Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Verder sprakH1696 de HEEREH3068totH413MozesH4872, zeggendeH559:Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
2Gij zult ook tot de kinderen Israels zeggen: Een ieder uit de kinderen Israels, of uit de vreemdelingen, die in Israel als vreemdelingen verkeren, die van zijn zaad den Molech gegeven zal hebben, zal zekerlijk gedood worden; het volk des lands zal hem met stenen stenigen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Gij zult ook totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478zeggenH559: Een iederH376 uit de kinderenH1121IsraelsH3478, of uitH4480 de vreemdelingen, die in IsraelH3478 als vreemdelingen verkeren, dieH834 van zijn zaadH2233 den MolechH4432gegevenH5414 zal hebben, zal zekerlijkH4191gedoodH4191 worden; het volkH5971 des landsH776 zal hem met stenenH68stenigenH7275.Gij zult ook tot de kinderen Israels zeggen: Een ieder uit de kinderen Israels, of uit de vreemdelingen, die in Israel als vreemdelingen verkeren, die van zijn zaad den Molech gegeven zal hebben, zal zekerlijk gedood worden; het volk des lands zal hem met stenen stenigen.
Ook in dit vers
vreemdelingenH1481
vreemdelingenH1616
KJVAgain, thou shalt say4to the children2of Israel,3Whosoever5he be of the children7of Israel,8or of the strangers10that sojourn11in Israel,12that giveth14any of his seed15unto Molech;16he shall surely17be put to death:18the people19of the land20shall stone21him with stones.
1וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)2בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֘לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4תֹּאמַר֒H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6אִישׁ֩H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7מִבְּנֵ֨יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8יִשְׂרָאֵ֜לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with10הַגֵּ֣רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger11הַגָּ֣רH1481vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeertabide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely12בְּיִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14יִתֵּ֧ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield15מִזַּרְע֛וֹH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time16לַמֹּ֖לֶךְH4432MolechMolech. Compare H4445 (מַלְכָּם)17מ֣וֹתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise18יוּמָ֑תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise19עַ֥םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people20הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world21יִרְגְּמֻ֥הוּH7275stenigen, stenigden, stenigde[idiom] certainly, stone22בָאָֽבֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)
3En Ik zal Mijn aangezicht tegen dien man zetten, en zal hem uit het midden zijns volks uitroeien; want hij heeft van zijn zaad den Molech gegeven, opdat hij Mijn heiligdom ontreinigen, en Mijn heiligen Naam ontheiligen zou.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En IkH589 zal Mijn aangezichtH6440 tegen dien manH376zettenH5414, en zal hem uit hetH1931middenH7130 zijns volksH5971uitroeienH3772; wantH3588 hij heeft van zijn zaadH2233 den MolechH4432gegevenH5414, opdatH4616 hij Mijn heiligdomH4720ontreinigenH2930, en Mijn heiligenH6944NaamH8034ontheiligenH2490 zou.En Ik zal Mijn aangezicht tegen dien man zetten, en zal hem uit het midden zijns volks uitroeien; want hij heeft van zijn zaad den Molech gegeven, opdat hij Mijn heiligdom ontreinigen, en Mijn heiligen Naam ontheiligen zou.
KJVAnd I will set2my face4against that man,5and will cut him off7from among9his people;10because he hath given13of his seed12unto Molech,14to defile16my sanctuary,18and to profane19my holy22name.
1וַאֲנִ֞יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who2אֶתֵּ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4פָּנַי֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5בָּאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6הַה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7וְהִכְרַתִּ֥יH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want8אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9מִקֶּ֣רֶבH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self10עַמּ֑וֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people11כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12מִזַּרְעוֹ֙H2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time13נָתַ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14לַמֹּ֔לֶךְH4432MolechMolech. Compare H4445 (מַלְכָּם)15לְמַ֗עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to16טַמֵּא֙H2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18מִקְדָּשִׁ֔יH4720heiligdom, heiligdoms, heiligdommenchapel, hallowed part, holy place, sanctuary19וּלְחַלֵּ֖לH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21שֵׁ֥םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report22קָדְשִֽׁיH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
4En indien het volk des lands hun ogen enigzins verbergen zal van dien man, als hij van zijn zaad den Molech zal gegeven hebben, dat het hem niet dode;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En indien het volkH5971 des landsH776 hun ogenH5869 enigzins verbergenH5956 zal vanH4480 dien manH376, als hij van zijn zaadH2233 den MolechH4432 zal gegevenH5414 hebben, dat het hem nietH1115dodeH4191;En indien het volk des lands hun ogen enigzins verbergen zal van dien man, als hij van zijn zaad den Molech zal gegeven hebben, dat het hem niet dode;
Ook in dit vers
enigszinsH5956
KJVAnd if the people4of the land5do any ways2hide3their eyes7from the man,9when he giveth11of his seed12unto Molech,13and kill15him not:
1וְאִ֡םH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2הַעְלֵ֣םH5956verborgen, verbergen, verbergt[idiom] any ways, blind, dissembler, hide (self), secret (thing)3יַעְלִימֽוּ֩H5956verborgen, verbergen, verbergt[idiom] any ways, blind, dissembler, hide (self), secret (thing)4עַ֨םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5הָאָ֜רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7עֵֽינֵיהֶם֙H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)8מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with9הָאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10הַה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who11בְּתִתּ֥וֹH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield12מִזַּרְע֖וֹH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time13לַמֹּ֑לֶךְH4432MolechMolech. Compare H4445 (מַלְכָּם)14לְבִלְתִּ֖יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without15הָמִ֥יתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise16אֹתֽוֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
5Zo zal Ik Mijn aangezicht tegen dien man en tegen zijn huisgezin zetten, en Ik zal hem, en al degenen, die hem nahoereren, om den Molech na te hoereren, uit het midden huns volks uitroeien.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Zo zal Ik Mijn aangezichtH6440 tegen dien manH376 en tegen zijn huisgezinH4940zettenH7760, en Ik zal hem, en alH3605 degenen, die hem nahoererenH310, om den MolechH4432 na te hoererenH2181, uit het middenH7130 huns volksH5971uitroeienH3772.Zo zal Ik Mijn aangezicht tegen dien man en tegen zijn huisgezin zetten, en Ik zal hem, en al degenen, die hem nahoereren, om den Molech na te hoereren, uit het midden huns volks uitroeien.
KJVThen I will set1my face4against that man,5and against his family,7and will cut him off,8and all that go a whoring12after13him, to commit whoredom14with Molech,16from among17their people.
1וְשַׂמְתִּ֨יH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work2אֲנִ֧יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4פָּנַ֛יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5בָּאִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6הַה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7וּבְמִשְׁפַּחְתּ֑וֹH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)8וְהִכְרַתִּ֨יH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want9אֹת֜וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10וְאֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12הַזֹּנִ֣יםH2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish13אַחֲרָ֗יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with14לִזְנ֛וֹתH2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish15אַחֲרֵ֥יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with16הַמֹּ֖לֶךְH4432MolechMolech. Compare H4445 (מַלְכָּם)17מִקֶּ֥רֶבH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self18עַמָּֽםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
6Wanneer er een ziel is, die zich tot de waarzeggers en tot de duivelskunstenaars zal gekeerd hebben, om die na te hoereren, zo zal Ik Mijn aangezicht tegen die ziel zetten, en zal ze uit het midden haars volks uitroeien.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Wanneer er een zielH5315 is, die zich totH413 de waarzeggersH178 en totH413 de duivelskunstenaarsH3049 zal gekeerdH6437 hebben, om die naH310 te hoererenH2181, zo zal Ik Mijn aangezichtH6440 tegen die zielH5315zettenH5414, en zal ze uit hetH1931middenH7130 haars volksH5971uitroeienH3772.Wanneer er een ziel is, die zich tot de waarzeggers en tot de duivelskunstenaars zal gekeerd hebben, om die na te hoereren, zo zal Ik Mijn aangezicht tegen die ziel zetten, en zal ze uit het midden haars volks uitroeien.
KJVAnd the soul1that turneth3after4such as have familiar spirits,5and after9wizards,7to go a whoring8afterthem, I will even set10my face12against that soul,13and will cut him off15from among17his people.
1וְהַנֶּ֗פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it2אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3תִּפְנֶ֤הH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5הָֽאֹבֹת֙H178waarzeggers, waarzeggenden geest, lederen zakkenbottle, familiar spirit6וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7הַיִּדְּעֹנִ֔יםH3049duivelskunstenaars, duivelskunstenaar, duivelskunstenarenwizard8לִזְנ֖וֹתH2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish9אַחֲרֵיהֶ֑םH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with10וְנָתַתִּ֤יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12פָּנַי֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you13בַּנֶּ֣פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it14הַהִ֔ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who15וְהִכְרַתִּ֥יH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want16אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17מִקֶּ֥רֶבH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self18עַמּֽוֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
7Daarom heiligt u, en weest heilig; want Ik ben de HEERE, uw God!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Daarom heiligtH6942 u, en weest heiligH6918; wantH3588IkH589 ben de HEEREH3068, uw GodH430!Daarom heiligt u, en weest heilig; want Ik ben de HEERE, uw God!
KJVSanctify1yourselves therefore, and be ye holy:3for I am the LORD6your God.
8En onderhoudt Mijn inzettingen, en doet dezelve; Ik ben de HEERE, Die u heilige.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En onderhoudtH8104 Mijn inzettingenH2708, en doetH6213 dezelve; IkH589 ben de HEEREH3068, Die u heiligeH6942.En onderhoudt Mijn inzettingen, en doet dezelve; Ik ben de HEERE, Die u heilige.
KJVAnd ye shall keep1my statutes,3and do4them: I am the LORD7which sanctify
1וּשְׁמַרְתֶּם֙H8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3חֻקֹּתַ֔יH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute4וַעֲשִׂיתֶ֖םH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5אֹתָ֑םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who7יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8מְקַדִּשְׁכֶֽםH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly
9Als er iemand is, die zijn vader of zijn moeder zal gevloekt hebben, die zal zekerlijk gedood worden; hij heeft zijn vader of zijn moeder gevloekt; zijn bloed is op hem!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9AlsH3588 er iemandH376 is, die zijn vaderH1 of zijn moederH517 zal gevloektH7043 hebben, die zal zekerlijkH4191gedoodH4191 worden; hij heeft zijn vaderH1 of zijn moederH517gevloektH7043; zijn bloedH1818 is op hem!Als er iemand is, die zijn vader of zijn moeder zal gevloekt hebben, die zal zekerlijk gedood worden; hij heeft zijn vader of zijn moeder gevloekt; zijn bloed is op hem!
KJVFor every2one3that curseth5his father7or his mother9shall be surely10put to death:11he hath cursed14his father12or his mother;13his blood
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3אִ֗ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5יְקַלֵּ֧לH7043lichter, vloeken, vloekteabate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7אָבִ֛יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9אִמּ֖וֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting10מ֣וֹתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise11יוּמָ֑תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise12אָבִ֧יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'13וְאִמּ֛וֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting14קִלֵּ֖לH7043lichter, vloeken, vloekteabate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet15דָּמָ֥יוH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent16בּֽוֹ
10Een man ook, die met iemands huisvrouw overspel zal gedaan hebben, dewijl hij met zijns naasten vrouw overspel gedaan heeft, zal zekerlijk gedood worden, de overspeler en de overspeelster.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Een manH376 ook, dieH834 met iemandsH376huisvrouwH802overspelH5003 zal gedaan hebben, dewijl hij metH854 zijns naastenH7453vrouwH802overspelH5003 gedaan heeft, zal zekerlijkH4191gedoodH4191 worden, de overspelerH5003 en de overspeelsterH5003.Een man ook, die met iemands huisvrouw overspel zal gedaan hebben, dewijl hij met zijns naasten vrouw overspel gedaan heeft, zal zekerlijk gedood worden, de overspeler en de overspeelster.
KJVAnd the man1that committeth adultery3with another man's6wife,5even he that committeth adultery8with his neighbour's11wife,10the adulterer14and the adulteress15shall surely12be put to death.
1וְאִ֗ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3יִנְאַף֙H5003overspel, overspelers, bedrijven overspeladulterer(-ess), commit(-ing) adultery, woman that breaketh wedlock4אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix5אֵ֣שֶׁתH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English6אִ֔ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8יִנְאַ֖ףH5003overspel, overspelers, bedrijven overspeladulterer(-ess), commit(-ing) adultery, woman that breaketh wedlock9אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix10אֵ֣שֶׁתH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English11רֵעֵ֑הוּH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other12מֽוֹתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise13יוּמַ֥תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise14הַנֹּאֵ֖ףH5003overspel, overspelers, bedrijven overspeladulterer(-ess), commit(-ing) adultery, woman that breaketh wedlock15וְהַנֹּאָֽפֶתH5003overspel, overspelers, bedrijven overspeladulterer(-ess), commit(-ing) adultery, woman that breaketh wedlock
11En een man, die bij zijns vaders huisvrouw zal gelegen hebben, heeft zijns vaders schaamte ontdekt; zij beiden zullen zekerlijk gedood worden; hun bloed is op hen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En een manH376, dieH834bijH854 zijns vadersH1huisvrouwH802 zal gelegenH7901 hebben, heeft zijns vadersH1schaamteH6172ontdektH1540; zij beidenH8147 zullen zekerlijkH4191gedoodH4191 worden; hun bloedH1818 is op hen!En een man, die bij zijns vaders huisvrouw zal gelegen hebben, heeft zijns vaders schaamte ontdekt; zij beiden zullen zekerlijk gedood worden; hun bloed is op hen!
KJVAnd the man1that lieth3with his father's6wife5hath uncovered9his father's8nakedness:7both12of them shall surely10be put to death;11their blood
1וְאִ֗ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3יִשְׁכַּב֙H7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay4אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix5אֵ֣שֶׁתH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English6אָבִ֔יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7עֶרְוַ֥תH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)8אָבִ֖יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'9גִּלָּ֑הH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover10מֽוֹתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise11יוּמְת֥וּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise12שְׁנֵיהֶ֖םH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two13דְּמֵיהֶ֥םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent14בָּֽם
12Insgelijks, als de man bij de vrouw zijns zoons zal gelegen hebben, zij zullen beiden zekerlijk gedood worden; zij hebben een gruwelijke vermenging gedaan; hun bloed is op hen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Insgelijks, als de manH376bijH854 de vrouw zijns zoons zal gelegenH7901 hebben, zij zullen beidenH8147zekerlijkH4191gedoodH4191 worden; zij hebben een gruwelijke vermengingH8397gedaanH6213; hun bloedH1818 is op hen!Insgelijks, als de man bij de vrouw zijns zoons zal gelegen hebben, zij zullen beiden zekerlijk gedood worden; zij hebben een gruwelijke vermenging gedaan; hun bloed is op hen!
Ook in dit vers
vrouw zoonsH3618
KJVAnd if a man1lie3with his daughter in law,5both8of them shall surely6be put to death:7they have wrought10confusion;9their blood
1וְאִ֗ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3יִשְׁכַּב֙H7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay4אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix5כַּלָּת֔וֹH3618bruid, schoondochter, schoondochtersbride, daughter-in-law, spouse6מ֥וֹתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise7יוּמְת֖וּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise8שְׁנֵיהֶ֑םH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two9תֶּ֥בֶלH8397gruwelijke vermengingconfusion10עָשׂ֖וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11דְּמֵיהֶ֥םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent12בָּֽם
13Wanneer ook een man bij een manspersoon zal gelegen hebben, met vrouwelijke bijligging, zij hebben beiden een gruwel gedaan; zij zullen zekerlijk gedood worden; hun bloed is op hen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Wanneer ook een manH376 bij een manspersoonH2145 zal gelegenH7901 hebben, met vrouwelijkeH802bijliggingH4904, zij hebben beidenH8147 een gruwelH8441gedaanH6213; zij zullen zekerlijkH4191gedoodH4191 worden; hun bloedH1818 is op hen!Wanneer ook een man bij een manspersoon zal gelegen hebben, met vrouwelijke bijligging, zij hebben beiden een gruwel gedaan; zij zullen zekerlijk gedood worden; hun bloed is op hen!
KJVIf a man1also lie3with mankind,5as he lieth6with a woman,7both10of them have committed9an abomination:8they shall surely11be put to death;12their blood
1וְאִ֗ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3יִשְׁכַּ֤בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay4אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix5זָכָר֙H2145mannelijk, manspersonen, mannetje[idiom] him, male, man(child, -kind)6מִשְׁכְּבֵ֣יH4904leger, bijligging, legersbed(-chamber), couch, lieth (lying) with7אִשָּׁ֔הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English8תּוֹעֵבָ֥הH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination9עָשׂ֖וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10שְׁנֵיהֶ֑םH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two11מ֥וֹתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise12יוּמָ֖תוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise13דְּמֵיהֶ֥םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent14בָּֽם
14En wanneer een man een vrouw en haar moeder zal genomen hebben, het is een schandelijke daad; men zal hem, en diezelve met vuur verbranden, opdat geen schandelijke daad in het midden van u zij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En wanneer een manH376 een vrouwH802 en haar moederH517 zal genomenH3947 hebben, het isH1961 een schandelijke daadH2154; men zal hemH1931, en diezelve met vuurH784verbrandenH8313, opdat geenH3808schandelijke daadH2154 in het middenH8432 van u zij.En wanneer een man een vrouw en haar moeder zal genomen hebben, het is een schandelijke daad; men zal hem, en diezelve met vuur verbranden, opdat geen schandelijke daad in het midden van u zij.
KJVAnd if a man1take3a wife5and her mother,7it is wickedness:8they shall be burnt11with fire,10both he and they; that there be no wickedness16among
1וְאִ֗ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3יִקַּ֧חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5אִשָּׁ֛הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7אִמָּ֖הּH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting8זִמָּ֣הH2154schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke dadenheinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness)9הִ֑ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who10בָּאֵ֞שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot11יִשְׂרְפ֤וּH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly12אֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13וְאֶתְהֶ֔ןH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15תִהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use16זִמָּ֖הH2154schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke dadenheinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness)17בְּתוֹכְכֶֽםH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
15Daartoe als een man bij enig vee zal gelegen hebben, hij zal zekerlijk gedood worden; ook zult gijlieden het beest doden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Daartoe als een manH376 bij enig veeH929 zal gelegenH5414 hebben, hij zal zekerlijkH4191gedoodH4191 worden; ook zult gijlieden het beestH929dodenH2026.Daartoe als een man bij enig vee zal gelegen hebben, hij zal zekerlijk gedood worden; ook zult gijlieden het beest doden.
KJVAnd if a man1lie3with a beast,5he shall surely6be put to death:7and ye shall slay10the beast.
1וְאִ֗ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3יִתֵּ֧ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4שְׁכָבְתּ֛וֹH7903bijgelegen, liggen[idiom] lie5בִּבְהֵמָ֖הH929beesten, vee, beestbeast, cattle6מ֣וֹתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise7יוּמָ֑תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַבְּהֵמָ֖הH929beesten, vee, beestbeast, cattle10תַּהֲרֹֽגוּH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely
16Alzo wanneer een vrouw tot enig beest genaderd zal zijn, om daarmede te doen te hebben, zo zult gij die vrouw en dat beest doden; zij zullen zekerlijk gedood worden; hun bloed is op hen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Alzo wanneer een vrouwH802 tot enigH3605beestH929genaderdH7126 zal zijn, om daarmede te doen te hebben, zo zult gij die vrouwH802 en dat beestH929dodenH2026; zij zullen zekerlijkH4191gedoodH4191 worden; hun bloedH1818 is op hen!Alzo wanneer een vrouw tot enig beest genaderd zal zijn, om daarmede te doen te hebben, zo zult gij die vrouw en dat beest doden; zij zullen zekerlijk gedood worden; hun bloed is op hen!
KJVAnd if a woman1approach3unto any beast,6and lie down7thereto, thou shalt kill9the woman,11and the beast:13they shall surely14be put to death;15their blood
1וְאִשָּׁ֗הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English2אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3תִּקְרַ֤בH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6בְּהֵמָה֙H929beesten, vee, beestbeast, cattle7לְרִבְעָ֣הH7250samenlet gender, lie down8אֹתָ֔הּH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix9וְהָרַגְתָּ֥H2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הָאִשָּׁ֖הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English12וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13הַבְּהֵמָ֑הH929beesten, vee, beestbeast, cattle14מ֥וֹתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise15יוּמָ֖תוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise16דְּמֵיהֶ֥םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent17בָּֽם
17En als een man zijn zuster, de dochter zijns vaders, of de dochter zijner moeder, zal genomen hebben, en hij haar schaamte gezien, en zij zijn schaamte zal gezien hebben, het is een schandvlek; daarom zullen zij voor de ogen van de kinderen huns volks uitgeroeid worden; hij heeft de schaamte zijner zuster ontdekt, hij zal zijn ongerechtigheid dragen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En als een manH376 zijn zusterH269, de dochterH1323 zijns vadersH1, ofH176 de dochterH1323 zijner moederH517, zal genomenH3947 hebben, en hij haar schaamteH6172gezienH7200, en zij zijn schaamteH6172 zal gezien hebben, het is een schandvlekH2617; daarom zullen zijH1931 voor de ogenH5869 van de kinderenH1121 huns volksH5971uitgeroeidH3772 worden; hij heeft de schaamteH6172 zijner zusterH269ontdektH1540, hij zal zijn ongerechtigheidH5771dragenH5375.En als een man zijn zuster, de dochter zijns vaders, of de dochter zijner moeder, zal genomen hebben, en hij haar schaamte gezien, en zij zijn schaamte zal gezien hebben, het is een schandvlek; daarom zullen zij voor de ogen van de kinderen huns volks uitgeroeid worden; hij heeft de schaamte zijner zuster ontdekt, hij zal zijn ongerechtigheid dragen.
KJVAnd if a man1shall take3his sister,5his father's7daughter,6or8his mother's10daughter,9and see11her nakedness,13and she see15his nakedness;17it is a wicked thing;18and they shall be cut off20in the sight21of their people:23he hath uncovered26his sister's25nakedness;24he shall bear28his iniquity.
1וְאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3יִקַּ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5אֲחֹת֡וֹH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together6בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village7אָבִ֣יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'8א֣וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether9בַתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village10אִ֠מּוֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting11וְרָאָ֨הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13עֶרְוָתָ֜הּH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)14וְהִֽיאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who15תִרְאֶ֤הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17עֶרְוָתוֹ֙H6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)18חֶ֣סֶדH2617goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenhedenfavour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing19ה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who20וְנִ֨כְרְת֔וּH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want21לְעֵינֵ֖יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)22בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth23עַמָּ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people24עֶרְוַ֧תH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)25אֲחֹת֛וֹH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together26גִּלָּ֖הH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover27עֲוֺנ֥וֹH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin28יִשָּֽׂאH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield
18En als een man bij een vrouw, die haar krankheid heeft, zal gelegen en haar schaamte ontdekt, haar fontein ontbloot, en zij zelve de fontein haars bloeds ontdekt zal hebben, zo zullen zij beiden uit het midden huns volks uitgeroeid worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En als een manH376bijH854 een vrouwH802, die haar krankheidH1739 heeft, zal gelegenH7901 en haar schaamteH6172ontdektH1540, haar fonteinH4726ontblootH6168, en zijH1931 zelve de fonteinH4726 haars bloedsH1818ontdektH1540 zal hebben, zo zullen zij beidenH8147 uit het middenH7130 huns volksH5971uitgeroeidH3772 worden.En als een man bij een vrouw, die haar krankheid heeft, zal gelegen en haar schaamte ontdekt, haar fontein ontbloot, en zij zelve de fontein haars bloeds ontdekt zal hebben, zo zullen zij beiden uit het midden huns volks uitgeroeid worden.
KJVAnd if a man1shall lie3with a woman5having her sickness,6and shall uncover7her nakedness;9he hath discovered12her fountain,11and she hath uncovered14the fountain16of her blood:17and both19of them shall be cut off18from among20their people.
1וְ֠אִישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3יִשְׁכַּ֨בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay4אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix5אִשָּׁ֜הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English6דָּוָ֗הH1739krankheid, maanstondig kleed, matfaint, menstruous cloth, she that is sick, having sickness7וְגִלָּ֤הH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9עֶרְוָתָהּ֙H6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11מְקֹרָ֣הּH4726springader, fontein, Springaderfountain, issue, spring, well(-spring)12הֶֽעֱרָ֔הH6168ontbloot, Ontbloot, gootleave destitute, discover, empty, make naked, pour (out), rase, spread self, uncover13וְהִ֕יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who14גִּלְּתָ֖הH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16מְק֣וֹרH4726springader, fontein, Springaderfountain, issue, spring, well(-spring)17דָּמֶ֑יהָH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent18וְנִכְרְת֥וּH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want19שְׁנֵיהֶ֖םH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two20מִקֶּ֥רֶבH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self21עַמָּֽםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
19Daartoe zult gij de schaamte van de zuster uwer moeder, en van de zuster uws vaders niet ontdekken; dewijl hij zijn nabestaande ontbloot heeft, zullen zij hun ongerechtigheid dragen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Daartoe zult gij de schaamteH6172 van de zusterH269 uwer moederH517, en van de zusterH269 uws vadersH1nietH3808ontdekkenH1540; dewijlH3588 hij zijn nabestaandeH7607ontblootH6168 heeft, zullen zij hun ongerechtigheidH5771dragenH5375.Daartoe zult gij de schaamte van de zuster uwer moeder, en van de zuster uws vaders niet ontdekken; dewijl hij zijn nabestaande ontbloot heeft, zullen zij hun ongerechtigheid dragen.
KJVAnd thou shalt not uncover7the nakedness1of thy mother's3sister,2nor of thy father's5sister:4for he uncovereth11his near kin:10they shall bear13their iniquity.
1וְעֶרְוַ֨תH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)2אֲח֧וֹתH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together3אִמְּךָ֛H517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting4וַאֲח֥וֹתH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together5אָבִ֖יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'6לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7תְגַלֵּ֑הH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover8כִּ֧יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10שְׁאֵר֛וֹH7607vlees, nabestaande, bloedvriendbody, flesh, food, (near) kin(-sman, -swoman), near (nigh) (of kin)11הֶעֱרָ֖הH6168ontbloot, Ontbloot, gootleave destitute, discover, empty, make naked, pour (out), rase, spread self, uncover12עֲוֺנָ֥םH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin13יִשָּֽׂאוּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield
20Als ook een man bij zijn moei zal gelegen hebben, hij heeft de schaamte zijns ooms ontdekt; zij zullen hun zonde dragen; zonder kinderen zullen zij sterven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Als ook een manH376bijH854 zijn moeiH1733 zal gelegenH7901 hebben, hij heeft de schaamteH6172 zijns oomsH1730ontdektH1540; zij zullen hun zondeH2399dragenH5375; zonder kinderenH6185 zullen zij stervenH4191.Als ook een man bij zijn moei zal gelegen hebben, hij heeft de schaamte zijns ooms ontdekt; zij zullen hun zonde dragen; zonder kinderen zullen zij sterven.
KJVAnd if a man1shall lie3with his uncle's wife,5he hath uncovered8his uncle's7nakedness:6they shall bear10their sin;9they shall die12childless.
1וְאִ֗ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3יִשְׁכַּב֙H7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay4אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix5דֹּ֣דָת֔וֹH1733moeiaunt, father's sister, uncle's wife6עֶרְוַ֥תH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)7דֹּד֖וֹH1730Liefste, oom, ooms(well-) beloved, father's brother, love, uncle8גִּלָּ֑הH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover9חֶטְאָ֥םH2399zonde, zonden, zwaarlijkfault, [idiom] grievously, offence, (punishment of) sin10יִשָּׂ֖אוּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield11עֲרִירִ֥יםH6185kinderen, kinderlooschildless12יָמֻֽתוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
21En wanneer een man zijns broeders huisvrouw zal genomen hebben, het is onreinigheid; hij heeft de schaamte zijns broeders ontdekt; zij zullen zonder kinderen zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En wanneer een manH376 zijns broedersH251huisvrouwH802 zal genomenH3947 hebben, het is onreinigheidH5079; hijH1931 heeft de schaamteH6172 zijns broedersH251ontdektH1540; zij zullen zonder kinderenH6185zijnH1961.En wanneer een man zijns broeders huisvrouw zal genomen hebben, het is onreinigheid; hij heeft de schaamte zijns broeders ontdekt; zij zullen zonder kinderen zijn.
KJVAnd if a man1shall take3his brother's6wife,5it is an unclean thing:7he hath uncovered11his brother's10nakedness;9they shall be childless.
1וְאִ֗ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3יִקַּ֛חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5אֵ֥שֶׁתH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English6אָחִ֖יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'7נִדָּ֣הH5079afzondering, onreinigheid, afgezonderde[idiom] far, filthiness, [idiom] flowers, menstruous (woman), put apart, [idiom] removed (woman), separation, set apart, unclean(-ness, thing, with filthiness)8הִ֑ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who9עֶרְוַ֥תH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)10אָחִ֛יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'11גִּלָּ֖הH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover12עֲרִירִ֥יםH6185kinderen, kinderlooschildless13יִהְיֽוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
22Onderhoudt dan al Mijn inzettingen en al Mijn rechten, en doet dezelve; opdat u dat land, waarheen Ik u brenge, om daarin te wonen, niet uitspuwe.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22OnderhoudtH8104 dan alH3605 Mijn inzettingenH2708 en alH3605 Mijn rechtenH4941, en doetH6213 dezelve; opdat u datH834landH776, waarheen IkH589 u brengeH935, om daarin te wonenH3427, nietH3808uitspuweH6958.Onderhoudt dan al Mijn inzettingen en al Mijn rechten, en doet dezelve; opdat u dat land, waarheen Ik u brenge, om daarin te wonen, niet uitspuwe.
KJVYe shall therefore keep1all my statutes,4and all my judgments,7and do8them: that the land,13whither I bring16you to dwell19therein, spue you not out.
1וּשְׁמַרְתֶּ֤םH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4חֻקֹּתַי֙H2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7מִשְׁפָּטַ֔יH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong8וַעֲשִׂיתֶ֖םH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9אֹתָ֑םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11תָקִ֤יאH6958uitspuwe, uitspuwen, uitspuwtspue (out), vomit (out, up, up again)12אֶתְכֶם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15אֲנִ֜יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who16מֵבִ֥יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way17אֶתְכֶ֛םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18שָׁ֖מָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither19לָשֶׁ֥בֶתH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry20בָּֽהּ
23En wandelt niet in de inzettingen des volks, hetwelk Ik voor uw aangezicht uitwerp; want al deze dingen hebben zij gedaan; daarom ben Ik op hen verdrietig geworden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En wandeltH3212nietH3808 in de inzettingenH2708 des volksH1471, hetwelkH834IkH589 voor uw aangezichtH6440uitwerpH7971; wantH3588alH3605dezeH428 dingen hebben zij gedaanH6213; daarom ben Ik op hen verdrietigH6973 geworden.En wandelt niet in de inzettingen des volks, hetwelk Ik voor uw aangezicht uitwerp; want al deze dingen hebben zij gedaan; daarom ben Ik op hen verdrietig geworden.
KJVAnd ye shall not walk2in the manners3of the nation,4which I cast out7before8you: for they committed13all these things, and therefore I abhorred
1וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תֵֽלְכוּ֙H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak3בְּחֻקֹּ֣תH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute4הַגּ֔וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people5אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who7מְשַׁלֵּ֖חַH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)8מִפְּנֵיכֶ֑םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12אֵ֨לֶּה֙H428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)13עָשׂ֔וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14וָאָקֻ֖ץH6973verdrietig, afkeer, beangstigdabhor, be distressed, be grieved, loathe, vex, be weary15בָּֽם
24En Ik heb u gezegd: Gij zult hun land erfelijk bezitten, en Ik zal u dat geven, opdat gij hetzelve erfelijk bezit, een land vloeiende van melk en honig; Ik ben de HEERE, uw God, Die u van de volken afgezonderd heb!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En Ik heb u gezegdH559: Gij zult hun land erfelijkH3423 bezitten, en IkH589 zal u dat gevenH5414, opdat gij hetzelve erfelijkH3423 bezit, een land vloeiendeH2100 van melkH2461 en honigH1706; IkH589 ben de HEEREH3068, uw GodH430, DieH834 u vanH4480 de volkenH5971afgezonderdH914 heb!En Ik heb u gezegd: Gij zult hun land erfelijk bezitten, en Ik zal u dat geven, opdat gij hetzelve erfelijk bezit, een land vloeiende van melk en honig; Ik ben de HEERE, uw God, Die u van de volken afgezonderd heb!
Ook in dit vers
landH127
landH776
KJVBut I have said1unto you, Ye shall inherit4their land,6and I will give8it unto you to possess10it, a land12that floweth13with milk14and honey:15I am the LORD17your God,18which have separated20you from other people.
1וָאֹמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָכֶ֗ם3אַתֶּם֮H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you4תִּֽירְשׁ֣וּH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אַדְמָתָם֒H127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land7וַאֲנִ֞יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who8אֶתְּנֶ֤נָּהH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9לָכֶם֙10לָרֶ֣שֶׁתH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly11אֹתָ֔הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12אֶ֛רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13זָבַ֥תH2100vloeiende, vloed, vloeidenflow, gush out, have a (running) issue, pine away, run14חָלָ֖בH2461melk, melkkazen, melklam[phrase] cheese, milk, sucking15וּדְבָ֑שׁH1706honig, honigs, honigvloedhoney(-comb)16אֲנִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who17יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18אֱלֹֽהֵיכֶ֔םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty19אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20הִבְדַּ֥לְתִּיH914afgezonderd, scheiding, scheidde(make, put) difference, divide (asunder), (make) separate (self, -ation), sever (out), [idiom] utterly21אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)22מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with23הָֽעַמִּֽיםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
25Daarom zult gij onderscheid maken tussen reine en onreine beesten, en tussen het onreine en reine gevogelte; en gij zult uw zielen niet verfoeilijk maken aan de beesten en aan het gevogelte, en aan al wat op den aardbodem kruipt, hetwelk Ik voor u afgezonderd heb, opdat gij het onrein houdt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Daarom zult gij onderscheidH914 maken tussenH996reineH2889 en onreineH2931beestenH929, en tussenH996 het onreineH2931 en reineH2889gevogelteH5775; en gij zult uw zielenH5315nietH3808verfoeilijkH8262 maken aan de beestenH929 en aan het gevogelteH5775, en aan alH3605 wat op den aardbodemH127kruiptH7430, hetwelkH834 Ik voor u afgezonderdH914 heb, opdat gij het onrein houdtH2930.Daarom zult gij onderscheid maken tussen reine en onreine beesten, en tussen het onreine en reine gevogelte; en gij zult uw zielen niet verfoeilijk maken aan de beesten en aan het gevogelte, en aan al wat op den aardbodem kruipt, hetwelk Ik voor u afgezonderd heb, opdat gij het onrein houdt.
KJVYe shall therefore put difference1between clean4beasts3and unclean,5and between unclean8fowls7and clean:9and ye shall not make your souls13abominable11by beast,14or by fowl,15or by any manner of living thing that creepeth18on the ground,19which I have separated21from you as unclean.
1וְהִבְדַּלְתֶּ֞םH914afgezonderd, scheiding, scheidde(make, put) difference, divide (asunder), (make) separate (self, -ation), sever (out), [idiom] utterly2בֵּֽיןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within3הַבְּהֵמָ֤הH929beesten, vee, beestbeast, cattle4הַטְּהֹרָה֙H2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)5לַטְּמֵאָ֔הH2931onrein, onreine, onreinsdefiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean6וּבֵיןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within7הָע֥וֹףH5775gevogelte, vogelen, vogelbird, that flieth, flying, fowl8הַטָּמֵ֖אH2931onrein, onreine, onreinsdefiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean9לַטָּהֹ֑רH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)10וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11תְשַׁקְּצ֨וּH8262verfoeien, verfoeilijk, Maaktabhor, make abominable, have in abomination, detest, [idiom] utterly12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13נַפְשֹֽׁתֵיכֶ֜םH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it14בַּבְּהֵמָ֣הH929beesten, vee, beestbeast, cattle15וּבָע֗וֹףH5775gevogelte, vogelen, vogelbird, that flieth, flying, fowl16וּבְכֹל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18תִּרְמֹ֣שׂH7430kruipt, roert, kruipende gediertecreep, move19הָֽאֲדָמָ֔הH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land20אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection21הִבְדַּ֥לְתִּיH914afgezonderd, scheiding, scheidde(make, put) difference, divide (asunder), (make) separate (self, -ation), sever (out), [idiom] utterly22לָכֶ֖ם23לְטַמֵּֽאH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly
26En gij zult Mij heilig zijn, want Ik, de HEERE, ben heilig; en Ik heb u van de volken afgezonderd, opdat gij Mijns zoudt zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En gij zult Mij heiligH6918zijnH1961, wantH3588 Ik, de HEEREH3068, ben heiligH6918; en Ik heb u vanH4480 de volkenH5971afgezonderdH914, opdat gij Mijns zoudt zijnH1961.En gij zult Mij heilig zijn, want Ik, de HEERE, ben heilig; en Ik heb u van de volken afgezonderd, opdat gij Mijns zoudt zijn.
KJVAnd ye shall be holy3unto me: for I the LORD7am holy,5and have severed8you from other people,
1וִהְיִ֤יתֶםH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2לִי֙3קְדֹשִׁ֔יםH6918heilig, Heilige, heiligeholy (One), saint4כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5קָד֖וֹשׁH6918heilig, Heilige, heiligeholy (One), saint6אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who7יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8וָאַבְדִּ֥לH914afgezonderd, scheiding, scheidde(make, put) difference, divide (asunder), (make) separate (self, -ation), sever (out), [idiom] utterly9אֶתְכֶ֛םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with11הָֽעַמִּ֖יםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people12לִהְי֥וֹתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13לִֽי
27Als nu een man en vrouw in zich een waarzeggenden geest zal hebben, of een duivelskunstenaar zal zijn, zij zullen zekerlijk gedood worden; men zal hen met stenen stenigen; hun bloed is op hen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27AlsH3588 nu een manH376 en vrouwH802 in zich een waarzeggenden geestH178 zal hebben, ofH176 een duivelskunstenaarH3049 zal zijn, zij zullen zekerlijkH4191gedoodH4191 worden; men zal hen met stenenH68stenigenH7275; hun bloedH1818 is op hen.Als nu een man en vrouw in zich een waarzeggenden geest zal hebben, of een duivelskunstenaar zal zijn, zij zullen zekerlijk gedood worden; men zal hen met stenen stenigen; hun bloed is op hen.
KJVA man1also or woman3that hath4a familiar spirit,7or that is a wizard,9shall surely10be put to death:11they shall stone13them with stones:12their blood
1וְאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2אֽוֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether3אִשָּׁ֗הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English4כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5יִהְיֶ֨הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6בָהֶ֥ם7א֛וֹבH178waarzeggers, waarzeggenden geest, lederen zakkenbottle, familiar spirit8א֥וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether9יִדְּעֹנִ֖יH3049duivelskunstenaars, duivelskunstenaar, duivelskunstenarenwizard10מ֣וֹתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise11יוּמָ֑תוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise12בָּאֶ֛בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)13יִרְגְּמ֥וּH7275stenigen, stenigden, stenigde[idiom] certainly, stone14אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15דְּמֵיהֶ֥םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent16בָּֽם
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Leviticus 20:2— Gij zult ook tot de kinderen Israels zeggen: Een ieder uit de kinderen Israels, of uit de vreemdelingen, die in Israel als vreemdelingen verkeren, die van zijn zaad den Molech gegeven zal hebben, zal zekerlijk gedood worden; het volk des lands zal hem met stenen stenigen.Leviticus 18:21→Leviticus 20:27→Deuteronomium 21:21→Leviticus 24:23→Leviticus 24:14→2 Koningen 17:17→Ezechiël 23:39→Jesaja 57:5→
Leviticus 20:3— En Ik zal Mijn aangezicht tegen dien man zetten, en zal hem uit het midden zijns volks uitroeien; want hij heeft van zijn zaad den Molech gegeven, opdat hij Mijn heiligdom ontreinigen, en Mijn heiligen Naam ontheiligen zou.Leviticus 18:21→Leviticus 17:10→Ezechiël 5:11→Ezechiël 23:38→Ezechiël 20:39→1 Petrus 3:12→Numeri 19:20→2 Korinthe 6:16→
Leviticus 20:4— En indien het volk des lands hun ogen enigzins verbergen zal van dien man, als hij van zijn zaad den Molech zal gegeven hebben, dat het hem niet dode;Deuteronomium 17:2→1 Samuël 3:13→1 Koningen 20:42→Deuteronomium 13:8→Openbaring 2:14→Jozua 7:12→Handelingen 17:30→
Leviticus 20:5— Zo zal Ik Mijn aangezicht tegen dien man en tegen zijn huisgezin zetten, en Ik zal hem, en al degenen, die hem nahoereren, om den Molech na te hoereren, uit het midden huns volks uitroeien.Exodus 20:5→Hosea 2:5→Leviticus 17:10→Leviticus 17:7→Hosea 2:13→Jeremia 32:39→Psalmen 106:39→Jeremia 3:2→
Leviticus 20:6— Wanneer er een ziel is, die zich tot de waarzeggers en tot de duivelskunstenaars zal gekeerd hebben, om die na te hoereren, zo zal Ik Mijn aangezicht tegen die ziel zetten, en zal ze uit het midden haars volks uitroeien.Leviticus 19:31→Jesaja 8:19→Leviticus 20:27→Psalmen 73:27→Leviticus 19:26→Hosea 4:12→Deuteronomium 18:10→Numeri 15:39→
Leviticus 20:7— Daarom heiligt u, en weest heilig; want Ik ben de HEERE, uw God!Efeze 1:4→Leviticus 11:44→Hebreeën 12:14→Leviticus 19:2→1 Petrus 1:15→Filippenzen 2:12→1 Thessalonicenzen 4:3→1 Thessalonicenzen 4:7→
Leviticus 20:8— En onderhoudt Mijn inzettingen, en doet dezelve; Ik ben de HEERE, Die u heilige.Exodus 31:13→Ezechiël 37:28→Leviticus 21:8→Mattheüs 7:24→Mattheüs 12:50→2 Thessalonicenzen 2:13→Leviticus 19:37→Openbaring 22:14→
Leviticus 20:9— Als er iemand is, die zijn vader of zijn moeder zal gevloekt hebben, die zal zekerlijk gedood worden; hij heeft zijn vader of zijn moeder gevloekt; zijn bloed is op hem!Exodus 21:17→Deuteronomium 27:16→Markus 7:10→Mattheüs 15:4→Spreuken 30:11→Spreuken 30:17→Richteren 9:24→2 Samuël 1:16→
Leviticus 20:10— Een man ook, die met iemands huisvrouw overspel zal gedaan hebben, dewijl hij met zijns naasten vrouw overspel gedaan heeft, zal zekerlijk gedood worden, de overspeler en de overspeelster.Deuteronomium 5:18→Johannes 8:4→Exodus 20:14→Leviticus 18:20→2 Samuël 12:13→Ezechiël 23:45→Deuteronomium 22:22→
Leviticus 20:11— En een man, die bij zijns vaders huisvrouw zal gelegen hebben, heeft zijns vaders schaamte ontdekt; zij beiden zullen zekerlijk gedood worden; hun bloed is op hen!Deuteronomium 27:23→Deuteronomium 27:20→Amos 2:7→Leviticus 18:7→1 Korinthe 5:1→
Leviticus 20:12— Insgelijks, als de man bij de vrouw zijns zoons zal gelegen hebben, zij zullen beiden zekerlijk gedood worden; zij hebben een gruwelijke vermenging gedaan; hun bloed is op hen!Leviticus 18:15→Leviticus 18:23→Genesis 38:18→Deuteronomium 27:23→Genesis 38:16→
Leviticus 20:13— Wanneer ook een man bij een manspersoon zal gelegen hebben, met vrouwelijke bijligging, zij hebben beiden een gruwel gedaan; zij zullen zekerlijk gedood worden; hun bloed is op hen!Judas 1:7→Leviticus 18:22→1 Korinthe 6:9→1 Timotheüs 1:10→Deuteronomium 23:17→Richteren 19:22→Romeinen 1:26→Genesis 19:5→
Leviticus 20:14— En wanneer een man een vrouw en haar moeder zal genomen hebben, het is een schandelijke daad; men zal hem, en diezelve met vuur verbranden, opdat geen schandelijke daad in het midden van u zij.Leviticus 18:17→Deuteronomium 27:23→Jozua 7:15→Jozua 7:25→Amos 2:7→Leviticus 21:9→
Leviticus 20:15— Daartoe als een man bij enig vee zal gelegen hebben, hij zal zekerlijk gedood worden; ook zult gijlieden het beest doden.Leviticus 18:23→Deuteronomium 27:21→Exodus 22:19→
Leviticus 20:16— Alzo wanneer een vrouw tot enig beest genaderd zal zijn, om daarmede te doen te hebben, zo zult gij die vrouw en dat beest doden; zij zullen zekerlijk gedood worden; hun bloed is op hen!Hebreeën 12:20→Exodus 21:28→Exodus 21:32→Exodus 19:13→
Leviticus 20:17— En als een man zijn zuster, de dochter zijns vaders, of de dochter zijner moeder, zal genomen hebben, en hij haar schaamte gezien, en zij zijn schaamte zal gezien hebben, het is een schandvlek; daarom zullen zij voor de ogen van de kinderen huns volks uitgeroeid worden; hij heeft de schaamte zijner zuster ontdekt, hij zal zijn ongerechtigheid dragen.Leviticus 18:9→Deuteronomium 27:22→Ezechiël 22:11→Genesis 20:12→2 Samuël 13:12→
Leviticus 20:18— En als een man bij een vrouw, die haar krankheid heeft, zal gelegen en haar schaamte ontdekt, haar fontein ontbloot, en zij zelve de fontein haars bloeds ontdekt zal hebben, zo zullen zij beiden uit het midden huns volks uitgeroeid worden.Leviticus 15:24→Leviticus 18:19→Ezechiël 18:6→Ezechiël 22:10→
Leviticus 20:19— Daartoe zult gij de schaamte van de zuster uwer moeder, en van de zuster uws vaders niet ontdekken; dewijl hij zijn nabestaande ontbloot heeft, zullen zij hun ongerechtigheid dragen.Leviticus 18:6→Exodus 6:20→Leviticus 18:12→
Leviticus 20:20— Als ook een man bij zijn moei zal gelegen hebben, hij heeft de schaamte zijns ooms ontdekt; zij zullen hun zonde dragen; zonder kinderen zullen zij sterven.Leviticus 18:14→Jeremia 22:30→Lukas 23:29→Job 18:19→Lukas 1:25→Psalmen 109:13→Lukas 1:7→
Leviticus 20:21— En wanneer een man zijns broeders huisvrouw zal genomen hebben, het is onreinigheid; hij heeft de schaamte zijns broeders ontdekt; zij zullen zonder kinderen zijn.Leviticus 18:16→Mattheüs 14:3→
Leviticus 20:22— Onderhoudt dan al Mijn inzettingen en al Mijn rechten, en doet dezelve; opdat u dat land, waarheen Ik u brenge, om daarin te wonen, niet uitspuwe.Leviticus 18:25→Psalmen 119:20→Psalmen 119:106→Leviticus 26:33→Deuteronomium 4:45→Psalmen 119:160→Psalmen 119:80→Psalmen 105:45→
Leviticus 20:23— En wandelt niet in de inzettingen des volks, hetwelk Ik voor uw aangezicht uitwerp; want al deze dingen hebben zij gedaan; daarom ben Ik op hen verdrietig geworden.Leviticus 18:3→Deuteronomium 9:5→Leviticus 18:30→Leviticus 18:24→Leviticus 18:27→Deuteronomium 12:30→Jeremia 10:1→Psalmen 78:59→
Leviticus 20:24— En Ik heb u gezegd: Gij zult hun land erfelijk bezitten, en Ik zal u dat geven, opdat gij hetzelve erfelijk bezit, een land vloeiende van melk en honig; Ik ben de HEERE, uw God, Die u van de volken afgezonderd heb!Exodus 33:16→Deuteronomium 14:2→Exodus 3:8→1 Koningen 8:53→Deuteronomium 7:6→Leviticus 20:26→Exodus 6:8→Exodus 3:17→
Leviticus 20:25— Daarom zult gij onderscheid maken tussen reine en onreine beesten, en tussen het onreine en reine gevogelte; en gij zult uw zielen niet verfoeilijk maken aan de beesten en aan het gevogelte, en aan al wat op den aardbodem kruipt, hetwelk Ik voor u afgezonderd heb, opdat gij het onrein houdt.Deuteronomium 14:3→Leviticus 11:1→Handelingen 10:28→Handelingen 10:11→Efeze 5:7→
Leviticus 20:26— En gij zult Mij heilig zijn, want Ik, de HEERE, ben heilig; en Ik heb u van de volken afgezonderd, opdat gij Mijns zoudt zijn.Leviticus 20:24→Leviticus 19:2→Leviticus 20:7→Openbaring 4:8→1 Petrus 1:15→Jesaja 6:3→Jesaja 30:11→Deuteronomium 26:18→
Leviticus 20:27— Als nu een man en vrouw in zich een waarzeggenden geest zal hebben, of een duivelskunstenaar zal zijn, zij zullen zekerlijk gedood worden; men zal hen met stenen stenigen; hun bloed is op hen.Leviticus 19:31→Leviticus 20:6→Exodus 22:18→1 Samuël 28:7→Deuteronomium 18:10→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Leviticus 20 vers 2— Gij zult ook tot de kinderen Israels zeggen: Een ieder uit de kinderen Israels, of uit de vreemdelingen, die in Israel als vreemdelingen verkeren, die van zijn zaad den Molech gegeven zal hebben, zal zekerlijk gedood worden; het volk des lands zal hem met stenen stenigen.
Een ieder uit de kinderen Israëls,
Hebreeuws, man man. Alzo onder, vs.9.
Hertaald:Een ieder uit de kinderen Israëls,
Hebreeuws: man man. Zo ook hieronder, vers 9.
den Molech gegeven zal hebben,
Zie boven, Lev. 18:21.
Hertaald:den Molech gegeven zal hebben,
Zie hierboven, Lev. 18:21.
zekerlijk gedood worden;
Hebreeuws, stervende gedood worden; dat is, zonder enige verschoning. Alzo onder, vs.9-12, 15, enz.
Hertaald:zekerlijk gedood worden;
Hebreeuws: stervend gedood worden; dat is: zonder enige verschoning. Zo ook hieronder, vers 9-12, 15.
Leviticus 20 vers 3— En Ik zal Mijn aangezicht tegen dien man zetten, en zal hem uit het midden zijns volks uitroeien; want hij heeft van zijn zaad den Molech gegeven, opdat hij Mijn heiligdom ontreinigen, en Mijn heiligen Naam ontheiligen zou.
Hertaald:Mijn aangezicht tegen
Zie hierboven, Lev. 17:10. Zo ook hieronder, vers 5.
zal hem uit het midden
Te weten, door een bijzondere straf, die Ik over hem ook in dit leven zal laten komen, zo hij van de overheid niet gestraft wordt. Alzo in het volgende.
Hertaald:zal hem uit het midden
Namelijk: door een bijzondere straf die Ik ook in dit leven over hem zal laten komen, als hij niet door de overheid gestraft wordt. Zo ook hierna.
Molech gegeven,
Boven, vs.2.
Hertaald:Molech gegeven,
Hierboven, vers 2.
Mijn heiligdom ontreinigen,
Te weten, als hij daarin zou komen, zijnde met zulke gruwelijke zonden besmet. Vergelijk boven, Lev. 15:31.
Hertaald:Mijn heiligdom ontreinigen,
Namelijk: wanneer hij daarin zou komen, terwijl hij met zulke gruwelijke zonden besmet is. Vergelijk hierboven, Lev. 15:31.
Mijn heiligen Naam
Hebreeuws, den naam mijner heiligheid. Zie boven, Lev. 18:21.
Hertaald:Mijn heiligen Naam
Hebreeuws: de naam van Mijn heiligheid. Zie hierboven, Lev. 18:21.
Leviticus 20 vers 4— En indien het volk des lands hun ogen enigzins verbergen zal van dien man, als hij van zijn zaad den Molech zal gegeven hebben, dat het hem niet dode;
enigszins verbergen zal
Hebreeuws, verbergende verborgen zal hebben, dat is, met opzet zulke misdaad ongemerkt zal hebben laten heengaan, zonder die te straffen.
Hertaald:enigszins verbergen zal
Hebreeuws: verbergend verborgen zal hebben; dat is: met opzet zo'n misdaad ongemerkt zal hebben laten voorbijgaan, zonder die te bestraffen.
Leviticus 20 vers 5— Zo zal Ik Mijn aangezicht tegen dien man en tegen zijn huisgezin zetten, en Ik zal hem, en al degenen, die hem nahoereren, om den Molech na te hoereren, uit het midden huns volks uitroeien.
huisgezin zetten,
Of, geslacht; dat is, kinderen en nakomelingen, die de voetstappen zijner afgoderij navolgen; gelijk uit de volgende woorden verstaan kan worden. Vergelijk Ex. 20:5.
Hertaald:huisgezin zetten,
Of: geslacht; dat is: kinderen en nakomelingen, die de voetstappen van zijn afgoderij navolgen, zoals uit de volgende woorden begrepen kan worden. Vergelijk Ex. 20:5.
nahoereren,
Dat is, afgoderij bedrijven, wijkende van den Heere [die de rechte man zijns volks is; Hos. 2:18-19; 2 Kor. 11:2 ] , om de afgoden aan te hangen, hetwelk, wanneer dit geschiedt, God wordt gezegd jaloers te zijn; Ex. 20:5; Deut. 5:9. Zie boven, Lev. 17:7.
Hertaald:nahoereren,
Dat is: afgoderij bedrijven, afwijkend van de HEERE [Die de rechtmatige Man van Zijn volk is; Hos. 2:18-19; 2 Kor. 11:2], om de afgoden aan te hangen; wanneer dit gebeurt, wordt gezegd dat God jaloers is; Ex. 20:5; Deut. 5:9. Zie hierboven, Lev. 17:7.
Leviticus 20 vers 6— Wanneer er een ziel is, die zich tot de waarzeggers en tot de duivelskunstenaars zal gekeerd hebben, om die na te hoereren, zo zal Ik Mijn aangezicht tegen die ziel zetten, en zal ze uit het midden haars volks uitroeien.
waarzeggers en tot de duivelskunstenaars
Zie van deze boven, Lev. 19:31.
Hertaald:waarzeggers en tot de duivelskunstenaars
Zie hierover hierboven, Lev. 19:31.
Leviticus 20 vers 7— Daarom heiligt u, en weest heilig; want Ik ben de HEERE, uw God!
heiligt u,
Zie boven, Lev. 11:44.
Hertaald:heiligt u,
Zie hierboven, Lev. 11:44.
Leviticus 20 vers 8— En onderhoudt Mijn inzettingen, en doet dezelve; Ik ben de HEERE, Die u heilige.
heilige
Te weten, overmits u af te zonderen van de wereld uit genade, door des Messias' verdiensten te rechtvaardigen en tot een heilig leven door mijnen Geest te vernieuwen. Alzo is dit woord ook te nemen Ezech. 37:28.
Hertaald:heilige
Namelijk: doordat Ik u afzonder van de wereld uit genade, u rechtvaardig verklaar door de verdiensten van de Messias en u vernieuw tot een heilig leven door Mijn Geest. Zo moet dit woord ook opgevat worden in Ezech. 37:28.
Leviticus 20 vers 9— Als er iemand is, die zijn vader of zijn moeder zal gevloekt hebben, die zal zekerlijk gedood worden; hij heeft zijn vader of zijn moeder gevloekt; zijn bloed is op hem!
iemand is,
Hebreeuws, man man.
Hertaald:iemand is,
Hebreeuws: man man.
zijn bloed
Hebreeuws, zijne bloeden; dat is, hij is oorzaak, en heeft de schuld dat zijn bloed moet vergoten worden. Zie gelijke manier van spreken Joz. 2:19; 2 Sam. 1:16; alzo ook in het volgende vs.11; idem Matt. 27:25; Hand. 18:6.
Hertaald:zijn bloed
Hebreeuws: zijn bloeden; dat is: hij is de oorzaak en draagt de schuld dat zijn bloed vergoten moet worden. Zie een vergelijkbare manier van spreken in Joz. 2:19; 2 Sam. 1:16; zo ook hierna in vers 11; evenzo Matt. 27:25; Hand. 18:6.
is op hem!
Anders, zij op hem.
Hertaald:is op hem!
Ook mogelijk: zij op hem.
Leviticus 20 vers 12— Insgelijks, als de man bij de vrouw zijns zoons zal gelegen hebben, zij zullen beiden zekerlijk gedood worden; zij hebben een gruwelijke vermenging gedaan; hun bloed is op hen!
gruwelijke vermenging gedaan;
Zie boven, Lev. 18:23, mitsgaders de aantekeningen.
Hertaald:gruwelijke vermenging gedaan;
Zie hierboven, Lev. 18:23, met de aantekeningen.
Leviticus 20 vers 13— Wanneer ook een man bij een manspersoon zal gelegen hebben, met vrouwelijke bijligging, zij hebben beiden een gruwel gedaan; zij zullen zekerlijk gedood worden; hun bloed is op hen!
zij zullen zekerlijk gedood worden;
Te weten, zij beiden, ten ware den enen geweld geschied ware. Zie Deut. 22:25.
Hertaald:zij zullen zekerlijk gedood worden;
Namelijk: zij beiden, tenzij aan een van hen geweld was aangedaan. Zie Deut. 22:25.
Leviticus 20 vers 14— En wanneer een man een vrouw en haar moeder zal genomen hebben, het is een schandelijke daad; men zal hem, en diezelve met vuur verbranden, opdat geen schandelijke daad in het midden van u zij.
diezelve met vuur verbranden,
Te weten, zo zij beiden wetenschap van zulk een gruwelijke daad hadden. Tenminste moesten den schuldigen sterven.
Hertaald:diezelve met vuur verbranden,
Namelijk: als zij beiden wisten van zo'n gruwelijke daad. In elk geval moesten de schuldigen sterven.
Leviticus 20 vers 16— Alzo wanneer een vrouw tot enig beest genaderd zal zijn, om daarmede te doen te hebben, zo zult gij die vrouw en dat beest doden; zij zullen zekerlijk gedood worden; hun bloed is op hen!
dat beest doden;
Te weten, om de gedachtenis van zulke gruwelijke zonde weg te nemen, en tegen hare navolging bij alle mensen een afschrik te maken.
Hertaald:dat beest doden;
Namelijk: om de herinnering aan zo'n gruwelijke zonde weg te nemen, en bij alle mensen afschrik te wekken tegen navolging ervan.
Leviticus 20 vers 17— En als een man zijn zuster, de dochter zijns vaders, of de dochter zijner moeder, zal genomen hebben, en hij haar schaamte gezien, en zij zijn schaamte zal gezien hebben, het is een schandvlek; daarom zullen zij voor de ogen van de kinderen huns volks uitgeroeid worden; hij heeft de schaamte zijner zuster ontdekt, hij zal zijn ongerechtigheid dragen.
schandvlek;
Het Hebreeuwse woord betekent gewoonlijk een goede daad, of weldadigheid, maar hier en Spr. 14:34 gans het tegendeel; dat is, een kwade, schandelijke, ijslijke daad, waarmede een mens God ten hoogste vertoornt, zijn naasten ontsticht en zichzelven in schande brengt. Alzo is ook het woord zegenen voor het tegendeel genomen, dat is, vloeken; 1 Kon. 21:10.
Hertaald:schandvlek;
Het Hebreeuwse woord betekent gewoonlijk een goede daad, of weldadigheid, maar hier en in Spr. 14:34 juist het tegenovergestelde; dat is: een slechte, schandelijke, gruwelijke daad, waarmee iemand God ten diepste vertoornt, zijn naaste ergert en zichzelf te schande maakt. Zo wordt ook het woord zegenen soms gebruikt voor het tegendeel, namelijk vloeken; 1 Kon. 21:10.
zijn ongerechtigheid dragen
Alzo onder, vs.19,20. Zie boven, Lev. 5:1.
Hertaald:zijn ongerechtigheid dragen
Zo ook hieronder, vers 19, 20. Zie hierboven, Lev. 5:1.
Leviticus 20 vers 18— En als een man bij een vrouw, die haar krankheid heeft, zal gelegen en haar schaamte ontdekt, haar fontein ontbloot, en zij zelve de fontein haars bloeds ontdekt zal hebben, zo zullen zij beiden uit het midden huns volks uitgeroeid worden.
zal gelegen en haar schaamte ontdekt,
Namelijk, tevoren dat wel wetende. Vergelijk de aantekeningen op Lev. 15:24.
Hertaald:zal gelegen en haar schaamte ontdekt,
Namelijk: dit vooraf goed wetend. Vergelijk de aantekeningen bij Lev. 15:24.
Leviticus 20 vers 20— Als ook een man bij zijn moei zal gelegen hebben, hij heeft de schaamte zijns ooms ontdekt; zij zullen hun zonde dragen; zonder kinderen zullen zij sterven.
moei zal gelegen hebben,
Dat is, de huisvrouw zijns ooms, die door huwelijk hem een moei geworden is.
Hertaald:moei zal gelegen hebben,
Dat is: de vrouw van zijn oom, die door het huwelijk zijn tante geworden is.
zonder kinderen zullen zij sterven
Dat is, [gelijk enigen uitleggen] men zal die doden, of, God zal hunne bijslaping vervloeken, dat er geen kinderen van zullen geworden of overblijven, zo zij van de overheid niet gestraft worden.
Hertaald:zonder kinderen zullen zij sterven
Dat is: [zoals sommigen uitleggen] men zal hen doden, of: God zal hun samenzijn vervloeken, zodat er geen kinderen uit zullen voortkomen of blijven leven, als zij niet door de overheid gestraft worden.
Leviticus 20 vers 21— En wanneer een man zijns broeders huisvrouw zal genomen hebben, het is onreinigheid; hij heeft de schaamte zijns broeders ontdekt; zij zullen zonder kinderen zijn.
onreinigheid;
Hebreeuws, afzondering; dat is, een zaak, die behoort uit het midden der mensen, vanwege haar onreinheid weggedaan en geweerd te worden. Het Hebreeuwse woord wordt ook gebruik van de onreinheid ener vrouw, die haar krankheid heeft, om welke zij van de gemeenschap der mensen moest afgezonderd zijn; boven, Lev. 15:19-20, enz. Van de wet moest uitgenomen zijn de wet, verhaald Deut. 25:5.
Hertaald:onreinigheid;
Hebreeuws: afzondering; dat is: iets wat vanwege zijn onreinheid uit het midden van de mensen weggedaan en geweerd moet worden. Het Hebreeuwse woord wordt ook gebruikt voor de onreinheid van een vrouw die haar ongesteldheid heeft, waardoor zij van de omgang met mensen afgezonderd moest zijn; hierboven, Lev. 15:19-20. Uitgezonderd van deze regel was de wet, genoemd in Deut. 25:5.
zonder kinderen zijn
Zie de aantekeningen op vs.20.
Hertaald:zonder kinderen zijn
Zie de aantekeningen bij vers 20.
Leviticus 20 vers 22— Onderhoudt dan al Mijn inzettingen en al Mijn rechten, en doet dezelve; opdat u dat land, waarheen Ik u brenge, om daarin te wonen, niet uitspuwe.
niet uitspuwe
Zie boven, Lev. 18:25.
Hertaald:niet uitspuwe
Zie hierboven, Lev. 18:25.
Leviticus 20 vers 24— En Ik heb u gezegd: Gij zult hun land erfelijk bezitten, en Ik zal u dat geven, opdat gij hetzelve erfelijk bezit, een land vloeiende van melk en honig; Ik ben de HEERE, uw God, Die u van de volken afgezonderd heb!
vloeiende van melk en honig;
Zie van deze manier van spreken Ex. 3:8.
Hertaald:vloeiende van melk en honig;
Zie voor deze manier van spreken Ex. 3:8.
afgezonderd heb!
Te weten, opdat gij mijn volk en eigendom zoudt wezen, om Mij hier te kennen en te dienen, en hierna in eeuwigheid met Mij te leven. Zie onder, vs.26; Ex. 19:5; Deut. 14:4.
Hertaald:afgezonderd heb!
Namelijk: opdat u Mijn volk en eigendom zou zijn, om Mij hier te kennen en te dienen, en hierna in eeuwigheid met Mij te leven. Zie hieronder, vers 26; Ex. 19:5; Deut. 14:4.
Leviticus 20 vers 25— Daarom zult gij onderscheid maken tussen reine en onreine beesten, en tussen het onreine en reine gevogelte; en gij zult uw zielen niet verfoeilijk maken aan de beesten en aan het gevogelte, en aan al wat op den aardbodem kruipt, hetwelk Ik voor u afgezonderd heb, opdat gij het onrein houdt.
uw zielen niet verfoeilijk maken
Zie boven, Lev. 11:43.
Hertaald:uw zielen niet verfoeilijk maken
Zie hierboven, Lev. 11:43.
Leviticus 20 vers 27— Als nu een man en vrouw in zich een waarzeggenden geest zal hebben, of een duivelskunstenaar zal zijn, zij zullen zekerlijk gedood worden; men zal hen met stenen stenigen; hun bloed is op hen.
waarzeggenden geest
Zie boven, Lev. 19:31, alsook in vs.6, waar verboden wordt den waarzeggers raad te vragen. Maar hier wordt straf gesteld tegen de waarzeggers en dergelijke duivelse kunstenaars zelven.
Hertaald:waarzeggenden geest
Zie hierboven, Lev. 19:31, evenals in vers 6, waar verboden wordt de waarzeggers om raad te vragen. Maar hier wordt straf gesteld op de waarzeggers en dergelijke duivelse kunstenaars zelf.
Opdat Israël zich van al de heidense gruwelen, waarover tot nu toe gesproken is, afhoudt en waar deze in het midden van het volk vaste voet verkregen hadden, ze dadelijk verbannen kon, verordent de Heere een gemeenschappelijke straf voor hen, die tot een van die vele zonden vervielen. Zij zouden uit het volk worden uitgeroeid en de dood sterven. Daardoor wordt de Heere toch aan hen geheiligd, daar het niet door hen geschiedt, en het heilig karakter van Zijn volk blijft zo althans middellijk bewaard, opdat het verderf zich van hen uit niet verder verbreidt.
1. Verder, tot de in de 2 vorige hoofdstukken verboden misdaden en zonden nu ook enige bepalingen over de bestraffing van hen, die zich daaraan schuldig maken,toevoegende, sprak 1) de HEERE tot Mozes, zeggende:
1) Vroeger is het verbod van dit bijgeloof uitgevaardigd; nu beveelt God de straf te voltrekken, indien iemand zich met haar heeft bezoedeld. En zeker, afschuwelijk was deze heiligschennis, het nageslacht, dat door God was doen geboren worden en dat in het Verbond met Abraham was opgenomen, aan de afgoden te offeren, omdat zij niet alleen God van Zijn recht beroofden maar ook de genade van de aanneming, voor zoveel het aan hun stond, verdierven.
2. Gij zult ook tot de kinderen van Israël zeggen: a) Een ieder uit de kinderen van Israël, of zij het ook maar uit de vreemdelingen, 1) die in Israël als vreemdelingen verkeren, die van zijn zaad een van zijn kinderen de Molech gegeven zal hebben, op de in Leviticus. 18:21 beschreven wijze hem toewijdt, zal zeker gedood worden; het volk van het land zal hem met stenen stenigen. 2)
a) Leviticus. 18:21
1) Deze wetten waren niet alleen geldig voor de Israëliet, maar ook voor alle vreemdelingen; niet alleen voor de Jodengenoot, maar ook voor hen, die nog niet tot de godsdienst van Israël waren overgegaan, omdat deze zonden voor immer veroordeeld werden. Een toelaten van zulke zonden keert de orde van iedere staat ondersteboven.
2) Van doodstraffen als wettelijke en geregelde komen er bij de Joden slechts twee voor: de dood door het zwaard en de steniging, die meer voor staatkundige, deze voor godsdienstig-kerkelijke misdaden. Wanneer nu de Talmoedisten (de Joodse wetgeleerden van de 2de tot de 6de eeuw na Chr., waarop dan het tijdperk van de Masorethen van de 6de tot de 9de eeuw volgt), bovendien van de verbranding en de levendbegraving melding maken, dan moge dit zijn grond hebben in het later gedrag van de Joodse raad; de beide laatste doodstraffen zijn niet oorspronkelijk. Wat nu het doden door het zwaard aangaat, dat bij godsdienstig kerkelijke misdrijven slechts dßßr toegepast werd, waar óf de bloedwreker de doodstraf voltrok, óf een grotere menigte, b.v. een gehele stad het doodvonnis deed uitvoeren, zo is daarbij niet zozeer aan een afslaan van het hoofd te denken (want dat was wel in Egypte sedert de vroegste tijden gebruikelijk, Genesis 40:19), maar komt bij de Joden eerst ten tijde van de Romeinen voor (Matth.14:10 vv.), als veeleer aan een nederslaan of doorsteken, en geschiedde dit laatste in bijzondere gevallen ook met de speer of met pijlen (Exodus. 19:18 Numeri. 25:7 vv.). Hoe men nu bij de andere ook hier vermelde doodstraf, de steniging, handelde, wordt nergens in het Oude Testament nader beschreven; slechts wordt gezegd dat zij geschiedde buiten de legerplaats of de stad, dat de getuigen als vóór al de anderen verantwoordelijk, wanneer daarbij een onrechtvaardigheid gepleegd werd, de eerste steen op de misdadiger moesten werpen, en dat verder de gehele gemeente deel daaraan moest nemen, daar het hier de verwijdering van een algemeen gegeven ergernis gold. Bovendien komt de steniging nog voor als een door het volk in een oproerige beweging uitgeoefende lynchgerechtigheid, i) en wel in 1 Samuel. 3:6 Luk.20:6 Joh.11:31 vv.; 11:8.
i) Alzo genaamd naar de Amerikaan Lynch die door zijn medeburgers met onbeperkte macht bekleed, op het einde van de 16de eeuw het eerste dergelijke volksgericht voorstond.
3. En Ik zal Mijn aangezicht (Leviticus. 17:10) tegen die man zetten, dat hij met Mij zal te doen hebben, zelfs al bleef zijn daad voor mensen verborgen, en zal hem, door een dadelijk strafgericht, uit het midden van zijn volk uitroeien: want hij heeft van zijn zaad aan de Molech gegeven, opdat hij daardoor Mijn heiligdom, dat in uw midden is en door al het boze dat bij u geschiedt, bevlekt wordt (Leviticus. 15:31; 16:16) ontreinigen en Mijn heilige naam, door de dienst aan de vreemde goden bewezen (Leviticus. 18:21) ontheiligen zou. 1)
1) Dit verzwaarde de misdaad grotelijk, dat namelijk daardoor het Heiligdom des Heeren verontreinigd werd, het zij men de zaak aldus begrijpt, eerst, of dat zodanige gruwelijke afgodendienaars, terwijl zij de dienst van de Molech waren toegedaan, zich naast andere nog in Gods huis vertoonden en dus op twee gedachten schenen te hinken, of wel, de dienst van de ware God met die van de afgoden poogden samen te paren, of ten tweede, dat men zich die mensen voorstelt als deze, die uit hoofde van hun belijdenis en uitwendige Verbondstoestemming een bijzondere betrekking op Gods Heiligdom hadden; of ten derde, dat men hen veronderstelt, als dat Heiligdom ten enenmale verlatende en daaraan een scheidbrief gevende. In elk geval werd Gods Heiligdom door zo’n misdaad verontreinigd.
De ontheiliging van de Naam des Heeren stond in het nauwste verband met en vloeide voort uit het ontreinigen van het Heiligdom des Heeren. Het Huis van de Heere, Zijn Heiligdom, was toch naar Zijn Naam genoemd.
4. En indien het volk van het land, omdat het zelf door deze gruwelen bedekt is, hun ogen enigszins verbergen zal van die man, als hij van zijn zaad de Molech zal gegeven hebben, dat het hem niet dode; maar met gewetenloze onverschilligheid of onder geheime goedkeuring van zijn zonde leven laat.
5. Zo zal Ik Mijn aangezicht tegen die man en tegen zijn met hem in dezelfde zonde levend gezin zetten, en Ik zal hem en al degenen, die hem nahoereren, 1) om de Molech na te hoereren (zie “Ex 34.16) uit het midden van hun volk uitroeien, zodat ook zij, die hem hebben laten worden, zullen omkomen met hem.
1) Die hem nahoereren, d.w.z. die zijn voorbeeld volgen, in plaats van hem tegen staan en hem uit te roeien. Ook hier wordt het verlaten van God en Zijn dienst met de naam van hoererij aangeduid, uit kracht van het verbond, dat er bestond tussen de Heere God en Zijn volk.
6. Wanneer er een ziel, wanneer er iemand is, die zich, in weerwil van Mijn uitdrukkelijk verbod (Leviticus. 19:31) tot de waarzeggers en tot de duivelskunstenaars zal gekeerd hebben, om die na te hoereren, door tot hen te gaan, zich aan heidense gruwelen zal schuldig gemaakt hebben, zo zal Ik Mijn aangezicht tegen die ziel zetten, zoals tegen de Molechdienaar, (vs.3,5) en zal ze uit het midden van haar volk uitroeien.
7. a) Daarom heiligt u van alle afgoderij en weest heilig: 1) toont in alles dat gij mensen zijt, die geen gemeenschap hebt met de onvruchtbare werken van de duisternis, want Ik ben de HEERE, uw God! Ik heb u doorverkiezing tot volk van Mijn eigendom van de wereld en haar wegen afgezonderd.
a)Leviticus. 11:44; 19:2; 1 Petr.1:16
1) Hier wordt de heiligheid van de heiliging onderscheiden. De heiliging is de aanhoudende werkzaamheid van een gelovige in dit leven, waarom hij zich door dagelijkse boetvaardigheid en telkens herhaalde toevluchteling tot de reinigende bloedverdiensten van Christus, alsmede door afzondering van zichzelf, van alle onreinheid zich reinigt van alle besmetting van het vlees en van de geest, en zich beijvert, om het hart en de genegenheden althans opwaarts tot God te verheffen en op te wekken, en om naar Zijn geboden, in Zijn kracht eerlijk, rein, rechtvaardig en Godzalig te leven. Uit zodanige heiliging ontstaat dan vooral de heiligheid, door de werking van de Geeste en de kracht van God, als zo’n geheiligde zich vertoont als een nieuw schepsel en in een vernieuwde gestalte ten opzichte van zijn lichaams- en zielevermogens als herschapen naar het beeld van God.
Het heiligen hier moet niet opgevat worden in de levitische zin van het woord, maar in de meer geestelijke.
8. En onderhoudt integendeel Mijn instellingen, en doet deze; Ik ben de HEERE, een heilig God, die door deze instellingen ook U heilige, aan Mij gelijkvormig maak.
9. a) Als er iemand is, die zijn vader of zijn moeder in plaats van te eren, zoals Ik geboden heb (Leviticus. 19:3) zal gevloekt, gesmaad of met lastering zal verwenst hebben, die zal zeker gedood worden (Exodus. 21:15,17). Hij heeft zijn vader of zijn moeder gevloekt: dus een bloedschuld op zich geladen, (Leviticus. 17:4) zijn bloed is op hem!
a) Spreuken. 20:20 Matth.15:4
De schending van het vijfde gebod wordt nu met de doodstraf gestraft. Niet echter geld dit hen alleen, die jegens hun ouders, op welke wijze ook, zich goddeloos gedragen, maar ook toont het genoeg, dat het recht van de ouders heilig is, dat niet kan geschonden worden, zonder dat dit tot de grootste misdaad wordt gerekend. Wij weten, dat de vadermoordenaar, als de afschuwelijkste van alle moorden, eertijds in een leren zak werd genaaid en in het water geworpen. God nu gaat verder, omdat Hij beveelt van de aardbodem te verwijderen, wie hun wrede handen aan de ouders slaan, of jegens hen zich verachtelijk gedragen. De mishandelingen nu werden niet alleen voor moord gerekend, maar iedere onstuimige behandeling, ook al was geen wond toegebracht. Indien iemand daarom met een knuppel of met de vuist vader of moeder had geslagen, voor zo dolle woede gold dezelfde straf als voor moord. En zeker, het is een afschuwelijk monster een zoon, die niet aarzelt tegen hen, van wie hij het leven ontving, op te staan, en het niet straffen van zulk een vuile misdaad moet terstond een onmenselijk barbarisme doen ontstaan. De tweede wet is, dat niet slechts geweld aan de ouders gepleegd, gewroken wordt, maar ook het vervloeken, hetgeen tot lichtvaardigheid in het bespotten en tot gruwelijke verachting voortschrijdt.
De herhaling en nadere verscherping van het vijfde gebod met de bijvoeging van de straf, volgt nu onmiddellijk, omdat er een groot verband bestaat tussen de eer van God en de eer van de ouders. De ouders zijn de plaatsvervangers van God voor het kind. De ouders heeft God tot het dragen van een gedeelte van Zijn Souverein gezag aangesteld, opdat zij op aarde, ten opzichte van de kinderen, Zijn rechten en instellingen zouden handhaven. Wie de ouders niet eert, eert ook God niet.
10. Een man ook, die met iemands vrouw overspel zal gedaan hebben (Leviticus. 18:20), omdat hij met de vrouw van zijn naaste overspel gedaan heeft en zij zich tot een dergelijke daad verleiden liet (Deuteronomium. 22:22), zal (evenzo) zeker gedood worden, en wel niet alleen hij, maar beide de overspeler en de overspeelster.
a) Joh.8:5
11. En een man, die bij de vrouw van zijn vader gelegen zal hebben, heeft de schaamte van zijn vader ontdekt, zijn echtelijk bed geschonden, ook al heeft hij zich na de dood van de vader zijn moeder tot vrouw genomen, zij beiden zullen als schuldig aan echtbreuk (vs.10) en aan bloedschande (Leviticus. 18:7), zeker gedood worden: hun bloed is op hen!
12. Evenzo, als een man bij de vrouw van zijn zoon, zijn schoondochter, zal gelegen hebben, zij zullen beiden zeker gedood worden; zij hebben een gruwelijke vermenging,bloedschande gedaan: volgens Leviticus. 18:15 maggeen geslachtsgemeenschap, hetzij in, hetzij buiten de echt tussen hen plaats hebben, hun bloed is op hen!
13. Wanneer ook een man bij een manspersoon, een schandjongen (1 Kon.15:12), zal gelegen hebben met vrouwelijke bijligging (Leviticus. 18:22), zij beiden hebben een gruwel gedaan, zij zullen zeker gedood worden: hun bloed is op hen!
14. En wanneer een man een vrouw en bovendien haar moeder zal genomen hebben (Leviticus. 18:17), het is een schandelijke daad; men zal hem en diens moeder en dochter, na ze gedood te hebben, met vuur verbranden (Genesis 38:24); opdat geen schandelijke daad in het midden van u zij, 1) maar dadelijk met wortel en tak wordt uitgeroeid.
1) Aan een levend verbrand worden, zoals dit bij de Babyloniërs voorkwam (Jeremia. 29:22 Dan.3) kan hier niet gedacht worden; dit blijkt duidelijk uit de handelswijze met Achan (Jozua 7:25). Zowel dit verbranden van het lichaam als het ophangen daarvan aan een boom of paal, waarover in Numeri. 25:4 en Deuteronomium. 21:22 gesproken wordt, is slechts een verzwaring van de doodstraf, nadat deze reeds op de gewone wijze, voltrokken is, tot des te groter schande over de misdadiger, zoals men dan ook tot ditzelfde doel het lichaam of de as nog met een steenhoop bedekte (Jozua 7:25; 8:29; 2 Samuel. 18:17).
15. Daartoe als een man bij enig vee zal gelegen hebben (Leviticus. 18:23 vv.) hij zal zeker gedood worden; ook zult gij het beest, waarmee hij zichverontreinigd heeft, doden,
16. Alzo wanneer een vrouw tot enig beest genaderd zal zijn, (Leviticus. 18:23) om daarmee te doen te hebben, zo zult gij die vrouw en dat beest doden; zij beide, zowel de vrouw als het misbruikte vee, zullen zeker gedood worden: hun bloed is op hen! 1)
1) Hieruit maken wij op, hoezeer deze soort van schanddaad God mishaagt, omdat Hij ook de dieren, welke toen zonder schuld zijn, ten dode doemt.
17. En als een man zijn zuster, de dochter van zijn vader, of de dochter van zijn moeder (Leviticus. 18:9,11) zal genomen hebben en hij haar schaamte gezien en zij zijn schaamte zal gezien hebben, hij met haaren zij met hem vleselijke gemeenschap heeft, het is een schandvlek; het is bloedschande, daarom zullen zij voor de ogen van de kinderen van hun volk uitgeroeid worden: want hij heeft tegen Mijn uitdrukkelijk verbod, de schaamte van zijn zuster ontdekt, hij zal zijn ongerechtigheid dragen, en daarvoor boeten.
18. En als een man bij een vrouw, die haar ziekte, de maandelijkse vloed, heeft, zal gelegen (Leviticus. 18:19) en haar schaamte ontdekt, haar fontein, haar van bloed vloeiende schaamte ontbloot, 1) en zijzelf om de man ter wille te zijn, in plaats van hem af te wijzen, de fontein van haar bloed ontdekt zal hebben, zo zullen zij beiden uit het midden van hun volk uitgeroeid worden. 2)
1) Uit de hardheid van de straf kan de zwaarte van de overtreding gekend worden, en wel bleek, wanneer zij zich met zo grote schandelijkheid afgaven, bij man en vrouw geen gevoel van schaamte meer overgebleven. Aldus beschouwt God haar niet slechts als een misdaad, maar ook als een redeloze aanval van wellust, waardoor de mens zo aangetast wordt, dat hij elk natuurlijk gevoel heeft uitgeschud. Welke liederlijkheid zou hij schuwen, die tot zo grote teugeloosheid vervalt, dat hij een hindernis, welke de beesten zelfs in hun driften terughoudt, doorbreekt? Laten wij er ons dan niet over verwonderen, dat God van een dergelijke liederlijkheid een streng wreker is.
Hier wordt de zonde met de dood gestraft, omdat bij beide geen onwetendheid kan voorgewend worden, daar de zaak, hier veroordeeld, opzettelijk gebeurt. In hoofdstuk 15:24 gebeurde het onopzettelijk.
2) Zoals de uitdrukking: “de dood sterven” betekent ook de spreekwijs: “uit het midden van het volk uitgeroeid worden,” in al deze strafbepalingen voorkomende, de dood door steniging. De vleselijke gemeenschap met de moeder (Leviticus. 18:7) en kleindochter (Leviticus. 18:10) wordt hier niet bijzonder vermeld, daar de strafbaarheid van deze zonde als vanzelf spreekt. Voor de volgende drie gevallen (vs.19,20,21) wordt nu geen burgerlijke of gemeentelijke straf bepaald; maar de Heere houdt zich het recht van de bestraffing voor en bedreigt zo’n huwelijk met kinderloosheid.
19. Daartoe zult gij de schaamte van de zuster van uw moeder en van de zuster van uw vader niet ontdekken (Leviticus. 18:12,13); omdat hij, die zijn tante van moeders of vaders zijde ten huwelijk neemt, zijn nabestaande ontbloot heeft, zullen zij beide, man en vrouw, die alzo in bloedschande leven, hun ongerechtigheid dragen; daarin dat Ik hun de huwelijkszegen onthoud.
20. Als ook een man bij zijn tante zal gelegen hebben, hij heeft de schaamte van zijn oom ontdekt, wat volgens Leviticus. 18:14 ongeoorloofd is; zij zullen hun zonde dragen; zonder kinderen zullen zij sterven. 1)
1) Hierover zijn de meningen verschillend. De meesten vatten het op in de zin, dat God zulke huwelijken met kinderloosheid zou straffen. Anderen echter o.a. Junius, dat de overheid zulke personen terstond gerechtelijk moest laten doden, opdat geen kinderen zouden verwekt worden. De eerste mening is het aannemelijkst.
21. En wanneer een man de vrouw van zijn broeder zal genomen hebben, het is (Leviticus. 18:16) onreinheid; hij heeft de schaamte van zijn broeder ontdekt; zij zullen evenzo zonder kinderen zijn.
22. Onderhoudt dan al Mijn instellingen en al Mijn rechten, die Ik u hiermee geboden heb en doet deze; opdat u dat land, waarheen Ik u brengt, om daarin te wonen, nietuitspuwe. 1)
1) Voor de derde maal trekt God de Israëlieten van het navolgen van de heidenen af en vermaant hen, dat zij zich zullen houden binnen de grenzen van de wet. Hetgeen ik heb herinnerd als niet zonder overleg gedaan te zijn, omdat men overigens zo licht geneigd zou zijn een slechte gewoonte goed te keuren. Verder, opdat zij het juk niet zouden afschudden, nadat Hij gezegd heeft, dat de volken van Kanaän wegens soortgelijke verontreiniging uitgeroeid werden, voegt Hij er bij, dat onder deze voorwaarden zij van dat land bezitters zouden worden, indien zij zich zouden afhouden van hun onheilige zeden.
23. En wandelt niet in de instellingen van het volk, dat Ik voor uw aangezicht uitwerp (Leviticus. 18:3); want al deze dingen hebben zij gedaan, daarom ben Ik op hen verdrietig geworden (Leviticus. 18:24).
24. En Ik heb u gezegd: Gij zult hun land erfelijk bezitten, en Ik zal u dat geven, opdat gij het erfelijk bezit, a) een land vloeiende van melk en honing: en dat land is zo (Leviticus. 3:17). Ik ben de HEERE, uw God, die u van de overige volken afgezonderd, en Mij tot een heilig volk (Exodus. 22:31), gemaakt heb!
a) Exodus. 3:8
25. a) Daarom zult gij, tot een uiterlijk teken van het tussen u en hen bestaande verschil, naar Mijn bevel (hoofdstuk 11), onderscheid maken tussen reine en onreine beesten, en tussen het onrein en het rein gevogelte; en gij zult uw zielen u niet verfoeielijk maken aan de beesten en aan het gevogelte, en aan al wat op de aardbodem kruipt, dat Ik voor u afgezonderd heb, opdat gij het onrein en niet bruikbaar houdt.
a) Leviticus. 11:2 Deuteronomium. 14:4
Dat dit gebod met het einde van het vorige vers in verband staat, is voor mij niet twijfelachtig. Want ofschoon hij om deze reden van de ontucht en bloedschuld afschrikt, waarvan hij melding heeft gemaakt, toch heeft Hij tegelijk het oog op de tegenwoordige onderwijzing, zodat het is als in de plaats van een voorafspraak. Kortom, twee zaken vermeldt Hij hier, omdat God daarmee kort zijn plan aanwijst, dat hij niet slechts op het oog heeft de ongeoorloofde en schandelijke paring, maar ook, waarom Hij zijn volk verbiedt de onreine dieren te eten. Daarom zegt Hij: Ik ben alzo uw God, die U heb afgezonderd van de volkeren. Waaruit volgt, dat hun om geen andere reden werd verboden het eten van die dieren, dan om daaruit weer te leren, zich ijverig te wachten voor en zich verder af te houden van alle onreinheden van de heidenen. De reinheid heeft Hij hen tevoren, onder vele symbolen, geboden, nu strekt Hij die ook uit tot de dieren. En die rede is terdege op te merken, dat het onderscheid tussen de spijzen hun wordt voorgehouden, opdat zij zich op reinheid zullen toeleggen. Want het zou iets hards zijn, wat hen gezegd wordt, zo wij niet wisten, dat het verbod tot dat doel is gegeven, dat zij zich in geen enkel geval met de heidenen zouden vermengen. Daarom wordt voor de tweede maal herhaald, dat zij afgezonderd zijn, om erfgenamen van God te wezen. Waaruit volgt, dat zij de heiligheid hadden te oefenen, omdat zij zich naar het voorbeeld van God zouden vormen. Nu kan het niet twijfelachtig zijn, of het genot van de spijs, dat voorgesteld wordt, is een aanhangsel van het eerste gebod. Door welke regels overgeleverd wordt, God plechtig en zuiver te dienen. En zo wordt de Godsverering van alle bijgelovige vermengingen gezuiverd.
26. En gij zult Mij heilig zijn, u in alle dingen als aan Mij geheiligd beschouwen, want Ik, de HEERE, ben heilig; en Ik heb u van de volken afgezonderd, opdat gij van Mij, Mijn eigendomsvolk (Exodus. 19:4-6), zou zijn.
27. a) Als nu een man of vrouw in zich een waarzeggende geest zal hebben, of een duivelskunstenaar zal zijn, zij zullen zeker gedood worden; men zal hen met stenen stenigen; hun bloed is op hen (Exodus. 22:18).
a) Deuteronomium. 18:10; 1 Samuel. 28:7
Dus toonde God, dat Hij het boze uit het midden van zijn volk wilde weggedaan hebben en dat Hij de zonde van zijn volk in het geheel niet wilde dulden, waarom niet alleen degenen, die ze bedreven, maar ook degenen die de bevorderaars waren, en ook zij, die de zonde konden beletten, nochthans deze door de vingers zagen, allen even schuldig en strafbaar waren.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Leviticus 20
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
STRAFFEN OP VERSCHILLENDE ZONDEN GESTELD.
I. Vers 1-27
Opdat Israël zich van al de heidense gruwelen, waarover tot nu toe gesproken is, afhoudt en waar deze in het midden van het volk vaste voet verkregen hadden, ze dadelijk verbannen kon, verordent de Heere een gemeenschappelijke straf voor hen, die tot een van die vele zonden vervielen. Zij zouden uit het volk worden uitgeroeid en de dood sterven. Daardoor wordt de Heere toch aan hen geheiligd, daar het niet door hen geschiedt, en het heilig karakter van Zijn volk blijft zo althans middellijk bewaard, opdat het verderf zich van hen uit niet verder verbreidt.
1. Verder, tot de in de 2 vorige hoofdstukken verboden misdaden en zonden nu ook enige bepalingen over de bestraffing van hen, die zich daaraan schuldig maken,toevoegende, sprak 1) de HEERE tot Mozes, zeggende:
1) Vroeger is het verbod van dit bijgeloof uitgevaardigd; nu beveelt God de straf te voltrekken, indien iemand zich met haar heeft bezoedeld. En zeker, afschuwelijk was deze heiligschennis, het nageslacht, dat door God was doen geboren worden en dat in het Verbond met Abraham was opgenomen, aan de afgoden te offeren, omdat zij niet alleen God van Zijn recht beroofden maar ook de genade van de aanneming, voor zoveel het aan hun stond, verdierven.
2. Gij zult ook tot de kinderen van Israël zeggen: a) Een ieder uit de kinderen van Israël, of zij het ook maar uit de vreemdelingen, 1) die in Israël als vreemdelingen verkeren, die van zijn zaad een van zijn kinderen de Molech gegeven zal hebben, op de in Leviticus. 18:21 beschreven wijze hem toewijdt, zal zeker gedood worden; het volk van het land zal hem met stenen stenigen. 2)
a) Leviticus. 18:21
1) Deze wetten waren niet alleen geldig voor de Israëliet, maar ook voor alle vreemdelingen; niet alleen voor de Jodengenoot, maar ook voor hen, die nog niet tot de godsdienst van Israël waren overgegaan, omdat deze zonden voor immer veroordeeld werden. Een toelaten van zulke zonden keert de orde van iedere staat ondersteboven.
2) Van doodstraffen als wettelijke en geregelde komen er bij de Joden slechts twee voor: de dood door het zwaard en de steniging, die meer voor staatkundige, deze voor godsdienstig-kerkelijke misdaden. Wanneer nu de Talmoedisten (de Joodse wetgeleerden van de 2de tot de 6de eeuw na Chr., waarop dan het tijdperk van de Masorethen van de 6de tot de 9de eeuw volgt), bovendien van de verbranding en de levendbegraving melding maken, dan moge dit zijn grond hebben in het later gedrag van de Joodse raad; de beide laatste doodstraffen zijn niet oorspronkelijk. Wat nu het doden door het zwaard aangaat, dat bij godsdienstig kerkelijke misdrijven slechts dßßr toegepast werd, waar óf de bloedwreker de doodstraf voltrok, óf een grotere menigte, b.v. een gehele stad het doodvonnis deed uitvoeren, zo is daarbij niet zozeer aan een afslaan van het hoofd te denken (want dat was wel in Egypte sedert de vroegste tijden gebruikelijk, Genesis 40:19), maar komt bij de Joden eerst ten tijde van de Romeinen voor (Matth.14:10 vv.), als veeleer aan een nederslaan of doorsteken, en geschiedde dit laatste in bijzondere gevallen ook met de speer of met pijlen (Exodus. 19:18 Numeri. 25:7 vv.). Hoe men nu bij de andere ook hier vermelde doodstraf, de steniging, handelde, wordt nergens in het Oude Testament nader beschreven; slechts wordt gezegd dat zij geschiedde buiten de legerplaats of de stad, dat de getuigen als vóór al de anderen verantwoordelijk, wanneer daarbij een onrechtvaardigheid gepleegd werd, de eerste steen op de misdadiger moesten werpen, en dat verder de gehele gemeente deel daaraan moest nemen, daar het hier de verwijdering van een algemeen gegeven ergernis gold. Bovendien komt de steniging nog voor als een door het volk in een oproerige beweging uitgeoefende lynchgerechtigheid, i) en wel in 1 Samuel. 3:6 Luk.20:6 Joh.11:31 vv.; 11:8.
i) Alzo genaamd naar de Amerikaan Lynch die door zijn medeburgers met onbeperkte macht bekleed, op het einde van de 16de eeuw het eerste dergelijke volksgericht voorstond.
3. En Ik zal Mijn aangezicht (Leviticus. 17:10) tegen die man zetten, dat hij met Mij zal te doen hebben, zelfs al bleef zijn daad voor mensen verborgen, en zal hem, door een dadelijk strafgericht, uit het midden van zijn volk uitroeien: want hij heeft van zijn zaad aan de Molech gegeven, opdat hij daardoor Mijn heiligdom, dat in uw midden is en door al het boze dat bij u geschiedt, bevlekt wordt (Leviticus. 15:31; 16:16) ontreinigen en Mijn heilige naam, door de dienst aan de vreemde goden bewezen (Leviticus. 18:21) ontheiligen zou. 1)
1) Dit verzwaarde de misdaad grotelijk, dat namelijk daardoor het Heiligdom des Heeren verontreinigd werd, het zij men de zaak aldus begrijpt, eerst, of dat zodanige gruwelijke afgodendienaars, terwijl zij de dienst van de Molech waren toegedaan, zich naast andere nog in Gods huis vertoonden en dus op twee gedachten schenen te hinken, of wel, de dienst van de ware God met die van de afgoden poogden samen te paren, of ten tweede, dat men zich die mensen voorstelt als deze, die uit hoofde van hun belijdenis en uitwendige Verbondstoestemming een bijzondere betrekking op Gods Heiligdom hadden; of ten derde, dat men hen veronderstelt, als dat Heiligdom ten enenmale verlatende en daaraan een scheidbrief gevende. In elk geval werd Gods Heiligdom door zo’n misdaad verontreinigd.
De ontheiliging van de Naam des Heeren stond in het nauwste verband met en vloeide voort uit het ontreinigen van het Heiligdom des Heeren. Het Huis van de Heere, Zijn Heiligdom, was toch naar Zijn Naam genoemd.
4. En indien het volk van het land, omdat het zelf door deze gruwelen bedekt is, hun ogen enigszins verbergen zal van die man, als hij van zijn zaad de Molech zal gegeven hebben, dat het hem niet dode; maar met gewetenloze onverschilligheid of onder geheime goedkeuring van zijn zonde leven laat.
5. Zo zal Ik Mijn aangezicht tegen die man en tegen zijn met hem in dezelfde zonde levend gezin zetten, en Ik zal hem en al degenen, die hem nahoereren, 1) om de Molech na te hoereren (zie “Ex 34.16) uit het midden van hun volk uitroeien, zodat ook zij, die hem hebben laten worden, zullen omkomen met hem.
1) Die hem nahoereren, d.w.z. die zijn voorbeeld volgen, in plaats van hem tegen staan en hem uit te roeien. Ook hier wordt het verlaten van God en Zijn dienst met de naam van hoererij aangeduid, uit kracht van het verbond, dat er bestond tussen de Heere God en Zijn volk.
6. Wanneer er een ziel, wanneer er iemand is, die zich, in weerwil van Mijn uitdrukkelijk verbod (Leviticus. 19:31) tot de waarzeggers en tot de duivelskunstenaars zal gekeerd hebben, om die na te hoereren, door tot hen te gaan, zich aan heidense gruwelen zal schuldig gemaakt hebben, zo zal Ik Mijn aangezicht tegen die ziel zetten, zoals tegen de Molechdienaar, (vs.3,5) en zal ze uit het midden van haar volk uitroeien.
7. a) Daarom heiligt u van alle afgoderij en weest heilig: 1) toont in alles dat gij mensen zijt, die geen gemeenschap hebt met de onvruchtbare werken van de duisternis, want Ik ben de HEERE, uw God! Ik heb u doorverkiezing tot volk van Mijn eigendom van de wereld en haar wegen afgezonderd.
a)Leviticus. 11:44; 19:2; 1 Petr.1:16
1) Hier wordt de heiligheid van de heiliging onderscheiden. De heiliging is de aanhoudende werkzaamheid van een gelovige in dit leven, waarom hij zich door dagelijkse boetvaardigheid en telkens herhaalde toevluchteling tot de reinigende bloedverdiensten van Christus, alsmede door afzondering van zichzelf, van alle onreinheid zich reinigt van alle besmetting van het vlees en van de geest, en zich beijvert, om het hart en de genegenheden althans opwaarts tot God te verheffen en op te wekken, en om naar Zijn geboden, in Zijn kracht eerlijk, rein, rechtvaardig en Godzalig te leven. Uit zodanige heiliging ontstaat dan vooral de heiligheid, door de werking van de Geeste en de kracht van God, als zo’n geheiligde zich vertoont als een nieuw schepsel en in een vernieuwde gestalte ten opzichte van zijn lichaams- en zielevermogens als herschapen naar het beeld van God.
Het heiligen hier moet niet opgevat worden in de levitische zin van het woord, maar in de meer geestelijke.
8. En onderhoudt integendeel Mijn instellingen, en doet deze; Ik ben de HEERE, een heilig God, die door deze instellingen ook U heilige, aan Mij gelijkvormig maak.
9. a) Als er iemand is, die zijn vader of zijn moeder in plaats van te eren, zoals Ik geboden heb (Leviticus. 19:3) zal gevloekt, gesmaad of met lastering zal verwenst hebben, die zal zeker gedood worden (Exodus. 21:15,17). Hij heeft zijn vader of zijn moeder gevloekt: dus een bloedschuld op zich geladen, (Leviticus. 17:4) zijn bloed is op hem!
a) Spreuken. 20:20 Matth.15:4
De schending van het vijfde gebod wordt nu met de doodstraf gestraft. Niet echter geld dit hen alleen, die jegens hun ouders, op welke wijze ook, zich goddeloos gedragen, maar ook toont het genoeg, dat het recht van de ouders heilig is, dat niet kan geschonden worden, zonder dat dit tot de grootste misdaad wordt gerekend. Wij weten, dat de vadermoordenaar, als de afschuwelijkste van alle moorden, eertijds in een leren zak werd genaaid en in het water geworpen. God nu gaat verder, omdat Hij beveelt van de aardbodem te verwijderen, wie hun wrede handen aan de ouders slaan, of jegens hen zich verachtelijk gedragen. De mishandelingen nu werden niet alleen voor moord gerekend, maar iedere onstuimige behandeling, ook al was geen wond toegebracht. Indien iemand daarom met een knuppel of met de vuist vader of moeder had geslagen, voor zo dolle woede gold dezelfde straf als voor moord. En zeker, het is een afschuwelijk monster een zoon, die niet aarzelt tegen hen, van wie hij het leven ontving, op te staan, en het niet straffen van zulk een vuile misdaad moet terstond een onmenselijk barbarisme doen ontstaan. De tweede wet is, dat niet slechts geweld aan de ouders gepleegd, gewroken wordt, maar ook het vervloeken, hetgeen tot lichtvaardigheid in het bespotten en tot gruwelijke verachting voortschrijdt.
De herhaling en nadere verscherping van het vijfde gebod met de bijvoeging van de straf, volgt nu onmiddellijk, omdat er een groot verband bestaat tussen de eer van God en de eer van de ouders. De ouders zijn de plaatsvervangers van God voor het kind. De ouders heeft God tot het dragen van een gedeelte van Zijn Souverein gezag aangesteld, opdat zij op aarde, ten opzichte van de kinderen, Zijn rechten en instellingen zouden handhaven. Wie de ouders niet eert, eert ook God niet.
10. Een man ook, die met iemands vrouw overspel zal gedaan hebben (Leviticus. 18:20), omdat hij met de vrouw van zijn naaste overspel gedaan heeft en zij zich tot een dergelijke daad verleiden liet (Deuteronomium. 22:22), zal (evenzo) zeker gedood worden, en wel niet alleen hij, maar beide de overspeler en de overspeelster.
a) Joh.8:5
11. En een man, die bij de vrouw van zijn vader gelegen zal hebben, heeft de schaamte van zijn vader ontdekt, zijn echtelijk bed geschonden, ook al heeft hij zich na de dood van de vader zijn moeder tot vrouw genomen, zij beiden zullen als schuldig aan echtbreuk (vs.10) en aan bloedschande (Leviticus. 18:7), zeker gedood worden: hun bloed is op hen!
12. Evenzo, als een man bij de vrouw van zijn zoon, zijn schoondochter, zal gelegen hebben, zij zullen beiden zeker gedood worden; zij hebben een gruwelijke vermenging,bloedschande gedaan: volgens Leviticus. 18:15 maggeen geslachtsgemeenschap, hetzij in, hetzij buiten de echt tussen hen plaats hebben, hun bloed is op hen!
13. Wanneer ook een man bij een manspersoon, een schandjongen (1 Kon.15:12), zal gelegen hebben met vrouwelijke bijligging (Leviticus. 18:22), zij beiden hebben een gruwel gedaan, zij zullen zeker gedood worden: hun bloed is op hen!
14. En wanneer een man een vrouw en bovendien haar moeder zal genomen hebben (Leviticus. 18:17), het is een schandelijke daad; men zal hem en diens moeder en dochter, na ze gedood te hebben, met vuur verbranden (Genesis 38:24); opdat geen schandelijke daad in het midden van u zij, 1) maar dadelijk met wortel en tak wordt uitgeroeid.
1) Aan een levend verbrand worden, zoals dit bij de Babyloniërs voorkwam (Jeremia. 29:22 Dan.3) kan hier niet gedacht worden; dit blijkt duidelijk uit de handelswijze met Achan (Jozua 7:25). Zowel dit verbranden van het lichaam als het ophangen daarvan aan een boom of paal, waarover in Numeri. 25:4 en Deuteronomium. 21:22 gesproken wordt, is slechts een verzwaring van de doodstraf, nadat deze reeds op de gewone wijze, voltrokken is, tot des te groter schande over de misdadiger, zoals men dan ook tot ditzelfde doel het lichaam of de as nog met een steenhoop bedekte (Jozua 7:25; 8:29; 2 Samuel. 18:17).
15. Daartoe als een man bij enig vee zal gelegen hebben (Leviticus. 18:23 vv.) hij zal zeker gedood worden; ook zult gij het beest, waarmee hij zichverontreinigd heeft, doden,
16. Alzo wanneer een vrouw tot enig beest genaderd zal zijn, (Leviticus. 18:23) om daarmee te doen te hebben, zo zult gij die vrouw en dat beest doden; zij beide, zowel de vrouw als het misbruikte vee, zullen zeker gedood worden: hun bloed is op hen! 1)
1) Hieruit maken wij op, hoezeer deze soort van schanddaad God mishaagt, omdat Hij ook de dieren, welke toen zonder schuld zijn, ten dode doemt.
17. En als een man zijn zuster, de dochter van zijn vader, of de dochter van zijn moeder (Leviticus. 18:9,11) zal genomen hebben en hij haar schaamte gezien en zij zijn schaamte zal gezien hebben, hij met haaren zij met hem vleselijke gemeenschap heeft, het is een schandvlek; het is bloedschande, daarom zullen zij voor de ogen van de kinderen van hun volk uitgeroeid worden: want hij heeft tegen Mijn uitdrukkelijk verbod, de schaamte van zijn zuster ontdekt, hij zal zijn ongerechtigheid dragen, en daarvoor boeten.
18. En als een man bij een vrouw, die haar ziekte, de maandelijkse vloed, heeft, zal gelegen (Leviticus. 18:19) en haar schaamte ontdekt, haar fontein, haar van bloed vloeiende schaamte ontbloot, 1) en zijzelf om de man ter wille te zijn, in plaats van hem af te wijzen, de fontein van haar bloed ontdekt zal hebben, zo zullen zij beiden uit het midden van hun volk uitgeroeid worden. 2)
1) Uit de hardheid van de straf kan de zwaarte van de overtreding gekend worden, en wel bleek, wanneer zij zich met zo grote schandelijkheid afgaven, bij man en vrouw geen gevoel van schaamte meer overgebleven. Aldus beschouwt God haar niet slechts als een misdaad, maar ook als een redeloze aanval van wellust, waardoor de mens zo aangetast wordt, dat hij elk natuurlijk gevoel heeft uitgeschud. Welke liederlijkheid zou hij schuwen, die tot zo grote teugeloosheid vervalt, dat hij een hindernis, welke de beesten zelfs in hun driften terughoudt, doorbreekt? Laten wij er ons dan niet over verwonderen, dat God van een dergelijke liederlijkheid een streng wreker is.
Hier wordt de zonde met de dood gestraft, omdat bij beide geen onwetendheid kan voorgewend worden, daar de zaak, hier veroordeeld, opzettelijk gebeurt. In hoofdstuk 15:24 gebeurde het onopzettelijk.
2) Zoals de uitdrukking: “de dood sterven” betekent ook de spreekwijs: “uit het midden van het volk uitgeroeid worden,” in al deze strafbepalingen voorkomende, de dood door steniging. De vleselijke gemeenschap met de moeder (Leviticus. 18:7) en kleindochter (Leviticus. 18:10) wordt hier niet bijzonder vermeld, daar de strafbaarheid van deze zonde als vanzelf spreekt. Voor de volgende drie gevallen (vs.19,20,21) wordt nu geen burgerlijke of gemeentelijke straf bepaald; maar de Heere houdt zich het recht van de bestraffing voor en bedreigt zo’n huwelijk met kinderloosheid.
19. Daartoe zult gij de schaamte van de zuster van uw moeder en van de zuster van uw vader niet ontdekken (Leviticus. 18:12,13); omdat hij, die zijn tante van moeders of vaders zijde ten huwelijk neemt, zijn nabestaande ontbloot heeft, zullen zij beide, man en vrouw, die alzo in bloedschande leven, hun ongerechtigheid dragen; daarin dat Ik hun de huwelijkszegen onthoud.
20. Als ook een man bij zijn tante zal gelegen hebben, hij heeft de schaamte van zijn oom ontdekt, wat volgens Leviticus. 18:14 ongeoorloofd is; zij zullen hun zonde dragen; zonder kinderen zullen zij sterven. 1)
1) Hierover zijn de meningen verschillend. De meesten vatten het op in de zin, dat God zulke huwelijken met kinderloosheid zou straffen. Anderen echter o.a. Junius, dat de overheid zulke personen terstond gerechtelijk moest laten doden, opdat geen kinderen zouden verwekt worden. De eerste mening is het aannemelijkst.
21. En wanneer een man de vrouw van zijn broeder zal genomen hebben, het is (Leviticus. 18:16) onreinheid; hij heeft de schaamte van zijn broeder ontdekt; zij zullen evenzo zonder kinderen zijn.
22. Onderhoudt dan al Mijn instellingen en al Mijn rechten, die Ik u hiermee geboden heb en doet deze; opdat u dat land, waarheen Ik u brengt, om daarin te wonen, nietuitspuwe. 1)
1) Voor de derde maal trekt God de Israëlieten van het navolgen van de heidenen af en vermaant hen, dat zij zich zullen houden binnen de grenzen van de wet. Hetgeen ik heb herinnerd als niet zonder overleg gedaan te zijn, omdat men overigens zo licht geneigd zou zijn een slechte gewoonte goed te keuren. Verder, opdat zij het juk niet zouden afschudden, nadat Hij gezegd heeft, dat de volken van Kanaän wegens soortgelijke verontreiniging uitgeroeid werden, voegt Hij er bij, dat onder deze voorwaarden zij van dat land bezitters zouden worden, indien zij zich zouden afhouden van hun onheilige zeden.
23. En wandelt niet in de instellingen van het volk, dat Ik voor uw aangezicht uitwerp (Leviticus. 18:3); want al deze dingen hebben zij gedaan, daarom ben Ik op hen verdrietig geworden (Leviticus. 18:24).
24. En Ik heb u gezegd: Gij zult hun land erfelijk bezitten, en Ik zal u dat geven, opdat gij het erfelijk bezit, a) een land vloeiende van melk en honing: en dat land is zo (Leviticus. 3:17). Ik ben de HEERE, uw God, die u van de overige volken afgezonderd, en Mij tot een heilig volk (Exodus. 22:31), gemaakt heb!
a) Exodus. 3:8
25. a) Daarom zult gij, tot een uiterlijk teken van het tussen u en hen bestaande verschil, naar Mijn bevel (hoofdstuk 11), onderscheid maken tussen reine en onreine beesten, en tussen het onrein en het rein gevogelte; en gij zult uw zielen u niet verfoeielijk maken aan de beesten en aan het gevogelte, en aan al wat op de aardbodem kruipt, dat Ik voor u afgezonderd heb, opdat gij het onrein en niet bruikbaar houdt.
a) Leviticus. 11:2 Deuteronomium. 14:4
Dat dit gebod met het einde van het vorige vers in verband staat, is voor mij niet twijfelachtig. Want ofschoon hij om deze reden van de ontucht en bloedschuld afschrikt, waarvan hij melding heeft gemaakt, toch heeft Hij tegelijk het oog op de tegenwoordige onderwijzing, zodat het is als in de plaats van een voorafspraak. Kortom, twee zaken vermeldt Hij hier, omdat God daarmee kort zijn plan aanwijst, dat hij niet slechts op het oog heeft de ongeoorloofde en schandelijke paring, maar ook, waarom Hij zijn volk verbiedt de onreine dieren te eten. Daarom zegt Hij: Ik ben alzo uw God, die U heb afgezonderd van de volkeren. Waaruit volgt, dat hun om geen andere reden werd verboden het eten van die dieren, dan om daaruit weer te leren, zich ijverig te wachten voor en zich verder af te houden van alle onreinheden van de heidenen. De reinheid heeft Hij hen tevoren, onder vele symbolen, geboden, nu strekt Hij die ook uit tot de dieren. En die rede is terdege op te merken, dat het onderscheid tussen de spijzen hun wordt voorgehouden, opdat zij zich op reinheid zullen toeleggen. Want het zou iets hards zijn, wat hen gezegd wordt, zo wij niet wisten, dat het verbod tot dat doel is gegeven, dat zij zich in geen enkel geval met de heidenen zouden vermengen. Daarom wordt voor de tweede maal herhaald, dat zij afgezonderd zijn, om erfgenamen van God te wezen. Waaruit volgt, dat zij de heiligheid hadden te oefenen, omdat zij zich naar het voorbeeld van God zouden vormen. Nu kan het niet twijfelachtig zijn, of het genot van de spijs, dat voorgesteld wordt, is een aanhangsel van het eerste gebod. Door welke regels overgeleverd wordt, God plechtig en zuiver te dienen. En zo wordt de Godsverering van alle bijgelovige vermengingen gezuiverd.
26. En gij zult Mij heilig zijn, u in alle dingen als aan Mij geheiligd beschouwen, want Ik, de HEERE, ben heilig; en Ik heb u van de volken afgezonderd, opdat gij van Mij, Mijn eigendomsvolk (Exodus. 19:4-6), zou zijn.
27. a) Als nu een man of vrouw in zich een waarzeggende geest zal hebben, of een duivelskunstenaar zal zijn, zij zullen zeker gedood worden; men zal hen met stenen stenigen; hun bloed is op hen (Exodus. 22:18).
a) Deuteronomium. 18:10; 1 Samuel. 28:7
Dus toonde God, dat Hij het boze uit het midden van zijn volk wilde weggedaan hebben en dat Hij de zonde van zijn volk in het geheel niet wilde dulden, waarom niet alleen degenen, die ze bedreven, maar ook degenen die de bevorderaars waren, en ook zij, die de zonde konden beletten, nochthans deze door de vingers zagen, allen even schuldig en strafbaar waren.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel