Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Verder sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Verder sprakH1696 de HEEREH3068totH413MozesH4872 en totH413AaronH175, zeggendeH559:Verder sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
KJVAnd the LORD2spake1unto Moses4and to Aaron,6saying,
2Spreekt tot de kinderen Israels, en zegt tot hen: Een ieder man, als hij vloeiende zal zijn uit zijn vlees, zal om zijn vloed onrein zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2SpreektH1696totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478, en zegtH559totH413 hen: Een ieder manH376, alsH3588hijH1931vloeiendeH2100 zal zijn uit zijn vleesH1320, zal om zijn vloedH2101onreinH2931 zijn.Spreekt tot de kinderen Israels, en zegt tot hen: Een ieder man, als hij vloeiende zal zijn uit zijn vlees, zal om zijn vloed onrein zijn.
KJVSpeak1unto the children3of Israel,4and say5unto them, When any7man8hath a running issue11out of his flesh,12because of his issue13he is unclean.
1דַּבְּרוּ֙H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וַאֲמַרְתֶּ֖םH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֲלֵהֶ֑םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8אִ֗ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10יִהְיֶה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11זָ֣בH2100vloeiende, vloed, vloeidenflow, gush out, have a (running) issue, pine away, run12מִבְּשָׂר֔וֹH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin13זוֹב֖וֹH2101vloed, vloedsissue14טָמֵ֥אH2931onrein, onreine, onreinsdefiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean15הֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
3Dit nu zal zijn onreinigheid om zijn vloed zijn: zo zijn vlees zijn vloed uitzevert, of zijn vlees van zijn vloed zich verstopt, dat is zijn onreinigheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3DitH2063 nu zal zijn onreinigheidH2932 om zijn vloedH2101 zijn: zo zijn vleesH1320 zijn vloedH2101uitzevertH7325, ofH176 zijn vleesH1320 van zijn vloedH2101 zich verstoptH2856, dat is zijn onreinigheidH2932.Dit nu zal zijn onreinigheid om zijn vloed zijn: zo zijn vlees zijn vloed uitzevert, of zijn vlees van zijn vloed zich verstopt, dat is zijn onreinigheid.
KJVAnd this shall be his uncleanness3in his issue:4whether his flesh6run5with his issue,8or his flesh11be stopped10from his issue,12it is his uncleanness.
1וְזֹ֛אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus2תִּהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3טֻמְאָת֖וֹH2932onreinigheid, onreinigheden, onreinsfilthiness, unclean(-ness)4בְּזוֹב֑וֹH2101vloed, vloedsissue5רָ֣רH7325uitzevert, vermenigvuldigdrun6בְּשָׂר֞וֹH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8זוֹב֗וֹH2101vloed, vloedsissue9אֽוֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether10הֶחְתִּ֤יםH2856verzegeld, verzegelde, verzegelenmake an end, mark, seal (up), stop11בְּשָׂרוֹ֙H1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin12מִזּוֹב֔וֹH2101vloed, vloedsissue13טֻמְאָת֖וֹH2932onreinigheid, onreinigheden, onreinsfilthiness, unclean(-ness)14הִֽואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
4Alle leger, waarop hij, die den vloed heeft, zal liggen, zal onrein zijn, en alle tuig, waarop hij zal zitten, zal onrein zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4AlleH3605legerH4904, waarop hij, dieH834 den vloedH2100 heeft, zal liggenH7901, zal onreinH2930 zijn, en alleH3605tuigH3627, waarop hij zal zittenH3427, zal onreinH2930 zijn.Alle leger, waarop hij, die den vloed heeft, zal liggen, zal onrein zijn, en alle tuig, waarop hij zal zitten, zal onrein zijn.
KJVEvery bed,2whereon he lieth4that hath the issue,6is unclean:7and every thing,9whereon he sitteth,11shall be unclean.
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הַמִּשְׁכָּ֗בH4904leger, bijligging, legersbed(-chamber), couch, lieth (lying) with3אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4יִשְׁכַּ֥בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay5עָלָ֛יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הַזָּ֖בH2100vloeiende, vloed, vloeidenflow, gush out, have a (running) issue, pine away, run7יִטְמָ֑אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly8וְכָֽלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9הַכְּלִ֛יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever10אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11יֵשֵׁ֥בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry12עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13יִטְמָֽאH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly
5Een ieder ook, die zijn leger zal aanroeren, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en zal onrein zijn tot aan den avond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Een iederH376 ook, dieH834 zijn legerH4904 zal aanroerenH5060, zal zijn klederenH899wassenH3526, en zich met waterH4325badenH7364, en zal onreinH2930 zijn tot aan den avondH6153.Een ieder ook, die zijn leger zal aanroeren, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en zal onrein zijn tot aan den avond.
KJVAnd whosoever1toucheth3his bed4shall wash5his clothes,6and bathe7himself in water,8and be unclean9until the even.
1וְאִ֕ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3יִגַּ֖עH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch4בְּמִשְׁכָּב֑וֹH4904leger, bijligging, legersbed(-chamber), couch, lieth (lying) with5יְכַבֵּ֧סH3526wassen, gewassen, vollersfuller, wash(-ing)6בְּגָדָ֛יוH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe7וְרָחַ֥ץH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)8בַּמַּ֖יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))9וְטָמֵ֥אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly10עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11הָעָֽרֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night
6En die op dat tuig zit, waarop hij, die den vloed heeft, gezeten zal hebben, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en zal onrein zijn tot aan den avond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En die opH5921 dat tuigH3627zitH3427, waarop hij, dieH834 den vloedH2100 heeft, gezetenH3427 zal hebben, zal zijn klederenH899wassenH3526, en zich met waterH4325badenH7364, en zal onreinH2930 zijn totH5704 aan den avondH6153.En die op dat tuig zit, waarop hij, die den vloed heeft, gezeten zal hebben, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en zal onrein zijn tot aan den avond.
KJVAnd he that sitteth1on any thing3whereon he sat5that hath the issue7shall wash8his clothes,9and bathe10himself in water,11and be unclean12until the even.
1וְהַיֹּשֵׁב֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry2עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3הַכְּלִ֔יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5יֵשֵׁ֥בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry6עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7הַזָּ֑בH2100vloeiende, vloed, vloeidenflow, gush out, have a (running) issue, pine away, run8יְכַבֵּ֧סH3526wassen, gewassen, vollersfuller, wash(-ing)9בְּגָדָ֛יוH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe10וְרָחַ֥ץH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)11בַּמַּ֖יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))12וְטָמֵ֥אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly13עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet14הָעָֽרֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night
7En die het vlees desgenen, die den vloed heeft, aanroert, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En die het vleesH1320 desgenen, die den vloedH2100 heeft, aanroertH5060, zal zijn klederenH899wassenH3526, en zich met waterH4325badenH7364, en onreinH2930 zijn tot aan den avondH6153.En die het vlees desgenen, die den vloed heeft, aanroert, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
KJVAnd he that toucheth1the flesh2of him that hath the issue3shall wash4his clothes,5and bathe6himself in water,7and be unclean8until the even.
1וְהַנֹּגֵ֖עַH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch2בִּבְשַׂ֣רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin3הַזָּ֑בH2100vloeiende, vloed, vloeidenflow, gush out, have a (running) issue, pine away, run4יְכַבֵּ֧סH3526wassen, gewassen, vollersfuller, wash(-ing)5בְּגָדָ֛יוH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe6וְרָחַ֥ץH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)7בַּמַּ֖יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))8וְטָמֵ֥אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly9עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10הָעָֽרֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night
8Als ook hij, die den vloed heeft, op een reine zal gespogen hebben, dan zal hij zijn klederen wassen, en zal zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8AlsH3588 ook hij, die den vloedH2100 heeft, op een reineH2889 zal gespogenH7556 hebben, dan zal hij zijn klederenH899wassenH3526, en zal zich met waterH4325badenH7364, en onreinH2930 zijn tot aan den avondH6153.Als ook hij, die den vloed heeft, op een reine zal gespogen hebben, dan zal hij zijn klederen wassen, en zal zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
KJVAnd if he that hath the issue3spit2upon him that is clean;4then he shall wash5his clothes,6and bathe7himself in water,8and be unclean9until the even.
1וְכִֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2יָרֹ֛קH7556gespogenspit3הַזָּ֖בH2100vloeiende, vloed, vloeidenflow, gush out, have a (running) issue, pine away, run4בַּטָּה֑וֹרH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)5וְכִבֶּ֧סH3526wassen, gewassen, vollersfuller, wash(-ing)6בְּגָדָ֛יוH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe7וְרָחַ֥ץH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)8בַּמַּ֖יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))9וְטָמֵ֥אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly10עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11הָעָֽרֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night
9Insgelijks alle zadel, waarop hij, die den vloed heeft, zal gereden hebben, zal onrein zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Insgelijks alleH3605zadelH4817, waarop hij, dieH834 den vloedH2100 heeft, zal geredenH7392 hebben, zal onreinH2930 zijn.Insgelijks alle zadel, waarop hij, die den vloed heeft, zal gereden hebben, zal onrein zijn.
KJVAnd what saddle2soever he rideth4upon that hath the issue6shall be unclean.
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הַמֶּרְכָּ֗בH4817gehemelte, wagenen, zadelchariot, covering, saddle3אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4יִרְכַּ֥בH7392rijden, rijdende, reedbring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set5עָלָ֛יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הַזָּ֖בH2100vloeiende, vloed, vloeidenflow, gush out, have a (running) issue, pine away, run7יִטְמָֽאH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly
10En al wie iets aanroert, dat onder hem zal geweest zijn, zal onrein zijn tot aan den avond; en die hetzelve draagt, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En al wie iets aanroertH5060, datH834onderH8478 hem zal geweestH1961 zijn, zal onreinH2930 zijn tot aan den avondH6153; en die hetzelve draagtH5375, zal zijn klederenH899wassenH3526, en zich met waterH4325badenH7364, en onreinH2930 zijn tot aan den avondH6153.En al wie iets aanroert, dat onder hem zal geweest zijn, zal onrein zijn tot aan den avond; en die hetzelve draagt, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
KJVAnd whosoever toucheth2any thing that was under him shall be unclean7until the even:9and he that beareth10any of those things shall wash12his clothes,13and bathe14himself in water,15and be unclean16until the even.
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הַנֹּגֵ֗עַH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch3בְּכֹל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5יִהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6תַחְתָּ֔יוH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with7יִטְמָ֖אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly8עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet9הָעָ֑רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night10וְהַנּוֹשֵׂ֣אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield11אוֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12יְכַבֵּ֧סH3526wassen, gewassen, vollersfuller, wash(-ing)13בְּגָדָ֛יוH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe14וְרָחַ֥ץH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)15בַּמַּ֖יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))16וְטָמֵ֥אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly17עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet18הָעָֽרֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night
11Daartoe een ieder, wien hij, die den vloed heeft, zal aangeroerd hebben, zonder zijn handen met water gespoeld te hebben, die zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Daartoe een iederH3605, wien hij, die den vloedH2100 heeft, zal aangeroerdH5060 hebben, zonderH3808 zijn handenH3027 met waterH4325gespoeldH7857 te hebben, die zal zijn klederenH899wassenH3526, en zich met waterH4325badenH7364, en onreinH2930 zijn tot aan den avondH6153.Daartoe een ieder, wien hij, die den vloed heeft, zal aangeroerd hebben, zonder zijn handen met water gespoeld te hebben, die zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
KJVAnd whomsoever he toucheth3that hath the issue,5and hath not rinsed8his hands6in water,9he shall wash10his clothes,11and bathe12himself in water,13and be unclean14until the even.
1וְכֹ֨לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3יִגַּעH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch4בּוֹ֙5הַזָּ֔בH2100vloeiende, vloed, vloeidenflow, gush out, have a (running) issue, pine away, run6וְיָדָ֖יוH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves7לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8שָׁטַ֣ףH7857overstromen, gespoeld, overlopendrown, (over-) flow(-whelm, rinse, run, rush, (throughly) wash (away)9בַּמָּ֑יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))10וְכִבֶּ֧סH3526wassen, gewassen, vollersfuller, wash(-ing)11בְּגָדָ֛יוH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe12וְרָחַ֥ץH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)13בַּמַּ֖יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))14וְטָמֵ֥אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly15עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet16הָעָֽרֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night
12Ook het aarden vat, hetwelk hij, die den vloed heeft, zal aangeroerd hebben, zal gebroken worden; maar alle houten vat zal met water gespoeld worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Ook het aardenH2789vatH3627, hetwelk hij, dieH834 den vloedH2100 heeft, zal aangeroerdH5060 hebben, zal gebrokenH7665 worden; maar alleH3605houtenH6086vatH3627 zal met waterH4325gespoeldH7857 worden.Ook het aarden vat, hetwelk hij, die den vloed heeft, zal aangeroerd hebben, zal gebroken worden; maar alle houten vat zal met water gespoeld worden.
KJVAnd the vessel1of earth,2that he toucheth4which hath the issue,6shall be broken:7and every vessel9of wood10shall be rinsed11in water.
1וּכְלִיH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever2חֶ֛רֶשׂH2789aarden, potscherf, schervenearth(-en), (pot-) sherd, [phrase] stone3אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4יִגַּעH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch5בּ֥וֹ6הַזָּ֖בH2100vloeiende, vloed, vloeidenflow, gush out, have a (running) issue, pine away, run7יִשָּׁבֵ֑רH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))8וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9כְּלִיH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever10עֵ֔ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood11יִשָּׁטֵ֖ףH7857overstromen, gespoeld, overlopendrown, (over-) flow(-whelm, rinse, run, rush, (throughly) wash (away)12בַּמָּֽיִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
13Als hij nu, die den vloed heeft, van zijn vloed gereinigd zal zijn, zo zal hij tot zijn reiniging zeven dagen voor zich tellen, en zijn klederen wassen, en hij zal zijn vlees met levend water baden, zo zal hij rein zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13AlsH3588 hij nu, die den vloed heeft, van zijn vloed gereinigdH2891 zal zijn, zo zal hij tot zijn reinigingH2893zevenH7651dagenH3117 voor zich tellenH5608, en zijn klederenH899wassenH3526, en hij zal zijn vleesH1320 met levendH2416waterH4325badenH7364, zo zal hij reinH2891 zijn.Als hij nu, die den vloed heeft, van zijn vloed gereinigd zal zijn, zo zal hij tot zijn reiniging zeven dagen voor zich tellen, en zijn klederen wassen, en hij zal zijn vlees met levend water baden, zo zal hij rein zijn.
Ook in dit vers
vloedH2100
vloedH2101
KJVAnd when he that hath an issue3is cleansed2of his issue;4then he shall number5to himself seven7days8for his cleansing,9and wash10his clothes,11and bathe12his flesh13in running15water,14and shall be clean.
14En op den achtsten dag zal hij voor zich twee tortelduiven of twee jonge duiven nemen; en zal voor het aangezicht des HEEREN, aan de deur van de tent der samenkomst komen, en zal ze den priester geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En op den achtstenH8066dagH3117 zal hij voor zich tweeH8147tortelduivenH8449ofH176tweeH8147jongeH1121duivenH3123nemenH3947; en zal voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, aanH413 de deurH6607 van de tentH168 der samenkomstH4150komenH935, en zal ze den priesterH3548gevenH5414.En op den achtsten dag zal hij voor zich twee tortelduiven of twee jonge duiven nemen; en zal voor het aangezicht des HEEREN, aan de deur van de tent der samenkomst komen, en zal ze den priester geven.
KJVAnd on the eighth2day1he shall take3to him two5turtledoves,6or two8young9pigeons,10and come11before12the LORD13unto the door15of the tabernacle16of the congregation,17and give18them unto the priest:
1וּבַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2הַשְּׁמִינִ֗יH8066achtsten, achtsteeight3יִֽקַּֽחH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win4לוֹ֙5שְׁתֵּ֣יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two6תֹרִ֔יםH8449tortelduiven, tortelduif(turtle) dove7א֥וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether8שְׁנֵ֖יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two9בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10יוֹנָ֑הH3123duiven, duif, duivedove, pigeon11וּבָ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you13יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15פֶּ֨תַח֙H6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place16אֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent17מוֹעֵ֔דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)18וּנְתָנָ֖םH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield19אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)20הַכֹּהֵֽןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer
15En de priester zal die bereiden, een ten zondoffer, en een ten brandoffer; zo zal de priester over hem voor het aangezicht des HEEREN, vanwege zijn vloed, verzoening doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En de priesterH3548 zal die bereidenH6213, eenH259 ten zondofferH2403, en eenH259 ten brandofferH5930; zo zal de priesterH3548 over hem voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, vanwege zijn vloedH2101, verzoeningH3722 doen.En de priester zal die bereiden, een ten zondoffer, en een ten brandoffer; zo zal de priester over hem voor het aangezicht des HEEREN, vanwege zijn vloed, verzoening doen.
KJVAnd the priest3shall offer1them, the one4for a sin offering,5and the other6for a burnt offering;7and the priest10shall make an atonement8for him before11the LORD12for his issue.
1וְעָשָׂ֤הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֹתָם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַכֹּהֵ֔ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer4אֶחָ֣דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,5חַטָּ֔אתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)6וְהָאֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,7עֹלָ֑הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)8וְכִפֶּ֨רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)9עָלָ֧יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10הַכֹּהֵ֛ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer11לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13מִזּוֹבֽוֹH2101vloed, vloedsissue
16Verder een man, als van hem het zaad des bijliggens zal uitgegaan zijn, die zal zijn ganse vlees met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Verder een manH376, alsH3588vanH4480 hem het zaadH2233 des bijliggensH7902 zal uitgegaanH3318 zijn, die zal zijn ganseH3605vleesH1320 met waterH4325badenH7364, en onreinH2930 zijn tot aan den avondH6153.Verder een man, als van hem het zaad des bijliggens zal uitgegaan zijn, die zal zijn ganse vlees met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
KJVAnd if any man's1seed6of copulation5go out3from him, then he shall wash7all his flesh11in water,8and be unclean12until the even.
1וְאִ֕ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3תֵצֵ֥אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter4מִמֶּ֖נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with5שִׁכְבַתH7902bijligging, bijliggens, lag[idiom] carnally, copulation, [idiom] lay, seed6זָ֑רַעH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time7וְרָחַ֥ץH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)8בַּמַּ֛יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11בְּשָׂר֖וֹH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin12וְטָמֵ֥אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly13עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet14הָעָֽרֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night
17Ook alle kleed, en alle vel, aan hetwelk het zaad des bijliggens wezen zal, dat zal met water gewassen worden, en onrein zijn tot aan den avond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Ook alle kleedH899, en alleH3605velH5785, aan hetwelkH834 het zaadH2233 des bijliggensH7902wezenH1961 zal, dat zal met waterH4325gewassenH3526 worden, en onreinH2930 zijn totH5704 aan den avondH6153.Ook alle kleed, en alle vel, aan hetwelk het zaad des bijliggens wezen zal, dat zal met water gewassen worden, en onrein zijn tot aan den avond.
KJVAnd every garment,2and every skin,4whereon is the seed9of copulation,8shall be washed10with water,11and be unclean12until the even.
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2בֶּ֣גֶדH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe3וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4ע֔וֹרH5785vel, huid, vellenhide, leather, skin5אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6יִהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8שִׁכְבַתH7902bijligging, bijliggens, lag[idiom] carnally, copulation, [idiom] lay, seed9זָ֑רַעH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time10וְכֻבַּ֥סH3526wassen, gewassen, vollersfuller, wash(-ing)11בַּמַּ֖יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))12וְטָמֵ֥אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly13עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet14הָעָֽרֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night
18Mitsgaders de vrouw, als een man met het zaad des bijliggens bij haar gelegen zal hebben; daarom zullen zij zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Mitsgaders de vrouwH802, als een manH376 met het zaadH2233 des bijliggensH7902 bij haar gelegenH7901 zal hebben; daarom zullen zij zich met waterH4325badenH7364, en onreinH2930 zijn tot aan den avondH6153.Mitsgaders de vrouw, als een man met het zaad des bijliggens bij haar gelegen zal hebben; daarom zullen zij zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
KJVThe woman1also with whom man4shall lie3with seed7of copulation,6they shall both bathe8themselves in water,9and be unclean10until the even.
1וְאִשָּׁ֕הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English2אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3יִשְׁכַּ֥בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay4אִ֛ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5אֹתָ֖הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6שִׁכְבַתH7902bijligging, bijliggens, lag[idiom] carnally, copulation, [idiom] lay, seed7זָ֑רַעH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time8וְרָחֲצ֣וּH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)9בַמַּ֔יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))10וְטָמְא֖וּH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly11עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet12הָעָֽרֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night
19Maar als een vrouw vloeiende zijn zal, zijnde haar vloed van bloed in haar vlees, zo zal zij zeven dagen in haar afzondering zijn; en al wie haar aanroert, zal onrein zijn tot aan den avond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Maar als een vrouwH802vloeiendeH2100zijnH1961 zal, zijnde haar vloedH2101 van bloedH1818 in haar vleesH1320, zo zal zij zevenH7651dagenH3117 in haar afzonderingH5079 zijn; en alH3605 wie haar aanroertH5060, zal onreinH2930 zijn tot aan den avondH6153.Maar als een vrouw vloeiende zijn zal, zijnde haar vloed van bloed in haar vlees, zo zal zij zeven dagen in haar afzondering zijn; en al wie haar aanroert, zal onrein zijn tot aan den avond.
KJVAnd if a woman1have an issue,7and her issue4in her flesh8be blood,5she shall be put apart12seven9days:10and whosoever toucheth14her shall be unclean16until the even.
1וְאִשָּׁה֙H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English2כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3תִהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4זָבָ֔הH2101vloed, vloedsissue5דָּ֛םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent6יִהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7זֹבָ֖הּH2100vloeiende, vloed, vloeidenflow, gush out, have a (running) issue, pine away, run8בִּבְשָׂרָ֑הּH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin9שִׁבְעַ֤תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)10יָמִים֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11תִּהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12בְנִדָּתָ֔הּH5079afzondering, onreinigheid, afgezonderde[idiom] far, filthiness, [idiom] flowers, menstruous (woman), put apart, [idiom] removed (woman), separation, set apart, unclean(-ness, thing, with filthiness)13וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14הַנֹּגֵ֥עַH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch15בָּ֖הּ16יִטְמָ֥אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly17עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet18הָעָֽרֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night
20En al hetgeen, waarop zij in haar afzondering zal gelegen hebben, zal onrein zijn; mitsgaders alles, waarop zij zal gezeten hebben, zal onrein zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En al hetgeenH834, waarop zij in haar afzonderingH5079 zal gelegenH7901 hebben, zal onreinH2930 zijn; mitsgaders allesH3605, waarop zij zal gezetenH3427 hebben, zal onreinH2930 zijn.En al hetgeen, waarop zij in haar afzondering zal gelegen hebben, zal onrein zijn; mitsgaders alles, waarop zij zal gezeten hebben, zal onrein zijn.
KJVAnd every thing that she lieth3upon in her separation5shall be unclean:6every thing also that she sitteth9upon shall be unclean.
1וְכֹל֩H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3תִּשְׁכַּ֥בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay4עָלָ֛יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5בְּנִדָּתָ֖הּH5079afzondering, onreinigheid, afgezonderde[idiom] far, filthiness, [idiom] flowers, menstruous (woman), put apart, [idiom] removed (woman), separation, set apart, unclean(-ness, thing, with filthiness)6יִטְמָ֑אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly7וְכֹ֛לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9תֵּשֵׁ֥בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry10עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11יִטְמָֽאH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly
21En al wie haar leger aanroert, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En alH3605 wie haar legerH4904aanroertH5060, zal zijn klederenH899wassenH3526, en zich met waterH4325badenH7364, en onreinH2930 zijn tot aan den avondH6153.En al wie haar leger aanroert, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
KJVAnd whosoever toucheth2her bed3shall wash4his clothes,5and bathe6himself in water,7and be unclean8until the even.
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הַנֹּגֵ֖עַH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch3בְּמִשְׁכָּבָ֑הּH4904leger, bijligging, legersbed(-chamber), couch, lieth (lying) with4יְכַבֵּ֧סH3526wassen, gewassen, vollersfuller, wash(-ing)5בְּגָדָ֛יוH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe6וְרָחַ֥ץH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)7בַּמַּ֖יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))8וְטָמֵ֥אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly9עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10הָעָֽרֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night
22Ook al wie enig tuig, waarop zij gezeten zal hebben, aanroert, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Ook al wie enig tuigH3627, waarop zij gezetenH3427 zal hebben, aanroertH5060, zal zijn klederenH899wassenH3526, en zich met waterH4325badenH7364, en onreinH2930 zijn totH5704 aan den avondH6153.Ook al wie enig tuig, waarop zij gezeten zal hebben, aanroert, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
KJVAnd whosoever toucheth2any thing4that she sat6upon shall wash8his clothes,9and bathe10himself in water,11and be unclean12until the even.
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הַנֹּגֵ֔עַH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch3בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4כְּלִ֖יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever5אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6תֵּשֵׁ֣בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry7עָלָ֑יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8יְכַבֵּ֧סH3526wassen, gewassen, vollersfuller, wash(-ing)9בְּגָדָ֛יוH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe10וְרָחַ֥ץH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)11בַּמַּ֖יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))12וְטָמֵ֥אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly13עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet14הָעָֽרֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night
23Zelfs indien het op het leger geweest zal zijn, of op het tuig, waarop zij zat, als hij dat aanroerde, hij zal onrein zijn tot aan den avond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Zelfs indienH518 het opH5921 het legerH4904 geweest zal zijn, of opH5921 het tuigH3627, waarop zijH1931 zat, als hij dat aanroerdeH5060, hij zal onreinH2930 zijn totH5704 aan den avondH6153.Zelfs indien het op het leger geweest zal zijn, of op het tuig, waarop zij zat, als hij dat aanroerde, hij zal onrein zijn tot aan den avond.
KJVAnd if it be on her bed,3or on any thing7whereon she sitteth,10when he toucheth12it, he shall be unclean14until the even.
1וְאִ֨םH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3הַמִּשְׁכָּ֜בH4904leger, bijligging, legersbed(-chamber), couch, lieth (lying) with4ה֗וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5א֧וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether6עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7הַכְּלִ֛יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever8אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9הִ֥ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who10יֹשֶֽׁבֶתH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry11עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12בְּנָגְעוֹH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch13ב֑וֹ14יִטְמָ֖אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly15עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet16הָעָֽרֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night
24Insgelijks zo iemand zekerlijk bij haar gelegen heeft, dat haar afzondering op hem zij, zo zal hij zeven dagen onrein zijn; daartoe alle leger, waarop hij zal gelegen hebben, zal onrein zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Insgelijks zoH518iemandH376zekerlijkH7901bijH5921 haar gelegenH7901 heeft, datH834 haar afzonderingH5079opH5921 hem zij, zo zal hij zevenH7651dagenH3117onreinH2930 zijn; daartoe alleH3605legerH4904, waarop hij zal gelegenH7901 hebben, zal onreinH2930 zijn.Insgelijks zo iemand zekerlijk bij haar gelegen heeft, dat haar afzondering op hem zij, zo zal hij zeven dagen onrein zijn; daartoe alle leger, waarop hij zal gelegen hebben, zal onrein zijn.
KJVAnd if any man4lie2with her at all,3and her flowers7be upon him, he shall be unclean9seven10days;11and all the bed13whereon he lieth15shall be unclean.
1וְאִ֡םH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2שָׁכֹב֩H7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay3יִשְׁכַּ֨בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay4אִ֜ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5אֹתָ֗הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6וּתְהִ֤יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7נִדָּתָהּ֙H5079afzondering, onreinigheid, afgezonderde[idiom] far, filthiness, [idiom] flowers, menstruous (woman), put apart, [idiom] removed (woman), separation, set apart, unclean(-ness, thing, with filthiness)8עָלָ֔יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9וְטָמֵ֖אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly10שִׁבְעַ֣תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)11יָמִ֑יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger12וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13הַמִּשְׁכָּ֛בH4904leger, bijligging, legersbed(-chamber), couch, lieth (lying) with14אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15יִשְׁכַּ֥בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay16עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17יִטְמָֽאH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly
25Wanneer ook een vrouw, vele dagen buiten den tijd harer afzondering, van den vloed haars bloeds vloeien zal, of wanneer zij vloeien zal boven hare afzondering, zij zal al den dagen van den vloed harer onreinigheid, als in de dagen harer afzondering onrein zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Wanneer ook een vrouwH802, veleH7227dagenH3117buitenH3808 den tijdH6256 harer afzonderingH5079, van den vloedH2101 haars bloedsH1818vloeienH2100 zal, ofH176 wanneer zij vloeienH2100 zal bovenH5921 hare afzonderingH5079, zij zal alH3605 den dagenH3117 van den vloedH2101 harer onreinigheidH2932, alsH3588 in de dagenH3117 harer afzonderingH5079onreinH2931zijnH1961.Wanneer ook een vrouw, vele dagen buiten den tijd harer afzondering, van den vloed haars bloeds vloeien zal, of wanneer zij vloeien zal boven hare afzondering, zij zal al den dagen van den vloed harer onreinigheid, als in de dagen harer afzondering onrein zijn.
KJVAnd if a woman1have3an issue4of her blood5many7days6out8of the time9of her separation,10or if it run13beyond the time14of her separation;15all the days17of the issue18of her uncleanness19shall be as the days20of her separation:21she shall be unclean.
1וְאִשָּׁ֡הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English2כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3יָזוּב֩H2100vloeiende, vloed, vloeidenflow, gush out, have a (running) issue, pine away, run4ז֨וֹבH2101vloed, vloedsissue5דָּמָ֜הּH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent6יָמִ֣יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7רַבִּ֗יםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)8בְּלֹא֙H3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9עֶתH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when10נִדָּתָ֔הּH5079afzondering, onreinigheid, afgezonderde[idiom] far, filthiness, [idiom] flowers, menstruous (woman), put apart, [idiom] removed (woman), separation, set apart, unclean(-ness, thing, with filthiness)11א֥וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether12כִֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13תָז֖וּבH2100vloeiende, vloed, vloeidenflow, gush out, have a (running) issue, pine away, run14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15נִדָּתָ֑הּH5079afzondering, onreinigheid, afgezonderde[idiom] far, filthiness, [idiom] flowers, menstruous (woman), put apart, [idiom] removed (woman), separation, set apart, unclean(-ness, thing, with filthiness)16כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17יְמֵ֞יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger18ז֣וֹבH2101vloed, vloedsissue19טֻמְאָתָ֗הּH2932onreinigheid, onreinigheden, onreinsfilthiness, unclean(-ness)20כִּימֵ֧יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger21נִדָּתָ֛הּH5079afzondering, onreinigheid, afgezonderde[idiom] far, filthiness, [idiom] flowers, menstruous (woman), put apart, [idiom] removed (woman), separation, set apart, unclean(-ness, thing, with filthiness)22תִּהְיֶ֖הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use23טְמֵאָ֥הH2931onrein, onreine, onreinsdefiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean24הִֽואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
26Alle leger, waarop zij al de dagen haars vloeds gelegen zal hebben, zal haar zijn als het leger harer afzondering; en alle tuig, waarop zij zal gezeten hebben, zal onrein zijn, naar de onreinigheid harer afzondering.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26AlleH3605legerH4904, waarop zij alH3605 de dagenH3117 haars vloedsH2101gelegenH7901 zal hebben, zal haar zijn als het legerH4904 harer afzonderingH5079; en alleH3605tuigH3627, waarop zij zal gezetenH3427 hebben, zal onreinH2931zijnH1961, naar de onreinigheidH2932 harer afzonderingH5079.Alle leger, waarop zij al de dagen haars vloeds gelegen zal hebben, zal haar zijn als het leger harer afzondering; en alle tuig, waarop zij zal gezeten hebben, zal onrein zijn, naar de onreinigheid harer afzondering.
KJVEvery bed2whereon she lieth4all the days7of her issue8shall be unto her as the bed9of her separation:10and whatsoever14she sitteth16upon shall be unclean,18as the uncleanness20of her separation.
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הַמִּשְׁכָּ֞בH4904leger, bijligging, legersbed(-chamber), couch, lieth (lying) with3אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4תִּשְׁכַּ֤בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay5עָלָיו֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7יְמֵ֣יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger8זוֹבָ֔הּH2101vloed, vloedsissue9כְּמִשְׁכַּ֥בH4904leger, bijligging, legersbed(-chamber), couch, lieth (lying) with10נִדָּתָ֖הּH5079afzondering, onreinigheid, afgezonderde[idiom] far, filthiness, [idiom] flowers, menstruous (woman), put apart, [idiom] removed (woman), separation, set apart, unclean(-ness, thing, with filthiness)11יִֽהְיֶהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12לָּ֑הּ13וְכָֽלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14הַכְּלִי֙H3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever15אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16תֵּשֵׁ֣בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry17עָלָ֔יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18טָמֵ֣אH2931onrein, onreine, onreinsdefiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean19יִהְיֶ֔הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use20כְּטֻמְאַ֖תH2932onreinigheid, onreinigheden, onreinsfilthiness, unclean(-ness)21נִדָּתָֽהּH5079afzondering, onreinigheid, afgezonderde[idiom] far, filthiness, [idiom] flowers, menstruous (woman), put apart, [idiom] removed (woman), separation, set apart, unclean(-ness, thing, with filthiness)
27En zo wie die dingen aanroert, zal onrein zijn; daarom zal hij zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En zo wie die dingen aanroertH5060, zal onreinH2930 zijn; daarom zal hij zijn klederenH899wassenH3526, en zich met waterH4325badenH7364, en onreinH2930 zijn tot aan den avondH6153.En zo wie die dingen aanroert, zal onrein zijn; daarom zal hij zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
KJVAnd whosoever toucheth2those things shall be unclean,4and shall wash5his clothes,6and bathe7himself in water,8and be unclean9until the even.
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הַנּוֹגֵ֥עַH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch3בָּ֖ם4יִטְמָ֑אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly5וְכִבֶּ֧סH3526wassen, gewassen, vollersfuller, wash(-ing)6בְּגָדָ֛יוH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe7וְרָחַ֥ץH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)8בַּמַּ֖יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))9וְטָמֵ֥אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly10עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11הָעָֽרֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night
28Maar als zij van haar vloed rein wordt, dan zal zij voor zich zeven dagen tellen, daarna zal zij rein zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Maar alsH518 zij van haar vloedH2101reinH2891 wordt, dan zal zij voor zich zevenH7651dagenH3117tellenH5608, daarnaH310 zal zij reinH2891 zijn.Maar als zij van haar vloed rein wordt, dan zal zij voor zich zeven dagen tellen, daarna zal zij rein zijn.
KJVBut if she be cleansed2of her issue,3then she shall number4to herself seven6days,7and after8that she shall be clean.
29En op den achtsten dag zal zij voor zich twee tortelduiven, of twee jonge duiven nemen, en zij zal die tot den priester brengen, aan de deur van de tent der samenkomst.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29En op den achtstenH8066dagH3117 zal zij voor zich tweeH8147tortelduivenH8449, ofH176tweeH8147jongeH1121duivenH3123nemenH3947, en zij zal die tot den priesterH3548brengenH935, aanH413 de deurH6607 van de tentH168 der samenkomstH4150.En op den achtsten dag zal zij voor zich twee tortelduiven, of twee jonge duiven nemen, en zij zal die tot den priester brengen, aan de deur van de tent der samenkomst.
KJVAnd on the eighth2day1she shall take3unto her two5turtles,6or two8young9pigeons,10and bring11them unto the priest,14to the door16of the tabernacle17of the congregation.
1וּבַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2הַשְּׁמִינִ֗יH8066achtsten, achtsteeight3תִּֽקַּֽחH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win4לָהּ֙5שְׁתֵּ֣יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two6תֹרִ֔יםH8449tortelduiven, tortelduif(turtle) dove7א֥וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether8שְׁנֵ֖יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two9בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10יוֹנָ֑הH3123duiven, duif, duivedove, pigeon11וְהֵבִיאָ֤הH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12אוֹתָם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14הַכֹּהֵ֔ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer15אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16פֶּ֖תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place17אֹ֥הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent18מוֹעֵֽדH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)
30Dan zal de priester een ten zondoffer en een ten brandoffer bereiden; en de priester zal voor haar, van den vloed harer onreinigheid, verzoening doen voor het aangezicht des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Dan zal de priesterH3548eenH259 ten zondofferH2403 en eenH259 ten brandofferH5930bereidenH6213; en de priesterH3548 zal voor haar, van den vloedH2101 harer onreinigheidH2932, verzoeningH3722 doen voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068.Dan zal de priester een ten zondoffer en een ten brandoffer bereiden; en de priester zal voor haar, van den vloed harer onreinigheid, verzoening doen voor het aangezicht des HEEREN.
KJVAnd the priest2shall offer1the one4for a sin offering,5and the other7for a burnt offering;8and the priest11shall make an atonement9for her before12the LORD13for the issue14of her uncleanness.
1וְעָשָׂ֤הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2הַכֹּהֵן֙H3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָאֶחָ֣דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,5חַטָּ֔אתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הָאֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,8עֹלָ֑הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)9וְכִפֶּ֨רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)10עָלֶ֤יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הַכֹּהֵן֙H3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer12לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you13יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14מִזּ֖וֹבH2101vloed, vloedsissue15טֻמְאָתָֽהּH2932onreinigheid, onreinigheden, onreinsfilthiness, unclean(-ness)
31Alzo zult gij de kinderen Israels afzonderen van hun onreinigheid; opdat zij in hun onreinigheid niet sterven, als zij Mijn tabernakel, die in het midden van hen is, verontreinigen zouden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Alzo zult gij de kinderenH1121IsraelsH3478afzonderenH5144 van hun onreinigheidH2932; opdat zij in hun onreinigheidH2932nietH3808stervenH4191, als zij Mijn tabernakelH4908, dieH834 in het middenH8432 van hen is, verontreinigenH2930 zouden.Alzo zult gij de kinderen Israels afzonderen van hun onreinigheid; opdat zij in hun onreinigheid niet sterven, als zij Mijn tabernakel, die in het midden van hen is, verontreinigen zouden.
KJVThus shall ye separate1the children3of Israel4from their uncleanness;5that they die7not in their uncleanness,8when they defile9my tabernacle11that is among
1וְהִזַּרְתֶּ֥םH5144afzonderen, afgezonderd, afscheidtconsecrate, separate(-ing, self)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5מִטֻּמְאָתָ֑םH2932onreinigheid, onreinigheden, onreinsfilthiness, unclean(-ness)6וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7יָמֻ֨תוּ֙H4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise8בְּטֻמְאָתָ֔םH2932onreinigheid, onreinigheden, onreinsfilthiness, unclean(-ness)9בְּטַמְּאָ֥םH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11מִשְׁכָּנִ֖יH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent12אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13בְּתוֹכָֽםH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
32Dit is de wet desgenen, die den vloed heeft, en van wien het zaad der bijligging uitgaat; zodat hij daardoor onrein wordt;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32DitH2063 is de wetH8451 desgenen, dieH834 den vloedH2100 heeft, en vanH4480 wien het zaadH2233 der bijliggingH7902uitgaatH3318; zodat hij daardoor onreinH2930 wordt;Dit is de wet desgenen, die den vloed heeft, en van wien het zaad der bijligging uitgaat; zodat hij daardoor onrein wordt;
KJVThis is the law2of him that hath an issue,3and of him whose seed8goeth5from him, and is defiled
1זֹ֥אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus2תּוֹרַ֖תH8451wet, wetten, leerlaw3הַזָּ֑בH2100vloeiende, vloed, vloeidenflow, gush out, have a (running) issue, pine away, run4וַאֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5תֵּצֵ֥אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter6מִמֶּ֛נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with7שִׁכְבַתH7902bijligging, bijliggens, lag[idiom] carnally, copulation, [idiom] lay, seed8זֶ֖רַעH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time9לְטָמְאָהH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly10בָֽהּ
33Mitsgaders van een zwakke vrouw in haar afzondering, en van degene, die van zijn vloed is vloeiende, voor een man, en voor een vrouw; en voor een man, die bij een onreine zal gelegen hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Mitsgaders van een zwakkeH1739vrouwH5347 in haar afzonderingH5079, en van degene, die van zijn vloedH2101 is vloeiendeH2100, voor een man, en voor een vrouw; en voor een man, die bijH5973 een onreineH2931 zal gelegenH7901 hebben.Mitsgaders van een zwakke vrouw in haar afzondering, en van degene, die van zijn vloed is vloeiende, voor een man, en voor een vrouw; en voor een man, die bij een onreine zal gelegen hebben.
Ook in dit vers
manH376
manH2145
KJVAnd of her that is sick1of her flowers,2and of him that hath3an issue,5of the man,6and of the woman,7and of him8that lieth10with her that is unclean.
1וְהַדָּוָה֙H1739krankheid, maanstondig kleed, matfaint, menstruous cloth, she that is sick, having sickness2בְּנִדָּתָ֔הּH5079afzondering, onreinigheid, afgezonderde[idiom] far, filthiness, [idiom] flowers, menstruous (woman), put apart, [idiom] removed (woman), separation, set apart, unclean(-ness, thing, with filthiness)3וְהַזָּב֙H2100vloeiende, vloed, vloeidenflow, gush out, have a (running) issue, pine away, run4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5זוֹב֔וֹH2101vloed, vloedsissue6לַזָּכָ֖רH2145mannelijk, manspersonen, mannetje[idiom] him, male, man(child, -kind)7וְלַנְּקֵבָ֑הH5347vrouw, wijfje, meisjefemale8וּלְאִ֕ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10יִשְׁכַּ֖בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay11עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)12טְמֵאָֽהH2931onrein, onreine, onreinsdefiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Leviticus 15:1— Verder sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:Leviticus 13:1→Leviticus 11:1→Psalmen 25:14→Hebreeën 1:1→Amos 3:7→
Leviticus 15:2— Spreekt tot de kinderen Israels, en zegt tot hen: Een ieder man, als hij vloeiende zal zijn uit zijn vlees, zal om zijn vloed onrein zijn.Leviticus 22:4→2 Samuël 3:29→Numeri 5:2→Mattheüs 9:20→Psalmen 78:5→Markus 7:20→Psalmen 147:19→Nehemia 9:13→
Leviticus 15:3— Dit nu zal zijn onreinigheid om zijn vloed zijn: zo zijn vlees zijn vloed uitzevert, of zijn vlees van zijn vloed zich verstopt, dat is zijn onreinigheid.Leviticus 12:3→Ezechiël 16:26→Ezechiël 23:20→
Leviticus 15:4— Alle leger, waarop hij, die den vloed heeft, zal liggen, zal onrein zijn, en alle tuig, waarop hij zal zitten, zal onrein zijn.1 Korinthe 15:33→Titus 1:15→Efeze 5:11→
Leviticus 15:5— Een ieder ook, die zijn leger zal aanroeren, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en zal onrein zijn tot aan den avond.Leviticus 11:25→Leviticus 17:15→Leviticus 16:26→Ezechiël 36:25→Leviticus 14:27→Leviticus 16:28→Numeri 19:10→Leviticus 13:6→
Leviticus 15:6— En die op dat tuig zit, waarop hij, die den vloed heeft, gezeten zal hebben, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en zal onrein zijn tot aan den avond.Jakobus 4:8→Jesaja 1:16→
Leviticus 15:8— Als ook hij, die den vloed heeft, op een reine zal gespogen hebben, dan zal hij zijn klederen wassen, en zal zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.Judas 1:4→1 Timotheüs 4:1→Jesaja 1:16→2 Petrus 2:1→Galaten 1:8→Titus 1:9→Jakobus 4:8→
Leviticus 15:9— Insgelijks alle zadel, waarop hij, die den vloed heeft, zal gereden hebben, zal onrein zijn.Genesis 31:34→
Leviticus 15:10— En al wie iets aanroert, dat onder hem zal geweest zijn, zal onrein zijn tot aan den avond; en die hetzelve draagt, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.Leviticus 15:5→Psalmen 26:6→Jakobus 4:8→Leviticus 15:8→
Leviticus 15:12— Ook het aarden vat, hetwelk hij, die den vloed heeft, zal aangeroerd hebben, zal gebroken worden; maar alle houten vat zal met water gespoeld worden.Leviticus 6:28→Leviticus 11:32→Spreuken 3:21→Filippenzen 3:21→Spreuken 1:21→Psalmen 2:9→2 Korinthe 5:1→Spreuken 1:23→
Leviticus 15:13— Als hij nu, die den vloed heeft, van zijn vloed gereinigd zal zijn, zo zal hij tot zijn reiniging zeven dagen voor zich tellen, en zijn klederen wassen, en hij zal zijn vlees met levend water baden, zo zal hij rein zijn.Leviticus 8:33→Leviticus 14:8→Leviticus 15:5→Leviticus 15:28→Leviticus 14:10→Numeri 12:14→Exodus 29:35→Leviticus 9:1→
Leviticus 15:14— En op den achtsten dag zal hij voor zich twee tortelduiven of twee jonge duiven nemen; en zal voor het aangezicht des HEEREN, aan de deur van de tent der samenkomst komen, en zal ze den priester geven.Leviticus 12:8→Leviticus 1:14→Hebreeën 10:10→Hebreeën 10:12→Leviticus 14:22→2 Korinthe 5:21→Leviticus 12:6→Hebreeën 10:14→
Leviticus 15:15— En de priester zal die bereiden, een ten zondoffer, en een ten brandoffer; zo zal de priester over hem voor het aangezicht des HEEREN, vanwege zijn vloed, verzoening doen.Leviticus 14:30→Leviticus 4:26→Leviticus 12:7→Leviticus 4:20→Leviticus 14:18→Leviticus 5:7→Hebreeën 1:3→Leviticus 4:31→
Leviticus 15:16— Verder een man, als van hem het zaad des bijliggens zal uitgegaan zijn, die zal zijn ganse vlees met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.Leviticus 22:4→Deuteronomium 23:10→Leviticus 15:5→1 Petrus 2:11→2 Korinthe 7:1→1 Johannes 1:7→
Leviticus 15:18— Mitsgaders de vrouw, als een man met het zaad des bijliggens bij haar gelegen zal hebben; daarom zullen zij zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.1 Thessalonicenzen 4:3→2 Timotheüs 2:22→1 Korinthe 6:18→Hebreeën 13:4→Efeze 4:17→Efeze 5:3→Exodus 19:15→1 Korinthe 6:12→
Leviticus 15:19— Maar als een vrouw vloeiende zijn zal, zijnde haar vloed van bloed in haar vlees, zo zal zij zeven dagen in haar afzondering zijn; en al wie haar aanroert, zal onrein zijn tot aan den avond.Leviticus 12:2→Ezechiël 36:17→Mattheüs 15:19→Klaagliederen 1:17→Leviticus 20:18→Leviticus 12:4→Klaagliederen 1:8→Markus 5:25→
Leviticus 15:20— En al hetgeen, waarop zij in haar afzondering zal gelegen hebben, zal onrein zijn; mitsgaders alles, waarop zij zal gezeten hebben, zal onrein zijn.Leviticus 15:4→1 Korinthe 15:33→Spreuken 22:27→Spreuken 7:10→Spreuken 2:16→Prediker 7:26→Spreuken 6:24→Spreuken 6:35→
Leviticus 15:21— En al wie haar leger aanroert, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.Hebreeën 9:26→2 Korinthe 7:1→Openbaring 7:14→Jesaja 22:14→Leviticus 15:5→
Leviticus 15:24— Insgelijks zo iemand zekerlijk bij haar gelegen heeft, dat haar afzondering op hem zij, zo zal hij zeven dagen onrein zijn; daartoe alle leger, waarop hij zal gelegen hebben, zal onrein zijn.Leviticus 20:18→Ezechiël 18:6→Leviticus 18:19→Ezechiël 22:10→1 Thessalonicenzen 5:22→Leviticus 15:33→Hebreeën 13:4→1 Petrus 2:11→
Leviticus 15:25— Wanneer ook een vrouw, vele dagen buiten den tijd harer afzondering, van den vloed haars bloeds vloeien zal, of wanneer zij vloeien zal boven hare afzondering, zij zal al den dagen van den vloed harer onreinigheid, als in de dagen harer afzondering onrein zijn.Lukas 8:43→Mattheüs 9:20→Markus 5:25→Markus 7:20→Leviticus 15:19→
Leviticus 15:27— En zo wie die dingen aanroert, zal onrein zijn; daarom zal hij zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.Zacharia 13:1→Hebreeën 10:22→1 Johannes 1:7→Ezechiël 36:29→Leviticus 15:5→1 Petrus 1:18→Leviticus 17:15→Ezechiël 36:25→
Leviticus 15:28— Maar als zij van haar vloed rein wordt, dan zal zij voor zich zeven dagen tellen, daarna zal zij rein zijn.Leviticus 15:13→Galaten 4:4→1 Korinthe 1:30→Efeze 1:6→Galaten 3:13→1 Korinthe 6:11→Mattheüs 1:21→
Leviticus 15:31— Alzo zult gij de kinderen Israels afzonderen van hun onreinigheid; opdat zij in hun onreinigheid niet sterven, als zij Mijn tabernakel, die in het midden van hen is, verontreinigen zouden.Numeri 5:3→Numeri 19:20→Ezechiël 5:11→Numeri 19:13→Ezechiël 23:38→Judas 1:4→Hebreeën 10:29→Deuteronomium 24:8→
Leviticus 15:32— Dit is de wet desgenen, die den vloed heeft, en van wien het zaad der bijligging uitgaat; zodat hij daardoor onrein wordt;Numeri 5:29→Leviticus 11:46→Leviticus 14:32→Numeri 19:14→Ezechiël 43:12→Numeri 6:13→Leviticus 14:2→Leviticus 14:54→
Leviticus 15:33— Mitsgaders van een zwakke vrouw in haar afzondering, en van degene, die van zijn vloed is vloeiende, voor een man, en voor een vrouw; en voor een man, die bij een onreine zal gelegen hebben.Leviticus 15:24→Leviticus 20:18→Leviticus 15:19→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Leviticus 15 vers 2— Spreekt tot de kinderen Israels, en zegt tot hen: Een ieder man, als hij vloeiende zal zijn uit zijn vlees, zal om zijn vloed onrein zijn.
Een ieder man,
Hebreeuws, Man man. Welke herhaling betekent alle, of een ieder man. Alzo Ex. 36:4, en onder, Lev. 17:3, Lev. 17:8, Lev. 17:10.
Hertaald:Een ieder man,
Hebreeuws: man man. Deze herhaling betekent elke, of iedere man. Zo ook Ex. 36:4, en hieronder, Lev. 17:3, Lev. 17:8, Lev. 17:10.
vlees,
Zo wordt eerbaarlijk genaamd de schamelheid des mans, gelijk ook boven, Lev. 12:3; Ezech. 16:26, en Ezech. 23:20, en hier in vs.3.
Hertaald:vlees,
Zo wordt eerbaar de schaamdelen van de man genoemd, zoals ook hierboven, Lev. 12:3; Ezech. 16:26 en Ezech. 23:20, en hier in vers 3.
Leviticus 15 vers 3— Dit nu zal zijn onreinigheid om zijn vloed zijn: zo zijn vlees zijn vloed uitzevert, of zijn vlees van zijn vloed zich verstopt, dat is zijn onreinigheid.
uitzevert,
Te weten, door zwakheid en natuurlijke ziekte, die de geneesheren gomorrhoeam noemen.
Hertaald:uitzevert,
Namelijk: door zwakheid en een natuurlijke ziekte, die de geneesheren gonorroe noemen.
Leviticus 15 vers 4— Alle leger, waarop hij, die den vloed heeft, zal liggen, zal onrein zijn, en alle tuig, waarop hij zal zitten, zal onrein zijn.
tuig,
Of, vat. Het Hebreeuwse woord betekent hier allerlei huisraad, gereedschap, vaten, klederen, werktuig, roerend goed. Alzo onder, vs.6, 22.
Hertaald:tuig,
Of: vat. Het Hebreeuwse woord betekent hier allerlei huisraad, gereedschap, vaten, klederen, werktuigen, roerend goed. Zo ook hieronder, vers 6, 22.
Leviticus 15 vers 7— En die het vlees desgenen, die den vloed heeft, aanroert, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
het vlees desgenen,
Dat is, het lichaam desgenen, die den vloed heeft, uitgenomen zijne handen, die gewassen zijn. Zie onder, vs.11.
Hertaald:het vlees desgenen,
Dat is: het lichaam van degene die de vloeiing heeft, behalve zijn handen, die gewassen zijn. Zie hieronder, vers 11.
Leviticus 15 vers 8— Als ook hij, die den vloed heeft, op een reine zal gespogen hebben, dan zal hij zijn klederen wassen, en zal zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
hij zijn klederen wassen,
Te weten, die bespogen is.
Hertaald:hij zijn klederen wassen,
Namelijk: degene die bespuugd is.
Leviticus 15 vers 9— Insgelijks alle zadel, waarop hij, die den vloed heeft, zal gereden hebben, zal onrein zijn.
zadel,
Versta, allerlei tuig, gereedschap of maaksel en kussenwerk, bekwaam om op te zitten.
Hertaald:zadel,
Versta: allerlei tuig, gereedschap of maaksel en kussenwerk, geschikt om op te zitten.
gereden hebben,
Of, gevaren hebben. Want het Hebreeuwse woord betekent niet alleen rijden op een beest, Gen. 24:61; Num. 22:22, maar ook rijden op een wagen; 2 Kron. 35:24; Jer. 17:25.
Hertaald:gereden hebben,
Of: gevaren hebben. Want het Hebreeuwse woord betekent niet alleen rijden op een dier, Gen. 24:61; Num. 22:22, maar ook rijden op een wagen; 2 Kron. 35:24; Jer. 17:25.
Leviticus 15 vers 13— Als hij nu, die den vloed heeft, van zijn vloed gereinigd zal zijn, zo zal hij tot zijn reiniging zeven dagen voor zich tellen, en zijn klederen wassen, en hij zal zijn vlees met levend water baden, zo zal hij rein zijn.
gereinigd zal zijn,
Dat is, wanneer zijn vloed zal ophouden.
Hertaald:gereinigd zal zijn,
Dat is: wanneer zijn vloeiing zal ophouden.
zijn reiniging
Versta, de onderhouding der ceremoniën, die naar de wet vereist waren, opdat hij voor rein gehouden mocht worden.
Hertaald:zijn reiniging
Versta: het naleven van de ceremoniën die volgens de wet vereist waren, om voor rein gehouden te mogen worden.
zeven dagen
Zie Num. 19:11, enz.
Hertaald:zeven dagen
Zie Num. 19:11.
levend water baden,
Zie boven, Lev. 14:5.
Hertaald:levend water baden,
Zie hierboven, Lev. 14:5.
Leviticus 15 vers 14— En op den achtsten dag zal hij voor zich twee tortelduiven of twee jonge duiven nemen; en zal voor het aangezicht des HEEREN, aan de deur van de tent der samenkomst komen, en zal ze den priester geven.
twee jonge duiven nemen;
Hebreeuws, twee zonen ener duif; en zo onder, vs.29.
Hertaald:twee jonge duiven nemen;
Hebreeuws: twee zonen van een duif; zo ook hieronder, vers 29.
Leviticus 15 vers 16— Verder een man, als van hem het zaad des bijliggens zal uitgegaan zijn, die zal zijn ganse vlees met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
zal uitgegaan zijn,
Te weten, in den slaap. Want dit is een andere soort van onreinheid dan de voorgemelde, die uit lichamelijke zwakheid veroorzaakt werd.
Hertaald:zal uitgegaan zijn,
Namelijk: in de slaap. Want dit is een andere soort onreinheid dan de eerder genoemde, die door lichamelijke zwakheid veroorzaakt werd.
Leviticus 15 vers 18— Mitsgaders de vrouw, als een man met het zaad des bijliggens bij haar gelegen zal hebben; daarom zullen zij zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
de vrouw,
Te weten, zal onrein zijn.
Hertaald:de vrouw,
Namelijk: zal onrein zijn.
als een man
Versta hier, een zodanig man, die de voorgemelde ziekte had, of die anderszins in den slaap verontreinigd was.
Hertaald:als een man
Versta hier: een man die de eerder genoemde ziekte had, of die op een andere manier in de slaap onrein geworden was.
Leviticus 15 vers 19— Maar als een vrouw vloeiende zijn zal, zijnde haar vloed van bloed in haar vlees, zo zal zij zeven dagen in haar afzondering zijn; en al wie haar aanroert, zal onrein zijn tot aan den avond.
Leviticus 15 vers 22— Ook al wie enig tuig, waarop zij gezeten zal hebben, aanroert, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
tuig,
Zie boven, vs.4.
Hertaald:tuig,
Zie hierboven, vers 4.
Leviticus 15 vers 23— Zelfs indien het op het leger geweest zal zijn, of op het tuig, waarop zij zat, als hij dat aanroerde, hij zal onrein zijn tot aan den avond.
het op het leger geweest zal zijn,
Te weten, tuig, of vat, of roerend goed, liggende op haar leger, of op enig ding, dat er op is.
Hertaald:het op het leger geweest zal zijn,
Namelijk: tuig, of vat, of roerend goed, dat op haar bed lag, of op iets dat daarop ligt.
Leviticus 15 vers 24— Insgelijks zo iemand zekerlijk bij haar gelegen heeft, dat haar afzondering op hem zij, zo zal hij zeven dagen onrein zijn; daartoe alle leger, waarop hij zal gelegen hebben, zal onrein zijn.
zekerlijk
Hebreeuws, liggende gelegen heeft.
Hertaald:zekerlijk
Hebreeuws: liggend gelegen heeft.
haar gelegen heeft,
Hebbende haar vloed, doch buiten weten van den bijligger, want wetens en willens bij ene maandstondige te slapen, was op lijfstraf verboden; onder, Lev. 20:18.
Hertaald:haar gelegen heeft,
Terwijl zij haar vloeiing had, echter zonder dat degene die met haar sliep dit wist, want willens en wetens bij een menstruerende vrouw slapen was bij lijfstraf verboden; hieronder, Lev. 20:18.
afzondering
Dat is, haar maandstonden; zo genoemd omdat zij gedurende dezelve van het gezelschap der mensen afgezonderd werd.
Hertaald:afzondering
Dat is: haar maandstonden; zo genoemd omdat zij gedurende die tijd van het gezelschap van mensen afgezonderd werd.
op hem zij,
Dat is, dat hij met haar maandstonden besmet werd.
Hertaald:op hem zij,
Dat is: dat hij besmet werd met haar maandstonden.
Leviticus 15 vers 25— Wanneer ook een vrouw, vele dagen buiten den tijd harer afzondering, van den vloed haars bloeds vloeien zal, of wanneer zij vloeien zal boven hare afzondering, zij zal al den dagen van den vloed harer onreinigheid, als in de dagen harer afzondering onrein zijn.
tijd harer afzondering,
Versta, den gewonen tijd van haar maandstonden.
Hertaald:tijd harer afzondering,
Versta: de gewone tijd van haar maandstonden.
boven hare afzondering,
Dat is, langer dan zij gewoon was.
Hertaald:boven hare afzondering,
Dat is: langer dan zij gewoon was.
Leviticus 15 vers 28— Maar als zij van haar vloed rein wordt, dan zal zij voor zich zeven dagen tellen, daarna zal zij rein zijn.
als zij van haar vloed
Dat is, wanneer de vloed ophoudt.
Hertaald:als zij van haar vloed
Dat is: wanneer de vloeiing ophoudt.
Leviticus 15 vers 31— Alzo zult gij de kinderen Israels afzonderen van hun onreinigheid; opdat zij in hun onreinigheid niet sterven, als zij Mijn tabernakel, die in het midden van hen is, verontreinigen zouden.
in hun onreinigheid niet sterven,
Dat is, om hunne onreinheid.
Hertaald:in hun onreinigheid niet sterven,
Dat is: vanwege hun onreinheid.
MANNEN EN VROUWEN MET EEN ONREINE VLOED, HOE DIE TE REINIGEN.
I. Vers 1-18
Behalve over de verontreinigingen door melaatsheid spreekt de Heere ook over die door geslachtsvloeiingen, zowel gezonde als ziekelijke; en wel het eerst over de vloeiingen van de man, beginnende met de ziekelijke en daarna overgaande tot de gezonde of natuurlijke.
1. Verder sprak de HEERE opnieuw tot Mozes en tot Aäron, zeggende:
2. Spreekt tot de kinderen van Israël en zegt tot hen: ieder man, als hij vloeiende zal zijn uit zijn vlees, 1) zijn lichaam zal om zijn vloed, bij een zekere aard van dergelijke vloeiingen, naar de wet of Levitisch onrein zijn en niet in het heiligdom komen, of andere heilige dingen zich voornemen.
1) In het Hebreeuws Basar, vlees, in de zin van lichaam, zoals in vs.13. Volgens Trusen is deze ziekte de z.g. blenorrhaea urethrae. Door deze wetten heeft God Israël ook weer willen tonen, dat het een heilig volk was, en bedoeld de middelmuur van het afscheidsel te vormen tussen Israël en de heidenen.
3. Dit nu zal zijn onreinigheid om zijn vloed zijn; zo zijn vlees, het geslachtslid dat aan een dergelijke vloed lijdende is, zijn vloed uitzevert, het zaad laat uitvloeien, of zijn vlees van zijn vloed zich verstopt, ten gevolge van verstoppingen de vloed terughoudt, dat is zijn onreinheid.
De uitleggers verschillen van elkaar in de beantwoording van de vraag, of hieronder verstaan moet worden de ziekelijke zaadvloed (gonorr hoeabenigna, niet te vereenzelvigen met de eerst sedert de 15de eeuw n. Chr. voorkomende syphilitische gonorr. virulenta) d.i. een onwillekeurig uit zwakheid van de teeldelen ontstaande droppelsgewijze wegvloeing van het mannelijk zaad, of slechts de uit katarrhalisch lijden ontstaande slijmvloed, die, wanneer hij verstopt is, zeer gevaarlijk worden kan. Waarschijnlijk heeft men aan beide te denken; het komt op de zaak zelf minder aan, meer op de ontzaglijke ernst, waarmee de wet hier en hoofdstuk 12 het gehele geslachtsleven van de mens onder haar tucht en straf neemt. Juist de geslachtsbetrekkingen zullen het meest onder de volkomen zelfbeheersing van de menselijke wil en in de dienst van de Heere staan. Maar hier vooral heeft de zonde met haar duistere macht en verstotende gevolgen zich laten gelden en de bronnen van het menselijk geslacht in de waren zin vna het woord vergiftigd. Dit zal diep worden geprent in het bewustzijn van het volk van het Oude Verbond daarom worden alle verschijnselen op dit gebied, hetzij ziekelijk, hetzij onschuldig, als onrein en verontreinigend beschouwd en behandeld; terwijl andere lichaamstoestanden, zoals haemorrhoïdale vloeiingen, slijm-, etter- en speekselvloeiingen uit mond en neus, uit wonden en zweren met het oog op de wet voor onverschillig worden gehouden.
4. Elk leger, waarop hij, die de vloed heeft, zal liggen, zal onrein zijn, en elk tuig, waarop hij zal zitten, zal onrein zijn.
5.Een ieder ook, die zijn leger zal aanraken, zal zijn kleren wassen, en zich met water baden, en zal onrein zijn tot aan de avond.
6. En die op dat tuig zit, waarop hij, die de vloed heeft, gezeten zal hebben, zal zijn kleren wassen, en zich met water baden, en zal onrein zijn tot aan de avond.
7. En die het vlees, een of ander lichaamsdeel, van hem, die de vloed heeft, aanraakt, zal zijn kleren wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan de avond.
8. Als ook hij die de zaad- of slijmvloed heeft, op een reine zal gespogen hebben, dan zal hij, die bespogen is, zijn kleren wassen, en zal zich met water baden, en onrein zijn tot aan de avond.
9. Evenzo elk zadel of wagen, waarop hij, die de vloed heeft, zal gereden hebben, zal onrein zijn.
10. En al wie iets, zo’n zadel of wagen, aanraak, dat onder hem zal geweest zijn, zal onrein zijn tot aan de avond; en die het draagt, om het te verwijderen, zal zijn kleren wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan de avond.
11. Daartoe een ieder, wie hij, die de vloed heeft, zal aangeraakt hebben, zonder zijn handen met water gespoeld te hebben, al heeft hij dat vroeger gedaan en dus demededeelbaarheid van zijn onreinheid voor dat ogenblik krachteloos gemaakt, die zal zijn kleren wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan de avond.
12. Ook het aarden vat, dat hij, die de vloed heeft, zal aangeraakt hebben, zal gebroken worden (Leviticus. 6:28; 11:33; 14:5), maar elk houten vat, waarin, zoals in het koperen (Leviticus. 6:28), de onreinheid niet zo erg intrekt, zal met water gespoeld worden.
13. Als hij nu, die de vloed heeft, van zijn vloed gereinigd zal zijn, zo zal hij tot zijn reiniging zeven dagen, van de dag van zijn onreinheid af, voor zich tellen, en zijn kleren wassen, en hij zal zijn vlees met levend, lopend, water baden, 1) zo zal hij rein zijn, en weer tot het heiligdom toegelaten worden.
1) Zo dikwijls er sprake is van water, komt in de gedachte het woord van Johannes, dat Christus gekomen is met water en bloed, om van de vuiligheid te reinigen en die te verzoenen.
14. En op de achtste dag zal hij voor zich twee tortelduiven, of twee jonge duiven nemen, en zal voor het aangezicht des HEEREN aan de deur van de tent dersamenkomst komen, en zal ze de priester geven; bij deze reiniging is ook voor een rijke, het voor armen bevolen zondoffer (Leviticus. 5:7) toereikend en is geen groter offer nodig.
15. En de priester zal die bereiden, een ten zondoffer en een ten brandoffer, volgens de (Leviticus. 5:8-10) voorgeschreven wijze, zo zal de priester over hem voor het aangezicht des HEEREN vanwege zijn vloed verzoening doen. 1)
1) Behalve de ziekelijke zaad- en slijmvloed is voor de man verder verontreinigend, al is dit dan in mindere graad, zowel de onwillekeurige uitstorting van zaad in slaap, of droom (pollutio), als de willekeurige in de bijslaap, en wordt door deze vloed ook de vrouw onrein.
16. Verder een man, als van hem het zaad van het bijliggen zal uitgegaan zijn, die zal zijn gehele vlees, lichaam, met water baden en onrein zijn tot aan de avond (Deuteronomium. 23:10 vv.).
17. Ook elk kleed, en elk vel, leer, waaraan het zaad van het bijliggen wezen zal, dat zal met water gewassen worden en onrein zijn tot aan de avond.
18. Bovendien de vrouw, als een man met het zaad van het bijliggen bij haar gelegen zal hebben, daarom zullen zij beide zich met water baden en onrein zijn tot aan de avond. 1)
1) Volgens de meeste uitleggers hebben deze woorden betrekking op de bijslaap en blijkt het ook uit andere uitspraken, dat door de daarbij plaats hebbende uitstorting van zaad een verontreiniging in levitische zin plaats heeft (Exodus. 19:15; 1 Samuel. 21:4 vv.; 2 Samuel. 11:4). Maar anderen (zo ook Luther) verbinden ons vers zeer nauw met de beide vorige, en geven daarvan deze verklaring, dat door de bijslaap van een wettisch onrein man ook de vrouw verontreinigd wordt. Ondertussen wordt door de eerste uitlegging de geslachtsgemeenschap tussen man en vrouw volstrekt niet als zondig en verdoemelijk op zichzelf verklaard; beiden zullen slechts bedenken dat zij daardoor op een gebied overgaan, dat vóór ieder ander een zetel van de zonde is geworden en door de mens, zoals hij nu eenmaal na de zondeval is, zonder zondige prikkel niet meer kan betreden worden, waarom zij ook niet dadelijk daarna in Gods heiligdom mogen ingaan.
Hieruit blijkt, dat in alle schaamachtige zaken de Joden hun onreinheid wordt voor ogen gesteld, opdat zij op die wijze aan eerbied voor het heilige zouden gewennen en op reinheid van zeden zich zouden toeleggen. Wat dan ook uit het slot van het hoofdstuk des te meer blijkt, waar gezegd wordt: “Zodat de kinderen van Israël zich afzonderen van hun onreinigheden, opdat zij niet sterven, indien zij mijn tabernakel zullen verontreinigen.” Kort, zeg ik, stelt God Zijn doel hun voor ogen, nl. dat iedere ontheiliging verre van het volk verwijderd blijve, omdat Hij wil, dat bij Zijn dienaren de reinheid van wandel gevonden wordt, daar Hij niet zou kunnen verdragen, dat Zijn tabernakel door enige smet werd ontheiligd.
Zoals de wet aangaande de kraamvrouwen de onreinheid leren, waarin de mens wordt geboren, en zoals de wet, die de melaatsheid betrof, aantoonde, dat zijn gehele natuur bedorven is, zo vermaande deze en de volgende wetten, de oorsprong van dat verderf af te leiden van de verdorven gesteldheid van de ouders, zijnde de beginselen van de geboorte van de mens zelf besmet; dit, dat Israël alle zijn voorrechten niet aan de natuur, maar aan de genade had toe te schrijven, welke genadebedeling op verzoening was gegrond en met dankbaarheid moest worden beantwoord.
God heeft ons door natuurlijke dingen onderwezen aangaande de ondeugden van het gemoed, en heeft ons geleerd, hoe verfoeilijk die ondeugden zijn, en hoe men ze met alle vlijt moet trachten te vermijden.
Het verband van deze zin geeft duidelijk aan, dat hier bedoeld wordt, de gemeenschap tussen een man, waarover in de vorige verzen gesproken wordt, en een vrouw. Betere vertaling is dan ook in plaats van: een man, die van de man, in de zin van, die man. Luther vertaalt: de vrouw, waarbij zo’n man zal gelegen hebben.
II. Vers 19-33
De zo-even vermelde verontreiniging van de vrouw door vleselijke gemeenschap met de man brengt als vanzelf tot de verdere verontreinigingen waaraan de vrouw in haar geslachtsleven onderworpen is, zo gaat het goddelijk onderricht nu van de gezonde en natuurlijke toestanden op de ziekelijke over.
19. Maar als een vrouw vloeiende zijn zal, de gewone maandelijkse zuivering heeft, zijnde haar vloed van bloed in haar vlees, zo zal zij zeven dagen in haar afzondering van anderen zijn; en al wie haar aanraakt, zal onrein zijntot aan de avond.
20. En al hetgeen, waarop zij in haar afzondering zal gelegen hebben, zal onrein zijn; bovendien alles, waarop zij zal gezeten hebben, zal onrein zijn.
21. En al wie haar leger aanraakt, zal zijn kleren wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan de avond.
22. Ook al wie enig tuig, waarop zij gezeten zal hebben, aanraakt, zal zijn kleren wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan de avond.
23. Zelfs indien het op het leger zal geweest zijn, of op het tuig, waarop zij zat, als hij dat aanraakte, hij zal onrein zijn tot aan de avond.
24. Evenzo alsiemand zeker bij haar gelegen heeft, 1) dat haar afzondering op hem zij, zo zal hij, zoals zij zelf (vs.19) zeven dagen onrein zijn; daartoe elk leger, waarop hij zal gelegen hebben, zal onrein zijn; 2) liggen zij nu bij elkaar nadat haar afzondering gekomen is, en hebben zij dan nog met elkaar geslachtsgemeenschap, dan zullen zij beiden uit het volk uitgeroeid worden, het is een vloekwaardige daad (Leviticus. 18:19; 20:18).
1) Het geval, hier bedoeld, is het intreden van de “afzondering,” gedurende de gemeenschap, zodat de man onwillekeurig, zonder dat hij het vooruit kon vermoeden, onrein wordt.
2) Wij konden hier nu nog nader aanwijzen hoe juist en gegrond al deze wetsbepalingen zijn, die op het geslachtsleven betrekking hebben, wanneer niet de verdere uiteenzetting daarvan veel bezwaar had. Zulke dingen moeten over het algemeen meer tot die school beperkt blijven, waarin de Heilige Geest zelf de opmerkzame bijbellezer brengt; die zal het dan ook niet aan het nodige onderwijs laten ontbreken, zoals wij ook uit alles voordeel kunnen trekken, wat God hier aan Zijn oud Verbondsvolk bevolen heeft, om daaruit de ware reiniging van alle bevlekking van het vlees en de geest te leren kennen (2 Corinthiers. 7:1)
25. Wanneer ook een vrouw in zieke toestand, vele dagen buiten de tijd van haar afzondering, van de vloed van haar bloed vloeien zal; of wanneer zij vloeien zal boven haar afzondering (Matth.9:20 Mark.5:25 vv. Luk.8:43); zij zal al dedagen van de vloed van haar onreinheid, zolang die ziekelijke toestand duurt, als in de dagen van haar afzondering, geheel op dezelfde wijze, zoals ten tijde van haar maandelijkse vloeiing (vs.19 vv.), onrein zijn.
26. Elk leger, waarop zij al de dagen van haar vloed zal gelegen hebben, zal haar zijn als het leger van haar afzondering; en elk tuig, waarop zij zal gezeten hebben, zal onrein zijn, naar de onreinheid van haar afzondering.
27. En wie die dingen aanraakt, zal onrein zijn; daarom zal hij zijn kleren wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan de avond.
28. Maar als zij van haar vloed rein wordt, dan zal zij (van die dag af) voor zich zeven dagen tellen, zoals hij, die van een zaad- of slijmvloed genezen is (vs.13), en daarna zal zij rein zijn en weer tot het heiligdom toegelaten worden.
29. En op de achtste dag zal zij, zoals de gereinigde man (vs.14 vv.) voor zich twee tortelduiven of twee jonge duiven nemen, en zij zal die tot de priester brengen, aan de deur van de tent der samenkomst.
30. Dan zal de priester een ten zondoffer, opdat de verstoorde betrekking tot de Heere weer hersteld wordt, en een ten brandoffer bereiden, opdat zo de vernieuwde overgave aan God volbracht wordt, en de priester zal, doordie beide offers voor haar, van de vloed van haar onreinheid, verzoening doen voor het aangezicht des HEEREN.
31. Alzo, door mededeling van deze voorschriften, die Ik nu aan u, Mozes en Aäron, gegeven heb, zult gij de kinderen van Israël afzonderen van hun, in al de opgenoemdelichaamstoestanden voorkomende onreinheid, opdat zij niet door Mij, de Reine en Heilige, in toorn weggedaan, in hun onreinigheid niet sterven, als zij, deze niet achtende en het hun aangeboden middel, om daarvan verlost te worden, verachtende, in mijn heiligdom zouden komen en mijn tabernakel, die in het midden van hen is, verontreinigen zouden 1) (Numeri. 19:13).
1) Hoe diep alzo de wet van de Israëlieten in de afgrond van menselijke onreinheid moge doen wegzinken, toch laat zij hen daarin niet omkomen, maar trekt hen door de instelling van haar reinigingen weer tot het licht van het goddelijk aanschijn van Jehova.
32. Dit (vs.2-18 en vs.19-30) is de wet van hem, die de vloed heeft en van wie in de slaap het zaad van de bijligging uitgaat, zodat hij daardoor onrein wordt.
33. Bovendien van een zwakke vrouw in haar afzondering, en over het algemeen van hem, die van zijn vloed is vloeiende, voor een man en voor een vrouw; en voor een man, die bij een onreine zal gelegen hebben, op de in vs.24 voorgestelde wijze. (Vrgl. de wet over de verontreinigden door doden, Numeri 19).
Duidelijk heeft God door deze wetten willen tonen, dat Israël geroepen was, om een heilig volk te zijn, een volk, dat, in zijn naderen tot de Heere, en in zijn omgang met elkaar, zich als een heilig volk had te gedragen. Wel had de Heere met deze wetten de gezondheid van het volk op het oog, maar de eigenlijke reden lag dieper. Het was te doen, om de gezondheid van de ziel. Israël werd gewezen door de onreinheden van het lichaam op de onreinheid van de ziel, maar ook, dat een onrein en onheilig zondaar niet bij God kon verkeren, niet tot Zijn gemeenschap kon worden toegelaten, tenzij de reiniging en verzoening door het bloed van de verzoening had plaatsgevonden.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Leviticus 15
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
MANNEN EN VROUWEN MET EEN ONREINE VLOED, HOE DIE TE REINIGEN.
I. Vers 1-18
Behalve over de verontreinigingen door melaatsheid spreekt de Heere ook over die door geslachtsvloeiingen, zowel gezonde als ziekelijke; en wel het eerst over de vloeiingen van de man, beginnende met de ziekelijke en daarna overgaande tot de gezonde of natuurlijke.
1. Verder sprak de HEERE opnieuw tot Mozes en tot Aäron, zeggende:
2. Spreekt tot de kinderen van Israël en zegt tot hen: ieder man, als hij vloeiende zal zijn uit zijn vlees, 1) zijn lichaam zal om zijn vloed, bij een zekere aard van dergelijke vloeiingen, naar de wet of Levitisch onrein zijn en niet in het heiligdom komen, of andere heilige dingen zich voornemen.
1) In het Hebreeuws Basar, vlees, in de zin van lichaam, zoals in vs.13. Volgens Trusen is deze ziekte de z.g. blenorrhaea urethrae. Door deze wetten heeft God Israël ook weer willen tonen, dat het een heilig volk was, en bedoeld de middelmuur van het afscheidsel te vormen tussen Israël en de heidenen.
3. Dit nu zal zijn onreinigheid om zijn vloed zijn; zo zijn vlees, het geslachtslid dat aan een dergelijke vloed lijdende is, zijn vloed uitzevert, het zaad laat uitvloeien, of zijn vlees van zijn vloed zich verstopt, ten gevolge van verstoppingen de vloed terughoudt, dat is zijn onreinheid.
De uitleggers verschillen van elkaar in de beantwoording van de vraag, of hieronder verstaan moet worden de ziekelijke zaadvloed (gonorr hoeabenigna, niet te vereenzelvigen met de eerst sedert de 15de eeuw n. Chr. voorkomende syphilitische gonorr. virulenta) d.i. een onwillekeurig uit zwakheid van de teeldelen ontstaande droppelsgewijze wegvloeing van het mannelijk zaad, of slechts de uit katarrhalisch lijden ontstaande slijmvloed, die, wanneer hij verstopt is, zeer gevaarlijk worden kan. Waarschijnlijk heeft men aan beide te denken; het komt op de zaak zelf minder aan, meer op de ontzaglijke ernst, waarmee de wet hier en hoofdstuk 12 het gehele geslachtsleven van de mens onder haar tucht en straf neemt. Juist de geslachtsbetrekkingen zullen het meest onder de volkomen zelfbeheersing van de menselijke wil en in de dienst van de Heere staan. Maar hier vooral heeft de zonde met haar duistere macht en verstotende gevolgen zich laten gelden en de bronnen van het menselijk geslacht in de waren zin vna het woord vergiftigd. Dit zal diep worden geprent in het bewustzijn van het volk van het Oude Verbond daarom worden alle verschijnselen op dit gebied, hetzij ziekelijk, hetzij onschuldig, als onrein en verontreinigend beschouwd en behandeld; terwijl andere lichaamstoestanden, zoals haemorrhoïdale vloeiingen, slijm-, etter- en speekselvloeiingen uit mond en neus, uit wonden en zweren met het oog op de wet voor onverschillig worden gehouden.
4. Elk leger, waarop hij, die de vloed heeft, zal liggen, zal onrein zijn, en elk tuig, waarop hij zal zitten, zal onrein zijn.
5.Een ieder ook, die zijn leger zal aanraken, zal zijn kleren wassen, en zich met water baden, en zal onrein zijn tot aan de avond.
6. En die op dat tuig zit, waarop hij, die de vloed heeft, gezeten zal hebben, zal zijn kleren wassen, en zich met water baden, en zal onrein zijn tot aan de avond.
7. En die het vlees, een of ander lichaamsdeel, van hem, die de vloed heeft, aanraakt, zal zijn kleren wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan de avond.
8. Als ook hij die de zaad- of slijmvloed heeft, op een reine zal gespogen hebben, dan zal hij, die bespogen is, zijn kleren wassen, en zal zich met water baden, en onrein zijn tot aan de avond.
9. Evenzo elk zadel of wagen, waarop hij, die de vloed heeft, zal gereden hebben, zal onrein zijn.
10. En al wie iets, zo’n zadel of wagen, aanraak, dat onder hem zal geweest zijn, zal onrein zijn tot aan de avond; en die het draagt, om het te verwijderen, zal zijn kleren wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan de avond.
11. Daartoe een ieder, wie hij, die de vloed heeft, zal aangeraakt hebben, zonder zijn handen met water gespoeld te hebben, al heeft hij dat vroeger gedaan en dus demededeelbaarheid van zijn onreinheid voor dat ogenblik krachteloos gemaakt, die zal zijn kleren wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan de avond.
12. Ook het aarden vat, dat hij, die de vloed heeft, zal aangeraakt hebben, zal gebroken worden (Leviticus. 6:28; 11:33; 14:5), maar elk houten vat, waarin, zoals in het koperen (Leviticus. 6:28), de onreinheid niet zo erg intrekt, zal met water gespoeld worden.
13. Als hij nu, die de vloed heeft, van zijn vloed gereinigd zal zijn, zo zal hij tot zijn reiniging zeven dagen, van de dag van zijn onreinheid af, voor zich tellen, en zijn kleren wassen, en hij zal zijn vlees met levend, lopend, water baden, 1) zo zal hij rein zijn, en weer tot het heiligdom toegelaten worden.
1) Zo dikwijls er sprake is van water, komt in de gedachte het woord van Johannes, dat Christus gekomen is met water en bloed, om van de vuiligheid te reinigen en die te verzoenen.
14. En op de achtste dag zal hij voor zich twee tortelduiven, of twee jonge duiven nemen, en zal voor het aangezicht des HEEREN aan de deur van de tent dersamenkomst komen, en zal ze de priester geven; bij deze reiniging is ook voor een rijke, het voor armen bevolen zondoffer (Leviticus. 5:7) toereikend en is geen groter offer nodig.
15. En de priester zal die bereiden, een ten zondoffer en een ten brandoffer, volgens de (Leviticus. 5:8-10) voorgeschreven wijze, zo zal de priester over hem voor het aangezicht des HEEREN vanwege zijn vloed verzoening doen. 1)
1) Behalve de ziekelijke zaad- en slijmvloed is voor de man verder verontreinigend, al is dit dan in mindere graad, zowel de onwillekeurige uitstorting van zaad in slaap, of droom (pollutio), als de willekeurige in de bijslaap, en wordt door deze vloed ook de vrouw onrein.
16. Verder een man, als van hem het zaad van het bijliggen zal uitgegaan zijn, die zal zijn gehele vlees, lichaam, met water baden en onrein zijn tot aan de avond (Deuteronomium. 23:10 vv.).
17. Ook elk kleed, en elk vel, leer, waaraan het zaad van het bijliggen wezen zal, dat zal met water gewassen worden en onrein zijn tot aan de avond.
18. Bovendien de vrouw, als een man met het zaad van het bijliggen bij haar gelegen zal hebben, daarom zullen zij beide zich met water baden en onrein zijn tot aan de avond. 1)
1) Volgens de meeste uitleggers hebben deze woorden betrekking op de bijslaap en blijkt het ook uit andere uitspraken, dat door de daarbij plaats hebbende uitstorting van zaad een verontreiniging in levitische zin plaats heeft (Exodus. 19:15; 1 Samuel. 21:4 vv.; 2 Samuel. 11:4). Maar anderen (zo ook Luther) verbinden ons vers zeer nauw met de beide vorige, en geven daarvan deze verklaring, dat door de bijslaap van een wettisch onrein man ook de vrouw verontreinigd wordt. Ondertussen wordt door de eerste uitlegging de geslachtsgemeenschap tussen man en vrouw volstrekt niet als zondig en verdoemelijk op zichzelf verklaard; beiden zullen slechts bedenken dat zij daardoor op een gebied overgaan, dat vóór ieder ander een zetel van de zonde is geworden en door de mens, zoals hij nu eenmaal na de zondeval is, zonder zondige prikkel niet meer kan betreden worden, waarom zij ook niet dadelijk daarna in Gods heiligdom mogen ingaan.
Hieruit blijkt, dat in alle schaamachtige zaken de Joden hun onreinheid wordt voor ogen gesteld, opdat zij op die wijze aan eerbied voor het heilige zouden gewennen en op reinheid van zeden zich zouden toeleggen. Wat dan ook uit het slot van het hoofdstuk des te meer blijkt, waar gezegd wordt: “Zodat de kinderen van Israël zich afzonderen van hun onreinigheden, opdat zij niet sterven, indien zij mijn tabernakel zullen verontreinigen.” Kort, zeg ik, stelt God Zijn doel hun voor ogen, nl. dat iedere ontheiliging verre van het volk verwijderd blijve, omdat Hij wil, dat bij Zijn dienaren de reinheid van wandel gevonden wordt, daar Hij niet zou kunnen verdragen, dat Zijn tabernakel door enige smet werd ontheiligd.
Zoals de wet aangaande de kraamvrouwen de onreinheid leren, waarin de mens wordt geboren, en zoals de wet, die de melaatsheid betrof, aantoonde, dat zijn gehele natuur bedorven is, zo vermaande deze en de volgende wetten, de oorsprong van dat verderf af te leiden van de verdorven gesteldheid van de ouders, zijnde de beginselen van de geboorte van de mens zelf besmet; dit, dat Israël alle zijn voorrechten niet aan de natuur, maar aan de genade had toe te schrijven, welke genadebedeling op verzoening was gegrond en met dankbaarheid moest worden beantwoord.
God heeft ons door natuurlijke dingen onderwezen aangaande de ondeugden van het gemoed, en heeft ons geleerd, hoe verfoeilijk die ondeugden zijn, en hoe men ze met alle vlijt moet trachten te vermijden.
Het verband van deze zin geeft duidelijk aan, dat hier bedoeld wordt, de gemeenschap tussen een man, waarover in de vorige verzen gesproken wordt, en een vrouw. Betere vertaling is dan ook in plaats van: een man, die van de man, in de zin van, die man. Luther vertaalt: de vrouw, waarbij zo’n man zal gelegen hebben.
II. Vers 19-33
De zo-even vermelde verontreiniging van de vrouw door vleselijke gemeenschap met de man brengt als vanzelf tot de verdere verontreinigingen waaraan de vrouw in haar geslachtsleven onderworpen is, zo gaat het goddelijk onderricht nu van de gezonde en natuurlijke toestanden op de ziekelijke over.
19. Maar als een vrouw vloeiende zijn zal, de gewone maandelijkse zuivering heeft, zijnde haar vloed van bloed in haar vlees, zo zal zij zeven dagen in haar afzondering van anderen zijn; en al wie haar aanraakt, zal onrein zijntot aan de avond.
20. En al hetgeen, waarop zij in haar afzondering zal gelegen hebben, zal onrein zijn; bovendien alles, waarop zij zal gezeten hebben, zal onrein zijn.
21. En al wie haar leger aanraakt, zal zijn kleren wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan de avond.
22. Ook al wie enig tuig, waarop zij gezeten zal hebben, aanraakt, zal zijn kleren wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan de avond.
23. Zelfs indien het op het leger zal geweest zijn, of op het tuig, waarop zij zat, als hij dat aanraakte, hij zal onrein zijn tot aan de avond.
24. Evenzo alsiemand zeker bij haar gelegen heeft, 1) dat haar afzondering op hem zij, zo zal hij, zoals zij zelf (vs.19) zeven dagen onrein zijn; daartoe elk leger, waarop hij zal gelegen hebben, zal onrein zijn; 2) liggen zij nu bij elkaar nadat haar afzondering gekomen is, en hebben zij dan nog met elkaar geslachtsgemeenschap, dan zullen zij beiden uit het volk uitgeroeid worden, het is een vloekwaardige daad (Leviticus. 18:19; 20:18).
1) Het geval, hier bedoeld, is het intreden van de “afzondering,” gedurende de gemeenschap, zodat de man onwillekeurig, zonder dat hij het vooruit kon vermoeden, onrein wordt.
2) Wij konden hier nu nog nader aanwijzen hoe juist en gegrond al deze wetsbepalingen zijn, die op het geslachtsleven betrekking hebben, wanneer niet de verdere uiteenzetting daarvan veel bezwaar had. Zulke dingen moeten over het algemeen meer tot die school beperkt blijven, waarin de Heilige Geest zelf de opmerkzame bijbellezer brengt; die zal het dan ook niet aan het nodige onderwijs laten ontbreken, zoals wij ook uit alles voordeel kunnen trekken, wat God hier aan Zijn oud Verbondsvolk bevolen heeft, om daaruit de ware reiniging van alle bevlekking van het vlees en de geest te leren kennen (2 Corinthiers. 7:1)
25. Wanneer ook een vrouw in zieke toestand, vele dagen buiten de tijd van haar afzondering, van de vloed van haar bloed vloeien zal; of wanneer zij vloeien zal boven haar afzondering (Matth.9:20 Mark.5:25 vv. Luk.8:43); zij zal al dedagen van de vloed van haar onreinheid, zolang die ziekelijke toestand duurt, als in de dagen van haar afzondering, geheel op dezelfde wijze, zoals ten tijde van haar maandelijkse vloeiing (vs.19 vv.), onrein zijn.
26. Elk leger, waarop zij al de dagen van haar vloed zal gelegen hebben, zal haar zijn als het leger van haar afzondering; en elk tuig, waarop zij zal gezeten hebben, zal onrein zijn, naar de onreinheid van haar afzondering.
27. En wie die dingen aanraakt, zal onrein zijn; daarom zal hij zijn kleren wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan de avond.
28. Maar als zij van haar vloed rein wordt, dan zal zij (van die dag af) voor zich zeven dagen tellen, zoals hij, die van een zaad- of slijmvloed genezen is (vs.13), en daarna zal zij rein zijn en weer tot het heiligdom toegelaten worden.
29. En op de achtste dag zal zij, zoals de gereinigde man (vs.14 vv.) voor zich twee tortelduiven of twee jonge duiven nemen, en zij zal die tot de priester brengen, aan de deur van de tent der samenkomst.
30. Dan zal de priester een ten zondoffer, opdat de verstoorde betrekking tot de Heere weer hersteld wordt, en een ten brandoffer bereiden, opdat zo de vernieuwde overgave aan God volbracht wordt, en de priester zal, doordie beide offers voor haar, van de vloed van haar onreinheid, verzoening doen voor het aangezicht des HEEREN.
31. Alzo, door mededeling van deze voorschriften, die Ik nu aan u, Mozes en Aäron, gegeven heb, zult gij de kinderen van Israël afzonderen van hun, in al de opgenoemdelichaamstoestanden voorkomende onreinheid, opdat zij niet door Mij, de Reine en Heilige, in toorn weggedaan, in hun onreinigheid niet sterven, als zij, deze niet achtende en het hun aangeboden middel, om daarvan verlost te worden, verachtende, in mijn heiligdom zouden komen en mijn tabernakel, die in het midden van hen is, verontreinigen zouden 1) (Numeri. 19:13).
1) Hoe diep alzo de wet van de Israëlieten in de afgrond van menselijke onreinheid moge doen wegzinken, toch laat zij hen daarin niet omkomen, maar trekt hen door de instelling van haar reinigingen weer tot het licht van het goddelijk aanschijn van Jehova.
32. Dit (vs.2-18 en vs.19-30) is de wet van hem, die de vloed heeft en van wie in de slaap het zaad van de bijligging uitgaat, zodat hij daardoor onrein wordt.
33. Bovendien van een zwakke vrouw in haar afzondering, en over het algemeen van hem, die van zijn vloed is vloeiende, voor een man en voor een vrouw; en voor een man, die bij een onreine zal gelegen hebben, op de in vs.24 voorgestelde wijze. (Vrgl. de wet over de verontreinigden door doden, Numeri 19).
Duidelijk heeft God door deze wetten willen tonen, dat Israël geroepen was, om een heilig volk te zijn, een volk, dat, in zijn naderen tot de Heere, en in zijn omgang met elkaar, zich als een heilig volk had te gedragen. Wel had de Heere met deze wetten de gezondheid van het volk op het oog, maar de eigenlijke reden lag dieper. Het was te doen, om de gezondheid van de ziel. Israël werd gewezen door de onreinheden van het lichaam op de onreinheid van de ziel, maar ook, dat een onrein en onheilig zondaar niet bij God kon verkeren, niet tot Zijn gemeenschap kon worden toegelaten, tenzij de reiniging en verzoening door het bloed van de verzoening had plaatsgevonden.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel