Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jesaja 56

1 Alzo zegt de HEERE: Bewaart het recht, en doet gerechtigheid; want Mijn heil is nabij om te komen, en Mijn gerechtigheid om geopenbaard te worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 AlzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: BewaartH8104 het rechtH4941, en doetH6213 gerechtigheidH6666; wantH3588 Mijn heilH3444 is nabijH7138 om te komenH935, en Mijn gerechtigheidH6666 om geopenbaardH1540 te worden. Alzo zegt de HEERE: Bewaart het recht, en doet gerechtigheid; want Mijn heil is nabij om te komen, en Mijn gerechtigheid om geopenbaard te worden.

KJV Thus saith2 the LORD,3 Keep4 ye judgment,5 and do6 justice:7 for my salvation10 is near9 to come,11 and my righteousness12 to be revealed.

1 כֹּ֚ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 שִׁמְר֥וּ H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 5 מִשְׁפָּ֖ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 6 וַעֲשׂ֣וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 צְדָקָ֑ה H6666 gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheid justice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness) 8 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 קְרוֹבָ֤ה H7138 nabij, naaste, nabestaande allied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly) 10 יְשֽׁוּעָתִי֙ H3444 heil, heils, verlossingen deliverance, health, help(-ing), salvation, save, saving (health), welfare 11 לָב֔וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 12 וְצִדְקָתִ֖י H6666 gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheid justice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness) 13 לְהִגָּלֽוֹת H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Welgelukzalig is de mens, die zulks doet, en des mensen kind, dat daaraan vasthoudt; die den sabbat houdt, zodat gij dien niet ontheiligt, en die zijn hand bewaart van enig kwaad te doen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 WelgelukzaligH835 is de mensH582, die zulks doetH6213, en des mensenH120 kindH1121, datH2063 daaraan vasthoudtH2388; die den sabbatH7676 houdtH8104, zodat gij dien niet ontheiligtH2490, en die zijn handH3027 bewaartH8104 van enigH3605 kwaadH7451 te doenH6213. Welgelukzalig is de mens, die zulks doet, en des mensen kind, dat daaraan vasthoudt; die den sabbat houdt, zodat gij dien niet ontheiligt, en die zijn hand bewaart van enig kwaad te doen.

KJV Blessed1 is the man2 that doeth3 this, and the son5 of man6 that layeth hold7 on it; that keepeth9 the sabbath10 from polluting11 it, and keepeth12 his hand13 from doing14 any evil.

1 אַשְׁרֵ֤י H835 Welgelukzalig, welgelukzalig, gelukzalig blessed, happy 2 אֱנוֹשׁ֙ H582 mannen, lieden, mens another, [idiom] (blood-) thirsty, certain, chap(-man); divers, fellow, [idiom] in the flower of their age, husband, (certain, mortal) man, people, person, servant, some ([idiom] of them), [phrase] stranger, those, [phrase] their trade. It is often unexpressed in the English versions, especially when used in apposition with another word. Compare H376 (אִישׁ) 3 יַעֲשֶׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 4 זֹּ֔את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 5 וּבֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 אָדָ֖ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 7 יַחֲזִ֣יק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 8 בָּ֑הּ 9 שֹׁמֵ֤ר H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 10 שַׁבָּת֙ H7676 sabbat, sabbatten, sabbatdag ([phrase] every) sabbath 11 מֵֽחַלְּל֔וֹ H2490 ontheiligen, ontheiligd, begon begin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound 12 וְשֹׁמֵ֥ר H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 13 יָד֖וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 14 מֵעֲשׂ֥וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 15 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 רָֽע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En de vreemde, die zich tot den HEERE gevoegd heeft, spreke niet, zeggende: De HEERE heeft mij gans en al van Zijn volk gescheiden; en de gesnedene zegge niet: Ziet, ik ben een dorre boom.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En de vreemdeH1121, die zich totH413 den HEEREH3068 gevoegdH3867 heeft, sprekeH559 nietH408, zeggendeH559: De HEEREH3068 heeft mij gansH914 en al van Zijn volkH5971 gescheidenH914; en de gesnedeneH5631 zeggeH559 nietH408: ZietH2005, ikH589 ben een dorreH3002 boomH6086. En de vreemde, die zich tot den HEERE gevoegd heeft, spreke niet, zeggende: De HEERE heeft mij gans en al van Zijn volk gescheiden; en de gesnedene zegge niet: Ziet, ik ben een dorre boom.

KJV Neither let the son3 of the stranger,4 that hath joined5 himself to the LORD,7 speak,2 saying,8 The LORD11 hath utterly9 separated10 me from his people:13 neither let the eunuch16 say,15 Behold, I am a dry20 tree.

1 וְאַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 2 יֹאמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 הַנֵּכָ֗ר H5236 vreemden, vreemde, vreemd alien, strange ([phrase] -er) 5 הַנִּלְוָ֤ה H3867 leent, lenen, vervoegen abide with, borrow(-er), cleave, join (self), lend(-er) 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 הַבְדֵּ֧ל H914 afgezonderd, scheiding, scheidde (make, put) difference, divide (asunder), (make) separate (self, -ation), sever (out), [idiom] utterly 10 יַבְדִּילַ֛נִי H914 afgezonderd, scheiding, scheidde (make, put) difference, divide (asunder), (make) separate (self, -ation), sever (out), [idiom] utterly 11 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 מֵעַ֣ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 עַמּ֑וֹ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 14 וְאַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 15 יֹאמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 16 הַסָּרִ֔יס H5631 kamerlingen, hovelingen, kamerling chamberlain, eunuch, officer. Compare H7249 (רַב־סָרִיס) 17 הֵ֥ן H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 18 אֲנִ֖י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 19 עֵ֥ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 20 יָבֵֽשׁ H3002 dorre, dor, drogen dried (away), dry
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Want alzo zegt de HEERE van de gesnedenen, die Mijn sabbatten houden, en verkiezen hetgeen, waartoe Ik lust heb, en vasthouden aan Mijn verbond;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 WantH3588 alzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 van de gesnedenenH5631, dieH834 Mijn sabbattenH7676 houdenH8104, en verkiezenH977 hetgeenH834, waartoe Ik lustH2654 heb, en vasthoudenH2388 aan Mijn verbondH1285; Want alzo zegt de HEERE van de gesnedenen, die Mijn sabbatten houden, en verkiezen hetgeen, waartoe Ik lust heb, en vasthouden aan Mijn verbond;

KJV For thus saith3 the LORD4 unto the eunuchs5 that keep7 my sabbaths,9 and choose10 the things that please12 me, and take hold13 of my covenant;

1 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כֹ֣ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 לַסָּֽרִיסִים֙ H5631 kamerlingen, hovelingen, kamerling chamberlain, eunuch, officer. Compare H7249 (רַב־סָרִיס) 6 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 יִשְׁמְרוּ֙ H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 שַׁבְּתוֹתַ֔י H7676 sabbat, sabbatten, sabbatdag ([phrase] every) sabbath 10 וּבָֽחֲר֖וּ H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require 11 בַּאֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 חָפָ֑צְתִּי H2654 lust, welbehagen, behaagt [idiom] any at all, (have, take) delight, desire, favour, like, move, be (well) pleased, have pleasure, will, would 13 וּמַחֲזִיקִ֖ים H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 14 בִּבְרִיתִֽי H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Ik zal hen ook in Mijn huis en binnen Mijn muren een plaats en een naam geven, beter dan der zonen en dan der dochteren; een eeuwigen naam zal Ik een ieder van hen geven, die niet uitgeroeid zal worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Ik zal hen ook in Mijn huisH1004 en binnen Mijn murenH2346 een plaatsH3027 en een naamH8034 geven, beterH2896 dan der zonenH1121 en dan der dochterenH1323; een eeuwigenH5769 naamH8034 zal Ik een ieder van hen geven, dieH834 nietH3808 uitgeroeidH3772 zal worden. Ik zal hen ook in Mijn huis en binnen Mijn muren een plaats en een naam geven, beter dan der zonen en dan der dochteren; een eeuwigen naam zal Ik een ieder van hen geven, die niet uitgeroeid zal worden.

KJV Even unto them will I give1 in mine house3 and within my walls4 a place5 and a name6 better7 than of sons8 and of daughters:9 I will give12 them an everlasting11 name,10 that shall not be cut off.

1 וְנָתַתִּ֨י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 לָהֶ֜ם 3 בְּבֵיתִ֤י H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 4 וּבְחֽוֹמֹתַי֙ H2346 muur, muren, muurs wall, walled 5 יָ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 6 וָשֵׁ֔ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 7 ט֖וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 8 מִבָּנִ֣ים H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 וּמִבָּנ֑וֹת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 10 שֵׁ֤ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 11 עוֹלָם֙ H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 12 אֶתֶּן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 13 ל֔וֹ 14 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 יִכָּרֵֽת H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En de vreemden, die zich tot den HEERE voegen, om Hem te dienen, en om den Naam des HEEREN lief te hebben, om Hem tot knechten te zijn; al wie den sabbat houdt, dat hij dien niet ontheilige, en die aan Mijn verbond vasthouden;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En de vreemdenH1121, die zich tot den HEEREH3068 voegenH3867, om Hem te dienenH8334, en om den NaamH8034 des HEERENH3068 liefH157 te hebben, om Hem tot knechtenH5650 te zijnH1961; alH3605 wie den sabbatH7676 houdtH8104, dat hij dien niet ontheiligeH2490, en die aanH5921 Mijn verbondH1285 vasthoudenH2388; En de vreemden, die zich tot den HEERE voegen, om Hem te dienen, en om den Naam des HEEREN lief te hebben, om Hem tot knechten te zijn; al wie den sabbat houdt, dat hij dien niet ontheilige, en die aan Mijn verbond vasthouden;

KJV Also the sons1 of the stranger,2 that join3 themselves to the LORD,5 to serve6 him, and to love7 the name9 of the LORD,10 to be his servants,13 every one that keepeth15 the sabbath16 from polluting17 it, and taketh hold18 of my covenant;

1 וּבְנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 הַנֵּכָ֗ר H5236 vreemden, vreemde, vreemd alien, strange ([phrase] -er) 3 הַנִּלְוִ֤ים H3867 leent, lenen, vervoegen abide with, borrow(-er), cleave, join (self), lend(-er) 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 לְשָׁ֣רְת֔וֹ H8334 dienen, dienaars, diende minister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on 7 וּֽלְאַהֲבָה֙ H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 שֵׁ֣ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 10 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 לִהְי֥וֹת H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 12 ל֖וֹ 13 לַעֲבָדִ֑ים H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 14 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 שֹׁמֵ֤ר H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 16 שַׁבָּת֙ H7676 sabbat, sabbatten, sabbatdag ([phrase] every) sabbath 17 מֵֽחַלְּל֔וֹ H2490 ontheiligen, ontheiligd, begon begin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound 18 וּמַחֲזִיקִ֖ים H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 19 בִּבְרִיתִֽי H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Die zal Ik ook brengen tot Mijn heiligen berg, en Ik zal hen verheugen in Mijn bedehuis; hun brandoffers en hun slachtoffers zullen aangenaam wezen op Mijn altaar; want Mijn huis zal een bedehuis genoemd worden voor alle volken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Die zal Ik ook brengenH935 totH413 Mijn heiligenH6944 bergH2022, en Ik zal hen verheugenH8055 in Mijn bedehuisH1004; hun brandoffersH5930 en hun slachtoffersH2077 zullen aangenaamH7522 wezen opH5921 Mijn altaarH4196; wantH3588 Mijn huisH1004 zal een bedehuisH1004 genoemdH7121 worden voor alleH3605 volkenH5971. Die zal Ik ook brengen tot Mijn heiligen berg, en Ik zal hen verheugen in Mijn bedehuis; hun brandoffers en hun slachtoffers zullen aangenaam wezen op Mijn altaar; want Mijn huis zal een bedehuis genoemd worden voor alle volken.

KJV Even them will I bring1 to my holy4 mountain,3 and make them joyful5 in my house6 of prayer:7 their burnt offerings8 and their sacrifices9 shall be accepted10 upon mine altar;12 for mine house14 shall be called17 an house15 of prayer16 for all people.

1 וַהֲבִיאוֹתִ֞ים H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 הַ֣ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 4 קָדְשִׁ֗י H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 5 וְשִׂמַּחְתִּים֙ H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 6 בְּבֵ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 7 תְּפִלָּתִ֔י H8605 gebed, gebeden, gebeds prayer 8 עוֹלֹתֵיהֶ֧ם H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 9 וְזִבְחֵיהֶ֛ם H2077 slachtoffer, dankoffer, slachtofferen offer(-ing), sacrifice 10 לְרָצ֖וֹן H7522 welgevallen, welbehagen, aangenaam (be) acceptable(-ance, -ed), delight, desire, favour, (good) pleasure, (own, self, voluntary) will, as...(what) would 11 עַֽל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 מִזְבְּחִ֑י H4196 altaar, altaren, altaars altar 13 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 בֵיתִ֔י H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 15 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 16 תְּפִלָּ֥ה H8605 gebed, gebeden, gebeds prayer 17 יִקָּרֵ֖א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 18 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 19 הָעַמִּֽים H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 De Heere HEERE, Die de verdrevenen van Israel vergadert, spreekt: Ik zal tot hem nog meer vergaderen, nevens hen, die tot hem vergaderd zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 De HeereH136 HEEREH3069, Die de verdrevenenH1760 van IsraelH3478 vergadertH6908, spreektH5002: Ik zal tot hem nog meer vergaderenH6908, nevensH5921 hen, die tot hem vergaderdH6908 zijn. De Heere HEERE, Die de verdrevenen van Israel vergadert, spreekt: Ik zal tot hem nog meer vergaderen, nevens hen, die tot hem vergaderd zijn.

KJV The Lord2 GOD3 which gathereth4 the outcasts5 of Israel6 saith,1 Yet will I gather8 others to him, beside those that are gathered

1 נְאֻם֙ H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 2 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 3 יְהוִ֔ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 4 מְקַבֵּ֖ץ H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 5 נִדְחֵ֣י H1760 verdrevenen, aangedreven, aangestoten chase, drive away (on), overthrow, outcast, [idiom] sore, thrust, totter 6 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 ע֛וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 8 אֲקַבֵּ֥ץ H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 9 עָלָ֖יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 לְנִקְבָּצָֽיו H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Al gij gedierten des velds, komt om te eten, ja, al gij gedierten in het woud!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 AlH3605 gij gediertenH2416 des veldsH7704, komtH857 om te etenH398, ja, alH3605 gij gediertenH2416 in het woudH3293! Al gij gedierten des velds, komt om te eten, ja, al gij gedierten in het woud!

KJV All ye beasts2 of the field,3 come4 to devour,5 yea, all ye beasts7 in the forest.

1 כֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 חַיְת֣וֹ H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 3 שָׂדָ֑י H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 4 אֵתָ֕יוּ H857 komen, komt, Komt (be-, things to) come (upon), bring 5 לֶאֱכֹ֥ל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 חַיְת֖וֹ H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 8 בַּיָּֽעַר H3293 woud, wouds, wouden (honey-) comb, forest, wood
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Hun wachters zijn allen blind, zij weten niet; zij allen zijn stomme honden, zij kunnen niet bassen; zij zijn slaperig, zij liggen neder, zij hebben het sluimeren lief.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Hun wachtersH6822 zijn allen blindH5787, zij wetenH3045 niet; zij allenH3605 zijn stommeH483 hondenH3611, zij kunnen niet bassenH5024; zij zijn slaperigH1957, zij liggen nederH7901, zij hebben het sluimerenH5123 liefH157. Hun wachters zijn allen blind, zij weten niet; zij allen zijn stomme honden, zij kunnen niet bassen; zij zijn slaperig, zij liggen neder, zij hebben het sluimeren lief.

KJV His watchmen1 are blind:2 they are all ignorant,5 they are all dumb8 dogs,7 they cannot10 bark;11 sleeping,12 lying down,13 loving14 to slumber.

1 צֹפָ֞יו H6822 wachter, wachters, zie behold, espy, look up (well), wait for, (keep the) watch(-man) 2 עִוְרִ֤ים H5787 blinden, blind, blinde blind (men, people) 3 כֻּלָּם֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 יָדָ֔עוּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 6 כֻּלָּם֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 כְּלָבִ֣ים H3611 honden, hond, honds dog 8 אִלְּמִ֔ים H483 stomme, stommen dumb (man) 9 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 יוּכְל֖וּ H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 11 לִנְבֹּ֑חַ H5024 bassen bark 12 הֹזִים֙ H1957 slaperig sleep 13 שֹֽׁכְבִ֔ים H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 14 אֹהֲבֵ֖י H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 15 לָנֽוּם H5123 sluimeren, gesluimerd sleep, slumber
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En deze honden zijn sterk van begeerte, zij kunnen niet verzadigd worden, ja, het zijn herders, die niet verstaan kunnen; zij allen keren zich naar hun weg, elkeen naar zijn gewin, elk uit zijn einde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En deze hondenH3611 zijn sterkH5794 van begeerteH5315, zij kunnen nietH3808 verzadigdH7654 worden, ja, het zijn herdersH7462, die nietH3808 verstaanH995 kunnen; zij allenH3605 kerenH6437 zich naar hun wegH1870, elkeen naar zijn gewinH1215, elk uit zijn eindeH7097. En deze honden zijn sterk van begeerte, zij kunnen niet verzadigd worden, ja, het zijn herders, die niet verstaan kunnen; zij allen keren zich naar hun weg, elkeen naar zijn gewin, elk uit zijn einde.

KJV Yea, they are greedy2 dogs1 which can5 never have10 enough,6 and they are shepherds8 that cannot understand:11 they all look14 to their own way,13 every one15 for his gain,16 from his quarter.

1 וְהַכְּלָבִ֣ים H3611 honden, hond, honds dog 2 עַזֵּי H5794 sterke, sterken, sterk fierce, [phrase] greedy, mighty, power, roughly, strong 3 נֶ֗פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 4 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 יָֽדְעוּ֙ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 6 שָׂבְעָ֔ה H7654 verzadiging, verzadigd, verzadigen (to have) enough, [idiom] till...be full, (un-) satiable, satisfy, [idiom] sufficiently 7 וְהֵ֣מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 8 רֹעִ֔ים H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 9 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 יָדְע֖וּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 11 הָבִ֑ין H995 verstaan, verstandig, verstaat attend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man) 12 כֻּלָּם֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 לְדַרְכָּ֣ם H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 14 פָּנ֔וּ H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 15 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 16 לְבִצְע֖וֹ H1215 gierigheid, gewin, nuttigheid covetousness, (dishonest) gain, lucre, profit 17 מִקָּצֵֽהוּ H7097 einde, uiterste, deel [idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Komt herwaarts, zeggen zij: ik zal wijn halen, en wij zullen sterken drank zuipen; en de dag van morgen zal zijn als deze, ja, groter, veel treffelijker.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 KomtH857 herwaarts, zeggen zij: ik zal wijnH3196 halenH3947, en wij zullen sterken drankH7941 zuipenH5433; en de dagH3117 van morgenH4279 zal zijn als dezeH2088, ja, groterH1419, veelH3966 treffelijkerH3499. Komt herwaarts, zeggen zij: ik zal wijn halen, en wij zullen sterken drank zuipen; en de dag van morgen zal zijn als deze, ja, groter, veel treffelijker.

KJV Come1 ye, say they, I will fetch2 wine,3 and we will fill4 ourselves with strong drink;5 and to morrow9 shall be as this day,8 and much12 more11 abundant.

1 אֵתָ֥יוּ H857 komen, komt, Komt (be-, things to) come (upon), bring 2 אֶקְחָה H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 3 יַ֖יִן H3196 wijn, wijns, Wijn banqueting, wine, wine(-bibber) 4 וְנִסְבְּאָ֣ה H5433 zuiper, dronken, zuipen drunkard, fill self, Sabean, (wine-) bibber 5 שֵׁכָ֑ר H7941 sterken drank, sterke drank, sterken dranks strong drink, [phrase] drunkard, strong wine 6 וְהָיָ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 כָזֶה֙ H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 8 י֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 מָחָ֔ר H4279 morgen, Morgen time to come, tomorrow 10 גָּד֖וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 11 יֶ֥תֶר H3499 overige, overblijfsel, overgelaten [phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with 12 מְאֹֽד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jesaja 56:1 Mattheüs 3:2 Psalmen 85:9 Jesaja 51:5 Romeinen 1:17 Psalmen 24:4 Jesaja 46:13 Jesaja 1:16 Jesaja 26:7
Jesaja 56:2 Jesaja 58:13 Psalmen 112:1 Ezechiël 20:12 Jeremia 17:21 Ezechiël 20:20 Exodus 31:13 Johannes 13:17 Lukas 11:28
Jesaja 56:3 Mattheüs 19:12 Numeri 18:4 Efeze 2:22 Efeze 2:12 Jesaja 14:1 Romeinen 15:16 Mattheüs 8:10 Jesaja 39:7
Jesaja 56:4 Jesaja 56:6 Lukas 10:42 Jesaja 27:5 Psalmen 119:111 Jeremia 50:5 Jozua 24:15 Jesaja 56:2 Jesaja 55:3
Jesaja 56:5 Jesaja 55:13 Johannes 1:12 1 Timotheüs 3:15 Openbaring 3:12 Openbaring 3:5 1 Samuël 1:8 Mattheüs 16:18 Jesaja 62:12
Jesaja 56:6 Openbaring 1:10 Jakobus 2:5 Romeinen 8:28 Markus 12:30 Jesaja 60:10 Efeze 6:24 Jesaja 56:2 Galaten 5:6
Jesaja 56:7 Markus 11:17 Mattheüs 21:13 Lukas 19:46 Maleachi 1:11 Jesaja 2:2 Hebreeën 13:15 Hebreeën 12:22 Micha 4:1
Jesaja 56:8 Johannes 10:16 Jesaja 60:3 Zacharia 10:8 Efeze 1:10 Efeze 2:14 Jesaja 54:7 Jesaja 66:18 Jeremia 31:10
Jesaja 56:9 Jeremia 12:9 Deuteronomium 28:26 Ezechiël 29:5 Jesaja 18:6 Openbaring 19:17 Ezechiël 39:17
Jesaja 56:10 Filippenzen 3:2 Jesaja 29:10 Jeremia 14:13 Nahum 3:18 Ezechiël 3:15 Ezechiël 33:6 Hosea 9:7 Jeremia 23:13
Jesaja 56:11 Micha 3:11 Ezechiël 13:19 Prediker 5:10 Jeremia 22:17 Ezechiël 34:2 Titus 1:7 Jesaja 1:3 Micha 3:5
Jesaja 56:12 Jesaja 5:22 Psalmen 10:6 Spreuken 23:35 Lukas 12:19 1 Korinthe 15:32 Hosea 4:11 Jeremia 18:18 Jesaja 28:7
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jesaja 56 vers 1

het recht . . . gerechtigheid Onder den naam van recht en gerechtigheid vervat Hij alles, wat wij God en onzen naaste schuldig zijn.

Hertaald: het recht . . . gerechtigheid Onder de naam recht en gerechtigheid vat Hij alles samen wat wij God en onze naaste schuldig zijn.

want Hiermede komt overeen het beginsel der predikatiën van Christus en van Johannes den Doper, zeggende: Bekeert u, want het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen; Matt. 3:2 , en Matt. 4:17 .

Hertaald: want Hiermee komt het begin van de prediking van Christus en van Johannes de Doper overeen: bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen; Matth. 3:2 en Matth. 4:17.

Mijn heil Te weten dat heil, hetwelk Christus, de Heiland der wereld, mij brengen zal. Of, indien dit de woorden van Christus zijn, zo is dit de zin: Mijn heil, waardoor Ik mijne uitverkorenen zal behouden of zalig maken.

Hertaald: Mijn heil Namelijk: dat heil dat Christus, de Heiland van de wereld, Mij zal brengen. Zijn dit de woorden van Christus, dan is dit de betekenis: Mijn heil, waardoor Ik Mijn uitverkorenen zal behouden of zalig maken.

Mijn gerechtigheid De gerechtigheid des Heeren is in het Evangelie geopenbaard; Rom. 1:17 .

Hertaald: Mijn gerechtigheid De gerechtigheid van de HEERE is in het Evangelie geopenbaard; Rom. 1:17.

Jesaja 56 vers 2

die zulks doet, Die het recht en de gerechtigheid bewaart, vs.1.

Hertaald: die zulks doet, Die het recht en de gerechtigheid bewaart, vers 1.

den sabbat houdt, Onder het woord sabbat moet men den gansen godsdienst verstaan, die inzonderheid op den sabbat moet geoefend worden, nemende een deel voor het geheel. Zie vs.7.

Hertaald: den sabbat houdt, Onder het woord sabbat moet men de hele godsdienst verstaan, die vooral op de sabbat beoefend moet worden; hier wordt een deel voor het geheel genomen. Zie vers 7.

Jesaja 56 vers 3

de vreemde, Hebreeuws, de zoon, of het kind van den vreemde; dat is, de vreemdelingen, gelijk vs.6, en Jes. 60:10 .

Hertaald: de vreemde, Hebreeuws: de zoon of het kind van de vreemde — dat is: de vreemdelingen, zoals in vers 6 en in Jes. 60:10.

spreke niet, Christus heeft het onderscheid tussen de volken en natiën teniet gedaan; voor Hem geldt nu niet langer het onderscheid tussen Jood en heiden, tussen heer en knecht; Gal. 3:28 .

Hertaald: spreke niet, Christus heeft het onderscheid tussen de volken en naties tenietgedaan; voor Hem geldt het onderscheid tussen Jood en heiden, tussen heer en knecht, niet langer; Gal. 3:28.

ik ben een dorre boom Dat is, ik ben een dorren boom gelijk; want gelijk die geen vruchten heeft, alzo heb ik gene kinderen.

Hertaald: ik ben een dorre boom Dat is: ik ben als een dorre boom; want zoals die geen vruchten heeft, zo heb ik geen kinderen.

Jesaja 56 vers 4

van de gesnedenen, Of, tot de gesnedenen.

Hertaald: van de gesnedenen, Of: tot de gesnedenen.

Jesaja 56 vers 5

hun ook Te weten die vreemden en gesnedenen van wie vs.3,4 gesproken is.

Hertaald: hun ook Namelijk: die vreemdelingen en gesnedenen over wie in vers 3 en 4 gesproken is.

in Mijn huis Dat is, in de Christelijke gemeente.

Hertaald: in Mijn huis Dat is: in de christelijke gemeente.

binnen Mijn muren Te weten binnen de geestelijke stad Jeruzalem, dat is, in mijne kerk.

Hertaald: binnen Mijn muren Namelijk: binnen de geestelijke stad Jeruzalem, dat is: in Mijn kerk.

een plaats Of, ruimte, alzo ook Jes. 57:8 . Hebreeuws, ene hand.

Hertaald: een plaats Of: ruimte, zo ook in Jes. 57:8. Hebreeuws: een hand.

beter dan der zonen Of, die beter zijn dan, enz. wat is dat voor een naam? Dat zij kinderen Gods heten zullen; Joh. 1:12 ; 1 Joh. 3:1 , welk een veel voortreffelijker naam is dan de naam van zoon of dochter, die men vanwege de vleselijke geboorte heeft.

Hertaald: beter dan der zonen Of: die beter zijn dan, enzovoort. Wat is dat voor een naam? Dat zij kinderen van God zullen heten, Joh. 1:12 en 1 Joh. 3:1 — een veel voortreffelijker naam dan de naam zoon of dochter, die men aan de vleselijke geboorte ontleent.

een ieder van hen geven, Hebreeuws, hem.

Hertaald: een ieder van hen geven, Hebreeuws: hem.

Jesaja 56 vers 6

de vreemden, Zie boven vs.3.

Hertaald: de vreemden, Zie hierboven vers 3.

al wie den sabbat houdt, Zie vs.2.

Hertaald: al wie den sabbat houdt, Zie vers 2.

Jesaja 56 vers 7

tot Mijn heiligen berg, Hebreeuws, tot den berg mijner heiligheid; dat is, tot mijne kerk, tot de verzameling mijner uitverkorenen; gelijk Jes. 2:2 .

Hertaald: tot Mijn heiligen berg, Hebreeuws: tot de berg van Mijn heiligheid — dat is: tot Mijn kerk, tot de verzameling van Mijn uitverkorenen; zoals in Jes. 2:2.

in Mijn bedehuis; Hebreeuws, in het huis mijns gebeds; dat is, in den tempel, die geordineerd is tot een huis, waarin men mij aanbidt, en voorts de kerk van God in het algemeen.

Hertaald: in Mijn bedehuis; Hebreeuws: in het huis van Mijn gebed — dat is: in de tempel, die bestemd is als een huis waarin men Mij aanbidt, en verder de kerk van God in het algemeen.

brandoffers Versta hier, voornamelijk, [naar de manier van spreken van het Oude Testament] door de brandoffers en slachtoffers, de dankzeggingen en den redelijken godsdienst, en de vrijwillige overgevingen om God te gehoorzamen en te dienen. Die zijn de geestelijke offeranden der gelovigen in het Nieuwe Testament, waarvan het gebed het voornaamste is. Vergelijk hiermede Mal. 1:11 ; Rom. 12:1 ; Hebr. 13:15 .

Hertaald: brandoffers Versta hier, naar de manier van spreken van het Oude Testament, onder de brandoffers en slachtoffers vooral de dankzeggingen, de redelijke godsdienst en de vrijwillige overgave om God te gehoorzamen en te dienen. Dat zijn de geestelijke offers van de gelovigen in het Nieuwe Testament, waarvan het gebed het voornaamste is. Vergelijk hiermee Mal. 1:11, Rom. 12:1 en Hebr. 13:15.

op Mijn altaar; Dat is, vanwege den Middelaar Jezus Christus, die door het altaar werd afgebeeld. Zie Hebr. 3:10 .

Hertaald: op Mijn altaar; Dat is: vanwege de Middelaar Jezus Christus, Die door het altaar afgebeeld werd. Zie Hebr. 3:10.

genoemd worden En het behoorde ook zodanig inderdaad te zijn.

Hertaald: genoemd worden En het behoorde ook werkelijk zo te zijn.

voor alle volken Niet voor de Joden alleen, gelijk in het Oude Testament; maar de gelovige heidenen zullen, zowel als de gelovige Joden, God aanroepen in geest en waarheid, in de Christelijke gemeente, die door den tempel is afgebeeld geworden.

Hertaald: voor alle volken Niet voor de Joden alleen, zoals in het Oude Testament; maar de gelovige heidenen zullen, net als de gelovige Joden, God aanroepen in geest en waarheid, in de christelijke gemeente die door de tempel afgebeeld is.

Jesaja 56 vers 8

Israël Dat is, van het volk Israël.

Hertaald: Israël Dat is: van het volk Israël.

tot Hem Te weten tot Christus. Anders: tot hetzelve, te weten volk van Israël, of bedehuis, in mijne gemeente, en alzo in het einde van vs.8.

Hertaald: tot Hem Namelijk: tot Christus. Anders: tot hetzelve, namelijk het volk van Israël, of het bedehuis, in Mijn gemeente; en zo ook aan het einde van vers 8.

nevens diegenen, Of tot die, of behalve die

Hertaald: nevens diegenen, Of: tot die, of: behalve die.

Jesaja 56 vers 9

Al Hier beginnen verscheidene overzetters Isa 57 .

Hertaald: Al Hier laten verschillende vertalers Jes. 57 beginnen.

gij gedierten Door het gedierte van het veld moet men hier verstaan al de wrede tirannen en vervolgers van het Joodse volk. Dezen roept God hier tezamen tegen hetzelve, opdat de bozen en de huichelaars door hen zouden uitgeroeid worden.

Hertaald: gij gedierten Onder het gedierte van het veld moet men hier alle wrede tirannen en vervolgers van het Joodse volk verstaan. Die roept God hier samen tegen dat volk, opdat de bozen en de huichelaars door hen uitgeroeid zouden worden.

Jesaja 56 vers 10

Hun Hebreeuws, zijne; te weten van het volk.

Hertaald: Hun Hebreeuws: zijn, namelijk van het volk.

wachters Te weten de priesters en ook de regenten van het volk; zie Jer. 6:13 , en Jer. 8:10 ; Ezech. 3:17 .

Hertaald: wachters Namelijk: de priesters en ook de bestuurders van het volk; zie Jer. 6:13 en Jer. 8:10, en Ezech. 3:17.

blind, Dat is, onwetend, onervaren in mijne wetten.

Hertaald: blind, Dat is: onwetend, onervaren in Mijn wetten.

stomme honden, Dat is, zij zijn den stommen honden gelijk. Zij straffen de zonden van het volk niet en zij waarschuwen het niet voor den toorn Gods, vrezende ongunst bij hetzelve te behalen.

Hertaald: stomme honden, Dat is: zij zijn als stomme honden. Zij bestraffen de zonden van het volk niet en zij waarschuwen het niet voor Gods toorn, uit vrees dat zij bij het volk uit de gunst raken.

Jesaja 56 vers 11

zijn sterk Hebreeuws, sterk van ziel; van begeerte, van lust, van appetijt, of gulzig, of gierig en onverzadelijk van geld en goed. Zie de aantekening Job 39:1 . Anders: sterk van lijf.

Hertaald: zijn sterk Hebreeuws: sterk van ziel — van begeerte, van lust, van eetlust; of: gulzig, of gierig en onverzadigbaar naar geld en goed. Zie de aantekening bij Job 39:1. Anders: sterk van lijf.

zij kunnen Of, zij weten niet zat te worden, of zij weten niet van verzadigd te worden.

Hertaald: zij kunnen Of: zij weten van geen genoeg, of zij weten niet wat verzadigd zijn is.

naar zijn gewin, Of naar zijne gierigheid.

Hertaald: naar zijn gewin, Of: naar zijn gierigheid.

elk Dat is, van het ene einde tot het andere. Anders: [elk] in zijn kwartier. Anders: uit de voornaamste derzelve; alsof hij zeide: Niet alleen de geringsten onder de priesters, maar ook de hoogsten en voornaamsten. Anders: uit zijne [te weten van het volk] voornaamsten; dan zou dit de mening zijn: niet uit de armen, maar uit de voornaamste, rijkste en vermogendste personen, die de voortreffelijkste offeranden en giften konden brengen, zoeken zij hun vuil gewin. Zie de aantekening Gen. 19:4 , en Gen. 47:2 ; Richt. 18:2 .

Hertaald: elk Dat is: van het ene einde tot het andere. Anders: ieder in zijn eigen streek. Anders: uit de voornaamsten van hen; alsof hij zei: niet alleen de geringsten onder de priesters, maar ook de hoogsten en voornaamsten. Anders: uit zijn — namelijk van het volk — voornaamsten; dan zou de bedoeling zijn: zij zoeken hun vuile gewin niet bij de armen maar bij de voornaamste, rijkste en vermogendste personen, die de kostbaarste offers en giften konden brengen. Zie de aantekening bij Gen. 19:4 en Gen. 47:2, en Richt. 18:2.

Jesaja 56 vers 12

ik zal wijn halen, Vergelijk Jes. 22:13 , en 1 Kor. 15:32 .

Hertaald: ik zal wijn halen, Vergelijk Jes. 22:13 en 1 Kor. 15:32.

en Alsof zij zeiden: Wij willen morgen lustig zijn gelijk wij heden geweest zijn, ja wij willen nog vrolijker en lustiger zijn.

Hertaald: en Alsof zij zeiden: wij willen morgen even opgewekt zijn als wij vandaag geweest zijn, ja wij willen nog vrolijker en uitgelatener zijn.

de dag van morgen Deze woorden kunnen ook in dezen zin genomen worden, alsof zij zeiden: Of wij ons dol en vol zuipen, zo zal derhalve geen zwaarder straf op ons komen, het zal derhalve morgen met ons gaan gelijk het heden doet, God acht op deze dingen niet.

Hertaald: de dag van morgen Deze woorden kunnen ook zo opgevat worden, alsof zij zeiden: al drinken wij ons dol en vol, daar zal geen zwaardere straf om over ons komen; het zal morgen dus met ons gaan zoals het vandaag gaat, want God let niet op deze dingen.

ja , groter, Hebreeuws, groot, overvloedig zeer.

Hertaald: ja , groter, Hebreeuws: groot, zeer overvloedig.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Mijn huis zal een bedehuis genoemd worden voor alle volken  — twee groepen die zich buitengesloten voelden, krijgen uitdrukkelijk een plaats (Jes. 56:1-8)

Het gedeelte begint bij twee mensen die redenen hadden om te zwijgen: "En de vreemde, die zich tot den HEERE gevoegd heeft, spreke niet, zeggende: De HEERE heeft mij gans en al van Zijn volk gescheiden; en de gesnedene zegge niet: Ziet, ik ben een dorre boom" (Jes. 56:3). Van de gesnedenen die Gods sabbatten houden en aan Zijn verbond vasthouden, wordt gezegd: "Ik zal hen ook in Mijn huis en binnen Mijn muren een plaats en een naam geven, beter dan der zonen en dan der dochteren; een eeuwigen naam zal Ik een ieder van hen geven" (Jes. 56:5). Van de vreemden die zich tot de HEERE voegen, staat er: "Die zal Ik ook brengen tot Mijn heiligen berg, en Ik zal hen verheugen in Mijn bedehuis" (Jes. 56:7). En het vers besluit met de zin waar dit hoofdstuk om bekend staat: "want Mijn huis zal een bedehuis genoemd worden voor alle volken."

Bijbelse betekenis: Merk op welke twee bezwaren hier worden weggenomen. De vreemdeling had geen recht van afkomst, en de gesnedene had geen nageslacht; beiden konden op grond van de wet denken dat zij er niet bij hoorden. Juist tegen hen wordt gesproken, en met naam en toenaam. Let vervolgens op wat de gesnedene krijgt (Jes. 56:5). Hij mist kinderen, en hij krijgt een naam die beter is dan zonen en dochters. Wat hem ontbreekt wordt niet vergoed met iets kleiners maar met iets groters. Let ten slotte op de laatste woorden van Jes. 56:7. Het huis is niet alleen een offerhuis maar een bedehuis, en niet voor één volk maar voor alle volken. Dat de eerste heiden die in Handelingen tot geloof komt een gesnedene is, sluit precies bij dit gedeelte aan (reeds behandeld bij Hand. 8:27-28).

Typologie: De Heere Jezus haalt dit vers aan bij de reiniging van de tempel: "Is er niet geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden allen volken? Maar gij hebt dat tot een kuil der moordenaren gemaakt" (Mark. 11:17). Het verwijt geldt daar juist het voorhof waar de volken mochten komen.

Jes. 56:1-8; Hand. 8:27-28; Mark. 11:17

Stomme honden, die niet kunnen bassen  — een oordeel over herders die de kudde niet waarschuwen (Jes. 56:9-12)

Onmiddellijk na de belofte voor de vreemdeling volgt een scherp woord over de leiding van het volk: "Hun wachters zijn allen blind, zij weten niet; zij allen zijn stomme honden, zij kunnen niet bassen; zij zijn slaperig, zij liggen neder, zij hebben het sluimeren lief" (Jes. 56:10). Daarna wordt gezegd waar hun aandacht wél naar uitgaat: "het zijn herders, die niet verstaan kunnen; zij allen keren zich naar hun weg, elkeen naar zijn gewin" (Jes. 56:11). En hun eigen woorden staan erbij: "Komt herwaarts, zeggen zij: ik zal wijn halen, en wij zullen sterken drank zuipen; en de dag van morgen zal zijn als deze, ja, groter, veel treffelijker" (Jes. 56:12).

Bijbelse betekenis: Merk op welk beeld gekozen wordt. Een waakhond hoeft niet te vechten; hij moet alleen blaffen als er gevaar is. Wat deze wachters wordt verweten is dus niet dat zij te zwak waren, maar dat zij zwegen. Let vervolgens op de volgorde in Jes. 56:10-11. Eerst wordt gezegd dat zij niets zien en niets zeggen, en dan waarom: ieder gaat naar zijn eigen gewin. Waar het eigenbelang de aandacht opeist, verstomt de waarschuwing vanzelf. Let ten slotte op hun laatste woorden. Morgen zal zijn als vandaag, en nog beter; dat is de zin waarin het misgaat. Wie meent dat het altijd zo doorgaat, hoeft niemand meer te waarschuwen.

Typologie: Petrus schrijft aan de oudsten wat hier ontbrak: "Weidt de kudde Gods, die onder u is, hebbende opzicht daarover, niet uit bedwang, maar gewilliglijk; noch om vuil gewin, maar met een volvaardig gemoed" (1 Petr. 5:2). Hetzelfde woord over het gewin keert daar dus terug, maar dan als vermaning aan wie het wél goed wil doen.

Jes. 56:9-12; 1 Petr. 5:2

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Jesaja 56

Jesaja 56:4-7.KruisverwijzingenMarkus 11:17Mattheüs 21:13Lukas 19:46Maleachi 1:11Jesaja 2:2Jesaja 55:13Johannes 1:121 Timotheüs 3:15
— Want alzo zegt de HEERE van de gesnedenen, die Mijn sabbatten houden, en verkiezen hetgeen, waartoe Ik lust heb, en vasthouden aan Mijn verbond; Ik zal hen ook in Mijn huis en binnen Mijn muren een plaats en een naam geven, beter dan der zonen en dan der dochteren; een eeuwigen naam zal Ik een ieder van hen geven, die niet uitgeroeid zal worden. En de vreemden, die zich tot den HEERE voegen, om Hem te dienen, en om den Naam des HEEREN lief te hebben, om Hem tot knechten te zijn; al wie den sabbat houdt, dat hij dien niet ontheilige, en die aan Mijn verbond vasthouden; Die zal Ik ook brengen tot Mijn heiligen berg, en Ik zal hen verheugen in Mijn bedehuis; hun brandoffers en hun slachtoffers zullen aangenaam wezen op Mijn altaar; want Mijn huis zal een bedehuis genoemd worden voor alle volken.
“en die aan Mijn verbond vasthouden.” De Joden meenden doorgaans dat niemand behalve de nakomelingen van Abraham, Izak en Jakob in een verbondsbetrekking tot God kon staan. Maar de Schrift ontkent dat, en dit vers in Jesaja ontkent het ook.

Er waren arme gesnedenen die door sommigen veracht werden om hun gebrek. En juist zij moesten bemoedigd worden om de sabbatten van de HEERE te houden, te verkiezen wat Hem behaagde en aan Zijn verbond vast te houden. En dan waren er de vreemdelingen, en van hen zei de HEERE dat Hij hen in Zijn verbond zou aannemen.

Zo werd duidelijk geopenbaard dat mensen die buiten het verbond schenen te staan, omdat zij niet uit het zaad van Abraham waren, juist bemoedigd moesten worden. Zij moesten de geboden van God gehoorzamen, en in het bijzonder Zijn inzetting over het houden van de sabbat, die Zijn volk van de rest van de mensheid afzonderde. En zij moesten aan Zijn verbond vasthouden.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content