Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jozua 5

1 En het geschiedde, toen al de koningen der Amorieten, die aan deze zijde van de Jordaan westwaarts, en al de koningen der Kanaanieten, die aan de zee waren, hoorden, dat de HEERE de wateren van de Jordaan had uitgedroogd, voor het aangezicht der kinderen Israels, totdat wij daardoor gegaan waren; zo versmolt hun hart, en er was geen moed meer in hen, voor het aangezicht der kinderen Israels.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En het geschiedde, toen alH3605 de koningenH4428 der AmorietenH567, dieH834 aan deze zijde van de JordaanH3383 westwaartsH3220, en alH3605 de koningenH4428 der KanaanietenH3669, dieH834 aan de zeeH3220 warenH1961, hoordenH8085, datH834 de HEEREH3068 de waterenH4325 van de JordaanH3383 had uitgedroogdH3001, voor het aangezichtH6440 der kinderenH1121 IsraelsH3478, totdatH5704 wij daardoor gegaanH5674 waren; zo versmoltH4549 hun hartH3824, en er wasH1961 geenH3808 moedH7307 meerH5750 in hen, voor het aangezichtH6440 der kinderenH1121 IsraelsH3478. En het geschiedde, toen al de koningen der Amorieten, die aan deze zijde van de Jordaan westwaarts, en al de koningen der Kanaanieten, die aan de zee waren, hoorden, dat de HEERE de wateren van de Jordaan had uitgedroogd, voor het aangezicht der kinderen Israels, totdat wij daardoor gegaan waren; zo versmolt hun hart, en er was geen moed meer in hen, voor het aangezicht der kinderen Israels.

KJV And it came to pass, when all the kings4 of the Amorites,5 which were on the side7 of Jordan8 westward,9 and all the kings11 of the Canaanites,12 which were by the sea,15 heard2 that the LORD19 had dried up18 the waters21 of Jordan22 from before23 the children24 of Israel,25 until we were passed over,27 that their heart29 melted,28 neither was there spirit34 in them any more, because35 of the children36 of Israel.

1 וַיְהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כִשְׁמֹ֣עַ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 מַלְכֵ֣י H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 הָאֱמֹרִ֡י H567 Amorieten, Amoriet, Amorietischen Amorite 6 אֲשֶׁר֩ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 בְּעֵ֨בֶר H5676 gene, zijden, recht [idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight 8 הַיַּרְדֵּ֜ן H3383 Jordaan Jordan 9 יָ֗מָּה H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 10 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 מַלְכֵ֤י H4428 koning, konings, koningen king, royal 12 הַֽכְּנַעֲנִי֙ H3669 Kanaanieten, Kanaaniet, Kanaanietische Canaanite, merchant, trafficker 13 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 הַיָּ֔ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 16 אֵ֠ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 18 הוֹבִ֨ישׁ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 19 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 20 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 מֵ֧י H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 22 הַיַּרְדֵּ֛ן H3383 Jordaan Jordan 23 מִפְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 24 בְנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 25 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 26 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 27 עָבְרָ֑ם H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 28 וַיִּמַּ֣ס H4549 smelten, versmolt, versmelten discourage, faint, be loosed, melt (away), refuse, [idiom] utterly 29 לְבָבָ֗ם H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 30 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 31 הָ֨יָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 32 בָ֥ם 33 עוֹד֙ H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 34 ר֔וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 35 מִפְּנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 36 בְּנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 37 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Te dier tijd sprak de HEERE tot Jozua: Maak u stenen messen, en besnijd wederom de kinderen Israels ten tweeden maal.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Te dier tijdH6256 sprakH559 de HEEREH3068 totH413 JozuaH3091: MaakH6213 u stenenH6697 messenH2719, en besnijdH4135 wederomH7725 de kinderenH1121 IsraelsH3478 ten tweeden maalH8145. Te dier tijd sprak de HEERE tot Jozua: Maak u stenen messen, en besnijd wederom de kinderen Israels ten tweeden maal.

KJV At that time1 the LORD4 said3 unto Joshua,6 Make7 thee sharp10 knives,9 and circumcise12 again11 the children14 of Israel15 the second time.

1 בָּעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 2 הַהִ֗יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 3 אָמַ֤ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 יְהוֹשֻׁ֔עַ H3091 Jozua, Josua Jehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ) 7 עֲשֵׂ֥ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 לְךָ֖ 9 חַֽרְב֣וֹת H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 10 צֻרִ֑ים H6697 Rotssteen, rotssteen, rots edge, [idiom] (mighty) God (one), rock, [idiom] sharp, stone, [idiom] strength, [idiom] strong. See also H1049 (בֵּית צוּר) 11 וְשׁ֛וּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 12 מֹ֥ל H4135 besneden, besneed, verhouwen circumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 בְּנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 15 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 16 שֵׁנִֽית H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Toen maakte zich Jozua stenen messen, en besneed de kinderen Israels op den heuvel der voorhuiden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Toen maakteH6213 zich JozuaH3091 stenenH6697 messenH2719, en besneedH4135 de kinderenH1121 IsraelsH3478 op den heuvelH1389 der voorhuidenH6190. Toen maakte zich Jozua stenen messen, en besneed de kinderen Israels op den heuvel der voorhuiden.

KJV And Joshua3 made1 him sharp5 knives,4 and circumcised6 the children8 of Israel9 at the hill11 of the foreskins.

1 וַיַּעַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 ל֥וֹ 3 יְהוֹשֻׁ֖עַ H3091 Jozua, Josua Jehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ) 4 חַֽרְב֣וֹת H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 5 צֻרִ֑ים H6697 Rotssteen, rotssteen, rots edge, [idiom] (mighty) God (one), rock, [idiom] sharp, stone, [idiom] strength, [idiom] strong. See also H1049 (בֵּית צוּר) 6 וַיָּ֨מָל֙ H4135 besneden, besneed, verhouwen circumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 גִּבְעַ֖ת H1389 heuvelen, heuvel, heuvels hill, little hill 12 הָעֲרָלֽוֹת H6190 voorhuid, voorhuiden, voorhuids foreskin, [phrase] uncircumcised
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Dit nu was de oorzaak, waarom hen Jozua besneed: al het volk, dat uit Egypte getogen was, de manspersonen, alle krijgslieden, waren gestorven in de woestijn, op den weg, nadat zij uit Egypte getogen waren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 DitH2088 nu was de oorzaakH1697, waarom hen JozuaH3091 besneedH4135: alH3605 het volkH5971, dat uit EgypteH4714 getogenH3318 was, de manspersonenH2145, alleH3605 krijgsliedenH582, waren gestorvenH4191 in de woestijnH4057, op den wegH1870, nadatH4480 zij uit EgypteH4714 getogenH3318 waren. Dit nu was de oorzaak, waarom hen Jozua besneed: al het volk, dat uit Egypte getogen was, de manspersonen, alle krijgslieden, waren gestorven in de woestijn, op den weg, nadat zij uit Egypte getogen waren.

KJV And this is the cause2 why Joshua5 did circumcise:4 All the people7 that came out8 of Egypt,9 that were males,10 even all the men of war,13 died14 in the wilderness15 by the way,16 after they came out17 of Egypt.

1 וְזֶ֥ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 2 הַדָּבָ֖ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 מָ֣ל H4135 besneden, besneed, verhouwen circumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs 5 יְהוֹשֻׁ֑עַ H3091 Jozua, Josua Jehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ) 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 הָעָ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 8 הַיֹּצֵא֩ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 9 מִמִּצְרַ֨יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 10 הַזְּכָרִ֜ים H2145 mannelijk, manspersonen, mannetje [idiom] him, male, man(child, -kind) 11 כֹּ֣ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 אַנְשֵׁ֣י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 13 הַמִּלְחָמָ֗ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 14 מֵ֤תוּ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 15 בַמִּדְבָּר֙ H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 16 בַּדֶּ֔רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 17 בְּצֵאתָ֖ם H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 18 מִמִּצְרָֽיִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Want al het volk, dat er uittoog, was besneden; maar al het volk, dat geboren was in de woestijn op den weg, nadat zij uit Egypte getrokken waren, hadden zij niet besneden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Want al het volkH5971, dat er uittoogH3318, wasH1961 besnedenH4135; maar alH3605 het volkH5971, dat geborenH3209 was in de woestijnH4057 op den wegH1870, nadatH4480 zij uit EgypteH4714 getrokkenH3318 waren, hadden zij nietH3808 besnedenH4135. Want al het volk, dat er uittoog, was besneden; maar al het volk, dat geboren was in de woestijn op den weg, nadat zij uit Egypte getrokken waren, hadden zij niet besneden.

KJV Now1 all the people5 that came out6 were circumcised:2 but all the people8 that were born9 in the wilderness10 by the way11 as they came forth12 out of Egypt,13 them they had not circumcised.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 מֻלִ֣ים H4135 besneden, besneed, verhouwen circumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs 3 הָי֔וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 הָעָ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 6 הַיֹּֽצְאִ֑ים H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 7 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 הָ֠עָם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 9 הַיִּלֹּדִ֨ים H3209 geboren, gewinnen born 10 בַּמִּדְבָּ֥ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 11 בַּדֶּ֛רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 12 בְּצֵאתָ֥ם H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 13 מִמִּצְרַ֖יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 14 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 מָֽלוּ H4135 besneden, besneed, verhouwen circumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Want de kinderen Israels wandelden veertig jaren in de woestijn, totdat vergaan was het ganse volk der krijgslieden, die uit Egypte gegaan waren; die de stem des HEEREN niet gehoorzaam geweest waren, denwelken de HEERE gezworen had, dat Hij hun niet zoude laten zien het land, hetwelk de HEERE hun vaderen gezworen had ons te zullen geven, een land vloeiende van melk en honig.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 WantH3588 de kinderenH1121 IsraelsH3478 wandeldenH1980 veertigH705 jarenH8141 in de woestijnH4057, totdatH5704 vergaanH8552 was het ganseH3605 volkH1471 der krijgsliedenH582, die uit EgypteH4714 gegaanH3318 waren; dieH834 de stemH6963 des HEERENH3068 niet gehoorzaamH8085 geweest waren, denwelken de HEEREH3068 gezworenH7650 had, dat Hij hun niet zoude laten zienH7200 het landH776, hetwelkH834 de HEEREH3068 hun vaderenH1 gezworenH7650 had ons te zullen gevenH5414, een landH776 vloeiendeH2100 van melkH2461 en honigH1706. Want de kinderen Israels wandelden veertig jaren in de woestijn, totdat vergaan was het ganse volk der krijgslieden, die uit Egypte gegaan waren; die de stem des HEEREN niet gehoorzaam geweest waren, denwelken de HEERE gezworen had, dat Hij hun niet zoude laten zien het land, hetwelk de HEERE hun vaderen gezworen had ons te zullen geven, een land vloeiende van melk en honig.

KJV For the children5 of Israel6 walked4 forty2 years3 in the wilderness,7 till all the people11 that were men of war,13 which came out14 of Egypt,15 were consumed,9 because they obeyed18 not the voice19 of the LORD:20 unto whom the LORD23 sware22 that he would not shew26 them the land,28 which the LORD31 sware30 unto their fathers32 that he would give33 us, a land35 that floweth36 with milk37 and honey.

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 אַרְבָּעִ֣ים H705 veertig, veertigste, Veertig -forty 3 שָׁנָ֗ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 4 הָלְכ֣וּ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 5 בְנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 יִשְׂרָאֵל֮ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 בַּמִּדְבָּר֒ H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 8 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 9 תֹּ֨ם H8552 verteerd, verdaan, geeindigd accomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole 10 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 הַגּ֜וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 12 אַנְשֵׁ֤י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 13 הַמִּלְחָמָה֙ H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 14 הַיֹּצְאִ֣ים H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 15 מִמִּצְרַ֔יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 16 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 18 שָׁמְע֖וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 19 בְּק֣וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 20 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 21 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 22 נִשְׁבַּ֤ע H7650 gezworen, zweren, zwoer adjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear 23 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 24 לָהֶ֔ם 25 לְבִלְתִּ֞י H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 26 הַרְאוֹתָ֣ם H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 27 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 28 הָאָ֗רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 29 אֲשֶׁר֩ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 30 נִשְׁבַּ֨ע H7650 gezworen, zweren, zwoer adjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear 31 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 32 לַֽאֲבוֹתָם֙ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 33 לָ֣תֶת H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 34 לָ֔נוּ 35 אֶ֛רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 36 זָבַ֥ת H2100 vloeiende, vloed, vloeiden flow, gush out, have a (running) issue, pine away, run 37 חָלָ֖ב H2461 melk, melkkazen, melklam [phrase] cheese, milk, sucking 38 וּדְבָֽשׁ H1706 honig, honigs, honigvloed honey(-comb)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Maar hun zonen heeft Hij aan hun plaats gesteld; die heeft Jozua besneden, omdat zij de voorhuid hadden; want zij hadden hen op den weg niet besneden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Maar hun zonenH1121 heeft Hij aan hun plaatsH8478 gesteldH6965; die heeft JozuaH3091 besnedenH4135, omdatH3588 zij de voorhuidH6189 hadden; wantH3588 zijH1961 hadden hen op den wegH1870 nietH3808 besnedenH4135. Maar hun zonen heeft Hij aan hun plaats gesteld; die heeft Jozua besneden, omdat zij de voorhuid hadden; want zij hadden hen op den weg niet besneden.

KJV And their children,2 whom he raised up3 in their stead, them Joshua7 circumcised:6 for they were uncircumcised,9 because they had not circumcised13 them by the way.

1 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 בְּנֵיהֶם֙ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 הֵקִ֣ים H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 4 תַּחְתָּ֔ם H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 5 אֹתָ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 מָ֣ל H4135 besneden, besneed, verhouwen circumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs 7 יְהוֹשֻׁ֑עַ H3091 Jozua, Josua Jehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ) 8 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 עֲרֵלִ֣ים H6189 onbesnedenen, onbesneden, voorhuid uncircumcised (person) 10 הָי֔וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 מָ֥לוּ H4135 besneden, besneed, verhouwen circumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs 14 אוֹתָ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 בַּדָּֽרֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En het geschiedde, als men een einde gemaakt had van al dat volk te besnijden, zo bleven zij in hun plaats in het leger, totdat zij genezen waren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En het geschiedde, als men een eindeH8552 gemaakt had van alH3605 datH834 volkH1471 te besnijdenH4135, zo blevenH3427 zij in hun plaatsH8478 in het legerH4264, totdatH5704 zij genezenH2421 waren. En het geschiedde, als men een einde gemaakt had van al dat volk te besnijden, zo bleven zij in hun plaats in het leger, totdat zij genezen waren.

KJV And it came to pass, when they had done3 circumcising6 all the people,5 that they abode7 in their places in the camp,9 till they were whole.

1 וַיְהִ֛י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כַּאֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 תַּ֥מּוּ H8552 verteerd, verdaan, geeindigd accomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole 4 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 הַגּ֖וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 6 לְהִמּ֑וֹל H4135 besneden, besneed, verhouwen circumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs 7 וַיֵּשְׁב֥וּ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 8 תַחְתָּ֛ם H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 9 בַּֽמַּחֲנֶ֖ה H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents 10 עַ֥ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 11 חֲיוֹתָֽם H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Verder sprak de HEERE tot Jozua: Heden heb Ik den smaad van Egypte van ulieden afgewenteld; daarom noemde men den naam dier plaats Gilgal, tot op dezen dag.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Verder sprakH559 de HEEREH3068 tot JozuaH3091: HedenH3117 heb Ik den smaadH2781 van EgypteH4714 van ulieden afgewenteldH1556; daarom noemdeH7121 men den naamH8034 dier plaatsH4725 GilgalH1537, tot opH5921 dezenH2088 dagH3117. Verder sprak de HEERE tot Jozua: Heden heb Ik den smaad van Egypte van ulieden afgewenteld; daarom noemde men den naam dier plaats Gilgal, tot op dezen dag.

KJV And the LORD2 said1 unto Joshua,4 This day5 have I rolled away6 the reproach8 of Egypt9 from off you. Wherefore the name12 of the place13 is called11 Gilgal15 unto this day.

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 יְהוֹשֻׁ֔עַ H3091 Jozua, Josua Jehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ) 5 הַיּ֗וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 גַּלּ֛וֹתִי H1556 Wentel, gewenteld, wentelt commit, remove, roll (away, down, together), run down, seek occasion, trust, wallow 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 חֶרְפַּ֥ת H2781 smaadheid, smaad, versmaadheid rebuke, reproach(-fully), shame 9 מִצְרַ֖יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 10 מֵעֲלֵיכֶ֑ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 וַיִּקְרָ֞א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 12 שֵׁ֣ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 13 הַמָּק֤וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 14 הַהוּא֙ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 15 גִּלְגָּ֔ל H1537 Gilgal Gilgal. See also H1019 (בֵּית הַגִּלְגָּל) 16 עַ֖ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 17 הַיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 18 הַזֶּֽה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Terwijl de kinderen Israels te Gilgal gelegerd lagen, zo hielden zij het pascha op den veertienden dag derzelver maand, in den avond, op de vlakke velden van Jericho.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Terwijl de kinderenH1121 IsraelsH3478 te GilgalH1537 gelegerdH2583 lagen, zo hieldenH6213 zij het paschaH6453 op den veertiendenH702 dagH3117 derzelver maandH2320, in den avondH6153, op de vlakke veldenH6160 van JerichoH3405. Terwijl de kinderen Israels te Gilgal gelegerd lagen, zo hielden zij het pascha op den veertienden dag derzelver maand, in den avond, op de vlakke velden van Jericho.

KJV And the children2 of Israel3 encamped1 in Gilgal,4 and kept5 the passover7 on the fourteenth8 day10 of the month11 at even12 in the plains13 of Jericho.

1 וַיַּחֲנ֥וּ H2583 legerden, legeren, gelegerd abide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent 2 בְנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 בַּגִּלְגָּ֑ל H1537 Gilgal Gilgal. See also H1019 (בֵּית הַגִּלְגָּל) 5 וַיַּעֲשׂ֣וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 הַפֶּ֡סַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 8 בְּאַרְבָּעָה֩ H702 vier, vierhonderd, veertien four 9 עָשָׂ֨ר H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 10 י֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 11 לַחֹ֛דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 12 בָּעֶ֖רֶב H6153 avond, avonds, avonden [phrase] day, even(-ing, tide), night 13 בְּעַֽרְב֥וֹת H6160 vlakke velden, vlakke veld, wildernis Arabah, champaign, desert, evening, heaven, plain, wilderness. See also H1026 (בֵּית הָעֲרָבָה) 14 יְרִיחֽוֹ H3405 Jericho Jericho
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En zij aten van het overjarige koren des lands, des anderen daags van het pascha, ongezuurde broden en verzengde aren, even op dienzelven dag.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En zij atenH398 van het overjarige korenH5669 des landsH776, des anderen daagsH4283 van het paschaH6453, ongezuurde brodenH4682 en verzengdeH7033 arenH6106, even op dienzelven dagH3117. En zij aten van het overjarige koren des lands, des anderen daags van het pascha, ongezuurde broden en verzengde aren, even op dienzelven dag.

KJV And they did eat1 of the old corn2 of the land3 on the morrow4 after the passover,5 unleavened cakes,6 and parched7 corn in the selfsame8 day.

1 וַיֹּ֨אכְל֜וּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 2 מֵעֲב֥וּר H5669 overjarige koren old corn 3 הָאָ֛רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 מִמָּֽחֳרַ֥ת H4283 daags, dag, gansen morrow, next day 5 הַפֶּ֖סַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 6 מַצּ֣וֹת H4682 ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurd unleaved (bread, cake), without leaven 7 וְקָל֑וּי H7033 braadde, gedord, verachtelijke dried, loathsome, parch, roast 8 בְּעֶ֖צֶם H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 9 הַיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 10 הַזֶּֽה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En het Manna hield op des anderen daags, nadat zij van des lands overjarige koren gegeten hadden; en de kinderen Israels hadden geen Manna meer, maar zij aten in hetzelve jaar van de inkomst des lands Kanaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En hetH1931 MannaH4478 hieldH7673 op des anderen daagsH4283, nadat zij van des landsH776 overjarige korenH5669 gegetenH398 hadden; en de kinderenH1121 IsraelsH3478 hadden geenH3808 MannaH4478 meerH5750, maar zij atenH398 in hetzelve jaarH8141 van de inkomstH8393 des landsH776 KanaanH3667. En het Manna hield op des anderen daags, nadat zij van des lands overjarige koren gegeten hadden; en de kinderen Israels hadden geen Manna meer, maar zij aten in hetzelve jaar van de inkomst des lands Kanaan.

KJV And the manna2 ceased1 on the morrow3 after they had eaten4 of the old corn5 of the land;6 neither had the children10 of Israel11 manna12 any more; but they did eat13 of the fruit14 of the land15 of Canaan16 that year.

1 וַיִּשְׁבֹּ֨ת H7673 ophouden, rusten, houdt (cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away 2 הַמָּ֜ן H4478 Man, Manna manna 3 מִֽמָּחֳרָ֗ת H4283 daags, dag, gansen morrow, next day 4 בְּאָכְלָם֙ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 5 מֵעֲב֣וּר H5669 overjarige koren old corn 6 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 הָ֥יָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 ע֛וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 10 לִבְנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 12 מָ֑ן H4478 Man, Manna manna 13 וַיֹּאכְל֗וּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 14 מִתְּבוּאַת֙ H8393 inkomst, inkomen, inkomsten fruit, gain, increase, revenue 15 אֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 16 כְּנַ֔עַן H3667 Kanaan, koophandel, Kanaanieten Canaan, merchant, traffick 17 בַּשָּׁנָ֖ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 18 הַהִֽיא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Voorts geschiedde het, als Jozua bij Jericho was, dat hij zijn ogen ophief, en zag toe, en ziet, er stond een Man tegenover hem, Die een uitgetogen zwaard in Zijn hand had. En Jozua ging tot Hem, en zeide tot Hem: Zijt Gij van ons, of van onze vijanden?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Voorts geschiedde het, als JozuaH3091 bij JerichoH3405 was, dat hij zijn ogenH5869 ophiefH5375, en zagH7200 toe, en zietH2009, er stondH5975 een ManH376 tegenoverH5048 hem, Die een uitgetogenH8025 zwaardH2719 in Zijn handH3027 had. En JozuaH3091 gingH3212 totH413 Hem, en zeideH559 tot Hem: Zijt GijH859 van ons, ofH518 van onze vijandenH6862? Voorts geschiedde het, als Jozua bij Jericho was, dat hij zijn ogen ophief, en zag toe, en ziet, er stond een Man tegenover hem, Die een uitgetogen zwaard in Zijn hand had. En Jozua ging tot Hem, en zeide tot Hem: Zijt Gij van ons, of van onze vijanden?

KJV And it came to pass, when Joshua3 was by Jericho,4 that he lifted up5 his eyes6 and looked,7 and, behold, there stood10 a man9 over against him with his sword12 drawn13 in his hand:14 and Joshua16 went15 unto him, and said18 unto him, Art thou for us, or for our adversaries?

1 וַיְהִ֗י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בִּֽהְי֣וֹת H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 יְהוֹשֻׁעַ֮ H3091 Jozua, Josua Jehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ) 4 בִּירִיחוֹ֒ H3405 Jericho Jericho 5 וַיִּשָּׂ֤א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 6 עֵינָיו֙ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 7 וַיַּ֔רְא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 8 וְהִנֵּה H2009 ziet, zie behold, lo, see 9 אִישׁ֙ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 10 עֹמֵ֣ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 11 לְנֶגְדּ֔וֹ H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 12 וְחַרְבּ֥וֹ H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 13 שְׁלוּפָ֖ה H8025 uittrokken, trok, Trek draw (off), grow up, pluck off 14 בְּיָד֑וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 15 וַיֵּ֨לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 16 יְהוֹשֻׁ֤עַ H3091 Jozua, Josua Jehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ) 17 אֵלָיו֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 18 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 19 ל֔וֹ 20 הֲלָ֥נוּ 21 אַתָּ֖ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 22 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 23 לְצָרֵֽינוּ H6862 wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijders adversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En Hij zeide: Neen, maar Ik ben de Vorst van het heir des HEEREN: Ik ben nu gekomen! Toen viel Jozua op zijn aangezicht ter aarde en aanbad, en zeide tot Hem: Wat spreekt mijn Heere tot Zijn knecht?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En Hij zeideH559: NeenH3808, maarH3588 IkH589 ben de VorstH8269 van het heirH6635 des HEERENH3068: Ik ben nuH6258 gekomenH935! Toen vielH5307 JozuaH3091 op zijn aangezichtH6440 ter aardeH776 en aanbadH7812, en zeideH559 tot Hem: WatH4100 spreektH1696 mijn HeereH113 totH413 Zijn knechtH5650? En Hij zeide: Neen, maar Ik ben de Vorst van het heir des HEEREN: Ik ben nu gekomen! Toen viel Jozua op zijn aangezicht ter aarde en aanbad, en zeide tot Hem: Wat spreekt mijn Heere tot Zijn knecht?

KJV And he said,1 Nay; but as captain5 of the host6 of the LORD7 am I now come.9 And Joshua11 fell10 on his face13 to the earth,14 and did worship,15 and said16 unto him, What saith20 my lord unto his servant?

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לֹ֗א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 4 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 5 שַׂר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 6 צְבָֽא H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 7 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 עַתָּ֣ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 9 בָ֑אתִי H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 וַיִּפֹּל֩ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 11 יְהוֹשֻׁ֨עַ H3091 Jozua, Josua Jehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ) 12 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 פָּנָ֥יו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 14 אַ֨רְצָה֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 15 וַיִּשְׁתָּ֔חוּ H7812 boog, bogen, nederbuigen bow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship 16 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 17 ל֔וֹ 18 מָ֥ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 19 אֲדֹנִ֖י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 20 מְדַבֵּ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 21 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 22 עַבְדּֽוֹ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Toen zeide de Vorst van het heir des HEEREN tot Jozua: Trek uw schoenen af van uw voeten; want de plaats, waarop gij staat, is heilig. En Jozua deed alzo.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Toen zeideH559 de VorstH8269 van hetH1931 heir des HEERENH6635 totH413 JozuaH3091: TrekH5394 uw schoenenH5275 af van uw voetenH7272; wantH3588 de plaatsH4725, waarop gijH859 staatH5975, is heiligH6944. En JozuaH3091 deedH6213 alzoH3651. Toen zeide de Vorst van het heir des HEEREN tot Jozua: Trek uw schoenen af van uw voeten; want de plaats, waarop gij staat, is heilig. En Jozua deed alzo.

Ook in dit vers HEEREH3068

KJV And the captain2 of the LORD'S4 host3 said1 unto Joshua,6 Loose7 thy shoe8 from off thy foot;10 for the place12 whereon thou standest15 is holy.17 And Joshua20 did

1 וַיֹּאמֶר֩ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 שַׂר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 3 צְבָ֨א H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 4 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 יְהוֹשֻׁ֗עַ H3091 Jozua, Josua Jehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ) 7 שַׁל H5394 Trek, afwerpen, schiet cast (out), drive, loose, put off (out), slip 8 נַֽעַלְךָ֙ H5275 schoenen, schoen, paar schoenen dryshod, (pair of) shoe((-latchet), -s) 9 מֵעַ֣ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 רַגְלֶ֔ךָ H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 11 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 הַמָּק֗וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 13 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 אַתָּ֛ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 15 עֹמֵ֥ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 16 עָלָ֖יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 קֹ֣דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 18 ה֑וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 19 וַיַּ֥עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 20 יְהוֹשֻׁ֖עַ H3091 Jozua, Josua Jehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ) 21 כֵּֽן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jozua 5:1 Numeri 13:29 Jozua 2:9 1 Koningen 10:5 Jesaja 13:6 Jozua 12:9 Ezechiël 21:7 Genesis 10:15 Amos 2:9
Jozua 5:2 Exodus 4:25 Genesis 17:10 Romeinen 2:29 Romeinen 4:11 Deuteronomium 30:6 Kolossenzen 2:11 Deuteronomium 10:16
Jozua 5:3 Mattheüs 16:24 Genesis 17:23
Jozua 5:4 Deuteronomium 2:16 Numeri 26:64 1 Korinthe 10:5 Hebreeën 3:17 Deuteronomium 2:14 Numeri 14:22
Jozua 5:5 Romeinen 2:26 Galaten 5:6 Galaten 6:15 Hosea 6:6 Deuteronomium 12:8 Mattheüs 12:7 1 Korinthe 7:19
Jozua 5:6 Deuteronomium 2:14 Deuteronomium 2:7 Numeri 14:23 Exodus 3:8 Deuteronomium 1:3 Deuteronomium 8:4 Hebreeën 3:11 Psalmen 95:10
Jozua 5:7 Deuteronomium 1:39 Numeri 14:31
Jozua 5:8 Genesis 34:25
Jozua 5:9 Genesis 34:14 Jozua 4:19 1 Samuël 17:26 1 Samuël 14:6 Ezechiël 20:7 Ezechiël 23:3 Jeremia 9:25 Psalmen 119:39
Jozua 5:10 Numeri 9:1 Exodus 12:6 Ezechiël 12:6 Ezechiël 12:3
Jozua 5:11 Leviticus 23:14 Exodus 12:18 Exodus 13:6 Leviticus 23:6
Jozua 5:12 Exodus 16:35 Spreuken 13:22 Openbaring 7:16 Jesaja 65:13 Johannes 4:38 Deuteronomium 6:10 Nehemia 9:20
Jozua 5:13 Genesis 18:2 Numeri 22:23 Daniël 10:5 1 Kronieken 21:30 Handelingen 1:10 Numeri 22:31 Genesis 32:24 Exodus 23:23
Jozua 5:14 Genesis 17:3 Jesaja 55:4 Lukas 1:43 Handelingen 9:6 Daniël 10:13 Lukas 20:42 Johannes 20:28 Daniël 10:21
Jozua 5:15 Exodus 3:5 Handelingen 7:32 2 Petrus 1:18
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jozua 5 vers 1

westwaarts, Dat is, aan de westzijde wonende, in het land Kanaän.

Hertaald: westwaarts, Dat is: wonende aan de westzijde, in het land Kanaän.

zo versmolt hun hart, Dat is, zij zijn versaagd geworden. Zie Joz. 2:9, Joz. 2:24.

Hertaald: zo versmolt hun hart, Dat is: zij zijn versaagd geworden. Zie Joz. 2:9, Joz. 2:24.

Jozua 5 vers 2

stenen messen, Anders, scherpe messen. Hebreeuws, zwaarden, of messen van rotsen, gelijk Ex. 4:25.

Hertaald: stenen messen, Anders: scherpe messen. Hebreeuws: zwaarden of messen van rotssteen, zoals Ex. 4:25.

besnijd wederom Hebreeuws, keer weder, besnijd; dat is, besnijd wederom; een Hebreeuwse manier van spreken. Zie Num. 11:4; Ps. 85:7; Ezech. 8:6. De besnijdenis is eerst bevolen aan Abraham en zijn zaad, en daarin gecontinueerd tot in Egypte, waar diegenen welken uit Egypte getogen zijn, ook waren besneden. Maar alzo aan diegenen, die in de woestijn geboren zijn, de besnijdenis niet was geschied, zo wordt hierdoor Gods bevel aan dezen hervat.

Hertaald: besnijd wederom Hebreeuws: keer weder, besnijd; dat is: besnijd opnieuw; een Hebreeuwse manier van spreken. Zie Num. 11:4; Ps. 85:7; Ezech. 8:6. De besnijdenis is eerst bevolen aan Abraham en zijn zaad en daarin voortgezet tot in Egypte, waar ook zij die uit Egypte getrokken waren besneden waren. Maar omdat zij die in de woestijn geboren waren niet besneden waren, wordt hiermee Gods gebod aan hen hervat.

Jozua 5 vers 3

besneed Te weten, diegenen, die nog niet besneden waren, welke zij waren, die in de woestijn geboren waren.

Hertaald: besneed Namelijk: hen die nog niet besneden waren, dat waren zij die in de woestijn geboren waren.

heuvel der voorhuiden Eenigen behouden het Hebreeuwse woord Araloth in den tekst, betekende voorhuiden, omdat de voorhuiden van de kinderen Israëls daar besneden waren.

Hertaald: heuvel der voorhuiden Sommigen behouden het Hebreeuwse woord Araloth in de tekst, dat voorhuiden betekent, omdat daar de voorhuiden van de kinderen van Israël besneden waren.

Jozua 5 vers 5

zij niet besneden Te weten, de ouders. Dit is nagebleven, of door sloffigheid en onachtzaamheid; of omdat zij niet wisten wanneer zij voortreizen zouden, en het den pas-besnedenen zwaar zou gevallen hebben, ja ook gevaarlijk, voort te reizen.

Hertaald: zij niet besneden Namelijk: de ouders. Dit was nagelaten, hetzij door achteloosheid en onzorgvuldigheid, hetzij omdat zij niet wisten wanneer zij verder zouden trekken, terwijl het voor de pas besnedenen zwaar en zelfs gevaarlijk zou zijn geweest om verder te reizen.

Jozua 5 vers 7

Hij Te weten, God de Heere.

Hertaald: Hij Namelijk: God de HEERE.

Jozua 5 vers 8

totdat zij genezen waren Hebreeuws, totdat zij leefden; gelijk Num. 21:8.

Hertaald: totdat zij genezen waren Hebreeuws: totdat zij leefden; zoals Num. 21:8.

Jozua 5 vers 9

den smaad Alzo noemt hij de voorhuid, die de Israëlieten aan hun kinderen gelaten hadden, hierin meer het exempel der oubesneden Egyptenaars navolgende dan het bevel Gods. Zie Jer. 9:25-26. Sommigen verstaan door den smaad van Egypte, den smaad, dien de Egyptenaars God en zijn volk zouden opgelegd en nagezegd hebben, indien zij buiten het land Kanaän hadden moeten blijven. Zie Deut. 9:28.

Hertaald: den smaad Zo noemt Hij de voorhuid die de Israëlieten aan hun kinderen gelaten hadden, waarin zij meer het voorbeeld van de onbesneden Egyptenaren volgden dan het gebod van God. Zie Jer. 9:25-26. Sommigen verstaan onder de smaad van Egypte de smaad die de Egyptenaren God en Zijn volk zouden hebben aangedaan en nagezegd, als zij buiten het land Kanaän hadden moeten blijven. Zie Deut. 9:28.

van ulieden afgewenteld; Hebreeuws, van op ulieden; dat is, die op ulieden lag.

Hertaald: van ulieden afgewenteld; Hebreeuws: van op u; dat is: die op u lag.

Gilgal, Dat is, rolling, afwenteling; omdat door de besnijdenis de schande van de Israëlieten afgewenteld is.

Hertaald: Gilgal, Dat is: rolling, afwenteling; omdat door de besnijdenis de schande van de Israëlieten afgewenteld is.

tot op dezen dag Te weten, blijft deze naam, of houdt die plaats dezen naam.

Hertaald: tot op dezen dag Namelijk: blijft deze naam bestaan, of houdt die plaats deze naam.

Jozua 5 vers 10

hielden zij het pascha Hebreeuws, maakten zij. Het houden van pasen is ook in de woestijn nagelaten geweest, uitgenomen in het tweede jaar na den uittocht, zie Num. 9:1.

Hertaald: hielden zij het pascha Hebreeuws: maakten zij. Het houden van het pascha was ook in de woestijn nagelaten, behalve in het tweede jaar na de uittocht; zie Num. 9:1.

derzelver maand, Te weten, op den veertienden dag der eerste maand van het jaar; gelijk blijkt Joz. 4:19.

Hertaald: derzelver maand, Namelijk: op de veertiende dag van de eerste maand van het jaar, zoals blijkt uit Joz. 4:19.

Jozua 5 vers 13

een Man Dit was de Heere Christus in de gedaante eens mans, gelijk af te nemen is uit Joz. 6:2.

Hertaald: een Man Dit was de Heere Christus in de gedaante van een man, zoals af te leiden is uit Joz. 6:2.

uitgetogen zwaard Te weten, om Jozua daarmede te verkloeken, hem te kennen gevende dat Hij met hem zou zijn, en strijden tegen de Kanaänieten, en hem de victorie zou doen hebben.

Hertaald: uitgetogen zwaard Namelijk: om Jozua daarmee moed te geven, hem te kennen gevend dat Hij met hem zou zijn en tegen de Kanaänieten zou strijden, en hem de overwinning zou geven.

Jozua 5 vers 14

Neen, Te weten, Ik behoor uw vijanden niet toe.

Hertaald: Neen, Namelijk: Ik behoor niet tot uw vijanden.

de Vorst Te weten, Christus, die over het leger der Israëlieten, welke des Heeren volk zijn, zorg draagt.

Hertaald: de Vorst Namelijk: Christus, Die zorg draagt over het leger van de Israëlieten, die het volk van de HEERE zijn.

aanbad, Want hij kende Hem te zijn de ware God. Indien dit maar een geschapen engel geweest ware, Hij zou niet geleden ehbben dat men hem alzo zou geëerd hebben, gelijk te zien is Openb. 19:10, en Openb. 22:9.

Hertaald: aanbad, Want hij herkende in Hem de ware God. Was dit slechts een geschapen engel geweest, dan zou Hij niet toegelaten hebben dat men Hem zo zou eren, zoals te zien is in Openb. 19:10, en Openb. 22:9.

Jozua 5 vers 15

Trek uw schoenen af Dit heeft ook God Mozes bevolen Ex. 3:5. Zie ook Hand. 7:33.

Hertaald: Trek uw schoenen af Dit heeft God ook Mozes bevolen, Ex. 3:5. Zie ook Hand. 7:33.

heilig Hebreeuws, heiligheid. Waarom was deze plaats heilig? Omdat de Heere haar door zijn bijzondere tegenwoordigheid geheiligd had. Zie Ex. 3:5, en de aantekeningen aldaar.

Hertaald: heilig Hebreeuws: heiligheid. Waarom was deze plaats heilig? Omdat de HEERE haar door Zijn bijzondere tegenwoordigheid geheiligd had. Zie Ex. 3:5, en de aantekeningen daar.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Vorst van het heir des HEEREN (de Engel des HEEREN)  — Hebreeuws: sar tseva' JHWH, "vorst (overste) van het heir van de HEERE"

Bij Jericho, aan de vooravond van de strijd, ziet Jozua een Man tegenover zich staan met een uitgetogen zwaard in Zijn hand. Op zijn vraag "Zijt Gij van ons, of van onze vijanden?" luidt het antwoord niet "van ons", maar: "Neen, maar Ik ben de Vorst van het heir des HEEREN: Ik ben nu gekomen." Jozua valt op zijn aangezicht ter aarde en aanbidt, en ontvangt hetzelfde bevel dat Mozes bij het braambos kreeg: "Trek uw schoenen af van uw voeten; want de plaats, waarop gij staat, is heilig" (Joz. 5:13-15; vgl. Ex. 3:5). Deze verschijning hoort bij de reeks plaatsen waar "de Engel des HEEREN" verschijnt en vervolgens zonder enige overgang als de HEERE Zelf spreekt en wordt aangesproken. Dat gebeurt bij Hagar in de woestijn (Gen. 16:7-13), op de berg Moria (Gen. 22:11-18) en in het brandende braambos (Ex. 3:2-6), en later bij Gideon te Ofra (Richt. 6:11-24) en bij Manoach (Richt. 13:17-22).

Bijbelse betekenis: Twee dingen zijn hier beslissend. Ten eerste weigert Hij de aanbidding niet. Geschapen engelen doen dat wél, en met nadruk: de engel in Openbaring wijst Johannes af met "Zie, dat gij het niet doet; want ik ben uw mededienstknecht, en uwer broederen, der profeten, en dergenen, die de woorden dezes boeks bewaren; aanbid God" (Op. 22:8-9), zoals ook Petrus Cornelius van zijn voeten opricht met "ik ben ook zelf een mens" (Hand. 10:25-26). Deze Vorst laat Jozua liggen en verklaart de grond onder hem heilig. Ten tweede komt Hij niet als bondgenoot maar als Bevelhebber. Dat ene woord "Neen" neemt Jozua zijn vraag uit handen: de vraag is niet of God aan onze zijde staat, maar of wij aan de Zijne staan. Daarom is dit geen versterking van Jozua's veldheerschap maar de overdracht ervan — Jericho valt dan ook niet door krijgskunst, maar op Zijn bevel en op Zijn wijze (Joz. 6:2-5).

Typologie: De gereformeerde uitleg heeft deze verschijning van oudsher verstaan als een verschijning van de Zone Gods vóór Zijn vleeswording. Dat rust niet op gissing maar op de Schrift zelf: "Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard" (Joh. 1:18), en Christus zegt van Abraham dat hij Zijn dag gezien heeft en verblijd is geweest, en van Zichzelf: "Eer Abraham was, ben Ik" (Joh. 8:56-58). Het beeld van de Vorst met het getrokken zwaard aan het hoofd van de hemelse legers keert aan het einde van de Schrift terug. Hij rijdt uit terwijl de heirlegers in de hemel Hem volgen, en een scherp zwaard gaat uit Zijn mond. Op Zijn kleed staat de naam Koning der koningen en Heere der heren (Op. 19:11-16). Wie deze Vorst kent, weet dat de strijd van de kerk nooit in evenwicht hangt.

Joz. 5:13-15; Joz. 6:2-5; Gen. 16:7-13; Gen. 22:11-18; Ex. 3:2-6; Richt. 6:11-24; Richt. 13:17-22; Joh. 1:18; Joh. 8:56-58; Hand. 10:25-26; Op. 19:11-16; Op. 22:8-9

De smaad van Egypte afgewenteld (Gilgal)  — Vóór de eerste veldslag wordt het volk besneden en houdt het manna op; de plaats krijgt daaraan haar naam (Joz. 5:9)

Na de doortocht door de Jordaan gebeurt eerst iets anders dan strijd. Het hele geslacht dat in de woestijn geboren was, was onbesneden, en dat wordt te Gilgal alsnog gedaan (Joz. 5:5-7). Daarna spreekt de HEERE: "Heden heb Ik den smaad van Egypte van ulieden afgewenteld; daarom noemde men den naam dier plaats Gilgal, tot op dezen dag" (Joz. 5:9). Zij vieren er het Pascha (Joz. 5:10). En dan volgt het einde van veertig jaar wonder: "Het Manna hield op des anderen daags, nadat zij van des lands overjarige koren gegeten hadden" (Joz. 5:12).

Bijbelse betekenis: De volgorde is de les. Het volk staat in vijandelijk gebied, met Jericho voor zich, en het eerste wat er gebeurt is geen wapenschouw maar het verbondsteken en het feest. Twee dingen vallen op. Het eerste is dat God het verzuim van veertig jaar niet stilzwijgend voorbijgaat maar het laat herstellen voordat er iets gewonnen wordt. Het tweede is het ophouden van het manna. Het wonder houdt op zodra het gewone er is; dat is geen verlies maar de bedoeling. God onderhoudt Zijn volk in de woestijn met brood uit de hemel en in het land met de opbrengst van de akker, en beide zijn Zijn hand.

Typologie: Paulus noemt de besnijdenis die zonder handen geschiedt, het afleggen van het lichaam der zonden des vleses (Kol. 2:11, reeds behandeld). En het ophouden van het manna heeft zijn tegenbeeld in het Brood dat niet ophoudt: wie tot Hem komt zal beslist niet hongeren (Joh. 6:35).

Joz. 5:5-12; Kol. 2:11; Joh. 6:35

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De Vorst van het heir des HEEREN — 5:13-15

De Engel des HEEREN · niveau 2

Jozua staat bij Jericho, aan de vooravond van de eerste veldslag in het land. Hij is de nieuwe leidsman en heeft nog niets bewezen. Voor hem ligt een ommuurde stad, achter hem een volk dat pas besneden is.

Er staat een Man met een uitgetogen zwaard, en op Jozua's vraag aan welke zijde Hij staat, luidt het antwoord: aan geen van beide.

Jozua's vraag is die van een veldheer: zijt Gij van ons, of van onze vijanden? Hij ziet slechts twee mogelijkheden. Het antwoord is geen van beide — Ik ben de Vorst van het heir des HEEREN: Ik ben nu gekomen. God kiest geen partij in de oorlog van Jozua; Hij komt met een eigen heir en een eigen zaak. De vraag is niet of Hij aan onze zijde staat, maar of wij aan de Zijne staan.

Dan valt Jozua op zijn aangezicht ter aarde en aanbidt. Een engel zou dat geweigerd hebben; in Openbaring doet een engel dat tweemaal met zoveel woorden. Deze Vorst laat het toe. En Hij zegt: trek uw schoenen af van uw voeten, want de plaats waarop gij staat is heilig — dezelfde woorden die bij het braambos klonken.

De kanttekenaars lezen Hem daarom als de Zoon van God vóór Zijn menswording, en dat is de meest ingehouden verklaring van wat er staat: Iemand Die gezonden is, Die aanbeden mag worden, en Die de grond onder Zich heiligt.

Wat daarna volgt past bij dit begin. Jericho wordt niet ingenomen door krijgslist of stormram, maar door zeven dagen omgaan en op de zevende dag roepen. De Hebreeënbrief noemt dat een daad van geloof.

In het Nieuwe Testament: Openbaring 19:11-14; Openbaring 22:8-9; Hebreeën 11:30; Exodus 3:5

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Jozua 5

Jozua 5:14.KruisverwijzingenGenesis 17:3Jesaja 55:4Lukas 1:43Handelingen 9:6Daniël 10:13Lukas 20:42Johannes 20:28Daniël 10:21
— En Hij zeide: Neen, maar Ik ben de Vorst van het heir des HEEREN: Ik ben nu gekomen! Toen viel Jozua op zijn aangezicht ter aarde en aanbad, en zeide tot Hem: Wat spreekt mijn Heere tot Zijn knecht?
Nadat de aanwijzingen uitgevoerd waren, zouden wij verwachten dat meteen de bazuin tot de aanval blies en dat de dappere mannen van Israël met hun stormladders en rammen zich rondom de gedoemde stad verzamelden om haar aan te vallen en met geweld te nemen. Geduld! Geduld! Wij zijn altijd in haast, maar God niet.

Jozua zelf is ook enigszins gehaast, en hij gaat er ‘s nachts uit om te overdenken en rond te gaan. Terwijl hij zich afvraagt waar het beste punt van de aanval zou zijn, wordt hij verrast door de verschijning van een statige gestalte die een zwaard hanteert. De dappere Jozua treedt meteen op de schijnbare indringer toe en eist van hem: “Zijt gij van ons, of van onze vijanden?” Toen antwoordde een majestueuze stem: “Nee.” Dit was in werkelijkheid Jozua’s hogere bevelhebber. Toen Jozua de Godheid van de hemelse Krijgsman onderscheidde, boog hij zich en aanbad hij, en vroeg hij nederig wat hij doen moest. Nadat hij onderwezen was, voerde hij de aanwijzingen des Heeren uit.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Ter overdenking

De kinderen Israëls zijn te vergelijken met een fier schip, toegerust voor een lange reis. Heel de lading is aan boord en ieder staat op zijn plaats. Maar waarom blijft het liggen?

Vragen wij het aan hem die aan het roer staat, dan zal hij ons zeggen: wij wachten op den kapitein. En dat is precies de toestand van de gemeente. Al onze toebereidselen om te handelen zijn getroffen, maar wij hebben de goddelijke tegenwoordigheid nodig.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content