Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Verder sprakH1696 de HEEREH3068totH413MozesH4872, zeggendeH559:Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
2Spreek tot de kinderen Israels en zeg tot hen: Ik ben de HEERE, uw God!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2SpreekH1696totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478 en zegH559totH413 hen: IkH589 ben de HEEREH3068, uw GodH430!Spreek tot de kinderen Israels en zeg tot hen: Ik ben de HEERE, uw God!
KJVSpeak1unto the children3of Israel,4and say5unto them, I am the LORD8your God.
1דַּבֵּר֙H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וְאָמַרְתָּ֖H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֲלֵהֶ֑םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7אֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who8יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9אֱלֹהֵיכֶֽםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
3Gij zult niet doen naar de werken des Egyptischen lands, waarin gij gewoond hebt; en naar de werken des lands Kanaan, waarheen Ik u brenge, zult gij niet doen, en zult in hun inzettingen niet wandelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Gij zult niet doen naar de werkenH4639 des EgyptischenH4714landsH776, waarin gij gewoondH3427 hebt; en naar de werkenH4639 des landsH776KanaanH3667, waarheen IkH589 u brengeH935, zult gij niet doenH6213, en zult in hun inzettingenH2708nietH3808wandelenH3212.Gij zult niet doen naar de werken des Egyptischen lands, waarin gij gewoond hebt; en naar de werken des lands Kanaan, waarheen Ik u brenge, zult gij niet doen, en zult in hun inzettingen niet wandelen.
KJVAfter the doings1of the land2of Egypt,3wherein ye dwelt,5shall ye not do:8and after the doings9of the land10of Canaan,11whither I bring14you, shall ye not do:18neither shall ye walk21in their ordinances.
1כְּמַעֲשֵׂ֧הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought2אֶֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world3מִצְרַ֛יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim4אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5יְשַׁבְתֶּםH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry6בָּ֖הּ7לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8תַעֲשׂ֑וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9וּכְמַעֲשֵׂ֣הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought10אֶֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11כְּנַ֡עַןH3667Kanaan, koophandel, KanaanietenCanaan, merchant, traffick12אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13אֲנִי֩H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who14מֵבִ֨יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way15אֶתְכֶ֥םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16שָׁ֨מָּה֙H8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither17לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18תַעֲשׂ֔וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use19וּבְחֻקֹּתֵיהֶ֖םH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute20לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21תֵלֵֽכוּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak
4Mijn rechten zult gij doen, en Mijn inzettingen zult gij houden, om in die te wandelen; Ik ben de HEERE, uw God!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Mijn rechtenH4941 zult gij doenH6213, en Mijn inzettingenH2708 zult gij houdenH8104, om in die te wandelenH3212; IkH589 ben de HEEREH3068, uw GodH430!Mijn rechten zult gij doen, en Mijn inzettingen zult gij houden, om in die te wandelen; Ik ben de HEERE, uw God!
KJVYe shall do3my judgments,2and keep6mine ordinances,5to walk7therein: I am the LORD10your God.
1אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2מִשְׁפָּטַ֧יH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong3תַּעֲשׂ֛וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5חֻקֹּתַ֥יH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute6תִּשְׁמְר֖וּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)7לָלֶ֣כֶתH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak8בָּהֶ֑ם9אֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who10יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֱלֹהֵיכֶֽםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
5Ja, Mijn inzettingen en Mijn rechten zult gij houden; welk mens dezelve zal doen, die zal door dezelve leven; Ik ben de HEERE!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Ja, Mijn inzettingenH2708 en Mijn rechtenH4941 zult gij houdenH8104; welk mensH120 dezelve zal doenH6213, die zal door dezelve levenH2425; IkH589 ben de HEEREH3068!Ja, Mijn inzettingen en Mijn rechten zult gij houden; welk mens dezelve zal doen, die zal door dezelve leven; Ik ben de HEERE!
KJVYe shall therefore keep1my statutes,3and my judgments:5which6if a man9do,7he shall live10in them: I am the LORD.
1וּשְׁמַרְתֶּ֤םH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3חֻקֹּתַי֙H2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5מִשְׁפָּטַ֔יH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong6אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7יַעֲשֶׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8אֹתָ֛םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הָאָדָ֖םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person10וָחַ֣יH2425leven, leefde, levelive, save life11בָּהֶ֑ם12אֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who13יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
6Niemand zal tot enige nabestaande zijns vleses naderen, om de schaamte te ontdekken; Ik ben de HEERE!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Niemand zal totH413enigeH376nabestaandeH7607 zijns vlesesH1320naderenH7126, om de schaamteH6172 te ontdekkenH1540; IkH589 ben de HEEREH3068!Niemand zal tot enige nabestaande zijns vleses naderen, om de schaamte te ontdekken; Ik ben de HEERE!
KJVNone of you shall approach8to any1that is near5of kin6to him, to uncover9their nakedness:10I am the LORD.
1אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2אִישׁ֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5שְׁאֵ֣רH7607vlees, nabestaande, bloedvriendbody, flesh, food, (near) kin(-sman, -swoman), near (nigh) (of kin)6בְּשָׂר֔וֹH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin7לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8תִקְרְב֖וּH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take9לְגַלּ֣וֹתH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover10עֶרְוָ֑הH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)11אֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who12יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
7Gij zult de schaamte uws vaders en de schaamte uwer moeder niet ontdekken; zij is uw moeder; gij zult haar schaamte niet ontdekken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Gij zult de schaamteH6172 uws vadersH1 en de schaamteH6172 uwer moederH517nietH3808ontdekkenH1540; zijH1931 is uw moederH517; gij zult haar schaamteH6172nietH3808ontdekkenH1540.Gij zult de schaamte uws vaders en de schaamte uwer moeder niet ontdekken; zij is uw moeder; gij zult haar schaamte niet ontdekken.
KJVThe nakedness1of thy father,2or the nakedness3of thy mother,4shalt thou not uncover:6she is thy mother;7thou shalt not uncover10her nakedness.
1עֶרְוַ֥תH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)2אָבִ֛יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'3וְעֶרְוַ֥תH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)4אִמְּךָ֖H517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting5לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6תְגַלֵּ֑הH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover7אִמְּךָ֣H517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting8הִ֔ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who9לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10תְגַלֶּ֖הH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover11עֶרְוָתָֽהּH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)
8Gij zult de schaamte der huisvrouw uws vaders niet ontdekken; het is de schaamte uws vaders.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Gij zult de schaamteH6172 der huisvrouwH802 uws vadersH1nietH3808ontdekkenH1540; hetH1931 is de schaamteH6172 uws vadersH1.Gij zult de schaamte der huisvrouw uws vaders niet ontdekken; het is de schaamte uws vaders.
KJVThe nakedness1of thy father's3wife2shalt thou not uncover:5it is thy father's7nakedness.
1עֶרְוַ֥תH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)2אֵֽשֶׁתH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English3אָבִ֖יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'4לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5תְגַלֵּ֑הH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover6עֶרְוַ֥תH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)7אָבִ֖יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'8הִֽואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
9De schaamte uwer zuster, der dochter uws vaders, of der dochter uwer moeder, te huis geboren of buiten geboren, haar schaamte zult gij niet ontdekken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9De schaamteH6172 uwer zusterH269, der dochterH1323 uws vadersH1, ofH176 der dochterH1323 uwer moederH517, te huisH1004geborenH4138ofH176buitenH2351geborenH4138, haar schaamteH6172 zult gij nietH3808ontdekkenH1540.De schaamte uwer zuster, der dochter uws vaders, of der dochter uwer moeder, te huis geboren of buiten geboren, haar schaamte zult gij niet ontdekken.
KJVThe nakedness1of thy sister,2the daughter3of thy father,4or daughter6of thy mother,7whether she be born8at home,9or born11abroad,12even their nakedness15thou shalt not uncover.
10De schaamte der dochter uws zoons, of der dochter uwer dochter, haar schaamte zult gij niet ontdekken; want zij zijn uw schaamte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10De schaamteH6172 der dochterH1323 uws zoonsH1121, ofH176 der dochterH1323 uwer dochterH1323, haar schaamteH6172 zult gij nietH3808ontdekkenH1540; wantH3588 zij zijn uw schaamteH6172.De schaamte der dochter uws zoons, of der dochter uwer dochter, haar schaamte zult gij niet ontdekken; want zij zijn uw schaamte.
KJVThe nakedness1of thy son's3daughter,2or of thy daughter's5daughter,6even their nakedness9thou shalt not uncover:8for theirs12is thine own nakedness.
1עֶרְוַ֤תH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)2בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village3בִּנְךָ֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4א֣וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether5בַֽתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village6בִּתְּךָ֔H1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village7לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8תְגַלֶּ֖הH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover9עֶרְוָתָ֑ןH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)10כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11עֶרְוָתְךָ֖H6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)12הֵֽנָּהH2007zij, deze (vrouwelijk meervoud)[idiom] in, [idiom] such (and such things), their, (into) them, thence, therein, these, they (had), on this side, whose, wherein
11De schaamte van de dochter der huisvrouw uws vaders, die uw vader geboren is (zij is uw zuster), haar schaamte zult gij niet ontdekken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11De schaamteH6172 van de dochterH1323 der huisvrouwH802 uws vadersH1, die uw vaderH1geborenH4138 is (zij is uw zusterH269), haar schaamteH6172 zult gij nietH3808ontdekkenH1540.De schaamte van de dochter der huisvrouw uws vaders, die uw vader geboren is (zij is uw zuster), haar schaamte zult gij niet ontdekken.
KJVThe nakedness1of thy father's4wife's3daughter,2begotten5of thy father,6she is thy sister,7thou shalt not uncover10her nakedness.
1עֶרְוַ֨תH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)2בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village3אֵ֤שֶׁתH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English4אָבִ֨יךָ֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5מוֹלֶ֣דֶתH4138maagschap, geboorte, geborenbegotten, born, issue, kindred, native(-ity)6אָבִ֔יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7אֲחוֹתְךָ֖H269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together8הִ֑ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who9לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10תְגַלֶּ֖הH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover11עֶרְוָתָֽהּH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)
12Gij zult de schaamte van de zuster uws vaders niet ontdekken; zij is uws vaders nabestaande.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Gij zult de schaamteH6172 van de zusterH269 uws vadersH1nietH3808ontdekkenH1540; zijH1931 is uws vadersH1nabestaandeH7607.Gij zult de schaamte van de zuster uws vaders niet ontdekken; zij is uws vaders nabestaande.
KJVThou shalt not uncover5the nakedness1of thy father's3sister:2she is thy father's7near kinswoman.
1עֶרְוַ֥תH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)2אֲחוֹתH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together3אָבִ֖יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'4לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5תְגַלֵּ֑הH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover6שְׁאֵ֥רH7607vlees, nabestaande, bloedvriendbody, flesh, food, (near) kin(-sman, -swoman), near (nigh) (of kin)7אָבִ֖יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'8הִֽואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
13Gij zult de schaamte van de zuster uwer moeder niet ontdekken; want zij is uwer moeder nabestaande.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Gij zult de schaamteH6172 van de zusterH269 uwer moederH517nietH3808ontdekkenH1540; wantH3588zijH1931 is uwer moederH517nabestaandeH7607.Gij zult de schaamte van de zuster uwer moeder niet ontdekken; want zij is uwer moeder nabestaande.
KJVThou shalt not uncover5the nakedness1of thy mother's3sister:2for she is thy mother's8near kinswoman.
1עֶרְוַ֥תH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)2אֲחֽוֹתH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together3אִמְּךָ֖H517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting4לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5תְגַלֵּ֑הH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover6כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7שְׁאֵ֥רH7607vlees, nabestaande, bloedvriendbody, flesh, food, (near) kin(-sman, -swoman), near (nigh) (of kin)8אִמְּךָ֖H517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting9הִֽואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
14Gij zult de schaamte van den broeder uws vaders niet ontdekken; tot zijn huisvrouw zult gij niet naderen; zij is uw moei.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Gij zult de schaamteH6172 van den broederH251 uws vadersH1nietH3808ontdekkenH1540; totH413 zijn huisvrouwH802 zult gij nietH3808naderenH7126; zijH1931 is uw moeiH1733.Gij zult de schaamte van den broeder uws vaders niet ontdekken; tot zijn huisvrouw zult gij niet naderen; zij is uw moei.
KJVThou shalt not uncover5the nakedness1of thy father's3brother,2thou shalt not approach9to his wife:7she is thine aunt.
1עֶרְוַ֥תH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)2אֲחִֽיH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'3אָבִ֖יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'4לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5תְגַלֵּ֑הH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7אִשְׁתּוֹ֙H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English8לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תִקְרָ֔בH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take10דֹּדָֽתְךָ֖H1733moeiaunt, father's sister, uncle's wife11הִֽואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
15Gij zult de schaamte uwer schoondochter niet ontdekken; zij is uws zoons huisvrouw; gij zult haar schaamte niet ontdekken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Gij zult de schaamteH6172 uwer schoondochterH3618nietH3808ontdekkenH1540; zijH1931 is uws zoonsH1121huisvrouwH802; gij zult haar schaamteH6172nietH3808ontdekkenH1540.Gij zult de schaamte uwer schoondochter niet ontdekken; zij is uws zoons huisvrouw; gij zult haar schaamte niet ontdekken.
KJVThou shalt not uncover4the nakedness1of thy daughter in law:2she is thy son's6wife;5thou shalt not uncover9her nakedness.
1עֶרְוַ֥תH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)2כַּלָּֽתְךָ֖H3618bruid, schoondochter, schoondochtersbride, daughter-in-law, spouse3לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4תְגַלֵּ֑הH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover5אֵ֤שֶׁתH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English6בִּנְךָ֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7הִ֔ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תְגַלֶּ֖הH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover10עֶרְוָתָֽהּH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)
16Gij zult de schaamte der huisvrouw uws broeders niet ontdekken; het is de schaamte uws broeders.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Gij zult de schaamteH6172 der huisvrouwH802 uws broedersH251nietH3808ontdekkenH1540; hetH1931 is de schaamteH6172 uws broedersH251.Gij zult de schaamte der huisvrouw uws broeders niet ontdekken; het is de schaamte uws broeders.
KJVThou shalt not uncover5the nakedness1of thy brother's3wife:2it is thy brother's7nakedness.
1עֶרְוַ֥תH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)2אֵֽשֶׁתH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English3אָחִ֖יךָH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'4לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5תְגַלֵּ֑הH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover6עֶרְוַ֥תH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)7אָחִ֖יךָH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'8הִֽואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
17Gij zult de schaamte ener vrouw en harer dochter niet ontdekken; de dochter haars zoons, noch de dochter van haar dochter zult gij nemen, om haar schaamte te ontdekken; zij zijn nabestaanden; het is een schandelijke daad.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Gij zult de schaamteH6172 ener vrouwH802 en harer dochterH1323nietH3808ontdekkenH1540; de dochterH1323 haars zoonsH1121, nochH3808 de dochterH1323 van haar dochterH1323 zult gij nemenH3947, om haar schaamteH6172 te ontdekkenH1540; zij zijn nabestaandenH7608; het is een schandelijke daadH2154.Gij zult de schaamte ener vrouw en harer dochter niet ontdekken; de dochter haars zoons, noch de dochter van haar dochter zult gij nemen, om haar schaamte te ontdekken; zij zijn nabestaanden; het is een schandelijke daad.
KJVThou shalt not uncover5the nakedness1of a woman2and her daughter,3neither shalt thou take13her son's8daughter,7or her daughter's10daughter,11to uncover14her nakedness;15for they are her near kinswomen:16it is wickedness.
1עֶרְוַ֥תH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)2אִשָּׁ֛הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English3וּבִתָּ֖הּH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village4לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5תְגַלֵּ֑הH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover6אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village8בְּנָ֞הּH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village11בִּתָּ֗הּH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village12לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13תִקַּח֙H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win14לְגַלּ֣וֹתH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover15עֶרְוָתָ֔הּH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)16שַׁאֲרָ֥הH7608nabestaandennear kinswomen17הֵ֖נָּהH2007zij, deze (vrouwelijk meervoud)[idiom] in, [idiom] such (and such things), their, (into) them, thence, therein, these, they (had), on this side, whose, wherein18זִמָּ֥הH2154schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke dadenheinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness)19הִֽואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
18Gij zult ook geen vrouw tot haar zuster nemen, om haar te benauwen, mits haar schaamte nevens haar, in haar leven, te ontdekken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Gij zult ook geenH3808vrouwH802totH413 haar zusterH269nemenH3947, om haar te benauwenH6887, mits haar schaamteH6172nevensH5921 haar, in haar levenH2416, te ontdekkenH1540.Gij zult ook geen vrouw tot haar zuster nemen, om haar te benauwen, mits haar schaamte nevens haar, in haar leven, te ontdekken.
KJVNeither shalt thou take5a wife1to her sister,3to vex6her, to uncover7her nakedness,8beside the other in her life
1וְאִשָּׁ֥הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אֲחֹתָ֖הּH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together4לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5תִקָּ֑חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win6לִצְרֹ֗רH6887bange, benauwen, benauwdadversary, (be in) afflict(-ion), beseige, bind (up), (be in, bring) distress, enemy, narrower, oppress, pangs, shut up, be in a strait (trouble), vex7לְגַלּ֧וֹתH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover8עֶרְוָתָ֛הּH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)9עָלֶ֖יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10בְּחַיֶּֽיהָH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop
19Ook zult gij tot de vrouw in de afzondering van haar onreinigheid niet naderen, om haar schaamte te ontdekken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Ook zult gij totH413 de vrouwH802 in de afzonderingH5079 van haar onreinigheidH2932nietH3808naderenH7126, om haar schaamteH6172 te ontdekkenH1540.Ook zult gij tot de vrouw in de afzondering van haar onreinigheid niet naderen, om haar schaamte te ontdekken.
KJVAlso thou shalt not approach6unto a woman2to uncover7her nakedness,8as long as she is put apart3for her uncleanness.
1וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)2אִשָּׁ֖הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English3בְּנִדַּ֣תH5079afzondering, onreinigheid, afgezonderde[idiom] far, filthiness, [idiom] flowers, menstruous (woman), put apart, [idiom] removed (woman), separation, set apart, unclean(-ness, thing, with filthiness)4טֻמְאָתָ֑הּH2932onreinigheid, onreinigheden, onreinsfilthiness, unclean(-ness)5לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6תִקְרַ֔בH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take7לְגַלּ֖וֹתH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover8עֶרְוָתָֽהּH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)
20En gij zult niet liggen bij uws naasten huisvrouw ter bezading, om met haar onrein te worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En gij zult nietH3808liggenH5414 bij uws naastenH5997huisvrouwH802 ter bezadingH2233, om met haar onreinH2930 te worden.En gij zult niet liggen bij uws naasten huisvrouw ter bezading, om met haar onrein te worden.
21En van uw zaad zult gij niet geven, om voor den Molech door het vuur te doen gaan; en den Naam uws Gods zult gij niet ontheiligen; Ik ben de HEERE!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En van uw zaadH2233 zult gij nietH3808gevenH5414, om voor den MolechH4432 door het vuur te doen gaan; en den NaamH8034 uws GodsH430 zult gij nietH3808ontheiligenH2490; IkH589 ben de HEEREH3068!En van uw zaad zult gij niet geven, om voor den Molech door het vuur te doen gaan; en den Naam uws Gods zult gij niet ontheiligen; Ik ben de HEERE!
KJVAnd thou shalt not3let any of thy seed1pass4through the fire to Molech,5neither shalt thou profane7the name9of thy God:10I am the LORD.
1וּמִֽזַּרְעֲךָ֥H2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time2לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3תִתֵּ֖ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4לְהַעֲבִ֣ירH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath5לַמֹּ֑לֶךְH4432MolechMolech. Compare H4445 (מַלְכָּם)6וְלֹ֧אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7תְחַלֵּ֛לH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9שֵׁ֥םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report10אֱלֹהֶ֖יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who12יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
22Bij een manspersoon zult gij niet liggen met vrouwelijke bijligging; dit is een gruwel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Bij een manspersoonH2145 zult gij nietH3808liggenH7901 met vrouwelijkeH802bijliggingH4904; dit is een gruwelH8441.Bij een manspersoon zult gij niet liggen met vrouwelijke bijligging; dit is een gruwel.
KJVThou shalt not lie4with mankind,2as with5womankind:6it is abomination.
1וְאֶ֨תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix2זָכָ֔רH2145mannelijk, manspersonen, mannetje[idiom] him, male, man(child, -kind)3לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4תִשְׁכַּ֖בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay5מִשְׁכְּבֵ֣יH4904leger, bijligging, legersbed(-chamber), couch, lieth (lying) with6אִשָּׁ֑הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English7תּוֹעֵבָ֖הH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination8הִֽואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
23Insgelijks zult gij bij geen beest liggen, om daarmede onrein te worden; een vrouw zal ook niet staan voor een beest, om daarmede te doen te hebben; het is een gruwelijke vermenging.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23InsgelijksH5414 zult gij bij geenH3808beestH929liggenH7903, om daarmede onreinH2930 te worden; een vrouwH802 zal ook nietH3808staanH5975voorH6440 een beestH929, om daarmede te doen te hebben; hetH1931 is een gruwelijke vermengingH8397.Insgelijks zult gij bij geen beest liggen, om daarmede onrein te worden; een vrouw zal ook niet staan voor een beest, om daarmede te doen te hebben; het is een gruwelijke vermenging.
KJVNeither shalt thou4lie5with any beast2to defile6thyself therewith: neither shall any woman8stand10before11a beast12to lie down13thereto: it is confusion.
1וּבְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2בְּהֵמָ֛הH929beesten, vee, beestbeast, cattle3לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4תִתֵּ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5שְׁכָבְתְּךָ֖H7903bijgelegen, liggen[idiom] lie6לְטָמְאָהH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly7בָ֑הּ8וְאִשָּׁ֗הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English9לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10תַעֲמֹ֞דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry11לִפְנֵ֧יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12בְהֵמָ֛הH929beesten, vee, beestbeast, cattle13לְרִבְעָ֖הּH7250samenlet gender, lie down14תֶּ֥בֶלH8397gruwelijke vermengingconfusion15הֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
24Verontreinigt u niet met enige van deze; want de heidenen, die Ik van uw aangezicht uitwerpe, zijn met alle deze verontreinigd;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24VerontreinigtH2930 u nietH408 met enigeH428 van deze; wantH3588 de heidenenH1471, dieH834IkH589 van uw aangezichtH6440uitwerpeH7971, zijn met alleH3605 deze verontreinigdH2930;Verontreinigt u niet met enige van deze; want de heidenen, die Ik van uw aangezicht uitwerpe, zijn met alle deze verontreinigd;
KJVDefile2not ye yourselves in any of these things:4for in all these the nations9are defiled8which I cast out12before
1אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than2תִּֽטַּמְּא֖וּH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly3בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4אֵ֑לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)5כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6בְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7אֵ֨לֶּה֙H428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)8נִטְמְא֣וּH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly9הַגּוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people10אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who12מְשַׁלֵּ֖חַH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)13מִפְּנֵיכֶֽםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
25Zodat het land onrein is, en Ik over hetzelve zijn ongerechtigheid bezoeke, en het land zijn inwoners uitspuwt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Zodat het landH776onreinH2930 is, en Ik overH5921 hetzelve zijn ongerechtigheidH5771bezoekeH6485, en het landH776 zijn inwonersH3427uitspuwtH6958.Zodat het land onrein is, en Ik over hetzelve zijn ongerechtigheid bezoeke, en het land zijn inwoners uitspuwt.
KJVAnd the land2is defiled:1therefore I do visit3the iniquity4thereof upon it, and the land7itself vomiteth out6her inhabitants.
1וַתִּטְמָ֣אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly2הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world3וָאֶפְקֹ֥דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want4עֲוֺנָ֖הּH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin5עָלֶ֑יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6וַתָּקִ֥אH6958uitspuwe, uitspuwen, uitspuwtspue (out), vomit (out, up, up again)7הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9יֹשְׁבֶֽיהָH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry
26Maar gij zult Mijn inzettingen en Mijn rechten onderhouden, en van al die gruwelen niets doen, inboorling noch vreemdeling, die in het midden van u als vreemdeling verkeert.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Maar gij zult Mijn inzettingenH2708 en Mijn rechtenH4941onderhoudenH8104, en van alH3605 die gruwelenH8441nietsH6213 doen, inboorlingH249nochH3808vreemdelingH1616, die in het middenH8432 van u als vreemdeling verkeertH1481.Maar gij zult Mijn inzettingen en Mijn rechten onderhouden, en van al die gruwelen niets doen, inboorling noch vreemdeling, die in het midden van u als vreemdeling verkeert.
KJVYe shall therefore keep1my statutes4and my judgments,6and shall not commit8any of these abominations;10neither any of your own nation,12nor any stranger13that sojourneth14among
1וּשְׁמַרְתֶּ֣םH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)2אַתֶּ֗םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4חֻקֹּתַי֙H2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מִשְׁפָּטַ֔יH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong7וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8תַעֲשׂ֔וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9מִכֹּ֥לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הַתּוֹעֵבֹ֖תH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination11הָאֵ֑לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)12הָֽאֶזְרָ֔חH249inboorling, inboorlingen, ingeborenebay tree, (home-) born (in the land), of the (one's own) country (nation)13וְהַגֵּ֖רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger14הַגָּ֥רH1481vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeertabide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely15בְּתוֹכְכֶֽםH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
27Want de lieden dezes lands, die voor u geweest zijn, hebben al deze gruwelen gedaan; en het land is onrein geworden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27WantH3588 de liedenH582 dezes landsH776, dieH834voorH6440 u geweest zijn, hebben alH3605 deze gruwelenH8441gedaanH6213; en het landH776 is onreinH2930 geworden.Want de lieden dezes lands, die voor u geweest zijn, hebben al deze gruwelen gedaan; en het land is onrein geworden.
KJV(For all these5abominations4have the menof the land8done,6which were before10you, and the land12is defiled;)
1כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הַתּוֹעֵבֹ֣תH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination5הָאֵ֔לH411dezethese, those. Compare H428 (אֵלֶּה)6עָשׂ֥וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7אַנְשֵֽׁיH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10לִפְנֵיכֶ֑םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11וַתִּטְמָ֖אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly12הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
28Dat u dat land niet uitspuwe, als gij hetzelve zult verontreinigd hebben; gelijk als het het volk, dat voor u was, uitgespuwd heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Dat u dat landH776nietH3808uitspuweH6958, als gij hetzelve zult verontreinigdH2930 hebben; gelijk als het het volkH1471, datH834voorH6440 u was, uitgespuwdH6958 heeft.Dat u dat land niet uitspuwe, als gij hetzelve zult verontreinigd hebben; gelijk als het het volk, dat voor u was, uitgespuwd heeft.
KJVThat the land3spue not you out2also, when ye defile5it, as it spued out8the nations10that were before
1וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תָקִ֤יאH6958uitspuwe, uitspuwen, uitspuwtspue (out), vomit (out, up, up again)3הָאָ֨רֶץ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world4אֶתְכֶ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5בְּטַֽמַּאֲכֶ֖םH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly6אֹתָ֑הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8קָאָ֛הH6958uitspuwe, uitspuwen, uitspuwtspue (out), vomit (out, up, up again)9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הַגּ֖וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people11אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12לִפְנֵיכֶֽםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
29Want al wie enige van deze gruwelen doen zal, die zielen, die ze doen, zullen uit het midden van haar volk uitgeroeid worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29WantH3588 al wie enige van dezeH428gruwelenH8441doenH6213 zal, die zielenH5315, die ze doenH6213, zullen uit het middenH7130 van haar volkH5971uitgeroeidH3772 worden.Want al wie enige van deze gruwelen doen zal, die zielen, die ze doen, zullen uit het midden van haar volk uitgeroeid worden.
KJVFor whosoever shall commit4any of these abominations,6even the souls9that commit10them shall be cut off8from among11their people.
1כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4יַעֲשֶׂ֔הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5מִכֹּ֥לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הַתּוֹעֵב֖וֹתH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination7הָאֵ֑לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)8וְנִכְרְת֛וּH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want9הַנְּפָשׁ֥וֹתH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it10הָעֹשֹׂ֖תH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11מִקֶּ֥רֶבH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self12עַמָּֽםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
30Daarom zult gij Mijn bevel onderhouden, dat gij niet doet van die gruwelijke inzettingen, die voor u zijn gedaan geweest, en u daarmede niet verontreinigt; Ik ben de HEERE, uw God!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Daarom zult gij Mijn bevelH4931onderhoudenH8104, dat gij niet doetH6213 van die gruwelijkeH8441inzettingenH2708, dieH834voorH6440 u zijn gedaanH6213 geweest, en u daarmede niet verontreinigtH2930; IkH589 ben de HEEREH3068, uw GodH430!Daarom zult gij Mijn bevel onderhouden, dat gij niet doet van die gruwelijke inzettingen, die voor u zijn gedaan geweest, en u daarmede niet verontreinigt; Ik ben de HEERE, uw God!
KJVTherefore shall ye keep1mine ordinance,3that ye commit5not any one of these abominable7customs,6which were committed9before10you, and that ye defile12not yourselves therein: I am the LORD15your God.
1וּשְׁמַרְתֶּ֣םH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מִשְׁמַרְתִּ֗יH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch4לְבִלְתִּ֨יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without5עֲשׂ֜וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6מֵחֻקּ֤וֹתH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute7הַתּֽוֹעֵבֹת֙H8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination8אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9נַעֲשׂ֣וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10לִפְנֵיכֶ֔םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12תִֽטַּמְּא֖וּH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly13בָּהֶ֑ם14אֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who15יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16אֱלֹהֵיכֶֽםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Leviticus 18:2— Spreek tot de kinderen Israels en zeg tot hen: Ik ben de HEERE, uw God!Exodus 6:7→Leviticus 11:44→Ezechiël 20:5→Leviticus 20:7→Psalmen 33:12→Leviticus 18:4→Leviticus 19:34→Leviticus 19:10→
Leviticus 18:3— Gij zult niet doen naar de werken des Egyptischen lands, waarin gij gewoond hebt; en naar de werken des lands Kanaan, waarheen Ik u brenge, zult gij niet doen, en zult in hun inzettingen niet wandelen.Ezechiël 20:7→Exodus 23:24→Leviticus 20:23→Deuteronomium 12:30→Ezechiël 23:8→Efeze 5:7→Romeinen 12:2→Jeremia 10:2→
Leviticus 18:4— Mijn rechten zult gij doen, en Mijn inzettingen zult gij houden, om in die te wandelen; Ik ben de HEERE, uw God!Leviticus 20:22→Deuteronomium 6:1→Leviticus 18:2→Ezechiël 20:19→Leviticus 19:37→Leviticus 18:26→Johannes 15:14→Psalmen 105:45→
Leviticus 18:5— Ja, Mijn inzettingen en Mijn rechten zult gij houden; welk mens dezelve zal doen, die zal door dezelve leven; Ik ben de HEERE!Romeinen 10:5→Galaten 3:12→Ezechiël 20:11→Lukas 10:28→Ezechiël 20:21→Ezechiël 20:13→Exodus 6:2→Exodus 6:6→
Leviticus 18:6— Niemand zal tot enige nabestaande zijns vleses naderen, om de schaamte te ontdekken; Ik ben de HEERE!Leviticus 18:7→Leviticus 20:17→Leviticus 20:11→
Leviticus 18:7— Gij zult de schaamte uws vaders en de schaamte uwer moeder niet ontdekken; zij is uw moeder; gij zult haar schaamte niet ontdekken.Leviticus 20:11→Ezechiël 22:10→Leviticus 20:14→Leviticus 18:8→
Leviticus 18:8— Gij zult de schaamte der huisvrouw uws vaders niet ontdekken; het is de schaamte uws vaders.1 Korinthe 5:1→Leviticus 20:11→Deuteronomium 22:30→Deuteronomium 27:20→Genesis 49:4→Amos 2:7→Ezechiël 22:10→Genesis 35:22→
Leviticus 18:9— De schaamte uwer zuster, der dochter uws vaders, of der dochter uwer moeder, te huis geboren of buiten geboren, haar schaamte zult gij niet ontdekken.Leviticus 20:17→Ezechiël 22:11→Deuteronomium 27:22→Leviticus 18:11→2 Samuël 13:11→
Leviticus 18:12— Gij zult de schaamte van de zuster uws vaders niet ontdekken; zij is uws vaders nabestaande.Leviticus 20:19→Exodus 6:20→
Leviticus 18:14— Gij zult de schaamte van den broeder uws vaders niet ontdekken; tot zijn huisvrouw zult gij niet naderen; zij is uw moei.Leviticus 20:20→
Leviticus 18:15— Gij zult de schaamte uwer schoondochter niet ontdekken; zij is uws zoons huisvrouw; gij zult haar schaamte niet ontdekken.Leviticus 20:12→Genesis 38:26→Ezechiël 22:11→Genesis 38:18→
Leviticus 18:16— Gij zult de schaamte der huisvrouw uws broeders niet ontdekken; het is de schaamte uws broeders.Leviticus 20:21→Deuteronomium 25:5→Mattheüs 22:24→Markus 12:19→Markus 6:17→Lukas 3:19→Mattheüs 14:3→
Leviticus 18:17— Gij zult de schaamte ener vrouw en harer dochter niet ontdekken; de dochter haars zoons, noch de dochter van haar dochter zult gij nemen, om haar schaamte te ontdekken; zij zijn nabestaanden; het is een schandelijke daad.Leviticus 20:14→Deuteronomium 27:23→Amos 2:7→
Leviticus 18:18— Gij zult ook geen vrouw tot haar zuster nemen, om haar te benauwen, mits haar schaamte nevens haar, in haar leven, te ontdekken.Maleachi 2:15→Genesis 29:28→Genesis 4:19→Genesis 30:15→Exodus 26:3→1 Samuël 1:6→
Leviticus 18:19— Ook zult gij tot de vrouw in de afzondering van haar onreinigheid niet naderen, om haar schaamte te ontdekken.Leviticus 20:18→Leviticus 15:24→Leviticus 15:19→Ezechiël 18:6→Ezechiël 22:10→Leviticus 12:2→
Leviticus 18:20— En gij zult niet liggen bij uws naasten huisvrouw ter bezading, om met haar onrein te worden.Exodus 20:14→Leviticus 20:10→Mattheüs 5:27→1 Korinthe 6:9→Hebreeën 13:4→Deuteronomium 5:18→Spreuken 6:25→Deuteronomium 22:25→
Leviticus 18:21— En van uw zaad zult gij niet geven, om voor den Molech door het vuur te doen gaan; en den Naam uws Gods zult gij niet ontheiligen; Ik ben de HEERE!Leviticus 19:12→Leviticus 20:2→Leviticus 21:6→Deuteronomium 18:10→Leviticus 22:2→Deuteronomium 12:31→Leviticus 22:32→Maleachi 1:12→
Leviticus 18:22— Bij een manspersoon zult gij niet liggen met vrouwelijke bijligging; dit is een gruwel.Leviticus 20:13→1 Timotheüs 1:10→Romeinen 1:26→1 Korinthe 6:9→Judas 1:7→Richteren 19:22→1 Koningen 14:24→Deuteronomium 23:18→
Leviticus 18:23— Insgelijks zult gij bij geen beest liggen, om daarmede onrein te worden; een vrouw zal ook niet staan voor een beest, om daarmede te doen te hebben; het is een gruwelijke vermenging.Exodus 22:19→Leviticus 20:15→Leviticus 20:12→Deuteronomium 27:21→
Leviticus 18:24— Verontreinigt u niet met enige van deze; want de heidenen, die Ik van uw aangezicht uitwerpe, zijn met alle deze verontreinigd;Deuteronomium 18:12→Leviticus 18:30→1 Korinthe 3:17→Jeremia 44:4→Mattheüs 15:18→Leviticus 18:6→Deuteronomium 12:31→Markus 7:10→
Leviticus 18:25— Zodat het land onrein is, en Ik over hetzelve zijn ongerechtigheid bezoeke, en het land zijn inwoners uitspuwt.Leviticus 18:28→Jeremia 2:7→Jeremia 9:9→Numeri 35:33→Jeremia 14:10→Jeremia 5:9→Jeremia 16:18→Psalmen 106:38→
Leviticus 18:26— Maar gij zult Mijn inzettingen en Mijn rechten onderhouden, en van al die gruwelen niets doen, inboorling noch vreemdeling, die in het midden van u als vreemdeling verkeert.Leviticus 18:5→Deuteronomium 4:1→Leviticus 17:8→Psalmen 105:44→Lukas 11:28→Lukas 8:15→Deuteronomium 4:40→Leviticus 18:30→
Leviticus 18:27— Want de lieden dezes lands, die voor u geweest zijn, hebben al deze gruwelen gedaan; en het land is onrein geworden.Hosea 9:10→Deuteronomium 23:18→Deuteronomium 27:15→Ezechiël 22:11→Deuteronomium 25:16→2 Koningen 16:3→Leviticus 18:24→2 Kronieken 36:14→
Leviticus 18:28— Dat u dat land niet uitspuwe, als gij hetzelve zult verontreinigd hebben; gelijk als het het volk, dat voor u was, uitgespuwd heeft.Openbaring 3:16→Leviticus 18:25→Ezechiël 36:13→Jeremia 9:19→Leviticus 20:22→Ezechiël 36:17→Romeinen 8:22→
Leviticus 18:29— Want al wie enige van deze gruwelen doen zal, die zielen, die ze doen, zullen uit het midden van haar volk uitgeroeid worden.Leviticus 17:10→Exodus 12:15→Leviticus 20:6→
Leviticus 18:30— Daarom zult gij Mijn bevel onderhouden, dat gij niet doet van die gruwelijke inzettingen, die voor u zijn gedaan geweest, en u daarmede niet verontreinigt; Ik ben de HEERE, uw God!Leviticus 20:23→Leviticus 18:26→Deuteronomium 18:9→Leviticus 22:9→Leviticus 18:2→Deuteronomium 11:1→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Leviticus 18 vers 2— Spreek tot de kinderen Israels en zeg tot hen: Ik ben de HEERE, uw God!
de HEERE, uw God!
Te weten, wien gij als uw enigen God en Heiland gehoorzamen moet, en die de gehoorzamen belonen en de ongehoorzamen kan en wil straffen.
Hertaald:de HEERE, uw God!
Namelijk: Wie u als uw enige God en Heiland moet gehoorzamen, en Die de gehoorzamen kan en wil belonen en de ongehoorzamen kan en wil straffen.
Leviticus 18 vers 3— Gij zult niet doen naar de werken des Egyptischen lands, waarin gij gewoond hebt; en naar de werken des lands Kanaan, waarheen Ik u brenge, zult gij niet doen, en zult in hun inzettingen niet wandelen.
inzettingen niet wandelen
Zo worden genoemd de afgrijslijke gewoonten, die door toelating en het gewone gebruik onder de gemelde volken zo de overhand genomen hadden, dat ze voor gestelde wetten gehouden werden. Vergelijk onder, vs.30, en Lev. 20:23.
Hertaald:inzettingen niet wandelen
Zo worden de afschuwelijke gewoonten genoemd, die door toelating en gewoon gebruik onder deze volken zo de overhand hadden gekregen, dat ze voor vaste wetten gehouden werden. Vergelijk hieronder, vers 30, en Lev. 20:23.
Leviticus 18 vers 5— Ja, Mijn inzettingen en Mijn rechten zult gij houden; welk mens dezelve zal doen, die zal door dezelve leven; Ik ben de HEERE!
mens dezelve zal doen,
Deze spreuk leert drie dingen:<i>I.</i> de volmaaktheid van de leer der wet;<i>II.</i> de gerechtigheid der werken;<i>III.</i> het loon, dat op zulke gerechtigheid van God toegezegd is; maar dewijl de verdorven mens die in zich niet heeft, zo is het loon uit enkele genade, om de verzoening door Christus, door het geloof aangenomen; Jes. 53:11; Rom. 3:20-23, enz. Vergelijk de aantekeningen op Deut. 6:25.
Hertaald:mens dezelve zal doen,
Deze uitspraak leert drie dingen: I. de volmaaktheid van de leer van de wet; II. de gerechtigheid van de werken; III. het loon dat God op zulke gerechtigheid heeft beloofd; maar omdat de verdorven mens die gerechtigheid niet in zich heeft, is het loon uit louter genade, vanwege de verzoening door Christus, aangenomen door het geloof; Jes. 53:11; Rom. 3:20-23. Vergelijk de aantekeningen bij Deut. 6:25.
Leviticus 18 vers 6— Niemand zal tot enige nabestaande zijns vleses naderen, om de schaamte te ontdekken; Ik ben de HEERE!
Niemand zal tot enige
Hebreeuws, man, man zal niet, enz.; dat is, geen man; want al deze geboden spreken eigenlijk tot de manspersonen, doch alzo, dat bij noodwendig gevolg het vrouwelijke geslacht er mede onder begrepen is.
Hertaald:Niemand zal tot enige
Hebreeuws: man, man zal niet; dat is: geen man; want al deze geboden spreken eigenlijk tot de mannen, maar zo, dat door noodzakelijk gevolg ook de vrouwen eronder begrepen zijn.
nabestaande zijns vleses naderen,
Het Hebreeuwse woord is wel gemeen den man en de vrouw, maar wordt hier eigenlijk van de vrouw genomen, en strekt zich uit tot de graden of trappen der maagschap en der zwagerschap, die hier uitgedrukt staan, en uit dezelve door gelijkvormigheid van bestaan besloten kunnen worden.
Hertaald:nabestaande zijns vleses naderen,
Het Hebreeuwse woord geldt in het algemeen voor man en vrouw, maar wordt hier eigenlijk gebruikt voor de vrouw, en strekt zich uit tot de graden van bloed- en aanverwantschap die hier genoemd worden, en die daaruit door gelijkvormigheid afgeleid kunnen worden.
schaamte te ontdekken;
Hebreeuws, naaktheid; en zo in het volgende. Het is een eerbare manier van spreken, betekenende zoveel als wat de Schrift anders noemt iemand bekennen. Zie Gen. 4:1. Een gelijke manier van spreken is: den zoom der kleding ontdekken, Deut. 22:30, en Deut. 27:20.
Hertaald:schaamte te ontdekken;
Hebreeuws: naaktheid; zo ook hierna. Het is een eerbare manier van spreken, die zoveel betekent als wat de Schrift elders iemand bekennen noemt. Zie Gen. 4:1. Een vergelijkbare uitdrukking is: de zoom van de kleding ontdekken, Deut. 22:30 en Deut. 27:20.
Leviticus 18 vers 7— Gij zult de schaamte uws vaders en de schaamte uwer moeder niet ontdekken; zij is uw moeder; gij zult haar schaamte niet ontdekken.
en de schaamte uwer moeder
Het woordje en dient hier tot uitlegging, alsof men zeide: te weten; want vaders schaamte en moeders schaamte worden hier voor één genomen. Zie ook vs.8, 16.
Hertaald:en de schaamte uwer moeder
Het woordje en dient hier ter verduidelijking, alsof men zei: namelijk; want de schaamte van de vader en die van de moeder worden hier als één beschouwd. Zie ook vers 8, 16.
zij is uw moeder;
Dat is, gij zijt uit haar geboren; en versta, bijgevolg, hetzelfde van den vader, die de schaamte zijner dochter niet mag ontdekken, omdat hij haar vader en zij van hem geboren is.
Hertaald:zij is uw moeder;
Dat is: u bent uit haar geboren; en versta hetzelfde bijgevolg van de vader, wiens schaamte de dochter niet mag ontdekken, omdat hij haar vader is en zij uit hem geboren is.
Leviticus 18 vers 8— Gij zult de schaamte der huisvrouw uws vaders niet ontdekken; het is de schaamte uws vaders.
der huisvrouw uws vaders
Dat is, van uwe stiefmoeder; alzo ook van uw stiefvader. Want onder één exempel moeten de gelijke trappen begrepen worden.
Hertaald:der huisvrouw uws vaders
Dat is: van uw stiefmoeder; zo ook van uw stiefvader. Want onder één voorbeeld moeten de vergelijkbare gevallen begrepen worden.
uws vaders
Wien het alleen geoorloofd is die te ontdekken.
Hertaald:uws vaders
Aan wie het alleen is toegestaan haar te ontdekken.
Leviticus 18 vers 9— De schaamte uwer zuster, der dochter uws vaders, of der dochter uwer moeder, te huis geboren of buiten geboren, haar schaamte zult gij niet ontdekken.
vaders,
Dat is, van uwe halfzuster van vaders zijde.
Hertaald:vaders,
Dat is: van uw halfzuster van vaderskant.
moeder,
Dat is, van uwe halfzuster van moeders zijde.
Hertaald:moeder,
Dat is: van uw halfzuster van moederskant.
te huis geboren
Dat is, in een wettig huwelijk.
Hertaald:te huis geboren
Dat is: in een wettig huwelijk.
buiten geboren,
Dat is, onwettig. Andere nemen het alzo: Dat God in het algemeen verbiedt de zuster te trouwen, hetzij zij is de dochter uws vaders, thuis geboren; dat is, uw volle zuster; hetzij zij is de dochter uwer moeder, buiten geboren; dat is, uwe halfzuster van moeders zijde. Gelijk vs.11, verboden wordt de trouw met de halfzuster van vaders zijde.
Hertaald:buiten geboren,
Dat is: onwettig. Anderen leggen het zo uit: dat God in het algemeen verbiedt met de zuster te trouwen, hetzij zij de dochter van uw vader is, thuis geboren; dat is: uw volle zuster, hetzij zij de dochter van uw moeder is, buiten geboren; dat is: uw halfzuster van moederskant. Zoals in vers 11 het huwelijk met de halfzuster van vaderskant verboden wordt.
Leviticus 18 vers 10— De schaamte der dochter uws zoons, of der dochter uwer dochter, haar schaamte zult gij niet ontdekken; want zij zijn uw schaamte.
dochter uws zoons,
En alzo nederwaarts in de rechte linie, van alle kinderen uwer kinderen.
Hertaald:dochter uws zoons,
En zo verder in de rechte lijn, van alle kinderen van uw kinderen.
zij zijn uw schaamte
Dat is, zij zijn door middel uwer kinderen van u voortgekomen en geboren.
Hertaald:zij zijn uw schaamte
Dat is: zij zijn door bemiddeling van uw kinderen van u voortgekomen en geboren.
Leviticus 18 vers 12— Gij zult de schaamte van de zuster uws vaders niet ontdekken; zij is uws vaders nabestaande.
zuster uws vaders
Te weten, die uwe moei is, van vaders zijde, gelijk in vs.13 van de moei der moederlijke zijde gesproken wordt.
Hertaald:zuster uws vaders
Namelijk: uw tante van vaderskant, terwijl in vers 13 over de tante van moederskant gesproken wordt.
Leviticus 18 vers 14— Gij zult de schaamte van den broeder uws vaders niet ontdekken; tot zijn huisvrouw zult gij niet naderen; zij is uw moei.
broeder uws vaders
Dat is, van de huisvrouw des broeders van uw vader, gelijk de volgende woorden medebrengen; welker schaamte des ooms schaamte genoemd werd, omdat zij met hem één vlees is.
Hertaald:broeder uws vaders
Dat is: van de vrouw van de broer van uw vader, zoals de volgende woorden aangeven; haar schaamte werd de schaamte van de oom genoemd, omdat zij met hem één vlees is.
naderen;
Te weten, om met haar vleselijke gemeenschap te hebben. Zie Gen. 20:4.
Hertaald:naderen;
Namelijk: om vleselijke gemeenschap met haar te hebben. Zie Gen. 20:4.
uw moei
Te weten, behuwde moei, die een neef des overledenen ook niet mocht trouwen. Hierom was nog meer ongeoorloofd het huwelijk tussen den oom en zijns broeders dochter.
Hertaald:uw moei
Namelijk: uw aangetrouwde tante, met wie ook een neef van de overledene niet mocht trouwen. Daarom was het huwelijk tussen de oom en de dochter van zijn broer nog minder toegestaan.
Leviticus 18 vers 15— Gij zult de schaamte uwer schoondochter niet ontdekken; zij is uws zoons huisvrouw; gij zult haar schaamte niet ontdekken.
zij is uws zoons huisvrouw;
Insgelijks was ongeoorloofd het huwelijk tussen den schoonzoon en de behuwde moeder; onder Lev. 20:14.
Hertaald:zij is uws zoons huisvrouw;
Evenzo was het huwelijk tussen een schoonzoon en zijn schoonmoeder niet toegestaan; hieronder, Lev. 20:14.
Leviticus 18 vers 16— Gij zult de schaamte der huisvrouw uws broeders niet ontdekken; het is de schaamte uws broeders.
der huisvrouw uws broeders
Van deze wet werd toenmaals uitgenomen, wanneer de broeder zonder mannelijke erfgenamen na te laten gestorven was; want dan moest de naaste broeder of bloedvriend de weduwe trouwen, om zijnen gestorven broeder zaad te verwekken; Deut. 25:5; Matt. 22:24. Uit deze wet volgt noodzakelijk dat ene vrouw, met den enen broeder getrouwd zijnde, na zijn dood met den anderen broeder niet mag trouwen; en eveneens een man met de ene zuster getrouwd zijnde, mag na haar dood de andere zuster niet trouwen.
Hertaald:der huisvrouw uws broeders
Op deze regel gold destijds een uitzondering, wanneer de broer zonder mannelijke erfgenamen gestorven was; dan moest de naaste broer of bloedverwant de weduwe trouwen, om voor zijn overleden broer nageslacht te verwekken; Deut. 25:5; Matt. 22:24. Uit deze wet volgt noodzakelijk dat een vrouw die met de ene broer getrouwd was, na zijn dood niet met de andere broer mag trouwen; en evenzo mag een man die met de ene zuster getrouwd was, na haar dood niet met de andere zuster trouwen.
Leviticus 18 vers 17— Gij zult de schaamte ener vrouw en harer dochter niet ontdekken; de dochter haars zoons, noch de dochter van haar dochter zult gij nemen, om haar schaamte te ontdekken; zij zijn nabestaanden; het is een schandelijke daad.
de dochter haars zoons,
Versta, de stiefdochter en de stiefzoon, en de kinderen van dezen voortkomende, van welke de stiefvader en de stiefgrootvader zich moesten, als van hun eigen kinderen en kindskinderen, onthouden.
Hertaald:de dochter haars zoons,
Versta: de stiefdochter en de stiefzoon, en de kinderen die uit hen voortkomen, van wie de stiefvader en de stiefgrootvader zich moesten onthouden, alsof het zijn eigen kinderen en kleinkinderen waren.
Leviticus 18 vers 18— Gij zult ook geen vrouw tot haar zuster nemen, om haar te benauwen, mits haar schaamte nevens haar, in haar leven, te ontdekken.
Gij zult ook geen vrouw
Deze wet wordt door sommigen aldus verstaan, dat een man niet tegelijk twee vrouwen in huwelijk mocht hebben. Want hoewel enige oudvaders dit gedaan hebben, en God dit in dien tijd geduld heeft, nochtans was het zo van den beginne niet geweest, gelijk Christus leert Matt. 19:8; Gen. 2:24, en is in het Nieuwe Testament afgeschaft. Doch velen verstaan door het woord zuster hier de eigen zuster van de vrouw.
Hertaald:Gij zult ook geen vrouw
Deze wet wordt door sommigen zo verstaan, dat een man niet tegelijk twee vrouwen mocht hebben. Want hoewel enkele aartsvaders dit gedaan hebben, en God dit in die tijd toegelaten heeft, was het toch van het begin af niet zo geweest, zoals Christus leert in Matt. 19:8; Gen. 2:24, en is het in het Nieuwe Testament afgeschaft. Maar velen verstaan onder het woord zuster hier de eigen zuster van de vrouw.
zuster nemen,
Volgens de eerste uitlegging zou het woord zuster hier niet die van dezelfde natuurlijke ouders geboren is, maar slechts een andere vrouw betekenen, gelijk het aldus voor het woord andere genomen wordt; Ex. 26:3; Ezech. 1:9, en Ezech. 3:13, enz.
Hertaald:zuster nemen,
Volgens de eerste uitleg zou het woord zuster hier niet iemand betekenen die van dezelfde ouders geboren is, maar slechts een andere vrouw, zoals het ook gebruikt wordt voor het woord andere; Ex. 26:3; Ezech. 1:9 en Ezech. 3:13.
benauwen,
Dat is, schande, spijt en kwelling aan te doen; hetwelk gemeenlijk geschiedt waar meer vrouwen zijn dan ene. Zie 1 Sam. 1. Veel meer waar twee zusters tegelijk zijn, gelijk te zien is in de huisvrouwen van Jakob; Gen 30.
Hertaald:benauwen,
Dat is: schande, verdriet en kwelling aandoen; wat gewoonlijk gebeurt waar meer dan één vrouw is. Zie 1 Sam. 1. Nog veel meer waar twee zusters tegelijk zijn, zoals te zien is bij de vrouwen van Jakob; Gen. 30.
in haar leven,
Als men dit verstaat van de eigenlijke zuster, kunnen deze woorden dienen tot vergroting van de benauwdheid, die haar van haar eigen zuster in haar leven zou wedervaren. Dienvolgens kan geenszins daaruit besloten worden, dat de man na haar dood haar zuster zou mogen trouwen. Zie daarvan vs.16.
Hertaald:in haar leven,
Wanneer men dit opvat als de eigen zuster, kunnen deze woorden dienen om te benadrukken hoezeer zij tijdens haar leven door haar eigen zuster gekweld zou worden. Hieruit kan dus geenszins geconcludeerd worden dat de man na haar dood haar zuster zou mogen trouwen. Zie hierover vers 16.
Leviticus 18 vers 19— Ook zult gij tot de vrouw in de afzondering van haar onreinigheid niet naderen, om haar schaamte te ontdekken.
afzondering van haar onreinigheid
Dat is, wanneer zij om haar bloedgang moet afgezonderd worden. Zie boven, Lev. 12:2, en Lev. 15:24-25.
Hertaald:afzondering van haar onreinigheid
Dat is: wanneer zij vanwege haar bloedvloeiing afgezonderd moet worden. Zie hierboven, Lev. 12:2, en Lev. 15:24-25.
Leviticus 18 vers 20— En gij zult niet liggen bij uws naasten huisvrouw ter bezading, om met haar onrein te worden.
En gij zult niet liggen bij uws naasten huisvrouw
Hebreeuws, en tot de huisvrouw uws naasten zult gij niet geven uw bijliggen tot zaad, of, bezadiging. Alzo in het volgende meermalen.
Hertaald:En gij zult niet liggen bij uws naasten huisvrouw
Hebreeuws: en aan de vrouw van uw naaste zult u geen gemeenschap geven tot zaad, of bezading. Zo ook verderop meermaals.
Leviticus 18 vers 21— En van uw zaad zult gij niet geven, om voor den Molech door het vuur te doen gaan; en den Naam uws Gods zult gij niet ontheiligen; Ik ben de HEERE!
Molech
Alzo wordt genoemd de afgod der Ammonieten, die ook anders Milcom geheten wordt, 1 Kon. 11:5, 1 Kon. 11:7, tot wiens godsdienstige eer de ouders hunne kinderen levend deden verbranden, of [gelijk sommigen schrijven] tenminste tussen twee grote vuren doorgaan, om [zoals zij meenden] gezuiverd te worden, hetwelk te doen God hier uitdrukkelijk verbiedt. Zie ook onder, Lev. 20:2; Deut. 18:10; 2 Kon. 17:17, en 2 Kon. 23:10.
Hertaald:Molech
Zo wordt de afgod van de Ammonieten genoemd, die ook Milkom heet, 1 Kon. 11:5, 1 Kon. 11:7, aan wie de ouders hun kinderen tot godsdienstige eer levend lieten verbranden, of [zoals sommigen schrijven] ten minste tussen twee grote vuren door lieten gaan, om [naar zij meenden] gereinigd te worden; wat God hier uitdrukkelijk verbiedt. Zie ook hieronder, Lev. 20:2; Deut. 18:10; 2 Kon. 17:17 en 2 Kon. 23:10.
niet ontheiligen;
Dat is, niet onteren, mits te doen wat Hij verboden en na te laten wat Hij geboden heeft. Vergelijk onder, Lev. 20:2; Deut. 18:10; 2 Kon. 17:17, en 2 Kon. 23:10.
Hertaald:niet ontheiligen;
Dat is: niet onteren, door te doen wat Hij verboden heeft en na te laten wat Hij geboden heeft. Vergelijk hieronder, Lev. 20:2; Deut. 18:10; 2 Kon. 17:17 en 2 Kon. 23:10.
Leviticus 18 vers 22— Bij een manspersoon zult gij niet liggen met vrouwelijke bijligging; dit is een gruwel.
met vrouwelijke bijligging;
Dat is, gelijk men bij vrouwen ligt; alzo onder, Lev. 20:13.
Hertaald:met vrouwelijke bijligging;
Dat is: zoals men bij vrouwen ligt; zo ook hieronder, Lev. 20:13.
Leviticus 18 vers 23— Insgelijks zult gij bij geen beest liggen, om daarmede onrein te worden; een vrouw zal ook niet staan voor een beest, om daarmede te doen te hebben; het is een gruwelijke vermenging.
een gruwelijke vermenging
Of, een gruwelijke verstoring en verwarring der orde door God in de natuur ingesteld en een schandelijk vergrijp aan de eerbaarheid.
Hertaald:een gruwelijke vermenging
Of: een gruwelijke verstoring en verwarring van de orde die God in de natuur heeft ingesteld, en een schandelijke schending van de eerbaarheid.
Leviticus 18 vers 25— Zodat het land onrein is, en Ik over hetzelve zijn ongerechtigheid bezoeke, en het land zijn inwoners uitspuwt.
zijn ongerechtigheid bezoeke,
Dat is, straf om zijne ongerechtigheid; alzo Jes. 26:21; Jer. 36:31. Zie Gen. 21:1.
Hertaald:zijn ongerechtigheid bezoeke,
Dat is: hem straffen om zijn ongerechtigheid; zo ook Jes. 26:21; Jer. 36:31. Zie Gen. 21:1.
uitspuwt
Het Hebreeuwse woordje betekent eigenlijk door walging overgeven wat de maag niet kan verdragen; hetwelk bij gelijkenis gezegd wordt van een land, hetwelk met kwade inwoners bezwaard is. Alzo onder, vs.28, en Lev. 20:22.
Hertaald:uitspuwt
Het Hebreeuwse woordje betekent eigenlijk door walging uitbraken wat de maag niet kan verdragen; wat bij wijze van vergelijking gezegd wordt van een land dat met slechte inwoners belast is. Zo ook hieronder, vers 28, en Lev. 20:22.
Leviticus 18 vers 29— Want al wie enige van deze gruwelen doen zal, die zielen, die ze doen, zullen uit het midden van haar volk uitgeroeid worden.
uit het midden
Hieruit [alsook uit meer andere plaatsen] blijkt klaarlijk dat het Hebreeuwse woord, hetwelk hier gebruikt wordt, ook dikwijls een smadelijke lijf- en doodstraf begrijpt.
Hertaald:uit het midden
Hieruit [zoals ook uit meer andere plaatsen] blijkt duidelijk dat het Hebreeuwse woord dat hier gebruikt wordt, vaak ook een smadelijke lijf- en doodstraf omvat.
Leviticus 18 vers 30— Daarom zult gij Mijn bevel onderhouden, dat gij niet doet van die gruwelijke inzettingen, die voor u zijn gedaan geweest, en u daarmede niet verontreinigt; Ik ben de HEERE, uw God!
bevel onderhouden,
Hebreeuws, onderhouding; dat is, wat Ik bevolen heb te onderhouden. Alzo ook Gen. 26:5. Elders wordt dit woord overgezet, wacht, als Num. 3:7, enz. Zie aldaar de aantekeningen.
Hertaald:bevel onderhouden,
Hebreeuws: onderhouding; dat is: wat Ik bevolen heb te onderhouden. Zo ook Gen. 26:5. Elders wordt dit woord vertaald als wacht, zoals in Num. 3:7. Zie daar de aantekeningen.
gruwelijke inzettingen,
Hebreeuws, inzettingen der gruwelen. Zie boven, vs.3.
Hertaald:gruwelijke inzettingen,
Hebreeuws: inzettingen der gruwelen. Zie hierboven, vers 3.
VERBODEN GRADEN VAN BLOEDVERWANTSCHAP IN HET HUWELIJK.
I. Vers 1-30
Met betrekking tot het huwelijk zal Israël zich wachten voor bloedschande, naar zijn roeping om niet te wandelen als de heidenen en vooral de Kanaänieten, wier land het beërft. Het zal heilig zijn, zoals de Heere Zijn God, heilig is. Behalve voor deze bloedschande (vs.6-18) zal het zich voor elke gruwel van ontucht, vooral van de onnatuurlijke ontucht wachten (vs.19-23). Deed het dit niet, dan moest het verdreven worden uit het land zoals het nu de Kanaänieten verdreef, omdat deze in zeer hevige graad door hun gruwelen dat land hadden bevlekt.
1. Verder sprak de HEERE, voortgaande te gebieden al wat uit de heiligen wandel van Israël moest voortvloeien, tot Mozes, zeggende:
2. Spreek tot de kinderen van Israël, en zeg tot hen: Ik ben de HEERE 1) uw God, en daar Ik heilig ben, zult ook gij u zelf heiligen, opdat gij heilig zijt (Leviticus. 11:44).
1) Dat de Koning en Wetgever van Israël zich noemde met de naam Jehova, kan geweest zijn: 1. Om aan te tonen, dat Hij dezelfde Persoon was, die bij Zijn verschijning in de braambos zich in de kracht van die naam aan Mozes had bekend gemaakt, zoals ook Zijn genade en goedgunstigheid, met terugwijzing op die verschijning. nog naderhand door Mozes met aanbidding genoemd werd. 2. Om de grootheid van Zijn Persoon uit te drukken. 3. Om het volk in te boezemen, hoe Hij wilde aangemerkt zijn nl. als een algenoegzaam, genadig en barmhartig God, hetgeem in het bijzonder in de naam van Jehova ligt opgesloten; zoals blijkt uit vergelijking van Exodus. 30; 4:6,7 Jesaja. 54:10 Hos.3:5. 4. Om te kennen te geven, Zijn getrouwheid en waarheid, die Hij betonen zou in het vervullen van Zijn belofte aan en over de gelovigen. Voeg hierbij 5. dat deze benaming strekt, om aan te tonen, hoe onverantwoordelijk het zou zijn, Zijn Verbond niet te omhelzen, of Zijn wetten te versmaden.
Hoofdreden was, om daarmee Zijn Verbondsbetrekking op het volk aan te geven. Het huwelijk beeldde af, de gemeenschap tussen Hem en Zijn volk. Het huwelijk moest daarom heilig worden gehouden, opdat het een ware afschaduwing zou zijn tussen een heilig God en een heilig volk.
3. Gij zult daarom niet doen naar de werken, naar het voorbeeld van het Egyptische land, waarin gij gewoond hebt, en naar de werken van het land Kanaän, 1) waarheen Ik u breng, zult gij niet doen, en zult in hun instellingen, waarmee zij de onder hen heersende gewoonten rechtvaardigen, niet wandelen, en u daardoor in uw eigen zedelijk oordeel niet aan het wankelen laten brengen.
1) Egypte en Kanaän worden hier van de afgodische landen bij name genoemd, niet omdat deze landen bij uitstek goddeloos waren, maar omdat Israël in Egypte had verkeerd en naar Kanaän zou gaan. De zonden, waarvoor de Heere hun waarschuwt, stonden vooral in verband met de afgoderij van die volken.
4. Mijn rechten, die Ik u laat verkondigen, zult gij doen, en Mijn instellingen zult gij houden, om in die te wandelen: 1) Ik ben de HEERE, uw God! en van Mij alleen is de regel voor uw gehele volksleven en voor iedere afzonderlijke daad; en wanneer gij u voegde tot de werken en instellingen van de heidenen, zou gij dadelijk tot de dienst van hun afgoden vervallen en zelf heidenen worden.
1) Onder wandelen hebben wij hier en op meer plaatsen in de Heilige Schrift te verstaan, een voortdurende onderhouding, een voortdurend leven voor en in de geboden van de Heere. Een leven met vreugde en vrolijkheid.
5. Ja! Mijn instellingen en Mijn rechten zult gij houden: a) welk mens dit zal doen, die zal hierdoor leven; hij zal het ware leven vinden en gelukzalig zijn in dit zijn doen (Luk.10:28 Jak.1:25). Ik ben de HEERE, en heb alleen het leven, en geef alleen in Mijn gemeenschap het leven.
a) Exodus. 20:11,13 Rom.10:5 Galaten. 3:12
6. Niemand, dit zijn Mijn instellingen en rechten, zal tot enige nabestaande, tot iemand die reeds vlees van zijn vlees is, van zijn vlees naderen, om de schaamte teontdekken, met haar één vlees te worden (Genesis 2:24): Ik ben de HEERE, 1) die het huwelijk heb ingesteld, en Mijn instellingen streng wil bewaard hebben, dat zij niet op enige wijze worden overtreden.
1) Het huwelijk, dat aan de ene zijde zijn grond heeft in het door God vastgestelde onderscheid van de geslachten bedoelt aan de andere kant de door God gewilde geslachtsvereniging, en wel een vereniging in en met welke het ene deel zich hecht en duurzaam aan het andere tot dienstbetoning met lichaam en ziel verbonden weet, en alzo zeer bepaald van alle vleselijke vermenging buiten de echt onderscheiden wordt. Hierdoor wordt het huwelijk de hoogste en volkomen vorm van persoonlijke gemeenschap op aarde, een wederkerige betrekking, waarin de geest van de menselijke liefde tot de meest omvattende werkzaamheid aanleiding vindt en in een dergelijke werkzaamheid de volheid van de goddelijke liefde leert peilen. Behoort het nu tot de geest van het huwelijk, dat daarin man en vrouw als twee tot één vlees worden, dan moeten zij vroeger werkelijk twee zijn geweest en mogen niet tot elkaar in natuurlijke eenheid van het vlees hebben gestaan! Dit moet bij het aangaan van een huwelijk des te duidelijker op de voorgrond worden gesteld, omdat de in de echt geoefende geslachtsgemeenschap bepaald en gedragen wordt door de uit het huwelijk voortgevloeide levens- en beroepsgemeenschap van beide echtgenoten gedurende hun gehele leven, zodat een man zijn vader en zijn moeder verlaat en zijn vrouw aanhangt (Genesis 2:24). Want zo’n verlaten aan de ene, zo’n aanhangen aan de andere zijde, kan dßßr niet tot volkomen waarheid worden, waar reeds een nauwere bloedverwantschap tussen man en vrouw bestaat. Daar kunnen omstandigheden en betrekkingen zijn, dat een andere echtelijke vereniging dan met een bloedverwante de man onmogelijk is, of in de hoogste graad bedenkelijk zou zijn; het eerste was bij Kaïn het geval, die zich een van zijn zusters tot vrouw nam (Genesis 4:17); het tweede bij Abram, die door het huwelijk met zijn halfzuster Saraï de betrekking met het al meer en meer zich uitbreidende heidendom wilde vermijden (Genesis 11:29). In het eerste geval was het mensengeslacht slechts nog in een enkele familie besloten; deze vertegenwoordigde dus het gehele mensdom; in het andere geval had iets dergelijks in geestelijke zin plaats, daar de andere geslachten van de mensen voordat de vromen een gebied vormden, dat zij niet mochten betreden, en dat dus als het ware voor hen niet bestond. In het huis van Jakob zagen wij met betrekking tot de dochters de keus tussen twee even verkeerde besluiten, òf zich met heidense gezinnen te verbinden, òf met nauwe bloedverwanten zich te verbinden, door bijzondere leiding van de wijsheid van God ontweken (zie Ge 46.15), hier, in dit hoofdstuk, waar niet meer sprake is van uitzonderingen, treedt het denkbeeld van bloedschande, of geslachtsvermenging onder bloedverwanten in al zijn kracht op de voorgrond. Daarbij wordt de uitdrukking: “de schaamte ontbloten” gebruikt, waardoor gewezen wordt op de geslachtsgemeenschap, ofschoon als verordening van God, op zichzelf heilig, niet van onreinheid vrij, sedert de mens onder de macht vn de zonde is gekomen. Dit bewustzijn, dat ons de huwelijksgemeenschap nog veel te sterk als een vleselijke daad doet voelen, dan dat wij daarin iets zedelijks zouden beschouwen, is dan de grond van afschuw van de geslachtsgemeenschap met zulke mensen, van wie eerbied jegens bloedverwanten ons terughoudt, zoals deze in het woord bloedschande zich uitspreekt. Van deze afschuw, zonder welke het familieleven voor het uiterste gevaar van de verwoesting door steeds verder zich uitbreidende ontucht blootstaat, zonder welke noch de kinderlijke betrekking van de ondergeschiktheid, noch de zusterlijke van de gelijkheid van orde kan blijven bestaan, kende men in Egypte en Kanaän niets meer; daar bestond in het belang van het kastenwezen juist de gewoonte, dat ieder met zijn zuster in het huwelijk trad en hier kwamen de Israëlieten in een land, door nog veel erger gruwelen van zijn inwoners verontreinigd. Daarom houdt de Heere Zijn volk door de volgende geboden, bepaald tot de man gericht en betrekking hebbende op de verboden graden van de bloedbetrekking, tussen twee grenzen, tussen het land van zijn vroeger verblijf en dat van zijn aanstaande woning en stelt aan Israël zijn volks- en familieleven voor, maar gevestigd op nieuwe, zedelijke grondslagen.
7. Gij zult de schaamte van uw vader en 1) de schaamte van uw moeder niet ontdekken, u met de vrouw van uw vader, die tevens uw moeder is, verbindende, zij is uw moeder, gij zult haar schaamte niet ontdekken, zo zondigt gij niet alleen tegen de vader, zoals in het volgende (vs.8) aangevoerde geval, maar ook ter zelfder tijd tegen uw eigen moeder.
1) Of, dat is: de schaamte van uw moeder, is dan nadere bepaling van de schaamte van uw vader.
8. a) Gij zult de schaamte van de vrouw van uw vader met ontdekken, al is zij uw stiefmoeder en staat tot u alleen indirect in bloedbetrekking: het is de schaamte van uw vader, en wel in beide gevallen, hetzij deze zijn echtevrouw, of alleen zijn bijvrouw is (Genesis 35:22; 49:4 Leviticus. 20:13 Deuteronomium. 27:20).
a) 1 Kor.5:1
9. De schaamte van uw zuster, van de dochter van uw vader of van de dochter van uw moeder, aldus uw halve zuster, thuis geboren of buiten geboren, 1) haar schaamte zult gij niet ontdekken.
1) Thuis geboren of buiten geboren. Sommigen verstaan daaronder, in of buiten de echt geboren, anderen, waarmee wij instemmen, beschouwen het als nadere verklaring van de dochter van uw vader of van de moeder, en verstaan er dan onder de halfzuster, die, of door de vader uit een vorig huwelijk is gewonnen, of door de moeder uit een vorig huwelijk met een ander man is verkregen.
10. De schaamte van de dochter van uw zoon, of van de dochter van uw dochter, uw kleindochter, haar schaamte zult gij niet ontdekken: want zij zijn uw schaamte, uw kleindochter is feitelijk door u geteeld; een vleselijkevereniging met haar ware die ten gevolge een schending van uw eigen vlees en bloed.
11. a) De schaamte van de dochter 1) van de vrouw van uw vader, die uw vader geboren is (zij is uw, in wettige echt geboren bloed- of stiefzuster), haar schaamte zult gij niet ontdekken.
a) Leviticus. 20:17
1) Volgens de mening van anderen heeft dit verbod op de zoon uit het eerste huwelijk betrekking, die zich niet met zijn halfzuster uit het tweede huwelijk van de vader mag verbinden; terwijl in vs.9 de zoon uit het tweede huwelijk aangesproken en hem de vereniging met een dochter uit het eerste huwelijk, hetzij van de vader, hetzij van de moeder verboden wordt.
Deze is de halfzuster uit het tweede huwelijk van de vader. Het verbod heeft betrekking op het huwelijk tussen de zoon uit het eerste huwelijk en de dochter uit het tweede.
12. a) Gij zult de schaamte van de zuster van uw vader, uw tante van vaderszijde, niet ontdekken: zij is uw vaders nabestaande en om zijnentwil voor u ongenaakbaar.
a) Leviticus. 20:19
13. Gij zult de schaamte van de zuster van uw moeder, uw tante van moeders zijde, niet ontdekken, want zij is uw moeders nabestaande, en om harentwille u ontzegd.
14. a) Gij zult de schaamte van de broeder van uw vader niet ontdekken, 1) tot zijn vrouw zult gij met naderen, zij is uw tante en als de zodanig voor u een eerbiedwaardige persoon.
a) Leviticus. 20:20 Ezech.22:11
1) In de eigenlijke zin wordt de uitdrukking: “de schaamte ontdekken” slechts met betrekking tot een vrouw gebruikt; daar echter man en vrouw door het huwelijk één vlees zijn, zo wordt in de schaamte van de vrouw tevens die van de man ontdekt (vs.7) of, zoals in Deuteronomium. 22:30; 27:20 gezegd wordt, zijn deksel, zijn vleugel opgebeurd (Ruth 3:9) Terwijl voor het overige de (vs.7-11,15,17) opgenoemde gevallen in Leviticus. 20:11 vv. als vloekwaardige misdrijven met de straf van de uitroeiing bedreigd worden, wordt daar met betrekking tot de gevallen, in vs.12-14,16 vermeld, slechts gezegd dat zij die dit doen, hun zonde dragen, d.i. dat zij kinderloos sterven zullen.
15. Gij a) zult de schaamte van uw schoondochters (Genesis 38:16) niet ontdekken; zij is uw zoons vrouw, en om zijnentwil u ontzegd, gij zult haar schaamte niet ontdekken.
a) Leviticus. 20:12
16. a) Gij zult de schaamte van de vrouw 1) van uw broeder, uw schoonzuster, niet ontdekken; het is de schaamte van uw broeder.
a) Leviticus. 20:21
1) Namelijk in het geval, dat zij kinderen had. Was zij als een kinderloze weduwe achtergebleven, dan moest de naast aanverwante bloedverwant haar huwen, om de overledene kinderen te verwekken.
17. Gij zult de schaamte van een vrouw en haar dochter 1) niet ontdekken, de dochter van haar zoon, noch de dochter van haar dochter, die toch uw stiefkleindochter is, zult gij niet nemen om haar schaamte te ontdekken, zij zijn nabestaanden; het huwelijk met de kleindochter is, omdat gij de grootmoeder tot een vrouw gehad hebt, een schandelijke daad, die met verbranding zal gestraft worden (hoofdstuk 20:14).
1) Het huwelijk met een moeder en haar dochter uit een vroegere echt wordt hier verboden, niet alleen het huwelijk met beide tegelijk, maar ook het huwelijk met de een na de andere (Deuteronomium. 27:23)
18. Gij zult ook geen vrouw tot haar zuster nemen, als tweede vrouw, zoals uw vader Jakob deed op aanraden van Laban, (zie “Ge 29.30) om haar te benauwen, mits haar schaamte naast haar, in haar leven, 1) teontdekken, zodat gij haar door u zelf, de gemeenschappelijke echtgenoot, brengt tot vleselijke gemeenschap met haar zuster, en gij aldus de zusterlijke betrekking verbreekt.
1) Ook het Romeinse recht, sedert de 10de eeuw in Duitsland ingevoerd, gelijk het kanonieke, uit de besluiten van de kerkvergaderingen en de verordeningen van de pausen voortgekomen, vergunt het huwelijk niet tussen hen, die van nabij aan elkaar verwand zijn. Deze verwantschap is een natuurlijke (gegrond in bloedgemeenschap) of een kunstmatige. De laatste ontstaat, volgens het Romeinse recht, door adoptie (aanneming tot kind), volgens het kanonieke recht bovendien door doop en vormsel, zowel tussen de doopvader en de dopeling als gevormde, als tussen hen die dopen of vormen, en de dopeling en gevormde, en zijn ouders; die wijze van kunstmatige verwantschap wordt de burgerlijke deze de geestelijke genaamd. Van de belijdenisgeschriften van de Lutherse Kerk hebben de Smalkaldische artikelen zich bepaald tegen die geestelijke verwantschap verklaard; echter komt zij in enige van de oudste evangelische kerkorden nog voor, terwijl de andere haar uitdrukkelijk opheffen. In onze tijd geldt zij nergens meer in de Evangelische kerk als beletsel voor het huwelijk, maar de burgerlijke verwantschap als adoptie bestaat als zodanig nog. Wat nu de natuurlijke verwantschap aangaat, kan men als algemeen recht bij de Evangelische Kerken van onze tijd dit vinden: onvoorwaardelijk verboden zijn de huwelijken tussen betrekkingen in rechte, zowel klimmende als dalende lijn, en tussen bloedverwanten in de eerste graad, of met vol- of halfbloedzusters. Voorwaardelijk verboden, dat is eerst na bekomen vrijspraak of dispensatie toe te laten, zijn de huwelijken tussen betrekkingen in de tweede, ongelijke graad, alsmede in het algemeen tussen hen, die niet één vlees en niet vlees van één vlees zijn. Alle andere graden van verwantschap laten het huwelijk toe. Ook is geoorloofd het huwelijk met de weduwe van de broeder (vs.16), hetgeen de Engelse wet nog altijd verbiedt. Alzo heeft de reeds door Luther, in zijn mening over het huwelijk van Hendrik VIII gestelde grondregel burgerrecht verkregen, dat wij niet meer onder de wet van Mozes leven, maar in zulke zaken aan de burgerlijke wet onderworpen zijn.
In haar leven, d.w.z. zolang zij leefde. Na de dood van de een was het huwelijk met de andere geoorloofd.
Verboden wordt alzo het huwelijk: 1. met de moeder; 2. met de stiefmoeder; 3. met de zuster of halfzuster; 4. met de kleindochter, de dochter van de zoons of dochter; 5. met de dochter van de stiefmoeder; 6. met de tante, zowel van vaders als van moeder zijde; 7. met de vrouw van de oom, van vaders zijde; 8. met de schoondochter; 9. met de schoonzuster; 10. met een vrouw en haar dochter of met de moeder en kleindochter en 11. met twee zusters tegelijk.
19. Ook zult gij, op straffe van uitroeiing (Leviticus. 20:18) tot de vrouw in de afzondering, de tijd van haar maandelijkse zuivering na de geboorte van een kind, van haar onreinheid (Leviticus. 15:19) niet naderen, om haar schaamte te ontdekken, daar dit eenmoedwillig gepleegde verontreiniging van u zelf is.
20. En gij zult niet liggen bij de vrouw van uw naaste ter bezading, bevruchting, om met haar onrein te worden; door een dergelijke verontreiniging laadt gij, evenals het in vs.19 opgenoemde geval, een de dood waardige schuld (Leviticus. 20:10 Deuteronomium. 22:22) op u.
Voor deze plaats geldt dezelfde reden als voor de bovengenoemde. Want, ofschoon elke hoererij de mens bezoedelt, in de echtbreuk is de onreinheid zo veel te schandelijker, omdat de heiligheid van het huwelijk wordt geschonden, en door de vermenging van zaad een onecht en niet verwant kroost wordt voortgebracht. Daarom telt God, naar waarheid, deze schanddaad onder de onreinheden van de volken, zoals men duidelijk uit de voorafspraak van dit hoofdstuk kan zien, waarom deze uitspraak is genomen.
21. a) En van uw zaad, uw kinderen, zult gij niet een geven om voor de Molech, ter ere van hem, door het vuur te doen gaan; en de naam van uw God zult gij niet door zo’n aan de goden van de heidenen bewezen dienst ontheiligen: Ik ben de HEERE!
a) Leviticus. 20:2 Deuteronomium. 18:10; 2 Koningen. 17:17; 23:10
“Mozes schrijft, zoals het gaat,” zegt Luther met het oog daarop, dat de wetten, door God hem gegeven en door hem aan het volk meegedeeld, niet in de vorm van een systeem of leerstelsel verschijnen, met een stelling voorop, die de andere beheerst, uit welk dogma dan logisch de andere worden afgeleid; maar dat veeleer het werkelijke leven en behoefte, welke voor de hand ligt, hem de orde voorstelt, waarin het een op het ander volgt. Dat echter deze schrijfwijze een geregelde orde en een juiste innige samenhang niet uitsluit, zien wij ook hier, waar “de eeuwige klaarheid van de Geest door de zwakheden van de letter heen zo glansrijk schittert.” Want aan het verbod van een afschuwelijke kinderteling (vs.20) sluit zich in ons vers het verbod aan van een afschuwelijk kindergebruik; terwijl op de overige wetten tegen de ontucht (vs.7-20) in ons vers en de volgende een godsdienstige wet tegen de ontucht volgt. De hier en elders (Leviticus. 20:2 vv.; 1 Kon.11:7; 2 Koningen. 23:10) vermelde Molech, of volgens de schrijfwijze van de LXX Molech (Jeremia. 32:35 Hand.7:43) is een Oudkanaänitische godheid, die, wat de naam betreft, zoveel als koning betekent en met de afgod Baäl (d.i. Heer) na verwant is. In later tijd was hij de volksgod van de Ammonnieten, zoals Camos (of Chamos) die van de Moabieten (1 Kon.11:7), zij noemden hem “Malchon” (onze koning), maar de Israëlieten zeiden daarvoor Malchom (hun koning) of “Milkom” (Jeremia. 49:1,3 Zef.1:5; 1 Kon.11:5,33; 2 Koningen. 23:13). Gewoonlijk werd hij in de vorm van een koperen, van binnen hol en gloeibaar gemaakt beeld voorgesteld, met de kop van een stier en met uitgestrekte mensenarmen tot opname van de offers, voor hem bestemd, en bij voorkeur in mensenoffers, voornamelijk in kinderoffers bestaande. Bij de Carthagers, die van de Feniciërs, een Kanaänitische volksstam afstammen, legde men de kinderen, die geofferd moesten worden, het afgodsbeeld in de armen, stak in het beeld een vuur aan en liet dan de kinderen langzaam verbranden; hun jammeren en weeklagen noemde men een sardonisch gelach en maakte, om dat niet te horen, een groot rumoer; dit wordt ons door de oude schrijvers niet zonder afkeer meegedeeld (Diod. Sic. XX: 14; Justin. XIX: 1; Sil.Ital.IV: 767; Varro bij Augustinus’ De Civitate Dei.VII: 19). Moeilijk is nu de vraag, wat de Hebreeuwse uitdrukking heëbir (laten doorgaan) betekent, welke uitdrukking nu eens (zoals op deze plaats en in Jer.32:35 2 Samuel Ezech.23:37) op zichzelf staat, dan met de bijvoeging (bijwoord) baësch (door het vuur) verbonden wordt (Deuteronomium. 18:10; 2 Koningen. 16:3; 23:10). Volgens de verklaring van de Rabbijnen, kerkvaders en oudere Godgeleerden betekent zij alleen een gaan door het vuur zonder verbranding, een reiniging; in de oudheid bestond toch het algemeen gebruik de kinderen door het vuur te laten gaan, om ze te reinigen en te wijden. Volgens deze verklaring werd reeds op straffe van de dood (Leviticus. 20:1,2) aan Israël verboden, hun kinderen aan een dergelijke vuurdoop te onderwerpen, waardoor zij hen naar de wijze van de Kanaänieten, wier land zij op het punt stonden in bezit te nemen en niet alleen naar deze wijze, maar tegelijk aan hun afgod Molech te wijden. Israël heeft toch reeds in de besnijdenis van zijn zonen en de voorstelling van de eerstgeborenen de door God bevolen daad van de wijding; het zal niet een andere wijding naast deze aannemen, zelfs al geschiedde dit in de mening, dat zij een toewijding aan Jehova was; Israël zou daardoor toch slechts de goden van de heidenen dienen en de naam van zijn God ontheiligen. Sedert Clerikus, hoogleraar aan het Remonstrants Seminarie te Amsterdam, gestorven 1736, verstond men onder de uitdrukking: “voor Molech door het vuur laten gaan,” een slachten van de kinderen als offers en het daarop volgend verbranden van deze op de armen van het afgodsbeeld. Deze wijze van volkomen opoffering had sedert koning Ahas van Juda, werkelijk plaats in het dal Ben-Hinnom bij Jeruzalem, waar standbeelden van de Molech waren opgericht (2 Koningen. 16:3; 17:17; 21:6; 23:10 Jer.32:35 Ezech.16:20 vv.; 20:31). Het is echter niet aan te nemen, dat dit ook vroeger zou geschied zijn; veeleer bewijst het voorbeeld van Salomo, die aan zijn heidense vrouwen de Molechdienst vergunde (1 Kon.11:5,7), dat er ook een zachtere vorm van deze dienst bestond, bestaande in gewone dieroffers, zoals dan ook de Rabbijnen verklaren, dat het beeld van de Molech zeven kamers had, van welke alleen de laatste bestemd was voor kinderoffers, maar de zes andere voor verschillende dieroffers gebruikt werden.
Onmiddellijk na het verbod tegen de vleselijke hoererij, geeft de Heere hier het gebod tegen de geestelijke hoererij, omdat afgoderij en hoererij dikwijls hand aan hand gaan, en de afgoderij tot hoererij aanleiding geeft.
22. a) Bij een manspersoon zult gij niet liggen en dus de zonde van de homofilie niet bedrijven, met vrouwelijke bijligging (Leviticus. 9:5); dit is een gruwel, 1) waaraan de heidenen door hun afgoderij overgegeven zijn (Rom.1:27), en die bij Mijn volk de doodstraf voor de beide schuldigen ten gevolge heeft.
a) Leviticus. 20:13
1) In het Hebreeuws Tho’ebah, eigenlijk een afschuwelijke zaak. Wel zijn alle zonden in de ogen van de Heere gruwelijke zaken, maar toch van deze zonde, tot ernstige waarschuwing, wordt gezegd, dat zij de Heere bij uitnemendheid een afschuwelijke zaak is. De steden Sodom, Gomorra, Adama en Zeboïm zijn om haar verwoest.
23. Evenzo zult gij bij geen beest liggen, (Exodus. 22:19) om daarmee onrein te worden en de dood te sterven (Leviticus. 20:15), een vrouw zal ook niet staan voor een beest, 1) om daarmee te doen te hebben; het is een gruwelijke vermenging 2) (Deuteronomium. 27:21).
1) De Egyptenaars vereerden de bokken als goden en hadden in de provincie Mendes, aan de mond van de Nijl, een prachtige tempel, waarin de bokkendienst door gruwelen, als in de tweede helft van dit vers aangeduid zijn, plaats vond (Herod.11:46)
2) Ook deze zonde wordt bij uitstek een gruwel genoemd.
24. Verontreinigt u niet met enige van deze ontuchtszonden; want de heidenen: Hethieten, Ferezieten, Hevieten, Jebusieten, Girgasieten, Amorieten en Kanaänieten (Deuteronomium. 7:1 Jozua. 3:10), die Ik van uw aangezicht, uit dit land Kanaän uitwerp, zijn met al deze zonden (vs.6-23) verontreinigd. 1)
1) Sommige uitleggers, o.a. Hugo de Groot, zijn van mening, dat hier bedoeld worden, alleen de zonden in de beide voorgaande verzen aangegeven. Anderen zoals Calovius, dat hier alle zonden, welke in dit hoofdstuk worden verboden, worden bedoeld. Wij verenigen ons met de laatste. Immers in vs.2 is ook van een dergelijk verbod van verontreiniging sprake.
25. Zodat door de gruwelen, die deze volkeren hebben gepleegd, het land onrein is, en Ik nu, daar Ik u tot hun uitroeiing daarheen zend, hierover zijn ongerechtigheid bezoek, en het land zijn inwoners uitspuwt. 1)
1) Het land wordt hier voorgesteld als een persoon, die van de walgelijke spijze genoeg hebbende, haar uitspuwt. Het land kan als het ware niet langer die zonden verduren. Zulke figuurlijke spreekwijzen komen meer voor in de Heilige Schrift: 2 Koningen. 3:19 Job 31:38.
26. a) Maar gij zult Mijn instellingen en Mijn rechten, die Ik u vroeger meegedeeld heb, onderhouden en wanneer gij nu in Kanaän komt, van al die gruwelen niets doen, inwoner noch vreemdeling, die in het midden van u als vreemdeling verkeert.
a) Leviticus. 20:22
27. Want de lieden van dit land, die vóór u geweest zijn, hebben al deze gruwelen gedaan; en het land is daardoor onrein geworden.
28. Dat u dat land niet op zijn tijd uitspuwe, als gij het op dezelfde wijze zult verontreinigd hebben, zoals het het volk, dat vóór u was, uitgespuwd heeft. 1)
1) De Heere spreekt hier op profetische wijze. Voor de profeet bestaat er geen tijdsruimte. Tot waarschuwing spreekt de Heere alzo, maar ook, om de Israëlieten in het geloof te versterken, dat zij eenmaal Kanaän erfelijk zouden bezitten.
29. Want al wie enige van deze gruwelen doen zal; die zielen, die ze doen, zullen naar Mijn bevel uit het midden van haar volk uitgeroeid worden, 1) en zolang dit werkelijk geschiedt, zal het verderf van het volk als volkworden afgewend.
1) Hieruit is te leren, dat deze geboden niet alleen voor Israël golden, maar voor alle volken. Indien de Kanaänieten ook om deze zonden zijn vernietigd, dan wacht deze straf alle andere volken of personen, die zich hieraan schuldig maken, tenzij zij zich bekeren.
30. Daarom zult gij Mijn bevel onderhouden, dat gij niet doet van die gruwelijke instellingen, die vóór u zijn gedaan geweest, en u daarmee niet verontreinigt: Ik ben de HEERE, uw God! 1) En daar Ik heilig ben, zult gij voor Mijn aangezicht heilig zijn (Exodus. 22:31).
1) De Heere besluit met het: “Ik ben de Heere, uw God”, én om de Verbondsbetrekking te doen voelen, én om Israël te herinneren, dat het te doen heeft, niet met een onreine en onheilige afgod, maar met de Heilige God, die te rein van ogen is, dan dat Hij het kwade zou kunnen aanschouwen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Leviticus 18
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
VERBODEN GRADEN VAN BLOEDVERWANTSCHAP IN HET HUWELIJK.
I. Vers 1-30
Met betrekking tot het huwelijk zal Israël zich wachten voor bloedschande, naar zijn roeping om niet te wandelen als de heidenen en vooral de Kanaänieten, wier land het beërft. Het zal heilig zijn, zoals de Heere Zijn God, heilig is. Behalve voor deze bloedschande (vs.6-18) zal het zich voor elke gruwel van ontucht, vooral van de onnatuurlijke ontucht wachten (vs.19-23). Deed het dit niet, dan moest het verdreven worden uit het land zoals het nu de Kanaänieten verdreef, omdat deze in zeer hevige graad door hun gruwelen dat land hadden bevlekt.
1. Verder sprak de HEERE, voortgaande te gebieden al wat uit de heiligen wandel van Israël moest voortvloeien, tot Mozes, zeggende:
2. Spreek tot de kinderen van Israël, en zeg tot hen: Ik ben de HEERE 1) uw God, en daar Ik heilig ben, zult ook gij u zelf heiligen, opdat gij heilig zijt (Leviticus. 11:44).
1) Dat de Koning en Wetgever van Israël zich noemde met de naam Jehova, kan geweest zijn: 1. Om aan te tonen, dat Hij dezelfde Persoon was, die bij Zijn verschijning in de braambos zich in de kracht van die naam aan Mozes had bekend gemaakt, zoals ook Zijn genade en goedgunstigheid, met terugwijzing op die verschijning. nog naderhand door Mozes met aanbidding genoemd werd. 2. Om de grootheid van Zijn Persoon uit te drukken. 3. Om het volk in te boezemen, hoe Hij wilde aangemerkt zijn nl. als een algenoegzaam, genadig en barmhartig God, hetgeem in het bijzonder in de naam van Jehova ligt opgesloten; zoals blijkt uit vergelijking van Exodus. 30; 4:6,7 Jesaja. 54:10 Hos.3:5. 4. Om te kennen te geven, Zijn getrouwheid en waarheid, die Hij betonen zou in het vervullen van Zijn belofte aan en over de gelovigen. Voeg hierbij 5. dat deze benaming strekt, om aan te tonen, hoe onverantwoordelijk het zou zijn, Zijn Verbond niet te omhelzen, of Zijn wetten te versmaden.
Hoofdreden was, om daarmee Zijn Verbondsbetrekking op het volk aan te geven. Het huwelijk beeldde af, de gemeenschap tussen Hem en Zijn volk. Het huwelijk moest daarom heilig worden gehouden, opdat het een ware afschaduwing zou zijn tussen een heilig God en een heilig volk.
3. Gij zult daarom niet doen naar de werken, naar het voorbeeld van het Egyptische land, waarin gij gewoond hebt, en naar de werken van het land Kanaän, 1) waarheen Ik u breng, zult gij niet doen, en zult in hun instellingen, waarmee zij de onder hen heersende gewoonten rechtvaardigen, niet wandelen, en u daardoor in uw eigen zedelijk oordeel niet aan het wankelen laten brengen.
1) Egypte en Kanaän worden hier van de afgodische landen bij name genoemd, niet omdat deze landen bij uitstek goddeloos waren, maar omdat Israël in Egypte had verkeerd en naar Kanaän zou gaan. De zonden, waarvoor de Heere hun waarschuwt, stonden vooral in verband met de afgoderij van die volken.
4. Mijn rechten, die Ik u laat verkondigen, zult gij doen, en Mijn instellingen zult gij houden, om in die te wandelen: 1) Ik ben de HEERE, uw God! en van Mij alleen is de regel voor uw gehele volksleven en voor iedere afzonderlijke daad; en wanneer gij u voegde tot de werken en instellingen van de heidenen, zou gij dadelijk tot de dienst van hun afgoden vervallen en zelf heidenen worden.
1) Onder wandelen hebben wij hier en op meer plaatsen in de Heilige Schrift te verstaan, een voortdurende onderhouding, een voortdurend leven voor en in de geboden van de Heere. Een leven met vreugde en vrolijkheid.
5. Ja! Mijn instellingen en Mijn rechten zult gij houden: a) welk mens dit zal doen, die zal hierdoor leven; hij zal het ware leven vinden en gelukzalig zijn in dit zijn doen (Luk.10:28 Jak.1:25). Ik ben de HEERE, en heb alleen het leven, en geef alleen in Mijn gemeenschap het leven.
a) Exodus. 20:11,13 Rom.10:5 Galaten. 3:12
6. Niemand, dit zijn Mijn instellingen en rechten, zal tot enige nabestaande, tot iemand die reeds vlees van zijn vlees is, van zijn vlees naderen, om de schaamte teontdekken, met haar één vlees te worden (Genesis 2:24): Ik ben de HEERE, 1) die het huwelijk heb ingesteld, en Mijn instellingen streng wil bewaard hebben, dat zij niet op enige wijze worden overtreden.
1) Het huwelijk, dat aan de ene zijde zijn grond heeft in het door God vastgestelde onderscheid van de geslachten bedoelt aan de andere kant de door God gewilde geslachtsvereniging, en wel een vereniging in en met welke het ene deel zich hecht en duurzaam aan het andere tot dienstbetoning met lichaam en ziel verbonden weet, en alzo zeer bepaald van alle vleselijke vermenging buiten de echt onderscheiden wordt. Hierdoor wordt het huwelijk de hoogste en volkomen vorm van persoonlijke gemeenschap op aarde, een wederkerige betrekking, waarin de geest van de menselijke liefde tot de meest omvattende werkzaamheid aanleiding vindt en in een dergelijke werkzaamheid de volheid van de goddelijke liefde leert peilen. Behoort het nu tot de geest van het huwelijk, dat daarin man en vrouw als twee tot één vlees worden, dan moeten zij vroeger werkelijk twee zijn geweest en mogen niet tot elkaar in natuurlijke eenheid van het vlees hebben gestaan! Dit moet bij het aangaan van een huwelijk des te duidelijker op de voorgrond worden gesteld, omdat de in de echt geoefende geslachtsgemeenschap bepaald en gedragen wordt door de uit het huwelijk voortgevloeide levens- en beroepsgemeenschap van beide echtgenoten gedurende hun gehele leven, zodat een man zijn vader en zijn moeder verlaat en zijn vrouw aanhangt (Genesis 2:24). Want zo’n verlaten aan de ene, zo’n aanhangen aan de andere zijde, kan dßßr niet tot volkomen waarheid worden, waar reeds een nauwere bloedverwantschap tussen man en vrouw bestaat. Daar kunnen omstandigheden en betrekkingen zijn, dat een andere echtelijke vereniging dan met een bloedverwante de man onmogelijk is, of in de hoogste graad bedenkelijk zou zijn; het eerste was bij Kaïn het geval, die zich een van zijn zusters tot vrouw nam (Genesis 4:17); het tweede bij Abram, die door het huwelijk met zijn halfzuster Saraï de betrekking met het al meer en meer zich uitbreidende heidendom wilde vermijden (Genesis 11:29). In het eerste geval was het mensengeslacht slechts nog in een enkele familie besloten; deze vertegenwoordigde dus het gehele mensdom; in het andere geval had iets dergelijks in geestelijke zin plaats, daar de andere geslachten van de mensen voordat de vromen een gebied vormden, dat zij niet mochten betreden, en dat dus als het ware voor hen niet bestond. In het huis van Jakob zagen wij met betrekking tot de dochters de keus tussen twee even verkeerde besluiten, òf zich met heidense gezinnen te verbinden, òf met nauwe bloedverwanten zich te verbinden, door bijzondere leiding van de wijsheid van God ontweken (zie Ge 46.15), hier, in dit hoofdstuk, waar niet meer sprake is van uitzonderingen, treedt het denkbeeld van bloedschande, of geslachtsvermenging onder bloedverwanten in al zijn kracht op de voorgrond. Daarbij wordt de uitdrukking: “de schaamte ontbloten” gebruikt, waardoor gewezen wordt op de geslachtsgemeenschap, ofschoon als verordening van God, op zichzelf heilig, niet van onreinheid vrij, sedert de mens onder de macht vn de zonde is gekomen. Dit bewustzijn, dat ons de huwelijksgemeenschap nog veel te sterk als een vleselijke daad doet voelen, dan dat wij daarin iets zedelijks zouden beschouwen, is dan de grond van afschuw van de geslachtsgemeenschap met zulke mensen, van wie eerbied jegens bloedverwanten ons terughoudt, zoals deze in het woord bloedschande zich uitspreekt. Van deze afschuw, zonder welke het familieleven voor het uiterste gevaar van de verwoesting door steeds verder zich uitbreidende ontucht blootstaat, zonder welke noch de kinderlijke betrekking van de ondergeschiktheid, noch de zusterlijke van de gelijkheid van orde kan blijven bestaan, kende men in Egypte en Kanaän niets meer; daar bestond in het belang van het kastenwezen juist de gewoonte, dat ieder met zijn zuster in het huwelijk trad en hier kwamen de Israëlieten in een land, door nog veel erger gruwelen van zijn inwoners verontreinigd. Daarom houdt de Heere Zijn volk door de volgende geboden, bepaald tot de man gericht en betrekking hebbende op de verboden graden van de bloedbetrekking, tussen twee grenzen, tussen het land van zijn vroeger verblijf en dat van zijn aanstaande woning en stelt aan Israël zijn volks- en familieleven voor, maar gevestigd op nieuwe, zedelijke grondslagen.
7. Gij zult de schaamte van uw vader en 1) de schaamte van uw moeder niet ontdekken, u met de vrouw van uw vader, die tevens uw moeder is, verbindende, zij is uw moeder, gij zult haar schaamte niet ontdekken, zo zondigt gij niet alleen tegen de vader, zoals in het volgende (vs.8) aangevoerde geval, maar ook ter zelfder tijd tegen uw eigen moeder.
1) Of, dat is: de schaamte van uw moeder, is dan nadere bepaling van de schaamte van uw vader.
8. a) Gij zult de schaamte van de vrouw van uw vader met ontdekken, al is zij uw stiefmoeder en staat tot u alleen indirect in bloedbetrekking: het is de schaamte van uw vader, en wel in beide gevallen, hetzij deze zijn echtevrouw, of alleen zijn bijvrouw is (Genesis 35:22; 49:4 Leviticus. 20:13 Deuteronomium. 27:20).
a) 1 Kor.5:1
9. De schaamte van uw zuster, van de dochter van uw vader of van de dochter van uw moeder, aldus uw halve zuster, thuis geboren of buiten geboren, 1) haar schaamte zult gij niet ontdekken.
1) Thuis geboren of buiten geboren. Sommigen verstaan daaronder, in of buiten de echt geboren, anderen, waarmee wij instemmen, beschouwen het als nadere verklaring van de dochter van uw vader of van de moeder, en verstaan er dan onder de halfzuster, die, of door de vader uit een vorig huwelijk is gewonnen, of door de moeder uit een vorig huwelijk met een ander man is verkregen.
10. De schaamte van de dochter van uw zoon, of van de dochter van uw dochter, uw kleindochter, haar schaamte zult gij niet ontdekken: want zij zijn uw schaamte, uw kleindochter is feitelijk door u geteeld; een vleselijkevereniging met haar ware die ten gevolge een schending van uw eigen vlees en bloed.
11. a) De schaamte van de dochter 1) van de vrouw van uw vader, die uw vader geboren is (zij is uw, in wettige echt geboren bloed- of stiefzuster), haar schaamte zult gij niet ontdekken.
a) Leviticus. 20:17
1) Volgens de mening van anderen heeft dit verbod op de zoon uit het eerste huwelijk betrekking, die zich niet met zijn halfzuster uit het tweede huwelijk van de vader mag verbinden; terwijl in vs.9 de zoon uit het tweede huwelijk aangesproken en hem de vereniging met een dochter uit het eerste huwelijk, hetzij van de vader, hetzij van de moeder verboden wordt.
Deze is de halfzuster uit het tweede huwelijk van de vader. Het verbod heeft betrekking op het huwelijk tussen de zoon uit het eerste huwelijk en de dochter uit het tweede.
12. a) Gij zult de schaamte van de zuster van uw vader, uw tante van vaderszijde, niet ontdekken: zij is uw vaders nabestaande en om zijnentwil voor u ongenaakbaar.
a) Leviticus. 20:19
13. Gij zult de schaamte van de zuster van uw moeder, uw tante van moeders zijde, niet ontdekken, want zij is uw moeders nabestaande, en om harentwille u ontzegd.
14. a) Gij zult de schaamte van de broeder van uw vader niet ontdekken, 1) tot zijn vrouw zult gij met naderen, zij is uw tante en als de zodanig voor u een eerbiedwaardige persoon.
a) Leviticus. 20:20 Ezech.22:11
1) In de eigenlijke zin wordt de uitdrukking: “de schaamte ontdekken” slechts met betrekking tot een vrouw gebruikt; daar echter man en vrouw door het huwelijk één vlees zijn, zo wordt in de schaamte van de vrouw tevens die van de man ontdekt (vs.7) of, zoals in Deuteronomium. 22:30; 27:20 gezegd wordt, zijn deksel, zijn vleugel opgebeurd (Ruth 3:9) Terwijl voor het overige de (vs.7-11,15,17) opgenoemde gevallen in Leviticus. 20:11 vv. als vloekwaardige misdrijven met de straf van de uitroeiing bedreigd worden, wordt daar met betrekking tot de gevallen, in vs.12-14,16 vermeld, slechts gezegd dat zij die dit doen, hun zonde dragen, d.i. dat zij kinderloos sterven zullen.
15. Gij a) zult de schaamte van uw schoondochters (Genesis 38:16) niet ontdekken; zij is uw zoons vrouw, en om zijnentwil u ontzegd, gij zult haar schaamte niet ontdekken.
a) Leviticus. 20:12
16. a) Gij zult de schaamte van de vrouw 1) van uw broeder, uw schoonzuster, niet ontdekken; het is de schaamte van uw broeder.
a) Leviticus. 20:21
1) Namelijk in het geval, dat zij kinderen had. Was zij als een kinderloze weduwe achtergebleven, dan moest de naast aanverwante bloedverwant haar huwen, om de overledene kinderen te verwekken.
17. Gij zult de schaamte van een vrouw en haar dochter 1) niet ontdekken, de dochter van haar zoon, noch de dochter van haar dochter, die toch uw stiefkleindochter is, zult gij niet nemen om haar schaamte te ontdekken, zij zijn nabestaanden; het huwelijk met de kleindochter is, omdat gij de grootmoeder tot een vrouw gehad hebt, een schandelijke daad, die met verbranding zal gestraft worden (hoofdstuk 20:14).
1) Het huwelijk met een moeder en haar dochter uit een vroegere echt wordt hier verboden, niet alleen het huwelijk met beide tegelijk, maar ook het huwelijk met de een na de andere (Deuteronomium. 27:23)
18. Gij zult ook geen vrouw tot haar zuster nemen, als tweede vrouw, zoals uw vader Jakob deed op aanraden van Laban, (zie “Ge 29.30) om haar te benauwen, mits haar schaamte naast haar, in haar leven, 1) teontdekken, zodat gij haar door u zelf, de gemeenschappelijke echtgenoot, brengt tot vleselijke gemeenschap met haar zuster, en gij aldus de zusterlijke betrekking verbreekt.
1) Ook het Romeinse recht, sedert de 10de eeuw in Duitsland ingevoerd, gelijk het kanonieke, uit de besluiten van de kerkvergaderingen en de verordeningen van de pausen voortgekomen, vergunt het huwelijk niet tussen hen, die van nabij aan elkaar verwand zijn. Deze verwantschap is een natuurlijke (gegrond in bloedgemeenschap) of een kunstmatige. De laatste ontstaat, volgens het Romeinse recht, door adoptie (aanneming tot kind), volgens het kanonieke recht bovendien door doop en vormsel, zowel tussen de doopvader en de dopeling als gevormde, als tussen hen die dopen of vormen, en de dopeling en gevormde, en zijn ouders; die wijze van kunstmatige verwantschap wordt de burgerlijke deze de geestelijke genaamd. Van de belijdenisgeschriften van de Lutherse Kerk hebben de Smalkaldische artikelen zich bepaald tegen die geestelijke verwantschap verklaard; echter komt zij in enige van de oudste evangelische kerkorden nog voor, terwijl de andere haar uitdrukkelijk opheffen. In onze tijd geldt zij nergens meer in de Evangelische kerk als beletsel voor het huwelijk, maar de burgerlijke verwantschap als adoptie bestaat als zodanig nog. Wat nu de natuurlijke verwantschap aangaat, kan men als algemeen recht bij de Evangelische Kerken van onze tijd dit vinden: onvoorwaardelijk verboden zijn de huwelijken tussen betrekkingen in rechte, zowel klimmende als dalende lijn, en tussen bloedverwanten in de eerste graad, of met vol- of halfbloedzusters. Voorwaardelijk verboden, dat is eerst na bekomen vrijspraak of dispensatie toe te laten, zijn de huwelijken tussen betrekkingen in de tweede, ongelijke graad, alsmede in het algemeen tussen hen, die niet één vlees en niet vlees van één vlees zijn. Alle andere graden van verwantschap laten het huwelijk toe. Ook is geoorloofd het huwelijk met de weduwe van de broeder (vs.16), hetgeen de Engelse wet nog altijd verbiedt. Alzo heeft de reeds door Luther, in zijn mening over het huwelijk van Hendrik VIII gestelde grondregel burgerrecht verkregen, dat wij niet meer onder de wet van Mozes leven, maar in zulke zaken aan de burgerlijke wet onderworpen zijn.
In haar leven, d.w.z. zolang zij leefde. Na de dood van de een was het huwelijk met de andere geoorloofd.
Verboden wordt alzo het huwelijk: 1. met de moeder; 2. met de stiefmoeder; 3. met de zuster of halfzuster; 4. met de kleindochter, de dochter van de zoons of dochter; 5. met de dochter van de stiefmoeder; 6. met de tante, zowel van vaders als van moeder zijde; 7. met de vrouw van de oom, van vaders zijde; 8. met de schoondochter; 9. met de schoonzuster; 10. met een vrouw en haar dochter of met de moeder en kleindochter en 11. met twee zusters tegelijk.
19. Ook zult gij, op straffe van uitroeiing (Leviticus. 20:18) tot de vrouw in de afzondering, de tijd van haar maandelijkse zuivering na de geboorte van een kind, van haar onreinheid (Leviticus. 15:19) niet naderen, om haar schaamte te ontdekken, daar dit eenmoedwillig gepleegde verontreiniging van u zelf is.
20. En gij zult niet liggen bij de vrouw van uw naaste ter bezading, bevruchting, om met haar onrein te worden; door een dergelijke verontreiniging laadt gij, evenals het in vs.19 opgenoemde geval, een de dood waardige schuld (Leviticus. 20:10 Deuteronomium. 22:22) op u.
Voor deze plaats geldt dezelfde reden als voor de bovengenoemde. Want, ofschoon elke hoererij de mens bezoedelt, in de echtbreuk is de onreinheid zo veel te schandelijker, omdat de heiligheid van het huwelijk wordt geschonden, en door de vermenging van zaad een onecht en niet verwant kroost wordt voortgebracht. Daarom telt God, naar waarheid, deze schanddaad onder de onreinheden van de volken, zoals men duidelijk uit de voorafspraak van dit hoofdstuk kan zien, waarom deze uitspraak is genomen.
21. a) En van uw zaad, uw kinderen, zult gij niet een geven om voor de Molech, ter ere van hem, door het vuur te doen gaan; en de naam van uw God zult gij niet door zo’n aan de goden van de heidenen bewezen dienst ontheiligen: Ik ben de HEERE!
a) Leviticus. 20:2 Deuteronomium. 18:10; 2 Koningen. 17:17; 23:10
“Mozes schrijft, zoals het gaat,” zegt Luther met het oog daarop, dat de wetten, door God hem gegeven en door hem aan het volk meegedeeld, niet in de vorm van een systeem of leerstelsel verschijnen, met een stelling voorop, die de andere beheerst, uit welk dogma dan logisch de andere worden afgeleid; maar dat veeleer het werkelijke leven en behoefte, welke voor de hand ligt, hem de orde voorstelt, waarin het een op het ander volgt. Dat echter deze schrijfwijze een geregelde orde en een juiste innige samenhang niet uitsluit, zien wij ook hier, waar “de eeuwige klaarheid van de Geest door de zwakheden van de letter heen zo glansrijk schittert.” Want aan het verbod van een afschuwelijke kinderteling (vs.20) sluit zich in ons vers het verbod aan van een afschuwelijk kindergebruik; terwijl op de overige wetten tegen de ontucht (vs.7-20) in ons vers en de volgende een godsdienstige wet tegen de ontucht volgt. De hier en elders (Leviticus. 20:2 vv.; 1 Kon.11:7; 2 Koningen. 23:10) vermelde Molech, of volgens de schrijfwijze van de LXX Molech (Jeremia. 32:35 Hand.7:43) is een Oudkanaänitische godheid, die, wat de naam betreft, zoveel als koning betekent en met de afgod Baäl (d.i. Heer) na verwant is. In later tijd was hij de volksgod van de Ammonnieten, zoals Camos (of Chamos) die van de Moabieten (1 Kon.11:7), zij noemden hem “Malchon” (onze koning), maar de Israëlieten zeiden daarvoor Malchom (hun koning) of “Milkom” (Jeremia. 49:1,3 Zef.1:5; 1 Kon.11:5,33; 2 Koningen. 23:13). Gewoonlijk werd hij in de vorm van een koperen, van binnen hol en gloeibaar gemaakt beeld voorgesteld, met de kop van een stier en met uitgestrekte mensenarmen tot opname van de offers, voor hem bestemd, en bij voorkeur in mensenoffers, voornamelijk in kinderoffers bestaande. Bij de Carthagers, die van de Feniciërs, een Kanaänitische volksstam afstammen, legde men de kinderen, die geofferd moesten worden, het afgodsbeeld in de armen, stak in het beeld een vuur aan en liet dan de kinderen langzaam verbranden; hun jammeren en weeklagen noemde men een sardonisch gelach en maakte, om dat niet te horen, een groot rumoer; dit wordt ons door de oude schrijvers niet zonder afkeer meegedeeld (Diod. Sic. XX: 14; Justin. XIX: 1; Sil.Ital.IV: 767; Varro bij Augustinus’ De Civitate Dei.VII: 19). Moeilijk is nu de vraag, wat de Hebreeuwse uitdrukking heëbir (laten doorgaan) betekent, welke uitdrukking nu eens (zoals op deze plaats en in Jer.32:35 2 Samuel Ezech.23:37) op zichzelf staat, dan met de bijvoeging (bijwoord) baësch (door het vuur) verbonden wordt (Deuteronomium. 18:10; 2 Koningen. 16:3; 23:10). Volgens de verklaring van de Rabbijnen, kerkvaders en oudere Godgeleerden betekent zij alleen een gaan door het vuur zonder verbranding, een reiniging; in de oudheid bestond toch het algemeen gebruik de kinderen door het vuur te laten gaan, om ze te reinigen en te wijden. Volgens deze verklaring werd reeds op straffe van de dood (Leviticus. 20:1,2) aan Israël verboden, hun kinderen aan een dergelijke vuurdoop te onderwerpen, waardoor zij hen naar de wijze van de Kanaänieten, wier land zij op het punt stonden in bezit te nemen en niet alleen naar deze wijze, maar tegelijk aan hun afgod Molech te wijden. Israël heeft toch reeds in de besnijdenis van zijn zonen en de voorstelling van de eerstgeborenen de door God bevolen daad van de wijding; het zal niet een andere wijding naast deze aannemen, zelfs al geschiedde dit in de mening, dat zij een toewijding aan Jehova was; Israël zou daardoor toch slechts de goden van de heidenen dienen en de naam van zijn God ontheiligen. Sedert Clerikus, hoogleraar aan het Remonstrants Seminarie te Amsterdam, gestorven 1736, verstond men onder de uitdrukking: “voor Molech door het vuur laten gaan,” een slachten van de kinderen als offers en het daarop volgend verbranden van deze op de armen van het afgodsbeeld. Deze wijze van volkomen opoffering had sedert koning Ahas van Juda, werkelijk plaats in het dal Ben-Hinnom bij Jeruzalem, waar standbeelden van de Molech waren opgericht (2 Koningen. 16:3; 17:17; 21:6; 23:10 Jer.32:35 Ezech.16:20 vv.; 20:31). Het is echter niet aan te nemen, dat dit ook vroeger zou geschied zijn; veeleer bewijst het voorbeeld van Salomo, die aan zijn heidense vrouwen de Molechdienst vergunde (1 Kon.11:5,7), dat er ook een zachtere vorm van deze dienst bestond, bestaande in gewone dieroffers, zoals dan ook de Rabbijnen verklaren, dat het beeld van de Molech zeven kamers had, van welke alleen de laatste bestemd was voor kinderoffers, maar de zes andere voor verschillende dieroffers gebruikt werden.
Onmiddellijk na het verbod tegen de vleselijke hoererij, geeft de Heere hier het gebod tegen de geestelijke hoererij, omdat afgoderij en hoererij dikwijls hand aan hand gaan, en de afgoderij tot hoererij aanleiding geeft.
22. a) Bij een manspersoon zult gij niet liggen en dus de zonde van de homofilie niet bedrijven, met vrouwelijke bijligging (Leviticus. 9:5); dit is een gruwel, 1) waaraan de heidenen door hun afgoderij overgegeven zijn (Rom.1:27), en die bij Mijn volk de doodstraf voor de beide schuldigen ten gevolge heeft.
a) Leviticus. 20:13
1) In het Hebreeuws Tho’ebah, eigenlijk een afschuwelijke zaak. Wel zijn alle zonden in de ogen van de Heere gruwelijke zaken, maar toch van deze zonde, tot ernstige waarschuwing, wordt gezegd, dat zij de Heere bij uitnemendheid een afschuwelijke zaak is. De steden Sodom, Gomorra, Adama en Zeboïm zijn om haar verwoest.
23. Evenzo zult gij bij geen beest liggen, (Exodus. 22:19) om daarmee onrein te worden en de dood te sterven (Leviticus. 20:15), een vrouw zal ook niet staan voor een beest, 1) om daarmee te doen te hebben; het is een gruwelijke vermenging 2) (Deuteronomium. 27:21).
1) De Egyptenaars vereerden de bokken als goden en hadden in de provincie Mendes, aan de mond van de Nijl, een prachtige tempel, waarin de bokkendienst door gruwelen, als in de tweede helft van dit vers aangeduid zijn, plaats vond (Herod.11:46)
2) Ook deze zonde wordt bij uitstek een gruwel genoemd.
24. Verontreinigt u niet met enige van deze ontuchtszonden; want de heidenen: Hethieten, Ferezieten, Hevieten, Jebusieten, Girgasieten, Amorieten en Kanaänieten (Deuteronomium. 7:1 Jozua. 3:10), die Ik van uw aangezicht, uit dit land Kanaän uitwerp, zijn met al deze zonden (vs.6-23) verontreinigd. 1)
1) Sommige uitleggers, o.a. Hugo de Groot, zijn van mening, dat hier bedoeld worden, alleen de zonden in de beide voorgaande verzen aangegeven. Anderen zoals Calovius, dat hier alle zonden, welke in dit hoofdstuk worden verboden, worden bedoeld. Wij verenigen ons met de laatste. Immers in vs.2 is ook van een dergelijk verbod van verontreiniging sprake.
25. Zodat door de gruwelen, die deze volkeren hebben gepleegd, het land onrein is, en Ik nu, daar Ik u tot hun uitroeiing daarheen zend, hierover zijn ongerechtigheid bezoek, en het land zijn inwoners uitspuwt. 1)
1) Het land wordt hier voorgesteld als een persoon, die van de walgelijke spijze genoeg hebbende, haar uitspuwt. Het land kan als het ware niet langer die zonden verduren. Zulke figuurlijke spreekwijzen komen meer voor in de Heilige Schrift: 2 Koningen. 3:19 Job 31:38.
26. a) Maar gij zult Mijn instellingen en Mijn rechten, die Ik u vroeger meegedeeld heb, onderhouden en wanneer gij nu in Kanaän komt, van al die gruwelen niets doen, inwoner noch vreemdeling, die in het midden van u als vreemdeling verkeert.
a) Leviticus. 20:22
27. Want de lieden van dit land, die vóór u geweest zijn, hebben al deze gruwelen gedaan; en het land is daardoor onrein geworden.
28. Dat u dat land niet op zijn tijd uitspuwe, als gij het op dezelfde wijze zult verontreinigd hebben, zoals het het volk, dat vóór u was, uitgespuwd heeft. 1)
1) De Heere spreekt hier op profetische wijze. Voor de profeet bestaat er geen tijdsruimte. Tot waarschuwing spreekt de Heere alzo, maar ook, om de Israëlieten in het geloof te versterken, dat zij eenmaal Kanaän erfelijk zouden bezitten.
29. Want al wie enige van deze gruwelen doen zal; die zielen, die ze doen, zullen naar Mijn bevel uit het midden van haar volk uitgeroeid worden, 1) en zolang dit werkelijk geschiedt, zal het verderf van het volk als volkworden afgewend.
1) Hieruit is te leren, dat deze geboden niet alleen voor Israël golden, maar voor alle volken. Indien de Kanaänieten ook om deze zonden zijn vernietigd, dan wacht deze straf alle andere volken of personen, die zich hieraan schuldig maken, tenzij zij zich bekeren.
30. Daarom zult gij Mijn bevel onderhouden, dat gij niet doet van die gruwelijke instellingen, die vóór u zijn gedaan geweest, en u daarmee niet verontreinigt: Ik ben de HEERE, uw God! 1) En daar Ik heilig ben, zult gij voor Mijn aangezicht heilig zijn (Exodus. 22:31).
1) De Heere besluit met het: “Ik ben de Heere, uw God”, én om de Verbondsbetrekking te doen voelen, én om Israël te herinneren, dat het te doen heeft, niet met een onreine en onheilige afgod, maar met de Heilige God, die te rein van ogen is, dan dat Hij het kwade zou kunnen aanschouwen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel