Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jesaja 9

1 Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen, die wonen in het land van de schaduw des doods, over dezelve zal een licht schijnen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Het volkH5971, dat in duisternisH2822 wandeltH1980, zal een grootH1419 licht zienH7200; degenen, die wonenH3427 in het landH776 van de schaduw des doods, overH5921 dezelve zal een licht schijnenH5050. Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen, die wonen in het land van de schaduw des doods, over dezelve zal een licht schijnen.

Ook in dit vers lichtH216 lichtH216 schaduw doodsH6757

KJV Nevertheless the dimness shall not be such as was in her vexation, when at the first he lightly afflicted the land8 of Zebulun and the land of Naphtali, and afterward did more grievously afflict her by the way of the sea, beyond Jordan, in Galilee of the nations.

1 הָעָם֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 2 הַהֹלְכִ֣ים H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 3 בַּחֹ֔שֶׁךְ H2822 duisternis, duister, Duisternis dark(-ness), night, obscurity 4 רָא֖וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 5 א֣וֹר H216 licht, Licht, lichten bright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun 6 גָּד֑וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 7 יֹשְׁבֵי֙ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 8 בְּאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 9 צַלְמָ֔וֶת H6757 schaduw doods, doods schaduw, doodsschaduw shadow of death 10 א֖וֹר H216 licht, Licht, lichten bright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun 11 נָגַ֥הּ H5050 schijnen, opklaren, glinsteren (en-) lighten, (cause to) shine 12 עֲלֵיהֶֽם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Gij hebt dit volk vermenigvuldigd, maar Gij hebt de blijdschap niet groot gemaakt; zij zullen nochtans blijde wezen voor Uw aangezicht, gelijk men zich verblijdt in den oogst, gelijk men verheugd is, wanneer men de buit uitdeelt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Gij hebt dit volkH5971 vermenigvuldigdH7235, maar Gij hebt de blijdschap niet grootH1431 gemaakt; zij zullen nochtans blijdeH8055 wezen voor Uw aangezicht, gelijk men zich verblijdt in den oogstH7105, gelijk men verheugdH1523 is, wanneer men de buitH7998 uitdeeltH2505. Gij hebt dit volk vermenigvuldigd, maar Gij hebt de blijdschap niet groot gemaakt; zij zullen nochtans blijde wezen voor Uw aangezicht, gelijk men zich verblijdt in den oogst, gelijk men verheugd is, wanneer men de buit uitdeelt.

Ook in dit vers heidenenH1471 aangezichtH6440 blijdschapH8057 verblijdtH8057

KJV The people that walked in darkness have seen a great light: they that dwell in the land of the shadow of death, upon them hath the light shined.

1 הִרְבִּ֣יתָ H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 2 הַגּ֔וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 3 ל֖וֹ 4 הִגְדַּ֣לְתָּ H1431 groot, groter, maakt advance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower 5 הַשִּׂמְחָ֑ה H8057 blijdschap, vreugde, vrolijkheid [idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing) 6 שָׂמְח֤וּ H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 7 לְפָנֶ֨יךָ֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 8 כְּשִׂמְחַ֣ת H8057 blijdschap, vreugde, vrolijkheid [idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing) 9 בַּקָּצִ֔יר H7105 oogst, oogstes, tak bough, branch, harvest (man) 10 כַּאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 יָגִ֖ילוּ H1523 verheugen, verheugt, verheuge be glad, joy, be joyful, rejoice 12 בְּחַלְּקָ֥ם H2505 delen, uitgedeeld, verdeeld deal, distribute, divide, flatter, give, (have, im-) part(-ner), take away a portion, receive, separate self, (be) smooth(-er) 13 שָׁלָֽל H7998 buit, roof, roofs prey, spoil

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Want het juk van hun last, en den stok hunner schouders, en den staf desgenen, die hen dreef, hebt Gij verbroken, gelijk ten dage der Midianieten;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 WantH3588 het jukH5923 van hun lastH5448, en den stok hunner schoudersH7926, en den staf desgenen, die hen dreefH5065, hebt Gij verbrokenH2865, gelijk ten dageH3117 der MidianietenH4080; Want het juk van hun last, en den stok hunner schouders, en den staf desgenen, die hen dreef, hebt Gij verbroken, gelijk ten dage der Midianieten;

Ook in dit vers stokH4294 stafH7626

KJV Thou hast multiplied the nation, and not increased the joy: they joy before thee according to the joy in harvest, and as men rejoice when they divide the spoil.

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 עֹ֣ל H5923 juk, juks, maaktet juk yoke 4 סֻבֳּל֗וֹ H5448 last burden 5 וְאֵת֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 מַטֵּ֣ה H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe 7 שִׁכְמ֔וֹ H7926 schouder, schouderen, Sichem back, [idiom] consent, portion, shoulder 8 שֵׁ֖בֶט H7626 stammen, stam, roede [idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe 9 הַנֹּגֵ֣שׂ H5065 drijvers, aandrijvers, drijver distress, driver, exact(-or), oppress(-or), [idiom] raiser of taxes, taskmaster 10 בּ֑וֹ 11 הַחִתֹּ֖תָ H2865 ontzet, verbroken, verschrikt abolish, affright, be (make) afraid, amaze, beat down, discourage, (cause to) dismay, go down, scare, terrify 12 כְּי֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 13 מִדְיָֽן H4080 Midianieten, Midian Midian, Midianite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Toen de ganse strijd dergenen, die streden, met gedruis geschiedde, en de klederen in het bloed gewenteld en verbrand werden, tot een voedsel des vuurs.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Toen de ganseH3605 strijdH5430 dergenen, die streden, met gedruisH7494 geschiedde, en de klederenH8071 in het bloedH1818 gewenteldH1556 en verbrandH8316 werden, tot een voedselH3980 des vuursH784. Toen de ganse strijd dergenen, die streden, met gedruis geschiedde, en de klederen in het bloed gewenteld en verbrand werden, tot een voedsel des vuurs.

KJV For thou hast broken the yoke of his burden, and the staff of his shoulder, the rod of his oppressor, as in the day of Midian.

1 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 סְאוֹן֙ H5430 strijd battle 4 סֹאֵ֣ן H5431 warrior 5 בְּרַ֔עַשׁ H7494 aardbeving, beven, ruising commotion, confused noise, earthquake, fierceness, quaking, rattling, rushing, shaking 6 וְשִׂמְלָ֖ה H8071 klederen, kleed, kleding apparel, cloth(-es, -ing), garment, raiment. Compare H8008 (שַׂלְמָה) 7 מְגוֹלָלָ֣ה H1556 Wentel, gewenteld, wentelt commit, remove, roll (away, down, together), run down, seek occasion, trust, wallow 8 בְדָמִ֑ים H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 9 וְהָיְתָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 לִשְׂרֵפָ֖ה H8316 brand, branding, brands burning 11 מַאֲכֹ֥לֶת H3980 voedsel fuel 12 אֵֽשׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 WantH3588 een Kind is ons geborenH3205, een ZoonH1121 is ons gegevenH5414, en de heerschappijH4951 is opH5921 Zijn schouderH7926; en men noemtH7121 Zijn naamH8034 WonderlijkH6382, RaadH3289, SterkeH1368 GodH410, VaderH1 der eeuwigheidH5703, VredevorstH8269; Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst;

Ook in dit vers KindH3206 vredesH7965

KJV For every battle of the warrior is with confused noise, and garments rolled in blood; but this shall be with burning and fuel of fire.

1 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 יֶ֣לֶד H3206 kinderen, kind, jongelingen boy, child, fruit, son, young man (one) 3 יֻלַּד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 4 לָ֗נוּ 5 בֵּ֚ן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 נִתַּן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 לָ֔נוּ 8 וַתְּהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 הַמִּשְׂרָ֖ה H4951 heerschappij government 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 שִׁכְמ֑וֹ H7926 schouder, schouderen, Sichem back, [idiom] consent, portion, shoulder 12 וַיִּקְרָ֨א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 13 שְׁמ֜וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 14 פֶּ֠לֶא H6382 wonder, wonderen, wonderbaarlijk marvellous thing, wonder(-ful, -fully) 15 יוֹעֵץ֙ H3289 raad, beraadslaagd, geraden advertise, take advise, advise (well), consult, (give, take) counsel(-lor), determine, devise, guide, purpose 16 אֵ֣ל H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.' 17 גִּבּ֔וֹר H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 18 אֲבִי H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 19 עַ֖ד H5703 eeuwigheid, altoos, eeuwiglijk eternity, ever(-lasting, -more), old, perpetually, [phrase] world without end 20 שַׂר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 21 שָׁלֽוֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Der grootheid dezer heerschappij en des vredes zal geen einde zijn op den troon van David en in zijn koninkrijk, om dat te bevestigen, en dat te sterken met gericht en met gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid toe. De ijver des HEEREN der heirscharen zal zulks doen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Der grootheidH4766 dezer heerschappijH4951 en des vredesH7965 zal geenH369 eindeH7093 zijn opH5921 den troonH3678 van DavidH1732 en in zijn koninkrijkH4467, om dat te bevestigenH3559, en dat te sterkenH5582 met gericht en met gerechtigheid, van nuH6258 aan totH5704 in eeuwigheidH5703 toe. De ijverH7068 des HEERENH3068 der heirscharenH6635 zal zulks doenH6213. Der grootheid dezer heerschappij en des vredes zal geen einde zijn op den troon van David en in zijn koninkrijk, om dat te bevestigen, en dat te sterken met gericht en met gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid toe. De ijver des HEEREN der heirscharen zal zulks doen.

Ook in dit vers gerichtH4941 eeuwigheidH5769 gerechtigheidH6666

KJV For unto us a child is born, unto us a son is given: and the government2 shall be upon his shoulder: and his name shall be called Wonderful, Counsellor, The mighty God, The everlasting Father, The Prince of Peace.

1 לְמַרְבֵּ֨ה H4766 grootheid, overvloedigen great, increase 2 הַמִּשְׂרָ֜ה H4951 heerschappij government 3 וּלְשָׁל֣וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 4 אֵֽין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 5 קֵ֗ץ H7093 einde, uiterste [phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 כִּסֵּ֤א H3678 troon, stoel, troons seat, stool, throne 8 דָוִד֙ H1732 David, Davids David 9 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 מַמְלַכְתּ֔וֹ H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal 11 לְהָכִ֤ין H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 12 אֹתָהּ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 וּֽלְסַעֲדָ֔הּ H5582 Sterk, sterkt, Ondersteun comfort, establish, hold up, refresh self, strengthen, be upholden 14 בְּמִשְׁפָּ֖ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 15 וּבִצְדָקָ֑ה H6666 gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheid justice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness) 16 מֵעַתָּה֙ H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 17 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 18 עוֹלָ֔ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 19 קִנְאַ֛ת H7068 ijver, ijveringen, ijvers envy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal 20 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 21 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 22 תַּעֲשֶׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 23 זֹּֽאת H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 De Heere heeft een woord gezonden in Jakob, en het is gevallen in Israel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 De HeereH136 heeft een woordH1697 gezondenH7971 in JakobH3290, en het is gevallenH5307 in IsraelH3478. De Heere heeft een woord gezonden in Jakob, en het is gevallen in Israel.

KJV Of the increase of his government and peace there shall be no end, upon the throne of David, and upon his kingdom, to order it, and to establish it with judgment and with justice from henceforth even for ever. The zeal of the LORD of hosts will perform

1 דָּבָ֛ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 2 שָׁלַ֥ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 3 אֲדֹנָ֖י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 4 בְּיַעֲקֹ֑ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 5 וְנָפַ֖ל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 6 בְּיִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En al dit volk zal het gewaar worden, Efraim en de inwoner van Samaria; in hoogmoed en grootsheid des harten, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En alH3605 dit volkH5971 zal het gewaarH3045 worden, EfraimH669 en de inwonerH3427 van SamariaH8111; in hoogmoedH1346 en grootsheidH1433 des hartenH3824, zeggendeH559: En al dit volk zal het gewaar worden, Efraim en de inwoner van Samaria; in hoogmoed en grootsheid des harten, zeggende:

KJV The Lord sent a word into Jacob, and it hath lighted upon Israel.

1 וְיָדְעוּ֙ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 2 הָעָ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 כֻּלּ֔וֹ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 אֶפְרַ֖יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 5 וְיוֹשֵׁ֣ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 6 שֹׁמְר֑וֹן H8111 Samaria Samaria 7 בְּגַאֲוָ֛ה H1346 hoogmoed, hoogheid, hovaardij excellency, haughtiness, highness, pride, proudly, swelling 8 וּבְגֹ֥דֶל H1433 grootheid, grootsheid, grootte greatness, stout(-ness) 9 לֵבָ֖ב H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 10 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 De tichelstenen zijn gevallen, maar met uitgehouwen stenen zullen wij wederom bouwen; de wilde vijgebomen zijn afgehouwen, maar wij zullen ze in cederen veranderen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 De tichelstenenH3843 zijn gevallenH5307, maar met uitgehouwen stenenH1496 zullen wij wederom bouwenH1129; de wilde vijgebomenH8256 zijn afgehouwenH1438, maar wij zullen ze in cederenH730 veranderenH2498; De tichelstenen zijn gevallen, maar met uitgehouwen stenen zullen wij wederom bouwen; de wilde vijgebomen zijn afgehouwen, maar wij zullen ze in cederen veranderen;

KJV And all the people shall know, even Ephraim and the inhabitant of Samaria, that say in the pride and stoutness of heart,

1 לְבֵנִ֥ים H3843 tichelstenen, tichel, tichelen (altar of) brick, tile 2 נָפָ֖לוּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 3 וְגָזִ֣ית H1496 gehouwen, gehouwen stenen, uitgehouwen stenen hewed, hewn stone, wrought 4 נִבְנֶ֑ה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 5 שִׁקְמִ֣ים H8256 wilde vijgebomen, wilde vijgen sycamore (fruit, tree) 6 גֻּדָּ֔עוּ H1438 afgehouwen, afgesneden, afhouwen cut (asunder, in sunder, down, off), hew down 7 וַאֲרָזִ֖ים H730 cederen, ceder, cederenhout cedar (tree) 8 נַחֲלִֽיף H2498 veranderen, veranderd, veranderde abolish, alter, change, cut off, go on forward, grow up, be over, pass (away, on, through), renew, sprout, strike through
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Want de HEERE zal Rezins tegenpartijders tegen hem verheffen, en Hij zal zijn vijanden samen vermengen:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Want de HEEREH3068 zal RezinsH7526 tegenpartijdersH6862 tegenH5921 hem verheffenH7682, en Hij zal zijn vijanden samen vermengenH5526: Want de HEERE zal Rezins tegenpartijders tegen hem verheffen, en Hij zal zijn vijanden samen vermengen:

Ook in dit vers vijandenH341

KJV The bricks are fallen down, but we will build with hewn stones: the sycomores are cut down, but we will change them into cedars.

1 וַיְשַׂגֵּ֧ב H7682 verheven, hoog, zette hoog vertrek defend, exalt, be excellent, (be, set on) high, lofty, be safe, set up (on high), be too strong 2 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 צָרֵ֥י H6862 wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijders adversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble 5 רְצִ֖ין H7526 Rezin, Rezins Rezin 6 עָלָ֑יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 אֹיְבָ֖יו H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 9 יְסַכְסֵֽךְ H5526 bedekt, bedekken, bedekkende cover, defence, defend, hedge in, join together, set, shut up
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 De Syriers van voren, en de Filistijnen van achteren, dat zij Israel opeten met vollen mond. Om dit alles keert Zijn toorn zich niet af, maar Zijn hand is nog uitgestrekt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 De SyriersH758 van vorenH6924, en de FilistijnenH6430 van achterenH268, dat zij IsraelH3478 opetenH398 met vollen mondH6310. Om dit alles keert Zijn toornH639 zich nietH3808 af, maar Zijn handH3027 is nogH5750 uitgestrektH5186. De Syriers van voren, en de Filistijnen van achteren, dat zij Israel opeten met vollen mond. Om dit alles keert Zijn toorn zich niet af, maar Zijn hand is nog uitgestrekt.

KJV Therefore the LORD shall set up the adversaries of Rezin against him, and join his enemies together;

1 אֲרָ֣ם H758 Syriers, Syrie, Aram Aram, Mesopotamia, Syria, Syrians 2 מִקֶּ֗דֶם H6924 oosten, ouds, oostwaarts aforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה) 3 וּפְלִשְׁתִּים֙ H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 4 מֵֽאָח֔וֹר H268 achterwaarts, achteren, achterste after(-ward), back (part, -side, -ward), hereafter, (be-) hind(-er part), time to come, without 5 וַיֹּאכְל֥וּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 8 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 פֶּ֑ה H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 10 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 זֹאת֙ H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 12 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 שָׁ֣ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 14 אַפּ֔וֹ H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 15 וְע֖וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 16 יָד֥וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 17 נְטוּיָֽה H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Want dit volk keert zich niet tot Dien, Die het slaat, en den HEERE der heirscharen zoeken zij niet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Want dit volkH5971 keert zich niet totH5704 Dien, Die het slaatH5221, en den HEEREH3068 der heirscharenH6635 zoekenH1875 zij niet. Want dit volk keert zich niet tot Dien, Die het slaat, en den HEERE der heirscharen zoeken zij niet.

Ook in dit vers allesH7725

KJV The Syrians before, and the Philistines behind; and they shall devour Israel with open mouth. For all this his anger is not turned away,3 but his hand is stretched out still.

1 וְהָעָ֥ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 2 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 שָׁ֖ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 4 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 5 הַמַּכֵּ֑הוּ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 6 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 9 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 דָרָֽשׁוּ H1875 zoeken, vragen, gezocht ask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Daarom zal de HEERE afhouwen uit Israel den kop en den staart, den tak en de bieze, op een dag.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Daarom zal de HEEREH3068 afhouwenH3772 uit IsraelH3478 den kopH7218 en den staartH2180, den takH3712 en de biezeH100, op eenH259 dagH3117. Daarom zal de HEERE afhouwen uit Israel den kop en den staart, den tak en de bieze, op een dag.

KJV For the people turneth not unto him that smiteth them, neither do they seek the LORD2 of hosts.

1 וַיַּכְרֵ֨ת H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 2 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 מִיִּשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 רֹ֧אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 5 וְזָנָ֛ב H2180 staart, staarten tail 6 כִּפָּ֥ה H3712 tak branch 7 וְאַגְמ֖וֹן H100 bieze, ruimen ketel bulrush, caldron, hook, rush 8 י֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 אֶחָֽד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 (De oude en aanzienlijke, die is de kop; maar de profeet, die valsheid leert, die is de staart.)
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 (De oudeH2205 en aanzienlijke, die is de kopH7218; maar de profeetH5030, die valsheidH8267 leertH3384, dieH1931 is de staartH2180.) (De oude en aanzienlijke, die is de kop; maar de profeet, die valsheid leert, die is de staart.)

KJV Therefore the LORD will cut off from Israel head5 and tail,10 branch and rush, in one day.

1 זָקֵ֥ן H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 2 וּנְשׂוּא H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 3 פָנִ֖ים H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 4 ה֣וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 5 הָרֹ֑אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 6 וְנָבִ֥יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 7 מֽוֹרֶה H3384 leren, schieten, schutters ([phrase]) archer, cast, direct, inform, instruct, lay, shew, shoot, teach(-er,-ing), through 8 שֶּׁ֖קֶר H8267 leugen, valse, valsheid without a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully 9 ה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 10 הַזָּנָֽב H2180 staart, staarten tail
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Want de leiders dezes volks zijn verleiders, en die van hen geleid worden, worden ingeslokt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Want de leiders dezes volksH5971 zijnH1961 verleidersH8582, en dieH2088 van hen geleid worden, worden ingesloktH1104. Want de leiders dezes volks zijn verleiders, en die van hen geleid worden, worden ingeslokt.

Ook in dit vers geleidH833 leidersH833

KJV The ancient and honourable, he is the head; and the prophet that teacheth lies, he is the tail.

1 וַיִּֽהְי֛וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 מְאַשְּׁרֵ֥י H833 gelukzalig, welgelukzalig roemen, achten (call, be) bless(-ed, happy), go, guide, lead, relieve 3 הָֽעָם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 הַזֶּ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 5 מַתְעִ֑ים H8582 dwalen, dolen, verleid (cause to) go astray, deceive, dissemble, (cause to, make to) err, pant, seduce, (make to) stagger, (cause to) wander, be out of the way 6 וּמְאֻשָּׁרָ֖יו H833 gelukzalig, welgelukzalig roemen, achten (call, be) bless(-ed, happy), go, guide, lead, relieve 7 מְבֻלָּעִֽים H1104 verslonden, verslinden, verslond cover, destroy, devour, eat up, be at end, spend up, swallow down (up)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Daarom zal zich de Heere niet verblijden over hun jongelingen, en hunner wezen en hunner weduwen zal Hij zich niet ontfermen, want zij zijn allen te zamen huichelaars en boosdoeners, en alle mond spreekt dwaasheid. Om dit alles keert Zijn toorn zich niet af, maar Zijn hand is nog uitgestrekt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 DaaromH3651 zal zich de HeereH136 niet verblijdenH8055 over hun jongelingenH970, en hunner wezen en hunner weduwenH490 zal Hij zich niet ontfermenH7355, want zij zijn allen te zamen huichelaarsH2611 en boosdoenersH7489, en alle mondH6310 spreektH1696 dwaasheidH5039. Om ditH2063 alles keert Zijn toornH639 zich niet af, maar Zijn handH3027 is nogH5750 uitgestrektH5186. Daarom zal zich de Heere niet verblijden over hun jongelingen, en hunner wezen en hunner weduwen zal Hij zich niet ontfermen, want zij zijn allen te zamen huichelaars en boosdoeners, en alle mond spreekt dwaasheid. Om dit alles keert Zijn toorn zich niet af, maar Zijn hand is nog uitgestrekt.

Ook in dit vers allesH7725

KJV For the leaders of this people cause them to err; and they that are led of them are destroyed.

1 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 כֵּ֨ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 בַּחוּרָ֜יו H970 jongelingen, jongeling, Jongelingen (choice) young (man), chosen, [idiom] hole 5 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 יִשְׂמַ֣ח H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 7 אֲדֹנָ֗י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 8 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 יְתֹמָ֤יו H3490 wees, niemand, rechtzaak fatherless (child), orphan 10 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 אַלְמְנֹתָיו֙ H490 weduwe, weduwen, weduwvrouw desolate house (palace), widow 12 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 יְרַחֵ֔ם H7355 ontfermen, ontferme, Ontfermer have compassion (on, upon), love, (find, have, obtain, shew) mercy(-iful, on, upon), (have) pity, Ruhamah, [idiom] surely 14 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 כֻלּוֹ֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 חָנֵ֣ף H2611 huichelaars, huichelaar, huichelachtig hypocrite(-ical) 17 וּמֵרַ֔ע H7489 kwaad, boosdoeners, kwalijk afflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse 18 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 19 פֶּ֖ה H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 20 דֹּבֵ֣ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 21 נְבָלָ֑ה H5039 dwaasheid, dwaas folly, vile, villany 22 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 23 זֹאת֙ H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 24 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 25 שָׁ֣ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 26 אַפּ֔וֹ H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 27 וְע֖וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 28 יָד֥וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 29 נְטוּיָֽה H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Want de goddeloosheid brandt als vuur, doornen en distelen zal zij verteren, en zal aansteken de verwarde struiken des wouds, die zich verheven hebben als de verheffing des rooks.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Want de goddeloosheidH7564 brandtH1197 als vuurH784, doornen en distelen zal zij verterenH398, en zal aansteken de verwarde struikenH5442 des woudsH3293, die zich verhevenH55 hebben als de verheffingH1348 des rooksH6227. Want de goddeloosheid brandt als vuur, doornen en distelen zal zij verteren, en zal aansteken de verwarde struiken des wouds, die zich verheven hebben als de verheffing des rooks.

Ook in dit vers aanstekenH3341 distelenH7898 doornenH8068

KJV Therefore the Lord shall have no joy in their young men, neither shall have mercy on their fatherless and widows: for every one is an hypocrite and an evildoer, and every mouth speaketh folly. For all this his anger is not turned away, but his hand is stretched out still.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 בָעֲרָ֤ה H1197 wegdoen, branden, aangestoken be brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste 3 כָאֵשׁ֙ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 4 רִשְׁעָ֔ה H7564 goddeloosheid, onrechtvaardigheid fault, wickedly(-ness) 5 שָׁמִ֥יר H8068 doornen, diamant, distelen adamant (stone), brier, diamond 6 וָשַׁ֖יִת H7898 distelen, doornen, distel thorns 7 תֹּאכֵ֑ל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 8 וַתִּצַּת֙ H3341 aansteken, aangestoken, verbrand burn (up), be desolate, set (on) fire (fire), kindle 9 בְּסִֽבְכֵ֣י H5442 verwarde struiken, dichtigheid thick(-et) 10 הַיַּ֔עַר H3293 woud, wouds, wouden (honey-) comb, forest, wood 11 וַיִּֽתְאַבְּכ֖וּ H55 verheven mount up 12 גֵּא֥וּת H1348 hoogheid, hovaardige, heerlijke excellent things, lifting up, majesty, pride, proudly, raging 13 עָשָֽׁן H6227 rook, Rook, rokende smoke(-ing)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Vanwege de verbolgenheid des HEEREN der heirscharen, zal het land verduisterd worden; en het volk zal zijn als een voedsel des vuurs: de een zal den ander niet verschonen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Vanwege de verbolgenheidH5678 des HEERENH3068 der heirscharenH6635, zal het landH776 verduisterdH6272 worden; en het volk zal zijnH1961 als een voedselH3980 des vuursH784: de een zal den ander nietH3808 verschonenH2550. Vanwege de verbolgenheid des HEEREN der heirscharen, zal het land verduisterd worden; en het volk zal zijn als een voedsel des vuurs: de een zal den ander niet verschonen.

Ook in dit vers volksH5971 anderH251

KJV For wickedness burneth as the fire:9 it shall devour the briers and thorns, and shall kindle in the thickets of the forest, and they shall mount up like the lifting up of smoke.

1 בְּעֶבְרַ֛ת H5678 verbolgenheid, verbolgenheden anger, rage, wrath 2 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 4 נֶעְתַּ֣ם H6272 verduisterd be darkened 5 אָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 וַיְהִ֤י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 הָעָם֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 8 כְּמַאֲכֹ֣לֶת H3980 voedsel fuel 9 אֵ֔שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 10 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 11 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 אָחִ֖יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 13 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 יַחְמֹֽלוּ H2550 verschonen, sparen, verschoonde have compassion, (have) pity, spare
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Zo hij ter rechterhand snijdt, zal hij toch hongeren, en zo hij ter linkerhand eet, zal hij toch niet verzadigd worden; een iegelijk zal het vlees zijns arms eten;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Zo hij ter rechterhandH3225 snijdtH1504, zal hij toch hongerenH7456, en zo hij ter linkerhandH8040 eet, zal hij toch nietH3808 verzadigdH7646 worden; een iegelijkH376 zal het vleesH1320 zijns armsH2220 eten; Zo hij ter rechterhand snijdt, zal hij toch hongeren, en zo hij ter linkerhand eet, zal hij toch niet verzadigd worden; een iegelijk zal het vlees zijns arms eten;

Ook in dit vers verterenH398 eetH398

KJV Through the wrath of the LORD of hosts is the land darkened, and the people shall be as the fuel of the fire: no man10 shall spare his brother.

1 וַיִּגְזֹ֤ר H1504 afgesneden, Doorsnijdt, afscheuren cut down (off), decree, divide, snatch 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 יָמִין֙ H3225 rechterhand, rechter, rechterschouder [phrase] left-handed, right (hand, side), south 4 וְרָעֵ֔ב H7456 hongeren, honger, hongerde (suffer to) famish, (be, have, suffer, suffer to) hunger(-ry) 5 וַיֹּ֥אכַל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 שְׂמֹ֖אול H8040 linkerhand, linkerzijde, linker left (hand, side) 8 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 שָׂבֵ֑עוּ H7646 verzadigd, verzadigen, verzadigt have enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of 10 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 11 בְּשַׂר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 12 זְרֹע֖וֹ H2220 arm, armen, arms arm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength 13 יֹאכֵֽלוּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Manasse Efraim, en Efraim Manasse, en zij zullen te zamen tegen Juda zijn. Om dit alles keert Zijn toorn zich niet af, maar Zijn hand is nog uitgestrekt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Manasse Efraim, en Efraim Manasse, en zijH1992 zullen te zamen tegenH5921 JudaH3063 zijn. Om ditH2063 alles keert Zijn toornH639 zich nietH3808 af, maar Zijn handH3027 is nogH5750 uitgestrektH5186. Manasse Efraim, en Efraim Manasse, en zij zullen te zamen tegen Juda zijn. Om dit alles keert Zijn toorn zich niet af, maar Zijn hand is nog uitgestrekt.

KJV And he shall snatch on the right hand, and be hungry; and he shall eat on the left hand, and they shall not be satisfied: they shall eat every man the flesh of his own arm:

1 מְנַשֶּׁ֣ה H4519 Manasse Manasseh 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 אֶפְרַ֗יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 4 וְאֶפְרַ֨יִם֙ H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 מְנַשֶּׁ֔ה H4519 Manasse Manasseh 7 יַחְדָּ֥ו H3162 samen, tezamen alike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal 8 הֵ֖מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 יְהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 11 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 זֹאת֙ H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 13 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 שָׁ֣ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 15 אַפּ֔וֹ H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 16 וְע֖וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 17 יָד֥וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 18 נְטוּיָֽה H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jesaja 9:1 2 Koningen 15:29 Mattheüs 4:15 Jesaja 8:22 2 Kronieken 16:4 Leviticus 26:24 2 Koningen 17:5 1 Koningen 15:19 Leviticus 26:28
Jesaja 9:2 Mattheüs 4:16 Efeze 5:8 Lukas 1:78 Lukas 2:32 Johannes 8:12 Job 10:21 Johannes 12:46 1 Johannes 1:5
Jesaja 9:3 Psalmen 119:162 1 Samuël 30:16 Jesaja 65:18 Jesaja 66:10 Jesaja 26:15 Psalmen 4:7 Jesaja 35:10 Jesaja 25:9
Jesaja 9:4 Jesaja 14:25 Jesaja 10:26 Nahum 1:13 Richteren 8:10 Richteren 7:22 Jesaja 54:14 Jesaja 10:5 Psalmen 83:9
Jesaja 9:5 2 Thessalonicenzen 1:8 Handelingen 2:19 Ezechiël 39:8 Nahum 3:2 Jesaja 30:33 Jesaja 37:36 Leviticus 3:11 Psalmen 46:9
Jesaja 9:6 Lukas 2:11 Mattheüs 28:18 Jesaja 7:14 Jeremia 23:5 Openbaring 19:16 Hebreeën 2:13 Jesaja 28:29 1 Johannes 5:20
Jesaja 9:7 Lukas 1:32 Daniël 2:44 Jesaja 37:32 Jeremia 33:15 Daniël 7:27 Ezechiël 36:21 Jesaja 16:5 Jeremia 23:5
Jesaja 9:8 Zacharia 1:6 Zacharia 5:1 Micha 1:1 Mattheüs 24:35 Jesaja 7:7 Jesaja 8:4
Jesaja 9:9 Jesaja 46:12 Ezechiël 33:33 1 Petrus 5:5 Jesaja 7:8 Ezechiël 7:27 Jeremia 32:24 Jesaja 10:9 Jesaja 48:4
Jesaja 9:10 Maleachi 1:4 1 Koningen 7:9
Jesaja 9:11 2 Koningen 16:9 Jesaja 10:9 Jesaja 7:8 2 Koningen 15:29 Jesaja 8:4 Jesaja 17:1
Jesaja 9:12 2 Kronieken 28:18 Jesaja 5:25 2 Koningen 16:6 Psalmen 79:7 Jesaja 9:21 Jeremia 10:25 Jesaja 9:17 Jesaja 10:4
Jesaja 9:13 Hosea 7:10 Jeremia 5:3 Jesaja 31:1 Jesaja 1:5 Jesaja 57:17 Hosea 5:15 2 Kronieken 28:22 Job 36:13
Jesaja 9:14 Jesaja 19:15 Openbaring 18:8 Jesaja 30:13 Jesaja 3:2 Hosea 4:5 Hosea 1:4 Amos 2:14 Hosea 1:9
Jesaja 9:15 Jesaja 3:2 Mattheüs 24:24 Jesaja 29:10 Jesaja 5:13 Jeremia 28:15 1 Samuël 9:6 Jeremia 27:14 Jeremia 27:9
Jesaja 9:16 Jesaja 3:12 Mattheüs 15:14 2 Kronieken 30:27 Mattheüs 23:16 Numeri 6:23 1 Koningen 8:55 Hebreeën 7:7
Jesaja 9:17 Jeremia 18:21 Jesaja 10:6 Jesaja 27:11 Jesaja 5:25 Mattheüs 12:34 Jesaja 9:12 Psalmen 147:10 Ezechiël 20:33
Jesaja 9:18 Maleachi 4:1 Nahum 1:10 Psalmen 83:14 Job 31:11 Jesaja 5:24 Openbaring 14:11 Jesaja 66:16 Mattheüs 25:41
Jesaja 9:19 Micha 7:2 Micha 7:6 Jesaja 60:2 2 Petrus 2:4 Amos 5:18 Jesaja 13:9 Jesaja 24:11 Ezechiël 9:5
Jesaja 9:20 Jesaja 49:26 Jeremia 19:9 Klaagliederen 4:10 Leviticus 26:26 Jesaja 8:21
Jesaja 9:21 Jesaja 5:25 Jesaja 9:12 2 Kronieken 28:6 Galaten 5:15 Jesaja 9:17 Mattheüs 24:10 Jesaja 11:13 1 Samuël 14:20
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jesaja 9 vers 1

Maar het land, Hier beginnen sommigen het negende hoofdstuk. Immers begint hier de profeet het volk te troosten, nadat hij het in de naastvoorgaande verzen door zware dreigementen verschrikt had; alsof hij zeide: Alhoewel God de Heere zijn land, dat is het land van Israël, zwaarlijk heeft aangetast, toen Hij het eerst door Tiglath Pileser [ 2 Kon. 15:29 ] heeft laten bederven en daarna nog zwaarder het ganse land aan de zee, en hetgeen over de Jordaan ligt, ja ook Galilea, dat aan de grenzen der heidenen strekt, door Salmanasser gestraft heeft, zo zal Hij nochtans niet toelaten dat het in de uiterste duisternis en ellende blijft, maar het volk, dat in duisternis zit, of wandelt, zal ten tijde van Christus heerlijk gemaakt worden, gelijk hier in het algemeen gezegd wordt, en daarna bijzonderlijk in Jes. 9.

Hertaald: Maar het land, Hier laten sommigen het negende hoofdstuk beginnen. In elk geval begint de profeet hier het volk te troosten, nadat hij het in de direct voorgaande verzen met zware dreigementen had doen schrikken. Het is alsof hij zei: hoewel God de HEERE Zijn land, dat is: het land Israël, zwaar getroffen heeft — eerst toen Hij het door Tiglath-Pileser liet verwoesten (2 Kon. 15:29) en daarna nog zwaarder, toen Hij het hele land aan de zee en het gebied aan de overzijde van de Jordaan, ja ook Galilea dat tot aan de grenzen van de heidenen reikt, door Salmanassar strafte — zal Hij toch niet toelaten dat het in de uiterste duisternis en ellende blijft. Het volk dat in duisternis zit of wandelt, zal in de tijd van Christus heerlijk gemaakt worden, zoals hier in het algemeen gezegd wordt en daarna in het bijzonder in Jes. 9.

Hij het Te weten God de Heere.

Hertaald: Hij het Namelijk: God de HEERE.

Zebulon aan, Versta hier door het land Zebulon en Nafthali het land der tien stammen, die de profeet hier noemt, omdat de verlossing eerst in dezelve begonnen is, te weten, door de predikatie van Christus; Matt. 4:12-15 .

Hertaald: Zebulon aan, Versta onder het land van Zebulon en Nafthali het land van de tien stammen, dat de profeet hier noemt omdat de verlossing daar het eerst begonnen is, namelijk door de prediking van Christus; Matth. 4:12-15.

in het laatste Of, ten laatste, in de laatste tijden.

Hertaald: in het laatste Of: ten laatste, in de laatste tijden.

zeewaarts Versta hier de Galilese zee, ander de zee Genezareth, of van Tiberias genoemd.

Hertaald: zeewaarts Versta hier de Galilese zee, ook wel het meer Genezareth of van Tiberias genoemd.

over de Jordaan, Anders: aan deze zijde der Jordaan. Het Hebreeuwse woord betekent zo het een als het ander. Anders: omtrent de Jordaan.

Hertaald: over de Jordaan, Anders: aan deze zijde van de Jordaan. Het Hebreeuwse woord betekent zowel het een als het ander. Anders: in de omgeving van de Jordaan.

der heidenen Aldus genoemd omdat die van Tyrus, Sidon en andere heidense natiën westwaarts en andere oostwaarts daaraan grensden. Anders: aan het volkrijke Galilea, hetwelk is Neder Galilea , bij de zee Genezareth of van Tiberias gelegen, hetwelk volkrijk was, omdat het vruchtbaar was, gelijk te zien is Deut. 33:23 . Zo van onder- en boven-Galilea, 1 Kon. 9:11, en Ezech. 47:8 .

Hertaald: der heidenen Zo genoemd omdat de inwoners van Tyrus, Sidon en andere heidense volken er in het westen aan grensden en weer andere in het oosten. Anders: aan het volkrijke Galilea, dat is Neder-Galilea, gelegen bij het meer Genezareth of van Tiberias; dat was volkrijk omdat het vruchtbaar was, zoals te zien is in Deut. 33:23. Over Neder- en Boven-Galilea, zie 1 Kon. 9:11 en Ezech. 47:8.

Jesaja 9 vers 2

volk, Te weten, het volk Gods, zo in Juda als in Israël.

Hertaald: volk, Namelijk: het volk van God, zowel in Juda als in Israël.

in duisternis wandelt, Dat is, onwetenschap, of in grote ellende.

Hertaald: in duisternis wandelt, Dat is: in onwetendheid, of in grote ellende.

een groot Te weten, predikatie van het heilig Evangelie; Matt. 4:13 , Matt. 4:16 , ten tijde der verschijning van Christus in het vlees, gelijk af te nemen is uit vs.5.

Hertaald: een groot Namelijk: de prediking van het heilig Evangelie, Matth. 4:13 en Matth. 4:16, in de tijd van de verschijning van Christus in het vlees, zoals uit vers 5 op te maken is.

in het land Dat is, in het land waar het schrikkelijk duister is; dat is, in zeer grote ellende; zie Job 3:5 .

Hertaald: in het land Dat is: in het land waar het vreselijk donker is — dat is: in zeer grote ellende; zie Job 3:5.

een licht schijnen Dat is, vreugde en blijdschap vanwege de zaligmakende kennis van God, hun oorsprong nemende uit de predikatie van het heilige Evangelie, zie Matt. 4:15 . Zie ook Ps. 36:10 .

Hertaald: een licht schijnen Dat is: vreugde en blijdschap vanwege de zaligmakende kennis van God, die haar oorsprong heeft in de prediking van het heilig Evangelie, zie Matth. 4:15. Zie ook Ps. 36:10.

Jesaja 9 vers 3

Gij hebt Dit wordt gesproken tot God, aangaande het volk der Joden of Israëlieten.

Hertaald: Gij hebt Dit wordt tot God gesproken, over het volk van de Joden of Isra«lieten.

maar Gij hebt de blijdschap . . . Anders: en Gij hebt hun de blijdschap groot gemaakt, of: hebt Gij niet de blijdschap groot gemaakt? Naar de eerste overzetting is dit de zin: De Israëlieten hebben zich wel meermalen verblijd vanwege de treffelijke weldaden en verlossingen, die zij van uwe hand, o Heere, verkregen hebben, maar dat alles is klein ten aanzien van de overgrote, zo lichamelijke als geestelijke weldaden, die zij van U, Heere God, nog verwachtende zijn. Naar de andere overzetting is dit de zin: Heere, Gij hebt de blijdschap des volks groot gemaakt [sprekende van den stand der kerk van het Nieuwe Testament] doordien zij [bestaande uit Israëlieten en heidenen] met elkander eenparig U zullen loven vanwege de grote weldaden, hun in Christus bewezen.

Hertaald: maar Gij hebt de blijdschap . . . Anders: en U hebt hun blijdschap groot gemaakt; of: hebt U de blijdschap niet groot gemaakt? Volgens de eerste vertaling is dit de betekenis: de Isra«lieten hebben zich wel meermalen verblijd over de uitnemende weldaden en verlossingen die zij van Uw hand, o HEERE, ontvangen hebben, maar dat alles is klein vergeleken met de zeer grote lichamelijke én geestelijke weldaden die zij nog van U, HEERE God, te verwachten hebben. Volgens de andere vertaling is dit de betekenis: HEERE, U hebt de blijdschap van het volk groot gemaakt — en dan wordt gesproken over de staat van de kerk van het Nieuwe Testament — doordat zij, bestaande uit Isra«lieten en heidenen, U eendrachtig samen zullen loven vanwege de grote weldaden die hun in Christus bewezen zijn.

blijde wezen Te weten als zij U zullen danken voor uwe genade en weldaden; namelijk als zij Christus zullen horen prediken en zijne wonderwerken zien zullen.

Hertaald: blijde wezen Namelijk: wanneer zij U zullen danken voor Uw genade en weldaden, en met name wanneer zij Christus zullen horen prediken en Zijn wonderwerken zullen zien.

voor Uw aangezicht, Dit schijnt te betekenen de geestelijke blijdschap des harten, hetwelk alleen voor God openstaat. Of, voor uw aangezicht; dat is, voor U nederbukkende, als zij U komen dankzeggen.

Hertaald: voor Uw aangezicht, Dit lijkt de geestelijke blijdschap van het hart te betekenen, dat alleen voor God openligt. Of: voor Uw aangezicht — dat is: terwijl zij zich voor U neerbuigen wanneer zij U komen danken.

Jesaja 9 vers 4

het juk Dat is, het juk, waarmede zij belast of bezwaard waren, en den stok, waarmede men hen op de schouders sloeg. Doch dit alles is te verstaan van een geestelijk juk des duivels en der zonde, van welke Christus zijn volk verlost. En deze geestelijke verlossing wordt hier vergeleken bij de lichamelijke, die ten tijde van Midian geschied is, Richt. 7:22 ; Jes. 10:26 . Want gelijk Gideon de Midianieten door het geklank der bazuinen verstrooid en verslagen heeft, alzo zou Christus door de bazuin van het heilig Evangelie het rijk des duivels verstoren.

Hertaald: het juk Dat is: het juk waarmee zij belast of bezwaard waren, en de stok waarmee men hen op de schouders sloeg. Maar dit alles moet verstaan worden van het geestelijke juk van de duivel en van de zonde, waarvan Christus Zijn volk verlost. Deze geestelijke verlossing wordt hier vergeleken met de lichamelijke verlossing die in de tijd van Midian gebeurd is, Richt. 7:22 en Jes. 10:26. Want zoals Gideon de Midianieten door het geschal van de bazuinen verstrooid en verslagen heeft, zo zou Christus door de bazuin van het heilig Evangelie het rijk van de duivel verstoren.

desgenen, Of, desgenen, die daarmede dreEf.

Hertaald: desgenen, Of: van hem die daarmee dreef.

Jesaja 9 vers 5

met gedruis Te weten, als die schrik over hen kwam en zij elkander ombrachten; Richt. 7:22 . Anders: met verward gewoel.

Hertaald: met gedruis Namelijk: toen die schrik over hen kwam en zij elkaar ombrachten; Richt. 7:22. Anders: met verward rumoer.

de klederen Anders, de mantels; te weten der Midianieten.

Hertaald: de klederen Anders: de mantels, namelijk van de Midianieten.

in het bloed Anders: in het vergoten bloed; te weten der Midianieten.

Hertaald: in het bloed Anders: in het vergoten bloed, namelijk van de Midianieten.

voedsel des vuurs Hebreeuws, spijs.

Hertaald: voedsel des vuurs Hebreeuws: spijs.

Jesaja 9 vers 6

Want Hier geeft de profeet reden waarom hij gezegd heeft dat het volk, hetwelk in duisternis wandelde, vs.1, groter vreugde en blijdschap genieten zou dan het eertijds gedaan heeft, en waarom hunne lasten zouden verbroken worden, te weten omdat hun een kind zou geboren worden, hetwelk hun een eeuwige vreugde en zaligheid zou aanbrengen. Vergelijk onder Jes. 10:27 .

Hertaald: Want Hier geeft de profeet de reden waarom hij gezegd heeft dat het volk dat in duisternis wandelde, vers 1, groter vreugde en blijdschap zou genieten dan het vroeger gedaan heeft, en waarom hun lasten verbroken zouden worden: namelijk omdat hun een Kind geboren zou worden dat hun een eeuwige vreugde en zaligheid zou brengen. Vergelijk hieronder Jes. 10:27.

een Kind Te weten Jezus Christus, den vaderen van den aan beginne der wereld beloofd.

Hertaald: een Kind Namelijk: Jezus Christus, Die aan de vaderen vanaf het begin van de wereld beloofd is.

is ons geboren, Dat is, zal ons in de volheid des tijds geboren worden. De profeet spreekt van de geboorte van Christus niet anders, dan of het alrede geschied ware vanwege de zekerheid dezer profetie. Zie Isa 53 , in de beschrijving van het lijden van Christus.

Hertaald: is ons geboren, Dat is: zal ons in de volheid van de tijd geboren worden. De profeet spreekt over de geboorte van Christus niet anders dan alsof zij al gebeurd was, vanwege de zekerheid van deze profetie. Zie Jes. 53, in de beschrijving van het lijden van Christus.

een Zoon Te weten Jezus Christus, de Zoon van God; Ps. 2:7 , en de Zoon van Maria; Jes. 7:14 .

Hertaald: een Zoon Namelijk: Jezus Christus, de Zoon van God, Ps. 2:7, en de Zoon van Maria, Jes. 7:14.

ons Te weten het volk Gods; of [ ons ], dat is, tot onze zaligheid; Luc. 2:10-11 .

Hertaald: ons Namelijk: het volk van God; of: ons, dat is: tot onze zaligheid; Luk. 2:10-11.

gegeven, Te weten van God; Joh. 4:10 .

Hertaald: gegeven, Namelijk: door God; Joh. 4:10.

de heerschappij Anders: op wiens schouders de heerschappij zal zijn; dat is, wien van den Vader alle heerschappij en inzonderheid der kerk, wordt opgelegd, en die dezelve met ernst aanneemt. Zie Matt. 28:18 ; Ef. 1:21-22 .

Hertaald: de heerschappij Anders: op Wiens schouders de heerschappij zal zijn — dat is: aan Wie door de Vader alle heerschappij, en in het bijzonder die over de kerk, wordt opgelegd, en Die haar met ernst aanvaardt. Zie Matth. 28:18 en Ef. 1:21-22.

noemt Zijn naam Christus Jezus heet niet alleen alzo met den bloten naam, maar Hij is het ook inderdaad, en zijne kerk kent hem voorzulks.

Hertaald: noemt Zijn naam Christus Jezus heet niet alleen zo bij name, maar Hij is het ook werkelijk, en Zijn kerk kent Hem als zodanig.

Wonderlijk, Christus is wonderlijk, zowel ten aanzien van zijn persoon, dewijl Hij God en mens is in een persoon, als ten aanzien zijner wonderlijke werken en daden.

Hertaald: Wonderlijk, Christus is wonderlijk, zowel wat Zijn persoon betreft — want Hij is God en mens in één persoon — als wat Zijn wonderlijke werken en daden betreft.

Raad, Of, raadsman, raadgever, raadsheer. Versta dit alzo, dat Christus alleen den raad en het voornemen van zijnen Vader weet en aan zijne kerk openbaart en mededeelt, Joh. 1:18 , zoveel hun ter zaligheid te weten van node is, Hand. 20:27 ; Hij is het ook, die ons in allen angst en nood raad geeft en hulp doet.

Hertaald: Raad, Of: raadsman, raadgever, raadsheer. Versta dit zo dat Christus alleen de raad en het voornemen van Zijn Vader kent en dat aan Zijn kerk openbaart en meedeelt, Joh. 1:18, voor zover zij dat tot hun zaligheid moeten weten, Hand. 20:27. Hij is het ook Die ons in alle angst en nood raad geeft en hulp biedt.

Sterke God, Die door de sterkte zijner Godheid den onverdragelijken last van den toorn Gods over de zonden van alle uitverkorenen aan zijne mensheid gedragen heeft, en door zijn eigen kracht van de doden is opgestaan, en de harten zijner uitverkorenen wederbaart ten eeuwigen leven; alsook door de sterkte zijner Godheid grote wonderen gedaan heeft, nog doet, en eindelijk alle doden opwekken zal.

Hertaald: Sterke God, Die door de sterkte van Zijn Godheid de ondraaglijke last van Gods toorn over de zonden van alle uitverkorenen in Zijn mensheid gedragen heeft, Die door Zijn eigen kracht uit de doden is opgestaan en de harten van Zijn uitverkorenen wederbaart tot het eeuwige leven; en Die ook door de sterkte van Zijn Godheid grote wonderen gedaan heeft, nog doet, en ten slotte alle doden zal opwekken.

Vader der eeuwigheid, Dat is, die zelf van eeuwigheid is, en ons het eeuwige leven geeft.

Hertaald: Vader der eeuwigheid, Dat is: Die Zelf van eeuwigheid is en ons het eeuwige leven geeft.

Vredevorst; Dat is, die ons met God verzoent. Zie Ef. 2:14 , enz.

Hertaald: Vredevorst; Dat is: Die ons met God verzoent. Zie Ef. 2:14, enzovoort.

Jesaja 9 vers 7

dezer heerschappij Te weten die op den schouder van den Messias zal gelegd worden.

Hertaald: dezer heerschappij Namelijk: de heerschappij die op de schouder van de Messias gelegd zal worden.

den troon van David Als zijnde een rechte erfgenaam deszelven, en welke hem beloofd en toegezegd is; 2 Sam. 7:12 ; Luc. 1:32-33 . Hij heeft het tijdelijk koninkrijk veranderd in een geestelijk en eeuwig; Joh. 18:36 .

Hertaald: den troon van David Omdat Hij daarvan de rechtmatige erfgenaam is en die Hem beloofd en toegezegd is; 2 Sam. 7:12 en Luk. 1:32-33. Hij heeft het tijdelijke koninkrijk veranderd in een geestelijk en eeuwig koninkrijk; Joh. 18:36.

met gericht Want Hij straft alle ongerechtigheid, en bemint en bewaart de vromen.

Hertaald: met gericht Want Hij straft alle ongerechtigheid en Hij bemint en bewaart de vromen.

De ijver des HEEREN Dien Hij heeft over zijne eer en over de zaligheid zijner uitverkorenen. Zie de aantekening 2 Kon. 19:31 .

Hertaald: De ijver des HEEREN De ijver die Hij heeft voor Zijn eer en voor de zaligheid van Zijn uitverkorenen. Zie de aantekening bij 2 Kon. 19:31.

Jesaja 9 vers 8

De HEERE Hier komt de profeet wederom tot de dreigementen tegen de Israëlieten; alsof hij zeide: Ziet, dit is de last, dien de Heere bevolen heeft den Joden te verkondigen, want hij verstaat zo door het woord Jakob als door het woord Israël al de Joden. Alhoewel enigen menen dat dit alleen van de tien stammen te verstaan is.

Hertaald: De HEERE Hier keert de profeet weer terug tot de dreigementen tegen de Isra«lieten. Het is alsof hij zei: zie, dit is de last die de HEERE bevolen heeft aan de Joden te verkondigen; want hij verstaat zowel onder het woord Jakob als onder het woord Israël alle Joden. Sommigen menen echter dat dit alleen van de tien stammen verstaan moet worden.

een woord Dat is, zijne dreigementen door zijne profeten verkondigen laten.

Hertaald: een woord Dat is: Hij heeft Zijn dreigementen door Zijn profeten laten verkondigen.

het is gevallen Dat is, het zal geschieden en vervuld worden.

Hertaald: het is gevallen Dat is: het zal gebeuren en vervuld worden.

Jesaja 9 vers 9

Efraïm Dat is, de Israëlieten, te weten de tien stammen, waar de stam van Efraïm te dien tijde de voornaamste was.

Hertaald: Efraïm Dat is: de Isra«lieten, namelijk de tien stammen, waaronder de stam van Efraïm in die tijd de voornaamste was.

Samaria; De hoofdstad der tien stammen.

Hertaald: Samaria; De hoofdstad van de tien stammen.

in hoogmoed Alsof hij zeide: Die zo stout en overmoedig zijn dat zij inplaats van zich te beteren door de plagen Gods, den Heere trotseren, sprekende gelijk er volgt vs.9.

Hertaald: in hoogmoed Alsof hij zei: zij die zo overmoedig en brutaal zijn dat zij, in plaats van zich door de plagen van God te verbeteren, de HEERE trotseren en spreken zoals in vers 9 volgt.

Jesaja 9 vers 10

De tichelstenen Dat is, de gebouwen van gebakken stenen, die zo heel sterk niet zijn, ook zo heel veel niet kosten. Alsof zij zeiden: Ofschoon wij van de Assyriërs grote schade geleden hebben en onze huizen en goederen zeer verdorven en verwoest zijn [zie 2 Kon. 15:29 ] , zo vragen wij daar niet naar; wij willen alles beter opbouwen dan het tevoren geweest is.

Hertaald: De tichelstenen Dat is: de gebouwen van gebakken steen, die niet zo heel sterk zijn en ook niet zo heel veel kosten. Alsof zij zeiden: hoewel wij van de Assyriërs grote schade geleden hebben en onze huizen en goederen zwaar beschadigd en verwoest zijn (zie 2 Kon. 15:29), trekken wij ons daar niets van aan; wij zullen alles beter opbouwen dan het tevoren geweest is.

zijn gevallen, Dat is, vergaan.

Hertaald: zijn gevallen, Dat is: vergaan.

uitgehouwen stenen Anders, gesneden, geslepen, gepolijste stenen, die sterker zijn en meer kosten dan de bakstenen, ook bestendiger zijn.

Hertaald: uitgehouwen stenen Anders: gehouwen, geslepen, gepolijste stenen, die sterker zijn en meer kosten dan de bakstenen en ook duurzamer zijn.

de wilde vijgebomen Zie 1 Kon. 10:27 . De zin is: De huizen, die van wilde vijgebomenhout getimmerd waren.

Hertaald: de wilde vijgebomen Zie 1 Kon. 10:27. De betekenis is: de huizen die van wildevijgenhout getimmerd waren.

wij zullen ze Dat is, wij willen nu huizen gaan bouwen van cederhout, hetwelk veel beter en duurzamer is dan het wilde vijgebomenhout. Want het cederhout vergaat en verrot niet, maar het is zeer duurzaam, vanwege zijne droogte. Zie dergelijk grootspreken der trotse booswichten Mal. 1:4 .

Hertaald: wij zullen ze Dat is: wij zullen nu huizen gaan bouwen van cederhout, dat veel beter en duurzamer is dan het wildevijgenhout. Want cederhout vergaat en verrot niet, maar is zeer duurzaam vanwege zijn droogte. Zie een dergelijke grootspraak van trotse boosdoeners in Mal. 1:4.

Jesaja 9 vers 11

Want de HEERE Hier verklaart de profeet hoe des Heeren woord op de tien stammen vallen zou, en hoe zij het zouden gewaar worden, waarvan vs.7,8 gesproken wordt.

Hertaald: Want de HEERE Hier verklaart de profeet hoe het woord van de HEERE op de tien stammen zou vallen en hoe zij het zouden ondervinden, waarover in vers 7 en 8 gesproken wordt.

Rezins Dat is, de Assyriërs, die de Joden tegen Rezin verwekt en op de been gebracht hadden, om hen den krijg aan te doen; 2 Kon. 16:7-9 .

Hertaald: Rezins Dat is: de Assyriërs, die de Joden tegen Rezin opgezet en op de been gebracht hadden om hem de oorlog aan te doen; 2 Kon. 16:7-9.

zijn vijanden Te weten van Efraïm, dat is, der tien stammen der Israëlieten. En versta hier door de vijanden der Israëlieten zijn oude vijanden, die vs.11 genoemd staan. De profeet wil zeggen dat allerlei natiën tezamen onder elkander zullen lopen tot Assur, om Efraïm te verderven, nadat God Rezin en zijn koninkrijk door den koning van Assyrië zou onderdrukt hebben.

Hertaald: zijn vijanden Namelijk: van Efraïm, dat is: van de tien stammen van de Isra«lieten. Versta onder de vijanden van de Isra«lieten hun oude vijanden, die in vers 11 genoemd staan. De profeet wil zeggen dat allerlei volken samen naar Assur zouden toestromen om Efraïm te verderven, nadat God Rezin en zijn koninkrijk door de koning van Assyrië zou hebben onderworpen.

tezamen vermengen Dat is, Hij zal hen van alle hoeken en kanten vergaderen en hiertoe doen aanvliegen.

Hertaald: tezamen vermengen Dat is: Hij zal hen van alle hoeken en kanten verzamelen en hierheen laten toesnellen.

Jesaja 9 vers 12

Israël Dat is, de Israëlieten, de tien stammen.

Hertaald: Israël Dat is: de Isra«lieten, de tien stammen.

opeten Hebreeuws, eten met gansen mond.

Hertaald: opeten Hebreeuws: eten met volle mond.

met vollen mond Gelijk de leeuwen, beren, tijgers en andere wilde wrede beesten doen.

Hertaald: met vollen mond Zoals de leeuwen, beren, tijgers en andere wilde, wrede dieren doen.

Om dit alles Zie de aantekening Jes. 5:25 .

Hertaald: Om dit alles Zie de aantekening bij Jes. 5:25.

Zijn toorn Te weten des Heeren toorn.

Hertaald: Zijn toorn Namelijk: de toorn van de HEERE.

is nog uitgestrekt Te weten om nog meer te slaan en te verderven.

Hertaald: is nog uitgestrekt Namelijk: om nog meer te slaan en te verderven.

Jesaja 9 vers 13

dit volk Te weten de Israëlieten.

Hertaald: dit volk Namelijk: de Isra«lieten.

keert zich niet Te weten met berouw en leedwezen zijner zonden en met gelovig gebed.

Hertaald: keert zich niet Namelijk: met berouw en spijt over zijn zonden en met een gelovig gebed.

tot Dien, Te weten tot den waren God.

Hertaald: tot Dien, Namelijk: tot de ware God.

zoeken zij niet Te weten door hun gebed, gelijk Ps. 34:5 ; of door onderhouding zijner geboden, gelijk 2 Kron. 14:4 .

Hertaald: zoeken zij niet Namelijk: door hun gebed, zoals in Ps. 34:5, of door het onderhouden van Zijn geboden, zoals in 2 Kron. 14:4.

Jesaja 9 vers 14

afhouwen Te weten door Salmanasser, den koning van Assyrië. Zie 2 Kon. 17:3 .

Hertaald: afhouwen Namelijk: door Salmanassar, de koning van Assyrië. Zie 2 Kon. 17:3.

den kop . . . den tak Dat is, de sterken en geweldigen met de kleinen en geringen. Daarom stelt hier de profeet den tak niet den boom, omdat de wortel en stam of tronk van het Israëlietische volk in wezen gebleven en weder uitgewassen is, maar de takken zijn afgehouwen.

Hertaald: den kop . . . den tak Dat is: de sterken en machtigen samen met de kleinen en geringen. De profeet noemt hier de tak en niet de boom, omdat de wortel en de stam of tronk van het Israëlitische volk in stand gebleven en weer uitgegroeid is, terwijl alleen de takken afgehouwen zijn.

op eenen dag Dat is, tegelijk en haastiglijk.

Hertaald: op eenen dag Dat is: tegelijk en snel.

Jesaja 9 vers 15

aanzienlijke, Hebreeuws, de verhevene van aangezicht; zie boven Jes. 3:3 .

Hertaald: aanzienlijke, Hebreeuws: de verhevene van aangezicht; zie hierboven Jes. 3:3.

valsheid leert, Dat is, een valse leer of religie.

Hertaald: valsheid leert, Dat is: een valse leer of godsdienst.

is de staart Dat is, betekent.

Hertaald: is de staart Dat is: betekent.

Jesaja 9 vers 16

Want Deze woorden hangen aan vs.13.

Hertaald: Want Deze woorden sluiten aan bij vers 13.

de leiders Dat is, de regenten, zo kerkelijke als politieke. Zie de aantekening Jes. 3:12 .

Hertaald: de leiders Dat is: de bestuurders, zowel de kerkelijke als de wereldlijke. Zie de aantekening bij Jes. 3:12.

zijn verleiders, Omdat zij het volk, behalve allerlei andere verleidingen, wijsmaakten dat hetgeen God dreigde niet geschieden zou, maar dat alles in goeden welstand blijven zou.

Hertaald: zijn verleiders, Omdat zij het volk, naast allerlei andere verleidingen, wijsmaakten dat wat God dreigde niet zou gebeuren, maar dat alles in goede staat zou blijven.

worden ingeslokt Of, verslonden; te weten van hunne verleiders. Vergelijk Jes. 3:12 . Anders: zijn bedekt; dat is hun hart te overdekt met onwetendheid en valsen waan.

Hertaald: worden ingeslokt Of: verslonden, namelijk door hun verleiders. Vergelijk Jes. 3:12. Anders: zijn bedekt — dat is: hun hart is overdekt met onwetendheid en met een valse waan.

Jesaja 9 vers 17

niet verblijden Versta hierbij, maar Hij zal hen gevankelijk laten wegvoeren, of ombrengen, dewijl zij boos en bedorven zijn.

Hertaald: niet verblijden Vul hierbij aan: maar Hij zal hen in gevangenschap laten wegvoeren of hen ombrengen, omdat zij boos en verdorven zijn.

jongelingen, Hebreeuws, uitgelezenen, uitverkorenen.

Hertaald: jongelingen, Hebreeuws: uitgelezenen, uitverkorenen.

huichelaars Of, huichelaars, geveinsden. Zie Job 8:13 .

Hertaald: huichelaars Of: huichelaars, geveinsden. Zie Job 8:13.

alle mond Te weten der Israëlieten.

Hertaald: alle mond Namelijk: van de Isra«lieten.

dwaasheid Zie de aantekening Gen. 34:7 .

Hertaald: dwaasheid Zie de aantekening bij Gen. 34:7.

Om dit alles Zie boven Jes. 5:25 , en boven vs.11.

Hertaald: Om dit alles Zie hierboven Jes. 5:25 en hierboven vers 11.

Jesaja 9 vers 18

de goddeloosheid Dat is, de goddelozen zullen vanwege hunne boosheid en onboetvaardigheid als met vuur verteerd en verdelgd worden.

Hertaald: de goddeloosheid Dat is: de goddelozen zullen vanwege hun boosheid en onboetvaardigheid als met vuur verteerd en verdelgd worden.

doornen Dat is, de een met den ander, groot en klein.

Hertaald: doornen Dat is: de een met de ander, groot en klein.

de verwarde Dat is, de aanzienlijken en geweldigen, die zich tezamen verbinden. Hebreeuws, de verwarring des wouds. Zie Jes. 10:34 . Of, zal aangestoken worden in, of onder, de verwarde struiken des wouds, die omhoog varen zullen als ene verheffing des rooks; dat is, door den brand in rook opgaan.

Hertaald: de verwarde Dat is: de aanzienlijken en machtigen, die zich met elkaar verbinden. Hebreeuws: de verwarring van het woud. Zie Jes. 10:34. Of: het zal aangestoken worden in of onder de verwarde struiken van het woud, die omhoog zullen stijgen als een opstijgende rook — dat is: door de brand in rook opgaan.

de verheffing Of, optrekking, opstijging, verhoging.

Hertaald: de verheffing Of: optrekking, opstijging, verheffing.

Jesaja 9 vers 19

zal Dat is, het land zal aan alle kanten vol ellende zijn.

Hertaald: zal Dat is: het land zal aan alle kanten vol ellende zijn.

het land Te weten het land der Israëlieten.

Hertaald: het land Namelijk: het land van de Isra«lieten.

een voedsel Hebreeuws, ene spijs.

Hertaald: een voedsel Hebreeuws: een spijs.

des vuurs Zie Job 15:34 .

Hertaald: des vuurs Zie Job 15:34.

de een zal Of, niemand zal zijnen broeder verschonen. De zin is: Die het algemene landverderf ontkomen, zullen elkander vervolgen, bederven, ja ook doden.

Hertaald: de een zal Of: niemand zal zijn broeder ontzien. De betekenis is: zij die aan het algemene verderf van het land ontkomen, zullen elkaar vervolgen, verderven, ja zelfs doden.

Jesaja 9 vers 20

snijdt, Te weten spijs of voeder. Anders: houwt, afhouwt. De zin is: Er zal zulk gebrek en hongersnood zijn, dat een ieder zal toegrijpen en toetasten, houwen en snijden, waar hij enigszins kan bijkomen, en nog zal het hem niet helpen.

Hertaald: snijdt, Namelijk: voedsel of voer. Anders: houwt, hakt af. De betekenis is: er zal zo'n gebrek en hongersnood zijn dat ieder zal toegrijpen en toetasten, hakken en snijden waar hij maar bij kan komen — en toch zal het hem niet helpen.

zijns arms eten; Dat is, van zijn naaste, op wien hij zich tevoren verlaten had. De zin is: De inwoners van het land van Israël zullen elkander vernielen; gelijk straks in vs.20 breder gezegd wordt.

Hertaald: zijns arms eten; Dat is: van zijn naaste, op wie hij zich tevoren verlaten had. De betekenis is: de inwoners van het land Israël zullen elkaar vernietigen, zoals meteen daarna in vers 20 uitvoeriger gezegd wordt.

Jesaja 9 vers 21

Manasse Dat is, de Manassieten.

Hertaald: Manasse Dat is: de Manassieten.

Efraïm, Dat is, de Efraïmieten.

Hertaald: Efraïm, Dat is: de Efraïmieten.

tegen Juda zijn Dat is, tegen den stam van Juda.

Hertaald: tegen Juda zijn Dat is: tegen de stam van Juda.

Om dit alles Zie boven vs.11.

Hertaald: Om dit alles Zie hierboven vers 11.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het volk, dat in duisternis wandelt  — het licht gaat op boven juist die streek waarvan de bewoners het eerst waren weggevoerd (Jes. 9:1-4)

Het vorige hoofdstuk eindigde in het donker, en het laatste vers daarvan noemt al de streek waar het licht zal opgaan: het land van Zebulon en het land van Nafthali (Jes. 8:22). Dan volgt de omslag: "Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen, die wonen in het land van de schaduw des doods, over dezelve zal een licht schijnen" (Jes. 9:1). De vreugde die erop volgt wordt met twee beelden getekend: men verblijdt zich "gelijk men zich verblijdt in den oogst", en zoals men verheugd is bij het uitdelen van de buit (Jes. 9:2). En er staat bij waarom: "Want het juk van hun last, en den stok hunner schouders, en den staf desgenen, die hen dreef, hebt Gij verbroken, gelijk ten dage der Midianieten" (Jes. 9:3).

Bijbelse betekenis: Merk op waar het licht opgaat. Zebulon en Nafthali lagen in het noorden, en de bewoners van dat gebied waren al door Assur weggevoerd (2 Kon. 15:29); juist die streek wordt hier genoemd. Wat het diepst in het donker zat, wordt het eerst verlicht. Let ook op wat er staat. Het volk steekt geen lamp aan, het zal een licht zien; het licht komt van buiten en het komt naar hen toe. En let ten slotte op de verwijzing naar Midian (Jes. 9:3). Toen werd de vijand niet door een groot leger verslagen, maar door driehonderd man met kruiken en fakkels (Richt. 7:16); het is met opzet een overwinning waarbij niemand zich op zijn eigen kracht kon beroemen.

Typologie: Mattheüs haalt deze woorden aan wanneer de Heere Jezus in Kapernaüm gaat wonen, in het gebied van Zebulon en Nafthali: "Het volk, dat in duisternis zat, heeft een groot licht gezien" (Matt. 4:16). Wat de profeet als toekomst zag, wijst de evangelist aan op een landkaart. En het eerste woord dat daar gepredikt wordt, past bij het licht: "Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen" (Matt. 4:17).

Jes. 9:1-4; Jes. 8:22; 2 Kon. 15:29; Richt. 7:16; Matt. 4:16-17

Een Kind is ons geboren  — de belofte van een Kind dat namen draagt die aan God alleen toekomen (Jes. 9:5-6)

"Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst" (Jes. 9:5). Het vers begint bij een geboorte en eindigt bij een regering. Wat daarop volgt, gaat over de duur en de grond van die regering: "Der grootheid dezer heerschappij en des vredes zal geen einde zijn op den troon van David en in zijn koninkrijk" (Jes. 9:6). Dat koninkrijk wordt bevestigd en gesterkt met gericht en met gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid. En het gedeelte sluit met de reden dat het gebeuren zal: "De ijver des HEEREN der heirscharen zal zulks doen" (Jes. 9:6).

Bijbelse betekenis: Let eerst op de twee woorden waarmee het vers opent. Een Kind wordt geboren, en dat is menselijk; een Zoon wordt gegeven, en dat wijst terug naar Degene Die Hem geeft. Merk vervolgens op wat de namen zeggen. "Raad" en "Vredevorst" passen bij een koning, maar "Sterke God" niet. Diezelfde uitdrukking gebruikt de profeet even verderop van de HEERE Zelf, tot Wie het overblijfsel terugkeert (Jes. 10:21). En "Vader der eeuwigheid" tekent Hem niet als een vorst voor één mensenleven, maar als Een Die voor de Zijnen blijft zorgen. Let ten slotte op het slot van Jes. 9:6. Wat hier beloofd wordt is te groot voor mensenhanden, en daarom wordt de uitvoering niet aan het volk overgelaten maar aan de ijver van de HEERE.

Typologie: De naam Wonderlijk klonk eeuwen eerder al uit de mond van de Engel des HEEREN, Die Zijn naam niet prijsgaf (reeds behandeld bij Richt. 13:18). Gabriël neemt bij de aankondiging aan Maria de woorden over de troon en het koninkrijk op: "God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven" (Luk. 1:32). En hij voegt eraan toe wat Jesaja over de duur zei: "Zijns Koninkrijks zal geen einde zijn" (Luk. 1:33).

Jes. 9:5-6; Jes. 10:21; Richt. 13:18; Luk. 1:32-33

Om dit alles keert Zijn toorn zich niet af  — een regel die vier keer terugkeert en het oordeelsgedeelte daarmee in vier stukken verdeelt (Jes. 9:7-20)

Na de belofte van het Kind volgt een lang oordeelswoord over het noordelijke rijk, en dat wordt vier keer afgesloten met dezelfde zin: "Om dit alles keert Zijn toorn zich niet af, maar Zijn hand is nog uitgestrekt" (Jes. 9:11). Diezelfde regel stond al aan het slot van Jes. 5:25, en keert hier verder terug in Jes. 9:16, in Jes. 9:20 en ten slotte in Jes. 10:4. Elk van de vier stukken noemt een eigen kwaad. Eerst de hoogmoed die na de verwoesting mooier wil herbouwen dan tevoren (Jes. 9:8-9). Dan de leiders: "Want de leiders dezes volks zijn verleiders, en die van hen geleid worden, worden ingeslokt" (Jes. 9:15). Vervolgens de goddeloosheid die als vuur om zich heen grijpt en het volk zelf verteert (Jes. 9:17-18). En ten slotte het onrecht tegen de armen, de weduwen en de wezen (Jes. 10:1-2). Tussen de eerste twee stukken staat de sleutelzin: "Want dit volk keert zich niet tot Dien, Die het slaat, en den HEERE der heirscharen zoeken zij niet" (Jes. 9:12).

Bijbelse betekenis: De herhaalde regel klinkt hard, maar zij zegt vooral wat er níet gebeurt. Het oordeel heeft zijn doel niet bereikt, want het volk keert zich niet om (Jes. 9:12). Merk op wat de uitgestrekte hand hier zegt. Zolang die hand uitgestrekt blijft, is de zaak niet afgedaan. Er is een slag gevallen die bedoeld was om terug te brengen, en zo is hij niet verstaan. Let ook op de volgorde van de vier stukken. Zij lopen van hoogmoed via valse leiding en onderlinge verscheuring naar het verdraaien van het recht; het begint bij een houding en het eindigt bij de weduwe die geplunderd wordt. Let ten slotte op de plaats van dit gedeelte. Het staat vlak achter de belofte van het Kind, en die volgorde is niet toevallig: de belofte maakt het oordeel niet minder ernstig, en het oordeel maakt de belofte niet minder vast.

Typologie: Paulus beschrijft dezelfde weg bij mensen die het geduld van God niet verstaan. Zij verachten de rijkdom van Zijn goedertierenheid, "niet wetende, dat de goedertierenheid Gods u tot bekering leidt" (Rom. 2:4). Ook daar is het uitblijven van de omkeer het eigenlijke gevaar, en niet de slag zelf.

Jes. 9:7-20; Jes. 5:25; Jes. 10:1-4; Rom. 2:4

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het koninkrijk niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen

Een Kind is ons geboren — 9:1-6

Het vorige hoofdstuk eindigt in het donker: benauwdheid, duisternis, en mensen die de doden raadplegen. En dan, zonder overgang, gaat het licht aan over Galilea — het gebied dat het eerst onder de voet gelopen werd.

De verlossing komt niet als een leger maar als een geboorte, en de namen van dat Kind zijn goddelijke namen.

Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien. En dan volgt de reden, en die is verrassend klein: want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven.

Let op de twee werkwoorden. Geboren — dat is de menselijke kant, een kind uit een moeder. Gegeven — dat is de andere kant, want wat gegeven wordt was er al. Johannes gebruikt hetzelfde woord: alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft.

De heerschappij is op Zijn schouder. Niet op Zijn hoofd als een kroon, maar op Zijn schouder als een last die gedragen wordt.

Dan komen de namen, en zij stapelen op. Wonderlijk — hetzelfde woord waarmee de Engel des HEEREN Zich bij Manoach aanduidde. Raad. Sterke God. Vader der eeuwigheid. Vredevorst. Dat zijn geen erenamen voor een aardse vorst; men noemt geen koning uit Juda Sterke God.

Het vers dat volgt zegt waarop dat uitloopt: van de grootheid dezer heerschappij en des vredes zal geen einde zijn, op den troon van David en in zijn koninkrijk. Daarmee staat dit hoofdstuk in dezelfde lijn als de belofte aan David — een troon die niet ophoudt.

Mattheüs haalt de eerste verzen aan wanneer Christus in Kapérnaüm gaat wonen, in het gebied van Zebulon en Nafthali: het volk dat in duisternis zat, heeft een groot licht gezien.

  1. Jesaja 8:22 — Het hoofdstuk ervoor eindigt in benauwdheid en duisternis.
  2. Jesaja 9:1 — Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien.
  3. Jesaja 9:5 — Een Kind geboren, een Zoon gegeven: Wonderlijk, Sterke God, Vredevorst.
  4. Jesaja 9:6 — Zijn heerschappij is zonder einde, op den troon van David.
  5. Mattheüs 4:15-16 — Vervuld wanneer Christus in Galilea gaat wonen.
  6. Lukas 1:32-33 — God zal Hem den troon van Zijn vader David geven, zonder einde.

In het Nieuwe Testament: Mattheüs 4:15-16; Lukas 1:32-33; Johannes 3:16; Johannes 8:12

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Jesaja 9

Jesaja 9:1.Kruisverwijzingen2 Koningen 15:29Mattheüs 4:15Jesaja 8:222 Kronieken 16:4Leviticus 26:242 Koningen 17:51 Koningen 15:19Leviticus 26:28
— Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen, die wonen in het land van de schaduw des doods, over dezelve zal een licht schijnen.
Jezus kwam naar Galilea der heidenen en maakte dat gewest heerlijk, dat in verachting was gebracht. Die hoek van Palestina had heel vaak de eerste stoot van een inval opgevangen en had meer dan enig ander gebied de scherpte van het Assyrische zwaard gevoeld. Zij werden aanvankelijk verontrust toen de Assyriër met duizend talenten zilver werd afgekocht; maar veel zwaarder werden zij bezocht toen Tiglath-Pileser hen allen naar Assyrië wegvoerde. Het was een ellendig land, met een gemengde bevolking, veracht door het zuiverder geslacht van de Joden; maar juist dat land werd heerlijk door de tegenwoordigheid van de vleesgeworden God. Zo is ook op deze dag Zijn genadige tegenwoordigheid de dageraad van onze blijdschap.

Jesaja 9:2.KruisverwijzingenMattheüs 4:16Efeze 5:8Lukas 1:78Lukas 2:32Johannes 8:12Job 10:21Johannes 12:461 Johannes 1:5
— Gij hebt dit volk vermenigvuldigd, maar Gij hebt de blijdschap niet groot gemaakt; zij zullen nochtans blijde wezen voor Uw aangezicht, gelijk men zich verblijdt in den oogst, gelijk men verheugd is, wanneer men de buit uitdeelt.
Komt Christus tot u, mijn hoorder, als God met ons, dan zal uw blijdschap groot zijn; want u zult u verheugen “gelijk men zich verblijdt in den oogst, gelijk men verheugd is, wanneer men de buit uitdeelt”. Is het niet zo? Velen van ons kunnen ervan getuigen dat er geen blijdschap is als die welke Jezus meebrengt.

Jesaja 9:3.KruisverwijzingenPsalmen 119:1621 Samuël 30:16Jesaja 65:18Jesaja 66:10Jesaja 26:15Psalmen 4:7Jesaja 35:10Jesaja 25:9
— Want het juk van hun last, en den stok hunner schouders, en den staf desgenen, die hen dreef, hebt Gij verbroken, gelijk ten dage der Midianieten;
Uw vijand zal verslagen worden, “gelijk ten dage der Midianieten”. Gideon werd in de droom vergeleken met een gerstebrood dat de tent van Midian trof, zodat zij ternederlag. Hij en zijn kleine schare helden stonden daar met hun kruiken en hun bazuinen en riepen: het zwaard van de HEERE en van Gideon! En Midian smolt voor hen weg. Zo zal het ook gaan met onze zonden, onze twijfelingen en onze vrezen, als wij geloven in Jezus, de vleesgeworden God: zij zullen verdwijnen als de nevels van de morgen. De Heere Jezus zal het juk van onze last verbreken en de stok van onze drijver, als in de dag van Midian. Houd goede moed, u die in slavernij bent van felle en wrede tegenstanders; want in de naam van Jezus, die God met ons is, zult u hen verdelgen.

Jesaja 9:4.KruisverwijzingenJesaja 14:25Jesaja 10:26Nahum 1:13Richteren 8:10Richteren 7:22Jesaja 54:14Jesaja 10:5Psalmen 83:9
— Toen de ganse strijd dergenen, die streden, met gedruis geschiedde, en de klederen in het bloed gewenteld en verbrand werden, tot een voedsel des vuurs.
Wanneer Jezus komt, zult u eeuwige vrede hebben, want Zijn strijd is het einde van alle strijd. Al de wapenrusting van de gewapende man in het krijgsrumoer, en de klederen die in bloed gewenteld zijn, zullen tot een voedsel van het vuur zijn. De Vredevorst voert oorlog tegen de oorlog en vernietigt hem. Wat een heerlijke dag is dat, waarin de HEERE de boog verbreekt en de spies aan stukken slaat en de wagens met vuur verbrandt! Ik meen het nu al voor mij te zien. Mijn zonden, die de wapens van mijn vijanden waren, stapelt de HEERE op hopen. Wat een bergen van buit! Maar zie! Hij haalt de fakkel van Zijn liefde van het altaar van Zijn offerande, en Hij steekt de reusachtige stapel in brand. Zie hoe zij vlammen! Zij worden voor eeuwig geheel verteerd.

Jesaja 9:5.Kruisverwijzingen2 Thessalonicenzen 1:8Handelingen 2:19Ezechiël 39:8Nahum 3:2Jesaja 30:33Jesaja 37:36Leviticus 3:11Psalmen 46:9
— Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst;
Hoe wordt de Heere Jezus toch heerlijk in onze ogen! Hij wiens naam Immanuël is, wordt nu in ons hart met vele kronen gekroond en met vele titels geëerd. Wat een lijst van heerlijkheden staat hier! Wat een uitbarsting van gezang is het wanneer wij van de Messias zingen: “en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst”! Elk woord klinkt als een saluutschot. Het is heel goed om spelers op instrumenten en zoete zangers deze woorden te horen voordragen, maar ze te gelóven en in de eigen ziel te beleven is oneindig veel beter. Wanneer elke vrees en elke hoop, elke kracht en elke hartstocht van onze natuur het orkest van ons hart vullen en alle samen instemmen in één inwendig lied tot de heerlijke Immanuël, wat een muziek is dat!

Er staat een dubbele uitspraak: “Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven.” Maar er zit geen herhaling in. Het is geen onderscheiding zonder verschil. Jezus Christus was een Kind naar Zijn menselijke natuur, en Hij is ontvangen door de werking van de Heilige Geest en geboren uit de maagd Maria. Hij is even waarachtig geboren, even zeker een kind geweest, als enig ander mens die ooit op aarde geleefd heeft. Hij is naar Zijn mensheid een Kind dat geboren is.

Maar Jezus Christus is ook Gods Zoon; Hij was en is van hetzelfde wezen met de Vader. De leer van het eeuwige Zoonschap van Christus moet aangenomen worden als een ontwijfelbare waarheid van onze heilige godsdienst. Maar wij kunnen haar niet verklaren, want zij behoort tot de diepten van God — een van die plechtige verborgenheden waarin de engelen niet durven zien. En zij begeren er ook niet in te dringen; het is een verborgenheid die wij niet moeten pogen te doorgronden, want zij gaat het bevattingsvermogen van elk eindig wezen volstrekt te boven. Als Zoon is Jezus Christus ons dus niet geboren, maar gegeven. Hij is een zegen die ons geschonken is. Hij was al Gods Zoon toen Hij in deze wereld geboren werd, en Hij is gezonden of gegeven, opdat wij duidelijk zouden zien dat dit onderscheid veelzeggend is en ons veel goede waarheid over God meedeelt.

Jesaja 9:6.KruisverwijzingenLukas 2:11Mattheüs 28:18Jesaja 7:14Jeremia 23:5Openbaring 19:16Hebreeën 2:13Jesaja 28:291 Johannes 5:20
— Der grootheid dezer heerschappij en des vredes zal geen einde zijn op den troon van David en in zijn koninkrijk, om dat te bevestigen, en dat te sterken met gericht en met gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid toe. De ijver des HEEREN der heirscharen zal zulks doen.
“De ijver des HEEREN der heirscharen zal zulks doen.” Als Christus uw Zaligmaker is, dan moet Hij ook uw Koning zijn. Zodra wij werkelijk in Jezus als onze zaligheid geloven, vallen wij voor Hem neer en noemen wij Hem Meester en Heere. Wij dienen omdat Hij behoudt. Hij heeft ons voor Zichzelf gekocht, en wij belijden dat wij de Zijne zijn.

Een edelmoedig man kocht eens een slavin. Zij was op de markt geveild, en hij had medelijden met haar en kocht haar; maar toen hij haar gekocht had, zei hij tot haar: “Ik heb u gekocht om u vrij te maken. Hier zijn uw papieren, u bent een vrije vrouw.” Het dankbare schepsel viel aan zijn voeten en riep uit: “Ik zal u nooit verlaten; hebt u mij vrijgemaakt, dan zal ik uw dienares zijn zolang u leeft, en u beter dienen dan enige slavin doen kan.” Zo staan wij tegenover Jezus. Hij maakt ons vrij van de heerschappij van satan, en dan, omdat wij een heerser nodig hebben, zeggen wij: “en de heerschappij is op Zijn schouder”. Wij zijn blij geregeerd te worden door Immanuël, God met ons.

Ook dit is een deur van hoop voor ons: dat Jezus de Vorst van ons hart zal zijn, is onze uitnemende blijdschap. Voor ons zal Hij altijd “Wonderlijk” zijn. Wanneer wij aan Hem denken of over Hem spreken, zal het met eerbiedig ontzag zijn. Hebben wij raad en vertroosting nodig, dan vluchten wij tot Hem, want Hij is onze Raad. Hebben wij kracht nodig, dan zien wij op Hem als onze Sterke God. Wedergeboren door Zijn Geest zijn wij Zijn kinderen, en Hij is de Vader der eeuwigheid. Vol blijdschap en rust noemen wij Hem Vredevorst.

Bent u bereid dat Christus over u regeert? Wilt u uw leven doorbrengen met Hem te prijzen? U bent wel bereid dat Christus u vergeeft; maar wij kunnen Hem niet delen, en daarom moet u Hem ook aannemen om u te heiligen. U mag de kroon niet van Zijn hoofd nemen, maar moet Hem aannemen als de Vorst van uw ziel. Wilt u dat Zijn hand u helpt, dan moet u de scepter gehoorzamen die zij vasthoudt. Gezegende Immanuël, wij zijn van harte blij U te gehoorzamen! In U eindigt onze duisternis, en uit de schaduw van de dood rijzen wij op tot het licht van het leven. Het is zaligheid U gehoorzaam te zijn.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Zoals een mug zou kunnen proberen de oceaan leeg te drinken, zo zou een eindig schepsel kunnen proberen de eeuwige God te doorgronden. Een God die wij konden begrijpen, zou geen God zijn. Konden wij Hem omvatten, dan kon Hij niet oneindig zijn; konden wij Hem verstaan, dan zou Hij niet goddelijk zijn.

Verdiepende artikelen

Jezus is alles wat je nodig hebt

Hij Verkwikt Mijn Ziel

En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Jesaja 9:5 Wees blij, jij die denkt verdwaald te zijn; jouw Redder komt om je op…

Uitnodiging naar Bethlehem

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven. Jesaja 9:5 Kom lezer, kom naar het kindje van Bethlehem. Kom, kinderen, jongens en meisjes, want Hij…

Een kind is ons geboren (Kerstpreek)

Preken

Want een Kind is ons geboren Jesaja 9:5 Het belangrijkste en enige doel van mijn preek van deze morgen is het aantonen van de kracht van deze twee woorden:…

Bent u aan Christus gegeven?

Aan De Voeten Van De Meester

Want een Kind is ons geboren Jesaja 9:5 Als de Zoon aan ons gegeven is, dan zijn wij gegeven aan de Zoon. Wat zegt u daarop? Bent u aan…

Neerbuigende goedheid

Aan De Voeten Van De Meester

Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader…

Een vraag voor de kerstdagen

Preken

Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven. Jesaja 9:5 Bij andere gelegenheden heb ik het hoofddeel van deze tekst al verklaard: “De heerschappij rust op Zijn…

Een licht dat niet meer wordt uitgedoofd

Korte Overdenkingen Overdenkingen met Spurgeon

Kijk ginds naar Christus aan het kruis! Hij stak die dag het licht aan van een kaars die nooit meer kan worden uitgedoofd. Hij is "Vader der eeuwigheid…

De blijdschap van de oogst

Preken

Zij zullen blijde wezen voor uw aangezicht, gelijk men zich verblijdt in de oogst. Jesaja 9:2 Ik heb deze dagen feestgevierd in een kring van dankbaren, die juichten: “Onze…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content