Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
En te dienH1931 dageH3117 zullen zevenH7651 vrouwenH802 eenH259 manH376 aangrijpenH2388, zeggendeH559: Ons broodH3899 zullen wij etenH398, en met onze klederenH8071 zullen wij bekleedH3847 zijn, laat ons alleenlijk naar uw naamH8034 genoemdH7121 worden, neemH622 onze smaadheidH2781 wegH622.
En te dien dage zullen zeven vrouwen een man aangrijpen, zeggende: Ons brood zullen wij eten, en met onze klederen zullen wij bekleed zijn, laat ons alleenlijk naar uw naam genoemd worden, neem onze smaadheid weg.
KJV
And in that day6
seven2
women3
shall take hold1
of one5
man,4
saying,8
We will eat10
our own bread,9
and wear12
our own apparel:11
only let us be called14
by thy name,15
to take away17
our reproach.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Te dienH1931 dageH3117 zal des HEERENH3068 SPRUITH6780 zijnH1961 tot sieraadH6643 en tot heerlijkheidH3519, en de vruchtH6529 der aardeH776 tot voortreffelijkheidH1347 en tot versieringH8597 dengenen, die het ontkomenH6413 zullen in IsraelH3478.
Te dien dage zal des HEEREN SPRUIT zijn tot sieraad en tot heerlijkheid, en de vrucht der aarde tot voortreffelijkheid en tot versiering dengenen, die het ontkomen zullen in Israel.
KJV
In that day1
shall the branch4
of the LORD5
be beautiful6
and glorious,7
and the fruit8
of the earth9
shall be excellent10
and comely for11
them that are escaped12
of Israel.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
En het zal geschiedenH1961, dat de overgebleveneH7604 in SionH6726, en de overgelateneH3498 in JeruzalemH3389 zal heiligH6918 gehetenH559 worden, een iegelijkH3605, die geschrevenH3789 is ten levenH2416 te JeruzalemH3389;
En het zal geschieden, dat de overgeblevene in Sion, en de overgelatene in Jeruzalem zal heilig geheten worden, een iegelijk, die geschreven is ten leven te Jeruzalem;
KJV
And it shall come to pass, that he that is left2
in Zion,3
and he that remaineth4
in Jerusalem,5
shall be called7
holy,6
even every one that is written10
among the living11
in Jerusalem:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
AlsH518 de HeereH136 zal afgewassenH7364 hebben den drekH6675 der dochterenH1323 van SionH6726, en de bloedschuldenH1818 van JeruzalemH3389 zal verdrevenH1740 hebben uit derzelver middenH7130, door den GeestH7307 des oordeelsH4941, en door den GeestH7307 der uitbrandingH1197.
Als de Heere zal afgewassen hebben den drek der dochteren van Sion, en de bloedschulden van Jeruzalem zal verdreven hebben uit derzelver midden, door den Geest des oordeels, en door den Geest der uitbranding.
KJV
When the Lord3
shall have washed away2
the filth5
of the daughters6
of Zion,7
and shall have purged11
the blood9
of Jerusalem10
from the midst12
thereof by the spirit13
of judgment,14
and by the spirit15
of burning.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
En de HEEREH3068 zal overH5921 alleH3605 woningH4349 van den bergH2022 SionsH6726, en overH5921 haar vergaderingenH4744, scheppenH1254 een wolkH6051 des daagsH3119, en een rookH6227, en den glansH5051 eens vlammendenH3852 vuursH784 des nachtsH3915; wantH3588 overH5921 allesH3605 wat heerlijkH3519 is, zal een beschuttingH2646 wezen.
En de HEERE zal over alle woning van den berg Sions, en over haar vergaderingen, scheppen een wolk des daags, en een rook, en den glans eens vlammenden vuurs des nachts; want over alles wat heerlijk is, zal een beschutting wezen.
KJV
And the LORD2
will create1
upon every dwelling place5
of mount6
Zion,7
and upon her assemblies,9
a cloud10
and smoke12
by day,11
and the shining13
of a flaming15
fire14
by night:16
for upon all the glory20
shall be a defence.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
En daar zal een hutH5521 zijnH1961 tot een schaduwH6738 des daagsH3119 tegen de hitteH2721, en tot een toevluchtH4268, en tot een verbergingH4563 tegen den vloedH2230 en tegen den regenH4306.
En daar zal een hut zijn tot een schaduw des daags tegen de hitte, en tot een toevlucht, en tot een verberging tegen den vloed en tegen den regen.
KJV
And there shall be a tabernacle1
for a shadow3
in the daytime4
from the heat,5
and for a place of refuge,6
and for a covert7
from storm8
and from rain.
te dien
Te weten, na de bovenverhaalde ellenden, waarvan onder anderen een merkelijk exempel is 2 Kron. 28:6 , 2 Kron. 28:8 ; anderen voegen vs.1 tot Isa 3 .
Hertaald:
te dien
Namelijk: na de hierboven beschreven ellende, waarvan onder andere een opmerkelijk voorbeeld staat in 2 Kron. 28:6 en 2 Kron. 28:8. Anderen voegen vers 1 bij Jes. 3.
zeven vrouwen
Dat is, velen. Hieruit is af te nemen dat er weinig mannen zouden overblijven; zie Jes. 3:25 .
Hertaald:
zeven vrouwen
Dat is: velen. Hieruit is op te maken dat er weinig mannen zouden overblijven; zie Jes. 3:25.
aangrijpen,
Dat is, ten huwelijk verzoeken.
Hertaald:
aangrijpen,
Dat is: ten huwelijk vragen.
Ons brood
De zin is, in plaats dat de mannen voor hunne vrouwen plegen den kost te winnen, zo willen wij voor onszelven kost en klederen verdienen, gij zult voor ons niet behoeven te zorgen.
Hertaald:
Ons brood
De betekenis is: in plaats dat de mannen voor hun vrouwen de kost plegen te verdienen, willen wij voor onszelf voedsel en kleding verdienen; u hoeft niet voor ons te zorgen.
laat ons alleenlijk
Hebreeuws, laat uwen naam over ons uitgeroepen worden; gelijk Gen. 48:16 . De zin is: Laat ons slechts den naam hebben dat wij uwe vrouwen zijn.
Hertaald:
laat ons alleenlijk
Hebreeuws: laat uw naam over ons uitgeroepen worden, zoals in Gen. 48:16. De betekenis is: laat ons alleen de naam hebben dat wij uw vrouwen zijn.
neem
Hebreeuws, raap, of verzamel onze smaadheid. Zie Ps. 26:9 .
Hertaald:
neem
Hebreeuws: raap onze smaad op, of verzamel onze smaad. Zie Ps. 26:9.
onze smaadheid
Te weten die smaadheid, dat wij zouden leven en sterven zonder ooit kinderen gebaard te hebben; zie Gen. 30:23 , en Luc. 1:25 .
Hertaald:
onze smaadheid
Namelijk: de smaad dat wij zouden leven en sterven zonder ooit kinderen gebaard te hebben; zie Gen. 30:23 en Luk. 1:25.
Te dien
Te weten na de bovenverhaalde ellenden; of nadat vervuld zal zijn wat God gedreigd heeft. Dit wordt hier bijgevoegd tot vertroosting van het volk; zie boven Jes. 1:26 .
Hertaald:
Te dien
Namelijk: na de hierboven beschreven ellende, of nadat vervuld zal zijn wat God gedreigd heeft. Dit wordt hier toegevoegd tot vertroosting van het volk; zie hierboven Jes. 1:26.
SPRUIT
Te weten, Jezus Christus. Vergelijk Jes. 11:1 ; Jer. 23:5 , en Jer. 33:15 ; Zach. 3:8 , en Zach. 6:12, met de aantekening.
Hertaald:
SPRUIT
Namelijk: Jezus Christus. Vergelijk Jes. 11:1, Jer. 23:5, Jer. 33:15, Zach. 3:8 en Zach. 6:12, met de aantekening.
zijn tot sieraad
Dat is, zij zal sieraad of heerlijkheid aanbrengen.
Hertaald:
zijn tot sieraad
Dat is: zij zal sieraad of heerlijkheid aanbrengen.
de vrucht
Dat is, Christus, die mens van Maria hier op aarde zal geboren worden, als de tronk van Isaï, of van David, tot aan den wortel zal afgehouwen zijn, Jes. 11:1 .
Hertaald:
de vrucht
Dat is: Christus, Die als mens uit Maria hier op aarde geboren zal worden wanneer de stam van Isaï of van David tot aan de wortel toe afgehouwen zal zijn, Jes. 11:1.
tot voortreffelijkheid
Of, tot uitnemendheid, of tot hoogheid. De profeet voorzegt hier dat Christus niet alleen in en voor zichzelven, maar ook voor zijne gemeente, voortreffelijk en sierlijk zou zijn, welke Hij zijn hemelse schoonheid zal deelachtig maken, nadat Israël in verdrukking en verachtzaamheid zou zijn vervallen; zie het Hooglied van Salomo op verscheidene plaatsen, van de heerlijkheid en sieraad der Bruid sprekende.
Hertaald:
tot voortreffelijkheid
Of: tot uitnemendheid, of tot hoogheid. De profeet voorzegt hier dat Christus niet alleen in en voor Zichzelf voortreffelijk en sierlijk zou zijn, maar ook voor Zijn gemeente, aan wie Hij Zijn hemelse schoonheid zal meedelen nadat Israël tot verdrukking en verachting vervallen zou zijn. Zie het Hooglied van Salomo, dat op verschillende plaatsen over de heerlijkheid en het sieraad van de Bruid spreekt.
dengenen,
Hebreeuws, de ontkoming Israëls; dat is, dengenen, die de voorverhaalde straffen ontkomen zouden.
Hertaald:
dengenen,
Hebreeuws: de ontkoming van Israël — dat is: aan hen die de eerder genoemde straffen zouden ontkomen.
zal heilig
Hebreeuws, heilig zal tot hem gezegd worden. Vergelijk onder Jes. 5:20 . Dat is, hij zal voor God heilig gehouden en geacht worden vanwege de verdiensten van Christus.
Hertaald:
zal heilig
Hebreeuws: heilig zal tot hem gezegd worden. Vergelijk hieronder Jes. 5:20. Dat is: hij zal voor God heilig gehouden en geacht worden vanwege de verdiensten van Christus.
die geschreven
Te weten van God. Anders: een iegelijk, die geschreven is ten leven, zal te Jeruzalem zijn; te weten in het geestelijke Jeruzalem, of de gemeente der gelovigen. Zie deze manier van spreken Ex. 32:32 ; Fil. 4:3 . Zie de aantekening Ps. 69:29 .
Hertaald:
die geschreven
Namelijk: door God. Anders: ieder die ten leven geschreven is, zal in Jeruzalem zijn, namelijk in het geestelijke Jeruzalem, of de gemeente van de gelovigen. Zie deze manier van spreken in Ex. 32:32 en Filipp. 4:3. Zie de aantekening bij Ps. 69:29.
ten leven
Te weten ten eeuwigen leven, in het boek des levens, want hier wordt gesproken van de uitverkoren kinderen Gods; zie Hand. 13:48 ; Gal. 4:26 ; Hebr. 12:22 .
Hertaald:
ten leven
Namelijk: ten eeuwigen leven, in het boek des levens; want hier wordt gesproken over de uitverkoren kinderen van God. Zie Hand. 13:48, Gal. 4:26 en Hebr. 12:22.
den drek
Of, vuiligheid. Hebreeuws, uitgang. Het betekent allerlei vuiligheid, die den mensen afgaat, gelijk Spr. 30:12 . Doch hier wordt gesproken van de vuiligheid der zonden.
Hertaald:
den drek
Of: vuiligheid. Hebreeuws: uitgang. Het betekent allerlei vuil dat van de mensen afgaat, zoals in Spr. 30:12. Maar hier wordt gesproken over de vuiligheid van de zonden.
der dochteren
Dat is, der inwoners van Jeruzalem.
Hertaald:
der dochteren
Dat is: van de inwoners van Jeruzalem.
de bloedschulden
Hebreeuws, de bloeden. Versta hier de menigvuldige bloedstortingen, die binnen Jeruzalem geschied zijn, en de bewerkers van die; en versta wijders hieronder al de zonden en ongerechtigheden van het volk. Zie Ps. 51:16 .
Hertaald:
de bloedschulden
Hebreeuws: de bloeden. Versta hier de vele bloedstortingen die binnen Jeruzalem gebeurd zijn, en ook wie ze veroorzaakt hebben; en versta er verder alle zonden en ongerechtigheden van het volk onder. Zie Ps. 51:16.
Jeruzalem
Dat is, de inwoners van Jeruzalem.
Hertaald:
Jeruzalem
Dat is: de inwoners van Jeruzalem.
zal verdreven
Of gezuiverd, of afgewassen, of afgedroogd zal hebben.
Hertaald:
zal verdreven
Of: gereinigd, of afgewassen, of afgedroogd zal hebben.
derzelve
Te weten de stad Jeruzalem.
Hertaald:
derzelve
Namelijk: van de stad Jeruzalem.
door den Geest des
Door den Geest, die vurig is om de goddelozen te straffen en de uitverkorenen ter zaligheid te zuiveren.
Hertaald:
door den Geest des
Door de Geest, Die vurig is om de goddelozen te straffen en de uitverkorenen tot zaligheid te reinigen.
door den Geest der
Of, door den afbrandenden geest. Hebreeuws, door den geest des brands, of der hitte, of der wegneming.
Hertaald:
door den Geest der
Of: door de verbrandende Geest. Hebreeuws: door de geest van de brand, of van de hitte, of van de wegneming.
over alle
Dat is, over al de gemeenten der gelovigen. De profeet gebruikt in vs.5 en het volgende veel verbloemde, of oneigene manieren van spreken.
Hertaald:
over alle
Dat is: over alle gemeenten van de gelovigen. De profeet gebruikt in vers 5 en volgende veel beeldende of oneigenlijke manieren van spreken.
scheppen
Dat is, Hij zal de godzaligen beschermen en voorstaan, gelijk Hij eertijds de Israëlieten gedaan heeft, toen zij uit Egypte gingen en door de woestijn trokken. Zie Ex. 13:21 , en Ex. 14:19 .
Hertaald:
scheppen
Dat is: Hij zal de godzaligen beschermen en voorstaan, zoals Hij vroeger met de Isra«lieten gedaan heeft toen zij uit Egypte gingen en door de woestijn trokken. Zie Ex. 13:21 en Ex. 14:19.
wolk des daags,
Dat is, ene wolk, zo zwart of zo duister, als rook. Zie Ex. 13:21 .
Hertaald:
wolk des daags,
Dat is: een wolk die zo zwart of zo donker is als rook. Zie Ex. 13:21.
rook,
Dat is, ene wolk, zo zwart of zo duister, als rook. Zie Ex. 13:21 .
Hertaald:
rook,
Dat is: een wolk die zo zwart of zo donker is als rook. Zie Ex. 13:21.
wat heerlijk is,
Te weten voor God, dat is, over alle godzaligen, die heerlijk gemaakt zijn door de gemeenschap, die zij met God hebben.
Hertaald:
wat heerlijk is,
Namelijk: heerlijk voor God — dat is: over alle godzaligen, die heerlijk gemaakt zijn door de gemeenschap die zij met God hebben.
daar zal
De profeet wil met deze woorden te kennen geven dat de Heere zijne kinderen als ene hut en beschaduwing zal wezen.
Hertaald:
daar zal
Met deze woorden wil de profeet te kennen geven dat de HEERE voor Zijn kinderen als een hut en een beschutting zal zijn.
tot een schaduw
Dat is, om ene beschaduwing te maken.
Hertaald:
tot een schaduw
Dat is: om schaduw te geven.
vloed
Of, inbrekenden stroom; dat is, ellenden, straffen en plagen.
Hertaald:
vloed
Of: doorbrekende stroom — dat is: ellende, straffen en plagen. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Te dien dage zal des HEEREN SPRUIT zijn tot sieraad en tot heerlijkheid" (Jes. 4:2). De Statenvertaling drukt het woord SPRUIT met hoofdletters, omdat de vertalers er een naam van de Messias in lazen. Wat volgt gaat over wie overblijft: "de overgeblevene in Sion, en de overgelatene in Jeruzalem zal heilig geheten worden, een iegelijk, die geschreven is ten leven te Jeruzalem" (Jes. 4:3). Er staat bij hoe dat gebeurt: door afwassing en door "den Geest des oordeels, en door den Geest der uitbranding" (Jes. 4:4). En dan wordt het beeld van de uittocht opgehaald. Over Sion zal een wolk zijn overdag en een vlammend vuur in de nacht (Jes. 4:5). Er zal een hut zijn tot schaduw tegen de hitte en tot toevlucht tegen de vloed (Jes. 4:6). Bijbelse betekenis: Het woord spruit is beeldspraak uit de landbouw: een scheut die opkomt uit een stronk die afgehouwen leek. Het keert bij andere profeten terug als naam van de Komende, en het register volgt de Statenvertaling in die lezing, zonder er meer van te maken dan de tekst zegt. Merk op hoe de reiniging beschreven wordt (Jes. 4:4). Er staat wassen én uitbranden; het is geen zachte behandeling maar een oordeel dat schoonmaakt. Let ten slotte op de wolk en het vuur. Wat eens boven de woestijn hing, komt hier terug boven de stad; en er wordt bij gezegd dat er beschutting is over alles wat heerlijk is. De bescherming volgt op de reiniging en niet andersom. Typologie: Jeremia noemt dezelfde naam uitdrukkelijk van de Zoon van David: "dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken" (Jer. 23:5). Zacharia hoort haar opnieuw: "Ziet, een Man, Wiens naam is SPRUITE" (Zach. 6:12). Jes. 4:2-6; Jer. 23:5; Zach. 6:12 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Het beloofde Zaad niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen uitwerking Jesaja heeft drie hoofdstukken lang gesproken over een stad die alles kwijtraakt: haar rechters, haar helden, haar sieraden, haar mannen. Aan het eind van die afbraak, in het eerste vers van dit gedeelte, wordt er iets genoemd dat overblijft — en het is maar klein. Uit de afgehouwen stam komt één groen scheutje op, en juist dat scheutje krijgt de namen sieraad en heerlijkheid. Het woord waar alles om draait staat in de Statenvertaling met hoofdletters: “Te dien dage zal des HEEREN SPRUIT zijn tot sieraad en tot heerlijkheid.” Dat is een van de belangrijkste messiaanse namen van het Oude Testament, en hij komt op vijf plaatsen voor: hier, tweemaal bij Jeremia en tweemaal bij Zacharia. Op het eerste gezicht is het geen vleiende naam. Het Hebreeuwse woord komt van een werkwoord dat uitspruiten of uitbotten betekent. Het gaat niet om de zware takken die statig uit een goed gewortelde boom groeien. Het gaat om een tenger scheutje dat opkomt uit een stronk, of op een plek waar niemand het wil hebben. Zo'n uitloper haalt een tuinman van de stam af zodra hij hem ziet. Iets tengers en breekbaars dus, en tegelijk vol belofte, op een onwaarschijnlijke plaats. Daarin liggen twee dingen tegelijk. Het eerste is de vernedering. De Messias zou niet verschijnen met de praal en de zichtbare heerlijkheid die Hem toekwamen; Hij vernederde Zichzelf en werd gehoorzaam tot de dood des kruises. Er was aan Hem met het blote oog niets te zien dat Hem als de eeuwige Zoon van God aanwees. Jesaja zegt het later met andere woorden en hetzelfde beeld: Hij zal opschieten als een rijsje en als een wortel uit een dorre aarde, Hij had geen gedaante noch heerlijkheid. Het tweede is de trouw van God aan Zijn belofte. Koning na koning heeft op Davids troon gezeten, en geen van hen was de vervulling van wat aan David beloofd was. Toen het Zaad eindelijk kwam, was er al eeuwenlang helemaal geen koning meer uit dat huis. Van buiten gezien was het geslacht van David dood en de belofte achterhaald. En juist uit die afgehouwen stronk kwam een groen scheutje op. Er zat leven in de belofte. Er is bij dit vers nog iets bijzonders, en het zit in de woordverbinding zelf: de SPRUIT van de HEERE. Dat kan men lezen zoals men de Engel des HEEREN leest — niet als iets dat van Hem afkomstig is, maar als de Spruit Die de HEERE is. Waar het woord spruit de mensheid van de Messias uitdrukt, is de Naam HEERE de eigen naam van de enige ware God. Zo staan in één uitdrukking de twee naturen bij elkaar. Het slot van het hoofdstuk maakt de kring rond met een beeld dat het volk kende: over heel de berg Sion zal God een wolk scheppen des daags, en de glans van een vlammend vuur des nachts. En er zal een hut zijn tot een schaduw tegen de hitte, en tot een toevlucht tegen de vloed en de regen. De wolk- en vuurkolom van de woestijn komen terug, maar nu niet over één tabernakel — over elke woning. In het Nieuwe Testament: Jesaja 53:2; Filippenzen 2:6-8; Johannes 1:11; Jeremia 23:5; Zacharia 6:12 Hoever dit reikt: Dat het woord in dit vers een naam van de Messias is, wordt niet door alle uitleggers aangenomen. De Statenvertaling zet het wel met hoofdletters, en de vier andere plaatsen waar het voorkomt zijn onmiskenbaar messiaans. Het Nieuwe Testament haalt Jesaja 4:2 niet aan. De lezing dat de SPRUIT van de HEERE betekent: de Spruit Die de HEERE is, komt van uitleggers en is een gevolgtrekking uit de manier waarop het Hebreeuws zulke woordverbindingen gebruikt; zij dwingt niet.
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt. © Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Jesaja 4
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Christus in dit hoofdstuk
Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Des HEEREN SPRUIT — 4:2-6
Wat betekenen de niveaus?


Jesaja 4
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
En de hoogmoed der dochter Zions, met wie nu vele mannen boeleren, zal met ene onnatuurlijke zelfverlaging eindigen, te dien dage zullen zeven vrouwen een, den eersten man, die haar maar in handen komt, aangrijpen, zeggende: Ons brood zullen wij eten, en met onze klederen zullen wij bekleed zijn, van de op den man rustende verplichting zijne vrouw te voeden en te kleden (Exod. 21:10), zullen wij afstand doen, laat ons alleenlijk naar uwen naam genoemd worden, voor uwe vrouwen doorgaan, neem onze smaadheid, dat wij ongehuwd zijn (Hoofdstuk 54:4) van ons weg. Bemerkt gij den toorn sterker dan de taal kan uitdrukken? Aanschouwt gij de allerbangste straf en foltering? Ziet gij de hardste slavernij? Daaruit kunt gij tot de schandelijkheid der zonde besluiten; want een goedertieren God zou niet zo zwaar tuchtigen, zo niet de zonde, die de tuchtroede noodzakelijk maakt, nog vreeslijker ware. Dit vers past nog geheel bij het vorige hoofdstuk. Gevolg van de zware oordelen Gods zal zijn, dat het mannelijk geslacht zeer sterk verminderd zal worden. En daarom zouden zeven vrouwen tegelijk één man niet vragen, maar aangrijpen, niet loslaten, om van haar de smaadheid van den ongehuwden staat weg te nemen, terwijl zij tevens geheel de orde van zaken omkeren. Want niet alleen dat een man aanzoek doet om de hand ener vrouw, maar hij is ook volgens goddelijke ordinantiën verplicht te zorgen voor het voedsel en het deksel zijner vrouw. Maar deze vrouwen keren de orde geheel om. Niet zij worden gevraagd, maar zij vragen. Niet voor haar wordt gezorgd maar zij willen voor zich zelf zorgen, indien zij maar naar dien man mogen genoemd worden. Of ook die begeerte in verband stond met de Messiasverwachting is niet zeker. PROFETIE VAN CHRISTUS.
III. Vs. 2-6.KruisverwijzingenJesaja 25:4→Psalmen 27:5→Zacharia 3:8→Zacharia 6:12→Jeremia 23:5→Lukas 10:20→Jesaja 32:2→Jeremia 33:15→
— Te dien dage zal des HEEREN SPRUIT zijn tot sieraad en tot heerlijkheid, en de vrucht der aarde tot voortreffelijkheid en tot versiering dengenen, die het ontkomen zullen in Israel. En het zal geschieden, dat de overgeblevene in Sion, en de overgelatene in Jeruzalem zal heilig geheten worden, een iegelijk, die geschreven is ten leven te Jeruzalem; Als de Heere zal afgewassen hebben den drek der dochteren van Sion, en de bloedschulden van Jeruzalem zal verdreven hebben uit derzelver midden, door den Geest des oordeels, en door den Geest der uitbranding. En de HEERE zal over alle woning van den berg Sions, en over haar vergaderingen, scheppen een wolk des daags, en een rook, en den glans eens vlammenden vuurs des nachts; want over alles wat heerlijk is, zal een beschutting wezen. En daar zal een hut zijn tot een schaduw des daags tegen de hitte, en tot een toevlucht, en tot een verberging tegen den vloed en tegen den regen.
Met dit slot keert de rede des profeten tot het aanvangspunt terug. Nadat de massa in Israël met alles, waarop zij zo trots was, is uitgedelgd, zal voor het overblijvende, in het oordeel staande gebleven gedeelte van Gods volk, de dan verschijnende Messias, ‘t voorwerp van rechtmatigen trots zijn. Wat uit dit Gods oordeel behouden blijft, zal ene gemeente van heiligen zijn, waarvan ieder op zich zelf aan de roeping van Israël beantwoordt. Alle smaadheid is van Jeruzalem afgewend, zij is van alle bloedvlekken gereinigd; de Geest des Heren werkt oordelend en heiligend in hare inwoners, en over iedere plaats aan den berg Zion en over alle feestelijke samenkomsten der nieuwe gemeente, legert zich de leidende en beschermende wolk, wier rook (damp) des nachts in vlammend vuur overgaat. “Een deel des volks wordt van den ondergang gered, maar uit eigen recht kan het zich niet verheffen tot een nieuw, van zonde en schuld gereinigd leven; de Goddelijke heiligheid zelf moet op nieuw van Boven scheppen, en uit hare zuivere bron komt de Spruit van Jehova voort, dien ons de profeet eerst in ‘t vervolg in de volle heiligheid van Zijn Wezen voor ogen stelt. Hier toont hij ons, slechts voorbij zwevend, Zijne glansrijke gestalte. ”
Te dien, vroeger (Hoofdstuk 3:18 en 4:1) reeds voorgestelden dage 1), wanneer Israël door het Godsgericht gewand en gezuiverd is, zal des HEREN SPRUIT, die naar Zijn hemelsen oorsprong uit God is (Zach. 3:8; 6:12), zijn tot sieraad en tot heerlijkheid, 2) en de vrucht der aarde, hij, die naar zijn aards-menselijken oorsprong uit het beloofde land zelf voortkomt 3), tot voortreflijkheid en tot versiering degenen, die als het uit Gods gericht behouden overblijfsel, het ontkomen zullen in Israël, in plaats dat men, gelijk nu, aan de kinderen der vreemden zijn behagen toont (zie (Hoofdstuk 2:6 vv).
Gelijk de profeet tot nu toe de verschillende oordelen over Israël, ja, die over de ganse wereld als ene rechterlijke daad beschouwd heeft, zo doet hij nu ook verder met de verwezenlijking van al Gods beloften, de vervulling van alle behoeften, de bevrediging van alle verlangens, waarvan het menselijk hart zo vol is.
In de vorige verzen is gezegd, waarop Israël zich beroemde, welke de heerlijkheid en sierlijkheid van Israël was, nl. al wat door God, den Heere vervloekt was, welnu we hebben hier de tegenstelling. Als Israël als door vuur gelouterd zal zijn, en de Heere de verlossing uit Zion zal doen komen, den rechtvaardigen Spruit zal verwekt hebben, dan zal deze Israël tot sieraad en tot heiligheid zijn, dan zal bij den Heere gezocht en gevonden worden, al wat de verloste nodig heeft tot zaligheid. Maar dan zal niet alleen, de Heere, de rechtvaardige Spruit, voorwerpelijk, maar ook onderwerpelijk worden genoten, dan zal het geestelijk Israël de zegeningen op geestelijk gebied inzonderheid genieten, zoals ook voorspeld wordt in het laatste gedeelte van dit vers.
Deze tweeledige voorstelling van Hem, die te komen staat, duidt aan zijn tweeledigen oorsprong: Hij komt van Jehova en toch ook weer van de aarde, daar Hij uit Israël voortkomt. In de taal van ‘t N. Testament zeggen wij: Des Heren Spruit, tevens de vrucht der aarde, is het tarwegraan, dat de wereld verlossende Liefde op Goeden Vrijdag in de aarde wierp, het tarwegraan, dat op den Paaszondag begint uit de aarde te spruiten en omhoog te groeien; het tarwegraan, welke gulden halm op Hemelvaartsdag hemelwaarts stijgt; het tarwegraan, welke duizendvoudige aren op den Pinksterdag zich naar de aarde neigen en de zaadkorrels vallen laat, waaruit de heilige kerk geboren wordt.
En het zal geschieden, dat de overgeblevene in Zion, en de overgelatene in Jeruzalem naar de verkiezing der genade (Rom. 11:5), over wie reeds (Deut. 30:1 vv.) gesproken is en in dit geschrift nog dikwijls zal gesproken worden (Hoofdstuk 10:20 vv. 11:11, 16; 28:5), zal heilig geheten worden, van de wereld en hare wegen afgezonderd, een iegelijk, die geschreven is ten leven te Jeruzalem, 1) die in het Boek dergenen, die uit Jeruzalem ten eeuwigen leven verordineerd zijn, staat aangetekend (Hand. 13:48. (Rom. 8:29. Exod. 32:32).
God zelven zal als door tekens, wanneer de verdorde takken van Jeruzalem worden afgesneden, voor Zich een heilig zaad bewaren, hetwelk als Zijn volk en eigendom bij de Kerk zal blijven, en zijne Heilige gemeente helpen uitmaken. Want Hij zal het erfdeel zijns Zoons niet laten varen, en Zijn volk niet geheel afsnijden, daar zullen er altijd nog enigen overblijven, en dit is het overblijfsel, naar de verkiezing der genade, gelijk Paulus het noemt, die van God zijn voorgekend, tot leven en gesteld tot zaligheid en onuitwisbaar in het Boek des Levens aangeschreven, en beveiligd vooraf, bewaard in den dag zelfs des kwaads.
Als de Heere, om hen, die heilig zullen genaamd worden, ook werkelijk te heiligen, zal afgewassen hebben den drek der dochters van Zion, de onder haren pralenden opschik (Hoofdstuk 3:16 vv.) verborgen zedelijke onreinheid, en de bloedschulden van Jeruzalem, welke hare oversten door de (Jes. 3:14 vv.) geschetste behandeling van armen en ellendigen over haar brachten, zal verdreven hebben uit hun midden, zodat zij uitgedelgd en voor goed verdwenen zijn door den Heiligen Geest des oordeels, en door den Heiligen Geest der uitbranding; 1) door den Geest die overtuigen (Joh. 16:18) en een vuur ontsteken zal (MATTHEUS. 3:11).
Er wordt niet hier gesproken van de reiniging door het bloed der verzoening, maar van de zuivering en reiniging van den drek en de bloedschuld door den Geest des oordeels en der branding, dat wil zeggen, door den Geest die scheiding maakt tussen zonde en gerechtigheid. De Profeet spreekt hier van de gevolgen der oordelen Gods over de zonde, welke niet Jehova, de HEERE, de Verbonds-God, maar de Heere, de Albeheerser van zijn volk zal zenden. Eerst zullen de oordelen hun werk doen, het onreine uitroeien en het heilige van het onheilige afzonderen en dan treedt Israël’s God op als Jehova, als de God des verbonds, die Zijn volk een God der genade en der bescherming zal wezen. Dan zal de Kerk, gereinigd en hervormd, niet langer aan besmetting worden blootgesteld, maar door den Heere op bijzondere wijze bewaard, geleid en bestuurd worden zoals de volgende verzen aangeven.
En de HEERE, gelijk Hij eenmaal het Israël uit den tijd der Egyptische verlossing des daags in ene rookwolk en des nachts in een vuurkolom geleid en beschermd heeft (Exod. 13:21 vv. 14:19 vv.), zal ook voor het Israël uit den aanstaanden verlossingstijd over alle woning, iedere plaats van den berg Zions, en over alle plaatsen, waar de nieuwe Godsgemeente hare vergaderingen houdt tot feestviering, dus niet maar alleen over de plaats van het Allerheilige, gelijk in het Oude Verbond (Ex. 40:34 vv.), maar over den gansen berg, die in zijn geheel tot het heilige der heiligen geworden is, scheppen ene wolk des daags, en enen rook, ene rookwolk en den glans eens vlammenden vuurs des nachts, als teken Zijner bestendige tegenwoordigheid; want over alles wat heerlijk is, de ganse gemeente, die dan in hare afzonderlijke delen zo heerlijk voor God zijn zal, zal deze wolk- en vuurkolom ene beschutting wezen.
En daar zal ene hut, woning, tabernakel Gods (Openbaring 21:3) zijn tot ene schaduw des daags tegen de hitte van aanvechting en ellende, en tot ene toevlucht en tot ene verberging tegen den vloed en vergen den regen 2), tegen vervolging en verdrukking. Deze bij dag door ene wolk- en bij nacht door ene vuurkolom overschaduwde berg Zion is geen andere dan de berg des huizes van Jehova, die “wat al hoogten zich verheffen, allen berg zal overtreffen, ” tot welken de volken opgaan. En dit inwendig heilige, uitwendig zo heerlijke Jeruzalem is geen ander dan dat, waarvan eenmaal het woord van Jehova in deze gehele wereld zal uitgaan (Hoofdstuk 2:2 vv.). Welk Jeruzalem is dat? Is het ‘t Jeruzalem der aardse heerlijkheid van Gods volk (Openbaring 11; of is het ‘t Jeruzalem van den nieuwen hemel en de nieuwe aarde (Openbaring 20 v.)? Het juiste antwoord is: beide. God zelf de heerlijkheid van de kerk blijvende zal er als een vurige muur om wezen, die ondoordringbaar en onverwinbaar zal blijven. De genade van God wordt ook voor dezulken een uitstekende heerlijkheid en zij die dezelve hebben, worden door de kracht Gods als in ene sterkte en vastheid van geloof en waarheid bewaard. De Heere wil hiermede niet alleen zeggen, dat Hij zijn volk zal bewaren, maar het vuur zal ook zijn tot afschrik voor de vijanden, zodat zij het volk Gods niet geheel en al zullen overweldigen. Dit is alle eeuwen door bevestigd, ook dan als het scheen dat de vijand geheel de overhand zou behouden en de kerk van Christus vernietigen. Dit zal waarheid blijken te zijn aan het einde der eeuwen. Diep gaande noden kunnen nog verschrikken, de zoon des verderfs moge nog al zijn kracht inspannen om te vernietigen, maar de poorten der hel zullen Gods Kerk niet overweldigen.
De profeet is werkelijk voornemens de heilige stad in hare op het eindgericht volgende eeuwige schoonheid te schetsen, maar in deze beschouwing worden het tijdelijke en het eeuwige, het hier weer opgebouwde en het hemelse Jeruzalem tot één. Het is toch aan het O. Testament eigen, het tijdelijke en het eeuwige zijn als ene doorlopende lijn te beschouwen; en eerst het N. Testament trekt ene kruislijn, welke tijd en eeuwigheid scheidt. De N. Testamentische profetie spreekt, gelijk wij zien in de laatste hoofdstukken der Openbaring, ook nog wel in aardse beelden over het hemelse, maar toch met dit onderscheid, dat nu, nadat die kruislijn getrokken is, de in ‘t O. Testament nog verzwegen eis gesteld is, al die beelden aan dit leven ontleend, op het eeuwige toe te passen, en de eeuwige werkelijkheden te onderscheiden van de tijdelijke vormen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel