Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
ZietH2009, de HEEREH3068 maakt het landH776 ledigH1238, en Hij maakt het woest; en Hij keert deszelfs gestaltenisH6440 om, en Hij verstrooitH6327 zijn inwonersH3427.
Ziet, de HEERE maakt het land ledig, en Hij maakt het woest; en Hij keert deszelfs gestaltenis om, en Hij verstrooit zijn inwoners.
Ook in dit vers
maakt woestH1110
KJV
Behold, the LORD2
maketh the earth4
empty,3
and maketh it waste,5
and turneth6
it upside down,7
and scattereth abroad8
the inhabitants
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
En gelijk het volkH5971, alzo zal de priesterH3548 wezen; gelijk de knechtH5650, alzo zijn heerH113; gelijk de dienstmaagdH8198, alzo haar vrouwH1404; gelijk de koperH7069, alzo de verkoperH4376; gelijk de lenerH3867, alzo de ontlenerH3867; gelijk de woekeraarH5383, alzo die, van welken hij woeker ontvangtH5378.
En gelijk het volk, alzo zal de priester wezen; gelijk de knecht, alzo zijn heer; gelijk de dienstmaagd, alzo haar vrouw; gelijk de koper, alzo de verkoper; gelijk de lener, alzo de ontlener; gelijk de woekeraar, alzo die, van welken hij woeker ontvangt.
KJV
And it shall be, as with the people,2
so with the priest;3
as with the servant,4
so with his master;5
as with the maid,6
so with her mistress;7
as with the buyer,8
so with the seller;9
as with the lender,10
so with the borrower;11
as with the taker of usury,12
so13
with the giver of usury
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Dat landH776 zal ganselijk ledigH1238 gemaakt worden, en het zal ganselijk beroofdH962 worden; wantH3588 de HEEREH3068 heeft ditH2088 woordH1697 gesprokenH1696.
Dat land zal ganselijk ledig gemaakt worden, en het zal ganselijk beroofd worden; want de HEERE heeft dit woord gesproken.
Ook in dit vers
ganselijkH962
ganselijkH1238
KJV
The land3
shall be utterly1
emptied,2
and utterly4
spoiled:5
for the LORD7
hath spoken8
this word.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Het landH776 treurtH56, het verwelktH5034; het aardrijkH8398 kweeltH535, het verwelktH5034; de hoogstenH4791 van het volkH5971 des landsH776 kwelenH535.
Het land treurt, het verwelkt; het aardrijk kweelt, het verwelkt; de hoogsten van het volk des lands kwelen.
KJV
The earth3
mourneth1
and fadeth away,2
the world6
languisheth4
and fadeth away,5
the haughty8
people9
of the earth10
do languish.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Want het landH776 is bevlektH2610 vanwege zijn inwonersH3427; wantH3588 zij overtredenH5674 de wettenH8451, zij veranderenH2498 de inzettingenH2706, zij vernietigenH6565 het eeuwigH5769 verbondH1285.
Want het land is bevlekt vanwege zijn inwoners; want zij overtreden de wetten, zij veranderen de inzettingen, zij vernietigen het eeuwig verbond.
KJV
The earth1
also is defiled2
under the inhabitants4
thereof; because they have transgressed6
the laws,7
changed8
the ordinance,9
broken10
the everlasting12
covenant.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
DaaromH3651 verteertH398 de vloekH423 het landH776, en die daarin wonenH3427, zullen verwoestH816 worden; daaromH3651 zullen de inwonersH3427 des landsH776 verbrandH2787 worden, en er zullen weinigH4213 mensenH582 overblijvenH7604.
Daarom verteert de vloek het land, en die daarin wonen, zullen verwoest worden; daarom zullen de inwoners des lands verbrand worden, en er zullen weinig mensen overblijven.
KJV
Therefore hath the curse3
devoured4
the earth,5
and they that dwell7
therein are desolate:6
therefore the inhabitants12
of the earth13
are burned,11
and few16
men15
left.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
De mostH8492 treurtH56, de wijnstokH1612 kweeltH535, allenH3605 die blijhartigH8056 waren, zuchtenH584.
De most treurt, de wijnstok kweelt, allen die blijhartig waren, zuchten.
KJV
The new wine2
mourneth,1
the vine4
languisheth,3
all the merryhearted7
do sigh.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
De vreugdeH4885 der trommelenH8596 rustH7673; het geluidH7588 der vrolijk huppelendenH5947 houdtH2308 op, de vreugdeH4885 der harpH3658 rustH7673.
De vreugde der trommelen rust; het geluid der vrolijk huppelenden houdt op, de vreugde der harp rust.
KJV
The mirth2
of tabrets3
ceaseth,1
the noise5
of them that rejoice6
endeth,4
the joy8
of the harp9
ceaseth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Zij zullen geenH3808 wijnH3196 drinkenH8354 met gezangH7892; de sterke drankH7941 zal bitterH4843 zijn dengenen, die hem drinkenH8354.
Zij zullen geen wijn drinken met gezang; de sterke drank zal bitter zijn dengenen, die hem drinken.
KJV
They shall not drink3
wine4
with a song;1
strong drink6
shall be bitter5
to them that drink
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
De woesteH8414 stadH7151 is verbrokenH7665, alH3605 de huizenH1004 staan geslotenH5462, dat er niemand inkomen kanH935.
De woeste stad is verbroken, al de huizen staan gesloten, dat er niemand inkomen kan.
KJV
The city2
of confusion3
is broken down:1
every house6
is shut up,4
that no man may come in.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Er is een klagelijk geroepH6682 opH5921 de stratenH2351, om des wijnsH3196 wil; alleH3605 blijdschapH8057 is verduisterdH6150, de vreugdeH4885 des landsH776 is heengevarenH1540.
Er is een klagelijk geroep op de straten, om des wijns wil; alle blijdschap is verduisterd, de vreugde des lands is heengevaren.
KJV
There is a crying1
for wine3
in the streets;4
all joy7
is darkened,5
the mirth9
of the land10
is gone.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
VerwoestingH8047 is in de stadH5892 overgeblevenH7604, en met gekraakH7591 wordt de poortH8179 in stukken verbrokenH3807.
Verwoesting is in de stad overgebleven, en met gekraak wordt de poort in stukken verbroken.
KJV
In the city2
is left1
desolation,3
and the gate6
is smitten5
with destruction.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
WantH3588 in het binnensteH7130 van het landH776, in het middenH8432 dezer volkenH5971, zal het alzoH3541 wezen, gelijk de afschuddingH5363 des olijfboomsH2132, gelijk de nalezingenH5955, wanneer de wijnoogstH1210 geeindigdH3615 is.
Want in het binnenste van het land, in het midden dezer volken, zal het alzo wezen, gelijk de afschudding des olijfbooms, gelijk de nalezingen, wanneer de wijnoogst geeindigd is.
KJV
When thus it shall be in the midst4
of the land5
among6
the people,7
there shall be as the shaking8
of an olive tree,9
and as the gleaning grapes10
when the vintage13
is done.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
Die zullen hun stemH6963 opheffenH5375, zij zullen vrolijk zingenH7442; vanwege de heerlijkheidH1347 des HEERENH3068 zullen zij juichenH6670 van de zeeH3220 af.
Die zullen hun stem opheffen, zij zullen vrolijk zingen; vanwege de heerlijkheid des HEEREN zullen zij juichen van de zee af.
KJV
They shall lift up2
their voice,3
they shall sing4
for the majesty5
of the LORD,6
they shall cry aloud7
from the sea.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
DaaromH3651 eertH3513 den HEEREH3068 in de valleienH217, in de eilandenH339 der zeeH3220 den NaamH8034 des HEERENH3068, des GodsH430 van IsraelH3478.
Daarom eert den HEERE in de valleien, in de eilanden der zee den Naam des HEEREN, des Gods van Israel.
KJV
Wherefore glorify4
ye the LORD5
in the fires,3
even the name8
of the LORD9
God10
of Israel11
in the isles6
of the sea.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
Van het uiterste eindeH3671 der aardeH776 horenH8085 wij psalmenH2158, tot verheerlijkingH6643 des RechtvaardigenH6662. Doch nu zegH559 ik: Ik word magerH7334, ik word magerH7334, weeH188 mij! de trouwelozenH898 handelenH898 trouwelooslijkH898, en met trouweloosheidH899 handelen de trouwelozenH898 trouwelooslijkH898.
Van het uiterste einde der aarde horen wij psalmen, tot verheerlijking des Rechtvaardigen. Doch nu zeg ik: Ik word mager, ik word mager, wee mij! de trouwelozen handelen trouwelooslijk, en met trouweloosheid handelen de trouwelozen trouwelooslijk.
KJV
From the uttermost part1
of the earth2
have we heard4
songs,3
even glory5
to the righteous.6
But I said,7
My leanness,8
my leanness,10
woe12
unto me! the treacherous dealers14
have dealt treacherously;15
yea, the treacherous dealers17
have dealt very16
treacherously.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
De vreesH6343, en de kuilH6354, en de strikH6341 overH5921 u, o inwonersH3427 des landsH776!
De vrees, en de kuil, en de strik over u, o inwoners des lands!
KJV
Fear,1
and the pit,2
and the snare,3
are upon thee, O inhabitant5
of the earth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
En het zal geschiedenH1961, zo wie voor de stemH6963 der vrezeH6343 vliedenH5127 zal, die zal in den kuilH6354 vallenH5307; en die uit den kuilH6354 opklimtH5927, die zal in den strikH6341 gevangenH3920 worden; wantH3588 de sluizenH699 in de hoogteH4791 zijn opengedaanH6605, en de fondamentenH4146 der aardeH776 zullen bevenH7493.
En het zal geschieden, zo wie voor de stem der vreze vlieden zal, die zal in den kuil vallen; en die uit den kuil opklimt, die zal in den strik gevangen worden; want de sluizen in de hoogte zijn opengedaan, en de fondamenten der aarde zullen beven.
KJV
And it shall come to pass, that he who fleeth2
from the noise3
of the fear4
shall fall5
into the pit;7
and he that cometh up8
out of the midst9
of the pit10
shall be taken11
in the snare:12
for the windows14
from on high15
are open,16
and the foundations18
of the earth19
do shake.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
De aardeH776 zal ganselijk verbrokenH7489 worden, de aardeH776 zal ganselijk vaneen gescheurdH6565 worden, de aardeH776 zal ganselijk bewogenH4131 worden.
De aarde zal ganselijk verbroken worden, de aarde zal ganselijk vaneen gescheurd worden, de aarde zal ganselijk bewogen worden.
Ook in dit vers
ganselijkH4131
ganselijkH6565
ganselijkH7489
KJV
The earth3
is utterly1
broken down,2
the earth6
is clean4
dissolved,5
the earth9
is moved7
exceedingly.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
De aardeH776 zal ganselijkH5128 waggelenH5128, gelijk een dronkaardH7910, en zij zal heen en weder bewogenH5110 worden, gelijk een nachthutH4412; en haar overtredingH6588 zal zwaarH3513 opH5921 haar zijn, en zij zal vallenH5307, en niet weder opstaanH6965.
De aarde zal ganselijk waggelen, gelijk een dronkaard, en zij zal heen en weder bewogen worden, gelijk een nachthut; en haar overtreding zal zwaar op haar zijn, en zij zal vallen, en niet weder opstaan.
KJV
The earth3
shall reel1
to and fro2
like a drunkard,4
and shall be removed5
like a cottage;6
and the transgression9
thereof shall be heavy7
upon it; and it shall fall,10
and not rise13
again.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
En het zal geschiedenH1961 te dien dageH3117, datH1931 de HEEREH3068 bezoekingH6485 doen zal overH5921 de heirscharenH6635 des hogenH4791 in de hoogteH4791, en overH5921 de koningenH4428 des aardbodemsH127 opH5921 den aardbodemH127.
En het zal geschieden te dien dage, dat de HEERE bezoeking doen zal over de heirscharen des hogen in de hoogte, en over de koningen des aardbodems op den aardbodem.
KJV
And it shall come to pass in that day,2
that the LORD5
shall punish4
the host7
of the high ones8
that are on high,9
and the kings11
of the earth12
upon the earth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
En zij zullen samenvergaderdH622 worden, gelijk de gevangenenH616 in een putH953, en zij zullen beslotenH5462 worden in een gevangenisH4525, maar na veleH7230 dagenH3117 weder bezochtH6485 worden.
En zij zullen samenvergaderd worden, gelijk de gevangenen in een put, en zij zullen besloten worden in een gevangenis, maar na vele dagen weder bezocht worden.
KJV
And they shall be gathered together,1
as prisoners3
are gathered2
in the pit,5
and shall be shut up6
in the prison,8
and after many9
days10
shall they be visited.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
En de maanH3842 zal schaamroodH2659 worden, en de zonH2535 zal beschaamdH954 worden, alsH3588 de HEEREH3068 der heirscharenH6635 regerenH4427 zal op den bergH2022 SionH6726 en te JeruzalemH3389, en voor zijn oudstenH2205 zal heerlijkheidH3519 zijn.
En de maan zal schaamrood worden, en de zon zal beschaamd worden, als de HEERE der heirscharen regeren zal op den berg Sion en te Jeruzalem, en voor zijn oudsten zal heerlijkheid zijn.
KJV
Then the moon2
shall be confounded,1
and the sun4
ashamed,3
when the LORD7
of hosts8
shall reign6
in mount9
Zion,10
and in Jerusalem,11
and before his ancients13
gloriously.
het land
Te weten het Joodse land en dergenen, die het met de Joden houden. Dit zou geschieden eerst door de Assyriërs, daarna door de Chaldeën.
Hertaald:
het land
Namelijk: het Joodse land en dat van hen die het met de Joden houden. Dit zou eerst gebeuren door de Assyriërs en daarna door de Chaldeeën.
ledig,
Of, Hij put uit.
Hertaald:
ledig,
Of: Hij put het uit.
zijne gestaltenis om,
Hebreeuws, zijn aangezicht; dat is, gedaante, gelaat, gestaltenis; dat is, Hij zal het land, met al wat er in is, ten onderste boven werpen, zodat het hetzelfde land niet gelijken zal.
Hertaald:
zijne gestaltenis om,
Hebreeuws: zijn aangezicht — dat is: gedaante, aanblik, gestalte. Dat is: Hij zal het land met alles wat erin is ondersteboven keren, zodat het niet meer op hetzelfde land zal lijken.
gelijk het volk,
De zin is dat de ellenden, waar hij van spreekt, alle staten van mensen zullen overkomen, de een zowel als den ander. Zie Hos. 4:9 .
Hertaald:
gelijk het volk,
De betekenis is dat de ellende waarover hij spreekt alle standen van mensen zal overkomen, de een zowel als de ander. Zie Hos. 4:9.
priester
Of, overste of regent. Het Hebreeuwse woord Cohen betekent het ene zowel als het andere; zie Gen. 41:45 .
Hertaald:
priester
Of: overste of bestuurder. Het Hebreeuwse woord Cohen betekent het een zowel als het ander; zie Gen. 41:45.
Dat land
Te weten dat land waarvan vs.1 gesproken wordt.
Hertaald:
Dat land
Namelijk: het land waarover in vers 1 gesproken wordt.
ganselijk
Hebreeuws, ledig gemaakt wordende, ledig gemaakt worden.
Hertaald:
ganselijk
Hebreeuws: leeggemaakt wordende leeggemaakt worden.
ganselijk beroofd
Hebreeuws, beroofd wordende, beroofd worden; dat is, het zal gans geheel beroofd en uitgeplunderd worden.
Hertaald:
ganselijk beroofd
Hebreeuws: beroofd wordende beroofd worden — dat is: het zal geheel en al beroofd en uitgeplunderd worden.
het aardrijk
Te weten dat deel des lands, waar Judea in ligt.
Hertaald:
het aardrijk
Namelijk: dat deel van het land waarin Judea ligt.
kweelt, het verwelkt
Te weten van hartzeer en droefenis.
Hertaald:
kweelt, het verwelkt
Namelijk: van hartzeer en droefheid.
kwelen
Of, zij worden zwak, mat, flauw.
Hertaald:
kwelen
Of: zij worden zwak, mat, slap.
vanwege
Anders: onder zijne inwoners. De zin is: Het volk dezes lands, te weten van het Joodse land, is zo boos en verdorven, dat het dat land, hetwelk het betreedt, bevlekt en ontheiligt.
Hertaald:
vanwege
Anders: onder zijn inwoners. De betekenis is: het volk van dit land, namelijk van het Joodse land, is zo boos en verdorven dat het de grond waarop het loopt bevlekt en ontheiligt.
de inzettingen,
Te weten Gods.
Hertaald:
de inzettingen,
Namelijk: van God.
het eeuwig verbond
Te weten dat verbond, hetwelk God met Abraham en zijn zaad heeft opgericht, en door de besnijdenis heeft bevestigd; Gen 17 , en hetwelk God daarna vernieuwd heeft; Exo 24 .
Hertaald:
het eeuwig verbond
Namelijk: het verbond dat God met Abraham en zijn zaad opgericht en door de besnijdenis bevestigd heeft, Gen. 17, en dat God daarna vernieuwd heeft, Ex. 24.
de vloek
Die vloek, dien de Israëlieten zich hebben onderworpen, als zij met God in het verbond getreden zijn, zich verbindende zijne wetten en geboden te onderhouden; Ex. 19:24 , en Deu 29 . Anders, de eed des vloeks. Van deze manier van spreken, zie Gen. 24:41 .
Hertaald:
de vloek
De vloek waaraan de Isra«lieten zich onderworpen hebben toen zij met God in het verbond traden en zich verbonden Zijn wetten en geboden te onderhouden; Ex. 19:24 en Deut. 29. Anders: de eed van de vloek. Over deze manier van spreken, zie Gen. 24:41.
verbrand worden,
Dat is, zij zullen omkomen, hetzij door het vuur, of anderszins; of door den brand en de hitte van den toorn Gods.
Hertaald:
verbrand worden,
Dat is: zij zullen omkomen, hetzij door het vuur of anderszins, of door de brand en de hitte van Gods toorn.
weinig
Het grootste deel der mensen is gedood, of het land uitgevoerd geworden in slavernij; zie Jes. 1:9 , en Jes. 17:6 .
Hertaald:
weinig
Het grootste deel van de mensen is gedood of als slaaf uit het land weggevoerd; zie Jes. 1:9 en Jes. 17:6.
treurt,
Te weten omdat hij onnuttelijk van de vijanden zal gedronken en verplengd worden.
Hertaald:
treurt,
Namelijk: omdat hij nutteloos door de vijanden opgedronken en gemorst zal worden.
kweelt,
Dat is, hij verdwijnt of verwelkt, te weten omdat hij van de vijanden zal vertreden en vernield worden.
Hertaald:
kweelt,
Dat is: hij verdwijnt of verwelkt, namelijk omdat hij door de vijanden vertreden en vernield zal worden.
zuchten
Al de woorden van vs.7 en enige der navolgende verzen strekken daartoe, om aan te wijzen dat alles zeer jammerlijk in het land zou toegaan.
Hertaald:
zuchten
Alle woorden van vers 7 en van enkele volgende verzen dienen ertoe aan te wijzen dat het in het land zeer jammerlijk zou toegaan.
De vreugde der trommelen . . . de vreugde der harp
Dat is, de vreugde, die men placht de scheppen en het geluid der trommelen en harpen.
Hertaald:
De vreugde der trommelen . . . de vreugde der harp
Dat is: de vreugde die men placht te scheppen in het geluid van de trommels en de harpen.
rust;
Dat is, houdt op. Het Hebreeuwse woord betekent zoveel als sabbat houden.
Hertaald:
rust;
Dat is: houdt op. Het Hebreeuwse woord betekent zoveel als sabbat houden.
het geluid
Of, het gerommel, het geruisch.
Hertaald:
het geluid
Of: het gerommel, het geruis.
met gezang;
Of, in het gezang; dat is, als zij lustig en vrolijk zijn met zingen en klinken in het hun dronken gelagen.
Hertaald:
met gezang;
Of: onder gezang — dat is: wanneer zij opgewekt en vrolijk zijn met zingen en klinken bij hun drinkgelagen.
De woeste stad
Die woest gemaakt zal worden door het geweld hunner vijanden, die haar innemen zullen. En versta hier de stad Jeruzalem, mitsgaders andere steden daar omheen liggende; zie onder Jes. 30:14 .
Hertaald:
De woeste stad
De stad die woest gemaakt zal worden door het geweld van hun vijanden, die haar zullen innemen. Versta hier de stad Jeruzalem en ook andere steden daaromheen; zie hieronder Jes. 30:14.
dat er niemand
Hebreeuws, van inkomen; vergelijk boven Jes. 23:1 .
Hertaald:
dat er niemand
Hebreeuws: van binnenkomen; vergelijk hierboven Jes. 23:1.
om des wijns wil;
Omdat de wijn bedorven is, of omdat er niets meer te bekomen is.
Hertaald:
om des wijns wil;
Omdat de wijn bedorven is, of omdat er niets meer te krijgen is.
is verduisterd,
Of, heeft [haren] avond; dat is, zij neemt af, zij heeft haar einde, gelijk het klaarschijnende zonlicht des avonds en des nachts verduistert en vertrekt.
Hertaald:
is verduisterd,
Of: heeft haar avond — dat is: zij neemt af, zij loopt ten einde, zoals het heldere zonlicht 's avonds en 's nachts verduistert en verdwijnt.
dezer volken,
Versta hier, de stammen van het Joodse volk, alsook de Syriërs, Egyptenaars, Moabieten en andere natiën, tegen welke de profeet hierboven geprofeteerd heeft.
Hertaald:
dezer volken,
Versta hier de stammen van het Joodse volk, en ook de Syriërs, Egyptenaren, Moabieten en andere volken tegen wie de profeet hierboven geprofeteerd heeft.
zal het alzo wezen,
Of, zal het alzo toegaan, dit zal de gelegenheid zijn van het land.
Hertaald:
zal het alzo wezen,
Of: zal het zo toegaan; dit zal de toestand van het land zijn.
gelijk de afschudding
De zin is: Gelijk wanneer een olijfboom afgeplukt en de wijnoogst gedaan is, evenwel nog enige olijven aan de bomen, of druiven aan de wijnstokken overig blijven; alzo, ofschoon het land zal verwoest en mijn volk zal doodgeslagen en verstrooid worden; zo zullen er nochtans enigen overblijven, wien God de Heere genade zal bewijzen.
Hertaald:
gelijk de afschudding
De betekenis is: zoals er, wanneer een olijfboom afgeplukt en de wijnoogst binnengehaald is, toch nog enkele olijven aan de bomen of druiven aan de wijnstokken overblijven, zo zullen er ook, hoewel het land verwoest zal worden en Mijn volk doodgeslagen en verstrooid, toch enkelen overblijven aan wie God de HEERE genade zal bewijzen.
Die zullen
Te weten die weinigen, die overgebleven zullen zijn en van God genade zullen verkregen hebben.
Hertaald:
Die zullen
Namelijk: die weinigen die overgebleven zullen zijn en van God genade verkregen zullen hebben.
de heerlijkheid
Of, majesteit, of hoogheid.
Hertaald:
de heerlijkheid
Of: majesteit, of hoogheid.
van de zee af
Dat is, zijnde in verre en vreemde landen, of waar zij anders wezen mogen.
Hertaald:
van de zee af
Dat is: terwijl zij in verre en vreemde landen zijn, of waar zij zich verder ook bevinden.
in de valleien,
Dat is, aan alle plaatsen, waar gelovige en godvruchtige personen zijn. Anders: in de vuren, dat is, die gij nog in groot lijden zijt.
Hertaald:
in de valleien,
Dat is: op alle plaatsen waar gelovige en godvruchtige mensen zijn. Anders: in de vuren — dat is: u die nog in groot lijden bent.
het uiterste
Hebreeuws, van den vleugel der aarde.
Hertaald:
het uiterste
Hebreeuws: van de vleugel van de aarde.
Rechtvaardigen
Te weten Gods; zie de voorgaande verzen. Anders: dat den gerechtige ene heerlijkheid [gegeven zij], te weten al dengenen, die God uit genade rechtvaardig maakt, en versta dan door de heerlijkheid de heerlijkheid der kinderen Gods; Rom. 8:30 .
Hertaald:
Rechtvaardigen
Namelijk: van God; zie de voorgaande verzen. Anders: dat aan de rechtvaardige heerlijkheid gegeven zij, namelijk aan allen die God uit genade rechtvaardig maakt; versta dan onder de heerlijkheid de heerlijkheid van de kinderen van God, Rom. 8:30.
Doch
Hier begint de profeet wederom te spreken van de verstoring van het Joodse land, alsof hij zeide: Maar als ik aanzie de ongeregeldheid der mensen, en wel wetende dat God dezelve niet altijd zal ongestraft laten, zo spreek ik al klagende, gelijk volgt.
Hertaald:
Doch
Hier begint de profeet weer te spreken over de verwoesting van het Joodse land, alsof hij zei: maar wanneer ik de bandeloosheid van de mensen aanzie, terwijl ik goed weet dat God die niet altijd ongestraft zal laten, dan spreek ik klagend, zoals er volgt.
Ik word mager,
Dat is, ik neem mij dit zo ter harte, dat ik verdwijn van treurigheid, aanziende de trouweloosheid van den grootsten hoop mijner landslieden, waarmede zij den toorn Gods over zich verwekken. Anders: ik teer uit, ik teer uit.
Hertaald:
Ik word mager,
Dat is: ik trek mij dit zo aan dat ik van droefheid wegteer, wanneer ik de trouweloosheid aanzie van de grote massa van mijn landgenoten, waarmee zij Gods toorn over zich verwekken. Anders: ik teer weg, ik teer weg.
De vrees,
Zie Ps. 11:6 . In vs.17 staan drie Hebreeuwse woorden op ene wijze luidende; te weten, pachad, pachat, pach, welker eigenaardigheid wij in onze spraak niet kunnen uitdrukken.
Hertaald:
De vrees,
Zie Ps. 11:6. In vers 17 staan drie Hebreeuwse woorden die op elkaar lijken, namelijk pachad, pachat en pach; dat woordspel kunnen wij in onze taal niet weergeven.
de strik
Anders, het net.
Hertaald:
de strik
Anders: het net.
zo wie
Vergelijk Job 20:24 , enz.
Hertaald:
zo wie
Vergelijk Job 20:24, enzovoort.
voor de stem
Dat is, voor de stem der vijanden, die schrik en vrees zullen aanjagen. De mening is: ofschoon iemand het ene ongeluk ontvlieden zal, zo zal hij toch in een ander vervallen.
Hertaald:
voor de stem
Dat is: voor de stem van de vijanden, die schrik en vrees zullen aanjagen. De bedoeling is: ook al ontvlucht iemand het ene onheil, hij zal toch in het andere vervallen.
den kuil opklimt,
Hebreeuws, uit het midden des kuils.
Hertaald:
den kuil opklimt,
Hebreeuws: uit het midden van de kuil.
de sluizen
Of, spuien, of sluizen. De profeet wil zeggen dat God zijn toorn over hen uitstorten en openbaren zou, boven uit den hemel en beneden op de aarde, gelijk ten tijde van den zondvloed geschied is. Anders, vensters. Zie de aantekening Gen. 7:11 .
Hertaald:
de sluizen
Of: spuien of sluizen. De profeet wil zeggen dat God Zijn toorn over hen zou uitstorten en openbaren, van boven uit de hemel en beneden op de aarde, zoals in de tijd van de zondvloed gebeurd is. Anders: vensters. Zie de aantekening bij Gen. 7:11.
De aarde zal ganselijk verbroken worden,
Hebreeuws, brekende gebroken worden. De zin is: Het zal al bersten en breken, het onderste zal op den aardbodem boven gaan. Doch versta hier eigenlijk die landen, waarin de Joden en hunne bondgenoten in die tijden woonden.
Hertaald:
De aarde zal ganselijk verbroken worden,
Hebreeuws: brekende gebroken worden. De betekenis is: alles zal barsten en breken, het onderste zal op de aardbodem boven komen te liggen. Maar versta hier eigenlijk die landen waarin de Joden en hun bondgenoten in die tijd woonden.
De aarde zal ganselijk waggelen,
Versta hier doorgaans door de aarde, of het aardrijk, de inwoners van het land.
Hertaald:
De aarde zal ganselijk waggelen,
Versta hier doorgaans onder de aarde of het aardrijk de inwoners van het land.
een nachthut;
Die lichtelijk van den wind heen en weder geschud, of ook van de ene plaats op de andere kan gevoerd of gedragen worden. Zie Jer. 9:2 ; alzo van de herders, Jes. 1:8 ; van krijgslieden, boven Jes. 10:29 .
Hertaald:
een nachthut;
Een hut die gemakkelijk door de wind heen en weer geschud of ook van de ene plaats naar de andere gedragen kan worden. Zie Jer. 9:2; zo ook over de herders in Jes. 1:8 en over krijgslieden hierboven in Jes. 10:29.
haar overtreding
Dat is de straf hunner overtreding.
Hertaald:
haar overtreding
Dat is: de straf voor hun overtreding.
niet weder opstaan
Hebreeuws, niet toedoen op te staan; te weten in zulken voortreffelijken welstand en heerlijkheid als zij tevoren geweest is.
Hertaald:
niet weder opstaan
Hebreeuws: niet toevoegen op te staan, namelijk in zo'n voortreffelijke welstand en heerlijkheid als zij tevoren geweest is.
te dien dage,
Dat is, in den tijd van God den Heere daartoe bestemd.
Hertaald:
te dien dage,
Dat is: in de tijd die God de HEERE daarvoor bestemd heeft.
bezoeking doen zal
Te weten in zijnen toorn, dat is, straffen zal.
Hertaald:
bezoeking doen zal
Namelijk: in Zijn toorn, dat is: straffen zal.
des hogen
Of, der hoogheid. Hij wil zeggen, der hoogverheven koningen dezer wereld.
Hertaald:
des hogen
Of: van de hoogheid. Hij wil zeggen: van de hoogverheven koningen van deze wereld.
zullen samenvergaderd worden,
Hebreeuws, zij zullen vergaderd worden [met] de vergadering als een gevangene; dat is, gelijk men de gevangenen in een put vergadert of bij elkander sluit.
Hertaald:
zullen samenvergaderd worden,
Hebreeuws: zij zullen vergaderd worden met de vergadering als een gevangene — dat is: zoals men gevangenen in een put bijeenbrengt of samen opsluit.
na vele dagen
Hebreeuws, na de veelheid der dagen.
Hertaald:
na vele dagen
Hebreeuws: na de veelheid van de dagen.
weder bezocht worden
Te weten met genade, ten tijde van de toekomst van Christus.
Hertaald:
weder bezocht worden
Namelijk: met genade, in de tijd van de komst van Christus.
de maan
Dat is, de glans en schone schijn der zon en der maan zullen niet met al zijn ten aanzien der heerlijkheid van ons Hoofd Jezus Christus in zijne kerk, en als Hij komen zal in de heerlijkheid van zijn Vader.
Hertaald:
de maan
Dat is: de glans en de schone schijn van de zon en de maan zullen niets betekenen vergeleken bij de heerlijkheid van ons Hoofd Jezus Christus in Zijn kerk, en wanneer Hij zal komen in de heerlijkheid van Zijn Vader.
op den berg Sion
Dat is hier te zeggen, in de Christelijke kerk.
Hertaald:
op den berg Sion
Dat wil hier zeggen: in de christelijke kerk.
voor zijn oudsten
Dien Hij tot voorstanders zijner kerk is stellende/
Hertaald:
voor zijn oudsten
Die Hij tot voorstanders van Zijn kerk stelt.
zal heerlijkheid zijn
Anders: zeer heerlijk, of daar zal heerlijkheid zijn in de tegenwoordigheid zijner oudsten.
Hertaald:
zal heerlijkheid zijn
Anders: zeer heerlijk; of: daar zal heerlijkheid zijn in de tegenwoordigheid van Zijn oudsten. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Ziet, de HEERE maakt het land ledig, en Hij maakt het woest" (Jes. 24:1). Wat volgt gaat over iedereen tegelijk: "gelijk het volk, alzo zal de priester wezen; gelijk de knecht, alzo zijn heer", en zo ook koper en verkoper, lener en ontlener (Jes. 24:2). Dan staat de reden erbij: "want zij overtreden de wetten, zij veranderen de inzettingen, zij vernietigen het eeuwig verbond" (Jes. 24:5). Daarom verteert de vloek het land en blijven er weinig mensen over (Jes. 24:6). Wat daarop volgt is het wegvallen van alle vrolijkheid: de most treurt, het geluid van de trommels rust, en men drinkt geen wijn meer met gezang (Jes. 24:7-9). En wat overblijft wordt met een bekend beeld getekend: het is als het schudden van een olijfboom en als de nalezing na de wijnoogst (Jes. 24:13). Bijbelse betekenis: Merk op dat de standen hier wegvallen. Priester en volk, heer en knecht, schuldeiser en schuldenaar komen in dezelfde regel te staan. Wat mensen van elkaar onderscheidt, houdt onder dit oordeel geen stand. Let vervolgens op de reden in Jes. 24:5. Er worden drie dingen genoemd, en zij lopen op: de wetten overtreden, de inzettingen veranderen, en het eeuwig verbond vernietigen. Overtreden doet iedereen; veranderen is al erger, want dan maakt men zijn eigen maat; het derde raakt de grondslag zelf. Let ten slotte op het beeld van de nalezing (Jes. 24:13). Datzelfde beeld stond al eerder in dit boek (reeds behandeld bij Jes. 17:6). Ook waar het oordeel de hele aarde raakt, blijft er iets hangen aan de takken. Typologie: Paulus tekent dezelfde gelijkheid vóór God, al is het van de andere kant. Bij hem is er geen onderscheid, want "zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods" (Rom. 3:23). Wat in Jes. 24:2 in het oordeel zichtbaar wordt, geldt daar van de schuld. Jes. 24:1-13; Jes. 17:6; Rom. 3:23 Terwijl het land leeg gemaakt wordt, gaan er stemmen op: zij zullen vrolijk zingen vanwege de heerlijkheid van de HEERE (Jes. 24:14). De profeet hoort het van ver: "Van het uiterste einde der aarde horen wij psalmen, tot verheerlijking des Rechtvaardigen" (Jes. 24:16). Maar in datzelfde vers slaat de toon om: "Doch nu zeg ik: Ik word mager, ik word mager, wee mij!" Wat volgt is een reeks waaruit niemand ontkomt: wie vlucht voor de schrik valt in de kuil, en wie uit de kuil klimt raakt in de strik (Jes. 24:17-18). De aarde zelf wordt getekend als een dronkaard die waggelt en als een nachthut in de wind (Jes. 24:20). En het gedeelte eindigt bij een troon: "de maan zal schaamrood worden, en de zon zal beschaamd worden, als de HEERE der heirscharen regeren zal op den berg Sion en te Jeruzalem" (Jes. 24:23). Bijbelse betekenis: Merk op dat het gezang niet ná het oordeel komt maar er middenin klinkt, en van ver weg. Terwijl het dichtbij donker is, wordt aan de einden van de aarde de Rechtvaardige geprezen. De profeet doet geen van beide weg. Let vervolgens op zijn eigen woorden in Jes. 24:16. Hij hoort de psalmen en zegt in dezelfde adem: wee mij. Wie in zulke tijden leeft, hoeft de vreugde en de nood niet tegen elkaar weg te strepen. Let ten slotte op het slotvers. Zon en maan worden beschaamd, niet omdat zij uitgaan maar omdat er een groter licht regeert. Het gedeelte eindigt dus niet bij de ruïne maar bij een troon. Typologie: Johannes ziet in de nieuwe stad hetzelfde: zij heeft de zon en de maan niet nodig, "want de heerlijkheid Gods heeft haar verlicht, en het Lam is haar Kaars" (Op. 21:23). Jes. 24:14-23; Op. 21:23 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Het verbond niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking Jesaja heeft hoofdstukken lang oordelen uitgesproken over de volken om Israël heen: Babel, Moab, Damascus, Egypte, Tyrus. In dit hoofdstuk wordt de kring opeens zo wijd getrokken dat er niets meer buiten valt. Het gaat niet meer over een land maar over de aarde. De aarde treurt omdat haar bewoners het eeuwig verbond verbroken hebben — en aan het eind van datzelfde hoofdstuk regeert de HEERE op de berg Sion. Het begin is huiveringwekkend in zijn eenvoud: God maakt het land ledig en keert het ondersteboven, en dan volgt een opsomming waarin ieder onderscheid wegvalt. Gelijk het volk, zo de priester; gelijk de knecht, zo zijn heer; gelijk de koopster, zo de verkoopster; gelijk de schuldeiser, zo de schuldenaar. Wie iets van een ander tegoed had en wie iets schuldig was, komen op dezelfde plaats terecht. En dan wordt de oorzaak genoemd, en zij is verrassend precies: “Want het land is bevlekt vanwege zijn inwoners; want zij overtreden de wetten, zij veranderen de inzettingen, zij vernietigen het eeuwig verbond.” Drie werkwoorden, en zij lopen op. Eerst worden geboden overtreden; dat doet iedereen. Dan worden de inzettingen veránderd — dat is een stap verder, want dan wordt er aan de regel zelf gesleuteld. En ten slotte wordt het eeuwig verbond vernietigd. Opmerkelijk is dat dit gezegd wordt van de aarde en haar bewoners, en niet alleen van Israël. Sommigen denken daarbij aan het verbond dat God na de vloed met alle vlees gemaakt heeft; anderen aan de wet die in ieder mens geschreven staat. Hoe dan ook: er wordt hier van de mensheid als geheel gezegd dat zij iets verbroken heeft dat eeuwig heette. Vervolgens komt de vloek: daarom verteert de vloek het land, en er zullen weinig mensen overblijven. Wie dat leest naast de brief aan de Galaten, ziet waar de lijn heen loopt. Paulus zegt dat allen die uit de werken der wet zijn onder de vloek liggen, en hij zegt in hetzelfde verband waar die vloek gebleven is: Christus heeft ons verlost van de vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons. Maar het merkwaardigste van dit hoofdstuk is dat het niet bij de vloek eindigt. Middenin klinkt er al zang van de einden der aarde, en aan het slot staat er: “En de maan zal schaamrood worden, en de zon zal beschaamd worden, als de HEERE der heirscharen regeren zal op den berg Sion en te Jeruzalem.” Zon en maan schamen zich, niet omdat zij zwak zijn maar omdat er groter licht is. Dat beeld keert op de laatste bladzijden van de Schrift terug, en dan met dezelfde strekking: de stad heeft de zon en de maan niet van node, omdat de heerlijkheid Gods haar verlicht heeft en het Lam haar Kaars is. En daar staat ook waar het verbroken verbond op uitloopt: er zal geen vervloeking meer tegen iemand zijn. In het Nieuwe Testament: Galaten 3:10-13; Openbaring 21:23; Openbaring 22:3; Romeinen 8:19-22; Genesis 9:16 Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Jesaja 24 niet aan. Welk verbond in vers 5 bedoeld is, staat er niet bij. Uitleggers denken aan het verbond met Noach, of aan de wet zoals die in ieder mens geschreven is, of aan het verbond met Israël. Die vraag wordt hier niet beslist. Wat wel vaststaat is dat de Schrift de vloek en het wegnemen ervan zelf met elkaar in verband brengt, in Galaten 3. De overeenkomst tussen het slot van dit hoofdstuk en Openbaring 21 is een overeenkomst van beelden.
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt. © Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Jesaja 24
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Christus in dit hoofdstuk
Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Zij vernietigen het eeuwig verbond — 24:1-6, 21-23
Wat betekenen de niveaus?


Jesaja 24
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Zonder bijzonder opschrift sluit zich aan de rij der voorzeggingen in Hoofdstuk 13-23 ene andere in Hoofdstuk 24-27 aan, en wijst reeds daardoor haren nauwen samenhang met de vorige aan. De bijzondere gerichten, die daar tegen verschillende volken en steden en personen worden verkondigd en wel in ene algemeenheid, die de gehele wereld op zulk ene wijze omvat, dat het tegenwoordige en de toekomst, het vasteland en de zee, woestijn en bruikbaar land, de stad des heiligdoms en de stad van den afval, en nog vele andere zaken ter zelfde tijd worden gedacht, lopen hier in dit laatste gericht uit als in ene zee. Alle zegen, die daar den glinsterenden zoom van het orakel vormde, komt hier, gelijk Delitzsch treffend opmerkt, op de middagzon-hoogte verenigd te zamen.
I. Vs. 1-23.KruisverwijzingenHosea 2:11→Hosea 4:9→Zacharia 5:3→Jesaja 16:10→Jeremia 7:34→Openbaring 18:22→Ezechiël 26:13→Jesaja 42:15→
— Ziet, de HEERE maakt het land ledig, en Hij maakt het woest; en Hij keert deszelfs gestaltenis om, en Hij verstrooit zijn inwoners. En gelijk het volk, alzo zal de priester wezen; gelijk de knecht, alzo zijn heer; gelijk de dienstmaagd, alzo haar vrouw; gelijk de koper, alzo de verkoper; gelijk de lener, alzo de ontlener; gelijk de woekeraar, alzo die, van welken hij woeker ontvangt. Dat land zal ganselijk ledig gemaakt worden, en het zal ganselijk beroofd worden; want de HEERE heeft dit woord gesproken. Het land treurt, het verwelkt; het aardrijk kweelt, het verwelkt; de hoogsten van het volk des lands kwelen. Want het land is bevlekt vanwege zijn inwoners; want zij overtreden de wetten, zij veranderen de inzettingen, zij vernietigen het eeuwig verbond. Daarom verteert de vloek het land, en die daarin wonen, zullen verwoest worden; daarom zullen de inwoners des lands verbrand worden, en er zullen weinig mensen overblijven. De most treurt, de wijnstok kweelt, allen die blijhartig waren, zuchten. De vreugde der trommelen rust; het geluid der vrolijk huppelenden houdt op, de vreugde der harp rust. Zij zullen geen wijn drinken met gezang; de sterke drank zal bitter zijn dengenen, die hem drinken. De woeste stad is verbroken, al de huizen staan gesloten, dat er niemand inkomen kan.
Op de puinhopen van deze tegenwoordige wereld met al hare pracht en heerlijkheid moet zich als ene nieuwe schepping het rijk Gods verheffen; dat is het thema, dat aan onze afdeling ten grondslag ligt. Even als zo dikwijls, verplaatst de profeet ook hier ons aanstonds midden in de zaak en omschrijft in enige alles omvattende zinnen snel en levendig de laatste catastrofe, die de gehele afvallige en verbond brekende aarde treft, en slechts een klein overblijfsel van geredden zelfs in de Joodse theocratie overlaat, hoeveel te meer dan bij alle overige volken (vs. 1-13). Dat overblijfsel uit Israël zal vervolgens van het heilige land af zijne stem naar Oosten en Westen laten horen, prijzende de heerlijkheid des Heren, en van beide landen der aarde worden tegengezangen gehoord, die de ere der rechtvaardigen verkondigen (vs. 14-16a). Terwijl de profeet nog eens den laatsten tijd van het gericht voor ons oog laat gaan, wier lijdens- en schrikgebeurtenissen hij in den geest mede doorstrijdt, schildert hij het gericht als niet te ontvluchten en alomvattend, dat nog sterker dan in haren tijd de zondvloed de aarde verderft, de machten des hemels even goed als de machten der wereld omverstort en van den afgrond oplevert; maar in de plaats der tegenwoordige wereldorde ene geheel nieuwe plaatst, in welke des Heren bestuur alles in allen, en over de gehele wereld enkel Godsrijk is (vs. 16b-23).
Ziet, de HEERE maakt in lateren tijd de aarde, of het land 1) ledig, en Hij maakt het woest, en Hij keert zijne gestaltenis om, en Hij verstrooit zijne inwoners.
De typische betekenis der woorden staat bij deze profetie zeer op den voorgrond. Wat daarin voorkomt met betrekking tot de geschiedenis des tijds is van zeer ondergeschikt belang, en dient alleen om een grotere aanschouwelijkheid te geven aan het grote en algemene werk Gods, welker strekking is om den weg te banen voor de verschijning der heerlijkheid Gods in de gereinigde mensheid door gerichten, die eenmaal mogen worden verwacht. De spreekwijzen zijn ontleend aan ene fles, die men omkeert, opdat zij ledig lope. Het zinnebeeldig vertoog schildert ons af, hoe de Heere bezig was aan het land van Israël ene gehele ontlediging toe te brengen, zodat het gehele land zou omgekeerd en zijne bewoners op ene gewelddadige wijze allerwegen zouden verspreid worden, op ene soortgelijke wijze, als het water uit ene omgekeerde fles wordt gedreven. Onder het land, of beter vertaald, de aarde, heeft men niet enkel Israël te verstaan, maar de aarde in haar geheel, en de Profeet wijst er hier op, dat de Heere zelf zijn eindgericht zal uitoefenen over de Hem vijandige wereldmacht, opdat alsdan de verheerlijking en voleindiging van het Godsrijk zou kunnen komen.
En gelijk het bij deze omkering en verstrooiing het volk gaat, alzo zal de priester wezen; gelijk de knecht zal zijn, alzo zijn heer; gelijk de dienstmaagd, alzo hare vrouw; a) gelijk de koper, alzo de verkoper; gelijk de lener, die omzet, alleen om het zijne later weer te ontvangen, alzo de ontlener; gelijk de woekeraar, die tegen renten uitgeeft, alzo die, van welken hij woeker ontvangt; het gericht omvat allen zonder enig onderscheid van stand of toestand.
Ezechiël. 7:12, 13.
Het is een gericht, dat ene gehele zuivering bedoelt, want dat land (in den in vs. 1 genoemden zin, daar het niet alleen Israël, maar ook de gehele aarde betekent) zal ganselijk ledig gemaakt worden, en het zal ganselijk beroofd worden. 1) Dit zal ontwijfelbaar geschieden, want de HEERE heeft dit woord gesproken.
Personen van allerlei rang en toestand zijn deelgenoten in deze rampen, want als God Zijne oordelen op aarde uitstort, dan deelt de Priester, zowel als het volk, in de gemene onheilen. Allen zijn we hier op aarde, ook aan de gewone rampen dezes levens onderhevig en delen in dezelfde ziekten des lichaams, dezelfde angsten en bekommeringen van het gemoed, dezelfde verdrukkingen en droefenissen, die wij lijden over het verlies van goederen en vrienden; en dit is ook somwijlen waar, als God zijne oordelen zendt over strafschuldige volken, want dan wordt er dikwijls tussen schuldigen en onschuldigen geen onderscheid gemaakt, de vromen bezuren met de goddelozen alsdan een gelijke ramp, en de kinderen lijden met de ouders om een zelfde schuld, die de straf hunner ouders vergroot en verzwaart.
Het land treurt ten gevolge van den vloek, die het getroffen heeft, het verwelkt, in droefheid weggezonken; het aardrijk kweelt, smacht, het verwelkt; de hoogsten van het volk des lands kwelen, zij kwijnen weg zowel als de geringen.
Want het land is geheel en al bevlekt van wege zijn inwoners, en zelf onheilig geworden onder hun onheilig leven; want zij, de mensen in ‘t algemeen, overtreden, hetgeen in Israël nog op bijzondere wijze zichtbaar wordt, de wetten; zij veranderen de inzettingen door het instellen van willekeurige plechtigheden, zij vernietigen het eeuwig verbond, 1) dat God met hen heeft opgericht (Gen. 9:9 vv.); Zij verkrachten de geboden, die God in hun geweten schreef (Rom. 2:15).
Waarin bestond nu de zonde des volks, waarom God gezegd wordt de aarde als met den ban geslagen te hebben? Zij hadden de wetten van hun Wetgever geschonden en overtreden. Zij hadden niet beantwoord aan de bedoelingen van hun Schepper, en de voorschriften van hun Formeerder met voeten vertreden, de wetten der natuur verbroken en zich van alle zedelijke verplichtingen ontslagen. Zij hadden de inzettingen van den geopenbaarden godsdienst veranderd of verwaarloosd en dus zowel den uiterlijken eredienst versmaad als den inwendigen vertrapt. Dus hadden zij het eeuwig verbond, hetwelk alle mensen voor altoos tot de waarneming van Gods wetten verplicht en ene eeuwige vergelding verzekert aan de getrouwe aanklevers er van, vernietigd. Onder het eeuwig verbond moet hier niet verstaan worden het verbond met Israël opgericht, maar het algemeen genadeverbond, hetwelk God, de Heere in Noach, den tweeden stamvader van het menselijk geslacht, met de gehele mensheid had opgericht. Er staat dan ook in den grondtekst niet, haberith olam, dat zou zien op het verbond met Israël gesloten, maar berith olam, wat duidelijk heen wijst naar het Noachitisch verbond.
Daarom, omdat, wat Israël bedreigd is, wanneer het Gods verbond verbrak, nu in ‘t algemeen aan de mensheid moet worden vervuld, verteert de vloek het land als een verterend vuur, en die daarin wonen zullen verwoest worden. Daarom, omdat zij hun straf moeten lijden, zullen de inwoners des lands a) verbrand worden 1), en tot op een overblijfsel verdwijnen, en er zullen weinig mensen overig blijven.
Jes. 9:18; 10:16.
Zij zullen verteerd worden door den gloed van Gods heiligen toorn. Eigenlijk “verdrogen door ene verzengende hitte, ” gelijk ene beek in den zomer, die afneemt, vermindert en eindelijk geheel te niet wordt. De vloek is hier de vloek Gods, waarmee de overtreders van Gods gebod gedreigd worden. Die vloek is een verterende vloek, want hij is het ijvervuur Gods, dat vernietigt.
In plaats van den overvloed en de vreugde komt ontbering en treurigheid. De most treurt, 1) de wijnstok kweelt; die onder Gods gaven, welke het meest het hart verheugt (Ps. 104:15. (Richt. 9:13) ontbreekt geheel, of heeft niets aantrekkelijks meer (Joël 1:12, 18); allen, die blijhartig waren en vol levensvreugde, zuchten.
De schilderij is elegisch op de manier van een treurlied en vertoeft juist bij den wijn zo lang, wijl de wijn als gewas en drank van alle natuurgaven Gods de meest hartvervrolijkende is (Ps. 104:15. Richt. 9:13). Alle middelen der vreugde zijn vernietigd en al is het vervrolijkende nog in menigte voorhanden, zo is toch het genot der mensen vergald. De wereld met haar lust is geoordeeld, geoordeeld de wereldstad, waar zich met de wereldmacht ook de wereldlust als in één middelpunt verenigde.
De a) vreugde der trommelen rust, omdat er niemand meer naar verlangt, het geluid der vrolijk huppelenden houdt op; de vreugde der harp rust.
Jer. 7:34; 16:9; 25:10. Hos. 2:10.
Zij zullen genen wijn drinken a), gelijk voorheen met gezang, want er is gene vreugde bij; de sterke drank, de vruchtenwijn, hoe men dien ook door allerlei kruiden smakelijk gemaakt heeft, zal bitter zijn degenen, die hem drinken. Wat van vorige jaren mocht overgehouden zijn, zal gene vreugde geven, de wereld met al hare vrolijkheid is vergald.
Jes. 16:10.
De woeste stad is verbroken, al de huizen, die er nog mochten zijn, staan gesloten, van wege de puinhopen, die den ingang versperren, dat er niemand inkomen kan. Het is de centraalstad van de goddeloze wereld in haar einde geschetst, welke tohoe (d. i. woest of ledig) zal zijn, even als haar wezen tohoe was; haar wezen was verstoring van de harmonie der goddelijke orde, alzo zal haar einde verstoring van haar bestaan zijn, en weer terugstorting in den chaos van het eerste begin. (Gen. 1:2; “de aarde nu was woest en ledig”).
Er is een klagelijk geroep op de straten, wanneer zich nog iemand buiten de geslotene huizen waagt, om des wijns wil 1); alle blijdschap is verduisterd, de vreugde des lands is heen gevaren.
De wijn komt hier voor, gelijk meermalen bij Jesaja, als vertegenwoordigende alle bronnen van natuurlijke vreugde. Dat is om het verlies of gebrek van wijn en het verderf der wijnstokken, waardoor hun benomen waren beide de middelen om vrolijk te wezen en om voordeel te doen. Hiermede vertoont de profeet hun grove wellustigheid en zotheid, dat zij, in plaats van te schreeuwen over hun zonde, en zich te vernederen onder de oordelen Gods, alleen huilden om hun koren, hunnen most en hun olie, gelijk Hos. 7:14.
Enkel verwoesting is in de stad overgebleven, niets dan afgebroken paleizen en huizen zonder inwoners, en met gekraak wordt de poort in stukken verbroken, poorten en muren en vestingen, alles is verdelgd; de gehele stad is in een puinhoop veranderd.
Want in het binnenste van het land, in het midden dezer volken, d. i. zowel in het land van Israël, als in den gehelen wijden omtrek der aarde, zal het alzo wezen, gelijk de afschudding des olijfbooms, gelijk de nalezingen, wanneer de wijnoogst geëindigd is, men zal slechts weinige mensen hier en daar vinden (Hoofdstuk 17:5, 6). Dus gedenkt God in het midden Zijner oordelen altoos des ontfermens; schoon de Joden waren overstroomd van goddeloosheden en met recht mochten verwachten geheel verdelgd te worden, zou Hij echter een overblijfsel behouden om ene proef te nemen, of het lijden der landgenoten en de aandoening over zijne eigene behoudenis krachtig genoeg in de overgeblevenen zouden wezen, tot overwinning van hun geneigdheid tot de zonde. Gelijk na den olijvenoogst slechts weinige vruchten aan de olijfbomen, gelijk na den wijnoogst slechts enkele druiven aan de wijnstokken overblijven, zo zijn er ook hier en daar slechts weinige inwoners in het land, (Jes. 17:5, 6). Hongersnood, pest en oorlog brengen ontvolking in het land, wanneer het volk volhardt in de ongehoorzaamheid tegen God, gelijk de Heere zulks te voren door deze verkondigd heeft. (Num. 26:14-35). Maar deze weinige zijn het “heilige zaad. ” Jes. 6:13 Schoon het grootste deel des mensdom, al zijn troost verliest door de verwoesting des lands of der aarde, zo zijn er toch anderen, die hun waar belang beter verstaan en voor zich schatten hebben opgelegd in den hemel en troost bij God verwachten, op Wie zij blijven vertrouwen, al ontzinkt hun al hun aardse troost, vreugde en genoegen, welk zij weten, dat maar kortdurende, ter leen van hun Heere ontvangen, zegeningen zijn.
Die weinigen, zich verheugende over hun Apostolische roeping tot de gehele wereld en deze getrouw waarnemende, zullen hun stem opheffen, zij zullen vrolijk zingen; van wege de heerlijkheid des HEREN 1), die in het vonnis en in de genade openbaar is geworden, zullen zij juichen van de Middellandse zee af, die het heilige land bespoelt.
Van dit overblijfsel wordt gezegd, dat zij zullen zingen van wege de heerlijkheid des Heren, dat is zij zullen God verheerlijken, en dat niet alleen omdat Hij zijne genade aan hen heeft geopenbaard, maar ook dewijl Hij zijne Majesteit en Macht en Zijne rechterlijke macht heeft betoond in het zenden van Zijne oordelen over de bozen. Niet alleen de Goedheid Gods is onderwerp van des vromen lofzang, maar ook Zijne Rechtvaardigheid en Heiligheid.
Daarom, zo roepen zij van hun land aan de Middellandse zee af, eert den HEERE in de valleien 1), eert in de eilanden der zee, de landen aan de kusten van het westen van Europa, den naam des HEREN, des Gods van Israël, Zijn Wezen, openbaar geworden in gerichten en bewijzen van genade.
In het Hebr. Beürim. Beter: in de zonnelanden, in de landen van het Oosten. Onder de eilanden der zee hebben we het Westen, of Europa te verstaan. De roepstem gaat dus van Zion uit, want Palestina, waarin Zion lag, werd bespoelt door de Middellandse zee, tot het Oosten en het Westen om den Naam des Heren aan te roepen, den naam van den God van Israël. Juist omdat de Profeet uitnodigt om den Naam, de openbaring van het Wezen van Israël’s God te verheerlijken, daaruit blijkt duidelijk, dat die uitnodiging gaat tot hen, die buiten Israël staan, en Israël’s God nog niet gediend hadden.
En die oproeping klinkt niet te vergeefs, maar vindt haar echo in dankbare tegenliederen van de zijde der geredden uit de gehele overige wereld. Van het uiterste einde der aarde, uit de landen ten oosten en westen horen wij, die thans reeds in waarheid Gods volk zijn, in den geest aan het einde der dingen en in dien heerlijken toestand der aarde psalmen der toekomstige gemeente Gods, tot verheerlijking des Rechtvaardigen. 1) Wij horen liederen, die het zalig lot roemen van die allen, die door het geloof gerechtvaardigd en de toekomstige heerlijkheid deelachtig geworden zijn (Hoofdstuk 3:10; 26:2, 7. (Habakuk. 2:4.) Doch nu zeg ik, de profeet, wanneer ik mij uit dien laatsten zegen, dien ik zo even zag, verplaats in het gericht, dat dien voorafging: Ik word mager van smart, daar ik dien strijd en het lijden meelijd, ik word mager, wee mij! de trouwelozen handelen trouwelooslijk, of rovers roven op roofzuchtige wijze, en met trouweloosheid handelen de trouwelozen trouwelooslijk
.
In de treurige stilte des lands klinken luide jubelzangen op Gods gerechtigheid uit de verte van Oosten en Westen. Dat is de wonderbare vermenging in de geschiedenis van ‘t leven der mensen, hier klaagtonen van treurigheid of de dofheid der stomme smart; daar de jubelzangen der lust. Maar de profeet voert ons op de hoogten, waar zich alle wanklanken oplossen, en de tegenstrijdigheden in de diepten des aardsen levens zich ontwarren. “Heerlijkheid des Rechtvaardigen, ” horen wij van ‘t eind der aarde, en in dezen grondtoon aller psalmen en hymnen klinkt de hemelse harmonie der mensen geschiedenis. Sommigen verstaan onder den Rechtvaardige, den Heere God. Dit kan, maar in verband met Habakuk. 2:4 is hier veeleer onder rechtvaardige te verstaan, gemeente Gods, de rechtvaardige door het geloof. De aarde wordt hier uit elkaar geslagen gedacht, daarom van uit het Oosten en het Westen, van beide kanten wordt als terugslag op hetgeen van uit Zion is toegeroepen, de gemeente Gods verheerlijkt en haar zalig lot geroemd2) Geen wonder, hij voorzag den voortgang en het toenemen van de zonde, en hoe alles van onrecht als overvloeide. De mensen handelden valselijk met elkaar; alle eerlijkheid en trouw schijnt uit de wereld verbannen, daar is geen deugd meer in den burger, en elk is er op uit, om den ander te bedotten of een kans af te zien. De waarheid, die geheiligde band der maatschappij, was verbroken en nergens meer te vinden (zie Jer. 9:1, 2), en daar ze dus verraderlijk jegens hun natuurgenoten te werk gaan, hoe zouden ze dan getrouw kunnen zijn omtrent God, wiens verbond zij even weinig achtten, en dies vermeerderden en vergrootten zij hun zonden telkens. Vs. 16-23. De profeet, gevoelig als die, wiens stem wij vroeger vernamen (Hoofdstuk 21:3,
, is echter midden in het verbrijzelend gericht der gerechtigheid Gods geplaatst; hij zelf treedt wel ongedeerd in den storm, die om hem heen bruist, onder die bliksems, die om hem schitteren, voort, meer hij is ellendig bij de ellendigen, en roept zich zelven een “wee” toe. De aarde beeft en waggelt onder zijne voeten, als wilde zij voor eeuwig onder den last der zonde verzinken. De glansrijke koningsbeelden des hemels, de tot afgoden gemaakte gesternten vallen van hun altaren en de koningen der aarde van hun tronen. In donkere groeven gekerkerd wachten de hemelse gelijk de aardse machten op den dag des gerichts. Die God, die in een ontoegankelijk licht woont, en zon, maan en sterren geschapen heeft, zodat zij uit de hoogte de heerlijkheid des Scheppers doen stralen naar de diepte; de Gebieder der hemelse heirscharen viert als ene Koning der wereld, die Zijne aardse woning op Zion genomen heeft, Zijnen zege over de goden der heidenen en hun vereerders.
a) De vrees en de kuil en de strik 2) over u, o inwoners des lands, der aarde! even als over het wild, dat de jager eerst uit zijne rust opschrikt en dan in de valgroeve of in het garen drijft.
Jer. 48:43.
In ‘t Hebreeuws luiden deze drie woorden: “pachad, pachath, pach. ” Het beeld is ontleend aan het wild, dat door de jagers in kuil of strik gevangen wordt. De Profeet wil zeggen, wanneer de vreze overvalt als de aankondiging van het onheil geschiedt als het gerucht van de op handen zijnde ellende wordt gehoord, dan zal men, indien, door de vreze overvallen, men zich wil redden, toch omkomen op de een of andere manier. Er zal geen ontvlieden mogelijk zijn, dewijl de Heere zelf de uitvoerder dezer oordelen en van deze ellende is, gelijk vs. 18 duidelijk zegt.
En het zal geschieden, zo wie voor de stem der vreze vlieden zal, die het eerste ontvlucht,
die zal in den kuil vallen, in het tweede gevaar bezwijken, en die uit den kuil opklimt, ook dat nog ontkomt, die zal in den strik gevangen worden; men zal dus in elk geval den ondergang vinden; want de Heere zelf is het, die Zijne raadselachtige volvoerders van het gericht ter zijde staat. Komt er ook geen zondvloed gelijk de eerste (Gen. 9:11, 15), toch heeft de Heere dergelijke middelen in Zijne hand tot gehele uitroeiing, zowel als tot volkomen uitredding, de sluizen in de hoogte zijn opengedaan (Gen. 7:11), en de fondamenten der aarde zullen beven, om wat niet van boven af wordt vernietigd, van onderen te verslinden, even als bij het gericht over het rot van Korach (Num. 16:31 vv).
Jer. 48:44. Amos 5:19.
De aarde zelf zal dan in den algemenen ondergang delen, zij zal ganselijk verbroken worden, de aarde zal ganselijk vaneen gescheurd worden, de aarde zal ganselijk bewogen worden. Letterlijk: Barstend barst de aarde uiteen, brekend wordt de aarde verbroken, waggelend waggelt de aarde.
De aarde, aldus bewogen, is niet meer in staat zich in de hoogte te houden, zij zal ganselijk waggelen, zwaaien, a) gelijk een dronkaard, en zij zal heen en weer bewogen worden b) gelijk ene nachthut, ene hangmat; en hare overtreding 1) zal zwaar op haar zijn, zodat zij niet is (Ps. 38:5), en zij zal vallen en niet weer opstaan.
(Jes. 19:14. b) Job. 27:18. Jes. 1:8.
De overtreding wordt hier voorgesteld, als een zware last, die op de aarde rust en die zo zwaar is, dat de aarde er onder bezwijkt. Zij zal vallen, er onder bezwijken en zo dat van opstaan geen sprake meer zal zijn. Zo wordt hier aan de ene zijde de vrijmacht, de Soevereiniteit Gods gehandhaafd, maar ook aan de andere zijde de verantwoordelijkheid van het schepsel.
En het zal geschieden, te dien dage, dat de aarde zelf te gronde gaat, dat de HEERE met straffen en gerichten bezoeking doen zal, zowel in de hemelse als in de aardse sferen, over de heirscharen der hogen in de hoogte, en aan de andere zijde over de koningen des aardbodems op den aardbodem. 1)
Het is duidelijk dat we hier een tegenstelling hebben, een tegenstelling tussen de heirscharen in de hoogte en de koningen op de aarde. Sommigen zijn van oordeel dat hier sprake is van machtige en minder machtige koningen. Anderen zien in de heirscharen, de hogen in de hoogte, de tot afgoden gemaakte sterren, en dan in de koningen degenen, die deze sterren aanbaden. Men moet echter niet vergeten, dat hier van de vernietiging van de Gods vijandige wereldmacht sprake is, de wereldmacht die zich in en door de goddeloze koningen heeft geopenbaard. Maar deze God vijandige wereldmacht was niet iets als uit de lucht gegrepen. Deze wereldmacht oefende haar heerschappij uit, door dat God, de Heere haar wilde gebruiken tot tuchtiging van Zijn volk, maar werd geïnspireerd door Satan, door “de geestelijke boosheden in de lucht”, waarvan de Apostel Paulus spreekt. En daarom, waar God, de Heere die wereldmacht oordeelt en straft, zoals ze zich openbaart in de koningen des aardbodems, daar zou de Heere ook tuchtigen de verleidende geesten in de geestenwereld, die op die macht inwerkten. En hierop wijst de Heere door dit woord van den Profeet. Daarom volgt ook straks dat zij te zamen zullen vergaderd worden, als gevangen in een put.
En zij zullen zamen vergaderd worden gelijk de gevangenen in enen put; hun zal het tegenovergestelde overkomen van ‘t geen zij meenden, zij zullen niet levende verbonden zijn (1 (Sam. 25:29), maar te zamen in den afgrond worden neergestoten (2 Petrus 2:4. Openbaring 21 vv.), en zij zullen besloten worden in ene gevangenis, den kerker der eeuwige verdoemenis, maar na vele dagen weer bezocht worden. 1)
In het Hebr. oemeroob jamim jippakeedoe. Beter: en na vele dagen zullen zij gestraft worden. Het woordje weer hetwelk onze Staten Overzetters er tussen in gevoegd hebben, staat niet in den grondtekst. Het laatste woord betekent eigenlijk, bezocht worden, maar ten opzichte van den geoordeelde ten kwade bezocht worden, derhalve gestraft worden. In dien zin komt het ook voor Jes. 29:6. Num. 16:29 en Spr. 19:23. Van een bezocht worden tot heil is hier geen sprake, wel tot verderf. Gelijk ook de mens eerst gevangen genomen wordt en dan later voor goed zijn vonnis ontvangt, zo wordt het ook hier voorgesteld ten opzichte van de goddelozen en van satan en zijne engelen. 2 Petrus 2:4. Judas 1:6. De Profeet geeft hier dan ook een vergezicht in den afloop der tijden. Wat hier voorspeld wordt krijgt eerst zijn volle, zijne volkomen vervulling, als der tijden tijd vervuld is, en als het lied zal worden gehoord: de koninkrijken zijn geworden onzes Heren en van Zijnen Christus.
a) En de maan zal schaamrood worden en de zon zal beschaamd worden
van wege de heerschappij, die haar voor den tijd van den tegenwoordigen wereldloop was overgegeven (Gen. 1:16, 18), maar met het einde daarvan gedaan is (Jes. 60:19 vv, Openbaring 21:23), als de HEERE der heirscharen, nadat de vorst dezer wereld is verwijderd en de heerschappij der zonde en des doods is geëindigd, in den vollen zin des woords regeren zal (1 Kor. 15:28) op den berg Zion, en te Jeruzalem, het middelpunt van Zijn Godsrijk, dat de gehele wereld omvat (Hoofdstuk 10:12) en voor Zijne oudsten zal heerlijkheid zijn. De oudsten der gemeente, die in de onmiddellijke nabijheid van hunnen hemelsen Koning leven, zullen deel hebben in die heerlijkheid en heerschappij (Exod. 23:9 vv. MATTHEUS. 19:28. Openbaring 4:4).
Jes. 13:10. Ezechiël. 32:7. Joël 2:31; 3:15.
Indien men deze uitdrukkingen naar de letter opvat, zo zal de mening wezen, dat ze beiden zouden worden verdonkerd en geen licht geven, hetwelk zeker zal geschieden ten laatste dage. Maar ik oordeel, dat men deze plaats veeleer moet vergelijken met Hoofdstuk 60:19 en Openbaring 21:23, waar gezegd wordt, dat, wanneer het koninkrijk van God gekomen is, Zijne heerlijkheid zo luisterrijk zal schijnen, dat het licht der zon en der maan niet nodig zal wezen; waarom zij hier worden vertoond als beschaamd en schaamrood over de verduistering van hun licht door een groter. In dien luisterrijken dag ook, als God zich op zijn rechterstoel zal zetten, om de ganse aarde te oordelen, zal de zon, door dien Goddelijken luister dof geschenen, in duisternissen, de maan in bloed veranderen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel