Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jesaja 42

1 Ziet, Mijn Knecht, Dien Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Denwelken Mijn ziel een welbehagen heeft! Ik heb Mijn geest op Hem gegeven; Hij zal het recht den heidenen voortbrengen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 ZietH2005, Mijn KnechtH5650, Dien Ik ondersteunH8551, Mijn UitverkoreneH972, in Denwelken Mijn zielH5315 een welbehagenH7521 heeft! Ik heb Mijn geestH7307 opH5921 Hem gegevenH5414; Hij zal het rechtH4941 den heidenenH1471 voortbrengenH3318. Ziet, Mijn Knecht, Dien Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Denwelken Mijn ziel een welbehagen heeft! Ik heb Mijn geest op Hem gegeven; Hij zal het recht den heidenen voortbrengen.

KJV Behold my servant,2 whom I uphold;3 mine elect,5 in whom my soul7 delighteth;6 I have put8 my spirit9 upon him: he shall bring forth13 judgment11 to the Gentiles.

1 הֵ֤ן H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 2 עַבְדִּי֙ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 3 אֶתְמָךְ H8551 houdt, vast, onderhoudt (take, up-) hold (up), maintain, retain, stay (up) 4 בּ֔וֹ 5 בְּחִירִ֖י H972 uitverkorenen, uitverkorene, Uitverkorene choose, chosen one, elect 6 רָצְתָ֣ה H7521 welgevallen, aangenaam, behagen (be) accept(-able), accomplish, set affection, approve, consent with, delight (self), enjoy, (be, have a) favour(-able), like, observe, pardon, (be, have, take) please(-ure), reconcile self 7 נַפְשִׁ֑י H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 8 נָתַ֤תִּי H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 9 רוּחִי֙ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 10 עָלָ֔יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 מִשְׁפָּ֖ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 12 לַגּוֹיִ֥ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 13 יוֹצִֽיא H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Hij zal niet schreeuwen, noch Zijn stem verheffen, noch Zijn stem op de straat horen laten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Hij zal niet schreeuwenH6817, nochH3808 Zijn stemH6963 verheffenH5375, nochH3808 Zijn stem op de straatH2351 horenH8085 laten. Hij zal niet schreeuwen, noch Zijn stem verheffen, noch Zijn stem op de straat horen laten.

KJV He shall not cry,2 nor lift up,4 nor cause his voice8 to be heard6 in the street.

1 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 יִצְעַ֖ק H6817 riep, riepen, roepen [idiom] at all, call together, cry (out), gather (selves) (together) 3 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 יִשָּׂ֑א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 5 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 יַשְׁמִ֥יעַ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 7 בַּח֖וּץ H2351 buiten, straten, straat abroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without 8 קוֹלֽוֹ H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen; met waarheid zal Hij het recht voortbrengen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Het gekrookteH7533 rietH7070 zal Hij nietH3808 verbrekenH7665, en de rokendeH3544 vlaswiekH6594 zal Hij nietH3808 uitblussenH3518; met waarheidH571 zal Hij het rechtH4941 voortbrengenH3318. Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen; met waarheid zal Hij het recht voortbrengen.

KJV A bruised2 reed1 shall he not break,4 and the smoking6 flax5 shall he not quench:8 he shall bring forth10 judgment11 unto truth.

1 קָנֶ֤ה H7070 rieten, riet, kalmus balance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk 2 רָצוּץ֙ H7533 onderdrukt, gebroken, stukken gestoten break, bruise, crush, discourage, oppress, struggle together 3 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 יִשְׁבּ֔וֹר H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 5 וּפִשְׁתָּ֥ה H6594 vlas, vlaswiek flax, tow 6 כֵהָ֖ה H3544 ingetrokken, benauwden, donker somewhat dark, darkish, wax dim, heaviness, smoking 7 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 יְכַבֶּ֑נָּה H3518 uitgeblust, uitblussen, blussen go (put) out, quench 9 לֶאֱמֶ֖ת H571 waarheid, trouw, waarachtig assured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity 10 יוֹצִ֥יא H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 11 מִשְׁפָּֽט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Hij zal niet verdonkerd worden, en Hij zal niet verbroken worden, totdat Hij het recht op aarde zal hebben besteld; en de eilanden zullen naar Zijn leer wachten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Hij zal nietH3808 verdonkerdH3543 worden, en Hij zal nietH3808 verbrokenH7533 worden, totdatH5704 Hij het rechtH4941 op aardeH776 zal hebben besteldH7760; en de eilandenH339 zullen naar Zijn leerH8451 wachtenH3176. Hij zal niet verdonkerd worden, en Hij zal niet verbroken worden, totdat Hij het recht op aarde zal hebben besteld; en de eilanden zullen naar Zijn leer wachten.

KJV He shall not fail2 nor be discouraged,4 till he have set6 judgment8 in the earth:7 and the isles10 shall wait11 for his law.

1 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 יִכְהֶה֙ H3543 donker, verdonkerd, enenmale darken, be dim, fail, faint, restrain, [idiom] utterly 3 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 יָר֔וּץ H7533 onderdrukt, gebroken, stukken gestoten break, bruise, crush, discourage, oppress, struggle together 5 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 6 יָשִׂ֥ים H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 7 בָּאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 מִשְׁפָּ֑ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 9 וּלְתוֹרָת֖וֹ H8451 wet, wetten, leer law 10 אִיִּ֥ים H339 eilanden, eilands, eiland country, isle, island 11 יְיַחֵֽילוּ H3176 hopen, gehoopt, hope (cause to, have, make to) hope, be pained, stay, tarry, trust, wait
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Alzo zegt God, de HEERE, Die de hemelen geschapen, en dezelve uitgebreid heeft, Die de aarde uitgespannen heeft, en wat daaruit voortkomt; Die den volke, dat daarop is, den adem geeft, en den geest dengenen, die daarop wandelen:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 AlzoH3541 zegtH559 GodH410, de HEEREH3068, Die de hemelenH8064 geschapenH1254, en dezelve uitgebreidH5186 heeft, Die de aardeH776 uitgespannenH7554 heeft, en wat daaruit voortkomtH6631; Die den volkeH5971, dat daarop is, den ademH5397 geeftH5414, en den geestH7307 dengenen, die daarop wandelenH1980: Alzo zegt God, de HEERE, Die de hemelen geschapen, en dezelve uitgebreid heeft, Die de aarde uitgespannen heeft, en wat daaruit voortkomt; Die den volke, dat daarop is, den adem geeft, en den geest dengenen, die daarop wandelen:

KJV Thus saith2 God3 the LORD,4 he that created5 the heavens,6 and stretched them out;7 he that spread forth8 the earth,9 and that which cometh out10 of it; he that giveth11 breath12 unto the people13 upon it, and spirit15 to them that walk

1 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֞ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 הָאֵ֣ל H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.' 4 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 בּוֹרֵ֤א H1254 geschapen, schiep, schep choose, create (creator), cut down, dispatch, do, make (fat) 6 הַשָּׁמַ֨יִם֙ H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 7 וְנ֣וֹטֵיהֶ֔ם H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 8 רֹקַ֥ע H7554 uitgespannen, rekten, Uitgerekt beat, make broad, spread abroad (forth, over, out, into plates), stamp, stretch 9 הָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 וְצֶאֱצָאֶ֑יהָ H6631 spruiten, nakomelingen, voortkomt that which cometh forth (out), offspring 11 נֹתֵ֤ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 12 נְשָׁמָה֙ H5397 adem, geblaas, geest blast, (that) breath(-eth), inspiration, soul, spirit 13 לָעָ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 14 עָלֶ֔יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 וְר֖וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 16 לַהֹלְכִ֥ים H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 17 בָּֽהּ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Ik, de HEERE, heb u geroepen in gerechtigheid, en Ik zal u bij uw hand grijpen; en Ik zal u behoeden, en Ik zal u geven tot een Verbond des volks, tot een Licht der heidenen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 IkH589, de HEEREH3068, heb u geroepenH7121 in gerechtigheidH6664, en Ik zal u bij uw handH3027 grijpenH2388; en Ik zal u behoedenH5341, en Ik zal u gevenH5414 tot een VerbondH1285 des volksH5971, tot een LichtH216 der heidenenH1471. Ik, de HEERE, heb u geroepen in gerechtigheid, en Ik zal u bij uw hand grijpen; en Ik zal u behoeden, en Ik zal u geven tot een Verbond des volks, tot een Licht der heidenen.

KJV I the LORD2 have called3 thee in righteousness,4 and will hold5 thine hand,6 and will keep7 thee, and give8 thee for a covenant9 of the people,10 for a light11 of the Gentiles;

1 אֲנִ֧י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 2 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 קְרָאתִ֥יךָֽ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 4 בְצֶ֖דֶק H6664 gerechtigheid, rechte, rechtvaardige [idiom] even, ([idiom] that which is altogether) just(-ice), (un-)right(-eous) (cause, -ly, -ness) 5 וְאַחְזֵ֣ק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 6 בְּיָדֶ֑ךָ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 7 וְאֶצָּרְךָ֗ H5341 bewaren, bewaart, behoeden besieged, hidden thing, keep(-er, -ing), monument, observe, preserve(-r), subtil, watcher(-man) 8 וְאֶתֶּנְךָ֛ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 9 לִבְרִ֥ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 10 עָ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 11 לְא֥וֹר H216 licht, Licht, lichten bright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun 12 גּוֹיִֽם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Om te openen de blinde ogen, om de gebondenen uit te voeren uit de gevangenis, en uit het gevangenhuis, die in duisternis zitten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Om te openenH6491 de blindeH5787 ogenH5869, om de gebondenenH616 uit te voerenH3318 uit de gevangenisH4525, en uit het gevangenhuisH3608, die in duisternisH2822 zittenH3427. Om te openen de blinde ogen, om de gebondenen uit te voeren uit de gevangenis, en uit het gevangenhuis, die in duisternis zitten.

KJV To open1 the blind3 eyes,2 to bring out4 the prisoners6 from the prison,5 and them that sit9 in darkness10 out of the prison8 house.

1 לִפְקֹ֖חַ H6491 open, opende, geopend open 2 עֵינַ֣יִם H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 3 עִוְר֑וֹת H5787 blinden, blind, blinde blind (men, people) 4 לְהוֹצִ֤יא H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 5 מִמַּסְגֵּר֙ H4525 gevangenis, smeden prison, smith 6 אַסִּ֔יר H616 gevangenen, gebondenen prisoner 7 מִבֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 כֶּ֖לֶא H3608 gevangenhuis, gevangenis, gevangenhuizen prison. Compare H3610 (כִּלְאַיִם), H3628 (כְּלִיא) 9 יֹ֥שְׁבֵי H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 10 חֹֽשֶׁךְ H2822 duisternis, duister, Duisternis dark(-ness), night, obscurity
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Ik ben de HEERE, dat is Mijn Naam; en Mijn eer zal Ik geen anderen geven, noch Mijn lof den gesneden beelden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 IkH589 ben de HEEREH3068, datH1931 is Mijn NaamH8034; en Mijn eerH3519 zal Ik geen anderen gevenH5414, noch Mijn lofH8416 den gesneden beeldenH6456. Ik ben de HEERE, dat is Mijn Naam; en Mijn eer zal Ik geen anderen geven, noch Mijn lof den gesneden beelden.

KJV I am the LORD:2 that is my name:4 and my glory5 will I not give8 to another,6 neither my praise9 to graven images.

1 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 2 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 ה֣וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 שְׁמִ֑י H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 5 וּכְבוֹדִי֙ H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 6 לְאַחֵ֣ר H312 ander, anders, aarde (an-) other man, following, next, strange 7 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 אֶתֵּ֔ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 9 וּתְהִלָּתִ֖י H8416 lof, roem, lofzang praise 10 לַפְּסִילִֽים H6456 gesneden beelden, gesneden, gesnedene beelden carved (graven) image, quarry
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Ziet, de voorgaande dingen zijn gekomen, en nieuwe dingen verkondig Ik; eer dat zij uitspruiten, doe Ik ulieden die horen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 ZietH2009, de voorgaandeH7223 dingen zijn gekomenH935, en nieuweH2319 dingen verkondigH5046 IkH589; eerH2962 dat zij uitspruitenH6779, doe Ik ulieden die horenH8085. Ziet, de voorgaande dingen zijn gekomen, en nieuwe dingen verkondig Ik; eer dat zij uitspruiten, doe Ik ulieden die horen.

KJV Behold, the former things1 are come to pass,3 and new things4 do I declare:6 before they spring forth8 I tell

1 הָרִֽאשֹׁנ֖וֹת H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 2 הִנֵּה H2009 ziet, zie behold, lo, see 3 בָ֑אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 וַֽחֲדָשׁוֹת֙ H2319 nieuwe, nieuw, nieuwen fresh, new thing 5 אֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 6 מַגִּ֔יד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 7 בְּטֶ֥רֶם H2962 eer, terwijl before, ere, not yet 8 תִּצְמַ֖חְנָה H6779 uitspruiten, gewassen, spruiten bear, bring forth, (cause to, make to) bud (forth), (cause to, make to) grow (again, up), (cause to) spring (forth, up) 9 אַשְׁמִ֥יע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 10 אֶתְכֶֽם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Zingt den HEERE een nieuw lied, Zijn lof van het einde der aarde; gij, die ter zee vaart, en al wat daarin is, gij eilanden en hun inwoners.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 ZingtH7891 den HEEREH3068 een nieuwH2319 liedH7892, Zijn lofH8416 van het eindeH7097 der aardeH776; gij, die ter zeeH3220 vaartH3381, en al wat daarin is, gij eilandenH339 en hun inwonersH3427. Zingt den HEERE een nieuw lied, Zijn lof van het einde der aarde; gij, die ter zee vaart, en al wat daarin is, gij eilanden en hun inwoners.

KJV Sing1 unto the LORD2 a new4 song,3 and his praise5 from the end6 of the earth,7 ye that go down8 to the sea,9 and all that is therein;10 the isles,11 and the inhabitants

1 שִׁ֤ירוּ H7891 zangers, zingen, Zingt behold (by mistake for H7789 (שׁוּר)), sing(-er, -ing man, -ing woman) 2 לַֽיהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 שִׁ֣יר H7892 lied, gezang, liederen musical(-ick), [idiom] sing(-er, -ing), song 4 חָדָ֔שׁ H2319 nieuwe, nieuw, nieuwen fresh, new thing 5 תְּהִלָּת֖וֹ H8416 lof, roem, lofzang praise 6 מִקְצֵ֣ה H7097 einde, uiterste, deel [idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part) 7 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 יוֹרְדֵ֤י H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 9 הַיָּם֙ H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 10 וּמְלֹא֔וֹ H4393 volheid, vol, volle menigte [idiom] all along, [idiom] all that is (there-) in, fill, ([idiom] that whereof...was) full, fulness, (hand-) full, multitude 11 אִיִּ֖ים H339 eilanden, eilands, eiland country, isle, island 12 וְיֹשְׁבֵיהֶֽם H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Laat de woestijn en haar steden de stem verheffen, met de dorpen, die Kedar bewoont; laat hen juichen, die in de rotsstenen wonen, en van den top der bergen af schreeuwen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Laat de woestijnH4057 en haar stedenH5892 de stem verheffenH5375, met de dorpenH2691, die KedarH6938 bewoontH3427; laat hen juichenH7442, die in de rotsstenenH5553 wonenH3427, en van den topH7218 der bergenH2022 af schreeuwenH6681. Laat de woestijn en haar steden de stem verheffen, met de dorpen, die Kedar bewoont; laat hen juichen, die in de rotsstenen wonen, en van den top der bergen af schreeuwen.

KJV Let the wilderness2 and the cities3 thereof lift up1 their voice, the villages4 that Kedar6 doth inhabit:5 let the inhabitants8 of the rock sing,7 let them shout12 from the top10 of the mountains.

1 יִשְׂא֤וּ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 2 מִדְבָּר֙ H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 3 וְעָרָ֔יו H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 4 חֲצֵרִ֖ים H2691 voorhof, dorpen, voorhofs court, tower, village 5 תֵּשֵׁ֣ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 6 קֵדָ֑ר H6938 Kedar, Kedars Kedar 7 יָרֹ֨נּוּ֙ H7442 juichen, vrolijk zingen, juicht aloud for joy, cry out, be joyful (greatly, make to) rejoice, (cause to) shout (for joy), (cause to) sing (aloud, for joy, out), triumph 8 יֹ֣שְׁבֵי H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 9 סֶ֔לַע H5554 Sela rock, Sela(-h) 10 מֵרֹ֥אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 11 הָרִ֖ים H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 12 יִצְוָֽחוּ H6681 schreeuwen shout

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Laat ze den HEERE de eer geven, en Zijn lof in de eilanden verkondigen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Laat ze den HEEREH3068 de eerH3519 geven, en Zijn lofH8416 in de eilandenH339 verkondigenH5046. Laat ze den HEERE de eer geven, en Zijn lof in de eilanden verkondigen.

KJV Let them give1 glory3 unto the LORD,2 and declare6 his praise4 in the islands.

1 יָשִׂ֥ימוּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 2 לַֽיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 כָּב֑וֹד H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 4 וּתְהִלָּת֖וֹ H8416 lof, roem, lofzang praise 5 בָּאִיִּ֥ים H339 eilanden, eilands, eiland country, isle, island 6 יַגִּֽידוּ H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 De HEERE zal uittrekken als een held; Hij zal den ijver opwekken als een krijgsman; Hij zal juichen, ja, Hij zal een groot getier maken; Hij zal Zijn vijanden overweldigen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 De HEEREH3068 zal uittrekkenH3318 als een heldH1368; Hij zal den ijverH7068 opwekkenH5782 als een krijgsmanH376; Hij zal juichenH7321, ja, Hij zal een groot getierH6873 maken; Hij zal Zijn vijandenH341 overweldigenH1396. De HEERE zal uittrekken als een held; Hij zal den ijver opwekken als een krijgsman; Hij zal juichen, ja, Hij zal een groot getier maken; Hij zal Zijn vijanden overweldigen.

KJV The LORD1 shall go forth3 as a mighty man,2 he shall stir up6 jealousy7 like a man4 of war:5 he shall cry,8 yea, roar;10 he shall prevail13 against his enemies.

1 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 2 כַּגִּבּ֣וֹר H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 3 יֵצֵ֔א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 4 כְּאִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 5 מִלְחָמ֖וֹת H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 6 יָעִ֣יר H5782 opgewekt, verwekken, waak (a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self) 7 קִנְאָ֑ה H7068 ijver, ijveringen, ijvers envy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal 8 יָרִ֨יעַ֙ H7321 juichen, juichte, Juicht blow an alarm, cry (alarm, aloud, out), destroy, make a joyful noise, smart, shout (for joy), sound an alarm, triumph 9 אַף H637 ook, ja zelfs also, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea 10 יַצְרִ֔יחַ H6873 getier, schreeuwen cry, roar 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 אֹיְבָ֖יו H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 13 יִתְגַּבָּֽר H1396 overhand, geweldig, machtig exceed, confirm, be great, be mighty, prevail, put to more (strength), strengthen, be stronger, be valiant
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Ik heb van ouds gezwegen, Ik heb Mij stil gehouden en Mij ingehouden; Ik zal uitschreeuwen, als een, die baart, Ik zal ze verwoesten, en te zamen opslokken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Ik heb van oudsH5769 gezwegenH2814, Ik heb Mij stilH2790 gehouden en Mij ingehoudenH662; Ik zal uitschreeuwenH6463, als een, die baartH3205, Ik zal ze verwoestenH5395, en te zamenH3162 opslokkenH7602. Ik heb van ouds gezwegen, Ik heb Mij stil gehouden en Mij ingehouden; Ik zal uitschreeuwen, als een, die baart, Ik zal ze verwoesten, en te zamen opslokken.

KJV I have long time2 holden my peace;1 I have been still,3 and refrained4 myself: now will I cry6 like a travailing woman;5 I will destroy7 and devour8 at once.

1 הֶחֱשֵׁ֨יתִי֙ H2814 zwijgen, stil, stilzwijgen hold peace, keep silence, be silent, (be) still 2 מֵֽעוֹלָ֔ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 3 אַחֲרִ֖ישׁ H2790 zwijg, zwijgen, ploegen [idiom] altogether, cease, conceal, be deaf, devise, ear, graven, imagine, leave off speaking, hold peace, plow(-er, man), be quiet, rest, practise secretly, keep silence, be silent, speak not a word, be still, hold tongue, worker 4 אֶתְאַפָּ֑ק H662 bedwong, bedwingen, dwong force (oneself), restrain 5 כַּיּוֹלֵדָ֣ה H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 6 אֶפְעֶ֔ה H6463 uitschreeuwen cry 7 אֶשֹּׁ֥ם H5395 verwoesten destroy 8 וְאֶשְׁאַ֖ף H7602 slokken, hijgt, Haak desire (earnestly), devour, haste, pant, snuff up, swallow up 9 יָֽחַד H3162 samen, tezamen alike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Ik zal bergen en heuvelen woest maken, en al hun gras zal Ik doen verdorren; en Ik zal de rivieren tot eilanden maken, en de poelen uitdrogen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Ik zal bergenH2022 en heuvelenH1389 woestH2717 maken, en alH3605 hun grasH6212 zal Ik doen verdorrenH3001; en Ik zal de rivierenH5104 tot eilandenH339 maken, en de poelenH98 uitdrogenH3001. Ik zal bergen en heuvelen woest maken, en al hun gras zal Ik doen verdorren; en Ik zal de rivieren tot eilanden maken, en de poelen uitdrogen.

KJV I will make waste1 mountains2 and hills,3 and dry up6 all their herbs;5 and I will make7 the rivers8 islands,9 and I will dry up11 the pools.

1 אַחֲרִ֤יב H2717 verwoest, woest, verdroogd decay, (be) desolate, destroy(-er), (be) dry (up), slay, [idiom] surely, (lay, lie, make) waste 2 הָרִים֙ H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 3 וּגְבָע֔וֹת H1389 heuvelen, heuvel, heuvels hill, little hill 4 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 עֶשְׂבָּ֖ם H6212 kruid, gras, kruiden grass, herb 6 אוֹבִ֑ישׁ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 7 וְשַׂמְתִּ֤י H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 8 נְהָרוֹת֙ H5104 rivier, rivieren, stromen flood, river 9 לָֽאִיִּ֔ים H339 eilanden, eilands, eiland country, isle, island 10 וַאֲגַמִּ֖ים H98 poelen, waterpoel, rietpoelen pond, pool, standing (water) 11 אוֹבִֽישׁ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En Ik zal de blinden leiden door den weg, dien zij niet geweten hebben, Ik zal ze doen treden door de paden, die zij niet geweten hebben; Ik zal de duisternis voor hun aangezicht ten licht maken, en het kromme tot recht; deze dingen zal Ik hun doen, en Ik zal hen niet verlaten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En Ik zal de blindenH5787 leidenH3212 door den wegH1870, dien zij nietH3808 gewetenH3045 hebben, Ik zal ze doen tredenH1869 door de padenH5410, die zij nietH3808 gewetenH3045 hebben; Ik zal de duisternisH4285 voor hun aangezichtH6440 ten lichtH216 maken, en het krommeH4625 tot rechtH4334; dezeH428 dingen zal Ik hun doenH6213, en Ik zal hen nietH3808 verlatenH5800. En Ik zal de blinden leiden door den weg, dien zij niet geweten hebben, Ik zal ze doen treden door de paden, die zij niet geweten hebben; Ik zal de duisternis voor hun aangezicht ten licht maken, en het kromme tot recht; deze dingen zal Ik hun doen, en Ik zal hen niet verlaten.

KJV And I will bring1 the blind2 by a way3 that they knew5 not; I will lead9 them in paths6 that they have not known:8 I will make10 darkness11 light13 before12 them, and crooked things14 straight.15 These things17 will I do18 unto them, and not forsake

1 וְהוֹלַכְתִּ֣י H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 עִוְרִ֗ים H5787 blinden, blind, blinde blind (men, people) 3 בְּדֶ֨רֶךְ֙ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 4 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 יָדָ֔עוּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 6 בִּנְתִיב֥וֹת H5410 paden, pad, stegen path(-way), [idiom] travel(-ler), way 7 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 יָדְע֖וּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 9 אַדְרִיכֵ֑ם H1869 treden, gespannen, getreden archer, bend, come, draw, go (over), guide, lead (forth), thresh, tread (down), walk 10 אָשִׂים֩ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 11 מַחְשָׁ֨ךְ H4285 duistere, duisternis, duisternissen dark(-ness, place) 12 לִפְנֵיהֶ֜ם H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 13 לָא֗וֹר H216 licht, Licht, lichten bright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun 14 וּמַֽעֲקַשִּׁים֙ H4625 kromme crooked thing 15 לְמִישׁ֔וֹר H4334 rechtmatigheid, effen veld, vlakke land equity, even place, plain, right(-eously), (made) straight, uprightness 16 אֵ֚לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 17 הַדְּבָרִ֔ים H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 18 עֲשִׂיתִ֖ם H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 19 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 20 עֲזַבְתִּֽים H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Maar die zich op gesneden beelden verlaten, die tot de gegoten beelden zeggen: Gij zijt onze goden; die zullen achterwaarts keren, en met schaamte beschaamd worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Maar die zich op gesneden beeldenH4541 verlatenH982, die tot de gegoten beeldenH6459 zeggenH559: GijH859 zijt onze godenH430; die zullen achterwaartsH268 kerenH5472, en met schaamteH1322 beschaamdH954 worden. Maar die zich op gesneden beelden verlaten, die tot de gegoten beelden zeggen: Gij zijt onze goden; die zullen achterwaarts keren, en met schaamte beschaamd worden.

KJV They shall be turned1 back,2 they shall be greatly4 ashamed,3 that trust5 in graven images,6 that say7 to the molten images,8 Ye are our gods.

1 נָסֹ֤גוּ H5472 gedreven, gekeerd, terugkeren backslider, drive, go back, turn (away, back) 2 אָחוֹר֙ H268 achterwaarts, achteren, achterste after(-ward), back (part, -side, -ward), hereafter, (be-) hind(-er part), time to come, without 3 יֵבֹ֣שׁוּ H954 beschaamd, beschaamt, schamen (be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long 4 בֹ֔שֶׁת H1322 schaamte, beschaamdheid, beschaming ashamed, confusion, [phrase] greatly, (put to) shame(-ful thing) 5 הַבֹּטְחִ֖ים H982 vertrouwt, vertrouwen, vertrouw be bold (confident, secure, sure), careless (one, woman), put confidence, (make to) hope, (put, make to) trust 6 בַּפָּ֑סֶל H6459 gesneden beeld, gesneden beelden, beeld carved (graven) image 7 הָאֹמְרִ֥ים H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 לְמַסֵּכָ֖ה H4541 beeld, beelden, gegoten covering, molten (image), vail 9 אַתֶּ֥ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 10 אֱלֹהֵֽינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Hoort, gij doven! en schouwt aan, gij blinden! om te zien.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 HoortH8085, gij dovenH2795! en schouwtH5027 aan, gij blindenH5787! om te zienH7200. Hoort, gij doven! en schouwt aan, gij blinden! om te zien.

KJV Hear,2 ye deaf;1 and look,4 ye blind,3 that ye may see.

1 הַחֵרְשִׁ֖ים H2795 dove, doven, doof deaf 2 שְׁמָ֑עוּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 3 וְהַעִוְרִ֖ים H5787 blinden, blind, blinde blind (men, people) 4 הַבִּ֥יטוּ H5027 aanschouwen, aanschouwt, zag (cause to) behold, consider, look (down), regard, have respect, see 5 לִרְאֽוֹת H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Wie is er blind als Mijn knecht, en doof, gelijk Mijn bode, dien Ik zende? Wie is blind, gelijk de volmaakte, en blind, gelijk de knecht des HEEREN?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 WieH4310 is er blindH5787 als Mijn knechtH5650, en doofH2795, gelijk Mijn bodeH4397, dien Ik zendeH7971? WieH4310 is blindH5787, gelijk de volmaakteH7999, en blindH5787, gelijk de knechtH5650 des HEERENH3068? Wie is er blind als Mijn knecht, en doof, gelijk Mijn bode, dien Ik zende? Wie is blind, gelijk de volmaakte, en blind, gelijk de knecht des HEEREN?

KJV Who is blind,2 but my servant?5 or deaf,6 as my messenger7 that I sent?8 who is blind10 as he that is perfect,11 and blind12 as the LORD'S14 servant?

1 מִ֤י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 2 עִוֵּר֙ H5787 blinden, blind, blinde blind (men, people) 3 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 4 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 5 עַבְדִּ֔י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 6 וְחֵרֵ֖שׁ H2795 dove, doven, doof deaf 7 כְּמַלְאָכִ֣י H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 8 אֶשְׁלָ֑ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 9 מִ֤י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 10 עִוֵּר֙ H5787 blinden, blind, blinde blind (men, people) 11 כִּמְשֻׁלָּ֔ם H7999 vergelden, wedergeven, betalen make amends, (make an) end, finish, full, give again, make good, (re-) pay (again), (make) (to) (be at) peace(-able), that is perfect, perform, (make) prosper(-ous), recompense, render, requite, make restitution, restore, reward, [idiom] surely 12 וְעִוֵּ֖ר H5787 blinden, blind, blinde blind (men, people) 13 כְּעֶ֥בֶד H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 14 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Gij ziet wel veel dingen, maar gij bewaart ze niet; of schoon hij de oren opendoet, zo hoort hij toch niet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Gij zietH7200 wel veelH7227 dingen, maar gij bewaartH8104 ze nietH3808; of schoon hij de orenH241 opendoetH6491, zo hoortH8085 hij toch nietH3808. Gij ziet wel veel dingen, maar gij bewaart ze niet; of schoon hij de oren opendoet, zo hoort hij toch niet.

KJV Seeing1 many things,2 but thou observest4 not; opening5 the ears,6 but he heareth

1 רָא֥וֹת H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 רַבּ֖וֹת H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 3 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 תִשְׁמֹ֑ר H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 5 פָּק֥וֹחַ H6491 open, opende, geopend open 6 אָזְנַ֖יִם H241 oren, oor, Oren [phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show 7 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 יִשְׁמָֽע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 De HEERE had lust aan hem, om Zijner gerechtigheid wil; Hij maakte hem groot door de wet, en Hij maakte hem heerlijk.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 De HEEREH3068 had lustH2654 aan hem, omH4616 Zijner gerechtigheidH6664 wil; Hij maakte hem grootH1431 door de wetH8451, en Hij maakte hem heerlijkH142. De HEERE had lust aan hem, om Zijner gerechtigheid wil; Hij maakte hem groot door de wet, en Hij maakte hem heerlijk.

KJV The LORD1 is well pleased2 for his righteousness'4 sake; he will magnify5 the law,6 and make it honourable.

1 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 2 חָפֵ֖ץ H2654 lust, welbehagen, behaagt [idiom] any at all, (have, take) delight, desire, favour, like, move, be (well) pleased, have pleasure, will, would 3 לְמַ֣עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 4 צִדְק֑וֹ H6664 gerechtigheid, rechte, rechtvaardige [idiom] even, ([idiom] that which is altogether) just(-ice), (un-)right(-eous) (cause, -ly, -ness) 5 יַגְדִּ֥יל H1431 groot, groter, maakt advance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower 6 תּוֹרָ֖ה H8451 wet, wetten, leer law 7 וְיַאְדִּֽיר H142 verheerlijkt, heerlijk (become) glorious, honourable
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Maar nu is het een beroofd en geplunderd volk; zij zijn allen verstrikt in de holen, en verstoken in de gevangenhuizen; zij zijn tot een roof geworden, en er is niemand, die ze redt; tot een plundering, en niemand zegt: Geeft ze weder.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Maar nu is hetH1931 een beroofdH962 en geplunderdH8154 volkH5971; zij zijn allenH3605 verstriktH6351 in de holenH2352, en verstokenH2244 in de gevangenhuizenH3608; zij zijnH1961 tot een roofH957 geworden, en er is niemandH369, die ze redtH5337; tot een plunderingH4933, en niemandH369 zegtH559: GeeftH7725 ze weder. Maar nu is het een beroofd en geplunderd volk; zij zijn allen verstrikt in de holen, en verstoken in de gevangenhuizen; zij zijn tot een roof geworden, en er is niemand, die ze redt; tot een plundering, en niemand zegt: Geeft ze weder.

KJV But this is a people2 robbed3 and spoiled;4 they are all of them snared5 in holes,6 and they are hid10 in prison9 houses:8 they are for a prey,12 and none delivereth;14 for a spoil,15 and none saith,17 Restore.

1 וְהוּא֮ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 2 עַם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 בָּז֣וּז H962 roven, roofden, plunderen catch, gather, (take) for a prey, rob(-ber), spoil, take (away, spoil), [idiom] utterly 4 וְשָׁסוּי֒ H8154 beroven, rovers, beroofde destroyer, rob, spoil(-er) 5 הָפֵ֤חַ H6351 verstrikt be snared 6 בַּֽחוּרִים֙ H2352 hol, holen hole 7 כֻּלָּ֔ם H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 וּבְבָתֵּ֥י H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 כְלָאִ֖ים H3608 gevangenhuis, gevangenis, gevangenhuizen prison. Compare H3610 (כִּלְאַיִם), H3628 (כְּלִיא) 10 הָחְבָּ֑אוּ H2244 verstoken, verborgen, verborg [idiom] held, hide (self), do secretly 11 הָי֤וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 12 לָבַז֙ H957 roof, plundering, buit booty, prey, spoil(-ed) 13 וְאֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 14 מַצִּ֔יל H5337 redden, gered, red [idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out) 15 מְשִׁסָּ֖ה H4933 plundering, beroving, roof booty, spoil 16 וְאֵין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 17 אֹמֵ֥ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 18 הָשַֽׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Wie onder ulieden neemt zulks ter oren? Wie merkt op en hoort, wat hierna zijn zal?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Wie onder ulieden neemt zulks ter oren? WieH4310 merktH7181 op en hoortH8085, wat hiernaH268 zijn zal? Wie onder ulieden neemt zulks ter oren? Wie merkt op en hoort, wat hierna zijn zal?

Ook in dit vers neemt orenH238

KJV Who among you will give ear3 to this? who will hearken5 and hear6 for the time to come?

1 מִ֥י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 2 בָכֶ֖ם 3 יַאֲזִ֣ין H238 ore, neem, neemt ore give (perceive by the) ear, hear(-ken). See H239 (אָזַן) 4 זֹ֑את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 5 יַקְשִׁ֥ב H7181 merk, merkt, opmerken attend, (cause to) hear(-ken), give heed, incline, mark (well), regard 6 וְיִשְׁמַ֖ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 7 לְאָחֽוֹר H268 achterwaarts, achteren, achterste after(-ward), back (part, -side, -ward), hereafter, (be-) hind(-er part), time to come, without
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Wie heeft Jakob tot een plundering overgegeven, en Israel den rovers? Is het niet de HEERE, Hij, tegen Wien wij gezondigd hebben? Want zij wilden niet wandelen in Zijn wegen, en zij hoorden niet naar Zijn wet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Wie heeft JakobH3290 tot een plunderingH4933 overgegevenH5414, en IsraelH3478 den roversH962? Is het nietH3808 de HEEREH3068, Hij, tegen Wien wij gezondigdH2398 hebben? Want zij wildenH14 nietH3808 wandelenH1980 in Zijn wegenH1870, en zij hoordenH8085 nietH3808 naar Zijn wetH8451. Wie heeft Jakob tot een plundering overgegeven, en Israel den rovers? Is het niet de HEERE, Hij, tegen Wien wij gezondigd hebben? Want zij wilden niet wandelen in Zijn wegen, en zij hoorden niet naar Zijn wet.

KJV Who gave2 Jacob4 for a spoil,3 and Israel5 to the robbers?6 did not the LORD,8 he against whom9 we have sinned?10 for they would13 not walk15 in his ways,14 neither were they obedient17 unto his law.

1 מִֽי H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 2 נָתַ֨ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 3 לִמְשִׁסָּ֧ה H4933 plundering, beroving, roof booty, spoil 4 יַעֲקֹ֛ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 5 וְיִשְׂרָאֵ֥ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 לְבֹזְזִ֖ים H962 roven, roofden, plunderen catch, gather, (take) for a prey, rob(-ber), spoil, take (away, spoil), [idiom] utterly 7 הֲל֣וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 ז֚וּ H2098 deze, die that, this, [idiom] wherein, which, whom 10 חָטָ֣אנוּ H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 11 ל֔וֹ 12 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 אָב֤וּ H14 wilde, willen, wilden consent, rest content will, be willing 14 בִדְרָכָיו֙ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 15 הָל֔וֹךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 16 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 שָׁמְע֖וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 18 בְּתוֹרָתֽוֹ H8451 wet, wetten, leer law
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Daarom heeft Hij over hen uitgestort de grimmigheid Zijns toorns en de macht des oorlogs; en Hij heeft ze rondom in vlam gezet, doch zij merken het niet; en Hij heeft ze in brand gestoken, doch zij nemen het niet ter harte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Daarom heeft Hij overH5921 hen uitgestortH8210 de grimmigheidH2534 Zijns toornsH639 en de machtH5807 des oorlogsH4421; en Hij heeft ze rondomH5439 in vlam gezetH3857, doch zij merkenH3045 het nietH3808; en Hij heeft ze in brandH1197 gestoken, doch zij nemenH7760 het nietH3808 ter harteH3820. Daarom heeft Hij over hen uitgestort de grimmigheid Zijns toorns en de macht des oorlogs; en Hij heeft ze rondom in vlam gezet, doch zij merken het niet; en Hij heeft ze in brand gestoken, doch zij nemen het niet ter harte.

KJV Therefore he hath poured1 upon him the fury3 of his anger,4 and the strength5 of battle:6 and it hath set him on fire7 round about,8 yet he knew10 not; and it burned11 him, yet he laid14 it not to heart.

1 וַיִּשְׁפֹּ֤ךְ H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 2 עָלָיו֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 חֵמָ֣ה H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 4 אַפּ֔וֹ H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 5 וֶעֱז֖וּז H5807 kracht, macht, sterkheid might, strength 6 מִלְחָמָ֑ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 7 וַתְּלַהֲטֵ֤הוּ H3857 brand, vlam zetten, aangestoken burn (up), set on fire, flaming, kindle 8 מִסָּבִיב֙ H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 9 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 יָדָ֔ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 11 וַתִּבְעַר H1197 wegdoen, branden, aangestoken be brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste 12 בּ֖וֹ 13 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 יָשִׂ֥ים H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 15 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 לֵֽב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jesaja 42:1 Filippenzen 2:7 Jesaja 43:10 Jesaja 52:13 Lukas 3:22 Mattheüs 17:5 Mattheüs 3:16 Jesaja 61:1 Jesaja 53:11
Jesaja 42:2 Mattheüs 12:16 Zacharia 9:9 Lukas 17:20 1 Petrus 2:23 Mattheüs 11:29 2 Timotheüs 2:24
Jesaja 42:3 Mattheüs 11:28 Jesaja 50:4 Ezechiël 34:16 Jesaja 40:11 Jeremia 31:25 Psalmen 147:3 Psalmen 96:13 Mattheüs 18:10
Jesaja 42:4 Jesaja 55:5 Genesis 49:10 Jesaja 60:9 Jesaja 53:2 Jesaja 9:7 Jesaja 52:13 Jesaja 42:12 Psalmen 22:27
Jesaja 42:5 Jesaja 45:18 Jesaja 45:12 Handelingen 17:25 Amos 9:6 Jesaja 44:24 Daniël 5:23 Psalmen 136:6 Job 12:10
Jesaja 42:6 Lukas 2:32 Handelingen 13:47 Jesaja 49:8 Jesaja 49:6 Jeremia 23:5 1 Petrus 2:9 Psalmen 45:6 Handelingen 26:23
Jesaja 42:7 Jesaja 61:1 Jesaja 35:5 Jesaja 49:9 Hebreeën 2:14 Johannes 9:39 Mattheüs 11:5 Jesaja 9:2 2 Timotheüs 2:26
Jesaja 42:8 Jesaja 48:11 Psalmen 83:18 Exodus 20:3 Exodus 34:14 Exodus 3:13 Jesaja 43:11 Johannes 5:23 Exodus 4:5
Jesaja 42:9 Jesaja 43:19 Jesaja 46:9 2 Petrus 1:19 1 Koningen 8:15 1 Koningen 11:36 Jozua 23:14 1 Petrus 1:10 Jesaja 44:7
Jesaja 42:10 Psalmen 33:3 Psalmen 40:3 Jesaja 42:4 Romeinen 15:9 Psalmen 97:1 Jesaja 65:14 Openbaring 14:3 Jesaja 49:13
Jesaja 42:11 Jesaja 32:16 Jesaja 60:7 Genesis 25:23 Nahum 1:15 Jesaja 52:7 Jesaja 35:6 Psalmen 120:5 Jesaja 41:18
Jesaja 42:12 Jesaja 42:4 Romeinen 15:9 Psalmen 96:3 Jesaja 24:15 Openbaring 5:9 Jesaja 66:18 Openbaring 7:9 Psalmen 22:27
Jesaja 42:13 Nahum 1:2 Psalmen 78:65 Hosea 11:10 Jesaja 9:7 Jesaja 31:4 Sefanja 1:18 Psalmen 110:5 Jesaja 66:14
Jesaja 42:14 Psalmen 83:1 Jeremia 44:22 Lukas 18:7 Jeremia 15:6 Job 32:20 2 Petrus 3:15 2 Petrus 3:9 Prediker 8:11
Jesaja 42:15 Jesaja 50:2 Nahum 1:4 Jesaja 44:27 Jesaja 2:12 Psalmen 114:3 Openbaring 16:18 Jesaja 49:11 Habakuk 3:6
Jesaja 42:16 Efeze 5:8 Jesaja 30:21 Jesaja 32:3 Jesaja 29:18 Lukas 3:5 Jesaja 40:4 Jeremia 31:8 Jesaja 35:8
Jesaja 42:17 Psalmen 97:7 Jesaja 44:11 Jesaja 1:29 Habakuk 2:18 Jesaja 44:17 Exodus 32:4 Exodus 32:8 Jeremia 2:26
Jesaja 42:18 Jesaja 29:18 Markus 7:34 Jesaja 43:8 Spreuken 20:12 Lukas 7:22 Jesaja 35:5 Openbaring 3:17 Exodus 4:11
Jesaja 42:19 2 Korinthe 4:4 Ezechiël 12:2 Jeremia 5:21 Romeinen 11:25 Mattheüs 15:14 Johannes 9:41 Romeinen 2:17 Jeremia 4:22
Jesaja 42:20 Jesaja 1:3 Nehemia 9:10 Romeinen 2:21 Psalmen 106:7 Deuteronomium 4:9 Handelingen 28:22 Markus 6:19 Johannes 9:37
Jesaja 42:21 Romeinen 8:3 Mattheüs 3:17 Johannes 13:31 Romeinen 10:4 Filippenzen 3:9 Galaten 5:22 Mattheüs 17:5 2 Korinthe 5:19
Jesaja 42:22 Jesaja 14:17 Lukas 19:41 Psalmen 50:22 Jesaja 42:7 Jeremia 52:4 Jesaja 56:9 Jesaja 45:13 Lukas 21:20
Jesaja 42:23 Jesaja 48:18 Deuteronomium 4:29 Micha 6:9 Jeremia 3:13 Deuteronomium 32:29 Handelingen 3:22 Jesaja 1:18 Spreuken 1:22
Jesaja 42:24 Amos 3:6 Jesaja 50:1 2 Kronieken 15:6 Deuteronomium 32:30 Richteren 3:8 Jeremia 5:15 Jesaja 30:15 2 Kronieken 36:17
Jesaja 42:25 Hosea 7:9 Jesaja 57:11 2 Koningen 25:9 Jesaja 57:1 Ezechiël 20:34 Psalmen 79:5 Ezechiël 22:21 Nahum 1:6
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jesaja 42 vers 1

Mijn Knecht, Dit spreekt God de Vader van zijnen Zoon Christus, dien Hij zijnen knecht noemt, te dien aanzien, dat Christus, als onze Middelaar, de gedaante eens knechts heeft aangenomen. Vergelijk Jes. 53:11 ; Matt. 12:18 ; Fil. 2:6-8 .

Hertaald: Mijn Knecht, Dit spreekt God de Vader over Zijn Zoon Christus, Die Hij Zijn Knecht noemt met het oog daarop dat Christus als onze Middelaar de gestalte van een knecht heeft aangenomen. Vergelijk Jes. 53:11, Matth. 12:18 en Filipp. 2:6-8.

Dien Ik ondersteun, Dat is, dien Ik versterk, dat Hij niet bezwijke onder den onverdragelijken last mijns toorns, die Hij een tijdlang gevoelen moet om uwe zonden [voor welke Hij zichzelven heeft overgegeven] uit te delgen en te verzoenen.

Hertaald: Dien Ik ondersteun, Dat is: Die Ik versterk, opdat Hij niet bezwijkt onder de ondraaglijke last van Mijn toorn, die Hij een tijdlang moet voelen om uw zonden — waarvoor Hij Zichzelf overgegeven heeft — uit te delgen en te verzoenen.

Mijn Geest Te weten de gaven des Heiligen Geestes, die Hij van node heeft om het Middelaarsambt te verrichten; zie Jes. 11:2 ; Matt. 3:16 .

Hertaald: Mijn Geest Namelijk: de gaven van de Heilige Geest, die Hij nodig heeft om het Middelaarsambt te vervullen; zie Jes. 11:2 en Matth. 3:16.

Hij zal het recht Dat is, Hij zal de rechte leer van de zaligheid der mensen, door de predikatie van het heilige Evangelie, den heidenen voordragen en hen alzo tot zijne gehoorzaamheid en tot hunne zaligheid brengen.

Hertaald: Hij zal het recht Dat is: Hij zal de rechte leer van de zaligheid van de mensen door de prediking van het heilig Evangelie aan de heidenen voorhouden en hen zo tot Zijn gehoorzaamheid en tot hun zaligheid brengen.

den heidenen Of, den volken, zo den Joden als den heidenen. Zie Rom. 1:16 .

Hertaald: den heidenen Of: aan de volken, zowel de Joden als de heidenen. Zie Rom. 1:16.

voortbrengen Te weten uit den schoot des Vaders; Joh. 1:18 . Dit zal Hij doen ten dele in eigen persoon, ten dele door zijne apostelen en andere leraars van het heilige Evangelie.

Hertaald: voortbrengen Namelijk: uit de schoot van de Vader; Joh. 1:18. Dat zal Hij deels in eigen persoon doen en deels door Zijn apostelen en andere leraars van het heilig Evangelie.

Jesaja 42 vers 2

schreeuwen, Of, roepen, tieren; zie Matt. 12:19 . De zin is: Hij zal niet veel pochen, of veel rumoer maken, niet veel tumult, gelijk de prinsen dezer wereld doen; ook zal Hij niet veel uiterlijk geprang of gedruis maken; maar Hij zal zich stil, beleefdelijk en deemoedig gedragen, duldende goedertieren al de onvolmaaktheden zijner uitverkorenen. Zie Matt. 12:18-20 , en Luc. 17:20 .

Hertaald: schreeuwen, Of: roepen, tieren; zie Matth. 12:19. De betekenis is: Hij zal niet veel pochen of veel rumoer maken, en geen groot tumult veroorzaken zoals de vorsten van deze wereld doen; Hij zal ook niet veel uiterlijk vertoon of gedruis maken, maar Hij zal Zich stil, vriendelijk en nederig gedragen en goedertieren alle onvolkomenheden van Zijn uitverkorenen verdragen. Zie Matth. 12:18-20 en Luk. 17:20.

Jesaja 42 vers 3

Het gekrookte riet Dat is, Hij zal geduld hebben met de zwakheden der arme zondaars, en Hij zal hun verslagen conscientiën verkwikken en hen vertroosten door de belofte van de vergeving hunner zonden. Zie Ps. 34:19 ; Matt. 11:28 .

Hertaald: Het gekrookte riet Dat is: Hij zal geduld hebben met de zwakheden van de arme zondaars, en Hij zal hun verslagen geweten verkwikken en hen troosten met de belofte van de vergeving van hun zonden. Zie Ps. 34:19 en Matth. 11:28.

de rokende vlaswiek Dat is, de wiek, die in de lamp schier uitgebrand is, nauwelijks schijnsel of licht meer gevende, maar alleen nog rokende.

Hertaald: de rokende vlaswiek Dat is: de pit die in de lamp bijna uitgebrand is en nauwelijks nog schijnsel of licht geeft, maar alleen nog rookt.

met waarheid Dat is, oprechtelijk, getrouwelijk, want waarheid betekent hier trouw.

Hertaald: met waarheid Dat is: oprecht, getrouw; want waarheid betekent hier trouw.

voortbrengen Of, uitvoeren, en dienvolgens overwinnen, gelijk waarheid en recht eindelijk overwinnen. Zie Matt. 12:20 .

Hertaald: voortbrengen Of: uitvoeren, en daarmee ook: doen overwinnen, zoals waarheid en recht ten slotte overwinnen. Zie Matth. 12:20.

Jesaja 42 vers 4

Hij zal niet verdonkerd Maar Hij zal helder en klaar lichten en schijnen; Christus' licht gesteld tegen het rokende en smokende vlas, en zijne macht tegen het gekrookte riet. Anders: Hij zal niet versmachten; te weten in het verrichten van zijn ambt, Matt. 26:39 ; Luc. 12:50 ; hetzelfde wordt straks met andere woorden gezegd. Sommigen verstaan dit, verdonkerd en gebroken worden, van het lijden en sterven van onzen Heere Christus, hetwelk niet geschieden zou eer Hij het Evangelie had verkondigd naar den raad van zijnen Vader.

Hertaald: Hij zal niet verdonkerd Maar Hij zal helder en klaar lichten en schijnen. Het licht van Christus staat hier tegenover het rokende en smeulende vlas, en Zijn macht tegenover het geknakte riet. Anders: Hij zal niet versmachten, namelijk bij het vervullen van Zijn ambt, Matth. 26:39 en Luk. 12:50; hetzelfde wordt meteen daarna met andere woorden gezegd. Sommigen verstaan dit verdonkerd en verbroken worden van het lijden en sterven van onze Heere Christus, dat niet zou gebeuren voordat Hij het Evangelie verkondigd had naar de raad van Zijn Vader.

Hij zal niet verbroken Dat is, Hij zal onder den zwaren last zijner bediening niet bezwijken.

Hertaald: Hij zal niet verbroken Dat is: Hij zal onder de zware last van Zijn bediening niet bezwijken.

totdat Hij Te weten door de predikatie van het heilige Evangelie in de ganse wereld; hetwelk niet geschieden kon vóór en aleer Christus gestorven en tot zijn hemelsen Vader opgevaren was, en den Heiligen Geest op de apostelen gezonden had. Zie Joh. 16:7 .

Hertaald: totdat Hij Namelijk: door de prediking van het heilig Evangelie in de hele wereld, wat niet kon gebeuren voordat Christus gestorven en naar Zijn hemelse Vader opgevaren was en de Heilige Geest op de apostelen gezonden had. Zie Joh. 16:7.

het recht Dat is, de leer, gelijk straks volgt.

Hertaald: het recht Dat is: de leer, zoals meteen daarna volgt.

de eilanden Met deze woorden geeft de profeet te kennen dat de leer van het heilige Evangelie niet zou besloten blijven binnen de grenzen van het Joodse land; Gen. 49:10 ; Matt. 28:19 .

Hertaald: de eilanden Met deze woorden geeft de profeet te kennen dat de leer van het heilig Evangelie niet binnen de grenzen van het Joodse land besloten zou blijven; Gen. 49:10 en Matth. 28:19.

Zijn leer Dit is hetzelfde, dat Hij straks genoemd heeft het recht, namelijk het Evangelie.

Hertaald: Zijn leer Dit is hetzelfde wat Hij zojuist het recht genoemd heeft, namelijk het Evangelie.

Jesaja 42 vers 5

dezelve Hebreeuws, derzelve uitbreiders, of, die dezelve uitbreiden. Zie Job 35:10 .

Hertaald: dezelve Hebreeuws: hun uitbreiders, of: die ze uitbreiden. Zie Job 35:10.

uitgespannen heeft, Te weten in het rond.

Hertaald: uitgespannen heeft, Namelijk: in het rond.

wat daaruit Hebreeuws, hare uitgangen; dat is al wat daaruit spruit en wast.

Hertaald: wat daaruit Hebreeuws: haar uitgangen — dat is: alles wat daaruit opkomt en groeit.

den geest dengenen, Versta hier door den geest de redelijke ziel. Zie Num. 16:22 .

Hertaald: den geest dengenen, Versta hier onder de geest de redelijke ziel. Zie Num. 16:22.

Jesaja 42 vers 6

u O mijn Zoon Jezus Christus.

Hertaald: u O Mijn Zoon Jezus Christus.

geroepen Te weten tot een Middelaar.

Hertaald: geroepen Namelijk: tot Middelaar.

in gerechtigheid, Of, met gerechtigheid; dat is op behoorlijke wijze, want Gij hebt U goedwillig tot het middelaarsambt overgegeven; zie Ps. 40:9 ; Hebr. 10:7 . Of, met gerechtigheid; dat is, achtervolgens mijne beloften, die Ik door de patriarchen en profeten mijn volk dikwijls gedaan heb.

Hertaald: in gerechtigheid, Of: met gerechtigheid — dat is: op de gepaste wijze, want U hebt Zich vrijwillig aan het Middelaarsambt overgegeven; zie Ps. 40:9 en Hebr. 10:7. Of: met gerechtigheid — dat is: overeenkomstig Mijn beloften, die Ik Mijn volk vaak door de aartsvaders en profeten gedaan heb.

Ik zal u Dat is, Ik zal u bijstaan, mits u gevende noodwendige krachten tot uitvoering van uw middelaarsambt.

Hertaald: Ik zal u Dat is: Ik zal U bijstaan door U de krachten te geven die nodig zijn om Uw Middelaarsambt uit te voeren.

Ik zal u behoeden, Alzo dat Gij vóór den bestemden tijd niet onderdrukt wordt, alsook dat Gij in de overgrote pijn niet bezwijkt.

Hertaald: Ik zal u behoeden, Zodat U niet vóór de vastgestelde tijd overweldigd wordt en ook niet bezwijkt onder de zeer grote pijn.

tot een Verbond Dat is, tot een Middelaar des verbonds, namelijk des genadeverbonds, hetwelk Ik met Abraham en zijn zaad gemaakt heb. Dit verbond zult Gij bevestigen; te weten alzo, dat door U mijn volk met mij zal worden verzoend en voorts alle volken in een verbond zullen verenigd worden, niet alleen de Israëlieten, maar ook de heidenen, gelijk straks volgt.

Hertaald: tot een Verbond Dat is: tot Middelaar van het verbond, namelijk van het genadeverbond dat Ik met Abraham en zijn zaad gesloten heb. Dat verbond zult U bevestigen, en wel zo dat Mijn volk door U met Mij verzoend wordt en dat verder alle volken in één verbond verenigd zullen worden — niet alleen de Isra«lieten, maar ook de heidenen, zoals meteen daarna volgt.

tot een Licht Dat is, opdat Gij hen verlicht met de zaligmakende kennis Gods en van hunnen Zaligmaker, waardoor de uitverkorenen onder alle natiën zullen verheugd worden. Want gelijk het licht den mens naar het lichaam verheugt en verkwikt, alzo verheugt de kennis van Christus het gemoed der kinderen Gods innerlijk. Vergelijk Jes. 9:1 , en Jes. 49:6 ; Luc. 3:32 ; Hand. 13:47 , en Hand. 16:34 .

Hertaald: tot een Licht Dat is: opdat U hen verlicht met de zaligmakende kennis van God en van hun Zaligmaker, waardoor de uitverkorenen onder alle volken verheugd zullen worden. Want zoals het licht de mens naar het lichaam verheugt en verkwikt, zo verheugt de kennis van Christus het gemoed van de kinderen van God innerlijk. Vergelijk Jes. 9:1 en Jes. 49:6, Luk. 3:32, Hand. 13:47 en Hand. 16:34.

Jesaja 42 vers 7

te openen Te weten door de predikatie van het heilige Evangelie en de verlichting van den Heiligen Geest; zie Hand. 13:46-47 , en Hand. 26:17-18 .

Hertaald: te openen Namelijk: door de prediking van het heilig Evangelie en de verlichting van de Heilige Geest; zie Hand. 13:46-47 en Hand. 26:17-18.

de blinde ogen, Te weten de ogen van het verstand. Zie Jes. 35:5 .

Hertaald: de blinde ogen, Namelijk: de ogen van het verstand. Zie Jes. 35:5.

uit te voeren Te weten uit de geestelijke dienstbaarheid der zonde en des duivels, de uitverkorenen alzo bevrijdende en verlossende uit den schrik en de vrees der hel. Zie Jes. 49:9 , en Jes. 61:1 ; Luc. 4:18 ; Hebr. 2:14-15 .

Hertaald: uit te voeren Namelijk: uit de geestelijke slavernij van de zonde en de duivel, waarbij Hij de uitverkorenen zo bevrijdt en verlost uit de schrik en de vrees voor de hel. Zie Jes. 49:9 en Jes. 61:1, Luk. 4:18 en Hebr. 2:14-15.

duisternis Versta hier, de duisternis der onwetendheid. Zie boven, Jes. 9:1 .

Hertaald: duisternis Versta hier de duisternis van de onwetendheid. Zie hierboven Jes. 9:1.

Jesaja 42 vers 8

de HEERE, Hebreeuws, JHWH; dat is de eeuwige, zelfstandige, onveranderlijke God.

Hertaald: de HEERE, Hebreeuws: JHWH — dat is: de eeuwige, zelfstandige, onveranderlijke God.

Jesaja 42 vers 9

de voorgaande De zin is: Wat Ik mijn volk tevoren verkondigd heb, dat is vervuld; nu verkondig Ik ulieden wat nieuws, hetwelk ook zekerlijk geschieden zal, namelijk de verschijning van den Messias in het vlees, die zal van punt tot punt alzo voltrokken worden, gelijk Ik ze door mijne profeten voorzegd heb.

Hertaald: de voorgaande De betekenis is: wat Ik Mijn volk tevoren verkondigd heb, is vervuld; nu verkondig Ik u iets nieuws, dat ook zeker gebeuren zal, namelijk de verschijning van de Messias in het vlees. Die zal punt voor punt zo voltrokken worden als Ik het door Mijn profeten voorzegd heb.

Jesaja 42 vers 10

een nieuw lied, Dat is, een voortreffelijk lied. Zie Ps. 32:3 .

Hertaald: een nieuw lied, Dat is: een voortreffelijk lied. Zie Ps. 32:3.

van het einde Dat is, gijlieden, die aan de uiterste einden der wereld woont, alle mensen van welken staat of natie gij zijt; aangezien het heil, dat de Messias aanbrengt, allerlei volken en natiën aangaat; zo hebben zich dan billijk alle volken en natiën in Hem te verheugen en te verblijden.

Hertaald: van het einde Dat is: u die aan de uiterste einden van de wereld woont, alle mensen van welke stand of welk volk u ook bent. Want het heil dat de Messias brengt betreft allerlei volken en naties; daarom hebben alle volken en naties zich terecht in Hem te verheugen en te verblijden.

die ter zee Hebreeuws, nederdaalt op de zee; te weten in het schip, dat op de zee zal varen.

Hertaald: die ter zee Hebreeuws: neerdaalt op de zee, namelijk in het schip dat op zee vaart.

al wat daarin Gij mensen altegaar, die in de eilanden woont, die rondom in de zee liggen. Hebreeuws, de volheid derzelve; gelijk Ps. 24:1 .

Hertaald: al wat daarin U allen, mensen die op de eilanden woont die rondom in de zee liggen. Hebreeuws: haar volheid, zoals in Ps. 24:1.

Jesaja 42 vers 11

haar steden Dat is, de steden, die in of nabij dezelve liggen.

Hertaald: haar steden Dat is: de steden die daarin of daar dichtbij liggen.

de dorpen, Dat is, de dorpen der Kedarenen; dat is der Arabieren, alzo genaamd naar Kedar, den zoon van Ismaël; Gen. 25:13 ; Ps. 120:5 .

Hertaald: de dorpen, Dat is: de dorpen van de Kedarenen, dat is: van de Arabieren, zo genoemd naar Kedar, de zoon van Ismaël; Gen. 25:13 en Ps. 120:5.

die in de rotsstenen Anders: die te Sela wonen, welke is de hoofdstad van Arabië. Zie boven Jes. 16:1 .

Hertaald: die in de rotsstenen Anders: die in Sela wonen, de hoofdstad van Arabië. Zie hierboven Jes. 16:1.

van den top Hebreeuws, van het hoofd der bergen.

Hertaald: van den top Hebreeuws: van het hoofd van de bergen.

Jesaja 42 vers 13

De HEERE Te weten Jezus Christus.

Hertaald: De HEERE Namelijk: Jezus Christus.

zal uittrekken Dat is, Hij zal zijn goddelijke macht doen blijken, als Hij den duivel en de wereld overwinnen zal door zijne predikatiën, zijnen dood, zijne verrijzenis, hemelvaart en het zitten ter rechterhand zijns Vaders en wederkomst ten oordeel.

Hertaald: zal uittrekken Dat is: Hij zal Zijn goddelijke macht laten blijken wanneer Hij de duivel en de wereld zal overwinnen door Zijn prediking, Zijn dood, Zijn opstanding, Zijn hemelvaart, Zijn zitten aan de rechterhand van Zijn Vader en Zijn wederkomst ten oordeel.

Hij zal een groot Sommigen menen dat het Hebreeuwse woord betekent tieren, brullen, of bulderen, gelijk de olifanten.

Hertaald: Hij zal een groot Sommigen menen dat het Hebreeuwse woord tieren, brullen of bulderen betekent, zoals de olifanten doen.

Jesaja 42 vers 14

Ik heb vanouds Dit zijn de woorden Gods. Alsof Hij zeide: Dit is wel vanouds mijne wijze en manier van doen geweest, dat Ik mijne en de vijanden mijner kerk een tijdlang heb laten begaan.

Hertaald: Ik heb vanouds Dit zijn de woorden van God. Alsof Hij zei: dit is van oudsher Mijn manier van doen geweest, dat Ik Mijn vijanden en de vijanden van Mijn kerk een tijdlang heb laten begaan.

Ik heb Mij stil Of, zou Ik [langer] stilzwijgen? Zou ik mij [nog] inhouden?

Hertaald: Ik heb Mij stil Of: zou Ik langer zwijgen? Zou Ik Mij nog inhouden?

Jesaja 42 vers 15

Ik zal bergen Dat is, Ik zal de grote en trotse vijanden mijner kerk verdelgen, en Ik zal uit den weg weren alle verhinderingen, die mijne gelovigen kunnen hinderen of schaden om tot mij in den hemel te komen.

Hertaald: Ik zal bergen Dat is: Ik zal de grote en trotse vijanden van Mijn kerk verdelgen, en Ik zal alle hindernissen uit de weg ruimen die Mijn gelovigen kunnen hinderen of schaden op hun weg om tot Mij in de hemel te komen.

Jesaja 42 vers 16

de blinden Dat is, die den waren God tevoren niet kenden, maar van Hem en zijne leer afdwaalden en in grote blindheid der onwetendheid en afgoderij staken.

Hertaald: de blinden Dat is: zij die de ware God tevoren niet kenden, maar van Hem en Zijn leer afdwaalden en in grote blindheid van onwetendheid en afgoderij verkeerden.

leiden Te weten door mijn Geest en de predikatie van het heilig Evangelie.

Hertaald: leiden Namelijk: door Mijn Geest en de prediking van het heilig Evangelie.

door den weg, Dat is, door den weg der hemelse en zaligmakende waarheid en godzaligheid.

Hertaald: door den weg, Dat is: langs de weg van de hemelse en zaligmakende waarheid en godzaligheid.

Jesaja 42 vers 17

met schaamte Dat is, gans en al te schande worden.

Hertaald: met schaamte Dat is: volkomen te schande worden.

Jesaja 42 vers 18

Hoort, Hier spreekt de HEERE de Joden aan, die moedwillig doof en blind waren, niet willende met aandacht zijn woord horen noch in acht nemen zijne werken en gerichten.

Hertaald: Hoort, Hier spreekt de HEERE de Joden aan, die moedwillig doof en blind waren en Zijn woord niet aandachtig wilden horen en Zijn werken en oordelen niet wilden opmerken.

Jesaja 42 vers 19

Mijn knecht, Dat is, het volk van Israël, dat ik mijnen wil heb geopenbaard en beroepen heb, opdat het mij daarna zou dienen, gelijk boven Jes. 41:8 , en straks wederom in dit vs.

Hertaald: Mijn knecht, Dat is: het volk van Israël, aan wie Ik Mijn wil geopenbaard heb en dat Ik geroepen heb opdat het Mij daarna zou dienen, zoals hierboven in Jes. 41:8 en meteen daarna opnieuw in dit vers.

Mijn bode, De priesters en Levieten, door wie God het volk zijnen wil te kennen gaf.

Hertaald: Mijn bode, De priesters en Levieten, door wie God het volk Zijn wil te kennen gaf.

dien Ik zende? Te weten om mijn volk te leren.

Hertaald: dien Ik zende? Namelijk: om Mijn volk te onderwijzen.

de volmaakte, Of, volkomen, dat is, het volk van Israël, hetwelk Ik vele grote, zo geestelijke als lichamelijke weldaden bewezen heb, alzo dat het niets ontbrak; waaruit het behoorde te zien en bekennen hoe getrouw Ik het met hen voorhad.

Hertaald: de volmaakte, Of: volkomen — dat is: het volk van Israël, dat Ik veel grote weldaden bewezen heb, zowel geestelijke als lichamelijke, zodat het niets ontbrak. Daaruit had het behoren te zien en te erkennen hoe trouw Ik het met hen voorhad.

Jesaja 42 vers 20

veel dingen, Te weten vele wonderwerken van God, die Hij tot uw best doet.

Hertaald: veel dingen, Namelijk: veel wonderwerken van God, die Hij tot uw bestwil doet.

hij de oren Te weten de knecht des Heeren, dat is, het volk van Israël. De zin is: Dit volk stelt zich wel uiterlijk alzo aan, alsof het mijn woord horen wilde, maar het is hun geen ernst, het gaat hun niet ter harte wat zij horen. In het eerste lid van dit vs. wordt er gesproken tot den tweeden persoon; maar in het tweede lid van den derden persoon. Dit geeft wat duisterheid in den zin.

Hertaald: hij de oren Namelijk: de knecht van de HEERE, dat is: het volk van Israël. De betekenis is: dit volk doet zich uiterlijk wel zo voor alsof het Mijn woord wil horen, maar het is hun geen ernst; wat zij horen gaat hun niet ter harte. In het eerste zinsdeel van dit vers wordt in de tweede persoon gesproken, maar in het tweede zinsdeel in de derde persoon. Dat maakt de zin enigszins duister.

zo hoort hij Dat is, zo behartigt hij het niet.

Hertaald: zo hoort hij Dat is: zo neemt hij het niet ter harte.

Jesaja 42 vers 21

aan hem , Te weten aan zijn knecht; dat is aan zijn volk, of aan hen, te weten deze lieden. Sommigen duiden het op de wet en de uitvoering van Gods oordelen over dit zondig volk.

Hertaald: aan hem , Namelijk: aan Zijn knecht, dat is: aan Zijn volk; of: aan hen, namelijk aan deze mensen. Sommigen betrekken het op de wet en op de uitvoering van Gods oordelen over dit zondige volk.

om Zijner Dat is, vanwege zijne waarheid en trouw, namelijk terwijl Hij den oudvaders beloofd heeft dat Hij hun zaad zou goeddoen; zie Ps. 31:2 .

Hertaald: om Zijner Dat is: vanwege Zijn waarheid en trouw, namelijk omdat Hij de aartsvaders beloofd heeft dat Hij hun nageslacht goed zou doen; zie Ps. 31:2.

door de wet, Namelijk, die Hij hun gegeven had door Mozes. Zie Deut. 4:6 ; Ps. 147:19-20 .

Hertaald: door de wet, Namelijk: de wet die Hij hun door Mozes gegeven had. Zie Deut. 4:6 en Ps. 147:19-20.

Jesaja 42 vers 22

is het Te weten het volk van Israël; [anders: is hij ], te weten de knecht des Heeren, gelijk vs.19. Anderen aldus: En dat volk is beroofd en geplunderd; al de jongelingen zuchten, of, zij zuchten allen in de spelonken of holen der aarde.

Hertaald: is het Namelijk: het volk van Israël; anders: is hij, namelijk de knecht van de HEERE, zoals in vers 19. Anderen zo: en dat volk is beroofd en geplunderd; alle jongemannen zuchten, of: zij zuchten allen in de spelonken of holen van de aarde.

een beroofd De zin is: God heeft dit volk in de handen zijner vijanden overgegeven, omdat het zijne genade en goedertierenheid niet heeft in acht genomen.

Hertaald: een beroofd De betekenis is: God heeft dit volk in de handen van zijn vijanden overgegeven, omdat het Zijn genade en goedertierenheid niet in acht genomen heeft.

er is niemand, Hebreeuws, daar is geen redder.

Hertaald: er is niemand, Hebreeuws: er is geen redder.

niemand zegt Daar is niemand, die hen beschermt of verdedigt, of die de vijanden dwingt weder te geven wat zij hun afgenomen hebben.

Hertaald: niemand zegt Er is niemand die hen beschermt of verdedigt, of die de vijanden dwingt terug te geven wat zij hun ontnomen hebben.

Jesaja 42 vers 23

wat hierna Want de straffen en plagen des Heeren, die hier in dit leven komen over de onboetvaardige zondaars, zijn maar beginselen van hunne smarten, zo zij niet intijds opmerken en zich beteren en met belijdenis hunner zonden zeggen: Wie heeft Jakob, enz. vs.24.

Hertaald: wat hierna Want de straffen en plagen van de HEERE die hier in dit leven over de onboetvaardige zondaars komen, zijn slechts het begin van hun smarten, wanneer zij niet bijtijds opmerken, zich beteren en met belijdenis van hun zonden zeggen: wie heeft Jakob, enzovoort, vers 24.

Jesaja 42 vers 24

Jakob . . . Israël Dat is, de nakomelingen van Jakob, de Israëlieten.

Hertaald: Jakob . . . Israël Dat is: de nakomelingen van Jakob, de Isra«lieten.

Is het niet Dat is, het is zeker dat de Heere ons en onze goederen, om onzer zonden wil, in hunne handen heeft overgegeven.

Hertaald: Is het niet Dat is: het staat vast dat de HEERE ons en onze goederen om onze zonden in hun handen heeft overgegeven.

Jesaja 42 vers 25

over hen uitgestort Hebreeuws, over hem; te weten over Jakob, of over Israël, uit vs.24.

Hertaald: over hen uitgestort Hebreeuws: over hem, namelijk over Jakob of over Israël, uit vers 24.

de grimmigheid Dat is, zijne straffen; zie de aantekening Ps. 79:6 .

Hertaald: de grimmigheid Dat is: Zijn straffen; zie de aantekening bij Ps. 79:6.

de macht Het leger der Assyriërs en andere vijanden.

Hertaald: de macht Het leger van de Assyriërs en andere vijanden.

zij merkten het niet . . . zij nemen het niet ter harte Dat is, de Israëlieten hebben geen acht gegeven op de gerichten van God en de oorzaken derzelve.

Hertaald: zij merkten het niet . . . zij nemen het niet ter harte Dat is: de Isra«lieten hebben niet gelet op de oordelen van God en op de oorzaken daarvan.

in brand gestoken, Dat is, Hij heeft hen vernield door velerlei pijnlijke jammeren en ellenden.

Hertaald: in brand gestoken, Dat is: Hij heeft hen vernietigd door allerlei pijnlijke rampen en ellende.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken  — het eerste lied over de Knecht des HEEREN, en de manier waarop Hij te werk gaat (Jes. 42:1-9)

"Ziet, Mijn Knecht, Dien Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Denwelken Mijn ziel een welbehagen heeft! Ik heb Mijn geest op Hem gegeven; Hij zal het recht den heidenen voortbrengen" (Jes. 42:1). Wat volgt gaat over Zijn optreden, en het is opvallend stil: "Hij zal niet schreeuwen, noch Zijn stem verheffen, noch Zijn stem op de straat horen laten" (Jes. 42:2). Dan komt het vers waar dit lied om bekend is: "Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen; met waarheid zal Hij het recht voortbrengen" (Jes. 42:3). En er staat bij dat Hij het volhoudt: "Hij zal niet verdonkerd worden, en Hij zal niet verbroken worden, totdat Hij het recht op aarde zal hebben besteld" (Jes. 42:4). Zijn opdracht wordt in Jes. 42:6-7 samengevat: Hij wordt gegeven "tot een Verbond des volks, tot een Licht der heidenen", om blinde ogen te openen en gevangenen uit te leiden.

Bijbelse betekenis: Merk op wat een gekrookt riet en een rokende pit zijn. Het eerste is geknakt en draagt niets meer, het tweede geeft geen licht maar alleen walm; in beide gevallen zou men het weggooien. Juist dat doet Hij niet. Let vervolgens op de tegenstelling in het lied. Hij brengt het recht, en dat gebeurt gewoonlijk met vertoon en met stemverheffing; hier gebeurt het zonder geschreeuw op straat. Kracht en zachtheid gaan bij deze Knecht samen, zoals eerder in dit hoofdstukdeel bij de Herder (reeds behandeld bij Jes. 40:11). Let ten slotte op wie deze Knecht is. In hetzelfde hoofdstuk wordt Israël ook knecht genoemd, maar dan een blinde en dove knecht (Jes. 42:19). De Knecht van Jes. 42:1 is dus niet zonder meer het volk; het Nieuwe Testament wijst Hem aan.

Typologie: Mattheüs haalt dit lied aan bij het optreden van de Heere Jezus, Die de scharen genas en verbood Hem bekend te maken: "Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en het rokende lemmet zal Hij niet uitblussen, totdat Hij het oordeel zal uitbrengen tot overwinning" (Matt. 12:20). Hij besluit de aanhaling met de zin die de volken erbij haalt: "En in Zijn Naam zullen de heidenen hopen" (Matt. 12:21).

Jes. 42:1-9; Jes. 42:19; Jes. 40:11; Matt. 12:20-21

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Profeet, priester en koning niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe ambt

Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken — 42:1-9

Het eerste van de vier liederen over de Knecht des HEEREN. God zelf stelt Hem voor, zoals men iemand aanwijst in een menigte: ziet, Mijn Knecht.

De Knecht wordt aangewezen, met de Geest bekleed, en Zijn werkwijze is opvallend zacht.

De kanttekening zegt meteen wie hier spreekt en over Wie: dit spreekt God de Vader over Zijn Zoon Christus, Die Hij Zijn Knecht noemt met het oog daarop dat Christus als onze Middelaar de gestalte van een knecht heeft aangenomen. Zij verwijst naar Jesaja 53, naar Mattheüs 12 en naar Filippenzen 2.

Bij het ondersteunen tekent zij iets aan dat vooruitloopt op Gethsémané: dat is, Die Ik versterk, opdat Hij niet bezwijkt onder de ondraaglijke last van Mijn toorn, die Hij een tijdlang moet voelen om uw zonden uit te delgen.

En de Geest op Hem gegeven verklaart zij als de gaven van de Heilige Geest, die Hij nodig heeft om het Middelaarsambt te vervullen.

Dan volgt hoe deze Knecht werkt, en dat is anders dan men van een gezant verwacht. Hij zal niet schreeuwen noch Zijn stem verheffen, noch Zijn stem op de straat laten horen.

En dan het beeld dat blijft hangen: het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen. Een geknakt rietje is nergens meer goed voor, en een pit die alleen nog rookt geeft geen licht meer — de kanttekening legt beide uit, en zij zegt wat het betekent: Hij zal geduld hebben met de zwakheden van arme zondaars, hun verslagen geweten verkwikken en hen troosten met de belofte van vergeving.

Mattheüs haalt dit hele gedeelte woordelijk aan, en wel op een merkwaardige plaats: nadat Christus mensen genezen heeft en hun verboden Hem bekend te maken. Zo stil ging het toe.

En er staat nog iets bij dat verder reikt dan Israël: Ik zal U geven tot een Verbond des volks, tot een Licht der heidenen. De kanttekening zegt bij dat roepen kortweg: o Mijn Zoon Jezus Christus.

  1. Jesaja 42:1 — Ziet, Mijn Knecht, in Denwelken Mijn ziel een welbehagen heeft.
  2. Jesaja 42:3 — Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken.
  3. Jesaja 42:6 — Tot een Verbond des volks, tot een Licht der heidenen.
  4. Mattheüs 3:17 — Bij de doop: Deze is Mijn Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb.
  5. Mattheüs 12:18-21 — Mattheüs haalt dit lied woordelijk aan.
  6. Lukas 2:32 — Simeon: een Licht tot verlichting der heidenen.

In het Nieuwe Testament: Mattheüs 12:17-21; Mattheüs 3:16-17; Lukas 2:32; Filippenzen 2:6-8

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Jesaja 42

Dit boek zou wel het Evangelie naar Jesaja genoemd mogen worden, want het is vol van evangelische waarheid.

Jesaja 42:1.KruisverwijzingenFilippenzen 2:7Jesaja 43:10Jesaja 52:13Lukas 3:22Mattheüs 17:5Mattheüs 3:16Jesaja 61:1Jesaja 53:11
— Ziet, Mijn Knecht, Dien Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Denwelken Mijn ziel een welbehagen heeft! Ik heb Mijn geest op Hem gegeven; Hij zal het recht den heidenen voortbrengen.
Werkelijk, deze profetie gaat over de Heere Jezus Christus. Van wie spreekt de profeet dit anders dan van de Messias, Jezus van Nazareth? Let op de titel die Hij aanneemt: Hij wordt de Knecht van God genoemd. De Vader noemt Hem Zijn Knecht. Boven alle anderen is Christus de Knecht van de Allerhoogste, die Zich verwaardigde de Knecht van de knechten te worden, hoewel Hij de Koning der koningen is.

“Dien Ik ondersteun” — dat kan op twee wijzen gelezen worden. Volgens sommige weergaven zou het moeten zijn: op wie Ik leun, alsof God het volle gewicht van Zijn heerlijkheid op Christus liet rusten en het werk van de genade in Zijn handen overgaf. Zo klinkt het wanneer men het lijdend leest. Leest men het bedrijvend, dan luidt het zoals onze tekst: “Dien Ik ondersteun”. En beide zijn waar. God leunt op Christus; Christus haalt Zijn sterkte uit God. Zij werken samen, en de heerlijkheid is wederkerig.

“Mijn Uitverkorene” — dat is het eerste. Mijn uitgelezene, want er is niemand zo uitgelezen als Christus. Mijn verkorene, want Christus is het Hoofd van de verkiezing. Wij zijn in Hem uitverkoren van voor de grondlegging van de wereld, en daarom noemt God Hem in het bijzonder Mijn Uitverkorene.

“in Denwelken Mijn ziel een welbehagen heeft”. Het welbehagen van de Vader in de Zoon is oneindig. Hij had een welbehagen in Zijn Persoon; nu heeft Hij een welbehagen in het werk dat Hij volbracht heeft. Het welbehagen van de Vader is in Christus, en Hij heeft een welbehagen in ons omdat wij in Hem zijn. Zijn wij inderdaad leden van Christus, dan is Hij om Christus’ wil met ons welbehaaglijk.

“Ik heb Mijn geest op Hem gegeven.” Dat werd openbaar toen Hij in de Jordaan gedoopt werd. De Geest rust en blijft zonder mate op Hem, ons Verbondshoofd. “Hij zal het recht den heidenen voortbrengen.” Verheugt u dan, heidenen! U bent niet langer uitgesloten. Eerst kwam het woord alleen tot de Joden, maar Hij heeft de mens Christus Jezus gegeven, die het recht aan de heidenen heeft voortgebracht. Hij werd ondersteund door de machtige kracht van God; Hij was de Uitverkorene van de HEERE; de Geest van God rustte op Hem, en op deze dag is deze Schrift in uw oren vervuld.

Jesaja 42:2-3.KruisverwijzingenMattheüs 12:16Mattheüs 11:28Zacharia 9:9Lukas 17:20Jesaja 50:4Ezechiël 34:16Jesaja 40:11Jeremia 31:25
— Hij zal niet schreeuwen, noch Zijn stem verheffen, noch Zijn stem op de straat horen laten. Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen; met waarheid zal Hij het recht voortbrengen.
Jezus was zachtmoedig, teruggetrokken, ootmoedig, stil. Zijn getuigenis was heel krachtig, maar niet luidruchtig. Hij zocht geen eer onder mensen. Hij verbood de genezenen vaak van Zijn wonderen te spreken. Hij trok Zich liever terug dan dat Hij in de openbaarheid kwam. Hij was niet twistziek. Hij was geen luidruchtig zoeker van toejuiching. Hij riep niet als zij die naar de meesterschap streven. Hief Hij Zijn stem op, dan was het voor God en voor de mensenkinderen, niet voor Zichzelf.

Hoe nauwkeurig beschrijven deze woorden de Heere Jezus! Hij was zo zachtmoedig dat Hij het gekrookte riet niet verbrak en niet afbrak. Wij lezen dat Hij de schriftgeleerden en de farizeeën geen antwoord gaf. Zij waren in Zijn achting zo krachteloos — zulke gekrookte rieten, zulke waardeloze rokende vlaswieken — dat Hij hen liet begaan, totdat Hij het recht tot overwinning zou voortbrengen. En nu zullen de zwakken, de kranken, de zachtmoedigen, de armen van geest, nooit bevinden dat Christus hard met hen handelt.

Nu wordt het vaak bevonden dat waar stilheid en zachtmoedigheid zijn, er toch een grote vastheid van voornemen is. Lawaai en zwakheid gaan samen, maar stilheid en sterkte zijn vaak verbonden.

Jesaja 42:4.KruisverwijzingenJesaja 55:5Genesis 49:10Jesaja 60:9Jesaja 53:2Jesaja 9:7Jesaja 52:13Jesaja 42:12Psalmen 22:27
— Hij zal niet verdonkerd worden, en Hij zal niet verbroken worden, totdat Hij het recht op aarde zal hebben besteld; en de eilanden zullen naar Zijn leer wachten.
Deze stille, zachtmoedige Christus dringt Zijn rijk voort en breidt Zijn heerschappij uit, tot deze verre eilanden van de zee Zijn macht al kennen en de dag komt dat heel de ronde aarde aan Zijn bestuur gehoorzaam zal zijn. O gezegende Christus, hoe blij zijn wij te bedenken dat wanneer wíj ontmoedigd zijn, U het niet bent; en dat wanneer wij falen en bezwijken, U het niet doet. U houdt aan tot in eeuwigheid, zoals de zon die in de morgen uit haar kamer voortkomt en niet ophoudt voordat zij haar loopbaan volbracht heeft.

Wat een gezegende zaak is het dat wij een Zaligmaker hebben om te vertrouwen, die niet falen zal en die nooit ontmoedigd zal worden. Hij zal de zaligheid van Zijn volk uitvoeren en die nooit als een hopeloos geval opgeven. Arme zondaar, begint Hij met u, dan zal Hij niet falen en niet ontmoedigd worden; en zo zal Hij ook niet ontmoedigd worden met heel de aarde. Hij zal Zijn hand niet terugtrekken voordat zeker alle vlees de heerlijkheid van de HEERE zal zien. Hij die de verlossing van de mens ondernomen heeft, is niet zwak van geest en niet gemakkelijk te verijdelen.

Jesaja 42:5-6.KruisverwijzingenLukas 2:32Handelingen 13:47Jesaja 49:8Jesaja 49:6Jesaja 45:18Jesaja 45:12Jeremia 23:5Handelingen 17:25
— Alzo zegt God, de HEERE, Die de hemelen geschapen, en dezelve uitgebreid heeft, Die de aarde uitgespannen heeft, en wat daaruit voortkomt; Die den volke, dat daarop is, den adem geeft, en den geest dengenen, die daarop wandelen: Ik, de HEERE, heb u geroepen in gerechtigheid, en Ik zal u bij uw hand grijpen; en Ik zal u behoeden, en Ik zal u geven tot een Verbond des volks, tot een Licht der heidenen.
Zo geeft de grote God Christus Zijn opdracht. Zo verklaart Hij dat de eeuwige kracht en Godheid Hem zullen steunen, totdat de heidenen Zijn licht zullen bemerken en het volk in het verbond met God gebracht zal worden.

Zie wat God van Zijn Zoon Jezus Christus gemaakt heeft. Wilt u tot Christus komen in het verbond van de genade, dan hoeft u Christus enkel aan te grijpen, want Híj is gegeven tot een verbond van het volk. Hij is de belichaming van het verbond, de som en de inhoud ervan, het zegel ervan, de Borg ervan. Ja, Hij ís het verbond zelf. En wilt u licht hebben, dan hoeft u enkel Christus te krijgen. Hij is het Licht van de wereld, en hier wordt ons gezegd dat God Hem gegeven heeft “tot een Licht der heidenen”.

Jesaja 42:7.KruisverwijzingenJesaja 61:1Jesaja 35:5Jesaja 49:9Hebreeën 2:14Johannes 9:39Mattheüs 11:5Jesaja 9:22 Timotheüs 2:26
— Om te openen de blinde ogen, om de gebondenen uit te voeren uit de gevangenis, en uit het gevangenhuis, die in duisternis zitten.
Hoort dit, u die zwaarmoedig bent, u die moedeloos bent, u die niet uit de gevangenis van kwade gewoonten komen kunt of de ketenen van de zonde niet kunt afschudden. Zie, er is een Verlosser gekomen, wiens werk het juist is de vast gesloten cellen van de zonde te openen en de gevangenen van de satan vrij te maken.

Jesaja 42:8-9.KruisverwijzingenJesaja 48:11Psalmen 83:18Exodus 20:3Jesaja 43:19Jesaja 46:9Exodus 34:14Exodus 3:13Jesaja 43:11
— Ik ben de HEERE, dat is Mijn Naam; en Mijn eer zal Ik geen anderen geven, noch Mijn lof den gesneden beelden. Ziet, de voorgaande dingen zijn gekomen, en nieuwe dingen verkondig Ik; eer dat zij uitspruiten, doe Ik ulieden die horen.
Een groot bewijs van de waarheid van de Godheid van Jehova is dat Hij vooruit kan zien en voorzeggen, zodat Hij de gebeurtenissen lang voordat zij plaatsvinden bekend maakt. Jesaja heeft door Gods Geest de Israëlieten over Christus verteld, honderden jaren voordat Christus kwam; en toch zijn de woorden zo uitdrukkelijk dat men haast zou denken dat zij ná de gebeurtenis geschreven waren. Maar zou God het niet weten? Is Hij niet God, die door de nevelen van de eeuwen heen ziet en de dingen die komen zullen aanschouwt alsof zij er al waren? Werkelijk, Hij is God.

Jesaja 42:10-11.KruisverwijzingenJesaja 32:16Psalmen 33:3Jesaja 60:7Psalmen 40:3Jesaja 42:4Romeinen 15:9Genesis 25:23Nahum 1:15
— Zingt den HEERE een nieuw lied, Zijn lof van het einde der aarde; gij, die ter zee vaart, en al wat daarin is, gij eilanden en hun inwoners. Laat de woestijn en haar steden de stem verheffen, met de dorpen, die Kedar bewoont; laat hen juichen, die in de rotsstenen wonen, en van den top der bergen af schreeuwen.
Want de komst van Christus is de komst van de muziek in de wereld. Toen Hij aan het kruis hing, werden er nieuwe sterren aangestoken om de nacht van de aarde te verblijden. Ja, wat zou ik zeggen: alsof de zon zelf toen was opgegaan om de duisternis voor eens en voor altijd te verjagen. O Lam van God! De schepping deed de engelen zingen, maar de verlossing doet ons, gevallen mensen, zingen; want zij heft ons op om onder de engelen te zitten, door Uw allerkostelijkst bloed.

Jesaja 42:12-13.KruisverwijzingenNahum 1:2Psalmen 78:65Hosea 11:10Jesaja 42:4Romeinen 15:9Psalmen 96:3Jesaja 24:15Openbaring 5:9
— Laat ze den HEERE de eer geven, en Zijn lof in de eilanden verkondigen. De HEERE zal uittrekken als een held; Hij zal den ijver opwekken als een krijgsman; Hij zal juichen, ja, Hij zal een groot getier maken; Hij zal Zijn vijanden overweldigen.
En nu Zijn vijanden. Terwijl God zo genadig met mensen handelt, besluit Hij een einde te maken aan de machten van het kwaad. Meen niet dat de goden van de heidenen altijd op hun tronen zullen zitten, of dat de machten van de antichrist de aarde altijd zullen verduisteren. Ach nee. God zal Zich eerlang opmaken.

Jesaja 42:14.KruisverwijzingenPsalmen 83:1Jeremia 44:22Lukas 18:7Jeremia 15:6Job 32:202 Petrus 3:152 Petrus 3:9Prediker 8:11
— Ik heb van ouds gezwegen, Ik heb Mij stil gehouden en Mij ingehouden; Ik zal uitschreeuwen, als een, die baart, Ik zal ze verwoesten, en te zamen opslokken.
Wat een tijd zal dat zijn, wanneer God voortkomt in de luister van Zijn macht om al de heirlegers van het kwaad neer te werpen.

Jesaja 42:15.KruisverwijzingenJesaja 50:2Nahum 1:4Jesaja 44:27Jesaja 2:12Psalmen 114:3Openbaring 16:18Jesaja 49:11Habakuk 3:6
— Ik zal bergen en heuvelen woest maken, en al hun gras zal Ik doen verdorren; en Ik zal de rivieren tot eilanden maken, en de poelen uitdrogen.
Wat een ontzaglijk God is Hij! Wanneer Hij eenmaal Zijn hand uitstrekt tot daden van gerechtigheid en van wraak, wie kan dan voor Hem bestaan? En toch, hoe gaat Zijn barmhartigheid arm in arm met Zijn gerechtigheid!

Jesaja 42:16.KruisverwijzingenEfeze 5:8Jesaja 30:21Jesaja 32:3Jesaja 29:18Lukas 3:5Jesaja 40:4Jeremia 31:8Jesaja 35:8
— En Ik zal de blinden leiden door den weg, dien zij niet geweten hebben, Ik zal ze doen treden door de paden, die zij niet geweten hebben; Ik zal de duisternis voor hun aangezicht ten licht maken, en het kromme tot recht; deze dingen zal Ik hun doen, en Ik zal hen niet verlaten.
De neerbuigende goedheid van God! Zelfs wanneer Zijn rechterarm ontbloot is ten oorlog en de donder Zijn wolkige wagen omgordt, buigt Hij Zich toch uit die wagen van de toorn. Hij ziet naar arme, blinde, hulpeloze zielen en leidt hen op de weg van vrede en barmhartigheid.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Het welbehagen van de Vader is in Christus, en Hij heeft een welbehagen in ons omdat wij in Hem zijn. Zijn wij inderdaad leden van Christus, dan is Hij om Christus’ wil met ons welbehaaglijk.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content