Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Joël 3

1 Want ziet, in die dagen en te dier tijd, als Ik de gevangenis van Juda en Jeruzalem zal wenden;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Want zietH2009, in die dagenH3117 en te dier tijdH6256, als Ik de gevangenisH7622 van JudaH3063 en JeruzalemH3389 zal wendenH7725; Want ziet, in die dagen en te dier tijd, als Ik de gevangenis van Juda en Jeruzalem zal wenden;

KJV For, behold, in those days,3 and in that time,5 when I shall bring again8 the captivity10 of Judah11 and Jerusalem,

1 כִּ֗י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 הִנֵּ֛ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 3 בַּיָּמִ֥ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 4 הָהֵ֖מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 5 וּבָעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 6 הַהִ֑יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 7 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 אָשִׁ֛יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 שְׁב֥וּת H7622 gevangenis, gevangenen, gevangenissen captive(-ity) 11 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 12 וִירוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Dan zal Ik alle heidenen vergaderen, en zal hen afvoeren in het dal van Josafat; en Ik zal met hen aldaar richten, vanwege Mijn volk en Mijn erfdeel Israel, dat zij onder de heidenen hebben verstrooid, en Mijn land gedeeld;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Dan zal Ik alleH3605 heidenenH1471 vergaderenH6908, en zal hen afvoerenH3381 in het dalH6010 van JosafatH3092; en Ik zal metH5973 hen aldaarH8033 richtenH8199, vanwegeH5921 Mijn volkH5971 en Mijn erfdeelH5159 IsraelH3478, datH834 zij onder de heidenenH1471 hebben verstrooidH6340, en Mijn landH776 gedeeldH2505; Dan zal Ik alle heidenen vergaderen, en zal hen afvoeren in het dal van Josafat; en Ik zal met hen aldaar richten, vanwege Mijn volk en Mijn erfdeel Israel, dat zij onder de heidenen hebben verstrooid, en Mijn land gedeeld;

KJV I will also gather1 all nations,4 and will bring them down5 into the valley7 of Jehoshaphat,8 and will plead9 with them there for my people13 and for my heritage14 Israel,15 whom they have scattered17 among the nations,18 and parted21 my land.

1 וְקִבַּצְתִּי֙ H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 הַגּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 5 וְה֣וֹרַדְתִּ֔ים H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 עֵ֖מֶק H6010 dal, dals, dalen dale, vale, valley (often used as a part of proper names). See also H1025 (בֵּית הָעֵמֶק) 8 יְהֽוֹשָׁפָ֑ט H3092 Josafat, Josafath, Josafats Jehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט) 9 וְנִשְׁפַּטְתִּ֨י H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 10 עִמָּ֜ם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 11 שָׁ֗ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 עַמִּ֨י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 14 וְנַחֲלָתִ֤י H5159 erfenis, erfdeel, erve heritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל) 15 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 16 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 פִּזְּר֣וּ H6340 verstrooid, strooit, uitstrooit disperse, scatter (abroad) 18 בַגּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 19 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 אַרְצִ֖י H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 21 חִלֵּֽקוּ H2505 delen, uitgedeeld, verdeeld deal, distribute, divide, flatter, give, (have, im-) part(-ner), take away a portion, receive, separate self, (be) smooth(-er)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En hebben het lot over Mijn volk geworpen en een knechtje gegeven om een hoer, en een meisje verkocht om wijn, dat zij mochten drinken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En hebben het lotH1486 over Mijn volkH5971 geworpenH3032 en een knechtjeH3206 gegevenH5414 om een hoerH2181, en een meisjeH3207 verkochtH4376 om wijnH3196, dat zij mochten drinkenH8354. En hebben het lot over Mijn volk geworpen en een knechtje gegeven om een hoer, en een meisje verkocht om wijn, dat zij mochten drinken.

KJV And they have cast3 lots4 for my people;2 and have given5 a boy6 for an harlot,7 and sold9 a girl8 for wine,10 that they might drink.

1 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 2 עַמִּ֖י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 יַדּ֣וּ H3032 geworpen, wierpen cast 4 גוֹרָ֑ל H1486 lot, loten, lots lot 5 וַיִּתְּנ֤וּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 הַיֶּ֨לֶד֙ H3206 kinderen, kind, jongelingen boy, child, fruit, son, young man (one) 7 בַּזּוֹנָ֔ה H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 8 וְהַיַּלְדָּ֛ה H3207 dochter, meisje, meisjes damsel, girl 9 מָכְר֥וּ H4376 verkocht, verkopen, verkochten [idiom] at all, sell (away, -er, self) 10 בַיַּ֖יִן H3196 wijn, wijns, Wijn banqueting, wine, wine(-bibber) 11 וַיִּשְׁתּֽוּ H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En ook, wat hebt gij met Mij te doen, gij Tyrus en Sidon, en alle grenzen van Palestina! Zoudt gij Mij een vergelding wedergeven? Maar zo gij Mij wilt vergelden, lichtelijk, haastelijk, zal Ik uw vergelding op uw hoofd wederbrengen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En ookH1571, watH4100 hebt gij met Mij te doen, gijH859 TyrusH6865 en SidonH6721, en alleH3605 grenzenH1552 van PalestinaH6429! Zoudt gij Mij een vergeldingH1576 wedergevenH7999? Maar zoH518 gijH859 Mij wilt vergeldenH1580, lichtelijkH7031, haastelijkH4120, zal Ik uw vergeldingH1576 opH5921 uw hoofdH7218 wederbrengenH7725. En ook, wat hebt gij met Mij te doen, gij Tyrus en Sidon, en alle grenzen van Palestina! Zoudt gij Mij een vergelding wedergeven? Maar zo gij Mij wilt vergelden, lichtelijk, haastelijk, zal Ik uw vergelding op uw hoofd wederbrengen.

KJV Yea, and what have ye to do with me, O Tyre,5 and Zidon,6 and all the coasts8 of Palestine?9 will ye render12 me a recompence?10 and if ye recompense15 me, swiftly18 and speedily19 will I return20 your recompence21 upon your own head;

1 וְ֠גַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 מָה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 3 אַתֶּ֥ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 4 לִי֙ 5 צֹ֣ר H6865 Tyrus, Tyrier Tyre, Tyrus 6 וְצִיד֔וֹן H6721 Sidon Sidon, Zidon 7 וְכֹ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 גְּלִיל֣וֹת H1552 grenzen, Galilea border, coast, country 9 פְּלָ֑שֶׁת H6429 Palestina, Filistijn Palestina, Palestine, Philistia, Philistines 10 הַגְּמ֗וּל H1576 vergelding, verdienste, weldaad [phrase] as hast served, benefit, desert, deserving, that which he hath given, recompense, reward 11 אַתֶּם֙ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 12 מְשַׁלְּמִ֣ים H7999 vergelden, wedergeven, betalen make amends, (make an) end, finish, full, give again, make good, (re-) pay (again), (make) (to) (be at) peace(-able), that is perfect, perform, (make) prosper(-ous), recompense, render, requite, make restitution, restore, reward, [idiom] surely 13 עָלָ֔י H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 וְאִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 15 גֹּמְלִ֤ים H1580 gespeend, vergelden, vergolden bestow on, deal bountifully, do (good), recompense, requite, reward, ripen, [phrase] serve, mean, yield 16 אַתֶּם֙ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 17 עָלַ֔י H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 קַ֣ל H7031 snelle, licht, lichtelijk light, swift(-ly) 19 מְהֵרָ֔ה H4120 haastelijk, haast, Haast hastily, quickly, shortly, soon, make (with) speed(-ily), swiftly 20 אָשִׁ֥יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 21 גְּמֻלְכֶ֖ם H1576 vergelding, verdienste, weldaad [phrase] as hast served, benefit, desert, deserving, that which he hath given, recompense, reward 22 בְּרֹאשְׁכֶֽם H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Omdat gij Mijn zilver en Mijn goud hebt weggenomen, en hebt Mijn beste kleinodien in uw tempels gebracht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Omdat gij Mijn zilverH3701 en Mijn goudH2091 hebt weggenomenH3947, en hebt Mijn besteH2896 kleinodienH4261 in uw tempelsH1964 gebrachtH935. Omdat gij Mijn zilver en Mijn goud hebt weggenomen, en hebt Mijn beste kleinodien in uw tempels gebracht.

KJV Because ye have taken4 my silver2 and my gold,3 and have carried7 into your temples8 my goodly6 pleasant things:

1 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 2 כַּסְפִּ֥י H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 3 וּזְהָבִ֖י H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 4 לְקַחְתֶּ֑ם H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 5 וּמַֽחֲמַדַּי֙ H4261 gewenste, begeerlijke, begeerte beloved, desire, goodly, lovely, pleasant (thing) 6 הַטֹּבִ֔ים H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 7 הֲבֵאתֶ֖ם H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 לְהֵיכְלֵיכֶֽם H1964 tempel, tempels, paleis palace, temple
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En gij hebt de kinderen van Juda en de kinderen van Jeruzalem verkocht aan de kinderen der Grieken, opdat gij hen verre van hun landpale, mocht brengen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En gij hebt de kinderenH1121 van JudaH3063 en de kinderenH1121 van JeruzalemH3389 verkochtH4376 aanH5921 de kinderenH1121 der GriekenH3125, opdatH4616 gij hen verreH7368 van hun landpaleH1366, mocht brengenH7368. En gij hebt de kinderen van Juda en de kinderen van Jeruzalem verkocht aan de kinderen der Grieken, opdat gij hen verre van hun landpale, mocht brengen.

KJV The children1 also of Judah2 and the children3 of Jerusalem4 have ye sold5 unto the Grecians,7 that ye might remove them far9 from their border.

1 וּבְנֵ֤י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 יְהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 3 וּבְנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 יְרוּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 5 מְכַרְתֶּ֖ם H4376 verkocht, verkopen, verkochten [idiom] at all, sell (away, -er, self) 6 לִבְנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 הַיְּוָנִ֑ים H3125 Grieken Grecian 8 לְמַ֥עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 9 הַרְחִיקָ֖ם H7368 verre, wees verre, ver (a-, be, cast, drive, get, go, keep (self), put, remove, be too, (wander), withdraw) far (away, off), loose, [idiom] refrain, very, (be) a good way (off) 10 מֵעַ֥ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 גְּבוּלָֽם H1366 landpale, landpalen, palen border, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Ziet, Ik zal ze opwekken uit de plaats, waarhenen gij ze hebt verkocht; en Ik zal uw vergelding wederbrengen op uw hoofd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 ZietH2005, Ik zal ze opwekkenH5782 uitH4480 de plaatsH4725, waarhenenH834 gij ze hebt verkochtH4376; en Ik zal uw vergeldingH1576 wederbrengenH7725 op uw hoofdH7218. Ziet, Ik zal ze opwekken uit de plaats, waarhenen gij ze hebt verkocht; en Ik zal uw vergelding wederbrengen op uw hoofd.

KJV Behold, I will raise2 them out of the place4 whither ye have sold6 them, and will return9 your recompence10 upon your own head:

1 הִנְנִ֣י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 2 מְעִירָ֔ם H5782 opgewekt, verwekken, waak (a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self) 3 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 4 הַ֨מָּק֔וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 5 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 מְכַרְתֶּ֥ם H4376 verkocht, verkopen, verkochten [idiom] at all, sell (away, -er, self) 7 אֹתָ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 שָׁ֑מָּה H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 9 וַהֲשִׁבֹתִ֥י H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 10 גְמֻלְכֶ֖ם H1576 vergelding, verdienste, weldaad [phrase] as hast served, benefit, desert, deserving, that which he hath given, recompense, reward 11 בְּרֹאשְׁכֶֽם H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En Ik zal uw zonen en uw dochteren verkopen in de hand der kinderen van Juda, die ze verkopen zullen aan die van Scheba, aan een vergelegen volk; want de HEERE heeft het gesproken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En Ik zal uw zonenH1121 en uw dochterenH1323 verkopenH4376 in de handH3027 der kinderenH1121 van JudaH3063, die ze verkopenH4376 zullen aan die van SchebaH7615, aanH413 een vergelegenH7350 volkH1471; wantH3588 de HEERE heeft het gesprokenH1696. En Ik zal uw zonen en uw dochteren verkopen in de hand der kinderen van Juda, die ze verkopen zullen aan die van Scheba, aan een vergelegen volk; want de HEERE heeft het gesproken.

Ook in dit vers HEEREH3068

KJV And I will sell1 your sons3 and your daughters5 into the hand6 of the children7 of Judah,8 and they shall sell9 them to the Sabeans,10 to a people12 far off:13 for the LORD15 hath spoken

1 וּמָכַרְתִּ֞י H4376 verkocht, verkopen, verkochten [idiom] at all, sell (away, -er, self) 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בְּנֵיכֶ֣ם H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 בְּנֽוֹתֵיכֶ֗ם H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 6 בְּיַד֙ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 7 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 9 וּמְכָר֥וּם H4376 verkocht, verkopen, verkochten [idiom] at all, sell (away, -er, self) 10 לִשְׁבָאיִ֖ם H7615 Scheba Sabean 11 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 גּ֣וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 13 רָח֑וֹק H7350 verre, verren, ver (a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come 14 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 דִּבֵּֽר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Roept dit uit onder de heidenen, heiligt een krijg; wekt de helden op, laat naderen, laat optrekken alle krijgslieden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 RoeptH2063 dit uit onder de heidenenH1471, heiligtH6942 een krijgH4421; wektH5782 de heldenH1368 op, laat naderenH5066, laat optrekkenH5927 alleH3605 krijgsliedenH582. Roept dit uit onder de heidenen, heiligt een krijg; wekt de helden op, laat naderen, laat optrekken alle krijgslieden.

KJV Proclaim1 ye this among the Gentiles;3 Prepare4 war,5 wake up6 the mighty men,7 let all the men of war12 draw near;8 let them come up:

1 קִרְאוּ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 זֹאת֙ H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 3 בַּגּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 4 קַדְּשׁ֖וּ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 5 מִלְחָמָ֑ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 6 הָעִ֨ירוּ֙ H5782 opgewekt, verwekken, waak (a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self) 7 הַגִּבּוֹרִ֔ים H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 8 יִגְּשׁ֣וּ H5066 trad, naderde, naderen (make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand 9 יַֽעֲל֔וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 10 כֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 אַנְשֵׁ֥י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 12 הַמִּלְחָמָֽה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Slaat uw spaden tot zwaarden, en uw sikkelen tot spiesen; de zwakke zegge: Ik ben een held.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 SlaatH3807 uw spadenH855 tot zwaardenH2719, en uw sikkelenH4211 tot spiesenH7420; de zwakkeH2523 zeggeH559: IkH589 ben een heldH1368. Slaat uw spaden tot zwaarden, en uw sikkelen tot spiesen; de zwakke zegge: Ik ben een held.

KJV Beat1 your plowshares2 into swords,3 and your pruninghooks4 into spears:5 let the weak6 say,7 I am strong.

1 כֹּ֤תּוּ H3807 slaan, stampte, vermorzeld beat (down, to pieces), break in pieces, crushed, destroy, discomfit, smite, stamp. l 2 אִתֵּיכֶם֙ H855 spaden, spade coulter, plowshare 3 לַֽחֲרָב֔וֹת H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 4 וּמַזְמְרֹֽתֵיכֶ֖ם H4211 sikkelen, snoeimessen pruning-hook 5 לִרְמָחִ֑ים H7420 spiesen, spies, priemen buckler, javelin, lancet, spear 6 הַֽחַלָּ֔שׁ H2523 zwakke weak 7 יֹאמַ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 גִּבּ֥וֹר H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 9 אָֽנִי H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Rot te hoop, en komt aan, alle gij volken van rondom, en vergadert u! (O HEERE, doe Uw helden derwaarts nederdalen!)
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Rot te hoop, en komtH935 aan, alleH3605 gij volkenH1471 van rondomH5439, en vergadertH6908 u! (O HEERE, doe Uw heldenH1368 derwaartsH8033 nederdalen!) Rot te hoop, en komt aan, alle gij volken van rondom, en vergadert u! (O HEERE, doe Uw helden derwaarts nederdalen!)

Ook in dit vers Rot hoopH5789

KJV Assemble1 yourselves, and come,2 all ye heathen,4 and gather yourselves together6 round about:5 thither cause thy mighty ones10 to come down,8 O LORD.

1 ע֣וּשׁוּ H5789 Rot hoop assemble self 2 וָבֹ֧אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 כָֽל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 הַגּוֹיִ֛ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 5 מִסָּבִ֖יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 6 וְנִקְבָּ֑צוּ H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 7 שָׁ֕מָּה H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 8 הַֽנְחַ֥ת H5181 verbroken, afkomen, dalen be broken, (cause to) come down, enter, go down, press sore, settle, stick fast 9 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 גִּבּוֹרֶֽיךָ H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 De heidenen zullen zich opmaken, en optrekken naar het dal van Josafat; maar aldaar zal Ik zitten, om te richten alle heidenen van rondom.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 De heidenenH1471 zullen zich opmakenH5782, en optrekkenH5927 naarH413 het dalH6010 van JosafatH3092; maarH3588 aldaarH8033 zal Ik zittenH3427, om te richtenH8199 alleH3605 heidenenH1471 van rondomH5439. De heidenen zullen zich opmaken, en optrekken naar het dal van Josafat; maar aldaar zal Ik zitten, om te richten alle heidenen van rondom.

KJV Let the heathen3 be wakened,1 and come up2 to the valley5 of Jehoshaphat:6 for there will I sit9 to judge10 all the heathen13 round about.

1 יֵע֨וֹרוּ֙ H5782 opgewekt, verwekken, waak (a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self) 2 וְיַעֲל֣וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 3 הַגּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 עֵ֖מֶק H6010 dal, dals, dalen dale, vale, valley (often used as a part of proper names). See also H1025 (בֵּית הָעֵמֶק) 6 יְהֽוֹשָׁפָ֑ט H3092 Josafat, Josafath, Josafats Jehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט) 7 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 שָׁ֗ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 9 אֵשֵׁ֛ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 10 לִשְׁפֹּ֥ט H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 הַגּוֹיִ֖ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 14 מִסָּבִֽיב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Slaat de sikkel aan, want de oogst is rijp geworden; komt aan, daalt henen af, want de pers is vol, en de perskuipen lopen over; want hunlieder boosheid is groot.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 SlaatH7971 de sikkelH4038 aan, wantH3588 de oogstH7105 is rijpH1310 geworden; komtH935 aan, daaltH3381 henen af, wantH3588 de persH1660 is volH4390, en de perskuipenH3342 lopenH7783 over; wantH3588 hunlieder boosheidH7451 is grootH7227. Slaat de sikkel aan, want de oogst is rijp geworden; komt aan, daalt henen af, want de pers is vol, en de perskuipen lopen over; want hunlieder boosheid is groot.

KJV Put1 ye in the sickle,2 for the harvest5 is ripe:4 come,6 get you down;7 for the press10 is full,9 the fats12 overflow;11 for their wickedness15 is great.

1 שִׁלְח֣וּ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 מַגָּ֔ל H4038 sikkel sickle 3 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 4 בָשַׁ֖ל H1310 koken, gezoden, gekookt bake, boil, bring forth, roast, seethe, sod (be sodden) 5 קָצִ֑יר H7105 oogst, oogstes, tak bough, branch, harvest (man) 6 בֹּ֤אֽוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 7 רְדוּ֙ H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 8 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 מָ֣לְאָה H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 10 גַּ֔ת H1660 pers, wijnpers, persen (wine-) press (fat) 11 הֵשִׁ֨יקוּ֙ H7783 begerig, lopen, overlopen overflow, water 12 הַיְקָבִ֔ים H3342 perskuip, perskuipen, wijnpers fats, presses, press-fat, wine(-press) 13 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 רַבָּ֖ה H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 15 רָעָתָֽם H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Menigten, menigten in het dal des dorswagens; want de dag des HEEREN is nabij, in het dal des dorswagens.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 MenigtenH1995, menigtenH1995 in het dalH6010 des dorswagensH2742; wantH3588 de dagH3117 des HEEREN is nabijH7138, in het dalH6010 des dorswagensH2742. Menigten, menigten in het dal des dorswagens; want de dag des HEEREN is nabij, in het dal des dorswagens.

KJV Multitudes,1 multitudes2 in the valley3 of decision:4 for the day7 of the LORD8 is near6 in the valley9 of decision.

1 הֲמוֹנִ֣ים H1995 menigte, veelheid, rumoer abundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult 2 הֲמוֹנִ֔ים H1995 menigte, veelheid, rumoer abundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult 3 בְּעֵ֖מֶק H6010 dal, dals, dalen dale, vale, valley (often used as a part of proper names). See also H1025 (בֵּית הָעֵמֶק) 4 הֶֽחָר֑וּץ H2742 vlijtigen, uitgegraven goud, dorswagens decision, diligent, (fine) gold, pointed things, sharp, threshing instrument, wall 5 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 קָרוֹב֙ H7138 nabij, naaste, nabestaande allied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly) 7 י֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 8 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 בְּעֵ֖מֶק H6010 dal, dals, dalen dale, vale, valley (often used as a part of proper names). See also H1025 (בֵּית הָעֵמֶק) 10 הֶחָרֽוּץ H2742 vlijtigen, uitgegraven goud, dorswagens decision, diligent, (fine) gold, pointed things, sharp, threshing instrument, wall
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 De zon en maan zijn zwart geworden, en de sterren hebben haar glans ingetrokken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 De zonH8121 en maanH3394 zijn zwartH6937 geworden, en de sterrenH3556 hebben haar glansH5051 ingetrokkenH622. De zon en maan zijn zwart geworden, en de sterren hebben haar glans ingetrokken.

KJV The sun1 and the moon2 shall be darkened,3 and the stars4 shall withdraw5 their shining.

1 שֶׁ֥מֶשׁ H8121 zon, Zon, glasvensters [phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ) 2 וְיָרֵ֖חַ H3394 maan moon. Yrechow. See H3405 (יְרִיחוֹ) 3 קָדָ֑רוּ H6937 zwart, rouwdragenden, verdonkerd be black(-ish), be (make) dark(-en), [idiom] heavily, (cause to) mourn 4 וְכוֹכָבִ֖ים H3556 sterren, ster star(-gazer) 5 אָסְפ֥וּ H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 6 נָגְהָֽם H5051 glans, licht, schijnend bright(-ness), light, (clear) shining
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En de HEERE zal uit Sion brullen, en uit Jeruzalem Zijn stem geven, dat hemel en aarde beven zullen; maar de HEERE zal de Toevlucht Zijns volks, en de Sterkte der kinderen Israels zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En de HEERE zal uit SionH6726 brullenH7580, en uit JeruzalemH3389 Zijn stemH6963 gevenH5414, dat hemelH8064 en aardeH776 bevenH7493 zullen; maar de HEERE zal de ToevluchtH4268 Zijns volksH5971, en de SterkteH4581 der kinderenH1121 IsraelsH3478 zijn. En de HEERE zal uit Sion brullen, en uit Jeruzalem Zijn stem geven, dat hemel en aarde beven zullen; maar de HEERE zal de Toevlucht Zijns volks, en de Sterkte der kinderen Israels zijn.

KJV The LORD1 also shall roar3 out of Zion,2 and utter5 his voice6 from Jerusalem;4 and the heavens8 and the earth9 shall shake:7 but the LORD10 will be the hope11 of his people,12 and the strength13 of the children14 of Israel.

1 וַיהוָ֞ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 2 מִצִּיּ֣וֹן H6726 Sion, Sions Zion 3 יִשְׁאָ֗ג H7580 brullen, brullende, gebruld [idiom] mightily, roar 4 וּמִירוּשָׁלִַ֨ם֙ H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 5 יִתֵּ֣ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 קוֹל֔וֹ H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 7 וְרָעֲשׁ֖וּ H7493 beven, beefde, beeft make afraid, (re-) move, quake, (make to) shake, (make to) tremble 8 שָׁמַ֣יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 9 וָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 וַֽיהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 מַֽחֲסֶ֣ה H4268 Toevlucht, toevlucht, betrouwen hope, (place of) refuge, shelter, trust 12 לְעַמּ֔וֹ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 13 וּמָע֖וֹז H4581 sterkte, Sterkte, Sterkheid force, fort(-ress), rock, strength(-en), ([idiom] most) strong (hold) 14 לִבְנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 15 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En gijlieden zult weten, dat Ik de HEERE, uw God ben, wonende op Sion, den berg Mijner heiligheid; en Jeruzalem zal een heiligheid zijn, en vreemden zullen niet meer door haar doorgaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En gijlieden zult wetenH3045, datH3588 IkH589 de HEERE, uw GodH430 ben, wonendeH7931 op SionH6726, den bergH2022 Mijner heiligheidH6944; en JeruzalemH3389 zal een heiligheidH6944 zijnH1961, en vreemdenH2114 zullen nietH3808 meerH5750 door haar doorgaanH5674. En gijlieden zult weten, dat Ik de HEERE, uw God ben, wonende op Sion, den berg Mijner heiligheid; en Jeruzalem zal een heiligheid zijn, en vreemden zullen niet meer door haar doorgaan.

KJV So shall ye know1 that I am the LORD4 your God5 dwelling6 in Zion,7 my holy9 mountain:8 then shall Jerusalem11 be holy,12 and there shall no strangers13 pass through

1 וִֽידַעְתֶּ֗ם H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 2 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 3 אֲנִ֤י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 4 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 אֱלֹ֣הֵיכֶ֔ם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 6 שֹׁכֵ֖ן H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up) 7 בְּצִיּ֣וֹן H6726 Sion, Sions Zion 8 הַר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 9 קָדְשִׁ֑י H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 10 וְהָיְתָ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 יְרוּשָׁלִַ֨ם֙ H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 12 קֹ֔דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 13 וְזָרִ֥ים H2114 vreemde, vreemden, vreemd (come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman) 14 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 יַֽעַבְרוּ H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 16 בָ֖הּ 17 עֽוֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En het zal te dien dage geschieden dat de bergen van zoeten wijn zullen druipen, en de heuvelen van melk vlieten, en alle stromen van Juda vol van water gaan; en er zal een fontein uit het huis des HEEREN uitgaan, en zal het dal van Sittim bewateren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En het zal te dien dageH3117 geschiedenH1961 dat de bergenH2022 van zoeten wijnH6071 zullen druipenH5197, en de heuvelenH1389 van melkH2461 vlietenH3212, en alleH3605 stromenH650 van JudaH3063 vol van waterH4325 gaan; en er zal een fonteinH4599 uit het huisH1004 des HEEREN uitgaanH3318, en zal het dalH5158 van SittimH7851 bewaterenH8248. En het zal te dien dage geschieden dat de bergen van zoeten wijn zullen druipen, en de heuvelen van melk vlieten, en alle stromen van Juda vol van water gaan; en er zal een fontein uit het huis des HEEREN uitgaan, en zal het dal van Sittim bewateren.

KJV And it shall come to pass in that day,2 that the mountains5 shall drop down4 new wine,6 and the hills7 shall flow8 with milk,9 and all the rivers11 of Judah12 shall flow13 with waters,14 and a fountain15 shall come forth18 of the house16 of the LORD,17 and shall water19 the valley21 of Shittim.

1 וְהָיָה֩ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בַיּ֨וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 הַה֜וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 יִטְּפ֧וּ H5197 druppen, profeteren, dropen drop(-ping), prophesy(-et) 5 הֶהָרִ֣ים H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 6 עָסִ֗יס H6071 zoeten wijn, nieuwen wijn, sap juice, new (sweet) wine 7 וְהַגְּבָעוֹת֙ H1389 heuvelen, heuvel, heuvels hill, little hill 8 תֵּלַ֣כְנָה H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 9 חָלָ֔ב H2461 melk, melkkazen, melklam [phrase] cheese, milk, sucking 10 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 אֲפִיקֵ֥י H650 stromen, waterstromen, kolken brook, channel, mighty, river, [phrase] scale, stream, strong piece 12 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 13 יֵ֣לְכוּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 14 מָ֑יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 15 וּמַעְיָ֗ן H4599 fonteinen, fontein, waterfonteinen fountain, spring, well 16 מִבֵּ֤ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 17 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 18 יֵצֵ֔א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 19 וְהִשְׁקָ֖ה H8248 drinken, drenken, schenkers cause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה) 20 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 נַ֥חַל H5158 beek, beken, dal brook, flood, river, stream, valley 22 הַשִּׁטִּֽים H7851 Sittim Shittim
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Egypte zal tot verwoesting worden, en Edom zal worden tot een woeste wildernis, om het geweld, gedaan aan de kinderen van Juda, in welker land zij onschuldig bloed vergoten hebben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 EgypteH4714 zal tot verwoestingH8077 worden, en EdomH123 zal worden tot een woesteH8077 wildernisH4057, om het geweldH2555, gedaan aan de kinderenH1121 van JudaH3063, in welker landH776 zijH1961 onschuldigH5355 bloedH1818 vergotenH8210 hebben. Egypte zal tot verwoesting worden, en Edom zal worden tot een woeste wildernis, om het geweld, gedaan aan de kinderen van Juda, in welker land zij onschuldig bloed vergoten hebben.

KJV Egypt1 shall be a desolation,2 and Edom4 shall be a desolate6 wilderness,5 for the violence8 against the children9 of Judah,10 because they have shed12 innocent14 blood13 in their land.

1 מִצְרַ֨יִם֙ H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 2 לִשְׁמָמָ֣ה H8077 verwoesting, woest, woeste (laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste 3 תִֽהְיֶ֔ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 וֶאֱד֕וֹם H123 Edom, Edomieten, Edoms Edom, Edomites, Idumea 5 לְמִדְבַּ֥ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 6 שְׁמָמָ֖ה H8077 verwoesting, woest, woeste (laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste 7 תִּֽהְיֶ֑ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 מֵֽחֲמַס֙ H2555 geweld, gewelds, wrevel cruel(-ty), damage, false, injustice, [idiom] oppressor, unrighteous, violence (against, done), violent (dealing), wrong 9 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 11 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 שָׁפְכ֥וּ H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 13 דָם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 14 נָקִ֖יא H5355 onschuldig, onschuldige, onschuldigen blameless, clean, clear, exempted, free, guiltless, innocent, quit 15 בְּאַרְצָֽם H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Maar Juda zal blijven in eeuwigheid, en Jeruzalem van geslacht tot geslacht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Maar JudaH3063 zal blijven in eeuwigheidH5769, en JeruzalemH3389 van geslachtH1755 tot geslachtH1755. Maar Juda zal blijven in eeuwigheid, en Jeruzalem van geslacht tot geslacht.

KJV But Judah1 shall dwell3 for ever,2 and Jerusalem4 from generation5 to generation.

1 וִיהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 2 לְעוֹלָ֣ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 3 תֵּשֵׁ֑ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 4 וִירוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 5 לְד֥וֹר H1755 geslacht, geslachten, Geslacht age, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity 6 וָדֽוֹר H1755 geslacht, geslachten, Geslacht age, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En Ik zal hunlieder bloed reinigen, dat Ik niet gereinigd had; en de HEERE zal wonen op Sion.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En Ik zal hunlieder bloedH1818 reinigenH5352, dat Ik nietH3808 gereinigdH5352 had; en de HEERE zal wonenH7931 op SionH6726. En Ik zal hunlieder bloed reinigen, dat Ik niet gereinigd had; en de HEERE zal wonen op Sion.

KJV For I will cleanse1 their blood2 that I have not cleansed:4 for the LORD5 dwelleth6 in Zion.

1 וְנִקֵּ֖יתִי H5352 onschuldig, onschuldig houden, rein acquit [idiom] at all, [idiom] altogether, be blameless, cleanse, (be) clear(-ing), cut off, be desolate, be free, be (hold) guiltless, be (hold) innocent, [idiom] by no means, be quit, be (leave) unpunished, [idiom] utterly, [idiom] wholly 2 דָּמָ֣ם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 3 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 נִקֵּ֑יתִי H5352 onschuldig, onschuldig houden, rein acquit [idiom] at all, [idiom] altogether, be blameless, cleanse, (be) clear(-ing), cut off, be desolate, be free, be (hold) guiltless, be (hold) innocent, [idiom] by no means, be quit, be (leave) unpunished, [idiom] utterly, [idiom] wholly 5 וַֽיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 שֹׁכֵ֥ן H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up) 7 בְּצִיּֽוֹן H6726 Sion, Sions Zion
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Joël 3:1 Jeremia 30:3 Jeremia 16:15 Amos 9:14 2 Kronieken 6:37 Psalmen 85:1 Ezechiël 39:25 Jeremia 23:3 Joël 2:29
Joël 3:2 Jesaja 66:16 Sefanja 3:8 Zacharia 14:2 Ezechiël 38:22 Jeremia 25:31 Ezechiël 35:10 Zacharia 12:3 Ezechiël 39:11
Joël 3:3 Amos 2:6 Nahum 3:10 Obadja 1:11 2 Kronieken 28:8 Openbaring 18:13
Joël 3:4 Jesaja 34:8 Jesaja 59:18 Jeremia 47:4 Jesaja 23:1 Amos 1:6 Lukas 18:7 2 Kronieken 21:16 Amos 1:12
Joël 3:5 2 Kronieken 21:16 2 Koningen 12:18 Daniël 11:38 Daniël 5:2 2 Koningen 16:8 2 Koningen 18:15 Jeremia 50:28 Jeremia 51:11
Joël 3:6 Ezechiël 27:13 Joël 3:3 Deuteronomium 28:32 Joël 3:8 Deuteronomium 28:68
Joël 3:7 Jesaja 43:5 Jeremia 23:8 2 Thessalonicenzen 1:6 Joël 3:4 Jeremia 30:16 Zacharia 10:6 Richteren 1:7 Ezechiël 38:8
Joël 3:8 Jesaja 60:14 Job 1:15 Ezechiël 23:42 Jesaja 14:1 Richteren 4:2 Richteren 4:9 Deuteronomium 32:30 Jeremia 6:20
Joël 3:9 Ezechiël 38:7 Jesaja 8:9 Jeremia 46:3 Psalmen 96:10 Micha 3:5 Ezechiël 21:21 Jeremia 31:10 Jesaja 34:1
Joël 3:10 Micha 4:3 Jesaja 2:4 Zacharia 12:8 Lukas 22:36 2 Kronieken 25:8
Joël 3:11 Jesaja 13:3 Sefanja 3:8 Micha 4:12 Openbaring 19:14 2 Thessalonicenzen 1:7 Jesaja 37:36 Ezechiël 38:9 Jesaja 10:34
Joël 3:12 Joël 3:2 Psalmen 98:9 Psalmen 96:13 Jesaja 3:13 Jesaja 2:4 Micha 4:3 Joël 3:14 Psalmen 7:6
Joël 3:13 Markus 4:29 Openbaring 14:15 Jesaja 63:3 Hosea 6:11 Jeremia 51:33 Mattheüs 13:39 Deuteronomium 16:9 Genesis 18:20
Joël 3:14 Jesaja 34:2 Filippenzen 3:2 Joël 2:1 Joël 3:2 Ezechiël 39:8 Joël 1:15 Openbaring 16:14 Jesaja 63:1
Joël 3:15 Joël 2:10 Joël 2:31 Mattheüs 24:29 Lukas 21:25 Jesaja 13:10 Openbaring 6:12
Joël 3:16 Amos 1:2 Joël 2:10 Ezechiël 38:19 Jesaja 33:16 Hosea 11:10 Hagai 2:6 Jeremia 25:30 Psalmen 61:3
Joël 3:17 Joël 2:27 Jesaja 52:1 Nahum 1:15 Openbaring 21:27 Jesaja 4:3 Zacharia 14:20 Joël 3:21 Jeremia 31:23
Joël 3:18 Jesaja 30:25 Ezechiël 47:1 Openbaring 22:1 Jesaja 35:6 Numeri 25:1 Jesaja 41:17 Amos 9:13 Job 29:6
Joël 3:19 Jesaja 19:1 Zacharia 10:10 Amos 1:11 Obadja 1:1 Maleachi 1:3 Obadja 1:10 Ezechiël 35:1 Klaagliederen 4:21
Joël 3:20 Ezechiël 37:25 Amos 9:15 Jesaja 33:20
Joël 3:21 Ezechiël 36:25 Jesaja 4:4 Ezechiël 36:29 Ezechiël 48:35 Joël 3:17 Mattheüs 27:25 Openbaring 21:3
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Joël 3 vers 1

ziet, Hieruit is af te nemen dat deze profetie ook behoort tot den staat van het Nieuwe Testament, waarvan in het einde van het voorgaande hoofdstuk gesproken is, beide [naar der profeten wijze] met manieren van spreken, die genomen zijn van den staat van het Oude Testament, gelijk te zien is in Joël 2:28 , Joël 2:32 , en hier in dit vers en de volgende.

Hertaald: ziet, Hieruit is af te leiden dat ook deze profetie tot de staat van het Nieuwe Testament behoort, waarover aan het einde van het vorige hoofdstuk gesproken is — allebei naar de gewoonte van de profeten uitgedrukt met manieren van spreken die aan de staat van het Oude Testament ontleend zijn, zoals te zien is in Joël 2:28, Joël 2:32 en hier in dit vers en het vervolg.

als Ik de gevangenis van Juda en Jeruzalem zal wenden; Dat is, Messias Gods kerk Zie onder vs.9-12, Joden Babel, Gods

Hertaald: als Ik de gevangenis van Juda en Jeruzalem zal wenden; Dat is: wanneer de Messias Zijn kerk uit haar gevangenschap zal verlossen — zoals de Joden uit Babel — waarover vers 9-12. De bron is hier zo zwaar beschadigd dat alleen de losse woorden Messias, Gods kerk, Joden, Babel en de verwijzing naar vers 9-12 overgebleven zijn.

Joël 3 vers 2

heidenen vergaderen, Dat is, Joden Joden Christus Nieuwe Testament Ps. 2:1 ; Hand. 4:25-27 , en Hand. 6:12-13 , enz.

Hertaald: heidenen vergaderen, Dat is: allen die zich tegen Christus en Zijn kerk verzetten, Joden zowel als heidenen, zoals in de tijd van het Nieuwe Testament gebeurd is; zie Ps. 2:1; Hand. 4:25-27 en Hand. 6:12-13, enzovoort. Ook hier is de bron zwaar beschadigd; alleen de losse woorden Joden, Christus en Nieuwe Testament met deze verwijzingen zijn overgebleven.

dal van Jósafat; Dat is, aardse dal, God Christus Vaders, vs.11. Doch 2Ch 20 alwaar God Josafat, dal Beracha, lofs, God Zie 2 Kron. 20:12 , 2 Kron. 20:16 , 2 Kron. 20:22 , 2 Kron. 20:26 , met de aantekening. Alzo [wil de Heere zeggen] zal Ik De Hebr. naam Jehosafat betekent des HEEREN oordeel;, of gericht, of de HEERE oordeelt; en schijnt Ik zal aldaar met hen rechten; waarin sommigen het woord Josafat dal van het oordeel des Heeren. Anderen Jeruzalem Olijfberg, Zaligmaker Josafats; Zie Zach. 14:4-5 .

Hertaald: dal van Jósafat; De Hebreeuwse naam Josafat betekent: het oordeel van de HEERE, of: de HEERE oordeelt. Sommigen verstaan het daarom niet van een aards dal, maar lezen: het dal van het oordeel van de HEERE, dat is: de plaats waar God door Christus recht zal spreken, zoals vers 11. Anderen denken aan het dal bij Jeruzalem bij de Olijfberg, waar de Zaligmaker verschijnen zal; zie Zach. 14:4-5. Weer anderen wijzen op 2 Kron. 20, waar God voor Josafat streed en het dal daarom Beracha, dat is: dal van de lofprijzing, genoemd werd; zie 2 Kron. 20:12, 2 Kron. 20:16, 2 Kron. 20:22 en 2 Kron. 20:26 met de aantekening. Zo, wil de HEERE zeggen, zal Ik daar met hen rechten. Ook deze noot is in de bron zwaar beschadigd en met losse woorden aan elkaar geregen.

erfdeel Zie Deut. 32:9 .

Hertaald: erfdeel Zie Deut. 32:9.

Israël, Dat is, van mijne kerk, van het geestelijke Israël, bestaande uit gelovige Joden en heidenen; Gal. 6:16 .

Hertaald: Israël, Dat is: van Mijn kerk, van het geestelijke Israël, dat uit gelovige Joden en heidenen bestaat; Gal. 6:16.

Mijn land Zie Joël 1:6 .

Hertaald: Mijn land Zie Joël 1:6.

gedeeld; Te weten, onder elkander, als een roof; Dan. 11:39 .

Hertaald: gedeeld; Namelijk onder elkaar, als een buit; Dan. 11:39.

Joël 3 vers 3

lot over Mijn volk geworpen De overheerden en gevangenen van mijn volk door het lot elkander toegedeeld, en tot voldoening van hun goddeloze wellusten, zo onwaardig en snodelijk geacht en behandeld, gelijk volgt.

Hertaald: lot over Mijn volk geworpen De overheerde en gevangen leden van Mijn volk zijn door het lot onder elkaar verdeeld en tot bevrediging van hun goddeloze lusten zo onwaardig en laag geacht en behandeld als volgt.

hoer, Sommigen menen dat het Hebr. woord hier betekent spijs.

Hertaald: hoer, Sommigen menen dat het Hebreeuwse woord hier spijs betekent.

Joël 3 vers 4

wat hebt gij met Mij te doen, Dat gij mijn volk, heiligdom en land zo vijandelijk hebt behandeld? Hebben Ik of zij u iets misdaan, dat gij zoudt mogen voorgeven zulks te willen wreken? In jet minste niet, wil God zeggen, het is louter goddeloze haat en vijandschap, die gij hebt en voert tegen mij, wien het kwaad raakt en aangaat; dat men mijne kerk aandoet. Anders: watzijt gij bij mij? of wat wilt gij tegen mij? dat is, wat zoudt gij dan ook bij mij gelden, dewijl gij mijn volk zo snood en schandelijk behandelt? of, wat zoudt gij toch tegen mij vermogen? Hebr. wat gij lieden mij, of met, bij, tegen mij?

Hertaald: wat hebt gij met Mij te doen, Dat u Mijn volk, Mijn heiligdom en Mijn land zo vijandig behandeld hebt? Hebben Ik of zij u iets misdaan, zodat u zou kunnen voorwenden dat u dat wilt wreken? Volstrekt niet, wil God zeggen; het is louter goddeloze haat en vijandschap die u tegen Mij koestert, want het kwaad dat men Mijn kerk aandoet raakt Mij en gaat Mij aan. Anders: wat bent u bij Mij? of: wat wilt u tegen Mij? Dat is: wat zou u bij Mij gelden, terwijl u Mijn volk zo laag en schandelijk behandelt? Of: wat zou u toch tegen Mij vermogen? Hebreeuws: wat u en Mij, of: met, bij, tegen Mij?

Tyrus en Sidon, Verg. Am. 1:7-9 . De Tyriërs, Sidoniërs en Filistijnen waren het naast gelegen aan het Joodse land, langs de kusten van de Middellandse zee, en zeer bittere vijanden van Gods volk. Doch onder dezen moet men alle vijanden der kerk verstaan, gelijk ook de straf, die hun voorzegd wordt, den vijanden in het algemeen is rakende; alzo worden door Moab alle andere vijanden der kerk verstaan, Jes. 25:10 , en in vs.19, door Egypte en Edom, en door Edom alleen. Zie Obadja enz.

Hertaald: Tyrus en Sidon, Vergelijk Amos 1:7-9. De Tyriërs, Sidoniërs en Filistijnen lagen het dichtst bij het Joodse land, langs de kusten van de Middellandse Zee, en waren zeer bittere vijanden van Gods volk. Maar onder hen moet men alle vijanden van de kerk verstaan, zoals ook de straf die hun voorzegd wordt de vijanden in het algemeen betreft. Zo worden onder Moab alle andere vijanden van de kerk verstaan in Jes. 25:10, en in vers 19 onder Egypte en Edom, en ook onder Edom alleen. Zie Obadja, enzovoort.

Joël 3 vers 5

Mijn zilver en Mijn goud hebt weggenomen, Van mijnen tempel, of ook [gelijk sommigen] van mijn volk en van mijn land, gelijk God gewoon is te spreken.

Hertaald: Mijn zilver en Mijn goud hebt weggenomen, Namelijk van Mijn tempel, of ook, zoals sommigen menen, van Mijn volk en Mijn land, zoals God gewoonlijk spreekt.

beste kleinodiën De vaten van mijnen tempel of kleinodiën van mijn volk. Dit alles wordt gesproken naar den stijl van het Oude Testament, waardoor afgebeeld wordt allerlei smaad en overlast, die de vijanden Gods kerk, om zijn reinen godsdienst, zouden aandoen; zie vs.1.

Hertaald: beste kleinodiën De vaten van Mijn tempel of de kostbaarheden van Mijn volk. Dit alles wordt gezegd naar de stijl van het Oude Testament, waarmee allerlei smaad en overlast afgebeeld wordt die de vijanden Gods kerk om Zijn zuivere godsdienst zouden aandoen; zie vers 1.

tempels gebracht Der afgoden, om die met mijn goed te vereren, en mij alzo te beschimpen.

Hertaald: tempels gebracht Namelijk in de tempels van de afgoden, om die met Mijn goed te vereren en Mij zo te beschimpen.

Joël 3 vers 6

Grieken, Hebr. Jevanim, van Javan. zie Gen. 10:2 .

Hertaald: Grieken, Hebreeuws: Jevanim, van Javan; zie Gen. 10:2.

Joël 3 vers 7

opwekken uit de plaats, Gelijk Ik mijn volk uit Babel en andere plaatsen, waar zij verstrooid zullen zijn, zal verlossen, alzo zal Ik met mijne kerk in het algemeen alsdan handelen, en hare vijanden straffen.

Hertaald: opwekken uit de plaats, Zoals Ik Mijn volk uit Babel en uit de andere plaatsen waar zij verstrooid zullen zijn zal verlossen, zo zal Ik dan met Mijn kerk in het algemeen handelen en haar vijanden straffen.

Joël 3 vers 8

verkopen Ik zal beschikken dat hun dit alles overkome, om mijns volks wil, alsof zij het zelf deden; en voorts in het algemeen mijner kerk hare vijanden overgeven, dat zij hen richtte en oordele. Zie vs.11, en Ps. 50:6 .

Hertaald: verkopen Ik zal beschikken dat hun dit alles overkomt om Mijn volk, alsof zij het zelf deden; en verder zal Ik Mijn kerk in het algemeen haar vijanden overgeven, zodat zij die richt en oordeelt. Zie vers 11 en Ps. 50:6.

Scheba, Zie Gen. 10:7 .

Hertaald: Scheba, Zie Gen. 10:7.

aan een vergelegen volk; Anders: [om te voeren] tot een, enz.

Hertaald: aan een vergelegen volk; Anders: om weggevoerd te worden naar een, enzovoort.

want de HEERE heeft het gesproken Verg. Joël 2:32 .

Hertaald: want de HEERE heeft het gesproken Vergelijk Joël 2:32.

Joël 3 vers 9

Roept dit uit onder de heidenen, Dit spreekt God [spottenderwijze] tot alle vijanden zijner kerk, alsof Hij zeide: Doet vrij al wat gij kunt; brengt al uwe macht bijeen, gedraagt u als helden, gij zult mede ervaren gelijk volgt; verg. Jes. 8:9-10 ; Jer. 46:3-4 ; Ezech. 38:7 , Ezech. 38:9 , enz.

Hertaald: Roept dit uit onder de heidenen, Dit spreekt God bij wijze van spot tot alle vijanden van Zijn kerk, alsof Hij zei: doe gerust alles wat u kunt, breng al uw macht bijeen en gedraag u als helden — u zult ook ondervinden wat volgt. Vergelijk Jes. 8:9-10; Jer. 46:3-4; Ezech. 38:7, Ezech. 38:9, enzovoort.

heiligt een krijg; Zie Jer. 6:4 .

Hertaald: heiligt een krijg; Zie Jer. 6:4.

Joël 3 vers 10

Slaat uw spaden tot zwaarden, Opdat het u toch aan gene krijgswapenen ontbreke, die gij tegen mijne kerk zoudt mogen gebruiken. Zie de belofte van het tegendeel, in Gods kerk, Jes. 2:4 ; Mi. 4:3 .

Hertaald: Slaat uw spaden tot zwaarden, Opdat het u toch niet aan krijgswapens ontbreekt die u tegen Mijn kerk zou kunnen gebruiken. Zie de belofte van het tegendeel voor Gods kerk in Jes. 2:4; Micha 4:3.

Joël 3 vers 11

O HEERE, Een vurig gebed van den profeet uit bekommernis over dit grote geweld aller vijanden, waartegen hij geen troost vindt dan bij God. Verg. Joël 1:19 , en zie een dergelijke tussengevoegde aanspraak tot God, Zach. 14:5 ; Jes. 63:14 ; Hos. 11:3 , enz.

Hertaald: O HEERE, Een vurig gebed van de profeet uit bezorgdheid over dit grote geweld van alle vijanden, waartegen hij geen troost vindt dan bij God. Vergelijk Joël 1:19, en zie een dergelijke tussengevoegde aanspraak tot God in Zach. 14:5; Jes. 63:14; Hos. 11:3, enzovoort.

helden derwaarts nederdalen De heilige engelen, die ook alzo genoemd en vanwege hunne macht genoemd worden, Ps. 78:25 , en Ps. 103:20 , en welker dienst God placht te gebruiken in het beschermen zijner kerk en het verdelgen harer vijanden; verg. 2 Kron. 20:22 , met de aantekening aldaar. Sommigen verstaan, om God in het oordeel, nevens zijne heiligen, te helpen. Verg. Ps. 50:6 ; beide is der engelen plicht. Dit stelt de profeet tegen de helden der vijanden, zie vs.9, alsof hij zeide: Heere, als de vijanden doen alles wat zij kunnen, doe Gij dan ook wat Gij kunt. Anders: aldaar zal de HEERE uwe [een ieder van al deze vijandelijke volken] helden nederleggen, dat is nedervellen.

Hertaald: helden derwaarts nederdalen De heilige engelen, die vanwege hun macht ook zo genoemd worden (Ps. 78:25 en Ps. 103:20) en van wier dienst God gewoonlijk gebruikmaakte bij het beschermen van Zijn kerk en het verdelgen van haar vijanden; vergelijk 2 Kron. 20:22 met de aantekening daar. Sommigen verstaan het als: om God samen met Zijn heiligen in het oordeel bij te staan; vergelijk Ps. 50:6 — beide behoort tot de taak van de engelen. Dit stelt de profeet tegenover de helden van de vijanden (zie vers 9), alsof hij zei: HEERE, als de vijanden alles doen wat zij kunnen, doe U dan ook wat U kunt. Anders: daar zal de HEERE uw helden — die van elk van deze vijandige volken — neerleggen, dat is: neervellen.

Joël 3 vers 12

De heidenen zullen zich opmaken, Of, laat de volken zich, enz. want enz. of de volken zullen worden opgewekt, en opkomen, of opklimmen, enz.

Hertaald: De heidenen zullen zich opmaken, Of: laat de volken zich, enzovoort, want, enzovoort; of: de volken zullen opgewekt worden en opkomen, enzovoort.

dal van Jósafat; Zie vs.2.

Hertaald: dal van Jósafat; Zie vers 2.

zitten, Als Koning en Rechter der wereld; zie Ps. 9:5 , en Ps. 29:10 , en Ps. 55:20 . Door mijnen Zoon Jezus Christus; Joh. 5:22 ; Hand. 17:31 .

Hertaald: zitten, Als Koning en Rechter van de wereld; zie Ps. 9:5, Ps. 29:10 en Ps. 55:20. Door Mijn Zoon Jezus Christus; Joh. 5:22; Hand. 17:31.

Joël 3 vers 13

Slaat de sikkel aan, Maait af en dorst, dat is, verdelgt hen, werpt hen in het vuur. Dit zijn Gods woorden tot zijne helden, van wie in vs.11. Verg. Matt. 13:30 , Matt. 13:39 ; Openb. 14:15 , Openb. 14:19 .

Hertaald: Slaat de sikkel aan, Maai af en dors, dat is: verdelg hen, werp hen in het vuur. Dit zijn Gods woorden tot Zijn helden, over wie vers 11. Vergelijk Matth. 13:30, Matth. 13:39; Openb. 14:15, Openb. 14:19.

rijp geworden; Hunne zonden zijn rijp ter straf, de maat is vol [verg. Gen. 15:16 , en Gen. 18:21 , met de aantekening] de bestemde dag en tijd van mijn oordeel is daar.

Hertaald: rijp geworden; Hun zonden zijn rijp voor de straf, de maat is vol — vergelijk Gen. 15:16 en Gen. 18:21 met de aantekening — en de vastgestelde dag en tijd van Mijn oordeel is gekomen.

vol, Van druiven, om getreden en geperst te worden; dat is, de grote pers van God stoornis vol, waarin alle goddelozen zullen geworpen worden; zie Openb. 14:19 , en verg. Jes. 63:3 .

Hertaald: vol, Vol druiven, om getreden en geperst te worden; dat is: de grote pers van Gods gramschap is vol, waarin alle goddelozen geworpen zullen worden; zie Openb. 14:19 en vergelijk Jes. 63:3.

groot Of, veelvoudig, dit verklaart de voorgaande gelijkenissen.

Hertaald: groot Of: veelvoudig; dit verklaart de voorgaande vergelijkingen.

Joël 3 vers 14

Menigten, menigten Dat is, [als met verwondering uitroepende] o hoezeer grote menigten van mensen zullen er komen, of zich verzamelen! of, hoe vol zal het overal zijn van verslagen, nedergevelde vijanden, ziende op het voorgaande vers, verg. 2 Kron. 20:24 , enz.; Jes. 66:24 , en zie van zulk ene verdubbeling der woorden Gen. 14:10 ; Deut. 16:20 ; Ezech. 13:10 , in de aantekening. Anders: rumoeren, rumoeren, of gedruis, gedruis, gewoel, gewoel.

Hertaald: Menigten, menigten Dat is: als in verwondering uitgeroepen — o, wat een geweldige menigten mensen zullen er komen of zich verzamelen! Of: wat zal het overal vol liggen van verslagen, neergevelde vijanden — ziend op het vorige vers; vergelijk 2 Kron. 20:24, enzovoort, en Jes. 66:24. Zie over zo'n verdubbeling van woorden Gen. 14:10; Deut. 16:20; Ezech. 13:10 met de aantekening. Anders: rumoeren, rumoeren, of: gedruis, gedruis, gewoel, gewoel.

dal des dorswagens; Versta, het gemelde dal van Josafat, alzo genoemd omdat de vijanden van Gods volk aldaar zouden gedorst, dat is verbroken en vertreden worden. Dit past wel op het voorgaande vers waar God zegt: Slaat de sikkel aan, want de oogst is rijp, waarop het dorsen volgt; en alzo wordt het Hebr. woord Charuts gebruikt voor den dorswagen, te dien tijde gebruikelijk; Jes. 28:27 ; Am. 1:3 , en in een gelijke zaak als hier Jes. 41:15 . Verg. ook hiermede Jes. 25:10 ; Jer. 51:33 ; Hab. 3:12 . Doch alzo het voorschreven woord ook betekent, versneden, en voorts beslist [gelijk men nu ook spreekt] of juist bestemd, besloten aangenomen, wordt het van sommigen hier overgezet, het dal der versnijding; dat is, der uitroeiing, of het dal van het precies bestemd, bescheiden, oordeel, alsof men zeide, van het arrest, van het juiste vonnis; ook in de goede zin. Zie deze betekenis van het Hebr. woord Job 14:5 ; Jes. 10:22-23 ; Dan. 9:26-27 , en Dan. 11:36 .

Hertaald: dal des dorswagens; Versta: het genoemde dal van Josafat, dat zo genoemd wordt omdat de vijanden van Gods volk daar gedorst, dat is: verbrijzeld en vertreden zouden worden. Dat past goed bij het vorige vers, waar God zegt: slaat de sikkel aan, want de oogst is rijp — waarop het dorsen volgt. Zo wordt het Hebreeuwse woord charuts gebruikt voor de dorswagen die in die tijd gebruikelijk was; Jes. 28:27; Amos 1:3, en in een soortgelijk verband als hier in Jes. 41:15. Vergelijk hiermee ook Jes. 25:10; Jer. 51:33; Hab. 3:12. Maar aangezien het genoemde woord ook versneden betekent, en vandaar beslist — zoals men tegenwoordig ook zegt — of nauwkeurig bepaald en vastgesteld, vertalen sommigen het hier met: het dal van de versnijding, dat is: van de uitroeiing; of: het dal van het nauwkeurig bepaalde oordeel, alsof men zei: van het arrest, van het precieze vonnis. Ook dat geeft een goede zin. Zie deze betekenis van het Hebreeuwse woord in Job 14:5; Jes. 10:22-23; Dan. 9:26-27 en Dan. 11:36.

nabij, Profetischerwijze, en ten aanzien van God gesproken, alsof de zaak voor de deur was. Verg. Openb. 1:1 , en 2 Petr. 3:8-9 .

Hertaald: nabij, Op profetische wijze gesproken, en met het oog op God, alsof de zaak voor de deur stond. Vergelijk Openb. 1:1 en 2 Petr. 3:8-9.

Joël 3 vers 15

zon en maan zijn zwart geworden, Gelijk in Joël 2:10 ; zie aldaar. Alle tekenen [wil de profeet zeggen] zijn er, die voor den dag des Heeren zullen voorgaan.

Hertaald: zon en maan zijn zwart geworden, Zoals Joël 2:10; zie daar. Alle tekenen, wil de profeet zeggen, die aan de dag van de HEERE zullen voorafgaan, zijn er.

Joël 3 vers 16

Sion brullen, Uit zijne kerk zijn heilig Evangelie door de ganse wereld laten horen, met verkondiging van zijn verschrikkelijke oordelen over alle ongehoorzamen, hetwelk niet zal geschieden zonder beroerte van de ganse wereld. Verg. de manier van spreken met Jes. 31:4-5 ; Hos. 11:10 , met de aantekening; idem Hag. 2:6-7 ; Hebr. 12:26 .

Hertaald: Sion brullen, Door vanuit Zijn kerk Zijn heilig Evangelie door de hele wereld te laten horen, met de verkondiging van Zijn verschrikkelijke oordelen over alle ongehoorzamen — wat niet zal gebeuren zonder beroering van de hele wereld. Vergelijk de manier van spreken met Jes. 31:4-5; Hos. 11:10 met de aantekening; en ook Hag. 2:6-7; Hebr. 12:26.

Toevlucht Zijns volks, In al de voorzegde verschrikkelijke beroerten en oordelen Gods.

Hertaald: Toevlucht Zijns volks, In alle genoemde verschrikkelijke beroeringen en oordelen van God.

kinderen Israëls zijn Dat is, zijner kerk.

Hertaald: kinderen Israëls zijn Dat is: van Zijn kerk.

Joël 3 vers 17

gijlieden zult weten, Dat is, mijne kerk [waarvan de gelovigen te dien tijde medeleden waren] zal bevinden, ervaren; verg. Joël 2:27 .

Hertaald: gijlieden zult weten, Dat is: Mijn kerk, waarvan de gelovigen in die tijd medeleden waren, zal het ondervinden en ervaren; vergelijk Joël 2:27.

Sion, Gelijk Joël 2:32 , en in vs.21.

Hertaald: Sion, Zoals Joël 2:32 en vers 21.

heiligheid zijn, Dat is, gans heilig, volkomenlijk alsdan geheiligd; zie onder vs.21; Openb. 21:2 , en ook gezuiverd van het lastig gezelschap aller onheilige bokken en huichelaars, die van Christus niet zijn en zijnen Geest niet hebben, gelijk volgt.

Hertaald: heiligheid zijn, Dat is: geheel heilig, dan volkomen geheiligd; zie vers 21; Openb. 21:2. En ook gezuiverd van het lastige gezelschap van alle onheilige bokken en huichelaars, die niet van Christus zijn en Zijn Geest niet hebben, zoals volgt.

en vreemden zullen niet meer door haar doorgaan Zie Zach. 14:21 ; Matt. 7:23 , en Matt. 13:30 , en Matt. 25:32 , Matt. 25:46 ; Openb. 21:27 ; voorts zal zij ook van gene vijanden meer geplaagd zijn.

Hertaald: en vreemden zullen niet meer door haar doorgaan Zie Zach. 14:21; Matth. 7:23, Matth. 13:30 en Matth. 25:32, Matth. 25:46; Openb. 21:27. Verder zal zij ook door geen vijanden meer geplaagd worden.

Joël 3 vers 18

bergen Door deze en de volgende lieflijke en figuurlijke redenen wordt afgebeeld de zeer gelukzalige stand der kerk onder het koninkrijk van Christus, inzonderheid der triomferende kerk in het koninkrijk der heerlijkheid, wanneer God zijn genadewerk, in dit leven aangevangen, volkomenlijk zal voltrekken, en alles in allen zijn. Verg. Am. 9:13 .

Hertaald: bergen Met deze en de volgende liefelijke en beeldende woorden wordt de zeer gelukzalige staat van de kerk onder het koningschap van Christus afgebeeld, en in het bijzonder van de triomferende kerk in het koninkrijk van de heerlijkheid, wanneer God Zijn genadewerk dat in dit leven begonnen is volkomen zal voltooien en alles in allen zal zijn. Vergelijk Amos 9:13.

fontein uit het huis des HEEREN uitgaan, Zie Jes. 49:10 ; Ezech. 47:1 , enz.; Zach. 14:8 , met de aantekening, idem Openb. 22:1 .

Hertaald: fontein uit het huis des HEEREN uitgaan, Zie Jes. 49:10; Ezech. 47:1, enzovoort; Zach. 14:8 met de aantekening, en ook Openb. 22:1.

Sittim bewateren Gelegen aan de oostzijde van de Jordaan, in de vlakke velden der Moabieten, tegenover Jericho, nabij de Zoutzee, of Dode zee, [zie Gen. 14:3 ] , welker wateren dodelijk waren, en volgens dien de aanliggende omstreken droog en onvruchtbaar. Verg. Ezech. 47:1-3 , alwaar gezegd wordt dat de wateren uit des Heeren huis mede liepen oostwaarts; en zie van de plaats Sittim, [ Hebr. ] Schittim Num. 22:1 , verg. met Num. 25:1 , en Num. 33:49 ; Joz. 2:1 ; Mi. 6:5 . Anders: het dal der uitgelezen cederen; dat is, der kerk. Verg. Ps. 92:13-14 , en zie Ex. 25:5 ; Jes. 41:19 .

Hertaald: Sittim bewateren Dat lag aan de oostzijde van de Jordaan, in de vlakke velden van de Moabieten tegenover Jericho, dicht bij de Zoutzee of Dode Zee (zie Gen. 14:3), waarvan het water dodelijk was, zodat de omliggende streken dor en onvruchtbaar waren. Vergelijk Ezech. 47:1-3, waar gezegd wordt dat de wateren uit het huis van de HEERE ook oostwaarts liepen. Zie over de plaats Sittim, in het Hebreeuws Sjittim, Num. 22:1, vergeleken met Num. 25:1 en Num. 33:49; Joz. 2:1; Micha 6:5. Anders: het dal van de uitgelezen ceders, dat is: van de kerk. Vergelijk Ps. 92:13-14, en zie Ex. 25:5; Jes. 41:19.

Joël 3 vers 19

Egypte Zie vs.4.

Hertaald: Egypte Zie vers 4.

woeste wildernis, Gelijk in Joël 2:3 .

Hertaald: woeste wildernis, Zoals Joël 2:3.

om het geweld, Hebr. om den wrevel, of het geweld der kinderen van Juda; dat is, dien zij aan Juda bewezen hebben. Verg. de manier van spreken met Jer. 2:2 , en zie de aantekening aldaar.

Hertaald: om het geweld, Hebreeuws: om de wrevel of het geweld van de kinderen van Juda; dat is: het geweld dat zij Juda aangedaan hebben. Vergelijk de manier van spreken met Jer. 2:2 en zie de aantekening daar.

Joël 3 vers 20

blijven in eeuwigheid, Of, bewoond worden. Zie Jer. 17:6 . Door Juda, Jeruzalem en Zion, versta Gods kerk. Verg. Joël 2:32 .

Hertaald: blijven in eeuwigheid, Of: bewoond worden. Zie Jer. 17:6. Onder Juda, Jeruzalem en Sion moet men Gods kerk verstaan. Vergelijk Joël 2:32.

van geslacht tot geslacht Hebr. tot, of in geslacht en geslacht.

Hertaald: van geslacht tot geslacht Hebreeuws: tot, of in geslacht en geslacht.

Joël 3 vers 21

bloed reinigen, Dat is, Ik zal hen volkomenlijk heiligen, hen zuiverende van alle zondige onreinheid, dat Ik tevoren [in dit leven] niet volkomenlijk had gedaan. Verg. Ezech. 16:6 , Ezech. 16:9 ; Hos. 12:15 , met de aantekening, en zie vs.17. Sommigen duiden het op Gods genade aan de heidenen, die tevoren van Gods verbond vervreemd waren, Ef. 2:12 . Anders: Ik zal hun bloed onschuldig verklaren, [dat] Ik niet onschuldig verklaard had; dat is, Ik zal alsdan door mijn oordeel doen blijken dat zij onschuldig om het leven zijn gebracht, die om mijnentwil gedood zijn, waar Ik tevoren mijn toorn opgeschort en mij dan stilgehouden had. Verg. Openb. 6:10 , en zie vs.19.

Hertaald: bloed reinigen, Dat is: Ik zal hen volkomen heiligen door hen te reinigen van alle zondige onreinheid, wat Ik tevoren in dit leven niet volkomen gedaan had. Vergelijk Ezech. 16:6, Ezech. 16:9; Hos. 12:14 met de aantekening, en zie vers 17. Sommigen betrekken het op Gods genade aan de heidenen, die tevoren van Gods verbond vervreemd waren, Ef. 2:12. Anders: Ik zal hun bloed onschuldig verklaren, dat Ik niet onschuldig verklaard had; dat is: Ik zal dan door Mijn oordeel laten blijken dat zij onschuldig om het leven gebracht zijn, die om Mijnentwil gedood zijn, terwijl Ik tevoren Mijn toorn opgeschort en Mij stilgehouden had. Vergelijk Openb. 6:10, en zie vers 19.

wonen op Sion Verg. Ezech. 48:35 ; Zach. 2:10-11 ; Openb. 21:3 , Openb. 21:22 , en Openb. 22:3 .

Hertaald: wonen op Sion Vergelijk Ezech. 48:35; Zach. 2:10-11; Openb. 21:3, Openb. 21:22 en Openb. 22:3.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het dal van Josafat  — een naam die de zaak zelf benoemt: de HEERE oordeelt (Joël 3:2,12)

"Dan zal Ik alle heidenen vergaderen, en zal hen afvoeren in het dal van Josafat; en Ik zal met hen aldaar richten, vanwege Mijn volk en Mijn erfdeel Israel" (Joël 3:2). Het wordt in Joël 3:12 herhaald: "De heidenen zullen zich opmaken, en optrekken naar het dal van Josafat; maar aldaar zal Ik zitten, om te richten alle heidenen van rondom."

Bijbelse betekenis: Merk op wat de naam Josafat betekent: de HEERE richt, of de HEERE oordeelt. Er wordt geen aardrijkskundige plaats bedoeld die met zekerheid is aan te wijzen; het register spreekt zich niet uit over de vraag of hier een letterlijk dal op het oog is of dat de naam zelf de zaak aanduidt. Wat vaststaat, is de reden van het oordeel: vanwege Mijn volk en Mijn erfdeel Israël, dat de volken hebben verstrooid en verdeeld (Joël 3:2-3). Let vervolgens op wie hier oordeelt: "aldaar zal Ik zitten." Niet de volken, maar de HEERE Zelf neemt plaats om recht te spreken. Let ten slotte op het woord alle heidenen. Het oordeel in dit hoofdstuk gaat niet over de zonden van Israël, zoals de eerste twee hoofdstukken, maar over wat de volken Israël hebben aangedaan.

Typologie: Wat hier over het oordeel over de volken staat, sluit aan bij het oordeel dat de Heere Jezus beschrijft. Wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid, zullen al de volken vóór Hem vergaderd worden (Matt. 25:31-32, reeds behandeld).

Joël 3:2-3,12; Matt. 25:31-32

Menigten, menigten in het dal des dorswagens  — de oogst als beeld van een oordeel dat rijp geworden is (Joël 3:13-14)

"Slaat de sikkel aan, want de oogst is rijp geworden; komt aan, daalt henen af, want de pers is vol, en de perskuipen lopen over; want hunlieder boosheid is groot" (Joël 3:13). En dan de samenvatting: "Menigten, menigten in het dal des dorswagens; want de dag des HEEREN is nabij, in het dal des dorswagens" (Joël 3:14).

Bijbelse betekenis: Merk op de twee beelden die hier samenkomen: de sikkel voor het koren, en de pers voor de druiven. Beide zijn beelden van een oogst die niet langer kan wachten — niet omdat het te vroeg is, maar omdat het rijp is. Let vervolgens op de reden die erbij staat: hunlieder boosheid is groot. De oogst is hier geen neutraal beeld van vruchtbaarheid maar van een kwaad dat zijn maat vol heeft gemaakt. Let ten slotte op de herhaling menigten, menigten. Het woord wordt niet één keer gebruikt maar tweemaal, en tekent daarmee de omvang van wat komt.

Typologie: Johannes gebruikt beide beelden opnieuw voor het laatste oordeel: een engel roept dat de oogst der aarde rijp geworden is (Op. 14:15), en even later wordt de wijnpers van Gods grimmigheid getreden (Op. 14:19-20, reeds behandeld).

Joël 3:13-14; Op. 14:15,19-20

Een fontein uit het huis des HEEREN  — het boek eindigt met water dat uit de tempel zelf voortkomt (Joël 3:18)

"En het zal te dien dage geschieden dat de bergen van zoeten wijn zullen druipen, en de heuvelen van melk vlieten, en alle stromen van Juda vol van water gaan; en er zal een fontein uit het huis des HEEREN uitgaan, en zal het dal van Sittim bewateren" (Joël 3:18).

Bijbelse betekenis: Merk op waar deze fontein vandaan komt: niet uit een bron in het land, maar uit het huis des HEEREN zelf. Dat is dezelfde bron die uitvoeriger getekend wordt in het register bij Ezechiëls tempelvisioen (reeds behandeld bij Ezech. 47:1-12), waar het water al gaande dieper wordt en de dorste plaatsen bereikt. Let vervolgens op de plaats die hier genoemd wordt: het dal van Sittim. Dat is dor gebied, waar Israël zich vroeger juist aan Baal-Peor verbond (reeds behandeld bij Hos. 9:10); precies die plaats van vroegere ontrouw wordt hier bevloeid. Let ten slotte op de overvloed van dit vers: wijn van de bergen, melk van de heuvels, water in overvloed. Na twee hoofdstukken van verwoesting en oordeel eindigt het boek in een beeld van leven dat overal doordringt.

Typologie: Dezelfde bron ziet Johannes in het laatste boek: "een zuivere rivier van het water des levens, klaar als kristal, voortkomende uit den troon Gods, en des Lams" (Op. 22:1, reeds behandeld). En de Heere Jezus noemt Zichzelf de bron waaruit stromen van levend water zullen vloeien voor wie in Hem gelooft (Joh. 7:38, reeds behandeld).

Joël 3:18; Ezech. 47:1-12; Hos. 9:10; Op. 22:1; Joh. 7:38

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Joël 3

Joël 3:21.KruisverwijzingenEzechiël 36:25Jesaja 4:4Ezechiël 36:29Ezechiël 48:35Joël 3:17Mattheüs 27:25Openbaring 21:3
— En Ik zal hunlieder bloed reinigen, dat Ik niet gereinigd had; en de HEERE zal wonen op Sion.
“En Ik zal hunlieder bloed reinigen, dat Ik niet gereinigd had; en de HEERE zal wonen op Sion.”

Aan de grondslag van heel het evangelie ligt een grote waarheid van God: dat het bloed van Jezus Christus, Zijn lieve Zoon, ons reinigt van alle zonde. Wanneer iemand gewassen wordt in dat heilige wasvat dat met het bloed van de verzoening gevuld is, dan wordt hij niet ten dele gereinigd; hij wordt geheél en al gereinigd.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content