Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Wederom was er een dag, als de kinderen Gods kwamen, om zich voor den HEERE te stellen, dat de satan ook in het midden van hen kwam, om zich voor den HEERE te stellen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1WederomH1961 was er een dagH3117, als de kinderenH1121GodsH430kwamenH935, om zich voor den HEEREH3068 te stellenH3320, dat de satanH7854ookH1571 in het middenH8432 van hen kwamH935, om zich voor den HEEREH3068 te stellenH3320.Wederom was er een dag, als de kinderen Gods kwamen, om zich voor den HEERE te stellen, dat de satan ook in het midden van hen kwam, om zich voor den HEERE te stellen.
KJVAgain there was a day2when the sons4of God5came3to present6themselves before the LORD,8and Satan11came9also among12them to present13himself before the LORD.
1וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2הַיּ֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3וַיָּבֹ֨אוּ֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5הָֽאֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6לְהִתְיַצֵּ֖בH3320stelde, stellen, steltpresent selves, remaining, resort, set (selves), (be able to, can, with-) stand (fast, forth, -ing, still, up)7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9וַיָּב֤וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10גַֽםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea11הַשָּׂטָן֙H7854satan, tegenpartijder, tegenpartijadversary, Satan, withstand12בְּתֹכָ֔םH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)13לְהִתְיַצֵּ֖בH3320stelde, stellen, steltpresent selves, remaining, resort, set (selves), (be able to, can, with-) stand (fast, forth, -ing, still, up)14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
2Toen zeide de HEERE tot den satan: Van waar komt gij? En de satan antwoordde den HEERE, en zeide: Van om te trekken op de aarde, en van die te doorwandelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Toen zeideH559 de HEEREH3068totH413 den satanH7854: Van waar komtH935 gij? En de satanH7854antwoorddeH6030 den HEEREH3068, en zeideH559: Van om te trekkenH7751 op de aardeH776, en van dieH2088 te doorwandelenH1980.Toen zeide de HEERE tot den satan: Van waar komt gij? En de satan antwoordde den HEERE, en zeide: Van om te trekken op de aarde, en van die te doorwandelen.
KJVAnd the LORD2said1unto Satan,4From whence5comest7thou? And Satan9answered8the LORD,11and said,12From going to and fro13in the earth,14and from walking up and down
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הַשָּׂטָ֔ןH7854satan, tegenpartijder, tegenpartijadversary, Satan, withstand5אֵ֥יH335waar?; hoe?how, what, whence, where, whether, which (way)6מִזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)7תָּבֹ֑אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8וַיַּ֨עַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)9הַשָּׂטָ֤ןH7854satan, tegenpartijder, tegenpartijadversary, Satan, withstand10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12וַיֹּאמַ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13מִשֻּׁ֣טH7751trekken, Trek, doorlopengo (about, through, to and fro), mariner, rower, run to and fro14בָּאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world15וּמֵהִתְהַלֵּ֖ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl16בָּֽהּ
3En de HEERE zeide tot den satan: Hebt gij ook acht geslagen op Mijn knecht Job? Want niemand is op de aarde gelijk hij, een man, oprecht en vroom, godvrezende en wijkende van het kwaad; en hij houdt nog vast aan zijn oprechtigheid, hoewel gij Mij tegen hem opgehitst hebt, om hem te verslinden zonder oorzaak.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En de HEEREH3068zeideH559totH413 den satanH7854: Hebt gij ook achtH3820geslagenH7760 op Mijn knechtH5650JobH347? WantH3588niemandH369 is op de aardeH776 gelijk hij, een manH376, oprechtH8535 en vroomH3477, godvrezendeH3373 en wijkendeH5493 van het kwaadH7451; en hij houdtH2388nogH5750vastH2388 aan zijn oprechtigheidH8538, hoewel gij Mij tegen hem opgehitstH5496 hebt, om hem te verslindenH1104 zonder oorzaakH2600.En de HEERE zeide tot den satan: Hebt gij ook acht geslagen op Mijn knecht Job? Want niemand is op de aarde gelijk hij, een man, oprecht en vroom, godvrezende en wijkende van het kwaad; en hij houdt nog vast aan zijn oprechtigheid, hoewel gij Mij tegen hem opgehitst hebt, om hem te verslinden zonder oorzaak.
KJVAnd the LORD2said1unto Satan,4Hast thou5considered6my servant8Job,9that there is none like him in the earth,13a perfect15and an upright16man,14one that feareth17God,18and escheweth19evil?20and still he holdeth fast22his integrity,23although thou movedst24me against him, to destroy26him without cause.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הַשָּׂטָ֗ןH7854satan, tegenpartijder, tegenpartijadversary, Satan, withstand5הֲשַׂ֣מְתָּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work6לִבְּךָ֮H3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8עַבְדִּ֣יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant9אִיּוֹב֒H347Job, JobsJob10כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11אֵ֨יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)12כָּמֹ֜הוּH3644gelijk, alsaccording to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth13בָּאָ֗רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)15תָּ֧םH8535oprecht, oprechte, volmaaktecoupled together, perfect, plain, undefiled, upright16וְיָשָׁ֛רH3477recht, oprechten, oprechteconvenient, equity, Jasher, just, meet(-est), [phrase] pleased well right(-eous), straight, (most) upright(-ly, -ness)17יְרֵ֥אH3373vrezen, vreest, vrezendeafraid, fear (-ful)18אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty19וְסָ֣רH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without20מֵרָ֑עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)21וְעֹדֶ֨נּוּ֙H5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)22מַחֲזִ֣יקH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand23בְּתֻמָּת֔וֹH8538oprechtigheid, oprechtheidintegrity24וַתְּסִיתֵ֥נִיH5496porde, hitst, Ruitentice, move, persuade, provoke, remove, set on, stir up, take away25ב֖וֹ26לְבַלְּע֥וֹH1104verslonden, verslinden, verslondcover, destroy, devour, eat up, be at end, spend up, swallow down (up)27חִנָּֽםH2600om niet, zonder oorzaak, tevergeefswithout a cause (cost, wages), causeless, to cost nothing, free(-ly), innocent, for nothing (nought, in vain
4Toen antwoordde de satan den HEERE, en zeide: Huid voor huid, en al wat iemand heeft, zal hij geven voor zijn leven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Toen antwoorddeH6030 de satanH7854 den HEEREH3068, en zeideH559: HuidH5785 voor huidH5785, en alH3605watH834iemandH376 heeft, zal hij gevenH5414 voor zijn levenH5315.Toen antwoordde de satan den HEERE, en zeide: Huid voor huid, en al wat iemand heeft, zal hij geven voor zijn leven.
KJVAnd Satan2answered1the LORD,4and said,5Skin6for skin,8yea, all that a man11hath will he give12for his life.
1וַיַּ֧עַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2הַשָּׂטָ֛ןH7854satan, tegenpartijder, tegenpartijadversary, Satan, withstand3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5וַיֹּאמַ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6ע֣וֹרH5785vel, huid, vellenhide, leather, skin7בְּעַדH1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within8ע֗וֹרH5785vel, huid, vellenhide, leather, skin9וְכֹל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11לָאִ֔ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)12יִתֵּ֖ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield13בְּעַ֥דH1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within14נַפְשֽׁוֹH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
5Doch strek nu Uw hand uit, en tast zijn gebeente en zijn vlees aan; zo hij U niet in Uw aangezicht zal zegenen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5DochH4994strekH7971 nu Uw handH3027 uit, en tastH5060 zijn gebeenteH6106 en zijn vleesH1320aanH413; zoH518 hij U nietH3808 in Uw aangezichtH6440 zal zegenenH1288!Doch strek nu Uw hand uit, en tast zijn gebeente en zijn vlees aan; zo hij U niet in Uw aangezicht zal zegenen!
KJVBut1put forth2thine hand4now, and touch5his bone7and his flesh,9and he will curse14thee to thy face.
1אוּלָם֙H199gewisselijk, waarlijk, zekerlijkas for, but, howbeit, in very deed, surely, truly, wherefore2שְֽׁלַֽחH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)3נָ֣אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh4יָֽדְךָ֔H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5וְגַ֥עH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7עַצְמ֖וֹH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very8וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9בְּשָׂר֑וֹH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin10אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet11לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13פָּנֶ֖יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you14יְבָרֲכֶֽךָּH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank
6En de HEERE zeide tot den satan: Zie, hij zij in uw hand, doch verschoon zijn leven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En de HEEREH3068zeideH559totH413 den satanH7854: ZieH2009, hij zij in uw handH3027, doch verschoonH8104 zijn levenH5315.En de HEERE zeide tot den satan: Zie, hij zij in uw hand, doch verschoon zijn leven.
KJVAnd the LORD2said1unto Satan,4Behold, he is in thine hand;6but save10his life.
1וַיֹּ֧אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הַשָּׂטָ֖ןH7854satan, tegenpartijder, tegenpartijadversary, Satan, withstand5הִנּ֣וֹH2005ziet, ziebehold, if, lo, though6בְיָדֶ֑ךָH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves7אַ֖ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9נַפְשׁ֥וֹH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it10שְׁמֹֽרH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
7Toen ging de satan uit van het aangezicht des HEEREN, en sloeg Job met boze zweren, van zijn voetzool af tot zijn schedel toe.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Toen ging de satanH7854 uit vanH854 het aangezichtH6440 des HEERENH3068, en sloegH5221JobH347 met bozeH7451zwerenH7822, van zijn voetzoolH3709 af tot zijn schedelH6936 toe.Toen ging de satan uit van het aangezicht des HEEREN, en sloeg Job met boze zweren, van zijn voetzool af tot zijn schedel toe.
KJVSo went1Satan2forthfrom the presence4of the LORD,5and smote6Job8with sore10boils9from the sole11of his foot12unto his crown.
1וַיֵּצֵא֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2הַשָּׂטָ֔ןH7854satan, tegenpartijder, tegenpartijadversary, Satan, withstand3מֵאֵ֖תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix4פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6וַיַּ֤ךְH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8אִיּוֹב֙H347Job, JobsJob9בִּשְׁחִ֣יןH7822zweren, zweer, gezwelboil, botch10רָ֔עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)11מִכַּ֥ףH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon12רַגְל֖וֹH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time13וְעַ֥דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet14קָדְקֳדֽוֹH6936schedel, hoofdschedelcrown (of the head), pate, scalp, top of the head
8En hij nam zich een potscherf, om zich daarmede te schrabben, en hij zat neder in het midden der as.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En hij namH3947 zich een potscherfH2789, om zich daarmede te schrabbenH1623, en hijH1931 zat nederH3427 in het middenH8432 der asH665.En hij nam zich een potscherf, om zich daarmede te schrabben, en hij zat neder in het midden der as.
KJVAnd he took1him a potsherd3to scrape4himself withal; and he sat down7among8the ashes.
1וַיִּֽקַּֽחH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2ל֣וֹ3חֶ֔רֶשׂH2789aarden, potscherf, schervenearth(-en), (pot-) sherd, [phrase] stone4לְהִתְגָּרֵ֖דH1623schrabbenscrape5בּ֑וֹ6וְה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7יֹשֵׁ֥בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry8בְּתוֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)9הָאֵֽפֶרH665asashes
9Toen zeide zijn huisvrouw tot hem: Houdt gij nog vast aan uw oprechtigheid? Zegen God, en sterf.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Toen zeideH559 zijn huisvrouwH802 tot hem: HoudtH2388 gij nogH5750vastH2388 aan uw oprechtigheidH8538? ZegenH1288GodH430, en sterfH4191.Toen zeide zijn huisvrouw tot hem: Houdt gij nog vast aan uw oprechtigheid? Zegen God, en sterf.
KJVThen said1his wife3unto him, Dost thou still retain5thine integrity?6curse7God,8and die.
1וַתֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לוֹ֙3אִשְׁתּ֔וֹH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English4עֹדְךָ֖H5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)5מַחֲזִ֣יקH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand6בְּתֻמָּתֶ֑ךָH8538oprechtigheid, oprechtheidintegrity7בָּרֵ֥ךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank8אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9וָמֻֽתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
10Maar hij zeide tot haar: Gij spreekt als een der zottinnen spreekt; ja, zouden wij het goede van God ontvangen, en het kwade niet ontvangen? In dit alles zondigde Job met zijn lippen niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Maar hij zeideH559 tot haar: Gij spreektH1696 als eenH259 der zottinnenH5036spreektH1696; jaH1571, zouden wij het goedeH2896vanH854GodH430ontvangenH6901, en het kwadeH7451nietH3808ontvangenH6901? In ditH2063allesH3605zondigdeH2398JobH347 met zijn lippenH8193nietH3808.Maar hij zeide tot haar: Gij spreekt als een der zottinnen spreekt; ja, zouden wij het goede van God ontvangen, en het kwade niet ontvangen? In dit alles zondigde Job met zijn lippen niet.
KJVBut he said1unto her, Thou speakest3as one4of the foolish women5speaketh.6What?7shall we receive10good9at the hand of God,12and shall we not receive16evil?14In all this did not Job21sin20with his lips.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלֶ֗יהָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3כְּדַבֵּ֞רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work4אַחַ֤תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,5הַנְּבָלוֹת֙H5036dwaas, dwazen, dwazefool(-ish, -ish man, -ish woman), vile person6תְּדַבֵּ֔רִיH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work7גַּ֣םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַטּ֗וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)10נְקַבֵּל֙H6901namen, nam, ontvangenchoose, (take) hold, receive, (under-) take11מֵאֵ֣תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix12הָאֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty13וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הָרָ֖עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)15לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16נְקַבֵּ֑לH6901namen, nam, ontvangenchoose, (take) hold, receive, (under-) take17בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18זֹ֛אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus19לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without20חָטָ֥אH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass21אִיּ֖וֹבH347Job, JobsJob22בִּשְׂפָתָֽיוH8193lippen, oever, spraakband, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words
11Als nu de drie vrienden van Job gehoord hadden al dit kwaad, dat over hem gekomen was, kwamen zij, ieder uit zijn plaats, Elifaz, de Themaniet, en Bildad, de Suhiet, en Zofar, de Naamathiet; en zij waren het eens geworden, dat zij kwamen om hem te beklagen, en om hem te vertroosten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Als nu de drieH7969vriendenH7453 van JobH347gehoordH8085 hadden alH3605 dit kwaadH7451, datH2063overH5921 hem gekomenH935 was, kwamenH935 zij, ieder uit zijn plaatsH4725, ElifazH464, de ThemanietH8489, en BildadH1085, de SuhietH7747, en ZofarH6691, de NaamathietH5284; en zij waren het eens geworden, dat zij kwamenH935 om hem te beklagenH5110, en om hem te vertroostenH5162.Als nu de drie vrienden van Job gehoord hadden al dit kwaad, dat over hem gekomen was, kwamen zij, ieder uit zijn plaats, Elifaz, de Themaniet, en Bildad, de Suhiet, en Zofar, de Naamathiet; en zij waren het eens geworden, dat zij kwamen om hem te beklagen, en om hem te vertroosten.
KJVNow when Job's4three2friends3heard1of all this evil7that was come9upon him, they came11every one12from his own place;13Eliphaz14the Temanite,15and Bildad16the Shuhite,17and Zophar18the Naamathite:19for they had made an appointment20together21to come22to mourn23with him and to comfort
1וַֽיִּשְׁמְע֞וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2שְׁלֹ֣שֶׁתH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)3רֵעֵ֣יH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other4אִיּ֗וֹבH347Job, JobsJob5אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7הָרָעָ֣הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)8הַזֹּאת֮H2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus9הַבָּ֣אָהH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10עָלָיו֒H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11וַיָּבֹ֨אוּ֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)13מִמְּקֹמ֔וֹH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)14אֱלִיפַ֤זH464ElifazEliphaz15הַתֵּימָנִי֙H8489Themaniet, Temanieten, ThemanietenTemani, Temanite16וּבִלְדַּ֣דH1085BildadBildad17הַשּׁוּחִ֔יH7747SuhietShuhite18וְצוֹפַ֖רH6691ZofarZophar19הַנַּֽעֲמָתִ֑יH5284NaamathietNaamathite20וַיִּוָּעֲד֣וּH3259vergaderd, dagvaarden, komenagree,(maxke an) appoint(-ment, a time), assemble (selves), betroth, gather (selves, together), meet (together), set (a time)21יַחְדָּ֔וH3162samen, tezamenalike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal22לָב֥וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way23לָנֽוּדH5110medelijden, beklaagt, dolendebemoan, flee, get, mourn, make to move, take pity, remove, shake, skip for joy, be sorry, vagabond, way, wandering24ל֖וֹ25וּֽלְנַחֲמֽוֹH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)
12En toen zij hun ogen van verre ophieven, kenden zij hem niet, en hieven hun stem op, en weenden; daartoe scheurden zij een ieder zijn mantel, en strooiden stof op hun hoofden naar den hemel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En toen zij hun ogenH5869 van verreH7350ophievenH5375, kendenH5234 zij hem nietH3808, en hievenH5375 hun stemH6963 op, en weendenH1058; daartoe scheurdenH7167 zij een iederH376 zijn mantelH4598, en strooidenH2236stofH6083opH5921 hun hoofdenH7218 naar den hemelH8064.En toen zij hun ogen van verre ophieven, kenden zij hem niet, en hieven hun stem op, en weenden; daartoe scheurden zij een ieder zijn mantel, en strooiden stof op hun hoofden naar den hemel.
KJVAnd when they lifted up1their eyes3afar off,4and knew6him not, they lifted up7their voice,8and wept;9and they rent10every one11his mantle,12and sprinkled13dust14upon their heads16toward heaven.
1וַיִּשְׂא֨וּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3עֵינֵיהֶ֤םH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)4מֵרָחוֹק֙H7350verre, verren, ver(a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come5וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6הִכִּירֻ֔הוּH5234kennen, kende, kentacknowledge, [idiom] could, deliver, discern, dissemble, estrange, feign self to be another, know, take knowledge (notice), perceive, regard, (have) respect, behave (make) self strange(-ly)7וַיִּשְׂא֥וּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield8קוֹלָ֖םH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell9וַיִּבְכּ֑וּH1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep10וַֽיִּקְרְעוּ֙H7167scheurde, gescheurd, scheurdencut out, rend, [idiom] surely, tear11אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)12מְעִל֔וֹH4598mantel, mantels, rokcloke, coat, mantle, robe13וַיִּזְרְק֥וּH2236sprengen, sprengde, sprengdenbe here and there, scatter, sprinkle, strew14עָפָ֛רH6083stof, stofs, aardeashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish15עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16רָאשֵׁיהֶ֖םH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top17הַשָּׁמָֽיְמָהH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)
13Alzo zaten zij met hem op de aarde, zeven dagen en zeven nachten; en niemand sprak tot hem een woord, want zij zagen, dat de smart zeer groot was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Alzo zatenH3427 zij metH854 hem op de aardeH776, zevenH7651dagenH3117 en zevenH7651nachtenH3915; en niemandH369sprakH1696 tot hem een woordH1697, wantH3588 zij zagenH7200, datH3588 de smartH3511zeerH3966 groot was.Alzo zaten zij met hem op de aarde, zeven dagen en zeven nachten; en niemand sprak tot hem een woord, want zij zagen, dat de smart zeer groot was.
KJVSo they sat down1with him upon the ground3seven4days5and seven6nights,7and none spake9a word11unto him: for they saw13that his grief16was very17great.
1וַיֵּשְׁב֤וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry2אִתּוֹ֙H854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix3לָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world4שִׁבְעַ֥תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)5יָמִ֖יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6וְשִׁבְעַ֣תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)7לֵיל֑וֹתH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)8וְאֵיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)9דֹּבֵ֤רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work10אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11דָּבָ֔רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work12כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13רָא֔וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions14כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet15גָדַ֥לH1431groot, groter, maaktadvance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower16הַכְּאֵ֖בH3511smart, pijn, weedomgrief, pain, sorrow17מְאֹֽדH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Job 2:1— Wederom was er een dag, als de kinderen Gods kwamen, om zich voor den HEERE te stellen, dat de satan ook in het midden van hen kwam, om zich voor den HEERE te stellen.Job 1:6→Lukas 1:19→Hebreeën 1:14→Jesaja 6:1→
Job 2:2— Toen zeide de HEERE tot den satan: Van waar komt gij? En de satan antwoordde den HEERE, en zeide: Van om te trekken op de aarde, en van die te doorwandelen.Johannes 14:30→2 Korinthe 4:4→Job 1:7→Genesis 16:8→1 Petrus 5:8→
Job 2:3— En de HEERE zeide tot den satan: Hebt gij ook acht geslagen op Mijn knecht Job? Want niemand is op de aarde gelijk hij, een man, oprecht en vroom, godvrezende en wijkende van het kwaad; en hij houdt nog vast aan zijn oprechtigheid, hoewel gij Mij tegen hem opgehitst hebt, om hem te verslinden zonder oorzaak.Job 1:8→Job 27:5→Job 1:1→Job 9:17→Spreuken 14:2→1 Petrus 1:7→Job 9:20→Psalmen 41:12→
Job 2:4— Toen antwoordde de satan den HEERE, en zeide: Huid voor huid, en al wat iemand heeft, zal hij geven voor zijn leven.Mattheüs 6:25→Filippenzen 3:8→Handelingen 27:18→Jesaja 2:20→Esther 7:3→Jeremia 41:8→Mattheüs 16:26→
Job 2:5— Doch strek nu Uw hand uit, en tast zijn gebeente en zijn vlees aan; zo hij U niet in Uw aangezicht zal zegenen!Job 1:11→Job 1:5→Job 19:20→Leviticus 24:15→Job 2:9→Psalmen 39:10→Psalmen 38:2→Jesaja 8:21→
Job 2:6— En de HEERE zeide tot den satan: Zie, hij zij in uw hand, doch verschoon zijn leven.Job 1:12→1 Korinthe 10:13→Psalmen 65:7→Lukas 8:29→Job 38:10→Openbaring 2:10→Openbaring 20:7→Openbaring 20:1→
Job 2:7— Toen ging de satan uit van het aangezicht des HEEREN, en sloeg Job met boze zweren, van zijn voetzool af tot zijn schedel toe.Deuteronomium 28:35→Job 30:30→Jesaja 1:6→Deuteronomium 28:27→Job 7:5→Jesaja 3:17→Job 30:17→1 Koningen 22:22→
Job 2:8— En hij nam zich een potscherf, om zich daarmede te schrabben, en hij zat neder in het midden der as.Job 42:6→Ezechiël 27:30→Jona 3:6→Mattheüs 11:21→Lukas 16:20→Jeremia 6:26→2 Samuël 13:19→Psalmen 38:5→
Job 2:9— Toen zeide zijn huisvrouw tot hem: Houdt gij nog vast aan uw oprechtigheid? Zegen God, en sterf.Job 2:3→Job 2:5→Maleachi 3:14→Job 1:11→2 Koningen 6:33→Job 21:14→Genesis 3:6→Genesis 3:12→
Job 2:10— Maar hij zeide tot haar: Gij spreekt als een der zottinnen spreekt; ja, zouden wij het goede van God ontvangen, en het kwade niet ontvangen? In dit alles zondigde Job met zijn lippen niet.Job 1:21→Jakobus 1:12→Psalmen 39:1→Jakobus 5:10→Johannes 18:11→Jakobus 3:2→Klaagliederen 3:38→Mattheüs 16:23→
Job 2:11— Als nu de drie vrienden van Job gehoord hadden al dit kwaad, dat over hem gekomen was, kwamen zij, ieder uit zijn plaats, Elifaz, de Themaniet, en Bildad, de Suhiet, en Zofar, de Naamathiet; en zij waren het eens geworden, dat zij kwamen om hem te beklagen, en om hem te vertroosten.Romeinen 12:15→Genesis 25:2→Job 42:11→Jeremia 49:7→Genesis 36:11→Genesis 36:15→1 Kronieken 1:32→Job 6:19→
Job 2:12— En toen zij hun ogen van verre ophieven, kenden zij hem niet, en hieven hun stem op, en weenden; daartoe scheurden zij een ieder zijn mantel, en strooiden stof op hun hoofden naar den hemel.Ezechiël 27:30→Klaagliederen 2:10→Nehemia 9:1→Jozua 7:6→Job 1:20→Richteren 2:4→Esther 4:1→Genesis 27:34→
Job 2:13— Alzo zaten zij met hem op de aarde, zeven dagen en zeven nachten; en niemand sprak tot hem een woord, want zij zagen, dat de smart zeer groot was.Genesis 50:10→Nehemia 1:4→Ezechiël 3:15→Ezra 9:3→Jesaja 47:1→Genesis 1:5→Jesaja 3:26→Job 4:2→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Job 2 vers 1— Wederom was er een dag, als de kinderen Gods kwamen, om zich voor den HEERE te stellen, dat de satan ook in het midden van hen kwam, om zich voor den HEERE te stellen.
kinderen Gods
Dat is, de heilige engelen Gods; zie boven, Job 1:6 .
Hertaald:kinderen Gods
Dat is: de heilige engelen van God; zie hierboven Job 1:6.
kwamen,
Zie boven op de voorgemelde plaats.
Hertaald:kwamen,
Zie hierboven op de eerder genoemde plaats.
satan
Zie ook boven, Job 1:6 .
Hertaald:satan
Zie ook hierboven Job 1:6.
Job 2 vers 2— Toen zeide de HEERE tot den satan: Van waar komt gij? En de satan antwoordde den HEERE, en zeide: Van om te trekken op de aarde, en van die te doorwandelen.
om te trekken
Zie boven, Job 1:7 .
Hertaald:om te trekken
Zie hierboven Job 1:7.
Job 2 vers 3— En de HEERE zeide tot den satan: Hebt gij ook acht geslagen op Mijn knecht Job? Want niemand is op de aarde gelijk hij, een man, oprecht en vroom, godvrezende en wijkende van het kwaad; en hij houdt nog vast aan zijn oprechtigheid, hoewel gij Mij tegen hem opgehitst hebt, om hem te verslinden zonder oorzaak.
Hebt gij ook
Zie boven, Job 1:8 .
Hertaald:Hebt gij ook
Zie hierboven Job 1:8.
oprecht en vroom,
Zie de betekenis van al deze woorden, boven, Job 1:1 .
Hertaald:oprecht en vroom,
Zie de betekenis van al deze woorden hierboven Job 1:1.
opgehitst hebt
Dit is menselijker wijze gesproken van God, die de beweging der oorzaken, die buiten hem zijn, niet is onderworpen, want hem zijn al zijne werken van eeuwigheid af bekend, Hand. 15:18 , en Hij doet alle dingen naar den raad van zijnen wil; Ef. 1:11 . Maar dit wordt zo gezegd om aan te wijzen<i>I.</i> dat de Satan altijd genegen is om de kinderen Gods te beschadigen;<i>II.</i> dat God hem gebruikt om hen te beproeven.
Hertaald:opgehitst hebt
Dit is op menselijke wijze over God gesproken, Die niet onderworpen is aan de beweging van oorzaken buiten Hemzelf, want Hem zijn al Zijn werken van eeuwigheid af bekend, Hand. 15:18, en Hij doet alle dingen naar de raad van Zijn wil; Ef. 1:11. Maar dit wordt zo gezegd om aan te wijzen: I. dat de satan altijd geneigd is de kinderen van God te beschadigen; II. dat God hem gebruikt om hen te beproeven.
hem
Versta mede, zijn beesten en kinderen.
Hertaald:hem
Versta hierbij: ook zijn dieren en kinderen.
verslinden
Dat is, te verderven en als in te slokken, hetwelk was in dit werk het doel des Satans; gelijk het einde van Gods werk was zijn knecht te beproeven.
Hertaald:verslinden
Dat is: te gronde richten en als het ware in te slokken, wat het doel van de satan was in dit werk; zoals het doel van Gods werk was Zijn dienaar te beproeven.
zonder oorzaak
Dit is, niet om zijn voorgaande zonden en boos leven. Want opdat wij dit verstaan zouden, zo geeft God van zijn vroomheid getuigenis in dit boek; Job 1:1 , Job 1:8 , en hier vs.3. Evenwel is hij niet vrij geweest van de overblijfselen der zonde, die in alle heiligen gevonden worden, ook naar zijn eigen bekentenis. Zie onder, Job 7:20-21 , en Job 9:2 , en Job 13:23 , Job 13:26 . Het Hebreeuwse woord hinnam is in denzelfden zin, alzo het hier overgezet is, genomen 1 Sam. 19:5 , en 1 Sam. 25:31 , en Ps. 35:7 , enz.
Hertaald:zonder oorzaak
Dit betekent: niet vanwege zijn vroegere zonden en boze leven. Want opdat wij dit zouden begrijpen, geeft God in dit boek getuigenis van zijn vroomheid; Job 1:1, Job 1:8, en hier vers 3. Toch is hij niet vrij geweest van de overblijfselen van de zonde, die in alle heiligen gevonden worden, ook naar zijn eigen erkenning. Zie hieronder Job 7:20-21, en Job 9:2, en Job 13:23, Job 13:26. Het Hebreeuwse woord chinnam wordt in dezelfde betekenis, zoals het hier vertaald is, gebruikt in 1 Sam. 19:5, en 1 Sam. 25:31, en Ps. 35:7, enzovoort.
Job 2 vers 4— Toen antwoordde de satan den HEERE, en zeide: Huid voor huid, en al wat iemand heeft, zal hij geven voor zijn leven.
Huid voor huid,
Dat is, den mens is zijn eigen huid, of lichaam, waardiger dan de huis of het lichaam van een ander. Hierom, [wil de Satan zeggen] ofschoon Job zijn kinderen verloren heeft, zo gaat het hem evenwel niet ter harte zolang hij met zijn eigen huid of leven ontkomen mag.
Hertaald:Huid voor huid,
Dat is: de mens vindt zijn eigen huid, of lichaam, waardevoller dan de huid of het lichaam van een ander. Daarom, [wil de satan zeggen] hoewel Job zijn kinderen verloren heeft, raakt het hem toch niet zolang hij met zijn eigen huid of leven wegkomt.
leven
Hebreeuws, voor zijn ziel. Zie Gen. 19:17 , of voor zichzelven; dat is voor zijn eigen persoon en welvaren. Zie Gen. 12:5 .
Hertaald:leven
Hebreeuws: voor zijn ziel. Zie Gen. 19:17, of voor zichzelf; dat is: voor zijn eigen persoon en welzijn. Zie Gen. 12:5.
Job 2 vers 5— Doch strek nu Uw hand uit, en tast zijn gebeente en zijn vlees aan; zo hij U niet in Uw aangezicht zal zegenen!
tast
Dat is, beschadigd. Zie Gen. 26:11 .
Hertaald:tast
Dat is: beschadigt. Zie Gen. 26:11.
zegenen
Dat is, vloeken. Zie boven, Job 1:5 .
Hertaald:zegenen
Dat is: vloeken. Zie hierboven Job 1:5.
*
Zie boven, Job 1:11 .
Hertaald:*
Zie hierboven Job 1:11.
Job 2 vers 6— En de HEERE zeide tot den satan: Zie, hij zij in uw hand, doch verschoon zijn leven.
hand,
Dat is, vermogen en geweld; zie Gen. 16:6 ; te weten, om hem te kwellen en te beschadigen. Vergelijk boven, Job 1:12 .
Hertaald:hand,
Dat is: macht en gezag; zie Gen. 16:6; namelijk om hem te kwellen en te beschadigen. Vergelijk hierboven Job 1:12.
verschoon
Hebreeuws, bewaar, of wacht u van zijn leven.
Hertaald:verschoon
Hebreeuws: bewaar, of behoed u van zijn leven.
leven
Hebreeuws, ziel; gelijk boven, vs.4. De zin is dat hij hem niet zou doden.
Hertaald:leven
Hebreeuws: ziel; zoals hierboven vers 4. De betekenis is dat hij hem niet zou doden.
Job 2 vers 8— En hij nam zich een potscherf, om zich daarmede te schrabben, en hij zat neder in het midden der as.
hij nam
Namelijk, Job.
Hertaald:hij nam
Namelijk: Job.
potscherf,
Hebreeuws, aarden vat. Dewijl zijn vingers zonder twijfel mede verzworen waren, dat hij zich daarmede niet kon schrabben, zo heeft hij zich met een potscherf moeten behelpen, om daarmede zijn zweren te wrijven en den knagenden etter uit dezelve weg te nemen. Waaruit te verstaan is, niet alleen de grootheid van Jobs gezweer; maar ook dat hij beroofd was van de hulp der mensen, die zich schroomden voor de ijselijkheid van zijn kwaad; zie onder, Job 19:13-15 , enz.
Hertaald:potscherf,
Hebreeuws: aarden vat. Omdat zijn vingers ongetwijfeld ook aangetast waren door zweren, zodat hij zich daarmee niet kon krabben, heeft hij zich met een potscherf moeten behelpen om daarmee zijn zweren te wrijven en de knagende etter eruit te verwijderen. Hieruit is niet alleen de ernst van Jobs gezwellen af te leiden, maar ook dat hij verstoken was van de hulp van mensen, die terugschrokken voor de afschuwelijkheid van zijn kwaal; zie hieronder Job 19:13-15, enzovoort.
zat neder
Dit was bij de ouden een teken der droefenis, treurigheid, leedschap en vernedering des harten; onder, Job 42:6 ; Jona 3:6 ; Matt. 11:21 ; Luc. 10:13 .
Hertaald:zat neder
Dit was bij de ouden een teken van droefheid, treurigheid, leed en vernedering van het hart; hieronder Job 42:6; Jona 3:6; Matth. 11:21; Luk. 10:13.
Job 2 vers 9— Toen zeide zijn huisvrouw tot hem: Houdt gij nog vast aan uw oprechtigheid? Zegen God, en sterf.
Zegen God, en sterf
Zie boven, Job 1:5 . Of, zegen God, al is het dat gij sterft; dat is, dewijl gij zo genegen zijt om God in alles te zegenen, dat is te loven en te danken, gelijk gij nog onlangs tevoren gedaan hebt [ Job 1:21 ] , ga daarin voort en zie hoe Hij het u vergelden zal, namelijk, met een pijnlijken dood, dien gij niet ontgaan kunt. Zij bespot zijn vertrouwen op God.
Hertaald:Zegen God, en sterf
Zie hierboven Job 1:5. Of: zegen God, ook al sterft u; dat is: aangezien u zo geneigd bent God in alles te zegenen, dat is te prijzen en te danken, zoals u nog kort daarvoor gedaan hebt [Job 1:21], ga daarmee door en zie hoe Hij het u zal vergelden, namelijk met een pijnlijke dood, die u niet kunt ontlopen. Zij bespot zijn vertrouwen op God.
Job 2 vers 10— Maar hij zeide tot haar: Gij spreekt als een der zottinnen spreekt; ja, zouden wij het goede van God ontvangen, en het kwade niet ontvangen? In dit alles zondigde Job met zijn lippen niet.
lippen niet
Dat is, met zijn woorden, of met zijn spreken, gelijk hij wel daarna niet geheel vrij van deze zonde is geweest. Het woord lip is aldus genomen onder, Job 11:2 , en Job 12:20 ; Spr. 7:21 , en Spr. 12:19 , en Spr. 24:28 , enz. Vergelijk Gen. 11:1 , en de aantekening.
Hertaald:lippen niet
Dat is: met zijn woorden, of met zijn spreken, zoals hij daarna wel niet helemaal vrij is geweest van deze zonde. Het woord lip wordt zo gebruikt hieronder in Job 11:2, en Job 12:20; Spr. 7:21, en Spr. 12:19, en Spr. 24:28, enzovoort. Vergelijk Gen. 11:1, en de aantekening.
Job 2 vers 11— Als nu de drie vrienden van Job gehoord hadden al dit kwaad, dat over hem gekomen was, kwamen zij, ieder uit zijn plaats, Elifaz, de Themaniet, en Bildad, de Suhiet, en Zofar, de Naamathiet; en zij waren het eens geworden, dat zij kwamen om hem te beklagen, en om hem te vertroosten.
vrienden van Job
Men houdt dat deze drie vrienden van Job uit Arabië en Idumea geweest zijn, afkomstig van Abraham.
Hertaald:vrienden van Job
Men neemt aan dat deze drie vrienden van Job uit Arabië en Idumea afkomstig waren, nakomelingen van Abraham.
zijne plaats,
Dat is, uit hun landschappen.
Hertaald:zijne plaats,
Dat is: uit hun landstreken.
Themaniet,
Zo genoemd, omdat hij was van de nakomelingen van Theman, den zoon van Elifaz, die de zoon was van Ezau, den zoon van Izak; Gen. 36:10-11 . Deze woonde in woest Arabië.
Hertaald:Themaniet,
Zo genoemd omdat hij afstamde van Theman, de zoon van Elifaz, die de zoon was van Ezau, de zoon van Izak; Gen. 36:10-11. Deze woonde in het woeste Arabië.
Suhiet,
Een nakomeling van Suah, den zoon van Abraham uit Ketura; Gen. 25:1-2 . Deze woonde ook in woest Arabië.
Hertaald:Suhiet,
Een nakomeling van Suah, de zoon van Abraham bij Ketura; Gen. 25:1-2. Deze woonde ook in het woeste Arabië.
Naämathiet;
Het is onzeker of deze bijnaam zijn oorsprong heeft van enig voorvader, geslacht of woonplaats. Sommigen menen dat hij zou mogen voortgekomen zijn van Timna, den zoon van Ezau, van welken te zien is Gen. 36:40 . Anderen menen dat hij geboren is in de stad Naema, van welke zie Joz. 15:41 .
Hertaald:Naämathiet;
Het is onzeker of deze bijnaam zijn oorsprong heeft in een voorvader, geslacht of woonplaats. Sommigen menen dat hij zou kunnen afstammen van Timna, de zoon van Ezau, over wie te zien is Gen. 36:40. Anderen menen dat hij geboren is in de stad Naëma, waarover zie Joz. 15:41.
Hertaald:eens geworden,
Vergelijk Amos 3:3. Anders: samen verzameld, of bijeengekomen.
hem te beklagen,
Anders, medelijden te hebben, of bewogen te worden over hem, of met hem bedroefd te zijn. Alzo onder, Job 42:11 .
Hertaald:hem te beklagen,
Anders: medelijden te hebben, of geraakt te worden door hem, of met hem bedroefd te zijn. Zo ook hieronder Job 42:11.
Job 2 vers 12— En toen zij hun ogen van verre ophieven, kenden zij hem niet, en hieven hun stem op, en weenden; daartoe scheurden zij een ieder zijn mantel, en strooiden stof op hun hoofden naar den hemel.
weenden;
Hier en in vs.13 worden verhaald vijf tekenen van zeer grote droefheid, die deze vrienden van Job vertoonden , namelijk:<i>I.</i> hun geween;<i>II.</i> de verscheuring van hun kleed;<i>III.</i> de strooiing van het stof op hun hoofden;<i>IV.</i> het nederzitten op de aarde;<i>V.</i> hun stilzwijgen. Zie van gelijke treurige gebaren, Gen. 21:16 , en Gen. 37:34 ; Joz. 7:6 ; 2 Sam. 12:16-17 ; Est. 4:1-2 ,; Jes. 47:1 ; Klaagl. 2:10 ; Ezech. 27:30 .
Hertaald:weenden;
Hier en in vers 13 worden vijf tekenen van zeer grote droefheid verteld die deze vrienden van Job vertoonden, namelijk: I. hun geween; II. het scheuren van hun kleed; III. het strooien van stof op hun hoofden; IV. het neerzitten op de aarde; V. hun stilzwijgen. Zie soortgelijke droeve gebaren in Gen. 21:16, en Gen. 37:34; Joz. 7:6; 2 Sam. 12:16-17; Est. 4:1-2; Jes. 47:1; Klaagl. 2:10; Ezech. 27:30.
mantel,
Zie boven, Job 1:20 .
Hertaald:mantel,
Zie hierboven Job 1:20.
naar den hemel
Dat is, de aarde en het stof opwaarts werpende, hebben hun hoofden daarmede bestrooid.
Hertaald:naar den hemel
Dat is: doordat zij de aarde en het stof omhoog wierpen, hebben zij hun hoofden daarmee bestrooid.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Job — vervolgde, of: hij die terugkeert (tot God) (onzeker)
Een oprecht en godvrezend man uit het land Uz, zeer rijk aan vee en kinderen. Op aanstoken van de satan liet God zijn bezit, zijn kinderen en tenslotte zijn eigen gezondheid treffen, om zijn oprechtheid op de proef te stellen; ondanks alles zondigde Job niet en bleef hij aan God vasthouden. Het boek dat zijn naam draagt beschrijft zijn lijden, de gesprekken met zijn drie vrienden over de reden van zijn lijden, Gods antwoord vanuit de storm, en zijn uiteindelijke herstel (Job 1-42).
Elifaz (de Themaniet) — God is fijn goud (of: mijn God is sterkte)
Een van Jobs drie vrienden, afkomstig uit Theman; hij kwam met Bildad en Zofar om Job te troosten, maar hield hem in zijn toespraken voor dat lijden altijd het gevolg is van eigen zonde (Job 2:11; 4-5; 15; 22).
Bildad (de Suhiet) — zoon van twist (onzeker)
Een van Jobs drie vrienden, afkomstig uit het land Suah; evenals Elifaz hield hij vol dat Jobs lijden een straf voor zonde moest zijn (Job 2:11; 8; 18; 25).
Zofar (de Naamathiet) — vroege vogel, kwetterend (onzeker)
Een van Jobs drie vrienden, afkomstig uit Naëma; de felste van de drie, die Job scherp bestrafte en hem beschuldigde van goddeloosheid (Job 2:11; 11; 20).
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Teman — "zuiden, rechterzijde" — vernoemd naar Teman, een kleinzoon van Ezau (Gen. 36:11)
Ligging: Een streek en stad in het noorden van Edom, van oudsher befaamd om de wijsheid van haar inwoners.
Geschiedenis: De herkomstplaats van Elifaz, de eerste en meest vooraanstaande van Jobs drie vrienden, die als eerste het woord tot hem richt (Job 2:11; 4:1). Latere profeten spreken meermalen over Teman als zetel van een beroemde, wereldse wijsheid die desondanks tekort zal schieten in de dag van Gods oordeel over Edom (Jer. 49:7; Obadja 1:8-9; Amos 1:12).
Bijbelse betekenis: Elifaz van Teman belichaamt de befaamde, maar uiteindelijk ontoereikende menselijke wijsheid: zijn eerste toespraken tot Job klinken vroom en doordacht, maar de HEERE Zelf berispt aan het einde van het boek juist Elifaz en zijn vrienden, omdat zij niet recht van Hem gesproken hadden zoals Zijn knecht Job (Job 42:7-8) — een blijvende waarschuwing tegen het te snel verklaren van andermans lijden vanuit menselijke wijsheid alleen.
Archeologie: Britse opgravingen bij Tawilan (1968-1982, C.M. Bennett/P. Bienkowski) legden een IJzertijd-nederzetting bloot, met onder meer een spijkerschrifttablet en een gouden sieradenschat — het eerste ooit in Jordanië gevonden — die de aanwezigheid van een ontwikkelde Edomitische cultuur in dit gebied bevestigen.
Recente inzichten: Vaak gezocht bij het huidige Tawilan, nabij Petra in Jordanië.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Zouden wij het goede van God ontvangen en het kwade niet ontvangen? — als ook zijn lichaam wordt aangetast, weerlegt Job de raad van zijn vrouw met een vraag (Job 2:10)
Opnieuw stellen de kinderen Gods zich voor de HEERE, en opnieuw is de satan in hun midden (Job 2:1-2). God wijst weer op Job en voegt er nu aan toe dat hij aan zijn oprechtheid vasthoudt (Job 2:3). Het antwoord luidt dat een mens alles geeft voor zijn leven; laat God zijn gebeente en zijn vlees aantasten, dan zal hij Hem vaarwel zeggen (Job 2:4-5). Ook nu wordt toestemming gegeven met een grens erbij: zijn leven moet gespaard blijven (Job 2:6). Job wordt geslagen met boze zweren, van zijn voetzool tot zijn schedel (Job 2:7). Hij neemt een potscherf om zich te krabben en zit neer in de as (Job 2:8). Dan spreekt zijn vrouw. Zij vraagt of hij nog steeds aan zijn oprechtheid vasthoudt, en zij raadt hem aan God vaarwel te zeggen en te sterven (Job 2:9). Job noemt dat een woord zoals een dwaze vrouw spreekt en stelt daar zijn eigen vraag tegenover (Job 2:10). Ook nu voegt de Schrift eraan toe dat Job met zijn lippen niet zondigde.
Bijbelse betekenis: De tweede slag treft zijn eigen lichaam, en daarmee komt hij dichterbij dan alle vorige. De rijkste man van het oosten zit in de as en krabt zich met een scherf. Zijn vrouw komt daarbij niet als vijandin in beeld. Zij heeft dezelfde kinderen verloren en ziet haar man dag na dag zo zitten; haar raad komt voort uit radeloosheid. Job wijst die raad af, maar hij zendt haar niet weg. Zijn antwoord is bovendien geen leerstelling maar een vraag, en juist zo raakt hij de kern. Jarenlang had hij het goede uit Gods hand aangenomen zonder ernaar te vragen. Wie zo ontvangen heeft, kan het kwade niet zomaar weigeren. Let ten slotte op de toevoeging van de Schrift: hij zondigde met zijn lippen niet. Er wordt dus niet gezegd dat er in zijn binnenste niets omging.
Typologie: De ontfermende afloop van dit boek staat bij Jakobus als bemoediging voor iedere beproefde: "wij houden hen gelukzalig, die verdragen" (Jak. 5:11). En de grens die de HEERE hier tweemaal trekt, is dezelfde die Paulus belijdt: God laat niemand verzocht worden boven wat hij dragen kan, "maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven" (1 Kor. 10:13).
Job 2:1-10; Jak. 5:11; 1 Kor. 10:13
Het zwijgen van de vrienden — de drie vrienden doen eerst het beste wat zij in het hele boek doen: zij zwijgen (Job 2:13)
Als de drie vrienden van Job horen wat hem overkomen is, komen zij ieder uit hun eigen plaats: Elifaz de Themaniet, Bildad de Suhiet en Zofar de Naämathiet (Job 2:11). Zij spreken met elkaar af dat zij zullen komen om hem te beklagen en te troosten. Van verre herkennen zij hem niet meer. Zij verheffen hun stem en wenen, zij scheuren hun mantel en werpen stof op hun hoofd (Job 2:12). Daarna gaan zij bij hem op de grond zitten, zeven dagen en zeven nachten lang, en niemand spreekt één woord tot hem. De reden staat erbij: zij zagen dat de smart zeer groot was (Job 2:13).
Bijbelse betekenis: Deze mannen worden in het vervolg van het boek hard weersproken, en God zegt aan het einde dat zij niet recht van Hem gesproken hebben (Job 42:7). Des te opmerkelijker is wat hier staat. Zij komen van ver, zij komen samen, en zij zwijgen een week lang. Hun reis kostte tijd; hun zwijgen kostte hun meer. Zij lieten Job niet alleen en zij vulden zijn stilte niet op. Zo begint troost: niet met een verklaring maar met aanwezigheid. Het is dan ook niet hun komst maar hun spreken dat straks de wond openrijt. Wie een lijdende bezoekt, mag deze twee dingen naast elkaar leggen. Zeven dagen zwijgen deed Job goed; de woorden daarna deden hem kwaad.
Typologie: Paulus geeft de gemeente dezelfde regel mee, en hij zet haar in twee helften naast elkaar: "Verblijdt u met de blijden; en weent met de wenenden" (Rom. 12:15). Er staat niet dat men de wenenden moet uitleggen waarom zij wenen.
IV. Vs. 1-6.KruisverwijzingenJob 1:11→Job 1:6→Job 1:8→Lukas 1:19→Job 27:5→Job 1:1→Job 9:17→Hebreeën 1:14→ — Wederom was er een dag, als de kinderen Gods kwamen, om zich voor den HEERE te stellen, dat de satan ook in het midden van hen kwam, om zich voor den HEERE te stellen. Toen zeide de HEERE tot den satan: Van waar komt gij? En de satan antwoordde den HEERE, en zeide: Van om te trekken op de aarde, en van die te doorwandelen. En de HEERE zeide tot den satan: Hebt gij ook acht geslagen op Mijn knecht Job? Want niemand is op de aarde gelijk hij, een man, oprecht en vroom, godvrezende en wijkende van het kwaad; en hij houdt nog vast aan zijn oprechtigheid, hoewel gij Mij tegen hem opgehitst hebt, om hem te verslinden zonder oorzaak. Toen antwoordde de satan den HEERE, en zeide: Huid voor huid, en al wat iemand heeft, zal hij geven voor zijn leven. Doch strek nu Uw hand uit, en tast zijn gebeente en zijn vlees aan; zo hij U niet in Uw aangezicht zal zegenen! En de HEERE zeide tot den satan: Zie, hij zij in uw hand, doch verschoon zijn leven. Satan vernieuwt zijne aanklacht tegen Job en ontvangt van den Heere verlof ook Zijn persoon aan te tasten.
KruisverwijzingenJob 1:6→Lukas 1:19→Hebreeën 1:14→Jesaja 6:1→— Wederom was er een dag, als de kinderen Gods kwamen, om zich voor den HEERE te stellen, dat de satan ook in het midden van hen kwam, om zich voor den HEERE te stellen.
Wederom naar hetgeen in het vorige hoofdstuk vermeld wordt, was er een dag, als de kinderen Gods kwamen, om zich voor den HEERE te stellen, dat de Satan ook in het midden van hen kwam, om zich voor den HEERE te stellen, om rekenschap van hun daden te geven en nieuwe bevelen te ontvangen (Hoofdstuk 1: 6-12).
KruisverwijzingenJohannes 14:30→2 Korinthe 4:4→Job 1:7→Genesis 16:8→1 Petrus 5:8→— Toen zeide de HEERE tot den satan: Van waar komt gij? En de satan antwoordde den HEERE, en zeide: Van om te trekken op de aarde, en van die te doorwandelen.
Toen zei de HEERE tot den Satan: Van waar komt gij? En de Satan antwoordde den HEERE en zei: Van om te trekken op de aarde, en van die te doorwandelen.
KruisverwijzingenJob 1:8→Job 27:5→Job 1:1→Job 9:17→Spreuken 14:2→1 Petrus 1:7→Job 9:20→Psalmen 41:12→— En de HEERE zeide tot den satan: Hebt gij ook acht geslagen op Mijn knecht Job? Want niemand is op de aarde gelijk hij, een man, oprecht en vroom, godvrezende en wijkende van het kwaad; en hij houdt nog vast aan zijn oprechtigheid, hoewel gij Mij tegen hem opgehitst hebt, om hem te verslinden zonder oorzaak.
En de HEERE zei tot den Satan: Hebt gij ook acht geslagen op Mijnen knecht Job? want niemand is op de aarde gelijk hij, een man oprecht, en vroom, godvrezende en wijkende van het kwaad; en hij houdt, ondanks de vele en grote droefenissen, nog vast aan zijne oprechtheid1), onveranderlijk blijft hij aan Mij gehecht, en richt hij zijn hart tot Mijne wegen, hoewel gij Mij tegen hem opgehitst 2) hebt, om hem te verslinden zonder oorzaak; Ik heb er in bewilligd, dat zijne vroomheid beproefd zou worden, en nu is het bewezen, dat al het lijden slechts tot bevestiging van zijn geloof geweest is.
Tot nu toe, en ook vervolgens tot aan de aankomst der drie vrienden, is het lijden van Job ene beproeving van zijne vroomheid, die hij volkomen doorstaat (vgl. Hoofdstuk 1: 21; 2:
, niet ene aanleiding tot afval, gelijk Satan verwacht had, maar tot verheerlijking van God in Zijnen knecht. Wij hebben dus de laatste uitdrukking: “hoewel gij Mij,” enz. niet, gelijk de meeste Uitleggers menen, op te vatten, als ene sterk menselijke spreekwijze, alsof de Heere zich van den Satan had laten misleiden, maar integendeel als ene uitspraak, die den Satan veroordeelt en hem rechterlijk bestraft, ene uitdrukking, die ons reeds aanwijst, dat niet alleen deze beproeving, daar ook de volgende verzoeking (Hoofdstuk 3) zal eindigen met de verheerlijking Gods en den smaad des Satans.
Satan verliest in het Boek van Job een proces, dat een voorspel van het allergrootste proces zal zijn, wanneer het gericht over de wereld geschied en de vorst der duisternis uitgestoten is.
Opgehitst, in den zin van: aangezet, er toe bewogen. Er wordt mede aangegeven, hoe de Heere God door Satans verdachtmaking er toe gedreven werd, om Job te laten beroven van zijne goederen, opdat zijne diepe vroomheid en hartelijke godsvrucht zou openbaar worden.
KruisverwijzingenMattheüs 6:25→Filippenzen 3:8→Handelingen 27:18→Jesaja 2:20→Esther 7:3→Jeremia 41:8→Mattheüs 16:26→— Toen antwoordde de satan den HEERE, en zeide: Huid voor huid, en al wat iemand heeft, zal hij geven voor zijn leven.
Toen antwoordde de Satan vol hoon den HEERE en zei: De mens geeft, gelijk het spreekwoord zegt, huid voor huid; bij is tevreden en draagt zijn leed nog, zo hij slechts voor groter leed bewaard wordt, en al, wat iemand heeft, zelfs het liefste, gezin, vee, kinderen,zal hij geven voor zijn leven 1), indien hij dit slechts behouden mag.
Zo lang een mens niet door het doorstaan van lichaamslijden, ja zelfs door gewillige overgave van zijn leven in den dood bewezen heeft, dat ware liefde in zijn hart woont (Fil. 2:
KruisverwijzingenDeuteronomium 28:35→Job 30:30→Jesaja 1:6→Deuteronomium 28:27→Job 7:5→Jesaja 3:17→Job 30:17→1 Koningen 22:22→— Toen ging de satan uit van het aangezicht des HEEREN, en sloeg Job met boze zweren, van zijn voetzool af tot zijn schedel toe.
1 Joh. 3: 16; 4: 9 lang is hij niet veilig voor de zelfzucht, die in den diepsten grond van het hart ingeworteld is, en zich ook in het zwaarste verlies van goederen nog verheugt, dat het lichaam ten minste bewaard is gebleven, en zich, ook bij grote uitwendige treurigheid en schijnbare overgave, juist daarom gemakkelijker tevreden stelt. Daarom is stille overgave bij zware ziekte en hevig lichaamslijden een veel beter bewijs voor ware liefde Gods, dan het stille verdragen van ieder ander verlies. Daarin wordt vooral die ontzettende verdorvenheid van het menselijk hart openbaar, dat ook de smartelijkste dood van den naaste voor den mens nog iets bevredigends heeft, omdat hij zich in het diepste zijner ziel nog met zijn eigen leven troost.
De bedoeling van Satans woorden is ongetwijfeld deze, dat het leven den mens het dierbaarst is, dierbaarder dan alles wat hij bezit, ja dat hij zelfs een gedeelte van zijn lichaam nog wil prijs geven, om zijn leven te redden. Zo ook nu wil hij zeggen, staat het met Job. Hij is nog fris en gezond; maar als Gij zijn leven aantast, dan zult Gij zien, dat het met zijn godsvrucht gedaan is.
Doch beproef hem ook verder en strek nu uwe hand uit, en tast zijn gebeente en zijn vlees aan door ziekte of smart, of den dood; ik ben er zeker van, dat niet ik, maar Gij zult verloren hebben, Ontwijfelbaar is het, zo hij U niet in Uw aangezicht, zonder vrees, zal zegenen1) (Hoofdstuk 1: 11).
Satan zoekt in de diepste diepte van Jobs hart, dat fijne egoïsme, dat dikwijls zelfs in de meest aan God overgegevene harten verborgen ligt. Satan meent het te kunnen winnen in zijn vijandschap tegen God en Zijn volk. Brengt hij Job tot een afzweren van God en Zijn dienst, dan denkt hij, heeft hij God overwonnen, den mens beter gekend, dan God den mens kent en tevens heeft hij het kind van God diep, diep ongelukkig gemaakt.
Doch beproef hem ook verder en strek nu uwe hand uit, en tast zijn gebeente en zijn vlees aan door ziekte of smart, of den dood; ik ben er zeker van, dat niet ik, maar Gij zult verloren hebben, Ontwijfelbaar is het, zo hij U niet in Uw aangezicht, zonder vrees, zal zegenen1) (Hoofdstuk 1: 11).
Satan zoekt in de diepste diepte van Jobs hart, dat fijne egoïsme, dat dikwijls zelfs in de meest aan God overgegevene harten verborgen ligt. Satan meent het te kunnen winnen in zijn vijandschap tegen God en Zijn volk. Brengt hij Job tot een afzweren van God en Zijn dienst, dan denkt hij, heeft hij God overwonnen, den mens beter gekend, dan God den mens kent en tevens heeft hij het kind van God diep, diep ongelukkig gemaakt.
En de HEERE, een beter hartenkenner dan Satan, zei tot den Satan, wel wetende, dat ook deze beproeving Job niet er toe zou brengen om God af te zweren: Zie, hij zij in uwe hand; Ik wil de Mijne een tijdlang van hem terugtrekken; doch verschoon zijn leven 1).
Dat satan ook macht over het aardse leven van enen mens kon verkrijgen, heeft zich in den dood van den Heere Jezus geopenbaard. Maar juist deze hoogste mate van zijne vijandschap gaf hem zelven den doodsteek. Van vs. 6 af komt Satan in het gehele Boek niet weer voor. Juist omdat Jobs verzoeking door zijn vasthouden aan zijnen God en door Gods genadige redding met de overwinning van den Satan en de heiliging van Job eindigt. Satan voer in het hart van Judas, die Christus verried en had toestemming om Zijn been en Zijn vlees aan te tasten, zonder uitzondering van Zijn leven, omdat door het doden van Christus verricht moest worden, wat met Job onmogelijk was-namelijk hem, die het geweld des doods had, den duivel te verdelgen.
Verschoon zijn leven. Satan krijgt hier de waarschuwing, om met het leven van Job te rekenen, om dit te sparen. Hij mag hem slaan met boze zweren, met ernstige ziekten, maar aan zijn leven, wat hij van God ontving, mag hij niet komen. Hij mag het leven niet zo kwellen, dat het in den dood uitgestort wordt. Er staat dan ook in den grondtekst niet Chajim (leven), maar nèfesch, het leven, hetwelk met de ziel in verband staat. 7.
V. Vs. 7-10.KruisverwijzingenDeuteronomium 28:35→Job 42:6→Job 1:21→Ezechiël 27:30→Jona 3:6→Jakobus 1:12→Job 30:30→Jesaja 1:6→ — Toen ging de satan uit van het aangezicht des HEEREN, en sloeg Job met boze zweren, van zijn voetzool af tot zijn schedel toe. En hij nam zich een potscherf, om zich daarmede te schrabben, en hij zat neder in het midden der as. Toen zeide zijn huisvrouw tot hem: Houdt gij nog vast aan uw oprechtigheid? Zegen God, en sterf. Maar hij zeide tot haar: Gij spreekt als een der zottinnen spreekt; ja, zouden wij het goede van God ontvangen, en het kwade niet ontvangen? In dit alles zondigde Job met zijn lippen niet. Satan brengt verder twee zware ellenden over Job, de melaatsheid en den spot zijner vrouw.
Toen ging de Satan uit van het aangezicht, van de plaats der openbaring der heerlijkheid en eeuwige kracht en Godheid des HEREN, en hij sloeg Job met boze zweren, met de zwarte melaatsheid, de vreselijkste soort van deze ziekte (Leviticus 13: 3. Deuteronomium 28: 27 ), van zijne voetzool af tot zijnen schedel toe, zodat het gehele lichaam als met een korst overtrokken was.
KruisverwijzingenJob 42:6→Ezechiël 27:30→Jona 3:6→Mattheüs 11:21→Lukas 16:20→Jeremia 6:26→2 Samuël 13:19→Psalmen 38:5→— En hij nam zich een potscherf, om zich daarmede te schrabben, en hij zat neder in het midden der as.
En hij, Job, nam zich een potscherf, daar zijne vingers, zijne nagels, dien dienst weigerden om zich daarmee te schrappen, en het onverdraaglijke jeuken dier huid te verzachten en om de etter te verwijderen; en hij zat, als een onreine buiten het dorp neer in het midden der as 1). Hij begaf zich met zijne onreinheid naar de plaats, waar men de onreinheden neerwierp, en treurde daar over het verlies zijner kinderen (Jon. 3: 6).
De ware goddelijke treurigheid ondergaat al het smartelijke als straf voor de zonde, welker laatste bezoldiging, de dood, het terugkeren tot stof, tot asse is; daarom pleegden in de oudheid de treurenden zich in as, het beeld des doods, neer te zetten of het hoofd daarmee te bestrooien (zie vs. 12). In het zeer vruchtbare landschap Haran was men gewoon de mest als voor den landbouw onnuttig, op ene vaste plaats te brengen en daar te verbranden; op zulk een ashoop kan Job wel gezeten hebben.
Job zat neer in de as, in de houding van een boeteling, die ten teken van den afkeer van zich zelven in stof en as lag (vgl. Hoofdstuk 42: 6. Jes. 58: 5). Zo vernederde zich Job onder de machtige hand Gods.
KruisverwijzingenJob 2:3→Job 2:5→Maleachi 3:14→Job 1:11→2 Koningen 6:33→Job 21:14→Genesis 3:6→Genesis 3:12→— Toen zeide zijn huisvrouw tot hem: Houdt gij nog vast aan uw oprechtigheid? Zegen God, en sterf.
Toen zei zijne huisvrouw (Hoofdstuk 19: 7), die door hare goddeloosheid een gewillig werktuig van den Satan was, tot hem: Houdt gij nog vast, ook nu nog, nadat gij zulk een loon voor uwe godsvrucht verkregen hebt, aan uwe oprechtheid? 1) Hoe meer gij schreeuwt en roept, hoe groter uwe ellende wordt. Waar is nu die God, van wiens roem gij zoveel verhaaldet? Zegen dien God, laat Hem varen (Job 1: 5. (Tob. 2: 15,22), en sterf 1), beneem u zelven het leven, de dood alleen kan u rust geven!
Dat zijn de ware moordsteken des duivels, wanneer hij ons bij ons lijden nog hoon doet ondervinden en ons bespot, en daartoe gene vreemden gebruikt, maar onze liefste beste vrienden, aan welke wij lichaam en leven toevertrouwd hebben, die ons moesten troosten en ons het lieve kruis door hunnen troost en hun medelijden moesten helpen dragen. Dat treft, dat gaat door merg en been, door alle aderen en bloeddroppels in het lichaam. Waarom liet de duivel hem deze vrouw? Omdat hij haar voor een goede zweep hield, om hem gevoeliger door haar dan door iets anders te plagen.
Zij roemt, even als haar heer, de duivel, het goede leven der goddelozen (Hoofdstuk 21: 7. 21.7 Psalm 73: 12) en stelt God voor als een demon, die nijdig is op ‘s mensen geluk. (Genesis 3: 5). Welk een vijandschap tegen God, welk een onbarmhartigheid tegen haren man ligt in hare duivels-sarcastische woorden, die, wanneer zij meer als bespotting zijn, hem tot zelfmoord aanzetten!.
Job’s huisvrouw zoekt nu Job daartoe te brengen, waartoe Satan niet kon. Zij is nu als het ware in dienst van Satan, zij wordt nu door hem gebruikt, opdat de mensenmoorder van den beginne het toch ten slotte zou winnen. Maar ook nu zijn alle zijne pogingen vruchteloos. Ook nu moet hij het tegen God afleggen.
KruisverwijzingenJob 1:21→Jakobus 1:12→Psalmen 39:1→Jakobus 5:10→Johannes 18:11→Jakobus 3:2→Klaagliederen 3:38→Mattheüs 16:23→— Maar hij zeide tot haar: Gij spreekt als een der zottinnen spreekt; ja, zouden wij het goede van God ontvangen, en het kwade niet ontvangen? In dit alles zondigde Job met zijn lippen niet.
Maar hij, deze zware bestraffing als ene beproeving doorstaande, zei tot haar, vol vertrouwen op God: Gij spreekt als ene der zottinnen {1} spreekt, die niets van God weten, Zijne wegen niet willen verstaan en daarom dwaas en roekeloos handelen. Ja, zouden wij alleen het goede van God ontvangen, en het kwade, de wederwaardigheden, die Hij ons toezendt, niet ontvangen, niet gewillig aannemen, Is Hij niet altijd dezelfde in al Zijn doen (Jak. 1: 16. Rom. 8: 28)! In dit alles zondigde Job met zijne lippen niet, gelijk hij later deed; al dit lijden was hem ene beproeving, waardoor zijne oprechte godsvrucht en zijne overgave aan God zich openbaarden. {1} Job nochtans weerstond en overwon de bezoeking als een kloek en moedig lijder en gaf haar zulk een antwoord, hetwelk toonde, dat hij een onwrikbaar besluit genomen had, om God te blijven aankleven, om goede gedachten te blijven houden van Hem en Zijne voorzienigheid, en om zijne eigene oprechtheid als zijn grootste schat zorgvuldig te bewaren. De Satan mag zijn tong gespaard en hem het vrij gebruik daarvan gelaten hebben, ten einde hij God vloeken mocht, hij zou er zich niet toe laten verleiden, maar veeleer de hand zegenen, die hem dus kastijdde.
In Jobs antwoord merken we op, vooreerst een tedere liefde nog voor zijn huisvrouw, daar hij haar geen zottin noemt, maar tot haar zegt dat zij spreekt als een der zotten, die niets van God weten of willen weten. En vervolgens een kussen van de roede, een goedkeuren van de beproevingen, een gelovig onderwerpen aan het lijden. Hij erkent de vrijmacht Gods, om met het heir des hemels en de inwoners der aarde te doen naar Zijn welbehagen, om goed en kwaad, kwaad en goed toe te zenden. En als wij aan het einde van dit vers lezen, dat Job met zijne lippen, d.i. met woorden niet zondigde, dan wil dit niet zeggen, dat in zijn hart er wel een stille murmureringe werd gehoord, maar dan wordt dit gezegd in tegenstelling van hetgeen later plaats had. 11.
VI. Vs. 11-13.KruisverwijzingenGenesis 50:10→Romeinen 12:15→Ezechiël 27:30→Klaagliederen 2:10→Genesis 25:2→Job 42:11→Jeremia 49:7→Nehemia 9:1→ — Als nu de drie vrienden van Job gehoord hadden al dit kwaad, dat over hem gekomen was, kwamen zij, ieder uit zijn plaats, Elifaz, de Themaniet, en Bildad, de Suhiet, en Zofar, de Naamathiet; en zij waren het eens geworden, dat zij kwamen om hem te beklagen, en om hem te vertroosten. En toen zij hun ogen van verre ophieven, kenden zij hem niet, en hieven hun stem op, en weenden; daartoe scheurden zij een ieder zijn mantel, en strooiden stof op hun hoofden naar den hemel. Alzo zaten zij met hem op de aarde, zeven dagen en zeven nachten; en niemand sprak tot hem een woord, want zij zagen, dat de smart zeer groot was. Drie vrienden van Job, eveneens vorsten van Uzietische stammen, komen tot hem en maken, terwijl zij eveneens onwetend den Satan tot werktuigen dienen, door hun stom medelijden, dat de ondervondene onheilen voor Job van beproeving verzoeking worden.
KruisverwijzingenRomeinen 12:15→Genesis 25:2→Job 42:11→Jeremia 49:7→Genesis 36:11→Genesis 36:15→1 Kronieken 1:32→Job 6:19→— Als nu de drie vrienden van Job gehoord hadden al dit kwaad, dat over hem gekomen was, kwamen zij, ieder uit zijn plaats, Elifaz, de Themaniet, en Bildad, de Suhiet, en Zofar, de Naamathiet; en zij waren het eens geworden, dat zij kwamen om hem te beklagen, en om hem te vertroosten.
Als nu de drie vrienden van Job gehoord hadden 1) al dit kwaad, dat over hem gekomen was, kwamen zij, ieder uit zijne plaats, Elifaz (= God de sterke), de Themaniet 2), en Bildad (= twister), de Suhiet 3), en Zofar (= onbeschaamdheid), de Naämathiet 4); en zij waren het eens geworden, dat zij kwamen om hem te beklagen en om hem te vertroosten5); daartoe kwamen zij op ene bepaalde plaats te zamen en reisden naar Job heen.
Geruchten verspreiden zich onder de rijdende Arabische stammen der woestijn met de snelheid van telegrafische depêches.
Wij kennen drie plaatsen, die den naam van Theman (= zuideroord) dragen. 1. Theman in Edom, beroemd door de wijze zinspreuken van zijne bewoners (Numeri 21: 10 ) 2. Theman, ene Ismaëlitische stad aan de grote Karavanen-straat uit Jemen in West-Arabië naar Syrië (Hoofdstuk 6: 19 ). 3. Theman, aan de oostelijke helling van het Haurangebergte, twee mijlen noordelijk van Busan (Hoofdstuk 32: 2 ), nog heden ene bekende plaats, 8-9 mijlen oostelijk van het Jobs-klooster verwijderd. Wanneer nu ook 1 Kronieken 1: 26, Elifaz, de Edomiet, vader van Theman genoemd wordt, zo kan ons dit, daar de naam Elifaz, even als die van Heman, meermalen zal voorgekomen zijn, niet noodzaken, het land van den vriend van Job naar het Edomietische Theman te verplaatsen, daar het Hauranische met onze mening, omtrent de uitging van het land Uz zo goed overeenstemt, en ook de namen der andere vrienden in Haran gevonden worden.
Suah (= veegsel) is thans niet meer de naam ener stad, maar duidt ene landstreek aan, de vlakte Suwet, ten zuidwesten van de Nukra. Hier ligt aan een bekoorlijk meer, het zogenaamde bronnenmeer (waardoor ene nevenrivier van de Jarmuk vloeit) door ene schone vlakte omgeven, het kasteel Muzerib, waar reeds in de vroegste oudheid, gelijk nog heden, door de Arabieren en andere Oosterlingen tweemalen ieder jaar ene grote markt gehouden werd. Deze vruchtbare streek ongeveer 5 uren ten zuiden van het Jobs-klooster, is volgens oude getuigenissen het land van Bildad.
Naëma (= de liefelijke) komt als de naam van ene stad in Syrië en Palestina wel een dozijn malen voor.
Ook ten noorden van het bronnenmeer, niet ver van Edreï, waar Og van Basan geslagen werd, ligt een Naëma, hetwelk hier goed passen zou.
Alle drie de vrienden zijn bewoners van steden, waaruit te verklaren is, dat zij, als meer overgegeven aan wereldsen omgang, de overleveringen van den godsdienst uit den ouden tijd niet zo getrouw bewaard hebben als Job.
KruisverwijzingenEzechiël 27:30→Klaagliederen 2:10→Nehemia 9:1→Jozua 7:6→Job 1:20→Richteren 2:4→Esther 4:1→Genesis 27:34→— En toen zij hun ogen van verre ophieven, kenden zij hem niet, en hieven hun stem op, en weenden; daartoe scheurden zij een ieder zijn mantel, en strooiden stof op hun hoofden naar den hemel.
En toen zij hun ogen van verre ophieven, kenden zij hem niet, daar zijne gelaatstrekken door de melaatsheid geheel misvormd waren, enzij hieven hun stem op, en weenden; daartoe scheurden zij een iegelijk zijnen mantel, zijn opperkleed, en strooiden stof op hun hoofden naar den hemel; zij wierpen in ten hemel schreiende smart stof in de hoogte, lieten dit op hun hoofden terugvallen en het gehele lichaam daarmee verontreinigd worden. (Deuteronomium 14: 2 1 Samuel 4: 12).
KruisverwijzingenGenesis 50:10→Nehemia 1:4→Ezechiël 3:15→Ezra 9:3→Jesaja 47:1→Genesis 1:5→Jesaja 3:26→Job 4:2→— Alzo zaten zij met hem op de aarde, zeven dagen en zeven nachten; en niemand sprak tot hem een woord, want zij zagen, dat de smart zeer groot was.
Alzo zaten zij met hem onder den bloten hemel op de aarde, op een tamelijken afstand, om zijne onreinheid, zeven dagen en zeven nachten 1), zolang als men gewoonlijk om enen dode treurde (Genesis 50: 10. (1 (Samuel 31: 13); en niemand sprak tot hem één woord 2), een liefderijk troostwoord, waardoor zij het wanhopig uitbreken der smart (Hoofdstuk 3) zouden hebben kunnen voorkomen. Zij waren overweldigd door den vreselijken indruk en vol diepe, zwijgende verwondering, want zij zagen, dat de smart, de lichaams- en zielensmart van Job, zeer groot was.
Het is gemakkelijk Christus te volgen naar een feest of ene volle tafel, maar met Hem te blijven in verzoeking, dat wijst den waren discipel aan. Menigeen ziet het bezoeken van vrienden, die in nood zijn, alleen als een compliment aan; wij moeten het als een plicht beschouwen; Christus dringt daarop aan, als op ene van die zichtbare plichtsbetrachtingen, die Hij wil zegenen (MATTHEUS. 25: 36). Christus is niet ziek in Zijn persoon. Hij is in den hemel, waar gene zonde is, daarom zal Hem gene ziekte naderen. Hij bedoelt ziekte bij Zijne leden, vriendelijkheid en hulp aan deze, ziet Hij aan als Hem zelven aangedaan. Het is een punt van den godsdienst, dat de waarheid der godsvrucht aanwijst-indien godsvrucht in het hart leeft, zal deze vrucht in het leven gezien worden. Hun visite was niet, volgens de hedendaagse mode, zeer kort en om maar even eens te zien of te horen, hoe de zieke of ellendige lijder te moede was, en dan maar weer heen te gaan; neen, zij toonden, dat ze geen rust nog duur zouden hebben, indien ze naar huis keerden, terwijl hun vriend in zulk een deerniswaardigen toestand was, daarom besluiten ze te blijven, om het uiteinde of de beterschap van hun vriend tegemoet te zien, nemende hun intrek dicht bij hem, op hun eigene kosten, naardien hij nu niet in staat was, om hen gelijk misschien dikwijls te voren, te herbergen.
Ziet deze mannen hoe liefelijk zij verschijnen op de plaats der ellende! Zijn niet zij, die zulk een geest van liefde voor hunnen vriend betonen, een recht voorbeeld ter navolging? En toch, wij hebben een schoner voorbeeld dan hen, in onzen Heere Jezus Christus zelven die, toen Hij onzen gevallen staat zag, van den hemel neerkwam, om ons te zoeken en zalig te maken. Ja, “Hij die rijk was, is om onzentwil arm geworden, opdat wij door Zijne armoede zouden rijk worden.” Welke ene wondervolle genade was hier; en bovendien heeft Hij, als onze grote Hogepriester, medelijden met onze zwakheden, daar Hij in alles verzocht is geweest als wij, opdat Hij ons zou te hulpe komen in onze verzoekingen. Indien dan het voorbeeld van Jobs vrienden niet genoegzaam is om ons medelijden voor anderen in te storten, laat ons de vriendelijkheid, die in Christus was, zoeken. Laat in ons het beginsel van liefde zijn gelijk ene bron, altijd gereed het ogenblik aan te grijpen, dat tot het verrichten van ene goede daad is gegeven.
Dan vooral, als wij tot lijdenden gaan, is wijsheid nodig, die God den biddenden geeft. Beklaagd te worden door zijns gelijken maakt ongeduldig, en te meer was het voor Job een des te scherper prikkel, daar hij tegenover hen gestaan had als een man van ene uitblinkende gerechtigheid, terwijl hij als een melaatse zich nu als ver beneden hen staande moet aanzien. Job gevoelt zijn ongeluk nu eerst in de volste mate en gevoelt tegenover zijne vrienden niets dan zijn ongeluk. Dit en niets meer is de inhoud van Hoofdstuk 3. Dan eerst komen zijne vrienden met hun verwijtingen, en dan eerst ten gevolge dezer verwijtingen komt de verzoeking in volle mate. De verzoeking van Job wordt door zijne vrienden bewerkt; zij brengen door hun tegenwoordigheid te weeg, dat de ziel van Job uitsluitend op zijne ellende gericht wordt en door hun verwijtingen, dat hij zijne onschuld hoe langer hoe sterker beweert, over het misverstand van zijne vrienden klaagt, en met hen en eindelijk zelfs met God wil rechten. Hoe dikwijls maken wij dergelijke ervaringen in het klein! Hoe dikwijls treffen wij aan God overgegevene, geduldig lijdende zieken aan, die zo lang zij onaangesproken, onbeklaagd blijven, ook geduldig en op God vertrouwende blijven; zodra echter ongepast, werelds bespreken van hun toestand, ondoeltreffend, werelds troosten, verkeerd, hoe goed overigens ook gemeend, vragen naar oorzaak en aanleiding van het kwaad, kortzichtig vermoeden, van waar het zou komen enz. begint, zo worden zij ongeduldig, ja verbitterd en verstoord. Eenzaam te lijden is voor ene sterke ziel veel gemakkelijker, ook zedelijk veel voordeliger, dan te lijden onder de slechte vertroosters. Wel is waar bij Job weegt het zedelijk voordeel, dat hij tot erkentenis en berouw komt over de door de vrienden aan het licht gebrachte zonde, over die fijne eigengerechtigheid, zeer tegen het zedelijk nadeel, dat deze zonde door hen opgewekt werd, op.
Tegenover de ontzettende ondervindingen van Job, die bij het onveranderlijk bewustzijn van zijne onschuld in de redenen van zijne vrienden noch troost, noch enige nieuwe lering over de Goddelijke regering en de verborgene oorzaken van zijn vreselijk lijden vinden kan, openbaren de vrienden allengs meer duidelijk het onvoldoende van hun bewijsvoering, terwijl hun redenen telken reize lediger van inhoud en korter worden; de tweede weet in den derden strijd alleen nog maar ene algemene stelling te herhalen, de derde weet niets meer voor te brengen.
Wij menen eindelijk nog daaraan te moeten herinneren, dat de redenen van Job het met zonde verbondene, ja het uit de zonde voortkomende worstelen van ene gelovige ziel in de aanvechting des geloofs voorstellen; dat de drie vrienden van hun vals standpunt over de oorzaken van het lijden in deze wereld schermutselen, en alzo die uitspraken elk in ‘t bijzonder uit het verband gerukt, niet als openbaring van eeuwige, Goddelijke waarheid mogen opgelost worden. Men moet dit niet zo opvatten, alsof deze drie mannen gedurende al dien tijd sprakeloos bij Job neder zaten zonder te bewegen; maar dat zij dien tijd meren deels doorbrachten met rouwklagen zonder met Job te spreken over hetgeen, waartoe zij eigenlijk gekomen waren. Daarenboven kunnen de smarten van Job gedurende deze zeven dagen wel zo hooggaande geweest zijn, dat hij niet in staat was om geregeld te spreken, noch met enige opmerkzaamheid naar hun voorstellen te horen.
Ook dit was een zware beproeving voor den lijder. Zij kwamen om hem te troosten, maar spraken geen enkel troostwoord. Alles verliest Job nu, zijn goed, zijne kinderen, de deelneming van zijne huisvrouw en die van zijne vrienden. Hoog stijgt de nood en ellende. En ziet, waar hij tot nog toe Gode de eer moest geven, daar wordt nu uit zijn mond een woord vernomen, waardoor hij tot zondigen kwam, niet tot de daad, die Satan bedoeld had, maar wel tot een zondigen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Job 2
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
IV. Vs. 1-6.KruisverwijzingenJob 1:11→Job 1:6→Job 1:8→Lukas 1:19→Job 27:5→Job 1:1→Job 9:17→Hebreeën 1:14→
— Wederom was er een dag, als de kinderen Gods kwamen, om zich voor den HEERE te stellen, dat de satan ook in het midden van hen kwam, om zich voor den HEERE te stellen. Toen zeide de HEERE tot den satan: Van waar komt gij? En de satan antwoordde den HEERE, en zeide: Van om te trekken op de aarde, en van die te doorwandelen. En de HEERE zeide tot den satan: Hebt gij ook acht geslagen op Mijn knecht Job? Want niemand is op de aarde gelijk hij, een man, oprecht en vroom, godvrezende en wijkende van het kwaad; en hij houdt nog vast aan zijn oprechtigheid, hoewel gij Mij tegen hem opgehitst hebt, om hem te verslinden zonder oorzaak. Toen antwoordde de satan den HEERE, en zeide: Huid voor huid, en al wat iemand heeft, zal hij geven voor zijn leven. Doch strek nu Uw hand uit, en tast zijn gebeente en zijn vlees aan; zo hij U niet in Uw aangezicht zal zegenen! En de HEERE zeide tot den satan: Zie, hij zij in uw hand, doch verschoon zijn leven.
Satan vernieuwt zijne aanklacht tegen Job en ontvangt van den Heere verlof ook Zijn persoon aan te tasten.
Wederom naar hetgeen in het vorige hoofdstuk vermeld wordt, was er een dag, als de kinderen Gods kwamen, om zich voor den HEERE te stellen, dat de Satan ook in het midden van hen kwam, om zich voor den HEERE te stellen, om rekenschap van hun daden te geven en nieuwe bevelen te ontvangen (Hoofdstuk 1: 6-12).
Toen zei de HEERE tot den Satan: Van waar komt gij? En de Satan antwoordde den HEERE en zei: Van om te trekken op de aarde, en van die te doorwandelen.
En de HEERE zei tot den Satan: Hebt gij ook acht geslagen op Mijnen knecht Job? want niemand is op de aarde gelijk hij, een man oprecht, en vroom, godvrezende en wijkende van het kwaad; en hij houdt, ondanks de vele en grote droefenissen, nog vast aan zijne oprechtheid1), onveranderlijk blijft hij aan Mij gehecht, en richt hij zijn hart tot Mijne wegen, hoewel gij Mij tegen hem opgehitst 2) hebt, om hem te verslinden zonder oorzaak; Ik heb er in bewilligd, dat zijne vroomheid beproefd zou worden, en nu is het bewezen, dat al het lijden slechts tot bevestiging van zijn geloof geweest is.
Tot nu toe, en ook vervolgens tot aan de aankomst der drie vrienden, is het lijden van Job ene beproeving van zijne vroomheid, die hij volkomen doorstaat (vgl. Hoofdstuk 1: 21; 2:
, niet ene aanleiding tot afval, gelijk Satan verwacht had, maar tot verheerlijking van God in Zijnen knecht. Wij hebben dus de laatste uitdrukking: “hoewel gij Mij,” enz. niet, gelijk de meeste Uitleggers menen, op te vatten, als ene sterk menselijke spreekwijze, alsof de Heere zich van den Satan had laten misleiden, maar integendeel als ene uitspraak, die den Satan veroordeelt en hem rechterlijk bestraft, ene uitdrukking, die ons reeds aanwijst, dat niet alleen deze beproeving, daar ook de volgende verzoeking (Hoofdstuk 3) zal eindigen met de verheerlijking Gods en den smaad des Satans.
Satan verliest in het Boek van Job een proces, dat een voorspel van het allergrootste proces zal zijn, wanneer het gericht over de wereld geschied en de vorst der duisternis uitgestoten is.
Opgehitst, in den zin van: aangezet, er toe bewogen. Er wordt mede aangegeven, hoe de Heere God door Satans verdachtmaking er toe gedreven werd, om Job te laten beroven van zijne goederen, opdat zijne diepe vroomheid en hartelijke godsvrucht zou openbaar worden.
Toen antwoordde de Satan vol hoon den HEERE en zei: De mens geeft, gelijk het spreekwoord zegt, huid voor huid; bij is tevreden en draagt zijn leed nog, zo hij slechts voor groter leed bewaard wordt, en al, wat iemand heeft, zelfs het liefste, gezin, vee, kinderen,zal hij geven voor zijn leven 1), indien hij dit slechts behouden mag.
Zo lang een mens niet door het doorstaan van lichaamslijden, ja zelfs door gewillige overgave van zijn leven in den dood bewezen heeft, dat ware liefde in zijn hart woont (Fil. 2:
1 Joh. 3: 16; 4: 9 lang is hij niet veilig voor de zelfzucht, die in den diepsten grond van het hart ingeworteld is, en zich ook in het zwaarste verlies van goederen nog verheugt, dat het lichaam ten minste bewaard is gebleven, en zich, ook bij grote uitwendige treurigheid en schijnbare overgave, juist daarom gemakkelijker tevreden stelt. Daarom is stille overgave bij zware ziekte en hevig lichaamslijden een veel beter bewijs voor ware liefde Gods, dan het stille verdragen van ieder ander verlies. Daarin wordt vooral die ontzettende verdorvenheid van het menselijk hart openbaar, dat ook de smartelijkste dood van den naaste voor den mens nog iets bevredigends heeft, omdat hij zich in het diepste zijner ziel nog met zijn eigen leven troost.
De bedoeling van Satans woorden is ongetwijfeld deze, dat het leven den mens het dierbaarst is, dierbaarder dan alles wat hij bezit, ja dat hij zelfs een gedeelte van zijn lichaam nog wil prijs geven, om zijn leven te redden. Zo ook nu wil hij zeggen, staat het met Job. Hij is nog fris en gezond; maar als Gij zijn leven aantast, dan zult Gij zien, dat het met zijn godsvrucht gedaan is.
Doch beproef hem ook verder en strek nu uwe hand uit, en tast zijn gebeente en zijn vlees aan door ziekte of smart, of den dood; ik ben er zeker van, dat niet ik, maar Gij zult verloren hebben, Ontwijfelbaar is het, zo hij U niet in Uw aangezicht, zonder vrees, zal zegenen1) (Hoofdstuk 1: 11).
Satan zoekt in de diepste diepte van Jobs hart, dat fijne egoïsme, dat dikwijls zelfs in de meest aan God overgegevene harten verborgen ligt. Satan meent het te kunnen winnen in zijn vijandschap tegen God en Zijn volk. Brengt hij Job tot een afzweren van God en Zijn dienst, dan denkt hij, heeft hij God overwonnen, den mens beter gekend, dan God den mens kent en tevens heeft hij het kind van God diep, diep ongelukkig gemaakt.
Doch beproef hem ook verder en strek nu uwe hand uit, en tast zijn gebeente en zijn vlees aan door ziekte of smart, of den dood; ik ben er zeker van, dat niet ik, maar Gij zult verloren hebben, Ontwijfelbaar is het, zo hij U niet in Uw aangezicht, zonder vrees, zal zegenen1) (Hoofdstuk 1: 11).
Satan zoekt in de diepste diepte van Jobs hart, dat fijne egoïsme, dat dikwijls zelfs in de meest aan God overgegevene harten verborgen ligt. Satan meent het te kunnen winnen in zijn vijandschap tegen God en Zijn volk. Brengt hij Job tot een afzweren van God en Zijn dienst, dan denkt hij, heeft hij God overwonnen, den mens beter gekend, dan God den mens kent en tevens heeft hij het kind van God diep, diep ongelukkig gemaakt.
En de HEERE, een beter hartenkenner dan Satan, zei tot den Satan, wel wetende, dat ook deze beproeving Job niet er toe zou brengen om God af te zweren: Zie, hij zij in uwe hand; Ik wil de Mijne een tijdlang van hem terugtrekken; doch verschoon zijn leven 1).
Dat satan ook macht over het aardse leven van enen mens kon verkrijgen, heeft zich in den dood van den Heere Jezus geopenbaard. Maar juist deze hoogste mate van zijne vijandschap gaf hem zelven den doodsteek. Van vs. 6 af komt Satan in het gehele Boek niet weer voor. Juist omdat Jobs verzoeking door zijn vasthouden aan zijnen God en door Gods genadige redding met de overwinning van den Satan en de heiliging van Job eindigt. Satan voer in het hart van Judas, die Christus verried en had toestemming om Zijn been en Zijn vlees aan te tasten, zonder uitzondering van Zijn leven, omdat door het doden van Christus verricht moest worden, wat met Job onmogelijk was-namelijk hem, die het geweld des doods had, den duivel te verdelgen.
Verschoon zijn leven. Satan krijgt hier de waarschuwing, om met het leven van Job te rekenen, om dit te sparen. Hij mag hem slaan met boze zweren, met ernstige ziekten, maar aan zijn leven, wat hij van God ontving, mag hij niet komen. Hij mag het leven niet zo kwellen, dat het in den dood uitgestort wordt. Er staat dan ook in den grondtekst niet Chajim (leven), maar nèfesch, het leven, hetwelk met de ziel in verband staat. 7.
V. Vs. 7-10.KruisverwijzingenDeuteronomium 28:35→Job 42:6→Job 1:21→Ezechiël 27:30→Jona 3:6→Jakobus 1:12→Job 30:30→Jesaja 1:6→
— Toen ging de satan uit van het aangezicht des HEEREN, en sloeg Job met boze zweren, van zijn voetzool af tot zijn schedel toe. En hij nam zich een potscherf, om zich daarmede te schrabben, en hij zat neder in het midden der as. Toen zeide zijn huisvrouw tot hem: Houdt gij nog vast aan uw oprechtigheid? Zegen God, en sterf. Maar hij zeide tot haar: Gij spreekt als een der zottinnen spreekt; ja, zouden wij het goede van God ontvangen, en het kwade niet ontvangen? In dit alles zondigde Job met zijn lippen niet.
Satan brengt verder twee zware ellenden over Job, de melaatsheid en den spot zijner vrouw.
Toen ging de Satan uit van het aangezicht, van de plaats der openbaring der heerlijkheid en eeuwige kracht en Godheid des HEREN, en hij sloeg Job met boze zweren, met de zwarte melaatsheid, de vreselijkste soort van deze ziekte (Leviticus 13: 3. Deuteronomium 28: 27 ), van zijne voetzool af tot zijnen schedel toe, zodat het gehele lichaam als met een korst overtrokken was.
En hij, Job, nam zich een potscherf, daar zijne vingers, zijne nagels, dien dienst weigerden om zich daarmee te schrappen, en het onverdraaglijke jeuken dier huid te verzachten en om de etter te verwijderen; en hij zat, als een onreine buiten het dorp neer in het midden der as 1). Hij begaf zich met zijne onreinheid naar de plaats, waar men de onreinheden neerwierp, en treurde daar over het verlies zijner kinderen (Jon. 3: 6).
De ware goddelijke treurigheid ondergaat al het smartelijke als straf voor de zonde, welker laatste bezoldiging, de dood, het terugkeren tot stof, tot asse is; daarom pleegden in de oudheid de treurenden zich in as, het beeld des doods, neer te zetten of het hoofd daarmee te bestrooien (zie vs. 12). In het zeer vruchtbare landschap Haran was men gewoon de mest als voor den landbouw onnuttig, op ene vaste plaats te brengen en daar te verbranden; op zulk een ashoop kan Job wel gezeten hebben.
Job zat neer in de as, in de houding van een boeteling, die ten teken van den afkeer van zich zelven in stof en as lag (vgl. Hoofdstuk 42: 6. Jes. 58: 5). Zo vernederde zich Job onder de machtige hand Gods.
Toen zei zijne huisvrouw (Hoofdstuk 19: 7), die door hare goddeloosheid een gewillig werktuig van den Satan was, tot hem: Houdt gij nog vast, ook nu nog, nadat gij zulk een loon voor uwe godsvrucht verkregen hebt, aan uwe oprechtheid? 1) Hoe meer gij schreeuwt en roept, hoe groter uwe ellende wordt. Waar is nu die God, van wiens roem gij zoveel verhaaldet? Zegen dien God, laat Hem varen (Job 1: 5. (Tob. 2: 15,22), en sterf 1), beneem u zelven het leven, de dood alleen kan u rust geven!
Dat zijn de ware moordsteken des duivels, wanneer hij ons bij ons lijden nog hoon doet ondervinden en ons bespot, en daartoe gene vreemden gebruikt, maar onze liefste beste vrienden, aan welke wij lichaam en leven toevertrouwd hebben, die ons moesten troosten en ons het lieve kruis door hunnen troost en hun medelijden moesten helpen dragen. Dat treft, dat gaat door merg en been, door alle aderen en bloeddroppels in het lichaam. Waarom liet de duivel hem deze vrouw? Omdat hij haar voor een goede zweep hield, om hem gevoeliger door haar dan door iets anders te plagen.
Zij roemt, even als haar heer, de duivel, het goede leven der goddelozen (Hoofdstuk 21: 7. 21.7 Psalm 73: 12) en stelt God voor als een demon, die nijdig is op ‘s mensen geluk. (Genesis 3: 5). Welk een vijandschap tegen God, welk een onbarmhartigheid tegen haren man ligt in hare duivels-sarcastische woorden, die, wanneer zij meer als bespotting zijn, hem tot zelfmoord aanzetten!.
Job’s huisvrouw zoekt nu Job daartoe te brengen, waartoe Satan niet kon. Zij is nu als het ware in dienst van Satan, zij wordt nu door hem gebruikt, opdat de mensenmoorder van den beginne het toch ten slotte zou winnen. Maar ook nu zijn alle zijne pogingen vruchteloos. Ook nu moet hij het tegen God afleggen.
Maar hij, deze zware bestraffing als ene beproeving doorstaande, zei tot haar, vol vertrouwen op God: Gij spreekt als ene der zottinnen {1} spreekt, die niets van God weten, Zijne wegen niet willen verstaan en daarom dwaas en roekeloos handelen. Ja, zouden wij alleen het goede van God ontvangen, en het kwade, de wederwaardigheden, die Hij ons toezendt, niet ontvangen, niet gewillig aannemen, Is Hij niet altijd dezelfde in al Zijn doen (Jak. 1: 16. Rom. 8: 28)! In dit alles zondigde Job met zijne lippen niet, gelijk hij later deed; al dit lijden was hem ene beproeving, waardoor zijne oprechte godsvrucht en zijne overgave aan God zich openbaarden. {1} Job nochtans weerstond en overwon de bezoeking als een kloek en moedig lijder en gaf haar zulk een antwoord, hetwelk toonde, dat hij een onwrikbaar besluit genomen had, om God te blijven aankleven, om goede gedachten te blijven houden van Hem en Zijne voorzienigheid, en om zijne eigene oprechtheid als zijn grootste schat zorgvuldig te bewaren. De Satan mag zijn tong gespaard en hem het vrij gebruik daarvan gelaten hebben, ten einde hij God vloeken mocht, hij zou er zich niet toe laten verleiden, maar veeleer de hand zegenen, die hem dus kastijdde.
In Jobs antwoord merken we op, vooreerst een tedere liefde nog voor zijn huisvrouw, daar hij haar geen zottin noemt, maar tot haar zegt dat zij spreekt als een der zotten, die niets van God weten of willen weten. En vervolgens een kussen van de roede, een goedkeuren van de beproevingen, een gelovig onderwerpen aan het lijden. Hij erkent de vrijmacht Gods, om met het heir des hemels en de inwoners der aarde te doen naar Zijn welbehagen, om goed en kwaad, kwaad en goed toe te zenden. En als wij aan het einde van dit vers lezen, dat Job met zijne lippen, d.i. met woorden niet zondigde, dan wil dit niet zeggen, dat in zijn hart er wel een stille murmureringe werd gehoord, maar dan wordt dit gezegd in tegenstelling van hetgeen later plaats had. 11.
VI. Vs. 11-13.KruisverwijzingenGenesis 50:10→Romeinen 12:15→Ezechiël 27:30→Klaagliederen 2:10→Genesis 25:2→Job 42:11→Jeremia 49:7→Nehemia 9:1→
— Als nu de drie vrienden van Job gehoord hadden al dit kwaad, dat over hem gekomen was, kwamen zij, ieder uit zijn plaats, Elifaz, de Themaniet, en Bildad, de Suhiet, en Zofar, de Naamathiet; en zij waren het eens geworden, dat zij kwamen om hem te beklagen, en om hem te vertroosten. En toen zij hun ogen van verre ophieven, kenden zij hem niet, en hieven hun stem op, en weenden; daartoe scheurden zij een ieder zijn mantel, en strooiden stof op hun hoofden naar den hemel. Alzo zaten zij met hem op de aarde, zeven dagen en zeven nachten; en niemand sprak tot hem een woord, want zij zagen, dat de smart zeer groot was.
Drie vrienden van Job, eveneens vorsten van Uzietische stammen, komen tot hem en maken, terwijl zij eveneens onwetend den Satan tot werktuigen dienen, door hun stom medelijden, dat de ondervondene onheilen voor Job van beproeving verzoeking worden.
Als nu de drie vrienden van Job gehoord hadden 1) al dit kwaad, dat over hem gekomen was, kwamen zij, ieder uit zijne plaats, Elifaz (= God de sterke), de Themaniet 2), en Bildad (= twister), de Suhiet 3), en Zofar (= onbeschaamdheid), de Naämathiet 4); en zij waren het eens geworden, dat zij kwamen om hem te beklagen en om hem te vertroosten5); daartoe kwamen zij op ene bepaalde plaats te zamen en reisden naar Job heen.
Geruchten verspreiden zich onder de rijdende Arabische stammen der woestijn met de snelheid van telegrafische depêches.
Wij kennen drie plaatsen, die den naam van Theman (= zuideroord) dragen. 1. Theman in Edom, beroemd door de wijze zinspreuken van zijne bewoners (Numeri 21: 10 ) 2. Theman, ene Ismaëlitische stad aan de grote Karavanen-straat uit Jemen in West-Arabië naar Syrië (Hoofdstuk 6: 19 ). 3. Theman, aan de oostelijke helling van het Haurangebergte, twee mijlen noordelijk van Busan (Hoofdstuk 32: 2 ), nog heden ene bekende plaats, 8-9 mijlen oostelijk van het Jobs-klooster verwijderd. Wanneer nu ook 1 Kronieken 1: 26, Elifaz, de Edomiet, vader van Theman genoemd wordt, zo kan ons dit, daar de naam Elifaz, even als die van Heman, meermalen zal voorgekomen zijn, niet noodzaken, het land van den vriend van Job naar het Edomietische Theman te verplaatsen, daar het Hauranische met onze mening, omtrent de uitging van het land Uz zo goed overeenstemt, en ook de namen der andere vrienden in Haran gevonden worden.
Suah (= veegsel) is thans niet meer de naam ener stad, maar duidt ene landstreek aan, de vlakte Suwet, ten zuidwesten van de Nukra. Hier ligt aan een bekoorlijk meer, het zogenaamde bronnenmeer (waardoor ene nevenrivier van de Jarmuk vloeit) door ene schone vlakte omgeven, het kasteel Muzerib, waar reeds in de vroegste oudheid, gelijk nog heden, door de Arabieren en andere Oosterlingen tweemalen ieder jaar ene grote markt gehouden werd. Deze vruchtbare streek ongeveer 5 uren ten zuiden van het Jobs-klooster, is volgens oude getuigenissen het land van Bildad.
Naëma (= de liefelijke) komt als de naam van ene stad in Syrië en Palestina wel een dozijn malen voor.
Ook ten noorden van het bronnenmeer, niet ver van Edreï, waar Og van Basan geslagen werd, ligt een Naëma, hetwelk hier goed passen zou.
Alle drie de vrienden zijn bewoners van steden, waaruit te verklaren is, dat zij, als meer overgegeven aan wereldsen omgang, de overleveringen van den godsdienst uit den ouden tijd niet zo getrouw bewaard hebben als Job.
En toen zij hun ogen van verre ophieven, kenden zij hem niet, daar zijne gelaatstrekken door de melaatsheid geheel misvormd waren, enzij hieven hun stem op, en weenden; daartoe scheurden zij een iegelijk zijnen mantel, zijn opperkleed, en strooiden stof op hun hoofden naar den hemel; zij wierpen in ten hemel schreiende smart stof in de hoogte, lieten dit op hun hoofden terugvallen en het gehele lichaam daarmee verontreinigd worden. (Deuteronomium 14: 2 1 Samuel 4: 12).
Alzo zaten zij met hem onder den bloten hemel op de aarde, op een tamelijken afstand, om zijne onreinheid, zeven dagen en zeven nachten 1), zolang als men gewoonlijk om enen dode treurde (Genesis 50: 10. (1 (Samuel 31: 13); en niemand sprak tot hem één woord 2), een liefderijk troostwoord, waardoor zij het wanhopig uitbreken der smart (Hoofdstuk 3) zouden hebben kunnen voorkomen. Zij waren overweldigd door den vreselijken indruk en vol diepe, zwijgende verwondering, want zij zagen, dat de smart, de lichaams- en zielensmart van Job, zeer groot was.
Het is gemakkelijk Christus te volgen naar een feest of ene volle tafel, maar met Hem te blijven in verzoeking, dat wijst den waren discipel aan. Menigeen ziet het bezoeken van vrienden, die in nood zijn, alleen als een compliment aan; wij moeten het als een plicht beschouwen; Christus dringt daarop aan, als op ene van die zichtbare plichtsbetrachtingen, die Hij wil zegenen (MATTHEUS. 25: 36). Christus is niet ziek in Zijn persoon. Hij is in den hemel, waar gene zonde is, daarom zal Hem gene ziekte naderen. Hij bedoelt ziekte bij Zijne leden, vriendelijkheid en hulp aan deze, ziet Hij aan als Hem zelven aangedaan. Het is een punt van den godsdienst, dat de waarheid der godsvrucht aanwijst-indien godsvrucht in het hart leeft, zal deze vrucht in het leven gezien worden. Hun visite was niet, volgens de hedendaagse mode, zeer kort en om maar even eens te zien of te horen, hoe de zieke of ellendige lijder te moede was, en dan maar weer heen te gaan; neen, zij toonden, dat ze geen rust nog duur zouden hebben, indien ze naar huis keerden, terwijl hun vriend in zulk een deerniswaardigen toestand was, daarom besluiten ze te blijven, om het uiteinde of de beterschap van hun vriend tegemoet te zien, nemende hun intrek dicht bij hem, op hun eigene kosten, naardien hij nu niet in staat was, om hen gelijk misschien dikwijls te voren, te herbergen.
Ziet deze mannen hoe liefelijk zij verschijnen op de plaats der ellende! Zijn niet zij, die zulk een geest van liefde voor hunnen vriend betonen, een recht voorbeeld ter navolging? En toch, wij hebben een schoner voorbeeld dan hen, in onzen Heere Jezus Christus zelven die, toen Hij onzen gevallen staat zag, van den hemel neerkwam, om ons te zoeken en zalig te maken. Ja, “Hij die rijk was, is om onzentwil arm geworden, opdat wij door Zijne armoede zouden rijk worden.” Welke ene wondervolle genade was hier; en bovendien heeft Hij, als onze grote Hogepriester, medelijden met onze zwakheden, daar Hij in alles verzocht is geweest als wij, opdat Hij ons zou te hulpe komen in onze verzoekingen. Indien dan het voorbeeld van Jobs vrienden niet genoegzaam is om ons medelijden voor anderen in te storten, laat ons de vriendelijkheid, die in Christus was, zoeken. Laat in ons het beginsel van liefde zijn gelijk ene bron, altijd gereed het ogenblik aan te grijpen, dat tot het verrichten van ene goede daad is gegeven.
Dan vooral, als wij tot lijdenden gaan, is wijsheid nodig, die God den biddenden geeft. Beklaagd te worden door zijns gelijken maakt ongeduldig, en te meer was het voor Job een des te scherper prikkel, daar hij tegenover hen gestaan had als een man van ene uitblinkende gerechtigheid, terwijl hij als een melaatse zich nu als ver beneden hen staande moet aanzien. Job gevoelt zijn ongeluk nu eerst in de volste mate en gevoelt tegenover zijne vrienden niets dan zijn ongeluk. Dit en niets meer is de inhoud van Hoofdstuk 3. Dan eerst komen zijne vrienden met hun verwijtingen, en dan eerst ten gevolge dezer verwijtingen komt de verzoeking in volle mate. De verzoeking van Job wordt door zijne vrienden bewerkt; zij brengen door hun tegenwoordigheid te weeg, dat de ziel van Job uitsluitend op zijne ellende gericht wordt en door hun verwijtingen, dat hij zijne onschuld hoe langer hoe sterker beweert, over het misverstand van zijne vrienden klaagt, en met hen en eindelijk zelfs met God wil rechten. Hoe dikwijls maken wij dergelijke ervaringen in het klein! Hoe dikwijls treffen wij aan God overgegevene, geduldig lijdende zieken aan, die zo lang zij onaangesproken, onbeklaagd blijven, ook geduldig en op God vertrouwende blijven; zodra echter ongepast, werelds bespreken van hun toestand, ondoeltreffend, werelds troosten, verkeerd, hoe goed overigens ook gemeend, vragen naar oorzaak en aanleiding van het kwaad, kortzichtig vermoeden, van waar het zou komen enz. begint, zo worden zij ongeduldig, ja verbitterd en verstoord. Eenzaam te lijden is voor ene sterke ziel veel gemakkelijker, ook zedelijk veel voordeliger, dan te lijden onder de slechte vertroosters. Wel is waar bij Job weegt het zedelijk voordeel, dat hij tot erkentenis en berouw komt over de door de vrienden aan het licht gebrachte zonde, over die fijne eigengerechtigheid, zeer tegen het zedelijk nadeel, dat deze zonde door hen opgewekt werd, op.
Tegenover de ontzettende ondervindingen van Job, die bij het onveranderlijk bewustzijn van zijne onschuld in de redenen van zijne vrienden noch troost, noch enige nieuwe lering over de Goddelijke regering en de verborgene oorzaken van zijn vreselijk lijden vinden kan, openbaren de vrienden allengs meer duidelijk het onvoldoende van hun bewijsvoering, terwijl hun redenen telken reize lediger van inhoud en korter worden; de tweede weet in den derden strijd alleen nog maar ene algemene stelling te herhalen, de derde weet niets meer voor te brengen.
Wij menen eindelijk nog daaraan te moeten herinneren, dat de redenen van Job het met zonde verbondene, ja het uit de zonde voortkomende worstelen van ene gelovige ziel in de aanvechting des geloofs voorstellen; dat de drie vrienden van hun vals standpunt over de oorzaken van het lijden in deze wereld schermutselen, en alzo die uitspraken elk in ‘t bijzonder uit het verband gerukt, niet als openbaring van eeuwige, Goddelijke waarheid mogen opgelost worden. Men moet dit niet zo opvatten, alsof deze drie mannen gedurende al dien tijd sprakeloos bij Job neder zaten zonder te bewegen; maar dat zij dien tijd meren deels doorbrachten met rouwklagen zonder met Job te spreken over hetgeen, waartoe zij eigenlijk gekomen waren. Daarenboven kunnen de smarten van Job gedurende deze zeven dagen wel zo hooggaande geweest zijn, dat hij niet in staat was om geregeld te spreken, noch met enige opmerkzaamheid naar hun voorstellen te horen.
Ook dit was een zware beproeving voor den lijder. Zij kwamen om hem te troosten, maar spraken geen enkel troostwoord. Alles verliest Job nu, zijn goed, zijne kinderen, de deelneming van zijne huisvrouw en die van zijne vrienden. Hoog stijgt de nood en ellende. En ziet, waar hij tot nog toe Gode de eer moest geven, daar wordt nu uit zijn mond een woord vernomen, waardoor hij tot zondigen kwam, niet tot de daad, die Satan bedoeld had, maar wel tot een zondigen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel