Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jesaja 53

1 Wie heeft onze prediking geloofd, en aan wien is de arm des HEEREN geopenbaard?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Wie heeft onze predikingH8052 geloofdH539, en aanH5921 wien is de armH2220 des HEERENH3068 geopenbaardH1540? Wie heeft onze prediking geloofd, en aan wien is de arm des HEEREN geopenbaard?

KJV Who hath believed2 our report?3 and to whom is the arm4 of the LORD5 revealed?

1 מִ֥י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 2 הֶאֱמִ֖ין H539 getrouw, geloven, geloofd hence, assurance, believe, bring up, establish, [phrase] fail, be faithful (of long continuance, stedfast, sure, surely, trusty, verified), nurse, (-ing father), (put), trust, turn to the right 3 לִשְׁמֻעָתֵ֑נוּ H8052 gerucht, tijding, gehoord bruit, doctrine, fame, mentioned, news, report, rumor, tidings 4 וּזְר֥וֹעַ H2220 arm, armen, arms arm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength 5 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 מִ֥י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 8 נִגְלָֽתָה H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Want Hij is als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit een dorre aarde; Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Want Hij is als een rijsjeH3126 voor Zijn aangezichtH6440 opgeschotenH5927, en als een wortelH8328 uit een dorreH6723 aardeH776; Hij had geenH3808 gedaanteH8389 nochH3808 heerlijkheidH1926; als wij Hem aanzagenH7200, zo was er geenH3808 gestalteH4758, dat wij Hem zouden begeerdH2530 hebben. Want Hij is als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit een dorre aarde; Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben.

KJV For he shall grow up1 before3 him as a tender plant,2 and as a root4 out of a dry6 ground:5 he hath no form8 nor comeliness;11 and when we shall see12 him, there is no beauty14 that we should desire

1 וַיַּ֨עַל H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 2 כַּיּוֹנֵ֜ק H3126 rijsje tender plant 3 לְפָנָ֗יו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 4 וְכַשֹּׁ֨רֶשׁ֙ H8328 wortel, wortelen, Wortel bottom, deep, heel, root 5 מֵאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 צִיָּ֔ה H6723 dor, dorre, plaatsen barren, drought, dry (land, place), solitary place, wilderness 7 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 תֹ֥אַר H8389 gedaante, liefelijke, schoon [phrase] beautiful, [idiom] comely, countenance, [phrase] fair, [idiom] favoured, form, [idiom] goodly, [idiom] resemble, visage 9 ל֖וֹ 10 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 הָדָ֑ר H1926 heerlijkheid, sieraad, eer beauty, comeliness, excellency, glorious, glory, goodly, honour, majesty 12 וְנִרְאֵ֥הוּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 13 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 מַרְאֶ֖ה H4758 gedaante, aanzien, gezicht [idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision 15 וְנֶחְמְדֵֽהוּ H2530 begeren, begeerd, begeerlijk beauty, greatly beloved, covet, delectable thing, ([idiom] great) delight, desire, goodly, lust, (be) pleasant (thing), precious (thing)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Hij was verachtH959, en de onwaardigsteH2310 onder de mensenH376, een ManH376 vanH4480 smartenH4341, en verzochtH3045 in krankheidH2483; en een iegelijk was als verbergendeH4564 het aangezichtH6440 voor Hem; Hij was verachtH959, en wij hebben Hem nietH3808 geachtH2803. Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht.

KJV He is despised1 and rejected2 of men;3 a man4 of sorrows,5 and acquainted6 with grief:7 and we hid as it were8 our faces9 from him; he was despised,11 and we esteemed

1 נִבְזֶה֙ H959 veracht, verachtte, verachten despise, disdain, contemn(-ptible), [phrase] think to scorn, vile person 2 וַחֲדַ֣ל H2310 onwaardigste, vergankelijk he that forbeareth, frail, rejected 3 אִישִׁ֔ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 5 מַכְאֹב֖וֹת H4341 smart, smarten, pijn grief, pain, sorrow 6 וִיד֣וּעַ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 7 חֹ֑לִי H2483 krankheid, krankheden, krank disease, grief, (is) sick(-ness) 8 וּכְמַסְתֵּ֤ר H4564 verbergende hid 9 פָּנִים֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 10 מִמֶּ֔נּוּ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 11 נִבְזֶ֖ה H959 veracht, verachtte, verachten despise, disdain, contemn(-ptible), [phrase] think to scorn, vile person 12 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 חֲשַׁבְנֻֽהוּ H2803 geacht, gedacht, bedenken (make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; doch wij achtten Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 WaarlijkH403, Hij heeft onze krankhedenH2483 op Zich genomenH5375, en onze smartenH4341 heeft Hij gedragenH5445; doch wij achttenH2803 Hem, dat Hij geplaagdH5060, van GodH430 geslagenH5221 en verdruktH6031 was. Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; doch wij achtten Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was.

KJV Surely1 he hath borne4 our griefs,2 and carried6 our sorrows:5 yet we did esteem8 him stricken,9 smitten10 of God,11 and afflicted.

1 אָכֵ֤ן H403 waarlijk, Voorwaar, Waarlijk but, certainly, nevertheless, surely, truly, verily 2 חֳלָיֵ֨נוּ֙ H2483 krankheid, krankheden, krank disease, grief, (is) sick(-ness) 3 ה֣וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 נָשָׂ֔א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 5 וּמַכְאֹבֵ֖ינוּ H4341 smart, smarten, pijn grief, pain, sorrow 6 סְבָלָ֑ם H5445 dragen, gedragen, geladen bear, be a burden, carry, strong to labour 7 וַאֲנַ֣חְנוּ H587 wij ourselves, us, we 8 חֲשַׁבְנֻ֔הוּ H2803 geacht, gedacht, bedenken (make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think 9 נָג֛וּעַ H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 10 מֻכֵּ֥ה H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 11 אֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 12 וּמְעֻנֶּֽה H6031 verootmoedigen, verdrukt, verkracht abase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Maar Hij is om onze overtredingenH6588 verwondH2490, om onze ongerechtighedenH5771 is Hij verbrijzeldH1792; de strafH4148, die ons den vredeH7965 aanbrengt, was opH5921 Hem, en door Zijn striemenH2250 is ons genezingH7495 geworden. Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.

KJV But he was wounded2 for our transgressions,3 he was bruised4 for our iniquities:5 the chastisement6 of our peace7 was upon him; and with his stripes9 we are healed.

1 וְהוּא֙ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 2 מְחֹלָ֣ל H2490 ontheiligen, ontheiligd, begon begin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound 3 מִפְּשָׁעֵ֔נוּ H6588 overtredingen, overtreding, afval rebellion, sin, transgression, trespass 4 מְדֻכָּ֖א H1792 verbrijzeld, verbrijzelen, verbrijzelt beat to pieces, break (in pieces), bruise, contrite, crush, destroy, humble, oppress, smite 5 מֵעֲוֺנֹתֵ֑ינוּ H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 6 מוּסַ֤ר H4148 tucht, kastijding, onderwijs bond, chastening(-eth), chastisement, check, correction, discipline, doctrine, instruction, rebuke 7 שְׁלוֹמֵ֨נוּ֙ H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 8 עָלָ֔יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 וּבַחֲבֻרָת֖וֹ H2250 buil, striemen, Gezwellen blueness, bruise, hurt, stripe, wound 10 נִרְפָּא H7495 genezen, gezond, helen cure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה) 11 לָֽנוּ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Wij dwaaldenH8582 allenH3605 als schapenH6629, wij keerdenH6437 ons een iegelijk naar zijn wegH1870; doch de HEEREH3068 heeft onzer allerH3605 ongerechtigheidH5771 op Hem doen aanlopenH6293. Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.

KJV All we like sheep2 have gone astray;3 we have turned6 every one4 to his own way;5 and the LORD7 hath laid8 on him the iniquity

1 כֻּלָּ֨נוּ֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 כַּצֹּ֣אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 3 תָּעִ֔ינוּ H8582 dwalen, dolen, verleid (cause to) go astray, deceive, dissemble, (cause to, make to) err, pant, seduce, (make to) stagger, (cause to) wander, be out of the way 4 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 5 לְדַרְכּ֖וֹ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 6 פָּנִ֑ינוּ H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 7 וַֽיהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 הִפְגִּ֣יעַ H6293 reikt, val, ontmoet come (betwixt), cause to entreat, fall (upon), make intercession, intercessor, intreat, lay, light (upon), meet (together), pray, reach, run 9 בּ֔וֹ 10 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 עֲוֺ֥ן H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 12 כֻּלָּֽנוּ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Als dezelve geeist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Als dezelve geeistH5065 werd, toen werd Hij verdruktH6031; doch Hij deed Zijn mondH6310 nietH3808 openH6605; als een lamH7716 werd Hij ter slachtingH2874 geleidH2986, en als een schaapH7353, dat stomH481 is voor het aangezichtH6440 zijner scheerdersH1494, alzo deed Hij Zijn mondH6310 nietH3808 openH6605. Als dezelve geeist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open.

KJV He was oppressed,1 and he was afflicted,3 yet he opened5 not his mouth:6 he is brought9 as a lamb7 to the slaughter,8 and as a sheep10 before11 her shearers12 is dumb,13 so he openeth15 not his mouth.

1 נִגַּ֨שׂ H5065 drijvers, aandrijvers, drijver distress, driver, exact(-or), oppress(-or), [idiom] raiser of taxes, taskmaster 2 וְה֣וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 3 נַעֲנֶה֮ H6031 verootmoedigen, verdrukt, verkracht abase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise 4 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 יִפְתַּח H6605 open, opende, geopend appear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent 6 פִּיו֒ H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 7 כַּשֶּׂה֙ H7716 klein vee, lam, schaap (lesser, small) cattle, ewe, goat, lamb, sheep. Compare H2089 (זֶה) 8 לַטֶּ֣בַח H2874 slachting, slachtvee, slachten [idiom] beast, slaughter, [idiom] slay, [idiom] sore 9 יוּבָ֔ל H2986 geleid, gebracht, voeren bring (forth), carry, lead (forth) 10 וּכְרָחֵ֕ל H7353 ooien, schaap, schapen ewe, sheep 11 לִפְנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 12 גֹזְזֶ֖יהָ H1494 scheerders, scheren, schoor cut off (down), poll, shave, (sheep-) shear(-er) 13 נֶאֱלָ֑מָה H481 stom, verstomd, bindende bind, be dumb, put to silence 14 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 יִפְתַּ֖ח H6605 open, opende, geopend appear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent 16 פִּֽיו H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Hij is uit den angst en uit het gericht weggenomen; en wie zal Zijn leeftijd uitspreken? Want Hij is afgesneden uit het land der levenden; om de overtreding Mijns volks is de plage op Hem geweest.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Hij is uit den angstH6115 en uit het gerichtH4941 weggenomenH3947; en wieH4310 zal Zijn leeftijdH1755 uitsprekenH7878? WantH3588 Hij is afgesnedenH1504 uit het landH776 der levendenH2416; om de overtredingH6588 Mijns volksH5971 is de plageH5061 op Hem geweest. Hij is uit den angst en uit het gericht weggenomen; en wie zal Zijn leeftijd uitspreken? Want Hij is afgesneden uit het land der levenden; om de overtreding Mijns volks is de plage op Hem geweest.

KJV He was taken3 from prison1 and from judgment:2 and who shall declare7 his generation?5 for he was cut off9 out of the land10 of the living:11 for the transgression12 of my people13 was he stricken.

1 מֵעֹ֤צֶר H6115 angst, gesloten, verdrukking [idiom] barren, oppression, [idiom] prison 2 וּמִמִּשְׁפָּט֙ H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 3 לֻקָּ֔ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 4 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 דּוֹר֖וֹ H1755 geslacht, geslachten, Geslacht age, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity 6 מִ֣י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 7 יְשׂוֹחֵ֑חַ H7878 betracht, betrachten, klagen commune, complain, declare, meditate, muse, pray, speak, talk (with) 8 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 נִגְזַר֙ H1504 afgesneden, Doorsnijdt, afscheuren cut down (off), decree, divide, snatch 10 מֵאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 חַיִּ֔ים H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 12 מִפֶּ֥שַׁע H6588 overtredingen, overtreding, afval rebellion, sin, transgression, trespass 13 עַמִּ֖י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 14 נֶ֥גַע H5061 plaag, plage, plagen plague, sore, stricken, stripe, stroke, wound 15 לָֽמוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij den rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft, noch bedrog in Zijn mond geweest is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En men heeft Zijn grafH6913 bij de goddelozenH7563 gesteldH5414, en Hij is bij den rijkeH6223 in Zijn doodH4194 geweest, omdat Hij geenH3808 onrechtH2555 gedaanH6213 heeft, nochH3808 bedrogH4820 in Zijn mondH6310 geweest is. En men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij den rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft, noch bedrog in Zijn mond geweest is.

KJV And he made1 his grave4 with the wicked,3 and with the rich6 in his death;7 because he had done11 no violence,10 neither was any deceit13 in his mouth.

1 וַיִּתֵּ֤ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 3 רְשָׁעִים֙ H7563 goddelozen, goddeloze, goddeloos [phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong 4 קִבְר֔וֹ H6913 graf, graven, begrafenissen burying place, grave, sepulchre 5 וְאֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 6 עָשִׁ֖יר H6223 rijke, rijken, rijk rich (man) 7 בְּמֹתָ֑יו H4194 dood, doods, stierf (be) dead(-ly), death, die(-d) 8 עַ֚ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 חָמָ֣ס H2555 geweld, gewelds, wrevel cruel(-ty), damage, false, injustice, [idiom] oppressor, unrighteous, violence (against, done), violent (dealing), wrong 11 עָשָׂ֔ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 12 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 מִרְמָ֖ה H4820 bedrog, bedriegelijke, bedrogs craft, deceit(-ful, -fully), false, feigned, guile, subtilly, treachery 14 בְּפִֽיו H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Doch het behaagde den HEERE Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem krank gemaakt; als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen des HEEREN zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Doch het behaagdeH2654 den HEEREH3068 Hem te verbrijzelenH1792; Hij heeft Hem krankH2470 gemaakt; alsH518 Zijn zielH5315 Zich tot een schuldofferH817 gesteldH7760 zal hebben, zo zal Hij zaadH2233 zienH7200, Hij zal de dagenH3117 verlengenH748; en het welbehagenH2656 des HEERENH3068 zal door Zijn handH3027 gelukkiglijk voortgaanH6743. Doch het behaagde den HEERE Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem krank gemaakt; als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen des HEEREN zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan.

KJV Yet it pleased2 the LORD1 to bruise3 him; he hath put him to grief:4 when thou shalt make6 his soul8 an offering for sin,7 he shall see9 his seed,10 he shall prolong11 his days,12 and the pleasure13 of the LORD14 shall prosper16 in his hand.

1 וַיהוָ֞ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 2 חָפֵ֤ץ H2654 lust, welbehagen, behaagt [idiom] any at all, (have, take) delight, desire, favour, like, move, be (well) pleased, have pleasure, will, would 3 דַּכְּאוֹ֙ H1792 verbrijzeld, verbrijzelen, verbrijzelt beat to pieces, break (in pieces), bruise, contrite, crush, destroy, humble, oppress, smite 4 הֶֽחֱלִ֔י H2470 krank, smeken, ziek beseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded 5 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 6 תָּשִׂ֤ים H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 7 אָשָׁם֙ H817 schuldoffer, schuldoffers, schuld guiltiness, (offering for) sin, trespass (offering) 8 נַפְשׁ֔וֹ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 9 יִרְאֶ֥ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 10 זֶ֖רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 11 יַאֲרִ֣יךְ H748 verlengen, verlengt, verlengd defer, draw out, lengthen, (be, become, make, pro-) long, [phrase] (out-, over-) live, tarry (long) 12 יָמִ֑ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 13 וְחֵ֥פֶץ H2656 lust, voornemen, welbehagen acceptable, delight(-some), desire, things desired, matter, pleasant(-ure), purpose, willingly 14 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 בְּיָד֥וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 16 יִצְלָֽח H6743 voorspoedig, vaardig, gedijen break out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Om den arbeid Zijner ziel zal Hij het zien, en verzadigd worden; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Om den arbeidH5999 Zijner zielH5315 zal Hij het zienH7200, en verzadigdH7646 worden; door Zijn kennisH1847 zal Mijn KnechtH5650, de RechtvaardigeH6662, velenH7227 rechtvaardigH6663 maken, want HijH1931 zal hun ongerechtighedenH5771 dragenH5445. Om den arbeid Zijner ziel zal Hij het zien, en verzadigd worden; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen.

KJV He shall see3 of the travail1 of his soul,2 and shall be satisfied:4 by his knowledge5 shall my righteous7 servant8 justify6 many;9 for he shall bear12 their iniquities.

1 מֵעֲמַ֤ל H5999 arbeid, moeite, kwelling grievance(-vousness), iniquity, labour, mischief, miserable(-sery), pain(-ful), perverseness, sorrow, toil, travail, trouble, wearisome, wickedness 2 נַפְשׁוֹ֙ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 3 יִרְאֶ֣ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 4 יִשְׂבָּ֔ע H7646 verzadigd, verzadigen, verzadigt have enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of 5 בְּדַעְתּ֗וֹ H1847 wetenschap, kennis, kennen cunning, (ig-) norantly, know(-ledge), (un-) awares (wittingly) 6 יַצְדִּ֥יק H6663 rechtvaardig, gerechtvaardigd, rechtvaardigen cleanse, clear self, (be, do) just(-ice, -ify, -ify self), (be turn to) righteous(-ness) 7 צַדִּ֛יק H6662 rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardig just, lawful, righteous (man) 8 עַבְדִּ֖י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 9 לָֽרַבִּ֑ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 10 וַעֲוֺנֹתָ֖ם H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 11 ה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 12 יִסְבֹּֽל H5445 dragen, gedragen, geladen bear, be a burden, carry, strong to labour
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de machtigen als een roof delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in den dood, en met de overtreders is geteld geweest, en Hij veler zonden gedragen heeft, en voor de overtreders gebeden heeft.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 DaaromH3651 zal Ik Hem een deelH2505 geven vanH854 velenH7227, en Hij zal de machtigenH6099 als een roofH7998 delenH2505, omdat Hij Zijn zielH5315 uitgestortH6168 heeft in den doodH4194, en metH854 de overtredersH6586 is geteldH4487 geweest, en HijH1931 velerH7227 zondenH2399 gedragenH5375 heeft, en voorH8478 de overtredersH6586 gebedenH6293 heeft. Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de machtigen als een roof delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in den dood, en met de overtreders is geteld geweest, en Hij veler zonden gedragen heeft, en voor de overtreders gebeden heeft.

KJV Therefore will I divide2 him a portion with the great,4 and he shall divide7 the spoil8 with the strong;6 because he hath poured out11 his soul13 unto death:12 and he was numbered16 with the transgressors;15 and he bare20 the sin18 of many,19 and made intercession22 for the transgressors.

1 לָכֵ֞ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 אֲחַלֶּק H2505 delen, uitgedeeld, verdeeld deal, distribute, divide, flatter, give, (have, im-) part(-ner), take away a portion, receive, separate self, (be) smooth(-er) 3 ל֣וֹ 4 בָרַבִּ֗ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 5 וְאֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 6 עֲצוּמִים֮ H6099 machtig, machtiger, machtige [phrase] feeble, great, mighty, must, strong 7 יְחַלֵּ֣ק H2505 delen, uitgedeeld, verdeeld deal, distribute, divide, flatter, give, (have, im-) part(-ner), take away a portion, receive, separate self, (be) smooth(-er) 8 שָׁלָל֒ H7998 buit, roof, roofs prey, spoil 9 תַּ֗חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 10 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 הֶעֱרָ֤ה H6168 ontbloot, Ontbloot, goot leave destitute, discover, empty, make naked, pour (out), rase, spread self, uncover 12 לַמָּ֨וֶת֙ H4194 dood, doods, stierf (be) dead(-ly), death, die(-d) 13 נַפְשׁ֔וֹ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 14 וְאֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 15 פֹּשְׁעִ֖ים H6586 overtreden, overtreders, vielen offend, rebel, revolt, transgress(-ion, -or) 16 נִמְנָ֑ה H4487 tellen, beschikte, geteld appoint, count, number, prepare, set, tell 17 וְהוּא֙ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 18 חֵטְא H2399 zonde, zonden, zwaarlijk fault, [idiom] grievously, offence, (punishment of) sin 19 רַבִּ֣ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 20 נָשָׂ֔א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 21 וְלַפֹּשְׁעִ֖ים H6586 overtreden, overtreders, vielen offend, rebel, revolt, transgress(-ion, -or) 22 יַפְגִּֽיעַ H6293 reikt, val, ontmoet come (betwixt), cause to entreat, fall (upon), make intercession, intercessor, intreat, lay, light (upon), meet (together), pray, reach, run
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jesaja 53:1 Johannes 12:38 Jesaja 51:9 Romeinen 10:16 Efeze 1:18 Romeinen 1:16 Mattheüs 11:25 1 Korinthe 1:18 Johannes 1:7
Jesaja 53:2 Jesaja 52:14 Filippenzen 2:6 Jesaja 11:1 Markus 6:3 1 Petrus 2:14 Romeinen 8:3 Johannes 9:28 Zacharia 6:12
Jesaja 53:3 Johannes 1:10 Jesaja 53:10 Jesaja 49:7 Markus 14:34 Lukas 18:31 Zacharia 11:12 Markus 9:12 Mattheüs 26:67
Jesaja 53:4 1 Petrus 2:24 Mattheüs 8:17 Galaten 3:13 1 Johannes 2:2 Jesaja 53:5 1 Petrus 3:18 Jesaja 53:11 Hebreeën 9:28
Jesaja 53:5 1 Petrus 2:24 1 Petrus 3:18 Romeinen 5:6 Romeinen 4:25 Mattheüs 20:28 2 Korinthe 5:21 1 Korinthe 15:3 Hebreeën 10:10
Jesaja 53:6 1 Petrus 2:25 1 Petrus 3:18 Psalmen 119:176 Romeinen 4:25 Romeinen 3:10 Jakobus 5:20 Jesaja 56:11 Mattheüs 18:12
Jesaja 53:7 Handelingen 8:32 Mattheüs 26:63 Markus 14:61 1 Petrus 2:23 Johannes 19:9 Lukas 23:9 Markus 15:5 Mattheüs 27:12
Jesaja 53:8 Handelingen 8:33 Daniël 9:26 1 Petrus 3:18 Johannes 19:7 Jesaja 53:12 Mattheüs 1:1 Johannes 11:49 Jesaja 53:5
Jesaja 53:9 Mattheüs 27:57 1 Petrus 2:22 Hebreeën 4:15 1 Johannes 3:5 Lukas 23:50 Johannes 19:38 Jesaja 42:1 Markus 15:43
Jesaja 53:10 Lukas 1:33 Mattheüs 17:5 Hebreeën 13:10 Romeinen 6:9 Jesaja 53:12 Zacharia 13:7 Jesaja 53:3 Handelingen 2:24
Jesaja 53:11 Romeinen 5:18 Johannes 16:21 Jesaja 53:12 Jesaja 45:25 1 Johannes 2:1 Johannes 17:3 Jesaja 53:8 Jesaja 53:4
Jesaja 53:12 Lukas 22:37 Markus 15:27 Genesis 3:15 Jesaja 52:15 Daniël 2:45 Lukas 23:32 Jesaja 53:6 Hebreeën 9:26
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jesaja 53 vers 1

heeft Te weten onder de Joden. Het is zoveel alsof de profeet zeide: Daar zijn er zeer weinig, schier niemand. In de plaatsen Joh. 12:38 ; Rom. 10:16 , wordt het woord o Heere, in het begin bijgevoegd, om te tonen dat het is ene klacht tot God.

Hertaald: heeft Namelijk: onder de Joden. Het is zoveel alsof de profeet zei: er zijn er zeer weinig, vrijwel niemand. Op de plaatsen Joh. 12:38 en Rom. 10:16 wordt aan het begin het woord Heere toegevoegd, om te laten zien dat het een klacht tot God is.

onze prediking Hebreeuws, ons gehoor; dat is, onze predikatiën, gelijk Rom. 10:16 . Het zijn de woorden der leraars van het Nieuwe Testament, te weten van Christus en zijne apostelen, gelijk af te nemen is uit de woorden van Christus, Joh. 12:37-38 .

Hertaald: onze prediking Hebreeuws: ons gehoor — dat is: onze prediking, zoals in Rom. 10:16. Het zijn de woorden van de leraars van het Nieuwe Testament, namelijk van Christus en Zijn apostelen, zoals op te maken is uit de woorden van Christus in Joh. 12:37-38.

aan wien Dat is, hoe weinig Joden zijn er in wier harten de Heilige Geest door de predikatie van het heilige Evangelie krachtiglijk werkt, alzo namelijk dat hij hen begaaft met het ware geloof aan Jezus Christus.

Hertaald: aan wien Dat is: hoe weinig Joden zijn er in wier hart de Heilige Geest door de prediking van het heilig Evangelie krachtig werkt, en wel zo dat Hij hen begiftigt met het ware geloof in Jezus Christus.

Jesaja 53 vers 2

Want Hij is Alsof hij zeide: Uit de nederigheid en uit den verachtzamen staat, in welken Christus verschenen is, nemen zij gelegenheid om Christus te verachten; want de Joden hadden zichzelven ingebeeld enen Messias, die in koninklijke pracht verschijnen zou; maar deze Christus komt slecht en gering, als een spruitje of rijsken. Zie Jes. 4:2 , en Jes. 11:1 .

Hertaald: Want Hij is Alsof hij zei: uit de nederigheid en de verachtelijke staat waarin Christus verschenen is, nemen zij aanleiding om Christus te verachten. Want de Joden hadden zich een Messias ingebeeld die in koninklijke praal zou verschijnen; maar deze Christus komt eenvoudig en gering, als een spruitje of een rijsje. Zie Jes. 4:2 en Jes. 11:1.

voor Zijn aangezicht Te weten voor het aangezicht van God zijn Vader. Sommigen verstaan het, voor het aangezicht van het ongelovige Joodse volk, hetwelk niet dacht dat dit rijsken metterdaad tot een hogen boom opwassen zou.

Hertaald: voor Zijn aangezicht Namelijk: voor het aangezicht van God, Zijn Vader. Sommigen verstaan het als: voor het aangezicht van het ongelovige Joodse volk, dat niet dacht dat dit rijsje werkelijk tot een hoge boom zou uitgroeien.

opgeschoten, Te weten naar zijn menselijke natuur.

Hertaald: opgeschoten, Namelijk: naar Zijn menselijke natuur.

als een wortel Dit kan men duiden op den nederen verachten staat van het huis Davids, als Christus daaruit voortkwam, of op de kleine beginselen van zijn koninkrijk, ten aanzien van welke men niet zou geloofd hebben dat hij tot een groten vruchtbaren boom zou opwassen, maar veel meer dat hij tenonder blijven zou; gelijk het zaad, hetwelk in een dor, droog land geworpen wordt, verdroogt bij gebrek aan vochtigheid, of gelijk de wortel van een boom, die in dorre aarde geplant is, niet kan opschieten, de boom afgehouwen zijnde.

Hertaald: als een wortel Dit kan men betrekken op de nederige, verachte staat van het huis van David toen Christus daaruit voortkwam, of op het kleine begin van Zijn koninkrijk, waarvan men niet zou hebben geloofd dat het tot een grote, vruchtbare boom zou uitgroeien maar veeleer dat het onderdrukt zou blijven — zoals zaad dat in een dor, droog land geworpen wordt verdroogt bij gebrek aan vocht, of zoals de wortel van een boom die in dorre aarde geplant is niet kan uitlopen wanneer de boom omgehakt is.

uit een dorre aarde; Hebreeuws, uit een land der droogte.

Hertaald: uit een dorre aarde; Hebreeuws: uit een land van de droogte.

Hij had geen gedaante Vanwege zijn nederigen staat en de wonden en striemen, het bloed en zweetdruppels, alsook andere menigvuldige ellenden, die zijn gelaat hebben mismaakt.

Hertaald: Hij had geen gedaante Vanwege Zijn nederige staat en de wonden en striemen, het bloed en de zweetdruppels, en ook andere veelvuldige ellenden die Zijn gelaat mismaakt hebben.

wij Hem aanzagen, Te weten wij Joden.

Hertaald: wij Hem aanzagen, Namelijk: wij Joden.

gestalte, Of, aanzien.

Hertaald: gestalte, Of: aanzien.

dat wij Hem zouden begeerd hebben Te weten naar de ogen des vleesches en des menselijken vernufts.

Hertaald: dat wij Hem zouden begeerd hebben Namelijk: naar de ogen van het vlees en van het menselijk verstand.

Jesaja 53 vers 3

Hij was veracht, Of, hij was verachtzaam en verworpen van de mannen; te weten van zulke mannen, die in hoogheid en waardigheid verheven waren.

Hertaald: Hij was veracht, Of: Hij was verachtelijk en verworpen door de mannen, namelijk door mannen die in hoogheid en waardigheid verheven waren.

de onwaardigste Zo onwaardig, dat Hij van de mensen doorgaans verworpen werd.

Hertaald: de onwaardigste Zo onwaardig geacht dat Hij door de mensen in het algemeen verworpen werd.

een Man van smarten, Dat is, een man vol smarten.

Hertaald: een Man van smarten, Dat is: een man vol smarten.

verzocht in krankheid; Hebreeuws, een bekende der krankheid; dat is, die wel verzocht had wat krankheid is, Hebr. 4:15 . Of die vermaard was door zijne ellende en zwarigheid, zijnde gans mat en zwak geworden vanwege de pijnigingen Hem aangedaan. Het Hebreeuwse woord, dat hier krankheid is overgezet, betekent ook in het algemeen smart of ellende, gelijk Pred. 6:2 ; Jer. 10:19 ; en alzo kan het doorgaans in dit hfdst. genomen worden.

Hertaald: verzocht in krankheid; Hebreeuws: een bekende van de krankheid — dat is: Die zelf ondervonden had wat krankheid is, Hebr. 4:15. Of: Die bekend was door Zijn ellende en zwarigheid, terwijl Hij geheel mat en zwak geworden was vanwege de pijnigingen die Hem aangedaan zijn. Het Hebreeuwse woord dat hier met krankheid vertaald is, betekent ook in het algemeen smart of ellende, zoals in Pred. 6:2 en Jer. 10:19; en zo kan het in dit hele hoofdstuk opgevat worden.

als verbergende Anders: en als het aangezicht voor ons verbergende.

Hertaald: als verbergende Anders: en als het aangezicht voor ons verbergend.

Hij was veracht, De zin is, vanwege zijn ellendigen en verachtzamen staat, heeft men Hem niet alleen zijn behoorlijke eer niet gegeven, maar men heeft Hem geheel veracht.

Hertaald: Hij was veracht, De betekenis is: vanwege Zijn ellendige en verachte staat heeft men Hem niet alleen de eer onthouden die Hem toekwam, maar men heeft Hem volkomen veracht.

wij hebben Hem niet geacht Wij Joden, wij hebben Hem bespot, of niet gerekend. Zie Matt. 27:39 , enz.

Hertaald: wij hebben Hem niet geacht Wij Joden, wij hebben Hem bespot, of niet meegeteld. Zie Matth. 27:39, enzovoort.

Jesaja 53 vers 4

Waarlijk, Of, nochtans, alsof hij zeide: Maar, om de waarheid te zeggen, wij hebben Hem ongelijk gedaan, en wij steken in groot misverstand; want aldus is de Messias onzenthalve gesteld: Hij heeft al onze geestelijke ziekten, dat is zonden, op zich genomen, om voor dezelve te betalen, waarvan de lichamelijke gezondmaking ene afbeelding was; Matt. 8:17 .

Hertaald: Waarlijk, Of: toch. Alsof hij zei: maar om de waarheid te zeggen, wij hebben Hem onrecht gedaan en wij verkeerden in groot misverstand. Want zo staat het met de Messias omwille van ons: Hij heeft al onze geestelijke ziekten, dat is: onze zonden, op Zich genomen om ervoor te betalen; en de lichamelijke genezing was daarvan een afbeelding, Matth. 8:17.

op Zich genomen, Als borg betalende de schuld, die wij gemaakt hadden.

Hertaald: op Zich genomen, Terwijl Hij als Borg de schuld betaalde die wij gemaakt hadden.

gedragen; Of, op zich geladen en als een zwaren last gedragen.

Hertaald: gedragen; Of: op Zich geladen en als een zware last gedragen.

wij achtten Hem, Te weten wij Joden, stekende in groot misverstand en oordelende naar ons verkeerd oordeel, zo menen wij dat Hij dit alles leed omdat Hij het met zijn eigen zonden en overtredingen verdiend had; maar het is daarmede veel anders gelegen, gelijk vs.5 gezegd wordt. Hebreeuws, wij achtten Hem een geplaagde, geslagene Gods en verdrukte.

Hertaald: wij achtten Hem, Namelijk: wij Joden. Terwijl wij in groot misverstand verkeerden en naar ons verkeerde oordeel oordeelden, meenden wij dat Hij dit alles leed omdat Hij het met Zijn eigen zonden en overtredingen verdiend had. Maar het is er heel anders mee gesteld, zoals in vers 5 gezegd wordt. Hebreeuws: wij achtten Hem een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte.

geslagen en verdrukt was Of, geraakt was; zie Job 19:21 .

Hertaald: geslagen en verdrukt was Of: geraakt was; zie Job 19:21.

Jesaja 53 vers 5

de straf, Hebreeuws, de straf van onzen vrede; dat is, hij werd gestraft opdat wij door Hem volkomen vrede krijgen zouden bij God, die met ons ontevreden was vanwege onze zonden. Versta hierbij: en de kastijding is op Hem blijven liggen totdat Hij volkomenlijk voor ons betaald had.

Hertaald: de straf, Hebreeuws: de straf van onze vrede — dat is: Hij werd gestraft opdat wij door Hem volkomen vrede zouden krijgen met God, Die ontevreden over ons was vanwege onze zonden. Vul hierbij aan: en de kastijding is op Hem blijven liggen totdat Hij volkomen voor ons betaald had.

is ons genezing geworden Zodat wij van zonde en straf bevrijd zijn.

Hertaald: is ons genezing geworden Zodat wij van zonde en straf bevrijd zijn.

Jesaja 53 vers 6

Wij dwaalden Dat is, wij zijn allen afgedwaald van den weg, dien ons God in zijne wet heeft voorgeschreven om daarin te wandelen.

Hertaald: Wij dwaalden Dat is: wij zijn allen afgedwaald van de weg die God ons in Zijn wet heeft voorgeschreven om daarin te wandelen.

naar zijn weg; Niet naar den weg, dien de HEERE ons had voorgeschreven; maar wandelende op den weg, dien zich een ieder verkoren had; zie 1 Petr. 2:25 .

Hertaald: naar zijn weg; Niet naar de weg die de HEERE ons voorgeschreven had, maar terwijl wij wandelden op de weg die ieder voor zichzelf gekozen had; zie 1 Petr. 2:25.

op Hem doen aanlopen Of, Hem doen ontmoeten; of Hij, te weten de Vader, dreef op Hem, te weten Christus, ons aller ongerechtigheid, dewijl Hij zich in onze plaats vrijwillig tot borg gesteld had.

Hertaald: op Hem doen aanlopen Of: Hem doen ontmoeten. Of: Hij, namelijk de Vader, dreef op Hem, namelijk op Christus, de ongerechtigheid van ons allen aan, omdat Hij Zich vrijwillig in onze plaats tot Borg gesteld had.

Jesaja 53 vers 7

dezelve Te weten onze ongerechtigheid, dat is de straf onzer ongerechtigheid, van Christus geëist werd.

Hertaald: dezelve Namelijk: onze ongerechtigheid, dat is: de straf voor onze ongerechtigheid, van Christus geëist werd.

Hij deed Zijn mond Met zijn stilzwijgen betuigende dat hij gewilliglijk alles voor ons geleden heeft, zijnen mond niet openende om de valse aanklachten zijner vijanden te wederleggen; ook niet sprekende tot nadeel dergenen, die Hem doodden, maar wel tot voordeel van ons; en biddende voor degenen, die Hem kruisigden; Luc. 23:34 .

Hertaald: Hij deed Zijn mond Terwijl Hij met Zijn zwijgen betuigde dat Hij alles vrijwillig voor ons geleden heeft: Hij opende Zijn mond niet om de valse aanklachten van Zijn vijanden te weerleggen, en Hij sprak ook niet ten nadele van hen die Hem doodden maar wel tot ons voordeel, terwijl Hij bad voor hen die Hem kruisigden; Luk. 23:34.

schaap, Eigenlijk, een ooilam, of zijlam; een lam bijt en stoot dengene niet, die het kelen zal, maar het volgt zachtjes zijnen slachter, die het ter slachtbank leidt.

Hertaald: schaap, Eigenlijk: een ooilam. Een lam bijt en stoot niet naar degene die het zal slachten, maar het volgt gedwee zijn slachter die het naar de slachtbank leidt.

Jesaja 53 vers 8

uit den angst Of uit den kerker, of uit dit geweldig benauwen. Hebreeuws, uit de besluiting; te weten uit de helse benauwdheid, die Christus in den hof Gethsemane, [waar Hij bloed gezweet heeft] doch inzonderheid aan het kruis gevoeld heeft, toen Hij riep: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten? Versta dit ook van zijne opwekking uit de doden, en als Hij tot zijn hemelsen Vader ten hemel is opgevaren.

Hertaald: uit den angst Of: uit de kerker, of uit deze geweldige benauwing. Hebreeuws: uit de besluiting, namelijk uit de helse benauwdheid die Christus in de hof Gethsemane gevoeld heeft, waar Hij bloed gezweet heeft, maar vooral aan het kruis, toen Hij riep: Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten? Versta dit ook van Zijn opwekking uit de doden en van Zijn hemelvaart tot Zijn hemelse Vader.

uit het gericht Te weten uit het gericht van God, dat is, uit de verdoemenis, die Hij een tijdlang voor ons geleden heeft, zijnde voor ons een vloek geworden; Gal. 3:13 . Doch enigen verstaan hier door het gericht den dood des kruises, waartoe Hij van de Joden en Pilatus veroordeeld was, in dezen zin: Ofschoon de Messias tot een schandelijken, ja vervloekten dood verwezen wordt, zo zal Hij nochtans, wil de profeet zeggen, eindelijk ten hemel opgenomen worden, nadat Hij voor onze zonden zal genoeg gedaan hebben.

Hertaald: uit het gericht Namelijk: uit het gericht van God, dat is: uit de verdoemenis die Hij een tijdlang voor ons geleden heeft toen Hij voor ons een vloek geworden is; Gal. 3:13. Maar sommigen verstaan onder het gericht hier de kruisdood waartoe Hij door de Joden en Pilatus veroordeeld was, in deze zin: hoewel de Messias tot een schandelijke, ja vervloekte dood veroordeeld wordt, zal Hij toch — zo wil de profeet zeggen — ten slotte in de hemel opgenomen worden, nadat Hij voor onze zonden genoeg gedaan zal hebben.

Zijn leeftijd Of, de gedurigheid van zijn leven, of zijne eeuw. Versta hier, behalve de eeuwigheid van zijn goddelijk wezen, ook de eeuwigdurendheid van zijn rijk, dewijl God, Hem opgewekt en aan zijne rechterhand gesteld hebbende in de hemelse plaatsen, zo leeft en regeert Hij in eeuwigheid, en de dood heeft geen geweld meer over Hem; Luc. 1:33 ; Rom. 6:9 . Of, zijne generatie, dat is zijne kinderen, die geestelijk uit Hem zullen geboren worden.

Hertaald: Zijn leeftijd Of: de duur van Zijn leven, of Zijn eeuw. Versta hier, behalve de eeuwigheid van Zijn goddelijk wezen, ook de eeuwigdurendheid van Zijn rijk: omdat God Hem opgewekt en aan Zijn rechterhand in de hemelse plaatsen gezet heeft, leeft en regeert Hij in eeuwigheid en heeft de dood geen macht meer over Hem; Luk. 1:33 en Rom. 6:9. Of: Zijn geslacht, dat is: Zijn kinderen, die geestelijk uit Hem geboren zullen worden.

afgesneden Dat is, Hij is door een geweldigen dood weggerukt, gelijk men een boom met geweld afhouwt.

Hertaald: afgesneden Dat is: Hij is door een gewelddadige dood weggerukt, zoals men een boom met geweld omhakt.

uit het land der levenden; Dat is, dergenen, die in de wereld leven. Zie de aantekening Job 28:13 ; Ps. 27:13 ; Jes. 38:11 . De zin is: Hij is gedood en in het graf gelegd.

Hertaald: uit het land der levenden; Dat is: van hen die in de wereld leven. Zie de aantekening bij Job 28:13, Ps. 27:13 en Jes. 38:11. De betekenis is: Hij is gedood en in het graf gelegd.

om de overtreding Dat is, vanwege de zonden, zo der Joden als der heidenen, is Hij aldus geslagen en gemarteld, welke anderszins met recht de straf had moeten treffen.

Hertaald: om de overtreding Dat is: vanwege de zonden van zowel de Joden als de heidenen is Hij zo geslagen en gemarteld, terwijl de straf anders met recht hén had moeten treffen.

Mijns volks Dit zijn woorden van den profeet.

Hertaald: Mijns volks Dit zijn woorden van de profeet.

is de plage Hebreeuws, [was] Hem de plaag; te weten die straf, dat Hij aan het kruis is genageld geworden; alzo wordt het Hebreeuwse bijvoegsel mo ook in het enkelvoudig getal genomen. Gen. 9:26-27 ; Job 20:23 , en Job 22:2 ; Ps. 11:7 ; Jes. 44:15 .

Hertaald: is de plage Hebreeuws: was Hem de plaag, namelijk die straf dat Hij aan het kruis genageld is. Zo wordt het Hebreeuwse achtervoegsel mo ook in het enkelvoud genomen in Gen. 9:26-27, Job 20:23, Job 22:2, Ps. 11:7 en Jes. 44:15.

Jesaja 53 vers 9

men heeft Of, hetwelk wel zijn graf, enz., hetwelk, te weten volk van Jeruzalem.

Hertaald: men heeft Of: dat wel Zijn graf, enzovoort; waarbij dat slaat op het volk van Jeruzalem.

graf Of, begrafenis.

Hertaald: graf Of: begrafenis.

bij de goddelozen Of, met.

Hertaald: bij de goddelozen Of: met.

gesteld, Of verordineerd; dat is, men heeft zijn graf met goddelozen besteld, die het bewaken en bewaren zouden. Zie Matt. 27:63-66 . Anderen nemen het in dezen zin: De boze Joden meenden wel dat men het lichaam van Christus bij, of met moordenaarslichamen zou wegdoen, om zulke en andere oorzaken als zodanige dood van Pilatus vorderende; maar de voorzienigheid Gods had dit anders geordineerd, want Christus is begraven geworden in het graf van Jozes van Arimathea, een eerlijk en rijk raadsheer; Matt. 27:60 .

Hertaald: gesteld, Of: bestemd — dat is: men heeft Zijn graf met goddelozen bezet, die het moesten bewaken en bewaren. Zie Matth. 27:63-66. Anderen vatten het zo op: de boze Joden meenden wel dat men het lichaam van Christus bij of met de lichamen van moordenaars zou wegwerpen, om die en andere redenen die Pilatus bij zo'n dood zou vorderen; maar Gods voorzienigheid had het anders beschikt, want Christus is begraven in het graf van Jozef van Arimathea, een eerzaam en rijk raadsheer; Matth. 27:60.

in Zijn dood geweest, Hebreeuws, in zijne doden; in het getal van velen, dat is, na zijn geweldzamen dood. Vergelijk Ezech. 28:10 , met de aantekening. Of, doden, omdat Christus niet een, maar als vele doden voor ons geleden heeft.

Hertaald: in Zijn dood geweest, Hebreeuws: in Zijn doden, in het meervoud — dat is: na Zijn gewelddadige dood. Vergelijk Ezech. 28:10 met de aantekening. Of: doden, omdat Christus niet één maar als het ware vele doden voor ons geleden heeft.

geen onrecht gedaan heeft, Of, geen geweld, maar integendeel, oprecht, rechtvaardig en eenvoudig gehandeld en gewandeld heeft, zo in woorden als in werken.

Hertaald: geen onrecht gedaan heeft, Of: geen geweld, maar integendeel oprecht, rechtvaardig en zuiver gehandeld en gewandeld heeft, zowel in woorden als in werken.

Jesaja 53 vers 10

Hem Te weten Jezus Christus onzen Verlosser.

Hertaald: Hem Namelijk: Jezus Christus, onze Verlosser.

te verbrijzelen; Te weten vanwege onze zonden, die op Hem lagen en in Hem moesten gestraft worden.

Hertaald: te verbrijzelen; Namelijk: vanwege onze zonden, die op Hem lagen en in Hem gestraft moesten worden.

krank Dat is, Hij heeft Hem velerlei grote smarten aangedaan en als velerlei krankheden opgelegd. Zie boven vs.3.

Hertaald: krank Dat is: Hij heeft Hem velerlei grote smarten aangedaan en Hem als het ware velerlei krankheden opgelegd. Zie hierboven vers 3.

als Zijn ziel De zin is: Als Christus zijne ziel [dat is, zijn persoon] tot een schuldoffer ter dood overgegeven zal hebben [2 Kor. 5:21] , zo zal Hij zijn zaad zien vermenigvuldigen, dat is, Hij zal zien dat de gelovigen door de predikatie van het heilige Evangelie grotelijks zullen aanwassen, namelijk alsdan inzonderheid, nadat Hij ten hemel opgevaren zijnde, den Heiligen Geest op zijne apostelen en andere leraars van het heilige Evangelie zal gezonden hebben. Anders: wanneer Gij zijne ziel tot een schuldoffer zult gesteld hebben, zo zal Hij zaad zien; dat is een groot getal gelovige kinderen, geboren uit het onvergankelijke zaad van het Woord van God; Ps. 110:3 , en 1 Petr. 1:23 .

Hertaald: als Zijn ziel De betekenis is: wanneer Christus Zijn ziel — dat is: Zijn persoon — als schuldoffer in de dood zal hebben overgegeven (2 Kor. 5:21), zal Hij Zijn zaad zien vermenigvuldigen, dat is: Hij zal zien dat de gelovigen door de prediking van het heilig Evangelie sterk zullen toenemen, en dan vooral nadat Hij, opgevaren naar de hemel, de Heilige Geest op Zijn apostelen en andere leraars van het heilig Evangelie gezonden zal hebben. Anders: wanneer U Zijn ziel tot een schuldoffer gesteld zult hebben, zal Hij zaad zien — dat is: een groot aantal gelovige kinderen, geboren uit het onvergankelijke zaad van het Woord van God; Ps. 110:3 en 1 Petr. 1:23.

Hij zal de dagen verlengen; Alsof hij zeide: De vrucht, die de Heere Christus uit het voorverhaalde scheppen zal, zal niet kort noch haast voorbijgaande zijn, maar zij zal eeuwiglijk duren; zie Ps. 23:6 .

Hertaald: Hij zal de dagen verlengen; Alsof hij zei: de vrucht die de Heere Christus uit het zojuist genoemde zal verkrijgen, zal niet kort en spoedig voorbijgaand zijn, maar zij zal eeuwig duren; zie Ps. 23:6.

het welbehagen Te weten het werk onzer verlossing en het vergaderen der uitverkorenen uit alle volken door de predikatie van het heilige Evangelie, hetwelk alsdan voornamelijk is aangegaan, nadat Christus ten hemel was opgevaren; Matt. 28:19 .

Hertaald: het welbehagen Namelijk: het werk van onze verlossing en het verzamelen van de uitverkorenen uit alle volken door de prediking van het heilig Evangelie, wat vooral begonnen is nadat Christus naar de hemel was opgevaren; Matth. 28:19.

door Zijn hand Dat is, door zijn dienst, of door zijne macht. Zie Ef. 4:11-12 , enz.

Hertaald: door Zijn hand Dat is: door Zijn dienst, of door Zijn macht. Zie Ef. 4:11-12, enzovoort.

Jesaja 53 vers 11

Hij het zien, Of, hij [het] te weten zaad, zien. De zin is: Christus zal zaad, dat is, kinderen, te weten geestelijke kinderen zien, dat is verkrijgen, en met lust en vreugde aanschouwen om zijn arbeid en moeite; versta daardoor die pijnen en smarten, die Hij aan de ziel en aan het lichaam gevoeld heeft toen de zware toorn Gods vanwege de zonden van het menselijke geslacht op Hem lag. Anders: van den arbeid zijner ziel zal Hij [vrucht, of zijn lust] zien; zie Ps. 22:18 .

Hertaald: Hij het zien, Of: Hij zal het — namelijk het zaad — zien. De betekenis is: Christus zal zaad, dat is: kinderen, namelijk geestelijke kinderen, zien, dat is: verkrijgen, en met lust en vreugde aanschouwen voor Zijn arbeid en moeite. Versta daaronder de pijnen en smarten die Hij naar ziel en lichaam gevoeld heeft toen de zware toorn van God vanwege de zonden van het menselijk geslacht op Hem lag. Anders: van de arbeid van Zijn ziel zal Hij vrucht, of Zijn lust, zien; zie Ps. 22:18.

verzadigd worden; Dat is, hij zal zijn arbeid ten hoogste en tot zijn genoegen volkomenlijk genieten; want het is billijk dat een getrouw arbeider geniet de vruchten van zijn arbeid. Dit zal alsdan geschieden in zijn eigen persoon, als Christus in de heerlijkheid van zijn Vader zal opgenomen en aan de rechterhand van zijn Vader zal verhoogd worden. Het zal ook zijnen ledematen wedervaren als hij hun zijne heerlijkheid zal deelachtig maken.

Hertaald: verzadigd worden; Dat is: Hij zal Zijn arbeid ten volle en tot Zijn genoegen volkomen genieten, want het is billijk dat een trouwe arbeider de vruchten van zijn arbeid geniet. Dit zal in Zijn eigen persoon gebeuren wanneer Christus in de heerlijkheid van Zijn Vader opgenomen en aan de rechterhand van Zijn Vader verhoogd zal worden. Het zal ook Zijn leden overkomen wanneer Hij hen deel zal geven aan Zijn heerlijkheid.

Zijn kennis Versta, die kennis, door welke Hij zou bekend en aangenomen worden als Heiland en Middelaar tussen God en de mensen.

Hertaald: Zijn kennis Versta: die kennis waardoor Hij gekend en aangenomen zou worden als Heiland en Middelaar tussen God en de mensen.

Mijn Knecht, Dit spreekt God de Vader. Vergelijk dit met Jes. 42:1 , en Jes. 52:13 .

Hertaald: Mijn Knecht, Dit spreekt God de Vader. Vergelijk dit met Jes. 42:1 en Jes. 52:13.

de Rechtvaardige, Te weten Hij rechtvaardig lijdende voor de onrechtvaardigen; 1 Petr. 3:18 .

Hertaald: de Rechtvaardige, Namelijk: Hij Die rechtvaardig leed voor de onrechtvaardigen; 1 Petr. 3:18.

velen Te weten die altegaar, die in Hem geloven. Zie Rom. 5:19 .

Hertaald: velen Namelijk: zij allen die in Hem geloven. Zie Rom. 5:19.

rechtvaardig maken, Hun teweegbrengende de vergeving der zonden en de gerechtigheid, die voor God bestaat.

Hertaald: rechtvaardig maken, Doordat Hij hun de vergeving van de zonden verwerft en de gerechtigheid die voor God standhoudt.

dragen Te weten op het hout des kruises, 1 Petr. 2:24 ; als zijnde het Lam Gods, hetwelk de zonden der wereld draagt; Joh. 1:29 .

Hertaald: dragen Namelijk: op het hout van het kruis, 1 Petr. 2:24, omdat Hij het Lam van God is dat de zonden van de wereld draagt; Joh. 1:29.

Jesaja 53 vers 12

Daarom Alsof God de Vader zeide: Dewijl Hij voor de mensen zoveel gedaan en geleden heeft, [gelijk boven verhaald is]; zo zal Ik Hem van vele [dat is veel ] mededelen; dat is, Ik zal hem veel geestelijke kinderen en gaven geven. Anders: daarom zal Ik Hem een deel geven onder de groten, alzo dat Hij met de groten en machtigen zal mogen vergeleken worden. Anders: daarom zal Ik Hem de geweldigen ten deel geven; namelijk de boze geesten; zie Kol. 2:15 .

Hertaald: Daarom Alsof God de Vader zei: omdat Hij voor de mensen zoveel gedaan en geleden heeft, zoals hierboven verhaald is, zal Ik Hem van velen — dat is: veel — meedelen, dat is: Ik zal Hem veel geestelijke kinderen en gaven geven. Anders: daarom zal Ik Hem een deel geven onder de groten, zodat Hij met de groten en machtigen vergeleken mag worden. Anders: daarom zal Ik Hem de geweldigen ten deel geven, namelijk de boze geesten; zie Kol. 2:15.

Hij zal de machtigen Te weten den dood, de zonde, den duivel en de hel, die tevoren de overhand over de mensen hadden, zal Hij als een roof delen, dat is overwinnen en zijne uitverkorenen uit hunne hand verlossen. Anderen nemen het van de heerschappij van Christus over de machtigen dezer wereld, die zich zullen bekeren en Hem dienen; vergelijk boven, Jes. 52:15 .

Hertaald: Hij zal de machtigen Namelijk: de dood, de zonde, de duivel en de hel, die tevoren de overhand over de mensen hadden, zal Hij als een buit delen — dat is: overwinnen en Zijn uitverkorenen uit hun hand verlossen. Anderen vatten het op van de heerschappij van Christus over de machtigen van deze wereld, die zich zullen bekeren en Hem dienen; vergelijk hierboven Jes. 52:15.

omdat Hij Zijn ziel Dat is, omdat Hijz ich vrijwillig heeft laten vangen, martelen en doden.

Hertaald: omdat Hij Zijn ziel Dat is: omdat Hij Zich vrijwillig heeft laten grijpen, martelen en doden.

met de overtreders Alzo, dat Hij niet alleen tussen twee moordenaars is gekruisigd geworden, maar Barrabas, die vanwege een moord en oproer gevangen zat, is waardiger gehouden dan Jezus Christus, de Zoon van God.

Hertaald: met de overtreders En wel zo dat Hij niet alleen tussen twee moordenaars gekruisigd is, maar dat ook Barabbas, die vanwege een moord en een oproer gevangenzat, hoger geacht werd dan Jezus Christus, de Zoon van God.

en Hij veler zonden Zie boven vs.11.

Hertaald: en Hij veler zonden Zie hierboven vers 11.

voor de overtreders Zeggende: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen; Luc. 23:34 .

Hertaald: voor de overtreders Terwijl Hij zei: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen; Luk. 23:34.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Wie heeft onze prediking geloofd  — de Knecht wordt beschreven zoals mensen Hem zagen, en dat was zonder aantrekkelijkheid (Jes. 53:1-3)

Het gedeelte begint met een vraag: "Wie heeft onze prediking geloofd, en aan wien is de arm des HEEREN geopenbaard?" (Jes. 53:1). Dan volgt hoe Hij opkwam: "als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit een dorre aarde" (Jes. 53:2). Er staat bij wat men zag: "Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben." En dan komt de bekendste zin van dit gedeelte: "Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht" (Jes. 53:3).

Bijbelse betekenis: Merk op wie hier aan het woord is. Er staat wij: onze prediking, wij hebben Hem niet geacht. Het lied is geen beschrijving van buitenaf maar een belijdenis van mensen die zelf wegkeken. Let vervolgens op het beeld van de wortel uit dorre aarde. Er wordt niets gezegd over armoede of afkomst in het algemeen; er staat dat er niets aan Hem was dat de blik trok. Wat later in Hem gezien wordt, is dus niet aan Zijn uiterlijk afgelezen maar aan Hem geopenbaard. Let ten slotte op de herhaling in Jes. 53:3. Tweemaal staat er veracht, en daartussen komt het oordeel van de spreker zelf: wij hebben Hem niet geacht. Het lied laat de hoorder niet buiten schot.

Typologie: Johannes haalt Jes. 53:1 aan om het ongeloof te verklaren van mensen die de tekenen zagen: "Heere, wie heeft onze prediking geloofd, en wien is de arm des Heeren geopenbaard?" (Joh. 12:38). Wat de profeet als vraag stelde, werd in de dagen van het Evangelie zichtbaar beantwoord.

Jes. 53:1-3; Joh. 12:38

Om onze overtredingen verwond  — het hart van het lied: wat Hem overkwam, hoorde bij anderen (Jes. 53:4-6)

"Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; doch wij achtten Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was" (Jes. 53:4). Er stond dus een verkeerd oordeel tegenover de werkelijkheid: men dacht dat Hij Zijn eigen straf droeg. Dan komt de correctie: "Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden" (Jes. 53:5). En het gedeelte sluit met de belijdenis die alles samenvat: "Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen" (Jes. 53:6).

Bijbelse betekenis: Merk op hoe vaak de woordjes ons en onze terugkeren. In drie verzen gebeurt dat zes keer, telkens in dezelfde vorm: wat Hij droeg was het onze, en wat wij ontvingen kwam van Hem. Dat is de kern van het lied en van heel het boek. Let vervolgens op Jes. 53:6. Het vers begint en eindigt bij allen: allen dwaalden, en aller ongerechtigheid liep op Hem aan. De omvang van de schuld en de omvang van de plaatsvervanging worden met hetzelfde woord gemeten. Let ten slotte op het werkwoord in dat vers. Er staat niet dat de schuld op Hem gelegd werd zoals men iets neerlegt, maar dat de HEERE haar op Hem heeft doen aanlopen. Het is dus Zijn daad en Zijn beschikking, en niet het toeval van een rechtszaak die verkeerd afliep.

Typologie: Mattheüs betrekt Jes. 53:4 op de genezingen: "Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze ziekten gedragen" (Matt. 8:17). Petrus betrekt Jes. 53:5 op het kruis, en hij zegt er de bedoeling bij: Christus heeft onze zonden in Zijn lichaam gedragen op het hout, "door Wiens striemen gij genezen zijt" (1 Petr. 2:24).

Jes. 53:4-6; Matt. 8:17; 1 Petr. 2:24

Als een lam werd Hij ter slachting geleid  — het zwijgen van de Knecht, en het graf dat anders uitpakt dan bedoeld was (Jes. 53:7-9)

"Als dezelve geeist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open" (Jes. 53:7). Twee keer staat er in één vers dat Hij zweeg. Dan volgt het proces en het einde: "Hij is uit den angst en uit het gericht weggenomen; en wie zal Zijn leeftijd uitspreken? Want Hij is afgesneden uit het land der levenden; om de overtreding Mijns volks is de plage op Hem geweest" (Jes. 53:8). En dan komt een vers dat op twee kanten van Zijn begrafenis wijst: "En men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij den rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft, noch bedrog in Zijn mond geweest is" (Jes. 53:9).

Bijbelse betekenis: Merk op wat het zwijgen betekent. Een schaap zwijgt uit onwetendheid; hier zwijgt Iemand Die weet wat er gebeurt. Wie zich niet verweert terwijl hij dat wél kon, geeft daarmee te kennen dat hij de zaak niet betwist. Let vervolgens op de reden die in Jes. 53:8 gegeven wordt. Niet om Zijn eigen overtreding, maar om die van het volk; hetzelfde wordt in Jes. 53:9 nog eens van de andere kant gezegd, want Hij had geen onrecht gedaan. Let ten slotte op de twee helften van dat laatste vers. Zijn graf werd bij de goddelozen gesteld, en toch is Hij bij de rijke in Zijn dood geweest. Wat men met Hem voorhad en wat er werkelijk gebeurde, lopen hier uiteen.

Typologie: Dit is de plaats waar de Schrift zichzelf uitlegt. De kamerling uit Morenland las juist Jes. 53:7-8 en vroeg: "van Wien zegt de profeet dit, van zichzelven, of van iemand anders?" (Hand. 8:34). Filippus deed zijn mond open, "beginnende van diezelfde Schrift", en verkondigde hem Jezus (Hand. 8:35). Daarmee is de vraag naar wie deze Knecht is, in het Nieuwe Testament zelf beantwoord.

Jes. 53:7-9; Hand. 8:34-35

Het behaagde den HEERE Hem te verbrijzelen  — het slot van het lied, waarin het lijden een doel krijgt en de Knecht loon ontvangt (Jes. 53:10-12)

"Doch het behaagde den HEERE Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem krank gemaakt" (Jes. 53:10). In datzelfde vers staat waar dat op uitloopt: "als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen des HEEREN zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan." Dan volgt het vers waarin de uitwerking staat: "Om den arbeid Zijner ziel zal Hij het zien, en verzadigd worden; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen" (Jes. 53:11). En het lied sluit met vier dingen die van Hem gezegd worden. Hij heeft Zijn ziel uitgestort in de dood en is met de overtreders geteld geweest; Hij heeft veler zonden gedragen en voor de overtreders gebeden (Jes. 53:12).

Bijbelse betekenis: Merk eerst op waar het behagen op ziet. Er staat niet dat God er vreugde in vond dat Zijn Knecht leed; het vers zegt in één adem waartoe het diende, namelijk een schuldoffer en een uitkomst waarin Hij zaad ziet. Het welbehagen ligt in wat er bereikt wordt, en dat wordt in de tekst zelf zo uitgelegd. Let vervolgens op het woord verzadigd (Jes. 53:11). De arbeid van Zijn ziel loopt niet uit op iets dat net genoeg is; er staat dat Hij het ziet en genoeg heeft. Let ten slotte op de vier zinnen van Jes. 53:12. Zij vormen samen de weg: uitstorten, geteld worden bij de overtreders, hun zonden dragen, en dan nog voor hen bidden. Dat laatste komt na alle andere, en het is het enige dat Hij dóét terwijl Hij als schuldige geldt.

Typologie: De Heere Jezus haalt zelf één regel uit dit vers aan, vlak voor Gethsémané: "En Hij is met de misdadigen gerekend" (Luk. 22:37). En het bidden voor de overtreders is aan het kruis gehoord: "Vader, vergeef het hun; want zij weten niet, wat zij doen" (Luk. 23:34).

Jes. 53:10-12; Luk. 22:37; Luk. 23:34

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het offer en de plaatsvervanging niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe uitwerking

De HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen — 53:1-12

Het vierde en laatste lied over de Knecht des HEEREN, dat aan het slot van het vorige hoofdstuk hoog begint — Mijn Knecht zal verhoogd en zeer verheven worden (Jesaja 52:13) — en dan omlaag stort in een beschrijving die eeuwenlang onbegrijpelijk bleef.

Er wordt geleden, en de reden staat er telkens bij: het was niet voor Hemzelf.

Het lied begint met verbazing dat niemand het gelooft: wie heeft onze prediking geloofd? Er is niets aan Hem dat aantrekt — geen gedaante, geen heerlijkheid. Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht.

En dan komt de omkering die het hart van het hoofdstuk is. Wij hielden Hem voor iemand die door God geslagen was, maar: Hij is om ónze overtredingen verwond, om ónze ongerechtigheden verbrijzeld. De straf die ons den vrede aanbrengt, was op Hem.

De kanttekening ontleedt dat woord nauwkeurig. In het Hebreeuws staat er de straf van onze vrede, en zij verklaart: Hij werd gestraft opdat wij door Hem volkomen vrede zouden krijgen met God, Die ontevreden over ons was vanwege onze zonden — en de kastijding is op Hem blijven liggen totdat Hij volkomen voor ons betaald had.

Vers 6 vat de hele mensheid samen in één beeld en één daad: wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen. De kanttekening geeft als weergave: Hij, namelijk de Vader, dreef op Hem, namelijk op Christus, de ongerechtigheid van ons allen aan — omdat Hij Zich vrijwillig in onze plaats tot Borg gesteld had.

En dan het meest verontrustende vers: het behaagde den HEERE Hem te verbrijzelen. De kanttekening laat er geen twijfel over wie bedoeld is — namelijk Jezus Christus, onze Verlosser — en waarom: vanwege onze zonden, die op Hem lagen en in Hem gestraft moesten worden.

Maar het lied eindigt niet in het graf. Als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien en de dagen verlengen. Om den arbeid Zijner ziel zal Hij het zien en verzadigd worden.

De kamerling uit Morenland las precies dit gedeelte, en vroeg van wie de profeet dit zei. Filippus begon van diezelfde Schrift, en verkondigde hem Jezus.

  1. Jesaja 53:3 — Veracht, een Man van smarten; wij hebben Hem niet geacht.
  2. Jesaja 53:5 — Om ónze overtredingen verwond; de straf die ons vrede aanbrengt was op Hem.
  3. Jesaja 53:6 — De HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.
  4. Jesaja 53:10 — Zijn ziel gesteld tot een schuldoffer — en Hij zal zaad zien.
  5. Handelingen 8:32-35 — De kamerling leest dit; Filippus verkondigt hem Jezus.
  6. 1 Petrus 2:24-25 — Door Zijn striemen genezen; wij dwaalden als schapen.

In het Nieuwe Testament: Handelingen 8:32-35; 1 Petrus 2:22-25; Markus 15:28; Romeinen 4:25; 2 Korinthe 5:21

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Jesaja 53

Jesaja 53:1.KruisverwijzingenJohannes 12:38Jesaja 51:9Romeinen 10:16Efeze 1:18Romeinen 1:16Mattheüs 11:251 Korinthe 1:18Johannes 1:7
— Wie heeft onze prediking geloofd, en aan wien is de arm des HEEREN geopenbaard?
“Wie heeft onze prediking geloofd, en aan wien is de arm des HEEREN geopenbaard?” Niemand gelooft ooit profeten of predikers dan door het werk van Gods Geest en genade. De arm van de HEERE moet geopenbaard worden, anders zal de waarheid die Zijn knechten verkondigen nooit aangenomen worden. Elke profeet en elke prediker kan deze woorden van Jesaja uitspreken, alsof zij allen naast elkaar stonden en samen deze klacht deelden over hoe weinigen op hun boodschap ingaan.

Jesaja 53:2.KruisverwijzingenJesaja 52:14Filippenzen 2:6Jesaja 11:1Markus 6:31 Petrus 2:14Romeinen 8:3Johannes 9:28Zacharia 6:12
— Want Hij is als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit een dorre aarde; Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben.
Jesaja beschreef onze Heere Jezus als iemand die opgroeit “als een rijsje”: een zwakke tak, een loot, een scheut die gemakkelijk te vernietigen was. Jezus Christus verscheen in Zijn vernedering in grote zwakheid. Hij werd als een hulpeloos kindje geboren. Hij verkeerde in Zijn eerste levensjaren in groot gevaar door de hand van Herodes, en hoewel Hij bewaard bleef, gebeurde dat niet door een machtig leger maar door de vlucht naar een ander land. Zijn vroege jaren werden niet doorgebracht bij de krijgsmuziek van legerkampen of in de praal van hoven, maar in de afzondering van een timmermanswerkplaats.

Zijn leven was zachtmoedigheid; Hij was argeloos als een lam. Op elk ogenblik leek het gemakkelijk om Hem en Zijn onderwijs te vernietigen. Er was niets aan Jezus dat de aandacht trok van wie op pracht en luister uit zijn. Zijn godsdienst was — en is — enkel eenvoud. Zij is de heldere waarheid van God. Er is niets aan wat mensen aantrekt die het zoeken in de ijdelheden van de vormendienst. Voor de meeste mensen was er geen uiterlijke schoonheid aan Hem waarom zij Hem zouden willen volgen.

Jesaja 53:3.KruisverwijzingenJohannes 1:10Jesaja 53:10Jesaja 49:7Markus 14:34Lukas 18:31Zacharia 11:12Markus 9:12Mattheüs 26:67
— Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht.
Jezus was niet alleen een lijdend mens, maar de eerste onder de lijdenden. Alle mensen hebben een last te dragen, maar de Zijne was de zwaarste van alle. Onze Zaligmaker stond in een bijzondere verhouding tot de zonde. Hij was er niet alleen door bedroefd wanneer Hij haar zag, en niet alleen verdrietig omdat Hij haar uitwerking op anderen bemerkte. De zonde werd werkelijk óp Hem gelegd. Daarom werd Hij geroepen om de verschrikkelijke slagen van de goddelijke gerechtigheid te dragen, en leed Hij aan het kruis voor ons een ongekende en onmeetbare zielsangst.

Jesaja 53:5.Kruisverwijzingen1 Petrus 2:241 Petrus 3:18Romeinen 5:6Romeinen 4:25Mattheüs 20:282 Korinthe 5:211 Korinthe 15:3Hebreeën 10:10
— Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.
God behandelt de zonde in Zijn barmhartigheid als een ziekte. Door het lijden van onze Heere wordt de zonde vergeven en worden wij van de macht van het kwaad verlost. Dat wordt hier voorgesteld als de genezing van een dodelijke kwaal. De zonde is iets tegennatuurlijks, een soort kankergezwel dat niet in de ziel hoort te zitten. Zij verstoort het mens-zijn; zij ontmenselijkt een mens. En hier verklaart God het geneesmiddel voor die dodelijke ziekte: de genezing komt door de wonden van Christus.

Heel Christus werd tot een offer voor ons gemaakt; heel Zijn mensheid heeft geleden. Wat Zijn lichaam betreft, dat deelde met Zijn ziel in een verdriet dat nooit beschreven kan worden. In Zijn lijden, toen Hij in onze plaats leed, verkeerde Hij in doodsangst.

Jesaja 53:7.KruisverwijzingenHandelingen 8:32Mattheüs 26:63Markus 14:611 Petrus 2:23Johannes 19:9Lukas 23:9Markus 15:5Mattheüs 27:12
— Als dezelve geeist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open.
Het is veelzeggend voor de manier waarop onze Heere Jezus de plaats van de zondaar innam, dat wij hier in het verband met schapen vergeleken worden: “Wij dwaalden allen als schapen.” En dan wordt Hij die komt om onze plaats in te nemen óók met een schaap vergeleken: “als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders”. Het is wonderlijk hoe volkomen de wisseling van plaats tussen Christus en Zijn volk geweest is: wat zij waren, werd Hij, opdat wat Hij is, zij zouden worden. Zo dicht is Hij Zijn broeders gelijk geworden. Om de Zoon van God met een schaap te vergelijken zou een onvergeeflijke vermetelheid geweest zijn, als God niet Zelf datzelfde beeld bij het Pascha gebruikt had.

Jesaja 53:9.KruisverwijzingenMattheüs 27:571 Petrus 2:22Hebreeën 4:151 Johannes 3:5Lukas 23:50Johannes 19:38Jesaja 42:1Markus 15:43
— En men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij den rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft, noch bedrog in Zijn mond geweest is.
Een vreemde reden om Zijn graf bij de goddelozen te maken. En toch: had Hij geen geweld gedaan, dan zou Hij niet geschikt geweest zijn om plaatsvervanger van zondaars te zijn. Juist zo werd Hij onder de overtreders gerekend, om mensen te verlossen.

Jesaja 53:10.KruisverwijzingenLukas 1:33Mattheüs 17:5Hebreeën 13:10Romeinen 6:9Jesaja 53:12Zacharia 13:7Jesaja 53:3Handelingen 2:24
— Doch het behaagde den HEERE Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem krank gemaakt; als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen des HEEREN zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan.
Misschien meende de duivel dat de dood van Christus de nederlaag van Christus was. Als hij dat dacht, hoe groot heeft hij zich dan vergist! Want toen Christus stierf, behaalde Hij een eeuwige overwinning. Hij is niet meer dood. Jezus verliet het rijk van de doden om nooit meer te sterven. Hij stierf, maar kon niet lang als gevangene in het graf gehouden worden. Hij liet Zijn grafklederen achter en kwam tevoorschijn in leven en onsterfelijkheid. Er zijn eeuwen voorbijgegaan sinds Hij uit de doden opstond tot Zijn nieuwe leven, en Hij leeft nog. En Zijn dagen zullen voortduren zolang deze aarde staat. Ja, en aan het einde, wanneer Hij het koninkrijk aan God de Vader zal overgeven, zal Hij Zijn dagen nog verlengen.

Dit vers geeft ook aan dat de dood van Christus het werk was om Gods volk uit de duisternis tot het licht te brengen, van de natuur tot de genade en van de genade tot de heerlijkheid. Het wordt het welbehagen van de Vader genoemd, omdat Zijn welbehagen de bron is van heel het behoudende werk.

Jesaja 53:11.KruisverwijzingenRomeinen 5:18Johannes 16:21Jesaja 53:12Jesaja 45:251 Johannes 2:1Johannes 17:3Jesaja 53:8Jesaja 53:4
— Om den arbeid Zijner ziel zal Hij het zien, en verzadigd worden; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen.
God de Vader spreekt hier over Zijn Zoon en verklaart dat de Vader Hem een genoegzaam loon waarborgt, omdat de Zoon zo’n grote zielsangst aan het kruis verdragen heeft. De Vader heeft Zich een volk uitgekozen. Dat volk heeft Hij aan de Zoon gegeven. En aan dat volk heeft Hij ook de Zoon gegeven om hun Zaligmaker te zijn. Door de overvloeiende genade van de Vader komt de zaligheid tot de uitverkorenen, maar zij komt alleen door Jezus Christus, want Hij is de enige Zaligmaker. Christus heeft ons verlost door Zijn dierbaar bloed.

Jesaja 53:12.KruisverwijzingenLukas 22:37Markus 15:27Genesis 3:15Jesaja 52:15Daniël 2:45Lukas 23:32Jesaja 53:6Hebreeën 9:26
— Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de machtigen als een roof delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in den dood, en met de overtreders is geteld geweest, en Hij veler zonden gedragen heeft, en voor de overtreders gebeden heeft.
Dit vers is de belofte van de Vader, en zij staat in verband met wat de Zoon volbracht heeft. Er wordt ons gezegd dat Christus de roof met de machtigen zal delen, maar die belofte staat naast de verklaring dat Hij een schaap ter slachting is. Even zeker als dat deel van de profetie over Christus’ lijden vervuld is, even zeker zal ook dat deel vervuld worden waarin Hij triomfeert. Over Christus’ dood voor ons bestaat niet de minste twijfel, en hetzelfde hoofdstuk van Jesaja verklaart Zijn uiteindelijke overwinning.

Hoe helder staat onze gezegende Verlosser hier voor u, en hoe krachtig zijn de uitdrukkingen die Jesaja gebruikt om Zijn plaatsvervanging uit te drukken. Als hij ons de leer wilde leren dat Christus in de plaats van Zijn volk geleden heeft, dan had hij geen sprekender woorden kunnen kiezen. En als hij ons dié waarheid níet wilde leren, dan is het verbazend dat hij een woordkeus gebruikt heeft die zo licht op een dwaalspoor brengt.

Wij geloven het en houden het vast: Christus heeft de zonden van Zijn volk waarlijk en werkelijk op Zich genomen, en heeft in eigen Persoon een volkomen verzoening gedaan voor de schuld van al Zijn uitverkorenen. Daarin vindt ons hart zijn beste vertrouwen. Hebben u en ik deel aan die verzoening? Of moet er over ons geklaagd worden: “Wie heeft onze prediking geloofd, en aan wien is de arm des HEEREN geopenbaard?” Kon u, terwijl ik zojuist las, door het geloof zeggen: waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen en onze smarten heeft Hij gedragen? Hebt u een toe-eigenend geloof, dat het lijden van Christus tot het zijne maakt? Ziet u nu, nederig maar toch vol vertrouwen, op Jezus Christus, de grote Lastdrager aan dat kruis, en weet u dat uw schuld daar lag? Is dat zo, verheug u dan en wandel uw roeping waardig.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Verdiepende artikelen

Het feit van het lijden

Het Kruis

Ongeveer op het negende uur riep Jezus met een luide stem: Eli, Eli, lama sabachtani? Dat betekent: Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten? Mattheüs 27:46 Deze godverlatenheid…

Ket Koningkrijk van God

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Hij zal nageslacht zien, Hij zal de dagen verlengen; het welbehagen van de HEERE zal door Zijn hand voorspoedig zijn. Jesaja 53:10 Als je bidt om het koninkrijk…

Zijn wonden hebben onze zonden weggenomen

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen. Jesaja 53: Pilatus leverde onze Heere over aan de lictoren¹ om Hem te laten geselen. Maar die Romeinse gesel…

Geen gewoon graf

Het Kruis

Kom, zie de plaats waar de Heere gelegen heeft. Matt. 28:6b Het graf van Jezus is geen gewoon graf. Het is geen uitgegraven gat voor een zwerver, waarin…

Jes. 53:5‭ - Christopathy

Preekaantekeningen

Door zijn striemen is ons genezing geworden. Jesaja 53:5 Welk een hoofdstuk! Een Bijbel in miniatuur. Het Evangelie in zijn kern en wezen. Als ons onderwerp ons het…

Gods liefde tot zondaren

Aan De Voeten Van De Meester

‘Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de buit met de machtigen delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in de dood, en…

De straf is betaald

Korte Overdenkingen Overdenkingen met Spurgeon

De zonde van de gelovige werd gelegd op de Heere Jezus Christus, "want de Heere heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen (Jesaja 53:6)." En vanaf die…

De Heere Jezus en Zijn kinderen

Dagelijkse Hulp

Als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zal Hij nageslacht zien. Jesaja 53:10 Onze Heere Jezus is niet tevergeefs gestorven. Zijn dood was een offerdood; Hij…

Buiten Hem geen zaligheid

Nabij De Zon

Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is…

Een hoopvol teken

Aan De Voeten Van De Meester

Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de machtigen als een roof delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in den dood, en…

Door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" Door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen. Jesaja 53 vers 5 Pilatus leverde onze Heere over aan de beulen,…

Hij is onder de overtreders geteld

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" Hij is onder de overtreders geteld. Jesaja 53 vers 12 Waarom legde de Heere Jezus het Zichzelf op om onder de…

Zachtmoedig en stil tot het einde

Met Spurgeon Het Jaar Door

Als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open. Jesaja 53:7 Misschien heeft iemand gedacht dat Hij had moeten…

Alzo deed Hij Zijn mond niet open

Met Spurgeon Het Jaar Door

Als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open. Jesaja 53:7 Ik wil voor u het raam zo ver…

Als een schaap

Met Spurgeon Het Jaar Door

Als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open. Jesaja 53:7 Voor de manier waarop onze Heere Jezus de…

Werk voor God

Aan De Voeten Van De Meester

Wat nuttigheid is het, mijn broeders, indien iemand zegt, dat hij het geloof heeft, en hij heeft de werken niet? JACOBUS 2:14 Weinigen van ons kunnen pijn verdragen;…

Het‭‭ ‭welbehagen des Heeren zal door Zijn hand gelukkig‭‭ voortgaan

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" Hij zal zaad zien, hij zal de dagen verlengen, en het‭‭ ‭welbehagen des Heeren zal door Zijn hand gelukkig‭‭ voortgaan. Jesaja 53:10‭‭‭ Bidt…

Christus' relatie met zondaren de bron van Zijn glorie

Preken

Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de buit met de machtigen delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in de dood, en…

Het schaap voor het aangezicht van zijn scheerders

Preken

Als een schaap, dat stom is voor het aangezicht van zijn scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open. Jesaja 53:7 Onze Heere Jezus stelde zich zo in…

Christus en Zijn kinderen

Bank Des Geloofs

Als zijn ziel zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien. Jes. 53:10 Onze Heere Jezus is niet tevergeefs gestorven. Zijn dood was een offer:…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content