Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jesaja 6

1 In het jaar, toen de koning Uzzia stierf, zo zag ik den Heere, zittende op een hogen en verheven troon, en Zijn zomen vervullende den tempel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 In het jaarH8141, toen de koningH4428 UzziaH5818 stierfH4194, zo zagH7200 ik den HeereH136, zittendeH3427 opH5921 een hogenH7311 en verhevenH5375 troonH3678, en Zijn zomenH7757 vervullendeH4392 den tempelH1964. In het jaar, toen de koning Uzzia stierf, zo zag ik den Heere, zittende op een hogen en verheven troon, en Zijn zomen vervullende den tempel.

KJV In the year1 that king3 Uzziah4 died2 I saw5 also6 the Lord7 sitting8 upon a throne,10 high11 and lifted up,12 and his train13 filled15 the temple.

1 בִּשְׁנַת H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 2 מוֹת֙ H4194 dood, doods, stierf (be) dead(-ly), death, die(-d) 3 הַמֶּ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 עֻזִּיָּ֔הוּ H5818 Uzzia, Uzia Uzziah 5 וָאֶרְאֶ֧ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 אֲדֹנָ֛י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 8 יֹשֵׁ֥ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 כִּסֵּ֖א H3678 troon, stoel, troons seat, stool, throne 11 רָ֣ם H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 12 וְנִשָּׂ֑א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 13 וְשׁוּלָ֖יו H7757 zomen hem, skirt, train 14 מְלֵאִ֥ים H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 הַהֵיכָֽל H1964 tempel, tempels, paleis palace, temple

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 De serafs stonden boven Hem; een iegelijk had zes vleugelen; met twee bedekte ieder zijn aangezicht, en met twee bedekte hij zijn voeten, en met twee vloog hij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 De serafsH8314 stondenH5975 boven Hem; eenH259 iegelijk had zesH8337 vleugelenH3671; met tweeH8147 bedekteH3680 ieder zijn aangezichtH6440, en met tweeH8147 bedekteH3680 hij zijn voetenH7272, en met tweeH8147 vloogH5774 hij. De serafs stonden boven Hem; een iegelijk had zes vleugelen; met twee bedekte ieder zijn aangezicht, en met twee bedekte hij zijn voeten, en met twee vloog hij.

KJV Above3 it stood2 the seraphims:1 each one9 had six5 wings;6 with twain10 he covered11 his face,12 and with twain13 he covered14 his feet,15 and with twain16 he did fly.

1 שְׂרָפִ֨ים H8314 draak, serafs, vurige fiery (serpent), seraph 2 עֹמְדִ֤ים H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 3 מִמַּ֨עַל֙ H4605 opwaarts, hoogste, omhoog above, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very 4 ל֔וֹ 5 שֵׁ֧שׁ H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 6 כְּנָפַ֛יִם H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed) 7 שֵׁ֥שׁ H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 8 כְּנָפַ֖יִם H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed) 9 לְאֶחָ֑ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 10 בִּשְׁתַּ֣יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 11 יְכַסֶּ֣ה H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה) 12 פָנָ֗יו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 13 וּבִשְׁתַּ֛יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 14 יְכַסֶּ֥ה H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה) 15 רַגְלָ֖יו H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 16 וּבִשְׁתַּ֥יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 17 יְעוֹפֵֽף H5774 vliegen, vloog, vliegende brandish, be (wax) faint, flee away, fly (away), [idiom] set, shine forth, weary
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En de een riep tot den ander, en zeide: Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen! De ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En de een riepH7121 totH413 den ander, en zeideH559: HeiligH6918, heiligH6918, heiligH6918 is de HEEREH3068 der heirscharenH6635! De ganseH3605 aardeH776 is van Zijn heerlijkheidH3519 volH4393! En de een riep tot den ander, en zeide: Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen! De ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol!

KJV And one cried1 unto another, and said,5 Holy,6 holy,7 holy,8 is the LORD9 of hosts:10 the whole earth13 is full11 of his glory.

1 וְקָרָ֨א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 זֶ֤ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 זֶה֙ H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 5 וְאָמַ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 קָד֧וֹשׁ H6918 heilig, Heilige, heilige holy (One), saint 7 קָד֛וֹשׁ H6918 heilig, Heilige, heilige holy (One), saint 8 קָד֖וֹשׁ H6918 heilig, Heilige, heilige holy (One), saint 9 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 צְבָא֑וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 11 מְלֹ֥א H4393 volheid, vol, volle menigte [idiom] all along, [idiom] all that is (there-) in, fill, ([idiom] that whereof...was) full, fulness, (hand-) full, multitude 12 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 הָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 14 כְּבוֹדֽוֹ H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Zodat de posten der dorpels zich bewogen van de stem des roependen; en het huis werd vervuld met rook.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Zodat de postenH520 der dorpelsH5592 zich bewogenH5128 van de stemH6963 des roependenH7121; en het huisH1004 werd vervuldH4390 met rookH6227. Zodat de posten der dorpels zich bewogen van de stem des roependen; en het huis werd vervuld met rook.

KJV And the posts2 of the door3 moved1 at the voice4 of him that cried,5 and the house6 was filled7 with smoke.

1 וַיָּנֻ֨עוּ֙ H5128 schudden, omzwerven, bewogen continually, fugitive, [idiom] make, to (go) up and down, be gone away, (be) move(-able, -d), be promoted, reel, remove, scatter, set, shake, sift, stagger, to and fro, be vagabond, wag, (make) wander (up and down) 2 אַמּ֣וֹת H520 ellen, el, anderhalve cubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post 3 הַסִּפִּ֔ים H5592 dorpel, dorpelen, schalen bason, bowl, cup, door (post), gate, post, threshold 4 מִקּ֖וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 5 הַקּוֹרֵ֑א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 6 וְהַבַּ֖יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 7 יִמָּלֵ֥א H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 8 עָשָֽׁן H6227 rook, Rook, rokende smoke(-ing)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Toen zeide ik: Wee mij, want ik verga! dewijl ik een man van onreine lippen ben, en ik woon in het midden eens volks, dat onrein van lippen is; want mijn ogen hebben den Koning, den HEERE der heirscharen gezien.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Toen zeideH559 ik: WeeH188 mij, wantH3588 ik vergaH1820! dewijlH3588 ik een manH376 van onreineH2931 lippenH8193 ben, en ikH595 woonH3427 in het middenH8432 eens volksH5971, datH3588 onreinH2931 van lippenH8193 is; want mijn ogenH5869 hebben den KoningH4428, den HEEREH3068 der heirscharenH6635 gezienH7200. Toen zeide ik: Wee mij, want ik verga! dewijl ik een man van onreine lippen ben, en ik woon in het midden eens volks, dat onrein van lippen is; want mijn ogen hebben den Koning, den HEERE der heirscharen gezien.

KJV Then said1 I, Woe2 is me! for I am undone;5 because I am a man7 of unclean8 lips,9 and I dwell16 in the midst11 of a people12 of unclean13 lips:14 for mine eyes23 have seen22 the King,19 the LORD20 of hosts.

1 וָאֹמַ֞ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֽוֹי H188 Wee, wee, Och alas, woe 3 לִ֣י 4 כִֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 נִדְמֵ֗יתִי H1820 uitgeroeid, ophouden, vergaan cease, be cut down (off), destroy, be brought to silence, be undone, [idiom] utterly 6 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 אִ֤ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 8 טְמֵֽא H2931 onrein, onreine, onreins defiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean 9 שְׂפָתַ֨יִם֙ H8193 lippen, oever, spraak band, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words 10 אָנֹ֔כִי H595 ik, mij I, me, [idiom] which 11 וּבְתוֹךְ֙ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 12 עַם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 13 טְמֵ֣א H2931 onrein, onreine, onreins defiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean 14 שְׂפָתַ֔יִם H8193 lippen, oever, spraak band, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words 15 אָנֹכִ֖י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 16 יוֹשֵׁ֑ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 17 כִּ֗י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 18 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 הַמֶּ֛לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 20 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 21 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 22 רָא֥וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 23 עֵינָֽי H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Maar een van de serafs vloog tot mij, en had een gloeiende kool in zijn hand, die hij met de tang van het altaar genomen had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Maar een vanH4480 de serafsH8314 vloogH5774 totH413 mij, en had een gloeiende koolH7531 in zijn handH3027, die hij met de tangH4457 van het altaarH4196 genomenH3947 had. Maar een van de serafs vloog tot mij, en had een gloeiende kool in zijn hand, die hij met de tang van het altaar genomen had.

KJV Then flew1 one3 of the seraphims5 unto me, having a live coal7 in his hand,6 which he had taken9 with the tongs8 from off the altar:

1 וַיָּ֣עָף H5774 vliegen, vloog, vliegende brandish, be (wax) faint, flee away, fly (away), [idiom] set, shine forth, weary 2 אֵלַ֗י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 אֶחָד֙ H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 4 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 5 הַשְּׂרָפִ֔ים H8314 draak, serafs, vurige fiery (serpent), seraph 6 וּבְיָד֖וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 7 רִצְפָּ֑ה H7531 plaveisel, vloer, gloeiende kool live coal, pavement 8 בְּמֶ֨לְקַחַ֔יִם H4457 snuiters, tang snuffers, tongs 9 לָקַ֖ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 10 מֵעַ֥ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 הַמִּזְבֵּֽחַ H4196 altaar, altaren, altaars altar
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En hij roerde mijn mond daarmede aan, en zeide: Zie, deze heeft uw lippen aangeroerd; alzo is uw misdaad van u geweken, en uw zonde is verzoend.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En hij roerdeH5060 mijn mondH6310 daarmede aanH5921, en zeideH559: ZieH2009, dezeH2088 heeft uw lippenH8193 aangeroerdH5060; alzo is uw misdaadH5771 van u gewekenH5493, en uw zondeH2403 is verzoendH3722. En hij roerde mijn mond daarmede aan, en zeide: Zie, deze heeft uw lippen aangeroerd; alzo is uw misdaad van u geweken, en uw zonde is verzoend.

KJV And he laid1 it upon my mouth,3 and said,4 Lo, this hath touched6 thy lips;9 and thine iniquity11 is taken away,10 and thy sin12 purged.

1 וַיַּגַּ֣ע H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 פִּ֔י H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 4 וַיֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 הִנֵּ֛ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 6 נָגַ֥ע H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 7 זֶ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 שְׂפָתֶ֑יךָ H8193 lippen, oever, spraak band, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words 10 וְסָ֣ר H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 11 עֲוֺנֶ֔ךָ H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 12 וְחַטָּאתְךָ֖ H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 13 תְּכֻפָּֽר H3722 verzoening, verzoenen, verzoend appease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Daarna hoorde ik de stem des Heeren, dewelke zeide: Wien zal Ik zenden, en wie zal voor Ons henengaan? Toen zeide ik: Zie, hier ben ik, zend mij henen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Daarna hoordeH8085 ik de stemH6963 des HeerenH136, dewelke zeideH559: Wien zal Ik zendenH7971, en wieH4310 zal voor Ons henengaanH3212? Toen zeideH559 ik: ZieH2005, hier ben ik, zendH7971 mij henen. Daarna hoorde ik de stem des Heeren, dewelke zeide: Wien zal Ik zenden, en wie zal voor Ons henengaan? Toen zeide ik: Zie, hier ben ik, zend mij henen.

KJV Also I heard1 the voice3 of the Lord,4 saying,5 Whom shall I send,8 and who will go10 for us? Then said12 I, Here am I; send

1 וָאֶשְׁמַ֞ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 ק֤וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 4 אֲדֹנָי֙ H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 אֹמֵ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 מִ֥י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 8 אֶשְׁלַ֖ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 9 וּמִ֣י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 10 יֵֽלֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 11 לָ֑נוּ 12 וָאֹמַ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 13 הִנְנִ֥י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 14 שְׁלָחֵֽנִי H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Toen zeide Hij: Ga henen, en zeg tot dit volk: Horende hoort, maar verstaat niet, en ziende ziet, maar merkt niet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Toen zeideH559 Hij: GaH3212 henen, en zegH559 tot ditH2088 volkH5971: HorendeH8085 hoortH8085, maar verstaatH995 nietH408, en ziendeH7200 ziet, maar merktH3045 nietH408. Toen zeide Hij: Ga henen, en zeg tot dit volk: Horende hoort, maar verstaat niet, en ziende ziet, maar merkt niet.

KJV And he said,1 Go,2 and tell3 this people,4 Hear6 ye indeed,7 but understand9 not; and see10 ye indeed,11 but perceive

1 וַיֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לֵ֥ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 3 וְאָמַרְתָּ֖ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 לָעָ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 הַזֶּ֑ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 6 שִׁמְע֤וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 7 שָׁמ֨וֹעַ֙ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 8 וְאַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 9 תָּבִ֔ינוּ H995 verstaan, verstandig, verstaat attend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man) 10 וּרְא֥וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 11 רָא֖וֹ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 12 וְאַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 13 תֵּדָֽעוּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Maak het hart dezes volks vet, en maak hun oren zwaar, en sluit hun ogen, opdat het niet zie met zijn ogen, noch met zijn oren hore, noch met zijn hart versta, noch zich bekere, en Hij het geneze.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Maak het hart dezes volksH5971 vetH8080, en maak hun orenH241 zwaarH3513, en sluitH8173 hun ogenH5869, opdat het niet zieH7200 met zijn ogenH5869, noch met zijn orenH241 horeH8085, noch met zijn hart verstaH995, noch zich bekereH7725, en Hij het genezeH7495. Maak het hart dezes volks vet, en maak hun oren zwaar, en sluit hun ogen, opdat het niet zie met zijn ogen, noch met zijn oren hore, noch met zijn hart versta, noch zich bekere, en Hij het geneze.

Ook in dit vers hartH3820 hartH3824

KJV Make the heart2 of this people3 fat,1 and make their ears5 heavy,6 and shut8 their eyes;7 lest they see10 with their eyes,11 and hear13 with their ears,12 and understand15 with their heart,14 and convert,16 and be healed.

1 הַשְׁמֵן֙ H8080 vet become (make, wax) fat 2 לֵב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 3 הָעָ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 הַזֶּ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 5 וְאָזְנָ֥יו H241 oren, oor, Oren [phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show 6 הַכְבֵּ֖ד H3513 zwaar, eren, verheerlijkt abounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop 7 וְעֵינָ֣יו H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 8 הָשַׁ֑ע H8173 vermaken, roept, sluit cry (out) (by confusion with H7768 (שָׁוַע)), dandle, delight (self), play, shut 9 פֶּן H6435 opdat niet, anders (lest) (peradventure), that...not 10 יִרְאֶ֨ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 11 בְעֵינָ֜יו H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 12 וּבְאָזְנָ֣יו H241 oren, oor, Oren [phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show 13 יִשְׁמָ֗ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 14 וּלְבָב֥וֹ H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 15 יָבִ֛ין H995 verstaan, verstandig, verstaat attend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man) 16 וָשָׁ֖ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 17 וְרָ֥פָא H7495 genezen, gezond, helen cure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה) 18 לֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Toen zeide ik: Hoe lang, Heere? En Hij zeide: Totdat de steden verwoest worden, zodat er geen inwoner zij, en de huizen, dat er geen mens zij, en dat het land met verwoesting verstrooid worde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Toen zeideH559 ik: Hoe langH4970, HeereH136? En Hij zeideH559: TotdatH5704 de stedenH5892 verwoestH7582 worden, zodat er geenH369 inwonerH3427 zij, en de huizenH1004, dat er geenH369 mensH120 zij, en dat het landH127 met verwoestingH8077 verstrooidH7582 worde. Toen zeide ik: Hoe lang, Heere? En Hij zeide: Totdat de steden verwoest worden, zodat er geen inwoner zij, en de huizen, dat er geen mens zij, en dat het land met verwoesting verstrooid worde.

KJV Then said1 I, Lord,4 how long? And he answered,5 Until the cities10 be wasted9 without inhabitant,12 and the houses13 without man,15 and the land16 be utterly18 desolate,

1 וָאֹמַ֕ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 3 מָתַ֖י H4970 lang long, when 4 אֲדֹנָ֑י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 וַיֹּ֡אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 עַ֣ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 7 אֲשֶׁר֩ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 9 שָׁא֨וּ H7582 ruisen, verstoren, verstrooid be desolate, (make a) rush(-ing), (lay) waste 10 עָרִ֜ים H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 11 מֵאֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 12 יוֹשֵׁ֗ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 13 וּבָתִּים֙ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 14 מֵאֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 15 אָדָ֔ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 16 וְהָאֲדָמָ֖ה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 17 תִּשָּׁאֶ֥ה H7582 ruisen, verstoren, verstrooid be desolate, (make a) rush(-ing), (lay) waste 18 שְׁמָמָֽה H8077 verwoesting, woest, woeste (laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Want de HEERE zal die mensen verre wegdoen, en de verlating zal groot wezen in het binnenste des lands.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Want de HEEREH3068 zal die mensenH120 verre wegdoenH7368, en de verlatingH5805 zal grootH7227 wezen in het binnensteH7130 des landsH776. Want de HEERE zal die mensen verre wegdoen, en de verlating zal groot wezen in het binnenste des lands.

KJV And the LORD2 have removed1 men4 far away, and there be a great5 forsaking6 in the midst7 of the land.

1 וְרִחַ֥ק H7368 verre, wees verre, ver (a-, be, cast, drive, get, go, keep (self), put, remove, be too, (wander), withdraw) far (away, off), loose, [idiom] refrain, very, (be) a good way (off) 2 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הָאָדָ֑ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 5 וְרַבָּ֥ה H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 6 הָעֲזוּבָ֖ה H5805 verlating forsaking 7 בְּקֶ֥רֶב H7130 midden, binnenste, ingewand [idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self 8 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Doch nog een tiende deel zal daarin zijn, en het zal wederkeren, en zijn om af te weiden; maar gelijk de eik, en gelijk de haageik, in dewelke na de afwerping der bladeren nog steunsel is, alzo zal het heilige zaad het steunsel daarvan zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Doch nogH5750 een tiendeH6224 deel zal daarin zijn, en het zal wederkerenH7725, en zijnH1961 om af te weidenH1197; maar gelijk de eikH424, en gelijk de haageikH437, in dewelkeH834 na de afwerpingH7995 der bladeren nog steunselH4678 is, alzo zal het heiligeH6944 zaadH2233 het steunselH4678 daarvan zijn. Doch nog een tiende deel zal daarin zijn, en het zal wederkeren, en zijn om af te weiden; maar gelijk de eik, en gelijk de haageik, in dewelke na de afwerping der bladeren nog steunsel is, alzo zal het heilige zaad het steunsel daarvan zijn.

KJV But yet in it shall be a tenth,3 and it shall return,4 and shall be eaten:6 as a teil tree,7 and as an oak,8 whose substance11 is in them, when they cast10 their leaves: so the holy14 seed13 shall be the substance

1 וְע֥וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 2 בָּהּ֙ 3 עֲשִׂ֣רִיָּ֔ה H6224 tiende, tienden tenth (part) 4 וְשָׁ֖בָה H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 5 וְהָיְתָ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 לְבָעֵ֑ר H1197 wegdoen, branden, aangestoken be brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste 7 כָּאֵלָ֣ה H424 eik, eikeboom, eiken elm, oak, teil-tree 8 וְכָאַלּ֗וֹן H437 eiken, eik, haageik oak 9 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 בְּשַׁלֶּ֨כֶת֙ H7995 afwerping when cast 11 מַצֶּ֣בֶת H4678 pilaar, steunsel, gedenkteken pillar, substance 12 בָּ֔ם 13 זֶ֥רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 14 קֹ֖דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 15 מַצַּבְתָּֽהּ H4678 pilaar, steunsel, gedenkteken pillar, substance
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jesaja 6:1 Johannes 12:41 Openbaring 15:8 Johannes 1:18 Openbaring 5:1 Daniël 7:9 Openbaring 7:15 Efeze 1:20 Jesaja 66:1
Jesaja 6:2 Openbaring 4:8 Psalmen 103:20 1 Koningen 6:24 Jesaja 6:6 Openbaring 7:11 Ezechiël 1:11 Exodus 25:20 Job 1:6
Jesaja 6:3 Openbaring 4:8 Psalmen 72:19 Jesaja 40:5 Exodus 15:11 Numeri 14:21 Ezra 3:11 Efeze 1:18 Jesaja 11:9
Jesaja 6:4 Openbaring 15:8 Amos 9:1 Exodus 40:34 Ezechiël 10:5 Psalmen 18:8 2 Kronieken 5:13 1 Koningen 8:10 Ezechiël 1:24
Jesaja 6:5 Exodus 6:30 Jeremia 9:3 Exodus 6:12 Exodus 4:10 Jeremia 1:6 Ezechiël 2:6 Lukas 5:8 Exodus 33:20
Jesaja 6:6 Openbaring 8:3 Daniël 9:21 Hebreeën 9:22 Hebreeën 13:10 Ezechiël 10:2 Leviticus 16:12 Handelingen 2:3 Jesaja 6:2
Jesaja 6:7 Jeremia 1:9 1 Johannes 1:7 Daniël 10:16 Jesaja 53:5 Mattheüs 9:2 Jesaja 43:25 1 Johannes 2:1 Hebreeën 9:13
Jesaja 6:8 Exodus 4:10 Efeze 3:8 Genesis 3:8 Jesaja 65:1 Deuteronomium 4:33 Genesis 1:26 Handelingen 26:16 Handelingen 22:21
Jesaja 6:9 Mattheüs 13:14 Lukas 8:10 Markus 4:12 Johannes 12:40 Jesaja 29:13 Jesaja 43:8 Romeinen 11:8 Handelingen 28:26
Jesaja 6:10 Mattheüs 13:15 Jeremia 5:21 Deuteronomium 32:15 Handelingen 28:27 Psalmen 119:70 Jeremia 6:10 Zacharia 7:11 Psalmen 17:10
Jesaja 6:11 Jesaja 1:7 Jesaja 3:26 Psalmen 79:5 Jesaja 24:1 Psalmen 90:13 Leviticus 26:31 Psalmen 94:3 Psalmen 74:10
Jesaja 6:12 Jeremia 4:29 2 Koningen 25:11 Jeremia 12:7 Jeremia 15:4 Jesaja 26:15 Jeremia 52:28 Romeinen 11:1 2 Koningen 25:21
Jesaja 6:13 Romeinen 11:5 Job 14:7 Ezra 9:2 Jesaja 1:9 Romeinen 11:16 Galaten 3:28 Genesis 22:18 Jesaja 65:8
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jesaja 6 vers 1

Uzzia Hebreeuws, Uzziahu.

Hertaald: Uzzia Hebreeuws: Uzziahu.

zo zag ik In een profetisch gezicht. Zie Gen. 15:1 .

Hertaald: zo zag ik In een profetisch gezicht. Zie Gen. 15:1.

den HEERE, Versta, den Vader, Zoon en Heiligen Geest. Vergelijk vs.3, 8; daarom wordt dit gezicht op den Heere Christus geduid; Joh. 12:40-41 , en op den Heiligen Geest; Hand. 28:25-27 .

Hertaald: den HEERE, Versta: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Vergelijk vers 3 en 8; daarom wordt dit gezicht op de Heere Christus toegepast, Joh. 12:40-41, en op de Heilige Geest, Hand. 28:25-27.

Zijn zomen Dat is, de zomen zijner klederen, te weten der koninklijke klederen, met welke de Heere bekleed was.

Hertaald: Zijn zomen Dat is: de zomen van Zijn kleren, namelijk van de koninklijke kleren waarmee de HEERE bekleed was.

Jesaja 6 vers 2

De serafs Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk brandende; aldus worden de engelen des Heeren genoemd, omdat zij ijverig zijn, ja in ijver brandende, om het bevel des Heeren uit te richten. Of, omdat zij de goddelozen branden en verteren gelijk een vuur. Of, omdat zij in vurige kleur verschijnen, te weten rood gelijk vuur.

Hertaald: De serafs Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk brandende. Zo worden de engelen van de HEERE genoemd, omdat zij ijverig zijn, ja brandend van ijver om het bevel van de HEERE uit te voeren. Of omdat zij de goddelozen verbranden en verteren als een vuur. Of omdat zij in een vurige kleur verschijnen, namelijk rood als vuur.

stonden Te weten gelij dienaars, passende op den dienst des Heeren. Vergelijk Dan. 7:10 ; Openb. 4:6-7 .

Hertaald: stonden Namelijk: als dienaars, die klaarstaan voor de dienst van de HEERE. Vergelijk Dan. 7:10 en Openb. 4:6-7.

een iegelijk Hebreeuws, zes vleugelen, zes vleugelen den enen. Zie de aantekening Gen. 7:2 .

Hertaald: een iegelijk Hebreeuws: zes vleugels, zes vleugels de een. Zie de aantekening bij Gen. 7:2.

bedekte ieder Tot een teken van eerbiedigheid, die zij God den Heere toedroegen; of omdat zij den glans der heerlijkheid Gods niet kunnen verdragen.

Hertaald: bedekte ieder Als teken van de eerbied die zij God de HEERE toedroegen; of omdat zij de glans van Gods heerlijkheid niet kunnen verdragen.

vloog hij Te weten om het bevel van God spoediglijk uit te richten; want de engelen zijn dienstbare geesten; Ps. 34:8 , en Ps. 91:11 ; Hebr. 1:14 .

Hertaald: vloog hij Namelijk: om het bevel van God snel uit te voeren; want de engelen zijn dienende geesten; Ps. 34:8, Ps. 91:11 en Hebr. 1:14.

Jesaja 6 vers 3

de een riep Hebreeuws, deze riep tot dezen.

Hertaald: de een riep Hebreeuws: deze riep tot die.

De ganse aarde Hebreeuws, de volheid der ganse aarde [is] zijne eer of heerlijkheid; dat is, al de werken des Heeren, die in den gansen aardbodem zijn, geven getuigenis en zijn een bewijs zijner heerlijkheid; Ps. 24:1 ; Rom. 1:20 .

Hertaald: De ganse aarde Hebreeuws: de volheid van de hele aarde is Zijn eer of heerlijkheid — dat is: alle werken van de HEERE die op de hele aardbodem zijn, getuigen en zijn een bewijs van Zijn heerlijkheid; Ps. 24:1 en Rom. 1:20.

Jesaja 6 vers 4

de posten Hiermede wordt te kennen gegeven de heftige toorn Gods, gelijk boven Jes. 5:25 :de bergen zijn bewogen. En versta hier, de posten van den tempel.

Hertaald: de posten Hiermee wordt de heftige toorn van God te kennen gegeven, zoals hierboven in Jes. 5:25: de bergen zijn bewogen. Versta hier de posten van de tempel.

des roependen; Dat is, van een ieder der serafim, gelijk vs.3.

Hertaald: des roependen; Dat is: van elk van de serafs, zoals in vers 3.

het huis Te weten het huis Gods, dat is de tempel.

Hertaald: het huis Namelijk: het huis van God, dat is: de tempel.

werd vervuld Dit was ook een teken of bewijs van den toorn Gods, rook en damp uitblazende uit zijnen neus.

Hertaald: werd vervuld Ook dit was een teken of bewijs van de toorn van God, Die rook en damp uit Zijn neus blies.

Jesaja 6 vers 5

Toen zeide ik Of, daarom; te weten omdat ik die tekenen van den toorn Gods zag, die vaardig was om zijne oordelen te oefenen.

Hertaald: Toen zeide ik Of: daarom, namelijk omdat ik die tekenen van Gods toorn zag, terwijl Hij gereed was Zijn oordelen uit te oefenen.

ik verga Of, het is met mij gedaan. Anders: ik ben verstomd, of ik ben dood; dat is, ik moet straks sterven, te weten omdat ik, die onrein van lippen ben, den Heere gezien heb. Zie de aantekening Gen. 16:13 ; Ex. 24:11 , en Deut. 5:25-26 ; Richt. 13:22 .

Hertaald: ik verga Of: het is met mij gedaan. Anders: ik ben verstomd, of: ik ben dood — dat is: ik moet meteen sterven, namelijk omdat ik, die onrein van lippen ben, de HEERE gezien heb. Zie de aantekening bij Gen. 16:13, Ex. 24:11, Deut. 5:25-26 en Richt. 13:22.

dewijl ik Dat is, ik ben een arm zondig mens. Door het gebruik der lippen, dat is, de woorden, waarin de mens lichtelijk valt, verstaat hij zijn gehelen zondigen staat. Vergelijk vs.7, en wijders Jak. 3:2 .

Hertaald: dewijl ik Dat is: ik ben een arm, zondig mens. Met het gebruik van de lippen, dat is: met de woorden, waarin de mens gemakkelijk struikelt, bedoelt hij zijn hele zondige staat. Vergelijk vers 7 en verder Jak. 3:2.

dat onrein Dat is, een volk, dat de afgoden aanbidt, tot leugen genegen is en traag om den waren God te aanbidden, te eren en te danken en hunnen naaste te stichten.

Hertaald: dat onrein Dat is: een volk dat de afgoden aanbidt, tot liegen geneigd is en traag om de ware God te aanbidden, te eren en te danken en om zijn naaste te stichten.

Jesaja 6 vers 6

vloog tot mij, Te weten uit het bevel van God, want zij stonden vaardig nevens den Heere, om zijne bevelen te ontvangen en uit te voeren.

Hertaald: vloog tot mij, Namelijk: op bevel van God; want zij stonden bij de HEERE gereed om Zijn bevelen te ontvangen en uit te voeren.

hij had Deze kool was een teken van de afbranding der zonden, dat is de zuivering en vergeving der zonden.

Hertaald: hij had Deze kool was een teken van het wegbranden van de zonden, dat is: van de reiniging en vergeving van de zonden.

het altaar Versta hier, het altaar van het brandoffer, op hetwelk gestadiglijk vuur was, zijnde dit altaar een voorbeeld van Christus en zijne offerande voor onze zonden; zie Hebr. 13:10 .

Hertaald: het altaar Versta hier het brandofferaltaar, waarop voortdurend vuur lag. Dit altaar was een voorafbeelding van Christus en van Zijn offer voor onze zonden; zie Hebr. 13:10.

Jesaja 6 vers 7

deze Te weten gloeiende kool, die ik van het altaar genomen heb. Hiermede wordt aangewezen dat de vergeving der zonden komt van de offerande van Christus, welke door de offerande des altaars werd afgebeeld; tegelijk, dat de Heilige Geest de zonden, als een vuur, verbrand en verteert.

Hertaald: deze Namelijk: deze gloeiende kool, die ik van het altaar genomen heb. Hiermee wordt aangewezen dat de vergeving van de zonden voortkomt uit het offer van Christus, dat door het offer van het altaar werd afgebeeld; en tegelijk dat de Heilige Geest de zonden als een vuur verbrandt en verteert.

is verzoend Anders: genadiglijk bedekt.

Hertaald: is verzoend Anders: genadig bedekt.

Jesaja 6 vers 8

de stem des HEEREN, Te weten, de stem van den Vader, den Zoon en den Heiligen Geest aansprekende. Vergelijk dit met Gen. 1:26 .

Hertaald: de stem des HEEREN, Namelijk: de stem van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, Die spreken. Vergelijk dit met Gen. 1:26.

Wien zal Ik zenden, Te weten tot het wederspannige Joodse volk, om hetzelve mijn besluit aangaande zijne verblinding en ondergang te verkondigen.

Hertaald: Wien zal Ik zenden, Namelijk: naar het weerspannige Joodse volk, om het Mijn besluit over zijn verblinding en ondergang te verkondigen.

Ons henengaan? Te weten tot den dienst van God den Vader, den Zoon en den Heiligen Geest, want God is het alleen, die de profeten beroept en zendt. Vergelijk Gen. 1:26 , en Gen. 3:22 .

Hertaald: Ons henengaan? Namelijk: tot de dienst van God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest; want God alleen is het Die de profeten roept en zendt. Vergelijk Gen. 1:26 en Gen. 3:22.

hier ben ik, De profeet biedt aan hier nu goedwilliglijk zijn vaardigen dienst, zijnde van God gesterkt, veel vaardiger nu zijnde; gelijk Mozes, Exo 3 , of Jeremia, Jer 1 .

Hertaald: hier ben ik, De profeet biedt hier nu gewillig zijn bereidwillige dienst aan; hij is door God gesterkt en daardoor veel bereidwilliger dan tevoren, zoals Mozes in Ex. 3 en Jeremia in Jer. 1.

Jesaja 6 vers 9

tot dit volk Hier zegt God niet, tot mijn volk, omdat het van Hem geweken was, maar Hij zegt, tot dit volk.

Hertaald: tot dit volk Hier zegt God niet: tot Mijn volk, omdat het van Hem afgeweken was, maar Hij zegt: tot dit volk.

maar verstaat niet, Alsof God zeide: Gij zult vergeefsen arbeid doen met dit volk te onderwijzen, niettemin ga heen en doe wat Ik u beveel, tot overtuiging van hunne wederspannigheid.

Hertaald: maar verstaat niet, Alsof God zei: u zult tevergeefs arbeiden door dit volk te onderwijzen; ga toch heen en doe wat Ik u beveel, tot overtuiging van hun weerspannigheid.

bemerkt niet Alsof God zeide: Gijlieden zult de woorden dezer profetieën wel horen, maar niet verstaan. En dit zal geschieden door mijn rechtvaardig oordeel, die ulieder wederspannigheid alzo straft, namelijk met blindheid en verharding. In dezen zin worden deze woorden gebruikt in het Nieuwe Testament; Matt. 13:14 .

Hertaald: bemerkt niet Alsof God zei: u zult de woorden van deze profetieën wel horen, maar niet verstaan. En dat zal gebeuren door Mijn rechtvaardig oordeel, dat uw weerspannigheid zo straft, namelijk met blindheid en verharding. In die betekenis worden deze woorden gebruikt in het Nieuwe Testament; Matth. 13:14.

Jesaja 6 vers 10

Maak het hart Te weten door het prediken van mijn Woord. Met deze woorden wil de Heere niet te kennen geven wat zijn gepredikt Woord eigenlijk en van zijne natuur bij de mensen werkt en uitricht; maar Hij voorzegt wat er op de verkondiging ervan bij de boze Joden volgen zou; namelijk dat zij zich daardoor niet alleen niet zouden bekeren, maar nog halsstarriger en weerstrevender aanstellen, dewijl God hen door zijn rechtvaardig oordeel in een verkeerden zin zou overgeven.

Hertaald: Maak het hart Namelijk: door de prediking van Mijn Woord. Met deze woorden wil de HEERE niet te kennen geven wat Zijn gepredikte Woord eigenlijk en naar zijn aard bij de mensen werkt en uitricht, maar Hij voorzegt wat er bij de boze Joden op de verkondiging ervan zou volgen: dat zij zich daardoor niet alleen niet zouden bekeren, maar zich nog halsstarriger en weerbarstiger zouden gedragen, omdat God hen door Zijn rechtvaardig oordeel aan een verkeerde gezindheid zou overgeven.

sluit hun ogen, Of, bestrijkt, belijmt hunne ogen.

Hertaald: sluit hun ogen, Of: bestrijk, verlijm hun ogen.

Hij Te weten God.

Hertaald: Hij Namelijk: God.

het Te weten het volk.

Hertaald: het Namelijk: het volk.

geneze Namelijk door vergiffenis der zonden, Marc. 4:12 . Zie Ps. 30:3 .

Hertaald: geneze Namelijk: door vergeving van de zonden, Mark. 4:12. Zie Ps. 30:3.

Jesaja 6 vers 11

Hoe lang, Te weten, zal deze verwoesting van het volk duren. Anders: Hoelang zal deze blindheid en verstoktheid van het volk duren?

Hertaald: Hoe lang, Namelijk: zal deze verwoesting van het volk duren. Anders: hoe lang zal deze blindheid en verstoktheid van het volk duren?

de steden Te weten de steden in Judea.

Hertaald: de steden Namelijk: de steden in Judea.

verwoest worden, Anders: zekerlijk verwoest worden; te weten door de vele en verscheidene overvallen der vijanden van het Joodse volk. Wat de verblindheid van het volk aangaat, die is dikwijls geweest vóór de komst van Christus, inzonderheid ten tijde van Christus; gelijk blijkt Matt. 13:14 ; Marc. 4:12 , en elders meer. Ja zij duurt nog heden te dage, gelijk aan verreweg het grootste deel der Joden, die nu leven, te zien is; en zij zal zolang duren, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn, Rom. 11:25 .

Hertaald: verwoest worden, Anders: zeker verwoest worden, namelijk door de vele en verschillende overvallen van de vijanden van het Joodse volk. Wat de verblinding van het volk betreft: die is er vaak geweest vóór de komst van Christus, en vooral in de tijd van Christus, zoals blijkt uit Matth. 13:14, Mark. 4:12 en nog elders. Ja, zij duurt tot op de dag van vandaag, zoals te zien is bij verreweg het grootste deel van de Joden die nu leven; en zij zal duren totdat de volheid van de heidenen zal zijn ingegaan, Rom. 11:25.

met verwoesting Dat is, gans woest gemaakt worden, alzo dat er geen mensen meer in wonen, en het derhalve onbebouwd blijft liggen. Voorbeelden dezer verwoesting zie onder de koningen Hizkia, 2Ki 18 ; Manasse, 2Ch 33 , onder Josia, 2Ch 35 ; onder Joahas, Jojakim, Joachin en Zedekia, 2Ki 25 en 2Ch 36 , en inzonderheid na de hemelvaart van Christus.

Hertaald: met verwoesting Dat is: geheel woest gemaakt worden, zodat er geen mensen meer in wonen en het daarom onbebouwd blijft liggen. Voorbeelden van deze verwoesting zijn te zien onder de koningen Hizkia, 2 Kon. 18, Manasse, 2 Kron. 33, Josia, 2 Kron. 35, en onder Joahaz, Jojakim, Jojachin en Zedekia, 2 Kon. 25 en 2 Kron. 36, en in het bijzonder na de hemelvaart van Christus.

Jesaja 6 vers 12

die mensen Of, die lieden, te weten het Joodse volk.

Hertaald: die mensen Of: die lieden, namelijk het Joodse volk.

verre wegdoen, Te weten in de Babylonische gevangenschap. Hier geeft de profeet te kennen dat het Gods werk is, dat de Joden zijn weggevoerd geweest.

Hertaald: verre wegdoen, Namelijk: in de Babylonische gevangenschap. Hier geeft de profeet te kennen dat het Gods werk is dat de Joden weggevoerd zijn.

de verlating Versta die verlating, waarmede dit volk van God is verlaten en den vijanden overgegeven, ten tijde der Babylonische gevangenschap.

Hertaald: de verlating Versta die verlating waarmee dit volk door God verlaten en aan de vijanden overgegeven is, in de tijd van de Babylonische gevangenschap.

in het binnenste Of, in het midden des lands, te weten van het land van Judea.

Hertaald: in het binnenste Of: in het midden van het land, namelijk van het land Judea.

Jesaja 6 vers 13

een tiende deel Dat is, een klein hoopje, ten aanzien van het groot getal dergenen, die weggevoerd en vernield zullen worden. De profeet wil zeggen dat dit volk niet allen tegelijk geheellijk zal vergaan.

Hertaald: een tiende deel Dat is: een klein hoopje, vergeleken met het grote aantal van hen die weggevoerd en vernietigd zullen worden. De profeet wil zeggen dat dit volk niet allemaal tegelijk volledig zal omkomen.

het zal wederkeren, Anders: maar het zal weder afgeweid worden. Want sommigen verstaan door dit tiende deel degenen, die na de wegvoering des volks in het land van Juda zijn overgebleven, en vandaar in Egypte getogen en allen ellendiglijk omgekomen. Anderen verstaan door het tiende deel de Joden, die uit de Babylonische gevangenschap zouden wederkeren en veel hebben te lijden van de koningen van Syrië en Egypte, ten tijde der Machabeën, en eindelijk van de Romeinen, en dit alles vanwege hun grote en menigvuldige zonden.

Hertaald: het zal wederkeren, Anders: maar het zal opnieuw afgeweid worden. Want sommigen verstaan onder dit tiende deel hen die na de wegvoering van het volk in het land Juda overgebleven zijn en vandaar naar Egypte getrokken en allen jammerlijk omgekomen zijn. Anderen verstaan onder het tiende deel de Joden die uit de Babylonische gevangenschap zouden terugkeren. Zij zouden veel te lijden hebben van de koningen van Syrië en Egypte in de tijd van de Makkabeeën, en ten slotte van de Romeinen — en dat alles vanwege hun grote en talrijke zonden.

maar Dit is ene belofte tot troost der vromen, dat namelijk de stam van Juda niet geheel zou te gronde gaan, maar dat hij vanwege de heilige kinderen Gods, die daarin waren, zou behouden en bewaard blijven, totdat Christus in het vlees verschijnen zou.

Hertaald: maar Dit is een belofte tot troost van de vromen: dat de stam van Juda niet geheel te gronde zou gaan, maar dat hij vanwege de heilige kinderen van God die daarin waren behouden en bewaard zou blijven totdat Christus in het vlees zou verschijnen.

de eik . . . de haageik Of, Olmboom. In het Hebreeuws staan twee woorden, die beide een eikenboom betekenen. Voor het ene nemen de overzetters een olmboom; anderen een lindeboom. Anderen leggen de Hebreeuwse woorden aldus uit: Doch gelijk door de eiken, die aan de [poort] Schallecheth staan [de gang] een vast steunsel heeft, [alzo] zal het heilige zaad zijn vaste stut zijn. Naar deze uitlegging vergelijkt hier de profeet de godzaligen bij de eiken, met welke des konings gang onderstut en ondersteund was, of bij den hogen opgeworpen weg of straat, over welken men ging uit Salomo's huis in den tempel, waarvan te lezen is 1 Kon. 10:5 ; 2 Kon. 12:20 ; 1 Kron. 26:16 , en 2 Kron. 9:4 , 2 Kron. 9:11 .

Hertaald: de eik . . . de haageik Of: olm. In het Hebreeuws staan twee woorden die beide een eikenboom betekenen. Voor het ene nemen de vertalers een olm, anderen een linde. Weer anderen leggen de Hebreeuwse woorden zo uit: maar zoals de gang een vast steunsel heeft door de eiken die bij de poort Schallecheth staan, zo zal het heilige zaad zijn vaste steun zijn. Volgens die uitleg vergelijkt de profeet hier de godzaligen met de eiken waarmee de gang van de koning gestut en ondersteund was, of met de hoge, opgeworpen weg of straat waarover men uit het huis van Salomo naar de tempel ging, waarover te lezen is in 1 Kon. 10:5, 2 Kon. 12:20, 1 Kron. 26:16, 2 Kron. 9:4 en 2 Kron. 9:11.

het heilige zaad Dat is, het overblijfsel der godzaligen, dat is, de godzalige kinderen van godzalige ouders afkomstig; alsof hij zeide: God verdraagt nog enigermate dien verdorven boom, ten aanzien der goede takken, die daaruit gesproten zijn. Om weiniger goeden wil spaart God somtijds vele kwaden; Gen. 18:32 .

Hertaald: het heilige zaad Dat is: het overblijfsel van de godzaligen, dat is: de godzalige kinderen die uit godzalige ouders voortkomen. Alsof hij zei: God verdraagt die verdorven boom nog enigszins, met het oog op de goede takken die eruit voortgekomen zijn. Ter wille van enkele goeden spaart God soms veel kwaden; Gen. 18:32.

daarvan zijn Te weten van dat land, dat is van de inwoners van dit land. Anders, van dat tiende deel; het komt opeen uit.

Hertaald: daarvan zijn Namelijk: van dat land, dat is: van de inwoners van dit land. Anders: van dat tiende deel; het komt op hetzelfde neer.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Heilig, heilig, heilig  — het gezicht in het sterfjaar van Uzzia, waarin de profeet de Koning ziet en het wee over zichzelf uitroept (Jes. 6:1-7)

"In het jaar, toen de koning Uzzia stierf, zo zag ik den Heere, zittende op een hogen en verheven troon, en Zijn zomen vervullende den tempel" (Jes. 6:1). De aardse troon was net leeggekomen; de hemelse niet. Boven Hem staan de serafs, elk met zes vleugels: met twee bedekken zij hun aangezicht, met twee hun voeten, en met twee vliegen zij (Jes. 6:2). Hun roep gaat heen en weer: "Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen! De ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol!" (Jes. 6:3). Het huis wordt vervuld met rook en de posten van de dorpels bewegen (Jes. 6:4). Dan spreekt de profeet over zichzelf: "Wee mij, want ik verga! dewijl ik een man van onreine lippen ben" (Jes. 6:5). Een van de serafs vliegt naar hem toe met een gloeiende kool die van het altaar genomen is, raakt zijn mond aan en zegt: "alzo is uw misdaad van u geweken, en uw zonde is verzoend" (Jes. 6:7).

Bijbelse betekenis: Merk op waar de profeet zichzelf terugvindt. In het vorige hoofdstuk riep hij zes keer wee over anderen; hier roept hij het over zichzelf (Jes. 6:5). Wie God ziet, houdt van zijn eigen zaak niets over. Let ook op wat de serafs met hun vleugels doen. Vier van de zes dienen om zich te bedekken en maar twee om te dienen. Wie daar staat, verdraagt dit licht niet onbedekt. En let ten slotte op de volgorde in Jes. 6:6-7. De reiniging komt van het altaar, dus van de plaats waar geofferd wordt. De profeet vraagt er niet om; zij wordt hem gebracht, en zij raakt precies datgene aan waarover hij geklaagd had.

Typologie: Johannes zegt van dit gezicht dat het de heerlijkheid van Christus was die Jesaja zag (Joh. 12:41, reeds behandeld bij Jes. 1:1). Dezelfde lofzang klinkt in de hemel rondom de troon, waar de vier dieren dag noch nacht ophouden (Op. 4:8).

Jes. 6:1-7; Joh. 12:41; Op. 4:8

Zie, hier ben ik, zend mij henen  — de zending van de profeet, met een opdracht die zwaar is en toch niet zonder hoop eindigt (Jes. 6:8-13)

Na de reiniging klinkt de vraag: "Wien zal Ik zenden, en wie zal voor Ons henengaan?" (Jes. 6:8). Het antwoord komt onmiddellijk: "Zie, hier ben ik, zend mij henen." Pas daarna hoort Jesaja wat hij te zeggen krijgt, en dat is zwaar: "Ga henen, en zeg tot dit volk: Horende hoort, maar verstaat niet, en ziende ziet, maar merkt niet" (Jes. 6:9). Wat volgt gaat nog verder: de prediking zelf zal het hart van dit volk vet maken en de oren zwaar (Jes. 6:10). Dan vraagt de profeet: "Hoe lang, Heere?" (Jes. 6:11). Het antwoord wijst op verwoeste steden en een leeggelopen land. En toch eindigt het hoofdstuk anders. "Doch nog een tiende deel zal daarin zijn", en zoals in een boom na het vallen van de bladeren nog steunsel is, "alzo zal het heilige zaad het steunsel daarvan zijn" (Jes. 6:13).

Bijbelse betekenis: Merk op dat Jesaja ja zegt voordat hij de opdracht kent. Hij is dan pas gereinigd, en dat is de volgorde van heel het hoofdstuk: eerst wordt hem gegeven, daarna wordt hem gevraagd. De woorden van Jes. 6:9-10 zijn de moeilijkste van dit gedeelte. Wat de profeet brengt is een woord van God, en juist dat woord maakt de hoorders harder dan zij waren; hetzelfde licht dat een oog opent, verblindt het oog dat zich afwendt. Wat er op het spel staat, noemt Jes. 6:10 zelf: zien, horen, verstaan, zich bekeren en genezen worden. Let ten slotte op het slotvers. Het beeld is niet van een boom die valt maar van een stronk die blijft staan. Er staat niet bij hoe klein dat overblijfsel is, alleen dat het heilig zaad heet.

Typologie: De Heere Jezus haalt dit woord aan wanneer Hij verklaart waarom Hij door gelijkenissen spreekt (Matt. 13:14-15). Johannes haalt het aan na de tekenen die niet geloofd werden (Joh. 12:40). En Paulus sluit er zijn laatste gesprek met de Joden te Rome mee af: "Met het gehoor zult gij horen, en geenszins verstaan" (Hand. 28:26).

Jes. 6:8-13; Matt. 13:14-15; Joh. 12:40; Hand. 28:26

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De Engel des HEEREN niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Ik zag den Heere op een hogen troon — 6:1-13

Uzzia is dood. Hij had tweeënvijftig jaar geregeerd, en het land had voorspoed gekend — tot hij eigenmachtig de tempel binnendrong om te offeren en melaats naar buiten kwam. Nu is de troon leeg. En juist in dat jaar ziet Jesaja een andere troon.

Jesaja ziet den Heere in de tempel, en Johannes schrijft later dat hij Christus' heerlijkheid zag.

In het jaar toen de koning Uzzia stierf, zo zag ik den Heere, zittende op een hogen en verheven troon, en Zijn zomen vervullende den tempel.

De kanttekening zegt dat dit in een profetisch gezicht gebeurde, en zij benoemt Wie er gezien wordt: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. En dan volgt de zin waar het hier om gaat: daarom wordt dit gezicht toegepast op de Heere Christus, Johannes 12, en op de Heilige Geest, Handelingen 28.

De serafs roepen elkaar toe: heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen. Zij bedekken met twee vleugels hun aangezicht en met twee hun voeten; met de overige twee vliegen zij. Zelfs zij kijken niet recht aan.

Jesaja is geen ongelovige, maar hij houdt het niet uit. Wee mij, want ik verga, dewijl ik een man van onreine lippen ben. De kanttekening merkt op dat hij met de lippen zijn hele zondige staat bedoelt, en zij geeft ook de andere lezing: het is met mij gedaan, ik moet meteen sterven, omdat ik de HEERE gezien heb.

Dan vliegt een van de serafs met een gloeiende kool van het altaar — dus van de plaats waar geofferd wordt — en raakt daarmee zijn mond aan: alzo is uw misdaad van u geweken, en uw zonde is verzoend. De reiniging komt van het altaar en niet uit hemzelf.

Pas daarna klinkt de vraag: wien zal Ik zenden? Zo is de volgorde: eerst zien, dan wegzinken, dan verzoend worden — en dan pas zenden.

Johannes haalt dit hoofdstuk aan wanneer hij vertelt dat velen ondanks alle tekenen niet geloofden, en hij besluit met zoveel woorden: dit zeide Jesaja toen hij Zijn heerlijkheid zag, en van Hem sprak.

  1. Jesaja 6:1 — Jesaja ziet den Heere op een hogen en verheven troon.
  2. Jesaja 6:5 — Wee mij, want ik verga — mijn ogen hebben den Koning gezien.
  3. Jesaja 6:7 — Een kool van het altaar: uw zonde is verzoend.
  4. Jesaja 6:8 — Pas daarna: wien zal Ik zenden?
  5. Johannes 12:41 — Dit zeide Jesaja toen hij Zijn heerlijkheid zag, en van Hem sprak.
  6. Openbaring 4:8 — De dieren roepen dag en nacht: heilig, heilig, heilig.

In het Nieuwe Testament: Johannes 12:37-41; Handelingen 28:25-27; Openbaring 4:8; Hebreeën 9:14

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Jesaja 6

Jesaja 6:1.KruisverwijzingenJohannes 12:41Openbaring 15:8Johannes 1:18Openbaring 5:1Daniël 7:9Openbaring 7:15Efeze 1:20Jesaja 66:1
— In het jaar, toen de koning Uzzia stierf, zo zag ik den Heere, zittende op een hogen en verheven troon, en Zijn zomen vervullende den tempel.
U herinnert zich die melaatse koning nog wel, die zich in het priesterambt gedrongen had, met melaatsheid geslagen werd en de rest van zijn leven in een afgezonderd huis opgesloten zat. In het jaar dat hij stierf, zag Jesaja een grotere Koning, die door geen enkele verontreiniging geraakt kan worden, een Koning die regeert en in eeuwigheid leeft, ook al sterft Uzzia. Wanneer u in het Oude Testament leest dat iemand de HEERE zag, versta dat dan van de tweede Persoon in de goddelijke Drie-eenheid, de Heere Jezus Christus. Hij maakt Zichzelf zichtbaar voor mensen, en God in Hem.

Jesaja stond met ontzag geslagen bij dit gezicht van de heerlijkheid van de HEERE. Het was een aanblik zoals maar weinig ogen ooit gezien hebben. Jesaja is nooit werkelijk in het heilige geweest, want hij was geen priester en mocht daar niet staan. In een gezicht zag hij al deze heerlijkheid, en het was een gezicht dat hem de rest van zijn leven moet zijn bijgebleven. De heiligheid en de heerlijkheid van God troffen hem onmiddellijk.

Jesaja 6:2.KruisverwijzingenOpenbaring 4:8Psalmen 103:201 Koningen 6:24Jesaja 6:6Openbaring 7:11Ezechiël 1:11Exodus 25:20Job 1:6
— De serafs stonden boven Hem; een iegelijk had zes vleugelen; met twee bedekte ieder zijn aangezicht, en met twee bedekte hij zijn voeten, en met twee vloog hij.
Dat zijn de geesten die in de tegenwoordigheid van God wonen, het dichtst bij Hem. En omdat Hij een verterend vuur is, worden zij aan Hem gelijk. De serafs zijn brandende wezens, verterende, brandende en schijnende lichten, die God dienen, die het licht van het leven is. Let erop hoe nederig zij in die tegenwoordigheid zijn: zij bedekken zichzelf voor die oneindige Majesteit.

Jesaja 6:3-4.KruisverwijzingenOpenbaring 4:8Openbaring 15:8Psalmen 72:19Amos 9:1Jesaja 40:5Exodus 15:11Numeri 14:21Exodus 40:34
— En de een riep tot den ander, en zeide: Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen! De ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol! Zodat de posten der dorpels zich bewogen van de stem des roependen; en het huis werd vervuld met rook.
En als zelfs de stem van een seraf de fundamenten van de tempel bewoog, wat zal de stem van God dan doen wanneer Hij nog eenmaal spreken zal? Naar dat woord zal Hij niet alleen de aarde, maar ook de hemel bewegen. Wat een ontzag en beven moet er op ons liggen wanneer wij God dienen, als zelfs de posten van de dorpels zich bewegen!

Jesaja 6:5.KruisverwijzingenExodus 6:30Jeremia 9:3Exodus 6:12Exodus 4:10Jeremia 1:6Ezechiël 2:6Lukas 5:8Exodus 33:20
— Toen zeide ik: Wee mij, want ik verga! dewijl ik een man van onreine lippen ben, en ik woon in het midden eens volks, dat onrein van lippen is; want mijn ogen hebben den Koning, den HEERE der heirscharen gezien.
“Toen zeide ik: Wee mij, want ik verga!” Zo doen alle heiligen van God wanneer zij een blik op Hem krijgen. Er is nog nooit een roemzuchtige gedachte opgekomen in het gemoed van enig mens in de tegenwoordigheid van God. Wie over hun eigen zuiverheid spreken, hebben God niet gekend en Hem niet gezien. Hoe zouden zij ook? Dit is de kreet van alle gereinigden wanneer zij in de tegenwoordigheid van God komen: “Wee mij, want ik verga! dewijl ik een man van onreine lippen ben.” Wat bracht hem op de gedachte aan lippen, dan de stem van de serafs die elkaar toeriepen: “Heilig, heilig, heilig”? Toen dacht hij aan zijn eigen lippen. Broeders en zusters, wat een onreinheid komt er over onze lippen; misschien wordt de onreinheid van het hart nergens zo openbaar als in onze ijdele woorden en onze boze woorden.

Er was werkelijk genoeg om hem te doen zeggen: “Wee mij.” Jesaja was een zondig prediker, een gebrekkig prediker, te midden van een zondig en gebrekkig volk; en zo gevoelde hij dat de samenleving waarin hij verkeerde het tegendeel was van de samenleving waarin God woont. Reine serafs roepen: “Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen!”, maar wat ons betreft: ons spreken is onheilig — een volk dat onrein van lippen is.

Jesaja 6:6-7.KruisverwijzingenJeremia 1:9Openbaring 8:31 Johannes 1:7Daniël 10:16Jesaja 53:5Daniël 9:21Hebreeën 9:22Hebreeën 13:10
— Maar een van de serafs vloog tot mij, en had een gloeiende kool in zijn hand, die hij met de tang van het altaar genomen had. En hij roerde mijn mond daarmede aan, en zeide: Zie, deze heeft uw lippen aangeroerd; alzo is uw misdaad van u geweken, en uw zonde is verzoend.
Juist waar hij de onreinheid gevoelde, daar ondervond hij de verzoening. Zijn lippen waren onrein, en nu heeft één aanraking met de kool van het altaar, één mededeling uit het grote Offer, al zijn ongerechtigheid weggenomen, en zijn zonde is begraven. De gloeiende kool van het altaar staat niet voor de heilige vlam die in het hart van de profeet brandt. Zij staat voor reiniging, voor deelhebben aan het offer en voor het wegdoen van de zonde. Met een blaar op zijn lippen stond Jesaja zwijgend voor God.

Jesaja 6:8.KruisverwijzingenExodus 4:10Efeze 3:8Genesis 3:8Jesaja 65:1Deuteronomium 4:33Genesis 1:26Handelingen 26:16Handelingen 22:21
— Daarna hoorde ik de stem des Heeren, dewelke zeide: Wien zal Ik zenden, en wie zal voor Ons henengaan? Toen zeide ik: Zie, hier ben ik, zend mij henen.
Let op de eenheid en de meerheid tegelijk: “Wien zal Ik zenden, en wie zal voor Ons henengaan?” Vanuit welke andere gedachte dan de leer van de Drie-eenheid kunnen wij zo’n merkwaardige overgang van het enkelvoud naar het meervoud verklaren? “Wien zal Ik zenden” — daar is de eenheid. “Wie zal voor Ons henengaan” — daar is de Drie-eenheid. God zoekt een boodschapper om Zijn boodschap aan de mensen over te brengen.

En hoe blijmoedig springt deze man naar voren op het woord van de nodiging — hij, die nu zo nederig is, zo gereinigd door het gezicht van God dat hij zojuist ontvangen heeft: “Zie, hier ben ik, zend mij henen.” Jesaja kende de opdracht nog niet; misschien zou hij, als hij die gekend had, niet zo bereid zijn geweest te gaan. Wie zal het zeggen? Maar Gods knechten zijn tot alles bereid, tot alles gereed, zodra de gloeiende kool hun lippen heeft aangeraakt. Ik dank God dat ik nooit tot zo’n werk geroepen ben als Jesaja moest ondernemen.

Jesaja 6:9-10.KruisverwijzingenMattheüs 13:14Lukas 8:10Markus 4:12Johannes 12:40Jesaja 29:13Jesaja 43:8Romeinen 11:8Handelingen 28:26
— Toen zeide Hij: Ga henen, en zeg tot dit volk: Horende hoort, maar verstaat niet, en ziende ziet, maar merkt niet. Maak het hart dezes volks vet, en maak hun oren zwaar, en sluit hun ogen, opdat het niet zie met zijn ogen, noch met zijn oren hore, noch met zijn hart versta, noch zich bekere, en Hij het geneze.
Wat een bediening, donker van ondraaglijk licht! Zo helder, zo duidelijk, dat mensen moedwillig hun hart moesten verharden en hun ogen sluiten om het niet te verstaan en niet aan te nemen. Dit was geen bediening van de verkondiging van het Evangelie. Het was een bediening van de veroordeling. Het volk Israël had de profeten en hun God verworpen, en in de volheid van de tijd zouden zij Gods eigen dierbare Zoon verwerpen. Toen Jesaja in het gezicht dit alles vooruitzag, zag hij dat hij niet gezonden werd om te verzachten maar om te verharden; zijn woord zou een reuk zijn van de dood ten dode en niet van het leven ten leven.

Jesaja 6:11-12.KruisverwijzingenJesaja 1:7Jeremia 4:29Jesaja 3:26Psalmen 79:5Jesaja 24:1Psalmen 90:13Leviticus 26:31Psalmen 94:3
— Toen zeide ik: Hoe lang, Heere? En Hij zeide: Totdat de steden verwoest worden, zodat er geen inwoner zij, en de huizen, dat er geen mens zij, en dat het land met verwoesting verstrooid worde. Want de HEERE zal die mensen verre wegdoen, en de verlating zal groot wezen in het binnenste des lands.
En zo is het gegaan, zoals u weet: het volk werd gevankelijk weggevoerd. Zij weigerden nog steeds, zij wilden niet geloven, tot Christus kwam; en toen was de verwoesting van Jeruzalem en het leegvegen van hun land de laatste slag van God. “Doch nog een tiende deel zal daarin zijn.” Er is altijd een lichtstraal uit Gods genade in de dichtste duisternis van Zijn gerechtigheid. God heeft Zijn tiende.

Jesaja 6:13.KruisverwijzingenRomeinen 11:5Job 14:7Ezra 9:2Jesaja 1:9Romeinen 11:16Galaten 3:28Genesis 22:18Jesaja 65:8
— Doch nog een tiende deel zal daarin zijn, en het zal wederkeren, en zijn om af te weiden; maar gelijk de eik, en gelijk de haageik, in dewelke na de afwerping der bladeren nog steunsel is, alzo zal het heilige zaad het steunsel daarvan zijn.
En daarom is het Joodse volk niet verdelgd, maar bestaat het nog altijd; en de gemeente van God wordt niet verdelgd, ondanks alles wat haar overkomt. Er is een steunsel in haar, naar de verkiezing van de genade — waarvoor God geprezen zij.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content