Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
WaakH5782 op, waakH5782 op, trekH3847 uw sterkteH5797 aan, o SionH6726! trekH3847 uw sierlijkeH8597 klederenH899 aan, o JeruzalemH3389, gij heiligeH6944 stadH5892? wantH3588 in u zal voortaanH3254 geenH3808 onbesnedeneH6189 noch onreineH2931 meerH5750 komenH935.
Waak op, waak op, trek uw sterkte aan, o Sion! trek uw sierlijke klederen aan, o Jeruzalem, gij heilige stad? want in u zal voortaan geen onbesnedene noch onreine meer komen.
KJV
Awake,1
awake;2
put on3
thy strength,4
O Zion;5
put on6
thy beautiful8
garments,7
O Jerusalem,9
the holy11
city:10
for henceforth there shall no more14
come15
into thee the uncircumcised18
and the unclean.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Schud u uit het stofH6083, maakH6965 u op, zitH3427 neder, o JeruzalemH3389! maak u losH6605 van de bandenH4147 van uw halsH6677, gij gevangeneH7628 dochterH1323 van SionH6726!
Schud u uit het stof, maak u op, zit neder, o Jeruzalem! maak u los van de banden van uw hals, gij gevangene dochter van Sion!
Ook in dit vers
SchuduitH5287
KJV
Shake1
thyself from the dust;2
arise,3
and sit down,4
O Jerusalem:5
loose6
thyself from the bands7
of thy neck,8
O captive9
daughter10
of Zion.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
WantH3588 zoH3541 zegtH559 de HEEREH3068; Gijlieden zijt om niet verkochtH4376, gij zult ook zonder geldH3701 gelostH1350 worden.
Want zo zegt de HEERE; Gijlieden zijt om niet verkocht, gij zult ook zonder geld gelost worden.
KJV
For thus saith3
the LORD,4
Ye have sold6
yourselves for nought;5
and ye shall be redeemed9
without money.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
WantH3588 zoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: In vorigeH7223 tijden trokH3381 Mijn volkH5971 af in EgypteH4714, om als vreemdeling aldaarH8033 te verkeren; en AssurH804 heeft hetzelve om niet onderdruktH6231.
Want zo zegt de Heere HEERE: In vorige tijden trok Mijn volk af in Egypte, om als vreemdeling aldaar te verkeren; en Assur heeft hetzelve om niet onderdrukt.
Ook in dit vers
vreemdeling verkerenH1481
KJV
For thus saith3
the Lord4
GOD,5
My people8
went down7
aforetime9
into Egypt6
to sojourn10
there; and the Assyrian12
oppressed14
them without cause.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
En nuH6258, watH4100 heb Ik hier te doen? spreektH5002 de HEEREH3068, dewijlH3588 Mijn volkH5971 om niet weggenomenH3947 is, en degenen die over hetzelve heersenH4910, het doen huilenH3213, spreektH5002 de HEEREH3068, en Mijn NaamH8034 geduriglijkH8548 den gansenH3605 dagH3117 gelasterdH5006 wordt;
En nu, wat heb Ik hier te doen? spreekt de HEERE, dewijl Mijn volk om niet weggenomen is, en degenen die over hetzelve heersen, het doen huilen, spreekt de HEERE, en Mijn Naam geduriglijk den gansen dag gelasterd wordt;
KJV
Now therefore, what have I here, saith5
the LORD,6
that my people9
is taken away8
for nought?10
they that rule11
over them make them to howl,12
saith13
the LORD;14
and my name18
continually15
every day17
is blasphemed.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Daarom zal Mijn volkH5971, daarom zal het Mijn NaamH8034 in dien dagH3117 kennenH3045, dat IkH589 het Zelf ben, DieH1931 spreektH1696: ZieH2005, hier ben Ik.
Daarom zal Mijn volk, daarom zal het Mijn Naam in dien dag kennen, dat Ik het Zelf ben, Die spreekt: Zie, hier ben Ik.
KJV
Therefore my people3
shall know2
my name:4
therefore they shall know in that day6
that I am he that doth speak:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
HoeH4100 liefelijkH4998 zijn opH5921 de bergenH2022 de voetenH7272 desgenen, die het goedeH2896 boodschaptH1319, die den vredeH7965 doet horenH8085; desgenen, die goede boodschapH1319 brengt van het goede, die heilH3444 doet horenH8085; desgenen, die tot SionH6726 zegtH559: Uw GodH430 is KoningH4427.
Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die den vrede doet horen; desgenen, die goede boodschap brengt van het goede, die heil doet horen; desgenen, die tot Sion zegt: Uw God is Koning.
KJV
How beautiful2
upon the mountains4
are the feet5
of him that bringeth good tidings,6
that publisheth7
peace;8
that bringeth good tidings9
of good,10
that publisheth11
salvation;12
that saith13
unto Zion,14
Thy God16
reigneth!
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Er is een stemH6963 uwer wachtersH6822; zij verheffenH5375 de stemH6963, zij juichenH7442 te zamenH3162; wantH3588 zij zullen oogH5869 aan oogH5869 zienH7200, als de HEEREH3068 SionH6726 wederbrengenH7725 zal.
Er is een stem uwer wachters; zij verheffen de stem, zij juichen te zamen; want zij zullen oog aan oog zien, als de HEERE Sion wederbrengen zal.
KJV
Thy watchmen2
shall lift up3
the voice;1
with the voice4
together5
shall they sing:6
for they shall see10
eye8
to eye,9
when the LORD12
shall bring again11
Zion.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Maakt een geschalH6476, juichtH7442 te zamenH3162, gij woeste plaatsenH2723 van JeruzalemH3389! wantH3588 de HEEREH3068 heeft Zijn volkH5971 getroostH5162, Hij heeft JeruzalemH3389 verlostH1350.
Maakt een geschal, juicht te zamen, gij woeste plaatsen van Jeruzalem! want de HEERE heeft Zijn volk getroost, Hij heeft Jeruzalem verlost.
KJV
Break forth into joy,1
sing2
together,3
ye waste places4
of Jerusalem:5
for the LORD8
hath comforted7
his people,9
he hath redeemed10
Jerusalem.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
De HEEREH3068 heeft Zijn heiligenH6944 armH2220 ontblootH2834 voor de ogenH5869 allerH3605 heidenenH1471; en alH3605 de eindenH657 der aardeH776 zullen zienH7200 het heilH3444 onzes GodsH430.
De HEERE heeft Zijn heiligen arm ontbloot voor de ogen aller heidenen; en al de einden der aarde zullen zien het heil onzes Gods.
KJV
The LORD2
hath made bare1
his holy5
arm4
in the eyes6
of all the nations;8
and all the ends11
of the earth12
shall see9
the salvation14
of our God.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
VertrektH5493, vertrektH5493, gaat uit van daarH8033, raaktH5060 het onreineH2931 nietH408 aan; gaat uit het middenH8432 van hen, reinigtH1305 u, gij, die de vatenH3627 des HEERENH3068 draagtH5375!
Vertrekt, vertrekt, gaat uit van daar, raakt het onreine niet aan; gaat uit het midden van hen, reinigt u, gij, die de vaten des HEEREN draagt!
KJV
Depart1
ye, depart2
ye, go ye out3
from thence, touch7
no unclean5
thing; go ye out8
of the midst9
of her; be ye clean,10
that bear11
the vessels12
of the LORD.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Want gijlieden zult niet met haastH2649 uitgaanH3318, noch met der vluchtH4499 henengaanH3212; wantH3588 de HEEREH3068 zal voor ulieder aangezichtH6440 henentrekkenH1980, en de GodH430 van IsraelH3478 zal uw achtertochtH622 wezen.
Want gijlieden zult niet met haast uitgaan, noch met der vlucht henengaan; want de HEERE zal voor ulieder aangezicht henentrekken, en de God van Israel zal uw achtertocht wezen.
KJV
For ye shall not go out4
with haste,3
nor go7
by flight:5
for the LORD11
will go9
before10
you; and the God13
of Israel14
will be your rereward.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
ZietH2009, Mijn KnechtH5650 zal verstandelijkH7919 handelen; Hij zal verhoogdH7311 en verhevenH5375, ja, zeerH3966 hoogH1361 worden.
Ziet, Mijn Knecht zal verstandelijk handelen; Hij zal verhoogd en verheven, ja, zeer hoog worden.
KJV
Behold, my servant3
shall deal prudently,2
he shall be exalted4
and extolled,5
and be very7
high.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
Gelijk als velenH7227 zich overH5921 u ontzetH8074 hebben, alzoH3651 verdorvenH4893 was Zijn gelaatH4758, meer dan van iemandH376, en Zijn gedaanteH8389, meer dan van andere mensenkinderenH1121;
Gelijk als velen zich over u ontzet hebben, alzo verdorven was Zijn gelaat, meer dan van iemand, en Zijn gedaante, meer dan van andere mensenkinderen;
KJV
As many4
were astonied2
at thee; his visage8
was so marred6
more than any man,7
and his form9
more than the sons10
of men:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
AlzoH3651 zal Hij veleH7227 heidenenH1471 besprengenH5137, ja, de koningenH4428 zullen hun mondH6310 overH5921 Hem toehoudenH7092; wantH3588 denwelken het nietH3808 verkondigdH5608 was, die zullen het zienH7200, en welkenH834 het nietH3808 gehoordH8085 hebben, die zullen het verstaanH995.
Alzo zal Hij vele heidenen besprengen, ja, de koningen zullen hun mond over Hem toehouden; want denwelken het niet verkondigd was, die zullen het zien, en welken het niet gehoord hebben, die zullen het verstaan.
KJV
So shall he sprinkle2
many4
nations;3
the kings7
shall shut6
their mouths8
at him: for that which had not been told12
them shall they see;14
and that which they had not heard17
shall they consider.
trek uw sterkte
Dat is, grijp moed; heb courage; zie Jes. 51:17 .
Hertaald:
trek uw sterkte
Dat is: vat moed, houd goede moed; zie Jes. 51:17.
o Sion
Dat is, gij burgers en inwoners van het lichamelijke, en voornamelijk van het geestelijke Jeruzalem.
Hertaald:
o Sion
Dat is: u, burgers en inwoners van het aardse en vooral van het geestelijke Jeruzalem.
gij heilige stad?
Hebreeuws, gij stad der heiligheid.
Hertaald:
gij heilige stad?
Hebreeuws: u, stad van de heiligheid.
in u zal
Dat is, gij zult voortaan niet meer door de goddeloze en heidense tirannen, hetzij Babyloniërs of anderen overweldigd worden. Dit is voornamelijk van het hemelse Jeruzalem te verstaan, gelijk Openb. 21:27 .
Hertaald:
in u zal
Dat is: u zult voortaan niet meer door de goddeloze en heidense tirannen overweldigd worden, of dat nu Babyloniërs zijn of anderen. Dit moet vooral van het hemelse Jeruzalem verstaan worden, zoals in Openb. 21:27.
Schud
Dat is, wees verblijd en draag geen rouw meer.
Hertaald:
Schud
Dat is: wees verblijd en draag geen rouw meer.
maak u los
Dat is, dien God in heiligheid en gerechtigheid, nu gij verlost zijt uit de handen uwer vijanden. Zie boven Jes. 42:7 ; Luc. 1:74-75 .
Hertaald:
maak u los
Dat is: dien God in heiligheid en gerechtigheid, nu u verlost bent uit de handen van uw vijanden. Zie hierboven Jes. 42:7 en Luk. 1:74-75.
dochter
Dat is, gij volk van Zion, dat is van Jeruzalem.
Hertaald:
dochter
Dat is: u, volk van Sion, dat is: van Jeruzalem.
Gijlieden
De Heere wil zeggen: De Babyloniërs hebben mij daarvoor niets gegeven, dat Ik ulieden hun tot knechten voor altoos zou geven; daarom staat het mij nu ook vrij, als het mij belieft, ulieden uit hunne hand te verlossen, zonder rantsoengeld. Zie Ps. 44:13 , en vergelijk Jes. 45:13 .
Hertaald:
Gijlieden
De HEERE wil zeggen: de Babyloniërs hebben Mij er niets voor gegeven dat Ik u hun voor altijd tot knechten zou geven; daarom staat het Mij nu ook vrij u, wanneer het Mij behaagt, uit hun hand te verlossen zonder losgeld. Zie Ps. 44:13 en vergelijk Jes. 45:13.
gelost
Te weten uit de Babylonische dienstbaarheid, of knechtschap. Zie voorts vs.1.
Hertaald:
gelost
Namelijk: uit de Babylonische dienstbaarheid of slavernij. Zie verder vers 1.
in vorige tijden
Of, voortijds, eermaals, eertijds. Hebreeuws, in het eerst. De zin is: Indien Ik de Egyptenaars zwaarlijk gestraft heb omdat zij mijn volk grotelijks geplaagd hadden, hetwelk toch vrijwillig naar Egypte getrokken is, hoeveel zwaarder zal Ik de Assyriërs en de Babyloniërs straffen, die het uit het land Kanaän, hetwelk Ik hun in eigendom gegeven heb, weggevoerd en zo wredelijk behandeld hebben?
Hertaald:
in vorige tijden
Of: voorheen, eertijds. Hebreeuws: in het eerst. De betekenis is: als Ik de Egyptenaren zwaar gestraft heb omdat zij Mijn volk zo geplaagd hadden — een volk dat toch vrijwillig naar Egypte getrokken was — hoeveel zwaarder zal Ik dan de Assyriërs en de Babyloniërs straffen, die het weggevoerd hebben uit het land Kanaän dat Ik hun in eigendom gegeven heb, en die het zo wreed behandeld hebben?
om niet onderdrukt
Of, zonder oorzaak.
Hertaald:
om niet onderdrukt
Of: zonder aanleiding.
wat heb Ik
Hebreeuws, wat mij hier? dat is, wat heb Ik hier te doen? Of, wat staat mij nu te doen? Alsof de Heere zeide: Ik wil niet langer hier vertoeven, maar wil terstond naar Babel trekken om mijn volk te verlossen, dewijl de Babyloniërs nu hunne maat vervuld hebben. Het is menselijkerwijze van God gesproken.
Hertaald:
wat heb Ik
Hebreeuws: wat heb Ik hier? Dat is: wat heb Ik hier te doen? Of: wat staat Mij nu te doen? Alsof de HEERE zei: Ik wil hier niet langer blijven, maar Ik wil meteen naar Babel trekken om Mijn volk te verlossen, want de Babyloniërs hebben nu hun maat volgemaakt. Het is op menselijke wijze van God gesproken.
weggenomen is,
Dat is, van de Babyloniërs gevankelijk weggevoerd is. Hier staat kortheidshalve een woord voor twee, genomen voor weggenomen en weggevoerd is.
Hertaald:
weggenomen is,
Dat is: door de Babyloniërs in gevangenschap weggevoerd is. Hier staat kortheidshalve één woord voor twee: genomen, voor weggenomen en weggevoerd.
degenen
Anders: [en] zijne regenten huilen. Alsof Hij zeide: De Babyloniërs verschonen zelfs de regenten niet, veel weiniger verschonen zij het gemene volk.
Hertaald:
degenen
Anders: en zijn bestuurders huilen. Alsof Hij zei: de Babyloniërs ontzien zelfs de bestuurders niet, laat staan dat zij het gewone volk ontzien.
het doen huilen,
Vermits zij het zo zwaar en ongenadig plagen.
Hertaald:
het doen huilen,
Omdat zij hen zo zwaar en onbarmhartig plagen.
Mijn Naam
Alsof Ik mijn volk niet tegen hun geweld had kunnen beschermen, en nu nog niet machtig ware het uit hunne handen te verlossen.
Hertaald:
Mijn Naam
Alsof Ik Mijn volk niet tegen hun geweld had kunnen beschermen en nu nog niet bij machte zou zijn het uit hun handen te verlossen.
Mijn Naam
Dat is, mij; zie Ps. 9:11 .
Hertaald:
Mijn Naam
Dat is: Mij; zie Ps. 9:11.
in dien dag
Te weten als Ik het uit de Babylonische gevangenschap verlossen zal, lichamelijk; maar het is ook voornamelijk te verstaan van de geestelijke verlossing uit het geweld des duivels.
Hertaald:
in dien dag
Namelijk: wanneer Ik het lichamelijk uit de Babylonische gevangenschap zal verlossen; maar het moet vooral ook verstaan worden van de geestelijke verlossing uit de macht van de duivel.
dat Ik het Zelf ben,
Dat is, dat mijne belofte van hunne verlossing waar is.
Hertaald:
dat Ik het Zelf ben,
Dat is: dat Mijn belofte over hun verlossing waar is.
Hoe liefelijk
Hebreeuws, hoe schoon; woorden van verwondering, met blijdschap, ziende niet zozeer op de verkondiging van de verlossing uit de Babylonische gevangenschap, als wel op de predikatie der apostelen en andere leraars van het Nieuwe Testament, die den Joden en heidenen zouden verkondigen de geestelijke verlossing uit het geweld des duivels.
Hertaald:
Hoe liefelijk
Hebreeuws: hoe schoon. Het zijn woorden van verwondering en blijdschap, die niet zozeer zien op de aankondiging van de verlossing uit de Babylonische gevangenschap als wel op de prediking van de apostelen en andere leraars van het Nieuwe Testament, die aan Joden en heidenen de geestelijke verlossing uit de macht van de duivel zouden verkondigen.
op de bergen
Versta, de bergen van het bergachtige Joodse land; en daaronder de kerk van God zo binnen als buiten Jeruzalem en Judea.
Hertaald:
op de bergen
Versta: de bergen van het bergachtige Joodse land, en daaronder de kerk van God, zowel binnen als buiten Jeruzalem en Judea.
die het goede
Dat is, die een blijde boodschap brengen, namelijk vooreerst de verlossing uit de Babylonische gevangenschap, en daarna de geestelijke verlossing door Jezus Christus; vergelijk Rom. 10:15 .
Hertaald:
die het goede
Dat is: die een blijde boodschap brengen, namelijk eerst de verlossing uit de Babylonische gevangenschap en daarna de geestelijke verlossing door Jezus Christus; vergelijk Rom. 10:15.
die den vrede
In vs.7 verhaalt de profeet meermalen een en hetzelfde met verscheidene manieren van spreken, als niet woorden genoeg kunnende bedenken of vinden om die overgrote weldaad van God, ons in Christus bewezen, uit te drukken.
Hertaald:
die den vrede
In vers 7 zegt de profeet meermalen hetzelfde met verschillende manieren van spreken, alsof hij niet genoeg woorden kan bedenken of vinden om die overgrote weldaad van God, ons in Christus bewezen, uit te drukken.
doet horen;
Dat is, verkondigt
Hertaald:
doet horen;
Dat is: verkondigt.
tot Sion zegt
Dat is, tot de gemeente van God.
Hertaald:
tot Sion zegt
Dat is: tot de gemeente van God.
Uw God is Koning
Te weten Christus Jezus, die onze eeuwige Koning is en zijne kerk met zijn Woord en Geest regeert, zie de aantekening Ps. 93:1 ; anders: uw God regeert als Koning.
Hertaald:
Uw God is Koning
Namelijk: Christus Jezus, Die onze eeuwige Koning is en Zijn kerk met Zijn Woord en Geest regeert; zie de aantekening bij Ps. 93:1. Anders: uw God regeert als Koning.
uwer wachters;
Dat is, van uwe profeten en apostelen enz.
Hertaald:
uwer wachters;
Dat is: van uw profeten en apostelen, enzovoort.
oog aan oog
Dat is, bescheidenlijk, klaarlijk; vergelijk Num. 14:14 , of, oog bij oog; dat is, alle ogen.
Hertaald:
oog aan oog
Dat is: helder en duidelijk; vergelijk Num. 14:14. Of: oog bij oog — dat is: alle ogen.
zien,
Te weten met lust.
Hertaald:
zien,
Namelijk: met vreugde.
wederbrengen zal
Uit de Babylonische gevangenschap; alsook uit het geweld des duivels en der zonde. Anders: bekeren zal.
Hertaald:
wederbrengen zal
Uit de Babylonische gevangenschap, en ook uit de macht van de duivel en de zonde. Anders: bekeren zal.
gij woeste plaatsen
Versta hier, die plaatsen, die omtrent Jeruzalem en elders in het Joodse land nu een tijdlang hadden woest gelegen; zijnde van hunne vijanden verwoest geweest, en daaronder den woesten stand der kerk, als Christus haar vergaderde.
Hertaald:
gij woeste plaatsen
Versta hier de plaatsen rondom Jeruzalem en elders in het Joodse land die nu een tijdlang woest gelegen hadden omdat zij door hun vijanden verwoest waren; en daaronder de woeste staat van de kerk toen Christus haar vergaderde.
Zijn heiligen arm
Hebreeuws, den arm zijner heiligheid; dat is, zijn goddelijke almachtigheid, die Hij in het verlossen van zijn volk bewezen heeft; vergelijk hiermede Luc. 1:51 .
Hertaald:
Zijn heiligen arm
Hebreeuws: de arm van Zijn heiligheid — dat is: Zijn goddelijke almacht, die Hij bewezen heeft in het verlossen van Zijn volk; vergelijk hiermee Luk. 1:51.
ontbloot
Dat is, uitgestrekt om de Babyloniërs te slaan en zijn volk uit hunne hand te verlossen, en de Christelijke kerk van haar geestelijke vijanden.
Hertaald:
ontbloot
Dat is: uitgestrekt om de Babyloniërs te slaan en Zijn volk uit hun hand te verlossen, en om de christelijke kerk van haar geestelijke vijanden te verlossen.
al de einden
Dat is, al de mensen, wonende aan de uiterste einden der wereld. Dit is geschied toen Christus zijne apostelen heeft uitgezonden om het Evangelie te gaan prediken in de ganse wereld; Mat 28 .
Hertaald:
al de einden
Dat is: alle mensen die aan de uiterste einden van de wereld wonen. Dit is gebeurd toen Christus Zijn apostelen uitzond om het Evangelie in de hele wereld te prediken; Matth. 28.
het heil onzes Gods
Dat is, het heil, hetwelk onze God ons doen en bewijzen zal.
Hertaald:
het heil onzes Gods
Dat is: het heil dat onze God ons zal doen en bewijzen.
Vertrekt, vertrekt,
Eene vermaning tot Gods volk, om met ijver uit het lichamelijke en geestelijke Babel te vertrekken.
Hertaald:
Vertrekt, vertrekt,
Een vermaning aan Gods volk om met ijver uit het lichamelijke en het geestelijke Babel te vertrekken.
van daar,
Van Babel in Chaldea, gelijk Jes. 48:20 , ook uit het geestelijke Babel, namelijk uit het rijk van den duivel en van den Antichrist.
Hertaald:
van daar,
Uit Babel in Chaldeëa, zoals in Jes. 48:20, en ook uit het geestelijke Babel, namelijk uit het rijk van de duivel en van de antichrist.
raakt het onreine
Versta hierbij: Maar begeeft u tot alle heiligheid. Zie vs.1.
Hertaald:
raakt het onreine
Vul hierbij aan: maar begeeft u tot alle heiligheid. Zie vers 1.
gij,
Dat is, gij priesters en Levieten; en in het Nieuwe Testament, al gij gelovigen, als zijnde altemaal geestelijke priesters. Zie 1 Thess. 4:4 ; 2 Tim. 2:21 ; 1 Petr. 2:5 ; Openb. 1:6 .
Hertaald:
gij,
Dat is: u, priesters en Levieten; en in het Nieuwe Testament: u, alle gelovigen, want u bent allen geestelijke priesters. Zie 1 Thess. 4:4, 2 Tim. 2:21, 1 Petr. 2:5 en Openb. 1:6.
Want gijlieden
Eene beschrijving van den uittocht van Gods volk en de genade, die God hun daarin bewijzen zou.
Hertaald:
Want gijlieden
Een beschrijving van de uittocht van Gods volk en van de genade die God hun daarbij zou bewijzen.
met haast uitgaan,
Te weten gelijk uwe vaders doen moesten toen zij uit Egypte trokken, waar zij als uitgedreven werden; Ex. 12:33 . Versta hierbij: Maar gij zult met gemak en zonder vrees uittrekken, ja met vreugde. Zie de vervulling Ezra 1.
Hertaald:
met haast uitgaan,
Namelijk: zoals uw vaderen moesten doen toen zij uit Egypte trokken, waar zij als het ware uitgedreven werden; Ex. 12:33. Vul hierbij aan: maar u zult op uw gemak en zonder vrees uittrekken, ja met vreugde. Zie de vervulling in Ezra 1.
henengaan;
Te weten uit het lichamelijke en geestelijke Babel.
Hertaald:
henengaan;
Namelijk: uit het lichamelijke en het geestelijke Babel.
achtertocht
Of, achterhoede, of achterhoop zijn. Hebreeuws, zal ulieden verzamelen, of tezamen vergaderen; dat is, Hij zal u aan alle kanten beschutten en beschermen. Zie Num. 10:25 .
Hertaald:
achtertocht
Of: achterhoede zijn. Hebreeuws: zal u verzamelen of bijeenbrengen — dat is: Hij zal u aan alle kanten beschutten en beschermen. Zie Num. 10:25.
Ziet,
Hier beginnen sommigen Isa 53 .
Hertaald:
Ziet,
Hier laten sommigen Jes. 53 beginnen.
Mijn
Dit spreekt God de Vader.
Hertaald:
Mijn
Dit spreekt God de Vader.
Knecht
Te weten Christus, gelijk boven Jes. 42:1 .
Hertaald:
Knecht
Namelijk: Christus, zoals hierboven in Jes. 42:1.
verstandelijk
Of, gelukkiglijk, voorzichtiglijk, voorspoediglijk handelen; dat is, hij zal het ambt, hetwelk Ik hem opgelegd heb, wel en bekwamelijk verrichten.
Hertaald:
verstandelijk
Of: gelukkig, voorzichtig, voorspoedig handelen — dat is: Hij zal het ambt dat Ik Hem opgelegd heb goed en bekwaam vervullen.
Hij zal
Zie Fil. 2:9 .
Hertaald:
Hij zal
Zie Filipp. 2:9.
zich
Of, over U zijn verbaasd geweest, of verbaasd zijn geworden.
Hertaald:
zich
Of: zich over U verbaasd hebben, of verbaasd geworden zijn.
u ontzet hebben,
O Jezus Christus.
Hertaald:
u ontzet hebben,
O Jezus Christus.
alzo
Of, zo ijselijk zal zijn gelaat wezen; namelijk vanwege de kroning met de doornenkroon, de geseling en kruisiging, waarvan in Isa 53 wijdlopiger zal gesproken worden, zie Fil. 2:7 . Het zijn de woorden Gods, sprekende in den derden persoon, met welke Hij reden geeft waarom zich velen over Christus zouden ontzetten. Sommigen houden het voor ingevoegde woorden van den profeet.
Hertaald:
alzo
Of: zo afschuwelijk zal Zijn gelaat zijn, namelijk vanwege de kroning met de doornenkroon, de geseling en de kruisiging, waarover in Jes. 53 uitvoeriger gesproken zal worden; zie Filipp. 2:7. Het zijn de woorden van God, Die in de derde persoon spreekt en Die hiermee aangeeft waarom velen zich over Christus zouden ontzetten. Sommigen houden het voor ingevoegde woorden van de profeet.
Zijn gelaat,
Of, zijn aangezicht; te weten van mijn knecht, Jezus Christus.
Hertaald:
Zijn gelaat,
Of: Zijn aangezicht, namelijk van Mijn Knecht, Jezus Christus.
Hij
Te weten Christus.
Hertaald:
Hij
Namelijk: Christus.
besprengen,
Te weten met zijn vergoten bloed en uitzending der gaven van zijn Geest bij de predikatie van het heilig Evangelie en het gebruik der heilige sacramenten.
Hertaald:
besprengen,
Namelijk: met Zijn vergoten bloed en met de uitzending van de gaven van Zijn Geest bij de prediking van het heilig Evangelie en het gebruik van de heilige sacramenten.
over Hem toehouden;
Of, voor Hem, of om Hem; dat is zijnenthalve; te weten als Hij door de predikatie van het heilig Evangelie in hunne tegenwoordigheid en in hunne koninkrijken zal verkondigd worden, en als zij zullen verstaan dat Hij een Koning van den gansen aardbodem is.
Hertaald:
over Hem toehouden;
Of: voor Hem, of om Hem — dat is: omwille van Hem, namelijk wanneer Hij door de prediking van het heilig Evangelie in hun tegenwoordigheid en in hun koninkrijken verkondigd zal worden, en wanneer zij zullen begrijpen dat Hij Koning van de hele aardbodem is.
denwelken
Dat is, de heidenen, wien de geheimenis van het heilig Evangelie tevoren was verborgen geweest. Zie Rom. 15:21 .
Hertaald:
denwelken
Dat is: de heidenen, voor wie het geheim van het heilig Evangelie tevoren verborgen geweest was. Zie Rom. 15:21.
het niet verkondigd was,
Of, daarvan; gelijk de apostel Paulus het verklaart, Rom. 15:21 .
Hertaald:
het niet verkondigd was,
Of: daarvan, zoals de apostel Paulus het verklaart in Rom. 15:21. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die den vrede doet horen" (Jes. 52:7). Wat hij zegt staat er woordelijk bij: "Uw God is Koning." De wachters op de muren zien hem aankomen en heffen samen de stem op, "want zij zullen oog aan oog zien, als de HEERE Sion wederbrengen zal" (Jes. 52:8). Dan wordt de reikwijdte genoemd: "De HEERE heeft Zijn heiligen arm ontbloot voor de ogen aller heidenen; en al de einden der aarde zullen zien het heil onzes Gods" (Jes. 52:10). En daarop volgt de opdracht om weg te trekken: "Vertrekt, vertrekt, gaat uit van daar, raakt het onreine niet aan" (Jes. 52:11). Er staat bij dat het geen vlucht wordt: de HEERE gaat voorop en Hij sluit ook de achterhoede (Jes. 52:12). Bijbelse betekenis: Merk op waar de vreugde over gaat. Niet over de bode zelf maar over zijn bericht, en toch worden juist zijn voeten liefelijk genoemd — stoffige voeten van iemand die hard gelopen heeft. Wie goed nieuws brengt, deelt in de vreugde van het nieuws. Let vervolgens op de inhoud van de boodschap. Er staat niet: de vijand is weg, maar: uw God is Koning. De verlossing wordt aangekondigd door te zeggen Wie er regeert. Let ten slotte op Jes. 52:12. De uittocht uit Egypte was haastig, met de schoenen aan; deze uittocht niet. Wie voor- en achterhoede in Gods handen weet, hoeft niet te rennen. Typologie: Paulus haalt dit vers aan over de prediking van het Evangelie: "Hoe liefelijk zijn de voeten dergenen, die vrede verkondigen, dergenen, die het goede verkondigen!" (Rom. 10:15). En de opdracht van Jes. 52:11 neemt hij op in zijn brief aan Korinthe: "gaat uit het midden van hen, en scheidt u af" (2 Kor. 6:17). Jes. 52:7-12; Rom. 10:15; 2 Kor. 6:17 Het lied begint met de uitkomst: "Ziet, Mijn Knecht zal verstandelijk handelen; Hij zal verhoogd en verheven, ja, zeer hoog worden" (Jes. 52:13). Dan volgt onmiddellijk het tegendeel: velen ontzetten zich over Hem, "alzo verdorven was Zijn gelaat, meer dan van iemand, en Zijn gedaante, meer dan van andere mensenkinderen" (Jes. 52:14). En het derde vers noemt het gevolg voor de volken: "Alzo zal Hij vele heidenen besprengen, ja, de koningen zullen hun mond over Hem toehouden; want denwelken het niet verkondigd was, die zullen het zien" (Jes. 52:15). Bijbelse betekenis: Merk eerst op waar het lied begint. Niet bij het lijden maar bij de verhoging; de uitkomst staat vooraan, en pas daarna wordt de weg beschreven. Wie zo leest, weet bij elk vers van Jes. 53 waar het op uitloopt. Let vervolgens op de volgorde van Jes. 52:13-14. Dezelfde Knecht is zeer hoog en volkomen misvormd; het lied zet die twee naast elkaar zonder ze te verzachten. Let ten slotte op het woord besprengen (Jes. 52:15). In de wet is besprengen het werk van de priester met bloed of water, en dan gaat het om reiniging. De vertalingen lopen hier uiteen, en het register kiest daarin geen partij; het houdt de lezing van de Statenvertaling aan en zegt er niet meer bij dan dat de volken erin betrokken worden. Typologie: Paulus gebruikt de laatste woorden van Jes. 52:15 om te verklaren waarom hij juist daar predikte waar Christus nog niet genoemd was: "Denwelken van Hem niet was geboodschapt, die zullen het zien" (Rom. 15:21). Jes. 52:13-15; Rom. 15:21 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas De verlossing en de losser niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe uitwerking Jeruzalem ligt in het stof en draagt de banden van haar hals. Jesaja roept haar op zich op te richten en haar sierlijke klederen aan te doen. En dan verplaatst hij de blik naar de heuvels rondom de stad, waar iemand aan komt lopen. Het beeld is dat van een hardloper die van het slagveld komt met bericht, en het bericht is: uw God is Koning. In de oudheid wachtte een belegerde stad op één man: de loper die kwam vertellen hoe het afgelopen was. Men zag hem eerst als een stip op de heuvel, en men wist niets voordat hij binnen was. Daar gaat dit vers over: “Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die den vrede doet horen.” Let erop dat niet zijn stem geprezen wordt maar zijn voeten. Dat is geen mooie zinswending. De voeten ziet men het eerst, van verre, bewegend over de kam van de heuvel. En aan de manier waarop iemand loopt, ziet men al of hij goed nieuws bij zich heeft. Wat hij te zeggen heeft, staat er in vier woorden: uw God is Koning. Niet: de vijand is verslagen, en ook niet: het valt mee. De boodschap gaat over Wie er regeert. Paulus haalt dat vers aan in Romeinen 10, in een redenering die stap voor stap terugloopt. Hoe zullen zij aanroepen in Wien zij niet geloofd hebben? Hoe geloven van Wien zij niet gehoord hebben? Hoe horen zonder die hun predikt? En hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden worden? En dan komt de aanhaling: hoe liefelijk zijn de voeten dergenen die vrede verkondigen. De loper van Jesaja is bij hem de prediker geworden, en de belegerde stad is ieder die het nog niet gehoord heeft. Halverwege het hoofdstuk begint iets nieuws, en het loopt door tot het einde van hoofdstuk 53. Dit is het laatste van de liederen over de Knecht des HEEREN, en het bestaat uit vijf strofen van drie verzen. Als dit lied het enige was wat wij van het Evangelie wisten, zouden wij het Evangelie goed kennen. Voor Filippus was het genoeg: hij begon bij die Schrift en predikte de kamerling Jezus. Het begin ervan staat hier, in vers 13, en het is opmerkelijk dat het lied over de lijdende Knecht opent met verhoging: “Ziet, Mijn Knecht zal verstandelijk handelen; Hij zal verhoogd en verheven, ja, zeer hoog worden.” Drie woorden voor omhoog, achter elkaar. En dan slaat het onmiddellijk om naar het tegendeel: zo verdorven was Zijn gelaat, meer dan van iemand, en Zijn gedaante meer dan van andere mensenkinderen. Wie Hem zag, keek weg. Het slot van het hoofdstuk kijkt weer vooruit, en het reikt verder dan Israël: alzo zal Hij vele heidenen besprengen, en de koningen zullen hun mond over Hem toehouden; want wie het niet verkondigd was, die zullen het zien. Daar staat de loper van vers 7 opnieuw, maar dan onderweg naar de einden der aarde. In het Nieuwe Testament: Romeinen 10:14-15; Handelingen 8:32-35; Romeinen 15:20-21; Filippenzen 2:9; Efeze 6:15
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt. © Teun van der Plas De HEERE heeft Zijn heilige arm ontbloot voor de ogen van alle heidenen; en al de einden der aarde zullen zien het heil van onze God Jesaja 52:10… Want gij zult niet met haast uitgaan, noch met der vlucht henengaan; want de HEERE zal voor uw aangezicht henentrekken, en de God van Israël zal uw achtertocht… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Jesaja 52
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Christus in dit hoofdstuk
Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten — 52:7-15
Wat betekenen de niveaus?
Verdiepende artikelen
Wat is opwekking?
Omgeven door Zijn macht


Jesaja 52
Jesaja 52:2.KruisverwijzingenJeremia 51:45→Jesaja 51:14→Jesaja 61:1→Jesaja 29:4→Jeremia 51:50→Lukas 21:24→Zacharia 2:6→Jesaja 3:26→
— Schud u uit het stof, maak u op, zit neder, o Jeruzalem! maak u los van de banden van uw hals, gij gevangene dochter van Sion!
“Schud u uit het stof, maak u op, zit neder, o Jeruzalem! maak u los van de banden van uw hals, gij gevangene dochter van Sion!” In de tijd van hun moeite waren deze woorden voor het Hebreeuwse volk vol raad en helder van hoop. Maar zoals dit vers hier staat, geeft het ook een puntige, praktische toespraak van blijvende waarde, die zich niet tot één bepaalde uitleg laat beperken.
Zo’n opdracht paste uitstekend bij het oude Israël, en zij past even goed bij elke gemeente die er laag voor staat. En zij past evengoed bij elke christen die in een lage toestand gevallen is, die in het stof kruipt of tussen de as van Sodom zit. Hem wordt gezegd dat hij van de grond moet opstaan en op een troon moet gaan zitten, want Christus heeft hem tot een koning en een priester gemaakt. Hem wordt aangezegd alle koorden die hem binden los te maken, opdat hij vrij en gelukkig zou zijn in de HEERE.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
IV. Vs. 1-12.KruisverwijzingenOpenbaring 21:27→Romeinen 2:24→Jesaja 40:9→Romeinen 10:12→Nahum 1:15→Jesaja 51:17→Psalmen 44:12→Jesaja 45:13→
— Waak op, waak op, trek uw sterkte aan, o Sion! trek uw sierlijke klederen aan, o Jeruzalem, gij heilige stad? want in u zal voortaan geen onbesnedene noch onreine meer komen. Schud u uit het stof, maak u op, zit neder, o Jeruzalem! maak u los van de banden van uw hals, gij gevangene dochter van Sion! Want zo zegt de HEERE; Gijlieden zijt om niet verkocht, gij zult ook zonder geld gelost worden. Want zo zegt de Heere HEERE: In vorige tijden trok Mijn volk af in Egypte, om als vreemdeling aldaar te verkeren; en Assur heeft hetzelve om niet onderdrukt. En nu, wat heb Ik hier te doen? spreekt de HEERE, dewijl Mijn volk om niet weggenomen is, en degenen die over hetzelve heersen, het doen huilen, spreekt de HEERE, en Mijn Naam geduriglijk den gansen dag gelasterd wordt; Daarom zal Mijn volk, daarom zal het Mijn Naam in dien dag kennen, dat Ik het Zelf ben, Die spreekt: Zie, hier ben Ik. Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die den vrede doet horen; desgenen, die goede boodschap brengt van het goede, die heil doet horen; desgenen, die tot Sion zegt: Uw God is Koning. Er is een stem uwer wachters; zij verheffen de stem, zij juichen te zamen; want zij zullen oog aan oog zien, als de HEERE Sion wederbrengen zal. Maakt een geschal, juicht te zamen, gij woeste plaatsen van Jeruzalem! want de HEERE heeft Zijn volk getroost, Hij heeft Jeruzalem verlost. De HEERE heeft Zijn heiligen arm ontbloot voor de ogen aller heidenen; en al de einden der aarde zullen zien het heil onzes Gods.
Terwijl deze vierde rede in de nauwste samenhang met de vorige staat, neemt zij haar uitgangspunt van het einde aller dingen, waar nu het gehele raadsbesluit van God omtrent Israël en Jeruzalem tot volvoering komt, Zij, ziet echter van daar spoedig terug in den tijd der verlossing door Jezus Christus, en nog verder terug in den tijd der verlossing uit de Babylonische ballingschap. In bijzonderheden te scheiden, wat tot het begin of het midden of het einde van de gehele grote tijdruimte van den terugtocht uit Babel tot den intocht in het nieuwe Jeruzalem behoort, ware onmogelijk, want het profetische zien richt zich naar andere wetten dan het logische denken. Wij moeten ook niet bij het beschouwen van zulke verhevene profetieën willen verbrokkelen en afbreken, maar ons laten verheffen op dezelfde hoogte, waarop de Profeten stonden, en de ogen voor dezelfden wijden gezichtskring opendoen, dien zij omvatten.
Waak op, waak op uit uwen slaap (Hoofdstuk 51:17), trek uwe sterkte aan, die zo langen tijd verbroken en geheel verdwenen scheen te zijn, maar, door den Heere in u gelegd, niet voor altijd kan vernietigd worden, die eens weer in de gehele volheid moet te voorschijn treden, o Zion! trek uwe sierlijke klederen aan, de prachtgewaden met de kostbare sieraden, o Jeruzalem, gij heilige stad; zulk een tooisel toch past bij uw priesterlijk koninklijk karakter! Nu hebt gij waarlijk uwe bestemming bereikt, en zult in waarheid zijn, wat gij zijt volgens uwen naam, namelijk de heilige stad; want in u zal voortaan geen onbesnedene noch onreine, van welke de eerste nog ongewijd, de ander weer ontwijd is, meer komen 1) om door zijne onreinheid uwe heiligheid te bezoedelen.
Jeruzalem lag daar als bedwelmd door Gods toorn ter neer, hare kinderen waren in zwijm gevallen, van wege de ellende, die over haar gekomen was. Maar nu komt het woord des Heren tot haar, om te ontwaken, om sterkte aan te trekken, om hare sierlijke, hare prachtgewaden, dat is hare priesterlijke klederen aan te trekken, opdat zij zich weer als een heilige stad openbare. De tijd is voorbij dat Jeruzalem vertreden zou worden door de heidenen, dat op Zion de onbesnedene zou vertoeven, geen onreine zou meer in haar komen.
Schud u uit het stof, waarin gij tot hiertoe gelegen hebt en schudt alle sporen zelfs van u af, maak u op van den aardbodem, waarop gij in den staat uwer vernedering moest zitten, zit neer op den koninklijken troon, die u toekomt; o Jeruzalem! maak u los van de banden van uwen hals, gij gevangene dochter van Zion, die nu voor altijd vrij zult zijn!
Want, zo zegt de HEERE; Gijlieden zijt door Mij, toen Ik u in de macht uwer vijanden overgaf, om niet verkocht, zonder dat Ik enigen koopprijs van hen nam, en daardoor Mijn recht op u zou hebben opgegeven; gij zult ook zonder geld gelost worden; 1) daar Ik u terug kan eisen, wanneer het Mij lust, is tot uwe verlossing slechts een enkel woord van Mijnen mond nodig (Hoofdstuk 45:13).
Hier toont de Heere, hoe billijk Hij haar aan hare overheersers wederom zou mogen ontnemen. Zij hadden op haar geen recht, zij was aan hare vijanden om niet verkocht, die hadden haar zo maar geëigend, zonder voor haar iets te geven, zij hadden op haar derhalve geen recht van eigendom. De Heere mocht ze uit dien hoofde, ook zonder geld, zonder hare vijanden daarvoor iets te geven, weer lossen, en maar wegnemen en ontboeien.
Want zo zegt de Heere HEERE, dit om niet verkocht uit Israël’s geschiedenis bewijzende: In vorige tijden trok Mijn volk, toen het nog slechts uit 70 zielen bestond (Gen. 46:27), af in Egypte, om als vreemdeling aldaar te verkeren, door Egyptes koning daartoe uitgenodigd (Gen. 45:16 vv.); de latere slavernij was een plegen van geweld door den nieuwen koning, die van Jozef niets wist, en naar den Heere niet vraagde (Exod. 1:8 vv, 5:1); en Assur, door wie later het volk der tien stammen in de Assyrische ballingschap is gevoerd (2 Kon. 17:5 vv.) heeft het om niet, zonder daartoe enig recht te hebben onderdrukt.
En nu, wat heb Ik, die bij Mijn volk tegenwoordig ben, ook wanneer Ik het in ene vreemde macht overgeef (Gen. 46:4), hier in de Babylonische ballingschap te doen? spreekt de HEERE. Wat zal Ik doen, daar de tirannieke willekeur en de overmoed der verdrukkers alle maat te boven gaat, dewijl Mijn volk om niet, zonder dat zij enig menselijk recht daartoe hadden, weggenomen is van den vaderlandsen grond, en degenen, die over hen heersen, de Chaldeeuwse verdrukkers (Hoofdstuk 16:6), het doen huilen 1) daar zij het als tirannen, naardat hun invalt, op ruwe wijze aanvallen (Ps. 137:3), spreekt de HEERE, en Mijn naam geduriglijk den gansen dag door hen a) gelasterd wordt, daar zij dien ten voorwerp hunner godslasterlijke spotredenen maken:
Ezechiël. 36:20, 23. Rom. 2:24.
Beter: en degenen, die over hen heersen, huilen, n. l. van woede en tegelijk van blijdschap, dat zij het volk kunnen verdrukken. De Heere wijst in vs. 4 en 5 op de verdrukking van het volk Gods in vroeger en later tijd. Eerst door Egypte, toen door Assur en nu in Babel, en altijd is dit verdrukken een om niet wegnemen, en zo schrikkelijk is die verdrukking, dat de heersenden schreeuwen van woede, maar ook daardoor den Naam des Heren lasteren. Daarom zal de Heere nederdalen en Zijn volk uitredden en verlossen.
Daarom, opdat aan dat lasteren een einde kome, zal Mijn volk, daarom zal het Mijnen naam in dien dag kennen als heilig en verheven (Ps. 111:9). Als de ure uwer verlossing komt, zult gij het ondervinden, dat Ik het zelf ben, Ik, de Getrouwe, die spreekt: Zie, hier ben Ik. 1)
Zij zullen weten, dat Gods Voorzienigheid de wereld en wat daarin gedaan wordt regeert en bestuurt; dat Hij het is, die door het Woord Zijner Almacht voor Zijn volk van verlossing spreekt, dat Hij het alleen is, die het eerst sprak, en het was er, die gebood en het stond er. Zij zullen weten, dat Gods Woord, met hetwelk Israël boven alle volken der aarde alleen begunstigd was, nimmer veilen, maar ter rechter tijd Zijne vervulling erlangen zal.
a) Hoe lieflijk, zo roep ik, de Profeet, mij plaatsende in ‘t midden van den kring der wachters op Jeruzalems wachttoren, en delende in hun vreugde bij het zien van de in ‘t noorden der stad gelegene hoogten, die na lang turen eindelijk zichtbaar werden, hoe lieflijk zijn op de bergen de voeten, die zich haasten, alsof zij gevleugeld waren, desgenen, die-en dat blijkt uit dien blijden tred-het goede boodschapt, die den vrede doet horen; desgenen, die in ieder opzicht een rechte bode des vredes is, die goede boodschap brengt van het goede, die heil doet horen, desgenen, die tot Zion zegt, wanneer hij met zijne tijding voor de muren der stad is gekomen: Uw God is Koning; Hij heeft, nadat lang Zijn Koninkrijk in de macht der heidenen scheen overgegaan te zijn (Hoofdstuk 63:19), door verlossing van Zijn volk uit deze macht en gehele vernietiging der vijanden, Zijne heerschappij op nieuwe wijze, zo heerlijk en alles omvattend als nooit te voren, aanvaard (Hoofdstuk 24:23).
Nah. 1:15. Het “de Heere is Koning” (Ps. 93:1; 96:10; 97:1. 99:1) vond het begin van Zijne bevestiging in den val van Babel en in de redding van Israël; naar zijn vollen inhoud is het echter Messiaans. In Christus is de Heere waarlijk Heerser geworden en zal in de toekomst nog heerlijker worden (Openbaring 11:17; 19:6). Het “de Heere is Koning” roepen Zijne dienaren nog altijd bij de woeste aanvallen der wereld tegen de kerk, waartegen de vijand niets vermag, dan dat ene nieuwe heerlijke openbaring van Zijne heerschappij wordt veroorzaakt. Het is het heilige veldgeschrei der kerk in ‘t aangezicht der wereld, waarbij men wel denken mag aan de woorden van Calvijn: “met den mond belijden allen, wat de Profeet hier leert, maar hoevelen plaatsen wel dit schild, gelijk betamelijk is, tegenover de vijandelijke macht der wereld, zodat zij niets vrezen, al is het ook nog zo vreselijk! . Het Evangelie der snellopende boden is het Evangelie van het nabijgekomen Godsrijk. De Apostolische toepassing van deze Jesajaanse plaats in Rom. 10:15 is daardoor gerechtvaardigd, dat de Profeet met het einde der ballingschap de laatste volkomen verlossing mede ziet.
Er is ene stem uwer wachters, o Jeruzalem, die van den hogen wachttoren de aankomst van de boden der vreugde verwachten, en u in uwe ellende daarmee troosten, dat er zulk een dag van goede boodschap zou komen; zij verheffen bij het zien van den bode, de stem, om de aankomst van den lang verlangde te vermelden, zij juichen te zamen over de boodschap, die zij hoorden, daar dadelijk na de aankomst ook de vervulling van hun tijding geschiedt; want zij zullen oog aan of, in oog zien, zo nabij, als de ene mens den anderen is, wanneer hij in diens oog ziet (Num. 14:14), zodat ene vergissing niet mogelijk is, als de HEERE Zion weder brengen zal, het herstelt, en Hij aan de spits van Zijn volk intrekt. Bij den “bode” in ‘t vorige vers, voor zo ver die op de eerste toekomst van Christus ten tijde van het Nieuwe Testament ziet, heeft men te denken aan de Evangelisten en Apostelen. Onder de “wachters” heeft men de profeten des Ouden Testament te verstaan, die van de toekomstige genade hebben geprofeteerd, en die onderzochten, op welken en hoedanigen tijd de Geest van Christus wees, die in hen was (1 Petrus 1:10). Zij hebben het begin der vervulling van hun profetie of het aanvangen van den Nieuw-Testamentische tijd enigermate beleefd in Johannes den Doper, in wie de profetie vóór Christus haar hoogste toppunt bereikte, dat zakelijk den gehelen inhoud samenvatte (MATTHEUS. 11:7. vv.). Deze had tot onderwerp van zijne prediking de boodschap: “het koninkrijk Gods is nabij gekomen (MATTHEUS. 3:2) en geeft in Joh. 3:29 vv. de vervulling zijner blijde verwachting zo ondubbelzinnig te kennen. In zo verre echter onze afdeling op den laatsten tijd of de tweede toekomst van Christus betrekking heeft, wordt de dienst der boden en der wachters tot één.
Laat nu Jeruzalems wachters luide roepen en met elkaar roemen. Maakt een geschal juicht te zamen, gij woeste plaatsen van Jeruzalem! gij puinhopen, waarin de stad ligt. Juicht, dewijl de tijd uwer verheffing is gekomen; want de HEERE heeft Zijn volk getroost door de vervulling der gegevene beloften, Hij heeft Jeruzalem verlost, opdat het weer heerlijk zou opstaan.
De HEERE heeft, nadat het zo langen tijd scheen, alsof Hij alles liet gaan, gelijk het wilde, en alsof Hij Zijnen raad niet kon volvoeren, Zijnen heiligen arm ontbloot voor de ogen aller Heidenen, a) en al de einden der aarde zullen nu zien het heil onzes Gods, 1) hoe Hij ons, Zijn volk, niet in nood en ellende laat blijven.
Ps. 98:2. Luk. 3:6.
Tweeledig is ook deze voorspelling. Allereerst geldt zij de verlossing van Gods oude Bondsvolk uit de slavernij van Babel. Maar ook geldt zij het geestelijk Israël. Gods arm wordt hier de heilige arm genoemd, want Hij is uitgestoken in heiligheid en gerechtigheid ter handhaving van Zijne heiligheid, of volvoering van Zijne beloften en toezeggingen. Daarom zonden, niet alleen wat de tijdelijke, maar ook wat de geestelijke verlossing betreft, de heiden-volken zich verheugen en zien het heil Gods.
Vertrekt dan, vertrekt uit de heidense omgeving, in wier midden gij u in ‘t land uwer ballingschap bevonden hebt. O ballingen te Babel! gaat uit van daar, nu gij uit de gevangenis zijt losgelaten (Hoofdstuk 48:20); a) raakt het onreine niet aan, dat u iets uit het heidendom zou aankleven 1); gaat uit het midden van hen, uit die onheilige en aan ‘t verderf overgegevene wereldstad, opdat gij niet mede door het over haar beschikte gericht verslonden wordt (Gen. 19:15 vv.); reinigt gij u vooral, gij, die de vaten des HEREN draagt, gij priesters (Joz. 3:6. (Ezra 1:7 vv.), door u niet alleen van alle onreinheid te bewaren, gelijk de anderen, maar ook door buitengewone maatregelen te nemen, ten einde gij in een met uw priesterlijk, heilig karakter overeenstemmenden toestand komt.
Openbaring 18:4.
Het was ene opvolging van dit gebod, toen bijv. de nieuwe kolonie onder Ezra (Ezra 8:21 vv.) het versmaadde den Koning om geleide en ruiters voor den tocht naar ‘t vaderland te verzoeken. De overwinning is echter natuurlijk vooral in geestelijken zin op te vatten (2 Kor. 5:17). Toen Cyrus den Joden verlof gaf om weer naar Palestina terug te keren, gaf hij ook de gouden en zilveren vaten van het Huis des Heren terug (Ezra 1:7-11). Daarin is ook dit woord der profetie vervuld, als de Heere de Priesters toeroept, om zich te reinigen. En waar de Heere zegt: raakt het onreine niet aan, daar zinspeelt Hij op het feit, dat toen Israël uit Egypte trok, zij ook de afgodische gebruiken met zich mede brachten (Ezechiël. 23:3), wat tot hun verderf was. De Heere waarschuwt hier om dit voorbeeld niet na te volgen.
Gij zult genoegzaam tijd hebben, om u zo voor den uittocht gereed te maken; want gijlieden zult niet, gelijk vroeger bij het uittrekken uit Egypte het geval was (Exod. 12:39. Deut. 16:3), met haast uitgaan, noch met der vlucht heengaan, als die voor de hen najagende vijanden zouden moeten vrezen; maar gij zult op uw gemak en rustig de reis kunnen aanvangen; want de HEERE zal voor ulieder aangezicht heentrekken, om van voren den tocht te dekken, en de God van Israël zal uw achtertocht wezen; Hij zal de uittrekkende menigte van achteren beschermen. De Heere zal voor u heen trekken en zal evenzeer door Zijne persoonlijke bescherming uwen aftocht dekken en bevestigen, zodat geen enkele verloren ga, noch uit de voor-, noch uit de achterhoede. Zo is het ganse volk Gods vergaderd, omgeven van de heerlijkheid des Heren. Dit is het raadsbesluit Gods, dat volbracht moet worden door den Knecht des Heren, die door verzoenend lijden en sterven voor Zijn volk het heil verwerft, waarvan nu vervolgens melding gemaakt wordt. Zij zouden bevinden, dat God Zijn werk wel voleinden zou, en derhalve behoefden zij zich niet te overhaasten, maar alleenlijk behoorlijken spoed te maken. Cyrus zal hun een eerlijk ontslag geven, zij zullen ordentelijk en met ere naar hun land wederkeren en niet heimelijk doorgaan, want de Heere zal hen met Zijn gunst omringen en met Zijn macht beschermen. CHRISTUS LIJDEN EN OPSTANDING.
V. Vs. 13KruisverwijzingenMattheüs 28:18→Jesaja 42:1→Filippenzen 2:7→Hebreeën 1:3→Zacharia 3:8→Jesaja 9:6→Jeremia 23:5→Jesaja 53:10→
— Ziet, Mijn Knecht zal verstandelijk handelen; Hij zal verhoogd en verheven, ja, zeer hoog worden.
-Hoofdstuk 53:12. Met de nu volgende vijfde rede van het tweede derde deel van ons troostboek hebben wij niet alleen het midden van dit derde deel, maar ook het toppunt van het troostboek zelf bereikt (zie Inl. op Hoofdstuk 49). “Golgotha en Scheb-limini of de hoge verhoging van den Knecht des Heren uit diepe vernedering, zo kan met recht de inhoud van onze rede in het kort worden opgegeven. Wie gevoel voor waarheid heeft kan niet anders dan met verwondering in het profetische beeld, dat hier voor onze ogen wordt ontrold, de geschiedenis van het lijden en van de heerlijkheid van Jezus zien, zo nauwkeurig komen alle trekken der profetie overeen met alle trekken van het lijden en de gevolgen daarvan. Geen mens zou uit zich zelven in staat zijn geweest, op grond van de voor ons liggende profetische afdeling ene geschiedenis te verzinnen en te vormen, zo als het Evangelie ons die van den gekruisigden Christus aanbiedt, ene geschiedenis, waarin alle door het profetenwoord voorgestelde bijzonderheden op zulk ene samenhangende, opmerkelijke en toch zo geheel natuurlijk zich ontwikkelende wijze tot verwezenlijking komen. Men moet, wanneer men zijn oog niet moedwillig voor de indrukken der waarheid sluit, openlijk bekennen, dat zulk ene geschiedenis alleen door Gods hand kan worden geweven. Zo geeft de profetie eveneens aan de vervulling getuigenis, dat die van God is, even als de vervulling den Goddelijken oorsprong der profetie bewijst. Deze had de bedoeling, dat het geloof in Israël niet alleen den Leeuw uit den stam van Juda (Gen. 49:9 vv.), maar voor alle dingen het Lam Gods zou verwachten, dat de zonde der wereld draagt (Joh. 1:29 vv.).
1) Ziet, zo zegt de Heere, terwijl Hij over Hem, die in Hoofdstuk 49:1 vv. en 50:4 vv. het woord voerde, nu weer spreekt, gelijk Hij dat reeds in Hoofdstuk 42:1 vv. 49:7 vv. 50:10 vv. gedaan heeft: Mijn Knecht, de toekomstige Messias, zal verstandelijk handelen, 2) Zich overeenkomstig Zijne roeping gedragen, zodat deze tot het doel leidt; Hij zal ten gevolge daarvan en ten loon daarvoor verhoogd worden in Zijne opstanding, en verheven in Zijne hemelvaart, ja zeer hoog worden door Zijn zitten aan de rechterhand Gods.
Hoofdstuk 52 had moeten eindigen met vs. 12 en Hoofdstuk 53 hier moeten beginnen, dewijl met dit vers van den lijdenden knecht des Heren wordt gesproken. Ook Calvijn wraakt de tegenwoordige verdeling en is eveneens van oordeel dat hier het 53ste Hoofdstuk had moeten begonnen worden.
Christus, de Zoon en tevens de Knecht van God. Ziet hoe Hij Zijn knechtschap letterlijk vervuld heeft in de voetwassing Zijner discipelen. Wij mensen zijn bevreesd vernederd te worden, omdat wij niet zeker zijn van onze grootheid, omdat onze grootheid niet innerlijk zelfstandig, maar uiterlijk van bijkomstige zaken afhankelijk is. Ons kapitaal heeft alleen waarde naar den prijs, die er op de beurs voor besteed wordt. Wij zijn groot als men ons groot acht; wij zijn ons zelven van gene hogere grootheid bewust. Onze uitwendige omstandigheden maken het voetstuk uit, waarop wij staan en waardoor wij boven anderen staan; van dat voetstuk afgetreden, staan wij met allen gelijk. Doch ware menselijke grootheid is niet afhankelijk van menselijk oordeel, hoeveel te minder de Goddelijke grootheid. Christus werd allerdiepst vernederd en bleef nochtans oneindig hoog staan. Hij zelf vernederde Zich op het allerdiepst, doch nooit was Hij groter dan toen Hij de voeten Zijner discipelen wies. Hij onderwierp Zich aan alle macht, en heeft juist daarom over alle macht getriomfeerd. Mijn Knecht zal verstandelijk handelen: Hij zal den vollen raad Gods verkondigen en volbrengen. Verstandelijk handelen heeft hier de betekenis van, zo met inzicht handelen, dat gebeurt wat men zich voorgenomen heeft, derhalve die van voorspoedig handelen. Het is hier God, de vader, die spreekt, die hier spreekt van het ambt des Middelaars, den knecht des Heren, op Wie de Geest des veelvoudigen verstands was rustende. En juist dewijl Hij verstandelijk, voorspoedig handelde, zou Hij verhoogd worden. Ja zeer verhoogd, niet alleen opstaan, niet alleen gezet worden aan Vaders Rechterhand, om uit te rusten van Zijn strijd, maar ook, en bovenal, om te richten in rechtmatige gerechtigheid. Hoe dat geschieden zou, wordt nu nader uiteengezet en tevens wordt vermeld welke vrucht dit alles zou hebben.
Gelijk als velen, bij het verkondigen en volbrengen van Mijnen gansen raad, bij het verlossingswerk in den kruisdood zich over u, Mijnen Knecht ontzet hebben (MATTHEUS. 5:29 vv.), alzo a) verdorven was Zijn gelaat 1) meer den van iemand, 2) en Zijne gedaante meer den van andere mensenkinderen, want Hij zal beneden den mens en beneden de waarde eens mans worden vernederd (Ps. 22:7. (Joh. 19:5).
Jes. 53:3.
Zijn gelaat was schoon, maar het was ene voor het zinnelijk oog bedekte schoonheid. Het was bedekt door de kenmerken van grote smart, van inspanning, van lijden. Het leven van den Zoon van God als mens in de mensenwereld was reeds op zich zelf een toestand van lijden, van aanhoudend lijden; want de indrukken dezer wereld in de ziel van Christus hielden niet op tot in Zijn sterven. Gesteld dat wij uit onzen huiselijken en vriendschappelijken kring verplaatst werden in ene maatschappij alleen van misdadigers, om er in te leven en te werken, zouden wij niet onuitsprekelijk ongelukkig zijn? Hoeveel te meer moest dan de heilige Jezus gevoelen in een staat van lijden onder mensen, waarvan de beste een zondaar is? .
In het Hebr. keen mischchath meïsch moreehoe. Beter: Zo verdorven, niet op een man gelijkend, was Zijn gelaat. Letterlijk staat er: van een man weg. Het voorzetsel m heeft hier een berovende betekenis. Zo ook in het tweede gedeelte: en Zijn gedaante niet als der mensenkinderen mibnee adam. De Heere voorspelt hier van den lijdenden Christus, wat ook reeds in de Psalmen van Hem was getuigd, dat Hij zou zijn een worm en geen mens (Ps. 22:7).
Alzo zal Hij, gelijk Zijne vernedering zo diep mogelijk was, zo zal ook Zijn verhoging zo hoog mogelijk zijn, want Hij zal vele Heidenen met Zijn bloed (1 Petrus 1:2) besprengen en hen, die vroeger voor onrein werden gehouden (vs. 1), met het overblijfsel van het oude volk Gods tot ene heilige verbondsgemeente verenigen (Efeze. 2:13 vv.), ja, de koningen zullen vol bewondering over Hem, die uit den smadelijksten dood tot een leven van buitengewone heerlijkheid is opgestaan, hunnen mond over Hem toehouden, zij zullen eerbiedig voor Hem zwijgen als voor den boven hen verhevene, en zich te gelijk met hun volken aan Zijne heerschappij ootmoedig onderwerpen. Want dewelke het werk van den Messias in lijden en sterven door de profetieën niet verkondigd was, die zullen het zien, in tegenoverstelling van Israël, dat de voorspelling had, en toch, toen zij vervuld werd, zich ergerde (vs. 14 en welke het niet gehoord hebben, die geheel onvoorbereid de prediking van het Evangelie ontvangen, die zullen het verstaan, en gelovig in hun hart opnemen, wat het Evangelie hun bekend maakt (Hoofdstuk 65:1. Rom. 15:21). De Christelijke geleerden, zegt Abarbanel, een beroemd Rabbijn uit de vijftiende eeuw, verklaren deze voorzegging van dien man, dien men te Jeruzalem tegen het einde van den tweeden tempel opgehangen heeft, en die naar hun mening Gods Zoon is geweest, terwijl Hij mens is geworden in den schoot der maagd, maar de Joodse geleerden verklaren haar van den Messias die komen zal. Volgens erkenning van beide zijden heeft dus de plaats op den Messias betrekking, doch de Joden dromen van enen toekomstigen, omdat het deksel nog over hun hart hangt, zodat zij niet met de Christenen kunnen geloven, dat Hij reeds gekomen is. Polycarp Leyser, een Luthers Theoloog uit de tweede helft der 16e eeuw, noemt onze plaats: “het gouden passionaal van den Oud-Testamentische Evangelist. ” Delitzsch merkt daarbij op: “het is als onder het kruis op Golgotha geschreven en omgeven door den hemelsen glans van het vervulde Scheb-limini (zit aan Mijne rechterhand” Ps. 110:1); het is de ontraadseling van Ps. 22 en Ps. 110; het is het innigste en diepste, wat de Oud-Testamentische profetie, over haar eigen hoofd heen gaande, geleverd heeft”, Wanneer daarentegen andere uitleggers beweren, dat hier gene voorzegging is, zeker gene omtrent den Heere, maar dat de Profeet spreekt of van het volk Israël in ‘t bijzonder van ‘t betere deel daarvan of van zich zelven, of van enen anderen profeet, misschien van Jeremia of Ezechiël, zo moeten wij met Stoltz zeggen: “Vuistslagen doen mijn lichaam niet zo zeer, als zulke meningen mijne ziel doen. Vs. 13-15. Het onderwerp van Jesaja’s profetie van Hoofdstuk 40 af tot hiertoe is in het algemeen geweest de bevrijding van Gods volk. De herstelling van de Joden, de roeping van de Heidenen en de verlossing door den Messias zijn beurtelings behandeld geworden. Maar van hier af zijn de gezichten van den Profeet veel verhevener door het heerlijke van zijn onderwerp. Hij spreekt eerst van den Messias in den hoogsten staat van vernedering, en voorkomt de ergernis, die daardoor veroorzaakt wordt, terwijl hij de belangrijke en noodzakelijke oorzaak verklaart, den roem voorspellende die volgen zou. Hier begint die wondervolle, kleine, getrouwe beschrijving van het ambt, het karakter en den roem van den Messias, die vele van de hardste ongelovigen tot overtuiging gebracht heeft, en die een bewijs is voor den Goddelijken oorsprong van den Bijbel, die de valse redenering en het ongeloof nooit kunnen weerstaan. De verborgenheid, welke van het begin der wereld was bedekt gehouden en verzwegen geweest, zal door Hem aan alle volken bekend gemaakt worden tot gehoorzaamheid des geloofs, gelijk de Apostel spreekt. (Rom. 16:25-26).
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel