Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
ElihuH453 ging nog voortH3254, en zeideH559:
Elihu ging nog voort, en zeide:
KJV
Elihu2
also proceeded,1
and said,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
VerbeidH3803 mij een weinigH2191, en ik zal u aanwijzenH2331, datH3588 er nogH5750 redenenH4405 voor GodH433 zijn.
Verbeid mij een weinig, en ik zal u aanwijzen, dat er nog redenen voor God zijn.
KJV
Suffer1
me a little,3
and I will shew4
thee that I have yet to speak8
on God's
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Ik zal mijn gevoelenH1843 van verreH7350 ophalenH5375, en mijn SchepperH6466 gerechtigheidH6664 toewijzenH5414.
Ik zal mijn gevoelen van verre ophalen, en mijn Schepper gerechtigheid toewijzen.
KJV
I will fetch1
my knowledge2
from afar,3
and will ascribe5
righteousness6
to my Maker.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
WantH3588 voorwaarH551, mijn woordenH4405 zullen geenH3808 valsheidH8267 zijn; een, die oprechtH8549 is van gevoelenH1844, is bijH5973 u.
Want voorwaar, mijn woorden zullen geen valsheid zijn; een, die oprecht is van gevoelen, is bij u.
KJV
For truly2
my words5
shall not be false:4
he that is perfect6
in knowledge
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
ZieH2005, GodH410 is geweldigH3524, nochtans versmaadtH3988 Hij nietH3808; geweldigH3524 is Hij in krachtH3581 des hartenH3820.
Zie, God is geweldig, nochtans versmaadt Hij niet; geweldig is Hij in kracht des harten.
KJV
Behold, God2
is mighty,3
and despiseth5
not any: he is mighty6
in strength7
and wisdom.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Hij laat den goddelozeH7563 nietH3808 levenH2421, en het rechtH4941 der ellendigenH6041 beschiktH5414 Hij.
Hij laat den goddeloze niet leven, en het recht der ellendigen beschikt Hij.
KJV
He preserveth not the life2
of the wicked:3
but giveth6
right4
to the poor.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Hij onttrektH1639 Zijn ogenH5869 nietH3808 van den rechtvaardigeH6662, maar met de koningenH4428 zijn zij in den troonH3678; daar zetH3427 Hij hen voor altoosH5331, en zij worden verhevenH1361.
Hij onttrekt Zijn ogen niet van den rechtvaardige, maar met de koningen zijn zij in den troon; daar zet Hij hen voor altoos, en zij worden verheven.
KJV
He withdraweth2
not his eyes4
from the righteous:3
but with kings6
are they on the throne;7
yea, he doth establish8
them for ever,9
and they are exalted.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
En zoH518 zij, gebondenH631 zijnde in boeienH2131, vastH3920 gehouden worden met bandenH2256 der ellendeH6040;
En zo zij, gebonden zijnde in boeien, vast gehouden worden met banden der ellende;
KJV
And if they be bound2
in fetters,3
and be holden4
in cords5
of affliction;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Dan geeftH5046 Hij hun hun werkH6467 te kennenH5046, en hun overtredingenH6588, omdatH3588 zij de overhandH1396 genomen hebben;
Dan geeft Hij hun hun werk te kennen, en hun overtredingen, omdat zij de overhand genomen hebben;
KJV
Then he sheweth1
them their work,3
and their transgressions4
that they have exceeded.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
En Hij openbaartH1540 het voor hunlieder oorH241 ter tuchtH4148, en zegtH559, datH3588 zij zich van de ongerechtigheidH205 bekerenH7725 zouden.
En Hij openbaart het voor hunlieder oor ter tucht, en zegt, dat zij zich van de ongerechtigheid bekeren zouden.
KJV
He openeth1
also their ear2
to discipline,3
and commandeth4
that they return6
from iniquity.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Indien zij horenH8085, en Hem dienenH5647, zo zullen zij hun dagenH3117 eindigenH3615 in het goedeH2896, en hun jarenH8141 in liefelijkhedenH5273.
Indien zij horen, en Hem dienen, zo zullen zij hun dagen eindigen in het goede, en hun jaren in liefelijkheden.
KJV
If they obey2
and serve3
him, they shall spend4
their days5
in prosperity,6
and their years7
in pleasures.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Maar zo zij nietH3808 horenH8085, zo gaan zij door het zwaardH7973 door, en zij geven den geestH1478 zonder kennisH1847.
Maar zo zij niet horen, zo gaan zij door het zwaard door, en zij geven den geest zonder kennis.
KJV
But if they obey3
not, they shall perish5
by the sword,4
and they shall die6
without knowledge.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
En die met het hartH3820 huichelachtigH2611 zijn, leggenH7760 toornH639 op; zij roepenH7768 nietH3808, alsH3588 Hij hen gebondenH631 heeft.
En die met het hart huichelachtig zijn, leggen toorn op; zij roepen niet, als Hij hen gebonden heeft.
KJV
But the hypocrites1
in heart2
heap up3
wrath:4
they cry6
not when he bindeth
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
Hun zielH5315 zal in de jonkheidH5290 stervenH4191, en hun levenH2416 onder de schandjongensH6945.
Hun ziel zal in de jonkheid sterven, en hun leven onder de schandjongens.
KJV
They3
die1
in youth,2
and their life4
is among the unclean.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
Hij zal den ellendigeH6041 in zijn ellendeH6040 vrijmakenH2502, en in de onderdrukkingH3906 zal Hij het voor hunlieder oorH241 openbarenH1540.
Hij zal den ellendige in zijn ellende vrijmaken, en in de onderdrukking zal Hij het voor hunlieder oor openbaren.
KJV
He delivereth1
the poor2
in his affliction,3
and openeth4
their ears6
in oppression.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
Alzo zou Hij ook u afgekeerdH5496 hebben van den mondH6310 des angstesH6862 tot de ruimteH7338, onderH8478 dewelke geenH3808 benauwingH4164 zou geweest zijn; en het gerechtH5183 uwer tafelH7979 zou volH4390 vettigheidH1880 geweest zijn.
Alzo zou Hij ook u afgekeerd hebben van den mond des angstes tot de ruimte, onder dewelke geen benauwing zou geweest zijn; en het gerecht uwer tafel zou vol vettigheid geweest zijn.
KJV
Even so would he have removed2
thee out of the strait3
into a broad place,5
where8
there is no straitness;7
and that which should be set9
on thy table10
should be full11
of fatness.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
Maar gij hebt het gerichtH1779 des goddelozenH7563 vervuldH4390; het gerichtH1779 en het rechtH4941 houden u vast.
Maar gij hebt het gericht des goddelozen vervuld; het gericht en het recht houden u vast.
Ook in dit vers
houden vastH8551
KJV
But thou hast fulfilled3
the judgment1
of the wicked:2
judgment4
and justice5
take hold
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
Omdat er grimmigheidH2534 is, wacht u, dat Hij u misschien niet met een klopH5607 wegstoteH5496; zodat u een grootH7227 rantsoenH3724 er nietH408 zou afbrengenH5186.
Omdat er grimmigheid is, wacht u, dat Hij u misschien niet met een klop wegstote; zodat u een groot rantsoen er niet zou afbrengen.
KJV
Because there is wrath,2
beware lest he take thee away4
with his stroke:5
then a great
ransom7
cannot deliver
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
Zou Hij uw rijkdomH7769 achtenH6186, dat gij nietH3808 in benauwdheidH1222 zoudt zijn; of enigeH3605 versterkingenH3981 van krachtH3581?
Zou Hij uw rijkdom achten, dat gij niet in benauwdheid zoudt zijn; of enige versterkingen van kracht?
KJV
Will he esteem1
thy riches?2
no, not gold,4
nor all the forces6
of strength.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
HaakH7602 nietH408 naar dien nachtH3915, als de volkenH5971 van hun plaatsH8478 opgenomenH5927 worden.
Haak niet naar dien nacht, als de volken van hun plaats opgenomen worden.
KJV
Desire2
not the night,3
when people5
are cut off
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
WachtH8104 u, wendH6437 u nietH408 totH413 ongerechtigheidH205; overmitsH3588 gij ze in dezenH2088 verkorenH977 heb, uit oorzakeH4480 van de ellendeH6040.
Wacht u, wend u niet tot ongerechtigheid; overmits gij ze in dezen verkoren heb, uit oorzake van de ellende.
KJV
Take heed,1
regard3
not iniquity:5
for this hast thou chosen9
rather than affliction.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
ZieH2005, GodH410 verhoogtH7682 door Zijn krachtH3581; wieH4310 is een LeraarH3384, gelijk Hij?
Zie, God verhoogt door Zijn kracht; wie is een Leraar, gelijk Hij?
KJV
Behold, God2
exalteth3
by his power:4
who teacheth
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
Wie heeft Hem gesteldH6485 overH5921 Zijn wegH1870? Of wieH4310 heeft gezegdH559: Gij hebt onrechtH5766 gedaan?
Wie heeft Hem gesteld over Zijn weg? Of wie heeft gezegd: Gij hebt onrecht gedaan?
KJV
Who hath enjoined2
him his way?4
or who can say,6
Thou hast wrought7
iniquity?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
GedenkH2142, dat gij Zijn werkH6467 groot maaktH7679, hetwelkH834 de liedenH582 aanschouwenH7891.
Gedenk, dat gij Zijn werk groot maakt, hetwelk de lieden aanschouwen.
KJV
Remember1
that thou magnify3
his work,4
which men
behold.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
AlleH3605 mensenH120 zienH2372 het aan; de mensH582 schouwtH5027 het van verreH7350.
Alle mensen zien het aan; de mens schouwt het van verre.
KJV
Every man2
may see3
it; man5
may behold6
it afar off.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26
ZieH2005, GodH410 is groot, en wij begrijpenH3045 het niet; er is ook geen onderzoekingH2714 van het getalH4557 Zijner jarenH8141.
Zie, God is groot, en wij begrijpen het niet; er is ook geen onderzoeking van het getal Zijner jaren.
KJV
Behold, God2
is great,3
and we know5
him not, neither can the number6
of his years7
be searched out.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27
WantH3588 Hij trektH1639 de druppelenH5198 der waterenH4325 op, die den regenH4306 na zijn dampH108 uitgietenH2212;
Want Hij trekt de druppelen der wateren op, die den regen na zijn damp uitgieten;
KJV
For he maketh small2
the drops3
of water:4
they pour down5
rain6
according to the vapour
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28
WelkeH834 de wolkenH7834 uitgietenH5140, en overH5921 den mensH120 overvloediglijkH7227 afdruipenH7491.
Welke de wolken uitgieten, en over den mens overvloediglijk afdruipen.
KJV
Which the clouds3
do drop2
and distil4
upon man6
abundantly.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29
KanH637 men ook verstaanH995 de uitbreidingenH4666 der wolkenH5645, en de krakingenH8663 Zijner hutteH5521?
Kan men ook verstaan de uitbreidingen der wolken, en de krakingen Zijner hutte?
KJV
Also can any understand3
the spreadings4
of the clouds,5
or the noise6
of his tabernacle?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30
ZieH2005, Hij breidtH6566 overH5921 hem Zijn lichtH216 uit, en de wortelenH8328 der zeeH3220 bedektH3680 Hij.
Zie, Hij breidt over hem Zijn licht uit, en de wortelen der zee bedekt Hij.
KJV
Behold, he spreadeth2
his light4
upon it, and covereth7
the bottom5
of the sea.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31
WantH3588 daardoor richtH1777 Hij de volkenH5971; Hij geeftH5414 spijzeH400 ten overvloedeH4342.
Want daardoor richt Hij de volken; Hij geeft spijze ten overvloede.
KJV
For by them judgeth3
he the people;4
he giveth5
meat6
in abundance.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32
Met handenH3709 bedektH3680 Hij het lichtH216, en doet aanH5921 hetzelve verbodH6680 door dengene, die tussen doorkomtH6293.
Met handen bedekt Hij het licht, en doet aan hetzelve verbod door dengene, die tussen doorkomt.
KJV
With clouds2
he covereth3
the light;4
and commandeth5
it not to shine by the cloud that cometh betwixt.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33
Daarvan verkondigtH5046 Zijn geklaterH7452, en het veeH4735; ook van den opgaandenH5927 damp
Daarvan verkondigt Zijn geklater, en het vee; ook van den opgaanden damp
KJV
The noise3
thereof sheweth1
concerning it, the cattle4
also concerning the vapour.
redenen
Of, woorden, inhoudende vaste redenen, om de gerechtigheid Gods te verdedigen.
Hertaald:
redenen
Of: woorden, die vaste argumenten bevatten om de gerechtigheid van God te verdedigen.
van verre
Dat is, van omhoog af, te weten, van de natuur, eigenschappen en werken Gods.
Hertaald:
van verre
Dat is: van omhoog, namelijk van de natuur, eigenschappen en werken van God.
Schepper
Hebreeuws, werker, dat is, Schepper. Vergelijk boven, Job 4:17 .
Hertaald:
Schepper
Hebreeuws: Werkmeester, dat is: Schepper. Vergelijk hierboven Job 4:17.
toewijzen
Hebreeuws, geven.
Hertaald:
toewijzen
Hebreeuws: geven.
een, die oprecht is
Elihu verstaat hiermede zichzelven, sprekende in den derden persoon uit manierlijkheid, om geen achterdenken van hovaardigheid te verwekken.
Hertaald:
een, die oprecht is
Elihu bedoelt hiermee zichzelf, en spreekt in de derde persoon uit beleefdheid, om geen achterdocht van hoogmoed te wekken.
God is geweldig,
Alsof hij zeide: Hoewel God almachtig is, dat Hij doen kan al hetgeen wat Hij wil, Gen. 17:1 , en Gen. 18:14 ; Ps. 115:3 , nochtans is Hij ook rechtvaardig, dat Hij niemand ten ongelijke straffen zal, [gelijk Jobs woorden schenen te luiden, boven, Job 19:7 , en Job 23:13 , en Job 30:21 ] ; en dat overmits Hij machtig is, niet alleen in zijn daden, maar ook in zijn hart, gelijk volgt.
Hertaald:
God is geweldig,
Alsof hij zei: hoewel God almachtig is, zodat Hij alles kan doen wat Hij wil, Gen. 17:1, en Gen. 18:14; Ps. 115:3, is Hij toch ook rechtvaardig, zodat Hij niemand onrechtvaardig zal straffen, [zoals Jobs woorden leken te zeggen, hierboven Job 19:7, en Job 23:13, en Job 30:21]; en dat omdat Hij machtig is, niet alleen in Zijn daden, maar ook in Zijn hart, zoals volgt.
versmaadt Hij niet;
Te weten, zonder rechtvaardige oorzaak. Zie het volgende.
Hertaald:
versmaadt Hij niet;
Namelijk: zonder rechtvaardige reden. Zie het vervolg.
des harten
Versta door het hart Gods zijn wijsheid en wil, die ten hoogste volmaakt zijn.
Hertaald:
des harten
Versta onder het hart van God Zijn wijsheid en wil, die volmaakt zijn.
niet leven,
Te weten, niet eeuwiglijk, maar eindelijk doodt Hij hem, òf hier, òf hierna. Anders, Hij bewaart het leven des goddelozen niet.
Hertaald:
niet leven,
Namelijk: niet eeuwig, maar uiteindelijk doodt Hij hem, hetzij hier, hetzij hierna. Anders: Hij bewaart het leven van de goddeloze niet.
schikt Hij
Hebreeuws, geeft.
Hertaald:
schikt Hij
Hebreeuws: geeft.
zijn zij
Te weten, de rechtvaardigen. De zin is, dat zij eindelijk zeer hoog verheven worden; hetwelk voornamelijk vervuld wordt in het toekomende leven. Vergelijk 1 Sam. 2:8 ; Ps. 113:7 . Anders, met de koningen is Hij [te weten God] bij den troon, opdat Hij hen daar zette, enz.
Hertaald:
zijn zij
Namelijk: de rechtvaardigen. De betekenis is dat zij uiteindelijk zeer hoog verheven worden; wat vooral in het toekomstige leven vervuld wordt. Vergelijk 1 Sam. 2:8; Ps. 113:7. Anders: met de koningen is Hij [namelijk God] bij de troon, opdat Hij hen daar zet, enzovoort.
in boeien,
Zo worden genaamd de kastijdingen, die God den vromen toezendt, uit oorzaak van hun zonden, om hen tot leedwezen en betering te brengen. Zie boven, Job 13:27 ; onder, vs.13, en Job 42:10 ; Ps. 107:10 .
Hertaald:
in boeien,
Zo worden de kastijdingen genoemd die God de vromen toezendt vanwege hun zonden, om hen tot berouw en verbetering te brengen. Zie hierboven Job 13:27; hieronder vers 13, en Job 42:10; Ps. 107:10.
der ellende;
Dat is, die hun ellende toebrengen.
Hertaald:
der ellende;
Dat is: die hun ellende brengen.
werk
Dat is, hun kwaad leven, waardoor zij de straffen Gods over zich gebracht hebben, gelijk het volgende woord verklaart.
Hertaald:
werk
Dat is: hun kwade leven, waardoor zij de straffen van God over zich gebracht hebben, zoals het volgende woord verklaart.
te kennen,
Te weten, door die ellende en kastijding.
Hertaald:
te kennen,
Namelijk: door die ellende en kastijding.
omdat zij
Dat is, omdat zij zeer groot en vele geworden zijn.
Hertaald:
omdat zij
Dat is: omdat zij zeer groot en talrijk geworden zijn.
openbaart
Dat is, Hij opent hun verstand, onderwijst en bekeert hen. Alzo onder, vs.15; zie boven, Job 33:16 .
Hertaald:
openbaart
Dat is: Hij opent hun verstand, onderwijst en bekeert hen. Zo ook hieronder vers 15; zie hierboven Job 33:16.
zegt,
Dat is, beveelt en vermaant; alzo boven, Job 9:7 ; zie ook 2 Kron. 29:24 .
Hertaald:
zegt,
Dat is: beveelt en vermaant; zo ook hierboven Job 9:7; zie ook 2 Kron. 29:24.
goede,
Vergelijk boven, de aantekening Job 21:25 .
Hertaald:
goede,
Vergelijk hierboven de aantekening bij Job 21:25.
liefelijkheden
Dat is, in welvaren des geestes en des lichaams. Zie Ps. 36:8-9 .
Hertaald:
liefelijkheden
Dat is: in welzijn van geest en lichaam. Zie Ps. 36:8-9.
zo vergaan
Zie boven, Job 33:18 .
Hertaald:
zo vergaan
Zie hierboven Job 33:18.
zonder kennis
Dat is, zonder geloof en boetvaardigheid.
Hertaald:
zonder kennis
Dat is: zonder geloof en boetvaardigheid.
die
Dat is, die onzuiver, onheilig en vals van geest zijn, en niet zijn die zij schijnen; Matt. 23:27-28 ; Luc. 16:15 .
Hertaald:
die
Dat is: die onzuiver, onheilig en vals van geest zijn, en niet zijn wat zij lijken; Matth. 23:27-28; Luk. 16:15.
leggen
Dat is, vergaderen een schat van Gods wraak, Rom. 2:5 . Het woord toorn alleen gesteld, betekent zeer dikwijls den toorn Gods. Zie 2 Kron. 28:13 .
Hertaald:
leggen
Dat is: vergaren een schat van Gods wraak, Rom. 2:5. Het woord toorn, alleen gebruikt, betekent zeer vaak de toorn van God. Zie 2 Kron. 28:13.
roepen niet,
Dat is, zij bidden God niet om zijn genade en hulp. Roepen voor ernstig en vurig bidden, Ex. 14:10 , Ex. 14:15 ; Neh. 9:9 ; Ps. 22:3 , enz.
Hertaald:
roepen niet,
Dat is: zij bidden God niet om Zijn genade en hulp. Roepen voor ernstig en vurig bidden, Ex. 14:10, Ex. 14:15; Neh. 9:9; Ps. 22:3, enzovoort.
Hij hen
Dat is, als hen God gestraft heeft. Vergelijk boven, de aantekening vs.8.
Hertaald:
Hij hen
Dat is: wanneer God hen gestraft heeft. Vergelijk hierboven de aantekening bij vers 8.
Hun ziel
Dat is, hun leven zal in de eerste jaren eindigen.
Hertaald:
Hun ziel
Dat is: hun leven zal in de eerste jaren eindigen.
schandjongens
Versta, onder een soort van gruwelijke zondaren alle anderen; zie van deze zondaren Deut. 23:17 , en de aantekening.
Hertaald:
schandjongens
Versta hieronder, als een soort gruwelijke zondaars, alle anderen; zie over deze zondaars Deut. 23:17, en de aantekening.
Hij zal
Te weten, God.
Hertaald:
Hij zal
Namelijk: God.
zal Hij het
Dat is, Hij zal hen onderwijzen en vermanen tot hun schuldigen plicht, gelijk boven, vs.10.
Hertaald:
zal Hij het
Dat is: Hij zal hen onderwijzen en vermanen tot hun schuldige plicht, zoals hierboven vers 10.
mond des angstes
Dat is, het geweld der benauwdheid; want gelijk de wilde dieren met hun muil verslinden, alzo verteert het geweld van den druk den mens.
Hertaald:
mond des angstes
Dat is: het geweld van de benauwdheid; want zoals wilde dieren met hun muil verslinden, zo verteert het geweld van de nood de mens.
ruimte,
Dat is, in een vrije en open plaats, waar hij onbenauwd en naar zijn wens zou geweest zijn. Alzo Ps. 18:20 .
Hertaald:
ruimte,
Dat is: in een vrije en open plaats, waar hij onbenauwd en naar wens geweest zou zijn. Zo ook Ps. 18:20.
geen benauwing
Dat is, geen zwarigheid, noch druk, die den mens benauwt.
Hertaald:
geen benauwing
Dat is: geen zwaarte, noch nood, die de mens benauwt.
het gerecht
Anders, uw tafel zou gerust geweest zijn, vol vettigheid.
Hertaald:
het gerecht
Anders: uw tafel zou gerust zijn geweest, vol overvloed.
vettigheid
Dat is, overvloed en lieflijke spijs.
Hertaald:
vettigheid
Dat is: overvloed en heerlijk voedsel.
gericht
Dat is, de maat uwer zonde, met kwaad en onbedacht spreken; hetwelk straf verdient. Vergelijk boven, Job 34:8 . Recht wordt hier genomen voor de rechtvaardige straf, en deze voor de zonde, die rechtvaardiglijk gestraft moet zijn.
Hertaald:
gericht
Dat is: de maat van uw zonde, met kwaad en onbedacht spreken; wat straf verdient. Vergelijk hierboven Job 34:8. Recht wordt hier gebruikt voor de rechtvaardige straf, en deze weer voor de zonde, die rechtvaardig gestraft moet worden.
houden u vast
Te weten, dat gij aan de straf schuldig zijt. Anders, zouden het recht en het gericht [dat] ondersteunen? Dat is, voorstaan?
Hertaald:
houden u vast
Namelijk: dat u de straf verdiend hebt. Anders: zouden het recht en het gericht [dat] ondersteunen? Dat is: voorstaan?
grimmigheid is,
Namelijk, bij God, dewijl Hij rechtvaardig is.
Hertaald:
grimmigheid is,
Namelijk: bij God, omdat Hij rechtvaardig is.
een klop
Dat is, met een zeer zware plaag, die u gans tenonder brengt. Anders, met samenklapping [der handen].
Hertaald:
een klop
Dat is: met een zeer zware plaag, die u helemaal te gronde richt. Anders: met een samenklappen [van de handen].
daar niet
Te weten, van de rechtvaardige straf Gods.
Hertaald:
daar niet
Namelijk: van de rechtvaardige straf van God.
dat gij
Anders, niet het goud [zelf], noch enige versterkingen van kracht; te weten, zal Hij achten.
Hertaald:
dat gij
Anders: niet het goud [zelf], noch enige versterking van kracht; namelijk zal Hij achten.
versterkingen
Versta, al hetgeen men zou mogen toebrengen om zich te wapenen en sterken tegen Gods gramschap, en de verdiende straffen te ontgaan.
Hertaald:
versterkingen
Versta hieronder: alles wat men zou kunnen aanvoeren om zich te wapenen en te sterken tegen Gods gramschap, en de verdiende straffen te ontlopen.
Haak niet
Dat is, zijt niet begerig om zeer zorgvuldig te onderzoeken de oorzaak van Gods oordeel, waardoor Hij somtijds in een nacht gehele volken uitroeit, de goeden met de kwaden. Versta daarbij, dat Job ook niet curieuslijk moest onderzoeken waarom hij in een weinig tijds uit zijn welvaren geworpen was. Sommigen verstaan door den nacht den tijdelijken dood, en dat Job vermaand wordt daarnaar niet te verlangen, alzo de goddelozen door denzelven doorgaan tot den eeuwigen dood.
Hertaald:
Haak niet
Dat is: wees niet begerig om zeer nauwkeurig de reden van Gods oordeel te onderzoeken, waardoor Hij soms in één nacht hele volken uitroeit, de goeden met de kwaden. Versta hierbij dat Job ook niet nieuwsgierig moest onderzoeken waarom hij in korte tijd uit zijn welvaart geworpen was. Sommigen verstaan onder de nacht de tijdelijke dood, en dat Job vermaand wordt daar niet naar te verlangen, aangezien de goddelozen daardoor doorgaan tot de eeuwige dood.
nacht,
Van welken Elihu gesproken had, boven, Job 34:20 .
Hertaald:
nacht,
Waarover Elihu gesproken had, hierboven Job 34:20.
opgenomen
Dat is, uitgeroeid, verdelgd worden, omkomen, vergaan. Het Hebreeuwse woord is zo genomen Ps. 102:25 .
Hertaald:
opgenomen
Dat is: uitgeroeid, verdelgd worden, omkomen, vergaan. Het Hebreeuwse woord wordt zo gebruikt Ps. 102:25.
ongerechtigheid;
Of, ijdelheid, waardoor gij God over zijn oordelen beschuldigen zoudt.
Hertaald:
ongerechtigheid;
Of: ijdelheid, waardoor u God over Zijn oordelen zou beschuldigen.
overmits
Dat is, dewijl gij deze ongerechtigheid reeds aangenomen hebt, gelijk het schijnt uit dezen uw handel en de redenen, die van u gekomen zijn.
Hertaald:
overmits
Dat is: aangezien u deze ongerechtigheid al aangenomen hebt, zoals blijkt uit dit uw handelen en de woorden die van u gekomen zijn.
ellende
Te weten, die u alsnu toegezonden is van God. Anders, verkoren hebt meer dan de ellende? dat is, meer dan de lijdzaamheid, die gij in uw ellende behoordet te hebben.
Hertaald:
ellende
Namelijk: die u nu door God toegezonden is. Anders: verkozen hebt boven de ellende? Dat is: boven de lijdzaamheid die u in uw ellende zou moeten hebben.
verhoogt
Te weten, de ellendigen; dat is, verlos hen uit hun nood. Verhogen voor verlossen, Ps. 9:14 , en Ps. 18:49 . Anders, God verhoogt zich; te weten, in de ganse regering der wereld, vertonende alleszins daarin zijn wonderbare wijsheid, almogendheid en hoge oordelen.
Hertaald:
verhoogt
Namelijk: de ellendigen; dat is: verlos hen uit hun nood. Verhogen voor verlossen, Ps. 9:14, en Ps. 18:49. Anders: God verhoogt Zich; namelijk in het hele bestuur van de wereld, waarin Hij overal Zijn wonderbare wijsheid, almacht en hoge oordelen toont.
gelijk Hij?
Versta, niemand; en daarom kan Hem ook niemand leren hoe Hij de wereld regeren moet; hetwelk gij, o Job, schijnt te willen doen, als gij tegen zijn regering klachtig valt.
Hertaald:
gelijk Hij?
Versta: niemand; en daarom kan Hem ook niemand leren hoe Hij de wereld moet besturen; wat u, o Job, lijkt te willen doen, wanneer u over Zijn bestuur klaagt.
gesteld
Dat is, Hem voorgeschreven wat Hij doen moet, de wijze hoe Hij werken en regeren moet.
Hertaald:
gesteld
Dat is: Hem voorgeschreven wat Hij moet doen, de manier waarop Hij moet werken en besturen.
groot maakt,
Te weten, met dat te prijzen, inplaats van iets daarin te berispen.
Hertaald:
groot maakt,
Namelijk: door dat te prijzen, in plaats van er iets op aan te merken.
aanschouwen
Te weten, met verwondering.
Hertaald:
aanschouwen
Namelijk: met verwondering.
Alle mensen
Te weten, die enig verstand hebben en dat wel gebruiken.
Hertaald:
Alle mensen
Namelijk: die enig verstand hebben en dat goed gebruiken.
van verre
Dat is, niet volkomenlijk, zulks dat hij het werk en de redenen daarvan maar ten dele begrijpen kan.
Hertaald:
van verre
Dat is: niet volkomen, zodat hij het werk en de redenen daarvan maar ten dele kan begrijpen.
groot,
Te weten, in wezen, eigenschappen en werken; doch hier wordt voornamelijk van zijne werken gesproken.
Hertaald:
groot,
Namelijk: in wezen, eigenschappen en werken; maar hier wordt vooral over Zijn werken gesproken.
wij begrijpen
Voornamelijk in dit leven, waar onze kennis maar stuksgewijs is; 1 Kor. 13:10 , 1 Kor. 13:12 . Hebreeuws, wij weten het niet.
Hertaald:
wij begrijpen
Vooral in dit leven, waarin onze kennis maar ten dele is; 1 Kor. 13:10, 1 Kor. 13:12. Hebreeuws: wij weten het niet.
onderzoeking
Te weten, waardoor zijn eeuwigheid en oneindelijkheid van ons zou kunnen uitgevonden en begrepen worden.
Hertaald:
onderzoeking
Namelijk: waardoor Zijn eeuwigheid en oneindigheid door ons zou kunnen worden vastgesteld en begrepen.
Want Hij
Door enige exempelen van Gods werken bewijst hij zijn grote wijsheid en kracht.
Hertaald:
Want Hij
Door enkele voorbeelden van Gods werken bewijst hij Zijn grote wijsheid en kracht.
der wateren op,
Te weten, die hier beneden zijn en voornamelijk in de zee. Deze trekt God opwaarts, door de dampen daaruit rijzende, in de lucht, alwaar zij ineen klonteren en wolken worden; zie Gen. 2:6 .
Hertaald:
der wateren op,
Namelijk: die hier beneden zijn en vooral in de zee. Deze trekt God omhoog, door de dampen die daaruit opstijgen in de lucht, waar zij samenklonteren en wolken worden; zie Gen. 2:6.
na zijn damp
Dat is, na Gods damp; te weten, nadat God van die dampen, die Hij uit de wateren in de lucht opgetrokken had, wolken gemaakt heeft. Of, nadat de damp is, die God uit de wateren heeft opgetrokken om in wolken veranderd te worden.
Hertaald:
na zijn damp
Dat is: na Gods damp; namelijk nadat God van die dampen, die Hij uit de wateren in de lucht opgetrokken had, wolken gemaakt heeft. Of: nadat de damp er is, die God uit de wateren heeft opgetrokken om in wolken veranderd te worden.
Welke
Te weten, regen.
Hertaald:
Welke
Namelijk: regen.
uitbreidingen
Dat is, hoe ver en wijd, en over welke plaatsen zij zich uitspannen, als zij den regen uitstorten.
Hertaald:
uitbreidingen
Dat is: hoe ver en wijd, en over welke plaatsen zij zich uitstrekken, wanneer zij de regen uitstorten.
Zijner hutte?
Te weten, der hut Gods. Versta daarmede de wolken, die Gods hut worden genaamd, Ps. 18:12 , omdat Hij daarin schijnt te wonen als Hij daardoor werkt met deuningen en ruisingen, dat is, door winden en donder. De wolken worden ook om gelijke oorzaak God wagen geheten; Ps. 104:3 .
Hertaald:
Zijner hutte?
Namelijk: van de tent van God. Versta daaronder de wolken, die de tent van God genoemd worden, Ps. 18:12, omdat Hij daarin lijkt te wonen wanneer Hij daardoor werkt met dreunen en ruisen, dat is: door wind en donder. De wolken worden om dezelfde reden ook Gods wagen genoemd; Ps. 104:3.
Hij breidt
Namelijk God.
Hertaald:
Hij breidt
Namelijk God.
hem Zijn
Te weten, den mens. Anders, over die; te weten, wolk.
Hertaald:
hem Zijn
Namelijk: de mens. Anders: over die; namelijk wolk.
licht uit,
Versta het weerlicht, hetwelk God doet voortbreken en schieten uit de wolken. Alzo onder, Job 37:3 , Job 37:15 . Sommigen zetten het woord licht hier over, regen. Alzo onder, Job 37:11 .
Hertaald:
licht uit,
Versta hieronder het weerlicht, dat God laat voortkomen en flitsen uit de wolken. Zo ook hieronder Job 37:3, Job 37:15. Sommigen vertalen het woord licht hier als regen. Zo ook hieronder Job 37:11.
wortelen
Dat is, de gronden der zee, tot welke God het weerlicht doet doorschijnen, dat zij daarmede schijnen bedekt te wezen.
Hertaald:
wortelen
Dat is: de bodem van de zee, waarheen God het weerlicht laat doorschijnen, zodat die daardoor bedekt lijkt te zijn.
daardoor
Dat is, door de wolken, den regen, donder, bliksem en andere zaken, die in de lucht geschieden, voert Hij straffen uit en bewijst ook weldaden.
Hertaald:
daardoor
Dat is: door de wolken, de regen, donder, bliksem en andere zaken die in de lucht gebeuren, voert Hij straffen uit en toont Hij ook weldaden.
handen
Versta, de wolken, die bij vlakke en open handen vergeleken worden, omdat zij eerst in een klaren hemel opkomende, zowat somtijds de gelijkenis hebben van een uitgebreide hand. Vergelijk 1 Kon. 18:44 .
Hertaald:
handen
Versta hieronder: de wolken, die vergeleken worden met vlakke en open handen, omdat zij, wanneer zij eerst in een heldere hemel opkomen, soms de gelijkenis vertonen van een uitgestrekte hand. Vergelijk 1 Kon. 18:44.
Hij
Namelijk, God.
Hertaald:
Hij
Namelijk God.
licht,
Te weten, der zon. Vergelijk boven, Job 17:12 . Anderen verstaan, het weerlicht.
Hertaald:
licht,
Namelijk: van de zon. Vergelijk hierboven Job 17:12. Anderen verstaan het weerlicht.
doet aan
Dat is, verbiedt het licht der zon niet te schijnen; dat is, God ordineert en maakt dat de zon voor een tijd haar licht niet geve. Het Hebreeuwse woord isin de constructie of samenstelling, die hier is genomen voor verbieden, dat is gebieden, dat enige zaak niet geschiede; Gen. 2:16 , en Gen. 28:6 ; Jes. 5:6 .
Hertaald:
doet aan
Dat is: verbiedt het licht van de zon niet te schijnen; dat is: God beschikt en zorgt ervoor dat de zon voor een tijd haar licht niet geeft. Het Hebreeuwse woord staat in een constructie die hier gebruikt wordt voor verbieden, dat is: gebieden dat iets niet gebeurt; Gen. 2:16, en Gen. 28:6; Jes. 5:6.
dengene,
Versta de wolk, die, tussen het lichaam der zon en ons gezicht komende, ons het schijnsel der zon beneemt. Anderen vertalen vs.32 aldus: Hij verbergt de vlam [te weten, des bliksems], in de palmen zijner handen, en gebiedt die wat haar moet bejegenen, te weten, om te slaan en te beschadigen.
Hertaald:
dengene,
Versta hieronder: de wolk, die, tussen het lichaam van de zon en ons gezichtsvermogen komend, ons het schijnsel van de zon ontneemt. Anderen vertalen vers 32 zo: Hij verbergt de vlam [namelijk van de bliksem] in de palmen van Zijn handen, en beveelt haar wat zij moet treffen, namelijk om te slaan en te beschadigen.
Daarvan
Te weten, van den regen, waarvan gesproken is boven, vs.27, en waarvan ook hier voornamelijk gehandeld wordt.
Hertaald:
Daarvan
Namelijk: van de regen, waarover hierboven vers 27 gesproken is, en waarover ook hier vooral gehandeld wordt.
verkondigt
Dat is, geeft een voorteken.
Hertaald:
verkondigt
Dat is: geeft een voorteken.
Zijn geklater,
Dat is, Gods donder, dien Hij dikwijls laat horen als er een grote regen voorhanden is.
Hertaald:
Zijn geklater,
Dat is: Gods donder, die Hij vaak laat horen wanneer er een grote regen op komst is.
het vee;
Als in hetwelk enige voortekenen gevonden worden van het aanstaande weder.
Hertaald:
het vee;
Als in wie enkele voortekenen te vinden zijn van het naderende weer.
van den opgaanden damp.
Te weten, doet het vee verkondiging, of geeft voortekenen.
Hertaald:
van den opgaanden damp.
Namelijk: van de opstijgende damp. Namelijk het vee geeft aankondiging, of geeft voortekenen. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Zoon van Baracheël, de Buziet, uit het geslacht van Ram; de jongste van de aanwezigen, die uit eerbied voor de ouderdom van Job en zijn drie vrienden aanvankelijk zweeg. Toen de drie vrienden geen antwoord meer wisten te geven, sprak hij, vertoornd zowel op Job omdat deze zichzelf meer rechtvaardigde dan God, als op de drie vrienden omdat zij Job niet konden weerleggen; hij hield Job voor dat lijden ook een middel van Gods opvoeding kan zijn, en wees op Gods grootheid in de natuur, als voorbereiding op Gods eigen antwoord (Job 32-37). Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas Elihu vraagt om nog even geduld, want hij heeft nog iets voor God te zeggen (Job 36:2-3). Dan noemt hij twee dingen in één adem: God is geweldig, en toch versmaadt Hij niemand (Job 36:5). Hij laat de goddeloze niet leven en beschikt het recht van de ellendigen (Job 36:6). Van de rechtvaardige trekt Hij Zijn ogen niet af (Job 36:7). Daarna beschrijft hij wat er gebeurt wanneer mensen in boeien raken en met banden van ellende worden vastgehouden (Job 36:8). Dan maakt God aan hen hun eigen werk bekend en openbaart Hij het voor hun oor tot onderwijzing, en Hij zegt dat zij zich moeten bekeren (Job 36:9-10). Wie horen en Hem dienen, eindigen hun dagen in het goede (Job 36:11). Wie niet horen, gaan door het zwaard om en sterven zonder kennis (Job 36:12). Wie huichelachtig van hart is, roept zelfs niet als God hem gebonden heeft (Job 36:13). Dan komt de zin die deze rede het meest kenmerkt: Hij zal de ellendige in zijn ellende vrijmaken, en in de onderdrukking zal Hij het voor hun oor openbaren (Job 36:15). Bijbelse betekenis: Elihu doet hier iets wat de drie vrienden nooit deden. Zij gebruikten de grootheid van God om Job klein te krijgen; Elihu zet die grootheid meteen naast Gods aandacht voor de geringe. God is geweldig, en juist daarom hoeft Hij niemand te versmaden; wie werkelijk groot is, hoeft niet neer te zien. Het opvallendst is echter de plaats waar God volgens Elihu spreekt. Hij opent het oor niet ondanks de onderdrukking maar juist erin. Dat is een aanvulling op wat hij eerder zei over de droom en de pijn, en het snijdt de gedachte af dat God pas na afloop iets te zeggen zou hebben. Er moet wel bij gezegd worden wat Elihu niet zegt. Hij beweert niet dat elke ellende een boodschap bevat, en dit boek als geheel laat zien dat de reden voor de lijder verborgen kan blijven. Wat hier staat is dat God in de benauwdheid spreekt, niet dat de benauwdheid altijd Zijn spreken is. Typologie: De psalmdichter zegt achteraf hetzelfde over zijn eigen weg: "Het is mij goed, dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik Uw inzettingen leerde" (Ps. 119:71). Dat is een belijdenis van de gekastijde zelf, en zij klinkt heel anders dan wanneer een omstander haar over een ander uitspreekt. Job 36:1-15; Ps. 119:71 Elihu waarschuwt Job niet naar de nacht te verlangen en zich niet tot ongerechtigheid te wenden (Job 36:20-21). Dan stelt hij zijn vraag: God verhoogt door Zijn kracht, en wie is een Leraar zoals Hij (Job 36:22)? Wie heeft Hem over Zijn eigen weg aangesteld, en wie kan zeggen dat Hij onrecht deed (Job 36:23)? Job moet Gods werk groot maken, het werk dat alle mensen aanschouwen (Job 36:24-25). God is groot, en wij begrijpen het niet; het getal van Zijn jaren is niet te doorgronden (Job 36:26). Daarna volgt een beschrijving van de regen. God trekt de druppels omhoog, die daarna als regen uit de damp worden uitgegoten (Job 36:27). De wolken gieten ze uit en zij druipen overvloedig op de mensen (Job 36:28). Kan iemand begrijpen hoe de wolken zich uitspreiden en hoe Zijn tent kraakt (Job 36:29)? Daardoor richt Hij de volken, en Hij geeft voedsel in overvloed (Job 36:31). Bijbelse betekenis: De vraag van Job 36:22 verdient het om apart te staan. Elihu noemt God niet alleen machtig maar Leraar, en dat is een ander soort grootheid. Een leraar wil dat er iets overkomt; hij is niet tevreden met ontzag alleen. Wie God zo ziet, kan ook zijn eigen onbegrip anders dragen: wat men nog niet snapt, hoeft niet het einde te zijn, want er wordt onderwezen. Let ook op het voorbeeld dat Elihu kiest. Hij wijst niet naar een wonder maar naar de regen, iets wat iedereen dagelijks ziet. God trekt het water omhoog en geeft het terug als brood op het land. Zo staat er in het gewoonste weer een les. En de belijdenis in Job 36:26 blijft daarbij overeind: God is groot, en wij begrijpen het niet. Onderwijs ontvangen is iets anders dan alles doorgronden. Typologie: De Heere Jezus haalt de profeten aan om te zeggen wie de eigenlijke Leermeester is: "En zij zullen allen van God geleerd zijn" (Joh. 6:45). Wat Elihu in de regen ziet, wordt daar het werk van God in het hart, en het loopt uit op Christus Zelf. Job 36:20-33; Joh. 6:45 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Zie, God is geweldig, nochtans versmaadt Hij niet; geweldig is Hij in kracht des harten. Job 36:5 Uw hart is gebroken. Welnu, er staat geschreven: "Een gebroken en verslagen… Zie, God is geweldig, nochtans versmaadt Hij niet; geweldig is Hij in kracht des harten. Job 36:5 Ieder van Gods heiligen wordt de wereld ingezonden om een deel van… Een preek uitgesproken op zondagmorgen 21 oktober 1877, door C.H. Spurgeon, in de Metropolitan Tabernacle, Newington. Zie God is geweldig, nochtans versmaadt Hij niet: geweldig is Hij in… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" Ik zal u aanwijzen, dat er nog redenen voor God zijn. Job 36:2 We mogen geen vertoning van onze deugdzaamheid maken, of… Zie, God is geweldig, nochtans versmaadt Hij niet geweldig is Hij in kracht des harten. Job 36:5 Ten slotte biedt deze leer een voorbeeld aan het volk van… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Job 36
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Namen
Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Verdiepende artikelen
Zelfs vonkjes
Waar de kerk is, daar is God
De grootmoedigheid van God
Ik zal u aanwijzen, dat er nog redenen voor God zijn
Voorbeeld


Job 36
Job 36:2.Kruisverwijzingen2 Korinthe 5:20→Job 21:3→Hebreeën 13:22→Job 33:31→Jeremia 15:19→Job 33:6→Exodus 4:16→Ezechiël 2:7→
— Verbeid mij een weinig, en ik zal u aanwijzen, dat er nog redenen voor God zijn.
De hoofdbezigheid van een christen zolang hij hier beneden is, is te spreken voor God. Waarom is hij hier gesteld? Lagere doelen of meer alledaagse bedoelingen lossen die vraag niet op. Alleen te werken, te zwoegen, onze dagen als dagloners te vervullen samen met de rest van onze medeschepselen — dat zou een armzalige rekenschap zijn om te geven van pelgrims die op weg zijn naar de hemelse stad. Wordt het ons niet toegestaan hier te vertoeven opdat wij onze God zouden verheerlijken door voor Hem te spreken? Zijn wij niet ieder aangewezen om in deze laaglanden te blijven opdat wij persoonlijk getuigenis zouden geven van wat wij gehoord en gezien, gesmaakt en getast, geproefd en waar bevonden hebben van het goede woord des levens? Deze heilige verplichting mag voor sommigen wel hartdoorzoekend zijn.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
In zijne bewonderingswaardige derde rede (Hoofdstuk 36 en 37), stijgt Elihu tot den hoogsten trap in hetgeen hij aan Job tot zijne bestraffing en wederoprichting te zeggen heeft. Hij wendt zich daarin tot de derde voorname zonde van Job, dat hij tussen de Goddelijke Almacht en Goedheid een tweespalt gesteld heeft en de eerste heeft voorgesteld als willekeur, die doet, wat in de gedachten komt. Uit de geschiedenis der mensen, zowel als uit de uitgestrekte natuur, brengt hij overeenstemmende voorbeelden bij van de eenheid der almacht, liefde en rechtvaardigheid Gods, Nog eens stelt hij het lijden der verzoeking voor als een werk van de ontfermende, reddende zondaarsliefde van God, dat ten doel heeft de rechtvaardigen van hun verborgene boezemzonden te reinigen. Hij dringt Job zulk een genadig welbehagen Gods gewillig te dragen en zich niet door de hitte van het louterende vuur te laten drijven tot hoon tegen den heiligen God, en tot afval van Hem. Terwijl hij de eenheid van almacht en liefde prijst, vertonen zich aan den horizon de eerste sporen van een naderend onweder. Nu schildert hij “door heilige vreze en eerbied voor den naderenden, verheven God vervuld in grootse, verhevene, afgebrokenen beelden, met ene stem, die onder de macht der verwondering voor de heerlijkheid van den groten God, die zich steeds meer ontvouwt, steeds meer blijft steken,” de grootheid van den almachtigen en toch ontfermenden God: hij vermaant Job nog eens tot ernstige verootmoediging en zwijgt, om aan God de daadwerkelijke beslissing over te laten.
I. Vs. 1-12.KruisverwijzingenPsalmen 33:18→Job 37:16→Psalmen 34:15→Psalmen 22:24→Psalmen 72:12→Psalmen 113:7→Psalmen 107:10→2 Korinthe 5:20→
— Elihu ging nog voort, en zeide: Verbeid mij een weinig, en ik zal u aanwijzen, dat er nog redenen voor God zijn. Ik zal mijn gevoelen van verre ophalen, en mijn Schepper gerechtigheid toewijzen. Want voorwaar, mijn woorden zullen geen valsheid zijn; een, die oprecht is van gevoelen, is bij u. Zie, God is geweldig, nochtans versmaadt Hij niet; geweldig is Hij in kracht des harten. Hij laat den goddeloze niet leven, en het recht der ellendigen beschikt Hij. Hij onttrekt Zijn ogen niet van den rechtvaardige, maar met de koningen zijn zij in den troon; daar zet Hij hen voor altoos, en zij worden verheven. En zo zij, gebonden zijnde in boeien, vast gehouden worden met banden der ellende; Dan geeft Hij hun hun werk te kennen, en hun overtredingen, omdat zij de overhand genomen hebben; En Hij openbaart het voor hunlieder oor ter tucht, en zegt, dat zij zich van de ongerechtigheid bekeren zouden.
nog verder moet ik God tegenover u rechtvaardigen. Ik zal daartoe de middelen uit de wijde wereld nemen en gij zult zuivere waarheid van mij horen. De machtige God versmaadt den armen mens niet; Hij trekt zich de vromen tegenover de goddelozen aan en brengt hen tot geluk. Wanneer zij echter door den nood getroffen worden, zo wil God hen daardoor van overmoed reinigen.
Nadat Elihu een tijdlang gezwegen, doch te vergeefs op ene beantwoording van Job gewacht had, ging hij nog voort, en zei:
Verbeid mij een weinig, schenk mij nog een ogenblik gehoor en ik zal u aanwijzen, dat er nog redenen voor God zijn, dat er nog meer te zeggen is ter verdediging van God, tegenover uwe dwaze redeneringen omtrent Zijn bestuur.
Ik zal mijn gevoelen van verre, van den grond af ophalen1) u den gansen aard en samenhang van Gods handelwijze met de mensen ontvouwen en ik zal mijnen Schepper gerechtigheid toewijzen, ik zal niet dulden, dat ene enkele smet op mijnen God geworpen worde, ik zal mijn Schepper recht verschaffen.
Hier wil hij zeggen, dat hij niet bij de oppervlakte der dingen zal blijven, maar diep zal indringen in den aard en samenhang van Gods handelingen met de mensen. Het is Elihu om de ere Gods te doen. De glorie van Gods heerlijk Wezen gaat hem zeer na ter harte, en daarom zal hij zijn uiterste krachten inspannen, al zijne gaven besteden, die hij van zijn God ontving, om het recht Gods te verdedigen en de eer van zijn Schepper te verheerlijken. Hij verzekert dan ook, dat hij oprecht is, in den zin, dat, wat hij zal spreken, geheel in overeenstemming is met de waarheid, ja niets dan waarheid is. Calvijn tekent hierbij aan: Het is alsof hij zeggen wil: Gij zult merken, dat ik een Doctor ben, waarop gij u verlaten kunt. (Senties me esse Doctorem fidelem).
Want voorwaar mijne woorden zullen gene valsheid, leugen zijn, gelijk die der drie vrienden (Hoofdstuk 3: 7,8 ); een, die oprecht is van gevoelen, is bij u; ik haat het bedrog en mijne kennis van God is door ervaring beproefd en gereinigd.
a) Zie, God is geweldig, nochtans versmaadt Hij niet het geringste onder Zijne schepselen: geweldig is Hij in kracht des harten, in wijsheid, die de harten en nieren proeft, zodat Hij recht en onrecht grondig doorziet, en in liefde ook het recht van den zwakke aanneemt.
Job 9: 4; 12: 13,16; 37: 23; 38: 26. Elihu wil zeggen: Het is wel waar, dat God almachtig is en de volmaakte Beheerser der wereld, daar Hij doen kan, wat Hij wil. Maar deze Almacht is er verre van, slechts fysische overmacht over den zwakken, machtelozen mens te zijn, gelijk gij meent, zodat Hij handelen zou uit enkel willekeur, alleen daarom, omdat Hij er de macht toe heeft. Neen! Hij verwerpt niemands recht, maar aan Zijne macht paart zich tevens volmaakte, neerbuigende liefde, genade, barmhartigheid, wijsheid en gerechtigheid. Daar nu alle Goddelijke eigenschappen slechts de stralen van dezelfde zon zijn, zo kunnen zij elkaar niet tegenspreken. Als de Almachtige is Hij ook steeds de Algoede en de Rechtvaardige, en als de God der goedertierenheid is Hij tevens de Almachtige. -Deze diepe waarheid is het thema voor de gehele volgende rede, hetwelk Elihu nu naar alle zijden heen bewijst, en met vermaning op Job en diens lijden toepast.
Wat Elihu hier wil doen uitkomen is, dat God, de Heere, handelt als een rechtvaardig Bestuurder, die het niet beneden zich acht, om zich ook met de geringsten zijner mensenkinderen in te laten, en Zijn gunst te doen komen over de ellendigen des lands. Meende Job, dat God zich hem niet aantrok, geen kennis nam van zijne ellende, Elihu zegt het hem hier, dat, hoewel Hij de Machtige is, Hij toch gunstig neerziet op de ellendigen en kranken, ook op zulke als Job.
Hij laat de goddelozen niet leven 1), Hij geeft hun geen voorspoed en geluk, en het recht der ellendigen 2), dergenen, die door den nood gedreven zich tot Hem om hulpe wenden, beschikt Hij, daar Hij hun de zonde vergeeft, en hen uit de handen hunner onderdrukkers redt (Psalm 33: 18; 113: 7 vv.).
De waarheden, welke Elihu hier leert, zijn algemeen, en ook wij moeten tot de slotsom komen, dat God rechtvaardig is, wanneer wij enig teken waarnemen van Zijne rechtvaardigheid. Wij hebben ons daaraan streng vast te houden. Zodat, wanneer wij zien, dat de dingen nog niet in dien toestand en in dien staat zijn gebracht, welken wij wel zouden wensen, dit ons moet herinneren, dat God eenmaal de wereld zal oordelen, in den Persoon van Zijn Zoon, ook volgens het artikel van ons geloof, dat Jezus Christus komen zal, om te oordelen de levenden en de doden. Indien wij derhalve zien, dat God hier niet alle Zijne oordelen laat gaan, maar enigen terughoudt, laat ons dit bevestigen in de hope op den laatsten dag, en op de toekomst van onzen Heere Jezus Christus, aan Wie alle macht is gegeven door God, den Vader, opdat Hij in Zijne Majesteit zal verschijnen, om te oordelen en op Zijn plaats te brengen, dat wat nu verward schijnt. Maar wanneer wij zien, dat God enige zonden straft, de Zijnen bevrijdt, hetzij ons of anderen, laat dit ons voldoende zijn, om Zijne Voorzienigheid goed te keuren.
Job heeft gezegd, tegenover de redenen zijner vrienden, dat het ook den goddelozen wèl gaat. Welnu, Elihu komt hem tegen, door te zeggen, dat het niet is in Gods gunst, dat het den goddelozen zo goed gaat. Dat het onder Gods toelating is, dat de goddeloze nog voorspoed en geluk heeft. En eveneens, al schijnt het zo, dat Hij zich aan den vrome, die in een ellendigen toestand verkeert, onttrekt, het is toch niet zo. Des Heren hand is in den grond der zaak tegen de goddelozen en met de vromen en godvrezenden.
Ellendig is hier, die zich zelven verloochent, die hongert en dorst naar de gerechtigheid, die God als zijn burcht aangrijpt, het lijden niet wederstaat, maar zich onder Gods machtige hand buigt.
Hij onttrekt Zijne vriendelijke ogen niet één ogenblik van den rechtvaardige 1), van hem, die, ook voor het uitwendige, zich aan Zijne wetten vasthoudt, maar met de koningen zijn zij in den troon; daar zet Hij hen voor altoos, en zij worden verheven.
Wij hebben hier onder rechtvaardigen niet te verstaan alleen de Godvrezenden, die in waarheid kinderen Gods genaamd worden, maar rechtvaardigen tegenover de Wet, in dezen zin, dat zij zich van openbare zonden, van grove overtredingen hebben vrijgehouden. Onder dezen bevinden zich zowel ware kinderen Gods, als degenen, die slechts uitwendig meelopen. Hierop hebben wij wel te letten, dewijl in de volgende verzen (vs. 11 en 12) wordt gesproken van een horen en een niet horen. Het horen heeft alleen plaats door de ware godvrezenden, de ware rechtvaardigen, het niet horen, door hen, die slechts vormelijk de wet volbrachten. De verklaring, dat God, de rechtvaardigen, met de koningen op den troon zit, behoeft geen bezwaar te maken, dewijl de Heere ook een uiterlijk eren van Zijne wetten en ordinantiën zegent. Die Mij eren, zal Ik eren, geldt ook op uitvoerig gebied. Waar Israël des Heren geboden onderhoudt, ondervindt het de zegenende hand Gods; waar het den Heere verlaat, Zijne tuchtigende. De kastijdingen hebben dan ook tweeërlei uitwerking, gelijk zij ten opzichte van tweeërlei personen plaats hebben. De waarlijk godvrezende wordt er door gelouterd, leert zich zelven er meer door kennen. De andere, die niet van harte God vreest, wordt er dikwijls door verhard, dewijl hij meent, dat hem onrecht geschiedt. Die tweeërlei uitwerking vinden we in vs. 11 en 12. Wel verre dus hier een verzinken van Gods kinderen geleerd te zien, wordt juist de stelling hier bevestigd, dat Gods kinderen en gunstgenoten wel kunnen vallen, maar niet uitvallen uit hun genadestaat. Waarom Elihu dit Job voor ogen stelt is duidelijk. Het is om hem tot zelfbeproeving te dringen. Om hem te behoeden voor algehelen afval. Om hem tot boete en berouw te brengen, tot een kussen van de roede en van Hem, die haar besteld had.
En zo zij, die rechtvaardigen, gebonden zijnde in boeien, verdrukt door de goddelozen, vastgehouden worden met banden der ellende, door zware ziekte van lichaam of van ziel (Psalm 107: 10),
Dan geeft Hij hun hun werk te kennen 1), dan wil Hij hen door dat lijden tot berouw brengen over de zonde en Hij maakt hun overtredingen hun bekend, omdat zij de overhand genomen hebben 2).
God bedoelt voornamelijk drie dingen, als Hij ons met Zijne kastijdingen bezoekt en beproeft: 1e. Om ons de voorleden zonde te doen gedenken, en ons te kennen te geven hoe verkeerd onze werken en hoe groot onze overtredingen tot hiertoe geweest zijn. Hij ontdekt en toont ons onze snode bedrijven, opdat wij zien mogen, wat kwaad wij al door onze zonde begaan of veroorzaakt hebben. Ware boetvaardigen verzwaren gemeenlijk hun eigene zonden, in plaats van ze te verkleinen en belijden gaarne, dat zij in dezelve zich zeer te buiten gegaan hebben. De beproeving strekt de zonde somwijlen tot verantwoording, hoewel ze de consciëntie wakker maakt, en den mens tot bedachtzaamheid brengt. 2e. Dient ze, om onze harten te schikken tot het ontvangen van goed onderwijs. Zijne roede maakt de Zijnen gewillig, om te leren. 3e. Strekt zij, om ons voor het toekomende van alle onrecht en boosheid af te trekken. Dit is het voorname doel, waarom zij ons toekomt. Wij krijgen er bevel door, om van het onrecht ons af te wenden, niets met de zonde meer te doen te hebben, er een volslagen af keer van te tonen, en te besluiten, om er nooit weer toe terug te keren.
In het Hebr. Ki jithgabbaroe. Duidelijker: Omdat zij zich overmoedig hebben gedragen. Elihu ziet hier op de zonde van hoogmoed en zelfverheffing. Ene zonde, die de Heere niet kan verdragen, dewijl alsdan de mens niet Hem, maar zich zelven de ere geeft. Wanneer de mens in trotse zelfverheffing, in overmoed des harten zijn weg bewandelt, komt de Heere God hem tegen, opdat hij het zal leren erkennen, dat alles wat hij is, hij is door Gods genade, en dat alles, wat hij bezit, verbeurde gave is uit Gods hand.
En Hij openbaart het voor hunlieder oor 1) ter gewillige aanneming van Zijne vaderlijke, heilzame tucht, en zegt, dat zij zich van de ongerechtigheid, van de zonde, die hen aankleeft, bekeren zouden (Hoofdstuk 33: 16).
Dit woord heeft tweeërlei betekenis in de H. Schrift. Nu eens, die van spreken, dan van het hart aanraken, zodat wat ons wordt voorgesteld, wij ook horen. God derhalve opent ons de oren, wanneer Hij ons Zijn Woord zendt, en zorgt, dat het ons wordt voorgesteld. Daarna opent Hij ons het oor, of openbaart het er voor, wanneer Hij niet duldt, dat wij er doof voor zijn, maar het tot ons toegang verleent, zodat het door ons wordt ontvangen, wij er door worden bewogen en aangedaan, zodat het zijn kracht in ons openbaart. Zie hier tweeërlei manier van het openen der oren, welke wij bespeuren, dat God dagelijks gebruikt. Ook opent Hij de oren van hen, die Hij kastijdt, dewijl Hij hen enig teken van Zijn gramschap geeft, opdat zij leren beter acht te geven.
Indien zij horen, zich ootmoedig onder Zijne machtige hand leren buigen, en Hem dienen, zich reinigen van de verborgene zonde, zo zullen zij, gered uit den nood, hun dagen eindigen in het goede, en hun jaren in liefelijkheden; zij zullen zich ten laatste nog zeer gelukkig gevoelen in Gods vernieuwde genade en Zijnen weder verkregen zegen.
Maar zo zij niet horen, zo zij in hun zonde volharden, zo gaan zij door het zwaard door; de roede der liefdevolle kastijding verandert in ene roede van den Goddelijken toorn, het lijden ter loutering in een lijden tot straf, en zij geven den geest zonder tot kennis hunner zonde gekomen te zijn. Het verschil van toepassing tussen Elihu en Job’s vrienden is duidelijk. Hij deelde aan Job de ware reden mede van het lijden, dat hem trof. Hij meende, dat God in genade jegens hem had gehandeld, opdat hij een geestelijken zegen zou ontvangen. Hij herstelde alzo de misvatting van de vrienden en toonde aan, dat Job’s ongelukken gene straf waren voor onzedelijkheden, die hij zou bedreven hebben, gelijk zij veronderstelden, maar dat deze ellenden waren om hem voor te bereiden voor verdere openbaringen van Gods barmhartigheid, en om zijn hoogste belang te bevorderen. 13.
II. Vs. 13-21.KruisverwijzingenJob 36:10→Psalmen 23:5→Psalmen 66:18→Deuteronomium 23:17→Psalmen 18:19→Psalmen 118:5→Job 33:24→Spreuken 11:4→
— En die met het hart huichelachtig zijn, leggen toorn op; zij roepen niet, als Hij hen gebonden heeft. Hun ziel zal in de jonkheid sterven, en hun leven onder de schandjongens. Hij zal den ellendige in zijn ellende vrijmaken, en in de onderdrukking zal Hij het voor hunlieder oor openbaren. Alzo zou Hij ook u afgekeerd hebben van den mond des angstes tot de ruimte, onder dewelke geen benauwing zou geweest zijn; en het gerecht uwer tafel zou vol vettigheid geweest zijn. Maar gij hebt het gericht des goddelozen vervuld; het gericht en het recht houden u vast. Omdat er grimmigheid is, wacht u, dat Hij u misschien niet met een klop wegstote; zodat u een groot rantsoen er niet zou afbrengen. Zou Hij uw rijkdom achten, dat gij niet in benauwdheid zoudt zijn; of enige versterkingen van kracht? Haak niet naar dien nacht, als de volken van hun plaats opgenomen worden. Wacht u, wend u niet tot ongerechtigheid; overmits gij ze in dezen verkoren heb, uit oorzake van de ellende.
Alleen die roekelozen laten zich door Gods kastijding tot opstand voeren en komen om; maar de vromen redt Hij door lijden. Zo wil Hij ook u door het lijden tot hoger geluk brengen, wanneer gij dat niet door uw vermetel oordelen verwerpt. Laat u niet tot lastering verleiden en meen niet, dat uwe moedeloze klacht u redden zal. Stort u zelven niet moedwillig in het verderf.
En die met het hart huichelachtig 1) zijn, die in verstoktheid des harten zich nog nooit van de zonde tot God gewend hebben, leggen toorn op, worden steeds toorniger tegen God; zij roepen niet met gebeden om redding en vergeving, als Hij hen gebonden heeft, hen met tegenspoeden bezoekt.
Deze zijn dezelfde personen, die in vs. 12 bedoeld zijn en dus, dewijl zij zich niet bekeren en verootmoedigen onder de tuchtigende hand Gods, tonen, dat zij niet ware rechtvaardigen, maar hypocrieten, schijngelovigen zijn. Als er dan gezegd wordt, dat zij toorn opleggen, heeft dit geen betrekking op Gods toorn, hoewel zij ook dien ondervinden, maar van eigen toorn, in den zin van, dat zij in toorne ingaan tegen de beproevingen Gods, zich er tegen in verharden, zodat zij het onbillijk en onredelijk vinden, dat zij op die wijze beproefd worden. In plaats van te roepen tot den Heere God, wenden zij zich hoe langer hoe meer van Hem af.
Hun ziel, die de genadige bedoeling Gods verijdeld heeft, zal in de jonkheid sterven en hun leven onder de schandjongens; zij zullen sterven als schandvlekken, even als zij, die de gruwelen der heidenen doen en vóór den tijd door Gods gericht worden weggenomen (vgl. Deuteronomium 23: 17,18. 1 Koningen 3: 16 ; 1 Koningen .14: 24; 15: 12; 22: 47. 2 Koningen 23: 7 ).
Hij zal daarentegen den ellendige 1), die zich ootmoedig onder de tucht des Almachtigen buigt, in zijne ellende vrijmaken, dewijl Hij Zijnen wil in hem bereikt, en in de onderdrukking zal Hij het voor hunlieder oor openbaren; Hij zal hen tot erkentenis van Zijne heilige wegen en tot gewillige aanneming Zijner tucht dringen, zodat het ondervonden lijden zelf het middel wordt tot reiniging des harten en tot redding.
Ellendige, in den zin van, degene, die zich buigt onder de kastijdende hand Gods, bij wie de kastijdende hand Gods het doel bereikt, en die in waarheid God recht laat wedervaren, om met hem te kunnen doen naar Zijn welbehagen.
Alzo 1) zou Hij ook u afgekeerd hebben van den mond des angstes uit de kaken der beroering, die als een wild dier met opgesperden muil op u aanviel, en Hij zou u gebracht hebben tot de ruimte, tot rust en vrijheid, onder welke gene benauwing zou geweest zijn; en het gerecht uwer tafel zou vol vettigheid geweest zijn, overvloed ware weer in uwe woning teruggekeerd (Psalm 23: 5). Juist door de stem der smart, die Hij tot u liet komen, lokte Hij u tot zulk een geluk.
In vs. 16 gaat Elihu nu op Job persoonlijk toepassen, wat hij in de vorige verzen in het algemeen heeft uitgesproken. Het is dan ook beter de woorden hier vertaald door, zou Hij ook u afgekeerd hebben, te vertalen door, lokt Hij U. Hij wil toch zeggen, dat God aldus bezig is geweest, om Job uit de ellende weer te verlossen, indien het maar bij hem komen mag tot een voor God in de schuld vallen. Indien dit de vrucht is, dan zal Job ook weer uit de kaken van ellende verlost worden, en zijne voeten zullen in de ruimte worden gesteld.
Maar tot hiertoe is zulk een gunstig einde van uw lijden nog niet gewrocht, want gij hebt het gericht des goddelozen vervuld, gij zijt vol geworden van misdadig rechten; het gericht en het recht 1) houden u vast, (liever: houden elkaar vast), zij reiken elkaar de hand; hebt gij een twistgeding der zonde gevoerd, gij hebt ook het vonnis over de zonde te wachten.
Alsof hij wil zeggen, dat de mensen te vergeefs zinneloos handelen; dat God toch Zijn staat ongeschonden zal behouden en tot het uiterste toe Rechter der Zijnen zal zijn.
Omdat er grimmigheid is 1), een hartstochtelijk woeden tegen de Goddelijke tuchtroede, wacht u, dat Hij u misschien niet met enen klop wegstote, met een stoot van de aarde wegdoe, zodat u een groot rantsoen, een grote losprijs, zelfs niet de gehele wereld, zo gij die bezat, er niet zou afbrengen, u die straf niet zou doen ontgaan.
Of: Want uwe toorn, dat die u niet verlokke tot honen, en de grootte van het rantsoen, laat die U niet verleiden. Elihu wil dan Job afmanen, om in zijn toorn, naar aanleiding van de handelingen Gods met hem, niet God als een wrede te noemen, of aan te merken, en om niet met God te rechten. Schultens verklaart dit vers aldus: dewijl de toorn tegen God bij U plaats heeft, zo wees op uw hoede, dat deze heftige ontsteking van uw haat U niet in het verderf storte, of dat gij door de vele verzoeningen, uwe goede werken, waarop gij zo grote roem draagt, of ook door de rijke verzoening van den Messias zelf niet afgetrokken worde; en dat dit U niet afkerig make van die ware boetvaardigheid en nederige onderwerping, welke noodzakelijk vooraf gaan moet, als gij den troost, in vs. 15 beloofd, deelachtig worden wilt.
Wat voordeel zou u zulk een rechten met God aanbrengen? Zou Hij uwen rijkdom achten, dat gij niet in benauwdheid zoudt zijn, of enige versterkingen van kracht? Er is niets op de ganse wereld, dat den Heere zou kunnen afweren; met geen geld koopt ge Hem af, met gene macht houdt gij Hem tegen.
O wacht u! Haak niet naar dien nacht des verderfs, gelijk gij gedaan hebt (Hoofdstuk 3: 3 vv.; 7: 15,16 enz.), als de volken van hun plaats opgenomen worden, de een na den ander van zijne plaats wordt weggenomen, zodat gehele volken te niet gaan.
Wacht u, wend u niet tot ongerechtigheid, tot de misdaad om God tot gerichten op te roepen; ik stel u deze waarschuwing voor, overmits gij ze (die ongerechtigheid, om met God te twisten) in dezen verkoren hebt; ik ken echter de oorzaak, die ligt in het ontzettend lijden; gij waart tot wanhoop gekomen, uit oorzake van de ellende 1).
Gij had het kruis gaarne willen afschudden en liever willen zondigen, dan het kruis gewillig dragen. Elihu berispt dus Jobs vorig leven niet, gelijk de andere vrienden gedaan hadden; maar hij toont hem slechts aan, hoe hij uit ongeduld onder het lijden zich tegen God verzondigd had; ook dit beschouwt hij slechts als ene zwakheid, maar waarschuwt hem, om te waken, dat dit begin van afwijkingen Gods niet de overhand neme, zodat hij geheel van God zou afvallen. Zo betoont zich Elihu een medelijdend en verstandig geneesheer te zijn. 22.
III. Vs. 22-33 KruisverwijzingenHandelingen 14:17→Psalmen 90:2→Job 37:16→Psalmen 136:25→Job 37:13→1 Korinthe 2:16→Job 8:3→1 Korinthe 13:12→
— Zie, God verhoogt door Zijn kracht; wie is een Leraar, gelijk Hij? Wie heeft Hem gesteld over Zijn weg? Of wie heeft gezegd: Gij hebt onrecht gedaan? Gedenk, dat gij Zijn werk groot maakt, hetwelk de lieden aanschouwen. Alle mensen zien het aan; de mens schouwt het van verre. Zie, God is groot, en wij begrijpen het niet; er is ook geen onderzoeking van het getal Zijner jaren. Want Hij trekt de druppelen der wateren op, die den regen na zijn damp uitgieten; Welke de wolken uitgieten, en over den mens overvloediglijk afdruipen. Kan men ook verstaan de uitbreidingen der wolken, en de krakingen Zijner hutte? Zie, Hij breidt over hem Zijn licht uit, en de wortelen der zee bedekt Hij. Want daardoor richt Hij de volken; Hij geeft spijze ten overvloede.
Enen zo onvergelijkelijken Leraar moet de mens ootmoedig prijzen, in ‘t bijzonder met het oog op Zijne wonderbare werken in de natuur, wiens onnaspeurlijke Heerlijkheid, gelijk die in ‘t bijzonder heerlijk in de wording van het onweder openbaar wordt, op den zegen voor de vromen en eveneens op de straf voor de goddelozen wijst.
Zie, God verhoogt door Zijne kracht, God is te hoog gezien, dan dat de mens Zijne wegen zou kunnen beoordelen, veel minder Hem onrecht zou kunnen verwijten; wie is een Leraar 1), zo liefdevol, zo wijs, gelijk Hij (Psalm 25: 9; 94: 12).
Nadat in het voorgaande de Goddelijke liefde in ‘t bijzonder als de dragende en opvoedende Liefde is voorgesteld, zo wordt het daaruit ontstane beeld treffend in de benaming van God als den groten Leraar der mensen samengevat.
a) Wie heeft Hem gesteld over Zijnen weg, Hem voorgeschreven, welken weg Hij moet bewandelen? of wie heeft gezegd, wie heeft het gewaagd tot Hem te zeggen b): Gij hebt onrecht gedaan. Neen, niemand heeft aan Hem de regering der wereld opgedragen, dus is Hij ook aan niemand verantwoordelijk.
(Job 34: 13. b) Deuteronomium 32: 4. 2 Kronieken 19: 7. Job 8: 3; 34: 10. Rom. 9: 14.
In plaats van Hem, wiens gedachten en wegen zo verre boven mensen gedachten en wegen zijn, te berispen, gedenk, dat gij Zijn werk groot maakt, ten hoogste prijst, hetwelk de lieden aanschouwen of bezingen. Ook gij, zelfs in uw lijden, behoorde in te stemmen in dien lof.
Alle mensen, die Zijnen naam vrezen, zien het werk Gods aan, met eerbiedig bewonderen en met welbehagen; de mens schouwt het van verre, hij ziet slechts de omtrekken, en kan slechts iets van de wonderbare Majesteit van Zijn Wezen en Zijne werken denken. Reeds dit wekt zijn loflied op, hoe heerlijk zal dan Zijn werk zijn, wanneer het volkomen gezien en begrepen wordt (Hoofdstuk 26: 4).
Zie, welk ene heerlijkheid openbaart Hij in de werken Zijner schepping; hoe dringen zij ons, om Zijnen lof uit te spreken. God is groot in al Zijn werk, en wij, nietige mensen, begrijpen het niet1), het is voor ons te hoog, te verheven a); er is ook gene onderzoeking van het getal Zijner jaren; Hij is van eeuwigheid tot eeuwigheid dezelfde almachtige, goedertierene en rechtvaardige God.
Psalm 90: 2; 92: 9; 93: 2; 102: 13. Dan. 6: 27. Hebr. 1: 12.
God is oneindig groot in macht, want Hij is Almachtig en onafhankelijk; groot in goedheid, want Hij is rechtvaardig en algenoegzaam in Zichzelven. Hij is groot in alle Zijne werken en daarom hooglijk te prijzen, groot in doen, kennen wij Hem niet. Wij weten, dat Hij is, maar niet wat Hij is. Wij weten, wat Hij niet is, maar niet wat Hij al is. Wij kennen Hem hier ten dele en niet volmaaktelijk. Wij kennen de duurzaamheid van Zijn bestaan niet, want Hij is oneindig; het getal Zijner jaren is ondoorgrondelijk, want Hij is eeuwig. Hij is een Wezen zonder begin en zonder einde en zonder opvolging van tijd, altoos dezelfde, de grote IK BEN.
Want, om een voorbeeld te noemen, Hij trekt de druppelen der wateren, de dampen, die later waterdroppels worden, op, die den regen na zijnen damp, nadat de dampen van beneden opgetrokken zijn,uitgieten 1).
Hebr. Hij trekt de waterdroppen, die den regen doorzijgen, tot een dichten damp zamen. Een schoon natuurbeeld, hoe de vochten worden opgetrokken, verdikt, en in die samengepakte wolk de regen, als door een zeef, wordt doorgezegen.
Welken regen de wolken uitgieten, en over den mens overvloedig afdruipen. Als een bewijs van Gods onnaspeurlijke heerlijkheid in de natuur, dat vooral den mens kan opwekken Zijne macht te verheffen, schildert Elihu het onweder. Daartoe schijnt hem aanleiding te geven, dat hij in de verte de beginselen daarvan aanschouwt. In het Oosten verkondigt de nevel, die als in rookzuilen over de bergen opstijgt, gewoonlijk het naderend onweder. Tevens is hem het onweder een bijzonder aangrijpend beeld in de natuur van de aanvechtingen, verschrikkingen, verzoekingen, louteringen Gods, die beiden, straf en zegen, bevatten. Daarom zegt Luther: Wanneer men de aanvechtingen eerst aanziet, schijnen zij zeer treurig en verschrikkelijk en alsof zij geheel ongelijk aan de beloften waren. Maar de uitkomst rijmt toch eindelijk met Gods woord, dat vast en onbeweeglijk blijft. Even als het pleegt te gaan, wanneer zich plotseling een onweder verheft; dan ziet men, dat de donder en de bliksem hemel en aarde, mensen en vee bedreigt; dan is het, of alles zal ten ondergaan. Maar het gaat zonder hinder voorbij en maakt het land vochtig en vruchtbaar.
Kan men ook verstaan de uitbreidingen der wolken, kan men begrijpen, hoe, waar gij eerst slechts een kleine onweerswolk aanschouwt, zo spoedig de hemel bedekt is met wolken (1 Koningen 18: 44), en wat de krakingen zijner hutte zijn, hoe van achter die dichte wolkenmassa, achter welke Gods majesteit zich als in ene tent verbergt, de rollende donder klinkt (Psalm 18: 12).
Zie, Hij breidt over hem, over de wolk, Zijn licht uit, Hij doet het ruime gewelf des hemels door onophoudelijk weerlichten schitteren, en de wortelen der zee 1), de oorsprongen, de diepten der zee, bedekt Hij met Zijn licht, daar Hij haar tot in de diepten met Zijne bliksemen verlicht.
De bliksemen, die bij een onweder, voornamelijk in den nacht, in de diepte der zee ter neerschieten, veranderen, gelijk de aan de zee wonen den getuigen, de zee van water voor een ogenblik als in ene zee van vuur.
In zulk een onweder, dat Zijne macht openbaart, betoont Hij Zijne goedheid en rechtvaardigheid tevens; want daardoor richt Hij de volken, Hij doet ze voor zich beven, en toch Hij geeft ook weer door datzelfde onweder zegen, Hij maakt de velden vruchtbaar, zodat zij spijze ten overvloede opbrengen en zuivert den dampkring tot des mensen welvaart.
Met handen bedekt Hij het licht, en Hij doet daaraan verbod door degene, die tussen doorkomt. Dit vers wordt verschillend vertaald en toegelicht. De mening onzer Staten-overzetters is deze: “met handen, dat is met wolken, bedekt Hij het licht, verbergt Hij de zon, en Hij doet daaraan, aan de zon, verbod, door degene, namelijk door de wolk, die tussen de zon en de aarde doorkomt.” Anderen (v.d.Palm) vertalen: “Beide handen bekleedt Hij met den bliksem, en geeft hem bevel, wie hij treffen moet; ” anderen (Delitzsch): Hij bedekt beide handen met licht, vult ze met bliksemstralen, en gebiedt daarover, wijst die weg en doel naar Zijnen heiligen wil aan, als een zeker treffende schutter. De meeste moeilijkheid geeft in dit vers het woord Bemafgia’ treffen. Dezen nemen dit op als: “die maakt dat iets treft” genen als: “die vijandig treft,” wederpartijders, en vertalen: “Hij gebiedt den bliksem tegen den wederpartijder.” De zuiverste vertaling komt ons voor die van Delitzsch te zijn. God wordt hier dan voorgesteld als Degene, die Zijne handen vult met den bliksem en nooit mis treft, maar altijd zeker. Wie het nooit aan macht ontbreekt, om dien te treffen, dien Hij wil. De Engelse vertaling heeft: Hij beveelt, dat deze (n.l. de bliksem) treffe. Schultens deelt mede, dat in zijn tijd er reeds 28 onderscheidene vertalingen en verklaringen waren gegeven. Het is Elihu’s bedoeling, om Job te doen zien, dat dezelfde zaak, al naarmate God het zo bestuurt, tot een zegen of tot een vloek kan zijn. Job heeft niet begrepen, dat het de goddelozen schijnbaar wel kan gaan en ook de vromen. Hij wilde het anders. Hij verwachtte het anders. Maar nu wijst Elihu hem op het onweder. Het onweder is tot zegen als het verfrist, als het door den verzellenden regen de landen weer groeikracht schenkt, en ditzelfde onweder is tot een vloek als het treft en zijne verwoestingen aanricht. De voorspoed is voor den vrome een zegen, en diezelfde voorspoed is voor den goddeloze een vloek, dewijl hij hem niet tot God brengt, maar van Hem afvoert.
Daarvan, van het naderen des onweders verkondigt Zijn geklater, rollen, en het vee, daar het angstig te zamen loopt en op elkaar dringt, kondigt ook aan; ook van den opgaanden damp
geeft het vee, even als van het naderen des onweders, tekenen.
“Het vee heeft niet slechts een voorgevoel van naderenden regen, maar zegt ook, voordat de wolken nog opgekomen zijn, dat zij opkomen zullen.” -Over deze en andere natuurbeschrijvingen van ons Boek, zegt de geestvolle Katholieke theoloog Gügler: De natuur staat hier overal nog in hare vreselijke oorspronkelijke gedaante, gelijk zij pas uit den chaos voortkwam, voor de ziel; het zijn de reuzengebergten, de bruisende wateren, de uitgespannen hemel, de zon, de sterrenbeelden, die als wonderen zonder getal op het gemoed aanvallen; het zijn de ontblote afgronden, de uitgebreide nacht, de aan niets hangende aardbol, het in wolken verzamelde water, de bevende zuilen des hemels, de donder en de aan alle zuilen der aarde schitterende bliksemen, het zijn ontelbare dingen, onnaspeurlijke wonderen, die het opgewekt denkvermogen bezig houden, de natuur ligt in hare oorspronkelijke grootte, in hare oorspronkelijke diepte voor het verwonderd, voor het worstelend gemoed.
Indien er geen licht is, is er zeker ene wolk, die het onderschept. Het licht van Gods gunst, het licht van Zijn aangezicht, het meest licht gevende van alles. Juist dat licht heeft menigmaal ene wolk. De wolken onzer zonden dwingen den Heere, om Zijn aangezicht te bedekken met toorn en smart; zij verhinderen dat licht van Zijne gunst en Zijne dierbare goedheid om in onze zielen te schijnen. (Intussen is het onweder naderbij gekomen, de bliksem licht, de donder rolt).
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel