Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Klaagliederen 2

1 Aleph. Hoe heeft de Heere de dochter Sions in Zijn toorn bewolkt? Hij heeft de heerlijkheid van Israel van den hemel op de aarde nedergeworpen; en Hij heeft aan de voetbank Zijner voeten niet gedacht in den dag Zijns toorns.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Aleph. HoeH349 heeft de HeereH136 de dochterH1323 SionsH6726 in Zijn toornH639 bewolktH5743? Hij heeft de heerlijkheidH8597 van IsraelH3478 van den hemelH8064 op de aardeH776 nedergeworpenH7993; en Hij heeft aan de voetbankH1916 Zijner voetenH7272 nietH3808 gedachtH2142 in den dagH3117 Zijns toornsH639. Aleph. Hoe heeft de Heere de dochter Sions in Zijn toorn bewolkt? Hij heeft de heerlijkheid van Israel van den hemel op de aarde nedergeworpen; en Hij heeft aan de voetbank Zijner voeten niet gedacht in den dag Zijns toorns.

KJV How hath the Lord4 covered2 the daughter6 of Zion7 with a cloud in his anger,3 and cast down8 from heaven9 unto the earth10 the beauty11 of Israel,12 and remembered14 not his footstool15 in the day17 of his anger!

1 אֵיכָה֩ H349 hoe how, what 2 יָעִ֨יב H5743 bewolkt cover with a cloud 3 בְּאַפּ֤וֹ H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 4 אֲדֹנָי֙ H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 7 צִיּ֔וֹן H6726 Sion, Sions Zion 8 הִשְׁלִ֤יךְ H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 9 מִשָּׁמַ֨יִם֙ H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 10 אֶ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 תִּפְאֶ֖רֶת H8597 heerlijkheid, sieraad, sierlijke beauty(-iful), bravery, comely, fair, glory(-ious), honour, majesty 12 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 13 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 זָכַ֥ר H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 15 הֲדֹם H1916 voetbank (foot-) stool 16 רַגְלָ֖יו H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 17 בְּי֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 18 אַפּֽוֹ H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Beth. De Heere heeft al de woningen Jakobs verslonden, en heeft ze niet verschoond; Hij heeft de vastigheden der dochter van Juda afgebroken in Zijn verbolgenheid, Hij heeft gemaakt, dat zij de aarde raken; Hij heeft het koninkrijk en deszelfs vorsten ontheiligd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Beth. De HeereH136 heeft alH3605 de woningenH4999 JakobsH3290 verslondenH1104, en heeft ze nietH3808 verschoondH2550; Hij heeft de vastighedenH4013 der dochterH1323 van JudaH3063 afgebrokenH2040 in Zijn verbolgenheidH5678, Hij heeft gemaakt, dat zij de aardeH776 rakenH5060; Hij heeft het koninkrijkH4467 en deszelfs vorstenH8269 ontheiligdH2490. Beth. De Heere heeft al de woningen Jakobs verslonden, en heeft ze niet verschoond; Hij heeft de vastigheden der dochter van Juda afgebroken in Zijn verbolgenheid, Hij heeft gemaakt, dat zij de aarde raken; Hij heeft het koninkrijk en deszelfs vorsten ontheiligd.

KJV The Lord2 hath swallowed up1 all the habitations7 of Jacob,8 and hath not pitied:4 he hath thrown down9 in his wrath10 the strong holds11 of the daughter12 of Judah;13 he hath brought them down14 to the ground:15 he hath polluted16 the kingdom17 and the princes

1 בִּלַּ֨ע H1104 verslonden, verslinden, verslond cover, destroy, devour, eat up, be at end, spend up, swallow down (up) 2 אֲדֹנָ֜י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 3 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 חָמַ֗ל H2550 verschonen, sparen, verschoonde have compassion, (have) pity, spare 5 אֵ֚ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 נְא֣וֹת H4999 weiden, woningen, herdershutten habitation, house, pasture, pleasant place 8 יַעֲקֹ֔ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 9 הָרַ֧ס H2040 afbreken, afgebroken, verbroken beat down, break (down, through), destroy, overthrow, pluck down, pull down, ruin, throw down, [idiom] utterly 10 בְּעֶבְרָת֛וֹ H5678 verbolgenheid, verbolgenheden anger, rage, wrath 11 מִבְצְרֵ֥י H4013 vaste, vastigheden, vesting (de-, most) fenced, fortress, (most) strong (hold) 12 בַת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 13 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 14 הִגִּ֣יעַ H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 15 לָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 16 חִלֵּ֥ל H2490 ontheiligen, ontheiligd, begon begin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound 17 מַמְלָכָ֖ה H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal 18 וְשָׂרֶֽיהָ H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Gimel. Hij heeft, in ontsteking des toorns, den gehelen hoorn Israels afgehouwen; Hij heeft Zijn rechterhand achterwaarts getrokken, toen de vijand kwam, en Hij is tegen Jakob ontstoken als een vlammend vuur, dat rondom verteert.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Gimel. Hij heeft, in ontstekingH2750 des toornsH639, den gehelen hoornH7161 IsraelsH3478 afgehouwenH1438; Hij heeft Zijn rechterhandH3225 achterwaartsH268 getrokkenH7725, toen de vijandH341 kwam, en Hij is tegen JakobH3290 ontstokenH1197 als een vlammendH3852 vuurH784, dat rondomH5439 verteertH398. Gimel. Hij heeft, in ontsteking des toorns, den gehelen hoorn Israels afgehouwen; Hij heeft Zijn rechterhand achterwaarts getrokken, toen de vijand kwam, en Hij is tegen Jakob ontstoken als een vlammend vuur, dat rondom verteert.

KJV He hath cut off1 in his fierce2 anger3 all the horn5 of Israel:6 he hath drawn7 back8 his right hand9 from before10 the enemy,11 and he burned12 against Jacob13 like a flaming15 fire,14 which devoureth16 round about.

1 גָּדַ֣ע H1438 afgehouwen, afgesneden, afhouwen cut (asunder, in sunder, down, off), hew down 2 בָּֽחֳרִי H2750 ontsteking, hittigheid, hitte fierce, [idiom] great, heat 3 אַ֗ף H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 4 כֹּ֚ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 קֶ֣רֶן H7161 hoornen, hoorn, Hoorn [idiom] hill, horn 6 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 הֵשִׁ֥יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 8 אָח֛וֹר H268 achterwaarts, achteren, achterste after(-ward), back (part, -side, -ward), hereafter, (be-) hind(-er part), time to come, without 9 יְמִינ֖וֹ H3225 rechterhand, rechter, rechterschouder [phrase] left-handed, right (hand, side), south 10 מִפְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 11 אוֹיֵ֑ב H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 12 וַיִּבְעַ֤ר H1197 wegdoen, branden, aangestoken be brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste 13 בְּיַעֲקֹב֙ H3290 Jakob, Jakobs Jacob 14 כְּאֵ֣שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 15 לֶֽהָבָ֔ה H3852 vlam, vlammend, vlammig flame(-ming), head (of a spear) 16 אָכְלָ֖ה H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 17 סָבִֽיב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Daleth. Hij heeft Zijn boog gespannen als een vijand; Hij heeft zich met Zijn rechterhand gesteld als een tegenpartijder, dat Hij doodde al de begeerlijke dingen der ogen; Hij heeft Zijn grimmigheid in de tent der dochter Sions uitgestort als een vuur.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Daleth. Hij heeft Zijn boogH7198 gespannenH1869 als een vijandH341; Hij heeft zich met Zijn rechterhandH3225 gesteldH5324 als een tegenpartijderH6862, dat Hij dooddeH2026 alH3605 de begeerlijkeH4261 dingen der ogenH5869; Hij heeft Zijn grimmigheidH2534 in de tentH168 der dochterH1323 SionsH6726 uitgestortH8210 als een vuurH784. Daleth. Hij heeft Zijn boog gespannen als een vijand; Hij heeft zich met Zijn rechterhand gesteld als een tegenpartijder, dat Hij doodde al de begeerlijke dingen der ogen; Hij heeft Zijn grimmigheid in de tent der dochter Sions uitgestort als een vuur.

KJV He hath bent1 his bow2 like an enemy:3 he stood4 with his right hand5 as an adversary,6 and slew7 all that were pleasant9 to the eye10 in the tabernacle11 of the daughter12 of Zion:13 he poured out14 his fury16 like fire.

1 דָּרַ֨ךְ H1869 treden, gespannen, getreden archer, bend, come, draw, go (over), guide, lead (forth), thresh, tread (down), walk 2 קַשְׁתּ֜וֹ H7198 boog, bogen, Boog [idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot) 3 כְּאוֹיֵ֗ב H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 4 נִצָּ֤ב H5324 gesteld, stonden, stond appointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state 5 יְמִינוֹ֙ H3225 rechterhand, rechter, rechterschouder [phrase] left-handed, right (hand, side), south 6 כְּצָ֔ר H6862 wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijders adversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble 7 וַֽיַּהֲרֹ֔ג H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 8 כֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 מַחֲמַדֵּי H4261 gewenste, begeerlijke, begeerte beloved, desire, goodly, lovely, pleasant (thing) 10 עָ֑יִן H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 11 בְּאֹ֨הֶל֙ H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 12 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 13 צִיּ֔וֹן H6726 Sion, Sions Zion 14 שָׁפַ֥ךְ H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 15 כָּאֵ֖שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 16 חֲמָתֽוֹ H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 He. De Heere is geworden als een vijand; Hij heeft Israel verslonden, Hij heeft al haar paleizen verslonden. Hij heeft deszelfs vastigheden verdorven; en Hij heeft bij de dochter van Juda het klagen en kermen vermenigvuldigd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 He. De HeereH136 isH1961 geworden als een vijandH341; Hij heeft IsraelH3478 verslondenH1104, Hij heeft alH3605 haar paleizenH759 verslondenH1104. Hij heeft deszelfs vastighedenH4013 verdorvenH7843; en Hij heeft bij de dochterH1323 van JudaH3063 het klagenH8386 en kermenH592 vermenigvuldigdH7235. He. De Heere is geworden als een vijand; Hij heeft Israel verslonden, Hij heeft al haar paleizen verslonden. Hij heeft deszelfs vastigheden verdorven; en Hij heeft bij de dochter van Juda het klagen en kermen vermenigvuldigd.

KJV The Lord2 was as an enemy:3 he hath swallowed up4 Israel,5 he hath swallowed up6 all her palaces:8 he hath destroyed9 his strong holds,10 and hath increased11 in the daughter12 of Judah13 mourning14 and lamentation.

1 הָיָ֨ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 אֲדֹנָ֤י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 3 כְּאוֹיֵב֙ H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 4 בִּלַּ֣ע H1104 verslonden, verslinden, verslond cover, destroy, devour, eat up, be at end, spend up, swallow down (up) 5 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 בִּלַּע֙ H1104 verslonden, verslinden, verslond cover, destroy, devour, eat up, be at end, spend up, swallow down (up) 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 אַרְמְנוֹתֶ֔יהָ H759 paleizen, paleis castle, palace. Compare H2038 (הַרְמוֹן) 9 שִׁחֵ֖ת H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 10 מִבְצָרָ֑יו H4013 vaste, vastigheden, vesting (de-, most) fenced, fortress, (most) strong (hold) 11 וַיֶּ֨רֶב֙ H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 12 בְּבַת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 13 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 14 תַּאֲנִיָּ֖ה H8386 klagen, treuring heaviness, mourning 15 וַאֲנִיָּֽה H592 droefheid, kermen lamentation, sorrow
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Vau. En Hij heeft Zijn hut met geweld afgerukt, als een hof, Hij heeft Zijn vergaderplaats verdorven; de HEERE heeft in Sion doen vergeten den hoogtijd en den sabbat, en Hij heeft in de gramschap Zijns toorns den koning en den priester smadelijk verworpen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Vau. En Hij heeft Zijn hutH7900 met geweldH2554 afgerukt, als een hofH1588, Hij heeft Zijn vergaderplaatsH4150 verdorvenH7843; de HEEREH3068 heeft in SionH6726 doen vergetenH7911 den hoogtijdH4150 en den sabbatH7676, en Hij heeft in de gramschapH2195 Zijns toornsH639 den koningH4428 en den priesterH3548 smadelijk verworpenH5006. Vau. En Hij heeft Zijn hut met geweld afgerukt, als een hof, Hij heeft Zijn vergaderplaats verdorven; de HEERE heeft in Sion doen vergeten den hoogtijd en den sabbat, en Hij heeft in de gramschap Zijns toorns den koning en den priester smadelijk verworpen.

KJV And he hath violently taken away1 his tabernacle,3 as if it were of a garden:2 he hath destroyed4 his places of the assembly:5 the LORD7 hath caused the solemn feasts9 and sabbaths10 to be forgotten6 in Zion,8 and hath despised11 in the indignation12 of his anger13 the king14 and the priest.

1 וַיַּחְמֹ֤ס H2554 geweld, afrukken make bare, shake off, violate, do violence, take away violently, wrong, imagine wrongfully 2 כַּגַּן֙ H1588 hof, hofs, hoven garden 3 שֻׂכּ֔וֹ H7900 hut tabernacle 4 שִׁחֵ֖ת H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 5 מוֹעֲד֑וֹ H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 6 שִׁכַּ֨ח H7911 vergeten, vergeet, vergaten [idiom] at all, (cause to) forget 7 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 בְּצִיּוֹן֙ H6726 Sion, Sions Zion 9 מוֹעֵ֣ד H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 10 וְשַׁבָּ֔ת H7676 sabbat, sabbatten, sabbatdag ([phrase] every) sabbath 11 וַיִּנְאַ֥ץ H5006 gelasterd, lasteren, versmaden abhor, (give occasion to) blaspheme, contemn, despise, flourish, [idiom] great, provoke 12 בְּזַֽעַם H2195 gramschap, verstoordheid, grimmigheid angry, indignation, rage 13 אַפּ֖וֹ H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 14 מֶ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 15 וְכֹהֵֽן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Zain. De Heere heeft Zijn altaar verstoten. Hij heeft Zijn heiligdom te niet gedaan, Hij heeft de muren harer paleizen in des vijands hand overgegeven; zij hebben in het huis des HEEREN een stem verheven als op den dag eens gezetten hoogtijds.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Zain. De HeereH136 heeft Zijn altaarH4196 verstotenH2186. Hij heeft Zijn heiligdomH4720 te niet gedaan, Hij heeft de murenH2346 harer paleizenH759 in des vijandsH341 handH3027 overgegevenH5462; zij hebben in het huisH1004 des HEERENH3068 een stemH6963 verhevenH5414 als op den dagH3117 eens gezetten hoogtijdsH4150. Zain. De Heere heeft Zijn altaar verstoten. Hij heeft Zijn heiligdom te niet gedaan, Hij heeft de muren harer paleizen in des vijands hand overgegeven; zij hebben in het huis des HEEREN een stem verheven als op den dag eens gezetten hoogtijds.

KJV The Lord2 hath cast off1 his altar,3 he hath abhorred4 his sanctuary,5 he hath given up6 into the hand7 of the enemy8 the walls9 of her palaces;10 they have made12 a noise11 in the house13 of the LORD,14 as in the day15 of a solemn feast.

1 זָנַ֨ח H2186 verstoten, verstoot, verre terugdrijven cast away (off), remove far away (off) 2 אֲדֹנָ֤י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 3 מִזְבְּחוֹ֙ H4196 altaar, altaren, altaars altar 4 נִאֵ֣ר H5010 abhor, make void 5 מִקְדָּשׁ֔וֹ H4720 heiligdom, heiligdoms, heiligdommen chapel, hallowed part, holy place, sanctuary 6 הִסְגִּיר֙ H5462 gesloten, sloot, toegesloten close up, deliver (up), give over (up), inclose, [idiom] pure, repair, shut (in, self, out, up, up together), stop, [idiom] straitly 7 בְּיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 8 אוֹיֵ֔ב H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 9 חוֹמֹ֖ת H2346 muur, muren, muurs wall, walled 10 אַרְמְנוֹתֶ֑יהָ H759 paleizen, paleis castle, palace. Compare H2038 (הַרְמוֹן) 11 ק֛וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 12 נָתְנ֥וּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 13 בְּבֵית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 14 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 כְּי֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 16 מוֹעֵֽד H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Cheth. De HEERE heeft gedacht te verderven den muur der dochter Sions; Hij heeft het richtsnoer daarover getogen, Hij heeft Zijn hand niet afgewend, dat Hij ze niet verslonde; en Hij heeft den voormuur en den muur te zamen treurig gemaakt, zij zijn verzwakt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Cheth. De HEEREH3068 heeft gedachtH2803 te verdervenH7843 den muurH2346 der dochterH1323 SionsH6726; Hij heeft het richtsnoerH6957 daarover getogenH5186, Hij heeft Zijn handH3027 niet afgewendH7725, dat Hij ze niet verslondeH1104; en Hij heeft den voormuurH2426 en den muurH2346 te zamenH3162 treurigH56 gemaakt, zij zijn verzwaktH535. Cheth. De HEERE heeft gedacht te verderven den muur der dochter Sions; Hij heeft het richtsnoer daarover getogen, Hij heeft Zijn hand niet afgewend, dat Hij ze niet verslonde; en Hij heeft den voormuur en den muur te zamen treurig gemaakt, zij zijn verzwakt.

KJV The LORD2 hath purposed1 to destroy3 the wall4 of the daughter5 of Zion:6 he hath stretched out7 a line,8 he hath not withdrawn10 his hand11 from destroying:12 therefore he made the rampart14 and the wall15 to lament;13 they languished17 together.

1 חָשַׁ֨ב H2803 geacht, gedacht, bedenken (make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think 2 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 לְהַשְׁחִית֙ H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 4 חוֹמַ֣ת H2346 muur, muren, muurs wall, walled 5 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 6 צִיּ֔וֹן H6726 Sion, Sions Zion 7 נָ֣טָה H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 8 קָ֔ו H6957 regel, richtsnoer, meetsnoer line. Compare H6978 (קַו־קַו)lemma קַו־קַי yod, corrected to קַו־קַו 9 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 הֵשִׁ֥יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 11 יָד֖וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 12 מִבַּלֵּ֑עַ H1104 verslonden, verslinden, verslond cover, destroy, devour, eat up, be at end, spend up, swallow down (up) 13 וַיַּֽאֲבֶל H56 rouw, treuren, treurt lament, mourn 14 חֵ֥ל H2426 heir, voormuur, buitenmuur army, bulwark, host, [phrase] poor, rampart, trench, wall 15 וְחוֹמָ֖ה H2346 muur, muren, muurs wall, walled 16 יַחְדָּ֥ו H3162 samen, tezamen alike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal 17 אֻמְלָֽלוּ H535 kweelt, kwelen, flauw languish, be weak, wax feeble
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Teth. Haar poorten zijn in de aarde verzonken; Hij heeft haar grendelen verdorven en gebroken; haar koning en haar vorsten zijn onder de heidenen; er is geen wet; haar profeten vinden ook geen gezicht van den HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Teth. Haar poortenH8179 zijn in de aardeH776 verzonkenH2883; Hij heeft haar grendelenH1280 verdorvenH6 en gebrokenH7665; haar koningH4428 en haar vorstenH8269 zijn onder de heidenenH1471; er is geen wetH8451; haar profetenH5030 vindenH4672 ookH1571 geen gezichtH2377 van den HEEREH3068. Teth. Haar poorten zijn in de aarde verzonken; Hij heeft haar grendelen verdorven en gebroken; haar koning en haar vorsten zijn onder de heidenen; er is geen wet; haar profeten vinden ook geen gezicht van den HEERE.

KJV Her gates3 are sunk1 into the ground;2 he hath destroyed4 and broken5 her bars:6 her king7 and her princes8 are among the Gentiles:9 the law11 is no more; her prophets13 also find15 no vision16 from the LORD.

1 טָבְע֤וּ H2883 gezonken, zonk, ingevest drown, fasten, settle, sink 2 בָאָ֨רֶץ֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 3 שְׁעָרֶ֔יהָ H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 4 אִבַּ֥ד H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 5 וְשִׁבַּ֖ר H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 6 בְּרִיחֶ֑יהָ H1280 grendelen, richelen, grendel bar, fugitive 7 מַלְכָּ֨הּ H4428 koning, konings, koningen king, royal 8 וְשָׂרֶ֤יהָ H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 9 בַגּוֹיִם֙ H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 10 אֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 11 תּוֹרָ֔ה H8451 wet, wetten, leer law 12 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 13 נְבִיאֶ֕יהָ H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 14 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 מָצְא֥וּ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 16 חָז֖וֹן H2377 gezicht, gezichten, gezichts vision 17 מֵיְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Jod. De oudsten der dochter Sions zitten op de aarde, zij zwijgen stil, zij werpen stof op hun hoofd, zij hebben zakken aangegord; de jonge dochters van Jeruzalem laten haar hoofd ter aarde hangen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Jod. De oudstenH2205 der dochterH1323 SionsH6726 zittenH3427 op de aardeH776, zij zwijgen stilH1826, zij werpenH5927 stofH6083 opH5921 hun hoofdH7218, zij hebben zakkenH8242 aangegordH2296; de jonge dochtersH1330 van JeruzalemH3389 latenH3381 haar hoofdH7218 ter aardeH776 hangenH3381. Jod. De oudsten der dochter Sions zitten op de aarde, zij zwijgen stil, zij werpen stof op hun hoofd, zij hebben zakken aangegord; de jonge dochters van Jeruzalem laten haar hoofd ter aarde hangen.

KJV The elders4 of the daughter5 of Zion6 sit1 upon the ground,2 and keep silence:3 they have cast up7 dust8 upon their heads;10 they have girded11 themselves with sackcloth:12 the virgins16 of Jerusalem17 hang down13 their heads15 to the ground.

1 יֵשְׁב֨וּ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 2 לָאָ֤רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 3 יִדְּמוּ֙ H1826 stil, uitgeroeid, zwijgen cease, be cut down (off), forbear, hold peace, quiet self, rest, be silent, keep (put to) silence, be (stand) still, tarry, wait 4 זִקְנֵ֣י H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 5 בַת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 6 צִיּ֔וֹן H6726 Sion, Sions Zion 7 הֶֽעֱל֤וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 8 עָפָר֙ H6083 stof, stofs, aarde ashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 רֹאשָׁ֔ם H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 11 חָגְר֖וּ H2296 aangegord, gordde, omgord be able to put on, be afraid, appointed, gird, restrain, [idiom] on every side 12 שַׂקִּ֑ים H8242 zak, zakken, zaks sack(-cloth, -clothes) 13 הוֹרִ֤ידוּ H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 14 לָאָ֨רֶץ֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 15 רֹאשָׁ֔ן H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 16 בְּתוּלֹ֖ת H1330 jonkvrouw, maagd, maagden maid, virgin 17 יְרוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Caph. Mijn ogen zijn verteerd door tranen, mijn ingewand wordt beroerd; mijn lever is ter aarde uitgeschud, vanwege de breuk der dochter mijns volks; omdat het kind en de zuigeling op de straten der stad in onmacht zinken;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Caph. Mijn ogenH5869 zijn verteerdH3615 door tranenH1832, mijn ingewandH4578 wordt beroerdH2560; mijn leverH3516 is ter aardeH776 uitgeschudH8210, vanwegeH5921 de breukH7667 der dochterH1323 mijns volksH5971; omdat het kindH5768 en de zuigelingH3243 op de stratenH7339 der stadH7151 in onmacht zinkenH5848; Caph. Mijn ogen zijn verteerd door tranen, mijn ingewand wordt beroerd; mijn lever is ter aarde uitgeschud, vanwege de breuk der dochter mijns volks; omdat het kind en de zuigeling op de straten der stad in onmacht zinken;

KJV Mine eyes3 do fail1 with tears,2 my bowels5 are troubled,4 my liver8 is poured6 upon the earth,7 for the destruction10 of the daughter11 of my people;12 because the children14 and the sucklings15 swoon13 in the streets16 of the city.

1 כָּל֨וּ H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 2 בַדְּמָע֤וֹת H1832 tranen tears 3 עֵינַי֙ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 4 חֳמַרְמְר֣וּ H2560 beroerd, belijmde, bemodderd daub, befoul, be red, trouble 5 מֵעַ֔י H4578 ingewand, ingewanden, lijf belly, bowels, [idiom] heart, womb 6 נִשְׁפַּ֤ךְ H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 7 לָאָ֨רֶץ֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 כְּבֵדִ֔י H3516 lever liver 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 שֶׁ֖בֶר H7667 breuk, verbreking, Breuk affliction, breach, breaking, broken(-footed, -handed), bruise, crashing, destruction, hurt, interpretation, vexation 11 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 12 עַמִּ֑י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 13 בֵּֽעָטֵ֤ף H5848 overstelpt, bedekt, onmacht zinken cover (over), fail, faint, feebler, hide self, be overwhelmed, swoon 14 עוֹלֵל֙ H5768 kinderkens, kinderen, kind babe, (young) child, infant, little one 15 וְיוֹנֵ֔ק H3243 zuigen, voedster, zuigeling milch, nurse(-ing mother), (give, make to) suck(-ing child, -ling) 16 בִּרְחֹב֖וֹת H7339 straten, straat, wijken broad place (way), street. See also H1050 (בֵּית רְחוֹב) 17 קִרְיָֽה H7151 stad city
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Lamed. Als zij tot hun moeders zeggen: Waar is koren en wijn, als zij op de straten der stad in onmacht zinken, als de verslagenen; als zich hun ziel uitschudt in den schoot hunner moeders.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Lamed. Als zij totH413 hun moedersH517 zeggenH559: Waar is korenH1715 en wijnH3196, als zij op de stratenH7339 der stadH5892 in onmacht zinkenH5848, als de verslagenenH2491; als zich hun zielH5315 uitschudtH8210 in den schootH2436 hunner moedersH517. Lamed. Als zij tot hun moeders zeggen: Waar is koren en wijn, als zij op de straten der stad in onmacht zinken, als de verslagenen; als zich hun ziel uitschudt in den schoot hunner moeders.

KJV They say2 to their mothers,1 Where is corn4 and wine?5 when they swooned6 as the wounded7 in the streets8 of the city,9 when their soul11 was poured out10 into their mothers'14 bosom.

1 לְאִמֹּתָם֙ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 2 יֹֽאמְר֔וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 אַיֵּ֖ה H346 waar? where 4 דָּגָ֣ן H1715 koren, koorn, korens corn (floor), wheat 5 וָיָ֑יִן H3196 wijn, wijns, Wijn banqueting, wine, wine(-bibber) 6 בְּהִֽתְעַטְּפָ֤ם H5848 overstelpt, bedekt, onmacht zinken cover (over), fail, faint, feebler, hide self, be overwhelmed, swoon 7 כֶּֽחָלָל֙ H2491 verslagenen, verslagen, verslagene kill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded 8 בִּרְחֹב֣וֹת H7339 straten, straat, wijken broad place (way), street. See also H1050 (בֵּית רְחוֹב) 9 עִ֔יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 10 בְּהִשְׁתַּפֵּ֣ךְ H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 11 נַפְשָׁ֔ם H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 12 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 חֵ֖יק H2436 schoot, boezem, schoots bosom, bottom, lap, midst, within 14 אִמֹּתָֽם H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Mem. Wat getuigen zal ik u brengen, wat zal ik bij u vergelijken, gij dochter Jeruzalems? Wat zal ik bij u vergelijken, dat ik u trooste, gij jonkvrouw, dochter Sions, want uw breuk is zo groot als de zee, wie kan u helen?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Mem. WatH4100 getuigenH5749 zal ik u brengen, watH4100 zal ik bij u vergelijken, gij dochterH1323 JeruzalemsH3389? WatH4100 zal ik bij u vergelijken, dat ik u troosteH5162, gij jonkvrouwH1330, dochterH1323 SionsH6726, want uw breukH7667 is zo grootH1419 als de zeeH3220, wieH4310 kan u helenH7495? Mem. Wat getuigen zal ik u brengen, wat zal ik bij u vergelijken, gij dochter Jeruzalems? Wat zal ik bij u vergelijken, dat ik u trooste, gij jonkvrouw, dochter Sions, want uw breuk is zo groot als de zee, wie kan u helen?

Ook in dit vers bijvergelijkenH1819 bijvergelijkenH7737

KJV What thing shall I take to witness2 for thee? what thing1 shall I liken4 to thee, O daughter6 of Jerusalem?7 what shall I equal9 to thee, that I may comfort11 thee, O virgin12 daughter13 of Zion?14 for thy breach18 is great16 like the sea:17 who can heal

1 מָֽה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 2 אֲעִידֵ֞ךְ H5749 betuigd, betuigen, getuigen admonish, charge, earnestly, lift up, protest, call (take) to record, relieve, rob, solemnly, stand upright, testify, give warning, (bear, call to, give, take to) witness 3 מָ֣ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 4 אֲדַמֶּה H1819 vergelijken, gedacht, meent compare, devise, (be) like(-n), mean, think, use similitudes 5 לָּ֗ךְ 6 הַבַּת֙ H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 7 יְר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 8 מָ֤ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 9 אַשְׁוֶה H7737 maakt, baat, besteld avail, behave, bring forth, compare, countervail, (be, make) equal, lay, be (make, a-) like, make plain, profit, reckon 10 לָּךְ֙ 11 וַאֲנַֽחֲמֵ֔ךְ H5162 troosten, berouwde, berouw comfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self) 12 בְּתוּלַ֖ת H1330 jonkvrouw, maagd, maagden maid, virgin 13 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 14 צִיּ֑וֹן H6726 Sion, Sions Zion 15 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 16 גָד֥וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 17 כַּיָּ֛ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 18 שִׁבְרֵ֖ךְ H7667 breuk, verbreking, Breuk affliction, breach, breaking, broken(-footed, -handed), bruise, crashing, destruction, hurt, interpretation, vexation 19 מִ֥י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 20 יִרְפָּא H7495 genezen, gezond, helen cure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה) 21 לָֽךְ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Nun. Uw profeten hebben u ijdelheid en ongerijmdheid gezien, en zij hebben u uw ongerechtigheid niet geopenbaard, om uw gevangenis af te wenden, maar zij hebben voor u gezien ijdele lasten en uitstotingen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Nun. Uw profetenH5030 hebben u ijdelheidH7723 en ongerijmdheidH8602 gezien, en zij hebben u uw ongerechtigheidH5771 nietH3808 geopenbaardH1540, om uw gevangenisH7622 af te wendenH7725, maar zij hebben voor u gezien ijdeleH7723 lastenH4864 en uitstotingenH4065. Nun. Uw profeten hebben u ijdelheid en ongerijmdheid gezien, en zij hebben u uw ongerechtigheid niet geopenbaard, om uw gevangenis af te wenden, maar zij hebben voor u gezien ijdele lasten en uitstotingen.

KJV Thy prophets1 have seen2 vain4 and foolish things5 for thee: and they have not discovered7 thine iniquity,9 to turn away10 thy captivity;11 but have seen12 for thee false15 burdens14 and causes of banishment.

1 נְבִיאַ֗יִךְ H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 2 חָ֤זוּ H2372 zien, aanschouwen, aanschouwt behold, look, prophesy, provide, see 3 לָךְ֙ 4 שָׁ֣וְא H7723 ijdelheid, ijdellijk, vergeefs false(-ly), lie, lying, vain, vanity 5 וְתָפֵ֔ל H8602 loze, kalk, ongerijmdheid foolish things, unsavoury, untempered 6 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 גִלּ֥וּ H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 עֲוֺנֵ֖ךְ H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 10 לְהָשִׁ֣יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 11 שְׁבוּתֵ֑ךְ H7622 gevangenis, gevangenen, gevangenissen captive(-ity) 12 וַיֶּ֣חֱזוּ H2372 zien, aanschouwen, aanschouwt behold, look, prophesy, provide, see 13 לָ֔ךְ 14 מַשְׂא֥וֹת H4864 gerecht, gerechten, last burden, collection, sign of fire, (great) flame, gift, lifting up, mess, oblation, reward 15 שָׁ֖וְא H7723 ijdelheid, ijdellijk, vergeefs false(-ly), lie, lying, vain, vanity 16 וּמַדּוּחִֽים H4065 uitstotingen cause of banishment
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Samech. Allen, die over weg gaan, klappen met de handen over u, zij fluiten en schudden hun hoofd over de dochter Jeruzalems, zeggende: Is dit die stad, waar men van zeide, dat zij volkomen van schoonheid was, een vreugde der ganse aarde?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Samech. AllenH3605, die over wegH5674 gaan, klappenH5606 met de handenH3709 over u, zij fluitenH8319 en schuddenH5128 hun hoofdH7218 overH5921 de dochterH1323 JeruzalemsH3389, zeggende: Is ditH2063 die stadH5892, waar men van zeideH559, dat zij volkomenH3632 van schoonheidH3308 was, een vreugdeH4885 der ganseH3605 aardeH776? Samech. Allen, die over weg gaan, klappen met de handen over u, zij fluiten en schudden hun hoofd over de dochter Jeruzalems, zeggende: Is dit die stad, waar men van zeide, dat zij volkomen van schoonheid was, een vreugde der ganse aarde?

KJV All that pass5 by clap1 their hands3 at thee;6 they hiss7 and wag8 their head9 at the daughter11 of Jerusalem,12 saying, Is this the city14 that men call15 The perfection16 of beauty,17 The joy18 of the whole earth?

1 סָֽפְק֨וּ H5606 klappen, geklopt, genoeg clap, smite, strike, suffice, wallow 2 עָלַ֤יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 כַּפַּ֨יִם֙ H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 עֹ֣בְרֵי H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 6 דֶ֔רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 7 שָֽׁרְקוּ֙ H8319 fluiten, toesissen, aanfluiten hiss 8 וַיָּנִ֣עוּ H5128 schudden, omzwerven, bewogen continually, fugitive, [idiom] make, to (go) up and down, be gone away, (be) move(-able, -d), be promoted, reel, remove, scatter, set, shake, sift, stagger, to and fro, be vagabond, wag, (make) wander (up and down) 9 רֹאשָׁ֔ם H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 בַּ֖ת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 12 יְרוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 13 הֲזֹ֣את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 14 הָעִ֗יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 15 שֶׁיֹּֽאמְרוּ֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 16 כְּלִ֣ילַת H3632 geheel, ganselijk, volmaakt all, every whit, flame, perfect(-ion), utterly, whole burnt offering (sacrifice), wholly 17 יֹ֔פִי H3308 schoonheid beauty 18 מָשׂ֖וֹשׂ H4885 vreugde, vrolijkheid, vrolijk joy, mirth, rejoice 19 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 20 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Pe. Al uw vijanden sperren hun mond op over u, zij fluiten en knersen met de tanden, zij zeggen: Wij hebben haar verslonden; dit is immers de dag, dien wij verwacht hebben, wij hebben hem gevonden, wij hebben hem gezien.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Pe. AlH3605 uw vijandenH341 sperrenH6475 hun mondH6310 op over u, zij fluitenH8319 en knersenH2786 met de tandenH8127, zij zeggenH559: Wij hebben haar verslondenH1104; dit is immers de dagH3117, dien wij verwachtH6960 hebben, wij hebben hem gevondenH4672, wij hebben hem gezienH7200. Pe. Al uw vijanden sperren hun mond op over u, zij fluiten en knersen met de tanden, zij zeggen: Wij hebben haar verslonden; dit is immers de dag, dien wij verwacht hebben, wij hebben hem gevonden, wij hebben hem gezien.

KJV All thine enemies5 have opened1 their mouth3 against thee: they hiss6 and gnash7 the teeth:8 they say,9 We have swallowed her up:10 certainly11 this is the day13 that we looked for;14 we have found,15 we have seen

1 פָּצ֨וּ H6475 opengedaan, ontzet, opendeed deliver, gape, open, rid, utter 2 עָלַ֤יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 פִּיהֶם֙ H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 א֣וֹיְבַ֔יִךְ H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 6 שָֽׁרְקוּ֙ H8319 fluiten, toesissen, aanfluiten hiss 7 וַיַּֽחַרְקוּ H2786 knersen, knerst, knersten gnash 8 שֵׁ֔ן H8127 tanden, tand, elpenbenen crag, [idiom] forefront, ivory, [idiom] sharp, tooth 9 אָמְר֖וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 בִּלָּ֑עְנוּ H1104 verslonden, verslinden, verslond cover, destroy, devour, eat up, be at end, spend up, swallow down (up) 11 אַ֣ךְ H389 doch, alleen; voorzeker also, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but) 12 זֶ֥ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 13 הַיּ֛וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 14 שֶׁקִּוִּינֻ֖הוּ H6960 verwacht, verwachten, wacht gather (together), look, patiently, tarry, wait (for, on, upon) 15 מָצָ֥אנוּ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 16 רָאִֽינוּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Ain. De HEERE heeft gedaan, wat Hij gedacht had, Hij heeft Zijn woord vervuld, dat Hij bevolen had van oude dagen; Hij heeft afgebroken en niet gespaard; en Hij heeft den vijand over u verblijd, Hij heeft den hoorn uwer tegenpartijders verhoogd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Ain. De HEEREH3068 heeft gedaanH6213, watH834 Hij gedachtH2161 had, Hij heeft Zijn woordH565 vervuldH1214, datH834 Hij bevolenH6680 had van oudeH6924 dagenH3117; Hij heeft afgebrokenH2040 en nietH3808 gespaardH2550; en Hij heeft den vijandH341 overH5921 u verblijdH8055, Hij heeft den hoornH7161 uwer tegenpartijdersH6862 verhoogdH7311. Ain. De HEERE heeft gedaan, wat Hij gedacht had, Hij heeft Zijn woord vervuld, dat Hij bevolen had van oude dagen; Hij heeft afgebroken en niet gespaard; en Hij heeft den vijand over u verblijd, Hij heeft den hoorn uwer tegenpartijders verhoogd.

KJV The LORD2 hath done1 that which he had devised;4 he hath fulfilled5 his word6 that he had commanded8 in the days9 of old:10 he hath thrown down,11 and hath not pitied:13 and he hath caused thine enemy16 to rejoice14 over thee, he hath set up17 the horn18 of thine adversaries.

1 עָשָׂ֨ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 זָמָ֗ם H2161 gedacht, voorgenomen, bedacht consider, devise, imagine, plot, purpose, think (evil) 5 בִּצַּ֤ע H1214 pleegt, einde, afsnijden (be) covet(-ous), cut (off), finish, fulfill, gain (greedily), get, be given to (covetousness), greedy, perform, be wounded 6 אֶמְרָתוֹ֙ H565 rede, toezegging, woord commandment, speech, word 7 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 צִוָּ֣ה H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 9 מִֽימֵי H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 10 קֶ֔דֶם H6924 oosten, ouds, oostwaarts aforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה) 11 הָרַ֖ס H2040 afbreken, afgebroken, verbroken beat down, break (down, through), destroy, overthrow, pluck down, pull down, ruin, throw down, [idiom] utterly 12 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 חָמָ֑ל H2550 verschonen, sparen, verschoonde have compassion, (have) pity, spare 14 וַיְשַׂמַּ֤ח H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 15 עָלַ֨יִךְ֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 אוֹיֵ֔ב H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 17 הֵרִ֖ים H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 18 קֶ֥רֶן H7161 hoornen, hoorn, Hoorn [idiom] hill, horn 19 צָרָֽיִךְ H6862 wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijders adversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Tsade. Hun hart schreeuwde tot den Heere: O gij muur der dochter Sions, laat dag en nacht tranen afvlieten als een beek; geef uzelve geen rust, uw oogappel houde niet op!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Tsade. Hun hartH3820 schreeuwdeH6817 totH413 den HeereH136: O gij muurH2346 der dochterH1323 SionsH6726, laat dagH3119 en nachtH3915 tranenH1832 afvlietenH3381 als een beekH5158; geefH5414 uzelve geen rustH6314, uw oogappelH1323 houdeH1826 niet op! Tsade. Hun hart schreeuwde tot den Heere: O gij muur der dochter Sions, laat dag en nacht tranen afvlieten als een beek; geef uzelve geen rust, uw oogappel houde niet op!

KJV Their heart2 cried1 unto the Lord,4 O wall5 of the daughter6 of Zion,7 let tears10 run down8 like a river9 day11 and night:12 give14 thyself no rest;15 let not the apple19 of thine eye20 cease.

1 צָעַ֥ק H6817 riep, riepen, roepen [idiom] at all, call together, cry (out), gather (selves) (together) 2 לִבָּ֖ם H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 אֲדֹנָ֑י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 חוֹמַ֣ת H2346 muur, muren, muurs wall, walled 6 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 7 צִ֠יּוֹן H6726 Sion, Sions Zion 8 הוֹרִ֨ידִי H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 9 כַנַּ֤חַל H5158 beek, beken, dal brook, flood, river, stream, valley 10 דִּמְעָה֙ H1832 tranen tears 11 יוֹמָ֣ם H3119 dag, daags, Dag daily, (by, in the) day(-time) 12 וָלַ֔יְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 13 אַֽל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 14 תִּתְּנִ֤י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 15 פוּגַת֙ H6314 rust rest 16 לָ֔ךְ 17 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 18 תִּדֹּ֖ם H1826 stil, uitgeroeid, zwijgen cease, be cut down (off), forbear, hold peace, quiet self, rest, be silent, keep (put to) silence, be (stand) still, tarry, wait 19 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 20 עֵינֵֽךְ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Koph. Maak u op, maak geschrei des nachts in het begin der nachtwaken, stort uw hart uit voor het aangezicht des Heeren als water; hef uw handen tot Hem op voor de ziel uwer kinderkens, die in onmacht gevallen zijn van honger, vooraan op alle straten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Koph. MaakH6965 u op, maak geschreiH7442 des nachtsH3915 in het beginH7218 der nachtwakenH821, stortH8210 uw hartH3820 uit voor het aangezichtH6440 des HeerenH136 als waterH4325; hefH5375 uw handenH3709 totH413 Hem opH5921 voor de zielH5315 uwer kinderkensH5768, die in onmacht gevallenH5848 zijn van hongerH7458, vooraanH7218 op alleH3605 stratenH2351. Koph. Maak u op, maak geschrei des nachts in het begin der nachtwaken, stort uw hart uit voor het aangezicht des Heeren als water; hef uw handen tot Hem op voor de ziel uwer kinderkens, die in onmacht gevallen zijn van honger, vooraan op alle straten.

KJV Arise,1 cry out2 in the night:3 in the beginning4 of the watches5 pour out6 thine heart8 like water7 before9 the face10 of the Lord:11 lift up12 thy hands14 toward him for the life16 of thy young children,17 that faint18 for hunger19 in the top20 of every street.

1 ק֣וּמִי H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 2 רֹ֣נִּי H7442 juichen, vrolijk zingen, juicht aloud for joy, cry out, be joyful (greatly, make to) rejoice, (cause to) shout (for joy), (cause to) sing (aloud, for joy, out), triumph 3 בַלַּ֗יְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 4 לְרֹאשׁ֙ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 5 אַשְׁמֻר֔וֹת H821 nachtwaak, nachtwaken, waken watch 6 שִׁפְכִ֤י H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 7 כַמַּ֨יִם֙ H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 8 לִבֵּ֔ךְ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 9 נֹ֖כַח H5227 tegenover, recht, recht tegenover (over) against, before, direct(-ly), for, right (on) 10 פְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 11 אֲדֹנָ֑י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 12 שְׂאִ֧י H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 13 אֵלָ֣יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 כַּפַּ֗יִךְ H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 15 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 נֶ֨פֶשׁ֙ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 17 עֽוֹלָלַ֔יִךְ H5768 kinderkens, kinderen, kind babe, (young) child, infant, little one 18 הָעֲטוּפִ֥ים H5848 overstelpt, bedekt, onmacht zinken cover (over), fail, faint, feebler, hide self, be overwhelmed, swoon 19 בְּרָעָ֖ב H7458 honger, hongers, honger lijden dearth, famine, [phrase] famished, hunger 20 בְּרֹ֥אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 21 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 22 חוּצֽוֹת H2351 buiten, straten, straat abroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Resch. Zie, HEERE, aanschouw toch, aan wien Gij alzo gedaan hebt; zullen dan de vrouwen haar vrucht eten, de kinderkens, die men op de handen draagt? Zullen dan de profeet en de priester in het heiligdom des Heeren gedood worden?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Resch. ZieH7200, HEEREH3068, aanschouwH5027 toch, aan wienH4310 Gij alzoH3541 gedaan hebt; zullen dan de vrouwenH802 haar vruchtH6529 etenH398, de kinderkensH5768, die men op de handen draagtH2949? Zullen dan de profeetH5030 en de priesterH3548 in het heiligdomH4720 des HeerenH136 gedoodH2026 worden? Resch. Zie, HEERE, aanschouw toch, aan wien Gij alzo gedaan hebt; zullen dan de vrouwen haar vrucht eten, de kinderkens, die men op de handen draagt? Zullen dan de profeet en de priester in het heiligdom des Heeren gedood worden?

KJV Behold,1 O LORD,2 and consider3 to whom thou hast done5 this.6 Shall the women9 eat8 their fruit,10 and children11 of a span long?12 shall the priest17 and the prophet18 be slain14 in the sanctuary15 of the Lord?

1 רְאֵ֤ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 וְֽהַבִּ֔יטָה H5027 aanschouwen, aanschouwt, zag (cause to) behold, consider, look (down), regard, have respect, see 4 לְמִ֖י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 5 עוֹלַ֣לְתָּ H5953 nalezen, spot drijven, aangedaan abuse, affect, [idiom] child, defile, do, glean, mock, practise, thoroughly, work (wonderfully) 6 כֹּ֑ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 7 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 8 תֹּאכַ֨לְנָה H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 9 נָשִׁ֤ים H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 10 פִּרְיָם֙ H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward 11 עֹלֲלֵ֣י H5768 kinderkens, kinderen, kind babe, (young) child, infant, little one 12 טִפֻּחִ֔ים H2949 handen draagt span long 13 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 14 יֵהָרֵ֛ג H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 15 בְּמִקְדַּ֥שׁ H4720 heiligdom, heiligdoms, heiligdommen chapel, hallowed part, holy place, sanctuary 16 אֲדֹנָ֖י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 17 כֹּהֵ֥ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 18 וְנָבִֽיא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Schin. De jongen en de ouden liggen op de aarde op de straten; mijn jonkvrouwen en mijn jongelingen zijn door het zwaard gevallen; Gij hebt ze in den dag Uws toorns gedood, Gij hebt ze geslacht en niet verschoond.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Schin. De jongenH5288 en de oudenH2205 liggenH7901 op de aardeH776 op de stratenH2351; mijn jonkvrouwenH1330 en mijn jongelingenH970 zijn door het zwaardH2719 gevallenH5307; Gij hebt ze in den dagH3117 Uws toornsH639 gedoodH2026, Gij hebt ze geslachtH2873 en nietH3808 verschoondH2550. Schin. De jongen en de ouden liggen op de aarde op de straten; mijn jonkvrouwen en mijn jongelingen zijn door het zwaard gevallen; Gij hebt ze in den dag Uws toorns gedood, Gij hebt ze geslacht en niet verschoond.

KJV The young4 and the old5 lie1 on the ground2 in the streets:3 my virgins6 and my young men7 are fallen8 by the sword;9 thou hast slain10 them in the day11 of thine anger;12 thou hast killed,13 and not pitied.

1 שָׁכְב֨וּ H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 2 לָאָ֤רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 3 חוּצוֹת֙ H2351 buiten, straten, straat abroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without 4 נַ֣עַר H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man) 5 וְזָקֵ֔ן H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 6 בְּתוּלֹתַ֥י H1330 jonkvrouw, maagd, maagden maid, virgin 7 וּבַחוּרַ֖י H970 jongelingen, jongeling, Jongelingen (choice) young (man), chosen, [idiom] hole 8 נָפְל֣וּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 9 בֶחָ֑רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 10 הָרַ֨גְתָּ֙ H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 11 בְּי֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 12 אַפֶּ֔ךָ H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 13 טָבַ֖חְתָּ H2873 geslacht, slachten, slacht kill, (make) slaughter, slay 14 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 חָמָֽלְתָּ H2550 verschonen, sparen, verschoonde have compassion, (have) pity, spare
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Thau. Gij hebt mijn verschrikkingen van rondom geroepen, als tot een dag eens gezetten hoogtijds; en er is niemand aan den dag des toorns des HEEREN ontkomen of overgebleven; die ik op de handen gedragen en opgetogen heb, die heeft mijn vijand omgebracht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Thau. Gij hebt mijn verschrikkingenH4032 van rondomH5439 geroepenH7121, als tot een dagH3117 eens gezetten hoogtijdsH4150; en er isH1961 niemand aan den dagH3117 des toornsH639 des HEERENH3068 ontkomenH6412 of overgeblevenH8300; dieH834 ik op de handen gedragenH2946 en opgetogenH7235 heb, die heeft mijn vijandH341 omgebrachtH3615. Thau. Gij hebt mijn verschrikkingen van rondom geroepen, als tot een dag eens gezetten hoogtijds; en er is niemand aan den dag des toorns des HEEREN ontkomen of overgebleven; die ik op de handen gedragen en opgetogen heb, die heeft mijn vijand omgebracht.

KJV Thou hast called1 as in a solemn3 day2 my terrors4 round about,5 so that in the day8 of the LORD'S10 anger9 none escaped11 nor remained:12 those that I have swaddled14 and brought up15 hath mine enemy16 consumed.

1 תִּקְרָא֩ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 כְי֨וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 מוֹעֵ֤ד H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 4 מְגוּרַי֙ H4032 schrik, vreze, Magor-missabib fear, terror. Compare H4036 (מָגוֹר מִסָּבִיב) 5 מִסָּבִ֔יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 6 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 הָיָ֛ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 בְּי֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 אַף H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 10 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 פָּלִ֣יט H6412 ontkomen, ontkome, ontkomene (that have) escape(-d, -th), fugitive 12 וְשָׂרִ֑יד H8300 overigen, overgeblevenen, niemand [idiom] alive, left, remain(-ing), remnant, rest 13 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 טִפַּ֥חְתִּי H2946 handen gedragen, palm afgemeten span, swaddle 15 וְרִבִּ֖יתִי H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 16 אֹיְבִ֥י H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 17 כִלָּֽם H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Klaagliederen 2:1 Psalmen 132:7 Ezechiël 30:18 Klaagliederen 3:43 1 Kronieken 28:2 Jesaja 64:11 Ezechiël 28:14 Mattheüs 11:23 Psalmen 99:5
Klaagliederen 2:2 Klaagliederen 2:17 Klaagliederen 3:43 Psalmen 89:39 Jesaja 43:28 Psalmen 21:9 Jesaja 25:12 Klaagliederen 2:5 Ezechiël 9:10
Klaagliederen 2:3 Psalmen 74:11 Jesaja 42:25 Psalmen 75:5 Psalmen 75:10 Psalmen 79:5 Psalmen 89:46 Jeremia 48:25 Jeremia 7:20
Klaagliederen 2:4 Jeremia 7:20 Jeremia 21:5 Klaagliederen 3:12 Ezechiël 24:25 Jesaja 42:25 Job 6:4 Jeremia 30:14 Ezechiël 22:22
Klaagliederen 2:5 Klaagliederen 2:2 Jeremia 30:14 Jeremia 52:13 Klaagliederen 2:4 2 Koningen 25:9 Ezechiël 2:10 Jeremia 15:1 Jeremia 9:17
Klaagliederen 2:6 Klaagliederen 1:4 Sefanja 3:18 Klaagliederen 4:16 Maleachi 2:9 Psalmen 80:12 Jesaja 63:18 Jesaja 1:13 Jeremia 52:11
Klaagliederen 2:7 Jeremia 52:13 Ezechiël 24:21 Psalmen 74:3 Ezechiël 7:20 Psalmen 78:59 Jeremia 7:12 Leviticus 26:31 Handelingen 6:13
Klaagliederen 2:8 2 Koningen 21:13 Jeremia 14:2 Jesaja 3:26 Jesaja 34:11 Amos 7:7 Jeremia 5:10 Klaagliederen 2:2 Job 13:21
Klaagliederen 2:9 Hosea 3:4 2 Kronieken 15:3 Nehemia 1:3 Ezechiël 7:26 Amos 8:11 Deuteronomium 28:36 Jeremia 51:30 Micha 3:6
Klaagliederen 2:10 Jesaja 3:26 Job 2:12 Jesaja 15:3 Klaagliederen 1:4 Klaagliederen 1:1 Amos 8:3 Klaagliederen 3:28 Jozua 7:6
Klaagliederen 2:11 Klaagliederen 1:16 Job 16:13 Klaagliederen 1:20 Klaagliederen 3:48 Jesaja 22:4 Jeremia 4:19 Psalmen 22:14 Psalmen 6:7
Klaagliederen 2:12 Ezechiël 30:24 Jesaja 53:12
Klaagliederen 2:13 Klaagliederen 1:12 Jeremia 14:17 2 Samuël 5:20 Jeremia 30:12 Jeremia 8:22 Jeremia 51:8 Daniël 9:12 Psalmen 60:2
Klaagliederen 2:14 Jesaja 58:1 Jeremia 5:31 Ezechiël 22:28 Jeremia 2:8 Ezechiël 22:25 Jeremia 27:9 Jeremia 23:22 Jeremia 23:25
Klaagliederen 2:15 Jeremia 18:16 Psalmen 48:2 Ezechiël 25:6 Psalmen 50:2 Jeremia 19:8 Jesaja 37:22 Psalmen 22:7 Sefanja 2:15
Klaagliederen 2:16 Psalmen 35:21 Klaagliederen 3:46 Psalmen 56:2 Job 16:9 Psalmen 22:13 Jeremia 51:34 Psalmen 37:12 Psalmen 35:16
Klaagliederen 2:17 Psalmen 89:42 Ezechiël 5:11 Psalmen 38:16 Ezechiël 7:8 Ezechiël 8:18 Klaagliederen 1:5 Deuteronomium 28:15 Klaagliederen 2:1
Klaagliederen 2:18 Jeremia 9:1 Klaagliederen 1:16 Psalmen 119:145 Klaagliederen 2:8 Klaagliederen 3:48 Psalmen 119:136 Klaagliederen 1:2 Hosea 7:14
Klaagliederen 2:19 Psalmen 62:8 Psalmen 142:2 Jesaja 26:9 1 Samuël 1:15 Psalmen 119:147 Klaagliederen 2:11 Jesaja 51:20 Psalmen 42:8
Klaagliederen 2:20 Klaagliederen 4:10 Jeremia 19:9 Psalmen 78:64 Deuteronomium 9:26 Klaagliederen 4:13 Exodus 32:11 Jesaja 64:8 Jeremia 14:15
Klaagliederen 2:21 2 Kronieken 36:17 Klaagliederen 3:43 Zacharia 11:6 Jeremia 13:14 Klaagliederen 2:2 Klaagliederen 2:17 Psalmen 78:62 Jesaja 27:11
Klaagliederen 2:22 Jeremia 6:25 Psalmen 31:13 Jeremia 16:2 Jeremia 46:5 Jesaja 24:17 Jeremia 20:3 Deuteronomium 28:18 Amos 9:1
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Klaagliederen 2 vers 1

Hoe heeft de HEERE Zie boven Klaagl. 1:1 .

Hertaald: Hoe heeft de HEERE Zie hierboven Klaagl. 1:1.

de dochter Sions Dat is, het volk van Jeruzalem, hetwelk Gode zo lief en waard placht te zijn, als een dochter haren ouders. Zie Ps. 87:2 .

Hertaald: de dochter Sions Dat is: het volk van Jeruzalem, dat God zo lief en waard placht te zijn als een dochter haar ouders. Zie Ps. 87:2.

in Zijn toorn Zijnde over haar onstoken vanwege hare zonden en menigvuldige overtredingen.

Hertaald: in Zijn toorn Namelijk Zijn toorn, die tegen haar ontstoken was vanwege haar zonden en talrijke overtredingen.

bewolkt? Of, met ene wolk bedekt; de zin is: In de plaats, waar God de Heere eertijds zijn volk met een dikke wolk ten goede bedekt heeft, daar bedekt Hij hen nu met een dikke wolk van menigerlei ellende.

Hertaald: bewolkt? Of: met een wolk bedekt. De betekenis is: op de plaats waar God de HEERE vroeger Zijn volk met een dikke wolk ten goede bedekt heeft, bedekt Hij hen nu met een dikke wolk van allerlei ellende.

heerlijkheid Israëls Dat is, den heerlijken staat, waarin Hij zijn volk geplant had. Of versta hier door de heerlijkheid van Israël de ark des verbonds; gelijk 1 Sam. 4:21-22 .

Hertaald: heerlijkheid Israëls Dat is: de heerlijke staat waarin Hij Zijn volk geplant had. Of versta hier onder de heerlijkheid van Israël de ark van het verbond, zoals 1 Sam. 4:21-22.

van den hemel op de aarde nedergeworpen; Dat is, van den hoogsten trap der voortreffelijke heerlijkheid tot den nederigsten stand der ellende; vergelijk Ob. 1:4 ; Ps. 102:11 ; Matt. 11:23 .

Hertaald: van den hemel op de aarde nedergeworpen; Dat is: van de hoogste trap van voortreffelijke heerlijkheid tot de laagste staat van ellende; vergelijk Obadja 1:4; Ps. 102:11; Matth. 11:23.

aan de voetbank Zijner voeten Dat is, aan zijnen tempel en aan den godsdienst, dien men daarin oefende; of versta door de voetbank de ark des verbonds; zie 1 Kron. 28:2 ; zie ook Ex. 25:18-20 ; 2 Sam. 6:2 ; 2 Kon. 19:15 ; Ps. 99:5 , en Ps. 132:7 .

Hertaald: aan de voetbank Zijner voeten Dat is: aan Zijn tempel en aan de godsdienst die men daarin oefende. Of versta onder de voetbank de ark van het verbond; zie 1 Kron. 28:2; zie ook Ex. 25:18-20; 2 Sam. 6:2; 2 Kon. 19:15; Ps. 99:5 en Ps. 132:7.

in den dag Zijns toorns Te weten als Hij in zijn toorn Jeruzalem door de Chaldeën heeft laten verdelgen.

Hertaald: in den dag Zijns toorns Namelijk toen Hij in Zijn toorn Jeruzalem door de Chaldeeën heeft laten verdelgen.

Klaagliederen 2 vers 2

al de woningen Jakobs Dat is, al de schone behuizingen, waarin Hij zijn volk, te weten de nakomelingen van Jakob, geplaatst had.

Hertaald: al de woningen Jakobs Dat is: al de mooie woningen waarin Hij Zijn volk, namelijk de nakomelingen van Jakob, geplaatst had.

verslonden, Dat is, schielijk te schande gemaakt, zodat zij schijnen opgeslokt of verslonden te zijn.

Hertaald: verslonden, Dat is: plotseling te schande gemaakt, zodat zij als opgeslokt of verslonden lijken.

heeft de vastigheden Dat is, al de bolwerken, kastelen, torens, die in het Joodse land opgericht waren tot bescherming des lands; vergelijk Luc. 19:44 .

Hertaald: heeft de vastigheden Dat is: al de bolwerken, kastelen en torens die in het Joodse land opgericht waren tot bescherming van het land; vergelijk Luk. 19:44.

der dochter van Juda Dat is, de nakomelingen van Jakob.

Hertaald: der dochter van Juda Dat is: de nakomelingen van Jakob.

in Zijn verbolgenheid, Ontstoken zijnde over zijn volk vanwege hun menigvuldige overtredingen.

Hertaald: in Zijn verbolgenheid, Omdat Hij tegen Zijn volk ontstoken was vanwege hun talrijke overtredingen.

Hij heeft het koninkrijk Dat is, Hij heeft de ganse natie der Joden, hoge en lage stadspersonen, als onrein verworpen en overgegeven in de handen der goddeloze volken om van hen mishandeld en van alle heerlijkheid beroofd te worden; vergelijk Jes. 47:6 .

Hertaald: Hij heeft het koninkrijk Dat is: Hij heeft het hele Joodse volk, hoog en laag, als onrein verworpen en overgegeven in de handen van de goddeloze volken, om door hen mishandeld en van alle heerlijkheid beroofd te worden; vergelijk Jes. 47:6.

Klaagliederen 2 vers 3

in ontsteking des toorns, Dat is, in zijn groten toorn, gelijk Deut. 29:24 .

Hertaald: in ontsteking des toorns, Dat is: in Zijn grote toorn, zoals Deut. 29:24.

den gehelen hoorn Dat is, al de macht en heerlijkheid van het Joodse volk; zie Deut. 33:17 ; 1 Sam. 2:1 ; Jer. 48:25 .

Hertaald: den gehelen hoorn Dat is: alle macht en heerlijkheid van het Joodse volk; zie Deut. 33:17; 1 Sam. 2:1; Jer. 48:25.

Hij heeft Zijn rechterhand Dat is, Hij heeft ons zijne macht, bijstand en gunstige hulp onttrokken.

Hertaald: Hij heeft Zijn rechterhand Dat is: Hij heeft ons Zijn macht, bijstand en gunstige hulp onttrokken.

toen de vijand kwam, Hebreeuws, van, of voor het aangezicht des vijands. De zin is dat Hij de Israëlieten niet helpen wilde toen zij voor den vijand vluchtten.

Hertaald: toen de vijand kwam, Hebreeuws: van, of voor het aangezicht van de vijand. De betekenis is dat Hij de Israëlieten niet wilde helpen toen zij voor de vijand vluchtten.

tegen Jakob ontstoken Tegen de nakomelingen van Jakob, doch inzonderheid tegen den stam van Juda.

Hertaald: tegen Jakob ontstoken Tegen de nakomelingen van Jakob, maar vooral tegen de stam van Juda.

Klaagliederen 2 vers 4

gespannen Hebreeuws, getreden; zie Ps. 7:13 .

Hertaald: gespannen Hebreeuws: getreden; zie Ps. 7:13.

als een vijand; De zin is: De Heere maakt zijne wapenen nog vaardig om ons nog meer te bederven, gelijk de vijanden doen, die elkander zoeken te beschadigen.

Hertaald: als een vijand; De betekenis is: de HEERE maakt Zijn wapens nog gereed om ons verder te verderven, zoals vijanden doen die elkaar proberen te beschadigen.

gesteld Te weten tegen Zion.

Hertaald: gesteld Namelijk tegen Sion.

al de begeerlijke dingen der ogen; Zie 1 Kon. 20:6 ; vergelijk Ezech. 24:16 , Ezech. 24:21 , Ezech. 24:25 . Versta hier door de begeerlijke dingen der ogen de jonge manschap, de bloem des volks, idem, de priesters, de vorsten, en al wat lieflijk en aangenaam was.

Hertaald: al de begeerlijke dingen der ogen; Zie 1 Kon. 20:6; vergelijk Ezech. 24:16, Ezech. 24:21, Ezech. 24:25. Versta hier onder de begeerlijke dingen van de ogen de jonge mannen, de bloem van het volk, en ook de priesters, de vorsten en alles wat lieflijk en aangenaam was.

in de tent der dochter Sions Dat is, in het midden van zijn volk, of in de stad Jeruzalem.

Hertaald: in de tent der dochter Sions Dat is: in het midden van Zijn volk, of in de stad Jeruzalem.

uitgestort als een vuur Dat is, zeer overvloedig laten komen; zie de aantekening Ps. 79:6 .

Hertaald: uitgestort als een vuur Dat is: zeer overvloedig laten komen; zie de aantekening bij Ps. 79:6.

Klaagliederen 2 vers 5

De Heere is geworden als een vijand; Den mensen kan men enigszins tegenstand doen, maar Gode geenszins.

Hertaald: De Heere is geworden als een vijand; Mensen kan men enigszins weerstand bieden, maar God volstrekt niet.

verslonden, Zie vs.2.

Hertaald: verslonden, Zie vers 2.

haar paleizen Te weten van dochter Zions, dat is Jeruzalem.

Hertaald: haar paleizen Namelijk van de dochter Sions, dat is: Jeruzalem.

deszelfs vastigheden verdorven; Te weten Israëls. De zin is: De Heere heeft al de sterkten en forteressen verwoest, die gebouwd waren tot bescherming der Israëlieten.

Hertaald: deszelfs vastigheden verdorven; Namelijk die van Israël. De betekenis is: de HEERE heeft alle sterkten en vestingen verwoest die gebouwd waren tot bescherming van de Israëlieten.

het klagen en kermen vermenigvuldigd Of, de treuring en droefheid; gelijk Jes. 29:2 .

Hertaald: het klagen en kermen vermenigvuldigd Of: de treurnis en droefheid, zoals Jes. 29:2.

Klaagliederen 2 vers 6

hut Of, tuin; dat is, tabernakel of tempel. Zie Ps. 76:3 , en Ps. 80:13 , en Ps. 89:41 , enz. en Jes. 5:5 .

Hertaald: hut Of: tuin; dat is: tabernakel of tempel. Zie Ps. 76:3, Ps. 80:13 en Ps. 89:41, enzovoort, en Jes. 5:5.

met geweld afgerukt, Of, met wrevel. Het Hebreeuwse woord betekent iets met onstuimigheid wegrukken, vergelijk Ps. 80:13 , en Ps. 89:41 , enz. en Jes. 5:5 .

Hertaald: met geweld afgerukt, Of: met wrevel. Het Hebreeuwse woord betekent: iets met onstuimigheid wegrukken; vergelijk Ps. 80:13 en Ps. 89:41, enzovoort, en Jes. 5:5.

Zijn vergaderplaats Of de plaats zijner samenkomst, waar zijn volk placht te vergaderen om den godsdienst te oefenen; te weten den tempel en de synagogen.

Hertaald: Zijn vergaderplaats Of: de plaats van Zijn samenkomst, waar Zijn volk placht samen te komen om de godsdienst te oefenen, namelijk de tempel en de synagogen.

den hoogtijd en den sabbat, Dat is, het houden van de gewone feesten alle jaren en den sabbat alle week.

Hertaald: den hoogtijd en den sabbat, Dat is: het houden van de gewone feesten elk jaar en van de sabbat elke week.

den koning en den priester Dat is, de regeerders van landen en steden, alsook de leraars der kerk. De zin is: Hij heeft zo den kerkelijken als den burgerlijken staat het onderst boven gekeerd.

Hertaald: den koning en den priester Dat is: de bestuurders van landen en steden, en ook de leraars van de kerk. De betekenis is: Hij heeft zowel de kerkelijke als de burgerlijke staat ondersteboven gekeerd.

Klaagliederen 2 vers 7

Zijn heiligdom Dat is zijnen tempel.

Hertaald: Zijn heiligdom Dat is: Zijn tempel.

te niet gedaan, Anders: verfoeid; alsof het een vervloekte plaats ware geworden, waardig dat men er een afgrijzen van heeft. De zin is: Hij kan nu die plaats niet lijden of verdragen, in welke Hij voor dezen een lust en welgevallen gehad heeft; vergelijk Ps. 89:40 .

Hertaald: te niet gedaan, Anders: verfoeid, alsof het een vervloekte plaats geworden was waarvan men terecht een afgrijzen heeft. De betekenis is: Hij kan die plaats nu niet meer verdragen waarin Hij vroeger lust en welgevallen gehad heeft; vergelijk Ps. 89:40.

harer paleizen Te weten van de dochter van Zion; dat is Jeruzalem.

Hertaald: harer paleizen Namelijk van de dochter van Sion, dat is: Jeruzalem.

overgegeven; Of, besloten.

Hertaald: overgegeven; Of: ingesloten.

zij hebben in het huis des HEEREN Te weten hare vijanden, en met name de Chaldeën, toen zij de stad en den tempel hadden ingenomen en verwoest, hebben met groten triomf gejuicht, geschreeuwd en geroepen, even gelijk het volk Gods placht te doen op de feestdagen, inzonderheid op de hoge feestdagen, den Heere met vreugdegezang in den tempel lovende; zie Ps. 74:4 .

Hertaald: zij hebben in het huis des HEEREN Namelijk haar vijanden, en met name de Chaldeeën: toen zij de stad en de tempel ingenomen en verwoest hadden, hebben zij met grote triomf gejuicht, geschreeuwd en geroepen, net zoals Gods volk placht te doen op de feestdagen — en vooral op de hoge feestdagen — wanneer het de HEERE met vreugdegezang in de tempel loofde; zie Ps. 74:4.

verheven Hebreeuws, gegeven.

Hertaald: verheven Hebreeuws: gegeven.

Klaagliederen 2 vers 8

heeft gedacht Dat is, Hij heeft besloten en verordineerd.

Hertaald: heeft gedacht Dat is: Hij heeft besloten en verordend.

den muur der dochter Sions; Dat is, de bescherming van Jeruzalem.

Hertaald: den muur der dochter Sions; Dat is: de bescherming van Jeruzalem.

het richtsnoer Dat is, Hij heeft ontworpen de zekerheid van den ondergang der stad Jeruzalem. Zie 2 Kon. 21:13 ; Jes. 34:11 . Het is ene manier van spreken, genomen van de metselaars en timmerlieden.

Hertaald: het richtsnoer Dat is: Hij heeft de ondergang van de stad Jeruzalem met zekerheid vastgesteld. Zie 2 Kon. 21:13; Jes. 34:11. Het is een manier van spreken die ontleend is aan de metselaars en timmerlieden.

niet afgewend, Dat is, niet teruggetogen.

Hertaald: niet afgewend, Dat is: niet teruggetrokken.

dat Hij ze niet verslonde; Dat is, Hij heeft niet opgehouden totdat Hij hen ten enenmale verwoest heeft.

Hertaald: dat Hij ze niet verslonde; Dat is: Hij heeft niet opgehouden voordat Hij hen volkomen verwoest had.

den voormuur en den muur te zamen Of, voorschans, dwinger, bolwerk, vesting, voorburg, wal, forteres; zie Ps. 122:7 .

Hertaald: den voormuur en den muur te zamen Of: voorschans, dwingburcht, bolwerk, vesting, voorburg, wal, fort; zie Ps. 122:7.

treurig gemaakt, Dat is, Hij heeft zelfs den gevoellozen creaturen oorzaak van treuren gegeven.

Hertaald: treurig gemaakt, Dat is: Hij heeft zelfs de gevoelloze schepselen reden tot treuren gegeven.

verzwakt Te weten, door een geweldig verderf. Anders: verwoest, geruïneerd.

Hertaald: verzwakt Namelijk door een geweldig verderf. Anders: verwoest, geruïneerd.

Klaagliederen 2 vers 9

in de aarde verzonken; Alzo dat de vijanden een vrijen pas daardoor gekregen hebben om in de stad te komen.

Hertaald: in de aarde verzonken; Zodat de vijanden daardoor een vrije doorgang gekregen hebben om de stad binnen te komen.

haar grendelen Dat is, alle sterkten en sloten, zodat zij nu geen geweld kunnen tegenstaan.

Hertaald: haar grendelen Dat is: alle sterkten en sloten, zodat zij nu geen geweld meer kunnen weerstaan.

haar koning en haar vorsten Dat is, zij moeten nu leven en verkeren onder de volken, die den waren godsdienst vijand zijn.

Hertaald: haar koning en haar vorsten Dat is: zij moeten nu leven en verkeren onder de volken die vijandig staan tegenover de ware godsdienst.

er is geen wet; Anders: de wet is niet meer; dat is, zij hebben geen gewone oefening hunner religie, door den dienst der priesters en Levieten; want van de profeten wordt straks gesproken.

Hertaald: er is geen wet; Anders: de wet is niet meer; dat is: zij hebben geen gewone uitoefening van hun godsdienst meer door de dienst van de priesters en Levieten; want over de profeten wordt meteen daarna gesproken.

vinden ook geen gezicht van den HEERE Dat is, zij hebben ook zo overvloedige openbaringen niet als zij plachten te hebben; zie Ps. 74:9 .

Hertaald: vinden ook geen gezicht van den HEERE Dat is: zij hebben ook niet meer zulke overvloedige openbaringen als zij vroeger hadden; zie Ps. 74:9.

Klaagliederen 2 vers 10

De oudsten Dat is, de wijste en statigste onder het volk, die wel eertijds op koetswagens of schone paarden door de stad en over het land plachten te rijden en te reizen.

Hertaald: De oudsten Dat is: de wijste en aanzienlijkste mensen onder het volk, die vroeger op wagens of mooie paarden door de stad en over het land plachten te rijden en te reizen.

zwijgen stil, Als verbaasd en versuft zijnde vanwege hun grote ellende.

Hertaald: zwijgen stil, Als mensen die verbijsterd en versuft zijn vanwege hun grote ellende.

zij werpen stof op hun hoofd, Zij betonen grote tekenen van verslagenheid en van droefheid. Zie Job 2:12 .

Hertaald: zij werpen stof op hun hoofd, Zij tonen sterke tekenen van verslagenheid en droefheid. Zie Job 2:12.

zakken aangegord; Dat is, rouwklederen, gelijk Joël 1:8 , Joël 1:13 ; Jona 3:5-6 ; zie de aantekening Gen. 37:34 .

Hertaald: zakken aangegord; Dat is: rouwkleren, zoals Joël 1:8, Joël 1:13; Jona 3:5-6; zie de aantekening bij Gen. 37:34.

de jonge dochters van Jeruzalem Die gemeenlijk plachten omhoog te zien [ Jes. 3:16 ] , en met haar schoonheid te pronken, die zien nu nederwaarts, als zijnde beschaamd over zichzelven.

Hertaald: de jonge dochters van Jeruzalem Zij die gewoonlijk omhoog plachten te kijken (Jes. 3:16) en met hun schoonheid te pronken, kijken nu naar beneden, omdat zij zich over zichzelf schamen.

Klaagliederen 2 vers 11

Mijn ogen Dat is, ik ween zoveel dat mijne ogen daardoor bijna vergaan zijn. Wij zouden zeggen: Ik schrei mij de ogen uit. Zie Ps. 6:7-8 , en de aantekening aldaar.

Hertaald: Mijn ogen Dat is: ik ween zoveel dat mijn ogen daardoor bijna vergaan zijn. Wij zouden zeggen: ik schrei mijn ogen uit. Zie Ps. 6:7-8 en de aantekening daar.

beroerd; Zie boven Klaagl. 1:20 .

Hertaald: beroerd; Zie hierboven Klaagl. 1:20.

mijn lever Dat is, mijn inwendige delen zijn versmolten en zij ontvallen mij; of het bloed vliet weg uit mijn leven. Zie Job 16:13 .

Hertaald: mijn lever Dat is: mijn inwendige delen zijn versmolten en begeven mij; of: het bloed vloeit weg uit mijn lichaam. Zie Job 16:13.

de breuk der dochter mijns volks; Dat is, wanneer ik aanmerk de ellendigheden en verbrekingen, die de kerk Gods lijdt; zie Jer. 4:6 .

Hertaald: de breuk der dochter mijns volks; Dat is: wanneer ik de ellende en de verbrijzeling opmerk die Gods kerk lijdt; zie Jer. 4:6.

in onmacht zinken; Of, bezwijmen, bezwijken; te weten van honger en dorst en gebrek van alle nooddruft. Zie Jes. 57:16 .

Hertaald: in onmacht zinken; Of: bezwijmen, bezwijken; namelijk van honger en dorst en gebrek aan alle levensbehoeften. Zie Jes. 57:16.

Klaagliederen 2 vers 12

zij tot hun moeders zeggen Te weten de kleine kinderen.

Hertaald: zij tot hun moeders zeggen Namelijk de kleine kinderen.

koren Dat is brood, noodwendig voedsel.

Hertaald: koren Dat is: brood, noodzakelijk voedsel.

wijn, Om ons in onze zwakheid te verkwikken.

Hertaald: wijn, Om ons in onze zwakheid te verkwikken.

als zich hun ziel uitschudt De zin is: Als zij hun leven weder overgeven aan hunne moeders, overmits die hun geen voedsel geven om hen in het leven te behouden.

Hertaald: als zich hun ziel uitschudt De betekenis is: wanneer zij hun leven weer aan hun moeders teruggeven, omdat die hun geen voedsel geven om hen in het leven te houden.

Klaagliederen 2 vers 13

Wat getuigen Of, wat getuigenis; alsof hij zeide: Welk een voorbeeld zal ik u voor ogen zetten, door hetwelk ik u zou mogen troosten? Ik vind nergens een volk, dat ooit zo hard is gestraft geworden als gij gestraft wordt. Anderen nemen het in dezen zin: Wat zal ik nemen om te getuigen dat gij geen grote redenen hebt om dus te roepen en te tieren. Zie de aantekening Jes. 51:19 .

Hertaald: Wat getuigen Of: welk getuigenis. Alsof hij zei: welk voorbeeld zal ik u voor ogen stellen waarmee ik u zou kunnen troosten? Ik vind nergens een volk dat ooit zo hard gestraft is als u gestraft wordt. Anderen vatten het zo op: wat zal ik aanvoeren om te betuigen dat u geen grote reden hebt om zo te roepen en tekeer te gaan? Zie de aantekening bij Jes. 51:19.

bij u vergelijken, Te weten in deze uwe ellende.

Hertaald: bij u vergelijken, Namelijk in deze ellende van u.

gij dochter Jeruzalems? Dat is, gij volk Gods.

Hertaald: gij dochter Jeruzalems? Dat is: u, volk van God.

uw breuk Dat is, uwe ellenden zijn breed, diep, krachtig en schier onbegrijpelijk, gelijk de scheuren of inbreuken, die de zee maakt; gij zijt zulk een spiegel van Gods hevigen toorn als er nog nooit tevoren in de wereld geweest is.

Hertaald: uw breuk Dat is: uw ellende is breed, diep, hevig en vrijwel onbegrijpelijk, zoals de scheuren of inbraken die de zee maakt; u bent zo'n spiegel van Gods hevige toorn als er nooit eerder in de wereld geweest is.

wie kan u helen? Welke middelen zijn er in de wereld te vinden om u te redden? Naar het oordeel van een ieder is uw staat hopeloos, daar is geen helpen meer aan.

Hertaald: wie kan u helen? Welke middelen zijn er in de wereld te vinden om u te redden? Naar ieders oordeel is uw toestand hopeloos; er is geen helpen meer aan.

Klaagliederen 2 vers 14

profeten Versta dit van de valse profeten, die de boze Joden zichzelven verkoren hadden, of die zichzelven uitgaven voor leidslieden of stuurlieden en onderwijzers, maar niet van God gezonden, noch de rechte profeten zijnde; zie Jer. 2:8 , en Jer. 5:31 , en Jer. 14:14 , en Jer. 23:16 , en Jer. 27:10 , en Jer. 29:8-9 ; Ezech. 13:2 .

Hertaald: profeten Versta dit van de valse profeten die de boze Joden zichzelf uitgekozen hadden, of die zichzelf voor leidslieden, stuurlui en onderwijzers uitgaven maar niet door God gezonden waren en geen echte profeten waren; zie Jer. 2:8, Jer. 5:31, Jer. 14:14, Jer. 23:16, Jer. 27:10 en Jer. 29:8-9; Ezech. 13:2.

ijdelheid Dat is, zodanige dingen, die ganselijk niet strekten ten goede, noch tot godzaligheid; als bij voorbeeld: zij hebben u den vrede en aller dingen overvloed verkondigd, als God het tegendeel dreigde. Zie Jer. 28:2-3 , Jer. 28:15 , en Jer. 29:8 .

Hertaald: ijdelheid Dat is: zulke dingen die volstrekt niet strekten tot enig goed en niet tot godzaligheid; bijvoorbeeld: zij hebben u vrede en overvloed van alles verkondigd, terwijl God het tegendeel dreigde. Zie Jer. 28:2-3, Jer. 28:15 en Jer. 29:8.

ongerijmdheid Hebreeuws, onsmakelijke dingen. Zie Job 1:22 , en Jer. 23:13 .

Hertaald: ongerijmdheid Hebreeuws: onsmakelijke dingen. Zie Job 1:22 en Jer. 23:13.

gezien, Dat is geprofeteerd. Want profetieën zijn goddelijke gezichten den profeten geopenbaard.

Hertaald: gezien, Dat is: geprofeteerd. Want profetieën zijn goddelijke gezichten die aan de profeten geopenbaard zijn.

zij hebben u uw ongerechtigheid niet geopenbaard, Dat is, zij hebben u uwe zonden en overtredingen niet oprechtelijk voorgedragen, om u in uwe conscientie te overtuigen.

Hertaald: zij hebben u uw ongerechtigheid niet geopenbaard, Dat is: zij hebben u uw zonden en overtredingen niet oprecht voorgehouden om u in uw geweten te overtuigen.

om uw gevangenis Dat is, dat zij u daardoor tot oprecht berouw en leedwezen zouden gebracht hebben, om alzo de oordelen Gods voor te komen.

Hertaald: om uw gevangenis Dat is: opdat zij u daardoor tot oprecht berouw en leedwezen gebracht zouden hebben, om zo Gods oordelen te voorkomen.

zij hebben voor u gezien Dat is, zij hebben u, als in Gods naam, geleerd dingen, die vals en nergens toe nut en oorbaarlijk waren.

Hertaald: zij hebben voor u gezien Dat is: zij hebben u als in Gods naam dingen geleerd die vals waren en nergens toe nuttig of dienstig.

lasten Dat is, profetieën; zie Jer. 13:1 .

Hertaald: lasten Dat is: profetieën; zie Jer. 13:1.

uitstotingen De zin is: Naar welke te luisteren de gereedste weg was om u uit uw land te brengen. Want dwalingen te leren en te geloven is de fontein van al de zonden, om welker wil God gemeenlijk de kinderen der mensen straft.

Hertaald: uitstotingen De betekenis is: naar die profetieën luisteren was de kortste weg om uit uw land weggevoerd te worden. Want dwalingen leren en geloven is de bron van alle zonden, waarvoor God de mensenkinderen gewoonlijk straft.

Klaagliederen 2 vers 15

Allen, Te weten van welken staat of stand zij zijn, doch versta die, welke vreemd zijn van de ware religie.

Hertaald: Allen, Namelijk mensen van welke staat of stand ook, maar versta daaronder hen die vreemd zijn aan de ware godsdienst.

klappen met de handen Tot uw spot. Hebreeuws, met de palmen. Zie de aantekening Job 27:23 .

Hertaald: klappen met de handen Om u te bespotten. Hebreeuws: met de handpalmen. Zie de aantekening bij Job 27:23.

zij fluiten Zie 1 Kon. 9:8 ; 2 Kon. 19:21 ; Job 16:9 ; Jer. 18:16 .

Hertaald: zij fluiten Zie 1 Kon. 9:8; 2 Kon. 19:21; Job 16:9; Jer. 18:16.

waarvan men zeide, Dat is, die men noemde de volmaakte in schoonheid.

Hertaald: waarvan men zeide, Dat is: die men de volmaakte in schoonheid noemde.

vreugde der ganse aarde? Vergelijk Ps. 48:2 , en Ps. 50:2 .

Hertaald: vreugde der ganse aarde? Vergelijk Ps. 48:2 en Ps. 50:2.

Klaagliederen 2 vers 16

sperren Zie Ps. 22:14 . Anders: doen hunnen mond wijd open.

Hertaald: sperren Zie Ps. 22:14. Anders: zij doen hun mond wijd open.

knersen met de tanden, Of, zij bijten op de tanden.

Hertaald: knersen met de tanden, Of: zij bijten op hun tanden.

Wij hebben haar verslonden; Dat is, wij hebben hen nu tot zulk een staat gebracht, dat zij niet weder opstaan zullen.

Hertaald: Wij hebben haar verslonden; Dat is: wij hebben hen nu in zo'n staat gebracht dat zij niet weer zullen opstaan.

dit is immers de dag, De zin is: Wij hebben lang gewenst dezen dag te zien, dien wij nu zien en beleven.

Hertaald: dit is immers de dag, De betekenis is: wij hebben er lang naar verlangd deze dag te zien, die wij nu zien en beleven.

wij hebben hem gezien Of, wij zien [hem nu], te weten met lust en met vreugde.

Hertaald: wij hebben hem gezien Of: wij zien hem nu, namelijk met lust en met vreugde.

Klaagliederen 2 vers 17

De HEERE heeft gedaan, De Heere heeft over u laten komen al wat Hij besloten had over u te brengen. Vergelijk Lev. 26:17 ; Deut. 28:15 .

Hertaald: De HEERE heeft gedaan, De HEERE heeft alles over u laten komen wat Hij besloten had over u te brengen. Vergelijk Lev. 26:17; Deut. 28:15.

vervuld, Aldus wordt het Hebreeuwse woord ook genomen Jes. 10:12 ; Zach. 4:9 .

Hertaald: vervuld, Zo wordt het Hebreeuwse woord ook opgevat in Jes. 10:12; Zach. 4:9.

bevolen had Dat is, dat Hij door zijne profeten tevoren verkondigd en gedreigd had. Zie Lev 26 , en Deu 28 .

Hertaald: bevolen had Dat is: wat Hij door Zijn profeten tevoren verkondigd en gedreigd had. Zie Lev. 26 en Deut. 28.

van oude dagen; Gelijk Klaagl. 1:7 .

Hertaald: van oude dagen; Zoals Klaagl. 1:7.

Hij heeft den vijand Hem gevende macht en overwinning over u.

Hertaald: Hij heeft den vijand Door hem macht en overwinning over u te geven.

Hij heeft den hoorn Dat is, Hij heeft dengenen, die u haten, grote sterkte en macht gegeven. Zie van het woord horen, boven vs.3.

Hertaald: Hij heeft den hoorn Dat is: Hij heeft hun die u haten grote sterkte en macht gegeven. Zie over het woord hoorn hierboven vers 3.

Klaagliederen 2 vers 18

tot den HEERE Te weten toen zij, te weten Gods volk, dus van de Chaldeën werden geplaagd. Anders: tegen den Heere. De zin is: Zij, te weten de boze Chaldeën, die niet ulieden, maar den Heere lasterden. Zie 2 Kon. 19:22 ; Jes. 36:4 .

Hertaald: tot den HEERE Namelijk toen zij — dat is: Gods volk — zo door de Chaldeeën geplaagd werden. Anders: tegen de HEERE. Dan is de betekenis: zij, namelijk de boze Chaldeeën, die niet u maar de HEERE lasterden. Zie 2 Kon. 19:22; Jes. 36:4.

O gij muur der dochter Sions, Dit zijn woorden van den profeet, alsof hij zeide: O gij volk, woonachtig binnen de muren van Zion, of Jeruzalem, op welke zich Juda, als op een sterken muur, verlaten heeft.

Hertaald: O gij muur der dochter Sions, Dit zijn woorden van de profeet, alsof hij zei: o volk, dat binnen de muren van Sion of Jeruzalem woont, op wie Juda zich verlaten heeft als op een sterke muur.

laat dag en nacht tranen afvlieten Vergelijk boven Klaagl. 1:2 , Klaagl. 1:16 .

Hertaald: laat dag en nacht tranen afvlieten Vergelijk hierboven Klaagl. 1:2, Klaagl. 1:16.

uw oogappel Hebreeuws, de dochter van uw oog zwijge niet; dat is, uw oogappel. Zie Ps. 17:8 .

Hertaald: uw oogappel Hebreeuws: de dochter van uw oog zwijge niet; dat is: uw oogappel. Zie Ps. 17:8.

houde niet op Te weten van tranen uit te storten.

Hertaald: houde niet op Namelijk met tranen storten.

Klaagliederen 2 vers 19

Maak u op, Een gebod aan de godzaligen tot bidden.

Hertaald: Maak u op, Een gebod aan de godvruchtigen om te bidden.

maak geschrei des nachts Dat is, klaag den Heere openlijk en vrijmoediglijk uwen nood.

Hertaald: maak geschrei des nachts Dat is: klaag de HEERE openlijk en vrijmoedig uw nood.

in het begin der nachtwaken, Hebreeuws, aan het hoofd der [nacht] wachten ; dat is, te dien tijde als de nacht begint.

Hertaald: in het begin der nachtwaken, Hebreeuws: aan het hoofd van de nachtwaken; dat is: op het moment dat de nacht begint.

stort Vergelijk Ps. 22:15 , en Ps. 42:5 , en Ps. 62:9 , en Ps. 102:1 .

Hertaald: stort Vergelijk Ps. 22:15, Ps. 42:5, Ps. 62:9 en Ps. 102:1.

uw hart uit Dat is, al de zwarigheid, die gij in uw hart hebt.

Hertaald: uw hart uit Dat is: alle moeite die u in uw hart hebt.

handen tot Hem op Hebreeuws, palmen. Alzo vs.20, 22.

Hertaald: handen tot Hem op Hebreeuws: handpalmen. Zo ook vers 20 en 22.

voor de ziel uwer kinderkens, Dat is, voor het leven, gelijk Ps. 6:5 . De zin is: Om te bidden dat God uw kleine kinderen wil verschonen.

Hertaald: voor de ziel uwer kinderkens, Dat is: voor het leven, zoals Ps. 6:5. De betekenis is: om te bidden dat God uw kleine kinderen wil sparen.

die in onmacht gevallen zijn van honger, Of, die versmacht zijn.

Hertaald: die in onmacht gevallen zijn van honger, Of: die versmacht zijn.

vooraan op alle straten Hebreeuws, aan het hoofd van alle straten; dat is aan alle hoeken, wegen en stegen der stad; vergelijk Jes. 51:20 , en onder Klaagl. 4:1 .

Hertaald: vooraan op alle straten Hebreeuws: aan het hoofd van alle straten; dat is: op alle hoeken, wegen en stegen van de stad; vergelijk Jes. 51:20 en Klaagl. 4:1.

Klaagliederen 2 vers 20

aan wien Gij alzo gedaan hebt; Te weten, niet aan de heidenen, maar aan uw eerstgeboren zoon, Ex. 4:22 , aan uw uitverkoren volk van Israël; Ex. 19:6 ; Deut. 4:7 , en Deut. 7:6 .

Hertaald: aan wien Gij alzo gedaan hebt; Namelijk niet aan de heidenen, maar aan Uw eerstgeboren zoon (Ex. 4:22), aan Uw uitverkoren volk Israël; Ex. 19:6; Deut. 4:7 en Deut. 7:6.

haar vrucht eten, Dat is, hare kinderen, de vrucht van haar buik. De profeet beklaagt hier de wreedheid, die onder Gods volk gebeurde; vergelijk onder Klaagl. 4:10 .

Hertaald: haar vrucht eten, Dat is: hun kinderen, de vrucht van hun schoot. De profeet beklaagt hier de wreedheid die onder Gods volk plaatsvond; vergelijk Klaagl. 4:10.

die men op de handen draagt? Alzo ook onder vs.22. Anders: die aan de palm geleid worden. Men leest twee malen dat de moeders in het Joodse land hare kinderen gegeten hebben, te weten, in de belegering van Samaria, 2 Kon. 6:26 , en in de belegering van Jeruzalem door Vespasianus en Titus Josefus.

Hertaald: die men op de handen draagt? Zo ook hierna in vers 22. Anders: die aan de hand geleid worden. Men leest twee keer dat moeders in het Joodse land hun kinderen gegeten hebben, namelijk bij de belegering van Samaria (2 Kon. 6:26) en bij de belegering van Jeruzalem door Vespasianus en Titus, volgens Josefus.

in het heiligdom des Heeren gedood worden? Dat is, in den tempel, in die plaats, Heere, die Gij zelf tot een heilig gebruik verordineerd hebt.

Hertaald: in het heiligdom des Heeren gedood worden? Dat is: in de tempel, op die plaats, HEERE, die U Zelf tot een heilig gebruik verordend hebt.

Klaagliederen 2 vers 21

mijn jonkvrouwen en mijn jongelingen Die zelfs de wrede soldaten plachten te verschonen.

Hertaald: mijn jonkvrouwen en mijn jongelingen Zij die zelfs de wrede soldaten gewoonlijk spaarden.

zijn door het zwaard gevallen; Zijn wredelijk omgebracht.

Hertaald: zijn door het zwaard gevallen; Zijn wreed omgebracht.

Gij hebt ze in den dag Uws toorns gedood, Gij, o Heere, in uw rechtvaardigen toorn.

Hertaald: Gij hebt ze in den dag Uws toorns gedood, U, o HEERE, in Uw rechtvaardige toorn.

Klaagliederen 2 vers 22

mijn verschrikkingen Dat is, al hetgeen mij mocht verschrikken.

Hertaald: mijn verschrikkingen Dat is: alles wat mij zou kunnen verschrikken.

tot een dag Zie boven Klaagl. 1:15 .

Hertaald: tot een dag Zie hierboven Klaagl. 1:15.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De hand van God in de verwoesting  — het tweede lied zegt onomwonden Wie er achter de verwoesting staat (Klaagl. 2:1-9)

Het tweede lied noemt in vers na vers God als handelende Persoon. "De Heere heeft al de woningen Jakobs verslonden, en heeft ze niet verschoond" (Klaagl. 2:2). "Hij heeft Zijn boog gespannen als een vijand" (Klaagl. 2:4). En dan staat het in zijn scherpste vorm: "De Heere is geworden als een vijand; Hij heeft Israel verslonden" (Klaagl. 2:5). Ook het heiligdom wordt genoemd: "De Heere heeft Zijn altaar verstoten. Hij heeft Zijn heiligdom te niet gedaan" (Klaagl. 2:7). En van de profeten wordt gezegd dat zij geen gezicht meer vinden van de HEERE (Klaagl. 2:9).

Bijbelse betekenis: Merk op dat er staat als een vijand en niet: een vijand. Het woordje als is niet weg te lezen; het gaat om hoe Zijn handelen zich liet aanzien. Toch verzacht het boek niets, en het register doet dat ook niet: de verwoesting wordt aan God toegeschreven en niet aan het toeval van de oorlog. Let vervolgens op wat er in Klaagl. 2:7 gebeurt. Altaar en heiligdom heeft Hij Zelf ingesteld, en juist die worden losgelaten. Wie meende dat de tempel een garantie was, wordt hier uit die gedachte gehaald. Let ten slotte op wat het derde lied hierbij zegt: "Hij plaagt of bedroeft des mensenkinderen niet van harte" (Klaagl. 3:33). Die twee uitspraken staan in hetzelfde boek en horen samen gelezen te worden. Wat hier van buiten op vijandschap lijkt, komt niet voort uit een hart dat kwaad wil.

Typologie: De Hebreeënbrief zegt van dezelfde hand wat zij bedoelt: "dien de Heere liefheeft, kastijdt Hij, en Hij geselt een iegelijken zoon, die Hij aanneemt" (Hebr. 12:6). Dat maakt de slag niet lichter, maar het zegt wel uit welke hand hij komt.

Klaagl. 2:1-9; Klaagl. 3:33; Hebr. 12:6

Het uitstorten van het hart  — de klacht wordt niet ingehouden maar naar het juiste adres gestuurd (Klaagl. 2:18-19)

"Hun hart schreeuwde tot den Heere: O gij muur der dochter Sions, laat dag en nacht tranen afvlieten als een beek; geef uzelve geen rust, uw oogappel houde niet op!" (Klaagl. 2:18). Daarop volgt de opdracht: "Maak u op, maak geschrei des nachts in het begin der nachtwaken, stort uw hart uit voor het aangezicht des Heeren als water; hef uw handen tot Hem op voor de ziel uwer kinderkens" (Klaagl. 2:19). Wat daarna komt is een gebed dat niets verzwijgt: "Zie, HEERE, aanschouw toch, aan wien Gij alzo gedaan hebt" (Klaagl. 2:20).

Bijbelse betekenis: Merk op wat er bevolen wordt. Niet: houd u sterk, en niet: zwijg erover, maar: stort uw hart uit. Het huilen wordt hier een opdracht, en het krijgt een richting: voor het aangezicht van de Heere. Let vervolgens op het beeld van het water. Water dat uitgegoten wordt, laat zich niet terughalen; er wordt dus niets achtergehouden voor later. Let ten slotte op de reden die in Klaagl. 2:19 genoemd wordt: voor de ziel van de kinderen. De klacht gaat niet alleen over het eigen verdriet maar wordt voorbede voor anderen. Daarmee is dit een van de weinige plaatsen in de Schrift waar rouwen zelf een opdracht heet.

Typologie: De psalmist geeft dezelfde raad aan wie het benauwd heeft: "Vertrouw op Hem te aller tijd, o gij volk! Stort ulieder hart uit voor Zijn aangezicht" (Ps. 62:9). En van de Heere Jezus wordt gezegd dat Hij in de dagen van Zijn vlees gebeden en smekingen opofferde "met sterke roeping en tranen" (Hebr. 5:7).

Klaagl. 2:18-20; Ps. 62:9; Hebr. 5:7

De profeten die de ongerechtigheid niet ontdekten  — Eén vers noemt wat er had kunnen gebeuren als de profeten hun werk gedaan hadden (Klaagl. 2:14)

Midden in het tweede lied staat een verwijt aan de profeten van de stad: "Uw profeten hebben u ijdelheid en ongerijmdheid gezien, en zij hebben u uw ongerechtigheid niet geopenbaard, om uw gevangenis af te wenden" (Klaagl. 2:14). Er staan drie dingen in. Zij hebben wel gezien, maar iets zonder inhoud. Zij hebben de zonde van het volk niet aan het licht gebracht. En daarmee is een mogelijkheid voorbijgegaan: het openbaren van die zonde had de ballingschap kunnen afwenden. Het vierde lied komt erop terug en noemt de leiding als oorzaak van het oordeel (Klaagl. 4:13). Jeremia had ditzelfde in zijn eigen boek al gezegd van de profeten en priesters van zijn dagen: "zij genezen de breuk van de dochter Mijns volks op het lichtste, zeggende: Vrede, vrede! doch daar is geen vrede" (Jer. 6:14). En Ezechiël verwijt hun dat zij niet in de bressen zijn opgetreden (Ezech. 13:5, reeds behandeld).

Bijbelse betekenis: Het verwijt gaat niet over wat deze mannen gedaan hebben maar over wat zij hebben nagelaten. Zij hebben niet gelasterd en zij hebben de mensen niet bedrogen met een verzinsel over God; zij hebben gezwegen waar gesproken moest worden. Dat het volk daardoor rustig doorging, wordt hun aangerekend. Twee dingen zijn hierbij van belang. Het eerste is dat het ontdekken van de zonde in dit vers een reddende bedoeling heeft. Het staat er niet om iemand neer te drukken maar om de gevangenis af te wenden; wie de wond niet noemt, geneest haar niet. Het tweede is de terughoudendheid die hier past. Het boek zegt dat de ballingschap afgewend had kunnen worden, en het zegt niet hoe zich dat verhoudt tot Gods raad. Het register gaat daarin niet verder dan de tekst, zoals ook bij het berouw Gods (Jer. 18:7-10, reeds behandeld).

Typologie: Paulus beschrijft het tegendeel van deze profeten. Bij zijn afscheid van de ouderlingen van Efeze betuigt hij "dat ik rein ben van het bloed van u allen" (Hand. 20:26). De grond daarvoor noemt hij er meteen bij: "ik heb niet achtergehouden, dat ik u niet zou verkondigd hebben al den raad Gods" (Hand. 20:27). Wat de profeten van Jeruzalem nalieten, is dus precies wat een dienaar van het Woord verplicht is te doen.

Klaagl. 2:14; Klaagl. 4:13; Jer. 6:14; Jer. 18:7-10; Ezech. 13:5; Hand. 20:26-27

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Klaagliederen 2

Klaagliederen 2:19.KruisverwijzingenPsalmen 62:8Psalmen 142:2Jesaja 26:91 Samuël 1:15Psalmen 119:147Klaagliederen 2:11Jesaja 51:20Psalmen 42:8
— Koph. Maak u op, maak geschrei des nachts in het begin der nachtwaken, stort uw hart uit voor het aangezicht des Heeren als water; hef uw handen tot Hem op voor de ziel uwer kinderkens, die in onmacht gevallen zijn van honger, vooraan op alle straten.
“Koph. Maak u op, maak geschrei des nachts in het begin der nachtwaken, stort uw hart uit voor het aangezicht des Heeren als water; hef uw handen tot Hem op voor de ziel uwer kinderkens, die in onmacht gevallen zijn van honger, vooraan op alle straten.”

Jeremia sprak deze woorden tot Sion in haar droevige en verwoeste toestand. Jeremia, de wenende profeet, had zijn ogen droog geweend over de verslagenen van de dochter van zijn volk. En toen hij alles gedaan had wat hij kon om tranen te storten voor het arme Jeruzalem, smeekte hij Jeruzalem om over zichzelf te wenen.

Uit deze tekst leren wij dat het nooit te vroeg is om te bidden. Hoeveel jonge mensen denken niet dat de godsdienst iets is voor de ouderdom, of op zijn minst voor de rijpere jaren? Uur na uur en dag na dag fluistert de boosaardige vijand hun in het oor: het is te vroeg, het is te vroeg! Stel uit, stel uit, stel uit!

Onze tekst leert ons ook dat het niet te láát is om tot de HEERE te roepen.

Verder kunnen wij niet te vurig bidden, want er staat: “maak geschrei des nachts”. God heeft ernstige gebeden lief. Hij heeft onstuimige gebeden lief. Hij heeft vurige gebeden lief. God heeft gebeden lief die het uitroepen. Wie niet luid roept, moet geen zegen verwachten. Maar God zal ons horen wanneer wij met heel onze ziel uitroepen en ons hart voor Hem uitstorten.

Ten slotte kunnen wij niet te eenvoudig bidden. Hoor maar hoe Jeremia het zegt: “stort uw hart uit voor het aangezicht des Heeren als water”. Hoe stroomt water uit? Zo snel als het maar kan, meer niet; het bekommert zich er niet om hoe het loopt. Zo wil de HEERE dat onze gebeden voor Hem uitstromen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Het is nooit te vroeg om te bidden. Er is geen enkele reden om te wachten tot het morgenlicht.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content