Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Toen riep Jozua de Rubenieten, en de Gadieten, en den halven stam van Manasse,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Toen riepH7121JozuaH3091 de RubenietenH7206, en de GadietenH1425, en den halvenH2677stamH4294 van ManasseH4519,Toen riep Jozua de Rubenieten, en de Gadieten, en den halven stam van Manasse,
KJVThen Joshua3called2the Reubenites,4and the Gadites,5and the half6tribe7of Manasseh,
1אָ֚זH227toen, alsdanbeginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet2יִקְרָ֣אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say3יְהוֹשֻׁ֔עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)4לָרֽאוּבֵנִ֖יH7206Rubenieten, Rubenietchildren of Reuben, Reubenites5וְלַגָּדִ֑יH1425Gadieten, GadietGadites, children of Gad6וְלַחֲצִ֖יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts7מַטֵּ֥הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe8מְנַשֶּֽׁהH4519ManasseManasseh
2En hij zeide tot hen: Gijlieden hebt onderhouden alles, wat u Mozes, de knecht des HEEREN, geboden heeft; en gij zijt mijner stem gehoorzaam geweest in alles, wat ik u geboden heb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En hij zeideH559totH413 hen: GijliedenH859 hebt onderhoudenH8104allesH3605, watH834 u MozesH4872, de knechtH5650 des HEERENH3068, gebodenH6680 heeft; en gij zijt mijner stemH6963gehoorzaamH8085 geweest in allesH3605, watH834 ik u gebodenH6680 heb.En hij zeide tot hen: Gijlieden hebt onderhouden alles, wat u Mozes, de knecht des HEEREN, geboden heeft; en gij zijt mijner stem gehoorzaam geweest in alles, wat ik u geboden heb.
KJVAnd said1unto them, Ye have kept4all that Moses10the servant11of the LORD12commanded8you, and have obeyed13my voice14in all that I commanded
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵיהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אַתֶּ֣םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you4שְׁמַרְתֶּ֔םH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)5אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8צִוָּ֣הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order9אֶתְכֶ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses11עֶ֣בֶדH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant12יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13וַתִּשְׁמְע֣וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness14בְקוֹלִ֔יH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell15לְכֹ֥לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17צִוִּ֖יתִיH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order18אֶתְכֶֽםH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
3Gij hebt uw broederen niet verlaten nu langen tijd, tot op dezen dag toe; maar gij hebt waargenomen de onderhouding der geboden van den HEERE, uw God.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Gij hebt uw broederenH251nietH3808verlatenH5800 nu langenH7227tijdH3117, totH5704 op dezenH2088dagH3117 toe; maar gij hebt waargenomenH8104 de onderhoudingH4931 der gebodenH4687 van den HEEREH3068, uw GodH430.Gij hebt uw broederen niet verlaten nu langen tijd, tot op dezen dag toe; maar gij hebt waargenomen de onderhouding der geboden van den HEERE, uw God.
KJVYe have not left2your brethren4these many7days6unto this day,9but have kept11the charge13of the commandment14of the LORD15your God.
1לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2עֲזַבְתֶּ֣םH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אֲחֵיכֶ֗םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'5זֶ֚הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)6יָמִ֣יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7רַבִּ֔יםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)8עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet9הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger10הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)11וּשְׁמַרְתֶּ֕םH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13מִשְׁמֶ֕רֶתH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch14מִצְוַ֖תH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept15יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16אֱלֹהֵיכֶֽםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
4En nu, de HEERE, uw God, heeft uw broederen rust gegeven, gelijk Hij hun toegezegd had; keert dan nu wederom, en gaat gij naar uw tenten, naar het land uwer bezitting, hetwelk u Mozes, de knecht des HEEREN, gegeven heeft op gene zijde van de Jordaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En nu, de HEEREH3068, uw GodH430, heeft uw broederenH251rust gegevenH5117, gelijk Hij hun toegezegdH1696 had; keert dan nu wederomH6437, en gaatH3212 gij naar uw tentenH168, naarH413 het landH776 uwer bezittingH272, hetwelkH834 u MozesH4872, de knechtH5650 des HEERENH3068, gegevenH5414 heeft op geneH5676 zijde van de JordaanH3383.En nu, de HEERE, uw God, heeft uw broederen rust gegeven, gelijk Hij hun toegezegd had; keert dan nu wederom, en gaat gij naar uw tenten, naar het land uwer bezitting, hetwelk u Mozes, de knecht des HEEREN, gegeven heeft op gene zijde van de Jordaan.
KJVAnd now the LORD3your God4hath given rest2unto your brethren,5as he promised7them: therefore now return10ye, and get11you unto your tents,13and unto the land15of your possession,16which Moses20the servant21of the LORD22gave18you on the other side23Jordan.
1וְעַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2הֵנִ֨יחַH5117rust, rusten, rust gegevencease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים)3יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֱלֹֽהֵיכֶם֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5לַֽאֲחֵיכֶ֔םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'6כַּאֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7דִּבֶּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work8לָהֶ֑ם9וְעַתָּ֡הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas10פְּנוּ֩H6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)11וּלְכ֨וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak12לָכֶ֜ם13לְאָהֳלֵיכֶ֗םH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15אֶ֨רֶץ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16אֲחֻזַּתְכֶ֔םH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession17אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18נָתַ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield19לָכֶ֗ם20מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses21עֶ֣בֶדH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant22יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)23בְּעֵ֖בֶרH5676gene, zijden, recht[idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight24הַיַּרְדֵּֽןH3383JordaanJordan
5Alleenlijk neemt naarstiglijk waar te doen het gebod en de wet, die u Mozes, de knecht des HEEREN, geboden heeft, dat gij den HEERE, uw God, liefhebt, en dat gij wandelt in al Zijn wegen, en Zijn geboden houdt, en Hem aanhangt, en dat gij Hem dient met uw ganse hart en met uw ganse ziel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Alleenlijk neemtH8104naarstiglijkH3966 waar te doenH6213 het gebodH4687 en de wetH8451, dieH834 u MozesH4872, de knechtH5650 des HEERENH3068, geboden heeft, dat gij den HEEREH3068, uw GodH430, liefhebtH157, en dat gij wandeltH3212 in alH3605 Zijn wegenH1870, en Zijn geboden houdtH8104, en Hem aanhangtH1692, en dat gij Hem dientH5647 met uw ganseH3605hartH3824 en met uw ganseH3605zielH5315.Alleenlijk neemt naarstiglijk waar te doen het gebod en de wet, die u Mozes, de knecht des HEEREN, geboden heeft, dat gij den HEERE, uw God, liefhebt, en dat gij wandelt in al Zijn wegen, en Zijn geboden houdt, en Hem aanhangt, en dat gij Hem dient met uw ganse hart en met uw ganse ziel.
Ook in dit vers
gebodenH4687
gebodenH6680
KJVBut take diligent3heed2to do4the commandment6and the law,8which Moses12the servant13of the LORD14charged10you, to love15the LORD17your God,18and to walk19in all his ways,21and to keep22his commandments,23and to cleave24unto him, and to serve26him with all your heart28and with all your soul.
1רַ֣קH7535alleen, slechtsbut, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise2שִׁמְר֣וּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)3מְאֹ֗דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well4לַעֲשׂ֨וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַמִּצְוָ֣הH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַתּוֹרָה֮H8451wet, wetten, leerlaw9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10צִוָּ֣הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order11אֶתְכֶם֮H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12מֹשֶׁ֣הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses13עֶֽבֶדH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant14יְהוָה֒H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15לְ֠אַהֲבָהH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17יְהוָ֨הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18אֱלֹֽהֵיכֶ֜םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty19וְלָלֶ֧כֶתH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak20בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21דְּרָכָ֛יוH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)22וְלִשְׁמֹ֥רH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)23מִצְוֺתָ֖יוH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept24וּלְדָבְקָהH1692kleeft, kleven, aanhangenabide fast, cleave (fast together), follow close (hard after), be joined (together), keep (fast), overtake, pursue hard, stick, take25ב֑וֹ26וּלְעָבְד֕וֹH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,27בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)28לְבַבְכֶ֖םH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding29וּבְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)30נַפְשְׁכֶֽםH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
6Alzo zegende hen Jozua, en hij liet hen gaan; en zij gingen naar hun tenten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Alzo zegendeH1288 hen JozuaH3091, en hij lietH7971 hen gaan; en zij gingenH3212naarH413 hun tentenH168.Alzo zegende hen Jozua, en hij liet hen gaan; en zij gingen naar hun tenten.
KJVSo Joshua2blessed1them, and sent them away:3and they went4unto their tents.
1וַֽיְבָרְכֵ֖םH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank2יְהוֹשֻׁ֑עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)3וַֽיְשַׁלְּחֵ֔םH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)4וַיֵּלְכ֖וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6אָהֳלֵיהֶֽםH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent
7Want aan de helft van den stam van Manasse had Mozes een erfdeel gegeven in Bazan; maar aan de andere helft van denzelven gaf Jozua een erfdeel bij hun broederen, aan deze zijde van de Jordaan westwaarts. Verder ook als Jozua hen liet trekken naar hun tenten, zo zegende hij hen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Want aan de helftH2677 van den stamH7626 van ManasseH4519 had MozesH4872 een erfdeel gegevenH5414 in BazanH1316; maar aan de andere helftH2677 van denzelven gaf JozuaH3091 een erfdeel bijH5973 hun broederenH251, aan deze zijde van de JordaanH3383westwaartsH3220. Verder ookH1571alsH3588JozuaH3091 hen liet trekkenH7971naarH413 hun tentenH168, zo zegendeH1288 hij hen.Want aan de helft van den stam van Manasse had Mozes een erfdeel gegeven in Bazan; maar aan de andere helft van denzelven gaf Jozua een erfdeel bij hun broederen, aan deze zijde van de Jordaan westwaarts. Verder ook als Jozua hen liet trekken naar hun tenten, zo zegende hij hen.
KJVNow to the one half1of the tribe2of Manasseh3Moses5had given4possession in Bashan:6but unto the other half7thereof gave8Joshua9among10their brethren11on this side12Jordan13westward.14And when Joshua18sent them away17also unto their tents,20then he blessed
1וְלַחֲצִ֣יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts2שֵׁ֣בֶטH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe3הַֽמְנַשֶּׁ֗הH4519ManasseManasseh4נָתַ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5מֹשֶׁה֮H4872Mozes, Mozes', mozesMoses6בַּבָּשָׁן֒H1316Bazan, BasanBashan7וּלְחֶצְי֗וֹH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts8נָתַ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9יְהוֹשֻׁ֨עַ֙H3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)10עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)11אֲחֵיהֶ֔םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'12בְּעֵ֥בֶרH5676gene, zijden, recht[idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight13הַיַּרְדֵּ֖ןH3383JordaanJordan14יָ֑מָּהH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)15וְ֠גַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea16כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet17שִׁלְּחָ֧םH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)18יְהוֹשֻׁ֛עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)19אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)20אָהֳלֵיהֶ֖םH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent21וַיְבָרֲכֵֽםH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank
8En hij sprak tot hen, zeggende: Keert weder tot uw tenten met veel rijkdom, en met zeer veel vee, met zilver, en met goud, en met koper, en met ijzer, en met zeer veel klederen; deelt den roof uwer vijanden met uw broederen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En hij sprakH559totH413 hen, zeggendeH559: Keert weder totH413 uw tentenH168 met veel rijkdomH5233, en met zeer veel veeH4735, met zilverH3701, en met goudH2091, en met koperH5178, en met ijzerH1270, en met zeer veel klederenH8008; deeltH2505 den roofH7998 uwer vijandenH341metH5973 uw broederenH251.En hij sprak tot hen, zeggende: Keert weder tot uw tenten met veel rijkdom, en met zeer veel vee, met zilver, en met goud, en met koper, en met ijzer, en met zeer veel klederen; deelt den roof uwer vijanden met uw broederen.
Ook in dit vers
veelH7227
veelH7227
veelH7235
KJVAnd he spake1unto them, saying,3Return6with much5riches4unto your tents,8and with very11much10cattle,9with silver,12and with gold,13and with brass,14and with iron,15and with very18much17raiment:16divide19the spoil20of your enemies21with your brethren.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵיהֶ֜םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4בִּנְכָסִ֨יםH5233goederen, rijkdomriches, wealth5רַבִּ֜יםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)6שׁ֤וּבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8אָֽהֳלֵיכֶם֙H168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent9וּבְמִקְנֶ֣הH4735vee, bezitting, beestencattle, flock, herd, possession, purchase, substance10רַבH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)11מְאֹ֔דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well12בְּכֶ֨סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)13וּבְזָהָ֜בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather14וּבִנְחֹ֧שֶׁתH5178koperen, koper, kopersbrasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel15וּבְבַרְזֶ֛לH1270ijzer, ijzeren, ijzers(ax) head, iron16וּבִשְׂלָמ֖וֹתH8008klederen, kleed, kledingclothes, garment, raiment17הַרְבֵּ֣הH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very18מְאֹ֑דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well19חִלְק֥וּH2505delen, uitgedeeld, verdeelddeal, distribute, divide, flatter, give, (have, im-) part(-ner), take away a portion, receive, separate self, (be) smooth(-er)20שְׁלַלH7998buit, roof, roofsprey, spoil21אֹיְבֵיכֶ֖םH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe22עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)23אֲחֵיכֶֽםH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
9Alzo keerden de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse wederom, en togen van de kinderen Israels, van Silo, dat in het land Kanaan is, om te gaan naar het land van Gilead, naar het land hunner bezitting, in hetwelk zij bezitters gemaakt waren, naar den mond des HEEREN, door den dienst van Mozes.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Alzo keerdenH7725 de kinderenH1121 van RubenH7205, en de kinderenH1121 van GadH1410, en de halveH2677stamH7626 van ManasseH4519wederomH7725, en togenH3212vanH854 de kinderenH1121IsraelsH3478, van SiloH7887, datH834 in het landH776KanaanH3667 is, om te gaan naarH413 het landH776 van GileadH1568, naarH413 het landH776 hunner bezittingH272, in hetwelkH834 zij bezittersH270 gemaakt waren, naar den mondH6310 des HEERENH3068, door den dienstH3027 van MozesH4872.Alzo keerden de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse wederom, en togen van de kinderen Israels, van Silo, dat in het land Kanaan is, om te gaan naar het land van Gilead, naar het land hunner bezitting, in hetwelk zij bezitters gemaakt waren, naar den mond des HEEREN, door den dienst van Mozes.
KJVAnd the children3of Reuben4and the children5of Gad6and the half7tribe8of Manasseh9returned,1and departed2from the children11of Israel12out of Shiloh,13which is in the land15of Canaan,16to go17unto the country19of Gilead,20to the land22of their possession,23whereof they were possessed,25according to the word28of the LORD29by the hand30of Moses.
1וַיָּשֻׁ֣בוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2וַיֵּלְכ֡וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak3בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4רְאוּבֵ֨ןH7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben5וּבְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6גָ֜דH1410GadGad7וַחֲצִ֣יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts8שֵׁ֣בֶטH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe9הַֽמְנַשֶּׁ֗הH4519ManasseManasseh10מֵאֵת֙H854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix11בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13מִשִּׁלֹ֖הH7887SiloShiloh14אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15בְּאֶֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16כְּנָ֑עַןH3667Kanaan, koophandel, KanaanietenCanaan, merchant, traffick17לָלֶ֜כֶתH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak18אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)19אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world20הַגִּלְעָ֗דH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite21אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)22אֶ֤רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world23אֲחֻזָּתָם֙H272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession24אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection25נֹֽאחֲזוּH270bevangen, vast, bezitters[phrase] be affrighted, bar, (catch, lay, take) hold (back), come upon, fasten, handle, portion, (get, have or take) possess(-ion)26בָ֔הּ27עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with28פִּ֥יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word29יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)30בְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves31מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
10Toen zij kwamen aan de grenzen van de Jordaan, die in het land Kanaan zijn, zo bouwden de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse aldaar een altaar aan de Jordaan, een altaar groot in het aanzien.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen zij kwamenH935 aan de grenzenH1552 van de JordaanH3383, dieH834 in het landH776KanaanH3667 zijn, zo bouwdenH1129 de kinderenH1121 van RubenH7205, en de kinderenH1121 van GadH1410, en de halveH2677stamH7626 van ManasseH4519aldaarH8033 een altaarH4196 aan de JordaanH3383, een altaarH4196grootH1419 in het aanzienH4758.Toen zij kwamen aan de grenzen van de Jordaan, die in het land Kanaan zijn, zo bouwden de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse aldaar een altaar aan de Jordaan, een altaar groot in het aanzien.
KJVAnd when they came1unto the borders3of Jordan,4that are in the land6of Canaan,7the children9of Reuben10and the children11of Gad12and the half13tribe14of Manasseh15built8there an altar17by Jordan,19a great21altar20to see to.
1וַיָּבֹ֨אוּ֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3גְּלִיל֣וֹתH1552grenzen, Galileaborder, coast, country4הַיַּרְדֵּ֔ןH3383JordaanJordan5אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7כְּנָ֑עַןH3667Kanaan, koophandel, KanaanietenCanaan, merchant, traffick8וַיִּבְנ֣וּH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely9בְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10רְאוּבֵ֣ןH7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben11וּבְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12גָ֡דH1410GadGad13וַחֲצִ֣יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts14שֵׁבֶט֩H7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe15הַֽמְנַשֶּׁ֨הH4519ManasseManasseh16שָׁ֤םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither17מִזְבֵּ֨חַ֙H4196altaar, altaren, altaarsaltar18עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19הַיַּרְדֵּ֔ןH3383JordaanJordan20מִזְבֵּ֥חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar21גָּד֖וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very22לְמַרְאֶֽהH4758gedaante, aanzien, gezicht[idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision
11En de kinderen Israels hoorden zeggen: Ziet, de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse hebben een altaar gebouwd, tegenover het land Kanaan, aan de grenzen van de Jordaan, aan de zijde der kinderen Israels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En de kinderenH1121IsraelsH3478hoordenH8085zeggenH559: ZietH2009, de kinderenH1121 van RubenH7205, en de kinderenH1121 van GadH1410, en de halveH2677stamH7626 van ManasseH4519 hebben een altaarH4196gebouwdH1129, tegenoverH518 het landH776KanaanH3667, aanH413 de grenzenH1552 van de JordaanH3383, aanH413 de zijde der kinderenH1121IsraelsH3478.En de kinderen Israels hoorden zeggen: Ziet, de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse hebben een altaar gebouwd, tegenover het land Kanaan, aan de grenzen van de Jordaan, aan de zijde der kinderen Israels.
KJVAnd the children2of Israel3heard1say,4Behold, the children7of Reuben8and the children9of Gad10and the half11tribe12of Manasseh13have built6an altar15over against17the land18of Canaan,19in the borders21of Jordan,22at the passage24of the children25of Israel.
1וַיִּשְׁמְע֥וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5הִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see6בָנ֣וּH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely7בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8רְאוּבֵ֣ןH7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben9וּבְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10גָ֡דH1410GadGad11וַחֲצִי֩H2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts12שֵׁ֨בֶטH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe13הַֽמְנַשֶּׁ֜הH4519ManasseManasseh14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הַמִּזְבֵּ֗חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar16אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)17מוּל֙H4136tegenover, voorste, nagel(over) against, before, (fore-) front, from, (God-) ward, toward, with18אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world19כְּנַ֔עַןH3667Kanaan, koophandel, KanaanietenCanaan, merchant, traffick20אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)21גְּלִילוֹת֙H1552grenzen, Galileaborder, coast, country22הַיַּרְדֵּ֔ןH3383JordaanJordan23אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)24עֵ֖בֶרH5676gene, zijden, recht[idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight25בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth26יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
12Als de kinderen Israels dit hoorden, zo verzamelde de ganse vergadering der kinderen Israels te Silo, dat zij tegen hen optogen met een heir.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Als de kinderenH1121IsraelsH3478 dit hoordenH8085, zo verzameldeH6950 de ganseH3605vergaderingH5712 der kinderenH1121IsraelsH3478 te SiloH7887, dat zij tegenH5921 hen optogenH5927 met een heirH6635.Als de kinderen Israels dit hoorden, zo verzamelde de ganse vergadering der kinderen Israels te Silo, dat zij tegen hen optogen met een heir.
KJVAnd when the children2of Israel3heard1of it, the whole congregation6of the children7of Israel8gathered themselves together4at Shiloh,9to go up10to war
1וַֽיִּשְׁמְע֖וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4וַיִּקָּ֨הֲל֜וּH6950vergaderden, vergaderde, verzameldeassemble (selves) (together), gather (selves) (together)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6עֲדַ֤תH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)7בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9שִׁלֹ֔הH7887SiloShiloh10לַעֲל֥וֹתH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work11עֲלֵיהֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12לַצָּבָֽאH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
13En de kinderen Israels zonden aan de kinderen van Ruben, en aan de kinderen van Gad, en aan den halven stam van Manasse, in het land Gilead, Pinehas, den zoon van Eleazar, den priester;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En de kinderenH1121IsraelsH3478zondenH7971aanH413 de kinderenH1121 van RubenH7205, en aanH413 de kinderenH1121 van GadH1410, en aanH413 den halvenH2677stamH7626 van ManasseH4519, in het landH776GileadH1568, PinehasH6372, den zoonH1121 van EleazarH499, den priesterH3548;En de kinderen Israels zonden aan de kinderen van Ruben, en aan de kinderen van Gad, en aan den halven stam van Manasse, in het land Gilead, Pinehas, den zoon van Eleazar, den priester;
KJVAnd the children2of Israel3sent1unto the children5of Reuben,6and to the children8of Gad,9and to the half11tribe12of Manasseh,13into the land15of Gilead,16Phinehas18the son19of Eleazar20the priest,
1וַיִּשְׁלְח֨וּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֜לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6רְאוּבֵ֧ןH7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben7וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9גָ֛דH1410GadGad10וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11חֲצִ֥יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts12שֵֽׁבֶטH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe13מְנַשֶּׁ֖הH4519ManasseManasseh14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16הַגִּלְעָ֑דH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18פִּינְחָ֖סH6372PinehasPhinehas19בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth20אֶלְעָזָ֥רH499EleazarEleazar21הַכֹּהֵֽןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer
14En tien vorsten met hem, van ieder vaderlijk huis een vorst, uit al de stammen van Israel; en zij waren een ieder een hoofd van het huis hunner vaderen over de duizenden van Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En tienH6235vorstenH5387metH5973 hem, van ieder vaderlijkH1huisH1004eenH259vorstH5387, uit alH3605 de stammenH4294 van IsraelH3478; en zijH1992 waren een ieder een hoofdH7218 van het huisH1004 hunner vaderenH1 over de duizendenH505 van IsraelH3478.En tien vorsten met hem, van ieder vaderlijk huis een vorst, uit al de stammen van Israel; en zij waren een ieder een hoofd van het huis hunner vaderen over de duizenden van Israel.
KJVAnd with him ten1princes,2of each5chief4house8a prince9throughout all the tribes11of Israel;12and each one13was an head14of the house15of their fathers16among the thousands18of Israel.
1וַעֲשָׂרָ֤הH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen2נְשִׂאִים֙H5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour3עִמּ֔וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)4נָשִׂ֨יאH5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour5אֶחָ֜דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,6נָשִׂ֤יאH5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour7אֶחָד֙H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,8לְבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9אָ֔בH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'10לְכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11מַטּ֣וֹתH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe12יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13וְאִ֨ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)14רֹ֧אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top15בֵּיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)16אֲבוֹתָ֛םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'17הֵ֖מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye18לְאַלְפֵ֥יH505duizend, duizenden, twee duizendthousand19יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
15Toen zij tot de kinderen van Ruben, en tot de kinderen van Gad, en tot den halven stam van Manasse kwamen, in het land Gilead, zo spraken zij met hen, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Toen zij tot de kinderenH1121 van RubenH7205, en tot de kinderenH1121 van GadH1410, en tot den halvenH2677stamH7626 van ManasseH4519kwamenH935, in het landH776GileadH1568, zo sprakenH1696 zij metH854 hen, zeggendeH559:Toen zij tot de kinderen van Ruben, en tot de kinderen van Gad, en tot den halven stam van Manasse kwamen, in het land Gilead, zo spraken zij met hen, zeggende:
KJVAnd they came1unto the children3of Reuben,4and to the children6of Gad,7and to the half9tribe10of Manasseh,11unto the land13of Gilead,14and they spake15with them, saying,
1וַיָּבֹ֜אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4רְאוּבֵ֧ןH7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben5וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7גָ֛דH1410GadGad8וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9חֲצִ֥יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts10שֵֽׁבֶטH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe11מְנַשֶּׁ֖הH4519ManasseManasseh12אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14הַגִּלְעָ֑דH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite15וַיְדַבְּר֥וּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work16אִתָּ֖םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix17לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
16Alzo spreekt de ganse gemeente des HEEREN: Wat overtreding is dit, waarmede gijlieden overtreden hebt tegen den God van Israel, heden afkerende van achter den HEERE, mits dat gij een altaar voor u gebouwd hebt, om heden tegen den HEERE wederspannig te zijn?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16AlzoH3541spreektH559 de ganseH3605gemeenteH5712 des HEERENH3068: Wat overtredingH4604 is ditH2088, waarmede gijlieden overtredenH4603 hebt tegen den GodH430 van IsraelH3478, hedenH3117afkerendeH7725 van achterH310 den HEEREH3068, mits dat gij een altaarH4196 voor u gebouwdH1129 hebt, om hedenH3117 tegen den HEEREH3068wederspannigH4775 te zijn?Alzo spreekt de ganse gemeente des HEEREN: Wat overtreding is dit, waarmede gijlieden overtreden hebt tegen den God van Israel, heden afkerende van achter den HEERE, mits dat gij een altaar voor u gebouwd hebt, om heden tegen den HEERE wederspannig te zijn?
KJVThus saith2the whole congregation4of the LORD,5What trespass7is this that ye have committed10against the God11of Israel,12to turn away13this day14from following15the LORD,16in that ye have builded17you an altar,19that ye might rebel20this day21against the LORD?
1כֹּ֣הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמְר֞וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3כֹּ֣לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4עֲדַ֣תH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)5יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6מָֽהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why7הַמַּ֤עַלH4604overtreding, overtreden, overtredingenfalsehood, grievously, sore, transgression, trespass, [idiom] very8הַזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)9אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10מְעַלְתֶּם֙H4603overtreden, begaan, overtradtransgress, (commit, do a) trespass(-ing)11בֵּאלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13לָשׁ֣וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw14הַיּ֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger15מֵאַחֲרֵ֖יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with16יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17בִּבְנֽוֹתְכֶ֤םH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely18לָכֶם֙19מִזְבֵּ֔חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar20לִמְרָדְכֶ֥םH4775wederspannig, gerebelleerd, rebelleerderebel(-lious)21הַיּ֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger22בַּיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
17Is ons de ongerechtigheid van Peor te weinig, van dewelke wij niet gereinigd zijn tot op dezen dag, hoewel de plaag in de vergadering des HEEREN geweest is?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Is ons de ongerechtigheidH5771 van PeorH6465 te weinigH4592, van dewelkeH834 wij nietH3808gereinigdH2891 zijn totH5704 op dezenH2088dagH3117, hoewel de plaagH5063 in de vergaderingH5712 des HEERENH3068 geweest is?Is ons de ongerechtigheid van Peor te weinig, van dewelke wij niet gereinigd zijn tot op dezen dag, hoewel de plaag in de vergadering des HEEREN geweest is?
KJVIs the iniquity4of Peor5too little1for us, from which we are not cleansed8until this day,11although there was a plague14in the congregation15of the LORD,
1הַמְעַטH4592weinig, weinige, bijnaalmost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very2לָ֨נוּ֙3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4עֲוֺ֣ןH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin5פְּע֔וֹרH6465PeorPeor. See also H1047 (בֵּית פְּעוֹר)6אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8הִטַּהַ֨רְנוּ֙H2891reinigen, rein, gereinigdbe (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self)9מִמֶּ֔נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with10עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger12הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)13וַיְהִ֥יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use14הַנֶּ֖גֶףH5063plaag, plage, aanstootsplague, stumbling15בַּעֲדַ֥תH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)16יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
18Dewijl gij u heden van achter den HEERE afkeert, het zal dan geschieden, als gij heden wederspannig zijt tegen den HEERE, zo zal Hij Zich morgen grotelijks vertoornen tegen de ganse gemeente van Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Dewijl gij u hedenH3117 van achterH310 den HEEREH3068afkeertH7725, het zal dan geschiedenH1961, als gijH859hedenH3117wederspannigH4775 zijt tegen den HEEREH3068, zo zal Hij Zich morgenH4279 grotelijks vertoornenH7107tegenH413 de ganseH3605gemeenteH5712 van IsraelH3478.Dewijl gij u heden van achter den HEERE afkeert, het zal dan geschieden, als gij heden wederspannig zijt tegen den HEERE, zo zal Hij Zich morgen grotelijks vertoornen tegen de ganse gemeente van Israel.
KJVBut that ye must turn away2this day3from following4the LORD?5and it will be, seeing ye rebel8to day9against the LORD,10that to morrow11he will be wroth16with the whole congregation14of Israel.
1וְאַתֶּם֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2תָּשֻׁ֣בוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw3הַיּ֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4מֵאַחֲרֵ֖יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with5יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6וְהָיָ֗הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7אַתֶּ֞םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you8תִּמְרְד֤וּH4775wederspannig, gerebelleerd, rebelleerderebel(-lious)9הַיּוֹם֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger10בַּֽיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11וּמָחָ֕רH4279morgen, Morgentime to come, tomorrow12אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14עֲדַ֥תH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)15יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael16יִקְצֹֽףH7107toornig, verbolgen, vertoornd(be) anger(-ry), displease, fret self, (provoke to) wrath (come), be wroth
19Maar toch, indien het land uwer bezitting onrein is, komt over in het land van de bezitting des HEEREN, waar de tabernakel des HEEREN woont, en neemt bezitting in het midden van ons; maar zijt niet wederspannig tegen den HEERE, en zijt ook niet wederspannig tegen ons, een altaar voor u bouwende, behalve het altaar van den HEERE, onzen God.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Maar toch, indienH518 het landH776 uwer bezittingH272onreinH2931 is, komtH5674 over in het landH776 van de bezittingH272 des HEERENH3068, waar de tabernakelH4908 des HEERENH3068woontH7931, en neemt bezittingH270 in het middenH8432 van ons; maar zijt niet wederspannigH4775 tegen den HEEREH3068, en zijt ook nietH408wederspannigH4775 tegen ons, een altaarH4196 voor u bouwendeH1129, behalve het altaarH4196 van den HEEREH3068, onzen GodH430.Maar toch, indien het land uwer bezitting onrein is, komt over in het land van de bezitting des HEEREN, waar de tabernakel des HEEREN woont, en neemt bezitting in het midden van ons; maar zijt niet wederspannig tegen den HEERE, en zijt ook niet wederspannig tegen ons, een altaar voor u bouwende, behalve het altaar van den HEERE, onzen God.
KJVNotwithstanding,1if the land4of your possession5be unclean,3then pass ye over6unto the land9of the possession10of the LORD,11wherein the LORD'S16tabernacle15dwelleth,13and take possession17among18us: but rebel21not against the LORD,19nor20rebel24against us, in building25you an altar27beside28the altar29of the LORD30our God.
1וְאַ֨ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)2אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3טְמֵאָ֜הH2931onrein, onreine, onreinsdefiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean4אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5אֲחֻזַּתְכֶ֗םH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession6עִבְר֨וּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath7לָכֶ֜ם8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9אֶ֨רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10אֲחֻזַּ֤תH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession11יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13שָֽׁכַןH7931wonen, woont, woneabide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up)14שָׁם֙H8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither15מִשְׁכַּ֣ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent16יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17וְהֵאָחֲז֖וּH270bevangen, vast, bezitters[phrase] be affrighted, bar, (catch, lay, take) hold (back), come upon, fasten, handle, portion, (get, have or take) possess(-ion)18בְּתוֹכֵ֑נוּH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)19וּבַֽיהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)20אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than21תִּמְרֹ֗דוּH4775wederspannig, gerebelleerd, rebelleerderebel(-lious)22וְאֹתָ֨נוּ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)23אֶלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than24תִּמְרֹ֔דוּH4775wederspannig, gerebelleerd, rebelleerderebel(-lious)25בִּבְנֹֽתְכֶ֤םH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely26לָכֶם֙27מִזְבֵּ֔חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar28מִֽבַּלְעֲדֵ֔יH1107zonder, behalve, buitenbeside, not (in), save, without29מִזְבַּ֖חH4196altaar, altaren, altaarsaltar30יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)31אֱלֹהֵֽינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
20Heeft niet Achan, de zoon van Zerah, overtreding begaan met het verbannene, en kwam er niet een verbolgenheid over de ganse vergadering van Israel? En die man stierf niet alleen in zijn ongerechtigheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Heeft nietH3808AchanH5912, de zoonH1121 van ZerahH2226, overtredingH4604begaanH4603 met het verbanneneH2764, en kwam er niet eenH259verbolgenheidH7110overH5921 de ganseH3605vergaderingH5712 van IsraelH3478? En die manH376stierfH1478nietH3808 alleen in zijnH1961ongerechtigheidH5771.Heeft niet Achan, de zoon van Zerah, overtreding begaan met het verbannene, en kwam er niet een verbolgenheid over de ganse vergadering van Israel? En die man stierf niet alleen in zijn ongerechtigheid.
KJVDid not Achan2the son3of Zerah4commit5a trespass6in the accursed thing,7and wrath13fell12on all the congregation10of Israel?11and that man15perished18not alone16in his iniquity.
1הֲל֣וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2עָכָ֣ןH5912AchanAchan. Compare H5917 (עָכָר)3בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4זֶ֗רַחH2226Zerah, ZeraZarah, Zerah5מָ֤עַלH4603overtreden, begaan, overtradtransgress, (commit, do a) trespass(-ing)6מַ֨עַל֙H4604overtreding, overtreden, overtredingenfalsehood, grievously, sore, transgression, trespass, [idiom] very7בַּחֵ֔רֶםH2764verbannene, ban, verbannen(ac-) curse(-d, -d thing), dedicated thing, things which should have been utterly destroyed, (appointed to) utter destruction, devoted (thing), net8וְעַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10עֲדַ֥תH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)11יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12הָ֣יָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13קָ֑צֶףH7110toorn, verbolgenheid, toornigheidfoam, indignation, [idiom] sore, wrath14וְהוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who15אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)16אֶחָ֔דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,17לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18גָוַ֖עH1478geest, doodbrakende, eestdie, be dead, give up the ghost, perish19בַּעֲוֺנֽוֹH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin
21Toen antwoordden de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse, en zij spraken met de hoofden der duizenden van Israel:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Toen antwoorddenH6030 de kinderenH1121 van RubenH7205, en de kinderenH1121 van GadH1410, en de halveH2677stamH7626 van ManasseH4519, en zij sprakenH1696metH854 de hoofdenH7218 der duizendenH505 van IsraelH3478:Toen antwoordden de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse, en zij spraken met de hoofden der duizenden van Israel:
KJVThen the children2of Reuben3and the children4of Gad5and the half6tribe7of Manasseh8answered,1and said9unto the heads11of the thousands12of Israel,
1וַֽיַּעֲנוּ֙H6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3רְאוּבֵ֣ןH7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben4וּבְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5גָ֔דH1410GadGad6וַחֲצִ֖יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts7שֵׁ֣בֶטH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe8הַֽמְנַשֶּׁ֑הH4519ManasseManasseh9וַֽיְדַבְּר֔וּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work10אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix11רָאשֵׁ֖יH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top12אַלְפֵ֥יH505duizend, duizenden, twee duizendthousand13יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
22De God der goden, de HEERE, de God der goden, de HEERE, Die weet het; Israel zelf zal het ook weten! Is het door wederspannigheid, of is het door overtreding tegen den HEERE, zo behoudt ons heden niet;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22De GodH410 der godenH430, de HEEREH3068, de GodH410 der godenH430, de HEEREH3068, DieH2088 weet het; IsraelH3478zelfH1931 zal het ook wetenH3045! Is het door wederspannigheidH4777, ofH518 is het door overtredingH4604 tegen den HEEREH3068, zo behoudtH3467 ons hedenH3117nietH408;De God der goden, de HEERE, de God der goden, de HEERE, Die weet het; Israel zelf zal het ook weten! Is het door wederspannigheid, of is het door overtreding tegen den HEERE, zo behoudt ons heden niet;
KJVThe LORD3God1of gods,2the LORD6God4of gods,5he knoweth,8and Israel9he shall know;11if it be in rebellion,13or if in transgression15against the LORD,16(save18us not this day,)
1אֵל֩H410God, Gods, godGod (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.'2אֱלֹהִ֨יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֵ֣לH410God, Gods, godGod (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.'5אֱלֹהִ֤יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7ה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8יֹדֵ֔עַH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot9וְיִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10ה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who11יֵדָ֑עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot12אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet13בְּמֶ֤רֶדH4777wederspannigheidrebellion14וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet15בְּמַ֨עַל֙H4604overtreding, overtreden, overtredingenfalsehood, grievously, sore, transgression, trespass, [idiom] very16בַּֽיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than18תּוֹשִׁיעֵ֖נוּH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory19הַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger20הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
23Dat wij ons een altaar zouden gebouwd hebben, om ons van achter den HEERE af te keren, of om brandoffer en spijsoffer daarop te offeren, of om dankoffer daarop te doen, zo eise het de HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Dat wij ons een altaarH4196 zouden gebouwdH1129 hebben, om ons van achterH310 den HEEREH3068 af te kerenH7725, of om brandofferH5930 en spijsofferH4503 daarop te offerenH5927, of om dankofferH8002 daarop te doenH6213, zo eiseH1245hetH1931 de HEEREH3068.Dat wij ons een altaar zouden gebouwd hebben, om ons van achter den HEERE af te keren, of om brandoffer en spijsoffer daarop te offeren, of om dankoffer daarop te doen, zo eise het de HEERE.
KJVThat we have built1us an altar3to turn4from following5the LORD,6or if to offer8thereon burnt offering10or meat offering,11or if to offer13peace16offerings15thereon, let the LORD17himself require
1לִבְנ֥וֹתH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely2לָ֨נוּ֙3מִזְבֵּ֔חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar4לָשׁ֖וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw5מֵאַחֲרֵ֣יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with6יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet8לְהַעֲל֨וֹתH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work9עָלָ֜יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10עוֹלָ֣הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)11וּמִנְחָ֗הH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice12וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet13לַעֲשׂ֤וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14עָלָיו֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15זִבְחֵ֣יH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice16שְׁלָמִ֔יםH8002dankofferen, dankoffer, dankofferspeace offering17יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who19יְבַקֵּֽשׁH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)
24En zo wij dit niet uit zorg vanwege deze zaak gedaan hebben, zeggende: Morgen mochten uw kinderen tot onze kinderen spreken, zeggende: Wat hebt gij met den HEERE, den God van Israel, te doen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En zoH518 wij dit nietH3808 uit zorgH1674 vanwege deze zaakH1697gedaanH6213 hebben, zeggendeH559: MorgenH4279 mochten uw kinderenH1121 tot onze kinderenH1121sprekenH559, zeggendeH559: WatH4100 hebt gij met den HEEREH3068, den GodH430 van IsraelH3478, te doen?En zo wij dit niet uit zorg vanwege deze zaak gedaan hebben, zeggende: Morgen mochten uw kinderen tot onze kinderen spreken, zeggende: Wat hebt gij met den HEERE, den God van Israel, te doen?
KJVAnd if we have not rather done5it for fear3of this thing,4saying,8In time to come9your children11might speak10unto our children,12saying,13What have ye to do with the LORD16God17of Israel?
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3מִדְּאָגָה֙H1674kommer, Bekommernis, bekommerniscare(-fulness), fear, heaviness, sorrow4מִדָּבָ֔רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work5עָשִׂ֥ינוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7זֹ֖אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus8לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9מָחָ֗רH4279morgen, Morgentime to come, tomorrow10יֹאמְר֨וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11בְנֵיכֶ֤םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12לְבָנֵ֨ינוּ֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why15לָּכֶ֕ם16וְלַֽיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17אֱלֹהֵ֥יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty18יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
25De HEERE heeft immers de Jordaan tot landpale gezet tussen ulieden, gij, kinderen van Ruben, en gij, kinderen van Gad! gij hebt geen deel aan den HEERE. Zo mochten uw kinderen onze kinderen doen ophouden, dat zij den HEERE niet vreesden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25De HEEREH3068 heeft immers de JordaanH3383 tot landpaleH1366gezetH5414tussenH996 ulieden, gij, kinderenH1121 van RubenH7205, en gij, kinderenH1121 van GadH1410! gij hebt geenH369deelH2506 aan den HEEREH3068. Zo mochten uw kinderenH1121 onze kinderenH1121 doen ophoudenH7673, dat zij den HEEREH3068 niet vreesdenH3372.De HEERE heeft immers de Jordaan tot landpale gezet tussen ulieden, gij, kinderen van Ruben, en gij, kinderen van Gad! gij hebt geen deel aan den HEERE. Zo mochten uw kinderen onze kinderen doen ophouden, dat zij den HEERE niet vreesden.
KJVFor the LORD3hath made2Jordan11a border1between us and you, ye children6of Reuben7and children8of Gad;9ye have no part14in the LORD:15so shall your children17make16our children19ceasefrom20fearing21the LORD.
1וּגְב֣וּלH1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space2נָֽתַןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield3יְ֠הוָהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4בֵּינֵ֨נוּH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within5וּבֵינֵיכֶ֜םH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within6בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7רְאוּבֵ֤ןH7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben8וּבְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9גָד֙H1410GadGad10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הַיַּרְדֵּ֔ןH3383JordaanJordan12אֵיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)13לָכֶ֥ם14חֵ֖לֶקH2506deel, delen, stukflattery, inheritance, part, [idiom] partake, portion15בַּֽיהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16וְהִשְׁבִּ֤יתוּH7673ophouden, rusten, houdt(cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away17בְנֵיכֶם֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth18אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19בָּנֵ֔ינוּH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth20לְבִלְתִּ֖יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without21יְרֹ֥אH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)22אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)23יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
26Daarom zeiden wij: Laat ons toch voor ons maken, bouwende een altaar, niet ten brandoffer, noch ten offer.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Daarom zeidenH559 wij: Laat ons tochH4994 voor ons makenH6213, bouwendeH1129 een altaarH4196, nietH3808 ten brandofferH5930, nochH3808 ten offerH2077.Daarom zeiden wij: Laat ons toch voor ons maken, bouwende een altaar, niet ten brandoffer, noch ten offer.
KJVTherefore we said,1Let us now prepare2to build5us an altar,7not for burnt offering,9nor for sacrifice:
1וַנֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2נַעֲשֶׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use3נָּ֣אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh4לָ֔נוּ5לִבְנ֖וֹתH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַמִּזְבֵּ֑חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar8לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9לְעוֹלָ֖הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)10וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11לְזָֽבַחH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice
27Maar dat het een getuige zij tussen ons en tussen ulieden, en tussen onze geslachten na ons, opdat wij den dienst des HEEREN voor Zijn aangezicht dienen mochten met onze brandofferen, en met onze slachtofferen, en met onze dankofferen; en dat uw kinderen tot onze kinderen morgen niet zeggen: Gijlieden hebt geen deel aan den HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27MaarH3588 dat het een getuigeH5707zijH1931 tussen ons en tussenH996 ulieden, en tussenH996 onze geslachtenH1755naH310 ons, opdat wij den dienstH5656 des HEERENH3068 voor Zijn aangezichtH6440dienenH5647 mochten met onze brandofferenH5930, en met onze slachtofferenH2077, en met onze dankofferenH8002; en dat uw kinderenH1121 tot onze kinderenH1121morgenH4279 niet zeggenH559: Gijlieden hebt geen deelH2506 aan den HEEREH3068.Maar dat het een getuige zij tussen ons en tussen ulieden, en tussen onze geslachten na ons, opdat wij den dienst des HEEREN voor Zijn aangezicht dienen mochten met onze brandofferen, en met onze slachtofferen, en met onze dankofferen; en dat uw kinderen tot onze kinderen morgen niet zeggen: Gijlieden hebt geen deel aan den HEERE.
KJVBut that it may be a witness2between us, and you, and our generations7after8us, that we might do9the service11of the LORD12before13him with our burnt offerings,14and with our sacrifices,15and with our peace offerings;16that your children19may not say18to our children21in time to come,20Ye have no part24in the LORD.
1כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2עֵ֨דH5707getuige, getuigen, Getuigewitness3ה֜וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4בֵּינֵ֣ינוּH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within5וּבֵינֵיכֶ֗םH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within6וּבֵ֣יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within7דֹּרוֹתֵינוּ֮H1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity8אַחֲרֵינוּ֒H310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with9לַעֲבֹ֞דH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11עֲבֹדַ֤תH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought12יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13לְפָנָ֔יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you14בְּעֹלוֹתֵ֥ינוּH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)15וּבִזְבָחֵ֖ינוּH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice16וּבִשְׁלָמֵ֑ינוּH8002dankofferen, dankoffer, dankofferspeace offering17וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18יֹאמְר֨וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet19בְנֵיכֶ֤םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth20מָחָר֙H4279morgen, Morgentime to come, tomorrow21לְבָנֵ֔ינוּH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth22אֵיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)23לָכֶ֥ם24חֵ֖לֶקH2506deel, delen, stukflattery, inheritance, part, [idiom] partake, portion25בַּיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
28Daarom zeiden wij: Wanneer het geschiedt, dat zij morgen alzo tot ons en tot onze geslachten zeggen zullen; zo zullen wij zeggen: Ziet de gedaante van het altaar des HEEREN, hetwelk onze vaderen gemaakt hebben, niet ten brandoffer, noch ten offer; maar het is een getuige tussen ons en tussen ulieden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Daarom zeidenH559 wij: Wanneer het geschiedtH1961, dat zij morgenH4279 alzo tot ons en tot onze geslachtenH1755zeggenH559 zullen; zo zullen wij zeggenH559: ZietH7200 de gedaanteH8403 van het altaarH4196 des HEERENH3068, hetwelkH834 onze vaderenH1gemaaktH6213 hebben, nietH3808 ten brandofferH5930, nochH3808 ten offerH2077; maarH3588hetH1931 is een getuigeH5707 tussen ons en tussen ulieden.Daarom zeiden wij: Wanneer het geschiedt, dat zij morgen alzo tot ons en tot onze geslachten zeggen zullen; zo zullen wij zeggen: Ziet de gedaante van het altaar des HEEREN, hetwelk onze vaderen gemaakt hebben, niet ten brandoffer, noch ten offer; maar het is een getuige tussen ons en tussen ulieden.
KJVTherefore said1we, that it shall be, when they should so say4to us or to our generations7in time to come,8that we may say9again, Behold10the pattern12of the altar13of the LORD,14which our fathers17made,16not for burnt offerings,19nor for sacrifices;21but it is a witness
1וַנֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2וְהָיָ֗הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4יֹאמְר֥וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5אֵלֵ֛ינוּH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7דֹּרֹתֵ֖ינוּH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity8מָחָ֑רH4279morgen, Morgentime to come, tomorrow9וְאָמַ֡רְנוּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10רְא֣וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12תַּבְנִית֩H8403gedaante, voorbeeld, gelijkenisfigure, form, likeness, pattern, similitude13מִזְבַּ֨חH4196altaar, altaren, altaarsaltar14יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16עָשׂ֣וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use17אֲבוֹתֵ֗ינוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'18לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without19לְעוֹלָה֙H5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)20וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21לְזֶ֔בַחH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice22כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet23עֵ֣דH5707getuige, getuigen, Getuigewitness24ה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who25בֵּינֵ֖ינוּH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within26וּבֵינֵיכֶֽםH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within
29Het zij verre van ons, van ons dat wij zouden wederspannig zijn tegen den HEERE, of dat wij te dezen dage ons van achter den HEERE afkeren zouden, bouwende een altaar ten brandoffer, ten spijsoffer, of ten slachtoffer, behalve het altaar van den HEERE, onzen God, dat voor Zijn tabernakel is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Het zij verreH2486 van ons, van ons dat wij zouden wederspannigH4775 zijn tegen den HEEREH3068, of dat wij te dezen dageH3117 ons van achterH310 den HEEREH3068afkerenH7725 zouden, bouwendeH1129 een altaarH4196 ten brandofferH5930, ten spijsofferH4503, of ten slachtofferH2077, behalve het altaarH4196 van den HEEREH3068, onzen GodH430, datH834voorH6440 Zijn tabernakelH4908 is.Het zij verre van ons, van ons dat wij zouden wederspannig zijn tegen den HEERE, of dat wij te dezen dage ons van achter den HEERE afkeren zouden, bouwende een altaar ten brandoffer, ten spijsoffer, of ten slachtoffer, behalve het altaar van den HEERE, onzen God, dat voor Zijn tabernakel is.
KJVGod forbid1that we should rebel4against the LORD,5and turn6this day7from following8the LORD,9to build10an altar11for burnt offerings,12for meat offerings,13or for sacrifices,14beside the altar16of the LORD17our God18that is before20his tabernacle.
1חָלִילָה֩H2486verre, Verre, latebe far, ([idiom] God) forbid2לָּ֨נוּ3מִמֶּ֜נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4לִמְרֹ֣דH4775wederspannig, gerebelleerd, rebelleerderebel(-lious)5בַּֽיהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6וְלָשׁ֤וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw7הַיּוֹם֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger8מֵאַחֲרֵ֣יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with9יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10לִבְנ֣וֹתH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely11מִזְבֵּ֔חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar12לְעֹלָ֖הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)13לְמִנְחָ֣הH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice14וּלְזָ֑בַחH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice15מִלְּבַ֗דH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength16מִזְבַּח֙H4196altaar, altaren, altaarsaltar17יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18אֱלֹהֵ֔ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty19אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you21מִשְׁכָּנֽוֹH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent
30Toen de priester Pinehas, en de oversten der vergadering, en de hoofden der duizenden van Israel, die bij hem waren, de woorden hoorden, die de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de kinderen van Manasse gesproken hadden, zo was het goed in hun ogen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Toen de priesterH3548PinehasH6372, en de overstenH5387 der vergaderingH5712, en de hoofdenH7218 der duizendenH505 van IsraelH3478, dieH834bijH854 hem waren, de woordenH1697hoordenH8085, dieH834 de kinderenH1121 van RubenH7205, en de kinderenH1121 van GadH1410, en de kinderenH1121 van ManasseH4519gesprokenH1696 hadden, zo was het goedH3190 in hun ogenH5869.Toen de priester Pinehas, en de oversten der vergadering, en de hoofden der duizenden van Israel, die bij hem waren, de woorden hoorden, die de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de kinderen van Manasse gesproken hadden, zo was het goed in hun ogen.
KJVAnd when Phinehas2the priest,3and the princes4of the congregation5and heads6of the thousands7of Israel8which were with him, heard1the words12that the children15of Reuben16and the children17of Gad18and the children19of Manasseh20spake,14it pleased21
1וַיִּשְׁמַ֞עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2פִּֽינְחָ֣סH6372PinehasPhinehas3הַכֹּהֵ֗ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer4וּנְשִׂיאֵ֨יH5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour5הָעֵדָ֜הH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)6וְרָאשֵׁ֨יH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top7אַלְפֵ֤יH505duizend, duizenden, twee duizendthousand8יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10אִתּ֔וֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הַ֨דְּבָרִ֔יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work13אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14דִּבְּר֛וּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work15בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16רְאוּבֵ֥ןH7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben17וּבְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth18גָ֖דH1410GadGad19וּבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth20מְנַשֶּׁ֑הH4519ManasseManasseh21וַיִּיטַ֖בH3190goed, welga, weldoenbe accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen)22בְּעֵינֵיהֶֽםH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
31En Pinehas, de zoon van den priester Eleazar, zeide tot de kinderen van Ruben, en tot de kinderen van Gad, en tot de kinderen van Manasse: Heden weten wij, dat de HEERE in het midden van ons is, dewijl gij deze overtreding tegen den HEERE niet begaan hebt; toen hebt gijlieden de kinderen Israel verlost uit de hand des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En PinehasH6372, de zoonH1121 van den priesterH3548EleazarH499, zeideH559totH413 de kinderenH1121 van RubenH7205, en totH413 de kinderenH1121 van GadH1410, en totH413 de kinderenH1121 van ManasseH4519: HedenH3117wetenH3045 wij, dat de HEEREH3068 in het middenH8432 van ons is, dewijlH3588 gij dezeH2088overtredingH4604 tegen den HEEREH3068nietH3808begaanH4603 hebt; toen hebt gijlieden de kinderenH1121IsraelH3478verlostH5337 uit de handH3027 des HEERENH3068.En Pinehas, de zoon van den priester Eleazar, zeide tot de kinderen van Ruben, en tot de kinderen van Gad, en tot de kinderen van Manasse: Heden weten wij, dat de HEERE in het midden van ons is, dewijl gij deze overtreding tegen den HEERE niet begaan hebt; toen hebt gijlieden de kinderen Israel verlost uit de hand des HEEREN.
KJVAnd Phinehas2the son3of Eleazar4the priest5said1unto the children7of Reuben,8and to the children10of Gad,11and to the children13of Manasseh,14This day15we perceive16that the LORD19is among18us, because ye have not committed22this trespass24against the LORD:23now26ye have delivered27the children29of Israel30out of the hand31of the LORD.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2פִּֽינְחָ֣סH6372PinehasPhinehas3בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4אֶלְעָזָ֣רH499EleazarEleazar5הַכֹּהֵ֡ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8רְאוּבֵ֨ןH7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben9וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11גָ֜דH1410GadGad12וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14מְנַשֶּׁ֗הH4519ManasseManasseh15הַיּ֤וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger16יָדַ֨עְנוּ֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot17כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18בְתוֹכֵ֣נוּH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)19יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)20אֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection21לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without22מְעַלְתֶּ֥םH4603overtreden, begaan, overtradtransgress, (commit, do a) trespass(-ing)23בַּֽיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)24הַמַּ֣עַלH4604overtreding, overtreden, overtredingenfalsehood, grievously, sore, transgression, trespass, [idiom] very25הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)26אָ֗זH227toen, alsdanbeginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet27הִצַּלְתֶּ֛םH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)28אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)29בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth30יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael31מִיַּ֥דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves32יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
32En Pinehas, de zoon van den priester Eleazar, keerde wederom met de oversten van de kinderen van Ruben, en van de kinderen van Gad, uit het land Gilead, naar het land Kanaan, tot de kinderen Israel; en zij brachten hun antwoord weder;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32En PinehasH6372, de zoonH1121 van den priesterH3548EleazarH499, keerde wederomH7725 met de overstenH5387vanH854 de kinderenH1121 van RubenH7205, en van de kinderenH1121 van GadH1410, uit het landH776GileadH1568, naarH413 het landH776KanaanH3667, tot de kinderenH1121IsraelH3478; en zij brachtenH7725 hun antwoordH1697 weder;En Pinehas, de zoon van den priester Eleazar, keerde wederom met de oversten van de kinderen van Ruben, en van de kinderen van Gad, uit het land Gilead, naar het land Kanaan, tot de kinderen Israel; en zij brachten hun antwoord weder;
KJVAnd Phinehas2the son3of Eleazar4the priest,5and the princes,6returned1from the children8of Reuben,9and from the children11of Gad,12out of the land13of Gilead,14unto the land16of Canaan,17to the children19of Israel,20and brought21them word23again.
1וַיָּ֣שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2פִּֽינְחָ֣סH6372PinehasPhinehas3בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4אֶלְעָזָ֣רH499EleazarEleazar5הַכֹּהֵ֣ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer6וְהַנְּשִׂיאִ֡יםH5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour7מֵאֵ֣תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix8בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9רְאוּבֵן֩H7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben10וּמֵאֵ֨תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12גָ֜דH1410GadGad13מֵאֶ֧רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14הַגִּלְעָ֛דH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite15אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17כְּנַ֖עַןH3667Kanaan, koophandel, KanaanietenCanaan, merchant, traffick18אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)19בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth20יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael21וַיָּשִׁ֥בוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw22אוֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)23דָּבָֽרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
33Het antwoord nu was goed in de ogen van de kinderen Israels, en de kinderen Israels loofden God, en zeiden niet meer van tegen hen op te trekken met een heir, om het land te verderven, waarin de kinderen van Ruben en de kinderen van Gad woonden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Het antwoordH1697 nu was goedH3190 in de ogenH5869 van de kinderenH1121IsraelsH3478, en de kinderenH1121IsraelsH3478loofdenH1288GodH430, en zeidenH559nietH3808 meer van tegen hen op te trekkenH5927 met een heirH6635, om het landH776 te verdervenH7843, waarin de kinderenH1121 van RubenH7205 en de kinderen van GadH1410woondenH3427.Het antwoord nu was goed in de ogen van de kinderen Israels, en de kinderen Israels loofden God, en zeiden niet meer van tegen hen op te trekken met een heir, om het land te verderven, waarin de kinderen van Ruben en de kinderen van Gad woonden.
KJVAnd the thing2pleased1the children4of Israel;5and the children8of Israel9blessed6God,7and did not intend11to go up12against them in battle,14to destroy15the land17wherein the children19of Reuben20and Gad22dwelt.
1וַיִּיטַ֣בH3190goed, welga, weldoenbe accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen)2הַדָּבָ֗רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3בְּעֵינֵי֙H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)4בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6וַיְבָרֲכ֥וּH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank7אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11אָמְר֗וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12לַעֲל֤וֹתH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work13עֲלֵיהֶם֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14לַצָּבָ֔אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)15לְשַׁחֵת֙H7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world18אֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth20רְאוּבֵ֥ןH7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben21וּבְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth22גָ֖דH1410GadGad23יֹשְׁבִ֥יםH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry24בָּֽהּ
34En de kinderen van Ruben en de kinderen van Gad noemden dat altaar: Dat het een getuige zij tussen ons, dat de HEERE God is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34En de kinderenH1121 van RubenH7205 en de kinderenH1121 van GadH1410noemdenH7121 dat altaarH4196: Dat het een getuigeH5707zijH1931tussenH996 ons, dat de HEEREH3068GodH430 is.En de kinderen van Ruben en de kinderen van Gad noemden dat altaar: Dat het een getuige zij tussen ons, dat de HEERE God is.
KJVAnd the children2of Reuben3and the children4of Gad5called1the altar6Ed: for it shall be a witness8between us that the LORD12is God.
1וַֽיִּקְרְא֛וּH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3רְאוּבֵ֥ןH7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben4וּבְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5גָ֖דH1410GadGad6לַמִּזְבֵּ֑חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar7כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8עֵ֥דH5707getuige, getuigen, Getuigewitness9הוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who10בֵּֽינֹתֵ֔ינוּH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within11כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13הָאֱלֹהִֽיםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jozua 22:1— Toen riep Jozua de Rubenieten, en de Gadieten, en den halven stam van Manasse,Numeri 32:18→Deuteronomium 29:7→
Jozua 22:2— En hij zeide tot hen: Gijlieden hebt onderhouden alles, wat u Mozes, de knecht des HEEREN, geboden heeft; en gij zijt mijner stem gehoorzaam geweest in alles, wat ik u geboden heb.Jozua 1:12→Numeri 32:20→Deuteronomium 3:16→
Jozua 22:3— Gij hebt uw broederen niet verlaten nu langen tijd, tot op dezen dag toe; maar gij hebt waargenomen de onderhouding der geboden van den HEERE, uw God.Filippenzen 1:23→
Jozua 22:4— En nu, de HEERE, uw God, heeft uw broederen rust gegeven, gelijk Hij hun toegezegd had; keert dan nu wederom, en gaat gij naar uw tenten, naar het land uwer bezitting, hetwelk u Mozes, de knecht des HEEREN, gegeven heeft op gene zijde van de Jordaan.Jozua 13:8→Deuteronomium 29:8→Jozua 13:15→Jozua 21:43→Numeri 32:18→Deuteronomium 12:9→Deuteronomium 3:1→Numeri 32:33→
Jozua 22:5— Alleenlijk neemt naarstiglijk waar te doen het gebod en de wet, die u Mozes, de knecht des HEEREN, geboden heeft, dat gij den HEERE, uw God, liefhebt, en dat gij wandelt in al Zijn wegen, en Zijn geboden houdt, en Hem aanhangt, en dat gij Hem dient met uw ganse hart en met uw ganse ziel.Deuteronomium 6:17→Deuteronomium 11:13→Deuteronomium 11:1→Mattheüs 4:10→Jozua 24:14→Deuteronomium 11:22→Jesaja 55:2→Handelingen 27:23→
Jozua 22:6— Alzo zegende hen Jozua, en hij liet hen gaan; en zij gingen naar hun tenten.Jozua 14:13→2 Samuël 6:18→Exodus 39:43→Lukas 24:50→Genesis 47:7→1 Samuël 2:20→Genesis 14:19→2 Samuël 6:20→
Jozua 22:7— Want aan de helft van den stam van Manasse had Mozes een erfdeel gegeven in Bazan; maar aan de andere helft van denzelven gaf Jozua een erfdeel bij hun broederen, aan deze zijde van de Jordaan westwaarts. Verder ook als Jozua hen liet trekken naar hun tenten, zo zegende hij hen.Jozua 17:1→Numeri 32:33→Jozua 13:29→
Jozua 22:8— En hij sprak tot hen, zeggende: Keert weder tot uw tenten met veel rijkdom, en met zeer veel vee, met zilver, en met goud, en met koper, en met ijzer, en met zeer veel klederen; deelt den roof uwer vijanden met uw broederen.Numeri 31:27→1 Samuël 30:24→Psalmen 68:12→Spreuken 3:16→Hebreeën 11:26→1 Samuël 30:16→Deuteronomium 8:9→2 Kronieken 17:5→
Jozua 22:9— Alzo keerden de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse wederom, en togen van de kinderen Israels, van Silo, dat in het land Kanaan is, om te gaan naar het land van Gilead, naar het land hunner bezitting, in hetwelk zij bezitters gemaakt waren, naar den mond des HEEREN, door den dienst van Mozes.Numeri 32:29→Numeri 32:26→Numeri 32:1→Numeri 32:39→Psalmen 60:7→Deuteronomium 3:15→Jozua 13:25→Jozua 13:31→
Jozua 22:10— Toen zij kwamen aan de grenzen van de Jordaan, die in het land Kanaan zijn, zo bouwden de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse aldaar een altaar aan de Jordaan, een altaar groot in het aanzien.Genesis 31:46→Jozua 24:26→Jozua 4:5→Jozua 22:25→Genesis 28:18→
Jozua 22:11— En de kinderen Israels hoorden zeggen: Ziet, de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse hebben een altaar gebouwd, tegenover het land Kanaan, aan de grenzen van de Jordaan, aan de zijde der kinderen Israels.Deuteronomium 13:12→Johannes 20:1→Johannes 1:28→Johannes 20:12→Jozua 3:14→Deuteronomium 12:5→Richteren 12:5→Leviticus 17:8→
Jozua 22:12— Als de kinderen Israels dit hoorden, zo verzamelde de ganse vergadering der kinderen Israels te Silo, dat zij tegen hen optogen met een heir.Deuteronomium 13:15→Romeinen 10:2→Richteren 20:1→Jozua 18:1→Handelingen 11:2→Galaten 4:17→
Jozua 22:13— En de kinderen Israels zonden aan de kinderen van Ruben, en aan de kinderen van Gad, en aan den halven stam van Manasse, in het land Gilead, Pinehas, den zoon van Eleazar, den priester;Numeri 25:7→Exodus 6:25→Richteren 20:28→Deuteronomium 13:14→Spreuken 25:9→Spreuken 20:18→Richteren 20:12→Psalmen 106:30→
Jozua 22:14— En tien vorsten met hem, van ieder vaderlijk huis een vorst, uit al de stammen van Israel; en zij waren een ieder een hoofd van het huis hunner vaderen over de duizenden van Israel.Numeri 1:4→Exodus 18:25→
Jozua 22:15— Toen zij tot de kinderen van Ruben, en tot de kinderen van Gad, en tot den halven stam van Manasse kwamen, in het land Gilead, zo spraken zij met hen, zeggende:Leviticus 17:8→Ezra 9:15→Deuteronomium 7:4→1 Korinthe 5:4→Jesaja 63:10→Numeri 32:15→1 Kronieken 21:3→2 Kronieken 26:18→
Jozua 22:16— Alzo spreekt de ganse gemeente des HEEREN: Wat overtreding is dit, waarmede gijlieden overtreden hebt tegen den God van Israel, heden afkerende van achter den HEERE, mits dat gij een altaar voor u gebouwd hebt, om heden tegen den HEERE wederspannig te zijn?Deuteronomium 12:13→
Jozua 22:17— Is ons de ongerechtigheid van Peor te weinig, van dewelke wij niet gereinigd zijn tot op dezen dag, hoewel de plaag in de vergadering des HEEREN geweest is?Numeri 25:1→Deuteronomium 4:3→Psalmen 106:28→1 Korinthe 10:8→1 Korinthe 10:11→Ezra 9:13→
Jozua 22:18— Dewijl gij u heden van achter den HEERE afkeert, het zal dan geschieden, als gij heden wederspannig zijt tegen den HEERE, zo zal Hij Zich morgen grotelijks vertoornen tegen de ganse gemeente van Israel.Numeri 16:22→Jozua 22:16→Jozua 7:21→1 Kronieken 21:1→Ezra 9:13→Jozua 22:20→Deuteronomium 7:4→1 Kronieken 21:14→
Jozua 22:19— Maar toch, indien het land uwer bezitting onrein is, komt over in het land van de bezitting des HEEREN, waar de tabernakel des HEEREN woont, en neemt bezitting in het midden van ons; maar zijt niet wederspannig tegen den HEERE, en zijt ook niet wederspannig tegen ons, een altaar voor u bouwende, behalve het altaar van den HEERE, onzen God.Jozua 18:1→Deuteronomium 12:5→2 Kronieken 11:13→Amos 7:17→Handelingen 11:8→Exodus 15:17→Leviticus 18:25→Handelingen 10:14→
Jozua 22:20— Heeft niet Achan, de zoon van Zerah, overtreding begaan met het verbannene, en kwam er niet een verbolgenheid over de ganse vergadering van Israel? En die man stierf niet alleen in zijn ongerechtigheid.Jozua 7:1→Jozua 7:5→Jozua 7:18→Jozua 7:24→Judas 1:5→1 Korinthe 10:6→2 Petrus 2:6→
Jozua 22:21— Toen antwoordden de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse, en zij spraken met de hoofden der duizenden van Israel:Jakobus 1:19→Handelingen 11:4→Exodus 18:21→Spreuken 18:13→Spreuken 24:26→Micha 5:2→1 Petrus 3:15→Spreuken 16:1→
Jozua 22:22— De God der goden, de HEERE, de God der goden, de HEERE, Die weet het; Israel zelf zal het ook weten! Is het door wederspannigheid, of is het door overtreding tegen den HEERE, zo behoudt ons heden niet;1 Koningen 8:39→Deuteronomium 10:17→Psalmen 44:21→Job 10:7→Jeremia 17:10→Psalmen 7:3→Psalmen 82:1→Handelingen 25:11→
Jozua 22:23— Dat wij ons een altaar zouden gebouwd hebben, om ons van achter den HEERE af te keren, of om brandoffer en spijsoffer daarop te offeren, of om dankoffer daarop te doen, zo eise het de HEERE.1 Samuël 20:16→Deuteronomium 18:19→Psalmen 10:13→Deuteronomium 12:11→Genesis 9:4→Ezechiël 3:18→Ezechiël 33:8→2 Kronieken 24:22→
Jozua 22:24— En zo wij dit niet uit zorg vanwege deze zaak gedaan hebben, zeggende: Morgen mochten uw kinderen tot onze kinderen spreken, zeggende: Wat hebt gij met den HEERE, den God van Israel, te doen?Jozua 4:6→Genesis 18:19→Deuteronomium 6:20→Exodus 13:14→Genesis 30:33→
Jozua 22:25— De HEERE heeft immers de Jordaan tot landpale gezet tussen ulieden, gij, kinderen van Ruben, en gij, kinderen van Gad! gij hebt geen deel aan den HEERE. Zo mochten uw kinderen onze kinderen doen ophouden, dat zij den HEERE niet vreesden.Handelingen 8:21→1 Koningen 12:27→Nehemia 2:20→Ezra 4:2→Jozua 22:27→1 Koningen 14:16→1 Koningen 15:30→1 Samuël 26:19→
Jozua 22:27— Maar dat het een getuige zij tussen ons en tussen ulieden, en tussen onze geslachten na ons, opdat wij den dienst des HEEREN voor Zijn aangezicht dienen mochten met onze brandofferen, en met onze slachtofferen, en met onze dankofferen; en dat uw kinderen tot onze kinderen morgen niet zeggen: Gijlieden hebt geen deel aan den HEERE.Jozua 24:27→Genesis 31:48→Deuteronomium 12:11→Deuteronomium 12:17→Jozua 22:34→Deuteronomium 12:5→Genesis 31:52→1 Samuël 7:12→
Jozua 22:28— Daarom zeiden wij: Wanneer het geschiedt, dat zij morgen alzo tot ons en tot onze geslachten zeggen zullen; zo zullen wij zeggen: Ziet de gedaante van het altaar des HEEREN, hetwelk onze vaderen gemaakt hebben, niet ten brandoffer, noch ten offer; maar het is een getuige tussen ons en tussen ulieden.2 Koningen 16:10→Exodus 25:40→Hebreeën 8:5→Ezechiël 43:10→
Jozua 22:29— Het zij verre van ons, van ons dat wij zouden wederspannig zijn tegen den HEERE, of dat wij te dezen dage ons van achter den HEERE afkeren zouden, bouwende een altaar ten brandoffer, ten spijsoffer, of ten slachtoffer, behalve het altaar van den HEERE, onzen God, dat voor Zijn tabernakel is.Deuteronomium 12:13→Jozua 24:16→Jozua 22:26→Jozua 22:23→2 Koningen 18:22→Genesis 44:17→1 Samuël 12:23→Genesis 44:7→
Jozua 22:30— Toen de priester Pinehas, en de oversten der vergadering, en de hoofden der duizenden van Israel, die bij hem waren, de woorden hoorden, die de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de kinderen van Manasse gesproken hadden, zo was het goed in hun ogen.Jozua 22:33→Spreuken 15:1→Esther 1:21→Genesis 28:8→1 Samuël 25:32→1 Samuël 29:6→Handelingen 11:18→Richteren 8:3→
Jozua 22:31— En Pinehas, de zoon van den priester Eleazar, zeide tot de kinderen van Ruben, en tot de kinderen van Gad, en tot de kinderen van Manasse: Heden weten wij, dat de HEERE in het midden van ons is, dewijl gij deze overtreding tegen den HEERE niet begaan hebt; toen hebt gijlieden de kinderen Israel verlost uit de hand des HEEREN.2 Kronieken 15:2→Leviticus 26:11→Jesaja 12:6→Jozua 3:10→Numeri 14:41→Mattheüs 1:23→Psalmen 68:17→Zacharia 8:23→
Jozua 22:32— En Pinehas, de zoon van den priester Eleazar, keerde wederom met de oversten van de kinderen van Ruben, en van de kinderen van Gad, uit het land Gilead, naar het land Kanaan, tot de kinderen Israel; en zij brachten hun antwoord weder;Jozua 22:12→Spreuken 25:13→
Jozua 22:33— Het antwoord nu was goed in de ogen van de kinderen Israels, en de kinderen Israels loofden God, en zeiden niet meer van tegen hen op te trekken met een heir, om het land te verderven, waarin de kinderen van Ruben en de kinderen van Gad woonden.Daniël 2:19→Lukas 2:28→1 Kronieken 29:20→Jozua 22:30→Handelingen 15:31→1 Thessalonicenzen 3:6→2 Korinthe 7:7→Handelingen 15:12→
Jozua 22:34— En de kinderen van Ruben en de kinderen van Gad noemden dat altaar: Dat het een getuige zij tussen ons, dat de HEERE God is.Jozua 22:27→Jesaja 43:10→1 Koningen 18:39→Mattheüs 4:10→Jozua 24:27→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jozua 22 vers 3— Gij hebt uw broederen niet verlaten nu langen tijd, tot op dezen dag toe; maar gij hebt waargenomen de onderhouding der geboden van den HEERE, uw God.
nu langen tijd,
Hebreeuws, deze vele dagen. Het waren, naar sommiger rekening, ruim dertien jaren. Zij hebben zeven jaren doorgebracht met het innemen des lands, en zeven jaren met de deling van hetzelve.
Hertaald:nu langen tijd,
Hebreeuws: deze vele dagen. Het waren, naar de berekening van sommigen, ruim dertien jaar. Zij hebben zeven jaar doorgebracht met het innemen van het land, en zeven jaar met de verdeling ervan.
Jozua 22 vers 6— Alzo zegende hen Jozua, en hij liet hen gaan; en zij gingen naar hun tenten.
tenten
Dat is, woningen, woonplaatsen, gelijk elders.
Hertaald:tenten
Dat is: woningen, woonplaatsen, zoals elders.
Jozua 22 vers 7— Want aan de helft van den stam van Manasse had Mozes een erfdeel gegeven in Bazan; maar aan de andere helft van denzelven gaf Jozua een erfdeel bij hun broederen, aan deze zijde van de Jordaan westwaarts. Verder ook als Jozua hen liet trekken naar hun tenten, zo zegende hij hen.
de andere
Dat is, de andere halve stam van Manasse. Hebreeuws, en hun helft
Hertaald:de andere
Dat is: de andere halve stam van Manasse. Hebreeuws: en hun helft.
bij hun broederen,
Te weten, met de andere negen stammen, die op deze zijde der Jordaan hun erfdeel ontvangen hebben.
Hertaald:bij hun broederen,
Namelijk: met de andere negen stammen, die aan deze kant van de Jordaan hun erfdeel ontvangen hebben.
westwaarts
Anders, bij de zee, of naar de zee aan.
Hertaald:westwaarts
Anders: bij de zee, of naar de zee toe.
Jozua 22 vers 8— En hij sprak tot hen, zeggende: Keert weder tot uw tenten met veel rijkdom, en met zeer veel vee, met zilver, en met goud, en met koper, en met ijzer, en met zeer veel klederen; deelt den roof uwer vijanden met uw broederen.
met uw broederen
Dat is, met de stammen, die aan deze zijde der Jordaan gebleven zijn bij de bagage. Zie hiervan Num. 31:27, en 1 Sam. 30:24.
Hertaald:met uw broederen
Dat is: met de stammen die aan deze kant van de Jordaan bij de bagage gebleven zijn. Zie hierover Num. 31:27, en 1 Sam. 30:24.
Jozua 22 vers 9— Alzo keerden de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse wederom, en togen van de kinderen Israels, van Silo, dat in het land Kanaan is, om te gaan naar het land van Gilead, naar het land hunner bezitting, in hetwelk zij bezitters gemaakt waren, naar den mond des HEEREN, door den dienst van Mozes.
den dienst van Mozes
Hebreeuws, door de hand van Mozes.
Hertaald:den dienst van Mozes
Hebreeuws: door de hand van Mozes.
Jozua 22 vers 11— En de kinderen Israels hoorden zeggen: Ziet, de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse hebben een altaar gebouwd, tegenover het land Kanaan, aan de grenzen van de Jordaan, aan de zijde der kinderen Israels.
aan de zijde
Te weten, van het grootste deel der kinderen Israëls.
Hertaald:aan de zijde
Namelijk: van het grootste deel van de kinderen van Israël.
Jozua 22 vers 14— En tien vorsten met hem, van ieder vaderlijk huis een vorst, uit al de stammen van Israel; en zij waren een ieder een hoofd van het huis hunner vaderen over de duizenden van Israel.
tien vorsten
Er waren negen stammen en een halve, zodat hier blijkt, dat de halve stam van Manasse, zowel als de gehele stammen, een vorst gezonden heeft.
Hertaald:tien vorsten
Er waren negen stammen en een halve, zodat hieruit blijkt dat de halve stam van Manasse, evenals de volledige stammen, een vorst gestuurd heeft.
van ieder vaderlijk
Hebreeuws, een vorst, een vorst in het vaderlijke huis.
Hertaald:van ieder vaderlijk
Hebreeuws: een vorst, een vorst in het huis van de vader.
Jozua 22 vers 16— Alzo spreekt de ganse gemeente des HEEREN: Wat overtreding is dit, waarmede gijlieden overtreden hebt tegen den God van Israel, heden afkerende van achter den HEERE, mits dat gij een altaar voor u gebouwd hebt, om heden tegen den HEERE wederspannig te zijn?
van achter den HEERE,
Dat is, dat gij den Heere niet navolgt; alzo ook vs.18, 23, 29.
Hertaald:van achter den HEERE,
Dat is: dat u de HEERE niet navolgt; zo ook in vers 18, 23, 29.
Jozua 22 vers 18— Dewijl gij u heden van achter den HEERE afkeert, het zal dan geschieden, als gij heden wederspannig zijt tegen den HEERE, zo zal Hij Zich morgen grotelijks vertoornen tegen de ganse gemeente van Israel.
morgen grotelijks
Dat is, in toekomstige tijden; alzo ook vs.24, en Joz. 4:6.
Hertaald:morgen grotelijks
Dat is: in de toekomst; zo ook in vers 24, en Joz. 4:6.
Jozua 22 vers 19— Maar toch, indien het land uwer bezitting onrein is, komt over in het land van de bezitting des HEEREN, waar de tabernakel des HEEREN woont, en neemt bezitting in het midden van ons; maar zijt niet wederspannig tegen den HEERE, en zijt ook niet wederspannig tegen ons, een altaar voor u bouwende, behalve het altaar van den HEERE, onzen God.
indien het land
Alsof hij zeide: meent gijlieden dat God ulieder land niet zo wel in zijn gunst en bescherming aanneemt als het onze, zo komt, enz.
Hertaald:indien het land
Alsof hij zei: meent u dat God uw land niet net zo goed in Zijn gunst en bescherming opneemt als het onze? Kom dan, enzovoort.
waar de
De tabernakel stond te Silo. Zie Joz. 18:1.
Hertaald:waar de
De tabernakel stond te Silo. Zie Joz. 18:1.
Jozua 22 vers 20— Heeft niet Achan, de zoon van Zerah, overtreding begaan met het verbannene, en kwam er niet een verbolgenheid over de ganse vergadering van Israel? En die man stierf niet alleen in zijn ongerechtigheid.
de zoon van Zerah,
Dat is, die van het geslacht, of huisgezin en nakomelingen van Zerah was; want zijn naaste vader was Charmi, Joz. 7:17-18.
Hertaald:de zoon van Zerah,
Dat is: die van het geslacht, huisgezin en de nakomelingen van Zerah was; want zijn naaste vader was Charmi, Joz. 7:17-18.
verbolgenheid
Te weten, Gods, dat is, straf; zie Num. 1:53.
Hertaald:verbolgenheid
Namelijk: van God, dat is: straf; zie Num. 1:53.
niet alleen
Want eerst zijn er zes en dertig Israëlieten bij Ai geslagen, daarna ook zijn vrouw, kinderen en have. Hebreeuws, en die enige man verging niet
Hertaald:niet alleen
Want eerst zijn er zesendertig Israëlieten bij Ai gesneuveld, daarna ook zijn vrouw, kinderen en bezit. Hebreeuws: en die ene man verging niet.
in zijn ongerechtigheid
Of, om zijne, enz.
Hertaald:in zijn ongerechtigheid
Of: om zijn ongerechtigheid, enzovoort.
Jozua 22 vers 21— Toen antwoordden de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse, en zij spraken met de hoofden der duizenden van Israel:
duizenden van Israël
De Israëlieten waren in duizenden afgedeeld. Zie Ex. 18:25; Richt. 6:15.
Hertaald:duizenden van Israël
De Israëlieten waren in duizendtallen ingedeeld. Zie Ex. 18:25; Richt. 6:15.
Jozua 22 vers 22— De God der goden, de HEERE, de God der goden, de HEERE, Die weet het; Israel zelf zal het ook weten! Is het door wederspannigheid, of is het door overtreding tegen den HEERE, zo behoudt ons heden niet;
De God der goden,
Zie Deut. 10:17.
Hertaald:De God der goden,
Zie Deut. 10:17.
zo behoudt
Dit houden sommigen voor een aanspraak tot den Heere, sommigen, tot het volk Israël, of Pinehas.
Hertaald:zo behoudt
Dit vatten sommigen op als een aanspraak tot de HEERE, anderen als een aanspraak tot het volk Israël, of tot Pinehas.
Jozua 22 vers 23— Dat wij ons een altaar zouden gebouwd hebben, om ons van achter den HEERE af te keren, of om brandoffer en spijsoffer daarop te offeren, of om dankoffer daarop te doen, zo eise het de HEERE.
zo eise het de HEERE
Dat is, zo straffe ons de HEERE daarom. Hebreeuws, zo zoeke het de HEERE.
Hertaald:zo eise het de HEERE
Dat is: laat de HEERE ons daarvoor straffen. Hebreeuws: zo zoeke het de HEERE.
Jozua 22 vers 24— En zo wij dit niet uit zorg vanwege deze zaak gedaan hebben, zeggende: Morgen mochten uw kinderen tot onze kinderen spreken, zeggende: Wat hebt gij met den HEERE, den God van Israel, te doen?
vanwege
Te weten, van den waren Godsdienst.
Hertaald:vanwege
Namelijk: van de ware godsdienst.
Morgen mochten
Dat is, hiernamaals
Hertaald:Morgen mochten
Dat is: in de toekomst.
Wat hebt gij
Hebreeuws, wat is ulieden, en den Heere den God Israëls? Zulke manieren van spreken worden ook in het Nieuwe Testament gebruikt, Matt. 8:29, en Joh. 2:4.
Hertaald:Wat hebt gij
Hebreeuws: wat hebt u, en de HEERE, de God van Israël? Zulke manieren van spreken worden ook in het Nieuwe Testament gebruikt, Matt. 8:29, en Joh. 2:4.
Jozua 22 vers 25— De HEERE heeft immers de Jordaan tot landpale gezet tussen ulieden, gij, kinderen van Ruben, en gij, kinderen van Gad! gij hebt geen deel aan den HEERE. Zo mochten uw kinderen onze kinderen doen ophouden, dat zij den HEERE niet vreesden.
hebt geen deel
Dat is, gij zijt Gods volk niet; gij hebt geen deel aan de rijkdommen zijner genade en weldaden. Zie dergelijke manier van spreken 2 Sam. 20:1; 1 Kon. 12:16.
Hertaald:hebt geen deel
Dat is: u bent Gods volk niet; u hebt geen deel aan de rijkdommen van Zijn genade en weldaden. Zie een soortgelijke manier van spreken in 2 Sam. 20:1; 1 Kon. 12:16.
Jozua 22 vers 26— Daarom zeiden wij: Laat ons toch voor ons maken, bouwende een altaar, niet ten brandoffer, noch ten offer.
noch ten offer
Dat is, niet tot enig offer.
Hertaald:noch ten offer
Dat is: niet tot enig offer.
Jozua 22 vers 28— Daarom zeiden wij: Wanneer het geschiedt, dat zij morgen alzo tot ons en tot onze geslachten zeggen zullen; zo zullen wij zeggen: Ziet de gedaante van het altaar des HEEREN, hetwelk onze vaderen gemaakt hebben, niet ten brandoffer, noch ten offer; maar het is een getuige tussen ons en tussen ulieden.
de gedaante
Of, gestalte; dat is, patroon, figuur, vorm, gelijkenis.
Hertaald:de gedaante
Of: gestalte; dat is: patroon, figuur, vorm, gelijkenis.
Jozua 22 vers 30— Toen de priester Pinehas, en de oversten der vergadering, en de hoofden der duizenden van Israel, die bij hem waren, de woorden hoorden, die de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de kinderen van Manasse gesproken hadden, zo was het goed in hun ogen.
en de hoofden der
Dat is, namelijk, te weten; zie vs.14.
Hertaald:en de hoofden der
Dat is: namelijk; zie vers 14.
Jozua 22 vers 31— En Pinehas, de zoon van den priester Eleazar, zeide tot de kinderen van Ruben, en tot de kinderen van Gad, en tot de kinderen van Manasse: Heden weten wij, dat de HEERE in het midden van ons is, dewijl gij deze overtreding tegen den HEERE niet begaan hebt; toen hebt gijlieden de kinderen Israel verlost uit de hand des HEEREN.
dat de HEERE in het midden
Doordien Hij u behoedt, dat gij u aan hem niet bezondigt, noch u van ons afscheurt, gelijk wij vreesden, waaruit groot onheil in gans Israël zou gerezen zijn.
Hertaald:dat de HEERE in het midden
Omdat Hij u ervoor behoedt dat u zich niet tegen Hem verzondigt, en u zich niet van ons afscheurt, zoals wij vreesden, waaruit groot onheil in heel Israël zou zijn voortgekomen.
hebt gijlieden
Te weten, toen gij dit altaar gebouwd hebt tot dat einde als gij ons gezegd hebt; want hadt gij hem gebouwd om een nieuwen Godsdienst op te richten en om u van de andere stammen af te zonderen, daarmede zoudt gij Gods toorn en straf over ganse Israël verwekt hebben.
Hertaald:hebt gijlieden
Namelijk: toen u dit altaar gebouwd hebt met het doel dat u ons gezegd hebt; want had u het gebouwd om een nieuwe godsdienst op te richten en om u van de andere stammen af te zonderen, dan zou u daarmee Gods toorn en straf over heel Israël hebben opgewekt.
Jozua 22 vers 32— En Pinehas, de zoon van den priester Eleazar, keerde wederom met de oversten van de kinderen van Ruben, en van de kinderen van Gad, uit het land Gilead, naar het land Kanaan, tot de kinderen Israel; en zij brachten hun antwoord weder;
brachten hun antwoord weder;
Hebreeuws, zij brachten hun het woord wederom; dat is, zij hebben de gemeente trouwelijk aangezegd het antwoord en ontschuldiging der Rubenieten, enz., mitsgaders hun gehelen handel en voornemen.
Hertaald:brachten hun antwoord weder;
Hebreeuws: zij brachten hun het woord weer; dat is: zij hebben de gemeente getrouw meegedeeld het antwoord en de verontschuldiging van de Rubenieten, enzovoort, evenals heel hun handelwijze en bedoeling.
Jozua 22 vers 34— En de kinderen van Ruben en de kinderen van Gad noemden dat altaar: Dat het een getuige zij tussen ons, dat de HEERE God is.
Dat het een
Anderen voegen in den tekst hierbij het Hebreeuwse woordje Ed, dat is, getuige. Anderen menen dat de woorden, die in den tekst volgen [ki ed hu benotenu, want hij is getuige tussen ons] zijn geweest de naam van dit altaar.
Hertaald:Dat het een
Anderen voegen in de tekst hierbij het Hebreeuwse woordje Ed, dat is: getuige. Anderen menen dat de woorden die in de tekst volgen [ki ed hoe benotenoe, want hij is getuige tussen ons] de naam van dit altaar geweest zijn.
dat de HEERE God is
Dat is, dat men hem alleen dienen en voor den waren God kennen zal.
Hertaald:dat de HEERE God is
Dat is: dat men Hem alleen zal dienen en als de ware God zal erkennen.
Een man uit de stam Juda, zoon van Charmi, die van de gebannen buit van Jericho — een mooie Babylonische mantel, zilver en goud — voor zichzelf verborgen hield, tegen Gods uitdrukkelijke gebod in (Joz. 7:1, 21). Door zijn heimelijke zonde werd het hele volk getroffen: Israël leed een pijnlijke nederlaag bij Ai, totdat de schuldige door het lot werd aangewezen en Achan, met zijn hele gezin en bezit, in het dal Achor gestenigd en verbrand werd (Joz. 7).
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Ed (het altaar aan de Jordaan) — Hebreeuws voor "getuige"
Ligging: Aan de oostelijke oever van de Jordaan, bij de doorwaadbare plaats waar de stammen Ruben, Gad en de halve stam Manasse naar hun eigen erfdeel terugkeerden.
Geschiedenis: Nadat deze twee-en-een-halve stam, na jaren van trouwe strijd mee te helpen met de verovering van Kanaän, naar hun eigen land ten oosten van de Jordaan terugkeerden, bouwden zij daar een groot, opvallend altaar. De overige stammen, die dit als afvalligheid en een eigenmachtig, ongeoorloofd offeraltaar naast de tabernakel opvatten, maakten zich gereed voor een burgeroorlog, totdat een gezantschap onder Pinehas de ware bedoeling ontdekte: het altaar was geen offeraltaar, maar uitsluitend een "getuige" (Ed) tussen de stammen aan weerszijden van de Jordaan, opdat latere generaties niet zouden zeggen dat zij geen deel aan de HEERE hadden (Joz. 22:10-34).
Bijbelse betekenis: Een aangrijpend voorbeeld van hoe overhaaste veroordeling — hoe goedbedoeld ook, uit ijver voor de zuiverheid van de eredienst — bijna tot een verwoestende broederoorlog had geleid, totdat eerlijk onderzoek en gesprek de ware toedracht aan het licht bracht. Tegelijk een krachtig getuigenis van de Overjordaanse stammen dat, ondanks de rivier die hen scheidde, zij zich ten volle één volk met de HEERE wisten met de overige stammen.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Eenheid van de eredienst (het ene altaar) — De inzetting dat er slechts één plaats en één altaar mocht zijn waar Israël offerde: "de plaats, die de HEERE, uw God, uit al uw stammen verkiezen zal" (Deut. 12:5)
Toen de Rubenieten, Gadieten en de halve stam van Manasse naar hun erfdeel aan de overzijde van de Jordaan terugkeerden, bouwden zij aan de grens een altaar, "groot in het aanzien" (Joz. 22:10). De overige stammen vatten dat op als afval en verzamelden zich te Silo om ten strijde te trekken. Zij zonden eerst Pinehas met tien vorsten om verantwoording te vragen, en noemden daarbij twee waarschuwende voorbeelden: de ongerechtigheid van Peor en de zonde van Achan (Joz. 22:11-20). Het antwoord nam de aanklacht helemaal weg: het altaar was niet gebouwd om er brandoffer, spijsoffer of dankoffer op te brengen, maar enkel als getuige. Zo zouden de kinderen aan deze zijde later niet zeggen dat de stammen aan de overzijde geen deel aan de HEERE hadden (Joz. 22:21-29). Pinehas en de vorsten namen daar genoegen mee, en de stammen noemden het altaar: "Dat het een getuige zij tussen ons, dat de HEERE God is" (Joz. 22:30-34). De wet waar iedereen hier vanuit gaat, staat in Lev. 17:8-9 en Deut. 12:5-14: wie elders offerde, werd uitgeroeid.
Bijbelse betekenis: Het opmerkelijke van dit hoofdstuk is niet dat er ruzie ontstaat maar dat er géén komt. De negen en een halve stam grijpen naar de wapenen omdat zij menen dat het altaar de eenheid van de eredienst verbreekt. Dat is bittere ernst, want die eenheid was geen ordeningskwestie maar het teken dat er één God en één weg tot Hem was. Tegelijk gaan zij niet blind op het gerucht af: zij zenden eerst een priester en tien hoofden, zij vragen, zij horen het antwoord aan, en zij loven God als blijkt dat de zaak anders ligt (Joz. 22:33). De stammen aan de overzijde bouwden hun altaar juist uit vrees dat de Jordaan hen buiten het volk zou plaatsen — een grens in het land werd bijna een grens in het geloof. Het is dus een geschiedenis over het bewaren van de eenheid, aan beide kanten.
Typologie: Christus verklaart aan de Samaritaanse vrouw dat de vraag naar de éne plaats haar betekenis heeft gehad en vervuld is. De ure komt dat men noch op de berg Gerizim noch te Jeruzalem de Vader aanbidden zal, maar dat de ware aanbidders Hem aanbidden in geest en waarheid (Joh. 4:21-24). De eenheid is daarmee niet vervallen maar verplaatst — van een plaats naar een Persoon. De Hebreeënbrief zegt het onbeschroomd: "Wij hebben een altaar" (Hebr. 13:10). En Paulus rekent die eenheid uit in de meest onopgesmukte opsomming van het Nieuwe Testament: één lichaam, één Geest, één hoop, één Heere, één geloof, één doop, één God en Vader van allen (Ef. 4:4-6). Wie dat gelooft, kan niet lichtvaardig een tweede altaar oprichten — maar zal, als Pinehas, ook eerst vragen voordat hij het heir laat uittrekken.
I. Vs. 1-10.KruisverwijzingenNumeri 31:27→Numeri 32:29→Numeri 32:26→Deuteronomium 6:17→Jozua 14:13→Numeri 32:1→Jozua 1:12→Filippenzen 1:23→ — Toen riep Jozua de Rubenieten, en de Gadieten, en den halven stam van Manasse, En hij zeide tot hen: Gijlieden hebt onderhouden alles, wat u Mozes, de knecht des HEEREN, geboden heeft; en gij zijt mijner stem gehoorzaam geweest in alles, wat ik u geboden heb. Gij hebt uw broederen niet verlaten nu langen tijd, tot op dezen dag toe; maar gij hebt waargenomen de onderhouding der geboden van den HEERE, uw God. En nu, de HEERE, uw God, heeft uw broederen rust gegeven, gelijk Hij hun toegezegd had; keert dan nu wederom, en gaat gij naar uw tenten, naar het land uwer bezitting, hetwelk u Mozes, de knecht des HEEREN, gegeven heeft op gene zijde van de Jordaan. Alleenlijk neemt naarstiglijk waar te doen het gebod en de wet, die u Mozes, de knecht des HEEREN, geboden heeft, dat gij den HEERE, uw God, liefhebt, en dat gij wandelt in al Zijn wegen, en Zijn geboden houdt, en Hem aanhangt, en dat gij Hem dient met uw ganse hart en met uw ganse ziel. Alzo zegende hen Jozua, en hij liet hen gaan; en zij gingen naar hun tenten. Want aan de helft van den stam van Manasse had Mozes een erfdeel gegeven in Bazan; maar aan de andere helft van denzelven gaf Jozua een erfdeel bij hun broederen, aan deze zijde van de Jordaan westwaarts. Verder ook als Jozua hen liet trekken naar hun tenten, zo zegende hij hen. En hij sprak tot hen, zeggende: Keert weder tot uw tenten met veel rijkdom, en met zeer veel vee, met zilver, en met goud, en met koper, en met ijzer, en met zeer veel klederen; deelt den roof uwer vijanden met uw broederen. Alzo keerden de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse wederom, en togen van de kinderen Israels, van Silo, dat in het land Kanaan is, om te gaan naar het land van Gilead, naar het land hunner bezitting, in hetwelk zij bezitters gemaakt waren, naar den mond des HEEREN, door den dienst van Mozes. Toen zij kwamen aan de grenzen van de Jordaan, die in het land Kanaan zijn, zo bouwden de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse aldaar een altaar aan de Jordaan, een altaar groot in het aanzien. Nadat aldus ook de 9 1/2 stammen tot rustig bezit van hun erfdelen gekomen zijn, laat Jozua de hulptroepen van de stammen Ruben, Gad en half-Manasse naar hun haardsteden gaan met dankerkentenis, voor de aan hun broeders bewezen diensten met een liefderijke vermaning om toch getrouw vast te houden aan de Heere en zijn wet. Tevens geeft hij hun vaderlijke zegenwensen. Zij trekken op van Silo. Na de Jordaanlaagte bereikt te hebben, richten zij aan de overzijde van de stroom, hoewel nog binnen de grens van eigenlijk Kanaän, een groot aanzienlijk altaar op, om daarmee te betuigen, dat zij ook behoren tot de stammen aan deze zijde en tot het algemene heiligdom van het gehele volk.
KruisverwijzingenNumeri 32:18→Deuteronomium 29:7→— Toen riep Jozua de Rubenieten, en de Gadieten, en den halven stam van Manasse,
Toen, 1)nadat alles ten einde gebracht was, wat bij de inbezitname van het beloofde land behoorde, riep Jozua de Rubenieten, en de Gadieten, en de halve stam van Manasse, de 40.000 krijgslieden van deze 2 1/2 stammen, die de verdelgingsoorlog aan deze zijde meegemaakt hadden (4: 12).
Volgens sommigen heeft deze gebeurtenis plaatsgevonden, nog vóór de verdeling van het land onder de 9 1/2 stammen, volgens anderen na de verdeling. Ons komt het meest waarschijnlijk voor, dat deze gebeurtenis heeft plaatsgevonden na de verdeling, in elk geval, nadat Israël naar Silo was opgetrokken. Vooral in verband met de verdeling van de steden voor de Levieten, waarbij meer dan hoogstwaarschijnlijk die stammen aanwezig zijn geweest.
Deze stammen hadden niet hoeven te blijven, totdat het land onder de anderen was verdeeld, maar toch zijn zij gebleven, naar onze mening, totdat alles was afgelopen.
KruisverwijzingenFilippenzen 1:23→— Gij hebt uw broederen niet verlaten nu langen tijd, tot op dezen dag toe; maar gij hebt waargenomen de onderhouding der geboden van den HEERE, uw God.
Gij hebt uw broeders van de 9 1/2 stammen niet verlaten, nu de lange tijd, van omtrent 8 jaar geleden tot op deze dag toe; maar gij hebt waargenomen de onderhouding van
de geboden van de HEERE, uw God, die hij u door Mozes heeft verkondigd.
Een uitdrukking, die ook vertaald kan worden, zoals in Lev.8: 35, met door de wacht waarnemen. Zij wordt gebruikt voor het onderhouden van alles, wat met de bevelen van God in verband staat. Een kostelijke getuigenis wordt hier van die stammen gegeven, een getuigenis van stipte gehoorzaamheid aan de geboden de Heere.
KruisverwijzingenJozua 13:8→Deuteronomium 29:8→Jozua 13:15→Jozua 21:43→Numeri 32:18→Deuteronomium 12:9→Deuteronomium 3:1→Numeri 32:33→— En nu, de HEERE, uw God, heeft uw broederen rust gegeven, gelijk Hij hun toegezegd had; keert dan nu wederom, en gaat gij naar uw tenten, naar het land uwer bezitting, hetwelk u Mozes, de knecht des HEEREN, gegeven heeft op gene zijde van de Jordaan.
En nu de HEERE, uw God, heeft uw broeders rust gegeven, zoals Hij hun toegezegd had, en hiermee is ook het doel bereikt, waarom gij voor hen uit moest trekken (1: 14vv.); keert dan nu wederom, en gaat gij naar uw tenten, 1) naar het land van uw bezittinga) dat u Mozes, de knecht van de HEERE, op uw verzoek gegeven heeft2) aan de overzijde van de Jordaan.
Num.32: 33 Deuteronomium 3: 13; 29: 8 Joz.13: 8
Een klassieke uitdrukking voor “woningen,” die nog herinnert aan de dagen en jaren van de woestijn.
Gedurig worden deze stammen erop gewezen, dat wat zij hebben ontvangen, zij hebben genoten uit de hand van de Heere, dat het vrije gunst van God was. Als leengoederen uit de hand van de Heere hadden zij hun bezittingen te beschouwen. Het is daarom, dat Jozua terstond ernstige waarschuwingen en vermaningen laat volgen. Zullen zij in het bezit ervan blijven, dan hebben zij naarstig de Wet van God te onderhouden.
KruisverwijzingenDeuteronomium 6:17→Deuteronomium 11:13→Deuteronomium 11:1→Mattheüs 4:10→Jozua 24:14→Deuteronomium 11:22→Jesaja 55:2→Handelingen 27:23→— Alleenlijk neemt naarstiglijk waar te doen het gebod en de wet, die u Mozes, de knecht des HEEREN, geboden heeft, dat gij den HEERE, uw God, liefhebt, en dat gij wandelt in al Zijn wegen, en Zijn geboden houdt, en Hem aanhangt, en dat gij Hem dient met uw ganse hart en met uw ganse ziel.
Alleenlijk neemt naarstig waar te doen het gebod en de wet, die u Mozes, de knecht van de HEERE a) geboden heeft, gij en al uw huisgenoten, die u ginds verwachten, dat gij de HEERE, uw God, liefhebt, en dat gij wandelt in al Zijn wegen, en Zijn geboden houdt, en Hem aanhangt, en dat gij Hem dient met uw gehele hart, en met uw gehele ziel. 1)
Deuteronomium 8: 6; 10: 12; 11: 13,22
Van hun tijdelijke krijgsdienst ontslaat en bevrijdt hij hen zo, dat zij voor immer zijn gebonden aan de heerschappij van de enige, waarachtige God. Hij geeft hen alzo verlof, naar huis terug te keren, maar onder deze verplichting, dat zij, waar zij ook mogen zijn, God zullen dienen, terwijl hij hen voorschrijft, dat zij Zijn wet zullen onderhouden. Maar omdat het in de menselijke natuur ligt om onstandvastig en lui te zijn, zodat de vrees voor God gemakkelijk uit de harten kan worden weggevaagd, en zorgeloosheid en geringschatting dan binnensluipen, eist hij van hen ijver en vlijt in het waarnemen van de Wet. Hij spreekt van de wet van Mozes, opdat zij niet door ijdele kunstenarijen zouden worden verleid, maar gefundeerd in die wet zouden blijven, die zij van den getrouwe knecht van God hadden geleerd. Hij noemt hen daarom ook doel en hoofdsom van de wet op, om God lief te hebben en Hem aan te hangen, omdat een uitwendige verering overigens van weinig gewicht is. Zo drukt hij hen met andere woorden op het hart, dat zij God zullen dienen met geheel hun hart en met geheel hun gemoed, waarmee de volkomenheid van God te dienen wordt aangeduid.
KruisverwijzingenJozua 17:1→Numeri 32:33→Jozua 13:29→— Want aan de helft van den stam van Manasse had Mozes een erfdeel gegeven in Bazan; maar aan de andere helft van denzelven gaf Jozua een erfdeel bij hun broederen, aan deze zijde van de Jordaan westwaarts. Verder ook als Jozua hen liet trekken naar hun tenten, zo zegende hij hen.
Want-zoals wij reeds weten-aan de ene helft van de stam van Manasse had Mozes een erfdeel gegeven in Bazan, maar aan de andere helft van dezelfde stam gaf Jozua een erfdeel bij hun broeders, aan deze zijde van de Jordaan westwaarts. Verder ook als Jozua hen, die van Oost-Manasse, de Rubenieten en de Gadieten, op de in vs.2 vermelde manier, liet vertrekken naar hun tenten, zo zegende hij hen. 1)
Nog eens wordt hier mededeling gedaan van hetgeen eerder was gebeurd, ten opzichte van de verdeling van het land. Niet alleen komt dit, omdat dit de Oosterse verteller eigen is, maar ook, omdat de gewijde Schrijver vooral de aandacht wil vestigen op het feit, dat alles gebeurd is in overeenstemming met de bevelen van God, door Mozes, Zijn knecht.
KruisverwijzingenNumeri 31:27→1 Samuël 30:24→Psalmen 68:12→Spreuken 3:16→Hebreeën 11:26→1 Samuël 30:16→Deuteronomium 8:9→2 Kronieken 17:5→— En hij sprak tot hen, zeggende: Keert weder tot uw tenten met veel rijkdom, en met zeer veel vee, met zilver, en met goud, en met koper, en met ijzer, en met zeer veel klederen; deelt den roof uwer vijanden met uw broederen.
En hij sprak tot hen, zeggende: Keert weer tot uw tenten, en komt aldaar behouden aan met veel rijkdom en met zeer veel vee, met zilver en met goud, en met koper, en met ijzer en met zeer veel kleren; deelt de roof van uw vijanden met uwbroeders, 1) die thuis gebleven zijn; gij zult die volstrekt niet voor u alleen houden; want dat is billijk en recht, zoals ook vroeger, na de strijd tegen de Midianieten, de Heere door Mozes beval, dat slechts de helft van de buit voor hen was, die de veldtocht meegemaakt hadden, de andere helft evenwel voor de overige gemeente (Num.31: 25). Hierdoor moet noodzakelijk de liefdeband nauwer aangehaald worden.
Met uw broeders. Natuurlijk was een groot deel thuis gebleven, om de akker te bebouwen en de bezittingen te bewaren. Alleen het krijgsvolk was meegetrokken, om de andere stammen te helpen. Het was daarom niet meer dan billijk, dat ook zij, die thuis het werk hadden verricht, deelden in de buit. Welk deel deze toekwam wordt niet gezegd, dat wordt overgelaten aan hen zelf. Maar opdat de thuisgeblevenen niet jaloers op hen zouden zijn en opdat de onderlinge band zou worden versterkt, geeft Jozua hun het bevel, om de buit te delen. God zorgt voor allen, voor alle huisgenoten van het geloof, welke rang zij ook bekleden, in welke stand zij ook geplaatst zijn.
KruisverwijzingenNumeri 32:29→Numeri 32:26→Numeri 32:1→Numeri 32:39→Psalmen 60:7→Deuteronomium 3:15→Jozua 13:25→Jozua 13:31→— Alzo keerden de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse wederom, en togen van de kinderen Israels, van Silo, dat in het land Kanaan is, om te gaan naar het land van Gilead, naar het land hunner bezitting, in hetwelk zij bezitters gemaakt waren, naar den mond des HEEREN, door den dienst van Mozes.
Zo keerden de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse terug, en trokken van de kinderen van Israël, van Silo, dat in het land Kanaän 1) is (21: 2), om te gaan naar hetland van Gilead, het gebied, gelegen aan de overzijde van de Jordaan (Num.21: 30), naar het land van hun bezit, waarin zij bezitters gemaakt waren, naar de mond van de HEERE, door de dienst van Mozes (Num.32: 33).
Het land Kanaän en het land Gilead zijn tegenstellingen. Kanaän is hetgeen aan deze zijde van de Jordaan ligt, en Gilead het gehele land aan de overzijde van de Jordaan.
KruisverwijzingenGenesis 31:46→Jozua 24:26→Jozua 4:5→Jozua 22:25→Genesis 28:18→— Toen zij kwamen aan de grenzen van de Jordaan, die in het land Kanaan zijn, zo bouwden de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse aldaar een altaar aan de Jordaan, een altaar groot in het aanzien.
a) Toen zij kwamen aan de grenzen van de Jordaan, die in het land Kanaän zijn, in de Jordaan-vlakte, die nog in het eigenlijke Kanaän, hoewel aan de overzijde van de Jordaan, ligt, vermoedelijk aan de plaats waar de Wady Fasail of de beek Krith (1 Koningen .18: 3) in de Jordaan vloeit, zo bouwden de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse met de goede bedoeling, om van hen, hun broeders, van wie zij plaatselijk moesten scheiden, toch niet te scheiden, ten opzichte van godsdienst en wetten (vs.24), aldaar een altaar aan de Jordaan, een altaar groot in het aanzien. 1)
Joz.18: 7
Niets minder was in hun gemoed opgekomen, dan enige vreemdheid in te voeren in de dienst van God. Maar niet op geringe wijze hebben zij gezondigd, dat zij met voorbijgang van de Hogepriester en zonder hun broeders te raadplegen, een nieuwe zaak hebben uitgevonden. Vervolgens, omdat de zaak, op zichzelf tot een getuigenis opgericht, toch tot een verkeerd doel kon voeren. Wij weten, hoe streng de wet twee altaren verbiedt, omdat God op een plaats alleen vereerd wil worden. Omdat alzo bij de enkele beschouwing ervan, het terstond allen in de gedachte had moeten komen, dat zij een tweede altaar stichten: wie zou dan niet hun heiligschennis veroordeeld hebben, omdat zij dan een dienst omhelsden, waarvan de wet niet wist en die met haar in strijd was? Omdat het daarom voor een goddeloos werk gehouden kon worden, hadden zij hun broeders in zo’n grote en ernstige zaak deelgenoten van hun plan moeten maken. Vervolgens hadden zij de Hogepriester niet mogen voorbijgaan, omdat uit zijn mond naar de wil van God moest gevraagd worden. Berispingswaardig hebben zij daarom gehandeld, omdat zij, alsof zij geheel alleen op de wereld waren, niet hebben gerekend, hoezeer een aanstoot kon ontstaan, vanwege de nieuwigheid van de zaak.
In het Hebreeuws Gadool le-marèh, d.i. groot om gezien te kunnen worden. Aanzien, moet dan ook opgevat worden in de zin van: in het aan te zien. De betekenis is deze, dat het zo’n groot altaar werd, dat het reeds van ver kon worden gezien. Het altaar moest een gedenkteken, een gedenkzuil zijn. Vooral om de nauwe verbinding tussen de stammen, aan weerszijden van de Jordaan gelegen, te onderhouden.
Het altaar schijnt juist aan de overkant opgericht te zijn, dicht bij het veer van Jericho. Het vervolg geeft alle reden tot dit beweren.
II. Vs. 11-34.KruisverwijzingenNumeri 25:7→Numeri 1:4→Numeri 16:22→Jozua 7:1→Jozua 7:5→Deuteronomium 13:12→Exodus 6:25→Richteren 20:28→ — En de kinderen Israels hoorden zeggen: Ziet, de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse hebben een altaar gebouwd, tegenover het land Kanaan, aan de grenzen van de Jordaan, aan de zijde der kinderen Israels. Als de kinderen Israels dit hoorden, zo verzamelde de ganse vergadering der kinderen Israels te Silo, dat zij tegen hen optogen met een heir. En de kinderen Israels zonden aan de kinderen van Ruben, en aan de kinderen van Gad, en aan den halven stam van Manasse, in het land Gilead, Pinehas, den zoon van Eleazar, den priester; En tien vorsten met hem, van ieder vaderlijk huis een vorst, uit al de stammen van Israel; en zij waren een ieder een hoofd van het huis hunner vaderen over de duizenden van Israel. Toen zij tot de kinderen van Ruben, en tot de kinderen van Gad, en tot den halven stam van Manasse kwamen, in het land Gilead, zo spraken zij met hen, zeggende: Alzo spreekt de ganse gemeente des HEEREN: Wat overtreding is dit, waarmede gijlieden overtreden hebt tegen den God van Israel, heden afkerende van achter den HEERE, mits dat gij een altaar voor u gebouwd hebt, om heden tegen den HEERE wederspannig te zijn? Is ons de ongerechtigheid van Peor te weinig, van dewelke wij niet gereinigd zijn tot op dezen dag, hoewel de plaag in de vergadering des HEEREN geweest is? Dewijl gij u heden van achter den HEERE afkeert, het zal dan geschieden, als gij heden wederspannig zijt tegen den HEERE, zo zal Hij Zich morgen grotelijks vertoornen tegen de ganse gemeente van Israel. Maar toch, indien het land uwer bezitting onrein is, komt over in het land van de bezitting des HEEREN, waar de tabernakel des HEEREN woont, en neemt bezitting in het midden van ons; maar zijt niet wederspannig tegen den HEERE, en zijt ook niet wederspannig tegen ons, een altaar voor u bouwende, behalve het altaar van den HEERE, onzen God. Heeft niet Achan, de zoon van Zerah, overtreding begaan met het verbannene, en kwam er niet een verbolgenheid over de ganse vergadering van Israel? En die man stierf niet alleen in zijn ongerechtigheid. De kinderen van Israël, evenwel, toen zij van het altaar hoorden, vonden in die oprichting de betekenis, dat hun broeders aan de overzijde van de Jordaan zich wilden losrukken van de énige plaats voor de godsdienst en alzo oproerig wilden afvallen van de Heere en Zijn wet; zij besluiten de ban van vernietiging aan hen ten uitvoer te brengen, maar zenden te voren de zoon van de Hogepriester Eleazar met 10 hoofden van de stammen tot hen, om de zaak nauwkeuriger te onderzoeken. Toen pas bleek, wat de bedoeling van de 2 1/2 stammen was met het altaar, en onder lofverheffing tot God, die de broeders voor afval en het gehele volk voor de ondergang bewaard heeft, wordt het denkbeeld van een krijgstocht opgegeven.
KruisverwijzingenDeuteronomium 13:12→Johannes 20:1→Johannes 1:28→Johannes 20:12→Jozua 3:14→Deuteronomium 12:5→Richteren 12:5→Leviticus 17:8→— En de kinderen Israels hoorden zeggen: Ziet, de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse hebben een altaar gebouwd, tegenover het land Kanaan, aan de grenzen van de Jordaan, aan de zijde der kinderen Israels.
En de kinderen van Israël, in het West-Jordaanland, hoorden zeggen: Ziet, de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse hebben een altaar gebouwd, tegenover 1) het land Kanaän, aan de grenzen, de afhelling van de Jordaan, aan de zijde van de kinderen van Israël, aan de grens, die nog tot eigenlijk Kanaän behoort.
Tegenover, eigenlijk in het front van.
KruisverwijzingenDeuteronomium 13:15→Romeinen 10:2→Richteren 20:1→Jozua 18:1→Handelingen 11:2→Galaten 4:17→— Als de kinderen Israels dit hoorden, zo verzamelde de ganse vergadering der kinderen Israels te Silo, dat zij tegen hen optogen met een heir.
Toen de kinderen van Israël dit hoorden, verzamelde de gehele vergadering van de kinderen van Israël, verontrust als zij was over dit voornemen, waarin zij een overtreding van Gods gebod meende waar te nemen, dat alle Israëlietenslechts op de éne door God verkoren plaats moesten offeren (Lev.17: 8vv. Deuteronomium 12: 4vv.) te Silo, dat zij tegen hen optrokken met een leger, om volgens het voorschrift in Deuteronomium 13: 12 vv. met hen te handelen. Deze grote ijver van de Israëlieten van deze zijde was prijzenswaardig en recht; want ofschoon het altaar, waarvan hier sprake was, niet bestemd was voor offeraltaar en daarom niet tegen de wet was, zo hadden toch zijn opbouwers rechtmatige grond tot ijvering aan hun broeders gegeven, doordat zij hun werk ondernomen hadden zonder vooraf de Hogepriester te vragen. Niemand kon daarom het eigenlijke doel weten en de door hen gekozen vorm om te betuigen, dat zij met hun broeders aan deze zijde één waren in weten en godsdienst, dat zij gezamenlijk maar één God hadden, “de sterke”, die hen uit Egypte had uitgeleid.
Men moest nooit iets belangrijks ondernemen, zonder gemeenschappelijke beraadslaging en overweging, opdat men verhoede, dat iemand zich aan ons ergere. Een Christen moet zelfs de schijn van kwaad vermijden (1 Thess.5: 22); want die verwekt slechts boze argwaan. Zij wilden aanstonds met een leger tegen hen optrekken, indien bevonden werd, dat zij tegen God rebelleerden en van Hem afvallig waren geworden, en ofschoon de verdachte stammen been van hun benen en deelgenoten met hen waren geweest in de verdrukkingen in de woestijn en medestrijders in de oorlogen van Kanaän, nochthans indien zij zich leenden tot het dienen van andere goden, dan zouden zij hen niet als zonen van Israël, maar als vijanden en als kinderen van hoererij behandelen, zoals de Heere bevolen had (Deuteronomium 13: 2). Nog maar weinig tijd geleden hadden zij hun zwaard in de schede gestoken, en na al hun gevaren en geleden ongemakken begonnen zij nu de rust te smaken, die God hun gegeven had, maar desondanks wilden zij liever een nieuwe oorlog beginnen, dan op enigerlei wijze nalatig wezen in het beteugelen, bestraffen en wreken van de afgoderij, en van elke stap die daartoe zou kunnen leiden. Inderdaad een zeer edelmoedig besluit en een blijk, dat zij niet alleen zwak hadden voor de godsdienst, maar ook, zoals wij hopen, dat zij zorgvuldig en naarstig waren in het betrachten hiervan. Bederf in de Godsdienst moet aanstonds worden tegengegaan, opdat het geen aankleving krijgt en zich niet op oudheid of oude gebruikelijkheden kan beroepen (Jos 22: 12).
KruisverwijzingenNumeri 25:7→Exodus 6:25→Richteren 20:28→Deuteronomium 13:14→Spreuken 25:9→Spreuken 20:18→Richteren 20:12→Psalmen 106:30→— En de kinderen Israels zonden aan de kinderen van Ruben, en aan de kinderen van Gad, en aan den halven stam van Manasse, in het land Gilead, Pinehas, den zoon van Eleazar, den priester;
En de kinderen van Israël zonden aan de kinderen van Ruben en aan de kinderen van Gad, en aan de halve stam van Manasse, in het land Gilead, Pinehas, 1) de zoon en toekomstige opvolger van Eleazar, de Hogepriester.
Pinehas had reeds vroeger voor de ere van Jehova geijverd, zoals we weten uit de geschiedenis in Num.25 en 31. Ook nu zal hij zich aanstonds aan het hoofd hebben gesteld van hen, die wensten op te komen voor de eer van God. Hij doet zich ook nu kennen als een heldhaftig man, die met kracht wenst door te tasten, om de zonde bij de wortel af te snijden. Ziet hij echter later, dat zij die stammen verkeerd hebben beoordeeld, dan is hij aanstonds ook gereed, om de hand van de verzoening te reiken. Rechtvaardigheid en liefde gaan bij hem hand in hand.
Zoals wij ons herinneren, had Pinehas reeds vroeger uitgemunt door zijn ijver, voor de Heere, toen hij de plaag te Baäl-Peor, veroorzaakt door de hoererijen van de kinderen van Israël, deed ophouden. Later voerde hij ook de verdedigingsoorlog tegen de Midianieten (Num.25: 7vv.; 31: 6). Wij mogen gerust aannemen, dat Pinehas, die hier opnieuw op de voorgrond treedt als geschiedkundig persoon, in dit krachtdadig besluit een grote rol heeft gespeeld. Terwijl juist de omstandigheid, dat hij gezonden wordt om tot waar verstand van zaken te komen, ten duidelijkste bewijst, dat ook in deze zijn raad werd opgevolgd. Dit alles doet ons een juiste blik werpen op het aldus van twee zijden verlichte karakter van Pinehas: IJverig was hij en doortastend voor de naam van de Heere; vol geneeskracht en tact om een diepgeworteld kwaad uit te roeien, maar niet onbesuisd, niet als iemand die zonder liefde is. Is hij de eerste om een krachtig en snelwerkend besluit te nemen, hij is ook de eerste om een verzoening te bewerkstelligen, waar maar enigszins termen hiervoor aanwezig zijn. Deze twee trekken uit zijn karakter doen hem voorzeker in onze achting stijgen, en graag kennen wij hem een plaats toe onder de mannen, de helden, die Israël zoveel gehad heeft.
KruisverwijzingenNumeri 1:4→Exodus 18:25→— En tien vorsten met hem, van ieder vaderlijk huis een vorst, uit al de stammen van Israel; en zij waren een ieder een hoofd van het huis hunner vaderen over de duizenden van Israel.
En tien vorsten 1) met hem, van ieder vaderlijk huis één vorst (Ex 6: 14), uit al de stammen van Israël; en zij, deze vorsten of hoofden, waren tevens, een ieder een hoofd van het huis van hun vaderen over de duizenden van Israël, of uit de geslachten vanIsraël.
Tien vorsten, dus ook een vorst uit de stam van West-Manasse. Vleselijke banden konden niet verhinderen, dat ook deze stam zich keert tegen de stam van Oost-Manasse, wanneer deze de eer van God heeft aangetast.
De zin van deze woorden is, dat er uit de 9 1/2 stam 10 afgevaardigen, dus ook de West-Manasse, gezonden werden. Het voornaamste hoofd uit het voornaamste geslacht van iedere stam werd daartoe gekozen. Dit was bij de genealogische aanleg van Israël gemakkelijk uit te maken.
KruisverwijzingenDeuteronomium 12:13→— Alzo spreekt de ganse gemeente des HEEREN: Wat overtreding is dit, waarmede gijlieden overtreden hebt tegen den God van Israel, heden afkerende van achter den HEERE, mits dat gij een altaar voor u gebouwd hebt, om heden tegen den HEERE wederspannig te zijn?
Aldus 1)spreekt de gehele gemeente van de HEERE, die Hem, de Heere, trouw gebleven is en voor Zijn rechten tegenover U wil optreden: Welke overtreding is dit, waarmee gij overtreden hebt tegen de God van Israël, heden d.i. zo schielijk afkerende van achter de HEERE, mits of, hierin dat gij een bijzonder altaar voor U gebouwd hebt, hetgeen klaarblijkelijk met geen ander plan gebeurd is, dan om heden tegen de HEERE weerspannig
te zijn, en u een godsdienst op eigen hand te maken?
Alsof het reeds een uitgemaakte zaak was, dat zij met dit enkel altaar tegen God waren opgestaan, beschuldigen zij hen, en wel op een zeer harde en scherpe wijze, van trouweloosheid. Zij nemen daarom voor bewezen aan, dat het altaar was opgericht, opdat daarop de twee stammen hun offeranden zouden brengen. In deze mening bedriegen zij zich, omdat het tot een ander doel en gebruik was bestemd. Verder, indien het waar was geweest, wat zij in hun harten hadden bedacht, dan zou het gehele beklag, wat zij hadden gebezigd, rechtvaardig zijn geweest. Want het was een duidelijke misdaad van trouweloosheid, iets in de dienst van God te veranderen, Wie te gehoorzamen meer waard is dan alle slachtoffers (1 Samuel .15: 22), en op de beste beweeggrond was deze veroordeling gefundeerd, nl. dat zij afvalligen waren, die zich door een eigen altaar lieten verleiden.
Uit de grondtekst blijkt duidelijk, dat Pinehas deze woorden uitspreekt in diepe verontwaardiging en in steeds klimmende ernst. Heeft hij eerst gesproken van overtreding, aan het slot van dit vers noemt hij dezelfde zonde weerspannigheid, om daarmee die stammen met de meeste nadruk hun zonde en schuld voor ogen te stellen. Zij moeten goed weten, wat zij hebben gedaan. En, opdat zijn woorden des te meer nadruk zullen maken, haalt hij twee gebeurtenissen aan, die hen nog vers in het geheugen liggen: de zonde met Baäl-Peor en die van Achan.
KruisverwijzingenNumeri 25:1→Deuteronomium 4:3→Psalmen 106:28→1 Korinthe 10:8→1 Korinthe 10:11→Ezra 9:13→— Is ons de ongerechtigheid van Peor te weinig, van dewelke wij niet gereinigd zijn tot op dezen dag, hoewel de plaag in de vergadering des HEEREN geweest is?
Is ons de ongerechtigheid van Peor te weinig, heugt ons die ongerechtigheid niet meer, die wij weleer bedreven hebben in de dienst van Peor? a) van welke misdaad wij nog niet gereinigd zijn tot op deze dag; 1) hoewelde plaag voor die zonde in de vergadering van de HEERE geweest is, en 24.000 man weggeraapt heeft. Men moest toch letten op zulke kastijdingen.
Num.25: 2 Deuteronomium 4: 3
De betekenis is natuurlijk niet, dat Israël nog niet van die misdaad gezuiverd was, dat die misdaad nog niet was vergeven. Calvijn verklaart het, alsof hij wilde zeggen, dat de herinnering nog niet geheel was begraven in het binnenste, of dat die straf nog niet was vergeten. Anderen zijn van mening, dat Pinehas hier het oog heeft op de schande, die daardoor op Israël was gekomen en nog niet geheel was uitgewist bij de Heidense volken, terwijl weer anderen van mening zijn, en ons inziens terecht, dat de bedoeling van deze woorden is, dat bij Israël nog maar al te zeer een verborgen neiging gevonden werd, om zich van God af te keren en de afgoden aan te hangen.
KruisverwijzingenJozua 18:1→Deuteronomium 12:5→2 Kronieken 11:13→Amos 7:17→Handelingen 11:8→Exodus 15:17→Leviticus 18:25→Handelingen 10:14→— Maar toch, indien het land uwer bezitting onrein is, komt over in het land van de bezitting des HEEREN, waar de tabernakel des HEEREN woont, en neemt bezitting in het midden van ons; maar zijt niet wederspannig tegen den HEERE, en zijt ook niet wederspannig tegen ons, een altaar voor u bouwende, behalve het altaar van den HEERE, onzen God.
Maar toch, indien het land van uw bezitting onrein 1) is, komt dan over in het land van de bezitting van de HEERE, in het land aan deze zijde, waar de tabernakel van de HEERE woont, en neemt bezit in het midden van ons; wij willen u immers een deel van het onze afstaan, maar zijt toch niet weerspannig tegen de HEERE, en zijt daardoor ook niet weerspannig tegen ons, een altaar voor u bouwende, behalve het altaar van de HEERE onze God, 2) Door dit te doen verderft gij niet alleen u zelf maar ook ons.
Onrein wordt hier het Overjordaanse genoemd, niet omdat er niet de tabernakel was gevestigd, maar in de zin van bezoedeld, zodat er een altaar met zijn zondoffers nodig was om de onreinheid weg te nemen. Natuurlijk wordt hier veronderstellenderwijs gesproken.
Hieruit zien wij de heilige ijver van Pinehas voor de eer van Gods Naam, en tegelijk een heilige vrees voor Zijn Goddelijk misnoegen. Liever een gedeelte van hun eigen bezittingen afstaan willen zij, dan de toorn van de Heere verwekken, dan dat de eer van God werd geschonden en de heerlijkheid van Zijn dienst werd onteerd.
Kruisverwijzingen1 Koningen 8:39→Deuteronomium 10:17→Psalmen 44:21→Job 10:7→Jeremia 17:10→Psalmen 7:3→Psalmen 82:1→Handelingen 25:11→— De God der goden, de HEERE, de God der goden, de HEERE, Die weet het; Israel zelf zal het ook weten! Is het door wederspannigheid, of is het door overtreding tegen den HEERE, zo behoudt ons heden niet;
1) De God der goden, de Heere, de God der goden, de HEERE, die alleen de ware God is en een Richter van gedachten, Die weet het, Israël zelf zal het daarom ook weten, wat wij in de zin hebben gehad! 2) Is het doorweerspannigheid of is het door overtreding tegen de HEERE, zo behoudt ons heden niet, liever: 3) zo helpt ons heden niet.
De samenvoeging van de drie namen van de Heere El, Elohim en Jehova, de aanroeping dus van God als de Sterke, als het Hoogste Wezen en als de Verbondsgod dient, om te versterken, wat zij zullen zeggen. Zo zeker zijn zij van de eerlijkheid van hun zaak, dat zij niet vertoornd worden. Zij weten het en durven zich op Gods alwetendheid te beroepen, dat zij hoegenaamd geen plan hebben gehad, om tegen God te rebelleren.
De drievoudige aanroeping El Elohim, Jehova, geeft de grote verbazing te kennen, die de beschuldiging teweegbrengt en de krachtige afwering van zoiets ondoordachts, Luther geeft: “de sterke God, de Heere” enz. De Godsnaam “El” wordt dan ook gebruikt, wanneer man zich de sterkte als een eigenschap van God voorstelt.
In het Hebreeuws staat hier het woordje im en daardoor krijgt deze uitdrukking de vorm van eedzwering. Een betere vertaling is deze: Waarlijk niet in weerspannigheid of door overtreding tegen de Heere is het, n.l. wat wij hebben gedaan. Helpt ons dan maar heden niet. De bedoeling is, door deze woorden, in de vorm van een eed uitgesproken, duidelijk te kennen te geven, dat zij geheel onschuldig staan aan de hun toegedichte overtreding. Ook alles, wat nu volgt, is in dezelfde vorm geuit.
Hier gaat de rede van de derde in de tweede persoon over. Het is dus een eedzwering: “Zo moogt gij ons niet helpen, indien deze aantijging waarheid bevat.”.
Kruisverwijzingen1 Samuël 20:16→Deuteronomium 18:19→Psalmen 10:13→Deuteronomium 12:11→Genesis 9:4→Ezechiël 3:18→Ezechiël 33:8→2 Kronieken 24:22→— Dat wij ons een altaar zouden gebouwd hebben, om ons van achter den HEERE af te keren, of om brandoffer en spijsoffer daarop te offeren, of om dankoffer daarop te doen, zo eise het de HEERE.
Dat wij ons een altaar zouden gebouwd hebben, om ons van achter de HEERE, en van achter de plaats, waar Hij Zijn naam wil doen wonen, af te keren, of om brandoffer en spijsoffer daarop te offeren, of om drankoffer daarop te doen, in plaats van op het altaar, dat Hij ons gewezen heeft, zo eise het de HEERE 1) van ons, wat wij tegen Hem gezondigd hebben, en hij late ons niet ongestraft.
Zo eise het de Heere, d.i. zo moge Hij ons tot verantwoording roepen en ons alleen Zijn straffen doen voelen!.
KruisverwijzingenJozua 4:6→Genesis 18:19→Deuteronomium 6:20→Exodus 13:14→Genesis 30:33→— En zo wij dit niet uit zorg vanwege deze zaak gedaan hebben, zeggende: Morgen mochten uw kinderen tot onze kinderen spreken, zeggende: Wat hebt gij met den HEERE, den God van Israel, te doen?
En zo wij dit niet veelmeer uit zorg vanwege deze zaak gedaan hebben, zeggende of, denkende bij de oprichting: Morgen mochten uw kinderen tot onze kinderen sprekenzeggende: Wat hebt gij met de HEERE, de God van Israël te doen?1)
Alsof de Heere alleen de God was van de stammen aan deze zijde van de Jordaan en niet Die van de Overjordaanse stammen. Zij vrezen in de toekomst buitengesloten te worden, buiten de ware en zuivere dienst van God. Dit wensen zij te voorkomen voor hun nakomelingen.
Het woord morgen, in het Hebreeuws staat er Mahor, kan ook vertaald worden door: in de toekomst.
KruisverwijzingenHandelingen 8:21→1 Koningen 12:27→Nehemia 2:20→Ezra 4:2→Jozua 22:27→1 Koningen 14:16→1 Koningen 15:30→1 Samuël 26:19→— De HEERE heeft immers de Jordaan tot landpale gezet tussen ulieden, gij, kinderen van Ruben, en gij, kinderen van Gad! gij hebt geen deel aan den HEERE. Zo mochten uw kinderen onze kinderen doen ophouden, dat zij den HEERE niet vreesden.
De HEERE heeft immers de Jordaan tot grens gezet tussen ons en tussen u; dit is niet bij toeval gebeurd maar door Zijn Voorzienigheid, gij kinderen van Ruben, en gij kinderen van Gad! gij allen aan de overzijde van de Jordaan, gij hebt geen deel aan de HEERE, maar ons alleen behoort Hij toe, aan ons, die aan deze zijde wonen en in wier midden Hij Zijn tent heeft opgericht. Zo mochten uw kinderen onze kinderen doen ophouden, dat zijde HEERE niet vreesden, 1) en zij zich tot andere goden wenden, die wij niet gekend hebben.
Men moet alle mogelijke vlijt aanwenden, zodat de ware godsdienst in wezen blijft, en tot op de nakomelingen wordt voortgeplant, want dat is het beste, wat men kan nalaten. 2. Zoals een goede vader vaak een boom plant, waarvan zijn kinderen en kindskinderen pas de vruchten plukken en de aangename schaduw genieten, zo moeten veel meer Christelijke ouders hun kinderen de godsvrucht inscherpen en ze op hun nakomelingen proberen over te brengen. 3. Zij die voor zichzelf de zoetheid en aangenaamheid van de Godsdienst gesmaakt hebben, kunnen niet anders dan zeer begerig zijn, dat hun kinderen daarvan deelgenoten mogen wezen, omdat niets hen zo zeer bevreesd en bekommerd maakt, dan dat hun nakomelingen op een bepaalde tijd mogen ophouden, de Heere te vrezen en aangezien worden als mensen, die geen deel aan God en aan Christus hebben (Jos 22: 25).
Deze bezorgdheid was niet zonder grond. Daar namelijk in alle beloften en verordeningen immer slechts Kanaän (aan deze zijde van de Jordaan Num.34: 1-12) als het land genoemd is, dat Jehova zijn volk tot erfenis had gegeven, zo kon hierdoor in de toekomst wel de valse gevolgtrekking worden gemaakt, dat slechts de in het eigenlijke Kanaän wonende stammen het echte volk van Jehova uitmaakten.
KruisverwijzingenDeuteronomium 12:13→Jozua 24:16→Jozua 22:26→Jozua 22:23→2 Koningen 18:22→Genesis 44:17→1 Samuël 12:23→Genesis 44:7→— Het zij verre van ons, van ons dat wij zouden wederspannig zijn tegen den HEERE, of dat wij te dezen dage ons van achter den HEERE afkeren zouden, bouwende een altaar ten brandoffer, ten spijsoffer, of ten slachtoffer, behalve het altaar van den HEERE, onzen God, dat voor Zijn tabernakel is.
Het zij verre van ons, -hetgeen gij ons toeschrijft als beweeggrond tot het oprichten van een altaar: -van ons dat wij zouden weerspannig zijn tegen de HEERE, of dat wij op deze dag, na pas ons land verlaten te hebben, ons al dadelijk van achter de HEERE afkeren zouden, bouwende een altaar ten brandoffer, ten spijsoffer, of ten slachtoffer, behalve het ene rechtmatige altaar van de HEERE, onze God, dat voor Zijn tabernakel is; veel meer zullen wij èn nu, èn in het vervolg daar alleen onze offers brengen. Terwijl de twee doelen, waarin de 12 stammen gesplitst werden, uit elkaar gingen en de 2 1/2 stammen naar hun woonplaats terugkeerden, terwijl de 9 1/2 stammen hun erfdeel in eigenlijk Kanaän, aan deze zijde in bezit namen, dreigde aan beide zijden een groot gevaar dat, wanneer het niet op het juiste tijdstip werd erkend en overwonnen door vastere aaneensluiting, vroeger of later een algehele scheiding van die twee hoofdbestanddelen in de godsdienst, en dus weldra in het gehele volksbestaan, ten gevolge gehad zou hebben. Aan de ene kant konden de 2 1/2 stammen in hun rijk gezegend, uitgestrekt land aan de overzijde van de Jordaan, dat bijna 2/3 gedeelte van eigenlijk Kanaän besloeg, allicht hun broeders in het westen vergeten. Veel meer dan deze zich met de veeteelt bezighoudende, konden zij zich gevoegelijk bij de Ammonieten, Moabieten of Midianieten aansluiten. Maar al te spoedig konden zij op de gedachte komen, zich een eigen heiligdom te maken, een bijzondere godsdienst aan te nemen, omdat het opgaan naar de feesten in het land aan deze zijde met veel moeilijkheden gepaard ging. Dit van hun kant dreigend gevaar wordt bij hen tot een levend bewustzijn gebracht door de verdenking, die doorstraalde in de rede van een Pinehas, die hun zo beslist tegemoet trad. Het middel is hard, maar het is ook het enige om het gevaar, dat van deze kant dreigt, in de kiem te smoren. Aan de andere kant kon bij de stammen van deze kant makkelijk de gedachte ontstaan, dat zij alleen de ware gemeente van de Heere vormden; niet alleen toch hadden zij het heiligdom van de Heere in hun midden, maar ook in alle beloften van God aan hun vaderen, was het alleen hun land, het Kanaän aan deze zijde, dat de Heere Zijn volk tot erfdeel geven wilde (Nu 32: 5). Wanneer men nu dit bijzonder toebehoren aan de Heere liet gelden, was het maar al te zeer te vrezen dat de stammen van de andere zijde werden teruggestoten, en daardoor genoodzaakt de banden van de onderlinge volksgemeenschap te verbreken. Daarom is het goed, dat de gelegenheid tot die gedachte reeds van te voren wordt afgesneden voor de 9 1/2 stammen, nog vóór de ontwikkeling van het Israëlietisch volksleven door datgene, wat de Rubenieten en Gadieten met hun altaar te kennen geven. In deze geschiedenis merken wij enerzijds menselijke onvoorzichtigheid; aan de andere kant menselijke kortzichtigheid op: Onvoorzichtigheid aan de kant van hen, die zonder voorafgaande beraadslaging met hun broeders het altaar gebouwd hebben, kortzichtigheid aan de zijde van de anderen, die bij de onderneming al dadelijk aan boze voornemens denken; maar waar in de diepste diepte van het hart een zucht naar God is en liefde voor het goede en rechtvaardige-zoals hier het geval is aan beide zijden-daar weet de Heere de harten, zo snel gescheiden door menselijke zwakheid, toch weer bijeen te voegen, en ook dat, wat de Zijnen in hun zwakheid verkeerd doen, moet tot hun welzijn dienen.
KruisverwijzingenJozua 22:33→Spreuken 15:1→Esther 1:21→Genesis 28:8→1 Samuël 25:32→1 Samuël 29:6→Handelingen 11:18→Richteren 8:3→— Toen de priester Pinehas, en de oversten der vergadering, en de hoofden der duizenden van Israel, die bij hem waren, de woorden hoorden, die de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de kinderen van Manasse gesproken hadden, zo was het goed in hun ogen.
Toen de priester Pinehas, en de oversten van de vergadering en de hoofden van de duizenden (geslachten) van Israël, die bij hem waren, de woorden hoorden, die de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de kinderen van Manasse gesproken hadden, was het goed in hun ogen. 1)
Terecht matigen Pinehas en de afgezanten hun ijver, terwijl zij niet eigenzinnig op hun stuk blijven staan, noch bij hun eenmaal opgevat vooroordeel blijven, maar de verontschuldigingen gul en gaarne aannemen. Velen nu, indien zij in enige zaken beledigd zijn en verbitterd, kunnen door geen verdediging verzoend worden, ja zelfs rakelen zij op, wat zij op kwaadwillige en onbillijke wijze maar kunnen ophalen, liever dan dat zij de schijn willen geven voor een billijke rede te wijken. En dit voorbeeld is daarom wel waardig opgemerkt te worden opdat, wanneer wij door een niet genoeg gekende zaak beledigd zijn, wij ons van hardnekkigheid onthouden, en liever ons laten buigen tot een billijk oordeel. Verder dat de kinderen van Ruben, Gad en Manasse vrij van misdaad worden bevonden, dit schrijven Pinehas en de gezanten toe aan de gunst van God. Want met deze woorden: “Wij weten, dat God in ons midden is” wijzen zij aan, dat God hun gunstig is en Zijn zorg heeft aangewend tot hun behoud. Dit moet zeker opgemerkt worden, omdat daaruit blijkt dat wij nooit van God afvallen, of tot goddeloosheid vervallen, tenzij Hij ons verlaat en ons overgeeft tot een verkeerde zin. Iedere afgoderij toont daarom reeds een te voren van God verlaten zijn, zodat Hij de straf op de misdaden met rechtvaardige vergelding uitvoert. Ondertussen moet men vasthouden, dat wij niet anders in de godsvrucht volharden, dan wanneer God bij ons en met ons is, ons door Zijne hand ondersteunt, en door de kracht van zijn Geest tot volharding bekrachtigt.
KruisverwijzingenJozua 22:12→Spreuken 25:13→— En Pinehas, de zoon van den priester Eleazar, keerde wederom met de oversten van de kinderen van Ruben, en van de kinderen van Gad, uit het land Gilead, naar het land Kanaan, tot de kinderen Israel; en zij brachten hun antwoord weder;
En Pinehas, de zoon van de hogepriester Eleazar, keerde terug met de oversten, die bij hem waren, van de kinderen van Ruben, en van de kinderen van Gad, uit het land Gilead, naar het land Kanaän, tot de kinderen van Israël, 1)en zij brachten hun antwoord weer, wat zij vernomen hadden over de oprichting van het bewuste altaar.
Hoogstwaarschijnlijk was het volk, vertegenwoordigd door zijn oudsten, niet uiteengegaan, maar wachtte op het verslag van Pinehas en zijn medegezanten. Dit antwoord bevredigde hen niet alleen, zodat zij niet besluiten op te trekken met een leger tegen de Overjordaanse stammen, maar zij vonden er ook stof in, om de Heere te loven voor het feit, dat hun broeders trouw waren gebleven aan de dienst van God en aan de onderhouding van de Wet, en hiervoor, dat zij niet behoefden op te treden als wrekers van Gods gerechtigheid. Een goed voorbeeld voor de Kerk van de Heere, voor de verhoudingen in die Kerk. Uit liefde voor de Naam van de Heere en uit liefde voor de broeders tuchtigen, maar niet om te tuchtigen.
KruisverwijzingenDaniël 2:19→Lukas 2:28→1 Kronieken 29:20→Jozua 22:30→Handelingen 15:31→1 Thessalonicenzen 3:6→2 Korinthe 7:7→Handelingen 15:12→— Het antwoord nu was goed in de ogen van de kinderen Israels, en de kinderen Israels loofden God, en zeiden niet meer van tegen hen op te trekken met een heir, om het land te verderven, waarin de kinderen van Ruben en de kinderen van Gad woonden.
Het antwoord nu was ook goed in de ogen van de overige kinderen van Israël, die de uitslag verwacht hadden, en de kinderen van Israël, loofden God, die hun Zijn genade niet onthouden had, en zeiden niet meer van tegen hen op te trekken met een leger om het land te verderven, waarin de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad woonden. Deze verhouding tussen broeders is de ware. De kinderen van Israël hadden zonder twijfel hun broeders van de overzijde, waarmee zij zoveel ervaren hadden, lief; maar die liefde mag niet zijn ten koste van de wet van de Heere, met loslating van het beginsel van het recht. Neen, de roede van God in de hand van dienaren van de gerechtigheid moet evenzeer de liefste broeder, de innigste vriend treffen, zij dan ook, dat die slagen het hart van hem, die slaat als openrijten. Maar nu, het oordeel is afgewend, de roede ingetrokken, de onschuld voor het oog onthuld, is het nu wonder, dat het hart van de Israëlieten dubbel verheugd is? Hun broeders zijn gered, hun is de smart bespaard, zelf een gesel van God te zijn, de Heere is niet geweken met Zijn genade. Hem zij daarvoor dan ook de lof. Zo is ook de verhouding van de Chritelijke gemeente: straffen uit liefde, niet om te straffen.
KruisverwijzingenJozua 22:27→Jesaja 43:10→1 Koningen 18:39→Mattheüs 4:10→Jozua 24:27→— En de kinderen van Ruben en de kinderen van Gad noemden dat altaar: Dat het een getuige zij tussen ons, dat de HEERE God is.
En de kinderen van Ruben en de kinderen van Gad noemden dat altaar, ook en wel allereerst voor de ogen van hun landgenoten: Dat het een getuige zij tussen ons, dat deHEERE God is. 1)
Uitdrukkelijk noemen zij dat altaar “Getuige,” opdat het nooit aanleiding zou geven tot zonde en afgoderij, tot overtreding van de geboden van de Heere. Het moet van weerszijden een getuigenis zijn van de betrekking waarin zij stonden, tegenover de Heere God en tegenover elkaar. Indien dus later hun kinderen de Wet zouden verlaten, zou dit altaar een getuige tegen hen zijn.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Jozua 22
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-10.KruisverwijzingenNumeri 31:27→Numeri 32:29→Numeri 32:26→Deuteronomium 6:17→Jozua 14:13→Numeri 32:1→Jozua 1:12→Filippenzen 1:23→
— Toen riep Jozua de Rubenieten, en de Gadieten, en den halven stam van Manasse, En hij zeide tot hen: Gijlieden hebt onderhouden alles, wat u Mozes, de knecht des HEEREN, geboden heeft; en gij zijt mijner stem gehoorzaam geweest in alles, wat ik u geboden heb. Gij hebt uw broederen niet verlaten nu langen tijd, tot op dezen dag toe; maar gij hebt waargenomen de onderhouding der geboden van den HEERE, uw God. En nu, de HEERE, uw God, heeft uw broederen rust gegeven, gelijk Hij hun toegezegd had; keert dan nu wederom, en gaat gij naar uw tenten, naar het land uwer bezitting, hetwelk u Mozes, de knecht des HEEREN, gegeven heeft op gene zijde van de Jordaan. Alleenlijk neemt naarstiglijk waar te doen het gebod en de wet, die u Mozes, de knecht des HEEREN, geboden heeft, dat gij den HEERE, uw God, liefhebt, en dat gij wandelt in al Zijn wegen, en Zijn geboden houdt, en Hem aanhangt, en dat gij Hem dient met uw ganse hart en met uw ganse ziel. Alzo zegende hen Jozua, en hij liet hen gaan; en zij gingen naar hun tenten. Want aan de helft van den stam van Manasse had Mozes een erfdeel gegeven in Bazan; maar aan de andere helft van denzelven gaf Jozua een erfdeel bij hun broederen, aan deze zijde van de Jordaan westwaarts. Verder ook als Jozua hen liet trekken naar hun tenten, zo zegende hij hen. En hij sprak tot hen, zeggende: Keert weder tot uw tenten met veel rijkdom, en met zeer veel vee, met zilver, en met goud, en met koper, en met ijzer, en met zeer veel klederen; deelt den roof uwer vijanden met uw broederen. Alzo keerden de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse wederom, en togen van de kinderen Israels, van Silo, dat in het land Kanaan is, om te gaan naar het land van Gilead, naar het land hunner bezitting, in hetwelk zij bezitters gemaakt waren, naar den mond des HEEREN, door den dienst van Mozes. Toen zij kwamen aan de grenzen van de Jordaan, die in het land Kanaan zijn, zo bouwden de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse aldaar een altaar aan de Jordaan, een altaar groot in het aanzien.
Nadat aldus ook de 9 1/2 stammen tot rustig bezit van hun erfdelen gekomen zijn, laat Jozua de hulptroepen van de stammen Ruben, Gad en half-Manasse naar hun haardsteden gaan met dankerkentenis, voor de aan hun broeders bewezen diensten met een liefderijke vermaning om toch getrouw vast te houden aan de Heere en zijn wet. Tevens geeft hij hun vaderlijke zegenwensen. Zij trekken op van Silo. Na de Jordaanlaagte bereikt te hebben, richten zij aan de overzijde van de stroom, hoewel nog binnen de grens van eigenlijk Kanaän, een groot aanzienlijk altaar op, om daarmee te betuigen, dat zij ook behoren tot de stammen aan deze zijde en tot het algemene heiligdom van het gehele volk.
Toen, 1)nadat alles ten einde gebracht was, wat bij de inbezitname van het beloofde land behoorde, riep Jozua de Rubenieten, en de Gadieten, en de halve stam van Manasse, de 40.000 krijgslieden van deze 2 1/2 stammen, die de verdelgingsoorlog aan deze zijde meegemaakt hadden (4: 12).
Volgens sommigen heeft deze gebeurtenis plaatsgevonden, nog vóór de verdeling van het land onder de 9 1/2 stammen, volgens anderen na de verdeling. Ons komt het meest waarschijnlijk voor, dat deze gebeurtenis heeft plaatsgevonden na de verdeling, in elk geval, nadat Israël naar Silo was opgetrokken. Vooral in verband met de verdeling van de steden voor de Levieten, waarbij meer dan hoogstwaarschijnlijk die stammen aanwezig zijn geweest.
Deze stammen hadden niet hoeven te blijven, totdat het land onder de anderen was verdeeld, maar toch zijn zij gebleven, naar onze mening, totdat alles was afgelopen.
Gij hebt uw broeders van de 9 1/2 stammen niet verlaten, nu de lange tijd, van omtrent 8 jaar geleden tot op deze dag toe; maar gij hebt waargenomen de onderhouding van
de geboden van de HEERE, uw God, die hij u door Mozes heeft verkondigd.
Een uitdrukking, die ook vertaald kan worden, zoals in Lev.8: 35, met door de wacht waarnemen. Zij wordt gebruikt voor het onderhouden van alles, wat met de bevelen van God in verband staat. Een kostelijke getuigenis wordt hier van die stammen gegeven, een getuigenis van stipte gehoorzaamheid aan de geboden de Heere.
En nu de HEERE, uw God, heeft uw broeders rust gegeven, zoals Hij hun toegezegd had, en hiermee is ook het doel bereikt, waarom gij voor hen uit moest trekken (1: 14vv.); keert dan nu wederom, en gaat gij naar uw tenten, 1) naar het land van uw bezittinga) dat u Mozes, de knecht van de HEERE, op uw verzoek gegeven heeft2) aan de overzijde van de Jordaan.
Num.32: 33 Deuteronomium 3: 13; 29: 8 Joz.13: 8
Een klassieke uitdrukking voor “woningen,” die nog herinnert aan de dagen en jaren van de woestijn.
Gedurig worden deze stammen erop gewezen, dat wat zij hebben ontvangen, zij hebben genoten uit de hand van de Heere, dat het vrije gunst van God was. Als leengoederen uit de hand van de Heere hadden zij hun bezittingen te beschouwen. Het is daarom, dat Jozua terstond ernstige waarschuwingen en vermaningen laat volgen. Zullen zij in het bezit ervan blijven, dan hebben zij naarstig de Wet van God te onderhouden.
Alleenlijk neemt naarstig waar te doen het gebod en de wet, die u Mozes, de knecht van de HEERE a) geboden heeft, gij en al uw huisgenoten, die u ginds verwachten, dat gij de HEERE, uw God, liefhebt, en dat gij wandelt in al Zijn wegen, en Zijn geboden houdt, en Hem aanhangt, en dat gij Hem dient met uw gehele hart, en met uw gehele ziel. 1)
Deuteronomium 8: 6; 10: 12; 11: 13,22
Van hun tijdelijke krijgsdienst ontslaat en bevrijdt hij hen zo, dat zij voor immer zijn gebonden aan de heerschappij van de enige, waarachtige God. Hij geeft hen alzo verlof, naar huis terug te keren, maar onder deze verplichting, dat zij, waar zij ook mogen zijn, God zullen dienen, terwijl hij hen voorschrijft, dat zij Zijn wet zullen onderhouden. Maar omdat het in de menselijke natuur ligt om onstandvastig en lui te zijn, zodat de vrees voor God gemakkelijk uit de harten kan worden weggevaagd, en zorgeloosheid en geringschatting dan binnensluipen, eist hij van hen ijver en vlijt in het waarnemen van de Wet. Hij spreekt van de wet van Mozes, opdat zij niet door ijdele kunstenarijen zouden worden verleid, maar gefundeerd in die wet zouden blijven, die zij van den getrouwe knecht van God hadden geleerd. Hij noemt hen daarom ook doel en hoofdsom van de wet op, om God lief te hebben en Hem aan te hangen, omdat een uitwendige verering overigens van weinig gewicht is. Zo drukt hij hen met andere woorden op het hart, dat zij God zullen dienen met geheel hun hart en met geheel hun gemoed, waarmee de volkomenheid van God te dienen wordt aangeduid.
Want-zoals wij reeds weten-aan de ene helft van de stam van Manasse had Mozes een erfdeel gegeven in Bazan, maar aan de andere helft van dezelfde stam gaf Jozua een erfdeel bij hun broeders, aan deze zijde van de Jordaan westwaarts. Verder ook als Jozua hen, die van Oost-Manasse, de Rubenieten en de Gadieten, op de in vs.2 vermelde manier, liet vertrekken naar hun tenten, zo zegende hij hen. 1)
Nog eens wordt hier mededeling gedaan van hetgeen eerder was gebeurd, ten opzichte van de verdeling van het land. Niet alleen komt dit, omdat dit de Oosterse verteller eigen is, maar ook, omdat de gewijde Schrijver vooral de aandacht wil vestigen op het feit, dat alles gebeurd is in overeenstemming met de bevelen van God, door Mozes, Zijn knecht.
En hij sprak tot hen, zeggende: Keert weer tot uw tenten, en komt aldaar behouden aan met veel rijkdom en met zeer veel vee, met zilver en met goud, en met koper, en met ijzer en met zeer veel kleren; deelt de roof van uw vijanden met uwbroeders, 1) die thuis gebleven zijn; gij zult die volstrekt niet voor u alleen houden; want dat is billijk en recht, zoals ook vroeger, na de strijd tegen de Midianieten, de Heere door Mozes beval, dat slechts de helft van de buit voor hen was, die de veldtocht meegemaakt hadden, de andere helft evenwel voor de overige gemeente (Num.31: 25). Hierdoor moet noodzakelijk de liefdeband nauwer aangehaald worden.
Met uw broeders. Natuurlijk was een groot deel thuis gebleven, om de akker te bebouwen en de bezittingen te bewaren. Alleen het krijgsvolk was meegetrokken, om de andere stammen te helpen. Het was daarom niet meer dan billijk, dat ook zij, die thuis het werk hadden verricht, deelden in de buit. Welk deel deze toekwam wordt niet gezegd, dat wordt overgelaten aan hen zelf. Maar opdat de thuisgeblevenen niet jaloers op hen zouden zijn en opdat de onderlinge band zou worden versterkt, geeft Jozua hun het bevel, om de buit te delen. God zorgt voor allen, voor alle huisgenoten van het geloof, welke rang zij ook bekleden, in welke stand zij ook geplaatst zijn.
Zo keerden de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse terug, en trokken van de kinderen van Israël, van Silo, dat in het land Kanaän 1) is (21: 2), om te gaan naar hetland van Gilead, het gebied, gelegen aan de overzijde van de Jordaan (Num.21: 30), naar het land van hun bezit, waarin zij bezitters gemaakt waren, naar de mond van de HEERE, door de dienst van Mozes (Num.32: 33).
Het land Kanaän en het land Gilead zijn tegenstellingen. Kanaän is hetgeen aan deze zijde van de Jordaan ligt, en Gilead het gehele land aan de overzijde van de Jordaan.
a) Toen zij kwamen aan de grenzen van de Jordaan, die in het land Kanaän zijn, in de Jordaan-vlakte, die nog in het eigenlijke Kanaän, hoewel aan de overzijde van de Jordaan, ligt, vermoedelijk aan de plaats waar de Wady Fasail of de beek Krith (1 Koningen .18: 3) in de Jordaan vloeit, zo bouwden de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse met de goede bedoeling, om van hen, hun broeders, van wie zij plaatselijk moesten scheiden, toch niet te scheiden, ten opzichte van godsdienst en wetten (vs.24), aldaar een altaar aan de Jordaan, een altaar groot in het aanzien. 1)
Joz.18: 7
Niets minder was in hun gemoed opgekomen, dan enige vreemdheid in te voeren in de dienst van God. Maar niet op geringe wijze hebben zij gezondigd, dat zij met voorbijgang van de Hogepriester en zonder hun broeders te raadplegen, een nieuwe zaak hebben uitgevonden. Vervolgens, omdat de zaak, op zichzelf tot een getuigenis opgericht, toch tot een verkeerd doel kon voeren. Wij weten, hoe streng de wet twee altaren verbiedt, omdat God op een plaats alleen vereerd wil worden. Omdat alzo bij de enkele beschouwing ervan, het terstond allen in de gedachte had moeten komen, dat zij een tweede altaar stichten: wie zou dan niet hun heiligschennis veroordeeld hebben, omdat zij dan een dienst omhelsden, waarvan de wet niet wist en die met haar in strijd was? Omdat het daarom voor een goddeloos werk gehouden kon worden, hadden zij hun broeders in zo’n grote en ernstige zaak deelgenoten van hun plan moeten maken. Vervolgens hadden zij de Hogepriester niet mogen voorbijgaan, omdat uit zijn mond naar de wil van God moest gevraagd worden. Berispingswaardig hebben zij daarom gehandeld, omdat zij, alsof zij geheel alleen op de wereld waren, niet hebben gerekend, hoezeer een aanstoot kon ontstaan, vanwege de nieuwigheid van de zaak.
In het Hebreeuws Gadool le-marèh, d.i. groot om gezien te kunnen worden. Aanzien, moet dan ook opgevat worden in de zin van: in het aan te zien. De betekenis is deze, dat het zo’n groot altaar werd, dat het reeds van ver kon worden gezien. Het altaar moest een gedenkteken, een gedenkzuil zijn. Vooral om de nauwe verbinding tussen de stammen, aan weerszijden van de Jordaan gelegen, te onderhouden.
Het altaar schijnt juist aan de overkant opgericht te zijn, dicht bij het veer van Jericho. Het vervolg geeft alle reden tot dit beweren.
II. Vs. 11-34.KruisverwijzingenNumeri 25:7→Numeri 1:4→Numeri 16:22→Jozua 7:1→Jozua 7:5→Deuteronomium 13:12→Exodus 6:25→Richteren 20:28→
— En de kinderen Israels hoorden zeggen: Ziet, de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse hebben een altaar gebouwd, tegenover het land Kanaan, aan de grenzen van de Jordaan, aan de zijde der kinderen Israels. Als de kinderen Israels dit hoorden, zo verzamelde de ganse vergadering der kinderen Israels te Silo, dat zij tegen hen optogen met een heir. En de kinderen Israels zonden aan de kinderen van Ruben, en aan de kinderen van Gad, en aan den halven stam van Manasse, in het land Gilead, Pinehas, den zoon van Eleazar, den priester; En tien vorsten met hem, van ieder vaderlijk huis een vorst, uit al de stammen van Israel; en zij waren een ieder een hoofd van het huis hunner vaderen over de duizenden van Israel. Toen zij tot de kinderen van Ruben, en tot de kinderen van Gad, en tot den halven stam van Manasse kwamen, in het land Gilead, zo spraken zij met hen, zeggende: Alzo spreekt de ganse gemeente des HEEREN: Wat overtreding is dit, waarmede gijlieden overtreden hebt tegen den God van Israel, heden afkerende van achter den HEERE, mits dat gij een altaar voor u gebouwd hebt, om heden tegen den HEERE wederspannig te zijn? Is ons de ongerechtigheid van Peor te weinig, van dewelke wij niet gereinigd zijn tot op dezen dag, hoewel de plaag in de vergadering des HEEREN geweest is? Dewijl gij u heden van achter den HEERE afkeert, het zal dan geschieden, als gij heden wederspannig zijt tegen den HEERE, zo zal Hij Zich morgen grotelijks vertoornen tegen de ganse gemeente van Israel. Maar toch, indien het land uwer bezitting onrein is, komt over in het land van de bezitting des HEEREN, waar de tabernakel des HEEREN woont, en neemt bezitting in het midden van ons; maar zijt niet wederspannig tegen den HEERE, en zijt ook niet wederspannig tegen ons, een altaar voor u bouwende, behalve het altaar van den HEERE, onzen God. Heeft niet Achan, de zoon van Zerah, overtreding begaan met het verbannene, en kwam er niet een verbolgenheid over de ganse vergadering van Israel? En die man stierf niet alleen in zijn ongerechtigheid.
De kinderen van Israël, evenwel, toen zij van het altaar hoorden, vonden in die oprichting de betekenis, dat hun broeders aan de overzijde van de Jordaan zich wilden losrukken van de énige plaats voor de godsdienst en alzo oproerig wilden afvallen van de Heere en Zijn wet; zij besluiten de ban van vernietiging aan hen ten uitvoer te brengen, maar zenden te voren de zoon van de Hogepriester Eleazar met 10 hoofden van de stammen tot hen, om de zaak nauwkeuriger te onderzoeken. Toen pas bleek, wat de bedoeling van de 2 1/2 stammen was met het altaar, en onder lofverheffing tot God, die de broeders voor afval en het gehele volk voor de ondergang bewaard heeft, wordt het denkbeeld van een krijgstocht opgegeven.
En de kinderen van Israël, in het West-Jordaanland, hoorden zeggen: Ziet, de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse hebben een altaar gebouwd, tegenover 1) het land Kanaän, aan de grenzen, de afhelling van de Jordaan, aan de zijde van de kinderen van Israël, aan de grens, die nog tot eigenlijk Kanaän behoort.
Tegenover, eigenlijk in het front van.
Toen de kinderen van Israël dit hoorden, verzamelde de gehele vergadering van de kinderen van Israël, verontrust als zij was over dit voornemen, waarin zij een overtreding van Gods gebod meende waar te nemen, dat alle Israëlietenslechts op de éne door God verkoren plaats moesten offeren (Lev.17: 8vv. Deuteronomium 12: 4vv.) te Silo, dat zij tegen hen optrokken met een leger, om volgens het voorschrift in Deuteronomium 13: 12 vv. met hen te handelen. Deze grote ijver van de Israëlieten van deze zijde was prijzenswaardig en recht; want ofschoon het altaar, waarvan hier sprake was, niet bestemd was voor offeraltaar en daarom niet tegen de wet was, zo hadden toch zijn opbouwers rechtmatige grond tot ijvering aan hun broeders gegeven, doordat zij hun werk ondernomen hadden zonder vooraf de Hogepriester te vragen. Niemand kon daarom het eigenlijke doel weten en de door hen gekozen vorm om te betuigen, dat zij met hun broeders aan deze zijde één waren in weten en godsdienst, dat zij gezamenlijk maar één God hadden, “de sterke”, die hen uit Egypte had uitgeleid.
Men moest nooit iets belangrijks ondernemen, zonder gemeenschappelijke beraadslaging en overweging, opdat men verhoede, dat iemand zich aan ons ergere. Een Christen moet zelfs de schijn van kwaad vermijden (1 Thess.5: 22); want die verwekt slechts boze argwaan. Zij wilden aanstonds met een leger tegen hen optrekken, indien bevonden werd, dat zij tegen God rebelleerden en van Hem afvallig waren geworden, en ofschoon de verdachte stammen been van hun benen en deelgenoten met hen waren geweest in de verdrukkingen in de woestijn en medestrijders in de oorlogen van Kanaän, nochthans indien zij zich leenden tot het dienen van andere goden, dan zouden zij hen niet als zonen van Israël, maar als vijanden en als kinderen van hoererij behandelen, zoals de Heere bevolen had (Deuteronomium 13: 2). Nog maar weinig tijd geleden hadden zij hun zwaard in de schede gestoken, en na al hun gevaren en geleden ongemakken begonnen zij nu de rust te smaken, die God hun gegeven had, maar desondanks wilden zij liever een nieuwe oorlog beginnen, dan op enigerlei wijze nalatig wezen in het beteugelen, bestraffen en wreken van de afgoderij, en van elke stap die daartoe zou kunnen leiden. Inderdaad een zeer edelmoedig besluit en een blijk, dat zij niet alleen zwak hadden voor de godsdienst, maar ook, zoals wij hopen, dat zij zorgvuldig en naarstig waren in het betrachten hiervan. Bederf in de Godsdienst moet aanstonds worden tegengegaan, opdat het geen aankleving krijgt en zich niet op oudheid of oude gebruikelijkheden kan beroepen (Jos 22: 12).
En de kinderen van Israël zonden aan de kinderen van Ruben en aan de kinderen van Gad, en aan de halve stam van Manasse, in het land Gilead, Pinehas, 1) de zoon en toekomstige opvolger van Eleazar, de Hogepriester.
Pinehas had reeds vroeger voor de ere van Jehova geijverd, zoals we weten uit de geschiedenis in Num.25 en 31. Ook nu zal hij zich aanstonds aan het hoofd hebben gesteld van hen, die wensten op te komen voor de eer van God. Hij doet zich ook nu kennen als een heldhaftig man, die met kracht wenst door te tasten, om de zonde bij de wortel af te snijden. Ziet hij echter later, dat zij die stammen verkeerd hebben beoordeeld, dan is hij aanstonds ook gereed, om de hand van de verzoening te reiken. Rechtvaardigheid en liefde gaan bij hem hand in hand.
Zoals wij ons herinneren, had Pinehas reeds vroeger uitgemunt door zijn ijver, voor de Heere, toen hij de plaag te Baäl-Peor, veroorzaakt door de hoererijen van de kinderen van Israël, deed ophouden. Later voerde hij ook de verdedigingsoorlog tegen de Midianieten (Num.25: 7vv.; 31: 6). Wij mogen gerust aannemen, dat Pinehas, die hier opnieuw op de voorgrond treedt als geschiedkundig persoon, in dit krachtdadig besluit een grote rol heeft gespeeld. Terwijl juist de omstandigheid, dat hij gezonden wordt om tot waar verstand van zaken te komen, ten duidelijkste bewijst, dat ook in deze zijn raad werd opgevolgd. Dit alles doet ons een juiste blik werpen op het aldus van twee zijden verlichte karakter van Pinehas: IJverig was hij en doortastend voor de naam van de Heere; vol geneeskracht en tact om een diepgeworteld kwaad uit te roeien, maar niet onbesuisd, niet als iemand die zonder liefde is. Is hij de eerste om een krachtig en snelwerkend besluit te nemen, hij is ook de eerste om een verzoening te bewerkstelligen, waar maar enigszins termen hiervoor aanwezig zijn. Deze twee trekken uit zijn karakter doen hem voorzeker in onze achting stijgen, en graag kennen wij hem een plaats toe onder de mannen, de helden, die Israël zoveel gehad heeft.
En tien vorsten 1) met hem, van ieder vaderlijk huis één vorst (Ex 6: 14), uit al de stammen van Israël; en zij, deze vorsten of hoofden, waren tevens, een ieder een hoofd van het huis van hun vaderen over de duizenden van Israël, of uit de geslachten vanIsraël.
Tien vorsten, dus ook een vorst uit de stam van West-Manasse. Vleselijke banden konden niet verhinderen, dat ook deze stam zich keert tegen de stam van Oost-Manasse, wanneer deze de eer van God heeft aangetast.
De zin van deze woorden is, dat er uit de 9 1/2 stam 10 afgevaardigen, dus ook de West-Manasse, gezonden werden. Het voornaamste hoofd uit het voornaamste geslacht van iedere stam werd daartoe gekozen. Dit was bij de genealogische aanleg van Israël gemakkelijk uit te maken.
Aldus 1)spreekt de gehele gemeente van de HEERE, die Hem, de Heere, trouw gebleven is en voor Zijn rechten tegenover U wil optreden: Welke overtreding is dit, waarmee gij overtreden hebt tegen de God van Israël, heden d.i. zo schielijk afkerende van achter de HEERE, mits of, hierin dat gij een bijzonder altaar voor U gebouwd hebt, hetgeen klaarblijkelijk met geen ander plan gebeurd is, dan om heden tegen de HEERE weerspannig
te zijn, en u een godsdienst op eigen hand te maken?
Alsof het reeds een uitgemaakte zaak was, dat zij met dit enkel altaar tegen God waren opgestaan, beschuldigen zij hen, en wel op een zeer harde en scherpe wijze, van trouweloosheid. Zij nemen daarom voor bewezen aan, dat het altaar was opgericht, opdat daarop de twee stammen hun offeranden zouden brengen. In deze mening bedriegen zij zich, omdat het tot een ander doel en gebruik was bestemd. Verder, indien het waar was geweest, wat zij in hun harten hadden bedacht, dan zou het gehele beklag, wat zij hadden gebezigd, rechtvaardig zijn geweest. Want het was een duidelijke misdaad van trouweloosheid, iets in de dienst van God te veranderen, Wie te gehoorzamen meer waard is dan alle slachtoffers (1 Samuel .15: 22), en op de beste beweeggrond was deze veroordeling gefundeerd, nl. dat zij afvalligen waren, die zich door een eigen altaar lieten verleiden.
Uit de grondtekst blijkt duidelijk, dat Pinehas deze woorden uitspreekt in diepe verontwaardiging en in steeds klimmende ernst. Heeft hij eerst gesproken van overtreding, aan het slot van dit vers noemt hij dezelfde zonde weerspannigheid, om daarmee die stammen met de meeste nadruk hun zonde en schuld voor ogen te stellen. Zij moeten goed weten, wat zij hebben gedaan. En, opdat zijn woorden des te meer nadruk zullen maken, haalt hij twee gebeurtenissen aan, die hen nog vers in het geheugen liggen: de zonde met Baäl-Peor en die van Achan.
Is ons de ongerechtigheid van Peor te weinig, heugt ons die ongerechtigheid niet meer, die wij weleer bedreven hebben in de dienst van Peor? a) van welke misdaad wij nog niet gereinigd zijn tot op deze dag; 1) hoewelde plaag voor die zonde in de vergadering van de HEERE geweest is, en 24.000 man weggeraapt heeft. Men moest toch letten op zulke kastijdingen.
Num.25: 2 Deuteronomium 4: 3
De betekenis is natuurlijk niet, dat Israël nog niet van die misdaad gezuiverd was, dat die misdaad nog niet was vergeven. Calvijn verklaart het, alsof hij wilde zeggen, dat de herinnering nog niet geheel was begraven in het binnenste, of dat die straf nog niet was vergeten. Anderen zijn van mening, dat Pinehas hier het oog heeft op de schande, die daardoor op Israël was gekomen en nog niet geheel was uitgewist bij de Heidense volken, terwijl weer anderen van mening zijn, en ons inziens terecht, dat de bedoeling van deze woorden is, dat bij Israël nog maar al te zeer een verborgen neiging gevonden werd, om zich van God af te keren en de afgoden aan te hangen.
Maar toch, indien het land van uw bezitting onrein 1) is, komt dan over in het land van de bezitting van de HEERE, in het land aan deze zijde, waar de tabernakel van de HEERE woont, en neemt bezit in het midden van ons; wij willen u immers een deel van het onze afstaan, maar zijt toch niet weerspannig tegen de HEERE, en zijt daardoor ook niet weerspannig tegen ons, een altaar voor u bouwende, behalve het altaar van de HEERE onze God, 2) Door dit te doen verderft gij niet alleen u zelf maar ook ons.
Onrein wordt hier het Overjordaanse genoemd, niet omdat er niet de tabernakel was gevestigd, maar in de zin van bezoedeld, zodat er een altaar met zijn zondoffers nodig was om de onreinheid weg te nemen. Natuurlijk wordt hier veronderstellenderwijs gesproken.
Hieruit zien wij de heilige ijver van Pinehas voor de eer van Gods Naam, en tegelijk een heilige vrees voor Zijn Goddelijk misnoegen. Liever een gedeelte van hun eigen bezittingen afstaan willen zij, dan de toorn van de Heere verwekken, dan dat de eer van God werd geschonden en de heerlijkheid van Zijn dienst werd onteerd.
1) De God der goden, de Heere, de God der goden, de HEERE, die alleen de ware God is en een Richter van gedachten, Die weet het, Israël zelf zal het daarom ook weten, wat wij in de zin hebben gehad! 2) Is het doorweerspannigheid of is het door overtreding tegen de HEERE, zo behoudt ons heden niet, liever: 3) zo helpt ons heden niet.
De samenvoeging van de drie namen van de Heere El, Elohim en Jehova, de aanroeping dus van God als de Sterke, als het Hoogste Wezen en als de Verbondsgod dient, om te versterken, wat zij zullen zeggen. Zo zeker zijn zij van de eerlijkheid van hun zaak, dat zij niet vertoornd worden. Zij weten het en durven zich op Gods alwetendheid te beroepen, dat zij hoegenaamd geen plan hebben gehad, om tegen God te rebelleren.
De drievoudige aanroeping El Elohim, Jehova, geeft de grote verbazing te kennen, die de beschuldiging teweegbrengt en de krachtige afwering van zoiets ondoordachts, Luther geeft: “de sterke God, de Heere” enz. De Godsnaam “El” wordt dan ook gebruikt, wanneer man zich de sterkte als een eigenschap van God voorstelt.
In het Hebreeuws staat hier het woordje im en daardoor krijgt deze uitdrukking de vorm van eedzwering. Een betere vertaling is deze: Waarlijk niet in weerspannigheid of door overtreding tegen de Heere is het, n.l. wat wij hebben gedaan. Helpt ons dan maar heden niet. De bedoeling is, door deze woorden, in de vorm van een eed uitgesproken, duidelijk te kennen te geven, dat zij geheel onschuldig staan aan de hun toegedichte overtreding. Ook alles, wat nu volgt, is in dezelfde vorm geuit.
Hier gaat de rede van de derde in de tweede persoon over. Het is dus een eedzwering: “Zo moogt gij ons niet helpen, indien deze aantijging waarheid bevat.”.
Dat wij ons een altaar zouden gebouwd hebben, om ons van achter de HEERE, en van achter de plaats, waar Hij Zijn naam wil doen wonen, af te keren, of om brandoffer en spijsoffer daarop te offeren, of om drankoffer daarop te doen, in plaats van op het altaar, dat Hij ons gewezen heeft, zo eise het de HEERE 1) van ons, wat wij tegen Hem gezondigd hebben, en hij late ons niet ongestraft.
Zo eise het de Heere, d.i. zo moge Hij ons tot verantwoording roepen en ons alleen Zijn straffen doen voelen!.
En zo wij dit niet veelmeer uit zorg vanwege deze zaak gedaan hebben, zeggende of, denkende bij de oprichting: Morgen mochten uw kinderen tot onze kinderen sprekenzeggende: Wat hebt gij met de HEERE, de God van Israël te doen?1)
Alsof de Heere alleen de God was van de stammen aan deze zijde van de Jordaan en niet Die van de Overjordaanse stammen. Zij vrezen in de toekomst buitengesloten te worden, buiten de ware en zuivere dienst van God. Dit wensen zij te voorkomen voor hun nakomelingen.
Het woord morgen, in het Hebreeuws staat er Mahor, kan ook vertaald worden door: in de toekomst.
De HEERE heeft immers de Jordaan tot grens gezet tussen ons en tussen u; dit is niet bij toeval gebeurd maar door Zijn Voorzienigheid, gij kinderen van Ruben, en gij kinderen van Gad! gij allen aan de overzijde van de Jordaan, gij hebt geen deel aan de HEERE, maar ons alleen behoort Hij toe, aan ons, die aan deze zijde wonen en in wier midden Hij Zijn tent heeft opgericht. Zo mochten uw kinderen onze kinderen doen ophouden, dat zijde HEERE niet vreesden, 1) en zij zich tot andere goden wenden, die wij niet gekend hebben.
Men moet alle mogelijke vlijt aanwenden, zodat de ware godsdienst in wezen blijft, en tot op de nakomelingen wordt voortgeplant, want dat is het beste, wat men kan nalaten. 2. Zoals een goede vader vaak een boom plant, waarvan zijn kinderen en kindskinderen pas de vruchten plukken en de aangename schaduw genieten, zo moeten veel meer Christelijke ouders hun kinderen de godsvrucht inscherpen en ze op hun nakomelingen proberen over te brengen. 3. Zij die voor zichzelf de zoetheid en aangenaamheid van de Godsdienst gesmaakt hebben, kunnen niet anders dan zeer begerig zijn, dat hun kinderen daarvan deelgenoten mogen wezen, omdat niets hen zo zeer bevreesd en bekommerd maakt, dan dat hun nakomelingen op een bepaalde tijd mogen ophouden, de Heere te vrezen en aangezien worden als mensen, die geen deel aan God en aan Christus hebben (Jos 22: 25).
Deze bezorgdheid was niet zonder grond. Daar namelijk in alle beloften en verordeningen immer slechts Kanaän (aan deze zijde van de Jordaan Num.34: 1-12) als het land genoemd is, dat Jehova zijn volk tot erfenis had gegeven, zo kon hierdoor in de toekomst wel de valse gevolgtrekking worden gemaakt, dat slechts de in het eigenlijke Kanaän wonende stammen het echte volk van Jehova uitmaakten.
Het zij verre van ons, -hetgeen gij ons toeschrijft als beweeggrond tot het oprichten van een altaar: -van ons dat wij zouden weerspannig zijn tegen de HEERE, of dat wij op deze dag, na pas ons land verlaten te hebben, ons al dadelijk van achter de HEERE afkeren zouden, bouwende een altaar ten brandoffer, ten spijsoffer, of ten slachtoffer, behalve het ene rechtmatige altaar van de HEERE, onze God, dat voor Zijn tabernakel is; veel meer zullen wij èn nu, èn in het vervolg daar alleen onze offers brengen. Terwijl de twee doelen, waarin de 12 stammen gesplitst werden, uit elkaar gingen en de 2 1/2 stammen naar hun woonplaats terugkeerden, terwijl de 9 1/2 stammen hun erfdeel in eigenlijk Kanaän, aan deze zijde in bezit namen, dreigde aan beide zijden een groot gevaar dat, wanneer het niet op het juiste tijdstip werd erkend en overwonnen door vastere aaneensluiting, vroeger of later een algehele scheiding van die twee hoofdbestanddelen in de godsdienst, en dus weldra in het gehele volksbestaan, ten gevolge gehad zou hebben. Aan de ene kant konden de 2 1/2 stammen in hun rijk gezegend, uitgestrekt land aan de overzijde van de Jordaan, dat bijna 2/3 gedeelte van eigenlijk Kanaän besloeg, allicht hun broeders in het westen vergeten. Veel meer dan deze zich met de veeteelt bezighoudende, konden zij zich gevoegelijk bij de Ammonieten, Moabieten of Midianieten aansluiten. Maar al te spoedig konden zij op de gedachte komen, zich een eigen heiligdom te maken, een bijzondere godsdienst aan te nemen, omdat het opgaan naar de feesten in het land aan deze zijde met veel moeilijkheden gepaard ging. Dit van hun kant dreigend gevaar wordt bij hen tot een levend bewustzijn gebracht door de verdenking, die doorstraalde in de rede van een Pinehas, die hun zo beslist tegemoet trad. Het middel is hard, maar het is ook het enige om het gevaar, dat van deze kant dreigt, in de kiem te smoren. Aan de andere kant kon bij de stammen van deze kant makkelijk de gedachte ontstaan, dat zij alleen de ware gemeente van de Heere vormden; niet alleen toch hadden zij het heiligdom van de Heere in hun midden, maar ook in alle beloften van God aan hun vaderen, was het alleen hun land, het Kanaän aan deze zijde, dat de Heere Zijn volk tot erfdeel geven wilde (Nu 32: 5). Wanneer men nu dit bijzonder toebehoren aan de Heere liet gelden, was het maar al te zeer te vrezen dat de stammen van de andere zijde werden teruggestoten, en daardoor genoodzaakt de banden van de onderlinge volksgemeenschap te verbreken. Daarom is het goed, dat de gelegenheid tot die gedachte reeds van te voren wordt afgesneden voor de 9 1/2 stammen, nog vóór de ontwikkeling van het Israëlietisch volksleven door datgene, wat de Rubenieten en Gadieten met hun altaar te kennen geven. In deze geschiedenis merken wij enerzijds menselijke onvoorzichtigheid; aan de andere kant menselijke kortzichtigheid op: Onvoorzichtigheid aan de kant van hen, die zonder voorafgaande beraadslaging met hun broeders het altaar gebouwd hebben, kortzichtigheid aan de zijde van de anderen, die bij de onderneming al dadelijk aan boze voornemens denken; maar waar in de diepste diepte van het hart een zucht naar God is en liefde voor het goede en rechtvaardige-zoals hier het geval is aan beide zijden-daar weet de Heere de harten, zo snel gescheiden door menselijke zwakheid, toch weer bijeen te voegen, en ook dat, wat de Zijnen in hun zwakheid verkeerd doen, moet tot hun welzijn dienen.
Toen de priester Pinehas, en de oversten van de vergadering en de hoofden van de duizenden (geslachten) van Israël, die bij hem waren, de woorden hoorden, die de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de kinderen van Manasse gesproken hadden, was het goed in hun ogen. 1)
Terecht matigen Pinehas en de afgezanten hun ijver, terwijl zij niet eigenzinnig op hun stuk blijven staan, noch bij hun eenmaal opgevat vooroordeel blijven, maar de verontschuldigingen gul en gaarne aannemen. Velen nu, indien zij in enige zaken beledigd zijn en verbitterd, kunnen door geen verdediging verzoend worden, ja zelfs rakelen zij op, wat zij op kwaadwillige en onbillijke wijze maar kunnen ophalen, liever dan dat zij de schijn willen geven voor een billijke rede te wijken. En dit voorbeeld is daarom wel waardig opgemerkt te worden opdat, wanneer wij door een niet genoeg gekende zaak beledigd zijn, wij ons van hardnekkigheid onthouden, en liever ons laten buigen tot een billijk oordeel. Verder dat de kinderen van Ruben, Gad en Manasse vrij van misdaad worden bevonden, dit schrijven Pinehas en de gezanten toe aan de gunst van God. Want met deze woorden: “Wij weten, dat God in ons midden is” wijzen zij aan, dat God hun gunstig is en Zijn zorg heeft aangewend tot hun behoud. Dit moet zeker opgemerkt worden, omdat daaruit blijkt dat wij nooit van God afvallen, of tot goddeloosheid vervallen, tenzij Hij ons verlaat en ons overgeeft tot een verkeerde zin. Iedere afgoderij toont daarom reeds een te voren van God verlaten zijn, zodat Hij de straf op de misdaden met rechtvaardige vergelding uitvoert. Ondertussen moet men vasthouden, dat wij niet anders in de godsvrucht volharden, dan wanneer God bij ons en met ons is, ons door Zijne hand ondersteunt, en door de kracht van zijn Geest tot volharding bekrachtigt.
En Pinehas, de zoon van de hogepriester Eleazar, keerde terug met de oversten, die bij hem waren, van de kinderen van Ruben, en van de kinderen van Gad, uit het land Gilead, naar het land Kanaän, tot de kinderen van Israël, 1)en zij brachten hun antwoord weer, wat zij vernomen hadden over de oprichting van het bewuste altaar.
Hoogstwaarschijnlijk was het volk, vertegenwoordigd door zijn oudsten, niet uiteengegaan, maar wachtte op het verslag van Pinehas en zijn medegezanten. Dit antwoord bevredigde hen niet alleen, zodat zij niet besluiten op te trekken met een leger tegen de Overjordaanse stammen, maar zij vonden er ook stof in, om de Heere te loven voor het feit, dat hun broeders trouw waren gebleven aan de dienst van God en aan de onderhouding van de Wet, en hiervoor, dat zij niet behoefden op te treden als wrekers van Gods gerechtigheid. Een goed voorbeeld voor de Kerk van de Heere, voor de verhoudingen in die Kerk. Uit liefde voor de Naam van de Heere en uit liefde voor de broeders tuchtigen, maar niet om te tuchtigen.
Het antwoord nu was ook goed in de ogen van de overige kinderen van Israël, die de uitslag verwacht hadden, en de kinderen van Israël, loofden God, die hun Zijn genade niet onthouden had, en zeiden niet meer van tegen hen op te trekken met een leger om het land te verderven, waarin de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad woonden. Deze verhouding tussen broeders is de ware. De kinderen van Israël hadden zonder twijfel hun broeders van de overzijde, waarmee zij zoveel ervaren hadden, lief; maar die liefde mag niet zijn ten koste van de wet van de Heere, met loslating van het beginsel van het recht. Neen, de roede van God in de hand van dienaren van de gerechtigheid moet evenzeer de liefste broeder, de innigste vriend treffen, zij dan ook, dat die slagen het hart van hem, die slaat als openrijten. Maar nu, het oordeel is afgewend, de roede ingetrokken, de onschuld voor het oog onthuld, is het nu wonder, dat het hart van de Israëlieten dubbel verheugd is? Hun broeders zijn gered, hun is de smart bespaard, zelf een gesel van God te zijn, de Heere is niet geweken met Zijn genade. Hem zij daarvoor dan ook de lof. Zo is ook de verhouding van de Chritelijke gemeente: straffen uit liefde, niet om te straffen.
En de kinderen van Ruben en de kinderen van Gad noemden dat altaar, ook en wel allereerst voor de ogen van hun landgenoten: Dat het een getuige zij tussen ons, dat deHEERE God is. 1)
Uitdrukkelijk noemen zij dat altaar “Getuige,” opdat het nooit aanleiding zou geven tot zonde en afgoderij, tot overtreding van de geboden van de Heere. Het moet van weerszijden een getuigenis zijn van de betrekking waarin zij stonden, tegenover de Heere God en tegenover elkaar. Indien dus later hun kinderen de Wet zouden verlaten, zou dit altaar een getuige tegen hen zijn.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel