweegbrodenH8573brengenH935, zij zullen van tweeH8147tiendenH6241meelbloemH5560zijnH1961, gedesemdH2557 zullen zij gebakkenH644 worden; het zijn de eerstelingenH1061 den HEEREH3068.Gijlieden zult uit uw woningen twee beweegbroden brengen, zij zullen van twee tienden meelbloem zijn, gedesemd zullen zij gebakken worden; het zijn de eerstelingen den HEERE.
KJVYe shall bring out2of your habitations1two5wave4loaves3of two6tenth deals:7they shall be of fine flour;8they shall be baken11with leaven;10they are the firstfruits12unto the LORD.
1מִמּוֹשְׁבֹ֨תֵיכֶ֜םH4186woningen, woning, zitplaatsassembly, dwell in, dwelling(-place), wherein (that) dwelt (in), inhabited place, seat, sitting, situation, sojourning2תָּבִ֣יאּוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3לֶ֣חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals4תְּנוּפָ֗הH8573beweegoffer, beweegoffers, beweegborstoffering, shaking, wave (offering)5שְׁ֚תַּיִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two6שְׁנֵ֣יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two7עֶשְׂרֹנִ֔יםH6241tienden, tiendetenth deal8סֹ֣לֶתH5560meelbloem(fine) flour, meal9תִּהְיֶ֔ינָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10חָמֵ֖ץH2557gedesemde, gedesemd, desemleaven, leavened (bread)11תֵּאָפֶ֑ינָהH644bakkers, bakken, bakkerbake(-r, (-meats))12בִּכּוּרִ֖יםH1061eerste vruchten, eerstelingen, feest eerstelingenfirst fruit (-ripe (figuratively)), hasty fruit13לַֽיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
18Gij zult ook met het brood zeven volkomen eenjarige lammeren, en een var, het jong van een rund, en twee rammen offeren; zij zullen den HEERE een brandoffer zijn, met hun spijsoffer en hun drankofferen, een vuuroffer, tot een liefelijken reuk den HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Gij zult ook met het broodH3899zevenH7651volkomenH8549eenjarigeH1121lammerenH3532, en een varH6499, het jongH1121 van een rundH1241, en tweeH8147rammenH352offerenH7126; zijH1961 zullen den HEEREH3068 een brandofferH5930 zijn, met hun spijsofferH4503 en hun drankofferenH5262, een vuurofferH801, tot een liefelijkenH5207reukH7381 den HEEREH3068.Gij zult ook met het brood zeven volkomen eenjarige lammeren, en een var, het jong van een rund, en twee rammen offeren; zij zullen den HEERE een brandoffer zijn, met hun spijsoffer en hun drankofferen, een vuuroffer, tot een liefelijken reuk den HEERE.
KJVAnd ye shall offer1with the bread3seven4lambs5without blemish6of the first7year,8and one12young11bullock,9and two14rams:13they shall be for a burnt offering16unto the LORD,17with their meat offering,18and their drink offerings,19even an offering made by fire,20of sweet22savour21unto the LORD.
1וְהִקְרַבְתֶּ֣םH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3הַלֶּ֗חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals4שִׁבְעַ֨תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)5כְּבָשִׂ֤יםH3532lammeren, lam, schapenlamb, sheep6תְּמִימִם֙H8549volkomen, oprechten, oprechtwithout blemish, complete, full, perfect, sincerely (-ity), sound, without spot, undefiled, upright(-ly), whole7בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8שָׁנָ֔הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)9וּפַ֧רH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox10בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11בָּקָ֛רH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox12אֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,13וְאֵילִ֣םH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree14שְׁנָ֑יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two15יִהְי֤וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use16עֹלָה֙H5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)17לַֽיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18וּמִנְחָתָם֙H4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice19וְנִסְכֵּיהֶ֔םH5262drankofferen, drankoffer, beeldcover, drink offering, molten image20אִשֵּׁ֥הH801vuuroffer, vuurofferen, vuuroffers(offering, sacrifice), (made) by fire21רֵֽיחַH7381reuk, reukssavour, scent, smell22נִיחֹ֖חַH5207liefelijken, liefelijkesweet (odour)23לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
19Ook zult gij een geitenbok ten zondoffer, en twee eenjarige lammeren ten dankoffer bereiden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Ook zult gij eenH259geitenbokH8163 ten zondofferH2403, en tweeH8147eenjarigeH1121lammerenH3532 ten dankofferH2077bereidenH6213.Ook zult gij een geitenbok ten zondoffer, en twee eenjarige lammeren ten dankoffer bereiden.
KJVThen ye shall sacrifice1one4kid2of the goats3for a sin offering,5and two6lambs7of the first8year9for a sacrifice10of peace offerings.
1וַעֲשִׂיתֶ֛םH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2שְׂעִירH8163geitenbok, bok, bokkendevil, goat, hairy, kid, rough, satyr3עִזִּ֥יםH5795geiten, geit, geitenbok(she) goat, kid4אֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,5לְחַטָּ֑אתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)6וּשְׁנֵ֧יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two7כְבָשִׂ֛יםH3532lammeren, lam, schapenlamb, sheep8בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9שָׁנָ֖הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)10לְזֶ֥בַחH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice11שְׁלָמִֽיםH8002dankofferen, dankoffer, dankofferspeace offering
20Dan zal de priester dezelve met het brood der eerstelingen ten beweegoffer, voor het aangezicht des HEEREN, met de twee lammeren bewegen; zij zullen den HEERE een heilig ding zijn, voor den priester.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Dan zal de priesterH3548 dezelve met het broodH3899 der eerstelingenH1061 ten beweegofferH8573, voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, met de tweeH8147lammerenH3532bewegenH5130; zij zullen den HEEREH3068 een heiligH6944 ding zijn, voor den priesterH3548.Dan zal de priester dezelve met het brood der eerstelingen ten beweegoffer, voor het aangezicht des HEEREN, met de twee lammeren bewegen; zij zullen den HEERE een heilig ding zijn, voor den priester.
KJVAnd the priest2shall wave1them with the bread5of the firstfruits6for a wave offering7before8the LORD,9with the two11lambs:12they shall be holy13to the LORD15for the priest.
1וְהֵנִ֣יףH5130bewegen, bewoog, bewogenlift up, move, offer, perfume, send, shake, sift, strike, wave2הַכֹּהֵ֣ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer3אֹתָ֡םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4עַל֩H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5לֶ֨חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals6הַבִּכּוּרִ֤יםH1061eerste vruchten, eerstelingen, feest eerstelingenfirst fruit (-ripe (figuratively)), hasty fruit7תְּנוּפָה֙H8573beweegoffer, beweegoffers, beweegborstoffering, shaking, wave (offering)8לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11שְׁנֵ֖יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two12כְּבָשִׂ֑יםH3532lammeren, lam, schapenlamb, sheep13קֹ֛דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary14יִהְי֥וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use15לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16לַכֹּהֵֽןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer
21En gij zult op dienzelfden dag uitroepen, dat gij een heilige samenroeping zult hebben; geen dienstwerk zult gij doen; het is een eeuwige inzetting in al uw woningen voor uw geslachten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En gij zult op dienzelfden dagH3117uitroepenH7121, datH2088 gij een heiligeH6944samenroepingH4744 zult hebben; geenH3808dienstwerkH5656 zult gij doenH6213; het isH1961 een eeuwigeH5769inzettingH2708 in alH3605 uw woningenH4186 voor uw geslachtenH1755.En gij zult op dienzelfden dag uitroepen, dat gij een heilige samenroeping zult hebben; geen dienstwerk zult gij doen; het is een eeuwige inzetting in al uw woningen voor uw geslachten.
KJVAnd ye shall proclaim1on the selfsame2day,3that it may be an holy6convocation5unto you: ye shall do13no servile11work10therein: it shall be a statute14for ever15in all your dwellings17throughout your generations.
1וּקְרָאתֶ֞םH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2בְּעֶ֣צֶםH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very3הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4הַזֶּ֗הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)5מִֽקְרָאH4744samenroeping, samenroepingen, vergaderingenassembly, calling, convocation, reading6קֹ֨דֶשׁ֙H6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary7יִהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8לָכֶ֔ם9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10מְלֶ֥אכֶתH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)11עֲבֹדָ֖הH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought12לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13תַעֲשׂ֑וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14חֻקַּ֥תH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute15עוֹלָ֛םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)16בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17מוֹשְׁבֹ֥תֵיכֶ֖םH4186woningen, woning, zitplaatsassembly, dwell in, dwelling(-place), wherein (that) dwelt (in), inhabited place, seat, sitting, situation, sojourning18לְדֹרֹֽתֵיכֶֽםH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity
22Als gij nu den oogst uws lands zult inoogsten, gij zult, in uw inoogsten, den hoek des velds niet ganselijk afmaaien, en de opzameling van uw oogst niet opzamelen; voor den arme en voor den vreemdeling zult gij ze laten; Ik ben de HEERE, uw God!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Als gij nu den oogstH7105 uws landsH776 zult inoogstenH7114, gij zult, in uw inoogstenH7114, den hoekH6285 des veldsH7704nietH3808 ganselijk afmaaienH3615, en de opzamelingH3951 van uw oogstH7105nietH3808opzamelenH3950; voor den armeH6041 en voor den vreemdelingH1616 zult gij ze latenH5800; IkH589 ben de HEEREH3068, uw GodH430!Als gij nu den oogst uws lands zult inoogsten, gij zult, in uw inoogsten, den hoek des velds niet ganselijk afmaaien, en de opzameling van uw oogst niet opzamelen; voor den arme en voor den vreemdeling zult gij ze laten; Ik ben de HEERE, uw God!
KJVAnd when ye reap1the harvest3of your land,4thou shalt not make clean riddance6of the corners7of thy field8when thou reapest,9neither shalt thou gather13any gleaning10of thy harvest:11thou shalt leave16them unto the poor,14and to the stranger:15I am the LORD19your God.
1וּֽבְקֻצְרְכֶ֞םH7114maaien, maaiers, inoogsten[idiom] at all, cut down, much discouraged, grieve, harvestman, lothe, mourn, reap(-er), (be, wax) short(-en, -er), straiten, trouble, vex2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3קְצִ֣ירH7105oogst, oogstes, takbough, branch, harvest (man)4אַרְצְכֶ֗םH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6תְכַלֶּ֞הH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste7פְּאַ֤תH6285hoek, hoeken, palencorner, end, quarter, side8שָֽׂדְךָ֙H7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild9בְּקֻצְרֶ֔ךָH7114maaien, maaiers, inoogsten[idiom] at all, cut down, much discouraged, grieve, harvestman, lothe, mourn, reap(-er), (be, wax) short(-en, -er), straiten, trouble, vex10וְלֶ֥קֶטH3951opzameling, zamelengleaning11קְצִירְךָ֖H7105oogst, oogstes, takbough, branch, harvest (man)12לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13תְלַקֵּ֑טH3950lezen, verzamelen, opgelezengather (up), glean14לֶֽעָנִ֤יH6041ellendigen, ellendige, ellendigafflicted, humble, lowly, needy, poor15וְלַגֵּר֙H1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger16תַּעֲזֹ֣בH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely17אֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18אֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who19יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)20אֱלֹהֵיכֶֽםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En de HEEREH3068sprakH1696totH413MozesH4872, zeggendeH559:En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
24Spreek tot de kinderen Israels, zeggende: In de zevende maand, op den eersten der maand, zult gij een rust hebben, een gedachtenis des geklanks, een heilige samenroeping.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24SpreekH1696totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478, zeggendeH559: In de zevendeH7637maandH2320, op den eerstenH259 der maandH2320, zult gij een rustH7677 hebben, een gedachtenisH2146 des geklanksH8643, een heiligeH6944samenroepingH4744.Spreek tot de kinderen Israels, zeggende: In de zevende maand, op den eersten der maand, zult gij een rust hebben, een gedachtenis des geklanks, een heilige samenroeping.
KJVSpeak1unto the children3of Israel,4saying,5In the seventh7month,6in the first8day of the month,9shall ye have a sabbath,12a memorial13of blowing14of trumpets, an holy16convocation.
25Geen dienstwerk zult gij doen; maar gij zult den HEERE vuuroffer offeren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25GeenH3808dienstwerkH5656 zult gij doenH6213; maar gij zult den HEEREH3068vuurofferH801offerenH7126.Geen dienstwerk zult gij doen; maar gij zult den HEERE vuuroffer offeren.
KJVYe shall do5no servile3work2therein: but ye shall offer6an offering made by fire7unto the LORD.
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2מְלֶ֥אכֶתH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)3עֲבֹדָ֖הH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought4לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5תַעֲשׂ֑וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6וְהִקְרַבְתֶּ֥םH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take7אִשֶּׁ֖הH801vuuroffer, vuurofferen, vuuroffers(offering, sacrifice), (made) by fire8לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Verder sprakH1696 de HEEREH3068totH413MozesH4872, zeggendeH559:Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
27Doch op den tienden dezer zevende maand zal de verzoendag zijn, een heilige samenroeping zult gij hebben; dan zult gij uw zielen verootmoedigen, en zult den HEERE een vuuroffer offeren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Doch op den tiendenH6218 dezer zevendeH7637maandH2320 zal de verzoendagH3117zijnH1961, een heiligeH6944samenroepingH4744 zult gij hebben; dan zult gij uw zielenH5315verootmoedigenH6031, en zult den HEEREH3068 een vuurofferH801offerenH7126.Doch op den tienden dezer zevende maand zal de verzoendag zijn, een heilige samenroeping zult gij hebben; dan zult gij uw zielen verootmoedigen, en zult den HEERE een vuuroffer offeren.
KJVAlso1on the tenth2day of this seventh4month3there shall be a day6of atonement:7it shall be an holy10convocation9unto you; and ye shall afflict13your souls,15and offer16an offering made by fire17unto the LORD.
1אַ֡ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)2בֶּעָשׂ֣וֹרH6218tienden, tiensnarig instrument, tien(instrument of) ten (strings, -th)3לַחֹדֶשׁ֩H2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon4הַשְּׁבִיעִ֨יH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)5הַזֶּ֜הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)6י֧וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7הַכִּפֻּרִ֣יםH3725verzoeningen, verzoeningatonement8ה֗וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who9מִֽקְרָאH4744samenroeping, samenroepingen, vergaderingenassembly, calling, convocation, reading10קֹ֨דֶשׁ֙H6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary11יִהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12לָכֶ֔ם13וְעִנִּיתֶ֖םH6031verootmoedigen, verdrukt, verkrachtabase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15נַפְשֹׁתֵיכֶ֑םH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it16וְהִקְרַבְתֶּ֥םH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take17אִשֶּׁ֖הH801vuuroffer, vuurofferen, vuuroffers(offering, sacrifice), (made) by fire18לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
28En op dienzelven dag zult gij geen werk doen; want het is de verzoendag, om over u verzoening te doen voor het aangezicht des HEEREN uws Gods.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En op dienzelven dagH3117 zult gij geenH3808werkH4399doenH6213; wantH3588 het is de verzoendagH3117, om overH5921 u verzoeningH3722 te doen voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068 uws GodsH430.En op dienzelven dag zult gij geen werk doen; want het is de verzoendag, om over u verzoening te doen voor het aangezicht des HEEREN uws Gods.
KJVAnd ye shall do4no work2in that same5day:6for it is a day9of atonement,10to make an atonement12for you before14the LORD15your God.
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2מְלָאכָה֙H4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)3לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4תַעֲשׂ֔וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5בְּעֶ֖צֶםH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very6הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)8כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9י֤וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger10כִּפֻּרִים֙H3725verzoeningen, verzoeningatonement11ה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who12לְכַפֵּ֣רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)13עֲלֵיכֶ֔םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14לִפְנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you15יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16אֱלֹהֵיכֶֽםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
29Want alle ziel, welken op dienzelven dag niet zal verootmoedigd zijn geweest, die zal uitgeroeid worden uit haar volken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29WantH3588alleH3605zielH5315, welkenH834 op dienzelven dagH3117nietH3808 zal verootmoedigdH6031 zijn geweest, die zal uitgeroeidH3772 worden uit haar volkenH5971.Want alle ziel, welken op dienzelven dag niet zal verootmoedigd zijn geweest, die zal uitgeroeid worden uit haar volken.
KJVFor whatsoever soul3it be that shall not be afflicted6in that same7day,8he shall be cut off10from among his people.
1כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3הַנֶּ֨פֶשׁ֙H5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it4אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6תְעֻנֶּ֔הH6031verootmoedigen, verdrukt, verkrachtabase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise7בְּעֶ֖צֶםH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very8הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10וְנִכְרְתָ֖הH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want11מֵֽעַמֶּֽיהָH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
30Ook alle ziel, die enig werk op dienzelven dag gedaan zal hebben, die ziel zal Ik uit het midden haars volks verderven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Ook alle zielH5315, die enigH3605werkH4399 op dienzelven dagH3117gedaanH6213 zal hebben, die zielH5315 zal Ik uit hetH1931middenH7130 haars volksH5971verdervenH6.Ook alle ziel, die enig werk op dienzelven dag gedaan zal hebben, die ziel zal Ik uit het midden haars volks verderven.
KJVAnd whatsoever soul2it be that doeth4any work6in that same7day,8the same soul12will I destroy10from among14his people.
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הַנֶּ֗פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it3אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4תַּעֲשֶׂה֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6מְלָאכָ֔הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)7בְּעֶ֖צֶםH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very8הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10וְהַֽאֲבַדְתִּ֛יH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הַנֶּ֥פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it13הַהִ֖ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who14מִקֶּ֥רֶבH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self15עַמָּֽהּH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
31Gij zult geen werk doen; het is een eeuwige inzetting voor uw geslachten, in al uw woningen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Gij zult geenH3808werkH4399doenH6213; het is een eeuwigeH5769inzettingH2708 voor uw geslachtenH1755, in alH3605 uw woningenH4186.Gij zult geen werk doen; het is een eeuwige inzetting voor uw geslachten, in al uw woningen.
KJVYe shall do4no manner of work:2it shall be a statute5for ever6throughout your generations7in all your dwellings.
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2מְלָאכָ֖הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)3לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4תַעֲשׂ֑וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5חֻקַּ֤תH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute6עוֹלָם֙H5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)7לְדֹרֹ֣תֵיכֶ֔םH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity8בְּכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9מֹֽשְׁבֹֽתֵיכֶֽםH4186woningen, woning, zitplaatsassembly, dwell in, dwelling(-place), wherein (that) dwelt (in), inhabited place, seat, sitting, situation, sojourning
32Het zal u een sabbat der rust zijn; dan zult gij uw zielen verootmoedigen; op den negenden der maand in den avond, van den avond tot den avond, zult gij uw sabbat rusten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32HetH1931 zal u een sabbatH7676 der rustH7677 zijn; dan zult gij uw zielenH5315verootmoedigenH6031; op den negendenH8672 der maandH2320 in den avondH6153, van den avondH6153totH5704 den avondH6153, zult gij uw sabbatH7676rustenH7673.Het zal u een sabbat der rust zijn; dan zult gij uw zielen verootmoedigen; op den negenden der maand in den avond, van den avond tot den avond, zult gij uw sabbat rusten.
KJVIt shall be unto you a sabbath1of rest,2and ye shall afflict5your souls:7in the ninth8day of the month9at even,10from even11unto even,13shall ye celebrate14your sabbath.
1שַׁבַּ֨תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath2שַׁבָּת֥וֹןH7677rust, rusterest, sabbath3הוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4לָכֶ֔ם5וְעִנִּיתֶ֖םH6031verootmoedigen, verdrukt, verkrachtabase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7נַפְשֹׁתֵיכֶ֑םH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it8בְּתִשְׁעָ֤הH8672negen, negenhonderd, negendennine ([phrase] -teen, [phrase] -teenth, -th)9לַחֹ֨דֶשׁ֙H2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon10בָּעֶ֔רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night11מֵעֶ֣רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night12עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet13עֶ֔רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night14תִּשְׁבְּת֖וּH7673ophouden, rusten, houdt(cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away15שַׁבַּתְּכֶֽםH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33En de HEEREH3068sprakH1696totH413MozesH4872, zeggendeH559:En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
34Spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Op den vijftienden dag van deze zevende maand zal het feest der loofhutten zeven dagen den HEERE zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34SpreekH1696totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478, zeggendeH559: Op den vijftiendenH2568dagH3117 van dezeH2088zevendeH7637maandH2320 zal het feestH2282 der loofhuttenH5521zevenH7651dagenH3117 den HEEREH3068 zijn.Spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Op den vijftienden dag van deze zevende maand zal het feest der loofhutten zeven dagen den HEERE zijn.
KJVSpeak1unto the children3of Israel,4saying,5The fifteenth6day8of this seventh10month9shall be the feast12of tabernacles13for seven14days15unto the LORD.
1דַּבֵּ֛רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6בַּחֲמִשָּׁ֨הH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)7עָשָׂ֜רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)8י֗וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9לַחֹ֤דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon10הַשְּׁבִיעִי֙H7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)11הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)12חַ֧גH2282feest, feesten, feestdag(solemn) feast (day), sacrifice, solemnity13הַסֻּכּ֛וֹתH5521loofhutten, tenten, hutbooth, cottage, covert, pavilion, tabernacle, tent14שִׁבְעַ֥תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)15יָמִ֖יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger16לַיהֹוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
35Op den eersten dag zal een heilige samenroeping zijn; geen dienstwerk zult gij doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35Op den eerstenH7223dagH3117 zal een heiligeH6944samenroepingH4744 zijn; geenH3808dienstwerkH5656 zult gij doenH6213.Op den eersten dag zal een heilige samenroeping zijn; geen dienstwerk zult gij doen.
KJVOn the first2day1shall be an holy4convocation:3ye shall do9no servile7work
1בַּיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2הָרִאשׁ֖וֹןH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past3מִקְרָאH4744samenroeping, samenroepingen, vergaderingenassembly, calling, convocation, reading4קֹ֑דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6מְלֶ֥אכֶתH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)7עֲבֹדָ֖הH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought8לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תַעֲשֽׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
36Zeven dagen zult gij den HEERE vuurofferen offeren; op den achtsten dag zult gij een heilige samenroeping hebben, en zult den HEERE vuuroffer offeren; het is een verbodsdag; gij zult geen dienstwerk doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36ZevenH7651dagenH3117 zult gij den HEEREH3068vuurofferenH801offerenH7126; op den achtstenH8066dagH3117 zult gij een heiligeH6944samenroepingH4744 hebben, en zult den HEEREH3068vuurofferH801offerenH7126; hetH1931isH1961 een verbodsdagH6116; gij zult geenH3808dienstwerkH5656doenH6213.Zeven dagen zult gij den HEERE vuurofferen offeren; op den achtsten dag zult gij een heilige samenroeping hebben, en zult den HEERE vuuroffer offeren; het is een verbodsdag; gij zult geen dienstwerk doen.
KJVSeven1days2ye shall offer3an offering made by fire4unto the LORD:5on the eighth7day6shall be an holy9convocation8unto you; and ye shall offer12an offering made by fire13unto the LORD:14it is a solemn assembly;15and ye shall do21no servile19work
1שִׁבְעַ֣תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)2יָמִ֔יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3תַּקְרִ֥יבוּH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take4אִשֶּׁ֖הH801vuuroffer, vuurofferen, vuuroffers(offering, sacrifice), (made) by fire5לַיהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7הַשְּׁמִינִ֡יH8066achtsten, achtsteeight8מִקְרָאH4744samenroeping, samenroepingen, vergaderingenassembly, calling, convocation, reading9קֹדֶשׁ֩H6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary10יִהְיֶ֨הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11לָכֶ֜ם12וְהִקְרַבְתֶּ֨םH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take13אִשֶּׁ֤הH801vuuroffer, vuurofferen, vuuroffers(offering, sacrifice), (made) by fire14לַֽיהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15עֲצֶ֣רֶתH6116verbodsdag, verbods, hoop(solemn) assembly (meeting)16הִ֔ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who17כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18מְלֶ֥אכֶתH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)19עֲבֹדָ֖הH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought20לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21תַעֲשֽׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
37Dit zijn de gezette hoogtijden des HEEREN, welke gij zult uitroepen tot heilige samenroepingen, om den HEERE vuuroffer, brandoffer en spijsoffer, slachtoffer en drankofferen, elk dagelijks op zijn dag, te offeren;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37DitH428 zijn de gezette hoogtijdenH4150 des HEERENH3068, welkeH834 gij zult uitroepenH7121 tot heiligeH6944samenroepingenH4744, om den HEEREH3068vuurofferH801, brandofferH5930 en spijsofferH4503, slachtofferH2077 en drankofferenH5262, elk dagelijksH3117 op zijn dagH3117, te offerenH7126;Dit zijn de gezette hoogtijden des HEEREN, welke gij zult uitroepen tot heilige samenroepingen, om den HEERE vuuroffer, brandoffer en spijsoffer, slachtoffer en drankofferen, elk dagelijks op zijn dag, te offeren;
KJVThese are the feasts2of the LORD,3which ye shall proclaim5to be holy8convocations,7to offer9an offering made by fire10unto the LORD,11a burnt offering,12and a meat offering,13a sacrifice,14and drink offerings,15every thing16upon his17day:
1אֵ֚לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2מוֹעֲדֵ֣יH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)3יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5תִּקְרְא֥וּH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say6אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7מִקְרָאֵ֣יH4744samenroeping, samenroepingen, vergaderingenassembly, calling, convocation, reading8קֹ֑דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary9לְהַקְרִ֨יבH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take10אִשֶּׁ֜הH801vuuroffer, vuurofferen, vuuroffers(offering, sacrifice), (made) by fire11לַיהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12עֹלָ֧הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)13וּמִנְחָ֛הH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice14זֶ֥בַחH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice15וּנְסָכִ֖יםH5262drankofferen, drankoffer, beeldcover, drink offering, molten image16דְּבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work17י֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger18בְּיוֹמֽוֹH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
38Behalve de sabbatten des HEEREN, en behalve uw gaven, en behalve al uw geloften, en behalve al uw vrijwillige offeren, welke gij den HEERE geven zult.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38Behalve de sabbattenH7676 des HEERENH3068, en behalve uw gavenH4979, en behalve alH3605 uw geloftenH5088, en behalve alH3605 uw vrijwillige offerenH5071, welkeH834 gij den HEEREH3068gevenH5414 zult.Behalve de sabbatten des HEEREN, en behalve uw gaven, en behalve al uw geloften, en behalve al uw vrijwillige offeren, welke gij den HEERE geven zult.
KJVBeside the sabbaths2of the LORD,3and beside your gifts,5and beside all your vows,8and beside all your freewill offerings,11which ye give13unto the LORD.
1מִלְּבַ֖דH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength2שַׁבְּתֹ֣תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath3יְּהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4וּמִלְּבַ֣דH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength5מַתְּנֽוֹתֵיכֶ֗םH4979gaven, geschenk, gavegift6וּמִלְּבַ֤דH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8נִדְרֵיכֶם֙H5088gelofte, geloftenvow(-ed)9וּמִלְּבַד֙H905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11נִדְב֣וֹתֵיכֶ֔םH5071vrijwillig offer, vrijwillige offeren, vrijwillige gavefree(-will) offering, freely, plentiful, voluntary(-ily, offering), willing(-ly), offering)12אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13תִּתְּנ֖וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
39Doch op den vijftienden dag der zevenden maand, als gij het inkomen des lands zult ingegaderd hebben, zult gij des HEEREN feest zeven dagen vieren; op den eersten dag zal er rust zijn, en op den achtsten dag zal er rust zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39Doch op den vijftiendenH2568dagH3117 der zevendenH7637maandH2320, als gij het inkomenH8393 des landsH776 zult ingegaderdH622 hebben, zult gij des HEERENH3068feestH2282zevenH7651dagenH3117vierenH2287; op den eerstenH7223dagH3117 zal er rustH7677 zijn, en op den achtstenH8066dagH3117 zal er rustH7677 zijn.Doch op den vijftienden dag der zevenden maand, als gij het inkomen des lands zult ingegaderd hebben, zult gij des HEEREN feest zeven dagen vieren; op den eersten dag zal er rust zijn, en op den achtsten dag zal er rust zijn.
KJVAlso in the fifteenth2day4of the seventh6month,5when ye have gathered7in the fruit9of the land,10ye shall keep11a feast13unto the LORD14seven15days:16on the first18day17shall be a sabbath,19and on the eighth21day20shall be a sabbath.
1אַ֡ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)2בַּחֲמִשָּׁה֩H2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)3עָשָׂ֨רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)4י֜וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5לַחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon6הַשְּׁבִיעִ֗יH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)7בְּאָסְפְּכֶם֙H622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9תְּבוּאַ֣תH8393inkomst, inkomen, inkomstenfruit, gain, increase, revenue10הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11תָּחֹ֥גּוּH2287vieren, feest houden, dansencelebrate, dance, (keep, hold) a (solemn) feast (holiday), reel to and fro12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13חַגH2282feest, feesten, feestdag(solemn) feast (day), sacrifice, solemnity14יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15שִׁבְעַ֣תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)16יָמִ֑יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger17בַּיּ֤וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger18הָֽרִאשׁוֹן֙H7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past19שַׁבָּת֔וֹןH7677rust, rusterest, sabbath20וּבַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger21הַשְּׁמִינִ֖יH8066achtsten, achtsteeight22שַׁבָּתֽוֹןH7677rust, rusterest, sabbath
40En op den eersten dag zult gij u nemen takken van schoon geboomte, palmtakken, en meien van dichte bomen, met beekwilgen; en gij zult voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, zeven dagen vrolijk zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40En op den eerstenH7223dagH3117 zult gij u nemenH3947takkenH6529 van schoonH1926geboomteH6086, palmtakkenH3709, en meienH6057 van dichteH5687bomenH6086, met beekwilgenH6155; en gij zult voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, uws GodsH430, zevenH7651dagenH3117vrolijkH8055 zijn.En op den eersten dag zult gij u nemen takken van schoon geboomte, palmtakken, en meien van dichte bomen, met beekwilgen; en gij zult voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, zeven dagen vrolijk zijn.
KJVAnd ye shall take1you on the first4day3the boughs5of goodly7trees,6branches8of palm9trees, and the boughs10of thick12trees,11and willows13of the brook;14and ye shall rejoice15before16the LORD17your God18seven19days.
1וּלְקַחְתֶּ֨םH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2לָכֶ֜ם3בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4הָרִאשׁ֗וֹןH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past5פְּרִ֨יH6529vrucht, vruchten, vruchtbaarbough, (first-)fruit(-ful), reward6עֵ֤ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood7הָדָר֙H1926heerlijkheid, sieraad, eerbeauty, comeliness, excellency, glorious, glory, goodly, honour, majesty8כַּפֹּ֣תH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon9תְּמָרִ֔יםH8558palmboom, palmbomenpalm (tree)10וַעֲנַ֥ףH6057takken, meien, rankenbough, branch11עֵץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood12עָבֹ֖תH5687dichte, dichtthick13וְעַרְבֵיH6155wilgen, beekwilgenwillow14נָ֑חַלH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley15וּשְׂמַחְתֶּ֗םH8055verblijd, verblijden, vrolijkcheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very16לִפְנֵ֛יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you17יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18אֱלֹהֵיכֶ֖םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty19שִׁבְעַ֥תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)20יָמִֽיםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
41En gij zult dat feest den HEERE zeven dagen in het jaar vieren; het is een eeuwige inzetting voor uw geslachten; in de zevende maand zult gij het vieren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41En gij zult dat feestH2282 den HEEREH3068zevenH7651dagenH3117 in het jaarH8141vierenH2287; het is een eeuwigeH5769inzettingH2708 voor uw geslachtenH1755; in de zevendeH7637maandH2320 zult gij het vierenH2287.En gij zult dat feest den HEERE zeven dagen in het jaar vieren; het is een eeuwige inzetting voor uw geslachten; in de zevende maand zult gij het vieren.
KJVAnd ye shall keep1it a feast3unto the LORD4seven5days6in the year.7It shall be a statute8for ever9in your generations:10ye shall celebrate13it in the seventh12month.
1וְחַגֹּתֶ֤םH2287vieren, feest houden, dansencelebrate, dance, (keep, hold) a (solemn) feast (holiday), reel to and fro2אֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3חַ֣גH2282feest, feesten, feestdag(solemn) feast (day), sacrifice, solemnity4לַֽיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5שִׁבְעַ֥תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)6יָמִ֖יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7בַּשָּׁנָ֑הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)8חֻקַּ֤תH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute9עוֹלָם֙H5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)10לְדֹרֹ֣תֵיכֶ֔םH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity11בַּחֹ֥דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon12הַשְּׁבִיעִ֖יH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)13תָּחֹ֥גּוּH2287vieren, feest houden, dansencelebrate, dance, (keep, hold) a (solemn) feast (holiday), reel to and fro14אֹתֽוֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
42Zeven dagen zult gij in de loofhutten wonen; alle inboorlingen in Israel zullen in loofhutten wonen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42ZevenH7651dagenH3117 zult gij in de loofhuttenH5521wonenH3427; alleH3605inboorlingenH249 in IsraelH3478 zullen in loofhuttenH5521wonenH3427;Zeven dagen zult gij in de loofhutten wonen; alle inboorlingen in Israel zullen in loofhutten wonen;
KJVYe shall dwell2in booths1seven3days;4all that are Israelites7born6shall dwell8in booths:
1בַּסֻּכֹּ֥תH5521loofhutten, tenten, hutbooth, cottage, covert, pavilion, tabernacle, tent2תֵּשְׁב֖וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry3שִׁבְעַ֣תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)4יָמִ֑יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הָֽאֶזְרָח֙H249inboorling, inboorlingen, ingeborenebay tree, (home-) born (in the land), of the (one's own) country (nation)7בְּיִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8יֵשְׁב֖וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry9בַּסֻּכֹּֽתH5521loofhutten, tenten, hutbooth, cottage, covert, pavilion, tabernacle, tent
43Opdat uw geslachten weten, dat Ik de kinderen Israels in loofhutten heb doen wonen, als Ik hen uit Egypteland uitgevoerd heb; Ik ben de HEERE, uw God!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43OpdatH4616 uw geslachtenH1755wetenH3045, datH3588 Ik de kinderenH1121IsraelsH3478 in loofhuttenH5521 heb doen wonenH3427, als Ik hen uit EgyptelandH776uitgevoerdH3318 heb; IkH589 ben de HEEREH3068, uw GodH430!Opdat uw geslachten weten, dat Ik de kinderen Israels in loofhutten heb doen wonen, als Ik hen uit Egypteland uitgevoerd heb; Ik ben de HEERE, uw God!
KJVThat your generations3may know2that I made the children8of Israel9to dwell6in booths,5when I brought them out10of the land12of Egypt:13I am the LORD15your God.
1לְמַעַן֮H4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to2יֵדְע֣וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot3דֹרֹֽתֵיכֶם֒H1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity4כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5בַסֻּכּ֗וֹתH5521loofhutten, tenten, hutbooth, cottage, covert, pavilion, tabernacle, tent6הוֹשַׁ֨בְתִּי֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10בְּהוֹצִיאִ֥יH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter11אוֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim14אֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who15יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16אֱלֹהֵיכֶֽםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
44Alzo heeft Mozes de gezette hoogtijden des HEEREN tot de kinderen Israels uitgesproken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44Alzo heeft MozesH4872 de gezette hoogtijdenH4150 des HEERENH3068totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478uitgesprokenH1696.Alzo heeft Mozes de gezette hoogtijden des HEEREN tot de kinderen Israels uitgesproken.
KJVAnd Moses2declared1unto the children7of Israel8the feasts4of the LORD.
1וַיְדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מֹעֲדֵ֖יH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)5יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7בְּנֵ֖יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Leviticus 23:2— Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: De gezette hoogtijden des HEEREN, welke gijlieden uitroepen zult, zullen heilige samenroepingen zijn; deze zijn Mijn gezette hoogtijden.Leviticus 23:37→Leviticus 23:4→Joël 2:15→Numeri 10:10→Exodus 23:14→Psalmen 81:3→Numeri 29:39→Hosea 2:11→
Leviticus 23:3— Zes dagen zal men het werk doen, maar op den zevenden dag is de sabbat der rust, een heilige samenroeping; geen werk zult gij doen; het is des HEEREN sabbat, in al uw woningen.Leviticus 19:3→Exodus 23:12→Exodus 35:2→Exodus 20:8→Exodus 34:21→Lukas 13:14→Jesaja 56:6→Openbaring 1:10→
Leviticus 23:4— Deze zijn de gezette hoogtijden des HEEREN, de heilige samenroepingen, welke gij uitroepen zult op hun gezetten tijd.Leviticus 23:2→Exodus 23:14→Leviticus 23:37→
Leviticus 23:5— In de eerste maand, op den veertienden der maand, tussen twee avonden is des HEEREN pascha.Jozua 5:10→Deuteronomium 16:1→Mattheüs 26:17→Exodus 12:2→Numeri 28:16→Exodus 23:15→Exodus 13:3→Markus 14:12→
Leviticus 23:6— En op den vijftienden dag der derzelver maand is het feest van de ongezuurde broden des HEEREN; zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten.Exodus 12:15→Deuteronomium 16:8→Exodus 34:18→Handelingen 12:3→Numeri 28:17→Exodus 13:6→
Leviticus 23:7— Op den eersten dag zult gij een heilige samenroeping hebben; geen dienstwerk zult gij doen.Leviticus 23:8→Leviticus 23:35→Numeri 28:18→Leviticus 23:21→Leviticus 23:25→
Leviticus 23:10— Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Als gij in het land zult gekomen zijn, hetwelk Ik u geven zal, en gij zijn oogst zult inoogsten, dan zult gij een garf der eerstelingen van uw oogst tot den priester brengen.Exodus 23:19→Exodus 34:26→Numeri 28:26→Exodus 23:16→Leviticus 2:12→Deuteronomium 16:9→Spreuken 3:9→Jakobus 1:18→
Leviticus 23:11— En hij zal die garf voor het aangezicht des HEEREN bewegen, opdat het voor u aangenaam zij; des anderen daags na den sabbat zal de priester die bewegen.Exodus 29:24→Leviticus 9:21→Leviticus 10:14→
Leviticus 23:12— Gij zult ook op den dag, als gij die garf bewegen zult, bereiden een volkomen lam, dat eenjarig is, ten brandoffer den HEERE;Leviticus 1:10→Hebreeën 10:10→1 Petrus 1:19→
Leviticus 23:13— En zijn spijsoffer twee tienden meelbloem, met olie gemengd, ten vuuroffer, den HEERE tot een liefelijken reuk; en zijn drankoffer van wijn, het vierde deel van een hin.Leviticus 2:14→Numeri 28:10→Ezechiël 46:14→Exodus 29:40→Joël 1:9→Joël 1:13→Ezechiël 4:11→Joël 2:14→
Leviticus 23:14— En gij zult geen brood, noch geroost koren, noch groen aren eten, tot op dienzelven dag, dat gij de offerande uws Gods zult gebracht hebben; het is een eeuwige inzetting voor uw geslachten, in al uw woningen.Exodus 34:26→Nehemia 9:14→Psalmen 19:8→Jozua 5:11→Numeri 15:20→Leviticus 19:23→Leviticus 10:11→Genesis 4:4→
Leviticus 23:15— Daarna zult gij u tellen van den anderen dag na den sabbat, van den dag, dat gij de garf des beweegoffers zult gebracht hebben; het zullen zeven volkomen sabbatten zijn;Deuteronomium 16:9→Leviticus 25:8→Leviticus 23:10→Exodus 34:22→Numeri 28:26→
Leviticus 23:16— Tot den anderen dag, na den zevenden sabbat, zult gij vijftig dagen tellen, dan zult gij een nieuw spijsoffer den HEERE offeren.Handelingen 2:1→Numeri 28:26→
Leviticus 23:17— Gijlieden zult uit uw woningen twee beweegbroden brengen, zij zullen van twee tienden meelbloem zijn, gedesemd zullen zij gebakken worden; het zijn de eerstelingen den HEERE.Leviticus 23:10→Exodus 34:22→Leviticus 7:13→Numeri 28:26→Exodus 34:26→Exodus 23:19→Mattheüs 13:33→Romeinen 8:23→
Leviticus 23:18— Gij zult ook met het brood zeven volkomen eenjarige lammeren, en een var, het jong van een rund, en twee rammen offeren; zij zullen den HEERE een brandoffer zijn, met hun spijsoffer en hun drankofferen, een vuuroffer, tot een liefelijken reuk den HEERE.Numeri 15:4→Maleachi 1:13→Leviticus 23:12→Numeri 28:27→
Leviticus 23:19— Ook zult gij een geitenbok ten zondoffer, en twee eenjarige lammeren ten dankoffer bereiden.Numeri 28:30→Leviticus 7:11→Leviticus 16:15→Romeinen 8:3→2 Korinthe 5:21→Leviticus 3:1→Numeri 15:24→Leviticus 4:23→
Leviticus 23:20— Dan zal de priester dezelve met het brood der eerstelingen ten beweegoffer, voor het aangezicht des HEEREN, met de twee lammeren bewegen; zij zullen den HEERE een heilig ding zijn, voor den priester.Deuteronomium 18:4→1 Korinthe 9:11→Leviticus 7:29→Leviticus 8:29→Leviticus 23:17→Exodus 29:24→Leviticus 10:14→Efeze 2:14→
Leviticus 23:21— En gij zult op dienzelfden dag uitroepen, dat gij een heilige samenroeping zult hebben; geen dienstwerk zult gij doen; het is een eeuwige inzetting in al uw woningen voor uw geslachten.Leviticus 23:2→Leviticus 23:14→Genesis 17:7→Numeri 18:23→Leviticus 23:4→Deuteronomium 16:11→Leviticus 23:7→Jesaja 11:10→
Leviticus 23:22— Als gij nu den oogst uws lands zult inoogsten, gij zult, in uw inoogsten, den hoek des velds niet ganselijk afmaaien, en de opzameling van uw oogst niet opzamelen; voor den arme en voor den vreemdeling zult gij ze laten; Ik ben de HEERE, uw God!Leviticus 19:9→Deuteronomium 24:19→Jesaja 58:7→Psalmen 41:1→Ruth 2:15→Spreuken 11:24→Deuteronomium 16:11→Lukas 11:41→
Leviticus 23:24— Spreek tot de kinderen Israels, zeggende: In de zevende maand, op den eersten der maand, zult gij een rust hebben, een gedachtenis des geklanks, een heilige samenroeping.Leviticus 25:9→1 Korinthe 15:52→Numeri 10:9→Ezra 3:6→Numeri 29:1→Psalmen 81:1→2 Kronieken 5:13→Psalmen 98:6→
Leviticus 23:25— Geen dienstwerk zult gij doen; maar gij zult den HEERE vuuroffer offeren.Leviticus 23:21→
Leviticus 23:27— Doch op den tienden dezer zevende maand zal de verzoendag zijn, een heilige samenroeping zult gij hebben; dan zult gij uw zielen verootmoedigen, en zult den HEERE een vuuroffer offeren.Leviticus 16:15→Leviticus 16:29→Leviticus 16:24→Exodus 30:10→Zacharia 12:10→Ezra 8:21→2 Korinthe 7:10→Leviticus 16:11→
Leviticus 23:28— En op dienzelven dag zult gij geen werk doen; want het is de verzoendag, om over u verzoening te doen voor het aangezicht des HEEREN uws Gods.Leviticus 16:34→Romeinen 5:10→Zacharia 3:9→Hebreeën 10:14→1 Johannes 5:6→Jesaja 53:10→Hebreeën 10:10→1 Johannes 2:2→
Leviticus 23:29— Want alle ziel, welken op dienzelven dag niet zal verootmoedigd zijn geweest, die zal uitgeroeid worden uit haar volken.Genesis 17:14→Numeri 5:2→Leviticus 23:32→Jesaja 22:12→Jeremia 31:9→Ezechiël 7:16→Leviticus 23:27→
Leviticus 23:30— Ook alle ziel, die enig werk op dienzelven dag gedaan zal hebben, die ziel zal Ik uit het midden haars volks verderven.Leviticus 20:3→Jeremia 15:7→1 Korinthe 3:17→Genesis 17:14→Ezechiël 14:9→Leviticus 20:5→Sefanja 2:5→
Leviticus 23:32— Het zal u een sabbat der rust zijn; dan zult gij uw zielen verootmoedigen; op den negenden der maand in den avond, van den avond tot den avond, zult gij uw sabbat rusten.Leviticus 23:27→Psalmen 126:5→Psalmen 51:17→Jesaja 58:3→Jesaja 61:3→Hebreeën 4:11→Jesaja 57:15→Leviticus 16:31→
Leviticus 23:34— Spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Op den vijftienden dag van deze zevende maand zal het feest der loofhutten zeven dagen den HEERE zijn.Nehemia 8:14→Ezra 3:4→Johannes 7:2→Numeri 29:12→Johannes 1:14→Zacharia 14:16→Exodus 34:22→Deuteronomium 16:13→
Leviticus 23:35— Op den eersten dag zal een heilige samenroeping zijn; geen dienstwerk zult gij doen.Leviticus 23:7→Leviticus 23:24→
Leviticus 23:36— Zeven dagen zult gij den HEERE vuurofferen offeren; op den achtsten dag zult gij een heilige samenroeping hebben, en zult den HEERE vuuroffer offeren; het is een verbodsdag; gij zult geen dienstwerk doen.Nehemia 8:18→Johannes 7:37→Joël 1:14→Deuteronomium 16:8→Joël 2:15→Numeri 29:12→2 Kronieken 7:8→
Leviticus 23:37— Dit zijn de gezette hoogtijden des HEEREN, welke gij zult uitroepen tot heilige samenroepingen, om den HEERE vuuroffer, brandoffer en spijsoffer, slachtoffer en drankofferen, elk dagelijks op zijn dag, te offeren;Leviticus 23:2→Leviticus 23:4→Prediker 3:1→Deuteronomium 16:16→
Leviticus 23:38— Behalve de sabbatten des HEEREN, en behalve uw gaven, en behalve al uw geloften, en behalve al uw vrijwillige offeren, welke gij den HEERE geven zult.Numeri 29:39→Ezra 2:68→Genesis 2:2→1 Kronieken 29:3→Exodus 20:8→2 Kronieken 35:7→Leviticus 23:3→Deuteronomium 12:6→
Leviticus 23:39— Doch op den vijftienden dag der zevenden maand, als gij het inkomen des lands zult ingegaderd hebben, zult gij des HEEREN feest zeven dagen vieren; op den eersten dag zal er rust zijn, en op den achtsten dag zal er rust zijn.Exodus 23:16→Deuteronomium 16:13→Leviticus 23:34→Leviticus 23:24→Leviticus 23:36→
Leviticus 23:40— En op den eersten dag zult gij u nemen takken van schoon geboomte, palmtakken, en meien van dichte bomen, met beekwilgen; en gij zult voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, zeven dagen vrolijk zijn.Deuteronomium 16:14→1 Petrus 1:8→Filippenzen 4:4→Johannes 16:22→Mattheüs 21:8→Romeinen 5:11→Nehemia 8:14→Jesaja 35:10→
Leviticus 23:41— En gij zult dat feest den HEERE zeven dagen in het jaar vieren; het is een eeuwige inzetting voor uw geslachten; in de zevende maand zult gij het vieren.Numeri 29:12→Nehemia 8:18→
Leviticus 23:42— Zeven dagen zult gij in de loofhutten wonen; alle inboorlingen in Israel zullen in loofhutten wonen;Nehemia 8:14→Numeri 24:5→Numeri 24:2→Jeremia 35:10→Genesis 33:17→2 Korinthe 5:1→Hebreeën 11:13→
Leviticus 23:43— Opdat uw geslachten weten, dat Ik de kinderen Israels in loofhutten heb doen wonen, als Ik hen uit Egypteland uitgevoerd heb; Ik ben de HEERE, uw God!Deuteronomium 31:10→Psalmen 78:5→Exodus 13:14→
Leviticus 23:44— Alzo heeft Mozes de gezette hoogtijden des HEEREN tot de kinderen Israels uitgesproken.Leviticus 23:1→Leviticus 21:24→Mattheüs 18:20→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Leviticus 23 vers 2— Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: De gezette hoogtijden des HEEREN, welke gijlieden uitroepen zult, zullen heilige samenroepingen zijn; deze zijn Mijn gezette hoogtijden.
gijlieden uitroepen zult,
Namelijk, door de priesters. Zie Num. 10:8-9, enz.
Hertaald:gijlieden uitroepen zult,
Namelijk: door de priesters. Zie Num. 10:8-9.
heilige samenroepingen zijn;
Hebreeuws, samenroepingen der heiligheid. Alzo worden de kerkelijke bijeenkomsten genoemd, omdat zij door enig middel van stem of ander geluid tot de plaats der verzameling bijeengeroepen waren om den heiligen godsdienst te plegen. Alzo in het volgende.
Hertaald:heilige samenroepingen zijn;
Hebreeuws: samenroepingen der heiligheid. Zo worden de kerkelijke bijeenkomsten genoemd, omdat men door middel van stem of ander geluid opgeroepen werd naar de plaats van samenkomst, om de heilige eredienst te houden. Zo ook hierna.
Leviticus 23 vers 3— Zes dagen zal men het werk doen, maar op den zevenden dag is de sabbat der rust, een heilige samenroeping; geen werk zult gij doen; het is des HEEREN sabbat, in al uw woningen.
het werk doen,
Versta, het dagelijkse en dienstelijke werk, dienende tot verzorging van het tijdelijke leven.
Hertaald:het werk doen,
Versta: het dagelijkse, gewone werk, dat dient voor het onderhoud van het tijdelijke leven.
Leviticus 23 vers 5— In de eerste maand, op den veertienden der maand, tussen twee avonden is des HEEREN pascha.
maand, op den veertienden der maand,
Genaamd Nisan en Abib, beginnende met de gelijkheid der dagen en der nachten in de lente, en meest overeenkomende met onzen Maart. Zie Ex. 13:4, en Num. 9:1.
Hertaald:maand, op den veertienden der maand,
Genaamd Nisan en Abib, beginnend bij de gelijkheid van dag en nacht in de lente, en grotendeels overeenkomend met onze maart. Zie Ex. 13:4 en Num. 9:1.
tussen twee avonden
Zie van deze manier van spreken Ex. 12:6.
Hertaald:tussen twee avonden
Zie voor deze manier van spreken Ex. 12:6.
pascha
Hebreeuws, Pesach; dat is, overschrid of voorbijgang. Alzo wordt het feest genoemd door een sacramentele manier van spreken, daar het slechts een gedenkteken van den voorbijgang des engels was. Vergelijk hiermede Ex. 12:11, en Gen. 17:10, met de aantekeningen daarop.
Hertaald:pascha
Hebreeuws: Pesach; dat is: voorbijgang. Zo wordt het feest genoemd op een sacramentele manier van spreken, aangezien het slechts een gedenkteken was van het voorbijgaan van de engel. Vergelijk hiermee Ex. 12:11 en Gen. 17:10, met de aantekeningen daarbij.
Leviticus 23 vers 7— Op den eersten dag zult gij een heilige samenroeping hebben; geen dienstwerk zult gij doen.
eersten dag
Dat is, op dezen dag en op den zevenden, gelijk volgt vs.8, zal men zich in godsdienstige werken oefenen, en zich onthouden van den dagelijksen arbeid.
Hertaald:eersten dag
Dat is: op deze dag en op de zevende, zoals in vers 8 volgt, zal men zich bezighouden met godsdienstige zaken en zich onthouden van dagelijkse arbeid.
geen dienstwerk
Wat u van den godsdienst, dien gij schuldig zijt te plegen, zou mogen aftrekken en vermoeien.
Hertaald:geen dienstwerk
Wat u zou kunnen afleiden van de eredienst die u verplicht bent te houden, en u zou vermoeien.
Leviticus 23 vers 8— Maar gij zult zeven dagen vuuroffer den HEERE offeren; en op den zevenden dag zal een heilige samenroeping wezen; geen dienstwerk zult gij doen.
vuuroffer den HEERE offeren;
Zie boven, Lev. 1:9.
Hertaald:vuuroffer den HEERE offeren;
Zie hierboven, Lev. 1:9.
Leviticus 23 vers 10— Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Als gij in het land zult gekomen zijn, hetwelk Ik u geven zal, en gij zijn oogst zult inoogsten, dan zult gij een garf der eerstelingen van uw oogst tot den priester brengen.
garf der eerstelingen
Het Hebreeuwse woord betekent het tiende deel van een efa; Ex. 16:36. Hierom schijnt een schoof ook zo genoemd te zijn, omdat men een tiende deel van een efa uit een schoof kon dorsen.
Hertaald:garf der eerstelingen
Het Hebreeuwse woord betekent het tiende deel van een efa; Ex. 16:36. Daarom lijkt een schoof ook zo genoemd te zijn, omdat men een tiende deel van een efa uit een schoof kon dorsen.
Leviticus 23 vers 11— En hij zal die garf voor het aangezicht des HEEREN bewegen, opdat het voor u aangenaam zij; des anderen daags na den sabbat zal de priester die bewegen.
opdat het voor u aangenaam zij;
Hebreeuws, tot uwe aangenaamheid of welgevalligheid
Hertaald:opdat het voor u aangenaam zij;
Hebreeuws: tot uw aangenaamheid of welgevalligheid.
des anderen daags na den sabbat
Dat is, op den zestienden dag der maand, den tweeden na den paaschdag en den tweeden der ongezuurde broden.
Hertaald:des anderen daags na den sabbat
Dat is: op de zestiende dag van de maand, de tweede na Pascha en de tweede van de ongezuurde broden.
Leviticus 23 vers 12— Gij zult ook op den dag, als gij die garf bewegen zult, bereiden een volkomen lam, dat eenjarig is, ten brandoffer den HEERE;
eenjarig is,
Hebreeuws, een zoon zijns jaars; dat is, dat een jaar oud is. Alzo Num. 7:17, Num. 7:21, Num. 7:33, enz.
Hertaald:eenjarig is,
Hebreeuws: een zoon van zijn jaar; dat is: dat een jaar oud is. Zo ook Num. 7:17, Num. 7:21, Num. 7:33.
Leviticus 23 vers 13— En zijn spijsoffer twee tienden meelbloem, met olie gemengd, ten vuuroffer, den HEERE tot een liefelijken reuk; en zijn drankoffer van wijn, het vierde deel van een hin.
liefelijken reuk;
Zie Gen. 8:21.
Hertaald:liefelijken reuk;
Zie Gen. 8:21.
drankoffer van wijn,
Versta de offeranden, in welke vochtige dingen, als wijn en olie, geofferd werden. Alzo onder, vs.18, 37. Zie Gen. 35:14, en vergelijk Ex. 29:40.
Hertaald:drankoffer van wijn,
Versta: de offers waarin vloeibare dingen, zoals wijn en olie, geofferd werden. Zo ook hieronder, vers 18, 37. Zie Gen. 35:14, en vergelijk Ex. 29:40.
hin
Zie van deze maat boven, Lev. 19:36.
Hertaald:hin
Zie voor deze maat hierboven, Lev. 19:36.
Leviticus 23 vers 14— En gij zult geen brood, noch geroost koren, noch groen aren eten, tot op dienzelven dag, dat gij de offerande uws Gods zult gebracht hebben; het is een eeuwige inzetting voor uw geslachten, in al uw woningen.
geen brood,
De zin is dat zij gans niet van de nieuwe vruchten smaken noch nuttigen mochten, dan wanneer zij de eerstelingen daarvan Gode zouden geofferd hebben, hetwelk geschieden moest op den dag tevoren gemeld, vs.11.
Hertaald:geen brood,
De betekenis is dat zij helemaal niet van de nieuwe vruchten mochten proeven of nuttigen, totdat zij de eerstelingen daarvan aan God geofferd zouden hebben, wat moest gebeuren op de eerder genoemde dag, vers 11.
Leviticus 23 vers 15— Daarna zult gij u tellen van den anderen dag na den sabbat, van den dag, dat gij de garf des beweegoffers zult gebracht hebben; het zullen zeven volkomen sabbatten zijn;
beweegoffers zult gebracht hebben;
Zie van het beweegoffer boven, Lev. 7:30.
Hertaald:beweegoffers zult gebracht hebben;
Zie voor het beweegoffer hierboven, Lev. 7:30.
sabbatten zijn;
Of, weken.
Hertaald:sabbatten zijn;
Of: weken.
Leviticus 23 vers 16— Tot den anderen dag, na den zevenden sabbat, zult gij vijftig dagen tellen, dan zult gij een nieuw spijsoffer den HEERE offeren.
nieuw spijsoffer den HEERE offeren
Vergelijk Num. 28:26, en versta dit van het offer, dat van nieuw koren of vruchten moest komen, en te onderscheiden is van de vrijwillige spijsoffers, van welke te zien is boven, Lev. 2:12.
Hertaald:nieuw spijsoffer den HEERE offeren
Vergelijk Num. 28:26, en versta dit over het offer dat van nieuw koren of nieuwe vruchten moest komen, te onderscheiden van de vrijwillige spijsoffers, waarover hierboven, Lev. 2:12.
Leviticus 23 vers 17— Gijlieden zult uit uw woningen twee beweegbroden brengen, zij zullen van twee tienden meelbloem zijn, gedesemd zullen zij gebakken worden; het zijn de eerstelingen den HEERE.
tienden meelbloem zijn,
Te weten, van een efa, en zie van deze maat breder Ex. 16:36, en boven, Lev. 5:11.
Hertaald:tienden meelbloem zijn,
Namelijk: van een efa, en zie voor deze maat verder Ex. 16:36 en hierboven, Lev. 5:11.
gedesemd zullen zij gebakken worden;
Dit was geoorloofd in deze offeranden der eerste vruchten, maar niet in de vrijwillige spijsoffers, boven, Lev. 2:11.
Hertaald:gedesemd zullen zij gebakken worden;
Dit was toegestaan bij deze offers van de eerste vruchten, maar niet bij de vrijwillige spijsoffers, hierboven, Lev. 2:11.
eerstelingen den HEERE
Vergelijk boven, Lev. 2:12.
Hertaald:eerstelingen den HEERE
Vergelijk hierboven, Lev. 2:12.
Leviticus 23 vers 18— Gij zult ook met het brood zeven volkomen eenjarige lammeren, en een var, het jong van een rund, en twee rammen offeren; zij zullen den HEERE een brandoffer zijn, met hun spijsoffer en hun drankofferen, een vuuroffer, tot een liefelijken reuk den HEERE.
eenjarige lammeren,
Hebreeuws, zonen van een jaar. Alzo in vs.19.
Hertaald:eenjarige lammeren,
Hebreeuws: zonen van een jaar. Zo ook in vers 19.
het jong van een rund,
Hebreeuws, de zoon van een rund; dat is, een jong rund.
Hertaald:het jong van een rund,
Hebreeuws: de zoon van een rund; dat is: een jong rund.
Leviticus 23 vers 20— Dan zal de priester dezelve met het brood der eerstelingen ten beweegoffer, voor het aangezicht des HEEREN, met de twee lammeren bewegen; zij zullen den HEERE een heilig ding zijn, voor den priester.
met het brood der eerstelingen
Of, na het brood der eerstelingen, na hetwelk hij beide de lammeren bewegen zal.
Hertaald:met het brood der eerstelingen
Of: na het brood der eerstelingen, waarna hij beide lammeren zal bewegen.
Leviticus 23 vers 21— En gij zult op dienzelfden dag uitroepen, dat gij een heilige samenroeping zult hebben; geen dienstwerk zult gij doen; het is een eeuwige inzetting in al uw woningen voor uw geslachten.
gij zult op dienzelfden dag
Te weten, gij priesters.
Hertaald:gij zult op dienzelfden dag
Namelijk: u priesters.
Leviticus 23 vers 22— Als gij nu den oogst uws lands zult inoogsten, gij zult, in uw inoogsten, den hoek des velds niet ganselijk afmaaien, en de opzameling van uw oogst niet opzamelen; voor den arme en voor den vreemdeling zult gij ze laten; Ik ben de HEERE, uw God!
hoek des velds
Dat is, de aren, die aan de hoeken des lands, of de kanten des akkers wat bezijden afstaan, en in het afsnijden plachten vergeten of nagelaten te worden.
Hertaald:hoek des velds
Dat is: de aren die aan de hoeken van het land, of de kanten van de akker, wat terzijde blijven staan, en tijdens het maaien vergeten of achtergelaten plegen te worden.
afmaaien,
Hebreeuws, voleinden; dat is, niet gans afsnijden en opzamelen.
Hertaald:afmaaien,
Hebreeuws: voleindigen; dat is: niet helemaal afsnijden en verzamelen.
de opzameling van uw oogst
Dat is, wat overblijft, om daarna opgezameld te worden.
Hertaald:de opzameling van uw oogst
Dat is: wat overblijft, om daarna verzameld te worden.
Leviticus 23 vers 24— Spreek tot de kinderen Israels, zeggende: In de zevende maand, op den eersten der maand, zult gij een rust hebben, een gedachtenis des geklanks, een heilige samenroeping.
zevende maand,
Genaamd Ethanim, 1 Kon. 8:2, beginnende in onzen September, wanneer de zon in het teken van de Weegschaal gaat, en dag en nacht gelijk maakt.
Hertaald:zevende maand,
Genaamd Ethanim, 1 Kon. 8:2, beginnend in onze september, wanneer de zon in het teken van de Weegschaal komt, en dag en nacht gelijk maakt.
gedachtenis des geklanks,
Of, een gedenkfeest des geklanks, of gelijk enigen, een geklank ter gedachtenis, hetwelk geschiedde door de priesters met het blazen van een trompet:<i>I.</i> Om het volk te waarschuwen dat nu het politieke jaar inging, naar hetwelk men alle burgerlijke contracten en handelingen moest bereiden en rekenen;<i>II.</i> Om het volk te vermanen dat zij God zouden danken voor de weldaden, die zij het gehele jaar genoten hadden;<i>III.</i> Dat zij met erkentenis en leedwezen over hunne zonden zich zouden bereiden tegen den dag der verzoening, welke was de tiende dag van dezelfde maand. Zie onder, vs.27.
Hertaald:gedachtenis des geklanks,
Of: een gedenkfeest van geklank, of, volgens sommigen, een geklank ter gedachtenis, wat gebeurde doordat de priesters op de trompet bliezen: I. om het volk te waarschuwen dat nu het burgerlijke jaar begon, waarnaar men alle burgerlijke overeenkomsten en handelingen moest richten en berekenen; II. om het volk te vermanen dat zij God zouden danken voor de weldaden die zij het hele jaar genoten hadden; III. opdat zij zich met erkenning en berouw over hun zonden zouden voorbereiden op de verzoendag, die de tiende dag van diezelfde maand was. Zie hieronder, vers 27.
Leviticus 23 vers 27— Doch op den tienden dezer zevende maand zal de verzoendag zijn, een heilige samenroeping zult gij hebben; dan zult gij uw zielen verootmoedigen, en zult den HEERE een vuuroffer offeren.
Doch op den tienden dezer zevende maand
Of, immers
Hertaald:Doch op den tienden dezer zevende maand
Of: immers.
verzoendag zijn,
Versta, een feest bij de Israëlieten, waarin zij zich verzoenden met den Heere over hunne zonden, zich vernederende door vasten en bidden.
Hertaald:verzoendag zijn,
Versta: een feest bij de Israëlieten, waarop zij zich met de HEERE verzoenden over hun zonden, door zich te vernederen met vasten en bidden.
Leviticus 23 vers 29— Want alle ziel, welken op dienzelven dag niet zal verootmoedigd zijn geweest, die zal uitgeroeid worden uit haar volken.
alle ziel,
Dat is, ieder mens. Versta, niet alleen de Israëlieten maar ook de Israëlgenoten, die zich uit andere natiën tot de Israëlietische gemeente zouden begeven hebben. Alzo in vs.30.
Hertaald:alle ziel,
Dat is: ieder mens. Versta: niet alleen de Israëlieten, maar ook de proselieten die zich uit andere volken bij de Israëlietische gemeente gevoegd zouden hebben. Zo ook in vers 30.
uitgeroeid worden uit haar volken
Zie Gen. 17:14.
Hertaald:uitgeroeid worden uit haar volken
Zie Gen. 17:14.
Leviticus 23 vers 32— Het zal u een sabbat der rust zijn; dan zult gij uw zielen verootmoedigen; op den negenden der maand in den avond, van den avond tot den avond, zult gij uw sabbat rusten.
in den avond,
Namelijk, wanneer de negende dag was voorbijgegaan en de avond gekomen, welke het begin van den tienden dag was, gelijk in de schepping de avond vóór den morgen ging. Deze manier van den dag te rekenen hebben de Joden gevolgd. Vergelijk Gen. 1:5.
Hertaald:in den avond,
Namelijk: wanneer de negende dag voorbij was en de avond gekomen was, die het begin van de tiende dag was, zoals bij de schepping de avond vóór de morgen kwam. Deze manier om de dag te berekenen hebben de Joden gevolgd. Vergelijk Gen. 1:5.
van den avond tot den avond,
Dat is, van den ondergang der zon tot den volgenden ondergang der zon.
Hertaald:van den avond tot den avond,
Dat is: van zonsondergang tot de volgende zonsondergang.
Leviticus 23 vers 34— Spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Op den vijftienden dag van deze zevende maand zal het feest der loofhutten zeven dagen den HEERE zijn.
loofhutten
Welke gemaakt waren niet van borden, vellen, wol of linnentuig, maar van takken van groene bomen, gelijk hierna, vs.40, verklaard wordt. Hiervan is te zien een exempel Neh. 8:16.
Hertaald:loofhutten
Die niet gemaakt waren van planken, huiden, wol of linnen, maar van takken van groene bomen, zoals hierna, vers 40, wordt uitgelegd. Hiervan is een voorbeeld te zien in Neh. 8:16.
Leviticus 23 vers 36— Zeven dagen zult gij den HEERE vuurofferen offeren; op den achtsten dag zult gij een heilige samenroeping hebben, en zult den HEERE vuuroffer offeren; het is een verbodsdag; gij zult geen dienstwerk doen.
verbodsdag;
Hebreeuws, verbod, of ophouding. Omdat op dien dag verboden was enig dienstwerk te doen, en de gemeente opgehouden werd om bijeen te blijven tot verrichting van den publieken godsdienst. Zie ook Num. 29:35; Deut. 16:8; 2 Kon. 10:20; Neh. 8:18; Joël 1:14; Am. 5:21. Anders, solemnele vergadering, vierdag, of bijeenkomst. Anders, sluitdag. Dat is, de laatste en voornaamste dag, waarmede het feest besloten werd. Zie Deut. 16:8; Joh. 7:37.
Hertaald:verbodsdag;
Hebreeuws: verbod, of ophouding. Omdat het op die dag verboden was enig werk te doen, en de gemeente bijeen moest blijven voor de openbare eredienst. Zie ook Num. 29:35; Deut. 16:8; 2 Kon. 10:20; Neh. 8:18; Joël 1:14; Am. 5:21. Ook mogelijk: plechtige samenkomst, feestdag, of bijeenkomst. Ook mogelijk: sluitingsdag. Dat is: de laatste en voornaamste dag, waarmee het feest besloten werd. Zie Deut. 16:8; Joh. 7:37.
Leviticus 23 vers 40— En op den eersten dag zult gij u nemen takken van schoon geboomte, palmtakken, en meien van dichte bomen, met beekwilgen; en gij zult voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, zeven dagen vrolijk zijn.
takken
Hoewel het Hebreeuwse woord gemeenlijk vruchten betekent, zo wordt het evenwel ook 2 Kon. 19:30 genomen voor al hetgeen, dat uit den wortel of stammen schiet en wast. En dat hier de takken verstaan worden, is genoeg af te nemen uit hetgeen hierop volgt, en uit Neh. 8:16, waar nog meer soorten van takken genoemd worden. En uit deze maakten zij hunne loofhutten.
Hertaald:takken
Hoewel het Hebreeuwse woord gewoonlijk vruchten betekent, wordt het ook in 2 Kon. 19:30 gebruikt voor alles wat uit de wortel of stammen opschiet en groeit. Dat hier de takken bedoeld worden, is voldoende af te leiden uit wat hierop volgt, en uit Neh. 8:16, waar nog meer soorten takken genoemd worden. En hiervan maakten zij hun loofhutten.
Hertaald:schoon geboomte,
Zoals olijfbomen, mirtebomen, palmbomen. Zie Neh. 8:16.
palmtakken,
Hebreeuws, handen van palmen
Hertaald:palmtakken,
Hebreeuws: handen van palmen.
beekwilgen;
Met welke men die voorgemelde takken aan elkander bond, zoals sommigen menen.
Hertaald:beekwilgen;
Waarmee men de eerder genoemde takken aan elkaar bond, zoals sommigen menen.
Leviticus 23 vers 43— Opdat uw geslachten weten, dat Ik de kinderen Israels in loofhutten heb doen wonen, als Ik hen uit Egypteland uitgevoerd heb; Ik ben de HEERE, uw God!
loofhutten heb doen wonen,
Te weten, de veertig jaren, die zij in de woestijn wandelden. Dat is, Ik heb u wonderbaarlijk onderhouden, zonder huizen te hebben ter woning en zonder vruchten der aarde ter voeding.
Hertaald:loofhutten heb doen wonen,
Namelijk: de veertig jaren dat zij door de woestijn trokken. Dat is: Ik heb u wonderbaarlijk onderhouden, zonder dat u huizen had om in te wonen en zonder vruchten van de aarde om van te leven.
God gaf Israël de opdracht om jaarlijks, van de vijftiende tot de eenentwintigste dag van de zevende maand, zeven dagen in loofhutten te wonen, gemaakt van takken van schone bomen, palmtakken en wilgen (Lev. 23:33-43). Dit feest, ook wel het feest der inzameling genoemd, viel aan het einde van de oogst en herinnerde Israël eraan dat de HEERE hen, toen Hij hen uit Egypte leidde, in hutten deed wonen.
Bijbelse betekenis: Het Loofhuttenfeest was een jaarlijkse, feestelijke herinnering aan Gods trouwe zorg tijdens de woestijnreis: een volk dat zelf niets bezat dan een tijdelijk onderkomen, en dat toch veilig door God bewaard werd tot in het beloofde land.
Typologie: Op de laatste, grote dag van dit feest riep Christus uit: "Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke" (Joh. 7:37-38) — vermoedelijk aansluitend bij de waterplenging die op dit feest gebruikelijk was geworden. Zo wees het feest dat de tijdelijkheid van Israëls verblijf gedenkt, uiteindelijk naar Christus, Die de dorstige ziel blijvend verzadigt.
Lev. 23:33-43; Deut. 16:13-15; Joh. 7:2,37-38
Feest der eerstelingen — Hebreeuws: reesjiet, "begin, eersteling" — de eerste garf van de gerstoogst
Zodra Israël in het land geoogst zou hebben, moest een garf van de eerstelingen van de oogst tot de priester gebracht worden. Hij bewoog haar op de dag na de sabbat voor het aangezicht van de HEERE, samen met een eenjarig lam ten brandoffer, een spijsoffer en een drankoffer (Lev. 23:9-14). Vóór die dag mocht men geen brood, geroosterd koren of verse aren van de nieuwe oogst eten.
Bijbelse betekenis: De eerste garf stond voor de gehele oogst: door dat ene deel aan God te geven werd het geheel geheiligd en als uit Zijn hand ontvangen. Het feest bond Israël eraan dat de opbrengst van het land geen vanzelfsprekend bezit was maar een gave, en dat het eerste — niet het overschot — aan de HEERE toekwam.
Typologie: Paulus gebruikt precies dit beeld voor de opstanding: Christus is opgewekt uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn (1 Kor. 15:20,23). Zoals de garf de oogst waarborgde, waarborgt Zijn opstanding die van al de Zijnen. Dezelfde gedachte keert terug waar de gelovigen zelf eerstelingen van Gods schepselen genoemd worden (Jak. 1:18; Rom. 8:23).
Vanaf de dag dat de garf der eerstelingen bewogen werd, moest Israël zeven volle sabbatten tellen. Op de vijftigste dag daarna volgde een heilige samenroeping met een nieuw spijsoffer: twee beweegbroden uit de woningen, gedesemd gebakken, met brandoffers, een zondoffer en dankoffers (Lev. 23:15-21). Het was een van de drie feesten waarop het hele volk aan het heiligdom verscheen (Deut. 16:16), en het viel aan het einde van de tarweoogst.
Bijbelse betekenis: Waar het feest der eerstelingen het begin van de oogst aan God wijdde, vierde het Wekenfeest de voltooide inzameling. Opmerkelijk is dat deze broden juist wél gezuurd waren. Hier werd niet het offer zelf gebracht, maar de opbrengst uit de handen van het volk. Dat volk droeg de zonde nog in zich om, en was toch aangenaam voor God op grond van het gelijktijdige zondoffer.
Typologie: Op de Pinksterdag, toen dit feest vervuld werd, werd de Heilige Geest uitgestort en werden ongeveer drieduizend zielen toegevoegd (Hand. 2:1-4,41) — de eerste inzameling van de grote oogst die op de opstanding van de Eersteling volgde. Zo staan de twee lentefeesten in het Nieuwe Testament naast elkaar: het ene bij het lege graf, het andere bij de geboorte van de gemeente.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 1Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toefunctie
De eerste garf, daags na de sabbat — 23:9-14
De feestkalender, vlak na het pascha. Het koren staat op het veld en er is nog niets binnengehaald; niemand weet of het een goed jaar wordt. En juist dan moet er iets gebracht worden.
Eén garf van de nieuwe oogst wordt vooruit gebracht en bewogen voor Gods aangezicht — en die ene staat borg voor alles wat nog komen moet.
Israël mocht van de nieuwe oogst niets eten voordat deze garf gebracht was. Geen brood, geen geroost koren, niets — eerst dit. Er wordt één bos aren gesneden, naar de priester gebracht en heen en weer bewogen voor het aangezicht des HEEREN.
Het is een klein gebaar op een groot veld. Maar het zegt: het eerste is voor God, en daarmee is het geheel geheiligd. En het zegt nog iets: als deze garf er is, komt de rest ook. Je snijdt geen eersteling van een oogst die niet doorzet.
De dag is opvallend precies bepaald — des anderen daags na den sabbat. De dag na de sabbat, de eerste dag van de week. Paulus schrijft in zijn grote hoofdstuk over de opstanding dat Christus opgewekt is uit de doden en de Eersteling geworden is van hen die ontslapen zijn, en hij gebruikt daarmee het woord van dit feest. Wie de garf ziet bewegen, weet dat er geoogst gaat worden. Dat is precies wat de opstanding van Eén betekent voor allen die de Zijnen zijn.
Leviticus 23:10 — Van de nieuwe oogst wordt eerst één garf gebracht.
Leviticus 23:11 — De priester beweegt haar daags na den sabbat.
Leviticus 23:14 — Vóór die garf gebracht is, mag men niets van de oogst eten.
1 Korinthe 15:20 — Christus is opgewekt en geworden de Eersteling dergenen die ontslapen zijn.
1 Korinthe 15:23 — Daarna die van Christus zijn, in Zijn toekomst.
In het Nieuwe Testament: 1 Korinthe 15:20-23; Romeinen 8:23; Jakobus 1:18
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Verder heeft Israël ook zijn heilige tijden, hem door de Heere gegeven, des te meer te heiligen, daar het dingen zijn, waarop Hij Zijn volk doet naderen tot in Zijn aanwezigheid, om Zijn gaven te ontvangen en van Hem Zijn zegen deelachtig te worden. Deze tijden worden nu afzonderlijk opgenoemd, verklaard zowel in hun maatschappelijke als in hun godsdienstige betekenis en naar de wijze van hun viering meer omschreven, zonder dat hier nu een eigenlijke feestalmanak volgt; deze kalender zal eerst worden gegeven, als Israël op het punt staat het Joodse land binnen te trekken (Numeri. 28 en 29).
1. Daarna sprak de HEERE opnieuw tot Mozes, 1) zeggende:
1) Dit hoofdstuk bevat geen “Feestkalender,” geen korte samenvatting van de tot hiertoe verstrooid gegeven bestemmingen over de feestdagen van Israël, maar slechts een overzicht van die feestdagen en feesttijden van het jaar, waarop heilige verzamelingen zouden plaats vinden.
2. Spreek 1) tot de kinderen van Israël en zeg tot hen: de gezette hoogtijden van de HEERE, 2) de volgens een bepaalde orde terugkerende, de Heere geheiligde dagen en tijden, welke gij uitroepen 3) zult, zullen heilige samenroepingen zijn; die gij als heilige verzamelingen, wanneer de Heere met u en gij met de Heere samenkomt, door blazen met de bazuin (Numeri. 10:10), openlijk zult uitroepen, deze zijn Mijn gezette hoogtijden.
1) Terwijl naar onze berekening op 12 en 13 Nisan de geboden in hoofdstuk 11-22 worden gegeven, is nu met de 14de van deze maand het tweede Paasfeest aangebroken en geeft de Heere waarschijnlijk op deze dag de in dit hoofdstuk voorkomende voorschriften over de feesten van Zijn volk. De ordening van die feesten gaat uit van de Sabbat, als de dag die Israël de Heere zijn God zal heiligen, daar Hij reeds bij de schepping van de wereld deze dag door Zijn rust gezegend en geheiligd heeft. Terwijl het volk daardoor die God belijdt, die door het woord van Zijn almacht in zes dagen hemel en aarde heeft geschapen, stelt het zich, wat zijn godsdienstige kennis aangaat, scherp en beslist tegenover alle andere volken, die òf God en de natuur vereenzelvigen, òf naast de eeuwige God de eeuwige wereldstof plaatsen. Daarom is de Sabbat voor Israël tegelijk een teken van het Verbond (Exodus. 31:12 vv.), en wel een teken van het Verbond, wat de natuur aangaat, zoals de besnijdenis (Genesis 17:10 vv.) een teken van het Verbond is wat de genade betreft; het bezit in de Sabbat een goddelijk onderpand, dat bij dit volk, als erkennende en belijdende de Schepper en Gebieder van de wereld, het menselijk leven in werken en rusten zich naar het oorspronkelijke beeld van het goddelijk leven vormen zal.
2) Hoogtijden van de Heere. Alzo werden deze dagen genoemd, omdat zij bestemd waren, om dagen van de Heere te zijn, die Hem geheiligd en gewijd werden. De naam hoogtijd is beter dan die van feestdag, omdat ook de Verzoendag eronder begrepen wordt en deze in de eigenlijke zin van het woord geen feesttijd kan worden genoemd. In Numeri. 28:2 en 29:39 worden onder de hoogtijden ook begrepen de tijden van het dagelijks morgen- en avondoffer.
3) Dit uitroepen moest geschieden door de priesters en wel door middel van zilveren trompetten, welke op bevel van de Heere (Numeri. 8:2) moesten gemaakt worden.
3. a) Zes dagen zal men het werk doen (Ex.20:9; 23:12; 31:15), maar op de zevende dag is de Sabbat van de rust, de dag van volkomen rust en bepaalde onthouding van alle arbeid, een heilige samenroeping tot het heiligdom om daar te aanbidden (Ezech.46:3), geen werk, niet eens een huiselijk werk (zie “Ex 21.15), zult gij op deze dag doen: het is de Sabbat van de HEERE, en zal als zo’n Sabbatdag door u worden gehouden in al uw woningen, wanneer gij in het land Kanaän komt en daar niet meer tot hetheiligdom naderen kunt.
a) Deuteronomium. 5:13 Luk.13:14
Bij de negatieve zijde van de sabbatviering, het nalaten van elke arbeid, welke in de vorige plaatsen, waar reeds over de Sabbat gesproken werd (Ex.16:23 vv.; 20:8 vv.; 23:12 vv.; 31:12 vv.; 34:21; 35:2 vv.) bepaald genoemd is, komt hier nu ook de positieve zijde, de verzameling tot Godsverering; maar deze wordt dadelijk weer op de achtergrond gesteld, daar in Kanaän het bezoeken van het enige heiligdom, dat men daar had, slechts voor een zeer klein deel van het volk mogelijk was, waarom dan ook de profeten bij hun aandringen op sabbatsheiliging zich bepalen tot het verbieden van hetgeen men op de sabbat niet doen mocht. Jesaja 56:2; 58:13 vv. Jer.17:21). Echter was in de wenk over de godsdienstige bestemming van de sabbat de kiem gelegd tot verdere ontwikkeling van het sabbatsgebod, welk gebod dan ook in de loop der tijden al meer en meer ontwikkeld is en alzo de tijd van het Nieuwe Verbond, wanneer de positieve zijde weer op de voorgrond treedt, voorbereid heeft. Reeds zeer vroeg zullen er op de sabbat samenkomsten tot het horen en overdenken van Gods Woord hebben plaatsgevonden, vooral in de profetenscholen (2 Koningen. 4:23); daaruit ontstonden dan ook de synagogen (Luther: scholen), zoals wij deze ten tijde van Jezus en de Apostelen niet maar in iedere stad van Palestina, maar ook overal onder de Joden in de verstrooiing aantreffen. Zoals nu in de sabbatviering de erkenning van God als Schepper van hemel en aarde haar uitdrukking vindt, alzo belichamen zich in de drie jaarlijkse feesten, waarover de volgende verzen handelen, de grote heilsdaden, welke de Heere voor Israël, Zijn uitverkoren volk, verricht heeft. Het zijn de feesten in de meer bepaalde zin van het woord, waarop de heilige verzameling werkelijk plaats heeft, daar zij Israëls pelgrimsfeesten zijn, waarop al wat mannelijk is zich bij het heiligdom verenigen zal (Exodus. 23:14,17; 34:23 Deuteronomium. 16:16). Deze grote daden van God bedoelen de verzoening, heiliging en verlossing van Israël; de feestdagen aan de herdenking van deze daden gewijd, Pasen, Pinksteren en Loofhutten, hebben tevens betrekking op de verzorging van het volk, dat de Heere uit Egypte, voorbij de Sinaï, door de woestijn in het land van de belofte gebracht heeft, met het voor zijn verblijf in dat land nodige levensonderhoud, en zijn alle drie feesten van de oogst. Terwijl toch het eerste het begin en het tweede het einde van de oogst voorstelt, vormt het derde de alles besluitende dankzegging voor de gezegende opbrengst van de grond na volbrachte inzameling van allerlei vruchten; ja, bij het tweede, het Pinksterfeest, treedt de geschiedkundige betekenis van het feest op de achtergrond, en wel zo, dat zij geheel schijnt te ontbreken en het feest zelf in de voorspelling (Ezech.45:21 vv.) geheel wordt voorbijgezien.
In deze aardse bedeling wordt de gemeenschap met God niet alleen door strijd en zonde, maar ook door arbeid en lijden belet of belemmerd. Vandaar de afzondering van overgebleven dagen, tijdperken, waarin die gemeenschap meer opzettelijk kan worden geoefend. Deze zogenaamde heilige tijden moeten evenwel aan het gehele leven een hogere wijding verlenen.
4. Deze zijn de gezette hoogtijden van de HEERE, de heilige samenroepingen, welke gij als de heilige door Mij voorgestelde tijden uitroepen zult op hun gezette tijd, als gij samenkomt bij het heiligdom.
Met de Sabbat verwant zijn de andere hoogtijden, welke hier Mozes voorschrijft. In de eerste plaats wordt het Pascha gesteld, waarvan ik echter de betekenis niet zonder reden met het eerste gebod heb verbonden. Want daar werd de instelling vastgesteld, voor zoverre het het volk terughield, om vreemde goden te dienen. Want door die dienst werden zij gewend aan de gehoorzaamheid van God, opdat zij, nadat hun geboden was, om alle bijgelovigheden van de volkeren vaarwel te zeggen, bij de zuiverheid van de wet rust zouden vinden. Daarom is het Pascha als vanzelf een aanhangsel van het eerste gebod. Een dag echter, jaarlijks terugkerende, moest wel onder de andere dagen opzettelijk vermeld worden. En zeker, het vierde gebod had geen ander doel of nut, dan het volk te oefenen in de dienst van God. Maar omdat het slachten van het lam de genade van de aanneming voorstelde, waardoor God zich met het volk had verbonden, moest het met het eerste gebod verbonden worden.
5. a) In de eerste maand, namelijk van het kerkelijke jaar, op de veertiende dag van de maand, tussen twee avonden is, volgens hetgeen Ik reeds in Exodus. 12:2 vv. gezegd heb, het pascha van de HEERE.
a) Ex.12:18; 28:15 Numeri. 28:16 Deuteronomium. 16:1
6. En op de vijftiende dag van dezelfde maand is het feest van de ongezuurde BRODEN van de HEERE; zeven dagen zult gij ongezuurde BRODEN eten, tot de eenentwintigste dag toe.
7. Op de eerste dag, de 15de Abib, zult gij een heilige samenroeping hebben; die dag zal als een bijzonder hoge feestdag door u gevierd worden met een heilige feestelijke samenkomst; geen dienstwerk, geen werk van burgerlijke handtering of beroepsbezigheid zult gij doen, 1) al zijn huiselijke bezigheden, b.v. de toebereiding van spijzen u geoorloofd.
1) Vier bekers, soms vijf, werden gedurende het Paasmaal geledigd, waarvan de derde de beker der dankzegging heette 1 Corinthiers. 10:16). De gasten zongen het groot en klein hallel (de lofzang, Matth.26:30), Psalm. 113,114; 115-118. Soms nog Psalm. 120-137.
Het Paasfeest, het feest van de ongezuurde broden, kan niet verklaard worden uit het lentefeest van de heidenen, staat er ook niet mee in verband.
8. Maar gij zult van deze dag af zeven dagen vuuroffer voor de HEERE offeren; de (Numeri. 28:19 vv.) voorgeschreven feestoffers met de (Numeri. 29:30) opgenoemde afzonderlijke offers brengen, daar gij niet met lege handen voor Mij verschijnen moogt (Exodus. 23:15; 34:20); op de zevende dag, 21 Abib, zal als op de eerste (vs.7) een heilige samenroeping wezen; geen dienstwerk zult gij dan doen, terwijl gij op de tussenliggende dagen, behalve op de dag, waarop de Sabbat invalt en gij alzo van allesrusten moet (vs.3) uw gewone werkzaamheden kunt voortzetten.
Dien ten gevolge wordt Pasen als het eerste van de drie jaarfeesten in 2 delen verdeeld: in het voorafgaande Paasfeest en het zich onmiddellijk daaraan sluitende feest van de ongezuurde (Luther: zoete) broden (Mark.14:1 Luk.22:1). De betrekking tussen beide delen moet men niet beschouwen, zoals door sommige oudheidkundigen geschiedt, als ware het Pascha niet meer dan de eenvoudige inleiding tot het feest en dat van de ongezuurde broden de eigenlijk gezegde feestviering; integendeel vormt het eerste zowel de aanvang als het hoofdbestanddeel van de feestviering en is het tweede de voortzetting en voltooiing daarvan. Uit dit innig verband tussen beide delen, waarbij het een met het andere samenvloeit en het tweede zelf reeds met het eerste begint, wordt het verklaard, dat zowel de uitdrukking: “feest van de ongezuurde broden,” het gehele feest, met inbegrip van de Paasmaaltijd, betekent (Exodus. 12:18 vv.) als dat ook de naam “Pascha” van de op de zevende dag te brengen offers gebruikt wordt (Deuteronomium. 16:2 Joh.18:28)
9. En de HEERE met de herhaling van de reeds eerder over de viering van het Paasfeest gemaakte bepalingen een nieuwe voorstelling met betrekking tot de huishoudelijke betekenis daarvan verbindende, sprak tot Mozes, zeggende:
10. Spreek tot de kinderen van Israël, en zeg tot hen: als gij in het land zult gekomen zijn, dat Ik u geven zal, en gij zijn oogst, de vrucht van zijn grond, zult oogsten, dan zult gij de gehele gemeente door haar vertegenwoordigers, de oudsten, een handvol van de eerstelingen 1) van uw oogst, van uw omstreeks die tijd rijp geworden gerst, tot de priester brengen.
1) Deze handvol van de eerstelingen was een zinneprent van Christus, want Hij is door alle eerstelingen verbeeld en dien ten gevolge ook door deze handvol van de eerstelingen en wel voornamelijk ten opzichte van haar beweging. Want 1. Zoals deze handvol van de eerstelingen door de priester op de tweede dag van het feest van de ongezuurde broden werd bewogen en wel naar alle de delen van de wereld, zo is Christus opgestaan door de opstanding uit de doden en is gepredikt door de gehele wereld. 2. Zoals met deze handvol van de eerstelingen moest gepaard gaan een brandoffer, spijsoffer en drinkoffer, zo hebben de gelovigen met de opstanding van de Zaligmaker zichzelf aan God geheel geheiligd en overgegeven tot geestelijke brandoffers, spijsoffers en drankoffers.
11. En hij zal die handvol op de in Exodus. 29:24 voorgeschreven wijze, door beweging voor-en dan achterwaarts, voor het aangezicht van de HEERE in de voorhof van de tabernakel bewegen, opdat het voor u aangenaam zij; de volgende dag na de Sabbat, d.i. op de eerste feestdag (vs.7), d.i. de 16de Nisan, zal de priester die bewegen.
Wij hebben hier, zoals reeds in de aanmerking op Exodus. 19:15, de laatste woorden van het vers in die zin te verstaan, waarin de meeste christelijke uitleggers, voorafgegaan door Philo, Josefus en de Rabbijnen, ze verklaarden. Intussen zijn er nog drie andere uitleggingen, welke wij echter, daar zij toch niet te verdedigen zijn, niet nader willen vermelden, slechts dit merken wij op, dat 1. de Baithuseeërs, die in latere tijd de beschouwingen van de Esseeërs over de Schrift op deze wijze vertegenwoordigden, als de Rabbaniten die van de Farizeeërs, en de Karaïten die van de Sadduceeërs (zie Ex 12.6), onder die Sabbat die wekelijkse Sabbat verstonden, die in de zeven dagen van het Paasfeest viel; 2. enige godgeleerden daarentegen aannamen, dat de oude Hebreeën met ieder nieuw jaar ook altijd een nieuwe week begonnen, zodat de 7de, de 14de, de 21ste en de 28ste Nisan werkelijk een sabbat geweest waren, waarvan nu óf de tweede (14) óf de derde (21) bedoeld was; 3. een ander uitlegger eindelijk evenzo de 21ste Sisan, die zoals de 15de het wezen van de Sabbat had (vs.8), onder de bedoelde Sabbat wil verstaan hebben, maar de vroeger vermelde mening over de aanvang van het Hebreeuwse jaar niet deelt. Voor het overige moet het brengen van de te bewegen handvol, in de naam van de hele gemeente en naar de bepaling van dit vers wel worden onderscheiden van het (Leviticus. 2:14) vermelde spijsoffer van de eerste vruchten, dat vrijwillig en in de vorm van gebroken koren of grutten gebracht werd.
12. Gij zult ook op de dag als gij die handvol bewegen zult, vooraf als een aansluiting aan het feestoffer van de dag (Numeri. 28:19-29) bereiden een volkomen lam, dat eenjarig is, ten brandoffer voor de HEERE.
13. En zijn daartoebehorend spijsoffer, echter niet naar de (Exodus. 29:40) voor het dagelijks brandoffer bepaalde maat, maar daar het hier een oogstoffer geldt, in dubbele mate, en dus twee tienden meelbloem, met olie gemengd, ten vuuroffer, de HEERE tot een liefelijke reuk, dat Hem een liefelijke reuk bereidt; en zijn drankoffer van wijn, maar, omdat de wijnoogst nog niet daar is, het vierde deel van een hin. 1)
1) De maat van de meelbloem was verdubbeld, niet die van de wijn. Het offer werd gebracht van de korenoogst en niet van de wijnoogst.
14. En gij zult geen nieuw brood, noch geroosterd koren (Leviticus. 2:14), noch de korrels van groene aren eten (Deuteronomium. 23:25 Luk.6:1); tot op deze dag dat gij met de zo-even genoemde handvol van de eerstelingen de offerande voor uw God zult gebracht hebben, 1) daar Hem als gever de oogst toekomt, dus ookde eerstelingen daarvan: het is een eeuwige instelling voor uw geslachten, in al uw woningen, dat, waar gij ook in dat land wonen moogt, gij het brengen van de te bewegen handvol op de bepaalde dag afwacht, eer gij zelf van de vrucht van het veld iets geniet.
1) God moest het eerste hebben. Met God moest men beginnen. Ook hier wordt in beginsel onder het Oude Verbond geleerd wat de Heere Christus zegt: Zoekt eerst het Koninkrijk van God en alle andere dingen zullen U worden toegeworpen.
15. Daarna zult gij u tellen van de volgende dag na de Sabbat, 1) van de dag dat gij de handvol van het beweegoffer zult gebracht hebben (vs.11), dus van de 16de Abib af, het zullen zeven volkomen Sabbatten zijn of weken (Deuteronomium. 16:9); d.i. 49 dagen.
1) Volgens de Rabbijnen beginnen de Joden daarmee terstond met de aanvang van iedere dag, als de zon onderging en spraken aldus: Wij prijzen U Heere, onze God, Koning der wereld, die ons door Uw geboden geheiligd hebt en ons belast de dagen te tellen van dat de handvol van de eerstelingen is geofferd.
16. Tot de volgende dag na de zevende Sabbat, tot de dag die volgt op de laatste dag van de zevende week, zult gij in het geheel vijftig dagen tellen; dan zult gij op deze 50ste dag na het dagelijks morgenoffer en na het voor die dag (Numeri. 28:16-31) verordende feestoffer, een uit de vrucht van de nieuwe nu geëindigde oogst bereid nieuw spijsoffer voor de HEERE offeren.
17. Gij zult uit uw woningen twee beweegbroden 1) brengen, zij zullen van twee tienden, 1 1/5 schepel (zie “Ex 16.36), meelbloem, fijn tarwemeel zijn; gedesemd zullen zij gebakken worden, met zuurdeeg gemengd en op de gewone wijze gebakken: het zijn de eerstelingen voor de HEERE. 2)
1) Twee beweegbroden. De bedoeling is niet, dat uit iedere woning twee broden moesten gebracht worden, maar dat in het geheel twee broden moesten worden aangeboden. Uit uw woningen is tegenstelling van uit het heiligdom en zijn schatten. Die twee broden werden gebracht in naam van het gehele volk.
2) Terwijl de gerst in de warmere streken van Palestina reeds in het midden van april rijp wordt, komt het koren eerst meerdere weken later tot rijpheid (Ruth 1:22; 2:23). Het komt alzo geheel met de huishoudelijke betrekkingen van het land overeen, dat de handvol van de beweegoffer op Pasen een handvol gerst is, maar het brood van het beweegoffer op Pinksteren uit reeds verbakken tarwemeel, want dan wordt het feest van de eerstbeginnenden, nu dat van de reeds geëindigde graanoogst gevierd.
18. Gij zult ook met het brood, waarover zo-even gesproken is, als een dat begeleidend offer, zoals ook de handvol van het beweegoffer op het Paasfeest van zo’n offer vergezeld gaat (vs.12), zeven volkomen éénjarige lammeren en één var, het jong van een rund en twee rammen offeren; zij, deze dieren met hetgeen als spijs- en drankoffer daarbij behoort, zullen de HEERE een brandoffer zijn met hun spijsoffer en hun drankoffers, een vuuroffer, tot een liefelijke reuk voor de HEERE, waardoor ook de aanbieding van de beide offers eerst tot een welgevalligeofferande wordt.
19. Ook zult gij, behalve het brandoffer (vs.17) één geitebok ten zondoffer en twee éénjarige lammeren ten dankoffer bereiden.
Dat voor het feest van de oogst niet alleen een veel groter brandoffer dan bij de handvol van het beweegoffer tot heiliging van de beginnende oogst (vs.12), maar ook een zondoffer en een brandoffer worden voorgeschreven, moet verklaard worden uit de betekenis van het feest als dankfeest voor de ingeoogste rijke zegen van God. Het zondoffer moest het gevoel en bewustzijn van de zonde van de gemeente van Israël verwekken, dat zij toch bij het genot van het gezuurde dagelijkse brood niet de zuurdesem van de oude natuurlijke mens dienen, maar bij de Heere schuldvergiffenis en schulddelging zoeken en van Hem begeren zou. In het vermeerderde brandoffer moest zij haar dankzegging uitspreken voor de zegen van de oogst, tot vermeerderde toewijding en heiliging van al de leden van de gehele mens aan de dienst van de Heere, en door middel van het dankoffer zich verliezen in de daardoor afgeschaduwde zalige gemeenschap van vrede met de Heere, waartoe zij geroepen is en die zij in haar erfdeel door Zijn zegen deelachtig zal worden.
20. Dan zal de priester deze uit twee lammeren bestaande offerande van de dankzegging (vs.19) eer hij ze slachten gaat, met het brood van de eerstelingen (vs.17), ten beweegoffer voor hetaangezicht van de HEERE met de twee lammeren bewegen; zij, de twee lammeren met het brood van de eerstelingen, zullen de HEERE een heilig ding zijn, voor de priester; zodat het vlees niet tot een offermaaltijd voor het volk gebruikt wordt, maar zoals het brood, waarvan om het zuurdeeg niets in het altaarvuur komt (Leviticus. 2:11), de priesters toevalt.
Op dezelfde wijze, als hier het brood, werd de handvol van het beweegoffer op het Paasfeest (vs.10) de Heere slechts aangeboden, niet verbrand op het altaar: alleen door het bewegen Hem zinnebeeldig toegebracht, om dan voor de priesters te zijn.
Evenals van de zondoffers mocht ook de Priester alleen van deze dankoffers op het wekenfeest eten. Zij waren een Heiligheid der Heiligheden.
21. En gij zult op deze dag uitroepen, plechtig laten afkondigen (vs.2), dat gij een heilige samenroeping zult hebben, een samenroeping, welke tot uw godsdienstig volksbestaan behoort; geen dienstwerk, zoals op de 1ste en de 7de dag van het Paasfeest (vs.7,8), zult gij doen, op dit slechts voor één dag bestaande feest; het is een eeuwige instelling in al uw woningen voor uw geslachten, dat gij op die aangewezen dag van ieder dienstwerk uitrust en daarentegen al wat mannelijk is, zich bij het heiligdom vergadert.
22. a) Als gij nu in de tijd tussen Pasen en Pinksteren de oogst van uw land zult inoogsten, gij zult in uw inoogsten de hoek van het veld niet geheel afmaaien, maar zoals reeds gezegd is (Leviticus. 19:9), de rand aan alle kanten laten staan, en de opzameling van uw oogst, wat liggen bleef, niet opzamelen; voor de arme en voor de vreemdeling zult gij ze laten: Ik ben de HEERE, uw God! die u aldus geboden heb; ook zullen uw offers op het oogstfeest Mij eerst dßn aangenaam zijn, wanneer gij in de oogst naar Mijn wil gedaan hebt.
a) Deuteronomium. 24:19
Het hier beschreven tweede van de drie jaarfeesten van Israël wordt door Mozes zelf het wekenfeest genoemd (Deuteronomium. 16:10), het feest van de eerstelingen (Exodus. 23:16) of de dag van de eerstelingen (Deuteronomium. 28:26); maar in het Nieuwe Testament (Hand.2:1) (volgens de berekening van zijn duur in vs.16) pentekosth (Pentekoste) of Pinksterfeest. Zoals wij reeds bij het derde vers opmerkten, wordt de geschiedkundige betekenis van deze dag niet verder verklaard; maar de Joodse overlevering heeft vanouds daaraan vastgehouden, dat dit feest, behalve om zijn huishoudelijke betekenis tevens als gedenkdag van de wetgeving op Sinaï, welke op de 6de Sivan geschied is (Ex 19:15), moest gevierd worden. Daarom versierden de Talmoedische Joden op die rustdag de Synagogen en huizen met loof, wonden om de rollen van de wet bloemkransen en bestrooiden de grond van hun vertrekken met gras en allerlei groen; daar alles om de berg Sinaï groen was, toen de wet gegeven werd. Een aanwijzing dat men reeds vóór de ballingschap die dag in verband bracht tot de wetgeving, ligt wellicht in 2 Kron.15:10 vv., omdat de aldaar vermelde verzameling te Jeruzalem zeker die is, welke bijeengeroepen werd tot het vieren van het Pinksterfeest en van het komen in het Verbond, van het besliste terugkeren tot de wet, welke de Heere eens gaf, toen Hij Zijn verbond met Israël oprichtte. Moet men nu ook (Johannes 5:1) onder het daar opgenoemde feest het wekenfeest verstaan, dan had de vermaning van Christus (Johannes 5:39) een aanrakingspunt in de reeds toen bestaande gewoonte, om op dit feest zich met het lezen van de wet bezig te honden, zoals dit door de Talmoedische Joden geschiedt en zoals ook Christus bij Zijn gesprekken (Johannes 6:51 vv.; 7:37 vv.) evenzo van bestaande feestgewoonten, dßßr op het eten van het Pascha en hier op het waterscheppen bij gelegenheid van het Loofhuttenfeest, gebruik maakt. In de Christelijke Kerk neemt men zo onvoorwaardelijk de wetgeving op Sinaï als de geschiedkundige grondslag van het wekenfeest aan, dat in een Cathechismus (van Wurtemberg) op de vraag: wanneer heeft God de 10 geboden gegeven? geantwoord wordt: op de 50ste dag na de uittocht van de kinderen van Israël uit Egypte.
23. En de HEERE, van het wekenfeest als sluiting van het oogstfeest, tot een andere feestdag overgaande, sprak opnieuw tot Mozes, zeggende:
24. Spreek tot de kinderen van Israël, zeggende: 1) a) in de zevende maand Tisri, (zie “Ex 12.2) op de eerste dag van de maand zult gij een rust hebben, een gedachtenis van het geklank, een rust- of feestdag houden, waarop tot gedachtenis voor de Heere een geklank verordend is, en zult gij op die dag hebben een heilige samenroeping.
a) Numeri. 29:1
1) Sommigen menen, dat de wereld op die dag geschapen is, wat niet onwaarschijnlijk is. Immers, de Joden nu volgen in de burgerlijke zaken en in die, welke op het nut van het aardse leven betrekking hebben, die berekening het eerst onafgebroken door, terwijl zij, ten opzichte van de heilige zaken, het jaar beginnen met maart. Deze reden komt mij wel waarschijnlijk voor, waarom God op die dag, die nu aangewezen wordt, de herinnering aan Zijn regering door een plechtige afkondiging vernieuwt, en de zevende maand aanwijst, zowel voor het Jubel- als voor het Sabbatjaar. Met één dag was nu de plechtigheid geëindigd, terwijl hij bijna in niets verschilde van de gewone rustdag, behalve in het geklank van de bazuin en in het brengen van het offer.
In Numeri. 29 wordt van deze feestdag nader gesproken en aangewezen, welke offeranden moesten worden gebruikt. Deze dag was de Nieuwjaarsdag van de Joden. De Joden zijn van mening, dat ook op die dag Izak is geofferd, of liever, in zijn plaats de ram, en eveneens dat op die dag de muren van Jericho zijn gevallen. Echter zonder enig nader bewijs. Deze dag werd het feest van het geklank genaamd, omdat men op die dag onafgebroken op de ramshoornen blies, om allen te vermanen, God dank te zeggen voor Zijn weldaden. De dagen tussen deze dag en de grote Verzoendag werden genaamd, de tien dagen van de boete. Maimonides zegt: Het blazen van de trompetten beduidt: Ontwaakt, gij slapende uit uw slaap, en waak op, gij, die met een diepe slaapzucht bevangen zijt; onderzoek uw daden, keer door boetvaardigheid weer en gedenk aan uw Schepper.
25. Geen dienstwerk zult gij doen, als op de eerste en zevende dag van het Paasfeest (vs.7 vv.) en op het wekenfeest (vs.21): maar gij zult de HEERE vuuroffer offeren; de in Numeri. 29:2-6 voorgeschreven feestoffers brengen.
De feesten en vierdagen van Israël dragen gewoonlijk het zegel van het zevental. De twee belangrijkste van deze feesten, Pasen en Loofhutten (vs.34 vv.), beginnen op de 15de dag, Pasen op de 15de van de eerste, Loofhutten op de 15de van de zevende maand, dus 2 maal 7 dagen nadat de maand begon; maar Pinksteren werd op de 50ste dag, nadat het Paasfeest een aanvang nam, dus na verloop van 7 maal 7 dagen gevierd; bovendien duurt met Pasen en Loofhutten de feestviering zelf juist zeven dagen. Zoals nu iedere zevende dag (vs.7) en ieder zevende jaar (Leviticus. 25:2 vv.), zo moest ook de zevende maand in ieder jaar aan het sabbatskarakter van de zevenheden deel hebben. Maar daar het ondoenlijk was om de gehele maand te vieren en bovendien nog andere feesttijden in die maand vielen (vs.27 vv.; 34,36) wordt hier slechts aan de eerste dag als vertegenwoordigende de gehele maand het sabbatskarakter met onthouding van elk werk en verzameling bij het heiligdom toegekend. Zijn naam “dag van het geklank” (Numeri. 29:1) verkreeg hij door het luidklinkend blazen op de zilveren bazuinen, welk geklank niet alleen bij het brengen van de offers, zoals op andere dagen en op de gewone dagen van de nieuwe maan (Numeri. 10:10), maar de gehele dag vernomen werd; daardoor moest Israël luid en aanhoudend tot de Heere roepen, opdat Hij aan het volk dacht (Exodus. 28:12,29; 30:16) en in verhoogde graad Zijn genade mededeelde om die maand te heiligen, die de gemeente niet alleen volkomen verzoening door vergeving van alle schuld en reiniging van alle onreinheid, maar ook volle heil bij de viering van het Loofhuttenfeest aanbrengen zou.
26. Verder sprak de HEERE, met de beschrijving van de heilige feesten voortgaande, tot Mozes, zeggende:
27. Doch op de tienden van deze zevende maand Tisri zal de Verzoendag zijn, waarover in Leviticus. 16 zeer uitvoerig gesproken is, een heilige samenroeping zult gij hebben; deze dag zal dan door u als een bijzonder heilige dag worden aangeroepen; dan zult gij uw zielen verootmoedigen door vasten, en zult de HEERE op de (Numeri. 29:8-11) voorgeschreven wijze, een vuuroffer offeren, behalve het op deze dag nodige zoenoffer.
28. En op deze dag zult gij als op de Sabbat geen werk, zelfs geen huiselijk werk (zie “Ex 31.15) doen; want het is de Verzoendag om daarop over u verzoening te doen voor het aangezicht van de HEERE uw God.
29. Want elke ziel, welke op deze dag niet zal verootmoedigd zijn geweest, die zal uitgeroeid worden uit haar volken. 1)
1) Laat ons hieruit leren, hoezeer God het offer van een verbroken en verslagen hart behaagt, wanneer Hij heeft bevolen, dat zulk een zware straf zal voltrokken worden aan de verachter van deze ceremoniën. En zeker, dit was wel een teken van een grove zorgeloosheid, om, wanneer God de vrees voor Zijn toorn inboezemt en tot boete roept, zorgeloos en bedaard zijn gewone gang te gaan en de vrije teugel te geven aan wellustigheid. Waarom Hij met een vreselijke eed bij Jesaja (hoofdstuk 22:14) verkondigt, dat Hij nooit zich zou laten verzoenen met die Joden, bij wie er geen zorg was, om zich te verootmoedigen, maar die, wanneer God luid geroepen had door Zijn profeten, dat zij zich zouden haasten tot verootmoediging, geklag, tot het zich het hoofd scheren en het zich omgorden met een zak, door vrolijk te eten en te drinken hadden gezegd: Laat ons eten, want morgen sterven wij. Niet te verwonderen voorzeker, wanneer die hoogte van uiterste goddeloosheid is bereikt, zodat men het geweten door domme hovaardigheid gevoelloos heeft gemaakt, en God beroofd van Zijn macht als Rechter.
Zij moesten hun zielen verootmoedigen, en dit op straffe van door Gods hand uitgeroeid te worden. Zij moesten doen blijken, dat hun berouw over de zonde oprecht was, het vlees doden met diens bewegingen en begeerlijkheden, hun zondige begeerlijkheden zoeken ten onder te brengen en vooral geen voedsel geven aan boze overdenkingen en hartstocht, noch zich werkzaam houden, omtrent dingen, die hun vleselijke lusten en aardse belangen zouden kunnen bevorderlijk zijn. Alle of elke ziel moest zich verootmoedigen, omdat elke ziel besmet is en schuldig staat voor God.
30. Ook elke ziel, die enig niet alleen dienst maar ook beroepswerk op deze dag gedaan zal hebben, die ziel zal Ik uit het midden van het volk verderven.
31. Gij zult, om aan deze straf van de verdelging te ontkomen, geen werk doen: het is een eeuwige instelling voor uw geslachten, in al uw woningen (Exodus. 12:20).
32. Het zal u een Sabbat van rust zijn (Leviticus. 16:31), dan zult gij u van alle arbeid onthouden en uw zielen door streng vasten verootmoedigen: op de negende dag van de maand in de avond, waarmee de 10de dag begint, van de avond tot de avond, tot aan de avond van de 10de dag, waarmee die gesloten is, zult gij uw Sabbat, uw rust- en vastendag, rusten. 1)
1) In het Hebreeuws Thisbetoe Schabbathkem. Beter, gij zult uw rust rusten, d.i. u onthouden van alle dagelijkse arbeid.
33. En de HEERE sprak verder tot Mozes, overgaande tot het derde van de drie jaarfeesten, zeggende:
34. Spreek tot de kinderen van Israël, zeggende: a) Op de vijftiende dag van de zevende maand, op de eerste dag waarvan de dag van het geklank (vs.24 vv.) is, terwijl op de tiende dag de Verzoendag (vs.26 vv.) valt, zal het feest van de Loofhutten zeven dagen voor de HEERE zijn, tot op de 21ste dag.
a) Exodus. 23:16 Numeri. 29:12 Deuteronomium. 16:15
Aan het einde van het hoofdstuk wordt aangetoond, waarom God het feest van de hutten heeft ingesteld, nl. opdat de kinderen van Israël er gedurig aan zouden herinnerd worden, dat zij in de woestijn onder loofhutten hadden gewoond, terwijl zij geen vaste woonplaats hadden, maar als het ware een zwervend leven hadden geleid. Pasen leerde hen, dat zij op verwonderlijke wijze uit de ogenblikkelijke dood, door de hand van God waren verlost. Doch door deze dag, prentte God hen de voortdurende en dagelijkse gang van zijn genade in, omdat het niet genoeg was de macht van God in de uittocht zelf te erkennen en te danken wegens de ogenblikkelijke bevrijding, indien zij niet met alle voortgezette bevrijding tegelijk rekenden, welke zij gedurende veertig jaar hadden ondervonden. Hierop zinspelende, schrijft de profeet Zacharias, waar hij over de tweede verlossing handelt, alle volken, welke zich tot de dienst van God gewend hadden, voor, om jaarlijks deze dag te vieren (Zach.14:10). En waarom deze eerder dan de andere dagen? Omdat, namelijk de terugkeer uit Babel, met een lange en moeilijke reis, gevaarlijk wegens de aanval van de vijanden en hun wreedheden, evenzeer herinneringswaardig was, als de doorgang van het volk uit Egypte naar het beloofde land. Waaruit wij besluiten, dat, ofschoon deze ceremonie in onbruik is geraakt, haar gebruik in geest en waarheid nog van kracht is, opdat ons aanhoudend voor ogen wordt gesteld de onvergelijkelijke kracht en het medelijden van God, die ons uit de duisternis en uit de diepe afgerond van de dood uitrukt en overbrengt naar het hemelse leven.
Eerst de grote verzoendag en dan het feest van de loofhutten. Eerst dan, als Israël verzekerd was van de verzoening, wist dat het in verzoende betrekking tot God stond, kon het ook in waarheid blij zijn en God welgevallige dankbaarheid bewijzen. Het Loofhuttenfeest was in het bijzonder het feest van de dankbaarheid. Dan gedacht het volk hoe de Heere het langs allerlei wegen, wegen van uitredding en verootmoediging, door de woestijn naar het land van rust had gebracht. De vrome Israëliet leerde door dit feest ook, dat Kanaän nog het land van rust, in de ware zin van het woord, niet was, maar dat het hem heenwees naar het eigenlijke Kanaän, het eigenlijke land van rust.
35. Op de eersten dag zal een heilige samenroeping zijn, zoals op het Paasfeest (vs.7) 23.7; geen dienstwerk zult gij op die dag doen.
36. Zeven dagen, zolang het feest duurt, zult gij de HEERE vuuroffers offeren, de (Numeri. 29:13-34) bevolen offers brengen; a) op de achtste dag, 1) 22 Tisri, zult gij zoals op de eerste (vs.35), een heilige samenroeping hebben, dat gij, terwijl gij in de tussentijd (16-21) met uw arbeid weer zijt voortgegaan, op de 8ste dag u weer bij het heiligdom verenigt, en zult de HEERE vuuroffer offeren, zoals dit in Numeri. 29:36 is voorgeschreven: het is een verbodsdag, 2) gij zult hierop geen dienstwerk doen.
a) Joh.7:37
1) In plaats van de 7de dag, die bij het Paasfeest aan de feestviering een einde maakt (vs.8), wordt bij het derde jaarlijkse feest de achtste dag hiertoe gesteld; dit komt, omdat deze dag niet alleen het Loofhuttenfeest zelf zal besluiten maar ook de gehele kring van de jaarfeesten, de gehele feestelijke helft van het kerkelijk jaar. In de beide volgende verzen wordt, nadat het einde van de feestviering reeds vermeld is, de wet over de feesten, die in dit hoofdstuk zouden meegedeeld worden (vs.2,4) voorlopig ter zijde gesteld; daarna volgt echter (vs.39 vv.) nog een nadere ontwikkeling over het hier te weinig besproken Loofhuttenfeest, en met het oog op zijn huishoudelijke betekenis en de wijze waarop het overeenkomstig deze betekenis gevierd moest worden.
2) In het Hebreeuws Azereth. De Statenvertalers vertalen dit woord door: verbodsdag. Beter is de vertaling: Het is de dag van de besluiting, of van de sluiting. Met de achtste dag wordt niet alleen dit feest besloten, maar alle feesten. Theodoretus noemt deze dag het besluit van de feesten (to telov twn eortwn)
37. Dit, wat van vs.5 af is genoemd, zijn de gezette hoogtijden van de HEERE, welke gij zult uitroepen tot heilige samenroepingen, om de HEERE vuuroffer, brandoffer en spijsoffer, slachtoffer en drankoffers, elk dagelijks op zijn dag, op iedere dag die offers, welke in de kalender van de feestoffers (Numeri. 28 en 29) voor die dag zijn voorgeschreven, te offeren.
38. Behalve de Sabbatten van de HEERE, de zevende dag van iedere week (vs.3) en zijn offers (Numeri. 28:9 vv.), en behalve uw gaven, toewijdingsgeschenken, eerstelingen, tienden en andere zogenaamde hefoffers (Numeri. 7:18; 11:29), en behalve al uw geloften en behalve al uw vrijwillige offers (Leviticus. 7:16; 27:9,28) welke gij de HEERE geven zult: 1) hun aanbieding kan natuurlijk ook op de feesten geschieden, ofschoon zij geen onvermijdelijk, maar alleen een bijkomend bestanddeel daarvan vormen.
1) Hieruit zien wij, dat Gods instellingen plaats laten tot vrijwillige offeranden. Niet, dat wij mogen verzinnen, hetgeen Hij nooit heeft ingezet, maar, dat wij mogen herhalen, hetgeen Hij ingezet heeft, en dit doorgaans hoe meer hoe beter. De Heere heeft een welgevallen aan een vrijwillig volk, en Hij heeft een blijmoedige gever lief.
Alzo door de takken te dragen betoonden zij Hem blijdschap en brachten Hem als het ware een ovatie. Want Hij was er niet mee gediend, dat zij treurig en met benepen harten onder de takken verblijf hielden, welke zowel de vroegere als de huidige genade van God voor hun ogen daarstelden, en tegelijk een voorsmaak van het eeuwige leven gaven, waar zij nog op de aarde als bijwoners verkeerden.
De hutten op dit feest werden niet uit armelijke struiken van de woestijn gemaakt, maar uit twijgen van vruchtbomen, palmen en bomen van dicht loof, welke het goede en heerlijke land, waarin God het geleid had, aanbood en in deze eigenschap levendige beelden vertoonden van de rechte volheid van de zegen, waarmee de Heere Zijn volk had beweldadigd.
39. Doch 1) op de vijftiende dag van de zevende maand, zoals in vs.34 gezegd is, als gij het inkomen van het land geheel binnengehaald zult hebben, 2) en ook de herfstoogst is afgelopen, zult gij het feest van de HEERE, dat van de inzameling (Exodus. 23:16), of van de Loofhutten zeven dagen vieren; op de eerste dag zal er rust zijn (vs.33), en op de achtste dag zal er rust zijn (vs.36).
1) In het Hebreeuws Az. Beter, zeker. Juist door dit verbindingswoord met het vorige, wijst de Heere er nadrukkelijk op, dat Hij het Loofhuttenfeest wil gevierd hebben.
2) Mocht het soms gebeuren, wegens onstuimigheid van het weer, dat de oogst nog niet geheel was ingezameld, daarom mocht deze dag niet verzet worden.
40. En op de eerste dag zult gij u nemen, takken met daaraan hangende vruchten, van mooi1) geboomte, zoals dit in de hoven tot sieraad gekweekt wordt, oranje-, citroen-, mirtenbomen en dergelijke, palmtakken en meien van dichte bladerrijke bomen, met beekwilgen, die dicht loof hebben; en gij zult in de daarvan vervaardige hutten (Nehemiah. 8:15 vv.) wonende, voor het aangezicht van de HEERE uw God zeven dagen vrolijk zijn.
1) Door dit symbool werden de Israëlieten vermaand, die dag vrolijk en vreugdevol te vieren. Want het was niet slechts een herdenking van de genade, waarmee God de vaderen in de woestijn had verwaardigd, toen hij hen, aan allerlei ongeneugten van het weer blootgesteld, onder zijn vleugels had gekoesterd als een adelaar zijn jongen, maar was ook een daad van dankbaarheid, omdat hij hen een veel gemakkelijker verblijf in het beloofde land had bereid.
41. En gij zult in ware vreugde jaarlijks dat feest voor de HEERE zeven dagen in het jaar vieren; het is een eeuwige instelling voor uw geslachten; in de zevende maand zult gij het vieren.
42. Zeven dagen zult gij in de loofhutten wonen, welke gij u op de daken van uw woningen; in de hoven, straten en openbare plaatsen bouwt, alle inwoners in Israël zullen in loofhutten wonen;
43. Opdat uw geslachten weten, door dit gebruik in voortdurende herinnering houden, dat Ik de kinderen van Israël in loofhutten heb doen wonen, als Ik hen uit Egypte gevoerd heb, Ik ben de HEERE, Uw God, en heb Mij als uw God aan u verheerlijkt ook door dit laten wonen in hutten; daarom zult gij de weldaden van mijn genade nimmer vergeten.
De geschiedkundige betekenis van het Loofhuttenfeest is dus het wonen van de kinderen van Israël in hutten na hun uittocht uit Egypte; hetgeen dan ook ieder jaar opnieuw werd voorgesteld door de van loof en takken gemaakte hutten, waarin men gedurende de zeven feestdagen woonde. Met de geschiedkundige betekenis is ook een huishoudelijke verbonden, want de takken zijn voor een deel van vruchten voorzien en zo heeft dat feest tegelijk op de nu volbrachte inzameling van al wat dat jaar aan koren, fruit, olie en wijn opgeleverd heeft, betrekking. Maar nu vragen wij hoe juist het verblijf in de woestijn, dat zo menigmaal als een leven vol gevaren en ontberingen voorgesteld wordt, door de Heere zelf als de stof van de vrolijkste en zaligste feestvreugde kon worden aangewezen; eerder had de herinnering daaraan aan het feest een somber karakter moeten geven. Ondertussen moeten wij bedenken dat niet zozeer het later 38« jarig verblijf in de woestijn, waartoe Israël om zijn ongeloof veroordeeld was geworden, als wel het vroeger, namelijk het eenjarig verblijf bij de berg Sinaï, hier in aanmerking komt. Dit verblijf was tegenover het vroeger wonen in Egypte wel een zeer eigenaardige aanleiding, om het dagelijks wonen in de gesloten, dompige, doodstille huizen voor enige tijd met het wonen in frisse, vrije en luchtige hutten van loof te verwisselen. Want terwijl het volk in het land van dienstbaarheid nauwelijks een enkele stap doen kon, zonder de gesel van de drijver op de rug te voelen, was het in de buiten de grijpende armen van het Egyptische despotisme liggende woestijn, onder Gods schone hemel, waar alles groen, levend en welriekend was, waar het oog ook zag, vrolijk en vrij als een vogel in de lucht (Psalm. 124:7). Maar ook, wanneer wij de gehele veertigjarige zwerftocht met zijn moeite en bezwaren in aanmerking nemen, kon de herinnering daaraan des te vrolijker en aangenamer in nagemaakte hutten worden gevierd, hoe duidelijker men zich daarvan bewust was, dat deze nagemaakte hutten slechts voor een tijd duurden, en hoe geruster men zich juist dan hierin voelen moest, daar de zegeningen van het bestendig grondgebied opnieuw in de schuren waren weggeborgen. Israëls feest was in dit opzicht een voorbeeld van het wonen van het volk van God in de eeuwige hutten daarboven (Luk.16:9). “Daar rusten wij en zijn in vrede, en leven eeuwig zonder zorg. Geen dorst of honger zal ons kwellen. De eeuw van lafenis is daar. Het gebeente zal groenen. De Sabbat verschijnt, als het lijden verdwijnt. Eens kan men in alle hemelskoren, De woorden van de verlossing horen: de Heer heeft alles welgemaakt. Ja! wél gemaakt door al het leven. En wel, in angst, in pijn van de dood. Als een moeder droeg Hij mij. Hij trok mij op uit iedere diepte. Hij droeg mij door de duisternis, De duisternis van de aardse lusten; Voorbij satans steile kusten, En doet mij nu voor eeuwig rusten in het Eden, waar geen nacht meer is.” In de loop der tijd werden tot verhoging van de feestvreugde nog verschillende gebruiken aan hetgeen in de wet over het loofhuttenfeest gezegd was, toegevoegd. De feestgenoten droegen in de linkerhand een citroen, in de rechterhand een met wilgen- en mirtentakken omgeven palmtak; op ieder van de zeven feestdagen had na het morgenoffer een plengen van water (libatio) plaats. In een gouden, 3 log inhoudende kruik haalde de priester water uit de bron Siloah en goot dat, met wijn vermengd, in twee aan de westzijde van het altaar aangebrachte vergietschalen, welke daad onder spel en zang geschiedde- wellicht een herinnering aan de wondervolle vloeiing van water uit de rots in de woestijn (1 Samuel 7:6 Jesaja. 12:3 Joh.7:37 vv.); maar aan de avond van de eerste feestdag werd in de voorhof van de vrouwen, door middel van grote gouden kroonlampen, een verlichting gereed gemaakt, die zich over geheel Jeruzalem verbreidde (Johannes 8:12), terwijl mannen voor deze kroonlampen een fakkeldans uitvoerden.
44. Alzo heeft Mozes de gezette hoogtijden van de HEERE tot de kinderen van Israël uitgesproken en vierde daarop met hen het eerste van deze, het Paasfeest (Numeri. 9:1 vv.).
Daar zijn nog wel meer Joodse feesten (Numeri. 28:11 Esther 9:17,26,28 1 Makk. 4:56; 2 Makk.1:18 maar deze, welke hier beschreven zijn, hadden een goddelijke instelling en zagen alle op Christus en Zijn gelovigen. 1. Het Paasfeest op de dood van Christus 1 Corinthiers. 5:6). 2. Het feest van de eersteling op de opstanding van Christus (Kol.1:18; 1 Kor.15:20,23). 3. Het feest van de eerste vruchten of Pinksteren op de uitstorting van de Heilige Geest (Hand.2:1 Rom.8:23 Jak.1:18). 4. Het feest van het geklank of van de bazuinen op de verschijning zowel van Christus in het vlees als op de jongsten da (1 Thes.4:16). 5. Het grote verzoeningsfeest op het verzoenend offer van de Heiland (Dan.9:24). 6. Het loofhuttenfeest deels op de Kerk van Christus als een tent van God (Openb.21:3), deels op de aardse tabernakels van de gelovigen, welke zij zullen afleggen (2 Petr.1:14)
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Leviticus 23
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
VASTSTELLING VAN DE VOORNAAMSTE FEESTEN.
I. Vers 1-Hoofdstuk 24:9
Verder heeft Israël ook zijn heilige tijden, hem door de Heere gegeven, des te meer te heiligen, daar het dingen zijn, waarop Hij Zijn volk doet naderen tot in Zijn aanwezigheid, om Zijn gaven te ontvangen en van Hem Zijn zegen deelachtig te worden. Deze tijden worden nu afzonderlijk opgenoemd, verklaard zowel in hun maatschappelijke als in hun godsdienstige betekenis en naar de wijze van hun viering meer omschreven, zonder dat hier nu een eigenlijke feestalmanak volgt; deze kalender zal eerst worden gegeven, als Israël op het punt staat het Joodse land binnen te trekken (Numeri. 28 en 29).
1. Daarna sprak de HEERE opnieuw tot Mozes, 1) zeggende:
1) Dit hoofdstuk bevat geen “Feestkalender,” geen korte samenvatting van de tot hiertoe verstrooid gegeven bestemmingen over de feestdagen van Israël, maar slechts een overzicht van die feestdagen en feesttijden van het jaar, waarop heilige verzamelingen zouden plaats vinden.
2. Spreek 1) tot de kinderen van Israël en zeg tot hen: de gezette hoogtijden van de HEERE, 2) de volgens een bepaalde orde terugkerende, de Heere geheiligde dagen en tijden, welke gij uitroepen 3) zult, zullen heilige samenroepingen zijn; die gij als heilige verzamelingen, wanneer de Heere met u en gij met de Heere samenkomt, door blazen met de bazuin (Numeri. 10:10), openlijk zult uitroepen, deze zijn Mijn gezette hoogtijden.
1) Terwijl naar onze berekening op 12 en 13 Nisan de geboden in hoofdstuk 11-22 worden gegeven, is nu met de 14de van deze maand het tweede Paasfeest aangebroken en geeft de Heere waarschijnlijk op deze dag de in dit hoofdstuk voorkomende voorschriften over de feesten van Zijn volk. De ordening van die feesten gaat uit van de Sabbat, als de dag die Israël de Heere zijn God zal heiligen, daar Hij reeds bij de schepping van de wereld deze dag door Zijn rust gezegend en geheiligd heeft. Terwijl het volk daardoor die God belijdt, die door het woord van Zijn almacht in zes dagen hemel en aarde heeft geschapen, stelt het zich, wat zijn godsdienstige kennis aangaat, scherp en beslist tegenover alle andere volken, die òf God en de natuur vereenzelvigen, òf naast de eeuwige God de eeuwige wereldstof plaatsen. Daarom is de Sabbat voor Israël tegelijk een teken van het Verbond (Exodus. 31:12 vv.), en wel een teken van het Verbond, wat de natuur aangaat, zoals de besnijdenis (Genesis 17:10 vv.) een teken van het Verbond is wat de genade betreft; het bezit in de Sabbat een goddelijk onderpand, dat bij dit volk, als erkennende en belijdende de Schepper en Gebieder van de wereld, het menselijk leven in werken en rusten zich naar het oorspronkelijke beeld van het goddelijk leven vormen zal.
2) Hoogtijden van de Heere. Alzo werden deze dagen genoemd, omdat zij bestemd waren, om dagen van de Heere te zijn, die Hem geheiligd en gewijd werden. De naam hoogtijd is beter dan die van feestdag, omdat ook de Verzoendag eronder begrepen wordt en deze in de eigenlijke zin van het woord geen feesttijd kan worden genoemd. In Numeri. 28:2 en 29:39 worden onder de hoogtijden ook begrepen de tijden van het dagelijks morgen- en avondoffer.
3) Dit uitroepen moest geschieden door de priesters en wel door middel van zilveren trompetten, welke op bevel van de Heere (Numeri. 8:2) moesten gemaakt worden.
3. a) Zes dagen zal men het werk doen (Ex.20:9; 23:12; 31:15), maar op de zevende dag is de Sabbat van de rust, de dag van volkomen rust en bepaalde onthouding van alle arbeid, een heilige samenroeping tot het heiligdom om daar te aanbidden (Ezech.46:3), geen werk, niet eens een huiselijk werk (zie “Ex 21.15), zult gij op deze dag doen: het is de Sabbat van de HEERE, en zal als zo’n Sabbatdag door u worden gehouden in al uw woningen, wanneer gij in het land Kanaän komt en daar niet meer tot hetheiligdom naderen kunt.
a) Deuteronomium. 5:13 Luk.13:14
Bij de negatieve zijde van de sabbatviering, het nalaten van elke arbeid, welke in de vorige plaatsen, waar reeds over de Sabbat gesproken werd (Ex.16:23 vv.; 20:8 vv.; 23:12 vv.; 31:12 vv.; 34:21; 35:2 vv.) bepaald genoemd is, komt hier nu ook de positieve zijde, de verzameling tot Godsverering; maar deze wordt dadelijk weer op de achtergrond gesteld, daar in Kanaän het bezoeken van het enige heiligdom, dat men daar had, slechts voor een zeer klein deel van het volk mogelijk was, waarom dan ook de profeten bij hun aandringen op sabbatsheiliging zich bepalen tot het verbieden van hetgeen men op de sabbat niet doen mocht. Jesaja 56:2; 58:13 vv. Jer.17:21). Echter was in de wenk over de godsdienstige bestemming van de sabbat de kiem gelegd tot verdere ontwikkeling van het sabbatsgebod, welk gebod dan ook in de loop der tijden al meer en meer ontwikkeld is en alzo de tijd van het Nieuwe Verbond, wanneer de positieve zijde weer op de voorgrond treedt, voorbereid heeft. Reeds zeer vroeg zullen er op de sabbat samenkomsten tot het horen en overdenken van Gods Woord hebben plaatsgevonden, vooral in de profetenscholen (2 Koningen. 4:23); daaruit ontstonden dan ook de synagogen (Luther: scholen), zoals wij deze ten tijde van Jezus en de Apostelen niet maar in iedere stad van Palestina, maar ook overal onder de Joden in de verstrooiing aantreffen. Zoals nu in de sabbatviering de erkenning van God als Schepper van hemel en aarde haar uitdrukking vindt, alzo belichamen zich in de drie jaarlijkse feesten, waarover de volgende verzen handelen, de grote heilsdaden, welke de Heere voor Israël, Zijn uitverkoren volk, verricht heeft. Het zijn de feesten in de meer bepaalde zin van het woord, waarop de heilige verzameling werkelijk plaats heeft, daar zij Israëls pelgrimsfeesten zijn, waarop al wat mannelijk is zich bij het heiligdom verenigen zal (Exodus. 23:14,17; 34:23 Deuteronomium. 16:16). Deze grote daden van God bedoelen de verzoening, heiliging en verlossing van Israël; de feestdagen aan de herdenking van deze daden gewijd, Pasen, Pinksteren en Loofhutten, hebben tevens betrekking op de verzorging van het volk, dat de Heere uit Egypte, voorbij de Sinaï, door de woestijn in het land van de belofte gebracht heeft, met het voor zijn verblijf in dat land nodige levensonderhoud, en zijn alle drie feesten van de oogst. Terwijl toch het eerste het begin en het tweede het einde van de oogst voorstelt, vormt het derde de alles besluitende dankzegging voor de gezegende opbrengst van de grond na volbrachte inzameling van allerlei vruchten; ja, bij het tweede, het Pinksterfeest, treedt de geschiedkundige betekenis van het feest op de achtergrond, en wel zo, dat zij geheel schijnt te ontbreken en het feest zelf in de voorspelling (Ezech.45:21 vv.) geheel wordt voorbijgezien.
In deze aardse bedeling wordt de gemeenschap met God niet alleen door strijd en zonde, maar ook door arbeid en lijden belet of belemmerd. Vandaar de afzondering van overgebleven dagen, tijdperken, waarin die gemeenschap meer opzettelijk kan worden geoefend. Deze zogenaamde heilige tijden moeten evenwel aan het gehele leven een hogere wijding verlenen.
4. Deze zijn de gezette hoogtijden van de HEERE, de heilige samenroepingen, welke gij als de heilige door Mij voorgestelde tijden uitroepen zult op hun gezette tijd, als gij samenkomt bij het heiligdom.
Met de Sabbat verwant zijn de andere hoogtijden, welke hier Mozes voorschrijft. In de eerste plaats wordt het Pascha gesteld, waarvan ik echter de betekenis niet zonder reden met het eerste gebod heb verbonden. Want daar werd de instelling vastgesteld, voor zoverre het het volk terughield, om vreemde goden te dienen. Want door die dienst werden zij gewend aan de gehoorzaamheid van God, opdat zij, nadat hun geboden was, om alle bijgelovigheden van de volkeren vaarwel te zeggen, bij de zuiverheid van de wet rust zouden vinden. Daarom is het Pascha als vanzelf een aanhangsel van het eerste gebod. Een dag echter, jaarlijks terugkerende, moest wel onder de andere dagen opzettelijk vermeld worden. En zeker, het vierde gebod had geen ander doel of nut, dan het volk te oefenen in de dienst van God. Maar omdat het slachten van het lam de genade van de aanneming voorstelde, waardoor God zich met het volk had verbonden, moest het met het eerste gebod verbonden worden.
5. a) In de eerste maand, namelijk van het kerkelijke jaar, op de veertiende dag van de maand, tussen twee avonden is, volgens hetgeen Ik reeds in Exodus. 12:2 vv. gezegd heb, het pascha van de HEERE.
a) Ex.12:18; 28:15 Numeri. 28:16 Deuteronomium. 16:1
6. En op de vijftiende dag van dezelfde maand is het feest van de ongezuurde BRODEN van de HEERE; zeven dagen zult gij ongezuurde BRODEN eten, tot de eenentwintigste dag toe.
7. Op de eerste dag, de 15de Abib, zult gij een heilige samenroeping hebben; die dag zal als een bijzonder hoge feestdag door u gevierd worden met een heilige feestelijke samenkomst; geen dienstwerk, geen werk van burgerlijke handtering of beroepsbezigheid zult gij doen, 1) al zijn huiselijke bezigheden, b.v. de toebereiding van spijzen u geoorloofd.
1) Vier bekers, soms vijf, werden gedurende het Paasmaal geledigd, waarvan de derde de beker der dankzegging heette 1 Corinthiers. 10:16). De gasten zongen het groot en klein hallel (de lofzang, Matth.26:30), Psalm. 113,114; 115-118. Soms nog Psalm. 120-137.
Het Paasfeest, het feest van de ongezuurde broden, kan niet verklaard worden uit het lentefeest van de heidenen, staat er ook niet mee in verband.
8. Maar gij zult van deze dag af zeven dagen vuuroffer voor de HEERE offeren; de (Numeri. 28:19 vv.) voorgeschreven feestoffers met de (Numeri. 29:30) opgenoemde afzonderlijke offers brengen, daar gij niet met lege handen voor Mij verschijnen moogt (Exodus. 23:15; 34:20); op de zevende dag, 21 Abib, zal als op de eerste (vs.7) een heilige samenroeping wezen; geen dienstwerk zult gij dan doen, terwijl gij op de tussenliggende dagen, behalve op de dag, waarop de Sabbat invalt en gij alzo van allesrusten moet (vs.3) uw gewone werkzaamheden kunt voortzetten.
Dien ten gevolge wordt Pasen als het eerste van de drie jaarfeesten in 2 delen verdeeld: in het voorafgaande Paasfeest en het zich onmiddellijk daaraan sluitende feest van de ongezuurde (Luther: zoete) broden (Mark.14:1 Luk.22:1). De betrekking tussen beide delen moet men niet beschouwen, zoals door sommige oudheidkundigen geschiedt, als ware het Pascha niet meer dan de eenvoudige inleiding tot het feest en dat van de ongezuurde broden de eigenlijk gezegde feestviering; integendeel vormt het eerste zowel de aanvang als het hoofdbestanddeel van de feestviering en is het tweede de voortzetting en voltooiing daarvan. Uit dit innig verband tussen beide delen, waarbij het een met het andere samenvloeit en het tweede zelf reeds met het eerste begint, wordt het verklaard, dat zowel de uitdrukking: “feest van de ongezuurde broden,” het gehele feest, met inbegrip van de Paasmaaltijd, betekent (Exodus. 12:18 vv.) als dat ook de naam “Pascha” van de op de zevende dag te brengen offers gebruikt wordt (Deuteronomium. 16:2 Joh.18:28)
9. En de HEERE met de herhaling van de reeds eerder over de viering van het Paasfeest gemaakte bepalingen een nieuwe voorstelling met betrekking tot de huishoudelijke betekenis daarvan verbindende, sprak tot Mozes, zeggende:
10. Spreek tot de kinderen van Israël, en zeg tot hen: als gij in het land zult gekomen zijn, dat Ik u geven zal, en gij zijn oogst, de vrucht van zijn grond, zult oogsten, dan zult gij de gehele gemeente door haar vertegenwoordigers, de oudsten, een handvol van de eerstelingen 1) van uw oogst, van uw omstreeks die tijd rijp geworden gerst, tot de priester brengen.
1) Deze handvol van de eerstelingen was een zinneprent van Christus, want Hij is door alle eerstelingen verbeeld en dien ten gevolge ook door deze handvol van de eerstelingen en wel voornamelijk ten opzichte van haar beweging. Want 1. Zoals deze handvol van de eerstelingen door de priester op de tweede dag van het feest van de ongezuurde broden werd bewogen en wel naar alle de delen van de wereld, zo is Christus opgestaan door de opstanding uit de doden en is gepredikt door de gehele wereld. 2. Zoals met deze handvol van de eerstelingen moest gepaard gaan een brandoffer, spijsoffer en drinkoffer, zo hebben de gelovigen met de opstanding van de Zaligmaker zichzelf aan God geheel geheiligd en overgegeven tot geestelijke brandoffers, spijsoffers en drankoffers.
11. En hij zal die handvol op de in Exodus. 29:24 voorgeschreven wijze, door beweging voor-en dan achterwaarts, voor het aangezicht van de HEERE in de voorhof van de tabernakel bewegen, opdat het voor u aangenaam zij; de volgende dag na de Sabbat, d.i. op de eerste feestdag (vs.7), d.i. de 16de Nisan, zal de priester die bewegen.
Wij hebben hier, zoals reeds in de aanmerking op Exodus. 19:15, de laatste woorden van het vers in die zin te verstaan, waarin de meeste christelijke uitleggers, voorafgegaan door Philo, Josefus en de Rabbijnen, ze verklaarden. Intussen zijn er nog drie andere uitleggingen, welke wij echter, daar zij toch niet te verdedigen zijn, niet nader willen vermelden, slechts dit merken wij op, dat 1. de Baithuseeërs, die in latere tijd de beschouwingen van de Esseeërs over de Schrift op deze wijze vertegenwoordigden, als de Rabbaniten die van de Farizeeërs, en de Karaïten die van de Sadduceeërs (zie Ex 12.6), onder die Sabbat die wekelijkse Sabbat verstonden, die in de zeven dagen van het Paasfeest viel; 2. enige godgeleerden daarentegen aannamen, dat de oude Hebreeën met ieder nieuw jaar ook altijd een nieuwe week begonnen, zodat de 7de, de 14de, de 21ste en de 28ste Nisan werkelijk een sabbat geweest waren, waarvan nu óf de tweede (14) óf de derde (21) bedoeld was; 3. een ander uitlegger eindelijk evenzo de 21ste Sisan, die zoals de 15de het wezen van de Sabbat had (vs.8), onder de bedoelde Sabbat wil verstaan hebben, maar de vroeger vermelde mening over de aanvang van het Hebreeuwse jaar niet deelt. Voor het overige moet het brengen van de te bewegen handvol, in de naam van de hele gemeente en naar de bepaling van dit vers wel worden onderscheiden van het (Leviticus. 2:14) vermelde spijsoffer van de eerste vruchten, dat vrijwillig en in de vorm van gebroken koren of grutten gebracht werd.
12. Gij zult ook op de dag als gij die handvol bewegen zult, vooraf als een aansluiting aan het feestoffer van de dag (Numeri. 28:19-29) bereiden een volkomen lam, dat eenjarig is, ten brandoffer voor de HEERE.
13. En zijn daartoebehorend spijsoffer, echter niet naar de (Exodus. 29:40) voor het dagelijks brandoffer bepaalde maat, maar daar het hier een oogstoffer geldt, in dubbele mate, en dus twee tienden meelbloem, met olie gemengd, ten vuuroffer, de HEERE tot een liefelijke reuk, dat Hem een liefelijke reuk bereidt; en zijn drankoffer van wijn, maar, omdat de wijnoogst nog niet daar is, het vierde deel van een hin. 1)
1) De maat van de meelbloem was verdubbeld, niet die van de wijn. Het offer werd gebracht van de korenoogst en niet van de wijnoogst.
14. En gij zult geen nieuw brood, noch geroosterd koren (Leviticus. 2:14), noch de korrels van groene aren eten (Deuteronomium. 23:25 Luk.6:1); tot op deze dag dat gij met de zo-even genoemde handvol van de eerstelingen de offerande voor uw God zult gebracht hebben, 1) daar Hem als gever de oogst toekomt, dus ookde eerstelingen daarvan: het is een eeuwige instelling voor uw geslachten, in al uw woningen, dat, waar gij ook in dat land wonen moogt, gij het brengen van de te bewegen handvol op de bepaalde dag afwacht, eer gij zelf van de vrucht van het veld iets geniet.
1) God moest het eerste hebben. Met God moest men beginnen. Ook hier wordt in beginsel onder het Oude Verbond geleerd wat de Heere Christus zegt: Zoekt eerst het Koninkrijk van God en alle andere dingen zullen U worden toegeworpen.
15. Daarna zult gij u tellen van de volgende dag na de Sabbat, 1) van de dag dat gij de handvol van het beweegoffer zult gebracht hebben (vs.11), dus van de 16de Abib af, het zullen zeven volkomen Sabbatten zijn of weken (Deuteronomium. 16:9); d.i. 49 dagen.
1) Volgens de Rabbijnen beginnen de Joden daarmee terstond met de aanvang van iedere dag, als de zon onderging en spraken aldus: Wij prijzen U Heere, onze God, Koning der wereld, die ons door Uw geboden geheiligd hebt en ons belast de dagen te tellen van dat de handvol van de eerstelingen is geofferd.
16. Tot de volgende dag na de zevende Sabbat, tot de dag die volgt op de laatste dag van de zevende week, zult gij in het geheel vijftig dagen tellen; dan zult gij op deze 50ste dag na het dagelijks morgenoffer en na het voor die dag (Numeri. 28:16-31) verordende feestoffer, een uit de vrucht van de nieuwe nu geëindigde oogst bereid nieuw spijsoffer voor de HEERE offeren.
17. Gij zult uit uw woningen twee beweegbroden 1) brengen, zij zullen van twee tienden, 1 1/5 schepel (zie “Ex 16.36), meelbloem, fijn tarwemeel zijn; gedesemd zullen zij gebakken worden, met zuurdeeg gemengd en op de gewone wijze gebakken: het zijn de eerstelingen voor de HEERE. 2)
1) Twee beweegbroden. De bedoeling is niet, dat uit iedere woning twee broden moesten gebracht worden, maar dat in het geheel twee broden moesten worden aangeboden. Uit uw woningen is tegenstelling van uit het heiligdom en zijn schatten. Die twee broden werden gebracht in naam van het gehele volk.
2) Terwijl de gerst in de warmere streken van Palestina reeds in het midden van april rijp wordt, komt het koren eerst meerdere weken later tot rijpheid (Ruth 1:22; 2:23). Het komt alzo geheel met de huishoudelijke betrekkingen van het land overeen, dat de handvol van de beweegoffer op Pasen een handvol gerst is, maar het brood van het beweegoffer op Pinksteren uit reeds verbakken tarwemeel, want dan wordt het feest van de eerstbeginnenden, nu dat van de reeds geëindigde graanoogst gevierd.
18. Gij zult ook met het brood, waarover zo-even gesproken is, als een dat begeleidend offer, zoals ook de handvol van het beweegoffer op het Paasfeest van zo’n offer vergezeld gaat (vs.12), zeven volkomen éénjarige lammeren en één var, het jong van een rund en twee rammen offeren; zij, deze dieren met hetgeen als spijs- en drankoffer daarbij behoort, zullen de HEERE een brandoffer zijn met hun spijsoffer en hun drankoffers, een vuuroffer, tot een liefelijke reuk voor de HEERE, waardoor ook de aanbieding van de beide offers eerst tot een welgevalligeofferande wordt.
19. Ook zult gij, behalve het brandoffer (vs.17) één geitebok ten zondoffer en twee éénjarige lammeren ten dankoffer bereiden.
Dat voor het feest van de oogst niet alleen een veel groter brandoffer dan bij de handvol van het beweegoffer tot heiliging van de beginnende oogst (vs.12), maar ook een zondoffer en een brandoffer worden voorgeschreven, moet verklaard worden uit de betekenis van het feest als dankfeest voor de ingeoogste rijke zegen van God. Het zondoffer moest het gevoel en bewustzijn van de zonde van de gemeente van Israël verwekken, dat zij toch bij het genot van het gezuurde dagelijkse brood niet de zuurdesem van de oude natuurlijke mens dienen, maar bij de Heere schuldvergiffenis en schulddelging zoeken en van Hem begeren zou. In het vermeerderde brandoffer moest zij haar dankzegging uitspreken voor de zegen van de oogst, tot vermeerderde toewijding en heiliging van al de leden van de gehele mens aan de dienst van de Heere, en door middel van het dankoffer zich verliezen in de daardoor afgeschaduwde zalige gemeenschap van vrede met de Heere, waartoe zij geroepen is en die zij in haar erfdeel door Zijn zegen deelachtig zal worden.
20. Dan zal de priester deze uit twee lammeren bestaande offerande van de dankzegging (vs.19) eer hij ze slachten gaat, met het brood van de eerstelingen (vs.17), ten beweegoffer voor hetaangezicht van de HEERE met de twee lammeren bewegen; zij, de twee lammeren met het brood van de eerstelingen, zullen de HEERE een heilig ding zijn, voor de priester; zodat het vlees niet tot een offermaaltijd voor het volk gebruikt wordt, maar zoals het brood, waarvan om het zuurdeeg niets in het altaarvuur komt (Leviticus. 2:11), de priesters toevalt.
Op dezelfde wijze, als hier het brood, werd de handvol van het beweegoffer op het Paasfeest (vs.10) de Heere slechts aangeboden, niet verbrand op het altaar: alleen door het bewegen Hem zinnebeeldig toegebracht, om dan voor de priesters te zijn.
Evenals van de zondoffers mocht ook de Priester alleen van deze dankoffers op het wekenfeest eten. Zij waren een Heiligheid der Heiligheden.
21. En gij zult op deze dag uitroepen, plechtig laten afkondigen (vs.2), dat gij een heilige samenroeping zult hebben, een samenroeping, welke tot uw godsdienstig volksbestaan behoort; geen dienstwerk, zoals op de 1ste en de 7de dag van het Paasfeest (vs.7,8), zult gij doen, op dit slechts voor één dag bestaande feest; het is een eeuwige instelling in al uw woningen voor uw geslachten, dat gij op die aangewezen dag van ieder dienstwerk uitrust en daarentegen al wat mannelijk is, zich bij het heiligdom vergadert.
22. a) Als gij nu in de tijd tussen Pasen en Pinksteren de oogst van uw land zult inoogsten, gij zult in uw inoogsten de hoek van het veld niet geheel afmaaien, maar zoals reeds gezegd is (Leviticus. 19:9), de rand aan alle kanten laten staan, en de opzameling van uw oogst, wat liggen bleef, niet opzamelen; voor de arme en voor de vreemdeling zult gij ze laten: Ik ben de HEERE, uw God! die u aldus geboden heb; ook zullen uw offers op het oogstfeest Mij eerst dßn aangenaam zijn, wanneer gij in de oogst naar Mijn wil gedaan hebt.
a) Deuteronomium. 24:19
Het hier beschreven tweede van de drie jaarfeesten van Israël wordt door Mozes zelf het wekenfeest genoemd (Deuteronomium. 16:10), het feest van de eerstelingen (Exodus. 23:16) of de dag van de eerstelingen (Deuteronomium. 28:26); maar in het Nieuwe Testament (Hand.2:1) (volgens de berekening van zijn duur in vs.16) pentekosth (Pentekoste) of Pinksterfeest. Zoals wij reeds bij het derde vers opmerkten, wordt de geschiedkundige betekenis van deze dag niet verder verklaard; maar de Joodse overlevering heeft vanouds daaraan vastgehouden, dat dit feest, behalve om zijn huishoudelijke betekenis tevens als gedenkdag van de wetgeving op Sinaï, welke op de 6de Sivan geschied is (Ex 19:15), moest gevierd worden. Daarom versierden de Talmoedische Joden op die rustdag de Synagogen en huizen met loof, wonden om de rollen van de wet bloemkransen en bestrooiden de grond van hun vertrekken met gras en allerlei groen; daar alles om de berg Sinaï groen was, toen de wet gegeven werd. Een aanwijzing dat men reeds vóór de ballingschap die dag in verband bracht tot de wetgeving, ligt wellicht in 2 Kron.15:10 vv., omdat de aldaar vermelde verzameling te Jeruzalem zeker die is, welke bijeengeroepen werd tot het vieren van het Pinksterfeest en van het komen in het Verbond, van het besliste terugkeren tot de wet, welke de Heere eens gaf, toen Hij Zijn verbond met Israël oprichtte. Moet men nu ook (Johannes 5:1) onder het daar opgenoemde feest het wekenfeest verstaan, dan had de vermaning van Christus (Johannes 5:39) een aanrakingspunt in de reeds toen bestaande gewoonte, om op dit feest zich met het lezen van de wet bezig te honden, zoals dit door de Talmoedische Joden geschiedt en zoals ook Christus bij Zijn gesprekken (Johannes 6:51 vv.; 7:37 vv.) evenzo van bestaande feestgewoonten, dßßr op het eten van het Pascha en hier op het waterscheppen bij gelegenheid van het Loofhuttenfeest, gebruik maakt. In de Christelijke Kerk neemt men zo onvoorwaardelijk de wetgeving op Sinaï als de geschiedkundige grondslag van het wekenfeest aan, dat in een Cathechismus (van Wurtemberg) op de vraag: wanneer heeft God de 10 geboden gegeven? geantwoord wordt: op de 50ste dag na de uittocht van de kinderen van Israël uit Egypte.
23. En de HEERE, van het wekenfeest als sluiting van het oogstfeest, tot een andere feestdag overgaande, sprak opnieuw tot Mozes, zeggende:
24. Spreek tot de kinderen van Israël, zeggende: 1) a) in de zevende maand Tisri, (zie “Ex 12.2) op de eerste dag van de maand zult gij een rust hebben, een gedachtenis van het geklank, een rust- of feestdag houden, waarop tot gedachtenis voor de Heere een geklank verordend is, en zult gij op die dag hebben een heilige samenroeping.
a) Numeri. 29:1
1) Sommigen menen, dat de wereld op die dag geschapen is, wat niet onwaarschijnlijk is. Immers, de Joden nu volgen in de burgerlijke zaken en in die, welke op het nut van het aardse leven betrekking hebben, die berekening het eerst onafgebroken door, terwijl zij, ten opzichte van de heilige zaken, het jaar beginnen met maart. Deze reden komt mij wel waarschijnlijk voor, waarom God op die dag, die nu aangewezen wordt, de herinnering aan Zijn regering door een plechtige afkondiging vernieuwt, en de zevende maand aanwijst, zowel voor het Jubel- als voor het Sabbatjaar. Met één dag was nu de plechtigheid geëindigd, terwijl hij bijna in niets verschilde van de gewone rustdag, behalve in het geklank van de bazuin en in het brengen van het offer.
In Numeri. 29 wordt van deze feestdag nader gesproken en aangewezen, welke offeranden moesten worden gebruikt. Deze dag was de Nieuwjaarsdag van de Joden. De Joden zijn van mening, dat ook op die dag Izak is geofferd, of liever, in zijn plaats de ram, en eveneens dat op die dag de muren van Jericho zijn gevallen. Echter zonder enig nader bewijs. Deze dag werd het feest van het geklank genaamd, omdat men op die dag onafgebroken op de ramshoornen blies, om allen te vermanen, God dank te zeggen voor Zijn weldaden. De dagen tussen deze dag en de grote Verzoendag werden genaamd, de tien dagen van de boete. Maimonides zegt: Het blazen van de trompetten beduidt: Ontwaakt, gij slapende uit uw slaap, en waak op, gij, die met een diepe slaapzucht bevangen zijt; onderzoek uw daden, keer door boetvaardigheid weer en gedenk aan uw Schepper.
25. Geen dienstwerk zult gij doen, als op de eerste en zevende dag van het Paasfeest (vs.7 vv.) en op het wekenfeest (vs.21): maar gij zult de HEERE vuuroffer offeren; de in Numeri. 29:2-6 voorgeschreven feestoffers brengen.
De feesten en vierdagen van Israël dragen gewoonlijk het zegel van het zevental. De twee belangrijkste van deze feesten, Pasen en Loofhutten (vs.34 vv.), beginnen op de 15de dag, Pasen op de 15de van de eerste, Loofhutten op de 15de van de zevende maand, dus 2 maal 7 dagen nadat de maand begon; maar Pinksteren werd op de 50ste dag, nadat het Paasfeest een aanvang nam, dus na verloop van 7 maal 7 dagen gevierd; bovendien duurt met Pasen en Loofhutten de feestviering zelf juist zeven dagen. Zoals nu iedere zevende dag (vs.7) en ieder zevende jaar (Leviticus. 25:2 vv.), zo moest ook de zevende maand in ieder jaar aan het sabbatskarakter van de zevenheden deel hebben. Maar daar het ondoenlijk was om de gehele maand te vieren en bovendien nog andere feesttijden in die maand vielen (vs.27 vv.; 34,36) wordt hier slechts aan de eerste dag als vertegenwoordigende de gehele maand het sabbatskarakter met onthouding van elk werk en verzameling bij het heiligdom toegekend. Zijn naam “dag van het geklank” (Numeri. 29:1) verkreeg hij door het luidklinkend blazen op de zilveren bazuinen, welk geklank niet alleen bij het brengen van de offers, zoals op andere dagen en op de gewone dagen van de nieuwe maan (Numeri. 10:10), maar de gehele dag vernomen werd; daardoor moest Israël luid en aanhoudend tot de Heere roepen, opdat Hij aan het volk dacht (Exodus. 28:12,29; 30:16) en in verhoogde graad Zijn genade mededeelde om die maand te heiligen, die de gemeente niet alleen volkomen verzoening door vergeving van alle schuld en reiniging van alle onreinheid, maar ook volle heil bij de viering van het Loofhuttenfeest aanbrengen zou.
26. Verder sprak de HEERE, met de beschrijving van de heilige feesten voortgaande, tot Mozes, zeggende:
27. Doch op de tienden van deze zevende maand Tisri zal de Verzoendag zijn, waarover in Leviticus. 16 zeer uitvoerig gesproken is, een heilige samenroeping zult gij hebben; deze dag zal dan door u als een bijzonder heilige dag worden aangeroepen; dan zult gij uw zielen verootmoedigen door vasten, en zult de HEERE op de (Numeri. 29:8-11) voorgeschreven wijze, een vuuroffer offeren, behalve het op deze dag nodige zoenoffer.
28. En op deze dag zult gij als op de Sabbat geen werk, zelfs geen huiselijk werk (zie “Ex 31.15) doen; want het is de Verzoendag om daarop over u verzoening te doen voor het aangezicht van de HEERE uw God.
29. Want elke ziel, welke op deze dag niet zal verootmoedigd zijn geweest, die zal uitgeroeid worden uit haar volken. 1)
1) Laat ons hieruit leren, hoezeer God het offer van een verbroken en verslagen hart behaagt, wanneer Hij heeft bevolen, dat zulk een zware straf zal voltrokken worden aan de verachter van deze ceremoniën. En zeker, dit was wel een teken van een grove zorgeloosheid, om, wanneer God de vrees voor Zijn toorn inboezemt en tot boete roept, zorgeloos en bedaard zijn gewone gang te gaan en de vrije teugel te geven aan wellustigheid. Waarom Hij met een vreselijke eed bij Jesaja (hoofdstuk 22:14) verkondigt, dat Hij nooit zich zou laten verzoenen met die Joden, bij wie er geen zorg was, om zich te verootmoedigen, maar die, wanneer God luid geroepen had door Zijn profeten, dat zij zich zouden haasten tot verootmoediging, geklag, tot het zich het hoofd scheren en het zich omgorden met een zak, door vrolijk te eten en te drinken hadden gezegd: Laat ons eten, want morgen sterven wij. Niet te verwonderen voorzeker, wanneer die hoogte van uiterste goddeloosheid is bereikt, zodat men het geweten door domme hovaardigheid gevoelloos heeft gemaakt, en God beroofd van Zijn macht als Rechter.
Zij moesten hun zielen verootmoedigen, en dit op straffe van door Gods hand uitgeroeid te worden. Zij moesten doen blijken, dat hun berouw over de zonde oprecht was, het vlees doden met diens bewegingen en begeerlijkheden, hun zondige begeerlijkheden zoeken ten onder te brengen en vooral geen voedsel geven aan boze overdenkingen en hartstocht, noch zich werkzaam houden, omtrent dingen, die hun vleselijke lusten en aardse belangen zouden kunnen bevorderlijk zijn. Alle of elke ziel moest zich verootmoedigen, omdat elke ziel besmet is en schuldig staat voor God.
30. Ook elke ziel, die enig niet alleen dienst maar ook beroepswerk op deze dag gedaan zal hebben, die ziel zal Ik uit het midden van het volk verderven.
31. Gij zult, om aan deze straf van de verdelging te ontkomen, geen werk doen: het is een eeuwige instelling voor uw geslachten, in al uw woningen (Exodus. 12:20).
32. Het zal u een Sabbat van rust zijn (Leviticus. 16:31), dan zult gij u van alle arbeid onthouden en uw zielen door streng vasten verootmoedigen: op de negende dag van de maand in de avond, waarmee de 10de dag begint, van de avond tot de avond, tot aan de avond van de 10de dag, waarmee die gesloten is, zult gij uw Sabbat, uw rust- en vastendag, rusten. 1)
1) In het Hebreeuws Thisbetoe Schabbathkem. Beter, gij zult uw rust rusten, d.i. u onthouden van alle dagelijkse arbeid.
33. En de HEERE sprak verder tot Mozes, overgaande tot het derde van de drie jaarfeesten, zeggende:
34. Spreek tot de kinderen van Israël, zeggende: a) Op de vijftiende dag van de zevende maand, op de eerste dag waarvan de dag van het geklank (vs.24 vv.) is, terwijl op de tiende dag de Verzoendag (vs.26 vv.) valt, zal het feest van de Loofhutten zeven dagen voor de HEERE zijn, tot op de 21ste dag.
a) Exodus. 23:16 Numeri. 29:12 Deuteronomium. 16:15
Aan het einde van het hoofdstuk wordt aangetoond, waarom God het feest van de hutten heeft ingesteld, nl. opdat de kinderen van Israël er gedurig aan zouden herinnerd worden, dat zij in de woestijn onder loofhutten hadden gewoond, terwijl zij geen vaste woonplaats hadden, maar als het ware een zwervend leven hadden geleid. Pasen leerde hen, dat zij op verwonderlijke wijze uit de ogenblikkelijke dood, door de hand van God waren verlost. Doch door deze dag, prentte God hen de voortdurende en dagelijkse gang van zijn genade in, omdat het niet genoeg was de macht van God in de uittocht zelf te erkennen en te danken wegens de ogenblikkelijke bevrijding, indien zij niet met alle voortgezette bevrijding tegelijk rekenden, welke zij gedurende veertig jaar hadden ondervonden. Hierop zinspelende, schrijft de profeet Zacharias, waar hij over de tweede verlossing handelt, alle volken, welke zich tot de dienst van God gewend hadden, voor, om jaarlijks deze dag te vieren (Zach.14:10). En waarom deze eerder dan de andere dagen? Omdat, namelijk de terugkeer uit Babel, met een lange en moeilijke reis, gevaarlijk wegens de aanval van de vijanden en hun wreedheden, evenzeer herinneringswaardig was, als de doorgang van het volk uit Egypte naar het beloofde land. Waaruit wij besluiten, dat, ofschoon deze ceremonie in onbruik is geraakt, haar gebruik in geest en waarheid nog van kracht is, opdat ons aanhoudend voor ogen wordt gesteld de onvergelijkelijke kracht en het medelijden van God, die ons uit de duisternis en uit de diepe afgerond van de dood uitrukt en overbrengt naar het hemelse leven.
Eerst de grote verzoendag en dan het feest van de loofhutten. Eerst dan, als Israël verzekerd was van de verzoening, wist dat het in verzoende betrekking tot God stond, kon het ook in waarheid blij zijn en God welgevallige dankbaarheid bewijzen. Het Loofhuttenfeest was in het bijzonder het feest van de dankbaarheid. Dan gedacht het volk hoe de Heere het langs allerlei wegen, wegen van uitredding en verootmoediging, door de woestijn naar het land van rust had gebracht. De vrome Israëliet leerde door dit feest ook, dat Kanaän nog het land van rust, in de ware zin van het woord, niet was, maar dat het hem heenwees naar het eigenlijke Kanaän, het eigenlijke land van rust.
35. Op de eersten dag zal een heilige samenroeping zijn, zoals op het Paasfeest (vs.7) 23.7; geen dienstwerk zult gij op die dag doen.
36. Zeven dagen, zolang het feest duurt, zult gij de HEERE vuuroffers offeren, de (Numeri. 29:13-34) bevolen offers brengen; a) op de achtste dag, 1) 22 Tisri, zult gij zoals op de eerste (vs.35), een heilige samenroeping hebben, dat gij, terwijl gij in de tussentijd (16-21) met uw arbeid weer zijt voortgegaan, op de 8ste dag u weer bij het heiligdom verenigt, en zult de HEERE vuuroffer offeren, zoals dit in Numeri. 29:36 is voorgeschreven: het is een verbodsdag, 2) gij zult hierop geen dienstwerk doen.
a) Joh.7:37
1) In plaats van de 7de dag, die bij het Paasfeest aan de feestviering een einde maakt (vs.8), wordt bij het derde jaarlijkse feest de achtste dag hiertoe gesteld; dit komt, omdat deze dag niet alleen het Loofhuttenfeest zelf zal besluiten maar ook de gehele kring van de jaarfeesten, de gehele feestelijke helft van het kerkelijk jaar. In de beide volgende verzen wordt, nadat het einde van de feestviering reeds vermeld is, de wet over de feesten, die in dit hoofdstuk zouden meegedeeld worden (vs.2,4) voorlopig ter zijde gesteld; daarna volgt echter (vs.39 vv.) nog een nadere ontwikkeling over het hier te weinig besproken Loofhuttenfeest, en met het oog op zijn huishoudelijke betekenis en de wijze waarop het overeenkomstig deze betekenis gevierd moest worden.
2) In het Hebreeuws Azereth. De Statenvertalers vertalen dit woord door: verbodsdag. Beter is de vertaling: Het is de dag van de besluiting, of van de sluiting. Met de achtste dag wordt niet alleen dit feest besloten, maar alle feesten. Theodoretus noemt deze dag het besluit van de feesten (to telov twn eortwn)
37. Dit, wat van vs.5 af is genoemd, zijn de gezette hoogtijden van de HEERE, welke gij zult uitroepen tot heilige samenroepingen, om de HEERE vuuroffer, brandoffer en spijsoffer, slachtoffer en drankoffers, elk dagelijks op zijn dag, op iedere dag die offers, welke in de kalender van de feestoffers (Numeri. 28 en 29) voor die dag zijn voorgeschreven, te offeren.
38. Behalve de Sabbatten van de HEERE, de zevende dag van iedere week (vs.3) en zijn offers (Numeri. 28:9 vv.), en behalve uw gaven, toewijdingsgeschenken, eerstelingen, tienden en andere zogenaamde hefoffers (Numeri. 7:18; 11:29), en behalve al uw geloften en behalve al uw vrijwillige offers (Leviticus. 7:16; 27:9,28) welke gij de HEERE geven zult: 1) hun aanbieding kan natuurlijk ook op de feesten geschieden, ofschoon zij geen onvermijdelijk, maar alleen een bijkomend bestanddeel daarvan vormen.
1) Hieruit zien wij, dat Gods instellingen plaats laten tot vrijwillige offeranden. Niet, dat wij mogen verzinnen, hetgeen Hij nooit heeft ingezet, maar, dat wij mogen herhalen, hetgeen Hij ingezet heeft, en dit doorgaans hoe meer hoe beter. De Heere heeft een welgevallen aan een vrijwillig volk, en Hij heeft een blijmoedige gever lief.
Alzo door de takken te dragen betoonden zij Hem blijdschap en brachten Hem als het ware een ovatie. Want Hij was er niet mee gediend, dat zij treurig en met benepen harten onder de takken verblijf hielden, welke zowel de vroegere als de huidige genade van God voor hun ogen daarstelden, en tegelijk een voorsmaak van het eeuwige leven gaven, waar zij nog op de aarde als bijwoners verkeerden.
De hutten op dit feest werden niet uit armelijke struiken van de woestijn gemaakt, maar uit twijgen van vruchtbomen, palmen en bomen van dicht loof, welke het goede en heerlijke land, waarin God het geleid had, aanbood en in deze eigenschap levendige beelden vertoonden van de rechte volheid van de zegen, waarmee de Heere Zijn volk had beweldadigd.
39. Doch 1) op de vijftiende dag van de zevende maand, zoals in vs.34 gezegd is, als gij het inkomen van het land geheel binnengehaald zult hebben, 2) en ook de herfstoogst is afgelopen, zult gij het feest van de HEERE, dat van de inzameling (Exodus. 23:16), of van de Loofhutten zeven dagen vieren; op de eerste dag zal er rust zijn (vs.33), en op de achtste dag zal er rust zijn (vs.36).
1) In het Hebreeuws Az. Beter, zeker. Juist door dit verbindingswoord met het vorige, wijst de Heere er nadrukkelijk op, dat Hij het Loofhuttenfeest wil gevierd hebben.
2) Mocht het soms gebeuren, wegens onstuimigheid van het weer, dat de oogst nog niet geheel was ingezameld, daarom mocht deze dag niet verzet worden.
40. En op de eerste dag zult gij u nemen, takken met daaraan hangende vruchten, van mooi1) geboomte, zoals dit in de hoven tot sieraad gekweekt wordt, oranje-, citroen-, mirtenbomen en dergelijke, palmtakken en meien van dichte bladerrijke bomen, met beekwilgen, die dicht loof hebben; en gij zult in de daarvan vervaardige hutten (Nehemiah. 8:15 vv.) wonende, voor het aangezicht van de HEERE uw God zeven dagen vrolijk zijn.
1) Door dit symbool werden de Israëlieten vermaand, die dag vrolijk en vreugdevol te vieren. Want het was niet slechts een herdenking van de genade, waarmee God de vaderen in de woestijn had verwaardigd, toen hij hen, aan allerlei ongeneugten van het weer blootgesteld, onder zijn vleugels had gekoesterd als een adelaar zijn jongen, maar was ook een daad van dankbaarheid, omdat hij hen een veel gemakkelijker verblijf in het beloofde land had bereid.
41. En gij zult in ware vreugde jaarlijks dat feest voor de HEERE zeven dagen in het jaar vieren; het is een eeuwige instelling voor uw geslachten; in de zevende maand zult gij het vieren.
42. Zeven dagen zult gij in de loofhutten wonen, welke gij u op de daken van uw woningen; in de hoven, straten en openbare plaatsen bouwt, alle inwoners in Israël zullen in loofhutten wonen;
43. Opdat uw geslachten weten, door dit gebruik in voortdurende herinnering houden, dat Ik de kinderen van Israël in loofhutten heb doen wonen, als Ik hen uit Egypte gevoerd heb, Ik ben de HEERE, Uw God, en heb Mij als uw God aan u verheerlijkt ook door dit laten wonen in hutten; daarom zult gij de weldaden van mijn genade nimmer vergeten.
De geschiedkundige betekenis van het Loofhuttenfeest is dus het wonen van de kinderen van Israël in hutten na hun uittocht uit Egypte; hetgeen dan ook ieder jaar opnieuw werd voorgesteld door de van loof en takken gemaakte hutten, waarin men gedurende de zeven feestdagen woonde. Met de geschiedkundige betekenis is ook een huishoudelijke verbonden, want de takken zijn voor een deel van vruchten voorzien en zo heeft dat feest tegelijk op de nu volbrachte inzameling van al wat dat jaar aan koren, fruit, olie en wijn opgeleverd heeft, betrekking. Maar nu vragen wij hoe juist het verblijf in de woestijn, dat zo menigmaal als een leven vol gevaren en ontberingen voorgesteld wordt, door de Heere zelf als de stof van de vrolijkste en zaligste feestvreugde kon worden aangewezen; eerder had de herinnering daaraan aan het feest een somber karakter moeten geven. Ondertussen moeten wij bedenken dat niet zozeer het later 38« jarig verblijf in de woestijn, waartoe Israël om zijn ongeloof veroordeeld was geworden, als wel het vroeger, namelijk het eenjarig verblijf bij de berg Sinaï, hier in aanmerking komt. Dit verblijf was tegenover het vroeger wonen in Egypte wel een zeer eigenaardige aanleiding, om het dagelijks wonen in de gesloten, dompige, doodstille huizen voor enige tijd met het wonen in frisse, vrije en luchtige hutten van loof te verwisselen. Want terwijl het volk in het land van dienstbaarheid nauwelijks een enkele stap doen kon, zonder de gesel van de drijver op de rug te voelen, was het in de buiten de grijpende armen van het Egyptische despotisme liggende woestijn, onder Gods schone hemel, waar alles groen, levend en welriekend was, waar het oog ook zag, vrolijk en vrij als een vogel in de lucht (Psalm. 124:7). Maar ook, wanneer wij de gehele veertigjarige zwerftocht met zijn moeite en bezwaren in aanmerking nemen, kon de herinnering daaraan des te vrolijker en aangenamer in nagemaakte hutten worden gevierd, hoe duidelijker men zich daarvan bewust was, dat deze nagemaakte hutten slechts voor een tijd duurden, en hoe geruster men zich juist dan hierin voelen moest, daar de zegeningen van het bestendig grondgebied opnieuw in de schuren waren weggeborgen. Israëls feest was in dit opzicht een voorbeeld van het wonen van het volk van God in de eeuwige hutten daarboven (Luk.16:9). “Daar rusten wij en zijn in vrede, en leven eeuwig zonder zorg. Geen dorst of honger zal ons kwellen. De eeuw van lafenis is daar. Het gebeente zal groenen. De Sabbat verschijnt, als het lijden verdwijnt. Eens kan men in alle hemelskoren, De woorden van de verlossing horen: de Heer heeft alles welgemaakt. Ja! wél gemaakt door al het leven. En wel, in angst, in pijn van de dood. Als een moeder droeg Hij mij. Hij trok mij op uit iedere diepte. Hij droeg mij door de duisternis, De duisternis van de aardse lusten; Voorbij satans steile kusten, En doet mij nu voor eeuwig rusten in het Eden, waar geen nacht meer is.” In de loop der tijd werden tot verhoging van de feestvreugde nog verschillende gebruiken aan hetgeen in de wet over het loofhuttenfeest gezegd was, toegevoegd. De feestgenoten droegen in de linkerhand een citroen, in de rechterhand een met wilgen- en mirtentakken omgeven palmtak; op ieder van de zeven feestdagen had na het morgenoffer een plengen van water (libatio) plaats. In een gouden, 3 log inhoudende kruik haalde de priester water uit de bron Siloah en goot dat, met wijn vermengd, in twee aan de westzijde van het altaar aangebrachte vergietschalen, welke daad onder spel en zang geschiedde- wellicht een herinnering aan de wondervolle vloeiing van water uit de rots in de woestijn (1 Samuel 7:6 Jesaja. 12:3 Joh.7:37 vv.); maar aan de avond van de eerste feestdag werd in de voorhof van de vrouwen, door middel van grote gouden kroonlampen, een verlichting gereed gemaakt, die zich over geheel Jeruzalem verbreidde (Johannes 8:12), terwijl mannen voor deze kroonlampen een fakkeldans uitvoerden.
44. Alzo heeft Mozes de gezette hoogtijden van de HEERE tot de kinderen van Israël uitgesproken en vierde daarop met hen het eerste van deze, het Paasfeest (Numeri. 9:1 vv.).
Daar zijn nog wel meer Joodse feesten (Numeri. 28:11 Esther 9:17,26,28 1 Makk. 4:56; 2 Makk.1:18 maar deze, welke hier beschreven zijn, hadden een goddelijke instelling en zagen alle op Christus en Zijn gelovigen. 1. Het Paasfeest op de dood van Christus 1 Corinthiers. 5:6). 2. Het feest van de eersteling op de opstanding van Christus (Kol.1:18; 1 Kor.15:20,23). 3. Het feest van de eerste vruchten of Pinksteren op de uitstorting van de Heilige Geest (Hand.2:1 Rom.8:23 Jak.1:18). 4. Het feest van het geklank of van de bazuinen op de verschijning zowel van Christus in het vlees als op de jongsten da (1 Thes.4:16). 5. Het grote verzoeningsfeest op het verzoenend offer van de Heiland (Dan.9:24). 6. Het loofhuttenfeest deels op de Kerk van Christus als een tent van God (Openb.21:3), deels op de aardse tabernakels van de gelovigen, welke zij zullen afleggen (2 Petr.1:14)
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel