Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jesaja 46

1 Bel is gekromd, Nebo wordt nedergebogen, hun afgoden zijn geworden voor de dieren en voor de beesten; uw opgeladen pakken zijn een last voor de vermoeide beesten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 BelH1078 is gekromdH3766, NeboH5015 wordt nedergebogenH7164, hun afgodenH6091 zijn geworden voor de dierenH2416 en voor de beestenH929; uw opgeladenH6006 pakkenH5385 zijn een lastH4853 voor de vermoeideH5889 beesten. Bel is gekromd, Nebo wordt nedergebogen, hun afgoden zijn geworden voor de dieren en voor de beesten; uw opgeladen pakken zijn een last voor de vermoeide beesten.

KJV Bel2 boweth down,1 Nebo4 stoopeth,3 their idols6 were upon the beasts,7 and upon the cattle:8 your carriages9 were heavy loaden;10 they are a burden11 to the weary

1 כָּרַ֥ע H3766 kromde, gekromd, nederbukken bow (down, self), bring down (low), cast down, couch, fall, feeble, kneeling, sink, smite (stoop) down, subdue, [idiom] very 2 בֵּל֙ H1078 Bel Bel 3 קֹרֵ֣ס H7164 nedergebogen stoop 4 נְב֔וֹ H5015 Nebo Nebo 5 הָיוּ֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 עֲצַבֵּיהֶ֔ם H6091 afgoden idol, image 7 לַחַיָּ֖ה H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 8 וְלַבְּהֵמָ֑ה H929 beesten, vee, beest beast, cattle 9 נְשֻׂאֹתֵיכֶ֣ם H5385 pakken carriage 10 עֲמוּס֔וֹת H6006 laden, beladen, gedragen be borne, (heavy) burden (self), lade, load, put 11 מַשָּׂ֖א H4853 last, opheffen, bezwaarnis burden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute 12 לַעֲיֵפָֽה H5889 moede, vermoeide, dorstig faint, thirsty, weary
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Samen zijn zij nedergebogen, zij zijn gekromd, zij hebben den last niet kunnen redden, maar zijzelven zijn in de gevangenis gegaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 SamenH3162 zijn zij nedergebogenH7164, zij zijn gekromdH3766, zij hebben den lastH4853 niet kunnen reddenH4422, maar zijzelvenH5315 zijn in de gevangenisH7628 gegaanH1980. Samen zijn zij nedergebogen, zij zijn gekromd, zij hebben den last niet kunnen redden, maar zijzelven zijn in de gevangenis gegaan.

KJV They stoop,1 they bow down2 together;3 they could5 not deliver6 the burden,7 but themselves8 are gone10 into captivity.

1 קָרְס֤וּ H7164 nedergebogen stoop 2 כָֽרְעוּ֙ H3766 kromde, gekromd, nederbukken bow (down, self), bring down (low), cast down, couch, fall, feeble, kneeling, sink, smite (stoop) down, subdue, [idiom] very 3 יַחְדָּ֔ו H3162 samen, tezamen alike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal 4 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 יָכְל֖וּ H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 6 מַלֵּ֣ט H4422 ontkomen, ontkwam, bevrijden deliver (self), escape, lay, leap out, let alone, let go, preserve, save, [idiom] speedily, [idiom] surely 7 מַשָּׂ֑א H4853 last, opheffen, bezwaarnis burden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute 8 וְנַפְשָׁ֖ם H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 9 בַּשְּׁבִ֥י H7628 gevangenis, gevangenen, gevangene captive(-ity), prisoners, [idiom] take away, that was taken 10 הָלָֽכָה H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Hoor naar Mij, o huis van Jakob, en het ganse overblijfsel van het huis Israels! die van Mij gedragen zijt van den buik aan, en opgenomen van de baarmoeder af.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 HoorH8085 naarH413 Mij, o huisH1004 van JakobH3290, en het ganseH3605 overblijfselH7611 van het huisH1004 IsraelsH3478! die van Mij gedragenH6006 zijt vanH4480 den buikH990 aan, en opgenomenH5375 vanH4480 de baarmoederH7356 af. Hoor naar Mij, o huis van Jakob, en het ganse overblijfsel van het huis Israels! die van Mij gedragen zijt van den buik aan, en opgenomen van de baarmoeder af.

KJV Hearken1 unto me, O house3 of Jacob,4 and all the remnant6 of the house7 of Israel,8 which are borne9 by me from the belly,11 which are carried12 from the womb:

1 שִׁמְע֤וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 אֵלַי֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 4 יַעֲקֹ֔ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 5 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 שְׁאֵרִ֖ית H7611 overblijfsel, overige, overigen that had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest 7 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 הַֽעֲמֻסִים֙ H6006 laden, beladen, gedragen be borne, (heavy) burden (self), lade, load, put 10 מִנִּי H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 11 בֶ֔טֶן H990 buik, buiks, binnenste belly, body, [phrase] as they be born, [phrase] within, womb 12 הַנְּשֻׂאִ֖ים H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 13 מִנִּי H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 14 רָֽחַם H7356 barmhartigheden, barmhartigheid, baarmoeder bowels, compassion, damsel, tender love, (great, tender) mercy, pity, womb
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En tot de ouderdom toe zal Ik Dezelfde zijn, ja, tot de grijsheid toe zal Ik ulieden dragen; Ik heb het gedaan, en Ik zal u opnemen, en Ik zal dragen en redden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En tot de ouderdomH2209 toe zal IkH589 DezelfdeH1931 zijn, ja, totH5704 de grijsheidH7872 toe zal IkH589 ulieden dragenH5445; IkH589 heb het gedaanH6213, en IkH589 zal u opnemenH5375, en IkH589 zal dragenH5445 en reddenH4422. En tot de ouderdom toe zal Ik Dezelfde zijn, ja, tot de grijsheid toe zal Ik ulieden dragen; Ik heb het gedaan, en Ik zal u opnemen, en Ik zal dragen en redden.

KJV And even to your old age2 I am he; and even to hoar hairs6 will I carry8 you: I have made,10 and I will bear;12 even I will carry,14 and will deliver

1 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 2 זִקְנָה֙ H2209 ouderdom, ouderdoms, oud old (age) 3 אֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 4 ה֔וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 5 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 6 שֵיבָ֖ה H7872 ouderdom, grijsheid, grauwe (be) gray (grey hoar,-y) hairs (head,-ed), old age 7 אֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 8 אֶסְבֹּ֑ל H5445 dragen, gedragen, geladen bear, be a burden, carry, strong to labour 9 אֲנִ֤י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 10 עָשִׂ֨יתִי֙ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 11 וַאֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 12 אֶשָּׂ֔א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 13 וַאֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 14 אֶסְבֹּ֖ל H5445 dragen, gedragen, geladen bear, be a burden, carry, strong to labour 15 וַאֲמַלֵּֽט H4422 ontkomen, ontkwam, bevrijden deliver (self), escape, lay, leap out, let alone, let go, preserve, save, [idiom] speedily, [idiom] surely
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Wien zoudt gijlieden Mij nabeelden, en evengelijk maken, en Mij vergelijken, dat wij elkander gelijken zouden?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 WienH4310 zoudt gijlieden Mij nabeeldenH1819, en evengelijkH7737 maken, en Mij vergelijkenH4911, dat wij elkander gelijken zouden? Wien zoudt gijlieden Mij nabeelden, en evengelijk maken, en Mij vergelijken, dat wij elkander gelijken zouden?

KJV To whom will ye liken2 me, and make me equal,3 and compare4 me, that we may be like?

1 לְמִ֥י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 2 תְדַמְי֖וּנִי H1819 vergelijken, gedacht, meent compare, devise, (be) like(-n), mean, think, use similitudes 3 וְתַשְׁו֑וּ H7737 maakt, baat, besteld avail, behave, bring forth, compare, countervail, (be, make) equal, lay, be (make, a-) like, make plain, profit, reckon 4 וְתַמְשִׁל֖וּנִי H4911 gebruik, spreekwoord, gebruiken be(-come) like, compare, use (as a) proverb, speak (in proverbs), utter 5 וְנִדְמֶֽה H1819 vergelijken, gedacht, meent compare, devise, (be) like(-n), mean, think, use similitudes
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Zij verkwisten het goud uit de beurs, en wegen het zilver met de waag; zij huren een goudsmid, en die maakt het tot een god, zij knielen neder, ook buigen zij zich daarvoor.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Zij verkwistenH2107 het goudH2091 uit de beursH3599, en wegenH8254 het zilverH3701 met de waagH7070; zij hurenH7936 een goudsmidH6884, en die maaktH6213 het tot een godH410, zij knielen nederH5456, ook buigenH7812 zij zich daarvoor. Zij verkwisten het goud uit de beurs, en wegen het zilver met de waag; zij huren een goudsmid, en die maakt het tot een god, zij knielen neder, ook buigen zij zich daarvoor.

KJV They lavish1 gold2 out of the bag,3 and weigh6 silver4 in the balance,5 and hire7 a goldsmith;8 and he maketh9 it a god:10 they fall down,11 yea, they worship.

1 הַזָּלִ֤ים H2107 achten onwaard, verkwisten lavish, despise 2 זָהָב֙ H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 3 מִכִּ֔יס H3599 zak, beurs, buidel bag, cup, purse 4 וְכֶ֖סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 5 בַּקָּנֶ֣ה H7070 rieten, riet, kalmus balance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk 6 יִשְׁקֹ֑לוּ H8254 gewogen, woog, wegen pay, receive(-r), spend, [idiom] throughly, weigh 7 יִשְׂכְּר֤וּ H7936 gehuurd, huren, huurden earn wages, hire (out self), reward, [idiom] surely 8 צוֹרֵף֙ H6884 goudsmid, gelouterd, doorlouterd cast, (re-) fine(-er), founder, goldsmith, melt, pure, purge away, try 9 וְיַעֲשֵׂ֣הוּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 אֵ֔ל H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.' 11 יִסְגְּד֖וּ H5456 knielt neder, knielen neder, nederknielen fall down 12 אַף H637 ook, ja zelfs also, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea 13 יִֽשְׁתַּחֲוּֽוּ H7812 boog, bogen, nederbuigen bow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Zij nemen hem op den schouder, zij dragen hem, en zetten hem aan zijn plaats; daar staat hij, hij wijkt van zijn stede niet; ja, roept iemand tot hem, zo antwoordt hij niet, hij verlost hem niet uit zijn benauwdheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Zij nemenH5375 hem opH5921 den schouderH3802, zij dragenH5445 hem, en zettenH3240 hem aan zijn plaatsH8478; daar staatH5975 hij, hij wijktH4185 van zijn stedeH4725 nietH3808; ja, roeptH6817 iemand totH413 hem, zo antwoordtH6030 hij niet, hij verlostH3467 hem nietH3808 uit zijn benauwdheidH6869. Zij nemen hem op den schouder, zij dragen hem, en zetten hem aan zijn plaats; daar staat hij, hij wijkt van zijn stede niet; ja, roept iemand tot hem, zo antwoordt hij niet, hij verlost hem niet uit zijn benauwdheid.

KJV They bear1 him upon the shoulder,3 they carry4 him, and set him in his place,5 and he standeth;7 from his place8 shall he not remove:10 yea, one shall cry12 unto him, yet can he not answer,15 nor save18 him out of his trouble.

1 יִ֠שָּׂאֻהוּ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 כָּתֵ֨ף H3802 schouder, schouderbanden, schouderen arm, corner, shoulder(-piece), side, undersetter 4 יִסְבְּלֻ֜הוּ H5445 dragen, gedragen, geladen bear, be a burden, carry, strong to labour 5 וְיַנִּיחֻ֤הוּ H3240 laten, leide, liet bestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.) 6 תַחְתָּיו֙ H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 7 וְיַֽעֲמֹ֔ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 8 מִמְּקוֹמ֖וֹ H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 9 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 יָמִ֑ישׁ H4185 wijken, houdt, wijkt cease, depart, go back, remove, take away 11 אַף H637 ook, ja zelfs also, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea 12 יִצְעַ֤ק H6817 riep, riepen, roepen [idiom] at all, call together, cry (out), gather (selves) (together) 13 אֵלָיו֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 יַעֲנֶ֔ה H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 16 מִצָּרָת֖וֹ H6869 benauwdheid, benauwdheden, nood adversary, adversity, affliction, anguish, distress, tribulation, trouble 17 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 18 יוֹשִׁיעֶֽנּוּ H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Gedenkt hieraan, en houdt u kloekelijk, brengt het weder in het hart, o gij overtreders!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 GedenktH2142 hieraan, en houdt u kloekelijkH377, brengtH7725 het weder in het hartH3820, o gij overtredersH6586! Gedenkt hieraan, en houdt u kloekelijk, brengt het weder in het hart, o gij overtreders!

KJV Remember1 this, and shew yourselves men:3 bring it again4 to mind,7 O ye transgressors.

1 זִכְרוּ H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 2 זֹ֖את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 3 וְהִתְאֹשָׁ֑שׁוּ H377 kloekelijk show (one) self a man 4 הָשִׁ֥יבוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 5 פוֹשְׁעִ֖ים H6586 overtreden, overtreders, vielen offend, rebel, revolt, transgress(-ion, -or) 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 לֵֽב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Gedenkt der vorige dingen van oude tijden af, dat Ik God ben, en er is geen God meer, en er is niet gelijk Ik;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 GedenktH2142 der vorigeH7223 dingen van oude tijdenH5769 af, datH3588 IkH595 God ben, en er is geen God meerH5750, en er is niet gelijk Ik; Gedenkt der vorige dingen van oude tijden af, dat Ik God ben, en er is geen God meer, en er is niet gelijk Ik;

Ook in dit vers GodH410 GodH430

KJV Remember1 the former things2 of old:3 for I am God,6 and there is none else; I am God,9 and there is none10 like

1 זִכְר֥וּ H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 2 רִאשֹׁנ֖וֹת H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 3 מֵעוֹלָ֑ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 4 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 אָנֹכִ֥י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 6 אֵל֙ H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.' 7 וְאֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 8 ע֔וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 9 אֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 10 וְאֶ֥פֶס H657 einden, niets, niemand ankle, but (only), end, howbeit, less than nothing, nevertheless (where), no, none (beside), not (any, -withstanding), thing of nought, save(-ing), there, uttermost part, want, without (cause) 11 כָּמֽוֹנִי H3644 gelijk, als according to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Die van den beginne aan verkondigt het einde, en van ouds af die dingen, die nog niet geschied zijn; Die zegt: Mijn raad zal bestaan, en Ik zal al Mijn welbehagen doen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Die van den beginneH7225 aan verkondigtH5046 het eindeH319, en van oudsH6924 af die dingen, die nog nietH3808 geschiedH6213 zijn; Die zegtH559: Mijn raadH6098 zal bestaanH6965, en Ik zal alH3605 Mijn welbehagenH2656 doen. Die van den beginne aan verkondigt het einde, en van ouds af die dingen, die nog niet geschied zijn; Die zegt: Mijn raad zal bestaan, en Ik zal al Mijn welbehagen doen.

KJV Declaring1 the end3 from the beginning,2 and from ancient times4 the things that are not yet done,7 saying,8 My counsel9 shall stand,10 and I will do13 all my pleasure:

1 מַגִּ֤יד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 2 מֵֽרֵאשִׁית֙ H7225 eerstelingen, begin, beginsel beginning, chief(-est), first(-fruits, part, time), principal thing 3 אַחֲרִ֔ית H319 laatste, einde, nakomelingen (last, latter) end (time), hinder (utter) -most, length, posterity, remnant, residue, reward 4 וּמִקֶּ֖דֶם H6924 oosten, ouds, oostwaarts aforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה) 5 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 נַעֲשׂ֑וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 אֹמֵר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 עֲצָתִ֣י H6098 raad, raadslag, raadslagen advice, advisement, counsel(l-(or)), purpose 10 תָק֔וּם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 11 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 חֶפְצִ֖י H2656 lust, voornemen, welbehagen acceptable, delight(-some), desire, things desired, matter, pleasant(-ure), purpose, willingly 13 אֶעֱשֶֽׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Die een roofvogel roept van het oosten, een man Mijns raads uit verren lande; ja, Ik heb het gesproken, Ik zal het ook doen opkomen; Ik heb het geformeerd, Ik zal het ook doen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Die een roofvogelH5861 roeptH7121 van het oostenH4217, een manH376 Mijns raadsH6098 uit verrenH4801 landeH776; ja, Ik heb het gesprokenH1696, Ik zal het ook doen opkomen; Ik heb het geformeerdH3335, Ik zal het ook doen. Die een roofvogel roept van het oosten, een man Mijns raads uit verren lande; ja, Ik heb het gesproken, Ik zal het ook doen opkomen; Ik heb het geformeerd, Ik zal het ook doen.

KJV Calling1 a ravenous bird3 from the east,2 the man6 that executeth my counsel7 from a far5 country:4 yea, I have spoken9 it, I will also bring11 it to pass; I have purposed12 it, I will also do

1 קֹרֵ֤א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 מִמִּזְרָח֙ H4217 oosten, opgang, oostwaarts east (side, -ward), (sun-) rising (of the sun) 3 עַ֔יִט H5861 roofvogelen, roofvogel, vogel bird, fowl, ravenous (bird) 4 מֵאֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 מֶרְחָ֖ק H4801 verre, verren, ver (a-, dwell in, very) far (country, off). See also H1023 (בֵּית הַמֶּרְחָק) 6 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 7 עֲצָתִ֑י H6098 raad, raadslag, raadslagen advice, advisement, counsel(l-(or)), purpose 8 אַף H637 ook, ja zelfs also, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea 9 דִּבַּ֨רְתִּי֙ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 10 אַף H637 ook, ja zelfs also, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea 11 אֲבִיאֶ֔נָּה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 12 יָצַ֖רְתִּי H3335 geformeerd, formeert, pottenbakker [idiom] earthen, fashion, form, frame, make(-r), potter, purpose 13 אַף H637 ook, ja zelfs also, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea 14 אֶעֱשֶֽׂנָּה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Hoort naar Mij, gij stijven van harte, gij, die verre van de gerechtigheid zijt!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 HoortH8085 naarH413 Mij, gij stijvenH47 van harteH3820, gij, die verreH7350 van de gerechtigheidH6666 zijt! Hoort naar Mij, gij stijven van harte, gij, die verre van de gerechtigheid zijt!

KJV Hearken1 unto me, ye stouthearted,3 that are far from5 righteousness:

1 שִׁמְע֥וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 אֵלַ֖י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 אַבִּ֣ירֵי H47 sterke, sterken, machtigen angel, bull, chiefest, mighty (one), stout(-hearted), strong (one), valiant 4 לֵ֑ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 5 הָרְחוֹקִ֖ים H7350 verre, verren, ver (a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come 6 מִצְּדָקָֽה H6666 gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheid justice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Ik breng Mijn gerechtigheid nabij, zij zal niet verre wezen, en Mijn heil zal niet vertoeven; maar Ik zal heil geven in Sion, aan Israel Mijn heerlijkheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Ik brengH7126 Mijn gerechtigheidH6666 nabijH7126, zij zal nietH3808 verreH7368 wezen, en Mijn heilH8668 zal nietH3808 vertoevenH309; maar Ik zal heilH8668 gevenH5414 in SionH6726, aan IsraelH3478 Mijn heerlijkheidH8597. Ik breng Mijn gerechtigheid nabij, zij zal niet verre wezen, en Mijn heil zal niet vertoeven; maar Ik zal heil geven in Sion, aan Israel Mijn heerlijkheid.

KJV I bring near1 my righteousness;2 it shall not be far off,4 and my salvation5 shall not tarry:7 and I will place8 salvation10 in Zion9 for Israel11 my glory.

1 קֵרַ֤בְתִּי H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 2 צִדְקָתִי֙ H6666 gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheid justice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness) 3 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 תִרְחָ֔ק H7368 verre, wees verre, ver (a-, be, cast, drive, get, go, keep (self), put, remove, be too, (wander), withdraw) far (away, off), loose, [idiom] refrain, very, (be) a good way (off) 5 וּתְשׁוּעָתִ֖י H8668 heil, verlossing, overwinning deliverance, help, safety, salvation, victory 6 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 תְאַחֵ֑ר H309 vertoeven, achter, vertoef continue, defer, delay, hinder, be late (slack), stay (there), tarry (longer) 8 וְנָתַתִּ֤י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 9 בְצִיּוֹן֙ H6726 Sion, Sions Zion 10 תְּשׁוּעָ֔ה H8668 heil, verlossing, overwinning deliverance, help, safety, salvation, victory 11 לְיִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 12 תִּפְאַרְתִּֽי H8597 heerlijkheid, sieraad, sierlijke beauty(-iful), bravery, comely, fair, glory(-ious), honour, majesty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jesaja 46:1 Jeremia 51:44 Jesaja 21:9 Jeremia 50:2 Jeremia 51:52 Exodus 12:12 Jesaja 2:20 1 Samuël 5:3 Jesaja 41:6
Jesaja 46:2 Jeremia 48:7 Richteren 18:17 2 Samuël 5:21 Jeremia 43:12 Richteren 18:24 Jesaja 44:17 Jesaja 37:19 Jesaja 36:18
Jesaja 46:3 Deuteronomium 1:31 Jesaja 10:22 Psalmen 71:6 Jesaja 1:9 Ezechiël 16:6 Psalmen 22:9 Jesaja 11:11 Jesaja 48:1
Jesaja 46:4 Psalmen 71:18 Jesaja 43:13 Romeinen 11:29 Jakobus 1:17 Psalmen 48:14 Psalmen 92:14 Hebreeën 1:12 Jesaja 41:4
Jesaja 46:5 Jesaja 40:18 Jesaja 40:25 Exodus 15:11 Hebreeën 1:3 Kolossenzen 1:15 Psalmen 113:5 Psalmen 86:8 Psalmen 89:8
Jesaja 46:6 Jeremia 10:9 Handelingen 17:29 Exodus 32:2 Richteren 17:3 Daniël 3:5 Jesaja 2:8 Hosea 8:4 Jesaja 45:20
Jesaja 46:7 Jesaja 45:20 Jeremia 10:5 Jesaja 37:38 Jona 1:5 Jeremia 2:28 Daniël 3:1 Jesaja 46:1 1 Koningen 18:40
Jesaja 46:8 Hagai 1:5 Jesaja 44:18 1 Korinthe 14:20 Jesaja 47:7 Psalmen 115:8 Jeremia 10:8 Lukas 15:17 Psalmen 135:18
Jesaja 46:9 Deuteronomium 32:7 Deuteronomium 33:26 Jesaja 42:9 Psalmen 111:4 Jesaja 65:17 Psalmen 78:1 Jesaja 45:18 Jesaja 45:14
Jesaja 46:10 Spreuken 19:21 Psalmen 33:11 Jesaja 43:13 Spreuken 21:30 Jesaja 45:21 Handelingen 5:39 Hebreeën 6:17 Jesaja 46:11
Jesaja 46:11 Numeri 23:19 Jesaja 41:2 Psalmen 119:24 Efeze 1:11 Jesaja 14:24 Efeze 3:11 Job 23:13 Jesaja 48:14
Jesaja 46:12 Jesaja 46:3 Psalmen 119:150 Jeremia 2:5 Spreuken 1:22 Zacharia 7:11 Jesaja 48:4 Efeze 2:13 Psalmen 76:5
Jesaja 46:13 Jesaja 61:3 Jesaja 51:5 Jesaja 44:23 Jesaja 62:11 1 Petrus 2:6 2 Thessalonicenzen 1:10 Jesaja 43:7 Jesaja 12:2
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jesaja 46 vers 1

is gekromd, Bel is de naam van den voornaamsten afgod der Babyloniërs; zie Dan. 1:2 in de aantekening. Als de stad Babel van de Perzen is ingenomen geweest, zo zijn ook de goden der Babyloniërs verstoord en als gevankelijk naar Perzië gevoerd geworden.

Hertaald: is gekromd, Bel is de naam van de voornaamste afgod van de Babyloniërs; zie de aantekening bij Dan. 1:2. Toen de stad Babel door de Perzen ingenomen werd, zijn ook de goden van de Babyloniërs verstoord en als het ware in gevangenschap naar Perzië gevoerd.

Nebo Nebo is ook de naam van een afgod bij de Babyloniërs.

Hertaald: Nebo Nebo is eveneens de naam van een afgod bij de Babyloniërs.

hun Te weten der Babyloniërs.

Hertaald: hun Namelijk: van de Babyloniërs.

afgoden Hebreeuws, smarten; omdat de afgoden dengenen, die hen dienen, smarten veroorzaken.

Hertaald: afgoden Hebreeuws: smarten, omdat de afgoden aan hun dienaars smart bezorgen.

zijn geworden Dat is, zij zijn geladen op de dieren en de beesten, namelijk, dat die hen in Perzië zouden brengen.

Hertaald: zijn geworden Dat is: zij zijn op de lastdieren en het vee geladen om naar Perzië gebracht te worden.

uw opgeladen De zin is: de lastdragende beesten, die de Perzen gebruiken zullen om uwe afgoden te vervoeren, zullen er zo zwaar mede geladen zijn, dat zij er moede van worden zullen.

Hertaald: uw opgeladen De betekenis is: de lastdieren die de Perzen zullen gebruiken om uw afgoden te vervoeren, zullen er zo zwaar mee beladen zijn dat zij ervan vermoeid raken.

Jesaja 46 vers 2

Tezamen De zin is: Zij, te weten de afgoden van Babel, hebben niet kunnen beletten dat de Perzen een groten buit uit Babylonië uitvoeren zouden; ja zij moeten zelfs mede in de gevangenis, zulke fraaie en dappere goden zijn zij. Anderen verstaan het aldus: De lastdragende beesten, die de beelden droegen, waren daarmede zo overladen, dat zij krom en gebogen gingen.

Hertaald: Tezamen De betekenis is: zij — namelijk de afgoden van Babel — hebben niet kunnen verhinderen dat de Perzen een grote buit uit Babylonië wegvoerden; ja, zij moeten zelfs zelf mee in gevangenschap. Zulke fraaie en dappere goden zijn het! Anderen vatten het zo op: de lastdieren die de beelden droegen waren daarmee zo overladen dat zij krom en gebogen liepen.

zij hebben den last Te weten de afgoden, of de Babyloniërs.

Hertaald: zij hebben den last Namelijk: de afgoden, of de Babyloniërs.

zijzelven Hebreeuws, hunne ziel, zijzelven; alzo Jes. 47:14 .

Hertaald: zijzelven Hebreeuws: hun ziel, zij zelf; zo ook in Jes. 47:14.

zijn in de gevangenis gegaan Dat is, zij zullen gevankelijk weggevoerd worden naar Perzië.

Hertaald: zijn in de gevangenis gegaan Dat is: zij zullen in gevangenschap naar Perzië weggevoerd worden.

Jesaja 46 vers 3

gij die van Mij Dat is, voor wie Ik steeds zorg draag, wiens schut en scherm Ik altoos geweest ben. Zie Ex. 19:4 ; Deut. 1:31 , en Deut. 32:11 ; Ps. 22:11 en Ps. 71:6 .

Hertaald: gij die van Mij Dat is: voor wie Ik voortdurend zorg draag en Wiens schild en beschutting Ik altijd geweest ben. Zie Ex. 19:4, Deut. 1:31, Deut. 32:11, Ps. 22:11 en Ps. 71:6.

van den buik aan, Of, van [moeders] buik af. De zin is: Ik ben met u bezwaard geweest, als ene moeder met haar kind, en heb u beschermd en verzorgd van uw eersten oorsprong af.

Hertaald: van den buik aan, Of: van de moederschoot af. De betekenis is: Ik heb u gedragen zoals een moeder haar kind, en Ik heb u beschermd en verzorgd vanaf uw eerste begin.

van de baarmoeder af Dat is, zo haast als gij geboren zijt.

Hertaald: van de baarmoeder af Dat is: zodra u geboren was.

Jesaja 46 vers 4

tot de ouderdom Dat is, totdat gij oud en grijs zult geworden zijn.

Hertaald: tot de ouderdom Dat is: totdat u oud en grijs geworden zult zijn.

dragen; Gelijk ene moeder of voedster haar jong kind draagt; dat is, Ik zal u wel verzorgen.

Hertaald: dragen; Zoals een moeder of voedster haar jonge kind draagt — dat is: Ik zal goed voor u zorgen.

redden Te weten uit de Babylonische gevangenschap, of uit allen nood.

Hertaald: redden Namelijk: uit de Babylonische gevangenschap, of uit alle nood.

Jesaja 46 vers 6

Zij Te weten afgodendienaars.

Hertaald: Zij Namelijk: de afgodendienaars.

verkwisten Of, zij verkwisten onnut. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk het geld overvloediglijk verkwisten, als geen werk daarvan makende of hetzelve niet achtende; zodat hier te kennen wordt gegeven de dwaasheid der afgodendienaars en beroving hunner zinnen.

Hertaald: verkwisten Of: zij verkwisten het nutteloos. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk het geld met volle handen verkwisten, alsof men er niets om geeft en het niet telt. Zo wordt hier de dwaasheid van de afgodendienaars te kennen gegeven en het feit dat zij van hun verstand beroofd zijn.

de waag; Of, waagpen, evenaar, of tong der weegschaal.

Hertaald: de waag; Of: weegpen, evenaar, of tong van de weegschaal.

een goudsmid, Hebreeuws, een smelter; gelijk Jes. 41:7 .

Hertaald: een goudsmid, Hebreeuws: een smelter, zoals in Jes. 41:7.

tot een god, Dat is, tot een afgod.

Hertaald: tot een god, Dat is: tot een afgod.

Jesaja 46 vers 7

aan zijn plaats; Hebreeuws, onder zich.

Hertaald: aan zijn plaats; Hebreeuws: onder zich.

hem niet Te weten den afgodendienaar.

Hertaald: hem niet Namelijk: de afgodendienaar.

Jesaja 46 vers 8

hieraan, Of, aan dit, of van dezen.

Hertaald: hieraan, Of: aan dit, of hiervan.

houdt Of, houdt u mannelijk, of zijt gefondeerd; ziet toe dat gij u niet laat bedriegen, noch bewegen of brengen tot den dienst der afgoden, door vrees of door het voorbeeld der Babyloniërs.

Hertaald: houdt Of: houdt u mannelijk, of: staat vast. Ziet erop toe dat u zich niet laat bedriegen en dat u zich niet laat bewegen of brengen tot de dienst van de afgoden, niet door vrees en niet door het voorbeeld van de Babyloniërs.

brengt het Of, brengt het den overtreders weder in het hart.

Hertaald: brengt het Of: brengt het de overtreders weer in het hart.

o gij overtreders Die mijn verbond verlaat en u van de afgodendienaars laat verleiden.

Hertaald: o gij overtreders U die Mijn verbond verlaat en zich door de afgodendienaars laat verleiden.

Jesaja 46 vers 9

der vorige dingen Te weten de weldaden en wonderwerken, die Ik ulieden of mijne kerk eertijds bewezen heb.

Hertaald: der vorige dingen Namelijk: de weldaden en wonderwerken die Ik u of Mijn kerk vroeger bewezen heb.

van oude tijden af, De rede zou aldus voller zijn: Die geschied zijn van oude tijden af.

Hertaald: van oude tijden af, De zin zou voller zijn als er stond: die van oude tijden af gebeurd zijn.

gelijk Ik; Of, mij gelijk.

Hertaald: gelijk Ik; Of: aan Mij gelijk.

Jesaja 46 vers 10

Die van den beginne Dat is, Ik die de toekomende dingen voorzeg lang tevoren eer zij geschieden, doende daarmede blijken dat Ik alleen de ware God ben.

Hertaald: Die van den beginne Dat is: Ik, Die de toekomende dingen lang tevoren voorzeg, voordat zij gebeuren, en daarmee laat blijken dat Ik alleen de ware God ben.

Jesaja 46 vers 11

een roofvogel Versta Cores, die zo snellijk met zijn heirleger uit Perzië in Babylonië zal komen en hen beroven, alsof hij een snelvliegende roofvogel ware, en vloog.

Hertaald: een roofvogel Versta: Cores, die zo snel met zijn leger uit Perzië in Babylonië zal komen en hen zal beroven, alsof hij een snel vliegende roofvogel was.

van het oosten, Te weten uit Perzië, dat de Babyloniërs tegen het oosten ligt.

Hertaald: van het oosten, Namelijk: uit Perzië, dat ten oosten van de Babyloniërs ligt.

een man Dat is, een man, die mijn raadslag doe en in het werk stel, Babel verwoest, en mijn volk uit de gevangenschap verlos.

Hertaald: een man Dat is: een man die Mijn raadsbesluit uitvoert en ten uitvoer brengt, Babel verwoest en Mijn volk uit de gevangenschap verlost.

geformeerd, Te weten in mijnen zin, of in mijn geheimen raad. Ik heb besloten, Ik heb het mij voorgenomen.

Hertaald: geformeerd, Namelijk: in Mijn gedachten, of in Mijn verborgen raad. Ik heb het besloten, Ik heb het Mij voorgenomen.

Jesaja 46 vers 12

gij stijven Of, gij stouten, stuggen, hardnekkigen, eigenzinnigen van harte, gij boosaardige Joden.

Hertaald: gij stijven Of: u brutalen, stugge, hardnekkige, eigenzinnige mensen van hart; u boosaardige Joden.

gij, die verre Alsof God zeide: Gijlieden, die mijne genade gans onwaardig zijt, omdat gij de vroomheid en ware godzaligheid naar behoren niet behartigt.

Hertaald: gij, die verre Alsof God zei: u die Mijn genade volstrekt onwaardig bent, omdat u de vroomheid en de ware godzaligheid niet naar behoren ter harte neemt.

Jesaja 46 vers 13

Ik breng Of, Ik zal brengen, of Ik heb gebracht, en aldus dikwijls bij de profeten, die vanwege de zekerheid hunner profetieën dikwijls van ene zaak, die nog aanstaande is, spreken alsof zij reeds voltrokken ware.

Hertaald: Ik breng Of: Ik zal brengen, of: Ik heb gebracht. Zo doen de profeten vaak: vanwege de zekerheid van hun profetieën spreken zij dikwijls over iets wat nog moet komen alsof het al voltrokken was.

Mijn gerechtigheid Dat is, het werk mijner gerechtigheid; te weten de verlossing van mijn volk uit de Babylonische gevangenschap en voorts door den Heere Christus uit hun geestelijke ellende. Zie boven Jes. 45:8 .

Hertaald: Mijn gerechtigheid Dat is: het werk van Mijn gerechtigheid, namelijk de verlossing van Mijn volk uit de Babylonische gevangenschap en verder de verlossing door de Heere Christus uit hun geestelijke ellende. Zie hierboven Jes. 45:8.

Mijn heil Dat is, de verlossing, die Ik mijn volk bewijzen zal, het uit de gevangenschap verlossende.

Hertaald: Mijn heil Dat is: de verlossing die Ik Mijn volk zal bewijzen door het uit de gevangenschap te verlossen.

aan Israël Dat is, zulk ene verlossing, door welke mijn volk Israël grotelijks zal verheerlijkt worden. Anders: [tot] mijne heerlijkheid, te weten door dit heerlijke werk der verlossing zal openbaar gemaakt en geroemd worden. Anders: om Israëls wil, dat mijne heerlijkheid is.

Hertaald: aan Israël Dat is: een verlossing waardoor Mijn volk Israël zeer verheerlijkt zal worden. Anders: tot Mijn heerlijkheid, namelijk die door dit heerlijke werk van de verlossing bekendgemaakt en geroemd zal worden. Anders: om Israëls wil, dat Mijn heerlijkheid is.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Tot de grijsheid toe zal Ik ulieden dragen  — de goden van Babel moeten gedragen worden; de God van Israël draagt zelf (Jes. 46:1-7)

Het hoofdstuk opent met een optocht die vastloopt: "Bel is gekromd, Nebo wordt nedergebogen", en hun beelden worden op lastdieren geladen (Jes. 46:1). De dieren bezwijken onder het gewicht, en de goden kunnen de last niet redden; zij gaan zelf in gevangenschap (Jes. 46:2). Daartegenover staat een woord aan Israël: "die van Mij gedragen zijt van den buik aan, en opgenomen van de baarmoeder af" (Jes. 46:3). En dan volgt de belofte waar dit hoofdstuk om bekend is: "En tot de ouderdom toe zal Ik Dezelfde zijn, ja, tot de grijsheid toe zal Ik ulieden dragen; Ik heb het gedaan, en Ik zal u opnemen, en Ik zal dragen en redden" (Jes. 46:4). Even verderop wordt het beeld nog eens uitgewerkt: men huurt een goudsmid, zet het beeld op zijn plaats, "daar staat hij, hij wijkt van zijn stede niet" (Jes. 46:7).

Bijbelse betekenis: Merk op waar het verschil in zit. Het is één woord: dragen. Een afgod moet gedragen worden en blijft staan waar men hem neerzet; God draagt Zelf en gaat mee. Dat is geen spot om de spot, maar de eenvoudigste manier om te laten zien wat een god waard is. Let vervolgens op de spanwijdte van Jes. 46:3-4. Er wordt niet gezegd dat God van de geboorte tot de bekering draagt, maar van de baarmoeder tot de grijsheid; er valt geen levensfase buiten, en de ouderdom wordt uitdrukkelijk genoemd. Let ten slotte op de vier werkwoorden in Jes. 46:4: Ik heb het gedaan, Ik zal opnemen, Ik zal dragen, Ik zal redden. Alle vier hebben dezelfde Persoon als onderwerp, en de mens komt er alleen in voor als degene die gedragen wordt.

Typologie: Dezelfde omkering staat in de gelijkenis van het verloren schaap: de herder legt het op zijn schouders, en hij doet dat verblijd (Luk. 15:5). Ook daar wordt het gevondene gedragen en niet aangespoord om zelf terug te lopen.

Jes. 46:1-7; Luk. 15:5

Mijn raad zal bestaan  — God noemt het einde al bij het begin, en dat is de grond waarop Hij vertrouwen vraagt (Jes. 46:8-13)

"Gedenkt der vorige dingen van oude tijden af, dat Ik God ben, en er is geen God meer, en er is niet gelijk Ik" (Jes. 46:9). Wat Hem onderscheidt, staat in het volgende vers: Hij is "Die van den beginne aan verkondigt het einde, en van ouds af die dingen, die nog niet geschied zijn" (Jes. 46:10). En daarop volgt de zin waar het hoofdstuk om draait: "Mijn raad zal bestaan, en Ik zal al Mijn welbehagen doen." Het gaat meteen over in het concrete geval: "Die een roofvogel roept van het oosten, een man Mijns raads uit verren lande", en Hij zegt erbij: Ik heb het gesproken, Ik zal het ook doen opkomen (Jes. 46:11). Het slot is gericht op wie het niet aandurft: "Hoort naar Mij, gij stijven van harte", en dan: "Ik breng Mijn gerechtigheid nabij, zij zal niet verre wezen" (Jes. 46:12-13).

Bijbelse betekenis: Merk op waarmee God Zich hier bewijst. Niet met macht en niet met wonderen, maar met de toets die in dit deel van het boek telkens terugkeert: wie kan zeggen wat er komen gaat (reeds behandeld bij Jes. 41:22)? De naam van Cores is daarvan het voorbeeld. Let vervolgens op de uitdrukking Mijn raad. Het is geen wens en geen voornemen dat kan mislukken, maar een besluit dat bestaat; dat is de grond waarop het volk gevraagd wordt te wachten. Let ten slotte op tot wie het slot gericht is. Het is gericht tot de hardnekkigen, die ver van de gerechtigheid zijn. Juist tegen hen wordt gezegd dat het heil niet ver is. Het woord komt dus niet bij wie er al klaar voor zijn.

Typologie: Paulus zegt hetzelfde van de gemeente: God werkt alle dingen "naar den raad van Zijn wil" (Ef. 1:11). En Petrus verbindt die raad met het kruis: Christus is overgegeven "door den bepaalden raad en voorkennis Gods" (Hand. 2:23, reeds behandeld).

Jes. 46:8-13; Jes. 41:22; Ef. 1:11; Hand. 2:23

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Jesaja 46

Jesaja 46:3-4.KruisverwijzingenPsalmen 71:18Jesaja 43:13Romeinen 11:29Deuteronomium 1:31Jakobus 1:17Psalmen 48:14Psalmen 92:14Hebreeën 1:12
— Hoor naar Mij, o huis van Jakob, en het ganse overblijfsel van het huis Israels! die van Mij gedragen zijt van den buik aan, en opgenomen van de baarmoeder af. En tot de ouderdom toe zal Ik Dezelfde zijn, ja, tot de grijsheid toe zal Ik ulieden dragen; Ik heb het gedaan, en Ik zal u opnemen, en Ik zal dragen en redden.
“Hoor naar Mij, o huis van Jakob, en het ganse overblijfsel van het huis Israels! die van Mij gedragen zijt van den buik aan, en opgenomen van de baarmoeder af. En tot de ouderdom toe zal Ik Dezelfde zijn, ja, tot de grijsheid toe zal Ik ulieden dragen; Ik heb het gedaan, en Ik zal u opnemen, en Ik zal dragen en redden.” Het vertrouwen van Babel ligt begraven onder haar puinhopen, want haar goden zijn van hun tronen gevallen: Bel is nedergebogen, Nebo is ingezonken.

Wat ons betreft: ons vertrouwen is op de levende God, die leeft om Zijn uitverkorenen te dragen en te torsen; op de HEERE, de enige ware Heere. Wij beginnen ons geestelijke leven door het geloof in Hem, want voordat het geloof komt, hebben wij geen macht om kinderen van God te worden. En ons geestelijke leven zal op diezelfde wijze voortgezet moeten worden: in vertrouwen op de HEERE. Wij leven door het geloof in de Zoon van God, die ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons overgegeven heeft.

Wij verheugen ons erin dat wij ons vertrouwen nooit zullen hoeven te verwisselen, want onze God zal nooit in gevangenschap weggevoerd of van Zijn troon gerukt worden. Ons geloof is gebouwd op een rots die nooit bewogen kan worden. Zolang wij leven zullen wij altijd een toevlucht hebben, een hoop, een vertrouwen dat nooit weggenomen kan worden.

“tot de ouderdom toe zal Ik Dezelfde zijn” is niet alleen een belofte voor wie op leeftijd zijn. Het is een belofte aan het volk van God in elk tijdperk tussen hun geboorte en hun dood. De HEERE zegt niet dat Hij ervoor instaat dat al Zijn volk de ouderdom bereiken zal, maar Hij zégt wel dat Hij ons van de baarmoeder af gedragen heeft en ons nog dragen zal. De HEERE is ons goed in alle tijden en op alle wijzen.

Wij moeten de barmhartigheid van God niet houden voor iets dat alleen geldt voor wie het einde van hun pelgrimstocht naderen, maar voor iets dat Zijn volk heel hun woestijnreis door begeleidt. Van de dag waarop zij het paaslam voor het eerst aten en Egypte verlieten, tot het uur waarin de Jordaan opdroogde en zij het land in bezit namen dat van melk en honing overvloeit. Onze bevindelijke omgang met God doet ons weten dat Hij van het eerste tot het laatste onze genadige Helper is. Bel en Nebo stellen hun vereerders teleur, maar de HEERE is onze God tot in alle eeuwigheid, en Hij zal ons leidsman zijn tot in de dood.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Niets in het verleden heeft het fundament van ons geloof doen wankelen. Niets in het heden kan het bewegen. Niets in de toekomst zal het ondermijnen. Wat er in de eeuwen die komen ook geschieden mag, er zal altijd goede grond zijn om de HEERE en Zijn getrouwe Woord te geloven. De grote waarheden die Hij geopenbaard heeft, zullen nooit weerlegd worden. De grote beloften die Hij gedaan heeft, zullen nooit worden ingetrokken. De grote raadslagen die Hij beraamd heeft, zullen nooit worden opgegeven.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content