Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Toen hieldenH7673 de drieH7969 mannenH582 op van JobH347 te antwoordenH6030, dewijlH3588 hijH1931 in zijn ogenH5869 rechtvaardigH6662 was.
Toen hielden de drie mannen op van Job te antwoorden, dewijl hij in zijn ogen rechtvaardig was.
KJV
So these three2
men
ceased1
to answer5
Job,7
because he was righteous10
in his own eyes.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Zo ontstakH2734 de toornH639 van ElihuH453, den zoonH1121 van BaracheelH1292, den BuzietH940, van het geslachtH4940 van RamH7410; tegenH5921 JobH347 werd zijn toornH639 ontstokenH2734, omdat hij zijn zielH5315 meer rechtvaardigdeH6663 dan GodH430.
Zo ontstak de toorn van Elihu, den zoon van Baracheel, den Buziet, van het geslacht van Ram; tegen Job werd zijn toorn ontstoken, omdat hij zijn ziel meer rechtvaardigde dan God.
KJV
Then was kindled1
the wrath2
of Elihu3
the son4
of Barachel5
the Buzite,6
of the kindred7
of Ram:8
against Job9
was his wrath11
kindled,10
because he justified13
himself14
rather than God.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Zijn toornH639 ontstakH2734 ook tegenH5921 zijn drieH7969 vriendenH7453, omdat zij, geenH3808 antwoordH4617 vindendeH4672, nochtans JobH347 verdoemdenH7561.
Zijn toorn ontstak ook tegen zijn drie vrienden, omdat zij, geen antwoord vindende, nochtans Job verdoemden.
KJV
Also against his three1
friends2
was his wrath4
kindled,3
because they had found8
no answer,9
and yet had condemned10
Job.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Doch ElihuH453 had gewachtH2442 op JobH347 in het sprekenH1697, omdatH3588 zijH1992 ouderH2205 vanH4480 dagenH3117 waren dan hij.
Doch Elihu had gewacht op Job in het spreken, omdat zij ouder van dagen waren dan hij.
KJV
Now Elihu1
had waited2
till Job4
had spoken,5
because they were elder7
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Als dan ElihuH453 zagH7200, datH3588 er geenH369 antwoordH4617 was in den mondH6310 van die drieH7969 mannenH582, ontstakH2734 zijn toornH639.
Als dan Elihu zag, dat er geen antwoord was in den mond van die drie mannen, ontstak zijn toorn.
KJV
When Elihu2
saw1
that there was no answer5
in the mouth6
of these three7
men,
then his wrath10
was kindled.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Hierom antwoorddeH6030 ElihuH453, de zoonH1121 van BaracheelH1292, den BuzietH940, en zeideH559: IkH589 ben minderH6810 van dagenH3117, maar gijliedenH859 zijt stokoudenH3453; daaromH3651 heb ik geschroomdH2119 en gevreesdH3372, ulieden mijn gevoelenH1843 te vertonenH2331.
Hierom antwoordde Elihu, de zoon van Baracheel, den Buziet, en zeide: Ik ben minder van dagen, maar gijlieden zijt stokouden; daarom heb ik geschroomd en gevreesd, ulieden mijn gevoelen te vertonen.
KJV
And Elihu2
the son3
of Barachel4
the Buzite5
answered1
and said,6
I am young,7
and ye are very old;11
wherefore I was afraid,14
and durst15
not shew16
you mine opinion.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Ik zeideH559: Laat de dagenH3117 sprekenH1696, en de veelheidH7230 der jarenH8141 wijsheidH2451 te kennenH3045 geven.
Ik zeide: Laat de dagen spreken, en de veelheid der jaren wijsheid te kennen geven.
KJV
I said,1
Days2
should speak,3
and multitude4
of years5
should teach6
wisdom.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
ZekerlijkH403 de geestH7307, dieH1931 in den mensH582 is, en de inblazingH5397 des AlmachtigenH7706, maakt henlieden verstandigH995.
Zekerlijk de geest, die in den mens is, en de inblazing des Almachtigen, maakt henlieden verstandig.
KJV
But1
there is a spirit2
in man:4
and the inspiration5
of the Almighty6
giveth them understanding.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
De groten zijn nietH3808 wijsH2449, en de oudenH2205 verstaanH995 het rechtH4941 niet.
De groten zijn niet wijs, en de ouden verstaan het recht niet.
KJV
Great men2
are not always wise:3
neither do the aged4
understand5
judgment.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
DaaromH3651 zegH559 ik: HoorH8085 naar mij; ik zal mijn gevoelenH1843 ook vertonenH2331.
Daarom zeg ik: Hoor naar mij; ik zal mijn gevoelen ook vertonen.
KJV
Therefore I said,2
Hearken3
to me; I also will shew5
mine opinion.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
ZietH2005, ik heb gewachtH3176 op ulieder woordenH1697; ik heb het oor gewendH238 totH5704 ulieder aanmerkingenH8394, totdatH5704 gij redenenH4405 uitgezochtH2713 hadt.
Ziet, ik heb gewacht op ulieder woorden; ik heb het oor gewend tot ulieder aanmerkingen, totdat gij redenen uitgezocht hadt.
KJV
Behold, I waited2
for your words;3
I gave ear4
to your reasons,6
whilst ye searched out8
what to say.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Als ik nu achtH5704 op u gegevenH995 heb, zietH2009, er is niemandH369, die JobH347 overreeddeH3198, die uitH4480 ulieden zijn redenenH561 beantwoorddeH6030;
Als ik nu acht op u gegeven heb, ziet, er is niemand, die Job overreedde, die uit ulieden zijn redenen beantwoordde;
KJV
Yea, I attended2
unto you, and, behold, there was none of you that convinced6
Job,5
or that answered7
his words:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
Opdat gij niet zegtH559: Wij hebben de wijsheidH2451 gevondenH4672; GodH410 heeft hem nedergestotenH5086, geenH3808 mensH376.
Opdat gij niet zegt: Wij hebben de wijsheid gevonden; God heeft hem nedergestoten, geen mens.
KJV
Lest ye should say,2
We have found out3
wisdom:4
God5
thrusteth him down,6
not man.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
Nu heeft hij tegenH413 mij geen woorden gerichtH6186, en met ulieder woorden zal ik hem nietH3808 beantwoordenH7725.
Nu heeft hij tegen mij geen woorden gericht, en met ulieder woorden zal ik hem niet beantwoorden.
Ook in dit vers
woordenH561
woordenH4405
KJV
Now he hath not directed2
his words4
against me: neither will I answer7
him with your speeches.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
Zij zijn ontzetH2865, zij antwoordenH6030 nietH3808 meerH5750; zij hebben de woordenH4405 van zich verzetH6275.
Zij zijn ontzet, zij antwoorden niet meer; zij hebben de woorden van zich verzet.
KJV
They were amazed,1
they answered3
no more: they left off5
speaking.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
Ik heb dan gewachtH3176, maarH3588 zij sprekenH1696 nietH3808; wantH3588 zij staan stilH5975; zij antwoordenH6030 nietH3808 meerH5750.
Ik heb dan gewacht, maar zij spreken niet; want zij staan stil; zij antwoorden niet meer.
KJV
When I had waited,1
(for they spake4
not, but stood still,6
and answered
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
Ik zal mijn deelH2506 ook antwoordenH6030, ikH589 zal mijn gevoelenH1843 ook vertonenH2331.
Ik zal mijn deel ook antwoorden, ik zal mijn gevoelen ook vertonen.
KJV
I said, I will answer1
also my part,4
I also will shew5
mine opinion.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
WantH3588 ik ben der woordenH4405 volH4390; de geestH7307 mijns buiksH990 benauwtH6693 mij.
Want ik ben der woorden vol; de geest mijns buiks benauwt mij.
KJV
For I am full2
of matter,3
the spirit5
within6
me constraineth
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
ZietH2009, mijn buikH990 is als de wijnH3196, die nietH3808 geopendH6605 is; gelijk nieuweH2319 lederen zakkenH178 zou hij berstenH1234.
Ziet, mijn buik is als de wijn, die niet geopend is; gelijk nieuwe lederen zakken zou hij bersten.
KJV
Behold, my belly2
is as wine3
which hath no vent;5
it is ready to burst8
like new7
bottles.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
Ik zal sprekenH1696, opdat ik voor mij lucht krijgeH7304; ik zal mijn lippenH8193 openenH6605, en zal antwoordenH6030.
Ik zal spreken, opdat ik voor mij lucht krijge; ik zal mijn lippen openen, en zal antwoorden.
KJV
I will speak,1
that I may be refreshed:2
I will open4
my lips5
and answer.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
OchH4994, dat ik niemandsH408 aangezichtH6440 aannemeH5375, en totH413 den mensH120 geenH3808 bijnamenH3655 gebruike!
Och, dat ik niemands aangezicht aanneme, en tot den mens geen bijnamen gebruike!
KJV
Let me not, I pray you, accept3
any man's5
person,4
neither let me give flattering titles9
unto man.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
WantH3588 ik weetH3045 geenH3808 bijnamenH3655 te gebruiken; in kort zou mijn MakerH6213 mij wegnemenH5375.
Want ik weet geen bijnamen te gebruiken; in kort zou mijn Maker mij wegnemen.
Ook in dit vers
kleinsH4592
KJV
For I know3
not to give flattering titles;4
in so doing my maker7
would soon5
take me away.
drie mannen op
Namelijk, Elifaz, Bildad en Zofar.
Hertaald:
drie mannen op
Namelijk: Elifaz, Bildad en Zofar.
in zijn ogen
Dat is, in zijn eigen oordeel; zie boven, Job 18:3 . Zo gevoelen de drie mannen van Job, te weten, dat hij zichzelven voor rechtvaardig hield; gelijk zij daarentegen ook geen stof vonden om te bewijzen dat Job onrechtvaardig , dat is een goddeloos mens en huichelaar was; want dat hij nevens anderen mede een zondaar was, had hij vrijuit bekend; boven, Job 14:4 .
Hertaald:
in zijn ogen
Dat is: in zijn eigen oordeel; zie hierboven Job 18:3. Zo dachten de drie mannen over Job, namelijk dat hij zichzelf voor rechtvaardig hield; net zoals zij ook geen grond vonden om te bewijzen dat Job onrechtvaardig was, dat is een goddeloos mens en huichelaar; want dat hij, net als anderen, ook een zondaar was, had hij vrijuit erkend; hierboven Job 14:4.
ontstak de toorn
Namelijk tegen Job en zijn drie vrienden. Vergelijk de manier van spreken met Gen. 4:5 , en Gen. 39:19 .
Hertaald:
ontstak de toorn
Namelijk: tegen Job en zijn drie vrienden. Vergelijk deze manier van spreken met Gen. 4:5, en Gen. 39:19.
Buziet,
Dat is, een der nakomelingen van Buz, den zoon van Nahor, den broeder van Abraham. Zie Gen. 22:21 . Sommigen houden hem voor Bileam, waarvan zie Num. 22:5 .
Hertaald:
Buziet,
Dat is: een van de nakomelingen van Buz, de zoon van Nahor, de broer van Abraham. Zie Gen. 22:21. Sommigen houden hem voor Bileam, zie daarover Num. 22:5.
Ram;
Van dezen naam is verscheiden gevoelen. Vele menen dat Ram een bekorting des naams is voor Aram, den naam van een Syriër, van welken een huisgezin of geslacht der Syriërs, uit welke Elihu was, toegenaamd is. Anderen verstaan hier Ram, den vader van Aminadab, 1 Kron. 2:9-10 , die ook Aram genaamd wordt, Matt. 1:4 . Sommigen ook Abram, Gen. 11:27 , die daarna Abraham genoemd werd; Gen. 17:5 .
Hertaald:
Ram;
Over deze naam lopen de meningen uiteen. Velen menen dat Ram een verkorting is van de naam Aram, de naam van een Syriër, naar wie een huisgezin of geslacht van de Syriërs, waaruit Elihu kwam, genoemd is. Anderen verstaan hier Ram, de vader van Aminadab, 1 Kron. 2:9-10, die ook Aram genoemd wordt, Matth. 1:4. Sommigen ook Abram, Gen. 11:27, die daarna Abraham genoemd werd; Gen. 17:5.
ziel
Dat is, zichzelven. Zie 1 Kon. 19:4 .
Hertaald:
ziel
Dat is: zichzelf. Zie 1 Kon. 19:4.
meer rechtvaardigde dan God
Dat had Job niet uitdrukkelijk gezegd, maar Elihu besloot dit hieruit, omdat Job met God gelijk in proces wilde treden, en meer bezig was met zijn oprechtheid te verdedigen dan Gods wijsheid en gerechtigheid de eer te geven.
Hertaald:
meer rechtvaardigde dan God
Dat had Job niet uitdrukkelijk gezegd, maar Elihu leidde dit hieruit af, omdat Job met God een gelijkwaardig proces wilde voeren, en meer bezig was zijn oprechtheid te verdedigen dan Gods wijsheid en gerechtigheid de eer te geven.
geen antwoord vindende,
Te weten, om Job te wederleggen en te overtuigen.
Hertaald:
geen antwoord vindende,
Namelijk: om Job te weerleggen en te overtuigen.
verdoemden
Te weten, van huichelarij en goddeloosheid.
Hertaald:
verdoemden
Namelijk: van huichelarij en goddeloosheid.
op Job
En zijn vrienden.
Hertaald:
op Job
En zijn vrienden.
in het spreken,
Hebreeuws, in de woorden; te weten om te vernemen of zij nog meer met elkander spreken zouden, of wanneer zij hun woorden eindigen zouden. De vrienden hadden ze geëindigd, Job 26 , en Job de zijne met het einde van Job 31 . Anders, Elihu had met Job gewacht op [hun] woorden; te weten, der drie vrienden.
Hertaald:
in het spreken,
Hebreeuws: in de woorden; namelijk om te vernemen of zij nog meer met elkaar zouden spreken, of wanneer zij hun woorden zouden beëindigen. De vrienden hadden dat gedaan, Job 26, en Job de zijne met het einde van Job 31. Anders: Elihu had gewacht met Job op [hun] woorden; namelijk van de drie vrienden.
omdat zij
Namelijk, Job en zijn drie vrienden.
Hertaald:
omdat zij
Namelijk: Job en zijn drie vrienden.
minder van dagen,
Dat is, jonger van jaren. Zie boven, Job 30:1 , en de aantekening.
Hertaald:
minder van dagen,
Dat is: jonger van jaren. Zie hierboven Job 30:1, en de aantekening.
Ik zeide
Te weten, bij mijzelven; dat is, ik dacht. Zie Gen. 20:11 .
Hertaald:
Ik zeide
Namelijk: bij mijzelf; dat is: ik dacht. Zie Gen. 20:11.
de dagen spreken,
Dat is, die bedaagd zijn; alzo in het volgende, veelheid der jaren voor degenen, die veel jaren hebben.
Hertaald:
de dagen spreken,
Dat is: die op leeftijd zijn; zo ook in het vervolg, veelheid van jaren voor degenen die veel jaren hebben.
de geest,
Versta, den Geest Gods, gelijk uit de volgende woorden kan verstaan worden. De zin is, dat de wijsheid eigenlijk alleen is oorspronkelijk van God, niet van de oudheid der jaren, die menigmaal feilt. Anders, zekelijk is de geest, dat is de redelijke en verstandige ziel, in den mens, maar de adem, enz.; dat is, de rechte wijsheid komt alleen van de verlichting Gods.
Hertaald:
de geest,
Versta hieronder: de Geest van God, zoals uit de volgende woorden op te maken is. De betekenis is dat de wijsheid eigenlijk alleen van God afkomstig is, niet van de ouderdom, die vaak faalt. Anders: zeker is de geest, dat is: de redelijke en verstandige ziel, in de mens, maar de adem, enzovoort; dat is: de ware wijsheid komt alleen van de verlichting van God.
maakt henlieden
Te weten, de mensen. Het is een verandering des getals; want hij had recht tevoren in vs.8 in het enkelvoudig getal gesproken. Zie boven, Job 24:18 .
Hertaald:
maakt henlieden
Namelijk: de mensen. Het is een verandering van getal; want hij had net daarvoor, in vers 8, in het enkelvoud gesproken. Zie hierboven Job 24:18.
groten
Dat is, de oude van jaren; zie boven, Job 30:1 . De zin is, dat deze niet altijd wijs zijn, en niet eigenlijk noch voornamelijk door de oudheid.
Hertaald:
groten
Dat is: de ouden van dagen; zie hierboven Job 30:1. De betekenis is dat dezen niet altijd wijs zijn, en niet eigenlijk of vooral door de ouderdom.
Hoor naar mij;
Hij spreekt Job toe .
Hertaald:
Hoor naar mij;
Hij spreekt Job toe.
ik zal
Te weten, die jonger ben van jaren.
Hertaald:
ik zal
Namelijk: ik, die jonger van jaren ben.
op ulieder woorden;
Hij spreekt de drie vrienden van Job toe .
Hertaald:
op ulieder woorden;
Hij spreekt de drie vrienden van Job toe.
tot ulieder
Dat is, zo naarstiglijk en aandachtiglijk, dat ik geraakt ben tot in het begrip van al uw voorgestelde bedenkingen.
Hertaald:
tot ulieder
Dat is: zo zorgvuldig en aandachtig, dat ik doorgedrongen ben tot het begrip van al uw voorgestelde overwegingen.
redenen
Te weten, waarmede gij Job zoudt mogen overtuigen.
Hertaald:
redenen
Namelijk: waarmee u Job zou kunnen overtuigen.
Opdat gij
Sommigen vullen den zin der woorden aan met: Ik zeg dit, opdat gij niet zegt.
Hertaald:
Opdat gij
Sommigen vullen de betekenis van de woorden zo aan: ik zeg dit, opdat u niet zegt.
de wijsheid
Te weten, waarmede Job van ons overtuigd en beantwoord is. Deze wijsheid nu zou zijn dat God hem zijn lijden toegezonden had en niet een mens, en dewijl God rechtvaardig is en niemand ongelijk doet, voornamelijk als Hij zo vreeslijk straft, dat Job een goddeloos mens moet zijn.
Hertaald:
de wijsheid
Namelijk: waarmee Job door ons overtuigd en beantwoord is. Deze wijsheid zou dan zijn dat God hem zijn lijden toegezonden had en niet een mens, en omdat God rechtvaardig is en niemand onrecht doet, vooral wanneer Hij zo verschrikkelijk straft, Job wel een goddeloos mens moet zijn.
geen mens
Hebreeuws, niet een man.
Hertaald:
geen mens
Hebreeuws: niet een man.
hij tegen mij
Namelijk Job.
Hertaald:
hij tegen mij
Namelijk Job.
ulieder woorden
Namelijk, gij Elifaz, Bildad en Zofar.
Hertaald:
ulieder woorden
Namelijk: u, Elifaz, Bildad en Zofar.
Zij zijn ontzet,
Te weten, de drie vrienden van Job. Het schijnt dat hij, dit zeggende, zich gekeerd heeft tot de omstanders en toehoorders.
Hertaald:
Zij zijn ontzet,
Namelijk: de drie vrienden van Job. Het lijkt erop dat hij, terwijl hij dit zegt, zich tot de omstanders en toehoorders gekeerd heeft.
niet meer;
Te weten, op de redenen van Job.
Hertaald:
niet meer;
Namelijk: op de woorden van Job.
verzet
Dat is, afgeweerd en anderen overgelaten.
Hertaald:
verzet
Dat is: afgewend en aan anderen overgelaten.
gewacht,
Te weten, op de antwoorden der drie vrienden van Job.
Hertaald:
gewacht,
Namelijk: op de antwoorden van de drie vrienden van Job.
ook vertonen
Alzo boven, vs.10.
Hertaald:
ook vertonen
Zo ook hierboven vers 10.
de geest
Versta, den ijver en goede genegenheid, die Elihu tot dezen handel had. Zie 2 Kon. 19:7 .
Hertaald:
de geest
Versta hieronder: de ijver en goede gezindheid die Elihu voor deze zaak had. Zie 2 Kon. 19:7.
buiks
Dat is, van het innerste gemoed. Zie boven, Job 15:2 . Alzo in vs.19.
Hertaald:
buiks
Dat is: van het diepste van mijn gemoed. Zie hierboven Job 15:2. Zo ook in vers 19.
mijn buik
Versta dat het binnenste zijns gemoeds niet zonder schade zou zijn, indien hij verzweeg hetgeen hij over dezen handel bedacht had; gelijk de vaten scheuren en barsten, die, van nieuwen en sterken wijn vol zijnde, geen lucht hebben.
Hertaald:
mijn buik
Versta dat het diepste van zijn gemoed niet zonder schade zou blijven als hij zou verzwijgen wat hij over deze zaak bedacht had; zoals de vaten scheuren en barsten, die vol zijn met nieuwe en sterke wijn en geen ontsnappingsopening hebben.
lederen zakken
Het Hebreeuwse woord betekent hier lederen zakken, waar men hier in voortijden den wijn in deed. Vergelijk Matt. 9:17 .
Hertaald:
lederen zakken
Het Hebreeuwse woord betekent hier lederen zakken, waarin men vroeger de wijn deed. Vergelijk Matth. 9:17.
voor mij
Dat is, verlichting krijge van de bedenking en bekommernis, komende uit mijn voorgaand aanhoren en stilzwijgen.
Hertaald:
voor mij
Dat is: verlichting krijgt van de overweging en bekommernis, die voortkomt uit mijn eerdere luisteren en zwijgen.
niemands aangezicht
Zie Lev. 19:15 .
Hertaald:
niemands aangezicht
Zie Lev. 19:15.
geen bijnamen
Te weten, noch ten goede om hem te vereren met pluimstrijken, noch ten kwade om hem te versmaden met bittere vermaningen.
Hertaald:
geen bijnamen
Namelijk: noch ten goede om hem te vereren met pluimstrijkerij, noch ten kwade om hem te kleineren met bittere verwijten.
zou mijn
Te weten, indien ik zulks deed.
Hertaald:
zou mijn
Namelijk: als ik dat zou doen.
Maker
Dat is, God, die mij gemaakt en geschapen heeft. Zie boven, Job 4:17 .
Hertaald:
Maker
Dat is: God, Die mij gemaakt en geschapen heeft. Zie hierboven Job 4:17.
wegnemen
Dat is, doden en verderven.
Hertaald:
wegnemen
Dat is: doden en vernietigen. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Een oprecht en godvrezend man uit het land Uz, zeer rijk aan vee en kinderen. Op aanstoken van de satan liet God zijn bezit, zijn kinderen en tenslotte zijn eigen gezondheid treffen, om zijn oprechtheid op de proef te stellen; ondanks alles zondigde Job niet en bleef hij aan God vasthouden. Het boek dat zijn naam draagt beschrijft zijn lijden, de gesprekken met zijn drie vrienden over de reden van zijn lijden, Gods antwoord vanuit de storm, en zijn uiteindelijke herstel (Job 1-42). Zoon van Baracheël, de Buziet, uit het geslacht van Ram; de jongste van de aanwezigen, die uit eerbied voor de ouderdom van Job en zijn drie vrienden aanvankelijk zweeg. Toen de drie vrienden geen antwoord meer wisten te geven, sprak hij, vertoornd zowel op Job omdat deze zichzelf meer rechtvaardigde dan God, als op de drie vrienden omdat zij Job niet konden weerleggen; hij hield Job voor dat lijden ook een middel van Gods opvoeding kan zijn, en wees op Gods grootheid in de natuur, als voorbereiding op Gods eigen antwoord (Job 32-37). Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas De drie vrienden houden op met antwoorden, omdat Job in zijn eigen ogen rechtvaardig was (Job 32:1). Dan wordt de toorn van Elihu ontstoken, de zoon van Baracheël, de Buziet, uit het geslacht van Ram. Hij is boos op Job, omdat die zichzelf meer rechtvaardigde dan God (Job 32:2). Hij is echter evenzeer boos op de drie vrienden, omdat zij Job veroordeelden zonder een antwoord te vinden (Job 32:3). Elihu had gewacht met spreken, omdat de anderen ouder waren dan hij (Job 32:4-5). Hij zegt dat ook eerlijk: hij is jong en zij zijn stokoud, en daarom heeft hij geschroomd zijn mening te geven (Job 32:6). Hij dacht dat de jaren zouden spreken en dat ouderdom wijsheid zou tonen (Job 32:7). Maar de geest die in de mens is en de adem van de Almachtige maken iemand verstandig; de groten zijn niet altijd wijs (Job 32:8-9). Hij heeft geduldig gewacht tot zij uitgesproken waren, en niemand van hen heeft Job werkelijk weerlegd (Job 32:11-12). Hij is vol van woorden en de geest in hem benauwt hem als wijn in een dichte zak (Job 32:18-19). Ten slotte belooft hij niemands aangezicht aan te nemen en geen mens te vleien, want dan zou zijn Maker hem spoedig wegnemen (Job 32:21-22). Bijbelse betekenis: Elihu moet anders gelezen worden dan de drie vrienden, en dat is voor dit boek van belang. Aan het einde bestraft God Elifaz en zijn twee metgezellen bij name, en Elihu wordt daar niet genoemd (Job 42:7). Wat hij zegt, wordt dus niet met hen veroordeeld. Tegelijk is hij ook niet Gods eigen antwoord; dat komt pas in hoofdstuk 38, en dan spreekt de HEERE Zelf. Elihu staat er dus tussenin, en het is goed hem daar te laten staan. Zijn optreden is bovendien zorgvuldig getekend. Hij is boos op beide partijen, en hij noemt van beide de reden. Hij heeft gewacht uit eerbied voor de ouderdom, en hij erkent dat hij toch iets te zeggen heeft, omdat inzicht niet uit jaren komt maar uit de adem van de Almachtige. Wie jong is en toch spreken moet, kan aan deze houding een voorbeeld nemen: eerst luisteren tot het einde, en dan spreken zonder te vleien. Typologie: Dat wijsheid niet vanzelf met de jaren meekomt, zegt ook Paulus tegen een jonge dienaar: "Niemand verachte uw jonkheid, maar zijt een voorbeeld der gelovigen in woord, in wandel, in liefde" (1 Tim. 4:12). En de belofte van Elihu om niemand naar de mond te praten, staat in het Nieuwe Testament als eis voor iedere dienaar (Gal. 1:10). Job 32:1-22; Job 42:7; Gal. 1:10; 1 Tim. 4:12 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Job 32
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Namen
Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen


Job 32
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Nadat de drie vrienden door Job overwonnen zijn, maar hij toch zelf niet in staat geweest is de ware betekenis van zijn lijden te vinden, treedt een onbekende uit den kring der toehoorders, die zich om Job en zijne vrienden verzameld hebben; deze erkent beter het verderf van het menselijk hart en den Goddelijken weg des heils, en heeft daarvan meer ervaring dan Job en zijne vrienden. Het is reeds boven (Hoofdstuk 1: 12 ) gezegd, dat het doel van het gehele Boek is, aan te tonen hoe het lijden van de rechtvaardigen dikwijls verzoekingen zijn, die ten doel hebben om van verborgene verkeerdheden des harten te reinigen, en in Jobs geschiedenis voor alle tijden een voorbeeld voor den aard der verzoeking te geven. Job was door den satan om zulke door hem opgemerkte verkeerdheden bij God aangeklaagd, en door dezen aan den bozen geest overgegeven, opdat dit kwaad te midden van het lijden der verzoeking krachtig zou te voorschijn treden, door Job zou erkend en overwonnen worden. Om Job tot belijdenis van zijne inwendige zonde te brengen, hem tot belijdenis en daardoor tot recht begrip van zijn lijden te brengen, is nu het doel van de drie redenen van Elihu. Zij vormen het tweede deel van het gehele Boek en zijn ene voorbereiding voor de verschijning des Heren zelven, daar zij Job tot zwijgen en tot erkenning van zijne zonde brengen. Als een Johannes de Doper bereidt Elihu het hart van Job voor, opdat hij bij de verschijning en de woorden des Heren tot volle bekering en weer tot genade kome. Jobs eigengerechtigheid was in zijne redenen in ene drievoudige verzondiging openbaar geworden, vooreerst, daar hij tot het laatste toe op hevige wijze Gods verschijning inroept, eerst zo, dat hij de volkomen openbaring der goddelijke gerechtigheid in het wereldbeloop niet zonder vermetelheid loochent, later dat hij meent tussen de Goddelijke macht en goedheid een tweespalt te moeten aannemen. Nu toont Elihu in zijne eerste rede (Hoofdstuk 32 en 33) aan, hoe God zich in gezichten, maar ook in bedelingen van lijden aan de mensen openbaart, zeker niet, om hen in hun vermetelheid te versterken, maar om hen van hoogmoed te verlossen.
I. Vs. 1-14.KruisverwijzingenGenesis 22:21→Job 15:10→Spreuken 2:6→Prediker 2:26→Job 38:36→Jakobus 1:5→Job 33:4→1 Korinthe 2:10→
— Toen hielden de drie mannen op van Job te antwoorden, dewijl hij in zijn ogen rechtvaardig was. Zo ontstak de toorn van Elihu, den zoon van Baracheel, den Buziet, van het geslacht van Ram; tegen Job werd zijn toorn ontstoken, omdat hij zijn ziel meer rechtvaardigde dan God. Zijn toorn ontstak ook tegen zijn drie vrienden, omdat zij, geen antwoord vindende, nochtans Job verdoemden. Doch Elihu had gewacht op Job in het spreken, omdat zij ouder van dagen waren dan hij. Als dan Elihu zag, dat er geen antwoord was in den mond van die drie mannen, ontstak zijn toorn. Hierom antwoordde Elihu, de zoon van Baracheel, den Buziet, en zeide: Ik ben minder van dagen, maar gijlieden zijt stokouden; daarom heb ik geschroomd en gevreesd, ulieden mijn gevoelen te vertonen. Ik zeide: Laat de dagen spreken, en de veelheid der jaren wijsheid te kennen geven. Zekerlijk de geest, die in den mens is, en de inblazing des Almachtigen, maakt henlieden verstandig. De groten zijn niet wijs, en de ouden verstaan het recht niet. Daarom zeg ik: Hoor naar mij; ik zal mijn gevoelen ook vertonen.
Elihu, die tot hiertoe vol ontevredenheid gezwegen had, begint nu aldus: Van wege mijne jeugd heb ik u, de grijsaards, van wie ik dacht de hoogste wijsheid te vernemen, laten spreken; maar ik zie, dat niet de ouderdom, maar de Geest van God wijsheid en juist oordeel verleent; daarom besloot ook ik te spreken. Ik heb vol verwachting uwe bewijsvoeringen aangehoord, totdat ik zag, dat gij Job niet kon weerleggen. Denkt niet, dat alleen God hem kan overwinnen, gij zult integendeel zien, dat nog andere dingen tegen hem aan te voeren zijn, dan gij tot hiertoe voortgebracht hebt.
Toen hielden die drie mannen op van Job te antwoorden, dewijl hij in zijne ogen rechtvaardig was; zij achtten, dat bij zulk een vasthouden aan eigene onschuld verder spreken overbodig zou zijn.
Zo ontstak de toorn van Elihu (= Hij is mijn God), den zoon van Baracheël (= zegen o God!), den Buziet 1), een uit dien Aramees Arabischen volksstam, waarvan Buz, de zoon van Nachor, Abrahams broeder, stamvader was 2) (Genesis 22: 21. (Jer. 25: 23)) van het geslacht van Ram (= hoog); tegen Job werd zijn toorn ontstoken, omdat hij zijne ziel meer rechtvaardigde dan God; door elk verband tussen zijn lijden en zijne zonden te loochenen, beschuldigde Job den Heere, die hem het lijden oplegde van onrechtvaardigheid 3) (Hoofdstuk 40: 8).
De stad Busan, die aan de oostelijke helling van het gebergte Haran, 2 ½ uur ten zuiden van Theman ligt, herinnert door haar naam duidelijk aan Buz, waardoor zowel zijne afkomst kan aangeduid zijn, als de woonplaats. Is Busan de woonplaats van Elihu geweest, zo past hare ligging voortreffelijk bij het land van Job en van zijne drie vrienden (vgl. Hoofdstuk 2: 11 ).
Wanneer het waar is, dat de naam Uz op den zoon van Aram, den zoon van Sem (Genesis 10: 22 vv.) en niet op den oudsten zoon van Nachor (Genesis 22: 22) toe te passen is, gelijk wij in Hoofdstuk 1: 1 beproefden aan te tonen, en dat de naam Buz op den tweeden zoon van Nachor terugslaat, dan is Elihu na aan Abraham en aan de uitverkorene familie vermaagschapt; hierdoor wordt verklaard van waar het komt, dat Elihu de overlevering der goddelijke waarheid beter bewaard heeft, dan Job en zijne vrienden, de stamhoofden der Uzieten. Elihu kent de wegen van zijnen God, hij kent den zondigen toestand van het menselijk hart en den nauwen samenhang tussen zonde en lijden. Daarom telden de oude Joden hem met recht onder de 7 profeten, die, vóórdat Israël de Wet ontving, aan de volkeren der wereld Gods wil bekend maakten.
De eigengerechtigheid meent al hare verplichtingen jegens God vervuld te hebben. En daar zij in het lijden, dat God om den zondigen toestand beschikt, en dat slechts uit die zonde gerechtvaardigd kan worden, slechts onrechtvaardige willekeur kan zien, zo laat zij God in zijne betrekking tot den mens als onrechtvaardig voorkomen; zo keert de eigengerechtigheid de natuurlijke betrekking van den Schepper tot zijne schepselen geheel en al om. Daardoor is de toegang tot den boom van allen troost afgesneden en voor het terugkeren ten leven de weg versperd.
Letterlijk: Omdat hij zijn ziel rechtvaardigde ten koste van God. Dit zal Elihu straks Job onder de ogen brengen, opdat Job zijne schuld voor God lere belijden.
Zijn toorn ontstak ook tegen zijne drie vrienden, omdat zij, geen antwoord vindende, nochtans Job verdoemden, toch zijne schuld bleven vasthouden, zonder enig bewijs te kunnen leveren, hoewel hij zijne oprechtheid verzekerde.
Doch Elihu had bescheiden gezwegen en gewacht op Job in het spreken, totdat zij het spreken met Job geëindigd hadden, omdat zij alle vier ouder van dagen waren dan hij.
Als dan, na het eindigen van Jobs laatste rede (Hoofdstuk 28-31), Elihu zag, dat Job niets meer te zeggen had, en er geen antwoord was in den mond van die drie mannen, daar zij gene oplossing van het raadsel wisten te geven, ontstak zijn toorn.
Hierom antwoordde Elihu, de zoon van Barecheël, den Buziet, nadat hij meende voldaan te hebben aan zijne verplichting als jongeling, en zei: Ik ben minder van dagen, ik ben jong, maar gijlieden zijt stokouden; daarom heb ik geschroomd en gevreesd ulieden mijn gevoelen te vertonen, mede te delen welk begrip ik heb van den weg Gods.
Ik zei: Laat de ouden van dagen, die beter oordeel en meer ondervinding hebben, spreken, en de veelheid der jaren wijsheid te kennen geven.
a) Zeker het is geen ouderdom of rang, die mensen verstand geeft, maar de Geest Gods, die in den mens is, en de van God verleende inblazing des Almachtigen, maakt hen lieden verstandig.
Job 12: 13; 38: 36. Spreuken 2: 6. Prediker 2: 26. Dan. 1: 17; 2: 21. Elihu zegt te spreken door inblazing van den Heiligen Geest. Hij verbetert hetgeen beide partijen zeiden, en de Almachtige, als Hij nederdaalt om uit de onweerswolk te spreken (Hoofdstuk 38) bevestigt zijne woorden. De zin der woorden: “de Geest, die in den mens is,” is deze: het behaagt aan God Zijnen Geest aan mensen te geven, aan mensen van elke leeftijd en stand, waar het Hem behaagt, en alzo Hij dien in enige mate aan mij gegeven heeft, mag ik de vrijheid nemen mijne gedachten uit te spreken.
De groten 1), de hoogbejaarden zijn niet altijd wijs, en de ouden verstaan het recht niet altijd, gelijk nu weer gebleken is.
Door anderen wordt hier het Hebreeuwse woord (rabim): “de velen,” “de grote menigte” vertaald. Ook dat zou een juisten zin geven; want in geestelijke dingen is nog minder dan bij politieke vraagstukken het woord waarheid: “de stem des volks is de stem van God.” De meerderheid is in de kerk zonder betekenis, zelfs de ouderdom legt op geestelijk gebied het gewicht niet in de schaal, dat hem in dingen van het dagelijks leven wordt toegekend. Een onervaren jongeling met den Geest van God is verstandiger dan grote hopen en grijze hoofden, die bovendien coryfeeën van wijsheid zijn, zonder dien Geest.
Wij hebben Gods wijze leiding daarin op te merken, dat Hij den aan trotsheid lijdenden Job, en de hoogmoedige en op hunnen ouderdom (Hoofdstuk 15: 10) pochende vrienden door enen jongeling laat terechtwijzen.
Daarom, omdat het niet op ouderdom, maar op wijsheid van boven aankomt, zeg ik: hoor naar mij, o Job! ik zal mijn gevoelen ook vertonen, mijne gedachte, waarom God ook lijden over vromen brengt, openbaren.
Ziet, ik heb gewacht op ulieder woorden, Elifaz, Bildad en Zofar! ik heb het oor gewend tot ulieder aanmerkingen, totdat gij redenen uitgezocht had; ik heb geluisterd of gij Job zoudt wederleggen en een rechte verklaring van het raadsel geven zoudt, woorden die Job’s onrecht en Gods gerechtigheid in het licht konden stellen.
Als ik nu acht op u gegeven heb, zodat geen woord mij ontging, ziet, er is niemand, die Job overreedde, die hem terecht wees, niemand, die uit ulieden zijne redenen, zijne beweringen met juistheid beantwoordde.
Ik zal mijne woorden laten horen, opdat gij niet misschien zegt: Wij hebben de wijsheid gevonden 1), wij hebben alles gezegd, wat gezegd kan worden, en er is gene wijsheid boven de onze; nochtans heeft hij zich niet laten overtuigen, derhalve moeten wij tot dit besluit komen: God heeft hem neergestoten 1), geen mens, God alleen kan hem overwinnen.
In het Hebr. Jidphennoe. Eig.: Verjaagd. Het welk woord wordt gebruikt van den wind, die het stof wegjaagt. Zo ook wil Elihu zeggen, dat God alleen machtig is, om Job te overwinnen, om Job tot die overtuiging te brengen, waartoe hij komen moet, n.l. dat God is de vrijmachtige, die met het heir des hemels en met de bewoners der aarde kan doen naar Zijn welbehagen. Vandaar ook, dat hij het volgende vers zegt, dat hij op geheel andere wijze tot Job zal spreken, als de drie vrienden hebben gedaan.
Nu heeft hij tegen mij gene woorden gericht, zodat ik mij ongeroepen in deze zaak meng; vergun mij echter het spreken, want ik heb andere gedachten dan reeds voorgesteld zijn, en met ulieder woorden, die gij reeds zo dikwijls herhaald hebt, zal ik hem niet beantwoorden; ik sla een geheel anderen weg in om hem te overtuigen. Het is niet zonder reden, dat Elihu de drie vrienden in deze eerste strofe direct aanspreekt, terwijl hij in de volgende (vs. 15-22) in den derden persoon van hen spreekt, om zich dan geheel van hen af en tot Job te wenden. 15.
II. Vs. 15-22.KruisverwijzingenLeviticus 19:15→Psalmen 39:3→Mattheüs 9:17→Mattheüs 22:16→Job 13:8→Job 34:19→Mattheüs 22:26→Mattheüs 22:34→
— Zij zijn ontzet, zij antwoorden niet meer; zij hebben de woorden van zich verzet. Ik heb dan gewacht, maar zij spreken niet; want zij staan stil; zij antwoorden niet meer. Ik zal mijn deel ook antwoorden, ik zal mijn gevoelen ook vertonen. Want ik ben der woorden vol; de geest mijns buiks benauwt mij. Ziet, mijn buik is als de wijn, die niet geopend is; gelijk nieuwe lederen zakken zou hij bersten. Ik zal spreken, opdat ik voor mij lucht krijge; ik zal mijn lippen openen, en zal antwoorden. Och, dat ik niemands aangezicht aanneme, en tot den mens geen bijnamen gebruike! Want ik weet geen bijnamen te gebruiken; in kort zou mijn Maker mij wegnemen.
Ook nadat de vrienden verstomd waren heb ik nog een geruimen tijd gezwegen: nu echter dringt mij den Geest om te antwoorden. Mijn hart maakt zich lucht, gelijk jonge wijn in de zakken. Zo wil ik dan spreken zonder te vrezen voor mensen of te zoeken hen te behagen.
Ach, zij (de vrienden van Job) zijn ontzet door Jobs beweringen van zijne onschuld, zij antwoorden niet meer, zij hebben de woorden van zich verzet, de spraak is van hen geweken.
Ik heb dan gewacht, ook nog een tijd lang na Jobs lange slotrede, maar te vergeefs, zij spreken niet; want zij staan stil, zij antwoorden niet meer.
Ik zal voor mijn deel, ik zal voor zoveel mij gegeven is, ook antwoorden, ik zal mijn gevoelen ook vertonen, uitspreken wat ik er van denk.
Want ik ben der woorden vol, die tot weerlegging van Job en tot rechtvaardiging van God moeten dienen; de Geest mijns buiks, van mijn binnenste, de Geest, waarmee God mij verlicht en leert wat ik verkondigen zal, en die in mijn binnenste is, benauwt mij, dringt mij ook tegen mijn wil om te spreken.
Ziet, mijn buik, mijn binnenste is als de wijn, die niet geopend is, en op het hevigst in den zak werkt om zich lucht te verschaffen, gelijk nieuwe lederen zakken, zou hij bersten, zelfs nieuwe lederen zakken zou de wijn doen bersten (vgl. MATTHEUS. 9: 17), zo vol is ook mijn binnenste. Daarmee duidt hij aan, dat hij door de noodzakelijkheid geperst wordt, om zijne rede voor te dragen, opdat de slecht behandelde zaak nu op redelijke wijze en met oordeel zou worden behandeld. Dewijl nu Elihu hier in grote beroering des gemoeds spreekt, sommigen de oorzaak, waarom hij zo spreekt, niet kennende, hebben gemeend, dat hij een man was van een trots en pocherig gemoed. Maar vooreerst zien wij, dat hij door God niet is veroordeeld. Job veroordeelt hij wel en ook zijne vrienden, en toont aan, dat zij allen op hun wijze hebben gezondigd. Elihu integendeel wordt gerechtvaardigd. Waar God nu hem niet veroordeelt, welk sterfelijk mens zal er zijn, die zich dit gezag aanmatigt, om boven God te gaan staan en Hem te veroordelen? Die dwaasheid zou al te groot zijn. Overigens moet ons dit niet zo verwonderen. Want Elihu was niet als een der latere profeten in de Kerke Gods. Elihu woonde in het midden van hen, die noch de Wet, noch de Beloften Gods hadden. Hij had met dit volk niet het Verbond opgericht. Wanneer derhalve Elihu door God is verordineerd, op die wijze te kunnen spreken, zoals wij dit zien, was dit iets buitengewoons, waarom wij ons niet moeten verwonderen, dat hij zo in grote beroeringe kwam, en God heeft hier een buitengewonen weg bewandeld; kortom Elihu voelde zelf, dat hij in vervoering kwam.
Vele oudere en nieuwere uitleggers hebben aan Elihu jeugdige zelfverheffing verweten. Dit verwijt berust op een geheel misverstand van zijn persoon en van zijn doel, en op het streven om van Job een volmaakt heilige te maken, alzo op misverstand van het gehele Boek. Zo men Elihu met zijne redenen wegnam uit dit Boek, dan ontbrak er juist het hart aan. Het zalig geheim van de rechtvaardiging des armen zondaars uit louter genade, die hij zelf ervaren heeft, de kwintessens van al de woorden van Elihu, vervult zijn hart; hij kan niet anders, hij moet daarvan spreken (Hand. 4: 20) Nu het er hier op aankomt een aangevochten, gekweld kind van God uit zijne verzoeking te helpen en troost en vrede weer te geven, gevoelt hij zich door den Heiligen Geest op het sterkst gedrongen, om openlijk uit te spreken, wat de Heere hem uit genade heeft laten ervaren en hem zo rijken troost gegeven heeft. Hij kan zich aan den drang des Geestes niet onttrekken, al wilde hij het ook (vgl. Jer. 20: 9). De Heilige Geest is in hem als gistende most, zodat zijn hart zou bersten, wanneer hij niet voor Gods waarheid en gerechtigheid in de bres sprong. Geen verwijt kan hem treffen, daar hij toch alle ouden volkomen heeft laten uitspreken en bovendien nog gewacht heeft, of zij iets meer zouden te zeggen hebben, voordat hij begint de diepe, zaligmakende wijsheid te openen. Met de grootheid dezer wijsheid komt de lengte der inleiding overeen.
Ik zal spreken, opdat ik voor mij lucht krijge; ik zal mijne lippen openen en zal antwoorden.
Och, dat ik niemand aangezicht aanneme in deze zaak, gene partij neme, maar openlijk waarheid spreke, en tot den mens om hem te behagen, gene bijnamen gebruike 1), ten koste der waarheid gene zachte woorden zoeke!
Elihu zegt, dat hij den persoon niet zal aanzien, of vleierij gebruiken, dewijl, indien hij den mens wil rechtvaardigen, hij niet weet, of zijn Schepper hem niet zal verdoen. In hoofdsom wil Elihu zeggen, dat hij door enig menselijk gezag zich niet zal laten binden, opdat hij, wanneer de waarheid Gods hem beschermt, vrijmoedig en stoutmoedig zou kunnen spreken.
In het Hebr. Accanah. In het stamverwant Arabisch heeft dit werkwoord de betekenis van, iemand een eretitel geven, met een erenaam noemen. Vandaar dat het de betekenis heeft verkregen van, vleien, in den meer ongunstigen zin Elihu veroordeelt niet hiermede, om ere te geven, wie ere toekomt, dat zou tegen de ordinantiën Gods zijn, maar hij zegt er mede, dat hij niet zal vleien, dat hij niet iemand zal eren, die op dit punt geen eer toekomt, integendeel te bestraffen is. Waarop Elihu voorbereidt is, dat hij de waarheid Gods niet door een leugen, niet door laffe vleierij zal zoeken te onderhouden. Wie te berispen is, zal hij berispen, al staat deze ook nog zo ver in stand en betrekking boven hem. Elihu wenst waar te zijn.
Want ik weet gene bijnamen te gebruiken, ik kan niet spreken zonder iemand te treffen, daar de waarheid scherp is; het vleien versta ik niet; in kort zou mijn Maken mij wegnemen, om zulk een zonde te straffen, indien ik haar bedreef en alzo zondigde tegen den Geest Gods, die mij tot spreken dringt. Komt onzen God lof en dankzegging toe wegens Zijne goedertierenheid en milddadigheid in ouden tijd betoond aan mensen, die gene nakomelingen van Abraham waren, maar slechts aan hem vermaagschapt, wat eer, prijs en dank zijn wij Hem niet schuldig, die zulk ene volheid, zulk een schat van genadegiften, zulk ene mate van geestelijke gaven geschonken heeft in latere tijden. Dat zien wij op het Pinksterfeest, waar wij den Apostel Petrus horen, als hij de vervulling der belofte aantoont, door den profeet Joël van ‘s Heren wege gedaan. Daar zag men hen, die wel werden uitgescholden, dat zij vol zoeten wijns waren, maar in waarheid vol waren van den wijn des Geestes, niet van den geest des wijns. Zij verkondigden de grote werken Gods in vreemde talen. “Zij waren der woorden vol, de geest huns buiks benauwde hen, hun buik was als de wijn, enz.” Zo deden de Apostelen onzes Heren Jezus Christus. Lof en dank zij ook den Heere God, die in latere tijden mannen van verstand en vrijmoedigheid verwekt heeft, als Luther, Zwingli, Calvijn, Beza, die vol waren van woorden en zaken, en het hart hebben gehad om uit te spreken, gelijk zij het in hun hart besloten hadden, die gene doorluchtige personen, noch paus, noch kerkvoogden, noch keizer, koning en vorsten, noch ban of bliksem gevreesd hebben, doch slechts de ere van hun Maken, Zijn woord en waarheid bevorderd hebben. Schoon hij nog jong was en op zijne bevordering hoopte, wil hij echter, om de gunst der groten te winnen, de waarheid niet ontveinzen, en hij scheen er zelfs onbekwaam toe te zijn, want hij betuigt, dat hij geen bijnaam kan gebruiken, dit is, dat hij geen vleiende titels had uit te geven aan enig mens. De vreze voor Gods oordelen hield hem terug. Hij haat alle geveinsdheid en vleierij.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel