Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Ook beeftH2729 hierover mijn hartH3820, en springtH5425 op uit zijn plaatsH4725.
Ook beeft hierover mijn hart, en springt op uit zijn plaats.
KJV
At this2
also my heart4
trembleth,3
and is moved out5
of his place.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
HoortH8085 met aandachtH8085 de bewegingH7267 Zijner stemH6963, en het geluidH1899, dat uit Zijn mondH6310 uitgaatH3318!
Hoort met aandacht de beweging Zijner stem, en het geluid, dat uit Zijn mond uitgaat!
KJV
Hear1
attentively2
the noise3
of his voice,4
and the sound5
that goeth out7
of his mouth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Dat zendt Hij rechtuit onderH8478 den gansenH3605 hemelH8064, en Zijn lichtH216 overH5921 de eindenH3671 der aardeH776.
Dat zendt Hij rechtuit onder den gansen hemel, en Zijn licht over de einden der aarde.
Ook in dit vers
zendt rechtuitH3474
KJV
He directeth4
it
under the whole heaven,3
and his lightning5
unto the ends7
of the earth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
DaarnaH310 brultH7580 Hij met de stemH6963; Hij dondertH7481 met de stemH6963 Zijner hoogheidH1347, en vertrektH6117 die dingen nietH3808, alsH3588 Zijn stemH6963 zal gehoordH8085 worden.
Daarna brult Hij met de stem; Hij dondert met de stem Zijner hoogheid, en vertrekt die dingen niet, als Zijn stem zal gehoord worden.
KJV
After1
it a voice3
roareth:2
he thundereth4
with the voice5
of his excellency;6
and he will not stay8
them when his voice11
is heard.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
GodH410 dondertH7481 met Zijn stemH6963 zeer wonderlijkH6381; Hij doetH6213 groteH1419 dingen, en wij begrijpenH3045 ze nietH3808.
God dondert met Zijn stem zeer wonderlijk; Hij doet grote dingen, en wij begrijpen ze niet.
KJV
God2
thundereth1
marvellously4
with his voice;3
great things6
doeth5
he, which we cannot comprehend.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
WantH3588 Hij zegtH559 tot de sneeuwH7950: WeesH1933 op de aardeH776; en tot den plasregens des regensH1653; dan is er de plasregenH4306 Zijner sterkeH5797 regenenH1653.
Want Hij zegt tot de sneeuw: Wees op de aarde; en tot den plasregens des regens; dan is er de plasregen Zijner sterke regenen.
Ook in dit vers
plasregenH4306
KJV
For he saith3
to the snow,2
Be thou4
on the earth;5
likewise to the small7
rain,6
and to the great9
rain8
of his strength.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Dan zegeltH2856 Hij de handH3027 van ieder mensH120 toe, opdat Hij kenneH3045 alH3605 de liedenH582 Zijns werksH4639.
Dan zegelt Hij de hand van ieder mens toe, opdat Hij kenne al de lieden Zijns werks.
KJV
He sealeth up4
the hand1
of every man;3
that all men
may know5
his work.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
En het gedierteH2416 gaat in de loerplaatsenH695, en blijftH7931 in zijn holenH4585.
En het gedierte gaat in de loerplaatsen, en blijft in zijn holen.
KJV
Then the beasts2
go1
into3
dens,4
and remain6
in their places.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Uit de binnenkamerH2315 komtH935 de wervelwindH5492, en van de verstrooiendeH4215 winden de koudeH7135.
Uit de binnenkamer komt de wervelwind, en van de verstrooiende winden de koude.
KJV
Out of the south2
cometh3
the whirlwind:4
and cold6
out of the north.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Door zijn geblaasH5397 geeftH5414 GodH410 de vorstH7140, zodat de bredeH7341 waterenH4325 verstijfdH4164 worden.
Door zijn geblaas geeft God de vorst, zodat de brede wateren verstijfd worden.
KJV
By the breath1
of God2
frost4
is given:3
and the breadth5
of the waters6
is straitened.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Ook vermoeitH2959 Hij de dikke wolkenH5645 door klaarheidH7377; Hij verstrooitH6327 de wolkH6051 Zijns lichtsH216.
Ook vermoeit Hij de dikke wolken door klaarheid; Hij verstrooit de wolk Zijns lichts.
KJV
Also by watering2
he wearieth3
the thick cloud:4
he scattereth5
his bright7
cloud:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Die keert zich dan naar Zijn wijzen raadH8458 door ommegangenH4524, dat zij doen alH3605 watH834 Hij ze gebiedtH6680, opH5921 het vlakkeH6440 der wereldH8398, op de aardeH776.
Die keert zich dan naar Zijn wijzen raad door ommegangen, dat zij doen al wat Hij ze gebiedt, op het vlakke der wereld, op de aarde.
KJV
And it is turned3
round about2
by his counsels:4
that they may do5
whatsoever he commandeth8
them upon the face10
of the world11
in the earth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
Hetzij dat Hij die tot een roedeH7626, ofH518 tot Zijn landH776, ofH518 tot weldadigheidH2617 beschiktH4672.
Hetzij dat Hij die tot een roede, of tot Zijn land, of tot weldadigheid beschikt.
KJV
He causeth it to come,7
whether for correction,2
or for his land,4
or for mercy.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
NeemH238 ditH2063, o JobH347, ter oreH238; staH5975, en aanmerkH995 de wonderenH6381 GodsH410.
Neem dit, o Job, ter ore; sta, en aanmerk de wonderen Gods.
KJV
Hearken1
unto this, O Job:3
stand still,4
and consider5
the wondrous6
works of God.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
WeetH3045 gij, wanneer GodH433 overH5921 dezelve orde steltH7760, en het lichtH216 Zijner wolkH6051 laat schijnenH3313?
Weet gij, wanneer God over dezelve orde stelt, en het licht Zijner wolk laat schijnen?
KJV
Dost thou know1
when God3
disposed2
them, and caused the light6
of his cloud7
to shine?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
Hebt gij wetenschapH3045 van de opwegingenH4657 der dikke wolkenH5645; de wonderhedenH4652 Desgenen, Die volmaaktH8549 is in wetenschappenH1843?
Hebt gij wetenschap van de opwegingen der dikke wolken; de wonderheden Desgenen, Die volmaakt is in wetenschappen?
KJV
Dost thou know1
the balancings3
of the clouds,4
the wondrous works5
of him which is perfect6
in knowledge?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
HoeH834 uw klederenH899 warmH2525 worden, als Hij de aardeH776 stil maaktH8252 uit het zuidenH1864?
Hoe uw klederen warm worden, als Hij de aarde stil maakt uit het zuiden?
KJV
How thy garments2
are warm,3
when he quieteth4
the earth5
by the south
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
Hebt gij metH5973 Hem de hemelenH7834 uitgespannenH7554, die vastH2389 zijn, als een gegotenH3332 spiegelH7209?
Hebt gij met Hem de hemelen uitgespannen, die vast zijn, als een gegoten spiegel?
KJV
Hast thou with him spread out1
the sky,3
which is strong,4
and as a molten6
looking glass?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
OnderrichtH3045 ons, watH4100 wij Hem zeggenH559 zullen; want wij zullen nietsH3808 ordentelijk voorstellenH6186 kunnen vanwegeH6440 de duisternisH2822.
Onderricht ons, wat wij Hem zeggen zullen; want wij zullen niets ordentelijk voorstellen kunnen vanwege de duisternis.
KJV
Teach1
us what we shall say3
unto him; for we cannot order6
our speech by reason7
of darkness.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
Zal het Hem verteldH5608 worden, als ik zo zou sprekenH1696? DenktH559 iemandH376 dat, gewisselijkH3588, hij zal verslondenH1104 worden.
Zal het Hem verteld worden, als ik zo zou spreken? Denkt iemand dat, gewisselijk, hij zal verslonden worden.
KJV
Shall it be told1
him that I speak?4
if a man7
speak,6
surely he shall be swallowed up.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
En nuH6258 zietH7200 men het lichtH216 nietH3808 als het helderH925 is in den hemelH7834, als de windH7307 doorgaatH5674, en dien zuivertH2891;
En nu ziet men het licht niet als het helder is in den hemel, als de wind doorgaat, en dien zuivert;
KJV
And now men see3
not the bright5
light4
which is in the clouds:7
but the wind8
passeth,9
and cleanseth
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
Als van het noordenH6828 het goudH2091 komtH857; maar bijH5921 GodH433 is een vreselijkeH3372 majesteitH1935!
Als van het noorden het goud komt; maar bij God is een vreselijke majesteit!
KJV
Fair weather2
cometh3
out of the north:1
with God5
is terrible6
majesty.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
Den AlmachtigeH7706, Dien kunnen wij nietH3808 uitvindenH4672; Hij is groot van krachtH3581; doch door gerichtH4941 en grote gerechtigheidH6666 verdruktH6031 Hij nietH3808.
Den Almachtige, Dien kunnen wij niet uitvinden; Hij is groot van kracht; doch door gericht en grote gerechtigheid verdrukt Hij niet.
KJV
Touching the Almighty,1
we cannot find him out:3
he is excellent4
in power,5
and in judgment,6
and in plenty7
of justice:8
he will not afflict.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
DaaromH3651 vrezeH3372 Hem de liedenH582; Hij zietH7200 geenH3808 wijzenH2450 van harteH3820 aan.
Daarom vreze Hem de lieden; Hij ziet geen wijzen van harte aan.
KJV
Men
do therefore fear2
him: he respecteth5
not any that are wise7
of heart.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
hierover
Te weten, over de werken Gods, die ik nu verhalen zal.
Hertaald:
hierover
Namelijk: over de werken van God, die ik nu zal vertellen.
springt
Hebreeuws, wordt verzet, of versteld.
Hertaald:
springt
Hebreeuws: wordt verplaatst, of ontsteld.
Hoort
Hebreeuws, horende hoort.
Hertaald:
Hoort
Hebreeuws: horend hoort.
Zijner stem,
Te weten, Gods. Versta, den donder. Alzo onder, vs.4,5; Ps. 29:3 .
Hertaald:
Zijner stem,
Namelijk: van God. Versta hieronder: de donder. Zo ook hieronder vers 4, 5; Ps. 29:3.
geluid,
Anders, gerommel, of gedreun. Hebreeuws, spraak.
Hertaald:
geluid,
Anders: gerommel, of gedreun. Hebreeuws: spraak.
dat
Dat is, dat door zijn bevel geschiedt. Vergelijk Deut. 8:3 , en de aantekening.
Hertaald:
dat
Dat is: dat door Zijn bevel gebeurt. Vergelijk Deut. 8:3, en de aantekening.
Dat zendt
Te weten, het geluid des donders.
Hertaald:
Dat zendt
Namelijk: het geluid van de donder.
Hij rechtuit
Te weten, God.
Hertaald:
Hij rechtuit
Namelijk: God.
Zijn licht
Dat is, Gods bliksem en weerlicht. Alzo boven, Job 36:30 .
Hertaald:
Zijn licht
Dat is: Gods bliksem en weerlicht. Zo ook hierboven Job 36:30.
einden
Hebreeuws, vleugelen. Alzo onder, Job 38:13 ; Jes. 11:12 .
Hertaald:
einden
Hebreeuws: vleugels. Zo ook hieronder Job 38:13; Jes. 11:12.
Daarna
Te weten, na het zenden des lichts, vermeld in vs.3.
Hertaald:
Daarna
Namelijk: na het zenden van het licht, genoemd in vers 3.
de stem;
Dat is, met den donder. Elihu wil niet zeggen dat het geklater des donders natuurlijk geschiedt na den bliksem, maar hij ziet op hetgeen de mensen eerst gewaar worden, want het licht des bliksems valt eer in het gezicht dan het geluid des donders in de oren.
Hertaald:
de stem;
Dat is: met de donder. Elihu wil niet zeggen dat het gerommel van de donder van nature na de bliksem komt, maar hij doelt op wat de mensen als eerste opmerken, want het licht van de bliksem valt eerder in het gezicht dan het geluid van de donder in de oren.
die dingen niet,
Te weten, regen, hagel, wind en ander onweder, dat met den donder pleegt verenigd te zijn. Of, men kan invoegen het woord, die [ bliksemen ].
Hertaald:
die dingen niet,
Namelijk: regen, hagel, wind en ander onweer, dat gewoonlijk met de donder gepaard gaat. Of men kan het woord invoegen: die [bliksems].
zegt
Gods zeggen is zijn doen. Zie Gen. 1:3 .
Hertaald:
zegt
Gods zeggen is Zijn doen. Zie Gen. 1:3.
den plasregens
Te weten, gebiedt God dat hij op de aarde vallen zou.
Hertaald:
den plasregens
Namelijk: beveelt God dat die op de aarde zou vallen.
plasregen
Hebreeuws, de plasregens der regens zijner sterkte.
Hertaald:
plasregen
Hebreeuws: de plasregens van de regens van Zijn kracht.
Dan
Te weten, als het zeer sneeuwt of regent.
Hertaald:
Dan
Namelijk: wanneer het hevig sneeuwt of regent.
zegelt
Dat is, sluit de handen toe, dat zij op het veld niet werken kunnen door het onweder. Hebreeuws, in, of op de hand.
Hertaald:
zegelt
Dat is: sluit de handen af, zodat zij op het veld niet kunnen werken door het onweer. Hebreeuws: in, of op de hand.
van ieder mens
Dat is, van alle landbouwers.
Hertaald:
van ieder mens
Dat is: van alle landbouwers.
kenne
Dat is, opdat de landbouwer door de gelegenheid van den stilstand des werks, uit een ieder zijner werklieden tehuis op zijn gemak vernemen zou, hoe het met hun ganse werk te veld gesteld is. Anders, tot kennis aller mensen, die Hij gemaakt heeft.
Hertaald:
kenne
Dat is: opdat de landbouwer, door de gelegenheid van de stilstand van het werk, van elk van zijn werklieden thuis op zijn gemak zou kunnen vernemen hoe het met hun hele werk op het veld staat. Anders: tot kennis van alle mensen die Hij gemaakt heeft.
En het gedierte
Te weten, als het onweder is; gelijk in vs.7.
Hertaald:
En het gedierte
Namelijk: wanneer het onweer is; zoals in vers 7.
loerplaatsen,
Het Hebreeuwse woord betekent zulke plaatsen, waarin de beesten niet alleen schuilen voor het onweder, maar ook loeren op hun aas; vergelijk onder, Job 39:2 .
Hertaald:
loerplaatsen,
Het Hebreeuwse woord betekent zulke plaatsen waar de dieren niet alleen schuilen voor het onweer, maar ook loeren op hun prooi; vergelijk hieronder Job 39:2.
en blijft
Hebreeuws, woont in zijne woningen.
Hertaald:
en blijft
Hebreeuws: woont in zijn woningen.
binnenkamer
Vergelijk boven, Job 9:9 , en de aantekening. Sommigen verstaan de dikke wolken of andere verborgen schatkamers, waar de winden uit voortkomen.
Hertaald:
binnenkamer
Vergelijk hierboven Job 9:9, en de aantekening. Sommigen verstaan hieronder de dikke wolken of andere verborgen schatkamers, waar de winden uit voortkomen.
verstrooiende
Die uit het noorden komen.
Hertaald:
verstrooiende
Die uit het noorden komen.
zijn
Versta den wind, die ook zo genaamd wordt 2 Sam. 22:16 ; Ps. 18:16 . Hebreeuws, door het geblaas Gods geeft Hij de vorst.
Hertaald:
zijn
Versta hieronder: de wind, die ook zo genoemd wordt 2 Sam. 22:16; Ps. 18:16. Hebreeuws: door de adem van God geeft Hij de vorst.
brede wateren
Hebreeuws, de breedte der wateren in klontering, of pranging, of praming, of stijvigheid en vastigheid is; dat is vast ineengedrongen en geklonterd door de koude.
Hertaald:
brede wateren
Hebreeuws: de breedte van de wateren is in klontering, of samendrukking, of samenpersing, of stijfheid en vastheid; dat is: stevig samengedrongen en geklonterd door de koude.
door klaarheid;
Namelijk, mits die door het schijnsel der zon te verdunnen, te verdelen en te verstrooien. Anders, door bevochtiging [der aarde]; dat is, als Hij de wolken zeer ontsluit om water uit te gieten; waardoor de wolken bij gelijkenis van degenen, die veel werk doen, worden gezegd vermoeid te worden.
Hertaald:
door klaarheid;
Namelijk: door die met het schijnsel van de zon te verdunnen, te verdelen en te verstrooien. Anders: door bevochtiging [van de aarde]; dat is: wanneer Hij de wolken wijd opent om water uit te gieten; waardoor de wolken, bij wijze van vergelijking met wie veel werk doen, gezegd worden vermoeid te raken.
de wolk
Dat is, waardoor Hij licht en klaarheid voortbrengt, als zij verstrooid is. Of, versta, de wolk van zijn weerlicht, of bliksems, waardoor God het weerlicht of den bliksem doet voortschieten. Anders, Hij verstrooit de wolken zijns regens. Vergelijk boven, Job 36:30 , met de aantekening.
Hertaald:
de wolk
Dat is: waardoor Hij licht en helderheid voortbrengt, wanneer zij verstrooid is. Of versta hieronder: de wolk van Zijn weerlicht, of bliksems, waardoor God het weerlicht of de bliksem laat voortschieten. Anders: Hij verstrooit de wolken van Zijn regen. Vergelijk hierboven Job 36:30, met de aantekening.
Die keert
Te weten, de wolk, van welke in vs.11 gesproken is.
Hertaald:
Die keert
Namelijk: de wolk, waarover in vers 11 gesproken is.
wijzen raad
Het Hebreeuwse woord betekent meest vlijtige kloekheid en beraadzaamheid in het regeren; gelijk de stuurlieden ter zee met bijzondere behendigheid hun schip weten te sturen en ter gewenste plaats te brengen. Alzo hier, Spr. 1:5 , en Spr. 11:14 , en Spr. 20:18 , en Spr. 24:6 . Elders wordt het in het kwade genomen voor des bozen listige en schalkse raadslagen; gelijk Spr. 12:5 .
Hertaald:
wijzen raad
Het Hebreeuwse woord betekent vooral zorgvuldige bekwaamheid en beraadzaamheid bij het besturen; zoals de stuurlieden op zee met bijzondere behendigheid hun schip weten te sturen en op de gewenste plaats te brengen. Zo ook hier, Spr. 1:5, en Spr. 11:14, en Spr. 20:18, en Spr. 24:6. Elders wordt het in negatieve zin gebruikt voor de listige en sluwe plannen van de boze; zoals Spr. 12:5.
door ommegangen,
Te weten, waardoor de wolk van het ene oord der lucht in het andere gedreven wordt, geleid zijnde door Gods voorzienigheid, naar de orde, die Hij in de natuur gesteld heeft.
Hertaald:
door ommegangen,
Namelijk: waardoor de wolk van het ene deel van de lucht naar het andere gedreven wordt, geleid door Gods voorzienigheid, volgens de orde die Hij in de natuur gesteld heeft.
dat zij doen
Te weten, niet alleen de wolk, maar ook al de andere voorverhaalde schepselen, als de winden, de sneeuw, de regen, enz.
Hertaald:
dat zij doen
Namelijk: niet alleen de wolk, maar ook alle andere eerder genoemde schepselen, zoals de winden, de sneeuw, de regen, enzovoort.
gebiedt,
Dat is, al wat Hij daardoor doet. Zie boven, Job 36:32 .
Hertaald:
gebiedt,
Dat is: alles wat Hij daardoor doet. Zie hierboven Job 36:32.
op het vlakke
Hebreeuws, op het aangezicht der aarde. Vergelijk Gen. 1:2 .
Hertaald:
op het vlakke
Hebreeuws: op het aangezicht van de aarde. Vergelijk Gen. 1:2.
die tot
Te weten, de wolk.
Hertaald:
die tot
Namelijk: de wolk.
roede,
Dat is, kastijding en straf voor de mensen; zie boven, Job 9:34 .
Hertaald:
roede,
Dat is: kastijding en straf voor de mensen; zie hierboven Job 9:34.
Zijn land,
Dat is, om het land met al de andere schepselen, die daarin zijn, naar zijn goed welbehagen te bezoeken. Zij worden Gods genaamd, omdat zij Hem toebehoren, zijnde van Hem geschapen.
Hertaald:
Zijn land,
Dat is: om het land, met alle andere schepselen die daarin zijn, naar Zijn welbehagen te bezoeken. Zij worden van God genoemd, omdat zij Hem toebehoren, door Hem geschapen zijnde.
weldadigheid
Te weten, om die tegen de mensen te bewijzen.
Hertaald:
weldadigheid
Namelijk: om die aan de mensen te bewijzen.
beschikt
Hebreeuws, doet vinden.
Hertaald:
beschikt
Hebreeuws: doet vinden.
dezelve
Te weten, wolken. Anders, wonderen.
Hertaald:
dezelve
Namelijk: wolken. Anders: wonderen.
orde stelt,
Te weten, om door dezelve te werken; of, op die [zijn hart] stelt; dat is, achtgeeft, met een voornemen, om door dezelve zijn weldaden te bewijzen, of oordelen uit te voeren.
Hertaald:
orde stelt,
Namelijk: om daardoor te werken; of: op die [Zijn hart] richt; dat is: acht geeft, met het voornemen om daardoor Zijn weldaden te bewijzen, of oordelen uit te voeren.
licht
Dat is, den bliksem en het weerlicht, alzo boven, vs.3, en Job 36:30 . Hij wil zeggen, dewijl Job zodanige natuurlijke dingen ten volle niet kon begrijpen, dat hij nog veel minder den grond van Gods oordelen kon uitvinden.
Hertaald:
licht
Dat is: de bliksem en het weerlicht, zo ook hierboven vers 3, en Job 36:30. Hij wil zeggen dat, omdat Job zulke natuurlijke dingen niet volledig kon begrijpen, hij nog veel minder de grond van Gods oordelen kon doorgronden.
opwegingen
Dat is, van de manier, op welke de wolken in de lucht worden opgehangen als in een gelijke weegschaal, dat zij niet ten enenmale nedervallen op de aarde.
Hertaald:
opwegingen
Dat is: van de manier waarop de wolken in de lucht hangen als in een gelijkmatige weegschaal, zodat zij niet meteen op de aarde neervallen.
Desgenen,
Dat is, Gods, wiens wijsheid volkomen is in het beschikken, en kracht in het uitvoeren van al zijne werken; vergelijk 1 Sam. 2:3 .
Hertaald:
Desgenen,
Dat is: van God, Wiens wijsheid volkomen is in het beschikken, en kracht in het uitvoeren van al Zijn werken; vergelijk 1 Sam. 2:3.
Hoe uw klederen
Alsof hij zeide: Kunt gij ook dit geringe stuk ten volle wel begrijpen, hoe de kleding aan uw lijf warm wordt door de verwarmde lucht. Weliswaar dat Job dit wel enigszins verstaan kon; maar Elihu spreekt van een volmaakte doorgronding aller omstandigheden, om ten volle te weten hoe, waarom, wanneer, waar, over wien de Heere zulks wil doen.
Hertaald:
Hoe uw klederen
Alsof hij zei: kunt u ook dit geringe stuk volledig begrijpen, hoe de kleding aan uw lijf warm wordt door de verwarmde lucht. Weliswaar kon Job dit enigszins begrijpen; maar Elihu spreekt over een volmaakte doorgronding van alle omstandigheden, om volledig te weten hoe, waarom, wanneer, waar, over wie de HEERE dat wil doen.
Hij de aarde
Te weten, God.
Hertaald:
Hij de aarde
Namelijk: God.
stil maakt
Dat is, vrijmaakt van de winden, die koude veroorzaken.
Hertaald:
stil maakt
Dat is: bevrijdt van de winden, die koude veroorzaken.
uit het zuiden?
Dat is, door de zon uit het zuiden schijnende.
Hertaald:
uit het zuiden?
Dat is: door de zon die uit het zuiden schijnt.
met Hem
Te weten, met God, alsof gij zijn metgezel in het scheppen der wereld geweest waart.
Hertaald:
met Hem
Namelijk: met God, alsof u Zijn metgezel geweest was bij het scheppen van de wereld.
vast zijn,
Te weten, hoewel ze van een zeer dunne zelfstandigheid zijn.
Hertaald:
vast zijn,
Namelijk: hoewel ze van een zeer dunne samenstelling zijn.
als een gegoten spiegel?
Namelijk, vanwege haar klaarheid en doorluchtigheid. Elihu wil zeggen, naardien Job dat grote werk der schepping niet gemaakt had, noch ook zou kunnen maken, dat hij zich billijk onder dien Almogende behoorde te vernederen, voornamelijk omdat men uit de volmaaktheid zijner macht moet oordelen van de volmaaktheid zijner rechtvaardigheid.
Hertaald:
als een gegoten spiegel?
Namelijk: vanwege hun helderheid en doorschijnendheid. Elihu wil zeggen dat, aangezien Job dat grote werk van de schepping niet gemaakt had, noch zou kunnen maken, hij zich terecht onder deze Almachtige zou moeten vernederen, vooral omdat men uit de volmaaktheid van Zijn macht moet oordelen over de volmaaktheid van Zijn gerechtigheid.
Hem zeggen zullen;
Te weten, God, zo wij in twist en tegenspreking met Hem komen zouden, gelijk gij dan wilt, om uw recht tegen Hem te verdedigen. Zie boven, Job 13:3 , en Job 23:3-4 , enz., en Job 31:35 .
Hertaald:
Hem zeggen zullen;
Namelijk: God, als wij met Hem in geschil en tegenspraak zouden komen, zoals u dan wilt, om uw recht tegenover Hem te verdedigen. Zie hierboven Job 13:3, en Job 23:3-4, enzovoort, en Job 31:35.
ordentelijk
Te weten, waartoe noch stof van redenen, noch bekwaamheid van woorden, noch kunst van stellen vindende.
Hertaald:
ordentelijk
Namelijk: waartoe wij noch inhoud van argumenten, noch bekwaamheid van woorden, noch kunst van formuleren vinden.
de duisternis
Te weten, van ons verstand, hetwelk niet ten volle Gods werken kan doorgronden, veelmin in samenspreking bestaan tegen zijn wijsheid.
Hertaald:
de duisternis
Namelijk: van ons verstand, dat Gods werken niet volledig kan doorgronden, laat staan in een discussie tegen Zijn wijsheid kan standhouden.
Hem
Te weten, Gode; dat is, zal iemand Gode durven verhalen en voorstellen, hetgeen ik zou mogen voorgenomen hebben kwalijk van God te spreken?
Hertaald:
Hem
Namelijk: aan God; dat is: zal iemand het aan God durven vertellen en voorleggen, wat ik van plan zou zijn kwaad over God te spreken?
zo
Te weten, gelijk gij, o Job, van God en zijn regering gesproken hebt.
Hertaald:
zo
Namelijk: zoals u, o Job, over God en Zijn bestuur gesproken hebt.
Denkt iemand
Hebreeuws, zegt; te weten in zijn hart; dat is, denkt iemand. Zie Gen. 20:11 ; of zegt hij; te weten, met den mond.
Hertaald:
Denkt iemand
Hebreeuws: zegt; namelijk in zijn hart; dat is: denkt iemand. Zie Gen. 20:11; of zegt hij; namelijk met de mond.
dat,
Te weten, dat hij zulke woorden Gode zou durven voordragen.
Hertaald:
dat,
Namelijk: dat hij zulke woorden aan God zou durven voorleggen.
verslonden worden
Namelijk, van de majesteit Gods.
Hertaald:
verslonden worden
Namelijk: door de majesteit van God.
licht
Dat is, de zon, als zij in haar vollen glans is en de lucht doorstralende. Zie boven, Job 25:3 . De zin is, dewijl wij de zon, als zij ten allerklaarste schijnt, met onze ogen niet kunnen aanschouwen, hoeveel minder kunnen wij de oneindelijke majesteit Gods verdragen en zijn verborgen oordelen met ons verstand begrijpen?
Hertaald:
licht
Dat is: de zon, wanneer zij in haar volle glans is en de lucht doorstraalt. Zie hierboven Job 25:3. De betekenis is: aangezien wij de zon, wanneer zij op haar helderst schijnt, niet met onze ogen kunnen aanschouwen, hoeveel minder kunnen wij dan de oneindige majesteit van God verdragen en Zijn verborgen oordelen met ons verstand begrijpen?
dien zuivert;
Te weten, hemel.
Hertaald:
dien zuivert;
Namelijk: hemel.
noorden
Te weten, als de hemel door den noordenwind gezuiverd en klaar gemaakt is; vergelijk boven, vs.9.
Hertaald:
noorden
Namelijk: wanneer de hemel door de noordenwind gezuiverd en helder gemaakt is; vergelijk hierboven vers 9.
het goud
Versta, schoon en klaar weder met zonneschijn, welke bij het goud wordt vergeleken, om zijn klaarheid en zuiverheid. Vergelijk Zach. 4:12 , met de aantekening.
Hertaald:
het goud
Versta hieronder: mooi en helder weer met zonneschijn, dat vergeleken wordt met goud vanwege zijn helderheid en zuiverheid. Vergelijk Zach. 4:12, met de aantekening.
komt;
Dat is, zich uitspreidt in de lucht.
Hertaald:
komt;
Dat is: zich verspreidt in de lucht.
vreselijke majesteit
Te weten, welker glans oneindig meerder is dan van de zon. Anders, bij den vreeslijken God is majesteit.
Hertaald:
vreselijke majesteit
Namelijk: waarvan de glans oneindig groter is dan die van de zon. Anders: bij de vreeswekkende God is majesteit.
doch
Dat is, hoewel Hij almogend is, nochtans zal Hij zijn grote kracht niet gebruiken, om naar het hoogste recht hier met den mens te handelen. Anders, Hij is groot van kracht en van oordeel, en van grote gerechtigheid, Hij verdrukt niet.
Hertaald:
doch
Dat is: hoewel Hij almachtig is, zal Hij toch Zijn grote kracht niet gebruiken om hier met de mens naar het hoogste recht te handelen. Anders: Hij is groot van kracht en van oordeel, en van grote gerechtigheid, Hij onderdrukt niet.
Hij ziet
De zin is, dat God, om barmhartigheid en weldadigheid tegen de mensen te bewijzen, wordt bewogen, niet door iets da Hij in den mens ziet, al ware hij een van de allerwijste, maar alleen door zijn liefde, die Hij ons toedraagt in den Messias, en dat tot verheerlijking zijns heiligen naams.
Hertaald:
Hij ziet
De betekenis is dat God ertoe bewogen wordt barmhartigheid en weldadigheid aan de mensen te bewijzen, niet door iets wat Hij in de mens ziet, ook al is die een van de allerwijsten, maar alleen door Zijn liefde, die Hij ons toedraagt in de Messias, en dat tot verheerlijking van Zijn heilige naam.
wijzen
Dat is, die een kloek en wijs verstand hebben. Alzo Ex. 28:3 , en Ex. 31:6 , en Ex. 35:25 ; vergelijk ook boven, Job 9:4 , en de aantekening. Anders, Hij ziet geen wijzen van hart; of, zal Hij niet alle wijzen van hart aanzien? dat is, achtnemen op degenen, die recht wijs zijn?
Hertaald:
wijzen
Dat is: die een verstandig en wijs oordeel hebben. Zo ook Ex. 28:3, en Ex. 31:6, en Ex. 35:25; vergelijk ook hierboven Job 9:4, en de aantekening. Anders: Hij ziet geen wijzen van hart; of: zal Hij niet alle wijzen van hart aanzien? Dat is: acht geven op degenen die werkelijk wijs zijn? © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Een oprecht en godvrezend man uit het land Uz, zeer rijk aan vee en kinderen. Op aanstoken van de satan liet God zijn bezit, zijn kinderen en tenslotte zijn eigen gezondheid treffen, om zijn oprechtheid op de proef te stellen; ondanks alles zondigde Job niet en bleef hij aan God vasthouden. Het boek dat zijn naam draagt beschrijft zijn lijden, de gesprekken met zijn drie vrienden over de reden van zijn lijden, Gods antwoord vanuit de storm, en zijn uiteindelijke herstel (Job 1-42). Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas Elihu's eigen hart beeft en springt op van wat hij beschrijft (Job 37:1). Job moet aandachtig luisteren naar de beweging van Gods stem (Job 37:2). God zendt haar rechtuit onder de hele hemel en Zijn licht tot de einden der aarde (Job 37:3). Hij dondert met de stem van Zijn hoogheid (Job 37:4). Dan volgt de kernzin: God dondert met Zijn stem zeer wonderlijk; Hij doet grote dingen, en wij begrijpen ze niet (Job 37:5). Hij zegt tot de sneeuw dat zij op de aarde moet zijn, en Hij gebiedt de stortregen (Job 37:6). Dan verzegelt Hij de hand van ieder mens, zodat allen Zijn werk erkennen (Job 37:7). Het gedierte kruipt in zijn holen (Job 37:8). Uit de binnenkamer komt de wervelwind, en door Zijn adem geeft God de vorst, zodat brede wateren verstijven (Job 37:9-10). De wolken keren zich naar Zijn wijze raad en doen alles wat Hij hun gebiedt op de hele aarde (Job 37:12). En dan noemt Elihu de drie mogelijke bedoelingen: God beschikt het weer tot een roede, of voor Zijn land, of tot weldadigheid (Job 37:13). Bijbelse betekenis: Dit is de mooiste natuurbeschrijving uit de mond van een mens in dit boek, en zij loopt niet uit op bewondering maar op eerbied. Twee zinnen dragen het geheel. De eerste is dat God grote dingen doet die wij niet begrijpen; het niet-begrijpen is dus geen storing maar het gewone gevolg van Zijn grootheid. De tweede staat in Job 37:13 en is voor Job van belang. Dezelfde regen kan een roede zijn, of eenvoudig het onderhoud van het land, of een weldaad. Van buiten is dat niet te zien; men ziet water uit de lucht komen. Daarmee ondergraaft Elihu, zonder het zo te zeggen, de hele redenering van de drie vrienden. Wie van buitenaf kijkt, kan de bedoeling niet aflezen. Voor de lezer is dat een waarschuwing én een troost: het weer boven ons hoofd zegt niets over Gods oordeel, en toch is er geen bui zonder Zijn beleid. Typologie: De psalm bezingt dezelfde stem: "De stem des HEEREN is met kracht, de stem des HEEREN is met heerlijkheid" (Ps. 29:4). En de Heere Jezus trekt uit hetzelfde weer een les over Gods goedheid: "Hij doet Zijn zon opgaan over bozen en goeden, en regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen" (Matt. 5:45). Job 37:1-13; Ps. 29:4; Matt. 5:45 Elihu roept Job bij name: neem dit ter ore, sta stil en let op de wonderen van God (Job 37:14). Weet hij wanneer God de wolken ordent en het licht daaruit laat schijnen (Job 37:15)? Heeft hij verstand van hoe de dikke wolken zweven, wonderen van Hem Die volmaakt is in wetenschap (Job 37:16)? Weet hij hoe zijn kleren warm worden wanneer God de aarde stil maakt uit het zuiden (Job 37:17)? Heeft hij samen met Hem de hemel uitgespannen, die vast staat als een gegoten spiegel (Job 37:18)? Laat Job hun dan onderwijzen wat zij tot God moeten zeggen, want zij kunnen niets ordelijk voorstellen vanwege de duisternis (Job 37:19). Bij God is een vreselijke majesteit (Job 37:22). De Almachtige kunnen wij niet uitvinden; Hij is groot van kracht, en door recht en grote gerechtigheid verdrukt Hij niet (Job 37:23). Daarom moeten de mensen Hem vrezen, want Hij ziet geen wijzen van hart aan (Job 37:24). Bijbelse betekenis: Met dit hoofdstuk houdt het menselijke spreken in dit boek op. Het laatste woord van Elihu is een oproep om stil te staan, en dat is een merkwaardig einde na zesendertig hoofdstukken praten. Alle sprekers hebben hun redenen uitgeput; wat overblijft is aandacht. Merk ook op wat Elihu over God belijdt vlak voordat God verschijnt. Hij is niet uit te vinden, Hij is groot van kracht, en Hij verdrukt niet. Dat laatste is een belijdenis en geen waarneming, want Job ervaart op dat moment het tegendeel. Zo eindigt de menselijke wijsheid van dit boek op haar best: met eerbied en met een grens. En het slotwoord is scherp gekozen. God ziet geen wijzen van hart aan, en dat gaat over de vier mannen die zojuist zoveel gezegd hebben. Typologie: Wat hier gevraagd wordt, staat elders als gebod: "Laat af, en weet, dat Ik God ben" (Ps. 46:11). Stilstaan is in de Schrift geen leegte maar de houding waarin een mens hoort. Job 37:14-24; Ps. 46:11 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Job 37
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Namen
Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen


Job 37
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Vs. 1-13. Mijn ganse hart beeft over den majestueuzen klank van den rollenden donder en de snel elkaar opvolgende bliksemen. Daarin openbaart de heerlijke God zijne onnaspeurlijke wondermacht. Evenzo in de overige werken der natuur, in vroegen en spaden regen, in den winter, wiens macht mensen en dieren ondervinden, in storm, in koude, in ijs. Alles bestuurt Hij naar Zijne wijsheid tot straf of ten zegen van Zijne schepselen.
Ook 1) beeft hierover, over die vreselijke majesteit Gods, die ons in den naderenden donder tegentreedt, mijn hart, en springt op uit van zijne plaats 2).
Of: Ja, hierover beeft mijn hart. De grondtekst geeft duidelijk aan, dat het onweder, wat straks losbreekt en waarin God zich openbaart aan Job, reeds nu zich doet horen, of naderbij komt. Het woordje hierover geeft dit juist aan. Ook vs. 2 zegt ons dit.
De inwendige angst, die bijna alle mensen, even als ook de dieren, bij een onweder overvalt, meer dan bij enig ander natuurverschijnsel, is alleen reeds genoegzaam ten bewijze, dat de H. Schrift recht heeft, wanneer zij op vele plaatsen (vgl. Psalm 18) het onweder als ene geheel bijzondere en duidelijke openbaring der heerlijkheid en majesteit van God, als den Schepper en Rechter der wereld, voorstelt.
Gevoelt gij hierbij niet hetzelfde als ik? Hoort toch met aandacht
de beweging, het daveren Zijner stem, en het geluid, het gedreun, dat uit Zijnen mond uitgaat!
Psalm 29: 3.
Letterlijk: Hoort, o hoort!
Dat onweder, den donder zendt Hij recht uit onder den gansen hemel laat Hij het los, en Zijn licht, den bliksem, over de einden der aarde.
Daarna, na den bliksem, brult Hij met de stem; Hij dondert met de stem Zijner hoogheid, en Hij vertrekt die dingen niet1), houdt met Zijne bliksemen niet op, als Zijne stem zal gehoord worden, zonder tussenpozen laat Hij het aan den hemel lichten.
In het Hebr. Welo jeakbeem. Letterlijk: Hij houdt ze niet terug, n.l. de bliksemen. Dr. Kuyper c.s. hebben in hun uitgave van den Staten-Bijbel het woord vertrekt vervangen door stelt uit. Elihu wijst er hierop, dat God, de Heere, niet ophoudt met Zijn stem te doen horen, Zijne bliksems niet terug houdt.
God dondert met Zijne stem zeer wonderlijk, zodat men over Zijne verhevenheid zich verbazen moet; Hij doet grote dingen aan al Zijne schepselen, op velerlei wijze, en wij begrijpen ze niet in hun oorzaak en bedoelingen. Dwaasheid ware het dan te menen, dat wij al Zijne verborgene wegen, die Hij met de Zijnen houdt, zouden kunnen verstaan. Zij zijn allen wonderbaar, maar toch zalig. Elihu spreekt voortdurend over de overmeesterende indrukken van het prachtig naderend onweder, dat zich reeds begint te ontlasten, en waaruit de Heere Zichzelven wil openbaren. Daarbij is hem dit duidelijk een zinnebeeld van den dikwijls zo donkeren heilsweg van God in droefenissen en aanvechtingen, Ook in Jobs leven was bliksemstraal op bliksemstraal, donder op donder gevolgd; maar daarvan zou hij zeker zijn, dat geen slag bij toeval kwam, maar de Heere zelf, gelijk in het onweder, zo ook bij zijne aanvechtingen tegenwoordig was, en zelf de slagen richtte naar hun doel. Toorn en genade zijn ook in de aanvechting, even als in het onweder, bij elkaar. De Heere wil Job in het onweder, dat hem getroffen heeft, zegenen en op nieuw begenadigen; maar Job ziet in den over hem gekomen angst alleen den ook gereed staanden toorn. Het onweder, dat thans gezien wordt, herinnert Elihu ook aan vele andere wonderen Gods in de natuur; tot deze gaat hij reeds in de tweede helft van vs. 5 over. Maar de indrukken van het onweder op zijn gemoed zijn te machtig; daarom keert hij onwillekeurig altijd weer daarnaar terug (zie vs. 11 en 14).
Wij begrijpen Hem niet a); want Hij zegt tot de sneeuw: Wees, val op de aarde; en tot den plasregen des regens: Val neer op de aarde! dan is er de plasregen Zijner sterke regenen. Zijn almachtig woord is genoeg, om het winter te doen worden.
Psalm 147: 16.
Dan, in zulk een wintertijd, zegelt Hij de hand van ieder mens toe, zo hij van den gewonen arbeid rusten moet en zich in zijne woning voor de koude winden en den regen moet terugtrekken, opdat Hij kenne alle lieden Zijns volks 1), opdat allen, die Hij schiep, weten dat het de Heere is, die al deze dingen doet.
Beter: Opdat tot zijne erkentenis komen al de lieden van Zijn werk, d.i. al degenen, die Hij geschapen heeft.
En zelfs het gedierte, het wild gedierte van het woud, gaat in loerplaatsen, in schuilhoeken en blijft in zijne holen, zonder arbeid even als de mens, zelfs dikwijls in een winterslaap (Psalm 104: 22).
Uit de binnenkamer, uit de verborgene verte van de grote Arabische woestijn, in het Zuidoosten van Hauran (Hoofdstuk 9: 9)komt ten tijde des winters de wervelwind, de hevige, verwoestende wind (vgl. Hoofdstuk 1: 19. Hos. 13: 15),en van de verstrooiende winden, van de winden, die de wolken verstrooien en den hemel helder maken, de koude. De Oostenwind is in Syrië en Arabië het meest in den winter en in het begin van de lente, wanneer hij bij lang aanhouden het jonge groen verzengt en een jaar van honger veroorzaakt, waarom hij ook Samum (de verwoestende) heet. Hij is droog, brengt het bloed in beweging, benauwt de borst, veroorzaakt onrust en angst, slapeloze nachten of verontrustende dromen. Mens en dier gevoelt zich bij zijn waaien zwak en ziek. Stormen zijn bij den Oostenwind zeldzaam: wordt hij echter tot een storm, zo veroorzaakt hij door zijne geweldige stoten grote schade. Hij ontwortelt de grootste bomen.
Denkt verder aan den Noordenwind, dien God over de wateren zendt (vgl. (Hoofdstuk 4: 15). a) Door zijn geblaas geeft God de vorst, zodat de brede wateren verstijfd worden tot een vasten vloer.
Job 38: 29,30. Psalm 147: 17 en 18.
Ook vermoeit, belaadt Hij de dikke wolken in den zomertijd, gelijk wij het thans voor ons zien, door klaarheid 1), door ene menigte van water; Hij verstrooit, breidt de wolk Zijns lichts, de van bliksem zwangere wolken uit.
In het Hebr. beri. Hier te vertalen door, veelheid van water. Na een ogenblik vertoefd te hebben bij Gods Almacht in den winter, wordt zijn oog en zijn gemoed onweerstaanbaar aangetrokken door het onweder, dat zich ontlast. Hij wijst hier op een uitstorting van water, die veel heeft van een wolkbreuk.
Die onweerswolk keert zich dan naar Zijnen wijzen raad door ommegangen; wendt zich nu hier dan daar heen, naar Gods beschikking, dat zij doen al wat Hij ze gebiedt, op het vlakke der wereld, op de aarde; al wat die onweerswolk uitwerkt is onder hogere leiding.
Welsprekend zegt hij hier, dat Hij zendt én de wolk én de stormen en alles, opdat zij doen, wat Hij voor de gehele wereld heeft voorgesteld. Alsof hij tot ons wil zeggen, dat men altijd de macht en heerschappij Gods in alles wat wij zien, moeten beschouwen, dat waar Hij zeker ons straft, wij mogen leren onze zonde te gevoelen, daartegen ook, dat wij Zijne goedheid proeven, wanneer wij door haar verkwikt worden, wanneer het Hem lust ons liefderijk te behandelen. Opdat wij derhalve dit erkennen, dat wij weten, dat wij schepselen niet ons zelven regeren, maar dat God, omtrent ons, naarmate het hem goeddunkt, beschikt. Derhalve gebruikt Hij hen, tot dat wat Hij bevolen heeft, om over de ganse aarde te doen. Daarom kunnen wij hier een goede kennis verzamelen. Want waarom vrezen wij zozeer voor den donder en andere dingen? Immers, omdat wij God niet vrezen. En dat is ene rechtvaardige straf voor ons ongeloof. De mensen willen God niet vrezen. Waarom nu zendt Hij dit alles? Tot ongevoelige schepselen. Maar opdat Hij daardoor hen des te groter schrik inboezeme. Ziedaar een verachter Gods, die allen godsdienst met de voeten heeft verschopt! Een duivelse razernij heeft hem gans en al veranderd. Alle onderscheid tussen goed en kwaad veracht hij. Ondertussen verschrikt Hij hem door den donder, brengt Hem in verwarring; ja ontrust hem geheel. Ziedaar het loon, hetwelk zij bekomen, die God de verschuldigde eer niet bewijzen en weigeren Gode als hun Heere te erkennen.
Het zij dat Hij die tot a) ene roede, tot ene straf voor de zonden bezigt, of tot zegen voor Zijn land, voor het land der rechtvaardigen, of tot weldadigheid beschikt.
Exodus 9: 18,23. 1 Samuel 12: 18,19. Ezra 10: 9. Job 36: 31. Wat Elihu hier van het onweder zegt, dat het door den Almachtigen, Rechtvaardigen en goedertieren God naar Zijnen wil geleid wordt, en het niet van het toeval afhankelijk is, waar het treft, is van alle andere natuurverschijnselen waar, zowel van het grootste als van het kleinste. Alle krachten der natuur, volgens de leer der Heilige Schrift, zijn in de hand van haren Schepper, en Hij leidt ze alle tot vervulling van Zijnen heiligen wil, die niets anders bedoelt, dan de wereld te verlossen en in den mens Zijn evenbeeld te herstellen. Daarin bestaat Zijne Voorzienigheid. Ook de kleinste gebeurtenis in de natuur is niet van toevalligen aard, maar dient Hem tot opbouwing van Zijn rijk, tot zaligheid van den mens, als het centrum der gehele natuur. De natuur heeft niet, gelijk de ongelovige wereld en door hare wijsheid dronken filosofie en natuurwetenschap troost, hare van God losgemaakte, onveranderlijke wetten, wier volvoering in gene verbintenis zou staan met de menselijke gerechtigheid en godzaligheid. De naar ons heen gekeerde zijde der natuur met hare schijnbaar onverbreekbare wetten der noodzakelijkheid is nooit te denken zonder de zijde, die naar den almachtigen en barmhartigen God, den Schepper, Verlosser en Heiligmaker des mensen gekeerd is met al de wetten van Goddelijke vrijheid, die dienen om der mensen zaligheid te weeg te brengen. -De wereld der natuur heeft, em zo te spreken, talloze open plaatsen, juist daar, waar zij voor ons verschijnt, als in onafscheidelijken samenhang staande; waar het rijk der zaligheid met zijne eigene wetten voor onze kortzichtige ogen slechts van tijd tot tijd, maar in waarheid steeds en overal doorschittert. Zulk ene steeds open plaats is de mens; iedere verhoring van zijn gebed, elke werking van God in en aan hem is zulk een doorschijnen van de wet der vrijheid, ja de gehele natuur-wereld is steeds en geheel open voor het gebied der zaligheid; de wetten van beide zijden staan met elkaar in verband als cirkels met één middelpunt. Alle zogenaamde wonderen zijn daarom geenszins een ogenblikkelijk ingrijpen in het ijzeren natuurmechanisme, waarop steeds ene herstelling zou moeten volgen, maar een voor onze blindheid bijzonder zichtbaar geworden doorschemeren van de veel hogere wetten der natuur, aan welke de mindere, vaststaande, dierbaar zijn.
Alle zaken en gebeurtenissen van de natuurlijke wereld zijn alzo gene gevolgen van een blind mechanismus, maar van een rechtvaardig, goedertieren en barmhartig Welbehagen, dat ons wil zalig maken.
Het is derhalve volstrekt nodig, dat wij van God blijven afhangen, omdat wij van Zijne goedheid alles mogen en moeten hopen, en aan Zijne wijsheid de mate onzer genietingen en behoeften met reden mag toevertrouwen, gelijk Zijne macht in staat is, alles naar behoren, op Zijn tijd te schenken, en ons in het midden zelfs Zijner oordelen over de volken, kan en zal bewaren ter Zijner ere.
14.
V. Vs. 14-24.KruisverwijzingenJob 36:4→Jesaja 44:24→1 Timotheüs 6:16→Psalmen 99:4→Job 36:5→Job 9:4→Psalmen 111:2→Exodus 38:8→
— Neem dit, o Job, ter ore; sta, en aanmerk de wonderen Gods. Weet gij, wanneer God over dezelve orde stelt, en het licht Zijner wolk laat schijnen? Hebt gij wetenschap van de opwegingen der dikke wolken; de wonderheden Desgenen, Die volmaakt is in wetenschappen? Hoe uw klederen warm worden, als Hij de aarde stil maakt uit het zuiden? Hebt gij met Hem de hemelen uitgespannen, die vast zijn, als een gegoten spiegel? Onderricht ons, wat wij Hem zeggen zullen; want wij zullen niets ordentelijk voorstellen kunnen vanwege de duisternis. Zal het Hem verteld worden, als ik zo zou spreken? Denkt iemand dat, gewisselijk, hij zal verslonden worden. En nu ziet men het licht niet als het helder is in den hemel, als de wind doorgaat, en dien zuivert; Als van het noorden het goud komt; maar bij God is een vreselijke majesteit! Den Almachtige, Dien kunnen wij niet uitvinden; Hij is groot van kracht; doch door gericht en grote gerechtigheid verdrukt Hij niet.
Zo min gij de wonderdaden Gods in de natuur kunt begrijpen, zo min zult gij u ongestraft vermeten, Hem over Zijne wereldregering te bedillen. Al is het dat gij nu in het donkere zweeft, zo is het toch iets gerings, dat Gods zon u spoedig weer beschijnt. Hij is onbegrijpelijk en almachtig, maar nooit onrechtvaardig. Waarlijk wijzen vrezen Hem daarom.
Neem dit, o Job! ter ore; sta stil, en aanmerk de wonderen Gods in de natuur, die u omringt, zo zal het u niet moeilijk zijn van de wijsheid en gerechtigheid in Gods bestuur op u en uw lijdens-raadsel ene toepassing te maken.
Weet 1) gij wanneer, op welke tijden en om welke redenen God over deze natuurwonderen, die ik u voorstelde (vs. 6-13), orde stelt, ze voorneemt, en in ‘t bijzonder, wanneer Hij het licht Zijner wolk, den bliksemstraal, laat schijnen? Kunt gij van deze en van alle wonderdaden Gods meer begrijpen, dan dat zij geschieden en zijn?
Ongetwijfeld is het Elihu er om te doen, om Job klein en nederig te maken in eigen ogen. Job heeft zich niet weinig laten voorstaan op zijn kennis en toch heeft hij het raadsel van zijn lijden niet kunnen oplossen. Elihu wil Job er nu toe brengen, om in te zien, dat de Heere den nederige in eigen ogen aanziet en de hogen in eigen schatting vernedert. Wij zijn van gisteren en weten niets. En daarom stelt hij Job allerlei vragen. Of hij de raadselen in de natuur heeft kunnen oplossen. Of hij kan verklaren, hoe eensklaps de warmte komt, of het onweder tot bedaren komt. Of hij kan verklaren, hoe God de hemelen heeft uitgespannen. Hij weet het, dat Job op alle deze vragen het stilzwijgen moet bewaren. En daarom, als Job niet eens kan verklaren wat hij ziet, wat hij met eigen ogen aanschouwt, hoe zou hij dan kunnen oplossen de vele raadselen der Voorzienigheid en der Godsregering ook ten opzichte van het lijden der Zijnen?
Hebt gij wetenschap van de opwegingen der dikke wolken, hoe de zware wolken in evenwicht gehouden worden? Het zijn de wonderheden, de wondervolle beschikkingen desgenen, die volmaakt is in wetenschappen?
Begrijpt gij het, hoe het komt, dat uwe klederen warm worden, gelijk gij op dit ogenblik ondervindt, als Hij de aarde stil maakt uit het zuiden, den zachten zuidenwind laat waaien, die het onweder voorafgaat (Luk. 12: 55)?
Hebt gij met Hem de hemelen uitgespannen, men zou het menen aan uwe stoute taal, waarmee gij Hem bedilt en tot een twist gedurig oproept, de hemelen, die vast zijn, als een gegoten spiegel? In de gehele oudheid had men slechts spiegels van gepolijst metaal (Exodus 38: 8); glazen spiegels komen eerst in de 13de eeuw voor. Alexander von Humboldt, de grote meester der natuurschildering, zegt omtrent de natuurbeschouwingen in ons Hoofdstuk: “De meteorologische processen, welke in de wolken plaats hebben, de vorming en oplossing der dampen bij verschillende richting van wind, hun kleurenspel, het ontstaan van den hagel en van den vallenden donder worden hier met individuele aanschouwelijkheid beschreven; ook worden vele vragen voorgelegd, die onze tegenwoordige fysica in meer wetenschappelijke uitdrukkingen kan formuleren, maar niet bevredigend kan oplossen. Waar de natuur karig hare gaven uitdeelt, scherpt zij de zintuigen van den mens, dat hij op iedere afwisseling in de bewogen lucht zowel als in de wolken let, dat hij in de eenzaamheid der dorre woestijn, zowel als in die van den golven slaanden Oceaan elke afwisseling van verschijningen nagaat, of zij ook voorboden konden wezen. Het klimaat is bijzonder in het dorre en rotsachtige gedeelte van Palestina geschikt om zulke opmerkingen te maken.”.
Onderricht ons toch, wat wij, nietige mensen, Hem zeggen zullen, den zo wonderbaar heerlijken God, die in dat onweder nadert. Gij zult het toestemmen, dat het ons betaamt te zwijgen, want wij zullen niets ordentelijk voorstellen kunnen, niets dat ons recht geeft ons naast Hem te stellen, van wege de duisternis van ons verstand. Hier (vs. 18 en 19) klinkt reeds de toon van verhevene ironie, die later nog sterker in de redenen van Jehova terugkeert; maar de ironie verstomt voor den schrik van den eerbied, die bij de gedachte aan de Goddelijke majesteit den sprekende zelven vervult.
Moeten wij dan niet meer dan zinneloos zijn, indien wij ons aanmatigen Hem te weerstaan, en naar een gelegenheid zoeken, om met Hem te twisten. Ziedaar, waarom hier gesproken wordt van duisternis. Laten wij derhalve onze conditie erkennen en insgelijks die van God. Dan zullen wij onzen mond sluiten en wij zullen ons niet meer aanmatigen verlof te vragen, zoals wij gewoon zijn, met om Hem te twisten. Maar bij ons zal de nederigheid zijn, om alles goed te keuren, wat God doet, en men zal bekennen, dat er niets in Hem is, dan wijsheid, goedheid, billijkheid en rechtvaardigheid, zodat er niets voor ons overblijft, dan Hem in alles de ere te geven.
Zal het Hem 1)? die niet met Zich laat spotten verteld worden, als ik, een mens, met een verduisterd, kortzichtig verstand zo morrend en bedillend over Hem en Zijne wereldregering zou spreken? En dat hebt Hij gedaan. De schrik grijpt mij aan bij de gedachte, dat ik tegen Zijn bestuur zou morren, en nog zou wensen, dat mijne woorden voor Hem kwamen, gelijk gij dikwijls gedaan hebt. Denkt iemand 2) dat, zou iemand wensen, om met God te twisten, gewis hij zal verslonden worden.
Elihu stelt zich in het levendige van zijne weerlegging in Jobs plaats, en stelt zich voor den geest, hoe vreselijk het voor hem zou zijn, zo hij gedaan had als Job. Dit moet op Job een diepen indruk maken. -Elihu is nu op de hoogte zijner weerlegging gekomen. Van nu af komt hij zacht vermanende en vertroostende tot het slot en neemt nog eens al het vorige te zamen.
Indien een mens zijn zaak wil bepleiten voor God, moet hij zeker te kort schieten, hoeveel meer zou hij dan als wegzinken, indien hij durfde tegen God pleiten, en met zijn Meester twisten! Zo Gods toorn hem niet als een vermetele in dit geval verteren mocht, zou Zijn heerlijke glorie en luister hem toch ten uiterste verschrikken, van verbaasdheid doen sidderen, of hem met blindheid en doofheid treffen, en stok stijf doen worden van schrik.
Of, of zal iemand wensen vernietigd te worden? Elihu spreekt het hier uit, dat iemand, die zou wensen, dat zijn twisten met God, Hem zou worden bekend gemaakt, gevaar liep, om vernietigd te worden. Job heeft gewild, dat zijne verdediging, gelijk als de aanklacht zijner vrienden, zou bekend gemaakt worden aan den Hemelsen Rechter, gelijk men dit gewoon was voor den aardsen rechtbank te doen. Maar gewis, indien dit werkelijk plaats had, indien God zich enkel als de Heilige en Rechtvaardige openbaarde en niet ook als de Barmhartige en Genadige, indien God dus deed naar het striktste recht, er zou van den met God twistende niets overblijven. Hij zou omkomen en vergaan.
En nu dikke zwarte onweerswolken den hemel bedekken ziet men het licht der zon niet, als het helder is in den hemel, hoewel de zon boven die wolken helder schijnt; als echter de wind doorgaat en dien hemel zuivert, dan zien wij weer het licht, en verheugen allen zich in Zijne heerlijkheid; Ziet, zo heeft ook voor u de heldere zon van Gods genade een tijd lang achter de wolken der verwachting zich verborgen, zonder dat toch daarom Gods liefde jegens u verminderd was; maar ieder ogenblik kan zij zich weer voor u openbaren en des te heerlijker u beschijnen, wanneer gij slechts stil wilt zijn en ootmoedig wachten.
Licht is er altijd, maar het wordt niet altijd gezien. Wanneer er wolken tussen komen wordt het zelfs op den helderen middag duister. Het licht van Gods gunst schijnt altijd op Zijne gelovige dienaren, hoewel zij het niet altijd zien. Zonden zijn de wolken en dikwijls verhinderen zij ons het schitterend licht, dat in het aangezicht van God is, te zien. Zo zijn er ook wolken van zorg, die dikwijls onze zielen verduisteren; wanneer deze inwendige wolken als het ware op de ziel zich nestelen, heeft de Heere een wind, die over haar gaat en haar reinigt. Wat is die wind? Het is Zijn Heilige Geest. Het woord in den tekst betekent beide. Gelijk de wind de wolken verstrooit en verdrijft, die in de lucht vergaderd zijn, zo zuivert Gods Geest onze zielen van de wolken en nevelen van onkunde en ongeloof, van zonde en lust, die in onze harten vergaderd waren en anders eeuwig zouden gebleven zijn. Van al deze wolken reinigt de Heilige Geest ons in het werk der wedergeboorte. En van al de wolken, welke onze gewetens verontrusten, reinigt ons de Heilige Geest in het werk der vertroosting.
Op dit ogenblik is het zonlicht verscholen achter dikke wolken. Maar, zegt Elihu, één enkele windvlaag is voldoende, om het licht weer te voorschijn te roepen en de zon helder aan den hemel te doen staan. Zo is het ook met den Heere God. Achter de geestelijke wolken mag Hij zich verbergen, zodat ge uitroepen moet: Rondom Gods troon Zijn wolken en donkerheid, maar als de wind van Gods gunst en genade ze weer verdrijft, als God Zich weer openbaart en in Zijn Aangezicht Zich laat zien, dan breekt het licht ook weer in de ziele door, de bange vrees verdwijnt, en menig raadsel wordt U ontdekt.
Wie kan het begrijpen, als van het noorden het goud komt1), dat de mens uit de geheimvolle schatkamers aan het licht brengt; maar bij God is een vreselijke majesteit, wat zal ik nog meer optellen van Zijne wonderen, voor Hem is het grootste zelfs niet groot; Zijne macht en majesteit is nog oneindig ver boven al die openbaringen.
Volgens de gedachten der ouden is het Noorden de eigenlijke landstreek van het goud; daar bewaken grijpvogels de goudmijnen van het Arimaspische gebergte, gelijk Herodotus (lib. III 11 fl) vertelt, daar, van den bergpas van den Kaukasus tot aan de Gordyeïsche bergen, wordt door ongetemde volksstammen goud gegraven (Plinius hist. nat. VI 11); bij de Scyten wordt het door mieren aan het licht gebracht (Plinius XXXIII: 4), maar voor de meest fabelachtige hoofdplaats van het goud werd het Noordelijk Azië met het Altaigebergte gehouden.
Het vinden van het edele goud in het afgelegen Noorden staat in tegenstelling tegen de onmogelijkheid van het naspeuren van dien God, die in Zijne regering der wereld raadselachtig, maar heerlijk is. Dezelfde gedachte had ook Job (Hoofdstuk 28) uitgesproken, zonder die echter toe te passen. Met deze verklaring sluit het vers zich aan het volgende aan. Het goud kunt gij nog ontdekken, maar Gods Majesteit te doorgronden kunnen we niet. Anders vatten, zoals Schultens e.a., het op, wanneer zij de zon, uit het verborgene als goud, in een gulden gestalte, laten voorkomen, evenzo, zeggen zij, is er bij God een onmogelijk te beschouwen, en met allen eerbied en vreze hoog te waarderen Majesteit en heerlijk blinkende Grootheid en Luister. 23. Den Almachtige, Dien kunnen wij, door duisternis omgeven, in al Zijne werken, niet uitvinden, niet nagaan en begrijpen; Hij is daartoe te a) groot van kracht en majesteit; doch hoe groot ook Zijn vermogen zij en hoe ontzaglijk Zijne majesteit, door gericht en grote gerechtigheid verdrukt Hij niet 1); Hij doet niemand leed en schade in het gericht, of door al te grote gerechtigheid, door nietig kleingeestig verzoeken.
Job 9: 4; 12: 13,16; 36: 5. Elihu keert hier aan het slot zijner rede terug tot het thema, van hetwelk hij uitgegaan is. “God buigt het recht niet en verdrukt niemand.” dat is toch eigenlijk de hoofdgedachte, welke Elihu in Jobs hart wil overstorten, en die aanstonds in de verschijning des Heren hare daadzakelijke bevestiging vindt.
Of recht en gerechtigheid buigt Hij niet. Zo heeft Job het wel uitgesproken, wanneer hij meende, dat God zijn vijand was, maar zo is het niet, wil Elihu zeggen. Hij is en blijft de onkreukbaar Rechtvaardige, bij Wie er geen onrecht is.
Daarom, omdat in Hem ene zo volmaakte harmonie tussen almacht, gerechtigheid en goedertierenheid is, vrezen, eren Hem de lieden; allen, die dit erkennen, buigen zich gaarne onder Zijn rechtvaardig regeren: en Hij ziet gene wijzen van harte aan, gene, die wijs zijn in eigene ogen. Menselijke duisternis en hoogmoedig bedillen kan Hem niet aan het wankelen brengen, maar roept Hem slechts op om te vonnissen. Nog eens wijst Elihu, ernstig waarschuwende, de eigenlijke boezemzonde van Job aan, die hem verhindert, zich onder Gods Wil te buigen. Wanneer wij bekwaam zijn geworden, om uit de wereld der natuur den Heere te volgen in het rijk der genade, en wanneer wij van de algemene zegeningen Zijner voorzienigheid in de schepping geleid zijn om de bijzondere zegeningen Zijner liefde in de verlossing te zien, welk een groot en onbegrensd veld is er ter beschouwing geopend voor het oog van een arm zondaar! Wij kunnen niet verhalen, gelijk Elihu zo schoon uitdrukt, hoe onze klederen ons warm maken, wanneer de Heere de aarde door een Zuidenwind verkwikt. En kan het dan wonder zijn, dat wij niet bekwaam zijn om te verklaren, hoe het kleed van Christus’ gerechtigheid wordt tot een volmaakt rechtvaardig gewaad, om de ziel te kleden, en hem, die onrein is in zich zelven, in Christus rein, gezegend en geheiligd te maken? Treurig is het inderdaad, dat mensen ongelovig zijn ten opzichte van zo grote genade, daar hun dagelijkse ondervinding in de gewone zaken van Gods voorzienigheid hen dwingt volkomen toe te stemmen, zoveel dat zij niet kunnen verklaren.
Met een zekeren haast, met ene heilige vreze heeft hij de laatste woorden uitgesproken; hij breekt plotseling af, verstomt nu voor het onweder, dat steeds nader komt. Nu God zich opmaakt om te spreken, moet Zijn dienaar zwijgen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel