Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jesaja 52

1 Waak op, waak op, trek uw sterkte aan, o Sion! trek uw sierlijke klederen aan, o Jeruzalem, gij heilige stad? want in u zal voortaan geen onbesnedene noch onreine meer komen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 WaakH5782 op, waakH5782 op, trekH3847 uw sterkteH5797 aan, o SionH6726! trekH3847 uw sierlijkeH8597 klederenH899 aan, o JeruzalemH3389, gij heiligeH6944 stadH5892? wantH3588 in u zal voortaanH3254 geenH3808 onbesnedeneH6189 noch onreineH2931 meerH5750 komenH935. Waak op, waak op, trek uw sterkte aan, o Sion! trek uw sierlijke klederen aan, o Jeruzalem, gij heilige stad? want in u zal voortaan geen onbesnedene noch onreine meer komen.

KJV Awake,1 awake;2 put on3 thy strength,4 O Zion;5 put on6 thy beautiful8 garments,7 O Jerusalem,9 the holy11 city:10 for henceforth there shall no more14 come15 into thee the uncircumcised18 and the unclean.

1 עוּרִ֥י H5782 opgewekt, verwekken, waak (a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self) 2 עוּרִ֛י H5782 opgewekt, verwekken, waak (a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self) 3 לִבְשִׁ֥י H3847 bekleed, aantrekken, trok (in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear 4 עֻזֵּ֖ךְ H5797 sterkte, Sterkte, sterke boldness, loud, might, power, strength, strong 5 צִיּ֑וֹן H6726 Sion, Sions Zion 6 לִבְשִׁ֣י H3847 bekleed, aantrekken, trok (in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear 7 בִּגְדֵ֣י H899 klederen, kleed, ambtsklederen apparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe 8 תִפְאַרְתֵּ֗ךְ H8597 heerlijkheid, sieraad, sierlijke beauty(-iful), bravery, comely, fair, glory(-ious), honour, majesty 9 יְרוּשָׁלִַ֨ם֙ H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 10 עִ֣יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 11 הַקֹּ֔דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 12 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 יוֹסִ֛יף H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 15 יָבֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 16 בָ֥ךְ 17 ע֖וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 18 עָרֵ֥ל H6189 onbesnedenen, onbesneden, voorhuid uncircumcised (person) 19 וְטָמֵֽא H2931 onrein, onreine, onreins defiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Schud u uit het stof, maak u op, zit neder, o Jeruzalem! maak u los van de banden van uw hals, gij gevangene dochter van Sion!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Schud u uit het stofH6083, maakH6965 u op, zitH3427 neder, o JeruzalemH3389! maak u losH6605 van de bandenH4147 van uw halsH6677, gij gevangeneH7628 dochterH1323 van SionH6726! Schud u uit het stof, maak u op, zit neder, o Jeruzalem! maak u los van de banden van uw hals, gij gevangene dochter van Sion!

Ook in dit vers SchuduitH5287

KJV Shake1 thyself from the dust;2 arise,3 and sit down,4 O Jerusalem:5 loose6 thyself from the bands7 of thy neck,8 O captive9 daughter10 of Zion.

1 הִתְנַעֲרִ֧י H5287 schudde, uitgeschud, Schuduit shake (off, out, self), overthrow, toss up and down 2 מֵעָפָ֛ר H6083 stof, stofs, aarde ashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish 3 ק֥וּמִי H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 4 שְּׁבִ֖י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 5 יְרֽוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 6 הִֽתְפַּתְּחִי֙ H6605 open, opende, geopend appear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent 7 מוֹסְרֵ֣י H4147 banden, anden band, bond 8 צַוָּארֵ֔ךְ H6677 hals, halzen, buithalzen neck 9 שְׁבִיָּ֖ה H7628 gevangenis, gevangenen, gevangene captive(-ity), prisoners, [idiom] take away, that was taken 10 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 11 צִיּֽוֹן H6726 Sion, Sions Zion
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Want zo zegt de HEERE; Gijlieden zijt om niet verkocht, gij zult ook zonder geld gelost worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 WantH3588 zoH3541 zegtH559 de HEEREH3068; Gijlieden zijt om niet verkochtH4376, gij zult ook zonder geldH3701 gelostH1350 worden. Want zo zegt de HEERE; Gijlieden zijt om niet verkocht, gij zult ook zonder geld gelost worden.

KJV For thus saith3 the LORD,4 Ye have sold6 yourselves for nought;5 and ye shall be redeemed9 without money.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כֹה֙ H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 חִנָּ֖ם H2600 om niet, zonder oorzaak, tevergeefs without a cause (cost, wages), causeless, to cost nothing, free(-ly), innocent, for nothing (nought, in vain 6 נִמְכַּרְתֶּ֑ם H4376 verkocht, verkopen, verkochten [idiom] at all, sell (away, -er, self) 7 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 בְכֶ֖סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 9 תִּגָּאֵֽלוּ H1350 Verlosser, lossen, verlost [idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Want zo zegt de Heere HEERE: In vorige tijden trok Mijn volk af in Egypte, om als vreemdeling aldaar te verkeren; en Assur heeft hetzelve om niet onderdrukt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 WantH3588 zoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: In vorigeH7223 tijden trokH3381 Mijn volkH5971 af in EgypteH4714, om als vreemdeling aldaarH8033 te verkeren; en AssurH804 heeft hetzelve om niet onderdruktH6231. Want zo zegt de Heere HEERE: In vorige tijden trok Mijn volk af in Egypte, om als vreemdeling aldaar te verkeren; en Assur heeft hetzelve om niet onderdrukt.

Ook in dit vers vreemdeling verkerenH1481

KJV For thus saith3 the Lord4 GOD,5 My people8 went down7 aforetime9 into Egypt6 to sojourn10 there; and the Assyrian12 oppressed14 them without cause.

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כֹ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 יְהוִ֔ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 6 מִצְרַ֛יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 7 יָֽרַד H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 8 עַמִּ֥י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 9 בָרִֽאשֹׁנָ֖ה H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 10 לָג֣וּר H1481 vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeert abide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely 11 שָׁ֑ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 12 וְאַשּׁ֖וּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר) 13 בְּאֶ֥פֶס H657 einden, niets, niemand ankle, but (only), end, howbeit, less than nothing, nevertheless (where), no, none (beside), not (any, -withstanding), thing of nought, save(-ing), there, uttermost part, want, without (cause) 14 עֲשָׁקֽוֹ H6231 verdrukt, geweld, verdrukken get deceitfully, deceive, defraud, drink up, (use) oppress(-ion), -or), do violence (wrong)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En nu, wat heb Ik hier te doen? spreekt de HEERE, dewijl Mijn volk om niet weggenomen is, en degenen die over hetzelve heersen, het doen huilen, spreekt de HEERE, en Mijn Naam geduriglijk den gansen dag gelasterd wordt;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En nuH6258, watH4100 heb Ik hier te doen? spreektH5002 de HEEREH3068, dewijlH3588 Mijn volkH5971 om niet weggenomenH3947 is, en degenen die over hetzelve heersenH4910, het doen huilenH3213, spreektH5002 de HEEREH3068, en Mijn NaamH8034 geduriglijkH8548 den gansenH3605 dagH3117 gelasterdH5006 wordt; En nu, wat heb Ik hier te doen? spreekt de HEERE, dewijl Mijn volk om niet weggenomen is, en degenen die over hetzelve heersen, het doen huilen, spreekt de HEERE, en Mijn Naam geduriglijk den gansen dag gelasterd wordt;

KJV Now therefore, what have I here, saith5 the LORD,6 that my people9 is taken away8 for nought?10 they that rule11 over them make them to howl,12 saith13 the LORD;14 and my name18 continually15 every day17 is blasphemed.

1 וְעַתָּ֤ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 3 לִּי 4 פֹה֙ H6311 hier, hierheen here, hither, the one (other, this, that) side 5 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 6 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 לֻקַּ֥ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 9 עַמִּ֖י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 10 חִנָּ֑ם H2600 om niet, zonder oorzaak, tevergeefs without a cause (cost, wages), causeless, to cost nothing, free(-ly), innocent, for nothing (nought, in vain 11 מֹשְׁלָ֤יו H4910 heersen, heerst, heerser (have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power 12 יְהֵילִ֨ילוּ֙ H3213 huilen, Huilt, huilt (make to) howl, be howling 13 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 14 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 וְתָמִ֥יד H8548 geduriglijk, gedurig, gedurige alway(-s), continual (employment, -ly), daily, (n-)ever(-more), perpetual 16 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 17 הַיּ֖וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 18 שְׁמִ֥י H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 19 מִנֹּאָֽץ H5006 gelasterd, lasteren, versmaden abhor, (give occasion to) blaspheme, contemn, despise, flourish, [idiom] great, provoke
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Daarom zal Mijn volk, daarom zal het Mijn Naam in dien dag kennen, dat Ik het Zelf ben, Die spreekt: Zie, hier ben Ik.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Daarom zal Mijn volkH5971, daarom zal het Mijn NaamH8034 in dien dagH3117 kennenH3045, dat IkH589 het Zelf ben, DieH1931 spreektH1696: ZieH2005, hier ben Ik. Daarom zal Mijn volk, daarom zal het Mijn Naam in dien dag kennen, dat Ik het Zelf ben, Die spreekt: Zie, hier ben Ik.

KJV Therefore my people3 shall know2 my name:4 therefore they shall know in that day6 that I am he that doth speak:

1 לָכֵ֛ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 יֵדַ֥ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 3 עַמִּ֖י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 שְׁמִ֑י H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 5 לָכֵן֙ H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 6 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 הַה֔וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 8 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 אֲנִי H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 10 ה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 11 הַֽמְדַבֵּ֖ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 12 הִנֵּֽנִי H2005 ziet, zie behold, if, lo, though
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die den vrede doet horen; desgenen, die goede boodschap brengt van het goede, die heil doet horen; desgenen, die tot Sion zegt: Uw God is Koning.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 HoeH4100 liefelijkH4998 zijn opH5921 de bergenH2022 de voetenH7272 desgenen, die het goedeH2896 boodschaptH1319, die den vredeH7965 doet horenH8085; desgenen, die goede boodschapH1319 brengt van het goede, die heilH3444 doet horenH8085; desgenen, die tot SionH6726 zegtH559: Uw GodH430 is KoningH4427. Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die den vrede doet horen; desgenen, die goede boodschap brengt van het goede, die heil doet horen; desgenen, die tot Sion zegt: Uw God is Koning.

KJV How beautiful2 upon the mountains4 are the feet5 of him that bringeth good tidings,6 that publisheth7 peace;8 that bringeth good tidings9 of good,10 that publisheth11 salvation;12 that saith13 unto Zion,14 Thy God16 reigneth!

1 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 2 נָּאו֨וּ H4998 liefelijk, sierlijk be beautiful, become, be comely 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 הֶהָרִ֜ים H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 5 רַגְלֵ֣י H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 6 מְבַשֵּׂ֗ר H1319 boodschap, boodschappen, boodschapt messenger, preach, publish, shew forth, (bear, bring, carry, preach, good, tell good) tidings 7 מַשְׁמִ֧יעַ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 8 שָׁל֛וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 9 מְבַשֵּׂ֥ר H1319 boodschap, boodschappen, boodschapt messenger, preach, publish, shew forth, (bear, bring, carry, preach, good, tell good) tidings 10 ט֖וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 11 מַשְׁמִ֣יעַ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 12 יְשׁוּעָ֑ה H3444 heil, heils, verlossingen deliverance, health, help(-ing), salvation, save, saving (health), welfare 13 אֹמֵ֥ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 14 לְצִיּ֖וֹן H6726 Sion, Sions Zion 15 מָלַ֥ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 16 אֱלֹהָֽיִךְ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Er is een stem uwer wachters; zij verheffen de stem, zij juichen te zamen; want zij zullen oog aan oog zien, als de HEERE Sion wederbrengen zal.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Er is een stemH6963 uwer wachtersH6822; zij verheffenH5375 de stemH6963, zij juichenH7442 te zamenH3162; wantH3588 zij zullen oogH5869 aan oogH5869 zienH7200, als de HEEREH3068 SionH6726 wederbrengenH7725 zal. Er is een stem uwer wachters; zij verheffen de stem, zij juichen te zamen; want zij zullen oog aan oog zien, als de HEERE Sion wederbrengen zal.

KJV Thy watchmen2 shall lift up3 the voice;1 with the voice4 together5 shall they sing:6 for they shall see10 eye8 to eye,9 when the LORD12 shall bring again11 Zion.

1 ק֥וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 2 צֹפַ֛יִךְ H6822 wachter, wachters, zie behold, espy, look up (well), wait for, (keep the) watch(-man) 3 נָ֥שְׂאוּ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 4 ק֖וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 5 יַחְדָּ֣ו H3162 samen, tezamen alike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal 6 יְרַנֵּ֑נוּ H7442 juichen, vrolijk zingen, juicht aloud for joy, cry out, be joyful (greatly, make to) rejoice, (cause to) shout (for joy), (cause to) sing (aloud, for joy, out), triumph 7 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 עַ֤יִן H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 9 בְּעַ֨יִן֙ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 10 יִרְא֔וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 11 בְּשׁ֥וּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 12 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 צִיּֽוֹן H6726 Sion, Sions Zion
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Maakt een geschal, juicht te zamen, gij woeste plaatsen van Jeruzalem! want de HEERE heeft Zijn volk getroost, Hij heeft Jeruzalem verlost.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Maakt een geschalH6476, juichtH7442 te zamenH3162, gij woeste plaatsenH2723 van JeruzalemH3389! wantH3588 de HEEREH3068 heeft Zijn volkH5971 getroostH5162, Hij heeft JeruzalemH3389 verlostH1350. Maakt een geschal, juicht te zamen, gij woeste plaatsen van Jeruzalem! want de HEERE heeft Zijn volk getroost, Hij heeft Jeruzalem verlost.

KJV Break forth into joy,1 sing2 together,3 ye waste places4 of Jerusalem:5 for the LORD8 hath comforted7 his people,9 he hath redeemed10 Jerusalem.

1 פִּצְח֤וּ H6476 geschal, Maakt geschal, gedreun break (forth, forth into joy), make a loud noise 2 רַנְּנוּ֙ H7442 juichen, vrolijk zingen, juicht aloud for joy, cry out, be joyful (greatly, make to) rejoice, (cause to) shout (for joy), (cause to) sing (aloud, for joy, out), triumph 3 יַחְדָּ֔ו H3162 samen, tezamen alike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal 4 חָרְב֖וֹת H2723 woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsen decayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place) 5 יְרוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 6 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 נִחַ֤ם H5162 troosten, berouwde, berouw comfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self) 8 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 עַמּ֔וֹ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 10 גָּאַ֖ל H1350 Verlosser, lossen, verlost [idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger 11 יְרוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 De HEERE heeft Zijn heiligen arm ontbloot voor de ogen aller heidenen; en al de einden der aarde zullen zien het heil onzes Gods.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 De HEEREH3068 heeft Zijn heiligenH6944 armH2220 ontblootH2834 voor de ogenH5869 allerH3605 heidenenH1471; en alH3605 de eindenH657 der aardeH776 zullen zienH7200 het heilH3444 onzes GodsH430. De HEERE heeft Zijn heiligen arm ontbloot voor de ogen aller heidenen; en al de einden der aarde zullen zien het heil onzes Gods.

KJV The LORD2 hath made bare1 his holy5 arm4 in the eyes6 of all the nations;8 and all the ends11 of the earth12 shall see9 the salvation14 of our God.

1 חָשַׂ֤ף H2834 ontbloot, scheppen, blote make bare, clean, discover, draw out, take, uncover 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 זְר֣וֹעַ H2220 arm, armen, arms arm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength 5 קָדְשׁ֔וֹ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 6 לְעֵינֵ֖י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 הַגּוֹיִ֑ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 9 וְרָאוּ֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 10 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 אַפְסֵי H657 einden, niets, niemand ankle, but (only), end, howbeit, less than nothing, nevertheless (where), no, none (beside), not (any, -withstanding), thing of nought, save(-ing), there, uttermost part, want, without (cause) 12 אָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 13 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 יְשׁוּעַ֥ת H3444 heil, heils, verlossingen deliverance, health, help(-ing), salvation, save, saving (health), welfare 15 אֱלֹהֵֽינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Vertrekt, vertrekt, gaat uit van daar, raakt het onreine niet aan; gaat uit het midden van hen, reinigt u, gij, die de vaten des HEEREN draagt!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 VertrektH5493, vertrektH5493, gaat uit van daarH8033, raaktH5060 het onreineH2931 nietH408 aan; gaat uit het middenH8432 van hen, reinigtH1305 u, gij, die de vatenH3627 des HEERENH3068 draagtH5375! Vertrekt, vertrekt, gaat uit van daar, raakt het onreine niet aan; gaat uit het midden van hen, reinigt u, gij, die de vaten des HEEREN draagt!

KJV Depart1 ye, depart2 ye, go ye out3 from thence, touch7 no unclean5 thing; go ye out8 of the midst9 of her; be ye clean,10 that bear11 the vessels12 of the LORD.

1 ס֤וּרוּ H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 2 ס֨וּרוּ֙ H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 3 צְא֣וּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 4 מִשָּׁ֔ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 5 טָמֵ֖א H2931 onrein, onreine, onreins defiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean 6 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 7 תִּגָּ֑עוּ H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 8 צְא֣וּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 9 מִתּוֹכָ֔הּ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 10 הִבָּ֕רוּ H1305 reine, uitgelezen, zuiveren make bright, choice, chosen, cleanse (be clean), clearly, polished, (shew self) pure(-ify), purge (out) 11 נֹשְׂאֵ֖י H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 12 כְּלֵ֥י H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 13 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Want gijlieden zult niet met haast uitgaan, noch met der vlucht henengaan; want de HEERE zal voor ulieder aangezicht henentrekken, en de God van Israel zal uw achtertocht wezen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Want gijlieden zult niet met haastH2649 uitgaanH3318, noch met der vluchtH4499 henengaanH3212; wantH3588 de HEEREH3068 zal voor ulieder aangezichtH6440 henentrekkenH1980, en de GodH430 van IsraelH3478 zal uw achtertochtH622 wezen. Want gijlieden zult niet met haast uitgaan, noch met der vlucht henengaan; want de HEERE zal voor ulieder aangezicht henentrekken, en de God van Israel zal uw achtertocht wezen.

KJV For ye shall not go out4 with haste,3 nor go7 by flight:5 for the LORD11 will go9 before10 you; and the God13 of Israel14 will be your rereward.

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 בְחִפָּזוֹן֙ H2649 haast haste 4 תֵּצֵ֔אוּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 5 וּבִמְנוּסָ֖ה H4499 vliedt, vlucht fleeing, flight 6 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 תֵלֵכ֑וּן H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 8 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 הֹלֵ֤ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 10 לִפְנֵיכֶם֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 11 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 וּמְאַסִּפְכֶ֖ם H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 13 אֱלֹהֵ֥י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 14 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Ziet, Mijn Knecht zal verstandelijk handelen; Hij zal verhoogd en verheven, ja, zeer hoog worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 ZietH2009, Mijn KnechtH5650 zal verstandelijkH7919 handelen; Hij zal verhoogdH7311 en verhevenH5375, ja, zeerH3966 hoogH1361 worden. Ziet, Mijn Knecht zal verstandelijk handelen; Hij zal verhoogd en verheven, ja, zeer hoog worden.

KJV Behold, my servant3 shall deal prudently,2 he shall be exalted4 and extolled,5 and be very7 high.

1 הִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 יַשְׂכִּ֖יל H7919 verstandelijk, verstandig, verstaan consider, expert, instruct, prosper, (deal) prudent(-ly), (give) skill(-ful), have good success, teach, (have, make to) understand(-ing), wisdom, (be, behave self, consider, make) wise(-ly), guide wittingly 3 עַבְדִּ֑י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 4 יָר֧וּם H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 5 וְנִשָּׂ֛א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 6 וְגָבַ֖הּ H1361 hoger, hoog, verheffen exalt, be haughty, be (make) high(-er), lift up, mount up, be proud, raise up great height, upward 7 מְאֹֽד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Gelijk als velen zich over u ontzet hebben, alzo verdorven was Zijn gelaat, meer dan van iemand, en Zijn gedaante, meer dan van andere mensenkinderen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Gelijk als velenH7227 zich overH5921 u ontzetH8074 hebben, alzoH3651 verdorvenH4893 was Zijn gelaatH4758, meer dan van iemandH376, en Zijn gedaanteH8389, meer dan van andere mensenkinderenH1121; Gelijk als velen zich over u ontzet hebben, alzo verdorven was Zijn gelaat, meer dan van iemand, en Zijn gedaante, meer dan van andere mensenkinderen;

KJV As many4 were astonied2 at thee; his visage8 was so marred6 more than any man,7 and his form9 more than the sons10 of men:

1 כַּאֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 2 שָׁמְמ֤וּ H8074 verwoest, verwoeste, ontzetten make amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder 3 עָלֶ֨יךָ֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 רַבִּ֔ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 5 כֵּן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 6 מִשְׁחַ֥ת H4893 verdorven, verdorvenheid corruption, marred 7 מֵאִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 8 מַרְאֵ֑הוּ H4758 gedaante, aanzien, gezicht [idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision 9 וְתֹאֲר֖וֹ H8389 gedaante, liefelijke, schoon [phrase] beautiful, [idiom] comely, countenance, [phrase] fair, [idiom] favoured, form, [idiom] goodly, [idiom] resemble, visage 10 מִבְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 אָדָֽם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Alzo zal Hij vele heidenen besprengen, ja, de koningen zullen hun mond over Hem toehouden; want denwelken het niet verkondigd was, die zullen het zien, en welken het niet gehoord hebben, die zullen het verstaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 AlzoH3651 zal Hij veleH7227 heidenenH1471 besprengenH5137, ja, de koningenH4428 zullen hun mondH6310 overH5921 Hem toehoudenH7092; wantH3588 denwelken het nietH3808 verkondigdH5608 was, die zullen het zienH7200, en welkenH834 het nietH3808 gehoordH8085 hebben, die zullen het verstaanH995. Alzo zal Hij vele heidenen besprengen, ja, de koningen zullen hun mond over Hem toehouden; want denwelken het niet verkondigd was, die zullen het zien, en welken het niet gehoord hebben, die zullen het verstaan.

KJV So shall he sprinkle2 many4 nations;3 the kings7 shall shut6 their mouths8 at him: for that which had not been told12 them shall they see;14 and that which they had not heard17 shall they consider.

1 כֵּ֤ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 יַזֶּה֙ H5137 sprengen, gesprengd, besprengen sprinkle 3 גּוֹיִ֣ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 4 רַבִּ֔ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 5 עָלָ֛יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 יִקְפְּצ֥וּ H7092 stopt, besloten, huppelende shut (up), skip, stop, take out of the way 7 מְלָכִ֖ים H4428 koning, konings, koningen king, royal 8 פִּיהֶ֑ם H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 9 כִּ֠י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 סֻפַּ֤ר H5608 schrijver, vertellen, tellen commune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer 13 לָהֶם֙ 14 רָא֔וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 15 וַאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 שָׁמְע֖וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 18 הִתְבּוֹנָֽנוּ H995 verstaan, verstandig, verstaat attend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jesaja 52:1 Openbaring 21:27 Jesaja 51:17 Mattheüs 4:5 Nehemia 11:1 Jesaja 51:9 Jesaja 35:8 Jesaja 48:2 Openbaring 21:2
Jesaja 52:2 Jeremia 51:45 Jesaja 51:14 Jesaja 61:1 Jesaja 29:4 Jeremia 51:50 Lukas 21:24 Zacharia 2:6 Jesaja 3:26
Jesaja 52:3 Psalmen 44:12 Jesaja 45:13 1 Petrus 1:18 Jesaja 50:1 Jeremia 15:13 Romeinen 7:14
Jesaja 52:4 Genesis 46:6 Psalmen 25:3 Job 2:3 Jeremia 50:17 Johannes 15:25 Handelingen 7:14 Jesaja 36:1 Jesaja 14:25
Jesaja 52:5 Romeinen 2:24 Jesaja 51:23 Jesaja 47:6 Psalmen 74:10 Jesaja 52:3 Jeremia 50:17 Sefanja 1:10 Ezechiël 20:9
Jesaja 52:6 Jesaja 49:23 Exodus 33:19 Ezechiël 39:27 Hebreeën 8:10 Ezechiël 37:13 Psalmen 48:10 Jesaja 42:9 Numeri 23:19
Jesaja 52:7 Jesaja 40:9 Romeinen 10:12 Nahum 1:15 Jesaja 24:23 Psalmen 93:1 Lukas 2:10 Jesaja 61:1 Hooglied 2:8
Jesaja 52:8 Jesaja 62:6 1 Korinthe 13:12 Handelingen 2:46 Jesaja 12:4 Handelingen 4:32 Handelingen 2:1 Sefanja 3:9 Jesaja 26:1
Jesaja 52:9 Jesaja 51:3 Psalmen 98:4 Jesaja 55:12 Jesaja 44:26 Jesaja 44:23 Psalmen 96:11 Jesaja 61:4 Jesaja 48:20
Jesaja 52:10 Jesaja 51:9 Psalmen 98:1 Lukas 3:6 Openbaring 11:15 Jesaja 49:6 Jesaja 66:18 Psalmen 22:27 Openbaring 15:4
Jesaja 52:11 2 Korinthe 6:17 Jesaja 48:20 Zacharia 2:6 Jeremia 50:8 Openbaring 18:4 Ezra 1:7 Jeremia 51:6 Ezra 8:25
Jesaja 52:12 Jesaja 58:8 Jesaja 45:2 Micha 2:13 Exodus 14:19 Exodus 12:33 Exodus 13:21 Exodus 12:39 Deuteronomium 20:4
Jesaja 52:13 Mattheüs 28:18 Jesaja 42:1 Filippenzen 2:7 Hebreeën 1:3 Zacharia 3:8 Jesaja 9:6 Jeremia 23:5 Jesaja 53:10
Jesaja 52:14 Jesaja 53:2 Mattheüs 26:67 Psalmen 22:17 Psalmen 22:6 Markus 6:51 Mattheüs 22:22 Mattheüs 27:14 Markus 5:42
Jesaja 52:15 Jesaja 49:7 Hebreeën 11:28 Hebreeën 12:24 Mattheüs 28:19 Jesaja 49:23 Ezechiël 36:25 Jesaja 55:5 Romeinen 15:20
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jesaja 52 vers 1

trek uw sterkte Dat is, grijp moed; heb courage; zie Jes. 51:17 .

Hertaald: trek uw sterkte Dat is: vat moed, houd goede moed; zie Jes. 51:17.

o Sion Dat is, gij burgers en inwoners van het lichamelijke, en voornamelijk van het geestelijke Jeruzalem.

Hertaald: o Sion Dat is: u, burgers en inwoners van het aardse en vooral van het geestelijke Jeruzalem.

gij heilige stad? Hebreeuws, gij stad der heiligheid.

Hertaald: gij heilige stad? Hebreeuws: u, stad van de heiligheid.

in u zal Dat is, gij zult voortaan niet meer door de goddeloze en heidense tirannen, hetzij Babyloniërs of anderen overweldigd worden. Dit is voornamelijk van het hemelse Jeruzalem te verstaan, gelijk Openb. 21:27 .

Hertaald: in u zal Dat is: u zult voortaan niet meer door de goddeloze en heidense tirannen overweldigd worden, of dat nu Babyloniërs zijn of anderen. Dit moet vooral van het hemelse Jeruzalem verstaan worden, zoals in Openb. 21:27.

Jesaja 52 vers 2

Schud Dat is, wees verblijd en draag geen rouw meer.

Hertaald: Schud Dat is: wees verblijd en draag geen rouw meer.

maak u los Dat is, dien God in heiligheid en gerechtigheid, nu gij verlost zijt uit de handen uwer vijanden. Zie boven Jes. 42:7 ; Luc. 1:74-75 .

Hertaald: maak u los Dat is: dien God in heiligheid en gerechtigheid, nu u verlost bent uit de handen van uw vijanden. Zie hierboven Jes. 42:7 en Luk. 1:74-75.

dochter Dat is, gij volk van Zion, dat is van Jeruzalem.

Hertaald: dochter Dat is: u, volk van Sion, dat is: van Jeruzalem.

Jesaja 52 vers 3

Gijlieden De Heere wil zeggen: De Babyloniërs hebben mij daarvoor niets gegeven, dat Ik ulieden hun tot knechten voor altoos zou geven; daarom staat het mij nu ook vrij, als het mij belieft, ulieden uit hunne hand te verlossen, zonder rantsoengeld. Zie Ps. 44:13 , en vergelijk Jes. 45:13 .

Hertaald: Gijlieden De HEERE wil zeggen: de Babyloniërs hebben Mij er niets voor gegeven dat Ik u hun voor altijd tot knechten zou geven; daarom staat het Mij nu ook vrij u, wanneer het Mij behaagt, uit hun hand te verlossen zonder losgeld. Zie Ps. 44:13 en vergelijk Jes. 45:13.

gelost Te weten uit de Babylonische dienstbaarheid, of knechtschap. Zie voorts vs.1.

Hertaald: gelost Namelijk: uit de Babylonische dienstbaarheid of slavernij. Zie verder vers 1.

Jesaja 52 vers 4

in vorige tijden Of, voortijds, eermaals, eertijds. Hebreeuws, in het eerst. De zin is: Indien Ik de Egyptenaars zwaarlijk gestraft heb omdat zij mijn volk grotelijks geplaagd hadden, hetwelk toch vrijwillig naar Egypte getrokken is, hoeveel zwaarder zal Ik de Assyriërs en de Babyloniërs straffen, die het uit het land Kanaän, hetwelk Ik hun in eigendom gegeven heb, weggevoerd en zo wredelijk behandeld hebben?

Hertaald: in vorige tijden Of: voorheen, eertijds. Hebreeuws: in het eerst. De betekenis is: als Ik de Egyptenaren zwaar gestraft heb omdat zij Mijn volk zo geplaagd hadden — een volk dat toch vrijwillig naar Egypte getrokken was — hoeveel zwaarder zal Ik dan de Assyriërs en de Babyloniërs straffen, die het weggevoerd hebben uit het land Kanaän dat Ik hun in eigendom gegeven heb, en die het zo wreed behandeld hebben?

om niet onderdrukt Of, zonder oorzaak.

Hertaald: om niet onderdrukt Of: zonder aanleiding.

Jesaja 52 vers 5

wat heb Ik Hebreeuws, wat mij hier? dat is, wat heb Ik hier te doen? Of, wat staat mij nu te doen? Alsof de Heere zeide: Ik wil niet langer hier vertoeven, maar wil terstond naar Babel trekken om mijn volk te verlossen, dewijl de Babyloniërs nu hunne maat vervuld hebben. Het is menselijkerwijze van God gesproken.

Hertaald: wat heb Ik Hebreeuws: wat heb Ik hier? Dat is: wat heb Ik hier te doen? Of: wat staat Mij nu te doen? Alsof de HEERE zei: Ik wil hier niet langer blijven, maar Ik wil meteen naar Babel trekken om Mijn volk te verlossen, want de Babyloniërs hebben nu hun maat volgemaakt. Het is op menselijke wijze van God gesproken.

weggenomen is, Dat is, van de Babyloniërs gevankelijk weggevoerd is. Hier staat kortheidshalve een woord voor twee, genomen voor weggenomen en weggevoerd is.

Hertaald: weggenomen is, Dat is: door de Babyloniërs in gevangenschap weggevoerd is. Hier staat kortheidshalve één woord voor twee: genomen, voor weggenomen en weggevoerd.

degenen Anders: [en] zijne regenten huilen. Alsof Hij zeide: De Babyloniërs verschonen zelfs de regenten niet, veel weiniger verschonen zij het gemene volk.

Hertaald: degenen Anders: en zijn bestuurders huilen. Alsof Hij zei: de Babyloniërs ontzien zelfs de bestuurders niet, laat staan dat zij het gewone volk ontzien.

het doen huilen, Vermits zij het zo zwaar en ongenadig plagen.

Hertaald: het doen huilen, Omdat zij hen zo zwaar en onbarmhartig plagen.

Mijn Naam Alsof Ik mijn volk niet tegen hun geweld had kunnen beschermen, en nu nog niet machtig ware het uit hunne handen te verlossen.

Hertaald: Mijn Naam Alsof Ik Mijn volk niet tegen hun geweld had kunnen beschermen en nu nog niet bij machte zou zijn het uit hun handen te verlossen.

Jesaja 52 vers 6

Mijn Naam Dat is, mij; zie Ps. 9:11 .

Hertaald: Mijn Naam Dat is: Mij; zie Ps. 9:11.

in dien dag Te weten als Ik het uit de Babylonische gevangenschap verlossen zal, lichamelijk; maar het is ook voornamelijk te verstaan van de geestelijke verlossing uit het geweld des duivels.

Hertaald: in dien dag Namelijk: wanneer Ik het lichamelijk uit de Babylonische gevangenschap zal verlossen; maar het moet vooral ook verstaan worden van de geestelijke verlossing uit de macht van de duivel.

dat Ik het Zelf ben, Dat is, dat mijne belofte van hunne verlossing waar is.

Hertaald: dat Ik het Zelf ben, Dat is: dat Mijn belofte over hun verlossing waar is.

Jesaja 52 vers 7

Hoe liefelijk Hebreeuws, hoe schoon; woorden van verwondering, met blijdschap, ziende niet zozeer op de verkondiging van de verlossing uit de Babylonische gevangenschap, als wel op de predikatie der apostelen en andere leraars van het Nieuwe Testament, die den Joden en heidenen zouden verkondigen de geestelijke verlossing uit het geweld des duivels.

Hertaald: Hoe liefelijk Hebreeuws: hoe schoon. Het zijn woorden van verwondering en blijdschap, die niet zozeer zien op de aankondiging van de verlossing uit de Babylonische gevangenschap als wel op de prediking van de apostelen en andere leraars van het Nieuwe Testament, die aan Joden en heidenen de geestelijke verlossing uit de macht van de duivel zouden verkondigen.

op de bergen Versta, de bergen van het bergachtige Joodse land; en daaronder de kerk van God zo binnen als buiten Jeruzalem en Judea.

Hertaald: op de bergen Versta: de bergen van het bergachtige Joodse land, en daaronder de kerk van God, zowel binnen als buiten Jeruzalem en Judea.

die het goede Dat is, die een blijde boodschap brengen, namelijk vooreerst de verlossing uit de Babylonische gevangenschap, en daarna de geestelijke verlossing door Jezus Christus; vergelijk Rom. 10:15 .

Hertaald: die het goede Dat is: die een blijde boodschap brengen, namelijk eerst de verlossing uit de Babylonische gevangenschap en daarna de geestelijke verlossing door Jezus Christus; vergelijk Rom. 10:15.

die den vrede In vs.7 verhaalt de profeet meermalen een en hetzelfde met verscheidene manieren van spreken, als niet woorden genoeg kunnende bedenken of vinden om die overgrote weldaad van God, ons in Christus bewezen, uit te drukken.

Hertaald: die den vrede In vers 7 zegt de profeet meermalen hetzelfde met verschillende manieren van spreken, alsof hij niet genoeg woorden kan bedenken of vinden om die overgrote weldaad van God, ons in Christus bewezen, uit te drukken.

doet horen; Dat is, verkondigt

Hertaald: doet horen; Dat is: verkondigt.

tot Sion zegt Dat is, tot de gemeente van God.

Hertaald: tot Sion zegt Dat is: tot de gemeente van God.

Uw God is Koning Te weten Christus Jezus, die onze eeuwige Koning is en zijne kerk met zijn Woord en Geest regeert, zie de aantekening Ps. 93:1 ; anders: uw God regeert als Koning.

Hertaald: Uw God is Koning Namelijk: Christus Jezus, Die onze eeuwige Koning is en Zijn kerk met Zijn Woord en Geest regeert; zie de aantekening bij Ps. 93:1. Anders: uw God regeert als Koning.

Jesaja 52 vers 8

uwer wachters; Dat is, van uwe profeten en apostelen enz.

Hertaald: uwer wachters; Dat is: van uw profeten en apostelen, enzovoort.

oog aan oog Dat is, bescheidenlijk, klaarlijk; vergelijk Num. 14:14 , of, oog bij oog; dat is, alle ogen.

Hertaald: oog aan oog Dat is: helder en duidelijk; vergelijk Num. 14:14. Of: oog bij oog — dat is: alle ogen.

zien, Te weten met lust.

Hertaald: zien, Namelijk: met vreugde.

wederbrengen zal Uit de Babylonische gevangenschap; alsook uit het geweld des duivels en der zonde. Anders: bekeren zal.

Hertaald: wederbrengen zal Uit de Babylonische gevangenschap, en ook uit de macht van de duivel en de zonde. Anders: bekeren zal.

Jesaja 52 vers 9

gij woeste plaatsen Versta hier, die plaatsen, die omtrent Jeruzalem en elders in het Joodse land nu een tijdlang hadden woest gelegen; zijnde van hunne vijanden verwoest geweest, en daaronder den woesten stand der kerk, als Christus haar vergaderde.

Hertaald: gij woeste plaatsen Versta hier de plaatsen rondom Jeruzalem en elders in het Joodse land die nu een tijdlang woest gelegen hadden omdat zij door hun vijanden verwoest waren; en daaronder de woeste staat van de kerk toen Christus haar vergaderde.

Jesaja 52 vers 10

Zijn heiligen arm Hebreeuws, den arm zijner heiligheid; dat is, zijn goddelijke almachtigheid, die Hij in het verlossen van zijn volk bewezen heeft; vergelijk hiermede Luc. 1:51 .

Hertaald: Zijn heiligen arm Hebreeuws: de arm van Zijn heiligheid — dat is: Zijn goddelijke almacht, die Hij bewezen heeft in het verlossen van Zijn volk; vergelijk hiermee Luk. 1:51.

ontbloot Dat is, uitgestrekt om de Babyloniërs te slaan en zijn volk uit hunne hand te verlossen, en de Christelijke kerk van haar geestelijke vijanden.

Hertaald: ontbloot Dat is: uitgestrekt om de Babyloniërs te slaan en Zijn volk uit hun hand te verlossen, en om de christelijke kerk van haar geestelijke vijanden te verlossen.

al de einden Dat is, al de mensen, wonende aan de uiterste einden der wereld. Dit is geschied toen Christus zijne apostelen heeft uitgezonden om het Evangelie te gaan prediken in de ganse wereld; Mat 28 .

Hertaald: al de einden Dat is: alle mensen die aan de uiterste einden van de wereld wonen. Dit is gebeurd toen Christus Zijn apostelen uitzond om het Evangelie in de hele wereld te prediken; Matth. 28.

het heil onzes Gods Dat is, het heil, hetwelk onze God ons doen en bewijzen zal.

Hertaald: het heil onzes Gods Dat is: het heil dat onze God ons zal doen en bewijzen.

Jesaja 52 vers 11

Vertrekt, vertrekt, Eene vermaning tot Gods volk, om met ijver uit het lichamelijke en geestelijke Babel te vertrekken.

Hertaald: Vertrekt, vertrekt, Een vermaning aan Gods volk om met ijver uit het lichamelijke en het geestelijke Babel te vertrekken.

van daar, Van Babel in Chaldea, gelijk Jes. 48:20 , ook uit het geestelijke Babel, namelijk uit het rijk van den duivel en van den Antichrist.

Hertaald: van daar, Uit Babel in Chaldeëa, zoals in Jes. 48:20, en ook uit het geestelijke Babel, namelijk uit het rijk van de duivel en van de antichrist.

raakt het onreine Versta hierbij: Maar begeeft u tot alle heiligheid. Zie vs.1.

Hertaald: raakt het onreine Vul hierbij aan: maar begeeft u tot alle heiligheid. Zie vers 1.

gij, Dat is, gij priesters en Levieten; en in het Nieuwe Testament, al gij gelovigen, als zijnde altemaal geestelijke priesters. Zie 1 Thess. 4:4 ; 2 Tim. 2:21 ; 1 Petr. 2:5 ; Openb. 1:6 .

Hertaald: gij, Dat is: u, priesters en Levieten; en in het Nieuwe Testament: u, alle gelovigen, want u bent allen geestelijke priesters. Zie 1 Thess. 4:4, 2 Tim. 2:21, 1 Petr. 2:5 en Openb. 1:6.

Jesaja 52 vers 12

Want gijlieden Eene beschrijving van den uittocht van Gods volk en de genade, die God hun daarin bewijzen zou.

Hertaald: Want gijlieden Een beschrijving van de uittocht van Gods volk en van de genade die God hun daarbij zou bewijzen.

met haast uitgaan, Te weten gelijk uwe vaders doen moesten toen zij uit Egypte trokken, waar zij als uitgedreven werden; Ex. 12:33 . Versta hierbij: Maar gij zult met gemak en zonder vrees uittrekken, ja met vreugde. Zie de vervulling Ezra 1.

Hertaald: met haast uitgaan, Namelijk: zoals uw vaderen moesten doen toen zij uit Egypte trokken, waar zij als het ware uitgedreven werden; Ex. 12:33. Vul hierbij aan: maar u zult op uw gemak en zonder vrees uittrekken, ja met vreugde. Zie de vervulling in Ezra 1.

henengaan; Te weten uit het lichamelijke en geestelijke Babel.

Hertaald: henengaan; Namelijk: uit het lichamelijke en het geestelijke Babel.

achtertocht Of, achterhoede, of achterhoop zijn. Hebreeuws, zal ulieden verzamelen, of tezamen vergaderen; dat is, Hij zal u aan alle kanten beschutten en beschermen. Zie Num. 10:25 .

Hertaald: achtertocht Of: achterhoede zijn. Hebreeuws: zal u verzamelen of bijeenbrengen — dat is: Hij zal u aan alle kanten beschutten en beschermen. Zie Num. 10:25.

Jesaja 52 vers 13

Ziet, Hier beginnen sommigen Isa 53 .

Hertaald: Ziet, Hier laten sommigen Jes. 53 beginnen.

Mijn Dit spreekt God de Vader.

Hertaald: Mijn Dit spreekt God de Vader.

Knecht Te weten Christus, gelijk boven Jes. 42:1 .

Hertaald: Knecht Namelijk: Christus, zoals hierboven in Jes. 42:1.

verstandelijk Of, gelukkiglijk, voorzichtiglijk, voorspoediglijk handelen; dat is, hij zal het ambt, hetwelk Ik hem opgelegd heb, wel en bekwamelijk verrichten.

Hertaald: verstandelijk Of: gelukkig, voorzichtig, voorspoedig handelen — dat is: Hij zal het ambt dat Ik Hem opgelegd heb goed en bekwaam vervullen.

Hij zal Zie Fil. 2:9 .

Hertaald: Hij zal Zie Filipp. 2:9.

Jesaja 52 vers 14

zich Of, over U zijn verbaasd geweest, of verbaasd zijn geworden.

Hertaald: zich Of: zich over U verbaasd hebben, of verbaasd geworden zijn.

u ontzet hebben, O Jezus Christus.

Hertaald: u ontzet hebben, O Jezus Christus.

alzo Of, zo ijselijk zal zijn gelaat wezen; namelijk vanwege de kroning met de doornenkroon, de geseling en kruisiging, waarvan in Isa 53 wijdlopiger zal gesproken worden, zie Fil. 2:7 . Het zijn de woorden Gods, sprekende in den derden persoon, met welke Hij reden geeft waarom zich velen over Christus zouden ontzetten. Sommigen houden het voor ingevoegde woorden van den profeet.

Hertaald: alzo Of: zo afschuwelijk zal Zijn gelaat zijn, namelijk vanwege de kroning met de doornenkroon, de geseling en de kruisiging, waarover in Jes. 53 uitvoeriger gesproken zal worden; zie Filipp. 2:7. Het zijn de woorden van God, Die in de derde persoon spreekt en Die hiermee aangeeft waarom velen zich over Christus zouden ontzetten. Sommigen houden het voor ingevoegde woorden van de profeet.

Zijn gelaat, Of, zijn aangezicht; te weten van mijn knecht, Jezus Christus.

Hertaald: Zijn gelaat, Of: Zijn aangezicht, namelijk van Mijn Knecht, Jezus Christus.

Jesaja 52 vers 15

Hij Te weten Christus.

Hertaald: Hij Namelijk: Christus.

besprengen, Te weten met zijn vergoten bloed en uitzending der gaven van zijn Geest bij de predikatie van het heilig Evangelie en het gebruik der heilige sacramenten.

Hertaald: besprengen, Namelijk: met Zijn vergoten bloed en met de uitzending van de gaven van Zijn Geest bij de prediking van het heilig Evangelie en het gebruik van de heilige sacramenten.

over Hem toehouden; Of, voor Hem, of om Hem; dat is zijnenthalve; te weten als Hij door de predikatie van het heilig Evangelie in hunne tegenwoordigheid en in hunne koninkrijken zal verkondigd worden, en als zij zullen verstaan dat Hij een Koning van den gansen aardbodem is.

Hertaald: over Hem toehouden; Of: voor Hem, of om Hem — dat is: omwille van Hem, namelijk wanneer Hij door de prediking van het heilig Evangelie in hun tegenwoordigheid en in hun koninkrijken verkondigd zal worden, en wanneer zij zullen begrijpen dat Hij Koning van de hele aardbodem is.

denwelken Dat is, de heidenen, wien de geheimenis van het heilig Evangelie tevoren was verborgen geweest. Zie Rom. 15:21 .

Hertaald: denwelken Dat is: de heidenen, voor wie het geheim van het heilig Evangelie tevoren verborgen geweest was. Zie Rom. 15:21.

het niet verkondigd was, Of, daarvan; gelijk de apostel Paulus het verklaart, Rom. 15:21 .

Hertaald: het niet verkondigd was, Of: daarvan, zoals de apostel Paulus het verklaart in Rom. 15:21.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten  — de bode die de verlossing komt melden, gezien vanaf de muren van de stad (Jes. 52:7-12)

"Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die den vrede doet horen" (Jes. 52:7). Wat hij zegt staat er woordelijk bij: "Uw God is Koning." De wachters op de muren zien hem aankomen en heffen samen de stem op, "want zij zullen oog aan oog zien, als de HEERE Sion wederbrengen zal" (Jes. 52:8). Dan wordt de reikwijdte genoemd: "De HEERE heeft Zijn heiligen arm ontbloot voor de ogen aller heidenen; en al de einden der aarde zullen zien het heil onzes Gods" (Jes. 52:10). En daarop volgt de opdracht om weg te trekken: "Vertrekt, vertrekt, gaat uit van daar, raakt het onreine niet aan" (Jes. 52:11). Er staat bij dat het geen vlucht wordt: de HEERE gaat voorop en Hij sluit ook de achterhoede (Jes. 52:12).

Bijbelse betekenis: Merk op waar de vreugde over gaat. Niet over de bode zelf maar over zijn bericht, en toch worden juist zijn voeten liefelijk genoemd — stoffige voeten van iemand die hard gelopen heeft. Wie goed nieuws brengt, deelt in de vreugde van het nieuws. Let vervolgens op de inhoud van de boodschap. Er staat niet: de vijand is weg, maar: uw God is Koning. De verlossing wordt aangekondigd door te zeggen Wie er regeert. Let ten slotte op Jes. 52:12. De uittocht uit Egypte was haastig, met de schoenen aan; deze uittocht niet. Wie voor- en achterhoede in Gods handen weet, hoeft niet te rennen.

Typologie: Paulus haalt dit vers aan over de prediking van het Evangelie: "Hoe liefelijk zijn de voeten dergenen, die vrede verkondigen, dergenen, die het goede verkondigen!" (Rom. 10:15). En de opdracht van Jes. 52:11 neemt hij op in zijn brief aan Korinthe: "gaat uit het midden van hen, en scheidt u af" (2 Kor. 6:17).

Jes. 52:7-12; Rom. 10:15; 2 Kor. 6:17

Ziet, Mijn Knecht zal verstandelijk handelen  — de opening van het vierde Knechtslied, waarin verhoging en mismaaktheid in één adem staan (Jes. 52:13-15)

Het lied begint met de uitkomst: "Ziet, Mijn Knecht zal verstandelijk handelen; Hij zal verhoogd en verheven, ja, zeer hoog worden" (Jes. 52:13). Dan volgt onmiddellijk het tegendeel: velen ontzetten zich over Hem, "alzo verdorven was Zijn gelaat, meer dan van iemand, en Zijn gedaante, meer dan van andere mensenkinderen" (Jes. 52:14). En het derde vers noemt het gevolg voor de volken: "Alzo zal Hij vele heidenen besprengen, ja, de koningen zullen hun mond over Hem toehouden; want denwelken het niet verkondigd was, die zullen het zien" (Jes. 52:15).

Bijbelse betekenis: Merk eerst op waar het lied begint. Niet bij het lijden maar bij de verhoging; de uitkomst staat vooraan, en pas daarna wordt de weg beschreven. Wie zo leest, weet bij elk vers van Jes. 53 waar het op uitloopt. Let vervolgens op de volgorde van Jes. 52:13-14. Dezelfde Knecht is zeer hoog en volkomen misvormd; het lied zet die twee naast elkaar zonder ze te verzachten. Let ten slotte op het woord besprengen (Jes. 52:15). In de wet is besprengen het werk van de priester met bloed of water, en dan gaat het om reiniging. De vertalingen lopen hier uiteen, en het register kiest daarin geen partij; het houdt de lezing van de Statenvertaling aan en zegt er niet meer bij dan dat de volken erin betrokken worden.

Typologie: Paulus gebruikt de laatste woorden van Jes. 52:15 om te verklaren waarom hij juist daar predikte waar Christus nog niet genoemd was: "Denwelken van Hem niet was geboodschapt, die zullen het zien" (Rom. 15:21).

Jes. 52:13-15; Rom. 15:21

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe uitwerking

Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten — 52:7-15

Jeruzalem ligt in het stof en draagt de banden van haar hals. Jesaja roept haar op zich op te richten en haar sierlijke klederen aan te doen. En dan verplaatst hij de blik naar de heuvels rondom de stad, waar iemand aan komt lopen.

Het beeld is dat van een hardloper die van het slagveld komt met bericht, en het bericht is: uw God is Koning.

In de oudheid wachtte een belegerde stad op één man: de loper die kwam vertellen hoe het afgelopen was. Men zag hem eerst als een stip op de heuvel, en men wist niets voordat hij binnen was. Daar gaat dit vers over: “Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die den vrede doet horen.”

Let erop dat niet zijn stem geprezen wordt maar zijn voeten. Dat is geen mooie zinswending. De voeten ziet men het eerst, van verre, bewegend over de kam van de heuvel. En aan de manier waarop iemand loopt, ziet men al of hij goed nieuws bij zich heeft.

Wat hij te zeggen heeft, staat er in vier woorden: uw God is Koning. Niet: de vijand is verslagen, en ook niet: het valt mee. De boodschap gaat over Wie er regeert.

Paulus haalt dat vers aan in Romeinen 10, in een redenering die stap voor stap terugloopt. Hoe zullen zij aanroepen in Wien zij niet geloofd hebben? Hoe geloven van Wien zij niet gehoord hebben? Hoe horen zonder die hun predikt? En hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden worden? En dan komt de aanhaling: hoe liefelijk zijn de voeten dergenen die vrede verkondigen. De loper van Jesaja is bij hem de prediker geworden, en de belegerde stad is ieder die het nog niet gehoord heeft.

Halverwege het hoofdstuk begint iets nieuws, en het loopt door tot het einde van hoofdstuk 53. Dit is het laatste van de liederen over de Knecht des HEEREN, en het bestaat uit vijf strofen van drie verzen. Als dit lied het enige was wat wij van het Evangelie wisten, zouden wij het Evangelie goed kennen. Voor Filippus was het genoeg: hij begon bij die Schrift en predikte de kamerling Jezus.

Het begin ervan staat hier, in vers 13, en het is opmerkelijk dat het lied over de lijdende Knecht opent met verhoging: “Ziet, Mijn Knecht zal verstandelijk handelen; Hij zal verhoogd en verheven, ja, zeer hoog worden.” Drie woorden voor omhoog, achter elkaar.

En dan slaat het onmiddellijk om naar het tegendeel: zo verdorven was Zijn gelaat, meer dan van iemand, en Zijn gedaante meer dan van andere mensenkinderen. Wie Hem zag, keek weg.

Het slot van het hoofdstuk kijkt weer vooruit, en het reikt verder dan Israël: alzo zal Hij vele heidenen besprengen, en de koningen zullen hun mond over Hem toehouden; want wie het niet verkondigd was, die zullen het zien. Daar staat de loper van vers 7 opnieuw, maar dan onderweg naar de einden der aarde.

  1. Jesaja 52:7 — Een loper op de heuvels; niet zijn stem maar zijn voeten worden geprezen.
  2. Jesaja 52:7 — Zijn bericht gaat niet over de afloop maar over Wie er regeert.
  3. Romeinen 10:15 — Paulus haalt dat vers aan, en de loper is bij hem de prediker.
  4. Jesaja 52:13 — Het lied over de lijdende Knecht opent met drie woorden voor omhoog.
  5. Jesaja 52:14 — En slaat meteen om: wie Hem zag, keek weg.
  6. Handelingen 8:35 — Filippus begon bij deze Schrift en predikte hem Jezus.

In het Nieuwe Testament: Romeinen 10:14-15; Handelingen 8:32-35; Romeinen 15:20-21; Filippenzen 2:9; Efeze 6:15

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Jesaja 52

Jesaja 52:2.KruisverwijzingenJeremia 51:45Jesaja 51:14Jesaja 61:1Jesaja 29:4Jeremia 51:50Lukas 21:24Zacharia 2:6Jesaja 3:26
— Schud u uit het stof, maak u op, zit neder, o Jeruzalem! maak u los van de banden van uw hals, gij gevangene dochter van Sion!
“Schud u uit het stof, maak u op, zit neder, o Jeruzalem! maak u los van de banden van uw hals, gij gevangene dochter van Sion!” In de tijd van hun moeite waren deze woorden voor het Hebreeuwse volk vol raad en helder van hoop. Maar zoals dit vers hier staat, geeft het ook een puntige, praktische toespraak van blijvende waarde, die zich niet tot één bepaalde uitleg laat beperken.

Zo’n opdracht paste uitstekend bij het oude Israël, en zij past even goed bij elke gemeente die er laag voor staat. En zij past evengoed bij elke christen die in een lage toestand gevallen is, die in het stof kruipt of tussen de as van Sodom zit. Hem wordt gezegd dat hij van de grond moet opstaan en op een troon moet gaan zitten, want Christus heeft hem tot een koning en een priester gemaakt. Hem wordt aangezegd alle koorden die hem binden los te maken, opdat hij vrij en gelukkig zou zijn in de HEERE.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content