Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Joël 1

1 Het woord des HEEREN, dat geschied is tot Joel, den zoon van Pethuel:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Het woordH1697 des HEERENH3068, datH834 geschiedH1961 is totH413 JoelH3100, den zoonH1121 van PethuelH6602: Het woord des HEEREN, dat geschied is tot Joel, den zoon van Pethuel:

KJV The word1 of the LORD2 that came to Joel6 the son7 of Pethuel.

1 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 הָיָ֔ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 יוֹאֵ֖ל H3100 Joel Joel 7 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 פְּתוּאֵֽל H6602 Pethuel Pethuel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Hoort dit, gij oudsten! en neemt ter oren, alle inwoners des lands! Is dit geschied in uw dagen, of ook in de dagen uwer vaderen?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 HoortH8085 ditH2063, gij oudstenH2205! en neemtH238 ter oren, alleH3605 inwonersH3427 des landsH776! Is ditH2063 geschiedH1961 in uw dagenH3117, ofH518 ook in de dagenH3117 uwer vaderenH1? Hoort dit, gij oudsten! en neemt ter oren, alle inwoners des lands! Is dit geschied in uw dagen, of ook in de dagen uwer vaderen?

KJV Hear1 this, ye old men,3 and give ear,4 all ye inhabitants6 of the land.7 Hath this been in your days,10 or even11 in the days12 of your fathers?

1 שִׁמְעוּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 זֹאת֙ H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 3 הַזְּקֵנִ֔ים H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 4 וְהַֽאֲזִ֔ינוּ H238 ore, neem, neemt ore give (perceive by the) ear, hear(-ken). See H239 (אָזַן) 5 כֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 יוֹשְׁבֵ֣י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 7 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 הֶהָ֤יְתָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 זֹּאת֙ H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 10 בִּֽימֵיכֶ֔ם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 11 וְאִ֖ם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 12 בִּימֵ֥י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 13 אֲבֹֽתֵיכֶֽם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Vertelt uw kinderen daarvan, en laat het uw kinderen hun kinderen vertellen, en derzelver kinderen aan een ander geslacht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 VerteltH5608 uw kinderenH1121 daarvan, en laat het uw kinderenH1121 hun kinderenH1121 vertellen, en derzelver kinderenH1121 aanH5921 een anderH312 geslachtH1755. Vertelt uw kinderen daarvan, en laat het uw kinderen hun kinderen vertellen, en derzelver kinderen aan een ander geslacht.

KJV Tell3 ye your children2 of it, and let your children4 tell their children,5 and their children6 another8 generation.

1 עָלֶ֖יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 לִבְנֵיכֶ֣ם H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 סַפֵּ֑רוּ H5608 schrijver, vertellen, tellen commune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer 4 וּבְנֵיכֶם֙ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 לִבְנֵיהֶ֔ם H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 וּבְנֵיהֶ֖ם H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 לְד֥וֹר H1755 geslacht, geslachten, Geslacht age, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity 8 אַחֵֽר H312 ander, anders, aarde (an-) other man, following, next, strange
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Wat de rups heeft overgelaten, heeft de sprinkhaan afgegeten, en wat de sprinkhaan heeft overgelaten, heeft de kever afgegeten, en wat de kever heeft overgelaten, heeft de kruidworm afgegeten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Wat de rupsH1501 heeft overgelatenH3499, heeft de sprinkhaanH697 afgegetenH398, en wat de sprinkhaanH697 heeft overgelatenH3499, heeft de keverH3218 afgegetenH398, en wat de keverH3218 heeft overgelatenH3499, heeft de kruidwormH2625 afgegetenH398. Wat de rups heeft overgelaten, heeft de sprinkhaan afgegeten, en wat de sprinkhaan heeft overgelaten, heeft de kever afgegeten, en wat de kever heeft overgelaten, heeft de kruidworm afgegeten.

KJV That which the palmerworm2 hath left1 hath the locust4 eaten;3 and that which the locust6 hath left5 hath the cankerworm8 eaten;7 and that which the cankerworm10 hath left9 hath the caterpiller12 eaten.

1 יֶ֤תֶר H3499 overige, overblijfsel, overgelaten [phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with 2 הַגָּזָם֙ H1501 rups palmer-worm 3 אָכַ֣ל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 4 הָֽאַרְבֶּ֔ה H697 sprinkhanen, sprinkhaan grasshopper, locust 5 וְיֶ֥תֶר H3499 overige, overblijfsel, overgelaten [phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with 6 הָאַרְבֶּ֖ה H697 sprinkhanen, sprinkhaan grasshopper, locust 7 אָכַ֣ל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 8 הַיָּ֑לֶק H3218 kevers, kever cankerworm, caterpillar 9 וְיֶ֣תֶר H3499 overige, overblijfsel, overgelaten [phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with 10 הַיֶּ֔לֶק H3218 kevers, kever cankerworm, caterpillar 11 אָכַ֖ל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 12 הֶחָסִֽיל H2625 kevers, kruidworm caterpillar
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Waakt op, gij dronkenen! en weent, en huilt, alle gij wijnzuipers! om den nieuwen wijn, dewijl hij van uw mond is afgesneden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 WaaktH6974 opH5921, gij dronkenenH7910! en weentH1058, en huiltH3213, alleH3605 gij wijnzuipersH8354! om den nieuwen wijnH6071, dewijlH3588 hij van uw mondH6310 is afgesnedenH3772. Waakt op, gij dronkenen! en weent, en huilt, alle gij wijnzuipers! om den nieuwen wijn, dewijl hij van uw mond is afgesneden.

KJV Awake,1 ye drunkards,2 and weep;3 and howl,4 all ye drinkers6 of wine,7 because of the new wine;9 for it is cut off11 from your mouth.

1 הָקִ֤יצוּ H6974 opwaken, wakker, ontwaakt arise, (be) (a-) wake, watch 2 שִׁכּוֹרִים֙ H7910 dronken, dronkaard, dronkenen drunk(-ard, -en, -en man) 3 וּבְכ֔וּ H1058 weende, weenden, wenen [idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep 4 וְהֵילִ֖לוּ H3213 huilen, Huilt, huilt (make to) howl, be howling 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 שֹׁ֣תֵי H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 7 יָ֑יִן H3196 wijn, wijns, Wijn banqueting, wine, wine(-bibber) 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 עָסִ֕יס H6071 zoeten wijn, nieuwen wijn, sap juice, new (sweet) wine 10 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 נִכְרַ֖ת H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 12 מִפִּיכֶֽם H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Want een volk is opgekomen over mijn land, machtig en zonder getal; zijn tanden zijn leeuwentanden, en het heeft baktanden eens ouden leeuws.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 WantH3588 een volkH1471 is opgekomenH5927 overH5921 mijn landH776, machtigH6099 en zonderH369 getalH4557; zijn tandenH8127 zijn leeuwentandenH8127, en het heeft baktandenH4973 eens ouden leeuwsH3833. Want een volk is opgekomen over mijn land, machtig en zonder getal; zijn tanden zijn leeuwentanden, en het heeft baktanden eens ouden leeuws.

KJV For a nation2 is come up3 upon my land,5 strong,6 and without number,8 whose teeth9 are the teeth10 of a lion,11 and he hath the cheek teeth12 of a great lion.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 גוֹי֙ H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 3 עָלָ֣ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 אַרְצִ֔י H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 עָצ֖וּם H6099 machtig, machtiger, machtige [phrase] feeble, great, mighty, must, strong 7 וְאֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 8 מִסְפָּ֑ר H4557 getal, tellen, geteld [phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time 9 שִׁנָּיו֙ H8127 tanden, tand, elpenbenen crag, [idiom] forefront, ivory, [idiom] sharp, tooth 10 שִׁנֵּ֣י H8127 tanden, tand, elpenbenen crag, [idiom] forefront, ivory, [idiom] sharp, tooth 11 אַרְיֵ֔ה H738 leeuw, leeuwen, leeuws (young) lion, [phrase] pierce (from the margin) 12 וּֽמְתַלְּע֥וֹת H4973 baktanden cheek (jaw) tooth, jaw 13 לָבִ֖יא H3833 oude leeuw, ouden leeuw, leeuwen (great, old, stout) lion, lioness, young (lion) 14 לֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Het heeft mijn wijnstok gesteld tot een verwoesting, en mijn vijgeboom tot schuim; het heeft hem ganselijk ontbloot en nedergeworpen, zijn ranken zijn wit geworden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Het heeft mijn wijnstokH1612 gesteldH7760 tot een verwoestingH8047, en mijn vijgeboomH8384 tot schuimH7111; het heeft hem ganselijkH2834 ontblootH2834 en nedergeworpenH7993, zijn rankenH8299 zijn witH3835 geworden. Het heeft mijn wijnstok gesteld tot een verwoesting, en mijn vijgeboom tot schuim; het heeft hem ganselijk ontbloot en nedergeworpen, zijn ranken zijn wit geworden.

KJV He hath laid1 my vine2 waste,3 and barked5 my fig tree:4 he hath made it clean6 bare,7 and cast it away;8 the branches10 thereof are made white.

1 שָׂ֤ם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 2 גַּפְנִי֙ H1612 wijnstok, wijnstokken, wijnstoks vine, tree 3 לְשַׁמָּ֔ה H8047 verwoesting, ontzetting, schrik astonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing 4 וּתְאֵנָתִ֖י H8384 vijgeboom, vijgen, vijgebomen fig (tree) 5 לִקְצָפָ֑ה H7111 schuim bark(-ed) 6 חָשֹׂ֤ף H2834 ontbloot, scheppen, blote make bare, clean, discover, draw out, take, uncover 7 חֲשָׂפָהּ֙ H2834 ontbloot, scheppen, blote make bare, clean, discover, draw out, take, uncover 8 וְהִשְׁלִ֔יךְ H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 9 הִלְבִּ֖ינוּ H3835 wit, strijken, tichelstenen make brick, be (made, make) white(-r) 10 שָׂרִיגֶֽיהָ H8299 ranken branch
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Kermt, als een jonkvrouw, die met een zak omgord is vanwege den man van haar jeugd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 KermtH421, als een jonkvrouwH1330, die met een zakH8242 omgordH2296 is vanwegeH5921 den manH1167 van haar jeugdH5271. Kermt, als een jonkvrouw, die met een zak omgord is vanwege den man van haar jeugd.

KJV Lament1 like a virgin2 girded3 with sackcloth4 for the husband6 of her youth.

1 אֱלִ֕י H421 Kermt lament 2 כִּבְתוּלָ֥ה H1330 jonkvrouw, maagd, maagden maid, virgin 3 חֲגֻֽרַת H2296 aangegord, gordde, omgord be able to put on, be afraid, appointed, gird, restrain, [idiom] on every side 4 שַׂ֖ק H8242 zak, zakken, zaks sack(-cloth, -clothes) 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 בַּ֥עַל H1167 burgers, heer, man [phrase] archer, [phrase] babbler, [phrase] bird, captain, chief man, [phrase] confederate, [phrase] have to do, [phrase] dreamer, those to whom it is due, [phrase] furious, those that are given to it, great, [phrase] hairy, he that hath it, have, [phrase] horseman, husband, lord, man, [phrase] married, master, person, [phrase] sworn, they of 7 נְעוּרֶֽיהָ H5271 jeugd, jonkheid childhood, youth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Spijsoffer en drankoffer is van het huis des HEEREN afgesneden; de priesters, des HEEREN dienaars, treuren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 SpijsofferH4503 en drankofferH5262 is van het huisH1004 des HEERENH3068 afgesnedenH3772; de priestersH3548, des HEERENH3068 dienaarsH8334, treurenH56. Spijsoffer en drankoffer is van het huis des HEEREN afgesneden; de priesters, des HEEREN dienaars, treuren.

KJV The meat offering2 and the drink offering3 is cut off1 from the house4 of the LORD;5 the priests,7 the LORD'S9 ministers,8 mourn.

1 הָכְרַ֥ת H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 2 מִנְחָ֛ה H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 3 וָנֶ֖סֶךְ H5262 drankofferen, drankoffer, beeld cover, drink offering, molten image 4 מִבֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 5 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 אָֽבְלוּ֙ H56 rouw, treuren, treurt lament, mourn 7 הַכֹּ֣הֲנִ֔ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 8 מְשָׁרְתֵ֖י H8334 dienen, dienaars, diende minister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on 9 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Het veld is verwoest, het land treurt; want het koren is verwoest, de most is verdroogd, de olie is flauw.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Het veldH7704 is verwoestH7703, het landH127 treurtH56; wantH3588 het korenH1715 is verwoestH7703, de mostH8492 is verdroogdH3001, de olieH3323 is flauwH535. Het veld is verwoest, het land treurt; want het koren is verwoest, de most is verdroogd, de olie is flauw.

KJV The field2 is wasted,1 the land4 mourneth;3 for the corn7 is wasted:6 the new wine9 is dried up,8 the oil11 languisheth.

1 שֻׁדַּ֣ד H7703 verwoest, verstoord, verstoorder dead, destroy(-er), oppress, robber, spoil(-er), [idiom] utterly, (lay) waste 2 שָׂדֶ֔ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 3 אָבְלָ֖ה H56 rouw, treuren, treurt lament, mourn 4 אֲדָמָ֑ה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 5 כִּ֚י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 שֻׁדַּ֣ד H7703 verwoest, verstoord, verstoorder dead, destroy(-er), oppress, robber, spoil(-er), [idiom] utterly, (lay) waste 7 דָּגָ֔ן H1715 koren, koorn, korens corn (floor), wheat 8 הוֹבִ֥ישׁ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 9 תִּיר֖וֹשׁ H8492 most (new, sweet) wine 10 אֻמְלַ֥ל H535 kweelt, kwelen, flauw languish, be weak, wax feeble 11 יִצְהָֽר H3323 olie, olietakken [phrase] anointed oil
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 De akkerlieden zijn beschaamd, de wijngaardeniers huilen, om de tarwe en om de gerst, want de oogst des velds is vergaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 De akkerliedenH406 zijn beschaamdH3001, de wijngaardeniersH3755 huilenH3213, om de tarweH2406 en om de gerstH8184, wantH3588 de oogstH7105 des veldsH7704 is vergaanH6. De akkerlieden zijn beschaamd, de wijngaardeniers huilen, om de tarwe en om de gerst, want de oogst des velds is vergaan.

KJV Be ye ashamed, O ye husbandmen;2 howl,3 O ye vinedressers,4 for the wheat6 and for the barley;8 because the harvest11 of the field12 is perished.

1 הֹבִ֣ישׁוּ H954 beschaamd, beschaamt, schamen (be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long 2 אִכָּרִ֗ים H406 akkerlieden, akkerman husbandman, ploughman 3 הֵילִ֨ילוּ֙ H3213 huilen, Huilt, huilt (make to) howl, be howling 4 כֹּֽרְמִ֔ים H3755 wijngaardeniers vine dresser (as one or two words) 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 חִטָּ֖ה H2406 tarwe, tarweoogst, tarwemeelbloem wheat(-en) 7 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 שְׂעֹרָ֑ה H8184 gerst, gersteoogst, gerstekoek barley 9 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 אָבַ֖ד H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 11 קְצִ֥יר H7105 oogst, oogstes, tak bough, branch, harvest (man) 12 שָׂדֶֽה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 De wijnstok is verdord, de vijgeboom is flauw; de granaatappelboom, ook de palmboom en appelboom; alle bomen des velds zijn verdord; ja de vrolijkheid is verdord van de mensenkinderen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 De wijnstokH1612 is verdordH3001, de vijgeboomH8384 is flauwH535; de granaatappelboomH7416, ookH1571 de palmboomH8558 en appelboomH8598; alleH3605 bomenH6086 des veldsH7704 zijn verdordH3001; ja de vrolijkheidH8342 is verdordH3001 vanH4480 de mensenkinderenH1121. De wijnstok is verdord, de vijgeboom is flauw; de granaatappelboom, ook de palmboom en appelboom; alle bomen des velds zijn verdord; ja de vrolijkheid is verdord van de mensenkinderen.

KJV The vine1 is dried up,2 and the fig tree3 languisheth;4 the pomegranate5 tree, the palm tree7 also, and the apple tree,8 even all the trees10 of the field,11 are withered:12 because joy15 is withered away14 from the sons17 of men.

1 הַגֶּ֣פֶן H1612 wijnstok, wijnstokken, wijnstoks vine, tree 2 הוֹבִ֔ישָׁה H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 3 וְהַתְּאֵנָ֖ה H8384 vijgeboom, vijgen, vijgebomen fig (tree) 4 אֻמְלָ֑לָה H535 kweelt, kwelen, flauw languish, be weak, wax feeble 5 רִמּ֞וֹן H7416 granaatappelen, granaatappel, granaatappelboom pomegranate 6 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 7 תָּמָ֣ר H8558 palmboom, palmbomen palm (tree) 8 וְתַפּ֗וּחַ H8598 appelboom, appelen apple (tree). See also H1054 (בֵּית תַּפּוּחַ) 9 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 עֲצֵ֤י H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 11 הַשָּׂדֶה֙ H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 12 יָבֵ֔שׁוּ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 13 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 הֹבִ֥ישׁ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 15 שָׂשׂ֖וֹן H8342 vreugde, vrolijkheid, blijdschap gladness, joy, mirth, rejoicing 16 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 17 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 18 אָדָֽם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Omgordt u, en rouwklaagt, gij priesters! huilt, gij dienaars des altaars! gaat in, vernacht in zakken, gij dienaars mijns Gods! want spijsoffer en drankoffer is geweerd van het huis uws Gods.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 OmgordtH2296 u, en rouwklaagtH5594, gij priestersH3548! huiltH3213, gij dienaarsH8334 des altaarsH4196! gaat in, vernachtH3885 in zakkenH8242, gij dienaarsH8334 mijns GodsH430! wantH3588 spijsofferH4503 en drankofferH5262 is geweerdH4513 van het huisH1004 uws GodsH430. Omgordt u, en rouwklaagt, gij priesters! huilt, gij dienaars des altaars! gaat in, vernacht in zakken, gij dienaars mijns Gods! want spijsoffer en drankoffer is geweerd van het huis uws Gods.

KJV Gird1 yourselves, and lament,2 ye priests:3 howl,4 ye ministers5 of the altar:6 come,7 lie all night8 in sackcloth,9 ye ministers10 of my God:11 for the meat offering16 and the drink offering17 is withholden13 from the house14 of your God.

1 חִגְר֨וּ H2296 aangegord, gordde, omgord be able to put on, be afraid, appointed, gird, restrain, [idiom] on every side 2 וְסִפְד֜וּ H5594 beklagen, rouwklagen, misbaar lament, mourn(-er), wail 3 הַכֹּהֲנִ֗ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 4 הֵילִ֨ילוּ֙ H3213 huilen, Huilt, huilt (make to) howl, be howling 5 מְשָׁרְתֵ֣י H8334 dienen, dienaars, diende minister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on 6 מִזְבֵּ֔חַ H4196 altaar, altaren, altaars altar 7 בֹּ֚אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 לִ֣ינוּ H3885 vernachten, vernacht, vernachtten abide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night) 9 בַשַּׂקִּ֔ים H8242 zak, zakken, zaks sack(-cloth, -clothes) 10 מְשָׁרְתֵ֖י H8334 dienen, dienaars, diende minister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on 11 אֱלֹהָ֑י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 12 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 נִמְנַ֛ע H4513 geweerd, onthouden, Bedwing deny, keep (back), refrain, restrain, withhold 14 מִבֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 15 אֱלֹהֵיכֶ֖ם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 16 מִנְחָ֥ה H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 17 וָנָֽסֶךְ H5262 drankofferen, drankoffer, beeld cover, drink offering, molten image
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Heiligt een vasten, roept een verbodsdag uit, verzamelt de oudsten, en alle inwoners dezes lands, ten huize des HEEREN, uws Gods, en roept tot den HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 HeiligtH6942 een vastenH6685, roept een verbodsdagH6116 uit, verzameltH622 de oudstenH2205, en alleH3605 inwonersH3427 dezes landsH776, ten huizeH1004 des HEERENH3068, uws GodsH430, en roept totH413 den HEEREH3068. Heiligt een vasten, roept een verbodsdag uit, verzamelt de oudsten, en alle inwoners dezes lands, ten huize des HEEREN, uws Gods, en roept tot den HEERE.

Ook in dit vers roeptH2199 roeptH7121

KJV Sanctify1 ye a fast,2 call3 a solemn assembly,4 gather5 the elders6 and all the inhabitants8 of the land9 into the house10 of the LORD11 your God,12 and cry13 unto the LORD,

1 קַדְּשׁוּ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 2 צוֹם֙ H6685 vasten, vast, vastendag fast(-ing) 3 קִרְא֣וּ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 4 עֲצָרָ֔ה H6116 verbodsdag, verbods, hoop (solemn) assembly (meeting) 5 אִסְפ֣וּ H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 6 זְקֵנִ֗ים H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 7 כֹּ֚ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 יֹשְׁבֵ֣י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 9 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 בֵּ֖ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 11 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 אֱלֹהֵיכֶ֑ם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 13 וְזַעֲק֖וּ H2199 riep, riepen, roepen assemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed 14 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Ach, die dag! want de dag des HEEREN is nabij, en zal als een verwoesting komen van den Almachtige.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 AchH162, die dagH3117! want de dagH3117 des HEERENH3068 is nabijH7138, en zal als een verwoestingH7701 komenH935 van den AlmachtigeH7706. Ach, die dag! want de dag des HEEREN is nabij, en zal als een verwoesting komen van den Almachtige.

KJV Alas1 for the day!2 for the day5 of the LORD6 is at hand,4 and as a destruction7 from the Almighty8 shall it come.

1 אֲהָ֖הּ H162 Ach ah, alas 2 לַיּ֑וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 4 קָרוֹב֙ H7138 nabij, naaste, nabestaande allied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly) 5 י֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 וּכְשֹׁ֖ד H7701 verwoesting, verstoring, verstoorde desolation, destruction, oppression, robbery, spoil(-ed, -er, -ing), wasting 8 מִשַׁדַּ֥י H7706 Almachtige, Almachtigen, almachtig Almighty 9 יָבֽוֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Is niet de spijze voor onze ogen afgesneden? Blijdschap en verheuging van het huis onzes Gods?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Is nietH3808 de spijzeH400 voor onze ogenH5869 afgesnedenH3772? BlijdschapH8057 en verheugingH1524 van het huisH1004 onzes GodsH430? Is niet de spijze voor onze ogen afgesneden? Blijdschap en verheuging van het huis onzes Gods?

KJV Is not the meat4 cut off5 before our eyes,3 yea, joy8 and gladness9 from the house6 of our God?

1 הֲל֛וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 נֶ֥גֶד H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 3 עֵינֵ֖ינוּ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 4 אֹ֣כֶל H400 spijze, spijs, eten eating, food, meal(-time), meat, prey, victuals 5 נִכְרָ֑ת H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 6 מִבֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 7 אֱלֹהֵ֖ינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 8 שִׂמְחָ֥ה H8057 blijdschap, vreugde, vrolijkheid [idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing) 9 וָגִֽיל H1524 verheuging, opspringens, blijdschap [idiom] exceedingly, gladness, [idiom] greatly, joy, rejoice(-ing), sort
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 De granen zijn onder hun kluiten verrot, de schathuizen zijn verwoest, de schuren zijn afgebroken, want het koren is verdord.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 De granenH6507 zijn onderH8478 hun kluitenH4053 verrotH5685, de schathuizenH214 zijn verwoestH8074, de schurenH4460 zijn afgebrokenH2040, wantH3588 het korenH1715 is verdordH3001. De granen zijn onder hun kluiten verrot, de schathuizen zijn verwoest, de schuren zijn afgebroken, want het koren is verdord.

KJV The seed2 is rotten1 under their clods,4 the garners6 are laid desolate,5 the barns8 are broken down;7 for the corn11 is withered.

1 עָבְשׁ֣וּ H5685 verrot be rotten 2 פְרֻד֗וֹת H6507 granen seed 3 תַּ֚חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 4 מֶגְרְפֹ֣תֵיהֶ֔ם H4053 kluiten clod 5 נָשַׁ֨מּוּ֙ H8074 verwoest, verwoeste, ontzetten make amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder 6 אֹֽצָר֔וֹת H214 schatten, schat, schatkameren armory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y) 7 נֶהֶרְס֖וּ H2040 afbreken, afgebroken, verbroken beat down, break (down, through), destroy, overthrow, pluck down, pull down, ruin, throw down, [idiom] utterly 8 מַמְּגֻר֑וֹת H4460 schuren barn 9 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 הֹבִ֖ישׁ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 11 דָּגָֽן H1715 koren, koorn, korens corn (floor), wheat
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 O, hoe zucht het vee, de runderkudden zijn bedwelmd, want zij hebben geen weide, ook zijn de schaapskudden verwoest.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 O, hoeH4100 zuchtH584 het veeH929, de runderkuddenH5739 zijn bedwelmdH943, wantH3588 zij hebben geenH369 weideH4829, ookH1571 zijn de schaapskuddenH5739 verwoestH816. O, hoe zucht het vee, de runderkudden zijn bedwelmd, want zij hebben geen weide, ook zijn de schaapskudden verwoest.

KJV How do the beasts3 groan!2 the herds5 of cattle6 are perplexed,4 because they have no pasture;9 yea, the flocks12 of sheep13 are made desolate.

1 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 2 נֶּאֶנְחָ֣ה H584 zucht, zuchten, zuchtten groan, mourn, sigh 3 בְהֵמָ֗ה H929 beesten, vee, beest beast, cattle 4 נָבֹ֨כוּ֙ H943 verward, bedwelmd be entangled, (perplexed) 5 עֶדְרֵ֣י H5739 kudde, kudden, schaapskudden drove, flock, herd 6 בָקָ֔ר H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 7 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 אֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 9 מִרְעֶ֖ה H4829 weide feeding place, pasture 10 לָהֶ֑ם 11 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 12 עֶדְרֵ֥י H5739 kudde, kudden, schaapskudden drove, flock, herd 13 הַצֹּ֖אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 14 נֶאְשָֽׁמוּ H816 schuldig, verwoest, schuld [idiom] certainly, be(-come, made) desolate, destroy, [idiom] greatly, be(-come, found, hold) guilty, offend (acknowledge offence), trespass
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Tot U, o HEERE! roep ik; want een vuur heeft de weiden der woestijn verteerd, en een vlam heeft alle bomen des velds aangestoken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 TotH413 U, o HEEREH3068! roepH7121 ik; wantH3588 een vuurH784 heeft de weidenH4999 der woestijnH4057 verteerdH398, en een vlamH3852 heeft alleH3605 bomenH6086 des veldsH7704 aangestokenH3857. Tot U, o HEERE! roep ik; want een vuur heeft de weiden der woestijn verteerd, en een vlam heeft alle bomen des velds aangestoken.

KJV O LORD,2 to thee will I cry:3 for the fire5 hath devoured6 the pastures7 of the wilderness,8 and the flame9 hath burned10 all the trees12 of the field.

1 אֵלֶ֥יךָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 2 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶקְרָ֑א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 4 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 אֵ֗שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 6 אָֽכְלָה֙ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 7 נְא֣וֹת H4999 weiden, woningen, herdershutten habitation, house, pasture, pleasant place 8 מִדְבָּ֔ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 9 וְלֶ֣הָבָ֔ה H3852 vlam, vlammend, vlammig flame(-ming), head (of a spear) 10 לִהֲטָ֖ה H3857 brand, vlam zetten, aangestoken burn (up), set on fire, flaming, kindle 11 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 עֲצֵ֥י H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 13 הַשָּׂדֶֽה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Ook schreeuwt elk beest des velds tot U; want de waterstromen zijn uitgedroogd, en een vuur heeft de weiden der woestijn verteerd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 OokH1571 schreeuwtH6165 elk beestH929 des veldsH7704 totH413 U; wantH3588 de waterstromenH650 zijn uitgedroogdH3001, en een vuurH784 heeft de weidenH4999 der woestijnH4057 verteerdH398. Ook schreeuwt elk beest des velds tot U; want de waterstromen zijn uitgedroogd, en een vuur heeft de weiden der woestijn verteerd.

KJV The beasts2 of the field3 cry4 also unto thee: for the rivers8 of waters9 are dried up,7 and the fire10 hath devoured11 the pastures12 of the wilderness.

1 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 בַּהֲמ֥וֹת H929 beesten, vee, beest beast, cattle 3 שָׂדֶ֖ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 4 תַּעֲר֣וֹג H6165 schreeuwt cry, pant 5 אֵלֶ֑יךָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 יָֽבְשׁוּ֙ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 8 אֲפִ֣יקֵי H650 stromen, waterstromen, kolken brook, channel, mighty, river, [phrase] scale, stream, strong piece 9 מָ֔יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 10 וְאֵ֕שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 11 אָכְלָ֖ה H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 12 נְא֥וֹת H4999 weiden, woningen, herdershutten habitation, house, pasture, pleasant place 13 הַמִּדְבָּֽר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Joël 1:1 Handelingen 2:16 Jeremia 1:2 2 Petrus 1:21 Hosea 1:1 Ezechiël 1:3
Joël 1:2 Hosea 5:1 Joël 2:2 Job 8:8 Mattheüs 13:9 Jeremia 30:7 Job 21:7 Psalmen 49:1 Jesaja 7:17
Joël 1:3 Psalmen 78:3 Deuteronomium 6:7 Jozua 4:21 Exodus 13:14 Psalmen 145:4 Jozua 4:6 Psalmen 44:1 Psalmen 71:18
Joël 1:4 Joël 2:25 Amos 4:9 Deuteronomium 28:38 Amos 7:1 Psalmen 78:46 Exodus 10:4 Jesaja 33:4 Psalmen 105:34
Joël 1:5 Jakobus 5:1 Jesaja 24:7 Joël 3:3 Jesaja 32:10 Joël 1:11 Amos 6:3 Romeinen 13:11 Lukas 16:19
Joël 1:6 Joël 2:25 Openbaring 9:7 Spreuken 30:25 Hosea 9:3 Psalmen 107:34 Jesaja 8:8 Spreuken 30:14 Joël 2:2
Joël 1:7 Jesaja 5:6 Joël 1:12 Habakuk 3:17 Exodus 10:15 Hosea 2:12 Jesaja 24:7 Amos 4:9 Psalmen 105:33
Joël 1:8 Jesaja 22:12 Amos 8:10 Maleachi 2:15 Spreuken 2:17 Joël 1:13 Jeremia 3:4 Jeremia 9:17 Jakobus 4:8
Joël 1:9 Joël 2:14 Joël 2:17 Hosea 9:4 Joël 1:13 Jesaja 61:6 Klaagliederen 1:16 Exodus 28:1 Klaagliederen 1:4
Joël 1:10 Hosea 4:3 Joël 1:5 Hosea 9:2 Jeremia 12:11 Joël 1:17 Joël 1:12 Jesaja 24:3 Jeremia 48:33
Joël 1:11 Jeremia 14:3 Jesaja 17:11 Jeremia 9:12 Amos 5:16 Romeinen 5:5
Joël 1:12 Jesaja 16:10 Jesaja 24:11 Joël 1:10 Hooglied 2:3 Psalmen 4:7 Jeremia 48:3 Psalmen 92:12 Jesaja 9:3
Joël 1:13 Jeremia 4:8 Joël 1:8 Ezechiël 7:18 Jona 3:5 Jeremia 9:10 Joël 2:17 1 Koningen 21:27 2 Korinthe 11:23
Joël 1:14 Joël 2:15 Jona 3:8 2 Kronieken 20:3 2 Kronieken 20:13 Leviticus 23:36 Deuteronomium 29:10 Nehemia 9:2 Nehemia 8:18
Joël 1:15 Jeremia 30:7 Jesaja 13:6 Joël 2:31 Sefanja 1:14 Ezechiël 7:2 Joël 2:11 Joël 2:1 Jakobus 5:9
Joël 1:16 Psalmen 43:4 Deuteronomium 12:6 Amos 4:6 Jesaja 3:7 Joël 1:13 Jesaja 62:8 Joël 1:5 Deuteronomium 12:11
Joël 1:17 Jesaja 17:10 Genesis 23:16
Joël 1:18 Jeremia 12:4 Hosea 4:3 Jeremia 14:5 Joël 1:20 Romeinen 8:22 1 Koningen 18:5
Joël 1:19 Jeremia 9:10 Psalmen 50:15 Amos 7:4 Micha 7:7 Joël 2:3 Filippenzen 4:6 Psalmen 91:15 Lukas 18:7
Joël 1:20 Psalmen 104:21 1 Koningen 17:7 Psalmen 147:9 Psalmen 145:15 Job 38:41 1 Koningen 18:5
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Joël 1 vers 2

oudsten Die in Juda de regering hebt en ervarenheid van zaken en tijden; zie Ex. 3:16 , en Lev. 14:15 , met de aantekening. Of slechts, gij ouden van jaren, die meer beleefd hebt dan jongen of die van middelmatigen ouderdom zijn.

Hertaald: oudsten U die in Juda de leiding hebt en ervaring hebt van zaken en tijden; zie Ex. 3:16 en Lev. 14:15 met de aantekening. Of eenvoudig: u ouden van dagen, die meer meegemaakt hebt dan jongeren of dan mensen van middelbare leeftijd.

dit geschied in uw dagen, Weet gij, gedenkt u, van zulk ene plaag, als in het volgende verhaald wordt?

Hertaald: dit geschied in uw dagen, Weet u van zo'n plaag als in het vervolg verteld wordt, of herinnert u zich die?

vaderen? Ex. 10:4-6 , Ex. 10:14-15 , wordt ook van een gruwelijke plaag der sprinkhanen over de Egyptenaars verhaald, maar die duurde zo lang niet, en er waren zoveel soorten niet van dat vernielend gedierte als hier in het land van Juda, het een achter het ander; hoewel de verstoktheid van het volk zo groot was, dat zij weinig gevoel daarvan hadden tot bekering; waarom God hen door dezen profeet zoekt op te wekken, gelijk het volgende uitwijst.

Hertaald: vaderen? In Ex. 10:4-6 en Ex. 10:14-15 wordt ook verteld van een gruwelijke sprinkhanenplaag over de Egyptenaren, maar die duurde niet zo lang en er waren niet zoveel soorten van dat vernielende ongedierte als hier in het land Juda, het ene na het andere. En toch was de verstoktheid van het volk zo groot dat het hun weinig aan het hart ging en hen niet tot bekering bracht; daarom probeert God hen door deze profeet wakker te schudden, zoals het vervolg uitwijst.

Joël 1 vers 3

Vertelt uw kinderen daarvan, Verg. Ex. 10:2 ; Ps. 78:4 , Ps. 78:6 .

Hertaald: Vertelt uw kinderen daarvan, Vergelijk Ex. 10:2; Ps. 78:4, Ps. 78:6.

ander geslacht Dat is, het navolgende geslacht, of hunnen nakomelingen.

Hertaald: ander geslacht Dat is: het volgende geslacht, of hun nakomelingen.

Joël 1 vers 4

rups heeft overgelaten, Hebr. het ovurige der rups; en zo in het volgende. Wanneer deze verschrikkelijke en langdurige plagen van het ongedierte, vergezelschapt met grote droogte, Juda zijn overkomen, is onzeker. Eenigen passen het op den tijd van Elia en Elisa, of als Joram in Israël en Josafat in Juda regeerden. Zie 1 Kon. 17:1 , enz., en 2 Kon. 4:38 . Anderen vergelijken het met Jer. 14:1 ; idem Am. 1:2 , en Am. 4:6-9 , enz. Sommigen menen dat door deze schadelijke dieren figuurlijk verstaan worden de Assyriërs en Chaldeën, die het land in de uiterste verwoesting zouden stellen. De profeet spreekt eensdeels in den verleden en tegenwoordigen tijd, anderdeels in den toekomenden; zie onder vs.15, en Joël 2:1 , enz., omdat deze plaag enige jaren geduurd heeft, onder Joël 2:25 . Doch sommigen menen dat dit oordeel nog toekomstig was, en dat de profeet profetischerwijze daarvan spreekt alsof het voor ogen ware.

Hertaald: rups heeft overgelaten, Hebreeuws: het overige van de rups; en zo ook in het vervolg. Wanneer deze verschrikkelijke en langdurige plagen van ongedierte, gepaard met grote droogte, Juda overkomen zijn, is onzeker. Sommigen plaatsen het in de tijd van Elia en Elisa, of toen Joram in Israël en Josafat in Juda regeerden. Zie 1 Kon. 17:1, enzovoort, en 2 Kon. 4:38. Anderen vergelijken het met Jer. 14:1 en ook met Amos 1:2 en Amos 4:6-9, enzovoort. Sommigen menen dat met deze schadelijke dieren figuurlijk de Assyriërs en Chaldeeën bedoeld worden, die het land in de uiterste verwoesting zouden brengen. De profeet spreekt deels in de verleden en tegenwoordige tijd, deels in de toekomende (zie vers 15 en Joël 2:1, enzovoort), omdat deze plaag enkele jaren geduurd heeft, Joël 2:25. Maar sommigen menen dat dit oordeel nog toekomstig was en dat de profeet er op profetische wijze over spreekt alsof het voor ogen stond.

Joël 1 vers 5

hij van uw mond Doordien alle wijnstokken van het voorzeide gedierten ten enenmale bedorven waren, gelijk volgt in vs.7; verg. Am. 4:9 .

Hertaald: hij van uw mond Doordat alle wijnstokken door het genoemde ongedierte volkomen verwoest waren, zoals volgt in vers 7; vergelijk Amos 4:9.

Joël 1 vers 6

volk is opgekomen Versta, de ontallijke menigte van de voorzeide gedierten, die God, om des volks zonden vertoornd zijnde, op zijn eigen heilig land zou laten komen, die oneigenlijk een volk, of natie genoemd worden; zie onder Joël 2:2 , en verg. Spr. 30:25-26 , en zie de aantekening aldaar. Van Kanaän, dat God zijn land noemt, zie Hos. 9:3 , met de aantekening, alzo ook Joël 2:18 .

Hertaald: volk is opgekomen Versta: de ontelbare menigte van het genoemde ongedierte, dat God — vertoornd om de zonden van het volk — over Zijn eigen heilige land zou laten komen, en dat in oneigenlijke zin een volk of natie genoemd wordt; zie Joël 2:2, en vergelijk Spr. 30:25-26 met de aantekening daar. Over Kanaän, dat God Zijn land noemt, zie Hos. 9:3 met de aantekening; zo ook Joël 2:18.

tanden zijn leeuwentanden, Dit betekent dezer dieren gretigheid, vratigheid en sterkte. Verg. Openb. 9:8-10 .

Hertaald: tanden zijn leeuwentanden, Dit duidt de vraatzucht, gulzigheid en kracht van deze dieren aan. Vergelijk Openb. 9:8-10.

Joël 1 vers 7

Het heeft Voorts volk; dat is, dat boos gedierte.

Hertaald: Het heeft Namelijk dat volk, dat is: dat boze ongedierte.

mijn wijnstok gesteld Verg. Hos. 2:8 . Aldus spreekt God om te tonen dat Hij ook zijn eigen creaturen en gaven niet verschoont om de zonden der mensen te straffen.

Hertaald: mijn wijnstok gesteld Vergelijk Hos. 2:9. Zo spreekt God om te tonen dat Hij zelfs Zijn eigen schepselen en gaven niet spaart wanneer Hij de zonden van de mensen straft.

schuim; Dat is, hij vergaat, verdwijnt. Of, zwam. Anders: ontpelling, ontschorsing, zodat de schorsen of schellen afgegeten zijn, waardoor de vijgeboom als naakt en bloot en bleek wordt; verg. Jes. 24:7 .

Hertaald: schuim; Dat is: hij vergaat en verdwijnt. Of: zwam. Anders: ontschorsing, zodat de schors of schil afgevreten is, waardoor de vijgenboom naakt, bloot en bleek wordt; vergelijk Jes. 24:7.

wit geworden Of, bleek; waar integendeel de sappige ranken groen en schoon zijn.

Hertaald: wit geworden Of: bleek, terwijl de sappige ranken juist groen en mooi zijn.

Joël 1 vers 8

Kermt, O Jeruzalem.

Hertaald: Kermt, O Jeruzalem.

zak omgord is Zie Gen. 37:34 .

Hertaald: zak omgord is Zie Gen. 37:34.

man van haar jeugd Dat is, haren bruidegom, of jongen man [gelijk sommigen], die gestorven is terwijl zij met hem in ondertrouw stond, of kort daarna; dat is, rouwt, bitterlijk. Verg. Mal. 2:14-15 .

Hertaald: man van haar jeugd Dat is: haar bruidegom of jonge man, zoals sommigen menen, die gestorven is toen zij met hem in ondertrouw stond of kort daarna; dat is: rouw bitter. Vergelijk Mal. 2:14-15.

Joël 1 vers 9

Spijsoffer en drankoffer Zie Ex. 29:40 , en Lev. 2:1 ; Num. 15:5 , Num. 15:7 , Num. 15:10 , en Num. 28:7 . De zin is: dat zulke offeranden zeer weinig gebracht werden ten huize des Heeren door gebrek van spijs en drank. Alzo ook in vs.13.

Hertaald: Spijsoffer en drankoffer Zie Ex. 29:40 en Lev. 2:1; Num. 15:5, Num. 15:7, Num. 15:10 en Num. 28:7. De betekenis is dat er door gebrek aan spijs en drank zeer weinig van zulke offeranden naar het huis van de HEERE gebracht werden. Zo ook in vers 13.

treuren Omdat de godsdienst verlaten werd, en zij dienvolgens gebrek aan onderhoud hadden.

Hertaald: treuren Omdat de godsdienst verwaarloosd werd en zij daardoor gebrek aan levensonderhoud hadden.

Joël 1 vers 10

verdroogd, Dewijl de wijnstokken verdord en bedorven zijn. Anders: beschaamd, omdat hij zijne vrucht niet voortbrengt. Figuurlijk gesproken.

Hertaald: verdroogd, Omdat de wijnstokken verdord en bedorven zijn. Anders: beschaamd, omdat hij zijn vrucht niet voortbrengt. Beeldend gesproken.

flauw Gelijk de bomen gezegd worden flauw, krank, ziek te zijn, als zij niet dragen.

Hertaald: flauw Zoals van bomen gezegd wordt dat zij slap, zwak of ziek zijn wanneer zij niet dragen.

Joël 1 vers 11

De akkerlieden zijn beschaamd, Of, zijt beschaamd, gij akkerlieden, huilt, gij wijngaardeniers.

Hertaald: De akkerlieden zijn beschaamd, Of: weest beschaamd, u akkerlieden; huilt, u wijngaardeniers.

tarwe en om de gerst, Dit ziet op de akkerlieden, gelijk het volgende, van den wijnstok op de wijngaardeniers.

Hertaald: tarwe en om de gerst, Dit ziet op de akkerlieden, zoals het volgende over de wijnstok op de wijngaardeniers ziet.

Joël 1 vers 12

verdord, Of, beschaamd, gelijk vs.10.

Hertaald: verdord, Of: beschaamd, zoals vers 10.

vrolijkheid Die er placht te wezen ten tijde van een goeden oogst. Zie Ps. 4:8 ; Jes. 16:10 ; Jer. 48:33 ; Hos. 9:1 , met de aantekening.

Hertaald: vrolijkheid Die er placht te zijn in de tijd van een goede oogst. Zie Ps. 4:8; Jes. 16:10; Jer. 48:33; Hos. 9:1 met de aantekening.

verdord van de mensenkinderen Of, beschaamd onder, enz., als in het begin van dit vers. Dat is, gelijk het land gesteld is, alzo is het ook het hart der mensen, alles is droevig, droog en verward. De vrolijkheid durft [om zo te spreken] niet tevoorschijn komen, omdat het overal vol treuren is.

Hertaald: verdord van de mensenkinderen Of: beschaamd onder de mensenkinderen, zoals aan het begin van dit vers. Dat is: zoals het land ervoor staat, zo staat het ook met het hart van de mensen; alles is droevig, dor en verward. De vrolijkheid durft, om zo te spreken, niet tevoorschijn te komen, omdat het overal vol treuren is.

Joël 1 vers 13

Omgordt u, Te weten, met zakken, tot teken van rouw, gelijk boven in vs.8, en hier terstond in de volgende woorden.

Hertaald: Omgordt u, Namelijk met zakken, als teken van rouw, zoals vers 8 en zoals meteen in de volgende woorden.

spijsoffer en drankoffer Gelijk boven in vs.9.

Hertaald: spijsoffer en drankoffer Zoals vers 9.

Joël 1 vers 14

Heiligt een vasten, Dat is, voorbereidende door een heilige betrachting van dit zwaar oordeel Gods, zo verordineert en stelt zekeren tijd aan, in welken gij samenkomende en u uitwendig en inwendig voor den Heere vernedert, uwe boetvaardigheid openlijk betuigt en hem om genade bidt. Alzo onder Joël 2:12 , Joël 2:15 .

Hertaald: Heiligt een vasten, Dat is: bereid u voor door dit zware oordeel van God ernstig te overwegen, en stel dan een bepaalde tijd vast waarop u samenkomt, zich uiterlijk en innerlijk voor de HEERE vernedert, uw boetvaardigheid openlijk betuigt en Hem om genade bidt. Zo ook Joël 2:12, Joël 2:15.

verbodsdag uit, Zie Lev. 23:36 .

Hertaald: verbodsdag uit, Zie Lev. 23:36.

oudsten, Dat is, regeerders; zie in vs.2.

Hertaald: oudsten, Dat is: bestuurders; zie vers 2.

Joël 1 vers 15

Ach, die dag Deze en volgende woorden tot aan het einde van dit hoofdstuk, nemen sommigen als een voorschrift [het volk van God door den profeet voorgesteld] van een boetvaardige weeklacht tot God over de voorgemelde zware straf, in het einde van het voorgaande vers bijvoegende het woord [zeggende;]. Anderen houden het voor woorden van den profeet zelf, die met deze zijne klacht het volk voorgaat, om hen met zijn voorbeeld op te wekken en te bewegen tot hartelijke betrachting van dit oordeel Gods; beide in een goeden zin.

Hertaald: Ach, die dag Deze en de volgende woorden tot het einde van dit hoofdstuk vatten sommigen op als een voorschrift van de profeet aan Gods volk. Het zou dan gaan om een boetvaardige weeklacht tot God over de genoemde zware straf; aan het einde van het vorige vers vullen zij dan het woord zeggende aan. Anderen houden het voor woorden van de profeet zelf, die met deze klacht het volk voorgaat om hen door zijn voorbeeld op te wekken en te bewegen tot een hartelijke overweging van dit oordeel van God. Beide opvattingen geven een goede zin.

dag des HEEREN Dat is, de bestemde tijd, waarin de Heere zijn volk wil straffen. Alzo in Joël 2:1-2 . Zie Ps. 37:13 , en Ezech. 30:2 .

Hertaald: dag des HEEREN Dat is: de vastgestelde tijd waarop de HEERE Zijn volk wil straffen. Zo ook Joël 2:1-2. Zie Ps. 37:13 en Ezech. 30:2.

nabij, Uit deze woorden leiden sommigen af dat de voren beschreven straf nog toekomstig of aanstaande was, verg. Joël 2:1 , enz. Anderen menen dat dit ziet op een ander toekimstig oordeel, dat nog zwaarder zou vallen dan het tegenwoordige, vanwege de ongevoeligheid en onboetvaardigheid van het volk over deze verschrikkelijke plagen der ongedierten en droogte.

Hertaald: nabij, Uit deze woorden leiden sommigen af dat de eerder beschreven straf nog toekomstig of aanstaande was; vergelijk Joël 2:1, enzovoort. Anderen menen dat dit ziet op een ander toekomstig oordeel, dat nog zwaarder zou uitvallen dan het tegenwoordige, vanwege de ongevoeligheid en onboetvaardigheid van het volk onder deze verschrikkelijke plagen van ongedierte en droogte.

Almachtige Die alle macht en genoegzaamheid heeft om wel te doen of te straffen, zulks dat niemand dezen zijnen dag zal kunnen ontgaan, of weren; zie van het Hebr. woord Schaddai, Gen. 17:1 , en verg. Jes. 13:6 .

Hertaald: Almachtige Die alle macht en toereikendheid heeft om wel te doen of te straffen, zodat niemand deze dag van Hem zal kunnen ontgaan of afweren; zie over het Hebreeuwse woord Sjaddai Gen. 17:1, en vergelijk Jes. 13:6.

Joël 1 vers 16

huis onzes Gods? Omdat er gene dankoffers worden gebracht noch geofferd; waaruit men kan afnemen dat door spijs, in het voorgaande vermeld, niet alleen gemene spijs, maar ook bijzonderlijk de offeranden mogen verstaan worden. Verg. Mal. 1:7 , Mal. 1:12 , en zie Lev. 3:11 ; Ezech. 44:7 met de aantekening.

Hertaald: huis onzes Gods? Omdat er geen dankoffers gebracht of geofferd worden. Daaruit kan men opmaken dat met de spijs die hiervoor genoemd is niet alleen gewoon voedsel bedoeld kan zijn, maar ook in het bijzonder de offeranden. Vergelijk Mal. 1:7, Mal. 1:12, en zie Lev. 3:11; Ezech. 44:7 met de aantekening.

Joël 1 vers 17

granen zijn onder hun kluiten verrot, Het zaad, dat gezaaid is, is bedorven in de aarde, door grote hitte, gebrek aan tijdigen regen, of ander schade.

Hertaald: granen zijn onder hun kluiten verrot, Het zaad dat gezaaid is, is in de aarde bedorven door grote hitte, door gebrek aan tijdige regen of door andere schade.

schathuizen zijn verwoest, Waarin de schatten, dat is, landvruchten [gelijk Jer. 41:8 , enz.] plegen opgedaan en bewaard te worden; de korenhuizen, schuren, enz. zijn ledig en liggen woest, wil de profeet zeggen.

Hertaald: schathuizen zijn verwoest, Waarin de schatten, dat is: de veldvruchten (zoals Jer. 41:8, enzovoort), opgeslagen en bewaard plegen te worden. De korenschuren liggen leeg en verlaten, wil de profeet zeggen.

Joël 1 vers 18

vee, Vanwege gebrek aan voeder. Figuurlijk gesproken, gelijk in vs.20; schreeuwt tot U.

Hertaald: vee, Vanwege gebrek aan voer. Beeldend gesproken, zoals in vers 20: het schreeuwt tot U.

De runderkudden zijn bedwelmd, Of, hoe zijn de runderkudden bedwelmd, of verbijsterd, verbaasd! Versta, de kudden van groot vee.

Hertaald: De runderkudden zijn bedwelmd, Of: hoe zijn de runderkudden bedwelmd of verbijsterd! Versta: de kudden van het grootvee.

schaapskudden verwoest De kudden van klein vee.

Hertaald: schaapskudden verwoest De kudden van het kleinvee.

Joël 1 vers 19

vuur Dat is, de grote hitte en droogte, of de voorgemelde plagen, en het vuur van Gods toorn; zie Job 15:30 , Job 15:34 , met de aantekening. Alzo in het volgende.

Hertaald: vuur Dat is: de grote hitte en droogte, of de genoemde plagen, en het vuur van Gods toorn; zie Job 15:30, Job 15:34 met de aantekening. Zo ook in het vervolg.

Joël 1 vers 20

schreeuwt Zie van het Hebr. woord Ps. 42:2 , en verg. Job 39:3 ; Ps. 147:9 ; Jona 3:8 met de aantekening.

Hertaald: schreeuwt Zie over het Hebreeuwse woord Ps. 42:2, en vergelijk Job 39:3; Ps. 147:9; Jona 3:8 met de aantekening.

elk beest des velds tot U; Hebr. beesten des velds schreeuwt; dat is, elk beest, enz.

Hertaald: elk beest des velds tot U; Hebreeuws: beesten van het veld schreeuwt; dat is: elk beest, enzovoort.

waterstromen zijn uitgedroogd, Of, kolken, grachten.

Hertaald: waterstromen zijn uitgedroogd, Of: kolken, grachten.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Joël  — de HEERE is God

Zoon van Pethuël, een profeet in Juda. Hij riep het volk op tot rouw en bekering vanwege een verwoestende sprinkhanenplaag, die hij zag als een voorbode van de grote en vreselijke dag des HEEREN; hij profeteerde ook de uitstorting van Gods Geest over alle vlees, welke profetie op de Pinksterdag werd aangehaald (Joël 1-3; vgl. Hand. 2:16-21).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De rups, de sprinkhaan, de kever en de kruidworm  — vier namen voor een verwoesting die het hele land in lagen treft (Joël 1:2-4)

Het boek begint met een oproep om de gebeurtenis door te vertellen aan komende geslachten (Joël 1:2-3), en dan komt de reden: "Wat de rups heeft overgelaten, heeft de sprinkhaan afgegeten, en wat de sprinkhaan heeft overgelaten, heeft de kever afgegeten, en wat de kever heeft overgelaten, heeft de kruidworm afgegeten" (Joël 1:4).

Bijbelse betekenis: Merk op de opbouw van dit vers: vier plagen, elk etend van wat de vorige overliet. Het is geen enkele ramp maar een reeks; wat de een spaarde, verslindt de volgende. Zo wordt de volledigheid van de verwoesting getekend zonder dat er één groot woord voor nodig is. Let vervolgens op wat er in de rest van het hoofdstuk allemaal wordt genoemd. De wijnstok en vijgeboom (Joël 1:7), de oogst van tarwe en gerst (Joël 1:11), het spijsoffer dat wegvalt uit het huis des HEEREN (Joël 1:9), en zelfs het vee dat zucht bij gebrek aan weide (Joël 1:18,20). De plaag raakt landbouw, eredienst en dieren tegelijk — niets blijft erbuiten. Let ten slotte op Joël 1:8: "Kermt, als een jonkvrouw, die met een zak omgord is vanwege den man van haar jeugd." Het verlies wordt vergeleken met de zwaarste rouw die een mens kan kennen.

Typologie: Wat hier als plaag over het land komt, keert terug in de gelijkenis van het onkruid en de tarwe. De Heere Jezus gebruikt daar hetzelfde beeld voor het laatste oordeel: eerst groeien beide samen, dan komt de oogst (Matt. 13:30, reeds behandeld). Vernietiging in lagen en vernietiging in stappen komen in de Schrift vaker samen voor.

Joël 1:2-4,7-9,11,18,20; Matt. 13:30

Ach, die dag  — de eerste van vele malen dat dit boek over de dag des HEEREN spreekt (Joël 1:15)

"Ach, die dag! want de dag des HEEREN is nabij, en zal als een verwoesting komen van den Almachtige" (Joël 1:15). Het staat aan het einde van een hoofdstuk dat tot dan toe alleen over de sprinkhanenplaag sprak.

Bijbelse betekenis: Merk op de wending in dit vers. Tot hiertoe ging het hoofdstuk over een landbouwramp; met dit ene vers wordt die ramp een voorbode van iets groters. Wat de dag des HEEREN zelf is, is elders in het register al getekend (reeds behandeld bij Jes. 13:6-13). Joël voegt daar een eigen beeld aan toe, dat in het volgende hoofdstuk wordt uitgewerkt: de dag des HEEREN als een leger van sprinkhanen. Let vervolgens op het woordje Ach waarmee het vers begint. Het is geen aankondiging van buitenaf maar een kreet, dezelfde soort schrik die het hele hoofdstuk al beschreven had. Let ten slotte op de naam Almachtige. Van Wie deze verwoesting komt, wordt niet verzwegen; de dag is niet een onpersoonlijk noodlot maar het werk van de Almachtige Zelf.

Typologie: Dezelfde naam voor deze dag gebruikt Paulus tegen de gemeente te Thessalonica: "de dag des Heeren alzo zal komen, gelijk een dief in de nacht" (1 Thess. 5:2, reeds behandeld). Wat bij Joël nabij was voor Israël, blijft in het Nieuwe Testament een dag om waakzaam voor te zijn.

Joël 1:15; Jes. 13:6-13; 1 Thess. 5:2

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking

Wat de rups heeft overgelaten — 1:1-15

Er is een sprinkhanenplaag over het land gegaan. De wijnstok is verdord, de vijgeboom is afgeschild, het koren is verwoest, en er is niets meer om te offeren. Joël begint zijn boek met de vraag of de oudsten ooit zoiets hebben meegemaakt.

Een natuurramp wordt uitgelegd als een boodschap, en de eerste opdracht is haar door te vertellen.

De opdracht komt vóór de beschrijving, en dat is opmerkelijk: “Vertelt uw kinderen daarvan, en laat het uw kinderen hun kinderen vertellen, en derzelver kinderen aan een ander geslacht.” Drie geslachten ver. Wat er gebeurd is mag niet als een slecht jaar worden weggezet; er moet over gesproken worden.

De ramp zelf wordt beschreven met vier namen achter elkaar: “Wat de rups heeft overgelaten, heeft de sprinkhaan afgegeten, en wat de sprinkhaan heeft overgelaten, heeft de kever afgegeten, en wat de kever heeft overgelaten, heeft de kruidworm afgegeten.”

De zin is zo gebouwd dat men bij elke stap denkt: er is nog iets over. En telkens komt er een volgende die ook dat opeet. Wat de een laat liggen, haalt de volgende weg. Aan het eind van het vers is er niets.

Wat Joël daarin ziet, is niet in de eerste plaats economische schade. Hij noemt de priesters, en zijn zorg gaat over de eredienst: spijsoffer en drankoffer is geweerd van het huis uws Gods. Er is geen koren meer om te offeren en geen wijn om uit te gieten. De ramp is het diepst waar zij de omgang met God raakt.

Daarom komt zijn oproep ook daar terecht: “Heiligt een vasten, roept een verbodsdag uit, verzamelt de oudsten, en alle inwoners dezes lands, ten huize des HEEREN, uws Gods, en roept tot den HEERE.” Wat gedaan moet worden is niet de akkers herstellen maar bijeenkomen en roepen.

En dan wordt het beeld opeens groter dan de sprinkhanen: “Ach, die dag! want de dag des HEEREN is nabij.” De plaag is niet alleen een plaag; zij is een voorproef. Wat hier over het land ging, wijst vooruit naar een dag die het hele land aangaat.

Het vervolg van dit boek maakt duidelijk waar het op uitloopt, en dat is niet bij de sprinkhanen. In het volgende hoofdstuk belooft God de jaren te vergoeden die de sprinkhaan heeft afgegeten. En daarna volgt de belofte van de Geest over alle vlees: het woord dat Petrus op de Pinksterdag aanhaalt.

Zo begint dit boek dus in een kaalgevreten wijngaard en het eindigt bij een uitgestorte Geest. En de weg daartussen loopt langs een oproep om te roepen.

  1. Joël 1:3 — Eerst de opdracht: vertel het door, drie geslachten ver.
  2. Joël 1:4 — Vier namen achter elkaar, en aan het eind is er niets.
  3. Joël 1:13 — De zorg gaat over de eredienst: er is niets meer om te offeren.
  4. Joël 1:14 — Wat gedaan moet worden is bijeenkomen en roepen.
  5. Joël 1:15 — En dan wordt het beeld groter: de dag des HEEREN is nabij.
  6. Handelingen 2:16-21 — Het boek loopt uit op een belofte die Petrus op de Pinksterdag aanhaalt.

In het Nieuwe Testament: Handelingen 2:16-21; Joël 2:25-28; 1 Thessalonicenzen 5:2; Romeinen 10:13; Joël 2:32

Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Joël 1 niet aan; wel wordt Joël 2 uitvoerig aangehaald in Handelingen 2. Wat hier gelegd wordt rust op de opbouw van het boek zelf: van de kaalgevreten akker naar de dag des HEEREN en naar de uitstorting van de Geest. Dat de sprinkhanenplaag een voorproef van die dag is, zegt Joël zelf in vers 15.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Joël 1

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content