Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jesaja 3

1 Want ziet, de Heere, HEERE der heirscharen, zal van Jeruzalem en van Juda wegnemen den stok en den staf, allen stok des broods, en allen stok des waters;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 WantH3588 zietH2009, de HeereH113, HEEREH3068 der heirscharenH6635, zal van JeruzalemH3389 en van JudaH3063 wegnemenH5493 den stokH4937 en den stafH4938, allenH3605 stokH4937 des broodsH3899, en allenH3605 stokH4937 des watersH4325; Want ziet, de Heere, HEERE der heirscharen, zal van Jeruzalem en van Juda wegnemen den stok en den staf, allen stok des broods, en allen stok des waters;

KJV For, behold, the Lord,3 the LORD4 of hosts,5 doth take away6 from Jerusalem7 and from Judah8 the stay9 and the staff,10 the whole stay12 of bread,13 and the whole11 stay15 of water,

1 כִּי֩ H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 הִנֵּ֨ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 3 הָאָד֜וֹן H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-' 4 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 צְבָא֗וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 6 מֵסִ֤יר H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 7 מִירוּשָׁלִַ֨ם֙ H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 8 וּמִ֣יהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 9 מַשְׁעֵ֖ן H4937 stok, Steunsel stay 10 וּמַשְׁעֵנָ֑ה H4938 staf, rietstaf, stok staff 11 כֹּ֚ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 מִשְׁעַן H4937 stok, Steunsel stay 13 לֶ֔חֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 14 וְכֹ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 מִשְׁעַן H4937 stok, Steunsel stay 16 מָֽיִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Den held en den krijgsman, den rechter en den profeet, en den waarzegger, en den oude;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Den heldH1368 en den krijgsmanH376, den rechterH8199 en den profeetH5030, en den waarzeggerH7080, en den oudeH2205; Den held en den krijgsman, den rechter en den profeet, en den waarzegger, en den oude;

KJV The mighty man,1 and the man2 of war,3 the judge,4 and the prophet,5 and the prudent,6 and the ancient,

1 גִּבּ֖וֹר H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 2 וְאִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 מִלְחָמָ֑ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 4 שׁוֹפֵ֥ט H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 5 וְנָבִ֖יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 6 וְקֹסֵ֥ם H7080 waarzeggers, gebruiken, voorzeggen divine(-r, -ation), prudent, soothsayer, use (divination) 7 וְזָקֵֽן H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Den overste van vijftig, en den aanzienlijke, en den raadsman, en den wijze onder de werkmeesters, en dien, die kloek ter tale is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Den oversteH8269 van vijftigH2572, en den aanzienlijkeH5375, en den raadsmanH3289, en den wijzeH2450 onder de werkmeestersH2791, en dien, die kloekH995 ter taleH3908 is. Den overste van vijftig, en den aanzienlijke, en den raadsman, en den wijze onder de werkmeesters, en dien, die kloek ter tale is.

KJV The captain1 of fifty,2 and the honourable3 man,4 and the counsellor,5 and the cunning6 artificer,7 and the eloquent8 orator.

1 שַׂר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 2 חֲמִשִּׁ֖ים H2572 vijftig, vijftigen, vijftigste fifty 3 וּנְשׂ֣וּא H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 4 פָנִ֑ים H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 5 וְיוֹעֵ֛ץ H3289 raad, beraadslaagd, geraden advertise, take advise, advise (well), consult, (give, take) counsel(-lor), determine, devise, guide, purpose 6 וַחֲכַ֥ם H2450 wijzen, wijs, wijze cunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man) 7 חֲרָשִׁ֖ים H2791 werkmeesters, heimelijk cunning, secretly 8 וּנְב֥וֹן H995 verstaan, verstandig, verstaat attend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man) 9 לָֽחַשׁ H3908 bezwering, ezwering, oorringen charmed, earring, enchantment, orator, prayer
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En Ik zal jongelingen stellen tot hun vorsten, en kinderen zullen over hen heersen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En Ik zal jongelingenH5288 stellenH5414 tot hun vorstenH8269, en kinderenH8586 zullen over hen heersenH4910; En Ik zal jongelingen stellen tot hun vorsten, en kinderen zullen over hen heersen;

KJV And I will give1 children2 to be their princes,3 and babes4 shall rule

1 וְנָתַתִּ֥י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 נְעָרִ֖ים H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man) 3 שָׂרֵיהֶ֑ם H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 4 וְתַעֲלוּלִ֖ים H8586 handelingen, kinderen babe, delusion 5 יִמְשְׁלוּ H4910 heersen, heerst, heerser (have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power 6 בָֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En het volk zal gedrongen worden, de een zal zijn tegen den ander, en een iegelijk tegen zijn naaste; de jongeling zal stout zijn tegen den oude, de verachte tegen den eerlijke.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En het volkH5971 zal gedrongenH5065 worden, de een zal zijn tegen den anderH376, en een iegelijk tegen zijn naasteH7453; de jongelingH5288 zal stoutH7292 zijn tegen den oudeH2205, de verachteH7034 tegen den eerlijkeH3513. En het volk zal gedrongen worden, de een zal zijn tegen den ander, en een iegelijk tegen zijn naaste; de jongeling zal stout zijn tegen den oude, de verachte tegen den eerlijke.

KJV And the people2 shall be oppressed,1 every one3 by another,4 and every one5 by his neighbour:6 the child8 shall behave himself proudly7 against the ancient,9 and the base10 against the honourable.

1 וְנִגַּ֣שׂ H5065 drijvers, aandrijvers, drijver distress, driver, exact(-or), oppress(-or), [idiom] raiser of taxes, taskmaster 2 הָעָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 בְּאִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 5 וְאִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 6 בְּרֵעֵ֑הוּ H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other 7 יִרְהֲב֗וּ H7292 geweld, sterk, stout overcome, behave self proudly, make sure, strengthen 8 הַנַּ֨עַר֙ H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man) 9 בַּזָּקֵ֔ן H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 10 וְהַנִּקְלֶ֖ה H7034 verachtzaam, gering acht, veracht base, contemn, despise, lightly esteem, set light, seem vile 11 בַּנִּכְבָּֽד H3513 zwaar, eren, verheerlijkt abounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Wanneer iemand zijn broeder uit het huis zijns vaders zal aangrijpen, zeggende: Gij hebt een kleed, wees ons ten overste, laat toch dezen aanstoot onder uw hand wezen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Wanneer iemandH376 zijn broederH251 uit het huisH1004 zijns vadersH1 zal aangrijpenH8610, zeggende: Gij hebt een kleedH8071, wees ons ten oversteH7101, laatH1961 toch dezen aanstootH4384 onderH8478 uw handH3027 wezen; Wanneer iemand zijn broeder uit het huis zijns vaders zal aangrijpen, zeggende: Gij hebt een kleed, wees ons ten overste, laat toch dezen aanstoot onder uw hand wezen;

KJV When a man3 shall take hold2 of his brother4 of the house5 of his father,6 saying, Thou hast clothing,7 be thou our ruler,9 and let this ruin12 be under thy hand:

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 יִתְפֹּ֨שׂ H8610 gegrepen, grepen, handelen catch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take 3 אִ֤ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 בְּאָחִיו֙ H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 5 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 אָבִ֔יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 7 שִׂמְלָ֣ה H8071 klederen, kleed, kleding apparel, cloth(-es, -ing), garment, raiment. Compare H8008 (שַׂלְמָה) 8 לְכָ֔ה 9 קָצִ֖ין H7101 overste, oversten, wees overste captain, guide, prince, ruler. Compare H6278 (עֵת קָצִין) 10 תִּֽהְיֶה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 לָּ֑נוּ 12 וְהַמַּכְשֵׁלָ֥ה H4384 aanstoot, ergernissen ruin, stumbling-block 13 הַזֹּ֖את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 14 תַּ֥חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 15 יָדֶֽךָ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Zo zal hij in dien dag zijn hand opheffen, zeggende: Ik kan geen heelmeester wezen; er is ook geen brood en geen kleed in mijn huis; zet mij niet tot een overste des volks.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Zo zal hij in dien dagH3117 zijn hand opheffenH5375, zeggendeH559: Ik kan geen heelmeesterH2280 wezen; er is ook geen broodH3899 en geen kleedH8071 in mijn huisH1004; zetH7760 mij niet tot een oversteH7101 des volksH5971. Zo zal hij in dien dag zijn hand opheffen, zeggende: Ik kan geen heelmeester wezen; er is ook geen brood en geen kleed in mijn huis; zet mij niet tot een overste des volks.

KJV In that day2 shall he swear,1 saying,4 I will not be an healer;7 for in my house8 is neither bread10 nor clothing:12 make14 me not a ruler15 of the people.

1 יִשָּׂא֩ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 2 בַיּ֨וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 הַה֤וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 לֵאמֹר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 אֶהְיֶ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 חֹבֵ֔שׁ H2280 verbinden, zadelde, verbindt bind (up), gird about, govern, healer, put, saddle, wrap about 8 וּבְבֵיתִ֕י H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 אֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 10 לֶ֖חֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 11 וְאֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 12 שִׂמְלָ֑ה H8071 klederen, kleed, kleding apparel, cloth(-es, -ing), garment, raiment. Compare H8008 (שַׂלְמָה) 13 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 תְשִׂימֻ֖נִי H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 15 קְצִ֥ין H7101 overste, oversten, wees overste captain, guide, prince, ruler. Compare H6278 (עֵת קָצִין) 16 עָֽם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Want Jeruzalem heeft aangestoten, en Juda is gevallen, dewijl hun tong en handelingen tegen den HEERE zijn, om de ogen Zijner heerlijkheid te verbitteren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Want JeruzalemH3389 heeft aangestotenH3782, en JudaH3063 is gevallenH5307, dewijlH3588 hun tongH3956 en handelingenH4611 tegenH413 den HEEREH3068 zijn, om de ogenH5869 Zijner heerlijkheidH3519 te verbitterenH4784. Want Jeruzalem heeft aangestoten, en Juda is gevallen, dewijl hun tong en handelingen tegen den HEERE zijn, om de ogen Zijner heerlijkheid te verbitteren.

KJV For Jerusalem3 is ruined,2 and Judah4 is fallen:5 because their tongue7 and their doings8 are against the LORD,10 to provoke11 the eyes12 of his glory.

1 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כָשְׁלָה֙ H3782 struikelen, vallen, aanstoten bereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak 3 יְר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 4 וִיהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 5 נָפָ֑ל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 6 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 לְשׁוֹנָ֤ם H3956 tong, spraak, tongen [phrase] babbler, bay, [phrase] evil speaker, language, talker, tongue, wedge 8 וּמַֽעַלְלֵיהֶם֙ H4611 handelingen, daden, werken doing, endeavour, invention, work 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 לַמְר֖וֹת H4784 wederspannig, verbitterden, wederspannigen bitter, change, be disobedient, disobey, grievously, provocation, provoke(-ing), (be) rebel (against, -lious) 12 עֵנֵ֥י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 13 כְבוֹדֽוֹ H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Het gelaat huns aangezichts getuigt tegen hen, en hun zonden spreken zij vrij uit, gelijk Sodom; zij verbergen ze niet. Wee hunlieder ziel; want zij doen zichzelven kwaad.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Het gelaatH1971 huns aangezichtsH6440 getuigtH6030 tegen hen, en hun zondenH2403 spreken zij vrij uit, gelijk SodomH5467; zij verbergenH3582 ze nietH3808. WeeH188 hunlieder zielH5315; wantH3588 zij doen zichzelven kwaadH7451. Het gelaat huns aangezichts getuigt tegen hen, en hun zonden spreken zij vrij uit, gelijk Sodom; zij verbergen ze niet. Wee hunlieder ziel; want zij doen zichzelven kwaad.

Ook in dit vers spreken vrijH5046

KJV The shew1 of their countenance2 doth witness against them;3 and they declare7 their sin5 as Sodom,6 they hide9 it not. Woe10 unto their soul!11 for they have rewarded13 evil

1 הַכָּרַ֤ת H1971 gelaat shew 2 פְּנֵיהֶם֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 3 עָ֣נְתָה H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 4 בָּ֔ם 5 וְחַטָּאתָ֛ם H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 6 כִּסְדֹ֥ם H5467 Sodom Sodom 7 הִגִּ֖ידוּ H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 8 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 כִחֵ֑דוּ H3582 verborgen, afgesneden, verbergen conceal, cut down (off), desolate, hide 10 א֣וֹי H188 Wee, wee, Och alas, woe 11 לְנַפְשָׁ֔ם H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 12 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 גָמְל֥וּ H1580 gespeend, vergelden, vergolden bestow on, deal bountifully, do (good), recompense, requite, reward, ripen, [phrase] serve, mean, yield 14 לָהֶ֖ם 15 רָעָֽה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Zegt den rechtvaardige, dat het hem wel gaan zal; dat zij de vrucht hunner werken zullen eten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 ZegtH559 den rechtvaardigeH6662, datH3588 het hem wel gaan zal; datH3588 zij de vruchtH6529 hunner werkenH4611 zullen etenH398. Zegt den rechtvaardige, dat het hem wel gaan zal; dat zij de vrucht hunner werken zullen eten.

KJV Say1 ye to the righteous,2 that it shall be well4 with him: for they shall eat8 the fruit6 of their doings.

1 אִמְר֥וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 צַדִּ֖יק H6662 rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardig just, lawful, righteous (man) 3 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 4 ט֑וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 5 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 פְרִ֥י H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward 7 מַעַלְלֵיהֶ֖ם H4611 handelingen, daden, werken doing, endeavour, invention, work 8 יֹאכֵֽלוּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Wee den goddeloze, het zal hem kwalijk gaan, want de vergelding zijner handen zal hem geschieden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 WeeH188 den goddelozeH7563, het zal hem kwalijkH7451 gaan, wantH3588 de vergeldingH1576 zijner handenH3027 zal hem geschiedenH6213. Wee den goddeloze, het zal hem kwalijk gaan, want de vergelding zijner handen zal hem geschieden.

KJV Woe1 unto the wicked!2 it shall be ill3 with him: for the reward5 of his hands6 shall be given

1 א֖וֹי H188 Wee, wee, Och alas, woe 2 לְרָשָׁ֣ע H7563 goddelozen, goddeloze, goddeloos [phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong 3 רָ֑ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 4 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 גְמ֥וּל H1576 vergelding, verdienste, weldaad [phrase] as hast served, benefit, desert, deserving, that which he hath given, recompense, reward 6 יָדָ֖יו H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 7 יֵעָ֥שֶׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 לּֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 De drijvers Mijns volks zijn kinderen, en vrouwen heersen over hetzelve. O Mijn volk! die u leiden, verleiden u, en den weg uwer paden slokken zij in.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 De drijversH5065 Mijns volksH5971 zijn kinderenH5953, en vrouwenH802 heersenH4910 over hetzelve. O Mijn volkH5971! die u leidenH833, verleidenH8582 u, en den wegH1870 uwer padenH734 slokkenH1104 zij in. De drijvers Mijns volks zijn kinderen, en vrouwen heersen over hetzelve. O Mijn volk! die u leiden, verleiden u, en den weg uwer paden slokken zij in.

KJV As for my people,1 children3 are their oppressors,2 and women4 rule5 over them. O my people,7 they which lead8 thee cause thee to err,9 and destroy12 the way10 of thy paths.

1 עַמִּי֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 2 נֹגְשָׂ֣יו H5065 drijvers, aandrijvers, drijver distress, driver, exact(-or), oppress(-or), [idiom] raiser of taxes, taskmaster 3 מְעוֹלֵ֔ל H5953 nalezen, spot drijven, aangedaan abuse, affect, [idiom] child, defile, do, glean, mock, practise, thoroughly, work (wonderfully) 4 וְנָשִׁ֖ים H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 5 מָ֣שְׁלוּ H4910 heersen, heerst, heerser (have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power 6 ב֑וֹ 7 עַמִּי֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 8 מְאַשְּׁרֶ֣יךָ H833 gelukzalig, welgelukzalig roemen, achten (call, be) bless(-ed, happy), go, guide, lead, relieve 9 מַתְעִ֔ים H8582 dwalen, dolen, verleid (cause to) go astray, deceive, dissemble, (cause to, make to) err, pant, seduce, (make to) stagger, (cause to) wander, be out of the way 10 וְדֶ֥רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 11 אֹֽרְחֹתֶ֖יךָ H734 paden, pad, weg manner, path, race, rank, traveller, troop, (by-, high-) way 12 בִּלֵּֽעוּ H1104 verslonden, verslinden, verslond cover, destroy, devour, eat up, be at end, spend up, swallow down (up)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 De HEERE stelt Zich om te pleiten, en Hij staat, om de volken te richten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 De HEEREH3068 steltH5324 Zich om te pleitenH7378, en Hij staatH5975, om de volkenH5971 te richtenH1777. De HEERE stelt Zich om te pleiten, en Hij staat, om de volken te richten.

KJV The LORD3 standeth up1 to plead,2 and standeth4 to judge5 the people.

1 נִצָּ֥ב H5324 gesteld, stonden, stond appointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state 2 לָרִ֖יב H7378 twisten, twist, getwist adversary, chide, complain, contend, debate, [idiom] ever, [idiom] lay wait, plead, rebuke, strive, [idiom] thoroughly 3 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 וְעֹמֵ֖ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 5 לָדִ֥ין H1777 richten, recht, gericht (come) with a straight course 6 עַמִּֽים H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 De HEERE komt ten gerichte tegen de oudsten Zijns volks en deszelfs vorsten, want gijlieden hebt dezen wijngaard verteerd; de roof des ellendigen is in uwe huizen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 De HEEREH3068 komtH935 ten gerichteH4941 tegenH5973 de oudstenH2205 Zijns volksH5971 en deszelfs vorstenH8269, want gijliedenH859 hebt dezen wijngaardH3754 verteerdH1197; de roofH1500 des ellendigenH6041 is in uwe huizenH1004. De HEERE komt ten gerichte tegen de oudsten Zijns volks en deszelfs vorsten, want gijlieden hebt dezen wijngaard verteerd; de roof des ellendigen is in uwe huizen.

KJV The LORD1 will enter3 into judgment2 with the ancients5 of his people,6 and the princes7 thereof: for ye have eaten up9 the vineyard;10 the spoil11 of the poor12 is in your houses.

1 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 2 בְּמִשְׁפָּ֣ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 3 יָב֔וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 5 זִקְנֵ֥י H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 6 עַמּ֖וֹ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 7 וְשָׂרָ֑יו H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 8 וְאַתֶּם֙ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 9 בִּֽעַרְתֶּ֣ם H1197 wegdoen, branden, aangestoken be brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste 10 הַכֶּ֔רֶם H3754 wijngaarden, wijngaard, wijngaards vines, (increase of the) vineyard(-s), vintage. See also H1021 (בֵּית הַכֶּרֶם) 11 גְּזֵלַ֥ת H1500 roof, geroofde, oofs that (he had robbed) (which he took violently away), spoil, violence 12 הֶֽעָנִ֖י H6041 ellendigen, ellendige, ellendig afflicted, humble, lowly, needy, poor 13 בְּבָתֵּיכֶֽם H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Wat is ulieden, dat gij Mijn volk verbrijzelt, en de aangezichten der ellendigen vermaalt? spreekt de Heere, HEERE der heirscharen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 WatH4100 is ulieden, dat gij Mijn volkH5971 verbrijzeltH1792, en de aangezichtenH6440 der ellendigenH6041 vermaaltH2912? spreektH5002 de HeereH136, HEEREH3069 der heirscharenH6635. Wat is ulieden, dat gij Mijn volk verbrijzelt, en de aangezichten der ellendigen vermaalt? spreekt de Heere, HEERE der heirscharen.

KJV What mean ye that ye beat3 my people4 to pieces, and grind7 the faces5 of the poor?6 saith8 the Lord9 GOD10 of hosts.

1 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 2 לָּכֶם֙ 3 תְּדַכְּא֣וּ H1792 verbrijzeld, verbrijzelen, verbrijzelt beat to pieces, break (in pieces), bruise, contrite, crush, destroy, humble, oppress, smite 4 עַמִּ֔י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 וּפְנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 6 עֲנִיִּ֖ים H6041 ellendigen, ellendige, ellendig afflicted, humble, lowly, needy, poor 7 תִּטְחָ֑נוּ H2912 malende, maal, maalde grind(-er) 8 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 9 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 10 יְהוִ֖ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 11 צְבָאֽוֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Verder zegt de HEERE: Daarom dat de dochteren van Sion zich verheffen, en gaan met uitgestrekten hals, en lonken met de ogen, al gaande en trippelende daarhenen treden, en alsof haar voeten gebonden waren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Verder zegtH559 de HEEREH3068: Daarom datH3588 de dochterenH1323 van SionH6726 zich verheffenH1361, en gaan met uitgestrektenH5186 halsH1627, en lonkenH8265 met de ogenH5869, al gaandeH1980 en trippelendeH2952 daarhenen tredenH3212, en alsof haar voetenH7272 gebondenH5913 waren. Verder zegt de HEERE: Daarom dat de dochteren van Sion zich verheffen, en gaan met uitgestrekten hals, en lonken met de ogen, al gaande en trippelende daarhenen treden, en alsof haar voeten gebonden waren.

KJV Moreover the LORD2 saith,1 Because3 the daughters6 of Zion7 are haughty,5 and walk8 with stretched forth9 necks10 and wanton11 eyes,12 walking13 and mincing14 as they go,15 and making a tinkling17 with their feet:

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 יַ֚עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 4 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 גָֽבְהוּ֙ H1361 hoger, hoog, verheffen exalt, be haughty, be (make) high(-er), lift up, mount up, be proud, raise up great height, upward 6 בְּנ֣וֹת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 7 צִיּ֔וֹן H6726 Sion, Sions Zion 8 וַתֵּלַ֨כְנָה֙ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 9 נְטוּי֣וֹת H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 10 גָּר֔וֹן H1627 keel, hals [idiom] aloud, mouth, neck, throat 11 וּֽמְשַׂקְּר֖וֹת H8265 lonken wanton 12 עֵינָ֑יִם H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 13 הָל֤וֹךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 14 וְטָפֹף֙ H2952 trippelende mince 15 תֵּלַ֔כְנָה H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 16 וּבְרַגְלֵיהֶ֖ם H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 17 תְּעַכַּֽסְנָה H5913 gebonden make a tinkling ornament
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Zo zal de HEERE den schedel der dochteren van Sion schurftig maken, en de HEERE zal haar schaamte ontbloten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Zo zal de HEEREH136 den schedelH6936 der dochterenH1323 van SionH6726 schurftigH5596 maken, en de HEEREH3068 zal haar schaamteH6596 ontblotenH6168. Zo zal de HEERE den schedel der dochteren van Sion schurftig maken, en de HEERE zal haar schaamte ontbloten.

KJV Therefore the Lord2 will smite with a scab1 the crown of the head3 of the daughters4 of Zion,5 and the LORD6 will discover8 their secret parts.

1 וְשִׂפַּ֣ח H5596 Neem, aanhangen, mag vastgehecht abiding, gather together, cleave, smite with the scab 2 אֲדֹנָ֔י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 3 קָדְקֹ֖ד H6936 schedel, hoofdschedel crown (of the head), pate, scalp, top of the head 4 בְּנ֣וֹת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 5 צִיּ֑וֹן H6726 Sion, Sions Zion 6 וַיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 פָּתְהֵ֥ן H6596 herren, schaamte hinge, secret participle 8 יְעָרֶֽה H6168 ontbloot, Ontbloot, goot leave destitute, discover, empty, make naked, pour (out), rase, spread self, uncover
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Ten zelfden dage zal de HEERE wegnemen het sieraad der kousebanden, en de netjes, en de maantjes.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Ten zelfden dageH3117 zal de HEEREH136 wegnemenH5493 hetH1931 sieraadH8597 der kousebandenH5914, en de netjesH7636, en de maantjesH7720. Ten zelfden dage zal de HEERE wegnemen het sieraad der kousebanden, en de netjes, en de maantjes.

KJV In that day1 the Lord4 will take away3 the bravery6 of their tinkling ornaments7 about their feet, and their cauls,8 and their round tires like the moon,

1 בַּיּ֨וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 הַה֜וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 3 יָסִ֣יר H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 4 אֲדֹנָ֗י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 אֵ֣ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 תִּפְאֶ֧רֶת H8597 heerlijkheid, sieraad, sierlijke beauty(-iful), bravery, comely, fair, glory(-ious), honour, majesty 7 הָעֲכָסִ֛ים H5914 boeien, kousebanden stocks, tinkling ornament 8 וְהַשְּׁבִיסִ֖ים H7636 netjes caul 9 וְהַשַּׂהֲרֹנִֽים H7720 maantjes ornament, round tire like the moon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 De reukdoosjes, en de kleine ketentjes, en de glinsterende kledingen,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 De reukdoosjesH5188, en de kleine ketentjesH8285, en de glinsterende kledingenH7479, De reukdoosjes, en de kleine ketentjes, en de glinsterende kledingen,

KJV The chains,1 and the bracelets,2 and the mufflers,

1 הַנְּטִיפ֥וֹת H5188 ketenen, reukdoosjes chain, collar 2 וְהַשֵּׁיר֖וֹת H8285 kleine ketentjes bracelet 3 וְהָֽרְעָלֽוֹת H7479 glinsterende kledingen muffler
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 De hoofdkroning, en de armversierselen, en de bindselen, en de reukballetjes, en de oorringen,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 De hoofdkroningH6287, en de armversierselenH6807, en de bindselenH7196, en de reukballetjesH5315, en de oorringenH3908, De hoofdkroning, en de armversierselen, en de bindselen, en de reukballetjes, en de oorringen,

KJV The bonnets,1 and the ornaments of the legs,2 and the headbands,3 and the tablets,5 and the earrings,

1 הַפְּאֵרִ֤ים H6287 hoed, hoeden, hoofdkroning beauty, bonnet, goodly, ornament, tire 2 וְהַצְּעָדוֹת֙ H6807 gang, armversierselen going, ornament of the legs 3 וְהַקִּשֻּׁרִ֔ים H7196 bindselen attire, headband 4 וּבָתֵּ֥י H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 5 הַנֶּ֖פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 6 וְהַלְּחָשִֽׁים H3908 bezwering, ezwering, oorringen charmed, earring, enchantment, orator, prayer
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 De ringen en de voorhoofdsierselen,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 De ringenH2885 en de voorhoofdsierselenH639, De ringen en de voorhoofdsierselen,

KJV The rings,1 and nose3 jewels,

1 הַטַּבָּע֖וֹת H2885 ringen, ring, vingerring ring 2 וְנִזְמֵ֥י H5141 voorhoofdsiersel, oorsierselen, voorhoofdsierselen earring, jewel 3 הָאָֽף H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 De wisselklederen, en de manteltjes, en de hoedjes, en de buidels,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 De wisselklederenH4254, en de manteltjesH4595, en de hoedjesH4304, en de buidelsH2754, De wisselklederen, en de manteltjes, en de hoedjes, en de buidels,

KJV The changeable suits of apparel,1 and the mantles,2 and the wimples,3 and the crisping pins,

1 הַמַּֽחֲלָצוֹת֙ H4254 wisselklederen changeable suit of apparel, change of raiment 2 וְהַמַּ֣עֲטָפ֔וֹת H4595 manteltjes mantle 3 וְהַמִּטְפָּח֖וֹת H4304 hoedjes, sluier vail, wimple 4 וְהָחֲרִיטִֽים H2754 buidels bag, crisping pin
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 De spiegels, en de fijn-linnen deksels, en de hulledoeken, en de sluiers.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 De spiegelsH1549, en de fijn-linnen deksels, en de hulledoekenH6797, en de sluiersH7289. De spiegels, en de fijn-linnen deksels, en de hulledoeken, en de sluiers.

Ook in dit vers -linnenH5466

KJV The glasses,1 and the fine linen,2 and the hoods,3 and the vails.

1 וְהַגִּלְיֹנִים֙ H1549 rol, spiegels glass, roll 2 וְהַסְּדִינִ֔ים H5466 lijnwaadsklederen, -linnen, lijnwaad fine linen, sheet 3 וְהַצְּנִיפ֖וֹת H6797 hoed, hulledoeken, vorstelijke hoed diadem, hood, mitre 4 וְהָרְדִידִֽים H7289 sluier, sluiers vail, veil
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En het zal geschieden, dat er voor specerij stank zal zijn, en lossigheid voor een gordel, en kaalheid in plaats van haarvlechten, en omgording eens zaks in plaats van een wijden rok, en verbranding in plaats van schoonheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En het zal geschieden, dat er voorH8478 specerijH1314 stankH4716 zal zijnH1961, en lossigheidH5364 voorH8478 een gordelH2290, en kaalheidH7144 in plaatsH8478 van haarvlechtenH4639, en omgordingH4228 eens zaksH8242 in plaatsH8478 van een wijden rokH6614, en verbrandingH3587 in plaatsH8478 van schoonheidH3308. En het zal geschieden, dat er voor specerij stank zal zijn, en lossigheid voor een gordel, en kaalheid in plaats van haarvlechten, en omgording eens zaks in plaats van een wijden rok, en verbranding in plaats van schoonheid.

KJV And it shall come to pass, that instead of sweet smell3 there shall be stink;4 and instead of a girdle7 a rent;8 and instead of well set10 hair11 baldness;12 and instead of a stomacher14 a girding15 of sackcloth;16 and burning17 instead of beauty.

1 וְהָיָה֩ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 תַ֨חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 3 בֹּ֜שֶׂם H1314 specerijen, specerij, specerijkalmus smell, spice, sweet (odour) 4 מַ֣ק H4716 stank, uittering rottenness, stink 5 יִֽהְיֶ֗ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 וְתַ֨חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 7 חֲגוֹרָ֤ה H2290 gordel, gordt, schorten apron, armour, gird(-le) 8 נִקְפָּה֙ H5364 lossigheid rent 9 וְתַ֨חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 10 מַעֲשֶׂ֤ה H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 11 מִקְשֶׁה֙ H4748 [idiom] well (set) hair 12 קָרְחָ֔ה H7144 kaalheid, Kaalheid, gans bald(-ness), [idiom] utterly 13 וְתַ֥חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 14 פְּתִיגִ֖יל H6614 wijden rok stomacher 15 מַחֲגֹ֣רֶת H4228 omgording girding 16 שָׂ֑ק H8242 zak, zakken, zaks sack(-cloth, -clothes) 17 כִּי H3587 verbranding burning 18 תַ֖חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 19 יֹֽפִי H3308 schoonheid beauty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Uw mannen zullen door het zwaard vallen, en uw helden in den strijd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Uw mannenH4962 zullen door het zwaardH2719 vallenH5307, en uw heldenH1369 in den strijdH4421. Uw mannen zullen door het zwaard vallen, en uw helden in den strijd.

KJV Thy men1 shall fall3 by the sword,2 and thy mighty4 in the war.

1 מְתַ֖יִךְ H4962 lieden, mannen, mensen [phrase] few, [idiom] friends, men, persons, [idiom] small 2 בַּחֶ֣רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 3 יִפֹּ֑לוּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 4 וּגְבוּרָתֵ֖ךְ H1369 macht, mogendheden, sterkte force, mastery, might, mighty (act, power), power, strength 5 בַּמִּלְחָמָֽה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En haar poorten zullen treuren, en leed dragen, en zij zal, ledig gemaakt zijnde, op de aarde zitten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 En haar poortenH6607 zullen treurenH578, en leed dragenH56, en zij zal, ledigH5352 gemaakt zijnde, op de aardeH776 zittenH3427. En haar poorten zullen treuren, en leed dragen, en zij zal, ledig gemaakt zijnde, op de aarde zitten.

KJV And her gates3 shall lament1 and mourn;2 and she being desolate4 shall sit6 upon the ground.

1 וְאָנ֥וּ H578 treuren lament, mourn 2 וְאָבְל֖וּ H56 rouw, treuren, treurt lament, mourn 3 פְּתָחֶ֑יהָ H6607 deur, deuren, ingang door, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place 4 וְנִקָּ֖תָה H5352 onschuldig, onschuldig houden, rein acquit [idiom] at all, [idiom] altogether, be blameless, cleanse, (be) clear(-ing), cut off, be desolate, be free, be (hold) guiltless, be (hold) innocent, [idiom] by no means, be quit, be (leave) unpunished, [idiom] utterly, [idiom] wholly 5 לָאָ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 תֵּשֵֽׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jesaja 3:1 Leviticus 26:26 Jesaja 1:24 Jesaja 36:12 Jesaja 5:13 Ezechiël 14:13 Ezechiël 4:16 Psalmen 105:16 Jesaja 2:22
Jesaja 3:2 Ezechiël 17:13 Ezechiël 8:12 Jesaja 9:14 Ezechiël 9:5 Klaagliederen 5:12 Jesaja 2:13 2 Koningen 24:14 Amos 2:3
Jesaja 3:3 Deuteronomium 1:15 Exodus 4:10 Exodus 18:21 Richteren 8:18 Exodus 4:14 1 Samuël 8:12
Jesaja 3:4 Prediker 10:16 2 Kronieken 36:5 2 Kronieken 36:11 2 Kronieken 34:1 2 Kronieken 36:9 2 Kronieken 33:1 2 Kronieken 36:2 1 Koningen 3:7
Jesaja 3:5 Jeremia 9:3 Zacharia 7:9 Jesaja 9:19 Micha 7:3 Lukas 22:64 Ezechiël 22:6 Jesaja 1:4 Prediker 10:5
Jesaja 3:6 Jesaja 4:1 Richteren 11:6 Johannes 6:15
Jesaja 3:7 Hosea 5:13 Ezechiël 34:4 Klaagliederen 2:13 Genesis 14:22 Jeremia 14:19 Openbaring 10:5 Hosea 6:1 Jesaja 58:12
Jesaja 3:8 Jeremia 26:18 2 Kronieken 36:17 Ezechiël 8:4 Mattheüs 12:36 Jesaja 5:18 Judas 1:15 2 Kronieken 28:5 Jesaja 1:7
Jesaja 3:9 Genesis 13:13 Psalmen 10:4 Spreuken 30:13 Jeremia 44:16 Genesis 19:5 Ezechiël 23:16 Romeinen 6:23 Jesaja 3:16
Jesaja 3:10 Deuteronomium 28:1 Prediker 8:12 Ezechiël 18:9 Psalmen 128:1 Psalmen 18:23 Ezechiël 9:4 Sefanja 2:3 Hebreeën 6:10
Jesaja 3:11 Jesaja 65:13 Jesaja 48:22 Psalmen 1:3 Deuteronomium 28:15 Prediker 8:13 Spreuken 1:31 Psalmen 62:12 Psalmen 28:4
Jesaja 3:12 Jesaja 3:4 Jeremia 5:31 Jesaja 9:15 2 Koningen 11:1 Jesaja 28:14 Mattheüs 23:13 Mattheüs 15:14 Nahum 3:13
Jesaja 3:13 Micha 6:2 Spreuken 23:10 Hosea 4:1 Spreuken 22:22 Psalmen 12:5
Jesaja 3:14 Job 22:4 Psalmen 143:2 Jesaja 3:2 Job 34:23 Job 24:9 Jeremia 5:27 Mattheüs 21:33 Job 24:2
Jesaja 3:15 Psalmen 94:5 Jona 1:6 Micha 3:2 Jesaja 58:4 Ezechiël 18:2 Exodus 5:14 Amos 2:6 Amos 8:4
Jesaja 3:16 Jesaja 4:4 Jesaja 32:9 Hooglied 3:11 Mattheüs 21:5 Ezechiël 16:49 Lukas 23:28 Spreuken 16:18 Jesaja 3:18
Jesaja 3:17 Jeremia 13:22 Leviticus 13:29 Openbaring 16:2 Ezechiël 16:36 Ezechiël 23:25 Jesaja 20:4 Deuteronomium 28:27 Micha 1:11
Jesaja 3:18 Richteren 8:21 Richteren 8:26
Jesaja 3:19 Genesis 38:18 Genesis 38:25 Genesis 24:30 Genesis 24:22 Numeri 31:50 Exodus 35:22 Genesis 24:53 Ezechiël 16:11
Jesaja 3:20 Exodus 39:28 Genesis 35:4 Ezechiël 16:12 Exodus 32:2 Hosea 2:13
Jesaja 3:21 Genesis 24:47 Lukas 15:22 Jakobus 2:2 Esther 8:12 1 Petrus 3:3 1 Timotheüs 2:9 Hooglied 5:14 Ezechiël 16:12
Jesaja 3:23 Ruth 3:15 Hooglied 5:7 Ezechiël 16:10 Openbaring 19:14 Genesis 24:65 1 Kronieken 15:27 Lukas 16:19 Openbaring 19:8
Jesaja 3:24 Ezechiël 27:31 Jesaja 22:12 Klaagliederen 2:10 Jesaja 15:3 Amos 8:10 Esther 2:12 1 Petrus 3:3 Micha 1:16
Jesaja 3:25 Jeremia 19:7 Jesaja 1:20 Jeremia 18:21 2 Kronieken 29:9 Amos 9:10 Jeremia 21:9 Jeremia 14:18 Klaagliederen 2:21
Jesaja 3:26 Jeremia 14:2 Klaagliederen 2:10 Klaagliederen 1:4 Job 2:13 Jesaja 47:1 Job 2:8 Lukas 19:44 Ezechiël 26:16
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jesaja 3 vers 1

stok en den staf, Dat is, al hetgeen waar men zich op verlaat, hetzij klein of groot, aanzienlijk of slecht. Anders: den steunenden [man] en de steunende [vrouw].

Hertaald: stok en den staf, Dat is: alles waarop men steunt, hetzij klein of groot, aanzienlijk of gering. Anders: de steunende man en de steunende vrouw.

stok des broods, Dat is, al de voedzame kracht van het brood, alzo dat zij niet zullen verzadigd worden ofschoon zij veel brood eten en veel water drinken. Deze straf dreigt ook God den overtreders zijner wetten, Lev. 26:26 ; zie de aantekening aldaar; en zie daarvan een exempel Hag. 1:6 .

Hertaald: stok des broods, Dat is: alle voedende kracht van het brood, zodat zij niet verzadigd zullen worden, ook al eten zij veel brood en drinken zij veel water. Deze straf dreigt God ook de overtreders van Zijn wetten, Lev. 26:26; zie de aantekening daarbij, en zie er een voorbeeld van in Haggaï 1:6.

Jesaja 3 vers 2

waarzegger, Dat is, verreziende, voorzinnige, voorzichtige, die ene zaak van verre ziet komen, of voorziet eer zij geschiedt. Zie Spr. 16:10 .

Hertaald: waarzegger, Dat is: iemand die ver ziet, die vooruitziet en voorzichtig is, die een zaak van verre ziet aankomen of voorziet voordat zij gebeurt. Zie Spr. 16:10.

den oude; Te weten niet alleen oud van jaren, maar ook wel ervaren, wijs, kloek in de regering, hetzij der kerk of der republiek.

Hertaald: den oude; Namelijk: niet alleen oud van jaren, maar ook zeer ervaren, wijs en flink in het bestuur, hetzij van de kerk of van de staat.

Jesaja 3 vers 3

den aanzienlijke, Hebreeuws, den verhevenen van aangezicht; dat is, den aanzienlijken, of die in autoriteit is.

Hertaald: den aanzienlijke, Hebreeuws: de verhevene van aangezicht — dat is: de aanzienlijke, of wie gezag heeft.

raadsman, Anders: raadgever.

Hertaald: raadsman, Anders: raadgever.

wijze Of, kundige, ervarene.

Hertaald: wijze Of: kundige, ervarene.

dien, Die wel ter taal is, of verstandig in redenering, een welsprekend man.

Hertaald: dien, Iemand die goed ter tale is, of verstandig in het redeneren: een welsprekend man.

Jesaja 3 vers 4

jongelingen Te weten jong van jaren, of jong in verstand, of beide; zie Pred. 10:16 .

Hertaald: jongelingen Namelijk: jong van jaren, of jong van verstand, of beide; zie Pred. 10:16.

kinderen Anders: kinderachtige lieden.

Hertaald: kinderen Anders: kinderachtige lieden.

Jesaja 3 vers 5

gedrongen Of, hard gedreven worden; te weten tot betaling, of tot zwaren dienst en arbeid.

Hertaald: gedrongen Of: hard gedreven worden, namelijk tot betaling of tot zware dienst en arbeid.

stout zijn Of, trots, moedig.

Hertaald: stout zijn Of: trots, overmoedig.

de verachte Dat is, slechten, ongeachten onder het volk.

Hertaald: de verachte Dat is: de eenvoudigen, de geringgeachten onder het volk.

Jesaja 3 vers 6

zijn broeder Dat is, zijnen bloedverwant.

Hertaald: zijn broeder Dat is: zijn bloedverwant.

uit het huis Dat is, die van zijns vaders huis of geslacht is.

Hertaald: uit het huis Dat is: iemand die tot het huis of het geslacht van zijn vader behoort.

Gij hebt Dat is, gij zijt welhebbende, of, gij hebt middelen om te leven; gij zijt een van de aanzienlijksten onder ons; gemeenlijk openbaart zich de rijkdom in de klederen.

Hertaald: Gij hebt Dat is: u hebt bezit, of: u hebt middelen om van te leven; u bent een van de aanzienlijksten onder ons. Gewoonlijk blijkt de rijkdom uit de kleding.

dezen aanstoot Of, dit verderf, of ruïne, of ondergang. De zin is: Neem toch de vervallen zaak van onzen staat bij de hand, en help haar ondersteunen, zoveel het u mogelijk en doenlijk is. Anders: doch laat uwe hand onder deze ruïne zijn; een manier van spreken, genomen van een vallend huis.

Hertaald: dezen aanstoot Of: dit verderf, of deze ruïne, of ondergang. De betekenis is: neem toch de vervallen zaak van onze staat ter hand en help haar ondersteunen, zoveel u mogelijk en doenlijk is. Anders: laat uw hand toch onder deze ruïne zijn; een manier van spreken die ontleend is aan een instortend huis.

onder uw hand Dat is, onder uw beleid.

Hertaald: onder uw hand Dat is: onder uw leiding.

Jesaja 3 vers 7

in dien dag Dat is, straks, zonder zich lang te beraden.

Hertaald: in dien dag Dat is: meteen, zonder zich lang te bedenken.

opheffen, Te weten naar den hemel, dat is, hij zal zweren. Zie Gen. 14:22 . Anders: hij zal [zijne stem] opheffen.

Hertaald: opheffen, Namelijk: naar de hemel — dat is: hij zal zweren. Zie Gen. 14:22. Anders: hij zal zijn stem verheffen.

heelmeester Hebreeuws, verbinder; te weten van uwe wonden, of geen chirurgijn, wondmeester, of medicijnmeester zijn. Alsof hij zeide: De zaken zijn in onzen staat te zeer verlopen, de wonde van onzen staat is te zeer vervuild, ik zal het vervallen werk niet kunnen redden. In een woord, de profeet wil zeggen dat het zo ellendig met de Joden zou gesteld wezen, dat onaangezien een ieder gaarne groot is, nochtans niemand het bestuur zou willen aannemen, ofschoon het hun werd aangeboden. Zie ook Job 34:17 .

Hertaald: heelmeester Hebreeuws: verbinder, namelijk van uw wonden; of: geen chirurgijn, wondheler of geneesheer zijn. Alsof hij zei: de zaken in onze staat zijn te ver heen, de wond van onze staat is te zeer ontstoken, ik zal het vervallen werk niet kunnen redden. Kortom, de profeet wil zeggen dat het zo ellendig met de Joden gesteld zou zijn dat, hoewel iedereen graag groot is, toch niemand het bestuur zou willen aanvaarden, ook al werd het hem aangeboden. Zie ook Job 34:17.

is ook geen brood Alsof hij zeide: Ik ben zo arm dat ik mijzelven en de mijnen van nooddruft niet kan verzorgen, veel weiniger kan ik dan ulieden helpen.

Hertaald: is ook geen brood Alsof hij zei: ik ben zo arm dat ik mijzelf en de mijnen niet van het nodige kan voorzien; hoeveel minder kan ik u dan helpen.

Jesaja 3 vers 8

heeft aangestoten, Dat is, het zal gewisselijk in het kort vallen.

Hertaald: heeft aangestoten, Dat is: het zal beslist binnenkort vallen.

Jesaja 3 vers 9

Het gelaat Dat is, men kan het uit hun aangezicht bespeuren, dat zij boze, onbeschaamde mensen zijn. Anders: de hardnekkigheid van hun aangezicht; in welke betekenis het Hebreeuwse woord ook genomen wordt Job 19:3 .

Hertaald: Het gelaat Dat is: men kan aan hun gezicht bemerken dat zij boze, onbeschaamde mensen zijn. Anders: de hardnekkigheid van hun gezicht; in die betekenis wordt het Hebreeuwse woord ook genomen in Job 19:3.

spreken Dat is, roemen zij. Hebreeuws, verkondigen zij.

Hertaald: spreken Dat is: roemen zij. Hebreeuws: verkondigen zij.

gelijk Sodom; Dat is, gelijk de inwoners van Sodom. Zie Gen. 13:13 , en Gen. 18:20 , en Gen. 19:5 .

Hertaald: gelijk Sodom; Dat is: zoals de inwoners van Sodom. Zie Gen. 13:13, Gen. 18:20 en Gen. 19:5.

zij doen zichzelven Te weten, met God den Heere door hunne zonden tot straf te verwekken. Zie van het Hebreeuwse woord gamal, Ps. 13:6 .

Hertaald: zij doen zichzelven Namelijk: doordat zij God de HEERE door hun zonden tot straf verwekken. Over het Hebreeuwse woord gamal, zie Ps. 13:6.

Jesaja 3 vers 10

dat het hem Zie van zulk gebruik van het Hebreeuwse woord Tob, Jer. 22:15-16 .

Hertaald: dat het hem Over dit gebruik van het Hebreeuwse woord Tob, zie Jer. 22:15-16.

eten Dat is, genieten; dat is, God de Heere zal uit genade hunne godzaligheid belonen. Zie de aantekening Spr. 1:31 .

Hertaald: eten Dat is: genieten — dat is: God de HEERE zal hun godzaligheid uit genade belonen. Zie de aantekening bij Spr. 1:31.

Jesaja 3 vers 11

het zal hem In het Hebreeuws staat alleen het woord kwaad of boos. Anders: als hij boos is; dat is, als hij boos blijft.

Hertaald: het zal hem In het Hebreeuws staat alleen het woord kwaad of boos. Anders: als hij boos is — dat is: als hij boos blijft.

want de vergelding Dat is, hem zal wedervaren of overkomen even hetzelfde, dat hij anderen gedaan heeft; hij zal gestraft worden om zijner boosheden wil.

Hertaald: want de vergelding Dat is: hem zal precies hetzelfde overkomen als wat hij anderen aangedaan heeft; hij zal om zijn boosheden gestraft worden.

Jesaja 3 vers 12

drijvers Dat is, strenge regeerders, of onderdrukkers.

Hertaald: drijvers Dat is: strenge bestuurders, of onderdrukkers.

kinderen, Dat is, onervaren, hunne lusten volgende, als de kinderen.

Hertaald: kinderen, Dat is: onervaren mensen, die hun lusten volgen zoals kinderen doen.

vrouwen heersen Dat is, verwijfde mannen, die geen moed hebben.

Hertaald: vrouwen heersen Dat is: verwijfde mannen, die geen moed hebben.

u leiden, Of, uwe leiders; dat is, uwe leraars en regeerders. Anders: die u gelukzalig achten; of roemen; verstaande zulke predikers, die de lieden kussens onder de ellebogen leggen, roepende: Het heeft geen nood.

Hertaald: u leiden, Of: uw leiders — dat is: uw leraars en bestuurders. Anders: die u gelukkig prijzen, of roemen; daaronder worden zulke predikers verstaan die de mensen kussens onder de ellebogen leggen en roepen: er is geen gevaar.

slokken Dat is, den weg, dien gij behoort te wandelen, verderven zij, gelijk als die iets verslindt of inslokt; of zij bedekken en verduisteren den weg, gelijk het ingeslokte verborgen en als ingewonden is. Vergelijk Num. 4:20 , of zij varen er heel lichtelijk over heen. Vergelijk Job 39:27 , met de aantekening.

Hertaald: slokken Dat is: zij bederven de weg die u behoort te gaan, zoals iemand die iets verslindt of opslokt; of zij bedekken en verduisteren de weg, zoals iets wat ingeslikt is verborgen en als het ware ingewikkeld is. Vergelijk Num. 4:20. Of: zij gaan er heel gemakkelijk overheen. Vergelijk Job 39:27 met de aantekening.

Jesaja 3 vers 13

om te pleiten, Dat is, om in het recht te treden, gelijk Jes. 1:18 .

Hertaald: om te pleiten, Dat is: om in het gericht te treden, zoals in Jes. 1:18.

de volken Te weten, het volk Israël, hetwelk groot is en veel in getal, gelijk Hand. 4:27 .

Hertaald: de volken Namelijk: het volk Israël, dat groot en talrijk is, zoals in Hand. 4:27.

Jesaja 3 vers 14

de oudsten Dat is, de rechters, regeerders, magistraten, die men uit oude bedaagde mannen pleegt te kiezen. Dezen zal de Heere voor het recht stellen, omdat zij zijn volk door ongerechtigheid onderdrukt hebben.

Hertaald: de oudsten Dat is: de rechters, bestuurders en magistraten, die men gewoonlijk uit oude, bejaarde mannen kiest. Hen zal de HEERE voor het gericht stellen, omdat zij Zijn volk door ongerechtigheid onderdrukt hebben.

dezen wijngaard Dat is, de gemeente Gods, of het volk Gods, dat u toevertrouwd was. Zie Jes. 5:1 ; Matt. 21:33 .

Hertaald: dezen wijngaard Dat is: de gemeente van God, of het volk van God, dat u toevertrouwd was. Zie Jes. 5:1 en Matth. 21:33.

verteerd; Hebreeuws, verbrand, of met het vuur verslonden, zie Num. 24:22 . De zin is: in plaats van mijnen wijngaard te bouwen en mij goede vruchten daarvan te brengen, maakt gij denzelven te schande.

Hertaald: verteerd; Hebreeuws: verbrand, of door het vuur verslonden; zie Num. 24:22. De betekenis is: in plaats van Mijn wijngaard te bewerken en Mij daarvan goede vruchten te brengen, maakt u hem te schande.

Jesaja 3 vers 15

Wat is ulieden, Dat is, wat recht of reden hebt gijlieden daartoe? dat gij, enz.

Hertaald: Wat is ulieden, Dat is: welk recht of welke reden hebt u daartoe, dat u, enzovoort?

de aangezichten Dat is de personen.

Hertaald: de aangezichten Dat is: de personen.

vermaalt? Dat is, gans wredelijk en onmenselijk behandelt of mishandelt. Anders: als in een vijzel stoot, of met krabben en vuiligheid schendt.

Hertaald: vermaalt? Dat is: volkomen wreed en onmenselijk behandelt of mishandelt. Anders: als in een vijzel stampt, of met krabben en vuil beschadigt.

Jesaja 3 vers 16

dochteren Dat is, de vrouwen en jonge dochters te Jeruzalem, welke hier gedreigd worden vanwege hare hovaardij.

Hertaald: dochteren Dat is: de vrouwen en jonge dochters in Jeruzalem, die hier bedreigd worden vanwege hun hoogmoed.

zich verheffen, Het hoofd omhoog steken uit hoogvaardij.

Hertaald: zich verheffen, Het hoofd omhoog steken uit hoogmoed.

met uitgestrekten Hebreeuws, uitgestrekt van hals, of van keel.

Hertaald: met uitgestrekten Hebreeuws: uitgestrekt van hals, of van keel.

lonken Hebreeuws, bedriegende met de ogen, of lonkende met de ogen; dat is, met de ogen hare loosheid te kennen gevende.

Hertaald: lonken Hebreeuws: bedriegend met de ogen, of lonkend met de ogen — dat is: met de ogen hun listigheid te kennen gevend.

al gaande Anders: Zij gaan al trippelende alsof zij kleine kinderen waren, makende kleine treden.

Hertaald: al gaande Anders: zij lopen trippelend alsof zij kleine kinderen waren, met kleine pasjes.

gebonden Of, geboeid. Anders: Ja aan hare voeten dragen zij boeitjes. Anders: Makende een geluid, of geril met hare voeten, alsof er schelletjes aan waren. Anderen nemen het aldus: Zij gaan half dansende, houden zekeren pas of maat in haren tred. Maar de meesten en voornaamsten verstaan het van kostelijke boeitjes, of versierselen aan de voeten, hebbende het fatsoen van boeitJes.

Hertaald: gebonden Of: geboeid. Anders: ja, aan hun voeten dragen zij kleine boeien. Anders: terwijl zij met hun voeten een geluid of gerinkel maken, alsof er belletjes aan zaten. Anderen vatten het zo op: zij lopen half dansend en houden een bepaalde pas of maat in hun tred. Maar de meesten en de voornaamsten verstaan het van kostbare enkelringen of voetsieraden in de vorm van boeien.

Jesaja 3 vers 17

schurftig Of, schurft; anders kaal. Op de schurftheid volgt gemeenlijk kaalheid of uitvalling van het haar. Anderen verstaan het aldus: dat zij in der vijanden hand en geweld vervallen zouden, die haar het haar kaal afscheren zouden, gelijk men den slaven en lijfeigenen pleegt te doen.

Hertaald: schurftig Of: schurft; anders: kaal. Op schurft volgt gewoonlijk kaalheid of uitvallen van het haar. Anderen vatten het zo op: dat zij in de hand en de macht van de vijanden zouden vallen, die hun het haar kaal zouden afscheren, zoals men bij slaven en lijfeigenen pleegt te doen.

de HEERE zal Dat is, de Heere zal haar laten beroven van hare klederen, alzo dat zij zullen moeten naakt gaan, en niet zoveel hebben zullen, dat zij hare schaamte bedekken kunnen.

Hertaald: de HEERE zal Dat is: de HEERE zal hen van hun kleren laten beroven, zodat zij naakt zullen moeten gaan en niet zoveel zullen hebben dat zij hun schaamte kunnen bedekken.

Jesaja 3 vers 18

het sieraad Wat vs.18-24 aangaat, die worden zeer verscheidenlijk overgezet; de hovaardige pronksters hebben ook in die tijden al veel ander pronksel gehad als heden ten dage onze jonkvrouwen hebben, zodat vele van die namen ons onbekend zijn, vele derzelve den naam medebrengende uit dat land, waar zij eerst gedacht geweest zijn. Zij zijn hier gezet zo na als men ze heeft kunnen treffen. Voor sieraad der kousenbanden hebben anderen de netwerken of betraliede klederen; die doorschijnend gebreid of geborduurd waren, hetwelk enigen noemen vensteren der oneerbaarheid.

Hertaald: het sieraad Wat vers 18 tot 24 betreft: die worden zeer verschillend vertaald. De hoogmoedige pronksters hebben in die tijd ook al veel ander pronkgoed gehad dan onze jonkvrouwen tegenwoordig, zodat veel van die namen ons onbekend zijn; veel ervan dragen de naam mee uit het land waar zij het eerst bedacht zijn. Zij zijn hier zo nauwkeurig weergegeven als men heeft kunnen treffen. In plaats van sieraad van de kousenbanden hebben anderen: de netwerken of getraliede kleren, die doorschijnend gebreid of geborduurd waren, wat sommigen vensters van de oneerbaarheid noemen.

de netjes, Of, sluiers, of schakelwerk, als daar zijn de fijngebreide netjes, dunne doekjes en allerlei gebreidsel, of geweefsel, dat doorluchtig is.

Hertaald: de netjes, Of: sluiers, of schakelwerk, zoals fijngebreide netjes, dunne doekjes en allerlei gebreid of geweven werk dat doorzichtig is.

de maantjes Dit was een sieraad als maantjes. Zie Richt. 8:21 . Heden ten dage dragen ook enige in de oorlapjes kleine maantjes van goud, zilver, of enig gesteente, of paarlen.

Hertaald: de maantjes Dit was een sieraad in de vorm van maantjes. Zie Richt. 8:21. Ook tegenwoordig dragen sommigen in de oorlelletjes kleine maantjes van goud, zilver, edelsteen of parels.

Jesaja 3 vers 19

De reukdoosjes, Versta hier, de gouden of zilveren doosjes, waar muskus of andere welriekende specerijen in waren, die de jonkvrouwen aan den hals, of op de borsten, of tussen dezelve droegen. Anders, halsketentjes, of iets dergelijks.

Hertaald: De reukdoosjes, Versta hier de gouden of zilveren doosjes waarin muskus of andere welriekende specerijen zaten, die de jonkvrouwen aan de hals of op of tussen de borsten droegen. Anders: halskettinkjes of iets dergelijks.

de glinsterende Dat is, de klederen bezaaid met dunne gouden of zilveren schubbetjes of flittertjes, die een glans gaven als er de zon op scheen, alsof het glinsterende sterretjes geweest waren. Anders, flitterende, of bevende lovertJes.

Hertaald: de glinsterende Dat is: de kleren bezaaid met dunne gouden of zilveren schubbetjes of lovertjes, die een glans gaven wanneer de zon erop scheen, alsof het glinsterende sterretjes waren. Anders: flonkerende of trillende lovertjes.

Jesaja 3 vers 20

De hoofdkroning, Zie Ezech. 24:17 , en Ezech. 44:18 .

Hertaald: De hoofdkroning, Zie Ezech. 24:17 en Ezech. 44:18.

armversierselen, Zie 2 Sam. 1:10 .

Hertaald: armversierselen, Zie 2 Sam. 1:10.

bindselen, Of, hoofdsnoeren. Zie Jer. 2:32 .

Hertaald: bindselen, Of: hoofdsnoeren. Zie Jer. 2:32.

de reukballetjes, Hebreeuws, huisjes der ziel, of van den adem; aldus worden de reukballetjes genoemd, omdat zij het hart verkwikken en den adem versterken.

Hertaald: de reukballetjes, Hebreeuws: huisjes van de ziel, of van de adem. Zo worden de reukballetjes genoemd, omdat zij het hart verkwikken en de adem versterken.

Jesaja 3 vers 21

de voorhoofdsierselen, Dit waren enige versierselen, die op het voorhoofd tot op den neus hingen; Gen. 24:24 .

Hertaald: de voorhoofdsierselen, Dit waren sieraden die op het voorhoofd tot op de neus hingen; Gen. 24:24.

Jesaja 3 vers 22

De wisselklederen, Gelijk Richt. 14:12 .

Hertaald: De wisselklederen, Zoals in Richt. 14:12.

de manteltjes, Hebreeuws, de overdekselen. Het mogen wel grote floersen geweest zijn, die nu in het Frans genoemd worden la grand voile.

Hertaald: de manteltjes, Hebreeuws: de overkleden. Het kunnen wel grote sluiers geweest zijn, die nu in het Frans la grande voile genoemd worden.

de buidels, Gelijk 2 Kon. 5:23 . Anders: naalden, of spelden; te weten van goud of zilver, dergelijke nu ook enige jonge dochters in het haar dragen.

Hertaald: de buidels, Zoals in 2 Kon. 5:23. Anders: naalden of spelden, namelijk van goud of zilver, zoals sommige jonge dochters die nu ook in het haar dragen.

Jesaja 3 vers 23

de hulledoeken, Of, tophuiven.

Hertaald: de hulledoeken, Of: hoofdkapjes.

de sluiers Anders: kedelen, of fijne, dunne en lichte kledingen, die men in Judea en omliggende hete landen droeg.

Hertaald: de sluiers Anders: kedels, of fijne, dunne en lichte kleding zoals men die in Judea en de omliggende hete landen droeg.

Jesaja 3 vers 24

specerij Dat is, goeden reuk.

Hertaald: specerij Dat is: een goede geur.

stank Of, uittering, verrotting; gelijk onder Jes. 5:24 .

Hertaald: stank Of: uittering, verrotting; zoals hieronder in Jes. 5:24.

losheid Als wanneer de vrouwen ontregen zijn.

Hertaald: losheid Wanneer de vrouwen niet meer ingeregen zijn.

haarvlechten, Of, gefriseerd haar, of effen gekamd haar, of net gelegd haar.

Hertaald: haarvlechten, Of: gekruld haar, of glad gekamd haar, of netjes opgemaakt haar.

wijden rok, Of, vlieger.

Hertaald: wijden rok, Of: wijde overrok.

verbranding Versta, de verbranding of vervelling van het aangezicht, veroorzaakt door de hitte der zon.

Hertaald: verbranding Versta daaronder het verbranden of vervellen van het gezicht, veroorzaakt door de hitte van de zon.

Jesaja 3 vers 25

Uw mannen O Jeruzalem, of Zion.

Hertaald: Uw mannen O Jeruzalem, of Sion.

uw helden Hebreeuws, uw sterkte; alzo zeggen wij, den adel des lands voor de edelen des lands.

Hertaald: uw helden Hebreeuws: uw sterkte; zo zeggen wij ook de adel van het land voor de edelen van het land.

Jesaja 3 vers 26

haar Te weten van Jeruzalem of Zion.

Hertaald: haar Namelijk: van Jeruzalem of Sion.

poorten Dat is, raadhuizen, openbare rechthuizen, want de raadspersonen zouden omgekomen zijn.

Hertaald: poorten Dat is: raadhuizen, openbare rechtszalen; want de raadslieden zouden omgekomen zijn.

ledig Te weten van inwoners, goederen en huisraad; zie mede van het Hebreeuwse woord Spr. 14:4 .

Hertaald: ledig Namelijk: van inwoners, goederen en huisraad; zie over het Hebreeuwse woord ook Spr. 14:4.

op de aarde Gelijk bedroefde, mismoedige, of verslagen mensen plegen te doen; zie Job 1:20 .

Hertaald: op de aarde Zoals bedroefde, moedeloze of verslagen mensen plegen te doen; zie Job 1:20.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De dochteren van Sion  — een oordeelswoord over uiterlijk vertoon in een stad waar het recht verdwenen is (Jes. 3:16-26)

Het hoofdstuk gaat over het wegnemen van steunsels: brood, water, rechters, oudsten en raadslieden verdwijnen uit Jeruzalem (Jes. 3:1-3). Van de leiders wordt gezegd dat zij de wijngaard verteerd hebben en dat de roof van de arme in hun huizen is (Jes. 3:14). Daarna richt het woord zich tot de vrouwen van de hoofdstad: "Daarom dat de dochteren van Sion zich verheffen, en gaan met uitgestrekten hals, en lonken met de ogen" (Jes. 3:16). Wat volgt is een lange opsomming van sieraden en kleding die weggenomen zullen worden (Jes. 3:18-23), en het gedeelte eindigt bij de omkering: in plaats van welriekendheid stank, in plaats van schoonheid een brandmerk (Jes. 3:24).

Bijbelse betekenis: Het gedeelte wordt gemakkelijk gelezen als een woord tegen mooie kleren, en dat is het niet. Het staat midden in een hoofdstuk over leiders die de armen uitplunderen; de weelde van de hoofdstad is betaald uit dat onrecht. Wat aangeklaagd wordt, is de hoogmoed en het vertoon in een stad waar het recht verdwenen is. Merk op dat de straf de vorm heeft van wegnemen. Wat men zich had aangemeten, wordt afgelegd; dat is dezelfde beweging als in Jes. 2:11. Let ten slotte op de toon. De Schrift beschrijft dit zonder er behagen in te scheppen, en het register volgt haar daarin: de opsomming wordt genoemd en niet uitgewerkt.

Typologie: Petrus wijst voor het sieraad van een gelovige vrouw naar iets anders (reeds behandeld bij 1 Petr. 3:4).

Jes. 3:14-26; Jes. 2:11; 1 Petr. 3:4

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Jesaja 3

Jesaja 3:10.KruisverwijzingenDeuteronomium 28:1Prediker 8:12Ezechiël 18:9Psalmen 128:1Psalmen 18:23Ezechiël 9:4Sefanja 2:3Hebreeën 6:10
— Zegt den rechtvaardige, dat het hem wel gaan zal; dat zij de vrucht hunner werken zullen eten.
“Zegt den rechtvaardige, dat het hem wel gaan zal; dat zij de vrucht hunner werken zullen eten.” Daarop volgt het andere woord: wee de goddeloze, het zal hem kwalijk gaan, want de vergelding van zijn handen zal hem geschieden. Twee groepen worden hier genoemd: de rechtvaardigen en de goddelozen. In deze twee orden pleegt de Schrift heel de bevolking van de aardbodem te verdelen. Zij spreekt weinig over hogere en lagere standen; zij zegt maar bitter weinig over de allerlei rangen waarin burgerlijke en staatkundige inrichtingen het menselijk geslacht verdeeld hebben. Maar van haar eerste bladzijde tot haar laatste is zij vervuld van deze grote scheiding: de rechtvaardigen en de goddelozen.

Al vroeg in de geschiedenis van de mensheid vinden wij het zaad van de vrouw en het zaad van de slang. Wij ontmoeten Kaïn, die uit de boze was en zijn broer doodsloeg omdat zijn eigen werken boos waren en die van zijn broer rechtvaardig. Terwijl de zondvloed de goddelozen verdelgt, drijft Noach veilig in de ark als de vertegenwoordiger van de rechtvaardigen; en wanneer de verderfengel de wederspannige Egyptenaren doodt, viert Israël in veiligheid het Pascha. De twee delen van het menselijk geslacht hebben altijd bestaan en altijd op voet van vijandschap gestaan. Israël werd verdrukt in Egypte, aangevallen door de Amalekieten in de woestijn, gestuit door vijanden in Kanaän en gevankelijk weggevoerd naar Assyrië en Babel.

En in het volk Israël zelf werd het hart van de mensen bedorven door een afgodisch zaad, en tenslotte uitgehold door de huichelarij van een adderengebroed dat wel uit Israël was maar niet de uitverkorenen van de HEERE. Ook in onze eigen tijd, nu de gemeente van God onder de heidenen gevonden wordt, zien wij nog steeds die brede scheidslijn tussen wie de HEERE vrezen en wie Hem niet vrezen. De lijn van de natuur en de lijn van de goddelijke genade lopen door zoals altijd; het zaad van de vrouw en het zaad van de slang staan nog altijd tegenover elkaar.

En het is niet Gods bedoeling in Zijn voorzienigheid dat die scheidslijn zou worden uitgewist. Hij wil niet dat Zijn volk een verbond aangaat met het leger van het kwaad, maar dat het uit hun midden uitgaat en zich afzondert. Het niet gelijkvormig zijn is, in geestelijke zin, de plicht van elke christen: word deze wereld niet gelijkvormig, maar word veranderd door de vernieuwing van uw gemoed. De vloed kwam over de wereld toen de zonen van God zich met de dochters van de mensen verenigden, en onheilige verbintenissen tussen de kerk en de wereld hebben God altijd het hevigst getergd.

Hij zal het onderscheid tussen het kostbare en het snode gehandhaafd zien tot er geen tijd meer zal zijn. God heeft vroeger het licht van de duisternis gescheiden; het licht noemde Hij dag en de duisternis noemde Hij nacht; en Hij wil niet dat wij het licht duisternis noemen of de duisternis licht. Er loopt een karmozijnrode lijn tussen de rechtvaardige en de goddeloze: de lijn van het verzoenend offer. Het geloof gaat die lijn over, maar niets anders kan dat. Het geloof in het dierbare bloed is bij de wortel het grote onderscheid. En alle goddelijke genadegaven die uit dat geloof opkomen, maken de rechtvaardige meer en meer afgescheiden van de goddeloze wereld, die de vrucht niet heeft omdat zij de wortel mist.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content