Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
NadertH7126, gij heidenenH1471, om te horenH8085, en gij volkenH3816, luistertH7181 toe; de aardeH776 horeH8085, en haar volheidH4393, de wereldH8398 en alH3605 wat daaruit voortkomtH6631.
Nadert, gij heidenen, om te horen, en gij volken, luistert toe; de aarde hore, en haar volheid, de wereld en al wat daaruit voortkomt.
KJV
Come near,1
ye nations,2
to hear;3
and hearken,5
ye people:4
let the earth7
hear,6
and all that is therein;8
the world,9
and all things that come forth
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
WantH3588 de verbolgenheidH7110 des HEERENH3068 is overH5921 alH3605 de heidenenH1471, en grimmigheidH2534 overH5921 alH3605 hun heirH6635; Hij heeft hen verbannenH2763, Hij heeft ze ter slachtingH2874 overgegevenH5414.
Want de verbolgenheid des HEEREN is over al de heidenen, en grimmigheid over al hun heir; Hij heeft hen verbannen, Hij heeft ze ter slachting overgegeven.
KJV
For the indignation2
of the LORD3
is upon all nations,6
and his fury7
upon all their armies:10
he hath utterly destroyed11
them, he hath delivered12
them to the slaughter.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
En hun verslagenenH2491 zullen weggeworpenH7993 worden, en van hun dode lichamenH6297 zal hun stankH889 opgaanH5927; en de bergenH2022 zullen smeltenH4549 van hun bloedH1818.
En hun verslagenen zullen weggeworpen worden, en van hun dode lichamen zal hun stank opgaan; en de bergen zullen smelten van hun bloed.
KJV
Their slain1
also shall be cast out,2
and their stink5
shall come up4
out of their carcases,3
and the mountains7
shall be melted6
with their blood.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
En alH3605 het heirH6635 der hemelenH8064 zal uitterenH4743, en de hemelenH8064 zullen toegeroldH1556 worden, gelijk een boekH5612, en alH3605 hun heirH6635 zal afvallenH5034, gelijk een bladH5929 van den wijnstokH1612 afvaltH5034, en gelijk een vijg afvaltH5034 van den vijgeboomH8384.
En al het heir der hemelen zal uitteren, en de hemelen zullen toegerold worden, gelijk een boek, en al hun heir zal afvallen, gelijk een blad van den wijnstok afvalt, en gelijk een vijg afvalt van den vijgeboom.
KJV
And all the host3
of heaven4
shall be dissolved,1
and the heavens7
shall be rolled together5
as a scroll:6
and all their host9
shall fall down,10
as the leaf12
falleth off11
from the vine,13
and as a falling14
fig from the fig tree.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
WantH3588 Mijn zwaardH2719 is dronkenH7301 geworden in den hemelH8064; zietH2009, het zal ten oordeelH4941 nederdalenH3381 op EdomH123, en op het volkH5971, hetwelk Ik verbannenH2764 heb.
Want Mijn zwaard is dronken geworden in den hemel; ziet, het zal ten oordeel nederdalen op Edom, en op het volk, hetwelk Ik verbannen heb.
KJV
For my sword4
shall be bathed2
in heaven:3
behold, it shall come down8
upon Idumea,7
and upon the people10
of my curse,11
to judgment.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Het zwaardH2719 des HEERENH3068 is volH4390 van bloedH1818, het is vetH1878 geworden van smeerH2459, van het bloedH1818 der lammerenH3733 en der bokkenH6260, van het smeerH2459 der nierenH3629 van de rammenH352; wantH3588 de HEEREH3068 heeft een slachtofferH2077 te BozraH1224, en een groteH1419 slachtingH2874 in het landH776 der EdomietenH123.
Het zwaard des HEEREN is vol van bloed, het is vet geworden van smeer, van het bloed der lammeren en der bokken, van het smeer der nieren van de rammen; want de HEERE heeft een slachtoffer te Bozra, en een grote slachting in het land der Edomieten.
KJV
The sword1
of the LORD2
is filled3
with blood,4
it is made fat5
with fatness,6
and with the blood7
of lambs8
and goats,9
with the fat10
of the kidneys11
of rams:12
for the LORD15
hath a sacrifice14
in Bozrah,16
and a great18
slaughter17
in the land19
of Idumea.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
En de eenhoornenH7214 zullen metH5973 hen afgaanH3381, en de varrenH6499 metH5973 de stierenH47; en hun landH776 zal doordronkenH7301 zijn van het bloedH1818, en hun stofH6083 zal van het smeerH2459 vetH1878 gemaakt worden.
En de eenhoornen zullen met hen afgaan, en de varren met de stieren; en hun land zal doordronken zijn van het bloed, en hun stof zal van het smeer vet gemaakt worden.
KJV
And the unicorns2
shall come down1
with them, and the bullocks4
with the bulls;6
and their land8
shall be soaked7
with blood,9
and their dust10
made fat12
with fatness.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
WantH3588 het zal zijn de dagH3117 der wraakH5359 des HEERENH3068, een jaarH8141 der vergeldingenH7966, om SionsH6726 twistzaakH7379.
Want het zal zijn de dag der wraak des HEEREN, een jaar der vergeldingen, om Sions twistzaak.
KJV
For it is the day2
of the LORD'S4
vengeance,3
and the year5
of recompences6
for the controversy7
of Zion.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
En hun bekenH5158 zullen in pekH2203 verkeerdH2015 worden, en hun stofH6083 in zwavelH1614; ja, hun aardeH776 zal tot brandendH1197 pekH2203 worden.
En hun beken zullen in pek verkeerd worden, en hun stof in zwavel; ja, hun aarde zal tot brandend pek worden.
KJV
And the streams2
thereof shall be turned1
into pitch,3
and the dust4
thereof into brimstone,5
and the land7
thereof shall become burning9
pitch.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Het zal des nachtsH3915 of des daagsH3119 niet uitgeblustH3518 worden, tot in der eeuwigheid zal zijn rookH6227 opgaanH5927; van geslachtH1755 tot geslachtH1755 zal het woestH2717 zijn, tot in eeuwigheid der eeuwighedenH5331 zal niemandH369 daar doorgaanH5674.
Het zal des nachts of des daags niet uitgeblust worden, tot in der eeuwigheid zal zijn rook opgaan; van geslacht tot geslacht zal het woest zijn, tot in eeuwigheid der eeuwigheden zal niemand daar doorgaan.
Ook in dit vers
eeuwigheidH5331
eeuwigheidH5769
KJV
It shall not be quenched4
night1
nor day;2
the smoke7
thereof shall go up6
for ever:5
from generation8
to generation9
it shall lie waste;10
none shall pass through14
it for ever11
and ever.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Maar de roerdompH6893 en de nachtuilH7090 zullen het erfelijkH3423 bezitten, en de schuifuitH3244, en de raafH6158 zal daarin wonenH7931; want Hij zal een richtsnoerH6957 der woestigheidH8414 overH5921 hen trekkenH5186, en een richtloodH68 der ledigheidH922.
Maar de roerdomp en de nachtuil zullen het erfelijk bezitten, en de schuifuit, en de raaf zal daarin wonen; want Hij zal een richtsnoer der woestigheid over hen trekken, en een richtlood der ledigheid.
KJV
But the cormorant2
and the bittern3
shall possess1
it; the owl4
also and the raven5
shall dwell6
in it: and he shall stretch out8
upon it the line10
of confusion,11
and the stones12
of emptiness.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Hun edelenH2715 (doch zij zijn er nietH369) zullen zij tot het koninkrijkH4410 roepenH7121, maar alH3605 hun vorstenH8269 zullen nietsH657 zijnH1961.
Hun edelen (doch zij zijn er niet) zullen zij tot het koninkrijk roepen, maar al hun vorsten zullen niets zijn.
KJV
They shall call5
the nobles1
thereof to the kingdom,4
but none shall be there, and all her princes7
shall be nothing.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
En in hun paleizenH759 zullen doornenH5518 opgaanH5927, netelenH7057 en distelenH2336 in hun vestingenH4013; en het zal een woningH5116 der drakenH8577 zijnH1961, een zaalH2681 voor de jongenH1323 der struisenH3284.
En in hun paleizen zullen doornen opgaan, netelen en distelen in hun vestingen; en het zal een woning der draken zijn, een zaal voor de jongen der struisen.
KJV
And thorns3
shall come up1
in her palaces,2
nettles4
and brambles5
in the fortresses6
thereof: and it shall be an habitation8
of dragons,9
and a court10
for owls.11
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
En de wilde dieren der woestijnen zullen de wilde dieren der eilanden daar ontmoetenH6298, en de duivelH8163 zal zijn metgezelH7453 toeroepenH7121; ook zal het nachtgedierteH3917 zich aldaarH8033 nederzettenH7280, en het zal een rustplaatsH4494 voor zich vindenH4672.
En de wilde dieren der woestijnen zullen de wilde dieren der eilanden daar ontmoeten, en de duivel zal zijn metgezel toeroepen; ook zal het nachtgedierte zich aldaar nederzetten, en het zal een rustplaats voor zich vinden.
Ook in dit vers
wilde dieren eilandenH338
wilde dieren woestijnenH6728
KJV
The wild beasts of the desert2
shall also meet1
with the wild beasts of the island,4
and the satyr5
shall cry8
to his fellow;7
the screech owl12
also shall rest11
there, and find13
for herself a place of rest.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
DaarH8033 zal de wilde meerleH7091 nestelenH7077 en leggenH4422, en haar jongen uitbikkenH1234, en onder haar schaduwH6738 vergaderenH1716; ook zullen aldaarH8033 de gierenH1772 met elkaarH802 verzameldH6908 worden.
Daar zal de wilde meerle nestelen en leggen, en haar jongen uitbikken, en onder haar schaduw vergaderen; ook zullen aldaar de gieren met elkaar verzameld worden.
KJV
There shall the great owl3
make her nest,2
and lay,4
and hatch,5
and gather6
under her shadow:7
there shall the vultures11
also be gathered,10
every one12
with her mate.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
ZoektH1875 in het boekH5612 des HEERENH3068, en leestH7121; niet eenH259 van dezen zal er feilenH5737, het een nochH3808 het anderH7468 zal men missenH6485; wantH3588 mijn mondH6310 zelf heeft het gebodenH6680, en Zijn GeestH7307 ZelfH1931 zal ze samenbrengenH6908.
Zoekt in het boek des HEEREN, en leest; niet een van dezen zal er feilen, het een noch het ander zal men missen; want mijn mond zelf heeft het geboden, en Zijn Geest Zelf zal ze samenbrengen.
KJV
Seek ye out1
of the book3
of the LORD,4
and read:5
no one6
of these7
shall fail,9
none10
shall want13
her mate:11
for my mouth15
it hath commanded,17
and his spirit18
it hath gathered
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
Want Hij Zelf heeft voor hen het lotH1486 geworpenH5307, en Zijn handH3027 heeft het hun uitgedeeldH2505 met het richtsnoerH6957; totH5704 in der eeuwigheidH5769 zullen zij dat erfelijkH3423 bezitten, van geslachtH1755 tot geslachtH1755 zullen zij daarin wonenH7931.
Want Hij Zelf heeft voor hen het lot geworpen, en Zijn hand heeft het hun uitgedeeld met het richtsnoer; tot in der eeuwigheid zullen zij dat erfelijk bezitten, van geslacht tot geslacht zullen zij daarin wonen.
KJV
And he hath cast2
the lot4
for them, and his hand5
hath divided6
it unto them by line:8
they shall possess11
it for9
ever,10
from generation12
to generation13
shall they dwell
haar volheid,
Dat is, al wat er in is. Zie Ps. 24:1 .
Hertaald:
haar volheid,
Dat is: alles wat erin is. Zie Ps. 24:1.
alles
Of, al wat daar uitspruit. Hebreeuws, al hare uitspruitselen.
Hertaald:
alles
Of: al wat daaruit opkomt. Hebreeuws: al haar uitspruitsels.
over
Of, tegen, of op.
Hertaald:
over
Of: tegen, of over.
al de heidenen,
Te weten die het volk Gods vervolgen; gelijk daar zijn de Edomieten, Moabieten, Filistijnen, Syriërs, Assyriërs, Chaldeën en Babyloniërs, onder wie ook verstaan worden alle vijanden der kerk Gods.
Hertaald:
al de heidenen,
Namelijk: die het volk van God vervolgen, zoals de Edomieten, Moabieten, Filistijnen, Syriërs, Assyriërs, Chaldeeën en Babyloniërs, waaronder ook alle vijanden van Gods kerk verstaan worden.
Hij heeft hen verbannen,
Dat is, Hij heeft besloten hen te verbannen, en alzo straks wederom. Zie Deut. 2:34 .
Hertaald:
Hij heeft hen verbannen,
Dat is: Hij heeft besloten hen met de ban te slaan; zo ook meteen daarna. Zie Deut. 2:34.
En hun verslagenen
De profeet beschrijft in dit en in de volgende verzen, met allegorische of verbloemde woorden, de nederlaag der vijanden van Gods volk, die wel eerst is geschied aan de Assyriërs, Babyloniërs en andere volken, die de Israëlieten hadden vervolgd en beschadigd; maar zij zal eerst volkomen voltrokken worden wanneer Jezus Christus, als opperste rechter, de ganse wereld oordelen zal.
Hertaald:
En hun verslagenen
De profeet beschrijft in dit vers en in de volgende verzen met allegorische of beeldende woorden de nederlaag van de vijanden van Gods volk. Die is in de eerste plaats gebeurd aan de Assyriërs, Babyloniërs en andere volken die de Isra«lieten vervolgd en beschadigd hadden, maar zij zal pas volledig voltrokken worden wanneer Jezus Christus als opperste Rechter de hele wereld zal oordelen.
zullen weggeworpen worden,
Tot een aas der wilde dieren; zij zullen niet begraven worden.
Hertaald:
zullen weggeworpen worden,
Als aas voor de wilde dieren; zij zullen niet begraven worden.
smelten
Of vervlieten, of druppen.
Hertaald:
smelten
Of: wegvloeien, of druipen.
van hun bloed
Dat is, vanwege hun bloed.
Hertaald:
van hun bloed
Dat is: vanwege hun bloed.
uitteren,
Dat is, smelten, verwelken. De zin is: De mensen zullen vanwege de uitvoering dezer oordelen Gods alzo ontsteld en verbaasd zijn, alsof het leger des hemels, te weten zon, maan en sterren, zouden vergaan of omgekeerd worden.
Hertaald:
uitteren,
Dat is: smelten, verwelken. De betekenis is: de mensen zullen door de uitvoering van deze oordelen van God zo ontsteld en ontzet zijn alsof het leger van de hemel — namelijk zon, maan en sterren — zou vergaan of omgekeerd worden.
toegerold
Dit moet men verstaan naar de wijze, die eertijds bij de Joden en andere natiën gebruikelijk is geweest, die op lange bladen van perkament schreven, die zij dan oprolden. Zie Jes. 8:1 .
Hertaald:
toegerold
Dit moet men verstaan naar de gewoonte die vroeger bij de Joden en andere volken bestond: zij schreven op lange bladen perkament, die zij daarna oprolden. Zie Jes. 8:1.
hun heir zal afvallen,
Te weten het heir der hemelen.
Hertaald:
hun heir zal afvallen,
Namelijk: het heer van de hemelen.
Want Mijn zwaard
Dit zijn de woorden des Heeren. En de profeet beschrijft hier, en vs.6,7, enz. den ondergang van de vijanden der kerk Gods.
Hertaald:
Want Mijn zwaard
Dit zijn de woorden van de HEERE. De profeet beschrijft hier, en in vers 6 en 7 en volgende, de ondergang van de vijanden van Gods kerk.
is dronken
Te weten van het bloed der verslagenen. De zin is: Ik zal er in mijn rechtvaardigen toorn velen verslaan, achtervolgens het besluit, dat in den hemel genomen is.
Hertaald:
is dronken
Namelijk: van het bloed van de verslagenen. De betekenis is: Ik zal er in Mijn rechtvaardige toorn velen verslaan, overeenkomstig het besluit dat in de hemel genomen is.
ten oordeel
Ter straf, ter wraak.
Hertaald:
ten oordeel
Tot straf, tot wraak.
op Edom,
De Edomieten waren de naaste bloedverwanten der Israëlieten; zij hadden en onderhielden ook de besnijdenis; maar evenwel waren zij derzelver grootste vijanden en vervolgers, en zij zijn een voorbeeld van al de vijanden der kerk Gods, die zich wel beroemen uit dezelve gesproten te zijn, en gebruiken dezelfde sacramenten, maar inderdaad de rechtgelovigen haten.
Hertaald:
op Edom,
De Edomieten waren de naaste bloedverwanten van de Isra«lieten; zij hadden en onderhielden ook de besnijdenis. Toch waren zij hun grootste vijanden en vervolgers, en zij zijn een voorafbeelding van alle vijanden van Gods kerk die er zich wel op beroemen daaruit voortgekomen te zijn en dezelfde sacramenten gebruiken, maar de rechtgelovigen in werkelijkheid haten.
hetwelk Ik
Hebreeuws, het volk mijns bans.
Hertaald:
hetwelk Ik
Hebreeuws: het volk van Mijn ban.
van het bloed
Eene gelijkenis, genomen van de slachtoffers van het Oude Testament.
Hertaald:
van het bloed
Een vergelijking die ontleend is aan de slachtoffers van het Oude Testament.
der lammeren
Dat is, van de mensen, die klein en gering zijn. Of, lammeren betekent de jongen, bokken de ouden.
Hertaald:
der lammeren
Dat is: van de mensen die klein en gering zijn. Of: lammeren betekent de jongen en bokken de ouderen.
een slachtoffer
Of, ene slachting. Het Hebreeuwse woord, hetwelk dikwijls een slachtoffer betekent, is ook meermalen voor slachting genomen, gelijk Gen. 31:54 ; 1 Sam. 28:24 , en 1 Kon. 19:21 .
Hertaald:
een slachtoffer
Of: een slachting. Het Hebreeuwse woord, dat vaak een slachtoffer betekent, wordt ook meermalen voor slachting genomen, zoals in Gen. 31:54, 1 Sam. 28:24 en 1 Kon. 19:21.
Bozra,
Dit was de hoofdstad in der Edomieten land, en zij is geweest een voorbeeld der stad Rome. Vergelijk hiermede Openb. 18:2 ; van Bozra in Moab, zie Jer. 48:24 .
Hertaald:
Bozra,
Dit was de hoofdstad in het land van de Edomieten, en zij is een voorafbeelding geweest van de stad Rome. Vergelijk hiermee Openb. 18:2. Over Bozra in Moab, zie Jer. 48:24.
de eenhoornen
Dat is, de machtigen en hoogverhevenen, die boven alle anderen in wreedheid uitsteken in het vervolgen der godzaligen.
Hertaald:
de eenhoornen
Dat is: de machtigen en hoogverhevenen, die alle anderen overtreffen in wreedheid bij het vervolgen van de godzaligen.
met hen
Te weten met de lammeren en bokken, vs.6.
Hertaald:
met hen
Namelijk: met de lammeren en bokken van vers 6.
afgaan,
Te weten ter slachting.
Hertaald:
afgaan,
Namelijk: ter slachting.
de stieren;
Zie Ps. 22:13 .
Hertaald:
de stieren;
Zie Ps. 22:13.
hun land
Te weten der Edomieten land, waarvan boven vs.6 gesproken is.
Hertaald:
hun land
Namelijk: het land van de Edomieten, waarover hierboven in vers 6 gesproken is.
van het bloed,
Te weten der verslagen eenhoornen, varren en stieren. Vergelijk hiermede Openb. 19:21 .
Hertaald:
van het bloed,
Namelijk: van de verslagen eenhoorns, jonge stieren en stieren. Vergelijk hiermee Openb. 19:21.
stof
Dat is, hunne aard, of aardrijk.
Hertaald:
stof
Dat is: hun grond, of hun aardrijk.
van het smeer
Te weten dat uit de verslagenen vlieten zal.
Hertaald:
van het smeer
Namelijk: dat uit de verslagenen zal vloeien.
de dag der wraak
In welken de Heere het onnozel bloed zijns volks wreken zal.
Hertaald:
de dag der wraak
Waarop de HEERE het onschuldige bloed van Zijn volk zal wreken.
om Sions twistzaak
Dat is, vanwege de zaak Zions, dat is, der gemeente Gods, die zwaarlijk van hare vijanden is vervolgd geweest.
Hertaald:
om Sions twistzaak
Dat is: vanwege de zaak van Sion, dat is: van de gemeente van God, die zwaar door haar vijanden vervolgd is geweest.
hun beken
Te weten der stad Bozra, of der Edomieten en vijanden der kerk Gods.
Hertaald:
hun beken
Namelijk: van de stad Bozra, of van de Edomieten en de vijanden van Gods kerk.
zullen in pek
Met deze en de volgende woorden wordt te kennen gegeven dat het land ten enenmale zal verdorven worden, alzo dat het den lande van Sodom en Gomorra zal gelijk worden.
Hertaald:
zullen in pek
Met deze en de volgende woorden wordt te kennen gegeven dat het land volkomen verwoest zal worden, zodat het aan het land van Sodom en Gomorra gelijk zal worden.
hun stof
Zie de aantekening Job 18:15 .
Hertaald:
hun stof
Zie de aantekening bij Job 18:15.
Het zal des nachts
Te weten het brandende pek, of het brandende land, dat tot pek zal geworden zijn. Vergelijk hiermede Openb. 18:9 , en Openb. 19:3 .
Hertaald:
Het zal des nachts
Namelijk: het brandende pek, of het brandende land dat tot pek geworden zal zijn. Vergelijk hiermee Openb. 18:9 en Openb. 19:3.
zijn rook opgaan;
Te weten der stad Bozra.
Hertaald:
zijn rook opgaan;
Namelijk: van de stad Bozra.
de roerdomp
De zin is: Hun land zal in den grond zo verwoest en verdorven worden, dat er niets dan wilde en verschrikkelijke dieren in wonen zullen. Zie Jes. 14:23 , alwaar van deze en dergelijke ondieren ook gesproken wordt, gelijk ook Lev. 11:17 .
Hertaald:
de roerdomp
De betekenis is: hun land zal zo grondig verwoest en verdorven worden dat er niets dan wilde en angstaanjagende dieren zullen wonen. Zie Jes. 14:23, waar ook over deze en dergelijke ondieren gesproken wordt, en Lev. 11:17.
Hij
Te weten de Heere.
Hertaald:
Hij
Namelijk: de HEERE.
zal een richtsnoer
Dat is, Hij zal hen meten om te verderven. Zie 2 Kon. 21:13 , en de aantekening aldaar.
Hertaald:
zal een richtsnoer
Dat is: Hij zal hen opmeten om hen te verderven. Zie 2 Kon. 21:13 en de aantekening daarbij.
een richtlood
Hebreeuws, stenen der ledigheid; dat is een meetsnoer waar een steen aan hangt; Zach. 4:10 staat, een steen des tins; dat is, een meetsnoer waar een tinnen gewicht aan hangt; en een richtlood der woestheid, of der ledigheid; dat is, tot een teken dat zij ledig en woest zullen gemaakt worden.
Hertaald:
een richtlood
Hebreeuws: stenen van de ledigheid — dat is: een meetsnoer waar een steen aan hangt. In Zach. 4:10 staat: een steen van het tin, dat is: een meetsnoer waar een tinnen gewicht aan hangt. En een schietlood van de woestheid of de ledigheid — dat is: tot een teken dat zij leeg en woest gemaakt zullen worden.
Hun
Te weten van het land Edom.
Hertaald:
Hun
Namelijk: van het land Edom.
edelen
Hebreeuws, witte; dat is, degenen die witte zuivere klederen dragen, gelijk de vorsten en groten des lands plachten te doen; zie de aantekening 1 Kon. 21:8 , en Neh. 2:16 .
Hertaald:
edelen
Hebreeuws: witten — dat is: zij die witte, schone kleren dragen, zoals de vorsten en groten van het land plachten te doen; zie de aantekening bij 1 Kon. 21:8 en Neh. 2:16.
zij
Te weten de overgebleven Edomieten, of de inwoners der stad Bozra.
Hertaald:
zij
Namelijk: de overgebleven Edomieten, of de inwoners van de stad Bozra.
tot
Dat is, tot de regering des lands.
Hertaald:
tot
Dat is: tot het bestuur van het land.
zullen niets zijn
Dat is, zij zullen allen te schande gekomen zijn, derhalve zal hen niemand met raad of daad kunnen ophelpen.
Hertaald:
zullen niets zijn
Dat is: zij zullen allen te schande gekomen zijn, zodat niemand hen met raad of daad zal kunnen helpen.
opgaan,
Dat is, wassen.
Hertaald:
opgaan,
Dat is: opgroeien.
het zal een woning
Te weten Bozra.
Hertaald:
het zal een woning
Namelijk: Bozra.
de jongen
Zie Job 30:29 .
Hertaald:
de jongen
Zie Job 30:29.
de wilde dieren der woestijnen . . .de wilde dieren der eilanden
Zie van deze en dergelijke gedrochten Jes. 13:21 .
Hertaald:
de wilde dieren der woestijnen . . .de wilde dieren der eilanden
Over deze en dergelijke gedrochten, zie Jes. 13:21.
de duivel
Hebreeuws, Sagnir. Zie Jes. 13:21 .
Hertaald:
de duivel
Hebreeuws: Sagnir. Zie Jes. 13:21.
het nachtgedierte
Hebreeuws, Lilith.
Hertaald:
het nachtgedierte
Hebreeuws: Lilith.
de wilde meerle
Hebreeuws, Kippos. Men kan niet zekerlijk weten wat dit voor een vogel is.
Hertaald:
de wilde meerle
Hebreeuws: Kippos. Men kan niet met zekerheid zeggen wat voor vogel dit is.
en leggen,
Te weten hare eieren. Anders, voortbrengen; te weten de eieren die zij in het lijf heeft.
Hertaald:
en leggen,
Namelijk: haar eieren. Anders: voortbrengen, namelijk de eieren die zij in zich draagt.
uitbikken,
Hebreeuws, splijten, klieven, namelijk de eierschalen, opdat er de kiekens uitkomen.
Hertaald:
uitbikken,
Hebreeuws: splijten, klieven, namelijk de eierschalen, zodat de jongen eruit komen.
onder haar schaduw
Dat is, onder hare vleugelen.
Hertaald:
onder haar schaduw
Dat is: onder haar vleugels.
met elkaar
Hebreeuws, de vrouw [met] hare metgezellin, of vriendin.
Hertaald:
met elkaar
Hebreeuws: de vrouw met haar metgezellin, of vriendin.
in het boek des HEEREN,
Hebreeuws, uit; dat is, in, of uit het boek dezer profetieën, die ik uit het bevel des Heeren beschrijf.
Hertaald:
in het boek des HEEREN,
Hebreeuws: uit — dat is: in of uit het boek van deze profetieën, die ik op bevel van de HEERE opschrijf.
niet een
Te weten, zaken, of voorverhaalde wilde dieren.
Hertaald:
niet een
Namelijk: van de zaken, of van de eerder genoemde wilde dieren.
het een noch
Hebreeuws, de vrouw [met] hare vriending; gelijk boven vs.15.
Hertaald:
het een noch
Hebreeuws: de vrouw met haar vriendin, zoals hierboven in vers 15.
mijn mond zelf
Dit spreekt de Heere.
Hertaald:
mijn mond zelf
Dit spreekt de HEERE.
Zijn Geest
Te weten des Heeren. Dit spreekt de profeet. Anders: de mond [des HEEREN].
Hertaald:
Zijn Geest
Namelijk: van de HEERE. Dit spreekt de profeet. Anders: de mond van de HEERE.
zal ze samenbrengen
Te weten de bovenverhaalde dieren en vogels.
Hertaald:
zal ze samenbrengen
Namelijk: de eerder genoemde dieren en vogels.
voor hen
Te weten voor die dieren en vogels.
Hertaald:
voor hen
Namelijk: voor die dieren en vogels.
het hun
Te weten het land der Edomieten. Anders, heeft zij; te weten de stad Bozra.
Hertaald:
het hun
Namelijk: het land van de Edomieten. Anders: heeft zij, namelijk de stad Bozra.
tot in der eeuwigheid
De zin is: Nadat de Heere zelf het land der Edomieten en zijner andere vijanden aan de wilde en vervaarlijke dieren tot hunne woning zal ingegeven en uitgedeeld hebben, zo zullen zij altoos daarin blijven. Alzo dat het steeds een vervloekt en verwoest land zijn en blijven zal; alzo zal ook de vloek des Heeren steeds over de vijanden zijner kerk zijn en blijven.
Hertaald:
tot in der eeuwigheid
De betekenis is: nadat de HEERE Zelf het land van de Edomieten en van Zijn andere vijanden aan de wilde en angstaanjagende dieren tot woonplaats gegeven en toebedeeld zal hebben, zullen zij daar altijd blijven, zodat het altijd een vervloekt en verwoest land zal zijn en blijven. Zo zal ook de vloek van de HEERE altijd op de vijanden van Zijn kerk zijn en blijven. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Ligging: De hoofdstad van Edom, in het noorden van dat land, aan een belangrijke karavaanroute. Geschiedenis: In Jesaja's aangrijpende oordeelsprofetie over Edom wordt Bozra het toneel van een groot slachtoffer van de HEERE, met een beeld van bloedbedekte grond en een land dat in pek en zwavel verandert (Jes. 34:6-9) — een profetie die in Jes. 63:1-6 wordt opgepikt in de indrukwekkende vraag "Wie is Deze, die van Edom komt, met besprenkelde klederen, van Bozra?", waar de HEERE Zelf, als een wijnpersen-treder, uit het oordeel over Edom te voorschijn komt. Ook Amos en Jeremia kondigen oordeel over Bozra aan (Amos 1:12; Jer. 49:13, 22). Bijbelse betekenis: Het beeld van de HEERE Die met besprenkelde klederen van Bozra komt, wordt in Openb. 19:13 opnieuw opgepakt voor de overwinnende Christus — Edoms oordeel wordt zo een profetisch voorbeeld van het uiteindelijke oordeel over alle vijanden van God en Zijn volk. Archeologie: Doorgaans geïdentificeerd met het huidige Buseira in Jordanië, waar Britse opgravingen (C.M. Bennett, jaren zeventig) een versterkte Edomitische hoofdstad met paleisstructuren uit de achtste-zesde eeuw voor Christus blootlegden. Recente inzichten: Het huidige Buseira, Jordanië — niet te verwarren met het latere, bekendere Bozra in Syrië (Bosra), dat in de Schrift niet voorkomt. Jes. 34:6-9; 63:1-6; Jer. 49:13, 22; Amos 1:12; Openb. 19:13 © Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Het hoofdstuk roept de volken en zelfs de aarde op om te horen (Jes. 34:1). Dan wordt gezegd hoe ver het reikt: "al het heir der hemelen zal uitteren, en de hemelen zullen toegerold worden, gelijk een boek" (Jes. 34:4). Daarna wordt het toegespitst: het zwaard zal ten oordeel neerdalen op Edom (Jes. 34:5). Er staat een reden bij die de zaak verklaart: "Want het zal zijn de dag der wraak des HEEREN, een jaar der vergeldingen, om Sions twistzaak" (Jes. 34:8). Wat volgt tekent het land als onbewoonbaar geworden: beken in pek veranderd, rook die opgaat, en gebouwen waar alleen nog dieren huizen (Jes. 34:9-13). Bijbelse betekenis: Merk op waarom Edom hier genoemd wordt. Het is het volk dat uit Ezau voortkwam, dus de naaste verwant van Israël. Hoe Edom zich bij de val van Jeruzalem gedroeg, staat bij een andere profeet: het stond erbij toen vreemden de poorten introkken en over Jeruzalem het lot wierpen (Obadja 1:11). Dat verklaart de uitdrukking in Jes. 34:8: dit is de rechtszaak van Sion, en de HEERE neemt haar op Zich. Let vervolgens op het beeld van de toegerolde hemel (Jes. 34:4). Het gaat om een boekrol die wordt opgerold en weggelegd; wat vast en onveranderlijk leek, blijkt opgeborgen te kunnen worden. Let ten slotte op de toon. Het gedeelte is fel, en het register geeft het weer zoals het er staat, zonder de beelden uit te werken en zonder er behagen in te scheppen. Wat houvast geeft is Jes. 34:8: dit is geen willekeur maar recht dat gehaald wordt voor wie het zelf niet halen kon. Typologie: Johannes ziet hetzelfde beeld bij het openen van het zesde zegel: "de hemel is weggeweken, als een boek, dat toegerold wordt" (Op. 6:14). En Paulus zegt waarom de gelovige zelf de wraak laat rusten: "Mij komt de wraak toe; Ik zal het vergelden, zegt de Heere" (Rom. 12:19). Jes. 34:1-13; Obadja 1:11; Op. 6:14; Rom. 12:19 Na de beschrijving van het verlaten land volgt onverwacht een opdracht aan de lezer: "Zoekt in het boek des HEEREN, en leest; niet een van dezen zal er feilen, het een noch het ander zal men missen" (Jes. 34:16). Er staat bij waarom dat zo zeker is: "want mijn mond zelf heeft het geboden, en Zijn Geest Zelf zal ze samenbrengen." En het hoofdstuk sluit met een beeld uit de landmeting: Hij heeft voor hen het lot geworpen en het hun met het meetsnoer uitgedeeld (Jes. 34:17). Bijbelse betekenis: Merk op wat de lezer hier moet doen. Hij wordt niet gevraagd te geloven op gezag van de spreker, maar om zelf op te zoeken en na te lezen. Dat is opvallend in een hoofdstuk vol oordeel: er wordt een toets aangeboden. Let vervolgens op de belofte die eraan vastzit. Niet één van deze woorden zal ontbreken; wat God gezegd heeft, komt volledig uit, en de Geest Zelf zorgt daarvoor. Let ten slotte op het beeld van het meetsnoer in Jes. 34:17. Zelfs de verwoesting wordt met een maat uitgedeeld, zoals eerder in dit boek de dorsvloer met maat behandeld werd (reeds behandeld bij Jes. 28:26). Typologie: Dezelfde houding wordt in het Nieuwe Testament geprezen bij de hoorders te Berea (reeds behandeld bij Hand. 17:11). En Petrus zegt waarop die zekerheid rust: de profetie is niet voortgebracht door de wil van een mens, maar "de heilige mensen Gods van den Heilige Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken" (2 Petr. 1:21). Jes. 34:16-17; Jes. 28:26; Hand. 17:11; 2 Petr. 1:21 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Jesaja 34
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Plaatsen
Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen


Jesaja 34
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
In gelijke verhouding als Hoofdst. 13-27 tot Hoofdst. 7-12, staan Hoofdst. 34 en 35 tot Hoofdst. 28-33. In het voor ons liggende Hoofdst. breidt zich voor den profeet het gericht over Assur tot een gericht uit over de volken in het algemeen; daarmee verenigt zich vervolgens in het volgende Hoofdstuk een blik op de zaligheid, die dan voor altijd en eeuwig door de gemeente wordt ondervonden, welke van alle leed is vrij geworden en triumfeert.
I. Vs. 1-17.KruisverwijzingenMattheüs 24:29→Jesaja 63:4→Joël 2:20→Openbaring 6:13→Maleachi 1:4→Jesaja 61:2→Openbaring 19:3→Jesaja 41:1→
— Nadert, gij heidenen, om te horen, en gij volken, luistert toe; de aarde hore, en haar volheid, de wereld en al wat daaruit voortkomt. Want de verbolgenheid des HEEREN is over al de heidenen, en grimmigheid over al hun heir; Hij heeft hen verbannen, Hij heeft ze ter slachting overgegeven. En hun verslagenen zullen weggeworpen worden, en van hun dode lichamen zal hun stank opgaan; en de bergen zullen smelten van hun bloed. En al het heir der hemelen zal uitteren, en de hemelen zullen toegerold worden, gelijk een boek, en al hun heir zal afvallen, gelijk een blad van den wijnstok afvalt, en gelijk een vijg afvalt van den vijgeboom. Want Mijn zwaard is dronken geworden in den hemel; ziet, het zal ten oordeel nederdalen op Edom, en op het volk, hetwelk Ik verbannen heb. Het zwaard des HEEREN is vol van bloed, het is vet geworden van smeer, van het bloed der lammeren en der bokken, van het smeer der nieren van de rammen; want de HEERE heeft een slachtoffer te Bozra, en een grote slachting in het land der Edomieten. En de eenhoornen zullen met hen afgaan, en de varren met de stieren; en hun land zal doordronken zijn van het bloed, en hun stof zal van het smeer vet gemaakt worden. Want het zal zijn de dag der wraak des HEEREN, een jaar der vergeldingen, om Sions twistzaak. En hun beken zullen in pek verkeerd worden, en hun stof in zwavel; ja, hun aarde zal tot brandend pek worden. Het zal des nachts of des daags niet uitgeblust worden, tot in der eeuwigheid zal zijn rook opgaan; van geslacht tot geslacht zal het woest zijn, tot in eeuwigheid der eeuwigheden zal niemand daar doorgaan.
De profeet kondigt vooreerst aan, hoe het eindgericht over alle heidenen en de volken, die het Gods rijk vijandig zijn, aan alle ook de grootste volken, en aan al hun heerlijkheid een einde maakt in bloed en ontzetting, hetwelk in Israëls nijdig en hatelijk broedervolk Edom nader wordt voorgesteld (vs. 1-15). Vervolgens vraagt hij, dat, wanneer de tijd der vervulling zal gekomen zijn, van hetgeen hij voorzegd heeft, zij, die den tijd beleven, in het boek des Heeren, de Heilige Schrift zullen nazien, om zich te overtuigen, hoe nauwkeurig en volledig het nu gebeurde met het eens door den Geest Gods geprofeteerde overeenstemt. (vs. 16 en 17).
Nadert, alle gij Heidenen! om te horen, en gij volken! luistert toe, wat ik vervolgens u heb mede te delen, wat u allen en ieder van u in ‘t bijzonder aangaat in hun verhouding tot de gemeente des Heeren; de aarde hore, en hare volheid, alle hare bewoners, de wereld en al wat daaruit voortkomt, daar de gehele aardse schepping mede het gericht over de volken moet doorstaan.
Hier komt ons ene voorzegging voor, wegens des Heeren oorlogen, die wij weten, dat zij zo rechtvaardig als altoos voorspoedig zijn. God beschermt deze wereld als Zijn schepsel en bevordert derzelver belangen, zolang zij de Zijnen voorstaat, doch bestrijdt haar, zodra zij zich aan den dienst van den Satan toewijdt.
Want, dit is de hoofdinhoud mijner mededeling, de verbolgenheid des HEEREN is over al de Heidenen, en Hij wil aan dien toorn zijnen loop laten, en grimmigheid over al hun heir, Hij heeft hen verbannen 1), den vloek der vernietiging op hen gelegd, Hij heeft ze ter slachting overgegeven.
Verbannen, in den zin van, met den ban geslagen, d. i. ter vernietiging prijs gegeven. Vandaar dat er ook onmiddellijk volgt, ter slachting overgegeven. Dit laatste staat met het verbannen in het nauwste verband. Als de Heere God iemand of iets ter verbanning overgeeft, met den ban treft, dan wordt zulk een persoon of zulk een zaak vernietigd.
En hun verslagenen ten gevolge dier slachting zullen niet begraven (Hoofdst. 14:19) maar weggeworpen worden, en van hun dode lichamen zal hun stank opgaan, en de bergen zullen smelten van hun bloed, 1) zij zullen er door overstroomd en week gemaakt worden (vgl. (Openb. 14:20).
Het land, zo vreeslijk zou de verwoesting zijn, stond van het bloed der mensen zo doordrongen en doorweekt te worden, als van den regen, en het stof, het dorre en droge zand zou door het vet der verslagenen, als door ene gewone mesting, vet gemaakt worden. Deze uitdrukkingen zijn bij wijze van vergroting gebezigd, gelijk die in de Gezichten van den Apostel Johannes (Openb. 14:20), en worden gebezigd, om dies te vreeslijker voor onze uitwendige zinnen voor te komen, want men ijst en beeft en schrikt toch op het horen van zulk een allervreeslijkst bloedbad, of plenging van mensenbloed; en deze zegswijzen zijn hier zeer gepast om de vreeslijkheid des Goddelijken toorns uit te drukken.
En al het heir der hemelen, de gehele menigte der sterren zal uitteren, daar met dit laatste gericht over alle volken tevens het einde aller dingen komt, en de hemelen zelf, waaraan zon, maan en sterren stonden, zullen toegerold worden gelijk een boek, dat uitgelezen is, en al hun sterren-heir zal als in een ogenblik afvallen, gelijk een blad van den wijnstok afvalt, wanneer het door een zachten wind aangeraakt, op de aarde valt en gelijk een vijg afvalt van den vijgeboom (Matth. 24:29. Openb. 6:12-14).
Want, dit is de reden van zulke vreselijke tonelen als hier worden voorgesteld, Mijn zwaard is dronken geworden in den hemel, 1) spreekt de Heere. Nadat het zwaard Mijns toorns zo lang heeft moeten rusten, hoewel het van verlangen verteerd werd, om zijn bloedig werk op aarde aan de misdadigers en de verachters te verrichten, is het nu door den toorn des Almachtigen van daar genomen. Ziet, het zal in zijne woede tot slachting ten oordeel nederdalen in de eerste plaats op Edom 2) (Gen. 27:40) (om hier in plaats van alle andere volken, die als vijanden tegenover de theokratische gemeente staan, datgene te noemen, hetwelk, hoewel Israëls broedervolk toch van den beginne af Israëls hater geweest is tot nu toe, en waarin alle vijandschap en vervolging haar toppunt heeft bereikt), en op het volk, dat Ik verbannen heb, op dit aan vloek en vernietiging overgegeven volk.
Dit zwaard is zowel het zwaard des rechts als der straffende macht Gods. Zo lang heeft de vijand zich tegen Hem en Zijn volk gekant en verheven, zolang Zijn toorn getart, zolang Zijn geduld op de proef gesteld, dat het zwaard dronken is geworden, en nu zich schrikkelijke keert en keren zal tegen Zijne tegenstanders. Gelijk de Cherub met het vlammend zwaard zich keerde tegen den mens, dewijl hij Gods verbond had verbroken, alzo zou nu niet een Cherub, een dienstknecht Gods, maar de Heere zelf Zijn zwaard doen neerkomen op Zijne vijanden. Voor den eersten mens was er nog genade te hopen, voor Gods vijanden niet.
Edom vertegenwoordigt hier alle machten, die vijandelijk overstaan tegen de Gemeente Gods.
Het zwaard des HEEREN is, terwijl Hij thans Zijn vonnis volvoert, vol van bloed ten gevolge der grote menigte, die Hij geslacht heeft, het is vet geworden van smeer, van het vet der doorstokenen, van het bloed der lammeren en der bokken, van het smeer der nieren van de rammen, d. i. van het bloed en vet der slachtofferen uit het gewone volk; want de a) HEERE heeft een slachtoffer te Bozra (Num. 20:17), en ene grote slachting in het overige land der Edomieten. 1)
Jes. 63:1, 2.
De offeranden waren ingericht tot Gods ere en om te doen zien, hoezeer Hij de zonde haatte, en voldoening er voor begeerde, en dat niets dan bloed haar bij Hem verzoenen kon. En dus werd deze slachting alhier aangericht, opdat de toorn van God geopenbaard mocht worden van den hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid des mensen, en vooral om hun goddeloosheid en het boosaardig en vijandig vervolgen van Gods volk. Bij grote offers werden somwijlen honderden van slachtbeesten te gelijk geofferd en derzelver bloed voor het altaar des Heeren uitgestort en dus zou het ook zijn is den dag van des Heeren wraak.
En de eenhoornen (zie bij Deut. 33:17 en Job. 39:9) zullen bij deze algemene slachting met hen, met de lammeren, bokken en rammen, afgaan, onder de slagen van het zwaard vallen, en de varren met de stieren, namelijk de groten en voornamen en rijken in Edom, en hun land zal doordronken zijn van het bloed, en hun stof, hun land, zal van het smeer vet gemaakt worden; de maaltijd, die het zwaard aanricht, zal zo rijkelijk zijn, dat ook aarde en stof van het Edomietische land van bloed en vet tot overdaad toe verzadigd worden, even als het zwaard zelf. (vs. 6).
Want het zal zijn de dag der wraak des HEEREN, een jaar der vergeldingen, om Zions twistzaak, 1) aan Zions tegenpartijders; wat Hij uit lankmoedigheid tot hiertoe verzuimd heeft, haalt Hij thans weer ruimschoots in (vgl. (Deut. 32:41 vv.).
Hieruit blijkt weer zo duidelijk mogelijk, dat al wat de vijanden der Kerk tot haar ondergang beramen of ten uitvoer brengen, tot hun eigen schade en verderf uitloopt. De Heere is niet een ledig toeschouwer van hetgeen Gods kinderen wordt aangedaan, of wat men Zijn Kerk in het algemeen aandoet. Als de Heere op Zijn rechterstoel zich zet en Zijn toorn openbaart, ondervinden de vijanden het schrikkelijke er van. God heeft wel geduld, omdat Hij eeuwig is, maar eindelijk openbaart Hij zich toch als een grimmig Wreker, om de twistzaak Zijns volks uit te richten.
En hun beken, de beken in het land van deze door den ban getroffen Edomieten, zullen in pek verkeerd worden, gelijk weleer met het dicht daarbij gelegene dal Siddims geschied is (Gen. 19:25 vv.), en hun stof in zwavel; ja, hun aarde zal hun land tot brandend pek worden.
Het zal een beeld worden van den vurigen poel, die van zwavel brandt (Openb 19:3, 20. 20:10), het zal des nachts of des daags niet uitgeblust worden, tot in der eeuwigheid zal zijn rook a) (vs. 9) opgaan; van geslacht tot geslacht zal het woest zijn, tot in eeuwigheid der eeuwigheden zal niemand daar doorgaan. (Openb. 14:11). De profeet bedoelt wel in de eerste plaats, dat het geografische land Edom zal getroffen worden door dat gericht Gods, dat in beelden en kleuren is voorgesteld, ontleend aan de natuurlijke ligging der Dode zee en de vulkanische gesteldheid; maar dit gericht stelt dat van alle volken en bijzondere personen voor, wier gezindheid en verhouding jegens de gemeente van Jehova Edomietisch is.
Maar a) de roerdomp, de pelikaan (Deut. 14:17), en de nachtuil beter, de egel (Hoofdst. 14:23) zullen het erflijk bezitten, en de schuifuit, een roofvogel der wildernis, de grote uil en de raaf zal daarin wonen (Hoofdst. 13:21. vv.); want Hij zal een richtsnoer der woestigheid over hen trekken, en een richtlood der ledigheid, 1) zodat het tot denzelfden toestand terugkeert, in welken de aarde zich bij het begin der schepping bevond (Gen. 1:2).
Jes. 13:21, 22. Zef. 2:14. Openb. 18:2.
Hiermede wil de Heere zeggen, dat Hij met de uiterste nauwkeurigheid en naar de strengste eisen het werk (hier bij een gebouw vergeleken) der vernietiging en der ledigmaking zal uitvoeren en voltooien. De straf zal volkomen zijn, aan de verwoesting zal niets ontbreken.
Alsdan is het oude rijk der Edomieten met zijn vóór-Israëlietisch koningschap (Gen. 36:31) voor altijd weg. Hun edelen (doch zij zijn er niet, daar zij allen door het zwaard vernield zijn) zullen zij tot het koninkrijk roepen, maar al hun vorsten zullen niets zijn, zodat er ene allerverderflijkste regeringloosheid bestaat; alzo zal hij het fysische woest en ledig (vs.
ook een ethisch ledig en woest op het gebied van den Staat komen.
En in hun paleizen, de woningen der vroeger zo trotse en pronkzieke vorsten van Edom (Gen. 36:40 vv.) zullen doornen opgaan, netelen en distels in hun vestingen, en het woest gewordene dezer paleizen en vestingen zal ene woning der draken der wilde honden zijn, ene zaal, een wel toe gericht vertrek voor de jongen der struisen (Hoofdstuk 13:21 v.).
En de wilde dieren der woestijnen zullen de wilde dieren der eilanden daar ontmoeten, 1) roofdieren, uit verschillende landstreken, zullen zich daar ophouden, en de duivel 2) zal zijnen metgezel toeroepen: ook zal het nachtgedierte 3) zich aldaar nederzetten, en het zal ene rustplaats voor zich vinden.
Onder de wilde dieren der woestijn, hebben we waarschijnlijk de lossen of lynxen te verstaan, en onder de dieren der eilanden de sjakals of jakhalzen.
Het woord schirim betekent gewoonlijk bokken (Gen. 37:31. Lev. 4:23), het wordt ook vertaald door “saters, ” die de ouden voor monsterachtige wezens hielden, welke zich in bossen en woestijnen ophielden, half bok en half mens. Soms wordt het ook gebruikt van de duivelen, die de oude afgodendienaars aanbaden. Vergel. MATTHEUS. 12:43. Openbaring 18:2.
Het woord Lilith komt alleen hier voor en schijnt een nachtraaf te zijn of, volgens v. d. Palm, de drekvogel. Volgens het Joodse verhaal is het een vrouwelijk nachtspook, ene schone vrouw die bijzonder kinderen vervolgt en doodt. Nog is er leven in Edom, meer welk ene karikatuur van hetgeen het geweest is! Daar weer Edoms vorsten den nieuwen koning uitriepen, roepen saters elkaar tot den dans, en daar, waar koningen en vorsten in hun paleizen en lustsloten sliepen, daar heeft Lilith, die het liefst daar in, waar het gruwzaamste is, als na een lang zoeken de beste en gemakkelijkste rustplaats gevonden.
Daar zal de wilde meerle 1) (liever de pijlslang) nestelen en hare eieren leggen, en hare jongen uitbikken, uitbroeien, en onder hare schaduw, hare bescherming, vergaderen; ook zullen aldaar de gieren, die zozeer de gezelligheid beminnen, doch een groten stank van zich geven, met elkaar verzameld worden. Zo geschikt voor hun behoeften vinden deze dieren dat land, zo ongestoord het oponthoud aldaar, dat zij voortaan zich daar verenigen, daar en nergens anders verblijfplaats houden.
De pijl en springslang, in Afrika en Arabië te huis behorende, pleegt pijlsnel van bomen of van enige andere schuilplaats op mensen en dieren toe te snellen en ze dodelijk te wonden. In het Hebr. kippoos. Onze Staten-Overzetters vertalen het woord door: wilde meerle, maar tekenen ook aan, dat men nog niet weet welk dier hier bedoelt wordt. Het is echter de pijl- of springslang, de arabische kiffosa. Het woord is afgeleid van een werkwoord, hetwelk zich te samentrekken betekent, dewijl het dier zich eerst samentrekt om dan den aanval te doen, om als een pijl voort te schieten.
Zoekt nu gij, die de vervulling van deze mijne profetie beleeft, in het boek des HEREN, waarvan zij werkelijk een gedeelte is, en leest, wat ik van allen, die in Edom wonen, gezegd heb; niet een van deze zal er feilen, het ene noch het andere zal men missen; want mijn mond zelf, door den Heere bestuurd, heeft het geboden, en waar Hij het woord uitspreekt (Gen. 1:3) daar is het er, waar Hij gebiedt, daar staat het (Ps. 33:9) en Zijn Geest zelf, waardoor mij alle dingen naar Zijn plan tot het verlangde doel weet te leiden, zal ze samenbrengen, alle de dingen, die te voren van de eenzaamheid en de verschrikking genoemd zijn. Gods alwetendheid, waardoor Hem alle verledene, tegenwoordige en toekomende dingen als in één opslag worden vertoond, komt in de Schrift dikwijls voor, alsof het was een gedenkboek, waarin alles in nette orde is beschreven (Hoofdstuk 30:8; 65:6. Deut. 32:34. Ps. 56:9. Dan. 7:10. Mal. 3:16). In dezer voege wil Jesaja zeggen, deze profetie is een register van het noodlot der Edomieten (vs. 6), en een ieder, die in volgende tijden de uitkomst wil vergelijken met deze profetie, zal bevinden dat al de omstandigheden hier voorzegd, juist vervuld zijn. Op zodanige wijze wil ons de man Gods te kennen geven, dat zijne woorden niet poëtisch maar profetisch te verstaan zijn.
Want Hij zelf heeft, na dat alles samengebracht te hebben, voor hen voor de dieren het lot geworpen, om op gelijke wijze het gehele land onder de vreselijke, demonische bevolking te verdelen, gelijk Kanaän door het lot onder de kinderen Israël’s verdeeld is (Joz. 14:2), en Zijne hand heeft het hun uitgedeeld met het richtsnoer, hoever zij zullen wonen, gelijk Hij het bij de mensen gedaan heeft (Hand. 17:26); tot in der eeuwigheid zullen zij dat erfelijk bezitten, van geslacht tot geslacht zullen zij daarin wonen; want wanneer de Heer God zelf tot in bijzonderheden zulk een nieuwen toestand vormt van recht en bezitting, wie zal dan nog aan verandering denken? Een voorspel der vervulling kwam over Edoms gebergte, na de catastrofe van Jeruzalem (Mal. 1:2-5); het heeft zich sedert dien tijd nooit weer tot de vroegere ontwikkeling verheven en wemelt van slangen; slechts wilde kraaien en arenden en grote menigten van den kattavogel maken de woeste hoogten en onvruchtbare bergvlakten levendig. Maar de laatste vervulling, waarop vs. 16 doelt, is nog te verwachten en zal de woonplaats treffen van hen, die op geestelijke wijze tot den kring der vijanden van Jehova (Jezus) en Zijne gemeente behoren, waarvan het oude Edom slechts het door den profeet voorgestelde centrum is. Het Zion en Jeruzalem Gods mag eens verwoest worden, of geweest zijn, het wist zich toch uit zijne puinhopen te herstellen, totdat het plaats maakte voor het Jeruzalem van het N. Testament, hetwelk hoezeer ook verlaagd en vernederd, toch herbouwd zal worden, totdat het eens zal plaats maken voor het hemelse Jeruzalem. Doch de vijanden van de Kerk, van God zullen voor altoos met een eeuwige verwoesting gestraft, en hun gedachtenis van de aarde uitgeroeid worden.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel