Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
De lastH4853 van TyrusH6865. HuiltH3213, gij schepenH591 van TarsisH8659! wantH3588 zij is verwoestH7703, dat er geen huisH1004 meer is, dat niemand er meer ingaatH935; uit het landH776 ChittimH3794 is het aan hen openbaarH1540 geworden.
De last van Tyrus. Huilt, gij schepen van Tarsis! want zij is verwoest, dat er geen huis meer is, dat niemand er meer ingaat; uit het land Chittim is het aan hen openbaar geworden.
KJV
The burden1
of Tyre.2
Howl,3
ye ships4
of Tarshish;5
for it is laid waste,7
so that there is no house,8
no entering in:9
from the land10
of Chittim11
it is revealed
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
ZwijgtH1826, gij inwonersH3427 des eilandsH339! gij, die de koopliedenH5503 van SidonH6721, over zeeH3220 varendeH5674, vervuldenH4390,
Zwijgt, gij inwoners des eilands! gij, die de kooplieden van Sidon, over zee varende, vervulden,
KJV
Be still,1
ye inhabitants2
of the isle;3
thou whom the merchants4
of Zidon,5
that pass over6
the sea,7
have replenished.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
En wiens inkomstH8393 was het zaadH2233 van SichorH7883 over de groteH7227 waterenH4325, de oogstH7105 der rivierH2975; en zij was de marktH5505 der heidenenH1471.
En wiens inkomst was het zaad van Sichor over de grote wateren, de oogst der rivier; en zij was de markt der heidenen.
KJV
And by great2
waters1
the seed3
of Sihor,4
the harvest5
of the river,6
is her revenue;7
and she is a mart9
of nations.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Word beschaamdH954, o SidonH6721! wantH3588 de zeeH3220 spreektH559, ja, de sterkteH4581 der zeeH3220, zeggendeH559: Ik heb geenH3808 barensnoodH2342 gehad, ik heb ook nietH3808 gebaardH3205, en ik heb geenH3808 jongelingenH970 grootH1431 gemaakt, en geen jonge dochtersH1330 opgebrachtH7311.
Word beschaamd, o Sidon! want de zee spreekt, ja, de sterkte der zee, zeggende: Ik heb geen barensnood gehad, ik heb ook niet gebaard, en ik heb geen jongelingen groot gemaakt, en geen jonge dochters opgebracht.
KJV
Be thou ashamed,1
O Zidon:2
for the sea5
hath spoken,4
even the strength6
of the sea,7
saying,8
I travail10
not, nor bring forth children,12
neither do I nourish up14
young men,15
nor bring up16
virgins.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Gelijk als geweest is de tijdingH8088 van EgypteH4714, zal men ook in weedomH2342 zijn, als men van TyrusH6865 horenH8088 zal.
Gelijk als geweest is de tijding van Egypte, zal men ook in weedom zijn, als men van Tyrus horen zal.
KJV
As at the report2
concerning Egypt,3
so shall they be sorely pained4
at the report5
of Tyre.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
VaartH5674 over naar TarsisH8659, huiltH3213, gij inwonersH3427 des eilandsH339!
Vaart over naar Tarsis, huilt, gij inwoners des eilands!
KJV
Pass ye over1
to Tarshish;2
howl,3
ye inhabitants4
of the isle.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Is ditH2063 uw vrolijk huppelendeH5947 stad? welker oudheidH6927 wel van oudeH6924 dagenH3117 af is; maar haar eigen voetenH7272 zullen haar verreH7350 wegdragenH2986, om in vreemdelingschap te verkerenH1481.
Is dit uw vrolijk huppelende stad? welker oudheid wel van oude dagen af is; maar haar eigen voeten zullen haar verre wegdragen, om in vreemdelingschap te verkeren.
KJV
Is this your joyous3
city, whose antiquity6
is of ancient5
days?4
her own feet8
shall carry7
her afar off9
to sojourn.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
WieH4310 heeft ditH2063 beraadslaagdH3289 overH5921 TyrusH6865, dieH834 kronendeH5849 stad, welker koopliedenH5503 vorstenH8269 zijn, welker handelaarsH3667 de heerlijksteH3513 in het landH776 zijn?
Wie heeft dit beraadslaagd over Tyrus, die kronende stad, welker kooplieden vorsten zijn, welker handelaars de heerlijkste in het land zijn?
KJV
Who hath taken this counsel2
against Tyre,5
the crowning6
city, whose merchants8
are princes,9
whose traffickers10
are the honourable11
of the earth?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
De HEEREH3068 der heirscharenH6635 heeft het beraadslaagdH3289, opdat Hij ontheiligeH2490 de hovaardijH1347 van alleH3605 sieraadH6643, om alH3605 de heerlijkstenH3513 der aardeH776 verachtelijkH7043 te maken.
De HEERE der heirscharen heeft het beraadslaagd, opdat Hij ontheilige de hovaardij van alle sieraad, om al de heerlijksten der aarde verachtelijk te maken.
KJV
The LORD1
of hosts2
hath purposed3
it, to stain4
the pride5
of all glory,7
and to bring into contempt8
all the honourable10
of the earth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Ga door naar uw landH776, als een rivierH2975, gij dochterH1323 van TarsisH8659! er is geenH369 gordelH4206 meerH5750.
Ga door naar uw land, als een rivier, gij dochter van Tarsis! er is geen gordel meer.
KJV
Pass1
through thy land2
as a river,3
O daughter4
of Tarshish:5
there is no more strength.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Hij heeft Zijn handH3027 uitgestrektH5186 overH5921 de zeeH3220, Hij heeft de koninkrijkenH4467 beroerdH7264; de HEEREH3068 heeft bevelH6680 gegeven tegen KanaanH3667, om haar sterktenH4581 te verdelgenH8045.
Hij heeft Zijn hand uitgestrekt over de zee, Hij heeft de koninkrijken beroerd; de HEERE heeft bevel gegeven tegen Kanaan, om haar sterkten te verdelgen.
KJV
He stretched out2
his hand1
over the sea,4
he shook5
the kingdoms:6
the LORD7
hath given a commandment8
against the merchant10
city, to destroy11
the strong12
holds
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
En Hij heeft gezegdH559: Gij zult niet meerH5750 vrolijk huppelenH5937, o gij verdrukteH6231 maagdH1330, gij dochterH1323 van SidonH6721! Naar ChittimH3794 toe, maakH6965 u op, vaarH5674 over; ookH1571 zult gij aldaarH8033 geenH3808 rustH5117 hebben.
En Hij heeft gezegd: Gij zult niet meer vrolijk huppelen, o gij verdrukte maagd, gij dochter van Sidon! Naar Chittim toe, maak u op, vaar over; ook zult gij aldaar geen rust hebben.
KJV
And he said,1
Thou shalt no more3
rejoice,5
O thou oppressed6
virgin,7
daughter8
of Zidon:9
arise,11
pass over12
to Chittim;10
there also shalt thou have no rest.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
ZietH2005, het landH776 der ChaldeenH3778; ditH2088 volkH5971 wasH1961 er nietH3808; AssurH804 heeft het gefondeerdH3245 voor degenen, die in de wildernissenH6728 woonden; zij richttenH6965 hun sterktenH971 op, en bouwdenH6209 hun paleizenH759, maar Hij heeft het tot een vervallen hoopH4654 gesteldH7760.
Ziet, het land der Chaldeen; dit volk was er niet; Assur heeft het gefondeerd voor degenen, die in de wildernissen woonden; zij richtten hun sterkten op, en bouwden hun paleizen, maar Hij heeft het tot een vervallen hoop gesteld.
KJV
Behold the land2
of the Chaldeans;3
this people5
was not, till the Assyrian8
founded9
it for them that dwell in the wilderness:10
they set up11
the towers12
thereof, they raised up13
the palaces14
thereof; and he brought15
it to ruin.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
HuiltH3213, gij schepenH591 van TarsisH8659! wantH3588 ulieder sterkteH4581 is verstoordH7703.
Huilt, gij schepen van Tarsis! want ulieder sterkte is verstoord.
KJV
Howl,1
ye ships2
of Tarshish:3
for your strength6
is laid waste.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
En het zal geschieden te dien dageH3117, dat TyrusH6865 zal vergetenH7911 worden zeventigH7657 jarenH8141, gelijk eens koningsH4428 dagenH3117; maar ten eindeH7093 van zeventigH7657 jarenH8141 zal in TyrusH6865 als eenH259 hoerenliedH7892 zijnH1961:
En het zal geschieden te dien dage, dat Tyrus zal vergeten worden zeventig jaren, gelijk eens konings dagen; maar ten einde van zeventig jaren zal in Tyrus als een hoerenlied zijn:
KJV
And it shall come to pass in that day,2
that Tyre5
shall be forgotten4
seventy6
years,7
according to the days8
of one10
king:9
after the end11
of seventy12
years13
shall Tyre15
sing16
as an harlot.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
NeemH3947 de harpH3658, gaH3190 in de stadH5892 rondomH5437, gij vergetenH7911 hoerH2181! speelH5059 wel, zing veelH7235 liederenH7892, opdatH4616 uwer gedachtH2142 worde!
Neem de harp, ga in de stad rondom, gij vergeten hoer! speel wel, zing veel liederen, opdat uwer gedacht worde!
KJV
Take1
an harp,2
go about3
the city,4
thou harlot5
that hast been forgotten;6
make sweet7
melody,8
sing many9
songs,10
that thou mayest be remembered.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
Want het zal geschiedenH1961 ten eindeH7093 van zeventigH7657 jarenH8141, dat de HEEREH3068 TyrusH6865 zal bezoekenH6485, en dat zij wederkerenH7725 zal tot haar hoerenloonH868, en zij zal hoererij bedrijvenH2181 met alleH3605 koninkrijkenH4467 der aardeH776, die opH5921 den aardbodemH6440 zijn.
Want het zal geschieden ten einde van zeventig jaren, dat de HEERE Tyrus zal bezoeken, en dat zij wederkeren zal tot haar hoerenloon, en zij zal hoererij bedrijven met alle koninkrijken der aarde, die op den aardbodem zijn.
KJV
And it shall come to pass after the end2
of seventy3
years,4
that the LORD6
will visit5
Tyre,8
and she shall turn9
to her hire,10
and shall commit fornication11
with all the kingdoms14
of the world15
upon the face17
of the earth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
En haar koophandelH5504 en haar hoerenloonH868 zal den HEEREH3068 heiligH6944 zijn, het zal nietH3808 ten schat vergaderdH686 nochH3808 opgeslotenH2630 worden; maarH3588 haar koophandelH5504 zal wezenH1961 voor hen, die voor den HEEREH3068 wonenH3427, opdat zij etenH398 tot verzadigingH7654, en dat zij durigH6266 dekselH4374 hebben.
En haar koophandel en haar hoerenloon zal den HEERE heilig zijn, het zal niet ten schat vergaderd noch opgesloten worden; maar haar koophandel zal wezen voor hen, die voor den HEERE wonen, opdat zij eten tot verzadiging, en dat zij durig deksel hebben.
KJV
And her merchandise2
and her hire3
shall be holiness4
to the LORD:5
it shall not be treasured7
nor laid up;9
for her merchandise15
shall be for them that dwell11
before12
the LORD,13
to eat16
sufficiently,17
and for durable19
clothing.
last
De zin is: Dit is een bezwaarlijke profetie, voorzeggende welke ellende Tyrus zal overkomen. Zie Jes. 13:1 .
Hertaald:
last
De betekenis is: dit is een zware profetie, die voorzegt welke ellende Tyrus zal overkomen. Zie Jes. 13:1.
gij schepen
Dat is, schippers en kooplieden, die over zee met Tyrus handelen.
Hertaald:
gij schepen
Dat is: schippers en kooplieden die over zee met Tyrus handel drijven.
Tarsis
Zie 1 Kon. 10:22 .
Hertaald:
Tarsis
Zie 1 Kon. 10:22.
zij is verwoest,
Dat is, hij zal verstoord worden. Dit heeft de profeet gesproken toen Tyrus nog in haar fleur en grootste heerlijkheid was. En dit dreigt hier de profeet niet alleen de stad Tyrus, maar ook het ganse eiland.
Hertaald:
zij is verwoest,
Dat is: het zal verwoest worden. De profeet heeft dit gesproken toen Tyrus nog in bloei en op het hoogtepunt van haar heerlijkheid was. En de profeet dreigt hier niet alleen de stad Tyrus, maar ook het hele eiland.
dat er geen huis
Hebreeuws, van huis en van inkomen, of ingaan; vergelijk onder Jes. 24:10 . Deze en de naastvolgende woorden vertalen en verklaren sommigen aldus: Zij is verstoord van [hare] huisgenoten en van de inkomelingen; dat is, niet alleen van de vreemdelingen, maar ook van hun eigen knechten en slaven. Want als dezen zagen dat hunner heren macht en vermogen schier tot niet gekomen was, zo hebben zij samengespannen, en hebben hunne heren en alle vrije personen vermoord, de regering aan zich genomen, en enen, genoemd Strato, koning gemaakt. Justin, in zijne historie lib. 18.
Hertaald:
dat er geen huis
Hebreeuws: van huis en van binnenkomen of ingaan; vergelijk hieronder Jes. 24:10. Sommigen vertalen en verklaren deze en de eerstvolgende woorden zo: zij is verwoest door haar eigen huisgenoten en door de inwonenden — dat is: niet alleen door de vreemdelingen, maar ook door hun eigen knechten en slaven. Want toen die zagen dat de macht en het vermogen van hun heren vrijwel tot niets teruggebracht was, hebben zij samengespannen, hun heren en alle vrije personen vermoord, het bestuur aan zich getrokken en iemand die Strato heette tot koning gemaakt. Justinus, in zijn geschiedwerk, boek 18.
uit het land Chittim
Dat is, het zal hun, te weten schippers en kooplieden, uit het land Chittim openbaar worden; dat is, uit Cilicië, of Macedonië, [zie Gen. 10:4 ] ; vanwaar de tijdingen van Tyrus' eerste verwoesting door Nebukadnezar zouden verspreid worden, door de vluchtenden, die vandaar naar Cilicië zouden overvaren, en vanwaar het verderf hun naderhand overkomen zou. De zin dan dezer woorden is: Deze verwoesting zal dien van Tyrus overkomen eerst door den koning Nebukadnezar, Jer 47 ; Ezech. 26:14 , en Ezech. 29:18-20 , en lang daarna door de Grieken en Macedoniërs; te weten, door Alexander den Grote, die vele jaren hierna Tyrus ingenomen en overhoop geworpen heeft.
Hertaald:
uit het land Chittim
Dat is: het zal hun — namelijk de schippers en kooplieden — bekend worden uit het land Chittim, dat is: uit Cilicië of Macedonië (zie Gen. 10:4). Vandaar zouden de berichten over de eerste verwoesting van Tyrus door Nebukadnezar verspreid worden door de vluchtelingen die daarheen zouden oversteken, en vandaar zou het verderf hen later overkomen. De betekenis van deze woorden is dus: deze verwoesting zal de inwoners van Tyrus overkomen, eerst door koning Nebukadnezar (Jer. 47, Ezech. 26:14 en Ezech. 29:18-20) en lang daarna door de Grieken en Macedoniërs, namelijk door Alexander de Grote, die vele jaren hierna Tyrus ingenomen en omvergeworpen heeft.
Zwijgt,
Alsof hij zeide: Roemt niet meer vanwege uw groten rijkdom en heerlijkheid, zij zullen haast een einde nemen.
Hertaald:
Zwijgt,
Alsof hij zei: roemt niet meer op uw grote rijkdom en heerlijkheid, want die zullen spoedig een einde nemen.
des eilands
Te weten van het eiland Tyrus. Deze stad lag op een eiland toen Jesaja dit heeft geprofeteerd.
Hertaald:
des eilands
Namelijk: van het eiland Tyrus. Deze stad lag op een eiland toen Jesaja dit profeteerde.
gij,
Hebreeuws, de koopman van Sidon overzee varende vervulde u.
Hertaald:
gij,
Hebreeuws: de koopman van Sidon, die over zee voer, vervulde u.
Sidon,
Dit is ook eertijds een voortreffelijke koopstad geweest, nabij Tyrus gelegen, onder een gebied behorende. Zie Ezech. 28:21 .
Hertaald:
Sidon,
Ook dit is vroeger een voorname handelsstad geweest, dicht bij Tyrus gelegen en onder hetzelfde gezag vallend. Zie Ezech. 28:21.
vervulden,
Te weten met allerlei waren en koopmanschappen, die zij met hun geladen schepen daarin brachten.
Hertaald:
vervulden,
Namelijk: met allerlei waren en koopwaar die zij met hun geladen schepen daarheen brachten.
het zaad
Hier wordt het zaad gesteld voor het vlas, dat uit het zaad wast.
Hertaald:
het zaad
Hier staat het zaad voor het vlas dat uit het zaad groeit.
Sichor
Dit is de naam ener rivier, die Egypte van Kanaän scheidt. Joz. 13:3 ; zie de aantekening aldaar. Egypte zelf wordt somtijds Sichor genoemd naar deze rivier.
Hertaald:
Sichor
Dit is de naam van een rivier die Egypte van Kanaän scheidt, Joz. 13:3; zie de aantekening daarbij. Egypte zelf wordt soms naar deze rivier Sichor genoemd.
de grote wateren,
Eenigen verstaan hier door de grote wateren den oceaan, anderen de grote rivieren van Egypte.
Hertaald:
de grote wateren,
Sommigen verstaan hier onder de grote wateren de oceaan, anderen de grote rivieren van Egypte.
de oogst
Dat is, het korengewas.
Hertaald:
de oogst
Dat is: het korengewas.
der rivier;
Dat is, het koren, hetwelk langs de beken wast, waarvan het bevochtigd wordt als de Nijl overloopt; anders: der beek [van Egypte]. De profeet wil zeggen dat Tyrus rijk werd door het verhandelen der vruchten, die in andere landen wiessen.
Hertaald:
der rivier;
Dat is: het koren dat langs de beken groeit en daardoor bevochtigd wordt wanneer de Nijl buiten zijn oevers treedt. Anders: van de beek van Egypte. De profeet wil zeggen dat Tyrus rijk werd door de handel in de vruchten die in andere landen groeiden.
de markt der heidenen
Dat is, de handelplaats. Zie Ezech. 27:3 , Ezech. 27:12 .
Hertaald:
de markt der heidenen
Dat is: de handelsplaats. Zie Ezech. 27:3 en Ezech. 27:12.
o Sidon
Dat is, o gij Sidonieten. Dezen hebben eerst de stad Tyrus gebouwd.
Hertaald:
o Sidon
Dat is: o u, Sidoniërs. Zij hebben de stad Tyrus het eerst gebouwd.
de zee spreekt,
Dat is, de inwoners der eilanden, die in de zee liggen; gelijk Ps. 65:6 .
Hertaald:
de zee spreekt,
Dat is: de inwoners van de eilanden die in de zee liggen, zoals in Ps. 65:6.
de sterkte der zee,
Versta, de stad Tyrus, die vanwege de zee, waarin zij lag, scheen onwinbaar te zijn.
Hertaald:
de sterkte der zee,
Versta: de stad Tyrus, die vanwege de zee waarin zij lag onneembaar leek te zijn.
Ik heb geen barensnood
De zin dezer woorden is, alsof Tyrus zeide: Het is met mij, die zo volkrijk placht te zijn, nu zo gesteld, alsof ik geheel onvruchtbaar ware geworden, ja, alsof ik vóór dezen gene kinderen of inwoners gehad of opgevoed had; ik ben heel doods geworden, het is met mij uit.
Hertaald:
Ik heb geen barensnood
De betekenis van deze woorden is alsof Tyrus zei: het is met mij, die zo volkrijk placht te zijn, nu zo gesteld alsof ik volkomen onvruchtbaar geworden was, ja alsof ik nooit eerder kinderen of inwoners gehad of grootgebracht had. Ik ben geheel doods geworden; het is met mij gedaan.
groot gemaakt,
Dat is, tot vollen wasdom gebracht.
Hertaald:
groot gemaakt,
Dat is: tot volle wasdom gebracht.
de tijding
Versta hier die straf, die eertijds den Egyptenaars ten tijde van Mozes is overkomen, gelijk Ex. 15:14 . Of die straf van Egypte, waarvan Isa 19 gesproken wordt.
Hertaald:
de tijding
Versta hier de straf die de Egyptenaren vroeger in de tijd van Mozes overkomen is, zoals in Ex. 15:14. Of die straf van Egypte waarover in Jes. 19 gesproken wordt.
in weedom zijn,
Het Hebreeuwse woord, dat de profeet hier gebruikt, betekent eigenlijk het wee en de benauwdheid, die een barende vrouw overkomt.
Hertaald:
in weedom zijn,
Het Hebreeuwse woord dat de profeet hier gebruikt betekent eigenlijk de weeën en de benauwdheid die een barende vrouw overkomen.
als men van Tyrus
Te weten als men horen zal dat Tyrus, die rijke, machtige stad, die onoverwinnelijk scheen te wezen, zo geheellijk is verwoest en verdelgd. Want alle anderen steden zullen vrezen dat het hun ook alzo zal gaan, denkende: heeft die zeer sterke stad Tyrus niet kunnen bestaan, hoe zal het ons dan gaan? Eenigen vertalen vs.5 aldus: Als het gerucht tot de Egyptenaars [zal gekomen zijn], zij zullen droevig zijn vanwege hetgeen zij van Tyrus horen zullen.
Hertaald:
als men van Tyrus
Namelijk: wanneer men zal horen dat Tyrus, die rijke, machtige stad die onoverwinnelijk leek te zijn, zo volledig verwoest en verdelgd is. Want alle andere steden zullen vrezen dat het hun ook zo zal vergaan en denken: als die zeer sterke stad Tyrus niet stand heeft kunnen houden, hoe zal het ons dan vergaan? Sommigen vertalen vers 5 zo: wanneer het gerucht tot de Egyptenaren gekomen zal zijn, zullen zij bedroefd zijn over wat zij van Tyrus horen.
Vaart
Dat is, vlucht uit Tyrus, zoekt nieuwe landen en steden, waar gij u moogt nederslaan.
Hertaald:
Vaart
Dat is: vlucht uit Tyrus en zoekt nieuwe landen en steden waar u zich kunt vestigen.
des eilands
Te weten van het land Tyrus, gelijk boven vs.2.
Hertaald:
des eilands
Namelijk: van het land Tyrus, zoals hierboven in vers 2.
Is dit
Van de voortreffelijkheid en zeer grote heerlijkheid van Tyrus, zie Ezech. 27:3-4 , enz.
Hertaald:
Is dit
Over de voortreffelijkheid en de zeer grote heerlijkheid van Tyrus, zie Ezech. 27:3-4, enzovoort.
om in vreemdelingschap
Of, om haar in vreemdheid te onthouden; dat is, om andere woonplaatsen te gaan zoeken. Toen de Tyriërs uit hun stad en land verdreven waren, hebben zij wat omgezwermd en gelegenheid gezocht waar zij zich best zouden nederslaan, en hebben mettertijd gebouwd de steden Carthago, Leptis, Utica en Gades.
Hertaald:
om in vreemdelingschap
Of: om haar in den vreemde te doen verblijven — dat is: om andere woonplaatsen te gaan zoeken. Toen de Tyriërs uit hun stad en land verdreven waren, hebben zij rondgezworven en gezocht waar zij zich het best konden vestigen, en na verloop van tijd hebben zij de steden Carthago, Leptis, Utica en Gades gebouwd.
die kronende stad,
Of, die kroonster; te weten die stad, die niet alleen zichzelve voor een gekroonde koningin uitgaf, maar ook al hare inwoners en kooplieden met rijkdom en heerlijkheid kroonde, velen derzelven als tot prinsen en vorsten makende.
Hertaald:
die kronende stad,
Of: die kroondraagster, namelijk die stad die zichzelf niet alleen als een gekroonde koningin voordeed, maar die ook al haar inwoners en kooplieden met rijkdom en heerlijkheid kroonde en velen van hen als het ware tot prinsen en vorsten maakte.
handelaars
Of, kooplieden. Hebreeuws, Kanaänieten; zie de aantekening Job 40:25 .
Hertaald:
handelaars
Of: kooplieden. Hebreeuws: Kanaänieten; zie de aantekening bij Job 40:25.
in het land zijn?
Of, op de aarde.
Hertaald:
in het land zijn?
Of: op de aarde.
ontheilige
Dat is, bezoedele, in verachtzaamheid en tot kleinachting brenge.
Hertaald:
ontheilige
Dat is: bezoedelt, in verachting en geringschatting brengt.
de hovaardij
Of, den praal; te weten der voortreffelijke Tyriërs.
Hertaald:
de hovaardij
Of: de praal, namelijk van de voorname Tyriërs.
der aarde
Anders: van het land.
Hertaald:
der aarde
Anders: van het land.
verachtelijk
Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk ontladen, licht maken, gelijk men de schepen verlicht van hun vracht. Het wordt hier gesteld tegen een woord, hetwelk wij hier vertalen de heerlijkste; maar hetwelk eigenlijk betekent de geladene, doch ook heerlijke.
Hertaald:
verachtelijk
Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk ontladen of licht maken, zoals men schepen van hun vracht ontlast. Het staat hier tegenover een woord dat wij hier vertalen met de heerlijksten, maar dat eigenlijk de beladenen betekent, en ook: de heerlijken.
Ga door
Dit is een aanspraak aan de uitlandse kooplieden, of aan de inwoners van Tyrus; aldus: Gaat door uit uw land.
Hertaald:
Ga door
Dit is een aanspraak tot de buitenlandse kooplieden, of tot de inwoners van Tyrus, in deze zin: gaat weg uit uw land.
als een rivier,
Dat is, haastelijk, te weten zo snellijk als ene rivier, die van boven afvallende en vlietende in de zee loopt. Anders: als ene rivier, dat is, geduriglijk, zonder ophouden.
Hertaald:
als een rivier,
Dat is: haastig, namelijk zo snel als een rivier die van boven afstroomt en in de zee vloeit. Anders: als een rivier — dat is: onophoudelijk, zonder ophouden.
gij dochter
Dat is, gijlieden, die op de zee naar Tyrus toezeilt, en gewoon zijt daar te handelen. Eenigen verstaan hier door de dochter van Tharsis, of van het meer, de stad Tyrus, die midden in de zee lag, en daaruit scheen gesproten te zijn, daarin levende, zwevende, en zich onderhoudende.
Hertaald:
gij dochter
Dat is: u die over zee naar Tyrus vaart en gewend bent daar handel te drijven. Sommigen verstaan hier onder de dochter van Tarsis of van de zee de stad Tyrus, die midden in de zee lag en daaruit leek voort te komen, terwijl zij daarin leefde, dreef en zich in stand hield.
er is geen
Dat is, Tyrus heeft al haar macht, heerlijkheid en koophandel verloren. Want men gebruikt den riem, of gordel, ten dele tot sieraad, ten dele om de lenden en ruggen te stijven. Zie Job 12:18 , Job 12:21 , en Job 40:2 ; Spr. 31:24 met de aantekening. Anderen verstaan hier door den gordel de muren der stad Tyrus, waarmede zij omsingeld en als omgord was.
Hertaald:
er is geen
Dat is: Tyrus heeft al haar macht, heerlijkheid en handel verloren. Want men gebruikt de riem of gordel deels als sieraad, deels om de lendenen en de rug te versterken. Zie Job 12:18, Job 12:21 en Job 40:2, en Spr. 31:24 met de aantekening. Anderen verstaan hier onder de gordel de muren van de stad Tyrus, waarmee zij omringd en als omgord was.
Hij heeft
Te weten de Heere.
Hertaald:
Hij heeft
Namelijk: de HEERE.
uitgestrekt
Te weten om te slaan.
Hertaald:
uitgestrekt
Namelijk: om te slaan.
over de zee,
Dat is, over de stad Tyrus in de zee gelegen. Anders, over de schepen der zee, die gewoon zijn te Tyrus te handelen.
Hertaald:
over de zee,
Dat is: over de stad Tyrus, die in de zee ligt. Anders: over de schepen van de zee, die gewend zijn in Tyrus handel te drijven.
beroerd;
Dat is, in roer gesteld, of bewogen tegen Tyrus op te staan.
Hertaald:
beroerd;
Dat is: in beroering gebracht, of aangezet om tegen Tyrus op te staan.
heeft bevel gegeven
Te weten, den vreemden koninkrijken, of koningen; dat is, God heeft zulks dien volken ingegeven, en Hij drijft hen daartoe, gelijk boven Jes. 13:3 , en 2 Sam. 16:11-12 . Zie de aantekening aldaar.
Hertaald:
heeft bevel gegeven
Namelijk: aan de vreemde koninkrijken of koningen — dat is: God heeft dat die volken ingegeven en Hij drijft hen daartoe, zoals hierboven in Jes. 13:3 en 2 Sam. 16:11-12. Zie de aantekening daarbij.
tegen Kanaän,
Dat is, tegen de Tyriërs, Kanaäns nakomelingen uit Sidon; Gen. 10:15 . Anderen: de Heere heeft een koopman bevel gegeven, verstaande, Nebukadnezar, of Alexander de Grote. Anderen, tegen de koopstad. In de betekenis van koopman wordt het woord Kanaän genomen boven vs.8 en elders.
Hertaald:
tegen Kanaän,
Dat is: tegen de Tyriërs, de nakomelingen van Kanaän via Sidon; Gen. 10:15. Anderen: de HEERE heeft een koopman bevel gegeven, waarbij Nebukadnezar of Alexander de Grote bedoeld wordt. Anderen: tegen de koopstad. In de betekenis van koopman wordt het woord Kanaän hierboven in vers 8 en elders genomen.
Hij heeft gezegd
Te weten de Heere God.
Hertaald:
Hij heeft gezegd
Namelijk: God de HEERE.
o gij verdrukte maagd,
Anders: o gij verdrukte maagd der dochter Sidons. Aldus noemt de profeet de stad Tyrus, omdat zij van de Sidoniërs eerst gebouwd is. En de profeet noemt hier Tyrus een verdrukte of geschonden maagd, omdat zij voorzeker zou geschonden en verkracht, dat is, verdelgd en uitgeroeid worden.
Hertaald:
o gij verdrukte maagd,
Anders: o u, verdrukte maagd, dochter van Sidon. Zo noemt de profeet de stad Tyrus, omdat zij het eerst door de Sidoniërs gebouwd is. De profeet noemt Tyrus hier een verdrukte of geschonden maagd, omdat zij zeker geschonden en verkracht — dat is: verdelgd en uitgeroeid — zou worden.
Naar Chittim toe,
Door deze afgekorte manier van spreken wordt te kennen gegeven dat de Tyriërs zeer haastig zouden vluchten, inzonderheid naar die van Chittim, of het land der Chitteën [want beide kan het Hebreeuwse woord dragen] daaronder verstaande allerlei over zee gelegen plaatsen, als Cilicië, Griekenland, of Macedonië, Italië, enz. waarvan ook boven vs.1.
Hertaald:
Naar Chittim toe,
Met deze verkorte manier van spreken wordt te kennen gegeven dat de Tyriërs zeer haastig zouden vluchten, en dan vooral naar de mensen van Chittim, of naar het land van de Chitteën — want het Hebreeuwse woord kan beide betekenen — waaronder allerlei overzeese gebieden verstaan worden, zoals Cilicië, Griekenland of Macedonië, Italië, enzovoort, waarover ook hierboven in vers 1.
ook zult gij
Dat is, gij zult aldaar, waar gij heen vlucht, niet gerust zijn, noch in vrede mogen blijven, maar ook geplaagd en verdreven worden. Zie boven vs.7. Anders: Gij Chittim, of Chitteën, maakt u op, trekt voort, enz. nemende het als een goddelijke aanspraak aan Alexander den Grote met zijn krijgsheir, dat hij zich haasten zou, niet alleen om Tyrus te verderven, maar ook verder tegen de Chaldeën en Babel te trekken. Zie boven vs.1.
Hertaald:
ook zult gij
Dat is: u zult daar waar u heen vlucht niet gerust zijn en niet in vrede kunnen blijven, maar ook geplaagd en verdreven worden. Zie hierboven vers 7. Anders: u, Chittim of Chitteën, maakt u op, trekt voort, enzovoort. Dan wordt het opgevat als een goddelijke aanspraak tot Alexander de Grote met zijn leger, dat hij zich zou haasten, niet alleen om Tyrus te verderven maar ook om verder tegen de Chaldeeën en Babel op te trekken. Zie hierboven vers 1.
Ziet,
God stelt den Tyriërs voor ogen het exempel van het Assyrische of Chaldeeuwse koninkrijk, als eensdeels ten ondergebracht en verwoest zijnde, anderdeels zullende in het toekomende verwoest worden, opdat het den Tyriërs niet vreemd schijne dat zij ook verwoest zouden worden.
Hertaald:
Ziet,
God houdt de Tyriërs het voorbeeld voor van het Assyrische of Chaldeeuwse koninkrijk, dat enerzijds al ten onder gebracht en verwoest was en anderzijds in de toekomst nog verwoest zou worden, opdat het de Tyriërs niet vreemd zou voorkomen dat ook zij verwoest zouden worden.
Assur
Dat is, de Chaldeën, die in de wildernissen in tenten plachten te wonen, zijn door de Assyriërs vergaderd en in steden bij elkander gebracht. Zie Gen. 10:10-11 , en Gen. 11:2 , Gen. 11:8-9 , en vergelijk Ps. 72:9 , en Ps. 74:14 .
Hertaald:
Assur
Dat is: de Chaldeeën, die in de wildernis in tenten plachten te wonen, zijn door de Assyriërs verzameld en in steden bijeengebracht. Zie Gen. 10:10-11 en Gen. 11:2 en Gen. 11:8-9, en vergelijk Ps. 72:9 en Ps. 74:14.
Hij
Te weten God de Heere, van wien gesproken is boven vs.8,9, 11,12.
Hertaald:
Hij
Namelijk: God de HEERE, over Wie hierboven in vers 8, 9, 11 en 12 gesproken is.
heeft het
Te weten het land der Chaldeën, of Hij heeft hen, te weten de Chaldeën heeft Hij door de Assyriërs tenonder gebracht, of profetischer wijze: Hij zal de Assyriërs door de Chaldeën of Babyloniërs zekerlijk tenonder brengen, en daarna de Babyloniërs door de Perzen, en vervolgens uwe stad, o Tyrus, en koninkrijk, veel lichter verstoren.
Hertaald:
heeft het
Namelijk: het land van de Chaldeeën; of: Hij heeft hen, namelijk de Chaldeeën, door de Assyriërs ten onder gebracht. Of men kan het, naar de gewoonte van de profeten, zo lezen: Hij zal de Assyriërs zeker door de Chaldeeën of Babyloniërs ten onder brengen, en daarna de Babyloniërs door de Perzen, en vervolgens uw stad en koninkrijk, o Tyrus, veel gemakkelijker verwoesten.
tot een vervallen hoop
Dat is, Hij heeft het ten onderste boven geworpen; vergelijk onder Jes. 25:2 .
Hertaald:
tot een vervallen hoop
Dat is: Hij heeft het ondersteboven geworpen; vergelijk hieronder Jes. 25:2.
ulieder
Dat is, de stad Tyrus, met alle vaste plaatsen daaraan en daarbij gelegen.
Hertaald:
ulieder
Dat is: de stad Tyrus, met alle versterkte plaatsen die daaraan en daarbij liggen.
dat Tyrus
Dat is, de Tyriërs zullen zeventig jaar lang in hunne ellende blijven steken; alsof God hunner vergeten had of geen acht meer op hen had.
Hertaald:
dat Tyrus
Dat is: de Tyriërs zullen zeventig jaar lang in hun ellende blijven steken, alsof God hen vergeten was of niet meer op hen lette.
zeventig jaren,
Te weten zolang als de Joden in de Babylonische gevangenschap blijven zouden.
Hertaald:
zeventig jaren,
Namelijk: even lang als de Joden in de Babylonische gevangenschap zouden blijven.
gelijk eens konings
Dat is, zolang als ongeveer een koning leeft of leven kan. Of, in het algemeen, zolang als een mens leven kan, te weten die tot groten ouderdom komt. Zie Ps. 90:10 . Anders: Zolang als een koninkrijk duren zal. Aldus wordt het woord melech, voor koninkrijk ook genomen Dan. 7:17 , en Dan. 8:21 ; en wordt hier verstaan het koninkrijk van Babel, hetwelk zeventig jaren gestaan heeft na den ondergang van Tyrus.
Hertaald:
gelijk eens konings
Dat is: zo lang als een koning gewoonlijk leeft of kan leven. Of in het algemeen: zo lang als een mens kan leven, namelijk iemand die een hoge leeftijd bereikt. Zie Ps. 90:10. Anders: zo lang als een koninkrijk zal duren. Zo wordt het woord melech ook voor koninkrijk genomen in Dan. 7:17 en Dan. 8:21; hier wordt dan het koninkrijk van Babel bedoeld, dat zeventig jaar bestaan heeft na de ondergang van Tyrus.
zal in Tyrus
Dat is, Tyrus zal weder bewoond worden en in goeden welstand komen, en dan zullen de inwoners wederom, rijk en weelderig geworden zijnde, hun ouden gang gaan met zingen en springen, en allerlei wellusten des vleesches te oefenen, gelijk vs.16,17 breder gezegd wordt. Anderen, om het woord als ook zijne kracht te laten toekomen, verklaren deze woorden aldus: De inwoners van Tyrus zullen de kooplieden zo lieflijk weten aan te lokken en te bedriegen, als de hoeren met haar lieflijken zang de hoereerders weten aan te lokken.
Hertaald:
zal in Tyrus
Dat is: Tyrus zal weer bewoond worden en in goede staat komen, en dan zullen de inwoners, opnieuw rijk en weelderig geworden, hun oude gang gaan met zingen en springen en met het beoefenen van allerlei vleselijke genoegens, zoals in vers 16 en 17 uitvoeriger gezegd wordt. Anderen, die ook aan het woordje als zijn volle kracht willen geven, verklaren deze woorden zo: de inwoners van Tyrus zullen de kooplieden even lieflijk weten te lokken en te bedriegen als de hoeren met hun lieflijke gezang de hoereerders weten te lokken.
gij vergeten
Dat is, die in vergetelheid gekomen waart.
Hertaald:
gij vergeten
Dat is: u die in vergetelheid geraakt was.
hoer
O Tyrus, gij stad vol hoererij, of gij kooplieden van Tyrus, die met uw lieflijken praat en aanbieding der waren de kooplieden weet aan te lokken, gelijk de hoeren hare boelen.
Hertaald:
hoer
O Tyrus, u stad vol hoererij; of: u, kooplieden van Tyrus, die met uw vriendelijke praatjes en het aanbieden van uw waren de kooplieden weet te lokken zoals de hoeren hun minnaars.
speel wel,
Hebreeuws, maak wel met spelen, of maak het spelen goed. Zie Ps. 33:3 .
Hertaald:
speel wel,
Hebreeuws: maak het goed met spelen, of: maak het spelen goed. Zie Ps. 33:3.
zing veel
Hebreeuws, vermenigvuldigt het lied.
Hertaald:
zing veel
Hebreeuws: vermenigvuldig het lied.
hoererij
Nagenoeg alle uitleggers verstaan hier door hoererij het vuil gewin der Tyriërs, hetwelk zij van hunne koopmanschap kregen van al de rijke en machtige personen, die in de landen, rondom hen gelegen, woonachtig waren.
Hertaald:
hoererij
Vrijwel alle uitleggers verstaan hier onder hoererij het vuile gewin van de Tyriërs, dat zij met hun handel verkregen van alle rijke en machtige personen die in de omliggende landen woonden.
koophandel
Te weten der Tyriërs.
Hertaald:
koophandel
Namelijk: van de Tyriërs.
heilig zijn,
Of, geheiligd zijn. Hebreeuws, in heiligheid zijn.
Hertaald:
heilig zijn,
Of: geheiligd zijn. Hebreeuws: in heiligheid zijn.
het zal niet
Hier wordt voorzegd dat enigen der Tyriërs in toekomende tijden tot den waren God en de Christelijke religie bekeerd zijnde, hun goed en rijkdom niet in hunne kisten en kasten zouden besluiten en behouden, maar dat zij die mildelijk ter ere Gods en tot nooddruft der arme Christenen zouden uitdelen. Zie Hand. 2:44 , en Hand. 4:34 .
Hertaald:
het zal niet
Hier wordt voorzegd dat sommigen van de Tyriërs, wanneer zij in de toekomst tot de ware God en de christelijke godsdienst bekeerd zijn, hun bezit en rijkdom niet in hun kisten en kasten zouden opsluiten en houden, maar dat zij die mild zouden uitdelen tot eer van God en tot het levensonderhoud van de arme christenen. Zie Hand. 2:44 en Hand. 4:34.
die voor den HEERE
Versta, de Christenen in het algemeen en bij name de kerkleraars.
Hertaald:
die voor den HEERE
Versta: de christenen in het algemeen en met name de leraars van de kerk.
durig
Dat is, deksel dat duurzaam is, of dat lang duren kan.
Hertaald:
durig
Dat is: bedekking die duurzaam is, of die lang kan meegaan. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Ligging: Doorgaans geïdentificeerd met Tartessus, een rijke handelsstad/streek in het uiterste zuidwesten van Spanje, aan de Guadalquivir — voor de oude wereld nagenoeg het uiteinde van de bekende aarde. Geschiedenis: "Schepen van Tarsis" worden in de Schrift een vaste uitdrukking voor grote, voor lange zeereizen geschikte koopvaardijschepen (1 Kon. 10:22; 22:48). In Jesaja's oordeelsprofetie over Tyrus worden juist deze schepen opgeroepen te weeklagen, omdat hun handelspartner en havenstad verwoest is (Jes. 23:1, 6, 10, 14). Later is Tarsis wereldberoemd als het verre einddoel waarheen Jona probeerde te vluchten, weg van het aangezicht des HEEREN en van zijn opdracht aan Ninevé (Jona 1:3). Bijbelse betekenis: Tarsis staat in de Schrift bij uitstek voor de verste denkbare uithoek van de aarde — juist daarom is Jona's vlucht daarheen zo veelzeggend: geen enkele afstand is groot genoeg om aan Gods aangezicht en Zijn roepstem te ontkomen (Ps. 139:7-10). Archeologie: De precieze ligging van het bijbelse Tarsis met het door sommige archeologen bij Huelva/Sevilla gezochte Tartessus blijft onder geleerden omstreden; met zekerheid geïdentificeerde overblijfselen van de stad zelf zijn tot op heden niet gevonden. Gen. 10:4; 1 Kon. 10:22; 22:48; Jes. 23:1, 6, 10, 14; 60:9; Jona 1:3; 4:2 Ligging: Het eiland Cyprus in de Middellandse Zee; in latere Schriftgedeelten een ruimere aanduiding voor de kustlanden en eilanden ten westen van Israël. Geschiedenis: In Jesaja's klaaglied over de val van Tyrus wordt het nieuws van de verwoesting van de havenstad "vanuit het land der Chittiërs" bekendgemaakt (Jes. 23:1, 12) — een teken van hoezeer Tyrus' handelsnetwerk zich tot ver in het westen uitstrekte. Later voorzegt Bileam dat schepen "van de zijde van Chittim" tegen Assur en Heber zullen optrekken (Num. 24:24), en in Daniël wordt Chittim gebruikt voor de westerse mogendheid die de koning van het noorden tot staan brengt (Dan. 11:30). Bijbelse betekenis: De herhaalde vermelding van verre, westerse landen als Chittim in de profetische boeken onderstreept dat Gods regering over de volken zich uitstrekt tot ver buiten de grenzen van het beloofde land — geen enkele natie, hoe ver ook, blijft buiten Zijn beschikking. Archeologie: Opgravingen bij Kition (het huidige Larnaca op Cyprus) hebben Fenicische tempelresten en inscripties blootgelegd die de vroege, nauwe handelsbanden tussen Fenicië/Tyrus en het eiland bevestigen. Recente inzichten: Het huidige Cyprus; Kition zelf is het huidige Larnaca. Gen. 10:4; Num. 24:24; Jes. 23:1, 12; Jer. 2:10; Ez. 27:6; Dan. 11:30 © Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas "De last van Tyrus" opent met een oproep aan de schepen van Tarsis om te huilen, want de stad waarop zij voeren is verwoest (Jes. 23:1). Tyrus wordt getekend naar wat zij was: de stad die de kooplieden van Sidon vulde, en "de markt der heidenen" (Jes. 23:3). Van haar handelaars wordt gezegd dat haar "kooplieden vorsten zijn" (Jes. 23:8). Dan komt de vraag wie dit over haar besloten heeft, met het antwoord erbij: "De HEERE der heirscharen heeft het beraadslaagd, opdat Hij ontheilige de hovaardij van alle sieraad, om al de heerlijksten der aarde verachtelijk te maken" (Jes. 23:9). De stad zal zeventig jaar vergeten worden (Jes. 23:15). En het hoofdstuk eindigt onverwacht: haar koophandel zal de HEERE heilig zijn en dienen tot voedsel en kleding voor hen die voor Hem wonen (Jes. 23:18). Bijbelse betekenis: Merk op wat er precies geoordeeld wordt. Niet de handel als zodanig en niet de welvaart, maar de hoogmoed die eruit voortkwam; dat staat met zoveel woorden in Jes. 23:9. Een stad waar kooplieden als vorsten leven, gaat vanzelf denken dat zij haar plaats zelf verworven heeft. Let vervolgens op de vraag die eraan voorafgaat. Wie heeft dit beraadslaagd over Tyrus? Achter de omslag van de wereldhandel staat geen toeval en geen markt, maar een besluit. Let ten slotte op het laatste vers. Wat eerst haar trots was, wordt aan het einde heilig voor de HEERE en komt terecht bij wie voor Zijn aangezicht wonen. Het oordeel is dus ook hier niet het laatste woord. Typologie: De Heere Jezus noemt Tyrus wanneer Hij de steden verwijt die Zijn wonderen zagen en zich niet bekeerden: had men in Tyrus en Sidon gezien wat hier gebeurd is, dan zou men zich lang tevoren bekeerd hebben (Matt. 11:21). Zelfs een stad die als goddeloos bekendstond, staat in Zijn mond dichter bij bekering dan een bevoorrechte plaats die niet luistert. Jes. 23:1-18; Matt. 11:21 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Jesaja 23
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Plaatsen
Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen


Jesaja 23
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
X. Vs. 1-18.KruisverwijzingenJoël 3:4→Jeremia 25:22→Genesis 10:4→Jeremia 47:4→Jesaja 2:16→Amos 1:9→Jesaja 22:2→Jesaja 13:11→
— De last van Tyrus. Huilt, gij schepen van Tarsis! want zij is verwoest, dat er geen huis meer is, dat niemand er meer ingaat; uit het land Chittim is het aan hen openbaar geworden. Zwijgt, gij inwoners des eilands! gij, die de kooplieden van Sidon, over zee varende, vervulden, En wiens inkomst was het zaad van Sichor over de grote wateren, de oogst der rivier; en zij was de markt der heidenen. Word beschaamd, o Sidon! want de zee spreekt, ja, de sterkte der zee, zeggende: Ik heb geen barensnood gehad, ik heb ook niet gebaard, en ik heb geen jongelingen groot gemaakt, en geen jonge dochters opgebracht. Gelijk als geweest is de tijding van Egypte, zal men ook in weedom zijn, als men van Tyrus horen zal. Vaart over naar Tarsis, huilt, gij inwoners des eilands! Is dit uw vrolijk huppelende stad? welker oudheid wel van oude dagen af is; maar haar eigen voeten zullen haar verre wegdragen, om in vreemdelingschap te verkeren. Wie heeft dit beraadslaagd over Tyrus, die kronende stad, welker kooplieden vorsten zijn, welker handelaars de heerlijkste in het land zijn? De HEERE der heirscharen heeft het beraadslaagd, opdat Hij ontheilige de hovaardij van alle sieraad, om al de heerlijksten der aarde verachtelijk te maken. Ga door naar uw land, als een rivier, gij dochter van Tarsis! er is geen gordel meer.
Even als de rij der bedreigingen in Hoofdstuk 13 met Babel wordt geopend, zo wordt zij nu met Tyrus in dit hoofdstuk gesloten. Beide steden staan in nauwe betrekking tot elkaar, waarover wij bij vs. 1 uitvoeriger zullen handelen. De last tegen Tyrus stelt aanstonds bij het begin de stad als ene geheel geruïneerde voor, in welke de van buiten terugkerende zeelieden na lange omzwervingen gene rustplaats meer vinden en over wier val men in de nabijheid en in de verte verwonderd staat (vs 1-5). Over de zee moeten zij vluchten onder een luid gehuil, zij die eertijds zo vrolijk waren, en van zo ouden oorsprong konden spreken. Wat niemand dacht, dat heeft de Heere over haar gebracht, en de stad, die kronen verdeelde, die enkel vorstelijk geplaatste en overal vermaarde handelaars in hare muren opnam, aan het oordeel van diepe ontering overgeleverd (vs. 6-9). De volkplantingen, zo lang hard verdrukt, zullen zich nu vrij maken. Wat de Heere over Tyrus besloten heeft staat echter in samenhang met ene Bijzondere bezoeking, die Hij ditmaal over de zee en over het overblijfsel van het oude land der Kanaänieten besloten heeft en die uitloopt op het schenden van ene maagd, die zich tot hiertoe voor ongenaakbaar gehouden heeft. Die ontering is des te schandelijker, omdat zij door een volk wordt volbracht, dat eerst voor een korten tijd van niets tot een volk geworden is door de zelfde wereldse macht, wier aanvallen Tyrus kon trotseren (vs. 10-13). Terwijl de rede hierop nog eens tot haar begin terugkeert, om het eerste deel harer mededeling te sluiten (vs. 14), gaat zij spoedig over tot het tweede gedeelte, welk ene herstelling der stad na 70 jaren profeteert en een geplaatst worden in den vorigen toestand, alleen dat deze voortaan den Heere moest geheiligd zijn en ten goede van Zijn volk moest komen. (vs. 15-18).
De last (Hoofdstuk 13:1) van a) Tyrus 1), die eilandstad, gelegen op ene rots, die ongeveer 12 minuten in de zee vooruitspringt, en 3/4 mijl verwijderd is van de oude stad, die meer landwaarts in ligt (Joz. 11:8). Huilt gij schepen van Tarsis, wanneer gij van uwe vaart naar Tarsis of Tartessus in Spanje (vs. 10) terugkeert, en onderweg het ontzettend bericht verneemt door schepen, die u ontmoeten! want zij, de stad Tyrus, waar gij tehuis behoort, is verwoest, dat er geen huis meer is, dat niemand er meer ingaat, (daar men kan ingaan), en dit moet u des te bitterder zijn, daar gij na lange moeitevolle vaart u in uw vaderland dacht te herstellen; uit het land Chittim, het laatste station, de stad Citium op Cyprus (Gen. 10:4) is het aan hen, aan de terugkerende schepen, openbaar geworden 2), daar is de bevestiging ontvangen van het onderweg reeds gehoorde bericht uit den mond der hierheen gevluchten, die ooggetuigen der verwoesting geweest zijn.
Jer. 47:4. Ezechiël. 26, 27 en 28. Zach. 9:3, 4.
Babel opent de rij der profetieën tegen de Heidense volken, en Tyrus sluit die. Babel is de grootste wereldmacht te land. Tyrus de grootste handelsmacht ter zee. Babel verhoogde en bevestigde zijn macht, door wegvoering der vreemde volken naar zijn eigen land. Tyrus breidde zijn macht uit, door den handel. Maar beiden hadden op het oog eigen ere, eigen voordeel en aanzien. Beiden rekenden niet met God, en nu, gelijk Babel, zo zou ook het overmoedige Tyrus verwoest worden.
De toehoorder zou nu gaarne nadere bijzonderheden willen weten omtrent de catastrofe, die hier ter sprake gebracht is, maar naar de wijze der profeten verklaart Jesaja dat noch in de eerstvolgende verzen noch in het verdere van zijne rede uitdrukkelijk, het zijn alleen ter loops ingevoegde trekken, die den lezer worden meegedeeld en uit welke hij dan hier, even als elders, zelf de toedracht moet afleiden. Vervolgen wij, om dit te doen, in de eerste plaats het opgemerkte bij 2 Kon. 10:45 over de geschiedenis van Fenicië, zo was ten tijde, toen Samaria verwoest werd en het rijk der tien stammen door ASSYRIË zijnen ondergang vond (822/1 v. C. 2 Kon. 17:6), Eluleus, koning van Tyrus. Salmanasser, nadat hij het landschap Tyrus en vele andere Fenicische steden had onderworpen, bracht met hulp van deze ook den oorlog tot hen over. Hij overviel echter met 12 schepen de vijandelijke vloot, verstrooide die en maakte 600 gevangenen, zodat de koning van ASSYRIË nu niets meer kon doen, dan dat hij bewakers achterliet bij de rivier Leontes en bij de waterleidingen, om den Tyriërs het zoete water af te snijden. Dit duurde vijf jaren, gedurende welken tijd de alzo bewaakten uit gegevene bronnen dronken; ten laatsten beleefden zij den triomf, dat de vijand onverrichter zake van hen meest wegtrekken en zij nu in des te groter eer stonden als de zodanige, die onverwinnelijk waren door hun vloot en door hun ligging. Zo onthoudt zich dan ook in 2 Kon. 18:34 Rabsake wel, om Tyrus te rekenen onder de door zijnen koning en diens voorvaderen onderworpen steden. Van dezen toestand der zaak gaat onze voorspelling uit: Tyrus is voor den profeet benevens Babel, dat toen nog in ‘t geheel niet als een eigen, zelfstandig rijk bestond, maar eerst na ASSYRIË te voorschijn zou treden (Hoofdstuk 13), het tweede voorname beeld van trotse heidense macht. Zij is de stad van den wereldhandel, even als Babel die van het wereldrijk. Zij is het middelpunt der grootste zeemacht, even als Babel die van de landmacht. Zij neemt zo vreedzaam als mogelijk is de schatten der volkeren weg, en verzekert zich van haar voordeel door koloniën en factorijen, gelijk Babel de volken met ijzeren arm onder het juk brengt en zich van zijne heerschappij verzekert door middel van deportatie. Even als Babel, de woestijn aan de zee (Hoofdstuk 21:1) ten onder gebracht wordt door de Meders, zelfs geheel en voor altijd wordt vernietigd (Hoofdstuk 13:17 vv,), zo vroeger Tyrus, de sterkte aan de zee (vs. 4) door de Chaldeeën en hun koning Nebukadnezar zo als daarna Ezechiël in Hoofdstuk 26-28 van het Boek zijner profetieën nader uiteenzet. Terwijl thans, nu naar allen schijn Sanherib tegen Jeruzalem optrekt en dit in zijnen Jehova, zo als het schijnt, een slecht bolwerk heeft tegen den machtigen overwinnaar (vgl. Hoofdstuk
, Tyrus in zijne ligging aan de zee ene zekerheid van onverwinnelijkheid meent te bezitten en vol triomferenden overmoed op alle rijken ziet, die den Assyrischen veroveraar als buit zijn ten deel geworden en nog zullen worden, ziet de profeet over de tijdruimte van meer dan 140 jaren heen, en hij aanschouwt de trotse stad als reeds voor altijd gevallen. Met het jaar 586 v. C. namelijk, zoals men uit velerlei omstandigheden kan opmaken (zie Ezechiël. 29:17 vgl. 2 Kon. 25:2) begint de 13 jarige belegering door Nebukadnezar, die de eilandstad door een aarden wal aan het vaste land verbond, en haar, die zich reeds verheugd had over den val van Jeruzalem (in het jaar v. C. 588), en zich zelf daarvan vermeerdering van macht en rijkdom had beloofd (Ezechiël. 26:2), na ontzaglijke moeiten en bezwaren (in het jaar 573 v. C.) eindelijk veroverde en waarschijnlijk door capitulatie in zijne macht kreeg. De Tyriers hadden echter hun rijke schatten reeds in veiligheid gebracht en de veroveraar vond dus voor zijne moeiten gene schadevergoeding. (Ezechiël. 29:17 vv.). De toen regerende koning van Tyrus was Ithobal (Ethbaäl) II. Toch was de inneming der stad gene gehele verwoesting, even als ook Alexander de Grote, na ene belegering van zeven maanden, op dezelfde wijze, door het leggen van een dam, haar (in het jaar 332 v. C.) slechts innam, niet vernietigde (1 Makk. 1:4) en zij zelfs onder Syrische en Romeinse opperheerschappij, nog ene aanzienlijke, bloeiende handelsstad was. Evenzo hebben de kruisvaders in het jaar 1125 n. C. haar slechts veroverd; hare verwoesting volgde eerst 150 jaren later door de Sarracenen. Nu is alle heerlijkheid van Tyrus deels in de zee weggezonken, deels onder het zand begraven. Op de plaats van de bouwvallen der vorige eilandstad staat een dorp, dat uit ellendige houten hutten bestaat en den naam van Sur draagt. Het is nu geen eiland meer, want de dam dien Alexander maakte is door aangespoeld zand ene brede en vaste landtong geworden, die het eiland met het strand verbindt. Jesaja ziet dus op onze plaats nog in verdere toekomst, dan die over 140 jaren. De door Nebukadnezar gebroken macht van Tyrus valt voor zijn oog met de gehele vernietiging te zamen, welke de Geest van God hem openbaarde. Alzo behoeft het niet te bevreemden, dat ook na de bovengenoemde catastrofe de stad hare eigene beheersers had, doch enigermate afhankelijk van de Chaldeeën en naderhand van de Perzen. Na Ithobal II regeerde namelijk, zo als een fragment uit Menander mededeelt, 10 jaren lang Baäl; daarop werden rechters aangesteld, die echter bijna allen slechts enige maanden lang zich staande hielden totdat weer een koning Balatorus gedurende een jaar op den troon zat. Vervolgens lieten de Tyriërs Merbel en na diens dood Hiram uit Babylonië komen, nakomelingen van hun oud koningsgeslacht, dat de Chaldeeën daarheen in ballingschap hadden gevoerd. In het 14de jaar van den laatsten werd Cyrus koning van Perzië.
Zwijgt, gij inwoners des eilands, of, gij bewoners de kust, waarop de stad te voren stond, zo velen gij door u de vlucht hebt kunnen redden! er heerse ene dodelijke stilte, omdat gij zo diep zijt vernederd, gij, die de kooplieden van Zidon, de moederstad van geheel Fenicië (Joz. 11:8), die over zee varende, naar alle richtingen heentrokken, vervulden met waren en allerlei handelsbedrijvigheid.
En wiens inkomst was het zaad van Sichor (= troebel), hier waarschijnlijk, anders dan in (Joz. 13:3; het bovenste gedeelte van den Nijl), wat Egypte, de grote korenschuur der oude wereld opleverde, die men aanvoerde over de grote wateren der Middellandse zee; de oogst der rivier de Nijl werd tot haar gebracht; en zij was de markt der heidenen, de plaats, waar men kocht en verkocht. Beter vertaling is: En op grote wateren werd het zaad van Sichor, de oogst van de rivier (de Nijl) haar voordeel, en zij werd de markt voor de volken. Het laatst niet in den zin dat de volken tot Tyrus kwamen, maar in dien dat de Feniciërs de volken, de natiën voedden met hetgeen zij gekocht hadden en met winst weer van de hand deden. Tyrus in al hare grootheid en macht wordt ons hier door den Profeet voorgesteld.
Word beschaamd, o Zidon! 1) met het gehele land van Fenicië, van wege den val dier stad, die de parel was onder alle Fenicische steden en het bolwerk der Fenicische vrijheid! want de zee spreekt, waarin de stad ligt, ja, de sterkte der zee, Tyrus dat juist te dezer tijd, waarin de profeet voorzegt, voor ene onneembare vesting wordt gehouden, zeggende ten tijde, waarvan ik spreek: Ik heb genen barensnood gehad, er is niet meer die menigte volks als te voren; ik heb ook niet gebaard, de kinderen van mijn land uitzendende naar ver gelegene stapelplaatsen en koloniën (2 (Sam. 5:11), en ik heb gene jongelingen groot gemaakt, en gene jonge dochters opgebracht, maar moet daarheen leven als ene weduwe, die van hare zonen en dochters voor altijd beroofd is.
Zidon werd beschaamd toen ze langs de wateren deze droeve mare wegens haar dochter Tyrus horen moest, en toen het hoge springtij der machtig sterke zee haar als met een bulderende stem toeriep: Ik heb nu geen barensnood meer, ik breng geen kinderen meer voort als in vroeger dagen; neen het is gedaan o Zidon, gij zult geen scheepsladingen van uwe zonen meer derwaarts zenden, om zich in den koophandel te oefenen en om zich te helpen rijk en groot te worden. Of anders de zee, die in den omtrek van Tyrus gewoon was eertijds van schepen te krielen, zal nu zijn als ene verlatene en troosteloze weduwe, beroofd van alle hare kinderen en nu gene volkeren hebbende, welke zij kon opvoeden. Egypte was wel een groter en aanmerkelijker rijk dan dat van Tyrus, doch Tyrus had in ‘t opzicht tot den handel zo groot en uitgestrekt een invloed en gebied, dat alle volken als versteld, verlegen en bedroefd zouden zijn nog meer op het horen van den val en ondergang dezer enkele stad, dan op die van geheel Egypte, die ook eerlang plaats had en hun aangekondigd werd. (vs. 5.) Of gelijk sommigen hier lezen: Wanneer deze tijding tot de Egyptenaren zal geraakt zijn, dan zal het hun smarte en wee doen dit van Tyrus te moeten horen, deels om het verlies van hun handel met die stad, deels ook omdat dit als een stap tot hun eigen verderf zou zijn.
Gelijk als vroeger (Exod. 15:14 vv.) geweest is de tijding van Egypte, en de over hen gekomene ellende, omdat men na dien val van zulk ene macht geen land meer veilig kon achten, zo zal men ook in weedom zijn, als men van Tyrus en hare nederlaag horen zal. Volgens ene andere verklaring: Zodra het gerucht van hetgeen geschied is naar Egypte komt, zal men verschrikken over het gerucht omtrent Tyrus, omdat de Egyptenaren nu niet alleen hun welvaart geknakt zien na den val der stad, aan welke zij hun koren leverden (vs. 3), maar ook moeten vrezen, dat, nadat de laatste hindernis, die den veroveraar binnen het bereik van Azië in den weg stond, was weggenomen, en nu de beurt om vernietigd te worden aan haar kwam. (Ezechiël. 29:17 vv.) .
Vaart over de zee naar Tarsis, gij die uw leven hebt behouden, gaat naar de verst verwijderde kolonie uwer stad (vs. 10), om u te redden; huilt, gij inwoners des eilands, want terwijl het anders onmannelijk is om te klagen, heeft toch de smart, bij slagen, als u getroffen hebben, volle recht (Hoofdstuk 15:4).
Is dit, deze van mensen verlatene puinhoop, dien men nu aantreft, waar Tyrus stond, uwe vrolijk huppelende stad, die gij eertijds zo hoog verhieft, als waar alle vreugde verenigd was? Is dat die stad, welker oudheid wel van oude dagen af is, de oudste onder alle Fenicische steden naast Sidon, maar hare eigene voeten zullen haar verre wegdragen, om in vreemdelingschap te verkeren, zij zullen vluchten om nieuwe woonplaatsen op te zoeken. Volgens ene andere verklaring: welker voeten haar verre henen gedragen hebben om in vreemde landen te verkeren. Alsdan wordt gedoeld op de volkplantingen, die de Tyriërs overal heen gezonden hadden. Ook Curtius (een Romeins geschiedschrijver beroemd door zijn werk over de daden van Alexander de Grote) noemt Tyrus ene stad: “beroemd door de oudheid van haren oorsprong” (vetustate originis insignis). volgens Josefus (1 Kron. 24:7) zou zij 240 jaren vóór het bouwen van den Salomonischen tempel gesticht zijn; dat ware naar onze berekening ongeveer in het jaar 1252 v. C.
Wie onder de kinderen der mensen heeft dit beraadslaagd over Tyrus, die kronende stad, de stad, die kronen uitdeelde, die op de door haar gestichte koloniën, als Citium op Cyprus, Tartessus in Spanje en in den beginne ook te Carthago in Afrika koningen aanstelde, die stad, welker kooplieden vorsten zijn, wat pracht en rijkdom aangaat met vorsten gelijk staan (Hoofdstuk 13:2), welker handelaars, klein-handelaars, de heerlijksten in het land zijn, over de gehele wereld hoog in ere. Wie had het ooit gedacht?
De HEERE der heirscharen heeft het beraadslaagd, heeft het besloten in Zijnen raad, dat, waaraan geen mens kon denken, opdat Hij, wiens wijsheid het is tot niets te maken wat iets is (1 (Kor. 1:26 vv.), ontheilige, vernietige, de hovaardij van alle sieraad, om al de heerlijksten der aarde verachtelijk te maken 2), doordien zij alle in de vernederde Tyriërs een spiegel hebben, hoe het hun zelven eenmaal zal gaan.
En opdat Tyrus zou weten, dat deze bedreiging zeker vervuld zou worden, maar ook opdat het de roede zou kussen en de hand, die haar besteld had, daarom zegt hier de Profeet, dat zulks die bloeiende handelsstad niet zou aangedaan worden, in de eerste plaats door den mens, maar door Hem, wiens Raad zou bestaan en die al zijn Welbehagen zou doen. Het was de Heere God, die zulks had besloten en het ook gewis zou uitvoeren. Ook hier wordt het weer zo klaar en duidelijk voor ogen gesteld, dat alles geschiedt naar den bepaalden Raad en de voorkennisse Gods.
Hij bedoelde hiermede de trotsheid te vernederen der hovaardigen, aan welke Hij al hun geleend en vergankelijk sieraad ontnemen wilde en al hun glorie te gronde werpen, opdat de heerlijksten derhalve verachtelijk gemaakt zijnde in de ogen aller mensen, hun eigen naaktheid zien en erkennen, en tot Hem de toevlucht nemen mochten, ten einde Hij hun naar de ziele genadig mocht zijn. Want om de Tyriërs te vernederen en voor Zich te verootmoedigen en van alle trotsheid te genezen, en geenszins om Zijn eigen oppergezag en willekeurig gebied en volstrekte onafhankelijkheid te tonen, deed God deze oordelen over hen komen.
Ga nu vrij door naar uw land 1), zonder dat de moederstad u verder zou kunnen hinderen, u geheel naar uw welbehagen daarin uit te breiden als in uw eigendom; ga door als ene rivier, even als de Nijl rondom het land overstroomt, wanneer zij buiten hare oevers is getreden, gij dochter van Tarsis 2)! er is geen gordel meer, die u in uwe vrije beweging zou kunnen hinderen.
In het Hebr. Ibri artseek. Dit kan wel betekenen, ga door uw land, maar in verband met het volgende is het beter te vertalen, overstroom uw land, als de rivier, nl. de Nijl. De Nijl overstroomde Egypte en daarom werd het land vruchtbaar. De Heere God richt dit woord tot Tarsis, een kolonie, en wel een der voornaamste koloniën van Tyrus, wellicht ook wel de meest verdrukte door de moederstad.
Het Hebr. Tarschisch is het Griekse Tartessus volgens onze mening niet te verwisselen met Tarsis of Tharsisa in Gen. 10:4; 1 Kron. 1:8, ene Fenicische kolonie in het zuidwesten van Spanje, in de nabijheid der tegenwoordige Guadalquivier (bij de ouden Baltis genoemd). De Feniciërs toch bezetten reeds vroeg niet alleen de Balearische eilanden, maar ook de zuidelijke delen van Andalusië tot aan de grenzen van Granada en tot Murcia met vele steden. Onder deze zijn beroemd aan de ene zijde de stad Tartessus, aan de andere zijde de eilandstad Gades, het tegenwoordige Cadix, op de westzijde van het eiland Leon. Bij hun aankomst lag daar het zilvererts zo menigvuldig, dat de inwoners het slechts behoefden te nemen en er hun gewone vaten van vervaardigden. Spoedig begonnen zij bergwerken aan te leggen, en door slaven naar goud, zilver, tin, lood, ijzer te laten graven (Ezechiël 27:12 v.). Behalve dat slaven- en dienstwerk bij de mijnwerken, moesten de daar aanwezige kolonisten en inwoners ook de Tyrische schepen in de havens opwachten en andere diensten verrichten. Zulk ene onvoorwaardelijke afhankelijkheid, waarin de moederstad het land hield, zal spoedig ophouden en het land zal zich vrij kunnen bewegen: dat is het, wat de profeet op onze plaats wil zeggen. Tartessus is alleen als voorbeeld genoemd, om hetzelfde van de Tyrische volkplantingen in ‘t algemeen te zeggen. Omdat nu tot deze vaart naar Tartessus, dat in een ver afgelegen oord lag (in de bedoeling van het uiterste westen komt de naam voor in Hoofdstuk 66:19 en Ps. 72:10) grote schepen, geschikt tot de grote vaart, nodig waren, zo verkreeg het woord Tarsis-schip de algemene betekenis van een groot zeeschip (1 Kon. 10:22) De andere uitleggers, ook Luther, vertalen dan ook den naam Tarschisch altijd door zee, zelfs op zulke plaatsen, waar, even als in ons vers, bepaald alleen aan de Fenicische kolonie te denken is (vgl. Jer. 10:9. Ezechiël. 27:12, 25; 38:13. Jona 1: 3; 4:2.) Volgens die overzetting zou men op onze plaats onder de “dochter der zee” Tyrus zelf moeten verstaan, alsof tot haar de aandrang kwam, om hare nog in leven geblevene inwoners naar de buitenlandse volkplantingen te laten gaan, daar geen band hen meer met het vaderland verbond en alle staatkundige betrekking was opgelost. Anderen, die even als wij “gij dochter Tarsis” vertalen, en dus Tartessus voor de aangesprokene stad houden, vatten de woorden: “ga door uw land” op als ene aanmaning, dat de bevolking van deze stad zich verder over het land moest verbreiden, omdat zij door opname der vele vluchtelingen uit Tyrus, te zeer was toegenomen, dan dat alleen binnen den muur nog plaats zonden hebben; Zij verklaren van dien muur de uitdrukking “gordel. ” Even als ene maagd, wanneer haar het lichaam zwelt, den gordel losser moet maken, of gelijk de Nijl, wanneer hare wateren wassen, de dijken doorbreekt, zo moet ook Tarsis nu hare ringmuren verwijden en hare bevolking over het land uitstorten.
Hij, de Heere, die vroeger reeds de rijken op het vaste land Zijnen machtigen arm had laten gevoelen, heeft thans, nu Tyrus viel, Zijne hand uitgestrekt over de zee 1). Dit deed Hij tot een daadzakelijk bewijs, dat, gelijk er niet alleen een God der bergen is, maar ook der vlakten (1 (Kon. 20:23, 28), Hij zo ook een God is over de zee, evenzeer als over het vasteland, hetgeen de Tyriërs niet hebben willen geloven, integendeel zich in hun vesting aan de zee ongenaakbaar en onverwinnelijk hielden (vs. 1). Hij heeft de koninkrijken in de overzeese en tot hiertoe onbedwongene landen beroerd, omdat zij nu voor ogen zien, dat voor Hem gene macht der wereld beveiligd is. De HEERE heeft thans, nadat Hij het land in geduld heeft gedragen, en den in Gen. 9:25 en Exod. 23:23 vv. uitgesproken vloek niet dadelijk in de gehele zwaarte voltrokken heeft, bevel gegeven tegen Kanaän, 2) het van Kanaänieten nog overige land der Feniciërs (Gen. 10:15), om hare sterkten te verdelgen, de vaste punten en steden, die het middelpunt vormen van elk der verschillende delen van dit land.
Tyrus en de koloniën van haar uitgaande liggen aan de Middellandse zee. De koninkrijken hier bedoeld, zijn die van Voor-Azië en van Egypte, Ethiopië er onder begrepen.
De Feniciërs noemden hun eigen land Kanaän hoewel die naam aan de gehele kust toekwam. Ook hier wederom komt Tyrus het te horen, dat de God van Israël, de levende God, deze oordelen over haar brengt.
En Hij heeft gezegd: Gij zult niet meer als voorheen vrolijk huppelen, o gij verdrukte maagd, gij dochter van Zidon! 1) Tot hiertoe hebt gij u voor ene maagd gehouden, die niemand mag aantasten, gij land van Zidonië; maar gij zijt nu ene geschandvlekte geworden, en de roem uwer onschendbaarheid is voor altijd verdwenen. Naar Chittim, Cyprus, toe, maak u op, vaar over, om u daar een toevluchtsoord te zoeken; maar het zal u niet gelukken, ook zult gij aldaar gene rust hebben. 2)
Tyrus, door de Zidoniërs gesticht en bevolkt (zie vs. 2) wordt hier in den eigenlijken zin Zidons dochter genoemd, en beschreven als een ongeschonden maagd. Vóór hare verovering door Nebukadnezar, had zij geen vreemd geweld geduld; zij huppelde en dartelde in het gevoel van hare schoonheid, rijkdom en vrijheid, maar nu zou zij het niet langer doen; zij zou geweld ondergaan; de woeste krijgsman zou haar schenden, haar tot den staat ener dienstmaagd en slavin vernederen. “Geschonden maagd; ” ook bij ons is het zinnebeeld niet onbekend, waardoor men ene nooit verwonnen vesting bij ene ongerepte maagd vergelijkt en haar “geschonden”, zegt, wanneer zij voor het eerst in de macht eens vijands valt. Doch bij Oosterlingen wordt ditzelfde zinnebeeld met zoveel stoutheid en in zo vele zinnebeelden uitgevoerd, dat wij in onze streken en bij onze zeden daaraan niet zouden durven denken. Of, Gij verdrukte (geschandvlekte), gij jongvrouwelijke dochter Zidons. Zidon achtte zich als een jonkvrouw onaantastbaar, was daarop zeker en gerust, maar de Heere voorspelt hier, dat zij geschandvlekt, onteerd zal worden, dat haar naam en eer zal vergaan.
Ook Cyprus was door de Feniciërs gesticht. Ook Cyprus had het knellend juk van Zidon gedragen. Vandaar dat, nu het juk, door de verwoesting der moedersteden, van den hals was genomen, de inwoners der moederstad in de koloniën niet begeerd werden en er geen rust zouden vinden.
Ziet, het land der Chaldeeën 1): dit volk was er niet als volk; hoewel het in aanzien was, was het dit niet in staatkundig opzicht; Assur heeft het land in de laagte van zijn gebied gefundeerd voor degenen, die in de wildernissen woonden, hij heeft het ingericht tot ene vaste woonplaats voor de Chaldeeër-horden, die nog naar de wijze der Nomaden rondzwierven; zij, deze door de ASSYRIËRS eerst tot een gevestigd en betekenend volk gemaakte Chaldeeën, richtten hun sterkten hun belegeringswerktuigen op, en bouwden 2) hun paleizen, maar Hij heeft het tot enen vervallenen hoop gesteld 3).
In hoeverre de Chaldeeën eerst door de Assyriërs tot een vast wonend volk gemaakt zijn, kunnen wij bij het duistere, waarin de oorspronkelijke geschiedenis van de Chaldeeën uit dien tijd nog gehuld is, niet nader aanwijzen. Het dient echter wel volgens de door ons gegevene verklaring om het den Tyriërs aangekondigde gericht sterker te maken, dat de stad, trots op een buitengewonen ouderdom, door een pas ontstaan volk, dat de macht, welke zich veilig achtte op de glorie van gedurende vele honderden jaren overwinnaars te zijn geweest, door een volk dat zonder naam was en pas zich had verheven zou worden ter neer geworpen. Ja nog opmerkelijker was het. Tyrus, op dat ogenblik (toen Jesaja voorspelde) geen einde vindende van den roem over den tegenstand, dien het aan het in overwinningen en eer zo rijke Assur betoond had (vs. 1), moest door een volk vallen, dat niet meer is dan ene macht van ditzelfde Assur; de stad van kunsten en beschaving door ene bedouïnenhorde; de onverwinnelijk zich achtende vesting in de zee door een volk der woestijn, onder aanwending van werktuigen der gewone binnenlandse belegeringskunst. Geen woord is er in dit gehele vers zonder ene bijzondere bedoeling.
In het Hebr. Oreroe Onze Staten-Overzetters vertalen, bouwden en leiden het af daarvan maar ook kan het afgeleid worden van verwoesten. En die betekenis moeten we hier hebben. Gevolg toch van het richten der sterkten, dat is van de belegeringswerktuigen, tegen de stad is niet dat de paleizen gebouwd werden, maar dat zij verwoest werden.
De Profeet toont met deze woorden aan de middellijke oorzaak, waardoor Tyrus zal verwoest worden, welke oorzaak den God van Israël, dien hij aangewezen heeft als de Oorzaak te zijn van zo groot werk, zal dienen in het uitvoeren van Zijne oordelen. Hij. Onze Staten-Overzetters zijn van mening, dat God, de Heere hier bedoeld wordt. Anderen zijn van gevoelen dat ook hier het instrument aangewezen is, hetwelk God, de Heere wil gebruiken.
Huilt dan, gelijk ik in ‘t begin van dit orakel (vs. 1) u heb toegeroepen, gij schepen van Tarsis, die terugkeert van uwe zeetochten naar Tarsis! want ulieder sterkte, de sterke vesting Tyrus, is verstoord.
En het zal geschieden te dien dage, van dezen haren val afgerekend, dat Tyrus, wier naam te voren op aller lippen was, zal vergeten worden zeventig jaren, gelijk eens konings dagen, zo lang een koning op ‘t langst regeert (waarschijnlijk ene toespeling op den duur der Chaldeeuwse heerschappij (2 Kon. 25:27); maar ten einde van zeventig jaren zal in Tyrus als een hoerenlied zijn; het zal de stad, die volkomen naar ene boeleerster gelijkt, die ook ieder om gewin ter wille geweest is, en van de bevrediging van uwe zinnelijke lusten een geldwinning gemaakt heeft, gaan, gelijk men in een werelds volkslied zingt van ene soldatenhoer (Richt 5:30), wanneer zij na jaren lang vergeten te zijn, hare schoonheid weer zal willen in het oog doen vallen.
Neem de harp, ga in de stad rondom met zoete tonen lokkende, gij vergetene hoer! speel wel, zing vele liederen, opdat uwer gedacht worde!
En het gelukt ook deze boeleerder, wat aan anderen moeilijk gelukken zou, want het zal geschieden, ten einde van zeventig jaren, dat de HEERE Tyrus zal bezoeken, het met wijze en genadige doeleinden zal herstellen, gelijk Hij ook het zondige handelen en schandelijk drijven des mensen voor Zijn rijk weet dienstbaar te maken, en dat zij wederkeren zal tot haren hoerenloon, tot den vorigen rijkdom, dien zij door haren handel verkreeg, en zij zal hoererij bedrijven, handelen met alle koninkrijken der aarde, die op den aardbodem zijn. Het drijven van den handel, slechts bedacht op aards voordeel, wordt, wanneer het gene door God aangewezene perken erkent, en zich met de gehele wereld gemeen maakt, een “hoererij-bedrijven” genoemd, omdat het ene prostitutie der ziel is, en op markten en bij feesten, toen de Fenicische (daar de Feniciërs Astarte-dienaren waren), van vroegeren tijd af ook de lichamelijke prostitutie gewoon was. De liefde tot de wereldse goederen is een geestelijke hoererij, en de gierigaard of geldzuchtige schrapers en inhalige belagers, van aardse rijkdommen zijn overspelers en overspeleressen, (Jak. 4:4) terwijl de hebzucht en de gierigheid ene geestelijke hoererij is.
En haar koophandel en haar hoerenloon, de rijkdom door het winstgevend handeldrijven verworven, zal den HEERE heilig zijn, aan Zijnen dienst gewijd en tot bevordering van Zijn rijk bestemd worden (Lev. 27:14, 21. (Joz. 6:19), het zal niet ten schat vergaderd noch opgesloten worden als vroeger, maar haar koophandel zal wezen voor hen, die voor het aangezicht van den HEERE wonen, voor de leden Zijner verbondsgemeente, wier eigenlijke woonplaats is in de Goddelijke tegenwoordigheid in Zijnen tempel (Ps. 27:4; 84:5), opdat zij eten tot verzadiging, en dat zij durig een duurzaam deksel hebben 1), dat zij zich overvloedig kunnen kleden.
Met het begin der Perzische heerschappij had werkelijk een voorspel plaats van het hier voorspelde, daar volgens bevel van Cyrus Sidoniërs en Tyriërs den Jeruzalemsen tempel ondersteunden (Ezra 3:7). Een tweede voorspel is het, dat spoedig in den beginne der Apostolische werkzaamheid ene Christelijke gemeente te Tyrus bestond, welke Paulus bezocht (Hand. 21:3 vv.) en dat deze voortdurend toenam. Zo kwam ook de handel van Tyrus in den dienst van den God der openbaring. Maar het Christelijke Tyrus is het toch, dat thans in puin ligt (zie bij vs. 1) Ene der opmerkelijkste ruïnen is, de heerlijke kathedraal van Tyrus, voor welke Eusebius van Cesarea (overl. 340 v. C) ene inwijdingsrede schreef, en waarin waarschijnlijk Frederik Barbarossa (in ‘t jaar 1190 n. C. in den Kalikadnos verdronken) begraven ligt. De profetie heeft dus tot heden toe slechts een dubbel voorspel van hare vervulling beleefd, hare gehele vervulling is nog te wachten. Of zij slechts als ideaal zal worden vervuld, in zo verre als met de rijken der wereld ook de wereldhandel Godes en Zijne Christus wordt, of geestelijk in dien zin, als de Openbaring van Johannes dit woord gebruikt, d. i. zodat in ene andere stad het wezen van Tyrus zich openbaart, even als in Rome het wezen van Babel, of stoffelijk d. i. zo, dat datzelfde vissersdorp Sur weer verdwijnen zal voor het uit zijne puinhopen weer opstaande Tyrus, dat kan geen Schriftverklaarder zeggen, die niet zelf een profeet is. De vervulling dezer belofte, dat Tyrus weer in genade zou aangenomen worden, nadat het tot den Heere was bekeerd geworden is begonnen te geschieden ten tijde der Seleuciden, toen de Joden en hun Jodengenoten enige synagogen te Tyrus hadden (Hand. 21:3, 4). Ten tijde van Christus ging er nog een groter licht op onder hen (Mark. 3:8. Luk. 6:7). en Paulus vond er ene gemeente van Christenen (Hand. 21:3, 4). Onder Deocletianus ondergingen enigen der laatsten den marteldood en ten tijde van Konstantijn den Grote zijn er enige heilige Christentempelen gebouwd.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel