Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
In het jaarH8141, toen TartanH8661 naar AsdodH795 kwamH935, als hem SargonH5623, de koningH4428 van AssyrieH804 gezondenH7971 had, toen hij krijg voerdeH3898 tegen AsdodH795, en het innamH3920;
In het jaar, toen Tartan naar Asdod kwam, als hem Sargon, de koning van Assyrie gezonden had, toen hij krijg voerde tegen Asdod, en het innam;
KJV
In the year1
that Tartan3
came2
unto Ashdod,4
(when Sargon7
the king8
of Assyria9
sent5
him,) and fought10
against Ashdod,11
and took
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Ter zelfder tijdH6256 sprakH1696 de HEEREH3068, door den dienstH3027 van JesajaH3470, den zoonH1121 van AmozH531, zeggendeH559: GaH3212 heen, en ontbindH6605 den zakH8242 van uw lendenenH4975, en doe uw schoenenH5275 van uw voetenH7272. En hijH1931 deedH6213 alzoH3651, gaandeH1980 naaktH6174 en barrevoetsH3182.
Ter zelfder tijd sprak de HEERE, door den dienst van Jesaja, den zoon van Amoz, zeggende: Ga heen, en ontbind den zak van uw lendenen, en doe uw schoenen van uw voeten. En hij deed alzo, gaande naakt en barrevoets.
KJV
At the same time1
spake3
the LORD4
by5
Isaiah6
the son7
of Amoz,8
saying,9
Go10
and loose11
the sackcloth12
from off thy loins,14
and put off16
thy shoe15
from thy foot.18
And he did so,19
walking21
naked22
and barefoot.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Toen zeideH559 de HEEREH3068: Gelijk als Mijn knechtH5650 JesajaH3470 naaktH6174 en barrevoetsH3182 wandeltH1980, drieH7969 jarenH8141, tot een tekenH226 en wonderH4159 overH5921 EgypteH4714 en overH5921 MorenlandH3568;
Toen zeide de HEERE: Gelijk als Mijn knecht Jesaja naakt en barrevoets wandelt, drie jaren, tot een teken en wonder over Egypte en over Morenland;
KJV
And the LORD2
said,1
Like as my servant5
Isaiah6
hath walked4
naked7
and barefoot8
three9
years10
for a sign11
and wonder12
upon Egypt14
and upon Ethiopia;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
AlzoH3651 zal de koningH4428 van AssyrieH804 voortdrijvenH5090 de gevangenenH7628 der EgyptenarenH4714, en de MorenH3568, die weggevoerdH1546 zullen worden, jongenH5288 en oudenH2205, naaktH6174 en barrevoetsH3182, en met bloteH2834 billenH8357, den EgyptenarenH4714 tot schaamteH6172.
Alzo zal de koning van Assyrie voortdrijven de gevangenen der Egyptenaren, en de Moren, die weggevoerd zullen worden, jongen en ouden, naakt en barrevoets, en met blote billen, den Egyptenaren tot schaamte.
KJV
So shall the king3
of Assyria4
lead away2
the Egyptians7
prisoners,6
and the Ethiopians10
captives,9
young11
and old,12
naked13
and barefoot,14
even with their buttocks16
uncovered,15
to the shame17
of Egypt.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
En zij zullen verschrikkenH2865 en beschaamdH954 zijn van de MorenH3568, op dewelke zij zagenH4007, en vanH4480 de EgyptenaarsH4714, hun roemH8597.
En zij zullen verschrikken en beschaamd zijn van de Moren, op dewelke zij zagen, en van de Egyptenaars, hun roem.
KJV
And they shall be afraid1
and ashamed2
of Ethiopia3
their expectation,4
and of Egypt6
their glory.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
En de inwonersH3427 van ditH2088 eilandH339 zullen te dien dageH3117 zeggenH559: ZietH2009, alzoH3541 is hetH1931 gegaan dien, op welkenH834 wij zagenH4007, werwaarts wij henenvlodenH5127 om hulpH5833, om geredH5337 te worden van het aangezichtH6440 des koningsH4428 van AssyrieH804; hoeH349 zullen wij dan ontkomenH4422?
En de inwoners van dit eiland zullen te dien dage zeggen: Ziet, alzo is het gegaan dien, op welken wij zagen, werwaarts wij henenvloden om hulp, om gered te worden van het aangezicht des konings van Assyrie; hoe zullen wij dan ontkomen?
KJV
And the inhabitant2
of this isle3
shall say1
in that day,5
Behold, such8
is our expectation,9
whither we flee11
for help13
to be delivered14
from15
the king16
of Assyria:17
and how shall we escape?
Tartan
Een van de krijgsoversten in het leger van Sanherib; 2 Kon. 18:17 .
Hertaald:
Tartan
Een van de legeroversten in het leger van Sanherib; 2 Kon. 18:17.
Asdod kwam,
Eertijds ene hoofdstad van een der vijf vorstendommen der Filistijnen; Joz. 13:3 , waar de afgod Dagon geëerd werd; 1 Sam. 5:2 .
Hertaald:
Asdod kwam,
Vroeger een hoofdstad van een van de vijf vorstendommen van de Filistijnen, Joz. 13:3, waar de afgod Dagon vereerd werd; 1 Sam. 5:2.
Sargon,
Hij wordt gemeenlijk Sanherib genoemd, gelijk 2 Kon. 18:13 , en elders.
Hertaald:
Sargon,
Hij wordt gewoonlijk Sanherib genoemd, zoals in 2 Kon. 18:13 en elders.
het innam;
Van het innemen der stad Asdod rekenen enigen de drie jaren, waarvan vs.3.
Hertaald:
het innam;
Sommigen rekenen de drie jaren waarover in vers 3 gesproken wordt vanaf de inname van de stad Asdod.
door den dienst van Jesája,
Hebreeuws, door de hand van Jesaja; zie Lev. 8:36 .
Hertaald:
door den dienst van Jesája,
Hebreeuws: door de hand van Jesaja; zie Lev. 8:36.
Ga heen,
Te weten om te prediken of te profeteren.
Hertaald:
Ga heen,
Namelijk: om te prediken of te profeteren.
ontbind
Hebreeuws, open den zak; men moet een zak, dien men aanheeft, of een kleed, als men het uittrekken zal, eerst openen of ontbinden.
Hertaald:
ontbind
Hebreeuws: open de zak. Een zak die men aanheeft, of een kleed dat men uit wil trekken, moet men eerst openmaken of losmaken.
den zak
Dat is, uw treurkleed, hetwelk, zo het schijnt, de profeet had aangetrokken tot een teken van de ellende, die den Joden en andere natiën nakende was; sommigen menen dat het een profetisch kleed is geweest, hetwelk hij gewoonlijk droeg.
Hertaald:
den zak
Dat is: uw rouwkleed, dat de profeet naar het schijnt had aangetrokken als teken van de ellende die de Joden en andere volken te wachten stond. Sommigen menen dat het een profetenkleed geweest is, dat hij gewoonlijk droeg.
naakt
Dat is, bloot, te weten zonder zak, treurkleed, en zonder schoen. Want geheel naakt te gaan zou oneerbaar en schandelijk zijn. De zin is dat de profeet bloot ging, als een arme slaaf, die gevankelijk weggevoerd wordt, en tot een teken dat den Moren en Egyptenaars zulks was aanstaande, gelijk vs.4 breder wordt uitgedrukt. Anderen nemen hier het woord naakt voor bloot van zijn profetisch kleed. Zie 1 Sam. 19:24 en de aantekening aldaar.
Hertaald:
naakt
Dat is: ontbloot, namelijk zonder zak, zonder rouwkleed en zonder schoenen. Want geheel naakt gaan zou onbetamelijk en schandelijk zijn. De betekenis is dat de profeet ontbloot ging als een arme slaaf die in gevangenschap weggevoerd wordt, en dat als teken dat dit de Moren en Egyptenaren te wachten stond, zoals in vers 4 uitvoeriger uitgedrukt wordt. Anderen vatten het woord naakt hier op als ontbloot van zijn profetenkleed. Zie 1 Sam. 19:24 en de aantekening daarbij.
barrevoets
Of, ontschoeid, zonder kousen of schoenen, zie 2 Sam. 15:30 , en Jer. 2:25 .
Hertaald:
barrevoets
Of: zonder schoeisel, zonder kousen of schoenen; zie 2 Sam. 15:30 en Jer. 2:25.
wandelt,
Of, gewandeld heeft. Sommigen nemen dit als een profetisch gezicht, anderen dat het inderdaad alzo geschied is.
Hertaald:
wandelt,
Of: gewandeld heeft. Sommigen vatten dit op als een profetisch gezicht, anderen menen dat het werkelijk zo gebeurd is.
drie jaren,
Dat is, om aan te wijzen hetgeen over of na drie jaren Egypte en Morenland zal overkomen; of om aan te wijzen dat de ellende, die Egypte en Morenland zal treffen, drie jaren duren zal.
Hertaald:
drie jaren,
Dat is: om aan te wijzen wat Egypte en het Morenland na drie jaar zou overkomen; of om aan te wijzen dat de ellende die Egypte en het Morenland zou treffen drie jaar zou duren.
tot een teken
Anders: een teken en wonder is over, enz.
Hertaald:
tot een teken
Anders: een teken en wonder is over, enzovoort.
de koning van Assyrië
Te weten Sargon, of Sanherib.
Hertaald:
de koning van Assyrië
Namelijk: Sargon, of Sanherib.
voortdrijven
Of, wegleiden, of wegvoeren, of heendrijven, of leiden; te weten als een hoop beesten, gelijk het Hebreeuwse woord gebruikt wordt Gen. 31:18 ; Ex. 3:1 ; 1 Sam. 30:20 en elders meer.
Hertaald:
voortdrijven
Of: wegleiden, wegvoeren, heendrijven of leiden, namelijk als een kudde vee, zoals het Hebreeuwse woord gebruikt wordt in Gen. 31:18, Ex. 3:1, 1 Sam. 30:20 en nog elders.
de gevangenen
Hebreeuws, de gevangenis. Zie Num. 31:12 . En versta hier de gevangen Egyptenaars, die van de slachting zouden overblijven.
Hertaald:
de gevangenen
Hebreeuws: de gevangenis. Zie Num. 31:12. Versta hier de gevangen Egyptenaren die de slachting zouden overleven.
de Moren,
Hebreeuws, de wegvoering der Moren; dat is, een grote menigte der Moren, die gevankelijk naar Assyrië toe zullen gevoerd worden. Hetwelk enigen verstaan van die Moren, die onder het beleid van Thirhaka tegen de Assyriërs ten strijde uitgetrokken waren.
Hertaald:
de Moren,
Hebreeuws: de wegvoering van de Moren — dat is: een grote menigte Moren die in gevangenschap naar Assyrië gevoerd zullen worden. Sommigen verstaan daaronder die Moren die onder leiding van Tirhaka tegen de Assyriërs ten strijde getrokken waren.
den Egyptenaren
Of, tot versmaadheid van Egypte; versta hierbij, en van Morenland.
Hertaald:
den Egyptenaren
Of: tot smaad van Egypte. Vul hierbij aan: en van het Morenland.
zij zullen
Te weten de Filistijnen en ook de Joden, die vastelijk hoopten dat de Egyptenaars Sanherib zouden verdrijven. Zie 2 Kon. 18:21 .
Hertaald:
zij zullen
Namelijk: de Filistijnen en ook de Joden, die vast hoopten dat de Egyptenaren Sanherib zouden verdrijven. Zie 2 Kon. 18:21.
van de Moren,
Dat is, vanwege de Moren.
Hertaald:
van de Moren,
Dat is: vanwege de Moren.
op dewelke zij zagen,
Hebreeuws, hunne aanschouwing; dit is toevoorzicht; dat is, van welken zij hulp verwachtten en op welken zij zich verlieten.
Hertaald:
op dewelke zij zagen,
Hebreeuws: hun aanschouwing, dat is: hun verwachting — dat is: van wie zij hulp verwachtten en op wie zij zich verlieten.
hun roem
Dat is, op wier hulp zij roemden en pochten.
Hertaald:
hun roem
Dat is: op wier hulp zij roemden en pochten.
van dit eiland
Dat is, van dit land; te weten der Filistijnen en der Joden. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk en gemeenlijk een eiland, maar het kan hier in zijn eigen betekenis niet genomen worden van alle andere natiën, tenzij te dezen aanzien, dat de Joden en Filistijnen afgezonderd waren van alle andere natiën gelijk de eilanden van alle andere landen, door de zee, of rivieren afgezonderd worden. Of, de profeet noemt het land der Filistijnen en der Israëlieten een eiland, omdat zij van hunne vijanden rondom omsingeld waren, gelijk een eiland rondom in het water ligt en daarvan omsingeld is. Zie wijders Gen. 10:5 , en Ps. 72:10 .
Hertaald:
van dit eiland
Dat is: van dit land, namelijk dat van de Filistijnen en de Joden. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk en gewoonlijk een eiland, maar het kan hier niet in zijn eigenlijke betekenis genomen worden, tenzij in dit opzicht: dat de Joden en de Filistijnen van alle andere volken afgezonderd waren zoals eilanden door de zee of door rivieren van alle andere landen afgezonderd worden. Of de profeet noemt het land van de Filistijnen en de Isra«lieten een eiland omdat zij rondom door hun vijanden omsingeld waren, zoals een eiland rondom in het water ligt en daardoor omsloten wordt. Zie verder Gen. 10:5 en Ps. 72:10.
op welken
Hebreeuws, onze aanschouwing, enz.; zie vs.5. Dat is, op welken wij onze ogen geslagen hadden.
Hertaald:
op welken
Hebreeuws: onze aanschouwing, enzovoort; zie vers 5. Dat is: op wie wij onze ogen gericht hadden.
van het aangezicht
Of, van den koning van Assyrië.
Hertaald:
van het aangezicht
Of: van de koning van Assyrië. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Koning van Assyrië, die zijn legeroverste Tartan naar Asdod zond om deze stad te veroveren; in dat jaar liet de HEERE Jesaja drie jaar naakt en barrevoets rondgaan als een teken tegen Egypte en Cusch (Jes. 20:1-4). Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas Het hoofdstuk is gedateerd op het jaar waarin de veldheer van Sargon de stad Asdod innam (Jes. 20:1). In diezelfde tijd krijgt Jesaja de opdracht: "Ga heen, en ontbind den zak van uw lendenen, en doe uw schoenen van uw voeten" (Jes. 20:2). Hij doet het, en gaat drie jaar zo rond. God zegt er de betekenis bij: zoals Zijn knecht Jesaja loopt, "tot een teken en wonder over Egypte en over Morenland", zo zullen de gevangenen van Egypte en de Moren worden weggevoerd (Jes. 20:3-4). Wie op Egypte gehoopt had, staat dan met lege handen: "En zij zullen verschrikken en beschaamd zijn van de Moren, op dewelke zij zagen, en van de Egyptenaars, hun roem" (Jes. 20:5). Het hoofdstuk eindigt bij de vraag die de omwonenden dan stellen: "hoe zullen wij dan ontkomen?" (Jes. 20:6). Bijbelse betekenis: De tekst vertelt wat de profeet moest doen en niet meer dan dat, en het register volgt haar daarin. Het gaat om de zaak die het teken zegt. Merk op wie het teken draagt. Jesaja moet het niet alleen zeggen maar het jarenlang zijn; wat hij aankondigt, draagt hij zelf het eerst. Let vervolgens op waar het teken over gaat. Juda keek naar Egypte om hulp tegen Assur. De boodschap is dat de hulp waarop men vertrouwt, zelf weggevoerd zal worden. Let ten slotte op de vraag waarmee het hoofdstuk eindigt (Jes. 20:6). Zij blijft hier onbeantwoord staan. Het antwoord staat elders in dit boek: niet in een bondgenootschap, maar in het geloven zelf (reeds behandeld bij Jes. 7:9). Typologie: Ook in het Nieuwe Testament draagt een bode wel eens zelf het teken. Agabus bond zich de gordel van Paulus om handen en voeten om te tonen wat Paulus in Jeruzalem wachtte (Hand. 21:11). En de zaak waar dit hoofdstuk om draait, staat elders kort samengevat: "Het is beter tot den HEERE toevlucht te nemen, dan op prinsen te vertrouwen" (Ps. 118:9). Jes. 20:1-6; Jes. 7:9; Hand. 21:11; Ps. 118:9 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Jesaja 20
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Namen
Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen


Jesaja 20
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
VII. Vs. 1-6.Kruisverwijzingen2 Koningen 18:17→1 Samuël 19:24→Micha 1:8→Jesaja 8:18→Jesaja 19:4→Ezechiël 24:23→Mattheüs 3:4→Zacharia 13:4→
— In het jaar, toen Tartan naar Asdod kwam, als hem Sargon, de koning van Assyrie gezonden had, toen hij krijg voerde tegen Asdod, en het innam; Ter zelfder tijd sprak de HEERE, door den dienst van Jesaja, den zoon van Amoz, zeggende: Ga heen, en ontbind den zak van uw lendenen, en doe uw schoenen van uw voeten. En hij deed alzo, gaande naakt en barrevoets. Toen zeide de HEERE: Gelijk als Mijn knecht Jesaja naakt en barrevoets wandelt, drie jaren, tot een teken en wonder over Egypte en over Morenland; Alzo zal de koning van Assyrie voortdrijven de gevangenen der Egyptenaren, en de Moren, die weggevoerd zullen worden, jongen en ouden, naakt en barrevoets, en met blote billen, den Egyptenaren tot schaamte. En zij zullen verschrikken en beschaamd zijn van de Moren, op dewelke zij zagen, en van de Egyptenaars, hun roem. En de inwoners van dit eiland zullen te dien dage zeggen: Ziet, alzo is het gegaan dien, op welken wij zagen, werwaarts wij henenvloden om hulp, om gered te worden van het aangezicht des konings van Assyrie; hoe zullen wij dan ontkomen?
Na de voorzegging, die in de verhevenste taal van plechtige waardigheid over Ethiopië is gesproken (Hoofdstuk 18), en de aanwijzing, welke kalmer van taal in ‘t brede schildert hetgeen de Heere over Egypte denkt (Hoofdstuk 19), volgt nu in gewoon geschiedkundig proza een orakel over beide rijken tegelijk. Eerst worden de tijdsomstandigheden aangewezen, waarop het betrekking heeft, het zijn deze dat de koning van ASSYRIË door zijnen veldheer de stad Asdod laat belegeren, om vervolgens na de inneming tegen de beide tot één koninkrijk verenigde landen in Oost-Afrika te opereren (vs.
. Toen mochten diegenen in Juda, die tot hiertoe den koning Hizkia tot een verbond met Egypte gedrongen hadden, denken, dat het met die veroveringen goed zou aflopen en Assur’s ondernemingen moesten en zouden mislukken, maar tot een tekenen zinnebeeld van hetgeen komen zal, moet de profeet drie jaren lang als een beroofde en beschimpte, als een bedelaar of krijsgevangene rondgaan; want ASSYRIË zal genoeg krijgsgevangenen en ballingen uit de beide landen wegvoeren (vs. 2). En als nu de tijd daar is, dat datgene, wat het teken en zinnebeeld zo lang voor ogen heeft gesteld, ook werkelijk tot vervulling komt, wordt het woord der verklaring van de zijde des Heren daarbij gevoegd: “Juda weet nu, welk ene hulp het heeft aan die machten, die toch zich zelf niet kunnen helpen. ”
In het jaar toen Tartan (= grote aanwas), een Assyrisch veldheer, dezelfde, die 8 jaren later in vereniging met Rabsaris en Rabsake voor Jeruzalem verscheen, om de stad tot overgave aan Sanherib op te eisen (2 (Kon. 18:17 vv.), naar Asdod, de stad der Filistijnen (Joz. 13:2 v.) kwam, ongeveer in het jaar 721 v. C. onmiddellijk na de inneming van Samaria en de wegvoering der tien stammen in de Assyrische ballingschap (2 Kon. 17:4-6; 18:9-12), als hem Sargon, die op Salmanasser volgde, de koning van ASSYRIË met een leger van Samaria gezonden had, toen hij krijg voerde tegen Asdod, die sterke vesting, die de sleutel was tot verovering van Egypte, waarop de Assyrische koningen voornamelijk het oog hadden, en het innam, 1) waaraan zich vervolgens ene gedeeltelijke bemachtiging van het Ethiopisch-Egyptische rijk aansloot:
Uit de annalen van Sargon blijkt dat in hetzelfde jaar toen Asdod viel, de koning van Ethiopië zijn onderwerping aanbood. Wij hebben het er dus ook voor te houden, dat de profeet eerst drie jaren naakt en barrevoets liep, en toen de vernedering van Egypte door ASSYRIË heeft aangekondigd. Vs. 3 wijst dit duidelijk aan.
Ter zelver tijd, namelijk in het begin der belegering, die niet zonder bijzondere betekenis was voor de geschiedenis van het rijk van God, omdat Juda kon zien wat zijne verwachtingen van Egypte waren (2 (Kon. 18:21) toen sprak de HEERE door den dienst van Jesaja, den zoon van Amos, daar Hij door dezen ene openbaring wilde geven. Hij sprak, zeggende en deze openbaring aan ene zinnebeeldige handeling van de zijde van den profeet verbindende, voordat Hij ze vervolgens (vs. 3 vv.) onder bepaalde woorden bracht: Ga heen in uwe kamer en ontbind den zak 1) het grove linnen of haren overkleed, dat gij over het gewone kleed naar de wijze der profeten draagt (2 Kon. 1:8) van uwe lenden, boven welke het met een gordel wordt vastgehouden, en doe uwe schoenen van uwe voeten, om ook deze te ontbloten. En hij deed alzo zonder nog te weten waarom, en te vragen waartoe, gaande naakt, alleen in het onderkleed (Exod. 12:34) en barrevoets, dus geheel er uitziende als een beroofde en beschimpte, als een bedelaar of een krijgsgevangene en dit wel drie jaren lang.
Hieruit blijkt dat Jesaja gelijk gekleed was als Elia vroeger, en Johannes de Doper later. Het grove overkleed, of de harige mantel werd gedragen, of over het blote lijf, of over de dusgenaamde tunica, het onderkleed. Bij Jesaja zal het geweest zijn over het onderkleed.
Toen, in het jaar 718, nadat de profeet zich zo lang lijden en spot had laten welgevallen, zei de HEERE door zijnen mond tot de mensen: Gelijk in ‘t algemeen Mijne profeten op Mijn bevel vele dingen moeten ondernemen, die ongerijmd en aanstotelijk voorkomen, maar steeds zinnebeelden van geestelijke waarheden zijn (Jer. 19:1 vv. Ezechiël. 5:1 vv.). Gelijk als mijn knecht Jesaja in gehoorzaamheid aan Mijn woord, naakt en barrevoets wandelt, drie jaren, tot een teken en wonder, om de opmerkzaamheid en bewondering van het volk op te wekken, en wel in ‘t bijzonder over Egypte en over Morenland, welke beide landen nu onder een scepter verenigd zijn (1 Kon. 3:1), en op welke de on-theocratische politiek aan het koninklijk hof haar vertrouwen stelt (2 Kon. 18:16);
Alzo zal de koning, van ASSYRIË, waarschijnlijk in dit jaar 718 vóór Christus nadat hij door zijnen veldheer Asdod had ingenomen (vs. 1), voortdrijven de gevangenen der Egyptenaren, en de Moren die weggevoerd zullen worden uit Ethiopië, jongen en ouden, in dezelfde gedaante, als gij den profeet gezien hebt, naakt en barrevoets en met blote billen (2 Sam. 10:4 vv.), den Egyptenaren tot schaamte. Zo diep zal Egypte verenigd met Morenland, ondanks zijne macht, vernederd worden, tot ene heilzame lering voor degenen, die Juda een verbond met Egypte aanraden (zie Hoofdstuk 22:15 vv. 30:1 vv. 31:1 vv. Onze kennis van de geschiedenis van dien tijd is nog te gebrekkig, om de vervulling van de profetie in bijzonderheden te kunnen aanwijzen. Toch blijkt uit Neh. 3:8-10, en de ontcijfering der opschriften in de zalen van het paleis te Khorsabad (2 Kon. 15:20) zoveel, dat Saron na de verovering van Asdod den veldtocht tegen Ethiopië en Egypte werkelijk volbracht heeft, de toenmalige residentie der Farao’s No-Amon (Thebe in Opper-Egypte) veroverde en de gevangenen én uit Egypte én Ethiopië naar ASSYRIË deporteerde, gelijk hij ook in ‘t algemeen op alle zijne krijgstochten de verplaatsing der volkeren op grote schaal als een middel tot voortdurende onderwerping der landen aanwendde. Doch wanneer ook de ASSYRIËRS sedert de regering van Sargon naar de onderwerping van Egypte streefden en ook voor een tijd verkregen, konden zij haar echter niet op den duur handhaven.
En zij, de Israëlieten, die het bondgenootschap met Egypte wilden, zullen verschrikken en beschaamd zijn over de Moren, op welke zij zagen om hulp, en van de Egyptenaars, hunnen roem, 1) die zij als goede bondgenoten beschouwden.
Juda zou hierdoor kunnen overtuigd worden van het schadelijke en schandelijke om niet op den Heere God, den Rotssteen des heils, Israël’s bewaarder en beschermer te vertrouwen, maar op den gebroken rietstaf Egypte. Als het zien zou, dat als Sargon Asdod ingenomen hebbende en zich kerende tegen Egypte en Morenland, hij reeds terstond door dit land als leenheer werd erkend, hoe moest het dan niet van alle mensen, ook van het machtige Egypte leren afzien, om alleen op Jehova te vertrouwen!
En de inwoners van dit eiland, van deze zeekust, Palestina (Zef. 2:5), zullen te dien dage zeggen: Ziet, alzo is het gegaan, dien, op welken wij zagen, Morenland en Egypte, werwaarts wij heenvloden om hulp, om gered te worden van het aangezicht des konings van ASSYRIË; hoe zullen wij dan ontkomen, wanneer het dien groten machten zo kwalijk is gegaan? Zo luide ook Jesaja vroeger tegen het verbond met ASSYRIË gepredikt heeft, heenwijzende naar den Koning op Zion, als het enig toevoorzicht, zo bepaald en verstaanbaar spreekt hij daarna, als het verdrag met den Assyriër eens gesloten is, tegen de overhelling van Hizkia en zijne raadslieden naar den ondertussen machtig geworden Egyptischen heerser. Hoe grijpt toch de mens van het ene wankelende riet naar het ander, wanneer zijne hand eens den staf heeft laten varen, dien ‘t geloof reikt, de wonderbare Gods kracht, die met den geest datgene bevat, wat de zinnen niet kennen en verstaan. De profeet, de onbestendigheid der Egyptische macht met helderen blik doorziende, wil zijn volk voor nieuwe gevaren, die uit bloot menselijke hulp ontstaan, ten nadrukkelijkste waarschuwen, en kiest daartoe de indrukwekkende taal der symbolische veraanschouwelijking. Aan zijn eigen lichaam stelt hij de naakte blootheid der Faraönische heerlijkheid ten toon, en, midden in den volkshoop wandelend, wordt hij ten teken en ter voorspelling van de niet lang meer uitblijvende vernedering van den Egyptischen trots door de macht der ASSYRIËRS. Zo schuwt hij, die op des Heren last spreekt, het niet, tot heilzame onderrichting des volks, bloot en naakt daarheen te gaan, en Jesaja is nog over meer dan drie jaren tot in de verste tijden tot een schitterend voorbeeld geworden. Zelfverloochening en afzien van alle uiterlijke sieraad en glans moet de wet van den leraar Gods zijn; in den eenvoudigsten glans der waarheid moet zijn woord uitgaan, en indien het den heiligsten plicht zijne beroeps geldt, moet hij zich over de naaktheid van den lichamelijken mens niet schamen. Maar schamen zullen zich die, welke naar des profeten woord van onbetrouwbaarheid van aardse macht niet willen horen, en nu, door ervaring geleerd, hun hoop op den Egyptenaar vernietigd zien.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel