Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Toen naderden de hoofden der vaderen van de Levieten tot Eleazar, den priester, en tot Jozua, den zoon van Nun, en tot de hoofden der vaderen van de stammen der kinderen Israels;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Toen naderdenH5066 de hoofdenH7218 der vaderenH1 van de LevietenH3881totH413EleazarH499, den priesterH3548, en totH413JozuaH3091, den zoonH1121 van NunH5126, en totH413 de hoofdenH7218 der vaderenH1 van de stammenH4294 der kinderenH1121IsraelsH3478;Toen naderden de hoofden der vaderen van de Levieten tot Eleazar, den priester, en tot Jozua, den zoon van Nun, en tot de hoofden der vaderen van de stammen der kinderen Israels;
KJVThen came near1the heads2of the fathers3of the Levites4unto Eleazar6the priest,7and unto Joshua9the son10of Nun,11and unto the heads13of the fathers14of the tribes15of the children16of Israel;
1וַֽיִּגְּשׁ֗וּH5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand2רָאשֵׁי֙H7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top3אֲב֣וֹתH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'4הַלְוִיִּ֔םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6אֶלְעָזָר֙H499EleazarEleazar7הַכֹּהֵ֔ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer8וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9יְהוֹשֻׁ֖עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)10בִּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11נ֑וּןH5126Nun, NonNon, Nun12וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13רָאשֵׁ֛יH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top14אֲב֥וֹתH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'15הַמַּטּ֖וֹתH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe16לִבְנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth17יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
2En zij spraken tot hen, te Silo, in het land Kanaan, zeggende: De HEERE heeft geboden door den dienst van Mozes, dat men ons steden te bewonen geven zou, en haar voorsteden voor onze beesten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En zij sprakenH1696totH413 hen, te SiloH7887, in het landH776KanaanH3667, zeggendeH559: De HEEREH3068 heeft gebodenH6680 door den dienstH3027 van MozesH4872, dat men ons stedenH5892 te bewonenH3427gevenH5414 zou, en haar voorstedenH4054 voor onze beestenH929.En zij spraken tot hen, te Silo, in het land Kanaan, zeggende: De HEERE heeft geboden door den dienst van Mozes, dat men ons steden te bewonen geven zou, en haar voorsteden voor onze beesten.
KJVAnd they spake1unto them at Shiloh3in the land4of Canaan,5saying,6The LORD7commanded8by the hand9of Moses10to give11us cities13to dwell in,14with the suburbs15thereof for our cattle.
3Daarom gaven de kinderen Israels aan de Levieten van hun erfdeel, naar den mond des HEEREN, deze steden en de voorsteden derzelve.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Daarom gavenH5414 de kinderenH1121IsraelsH3478 aan de LevietenH3881 van hun erfdeelH5159, naarH413 den mondH6310 des HEERENH3068, dezeH428stedenH5892 en de voorstedenH4054 derzelve.Daarom gaven de kinderen Israels aan de Levieten van hun erfdeel, naar den mond des HEEREN, deze steden en de voorsteden derzelve.
KJVAnd the children2of Israel3gave1unto the Levites4out of their inheritance,5at the commandment7of the LORD,8these cities10and their suburbs.
1וַיִּתְּנ֨וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2בְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֧לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4לַלְוִיִּ֛םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite5מִנַּחֲלָתָ֖םH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7פִּ֣יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word8יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הֶעָרִ֥יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town11הָאֵ֖לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)12וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13מִגְרְשֵׁיהֶֽןH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb
4Toen ging het lot uit voor de huisgezinnen der Kahathieten; en voor de kinderen van Aaron, den priester, uit de Levieten, waren van den stam van Juda, en van den stam van Simeon, en van den stam van Benjamin, door het lot, dertien steden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Toen ging het lotH1486 uit voor de huisgezinnenH4940 der KahathietenH6956; en voor de kinderenH1121 van AaronH175, den priesterH3548, uitH4480 de LevietenH3881, warenH1961 van den stamH4294 van JudaH3063, en van den stamH4294 van SimeonH8099, en van den stamH4294 van BenjaminH1144, door het lotH1486, dertienH7969stedenH5892.Toen ging het lot uit voor de huisgezinnen der Kahathieten; en voor de kinderen van Aaron, den priester, uit de Levieten, waren van den stam van Juda, en van den stam van Simeon, en van den stam van Benjamin, door het lot, dertien steden.
KJVAnd the lot2came out1for the families3of the Kohathites:4and the children6of Aaron7the priest,8which were of the Levites,10had by lot17out of the tribe11of Judah,12and out of the tribe13of Simeon,14and out of the tribe15of Benjamin,16thirteen19cities.
1וַיֵּצֵ֥אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2הַגּוֹרָ֖לH1486lot, loten, lotslot3לְמִשְׁפְּחֹ֣תH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)4הַקְּהָתִ֑יH6956Kahathieten, Kohathieten, staKohathites5וַיְהִ֡יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6לִבְנֵי֩H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7אַהֲרֹ֨ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron8הַכֹּהֵ֜ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer9מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with10הַלְוִיִּ֗םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite11מִמַּטֵּ֣הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe12יְ֠הוּדָהH3063JudaJudah13וּמִמַּטֵּ֨הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe14הַשִּׁמְעֹנִ֜יH8099Simeonieten, Simeontribe of Simeon, Simeonites15וּמִמַּטֵּ֤הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe16בִנְיָמִן֙H1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin17בַּגּוֹרָ֔לH1486lot, loten, lotslot18עָרִ֖יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town19שְׁלֹ֥שׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)20עֶשְׂרֵֽהH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)
5En aan de overgebleven kinderen van Kahath vielen, bij het lot, van de huisgezinnen van den stam van Efraim, en van den stam van Dan, en van den halven stam van Manasse, tien steden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En aan de overgeblevenH3498kinderenH1121 van KahathH6955 vielen, bij het lotH1486, van de huisgezinnenH4940 van den stamH4294 van EfraimH669, en van den stamH4294 van Dan, en van den halvenH2677stamH4294 van ManasseH4519, tienH6235stedenH5892.En aan de overgebleven kinderen van Kahath vielen, bij het lot, van de huisgezinnen van den stam van Efraim, en van den stam van Dan, en van den halven stam van Manasse, tien steden.
KJVAnd the rest3of the children1of Kohath2had by lot12out of the families4of the tribe5of Ephraim,6and out of the tribe7of Dan,8and out of the half9tribe10of Manasseh,11ten14cities.
1וְלִבְנֵ֨יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2קְהָ֜תH6955Kahath, Kohath, KehathKohath3הַנּוֹתָרִ֗יםH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest4מִמִּשְׁפְּחֹ֣תH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)5מַטֵּֽהH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe6אֶ֠פְרַיִםH669Efraim, Efraims, EfraimietenEphraim, Ephraimites7וּֽמִמַּטֵּהH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe8דָ֞ןH1835DanDaniel9וּמֵחֲצִ֨יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts10מַטֵּ֧הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe11מְנַשֶּׁ֛הH4519ManasseManasseh12בַּגּוֹרָ֖לH1486lot, loten, lotslot13עָרִ֥יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town14עָֽשֶׂרH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen
6En aan den kinderen van Gerson, van de huisgezinnen van den stam van Issaschar, en van den stam van Aser, en van den stam van Nafthali, en van den halven stam van Manasse, in Bazan, bij het lot, dertien steden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En aan den kinderenH1121 van GersonH1648, van de huisgezinnenH4940 van den stamH4294 van IssascharH3485, en van den stamH4294 van AserH836, en van den stamH4294 van NafthaliH5321, en van den halvenH2677stamH4294 van ManasseH4519, in BazanH1316, bij het lotH1486, dertienH7969stedenH5892.En aan den kinderen van Gerson, van de huisgezinnen van den stam van Issaschar, en van den stam van Aser, en van den stam van Nafthali, en van den halven stam van Manasse, in Bazan, bij het lot, dertien steden.
KJVAnd the children1of Gershon2had by lot14out of the families3of the tribe4of Issachar,5and out of the tribe6of Asher,7and out of the tribe8of Naphtali,9and out of the half10tribe11of Manasseh12in Bashan,13thirteen16cities.
7Aan de kinderen van Merari, naar hun huisgezinnen, van den stam van Ruben, en van den stam van Gad, en van den stam van Zebulon, twaalf steden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Aan de kinderenH1121 van MerariH4847, naar hun huisgezinnenH4940, van den stamH4294 van RubenH7205, en van den stamH4294 van GadH1410, en van den stamH4294 van ZebulonH2074, twaalfH8147stedenH5892.Aan de kinderen van Merari, naar hun huisgezinnen, van den stam van Ruben, en van den stam van Gad, en van den stam van Zebulon, twaalf steden.
KJVThe children1of Merari2by their families3had out of the tribe4of Reuben,5and out of the tribe6of Gad,7and out of the tribe8of Zebulun,9twelve11cities.
8Alzo gaven de kinderen Israels aan de Levieten deze steden en haar voorsteden, bij het lot, gelijk de HEERE geboden had door den dienst van Mozes.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Alzo gavenH5414 de kinderenH1121IsraelsH3478 aan de LevietenH3881dezeH428stedenH5892 en haar voorstedenH4054, bij het lotH1486, gelijk de HEEREH3068gebodenH6680 had door den dienstH3027 van MozesH4872.Alzo gaven de kinderen Israels aan de Levieten deze steden en haar voorsteden, bij het lot, gelijk de HEERE geboden had door den dienst van Mozes.
KJVAnd the children2of Israel3gave1by lot15unto the Levites4these cities6with their suburbs,9as the LORD12commanded11by the hand13of Moses.
1וַיִּתְּנ֤וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4לַלְוִיִּ֔םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הֶעָרִ֥יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town7הָאֵ֖לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9מִגְרְשֵׁיהֶ֑ןH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb10כַּאֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11צִוָּ֧הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order12יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13בְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves14מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses15בַּגּוֹרָֽלH1486lot, loten, lotslot
9Verder gaven zij van den stam der kinderen van Juda, en van den stam der kinderen van Simeon, deze steden, die men bij name noemde;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Verder gavenH5414 zij van den stamH4294 der kinderenH1121 van JudaH3063, en van den stamH4294 der kinderenH1121 van SimeonH8095, dezeH428stedenH5892, die men bij nameH8034noemdeH7121;Verder gaven zij van den stam der kinderen van Juda, en van den stam der kinderen van Simeon, deze steden, die men bij name noemde;
KJVAnd they gave1out of the tribe2of the children3of Judah,4and out of the tribe5of the children6of Simeon,7these cities9which are here mentioned12by name,
1וַֽיִּתְּנ֗וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2מִמַּטֵּה֙H4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah5וּמִמַּטֵּ֖הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe6בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7שִׁמְע֑וֹןH8095Simeon, JudaSimeon8אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הֶֽעָרִ֣יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10הָאֵ֔לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12יִקְרָ֥אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say13אֶתְהֶ֖ןH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14בְּשֵֽׁםH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report
10Dat zij waren van de kinderen van Aaron, van de huisgezinnen der Kahathieten, uit de kinderen van Levi; want het eerste lot was het hunne.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Dat zij waren van de kinderenH1121 van AaronH175, van de huisgezinnenH4940 der KahathietenH6956, uit de kinderenH1121 van LeviH3878; wantH3588 het eersteH7223lotH1486wasH1961 het hunne.Dat zij waren van de kinderen van Aaron, van de huisgezinnen der Kahathieten, uit de kinderen van Levi; want het eerste lot was het hunne.
KJVWhich the children2of Aaron,3being of the families4of the Kohathites,5who were of the children6of Levi,7had: for theirs was the first12lot.
1וַֽיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2לִבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3אַהֲרֹ֔ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron4מִמִּשְׁפְּח֥וֹתH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)5הַקְּהָתִ֖יH6956Kahathieten, Kohathieten, staKohathites6מִבְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7לֵוִ֑יH3878LeviLevi. See also H3879 (לֵוִי), H3881 (לֵוִיִּי)8כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9לָהֶ֛ם10הָיָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11הַגּוֹרָ֖לH1486lot, loten, lotslot12רִיאשֹׁנָֽהH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past
11Zo gaven zij hun de stad van Arba, den vader van Anok (zij is Hebron), op den berg van Juda, en haar voorsteden rondom haar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Zo gavenH5414 zij hun de stadH7151 van ArbaH704, den vaderH1 van AnokH6061 (zijH1931 is HebronH2275), op den bergH2022 van JudaH3063, en haar voorstedenH4054rondomH5439 haar.Zo gaven zij hun de stad van Arba, den vader van Anok (zij is Hebron), op den berg van Juda, en haar voorsteden rondom haar.
KJVAnd they gave1them the cityof Arba4the father6of Anak,7which city is Hebron,9in the hill10country of Judah,11with the suburbs13thereof round about
1וַיִּתְּנ֨וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2לָהֶ֜ם3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4קִרְיַת֩H7153Kirjath-arba, Kiriath-arbaKirjath-arba5אַרְבַּ֨עH7153Kirjath-arba, Kiriath-arbaKirjath-arba6אֲבִ֧יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7הָֽעֲנ֛וֹקH6061Enak, AnokAnak8הִ֥יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who9חֶבְר֖וֹןH2275HebronHebron10בְּהַ֣רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion11יְהוּדָ֑הH3063JudaJudah12וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13מִגְרָשֶׁ֖הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb14סְבִיבֹתֶֽיהָH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
12Maar het veld der stad en haar dorpen, gaven zij aan Kaleb, den zoon van Jefunne, tot zijn bezitting.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Maar het veldH7704 der stadH5892 en haar dorpenH2691, gavenH5414 zij aan KalebH3612, den zoonH1121 van JefunneH3312, tot zijn bezittingH272.Maar het veld der stad en haar dorpen, gaven zij aan Kaleb, den zoon van Jefunne, tot zijn bezitting.
KJVBut the fields2of the city,3and the villages5thereof, gave6they to Caleb7the son8of Jephunneh9for his possession.
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2שְׂדֵ֥הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild3הָעִ֖ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5חֲצֵרֶ֑יהָH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village6נָֽתְנ֛וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7לְכָלֵ֥בH3612KalebCaleb8בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9יְפֻנֶּ֖הH3312JefunneJephunneh10בַּאֲחֻזָּתֽוֹH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession
13Alzo gaven zij aan de kinderen van den priester Aaron de vrijstad des doodslagers, Hebron en haar voorsteden, en Libna en haar voorsteden;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Alzo gavenH5414 zij aan de kinderenH1121 van den priesterH3548AaronH175 de vrijstadH5892 des doodslagersH7523, HebronH2275 en haar voorstedenH4054, en LibnaH3841 en haar voorstedenH4054;Alzo gaven zij aan de kinderen van den priester Aaron de vrijstad des doodslagers, Hebron en haar voorsteden, en Libna en haar voorsteden;
KJVThus they gave4to the children1of Aaron2the priest3Hebron10with her suburbs,12to be a city6of refuge7for the slayer;8and Libnah14with her suburbs,
1וְלִבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2אַהֲרֹ֣ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron3הַכֹּהֵ֗ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer4נָֽתְנוּ֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6עִיר֙H5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town7מִקְלַ֣טH4733toevlucht, vrijstadrefuge8הָרֹצֵ֔חַH7523doodslager, doodslagers, doodslaanput to death, kill, (man-) slay(-er), murder(-er)9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10חֶבְר֖וֹןH2275HebronHebron11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12מִגְרָשֶׁ֑הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb13וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14לִבְנָ֖הH3841LibnaLibnah15וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16מִגְרָשֶֽׁהָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb
14En Jatthir en haar voorsteden, en Esthemoa en haar voorsteden;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En JatthirH3492 en haar voorstedenH4054, en EsthemoaH851 en haar voorstedenH4054;En Jatthir en haar voorsteden, en Esthemoa en haar voorsteden;
KJVAnd Jattir2with her suburbs,4and Eshtemoa6with her suburbs,
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2יַתִּר֙H3492Jatthir, Jather, JattirJattir3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מִגְרָשֶׁ֔הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אֶשְׁתְּמֹ֖עַH851Esthemoa, EstemoEshtemoa, Eshtemoh7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8מִגְרָשֶֽׁהָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb
15En Holon en haar voorsteden, en Debir en haar voorsteden;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En HolonH2473 en haar voorstedenH4054, en DebirH1688 en haar voorstedenH4054;En Holon en haar voorsteden, en Debir en haar voorsteden;
KJVAnd Holon2with her suburbs,4and Debir6with her suburbs,
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2חֹלֹן֙H2473HolonHolon3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מִגְרָשֶׁ֔הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6דְּבִ֖רH1688DebirDebir7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8מִגְרָשֶֽׁהָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb
16En Ain en haar voorsteden, en Jutta en haar voorsteden, en Beth-Semes en haar voorsteden; negen steden van deze twee stammen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En AinH5871 en haar voorstedenH4054, en JuttaH3194 en haar voorstedenH4054, en Beth-SemesH1053 en haar voorstedenH4054; negenH8672stedenH5892vanH854dezeH428tweeH8147stammenH7626.En Ain en haar voorsteden, en Jutta en haar voorsteden, en Beth-Semes en haar voorsteden; negen steden van deze twee stammen.
KJVAnd Ain2with her suburbs,4and Juttah6with her suburbs,8and Bethshemesh10with her suburbs;13nine15cities14out of those two17tribes.
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2עַ֣יִןH5871AinAin3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מִגְרָשֶׁ֗הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6יֻטָּה֙H3194Juta, JuttaJuttah7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8מִגְרָשֶׁ֔הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10בֵּ֥יתH1053Beth-semesBeth-shemesh11שֶׁ֖מֶשׁH1053Beth-semesBeth-shemesh12וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13מִגְרָשֶׁ֑הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb14עָרִ֣יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town15תֵּ֔שַׁעH8672negen, negenhonderd, negendennine ([phrase] -teen, [phrase] -teenth, -th)16מֵאֵ֕תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix17שְׁנֵ֥יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two18הַשְּׁבָטִ֖יםH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe19הָאֵֽלֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
17En van den stam van Benjamin, Gibeon en haar voorsteden, Geba en haar voorsteden;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En van den stamH4294 van BenjaminH1144, GibeonH1391 en haar voorstedenH4054, GebaH1387 en haar voorstedenH4054;En van den stam van Benjamin, Gibeon en haar voorsteden, Geba en haar voorsteden;
KJVAnd out of the tribe1of Benjamin,2Gibeon4with her suburbs,6Geba8with her suburbs,
1וּמִמַּטֵּ֣הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe2בִנְיָמִ֔ןH1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4גִּבְע֖וֹןH1391GibeonGibeon5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מִגְרָשֶׁ֑הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8גֶּ֖בַעH1387Geba, Gaba, Gibea-benjaminsGaba, Geba, Gibeah9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10מִגְרָשֶֽׁהָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb
18Anathoth en haar voorsteden, en Almon en haar voorsteden: vier steden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18AnathothH6068 en haar voorstedenH4054, en AlmonH5960 en haar voorstedenH4054: vierH702stedenH5892.Anathoth en haar voorsteden, en Almon en haar voorsteden: vier steden.
KJVAnathoth2with her suburbs,4and Almon6with her suburbs;8four10cities.
1אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2עֲנָתוֹת֙H6068AnathothAnathoth3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מִגְרָשֶׁ֔הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6עַלְמ֖וֹןH5960Almon7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8מִגְרָשֶׁ֑הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb9עָרִ֖יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10אַרְבַּֽעH702vier, vierhonderd, veertienfour
19Al de steden der kinderen van Aaron, de priesteren, waren dertien steden en haar voorsteden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19AlH3605 de stedenH5892 der kinderenH1121 van AaronH175, de priesterenH3548, waren dertienH7969stedenH5892 en haar voorstedenH4054.Al de steden der kinderen van Aaron, de priesteren, waren dertien steden en haar voorsteden.
KJVAll the cities2of the children3of Aaron,4the priests,5were thirteen6cities8with their suburbs.
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2עָרֵ֥יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town3בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4אַהֲרֹ֖ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron5הַכֹּֽהֲנִ֑יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer6שְׁלֹשׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)7עֶשְׂרֵ֥הH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)8עָרִ֖יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town9וּמִגְרְשֵׁיהֶֽןH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb
20De huisgezinnen nu der kinderen van Kahath, de Levieten, die overgebleven waren van de kinderen van Kahath, die hadden de steden huns lots van den stam van Efraim.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20De huisgezinnenH4940 nu der kinderenH1121 van KahathH6955, de LevietenH3881, die overgeblevenH3498warenH1961 van de kinderenH1121 van KahathH6955, die hadden de stedenH5892 huns lotsH1486 van den stamH4294 van EfraimH669.De huisgezinnen nu der kinderen van Kahath, de Levieten, die overgebleven waren van de kinderen van Kahath, die hadden de steden huns lots van den stam van Efraim.
KJVAnd the families1of the children2of Kohath,3the Levites4which remained5of the children6of Kohath,7even they had the cities9of their lot10out of the tribe11of Ephraim.
1וּלְמִשְׁפְּח֤וֹתH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)2בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3קְהָת֙H6955Kahath, Kohath, KehathKohath4הַלְוִיִּ֔םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite5הַנּוֹתָרִ֖יםH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest6מִבְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7קְהָ֑תH6955Kahath, Kohath, KehathKohath8וַֽיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9עָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10גֽוֹרָלָ֔םH1486lot, loten, lotslot11מִמַּטֵּ֖הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe12אֶפְרָֽיִםH669Efraim, Efraims, EfraimietenEphraim, Ephraimites
21En zij gaven hun Sichem, een vrijstad des doodslagers, en haar voorsteden, op den berg Efraim, en Gezer en haar voorsteden;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En zij gavenH5414 hun SichemH7927, een vrijstadH5892 des doodslagersH7523, en haar voorstedenH4054, op den bergH2022EfraimH669, en GezerH1507 en haar voorstedenH4054;En zij gaven hun Sichem, een vrijstad des doodslagers, en haar voorsteden, op den berg Efraim, en Gezer en haar voorsteden;
KJVFor they gave1them Shechem8with her suburbs10in mount11Ephraim,12to be a city4of refuge5for the slayer;6and Gezer14with her suburbs,
1וַיִּתְּנ֨וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2לָהֶ֜ם3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4עִ֨ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town5מִקְלַ֧טH4733toevlucht, vrijstadrefuge6הָרֹצֵ֛חַH7523doodslager, doodslagers, doodslaanput to death, kill, (man-) slay(-er), murder(-er)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8שְׁכֶ֥םH7927Sichem, SichemsShechem9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10מִגְרָשֶׁ֖הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb11בְּהַ֣רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion12אֶפְרָ֑יִםH669Efraim, Efraims, EfraimietenEphraim, Ephraimites13וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14גֶּ֖זֶרH1507Gezer, FilistijnenGazer, Gezer15וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16מִגְרָשֶֽׁהָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb
22En Kibzaim en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden: vier steden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En KibzaimH6911 en haar voorstedenH4054, en Beth-horonH1032 en haar voorstedenH4054: vierH702stedenH5892.En Kibzaim en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden: vier steden.
KJVAnd Kibzaim2with her suburbs,4and Bethhoron6with her suburbs;9four11cities.
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2קִבְצַ֨יִם֙H6911KibzaimKibzaim3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מִגְרָשֶׁ֔הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6בֵּ֥יתH1032Beth-horon, benedensteBeth-horon7חוֹרֹ֖ןH1032Beth-horon, benedensteBeth-horon8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9מִגְרָשֶׁ֑הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb10עָרִ֖יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town11אַרְבַּֽעH702vier, vierhonderd, veertienfour
23En van den stam van Dan, Elteke en haar voorsteden, Gibbethon en haar voorsteden;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En van den stamH4294 van Dan, EltekeH514 en haar voorstedenH4054, GibbethonH1405 en haar voorstedenH4054;En van den stam van Dan, Elteke en haar voorsteden, Gibbethon en haar voorsteden;
KJVAnd out of the tribe1of Dan,2Eltekeh4with her suburbs,6Gibbethon8with her suburbs,
1וּמִמַּ֨טֵּהH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe2דָ֔ןH1835DanDaniel3אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אֶלְתְּקֵ֖אH514EltekeEltekeh5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מִגְרָשֶׁ֑הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb7אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8גִּבְּת֖וֹןH1405GibbethonGibbethon9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10מִגְרָשֶֽׁהָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb
24Ajalon en haar voorsteden, Gath-Rimmon en haar voorsteden: vier steden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24AjalonH357 en haar voorstedenH4054, Gath-RimmonH1667 en haar voorstedenH4054: vierH702stedenH5892.Ajalon en haar voorsteden, Gath-Rimmon en haar voorsteden: vier steden.
KJVAijalon2with her suburbs,4Gathrimmon6with her suburbs;9four11cities.
1אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2אַיָּלוֹן֙H357AjalonAijalon, Ajalon3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מִגְרָשֶׁ֔הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6גַּתH1667Gath-rimmonGath-rimmon. d7רִמּ֖וֹןH1667Gath-rimmonGath-rimmon. d8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9מִגְרָשֶׁ֑הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb10עָרִ֖יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town11אַרְבַּֽעH702vier, vierhonderd, veertienfour
25En van den halven stam van Manasse, Thaanach en haar voorsteden, en Gath-Rimmon en haar voorsteden: twee steden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En van den halvenH4276stamH4294 van ManasseH4519, ThaanachH8590 en haar voorstedenH4054, en Gath-RimmonH1667 en haar voorstedenH4054: tweeH8147stedenH5892.En van den halven stam van Manasse, Thaanach en haar voorsteden, en Gath-Rimmon en haar voorsteden: twee steden.
KJVAnd out of the half1tribe2of Manasseh,3Tanach5with her suburbs,7and Gathrimmon9with her suburbs;12two14cities.
1וּמִֽמַּחֲצִית֙H4276helft, half, halvenhalf (so much), mid(-day)2מַטֵּ֣הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe3מְנַשֶּׁ֔הH4519ManasseManasseh4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5תַּעְנַךְ֙H8590Thaanach, TaanachTaanach, Tanach6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7מִגְרָשֶׁ֔הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9גַּתH1667Gath-rimmonGath-rimmon. d10רִמּ֖וֹןH1667Gath-rimmonGath-rimmon. d11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12מִגְרָשֶׁ֑הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb13עָרִ֖יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town14שְׁתָּֽיִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two
26Al de steden voor de huisgezinnen van de overige kinderen van Kahath zijn tien, met haar voorsteden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26AlH3605 de stedenH5892 voor de huisgezinnenH4940 van de overigeH3498kinderenH1121 van KahathH6955 zijn tienH6235, met haar voorstedenH4054.Al de steden voor de huisgezinnen van de overige kinderen van Kahath zijn tien, met haar voorsteden.
KJVAll the cities2were ten3with their suburbs4for the families5of the children6of Kohath7that remained.
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2עָרִ֥יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town3עֶ֖שֶׂרH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen4וּמִגְרְשֵׁיהֶ֑ןH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb5לְמִשְׁפְּח֥וֹתH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)6בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7קְהָ֖תH6955Kahath, Kohath, KehathKohath8הַנּוֹתָרִֽיםH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest
27En aan de kinderen van Gerson, van de huisgezinnen der Levieten, van den halven stam van Manasse, de vrijstad des doodslagers, Golan in Bazan, en haar voorsteden, en Beesthera en haar voorsteden: twee steden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En aan de kinderenH1121 van GersonH1648, van de huisgezinnenH4940 der LevietenH3881, van den halvenH2677stamH4294 van ManasseH4519, de vrijstadH5892 des doodslagersH7523, GolanH1474 in BazanH1316, en haar voorstedenH4054, en BeestheraH1203 en haar voorstedenH4054: tweeH8147stedenH5892.En aan de kinderen van Gerson, van de huisgezinnen der Levieten, van den halven stam van Manasse, de vrijstad des doodslagers, Golan in Bazan, en haar voorsteden, en Beesthera en haar voorsteden: twee steden.
KJVAnd unto the children1of Gershon,2of the families3of the Levites,4out of the other half5tribe6of Manasseh7they gave Golan13in Bashan14with her suburbs,16to be a city9of refuge10for the slayer;11and Beeshterah18with her suburbs;20two22cities.
1וְלִבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2גֵרְשׁוֹן֮H1648GersonGershon, Gershom3מִמִּשְׁפְּחֹ֣תH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)4הַלְוִיִּם֒H3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite5מֵחֲצִ֞יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts6מַטֵּ֣הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe7מְנַשֶּׁ֗הH4519ManasseManasseh8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9עִיר֙H5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10מִקְלַ֣טH4733toevlucht, vrijstadrefuge11הָרֹצֵ֔חַH7523doodslager, doodslagers, doodslaanput to death, kill, (man-) slay(-er), murder(-er)12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13גּוֹלָ֤ןH1474GolanGolan14בַּבָּשָׁן֙H1316Bazan, BasanBashan15וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16מִגְרָשֶׁ֔הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb17וְאֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18בְּעֶשְׁתְּרָ֖הH1203BeestheraBeeshterah19וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20מִגְרָשֶׁ֑הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb21עָרִ֖יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town22שְׁתָּֽיִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two
28En van den stam van Issaschar, Kisjon en haar voorsteden, en Dobrath en haar voorsteden;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En van den stamH4294 van IssascharH3485, KisjonH7191 en haar voorstedenH4054, en DobrathH1705 en haar voorstedenH4054;En van den stam van Issaschar, Kisjon en haar voorsteden, en Dobrath en haar voorsteden;
KJVAnd out of the tribe1of Issachar,2Kishon4with her suburbs,6Dabareh8with her suburbs,
1וּמִמַּטֵּ֣הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe2יִשָּׂשכָ֔רH3485IssascharIssachar3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4קִשְׁי֖וֹןH7191KisjonKishion, Keshon5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מִגְרָשֶׁ֑הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8דָּֽבְרַ֖תH1705DobrathDabareh, Daberath9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10מִגְרָשֶֽׁהָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb
29Jarmuth en haar voorsteden, En-gannim en haar voorsteden: vier steden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29JarmuthH3412 en haar voorstedenH4054, En-gannim en haar voorstedenH4054: vierH702stedenH5892.Jarmuth en haar voorsteden, En-gannim en haar voorsteden: vier steden.
Ook in dit vers
-gannimH5873
KJVJarmuth2with her suburbs,4Engannim6with her suburbs;9four11cities.
1אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2יַרְמוּת֙H3412JarmuthJarmuth3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מִגְרָשֶׁ֔הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6עֵ֥יןH5873-gannimEn-gannim7גַּנִּ֖יםH5873-gannimEn-gannim8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9מִגְרָשֶׁ֑הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb10עָרִ֖יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town11אַרְבַּֽעH702vier, vierhonderd, veertienfour
30En van den stam van Aser, Misal en haar voorsteden, Abdon en haar voorsteden;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30En van den stamH4294 van AserH836, MisalH4861 en haar voorstedenH4054, AbdonH5658 en haar voorstedenH4054;En van den stam van Aser, Misal en haar voorsteden, Abdon en haar voorsteden;
KJVAnd out of the tribe1of Asher,2Mishal4with her suburbs,6Abdon8with her suburbs,
1וּמִמַּטֵּ֣הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe2אָשֵׁ֔רH836AserAsher3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מִשְׁאָ֖לH4861Mis-, MisalMishal, Misheal. Compare H4913 (מָשָׁל)5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מִגְרָשֶׁ֑הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8עַבְדּ֖וֹןH5658AbdonAbdon. Compare H5683 (עֶבְרֹן)9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10מִגְרָשֶֽׁהָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb
31En Helkath en haar voorsteden, en Rehob en haar voorsteden: vier steden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En HelkathH2520 en haar voorstedenH4054, en RehobH7340 en haar voorstedenH4054: vierH702stedenH5892.En Helkath en haar voorsteden, en Rehob en haar voorsteden: vier steden.
KJVHelkath2with her suburbs,4and Rehob6with her suburbs;8four10cities.
1אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2חֶלְקָת֙H2520HelkathHelkath3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מִגְרָשֶׁ֔הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6רְחֹ֖בH7340Rechob, RehobRehob7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8מִגְרָשֶׁ֑הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb9עָרִ֖יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10אַרְבַּֽעH702vier, vierhonderd, veertienfour
32En van den stam van Nafthali, de vrijstad des doodslagers, Kedes in Galilea, en haar voorsteden, en Hammoth-Dor en haar voorsteden, en Karthan en haar voorsteden: drie steden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32En van den stamH4294 van NafthaliH5321, de vrijstadH5892 des doodslagersH7523, KedesH6943 in GalileaH1551, en haar voorstedenH4054, en Hammoth-DorH2576 en haar voorstedenH4054, en KarthanH7178 en haar voorstedenH4054: drieH7969stedenH5892.En van den stam van Nafthali, de vrijstad des doodslagers, Kedes in Galilea, en haar voorsteden, en Hammoth-Dor en haar voorsteden, en Karthan en haar voorsteden: drie steden.
KJVAnd out of the tribe1of Naphtali,2Kedesh8in Galilee9with her suburbs,11to be a city4of refuge5for the slayer;6and Hammothdor13with her suburbs,16and Kartan18with her suburbs;20three22cities.
1וּמִמַּטֵּ֨הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe2נַפְתָּלִ֜יH5321NafthaliNaphtali3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4עִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town5מִקְלַ֣טH4733toevlucht, vrijstadrefuge6הָֽרֹצֵ֗חַH7523doodslager, doodslagers, doodslaanput to death, kill, (man-) slay(-er), murder(-er)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8קֶ֨דֶשׁH6943Kedes, Kedes-nafthaliKedesh9בַּגָּלִ֤ילH1551GalileaGalilee10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11מִגְרָשֶׁ֨הָ֙H4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb12וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13חַמֹּ֥תH2576Hammoth-dorHamath-Dor14דֹּאר֙H2576Hammoth-dorHamath-Dor15וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16מִגְרָשֶׁ֔הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb17וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18קַרְתָּ֖ןH7178KarthanKartan19וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20מִגְרָשֶׁ֑הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb21עָרִ֖יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town22שָׁלֹֽשׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)
33Al de steden der Gersonieten, naar hun huisgezinnen, zijn dertien steden en haar voorsteden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33AlH3605 de stedenH5892 der GersonietenH1649, naar hun huisgezinnenH4940, zijn dertienH7969stedenH5892 en haar voorstedenH4054.Al de steden der Gersonieten, naar hun huisgezinnen, zijn dertien steden en haar voorsteden.
KJVAll the cities2of the Gershonites3according to their families4were thirteen5cities7with their suburbs.
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2עָרֵ֥יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town3הַגֵּרְשֻׁנִּ֖יH1649Gersonieten, GersonietGershonite, sons of Gershon4לְמִשְׁפְּחֹתָ֑םH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)5שְׁלֹשׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)6עֶשְׂרֵ֥הH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)7עִ֖ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town8וּמִגְרְשֵׁיהֶֽןH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb
34Aan de huisgezinnen nu van de kinderen van Merari, van de overige Levieten, werd gegeven van den stam van Zebulon, Jokneam en haar voorsteden, Kartha en haar voorsteden;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34Aan de huisgezinnenH4940 nu van de kinderenH1121 van MerariH4847, van de overigeH3498LevietenH3881, werd gegeven van den stamH4294 van ZebulonH2074, JokneamH3362 en haar voorstedenH4054, KarthaH7177 en haar voorstedenH4054;Aan de huisgezinnen nu van de kinderen van Merari, van de overige Levieten, werd gegeven van den stam van Zebulon, Jokneam en haar voorsteden, Kartha en haar voorsteden;
KJVAnd unto the families1of the children2of Merari,3the rest5of the Levites,4out of the tribe7of Zebulun,8Jokneam10with her suburbs,12and Kartah14with her suburbs,
1וּלְמִשְׁפְּח֣וֹתH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)2בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3מְרָרִי֮H4847MerariMerari. See also H4848 (מְרָרִי)4הַלְוִיִּ֣םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite5הַנּוֹתָרִים֒H3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest6מֵאֵת֙H854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix7מַטֵּ֣הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe8זְבוּלֻ֔ןH2074ZebulonZebulun9אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10יָקְנְעָ֖םH3362JokneamJokneam11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12מִגְרָשֶׁ֑הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14קַרְתָּ֖הH7177KarthaKartah15וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16מִגְרָשֶֽׁהָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb
35Dimna en haar voorsteden, Nahalal en haar voorsteden: vier steden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35DimnaH1829 en haar voorstedenH4054, NahalalH5096 en haar voorstedenH4054: vierH702stedenH5892.Dimna en haar voorsteden, Nahalal en haar voorsteden: vier steden.
KJVDimnah2with her suburbs,4Nahalal6with her suburbs;8four10cities.
1אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2דִּמְנָה֙H1829DimnaDimnah3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מִגְרָשֶׁ֔הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb5אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6נַהֲלָ֖לH5096Nahalal, NahalolNahalal, Nahallal, Nahalol7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8מִגְרָשֶׁ֑הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb9עָרִ֖יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10אַרְבַּֽעH702vier, vierhonderd, veertienfour
36En van den stam van Ruben, Bezer en haar voorsteden, en Jahza en haar voorsteden;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36En van den stamH4294 van RubenH7205, BezerH1221 en haar voorstedenH4054, en JahzaH3096 en haar voorstedenH4054;En van den stam van Ruben, Bezer en haar voorsteden, en Jahza en haar voorsteden;
KJVAnd out of the tribe of Reuben,2Bezer4with her suburbs, and Jahazah
1וּמִמַּטֵּ֣הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe2רְאוּבֵ֔ןH7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4בֶּ֖צֶרH1221BezerBezer5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מִגְרָשֶׁ֑הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8יַ֖הְצָהH3096Jahza, Jahaz, JazaJahaz, Jahazah, Jahzah9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10מִגְרָשֶֽׁהָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb
37Kedemoth en haar voorsteden, en Mefaath en haar voorsteden: vier steden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37KedemothH6932 en haar voorstedenH4054, en MefaathH4158 en haar voorstedenH4054: vierH702stedenH5892.Kedemoth en haar voorsteden, en Mefaath en haar voorsteden: vier steden.
KJVKedemoth2with her suburbs, and Mephaath6with her suburbs; four10cities.
1אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2קְדֵמוֹת֙H6932Kedemoth, KedemotKedemoth3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מִגְרָשֶׁ֔הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מֵיפָ֖עַתH4158MefaathMephaath7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8מִגְרָשֶׁ֑הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb9עָרִ֖יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10אַרְבַּֽעH702vier, vierhonderd, veertienfour
38Van den stam van Gad nu, de vrijstad des doodslagers, Ramoth in Gilead, en haar voorsteden, en Mahanaim en haar voorsteden;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38Van den stamH4294 van GadH1410 nu, de vrijstadH5892 des doodslagersH7523, RamothH7433 in GileadH1568, en haar voorstedenH4054, en MahanaimH4266 en haar voorstedenH4054;Van den stam van Gad nu, de vrijstad des doodslagers, Ramoth in Gilead, en haar voorsteden, en Mahanaim en haar voorsteden;
KJVAnd out of the tribe1of Gad,2Ramoth8in Gilead9with her suburbs,11to be a city4of refuge5for the slayer;6and Mahanaim13with her suburbs,
1וּמִמַּטֵּהH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe2גָ֗דH1410GadGad3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4עִיר֙H5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town5מִקְלַ֣טH4733toevlucht, vrijstadrefuge6הָרֹצֵ֔חַH7523doodslager, doodslagers, doodslaanput to death, kill, (man-) slay(-er), murder(-er)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8רָמֹ֥תH7433Ramoth, JeramothRamoth-gilead, Ramoth in Gilead. See also H7216 (רָאמוֹת)9בַּגִּלְעָ֖דH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11מִגְרָשֶׁ֑הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb12וְאֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13מַחֲנַ֖יִםH4266MahanaimMahanaim14וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15מִגְרָשֶֽׁהָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb
39Hesbon en haar voorsteden, Jaezer en haar voorsteden: al die steden zijn vier.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39HesbonH2809 en haar voorstedenH4054, JaezerH3270 en haar voorstedenH4054: alH3605 die stedenH5892 zijn vierH702.Hesbon en haar voorsteden, Jaezer en haar voorsteden: al die steden zijn vier.
KJVHeshbon2with her suburbs,4Jazer6with her suburbs;8four11cities
1אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2חֶשְׁבּוֹן֙H2809Hesbon, Hesbons, HezbonHeshbon3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מִגְרָשֶׁ֔הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6יַעְזֵ֖רH3270Jaezer, JaezersJaazer, Jazer7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8מִגְרָשֶׁ֑הָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10עָרִ֖יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town11אַרְבַּֽעH702vier, vierhonderd, veertienfour
40Al die steden waren van de kinderen van Merari, naar hun huisgezinnen, die nog overig waren van de huisgezinnen der Levieten; en hun lot was twaalf steden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40AlH3605 die stedenH5892 waren van de kinderenH1121 van MerariH4847, naar hun huisgezinnenH4940, die nog overigH3498 waren van de huisgezinnenH4940 der LevietenH3881; en hun lotH1486wasH1961twaalfH8147stedenH5892.Al die steden waren van de kinderen van Merari, naar hun huisgezinnen, die nog overig waren van de huisgezinnen der Levieten; en hun lot was twaalf steden.
KJVSo all the cities2for the children3of Merari4by their families,5which were remaining6of the families7of the Levites,8were by their lot10twelve12cities.
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הֶ֨עָרִ֜יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town3לִבְנֵ֤יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4מְרָרִי֙H4847MerariMerari. See also H4848 (מְרָרִי)5לְמִשְׁפְּחֹתָ֔םH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)6הַנּוֹתָרִ֖יםH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest7מִמִּשְׁפְּח֣וֹתH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)8הַלְוִיִּ֑םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite9וַיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10גּוֹרָלָ֔םH1486lot, loten, lotslot11עָרִ֖יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town12שְׁתֵּ֥יםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two13עֶשְׂרֵֽהH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)
41Al de steden der Levieten, in het midden van de erfenis der kinderen Israels, waren acht en veertig steden en haar voorsteden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41AlH3605 de stedenH5892 der LevietenH3881, in het middenH8432 van de erfenisH272 der kinderenH1121IsraelsH3478, waren achtH8083 en veertigH705stedenH5892 en haar voorstedenH4054.Al de steden der Levieten, in het midden van de erfenis der kinderen Israels, waren acht en veertig steden en haar voorsteden.
KJVAll the cities2of the Levites3within4the possession5of the children6of Israel7were forty9and eight10cities8with their suburbs.
1כֹּ֚לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2עָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town3הַלְוִיִּ֔םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite4בְּת֖וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)5אֲחֻזַּ֣תH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession6בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8עָרִ֛יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town9אַרְבָּעִ֥יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty10וּשְׁמֹנֶ֖הH8083acht, achttien, achthonderdeight(-een, -eenth), eighth11וּמִגְרְשֵׁיהֶֽןH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb
42Deze steden waren elk met haar voorsteden rondom haar; alzo was het met al die steden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42Deze stedenH5892warenH1961 elk met haar voorstedenH4054rondomH5439 haar; alzoH3651 was het met al die stedenH5892.Deze steden waren elk met haar voorsteden rondom haar; alzo was het met al die steden.
KJVThese cities2were every one4with their suburbs6round about7them: thus were all these cities.
1תִּֽהְיֶ֨ינָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2הֶעָרִ֣יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town3הָאֵ֔לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)4עִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town5עִ֔ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town6וּמִגְרָשֶׁ֖יהָH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb7סְבִיבֹתֶ֑יהָH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side8כֵּ֖ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you9לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הֶעָרִ֥יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town11הָאֵֽלֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
43Alzo gaf de HEERE aan Israel het ganse land, dat Hij gezworen had hun vaderen te geven, en zij beerfden het, en woonden daarin.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43Alzo gafH5414 de HEEREH3068 aan IsraelH3478 het ganseH3605landH776, datH834 Hij gezworenH7650 had hun vaderenH1 te gevenH5414, en zij beerfdenH3423 het, en woondenH3427 daarin.Alzo gaf de HEERE aan Israel het ganse land, dat Hij gezworen had hun vaderen te geven, en zij beerfden het, en woonden daarin.
KJVAnd the LORD2gave1unto Israel3all the land6which he sware8to give9unto their fathers;10and they possessed11it, and dwelt
1וַיִּתֵּ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3לְיִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8נִשְׁבַּ֖עH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear9לָתֵ֣תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield10לַאֲבוֹתָ֑םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'11וַיִּרָשׁ֖וּהָH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly12וַיֵּ֥שְׁבוּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry13בָֽהּ
44En de HEERE gaf hun rust rondom, naar alles, wat Hij hun vaderen gezworen had; en er bestond niet een man van al hun vijanden voor hun aangezicht; al hun vijanden gaf de HEERE in hun hand.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44En de HEEREH3068 gaf hun rustH5117rondomH5439, naar allesH3605, watH834 Hij hun vaderenH1gezworenH7650 had; en er bestondH5975nietH3808 een manH376 van al hun vijandenH341 voor hun aangezichtH6440; al hun vijandenH341gafH5414 de HEEREH3068 in hun handH3027.En de HEERE gaf hun rust rondom, naar alles, wat Hij hun vaderen gezworen had; en er bestond niet een man van al hun vijanden voor hun aangezicht; al hun vijanden gaf de HEERE in hun hand.
KJVAnd the LORD2gave them rest1round about,4according to all that he sware7unto their fathers:8and there stood10not a man11of all their enemies14before12them; the LORD19delivered18all their enemies17into their hand.
1וַיָּ֨נַחH5117rust, rusten, rust gegevencease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים)2יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3לָהֶם֙4מִסָּבִ֔יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side5כְּכֹ֥לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7נִשְׁבַּ֖עH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear8לַאֲבוֹתָ֑םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'9וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10עָ֨מַדH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry11אִ֤ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)12בִּפְנֵיהֶם֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you13מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14אֹ֣יְבֵיהֶ֔םH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe15אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17אֹ֣יְבֵיהֶ֔םH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe18נָתַ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield19יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)20בְּיָדָֽםH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
45Er viel niet een woord van al de goede woorden, die de HEERE gesproken had tot het huis van Israel; het kwam altemaal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
45Er vielH5307nietH3808 een woordH1697 van alH3605 de goedeH2896woordenH1697, dieH834 de HEEREH3068gesprokenH1696 had totH413 het huisH1004 van IsraelH3478; het kwamH935 altemaal.Er viel niet een woord van al de goede woorden, die de HEERE gesproken had tot het huis van Israel; het kwam altemaal.
KJVThere failed2not ought3of any good6thing5which the LORD9had spoken8unto the house11of Israel;12all came to pass.
1לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2נָפַ֣לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down3דָּבָ֔רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work4מִכֹּל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הַדָּבָ֣רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work6הַטּ֔וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)7אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8דִּבֶּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work9יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)12יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13הַכֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14בָּֽאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jozua 21:1— Toen naderden de hoofden der vaderen van de Levieten tot Eleazar, den priester, en tot Jozua, den zoon van Nun, en tot de hoofden der vaderen van de stammen der kinderen Israels;Jozua 14:1→Jozua 19:51→Jozua 17:4→Exodus 6:25→Exodus 6:14→Numeri 34:17→
Jozua 21:2— En zij spraken tot hen, te Silo, in het land Kanaan, zeggende: De HEERE heeft geboden door den dienst van Mozes, dat men ons steden te bewonen geven zou, en haar voorsteden voor onze beesten.Jozua 18:1→Numeri 35:2→Galaten 6:6→Mattheüs 10:10→Ezechiël 48:9→1 Timotheüs 5:17→
Jozua 21:3— Daarom gaven de kinderen Israels aan de Levieten van hun erfdeel, naar den mond des HEEREN, deze steden en de voorsteden derzelve.Deuteronomium 33:8→Genesis 49:7→1 Kronieken 6:54→
Jozua 21:4— Toen ging het lot uit voor de huisgezinnen der Kahathieten; en voor de kinderen van Aaron, den priester, uit de Levieten, waren van den stam van Juda, en van den stam van Simeon, en van den stam van Benjamin, door het lot, dertien steden.Jozua 21:8→Jozua 24:33→1 Kronieken 6:54→
Jozua 21:5— En aan de overgebleven kinderen van Kahath vielen, bij het lot, van de huisgezinnen van den stam van Efraim, en van den stam van Dan, en van den halven stam van Manasse, tien steden.Jozua 21:20→Exodus 6:16→1 Kronieken 6:18→1 Kronieken 6:66→1 Kronieken 6:61→Genesis 46:11→Numeri 3:27→
Jozua 21:6— En aan den kinderen van Gerson, van de huisgezinnen van den stam van Issaschar, en van den stam van Aser, en van den stam van Nafthali, en van den halven stam van Manasse, in Bazan, bij het lot, dertien steden.Jozua 21:27→1 Kronieken 6:62→1 Kronieken 6:71→Exodus 6:16→Numeri 3:21→
Jozua 21:7— Aan de kinderen van Merari, naar hun huisgezinnen, van den stam van Ruben, en van den stam van Gad, en van den stam van Zebulon, twaalf steden.Jozua 21:34→1 Kronieken 6:77→Exodus 6:19→1 Kronieken 6:63→Numeri 3:20→
Jozua 21:8— Alzo gaven de kinderen Israels aan de Levieten deze steden en haar voorsteden, bij het lot, gelijk de HEERE geboden had door den dienst van Mozes.Jozua 21:3→Numeri 33:54→Jozua 18:6→Spreuken 16:33→Spreuken 18:18→Numeri 32:2→Numeri 35:3→
Jozua 21:9— Verder gaven zij van den stam der kinderen van Juda, en van den stam der kinderen van Simeon, deze steden, die men bij name noemde;1 Kronieken 6:65→Jozua 21:13→
Jozua 21:10— Dat zij waren van de kinderen van Aaron, van de huisgezinnen der Kahathieten, uit de kinderen van Levi; want het eerste lot was het hunne.Jozua 21:4→Numeri 3:27→Numeri 3:2→Numeri 3:19→Exodus 6:20→Numeri 4:2→Exodus 6:18→
Jozua 21:11— Zo gaven zij hun de stad van Arba, den vader van Anok (zij is Hebron), op den berg van Juda, en haar voorsteden rondom haar.1 Kronieken 6:55→Lukas 1:39→2 Samuël 5:1→Jozua 15:13→Genesis 23:2→Genesis 35:27→Richteren 1:10→Jozua 15:54→
Jozua 21:12— Maar het veld der stad en haar dorpen, gaven zij aan Kaleb, den zoon van Jefunne, tot zijn bezitting.Jozua 14:13→1 Kronieken 6:55→
Jozua 21:13— Alzo gaven zij aan de kinderen van den priester Aaron de vrijstad des doodslagers, Hebron en haar voorsteden, en Libna en haar voorsteden;Jozua 15:42→Jozua 20:7→Jozua 10:29→Jozua 15:54→Numeri 35:6→Jesaja 37:8→1 Kronieken 6:56→
Jozua 21:14— En Jatthir en haar voorsteden, en Esthemoa en haar voorsteden;Jozua 15:50→Jozua 15:48→1 Samuël 30:27→
Jozua 21:15— En Holon en haar voorsteden, en Debir en haar voorsteden;Jozua 15:51→Jozua 15:49→Jozua 12:13→1 Kronieken 6:58→
Jozua 21:16— En Ain en haar voorsteden, en Jutta en haar voorsteden, en Beth-Semes en haar voorsteden; negen steden van deze twee stammen.Jozua 15:10→Jozua 15:55→1 Kronieken 6:59→1 Samuël 6:12→Jozua 15:42→1 Samuël 6:9→
Jozua 21:17— En van den stam van Benjamin, Gibeon en haar voorsteden, Geba en haar voorsteden;Jozua 18:24→Jozua 9:3→1 Kronieken 6:60→
Jozua 21:18— Anathoth en haar voorsteden, en Almon en haar voorsteden: vier steden.Jesaja 10:30→Jeremia 1:1→1 Kronieken 6:60→1 Koningen 2:26→
Jozua 21:20— De huisgezinnen nu der kinderen van Kahath, de Levieten, die overgebleven waren van de kinderen van Kahath, die hadden de steden huns lots van den stam van Efraim.1 Kronieken 6:66→Jozua 21:5→
Jozua 21:21— En zij gaven hun Sichem, een vrijstad des doodslagers, en haar voorsteden, op den berg Efraim, en Gezer en haar voorsteden;Jozua 20:7→Genesis 33:19→1 Koningen 9:15→Richteren 9:1→Jozua 16:10→1 Koningen 12:1→1 Kronieken 6:67→
Jozua 21:22— En Kibzaim en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden: vier steden.Jozua 16:3→1 Kronieken 6:68→Jozua 18:13→Jozua 16:5→
Jozua 21:23— En van den stam van Dan, Elteke en haar voorsteden, Gibbethon en haar voorsteden;Jozua 19:44→
Jozua 21:24— Ajalon en haar voorsteden, Gath-Rimmon en haar voorsteden: vier steden.1 Kronieken 6:69→Jozua 10:12→Jozua 19:42→
Jozua 21:25— En van den halven stam van Manasse, Thaanach en haar voorsteden, en Gath-Rimmon en haar voorsteden: twee steden.Jozua 17:11→Richteren 5:19→
Jozua 21:27— En aan de kinderen van Gerson, van de huisgezinnen der Levieten, van den halven stam van Manasse, de vrijstad des doodslagers, Golan in Bazan, en haar voorsteden, en Beesthera en haar voorsteden: twee steden.1 Kronieken 6:71→Deuteronomium 1:4→Deuteronomium 4:43→Jozua 20:8→
Jozua 21:28— En van den stam van Issaschar, Kisjon en haar voorsteden, en Dobrath en haar voorsteden;Jozua 19:12→1 Kronieken 6:72→
Jozua 21:29— Jarmuth en haar voorsteden, En-gannim en haar voorsteden: vier steden.Jozua 12:11→Jozua 10:3→Jozua 10:23→
Jozua 21:30— En van den stam van Aser, Misal en haar voorsteden, Abdon en haar voorsteden;1 Kronieken 6:74→Jozua 19:25→
Jozua 21:31— En Helkath en haar voorsteden, en Rehob en haar voorsteden: vier steden.1 Kronieken 6:75→Richteren 18:21→Richteren 1:31→
Jozua 21:32— En van den stam van Nafthali, de vrijstad des doodslagers, Kedes in Galilea, en haar voorsteden, en Hammoth-Dor en haar voorsteden, en Karthan en haar voorsteden: drie steden.Jozua 20:7→1 Kronieken 6:76→Jozua 19:37→Jozua 19:35→
Jozua 21:34— Aan de huisgezinnen nu van de kinderen van Merari, van de overige Levieten, werd gegeven van den stam van Zebulon, Jokneam en haar voorsteden, Kartha en haar voorsteden;1 Kronieken 6:77→Jozua 12:22→Jozua 21:7→Jozua 19:15→Jozua 19:11→
Jozua 21:36— En van den stam van Ruben, Bezer en haar voorsteden, en Jahza en haar voorsteden;Jozua 20:8→Deuteronomium 4:43→1 Kronieken 6:78→Jozua 13:18→Numeri 21:23→
Jozua 21:38— Van den stam van Gad nu, de vrijstad des doodslagers, Ramoth in Gilead, en haar voorsteden, en Mahanaim en haar voorsteden;Genesis 32:2→Deuteronomium 4:43→Jozua 20:8→1 Kronieken 6:80→2 Samuël 19:32→2 Samuël 17:24→1 Koningen 22:3→
Jozua 21:39— Hesbon en haar voorsteden, Jaezer en haar voorsteden: al die steden zijn vier.Jeremia 48:32→Jozua 13:17→Numeri 21:26→Numeri 32:3→Jozua 13:21→Numeri 32:1→Jesaja 16:8→1 Kronieken 6:81→
Jozua 21:41— Al de steden der Levieten, in het midden van de erfenis der kinderen Israels, waren acht en veertig steden en haar voorsteden.Genesis 49:7→Deuteronomium 33:10→Numeri 35:1→
Jozua 21:43— Alzo gaf de HEERE aan Israel het ganse land, dat Hij gezworen had hun vaderen te geven, en zij beerfden het, en woonden daarin.Genesis 13:15→Genesis 28:4→Exodus 23:27→Genesis 26:3→Exodus 3:8→Deuteronomium 11:31→Genesis 12:7→Psalmen 106:42→
Jozua 21:44— En de HEERE gaf hun rust rondom, naar alles, wat Hij hun vaderen gezworen had; en er bestond niet een man van al hun vijanden voor hun aangezicht; al hun vijanden gaf de HEERE in hun hand.Jozua 11:23→Exodus 23:31→Deuteronomium 7:22→Jozua 22:9→Hebreeën 4:9→Deuteronomium 31:3→Jozua 1:13→Jozua 22:4→
Jozua 21:45— Er viel niet een woord van al de goede woorden, die de HEERE gesproken had tot het huis van Israel; het kwam altemaal.Jozua 23:14→1 Koningen 8:56→Titus 1:2→Numeri 23:19→Hebreeën 6:18→1 Thessalonicenzen 5:24→1 Korinthe 1:9→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jozua 21 vers 1— Toen naderden de hoofden der vaderen van de Levieten tot Eleazar, den priester, en tot Jozua, den zoon van Nun, en tot de hoofden der vaderen van de stammen der kinderen Israels;
hoofden der vaderen
Dat is, oversten over de geslachten der Levieten, welke drie waren, te weten: de Kahathieten, Gersonieten en Merarieten.
Hertaald:hoofden der vaderen
Dat is: oversten over de geslachten van de Levieten, die er drie waren, namelijk: de Kahathieten, de Gersonieten en de Merarieten.
Jozua 21 vers 2— En zij spraken tot hen, te Silo, in het land Kanaan, zeggende: De HEERE heeft geboden door den dienst van Mozes, dat men ons steden te bewonen geven zou, en haar voorsteden voor onze beesten.
te Silo,
Alwaar opgericht was de ark des verbonds en de tent der samenkomst.
Hertaald:te Silo,
Waar de ark van het verbond en de tent van de samenkomst opgericht waren.
door den dienst
Hebreeuws, door de hand van Mozes. Alzo ook vs.8.
Hertaald:door den dienst
Hebreeuws: door de hand van Mozes. Zo ook in vers 8.
Jozua 21 vers 4— Toen ging het lot uit voor de huisgezinnen der Kahathieten; en voor de kinderen van Aaron, den priester, uit de Levieten, waren van den stam van Juda, en van den stam van Simeon, en van den stam van Benjamin, door het lot, dertien steden.
dertien steden
Van welke breder gesproken wordt onder, vs.11, enz.
Hertaald:dertien steden
Waarover uitvoeriger gesproken wordt hieronder, vers 11, enzovoort.
Jozua 21 vers 5— En aan de overgebleven kinderen van Kahath vielen, bij het lot, van de huisgezinnen van den stam van Efraim, en van den stam van Dan, en van den halven stam van Manasse, tien steden.
tien steden
Zie hiervan breder onder, vs.20.
Hertaald:tien steden
Zie hierover uitvoeriger hieronder, vers 20.
Jozua 21 vers 6— En aan den kinderen van Gerson, van de huisgezinnen van den stam van Issaschar, en van den stam van Aser, en van den stam van Nafthali, en van den halven stam van Manasse, in Bazan, bij het lot, dertien steden.
dertien steden
Waarvan breder gesproken wordt onder, vs.27, enz.
Hertaald:dertien steden
Waarover uitvoeriger gesproken wordt hieronder, vers 27, enzovoort.
Jozua 21 vers 7— Aan de kinderen van Merari, naar hun huisgezinnen, van den stam van Ruben, en van den stam van Gad, en van den stam van Zebulon, twaalf steden.
twaalf steden
Van deze twaalf steden zie onder, vs.34, enz.
Hertaald:twaalf steden
Over deze twaalf steden, zie hieronder, vers 34, enzovoort.
Jozua 21 vers 8— Alzo gaven de kinderen Israels aan de Levieten deze steden en haar voorsteden, bij het lot, gelijk de HEERE geboden had door den dienst van Mozes.
door den dienst
Hebreeuws, door de hand van Mozes; gelijk boven, vs.2.
Hertaald:door den dienst
Hebreeuws: door de hand van Mozes; zoals hierboven, vers 2.
Jozua 21 vers 11— Zo gaven zij hun de stad van Arba, den vader van Anok (zij is Hebron), op den berg van Juda, en haar voorsteden rondom haar.
Anok
Anders, Enak; Joz. 15:13.
Hertaald:Anok
Anders: Enak; Joz. 15:13.
voorsteden
Dat is, akkers en weiden, die dicht voor de steden lagen.
Hertaald:voorsteden
Dat is: akkers en weiden die vlak bij de steden lagen.
Jozua 21 vers 12— Maar het veld der stad en haar dorpen, gaven zij aan Kaleb, den zoon van Jefunne, tot zijn bezitting.
het veld
Te weten, 2000 ellen ver van de stad; zie Num. 35:5.
Hertaald:het veld
Namelijk: 2.000 el ver van de stad; zie Num. 35:5.
gaven zij aan Kaleb,
Zie boven, Joz. 14:14.
Hertaald:gaven zij aan Kaleb,
Zie hierboven, Joz. 14:14.
Jozua 21 vers 13— Alzo gaven zij aan de kinderen van den priester Aaron de vrijstad des doodslagers, Hebron en haar voorsteden, en Libna en haar voorsteden;
Alzo
In het naamregister dezer hieronder genoemde steden en het register derzelve, 1 Kron. 6:57, vindt men somtijds enig verschil in sommige namen der steden. Dit komt daardoor, dat sommige namen der steden door langheid van tijden veranderd zijn; ook zijn er enige steden, die meer dan een naam gehad hebben.
Hertaald:Alzo
In de naamlijst van de hieronder genoemde steden en in de lijst daarvan, 1 Kron. 6:57, vindt men soms enig verschil in sommige namen van de steden. Dit komt doordat sommige namen van steden door de loop van de tijd veranderd zijn; ook zijn er steden die meer dan één naam hebben gehad.
Libna
Zie Joz. 10:29.
Hertaald:Libna
Zie Joz. 10:29.
Jozua 21 vers 16— En Ain en haar voorsteden, en Jutta en haar voorsteden, en Beth-Semes en haar voorsteden; negen steden van deze twee stammen.
Beth-sémes
Zie van deze stad 2 Kon. 14:11.
Hertaald:Beth-sémes
Zie over deze stad 2 Kon. 14:11.
Jozua 21 vers 18— Anathoth en haar voorsteden, en Almon en haar voorsteden: vier steden.
Anathoth
Hier is de profeet Jeremia geboren; Jer. 1:1.
Hertaald:Anathoth
Hier is de profeet Jeremia geboren; Jer. 1:1.
Almon
Deze stad wordt ook genoemd Allemeth; beide betekent het jongheid. Zij wordt ook 2 Sam. 3:16 genoemd Bachurim, hetwelk hetzelfde betekent.
Hertaald:Almon
Deze stad wordt ook Allemeth genoemd; beide betekenen jeugd. Zij wordt ook 2 Sam. 3:16 Bachurim genoemd, wat hetzelfde betekent.
Jozua 21 vers 21— En zij gaven hun Sichem, een vrijstad des doodslagers, en haar voorsteden, op den berg Efraim, en Gezer en haar voorsteden;
Gezer
Zie Richt. 1:29.
Hertaald:Gezer
Zie Richt. 1:29.
Jozua 21 vers 41— Al de steden der Levieten, in het midden van de erfenis der kinderen Israels, waren acht en veertig steden en haar voorsteden.
waren
De stam van Levi was de kleinste onder al de stammen der Israëlieten, want in dezen zijn maar geteld drie en twintig duizend mannen, Num. 26:62. Hoe komt het dan, dat andere stammen, die nog meer dan dubbel zo groot van mensen waren, maar 12, of 16, of 19, of 20 steden gehad hebben, en de stam van Levi 48 steden? Het antwoord is dit: dat niet al de steden der andere stammen genoemd worden; maar al de steden der Levieten worden genoemd. Ten anderen, zo mochten de Levieten nergens dan in steden wonen, maar wel de andere stammen; derhalve behoefden de Levieten meer steden dan de andere stammen.
Hertaald:waren
De stam van Levi was de kleinste onder alle stammen van de Israëlieten, want daarvan zijn maar drieëntwintigduizend man geteld, Num. 26:62. Hoe komt het dan dat andere stammen, die zelfs meer dan tweemaal zo groot in aantal waren, maar 12, of 16, of 19, of 20 steden gehad hebben, en de stam van Levi 48 steden? Het antwoord is dit: niet al de steden van de andere stammen worden genoemd, maar wel al de steden van de Levieten. Bovendien mochten de Levieten nergens dan in steden wonen, terwijl de andere stammen dat wel konden; daarom hadden de Levieten meer steden nodig dan de andere stammen.
Jozua 21 vers 42— Deze steden waren elk met haar voorsteden rondom haar; alzo was het met al die steden.
elk met
Hebreeuws, stad stad.
Hertaald:elk met
Hebreeuws: stad stad.
Jozua 21 vers 43— Alzo gaf de HEERE aan Israel het ganse land, dat Hij gezworen had hun vaderen te geven, en zij beerfden het, en woonden daarin.
Israël
Dat is, den kinderen Israëls.
Hertaald:Israël
Dat is: aan de kinderen van Israël.
Jozua 21 vers 44— En de HEERE gaf hun rust rondom, naar alles, wat Hij hun vaderen gezworen had; en er bestond niet een man van al hun vijanden voor hun aangezicht; al hun vijanden gaf de HEERE in hun hand.
er bestond
Dat is, niemand kon de kinderen Israëls tegenstand doen of beschadigen.
Hertaald:er bestond
Dat is: niemand kon de kinderen van Israël weerstand bieden of schade toebrengen.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Debir — spreekplaats, of: heiligdom
De koning van Eglon, de vijfde van de verbonden koningen die tegen Gibeon optrokken en met Adoni-Zedek verslagen en gedood werden (Joz. 10:3, 16-27). Hij is een andere persoon dan de gelijknamige stad Debir, die later door Othniël veroverd werd (Joz. 15:15-17).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Rust (de rust van het beloofde land) — Hebreeuws: menuchah, "rustplaats, plaats van neerzetten", van nuach, "tot rust komen"; Grieks: katapausis
Jozua herinnert de Rubenieten, de Gadieten en de halve stam van Manasse aan het woord van Mozes: "De HEERE, uw God, geeft ulieden rust, en Hij geeft u dit land" (Joz. 1:13). Rust betekent hier niet werkeloosheid, maar het einde van de omzwerving en van de krijg: een vaste woonplaats, veiligheid rondom en het ophouden van de strijd. Deuteronomium had die rust al als de bestemming van de hele reis aangewezen: "gij zijt tot nu toe niet gekomen in de rust en in de erfenis, die de HEERE, uw God, u geven zal" (Deut. 12:9-10; vgl. Deut. 25:19). Het boek Jozua meldt tweemaal met dezelfde woorden dat het zover gekomen is: "het land rustte van den krijg" (Joz. 11:23; 14:15). Aan het einde vat het boek het samen: de HEERE gaf hun rust rondom, en er viel niet één woord van al de goede woorden die Hij gesproken had (Joz. 21:43-45; vgl. 22:4; 23:1).
Bijbelse betekenis: De rust is in heel de Schrift een gave en nooit een verworvenheid: zij wordt gegeven, niet veroverd. Daarom kan zij ook gemist worden — over de woestijngeneratie zwoer God in Zijn toorn: "Zo zij in Mijn rust zullen ingaan!" (Ps. 95:11). Wat hen buitensloot was niet hun zwakheid maar hun ongeloof. Tegelijk is de rust onder Jozua onmiskenbaar echt én onmiskenbaar onaf: hetzelfde boek dat zegt dat er geen woord onvervuld bleef, kent nog onverdreven volken (Joz. 13:1-6), en het boek Richteren laat zien hoe snel de rust weer verloren ging. De belofte was dus vervuld, maar de vervulling wees verder dan zichzelf.
Typologie: De Hebreeënbrief maakt daar het beslissende punt van: "indien Jozua hen in de rust gebracht heeft, zo had Hij daarna niet gesproken van een anderen dag. Er blijft dan een rust over voor het volk Gods" (Hebr. 4:8-9). Kanaän was werkelijke rust, maar niet de laatste; eeuwen later spreekt God in Psalm 95 immers opnieuw over ingaan. Die overgebleven rust wordt in het Evangelie aangeboden door Christus Zelf: "Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven" (Matt. 11:28-29). En wie ingegaan is, heeft van zijn eigen werken gerust gelijk God van de Zijne (Hebr. 4:10). In de geest van Spurgeon: de rust ligt niet in een land maar in een Persoon, en zij wordt niet verdiend maar ontvangen.
I. Vs. 1-42.KruisverwijzingenJozua 14:1→Jozua 18:1→Jozua 19:51→Jozua 17:4→Numeri 35:2→Jozua 21:20→Jozua 21:27→Jozua 21:34→ — Toen naderden de hoofden der vaderen van de Levieten tot Eleazar, den priester, en tot Jozua, den zoon van Nun, en tot de hoofden der vaderen van de stammen der kinderen Israels; En zij spraken tot hen, te Silo, in het land Kanaan, zeggende: De HEERE heeft geboden door den dienst van Mozes, dat men ons steden te bewonen geven zou, en haar voorsteden voor onze beesten. Daarom gaven de kinderen Israels aan de Levieten van hun erfdeel, naar den mond des HEEREN, deze steden en de voorsteden derzelve. Toen ging het lot uit voor de huisgezinnen der Kahathieten; en voor de kinderen van Aaron, den priester, uit de Levieten, waren van den stam van Juda, en van den stam van Simeon, en van den stam van Benjamin, door het lot, dertien steden. En aan de overgebleven kinderen van Kahath vielen, bij het lot, van de huisgezinnen van den stam van Efraim, en van den stam van Dan, en van den halven stam van Manasse, tien steden. En aan den kinderen van Gerson, van de huisgezinnen van den stam van Issaschar, en van den stam van Aser, en van den stam van Nafthali, en van den halven stam van Manasse, in Bazan, bij het lot, dertien steden. Aan de kinderen van Merari, naar hun huisgezinnen, van den stam van Ruben, en van den stam van Gad, en van den stam van Zebulon, twaalf steden. Alzo gaven de kinderen Israels aan de Levieten deze steden en haar voorsteden, bij het lot, gelijk de HEERE geboden had door den dienst van Mozes. Verder gaven zij van den stam der kinderen van Juda, en van den stam der kinderen van Simeon, deze steden, die men bij name noemde; Dat zij waren van de kinderen van Aaron, van de huisgezinnen der Kahathieten, uit de kinderen van Levi; want het eerste lot was het hunne. Omdat volgens Num.15: 6 bij de 6 vrijsteden voor onopzettelijke doodslagers nog 42 andere steden in het gebied van de verschillende stammen moesten komen, die niet de in Num.1-5 nader omschreven voorsteden, voor de stam Levi ingeruimd moeten worden, zo bewerkstelligen nu de hoofden van de vaderen van deze stam, dat na de afzondering van de vrijsteden ook dadelijk de bepaling van de overige Levietensteden wordt ondernomen. Nu bestaan de Levieten volgens Num.3-4 uit drie geslachten: die van de Kahathieten, Gersonieten en Merarieten. De eersten nu splitsen zich op hun beurt in Aäroniden of priesters en gewone Kahathieten. Ten gevolge van de vervolgens gehouden verloting verkrijgen de Aäroniden 13 steden in de stamgebieden Juda, Simeon en Benjamin; de overige Kahathieten 10 steden in Dan, Efraïm en West-Manasse, de Gersonieten 13 steden in Issaschar, Aser, Nafthali en Oost-Manasse, de Merarieten 12 steden in Zebulon, Gad en Ruben. Die allen maken tezamen 48 steden uit, zoals de Heere in Num.35: 7 bepaald heeft.
KruisverwijzingenJozua 14:1→Jozua 19:51→Jozua 17:4→Exodus 6:25→Exodus 6:14→Numeri 34:17→— Toen naderden de hoofden der vaderen van de Levieten tot Eleazar, den priester, en tot Jozua, den zoon van Nun, en tot de hoofden der vaderen van de stammen der kinderen Israels;
Toen, na de vaststelling van de vrijsteden in het West-Jordaanland, a) naderden de hoofden van de vaderen van de Levieten tot Eleazar, de Hogepriester, en tot Jozua, de zoon van Nun, en tot de hoofden van de vaderen van de stammen van de kinderen van Israël, die de verdeling van het land op zich genomen hadden (14: 1)
1 Kronieken 6: 54
KruisverwijzingenJozua 18:1→Numeri 35:2→Galaten 6:6→Mattheüs 10:10→Ezechiël 48:9→1 Timotheüs 5:17→— En zij spraken tot hen, te Silo, in het land Kanaan, zeggende: De HEERE heeft geboden door den dienst van Mozes, dat men ons steden te bewonen geven zou, en haar voorsteden voor onze beesten.
En zij spraken tot hen, te Silo, in het land Kanaän, 1) waar sinds 18: 1 de tabernakel stond en de verdere handelingen werden ondernomen, zeggende; de HEERE heeft geboden door de dienst van Mozes, a)dat men ons steden te bewonen geven zou, en haar voorsteden of weiden voor onze beesten. 2)
Num.35: 2
De nadere bepaling van Silo “in het land Kanaän” wijst terug op de bestemming (Num.34: 29; 35: 10) om den kinderen van Israël hun erfdeel in het land Kanaän te geven.
Calvijn is van mening, dat de Levieten waren vergeten, en daarom nu hun recht op hun steden in het midden brengen. O.i. ten onrechte. Eerst moeten de verschillende stammen hun erfdeel hebben en dan uit het erfdeel vrijwillig de Levietensteden afzonderen, opdat zij aldus zouden leren de Bedienaars van het Heiligdom naar Gods bevel te geven, wat hij verordend had.
KruisverwijzingenDeuteronomium 33:8→Genesis 49:7→1 Kronieken 6:54→— Daarom gaven de kinderen Israels aan de Levieten van hun erfdeel, naar den mond des HEEREN, deze steden en de voorsteden derzelve.
Daarom gaven de kinderen van Israël aan de Levieten van hun erfdeel, naar de mond van de HEERE, deze in de volgende verzen nader omschreven steden en diens voorsteden. 1)
Voorsteden, de ruimte van de voorsteden is genoemd (Num.35: 3-6). Zij diende den Levieten tot schuren, stallingen en tuinen. In die velden mochten zij geen huizen bouwen of wijngaarden planten, of landbouw uitoefenen.
In Nehemia 13: 10 wordt het Israël tot zondeschuld aangerekend, dat het volk de Levieten had gedwongen, om hun akkers te bebouwen, om zelf in hun voedsel te voorzien.
Behalve de 6 genoemde, nog 42 daarbij, en wel in deze verhouding: Juda en Simeon gaven er tezamen 9, Nafthali 3 en ieder van de overige negen stammen 4. Hierdoor was de som van 48 steden volkomen. Door het lot werd uitgemaakt, welke van die steden de verschillende geslachten van de Levieten tot hun erfdeel zouden ontvangen.
KruisverwijzingenJozua 21:8→Jozua 24:33→1 Kronieken 6:54→— Toen ging het lot uit voor de huisgezinnen der Kahathieten; en voor de kinderen van Aaron, den priester, uit de Levieten, waren van den stam van Juda, en van den stam van Simeon, en van den stam van Benjamin, door het lot, dertien steden.
Toen men de verdeling begon, ging het eerste lot uit voor de gezinnen van de Kahathieten, het voornaamste van de drie geslachten (Num.3: 27-30; 4: 1-20), en wel op de ene tak van de Amramieten, de lijn van Aäron (Ex.6: 20); en voor de kinderen van Aäron, de priester, uit de Levieten, waren van de stam van Juda, en van de met deze stam verenigde stam van Simeon negen steden, en van de stam van Benjamin, door het lot, vier steden d.i. gezamenlijk dertien steden1) (vs.9-19).
Hier nu wordt allereerst het getal van de steden genoemd, waarvan hieronder gesproken wordt. In de tweede plaats wordt opzettelijk erop gewezen, dat het lot van de kinderen van Aäron viel in de stam van Juda, wat niet toevallig mag worden genoemd, omdat God, naar Zijn aanbiddelijk raadsbesluit, hen daar een woonplaats heeft bestemd, waar Hij voor Zich zijn Tempel zou laten oprichten. In de derde plaats wordt afgedaald tot de namen zelf van de steden, waarvan Hebron het eerst wordt aangehaald, waarvan beroofd te worden Kaleb met een effen gemoed heeft geduld. Indien iemand de tegenwerping maakt, dat hun het meer aanzienlijke Jeruzalem moest gegeven zijn, waar later hun wettige woonplaats zou zijn, dan is de oplossing gemakkelijk, dat hun middelmatige steden, zoals hun toestand meebracht, zijn gegeven. Allereerst was Jeruzalem toen nog niet in hun macht, omdat de Jebuzieten het nog in hun bezit hadden. Vervolgens zou het een ongerijmde zaak geweest zijn, dat aan priesters een koninklijke zetel was toebedeeld. En hun godsdienst en geloof werd beter op de proef gesteld, wanneer zij telkens van hun geboortegrond moesten verhuizen, om hun zorgen te wijden aan de heilige dingen.
Dit gebeurde niet toevallig, maar reeds wist God-en Hij had dit bij verscheidene gelegenheden beloofd en voorzegd-in welk gedeelte van het land Hij in de toekomst Zijn tempel wilde doen oprichten. Daar lag nog altijd de berg van de Heere, waarop de Heere het reeds voor Abraham goedgemaakt, voorzien had, als met smart te wachten op de woning van de Heere, waaruit de wateren zouden stromen over het dostige, dorre land. Langzamerhand werd alles voor die woning voorbereid; reeds nu wordt ervoor gezorgd, dat de priesters, die met offers dienst konden doen en verdere dienst waarnemen, de Aäroniden, verspreid waren rondom de berghoogten van Juda, rondom het latere Jeruzalem, dat nu nog ten prooi is aan de Jebusieten.
KruisverwijzingenJozua 21:3→Numeri 33:54→Jozua 18:6→Spreuken 16:33→Spreuken 18:18→Numeri 32:2→Numeri 35:3→— Alzo gaven de kinderen Israels aan de Levieten deze steden en haar voorsteden, bij het lot, gelijk de HEERE geboden had door den dienst van Mozes.
Alzo gaven de kinderen van Israël aan de Levieten deze 13 + 10 + 13 + 12 = 48 steden en haar voorsteden, zoals de HEERE geboden had door de dienst van Mozes. Dit getal van de aan de Levieten toegedeelde steden zal ons niet te groot toeschijnen, wanneer wij opmerken, dat 1. de steden van Kanaän, gelet op hun aanzienlijk aantal in zo’n klein land, niet al te groot konden zijn; 2. de Levieten niet de enige bewoners van deze steden waren, maar dat zij in iedere stad de voor hun aantal benodigde huizen met daarbij behorende weidevelden in de omtrek van de stad, ontvingen; terwijl het overige ingenomen werd door de stam, waarin de stad gelegen was; 3. dat de 23.000 van het mannelijk geslacht, (welk getal de Levieten bereikten bij de tweede volkstelling Num.26: 62) over 35 steden verdeelt, voor iedere stad een bevolking opleverden van 657 mannelijke of omstreeks 1300 mannelijke en vrouwelijke Levieten. Hiertegen in heeft men zich gestoten aan de inruiming van 13 steden aan de priesters en in overweging nemende, dat de zonen van Aäron, Eleazar en Ithamar, onmogelijk nu reeds een nakomelingschap konden hebben, die 2, laat staan 13 steden vulde, de opgave verklaart, als haar oorsprong hebbende in een oorkonde van latere dagtekening. Maar hierdoor heeft men niet alleen van de verdelingscommissie de verregaande kortzichtigheid aangeleund, dat zij de woonplaatsen alleen zouden bepaald hebben volgens de toenmalige behoefte van de priesters, zonder enigermate hun toekomstige vermeerdering in het oog gehouden te hebben; maar ook heeft men de grootte van de steden te groot en het getal van de priesters voor te klein opgevat. Maar men beoogde niet het vullen van de steden met priesterfamilies; en de volle som van de toendertijd levende priester is wel nergens opgegeven, maar wanneer wij bedenken, dat Aäron bij de uittocht uit Egypte reeds 83 jaar oud was, zo kon nu 47 jaar later zijn nakomelingschap reeds in het vierde lid binnentreden en het aantal mannelijke personen reeds 1000 belopen, of minstens bestond het geslacht uit 200 families.
Zij toch (de nakomelingen van Aäron) waren het, die de Heere onverdeeld moesten toebehoren; zij moesten in Zijn dienst staan, Hem het offer brengen. En zoals het nu een eerste vereiste voor een priester was, ongeschonden en ongerept naar lichaam en ziel te zijn, zo kan het ons geen verwondering baren, wanneer de priesters een ruime en overvloedige maat wordt gegeven die hen in staat stelt zich uit te breiden en te vermenigvuldigen niet alleen, naar die hen ook van menige zorg ontlast en hen zich onbekommerd doet wijden aan de dienst van de Heere. Bij de tempeldienst kwamen allerminst neergedrukte gemoederen en uitgevaste gelaatstrekken te pas.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 6:65→Jozua 21:13→— Verder gaven zij van den stam der kinderen van Juda, en van den stam der kinderen van Simeon, deze steden, die men bij name noemde;
Verder gaven zij van de stam van de kinderen van Juda, en van de stam van de kinderen van Simeon, welke twee stammen geheel en al ineengevlochten waren, omdat Simeon geen op zichzelf staand gebied, maar slechts een aantal steden in het gebied van Juda had (19: 1-9) deze steden die men bij name noemde 1) een voor een:
Ook de Levieten werden dus door het gehele land verspreid. Wij weten, dat Jakob op zijn sterfbed zowel aan Simeon als aan Levi dat voorspeld had. Voor Levi was echter, zoals wij vroeger hebben gezien, de straf opgeheven, en hier wordt de vloek in een zegen en eer veranderd. Want voortaan treden zij door geheel het land op als dienaren van God, die overal hebben te zorgen voor de zuivere dienst van God en voor de waarneming daarvan. Omdat zij overal woonden, waren zij als zoveel huisbezorgers van God, die ervoor moesten zorgen, dat de wacht van Zijn huis werd waargenomen, zoals Hij dit had verordend.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 6:71→Deuteronomium 1:4→Deuteronomium 4:43→Jozua 20:8→— En aan de kinderen van Gerson, van de huisgezinnen der Levieten, van den halven stam van Manasse, de vrijstad des doodslagers, Golan in Bazan, en haar voorsteden, en Beesthera en haar voorsteden: twee steden.
En aan de kinderen van Gerson, eveneens van de gezinnen van de Levieten, werden gegeven van de andere halve stam van Manasse, aan de overzijde van de Jordaan, de vrijstad van de doodslager Golan (20: 8), in Bazan, en haar voorsteden, en Beësthera, hetzelfde als Astharoth (Deuteronomium 1: 4 Joz.13: 12,31), en haar voorsteden: twee steden. Beësthera is samentrekking van Beth-Esthera, d.i. huis van Astharte. In 1 Kronieken 6: 71 wordt die stad dan ook Astarôth genoemd. Wellicht is zij de residentie geweest van Og (Genesis14: 5).
KruisverwijzingenJozua 19:12→1 Kronieken 6:72→— En van den stam van Issaschar, Kisjon en haar voorsteden, en Dobrath en haar voorsteden;
En van hen werden van de stam van Issaschar, Kisjon, onbekend (19: 20), en haar voorsteden, en Dobrath, 1) aan de westzijde van de Thabor (19: 12), en haar voorsteden.
Volgens V.d.Velde nu Debouri, en door hem gehouden voor het dorp, waar de Heere Jezus bij het afkomen van de Tabor, de maanzieke jongeling genas (Mat.17: 14-21).
KruisverwijzingenGenesis 49:7→Deuteronomium 33:10→Numeri 35:1→— Al de steden der Levieten, in het midden van de erfenis der kinderen Israels, waren acht en veertig steden en haar voorsteden.
Al die steden van de Levieten in het algemeen, van de Aärons, van de overige kinderen van Kahath, de Gersonieten en de Merarieten, tezamen in het midden van de erfenis van de kinderen van Israël, waren 1) achtenveertig steden en haar voorsteden.
Het blijkt niet, dat Levi, de minste van alle stammen, een groter deel verkreeg dan alle anderen, ofschoon hier een groter stedental gevonden wordt. Want alle steden van de Levieten worden opgenoemd, terwijl zeer waarschijnlijk niet alle van de overige stammen zijn opgenoemd. Bovendien moet men in aanmerking nemen, dat de Levieten niet het omliggende land hadden.
Toch is het stellig, dat zij naar evenredigheid ook vooral niet minder hadden dan de andere stammen; maar zij waren ook, om de dienst van Jehovah te bewaren en het volk de wet te onderwijzen, opdat niet zou gezegd worden: “Mijn volk gaat verloren, omdat het geen kennis heeft”, en dan mocht hun immers wel van de kant van het volk een onbekommerd bestaan worden verzekerd, want “de arbeider is zijn loon waardig”.
Maar terwijl de Heere zorgde, dat de dienaars van de wet het hunne ontvingen, zorgde Hij tevens, dat zij het niet om niet van het volk kregen; Hij verstrooide hen onder het gehele volk en voorkwam daardoor die ziekelijker toestand, die ontstaat door opeenhoping van bestanddelen van enerlei gehalte en soort. Om hiervan bevrijd te blijven, moesten zij werken tot nut van anderen, en daardoor konden zij alleen de verslapping en de teruggang ontgaan, die een bijna onvermijdelijk gevolg is van alle uitsluiting en terugtrekking uit de wereld; bedienaars van het Evangelie vooral moeten niet lui zijn, noch alleen voor zichzelf leven, noch alleen voor elkaar. Het vermengen van de Levieten met de overige stammen zou hun de verplichting opleggen om behoedzaam te wandelen, zoals dit aan hun gewijde bediening voegde, en om ieder ding te vermijden, dat hen in diskrediet zou kunnen brengen.
Dit zij boven alles een les voor de Evangeliedienaar van de huidige tijd!.
II. Vs. 43-45.KruisverwijzingenGenesis 13:15→Genesis 28:4→Exodus 23:27→Jozua 11:23→Jozua 23:14→1 Koningen 8:56→Genesis 26:3→Exodus 3:8→ — Alzo gaf de HEERE aan Israel het ganse land, dat Hij gezworen had hun vaderen te geven, en zij beerfden het, en woonden daarin. En de HEERE gaf hun rust rondom, naar alles, wat Hij hun vaderen gezworen had; en er bestond niet een man van al hun vijanden voor hun aangezicht; al hun vijanden gaf de HEERE in hun hand. Er viel niet een woord van al de goede woorden, die de HEERE gesproken had tot het huis van Israel; het kwam altemaal. Hiermee is niet alleen de verdeling van het land, die de inhoud uitmaakt van de tweede helft van dit boek, ten einde gebracht, maar bovendien is alles in vervulling gegaan, wat de Heere eens Zijn volk beloofd heeft betreffende Kanaän. Israël kan zich nu veilig verheugen in het rustig bezit van zijn erfdeel en heeft niets te vrezen van zijn vijanden, ofschoon die nog niet met wortel en tak uitgeroeid zijn, als het maar zijn God getrouw blijft, en volhardt in Zijn Verbond te staan.
KruisverwijzingenGenesis 13:15→Genesis 28:4→Exodus 23:27→Genesis 26:3→Exodus 3:8→Deuteronomium 11:31→Genesis 12:7→Psalmen 106:42→— Alzo gaf de HEERE aan Israel het ganse land, dat Hij gezworen had hun vaderen te geven, en zij beerfden het, en woonden daarin.
Alzo, zoals vanaf 1 tot hiertoe beschreven is, gaf de HEERE aan Israël het gehele land, dat Hij meer dan 400 jaar geleden (Genesis12: 7; 22: 16vv.) gezworen had hun vaderen te geven, en zij beërfden het, en woonden daarin.
KruisverwijzingenJozua 11:23→Exodus 23:31→Deuteronomium 7:22→Jozua 22:9→Hebreeën 4:9→Deuteronomium 31:3→Jozua 1:13→Jozua 22:4→— En de HEERE gaf hun rust rondom, naar alles, wat Hij hun vaderen gezworen had; en er bestond niet een man van al hun vijanden voor hun aangezicht; al hun vijanden gaf de HEERE in hun hand.
En de HEERE gaf hun, zolang zij Hem dienden, rust rondom, van al de vroegere bezitters, naar alles wat Hij ook hun vaderen gezworen had (Exod.33: 14 (Deuteronomium 3: 20; 12: 9). En er bestond niet één man van al hun vijanden voor hun aangezicht, 1) al hun vijanden gaf de HEERE in hun hand, zodat die, al waren zij niet verdelgd, volgens goddelijk bevel (Exod.23: 28 Deuteronomium 7: 22) geheel machteloos voor hun aangezicht waren.
Er waren nog wel Kanaänieten overgebleven, maar deze waren zo met vrees vervuld voor Israël, dat zij het niet durfden wagen, iets tegen het volk van God te doen. Zij zouden dan ook nimmer als vijanden tegen het nageslacht van Abraham zijn opgetreden indien Israël zich aan de Wet van God had gehouden en de bevelen van de Heere had gehoorzaamd. Als Israël echter later de Wet van God verlaat en het Verbond met God nalaat te houden, worden die zwakke en schier overwonnen vijanden weer zo machtig, dat zij tijdelijk de heerschappij voeren en het volk onderdrukken, totdat na boete en schuldbelijdenis de Heere weer een richter verwekt.
KruisverwijzingenJozua 23:14→1 Koningen 8:56→Titus 1:2→Numeri 23:19→Hebreeën 6:18→1 Thessalonicenzen 5:24→1 Korinthe 1:9→— Er viel niet een woord van al de goede woorden, die de HEERE gesproken had tot het huis van Israel; het kwam altemaal.
Er viel niet één woord bij de vervulling van al de goede woorden die de HEERE gesproken had tot het huis van Israël; integendeel: het kwam allemaal uit. Het is mooi, als de vervulling van Gods belofte wordt opgemerkt en God de eer wordt gegeven wegens Zijn waarheid en trouw. Zo wist Jezus aan het kruis, dat de Schrift vervuld was, en sprak toen: “het is volbracht!” Er ontbrak alzo niets aan al het goede, dat God door de profeten gesproken had van de werken en het lijden van de Messias; alles werd vervuld en gebeurde. Zo moet ieder, die wandelt in de voetstappen van het geloof van Abraham, er acht op geven, hoe de beloften van God van Zijn zorg en genade jegens de zondaren in het algemeen, en in het bijzonder jegens armen, verlatenen en treurigen, jegens weduwen en wezen, hier en ginds aan hen vervuld zijn. Zo’n opmerkzaamheid zet de Christen aan ‘s morgens Gods genade en ‘s avonds Gods waarheid te verkondigen, en-in plaats van in het klagen-zich in het danken te oefenen, dat in de Schrift een “kostelijk ding” genoemd wordt. Maar hoe zal het dan zijn in de zalige eeuwigheid, wanneer zij die voleind hebben tot het laatste met een ten volle verlicht oog terug- en neer kunnen zien op alles, wat vóór of na hun dood gebeurd is en nog gebeurt; wanneer zij op het duidelijkst zullen doorzien, dat alles juist gegaan is volgens de uitspraken van de Heilige Schrift; en dat de Schrift dagelijks, in kleine en grote dingen aan vromen en goddelozen evenzeer vervuld is! En dan, wanneer die verheerlijkten zullen zien, dat van al die goede woorden geen enkel onvervuld blijft, dat alles gebeurt, maar- ver boven het oordeel van zwakke stervelingen, -niet boven de getuigenis van de Schrift, dan zullen zij God prijzen en loven voor Zijn waarheid. Hier komt het uit, hoeveel er gelegen is aan het geloof. Wil iemand het goede genieten, dat God aan Zijn dienaren en kinderen belooft, zo moet hij geloof hechten aan de trouwe en ware woorden van God, zoals Israël in de woestijn moest geloven, voordat het nog in Kanaän gekomen was; maar dan zal het ook gaan volgens de regel van Christus: “u geschiedde naar uw geloot” Maar een mens, die door zijn ongeloof God tot een leugenaar maakt, geniet niets van al het goede, dat God beloofd heeft.
De gehele vervulling van al de beloften van God, omtrent de in bezitneming van Kanaän, stond in het nauwste verband met de gehoorzaamheid van Israël. Dat daarom niet alle steden hun eigendom werden, lag niet aan de trouw van God, maar aan hun eigen ongehoorzaamheid.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Jozua 21
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-42.KruisverwijzingenJozua 14:1→Jozua 18:1→Jozua 19:51→Jozua 17:4→Numeri 35:2→Jozua 21:20→Jozua 21:27→Jozua 21:34→
— Toen naderden de hoofden der vaderen van de Levieten tot Eleazar, den priester, en tot Jozua, den zoon van Nun, en tot de hoofden der vaderen van de stammen der kinderen Israels; En zij spraken tot hen, te Silo, in het land Kanaan, zeggende: De HEERE heeft geboden door den dienst van Mozes, dat men ons steden te bewonen geven zou, en haar voorsteden voor onze beesten. Daarom gaven de kinderen Israels aan de Levieten van hun erfdeel, naar den mond des HEEREN, deze steden en de voorsteden derzelve. Toen ging het lot uit voor de huisgezinnen der Kahathieten; en voor de kinderen van Aaron, den priester, uit de Levieten, waren van den stam van Juda, en van den stam van Simeon, en van den stam van Benjamin, door het lot, dertien steden. En aan de overgebleven kinderen van Kahath vielen, bij het lot, van de huisgezinnen van den stam van Efraim, en van den stam van Dan, en van den halven stam van Manasse, tien steden. En aan den kinderen van Gerson, van de huisgezinnen van den stam van Issaschar, en van den stam van Aser, en van den stam van Nafthali, en van den halven stam van Manasse, in Bazan, bij het lot, dertien steden. Aan de kinderen van Merari, naar hun huisgezinnen, van den stam van Ruben, en van den stam van Gad, en van den stam van Zebulon, twaalf steden. Alzo gaven de kinderen Israels aan de Levieten deze steden en haar voorsteden, bij het lot, gelijk de HEERE geboden had door den dienst van Mozes. Verder gaven zij van den stam der kinderen van Juda, en van den stam der kinderen van Simeon, deze steden, die men bij name noemde; Dat zij waren van de kinderen van Aaron, van de huisgezinnen der Kahathieten, uit de kinderen van Levi; want het eerste lot was het hunne.
Omdat volgens Num.15: 6 bij de 6 vrijsteden voor onopzettelijke doodslagers nog 42 andere steden in het gebied van de verschillende stammen moesten komen, die niet de in Num.1-5 nader omschreven voorsteden, voor de stam Levi ingeruimd moeten worden, zo bewerkstelligen nu de hoofden van de vaderen van deze stam, dat na de afzondering van de vrijsteden ook dadelijk de bepaling van de overige Levietensteden wordt ondernomen. Nu bestaan de Levieten volgens Num.3-4 uit drie geslachten: die van de Kahathieten, Gersonieten en Merarieten. De eersten nu splitsen zich op hun beurt in Aäroniden of priesters en gewone Kahathieten. Ten gevolge van de vervolgens gehouden verloting verkrijgen de Aäroniden 13 steden in de stamgebieden Juda, Simeon en Benjamin; de overige Kahathieten 10 steden in Dan, Efraïm en West-Manasse, de Gersonieten 13 steden in Issaschar, Aser, Nafthali en Oost-Manasse, de Merarieten 12 steden in Zebulon, Gad en Ruben. Die allen maken tezamen 48 steden uit, zoals de Heere in Num.35: 7 bepaald heeft.
Toen, na de vaststelling van de vrijsteden in het West-Jordaanland, a) naderden de hoofden van de vaderen van de Levieten tot Eleazar, de Hogepriester, en tot Jozua, de zoon van Nun, en tot de hoofden van de vaderen van de stammen van de kinderen van Israël, die de verdeling van het land op zich genomen hadden (14: 1)
1 Kronieken 6: 54
En zij spraken tot hen, te Silo, in het land Kanaän, 1) waar sinds 18: 1 de tabernakel stond en de verdere handelingen werden ondernomen, zeggende; de HEERE heeft geboden door de dienst van Mozes, a)dat men ons steden te bewonen geven zou, en haar voorsteden of weiden voor onze beesten. 2)
Num.35: 2
De nadere bepaling van Silo “in het land Kanaän” wijst terug op de bestemming (Num.34: 29; 35: 10) om den kinderen van Israël hun erfdeel in het land Kanaän te geven.
Calvijn is van mening, dat de Levieten waren vergeten, en daarom nu hun recht op hun steden in het midden brengen. O.i. ten onrechte. Eerst moeten de verschillende stammen hun erfdeel hebben en dan uit het erfdeel vrijwillig de Levietensteden afzonderen, opdat zij aldus zouden leren de Bedienaars van het Heiligdom naar Gods bevel te geven, wat hij verordend had.
Daarom gaven de kinderen van Israël aan de Levieten van hun erfdeel, naar de mond van de HEERE, deze in de volgende verzen nader omschreven steden en diens voorsteden. 1)
Voorsteden, de ruimte van de voorsteden is genoemd (Num.35: 3-6). Zij diende den Levieten tot schuren, stallingen en tuinen. In die velden mochten zij geen huizen bouwen of wijngaarden planten, of landbouw uitoefenen.
In Nehemia 13: 10 wordt het Israël tot zondeschuld aangerekend, dat het volk de Levieten had gedwongen, om hun akkers te bebouwen, om zelf in hun voedsel te voorzien.
Behalve de 6 genoemde, nog 42 daarbij, en wel in deze verhouding: Juda en Simeon gaven er tezamen 9, Nafthali 3 en ieder van de overige negen stammen 4. Hierdoor was de som van 48 steden volkomen. Door het lot werd uitgemaakt, welke van die steden de verschillende geslachten van de Levieten tot hun erfdeel zouden ontvangen.
Toen men de verdeling begon, ging het eerste lot uit voor de gezinnen van de Kahathieten, het voornaamste van de drie geslachten (Num.3: 27-30; 4: 1-20), en wel op de ene tak van de Amramieten, de lijn van Aäron (Ex.6: 20); en voor de kinderen van Aäron, de priester, uit de Levieten, waren van de stam van Juda, en van de met deze stam verenigde stam van Simeon negen steden, en van de stam van Benjamin, door het lot, vier steden d.i. gezamenlijk dertien steden1) (vs.9-19).
Hier nu wordt allereerst het getal van de steden genoemd, waarvan hieronder gesproken wordt. In de tweede plaats wordt opzettelijk erop gewezen, dat het lot van de kinderen van Aäron viel in de stam van Juda, wat niet toevallig mag worden genoemd, omdat God, naar Zijn aanbiddelijk raadsbesluit, hen daar een woonplaats heeft bestemd, waar Hij voor Zich zijn Tempel zou laten oprichten. In de derde plaats wordt afgedaald tot de namen zelf van de steden, waarvan Hebron het eerst wordt aangehaald, waarvan beroofd te worden Kaleb met een effen gemoed heeft geduld. Indien iemand de tegenwerping maakt, dat hun het meer aanzienlijke Jeruzalem moest gegeven zijn, waar later hun wettige woonplaats zou zijn, dan is de oplossing gemakkelijk, dat hun middelmatige steden, zoals hun toestand meebracht, zijn gegeven. Allereerst was Jeruzalem toen nog niet in hun macht, omdat de Jebuzieten het nog in hun bezit hadden. Vervolgens zou het een ongerijmde zaak geweest zijn, dat aan priesters een koninklijke zetel was toebedeeld. En hun godsdienst en geloof werd beter op de proef gesteld, wanneer zij telkens van hun geboortegrond moesten verhuizen, om hun zorgen te wijden aan de heilige dingen.
Dit gebeurde niet toevallig, maar reeds wist God-en Hij had dit bij verscheidene gelegenheden beloofd en voorzegd-in welk gedeelte van het land Hij in de toekomst Zijn tempel wilde doen oprichten. Daar lag nog altijd de berg van de Heere, waarop de Heere het reeds voor Abraham goedgemaakt, voorzien had, als met smart te wachten op de woning van de Heere, waaruit de wateren zouden stromen over het dostige, dorre land. Langzamerhand werd alles voor die woning voorbereid; reeds nu wordt ervoor gezorgd, dat de priesters, die met offers dienst konden doen en verdere dienst waarnemen, de Aäroniden, verspreid waren rondom de berghoogten van Juda, rondom het latere Jeruzalem, dat nu nog ten prooi is aan de Jebusieten.
Alzo gaven de kinderen van Israël aan de Levieten deze 13 + 10 + 13 + 12 = 48 steden en haar voorsteden, zoals de HEERE geboden had door de dienst van Mozes. Dit getal van de aan de Levieten toegedeelde steden zal ons niet te groot toeschijnen, wanneer wij opmerken, dat 1. de steden van Kanaän, gelet op hun aanzienlijk aantal in zo’n klein land, niet al te groot konden zijn; 2. de Levieten niet de enige bewoners van deze steden waren, maar dat zij in iedere stad de voor hun aantal benodigde huizen met daarbij behorende weidevelden in de omtrek van de stad, ontvingen; terwijl het overige ingenomen werd door de stam, waarin de stad gelegen was; 3. dat de 23.000 van het mannelijk geslacht, (welk getal de Levieten bereikten bij de tweede volkstelling Num.26: 62) over 35 steden verdeelt, voor iedere stad een bevolking opleverden van 657 mannelijke of omstreeks 1300 mannelijke en vrouwelijke Levieten. Hiertegen in heeft men zich gestoten aan de inruiming van 13 steden aan de priesters en in overweging nemende, dat de zonen van Aäron, Eleazar en Ithamar, onmogelijk nu reeds een nakomelingschap konden hebben, die 2, laat staan 13 steden vulde, de opgave verklaart, als haar oorsprong hebbende in een oorkonde van latere dagtekening. Maar hierdoor heeft men niet alleen van de verdelingscommissie de verregaande kortzichtigheid aangeleund, dat zij de woonplaatsen alleen zouden bepaald hebben volgens de toenmalige behoefte van de priesters, zonder enigermate hun toekomstige vermeerdering in het oog gehouden te hebben; maar ook heeft men de grootte van de steden te groot en het getal van de priesters voor te klein opgevat. Maar men beoogde niet het vullen van de steden met priesterfamilies; en de volle som van de toendertijd levende priester is wel nergens opgegeven, maar wanneer wij bedenken, dat Aäron bij de uittocht uit Egypte reeds 83 jaar oud was, zo kon nu 47 jaar later zijn nakomelingschap reeds in het vierde lid binnentreden en het aantal mannelijke personen reeds 1000 belopen, of minstens bestond het geslacht uit 200 families.
Zij toch (de nakomelingen van Aäron) waren het, die de Heere onverdeeld moesten toebehoren; zij moesten in Zijn dienst staan, Hem het offer brengen. En zoals het nu een eerste vereiste voor een priester was, ongeschonden en ongerept naar lichaam en ziel te zijn, zo kan het ons geen verwondering baren, wanneer de priesters een ruime en overvloedige maat wordt gegeven die hen in staat stelt zich uit te breiden en te vermenigvuldigen niet alleen, naar die hen ook van menige zorg ontlast en hen zich onbekommerd doet wijden aan de dienst van de Heere. Bij de tempeldienst kwamen allerminst neergedrukte gemoederen en uitgevaste gelaatstrekken te pas.
Verder gaven zij van de stam van de kinderen van Juda, en van de stam van de kinderen van Simeon, welke twee stammen geheel en al ineengevlochten waren, omdat Simeon geen op zichzelf staand gebied, maar slechts een aantal steden in het gebied van Juda had (19: 1-9) deze steden die men bij name noemde 1) een voor een:
Ook de Levieten werden dus door het gehele land verspreid. Wij weten, dat Jakob op zijn sterfbed zowel aan Simeon als aan Levi dat voorspeld had. Voor Levi was echter, zoals wij vroeger hebben gezien, de straf opgeheven, en hier wordt de vloek in een zegen en eer veranderd. Want voortaan treden zij door geheel het land op als dienaren van God, die overal hebben te zorgen voor de zuivere dienst van God en voor de waarneming daarvan. Omdat zij overal woonden, waren zij als zoveel huisbezorgers van God, die ervoor moesten zorgen, dat de wacht van Zijn huis werd waargenomen, zoals Hij dit had verordend.
En aan de kinderen van Gerson, eveneens van de gezinnen van de Levieten, werden gegeven van de andere halve stam van Manasse, aan de overzijde van de Jordaan, de vrijstad van de doodslager Golan (20: 8), in Bazan, en haar voorsteden, en Beësthera, hetzelfde als Astharoth (Deuteronomium 1: 4 Joz.13: 12,31), en haar voorsteden: twee steden. Beësthera is samentrekking van Beth-Esthera, d.i. huis van Astharte. In 1 Kronieken 6: 71 wordt die stad dan ook Astarôth genoemd. Wellicht is zij de residentie geweest van Og (Genesis14: 5).
En van hen werden van de stam van Issaschar, Kisjon, onbekend (19: 20), en haar voorsteden, en Dobrath, 1) aan de westzijde van de Thabor (19: 12), en haar voorsteden.
Volgens V.d.Velde nu Debouri, en door hem gehouden voor het dorp, waar de Heere Jezus bij het afkomen van de Tabor, de maanzieke jongeling genas (Mat.17: 14-21).
Al die steden van de Levieten in het algemeen, van de Aärons, van de overige kinderen van Kahath, de Gersonieten en de Merarieten, tezamen in het midden van de erfenis van de kinderen van Israël, waren 1) achtenveertig steden en haar voorsteden.
Het blijkt niet, dat Levi, de minste van alle stammen, een groter deel verkreeg dan alle anderen, ofschoon hier een groter stedental gevonden wordt. Want alle steden van de Levieten worden opgenoemd, terwijl zeer waarschijnlijk niet alle van de overige stammen zijn opgenoemd. Bovendien moet men in aanmerking nemen, dat de Levieten niet het omliggende land hadden.
Toch is het stellig, dat zij naar evenredigheid ook vooral niet minder hadden dan de andere stammen; maar zij waren ook, om de dienst van Jehovah te bewaren en het volk de wet te onderwijzen, opdat niet zou gezegd worden: “Mijn volk gaat verloren, omdat het geen kennis heeft”, en dan mocht hun immers wel van de kant van het volk een onbekommerd bestaan worden verzekerd, want “de arbeider is zijn loon waardig”.
Maar terwijl de Heere zorgde, dat de dienaars van de wet het hunne ontvingen, zorgde Hij tevens, dat zij het niet om niet van het volk kregen; Hij verstrooide hen onder het gehele volk en voorkwam daardoor die ziekelijker toestand, die ontstaat door opeenhoping van bestanddelen van enerlei gehalte en soort. Om hiervan bevrijd te blijven, moesten zij werken tot nut van anderen, en daardoor konden zij alleen de verslapping en de teruggang ontgaan, die een bijna onvermijdelijk gevolg is van alle uitsluiting en terugtrekking uit de wereld; bedienaars van het Evangelie vooral moeten niet lui zijn, noch alleen voor zichzelf leven, noch alleen voor elkaar. Het vermengen van de Levieten met de overige stammen zou hun de verplichting opleggen om behoedzaam te wandelen, zoals dit aan hun gewijde bediening voegde, en om ieder ding te vermijden, dat hen in diskrediet zou kunnen brengen.
Dit zij boven alles een les voor de Evangeliedienaar van de huidige tijd!.
II. Vs. 43-45.KruisverwijzingenGenesis 13:15→Genesis 28:4→Exodus 23:27→Jozua 11:23→Jozua 23:14→1 Koningen 8:56→Genesis 26:3→Exodus 3:8→
— Alzo gaf de HEERE aan Israel het ganse land, dat Hij gezworen had hun vaderen te geven, en zij beerfden het, en woonden daarin. En de HEERE gaf hun rust rondom, naar alles, wat Hij hun vaderen gezworen had; en er bestond niet een man van al hun vijanden voor hun aangezicht; al hun vijanden gaf de HEERE in hun hand. Er viel niet een woord van al de goede woorden, die de HEERE gesproken had tot het huis van Israel; het kwam altemaal.
Hiermee is niet alleen de verdeling van het land, die de inhoud uitmaakt van de tweede helft van dit boek, ten einde gebracht, maar bovendien is alles in vervulling gegaan, wat de Heere eens Zijn volk beloofd heeft betreffende Kanaän. Israël kan zich nu veilig verheugen in het rustig bezit van zijn erfdeel en heeft niets te vrezen van zijn vijanden, ofschoon die nog niet met wortel en tak uitgeroeid zijn, als het maar zijn God getrouw blijft, en volhardt in Zijn Verbond te staan.
Alzo, zoals vanaf 1 tot hiertoe beschreven is, gaf de HEERE aan Israël het gehele land, dat Hij meer dan 400 jaar geleden (Genesis12: 7; 22: 16vv.) gezworen had hun vaderen te geven, en zij beërfden het, en woonden daarin.
En de HEERE gaf hun, zolang zij Hem dienden, rust rondom, van al de vroegere bezitters, naar alles wat Hij ook hun vaderen gezworen had (Exod.33: 14 (Deuteronomium 3: 20; 12: 9). En er bestond niet één man van al hun vijanden voor hun aangezicht, 1) al hun vijanden gaf de HEERE in hun hand, zodat die, al waren zij niet verdelgd, volgens goddelijk bevel (Exod.23: 28 Deuteronomium 7: 22) geheel machteloos voor hun aangezicht waren.
Er waren nog wel Kanaänieten overgebleven, maar deze waren zo met vrees vervuld voor Israël, dat zij het niet durfden wagen, iets tegen het volk van God te doen. Zij zouden dan ook nimmer als vijanden tegen het nageslacht van Abraham zijn opgetreden indien Israël zich aan de Wet van God had gehouden en de bevelen van de Heere had gehoorzaamd. Als Israël echter later de Wet van God verlaat en het Verbond met God nalaat te houden, worden die zwakke en schier overwonnen vijanden weer zo machtig, dat zij tijdelijk de heerschappij voeren en het volk onderdrukken, totdat na boete en schuldbelijdenis de Heere weer een richter verwekt.
Er viel niet één woord bij de vervulling van al de goede woorden die de HEERE gesproken had tot het huis van Israël; integendeel: het kwam allemaal uit. Het is mooi, als de vervulling van Gods belofte wordt opgemerkt en God de eer wordt gegeven wegens Zijn waarheid en trouw. Zo wist Jezus aan het kruis, dat de Schrift vervuld was, en sprak toen: “het is volbracht!” Er ontbrak alzo niets aan al het goede, dat God door de profeten gesproken had van de werken en het lijden van de Messias; alles werd vervuld en gebeurde. Zo moet ieder, die wandelt in de voetstappen van het geloof van Abraham, er acht op geven, hoe de beloften van God van Zijn zorg en genade jegens de zondaren in het algemeen, en in het bijzonder jegens armen, verlatenen en treurigen, jegens weduwen en wezen, hier en ginds aan hen vervuld zijn. Zo’n opmerkzaamheid zet de Christen aan ‘s morgens Gods genade en ‘s avonds Gods waarheid te verkondigen, en-in plaats van in het klagen-zich in het danken te oefenen, dat in de Schrift een “kostelijk ding” genoemd wordt. Maar hoe zal het dan zijn in de zalige eeuwigheid, wanneer zij die voleind hebben tot het laatste met een ten volle verlicht oog terug- en neer kunnen zien op alles, wat vóór of na hun dood gebeurd is en nog gebeurt; wanneer zij op het duidelijkst zullen doorzien, dat alles juist gegaan is volgens de uitspraken van de Heilige Schrift; en dat de Schrift dagelijks, in kleine en grote dingen aan vromen en goddelozen evenzeer vervuld is! En dan, wanneer die verheerlijkten zullen zien, dat van al die goede woorden geen enkel onvervuld blijft, dat alles gebeurt, maar- ver boven het oordeel van zwakke stervelingen, -niet boven de getuigenis van de Schrift, dan zullen zij God prijzen en loven voor Zijn waarheid. Hier komt het uit, hoeveel er gelegen is aan het geloof. Wil iemand het goede genieten, dat God aan Zijn dienaren en kinderen belooft, zo moet hij geloof hechten aan de trouwe en ware woorden van God, zoals Israël in de woestijn moest geloven, voordat het nog in Kanaän gekomen was; maar dan zal het ook gaan volgens de regel van Christus: “u geschiedde naar uw geloot” Maar een mens, die door zijn ongeloof God tot een leugenaar maakt, geniet niets van al het goede, dat God beloofd heeft.
De gehele vervulling van al de beloften van God, omtrent de in bezitneming van Kanaän, stond in het nauwste verband met de gehoorzaamheid van Israël. Dat daarom niet alle steden hun eigendom werden, lag niet aan de trouw van God, maar aan hun eigen ongehoorzaamheid.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel