Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
DitH428 nu zijn de koningenH4428 des landsH776, die de kinderenH1121 IsraelsH3478 geslagenH5221 hebben, en hun landH776 erfelijkH3423 bezaten, aan geneH5676 zijde van de JordaanH3383, tegen den opgangH4217 der zonH8121; van de beekH5158 ArnonH769 af totH5704 den bergH2022 HermonH2768, en het ganseH3605 vlakke veldH6160 tegen het oostenH4217:
Dit nu zijn de koningen des lands, die de kinderen Israels geslagen hebben, en hun land erfelijk bezaten, aan gene zijde van de Jordaan, tegen den opgang der zon; van de beek Arnon af tot den berg Hermon, en het ganse vlakke veld tegen het oosten:
KJV
Now these are the kings2
of the land,3
which the children6
of Israel7
smote,5
and possessed8
their land10
on the other side11
Jordan12
toward the rising13
of the sun,14
from the river15
Arnon16
unto mount18
Hermon,19
and all the plain21
on the east:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
SihonH5511, de koningH4428 der AmorietenH567, die te HesbonH2809 woondeH3427; die van AroerH6177 af heersteH4910, welke aan den oeverH8193 der beekH5158 ArnonH769 is, en overH5921 het middenH8432 der beekH5158 en de helftH2677 van GileadH1568, en totH5704 aan de beekH5158 JabbokH2999, de landpaleH1366 der kinderenH1121 AmmonsH5983;
Sihon, de koning der Amorieten, die te Hesbon woonde; die van Aroer af heerste, welke aan den oever der beek Arnon is, en over het midden der beek en de helft van Gilead, en tot aan de beek Jabbok, de landpale der kinderen Ammons;
KJV
Sihon1
king2
of the Amorites,3
who dwelt4
in Heshbon,5
and ruled6
from Aroer,7
which is upon the bank10
of the river11
Arnon,12
and from the middle13
of the river,14
and from half15
Gilead,16
even unto the river19
Jabbok,18
which is the border20
of the children21
of Ammon;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
En over het vlakke veldH6160 tot aan de zeeH3220 van CinnerothH3672 tegen het oostenH4217, en totH5704 aan de zeeH3220 des vlakken veldsH6160, de ZoutzeeH4417, tegen het oostenH4217, op den wegH1870 naar Beth-JesimothH1020; en van het zuidenH8486 benedenH8478 Asdoth-PisgaH798.
En over het vlakke veld tot aan de zee van Cinneroth tegen het oosten, en tot aan de zee des vlakken velds, de Zoutzee, tegen het oosten, op den weg naar Beth-Jesimoth; en van het zuiden beneden Asdoth-Pisga.
KJV
And from the plain1
to the sea3
of Chinneroth4
on the east,5
and unto the sea7
of the plain,8
even the salt10
sea9
on the east,11
the way12
to Bethjeshimoth;13
and from the south,15
under Ashdothpisgah:
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Daartoe de landpaleH1366 van OgH5747, den koningH4428 van BazanH1316, die van het overblijfselH3499 der reuzenH7497 was, wonendeH3427 te AstharothH6252 en te EdreiH154.
Daartoe de landpale van Og, den koning van Bazan, die van het overblijfsel der reuzen was, wonende te Astharoth en te Edrei.
KJV
And the coast1
of Og2
king3
of Bashan,4
which was of the remnant5
of the giants,6
that dwelt7
at Ashtaroth8
and at Edrei,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
En heersteH4910 over den bergH2022 HermonH2768, en over SalchaH5548, en over geheelH3605 BazanH1316, tot aanH5704 de landpaleH1366 der GezurietenH1651, en der MaachathietenH4602; en de helftH2677 van GileadH1568, de landpaleH1366 van SihonH5511, den koningH4428 van HesbonH2809.
En heerste over den berg Hermon, en over Salcha, en over geheel Bazan, tot aan de landpale der Gezurieten, en der Maachathieten; en de helft van Gilead, de landpale van Sihon, den koning van Hesbon.
KJV
And reigned1
in mount2
Hermon,3
and in Salcah,4
and in all Bashan,6
unto the border8
of the Geshurites9
and the Maachathites,10
and half11
Gilead,12
the border13
of Sihon14
king15
of Heshbon.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
MozesH4872, de knechtH5650 des HEERENH3068, en de kinderenH1121 IsraelsH3478 sloegenH5221 hen, en MozesH4872, de knechtH5650 des HEERENH3068, gafH5414 aan de RubenietenH7206 en aan de GadietenH1425, en aan den halvenH2677 stamH7626 van ManasseH4519, dat land tot een erfelijke bezittingH3425.
Mozes, de knecht des HEEREN, en de kinderen Israels sloegen hen, en Mozes, de knecht des HEEREN, gaf aan de Rubenieten en aan de Gadieten, en aan den halven stam van Manasse, dat land tot een erfelijke bezitting.
KJV
Them did Moses1
the servant2
of the LORD3
and the children4
of Israel5
smite:6
and Moses8
the servant9
of the LORD10
gave7
it for a possession11
unto the Reubenites,12
and the Gadites,13
and the half14
tribe15
of Manasseh.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
DitH428 nu zijn de koningenH4428 des landsH776, die JozuaH3091 sloegH5221, en de kinderenH1121 IsraelsH3478, aan deze zijde van de JordaanH3383 tegen het westenH3220, van Baal-GadH1171 aan, in het dalH1237 van den LibanonH3844, en tot aanH5704 den kalenH2510 bergH2022, die naar SeirH8165 opgaatH5927; en JozuaH3091 gafH5414 het aan de stammenH7626 IsraelsH3478 tot een erfelijke bezittingH3425, naar hun afdelingenH4256.
Dit nu zijn de koningen des lands, die Jozua sloeg, en de kinderen Israels, aan deze zijde van de Jordaan tegen het westen, van Baal-Gad aan, in het dal van den Libanon, en tot aan den kalen berg, die naar Seir opgaat; en Jozua gaf het aan de stammen Israels tot een erfelijke bezitting, naar hun afdelingen.
KJV
And these are the kings2
of the country3
which Joshua6
and the children7
of Israel8
smote5
on this side9
Jordan10
on the west,11
from Baalgad12
in the valley14
of Lebanon15
even unto the mount17
Halak,18
that goeth up19
to Seir;20
which Joshua22
gave21
unto the tribes23
of Israel24
for a possession25
according to their divisions;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Wat op het gebergteH2022, en in de laagteH8219, en in het vlakke veldH6160, en in de aflopingenH794 der wateren, en in de woestijnH4057, en tegen het zuidenH5045 was: de HethietenH2850, de AmorietenH567, en KanaanietenH3669, de FerezietenH6522, de HevietenH2340, en de JebusietenH2983.
Wat op het gebergte, en in de laagte, en in het vlakke veld, en in de aflopingen der wateren, en in de woestijn, en tegen het zuiden was: de Hethieten, de Amorieten, en Kanaanieten, de Ferezieten, de Hevieten, en de Jebusieten.
KJV
In the mountains,1
and in the valleys,2
and in the plains,3
and in the springs,4
and in the wilderness,5
and in the south country;6
the Hittites,7
the Amorites,8
and the Canaanites,9
the Perizzites,10
the Hivites,11
and the Jebusites:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
De koningH4428 van JerichoH3405, eenH259; de koningH4428 van AiH5857, dieH834 ter zijde van Beth-ElH1008 is, eenH259;
De koning van Jericho, een; de koning van Ai, die ter zijde van Beth-El is, een;
KJV
The king1
of Jericho,2
one;3
the king4
of Ai,5
which is beside7
Bethel,8
one;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
De koningH4428 van JeruzalemH3389, eenH259; de koningH4428 van HebronH2275, eenH259;
De koning van Jeruzalem, een; de koning van Hebron, een;
KJV
The king1
of Jerusalem,2
one;3
the king4
of Hebron,5
one;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
De koningH4428 van JarmuthH3412, eenH259; de koningH4428 van LachisH3923, eenH259;
De koning van Jarmuth, een; de koning van Lachis, een;
KJV
The king1
of Jarmuth,2
one;3
the king4
of Lachish,5
one;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
De koningH4428 van EglonH5700, eenH259; de koningH4428 GezerH1507, eenH259;
De koning van Eglon, een; de koning Gezer, een;
KJV
The king1
of Eglon,2
one;3
the king4
of Gezer,5
one;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
De koningH4428 van DebirH1688, eenH259; de koningH4428 van GederH1445, eenH259;
De koning van Debir, een; de koning van Geder, een;
KJV
The king1
of Debir,2
one;3
the king4
of Geder,5
one;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
De koningH4428 van HormaH2767, eenH259; de koningH4428 van HaradH6166, eenH259;
De koning van Horma, een; de koning van Harad, een;
KJV
The king1
of Hormah,2
one;3
the king4
of Arad,5
one;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
De koningH4428 van LibnaH3841, eenH259; de koningH4428 van AdullamH5725, eenH259;
De koning van Libna, een; de koning van Adullam, een;
KJV
The king1
of Libnah,2
one;3
the king4
of Adullam,5
one;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
De koningH4428 van MakkedaH4719, eenH259; de koningH4428 van Beth-ElH1008, eenH259;
De koning van Makkeda, een; de koning van Beth-El, een;
KJV
The king1
of Makkedah,2
one;3
the king4
of Bethel,5
one;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
De koningH4428 van TappuahH8599, eenH259; de koningH4428 van HeferH2660, eenH259;
De koning van Tappuah, een; de koning van Hefer, een;
KJV
The king1
of Tappuah,2
one;3
the king4
of Hepher,5
one;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
De koningH4428 van AfekH663, eenH259; de koningH4428 van LassaronH8289, eenH259;
De koning van Afek, een; de koning van Lassaron, een;
KJV
The king1
of Aphek,2
one;3
the king4
of Lasharon,5
one;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
De koningH4428 van MadonH4068, eenH259; de koningH4428 van HazorH2674, eenH259;
De koning van Madon, een; de koning van Hazor, een;
KJV
The king1
of Madon,2
one;3
the king4
of Hazor,5
one;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
De koningH4428 van Simron-MeronH8112, eenH259; de koningH4428 van AchsafH407, eenH259;
De koning van Simron-Meron, een; de koning van Achsaf, een;
KJV
The king1
of Shimronmeron,2
one;4
the king5
of Achshaph,6
one;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
De koningH4428 van TaanachH8590, eenH259; de koningH4428 van MegiddoH4023, eenH259;
De koning van Taanach, een; de koning van Megiddo, een;
KJV
The king1
of Taanach,2
one;3
the king4
of Megiddo,5
one;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
De koningH4428 van KedesH6943, eenH259; de koningH4428 van JokneamH3362, aan den KarmelH3760, eenH259;
De koning van Kedes, een; de koning van Jokneam, aan den Karmel, een;
KJV
The king1
of Kedesh,2
one;3
the king4
of Jokneam5
of Carmel,6
one;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
De koningH4428 van DorH1756, tot Nafath-DorH5299, eenH259; de koningH4428 der heidenenH1471 te GilgalH1537, eenH259;
De koning van Dor, tot Nafath-Dor, een; de koning der heidenen te Gilgal, een;
KJV
The king1
of Dor2
in the coast3
of Dor,4
one;5
the king6
of the nations7
of Gilgal,8
one;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
De koningH4428 van ThirzaH8656, eenH259. AlH3605 deze koningenH4428 zijn eenH259 en dertigH7970.
De koning van Thirza, een. Al deze koningen zijn een en dertig.
KJV
The king1
of Tirzah,2
one:3
all the kings5
thirty6
and one.
oever der beek
Hebreeuws, lip.
Hertaald:
oever der beek
Hebreeuws: lip.
Cinnerôth
Zie Joz. 11:3; Deut. 3:17.
Hertaald:
Cinnerôth
Zie Joz. 11:3; Deut. 3:17.
de zee des vlakken velds,
Aldus wordt genoemd de Dode zee, dat is, de Zoutzee en de poel van Sodom, en de poel Asphaltites
Hertaald:
de zee des vlakken velds,
Zo wordt de Dode Zee genoemd, dat is: de Zoutzee en de poel van Sodom, en de poel Asphaltites.
Beth-jesimôth;
Dat is, gelegen in de landpalen der Moabieten, Ezech. 25:9.
Hertaald:
Beth-jesimôth;
Dat is: gelegen in het grondgebied van de Moabieten, Ezech. 25:9.
Asdoth-pisga
Dat is, afloop des heuvels; het is een deel van den berg Abarim.
Hertaald:
Asdoth-pisga
Dat is: helling van de heuvel; het is een deel van de berg Abarim.
reuzen was,
Hebreeuws, Refaïm.
Hertaald:
reuzen was,
Hebreeuws: Refaïm.
der Gezurieten,
Deze woonden in het land Basan aan de uiterste palen van dat land, hetwelk 2 Sam. 15:8, door Absalon genoemd wordt Gesur in Syrië, omdat het omtrent de stad en het land van Damaskus lag. Gesur was een koninklijke stad. De dochter van Thalmai, den koning te Gesur, was Davids huisvrouw en de moeder van Absalom, 2 Sam. 3:3, tot welken ook Absalom gevlucht is, toen hij zijn broeder Amnon had omgebracht, 2 Sam. 13:37. Het land der Gesurieten is wel den halven stam van Manasse ten deel gevallen, maar zij hebben de inwoners daarvan niet verdreven, Joz. 13:13.
Hertaald:
der Gezurieten,
Dezen woonden in het land Basan aan de uiterste grens van dat land, dat in 2 Sam. 15:8 door Absalom Gesur in Syrië genoemd wordt, omdat het bij de stad en het land Damaskus lag. Gesur was een koninklijke stad. De dochter van Thalmai, de koning van Gesur, was de vrouw van David en de moeder van Absalom, 2 Sam. 3:3, naar wie ook Absalom gevlucht is toen hij zijn broer Amnon had omgebracht, 2 Sam. 13:37. Het land van de Gesurieten is wel aan de halve stam van Manasse ten deel gevallen, maar zij hebben de inwoners ervan niet verdreven, Joz. 13:13.
aan den kalen berg,
Zie boven, Joz. 11:17.
Hertaald:
aan den kalen berg,
Zie hierboven, Joz. 11:17.
naar hun afdelingen
Dat is, een iegelijk zijn deel.
Hertaald:
naar hun afdelingen
Dat is: ieder zijn deel.
Horma,
Zie de aantekeningen Richt. 1:17.
Hertaald:
Horma,
Zie de aantekeningen bij Richt. 1:17.
Adullam,
Dit was een stad in het land Juda, van welke ook gesproken wordt 1 Kron. 11:15, bij dezelve was een spelonk, waarin zich David heeft opgehouden, vluchtende voor Saul, 1 Sam. 22:1, en daar heeft hij den 57en psalm gemaakt.
Hertaald:
Adullam,
Dit was een stad in het land Juda, waarover ook gesproken wordt in 1 Kron. 11:15; daarbij was een spelonk waarin David zich heeft opgehouden toen hij voor Saul vluchtte, 1 Sam. 22:1, en waar hij Psalm 57 gemaakt heeft.
tot Nafath-dor,
Zie Joz. 11:2.
Hertaald:
tot Nafath-dor,
Zie Joz. 11:2.
de koning der heidenen te Gilgal,
Of, de koning van Gojim.
Hertaald:
de koning der heidenen te Gilgal,
Of: de koning van Gojim. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas De koning van Eglon, de vijfde van de verbonden koningen die tegen Gibeon optrokken en met Adoni-Zedek verslagen en gedood werden (Joz. 10:3, 16-27). Hij is een andere persoon dan de gelijknamige stad Debir, die later door Othniël veroverd werd (Joz. 15:15-17). Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas Ligging: Aan de zuidrand van de vlakte van Jizreël, bij een strategische bergpas op de belangrijkste noord-zuidroute door Kanaän — een van de meest bevochten plaatsen uit de hele oudheid. Geschiedenis: Genoemd als een van de eenendertig koningen die Jozua versloeg (Joz. 12:21), al bleef de stad zelf, net als Gezer, aanvankelijk in Kanaänitische handen en werd zij pas onder Salomo werkelijk Israëlitisch, die er een van zijn belangrijke wagensteden van maakte (1 Kon. 4:12; 9:15; 10:26). Later het toneel van koning Josia's dood in de strijd tegen farao Necho (2 Kon. 23:29-30; 2 Kron. 35:20-24), en van eerdere overwinningen van Debora en Barak in de omgeving (Richt. 5:19). Bijbelse betekenis: Vanwege haar lange geschiedenis als slagveld wordt de naam "Har-Magedon" ("berg van Megiddo") in Openb. 16:16 gebruikt als aanduiding van de laatste, beslissende strijd tussen goed en kwaad aan het einde der tijden — een beeld ontleend aan Megiddo's rol als hét symbool van menselijke veldslagen door heel de bijbelse geschiedenis heen. Archeologie: Tell Megiddo is een van de belangrijkste opgravingen van het Nabije Oosten, met bewoningslagen uit meer dan twintig verschillende perioden, waaronder indrukwekkende stallen/paardenstallen en watersystemen uit de Israëlitische koningstijd, doorgaans toegeschreven aan Salomo en/of Achab. Joz. 12:21; 17:11; Richt. 1:27; 5:19; 1 Kon. 4:12; 9:15; 10:26; 2 Kon. 23:29-30; 2 Kron. 35:20-24; Zach. 12:11; Openb. 16:16 Ligging: In de nabijheid van Megiddo, aan de zuidrand van de vlakte van Jizreël. Geschiedenis: Genoemd als een van de eenendertig verslagen koningen (Joz. 12:21), maar net als Megiddo aanvankelijk niet daadwerkelijk door Israël in bezit genomen (Richt. 1:27). Later, in het overwinningslied van Debora, samen met Megiddo genoemd als de plaats "bij de wateren van Megiddo" waar de koningen van Kanaän door Sisera's leger versloegen werden (Richt. 5:19). Bijbelse betekenis: Steevast in één adem met Megiddo genoemd — de twee steden vormen samen het vaste beeld van de vlakte van Jizreël als strijdtoneel van Israëls geschiedenis, van Jozua tot aan de richtertijd. Joz. 12:21; 17:11; Richt. 1:27; 5:19; 1 Kon. 4:12 Ligging: In het bergland van Naftali, ten noordwesten van het meer van Galilea/de wateren van Merom. Geschiedenis: Genoemd als een van de eenendertig verslagen koningen (Joz. 12:22). Later een van de zes vrijsteden (de eerste die na de intocht met naam bekend werd toegewezen, ter aanvulling van het al bestaande drietal Bezer/Ramoth/Golan uit Deut. 4) en een Levietenstad in het gebied van Naftali (Joz. 20:7; 21:32). Ook de geboorteplaats van de richter Barak (Richt. 4:6). Bijbelse betekenis: Sluit, samen met de drie vrijsteden ten oosten van de Jordaan, het stelsel van zes vrijsteden af waarmee de HEERE door het hele land heen bescherming bood aan wie onopzettelijk doodslag had begaan — een stelsel van barmhartigheid dat letterlijk tot in alle uithoeken van het land reikte. Joz. 12:22; 19:37; 20:7; 21:32; Richt. 4:6, 9-10 Ligging: Aan de Middellandse-Zeekust, ten zuiden van de berg Karmel — "de hoogten van Dor". Geschiedenis: Genoemd als een van de eenendertig verslagen koningen (Joz. 12:23), maar, net als Megiddo en Taanach, aanvankelijk niet blijvend door Israël in bezit genomen (Richt. 1:27). Later een van Salomo's bestuursdistricten, onder het gezag van zijn schoonzoon (1 Kon. 4:11). Bijbelse betekenis: Nog een voorbeeld van een stad die wél veroverd, maar niet blijvend ingenomen werd — onderdeel van het terugkerende patroon in Jozua en Richteren dat de verovering van Kanaän, ondanks Gods trouw, door Israëls onvolledige gehoorzaamheid nooit helemaal voltooid werd. Joz. 12:23; 17:11; Richt. 1:27; 1 Kon. 4:11 Ligging: In het bergland van Efraïm/Manasse, ten noordoosten van Sichem; de precieze locatie wordt meestal bij Tell el-Farah (Noord) gezocht. Geschiedenis: Genoemd als een van de eenendertig verslagen koningen (Joz. 12:24) — al eerder, in Num. 26:33 en 27:1, ook de naam van een van Zelafeads dochters, die naar deze plaats vernoemd kan zijn of omgekeerd. Eeuwen later, na de scheuring van het rijk, de eerste hoofdstad van het tienstammenrijk, totdat koning Omri de nieuwe hoofdstad Samaria bouwde (1 Kon. 14:17; 15:21, 33; 16:6-24). Bijbelse betekenis: De naam zelf, "lieflijkheid", wordt door Salomo in het Hooglied gebruikt als vergelijking voor de schoonheid van zijn bruid (Hoogl. 6:4) — een aardig contrast met de latere geschiedenis van Tirza als zetel van een reeks goddeloze koningen van het afvallige tienstammenrijk. Num. 26:33; 27:1; Joz. 12:24; 1 Kon. 14:17; 15:21, 33; 16:6-24; Hoogl. 6:4 Ligging: Verscheidene plaatsen in Kanaän droegen deze naam; de hier bedoelde stad lag vermoedelijk in de vlakte van Saron, aan de kustweg. Geschiedenis: Genoemd als een van de eenendertig verslagen koningen (Joz. 12:18). Later, onder dezelfde of een gelijknamige plaats, herhaaldelijk het toneel van latere veldslagen: hier versloegen de Filistijnen Israël en namen zij de ark buit (1 Sam. 4:1-11); hier versloeg koning Achab tweemaal de Syriërs onder Benhadad (1 Kon. 20:26-30); en hier voorzegde Elisa aan koning Joas van Israël drie overwinningen op Syrië (2 Kon. 13:14-19). Bijbelse betekenis: Een plaatsnaam die door de eeuwen heen als terugkerend strijdtoneel dient — een stille herinnering dat de strijd om het land, ook na Jozua's overwinningen, in latere generaties telkens weer moest worden volstreden. Archeologie: Tel Afek (ook wel Ras el-Ain, later Antipatris) is uitvoerig opgegraven door de Universiteit van Tel Aviv, met bewoningssporen uit meer dan zesduizend jaar. Bijzonder is een Egyptisch "gouverneurshuis" uit de late bronstijd, met spijkerschriftteksten en zegels, wat de strategische ligging van Afek aan de internationale karavaanroute tussen Egypte en Mesopotamië bevestigt — precies de reden waarom dit steeds opnieuw een strijdtoneel tussen Israël en zijn vijanden was. Joz. 12:18; 1 Sam. 4:1; 29:1; 1 Kon. 20:26-30; 2 Kon. 13:14-19 Ligging: In het Zuiderland (Negeb), niet ver van Horma; zie ook het artikel bij Numeri 14 (Horma). Geschiedenis: De koning van Arad, een Kanaäniet, had Israël nog vóór de intocht bestreden en aanvankelijk overwonnen bij Horma, waarna Israël door een gelofte deze plaatsen alsnog overwinnend innam en met de ban sloeg (Num. 21:1-3, reeds vermeld bij het artikel Horma). Hier, in de samenvattende koningslijst, wordt de koning van Arad uitdrukkelijk onder de door Jozua verslagen koningen meegeteld (Joz. 12:14). Bijbelse betekenis: Sluit de cirkel van de geschiedenis die bij Horma begon: dezelfde vijand die Israël bij zijn eerste, eigenmachtige poging het land in te nemen nog kon verslaan, wordt uiteindelijk, wanneer de HEERE Zelf de tijd bepaalt, alsnog definitief overwonnen. Num. 21:1-3; 33:40; Joz. 12:14; Richt. 1:16 Ligging: Verspreid over heel Kanaän; geen van deze plaatsen is met zekerheid te identificeren of heeft een verdere geschiedenis in de Schrift. Geschiedenis: Naast de hierboven behandelde plaatsen noemt Joz. 12 nog de koningen van Geder (12:13), Hefer en Tappuah (12:17), Lasaron (12:18, mogelijk hetzelfde gebied als de latere "Saron"), Jokneam bij de Karmel (12:22) en Gojim in Gilgal (12:23, een andere, in Kanaän gelegen plaats dan het gelijknamige Gojim uit de dagen van Abraham, Gen. 14:1) — dertien in totaal van de eenendertig koningen uit dit hoofdstuk zijn hiermee, samen met de zeven hierboven apart behandelde plaatsen, nu allemaal in dit register opgenomen. Bijbelse betekenis: Ook al is van deze plaatsen verder niets bekend, toch onderstreept de precisie van deze lijst — eenendertig koningen, stuk voor stuk met naam genoemd — hoe volledig en concreet de HEERE Zijn beloften aan Israël inloste: geen vage overwinning in algemene termen, maar stad na stad, koning na koning, tot in de laatste bijzonderheden vastgelegd. Joz. 12:13, 17-18, 22-23 © Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Jozua 12
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Namen
Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Bijbelse Plaatsen
Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden


Jozua 12
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-6.KruisverwijzingenDeuteronomium 3:17→Jozua 13:20→Jozua 11:2→Deuteronomium 1:4→Deuteronomium 3:14→Deuteronomium 3:8→Jozua 13:11→1 Samuël 27:8→
— Dit nu zijn de koningen des lands, die de kinderen Israels geslagen hebben, en hun land erfelijk bezaten, aan gene zijde van de Jordaan, tegen den opgang der zon; van de beek Arnon af tot den berg Hermon, en het ganse vlakke veld tegen het oosten: Sihon, de koning der Amorieten, die te Hesbon woonde; die van Aroer af heerste, welke aan den oever der beek Arnon is, en over het midden der beek en de helft van Gilead, en tot aan de beek Jabbok, de landpale der kinderen Ammons; En over het vlakke veld tot aan de zee van Cinneroth tegen het oosten, en tot aan de zee des vlakken velds, de Zoutzee, tegen het oosten, op den weg naar Beth-Jesimoth; en van het zuiden beneden Asdoth-Pisga. Daartoe de landpale van Og, den koning van Bazan, die van het overblijfsel der reuzen was, wonende te Astharoth en te Edrei. En heerste over den berg Hermon, en over Salcha, en over geheel Bazan, tot aan de landpale der Gezurieten, en der Maachathieten; en de helft van Gilead, de landpale van Sihon, den koning van Hesbon. Mozes, de knecht des HEEREN, en de kinderen Israels sloegen hen, en Mozes, de knecht des HEEREN, gaf aan de Rubenieten en aan de Gadieten, en aan den halven stam van Manasse, dat land tot een erfelijke bezitting.
Om de geschiedenis van de veroveringen, die de Israëlieten gedaan hebben, te voltooien, sluit zich bij de terugblik in het vorige hoofdstuk, vs.16-23, een overzicht aan, dat alle overwinningen, die Israël met de allesvermogende hulp van zijn God heeft behaald, tot een geheel verenigt. Eerst wordt de verovering van de beide Amoritische rijken aan de overzijde van de Jordaan, waarmee Mozes naar het woord van de Heere (Deuteronomium 2: 34vv.) de inbezitneming begon, nog eens kort voorgesteld.
Dit nu zijn de koningen van het land die de kinderen van Israël nog voor hun overtocht over de Jordaan (3-4) geslagen hebben, en hun land erfelijk bezaten, aan de overzijde van de Jordaan, tegen de opgang van de zon; namelijk van de beek Arnon, de grenslinie van de Moabieten (Nu 21: 11″ en “Nu 21: 15) in het zuiden, af tot de berg Hermon in het noorden (De 3: 9), en het gehele vlakke veld tegen het oosten, het Jordaandal aan de oostzijde van de rivier:
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel