Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Het geschiedde nu, toen al het volk geeindigd had over de Jordaan te trekken, dat de HEERE tot Jozua sprak, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Het geschieddeH1961 nu, toen alH3605 het volkH1471geeindigdH8552 had over de JordaanH3383 te trekkenH5674, datH834 de HEEREH3068totH413JozuaH3091sprakH559, zeggendeH559:Het geschiedde nu, toen al het volk geeindigd had over de Jordaan te trekken, dat de HEERE tot Jozua sprak, zeggende:
KJVAnd it came to pass, when all the people5were clean3passed over6Jordan,8that the LORD10spake9unto Joshua,12saying,
1וַיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כַּאֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3תַּ֣מּוּH8552verteerd, verdaan, geeindigdaccomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole4כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הַגּ֔וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people6לַעֲב֖וֹרH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַיַּרְדֵּ֑ןH3383JordaanJordan9וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12יְהוֹשֻׁ֖עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)13לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
2Neemt gijlieden u twaalf mannen uit het volk, uit elken stam een man.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2NeemtH3947 gijlieden u twaalfH8147mannenH582 uit het volkH5971, uit elken stamH7626eenH259manH376.Neemt gijlieden u twaalf mannen uit het volk, uit elken stam een man.
KJVTake1you twelve5menout of the people,4out of every9tribe12a man,
1קְח֤וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2לָכֶם֙3מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5שְׁנֵ֥יםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two6עָשָׂ֖רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)7אֲנָשִׁ֑יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8אִישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9אֶחָ֥דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,10אִישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11אֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,12מִשָּֽׁבֶטH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
3En gebiedt hun, zeggende: Neemt voor ulieden op, van hier uit het midden van de Jordaan, uit de standplaats van de voeten der priesteren, en bereidt twaalf stenen, en brengt ze met ulieden over, en stelt ze in het nachtleger, waar gij dezen nacht zult vernachten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En gebiedtH6680 hun, zeggendeH559: NeemtH5375 voor ulieden op, van hierH2088 uit het middenH8432 van de JordaanH3383, uit de standplaatsH4673 van de voetenH7272 der priesterenH3548, en bereidtH3559twaalfH8147stenenH68, en brengtH5674 ze metH5973 ulieden over, en steltH3240 ze in het nachtlegerH4411, waarH834 gij dezen nachtH3915 zult vernachtenH3885.En gebiedt hun, zeggende: Neemt voor ulieden op, van hier uit het midden van de Jordaan, uit de standplaats van de voeten der priesteren, en bereidt twaalf stenen, en brengt ze met ulieden over, en stelt ze in het nachtleger, waar gij dezen nacht zult vernachten.
KJVAnd command1ye them, saying,3Take4you hence out of the midst7of Jordan,8out of the place where the priests'11feet10stood9firm,12twelve13stones,15and ye shall carry them over16with you, and leave19them in the lodging place,21where ye shall lodge23this night.
1וְצַוּ֣וּH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2אוֹתָם֮H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3לֵאמֹר֒H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4שְׂאֽוּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield5לָכֶ֨ם6מִזֶּ֜הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)7מִתּ֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)8הַיַּרְדֵּ֗ןH3383JordaanJordan9מִמַּצַּב֙H4673bezetting, standplaats, legergarrison, station, place where...stood10רַגְלֵ֣יH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time11הַכֹּהֲנִ֔יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer12הָכִ֖יןH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed13שְׁתֵּיםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two14עֶשְׂרֵ֣הH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)15אֲבָנִ֑יםH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)16וְהַעֲבַרְתֶּ֤םH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath17אוֹתָם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18עִמָּכֶ֔םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)19וְהִנַּחְתֶּ֣םH3240laten, leide, lietbestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)20אוֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21בַּמָּל֕וֹןH4411herberg, nachtleger, houden vernachtinginn, place where...lodge, lodging (place)22אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection23תָּלִ֥ינוּH3885vernachten, vernacht, vernachttenabide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night)24ב֖וֹ25הַלָּֽיְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)
4Jozua dan riep die twaalf mannen, die hij had doen bestellen van de kinderen Israels, uit elken stam een man.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4JozuaH3091 dan riepH7121 die twaalfH8147mannenH376, dieH834 hij had doen bestellenH3559 van de kinderenH1121IsraelsH3478, uit elken stamH7626eenH259manH376.Jozua dan riep die twaalf mannen, die hij had doen bestellen van de kinderen Israels, uit elken stam een man.
KJVThen Joshua2called1the twelve4men,6whom he had prepared8of the children9of Israel,10out of every12tribe15a man:
1וַיִּקְרָ֣אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2יְהוֹשֻׁ֗עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4שְׁנֵ֤יםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two5הֶֽעָשָׂר֙H6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)6אִ֔ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8הֵכִ֖יןH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed9מִבְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11אִישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)12אֶחָ֥דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,13אִישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)14אֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,15מִשָּֽׁבֶטH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe
5En Jozua zeide tot hen: Gaat over voor de ark des HEEREN, uws Gods, midden in de Jordaan; en heft u een ieder een steen op zijn schouder, naar het getal der stammen van de kinderen Israels;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En JozuaH3091zeideH559 tot hen: Gaat over voorH6440 de arkH727 des HEERENH3068, uws GodsH430, middenH8432 in de JordaanH3383; en heftH7311 u een iederH376 een steenH68opH5921 zijn schouderH7926, naar het getalH4557 der stammenH7626 van de kinderenH1121IsraelsH3478;En Jozua zeide tot hen: Gaat over voor de ark des HEEREN, uws Gods, midden in de Jordaan; en heft u een ieder een steen op zijn schouder, naar het getal der stammen van de kinderen Israels;
KJVAnd Joshua3said1unto them, Pass over4before5the ark6of the LORD7your God8into the midst10of Jordan,11and take ye up12every16man14of you a stone15upon his shoulder,18according unto the number19of the tribes20of the children21of Israel:
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָהֶם֙3יְהוֹשֻׁ֔עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)4עִ֠בְרוּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath5לִפְנֵ֨יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6אֲר֧וֹןH727ark, kistark, chest, coffin7יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֱלֹֽהֵיכֶ֖םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10תּ֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)11הַיַּרְדֵּ֑ןH3383JordaanJordan12וְהָרִ֨ימוּH7311verhoogd, verhogen, offerenbring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms13לָכֶ֜ם14אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)15אֶ֤בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)16אַחַת֙H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,17עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18שִׁכְמ֔וֹH7926schouder, schouderen, Sichemback, [idiom] consent, portion, shoulder19לְמִסְפַּ֖רH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time20שִׁבְטֵ֥יH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe21בְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth22יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
6Opdat dit een teken zij onder ulieden; wanneer uw kinderen morgen vragen zullen, zeggende: Wat zijn u deze stenen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6OpdatH4616 dit een tekenH226zijH1961 onder ulieden; wanneer uw kinderenH1121morgenH4279vragenH7592 zullen, zeggendeH559: WatH4100 zijn u deze stenenH68?Opdat dit een teken zij onder ulieden; wanneer uw kinderen morgen vragen zullen, zeggende: Wat zijn u deze stenen?
KJVThat this may be a sign4among5you, that when your children8ask7their fathers in time to come,9saying,10What mean ye by these stones?
7Zo zult gij tot hen zeggen: Omdat de wateren van de Jordaan zijn afgesneden geweest voor de ark des verbonds des HEEREN; als zij toog door de Jordaan, werden de wateren van de Jordaan afgesneden; zo zullen deze stenen den kinderen Israels ter gedachtenis zijn tot in eeuwigheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Zo zult gij tot hen zeggenH559: Omdat de waterenH4325 van de JordaanH3383 zijn afgesnedenH3772 geweest voorH6440 de arkH727 des verbondsH1285 des HEERENH3068; als zij toogH5674 door de JordaanH3383, werden de waterenH4325 van de JordaanH3383afgesnedenH3772; zo zullen dezeH428stenenH68 den kinderenH1121IsraelsH3478 ter gedachtenisH2146 zijn totH5704 in eeuwigheidH5769.Zo zult gij tot hen zeggen: Omdat de wateren van de Jordaan zijn afgesneden geweest voor de ark des verbonds des HEEREN; als zij toog door de Jordaan, werden de wateren van de Jordaan afgesneden; zo zullen deze stenen den kinderen Israels ter gedachtenis zijn tot in eeuwigheid.
KJVThen ye shall answer1them, That the waters5of Jordan6were cut off4before7the ark8of the covenant9of the LORD;10when it passed over11Jordan,12the waters14of Jordan15were cut off:13and these stones17shall be for a memorial19unto the children20of Israel21for22ever.
1וַאֲמַרְתֶּ֣םH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָהֶ֗ם3אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4נִכְרְת֜וּH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want5מֵימֵ֤יH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))6הַיַּרְדֵּן֙H3383JordaanJordan7מִפְּנֵי֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8אֲר֣וֹןH727ark, kistark, chest, coffin9בְּרִיתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league10יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11בְּעָבְרוֹ֙H5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath12בַּיַּרְדֵּ֔ןH3383JordaanJordan13נִכְרְת֖וּH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want14מֵ֣יH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))15הַיַּרְדֵּ֑ןH3383JordaanJordan16וְ֠הָיוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use17הָאֲבָנִ֨יםH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)18הָאֵ֧לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)19לְזִכָּר֛וֹןH2146gedachtenis, gedachtenissen, gedenktekenmemorial, record20לִבְנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth21יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael22עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet23עוֹלָֽםH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
8De kinderen Israels nu deden alzo, gelijk als Jozua geboden had; en zij namen twaalf stenen op midden uit de Jordaan, gelijk als de HEERE tot Jozua gesproken had, naar het getal der stammen van de kinderen Israels; en zij brachten ze met zich over naar het nachtleger, en stelden ze aldaar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8De kinderenH1121IsraelsH3478 nu dedenH6213alzoH3651, gelijk als JozuaH3091gebodenH6680 had; en zij namenH5375twaalfH8147stenenH68 op middenH8432 uit de JordaanH3383, gelijk als de HEEREH3068totH413JozuaH3091gesprokenH1696 had, naar het getalH4557 der stammenH7626 van de kinderenH1121IsraelsH3478; en zij brachtenH5674 ze metH5973 zich over naarH413 het nachtlegerH4411, en steldenH3240 ze aldaarH8033.De kinderen Israels nu deden alzo, gelijk als Jozua geboden had; en zij namen twaalf stenen op midden uit de Jordaan, gelijk als de HEERE tot Jozua gesproken had, naar het getal der stammen van de kinderen Israels; en zij brachten ze met zich over naar het nachtleger, en stelden ze aldaar.
KJVAnd the children3of Israel4did1so as Joshua7commanded,6and took up8twelve9stones11out of the midst12of Jordan,13as the LORD16spake15unto Joshua,18according to the number19of the tribes20of the children21of Israel,22and carried them over23with them unto the place where they lodged,26and laid them down
1וַיַּעֲשׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2כֵ֣ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you3בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֘לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5כַּאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6צִוָּ֣הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order7יְהוֹשֻׁעַ֒H3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)8וַיִּשְׂא֡וּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield9שְׁתֵּֽיH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two10עֶשְׂרֵ֨הH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)11אֲבָנִ֜יםH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)12מִתּ֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)13הַיַּרְדֵּ֗ןH3383JordaanJordan14כַּאֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15דִּבֶּ֤רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work16יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18יְהוֹשֻׁ֔עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)19לְמִסְפַּ֖רH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time20שִׁבְטֵ֣יH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe21בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth22יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael23וַיַּעֲבִר֤וּםH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath24עִמָּם֙H5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)25אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)26הַמָּל֔וֹןH4411herberg, nachtleger, houden vernachtinginn, place where...lodge, lodging (place)27וַיַּנִּח֖וּםH3240laten, leide, lietbestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)28שָֽׁםH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
9Jozua richtte ook twaalf stenen op, midden in de Jordaan, ter standplaats van de voeten der priesteren, die de ark des verbonds droegen; en zij zijn daar tot op dezen dag.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9JozuaH3091richtteH6965 ook twaalfH8147stenenH68 op, middenH8432 in de JordaanH3383, ter standplaatsH4673 van de voetenH7272 der priesterenH3548, die de arkH727 des verbondsH1285droegenH5375; en zij zijn daarH8033totH5704 op dezenH2088dagH3117.Jozua richtte ook twaalf stenen op, midden in de Jordaan, ter standplaats van de voeten der priesteren, die de ark des verbonds droegen; en zij zijn daar tot op dezen dag.
KJVAnd Joshua5set up4twelve1stones3in the midst6of Jordan,7in the place where the feet10of the priests11which bare12the ark13of the covenant14stood:9and they are there unto this day.
1וּשְׁתֵּ֧יםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two2עֶשְׂרֵ֣הH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)3אֲבָנִ֗יםH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)4הֵקִ֣יםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)5יְהוֹשֻׁעַ֮H3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)6בְּת֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)7הַיַּרְדֵּן֒H3383JordaanJordan8תַּ֗חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with9מַצַּב֙H4673bezetting, standplaats, legergarrison, station, place where...stood10רַגְלֵ֣יH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time11הַכֹּהֲנִ֔יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer12נֹשְׂאֵ֖יH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield13אֲר֣וֹןH727ark, kistark, chest, coffin14הַבְּרִ֑יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league15וַיִּ֣הְיוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use16שָׁ֔םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither17עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet18הַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger19הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
10De priesters nu, die de ark droegen, stonden midden in de Jordaan, totdat alle ding volbracht was, hetwelk de HEERE Jozua geboden had het volk aan te zeggen, naar al wat Mozes Jozua geboden had. En het volk haastte, en het trok over.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10De priestersH3548 nu, die de arkH727droegenH5375, stondenH5975middenH8432 in de JordaanH3383, totdatH5704alleH3605dingH1697volbrachtH8552 was, hetwelkH834 de HEEREH3068JozuaH3091gebodenH6680 had het volkH5971 aan te zeggenH1696, naarH413alH3605watH834MozesH4872JozuaH3091gebodenH6680 had. En het volkH5971haastteH4116, en het trokH5674 over.De priesters nu, die de ark droegen, stonden midden in de Jordaan, totdat alle ding volbracht was, hetwelk de HEERE Jozua geboden had het volk aan te zeggen, naar al wat Mozes Jozua geboden had. En het volk haastte, en het trok over.
KJVFor the priests1which bare2the ark3stood4in the midst5of Jordan,6until every thing10was finished8that the LORD13commanded12Joshua15to speak16unto the people,18according to all that Moses22commanded21Joshua:24and the people26hasted25and passed over.
1וְהַכֹּהֲנִ֞יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer2נֹשְׂאֵ֣יH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield3הָאָר֗וֹןH727ark, kistark, chest, coffin4עֹמְדִים֮H5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry5בְּת֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)6הַיַּרְדֵּן֒H3383JordaanJordan7עַ֣דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet8תֹּ֣םH8552verteerd, verdaan, geeindigdaccomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole9כָּֽלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הַ֠דָּבָרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12צִוָּ֨הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order13יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15יְהוֹשֻׁ֨עַ֙H3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)16לְדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work17אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people19כְּכֹ֛לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)20אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection21צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order22מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses23אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24יְהוֹשֻׁ֑עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)25וַיְמַהֲר֥וּH4116haastte, haast, haastenbe carried headlong, fearful, (cause to make, in, make) haste(-n, -ily), (be) hasty, (fetch, make ready) [idiom] quickly, rash, [idiom] shortly, (be so) [idiom] soon, make speed, [idiom] speedily, [idiom] straightway, [idiom] suddenly, swift26הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people27וַֽיַּעֲבֹֽרוּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath
11En het geschiedde, als al het volk geeindigd had over te gaan, toen ging de ark des HEEREN over, en de priesters voor het aangezicht des volks.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En het geschieddeH1961, als alH3605 het volkH5971geeindigdH8552 had over te gaan, toen gingH5674 de arkH727 des HEERENH3068 over, en de priestersH3548 voor het aangezichtH6440 des volksH5971.En het geschiedde, als al het volk geeindigd had over te gaan, toen ging de ark des HEEREN over, en de priesters voor het aangezicht des volks.
KJVAnd it came to pass, when all the people5were clean3passed over,6that the ark8of the LORD9passed over,7and the priests,10in the presence11of the people.
1וַיְהִ֛יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כַּֽאֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3תַּ֥םH8552verteerd, verdaan, geeindigdaccomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6לַֽעֲב֑וֹרH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath7וַיַּעֲבֹ֧רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath8אֲרוֹןH727ark, kistark, chest, coffin9יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10וְהַכֹּהֲנִ֖יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer11לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12הָעָֽםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
12En de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, mitsgaders de halve stam van Manasse, trokken gewapend voor het aangezicht der kinderen Israels, gelijk als Mozes tot hen gesproken had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En de kinderenH1121 van RubenH7205, en de kinderenH1121 van GadH1410, mitsgaders de halveH2677stamH7626 van ManasseH4519, trokkenH5674gewapendH2571 voor het aangezichtH6440 der kinderenH1121IsraelsH3478, gelijk als MozesH4872totH413 hen gesprokenH1696 had.En de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, mitsgaders de halve stam van Manasse, trokken gewapend voor het aangezicht der kinderen Israels, gelijk als Mozes tot hen gesproken had.
KJVAnd the children2of Reuben,3and the children4of Gad,5and half6the tribe7of Manasseh,8passed over1armed9before10the children11of Israel,12as Moses16spake
1וַ֠יַּעַבְרוּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath2בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3רְאוּבֵ֨ןH7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben4וּבְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5גָ֜דH1410GadGad6וַחֲצִ֨יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts7שֵׁ֤בֶטH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe8הַֽמְנַשֶּׁה֙H4519ManasseManasseh9חֲמֻשִׁ֔יםH2571gewapend, schildwachten, vijvenarmed (men), harnessed10לִפְנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14דִּבֶּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work15אֲלֵיהֶ֖םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
13Omtrent veertig duizend toegeruste krijgsmannen trokken er voor het aangezicht des HEEREN ten strijde, naar de vlakke velden van Jericho.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Omtrent veertigH705duizendH505toegerusteH2502krijgsmannenH6635trokkenH5674 er voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068 ten strijdeH4421, naarH413 de vlakke veldenH6160 van JerichoH3405.Omtrent veertig duizend toegeruste krijgsmannen trokken er voor het aangezicht des HEEREN ten strijde, naar de vlakke velden van Jericho.
KJVAbout forty1thousand2prepared3for war4passed over5before6the LORD7unto battle,8to the plains10of Jericho.
1כְּאַרְבָּעִ֥יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty2אֶ֖לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand3חֲלוּצֵ֣יH2502toegerust, toegerusten, bevrijdarm (self), (go, ready) armed ([idiom] man, soldier), deliver, draw out, make fat, loose, (ready) prepared, put off, take away, withdraw self4הַצָּבָ֑אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)5עָבְר֞וּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath6לִפְנֵ֤יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8לַמִּלְחָמָ֔הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)9אֶ֖לH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10עַֽרְב֥וֹתH6160vlakke velden, vlakke veld, wildernisArabah, champaign, desert, evening, heaven, plain, wilderness. See also H1026 (בֵּית הָעֲרָבָה)11יְרִיחֽוֹH3405JerichoJericho
14Te dienzelven dage maakte de HEERE Jozua groot voor de ogen van het ganse Israel; en zij vreesden hem, gelijk als zij Mozes gevreesd hadden, al de dagen zijns levens.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Te dienzelven dageH3117 maakte de HEEREH3068JozuaH3091grootH1431 voor de ogenH5869 van het ganseH3605IsraelH3478; en zij vreesdenH3372 hem, gelijk als zij MozesH4872gevreesdH3372 hadden, alH3605 de dagenH3117 zijns levensH2416.Te dienzelven dage maakte de HEERE Jozua groot voor de ogen van het ganse Israel; en zij vreesden hem, gelijk als zij Mozes gevreesd hadden, al de dagen zijns levens.
KJVOn that day1the LORD4magnified3Joshua6in the sight7of all Israel;9and they feared10him, as they feared13Moses,15all the days17of his life.
1בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2הַה֗וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who3גִּדַּ֤לH1431groot, groter, maaktadvance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower4יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6יְהוֹשֻׁ֔עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)7בְּעֵינֵ֖יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10וַיִּֽרְא֣וּH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)11אֹת֔וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13יָרְא֥וּH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses16כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17יְמֵ֥יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger18חַיָּֽיוH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15De HEEREH3068 dan sprakH559totH413JozuaH3091, zeggendeH559:De HEERE dan sprak tot Jozua, zeggende:
16Gebied den priesteren, die de ark der getuigenis dragen, dat zij uit de Jordaan opklimmen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16GebiedH6680 den priesterenH3548, die de arkH727 der getuigenisH5715dragenH5375, dat zij uitH4480 de JordaanH3383opklimmenH5927.Gebied den priesteren, die de ark der getuigenis dragen, dat zij uit de Jordaan opklimmen.
KJVCommand1the priests3that bear4the ark5of the testimony,6that they come up7out of Jordan.
1צַוֵּה֙H6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַכֹּ֣הֲנִ֔יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer4נֹשְׂאֵ֖יH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield5אֲר֣וֹןH727ark, kistark, chest, coffin6הָעֵד֑וּתH5715getuigenis, getuigenissentestimony, witness7וְיַעֲל֖וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work8מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with9הַיַּרְדֵּֽןH3383JordaanJordan
17Toen gebood Jozua den priesteren, zeggende: Klimt op uit de Jordaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Toen geboodH6680JozuaH3091 den priesterenH3548, zeggendeH559: KlimtH5927 op uitH4480 de JordaanH3383.Toen gebood Jozua den priesteren, zeggende: Klimt op uit de Jordaan.
KJVJoshua2therefore commanded1the priests,4saying,5Come ye up6out of Jordan.
1וַיְצַ֣וH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2יְהוֹשֻׁ֔עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַכֹּהֲנִ֖יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer5לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6עֲל֖וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work7מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with8הַיַּרְדֵּֽןH3383JordaanJordan
18En het geschiedde, toen de priesters, die de ark des verbonds des HEEREN droegen, uit het midden van de Jordaan opgeklommen waren, en de voetzolen der priesteren afgetrokken waren tot op het droge; zo keerden de wateren van de Jordaan weder in hun plaats, en gingen als gisteren en eergisteren aan al haar oevers.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En het geschiedde, toen de priestersH3548, die de arkH727 des verbondsH1285 des HEERENH3068droegenH5375, uit het middenH8432 van de JordaanH3383opgeklommenH5927warenH1961, en de voetzolenH3709 der priesterenH3548afgetrokkenH5423 waren totH413opH5921 het drogeH2724; zo keerdenH7725 de waterenH4325 van de JordaanH3383 weder in hun plaatsH4725, en gingenH3212 als gisterenH8543 en eergisterenH8032 aan alH3605 haar oeversH1415.En het geschiedde, toen de priesters, die de ark des verbonds des HEEREN droegen, uit het midden van de Jordaan opgeklommen waren, en de voetzolen der priesteren afgetrokken waren tot op het droge; zo keerden de wateren van de Jordaan weder in hun plaats, en gingen als gisteren en eergisteren aan al haar oevers.
KJVAnd it came to pass, when the priests3that bare4the ark5of the covenant6of the LORD7were come up2out of the midst8of Jordan,9and the soles11of the priests'13feet12were lifted up10unto the dry land,15that the waters17of Jordan18returned16unto their place,19and flowed20over all his banks,25as21they did before.
1וַ֠יְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כַּעֲל֨וֹתH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work3הַכֹּהֲנִ֜יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer4נֹשְׂאֵ֨יH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield5אֲר֤וֹןH727ark, kistark, chest, coffin6בְּרִיתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league7יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8מִתּ֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)9הַיַּרְדֵּ֔ןH3383JordaanJordan10נִתְּק֗וּH5423afgetrokken, verscheurd, verscheurenbreak (off), burst, draw (away), lift up, pluck (away, off), pull (out), root out11כַּפּוֹת֙H3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon12רַגְלֵ֣יH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time13הַכֹּהֲנִ֔יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer14אֶ֖לH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15הֶחָרָבָ֑הH2724droge, droog, droogtedry (ground, land)16וַיָּשֻׁ֤בוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw17מֵֽיH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))18הַיַּרְדֵּן֙H3383JordaanJordan19לִמְקוֹמָ֔םH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)20וַיֵּלְכ֥וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak21כִתְמוֹלH8543gisteren, voren, eergisteren[phrase] before (-time), [phrase] these (three) days, [phrase] heretofore, [phrase] time past, yesterday22שִׁלְשׁ֖וֹםH8032eergisteren, gisteren, voren[phrase] before (that time, -time), excellent things (from the margin), [phrase] heretofore, three days, [phrase] time past23עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with24כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)25גְּדוֹתָֽיוH1415oeversbank
19Het volk nu was den tiende der eerste maand uit de Jordaan opgeklommen; en zij legerden zich te Gilgal, aan het oosteinde van Jericho.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Het volkH5971 nu was den tiende der eersteH7223maandH2320uitH4480 de JordaanH3383opgeklommenH5927; en zij legerdenH2583 zich te GilgalH1537, aan het oosteindeH4217 van JerichoH3405.Het volk nu was den tiende der eerste maand uit de Jordaan opgeklommen; en zij legerden zich te Gilgal, aan het oosteinde van Jericho.
Ook in dit vers
tiendenH6218
KJVAnd the people1came up2out of Jordan4on the tenth5day of the first7month,6and encamped8in Gilgal,9in the east11border10of Jericho.
1וְהָעָ֗םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people2עָלוּ֙H5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work3מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4הַיַּרְדֵּ֔ןH3383JordaanJordan5בֶּעָשׂ֖וֹרH6218tienden, tiensnarig instrument, tien(instrument of) ten (strings, -th)6לַחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon7הָרִאשׁ֑וֹןH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past8וַֽיַּחֲנוּ֙H2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent9בַּגִּלְגָּ֔לH1537GilgalGilgal. See also H1019 (בֵּית הַגִּלְגָּל)10בִּקְצֵ֖הH7097einde, uiterste, deel[idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part)11מִזְרַ֥חH4217oosten, opgang, oostwaartseast (side, -ward), (sun-) rising (of the sun)12יְרִיחֽוֹH3405JerichoJericho
20En Jozua richtte die twaalf stenen te Gilgal op, die zij uit de Jordaan genomen hadden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En JozuaH3091richtteH6965 die twaalfH8147stenenH68 te GilgalH1537 op, die zij uitH4480 de JordaanH3383genomenH3947 hadden.En Jozua richtte die twaalf stenen te Gilgal op, die zij uit de Jordaan genomen hadden.
KJVAnd those twelve2stones,4which they took out7of Jordan,9did Joshua11pitch10in Gilgal.
1וְאֵת֩H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2שְׁתֵּ֨יםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two3עֶשְׂרֵ֤הH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)4הָֽאֲבָנִים֙H68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)5הָאֵ֔לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)6אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7לָקְח֖וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win8מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with9הַיַּרְדֵּ֑ןH3383JordaanJordan10הֵקִ֥יםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)11יְהוֹשֻׁ֖עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)12בַּגִּלְגָּֽלH1537GilgalGilgal. See also H1019 (בֵּית הַגִּלְגָּל)
21En hij sprak tot de kinderen Israels, zeggende: Wanneer uw kinderen morgen hun vaderen vragen zullen, zeggende: Wat zijn deze stenen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En hij sprakH559totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478, zeggendeH559: Wanneer uw kinderenH1121morgenH4279 hun vaderenH1vragenH7592 zullen, zeggendeH559: Wat zijn dezeH428stenenH68?En hij sprak tot de kinderen Israels, zeggende: Wanneer uw kinderen morgen hun vaderen vragen zullen, zeggende: Wat zijn deze stenen?
KJVAnd he spake1unto the children3of Israel,4saying,5When your children8shall ask7their fathers11in time to come,9saying,12What mean these stones?
1וַיֹּ֛אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7יִשְׁאָל֨וּןH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish8בְּנֵיכֶ֤םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9מָחָר֙H4279morgen, Morgentime to come, tomorrow10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11אֲבוֹתָ֣םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'12לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13מָ֖הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why14הָאֲבָנִ֥יםH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)15הָאֵֽלֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
22Zo zult gij het uw kinderen te kennen geven, zeggende: Op het droge is Israel door deze Jordaan gegaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Zo zult gij het uw kinderenH1121 te kennenH3045 geven, zeggendeH559: Op het drogeH3004 is IsraelH3478 door dezeH2088JordaanH3383gegaanH5674.Zo zult gij het uw kinderen te kennen geven, zeggende: Op het droge is Israel door deze Jordaan gegaan.
KJVThen ye shall let your children3know,1saying,4Israel7came over6this Jordan9on dry land.
1וְהוֹדַעְתֶּ֖םH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בְּנֵיכֶ֣םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5בַּיַּבָּשָׁה֙H3004drogedry (ground, land)6עָבַ֣רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath7יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַיַּרְדֵּ֖ןH3383JordaanJordan10הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
23Want de HEERE, uw God, heeft de wateren van de Jordaan voor uw aangezichten doen uitdrogen, totdat gijlieden er waart doorgegaan; gelijk als de HEERE, uw God, aan de Schelfzee gedaan heeft, die Hij voor ons aangezicht heeft doen uitdrogen, totdat wij daardoor gegaan waren;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Want de HEEREH3068, uw GodH430, heeft de waterenH4325 van de JordaanH3383 voor uw aangezichtenH6440 doen uitdrogenH3001, totdatH5704 gijlieden er waart doorgegaanH5674; gelijk als de HEEREH3068, uw GodH430, aan de SchelfzeeH5488 gedaan heeft, dieH834 Hij voor ons aangezichtH6440 heeft doen uitdrogenH3001, totdat wij daardoor gegaan waren;Want de HEERE, uw God, heeft de wateren van de Jordaan voor uw aangezichten doen uitdrogen, totdat gijlieden er waart doorgegaan; gelijk als de HEERE, uw God, aan de Schelfzee gedaan heeft, die Hij voor ons aangezicht heeft doen uitdrogen, totdat wij daardoor gegaan waren;
KJVFor the LORD3your God4dried up2the waters6of Jordan7from before8you, until ye were passed over,10as the LORD13your God14did12to the Red16sea,15which he dried up18from before19us, until we were gone over:
1אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection2הוֹבִישׁ֩H3001beschaamd, verdord, verdrogenbe ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away)3יְהוָ֨הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֱלֹהֵיכֶ֜םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מֵ֧יH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))7הַיַּרְדֵּ֛ןH3383JordaanJordan8מִפְּנֵיכֶ֖םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9עַֽדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10עָבְרְכֶ֑םH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath11כַּאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12עָשָׂה֩H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13יְהוָ֨הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֱלֹהֵיכֶ֧םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15לְיַםH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)16ס֛וּףH5488Schelfzee, biezen, Sufflag, Red (sea), weed. Compare H5489 (סוּף)17אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18הוֹבִ֥ישׁH3001beschaamd, verdord, verdrogenbe ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away)19מִפָּנֵ֖ינוּH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you20עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet21עָבְרֵֽנוּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath
24Opdat alle volken der aarde de hand des HEEREN kennen zouden, dat zij sterk is; opdat gijlieden den HEERE, uw God, vrezet te allen dage.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Opdat alleH3605volkenH5971 der aardeH776 de handH3027 des HEERENH3068kennenH3045 zouden, dat zijH1931sterkH2389 is; opdatH4616 gijlieden den HEEREH3068, uw GodH430, vrezetH3372 te allenH3605dageH3117.Opdat alle volken der aarde de hand des HEEREN kennen zouden, dat zij sterk is; opdat gijlieden den HEERE, uw God, vrezet te allen dage.
KJVThat all the people4of the earth5might know2the hand7of the LORD,8that it is mighty:10that ye might fear13the LORD15your God16for ever.
1לְ֠מַעַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to2דַּ֜עַתH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4עַמֵּ֤יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5הָאָ֨רֶץ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7יַ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10חֲזָקָ֖הH2389sterke, sterk, sterkenharder, hottest, [phrase] impudent, loud, mighty, sore, stiff(-hearted), strong(-er)11הִ֑יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who12לְמַ֧עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to13יְרָאתֶ֛םH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16אֱלֹהֵיכֶ֖םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty17כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18הַיָּמִֽיםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jozua 4:1— Het geschiedde nu, toen al het volk geeindigd had over de Jordaan te trekken, dat de HEERE tot Jozua sprak, zeggende:Jozua 3:17→Deuteronomium 27:2→
Jozua 4:2— Neemt gijlieden u twaalf mannen uit het volk, uit elken stam een man.Jozua 3:12→Numeri 1:4→1 Koningen 18:31→Numeri 34:18→Deuteronomium 1:23→Numeri 13:2→Mattheüs 10:1→
Jozua 4:3— En gebiedt hun, zeggende: Neemt voor ulieden op, van hier uit het midden van de Jordaan, uit de standplaats van de voeten der priesteren, en bereidt twaalf stenen, en brengt ze met ulieden over, en stelt ze in het nachtleger, waar gij dezen nacht zult vernachten.Jozua 4:19→Jozua 4:8→Jozua 3:13→Genesis 28:22→Deuteronomium 27:1→Jozua 24:27→Psalmen 11:4→Lukas 19:40→
Jozua 4:4— Jozua dan riep die twaalf mannen, die hij had doen bestellen van de kinderen Israels, uit elken stam een man.Markus 3:14→Jozua 4:2→
Jozua 4:6— Opdat dit een teken zij onder ulieden; wanneer uw kinderen morgen vragen zullen, zeggende: Wat zijn u deze stenen?Exodus 13:14→Jozua 4:21→Deuteronomium 11:19→Jesaja 55:13→Handelingen 2:39→Jozua 22:27→Psalmen 78:3→Deuteronomium 6:20→
Jozua 4:7— Zo zult gij tot hen zeggen: Omdat de wateren van de Jordaan zijn afgesneden geweest voor de ark des verbonds des HEEREN; als zij toog door de Jordaan, werden de wateren van de Jordaan afgesneden; zo zullen deze stenen den kinderen Israels ter gedachtenis zijn tot in eeuwigheid.Exodus 12:14→Numeri 16:40→Jozua 3:13→Exodus 28:12→Exodus 30:16→Jozua 4:6→Psalmen 111:4→1 Korinthe 11:24→
Jozua 4:8— De kinderen Israels nu deden alzo, gelijk als Jozua geboden had; en zij namen twaalf stenen op midden uit de Jordaan, gelijk als de HEERE tot Jozua gesproken had, naar het getal der stammen van de kinderen Israels; en zij brachten ze met zich over naar het nachtleger, en stelden ze aldaar.Jozua 4:2→Jozua 4:20→Jozua 1:16→
Jozua 4:9— Jozua richtte ook twaalf stenen op, midden in de Jordaan, ter standplaats van de voeten der priesteren, die de ark des verbonds droegen; en zij zijn daar tot op dezen dag.1 Samuël 7:12→Genesis 28:18→Deuteronomium 34:6→Genesis 26:33→Richteren 1:26→Jozua 24:26→2 Kronieken 5:9→1 Samuël 30:25→
Jozua 4:10— De priesters nu, die de ark droegen, stonden midden in de Jordaan, totdat alle ding volbracht was, hetwelk de HEERE Jozua geboden had het volk aan te zeggen, naar al wat Mozes Jozua geboden had. En het volk haastte, en het trok over.Jozua 3:13→2 Korinthe 6:2→Spreuken 27:1→Jesaja 28:16→Deuteronomium 31:9→Jozua 3:16→Exodus 12:39→Prediker 9:10→
Jozua 4:11— En het geschiedde, als al het volk geeindigd had over te gaan, toen ging de ark des HEEREN over, en de priesters voor het aangezicht des volks.Jozua 3:8→Jozua 3:17→Jozua 4:18→
Jozua 4:12— En de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, mitsgaders de halve stam van Manasse, trokken gewapend voor het aangezicht der kinderen Israels, gelijk als Mozes tot hen gesproken had.Jozua 1:14→Numeri 32:20→
Jozua 4:13— Omtrent veertig duizend toegeruste krijgsmannen trokken er voor het aangezicht des HEEREN ten strijde, naar de vlakke velden van Jericho.Jeremia 39:5→Efeze 6:11→Jeremia 52:8→2 Koningen 25:5→Jozua 5:10→
Jozua 4:14— Te dienzelven dage maakte de HEERE Jozua groot voor de ogen van het ganse Israel; en zij vreesden hem, gelijk als zij Mozes gevreesd hadden, al de dagen zijns levens.Jozua 3:7→1 Koningen 3:28→Romeinen 13:4→Jozua 1:16→1 Korinthe 10:2→Spreuken 24:21→1 Samuël 12:18→Exodus 14:31→
Jozua 4:16— Gebied den priesteren, die de ark der getuigenis dragen, dat zij uit de Jordaan opklimmen.Jozua 3:3→Exodus 25:16→Openbaring 11:19→
Jozua 4:17— Toen gebood Jozua den priesteren, zeggende: Klimt op uit de Jordaan.Genesis 8:16→Daniël 3:26→Handelingen 16:23→Handelingen 16:35→
Jozua 4:18— En het geschiedde, toen de priesters, die de ark des verbonds des HEEREN droegen, uit het midden van de Jordaan opgeklommen waren, en de voetzolen der priesteren afgetrokken waren tot op het droge; zo keerden de wateren van de Jordaan weder in hun plaats, en gingen als gisteren en eergisteren aan al haar oevers.Jozua 3:15→1 Kronieken 12:15→Exodus 14:26→Jozua 3:13→Jesaja 8:8→
Jozua 4:19— Het volk nu was den tiende der eerste maand uit de Jordaan opgeklommen; en zij legerden zich te Gilgal, aan het oosteinde van Jericho.Jozua 5:9→Micha 6:5→Exodus 12:2→1 Samuël 15:33→1 Samuël 11:14→Jozua 15:7→Jozua 10:43→Amos 4:4→
Jozua 4:20— En Jozua richtte die twaalf stenen te Gilgal op, die zij uit de Jordaan genomen hadden.Jozua 4:3→Jozua 4:8→
Jozua 4:21— En hij sprak tot de kinderen Israels, zeggende: Wanneer uw kinderen morgen hun vaderen vragen zullen, zeggende: Wat zijn deze stenen?Jozua 4:6→Psalmen 145:4→Psalmen 105:2→
Jozua 4:22— Zo zult gij het uw kinderen te kennen geven, zeggende: Op het droge is Israel door deze Jordaan gegaan.Jozua 3:17→Openbaring 16:12→Exodus 14:29→Psalmen 66:5→Jesaja 51:10→Exodus 15:19→Jesaja 11:15→Jesaja 44:27→
Jozua 4:23— Want de HEERE, uw God, heeft de wateren van de Jordaan voor uw aangezichten doen uitdrogen, totdat gijlieden er waart doorgegaan; gelijk als de HEERE, uw God, aan de Schelfzee gedaan heeft, die Hij voor ons aangezicht heeft doen uitdrogen, totdat wij daardoor gegaan waren;Exodus 14:21→Jesaja 63:12→Psalmen 77:16→Nehemia 9:11→Jesaja 43:16→Psalmen 78:13→
Jozua 4:24— Opdat alle volken der aarde de hand des HEEREN kennen zouden, dat zij sterk is; opdat gijlieden den HEERE, uw God, vrezet te allen dage.Exodus 14:31→Psalmen 89:13→Exodus 15:16→Psalmen 106:8→1 Kronieken 29:12→2 Koningen 19:19→1 Koningen 8:42→Deuteronomium 6:2→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jozua 4 vers 1— Het geschiedde nu, toen al het volk geeindigd had over de Jordaan te trekken, dat de HEERE tot Jozua sprak, zeggende:
sprak,
Breder verklarende den last, dien Hij hem gegeven had, boven, Joz. 3:12.
Hertaald:sprak,
Nadere verklaring van de opdracht die Hij hem gegeven had, hierboven, Joz. 3:12.
Jozua 4 vers 2— Neemt gijlieden u twaalf mannen uit het volk, uit elken stam een man.
uit elken stam een man
Hebreeuws, een man, een man uit den stam; gelijk vs.4.
Hertaald:uit elken stam een man
Hebreeuws: een man, een man uit de stam; zoals in vers 4.
Jozua 4 vers 3— En gebiedt hun, zeggende: Neemt voor ulieden op, van hier uit het midden van de Jordaan, uit de standplaats van de voeten der priesteren, en bereidt twaalf stenen, en brengt ze met ulieden over, en stelt ze in het nachtleger, waar gij dezen nacht zult vernachten.
in het nachtleger,
Te weten, te Gilgal; gelijk blijkt onder, vs.19,20.
Hertaald:in het nachtleger,
Namelijk: te Gilgal; zoals blijkt uit vers 19 en 20 hieronder.
Jozua 4 vers 6— Opdat dit een teken zij onder ulieden; wanneer uw kinderen morgen vragen zullen, zeggende: Wat zijn u deze stenen?
teken zij onder ulieden;
Dat is, een gedenkteken. vs.7 wordt het een gedachtenis genoemd.
Hertaald:teken zij onder ulieden;
Dat is: een gedenkteken. In vers 7 wordt het een gedachtenis genoemd.
morgen vragen zullen,
Zie Gen. 30:33; Ex. 13:14; Deut. 6:20.
Hertaald:morgen vragen zullen,
Zie Gen. 30:33; Ex. 13:14; Deut. 6:20.
Wat zijn u deze stenen?
Dat is, waartoe dienen deze stenen? of, wat hebben zij te beduiden? Alzo ook vs.21. Zie Ex. 12:26.
Hertaald:Wat zijn u deze stenen?
Dat is: waartoe dienen deze stenen? Of: wat betekenen zij? Zo ook in vers 21. Zie Ex. 12:26.
Jozua 4 vers 7— Zo zult gij tot hen zeggen: Omdat de wateren van de Jordaan zijn afgesneden geweest voor de ark des verbonds des HEEREN; als zij toog door de Jordaan, werden de wateren van de Jordaan afgesneden; zo zullen deze stenen den kinderen Israels ter gedachtenis zijn tot in eeuwigheid.
afgesneden geweest
Dat is, verdeeld. Zie Joz. 3:16.
Hertaald:afgesneden geweest
Dat is: verdeeld. Zie Joz. 3:16.
in eeuwigheid
Zie Gen. 13:15.
Hertaald:in eeuwigheid
Zie Gen. 13:15.
Jozua 4 vers 8— De kinderen Israels nu deden alzo, gelijk als Jozua geboden had; en zij namen twaalf stenen op midden uit de Jordaan, gelijk als de HEERE tot Jozua gesproken had, naar het getal der stammen van de kinderen Israels; en zij brachten ze met zich over naar het nachtleger, en stelden ze aldaar.
het nachtleger,
Zie boven, vs.3.
Hertaald:het nachtleger,
Zie hierboven, vers 3.
Jozua 4 vers 10— De priesters nu, die de ark droegen, stonden midden in de Jordaan, totdat alle ding volbracht was, hetwelk de HEERE Jozua geboden had het volk aan te zeggen, naar al wat Mozes Jozua geboden had. En het volk haastte, en het trok over.
naar al wat Mozes Jozua geboden had
Zie Num. 27:21.
Hertaald:naar al wat Mozes Jozua geboden had
Zie Num. 27:21.
Jozua 4 vers 11— En het geschiedde, als al het volk geeindigd had over te gaan, toen ging de ark des HEEREN over, en de priesters voor het aangezicht des volks.
voor het aangezicht des volks
Dat is, in het aanschouwen des gansen volks.
Hertaald:voor het aangezicht des volks
Dat is: in het bijzijn van heel het volk.
Jozua 4 vers 12— En de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, mitsgaders de halve stam van Manasse, trokken gewapend voor het aangezicht der kinderen Israels, gelijk als Mozes tot hen gesproken had.
aangezicht der kinderen Israëls,
Te weten, voor de andere stammen van de kinderen Israëls. Zie Joz. 1:14.
Hertaald:aangezicht der kinderen Israëls,
Namelijk: voor de andere stammen van de kinderen Israëls. Zie Joz. 1:14.
Jozua 4 vers 13— Omtrent veertig duizend toegeruste krijgsmannen trokken er voor het aangezicht des HEEREN ten strijde, naar de vlakke velden van Jericho.
voor het aangezicht des HEEREN
Dat is, voor den HEERE, die zich boven de ark des verbonds openbaarde. Zie Num. 32:21.
Hertaald:voor het aangezicht des HEEREN
Dat is: voor de HEERE, Die Zich boven de ark van het verbond openbaarde. Zie Num. 32:21.
Jozua 4 vers 15— De HEERE dan sprak tot Jozua, zeggende:
sprak tot Jozua,
Dat is, had gezegd, en alzo ook vs.17.
Hertaald:sprak tot Jozua,
Dat is: had gezegd; en zo ook in vers 17.
Jozua 4 vers 18— En het geschiedde, toen de priesters, die de ark des verbonds des HEEREN droegen, uit het midden van de Jordaan opgeklommen waren, en de voetzolen der priesteren afgetrokken waren tot op het droge; zo keerden de wateren van de Jordaan weder in hun plaats, en gingen als gisteren en eergisteren aan al haar oevers.
haar oevers
Te weten, der Jordaan.
Hertaald:haar oevers
Namelijk: van de Jordaan.
Jozua 4 vers 19— Het volk nu was den tiende der eerste maand uit de Jordaan opgeklommen; en zij legerden zich te Gilgal, aan het oosteinde van Jericho.
Gilgal,
Dat is, in die plaats, welke Jozua daarna Gilgal genoemd heeft; onder, Joz. 5:9.
Hertaald:Gilgal,
Dat is: op de plaats die Jozua daarna Gilgal genoemd heeft; hieronder, Joz. 5:9.
Jozua 4 vers 22— Zo zult gij het uw kinderen te kennen geven, zeggende: Op het droge is Israel door deze Jordaan gegaan.
Israël
Dat is, de nakomelingen Israëls of Jakobs.
Hertaald:Israël
Dat is: de nakomelingen van Israël of Jakob.
Jozua 4 vers 23— Want de HEERE, uw God, heeft de wateren van de Jordaan voor uw aangezichten doen uitdrogen, totdat gijlieden er waart doorgegaan; gelijk als de HEERE, uw God, aan de Schelfzee gedaan heeft, die Hij voor ons aangezicht heeft doen uitdrogen, totdat wij daardoor gegaan waren;
wij daardoor gegaan waren;
Te weten, ik, Kaleb en uwe vaders.
Hertaald:wij daardoor gegaan waren;
Namelijk: ik, Kaleb en uw vaders.
Jozua 4 vers 24— Opdat alle volken der aarde de hand des HEEREN kennen zouden, dat zij sterk is; opdat gijlieden den HEERE, uw God, vrezet te allen dage.
dat zij sterk is;
Anders, want zij is sterk
Hertaald:dat zij sterk is;
Anders: want zij is sterk.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Gedenkteken (de twaalf stenen) — Hebreeuws: 'ot, "teken", en zikkaron, "gedachtenis" — beide woorden staan in Joz. 4:6-7
Toen heel het volk door de drooggelegde Jordaan getrokken was, moesten twaalf mannen, uit elke stam één, twaalf stenen opnemen uit het midden van de rivier, van de standplaats van de voeten der priesters, en die meedragen naar het nachtleger. Jozua richtte ze op te Gilgal (Joz. 4:1-8,19-20). Daarnaast richtte Jozua ook twaalf stenen op midden ín de Jordaan, op de plaats waar de priesters met de ark gestaan hadden (Joz. 4:9). Het doel wordt tweemaal in vrijwel dezelfde bewoordingen gegeven: wanneer de kinderen later vragen "Wat zijn u deze stenen?", moeten de vaders vertellen wat de HEERE gedaan heeft (Joz. 4:6-7,21-24).
Bijbelse betekenis: Israël kreeg geen beeld en geen afbeelding, maar ruwe, onbewerkte stenen. Die zeggen uit zichzelf niets; zij roepen alleen om het woord van de vader die het verhaal erbij vertelt. Zo werken alle bijbelse gedenktekenen: de boog in de wolken (Gen. 9:12-13), het Pascha (Ex. 12:26-27; 13:14) en de gedenkkwasten aan de klederen (Num. 15:38-40) zijn stuk voor stuk zichtbare aanleidingen tot onderwijs, geen voorwerpen van verering. Het doel dat Jozua noemt is uitdrukkelijk tweeledig: dat alle volken der aarde de hand des HEEREN kennen zouden, én dat Israël zelf de HEERE zou vrezen te allen dage (Joz. 4:24). Het middel daartoe is de mondelinge overlevering van vader op kind, precies zoals de wet die had voorgeschreven (Deut. 6:20-25) en de psalmist die bezingt (Ps. 78:3-7). Waar dat vertellen ophoudt, gaat het snel: één geslacht later stond er een geslacht op "dat den HEERE niet kende, noch ook het werk, dat Hij aan Israël gedaan had" (Richt. 2:10). Onder het nieuwe verbond heeft de Heere Zijn gemeente eveneens een teken met een woord erbij gegeven, met dezelfde opdracht tot gedachtenis (Luk. 22:19; 1 Kor. 11:23-26).
Typologie: Onder het nieuwe verbond gaf de Heere Jezus Zijn gemeente eveneens een teken met een woord erbij, met dezelfde opdracht tot gedachtenis: "Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis" (1 Kor. 11:24). Bij de drinkbeker klinkt hetzelfde: "Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed. Doet dat, zo dikwijls als gij dien zult drinken, tot Mijn gedachtenis" (1 Kor. 11:25).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het verbondniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
Wat zijn u deze stenen? — 4:1-9, 19-24
Het volk is door de Jordaan getrokken. De priesters die de ark droegen stonden midden in de bedding stil, en het water stond boven hen als een hoop, terwijl heel Israël overtrok. Wanneer iedereen aan de overkant is, krijgt Jozua één opdracht.
Twaalf mannen halen twaalf stenen uit de bedding van de rivier, en die stenen krijgen een taak: zij moeten later een vraag oproepen.
De opdracht is nuchter. Twaalf mannen, één uit elke stam, gaan terug de droge bedding in, nemen ieder een steen op de schouder en dragen hem naar de overkant. Er wordt niets mee gebouwd; zij worden opgericht.
En er staat bij waarom: “Opdat dit een teken zij onder ulieden; wanneer uw kinderen morgen vragen zullen, zeggende: Wat zijn u deze stenen?”
Dat is het merkwaardige aan dit monument. Het is niet opgericht om herinnerd te wórden maar om een vraag uit te lokken. De stenen zeggen zelf niets; zij zijn er opdat een kind ernaar vraagt en een vader het vertellen moet. De overlevering wordt niet aan het geheugen overgelaten maar aan het gesprek.
Wat er dan verteld moet worden, staat er ook bij, en het gaat niet over dapperheid. Er wordt niet gezegd dat zij dwars door de rivier zijn gegaan, maar dat de wateren afgesneden werden vóór de ark des verbonds. Het middelpunt van het verhaal is de ark, niet het volk.
En er is nog een tweede stapel. Jozua richtte ook twaalf stenen op midden in de Jordaan, precies waar de voeten van de priesters gestaan hadden. Die tweede stapel verdween onder water zodra de rivier terugkwam. Er is dus een monument dat men zien kan en een monument dat men niet meer ziet. En van dat laatste staat er dat het daar is tot op deze dag.
Het slot van het hoofdstuk trekt de kring wijder dan het gezin: “Opdat alle volken der aarde de hand des HEEREN kennen zouden, dat zij sterk is; opdat gijlieden den HEERE, uw God, vrezet te allen dage.” Twaalf stenen op een oever in Kanaän, en het gaat over alle volken van de aarde.
Zo staat dit hoofdstuk in de lijn van het verbond. God laat Zijn daden vastleggen in dingen die men aanraken kan, opdat er verteld wordt. Datzelfde patroon loopt door de hele Schrift: de regenboog na de vloed, het pascha met de vraag van het kind erbij, de staf van Aäron die bewaard werd.
En het loopt uit op een teken dat niet uit stenen bestaat. In de nacht waarin Hij verraden werd, nam Hij brood en een beker en zei: doet dat tot Mijn gedachtenis. Ook dat is geen monument om naar te kijken maar iets dat een vraag oproept — Paulus zegt het met zoveel woorden: zo dikwijls als gij dit brood zult eten en deze drinkbeker zult drinken, zo verkondigt den dood des Heeren, totdat Hij komt.
Jozua 3:17 — De priesters met de ark stonden stil in de bedding, tot allen over waren.
Jozua 4:6 — De stenen zijn er opdat kinderen ernaar vrágen.
Jozua 4:7 — En wat verteld moet worden gaat niet over hen maar over de ark.
Jozua 4:9 — Een tweede stapel bleef midden in de rivier, onzichtbaar onder water.
Jozua 4:24 — Twaalf stenen op een oever, en het gaat over alle volken der aarde.
1 Korinthe 11:26 — Doet dat tot Mijn gedachtenis — zo verkondigt gij den dood des Heeren.
In het Nieuwe Testament: 1 Korinthe 11:24-26; Lukas 22:19; Exodus 12:26-27; Deuteronomium 6:20-21; Jozua 3:15-17
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Jozua 4 niet aan. Wat hier gelegd wordt rust op wat de tekst zelf zegt over de bedoeling van de stenen: zij moeten een vraag oproepen bij de volgende geslachten. Dat het avondmaal op dezelfde manier werkt, is een gevolgtrekking uit de overeenkomst; de Schrift verbindt beide niet. De tweede stapel stenen midden in de rivier wordt in het hoofdstuk niet uitgelegd.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
KruisverwijzingenJozua 3:17→Deuteronomium 27:2→— Het geschiedde nu, toen al het volk geeindigd had over de Jordaan te trekken, dat de HEERE tot Jozua sprak, zeggende:
Het geschiedde nu, toen al het volk geëindigd had over de Jordaan te trekken, dat de HEERE, op dezelfde wijze als in hoofdstuk 3: 7, verder tot Jozua sprak, zeggende:
KruisverwijzingenJozua 3:12→Numeri 1:4→1 Koningen 18:31→Numeri 34:18→Deuteronomium 1:23→Numeri 13:2→Mattheüs 10:1→— Neemt gijlieden u twaalf mannen uit het volk, uit elken stam een man.
Neemt gij u nu de reeds (hoofdstuk 3: 12) uitgekozen twaalf mannen uit het volk, uit elke stam één man.
KruisverwijzingenJozua 4:19→Jozua 4:8→Jozua 3:13→Genesis 28:22→Deuteronomium 27:1→Jozua 24:27→Psalmen 11:4→Lukas 19:40→— En gebiedt hun, zeggende: Neemt voor ulieden op, van hier uit het midden van de Jordaan, uit de standplaats van de voeten der priesteren, en bereidt twaalf stenen, en brengt ze met ulieden over, en stelt ze in het nachtleger, waar gij dezen nacht zult vernachten.
En gebied hun, zeggende: Neemt voor u op, van hier uit het midden van de Jordaan, uit de standplaats van de voeten van de priesters, 1) van de plaats waar de priesters nog steevast staan (hoofdstuk 3: 17),en bereidt twaalf stenen, en brengt ze met u over, en stelt ze in het nachtleger; in de plaats onder de vrije hemel, waar gij deze nacht zult overnachten.
De stenen, die ter gedachtenis moesten gesteld worden, waren van de plaats genomen waar de voeten van de priesters stonden en de Ark in het midden van de Jordaan rustte. Onze dierbaarste herinneringen van redding en de beginselen van dank voor het verkregene en van roem voor de toekomst, moeten afgeleid zijn van het priesterschap van Jezus Christus en van de Ark van Zijn verlossing.
KruisverwijzingenMarkus 3:14→Jozua 4:2→— Jozua dan riep die twaalf mannen, die hij had doen bestellen van de kinderen Israels, uit elken stam een man.
Jozua dan riep 1) die twaalf mannen, die hij had uitgekozen uit de kinderen van Israël, als vertegenwoordigers van het gehele volk, uit elke stam één man.
Hoewel reeds eerder over deze twaalf mannen gesproken is, zo geeft Jozua hen toch niet eerder de opdracht, voordat de Heere hem weer daartoe uitdrukkelijk het bevel heeft gegeven. De opvolger van Mozes toont in al zijn verrichtingen een diep afhankelijk gevoel van zijn God.
— En Jozua zeide tot hen: Gaat over voor de ark des HEEREN, uws Gods, midden in de Jordaan; en heft u een ieder een steen op zijn schouder, naar het getal der stammen van de kinderen Israels;
En Jozua zei tot hen: Gaat weer over vóór de Ark van de HEERE, uw God, midden in de Jordaan; en heft u een ieder één steen op zijn schouder, naar het getal van de stammen van de kinderen van Israël;
KruisverwijzingenExodus 13:14→Jozua 4:21→Deuteronomium 11:19→Jesaja 55:13→Handelingen 2:39→Jozua 22:27→Psalmen 78:3→Deuteronomium 6:20→— Opdat dit een teken zij onder ulieden; wanneer uw kinderen morgen vragen zullen, zeggende: Wat zijn u deze stenen?
Opdat dit een teken, een gedenkteken van het wonder, dat de Heere heden gedaan heeft, zij onder u; wanneer namelijk uw kinderen morgen vragen zullen, zeggende (Exod.13: 14): wat zijn-wat betekenen voor u deze stenen?
KruisverwijzingenExodus 12:14→Numeri 16:40→Jozua 3:13→Exodus 28:12→Exodus 30:16→Jozua 4:6→Psalmen 111:4→1 Korinthe 11:24→— Zo zult gij tot hen zeggen: Omdat de wateren van de Jordaan zijn afgesneden geweest voor de ark des verbonds des HEEREN; als zij toog door de Jordaan, werden de wateren van de Jordaan afgesneden; zo zullen deze stenen den kinderen Israels ter gedachtenis zijn tot in eeuwigheid.
Zo zult gij, hun vaders, tot hen zeggen: 1) Omdat de wateren van de Jordaan zijn afgesneden geweest voor de Ark van het Verbond met de HEERE, toen zij door de Jordaan trok, werden de wateren van de Jordaan afgesneden; zo zullen deze stenen de kinderen van Israël ter gedachtenis zijn tot in eeuwigheid.
Ofschoon op zichzelf de stenen niet zouden spreken, zo geeft Hij echter aan de vaderen het monument als teken om te spreken, opdat de weldaad van God aan de kinderen verkondigd zou worden. Hier nu wordt van de vaderen verlangd, zowel om te streven naar vroomheid, als hun bevolen, in het onderrichten van hun kinderen alle mogelijke moeite te geven. Want God wil, dat door de eeuwen heen deze kennis van hand tot hand zou gaan, opdat wie toen nog niet geboren waren, door de vaderen echter onderwezen, getuigen ervan zouden zijn uit het gehoor, ofschoon zij de zaken met eigen ogen niet hadden gezien.
KruisverwijzingenJozua 4:2→Jozua 4:20→Jozua 1:16→— De kinderen Israels nu deden alzo, gelijk als Jozua geboden had; en zij namen twaalf stenen op midden uit de Jordaan, gelijk als de HEERE tot Jozua gesproken had, naar het getal der stammen van de kinderen Israels; en zij brachten ze met zich over naar het nachtleger, en stelden ze aldaar.
De kinderen van Israël nu deden alzo, zoals Jozua geboden had, en zij namen door de twaalf door hen gekozen mannen, twaalf stenen op midden uit de Jordaan, zoals de HEERE tot Jozua gesproken had, naar het getal van de stammen van de kinderen van Israël; en zij brachten ze met zich over naar het nachtleger, naar Gilgal (hoofdstuk 5: 9), en stelden ze aldaar.
Kruisverwijzingen1 Samuël 7:12→Genesis 28:18→Deuteronomium 34:6→Genesis 26:33→Richteren 1:26→Jozua 24:26→2 Kronieken 5:9→1 Samuël 30:25→— Jozua richtte ook twaalf stenen op, midden in de Jordaan, ter standplaats van de voeten der priesteren, die de ark des verbonds droegen; en zij zijn daar tot op dezen dag.
Jozua 1) richtte ook nog bovendien twaalf stenen op midden in de Jordaan, op de standplaats van de voeten van de priesters, die de Ark van het Verbond droegen; en zij zijn daar tot op deze dag, waarop de verteller dat schreef.
Wat Jozua hier deed, was hem wel niet door God bevolen, maar deed hij als een herinnering voor het toen levend geslacht. De andere twaalf stenen dienden tot een gedenkteken voor alle eeuwen. De bewering van sommigen, dat dit vers een bijvoeging is van latere schrijvers, is te verwerpen, omdat zo’n daad geheel overeenkomt met het karakter van Jozua.
KruisverwijzingenJozua 3:13→2 Korinthe 6:2→Spreuken 27:1→Jesaja 28:16→Deuteronomium 31:9→Jozua 3:16→Exodus 12:39→Prediker 9:10→— De priesters nu, die de ark droegen, stonden midden in de Jordaan, totdat alle ding volbracht was, hetwelk de HEERE Jozua geboden had het volk aan te zeggen, naar al wat Mozes Jozua geboden had. En het volk haastte, en het trok over.
De priesters nu, die de Ark droegen, stonden midden in de Jordaan, totdat alles volbracht was, wat de HEERE Jozua geboden had, het volk te zeggen, naar al wat Mozes, eer hij van hier ging, zijn geroepen opvolger Jozua geboden had, dat hij de Heere in alles gehoorzaam en getroost en onbevreesd zijn zou (Deuteronomium 3: 21vv.; 31: 7vv.). En het volk, zo lang de priesters in de Jordaan stonden en de kinderen van Israël lieten voorbijgaan, haastte, niet, omdat hun hart beefde aan de voet van de dreigende waterberg, want het wist dat de sterke hand van God die tegenhield; maar opdat de priesters niet langer dan nodig was, stonden, en hun kracht verloren en opdat als de grote menigte nog vóór het invallen van de nacht aan de overzijde kwam; zo gebeurde het ook, en het volk trok geheel en tot op de laatste man over.
KruisverwijzingenJozua 3:8→Jozua 3:17→Jozua 4:18→— En het geschiedde, als al het volk geeindigd had over te gaan, toen ging de ark des HEEREN over, en de priesters voor het aangezicht des volks.
En het gebeurde, toen al het volk geëindigd had over te gaan, toen ging volgens een bijzonder bevel (vs.15vv.), de Ark van de HEERE over, en de priesters gingen weer gelijk vóór de overtocht (hoofdstuk 3: 6), voor het aangezicht van het volk, totdat men in Gilgal overnachtte (vs.19).
KruisverwijzingenJozua 1:14→Numeri 32:20→— En de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, mitsgaders de halve stam van Manasse, trokken gewapend voor het aangezicht der kinderen Israels, gelijk als Mozes tot hen gesproken had.
En 1) de kinderen van Ruben en de kinderen van Gad, evenals de halve stam van Manasse, trokken net als vóór de overtocht, dadelijk achter de Ark, gewapend voor het aangezicht van de kinderen van Israël; zoals Mozes tot hen gesproken (Num.32: 20vv.) en Jozua aan degedane belofte (hoofdstuk 1: 12vv.) herinnerd had.
Opzettelijk wordt hier vermeld, dat de stammen van Ruben en Gad en de halve stam van Manasse mee optrokken, om te doen uitkomen, èn dat Israël in zijn geheel ten strijde trok tegen de vijanden, èn dat dit geslacht de hoogste eerbied toonde, niet alleen voor Jozua, maar ook voor Mozes. Zullen de Kanaänieten en de Jebuzieten en alle heidense volken verslagen worden, dan moet dit gebeuren èn naar het bevel van God, in dit geval hun door Mozes meegedeeld, èn door geheel het volk.
Niet de gedeelde Kerk is machtig tegen de geestelijke vijanden, maar de Kerk in haar geheel optrekkende, naar het bevel van God, onder de banier van haar Koning en Heer.
KruisverwijzingenJeremia 39:5→Efeze 6:11→Jeremia 52:8→2 Koningen 25:5→Jozua 5:10→— Omtrent veertig duizend toegeruste krijgsmannen trokken er voor het aangezicht des HEEREN ten strijde, naar de vlakke velden van Jericho.
Omtrent veertigduizend toegeruste, 1) uitgelezen krijgslieden trokken voor het aangezicht van de HEERE ten strijde naar de vlakke velden, op de door een inham, die het westelijke aan de Jordaan zich aansluitend gebergte maakt, gevormde, ongeveer 3-4 uur brede vlakte van Jericho.
De opgave van het optrekken van omtrent 40.000 strijdbare mannen van de stammen aan de oostzijde van de Jordaan, wordt er nu bijgevoegd, omdat het vroeger moeilijk vermeld kon worden, terwijl het toch uitdrukkelijk vermeld moest worden, hoe die stammen hun gegeven woord volkomen vervuld hebben.
KruisverwijzingenJozua 3:7→1 Koningen 3:28→Romeinen 13:4→Jozua 1:16→1 Korinthe 10:2→Spreuken 24:21→1 Samuël 12:18→Exodus 14:31→— Te dienzelven dage maakte de HEERE Jozua groot voor de ogen van het ganse Israel; en zij vreesden hem, gelijk als zij Mozes gevreesd hadden, al de dagen zijns levens.
Op die dag maakte de HEERE naar Zijn belofte (hoofdstuk 3: 7), Jozua groot in aanzien voor de ogen van geheel Israël, en zij, de kinderen van Israël, vreesden hem, naar hun belofte (hoofdstuk 1: 16 vv.), zoals zij Mozes gevreesd hadden, al de dagen van zijn leven, want in het wonder van het droogvoets gaan door de Jordaan, hadden zij duidelijk genoeg gezien, dat de Heere met hem was. Dit was nu wel niet het voornaamste doel van het wonder, dat Jozua in macht en aanzien zou uitblinken, maar omdat het voor het publiek belang hoogst noodzakelijk was, dat Jozua’s gezag vast stond, heeft God dit gedaan als toegift van Zijn genade, zodat hij als het ware met heilige tekenen is versierd, die bij het volk eerbied verwekten, opdat niemand hem zou durven verachten. Indien toch de grote menigte niet door een hoofd wordt geregeerd, wordt het van zelf verstrooid. Daarom heeft God, om te zorgen voor het heil van Zijn eigen volk, Jozua groot gemaakt, opdat zijn roeping verzekerd zou worden. Uit deze plaats is daarom te leren, dat wie door God ons worden aanbevolen, door wiens hand Hij Zijn macht op zichtbare wijze openbaart, deze bij ons de rechte eer en eerbied zouden behouden.
I. Vs. 15-24.KruisverwijzingenJozua 3:15→Jozua 4:3→Jozua 4:8→Jozua 3:17→Exodus 14:21→Exodus 14:31→Psalmen 89:13→Genesis 8:16→ — De HEERE dan sprak tot Jozua, zeggende: Gebied den priesteren, die de ark der getuigenis dragen, dat zij uit de Jordaan opklimmen. Toen gebood Jozua den priesteren, zeggende: Klimt op uit de Jordaan. En het geschiedde, toen de priesters, die de ark des verbonds des HEEREN droegen, uit het midden van de Jordaan opgeklommen waren, en de voetzolen der priesteren afgetrokken waren tot op het droge; zo keerden de wateren van de Jordaan weder in hun plaats, en gingen als gisteren en eergisteren aan al haar oevers. Het volk nu was den tiende der eerste maand uit de Jordaan opgeklommen; en zij legerden zich te Gilgal, aan het oosteinde van Jericho. En Jozua richtte die twaalf stenen te Gilgal op, die zij uit de Jordaan genomen hadden. En hij sprak tot de kinderen Israels, zeggende: Wanneer uw kinderen morgen hun vaderen vragen zullen, zeggende: Wat zijn deze stenen? Zo zult gij het uw kinderen te kennen geven, zeggende: Op het droge is Israel door deze Jordaan gegaan. Want de HEERE, uw God, heeft de wateren van de Jordaan voor uw aangezichten doen uitdrogen, totdat gijlieden er waart doorgegaan; gelijk als de HEERE, uw God, aan de Schelfzee gedaan heeft, die Hij voor ons aangezicht heeft doen uitdrogen, totdat wij daardoor gegaan waren; Opdat alle volken der aarde de hand des HEEREN kennen zouden, dat zij sterk is; opdat gijlieden den HEERE, uw God, vrezet te allen dage. Terwijl de priesters nu bevolen wordt hun plaats te verlaten en ook uit de Jordaan op te klimmen, keren haar wateren, niet meer door de Ark tegengehouden, terug en stromen zij weer als te voren. De stenen door de twaalf mannen meegebracht, richt Jozua op de plaats van het eerste nachtleger tot een gedenkteken op, welke plaats nu de naam Gilgal krijgt.
— De HEERE dan sprak tot Jozua, zeggende:
De HEERE dan, om hier terug te keren tot de tijd, toen reeds het gehele volk was overgegaan, maar de priesters nog met de Ark in het midden van de Jordaan stonden (vs.10), sprak tot Jozua, hem voet voor voet bij de hand leidende en hem trapsgewijs meedeelde wat hij te doen had (hoofdstuk 3: 7 vv.; 4: 1,7), zeggende:
KruisverwijzingenJozua 3:3→Exodus 25:16→Openbaring 11:19→— Gebied den priesteren, die de ark der getuigenis dragen, dat zij uit de Jordaan opklimmen.
Gebied de priesters, die de Ark van de Getuigenis dragen, dat zij nu uit de Jordaan opklimmen.
KruisverwijzingenGenesis 8:16→Daniël 3:26→Handelingen 16:23→Handelingen 16:35→— Toen gebood Jozua den priesteren, zeggende: Klimt op uit de Jordaan.
Toen gebood Jozua de priesters, zeggende: Klimt op uit de Jordaan.
KruisverwijzingenJozua 3:15→1 Kronieken 12:15→Exodus 14:26→Jozua 3:13→Jesaja 8:8→— En het geschiedde, toen de priesters, die de ark des verbonds des HEEREN droegen, uit het midden van de Jordaan opgeklommen waren, en de voetzolen der priesteren afgetrokken waren tot op het droge; zo keerden de wateren van de Jordaan weder in hun plaats, en gingen als gisteren en eergisteren aan al haar oevers.
En het gebeurde, toen de priesters, die de Ark van het Verbond met de HEERE droegen, uit het midden van de Jordaan opgeklommen waren, en de voetzolen van de priesters op het droge waren, keerden de wateren van de Jordaan, die eerder, toen de priesters met hun voeten het water raakten, weggelopen waren, blijvende staan op een hoop (hoofdstuk 3: 15) weer in hun plaats, 1) en gingen als gisteren en eergisteren aan al haar oevers.
Hierdoor werd het voor iedereen duidelijk, dat werkelijk de Ark van het Verbond en daarom de Heere God zelf de wateren van de Jordaan tot een hoop had doen staan. Om dat duidelijk te doen uitkomen, moesten de priesters ook niet eerder hun standplaats verlaten, dan na en volgens het uitdrukkelijk bevel van de Heere.
KruisverwijzingenJozua 5:9→Micha 6:5→Exodus 12:2→1 Samuël 15:33→1 Samuël 11:14→Jozua 15:7→Jozua 10:43→Amos 4:4→— Het volk nu was den tiende der eerste maand uit de Jordaan opgeklommen; en zij legerden zich te Gilgal, aan het oosteinde van Jericho.
Het volk nu was de tiende dag van de eerste maand, van het kerkelijk jaar, de maand Abib of Nisan, uit de Jordaan opgeklommen, dus op dezelfde dag, waarop de afzondering van het Paaslam had plaatsgevonden (Exod.12: 1vv.), en zij, de kinderen van Israël, legerden zich te Gilgal, op die plaats, die later Gilgal werd genoemd (hoofdstuk 5: 9), aan het oosteinde, ongeveer een half uur ten zuiden van Jericho, en tweeëneenhalf uur ten westen van de Jordaan.
KruisverwijzingenJozua 4:3→Jozua 4:8→— En Jozua richtte die twaalf stenen te Gilgal op, die zij uit de Jordaan genomen hadden.
En Jozua richtte die twaalf stenen te Gilgal op, die zij uit de Jordaan genomen hadden.1)
Hebben wij niet evenveel reden als de Israëlieten om de goedheid van onze God, te prijzen. Hij heeft wonderlijke dingen gedaan voor Zijn Kerk in het algemeen, als voor ons zelf in het bijzonder. Zien wij niet met ootmoedige en dankbare bewondering op de vele en gestadige bedelingen van de Voorzienigheid ons ten gunste? Zullen wij geen pilaar oprichten met een opschrift voor onze God, die ons door talloze gevaren en droefenissen op zo wondervolle wegen geleid heeft? Tot hiertoe heeft ons de Heere geholpen, zoals Hij aan Zijn Heiligen vanouds heeft gedaan. O die grote dwaasheid en snode ondankbaarheid van de mensen, die Zijn hand niet opmerken en Zijn goedheid in hun gedurige uitreddingen niet erkennen!.
KruisverwijzingenJozua 4:6→Psalmen 145:4→Psalmen 105:2→— En hij sprak tot de kinderen Israels, zeggende: Wanneer uw kinderen morgen hun vaderen vragen zullen, zeggende: Wat zijn deze stenen?
En hij sprak tot de kinderen van Israël, zeggende: Wanneer uw kinderen morgen hun vaderen vragen zullen, zeggende: (vs.6vv.) Wat zijn, wat betekenen, deze stenen?
KruisverwijzingenJozua 3:17→Openbaring 16:12→Exodus 14:29→Psalmen 66:5→Jesaja 51:10→Exodus 15:19→Jesaja 11:15→Jesaja 44:27→— Zo zult gij het uw kinderen te kennen geven, zeggende: Op het droge is Israel door deze Jordaan gegaan.
Zo zult gij, de dan levende vaderen, het uw kinderen te kennen geven, zeggende: Op het droge is Israël door deze Jordaan gegaan.
KruisverwijzingenExodus 14:21→Jesaja 63:12→Psalmen 77:16→Nehemia 9:11→Jesaja 43:16→Psalmen 78:13→— Want de HEERE, uw God, heeft de wateren van de Jordaan voor uw aangezichten doen uitdrogen, totdat gijlieden er waart doorgegaan; gelijk als de HEERE, uw God, aan de Schelfzee gedaan heeft, die Hij voor ons aangezicht heeft doen uitdrogen, totdat wij daardoor gegaan waren;
Zo zult gij, de dan levende vaderen, het uw kinderen te kennen geven, zeggende: Op het droge is Israël door deze Jordaan gegaan.
KruisverwijzingenExodus 14:31→Psalmen 89:13→Exodus 15:16→Psalmen 106:8→1 Kronieken 29:12→2 Koningen 19:19→1 Koningen 8:42→Deuteronomium 6:2→— Opdat alle volken der aarde de hand des HEEREN kennen zouden, dat zij sterk is; opdat gijlieden den HEERE, uw God, vrezet te allen dage.
Want de HEERE, uw God, heeft de wateren van de Jordaan voor uw aangezichten doen opdrogen? totdat gij er doorheen bent gegaan; zoals de HEERE, uw God, aan de Schelfzee gedaan heeft, die Hij voor ons aangezicht, toen wij mee uittrokken, heeft doen opdrogen, totdat wij daardoor gegaan waren.
Opdat 1)alle volken van de aarde de hand van de HEERE kennen zouden, dat zij sterk is, en opdat althans gij van uw zijde de HEERE, uw God, vreest te alle tijde; daar die kennis bij de andere volken toch maar altijd is als een kortstondige flikkering in de donkere nacht, waarop spoedig een zwarte duisternis weer invalt.
Hij vermeldt dat God hun dit bewijs van Zijn macht heeft gegeven, niet om daarmee alleen tot Zijn volk te spreken, meer ook opdat het gerucht ervan wijd en zijn onder de volken zou verspreid worden. Want ofschoon hij Zijn lof wil verkondigen in Sion, zo wilde hij toch ook zijn daden aan de heidense volken bekend maken, opdat deze gedwongen zouden worden te bekennen, dat Hij de ware God was. En, Wie zij naar hun natuur graag veracht zouden hebben, Die moesten zij tegen wil en dank vrezen, zoals in het lied van Mozes wordt gezegd: “Onze vijanden zijn rechters (Deuteronomium 32: 21). Dit betekent nu, dat hoewel zij niet zouden willen geloven, zich toch, uit het zien van de werken van God, tot deze bekentenis gedwongen zouden voelen. Maar omdat het hun geen voordeel aanbracht, te weten hoe groot de kracht van God was, scheidt Jozua hen van de Israëlieten, aan wie hij een bijzondere kennis toebeschikt, nl. die, welke een heilige vrees voor God bij hen verwekte. “Opdat, zegt hij, de volken zouden erkennen, maar gij voor uw God zoudt vrezen.” Daarom, terwijl de ongelovigen door hun duisternis het licht verdonkeren, laten wij uit de beschouwing van de werken van God leren te wandelen in de vrees voor God. Hij voegt erbij, te allen tijde, omdat de genade, waarover nu gehandeld wordt, tot verscheidene eeuwen zich zou uitbreiden.
Daarom heeft dit wonder tweeërlei doel. Allereerst om de volken tot de erkentenis te brengen, dat de God van Israël de enige God is, de God van hemel en aarde, en ten tweede, opdat Israël gedwongen zou worden de Heere te vrezen en Hem de eer van Zijn Naam te geven.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Jozua 4
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Het geschiedde nu, toen al het volk geëindigd had over de Jordaan te trekken, dat de HEERE, op dezelfde wijze als in hoofdstuk 3: 7, verder tot Jozua sprak, zeggende:
Neemt gij u nu de reeds (hoofdstuk 3: 12) uitgekozen twaalf mannen uit het volk, uit elke stam één man.
En gebied hun, zeggende: Neemt voor u op, van hier uit het midden van de Jordaan, uit de standplaats van de voeten van de priesters, 1) van de plaats waar de priesters nog steevast staan (hoofdstuk 3: 17),en bereidt twaalf stenen, en brengt ze met u over, en stelt ze in het nachtleger; in de plaats onder de vrije hemel, waar gij deze nacht zult overnachten.
De stenen, die ter gedachtenis moesten gesteld worden, waren van de plaats genomen waar de voeten van de priesters stonden en de Ark in het midden van de Jordaan rustte. Onze dierbaarste herinneringen van redding en de beginselen van dank voor het verkregene en van roem voor de toekomst, moeten afgeleid zijn van het priesterschap van Jezus Christus en van de Ark van Zijn verlossing.
Jozua dan riep 1) die twaalf mannen, die hij had uitgekozen uit de kinderen van Israël, als vertegenwoordigers van het gehele volk, uit elke stam één man.
Hoewel reeds eerder over deze twaalf mannen gesproken is, zo geeft Jozua hen toch niet eerder de opdracht, voordat de Heere hem weer daartoe uitdrukkelijk het bevel heeft gegeven. De opvolger van Mozes toont in al zijn verrichtingen een diep afhankelijk gevoel van zijn God.
En Jozua zei tot hen: Gaat weer over vóór de Ark van de HEERE, uw God, midden in de Jordaan; en heft u een ieder één steen op zijn schouder, naar het getal van de stammen van de kinderen van Israël;
Opdat dit een teken, een gedenkteken van het wonder, dat de Heere heden gedaan heeft, zij onder u; wanneer namelijk uw kinderen morgen vragen zullen, zeggende (Exod.13: 14): wat zijn-wat betekenen voor u deze stenen?
Zo zult gij, hun vaders, tot hen zeggen: 1) Omdat de wateren van de Jordaan zijn afgesneden geweest voor de Ark van het Verbond met de HEERE, toen zij door de Jordaan trok, werden de wateren van de Jordaan afgesneden; zo zullen deze stenen de kinderen van Israël ter gedachtenis zijn tot in eeuwigheid.
Ofschoon op zichzelf de stenen niet zouden spreken, zo geeft Hij echter aan de vaderen het monument als teken om te spreken, opdat de weldaad van God aan de kinderen verkondigd zou worden. Hier nu wordt van de vaderen verlangd, zowel om te streven naar vroomheid, als hun bevolen, in het onderrichten van hun kinderen alle mogelijke moeite te geven. Want God wil, dat door de eeuwen heen deze kennis van hand tot hand zou gaan, opdat wie toen nog niet geboren waren, door de vaderen echter onderwezen, getuigen ervan zouden zijn uit het gehoor, ofschoon zij de zaken met eigen ogen niet hadden gezien.
De kinderen van Israël nu deden alzo, zoals Jozua geboden had, en zij namen door de twaalf door hen gekozen mannen, twaalf stenen op midden uit de Jordaan, zoals de HEERE tot Jozua gesproken had, naar het getal van de stammen van de kinderen van Israël; en zij brachten ze met zich over naar het nachtleger, naar Gilgal (hoofdstuk 5: 9), en stelden ze aldaar.
Jozua 1) richtte ook nog bovendien twaalf stenen op midden in de Jordaan, op de standplaats van de voeten van de priesters, die de Ark van het Verbond droegen; en zij zijn daar tot op deze dag, waarop de verteller dat schreef.
Wat Jozua hier deed, was hem wel niet door God bevolen, maar deed hij als een herinnering voor het toen levend geslacht. De andere twaalf stenen dienden tot een gedenkteken voor alle eeuwen. De bewering van sommigen, dat dit vers een bijvoeging is van latere schrijvers, is te verwerpen, omdat zo’n daad geheel overeenkomt met het karakter van Jozua.
De priesters nu, die de Ark droegen, stonden midden in de Jordaan, totdat alles volbracht was, wat de HEERE Jozua geboden had, het volk te zeggen, naar al wat Mozes, eer hij van hier ging, zijn geroepen opvolger Jozua geboden had, dat hij de Heere in alles gehoorzaam en getroost en onbevreesd zijn zou (Deuteronomium 3: 21vv.; 31: 7vv.). En het volk, zo lang de priesters in de Jordaan stonden en de kinderen van Israël lieten voorbijgaan, haastte, niet, omdat hun hart beefde aan de voet van de dreigende waterberg, want het wist dat de sterke hand van God die tegenhield; maar opdat de priesters niet langer dan nodig was, stonden, en hun kracht verloren en opdat als de grote menigte nog vóór het invallen van de nacht aan de overzijde kwam; zo gebeurde het ook, en het volk trok geheel en tot op de laatste man over.
En het gebeurde, toen al het volk geëindigd had over te gaan, toen ging volgens een bijzonder bevel (vs.15vv.), de Ark van de HEERE over, en de priesters gingen weer gelijk vóór de overtocht (hoofdstuk 3: 6), voor het aangezicht van het volk, totdat men in Gilgal overnachtte (vs.19).
En 1) de kinderen van Ruben en de kinderen van Gad, evenals de halve stam van Manasse, trokken net als vóór de overtocht, dadelijk achter de Ark, gewapend voor het aangezicht van de kinderen van Israël; zoals Mozes tot hen gesproken (Num.32: 20vv.) en Jozua aan degedane belofte (hoofdstuk 1: 12vv.) herinnerd had.
Opzettelijk wordt hier vermeld, dat de stammen van Ruben en Gad en de halve stam van Manasse mee optrokken, om te doen uitkomen, èn dat Israël in zijn geheel ten strijde trok tegen de vijanden, èn dat dit geslacht de hoogste eerbied toonde, niet alleen voor Jozua, maar ook voor Mozes. Zullen de Kanaänieten en de Jebuzieten en alle heidense volken verslagen worden, dan moet dit gebeuren èn naar het bevel van God, in dit geval hun door Mozes meegedeeld, èn door geheel het volk.
Niet de gedeelde Kerk is machtig tegen de geestelijke vijanden, maar de Kerk in haar geheel optrekkende, naar het bevel van God, onder de banier van haar Koning en Heer.
Omtrent veertigduizend toegeruste, 1) uitgelezen krijgslieden trokken voor het aangezicht van de HEERE ten strijde naar de vlakke velden, op de door een inham, die het westelijke aan de Jordaan zich aansluitend gebergte maakt, gevormde, ongeveer 3-4 uur brede vlakte van Jericho.
De opgave van het optrekken van omtrent 40.000 strijdbare mannen van de stammen aan de oostzijde van de Jordaan, wordt er nu bijgevoegd, omdat het vroeger moeilijk vermeld kon worden, terwijl het toch uitdrukkelijk vermeld moest worden, hoe die stammen hun gegeven woord volkomen vervuld hebben.
Op die dag maakte de HEERE naar Zijn belofte (hoofdstuk 3: 7), Jozua groot in aanzien voor de ogen van geheel Israël, en zij, de kinderen van Israël, vreesden hem, naar hun belofte (hoofdstuk 1: 16 vv.), zoals zij Mozes gevreesd hadden, al de dagen van zijn leven, want in het wonder van het droogvoets gaan door de Jordaan, hadden zij duidelijk genoeg gezien, dat de Heere met hem was. Dit was nu wel niet het voornaamste doel van het wonder, dat Jozua in macht en aanzien zou uitblinken, maar omdat het voor het publiek belang hoogst noodzakelijk was, dat Jozua’s gezag vast stond, heeft God dit gedaan als toegift van Zijn genade, zodat hij als het ware met heilige tekenen is versierd, die bij het volk eerbied verwekten, opdat niemand hem zou durven verachten. Indien toch de grote menigte niet door een hoofd wordt geregeerd, wordt het van zelf verstrooid. Daarom heeft God, om te zorgen voor het heil van Zijn eigen volk, Jozua groot gemaakt, opdat zijn roeping verzekerd zou worden. Uit deze plaats is daarom te leren, dat wie door God ons worden aanbevolen, door wiens hand Hij Zijn macht op zichtbare wijze openbaart, deze bij ons de rechte eer en eerbied zouden behouden.
I. Vs. 15-24.KruisverwijzingenJozua 3:15→Jozua 4:3→Jozua 4:8→Jozua 3:17→Exodus 14:21→Exodus 14:31→Psalmen 89:13→Genesis 8:16→
— De HEERE dan sprak tot Jozua, zeggende: Gebied den priesteren, die de ark der getuigenis dragen, dat zij uit de Jordaan opklimmen. Toen gebood Jozua den priesteren, zeggende: Klimt op uit de Jordaan. En het geschiedde, toen de priesters, die de ark des verbonds des HEEREN droegen, uit het midden van de Jordaan opgeklommen waren, en de voetzolen der priesteren afgetrokken waren tot op het droge; zo keerden de wateren van de Jordaan weder in hun plaats, en gingen als gisteren en eergisteren aan al haar oevers. Het volk nu was den tiende der eerste maand uit de Jordaan opgeklommen; en zij legerden zich te Gilgal, aan het oosteinde van Jericho. En Jozua richtte die twaalf stenen te Gilgal op, die zij uit de Jordaan genomen hadden. En hij sprak tot de kinderen Israels, zeggende: Wanneer uw kinderen morgen hun vaderen vragen zullen, zeggende: Wat zijn deze stenen? Zo zult gij het uw kinderen te kennen geven, zeggende: Op het droge is Israel door deze Jordaan gegaan. Want de HEERE, uw God, heeft de wateren van de Jordaan voor uw aangezichten doen uitdrogen, totdat gijlieden er waart doorgegaan; gelijk als de HEERE, uw God, aan de Schelfzee gedaan heeft, die Hij voor ons aangezicht heeft doen uitdrogen, totdat wij daardoor gegaan waren; Opdat alle volken der aarde de hand des HEEREN kennen zouden, dat zij sterk is; opdat gijlieden den HEERE, uw God, vrezet te allen dage.
Terwijl de priesters nu bevolen wordt hun plaats te verlaten en ook uit de Jordaan op te klimmen, keren haar wateren, niet meer door de Ark tegengehouden, terug en stromen zij weer als te voren. De stenen door de twaalf mannen meegebracht, richt Jozua op de plaats van het eerste nachtleger tot een gedenkteken op, welke plaats nu de naam Gilgal krijgt.
De HEERE dan, om hier terug te keren tot de tijd, toen reeds het gehele volk was overgegaan, maar de priesters nog met de Ark in het midden van de Jordaan stonden (vs.10), sprak tot Jozua, hem voet voor voet bij de hand leidende en hem trapsgewijs meedeelde wat hij te doen had (hoofdstuk 3: 7 vv.; 4: 1,7), zeggende:
Gebied de priesters, die de Ark van de Getuigenis dragen, dat zij nu uit de Jordaan opklimmen.
Toen gebood Jozua de priesters, zeggende: Klimt op uit de Jordaan.
En het gebeurde, toen de priesters, die de Ark van het Verbond met de HEERE droegen, uit het midden van de Jordaan opgeklommen waren, en de voetzolen van de priesters op het droge waren, keerden de wateren van de Jordaan, die eerder, toen de priesters met hun voeten het water raakten, weggelopen waren, blijvende staan op een hoop (hoofdstuk 3: 15) weer in hun plaats, 1) en gingen als gisteren en eergisteren aan al haar oevers.
Hierdoor werd het voor iedereen duidelijk, dat werkelijk de Ark van het Verbond en daarom de Heere God zelf de wateren van de Jordaan tot een hoop had doen staan. Om dat duidelijk te doen uitkomen, moesten de priesters ook niet eerder hun standplaats verlaten, dan na en volgens het uitdrukkelijk bevel van de Heere.
Het volk nu was de tiende dag van de eerste maand, van het kerkelijk jaar, de maand Abib of Nisan, uit de Jordaan opgeklommen, dus op dezelfde dag, waarop de afzondering van het Paaslam had plaatsgevonden (Exod.12: 1vv.), en zij, de kinderen van Israël, legerden zich te Gilgal, op die plaats, die later Gilgal werd genoemd (hoofdstuk 5: 9), aan het oosteinde, ongeveer een half uur ten zuiden van Jericho, en tweeëneenhalf uur ten westen van de Jordaan.
En Jozua richtte die twaalf stenen te Gilgal op, die zij uit de Jordaan genomen hadden.1)
Hebben wij niet evenveel reden als de Israëlieten om de goedheid van onze God, te prijzen. Hij heeft wonderlijke dingen gedaan voor Zijn Kerk in het algemeen, als voor ons zelf in het bijzonder. Zien wij niet met ootmoedige en dankbare bewondering op de vele en gestadige bedelingen van de Voorzienigheid ons ten gunste? Zullen wij geen pilaar oprichten met een opschrift voor onze God, die ons door talloze gevaren en droefenissen op zo wondervolle wegen geleid heeft? Tot hiertoe heeft ons de Heere geholpen, zoals Hij aan Zijn Heiligen vanouds heeft gedaan. O die grote dwaasheid en snode ondankbaarheid van de mensen, die Zijn hand niet opmerken en Zijn goedheid in hun gedurige uitreddingen niet erkennen!.
En hij sprak tot de kinderen van Israël, zeggende: Wanneer uw kinderen morgen hun vaderen vragen zullen, zeggende: (vs.6vv.) Wat zijn, wat betekenen, deze stenen?
Zo zult gij, de dan levende vaderen, het uw kinderen te kennen geven, zeggende: Op het droge is Israël door deze Jordaan gegaan.
Zo zult gij, de dan levende vaderen, het uw kinderen te kennen geven, zeggende: Op het droge is Israël door deze Jordaan gegaan.
Want de HEERE, uw God, heeft de wateren van de Jordaan voor uw aangezichten doen opdrogen? totdat gij er doorheen bent gegaan; zoals de HEERE, uw God, aan de Schelfzee gedaan heeft, die Hij voor ons aangezicht, toen wij mee uittrokken, heeft doen opdrogen, totdat wij daardoor gegaan waren.
Opdat 1)alle volken van de aarde de hand van de HEERE kennen zouden, dat zij sterk is, en opdat althans gij van uw zijde de HEERE, uw God, vreest te alle tijde; daar die kennis bij de andere volken toch maar altijd is als een kortstondige flikkering in de donkere nacht, waarop spoedig een zwarte duisternis weer invalt.
Hij vermeldt dat God hun dit bewijs van Zijn macht heeft gegeven, niet om daarmee alleen tot Zijn volk te spreken, meer ook opdat het gerucht ervan wijd en zijn onder de volken zou verspreid worden. Want ofschoon hij Zijn lof wil verkondigen in Sion, zo wilde hij toch ook zijn daden aan de heidense volken bekend maken, opdat deze gedwongen zouden worden te bekennen, dat Hij de ware God was. En, Wie zij naar hun natuur graag veracht zouden hebben, Die moesten zij tegen wil en dank vrezen, zoals in het lied van Mozes wordt gezegd: “Onze vijanden zijn rechters (Deuteronomium 32: 21). Dit betekent nu, dat hoewel zij niet zouden willen geloven, zich toch, uit het zien van de werken van God, tot deze bekentenis gedwongen zouden voelen. Maar omdat het hun geen voordeel aanbracht, te weten hoe groot de kracht van God was, scheidt Jozua hen van de Israëlieten, aan wie hij een bijzondere kennis toebeschikt, nl. die, welke een heilige vrees voor God bij hen verwekte. “Opdat, zegt hij, de volken zouden erkennen, maar gij voor uw God zoudt vrezen.” Daarom, terwijl de ongelovigen door hun duisternis het licht verdonkeren, laten wij uit de beschouwing van de werken van God leren te wandelen in de vrees voor God. Hij voegt erbij, te allen tijde, omdat de genade, waarover nu gehandeld wordt, tot verscheidene eeuwen zich zou uitbreiden.
Daarom heeft dit wonder tweeërlei doel. Allereerst om de volken tot de erkentenis te brengen, dat de God van Israël de enige God is, de God van hemel en aarde, en ten tweede, opdat Israël gedwongen zou worden de Heere te vrezen en Hem de eer van Zijn Naam te geven.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel