Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En de HEERE sprak tot Mozes, nadat de twee zonen van Aaron gestorven waren, als zij genaderd waren voor het aangezicht des HEEREN, en gestorven waren;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En de HEEREH3068sprakH1696totH413MozesH4872, nadatH310 de tweeH8147zonenH1121 van AaronH175 gestorven waren, als zij genaderdH7126 waren voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, en gestorven waren;En de HEERE sprak tot Mozes, nadat de twee zonen van Aaron gestorven waren, als zij genaderd waren voor het aangezicht des HEEREN, en gestorven waren;
Ook in dit vers
gestorvenH4191
gestorvenH4194
KJVAnd the LORD2spake1unto Moses4after5the death6of the two7sons8of Aaron,9when they offered10before11the LORD,12and died;
1וַיְדַבֵּ֤רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5אַחֲרֵ֣יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with6מ֔וֹתH4194dood, doods, stierf(be) dead(-ly), death, die(-d)7שְׁנֵ֖יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two8בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9אַהֲרֹ֑ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron10בְּקָרְבָתָ֥םH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take11לִפְנֵיH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13וַיָּמֻֽתוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
2De HEERE dan zeide tot Mozes: Spreek tot uw broeder Aaron, dat hij niet te allen tijde ga in het heilige, binnen den voorhang, voor het verzoendeksel, dat op de ark is, opdat hij niet sterve; want Ik verschijn in een wolk op het verzoendeksel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2De HEEREH3068 dan zeideH559totH413MozesH4872: SpreekH1696totH413 uw broederH251AaronH175, dat hij niet te allenH3605tijdeH6256 ga in het heiligeH6944, binnen den voorhangH6532, voorH6440 het verzoendekselH3727, dat opH5921 de arkH727 is, opdat hij niet sterveH4191; wantH3588 Ik verschijnH7200 in een wolkH6051opH5921 het verzoendekselH3727.De HEERE dan zeide tot Mozes: Spreek tot uw broeder Aaron, dat hij niet te allen tijde ga in het heilige, binnen den voorhang, voor het verzoendeksel, dat op de ark is, opdat hij niet sterve; want Ik verschijn in een wolk op het verzoendeksel.
KJVAnd the LORD2said1unto Moses,4Speak5unto Aaron7thy brother,8that he come10not at all times12into the holy14place within15the vail16before18the mercy seat,19which is upon the ark;22that he die24not: for I will appear27in the cloud26upon the mercy
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֗הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5דַּבֵּר֮H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7אַהֲרֹ֣ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron8אָחִיךָ֒H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'9וְאַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than10יָבֹ֤אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11בְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12עֵת֙H6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when13אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14הַקֹּ֔דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary15מִבֵּ֖יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)16לַפָּרֹ֑כֶתH6532voorhang, voorhangsvail17אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18פְּנֵ֨יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you19הַכַּפֹּ֜רֶתH3727verzoendeksel, verzoendekselsmercy seat20אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection21עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with22הָאָרֹן֙H727ark, kistark, chest, coffin23וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without24יָמ֔וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise25כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet26בֶּֽעָנָ֔ןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)27אֵרָאֶ֖הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions28עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with29הַכַּפֹּֽרֶתH3727verzoendeksel, verzoendekselsmercy seat
3Hiermede zal Aaron in het heilige gaan: met een var, een jong rund ten zondoffer, en een ram ten brandoffer.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3HiermedeH2063 zal AaronH175 in het heiligeH6944 gaan: met een varH6499, een jongH1121rundH1241 ten zondofferH2403, en een ramH352 ten brandofferH5930.Hiermede zal Aaron in het heilige gaan: met een var, een jong rund ten zondoffer, en een ram ten brandoffer.
KJVThus1shall Aaron3come2into the holy5place: with a young7bullock6for a sin offering,9and a ram10for a burnt offering.
1בְּזֹ֛אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus2יָבֹ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3אַהֲרֹ֖ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5הַקֹּ֑דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary6בְּפַ֧רH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8בָּקָ֛רH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox9לְחַטָּ֖אתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)10וְאַ֥יִלH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree11לְעֹלָֽהH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)
4Hij zal den heiligen linnen rok aandoen, en een linnen onderbroek zal aan zijn vlees zijn, en met een linnen gordel zal hij zich gorden, en met een linnen hoed bedekken; dit zijn heilige klederen; daarom zal hij zijn vlees met water baden, als hij ze zal aandoen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Hij zal den heiligenH6944linnenH906rokH3801aandoenH3847, en een linnenH906onderbroekH4370 zal aanH5921 zijn vleesH1320 zijn, en met een linnenH906gordelH73 zal hij zich gordenH2296, en met een linnenH906hoedH4701bedekkenH6801; dit zijn heiligeH6944klederenH899; daarom zal hij zijn vleesH1320 met waterH4325badenH7364, als hij ze zal aandoenH3847.Hij zal den heiligen linnen rok aandoen, en een linnen onderbroek zal aan zijn vlees zijn, en met een linnen gordel zal hij zich gorden, en met een linnen hoed bedekken; dit zijn heilige klederen; daarom zal hij zijn vlees met water baden, als hij ze zal aandoen.
KJVHe shall put on4the holy3linen2coat,1and he shall have the linen6breeches5upon his flesh,9and shall be girded12with a linen11girdle,10and with the linen14mitre13shall he be attired:15these18are holy17garments;16therefore shall he wash19his flesh22in water,20and so put them on.
1כְּתֹֽנֶתH3801rok, rokken, rokscoat, garment, robe2בַּ֨דH906linnenlinen3קֹ֜דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary4יִלְבָּ֗שׁH3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear5וּמִֽכְנְסֵיH4370onderbroeken, onderbroekbreeches6בַד֮H906linnenlinen7יִהְי֣וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9בְּשָׂרוֹ֒H1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin10וּבְאַבְנֵ֥טH73gordel, gordelsgirdle11בַּד֙H906linnenlinen12יַחְגֹּ֔רH2296aangegord, gordde, omgordbe able to put on, be afraid, appointed, gird, restrain, [idiom] on every side13וּבְמִצְנֶ֥פֶתH4701hoed, hoedsdiadem, mitre14בַּ֖דH906linnenlinen15יִצְנֹ֑ףH6801bedekken, gewisselijk, voortrollenbe attired, [idiom] surely, violently turn16בִּגְדֵיH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe17קֹ֣דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary18הֵ֔םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye19וְרָחַ֥ץH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)20בַּמַּ֛יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))21אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)22בְּשָׂר֖וֹH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin23וּלְבֵשָֽׁםH3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear
5En aan de vergadering der kinderen Israels zal hij nemen twee geitenbokken ten zondoffer, en een ram ten brandoffer.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En aan de vergaderingH5712 der kinderenH1121IsraelsH3478 zal hij nemenH3947tweeH8147geitenbokkenH8163 ten zondofferH2403, en eenH259ramH352 ten brandofferH5930.En aan de vergadering der kinderen Israels zal hij nemen twee geitenbokken ten zondoffer, en een ram ten brandoffer.
KJVAnd he shall take5of the congregation2of the children3of Israel4two6kids7of the goats8for a sin offering,9and one11ram10for a burnt offering.
1וּמֵאֵ֗תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2עֲדַת֙H5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5יִקַּ֛חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win6שְׁנֵֽיH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two7שְׂעִירֵ֥יH8163geitenbok, bok, bokkendevil, goat, hairy, kid, rough, satyr8עִזִּ֖יםH5795geiten, geit, geitenbok(she) goat, kid9לְחַטָּ֑אתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)10וְאַ֥יִלH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree11אֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,12לְעֹלָֽהH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)
6Daarna zal Aaron den var des zondoffers, die voor hem zal zijn, offeren, en zal voor zich en voor zijn huis verzoening doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Daarna zal AaronH175 den varH6499 des zondoffersH2403, dieH834 voor hem zal zijn, offerenH7126, en zal voor zich en voor zijn huisH1004verzoeningH3722 doen.Daarna zal Aaron den var des zondoffers, die voor hem zal zijn, offeren, en zal voor zich en voor zijn huis verzoening doen.
KJVAnd Aaron2shall offer1his bullock4of the sin offering,5which is for himself,9and make an atonement8for himself, and for his house.
1וְהִקְרִ֧יבH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take2אַהֲרֹ֛ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4פַּ֥רH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox5הַחַטָּ֖אתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7ל֑וֹ8וְכִפֶּ֥רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)9בַּעֲד֖וֹH1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within10וּבְעַ֥דH1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within11בֵּיתֽוֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
7Hij zal ook beide bokken nemen, en hij zal die stellen voor het aangezicht des HEEREN, aan de deur van de tent der samenkomst.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Hij zal ook beideH8147bokkenH8163nemenH3947, en hij zal die stellenH5975 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, aan de deurH6607 van de tentH168 der samenkomstH4150.Hij zal ook beide bokken nemen, en hij zal die stellen voor het aangezicht des HEEREN, aan de deur van de tent der samenkomst.
KJVAnd he shall take1the two3goats,4and present5them before7the LORD8at the door9of the tabernacle10of the congregation.
1וְלָקַ֖חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3שְׁנֵ֣יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two4הַשְּׂעִירִ֑םH8163geitenbok, bok, bokkendevil, goat, hairy, kid, rough, satyr5וְהֶעֱמִ֤ידH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry6אֹתָם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9פֶּ֖תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place10אֹ֥הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent11מוֹעֵֽדH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)
8En Aaron zal de loten over die twee bokken werpen: een lot voor den HEERE, en een lot voor den weggaanden bok.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En AaronH175 zal de lotenH1486overH5921 die tweeH8147bokkenH8163werpenH5414: een lotH1486 voor den HEEREH3068, en eenH259lotH1486 voor den weggaanden bokH5799.En Aaron zal de loten over die twee bokken werpen: een lot voor den HEERE, en een lot voor den weggaanden bok.
KJVAnd Aaron2shall cast1lots6upon the two4goats;5one8lot7for the LORD,9and the other11lot10for the scapegoat.
1וְנָתַ֧ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2אַהֲרֹ֛ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4שְׁנֵ֥יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two5הַשְּׂעִירִ֖םH8163geitenbok, bok, bokkendevil, goat, hairy, kid, rough, satyr6גּוֹרָל֑וֹתH1486lot, loten, lotslot7גּוֹרָ֤לH1486lot, loten, lotslot8אֶחָד֙H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,9לַיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10וְגוֹרָ֥לH1486lot, loten, lotslot11אֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,12לַעֲזָאזֵֽלH5799weggaande bok, weggaanden bokscapegoat
9Dan zal Aaron den bok, op denwelken het lot voor den HEERE zal gekomen zijn, toebrengen, en zal hem ten zondoffer maken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Dan zal AaronH175 den bokH8163, opH5921 denwelken het lotH1486 voor den HEEREH3068 zal gekomen zijn, toebrengenH7126, en zal hem ten zondofferH2403makenH6213.Dan zal Aaron den bok, op denwelken het lot voor den HEERE zal gekomen zijn, toebrengen, en zal hem ten zondoffer maken.
KJVAnd Aaron2shall bring1the goat4upon which the LORD'S9lot8fell,6and offer10him for a sin offering.
1וְהִקְרִ֤יבH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take2אַהֲרֹן֙H175Aaron, Aarons, AaronietenAaron3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַשָּׂעִ֔ירH8163geitenbok, bok, bokkendevil, goat, hairy, kid, rough, satyr5אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6עָלָ֥הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work7עָלָ֛יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הַגּוֹרָ֖לH1486lot, loten, lotslot9לַיהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10וְעָשָׂ֖הוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11חַטָּֽאתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)
10Maar de bok, op denwelken het lot zal gekomen zijn, om een weggaande bok te zijn, zal levend voor het aangezicht des HEEREN gesteld worden, om door hem verzoening te doen; opdat men hem als een weggaanden bok naar de woestijn uitlate.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Maar de bokH8163, opH5921 denwelken het lotH1486 zal gekomen zijn, om een weggaande bokH5799 te zijn, zal levendH2416 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068gesteldH5975 worden, om door hem verzoeningH3722 te doen; opdat men hem als een weggaanden bokH5799 naar de woestijnH4057uitlateH7971.Maar de bok, op denwelken het lot zal gekomen zijn, om een weggaande bok te zijn, zal levend voor het aangezicht des HEEREN gesteld worden, om door hem verzoening te doen; opdat men hem als een weggaanden bok naar de woestijn uitlate.
KJVBut the goat,1on which the lot5fell3to be the scapegoat,6shall be presented7alive8before9the LORD,10to make an atonement11with him, and to let him go13for a scapegoat15into the wilderness.
1וְהַשָּׂעִ֗ירH8163geitenbok, bok, bokkendevil, goat, hairy, kid, rough, satyr2אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3עָלָ֨הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work4עָלָ֤יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5הַגּוֹרָל֙H1486lot, loten, lotslot6לַעֲזָאזֵ֔לH5799weggaande bok, weggaanden bokscapegoat7יָֽעֳמַדH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry8חַ֛יH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop9לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11לְכַפֵּ֣רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)12עָלָ֑יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13לְשַׁלַּ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)14אֹת֛וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15לַעֲזָאזֵ֖לH5799weggaande bok, weggaanden bokscapegoat16הַמִּדְבָּֽרָהH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness
11Aaron dan zal den var des zondoffers, die voor hemzelven zal zijn, toebrengen, en voor zichzelven en voor zijn huis verzoening doen, en zal den var des zondoffers, die voor hemzelven zal zijn, slachten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11AaronH175 dan zal den varH6499 des zondoffersH2403, die voor hemzelven zal zijn, toebrengenH7126, en voor zichzelven en voor zijn huisH1004verzoeningH3722 doen, en zal den varH6499 des zondoffersH2403, dieH834 voor hemzelven zal zijn, slachtenH7819.Aaron dan zal den var des zondoffers, die voor hemzelven zal zijn, toebrengen, en voor zichzelven en voor zijn huis verzoening doen, en zal den var des zondoffers, die voor hemzelven zal zijn, slachten.
KJVAnd Aaron2shall bring1the bullock4of the sin offering,5which is for himself, and shall make an atonement8for himself, and for his house,11and shall kill12the bullock14of the sin offering
1וְהִקְרִ֨יבH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take2אַהֲרֹ֜ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4פַּ֤רH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox5הַֽחַטָּאת֙H2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7ל֔וֹ8וְכִפֶּ֥רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)9בַּֽעֲד֖וֹH1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within10וּבְעַ֣דH1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within11בֵּית֑וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)12וְשָׁחַ֛טH7819slachten, slachtte, slachttenkill, offer, shoot out, slay, slaughter13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14פַּ֥רH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox15הַֽחַטָּ֖אתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)16אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17לֽוֹ
12Hij zal ook een wierookvat vol vurige kolen nemen van het altaar, van voor het aangezicht des HEEREN, en zijn handen vol reukwerk van welriekende specerijen, klein gestoten; en hij zal het binnen den voorhang dragen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Hij zal ook een wierookvatH4289volH4393vurigeH784kolenH1513nemenH3947 van het altaarH4196, van voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, en zijn handenH2651volH4393reukwerkH7004 van welriekende specerijenH5561, klein gestotenH1851; en hij zal het binnen den voorhangH6532dragenH935.Hij zal ook een wierookvat vol vurige kolen nemen van het altaar, van voor het aangezicht des HEEREN, en zijn handen vol reukwerk van welriekende specerijen, klein gestoten; en hij zal het binnen den voorhang dragen.
KJVAnd he shall take1a censer3full2of burning5coals4of firefrom off the altar7before8the LORD,9and his hands11full10of sweet13incense12beaten small,14and bring15it within16the vail:
1וְלָקַ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2מְלֹֽאH4393volheid, vol, volle menigte[idiom] all along, [idiom] all that is (there-) in, fill, ([idiom] that whereof...was) full, fulness, (hand-) full, multitude3הַ֠מַּחְתָּהH4289wierookvaten, wierookvat, blusvatencenser, firepan, snuffdish4גַּֽחֲלֵיH1513kolen, kool, Vurige kolen(burning) coal5אֵ֞שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot6מֵעַ֤לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7הַמִּזְבֵּ֨חַ֙H4196altaar, altaren, altaarsaltar8מִלִּפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10וּמְלֹ֣אH4393volheid, vol, volle menigte[idiom] all along, [idiom] all that is (there-) in, fill, ([idiom] that whereof...was) full, fulness, (hand-) full, multitude11חָפְנָ֔יוH2651vuisten, handenfists, (both) hands, hand(-ful)12קְטֹ֥רֶתH7004reukwerk, reukwerks, reukaltaar(sweet) incense, perfume13סַמִּ֖יםH5561specerijen, rokingsweet (spice)14דַּקָּ֑הH1851dun, dunne, kleindwarf, lean(-fleshed), very little thing, small, thin15וְהֵבִ֖יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way16מִבֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)17לַפָּרֹֽכֶתH6532voorhang, voorhangsvail
13En hij zal dat reukwerk op het vuur leggen, voor het aangezicht des HEEREN, opdat de nevel des reukwerks het verzoendeksel, hetwelk is op de getuigenis, bedekke, en dat hij niet sterve.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En hij zal dat reukwerkH7004opH5921 het vuurH784leggenH5414, voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, opdat de nevelH6051 des reukwerksH7004 het verzoendekselH3727, hetwelkH834 is opH5921 de getuigenisH5715, bedekkeH3680, en dat hij nietH3808sterveH4191.En hij zal dat reukwerk op het vuur leggen, voor het aangezicht des HEEREN, opdat de nevel des reukwerks het verzoendeksel, hetwelk is op de getuigenis, bedekke, en dat hij niet sterve.
KJVAnd he shall put1the incense3upon the fire5before6the LORD,7that the cloud9of the incense10may cover8the mercy seat12that is upon the testimony,15that he die
1וְנָתַ֧ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַקְּטֹ֛רֶתH7004reukwerk, reukwerks, reukaltaar(sweet) incense, perfume4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5הָאֵ֖שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot6לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8וְכִסָּ֣הH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)9עֲנַ֣ןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)10הַקְּטֹ֗רֶתH7004reukwerk, reukwerks, reukaltaar(sweet) incense, perfume11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הַכַּפֹּ֛רֶתH3727verzoendeksel, verzoendekselsmercy seat13אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15הָעֵד֖וּתH5715getuigenis, getuigenissentestimony, witness16וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17יָמֽוּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
14En hij zal van het bloed van den var nemen, en zal met zijn vinger op het verzoendeksel oostwaarts sprengen; en voor het verzoendeksel zal hij zevenmaal met zijn vinger van dat bloed sprengen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En hij zal van het bloedH1818 van den varH6499nemenH3947, en zal met zijn vingerH676opH5921 het verzoendekselH3727oostwaartsH6924sprengenH5137; en voorH6440 het verzoendekselH3727 zal hij zevenmaalH7651 met zijn vingerH676vanH4480 dat bloedH1818sprengenH5137.En hij zal van het bloed van den var nemen, en zal met zijn vinger op het verzoendeksel oostwaarts sprengen; en voor het verzoendeksel zal hij zevenmaal met zijn vinger van dat bloed sprengen.
KJVAnd he shall take1of the blood2of the bullock,3and sprinkle4it with his finger5upon the mercy seat8eastward;9and before7the mercy seat11shall he sprinkle12of the blood16with his finger17seven13times.
1וְלָקַח֙H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2מִדַּ֣םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent3הַפָּ֔רH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox4וְהִזָּ֧הH5137sprengen, gesprengd, besprengensprinkle5בְאֶצְבָּע֛וֹH676vinger, vingeren, vingersfinger, toe6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8הַכַּפֹּ֖רֶתH3727verzoendeksel, verzoendekselsmercy seat9קֵ֑דְמָהH6924oosten, ouds, oostwaartsaforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה)10וְלִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11הַכַּפֹּ֗רֶתH3727verzoendeksel, verzoendekselsmercy seat12יַזֶּ֧הH5137sprengen, gesprengd, besprengensprinkle13שֶֽׁבַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)14פְּעָמִ֛יםH6471ditmaal, malen, tweemaalanvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel15מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with16הַדָּ֖םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent17בְּאֶצְבָּעֽוֹH676vinger, vingeren, vingersfinger, toe
15Daarna zal hij den bok des zondoffers, die voor het volk zal zijn, slachten, en zal zijn bloed tot binnen in den voorhang dragen, en zal met zijn bloed doen, gelijk als hij met het bloed van den var gedaan heeft, en zal dat sprengen op het verzoendeksel, en voor het verzoendeksel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Daarna zal hij den bokH8163 des zondoffersH2403, dieH834 voor het volkH5971 zal zijn, slachtenH7819, en zal zijn bloedH1818totH413 binnen in den voorhangH6532dragenH935, en zal met zijn bloedH1818 doen, gelijk als hij met het bloedH1818 van den varH6499 gedaan heeft, en zal datH834sprengenH5137opH5921 het verzoendekselH3727, en voorH6440 het verzoendekselH3727.Daarna zal hij den bok des zondoffers, die voor het volk zal zijn, slachten, en zal zijn bloed tot binnen in den voorhang dragen, en zal met zijn bloed doen, gelijk als hij met het bloed van den var gedaan heeft, en zal dat sprengen op het verzoendeksel, en voor het verzoendeksel.
KJVThen shall he kill1the goat3of the sin offering,4that is for the people,6and bring7his blood9within11the vail,12and do13with that blood15as he did17with the blood18of the bullock,19and sprinkle20it upon the mercy seat,23and before24the mercy seat:
1וְשָׁחַ֞טH7819slachten, slachtte, slachttenkill, offer, shoot out, slay, slaughter2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3שְׂעִ֤ירH8163geitenbok, bok, bokkendevil, goat, hairy, kid, rough, satyr4הַֽחַטָּאת֙H2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6לָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7וְהֵבִיא֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9דָּמ֔וֹH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11מִבֵּ֖יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)12לַפָּרֹ֑כֶתH6532voorhang, voorhangsvail13וְעָשָׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15דָּמ֗וֹH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent16כַּאֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17עָשָׂה֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use18לְדַ֣םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent19הַפָּ֔רH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox20וְהִזָּ֥הH5137sprengen, gesprengd, besprengensprinkle21אֹת֛וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)22עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with23הַכַּפֹּ֖רֶתH3727verzoendeksel, verzoendekselsmercy seat24וְלִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you25הַכַּפֹּֽרֶתH3727verzoendeksel, verzoendekselsmercy seat
16Zo zal hij voor het heilige, vanwege de onreinigheden der kinderen Israels, en vanwege hun overtredingen, naar al hun zonden, verzoening doen; en alzo zal hij doen aan de tent der samenkomst, welke met hen woont in het midden hunner onreinigheden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Zo zal hij voor het heiligeH6944, vanwege de onreinighedenH2932 der kinderenH1121IsraelsH3478, en vanwegeH5921 hun overtredingenH6588, naar alH3605 hun zondenH2403, verzoeningH3722 doen; en alzoH3651 zal hij doenH6213 aan de tentH168 der samenkomstH4150, welke metH854 hen woontH7931 in het middenH8432 hunner onreinighedenH2932.Zo zal hij voor het heilige, vanwege de onreinigheden der kinderen Israels, en vanwege hun overtredingen, naar al hun zonden, verzoening doen; en alzo zal hij doen aan de tent der samenkomst, welke met hen woont in het midden hunner onreinigheden.
KJVAnd he shall make an atonement1for the holy3place, because of the uncleanness4of the children5of Israel,6and because of their transgressions7in all their sins:9and so shall he do11for the tabernacle12of the congregation,13that remaineth14among them in the midst16of their uncleanness.
1וְכִפֶּ֣רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3הַקֹּ֗דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary4מִטֻּמְאֹת֙H2932onreinigheid, onreinigheden, onreinsfilthiness, unclean(-ness)5בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7וּמִפִּשְׁעֵיהֶ֖םH6588overtredingen, overtreding, afvalrebellion, sin, transgression, trespass8לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9חַטֹּאתָ֑םH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)10וְכֵ֤ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you11יַעֲשֶׂה֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12לְאֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent13מוֹעֵ֔דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)14הַשֹּׁכֵ֣ןH7931wonen, woont, woneabide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up)15אִתָּ֔םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix16בְּת֖וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)17טֻמְאֹתָֽםH2932onreinigheid, onreinigheden, onreinsfilthiness, unclean(-ness)
17En geen mens zal in de tent der samenkomst zijn, als hij zal ingaan, om in het heilige verzoening te doen, totdat hij zal uitkomen; alzo zal hij verzoening doen, voor zichzelven, en voor zijn huis, en voor de gehele gemeente van Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En geenH3808mensH120 zal in de tentH168 der samenkomstH4150zijnH1961, als hij zal ingaanH935, om in het heiligeH6944verzoeningH3722 te doen, totdatH5704 hij zal uitkomenH3318; alzo zal hij verzoeningH3722 doen, voor zichzelven, en voor zijn huisH1004, en voor de geheleH3605gemeenteH6951 van IsraelH3478.En geen mens zal in de tent der samenkomst zijn, als hij zal ingaan, om in het heilige verzoening te doen, totdat hij zal uitkomen; alzo zal hij verzoening doen, voor zichzelven, en voor zijn huis, en voor de gehele gemeente van Israel.
KJVAnd there shall be no man2in the tabernacle5of the congregation6when he goeth7in to make an atonement8in the holy9place, until he come out,11and have made an atonement12for himself, and for his household,15and for all the congregation18of Israel.
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2אָדָ֞םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person3לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4יִהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5בְּאֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent6מוֹעֵ֗דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)7בְּבֹא֛וֹH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8לְכַפֵּ֥רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)9בַּקֹּ֖דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary10עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11צֵאת֑וֹH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter12וְכִפֶּ֤רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)13בַּעֲדוֹ֙H1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within14וּבְעַ֣דH1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within15בֵּית֔וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)16וּבְעַ֖דH1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within17כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18קְהַ֥לH6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude19יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
18Daarna zal hij tot het altaar, dat voor het aangezicht des HEEREN is, uitkomen, en verzoening voor hetzelve doen; en hij zal van het bloed van den var, en van het bloed van den bok nemen, en doen het rondom op de hoornen des altaars.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Daarna zal hij totH413 het altaarH4196, datH834 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068 is, uitkomenH3318, en verzoeningH3722 voor hetzelve doen; en hij zal van het bloedH1818 van den varH6499, en van het bloedH1818 van den bokH8163nemenH3947, en doen het rondomH5439opH5921 de hoornenH7161 des altaarsH4196.Daarna zal hij tot het altaar, dat voor het aangezicht des HEEREN is, uitkomen, en verzoening voor hetzelve doen; en hij zal van het bloed van den var, en van het bloed van den bok nemen, en doen het rondom op de hoornen des altaars.
KJVAnd he shall go out1unto the altar3that is before5the LORD,6and make an atonement7for it; and shall take9of the blood10of the bullock,11and of the blood12of the goat,13and put14it upon the horns16of the altar17round about.
1וְיָצָ֗אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3הַמִּזְבֵּ֛חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar4אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5לִפְנֵֽיH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7וְכִפֶּ֣רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)8עָלָ֑יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9וְלָקַ֞חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win10מִדַּ֤םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent11הַפָּר֙H6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox12וּמִדַּ֣םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent13הַשָּׂעִ֔ירH8163geitenbok, bok, bokkendevil, goat, hairy, kid, rough, satyr14וְנָתַ֛ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield15עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16קַרְנ֥וֹתH7161hoornen, hoorn, Hoorn[idiom] hill, horn17הַמִּזְבֵּ֖חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar18סָבִֽיבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side
19En hij zal daarop van dat bloed met zijn vinger zevenmaal sprengen, en hij zal dat reinigen en heiligen van de onreinigheden der kinderen Israels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En hij zal daarop vanH4480 dat bloedH1818 met zijn vingerH676zevenmaalH7651sprengenH5137, en hij zal dat reinigenH2891 en heiligenH6942 van de onreinighedenH2932 der kinderenH1121IsraelsH3478.En hij zal daarop van dat bloed met zijn vinger zevenmaal sprengen, en hij zal dat reinigen en heiligen van de onreinigheden der kinderen Israels.
KJVAnd he shall sprinkle1of the blood4upon it with his finger5seven6times,7and cleanse8it, and hallow9it from the uncleanness10of the children11of Israel.
1וְהִזָּ֨הH5137sprengen, gesprengd, besprengensprinkle2עָלָ֧יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4הַדָּ֛םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent5בְּאֶצְבָּע֖וֹH676vinger, vingeren, vingersfinger, toe6שֶׁ֣בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)7פְּעָמִ֑יםH6471ditmaal, malen, tweemaalanvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel8וְטִהֲר֣וֹH2891reinigen, rein, gereinigdbe (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self)9וְקִדְּשׁ֔וֹH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly10מִטֻּמְאֹ֖תH2932onreinigheid, onreinigheden, onreinsfilthiness, unclean(-ness)11בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
20Als hij nu zal geeindigd hebben van het heilige, en de tent der samenkomst, en het altaar te verzoenen, zo zal hij dien levenden bok toebrengen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Als hij nu zal geeindigdH3615 hebben van het heiligeH6944, en de tentH168 der samenkomstH4150, en het altaarH4196 te verzoenenH3722, zo zal hij dien levendenH2416bokH8163toebrengenH7126.Als hij nu zal geeindigd hebben van het heilige, en de tent der samenkomst, en het altaar te verzoenen, zo zal hij dien levenden bok toebrengen.
KJVAnd when he hath made an end1of reconciling2the holy4place, and the tabernacle6of the congregation,7and the altar,9he shall bring10the live13goat:
1וְכִלָּה֙H3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste2מִכַּפֵּ֣רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַקֹּ֔דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אֹ֥הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent7מוֹעֵ֖דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַמִּזְבֵּ֑חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar10וְהִקְרִ֖יבH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הַשָּׂעִ֥ירH8163geitenbok, bok, bokkendevil, goat, hairy, kid, rough, satyr13הֶחָֽיH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop
21En Aaron zal beide zijn handen op het hoofd van den levenden bok leggen, en zal daarop al de ongerechtigheden der kinderen Israels, en al hun overtredingen, naar al hun zonden, belijden; en hij zal die op het hoofd des boks leggen, en zal hem door de hand eens mans, die voorhanden is, naar de woestijn uitlaten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En AaronH175 zal beideH8147 zijn handenH3027opH5921 het hoofdH7218 van den levendenH2416bokH8163 leggen, en zal daarop al de ongerechtighedenH5771 der kinderenH1121IsraelsH3478, en alH3605 hun overtredingenH6588, naar alH3605 hun zondenH2403, belijdenH3034; en hij zal die opH5921 het hoofdH7218 des boksH8163 leggen, en zal hem door de handH3027 eens mansH376, die voorhandenH6261 is, naar de woestijnH4057uitlatenH7971.En Aaron zal beide zijn handen op het hoofd van den levenden bok leggen, en zal daarop al de ongerechtigheden der kinderen Israels, en al hun overtredingen, naar al hun zonden, belijden; en hij zal die op het hoofd des boks leggen, en zal hem door de hand eens mans, die voorhanden is, naar de woestijn uitlaten.
Ook in dit vers
leggenH5414
leggenH5564
KJVAnd Aaron2shall lay1both4his hands5upon the head7of the live9goat,8and confess10over him all the iniquities14of the children15of Israel,16and all their transgressions19in all their sins,21putting22them upon the head25of the goat,26and shall send him away27by the hand28of a fit30man29into the wilderness:
1וְסָמַ֨ךְH5564leggen, leiden, ondersteundbear up, establish, (up-) hold, lay, lean, lie hard, put, rest self, set self, stand fast, stay (self), sustain2אַהֲרֹ֜ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4שְׁתֵּ֣יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two5יָדָ֗יוH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves6עַ֨לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7רֹ֣אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top8הַשָּׂעִיר֮H8163geitenbok, bok, bokkendevil, goat, hairy, kid, rough, satyr9הַחַי֒H2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop10וְהִתְוַדָּ֣הH3034loven, Looft, belijdencast (out), (make) confess(-ion), praise, shoot, (give) thank(-ful, -s, -sgiving)11עָלָ֗יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14עֲוֺנֹת֙H5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin15בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael17וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19פִּשְׁעֵיהֶ֖םH6588overtredingen, overtreding, afvalrebellion, sin, transgression, trespass20לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21חַטֹּאתָ֑םH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)22וְנָתַ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield23אֹתָם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with25רֹ֣אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top26הַשָּׂעִ֔ירH8163geitenbok, bok, bokkendevil, goat, hairy, kid, rough, satyr27וְשִׁלַּ֛חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)28בְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves29אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)30עִתִּ֖יH6261voorhandenfit31הַמִּדְבָּֽרָהH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness
22Alzo zal die bok op zich al hun ongerechtigheden in een afgezonderd land wegdragen; en hij zal dien bok in de woestijn uitlaten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Alzo zal die bokH8163opH5921 zich alH3605 hun ongerechtighedenH5771 in een afgezonderdH1509landH776wegdragenH5375; en hij zal dien bokH8163 in de woestijnH4057uitlatenH7971.Alzo zal die bok op zich al hun ongerechtigheden in een afgezonderd land wegdragen; en hij zal dien bok in de woestijn uitlaten.
KJVAnd the goat2shall bear1upon him all their iniquities6unto a land8not inhabited:9and he shall let go10the goat12in the wilderness.
1וְנָשָׂ֨אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield2הַשָּׂעִ֥ירH8163geitenbok, bok, bokkendevil, goat, hairy, kid, rough, satyr3עָלָ֛יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6עֲוֺנֹתָ֖םH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9גְּזֵרָ֑הH1509afgezonderdnot inhabited10וְשִׁלַּ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הַשָּׂעִ֖ירH8163geitenbok, bok, bokkendevil, goat, hairy, kid, rough, satyr13בַּמִּדְבָּֽרH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness
23Daarna zal Aaron komen in de tent der samenkomst, en zal de linnen klederen uitdoen, die hij aangedaan had, als hij in het heilige ging, en hij zal ze daar laten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Daarna zal AaronH175komenH935 in de tentH168 der samenkomstH4150, en zal de linnenH906klederenH899uitdoenH6584, dieH834 hij aangedaanH3847 had, als hij in het heiligeH6944 ging, en hij zal ze daarH8033latenH3240.Daarna zal Aaron komen in de tent der samenkomst, en zal de linnen klederen uitdoen, die hij aangedaan had, als hij in het heilige ging, en hij zal ze daar laten.
KJVAnd Aaron2shall come1into the tabernacle4of the congregation,5and shall put off6the linen9garments,8which he put on11when he went12into the holy14place, and shall leave
1וּבָ֤אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אַהֲרֹן֙H175Aaron, Aarons, AaronietenAaron3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent5מוֹעֵ֔דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)6וּפָשַׁט֙H6584uittrekken, ingevallen, overvielenfall upon, flay, invade, make an invasion, pull off, put off, make a road, run upon, rush, set, spoil, spread selves (abroad), strip (off, self)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8בִּגְדֵ֣יH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe9הַבָּ֔דH906linnenlinen10אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11לָבַ֖שׁH3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear12בְּבֹא֣וֹH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14הַקֹּ֑דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary15וְהִנִּיחָ֖םH3240laten, leide, lietbestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)16שָֽׁםH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
24En hij zal zijn vlees in de heilige plaats met water baden, en zijn klederen aandoen; dan zal hij uitgaan, en zijn brandoffer, en het brandoffer des volks bereiden, en voor zich en voor het volk verzoening doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En hij zal zijn vleesH1320 in de heiligeH6918plaatsH4725 met waterH4325badenH7364, en zijn klederenH899aandoenH3847; dan zal hij uitgaanH3318, en zijn brandofferH5930, en het brandofferH5930 des volksH5971bereidenH6213, en voor zich en voor het volkH5971verzoeningH3722 doen.En hij zal zijn vlees in de heilige plaats met water baden, en zijn klederen aandoen; dan zal hij uitgaan, en zijn brandoffer, en het brandoffer des volks bereiden, en voor zich en voor het volk verzoening doen.
KJVAnd he shall wash1his flesh3with water4in the holy6place,5and put on7his garments,9and come forth,10and offer11his burnt offering,13and the burnt offering15of the people,16and make an atonement17for himself, and for the people.
1וְרָחַ֨ץH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בְּשָׂר֤וֹH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin4בַמַּ֨יִם֙H4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))5בְּמָק֣וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)6קָד֔וֹשׁH6918heilig, Heilige, heiligeholy (One), saint7וְלָבַ֖שׁH3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9בְּגָדָ֑יוH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe10וְיָצָ֗אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter11וְעָשָׂ֤הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13עֹֽלָתוֹ֙H5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)14וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15עֹלַ֣תH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)16הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people17וְכִפֶּ֥רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)18בַּעֲד֖וֹH1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within19וּבְעַ֥דH1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within20הָעָֽםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
25Ook zal hij het vet des zondoffers op het altaar aansteken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Ook zal hij het vetH2459 des zondoffersH2403 op het altaarH4196aanstekenH6999.Ook zal hij het vet des zondoffers op het altaar aansteken.
KJVAnd the fat2of the sin offering3shall he burn4upon the altar.
1וְאֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2חֵ֥לֶבH2459vet, vette, smeer[idiom] best, fat(-ness), [idiom] finest, grease, marrow3הַֽחַטָּ֖אתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)4יַקְטִ֥ירH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)5הַמִּזְבֵּֽחָהH4196altaar, altaren, altaarsaltar
26En die den bok, welke een weggaande bok was, zal uitgelaten hebben, zal zijn klederen wassen, en zijn vlees met water baden; en daarna zal hij in het leger komen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En die den bokH8163, welke een weggaande bokH5799 was, zal uitgelatenH7971 hebben, zal zijn klederenH899wassenH3526, en zijn vleesH1320 met waterH4325badenH7364; en daarnaH310 zal hij in het legerH4264komenH935.En die den bok, welke een weggaande bok was, zal uitgelaten hebben, zal zijn klederen wassen, en zijn vlees met water baden; en daarna zal hij in het leger komen.
KJVAnd he that let go1the goat3for the scapegoat4shall wash5his clothes,6and bathe7his flesh9in water,10and afterward11come13into the camp.
1וְהַֽמְשַׁלֵּ֤חַH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַשָּׂעִיר֙H8163geitenbok, bok, bokkendevil, goat, hairy, kid, rough, satyr4לַֽעֲזָאזֵ֔לH5799weggaande bok, weggaanden bokscapegoat5יְכַבֵּ֣סH3526wassen, gewassen, vollersfuller, wash(-ing)6בְּגָדָ֔יוH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe7וְרָחַ֥ץH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9בְּשָׂר֖וֹH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin10בַּמָּ֑יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))11וְאַחֲרֵיH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with12כֵ֖ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you13יָב֥וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15הַֽמַּחֲנֶֽהH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents
27Maar den var des zondoffers, en den bok des zondoffers, welker bloed ingebracht is, om verzoening te doen in het heilige, zal men tot buiten het leger uitvoeren; doch hun vellen, hun vlees en hun mest zullen zij met vuur verbranden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Maar den varH6499 des zondoffersH2403, en den bokH8163 des zondoffersH2403, welker bloedH1818ingebrachtH935 is, om verzoeningH3722 te doen in het heiligeH6944, zal men totH413buitenH2351 het legerH4264uitvoerenH3318; doch hun vellenH5785, hun vleesH1320 en hun mestH6569 zullen zij met vuurH784verbrandenH8313.Maar den var des zondoffers, en den bok des zondoffers, welker bloed ingebracht is, om verzoening te doen in het heilige, zal men tot buiten het leger uitvoeren; doch hun vellen, hun vlees en hun mest zullen zij met vuur verbranden.
KJVAnd the bullock2for the sin offering,3and the goat5for the sin offering,6whose blood10was brought in8to make atonement11in the holy12place, shall one carry forth13without15the camp;16and they shall burn17in the fire18their skins,20and their flesh,22and their dung.
1וְאֵת֩H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2פַּ֨רH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox3הַֽחַטָּ֜אתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)4וְאֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5שְׂעִ֣ירH8163geitenbok, bok, bokkendevil, goat, hairy, kid, rough, satyr6הַֽחַטָּ֗אתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)7אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8הוּבָ֤אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10דָּמָם֙H1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent11לְכַפֵּ֣רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)12בַּקֹּ֔דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary13יוֹצִ֖יאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15מִח֣וּץH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without16לַֽמַּחֲנֶ֑הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents17וְשָׂרְפ֣וּH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly18בָאֵ֔שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20עֹרֹתָ֥םH5785vel, huid, vellenhide, leather, skin21וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)22בְּשָׂרָ֖םH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin23וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24פִּרְשָֽׁםH6569mest, drekdung
28Die nu dezelve verbrandt, zal zijn klederen wassen, en zijn vlees met water baden; en daarna zal hij in het leger komen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Die nu dezelve verbrandtH8313, zal zijn klederenH899wassenH3526, en zijn vleesH1320 met waterH4325badenH7364; en daarnaH310 zal hij in het legerH4264komenH935.Die nu dezelve verbrandt, zal zijn klederen wassen, en zijn vlees met water baden; en daarna zal hij in het leger komen.
KJVAnd he that burneth1them shall wash3his clothes,4and bathe5his flesh7in water,8and afterward9he shall come11into the camp.
1וְהַשֹּׂרֵ֣ףH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly2אֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3יְכַבֵּ֣סH3526wassen, gewassen, vollersfuller, wash(-ing)4בְּגָדָ֔יוH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe5וְרָחַ֥ץH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בְּשָׂר֖וֹH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin8בַּמָּ֑יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))9וְאַחֲרֵיH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with10כֵ֖ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you11יָב֥וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13הַֽמַּחֲנֶֽהH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents
29En dit zal voor u tot een eeuwige inzetting zijn: gij zult in de zevende maand, op den tienden der maand, uw zielen verootmoedigen, en geen werk doen, inboorling noch vreemdeling, die in het midden van u als vreemdeling verkeert.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29En dit zal voor u tot een eeuwigeH5769inzettingH2708zijnH1961: gij zult in de zevendeH7637maandH2320, op den tiendenH6218 der maandH2320, uw zielenH5315verootmoedigenH6031, en geen werkH4399doenH6213, inboorlingH249 noch vreemdelingH1616, die in het middenH8432 van u als vreemdeling verkeertH1481.En dit zal voor u tot een eeuwige inzetting zijn: gij zult in de zevende maand, op den tienden der maand, uw zielen verootmoedigen, en geen werk doen, inboorling noch vreemdeling, die in het midden van u als vreemdeling verkeert.
KJVAnd this shall be a statute3for ever4unto you: that in the seventh6month,5on the tenth7day of the month,8ye shall afflict9your souls,11and do15no work13at all, whether it be one of your own country,16or a stranger17that sojourneth18among
1וְהָיְתָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2לָכֶ֖ם3לְחֻקַּ֣תH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute4עוֹלָ֑םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)5בַּחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon6הַ֠שְּׁבִיעִיH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)7בֶּֽעָשׂ֨וֹרH6218tienden, tiensnarig instrument, tien(instrument of) ten (strings, -th)8לַחֹ֜דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon9תְּעַנּ֣וּH6031verootmoedigen, verdrukt, verkrachtabase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11נַפְשֹֽׁתֵיכֶ֗םH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it12וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13מְלָאכָה֙H4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)14לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15תַעֲשׂ֔וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use16הָֽאֶזְרָ֔חH249inboorling, inboorlingen, ingeborenebay tree, (home-) born (in the land), of the (one's own) country (nation)17וְהַגֵּ֖רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger18הַגָּ֥רH1481vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeertabide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely19בְּתוֹכְכֶֽםH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
30Want op dien dag zal hij voor u verzoening doen, om u te reinigen; van al uw zonden zult gij voor het aangezicht des HEEREN gereinigd worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30WantH3588opH5921dienH2088dagH3117 zal hij voor u verzoeningH3722 doen, om u te reinigenH2891; van alH3605 uw zondenH2403 zult gij voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068gereinigdH2891 worden.Want op dien dag zal hij voor u verzoening doen, om u te reinigen; van al uw zonden zult gij voor het aangezicht des HEEREN gereinigd worden.
KJVFor on that day2shall the priest make an atonement4for you, to cleanse6you, that ye may be clean12from all your sins9before10the LORD.
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2בַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3הַזֶּ֛הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)4יְכַפֵּ֥רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)5עֲלֵיכֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6לְטַהֵ֣רH2891reinigen, rein, gereinigdbe (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self)7אֶתְכֶ֑םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8מִכֹּל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9חַטֹּ֣אתֵיכֶ֔םH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)10לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12תִּטְהָֽרוּH2891reinigen, rein, gereinigdbe (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self)
31Dat zal u een sabbat der rust zijn, opdat gij uw zielen verootmoedigt; het is een eeuwige inzetting.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Dat zal u een sabbatH7676 der rustH7677 zijn, opdat gij uw zielenH5315verootmoedigtH6031; het is een eeuwigeH5769inzettingH2708.Dat zal u een sabbat der rust zijn, opdat gij uw zielen verootmoedigt; het is een eeuwige inzetting.
KJVIt shall be a sabbath1of rest2unto you, and ye shall afflict5your souls,7by a statute8for ever.
1שַׁבַּ֨תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath2שַׁבָּת֥וֹןH7677rust, rusterest, sabbath3הִיא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4לָכֶ֔ם5וְעִנִּיתֶ֖םH6031verootmoedigen, verdrukt, verkrachtabase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7נַפְשֹׁתֵיכֶ֑םH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it8חֻקַּ֖תH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute9עוֹלָֽםH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
32En de priester, dien men gezalfd, en wiens hand men gevuld zal hebben, om voor zijn vader het priesterambt te bedienen, zal de verzoening doen, als hij de linnen klederen, de heilige klederen, zal aangetrokken hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32En de priesterH3548, dienH834 men gezalfdH4886, en wiens handH3027 men gevuldH4390 zal hebben, om voorH8478 zijn vaderH1 het priesterambt te bedienen, zal de verzoeningH3722 doen, als hij de linnenH906klederenH899, de heiligeH6944klederenH899, zal aangetrokkenH3847 hebben.En de priester, dien men gezalfd, en wiens hand men gevuld zal hebben, om voor zijn vader het priesterambt te bedienen, zal de verzoening doen, als hij de linnen klederen, de heilige klederen, zal aangetrokken hebben.
Ook in dit vers
priesterambt bedienenH3547
KJVAnd the priest,2whom he shall anoint,4and whom he shall consecrate7to minister in the priest's office10in his father's12stead, shall make the atonement,1and shall put on13the linen16clothes,15even the holy18garments:
1וְכִפֶּ֨רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)2הַכֹּהֵ֜ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer3אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4יִמְשַׁ֣חH4886gezalfd, zalven, zalfdeanoint, paint5אֹת֗וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6וַאֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7יְמַלֵּא֙H4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9יָד֔וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10לְכַהֵ֖ןH3547priesterambt bedienen, priesterambt, bedienendeck, be (do the office of a, execute the, minister in the) priest('s office)11תַּ֣חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with12אָבִ֑יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'13וְלָבַ֛שׁH3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15בִּגְדֵ֥יH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe16הַבָּ֖דH906linnenlinen17בִּגְדֵ֥יH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe18הַקֹּֽדֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
33Zo zal hij het heilige heiligdom verzoenen, en de tent der samenkomst, en het altaar zal hij verzoenen; desgelijks voor de priesteren, en voor al het volk der gemeente zal hij verzoening doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Zo zal hij het heiligeH6944heiligdomH4720verzoenenH3722, en de tentH168 der samenkomstH4150, en het altaarH4196 zal hij verzoenenH3722; desgelijks voor de priesterenH3548, en voor alH3605 het volkH5971 der gemeenteH6951 zal hij verzoeningH3722 doen.Zo zal hij het heilige heiligdom verzoenen, en de tent der samenkomst, en het altaar zal hij verzoenen; desgelijks voor de priesteren, en voor al het volk der gemeente zal hij verzoening doen.
KJVAnd he shall make an atonement1for the holy4sanctuary,3and he shall make an atonement10for the tabernacle6of the congregation,7and for the altar,9and he shall make an atonement17for the priests,12and for all the people15of the congregation.
1וְכִפֶּר֙H3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מִקְדַּ֣שׁH4720heiligdom, heiligdoms, heiligdommenchapel, hallowed part, holy place, sanctuary4הַקֹּ֔דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אֹ֧הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent7מוֹעֵ֛דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַמִּזְבֵּ֖חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar10יְכַפֵּ֑רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)11וְעַ֧לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12הַכֹּהֲנִ֛יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer13וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15עַ֥םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people16הַקָּהָ֖לH6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude17יְכַפֵּֽרH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)
34En dit zal u tot een eeuwige inzetting zijn, om voor de kinderen Israels van al hun zonden, eenmaal des jaars, verzoening te doen. En men deed, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34En ditH2063 zal u tot een eeuwigeH5769inzettingH2708zijnH1961, om voor de kinderenH1121IsraelsH3478 van alH3605 hun zondenH2403, eenmaalH259 des jaarsH8141, verzoeningH3722 te doenH6213. En men deed, gelijk als de HEEREH3068MozesH4872gebodenH6680 had.En dit zal u tot een eeuwige inzetting zijn, om voor de kinderen Israels van al hun zonden, eenmaal des jaars, verzoening te doen. En men deed, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
KJVAnd this shall be an everlasting5statute4unto you, to make an atonement6for the children8of Israel9for all their sins11once12a year.13And he did14as the LORD17commanded16Moses.
1וְהָֽיְתָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2זֹּ֨אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus3לָכֶ֜ם4לְחֻקַּ֣תH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute5עוֹלָ֗םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)6לְכַפֵּ֞רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8בְּנֵ֤יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11חַטֹּאתָ֔םH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)12אַחַ֖תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,13בַּשָּׁנָ֑הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)14וַיַּ֕עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order17יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Leviticus 16:1— En de HEERE sprak tot Mozes, nadat de twee zonen van Aaron gestorven waren, als zij genaderd waren voor het aangezicht des HEEREN, en gestorven waren;Leviticus 10:1→
Leviticus 16:2— De HEERE dan zeide tot Mozes: Spreek tot uw broeder Aaron, dat hij niet te allen tijde ga in het heilige, binnen den voorhang, voor het verzoendeksel, dat op de ark is, opdat hij niet sterve; want Ik verschijn in een wolk op het verzoendeksel.Exodus 30:10→1 Koningen 8:10→Hebreeën 9:25→Exodus 40:34→Hebreeën 10:19→Hebreeën 4:14→Leviticus 16:13→1 Koningen 8:6→
Leviticus 16:3— Hiermede zal Aaron in het heilige gaan: met een var, een jong rund ten zondoffer, en een ram ten brandoffer.Leviticus 4:3→Leviticus 8:18→Hebreeën 9:24→Hebreeën 9:7→Leviticus 1:10→Hebreeën 9:12→Leviticus 9:3→Numeri 29:7→
Leviticus 16:4— Hij zal den heiligen linnen rok aandoen, en een linnen onderbroek zal aan zijn vlees zijn, en met een linnen gordel zal hij zich gorden, en met een linnen hoed bedekken; dit zijn heilige klederen; daarom zal hij zijn vlees met water baden, als hij ze zal aandoen.Exodus 28:39→Exodus 30:20→Ezechiël 44:17→Exodus 39:27→Leviticus 8:6→Leviticus 6:10→Hebreeën 7:26→Leviticus 16:24→
Leviticus 16:5— En aan de vergadering der kinderen Israels zal hij nemen twee geitenbokken ten zondoffer, en een ram ten brandoffer.2 Kronieken 29:21→Numeri 29:11→Ezra 6:17→Romeinen 8:3→Hebreeën 7:27→Ezechiël 45:22→Leviticus 8:2→Leviticus 8:14→
Leviticus 16:6— Daarna zal Aaron den var des zondoffers, die voor hem zal zijn, offeren, en zal voor zich en voor zijn huis verzoening doen.Hebreeën 9:7→Leviticus 9:7→Ezechiël 43:27→Job 1:5→Hebreeën 5:2→Hebreeën 7:27→Ezechiël 43:19→Ezra 10:18→
Leviticus 16:7— Hij zal ook beide bokken nemen, en hij zal die stellen voor het aangezicht des HEEREN, aan de deur van de tent der samenkomst.Mattheüs 16:21→Leviticus 1:3→Leviticus 12:6→Leviticus 4:4→Romeinen 12:1→
Leviticus 16:8— En Aaron zal de loten over die twee bokken werpen: een lot voor den HEERE, en een lot voor den weggaanden bok.Handelingen 1:23→Jozua 18:10→Ezechiël 48:29→Spreuken 16:33→Numeri 33:54→1 Samuël 14:41→Jona 1:7→Numeri 26:55→
Leviticus 16:9— Dan zal Aaron den bok, op denwelken het lot voor den HEERE zal gekomen zijn, toebrengen, en zal hem ten zondoffer maken.Handelingen 4:27→Handelingen 2:23→
Leviticus 16:10— Maar de bok, op denwelken het lot zal gekomen zijn, om een weggaande bok te zijn, zal levend voor het aangezicht des HEEREN gesteld worden, om door hem verzoening te doen; opdat men hem als een weggaanden bok naar de woestijn uitlate.1 Johannes 2:2→Romeinen 4:25→Jesaja 53:4→Hebreeën 7:26→Romeinen 3:25→Leviticus 14:7→2 Korinthe 5:21→Leviticus 16:21→
Leviticus 16:11— Aaron dan zal den var des zondoffers, die voor hemzelven zal zijn, toebrengen, en voor zichzelven en voor zijn huis verzoening doen, en zal den var des zondoffers, die voor hemzelven zal zijn, slachten.Leviticus 16:6→Hebreeën 7:27→Hebreeën 9:7→Leviticus 16:3→
Leviticus 16:12— Hij zal ook een wierookvat vol vurige kolen nemen van het altaar, van voor het aangezicht des HEEREN, en zijn handen vol reukwerk van welriekende specerijen, klein gestoten; en hij zal het binnen den voorhang dragen.Leviticus 10:1→Exodus 30:34→Openbaring 8:3→Numeri 16:18→Numeri 16:46→Exodus 37:29→1 Johannes 1:7→Hebreeën 9:14→
Leviticus 16:13— En hij zal dat reukwerk op het vuur leggen, voor het aangezicht des HEEREN, opdat de nevel des reukwerks het verzoendeksel, hetwelk is op de getuigenis, bedekke, en dat hij niet sterve.Exodus 25:21→Exodus 30:1→Exodus 30:7→Leviticus 22:9→Openbaring 8:3→Hebreeën 9:24→1 Johannes 2:1→Exodus 28:43→
Leviticus 16:14— En hij zal van het bloed van den var nemen, en zal met zijn vinger op het verzoendeksel oostwaarts sprengen; en voor het verzoendeksel zal hij zevenmaal met zijn vinger van dat bloed sprengen.Hebreeën 9:25→Hebreeën 9:13→Leviticus 4:5→Leviticus 4:17→Hebreeën 9:7→Hebreeën 10:4→Leviticus 8:11→Hebreeën 10:10→
Leviticus 16:15— Daarna zal hij den bok des zondoffers, die voor het volk zal zijn, slachten, en zal zijn bloed tot binnen in den voorhang dragen, en zal met zijn bloed doen, gelijk als hij met het bloed van den var gedaan heeft, en zal dat sprengen op het verzoendeksel, en voor het verzoendeksel.Hebreeën 9:7→Hebreeën 9:12→Hebreeën 9:3→Leviticus 16:2→Hebreeën 6:19→Hebreeën 2:17→Leviticus 16:5→Hebreeën 5:3→
Leviticus 16:16— Zo zal hij voor het heilige, vanwege de onreinigheden der kinderen Israels, en vanwege hun overtredingen, naar al hun zonden, verzoening doen; en alzo zal hij doen aan de tent der samenkomst, welke met hen woont in het midden hunner onreinigheden.Hebreeën 9:22→Exodus 29:36→Leviticus 16:18→Leviticus 8:15→Johannes 14:3→Ezechiël 45:18→
Leviticus 16:17— En geen mens zal in de tent der samenkomst zijn, als hij zal ingaan, om in het heilige verzoening te doen, totdat hij zal uitkomen; alzo zal hij verzoening doen, voor zichzelven, en voor zijn huis, en voor de gehele gemeente van Israel.Lukas 1:10→1 Petrus 2:24→Hebreeën 9:7→Daniël 9:24→1 Petrus 3:18→Leviticus 16:10→1 Timotheüs 2:5→Hebreeën 1:3→
Leviticus 16:18— Daarna zal hij tot het altaar, dat voor het aangezicht des HEEREN is, uitkomen, en verzoening voor hetzelve doen; en hij zal van het bloed van den var, en van het bloed van den bok nemen, en doen het rondom op de hoornen des altaars.Leviticus 4:7→Leviticus 16:16→Exodus 30:10→Leviticus 4:18→Johannes 17:19→Hebreeën 9:22→Leviticus 4:25→Hebreeën 2:11→
Leviticus 16:19— En hij zal daarop van dat bloed met zijn vinger zevenmaal sprengen, en hij zal dat reinigen en heiligen van de onreinigheden der kinderen Israels.Zacharia 13:1→Ezechiël 43:18→
Leviticus 16:20— Als hij nu zal geeindigd hebben van het heilige, en de tent der samenkomst, en het altaar te verzoenen, zo zal hij dien levenden bok toebrengen.Ezechiël 45:20→Leviticus 16:16→2 Korinthe 5:19→Hebreeën 7:25→Kolossenzen 1:20→Romeinen 4:25→Leviticus 6:30→Leviticus 8:15→
Leviticus 16:21— En Aaron zal beide zijn handen op het hoofd van den levenden bok leggen, en zal daarop al de ongerechtigheden der kinderen Israels, en al hun overtredingen, naar al hun zonden, belijden; en hij zal die op het hoofd des boks leggen, en zal hem door de hand eens mans, die voorhanden is, naar de woestijn uitlaten.Jesaja 53:6→2 Korinthe 5:21→Leviticus 1:4→Leviticus 26:40→Nehemia 1:6→Psalmen 51:3→Nehemia 9:3→Daniël 9:3→
Leviticus 16:22— Alzo zal die bok op zich al hun ongerechtigheden in een afgezonderd land wegdragen; en hij zal dien bok in de woestijn uitlaten.Jesaja 53:11→1 Petrus 2:24→Johannes 1:29→Hebreeën 9:28→Galaten 3:13→Psalmen 103:10→Micha 7:19→Psalmen 103:12→
Leviticus 16:23— Daarna zal Aaron komen in de tent der samenkomst, en zal de linnen klederen uitdoen, die hij aangedaan had, als hij in het heilige ging, en hij zal ze daar laten.Ezechiël 42:14→Ezechiël 44:19→Leviticus 16:4→Romeinen 8:3→Filippenzen 2:6→Hebreeën 9:28→
Leviticus 16:24— En hij zal zijn vlees in de heilige plaats met water baden, en zijn klederen aandoen; dan zal hij uitgaan, en zijn brandoffer, en het brandoffer des volks bereiden, en voor zich en voor het volk verzoening doen.Leviticus 16:3→Openbaring 1:5→Exodus 29:4→Leviticus 22:6→Leviticus 14:9→Hebreeën 10:19→Hebreeën 9:10→Exodus 28:4→
Leviticus 16:25— Ook zal hij het vet des zondoffers op het altaar aansteken.Exodus 29:13→Leviticus 4:8→Leviticus 16:6→Leviticus 4:19→
Leviticus 16:26— En die den bok, welke een weggaande bok was, zal uitgelaten hebben, zal zijn klederen wassen, en zijn vlees met water baden; en daarna zal hij in het leger komen.Leviticus 16:10→Numeri 19:21→Numeri 19:7→Leviticus 16:28→Leviticus 15:27→Leviticus 14:8→Leviticus 15:5→Hebreeën 7:19→
Leviticus 16:27— Maar den var des zondoffers, en den bok des zondoffers, welker bloed ingebracht is, om verzoening te doen in het heilige, zal men tot buiten het leger uitvoeren; doch hun vellen, hun vlees en hun mest zullen zij met vuur verbranden.Leviticus 6:30→Leviticus 4:21→Leviticus 4:11→Leviticus 8:17→Mattheüs 27:31→Hebreeën 13:11→
Leviticus 16:29— En dit zal voor u tot een eeuwige inzetting zijn: gij zult in de zevende maand, op den tienden der maand, uw zielen verootmoedigen, en geen werk doen, inboorling noch vreemdeling, die in het midden van u als vreemdeling verkeert.Numeri 29:7→Jesaja 58:3→Jesaja 58:5→Exodus 20:10→Daniël 10:12→Leviticus 23:7→Psalmen 35:13→Leviticus 23:36→
Leviticus 16:30— Want op dien dag zal hij voor u verzoening doen, om u te reinigen; van al uw zonden zult gij voor het aangezicht des HEEREN gereinigd worden.Jeremia 33:8→Psalmen 51:2→Efeze 5:26→Hebreeën 10:1→Titus 2:14→Psalmen 51:7→Psalmen 51:10→Hebreeën 9:13→
Leviticus 16:31— Dat zal u een sabbat der rust zijn, opdat gij uw zielen verootmoedigt; het is een eeuwige inzetting.Leviticus 23:32→Jesaja 58:5→Exodus 35:2→Jesaja 58:3→Leviticus 25:4→Exodus 31:15→
Leviticus 16:32— En de priester, dien men gezalfd, en wiens hand men gevuld zal hebben, om voor zijn vader het priesterambt te bedienen, zal de verzoening doen, als hij de linnen klederen, de heilige klederen, zal aangetrokken hebben.Exodus 29:29→Leviticus 16:4→Leviticus 4:16→Numeri 20:26→Leviticus 4:5→Leviticus 4:3→Exodus 29:9→
Leviticus 16:33— Zo zal hij het heilige heiligdom verzoenen, en de tent der samenkomst, en het altaar zal hij verzoenen; desgelijks voor de priesteren, en voor al het volk der gemeente zal hij verzoening doen.Leviticus 16:16→Leviticus 16:24→Leviticus 16:6→Leviticus 16:18→Exodus 20:25→Leviticus 16:11→
Leviticus 16:34— En dit zal u tot een eeuwige inzetting zijn, om voor de kinderen Israels van al hun zonden, eenmaal des jaars, verzoening te doen. En men deed, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.Hebreeën 9:7→Hebreeën 9:25→Hebreeën 10:14→Exodus 30:10→Numeri 29:7→Leviticus 23:31→Hebreeën 10:3→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Leviticus 16 vers 1— En de HEERE sprak tot Mozes, nadat de twee zonen van Aaron gestorven waren, als zij genaderd waren voor het aangezicht des HEEREN, en gestorven waren;
de twee zonen
Namelijk Nadab en Abihu, die de Heere, omdat zij met vreemd vuur voor hem verschenen, gedood had. Zie boven, Lev. 10:1-2.
Hertaald:de twee zonen
Namelijk: Nadab en Abihu, die de HEERE gedood had omdat zij met vreemd vuur voor Hem verschenen waren. Zie hierboven, Lev. 10:1-2.
Leviticus 16 vers 2— De HEERE dan zeide tot Mozes: Spreek tot uw broeder Aaron, dat hij niet te allen tijde ga in het heilige, binnen den voorhang, voor het verzoendeksel, dat op de ark is, opdat hij niet sterve; want Ik verschijn in een wolk op het verzoendeksel.
heilige,
Hebreeuws, heiligheid, wat heilig is, heilige plaats. Versta hier en onder, vs.3, 17, 27, het heilige der heiligen, de binnenste plaats des tabernakels, onderscheiden van het voorste deel, dat gewoonlijk het heilige geheten wordt. Zie Ex. 26:33-34; Hebr. 9:2-3.
Hertaald:heilige,
Hebreeuws: heiligheid, wat heilig is, heilige plaats. Versta hier en hieronder, vers 3, 17, 27, het heilige der heiligen, de binnenste ruimte van de tabernakel, te onderscheiden van het voorste deel, dat gewoonlijk het heilige genoemd wordt. Zie Ex. 26:33-34; Hebr. 9:2-3.
voorhang,
Zie boven, Lev. 4:6.
Hertaald:voorhang,
Zie hierboven, Lev. 4:6.
verzoendeksel,
Zie Ex. 25:17-18, enz.
Hertaald:verzoendeksel,
Zie Ex. 25:17-18.
verschijn in een wolk
Te weten, ordinairlijk, en op een zichtbare wijze; hetwelk u tot een heilige vrees en eerbied moet verwekken. Vergelijk Ex. 3:5; 1 Kon. 8:11-12, en de aantekeningen.
Hertaald:verschijn in een wolk
Namelijk: op de gewone, zichtbare manier; wat u tot heilige vrees en eerbied moet brengen. Vergelijk Ex. 3:5; 1 Kon. 8:11-12 en de aantekeningen.
Leviticus 16 vers 3— Hiermede zal Aaron in het heilige gaan: met een var, een jong rund ten zondoffer, en een ram ten brandoffer.
een var,
Met het bloed van den geslachten var, gelijk blijkt onder, vs.14.
Hertaald:een var,
Met het bloed van de geslachte var, zoals blijkt hieronder, vers 14.
een jong rund
Hebreeuws, den zoon van een rund.
Hertaald:een jong rund
Hebreeuws: de zoon van een rund.
Leviticus 16 vers 4— Hij zal den heiligen linnen rok aandoen, en een linnen onderbroek zal aan zijn vlees zijn, en met een linnen gordel zal hij zich gorden, en met een linnen hoed bedekken; dit zijn heilige klederen; daarom zal hij zijn vlees met water baden, als hij ze zal aandoen.
heiligen linnen rok aandoen,
Hebreeuws, den linnen rok der heiligheid; alzo ook in het volgende van dit vs. klederen der heiligheid; dat is, heilige klederen, zo genoemd, omdat zij tot een heilig gebruik behoorden. Alzo ook Ex. 28:2, in welken zin ook andere dingen heilig genoemd worden; Ex. 29:31, en Ex. 30:25, onder, Lev. 22:4; 2 Kron. 5:5.
Hertaald:heiligen linnen rok aandoen,
Hebreeuws: de linnen rok der heiligheid; zo ook verder in dit vers klederen der heiligheid; dat is: heilige klederen, zo genoemd omdat zij voor heilig gebruik bestemd waren. Zo ook Ex. 28:2, waarin ook andere dingen heilig genoemd worden; Ex. 29:31 en Ex. 30:25, hieronder, Lev. 22:4; 2 Kron. 5:5.
heilige klederen;
Versta onder dezen, die hier genoemd worden, ook de anderen, welke uitvoerig verhaald staan Ex. 28:4, enz., en vergelijk vs.43.
Hertaald:heilige klederen;
Versta hieronder, naast de hier genoemde klederen, ook de andere, die uitvoerig beschreven staan in Ex. 28:4, en vergelijk vers 43.
Leviticus 16 vers 6— Daarna zal Aaron den var des zondoffers, die voor hem zal zijn, offeren, en zal voor zich en voor zijn huis verzoening doen.
huis verzoening doen
Dat is, huisgezin. Zie Gen. 7:1.
Hertaald:huis verzoening doen
Dat is: huisgezin. Zie Gen. 7:1.
Leviticus 16 vers 8— En Aaron zal de loten over die twee bokken werpen: een lot voor den HEERE, en een lot voor den weggaanden bok.
werpen
Hebreeuws, geven; te weten, om te vernemen welke de Heere wilde geslacht hebben ten zondoffer, en welken men in de woestijn of in het veld zou uitlaten.
Hertaald:werpen
Hebreeuws: geven; namelijk om te bepalen welke bok de HEERE als zondoffer geslacht wilde hebben, en welke men in de woestijn of het veld zou vrijlaten.
weggaanden bok
Hebreeuws, Azazel. Dit woord komt [naar het gevoelen van de meesten] van twee woorden, waarvan een betekent een geit, het andere weggaan. Het schijnt zoveel te beduiden als: de levende bok, die losgelaten werd, om weg te gaan, of, de plaats, waarheen hij weggelaten wordt. Zie dit woord ook onder, vs.10, 26.
Hertaald:weggaanden bok
Hebreeuws: Azazel. Dit woord komt [volgens de meesten] van twee woorden, waarvan het ene geit betekent, het andere weggaan. Het lijkt zoveel te betekenen als: de levende bok die vrijgelaten werd om weg te gaan, of: de plaats waarheen hij weggezonden wordt. Zie dit woord ook hieronder, vers 10, 26.
Leviticus 16 vers 10— Maar de bok, op denwelken het lot zal gekomen zijn, om een weggaande bok te zijn, zal levend voor het aangezicht des HEEREN gesteld worden, om door hem verzoening te doen; opdat men hem als een weggaanden bok naar de woestijn uitlate.
door hem verzoening te doen;
Of, met hem, of, op hem.
Hertaald:door hem verzoening te doen;
Of: met hem, of: op hem.
als een weggaanden bok
Of, naar Azazel; dat is, tot de plaats alzo genaamd.
Hertaald:als een weggaanden bok
Of: naar Azazel; dat is: naar de zo genoemde plaats.
Leviticus 16 vers 12— Hij zal ook een wierookvat vol vurige kolen nemen van het altaar, van voor het aangezicht des HEEREN, en zijn handen vol reukwerk van welriekende specerijen, klein gestoten; en hij zal het binnen den voorhang dragen.
vol
Hebreeuws, de volheid van het wierookvat; alzo in het volgende, de volheid der handen; dat is, de handen vol; en de volheid van het huis, voor het huis vol, Num. 22:18, idem, de volheid van een schaal, voor een schaal vol, Richt. 6:38.
Hertaald:vol
Hebreeuws: de volheid van het wierookvat; zo ook hierna, de volheid der handen; dat is: de handen vol; en de volheid van het huis, voor het huis vol, Num. 22:18; evenzo de volheid van een schaal, voor een schaal vol, Richt. 6:38.
vurige kolen nemen
Hebreeuws, kolen van het vuur; dat is, die vurig, ontstoken en gloeiend zijn. Alzo 2 Sam. 22:13; Ezech. 1:13; Rom. 12:20.
Hertaald:vurige kolen nemen
Hebreeuws: kolen van het vuur; dat is: die vurig, ontstoken en gloeiend zijn. Zo ook 2 Sam. 22:13; Ezech. 1:13; Rom. 12:20.
handen
Hebreeuws, vuisten.
Hertaald:handen
Hebreeuws: vuisten.
reukwerk
Zie de beschrijving van dit reukwerk, Ex. 30:34-35, Ex. 30:38.
Hertaald:reukwerk
Zie de beschrijving van dit reukwerk, Ex. 30:34-35, Ex. 30:38.
voorhang dragen
Zie boven, vs.2.
Hertaald:voorhang dragen
Zie hierboven, vers 2.
Leviticus 16 vers 13— En hij zal dat reukwerk op het vuur leggen, voor het aangezicht des HEEREN, opdat de nevel des reukwerks het verzoendeksel, hetwelk is op de getuigenis, bedekke, en dat hij niet sterve.
nevel des reukwerks
Hebreeuws, wolk.
Hertaald:nevel des reukwerks
Hebreeuws: wolk.
bedekke,
Te weten, opdat alzo de priester verhinderd worde het teken der Goddelijke tegenwoordigheid te zien.
Hertaald:bedekke,
Namelijk: zodat de priester belet wordt het teken van de Goddelijke tegenwoordigheid te zien.
Leviticus 16 vers 14— En hij zal van het bloed van den var nemen, en zal met zijn vinger op het verzoendeksel oostwaarts sprengen; en voor het verzoendeksel zal hij zevenmaal met zijn vinger van dat bloed sprengen.
op het verzoendeksel
Hebreeuws, op het aangezicht des verzoendeksels; alzo in het volgende van dit vs. Deze besprenging geschiedde maar eenmaal, doch de andere, die op de plaats voor het verzoendeksel gedaan werd, geschiedde zevenmalen. Zie boven, Lev. 4:6.
Hertaald:op het verzoendeksel
Hebreeuws: op het aangezicht van het verzoendeksel; zo ook verder in dit vers. Deze besprenkeling gebeurde maar één keer, maar de andere, die vóór het verzoendeksel gedaan werd, gebeurde zeven keer. Zie hierboven, Lev. 4:6.
Leviticus 16 vers 16— Zo zal hij voor het heilige, vanwege de onreinigheden der kinderen Israels, en vanwege hun overtredingen, naar al hun zonden, verzoening doen; en alzo zal hij doen aan de tent der samenkomst, welke met hen woont in het midden hunner onreinigheden.
het heilige,
Wat het is enige plaats te verzoenen, wordt hier en in vs.19 aangewezen, namelijk, die van de ceremoniëele en morele onreinheden, die daaraan of daarin mochten zijn, of begaan zijn, door offeranden rein te maken en te ontzondigen. Vergelijk boven, Lev. 8:15, en Lev. 14:49, Lev. 14:52-53, en hieronder, vs.19,20.
Hertaald:het heilige,
Wat het betekent om een plaats te verzoenen, wordt hier en in vers 19 aangeduid: namelijk, haar reinigen en ontzondigen door offers van de ceremoniële en morele onreinheden die daaraan of daarin gekleefd of begaan zijn. Vergelijk hierboven, Lev. 8:15, en Lev. 14:49, Lev. 14:52-53, en hieronder, vers 19, 20.
woont in het midden
Dat is, blijft in het midden van hen, die vele onreinheden hebben.
Hertaald:woont in het midden
Dat is: blijft te midden van hen, die veel onreinheden hebben.
Leviticus 16 vers 17— En geen mens zal in de tent der samenkomst zijn, als hij zal ingaan, om in het heilige verzoening te doen, totdat hij zal uitkomen; alzo zal hij verzoening doen, voor zichzelven, en voor zijn huis, en voor de gehele gemeente van Israel.
hij zal ingaan,
Te weten, de hogepriester.
Hertaald:hij zal ingaan,
Namelijk: de hogepriester.
het heilige verzoening te doen,
Het heilige der heiligen, gelijk boven, vs.2.
Hertaald:het heilige verzoening te doen,
Het heilige der heiligen, zoals hierboven, vers 2.
Leviticus 16 vers 18— Daarna zal hij tot het altaar, dat voor het aangezicht des HEEREN is, uitkomen, en verzoening voor hetzelve doen; en hij zal van het bloed van den var, en van het bloed van den bok nemen, en doen het rondom op de hoornen des altaars.
altaar,
Versta, het altaar des brandoffers, hetwelk voor het aangezicht des Heeren wordt gezegd te zijn, om de reden boven gemeld, Lev. 1:3.
Hertaald:altaar,
Versta: het brandofferaltaar, dat gezegd wordt voor het aangezicht van de HEERE te zijn, om de reden hierboven vermeld, Lev. 1:3.
uitkomen,
Te weten, uit het eerste of voorste deel des tabernakels, gelijk dit af te nemen is uit het naastvoorgaande vers, waar gesproken wordt van des priesters uitkomen uit het binnenste deel des tabernakels.
Hertaald:uitkomen,
Namelijk: uit het eerste, of voorste deel van de tabernakel, zoals blijkt uit het vorige vers, waar gesproken wordt over het uitkomen van de priester uit het binnenste deel van de tabernakel.
doen het rondom op de hoornen des altaars
Hebreeuws, zal geven.
Hertaald:doen het rondom op de hoornen des altaars
Hebreeuws: zal geven.
Leviticus 16 vers 19— En hij zal daarop van dat bloed met zijn vinger zevenmaal sprengen, en hij zal dat reinigen en heiligen van de onreinigheden der kinderen Israels.
dat reinigen en heiligen
Zie boven, vs.16, en onder, vs.20.
Hertaald:dat reinigen en heiligen
Zie hierboven, vers 16, en hieronder, vers 20.
Leviticus 16 vers 20— Als hij nu zal geeindigd hebben van het heilige, en de tent der samenkomst, en het altaar te verzoenen, zo zal hij dien levenden bok toebrengen.
toebrengen
Anders, offeren.
Hertaald:toebrengen
Ook mogelijk: offeren.
Leviticus 16 vers 21— En Aaron zal beide zijn handen op het hoofd van den levenden bok leggen, en zal daarop al de ongerechtigheden der kinderen Israels, en al hun overtredingen, naar al hun zonden, belijden; en hij zal die op het hoofd des boks leggen, en zal hem door de hand eens mans, die voorhanden is, naar de woestijn uitlaten.
die voorhanden is,
Hebreeuws, eens getijdigen; dat is, zekere, bekwame man, die bij de hand is, of den tijd heeft, of gewoon is daartoe gebruikt te worden.
Hertaald:die voorhanden is,
Hebreeuws: een gereedstaande; dat is: een geschikte, bekwame man, die beschikbaar is, of tijd heeft, of gewoonlijk daarvoor ingezet wordt.
Leviticus 16 vers 22— Alzo zal die bok op zich al hun ongerechtigheden in een afgezonderd land wegdragen; en hij zal dien bok in de woestijn uitlaten.
afgezonderd land wegdragen;
Hebreeuws, land der afzondering; dat is, dat onbewoond is, en van het gezelschap en de verkering der mensen afgesneden en afgescheiden is.
Hertaald:afgezonderd land wegdragen;
Hebreeuws: land der afzondering; dat is: onbewoond, en afgesneden en afgescheiden van het gezelschap en de omgang van mensen.
hij zal dien bok in de woestijn uitlaten
Te weten, die man, die voorhanden was.
Hertaald:hij zal dien bok in de woestijn uitlaten
Namelijk: die man, die daarvoor beschikbaar was.
Leviticus 16 vers 24— En hij zal zijn vlees in de heilige plaats met water baden, en zijn klederen aandoen; dan zal hij uitgaan, en zijn brandoffer, en het brandoffer des volks bereiden, en voor zich en voor het volk verzoening doen.
heilige plaats
Zie boven, Lev. 6:16, Lev. 6:26, en Lev. 10:13.
Hertaald:heilige plaats
Zie hierboven, Lev. 6:16, Lev. 6:26, en Lev. 10:13.
water baden,
Zie boven, Lev. 6:28.
Hertaald:water baden,
Zie hierboven, Lev. 6:28.
Leviticus 16 vers 25— Ook zal hij het vet des zondoffers op het altaar aansteken.
altaar aansteken
Te weten, het brandofferaltaar. Want op het reukaltaar was het verboden zodanige offeranden te doen; Ex. 30:9.
Hertaald:altaar aansteken
Namelijk: het brandofferaltaar. Want op het reukofferaltaar was het verboden zulke offers te brengen; Ex. 30:9.
Leviticus 16 vers 26— En die den bok, welke een weggaande bok was, zal uitgelaten hebben, zal zijn klederen wassen, en zijn vlees met water baden; en daarna zal hij in het leger komen.
welke een weggaande bok was,
Zie boven, vs.8.
Hertaald:welke een weggaande bok was,
Zie hierboven, vers 8.
Leviticus 16 vers 27— Maar den var des zondoffers, en den bok des zondoffers, welker bloed ingebracht is, om verzoening te doen in het heilige, zal men tot buiten het leger uitvoeren; doch hun vellen, hun vlees en hun mest zullen zij met vuur verbranden.
in het heilige,
Zie boven, vs.2.
Hertaald:in het heilige,
Zie hierboven, vers 2.
Leviticus 16 vers 29— En dit zal voor u tot een eeuwige inzetting zijn: gij zult in de zevende maand, op den tienden der maand, uw zielen verootmoedigen, en geen werk doen, inboorling noch vreemdeling, die in het midden van u als vreemdeling verkeert.
eeuwige inzetting zijn
Hebreeuws, inzetting der eeuwigheid; alzo onder, vs.31, 34. Zie Gen. 13:15.
Hertaald:eeuwige inzetting zijn
Hebreeuws: inzetting der eeuwigheid; zo ook hieronder, vers 31, 34. Zie Gen. 13:15.
zevende maand,
Genaamd, 1 Kon. 8:2, Ethanim, en heden bij den Joden Tisri; zij komt meest overeen met onze maand September.
Hertaald:zevende maand,
Genaamd, 1 Kon. 8:2, Ethanim, en tegenwoordig bij de Joden Tisri; deze komt grotendeels overeen met onze maand september.
uw zielen
Dat is, lichamen, gelijk Ps. 16:10, of uwe personen; dat is, lichamen en zielen, gelijk Gen. 12:5.
Hertaald:uw zielen
Dat is: lichamen, zoals in Ps. 16:10, of: uw personen; dat is: lichamen en zielen, zoals in Gen. 12:5.
verootmoedigen,
Of, bekommeren, of kwellen; dat is, ernstiglijk vernederen voor den Heere, met bekentenis van uwe zonden, met bidden, met nalating van al hetgeen het lichaam aangenaam en vermakelijk is. Zie deze manier van spreken ook onder, vs.31; Ps. 35:13; Jes. 58:3, Jes. 58:5; Dan. 10:12.
Hertaald:verootmoedigen,
Of: bekommeren, of kwellen; dat is: uzelf ernstig vernederen voor de HEERE, met belijdenis van uw zonden, met bidden, met het nalaten van alles wat het lichaam aangenaam en aangenaam is. Zie deze manier van spreken ook hieronder, vers 31; Ps. 35:13; Jes. 58:3, Jes. 58:5; Dan. 10:12.
Leviticus 16 vers 30— Want op dien dag zal hij voor u verzoening doen, om u te reinigen; van al uw zonden zult gij voor het aangezicht des HEEREN gereinigd worden.
Leviticus 16 vers 31— Dat zal u een sabbat der rust zijn, opdat gij uw zielen verootmoedigt; het is een eeuwige inzetting.
eeuwige inzetting
Zie boven, vs.29.
Hertaald:eeuwige inzetting
Zie hierboven, vers 29.
Leviticus 16 vers 32— En de priester, dien men gezalfd, en wiens hand men gevuld zal hebben, om voor zijn vader het priesterambt te bedienen, zal de verzoening doen, als hij de linnen klederen, de heilige klederen, zal aangetrokken hebben.
priester,
Dat is, de hogepriester. Zie boven, Lev. 4:3.
Hertaald:priester,
Dat is: de hogepriester. Zie hierboven, Lev. 4:3.
wiens hand men gevuld zal hebben,
Zie boven, Lev. 7:37.
Hertaald:wiens hand men gevuld zal hebben,
Zie hierboven, Lev. 7:37.
heilige klederen,
Hebreeuws, de klederen der heiligheid; alzo boven, vs.4.
Hertaald:heilige klederen,
Hebreeuws: de klederen der heiligheid; zo ook hierboven, vers 4.
Leviticus 16 vers 33— Zo zal hij het heilige heiligdom verzoenen, en de tent der samenkomst, en het altaar zal hij verzoenen; desgelijks voor de priesteren, en voor al het volk der gemeente zal hij verzoening doen.
heilige heiligdom verzoenen,
Hebreeuws, het heiligdom der heiligheid.
Hertaald:heilige heiligdom verzoenen,
Hebreeuws: het heiligdom der heiligheid.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Verzoendag — Hebreeuws: Jom Kippurim, "dag der verzoeningen"
Eenmaal per jaar, op de tiende dag van de zevende maand, mocht de hogepriester, en dan alleen hij, de heilige der heiligen binnengaan om verzoening te doen voor zichzelf, zijn huis en het gehele volk. Hij bracht een stier voor zichzelf, en van twee bokken werd er één geslacht als zondoffer voor het volk. De andere, de zogenoemde zondebok, werd na handoplegging en belijdenis van de zonden van het volk de woestijn ingestuurd, de ongerechtigheden als het ware met zich meedragend (Lev. 16:1-34).
Bijbelse betekenis: De Verzoendag was de enige dag in het hele jaar dat iemand de heilige der heiligen mocht betreden, en dan nog uitsluitend de hogepriester, met bloed, en niet zonder eerst voor zijn eigen zonden geofferd te hebben. Het was een jaarlijks weerkerend teken dat de zonde van het volk nog niet volkomen was weggenomen, maar alleen bedekt.
Typologie: De Hebreeënbrief bouwt uitvoerig op deze dienst voort. De herhaling, jaar op jaar, bewijst juist dat deze offers de zonde nooit werkelijk konden wegnemen (Hebr. 10:1-4). Christus is niet met het bloed van bokken en kalveren, maar met Zijn eigen bloed eens voor altijd ingegaan in het hemelse heiligdom, en zo heeft Hij een eeuwige verlossing teweeggebracht (Hebr. 9:11-12,24-26).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het offer en de plaatsvervangingniveau 1Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toefunctie
De twee bokken op de Grote Verzoendag — 16:7-22, 34
Eén dag in het jaar, één man, één keer naar binnen. De hogepriester legt zijn ambtsgewaad af en gaat in linnen — als een knecht — achter het voorhangsel, naar de plaats waar niemand komt. Buiten staat een heel volk te wachten of hij terugkomt.
Twee bokken beelden samen één werk uit: de ene sterft en zijn bloed gaat naar binnen, de andere draagt de beleden zonden weg tot waar niemand ze terugvindt.
Eén dag in het jaar, één man, één keer naar binnen. De hogepriester legt zijn ambtsgewaad af en gaat in linnen — als een knecht — achter het voorhangsel. Buiten wacht een heel volk of hij terugkomt.
Er worden twee bokken voor de tent gezet, en het lot beslist: een lot voor den HEERE, en een lot voor den weggaanden bok. De kanttekening legt dat tweede woord uit: het is samengesteld uit twee woorden, waarvan het ene geit betekent en het andere weggaan — de levende bok die vrijgelaten wordt om weg te gaan.
Uiterlijk zijn de twee niet van elkaar te onderscheiden; beide zijn zij zonder gebrek. Maar de een gaat sterven en de ander gaat leven, en het is de vraag welke van beide er beter aan toe is.
De eerste wordt geslacht, en zijn bloed wordt gedragen tot binnen in den voorhang. Daar, boven de wet die het volk gebroken heeft, wordt het gesprengd. Dat is de ene helft van het werk: er is voldaan.
De andere helft is een van de aangrijpendste taferelen van het Oude Testament. Aäron legt zijn beide handen op de kop van de levende bok — hetzelfde leunen als in hoofdstuk 1, nu met het gewicht van een heel volk — en belijdt daarover al de ongerechtigheden der kinderen Israëls. Niet in het algemeen, maar hardop, het hele register. Dan wordt het dier de woestijn ingeleid en losgelaten, en het draagt alles weg in een afgezonderd land. De kanttekening vertaalt dat als: land der afzondering, onbewoond, afgesneden van de omgang van mensen. Het volk kijkt het na tot het niet meer te zien is.
Twee dieren waren nodig, omdat één beeld het niet dragen kon. Er moest iets sterven om te betalen, en er moest iets wegdragen om de schuld uit het gezicht te krijgen. Samen zeggen zij wat één Persoon later werkelijk zou doen.
En dan staat aan het slot dat zinnetje dat alles relativeert: eenmaal des jaars. Volgend jaar weer. Twaalf maanden later stond dezelfde man er opnieuw, met dezelfde twee bokken. Daarom eindigt de Hebreeënbrief niet bij dit hoofdstuk maar bij Iemand Die eenmaal is ingegaan in het heiligdom, met Zijn eigen bloed, een eeuwige verlossing teweeggebracht hebbende.
Leviticus 16:8 — Het lot beslist: één bok voor den HEERE, één om weg te gaan.
Leviticus 16:15 — Het bloed van de eerste gaat tot binnen in den voorhang.
Leviticus 16:21 — Over de tweede worden alle ongerechtigheden beleden.
Leviticus 16:34 — En dit alles eenmaal des jaars — het moest telkens opnieuw.
Hebreeën 9:12 — Christus is eenmaal ingegaan met Zijn eigen bloed.
Johannes 1:29 — Het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegdraagt.
In het Nieuwe Testament: Hebreeën 9:6-14, 24-28; Hebreeën 10:11-14; Johannes 1:29; Romeinen 3:25
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Leviticus 16:1.KruisverwijzingenLeviticus 10:1→ — En de HEERE sprak tot Mozes, nadat de twee zonen van Aaron gestorven waren, als zij genaderd waren voor het aangezicht des HEEREN, en gestorven waren; Als wij ooit het ene Schriftgedeelte boven het andere mogen stellen, dan is dit een van de kostelijkste hoofdstukken in heel de omvang van de openbaring, en in sommige opzichten het merkwaardigste van alle. Het is zo vol van wonderlijk diep onderwijs dat het, in plaats van een predikatie, wel een heel boekdeel zou vragen. En dan zouden wij misschien nauwelijks meer gedaan hebben dan de oppervlakte aangeraakt. Er zijn, mag ik er ook bij zeggen, grote moeilijkheden verbonden aan de uitlegging, die de meest geleerden hebben doen aarzelen. Ik onderneem het volstrekt niet die moeilijkheden op te lossen. Ik wil, in plaats van een poging tot beoordeling of diepe verklaring, een eenvoudige uitlegging van dit hoofdstuk geven, en er, naar ik hoop, enkele waarheden van God uit naar voren brengen die, al behoren zij niet tot het hoofdstuk zelf, toch bovenmate kostelijk zijn en, naar ik hoop, ons allen tot nut zullen zijn.
Opdat Hij in het midden van Israël zou kunnen wonen zonder Zijn eigen karakter prijs te geven, heeft het Hem behaagd één dag in het jaar aan te wijzen, de Grote Verzoendag genoemd. Die moest het leger reinigen en het geschikt maken om de woonplaats van Jehova te zijn. Nu heeft God beloófd dat Hij onder ons wonen zal, en Hij woont ook in deze tijd onder Zijn eigen volk. Hij woont bij hen op een merkwaardige wijze. God is het erfdeel, de Vriend, de Metgezel van al Zijn volk — maar vanwege hun zonde kan Hij bij deze gelovige mensen niet wonen tenzij er verzoening gedaan wordt. De jaarlijkse verzoening onder de Joden was het beeld van de grote en werkelijke verzoening, die krachtdadige uitdelging die de Heere Jezus Christus niet eenmaal per jaar maar eens voor altijd heeft geofferd, en die het nu mogelijk maakt dat God met mensen wandelt en onder hen woont.
Leviticus 16:3.KruisverwijzingenLeviticus 4:3→Leviticus 8:18→Hebreeën 9:24→Hebreeën 9:7→Leviticus 1:10→Hebreeën 9:12→Leviticus 9:3→Numeri 29:7→ — Hiermede zal Aaron in het heilige gaan: met een var, een jong rund ten zondoffer, en een ram ten brandoffer. Er is geen toegang tot God dan door een offer; er is nooit, en er kan nooit enige weg tot God voor een zondig mens zijn dan door een offer.
Leviticus 16:4.KruisverwijzingenExodus 28:39→Exodus 30:20→Ezechiël 44:17→Exodus 39:27→Leviticus 8:6→Leviticus 6:10→Hebreeën 7:26→Leviticus 16:24→ — Hij zal den heiligen linnen rok aandoen, en een linnen onderbroek zal aan zijn vlees zijn, en met een linnen gordel zal hij zich gorden, en met een linnen hoed bedekken; dit zijn heilige klederen; daarom zal hij zijn vlees met water baden, als hij ze zal aandoen. Onze grote Hogepriester heeft Zichzelf onbevlekt aan God geofferd, en Hij is Zelf zonder zonde; maar de Joodse hogepriester moest zich naar het beeld rein maken door de sneeuwwitte klederen van de heilige dienst aan te doen, en voordat hij dat deed moest hij zich met water wassen, opdat hij op aangename wijze voor God zou komen. Niemand mocht de heilige God naderen met onreinheden op zich.
Leviticus 16:5-6.Kruisverwijzingen2 Kronieken 29:21→Hebreeën 9:7→Leviticus 9:7→Numeri 29:11→Ezra 6:17→Romeinen 8:3→Hebreeën 7:27→Ezechiël 45:22→ — En aan de vergadering der kinderen Israels zal hij nemen twee geitenbokken ten zondoffer, en een ram ten brandoffer. Daarna zal Aaron den var des zondoffers, die voor hem zal zijn, offeren, en zal voor zich en voor zijn huis verzoening doen. Deze priesters waren zondig, en daarom moesten zij eerst zelf van schuld gereinigd worden voordat zij tot God konden naderen; maar de ware Hogepriester van God, onze Heere Jezus, hoefde voor Zichzelf geen offer te brengen, want Hij was rein en zonder gebrek of smet van zonde.
Leviticus 16:7.KruisverwijzingenMattheüs 16:21→Leviticus 1:3→Leviticus 12:6→Leviticus 4:4→Romeinen 12:1→ — Hij zal ook beide bokken nemen, en hij zal die stellen voor het aangezicht des HEEREN, aan de deur van de tent der samenkomst. Deze twee bokken waren niet voor hemzelf, maar voor het volk. U moet ze beschouwen alsof zij maar één offer waren, want er waren er twee nodig om het goddelijke bestek uiteen te zetten waardoor de zonde weggedaan wordt: de een moest sterven, en de ander moest naar het beeld de zonde van het volk wegdragen.
Leviticus 16:8.KruisverwijzingenHandelingen 1:23→Jozua 18:10→Ezechiël 48:29→Spreuken 16:33→Numeri 33:54→1 Samuël 14:41→Jona 1:7→Numeri 26:55→ — En Aaron zal de loten over die twee bokken werpen: een lot voor den HEERE, en een lot voor den weggaanden bok. De ene bok moest tonen hóe de zonde ten aanzien van God door een offer weggedaan wordt, en de andere bok moest tonen hoe zij ten aanzien van óns, Gods volk, weggedaan wordt: door in de vergetelheid weggedragen te worden.
Leviticus 16:9-14.KruisverwijzingenLeviticus 10:1→Hebreeën 9:25→1 Johannes 2:2→Exodus 30:34→Exodus 25:21→Hebreeën 9:13→Leviticus 4:5→Leviticus 16:6→ — Dan zal Aaron den bok, op denwelken het lot voor den HEERE zal gekomen zijn, toebrengen, en zal hem ten zondoffer maken. Maar de bok, op denwelken het lot zal gekomen zijn, om een weggaande bok te zijn, zal levend voor het aangezicht des HEEREN gesteld worden, om door hem verzoening te doen; opdat men hem als een weggaanden bok naar de woestijn uitlate. Aaron dan zal den var des zondoffers, die voor hemzelven zal zijn, toebrengen, en voor zichzelven en voor zijn huis verzoening doen, en zal den var des zondoffers, die voor hemzelven zal zijn, slachten. Hij zal ook een wierookvat vol vurige kolen nemen van het altaar, van voor het aangezicht des HEEREN, en zijn handen vol reukwerk van welriekende specerijen, klein gestoten; en hij zal het binnen den voorhang dragen. En hij zal dat reukwerk op het vuur leggen, voor het aangezicht des HEEREN, opdat de nevel des reukwerks het verzoendeksel, hetwelk is op de getuigenis, bedekke, en dat hij niet sterve. En hij zal van het bloed van den var nemen, en zal met zijn vinger op het verzoendeksel oostwaarts sprengen; en voor het verzoendeksel zal hij zevenmaal met zijn vinger van dat bloed sprengen. Dit was zijn eerste binnengaan achter het voorhangsel, met heilig reukwerk, om de aanneming aan te duiden die Christus bij God heeft, hoewel Hij altijd bij Zijn Vader welbehaaglijk, geliefd en dierbaar is. Dit reukwerk zond een wolk op die de heerlijkheid van de Sjechina bedekte, die tussen de twee vleugels van de cherubs scheen, en zo kon de hogepriester de wonderlijke glans waarmee God Zijn tegenwoordigheid openbaarde beter verdragen.
Toen Aäron zo de plaats met de zoet geurende rook gevuld had, nam hij het bloed van de var van het zondoffer en sprengde het zorgvuldig zevenmaal op het verzoendeksel en op de grond rondom het verzoendeksel. Wat een barmhartigheid is het voor u en mij dat de plaats waar wij God ontmoeten een plaats is waar het bloed van het grote offer gesprengd is — ja, en dat ook de grond van onze ontmoeting met God, de plaats waarop het verzoendeksel rust, dat bloedteken op zich heeft!
Leviticus 16:15.KruisverwijzingenHebreeën 9:7→Hebreeën 9:12→Hebreeën 9:3→Leviticus 16:2→Hebreeën 6:19→Hebreeën 2:17→Leviticus 16:5→Hebreeën 5:3→ — Daarna zal hij den bok des zondoffers, die voor het volk zal zijn, slachten, en zal zijn bloed tot binnen in den voorhang dragen, en zal met zijn bloed doen, gelijk als hij met het bloed van den var gedaan heeft, en zal dat sprengen op het verzoendeksel, en voor het verzoendeksel. Tweemaal, ziet u, wordt de heilige plaats zo besprengd: eerst met het bloed van de var, en daarna met dat van de bok.
Leviticus 16:16.KruisverwijzingenHebreeën 9:22→Exodus 29:36→Leviticus 16:18→Leviticus 8:15→Johannes 14:3→Ezechiël 45:18→ — Zo zal hij voor het heilige, vanwege de onreinigheden der kinderen Israels, en vanwege hun overtredingen, naar al hun zonden, verzoening doen; en alzo zal hij doen aan de tent der samenkomst, welke met hen woont in het midden hunner onreinigheden. Als God in het midden van zondige mensen wil wonen, dan kan dat alleen door het bloed der verzoening. Tweemaal zevenmaal moesten de heilige plaats en de tabernakel met bloed besprengd worden, als om een dubbele volkomenheid aan te duiden van de kracht der toebereiding voor Gods wonen onder zondige mensen.
Leviticus 16:17-19.KruisverwijzingenLeviticus 4:7→Lukas 1:10→Leviticus 16:16→Exodus 30:10→Leviticus 4:18→1 Petrus 2:24→Hebreeën 9:7→Daniël 9:24→ — En geen mens zal in de tent der samenkomst zijn, als hij zal ingaan, om in het heilige verzoening te doen, totdat hij zal uitkomen; alzo zal hij verzoening doen, voor zichzelven, en voor zijn huis, en voor de gehele gemeente van Israel. Daarna zal hij tot het altaar, dat voor het aangezicht des HEEREN is, uitkomen, en verzoening voor hetzelve doen; en hij zal van het bloed van den var, en van het bloed van den bok nemen, en doen het rondom op de hoornen des altaars. En hij zal daarop van dat bloed met zijn vinger zevenmaal sprengen, en hij zal dat reinigen en heiligen van de onreinigheden der kinderen Israels. Zelfs dit altaar, waarop wij onze gebeden en onze dankoffers brengen, heeft zonde op zich. Er is enige bevlekking, zelfs in het zoute water van onze boetvaardige tranen; er is enig ongeloof, zelfs in ons meest aangename geloof; er ontbreekt heiligheid, zelfs aan onze heiligste dingen. Wij zijn onrein van nature, en ook in ons doen — wat zouden wij kunnen zonder de besprenging met het bloed? Zie hoe de Heere daarop aandrong bij Zijn volk van ouds; en toch zijn er in deze nieuwere tijden die er de spot mee drijven. God vergeve hun lastering!
Leviticus 16:20-21.KruisverwijzingenEzechiël 45:20→Leviticus 16:16→Jesaja 53:6→2 Korinthe 5:21→2 Korinthe 5:19→Hebreeën 7:25→Kolossenzen 1:20→Romeinen 4:25→ — Als hij nu zal geeindigd hebben van het heilige, en de tent der samenkomst, en het altaar te verzoenen, zo zal hij dien levenden bok toebrengen. En Aaron zal beide zijn handen op het hoofd van den levenden bok leggen, en zal daarop al de ongerechtigheden der kinderen Israels, en al hun overtredingen, naar al hun zonden, belijden; en hij zal die op het hoofd des boks leggen, en zal hem door de hand eens mans, die voorhanden is, naar de woestijn uitlaten. Let op het “al” in dit eenentwintigste vers: “En Aäron zal beide zijn handen op het hoofd van den levenden bok leggen, en zal daarop al de ongerechtigheden der kinderen Israëls, en al hun overtredingen, naar al hun zonden, belijden; en hij zal die op het hoofd des boks leggen, en zal hem door de hand eens mans, die voorhanden is, naar de woestijn uitlaten.” Dit was het tweede deel van de verzoening, dat niet het offer aanwijst maar de wérking van het offer, en dat verklaart wat er met de zonde gebeurt nadat het offer aangenomen is en het bloed binnen het voorhangsel gebracht is.
Leviticus 16:22-25.KruisverwijzingenEzechiël 42:14→Ezechiël 44:19→Leviticus 16:3→Jesaja 53:11→1 Petrus 2:24→Johannes 1:29→Hebreeën 9:28→Leviticus 16:4→ — Alzo zal die bok op zich al hun ongerechtigheden in een afgezonderd land wegdragen; en hij zal dien bok in de woestijn uitlaten. Daarna zal Aaron komen in de tent der samenkomst, en zal de linnen klederen uitdoen, die hij aangedaan had, als hij in het heilige ging, en hij zal ze daar laten. En hij zal zijn vlees in de heilige plaats met water baden, en zijn klederen aandoen; dan zal hij uitgaan, en zijn brandoffer, en het brandoffer des volks bereiden, en voor zich en voor het volk verzoening doen. Ook zal hij het vet des zondoffers op het altaar aansteken. Alleen het vet ervan, het beste ervan, werd op het altaar verbrand, want zondoffers waren God niet aangenaam. Zij werden beschouwd als vervuld met onreinheid, vanwege de zonde die zij in gedachtenis brachten; om die reden moesten de var en de bok van het zondoffer buiten het leger verbrand worden: “Daarom heeft ook Jezus, opdat Hij door Zijn eigen bloed het volk zou heiligen, buiten de poort geleden” (Hebr. 13:12) — als ons zondoffer. En toch, aangezien het vet op het altaar aangenomen werd, zo is ook Christus, zelfs als ons zondoffer, aangenaam voor God.
Leviticus 16:26-27.KruisverwijzingenLeviticus 6:30→Leviticus 4:21→Leviticus 16:10→Leviticus 4:11→Numeri 19:21→Numeri 19:7→Leviticus 16:28→Leviticus 15:27→ — En die den bok, welke een weggaande bok was, zal uitgelaten hebben, zal zijn klederen wassen, en zijn vlees met water baden; en daarna zal hij in het leger komen. Maar den var des zondoffers, en den bok des zondoffers, welker bloed ingebracht is, om verzoening te doen in het heilige, zal men tot buiten het leger uitvoeren; doch hun vellen, hun vlees en hun mest zullen zij met vuur verbranden. Alles moest verbrand worden; en het laatste wordt genoemd omdat het des te treffender de onreinheid uitdrukt van de zonde die met het zondoffer verbonden is. Alles moest geheel opgebrand worden; er mocht geen deeltje van het zondoffer onverteerd blijven.
Leviticus 16:28. — Die nu dezelve verbrandt, zal zijn klederen wassen, en zijn vlees met water baden; en daarna zal hij in het leger komen. Alles wat met de dienst van God te doen heeft, moet rein zijn en gereinigd door vuur en gereinigd door water. Verzoening kan niet gedaan worden door iets dat zelf verontreinigd is; het moet zonder vlek of rimpel of iets dergelijks zijn voordat het de zonde kan wegnemen. Dat is de kracht van Christus’ verzoening, want Hij was volkomen zonder zonde van welke aard ook.
Leviticus 16:29-31.KruisverwijzingenNumeri 29:7→Jeremia 33:8→Jesaja 58:3→Psalmen 51:2→Efeze 5:26→Leviticus 23:32→Jesaja 58:5→Exodus 20:10→ — En dit zal voor u tot een eeuwige inzetting zijn: gij zult in de zevende maand, op den tienden der maand, uw zielen verootmoedigen, en geen werk doen, inboorling noch vreemdeling, die in het midden van u als vreemdeling verkeert. Want op dien dag zal hij voor u verzoening doen, om u te reinigen; van al uw zonden zult gij voor het aangezicht des HEEREN gereinigd worden. Dat zal u een sabbat der rust zijn, opdat gij uw zielen verootmoedigt; het is een eeuwige inzetting. Dit toont welke heiligheid de Heere aan de Grote Verzoendag verbond, en het geeft ons meer dan een aanwijzing van de kostelijkheid van het verzoenend werk van onze Heere voor ons. Laten wij ons nu wenden tot de brief aan de Hebreën, en zien hoe de apostel de diensten van de Mozaïsche huishouding geestelijk verklaart.
Daar de tot hiertoe bevolen offers en reinigingen niet voldoende zijn, om de volkomen verzoening en de ware levensgemeenschap van Israël met zijn God naar de bedoeling van het Oude Verbond tot stand te brengen, wordt nu ook nog een dag bepaald die de allesomvattende en volkomen verzoening van alle zonden aanbieden en met haar de toegang tot de genadetroon, althans voor deze enkele dag en voor het hoofd van het Verbondsvolk van God banen zal; dit is de grote Verzoendag, waarvan de viering in het nu volgende hoofdstuk tot in de afzonderlijke delen ontwikkeld en als zinnebeeld van de toekomstige eigenlijke Verzoendag geregeld wordt.
1. En de HEERE sprak tot Mozes, op een van de volgende dagen, nadat de twee zonen van Aäron, Nadab en Abihu door het vuur van Gods toorn verteerd, gestorven waren, als zij genaderd, met een zelf uitgedacht offer gekomen waren voor het aangezicht des HEEREN, om daarmee in het heiligdom te gaan, en gestorven waren;
Ofschoon ook op andere tijden van het jaar de zonden, zowel de openbare als de bijzondere, verzoend werden, en daarvoor al de dagelijkse offeranden toe dienden, moest nu echter een plechtig ritueel de zinnen van het volk opwekken, om zich des te nauwlettender te oefenen, geheel het jaar, in het gedurig zoeken van vergiffenis en opheffing van de zonde. Daarom, opdat zij meer bekommerd zouden zijn, om God te behagen; heeft Hij één verzoening per jaar verordend, welke al de overige moesten heiligen. Overigens, opdat zij des te ijveriger zouden houden, wat geboden werd, tekent Mozes de tijdsomstandigheden aan, dat de wet is gegeven, nadat Nadab en Abihu, die door hun nalatigheid al te zeer het altaar van God hadden bezoedeld, op Goddelijke wijze van de aarde waren verdwenen.
Zoals Calvijn reeds aanmerkt, moet terdege gelet worden op het in herinnering brengen van de dood van Nadab en Abihu. Door het vermelden van hun dood, brengt de Heere in herinnering het woord: In degenen, die tot Mij naderen, zal Ik geheiligd worden. Er moest bij de priesters een heilige vrees en eerbied blijven voor de Heere God. Door het dagelijks verkeer bij en in de tabernakel, kon het naderen tot God zo spoedig een sleur worden, iets van de heilige eerbied voor Jehova verloren gaan. En onder de wet bovenal, eer het grote zoenoffer was gebracht, bleef Jehova voor de onheilige zondaar een verterend vuur. Daarom ook in vs.2 de vermaning aan Aäron.
2. De HEERE dan zei tot Mozes, uit dit feit aanleiding nemende om de priesters voor ieder ondoordacht naderen tot Hem te waarschuwen, spreek 1) tot uw broeder Aäron, a) dat hij niet te allen tijde, op ieder willekeurig gestelde tijd, ga in het Heilige der Heiligen binnen de voorhang, enwillekeurig voor het Verzoendeksel, komt, (Exodus. 25:17 vv.), dat op de Ark is, opdat hij niet, zoals die beide zonen, sterve; want Ik verschijn in een wolk op het Verzoendeksel, in de wolk, op de Verbondsark rustende (Exodus. 40:35); Ik zal Mij dus in mijn bedekte heerlijkheid daar vertegenwoordigen; terwijl eendoordringen tot deze allerheiligste plaats slechts op mijn uitdrukkelijken last mag geschieden.
a) Exodus. 30:10 Hebr.9:7
1) De hoofdsom van de wet is, dat de priester niet dikwijls het binnenste heiligdom zou betreden, maar slechts eenmaal per jaar, namelijk op de dag van de verzoening, in de maand september. Hetgeen daarom is gedaan, opdat niet het veelvuldig binnengaan de indruk zou verslappen. Want, indien zonder onderscheid, voor alle offeranden het binnenste heiligdom werd betreden, zou niet weinig aan de eerbied voor het Heilige te kort worden gedaan. De besprenkeling van het altaar in de voorhof was voldoende, om van de verzoening getuigenis af te leggen. Doch deze handeling, eenmaal per jaar, hield de gemoederen van het volk meer gespannen. Vervolgens, de offerande, welke zij slechts eenmaal op het einde van het jaar zagen, representeerde hen des te duidelijker het enige en eeuwigdurende zoenoffer, dat de Zoon van God zou aanbrengen. Op deze ceremonie zinspeelt ook de Apostel in zijn brief aan de Hebreeën (hoofdstuk 9:8; 10:13), waar hij zegt: “dat door het elk jaar ingaan van de Hogepriester, de Heilige Geest heeft geleerd, dat, zolang de eerste tabernakel stond, de weg tot het Heiligdom nog niet ontsloten was,” en kort daarna voegt hij erbij: dat, nadat Christus de ware Hogepriester, is verschenen, deze eenmaal in het heilige is ingegaan, omdat Hij een eeuwige verlossing heeft aangebracht.” Zo ook was in het Oude Verbond het jaar een symbool van de eeuwige offerande, opdat de gelovigen zouden begrijpen, dat het offer, waardoor God verzoend moest worden, niet dikwijls mocht herhaald worden. Nu, opdat God des te meer vrees inboezemde, en om aan de priester alle zorgeloosheid te ontnemen, brengt Hij in herinnering, dat Zijn luister in de wolk zichtbaar was in dat gedeelte van het Heiligdom, waarin de verzoening plaatsvond. Wij weten nu, dat daarmee het teken aan de Israëlieten werd gegeven, wanneer zij moesten opbreken, of, wanneer zij op de een of andere plaats moest blijven. Doch dit teken van de aanwezigheid van God moest de priester waarlijk tot grotere zorg en oplettendheid aanzetten. Waaruit ook nu te leren is, dat, hoe dichter bij de Majesteit van God zich openbaart, wij ons des te zorgvuldiger hebben te wachten, om door onze onbedachtzaamheid enig teken van geringschatting te geven, maar onze onderwerping betuigen in nederigheid en met bescheidenheid, zoals het betaamt.
3. Hiermee alleen zal Aäron, en wel eenmaal in het jaar, namelijk op de tiende dag van de zevende maand (vs.29) in het Heilige gaan, met een var, een jong rund ten zondoffer, en een ram ten brandoffer, 1) met het bloed van de var van het zondoffer, die hij op deze dag tegelijk met een ram ten brandoffer voor zich en zijn huis offeren moet (vs.6 vv.).
1) De dag, waarover de Heere hier spreekt en wiens hoog gewicht Hij des te meer doet uitkomen, hoe bepaalder Hij tevoren aan Aäron het verschijnen voor het Verzoendeksel op alle andere tijden verboden heeft, wordt (Leviticus. 23:27) de Verzoendag (letterlijk: dag van de verzoeningen of ontzondigingen) genaamd. Deze dag bedoelde, zoals de naam reeds te kennen geeft, een alles omvattende en algehele verzoening, zo wel van priesters en volk als van de heilige plaats zelf, waarom hij, als dag van de grote Sabbat, door onthouding van alle werkzaamheden en, als algemene boete- en treurdag, onder kastijding van het lichaam van de ene avond tot de andere doorgebracht moest worden (vs.29-31). Gewoonlijk meent men dat de verzoening op deze dag gold voor al de zonden, die in de loop van een jaar onbeleden en onverzoend waren gebleven. Zij zou dus zowel de openbare als de bijzondere verzoeningen van het gehele jaar aanvullen en voltooien. In vs.16 wordt echter bepaald van Israëls overtredingen en “naar al hun zonden” gesproken; daarom is het veeleer de zonde zonder uitzondering, de erkende zowel als de niet erkende, de reeds vroeger verzoende zowel als de nog onverzoend geblevene, welke nu zal worden uitgedelgd. Ja! de verzoening treedt zo duidelijk op de voorgrond als de alles omvattende massa en hoogste trap van alle afzonderlijke verzoeningen gedurende dit jaar geschied, dat op die dag de Hogepriester zelf en onmiddellijk het offer moest brengen, en geen ander priester zijn plaats mocht innemen (vs.32 vv.). Wanneer deze dag dus aan de ene zijde te kennen geeft dat de verzoening van de zonde, welke gewoonlijk slechts de voorhof te aanschouwen geeft, in de grond op zichzelf ontoereikend en gebrekkig is en dat nog een andere, die in het Heilige der Heiligen geschiedt, geëist wordt, dan wil hij toch ook deze andere, welke Israël nog verwachten mag, afschaduwen en wel hoofdzakelijk door de verschillende handelingen, welke de toekomstige Hogepriester, die deze verzoening zal tot stand brengen, zijn opgedragen. In de innigste betrekking tot de Verzoendag staat de dag van het Pascha; op deze dag heeft de voorstelling van Christus in zijn eigenschap van offer plaats; want beide zijn in één persoon verenigd, niet alleen de verzoenende Hogepriester maar ook het voor de zonde geslachte offer. In het Pascha nu is tegelijk de tijd van het jaar voorspeld, wanneer het ware geldende offer zal gebracht worden; het is dezelfde tijd waarop Israël eenmaal tegen de verderver beschermd en uit Egypte’s diensthuis uitgeleid werd. En ook het tijdperk van de dag van de verzoening is van betekenis, en niet zonder bedoeling in de 7de maand van het jaar en op de 10de dag van die maand gesteld; daardoor wordt deze dag reeds uitwendig als de heiligste en volkomenste dag van het gehele jaar gekenmerkt (zeven is het getal van de heiligheid; tien dat van de volkomenheid. Voor zo’n dag hebben de Joden vanouds hem gehouden, daar zij hem “de grote dag” noemen, of eenvoudig “de dag”, d.i. de dag van de dagen, in het Nieuwe Testament vallen, nadat Hij gekomen is, die priester is en offer in één persoon, die zijn verheven werk volbracht heeft, de dag van de verzoening en de dag van de verschoning op dezelfde dag, op Goede Vrijdag, die van het Pascha zijn dagtekening en van de Verzoendag zijn uitnemende plaats in de rij van de dagen verkrijgt.
4. Hij, Aäron, zal, eer hij op de bestemde dag en de voorschreven wijze (vs.3) het Heilige der Heiligen binnengaat, ja, eer hij in het algemeen, nadat het dagelijks morgenoffer gebracht is, met de bijzondereambtswerkzaamheden aan deze dag begint, de heilige linnen, alleen uit linnen lijnwaad vervaardigde, priesterlijke rok, die hij behalve de gewone bezit, aandoen 1) en, zoals ook anders (Exodus. 28:42 vv.) een linnen onderbroek zal aan zijn vlees zijn, en in plaats van met de gewone bontgekleurde (Exodus. 28:39), met een eenvoudige witlinnen gordel zal hij zich gorden, en met de eveneens witlinnen hoed bedekken; dit zijn heilige kleren, welke hij bij de volgende handelingen tot na de volbrachte verzoening (vs.23 vv.) in plaats van zijn gouden prachtkleren zal dragen, daarom zal hij zijn vlees, niet maar handen en voeten, zoals hij de andere ambtverrichtingen, (Exodus. 40:31 vv.) maar het gehele lichaam met water uit het koperen wasvat baden, als, voordat hij ze, de vier kledingstukken: onderbroek, hemd, rok en hoed zal aandoen. 2)
1) Dit moest plaatshebben, opdat Israël zou weten, dat het Hogepriesterschap van Aäron slechts voorbeeldig was, en zag op het ware Hogepriesterschap van Christus.
2) Op dit bijzonder, alleen op de grote Verzoendag ter verzoening door de Hogepriester te dragen ambtsgewaad, in plaats van de gewone priesterkleren hebben wij reeds gewezen, zie Ex 28.39. Ook is reeds bij Exodus. 28:42 (zie Ex 28.42) opgemerkt dat een dergelijke kleding, een geweven lijnwaad uit Bad of katoen, zonder aanwending van kunstig bijwerk, overal genoemd wordt, waar het karakter van heiligheid, dat reeds de Byssus kenmerkt, nog scherper moet worden uitgedrukt. In zulk een hoogheilige kleding zal Aäron nu op deze dag verschijnen, want hij zal op die dag geheel de Hogepriester afbeelden, die heilig is, onnozel en onbevlekt, afgescheiden van de zondaren en hoger dan de hemelen geworden, en die met Zijn eigen bloed eenmaal is ingegaan in het heilige, een eeuwige verzoening teweeg gebracht hebbende (Hebr.7:26; 9:12). Terwijl nu Aäron daarmee tegelijk van zijn gewone hogepriesterlijke pracht, die hem hoog en heerlijk maakt in de ogen van de mensen, afstand doet, is hij ook daarin een schaduwbeeld van de nieuwtestamentische Hogepriester Christus, die, anders de schoonste onder de mensenkinderen (Psalm. 45:3) geen gedaante of heerlijkheid hebben zou op die dag, als Hij zijn offer bracht (Jesaja 53:2)
In Mydb (Badim) (het linnen hier vermeld) gekleed, verschijnt de Engel des Heeren, bij Ezech.9:2,11; 10:6 en Dan.10:5; 12:6, wiens gehele verschijning (Dan.10:6) overeenkomt met het aanschouwen van de heerlijkheid van Jehova, welke Ezechiël in het visioen van de Cherubim ziet, en zeker geheel gelijk aan de heerlijkheid van Jezus Christus, welke Johannes in de Openbaringen (Openb.1:13-15) aanschouwde.
5. Uit zijn vermogen zal hij een var en een bok (vs.3) geven. En van de vergadering van de kinderen van Israël zal hij nemen twee geitenbokken ten zondoffer en een ram ten brandoffer; 1) want zoals geen twee offers voor hem zelf zijn en voor zijn huis, alzo zijn deze beide voor de gemeente bestemd, en moeten daarom ook op gemeenschappelijke kosten worden geleverd.
1) Wat voor de Hogepriester van het Oude Verbond nodig was, dat hij eerst voor zijn eigen zonden verzoening deed, dit heeft op de Hogepriester van het Nieuwe Testament geen betrekking, zoals de apostel (Hebr.7:27) uitdrukkelijk verklaart. Maar juist dit behoorde daartoe, zou het zoenoffer van de laatste een volkomen zijn.
6. Daarna zal Aäron, 1) na het aanvoeren van de verschillende offerdieren (vs.3,5) en na zijn eenvoudig ambtsgewaad (vs.4) te hebben aangedaan, het werk van die dag beginnende, de var van het zondoffer, die voor hem zal zijn, offeren bij het brandofferaltaar, voor het aangezicht des Heeren stellen, en zal later daarmee op de (vs.11-14) voorgeschreven wijze a) voor zich en voor zijn huis, de verenigde priesterschaar, verzoening doen.
a) Hebr.7:27,28
1) Daarom werden de heilige vaderen alzo vermaand, dat onder het beeld van een sterfelijk mens, een andere Middelaar beloofd werd, die, om het menselijk geslacht te verzoenen, zich zou stellen voor Gods aangezicht en met meer dan engelen reinheid. Daartoe werd het volk in de persoon van de priester te zien gegeven een schouwspel van bedorvenheid, waarmee het gehele volk bezoedeld was, zodat hij voor Gods aangezicht niet kon bestaan. Want, indien de priester én door God uitverkoren, én met de heilige zalving voorzien, toch, wegens zijn onreinheden, onwaardig was, om tot het altaar te naderen, waar moest dan wel bij het gewone volk de waardigheid gevonden worden? En daarom blijft er voor ons hieruit een zeer nuttige kennis te verzamelen, dat men, wanneer over het naderen tot God gehandeld wordt, men niet her- en derwaarts de ogen moet richten, omdat buiten Christus er geen reinheid is en onschuld, welke overeenstemt met het oordeel van God.
Daar Aäron slechts een voorbeeldig priester was, moest hij deze offerande voor eigen zonden brengen. Het is hierom, dat de Apostel, waar hij wijst op het onderscheid tussen het Hogepriesterschap, naar de ordening van Aäron, en dat, naar de ordening van Melchizédek ook hierbij zijn lezers bepaalt, dat Christus Jezus, als de volkomen Hogepriester, voor Zijn eigen zonde geen offerande had te brengen.
7. Hij zal ook na voorstelling van de var, beide de tot zondoffer van de gemeente bestemde bokken nemen en hij zal ook die stellen voor het aangezicht des HEEREN, terwijl hij ze stelt bij het altaar aan de deur van de tent der samenkomst.
1) Hier wordt een dubbele vorm van verzoening vastgesteld. Want uit de beide bokken werd de een naar de wet geofferd en de andere uitgezonden, opdat hij zou zijn een kayarma (uitvaagsel) of periqhma (voetwis, het voorwerp van hoon en verachting). Beide figuren zijn vervuld in Christus, omdat Hij zowel het lam Gods was (Wiens offerande de zonde der wereld heeft uitgewist), als ook, omdat hij zou zijn tot een kayarma(uitvaagsel), bij hem alle schoonheid was uitgeblust en hij van de mensen verworpen was. Men zou nog wel een meer scherpzinnige beschouwing kunnen bijbrengen, nl. dit, nadat de bok was aangeboden, zijn vrijlating afbeelding was van de opstanding van Christus, alsof de offerande van de ene bok getuigde, dat de voldoening voor de zonden in de dood van Christus was te zoeken, doch het leven en het weggaan van de andere zou aangetoond hebben, dat Christus, nadat hij voor de zonden geofferd was, en de vloek van de mensheid gedragen, echter weer levend was geworden. Ik nu omhels, wat eenvoudig en zeker is, en ben hiermee tevreden; dat de bok, die levend en vrij uitging, de plaats van het zoenoffer heeft vervuld, opdat ook zijn weggaan en vlucht het volk des te zekerder hiervan zou overtuigen, dat hun zonden ver waren weggedaan. En dit offer was in de wet het enige zoenoffer zonder bloedstorting. En dat dit niet met de mening van de Apostel strijdt, blijkt hieruit, dat, wijl de beide bokken gezamenlijk werden aangeboden, het genoeg was, dat de dood van de een tussenbeide kwam en diens bloed tot verzoening werd uitgestort. Want het lot werd niet geworpen, dan nadat beide bokken bij de deur van de tabernakel waren gebracht. Alzo, ofschoon de priester de ene levend ter verzoening stelde, zoals het in de woorden van Mozes wordt uitgesproken, werd God echter niet verzoend zonder bloedstorting, omdat de kracht van de verzoening van de offerande van de andere bok afhing. Wat nu het woord Asasel aangaat, ofschoon de uitleggers verschillen, twijfel ik niet, of daarmee wordt de plaats aangeduid, waarheen de bok van de verzoening werd gebracht. Althans is het een samengestelde naam, welke even dezelfde kracht heeft, als het “weggaan” van de bok, dat de Grieken door %G% vertaald hebben. Ik weet niet of dit goed is. Althans, wat de uitleggers aannemen, alsof deze bok alzo genoemd is, afwender van de rampen. Ik vrees, dat dit te gewaagd is. Het best komt uit, hetgeen ik gezegd heb, omtrent het weggaan van de bok, ofschoon ik verschil van de Hebreeën, die willen, dat hier een plaats op de berg Sinaï is bedoeld, alsof niet jaarlijks het lot is geworpen voor Asasel, hoewel het volk zeer ver van de berg Sinaï verwijderd was. Het was daarom voldoende, dat een eenzaam en minder bewoonbare landstreek werd uitgekozen, opdat de bok daarheen zou gevoerd worden en de vloek van God niet bij het volk zou blijven.
De beide bokken, die in alles aan elkaar gelijk moesten zijn, schaduwden een en dezelfde persoon af, namelijk Jezus, maar in twee verschillende staten. Wat de schaduwdienst niet in één voorwerp kon afbeelden, daarvoor worden hier twee dieren gebezigd. De bok voor de Heere is de lijdende, stervende, zonde- en vloekdragende en dus vernederde Jezus; de weggaande bok is de opgestane en uit de macht van de dood ontbonden Jezus. Zoals op de lijdende Jezus de straf van de zonde werd gelegd, om ervoor te boeten, zo is de opgestane Jezus door de kracht van Zijn bloed en Zijn gehoorzaamheid een eeuwige verzoening, op Wie Zijn volk diens ongerechtigheden werpt, een altijd verse en levende weg, om door Hem tot God te gaan, bij Wie in Zijn bloed voor de grootsten van de zondaren vergeving is. Zo toonde de Verzoendag aan het gelovige Israël wat Jezus was en wat Hij is, wat Jezus gedaan heeft en wat Hij nog doet.
Het woord la-asasel, dat in de Schrift nergens voorkomt behalve in dit hoofdstuk, en hier viermaal, wordt door de uitleggers verschillend verklaard: 1. Sommigen houden het voor een substantivum verbale (een werkwoord dat tot zelfstandig naamwoord is geworden), uitdrukkende het doel waartoe de bok dienen moet; zij vertalen het aldus: “tot volkomen verwijdering” (namelijk van de zonden). 2. Anderen vatten het op als aanwijzing van de plaats, waarheen de bok zal gebracht worden en vertalen of algemeen “in de woestijn (waarbij dan echter een herhaling van dat woord ontstaat, daar de bijvoeging: “in de woestijn”, nog eenmaal hetzelfde zegt; of meer bepaald: “naar Asasel” (een ruw gebergte niet ver van Sinaï). 3. De Vulgata verklaart dit woord als een uit twee woorden (laës-asêl) samengesteld begrip, en vertaalt “de uitlatingsbok” (hirco emissario); daarop berust ook Luthers verklaring: “de uit te laten, vrij weggaande bok;” -maar tegen deze mening is de betekenis van het woord we es), dat in het Hebreeuws nimmer de bok, maar altijd de geit betekent. 4. De meeste uitleggers beroepen zich echter met recht daarop, dat tegen het eerste lot: “voor de Heere” slechts zulk een als tweede kon overstaan, waarop evenzo de naam van een persoonlijk wezen of een eigen naam te staan kwam. Zij verklaren nu Asasel aldus: “de geheel verwijderde, de volkomen afgezonderde, en denken hierbij aan de duivel, de oorzaak van de zonde, het hoofd van de gevallen engelen, die in het boek Job “de satan” en bij de rabbijnen Sammaël genoemd wordt.
De gestalte van de duivel, als stond die daar op de achtergrond, zagen wij reeds in de geschiedenis van de zondeval (Genesis 3); daar had hij, om zo te spreken, een slangenlijf tot orgaan gehad, had zich de slang tot zijn werktuig uitgekozen, zodat zij met hem slechts een persoonlijkheid uitmaakte en zij als persoonlijk wezen denken, spreken en handelen kon. Duidelijk komt in hetgeen de slang spreekt tevoorschijn de gehele duivelsnatuur, zijn hoogmoed, die hem zoeken doet God gelijk te zijn, zijn nijd jegens de Heere en de mensen, terwijl hij noch de Heere het bezit van de mens, noch de mens de gemeenschap met zijn Schepper gunt; zijn leugengeest, ook zijn lust om te verleiden en te verderven. Voor nadenkenden is deze geschiedenis dus duidelijk genoeg, ofschoon het verhaal bij het uitwendig voorgevallene staan blijft, zonder de sluier die het wezen bedekt, op te heffen. Waarom de satan nu noch in zijn eigen natuur, noch in menselijke gedaante verschijnen mocht, is naar alle waarschijnlijkheid de wil van God, opdat de mensen niet misleid werden aangaande de werkelijke stand van de verleider; zij zouden geen aanleiding hebben, om hem voor een aan God gelijk, of met God op gelijke lijn geplaatst wezen te houden, maar moesten dadelijk bemerken met welk een diep onder hen vernederd schepsel zij te doen hadden, opdat reeds het bewustzijn van hun eigen hoge staat het hun als een onwaardige zaak deed voorkomen, om zich met hem maar enigszins in te laten. Voor het eerst na deze geschiedenis komt nu in onze tekst de persoonlijkheid van de satan weer tevoorschijn; maar hier, waar het gaat om een volle en alles omvattende verzoening van de zonde, wordt dan ook terecht van hem melding gemaakt. Want daar de satan de zonde in de wereld heeft gebracht en door de zonde de dood, en zonde en dood sedert die tijd het gebied zijn geworden waar hij heerst, hetgeen hem echter eenmaal door het verlossingswerk van de Zoon van God weer zal worden ontrukt, moet de dag, waarop dit verzoeningswerk vooraf zinnebeeldig zal worden voorgesteld, een antwoord geven op de vraag, in welke betrekking de verzoende zondaar en de satan tot elkaar staan. Dit antwoord wordt dan door de weggaande bok, zoals Luther dit vertaald heeft, gegeven; de zonden van Israël met de eerste bok verzoend, worden op het hoofd van de tweede geladen en daarmee wordt hij tot Asasel in de woestijn gezonden, om deze de volbrachte verwijdering van de zonden zegepralend voor te stellen, en hem te verkondigen dat hij van nu af het recht om te beschuldigen en ook over het uit zijn banden bevrijde volk van God, de heerschappij door de zonde aangebracht en in de dood haar toppunt bereikende, verloren heeft. De werkelijke vervulling van deze type lezen wij in Kol.2:13-15 waar de zegepraal van Christus over de machten van de duisternis door de op het kruis volbrachte verzoening geschilderd is.
Met de mening, dat hier onder Asasel moet worden verstaan, de duivel, stemmen overeen Herm. Witsius, Keil, Schouten e.a., maar leggen dan ook al de nadruk erop, dat het hier geen offer was aan de duivel, maar zoals o.a. Schouten zegt: “Om die zonden, die God aan zijn volk had vergeven, terug te zenden naar Asasel, de hoofdbewerker van- en verleider tot de zonde. Om het die boze vijand te doen zien, dat Israël van die zonden, die hun weer als thuis gebracht werden, en van haar schuld was verlost.” Deze verklaring geeft echter geen bevredigende oplossing en gaat o.i niet op. Want meent men, dat, omdat de ene bok was “voor de Heere,” nu de andere ook noodzakelijk voor een persoon moest zijn, dat daarom Asasel evenals Javeh een eigen naam is, dan moet men ook hiertoe komen, dat, zoals de ene bok de bok “la Javeh” was, om voor de Heere de zonde te verzoenen, de andere de bok “la Asasel” ook de duivel ter verzoening moest worden gebracht. Hiertegen komen de eerstgenoemde schrijvers, en terecht, tegen op, omdat het offer aan de duivel door de Heere God ten strengste was verboden.
Niets echter gebiedt ons, om Asasel voor een eigen naam te houden, de naam van een persoonlijk wezen, noch om aan een tegenstelling te denken. Integendeel alles verbiedt ons, dit te doen. De Mozaïsche wetgeving kent geen dualisme, kent geen verering van de Heere God, naast die, als is het dan ook in negatieve zin, van de geest van het kwaad.
Ook grammatisch wordt dit niet gevorderd. Wat wij dan daarmee hebben te verstaan? De schaduwdienst was onvolkomen. Gelijk Mozes en Aäron gezamelijk het Profetische en het Hogepriesterlijk ambt van Christus afschaduwden, zo schaduwde de levende bok af, Christus Jezus de smaadheden van zijn volk dragende en de ander, Christus voor de zonde verzoening aanbrengende door Zijn bloed.
Op de grote Verzoendag werd afgebeeld de verzoening van het Lam Gods op Golgotha. Welnu, de ene bok zinnebeelde af, Christus gekruisigd, geslacht tot verzoening, en de andere, Christus, buiten de legerplaats, de smaadheden van Zijn volk dragende. Het woord in de grondtekst moet dan ook niet vertaald worden door voor Asasel, maar door voor de weggaande, of duidelijker door, voor de buiten de legerplaats afgezonderde. Die bok moest dan naar de woestijn worden gezonden, omdat hij onrein, als beladen met de zonden van het volk, niet mocht verkeren in de legerplaats van het God geheiligde volk. Met deze beschouwing kan o.i. ook alleen vs.10 tot zijn recht komen als er gezegd wordt van de weggaande bok, om door hem verzoening te doen.
8. En Aäron zal de loten over die twee bokken werpen; een lot zal beschreven zijn: voor de HEERE, en een lot met de woorden: voor de weggaande bok. 1)
1) Door geheel het Oude Testament heen zijn de denkbeelden verzoening en vrijlating naast elkaar geplaatst, als een heenwijzing naar Christus en naar de vrucht van Zijn werk. Christus werd geofferd, de zondaar vrijgelaten. Ook het denkbeeld van gedood te worden en uit de dood weer op te staan, wordt hier uitgedrukt, en dus de vrijlating van het offer zelf, dat reeds in Izak was afgebeeld. Ook wij, in Christus gestorven zijnde, zullen in Hem weer opstaan. De twee bokken moeten dus afzonderlijk voorstellen, wat zich in Christus verenigt: de dood en de opstanding. Het is hetzelfde met de een duif, die gedood werd, en de andere, die vrij naar de hemel vloog. Ook ligt hierin de zedelijke zin (want in de dingen van God is het een afspiegeling van het ander), de oude mens moet ten onder gebracht worden, de nieuwe moet zich ten hemel verheffen.
De bok is een vuil dier. Het is de voorstelling van Christus, als de onreine, door het dragen van de zonde in Zijn lichaam op het hout, als de man zonder gedaante, als de verachtste en onwaardigste onder de mensen, “voor wie ieder het aangezicht verborg.” De onderscheide offeranden en plechtigheden moesten Christus als het enig groot en waarachtig offer van alle zijden voorstellen.
Het lam stelde Hem en Zijn offerwerk van een geheel andere zijde voor, namelijk als het in zichzelf rein en zachtmoedig offer voor de zonde. Doch bij beide is de overneming van schuld het hoofddenkbeeld. In het oordeel worden de schapen en de bokken tegenover elkaar gesteld; in de verzoening is Christus het beeld van beide. Het lot moest over de beide bokken geworpen worden, om aan te tonen, dat zij volkomen met elkaar gelijk stonden. De Hogepriester, die op de grote Verzoendag verzoening moest doen met het bloed van de geslachte bok, mocht enkel in linnen gekleed, moest zonder alle sieraden zijn, in nederigheid, alleen gedekt door zijn reinheid en onschuld, welke God hem door de witte kleren gaf; want de witte kleren zijn de rechtvaardigmaking van de heiligen. De met de zonde van de kinderen van Israël beladen bok werd in de woestijn uitgeleid en vrijgelaten. De bok is weg, wie zal hem nalopen? Wie kan hem vinden? Liefelijk beeld van Gods handelwijze met onze verzoende zonden.
9. Dan zal Aäron, nadat hij zijn eigen zondoffer geslacht en het bloed daarvan in het heiligdom gebracht heeft, de bok, waarop het lot voor de HEERE zal gekomen zijn, toebrengen 1) en zal hem ten zondoffer maken 2) voor de gemeente (vs.15).
1) Toebrengen, in de zin van, naderbij brengen bij de plaats, waar hij geslacht moest worden.
2) Dit betekent niet, dat de bok toen werd geslacht. Hiertoe wordt pas het bevel in vs.15 gegeven. Maar dat de bok ten zondoffer wordt verklaard en geheiligd.
10. Maar de bok, waarop het lot gekomen zal zijn om een weggaande bok te zijn, zal, wanneer de gehele verzoeningsdaad volbracht is (vs.20 vv.),levend voor het aangezicht des Heeren gesteld worden, om door hem, de bok, verzoening te doen; 1) naar de in vs.21 voorgeschreven, mee tot de volkomenheid van de verzoening behorende handelingen met deze te doen opdat men hem, daarna, als een weggaande bok naar de woestijn uitlaat.
1) Christus is om onzentwille tot zonde gemaakt, tot veroordeling en vloek, opdat wij, om zijnentwille, de gerechtigheid en zegening zouden deelachtig worden. Hij heeft onze zonde op zich genomen, opdat wij, voor het aangezicht van God, hiervan verlost, vrij van straf zouden zijn; de straf is op Hem geweest, opdat wij vrede zouden hebben (Jesaja 53:5), hetgeen in de type van de bok, apopompaion, naar de woestijn weggezonden, en in die van de andere, tot een offerande God opgeofferd, zeer schoon is voorgesteld.
Hier is sprake van de “weggaande bok,” op wiens hoofd alle zonden van de kinderen van Israël werden gelegd, welke hij droeg naar de woestijn. Zo ook is Christus dat Lam Gods, dat onze zonde zelf gedragen heeft in zijn lichaam op het hout.
11. Aäron dan zal, nadat de voorstelling van beide zoenoffers, zowel van de var als van de twee bokken geschied en over de laatsten het lot geworpen is, de varvan het zondoffer, die voor hem zelf zijn zal, toebrengen, hem onder gebed 1) de handen opleggen, en met deze voor zichzelf en voor zijn huis verzoening doen, en zal daartoe aan de noordzijde van het altaar de var van het zondoffer, die voor hem zelf zal zijn, slachten, terwijl een ander priester het bloed opvangt en het door gestadig omroeren voor stollen bewaart.
1) Volgens de rabbijnen luidde dit gebed aldus: Ach, Heere! ik heb gedwaald, ik heb mij tegen U verheven, ik heb tegen U gezondigd, ik en mijn huis. Maar, o God! ik smeek U, vergeef mij mijn zonde en misdaad, die ik met mijn huis gepleegd heb; zoals geschreven staat in de wet van Mozes, uw knecht: Op deze dag geschiedt voor u verzoening, opdat gij gereinigd wordt van al uw zonden wordt gij gereinigd voor de Heere. (vs.30).
Die het offer opofferde, gaf het door de oplegging van de handen aan God over en liet het gelijk, als uit zijn hand, vrij henengaan, belijdende, dat hij afstond van het recht, dat hij op dat dier had en dat hij het van zijn eigendom ontsloeg en de godsdienst toeheiligde. Evenals de Romeinen eertijds een slaaf, die zij in vrijheid stelden, met de hand vasthielden, zeggende, ik wil dat deze mens vrij zij. 2. Door deze wijze van doen bad de zondaar Gods toorn af en begeerde, dat die gezonden werd op het hoofd van dat offer, dat hij in zijn plaats stelden. Op deze bok dan werd door deze wijze van doen geworpen de zonde van geheel Israël, opdat hij die voorbeeldelijk zou dragen en ver van Israël wegdragen.
12. Hij zal ook een wierookvat vol vurige kolen nemen van het altaar, van voor het aangezicht des HEEREN, in de voorhof, en zijn handen vol 1) reukwerk van welriekende specerijen, wier soort in Exodus. 30:34 vv. beschreven is, klein gestoten, en hij zal het in de tent der samenkomst, binnen de voorhang, tussen het Heilige en het Heilige der Heiligen dragen.
1) Letterlijk: de vulling van zijn handen, d.i. zo veel als hij in zijn beide handen kon houden.
13. En hij zal, wanneer hij nu staat voor de Ark van het Verbond, dat reukwerk op het vuur, op de kolen, welke hij in de pan meegebracht heeft, leggen voor het aangezicht van de in de wolk (vs.2) aanwezig zijnde HEERE, 1) opdat de nevel van het reukwerk, de van het reukwerk opstijgende damp het Verzoendeksel, dat is op de getuigenis, op de kist, die de tafel van de getuigenis bevat, bedekt en dat hij niet sterft; want hij bevindt zich hier in de onmiddellijke nabijheid van de Heere en zou als een zondaar dadelijk door Gods toorn worden verdelgd, werd hij niet door het bedekkend reukoffer beschermd (zie “Ex 30.10” en zie “Le 1.4).
1) Voor hij het bloed in het heiligdom brengt, wordt hem bevolen reukwerk te offeren. Er was wel een reukaltaar, waarop de priester offerde, maar vóór het voorhangsel, maar nu, opdat de priester reukwerk in het Allerheilige inbrengt, wordt hem bevolen achter het voorhangsel binnen te gaan. Het is wel waardig opgemerkt te worden, dat gezegd wordt, dat het Verzoendeksel met de reuk van het reukwerk moest bedekt worden, opdat de priester niet zou sterven. Hierdoor wordt wel aangetoond, hoe vreselijk de Majesteit van God is waarvan de aanschouwing, ook voor de priester, dodelijk was, opdat alle zondaren zouden leren te beven en zich als smekeling te stellen voor Hem. Vervolgens om alle stoutmoedigheid en onbezonnenheid te beteugelen.
Volgens sommigen, o.a. Keil, is het aansteken van het reukwerk en het bedekken van het Verzoendeksel daarmee een zinnebeeldige bedekking van de heerlijkheid van het Allerheiligste, met het Gebed, dat God de zonde niet mocht aanzien, niet Zijn heilige toorn over de zondaar uitstrekken, maar in het bloed van het zondoffer de ziel, voor wie het gebracht wordt, ten genade aannemen. Ook niet deze verklaring dient de “nevel van het reukwerk” om te beveiligen tegen de Majesteit van God.
14. a) En hij zal, aldus beschermd voor de toorn van de ongenaakbare God, weer uitgaan naar de voorhof en van het bloed van de var, die bij vroeger geslacht heeft, (vs.11) een deel nemen en zal weer in het Allerheiligste ingaande, met zijn vinger eenmaal op het Verzoendeksel oostwaarts aan de voor-, de oostelijke zijde sprenkelen, en voor het Verzoendeksel, 1) op de zich voor hem bevindende plaats, zal hij2) daarna zevenmaal met zijn vinger van dat bloed sprenkelen.
a) Leviticus. 4:6 Hebr.9:15; 10:4
1) Het zevenmaal sprenkelen van het bloed vóór het Verzoendeksel, bedoelde de reiniging van het Heiligdom, dat verontreinigd was door de zonde van de Hogepriester en van het volk. Niet alleen had het volk, vanwege de zonde, een verzoening eenmaal per jaar in het bijzonder nodig, maar ook voor het Heiligdom, als staande te midden van een in zichzelf onrein en onheilig volk, was de reiniging noodzakelijk.
2) De woorden in de grondtekst: “en hij zal van het bloed van de var nemen, en hij zal met zijn vinger op het Verzoendeksel oostwaarts sprenkelen en voor het Verzoendeksel zal hij zevenmaal met zijn vinger van dit bloed sprenkelen,” heeft Luther zo verstaan, als bevatte het tweede deel van de tekst slechts een nadere bepaling, op welke wijze dit in de eerste helft voorgeschreven sprenkelen geschieden moest, en heeft achter zal hij het woordje alzo gevoegd; dientengevolge heeft hij de laatste woorden van vs.15: “en zal dit sprenkelen op het Verzoendeksel en vóór het Verzoendeksel,” aldus samengevoegd: “aan de voorzijde tegen het Verzoendeksel.” Het is echter duidelijk, dat men een tweeledig sprenkelen moet aannemen; het eerste slechts éénmaal, op het Verzoendeksel aan de voorzijde, d.i. niet op het Verzoendeksel hier en daar, maar alleen op de voorzijde; het andere zevenmaal, op de vrije plaats vóór het Verzoendeksel. Dien ten gevolge meldt dan ook de overlevering met eenparigheid dat in de tweede tempel, waar de Verbondsark ontbrak, in het geheel achtmaal gesprenkeld werd, eenmaal naar de hoogte en zevenmaal naar beneden. Naar de mening van de Joden werd door dit tweeledige sprenkelen aangeduid, dat de volbrachte verzoening kracht had zowel in de hemel als op de aarde; maar meer waarschijnlijk is het, dat het eerste sprenkelen op de personen, zowel op de priesters (vs.14) als op het volk (vs.15) betrekking had, het tweede daarentegen op het heiligdom, dat betreden werd door de onheilige voeten van de priesters en stond in het midden van een onrein volk, waarom het evenzo ontzondiging nodig had (vs.16)
15. Daarna zal hij, het wierookvat in het heiligdom latende en zich weer naar de voorhof begevende, de door het lot bestemde bok van het zondoffer die voor het volk zal zijn, slachten en zal een deel van zijn bloed tot binnen in devoorhang, in het binnenste heiligdom dragen, en zal met zijn bloed doen, zoals hij met het bloed van de var gedaan heeft (vs.14), en zal dat eenmaal sprenkelen op het Verzoendeksel, en zevenmaal voor het Verzoendeksel.
16. Zo zal hij, zoals hij dit gedaan heeft voor zichzelf en voor de priesters, voor het Heilige, in het binnenste daarvan in het Heilige der Heiligen, vanwege de onreinheden van de kinderen van Israël en vanwege hun overtredingen, naar al hun zonden, verzoening doen, en alzo op gelijke wijze zal hij doen aan de tent der samenkomst, 1) welke met hen, de kinderen van Israël, woont in het midden van hun onreinheden; 2) de tenten van de kinderen van Israël omringen de tabernakel en ontheiligen die door de aldus verontreinigde dampkring, waarom die tabernakel evenzeer als de priesters en het volk een ontzondiging nodig hebben.
1) Dat voor de heilige plaats zelf en voor de tent der samenkomst verzoening moest geschieden door het bloed, betekent, dat Gods inwoning in de zondige mens zonder de offerande en het bloed van Christus niet heilig kan zijn, en dat de hemel zelf zou verontreinigd worden, indien, hetgeen niet kan geschieden, de zondaren zonder verzoening hierin werden ingelaten. Alzo zegt Paulus (Hebr.9:23), dat de hemelse dingen door betere offeranden gereinigd worden.
Onder het Heilige hebben wij hier en in vs.17 te verstaan, het Heilige der Heiligen, en onder tent der samenkomst, het Heilige, als grootste gedeelte van de tent der samenkomst. Ook voor het Heilige en het Allerheiligste moest verzoening worden aangebracht, niet alleen, omdat zij verontreinigd werden door de zonden van de priesters, maar ook, omdat de tent der samenkomst door de onreinheden van een zondig volk werden ontheiligd.
2) De verzoening voor het heiligdom zou ongerijmd kunnen schijnen, alsof het in de macht van de mens stond, te bezoedelen, wat God gewijd had. Maar wij weten dat God waarachtig blijft, ofschoon de gehele wereld goddeloos is. Waaruit volgt, dat, wat God heeft ingesteld door de zonde van de mensen, zijn natuur niet verandert. Indien het nu geen besmetting, tengevolge van de zonde van de mensen heeft aangekleefd, zou de verzoening overbodig zijn. Maar, ofschoon het Heiligdom op zichzelf geen besmetting naar zich toetrok uit de misdaden van de mensen, toch echter werd het terecht gerekend zelf, met betrekking tot de zonde en schuld van het volk, onrein te zijn. Maar alzo was dan ook de schuld groter, omdat de mensen (wie het overigens is voorgesteld God te dienen), indien zij dat met minachting of met minder eerbied deden, en Zijn heilige Naam ontheiligden. Voor allen was het een afschuwelijke heiligschennis het altaar en het heiligdom van God te verontreinigen. Maar Mozes verklaart hier de Israëlieten schuldig aan deze heiligschennis, waar hij beveelt het Heiligdom te reinigen. Verder merken wij op, dat de mensen zo de heilige dingen van God bezoedelen, dat echter niets van haar natuur verloren ging, noch haar waardigheid geweld werd aangedaan. Waarom hij het juist uitdrukt, dat het Heiligdom verontreinigd werd, niet ten gevolge van zijn onreinigheden, maar van die van de kinderen van Israël. Nu is de waarheid van deze zaak tot ons nut te verstaan. Door de Doop en de Heilige tafel verschijnt God ons in Zijn eniggeboren Zoon. Deze zijn de onderpanden van onze heiliging. Maar, omdat onze natuur bedorven is, laten wij, voor zoveel in ons is, niet toe, dat deze organen van de Geest, waardoor God ons heiligt, ontheiligd worden. Doch, wanneer geen vee meer geslacht wordt, behoort men erom te zuchten en smekend erom te vragen, dat Christus onze onreinheden, waardoor de Doop en de Heilige tafel bezoedeld worden, met de besprenkeling van Zijn bloed reinigt en zuivert. Als reden van de reiniging is vast te stellen, omdat de tabernakel bij hen woonde te midden van hun onreinheden. Met welke woorden Mozes bedoelt, dat de mensen zo bezoedeld en door bederf aangetast waren, dat zij, al wat heilig was, verontreinigden, tenzij de ontzondiging tussenbeide kwam. Want voor uitgemaakt neemt hij aan, dat het niet anders kon, of de mens droeg altijd enige onreinheid bij zich.
17. En geen mens, 1) ook niemand van de gewone priesters, ofschoon deze anders in het heiligdom mogen ingaan, zal in de tent der samenkomst zijn, als hij, de Hogepriester, zal ingaan uit de voorhof in het Heilige en het Heilige der Heiligen, om in het Heilige verzoening te doen, en alle in vs.14-16 opgenoemde ontzondigingen te verrichten, totdat hij, na voleindiging daarvan, naar de voorhof zal uitkomen, omdat door de aanwezigheid van iemand buiten de alleen tot dit werk geroepen Hogepriester de plaats, welke geheiligd moet worden, weer zou worden ontheiligd: alzo zal hij, geheel alleen zijnde, verzoening doen voor zichzelf en voor zijn huis, en voor de gehele gemeente van Israël, en voor de woning van de Heere zelf, die zich in het midden van de gemeente bevindt.
1) Dat allen tijdens de daad van de reiniging van de toegang tot de tabernakel werden afgehouden, werd hun als straf van tijdelijke verbanning opgelegd, opdat zij zouden erkennen, dat zij zich diep voor Gods aangezicht moesten vernederen, zolang de plaats, waar het offer voor hun zonden werd gebracht, werd gereinigd. Dat was een treurig schouwspel, wanneer allen, wier zonde werd uitgewist, de tabernakel verlieten. Mede op die wijze werd hun herinnerd, dat geheel hun heil was besloten onder het één mededogen van God, terwijl zij zich zagen buitengesloten, buiten het voorgesteld middel om vergiffenis te verkrijgen; dat er geen andere vergiffenis was te bekomen, omdat zij de hoop op verzoening hadden verloren.
Dat door de Hogepriester verzoening van het Heilige en het Heilige der Heiligen, die beide bijzondere delen van de tabernakels, als tot een lichaam verzoend werden, zoals deze ook bij de ingang van de Hogepriester in de heiligste plaats, door het openen van de voorhang tot een enig voorteken gemaakt waren, zulks doet ons denken aan de vrucht van de Heilands verzoenende en volbrachte offerande, waardoor de gelovigen niet alleen met Christus in de hemel gezeten, maar ook met de engelen en de geesten van de volmaakt rechtvaardigen tot een lichaam verzoend zijn en met hen tot God mogen naderen.
Niemand, zelfs geen gewoon priester, mocht in het Heiligdom ingaan, mocht daarom de Hogepriester in dit allergewichtigste werk helpen en ondersteunen. Alleen moest hij dat grote werk van de verzoening verrichten. Zo ergens, dan wel hier in de hoogste mate, blijkt de voorbeeldende betekenis van het Hogepriesterschap van Aäron, ten opzichte van Hem, die door Zichzelf de reinigmaking van de zonde heeft teweeggebracht.
18. Daarna zal hij, nadat hij het reukvat uit het Heilige der Heiligen (vs.15) weer gehaald heeft, uit de tabernakel tot het brandofferaltaar, 1) dat in de voorhof voor het aangezicht des HEEREN is, uitkomen en daar, in de twee delen van het heiligdom, verzoening hiervoor doen; en hij zal, om eerst de verzoening voor zichzelf en voor zijn huis en voor de gehele gemeente ook op dit altaar te doen, van het bloed van de var en van het bloed van de bok nemen, dat onderling gemengd werd, (vs.16) en doen het rondom op de hoornen van het altaar.
1) Dit altaar is niet het reukaltaar in het Heiligdom, maar het brandofferaltaar in de Voorhof. Ook dit altaar stond voor het aangezicht des Heeren.
De mening van sommigen, dat de heiliging van het Heilige der Heiligen, het Heilige en de Voorhof aanduidde, de reiniging van de gehele mens, als bestaande uit geest, ziel en lichaam, is onjuist, omdat deze verdeling van de mens volstrekt niet op schriftmatige wijze is te verdedigen. Integendeel, de gehele Heilige Schrift, ook de Apostel Paulus in zijn brieven, doet de mens bestaan uit ziel en lichaam. Op die onderscheiding is de leer van Apostelen en Profeten en ook van onze Heere Jezus Christus gebouwd. Wel spreekt de Apostel in 1 Thess.5:23 van geest, ziel en lichaam, maar met een enkele uitdrukking is niet een stelsel te verdedigen, dat overigens genoeg weersproken wordt.
19. En hij zal daarop van dat bloed met zijn vinger zevenmaal, op het altaarvlak, sprenkelen, en hij zal alzo dat altaar reinigen en heiligen van de onreinigheden van de kinderen van Israël 1) in wier midden hij zich bevindt en door wier zonden hij mee bevlekt is.
1) Alle verzoeningen en ontzondigingen van de personen, zowel als van het heiligdom, die in de loop van het jaar geschieden, zijn reeds daardoor als gebrekkig en ontoereikend aangeduid, dat zij niet onmiddellijk voor het aangezicht des Heeren, in het Allerheiligste, maar alleen in de nabijheid van de Heere, bij het reukaltaar worden volbracht; met allen wordt, zoals wij reeds in vs.16 opmerkten, hetzelfde bedoeld, namelijk haar volbrenging bij het Verzoendeksel, en alzo de bereiking van het doel van de volkomenheid. Want, zoals het altaar van het Heilige een voortzetting in verhoogde graad van het voorhofaltaar is (zie Ex 30.10), zo is op zijn beurt het Verzoendeksel een verhoogde voortzetting van het reukaltaar; dit is, om zo te zeggen, het altaar in de hoogste macht en kan alleen de verzoening bewerken. Op de grote Verzoendag wordt de verzoening, daar deze als Profetie van hetgeen op Goede Vrijdag geschieden zal, een naar de maatstaf van de oudtestamentische bedeling volkomen en bevredigende zijn zal, werkelijk aan het Verzoendeksel volbracht, welk Verzoendeksel op de Verbondsark rust, die de twee tafelen van de wet bevat. Dit wijst profetisch daarop, dat Christus’ zoenoffer eenmaal de vloek en het juk van de wet opheffen en bewerken zal dat deze nu nog maar een getuigenis van God aan ons (Exodus. 25:16), niet meer tegelijk een getuigenis tegen ons zijn zal. Na de besprenkeling van het Verzoendeksel met bloed wordt dan dat bloed van de verzoening in omgekeerde orde ook naar het altaar in het Heilige en dat in de voorhof gebracht.
Om dit met betrekking tot zijn vervulling in het Nieuwe Testament voor te stellen, moeten wij hier vermelden, wat wij vroeger ter zijde lieten liggen, dat de twee afdelingen van de tabernakel en de voorhof, die de laatste afdeling omringde, ook een beeld zijn van de mens, in de drie verschillende delen van zijn wezen: geest, ziel en lichaam, zoals met name Luther het oudtestamentische heiligdom heeft opgevat. De betekenis van deze omgekeerde orde volgt nu vanzelf; men hoeft slechts aan 1 Thess.5:23 te denken: De God van de vrede zelf heilige u geheel en al, en uw geheel oprechte geest en ziel en lichaam worden onberispelijk bewaard tot de toekomst van onze Heer Jezus Christus. Wij hebben nog niet vermeld of ook voor het reukofferen in ‘t allerheiligste, dat volgens vs.12 aan de verschillende ontzondingen moet voorafgaan, een daarmee overeenkomstig tegenbeeld in de priesterlijke werkzaamheid van Christus te vinden is. Wij menen dat dit zo is en denken daarbij aan hetgeen de apostel Hebr.5:7 met het oog op de gebedsstrijd van Jezus in Gethsemané zegt: “Hij heeft in de dagen van zijn vlees gebeden en smekingen met sterke roeping en tranen geofferd tot Degene, die Hem uit de dood verlossen kon en verhoord zijnde uit de vrees, is Hij voor allen, die Hem gehoorzaam zijn, een oorzaak van de eeuwige zaligheid geworden.” Het gebed is dan ook de metgezel van onze Heiland gebleven op al de paden van zijn doodsweg, zoals het reukvat al de tijd, dat de hogepriester in het heiligdom dienst deed, zijn geur verspreidde; maar het verzoendeksel, waarop Hij de nieuwtestamentische verzoening volbrengt, is eenmaal Hij zelf geweest (Rom.3:25) en daarna de troon van God in de hemel, voor welke Hij on der de hogepriesterlijke voorbede op Zijn verzoenend offer voor ons pleit (Hebr.9:11,24). In de dienst op de verzoendag is dit voor het tweemaal ingaan van de hogepriester, eerst met het bloed van de var van de zondoffers (vs.14) en dan met het bloed van de bok van de zondoffers (vs.15) ten minste oppervlakkig afgebeeld, omdat het uit de aard van de zaak niet bepaalder kon worden uitgedrukt.
20. Als hij nu zal geëindigd hebben van het binnenste Heilige, (vs.14-16a) en de tent der samenkomst, in haar voorste ruimte, (vs.16b) en het in de voorhof staande altaar (vs.18) te verzoenen, zo zal hij die levende (vs.8 vv.) bok tot het brandofferaltaar doentoebrengen. 1)
1) Duidelijk wordt nu de aard van de verzoening uitgedrukt, wat de andere bok betreft, nl. dat hij zou gesteld worden voor Gods aangezicht, en de priester, na zijn handen op het hoofd gelegd te hebben, zou hem beladen met de zonden van het volk, opdat hij de vloek zou werpen op de bok zelf. Dit is het enige onbloedige offer. Want duidelijk wordt hij tot een offerande gesteld, maar in verband met de offerande van de eerste bok, en daarom, wat de kracht van de verzoening betreft, is hij niet van deze te scheiden. Verder, dat een onschuldig dier gesteld zou worden in de plaats van de mens, opdat hij aan de vloek van God zou onderworpen worden, is volstrekt niet passend, tenzij om de gelovigen te leren, dat zij in het oordeel van God volstrekt niet kennen bestaan, en niet anders zich kunnen bevrijden, dan wanneer de schuld en zonde op een ander is overgedragen. Want, omdat de mensen voelen, dat zij door de toorn van God, welke op allen rust, geheel worden overstelpt, beproeven zij deze ondragelijke last op verschillende wijze kwijt te raken of af te schudden, maar tevergeefs, omdat er geen wegnemen is te hopen, dan door tussenbeide komende voldoening. Dit de mens te doen verstaan, is bijna niet mogelijk, en het is een teken van dwaze trotsheid, bij zichzelf de prijs te bepalen, waarvoor men de zonde kan vereffenen. Doch een andere wijze van verzoening is ons overgegeven, omdat Christus, een vloek geworden zijnde, op zich de zonde, welke de mens van God vervreemde, heeft genomen. Doch deze belijdenis strekte om het volk te vernederen en was alzo een prikkel tot waar berouw, omdat een verslagen geest Gods offerande was. Nu komt het niet met Gods mededogen overeen, om uit te leiden, dan hen, die terneergeworpen zijn, of vrijspraak te geven, dan hen, die zichzelf geheel en al veroordelen. Hierop slaat de opeenstapeling van woorden: “En zal alle ongerechtigheden, alle hun overtredingen en alle zonden belijden,” opdat de gelovigen niet gemakkelijk en oppervlakkig zich voor Gods aangezicht schuldig zouden erkennen, maar diep onder het gevoel en de zwaarte van hun zonden zouden zuchtten. Nu daar het Christus niet behaagd heeft, een zekere dag van het jaar vast te stellen, waarop de herinnering haar zonden door een plechtige handeling zou belijden, toch hebben de gelovigen dit te leren, dat, zo dikwijls zij in de naam van God samenkomen, zij op smekende wijze om vergiffenis bidden en zich vrijwillig van de veroordeling onderwerpen, alsof de Geest van God de vorm aangaf. Tegelijk heeft ieder voor zich in het bijzonder aan deze regel zich te houden.
21. En Aäron zal zijn beide handen op het hoofd van de levende bok leggen, doen rusten (Leviticus. 1:4) en zal daarop al de ongerechtigheden van de kinderen van Israël en al hun overtredingen, naar al hun zonden, belijden; en hij zal die, door middel van die handoplegging onder belijdenis en gebed, 1) op het hoofd van de bok leggen, en zal hem door de hand van een man, die voorhanden is, 2) voor dit werk reeds is afgezonderd, naar de woestijn uitlaten, doen drijven.
1) Dit gebed luidde, zoals het bij de verklaring van vs.11 opgegeven: “Ach Heere, Uw volk, het huis van Israël, heeft gezondigd; zij zijn weerspannig geworden en hebben voor Uw aangezicht overtreden! Ach Heer, vergeef nu die dwaling, weerspannigheid en zonde, opdat zij terugkeren tot datgene waarin zij weerspannig zijn geweest, en waarmee zij tegen U hebben gezondigd voor Uw aangezicht, Uw volk, het huis van Israël, zoals geschreven staat in de wet van Mozes, Uw knecht, zeggende: Heden wordt uw verzoening volbracht enz.” (vs.30)
2) In het Hebreeuws Bejad isch itti. Beter, door een man, die daartoe bereid is, uitgerust. Niet de eerste de beste, die gevonden werd, maar die daartoe opzettelijk was uitgekozen, en gereed stond, zijn werk te volbrengen.
22. Alzo zal die bok op zich al hun ongerechtigheden, welke op hem gelegd zijn, in een afgezonderd land 1) in een eenzame, van het beloofde land afgezonderde plaats, van waar terugkeren niet meer mogelijk is, wegdragen, en hij, de man, die de bok heeft weggevoerd, zal die bok in de woestijn uitlaten (en hem aan zijn lot overlaten).
1) In een afgezonderd land, wil zeggen, in een woest, ontoegankelijk, onbewoonbaar land, waar geen menselijke voet een stap durft te zetten. De LXX noemt het een ghn abaton.
De bedoeling is, dat de zonde werd weggedragen, maar zo, dat geen enkele Israëliet er weer mee in aanraking kwam. De verzoening, als ziende op Christus, was volkomen.
Deze tweede bok vormt insgelijks met de eerste slechts een eeuwig zondoffer, zoals bij de reiniging van een melaatse (14:4 vv.) twee vogels zo nauw mogelijk onderling verbonden zijn en dezelfde mens afschaduwen; de tweede is de herhaling van de eerste bok, en wat in deze niet meer kan worden afgebeeld, omdat hij reeds ter verzoening geslacht is, wordt niet aanschouwelijk voorgesteld. Zoals wij dit reeds bij vs.10 opmerkten, zal in hem worden voorgesteld de overwinning over de duivel, en zal aan deze de door middel van de eerste bok gebrachte verzoening door bloed, als een zo volkomen en onloochenbare worden aangetoond, dat zelfs hij, de aanklager, haar erkennnen moet en van zijn recht afstand doen moet, om Gods toorn en straf over de zondaars nog verder te eisen. Wanneer hierbij de satan als de van het aangezicht van God geheel verwijderde en van de gemeenschap van het verbondsvolk geheel uitgeslotene, of als de Asasel in de woestijn vertoevende voorgesteld wordt, is zo’n verblijfplaats, die ook in andere plaatsen van de schrift genoemd wordt, (zie 17:7 Jesaja. 13:21; 34:14 Matth.12:43. Luk.11:24. Openb.18:2) geheel in overeenstemming met werkelijke toestanden. Nadat hij toch uit de hemel verdreven is en de ongoddelijk wereld zijn gebied geworden is, is hij ook gebannen uit het midden van het vezoende verbondsvolk en kan nu slechts in de woestijn het beeld van zijn eigen inwendig wezen en het zinnebeeld van de dood en het verderf, die zijn volgelingen zijn, zijn verblijfplaats vinden. Daarheen worden de zonden, die hij door zijn verleiding heeft bewerkt, als zijn eigene hem toegezonden, opdat hij, om zo te zeggen zichzelf daarvan overtuigt, dat hetgeen aan die zonden nog strafbaar is, slechts hemzelf, de bewerker, treffen kan.
23. Daarna, na wegzending van de man met de bok, zal Aäron komen in de tent der samenkomst, en zal in het Heilige de linnen kleren uitdoen, die hij (vs.4) aangedaan had, als hij in het Heilige ging, om de verschillende ontzondigingen (vs.12-17) te verrichten, en hij zal ze daar laten.
Volgens Maimonides mochten deze kleren nooit weer gebruikt worden, maar werden zij bewaard en in de tabernakel opgehangen.
24. En hij zal andermaal zijn vlees, het gehele lichaam, in de heilige plaats met water baden 1) in de voorhof, bij het koperen wasvat, zoals hij dat vroeger (vs.4) gedaan heeft en zijn, de gewone hogepriesterlijke prachtkleren aan doen; dan zal hij uitgaan uit het Heilige, waar hij zich verkleed heeft, naar de voorhof, en zijn brandoffer, de bok (vs.3) en het brandoffer van het volk, de bok (vs.5) bereiden, zoals de wet dat voorschrijft, (Leviticus. 1:10 vv.), en voor zich met de eerste, en voor het volk met de tweede bok, verzoening 2) doen.
1) Daar de priester, door het leggen van de zonden van het volk op de bok, verontreinigd was geworden, moest hij zich met water baden, opdat het volk tevens zou zien, hoe verfoeilijk de zonden bij God zijn en hoe schuldig en onrein zij de mens maken.
2) Voor het volk verzoening doen. Deze woorden schijnen duister, omdat de verzoening reeds had plaats gehad, en het brandoffer, hier wellicht het avondoffer niet in de eerste plaats een verzoenende kracht had. De zin is echter duidelijk, wanneer wij het woord verzoening doen hier opvatten niet in de zin van wegnemen van de zonde, maar in die van het bekwaam maken tot de dienst van God; daarom in de zin van, de vrucht van de verzoening te doen genieten. De Hogepriester offerde dan ook dit offer, opdat hij en het volk de heiligende genade van een verzoend God zou ervaren, opdat het verzoende volk God waardig zou wandelen.
25. Ook zal hij, tegelijk met dit dubbel brandoffer, het vet van de zondoffer, zowel van de var (vs.11), als van de eerste bok (vs.15), op het altaar aansteken; daarna kan hij dan tot het brengen van de andere feestoffers (Numeri. 29:7 vv.) overgaan, en dan tot het vieren van die dag besluiten met het gewoon dagelijks avondoffer, zoals hij de dag met het gewoon dagelijks morgenoffer begon.
Wat de in de aangehaalde plaats vermelde overige feestoffers van die dag aangaat, (een geitebok tot zondoffer, een var, een bok en zeven eenjarige lammeren ten brandoffer en dan nog een daarbij behorend spijsoffer) valt het in het oog, dat in weerwil van de voorafgegane hoogste en volkomen verzoening nog een zondoffer vóór de andere offers moet worden gebracht. Dit heeft echter zijn grond daarin dat “ook de geheiligde hier beneden de zonde nog altijd aankleeft en zelfs zijn heiligste voornemens en werken bevlekt, en dat hij daarom bij al wat hij doet, de vergevende genade nodig heeft”.
26. En die de bok, welke een weggaande bok was, (Asasel) zal uitgelaten hebben, zal, bij zijn terugkeer van dit werk, zijn kleren wassen en zijn vlees, zijn gehelelichaam, met water baden; 1) daar hij door het wegleiden van het met zonden beladen dier zichzelf verontreinigd heeft, en eerst daarna, na volbrachte reiniging, zal hij in het leger komen.
1) Door welke tekenen de gelovigen vermaand werden, hoe verwerpelijk hun zonde is, opdat zij des te meer zouden bevreesd zijn, zo dikwijls zij bedachten, wat zij wel verdiend zouden hebben. Want, wanneer zij zagen, dat de man van het leger werd afgehouden, alleen omdat hij door de aanraking met de bok was verontreinigd, dan moest hun wel noodzakelijk in de gedachte komen, hoe groot een scheidsmuur er was tussen God en hen zelf, die de onreinheid niet van elders hadden opgedaan, maar, door eigen schuld verwekt, in zich omdroegen.
27. Maar a) de var van het zondoffer (vs.3) en de bok van het zondoffer (vs.5), waarvan het bloed ingebracht is om verzoening te doen in het Heilige (vs.14,15), zal men, volgens het (Leviticus. 6:30) gegeven voorschrift, tot buiten het leger uitvoeren, doch hun overblijfsels: vellen, hun vlees en hun mest zullen zij met vuur verbranden.
a) Hebr.13:11
28. Die nu dezelve, naar het bevel van de Hogepriester, (Leviticus. 4:11,21) verbrandt, zal, omdat ook hij daardoor verontreinigd is geworden (vs.26) zijn kleren wassen en zijn vlees met water baden; en daarna zal hij in het leger komen.
II. Vers 29-34
Nu volgen nog enige nadere bepalingen over de wijze, waarop de grote Verzoendag zal gevierd worden, zowel als over de tijd en de betekenis van die dag. Op deze dag, namelijk op de tiende dag van de zevende maand, wordt over alle zonden van Israël verzoening gedaan; deze dag moet dus niet alleen als een grote Sabbat onder onthouding van alle beroepsarbeid maar ook als een dag van algemene verootmoediging onder lichaamskastijding worden doorgebracht; ook moet het priesterlijk werk van die dag door de Hogepriester zelf verricht worden.
29. En dit zal, met betrekking tot de viering van het vermelde feest, voor u tot een eeuwige instelling zijn: a) Gij zult in de zevende maand, op de tiende dag van de maand, de maand Tisri, (zie “Ex 12.2) van 9Tisri ‘s avonds tot de 10de ‘s avonds (Leviticus. 23:32) uw zielen verootmoedigen, 1) of buigen door bedwinging van lichamelijke begeerten, dus door vasten u in een, met de plechtige ernst van deze dag overeenkomende gemoedstoestand brengen en, zoals op de Sabbat, (Exodus. 20:10) geen werk doen, ieder werk staken, (zie “Ex 31.15) en wel zal een ieder zonder uitzondering alzo vasten en feest vieren; zowel de inboorling, die tot het volk van Israël behoort, noch de vreemdeling, 2) die in het midden van u als vreemdeling verkeert (Exodus. 12:49).
a) Leviticus. 23:27
1) Als hier nu gezegd wordt: Gij zult uw zielen verootmoedigen, zo geeft dit in het algemeen zo veel te kennen als: Gij zult u onthouden van eten en drinken, en van alle slaafse arbeid en vleselijke wellust, en de dag besteden in het belijden van zonden en in het verrichten van andere plichten van boetvaardigheid.
De bedoeling van dit alles is duidelijk. De Heere God wil Israël door het uitwendige tot het innerlijke opleiden. De uitwendige tekenen van verootmoediging moeten dienen, om bij Israël een waarachtige verootmoediging te wekken, een ware droefheid, die een onberouwelijke bekering tot zaligheid bewerkt.
Uw zielen verootmoedigen. Eigenlijk staat er: Uw zielen buigen, en is een omschrijving van het woord vasten. Niet alleen moest Israël leren, dat God verzoend werd door het offer van het bloed, maar ook, dat daarbij paste, een verbroken hart en een verslagen Geest. Het gehele zijn van Israëls volk, zijn gehele verschijning moest het duidelijk maken, dat het de grote Verzoendag was. Houding en daad moesten volkomen met elkaar in overeenstemming zijn.
2) Onder vreemdeling hebben wij te verstaan: de Jodengenoot, oorspronkelijk heiden, maar die zich in Israël door besnijdenis en door belofte van onderhouding bij de wet had laten inlijven. Zij waren de proselieten van de gerechtigheid.
30. Want op die dag zal hij voor u verzoening doen, om u te reinigen; van al uw zonden zult gij, op deze dag, voor het aangezicht des HEEREN gereinigd worden.
31. Dat zal U een Sabbat van volkomen rust 1) zijn, zoals de zevende dag van iedere week, opdat gij bovendien uw zielen verootmoedigt, door u, zoals reeds (vs.29) gezegd is, op die aan een streng vasten te onderwerpen: het is een eeuwige instelling. 2)
1) Beter: Dat zal u een Sabbat der Sabbatten zijn.
2) Behalve voor deze dag wordt door de wet voor geen andere feesttijd in het jaar een algemeen vasten bevolen; maar het afzonderlijk vasten, waartoe iemand vrijwillig in de vorm van een gelofte zich verbindt, (Numeri. 30:14 vv.) slechts in zoverre in aanmerking genomen, als het door een afhankelijk persoon op zich genomen wordt, om een collisio (d.i. een strijd van plichten onderling) voor te komen. Het openlijk vasten geschiedde na Mozes bij buitengewone aanleiding daartoe, die tot algemene verootmoediging voor God opwekte (Richteren. 20:26; 1 Samuel. 7:6; 31:13; 1 Kon.21:12) totdat na de Babylonische ballingschap bepaalde jaarlijkse vastendagen werden ingesteld, namelijk: 1. in de 4de maand, waarin de Chaldeeërs voor het eerst in de stad waren gedrongen (Jeremia. 52:6 vv.); 2. in de 5de maand, tot herinnering aan de verwoesting van stad en tempel (2 Koningen. 25:8 vv. Zach.7:3); 3. in de 7de maand, tot herinnering aan de moord van Gedalia en zijn getrouwen (2 Koningen. 25:25 vv. Jer.41:1 vv.); 4. in de 10de maand, toen de belegering begonnen was (2 Koningen. 25:1 vv. Zach.8:19 vv.); 5. op de dag vóór het op 14 en 15 Adar invallend Purimfeest, tot herinnering aan de door Esther bewerkte verlossing van de Joden uit de moordaanslag van Haman, in algemene vrolijkheid en onder allerlei scherts gevierd. Na de ballingschap werd ook het bijzonder vasten zeer algemeen; vooral zagen de Farizeërs daarin een verdienstelijk deel van de godsverering; zij vastten tweemaal in de week (Luk.18:12), op Maandag en Donderdag, daar volgens de overlevering Mozes op een Donderdag de berg beklommen en op een Maandag met de tafelen van de wet de berg verlaten had. Onder de Christenen werd het vasten tweemaal in de week gehouden, maar het op Woensdag, dag van Jezus’ verraad en op Vrijdag, dag van Zijn kruisiging gesteld; evenzo ontstonden uit de jaarlijkse vastendagen van de Joden, zo-even onder No. 1-4 vermeld, vier jaarlijkse, grote tijdperken van vasten in de christelijke Kerk: 1. het veertigdaags vasten vóór Pasen (Matth.4:2); 2. het vasten vóór Kerstmis, van 15 Nov. tot 24 Dec.; 3. de Mariavasten, van 1-15 Aug.; 4. de Apostelvasten, na Pinksteren (Hand.13:3). Van deze bestaan in de Evang.-Lutherse Kerk nog alleen de eerste; maar niet meer als eigenlijke vastentijd; werkelijk vasten in de strengste zin van dit woord, als onthouding van ieder voedsel gedurende een bepaalde tijd, wordt in haar voor een deel nog gehouden door hen, die ten Avondmaal gaan.
32. En de priester, 1) die men gezalfd en wiens hand men gevuld zal hebben, de tot zijn ambt door wettelijke zalving gewijde en, volgens Exodus. 29, in zijn bedieningen en rechten plechtig bevestigde Hogepriester, om voor zijn vader het priesterambt te bedienen, zal de verzoening doen: zoals volgens vs.30 op die dag geschieden moet, als hij, tot dit doel, de linnen kleren, (vs.4) de heilige kleren, welke hij, behalve het eigenlijk hogepriesterlijk ambtsgewaad, voor dit doel bezit, zal aangetrokken hebben.
1) De bedoeling van dit vers en de volgende is, dat iedere Hogepriester, die in de plaats van zijn vader was gezalfd, dit werk op de grote Verzoendag moet verrichten, volgens de bevelen en voorschriften hier gegeven, maar tevens, dat dit elk jaar moest geschieden.
Wel bleek hieruit de onvolkomenheid van het priesterschap naar de ordening van Aäron, en wel was die elk jaar terugkerende verzoening ertoe geschikt, om bij de gelovigen van de oude dag, het verlangen levendig te houden naar de Grote Hogepriester, die een volkomen offerande zou brengen.
34. En dit zal u, de priesters, aan wier hoofd de Hogepriester staat, tot een eeuwige instelling zijn, om voor de kinderen van Israël van al hun zonden, a) eenmaal per jaar, op de (vs.29) voorgestelde tijd, verzoening te doen. En men deed, zoals de HEERE Mozes geboden had.1) Mozes deelde zijn broeder Aäron het bevel (vs.2 vv.) mee, en deze deed op zijn beurt naar die goddelijke voorschriften, voor het eerst toen de 10de dag van de maand Tisri terugkeerde, toen Israël de berg Sinaï nu reeds verlaten had (Numeri. 10:11).
a) Exodus. 30:10 Hebr.9:7
1) De laatste woorden van vs.34 zijn bij wijze van voorverhaal (protasis) er aan toegevoegd, omdat eerst in de 7de maand van het lopende jaar dit bevel kon worden gehoorzaamd.
33. Zo zal hij, met deze linnen kleren bekleed, het heilige heiligdom, het Allerheiligste, verzoenen, en de tent der samenkomst, het heilige, en het brandofferaltaar, (vs.16-20) zal hij verzoenen; evenals voor de priesters, en voor al het volk van de gemeente zal hij, op de (vs.11-15) beschreven wijze, verzoening doen.
34. En dit zal u, de priesters, aan wier hoofd de Hogepriester staat, tot een eeuwige instelling zijn, om voor de kinderen van Israël van al hun zonden, a)eenmaal per jaar, op de (vs.29) voorgestelde tijd, verzoening te doen. En men deed, zoals de HEERE Mozes geboden had.1) Mozes deelde zijn broeder Aäron het bevel (vs.2 vv.) mee, en deze deed op zijn beurt naar die goddelijke voorschriften, voor het eerst toen de 10de dag van de maand Tisri terugkeerde, toen Israël de berg Sinaï nu reeds verlaten had (Numeri. 10:11).
a) Exodus. 30:10 Hebr.9:7
1) De laatste woorden van vs.34 zijn bij wijze van voorverhaal (protasis) er aan toegevoegd, omdat eerst in de 7de maand van het lopende jaar dit bevel kon worden gehoorzaamd.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Leviticus 16
Leviticus 16:1.KruisverwijzingenLeviticus 10:1→
— En de HEERE sprak tot Mozes, nadat de twee zonen van Aaron gestorven waren, als zij genaderd waren voor het aangezicht des HEEREN, en gestorven waren;
Als wij ooit het ene Schriftgedeelte boven het andere mogen stellen, dan is dit een van de kostelijkste hoofdstukken in heel de omvang van de openbaring, en in sommige opzichten het merkwaardigste van alle. Het is zo vol van wonderlijk diep onderwijs dat het, in plaats van een predikatie, wel een heel boekdeel zou vragen. En dan zouden wij misschien nauwelijks meer gedaan hebben dan de oppervlakte aangeraakt. Er zijn, mag ik er ook bij zeggen, grote moeilijkheden verbonden aan de uitlegging, die de meest geleerden hebben doen aarzelen. Ik onderneem het volstrekt niet die moeilijkheden op te lossen. Ik wil, in plaats van een poging tot beoordeling of diepe verklaring, een eenvoudige uitlegging van dit hoofdstuk geven, en er, naar ik hoop, enkele waarheden van God uit naar voren brengen die, al behoren zij niet tot het hoofdstuk zelf, toch bovenmate kostelijk zijn en, naar ik hoop, ons allen tot nut zullen zijn.
Opdat Hij in het midden van Israël zou kunnen wonen zonder Zijn eigen karakter prijs te geven, heeft het Hem behaagd één dag in het jaar aan te wijzen, de Grote Verzoendag genoemd. Die moest het leger reinigen en het geschikt maken om de woonplaats van Jehova te zijn. Nu heeft God beloófd dat Hij onder ons wonen zal, en Hij woont ook in deze tijd onder Zijn eigen volk. Hij woont bij hen op een merkwaardige wijze. God is het erfdeel, de Vriend, de Metgezel van al Zijn volk — maar vanwege hun zonde kan Hij bij deze gelovige mensen niet wonen tenzij er verzoening gedaan wordt. De jaarlijkse verzoening onder de Joden was het beeld van de grote en werkelijke verzoening, die krachtdadige uitdelging die de Heere Jezus Christus niet eenmaal per jaar maar eens voor altijd heeft geofferd, en die het nu mogelijk maakt dat God met mensen wandelt en onder hen woont.
Leviticus 16:3.KruisverwijzingenLeviticus 4:3→Leviticus 8:18→Hebreeën 9:24→Hebreeën 9:7→Leviticus 1:10→Hebreeën 9:12→Leviticus 9:3→Numeri 29:7→
— Hiermede zal Aaron in het heilige gaan: met een var, een jong rund ten zondoffer, en een ram ten brandoffer.
Er is geen toegang tot God dan door een offer; er is nooit, en er kan nooit enige weg tot God voor een zondig mens zijn dan door een offer.
Leviticus 16:4.KruisverwijzingenExodus 28:39→Exodus 30:20→Ezechiël 44:17→Exodus 39:27→Leviticus 8:6→Leviticus 6:10→Hebreeën 7:26→Leviticus 16:24→
— Hij zal den heiligen linnen rok aandoen, en een linnen onderbroek zal aan zijn vlees zijn, en met een linnen gordel zal hij zich gorden, en met een linnen hoed bedekken; dit zijn heilige klederen; daarom zal hij zijn vlees met water baden, als hij ze zal aandoen.
Onze grote Hogepriester heeft Zichzelf onbevlekt aan God geofferd, en Hij is Zelf zonder zonde; maar de Joodse hogepriester moest zich naar het beeld rein maken door de sneeuwwitte klederen van de heilige dienst aan te doen, en voordat hij dat deed moest hij zich met water wassen, opdat hij op aangename wijze voor God zou komen. Niemand mocht de heilige God naderen met onreinheden op zich.
Leviticus 16:5-6.Kruisverwijzingen2 Kronieken 29:21→Hebreeën 9:7→Leviticus 9:7→Numeri 29:11→Ezra 6:17→Romeinen 8:3→Hebreeën 7:27→Ezechiël 45:22→
— En aan de vergadering der kinderen Israels zal hij nemen twee geitenbokken ten zondoffer, en een ram ten brandoffer. Daarna zal Aaron den var des zondoffers, die voor hem zal zijn, offeren, en zal voor zich en voor zijn huis verzoening doen.
Deze priesters waren zondig, en daarom moesten zij eerst zelf van schuld gereinigd worden voordat zij tot God konden naderen; maar de ware Hogepriester van God, onze Heere Jezus, hoefde voor Zichzelf geen offer te brengen, want Hij was rein en zonder gebrek of smet van zonde.
Leviticus 16:7.KruisverwijzingenMattheüs 16:21→Leviticus 1:3→Leviticus 12:6→Leviticus 4:4→Romeinen 12:1→
— Hij zal ook beide bokken nemen, en hij zal die stellen voor het aangezicht des HEEREN, aan de deur van de tent der samenkomst.
Deze twee bokken waren niet voor hemzelf, maar voor het volk. U moet ze beschouwen alsof zij maar één offer waren, want er waren er twee nodig om het goddelijke bestek uiteen te zetten waardoor de zonde weggedaan wordt: de een moest sterven, en de ander moest naar het beeld de zonde van het volk wegdragen.
Leviticus 16:8.KruisverwijzingenHandelingen 1:23→Jozua 18:10→Ezechiël 48:29→Spreuken 16:33→Numeri 33:54→1 Samuël 14:41→Jona 1:7→Numeri 26:55→
— En Aaron zal de loten over die twee bokken werpen: een lot voor den HEERE, en een lot voor den weggaanden bok.
De ene bok moest tonen hóe de zonde ten aanzien van God door een offer weggedaan wordt, en de andere bok moest tonen hoe zij ten aanzien van óns, Gods volk, weggedaan wordt: door in de vergetelheid weggedragen te worden.
Leviticus 16:9-14.KruisverwijzingenLeviticus 10:1→Hebreeën 9:25→1 Johannes 2:2→Exodus 30:34→Exodus 25:21→Hebreeën 9:13→Leviticus 4:5→Leviticus 16:6→
— Dan zal Aaron den bok, op denwelken het lot voor den HEERE zal gekomen zijn, toebrengen, en zal hem ten zondoffer maken. Maar de bok, op denwelken het lot zal gekomen zijn, om een weggaande bok te zijn, zal levend voor het aangezicht des HEEREN gesteld worden, om door hem verzoening te doen; opdat men hem als een weggaanden bok naar de woestijn uitlate. Aaron dan zal den var des zondoffers, die voor hemzelven zal zijn, toebrengen, en voor zichzelven en voor zijn huis verzoening doen, en zal den var des zondoffers, die voor hemzelven zal zijn, slachten. Hij zal ook een wierookvat vol vurige kolen nemen van het altaar, van voor het aangezicht des HEEREN, en zijn handen vol reukwerk van welriekende specerijen, klein gestoten; en hij zal het binnen den voorhang dragen. En hij zal dat reukwerk op het vuur leggen, voor het aangezicht des HEEREN, opdat de nevel des reukwerks het verzoendeksel, hetwelk is op de getuigenis, bedekke, en dat hij niet sterve. En hij zal van het bloed van den var nemen, en zal met zijn vinger op het verzoendeksel oostwaarts sprengen; en voor het verzoendeksel zal hij zevenmaal met zijn vinger van dat bloed sprengen.
Dit was zijn eerste binnengaan achter het voorhangsel, met heilig reukwerk, om de aanneming aan te duiden die Christus bij God heeft, hoewel Hij altijd bij Zijn Vader welbehaaglijk, geliefd en dierbaar is. Dit reukwerk zond een wolk op die de heerlijkheid van de Sjechina bedekte, die tussen de twee vleugels van de cherubs scheen, en zo kon de hogepriester de wonderlijke glans waarmee God Zijn tegenwoordigheid openbaarde beter verdragen.
Toen Aäron zo de plaats met de zoet geurende rook gevuld had, nam hij het bloed van de var van het zondoffer en sprengde het zorgvuldig zevenmaal op het verzoendeksel en op de grond rondom het verzoendeksel. Wat een barmhartigheid is het voor u en mij dat de plaats waar wij God ontmoeten een plaats is waar het bloed van het grote offer gesprengd is — ja, en dat ook de grond van onze ontmoeting met God, de plaats waarop het verzoendeksel rust, dat bloedteken op zich heeft!
Leviticus 16:15.KruisverwijzingenHebreeën 9:7→Hebreeën 9:12→Hebreeën 9:3→Leviticus 16:2→Hebreeën 6:19→Hebreeën 2:17→Leviticus 16:5→Hebreeën 5:3→
— Daarna zal hij den bok des zondoffers, die voor het volk zal zijn, slachten, en zal zijn bloed tot binnen in den voorhang dragen, en zal met zijn bloed doen, gelijk als hij met het bloed van den var gedaan heeft, en zal dat sprengen op het verzoendeksel, en voor het verzoendeksel.
Tweemaal, ziet u, wordt de heilige plaats zo besprengd: eerst met het bloed van de var, en daarna met dat van de bok.
Leviticus 16:16.KruisverwijzingenHebreeën 9:22→Exodus 29:36→Leviticus 16:18→Leviticus 8:15→Johannes 14:3→Ezechiël 45:18→
— Zo zal hij voor het heilige, vanwege de onreinigheden der kinderen Israels, en vanwege hun overtredingen, naar al hun zonden, verzoening doen; en alzo zal hij doen aan de tent der samenkomst, welke met hen woont in het midden hunner onreinigheden.
Als God in het midden van zondige mensen wil wonen, dan kan dat alleen door het bloed der verzoening. Tweemaal zevenmaal moesten de heilige plaats en de tabernakel met bloed besprengd worden, als om een dubbele volkomenheid aan te duiden van de kracht der toebereiding voor Gods wonen onder zondige mensen.
Leviticus 16:17-19.KruisverwijzingenLeviticus 4:7→Lukas 1:10→Leviticus 16:16→Exodus 30:10→Leviticus 4:18→1 Petrus 2:24→Hebreeën 9:7→Daniël 9:24→
— En geen mens zal in de tent der samenkomst zijn, als hij zal ingaan, om in het heilige verzoening te doen, totdat hij zal uitkomen; alzo zal hij verzoening doen, voor zichzelven, en voor zijn huis, en voor de gehele gemeente van Israel. Daarna zal hij tot het altaar, dat voor het aangezicht des HEEREN is, uitkomen, en verzoening voor hetzelve doen; en hij zal van het bloed van den var, en van het bloed van den bok nemen, en doen het rondom op de hoornen des altaars. En hij zal daarop van dat bloed met zijn vinger zevenmaal sprengen, en hij zal dat reinigen en heiligen van de onreinigheden der kinderen Israels.
Zelfs dit altaar, waarop wij onze gebeden en onze dankoffers brengen, heeft zonde op zich. Er is enige bevlekking, zelfs in het zoute water van onze boetvaardige tranen; er is enig ongeloof, zelfs in ons meest aangename geloof; er ontbreekt heiligheid, zelfs aan onze heiligste dingen. Wij zijn onrein van nature, en ook in ons doen — wat zouden wij kunnen zonder de besprenging met het bloed? Zie hoe de Heere daarop aandrong bij Zijn volk van ouds; en toch zijn er in deze nieuwere tijden die er de spot mee drijven. God vergeve hun lastering!
Leviticus 16:20-21.KruisverwijzingenEzechiël 45:20→Leviticus 16:16→Jesaja 53:6→2 Korinthe 5:21→2 Korinthe 5:19→Hebreeën 7:25→Kolossenzen 1:20→Romeinen 4:25→
— Als hij nu zal geeindigd hebben van het heilige, en de tent der samenkomst, en het altaar te verzoenen, zo zal hij dien levenden bok toebrengen. En Aaron zal beide zijn handen op het hoofd van den levenden bok leggen, en zal daarop al de ongerechtigheden der kinderen Israels, en al hun overtredingen, naar al hun zonden, belijden; en hij zal die op het hoofd des boks leggen, en zal hem door de hand eens mans, die voorhanden is, naar de woestijn uitlaten.
Let op het “al” in dit eenentwintigste vers: “En Aäron zal beide zijn handen op het hoofd van den levenden bok leggen, en zal daarop al de ongerechtigheden der kinderen Israëls, en al hun overtredingen, naar al hun zonden, belijden; en hij zal die op het hoofd des boks leggen, en zal hem door de hand eens mans, die voorhanden is, naar de woestijn uitlaten.” Dit was het tweede deel van de verzoening, dat niet het offer aanwijst maar de wérking van het offer, en dat verklaart wat er met de zonde gebeurt nadat het offer aangenomen is en het bloed binnen het voorhangsel gebracht is.
Leviticus 16:22-25.KruisverwijzingenEzechiël 42:14→Ezechiël 44:19→Leviticus 16:3→Jesaja 53:11→1 Petrus 2:24→Johannes 1:29→Hebreeën 9:28→Leviticus 16:4→
— Alzo zal die bok op zich al hun ongerechtigheden in een afgezonderd land wegdragen; en hij zal dien bok in de woestijn uitlaten. Daarna zal Aaron komen in de tent der samenkomst, en zal de linnen klederen uitdoen, die hij aangedaan had, als hij in het heilige ging, en hij zal ze daar laten. En hij zal zijn vlees in de heilige plaats met water baden, en zijn klederen aandoen; dan zal hij uitgaan, en zijn brandoffer, en het brandoffer des volks bereiden, en voor zich en voor het volk verzoening doen. Ook zal hij het vet des zondoffers op het altaar aansteken.
Alleen het vet ervan, het beste ervan, werd op het altaar verbrand, want zondoffers waren God niet aangenaam. Zij werden beschouwd als vervuld met onreinheid, vanwege de zonde die zij in gedachtenis brachten; om die reden moesten de var en de bok van het zondoffer buiten het leger verbrand worden: “Daarom heeft ook Jezus, opdat Hij door Zijn eigen bloed het volk zou heiligen, buiten de poort geleden” (Hebr. 13:12) — als ons zondoffer. En toch, aangezien het vet op het altaar aangenomen werd, zo is ook Christus, zelfs als ons zondoffer, aangenaam voor God.
Leviticus 16:26-27.KruisverwijzingenLeviticus 6:30→Leviticus 4:21→Leviticus 16:10→Leviticus 4:11→Numeri 19:21→Numeri 19:7→Leviticus 16:28→Leviticus 15:27→
— En die den bok, welke een weggaande bok was, zal uitgelaten hebben, zal zijn klederen wassen, en zijn vlees met water baden; en daarna zal hij in het leger komen. Maar den var des zondoffers, en den bok des zondoffers, welker bloed ingebracht is, om verzoening te doen in het heilige, zal men tot buiten het leger uitvoeren; doch hun vellen, hun vlees en hun mest zullen zij met vuur verbranden.
Alles moest verbrand worden; en het laatste wordt genoemd omdat het des te treffender de onreinheid uitdrukt van de zonde die met het zondoffer verbonden is. Alles moest geheel opgebrand worden; er mocht geen deeltje van het zondoffer onverteerd blijven.
Leviticus 16:28.
— Die nu dezelve verbrandt, zal zijn klederen wassen, en zijn vlees met water baden; en daarna zal hij in het leger komen.
Alles wat met de dienst van God te doen heeft, moet rein zijn en gereinigd door vuur en gereinigd door water. Verzoening kan niet gedaan worden door iets dat zelf verontreinigd is; het moet zonder vlek of rimpel of iets dergelijks zijn voordat het de zonde kan wegnemen. Dat is de kracht van Christus’ verzoening, want Hij was volkomen zonder zonde van welke aard ook.
Leviticus 16:29-31.KruisverwijzingenNumeri 29:7→Jeremia 33:8→Jesaja 58:3→Psalmen 51:2→Efeze 5:26→Leviticus 23:32→Jesaja 58:5→Exodus 20:10→
— En dit zal voor u tot een eeuwige inzetting zijn: gij zult in de zevende maand, op den tienden der maand, uw zielen verootmoedigen, en geen werk doen, inboorling noch vreemdeling, die in het midden van u als vreemdeling verkeert. Want op dien dag zal hij voor u verzoening doen, om u te reinigen; van al uw zonden zult gij voor het aangezicht des HEEREN gereinigd worden. Dat zal u een sabbat der rust zijn, opdat gij uw zielen verootmoedigt; het is een eeuwige inzetting.
Dit toont welke heiligheid de Heere aan de Grote Verzoendag verbond, en het geeft ons meer dan een aanwijzing van de kostelijkheid van het verzoenend werk van onze Heere voor ons. Laten wij ons nu wenden tot de brief aan de Hebreën, en zien hoe de apostel de diensten van de Mozaïsche huishouding geestelijk verklaart.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
JAARLIJKS ZOENOFFER.
I. Vers 1-28
Daar de tot hiertoe bevolen offers en reinigingen niet voldoende zijn, om de volkomen verzoening en de ware levensgemeenschap van Israël met zijn God naar de bedoeling van het Oude Verbond tot stand te brengen, wordt nu ook nog een dag bepaald die de allesomvattende en volkomen verzoening van alle zonden aanbieden en met haar de toegang tot de genadetroon, althans voor deze enkele dag en voor het hoofd van het Verbondsvolk van God banen zal; dit is de grote Verzoendag, waarvan de viering in het nu volgende hoofdstuk tot in de afzonderlijke delen ontwikkeld en als zinnebeeld van de toekomstige eigenlijke Verzoendag geregeld wordt.
1. En de HEERE sprak tot Mozes, op een van de volgende dagen, nadat de twee zonen van Aäron, Nadab en Abihu door het vuur van Gods toorn verteerd, gestorven waren, als zij genaderd, met een zelf uitgedacht offer gekomen waren voor het aangezicht des HEEREN, om daarmee in het heiligdom te gaan, en gestorven waren;
Ofschoon ook op andere tijden van het jaar de zonden, zowel de openbare als de bijzondere, verzoend werden, en daarvoor al de dagelijkse offeranden toe dienden, moest nu echter een plechtig ritueel de zinnen van het volk opwekken, om zich des te nauwlettender te oefenen, geheel het jaar, in het gedurig zoeken van vergiffenis en opheffing van de zonde. Daarom, opdat zij meer bekommerd zouden zijn, om God te behagen; heeft Hij één verzoening per jaar verordend, welke al de overige moesten heiligen. Overigens, opdat zij des te ijveriger zouden houden, wat geboden werd, tekent Mozes de tijdsomstandigheden aan, dat de wet is gegeven, nadat Nadab en Abihu, die door hun nalatigheid al te zeer het altaar van God hadden bezoedeld, op Goddelijke wijze van de aarde waren verdwenen.
Zoals Calvijn reeds aanmerkt, moet terdege gelet worden op het in herinnering brengen van de dood van Nadab en Abihu. Door het vermelden van hun dood, brengt de Heere in herinnering het woord: In degenen, die tot Mij naderen, zal Ik geheiligd worden. Er moest bij de priesters een heilige vrees en eerbied blijven voor de Heere God. Door het dagelijks verkeer bij en in de tabernakel, kon het naderen tot God zo spoedig een sleur worden, iets van de heilige eerbied voor Jehova verloren gaan. En onder de wet bovenal, eer het grote zoenoffer was gebracht, bleef Jehova voor de onheilige zondaar een verterend vuur. Daarom ook in vs.2 de vermaning aan Aäron.
2. De HEERE dan zei tot Mozes, uit dit feit aanleiding nemende om de priesters voor ieder ondoordacht naderen tot Hem te waarschuwen, spreek 1) tot uw broeder Aäron, a) dat hij niet te allen tijde, op ieder willekeurig gestelde tijd, ga in het Heilige der Heiligen binnen de voorhang, enwillekeurig voor het Verzoendeksel, komt, (Exodus. 25:17 vv.), dat op de Ark is, opdat hij niet, zoals die beide zonen, sterve; want Ik verschijn in een wolk op het Verzoendeksel, in de wolk, op de Verbondsark rustende (Exodus. 40:35); Ik zal Mij dus in mijn bedekte heerlijkheid daar vertegenwoordigen; terwijl eendoordringen tot deze allerheiligste plaats slechts op mijn uitdrukkelijken last mag geschieden.
a) Exodus. 30:10 Hebr.9:7
1) De hoofdsom van de wet is, dat de priester niet dikwijls het binnenste heiligdom zou betreden, maar slechts eenmaal per jaar, namelijk op de dag van de verzoening, in de maand september. Hetgeen daarom is gedaan, opdat niet het veelvuldig binnengaan de indruk zou verslappen. Want, indien zonder onderscheid, voor alle offeranden het binnenste heiligdom werd betreden, zou niet weinig aan de eerbied voor het Heilige te kort worden gedaan. De besprenkeling van het altaar in de voorhof was voldoende, om van de verzoening getuigenis af te leggen. Doch deze handeling, eenmaal per jaar, hield de gemoederen van het volk meer gespannen. Vervolgens, de offerande, welke zij slechts eenmaal op het einde van het jaar zagen, representeerde hen des te duidelijker het enige en eeuwigdurende zoenoffer, dat de Zoon van God zou aanbrengen. Op deze ceremonie zinspeelt ook de Apostel in zijn brief aan de Hebreeën (hoofdstuk 9:8; 10:13), waar hij zegt: “dat door het elk jaar ingaan van de Hogepriester, de Heilige Geest heeft geleerd, dat, zolang de eerste tabernakel stond, de weg tot het Heiligdom nog niet ontsloten was,” en kort daarna voegt hij erbij: dat, nadat Christus de ware Hogepriester, is verschenen, deze eenmaal in het heilige is ingegaan, omdat Hij een eeuwige verlossing heeft aangebracht.” Zo ook was in het Oude Verbond het jaar een symbool van de eeuwige offerande, opdat de gelovigen zouden begrijpen, dat het offer, waardoor God verzoend moest worden, niet dikwijls mocht herhaald worden. Nu, opdat God des te meer vrees inboezemde, en om aan de priester alle zorgeloosheid te ontnemen, brengt Hij in herinnering, dat Zijn luister in de wolk zichtbaar was in dat gedeelte van het Heiligdom, waarin de verzoening plaatsvond. Wij weten nu, dat daarmee het teken aan de Israëlieten werd gegeven, wanneer zij moesten opbreken, of, wanneer zij op de een of andere plaats moest blijven. Doch dit teken van de aanwezigheid van God moest de priester waarlijk tot grotere zorg en oplettendheid aanzetten. Waaruit ook nu te leren is, dat, hoe dichter bij de Majesteit van God zich openbaart, wij ons des te zorgvuldiger hebben te wachten, om door onze onbedachtzaamheid enig teken van geringschatting te geven, maar onze onderwerping betuigen in nederigheid en met bescheidenheid, zoals het betaamt.
3. Hiermee alleen zal Aäron, en wel eenmaal in het jaar, namelijk op de tiende dag van de zevende maand (vs.29) in het Heilige gaan, met een var, een jong rund ten zondoffer, en een ram ten brandoffer, 1) met het bloed van de var van het zondoffer, die hij op deze dag tegelijk met een ram ten brandoffer voor zich en zijn huis offeren moet (vs.6 vv.).
1) De dag, waarover de Heere hier spreekt en wiens hoog gewicht Hij des te meer doet uitkomen, hoe bepaalder Hij tevoren aan Aäron het verschijnen voor het Verzoendeksel op alle andere tijden verboden heeft, wordt (Leviticus. 23:27) de Verzoendag (letterlijk: dag van de verzoeningen of ontzondigingen) genaamd. Deze dag bedoelde, zoals de naam reeds te kennen geeft, een alles omvattende en algehele verzoening, zo wel van priesters en volk als van de heilige plaats zelf, waarom hij, als dag van de grote Sabbat, door onthouding van alle werkzaamheden en, als algemene boete- en treurdag, onder kastijding van het lichaam van de ene avond tot de andere doorgebracht moest worden (vs.29-31). Gewoonlijk meent men dat de verzoening op deze dag gold voor al de zonden, die in de loop van een jaar onbeleden en onverzoend waren gebleven. Zij zou dus zowel de openbare als de bijzondere verzoeningen van het gehele jaar aanvullen en voltooien. In vs.16 wordt echter bepaald van Israëls overtredingen en “naar al hun zonden” gesproken; daarom is het veeleer de zonde zonder uitzondering, de erkende zowel als de niet erkende, de reeds vroeger verzoende zowel als de nog onverzoend geblevene, welke nu zal worden uitgedelgd. Ja! de verzoening treedt zo duidelijk op de voorgrond als de alles omvattende massa en hoogste trap van alle afzonderlijke verzoeningen gedurende dit jaar geschied, dat op die dag de Hogepriester zelf en onmiddellijk het offer moest brengen, en geen ander priester zijn plaats mocht innemen (vs.32 vv.). Wanneer deze dag dus aan de ene zijde te kennen geeft dat de verzoening van de zonde, welke gewoonlijk slechts de voorhof te aanschouwen geeft, in de grond op zichzelf ontoereikend en gebrekkig is en dat nog een andere, die in het Heilige der Heiligen geschiedt, geëist wordt, dan wil hij toch ook deze andere, welke Israël nog verwachten mag, afschaduwen en wel hoofdzakelijk door de verschillende handelingen, welke de toekomstige Hogepriester, die deze verzoening zal tot stand brengen, zijn opgedragen. In de innigste betrekking tot de Verzoendag staat de dag van het Pascha; op deze dag heeft de voorstelling van Christus in zijn eigenschap van offer plaats; want beide zijn in één persoon verenigd, niet alleen de verzoenende Hogepriester maar ook het voor de zonde geslachte offer. In het Pascha nu is tegelijk de tijd van het jaar voorspeld, wanneer het ware geldende offer zal gebracht worden; het is dezelfde tijd waarop Israël eenmaal tegen de verderver beschermd en uit Egypte’s diensthuis uitgeleid werd. En ook het tijdperk van de dag van de verzoening is van betekenis, en niet zonder bedoeling in de 7de maand van het jaar en op de 10de dag van die maand gesteld; daardoor wordt deze dag reeds uitwendig als de heiligste en volkomenste dag van het gehele jaar gekenmerkt (zeven is het getal van de heiligheid; tien dat van de volkomenheid. Voor zo’n dag hebben de Joden vanouds hem gehouden, daar zij hem “de grote dag” noemen, of eenvoudig “de dag”, d.i. de dag van de dagen, in het Nieuwe Testament vallen, nadat Hij gekomen is, die priester is en offer in één persoon, die zijn verheven werk volbracht heeft, de dag van de verzoening en de dag van de verschoning op dezelfde dag, op Goede Vrijdag, die van het Pascha zijn dagtekening en van de Verzoendag zijn uitnemende plaats in de rij van de dagen verkrijgt.
4. Hij, Aäron, zal, eer hij op de bestemde dag en de voorschreven wijze (vs.3) het Heilige der Heiligen binnengaat, ja, eer hij in het algemeen, nadat het dagelijks morgenoffer gebracht is, met de bijzondereambtswerkzaamheden aan deze dag begint, de heilige linnen, alleen uit linnen lijnwaad vervaardigde, priesterlijke rok, die hij behalve de gewone bezit, aandoen 1) en, zoals ook anders (Exodus. 28:42 vv.) een linnen onderbroek zal aan zijn vlees zijn, en in plaats van met de gewone bontgekleurde (Exodus. 28:39), met een eenvoudige witlinnen gordel zal hij zich gorden, en met de eveneens witlinnen hoed bedekken; dit zijn heilige kleren, welke hij bij de volgende handelingen tot na de volbrachte verzoening (vs.23 vv.) in plaats van zijn gouden prachtkleren zal dragen, daarom zal hij zijn vlees, niet maar handen en voeten, zoals hij de andere ambtverrichtingen, (Exodus. 40:31 vv.) maar het gehele lichaam met water uit het koperen wasvat baden, als, voordat hij ze, de vier kledingstukken: onderbroek, hemd, rok en hoed zal aandoen. 2)
1) Dit moest plaatshebben, opdat Israël zou weten, dat het Hogepriesterschap van Aäron slechts voorbeeldig was, en zag op het ware Hogepriesterschap van Christus.
2) Op dit bijzonder, alleen op de grote Verzoendag ter verzoening door de Hogepriester te dragen ambtsgewaad, in plaats van de gewone priesterkleren hebben wij reeds gewezen, zie Ex 28.39. Ook is reeds bij Exodus. 28:42 (zie Ex 28.42) opgemerkt dat een dergelijke kleding, een geweven lijnwaad uit Bad of katoen, zonder aanwending van kunstig bijwerk, overal genoemd wordt, waar het karakter van heiligheid, dat reeds de Byssus kenmerkt, nog scherper moet worden uitgedrukt. In zulk een hoogheilige kleding zal Aäron nu op deze dag verschijnen, want hij zal op die dag geheel de Hogepriester afbeelden, die heilig is, onnozel en onbevlekt, afgescheiden van de zondaren en hoger dan de hemelen geworden, en die met Zijn eigen bloed eenmaal is ingegaan in het heilige, een eeuwige verzoening teweeg gebracht hebbende (Hebr.7:26; 9:12). Terwijl nu Aäron daarmee tegelijk van zijn gewone hogepriesterlijke pracht, die hem hoog en heerlijk maakt in de ogen van de mensen, afstand doet, is hij ook daarin een schaduwbeeld van de nieuwtestamentische Hogepriester Christus, die, anders de schoonste onder de mensenkinderen (Psalm. 45:3) geen gedaante of heerlijkheid hebben zou op die dag, als Hij zijn offer bracht (Jesaja 53:2)
In Mydb (Badim) (het linnen hier vermeld) gekleed, verschijnt de Engel des Heeren, bij Ezech.9:2,11; 10:6 en Dan.10:5; 12:6, wiens gehele verschijning (Dan.10:6) overeenkomt met het aanschouwen van de heerlijkheid van Jehova, welke Ezechiël in het visioen van de Cherubim ziet, en zeker geheel gelijk aan de heerlijkheid van Jezus Christus, welke Johannes in de Openbaringen (Openb.1:13-15) aanschouwde.
5. Uit zijn vermogen zal hij een var en een bok (vs.3) geven. En van de vergadering van de kinderen van Israël zal hij nemen twee geitenbokken ten zondoffer en een ram ten brandoffer; 1) want zoals geen twee offers voor hem zelf zijn en voor zijn huis, alzo zijn deze beide voor de gemeente bestemd, en moeten daarom ook op gemeenschappelijke kosten worden geleverd.
1) Wat voor de Hogepriester van het Oude Verbond nodig was, dat hij eerst voor zijn eigen zonden verzoening deed, dit heeft op de Hogepriester van het Nieuwe Testament geen betrekking, zoals de apostel (Hebr.7:27) uitdrukkelijk verklaart. Maar juist dit behoorde daartoe, zou het zoenoffer van de laatste een volkomen zijn.
6. Daarna zal Aäron, 1) na het aanvoeren van de verschillende offerdieren (vs.3,5) en na zijn eenvoudig ambtsgewaad (vs.4) te hebben aangedaan, het werk van die dag beginnende, de var van het zondoffer, die voor hem zal zijn, offeren bij het brandofferaltaar, voor het aangezicht des Heeren stellen, en zal later daarmee op de (vs.11-14) voorgeschreven wijze a) voor zich en voor zijn huis, de verenigde priesterschaar, verzoening doen.
a) Hebr.7:27,28
1) Daarom werden de heilige vaderen alzo vermaand, dat onder het beeld van een sterfelijk mens, een andere Middelaar beloofd werd, die, om het menselijk geslacht te verzoenen, zich zou stellen voor Gods aangezicht en met meer dan engelen reinheid. Daartoe werd het volk in de persoon van de priester te zien gegeven een schouwspel van bedorvenheid, waarmee het gehele volk bezoedeld was, zodat hij voor Gods aangezicht niet kon bestaan. Want, indien de priester én door God uitverkoren, én met de heilige zalving voorzien, toch, wegens zijn onreinheden, onwaardig was, om tot het altaar te naderen, waar moest dan wel bij het gewone volk de waardigheid gevonden worden? En daarom blijft er voor ons hieruit een zeer nuttige kennis te verzamelen, dat men, wanneer over het naderen tot God gehandeld wordt, men niet her- en derwaarts de ogen moet richten, omdat buiten Christus er geen reinheid is en onschuld, welke overeenstemt met het oordeel van God.
Daar Aäron slechts een voorbeeldig priester was, moest hij deze offerande voor eigen zonden brengen. Het is hierom, dat de Apostel, waar hij wijst op het onderscheid tussen het Hogepriesterschap, naar de ordening van Aäron, en dat, naar de ordening van Melchizédek ook hierbij zijn lezers bepaalt, dat Christus Jezus, als de volkomen Hogepriester, voor Zijn eigen zonde geen offerande had te brengen.
7. Hij zal ook na voorstelling van de var, beide de tot zondoffer van de gemeente bestemde bokken nemen en hij zal ook die stellen voor het aangezicht des HEEREN, terwijl hij ze stelt bij het altaar aan de deur van de tent der samenkomst.
1) Hier wordt een dubbele vorm van verzoening vastgesteld. Want uit de beide bokken werd de een naar de wet geofferd en de andere uitgezonden, opdat hij zou zijn een kayarma (uitvaagsel) of periqhma (voetwis, het voorwerp van hoon en verachting). Beide figuren zijn vervuld in Christus, omdat Hij zowel het lam Gods was (Wiens offerande de zonde der wereld heeft uitgewist), als ook, omdat hij zou zijn tot een kayarma(uitvaagsel), bij hem alle schoonheid was uitgeblust en hij van de mensen verworpen was. Men zou nog wel een meer scherpzinnige beschouwing kunnen bijbrengen, nl. dit, nadat de bok was aangeboden, zijn vrijlating afbeelding was van de opstanding van Christus, alsof de offerande van de ene bok getuigde, dat de voldoening voor de zonden in de dood van Christus was te zoeken, doch het leven en het weggaan van de andere zou aangetoond hebben, dat Christus, nadat hij voor de zonden geofferd was, en de vloek van de mensheid gedragen, echter weer levend was geworden. Ik nu omhels, wat eenvoudig en zeker is, en ben hiermee tevreden; dat de bok, die levend en vrij uitging, de plaats van het zoenoffer heeft vervuld, opdat ook zijn weggaan en vlucht het volk des te zekerder hiervan zou overtuigen, dat hun zonden ver waren weggedaan. En dit offer was in de wet het enige zoenoffer zonder bloedstorting. En dat dit niet met de mening van de Apostel strijdt, blijkt hieruit, dat, wijl de beide bokken gezamenlijk werden aangeboden, het genoeg was, dat de dood van de een tussenbeide kwam en diens bloed tot verzoening werd uitgestort. Want het lot werd niet geworpen, dan nadat beide bokken bij de deur van de tabernakel waren gebracht. Alzo, ofschoon de priester de ene levend ter verzoening stelde, zoals het in de woorden van Mozes wordt uitgesproken, werd God echter niet verzoend zonder bloedstorting, omdat de kracht van de verzoening van de offerande van de andere bok afhing. Wat nu het woord Asasel aangaat, ofschoon de uitleggers verschillen, twijfel ik niet, of daarmee wordt de plaats aangeduid, waarheen de bok van de verzoening werd gebracht. Althans is het een samengestelde naam, welke even dezelfde kracht heeft, als het “weggaan” van de bok, dat de Grieken door %G% vertaald hebben. Ik weet niet of dit goed is. Althans, wat de uitleggers aannemen, alsof deze bok alzo genoemd is, afwender van de rampen. Ik vrees, dat dit te gewaagd is. Het best komt uit, hetgeen ik gezegd heb, omtrent het weggaan van de bok, ofschoon ik verschil van de Hebreeën, die willen, dat hier een plaats op de berg Sinaï is bedoeld, alsof niet jaarlijks het lot is geworpen voor Asasel, hoewel het volk zeer ver van de berg Sinaï verwijderd was. Het was daarom voldoende, dat een eenzaam en minder bewoonbare landstreek werd uitgekozen, opdat de bok daarheen zou gevoerd worden en de vloek van God niet bij het volk zou blijven.
De beide bokken, die in alles aan elkaar gelijk moesten zijn, schaduwden een en dezelfde persoon af, namelijk Jezus, maar in twee verschillende staten. Wat de schaduwdienst niet in één voorwerp kon afbeelden, daarvoor worden hier twee dieren gebezigd. De bok voor de Heere is de lijdende, stervende, zonde- en vloekdragende en dus vernederde Jezus; de weggaande bok is de opgestane en uit de macht van de dood ontbonden Jezus. Zoals op de lijdende Jezus de straf van de zonde werd gelegd, om ervoor te boeten, zo is de opgestane Jezus door de kracht van Zijn bloed en Zijn gehoorzaamheid een eeuwige verzoening, op Wie Zijn volk diens ongerechtigheden werpt, een altijd verse en levende weg, om door Hem tot God te gaan, bij Wie in Zijn bloed voor de grootsten van de zondaren vergeving is. Zo toonde de Verzoendag aan het gelovige Israël wat Jezus was en wat Hij is, wat Jezus gedaan heeft en wat Hij nog doet.
Het woord la-asasel, dat in de Schrift nergens voorkomt behalve in dit hoofdstuk, en hier viermaal, wordt door de uitleggers verschillend verklaard: 1. Sommigen houden het voor een substantivum verbale (een werkwoord dat tot zelfstandig naamwoord is geworden), uitdrukkende het doel waartoe de bok dienen moet; zij vertalen het aldus: “tot volkomen verwijdering” (namelijk van de zonden). 2. Anderen vatten het op als aanwijzing van de plaats, waarheen de bok zal gebracht worden en vertalen of algemeen “in de woestijn (waarbij dan echter een herhaling van dat woord ontstaat, daar de bijvoeging: “in de woestijn”, nog eenmaal hetzelfde zegt; of meer bepaald: “naar Asasel” (een ruw gebergte niet ver van Sinaï). 3. De Vulgata verklaart dit woord als een uit twee woorden (laës-asêl) samengesteld begrip, en vertaalt “de uitlatingsbok” (hirco emissario); daarop berust ook Luthers verklaring: “de uit te laten, vrij weggaande bok;” -maar tegen deze mening is de betekenis van het woord we es), dat in het Hebreeuws nimmer de bok, maar altijd de geit betekent. 4. De meeste uitleggers beroepen zich echter met recht daarop, dat tegen het eerste lot: “voor de Heere” slechts zulk een als tweede kon overstaan, waarop evenzo de naam van een persoonlijk wezen of een eigen naam te staan kwam. Zij verklaren nu Asasel aldus: “de geheel verwijderde, de volkomen afgezonderde, en denken hierbij aan de duivel, de oorzaak van de zonde, het hoofd van de gevallen engelen, die in het boek Job “de satan” en bij de rabbijnen Sammaël genoemd wordt.
De gestalte van de duivel, als stond die daar op de achtergrond, zagen wij reeds in de geschiedenis van de zondeval (Genesis 3); daar had hij, om zo te spreken, een slangenlijf tot orgaan gehad, had zich de slang tot zijn werktuig uitgekozen, zodat zij met hem slechts een persoonlijkheid uitmaakte en zij als persoonlijk wezen denken, spreken en handelen kon. Duidelijk komt in hetgeen de slang spreekt tevoorschijn de gehele duivelsnatuur, zijn hoogmoed, die hem zoeken doet God gelijk te zijn, zijn nijd jegens de Heere en de mensen, terwijl hij noch de Heere het bezit van de mens, noch de mens de gemeenschap met zijn Schepper gunt; zijn leugengeest, ook zijn lust om te verleiden en te verderven. Voor nadenkenden is deze geschiedenis dus duidelijk genoeg, ofschoon het verhaal bij het uitwendig voorgevallene staan blijft, zonder de sluier die het wezen bedekt, op te heffen. Waarom de satan nu noch in zijn eigen natuur, noch in menselijke gedaante verschijnen mocht, is naar alle waarschijnlijkheid de wil van God, opdat de mensen niet misleid werden aangaande de werkelijke stand van de verleider; zij zouden geen aanleiding hebben, om hem voor een aan God gelijk, of met God op gelijke lijn geplaatst wezen te houden, maar moesten dadelijk bemerken met welk een diep onder hen vernederd schepsel zij te doen hadden, opdat reeds het bewustzijn van hun eigen hoge staat het hun als een onwaardige zaak deed voorkomen, om zich met hem maar enigszins in te laten. Voor het eerst na deze geschiedenis komt nu in onze tekst de persoonlijkheid van de satan weer tevoorschijn; maar hier, waar het gaat om een volle en alles omvattende verzoening van de zonde, wordt dan ook terecht van hem melding gemaakt. Want daar de satan de zonde in de wereld heeft gebracht en door de zonde de dood, en zonde en dood sedert die tijd het gebied zijn geworden waar hij heerst, hetgeen hem echter eenmaal door het verlossingswerk van de Zoon van God weer zal worden ontrukt, moet de dag, waarop dit verzoeningswerk vooraf zinnebeeldig zal worden voorgesteld, een antwoord geven op de vraag, in welke betrekking de verzoende zondaar en de satan tot elkaar staan. Dit antwoord wordt dan door de weggaande bok, zoals Luther dit vertaald heeft, gegeven; de zonden van Israël met de eerste bok verzoend, worden op het hoofd van de tweede geladen en daarmee wordt hij tot Asasel in de woestijn gezonden, om deze de volbrachte verwijdering van de zonden zegepralend voor te stellen, en hem te verkondigen dat hij van nu af het recht om te beschuldigen en ook over het uit zijn banden bevrijde volk van God, de heerschappij door de zonde aangebracht en in de dood haar toppunt bereikende, verloren heeft. De werkelijke vervulling van deze type lezen wij in Kol.2:13-15 waar de zegepraal van Christus over de machten van de duisternis door de op het kruis volbrachte verzoening geschilderd is.
Met de mening, dat hier onder Asasel moet worden verstaan, de duivel, stemmen overeen Herm. Witsius, Keil, Schouten e.a., maar leggen dan ook al de nadruk erop, dat het hier geen offer was aan de duivel, maar zoals o.a. Schouten zegt: “Om die zonden, die God aan zijn volk had vergeven, terug te zenden naar Asasel, de hoofdbewerker van- en verleider tot de zonde. Om het die boze vijand te doen zien, dat Israël van die zonden, die hun weer als thuis gebracht werden, en van haar schuld was verlost.” Deze verklaring geeft echter geen bevredigende oplossing en gaat o.i niet op. Want meent men, dat, omdat de ene bok was “voor de Heere,” nu de andere ook noodzakelijk voor een persoon moest zijn, dat daarom Asasel evenals Javeh een eigen naam is, dan moet men ook hiertoe komen, dat, zoals de ene bok de bok “la Javeh” was, om voor de Heere de zonde te verzoenen, de andere de bok “la Asasel” ook de duivel ter verzoening moest worden gebracht. Hiertegen komen de eerstgenoemde schrijvers, en terecht, tegen op, omdat het offer aan de duivel door de Heere God ten strengste was verboden.
Niets echter gebiedt ons, om Asasel voor een eigen naam te houden, de naam van een persoonlijk wezen, noch om aan een tegenstelling te denken. Integendeel alles verbiedt ons, dit te doen. De Mozaïsche wetgeving kent geen dualisme, kent geen verering van de Heere God, naast die, als is het dan ook in negatieve zin, van de geest van het kwaad.
Ook grammatisch wordt dit niet gevorderd. Wat wij dan daarmee hebben te verstaan? De schaduwdienst was onvolkomen. Gelijk Mozes en Aäron gezamelijk het Profetische en het Hogepriesterlijk ambt van Christus afschaduwden, zo schaduwde de levende bok af, Christus Jezus de smaadheden van zijn volk dragende en de ander, Christus voor de zonde verzoening aanbrengende door Zijn bloed.
Op de grote Verzoendag werd afgebeeld de verzoening van het Lam Gods op Golgotha. Welnu, de ene bok zinnebeelde af, Christus gekruisigd, geslacht tot verzoening, en de andere, Christus, buiten de legerplaats, de smaadheden van Zijn volk dragende. Het woord in de grondtekst moet dan ook niet vertaald worden door voor Asasel, maar door voor de weggaande, of duidelijker door, voor de buiten de legerplaats afgezonderde. Die bok moest dan naar de woestijn worden gezonden, omdat hij onrein, als beladen met de zonden van het volk, niet mocht verkeren in de legerplaats van het God geheiligde volk. Met deze beschouwing kan o.i. ook alleen vs.10 tot zijn recht komen als er gezegd wordt van de weggaande bok, om door hem verzoening te doen.
8. En Aäron zal de loten over die twee bokken werpen; een lot zal beschreven zijn: voor de HEERE, en een lot met de woorden: voor de weggaande bok. 1)
1) Door geheel het Oude Testament heen zijn de denkbeelden verzoening en vrijlating naast elkaar geplaatst, als een heenwijzing naar Christus en naar de vrucht van Zijn werk. Christus werd geofferd, de zondaar vrijgelaten. Ook het denkbeeld van gedood te worden en uit de dood weer op te staan, wordt hier uitgedrukt, en dus de vrijlating van het offer zelf, dat reeds in Izak was afgebeeld. Ook wij, in Christus gestorven zijnde, zullen in Hem weer opstaan. De twee bokken moeten dus afzonderlijk voorstellen, wat zich in Christus verenigt: de dood en de opstanding. Het is hetzelfde met de een duif, die gedood werd, en de andere, die vrij naar de hemel vloog. Ook ligt hierin de zedelijke zin (want in de dingen van God is het een afspiegeling van het ander), de oude mens moet ten onder gebracht worden, de nieuwe moet zich ten hemel verheffen.
De bok is een vuil dier. Het is de voorstelling van Christus, als de onreine, door het dragen van de zonde in Zijn lichaam op het hout, als de man zonder gedaante, als de verachtste en onwaardigste onder de mensen, “voor wie ieder het aangezicht verborg.” De onderscheide offeranden en plechtigheden moesten Christus als het enig groot en waarachtig offer van alle zijden voorstellen.
Het lam stelde Hem en Zijn offerwerk van een geheel andere zijde voor, namelijk als het in zichzelf rein en zachtmoedig offer voor de zonde. Doch bij beide is de overneming van schuld het hoofddenkbeeld. In het oordeel worden de schapen en de bokken tegenover elkaar gesteld; in de verzoening is Christus het beeld van beide. Het lot moest over de beide bokken geworpen worden, om aan te tonen, dat zij volkomen met elkaar gelijk stonden. De Hogepriester, die op de grote Verzoendag verzoening moest doen met het bloed van de geslachte bok, mocht enkel in linnen gekleed, moest zonder alle sieraden zijn, in nederigheid, alleen gedekt door zijn reinheid en onschuld, welke God hem door de witte kleren gaf; want de witte kleren zijn de rechtvaardigmaking van de heiligen. De met de zonde van de kinderen van Israël beladen bok werd in de woestijn uitgeleid en vrijgelaten. De bok is weg, wie zal hem nalopen? Wie kan hem vinden? Liefelijk beeld van Gods handelwijze met onze verzoende zonden.
9. Dan zal Aäron, nadat hij zijn eigen zondoffer geslacht en het bloed daarvan in het heiligdom gebracht heeft, de bok, waarop het lot voor de HEERE zal gekomen zijn, toebrengen 1) en zal hem ten zondoffer maken 2) voor de gemeente (vs.15).
1) Toebrengen, in de zin van, naderbij brengen bij de plaats, waar hij geslacht moest worden.
2) Dit betekent niet, dat de bok toen werd geslacht. Hiertoe wordt pas het bevel in vs.15 gegeven. Maar dat de bok ten zondoffer wordt verklaard en geheiligd.
10. Maar de bok, waarop het lot gekomen zal zijn om een weggaande bok te zijn, zal, wanneer de gehele verzoeningsdaad volbracht is (vs.20 vv.),levend voor het aangezicht des Heeren gesteld worden, om door hem, de bok, verzoening te doen; 1) naar de in vs.21 voorgeschreven, mee tot de volkomenheid van de verzoening behorende handelingen met deze te doen opdat men hem, daarna, als een weggaande bok naar de woestijn uitlaat.
1) Christus is om onzentwille tot zonde gemaakt, tot veroordeling en vloek, opdat wij, om zijnentwille, de gerechtigheid en zegening zouden deelachtig worden. Hij heeft onze zonde op zich genomen, opdat wij, voor het aangezicht van God, hiervan verlost, vrij van straf zouden zijn; de straf is op Hem geweest, opdat wij vrede zouden hebben (Jesaja 53:5), hetgeen in de type van de bok, apopompaion, naar de woestijn weggezonden, en in die van de andere, tot een offerande God opgeofferd, zeer schoon is voorgesteld.
Hier is sprake van de “weggaande bok,” op wiens hoofd alle zonden van de kinderen van Israël werden gelegd, welke hij droeg naar de woestijn. Zo ook is Christus dat Lam Gods, dat onze zonde zelf gedragen heeft in zijn lichaam op het hout.
11. Aäron dan zal, nadat de voorstelling van beide zoenoffers, zowel van de var als van de twee bokken geschied en over de laatsten het lot geworpen is, de varvan het zondoffer, die voor hem zelf zijn zal, toebrengen, hem onder gebed 1) de handen opleggen, en met deze voor zichzelf en voor zijn huis verzoening doen, en zal daartoe aan de noordzijde van het altaar de var van het zondoffer, die voor hem zelf zal zijn, slachten, terwijl een ander priester het bloed opvangt en het door gestadig omroeren voor stollen bewaart.
1) Volgens de rabbijnen luidde dit gebed aldus: Ach, Heere! ik heb gedwaald, ik heb mij tegen U verheven, ik heb tegen U gezondigd, ik en mijn huis. Maar, o God! ik smeek U, vergeef mij mijn zonde en misdaad, die ik met mijn huis gepleegd heb; zoals geschreven staat in de wet van Mozes, uw knecht: Op deze dag geschiedt voor u verzoening, opdat gij gereinigd wordt van al uw zonden wordt gij gereinigd voor de Heere. (vs.30).
Die het offer opofferde, gaf het door de oplegging van de handen aan God over en liet het gelijk, als uit zijn hand, vrij henengaan, belijdende, dat hij afstond van het recht, dat hij op dat dier had en dat hij het van zijn eigendom ontsloeg en de godsdienst toeheiligde. Evenals de Romeinen eertijds een slaaf, die zij in vrijheid stelden, met de hand vasthielden, zeggende, ik wil dat deze mens vrij zij. 2. Door deze wijze van doen bad de zondaar Gods toorn af en begeerde, dat die gezonden werd op het hoofd van dat offer, dat hij in zijn plaats stelden. Op deze bok dan werd door deze wijze van doen geworpen de zonde van geheel Israël, opdat hij die voorbeeldelijk zou dragen en ver van Israël wegdragen.
12. Hij zal ook een wierookvat vol vurige kolen nemen van het altaar, van voor het aangezicht des HEEREN, in de voorhof, en zijn handen vol 1) reukwerk van welriekende specerijen, wier soort in Exodus. 30:34 vv. beschreven is, klein gestoten, en hij zal het in de tent der samenkomst, binnen de voorhang, tussen het Heilige en het Heilige der Heiligen dragen.
1) Letterlijk: de vulling van zijn handen, d.i. zo veel als hij in zijn beide handen kon houden.
13. En hij zal, wanneer hij nu staat voor de Ark van het Verbond, dat reukwerk op het vuur, op de kolen, welke hij in de pan meegebracht heeft, leggen voor het aangezicht van de in de wolk (vs.2) aanwezig zijnde HEERE, 1) opdat de nevel van het reukwerk, de van het reukwerk opstijgende damp het Verzoendeksel, dat is op de getuigenis, op de kist, die de tafel van de getuigenis bevat, bedekt en dat hij niet sterft; want hij bevindt zich hier in de onmiddellijke nabijheid van de Heere en zou als een zondaar dadelijk door Gods toorn worden verdelgd, werd hij niet door het bedekkend reukoffer beschermd (zie “Ex 30.10” en zie “Le 1.4).
1) Voor hij het bloed in het heiligdom brengt, wordt hem bevolen reukwerk te offeren. Er was wel een reukaltaar, waarop de priester offerde, maar vóór het voorhangsel, maar nu, opdat de priester reukwerk in het Allerheilige inbrengt, wordt hem bevolen achter het voorhangsel binnen te gaan. Het is wel waardig opgemerkt te worden, dat gezegd wordt, dat het Verzoendeksel met de reuk van het reukwerk moest bedekt worden, opdat de priester niet zou sterven. Hierdoor wordt wel aangetoond, hoe vreselijk de Majesteit van God is waarvan de aanschouwing, ook voor de priester, dodelijk was, opdat alle zondaren zouden leren te beven en zich als smekeling te stellen voor Hem. Vervolgens om alle stoutmoedigheid en onbezonnenheid te beteugelen.
Volgens sommigen, o.a. Keil, is het aansteken van het reukwerk en het bedekken van het Verzoendeksel daarmee een zinnebeeldige bedekking van de heerlijkheid van het Allerheiligste, met het Gebed, dat God de zonde niet mocht aanzien, niet Zijn heilige toorn over de zondaar uitstrekken, maar in het bloed van het zondoffer de ziel, voor wie het gebracht wordt, ten genade aannemen. Ook niet deze verklaring dient de “nevel van het reukwerk” om te beveiligen tegen de Majesteit van God.
14. a) En hij zal, aldus beschermd voor de toorn van de ongenaakbare God, weer uitgaan naar de voorhof en van het bloed van de var, die bij vroeger geslacht heeft, (vs.11) een deel nemen en zal weer in het Allerheiligste ingaande, met zijn vinger eenmaal op het Verzoendeksel oostwaarts aan de voor-, de oostelijke zijde sprenkelen, en voor het Verzoendeksel, 1) op de zich voor hem bevindende plaats, zal hij2) daarna zevenmaal met zijn vinger van dat bloed sprenkelen.
a) Leviticus. 4:6 Hebr.9:15; 10:4
1) Het zevenmaal sprenkelen van het bloed vóór het Verzoendeksel, bedoelde de reiniging van het Heiligdom, dat verontreinigd was door de zonde van de Hogepriester en van het volk. Niet alleen had het volk, vanwege de zonde, een verzoening eenmaal per jaar in het bijzonder nodig, maar ook voor het Heiligdom, als staande te midden van een in zichzelf onrein en onheilig volk, was de reiniging noodzakelijk.
2) De woorden in de grondtekst: “en hij zal van het bloed van de var nemen, en hij zal met zijn vinger op het Verzoendeksel oostwaarts sprenkelen en voor het Verzoendeksel zal hij zevenmaal met zijn vinger van dit bloed sprenkelen,” heeft Luther zo verstaan, als bevatte het tweede deel van de tekst slechts een nadere bepaling, op welke wijze dit in de eerste helft voorgeschreven sprenkelen geschieden moest, en heeft achter zal hij het woordje alzo gevoegd; dientengevolge heeft hij de laatste woorden van vs.15: “en zal dit sprenkelen op het Verzoendeksel en vóór het Verzoendeksel,” aldus samengevoegd: “aan de voorzijde tegen het Verzoendeksel.” Het is echter duidelijk, dat men een tweeledig sprenkelen moet aannemen; het eerste slechts éénmaal, op het Verzoendeksel aan de voorzijde, d.i. niet op het Verzoendeksel hier en daar, maar alleen op de voorzijde; het andere zevenmaal, op de vrije plaats vóór het Verzoendeksel. Dien ten gevolge meldt dan ook de overlevering met eenparigheid dat in de tweede tempel, waar de Verbondsark ontbrak, in het geheel achtmaal gesprenkeld werd, eenmaal naar de hoogte en zevenmaal naar beneden. Naar de mening van de Joden werd door dit tweeledige sprenkelen aangeduid, dat de volbrachte verzoening kracht had zowel in de hemel als op de aarde; maar meer waarschijnlijk is het, dat het eerste sprenkelen op de personen, zowel op de priesters (vs.14) als op het volk (vs.15) betrekking had, het tweede daarentegen op het heiligdom, dat betreden werd door de onheilige voeten van de priesters en stond in het midden van een onrein volk, waarom het evenzo ontzondiging nodig had (vs.16)
15. Daarna zal hij, het wierookvat in het heiligdom latende en zich weer naar de voorhof begevende, de door het lot bestemde bok van het zondoffer die voor het volk zal zijn, slachten en zal een deel van zijn bloed tot binnen in devoorhang, in het binnenste heiligdom dragen, en zal met zijn bloed doen, zoals hij met het bloed van de var gedaan heeft (vs.14), en zal dat eenmaal sprenkelen op het Verzoendeksel, en zevenmaal voor het Verzoendeksel.
16. Zo zal hij, zoals hij dit gedaan heeft voor zichzelf en voor de priesters, voor het Heilige, in het binnenste daarvan in het Heilige der Heiligen, vanwege de onreinheden van de kinderen van Israël en vanwege hun overtredingen, naar al hun zonden, verzoening doen, en alzo op gelijke wijze zal hij doen aan de tent der samenkomst, 1) welke met hen, de kinderen van Israël, woont in het midden van hun onreinheden; 2) de tenten van de kinderen van Israël omringen de tabernakel en ontheiligen die door de aldus verontreinigde dampkring, waarom die tabernakel evenzeer als de priesters en het volk een ontzondiging nodig hebben.
1) Dat voor de heilige plaats zelf en voor de tent der samenkomst verzoening moest geschieden door het bloed, betekent, dat Gods inwoning in de zondige mens zonder de offerande en het bloed van Christus niet heilig kan zijn, en dat de hemel zelf zou verontreinigd worden, indien, hetgeen niet kan geschieden, de zondaren zonder verzoening hierin werden ingelaten. Alzo zegt Paulus (Hebr.9:23), dat de hemelse dingen door betere offeranden gereinigd worden.
Onder het Heilige hebben wij hier en in vs.17 te verstaan, het Heilige der Heiligen, en onder tent der samenkomst, het Heilige, als grootste gedeelte van de tent der samenkomst. Ook voor het Heilige en het Allerheiligste moest verzoening worden aangebracht, niet alleen, omdat zij verontreinigd werden door de zonden van de priesters, maar ook, omdat de tent der samenkomst door de onreinheden van een zondig volk werden ontheiligd.
2) De verzoening voor het heiligdom zou ongerijmd kunnen schijnen, alsof het in de macht van de mens stond, te bezoedelen, wat God gewijd had. Maar wij weten dat God waarachtig blijft, ofschoon de gehele wereld goddeloos is. Waaruit volgt, dat, wat God heeft ingesteld door de zonde van de mensen, zijn natuur niet verandert. Indien het nu geen besmetting, tengevolge van de zonde van de mensen heeft aangekleefd, zou de verzoening overbodig zijn. Maar, ofschoon het Heiligdom op zichzelf geen besmetting naar zich toetrok uit de misdaden van de mensen, toch echter werd het terecht gerekend zelf, met betrekking tot de zonde en schuld van het volk, onrein te zijn. Maar alzo was dan ook de schuld groter, omdat de mensen (wie het overigens is voorgesteld God te dienen), indien zij dat met minachting of met minder eerbied deden, en Zijn heilige Naam ontheiligden. Voor allen was het een afschuwelijke heiligschennis het altaar en het heiligdom van God te verontreinigen. Maar Mozes verklaart hier de Israëlieten schuldig aan deze heiligschennis, waar hij beveelt het Heiligdom te reinigen. Verder merken wij op, dat de mensen zo de heilige dingen van God bezoedelen, dat echter niets van haar natuur verloren ging, noch haar waardigheid geweld werd aangedaan. Waarom hij het juist uitdrukt, dat het Heiligdom verontreinigd werd, niet ten gevolge van zijn onreinigheden, maar van die van de kinderen van Israël. Nu is de waarheid van deze zaak tot ons nut te verstaan. Door de Doop en de Heilige tafel verschijnt God ons in Zijn eniggeboren Zoon. Deze zijn de onderpanden van onze heiliging. Maar, omdat onze natuur bedorven is, laten wij, voor zoveel in ons is, niet toe, dat deze organen van de Geest, waardoor God ons heiligt, ontheiligd worden. Doch, wanneer geen vee meer geslacht wordt, behoort men erom te zuchten en smekend erom te vragen, dat Christus onze onreinheden, waardoor de Doop en de Heilige tafel bezoedeld worden, met de besprenkeling van Zijn bloed reinigt en zuivert. Als reden van de reiniging is vast te stellen, omdat de tabernakel bij hen woonde te midden van hun onreinheden. Met welke woorden Mozes bedoelt, dat de mensen zo bezoedeld en door bederf aangetast waren, dat zij, al wat heilig was, verontreinigden, tenzij de ontzondiging tussenbeide kwam. Want voor uitgemaakt neemt hij aan, dat het niet anders kon, of de mens droeg altijd enige onreinheid bij zich.
17. En geen mens, 1) ook niemand van de gewone priesters, ofschoon deze anders in het heiligdom mogen ingaan, zal in de tent der samenkomst zijn, als hij, de Hogepriester, zal ingaan uit de voorhof in het Heilige en het Heilige der Heiligen, om in het Heilige verzoening te doen, en alle in vs.14-16 opgenoemde ontzondigingen te verrichten, totdat hij, na voleindiging daarvan, naar de voorhof zal uitkomen, omdat door de aanwezigheid van iemand buiten de alleen tot dit werk geroepen Hogepriester de plaats, welke geheiligd moet worden, weer zou worden ontheiligd: alzo zal hij, geheel alleen zijnde, verzoening doen voor zichzelf en voor zijn huis, en voor de gehele gemeente van Israël, en voor de woning van de Heere zelf, die zich in het midden van de gemeente bevindt.
1) Dat allen tijdens de daad van de reiniging van de toegang tot de tabernakel werden afgehouden, werd hun als straf van tijdelijke verbanning opgelegd, opdat zij zouden erkennen, dat zij zich diep voor Gods aangezicht moesten vernederen, zolang de plaats, waar het offer voor hun zonden werd gebracht, werd gereinigd. Dat was een treurig schouwspel, wanneer allen, wier zonde werd uitgewist, de tabernakel verlieten. Mede op die wijze werd hun herinnerd, dat geheel hun heil was besloten onder het één mededogen van God, terwijl zij zich zagen buitengesloten, buiten het voorgesteld middel om vergiffenis te verkrijgen; dat er geen andere vergiffenis was te bekomen, omdat zij de hoop op verzoening hadden verloren.
Dat door de Hogepriester verzoening van het Heilige en het Heilige der Heiligen, die beide bijzondere delen van de tabernakels, als tot een lichaam verzoend werden, zoals deze ook bij de ingang van de Hogepriester in de heiligste plaats, door het openen van de voorhang tot een enig voorteken gemaakt waren, zulks doet ons denken aan de vrucht van de Heilands verzoenende en volbrachte offerande, waardoor de gelovigen niet alleen met Christus in de hemel gezeten, maar ook met de engelen en de geesten van de volmaakt rechtvaardigen tot een lichaam verzoend zijn en met hen tot God mogen naderen.
Niemand, zelfs geen gewoon priester, mocht in het Heiligdom ingaan, mocht daarom de Hogepriester in dit allergewichtigste werk helpen en ondersteunen. Alleen moest hij dat grote werk van de verzoening verrichten. Zo ergens, dan wel hier in de hoogste mate, blijkt de voorbeeldende betekenis van het Hogepriesterschap van Aäron, ten opzichte van Hem, die door Zichzelf de reinigmaking van de zonde heeft teweeggebracht.
18. Daarna zal hij, nadat hij het reukvat uit het Heilige der Heiligen (vs.15) weer gehaald heeft, uit de tabernakel tot het brandofferaltaar, 1) dat in de voorhof voor het aangezicht des HEEREN is, uitkomen en daar, in de twee delen van het heiligdom, verzoening hiervoor doen; en hij zal, om eerst de verzoening voor zichzelf en voor zijn huis en voor de gehele gemeente ook op dit altaar te doen, van het bloed van de var en van het bloed van de bok nemen, dat onderling gemengd werd, (vs.16) en doen het rondom op de hoornen van het altaar.
1) Dit altaar is niet het reukaltaar in het Heiligdom, maar het brandofferaltaar in de Voorhof. Ook dit altaar stond voor het aangezicht des Heeren.
De mening van sommigen, dat de heiliging van het Heilige der Heiligen, het Heilige en de Voorhof aanduidde, de reiniging van de gehele mens, als bestaande uit geest, ziel en lichaam, is onjuist, omdat deze verdeling van de mens volstrekt niet op schriftmatige wijze is te verdedigen. Integendeel, de gehele Heilige Schrift, ook de Apostel Paulus in zijn brieven, doet de mens bestaan uit ziel en lichaam. Op die onderscheiding is de leer van Apostelen en Profeten en ook van onze Heere Jezus Christus gebouwd. Wel spreekt de Apostel in 1 Thess.5:23 van geest, ziel en lichaam, maar met een enkele uitdrukking is niet een stelsel te verdedigen, dat overigens genoeg weersproken wordt.
19. En hij zal daarop van dat bloed met zijn vinger zevenmaal, op het altaarvlak, sprenkelen, en hij zal alzo dat altaar reinigen en heiligen van de onreinigheden van de kinderen van Israël 1) in wier midden hij zich bevindt en door wier zonden hij mee bevlekt is.
1) Alle verzoeningen en ontzondigingen van de personen, zowel als van het heiligdom, die in de loop van het jaar geschieden, zijn reeds daardoor als gebrekkig en ontoereikend aangeduid, dat zij niet onmiddellijk voor het aangezicht des Heeren, in het Allerheiligste, maar alleen in de nabijheid van de Heere, bij het reukaltaar worden volbracht; met allen wordt, zoals wij reeds in vs.16 opmerkten, hetzelfde bedoeld, namelijk haar volbrenging bij het Verzoendeksel, en alzo de bereiking van het doel van de volkomenheid. Want, zoals het altaar van het Heilige een voortzetting in verhoogde graad van het voorhofaltaar is (zie Ex 30.10), zo is op zijn beurt het Verzoendeksel een verhoogde voortzetting van het reukaltaar; dit is, om zo te zeggen, het altaar in de hoogste macht en kan alleen de verzoening bewerken. Op de grote Verzoendag wordt de verzoening, daar deze als Profetie van hetgeen op Goede Vrijdag geschieden zal, een naar de maatstaf van de oudtestamentische bedeling volkomen en bevredigende zijn zal, werkelijk aan het Verzoendeksel volbracht, welk Verzoendeksel op de Verbondsark rust, die de twee tafelen van de wet bevat. Dit wijst profetisch daarop, dat Christus’ zoenoffer eenmaal de vloek en het juk van de wet opheffen en bewerken zal dat deze nu nog maar een getuigenis van God aan ons (Exodus. 25:16), niet meer tegelijk een getuigenis tegen ons zijn zal. Na de besprenkeling van het Verzoendeksel met bloed wordt dan dat bloed van de verzoening in omgekeerde orde ook naar het altaar in het Heilige en dat in de voorhof gebracht.
Om dit met betrekking tot zijn vervulling in het Nieuwe Testament voor te stellen, moeten wij hier vermelden, wat wij vroeger ter zijde lieten liggen, dat de twee afdelingen van de tabernakel en de voorhof, die de laatste afdeling omringde, ook een beeld zijn van de mens, in de drie verschillende delen van zijn wezen: geest, ziel en lichaam, zoals met name Luther het oudtestamentische heiligdom heeft opgevat. De betekenis van deze omgekeerde orde volgt nu vanzelf; men hoeft slechts aan 1 Thess.5:23 te denken: De God van de vrede zelf heilige u geheel en al, en uw geheel oprechte geest en ziel en lichaam worden onberispelijk bewaard tot de toekomst van onze Heer Jezus Christus. Wij hebben nog niet vermeld of ook voor het reukofferen in ‘t allerheiligste, dat volgens vs.12 aan de verschillende ontzondingen moet voorafgaan, een daarmee overeenkomstig tegenbeeld in de priesterlijke werkzaamheid van Christus te vinden is. Wij menen dat dit zo is en denken daarbij aan hetgeen de apostel Hebr.5:7 met het oog op de gebedsstrijd van Jezus in Gethsemané zegt: “Hij heeft in de dagen van zijn vlees gebeden en smekingen met sterke roeping en tranen geofferd tot Degene, die Hem uit de dood verlossen kon en verhoord zijnde uit de vrees, is Hij voor allen, die Hem gehoorzaam zijn, een oorzaak van de eeuwige zaligheid geworden.” Het gebed is dan ook de metgezel van onze Heiland gebleven op al de paden van zijn doodsweg, zoals het reukvat al de tijd, dat de hogepriester in het heiligdom dienst deed, zijn geur verspreidde; maar het verzoendeksel, waarop Hij de nieuwtestamentische verzoening volbrengt, is eenmaal Hij zelf geweest (Rom.3:25) en daarna de troon van God in de hemel, voor welke Hij on der de hogepriesterlijke voorbede op Zijn verzoenend offer voor ons pleit (Hebr.9:11,24). In de dienst op de verzoendag is dit voor het tweemaal ingaan van de hogepriester, eerst met het bloed van de var van de zondoffers (vs.14) en dan met het bloed van de bok van de zondoffers (vs.15) ten minste oppervlakkig afgebeeld, omdat het uit de aard van de zaak niet bepaalder kon worden uitgedrukt.
20. Als hij nu zal geëindigd hebben van het binnenste Heilige, (vs.14-16a) en de tent der samenkomst, in haar voorste ruimte, (vs.16b) en het in de voorhof staande altaar (vs.18) te verzoenen, zo zal hij die levende (vs.8 vv.) bok tot het brandofferaltaar doentoebrengen. 1)
1) Duidelijk wordt nu de aard van de verzoening uitgedrukt, wat de andere bok betreft, nl. dat hij zou gesteld worden voor Gods aangezicht, en de priester, na zijn handen op het hoofd gelegd te hebben, zou hem beladen met de zonden van het volk, opdat hij de vloek zou werpen op de bok zelf. Dit is het enige onbloedige offer. Want duidelijk wordt hij tot een offerande gesteld, maar in verband met de offerande van de eerste bok, en daarom, wat de kracht van de verzoening betreft, is hij niet van deze te scheiden. Verder, dat een onschuldig dier gesteld zou worden in de plaats van de mens, opdat hij aan de vloek van God zou onderworpen worden, is volstrekt niet passend, tenzij om de gelovigen te leren, dat zij in het oordeel van God volstrekt niet kennen bestaan, en niet anders zich kunnen bevrijden, dan wanneer de schuld en zonde op een ander is overgedragen. Want, omdat de mensen voelen, dat zij door de toorn van God, welke op allen rust, geheel worden overstelpt, beproeven zij deze ondragelijke last op verschillende wijze kwijt te raken of af te schudden, maar tevergeefs, omdat er geen wegnemen is te hopen, dan door tussenbeide komende voldoening. Dit de mens te doen verstaan, is bijna niet mogelijk, en het is een teken van dwaze trotsheid, bij zichzelf de prijs te bepalen, waarvoor men de zonde kan vereffenen. Doch een andere wijze van verzoening is ons overgegeven, omdat Christus, een vloek geworden zijnde, op zich de zonde, welke de mens van God vervreemde, heeft genomen. Doch deze belijdenis strekte om het volk te vernederen en was alzo een prikkel tot waar berouw, omdat een verslagen geest Gods offerande was. Nu komt het niet met Gods mededogen overeen, om uit te leiden, dan hen, die terneergeworpen zijn, of vrijspraak te geven, dan hen, die zichzelf geheel en al veroordelen. Hierop slaat de opeenstapeling van woorden: “En zal alle ongerechtigheden, alle hun overtredingen en alle zonden belijden,” opdat de gelovigen niet gemakkelijk en oppervlakkig zich voor Gods aangezicht schuldig zouden erkennen, maar diep onder het gevoel en de zwaarte van hun zonden zouden zuchtten. Nu daar het Christus niet behaagd heeft, een zekere dag van het jaar vast te stellen, waarop de herinnering haar zonden door een plechtige handeling zou belijden, toch hebben de gelovigen dit te leren, dat, zo dikwijls zij in de naam van God samenkomen, zij op smekende wijze om vergiffenis bidden en zich vrijwillig van de veroordeling onderwerpen, alsof de Geest van God de vorm aangaf. Tegelijk heeft ieder voor zich in het bijzonder aan deze regel zich te houden.
21. En Aäron zal zijn beide handen op het hoofd van de levende bok leggen, doen rusten (Leviticus. 1:4) en zal daarop al de ongerechtigheden van de kinderen van Israël en al hun overtredingen, naar al hun zonden, belijden; en hij zal die, door middel van die handoplegging onder belijdenis en gebed, 1) op het hoofd van de bok leggen, en zal hem door de hand van een man, die voorhanden is, 2) voor dit werk reeds is afgezonderd, naar de woestijn uitlaten, doen drijven.
1) Dit gebed luidde, zoals het bij de verklaring van vs.11 opgegeven: “Ach Heere, Uw volk, het huis van Israël, heeft gezondigd; zij zijn weerspannig geworden en hebben voor Uw aangezicht overtreden! Ach Heer, vergeef nu die dwaling, weerspannigheid en zonde, opdat zij terugkeren tot datgene waarin zij weerspannig zijn geweest, en waarmee zij tegen U hebben gezondigd voor Uw aangezicht, Uw volk, het huis van Israël, zoals geschreven staat in de wet van Mozes, Uw knecht, zeggende: Heden wordt uw verzoening volbracht enz.” (vs.30)
2) In het Hebreeuws Bejad isch itti. Beter, door een man, die daartoe bereid is, uitgerust. Niet de eerste de beste, die gevonden werd, maar die daartoe opzettelijk was uitgekozen, en gereed stond, zijn werk te volbrengen.
22. Alzo zal die bok op zich al hun ongerechtigheden, welke op hem gelegd zijn, in een afgezonderd land 1) in een eenzame, van het beloofde land afgezonderde plaats, van waar terugkeren niet meer mogelijk is, wegdragen, en hij, de man, die de bok heeft weggevoerd, zal die bok in de woestijn uitlaten (en hem aan zijn lot overlaten).
1) In een afgezonderd land, wil zeggen, in een woest, ontoegankelijk, onbewoonbaar land, waar geen menselijke voet een stap durft te zetten. De LXX noemt het een ghn abaton.
De bedoeling is, dat de zonde werd weggedragen, maar zo, dat geen enkele Israëliet er weer mee in aanraking kwam. De verzoening, als ziende op Christus, was volkomen.
Deze tweede bok vormt insgelijks met de eerste slechts een eeuwig zondoffer, zoals bij de reiniging van een melaatse (14:4 vv.) twee vogels zo nauw mogelijk onderling verbonden zijn en dezelfde mens afschaduwen; de tweede is de herhaling van de eerste bok, en wat in deze niet meer kan worden afgebeeld, omdat hij reeds ter verzoening geslacht is, wordt niet aanschouwelijk voorgesteld. Zoals wij dit reeds bij vs.10 opmerkten, zal in hem worden voorgesteld de overwinning over de duivel, en zal aan deze de door middel van de eerste bok gebrachte verzoening door bloed, als een zo volkomen en onloochenbare worden aangetoond, dat zelfs hij, de aanklager, haar erkennnen moet en van zijn recht afstand doen moet, om Gods toorn en straf over de zondaars nog verder te eisen. Wanneer hierbij de satan als de van het aangezicht van God geheel verwijderde en van de gemeenschap van het verbondsvolk geheel uitgeslotene, of als de Asasel in de woestijn vertoevende voorgesteld wordt, is zo’n verblijfplaats, die ook in andere plaatsen van de schrift genoemd wordt, (zie 17:7 Jesaja. 13:21; 34:14 Matth.12:43. Luk.11:24. Openb.18:2) geheel in overeenstemming met werkelijke toestanden. Nadat hij toch uit de hemel verdreven is en de ongoddelijk wereld zijn gebied geworden is, is hij ook gebannen uit het midden van het vezoende verbondsvolk en kan nu slechts in de woestijn het beeld van zijn eigen inwendig wezen en het zinnebeeld van de dood en het verderf, die zijn volgelingen zijn, zijn verblijfplaats vinden. Daarheen worden de zonden, die hij door zijn verleiding heeft bewerkt, als zijn eigene hem toegezonden, opdat hij, om zo te zeggen zichzelf daarvan overtuigt, dat hetgeen aan die zonden nog strafbaar is, slechts hemzelf, de bewerker, treffen kan.
23. Daarna, na wegzending van de man met de bok, zal Aäron komen in de tent der samenkomst, en zal in het Heilige de linnen kleren uitdoen, die hij (vs.4) aangedaan had, als hij in het Heilige ging, om de verschillende ontzondigingen (vs.12-17) te verrichten, en hij zal ze daar laten.
Volgens Maimonides mochten deze kleren nooit weer gebruikt worden, maar werden zij bewaard en in de tabernakel opgehangen.
24. En hij zal andermaal zijn vlees, het gehele lichaam, in de heilige plaats met water baden 1) in de voorhof, bij het koperen wasvat, zoals hij dat vroeger (vs.4) gedaan heeft en zijn, de gewone hogepriesterlijke prachtkleren aan doen; dan zal hij uitgaan uit het Heilige, waar hij zich verkleed heeft, naar de voorhof, en zijn brandoffer, de bok (vs.3) en het brandoffer van het volk, de bok (vs.5) bereiden, zoals de wet dat voorschrijft, (Leviticus. 1:10 vv.), en voor zich met de eerste, en voor het volk met de tweede bok, verzoening 2) doen.
1) Daar de priester, door het leggen van de zonden van het volk op de bok, verontreinigd was geworden, moest hij zich met water baden, opdat het volk tevens zou zien, hoe verfoeilijk de zonden bij God zijn en hoe schuldig en onrein zij de mens maken.
2) Voor het volk verzoening doen. Deze woorden schijnen duister, omdat de verzoening reeds had plaats gehad, en het brandoffer, hier wellicht het avondoffer niet in de eerste plaats een verzoenende kracht had. De zin is echter duidelijk, wanneer wij het woord verzoening doen hier opvatten niet in de zin van wegnemen van de zonde, maar in die van het bekwaam maken tot de dienst van God; daarom in de zin van, de vrucht van de verzoening te doen genieten. De Hogepriester offerde dan ook dit offer, opdat hij en het volk de heiligende genade van een verzoend God zou ervaren, opdat het verzoende volk God waardig zou wandelen.
25. Ook zal hij, tegelijk met dit dubbel brandoffer, het vet van de zondoffer, zowel van de var (vs.11), als van de eerste bok (vs.15), op het altaar aansteken; daarna kan hij dan tot het brengen van de andere feestoffers (Numeri. 29:7 vv.) overgaan, en dan tot het vieren van die dag besluiten met het gewoon dagelijks avondoffer, zoals hij de dag met het gewoon dagelijks morgenoffer begon.
Wat de in de aangehaalde plaats vermelde overige feestoffers van die dag aangaat, (een geitebok tot zondoffer, een var, een bok en zeven eenjarige lammeren ten brandoffer en dan nog een daarbij behorend spijsoffer) valt het in het oog, dat in weerwil van de voorafgegane hoogste en volkomen verzoening nog een zondoffer vóór de andere offers moet worden gebracht. Dit heeft echter zijn grond daarin dat “ook de geheiligde hier beneden de zonde nog altijd aankleeft en zelfs zijn heiligste voornemens en werken bevlekt, en dat hij daarom bij al wat hij doet, de vergevende genade nodig heeft”.
26. En die de bok, welke een weggaande bok was, (Asasel) zal uitgelaten hebben, zal, bij zijn terugkeer van dit werk, zijn kleren wassen en zijn vlees, zijn gehelelichaam, met water baden; 1) daar hij door het wegleiden van het met zonden beladen dier zichzelf verontreinigd heeft, en eerst daarna, na volbrachte reiniging, zal hij in het leger komen.
1) Door welke tekenen de gelovigen vermaand werden, hoe verwerpelijk hun zonde is, opdat zij des te meer zouden bevreesd zijn, zo dikwijls zij bedachten, wat zij wel verdiend zouden hebben. Want, wanneer zij zagen, dat de man van het leger werd afgehouden, alleen omdat hij door de aanraking met de bok was verontreinigd, dan moest hun wel noodzakelijk in de gedachte komen, hoe groot een scheidsmuur er was tussen God en hen zelf, die de onreinheid niet van elders hadden opgedaan, maar, door eigen schuld verwekt, in zich omdroegen.
27. Maar a) de var van het zondoffer (vs.3) en de bok van het zondoffer (vs.5), waarvan het bloed ingebracht is om verzoening te doen in het Heilige (vs.14,15), zal men, volgens het (Leviticus. 6:30) gegeven voorschrift, tot buiten het leger uitvoeren, doch hun overblijfsels: vellen, hun vlees en hun mest zullen zij met vuur verbranden.
a) Hebr.13:11
28. Die nu dezelve, naar het bevel van de Hogepriester, (Leviticus. 4:11,21) verbrandt, zal, omdat ook hij daardoor verontreinigd is geworden (vs.26) zijn kleren wassen en zijn vlees met water baden; en daarna zal hij in het leger komen.
II. Vers 29-34
Nu volgen nog enige nadere bepalingen over de wijze, waarop de grote Verzoendag zal gevierd worden, zowel als over de tijd en de betekenis van die dag. Op deze dag, namelijk op de tiende dag van de zevende maand, wordt over alle zonden van Israël verzoening gedaan; deze dag moet dus niet alleen als een grote Sabbat onder onthouding van alle beroepsarbeid maar ook als een dag van algemene verootmoediging onder lichaamskastijding worden doorgebracht; ook moet het priesterlijk werk van die dag door de Hogepriester zelf verricht worden.
29. En dit zal, met betrekking tot de viering van het vermelde feest, voor u tot een eeuwige instelling zijn: a) Gij zult in de zevende maand, op de tiende dag van de maand, de maand Tisri, (zie “Ex 12.2) van 9Tisri ‘s avonds tot de 10de ‘s avonds (Leviticus. 23:32) uw zielen verootmoedigen, 1) of buigen door bedwinging van lichamelijke begeerten, dus door vasten u in een, met de plechtige ernst van deze dag overeenkomende gemoedstoestand brengen en, zoals op de Sabbat, (Exodus. 20:10) geen werk doen, ieder werk staken, (zie “Ex 31.15) en wel zal een ieder zonder uitzondering alzo vasten en feest vieren; zowel de inboorling, die tot het volk van Israël behoort, noch de vreemdeling, 2) die in het midden van u als vreemdeling verkeert (Exodus. 12:49).
a) Leviticus. 23:27
1) Als hier nu gezegd wordt: Gij zult uw zielen verootmoedigen, zo geeft dit in het algemeen zo veel te kennen als: Gij zult u onthouden van eten en drinken, en van alle slaafse arbeid en vleselijke wellust, en de dag besteden in het belijden van zonden en in het verrichten van andere plichten van boetvaardigheid.
De bedoeling van dit alles is duidelijk. De Heere God wil Israël door het uitwendige tot het innerlijke opleiden. De uitwendige tekenen van verootmoediging moeten dienen, om bij Israël een waarachtige verootmoediging te wekken, een ware droefheid, die een onberouwelijke bekering tot zaligheid bewerkt.
Uw zielen verootmoedigen. Eigenlijk staat er: Uw zielen buigen, en is een omschrijving van het woord vasten. Niet alleen moest Israël leren, dat God verzoend werd door het offer van het bloed, maar ook, dat daarbij paste, een verbroken hart en een verslagen Geest. Het gehele zijn van Israëls volk, zijn gehele verschijning moest het duidelijk maken, dat het de grote Verzoendag was. Houding en daad moesten volkomen met elkaar in overeenstemming zijn.
2) Onder vreemdeling hebben wij te verstaan: de Jodengenoot, oorspronkelijk heiden, maar die zich in Israël door besnijdenis en door belofte van onderhouding bij de wet had laten inlijven. Zij waren de proselieten van de gerechtigheid.
30. Want op die dag zal hij voor u verzoening doen, om u te reinigen; van al uw zonden zult gij, op deze dag, voor het aangezicht des HEEREN gereinigd worden.
31. Dat zal U een Sabbat van volkomen rust 1) zijn, zoals de zevende dag van iedere week, opdat gij bovendien uw zielen verootmoedigt, door u, zoals reeds (vs.29) gezegd is, op die aan een streng vasten te onderwerpen: het is een eeuwige instelling. 2)
1) Beter: Dat zal u een Sabbat der Sabbatten zijn.
2) Behalve voor deze dag wordt door de wet voor geen andere feesttijd in het jaar een algemeen vasten bevolen; maar het afzonderlijk vasten, waartoe iemand vrijwillig in de vorm van een gelofte zich verbindt, (Numeri. 30:14 vv.) slechts in zoverre in aanmerking genomen, als het door een afhankelijk persoon op zich genomen wordt, om een collisio (d.i. een strijd van plichten onderling) voor te komen. Het openlijk vasten geschiedde na Mozes bij buitengewone aanleiding daartoe, die tot algemene verootmoediging voor God opwekte (Richteren. 20:26; 1 Samuel. 7:6; 31:13; 1 Kon.21:12) totdat na de Babylonische ballingschap bepaalde jaarlijkse vastendagen werden ingesteld, namelijk: 1. in de 4de maand, waarin de Chaldeeërs voor het eerst in de stad waren gedrongen (Jeremia. 52:6 vv.); 2. in de 5de maand, tot herinnering aan de verwoesting van stad en tempel (2 Koningen. 25:8 vv. Zach.7:3); 3. in de 7de maand, tot herinnering aan de moord van Gedalia en zijn getrouwen (2 Koningen. 25:25 vv. Jer.41:1 vv.); 4. in de 10de maand, toen de belegering begonnen was (2 Koningen. 25:1 vv. Zach.8:19 vv.); 5. op de dag vóór het op 14 en 15 Adar invallend Purimfeest, tot herinnering aan de door Esther bewerkte verlossing van de Joden uit de moordaanslag van Haman, in algemene vrolijkheid en onder allerlei scherts gevierd. Na de ballingschap werd ook het bijzonder vasten zeer algemeen; vooral zagen de Farizeërs daarin een verdienstelijk deel van de godsverering; zij vastten tweemaal in de week (Luk.18:12), op Maandag en Donderdag, daar volgens de overlevering Mozes op een Donderdag de berg beklommen en op een Maandag met de tafelen van de wet de berg verlaten had. Onder de Christenen werd het vasten tweemaal in de week gehouden, maar het op Woensdag, dag van Jezus’ verraad en op Vrijdag, dag van Zijn kruisiging gesteld; evenzo ontstonden uit de jaarlijkse vastendagen van de Joden, zo-even onder No. 1-4 vermeld, vier jaarlijkse, grote tijdperken van vasten in de christelijke Kerk: 1. het veertigdaags vasten vóór Pasen (Matth.4:2); 2. het vasten vóór Kerstmis, van 15 Nov. tot 24 Dec.; 3. de Mariavasten, van 1-15 Aug.; 4. de Apostelvasten, na Pinksteren (Hand.13:3). Van deze bestaan in de Evang.-Lutherse Kerk nog alleen de eerste; maar niet meer als eigenlijke vastentijd; werkelijk vasten in de strengste zin van dit woord, als onthouding van ieder voedsel gedurende een bepaalde tijd, wordt in haar voor een deel nog gehouden door hen, die ten Avondmaal gaan.
32. En de priester, 1) die men gezalfd en wiens hand men gevuld zal hebben, de tot zijn ambt door wettelijke zalving gewijde en, volgens Exodus. 29, in zijn bedieningen en rechten plechtig bevestigde Hogepriester, om voor zijn vader het priesterambt te bedienen, zal de verzoening doen: zoals volgens vs.30 op die dag geschieden moet, als hij, tot dit doel, de linnen kleren, (vs.4) de heilige kleren, welke hij, behalve het eigenlijk hogepriesterlijk ambtsgewaad, voor dit doel bezit, zal aangetrokken hebben.
1) De bedoeling van dit vers en de volgende is, dat iedere Hogepriester, die in de plaats van zijn vader was gezalfd, dit werk op de grote Verzoendag moet verrichten, volgens de bevelen en voorschriften hier gegeven, maar tevens, dat dit elk jaar moest geschieden.
Wel bleek hieruit de onvolkomenheid van het priesterschap naar de ordening van Aäron, en wel was die elk jaar terugkerende verzoening ertoe geschikt, om bij de gelovigen van de oude dag, het verlangen levendig te houden naar de Grote Hogepriester, die een volkomen offerande zou brengen.
34. En dit zal u, de priesters, aan wier hoofd de Hogepriester staat, tot een eeuwige instelling zijn, om voor de kinderen van Israël van al hun zonden, a) eenmaal per jaar, op de (vs.29) voorgestelde tijd, verzoening te doen. En men deed, zoals de HEERE Mozes geboden had.1) Mozes deelde zijn broeder Aäron het bevel (vs.2 vv.) mee, en deze deed op zijn beurt naar die goddelijke voorschriften, voor het eerst toen de 10de dag van de maand Tisri terugkeerde, toen Israël de berg Sinaï nu reeds verlaten had (Numeri. 10:11).
a) Exodus. 30:10 Hebr.9:7
1) De laatste woorden van vs.34 zijn bij wijze van voorverhaal (protasis) er aan toegevoegd, omdat eerst in de 7de maand van het lopende jaar dit bevel kon worden gehoorzaamd.
33. Zo zal hij, met deze linnen kleren bekleed, het heilige heiligdom, het Allerheiligste, verzoenen, en de tent der samenkomst, het heilige, en het brandofferaltaar, (vs.16-20) zal hij verzoenen; evenals voor de priesters, en voor al het volk van de gemeente zal hij, op de (vs.11-15) beschreven wijze, verzoening doen.
34. En dit zal u, de priesters, aan wier hoofd de Hogepriester staat, tot een eeuwige instelling zijn, om voor de kinderen van Israël van al hun zonden, a)eenmaal per jaar, op de (vs.29) voorgestelde tijd, verzoening te doen. En men deed, zoals de HEERE Mozes geboden had.1) Mozes deelde zijn broeder Aäron het bevel (vs.2 vv.) mee, en deze deed op zijn beurt naar die goddelijke voorschriften, voor het eerst toen de 10de dag van de maand Tisri terugkeerde, toen Israël de berg Sinaï nu reeds verlaten had (Numeri. 10:11).
a) Exodus. 30:10 Hebr.9:7
1) De laatste woorden van vs.34 zijn bij wijze van voorverhaal (protasis) er aan toegevoegd, omdat eerst in de 7de maand van het lopende jaar dit bevel kon worden gehoorzaamd.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel