Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jesaja 8

1 Verder zeide de HEERE tot mij: Neem u een grote rol, en schrijf daarop met eens mensen griffel: Haastende tot den roof, is hij spoedig tot den buit!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Verder zeideH559 de HEEREH3068 totH413 mij: NeemH3947 u een groteH1419 rolH1549, en schrijfH3789 daarop met eens mensenH582 griffelH2747: Haastende tot den roof, is hij spoedig tot den buit! Verder zeide de HEERE tot mij: Neem u een grote rol, en schrijf daarop met eens mensen griffel: Haastende tot den roof, is hij spoedig tot den buit!

Ook in dit vers Haastende roof spoedig buitH4122

KJV Moreover the LORD2 said1 unto me, Take4 thee a great7 roll,6 and write8 in it with a man's11 pen10 concerning Mahershalalhashbaz.

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֵלַ֔י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 קַח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 5 לְךָ֖ 6 גִּלָּי֣וֹן H1549 rol, spiegels glass, roll 7 גָּד֑וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 8 וּכְתֹ֤ב H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 9 עָלָיו֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 בְּחֶ֣רֶט H2747 griffel, griffie graving tool, pen 11 אֱנ֔וֹשׁ H582 mannen, lieden, mens another, [idiom] (blood-) thirsty, certain, chap(-man); divers, fellow, [idiom] in the flower of their age, husband, (certain, mortal) man, people, person, servant, some ([idiom] of them), [phrase] stranger, those, [phrase] their trade. It is often unexpressed in the English versions, especially when used in apposition with another word. Compare H376 (אִישׁ) 12 לְמַהֵ֥ר H4122 Haastende roof spoedig buit, MAHER-SCHALAL CHAZBAZ Maher-sha-lal-bash-baz 13 שָׁלָ֖ל H4122 Haastende roof spoedig buit, MAHER-SCHALAL CHAZBAZ Maher-sha-lal-bash-baz 14 חָ֥שׁ H4122 Haastende roof spoedig buit, MAHER-SCHALAL CHAZBAZ Maher-sha-lal-bash-baz 15 בַּֽז H4122 Haastende roof spoedig buit, MAHER-SCHALAL CHAZBAZ Maher-sha-lal-bash-baz
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Toen nam ik mij getrouwe getuigen, Uria, den priester, en Zacharia, den zoon van Jeberechja.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Toen namH5749 ik mij getrouweH539 getuigenH5707, UriaH223, den priesterH3548, en ZachariaH2148, den zoonH1121 van JeberechjaH3000. Toen nam ik mij getrouwe getuigen, Uria, den priester, en Zacharia, den zoon van Jeberechja.

KJV And I took1 unto me faithful4 witnesses3 to record, Uriah6 the priest,7 and Zechariah9 the son10 of Jeberechiah.

1 וְאָעִ֣ידָה H5749 betuigd, betuigen, getuigen admonish, charge, earnestly, lift up, protest, call (take) to record, relieve, rob, solemnly, stand upright, testify, give warning, (bear, call to, give, take to) witness 2 לִּ֔י 3 עֵדִ֖ים H5707 getuige, getuigen, Getuige witness 4 נֶאֱמָנִ֑ים H539 getrouw, geloven, geloofd hence, assurance, believe, bring up, establish, [phrase] fail, be faithful (of long continuance, stedfast, sure, surely, trusty, verified), nurse, (-ing father), (put), trust, turn to the right 5 אֵ֚ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 אוּרִיָּ֣ה H223 Uria Uriah, Urijah 7 הַכֹּהֵ֔ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 8 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 זְכַרְיָ֖הוּ H2148 Zacharia, Zecharja, Zacharja Zachariah, Zechariah 10 בֶּ֥ן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 יְבֶרֶכְיָֽהוּ H3000 Jeberechja Jeberechiah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En ik was tot de profetesse genaderd, die werd zwanger, en baarde een zoon; en de HEERE zeide tot mij: Noem zijn naam MAHER-SCHALAL, CHAZ-BAZ.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En ik was totH413 de profetesseH5031 genaderdH7126, die werd zwangerH2029, en baardeH3205 een zoonH1121; en de HEEREH3068 zeideH559 totH413 mij: NoemH7121 zijn naamH8034 MAHER-SCHALAL, CHAZ-BAZ. En ik was tot de profetesse genaderd, die werd zwanger, en baarde een zoon; en de HEERE zeide tot mij: Noem zijn naam MAHER-SCHALAL, CHAZ-BAZ.

Ook in dit vers MAHER-SCHALAL CHAZBAZH4122

KJV And I went1 unto the prophetess;3 and she conceived,4 and bare5 a son.6 Then said7 the LORD8 to me, Call10 his name11 Mahershalalhashbaz.

1 וָאֶקְרַב֙ H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 הַנְּבִיאָ֔ה H5031 profetes, profetesse prophetess 4 וַתַּ֖הַר H2029 bevrucht, zwanger, ontvangen been, be with child, conceive, progenitor 5 וַתֵּ֣לֶד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 6 בֵּ֑ן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 אֵלַ֔י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 קְרָ֣א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 11 שְׁמ֔וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 12 מַהֵ֥ר H4122 Haastende roof spoedig buit, MAHER-SCHALAL CHAZBAZ Maher-sha-lal-bash-baz 13 שָׁלָ֖ל H4122 Haastende roof spoedig buit, MAHER-SCHALAL CHAZBAZ Maher-sha-lal-bash-baz 14 חָ֥שׁ H4122 Haastende roof spoedig buit, MAHER-SCHALAL CHAZBAZ Maher-sha-lal-bash-baz 15 בַּֽז H4122 Haastende roof spoedig buit, MAHER-SCHALAL CHAZBAZ Maher-sha-lal-bash-baz
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Want eer dat knechtje zal kunnen roepen: Mijn vader! of, mijn moeder! zal men den rijkdom van Damaskus, en den buit van Samaria dragen voor het aangezicht van den koning van Assur.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Want eerH2962 dat knechtjeH5288 zal kunnen roepenH7121: Mijn vaderH1! of, mijn moederH517! zal men den rijkdomH2428 van DamaskusH1834, en den buitH7998 van SamariaH8111 dragenH5375 voor het aangezichtH6440 van den koningH4428 van AssurH804. Want eer dat knechtje zal kunnen roepen: Mijn vader! of, mijn moeder! zal men den rijkdom van Damaskus, en den buit van Samaria dragen voor het aangezicht van den koning van Assur.

KJV For before the child4 shall have knowledge3 to cry,5 My father,6 and my mother,7 the riches10 of Damascus11 and the spoil13 of Samaria14 shall be taken away8 before15 the king16 of Assyria.

1 כִּ֗י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 בְּטֶ֨רֶם֙ H2962 eer, terwijl before, ere, not yet 3 יֵדַ֣ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 4 הַנַּ֔עַר H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man) 5 קְרֹ֖א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 6 אָבִ֣י H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 7 וְאִמִּ֑י H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 8 יִשָּׂ֣א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 חֵ֣יל H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 11 דַּמֶּ֗שֶׂק H1834 Damaskus, Damaskener Damascus 12 וְאֵת֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 שְׁלַ֣ל H7998 buit, roof, roofs prey, spoil 14 שֹׁמְר֔וֹן H8111 Samaria Samaria 15 לִפְנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 16 מֶ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 17 אַשּֽׁוּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En de HEERE sprak nog verder tot mij, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En de HEEREH3068 sprakH1696 nogH5750 verder totH413 mij, zeggendeH559: En de HEERE sprak nog verder tot mij, zeggende:

KJV The LORD2 spake3 also unto me again,1 saying,

1 וַיֹּ֣סֶף H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 2 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 דַּבֵּ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 4 אֵלַ֛י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 ע֖וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 6 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Dewijl dit volk veracht de wateren van Siloa, die zachtjes gaan, en er vreugde is bij Rezin en den zoon van Remalia;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 DewijlH3588 dit volkH5971 verachtH3988 de waterenH4325 van SiloaH7975, die zachtjesH328 gaanH1980, en er vreugdeH4885 is bijH854 RezinH7526 en den zoonH1121 van RemaliaH7425; Dewijl dit volk veracht de wateren van Siloa, die zachtjes gaan, en er vreugde is bij Rezin en den zoon van Remalia;

KJV Forasmuch1 as this people4 refuseth3 the waters7 of Shiloah8 that go9 softly,10 and rejoice11 in Rezin13 and Remaliah's15 son;

1 יַ֗עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 2 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 3 מָאַס֙ H3988 verworpen, verwerpen, versmaad abhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person 4 הָעָ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 הַזֶּ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 6 אֵ֚ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 מֵ֣י H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 8 הַשִּׁלֹ֔חַ H7975 Schelah, Siloa Shiloah, Siloah 9 הַהֹלְכִ֖ים H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 10 לְאַ֑ט H328 bezweerders, gemak, langzaam charmer, gently, secret, softly 11 וּמְשׂ֥וֹשׂ H4885 vreugde, vrolijkheid, vrolijk joy, mirth, rejoice 12 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 13 רְצִ֖ין H7526 Rezin, Rezins Rezin 14 וּבֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 15 רְמַלְיָֽהוּ H7425 Remalia Remaliah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Daarom ziet, zo zal de Heere over hen doen opkomen die sterke en geweldige wateren der rivier, den koning van Assyrie en al zijn heerlijkheid; en hij zal opkomen over al zijn stromen, en gaan over al zijn oevers;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Daarom zietH2009, zo zal de HeereH136 overH5921 hen doen opkomenH5927 die sterkeH6099 en geweldigeH7227 waterenH4325 der rivierH5104, den koningH4428 van AssyrieH804 en alH3605 zijn heerlijkheidH3519; en hij zal opkomenH5927 overH5921 alH3605 zijn stromenH650, en gaanH1980 overH5921 alH3605 zijn oeversH1415; Daarom ziet, zo zal de Heere over hen doen opkomen die sterke en geweldige wateren der rivier, den koning van Assyrie en al zijn heerlijkheid; en hij zal opkomen over al zijn stromen, en gaan over al zijn oevers;

KJV Now therefore, behold, the Lord3 bringeth up4 upon them the waters7 of the river,8 strong9 and many,10 even the king12 of Assyria,13 and all his glory:16 and he shall come up17 over all his channels,20 and go over21 all his banks:

1 וְלָכֵ֡ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 הִנֵּ֣ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 3 אֲדֹנָי֩ H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 4 מַעֲלֶ֨ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 5 עֲלֵיהֶ֜ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 מֵ֣י H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 8 הַנָּהָ֗ר H5104 rivier, rivieren, stromen flood, river 9 הָעֲצוּמִים֙ H6099 machtig, machtiger, machtige [phrase] feeble, great, mighty, must, strong 10 וְהָ֣רַבִּ֔ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 מֶ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 אַשּׁ֖וּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר) 14 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 כְּבוֹד֑וֹ H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 17 וְעָלָה֙ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 18 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 20 אֲפִיקָ֔יו H650 stromen, waterstromen, kolken brook, channel, mighty, river, [phrase] scale, stream, strong piece 21 וְהָלַ֖ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 22 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 23 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 24 גְּדוֹתָֽיו H1415 oevers bank
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En hij zal doortrekken in Juda, hij zal het overstromen, en er doorgaan, hij zal tot aan den hals reiken; en de uitstrekkingen zijner vleugelen zullen vervullen de breedte uws lands, o Immanuel!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En hij zal doortrekkenH2498 in JudaH3063, hij zal het overstromenH7857, en er doorgaanH5674, hij zal totH5704 aan den halsH6677 reikenH5060; en de uitstrekkingenH4298 zijner vleugelenH3671 zullen vervullenH4393 de breedteH7341 uws landsH776, o ImmanuelH6005! En hij zal doortrekken in Juda, hij zal het overstromen, en er doorgaan, hij zal tot aan den hals reiken; en de uitstrekkingen zijner vleugelen zullen vervullen de breedte uws lands, o Immanuel!

KJV And he shall pass1 through Judah;2 he shall overflow3 and go over,4 he shall reach7 even to the neck;6 and the stretching out9 of his wings10 shall fill11 the breadth12 of thy land,13 O Immanuel.14

1 וְחָלַ֤ף H2498 veranderen, veranderd, veranderde abolish, alter, change, cut off, go on forward, grow up, be over, pass (away, on, through), renew, sprout, strike through 2 בִּֽיהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 3 שָׁטַ֣ף H7857 overstromen, gespoeld, overlopen drown, (over-) flow(-whelm, rinse, run, rush, (throughly) wash (away) 4 וְעָבַ֔ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 5 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 6 צַוָּ֖אר H6677 hals, halzen, buithalzen neck 7 יַגִּ֑יעַ H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 8 וְהָיָה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 מֻטּ֣וֹת H4298 uitstrekkingen stretching out 10 כְּנָפָ֔יו H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed) 11 מְלֹ֥א H4393 volheid, vol, volle menigte [idiom] all along, [idiom] all that is (there-) in, fill, ([idiom] that whereof...was) full, fulness, (hand-) full, multitude 12 רֹֽחַב H7341 breedte, brede, el breedte breadth, broad, largeness, thickness, wideness 13 אַרְצְךָ֖ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 14 עִמָּ֥נוּ H6005 Immanuel Immanuel 15 אֵֽל H6005 Immanuel Immanuel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Vergezelt u te zamen, gij volken! doch wordt verbroken; en neemt ter ore, allen gij, die in verre landen zijt, omgordt u, doch wordt verbroken; omgordt u, doch wordt verbroken!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Vergezelt u te zamen, gij volkenH5971! doch wordt verbrokenH2865; en neemtH238 ter ore, allenH3605 gij, die in verreH4801 landenH776 zijt, omgordtH247 u, doch wordt verbrokenH2865; omgordtH247 u, doch wordt verbrokenH2865! Vergezelt u te zamen, gij volken! doch wordt verbroken; en neemt ter ore, allen gij, die in verre landen zijt, omgordt u, doch wordt verbroken; omgordt u, doch wordt verbroken!

Ook in dit vers Vergezelt zamenH7489

KJV Associate1 yourselves, O ye people,2 and ye shall be broken in pieces;3 and give ear,4 all5 ye of far6 countries:7 gird8 yourselves, and ye shall be broken in pieces;9 gird10 yourselves, and ye shall be broken in pieces.

1 רֹ֤עוּ H7489 kwaad, boosdoeners, kwalijk afflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse 2 עַמִּים֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 וָחֹ֔תּוּ H2865 ontzet, verbroken, verschrikt abolish, affright, be (make) afraid, amaze, beat down, discourage, (cause to) dismay, go down, scare, terrify 4 וְהַֽאֲזִ֔ינוּ H238 ore, neem, neemt ore give (perceive by the) ear, hear(-ken). See H239 (אָזַן) 5 כֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 מֶרְחַקֵּי H4801 verre, verren, ver (a-, dwell in, very) far (country, off). See also H1023 (בֵּית הַמֶּרְחָק) 7 אָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 הִתְאַזְּר֣וּ H247 omgordt, omgord, Gord bind (compass) about, gird (up, with) 9 וָחֹ֔תּוּ H2865 ontzet, verbroken, verschrikt abolish, affright, be (make) afraid, amaze, beat down, discourage, (cause to) dismay, go down, scare, terrify 10 הִֽתְאַזְּר֖וּ H247 omgordt, omgord, Gord bind (compass) about, gird (up, with) 11 וָחֹֽתּוּ H2865 ontzet, verbroken, verschrikt abolish, affright, be (make) afraid, amaze, beat down, discourage, (cause to) dismay, go down, scare, terrify
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Beraadslaagt een raad, doch hij zal vernietigd worden; spreekt een woord, doch het zal niet bestaan; want God is met ons!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 BeraadslaagtH5779 een raadH6098, doch hij zal vernietigdH6565 worden; spreektH1696 een woordH1697, doch het zal nietH3808 bestaanH6965; wantH3588 GodH410 is metH5973 ons! Beraadslaagt een raad, doch hij zal vernietigd worden; spreekt een woord, doch het zal niet bestaan; want God is met ons!

KJV Take1 counsel2 together, and it shall come to nought;3 speak4 the word,5 and it shall not stand:7 for God

1 עֻ֥צוּ H5779 Beraadslaagt take advice ((counsel) together) 2 עֵצָ֖ה H6098 raad, raadslag, raadslagen advice, advisement, counsel(l-(or)), purpose 3 וְתֻפָ֑ר H6565 vernietigen, vernietigd, ganselijk [idiom] any ways, break (asunder), cast off, cause to cease, [idiom] clean, defeat, disannul, disappoint, dissolve, divide, make of none effect, fail, frustrate, bring (come) to nought, [idiom] utterly, make void 4 דַּבְּר֤וּ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 5 דָבָר֙ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 6 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 יָק֔וּם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 8 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 עִמָּ֖נוּ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 10 אֵֽל H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Want alzo heeft de HEERE tot mij gezegd, met een sterke hand, en Hij onderwees mij van niet te wandelen op den weg dezes volks, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 WantH3588 alzoH3541 heeft de HEEREH3068 totH413 mij gezegdH559, met een sterkeH2393 handH3027, en Hij onderweesH3256 mij van niet te wandelenH3212 op den wegH1870 dezes volksH5971, zeggendeH559: Want alzo heeft de HEERE tot mij gezegd, met een sterke hand, en Hij onderwees mij van niet te wandelen op den weg dezes volks, zeggende:

KJV For the LORD4 spake3 thus to me with a strong6 hand,7 and instructed8 me that I should not walk9 in the way10 of this people,11 saying,

1 כִּי֩ H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כֹ֨ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֧ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 אֵלַ֖י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 כְּחֶזְקַ֣ת H2393 sterk, sterke, versterkt strength(-en self), (was) strong 7 הַיָּ֑ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 8 וְיִסְּרֵ֕נִי H3256 gekastijd, kastijden, getuchtigd bind, chasten, chastise, correct, instruct, punish, reform, reprove, sore, teach 9 מִלֶּ֛כֶת H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 10 בְּדֶ֥רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 11 הָֽעָם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 12 הַזֶּ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 13 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Gijlieden zult niet zeggen: Een verbintenis, van alles, waar dit volk van zegt: Het is een verbintenis; en vreest gijlieden hun vreze niet, en verschrikt niet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Gijlieden zult nietH3808 zeggenH559: Een verbintenisH7195, van allesH3605, waarH834 ditH2088 volkH5971 van zegtH559: Het is een verbintenisH7195; en vreestH3372 gijlieden hun vrezeH4172 nietH3808, en verschriktH6206 niet. Gijlieden zult niet zeggen: Een verbintenis, van alles, waar dit volk van zegt: Het is een verbintenis; en vreest gijlieden hun vreze niet, en verschrikt niet.

KJV Say2 ye not, A confederacy,3 to all them to whom this people7 shall say,6 A confederacy;9 neither fear13 ye their fear,11 nor be afraid.

1 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 תֹאמְר֣וּן H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 קֶ֔שֶׁר H7195 verbintenis, Verraad, verraad confederacy, conspiracy, treason 4 לְכֹ֧ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 יֹאמַ֛ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 הָעָ֥ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 8 הַזֶּ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 9 קָ֑שֶׁר H7195 verbintenis, Verraad, verraad confederacy, conspiracy, treason 10 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 מוֹרָא֥וֹ H4172 vreze, verschrikking, schrik dread, (that ought to be) fear(-ed), terribleness, terror 12 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 תִֽירְא֖וּ H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 14 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 תַעֲרִֽיצוּ H6206 verschrikt, Ontzet, Verschrikt be affrighted (afraid, dread, feared, terrified), break, dread, fear, oppress, prevail, shake terribly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Den HEERE der heirscharen, Dien zult gijlieden heiligen, en Hij zij uw vreze, en Hij zij uw verschrikking.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Den HEEREH3068 der heirscharenH6635, Dien zult gijlieden heiligenH6942, en HijH1931 zij uw vrezeH4172, en Hij zijH1931 uw verschrikkingH6206. Den HEERE der heirscharen, Dien zult gijlieden heiligen, en Hij zij uw vreze, en Hij zij uw verschrikking.

KJV Sanctify5 the LORD2 of hosts3 himself; and let him be your fear,7 and let him be your dread.

1 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 4 אֹת֣וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 תַקְדִּ֑ישׁוּ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 6 וְה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 7 מוֹרַאֲכֶ֖ם H4172 vreze, verschrikking, schrik dread, (that ought to be) fear(-ed), terribleness, terror 8 וְה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 9 מַֽעֲרִֽצְכֶֽם H6206 verschrikt, Ontzet, Verschrikt be affrighted (afraid, dread, feared, terrified), break, dread, fear, oppress, prevail, shake terribly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Dan zal Hij ulieden tot een Heiligdom zijn; maar tot een steen des aanstoots en tot een rotssteen der struikeling den twee huizen van Israel, tot een strik en tot een net den inwoners te Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Dan zal Hij ulieden tot een HeiligdomH4720 zijnH1961; maar tot een steenH68 des aanstootsH5063 en tot een rotssteenH6697 der struikelingH4383 den tweeH8147 huizenH1004 van IsraelH3478, tot een strikH6341 en tot een netH4170 den inwonersH3427 te JeruzalemH3389. Dan zal Hij ulieden tot een Heiligdom zijn; maar tot een steen des aanstoots en tot een rotssteen der struikeling den twee huizen van Israel, tot een strik en tot een net den inwoners te Jeruzalem.

KJV And he shall be for a sanctuary;2 but for a stone3 of stumbling4 and for a rock5 of offence6 to both7 the houses8 of Israel,9 for a gin10 and for a snare11 to the inhabitants12 of Jerusalem.

1 וְהָיָ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 לְמִקְדָּ֑שׁ H4720 heiligdom, heiligdoms, heiligdommen chapel, hallowed part, holy place, sanctuary 3 וּלְאֶ֣בֶן H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 4 נֶ֠גֶף H5063 plaag, plage, aanstoots plague, stumbling 5 וּלְצ֨וּר H6697 Rotssteen, rotssteen, rots edge, [idiom] (mighty) God (one), rock, [idiom] sharp, stone, [idiom] strength, [idiom] strong. See also H1049 (בֵּית צוּר) 6 מִכְשׁ֜וֹל H4383 aanstoot, aanstoten, struikeling caused to fall, offence, [idiom] (no-) thing offered, ruin, stumbling-block 7 לִשְׁנֵ֨י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 8 בָתֵּ֤י H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 10 לְפַ֣ח H6341 strik, strikken, dunne platen gin, (thin) plate, snare 11 וּלְמוֹקֵ֔שׁ H4170 strik, strikken, valstrik be ensnared, gin, (is) snare(-d), trap 12 לְיוֹשֵׁ֖ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 13 יְרוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En velen onder hen zullen struikelen, en vallen, en verbroken worden, en zullen verstrikt en gevangen worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En velenH7227 onder hen zullen struikelenH3782, en vallenH5307, en verbrokenH7665 worden, en zullen verstriktH3369 en gevangenH3920 worden. En velen onder hen zullen struikelen, en vallen, en verbroken worden, en zullen verstrikt en gevangen worden.

KJV And many3 among them shall stumble,1 and fall,4 and be broken,5 and be snared,6 and be taken.

1 וְכָ֥שְׁלוּ H3782 struikelen, vallen, aanstoten bereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak 2 בָ֖ם 3 רַבִּ֑ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 4 וְנָפְל֣וּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 5 וְנִשְׁבָּ֔רוּ H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 6 וְנוֹקְשׁ֖וּ H3369 verstrikt, gelegd, strik gesteld fowler (lay a) snare 7 וְנִלְכָּֽדוּ H3920 nam, ingenomen, gevangen [idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Bind de getuigenis toe; verzegel de wet onder mijn leerlingen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 BindH6887 de getuigenisH8584 toe; verzegelH2856 de wetH8451 onder mijn leerlingenH3928. Bind de getuigenis toe; verzegel de wet onder mijn leerlingen.

KJV Bind up1 the testimony,2 seal3 the law4 among my disciples.

1 צ֖וֹר H6887 bange, benauwen, benauwd adversary, (be in) afflict(-ion), beseige, bind (up), (be in, bring) distress, enemy, narrower, oppress, pangs, shut up, be in a strait (trouble), vex 2 תְּעוּדָ֑ה H8584 getuigenis testimony 3 חֲת֥וֹם H2856 verzegeld, verzegelde, verzegelen make an end, mark, seal (up), stop 4 תּוֹרָ֖ה H8451 wet, wetten, leer law 5 בְּלִמֻּדָֽי H3928 geleerd, geleerden, gewend accustomed, disciple, learned, taught, used
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Daarom zal ik den Heere verbeiden, Die Zijn aangezicht verbergt voor het huis van Jakob, en ik zal Hem verwachten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Daarom zal ik den HeereH3068 verbeidenH2442, Die Zijn aangezichtH6440 verbergtH5641 voor het huisH1004 van JakobH3290, en ik zal Hem verwachtenH6960. Daarom zal ik den Heere verbeiden, Die Zijn aangezicht verbergt voor het huis van Jakob, en ik zal Hem verwachten.

KJV And I will wait1 upon the LORD,2 that hideth3 his face4 from the house5 of Jacob,6 and I will look

1 וְחִכִּ֨יתִי֙ H2442 verwacht, wachten, gewacht long, tarry, wait 2 לַיהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 הַמַּסְתִּ֥יר H5641 verborgen, verbergen, verbergt be absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely 4 פָּנָ֖יו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 5 מִבֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 יַעֲקֹ֑ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 7 וְקִוֵּ֖יתִֽי H6960 verwacht, verwachten, wacht gather (together), look, patiently, tarry, wait (for, on, upon) 8 לֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Ziet, ik en de kinderen, die mij de HEERE gegeven heeft, zijn tot tekenen en tot wonderen in Israel, van den HEERE der heirscharen, Die op den berg Sion woont.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 ZietH2009, ik en de kinderenH3206, dieH834 mij de HEEREH3068 gegevenH5414 heeft, zijn tot tekenenH226 en tot wonderenH4159 in IsraelH3478, van den HEEREH3068 der heirscharenH6635, Die op den bergH2022 SionH6726 woontH7931. Ziet, ik en de kinderen, die mij de HEERE gegeven heeft, zijn tot tekenen en tot wonderen in Israel, van den HEERE der heirscharen, Die op den berg Sion woont.

KJV Behold, I and the children3 whom the LORD7 hath given5 me are for signs8 and for wonders9 in Israel10 from the LORD12 of hosts,13 which dwelleth14 in mount15 Zion.

1 הִנֵּ֣ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 אָנֹכִ֗י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 3 וְהַיְלָדִים֙ H3206 kinderen, kind, jongelingen boy, child, fruit, son, young man (one) 4 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 נָֽתַן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 לִ֣י 7 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 לְאֹת֥וֹת H226 teken, tekenen mark, miracle, (en-) sign, token 9 וּלְמוֹפְתִ֖ים H4159 wonderen, wonderteken, wonder miracle, sign, wonder(-ed at) 10 בְּיִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 11 מֵעִם֙ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 12 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 צְבָא֔וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 14 הַשֹּׁכֵ֖ן H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up) 15 בְּהַ֥ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 16 צִיּֽוֹן H6726 Sion, Sions Zion
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Wanneer zij dan tot ulieden zeggen zullen: Vraagt waarzeggers en duivelskunstenaars, die daar piepen, en binnensmonds mompelen; zo zegt: Zal niet een volk zijn God vragen? zal men voor de levenden de doden vragen?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Wanneer zij dan totH413 ulieden zeggenH559 zullen: VraagtH1875 waarzeggersH178 en duivelskunstenaarsH3049, die daar piepenH6850, en binnensmonds mompelenH1897; zo zegt: Zal nietH3808 een volkH5971 zijn GodH430 vragenH1875? zal men voor de levendenH2416 de dodenH4191 vragen? Wanneer zij dan tot ulieden zeggen zullen: Vraagt waarzeggers en duivelskunstenaars, die daar piepen, en binnensmonds mompelen; zo zegt: Zal niet een volk zijn God vragen? zal men voor de levenden de doden vragen?

KJV And when they shall say2 unto you, Seek4 unto them that have familiar spirits,6 and unto wizards8 that peep,9 and that mutter:10 should not a people12 seek15 unto their God?14 for the living17 to the dead?

1 וְכִֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 יֹאמְר֣וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 אֲלֵיכֶ֗ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 דִּרְשׁ֤וּ H1875 zoeken, vragen, gezocht ask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 הָאֹבוֹת֙ H178 waarzeggers, waarzeggenden geest, lederen zakken bottle, familiar spirit 7 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 הַיִּדְּעֹנִ֔ים H3049 duivelskunstenaars, duivelskunstenaar, duivelskunstenaren wizard 9 הַֽמְצַפְצְפִ֖ים H6850 piepen, piepte chatter, peep, whisper 10 וְהַמַּהְגִּ֑ים H1897 bedenkt, overdenken, overleg imagine, meditate, mourn, mutter, roar, [idiom] sore, speak, study, talk, utter 11 הֲלוֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 עַם֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 13 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 אֱלֹהָ֣יו H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 15 יִדְרֹ֔שׁ H1875 zoeken, vragen, gezocht ask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely 16 בְּעַ֥ד H1157 voor, om; door heen about, at by (means of), for, over, through, up (-on), within 17 הַחַיִּ֖ים H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 18 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 19 הַמֵּתִֽים H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Tot de wet en tot de getuigenis! zo zij niet spreken naar dit woord, het zal zijn, dat zij geen dageraad zullen hebben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Tot de wetH8451 en tot de getuigenisH8584! zoH518 zij niet sprekenH559 naar ditH2088 woordH1697, het zal zijn, dat zij geen dageraadH7837 zullen hebben. Tot de wet en tot de getuigenis! zo zij niet spreken naar dit woord, het zal zijn, dat zij geen dageraad zullen hebben.

KJV To the law1 and to the testimony:2 if they speak5 not according to this word,6 it is because there is no light

1 לְתוֹרָ֖ה H8451 wet, wetten, leer law 2 וְלִתְעוּדָ֑ה H8584 getuigenis testimony 3 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 4 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 יֹֽאמְרוּ֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 כַּדָּבָ֣ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 7 הַזֶּ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 8 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 אֵֽין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 10 ל֖וֹ 11 שָֽׁחַר H7837 dageraad, dageraads, hasschachar day(-spring), early, light, morning, whence riseth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En een ieder van hen zal daar doorgaan, hard gedrukt en hongerig; en het zal geschieden, wanneer hem hongert, en hij zeer toornig zal zijn, dan zal hij vloeken op zijn koning en op zijn God, als hij opwaarts zal zien;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En een ieder van hen zal daar doorgaanH5674, hardH7185 gedrukt en hongerigH7457; en het zal geschiedenH1961, wanneer hem hongertH7456, en hij zeer toornigH7107 zal zijn, dan zal hij vloekenH7043 op zijn koningH4428 en op zijn GodH430, alsH3588 hij opwaartsH4605 zal zienH6437; En een ieder van hen zal daar doorgaan, hard gedrukt en hongerig; en het zal geschieden, wanneer hem hongert, en hij zeer toornig zal zijn, dan zal hij vloeken op zijn koning en op zijn God, als hij opwaarts zal zien;

KJV And they shall pass1 through it, hardly bestead3 and hungry:4 and it shall come to pass, that when they shall be hungry,7 they shall fret8 themselves, and curse9 their king10 and their God,11 and look12 upward.

1 וְעָ֥בַר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 2 בָּ֖הּ 3 נִקְשֶׁ֣ה H7185 hard, verhard, verhardde be cruel, be fiercer, make grievous, be ((ask a), be in, have, seem, would) hard(-en, (labour), -ly, thing), be sore, (be, make) stiff(-en, (-necked)) 4 וְרָעֵ֑ב H7457 hongerige, hongerig, hongerigen hunger bitten, hungry 5 וְהָיָ֨ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 כִֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 יִרְעַ֜ב H7456 hongeren, honger, hongerde (suffer to) famish, (be, have, suffer, suffer to) hunger(-ry) 8 וְהִתְקַצַּ֗ף H7107 toornig, verbolgen, vertoornd (be) anger(-ry), displease, fret self, (provoke to) wrath (come), be wroth 9 וְקִלֵּ֧ל H7043 lichter, vloeken, vloekte abate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet 10 בְּמַלְכּ֛וֹ H4428 koning, konings, koningen king, royal 11 וּבֵאלֹהָ֖יו H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 12 וּפָנָ֥ה H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 13 לְמָֽעְלָה H4605 opwaarts, hoogste, omhoog above, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Als hij de aarde aanschouwen zal, ziet, er zal benauwdheid en duisternis zijn; hij zal verduisterd zijn door angst, en voortgedreven door donkerheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Als hij de aardeH776 aanschouwenH5027 zal, zietH2009, er zal benauwdheidH6869 en duisternisH2825 zijn; hij zal verduisterdH4588 zijn door angstH6695, en voortgedrevenH5080 door donkerheidH653. Als hij de aarde aanschouwen zal, ziet, er zal benauwdheid en duisternis zijn; hij zal verduisterd zijn door angst, en voortgedreven door donkerheid.

KJV And they shall look3 unto the earth;2 and behold trouble5 and darkness,6 dimness7 of anguish;8 and they shall be driven10 to darkness.

1 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 2 אֶ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 3 יַבִּ֑יט H5027 aanschouwen, aanschouwt, zag (cause to) behold, consider, look (down), regard, have respect, see 4 וְהִנֵּ֨ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 5 צָרָ֤ה H6869 benauwdheid, benauwdheden, nood adversary, adversity, affliction, anguish, distress, tribulation, trouble 6 וַחֲשֵׁכָה֙ H2825 duisternis, duisternissen darkness 7 מְע֣וּף H4588 verduisterd dimness 8 צוּקָ֔ה H6695 angst, benauwdheid anguish, [idiom] troublous 9 וַאֲפֵלָ֖ה H653 donkerheid, dikke, donkere dark, darkness, gloominess, [idiom] thick 10 מְנֻדָּֽח H5080 gedreven, verdreven, verdrevenen banish, bring, cast down (out), chase, compel, draw away, drive (away, out, quite), fetch a stroke, force, go away, outcast, thrust away (out), withdraw
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Maar het land, dat beangstigd was, zal niet gans verduisterd worden; gelijk als Hij het in den eersten tijd verachtelijk gemaakt heeft, naar het land van Zebulon aan, en naar het land van Nafthali aan, alzo heeft Hij het in het laatste heerlijk gemaakt, naar den weg zeewaarts aan gelegen over de Jordaan, aan Galilea der heidenen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Maar het land, dat beangstigdH4155 was, zal nietH3808 gans verduisterdH4164 worden; gelijk als Hij het in den eerstenH7223 tijdH6256 verachtelijkH7043 gemaakt heeft, naar het land van ZebulonH2074 aan, en naar het land van NafthaliH5321 aan, alzo heeft Hij het in het laatsteH314 heerlijkH3513 gemaakt, naar den wegH1870 zeewaartsH3220 aan gelegenH5676 over de JordaanH3383, aan GalileaH1551 der heidenenH1471. Maar het land, dat beangstigd was, zal niet gans verduisterd worden; gelijk als Hij het in den eersten tijd verachtelijk gemaakt heeft, naar het land van Zebulon aan, en naar het land van Nafthali aan, alzo heeft Hij het in het laatste heerlijk gemaakt, naar den weg zeewaarts aan gelegen over de Jordaan, aan Galilea der heidenen.

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 מוּעָף֮ H4155 beangstigd dimness 4 לַאֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 מוּצָ֣ק H4164 benauwing, verduisterd, verstijfd anguish, is straitened, straitness 6 לָהּ֒ 7 כָּעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 8 הָרִאשׁ֗וֹן H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 9 הֵקַ֞ל H7043 lichter, vloeken, vloekte abate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet 10 אַ֤רְצָה H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 זְבֻלוּן֙ H2074 Zebulon Zebulun 12 וְאַ֣רְצָה H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 13 נַפְתָּלִ֔י H5321 Nafthali Naphtali 14 וְהָאַחֲר֖וֹן H314 laatste, achterste, navolgende after (-ward), to come, following, hind(-er, -ermost, -most), last, latter, rereward, ut(ter) most 15 הִכְבִּ֑יד H3513 zwaar, eren, verheerlijkt abounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop 16 דֶּ֤רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 17 הַיָּם֙ H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 18 עֵ֣בֶר H5676 gene, zijden, recht [idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight 19 הַיַּרְדֵּ֔ן H3383 Jordaan Jordan 20 גְּלִ֖יל H1551 Galilea Galilee 21 הַגּוֹיִֽם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jesaja 8:1 Jesaja 30:8 Job 19:23 Openbaring 13:18 Jeremia 36:2 Habakuk 2:2 Jeremia 36:28 Jeremia 36:32 Openbaring 21:17
Jesaja 8:2 2 Koningen 16:10 Ruth 4:2 Ruth 4:10 2 Koningen 16:15 2 Korinthe 13:1 2 Koningen 18:2
Jesaja 8:3 Jesaja 7:13 Hosea 1:3 2 Koningen 22:14 Richteren 4:4
Jesaja 8:4 Romeinen 9:11 Jesaja 10:6 Jona 4:11 2 Koningen 16:9 2 Koningen 17:5 2 Koningen 15:29 Deuteronomium 1:39 2 Koningen 17:3
Jesaja 8:5 Jesaja 7:10
Jesaja 8:6 Johannes 9:7 Nehemia 3:15 Jeremia 2:18 Jesaja 7:1 2 Kronieken 13:8 Jeremia 18:14 Richteren 9:16 Jeremia 2:13
Jesaja 8:7 Jesaja 17:12 Jesaja 7:20 Genesis 6:17 Amos 9:5 Amos 8:8 Jesaja 7:17 2 Koningen 17:3 Ezra 4:10
Jesaja 8:8 Jesaja 7:14 Jesaja 30:28 Jesaja 10:28 Jesaja 36:1 Ezechiël 17:3 Jesaja 22:1 Jesaja 28:14 Mattheüs 1:23
Jesaja 8:9 1 Koningen 20:11 Jesaja 14:5 Jesaja 17:12 Psalmen 37:14 Spreuken 11:21 Jesaja 7:1 Jesaja 28:13 Jesaja 37:36
Jesaja 8:10 Romeinen 8:31 Job 5:12 2 Samuël 15:31 Jesaja 7:5 2 Samuël 17:23 Klaagliederen 3:37 Psalmen 46:7 Spreuken 21:30
Jesaja 8:11 Ezechiël 3:14 Handelingen 4:20 Jeremia 15:19 Ezechiël 2:6 Spreuken 1:15 Jeremia 20:9 Jeremia 20:7 Psalmen 32:8
Jesaja 8:12 1 Petrus 3:14 Lukas 21:9 Jesaja 30:1 2 Koningen 16:5 Psalmen 53:5 Lukas 12:4 Mattheüs 28:2 Jesaja 7:2
Jesaja 8:13 Psalmen 76:7 Maleachi 2:5 Numeri 20:12 Genesis 31:53 Jesaja 29:23 Jesaja 26:3 Romeinen 4:20 Lukas 12:5
Jesaja 8:14 1 Petrus 2:8 Lukas 2:34 Romeinen 9:32 Jesaja 28:16 Ezechiël 11:16 Psalmen 46:1 Psalmen 11:6 Spreuken 18:10
Jesaja 8:15 Mattheüs 21:44 Jesaja 28:13 Mattheüs 15:14 Romeinen 9:32 Jesaja 59:10 Mattheüs 11:6 Lukas 20:17 Johannes 6:66
Jesaja 8:16 Daniël 12:4 Deuteronomium 4:45 Jesaja 29:11 Markus 4:34 Jesaja 8:1 Psalmen 25:14 Openbaring 2:17 Openbaring 5:5
Jesaja 8:17 Jesaja 54:8 Habakuk 2:3 Jesaja 1:15 Psalmen 33:20 Genesis 49:18 Deuteronomium 32:20 Hebreeën 9:28 Micha 3:4
Jesaja 8:18 Lukas 2:34 Hebreeën 2:13 Jesaja 7:3 Zacharia 8:3 Psalmen 9:11 Ezechiël 14:8 Psalmen 71:7 Jesaja 14:32
Jesaja 8:19 Jesaja 19:3 Jesaja 29:4 2 Kronieken 33:6 1 Samuël 28:8 Leviticus 20:6 1 Kronieken 10:13 Psalmen 106:28 1 Samuël 28:11
Jesaja 8:20 Micha 3:6 Jesaja 30:8 2 Petrus 1:19 Johannes 5:46 Johannes 5:39 Jeremia 8:9 Maleachi 4:2 Jesaja 8:16
Jesaja 8:21 Jesaja 9:20 Deuteronomium 28:33 Jeremia 14:18 Openbaring 16:9 2 Koningen 25:3 Job 2:5 Deuteronomium 28:53 2 Koningen 6:33
Jesaja 8:22 Jesaja 5:30 Sefanja 1:14 Jeremia 13:16 Judas 1:13 Mattheüs 22:13 Spreuken 14:32 Jesaja 9:1 Jeremia 23:12
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jesaja 8 vers 1

rol, Van het woord rol zie de aantekening Ezra 6:2 ; zie ook Jes. 34:4 , en vergelijk Hab. 2:2 ; Openb. 5:1 .

Hertaald: rol, Over het woord rol, zie de aantekening bij Ezra 6:2; zie ook Jes. 34:4, en vergelijk Hab. 2:2 en Openb. 5:1.

met eens mensen griffel Dat is, met een schrift, hetwelk een ieder kan lezen, of naar de wijze, die in het gebruik is, of naar den algemenen stijl of gewoonte.

Hertaald: met eens mensen griffel Dat is: met een schrift dat iedereen kan lezen, of op de gebruikelijke wijze, of in de gangbare stijl of gewoonte.

Haastende Anders: belangende MAHER SCHALAL CHAS BAZ, dat is, aangaande zulks als de naam, dien gij uw jongen zoon, als hij zal geboren zijn, geven zult, betekent.

Hertaald: Haastende Anders: aangaande MAHER SCHALAL CHAS BAZ — dat is: aangaande datgene wat de naam betekent die u uw jongste zoon zult geven wanneer hij geboren zal zijn.

spoedig De zin is: De koning van Assyrië zal haast komen, en hij zal de Syriërs en de Israëlieten beroven. Zie de vervullling dezer profetie 2 Kon. 16:9 . De zaak, die de naam van den zoon des profeets Jesaja beduidt, wordt hier gesteld.

Hertaald: spoedig De betekenis is: de koning van Assyrië zal spoedig komen en hij zal de Syriërs en de Isra«lieten beroven. Zie de vervulling van deze profetie in 2 Kon. 16:9. Hier wordt de zaak vermeld die de naam van de zoon van de profeet Jesaja aanduidt.

Jesaja 8 vers 2

getrouwe Of, geloofwaardige getuigen. Hebreeuws, ik deed mij betuigen getrouwe getuigen; vergelijk Jer. 32:10 ; dat is, zodanige mannen, die getuigen kunnen dat de profeet deze profetie gedaan had, opdat het hierna niemand zou kunnen loochenen of in twijfel trekken.

Hertaald: getrouwe Of: geloofwaardige getuigen. Hebreeuws: ik liet mij betuigen door getrouwe getuigen; vergelijk Jer. 32:10. Dat is: zulke mannen die konden getuigen dat de profeet deze profetie gedaan had, opdat niemand het daarna zou kunnen ontkennen of in twijfel trekken.

den zoon van Jeberechja Dit wordt hier bijgevoegd tot onderscheiding van verscheidene andere personen van aanzien, die ook dezen naam gehad hebben; gelijk te zien is 2 Kon. 14:29 , en 2 Kron. 24:20 , en 2 Kron. 26:5 , en Ezra 5:1 , en Ezra 6:14 ; Luc. 1:5 , Luc. 1:67 .

Hertaald: den zoon van Jeberechja Dit wordt hier toegevoegd om hem te onderscheiden van verschillende andere aanzienlijke personen die ook deze naam gedragen hebben, zoals te zien is in 2 Kon. 14:29, 2 Kron. 24:20, 2 Kron. 26:5, Ezra 5:1, Ezra 6:14, Luk. 1:5 en Luk. 1:67.

Jesaja 8 vers 3

de profetesse Dat is, tot mijne huisvrouw, aldus genoemd vanwege het ambt van haren man. Of, omdat zij mede ene profetes was.

Hertaald: de profetesse Dat is: tot mijn vrouw, die zo genoemd wordt vanwege het ambt van haar man. Of omdat zij zelf ook een profetes was.

genaderd, Dat is, in de slaapkamer gegaan. Hiermede wordt eerbaarlijk te kennen gegeven de bijslaap van den profeet met zijne huisvrouw.

Hertaald: genaderd, Dat is: in de slaapkamer gegaan. Hiermee wordt op eerbare wijze de gemeenschap van de profeet met zijn vrouw te kennen gegeven.

MAHER-SCHALAL, CHAZ-BAZ Zie boven vs.1.

Hertaald: MAHER-SCHALAL, CHAZ-BAZ Zie hierboven vers 1.

Jesaja 8 vers 4

dat knechtje Of, dezen jongen, te weten de jongste zoon van den profeet, vs.3.

Hertaald: dat knechtje Of: deze jongen, namelijk de jongste zoon van de profeet, vers 3.

zal kunnen roepen Dat is, in korten tijd, want als de kinderen een jaar of twee oud zijn, zo roepen zij met gebroken woorden hun vader en moeder. Samaria en Syrië zijn door de Assyriërs, een jaar of twee na deze profetie, overheerd en verwoest geweest.

Hertaald: zal kunnen roepen Dat is: binnen korte tijd; want wanneer kinderen een jaar of twee oud zijn, roepen zij met gebroken woorden hun vader en moeder. Samaria en Syrië zijn een jaar of twee na deze profetie door de Assyriërs overheerd en verwoest.

Damaskus, Damaskus was de hoofdstad van Syrië, boven Jes. 7:8 .

Hertaald: Damaskus, Damascus was de hoofdstad van Syrië, zie hierboven Jes. 7:8.

den buit Merk wel dat de profeet hier zegt dat de koning van Assyrië den buit van Samaria zou wegnemen, maar hij zegt niet dat hij de stad zou innemen. Zie 2 Kon. 15:29 , en 2 Kon. 16:9 .

Hertaald: den buit Let er goed op dat de profeet hier zegt dat de koning van Assyrië de buit van Samaria zou wegnemen, maar hij zegt niet dat hij de stad zou innemen. Zie 2 Kon. 15:29 en 2 Kon. 16:9.

Samaria Samaria was de hoofdstad van het koninkrijk van Israël, boven Jes. 7:9 .

Hertaald: Samaria Samaria was de hoofdstad van het koninkrijk Israël, zie hierboven Jes. 7:9.

voor het aangezicht Dat is, in zijne tegenwoordigheid en tot zijn best.

Hertaald: voor het aangezicht Dat is: in zijn tegenwoordigheid en tot zijn voordeel.

Jesaja 8 vers 5

de HEERE Hebreeuws, de Heere voer voort tot mij te spreken.

Hertaald: de HEERE Hebreeuws: de HEERE voer voort tot mij te spreken.

Jesaja 8 vers 6

Dewijl Alsof hij zeide: Omdat dit volk veracht de belofte der goddelijke hulp tegen die beide koningen [van wie boven Isa 7 gesproken is] en zich liever op de grote macht van Assyrië wil verlaten, zich inbeeldende dat de hulp, die Ik hun beloofd heb, maar een klein beekje is, gelijk de beek Siloa, maar dat de hulp der Assyriërs is als een geweldige stroom; zo zal Ik hen door de Assyriërs plagen en verderven, gelijk in vs.7 gezegd wordt.

Hertaald: Dewijl Alsof hij zei: omdat dit volk de belofte van de goddelijke hulp tegen die beide koningen — over wie hierboven in Jes. 7 gesproken is — veracht en zich liever op de grote macht van Assyrië wil verlaten, terwijl het zich inbeeldt dat de hulp die Ik hun beloofd heb maar een klein beekje is, zoals de beek Siloa, en dat de hulp van de Assyriërs een geweldige stroom is, daarom zal Ik hen door de Assyriërs plagen en verderven, zoals in vers 7 gezegd wordt.

dit volk Te weten het Joodse volk, of immers een groot deel van hetzelve; te weten die den woorden Gods geen geloof geven. Want onder dit volk waren nog enige vromen en godzaligen, die de Heere zijne leerjongeren noemt, onder vs.16.

Hertaald: dit volk Namelijk: het Joodse volk, of in elk geval een groot deel daarvan, namelijk zij die aan de woorden van God geen geloof hechten. Want onder dit volk waren nog enkele vromen en godzaligen, die de HEERE hieronder in vers 16 Zijn leerlingen noemt.

de watere Dit was een waterbeek te Jeruzalem, waar een fontein uitsproot. Zie Ps. 46:5 , en Joh. 9:7 .

Hertaald: de watere Dit was een waterbeek in Jeruzalem, waar een bron uit opwelde. Zie Ps. 46:5 en Joh. 9:7.

die zachtjes gaan, Zie de aantekening Neh. 2:13 .

Hertaald: die zachtjes gaan, Zie de aantekening bij Neh. 2:13.

er vreugde is Dat is, middelerwijl dat deze beide koningen vrolijk zijn, de vaste hoop hebbende dat zij het Joodse land zullen overweldigen; zo zie, enz. gelijk volgt vs.7.

Hertaald: er vreugde is Dat is: terwijl deze beide koningen vrolijk zijn en de vaste hoop hebben dat zij het Joodse land zullen overweldigen — zie dan, enzovoort, zoals in vers 7 volgt.

Jesaja 8 vers 7

over hen Te weten over de ongelovige Joden, zie vs.6.

Hertaald: over hen Namelijk: over de ongelovige Joden, zie vers 6.

die sterke Te weten de wateren van de rivier Eufraat. Dit is ene tegenstelling tegen de wateren van Siloa, vs.6.

Hertaald: die sterke Namelijk: de wateren van de rivier de Eufraat. Dit staat tegenover de wateren van Siloa in vers 6.

al zijn heerlijkheid; Dat is, al zijn voortreffelijke vorsten en krijgsoversten met hun onderhebbend volk, waar de koning van Assyrië van roemt; Jes. 10:8 , Jes. 10:13 .

Hertaald: al zijn heerlijkheid; Dat is: al zijn voortreffelijke vorsten en legeroversten met het volk dat onder hen staat, waarop de koning van Assyrië zich beroemt; Jes. 10:8 en Jes. 10:13.

hij zal opkomen Dat is, hij zal zich verheffen, te weten Sanherib, de koning van Assyrië, van wien de profeet hier spreekt als van een grote rivier. Anders: zij zal opkomen, te weten de rivier.

Hertaald: hij zal opkomen Dat is: hij zal zich verheffen, namelijk Sanherib, de koning van Assyrië, over wie de profeet hier spreekt als over een grote rivier. Anders: zij zal opkomen, namelijk de rivier.

zijn stromen . . . zijn oevers Te weten het volk, of hunne, te weten volkeren.

Hertaald: zijn stromen . . . zijn oevers Namelijk: van het volk; of: hun oevers, namelijk van de volken.

Jesaja 8 vers 8

doortrekken Hebreeuws, veranderen; te weten van plaats.

Hertaald: doortrekken Hebreeuws: veranderen, namelijk van plaats.

in Juda, Dat is, door het Joodse land.

Hertaald: in Juda, Dat is: door het Joodse land.

het Te weten het Joodse land.

Hertaald: het Namelijk: het Joodse land.

overstromen, Dat is, hij zal alle vaste steden in Juda zo haastelijk overvallen en innemen, alsof zijn leger een waterstroom ware. Zie de volvoering door Sanherib ten tijde van Hizkia, 2Ki 18 .

Hertaald: overstromen, Dat is: hij zal alle versterkte steden in Juda zo snel overvallen en innemen alsof zijn leger een waterstroom was. Zie de uitvoering daarvan door Sanherib in de tijd van Hizkia, 2 Kon. 18.

tot aan den hals Dat is, totdat hij de hoofdstad, te weten Jeruzalem, belegere en benauwe. Zie 2 Kon. 18:17 . Doch men kan dit ook verstaan gesproken te zijn van den uitersten nood waarin de Joden vervallen zouden, alzo namelijk dat er weinig aan ontbreken zou, of zij zouden altegaar verloren gaan.

Hertaald: tot aan den hals Dat is: totdat hij de hoofdstad, namelijk Jeruzalem, belegert en benauwt. Zie 2 Kon. 18:17. Maar men kan dit ook opvatten als gezegd over de uiterste nood waarin de Joden zouden vervallen, zo namelijk dat het weinig zou schelen of zij zouden allemaal verloren gaan.

de uitstrekkingen Dat is, de verscheidene delen van zijn leger. Men noemt nog heden ten dage vleugels de delen der legers.

Hertaald: de uitstrekkingen Dat is: de verschillende delen van zijn leger. Ook tegenwoordig noemt men de delen van legers nog vleugels.

o Immanuël Of, o Gij God, die met ons zijt; aldus wordt Christus de Zoon Gods genoemd, die het hoofd zijner kerk is, welke te dien tijde in het land van Juda was. Zie boven Jes. 7:14 .

Hertaald: o Immanuël Of: o U, God, Die met ons bent. Zo wordt Christus, de Zoon van God, genoemd, Die het Hoofd is van Zijn kerk, die in die tijd in het land Juda was. Zie hierboven Jes. 7:14.

Jesaja 8 vers 9

Vergezelt Dit is ene aanspraak tot den koning van Assyrië en de andere natiën, die zich met hem tegen de Joden, of de kerk Gods, doch inzonderheid tegen de stad Jeruzalem verbonden hadden; tegelijk is het ene voorzegging tot troost der vromen, dat de Assyriërs Jeruzalem wel zouden willen belegeren, maar dat zij die stad en het koninkrijk van Juda niet zouden overweldigen, gelijk zij voorgenomen hadden, maar dat zij met schande daarvan zouden moeten trekken. Het is een heilige ironie, of bespotting, alsook in vs.10. Zie de vervulling dezer profetie 2 Kon. 19:35 .

Hertaald: Vergezelt Dit is een aanspraak tot de koning van Assyrië en de andere volken die zich met hem tegen de Joden of de kerk van God, en vooral tegen de stad Jeruzalem, verbonden hadden. Tegelijk is het een voorzegging tot troost van de vromen: dat de Assyriërs Jeruzalem wel zouden willen belegeren, maar dat zij die stad en het koninkrijk Juda niet zouden overweldigen zoals zij van plan waren, maar er met schande vandaan zouden moeten trekken. Het is een heilige ironie of bespotting, evenals in vers 10. Zie de vervulling van deze profetie in 2 Kon. 19:35.

wordt verbroken; Of, terneder gesmeten, of verpletterd, en zo in het volgende. Zie Jes. 7:7 .

Hertaald: wordt verbroken; Of: neergeworpen, of verpletterd; en zo ook in het vervolg. Zie Jes. 7:7.

allen gij, Hebreeuws, alle verheden des lands, of der aarde.

Hertaald: allen gij, Hebreeuws: alle verre streken van het land, of van de aarde.

omgordt u, Te weten met uw harnas en zwaard, dat is, bereidt u ten oorlog.

Hertaald: omgordt u, Namelijk: met uw harnas en zwaard — dat is: maak u gereed voor de oorlog.

doch wordt verbroken; De zin is: Doet al wat gij kunt, het zal al vergeefs zijn, gij zult niets uitrichten, aangezien Immanuel, dat is God, met ons is.

Hertaald: doch wordt verbroken; De betekenis is: doe alles wat u kunt, het zal allemaal tevergeefs zijn, u zult niets bereiken, omdat Immanuël, dat is God, met ons is.

Jesaja 8 vers 10

Beraadslaagt Te weten, hoe gij het Joodse land zult overmeesteren.

Hertaald: Beraadslaagt Namelijk: hoe u het Joodse land zult overmeesteren.

het zal niet bestaan; Gelijk boven Jes. 7:7 .

Hertaald: het zal niet bestaan; Zoals hierboven Jes. 7:7.

God is met ons De profeet ziet op den naam van Immanuel, den Zoon Gods gegeven, boven Jes. 7:14 , en hier vs.8. En hij wil hier te kennen geven dat Christus, die de beschutter en beschermer zijner kerk is, het koninkrijk van Juda beschermen zou, dewijl Hij besloten had uit dien stam zijn menselijke natuur aan te nemen, eer dat al het bestuur ganselijk van Juda weggenomen zou zijn en blijven. Eenigen zetten het over: Want [hier is] Immanuel.

Hertaald: God is met ons De profeet ziet op de naam Immanuël, die aan de Zoon van God gegeven is, hierboven in Jes. 7:14 en hier in vers 8. Hij wil hier te kennen geven dat Christus, Die de beschutter en beschermer van Zijn kerk is, het koninkrijk Juda zou beschermen, omdat Hij besloten had uit die stam Zijn menselijke natuur aan te nemen voordat het bestuur geheel en blijvend van Juda weggenomen zou zijn. Sommigen vertalen het: want hier is Immanuël.

Jesaja 8 vers 11

een sterke hand, Hebreeuws, met sterking, of aangrijping der hand. Waardoor men kan verstaan de krachtige werking van den Geest Gods in den profeet en degenen, die hem volgen zouden.

Hertaald: een sterke hand, Hebreeuws: met versterking of aangrijping van de hand. Daaronder kan men de krachtige werking van de Geest van God verstaan in de profeet en in hen die hem zouden volgen.

van niet te wandelen Dat is, dat ik en de godzalige Joden, de zeden en manieren van doen van dit volk, te weten van het merendeel des volks te Jeruzalem, dewijl het goddeloos is, niet zouden navolgen, mistrouwende de belofte van God, en ons meer verlatende op menselijke dan op goddelijke hulp, gelijk zij doen.

Hertaald: van niet te wandelen Dat is: dat ik en de godzalige Joden de zeden en gewoonten van dit volk — namelijk van het merendeel van het volk in Jeruzalem, omdat het goddeloos is — niet zouden navolgen door de belofte van God te wantrouwen en meer op menselijke dan op goddelijke hulp te vertrouwen, zoals zij doen.

Jesaja 8 vers 12

Gijlieden Te weten, gij Jesaja en gij allen, die den Heere vreest, zult niet straks zeggen, gelijk de meeste hoop van dit volk; wij willen een verbond maken met den koning van Assyrië tegen die andere koningen, die ons dreigen en kwellen, zich daarop zozeer verlatende, dat zij de belofte van God klein achten, ja versmaden.

Hertaald: Gijlieden Namelijk: u, Jesaja, en u allen die de HEERE vreest, zult niet meteen zeggen zoals de grote massa van dit volk: wij willen een verbond sluiten met de koning van Assyrië tegen die andere koningen die ons bedreigen en kwellen. Zij vertrouwen daar zozeer op dat zij de belofte van God gering achten, ja versmaden.

dit volk Te weten deze boze ongelovige Joden, die de belofte van God verachten.

Hertaald: dit volk Namelijk: deze boze, ongelovige Joden, die de belofte van God verachten.

een verbintenis; Of, gelijk men nu spreekt: een ligue (verbond).

Hertaald: een verbintenis; Of: een ligue, zoals men tegenwoordig zegt — een bondgenootschap.

en vreest gijlieden Dat is, vreest niet hetgeen waarmede zij u zoeken te verschrikken. Of vreest niet gelijk dit volk doet.

Hertaald: en vreest gijlieden Dat is: vrees niet datgene waarmee zij u proberen te verschrikken. Of: vrees niet zoals dit volk doet.

hun vreze niet, Te weten van dit volk, hetwelk zeer bevreesd is voor die grote macht dier beide koningen. Zie boven Jes. 7:2 .

Hertaald: hun vreze niet, Namelijk: van dit volk, dat zeer bevreesd is voor die grote macht van die beide koningen. Zie hierboven Jes. 7:2.

verschrikt niet Anders: vervaart [de anderen] niet.

Hertaald: verschrikt niet Anders: maak de anderen niet bang.

Jesaja 8 vers 13

gijlieden Te weten gijlieden die gelovig zijt en u ganselijk op Gods beloften verlaat.

Hertaald: gijlieden Namelijk: u die gelovig bent en zich geheel op Gods beloften verlaat.

heiligen, Dat is, dienen, gelijk men schuldig is zulk een heiligen God te dienen, te weten met kinderlijke vreze en vertrouwen, niet twijfelende aan zijne beloften. Dit is te verstaan van den Heere Christus, die hier genoemd wordt de HEERE der heirscharen, van wien wijders in het volgende gesproken wordt.

Hertaald: heiligen, Dat is: dienen zoals men verplicht is zo'n heilig God te dienen, namelijk met kinderlijke vrees en vertrouwen, zonder aan Zijn beloften te twijfelen. Dit moet verstaan worden van de Heere Christus, Die hier de HEERE der heirscharen genoemd wordt en over Wie in het vervolg verder gesproken wordt.

Hij zij uw vreze, Dat is, Hij is het, dien gij vrezen moet en voor wien gij te verschrikken hebt, als gij Hem vertoornd hebt.

Hertaald: Hij zij uw vreze, Dat is: Hij is het Die u vrezen moet en voor Wie u moet schrikken wanneer u Hem vertoornd hebt.

Jesaja 8 vers 14

Dan zal Hij De Heere Christus zal ulieden ook heiligen door zijn bloed en Geest, en voorts ulieder eer en troost, toevlucht en bescherming zijn, waarvan het uiterlijk heiligdom een teken was.

Hertaald: Dan zal Hij De Heere Christus zal u ook heiligen door Zijn bloed en Geest, en Hij zal verder uw eer en troost, uw toevlucht en bescherming zijn, waarvan het uiterlijke heiligdom een teken was.

den twee huizen Dat is de twee koninkrijken, te weten van Juda en van de tien stammen. Doch versta dit alzo, dat de gelovigen dier beide koninkrijken hieronder niet begrepen zijn.

Hertaald: den twee huizen Dat is: de twee koninkrijken, namelijk van Juda en van de tien stammen. Maar versta dat zo dat de gelovigen uit die beide koninkrijken hier niet onder begrepen zijn.

Israël, Dat is, van het volk Israël.

Hertaald: Israël, Dat is: van het volk Israël.

Jesaja 8 vers 15

velen Te weten der Israëlieten.

Hertaald: velen Namelijk: van de Isra«lieten.

onder hen Anders: velen zullen aan dezelve, of tegen dezelve, te weten steen of rotssteen, of net en strik. Of, velen derzelven zullen sneuvelen.

Hertaald: onder hen Anders: velen zullen daaraan of daartegen vallen, namelijk tegen die steen of rotssteen, of in dat net en die strik. Of: velen van hen zullen omkomen.

vallen, Te weten aanlopende en zich stotende aan dien steen. Want dewijl zij de aangeboden genade des Heeren door ongeloof zouden verwerpen, zo zou hun dezelve tot grotere verdoemenis strekken.

Hertaald: vallen, Namelijk: doordat zij tegen die steen aanlopen en zich eraan stoten. Want omdat zij de aangeboden genade van de HEERE door ongeloof zouden verwerpen, zou die hun juist tot groter verdoemenis strekken.

Jesaja 8 vers 16

Bind Dit is een vervolg of aanhangsel der woorden Gods, vs.11, en wat hier staat, dat beveelt God, te weten Christus, de Zoon Gods, den profeet Jesaja. De zin is: Dat de getuigenis en de leer, die God liet verkondigen, aangaande zijne genade en bij name van den Messias, allen goddelozen en ongelovigen als een toegebonden, verzegeld en gesloten boek of brief zou zijn, en alleen van die zou verstaan en aangenomen worden, die als zijn ware discipelen, van Hem inwendig geleerd en verlicht zouden zijn door de kracht des Heiligen Geestes. Zie Jes. 29:11 , en Jes. 54:13 ; Jer. 31:34 ; Joh. 6:45 .

Hertaald: Bind Dit is een vervolg op of aanhangsel bij de woorden van God in vers 11, en wat hier staat beveelt God — namelijk Christus, de Zoon van God — aan de profeet Jesaja. De betekenis is: het getuigenis en de leer die God liet verkondigen over Zijn genade, en met name over de Messias, zouden voor alle goddelozen en ongelovigen zijn als een toegebonden, verzegeld en gesloten boek of brief, en zouden alleen verstaan en aangenomen worden door hen die als Zijn ware discipelen innerlijk door Hem onderwezen en verlicht zouden zijn door de kracht van de Heilige Geest. Zie Jes. 29:11, Jes. 54:13, Jer. 31:34 en Joh. 6:45.

de wet Of, de leer.

Hertaald: de wet Of: de leer.

onder mijn leerlingen Anders: onder degenen, die van mij geleerd zijn.

Hertaald: onder mijn leerlingen Anders: onder hen die door Mij onderwezen zijn.

Jesaja 8 vers 17

Daarom zal ik Te weten, omdat de Heere tot mij gesproken heeft, enz. vs.11. Alsof hij zeide: Ik wil vast op den Heere staan, en mij op zijne beloften zekerlijk verlaten.

Hertaald: Daarom zal ik Namelijk: omdat de HEERE tot mij gesproken heeft, enzovoort, vers 11. Alsof hij zei: ik wil vast op de HEERE staan en mij met zekerheid op Zijn beloften verlaten.

Die Zijn aangezicht Dat is, die, rechtvaardiglijk vertoornd zijnde, zijne weldadigheid den goddelozen Joden ontnomen heeft, terwijl Hij hen straffen wil.

Hertaald: Die Zijn aangezicht Dat is: Die, terechtvertoornd, Zijn weldadigheid aan de goddeloze Joden ontnomen heeft omdat Hij hen straffen wil.

Jesaja 8 vers 18

Ziet, Dit zijn de woorden van Christus, [gelijk klaarlijk blijkt uit Hebr. 2:13 ] ; die hier den profeet troost en versterkt tegen den haat der boze mensen, met zijn eigen voorbeeld, alsof Hij zeide: Wedervaart mij zelfs die schande in mijn persoon, in de bediening van mijn leerambt, zo laat het u, o Jesaja, geen wonder geven dat u smaad en spijt wordt aangedaan.

Hertaald: Ziet, Dit zijn de woorden van Christus, zoals duidelijk blijkt uit Hebr. 2:13. Hij troost en versterkt hier de profeet tegen de haat van de boze mensen met Zijn eigen voorbeeld, alsof Hij zei: als die schande zelfs Mij in Mijn persoon overkomt bij de bediening van Mijn leerambt, verwonder u er dan niet over, o Jesaja, dat u smaad en hoon wordt aangedaan.

kinderen, Te weten, die uit God geboren zijn, die naarstiglijk mijn woord horen en betrachten.

Hertaald: kinderen, Namelijk: die uit God geboren zijn en die Mijn woord ijverig horen en betrachten.

de HEERE Dat is, God de Vader, verwekkende in hen door mijne predikatie en de werking van den Heiligen Geest het geloof en gehoorzaamheid.

Hertaald: de HEERE Dat is: God de Vader, Die door Mijn prediking en de werking van de Heilige Geest het geloof en de gehoorzaamheid in hen verwekt.

gegeven heeft, Te weten om te onderwijzen en te verlossen, Joh. 6:37 , en Joh. 17:12 . Want hier spreekt Christus.

Hertaald: gegeven heeft, Namelijk: om te onderwijzen en te verlossen, Joh. 6:37 en Joh. 17:12. Want hier spreekt Christus.

zijn tot tekenen Dat is, velen hebben een afkeer van ons en haten ons, omdat hunne goddeloosheid door ons gestraft wordt.

Hertaald: zijn tot tekenen Dat is: velen hebben een afkeer van ons en haten ons, omdat hun goddeloosheid door ons bestraft wordt.

in Israël, Dat is, onder de Israëlieten.

Hertaald: in Israël, Dat is: onder de Isra«lieten.

Jesaja 8 vers 19

Wanneer Dit zijn nog de woorden Gods tot Jesaja en tot de godvrezende Joden.

Hertaald: Wanneer Dit zijn nog steeds de woorden van God tot Jesaja en tot de godvrezende Joden.

zij dan Te weten, de ongelovige Joden, of Jeruzalemmers.

Hertaald: zij dan Namelijk: de ongelovige Joden, of de inwoners van Jeruzalem.

tot ulieden Te weten tot u, Jesaja en tot andere godzaligen, die in den waren God geloven.

Hertaald: tot ulieden Namelijk: tot u, Jesaja, en tot andere godzaligen die in de ware God geloven.

Vraagt Te weten, hoe gij en wij van de vijanden zullen verlost worden. Zie van de waarzeggers Lev. 19:31 , en Lev. 20:6 .

Hertaald: Vraagt Namelijk: hoe u en wij van de vijanden verlost zullen worden. Over de waarzeggers, zie Lev. 19:31 en Lev. 20:6.

piepen, Of, kirren.

Hertaald: piepen, Of: kirren.

binnensmonds Of, popelen; dat is, die hunne voorzeggingen met een duistere, onverstaanbare stem voortbrengen.

Hertaald: binnensmonds Of: mompelen — dat is: die hun voorzeggingen met een duistere, onverstaanbare stem uitbrengen.

Zal men De zin is: Zullen zij, die leven, voor zichzelven den doden vragen, gelijk Saul gedaan heeft, 1 Sam. 18:11 ? Hij wil zeggen dat zulks den kinderen Gods geenszins betaamt. Anders aldus: Vraagt niet een volk zijnen goden? voor de levenden de doden? verstaande dat het zij ene bestraffing van de ongerijmdheid der afgodendienaars, die den doden afgoden vragen tot voordeel van de levenden.

Hertaald: Zal men De betekenis is: zullen zij die leven voor zichzelf de doden raadplegen, zoals Saul gedaan heeft, 1 Sam. 18:11? Hij wil zeggen dat zoiets de kinderen van God volstrekt niet past. Anders zo: vraagt een volk zijn goden niet? voor de levenden de doden? In die opvatting is het een bestraffing van de ongerijmdheid van de afgodendienaars, die de dode afgoden raadplegen tot voordeel van de levenden.

Jesaja 8 vers 20

Tot de wet Dat is, tot de boeken van Mozes. Zie Luc. 16:29 .

Hertaald: Tot de wet Dat is: tot de boeken van Mozes. Zie Luk. 16:29.

de getuigenis Dat is, tot de openbaringen, die God den profeten gedaan heeft; te weten, zal men gaan om te vragen.

Hertaald: de getuigenis Dat is: tot de openbaringen die God aan de profeten gedaan heeft; daarheen moet men gaan om te vragen.

Zo zij niet Dat is, indien zij Mozes en de ware profeten niet willen horen en zich naar hunne leer schikken.

Hertaald: Zo zij niet Dat is: als zij Mozes en de ware profeten niet willen horen en zich niet naar hun leer willen schikken.

geen dageraad Of, geen licht. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk den dageraad; dat is het aanbrekende licht, als de zon begint op te gaan, hetwelk meer schemering dan dag is. Dat is, zij zullen het hemelse licht en het rechte verstand der verborgenheden van God, alsook zijner genade, niet deelachtig worden; maar met allerlei geestelijke en lichamelijke ellenden gestraft worden. Zie Job 18:18 ; Ps. 84:12 . Anders: [zo is het] omdat er geen dageraad bij hen is. Anders: zo niet, laat hen naar dat woord spreken, dat geen dageraad heeft; dat is, die het woord der profeten verachten en alzo doen blijken dat zij geen hemelse verlichting hebben, laat die spreken naar het woord der waarzeggers of duivelskunstenaars.

Hertaald: geen dageraad Of: geen licht. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk de dageraad, dat is: het aanbrekende licht wanneer de zon begint op te gaan, wat meer schemering is dan dag. Dat is: zij zullen geen deel krijgen aan het hemelse licht en aan het rechte inzicht in de verborgenheden van God en Zijn genade, maar zij zullen met allerlei geestelijke en lichamelijke ellende gestraft worden. Zie Job 18:18 en Ps. 84:12. Anders: dat komt doordat er bij hen geen dageraad is. Anders: zo niet, laat hen dan spreken naar dat woord dat geen dageraad heeft — dat is: laat hen die het woord van de profeten verachten en daarmee laten blijken dat zij geen hemelse verlichting hebben, maar spreken naar het woord van de waarzeggers of duivelskunstenaars.

zullen hebben Hebreeuws, bij hem, of in hem; dat is, bij geen van hen allen. Hij spreekt van al de goddeloze Israëlieten als van een geheel. Alzo ook vs.21,22.

Hertaald: zullen hebben Hebreeuws: bij hem, of in hem — dat is: bij niemand van hen allen. Hij spreekt over alle goddeloze Isra«lieten als over één geheel. Zo ook in vers 21 en 22.

Jesaja 8 vers 21

En een ieder Te weten omdat zij den raad Gods niet willen volgen.

Hertaald: En een ieder Namelijk: omdat zij de raad van God niet willen volgen.

daar doorgaan, Te weten door het land van Juda en Israël hulp en troost zoekende. Het schijnt dat dit moet gepast zijn op de tijden van den koning Zedekia, toen de stad Jeruzalem van de Chaldeën is ingenomen. Zie 2 Kon. 25:6-7 .

Hertaald: daar doorgaan, Namelijk: door het land van Juda en Israël, op zoek naar hulp en troost. Het lijkt dat dit betrokken moet worden op de tijd van koning Zedekia, toen de stad Jeruzalem door de Chaldeeën is ingenomen. Zie 2 Kon. 25:6-7.

vloeken Te weten omdat Hij hen niet beschut noch beschermd heeft.

Hertaald: vloeken Namelijk: omdat Hij hen niet beschut of beschermd heeft.

op zijn God, Te weten omdat Hij hen niet verhoord heeft, als zij Hem, op hunne wijze, aangeroepen hebben, namelijk door offeranden en beeldenverering. Anders: op zijne goden.

Hertaald: op zijn God, Namelijk: omdat Hij hen niet verhoord heeft toen zij Hem op hun manier aanriepen, namelijk door offers en beeldenverering. Anders: op zijn goden.

als hij opwaarts Anders: en opwaarts zien; te weten, of hun enige hulp van God zou komen. Doch dit omhoog zien zou niet komen uit geloof, maar uit ongeduld, en door den uitersten nood daartoe gedrongen zijnde; gelijk 2 Sam. 22:42 .

Hertaald: als hij opwaarts Anders: en omhoog zien, namelijk of er enige hulp van God zou komen. Maar dat omhoogzien zou niet uit geloof voortkomen, maar uit ongeduld, gedrongen door de uiterste nood, zoals in 2 Sam. 22:42.

Jesaja 8 vers 22

Als hij Anders: ook zal hij de aarde aanschouwen, en ziet, enz.

Hertaald: Als hij Anders: ook zal hij de aarde aanschouwen, en zie, enzovoort.

hij zal verduisterd De zin is: Waar hij zich keert of wendt, hij zal hulp noch troost vinden.

Hertaald: hij zal verduisterd De betekenis is: waarheen hij zich ook keert of wendt, hij zal hulp noch troost vinden.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Immanuel  — God met ons

De profetische naam van een kind dat een maagd zou baren, als teken voor Achaz dat de bedreiging door Rezin en Pekah spoedig zou verdwijnen (Jes. 7:14; 8:8); in het Nieuwe Testament toegepast op Jezus Christus (Matth. 1:23).

Zacharia (zoon van Jeberechja)  — de HEERE gedenkt

Zoon van Jeberechja; door Jesaja, samen met de priester Uria, als getrouwe getuige genomen bij het schrijven van de profetische naam Maher-Schalal Chaz-Baz (Jes. 8:2).

Maher-Schalal Chaz-Baz  — haastende tot den roof, spoedig tot den buit

De profetische naam van Jesaja's tweede zoon, geboren uit de profetes (Jesaja's vrouw); zijn naam was een teken dat Damaskus en Samaria spoedig door de koning van Assyrië geplunderd zouden worden (Jes. 8:1-4).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De wateren van Siloa, die zachtjes gaan  — het volk versmaadt het stille water van de eigen stad en krijgt de rivier van Assur (Jes. 8:1-8)

De profeet moet op een grote rol schrijven: "Haastende tot den roof, is hij spoedig tot den buit!" (Jes. 8:1). Diezelfde woorden worden even later de naam van zijn zoon, MAHER-SCHALAL, CHAZ-BAZ (Jes. 8:3). Er staat bij wat die naam voor de tijd betekent: voordat het kind vader of moeder kan roepen, wordt de rijkdom van Damaskus en de buit van Samaria weggedragen voor de koning van Assur (Jes. 8:4). Daarna volgt de aanklacht: "Dewijl dit volk veracht de wateren van Siloa, die zachtjes gaan" (Jes. 8:6). Daarom komt er ander water, "die sterke en geweldige wateren der rivier, den koning van Assyrie en al zijn heerlijkheid" (Jes. 8:7). Die rivier zal doortrekken in Juda en "tot aan den hals reiken". En dan valt onverwacht de naam uit het vorige hoofdstuk: "o Immanuel!" (Jes. 8:8).

Bijbelse betekenis: Siloa was de kleine waterloop die Jeruzalem van binnenuit voedde; de rivier is de Eufraat, met heel Assur erachter. Het volk vond het stille water te weinig en koos het sterke. Het krijgt het sterke dan ook, maar tot aan de hals. Merk op hoe het gedeelte eindigt. Midden in de beschrijving van de overstroming staat de naam Immanuël, en die hangt er niet los bij: het land dat overstroomd wordt is Zijn land (Jes. 8:8). God met ons betekent dus niet dat het oordeel voorbijgaat, maar dat Hij er middenin niet weg is. Let ten slotte op het beeld van het water. Wat God geeft is vaak klein en zonder vertoon. Wie dat versmaadt, ruilt het niet in voor niets, maar voor iets dat over hem heen slaat.

Typologie: Bij dat stille water hoort het woord van de Heere Jezus over het water dat Hij geeft. Het wordt in de mens "een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven" (Joh. 4:14). Ook dat is klein en onopvallend tegenover de stromen waarop de wereld bouwt.

Jes. 8:1-8; Joh. 4:14

Tot een Heiligdom en tot een steen des aanstoots  — wie God vreest, vindt in Hem een schuilplaats; wie Hem niet vreest, struikelt over dezelfde steen (Jes. 8:11-18)

De HEERE onderwijst de profeet met sterke hand dat hij niet op de weg van dit volk moet wandelen (Jes. 8:11). Twee dingen worden hem verboden: meepraten met een volk dat overal een samenzwering ziet, en meevrezen met wat zij vrezen (Jes. 8:12). In plaats daarvan: "Den HEERE der heirscharen, Dien zult gijlieden heiligen, en Hij zij uw vreze, en Hij zij uw verschrikking" (Jes. 8:13). En dan volgt de tweeledige uitkomst: "Dan zal Hij ulieden tot een Heiligdom zijn; maar tot een steen des aanstoots en tot een rotssteen der struikeling den twee huizen van Israel" (Jes. 8:14). Daarna wordt het woord opgeborgen voor later: "Bind de getuigenis toe; verzegel de wet onder mijn leerlingen" (Jes. 8:16). De profeet wacht: "Daarom zal ik den Heere verbeiden, Die Zijn aangezicht verbergt voor het huis van Jakob, en ik zal Hem verwachten" (Jes. 8:17). En hij wijst op zijn gezin: "Ziet, ik en de kinderen, die mij de HEERE gegeven heeft, zijn tot tekenen en tot wonderen in Israel" (Jes. 8:18).

Bijbelse betekenis: Twee vrezen staan hier tegenover elkaar, en zij verdringen elkaar. Wie God vreest, houdt geen ruimte over voor de angst waar het volk vol van is; wie meevreest met de menigte, heeft voor God geen ontzag meer over. Merk op dat het om één en dezelfde steen gaat (Jes. 8:14). God verandert niet van gestalte: wie bij Hem schuilt vindt een heiligdom, en wie tegen Hem inloopt struikelt over dezelfde rots. Wat het verschil maakt, is niet de steen maar de richting van wie eraan komt. Let ten slotte op de kinderen. Hun namen droegen de boodschap toen niemand luisterde: de een heette dat een overblijfsel zou terugkeren (Jes. 7:3), de ander dat de buit haastte (Jes. 8:3). Het gezin van de profeet was zo een preek die rondliep.

Typologie: Paulus en Petrus passen de steen van Jes. 8:14 rechtstreeks op Christus toe. Paulus schrijft: "Ziet, Ik leg in Sion een steen des aanstoots, en een rots der ergernis; en een iegelijk, die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden" (Rom. 9:33). Petrus zet daar de twee uitkomsten naast elkaar: voor wie gelooft is Hij dierbaar, en voor de ongehoorzamen "een steen des aanstoots, en een rots der ergernis" (1 Petr. 2:7). Dezelfde Petrus neemt ook de twee vrezen over: "vreest niet uit vreze van hen", maar "heiligt God, den Heere, in uw harten" (1 Petr. 3:14-15). En de Hebreeënbrief legt de woorden over de kinderen in de mond van Christus Zelf: "Zie daar, Ik en de kinderen, die Mij God gegeven heeft" (Hebr. 2:13).

Jes. 8:11-18; Jes. 7:3; Rom. 9:33; 1 Petr. 2:7; 1 Petr. 3:14-15; Hebr. 2:13

Tot de wet en tot de getuigenis  — de maatstaf waaraan elk woord getoetst moet worden, gegeven tegenover mensen die hun antwoord elders zoeken (Jes. 8:19-22)

Het volk wordt aangespoord om raad te vragen bij de doden, en de profeet geeft die aansporing woordelijk weer: "Vraagt waarzeggers en duivelskunstenaars, die daar piepen, en binnensmonds mompelen" (Jes. 8:19). Het antwoord is een wedervraag: "Zal niet een volk zijn God vragen? zal men voor de levenden de doden vragen?" Daarop volgt de regel zelf: "Tot de wet en tot de getuigenis! zo zij niet spreken naar dit woord, het zal zijn, dat zij geen dageraad zullen hebben" (Jes. 8:20). Het hoofdstuk eindigt in het donker. Wie langs die weg gaat, gaat hongerig en hard gedrukt, vloekt op zijn koning en op zijn God, en ziet om zich heen niets dan benauwdheid en duisternis (Jes. 8:21-22).

Bijbelse betekenis: De maatstaf ligt hier niet bij de indruk die een woord maakt, maar bij de overeenstemming met wat God gezegd heeft. Wet en getuigenis zijn twee namen voor die ene toets. Merk op in welke vorm het wordt gezegd. De profeet spot niet, maar stelt een vraag die de zaak omkeert: men gaat bij de doden te rade over het leven. Wat hier verboden wordt, was niet nieuw; het stond al in de wet (reeds behandeld bij Deut. 18:10-11), en het bracht ook Saul geen antwoord (reeds behandeld bij 1 Sam. 28:6-7). Let ten slotte op het beeld van de dageraad. Wie zich niet aan het Woord houdt, wacht niet op een langzaam lichter wordende hemel; er komt eenvoudig geen morgen. Dat is de reden dat het licht van het volgende hoofdstuk zoveel betekent.

Typologie: Dezelfde toets wordt in het Nieuwe Testament geprezen bij de hoorders te Berea. Zij namen het woord aan met alle toegenegenheid, "onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren" (Hand. 17:11). Zij toetsten dus niet de prediker maar de prediking, en dat aan het geschreven Woord.

Jes. 8:19-22; Deut. 18:10-11; 1 Sam. 28:6-7; Hand. 17:11

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Jesaja 8

Jesaja 8:14.Kruisverwijzingen1 Petrus 2:8Lukas 2:34Romeinen 9:32Jesaja 28:16Ezechiël 11:16Psalmen 46:1Psalmen 11:6Spreuken 18:10
— Dan zal Hij ulieden tot een Heiligdom zijn; maar tot een steen des aanstoots en tot een rotssteen der struikeling den twee huizen van Israel, tot een strik en tot een net den inwoners te Jeruzalem.
“Dan zal Hij ulieden tot een Heiligdom zijn; maar tot een steen des aanstoots en tot een rotssteen der struikeling den twee huizen van Israel.” Mensen spreken vaak over heilige plaatsen. Zij noemen soms een gebouw, een kerk of een eigen kapel, een heiligdom. Ik houd het ervoor dat dit een verkeerd gebruik van het woord is. Geen enkele plaats is ook maar iets heiliger dan een andere. Het is niets dan bijgeloof te menen dat er bijzonder heilige plaatsen zouden zijn, opgetrokken uit steen en kalk of uit gewijde stenen. Uw slaapkamer, waar u de knieën buigt, kan even dicht bij de poort van de hemel liggen als de grote kathedraal langs welker gewelven eeuwenlang de muziek van het gezang geklonken heeft.

Maar Jezus Christus is wél een heiligdom. Hij is de heilige plaats waar Zijn volk aanbidt. Bewaar dat als een schat. U mag God overal aanbidden als u met Christus bent; maar vergeet u Christus, dan kunt u God nergens aanbidden, want niemand komt tot de Vader dan door Hem. Wij kunnen de Allerhoogste nooit op aannemelijke wijze aanbidden dan door Jezus Christus. Al te vaak proberen wij God te aanbidden zonder Christus. Dat zal nooit gaan; het kan niet slagen. Zonder het reukwerk van Zijn verdienste, zonder het verzoendeksel van Zijn plaatsvervangend offer, is er geen heiligdom, geen aanbidding en geen toenadering tot God.

Jesaja 8:22.KruisverwijzingenJesaja 5:30Sefanja 1:14Jeremia 13:16Judas 1:13Mattheüs 22:13Spreuken 14:32Jesaja 9:1Jeremia 23:12
— Als hij de aarde aanschouwen zal, ziet, er zal benauwdheid en duisternis zijn; hij zal verduisterd zijn door angst, en voortgedreven door donkerheid.
De laatste verzen van dit hoofdstuk schilderen een verschrikkelijke toestand van ellende en wanhoop: zij gaan door het land, hard gedrukt en hongerig. Wanneer hen hongert, worden zij verbolgen en vloeken zij hun koning en hun God. En wanneer zij de aarde aanschouwen, zie, daar is benauwdheid en duisternis. Maar let op welk een verandering hen wacht! Want in de Statenvertaling volgt binnen dit vers nog het drieëntwintigste: “Maar het land, dat beangstigd was, zal niet gans verduisterd worden.” Welk een wonderbaarlijk licht midden uit een vreselijke duisternis! Het is een verbijsterende verandering, zoals alleen God met ons die werken kan.

Velen van u weten niets van de ellende die in die verzen beschreven staat; maar er zijn er die door die verschrikkelijke woestijn getrokken zijn, en tot hen wil ik spreken. Ik weet waar u bent: u wordt als een gevangene het land van de wanhoop ingedreven, en de laatste maanden hebt u over een pijnlijke weg gelopen, hard gedrukt en hongerig. U hebt het zwaar te verduren, en uw ziel vindt geen voedsel van vertroosting, maar is gereed te bezwijken en te sterven. U bent verbolgen op uzelf; uw hart slijt weg van zorg, verdriet en hopeloosheid. In de bitterheid van uw ziel bent u gereed de dag van uw geboorte te vervloeken. De weggevoerde Israëlieten vervloekten hun koning die hen in de nederlaag en de gevangenschap geleid had; in de razernij van hun smart vervloekten zij zelfs God en verlangden zij te sterven. Het kan zijn dat uw hart zo in beroering is van verdriet dat u niet meer weet wat u denkt, maar bent als iemand ten einde raad.

Voor zulke mensen als u schijnt deze ster van de eerste grootte. Jezus is verschenen om te behouden, en Hij is God en mens in één Persoon: mens, opdat Hij onze smarten zou gevoelen; God, opdat Hij ons eruit zou helpen. Geen predikant kan u redden, geen priester kan u redden — dat weet u maar al te goed; maar hier is Er Één die volkomen zalig maken kan, want Hij is God zówel als mens. De grote God is goed bij een dood punt; wanneer al het andere gefaald heeft, kan de hefboom van de almacht een wereld van zonde optillen. Jezus is almachtig om te behouden! Wat in zichzelf een onmogelijkheid is, is mogelijk bij God. Zonde die niets anders wegnemen kan, wordt uitgedelgd door het bloed van Immanuël. Immanuël, onze Zaligmaker, is God met ons; en God met ons betekent: de moeilijkheid weggenomen en een volkomen werk volbracht.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Verlaat u ooit een samenkomst met het gevoel dat er in heel de eredienst geen besef geweest is van Christus’ tegenwoordigheid, geen gedachte aan Zijn dierbaar bloed, dan is die eredienst waardeloos geweest en is de tijd verspild.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content