Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En het geschiedde, toen al de koningen der Amorieten, die aan deze zijde van de Jordaan westwaarts, en al de koningen der Kanaanieten, die aan de zee waren, hoorden, dat de HEERE de wateren van de Jordaan had uitgedroogd, voor het aangezicht der kinderen Israels, totdat wij daardoor gegaan waren; zo versmolt hun hart, en er was geen moed meer in hen, voor het aangezicht der kinderen Israels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En het geschiedde, toen alH3605 de koningenH4428 der AmorietenH567, dieH834 aan deze zijde van de JordaanH3383westwaartsH3220, en alH3605 de koningenH4428 der KanaanietenH3669, dieH834 aan de zeeH3220warenH1961, hoordenH8085, datH834 de HEEREH3068 de waterenH4325 van de JordaanH3383 had uitgedroogdH3001, voor het aangezichtH6440 der kinderenH1121IsraelsH3478, totdatH5704 wij daardoor gegaanH5674 waren; zo versmoltH4549 hun hartH3824, en er wasH1961geenH3808moedH7307meerH5750 in hen, voor het aangezichtH6440 der kinderenH1121IsraelsH3478.En het geschiedde, toen al de koningen der Amorieten, die aan deze zijde van de Jordaan westwaarts, en al de koningen der Kanaanieten, die aan de zee waren, hoorden, dat de HEERE de wateren van de Jordaan had uitgedroogd, voor het aangezicht der kinderen Israels, totdat wij daardoor gegaan waren; zo versmolt hun hart, en er was geen moed meer in hen, voor het aangezicht der kinderen Israels.
KJVAnd it came to pass, when all the kings4of the Amorites,5which were on the side7of Jordan8westward,9and all the kings11of the Canaanites,12which were by the sea,15heard2that the LORD19had dried up18the waters21of Jordan22from before23the children24of Israel,25until we were passed over,27that their heart29melted,28neither was there spirit34in them any more, because35of the children36of Israel.
1וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִשְׁמֹ֣עַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4מַלְכֵ֣יH4428koning, konings, koningenking, royal5הָאֱמֹרִ֡יH567Amorieten, Amoriet, AmorietischenAmorite6אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7בְּעֵ֨בֶרH5676gene, zijden, recht[idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight8הַיַּרְדֵּ֜ןH3383JordaanJordan9יָ֗מָּהH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)10וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11מַלְכֵ֤יH4428koning, konings, koningenking, royal12הַֽכְּנַעֲנִי֙H3669Kanaanieten, Kanaaniet, KanaanietischeCanaanite, merchant, trafficker13אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15הַיָּ֔םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)16אֵ֠תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18הוֹבִ֨ישׁH3001beschaamd, verdord, verdrogenbe ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away)19יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21מֵ֧יH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))22הַיַּרְדֵּ֛ןH3383JordaanJordan23מִפְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you24בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth25יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael26עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet27עָבְרָ֑םH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath28וַיִּמַּ֣סH4549smelten, versmolt, versmeltendiscourage, faint, be loosed, melt (away), refuse, [idiom] utterly29לְבָבָ֗םH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding30וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without31הָ֨יָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use32בָ֥ם33עוֹד֙H5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)34ר֔וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)35מִפְּנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you36בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth37יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
2Te dier tijd sprak de HEERE tot Jozua: Maak u stenen messen, en besnijd wederom de kinderen Israels ten tweeden maal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Te dier tijdH6256sprakH559 de HEEREH3068totH413JozuaH3091: MaakH6213 u stenenH6697messenH2719, en besnijdH4135wederomH7725 de kinderenH1121IsraelsH3478 ten tweeden maalH8145.Te dier tijd sprak de HEERE tot Jozua: Maak u stenen messen, en besnijd wederom de kinderen Israels ten tweeden maal.
KJVAt that time1the LORD4said3unto Joshua,6Make7thee sharp10knives,9and circumcise12again11the children14of Israel15the second time.
1בָּעֵ֣תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when2הַהִ֗יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who3אָמַ֤רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6יְהוֹשֻׁ֔עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)7עֲשֵׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8לְךָ֖9חַֽרְב֣וֹתH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool10צֻרִ֑יםH6697Rotssteen, rotssteen, rotsedge, [idiom] (mighty) God (one), rock, [idiom] sharp, stone, [idiom] strength, [idiom] strong. See also H1049 (בֵּית צוּר)11וְשׁ֛וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw12מֹ֥לH4135besneden, besneed, verhouwencircumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth15יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael16שֵׁנִֽיתH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)
3Toen maakte zich Jozua stenen messen, en besneed de kinderen Israels op den heuvel der voorhuiden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Toen maakteH6213 zich JozuaH3091stenenH6697messenH2719, en besneedH4135 de kinderenH1121IsraelsH3478 op den heuvelH1389 der voorhuidenH6190.Toen maakte zich Jozua stenen messen, en besneed de kinderen Israels op den heuvel der voorhuiden.
KJVAnd Joshua3made1him sharp5knives,4and circumcised6the children8of Israel9at the hill11of the foreskins.
1וַיַּעַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2ל֥וֹ3יְהוֹשֻׁ֖עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)4חַֽרְב֣וֹתH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool5צֻרִ֑יםH6697Rotssteen, rotssteen, rotsedge, [idiom] (mighty) God (one), rock, [idiom] sharp, stone, [idiom] strength, [idiom] strong. See also H1049 (בֵּית צוּר)6וַיָּ֨מָל֙H4135besneden, besneed, verhouwencircumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11גִּבְעַ֖תH1389heuvelen, heuvel, heuvelshill, little hill12הָעֲרָלֽוֹתH6190voorhuid, voorhuiden, voorhuidsforeskin, [phrase] uncircumcised
4Dit nu was de oorzaak, waarom hen Jozua besneed: al het volk, dat uit Egypte getogen was, de manspersonen, alle krijgslieden, waren gestorven in de woestijn, op den weg, nadat zij uit Egypte getogen waren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4DitH2088 nu was de oorzaakH1697, waarom hen JozuaH3091besneedH4135: alH3605 het volkH5971, dat uit EgypteH4714getogenH3318 was, de manspersonenH2145, alleH3605krijgsliedenH582, waren gestorvenH4191 in de woestijnH4057, op den wegH1870, nadatH4480 zij uit EgypteH4714getogenH3318 waren.Dit nu was de oorzaak, waarom hen Jozua besneed: al het volk, dat uit Egypte getogen was, de manspersonen, alle krijgslieden, waren gestorven in de woestijn, op den weg, nadat zij uit Egypte getogen waren.
KJVAnd this is the cause2why Joshua5did circumcise:4All the people7that came out8of Egypt,9that were males,10even all the menof war,13died14in the wilderness15by the way,16after they came out17of Egypt.
1וְזֶ֥הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)2הַדָּבָ֖רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4מָ֣לH4135besneden, besneed, verhouwencircumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs5יְהוֹשֻׁ֑עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7הָעָ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people8הַיֹּצֵא֩H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter9מִמִּצְרַ֨יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim10הַזְּכָרִ֜יםH2145mannelijk, manspersonen, mannetje[idiom] him, male, man(child, -kind)11כֹּ֣לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12אַנְשֵׁ֣יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)13הַמִּלְחָמָ֗הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)14מֵ֤תוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise15בַמִּדְבָּר֙H4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness16בַּדֶּ֔רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)17בְּצֵאתָ֖םH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter18מִמִּצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
5Want al het volk, dat er uittoog, was besneden; maar al het volk, dat geboren was in de woestijn op den weg, nadat zij uit Egypte getrokken waren, hadden zij niet besneden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Want al het volkH5971, dat er uittoogH3318, wasH1961besnedenH4135; maar alH3605 het volkH5971, dat geborenH3209 was in de woestijnH4057 op den wegH1870, nadatH4480 zij uit EgypteH4714getrokkenH3318 waren, hadden zij nietH3808besnedenH4135.Want al het volk, dat er uittoog, was besneden; maar al het volk, dat geboren was in de woestijn op den weg, nadat zij uit Egypte getrokken waren, hadden zij niet besneden.
KJVNow1all the people5that came out6were circumcised:2but all the people8that were born9in the wilderness10by the way11as they came forth12out of Egypt,13them they had not circumcised.
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2מֻלִ֣יםH4135besneden, besneed, verhouwencircumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs3הָי֔וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6הַיֹּֽצְאִ֑יםH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter7וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8הָ֠עָםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9הַיִּלֹּדִ֨יםH3209geboren, gewinnenborn10בַּמִּדְבָּ֥רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness11בַּדֶּ֛רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)12בְּצֵאתָ֥םH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter13מִמִּצְרַ֖יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim14לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15מָֽלוּH4135besneden, besneed, verhouwencircumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
6Want de kinderen Israels wandelden veertig jaren in de woestijn, totdat vergaan was het ganse volk der krijgslieden, die uit Egypte gegaan waren; die de stem des HEEREN niet gehoorzaam geweest waren, denwelken de HEERE gezworen had, dat Hij hun niet zoude laten zien het land, hetwelk de HEERE hun vaderen gezworen had ons te zullen geven, een land vloeiende van melk en honig.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6WantH3588 de kinderenH1121IsraelsH3478wandeldenH1980veertigH705jarenH8141 in de woestijnH4057, totdatH5704vergaanH8552 was het ganseH3605volkH1471 der krijgsliedenH582, die uit EgypteH4714gegaanH3318 waren; dieH834 de stemH6963 des HEERENH3068 niet gehoorzaamH8085 geweest waren, denwelken de HEEREH3068gezworenH7650 had, dat Hij hun niet zoude laten zienH7200 het landH776, hetwelkH834 de HEEREH3068 hun vaderenH1gezworenH7650 had ons te zullen gevenH5414, een landH776vloeiendeH2100 van melkH2461 en honigH1706.Want de kinderen Israels wandelden veertig jaren in de woestijn, totdat vergaan was het ganse volk der krijgslieden, die uit Egypte gegaan waren; die de stem des HEEREN niet gehoorzaam geweest waren, denwelken de HEERE gezworen had, dat Hij hun niet zoude laten zien het land, hetwelk de HEERE hun vaderen gezworen had ons te zullen geven, een land vloeiende van melk en honig.
KJVFor the children5of Israel6walked4forty2years3in the wilderness,7till all the people11that were menof war,13which came out14of Egypt,15were consumed,9because they obeyed18not the voice19of the LORD:20unto whom the LORD23sware22that he would not shew26them the land,28which the LORD31sware30unto their fathers32that he would give33us, a land35that floweth36with milk37and honey.
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2אַרְבָּעִ֣יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty3שָׁנָ֗הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)4הָלְכ֣וּH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl5בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6יִשְׂרָאֵל֮H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7בַּמִּדְבָּר֒H4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness8עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet9תֹּ֨םH8552verteerd, verdaan, geeindigdaccomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11הַגּ֜וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people12אַנְשֵׁ֤יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)13הַמִּלְחָמָה֙H4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)14הַיֹּצְאִ֣יםH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter15מִמִּצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim16אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18שָׁמְע֖וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness19בְּק֣וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell20יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)21אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection22נִשְׁבַּ֤עH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear23יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)24לָהֶ֔ם25לְבִלְתִּ֞יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without26הַרְאוֹתָ֣םH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions27אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)28הָאָ֗רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world29אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection30נִשְׁבַּ֨עH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear31יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)32לַֽאֲבוֹתָם֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'33לָ֣תֶתH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield34לָ֔נוּ35אֶ֛רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world36זָבַ֥תH2100vloeiende, vloed, vloeidenflow, gush out, have a (running) issue, pine away, run37חָלָ֖בH2461melk, melkkazen, melklam[phrase] cheese, milk, sucking38וּדְבָֽשׁH1706honig, honigs, honigvloedhoney(-comb)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
7Maar hun zonen heeft Hij aan hun plaats gesteld; die heeft Jozua besneden, omdat zij de voorhuid hadden; want zij hadden hen op den weg niet besneden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Maar hun zonenH1121 heeft Hij aan hun plaatsH8478gesteldH6965; die heeft JozuaH3091besnedenH4135, omdatH3588 zij de voorhuidH6189 hadden; wantH3588zijH1961 hadden hen op den wegH1870nietH3808besnedenH4135.Maar hun zonen heeft Hij aan hun plaats gesteld; die heeft Jozua besneden, omdat zij de voorhuid hadden; want zij hadden hen op den weg niet besneden.
KJVAnd their children,2whom he raised up3in their stead, them Joshua7circumcised:6for they were uncircumcised,9because they had not circumcised13them by the way.
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2בְּנֵיהֶם֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3הֵקִ֣יםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)4תַּחְתָּ֔םH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with5אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מָ֣לH4135besneden, besneed, verhouwencircumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs7יְהוֹשֻׁ֑עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)8כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9עֲרֵלִ֣יםH6189onbesnedenen, onbesneden, voorhuiduncircumcised (person)10הָי֔וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13מָ֥לוּH4135besneden, besneed, verhouwencircumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs14אוֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15בַּדָּֽרֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)
8En het geschiedde, als men een einde gemaakt had van al dat volk te besnijden, zo bleven zij in hun plaats in het leger, totdat zij genezen waren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En het geschiedde, als men een eindeH8552 gemaakt had van alH3605datH834volkH1471 te besnijdenH4135, zo blevenH3427 zij in hun plaatsH8478 in het legerH4264, totdatH5704 zij genezenH2421 waren.En het geschiedde, als men een einde gemaakt had van al dat volk te besnijden, zo bleven zij in hun plaats in het leger, totdat zij genezen waren.
KJVAnd it came to pass, when they had done3circumcising6all the people,5that they abode7in their places in the camp,9till they were whole.
1וַיְהִ֛יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כַּאֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3תַּ֥מּוּH8552verteerd, verdaan, geeindigdaccomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole4כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הַגּ֖וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people6לְהִמּ֑וֹלH4135besneden, besneed, verhouwencircumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs7וַיֵּשְׁב֥וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry8תַחְתָּ֛םH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with9בַּֽמַּחֲנֶ֖הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents10עַ֥דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11חֲיוֹתָֽםH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole
9Verder sprak de HEERE tot Jozua: Heden heb Ik den smaad van Egypte van ulieden afgewenteld; daarom noemde men den naam dier plaats Gilgal, tot op dezen dag.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Verder sprakH559 de HEEREH3068 tot JozuaH3091: HedenH3117 heb Ik den smaadH2781 van EgypteH4714 van ulieden afgewenteldH1556; daarom noemdeH7121 men den naamH8034 dier plaatsH4725GilgalH1537, tot opH5921dezenH2088dagH3117.Verder sprak de HEERE tot Jozua: Heden heb Ik den smaad van Egypte van ulieden afgewenteld; daarom noemde men den naam dier plaats Gilgal, tot op dezen dag.
KJVAnd the LORD2said1unto Joshua,4This day5have I rolled away6the reproach8of Egypt9from off you. Wherefore the name12of the place13is called11Gilgal15unto this day.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4יְהוֹשֻׁ֔עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)5הַיּ֗וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6גַּלּ֛וֹתִיH1556Wentel, gewenteld, wenteltcommit, remove, roll (away, down, together), run down, seek occasion, trust, wallow7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8חֶרְפַּ֥תH2781smaadheid, smaad, versmaadheidrebuke, reproach(-fully), shame9מִצְרַ֖יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim10מֵעֲלֵיכֶ֑םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11וַיִּקְרָ֞אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say12שֵׁ֣םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report13הַמָּק֤וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)14הַהוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who15גִּלְגָּ֔לH1537GilgalGilgal. See also H1019 (בֵּית הַגִּלְגָּל)16עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet17הַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger18הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
10Terwijl de kinderen Israels te Gilgal gelegerd lagen, zo hielden zij het pascha op den veertienden dag derzelver maand, in den avond, op de vlakke velden van Jericho.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Terwijl de kinderenH1121IsraelsH3478 te GilgalH1537gelegerdH2583 lagen, zo hieldenH6213 zij het paschaH6453 op den veertiendenH702dagH3117 derzelver maandH2320, in den avondH6153, op de vlakke veldenH6160 van JerichoH3405.Terwijl de kinderen Israels te Gilgal gelegerd lagen, zo hielden zij het pascha op den veertienden dag derzelver maand, in den avond, op de vlakke velden van Jericho.
KJVAnd the children2of Israel3encamped1in Gilgal,4and kept5the passover7on the fourteenth8day10of the month11at even12in the plains13of Jericho.
1וַיַּחֲנ֥וּH2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent2בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4בַּגִּלְגָּ֑לH1537GilgalGilgal. See also H1019 (בֵּית הַגִּלְגָּל)5וַיַּעֲשׂ֣וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַפֶּ֡סַחH6453pascha, paasofferen, paaslammerenpassover (offering)8בְּאַרְבָּעָה֩H702vier, vierhonderd, veertienfour9עָשָׂ֨רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)10י֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11לַחֹ֛דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon12בָּעֶ֖רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night13בְּעַֽרְב֥וֹתH6160vlakke velden, vlakke veld, wildernisArabah, champaign, desert, evening, heaven, plain, wilderness. See also H1026 (בֵּית הָעֲרָבָה)14יְרִיחֽוֹH3405JerichoJericho
11En zij aten van het overjarige koren des lands, des anderen daags van het pascha, ongezuurde broden en verzengde aren, even op dienzelven dag.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En zij atenH398 van het overjarige korenH5669 des landsH776, des anderen daagsH4283 van het paschaH6453, ongezuurde brodenH4682 en verzengdeH7033arenH6106, even op dienzelven dagH3117.En zij aten van het overjarige koren des lands, des anderen daags van het pascha, ongezuurde broden en verzengde aren, even op dienzelven dag.
KJVAnd they did eat1of the old corn2of the land3on the morrow4after the passover,5unleavened cakes,6and parched7corn in the selfsame8day.
1וַיֹּ֨אכְל֜וּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite2מֵעֲב֥וּרH5669overjarige korenold corn3הָאָ֛רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world4מִמָּֽחֳרַ֥תH4283daags, dag, gansenmorrow, next day5הַפֶּ֖סַחH6453pascha, paasofferen, paaslammerenpassover (offering)6מַצּ֣וֹתH4682ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurdunleaved (bread, cake), without leaven7וְקָל֑וּיH7033braadde, gedord, verachtelijkedried, loathsome, parch, roast8בְּעֶ֖צֶםH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very9הַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger10הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
12En het Manna hield op des anderen daags, nadat zij van des lands overjarige koren gegeten hadden; en de kinderen Israels hadden geen Manna meer, maar zij aten in hetzelve jaar van de inkomst des lands Kanaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En hetH1931MannaH4478hieldH7673 op des anderen daagsH4283, nadat zij van des landsH776overjarige korenH5669gegetenH398 hadden; en de kinderenH1121IsraelsH3478 hadden geenH3808MannaH4478meerH5750, maar zij atenH398 in hetzelve jaarH8141 van de inkomstH8393 des landsH776KanaanH3667.En het Manna hield op des anderen daags, nadat zij van des lands overjarige koren gegeten hadden; en de kinderen Israels hadden geen Manna meer, maar zij aten in hetzelve jaar van de inkomst des lands Kanaan.
KJVAnd the manna2ceased1on the morrow3after they had eaten4of the old corn5of the land;6neither had the children10of Israel11manna12any more; but they did eat13of the fruit14of the land15of Canaan16that year.
1וַיִּשְׁבֹּ֨תH7673ophouden, rusten, houdt(cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away2הַמָּ֜ןH4478Man, Mannamanna3מִֽמָּחֳרָ֗תH4283daags, dag, gansenmorrow, next day4בְּאָכְלָם֙H398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite5מֵעֲב֣וּרH5669overjarige korenold corn6הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8הָ֥יָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9ע֛וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)10לִבְנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12מָ֑ןH4478Man, Mannamanna13וַיֹּאכְל֗וּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite14מִתְּבוּאַת֙H8393inkomst, inkomen, inkomstenfruit, gain, increase, revenue15אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16כְּנַ֔עַןH3667Kanaan, koophandel, KanaanietenCanaan, merchant, traffick17בַּשָּׁנָ֖הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)18הַהִֽיאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
13Voorts geschiedde het, als Jozua bij Jericho was, dat hij zijn ogen ophief, en zag toe, en ziet, er stond een Man tegenover hem, Die een uitgetogen zwaard in Zijn hand had. En Jozua ging tot Hem, en zeide tot Hem: Zijt Gij van ons, of van onze vijanden?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Voorts geschiedde het, als JozuaH3091 bij JerichoH3405 was, dat hij zijn ogenH5869ophiefH5375, en zagH7200 toe, en zietH2009, er stondH5975 een ManH376tegenoverH5048 hem, Die een uitgetogenH8025zwaardH2719 in Zijn handH3027 had. En JozuaH3091gingH3212totH413 Hem, en zeideH559 tot Hem: Zijt GijH859 van ons, ofH518 van onze vijandenH6862?Voorts geschiedde het, als Jozua bij Jericho was, dat hij zijn ogen ophief, en zag toe, en ziet, er stond een Man tegenover hem, Die een uitgetogen zwaard in Zijn hand had. En Jozua ging tot Hem, en zeide tot Hem: Zijt Gij van ons, of van onze vijanden?
KJVAnd it came to pass, when Joshua3was by Jericho,4that he lifted up5his eyes6and looked,7and, behold, there stood10a man9over against him with his sword12drawn13in his hand:14and Joshua16went15unto him, and said18unto him, Art thou for us, or for our adversaries?
1וַיְהִ֗יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בִּֽהְי֣וֹתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3יְהוֹשֻׁעַ֮H3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)4בִּירִיחוֹ֒H3405JerichoJericho5וַיִּשָּׂ֤אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield6עֵינָיו֙H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)7וַיַּ֔רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions8וְהִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see9אִישׁ֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10עֹמֵ֣דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry11לְנֶגְדּ֔וֹH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view12וְחַרְבּ֥וֹH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool13שְׁלוּפָ֖הH8025uittrokken, trok, Trekdraw (off), grow up, pluck off14בְּיָד֑וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves15וַיֵּ֨לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak16יְהוֹשֻׁ֤עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)17אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet19ל֔וֹ20הֲלָ֥נוּ21אַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you22אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet23לְצָרֵֽינוּH6862wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijdersadversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble
14En Hij zeide: Neen, maar Ik ben de Vorst van het heir des HEEREN: Ik ben nu gekomen! Toen viel Jozua op zijn aangezicht ter aarde en aanbad, en zeide tot Hem: Wat spreekt mijn Heere tot Zijn knecht?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En Hij zeideH559: NeenH3808, maarH3588IkH589 ben de VorstH8269 van het heirH6635 des HEERENH3068: Ik ben nuH6258gekomenH935! Toen vielH5307JozuaH3091 op zijn aangezichtH6440 ter aardeH776 en aanbadH7812, en zeideH559 tot Hem: WatH4100spreektH1696 mijn HeereH113totH413 Zijn knechtH5650?En Hij zeide: Neen, maar Ik ben de Vorst van het heir des HEEREN: Ik ben nu gekomen! Toen viel Jozua op zijn aangezicht ter aarde en aanbad, en zeide tot Hem: Wat spreekt mijn Heere tot Zijn knecht?
KJVAnd he said,1Nay; but as captain5of the host6of the LORD7am I now come.9And Joshua11fell10on his face13to the earth,14and did worship,15and said16unto him, What saith20my lordunto his servant?
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לֹ֗אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who5שַׂרH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward6צְבָֽאH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)7יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8עַתָּ֣הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas9בָ֑אתִיH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10וַיִּפֹּל֩H5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down11יְהוֹשֻׁ֨עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)12אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13פָּנָ֥יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you14אַ֨רְצָה֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world15וַיִּשְׁתָּ֔חוּH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship16וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet17ל֔וֹ18מָ֥הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why19אֲדֹנִ֖יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord20מְדַבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work21אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)22עַבְדּֽוֹH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
15Toen zeide de Vorst van het heir des HEEREN tot Jozua: Trek uw schoenen af van uw voeten; want de plaats, waarop gij staat, is heilig. En Jozua deed alzo.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Toen zeideH559 de VorstH8269 van hetH1931 heir des HEERENH6635totH413JozuaH3091: TrekH5394 uw schoenenH5275 af van uw voetenH7272; wantH3588 de plaatsH4725, waarop gijH859staatH5975, is heiligH6944. En JozuaH3091deedH6213alzoH3651.Toen zeide de Vorst van het heir des HEEREN tot Jozua: Trek uw schoenen af van uw voeten; want de plaats, waarop gij staat, is heilig. En Jozua deed alzo.
Ook in dit vers
HEEREH3068
KJVAnd the captain2of the LORD'S4host3said1unto Joshua,6Loose7thy shoe8from off thy foot;10for the place12whereon thou standest15is holy.17And Joshua20did
1וַיֹּאמֶר֩H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שַׂרH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward3צְבָ֨אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)4יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6יְהוֹשֻׁ֗עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)7שַׁלH5394Trek, afwerpen, schietcast (out), drive, loose, put off (out), slip8נַֽעַלְךָ֙H5275schoenen, schoen, paar schoenendryshod, (pair of) shoe((-latchet), -s)9מֵעַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10רַגְלֶ֔ךָH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time11כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12הַמָּק֗וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)13אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14אַתָּ֛הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you15עֹמֵ֥דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry16עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17קֹ֣דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary18ה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who19וַיַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use20יְהוֹשֻׁ֖עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)21כֵּֽןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jozua 5:1— En het geschiedde, toen al de koningen der Amorieten, die aan deze zijde van de Jordaan westwaarts, en al de koningen der Kanaanieten, die aan de zee waren, hoorden, dat de HEERE de wateren van de Jordaan had uitgedroogd, voor het aangezicht der kinderen Israels, totdat wij daardoor gegaan waren; zo versmolt hun hart, en er was geen moed meer in hen, voor het aangezicht der kinderen Israels.Numeri 13:29→Jozua 2:9→1 Koningen 10:5→Jesaja 13:6→Jozua 12:9→Ezechiël 21:7→Genesis 10:15→Amos 2:9→
Jozua 5:2— Te dier tijd sprak de HEERE tot Jozua: Maak u stenen messen, en besnijd wederom de kinderen Israels ten tweeden maal.Exodus 4:25→Genesis 17:10→Romeinen 2:29→Romeinen 4:11→Deuteronomium 30:6→Kolossenzen 2:11→Deuteronomium 10:16→
Jozua 5:3— Toen maakte zich Jozua stenen messen, en besneed de kinderen Israels op den heuvel der voorhuiden.Mattheüs 16:24→Genesis 17:23→
Jozua 5:4— Dit nu was de oorzaak, waarom hen Jozua besneed: al het volk, dat uit Egypte getogen was, de manspersonen, alle krijgslieden, waren gestorven in de woestijn, op den weg, nadat zij uit Egypte getogen waren.Deuteronomium 2:16→Numeri 26:64→1 Korinthe 10:5→Hebreeën 3:17→Deuteronomium 2:14→Numeri 14:22→
Jozua 5:5— Want al het volk, dat er uittoog, was besneden; maar al het volk, dat geboren was in de woestijn op den weg, nadat zij uit Egypte getrokken waren, hadden zij niet besneden.Romeinen 2:26→Galaten 5:6→Galaten 6:15→Hosea 6:6→Deuteronomium 12:8→Mattheüs 12:7→1 Korinthe 7:19→
Jozua 5:6— Want de kinderen Israels wandelden veertig jaren in de woestijn, totdat vergaan was het ganse volk der krijgslieden, die uit Egypte gegaan waren; die de stem des HEEREN niet gehoorzaam geweest waren, denwelken de HEERE gezworen had, dat Hij hun niet zoude laten zien het land, hetwelk de HEERE hun vaderen gezworen had ons te zullen geven, een land vloeiende van melk en honig.Deuteronomium 2:14→Deuteronomium 2:7→Numeri 14:23→Exodus 3:8→Deuteronomium 1:3→Deuteronomium 8:4→Hebreeën 3:11→Psalmen 95:10→
Jozua 5:7— Maar hun zonen heeft Hij aan hun plaats gesteld; die heeft Jozua besneden, omdat zij de voorhuid hadden; want zij hadden hen op den weg niet besneden.Deuteronomium 1:39→Numeri 14:31→
Jozua 5:8— En het geschiedde, als men een einde gemaakt had van al dat volk te besnijden, zo bleven zij in hun plaats in het leger, totdat zij genezen waren.Genesis 34:25→
Jozua 5:9— Verder sprak de HEERE tot Jozua: Heden heb Ik den smaad van Egypte van ulieden afgewenteld; daarom noemde men den naam dier plaats Gilgal, tot op dezen dag.Genesis 34:14→Jozua 4:19→1 Samuël 17:26→1 Samuël 14:6→Ezechiël 20:7→Ezechiël 23:3→Jeremia 9:25→Psalmen 119:39→
Jozua 5:10— Terwijl de kinderen Israels te Gilgal gelegerd lagen, zo hielden zij het pascha op den veertienden dag derzelver maand, in den avond, op de vlakke velden van Jericho.Numeri 9:1→Exodus 12:6→Ezechiël 12:6→Ezechiël 12:3→
Jozua 5:11— En zij aten van het overjarige koren des lands, des anderen daags van het pascha, ongezuurde broden en verzengde aren, even op dienzelven dag.Leviticus 23:14→Exodus 12:18→Exodus 13:6→Leviticus 23:6→
Jozua 5:12— En het Manna hield op des anderen daags, nadat zij van des lands overjarige koren gegeten hadden; en de kinderen Israels hadden geen Manna meer, maar zij aten in hetzelve jaar van de inkomst des lands Kanaan.Exodus 16:35→Spreuken 13:22→Openbaring 7:16→Jesaja 65:13→Johannes 4:38→Deuteronomium 6:10→Nehemia 9:20→
Jozua 5:13— Voorts geschiedde het, als Jozua bij Jericho was, dat hij zijn ogen ophief, en zag toe, en ziet, er stond een Man tegenover hem, Die een uitgetogen zwaard in Zijn hand had. En Jozua ging tot Hem, en zeide tot Hem: Zijt Gij van ons, of van onze vijanden?Genesis 18:2→Numeri 22:23→Daniël 10:5→1 Kronieken 21:30→Handelingen 1:10→Numeri 22:31→Genesis 32:24→Exodus 23:23→
Jozua 5:14— En Hij zeide: Neen, maar Ik ben de Vorst van het heir des HEEREN: Ik ben nu gekomen! Toen viel Jozua op zijn aangezicht ter aarde en aanbad, en zeide tot Hem: Wat spreekt mijn Heere tot Zijn knecht?Genesis 17:3→Jesaja 55:4→Lukas 1:43→Handelingen 9:6→Daniël 10:13→Lukas 20:42→Johannes 20:28→Daniël 10:21→
Jozua 5:15— Toen zeide de Vorst van het heir des HEEREN tot Jozua: Trek uw schoenen af van uw voeten; want de plaats, waarop gij staat, is heilig. En Jozua deed alzo.Exodus 3:5→Handelingen 7:32→2 Petrus 1:18→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jozua 5 vers 1— En het geschiedde, toen al de koningen der Amorieten, die aan deze zijde van de Jordaan westwaarts, en al de koningen der Kanaanieten, die aan de zee waren, hoorden, dat de HEERE de wateren van de Jordaan had uitgedroogd, voor het aangezicht der kinderen Israels, totdat wij daardoor gegaan waren; zo versmolt hun hart, en er was geen moed meer in hen, voor het aangezicht der kinderen Israels.
westwaarts,
Dat is, aan de westzijde wonende, in het land Kanaän.
Hertaald:westwaarts,
Dat is: wonende aan de westzijde, in het land Kanaän.
zo versmolt hun hart,
Dat is, zij zijn versaagd geworden. Zie Joz. 2:9, Joz. 2:24.
Hertaald:zo versmolt hun hart,
Dat is: zij zijn versaagd geworden. Zie Joz. 2:9, Joz. 2:24.
Jozua 5 vers 2— Te dier tijd sprak de HEERE tot Jozua: Maak u stenen messen, en besnijd wederom de kinderen Israels ten tweeden maal.
stenen messen,
Anders, scherpe messen. Hebreeuws, zwaarden, of messen van rotsen, gelijk Ex. 4:25.
Hertaald:stenen messen,
Anders: scherpe messen. Hebreeuws: zwaarden of messen van rotssteen, zoals Ex. 4:25.
besnijd wederom
Hebreeuws, keer weder, besnijd; dat is, besnijd wederom; een Hebreeuwse manier van spreken. Zie Num. 11:4; Ps. 85:7; Ezech. 8:6. De besnijdenis is eerst bevolen aan Abraham en zijn zaad, en daarin gecontinueerd tot in Egypte, waar diegenen welken uit Egypte getogen zijn, ook waren besneden. Maar alzo aan diegenen, die in de woestijn geboren zijn, de besnijdenis niet was geschied, zo wordt hierdoor Gods bevel aan dezen hervat.
Hertaald:besnijd wederom
Hebreeuws: keer weder, besnijd; dat is: besnijd opnieuw; een Hebreeuwse manier van spreken. Zie Num. 11:4; Ps. 85:7; Ezech. 8:6. De besnijdenis is eerst bevolen aan Abraham en zijn zaad en daarin voortgezet tot in Egypte, waar ook zij die uit Egypte getrokken waren besneden waren. Maar omdat zij die in de woestijn geboren waren niet besneden waren, wordt hiermee Gods gebod aan hen hervat.
Jozua 5 vers 3— Toen maakte zich Jozua stenen messen, en besneed de kinderen Israels op den heuvel der voorhuiden.
besneed
Te weten, diegenen, die nog niet besneden waren, welke zij waren, die in de woestijn geboren waren.
Hertaald:besneed
Namelijk: hen die nog niet besneden waren, dat waren zij die in de woestijn geboren waren.
heuvel der voorhuiden
Eenigen behouden het Hebreeuwse woord Araloth in den tekst, betekende voorhuiden, omdat de voorhuiden van de kinderen Israëls daar besneden waren.
Hertaald:heuvel der voorhuiden
Sommigen behouden het Hebreeuwse woord Araloth in de tekst, dat voorhuiden betekent, omdat daar de voorhuiden van de kinderen van Israël besneden waren.
Jozua 5 vers 5— Want al het volk, dat er uittoog, was besneden; maar al het volk, dat geboren was in de woestijn op den weg, nadat zij uit Egypte getrokken waren, hadden zij niet besneden.
zij niet besneden
Te weten, de ouders. Dit is nagebleven, of door sloffigheid en onachtzaamheid; of omdat zij niet wisten wanneer zij voortreizen zouden, en het den pas-besnedenen zwaar zou gevallen hebben, ja ook gevaarlijk, voort te reizen.
Hertaald:zij niet besneden
Namelijk: de ouders. Dit was nagelaten, hetzij door achteloosheid en onzorgvuldigheid, hetzij omdat zij niet wisten wanneer zij verder zouden trekken, terwijl het voor de pas besnedenen zwaar en zelfs gevaarlijk zou zijn geweest om verder te reizen.
Jozua 5 vers 7— Maar hun zonen heeft Hij aan hun plaats gesteld; die heeft Jozua besneden, omdat zij de voorhuid hadden; want zij hadden hen op den weg niet besneden.
Hij
Te weten, God de Heere.
Hertaald:Hij
Namelijk: God de HEERE.
Jozua 5 vers 8— En het geschiedde, als men een einde gemaakt had van al dat volk te besnijden, zo bleven zij in hun plaats in het leger, totdat zij genezen waren.
totdat zij genezen waren
Hebreeuws, totdat zij leefden; gelijk Num. 21:8.
Hertaald:totdat zij genezen waren
Hebreeuws: totdat zij leefden; zoals Num. 21:8.
Jozua 5 vers 9— Verder sprak de HEERE tot Jozua: Heden heb Ik den smaad van Egypte van ulieden afgewenteld; daarom noemde men den naam dier plaats Gilgal, tot op dezen dag.
den smaad
Alzo noemt hij de voorhuid, die de Israëlieten aan hun kinderen gelaten hadden, hierin meer het exempel der oubesneden Egyptenaars navolgende dan het bevel Gods. Zie Jer. 9:25-26. Sommigen verstaan door den smaad van Egypte, den smaad, dien de Egyptenaars God en zijn volk zouden opgelegd en nagezegd hebben, indien zij buiten het land Kanaän hadden moeten blijven. Zie Deut. 9:28.
Hertaald:den smaad
Zo noemt Hij de voorhuid die de Israëlieten aan hun kinderen gelaten hadden, waarin zij meer het voorbeeld van de onbesneden Egyptenaren volgden dan het gebod van God. Zie Jer. 9:25-26. Sommigen verstaan onder de smaad van Egypte de smaad die de Egyptenaren God en Zijn volk zouden hebben aangedaan en nagezegd, als zij buiten het land Kanaän hadden moeten blijven. Zie Deut. 9:28.
van ulieden afgewenteld;
Hebreeuws, van op ulieden; dat is, die op ulieden lag.
Hertaald:van ulieden afgewenteld;
Hebreeuws: van op u; dat is: die op u lag.
Gilgal,
Dat is, rolling, afwenteling; omdat door de besnijdenis de schande van de Israëlieten afgewenteld is.
Hertaald:Gilgal,
Dat is: rolling, afwenteling; omdat door de besnijdenis de schande van de Israëlieten afgewenteld is.
tot op dezen dag
Te weten, blijft deze naam, of houdt die plaats dezen naam.
Hertaald:tot op dezen dag
Namelijk: blijft deze naam bestaan, of houdt die plaats deze naam.
Jozua 5 vers 10— Terwijl de kinderen Israels te Gilgal gelegerd lagen, zo hielden zij het pascha op den veertienden dag derzelver maand, in den avond, op de vlakke velden van Jericho.
hielden zij het pascha
Hebreeuws, maakten zij. Het houden van pasen is ook in de woestijn nagelaten geweest, uitgenomen in het tweede jaar na den uittocht, zie Num. 9:1.
Hertaald:hielden zij het pascha
Hebreeuws: maakten zij. Het houden van het pascha was ook in de woestijn nagelaten, behalve in het tweede jaar na de uittocht; zie Num. 9:1.
derzelver maand,
Te weten, op den veertienden dag der eerste maand van het jaar; gelijk blijkt Joz. 4:19.
Hertaald:derzelver maand,
Namelijk: op de veertiende dag van de eerste maand van het jaar, zoals blijkt uit Joz. 4:19.
Jozua 5 vers 13— Voorts geschiedde het, als Jozua bij Jericho was, dat hij zijn ogen ophief, en zag toe, en ziet, er stond een Man tegenover hem, Die een uitgetogen zwaard in Zijn hand had. En Jozua ging tot Hem, en zeide tot Hem: Zijt Gij van ons, of van onze vijanden?
een Man
Dit was de Heere Christus in de gedaante eens mans, gelijk af te nemen is uit Joz. 6:2.
Hertaald:een Man
Dit was de Heere Christus in de gedaante van een man, zoals af te leiden is uit Joz. 6:2.
uitgetogen zwaard
Te weten, om Jozua daarmede te verkloeken, hem te kennen gevende dat Hij met hem zou zijn, en strijden tegen de Kanaänieten, en hem de victorie zou doen hebben.
Hertaald:uitgetogen zwaard
Namelijk: om Jozua daarmee moed te geven, hem te kennen gevend dat Hij met hem zou zijn en tegen de Kanaänieten zou strijden, en hem de overwinning zou geven.
Jozua 5 vers 14— En Hij zeide: Neen, maar Ik ben de Vorst van het heir des HEEREN: Ik ben nu gekomen! Toen viel Jozua op zijn aangezicht ter aarde en aanbad, en zeide tot Hem: Wat spreekt mijn Heere tot Zijn knecht?
Neen,
Te weten, Ik behoor uw vijanden niet toe.
Hertaald:Neen,
Namelijk: Ik behoor niet tot uw vijanden.
de Vorst
Te weten, Christus, die over het leger der Israëlieten, welke des Heeren volk zijn, zorg draagt.
Hertaald:de Vorst
Namelijk: Christus, Die zorg draagt over het leger van de Israëlieten, die het volk van de HEERE zijn.
aanbad,
Want hij kende Hem te zijn de ware God. Indien dit maar een geschapen engel geweest ware, Hij zou niet geleden ehbben dat men hem alzo zou geëerd hebben, gelijk te zien is Openb. 19:10, en Openb. 22:9.
Hertaald:aanbad,
Want hij herkende in Hem de ware God. Was dit slechts een geschapen engel geweest, dan zou Hij niet toegelaten hebben dat men Hem zo zou eren, zoals te zien is in Openb. 19:10, en Openb. 22:9.
Jozua 5 vers 15— Toen zeide de Vorst van het heir des HEEREN tot Jozua: Trek uw schoenen af van uw voeten; want de plaats, waarop gij staat, is heilig. En Jozua deed alzo.
Trek uw schoenen af
Dit heeft ook God Mozes bevolen Ex. 3:5. Zie ook Hand. 7:33.
Hertaald:Trek uw schoenen af
Dit heeft God ook Mozes bevolen, Ex. 3:5. Zie ook Hand. 7:33.
heilig
Hebreeuws, heiligheid. Waarom was deze plaats heilig? Omdat de Heere haar door zijn bijzondere tegenwoordigheid geheiligd had. Zie Ex. 3:5, en de aantekeningen aldaar.
Hertaald:heilig
Hebreeuws: heiligheid. Waarom was deze plaats heilig? Omdat de HEERE haar door Zijn bijzondere tegenwoordigheid geheiligd had. Zie Ex. 3:5, en de aantekeningen daar.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Vorst van het heir des HEEREN (de Engel des HEEREN) — Hebreeuws: sar tseva' JHWH, "vorst (overste) van het heir van de HEERE"
Bij Jericho, aan de vooravond van de strijd, ziet Jozua een Man tegenover zich staan met een uitgetogen zwaard in Zijn hand. Op zijn vraag "Zijt Gij van ons, of van onze vijanden?" luidt het antwoord niet "van ons", maar: "Neen, maar Ik ben de Vorst van het heir des HEEREN: Ik ben nu gekomen." Jozua valt op zijn aangezicht ter aarde en aanbidt, en ontvangt hetzelfde bevel dat Mozes bij het braambos kreeg: "Trek uw schoenen af van uw voeten; want de plaats, waarop gij staat, is heilig" (Joz. 5:13-15; vgl. Ex. 3:5). Deze verschijning hoort bij de reeks plaatsen waar "de Engel des HEEREN" verschijnt en vervolgens zonder enige overgang als de HEERE Zelf spreekt en wordt aangesproken. Dat gebeurt bij Hagar in de woestijn (Gen. 16:7-13), op de berg Moria (Gen. 22:11-18) en in het brandende braambos (Ex. 3:2-6), en later bij Gideon te Ofra (Richt. 6:11-24) en bij Manoach (Richt. 13:17-22).
Bijbelse betekenis: Twee dingen zijn hier beslissend. Ten eerste weigert Hij de aanbidding niet. Geschapen engelen doen dat wél, en met nadruk: de engel in Openbaring wijst Johannes af met "Zie, dat gij het niet doet; want ik ben uw mededienstknecht, en uwer broederen, der profeten, en dergenen, die de woorden dezes boeks bewaren; aanbid God" (Op. 22:8-9), zoals ook Petrus Cornelius van zijn voeten opricht met "ik ben ook zelf een mens" (Hand. 10:25-26). Deze Vorst laat Jozua liggen en verklaart de grond onder hem heilig. Ten tweede komt Hij niet als bondgenoot maar als Bevelhebber. Dat ene woord "Neen" neemt Jozua zijn vraag uit handen: de vraag is niet of God aan onze zijde staat, maar of wij aan de Zijne staan. Daarom is dit geen versterking van Jozua's veldheerschap maar de overdracht ervan — Jericho valt dan ook niet door krijgskunst, maar op Zijn bevel en op Zijn wijze (Joz. 6:2-5).
Typologie: De gereformeerde uitleg heeft deze verschijning van oudsher verstaan als een verschijning van de Zone Gods vóór Zijn vleeswording. Dat rust niet op gissing maar op de Schrift zelf: "Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard" (Joh. 1:18), en Christus zegt van Abraham dat hij Zijn dag gezien heeft en verblijd is geweest, en van Zichzelf: "Eer Abraham was, ben Ik" (Joh. 8:56-58). Het beeld van de Vorst met het getrokken zwaard aan het hoofd van de hemelse legers keert aan het einde van de Schrift terug. Hij rijdt uit terwijl de heirlegers in de hemel Hem volgen, en een scherp zwaard gaat uit Zijn mond. Op Zijn kleed staat de naam Koning der koningen en Heere der heren (Op. 19:11-16). Wie deze Vorst kent, weet dat de strijd van de kerk nooit in evenwicht hangt.
De smaad van Egypte afgewenteld (Gilgal) — Vóór de eerste veldslag wordt het volk besneden en houdt het manna op; de plaats krijgt daaraan haar naam (Joz. 5:9)
Na de doortocht door de Jordaan gebeurt eerst iets anders dan strijd. Het hele geslacht dat in de woestijn geboren was, was onbesneden, en dat wordt te Gilgal alsnog gedaan (Joz. 5:5-7). Daarna spreekt de HEERE: "Heden heb Ik den smaad van Egypte van ulieden afgewenteld; daarom noemde men den naam dier plaats Gilgal, tot op dezen dag" (Joz. 5:9). Zij vieren er het Pascha (Joz. 5:10). En dan volgt het einde van veertig jaar wonder: "Het Manna hield op des anderen daags, nadat zij van des lands overjarige koren gegeten hadden" (Joz. 5:12).
Bijbelse betekenis: De volgorde is de les. Het volk staat in vijandelijk gebied, met Jericho voor zich, en het eerste wat er gebeurt is geen wapenschouw maar het verbondsteken en het feest. Twee dingen vallen op. Het eerste is dat God het verzuim van veertig jaar niet stilzwijgend voorbijgaat maar het laat herstellen voordat er iets gewonnen wordt. Het tweede is het ophouden van het manna. Het wonder houdt op zodra het gewone er is; dat is geen verlies maar de bedoeling. God onderhoudt Zijn volk in de woestijn met brood uit de hemel en in het land met de opbrengst van de akker, en beide zijn Zijn hand.
Typologie: Paulus noemt de besnijdenis die zonder handen geschiedt, het afleggen van het lichaam der zonden des vleses (Kol. 2:11, reeds behandeld). En het ophouden van het manna heeft zijn tegenbeeld in het Brood dat niet ophoudt: wie tot Hem komt zal beslist niet hongeren (Joh. 6:35).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De Vorst van het heir des HEEREN — 5:13-15
De Engel des HEEREN · niveau 2
Jozua staat bij Jericho, aan de vooravond van de eerste veldslag in het land. Hij is de nieuwe leidsman en heeft nog niets bewezen. Voor hem ligt een ommuurde stad, achter hem een volk dat pas besneden is.
Er staat een Man met een uitgetogen zwaard, en op Jozua's vraag aan welke zijde Hij staat, luidt het antwoord: aan geen van beide.
Jozua's vraag is die van een veldheer: zijt Gij van ons, of van onze vijanden? Hij ziet slechts twee mogelijkheden. Het antwoord is geen van beide — Ik ben de Vorst van het heir des HEEREN: Ik ben nu gekomen. God kiest geen partij in de oorlog van Jozua; Hij komt met een eigen heir en een eigen zaak. De vraag is niet of Hij aan onze zijde staat, maar of wij aan de Zijne staan.
Dan valt Jozua op zijn aangezicht ter aarde en aanbidt. Een engel zou dat geweigerd hebben; in Openbaring doet een engel dat tweemaal met zoveel woorden. Deze Vorst laat het toe. En Hij zegt: trek uw schoenen af van uw voeten, want de plaats waarop gij staat is heilig — dezelfde woorden die bij het braambos klonken.
De kanttekenaars lezen Hem daarom als de Zoon van God vóór Zijn menswording, en dat is de meest ingehouden verklaring van wat er staat: Iemand Die gezonden is, Die aanbeden mag worden, en Die de grond onder Zich heiligt.
Wat daarna volgt past bij dit begin. Jericho wordt niet ingenomen door krijgslist of stormram, maar door zeven dagen omgaan en op de zevende dag roepen. De Hebreeënbrief noemt dat een daad van geloof.
In het Nieuwe Testament: Openbaring 19:11-14; Openbaring 22:8-9; Hebreeën 11:30; Exodus 3:5
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Jozua 5:14.KruisverwijzingenGenesis 17:3→Jesaja 55:4→Lukas 1:43→Handelingen 9:6→Daniël 10:13→Lukas 20:42→Johannes 20:28→Daniël 10:21→ — En Hij zeide: Neen, maar Ik ben de Vorst van het heir des HEEREN: Ik ben nu gekomen! Toen viel Jozua op zijn aangezicht ter aarde en aanbad, en zeide tot Hem: Wat spreekt mijn Heere tot Zijn knecht? Nadat de aanwijzingen uitgevoerd waren, zouden wij verwachten dat meteen de bazuin tot de aanval blies en dat de dappere mannen van Israël met hun stormladders en rammen zich rondom de gedoemde stad verzamelden om haar aan te vallen en met geweld te nemen. Geduld! Geduld! Wij zijn altijd in haast, maar God niet.
Jozua zelf is ook enigszins gehaast, en hij gaat er ‘s nachts uit om te overdenken en rond te gaan. Terwijl hij zich afvraagt waar het beste punt van de aanval zou zijn, wordt hij verrast door de verschijning van een statige gestalte die een zwaard hanteert. De dappere Jozua treedt meteen op de schijnbare indringer toe en eist van hem: “Zijt gij van ons, of van onze vijanden?” Toen antwoordde een majestueuze stem: “Nee.” Dit was in werkelijkheid Jozua’s hogere bevelhebber. Toen Jozua de Godheid van de hemelse Krijgsman onderscheidde, boog hij zich en aanbad hij, en vroeg hij nederig wat hij doen moest. Nadat hij onderwezen was, voerde hij de aanwijzingen des Heeren uit.
I. Vs. 1-12.KruisverwijzingenNumeri 13:29→Deuteronomium 2:7→Numeri 14:23→Exodus 3:8→Jozua 2:9→1 Koningen 10:5→Exodus 4:25→Deuteronomium 2:16→ — En het geschiedde, toen al de koningen der Amorieten, die aan deze zijde van de Jordaan westwaarts, en al de koningen der Kanaanieten, die aan de zee waren, hoorden, dat de HEERE de wateren van de Jordaan had uitgedroogd, voor het aangezicht der kinderen Israels, totdat wij daardoor gegaan waren; zo versmolt hun hart, en er was geen moed meer in hen, voor het aangezicht der kinderen Israels. Te dier tijd sprak de HEERE tot Jozua: Maak u stenen messen, en besnijd wederom de kinderen Israels ten tweeden maal. Toen maakte zich Jozua stenen messen, en besneed de kinderen Israels op den heuvel der voorhuiden. Dit nu was de oorzaak, waarom hen Jozua besneed: al het volk, dat uit Egypte getogen was, de manspersonen, alle krijgslieden, waren gestorven in de woestijn, op den weg, nadat zij uit Egypte getogen waren. Want al het volk, dat er uittoog, was besneden; maar al het volk, dat geboren was in de woestijn op den weg, nadat zij uit Egypte getrokken waren, hadden zij niet besneden. Want de kinderen Israels wandelden veertig jaren in de woestijn, totdat vergaan was het ganse volk der krijgslieden, die uit Egypte gegaan waren; die de stem des HEEREN niet gehoorzaam geweest waren, denwelken de HEERE gezworen had, dat Hij hun niet zoude laten zien het land, hetwelk de HEERE hun vaderen gezworen had ons te zullen geven, een land vloeiende van melk en honig. Maar hun zonen heeft Hij aan hun plaats gesteld; die heeft Jozua besneden, omdat zij de voorhuid hadden; want zij hadden hen op den weg niet besneden. En het geschiedde, als men een einde gemaakt had van al dat volk te besnijden, zo bleven zij in hun plaats in het leger, totdat zij genezen waren. Verder sprak de HEERE tot Jozua: Heden heb Ik den smaad van Egypte van ulieden afgewenteld; daarom noemde men den naam dier plaats Gilgal, tot op dezen dag. Terwijl de kinderen Israels te Gilgal gelegerd lagen, zo hielden zij het pascha op den veertienden dag derzelver maand, in den avond, op de vlakke velden van Jericho. Voor de verovering en inbezitneming van Kanaän, ofschoon de koningen van dit land reeds sidderen en beven voor de kinderen van Israël, moet de Verbondsbetrekking van Israël tot God weer ten volle bevestigd zijn. Daarom volbrengt Jozua het goddelijk bevel van de besnijdenis aan allen, die dat Verbondsteken nog niet ontvingen, en viert dan met het gehele volk het Pascha, waarvan de tijd nu nabij is.
KruisverwijzingenNumeri 13:29→Jozua 2:9→1 Koningen 10:5→Jesaja 13:6→Jozua 12:9→Ezechiël 21:7→Genesis 10:15→Amos 2:9→— En het geschiedde, toen al de koningen der Amorieten, die aan deze zijde van de Jordaan westwaarts, en al de koningen der Kanaanieten, die aan de zee waren, hoorden, dat de HEERE de wateren van de Jordaan had uitgedroogd, voor het aangezicht der kinderen Israels, totdat wij daardoor gegaan waren; zo versmolt hun hart, en er was geen moed meer in hen, voor het aangezicht der kinderen Israels.
En het gebeurde, toen al de koningen van de Amorieten, 1) van de Amoritische volksstammen, die aan deze zijde van de Jordaan westwaarts, in het middelste deel van het lands, en al de koningen van de Kanaänieten, die aan de zee waren, die de lagere delen van het land aan de zeekant bewoonden, hoorden dat de HEERE de wateren van de Jordaan had uitgedroogd voor het aangezicht van de kinderen van Israël, totdat wij daardoor gegaan waren, zo versmolt hun hart 2) en er was geen moed meer in hen voor het aangezicht van de kinderen van Israël, die een zo machtige en wonderdoende God aan hun zijde hadden, zodat zij zich in hun steden opsloten en het nachtleger te Gilgal niet durfden aantasten.
Van alle Kanaänitische volksstammen waren in het gebergte de Amorieten toen de machtigste; voor de bewoners van de lagere streken, die meer handelaars waren dan krijgslieden, wellicht in afhankelijkheid leefden van de sterke en machtige Amorieten, was de naam “Kanaänieten”, d.i. “de nederigen, de gebogenen” wel het meest geschikt.
KruisverwijzingenExodus 4:25→Genesis 17:10→Romeinen 2:29→Romeinen 4:11→Deuteronomium 30:6→Kolossenzen 2:11→Deuteronomium 10:16→— Te dier tijd sprak de HEERE tot Jozua: Maak u stenen messen, en besnijd wederom de kinderen Israels ten tweeden maal.
Wel versmolt hun het hart, zodat zij geheel en al bevreesd werden voor de kinderen van Israël, maar zij zochten geen afwending van de straf, die op hen zou komen. Hun zonden waren volkomen geworden. Het ging de Kanaänieten als weleer de inwoners van Sodom en Gomorra, wier zonden ook volkomen waren geworden. De tijd van de bezoeking was gekomen. Er was voor Kanaäns inwoners geen ontkomen meer aan de straffende hand van God.
In die tijd, d.i. toen de kinderen van Israël zo rustig en zo veilig waren gelegerd-waarschijnlijk op de volgende dag na de overtocht over de Jordaan, d.i. op de 11de Nisan, sprak de HEERE tot Jozua: Maak u stenenmessen, zoals die tot voltrekking van de besnijdenis vanouds af waren gebruikt geworden (Exod.4: 25), en besnijd opnieuw, 1) zoals Abraham gedaan heeft met geheel zijn huis (Genesis17: 23vv.) de kinderen van Israël ten tweeden male, opdat het gedurende 38 jaren verzuimde Verbondsteken opnieuw worde ingesteld, en Israël, zoals toen het vertrok uit Egypte, een volk gij, dat in al zijn leden het teken van het Verbond aan zich draagt.
In het Hebreeuws Schenith. Ten tweeden male, echter niet in de zin van hetzelfde, wat reeds eenmaal gebeurd was, overdoen, of voor de tweede maal doen, maar in deze zin, dat zoals vroeger het geslacht, uit Egypte gekomen, besneden was, alzo ook dit geslacht besneden moet worden.
De reden, waarom nu dit bevel kwam, ligt ook hierin, dat de vrees bij de volken van Kanaän, verwekt door Gods wonderdaden, de vijand zou verhinderen, de Israëlieten, als zij in een machteloze toestand verkeerden, ten gevolge van de besnijdenis, aan te vallen.
KruisverwijzingenMattheüs 16:24→Genesis 17:23→— Toen maakte zich Jozua stenen messen, en besneed de kinderen Israels op den heuvel der voorhuiden.
Toen maakte zich Jozua, in stipte gehoorzaamheid aan Gods bevel, stenen messen en besneed met de hulp van hen, die ouder waren dan 38 jaar, en dus het Verbondsteken droegen, de kinderen van Israël op de buiten de legerplaats gelegen heuvel, die nu later naar de aldaar verrichte bewerking, heuvel van de voorhuiden genoemd werd.
KruisverwijzingenDeuteronomium 2:16→Numeri 26:64→1 Korinthe 10:5→Hebreeën 3:17→Deuteronomium 2:14→Numeri 14:22→— Dit nu was de oorzaak, waarom hen Jozua besneed: al het volk, dat uit Egypte getogen was, de manspersonen, alle krijgslieden, waren gestorven in de woestijn, op den weg, nadat zij uit Egypte getogen waren.
Dit nu was de oorzaak, waarom hen Jozua besneed; al het volk, dat uit Egypte vertrokken was, de mannen, alle krijgslieden, waren gestorven; van de mannelijke Israëlieten, die uit Egypte waren getrokken, waren alle krijgslieden van 20 jaar oud en daarboven (Num.14: 22 vv.; 29vv.) gestorven, in de woestijn, op de weg, nadat zij uit Egypte naar Kanaän getrokken waren.
KruisverwijzingenRomeinen 2:26→Galaten 5:6→Galaten 6:15→Hosea 6:6→Deuteronomium 12:8→Mattheüs 12:7→1 Korinthe 7:19→— Want al het volk, dat er uittoog, was besneden; maar al het volk, dat geboren was in de woestijn op den weg, nadat zij uit Egypte getrokken waren, hadden zij niet besneden.
Want al het volk dat vertrok, was besneden, en van deze leefden nog ongeveer 300.000 man; maar al het volk, dat geboren was in de woestijn, op weg, nadat zij uitEgypte naar Kanaän getrokken waren, naar berekening 6-700.000 man, hadden zij niet besneden.
KruisverwijzingenDeuteronomium 2:14→Deuteronomium 2:7→Numeri 14:23→Exodus 3:8→Deuteronomium 1:3→Deuteronomium 8:4→Hebreeën 3:11→Psalmen 95:10→— Want de kinderen Israels wandelden veertig jaren in de woestijn, totdat vergaan was het ganse volk der krijgslieden, die uit Egypte gegaan waren; die de stem des HEEREN niet gehoorzaam geweest waren, denwelken de HEERE gezworen had, dat Hij hun niet zoude laten zien het land, hetwelk de HEERE hun vaderen gezworen had ons te zullen geven, een land vloeiende van melk en honig.
Want de kinderen van Israël wandelden veertig jaar in de woestijn, totdat vergaan was het gehele volk van de krijgslieden, die uit Egypte gegaan waren, die de stem van de HEERE niet gehoorzaam geweest waren, aan wie de HEERE (Num.14: 21vv.) gezworen had, dat Hij hun niet zou laten zien het land, dat de HEERE hun vaderen gezworen had, ons, het zaad van Abraham, te zullen geven, een land, vloeiende van melk en honing.
KruisverwijzingenDeuteronomium 1:39→Numeri 14:31→— Maar hun zonen heeft Hij aan hun plaats gesteld; die heeft Jozua besneden, omdat zij de voorhuid hadden; want zij hadden hen op den weg niet besneden.
Maar hun zonen heeft Hij in hun plaats gesteld, na hen doen opstaan; die heeft Jozua besneden, omdat zij de voorhuid nog hadden; want zij hadden hen op de weg niet besneden. Volgens Num.14: 33vv. moesten ook de zonen van dat verworpen, tot het sterven in de woestijn veroordeeld geslacht, hun misdaad dragen. Nu ontnam de Heere wel niet ieder teken van Zijn genade aan het volk, maar liet hun, om onder het opkomend geslacht het bewustzijn levend te houden, dat na geëindigde straftijd het Verbond weer met hen zou worden opgericht, -de aanwezigheid van de wolk- en vuurkolom; gaf hun verder het manna en instellingen, waardoor hun oog op het beloofde land gericht werd (Nu 14: 45); echter kon gedurende de straftijd het Verbondsteken van de besnijdenis aan hen, die toen werden geboren, niet worden voltrokken, daar juist het Verbond, zo dan al niet opgeheven, dan toch krachteloos was. Toen nu het volk over de beek Sared in het land van de Amorieten binnenrukte, was de straftijd geëindigd (Num.21: 12 Deuteronomium 2: 13vv.); maar wilde Mozes, als zelf aan het doodsoordeel onderworpen, de zo gewichtige daad van de volksbesnijding niet zonder het uitdrukkelijk Godsbevel volbrengen. En de Heere beval de vernieuwing van het Verbondsteken niet, voordat Hij Israël in het beloofde land gebracht en door dit krachtig bewijs van Zijn genade de harten voor de volbrenging van Zijn gebod ontvankelijk gemaakt had; zoals Hij dan ook in het algemeen niet vraagt, vóórdat Hij gegeven heeft.
Dit nu is als de oorzaak aan te merken, omdat de kinderen van Israël door de woestijn hebben gedoold, totdat het gehele geslacht, dat geweigerd had God te gehoorzamen, was vergaan. Waaruit, naar mijn mening, is op te maken, dat de instelling van de besnijdenis is weggelaten als een teken van vervloeking en verwerping gedurende al die tijd. Het is wel waar, dat die straf aan onschuldigen werd voltrokken, maar dienstig was, dat zij persoonlijk werden gestraft, omdat God hen voor het vervolg zou verwerpen. Wanneer zij daarom hun nakroost in niets zagen onderscheiden van de heidenen en de vreemde volken, dan werd hun tegelijk openbaar, wat zij hadden verdiend.
Verwerpelijk is daarom de mening, dat de besnijdenis is nagelaten, omdat Israël een voorttrekkend volk was. Wij weten toch, dat het volk soms gedurende geruime tijd op dezelfde plaats bleef. Nee, Israël had het Verbond verbroken; het geslacht, dat uit Egypte was getrokken, had tegen God gerebelleerd, en nu deelden ook de kinderen in de straf, doordat zij het Verbondsteken misten, totdat het oude geslacht in de woestijn was gestorven en het nieuwe door God in het land van de belofte was gebracht.
Als Israël het uit nalatigheid had nagelaten, was gewis de straf aan hen voltrokken, dat, wie niet besneden was, uitgeroeid zou worden. Ammi was toen Lo-ammi geworden.
De bewering van sommigen, dat men Doop en Avondmaal kan ontberen en toch in de gunst van God blijven, met beroep op deze geschiedenis, gaat daarom ook volstrekt niet op.
KruisverwijzingenGenesis 34:25→— En het geschiedde, als men een einde gemaakt had van al dat volk te besnijden, zo bleven zij in hun plaats in het leger, totdat zij genezen waren.
En het gebeurde toen men een einde gemaakt had al dat volk te besnijden, zo bleven zij rustig in hun plaats, in hun tent in het leger, totdat de wondkoorts terug bleef en zij genezen waren.
KruisverwijzingenGenesis 34:14→Jozua 4:19→1 Samuël 17:26→1 Samuël 14:6→Ezechiël 20:7→Ezechiël 23:3→Jeremia 9:25→Psalmen 119:39→— Verder sprak de HEERE tot Jozua: Heden heb Ik den smaad van Egypte van ulieden afgewenteld; daarom noemde men den naam dier plaats Gilgal, tot op dezen dag.
Verder sprak de HEERE tot Jozua, op de avond van de dag van de besnijding: Heden heb Ik de smaad van Egypte van u afgewenteld, de hoon van de Egyptenaren, als had Ik u tot uw verderf uit hun land gevoerd, om u in de woestijn te doden (Exod.34: 12), en waarvoor gedurende de tijd van uw verwerping wel een schijn van waarheid bestond (Num.14: 15vv.). Ik heb die smaad weggenomen door volkomen herstelling van Mijn Verbondsbetrekking, die tevens waarborg is, dat Ik u nu ook Kanaän tot eigendom geven en het plan met uw uitvoering uit het land van dienstbaarheid verwezenlijken zal. Daarom noemde men de naam van die plaats Gilgal, 1) d.i. afwenteling, tot op deze dag, nu zij nog altijd zo genoemd wordt (2 Samuel .19: 15,40 (Micha 6: 5).
Volgens Josefus legerde Israël zich 50 stadiën d.i. 2 ½ uur, van de Jordaan, en 10 stadiën, of ½ uur, van Jericho, alzo in de vlakte tussen Jericho en de Jordaan, op een onbewoonde en onbebouwde plaats, die eerst als legerplaats van de Israëlieten de naam Gilgal ontving. Een dorp of stad bestond daar toentertijd op die plaats nog niet, maar ontstond pas nadat Israël zich voorgoed in Kanaän had gevestigd, en werd onder Saul (1 Samuel .10: 8; 13: 7) en David (2 Samuel .19: 16,41), en wellicht nog na de ballingschap (Nehemia 12: 29) aldus genoemd.
Ten tijde van de kruisvaders stond te Gilgal een kerk. Nu is van deze plaats geen spoor meer te ontdekken, zoals Robinson ons meedeelt.
Deze plaats was vroeger geen stad, ook al is zij het later niet geworden, zoals sommigen ten onrechte hebben beweerd; zodat ook nu geen sporen daarvan ontdekt worden. Over twee andere namen met dezelfde plaats zie hoofdstuk 9: 6.
KruisverwijzingenNumeri 9:1→Exodus 12:6→Ezechiël 12:6→Ezechiël 12:3→— Terwijl de kinderen Israels te Gilgal gelegerd lagen, zo hielden zij het pascha op den veertienden dag derzelver maand, in den avond, op de vlakke velden van Jericho.
Terwijl de kinderen van Israël te Gilgal gelegerd lagen, en nu weer geheel in het Verbond met de Heere stonden, zo hielden zij, voor het Pascha, 1) op de veertiende dag van deze maand Abib, in de avond, zoals de wet voorschreef (Exod.12: 18, (Lev.23: 6 23.6, Num.28: 16, Deuteronomium 16: 6) op de vlakke velden van (bij) Jericho.
Het Pascha was in de woestijn niet gehouden. Ook dit stond in verband met het niet besneden zijn, omdat geen onbesnedene aan het Paasmaal mocht deelnemen. Nu echter Israël weer in de volle Verbondsbetrekking met de Heere God stond, nu werd ook weer het Pascha uitgevoerd.
KruisverwijzingenLeviticus 23:14→Exodus 12:18→Exodus 13:6→Leviticus 23:6→— En zij aten van het overjarige koren des lands, des anderen daags van het pascha, ongezuurde broden en verzengde aren, even op dienzelven dag.
En zij aten van het overjarige koren van het land, de volgende dag van het Pascha, van het zevendaagse Paasfeest, d.i. op de 16de Abib of Nisan, nadat op de morgen van die dag de aanbieding van de beweeggarve (Lev.23: 9vv.) plaats had gevonden, ongezuurde broden van gerstemeel en verzengde, op vuur geroosterde (Le 2: 14) aren, eveneens op dezelfde dag: want vroeger dan na de aanbieding van de beweeggarve, durfden zij volgens de eerder aangehaalde plaats niets van de nieuwe oogst genieten, maar aten het ongezuurde van de voorraad, meegebracht uit het oostelijk Jordaanland (Hoofdstuk 1: 11).
KruisverwijzingenExodus 16:35→Spreuken 13:22→Openbaring 7:16→Jesaja 65:13→Johannes 4:38→Deuteronomium 6:10→Nehemia 9:20→— En het Manna hield op des anderen daags, nadat zij van des lands overjarige koren gegeten hadden; en de kinderen Israels hadden geen Manna meer, maar zij aten in hetzelve jaar van de inkomst des lands Kanaan.
En het Manna, deze goddelijke spijze gedurende de omzwerving (Ex 16: 14: ), hield op, nadat het reeds in de laatste maanden, sedert men de eigenlijke woestijn achter zich had, bij toeneming verminderd was, de volgende dag, op dezelfde 16de Nisan, nadat zij van het overjarige koren van het land gegeten hadden; en de kinderen van Israël hadden geen Manna meer, maar zij aten in hetzelve jaar van de inkomst van het land Kanaän, tot een teken, dat de tijd van de woestijnreis nu voorbij en een nieuwe leiding van God begonnen was (Ex 16: 35). God is niet gewend wonderen te doen, waar men natuurlijke middelen heeft om iets te verkrijgen. Hij wijst ons op de gewone weg van de voeding door handenarbeid; die weg wil Hij zegenen, daardoor ons onderhouden. Daarom Christenen, die dit leest: Treedt vrolijk voort op ‘s Heren wegen, en neemt uw plicht getrouw in acht! ‘t Wordt eindelijk alles u ten zegen, zo gij slechts biddend daarop wacht: die maar gelovig op Hem ziet, begeeft, verlaat Hij eeuwig niet!.
II. Vs. 13-6KruisverwijzingenGenesis 18:2→Numeri 22:23→Daniël 10:5→1 Kronieken 21:30→Handelingen 1:10→Numeri 22:31→Genesis 32:24→Exodus 23:23→ — Voorts geschiedde het, als Jozua bij Jericho was, dat hij zijn ogen ophief, en zag toe, en ziet, er stond een Man tegenover hem, Die een uitgetogen zwaard in Zijn hand had. En Jozua ging tot Hem, en zeide tot Hem: Zijt Gij van ons, of van onze vijanden? : 5. Terwijl Jozua onder de muren van Jericho ronddwaalt, vol ernstige gedachten over die ontzaglijke onderneming, om die sterke en goed verdedigde stad te veroveren, een onderneming, die in eigen kracht onuitvoerbaar is, staat opeens een tot de strijd toegerust krijgsman voor hem. Deze geeft zich aan Jozua als Vorst over het hemelleger te kennen, en deelt hem mee hoe de stad zal worden ingenomen.
KruisverwijzingenGenesis 18:2→Numeri 22:23→Daniël 10:5→1 Kronieken 21:30→Handelingen 1:10→Numeri 22:31→Genesis 32:24→Exodus 23:23→— Voorts geschiedde het, als Jozua bij Jericho was, dat hij zijn ogen ophief, en zag toe, en ziet, er stond een Man tegenover hem, Die een uitgetogen zwaard in Zijn hand had. En Jozua ging tot Hem, en zeide tot Hem: Zijt Gij van ons, of van onze vijanden?
Voorts gebeurde het, toen Jozua, nadat de feestdagen waren voorbijgegaan, en hij zich bezighield met het plan van de verovering van Kanaän, bij Jericho 1)was, dat hij zijn ogen van de grond, waarop hij al peinzende staarde, ophief en zag toe, en ziet, er stond een man tegenover hem, die, behalve dat hij als krijgsman gekleed was, een uitgetrokken zwaard in zijn hand had (Num.22: 23,31). En Jozua, hem werkelijk voor een krijgsman houdende, ging, naderde nog dichter tot hem, en zei tot hem: Zijt gij van ons, van de kinderen van Israël, of van onze vijanden?
Eigenlijk staat er: in Jericho. De betekenis is niet, dat hij werkelijk in de stad was, of onder haar muren stond, maar dat hij als in de geest in of bij Jericho verbleef, nadacht over de beste wijze van haar te kunnen veroveren. Terwijl hij zo peinsde en overwoog, wat hem te doen stond, verschijnt hem de Vorst van het leger van de Heere, om hem te zeggen, op welke wijze de Heere Jericho in zijn handen zal geven.
KruisverwijzingenGenesis 17:3→Jesaja 55:4→Lukas 1:43→Handelingen 9:6→Daniël 10:13→Lukas 20:42→Johannes 20:28→Daniël 10:21→— En Hij zeide: Neen, maar Ik ben de Vorst van het heir des HEEREN: Ik ben nu gekomen! Toen viel Jozua op zijn aangezicht ter aarde en aanbad, en zeide tot Hem: Wat spreekt mijn Heere tot Zijn knecht?
En hij zei: Nee, Ik behoor noch tot u noch tot uw vijanden, maar ik ben de Vorst van het leger van de HEERE, zowel van het hemelse, de heilige Engelen (Genesis32: 1vv.), als over het aardse, over Mijn volk, de kinderen van Israël (Exod.7: 4,12). Ik ben nu gekomen, om het opperbevel over dit laatste op Mij te nemen! Toen viel Jozua op zijn aangezicht ter aarde en aanbad, en zei tot Hem: Wat spreekt mijn HEERE tot zijn knecht?1) Bemerkte hij nog niet, dat hij in de persoonlijkheid van die raadselachtige krijgsman de Engel van het aangezicht voor hem had, die naar de gedurig herhaalde belofte van de Heere, voor het aangezicht van het volk zou worden heengezonden, en in wie Gods naam zijn zou (Exod.14: 19; 23: 30), zo wist hij toch, dat hier een hemels wezen, een engel voor hem stond.
Er is reden om te geloven, dat Paulus op de goddelijke openbaringen aan de oude kerk het oog heeft, wanneer hij het voorbestaan van Christus met Zijn vorige verschijningen op aarde vergelijkende, Hem de gedaante van God toekent (Fil.2: 6). Deze is de tweede persoon in de gezegende Drie-eenheid, zoals bewezen is: 1e. door Zijn naam “Vorst van het leger van de hemel”; 2e. door de goddelijke eer, die Jozua Hem geeft; 3e. doordat Hij dezelfde hulde eist als de Heere, die aan Mozes in de braambos verscheen; 4e. doordat Hij bepaald Jehova genoemd is in het volgend hoofdstuk.).
KruisverwijzingenExodus 3:5→Handelingen 7:32→2 Petrus 1:18→— Toen zeide de Vorst van het heir des HEEREN tot Jozua: Trek uw schoenen af van uw voeten; want de plaats, waarop gij staat, is heilig. En Jozua deed alzo.
Toen zei1) de Vorst van het leger van de HEERE, om zich duidelijker te openbaren, en wel als degene, die eenmaal met Mozes gesproken had uit de brandende braambos (Ex.3: 5), tot Jozua: Trek uw schoenen van uw voeten, want de plaats, waarop gij staat, is om Hem, die gij hier voor u ziet staan, heilig. En Jozua deed dit, tevens zich inwendig voorbereidende, om de verdere openbaringen van de Zoon van God (hoofdstuk 6: 2) te vernemen.
Opdat de verschijning des te meer indruk zou maken en tevens als bewijs van eerbied en vrees beveelt de machtige Engel aan Jozua, om zijn schoenen uit te trekken. Het is een terugslag op hetgeen Mozes bij de berg Sinaï was bevolen, om geen andere reden, dan dat God Zijn glorie daar openbaarde. Want de heiligheid van de ene plaats is niet groter dan die van de andere, hetzij door een bijzonder heilig feit. Zo roept Jakob uit (Genesis28: 17), dat de plaats, waar hij zich nabij God had gekend nl. Bethel, een te vrezen plaats was en de poort van de hemel. Daarom dat deze heilige man bevolen wordt, zijn schoenen uit te trekken, met deze ceremonie legt God hem het geloof in zijn aanwezigheid op en verhoogt Hij het gewicht van de verschijning, niet omdat het ontschoeien van de voeten op zichzelf tot de dienst van God gerekend moet worden, maar omdat door dergelijke hulpmiddelen de zwakheid van de mensen te hulp wordt gekomen, om zich des te beter tot het vereren van God te oefenen en te bereiden. Verder, zoals God de plaatsen, waar Hij verschijnt, door Zijn aanwezigheid heiligt, zo komt het mij waarschijnlijk voor, dat ook door dit gesprek de voortreffelijkheid van het land Kanaän wordt geopenbaard, waarin God Zijn verblijf had gekozen, om daarin zuiver vereerd te worden. Vandaar dat het hier en daar, Zijn rust wordt geroemd (Psalm 95: 11; 132:
.
Aan het einde van het vers wordt de gehoorzaamheid van Jozua geprezen, opdat diens voorbeeld de nakomelingschap zou leren, in dat land heilig de vrees voor God te beoefenen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Ter overdenking
De kinderen Israëls zijn te vergelijken met een fier schip, toegerust voor een lange reis. Heel de lading is aan boord en ieder staat op zijn plaats. Maar waarom blijft het liggen?
Vragen wij het aan hem die aan het roer staat, dan zal hij ons zeggen: wij wachten op den kapitein. En dat is precies de toestand van de gemeente. Al onze toebereidselen om te handelen zijn getroffen, maar wij hebben de goddelijke tegenwoordigheid nodig.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Jozua 5
Jozua 5:14.KruisverwijzingenGenesis 17:3→Jesaja 55:4→Lukas 1:43→Handelingen 9:6→Daniël 10:13→Lukas 20:42→Johannes 20:28→Daniël 10:21→
— En Hij zeide: Neen, maar Ik ben de Vorst van het heir des HEEREN: Ik ben nu gekomen! Toen viel Jozua op zijn aangezicht ter aarde en aanbad, en zeide tot Hem: Wat spreekt mijn Heere tot Zijn knecht?
Nadat de aanwijzingen uitgevoerd waren, zouden wij verwachten dat meteen de bazuin tot de aanval blies en dat de dappere mannen van Israël met hun stormladders en rammen zich rondom de gedoemde stad verzamelden om haar aan te vallen en met geweld te nemen. Geduld! Geduld! Wij zijn altijd in haast, maar God niet.
Jozua zelf is ook enigszins gehaast, en hij gaat er ‘s nachts uit om te overdenken en rond te gaan. Terwijl hij zich afvraagt waar het beste punt van de aanval zou zijn, wordt hij verrast door de verschijning van een statige gestalte die een zwaard hanteert. De dappere Jozua treedt meteen op de schijnbare indringer toe en eist van hem: “Zijt gij van ons, of van onze vijanden?” Toen antwoordde een majestueuze stem: “Nee.” Dit was in werkelijkheid Jozua’s hogere bevelhebber. Toen Jozua de Godheid van de hemelse Krijgsman onderscheidde, boog hij zich en aanbad hij, en vroeg hij nederig wat hij doen moest. Nadat hij onderwezen was, voerde hij de aanwijzingen des Heeren uit.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-12.KruisverwijzingenNumeri 13:29→Deuteronomium 2:7→Numeri 14:23→Exodus 3:8→Jozua 2:9→1 Koningen 10:5→Exodus 4:25→Deuteronomium 2:16→
— En het geschiedde, toen al de koningen der Amorieten, die aan deze zijde van de Jordaan westwaarts, en al de koningen der Kanaanieten, die aan de zee waren, hoorden, dat de HEERE de wateren van de Jordaan had uitgedroogd, voor het aangezicht der kinderen Israels, totdat wij daardoor gegaan waren; zo versmolt hun hart, en er was geen moed meer in hen, voor het aangezicht der kinderen Israels. Te dier tijd sprak de HEERE tot Jozua: Maak u stenen messen, en besnijd wederom de kinderen Israels ten tweeden maal. Toen maakte zich Jozua stenen messen, en besneed de kinderen Israels op den heuvel der voorhuiden. Dit nu was de oorzaak, waarom hen Jozua besneed: al het volk, dat uit Egypte getogen was, de manspersonen, alle krijgslieden, waren gestorven in de woestijn, op den weg, nadat zij uit Egypte getogen waren. Want al het volk, dat er uittoog, was besneden; maar al het volk, dat geboren was in de woestijn op den weg, nadat zij uit Egypte getrokken waren, hadden zij niet besneden. Want de kinderen Israels wandelden veertig jaren in de woestijn, totdat vergaan was het ganse volk der krijgslieden, die uit Egypte gegaan waren; die de stem des HEEREN niet gehoorzaam geweest waren, denwelken de HEERE gezworen had, dat Hij hun niet zoude laten zien het land, hetwelk de HEERE hun vaderen gezworen had ons te zullen geven, een land vloeiende van melk en honig. Maar hun zonen heeft Hij aan hun plaats gesteld; die heeft Jozua besneden, omdat zij de voorhuid hadden; want zij hadden hen op den weg niet besneden. En het geschiedde, als men een einde gemaakt had van al dat volk te besnijden, zo bleven zij in hun plaats in het leger, totdat zij genezen waren. Verder sprak de HEERE tot Jozua: Heden heb Ik den smaad van Egypte van ulieden afgewenteld; daarom noemde men den naam dier plaats Gilgal, tot op dezen dag. Terwijl de kinderen Israels te Gilgal gelegerd lagen, zo hielden zij het pascha op den veertienden dag derzelver maand, in den avond, op de vlakke velden van Jericho.
Voor de verovering en inbezitneming van Kanaän, ofschoon de koningen van dit land reeds sidderen en beven voor de kinderen van Israël, moet de Verbondsbetrekking van Israël tot God weer ten volle bevestigd zijn. Daarom volbrengt Jozua het goddelijk bevel van de besnijdenis aan allen, die dat Verbondsteken nog niet ontvingen, en viert dan met het gehele volk het Pascha, waarvan de tijd nu nabij is.
En het gebeurde, toen al de koningen van de Amorieten, 1) van de Amoritische volksstammen, die aan deze zijde van de Jordaan westwaarts, in het middelste deel van het lands, en al de koningen van de Kanaänieten, die aan de zee waren, die de lagere delen van het land aan de zeekant bewoonden, hoorden dat de HEERE de wateren van de Jordaan had uitgedroogd voor het aangezicht van de kinderen van Israël, totdat wij daardoor gegaan waren, zo versmolt hun hart 2) en er was geen moed meer in hen voor het aangezicht van de kinderen van Israël, die een zo machtige en wonderdoende God aan hun zijde hadden, zodat zij zich in hun steden opsloten en het nachtleger te Gilgal niet durfden aantasten.
Van alle Kanaänitische volksstammen waren in het gebergte de Amorieten toen de machtigste; voor de bewoners van de lagere streken, die meer handelaars waren dan krijgslieden, wellicht in afhankelijkheid leefden van de sterke en machtige Amorieten, was de naam “Kanaänieten”, d.i. “de nederigen, de gebogenen” wel het meest geschikt.
Wel versmolt hun het hart, zodat zij geheel en al bevreesd werden voor de kinderen van Israël, maar zij zochten geen afwending van de straf, die op hen zou komen. Hun zonden waren volkomen geworden. Het ging de Kanaänieten als weleer de inwoners van Sodom en Gomorra, wier zonden ook volkomen waren geworden. De tijd van de bezoeking was gekomen. Er was voor Kanaäns inwoners geen ontkomen meer aan de straffende hand van God.
In die tijd, d.i. toen de kinderen van Israël zo rustig en zo veilig waren gelegerd-waarschijnlijk op de volgende dag na de overtocht over de Jordaan, d.i. op de 11de Nisan, sprak de HEERE tot Jozua: Maak u stenenmessen, zoals die tot voltrekking van de besnijdenis vanouds af waren gebruikt geworden (Exod.4: 25), en besnijd opnieuw, 1) zoals Abraham gedaan heeft met geheel zijn huis (Genesis17: 23vv.) de kinderen van Israël ten tweeden male, opdat het gedurende 38 jaren verzuimde Verbondsteken opnieuw worde ingesteld, en Israël, zoals toen het vertrok uit Egypte, een volk gij, dat in al zijn leden het teken van het Verbond aan zich draagt.
In het Hebreeuws Schenith. Ten tweeden male, echter niet in de zin van hetzelfde, wat reeds eenmaal gebeurd was, overdoen, of voor de tweede maal doen, maar in deze zin, dat zoals vroeger het geslacht, uit Egypte gekomen, besneden was, alzo ook dit geslacht besneden moet worden.
De reden, waarom nu dit bevel kwam, ligt ook hierin, dat de vrees bij de volken van Kanaän, verwekt door Gods wonderdaden, de vijand zou verhinderen, de Israëlieten, als zij in een machteloze toestand verkeerden, ten gevolge van de besnijdenis, aan te vallen.
Toen maakte zich Jozua, in stipte gehoorzaamheid aan Gods bevel, stenen messen en besneed met de hulp van hen, die ouder waren dan 38 jaar, en dus het Verbondsteken droegen, de kinderen van Israël op de buiten de legerplaats gelegen heuvel, die nu later naar de aldaar verrichte bewerking, heuvel van de voorhuiden genoemd werd.
Dit nu was de oorzaak, waarom hen Jozua besneed; al het volk, dat uit Egypte vertrokken was, de mannen, alle krijgslieden, waren gestorven; van de mannelijke Israëlieten, die uit Egypte waren getrokken, waren alle krijgslieden van 20 jaar oud en daarboven (Num.14: 22 vv.; 29vv.) gestorven, in de woestijn, op de weg, nadat zij uit Egypte naar Kanaän getrokken waren.
Want al het volk dat vertrok, was besneden, en van deze leefden nog ongeveer 300.000 man; maar al het volk, dat geboren was in de woestijn, op weg, nadat zij uitEgypte naar Kanaän getrokken waren, naar berekening 6-700.000 man, hadden zij niet besneden.
Want de kinderen van Israël wandelden veertig jaar in de woestijn, totdat vergaan was het gehele volk van de krijgslieden, die uit Egypte gegaan waren, die de stem van de HEERE niet gehoorzaam geweest waren, aan wie de HEERE (Num.14: 21vv.) gezworen had, dat Hij hun niet zou laten zien het land, dat de HEERE hun vaderen gezworen had, ons, het zaad van Abraham, te zullen geven, een land, vloeiende van melk en honing.
Maar hun zonen heeft Hij in hun plaats gesteld, na hen doen opstaan; die heeft Jozua besneden, omdat zij de voorhuid nog hadden; want zij hadden hen op de weg niet besneden. Volgens Num.14: 33vv. moesten ook de zonen van dat verworpen, tot het sterven in de woestijn veroordeeld geslacht, hun misdaad dragen. Nu ontnam de Heere wel niet ieder teken van Zijn genade aan het volk, maar liet hun, om onder het opkomend geslacht het bewustzijn levend te houden, dat na geëindigde straftijd het Verbond weer met hen zou worden opgericht, -de aanwezigheid van de wolk- en vuurkolom; gaf hun verder het manna en instellingen, waardoor hun oog op het beloofde land gericht werd (Nu 14: 45); echter kon gedurende de straftijd het Verbondsteken van de besnijdenis aan hen, die toen werden geboren, niet worden voltrokken, daar juist het Verbond, zo dan al niet opgeheven, dan toch krachteloos was. Toen nu het volk over de beek Sared in het land van de Amorieten binnenrukte, was de straftijd geëindigd (Num.21: 12 Deuteronomium 2: 13vv.); maar wilde Mozes, als zelf aan het doodsoordeel onderworpen, de zo gewichtige daad van de volksbesnijding niet zonder het uitdrukkelijk Godsbevel volbrengen. En de Heere beval de vernieuwing van het Verbondsteken niet, voordat Hij Israël in het beloofde land gebracht en door dit krachtig bewijs van Zijn genade de harten voor de volbrenging van Zijn gebod ontvankelijk gemaakt had; zoals Hij dan ook in het algemeen niet vraagt, vóórdat Hij gegeven heeft.
Dit nu is als de oorzaak aan te merken, omdat de kinderen van Israël door de woestijn hebben gedoold, totdat het gehele geslacht, dat geweigerd had God te gehoorzamen, was vergaan. Waaruit, naar mijn mening, is op te maken, dat de instelling van de besnijdenis is weggelaten als een teken van vervloeking en verwerping gedurende al die tijd. Het is wel waar, dat die straf aan onschuldigen werd voltrokken, maar dienstig was, dat zij persoonlijk werden gestraft, omdat God hen voor het vervolg zou verwerpen. Wanneer zij daarom hun nakroost in niets zagen onderscheiden van de heidenen en de vreemde volken, dan werd hun tegelijk openbaar, wat zij hadden verdiend.
Verwerpelijk is daarom de mening, dat de besnijdenis is nagelaten, omdat Israël een voorttrekkend volk was. Wij weten toch, dat het volk soms gedurende geruime tijd op dezelfde plaats bleef. Nee, Israël had het Verbond verbroken; het geslacht, dat uit Egypte was getrokken, had tegen God gerebelleerd, en nu deelden ook de kinderen in de straf, doordat zij het Verbondsteken misten, totdat het oude geslacht in de woestijn was gestorven en het nieuwe door God in het land van de belofte was gebracht.
Als Israël het uit nalatigheid had nagelaten, was gewis de straf aan hen voltrokken, dat, wie niet besneden was, uitgeroeid zou worden. Ammi was toen Lo-ammi geworden.
De bewering van sommigen, dat men Doop en Avondmaal kan ontberen en toch in de gunst van God blijven, met beroep op deze geschiedenis, gaat daarom ook volstrekt niet op.
En het gebeurde toen men een einde gemaakt had al dat volk te besnijden, zo bleven zij rustig in hun plaats, in hun tent in het leger, totdat de wondkoorts terug bleef en zij genezen waren.
Verder sprak de HEERE tot Jozua, op de avond van de dag van de besnijding: Heden heb Ik de smaad van Egypte van u afgewenteld, de hoon van de Egyptenaren, als had Ik u tot uw verderf uit hun land gevoerd, om u in de woestijn te doden (Exod.34: 12), en waarvoor gedurende de tijd van uw verwerping wel een schijn van waarheid bestond (Num.14: 15vv.). Ik heb die smaad weggenomen door volkomen herstelling van Mijn Verbondsbetrekking, die tevens waarborg is, dat Ik u nu ook Kanaän tot eigendom geven en het plan met uw uitvoering uit het land van dienstbaarheid verwezenlijken zal. Daarom noemde men de naam van die plaats Gilgal, 1) d.i. afwenteling, tot op deze dag, nu zij nog altijd zo genoemd wordt (2 Samuel .19: 15,40 (Micha 6: 5).
Volgens Josefus legerde Israël zich 50 stadiën d.i. 2 ½ uur, van de Jordaan, en 10 stadiën, of ½ uur, van Jericho, alzo in de vlakte tussen Jericho en de Jordaan, op een onbewoonde en onbebouwde plaats, die eerst als legerplaats van de Israëlieten de naam Gilgal ontving. Een dorp of stad bestond daar toentertijd op die plaats nog niet, maar ontstond pas nadat Israël zich voorgoed in Kanaän had gevestigd, en werd onder Saul (1 Samuel .10: 8; 13: 7) en David (2 Samuel .19: 16,41), en wellicht nog na de ballingschap (Nehemia 12: 29) aldus genoemd.
Ten tijde van de kruisvaders stond te Gilgal een kerk. Nu is van deze plaats geen spoor meer te ontdekken, zoals Robinson ons meedeelt.
Deze plaats was vroeger geen stad, ook al is zij het later niet geworden, zoals sommigen ten onrechte hebben beweerd; zodat ook nu geen sporen daarvan ontdekt worden. Over twee andere namen met dezelfde plaats zie hoofdstuk 9: 6.
Terwijl de kinderen van Israël te Gilgal gelegerd lagen, en nu weer geheel in het Verbond met de Heere stonden, zo hielden zij, voor het Pascha, 1) op de veertiende dag van deze maand Abib, in de avond, zoals de wet voorschreef (Exod.12: 18, (Lev.23: 6 23.6, Num.28: 16, Deuteronomium 16: 6) op de vlakke velden van (bij) Jericho.
Het Pascha was in de woestijn niet gehouden. Ook dit stond in verband met het niet besneden zijn, omdat geen onbesnedene aan het Paasmaal mocht deelnemen. Nu echter Israël weer in de volle Verbondsbetrekking met de Heere God stond, nu werd ook weer het Pascha uitgevoerd.
En zij aten van het overjarige koren van het land, de volgende dag van het Pascha, van het zevendaagse Paasfeest, d.i. op de 16de Abib of Nisan, nadat op de morgen van die dag de aanbieding van de beweeggarve (Lev.23: 9vv.) plaats had gevonden, ongezuurde broden van gerstemeel en verzengde, op vuur geroosterde (Le 2: 14) aren, eveneens op dezelfde dag: want vroeger dan na de aanbieding van de beweeggarve, durfden zij volgens de eerder aangehaalde plaats niets van de nieuwe oogst genieten, maar aten het ongezuurde van de voorraad, meegebracht uit het oostelijk Jordaanland (Hoofdstuk 1: 11).
En het Manna, deze goddelijke spijze gedurende de omzwerving (Ex 16: 14: ), hield op, nadat het reeds in de laatste maanden, sedert men de eigenlijke woestijn achter zich had, bij toeneming verminderd was, de volgende dag, op dezelfde 16de Nisan, nadat zij van het overjarige koren van het land gegeten hadden; en de kinderen van Israël hadden geen Manna meer, maar zij aten in hetzelve jaar van de inkomst van het land Kanaän, tot een teken, dat de tijd van de woestijnreis nu voorbij en een nieuwe leiding van God begonnen was (Ex 16: 35). God is niet gewend wonderen te doen, waar men natuurlijke middelen heeft om iets te verkrijgen. Hij wijst ons op de gewone weg van de voeding door handenarbeid; die weg wil Hij zegenen, daardoor ons onderhouden. Daarom Christenen, die dit leest: Treedt vrolijk voort op ‘s Heren wegen, en neemt uw plicht getrouw in acht! ‘t Wordt eindelijk alles u ten zegen, zo gij slechts biddend daarop wacht: die maar gelovig op Hem ziet, begeeft, verlaat Hij eeuwig niet!.
II. Vs. 13-6KruisverwijzingenGenesis 18:2→Numeri 22:23→Daniël 10:5→1 Kronieken 21:30→Handelingen 1:10→Numeri 22:31→Genesis 32:24→Exodus 23:23→
— Voorts geschiedde het, als Jozua bij Jericho was, dat hij zijn ogen ophief, en zag toe, en ziet, er stond een Man tegenover hem, Die een uitgetogen zwaard in Zijn hand had. En Jozua ging tot Hem, en zeide tot Hem: Zijt Gij van ons, of van onze vijanden?
: 5. Terwijl Jozua onder de muren van Jericho ronddwaalt, vol ernstige gedachten over die ontzaglijke onderneming, om die sterke en goed verdedigde stad te veroveren, een onderneming, die in eigen kracht onuitvoerbaar is, staat opeens een tot de strijd toegerust krijgsman voor hem. Deze geeft zich aan Jozua als Vorst over het hemelleger te kennen, en deelt hem mee hoe de stad zal worden ingenomen.
Voorts gebeurde het, toen Jozua, nadat de feestdagen waren voorbijgegaan, en hij zich bezighield met het plan van de verovering van Kanaän, bij Jericho 1)was, dat hij zijn ogen van de grond, waarop hij al peinzende staarde, ophief en zag toe, en ziet, er stond een man tegenover hem, die, behalve dat hij als krijgsman gekleed was, een uitgetrokken zwaard in zijn hand had (Num.22: 23,31). En Jozua, hem werkelijk voor een krijgsman houdende, ging, naderde nog dichter tot hem, en zei tot hem: Zijt gij van ons, van de kinderen van Israël, of van onze vijanden?
Eigenlijk staat er: in Jericho. De betekenis is niet, dat hij werkelijk in de stad was, of onder haar muren stond, maar dat hij als in de geest in of bij Jericho verbleef, nadacht over de beste wijze van haar te kunnen veroveren. Terwijl hij zo peinsde en overwoog, wat hem te doen stond, verschijnt hem de Vorst van het leger van de Heere, om hem te zeggen, op welke wijze de Heere Jericho in zijn handen zal geven.
En hij zei: Nee, Ik behoor noch tot u noch tot uw vijanden, maar ik ben de Vorst van het leger van de HEERE, zowel van het hemelse, de heilige Engelen (Genesis32: 1vv.), als over het aardse, over Mijn volk, de kinderen van Israël (Exod.7: 4,12). Ik ben nu gekomen, om het opperbevel over dit laatste op Mij te nemen! Toen viel Jozua op zijn aangezicht ter aarde en aanbad, en zei tot Hem: Wat spreekt mijn HEERE tot zijn knecht?1) Bemerkte hij nog niet, dat hij in de persoonlijkheid van die raadselachtige krijgsman de Engel van het aangezicht voor hem had, die naar de gedurig herhaalde belofte van de Heere, voor het aangezicht van het volk zou worden heengezonden, en in wie Gods naam zijn zou (Exod.14: 19; 23: 30), zo wist hij toch, dat hier een hemels wezen, een engel voor hem stond.
Er is reden om te geloven, dat Paulus op de goddelijke openbaringen aan de oude kerk het oog heeft, wanneer hij het voorbestaan van Christus met Zijn vorige verschijningen op aarde vergelijkende, Hem de gedaante van God toekent (Fil.2: 6). Deze is de tweede persoon in de gezegende Drie-eenheid, zoals bewezen is: 1e. door Zijn naam “Vorst van het leger van de hemel”; 2e. door de goddelijke eer, die Jozua Hem geeft; 3e. doordat Hij dezelfde hulde eist als de Heere, die aan Mozes in de braambos verscheen; 4e. doordat Hij bepaald Jehova genoemd is in het volgend hoofdstuk.).
Toen zei1) de Vorst van het leger van de HEERE, om zich duidelijker te openbaren, en wel als degene, die eenmaal met Mozes gesproken had uit de brandende braambos (Ex.3: 5), tot Jozua: Trek uw schoenen van uw voeten, want de plaats, waarop gij staat, is om Hem, die gij hier voor u ziet staan, heilig. En Jozua deed dit, tevens zich inwendig voorbereidende, om de verdere openbaringen van de Zoon van God (hoofdstuk 6: 2) te vernemen.
Opdat de verschijning des te meer indruk zou maken en tevens als bewijs van eerbied en vrees beveelt de machtige Engel aan Jozua, om zijn schoenen uit te trekken. Het is een terugslag op hetgeen Mozes bij de berg Sinaï was bevolen, om geen andere reden, dan dat God Zijn glorie daar openbaarde. Want de heiligheid van de ene plaats is niet groter dan die van de andere, hetzij door een bijzonder heilig feit. Zo roept Jakob uit (Genesis28: 17), dat de plaats, waar hij zich nabij God had gekend nl. Bethel, een te vrezen plaats was en de poort van de hemel. Daarom dat deze heilige man bevolen wordt, zijn schoenen uit te trekken, met deze ceremonie legt God hem het geloof in zijn aanwezigheid op en verhoogt Hij het gewicht van de verschijning, niet omdat het ontschoeien van de voeten op zichzelf tot de dienst van God gerekend moet worden, maar omdat door dergelijke hulpmiddelen de zwakheid van de mensen te hulp wordt gekomen, om zich des te beter tot het vereren van God te oefenen en te bereiden. Verder, zoals God de plaatsen, waar Hij verschijnt, door Zijn aanwezigheid heiligt, zo komt het mij waarschijnlijk voor, dat ook door dit gesprek de voortreffelijkheid van het land Kanaän wordt geopenbaard, waarin God Zijn verblijf had gekozen, om daarin zuiver vereerd te worden. Vandaar dat het hier en daar, Zijn rust wordt geroemd (Psalm 95: 11; 132:
.
Aan het einde van het vers wordt de gehoorzaamheid van Jozua geprezen, opdat diens voorbeeld de nakomelingschap zou leren, in dat land heilig de vrees voor God te beoefenen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel