Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
ZendtH7971 de lammerenH3733 van den heerserH4910 des landsH776 van SelaH5554 af, naar de woestijnH4057 henen, totH413 den bergH2022 der dochterH1323 van SionH6726.
Zendt de lammeren van den heerser des lands van Sela af, naar de woestijn henen, tot den berg der dochter van Sion.
KJV
Send1
ye the lamb2
to the ruler3
of the land4
from Sela5
to the wilderness,6
unto the mount8
of the daughter9
of Zion.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Anderszins zal het geschiedenH1961, dat de dochterenH1323 van MoabH4124 aan de verenH4569 van ArnonH769 zullen zijnH1961, als een zwervendeH5074 vogelH5775, uit het nestH7064 gedrevenH7971 zijnde.
Anderszins zal het geschieden, dat de dochteren van Moab aan de veren van Arnon zullen zijn, als een zwervende vogel, uit het nest gedreven zijnde.
KJV
For it shall be, that, as a wandering3
bird2
cast out5
of the nest,4
so the daughters7
of Moab8
shall be at the fords9
of Arnon.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
BrengtH935 een raadH6098 aan, houdtH6213 gerichtH6415, maaktH7896 uw schaduwH6738 op het middenH8432 van den middagH6672, gelijk van den nachtH3915; verbergtH5641 de verdrevenenH5080, en meldtH1540 den omzwervendeH5074 nietH408.
Brengt een raad aan, houdt gericht, maakt uw schaduw op het midden van den middag, gelijk van den nacht; verbergt de verdrevenen, en meldt den omzwervende niet.
KJV
Take1
counsel,2
execute3
judgment;4
make5
thy shadow7
as the night6
in the midst8
of the noonday;9
hide10
the outcasts;11
bewray14
not him that wandereth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Laat mijn verdrevenenH5080 onder u verkerenH1481, o MoabH4124! weesH1933 gij hun een schuilplaatsH5643 voor het aangezichtH6440 des verstoordersH7703; wantH3588 de onderdrukkerH4160 heeft een eindeH656, de verstoringH7701 is te niet geworden, de vertredersH7429 zijn vanH4480 de aardeH776 verdaanH8552.
Laat mijn verdrevenen onder u verkeren, o Moab! wees gij hun een schuilplaats voor het aangezicht des verstoorders; want de onderdrukker heeft een einde, de verstoring is te niet geworden, de vertreders zijn van de aarde verdaan.
KJV
Let mine outcasts3
dwell1
with thee, Moab;4
be5
thou a covert6
to them from the face8
of the spoiler:9
for the extortioner12
is at an end,11
the spoiler14
ceaseth,13
the oppressors16
are consumed15
out of the land.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Want er zal een troonH3678 bevestigdH3559 worden in goedertierenheidH2617, en opH5921 denzelven zal bestendigH571 een zittenH3427 in de tentH168 van DavidH1732, een, die oordeeltH8199 en het rechtH4941 zoektH1875, en vaardigH4106 is ter gerechtigheidH6664.
Want er zal een troon bevestigd worden in goedertierenheid, en op denzelven zal bestendig een zitten in de tent van David, een, die oordeelt en het recht zoekt, en vaardig is ter gerechtigheid.
KJV
And in mercy2
shall the throne3
be established:1
and he shall sit4
upon it in truth6
in the tabernacle7
of David,8
judging,9
and seeking10
judgment,11
and hasting12
righteousness.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Wij hebben gehoordH8085 de hovaardijH1347 van MoabH4124, hij is zeerH3966 hovaardigH1341; zijn hoogmoedH1346, en zijn hovaardijH1347, en zijn verbolgenheidH5678, zijn alzoH3651 zijn grendelenH907 nietH3808.
Wij hebben gehoord de hovaardij van Moab, hij is zeer hovaardig; zijn hoogmoed, en zijn hovaardij, en zijn verbolgenheid, zijn alzo zijn grendelen niet.
KJV
We have heard1
of the pride2
of Moab;3
he is very5
proud:4
even of his haughtiness,6
and his pride,7
and his wrath:8
but his lies
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
DaaromH3651 zal MoabH4124 over MoabH4124 huilenH3213, altemaal zullen zij huilenH3213; over de fondamentenH808 van Kir-HaresethH7025 zult gijlieden zuchtenH1897, gewisselijk, zij zijn gebrokenH5218.
Daarom zal Moab over Moab huilen, altemaal zullen zij huilen; over de fondamenten van Kir-Hareseth zult gijlieden zuchten, gewisselijk, zij zijn gebroken.
KJV
Therefore shall Moab3
howl2
for Moab,4
every one shall howl:6
for the foundations7
of Kirhareseth8
shall ye mourn;10
surely they are stricken.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
WantH3588 de veldenH7709 van HesbonH2809 zijn verflauwdH535, ook de wijnstokH1612 van SibmaH7643, de herenH1167 der heidenenH1471 hebben zijn uitgelezen plantenH8291 verpletterdH1986; zij reikenH5060 tot JaezerH3270 toe, zij dwalenH8582 door de woestijnH4057; hun scheutenH7976 zijn uitgespreidH5203, zij zijn gegaanH5674 over zeeH3220.
Want de velden van Hesbon zijn verflauwd, ook de wijnstok van Sibma, de heren der heidenen hebben zijn uitgelezen planten verpletterd; zij reiken tot Jaezer toe, zij dwalen door de woestijn; hun scheuten zijn uitgespreid, zij zijn gegaan over zee.
KJV
For the fields2
of Heshbon3
languish,4
and the vine5
of Sibmah:6
the lords7
of the heathen8
have broken down9
the principal plants10
thereof, they are come13
even unto Jazer,12
they wandered14
through the wilderness:15
her branches16
are stretched out,17
they are gone over18
the sea.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
DaaromH3651 beweenH1058 ik, in de weningH1065 overH5921 JaezerH3270, den wijnstokH1612 van SibmaH7643, ik maak u doornatH7301 met mijn tranenH1832, o HesbonH2809 en ElealeH500! wantH3588 het vreugdegeschreiH1959 overH5921 uw zomervruchtenH7019 en overH5921 uw oogstH7105 is gevallenH5307;
Daarom beween ik, in de wening over Jaezer, den wijnstok van Sibma, ik maak u doornat met mijn tranen, o Hesbon en Eleale! want het vreugdegeschrei over uw zomervruchten en over uw oogst is gevallen;
KJV
Therefore I will bewail3
with the weeping4
of Jazer5
the vine6
of Sibmah:7
I will water8
thee with my tears,9
O Heshbon,10
and Elealeh:11
for the shouting17
for thy summer fruits14
and for thy harvest16
is fallen.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Alzo dat de blijdschapH8057 en vrolijkheidH1524 weggenomenH622 is vanH4480 het vruchtbare veldH3759, en in de wijngaardenH3754 wordt nietH3808 gezongenH7442, nochH3808 enig gejuichH7321 gemaakt; de druiven trederH1869 treedtH1869 geenH3808 wijnH3196 uit in de wijnbakkenH3342, ik heb het vreugdegeschreiH1959 doen ophoudenH7673.
Alzo dat de blijdschap en vrolijkheid weggenomen is van het vruchtbare veld, en in de wijngaarden wordt niet gezongen, noch enig gejuich gemaakt; de druiven treder treedt geen wijn uit in de wijnbakken, ik heb het vreugdegeschrei doen ophouden.
KJV
And gladness2
is taken away,1
and joy3
out of the plentiful field;5
and in the vineyards6
there shall be no singing,8
neither shall there be shouting:10
the treaders14
shall tread out15
no wine11
in their presses;12
I have made their vintage shouting16
to cease.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
DaaromH3651 rommeltH1993 mijn ingewandH4578 overH5921 MoabH4124, als een harpH3658, en mijn binnensteH7130 over Kir-heresH7025.
Daarom rommelt mijn ingewand over Moab, als een harp, en mijn binnenste over Kir-heres.
KJV
Wherefore my bowels3
shall sound6
like an harp5
for Moab,4
and mine inward parts7
for Kirharesh.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
En het zal geschieden, als men zienH7200 zal, datH3588 MoabH4124 vermoeidH3811 is geworden opH5921 de hoogtenH1116, dan zal hij in zijn heiligdomH4720 gaan om te aanbiddenH6419, maar hij zal nietH3808 vermogenH3201.
En het zal geschieden, als men zien zal, dat Moab vermoeid is geworden op de hoogten, dan zal hij in zijn heiligdom gaan om te aanbidden, maar hij zal niet vermogen.
KJV
And it shall come to pass, when it is seen3
that Moab6
is weary5
on the high place,8
that he shall come9
to his sanctuary11
to pray;12
but he shall not prevail.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
DitH2088 is het woordH1697, dat de HEEREH3068 tegenH413 MoabH4124 gesprokenH1696 heeft, van toen af.
Dit is het woord, dat de HEERE tegen Moab gesproken heeft, van toen af.
KJV
This is the word2
that the LORD5
hath spoken4
concerning Moab7
since that time.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
Maar nuH6258 spreektH1696 de HEEREH3068, zeggendeH559: Binnen drieH7969 jarenH8141 (als de jaren eens huurlings), dan zal de eerH3519 van MoabH4124 verachtzaamH7034 gemaakt worden, met alH3605 die groteH7227 menigteH1995; en het overblijfselH7605 zal kleinH4592, weinigH4213, onmachtigH3808 wezen.
Maar nu spreekt de HEERE, zeggende: Binnen drie jaren (als de jaren eens huurlings), dan zal de eer van Moab verachtzaam gemaakt worden, met al die grote menigte; en het overblijfsel zal klein, weinig, onmachtig wezen.
KJV
But now the LORD3
hath spoken,2
saying,4
Within three5
years,6
as the years7
of an hireling,8
and the glory10
of Moab11
shall be contemned,9
with all that great14
multitude;13
and the remnant15
shall be very16
small17
and feeble.18
Zendt
O gij Moabieten.
Hertaald:
Zendt
O Moabieten.
de lammeren
Hebreeuws, het lam, dat is, zoveel lammeren als gij tot schatting te geven schuldig zijt. De Moabieten betaalden aan den koning van Juda jaarlijks honderd duizend lammeren en honderd duizend rammen met de wol, gelijk af te nemen is uit 2 Sam. 8:2 , vergeleken met 2 Kon. 3:4 .
Hertaald:
de lammeren
Hebreeuws: het lam — dat is: zoveel lammeren als u als schatting verplicht bent te geven. De Moabieten betaalden de koning van Juda jaarlijks honderdduizend lammeren en honderdduizend rammen met de wol, zoals op te maken is uit 2 Sam. 8:2, vergeleken met 2 Kon. 3:4.
heerser
Te weten van den koning van Juda, die een heer of heerser over uw land is geworden, van dien tijd af toen David u heeft overwonnen; 2 Sam. 8:2 . Anders: des heerschappers van het aardrijk, verstaande daarbij God den Heere, in dezen zin, alsof hij de Moabieten vermaande dat zij den waren God zouden aannemen, zulks doende blijken met hem lammeren op te offeren.
Hertaald:
heerser
Namelijk: van de koning van Juda, die heer of heerser over uw land geworden is vanaf de tijd dat David u overwonnen heeft; 2 Sam. 8:2. Anders: van de Heerser van de aarde; daaronder wordt dan God de HEERE verstaan, in die zin dat de profeet de Moabieten vermaant de ware God aan te nemen en dat te laten blijken door Hem lammeren te offeren.
Sela af,
Dat is, van uw land af, hetwelk ten dele met klippen en rotsen is bezet, ten dele met de woestijn. Sela was de hoofdstad, op een rots gelegen.
Hertaald:
Sela af,
Dat is: vanuit uw land, dat deels vol klippen en rotsen is en deels uit woestijn bestaat. Sela was de hoofdstad, die op een rots lag.
naar de woestijn
Hier kan men verstaan die woestijn van Juda, die daar is strekkende tot aan de Jordaan, waar die rivier in de Dode zee valt.
Hertaald:
naar de woestijn
Hier kan men de woestijn van Juda verstaan, die zich uitstrekt tot aan de Jordaan, waar die rivier in de Dode Zee uitmondt.
tot den berg
Dat is, tot Jeruzalem, hetwelk aan den berg Zion ligt.
Hertaald:
tot den berg
Dat is: tot Jeruzalem, dat aan de berg Sion ligt.
Anderszins
De zin is: Indien gijlieden dat niet doet, namelijk: Indien gij, Moabieten, den huize Davids niet gehoorzaamt, zo zal het geschieden, enz. Anders: want het zal geschieden.
Hertaald:
Anderszins
De betekenis is: als u dat niet doet — namelijk als u, Moabieten, het huis van David niet gehoorzaamt — dan zal het gebeuren, enzovoort. Anders: want het zal gebeuren.
de dochteren
Dat is, de Moabietische vrouwen, getrouwde en ongetrouwde, gelijk Luc. 23:28 ; daar staat: Gij dochteren Jeruzalems; waaronder verstaan zijn zowel gehuwde als de ongehuwde. Anderen verstaan hier door de dochteren de kleine steden van het Moabietische land.
Hertaald:
de dochteren
Dat is: de Moabitische vrouwen, gehuwde en ongehuwde, zoals in Luk. 23:28, waar staat: gij dochters van Jeruzalem, waaronder zowel gehuwde als ongehuwde vrouwen verstaan worden. Anderen verstaan hier onder de dochters de kleine steden van het Moabitische land.
Arnon
Arnon was het uiterste van der Moabieten land. Zodat als de profeet hier dreigt dat de dochteren Moabs aan de veren van Arnon zouden gebracht en overgevoerd worden, dat is te zeggen dat zij zouden verjaagd, of gevankelijk uit hun land zouden gevoerd worden.
Hertaald:
Arnon
Arnon lag aan de uiterste grens van het land van de Moabieten. Wanneer de profeet hier dreigt dat de dochters van Moab naar de veren van Arnon gebracht en overgezet zouden worden, wil dat dus zeggen dat zij verjaagd of in gevangenschap uit hun land weggevoerd zouden worden.
als een zwervende vogel,
Dat is, als een vogel die heen en weer vliegt. Alzo zullen de dochteren der Moabieten uit haar nest, dat is uit haar vaderland en uit hare huizen en welvaart gedreven worden.
Hertaald:
als een zwervende vogel,
Dat is: als een vogel die heen en weer vliegt. Zo zullen de dochters van de Moabieten uit hun nest, dat is: uit hun vaderland en uit hun huizen en welvaart, verdreven worden.
Brengt
Te weten, hoe gij het aanstaande ongeluk zult kunnen ontlopen.
Hertaald:
Brengt
Namelijk: hoe u het komende onheil zult kunnen ontlopen.
houdt gericht,
Hier raadt de profeet den Moabieten dat zij oprecht handelen zouden, inzonderheid met de arme verdreven Joden, met dezen niet handelende gelijk eertijds hunne voorouders gedaan hadden; Deu 23 ; Jer 48 .
Hertaald:
houdt gericht,
Hier raadt de profeet de Moabieten aan oprecht te handelen, in het bijzonder met de arme, verdreven Joden, en met hen niet zo om te gaan als hun voorouders vroeger gedaan hebben; Deut. 23 en Jer. 48.
maakt uw schaduw
Dat is, maakt dat uwe schaduw, dat is de verkwikking die zij van ulieden verzoeken, hen zo verkwikt in hun grootste vervolging, als de schaduw of duisternis van den nacht in den heten zomertijd de mensen verkwikt.
Hertaald:
maakt uw schaduw
Dat is: zorgt ervoor dat uw schaduw — dat is: de verkwikking die zij van u vragen — hen in hun zwaarste vervolging zo verkwikt als de schaduw of de duisternis van de nacht de mensen in de hete zomertijd verkwikt.
verbergt
Hier spreekt de profeet duidelijk uit hetgeen hij straks met verbloemde woorden gezegd heeft.
Hertaald:
verbergt
Hier zegt de profeet in duidelijke woorden wat hij zojuist in beeldspraak gezegd heeft.
de verdrevenen,
Te weten de Joden, die uit hun land verdreven zijn.
Hertaald:
de verdrevenen,
Namelijk: de Joden, die uit hun land verdreven zijn.
meldt
Dat is, verraadt hen niet, geeft hen niet over in de handen hunner vijanden, gelijk gij wel pleegt te doen.
Hertaald:
meldt
Dat is: verraadt hen niet, geeft hen niet over in de handen van hun vijanden, zoals u gewoonlijk doet.
den omzwervende
Dat is, de Joden, die hunne toevlucht tot u nemen.
Hertaald:
den omzwervende
Dat is: de Joden, die hun toevlucht tot u nemen.
Laat
Dit spreekt God de Heere.
Hertaald:
Laat
Dit spreekt God de HEERE.
mijn verdrevenen
Dat is, die mij toebehoren, alhoewel Ik hen, om hunner zonden wil, nu een geruimen tijd dapperlijk gekastijd heb. Aangaande de manier van spreken, zie Ps. 37:22 .
Hertaald:
mijn verdrevenen
Dat is: zij die Mij toebehoren, hoewel Ik hen om hun zonden nu een geruime tijd flink gekastijd heb. Over deze manier van spreken, zie Ps. 37:22.
onder u
Hebreeuws, in u; dat is, bij u, in het Moabietische land.
Hertaald:
onder u
Hebreeuws: in u — dat is: bij u, in het Moabitische land.
wees gij hun
Dat is, oefent medelijden en barmhartigheid over de Israëlieten, laat hen herberg bij u vinden.
Hertaald:
wees gij hun
Dat is: oefent medelijden en barmhartigheid jegens de Isra«lieten en laat hen bij u onderdak vinden.
des verstoorders;
Dat is, van den Assyriër, die de Joden en andere natiën zeer vervolgd en jammerlijk geplaagd heeft.
Hertaald:
des verstoorders;
Dat is: van de Assyriër, die de Joden en andere volken zwaar vervolgd en jammerlijk geplaagd heeft.
heeft een einde,
Of, zal haast een einde hebben, en zo in het volgende. Alsof de Heere zeide: Gij, Moabieten, behoort u beleefd jegens mijn volk te gedragen, want het zal niet altoos onderdrukt worden van zijne vijanden; Ik zal het eindelijk redden en het koninkrijk van Juda alzo herstellen, dat het gelegenheid en macht zal hebben om ulieden te vergelden de weldaden, die zij van uwe hand ontvangen zullen; daar zij ulieden integendeel zullen kunnen vergelden de schade en onbarmhartigheid, die gij hun zult bewijzen.
Hertaald:
heeft een einde,
Of: zal spoedig een einde hebben; zo ook in het vervolg. Alsof de HEERE zei: u, Moabieten, behoort u vriendelijk tegenover Mijn volk te gedragen, want het zal niet altijd door zijn vijanden onderdrukt worden. Ik zal het ten slotte redden en het koninkrijk Juda herstellen. Dan zal het gelegenheid en macht hebben om u de weldaden te vergelden die het van uw hand ontvangen zal — en omgekeerd ook de schade en onbarmhartigheid die u het aandoet.
de vertreders
Hebreeuws, de vertreder; dat is alle en een iegelijk vertreder, dat is verdrukker mijns volks.
Hertaald:
de vertreders
Hebreeuws: de vertreder — dat is: elke vertreder, dat is: onderdrukker van Mijn volk.
zijn van de aarde
Dat is, zullen, enz.
Hertaald:
zijn van de aarde
Dat is: zullen zijn, enzovoort.
een troon
Dat is, een koninkrijk of koninklijke waardigheid.
Hertaald:
een troon
Dat is: een koninkrijk of koninklijke waardigheid.
bevestigd
Of, bereid worden.
Hertaald:
bevestigd
Of: bereid worden.
in goedertierenheid,
Te weten, door de goedertierenheid van God. Anders, in genade.
Hertaald:
in goedertierenheid,
Namelijk: door de goedertierenheid van God. Anders: in genade.
bestendig
Hebreeuws, in waarheid; dat is, stijf en vast.
Hertaald:
bestendig
Hebreeuws: in waarheid — dat is: stevig en vast.
in de tent van David,
Dat is, een van het geslacht van David, te weten Christus. Hij alleen bezit bestendiglijk den stoel Davids, want Hij heeft een eeuwig koninkrijk.
Hertaald:
in de tent van David,
Dat is: iemand uit het geslacht van David, namelijk Christus. Hij alleen bezit blijvend de troon van David, want Hij heeft een eeuwig koninkrijk.
vaardig
Dat is, haastelijk gevende wat recht is, hetzij den goeden of den kwaden. Anders: in het recht wel ervaren; gelijk Ezra 7:6 . Zo de profeet in vs.5 wederom de Moabieten vermaant, dat zij zich over de verdreven Joden ontfermen zouden; dewijl hun vervallen koninkrijk wederom zou opgericht worden, en in der eeuwigheid bestendig blijven zou.
Hertaald:
vaardig
Dat is: snel gevend wat recht is, hetzij aan de goeden of aan de kwaden. Anders: goed ervaren in het recht, zoals in Ezra 7:6. Zo vermaant de profeet in vers 5 de Moabieten opnieuw dat zij zich over de verdreven Joden zouden ontfermen, omdat hun vervallen koninkrijk weer opgericht zou worden en in eeuwigheid zou blijven bestaan.
Wij hebben
Te weten, God de Vader, Zoon en Heilige Geest. Sommigen verstaan den profeet en Joden en andere omliggende natiën. Eenigen voegen hier het woordje maar bij, aldus: [Maar] wij hebben gehoord, enz., alsof hij zeide: Dit voorverhaalde vereist wel God van de Moabieten, en zij waren het wel schuldig te doen; ook zou het hun voordelig zijn. Maar zij zijn zo hovaardig, dat zij geen goeden raad, dien anderen hun geven, willen volgen.
Hertaald:
Wij hebben
Namelijk: God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Sommigen verstaan de profeet, de Joden en andere omliggende volken. Sommigen voegen hier het woordje maar aan toe: maar wij hebben gehoord, enzovoort — alsof hij zei: dit alles vraagt God wel van de Moabieten, en zij waren het ook verplicht te doen; het zou hun ook voordeel brengen. Maar zij zijn zo hoogmoedig dat zij geen goede raad van anderen willen opvolgen.
Moab,
Dat is, der Moabieten.
Hertaald:
Moab,
Dat is: van de Moabieten.
zijn alzo
Dat is tevergeefs, nochtans verlaat hij zich op hen, als op grendelen of handbomen. Anders: [Maar] zijne leugens [doen het] zo niet.
Hertaald:
zijn alzo
Dat is: tevergeefs; en toch verlaat hij zich erop als op grendels of draagbomen. Anders: maar zijn leugens houden geen stand.
Daarom
Te weten vanwege den gruwelijken inval der Assyriërs, gelijk af te nemen is uit vs.14.
Hertaald:
Daarom
Namelijk: vanwege de gruwelijke inval van de Assyriërs, zoals op te maken is uit vers 14.
Moab over Moab
Dat is, de ene Moabiet over den anderen; te weten, de levende zo over de doden als over de levenden.
Hertaald:
Moab over Moab
Dat is: de ene Moabiet over de andere, namelijk de levenden zowel over de doden als over de levenden.
fondamenten
Anders: flessen, van deze plaats, zie boven Jes. 15:1 .
Hertaald:
fondamenten
Anders: flessen; over deze plaats, zie hierboven Jes. 15:1.
zuchten,
Anders, rouw dragen. Anders, murmelen, binnensmonds spreken.
Hertaald:
zuchten,
Anders: rouw dragen. Anders: mompelen, binnensmonds spreken.
zij zijn gebroken
Of, zij zullen gebroken worden, of gebroken zijnde; dit nemen sommigen op de fondamenten, sommigen op de zuchtende lieden.
Hertaald:
zij zijn gebroken
Of: zij zullen gebroken worden, of: terwijl zij gebroken zijn. Sommigen betrekken dit op de fundamenten, anderen op de zuchtende mensen.
Want
Hier wijst de profeet nu breder aan de oorzaak van het wenen der Moabieten, en hij spreekt hier, gelijk elders meer, alsof alrede geschied ware hetgeen nog geschieden zou.
Hertaald:
Want
Hier wijst de profeet uitvoeriger de oorzaak aan van het wenen van de Moabieten, en hij spreekt hier, zoals ook elders, alsof al gebeurd was wat nog gebeuren zou.
de velden
Gelijk 2 Kon. 23:4 . Anders: wijnstokken.
Hertaald:
de velden
Zoals in 2 Kon. 23:4. Anders: wijnstokken.
Hesbon
Zie Joz. 13:17 .
Hertaald:
Hesbon
Zie Joz. 13:17.
zijn verflauwd,
Anders: zullen verflauwen, of verzwakken; dat is, verwelken.
Hertaald:
zijn verflauwd,
Anders: zullen verflauwen of verzwakken — dat is: verwelken.
Sibma,
Van Sibma wordt ook melding gemaakt Num. 32:38 ; Joz. 13:19 .
Hertaald:
Sibma,
Van Sibma wordt ook melding gemaakt in Num. 32:38 en Joz. 13:19.
de heren
Dat is, de vorsten der Assyriërs.
Hertaald:
de heren
Dat is: de vorsten van de Assyriërs.
zij
Te weten die wijnstokken.
Hertaald:
zij
Namelijk: die wijnstokken.
reiken tot
Zie Jer. 48:32 .
Hertaald:
reiken tot
Zie Jer. 48:32.
de woestijn;
Versta hier de woestijn aan de Jordaan, gelijk vs.1.
Hertaald:
de woestijn;
Versta hier de woestijn aan de Jordaan, zoals in vers 1.
scheuten
Of scheutelingen, of ranken.
Hertaald:
scheuten
Of: uitlopers, of ranken.
gegaan over zee
Versta, de zee bij Jaezer, gelijk blijkt Jer. 48:32 .
Hertaald:
gegaan over zee
Versta: de zee bij Jaezer, zoals blijkt uit Jer. 48:32.
Daarom
Anders: daarom beween ik het geween Jaezers; [dat is, het jammer, hetwelk die stad zal doen wenen], den wijnstok van Sibma. Alsof hij zeide: Ik heb zulk een schrik van de verwoesting van Sibma, dat zo wanneer mij dezelve in den zin komt, zo beweegt zij mij tot schreien, alzo wel als ik doe over Jaezer, Hesbon en Eleale. Zie boven Jes. 15:5 , onder Jes. 21:3 .
Hertaald:
Daarom
Anders: daarom beween ik het geween van Jaezer — dat is: de jammer waarover die stad zal wenen — en de wijnstok van Sibma. Alsof hij zei: ik ben zo geschrokken van de verwoesting van Sibma dat die mij, telkens wanneer zij mij te binnen schiet, tot schreien beweegt, net zoals ik doe over Jaezer, Hesbon en Eleále. Zie hierboven Jes. 15:5 en hieronder Jes. 21:3.
ik maak u
Of, ik bedauw, begiet, bespreng, bespuit u.
Hertaald:
ik maak u
Of: ik bedauw, begiet, besprenkel, besproei u.
is gevallen;
Dat is, heeft een einde. In den oogst pleegt men vreugdeliedjes te zingen, die hoort men nu niet meer, wil de profeet zeggen; zie Jer. 25:30 .
Hertaald:
is gevallen;
Dat is: heeft een einde. Bij de oogst pleegt men vreugdeliederen te zingen; die hoort men nu niet meer, wil de profeet zeggen; zie Jer. 25:30.
weggenomen
Hebreeuws, verzameld is; Ps. 26:9 .
Hertaald:
weggenomen
Hebreeuws: verzameld is; Ps. 26:9.
van het vruchtbare veld,
Anders: van Karmel, hetwelk is de naam van een vruchtbaren berg en streek; zie 2 Kon. 19:23 , en wijders 1 Sam. 25:2 .
Hertaald:
van het vruchtbare veld,
Anders: van Karmel, wat de naam is van een vruchtbare berg en streek; zie 2 Kon. 19:23 en verder 1 Sam. 25:2.
de druiven treder
Zie de aantekening Jer. 25:30 .
Hertaald:
de druiven treder
Zie de aantekening bij Jer. 25:30.
geen wijn
Dat is, hij treedt geen druiven daar men den wijn uitperst.
Hertaald:
geen wijn
Dat is: hij treedt geen druiven waaruit men de wijn perst.
in de wijnbakken,
Of, in de kuipen.
Hertaald:
in de wijnbakken,
Of: in de kuipen.
ik heb
Dit spreekt God de Heere.
Hertaald:
ik heb
Dit spreekt God de HEERE.
het vreugdegeschrei
Of, lofliedjes; gelijk Richt. 9:27 .
Hertaald:
het vreugdegeschrei
Of: lofliederen, zoals in Richt. 9:27.
Daarom
Dit spreekt de profeet.
Hertaald:
Daarom
Dit spreekt de profeet.
rommelt
Te weten van treurigheid.
Hertaald:
rommelt
Namelijk: van droefheid.
over Moab,
Dat is, vanwege die ellende, die Moab overkomt; zie de aantekening Jes. 15:5 .
Hertaald:
over Moab,
Dat is: vanwege de ellende die Moab overkomt; zie de aantekening bij Jes. 15:5.
als een harp,
Te weten wanneer men derzelver snaren roert met den vinger.
Hertaald:
als een harp,
Namelijk: wanneer men de snaren daarvan met de vinger beroert.
mijn binnenste
Dat is, mijn hart.
Hertaald:
mijn binnenste
Dat is: mijn hart.
over
Te weten, omdat die schone stad zo jammerlijk verwoest en geruïneerd is.
Hertaald:
over
Namelijk: omdat die schone stad zo jammerlijk verwoest en verwoest is.
Kir-heres
Anders ook genaamd Kir en Kir hareseth . Zie boven Jes. 15:1 , en hier boven vs.7.
Hertaald:
Kir-heres
Elders ook Kir en Kir-Hareseth genoemd. Zie hierboven Jes. 15:1 en hier boven vers 7.
vermoeid
Te weten van zijne goden aan te roepen en hun offeranden te doen, hulp verzoekende tegen zijne vijanden.
Hertaald:
vermoeid
Namelijk: van het aanroepen van zijn goden en het brengen van offers aan hen om hulp tegen zijn vijanden te vragen.
op de hoogten,
Op de hoogten hadden de Moabieten en andere afgodendienaars hunne altaren.
Hertaald:
op de hoogten,
Op de hoogten hadden de Moabieten en andere afgodendienaars hun altaren.
hij
Te weten Moab, dat is de Moabieten.
Hertaald:
hij
Namelijk: Moab, dat is: de Moabieten.
in zijn heiligdom
Te weten in den tempel van zijnen afgod Chamos; Num. 21:29 ; 1 Kon. 11:7 . Hopende dat, ofschoon die andere goden hem niet geholpen hadden, Chamos immers hem zou horen en uit den nood helpen.
Hertaald:
in zijn heiligdom
Namelijk: in de tempel van zijn afgod Kamos; Num. 21:29 en 1 Kon. 11:7. Hij hoopte dat Kamos hem in elk geval zou horen en uit de nood helpen, ook al hadden die andere goden hem niet geholpen.
hij zal niet
Te weten Chamos zal hem niet kunnen helpen, of hij [te weten Moab] zal niets vermogen, of niets kunnen uitrichten, alzo weinig als hij op de hoogten uitgericht of afgebeden en verkregen had.
Hertaald:
hij zal niet
Namelijk: Kamos zal hem niet kunnen helpen; of: hij, namelijk Moab, zal niets vermogen of niets kunnen bereiken, even weinig als hij op de hoogten bereikt of door bidden verkregen had.
van toen af
Te weten, van dien tijd af dat zij den koning van Juda zijn onderworpen geweest; zie 2 Sam. 8:2 . Of, van den tijd af der openbaring dezer profetie.
Hertaald:
van toen af
Namelijk: vanaf de tijd dat zij aan de koning van Juda onderworpen geweest zijn; zie 2 Sam. 8:2. Of: vanaf de tijd dat deze profetie geopenbaard is.
nu spreekt
Te weten nu zij alle vermaningen en dreigementen der profeten verachten.
Hertaald:
nu spreekt
Namelijk: nu zij alle vermaningen en dreigementen van de profeten verachten.
Binnen
Of, over drie jaren, of na den uitgang van drie jaren; te weten in het vierde jaar van den koning Hizkia, want de profeet heeft dit gesproken in het eerste jaar der regering van dezen koning, gelijk te zien is boven Jes. 14:28 , waar deze predikatie begint. De volbrenging derzelve zie 2 Kon. 18:9 , alwaar geschreven staat dat Salmanassar tegen Samaria getogen is in het vierde jaar van Hizkia; waaruit af te nemen is dat hij in het doorreizen de Moabieten heeft bedwongen, waarvan hier in dezen tekst gesproken wordt. Maar dit is maar een begin van hun jammer en verderf geweest, hetwelk een geruimen tijd hierna volkomenlijker geschied is, gelijk lang na den profeet Jesaja hun de profeet Jeremia zulks voorzegd heeft; Jer 48 .
Hertaald:
Binnen
Of: over drie jaar, of na het verstrijken van drie jaar, namelijk in het vierde jaar van koning Hizkia; want de profeet heeft dit gesproken in het eerste jaar van de regering van deze koning, zoals te zien is hierboven in Jes. 14:28, waar deze prediking begint. Voor de vervulling ervan, zie 2 Kon. 18:9, waar geschreven staat dat Salmanassar in het vierde jaar van Hizkia tegen Samaria opgetrokken is. Daaruit is op te maken dat hij op de doortocht de Moabieten onderworpen heeft, waarover het hier gaat. Maar dit was slechts een begin van hun jammer en verderf, dat een geruime tijd hierna vollediger gebeurd is, zoals de profeet Jeremia hun dat lang na de profeet Jesaja voorzegd heeft; Jer. 48.
als de jaren
Dat is, wel geteld en nauw gerekend. Men geeft een gehuurden knecht zijn bedongen loon als zijn tijd om is, niet eer en ook niet later; vergelijk Jes. 21:16 .
Hertaald:
als de jaren
Dat is: goed geteld en nauwkeurig berekend. Men geeft een gehuurde knecht zijn afgesproken loon wanneer zijn tijd om is, niet eerder en ook niet later; vergelijk Jes. 21:16.
met al die grote
Anders: met al dien groten rijkdom, of overvloed; zie Ps. 37:16 ; Pred. 5:9 .
Hertaald:
met al die grote
Anders: met al die grote rijkdom of overvloed; zie Ps. 37:16 en Pred. 5:9. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Het gedeelte begint met een oproep om lammeren te zenden van Sela door de woestijn naar de berg van de dochter van Sion (Jes. 16:1). Dan volgt het beeld van de vluchtelingen: de dochters van Moab zijn bij de Arnon "als een zwervende vogel, uit het nest gedreven zijnde" (Jes. 16:2). Daarop komt een dringende raad: "verbergt de verdrevenen, en meldt den omzwervende niet" (Jes. 16:3). En er staat bij hoe ver dat gaat: "Laat mijn verdrevenen onder u verkeren, o Moab! wees gij hun een schuilplaats voor het aangezicht des verstoorders" (Jes. 16:4). De reden volgt in het vers daarna: "Want er zal een troon bevestigd worden in goedertierenheid, en op denzelven zal bestendig een zitten in de tent van David, een, die oordeelt en het recht zoekt, en vaardig is ter gerechtigheid" (Jes. 16:5). Wat daarna komt is de klacht opnieuw, over de wijnstok van Sibma en over Kir-heres (Jes. 16:8-11). Bijbelse betekenis: Merk op wie hier om onderdak gevraagd wordt. Moab moet de vluchtelingen verbergen, en Moab is het volk waarover in het vorige hoofdstuk het oordeel is aangezegd. Wie zelf onder de druk ligt, wordt niet vrijgesteld van barmhartigheid. Let vervolgens op de grond die in Jes. 16:5 gegeven wordt. Er wordt niet gezegd: doe het, want anders gaat het u slecht. Er wordt gewezen op een troon die vaststaat in goedertierenheid, en op Iemand die het recht zoekt; wie dat gelooft, kan het zich veroorloven ruimhartig te zijn. Let ten slotte op de klacht die er in Jes. 16:9-11 omheen staat. De profeet huilt opnieuw over dit volk, in dezelfde toon als eerder (reeds behandeld bij Jes. 15:5); zelfs de wijnstok van Sibma wordt bij name genoemd. Typologie: De troon in de tent van David keert terug op de vergadering te Jeruzalem, waar Jakobus aanhaalt dat God "weder opbouwen de tabernakel van David, die vervallen is" (Hand. 15:16). En het onderdak voor de verdrevene is in het Nieuwe Testament een zaak waarop geoordeeld wordt: "Ik was een vreemdeling, en gij hebt Mij geherbergd" (Matt. 25:35). Dat een Moabitische onder Israël onderdak vond, was toen al gebeurd (reeds behandeld bij Ruth 1:16). Jes. 16:1-11; Jes. 15:5; Hand. 15:16; Matt. 25:35; Ruth 1:16 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Jesaja 16
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen


Jesaja 16
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Zendt de lammeren van den heerser des lands; zendt de tekenen uwer ootmoedige onderwerping onder den scepter van Juda’s koning, aan wie gij te voren zijt dienstbaar geweest 1) (2 Sam. 8:2. 1 Kon. 4:21, 24 de lammeren van den vorst der Moabieten; zendt ze van Sela af, dat in Edom ligt (Num. 21:17), en waarheen gij gevlucht zijt (Hoofdstuk 15:5 en
, naar de woestijn henen, door de tussen Sela en Jeruzalem gelegene woestijn 2) (2 (Kon. 3:8), tot den berg der dochter van Zion (Hoofdstuk 10:32), opdat u van daar hulp kome.
Onderwerping onder David’s huis is het enige redmiddel voor Moab; dat is het, wat de profeet, wenende met de wenenden, hun tot in den uitersten schuilhoek, waar zij zich verborgen hebben, tot in de stad der Edomieten, in een dal van rotsen gelegen zo aanhoudend, zo spoedig, zo driegend toeroept.
Dit schijnt ene bijvoeging zonder betekenis, doch is het niet; zij moeten hun schatting uitleveren, zij mogen die niet langer bij zich behouden, maar moeten er mede buiten het land.
Anderszins, zo men Juda’s bescherming niet inroept, zal het geschieden, dat de dochters van Moab, vrouwen en kinderen, nadat de mannen door het zwaard zijn gevallen, aan de veren van Arnon zullen zijn, naar de veren van die noordelijke grensrivier zullen vluchten als een zwervende vogel, uit 1) het nest gedreven zijnde, zij, niet wetende waarheen zij zullen kunnen ontkomen, zullen tot Juda komen, maar dan te vergeefs roepen om bescherming.
Het woordje “uit” hebben de onzen ingelast, doch zonder deze invoeging zal men het nadrukkelijker vertalen: “als een zwervende vogel, als een verstoord vogelnest”.
1) Brengt enen goeden raad aan, gij vorsten en oudsten van Jeruzalem! zo klinkt de stem van haar smeken, houdt gericht, beslist wat er met ons moet gedaan worden; maakt uwe schaduw op het midden van middag op den hogen middag, gelijk van den nacht; breid uwe schaduw, o Zion! over ons uit, die zozeer bedekt, dat wij op den helderen middag voor onze vijanden onzichtbaar worden en niet te vinden zijn, als dekte ons de zwarte nacht; verbergt de verdrevenen en meldt den omzwevende niet, levert ons vluchtelingen niet aan den vervolger over.
Dit spreken de radeloze Moabieten tot Zion. Zij verwachten van zich zelf geen raad meer. Er is bij hen geen verwachting, en derhalve wenden zij zich tot Zion en volgen den raad, in de vorige verzen gegeven, op.
Laat mijne verdrevenen onder u verkeren 1), o Moab 2), wees gij hun ene schuilplaats voor het aangezicht des verstoorders; want de onderdrukker heeft een einde, de verstoring is te niet geworden, de vertreders zijn van de aarde verdaan.
Onze plaats wordt zeer verschillend verklaard; wij kunnen niet alle meningen optellen, maar slechts een tweetal noemen. Volgens Klinkenberg wordt hier den Israëlieten hun zware misdaad verweten, dat zij de menslievendheid verzuimd hadden omtrent de Israëlieten, toen deze door de verwoestingen van Tiglath-Pilezer verdreven (2 Kon. 15:29) hulp bij de naburen zochten. Door den onderdrukker, die een einde had, wordt Sanherib bedoeld, wiens leger wonderbaar verslagen wordt (1 Kon. 10), welks nederlaag hier voorzegd wordt. Umbreit heeft ene andere vertaling: “Laat Moabs verjaagden bij u herbergen, zijt hun ter schuilplaats voor den verwoester, want de verdrukker neemt een einde, de verwoesting houdt op, de verstoorders verdwijnen uit het land” en tekent aan: “De hovaardige dochters Moabs verschijnen thans als schuw gevogelte aan den grensvloed, den Arnon (thans Mudcheb, scheidt de landschappen Belka en Karrak (vgl. Num. 21:24, 25), met hare voorbede tussentredend voor hare anders zo trotse mannen, klagelijk voor de vluchtelingen om herberg smekend voor den verwoester, die gewis spoedig zich ondergang vinden en hun dan het terugkeren in hun vaderland mogelijk maken zou. Zions wachters begeren nu uit te rusten in zijne schaduw en onder de hoede des Allerhoogsten te zitten, die Zijn volk ten loon voor de den hulpbehoevenden bewezene goedheid den troon in Jeruzalem “bevestigen en met een zegenrijken koning der waarheid versieren zal. ”
O Moab! is verkeerd vertaald. De vertaling moet óf zijn, de verdrevenen Moabs, óf mijne verdrevenen n. l. Moab. Want ook hier spreken de Moabieten zelf. Sommigen vertalen dan ook het volgende niet want, maar wanneer, in den zin van, totdat. Moab zoekt dan een schuilplaats, in elk geval raad en toevlucht bij Zion, totdat het gevaar voorbij is.
Want er zal, en dat is het, waardoor Zion groot is, een troon bevestigd worden in goedertierenheid, door genade, geheel in tegenstelling tegenover de tronen dezer wereld, die op een geheel anderen grond rusten, en op dezelve zal bestendig zitten a) in de tent van David, die nu wel zeer vervallen is. maar dan weer op nieuw zal worden opgericht (Amos 9:11), een, die oordeelt en het recht zoekt, terwijl heden het recht zo dikwijls wordt miskend en geen gehoor vindt, en die vaardig is ter gerechtigheid.
Jes. 9:6. Dan. 7:14, 27. Micha 4:7. Luk. 1:33. Deze woorden geven weer een duidelijk inzicht in den aard der profetie. Want ja, ook wel wordt hier gesproken van den man, die in Jeruzalem weer recht en gerechtigheid zou handhaven, maar toch in de hoogste mate is deze profetie Messiaans en wordt het hier uitgesproken, dat er dan alleen volkomen redding voor Moab zou zijn, indien het zich leert scharen onder de vanen van dien Koning, die het recht zou zoeken en vaardig zou zijn tot rechtvaardigheid.
1) Wij a) hebben echter gehoord, en dat is de reden, waarom Moab door zo zware bezoekingen moet geleid worden, als in Hoofdstuk 15 is verkondigd, voordat het tot de straks beschrevene verootmoediging komt, wij hebben gehoord de hovaardij van Moab, hij is zeer hovaardig 2) in den vroegeren en nog in dezen tijd; zijn hoogmoed, en zijne hovaardij en zijne verbolgenheid, waarin hij tegen ons volk heeft gewoed, zijn alzo zijne grendelen niet, 3) zijne ingebeelde macht kan hen niet behouden.
Jer. 48:29, 30
Met vs. 6 begint de voorspelling een nieuwen loop. De Profeet wijst er hier op, dat vanwege Moab’s hoogmoed het niet tot die verootmoediging zal komen, dat Moab’s hoogmoed dat toevlucht nemen tot Zion in den weg staat en daarom gaat hij hier en in de volgende verzen Moab’s bange toekomst schetsen.
Hun hoogmoed belette hun nu, om enig onderwijs aan te nemen, hun kregelheid, drift, gemelijkheid en verbolgenheid deden hen met verachting en zichzelf strelende eigenliefde op alle anderen neerzien.
Of, het onware van zijne redenen. De Engelse vertaling heeft: maar zijne leugens zullen alzo niet zijn, d. i. zoals Henry hierbij aantekent: “zijne leugens, waardoor hij de lust van hoogmoed en sterke driften gekoesterd en voldaan heeft, zullen zijne verdere ontwerpen geenszins ondersteunen, gelijk hij dacht. ”
Daarom, om dien hoogmoed en die pralerij te fnuiken, zal, wanneer de tijd van straf is gekomen, Moab over Moab, a) de ene Moabiet over den anderen a), huilen, allemaal zullen zij, of alles zal, huilen; over de omgekeerde fondamenten van Kir-Haréseth (= schervenmuur), of Kir in Moab (Hoofdstuk 15:1), zult gijlieden zuchten, gewis zij zijn gebroken; het is nu met die voornaamste stad voor altijd gedaan.
Jer. 48:20. Anders zou men het ook kunnen vertalen: “over de flessen van Kir-Hareseth zult gijlieden zuchten; gewis zij (die flessen) zijn gebroken. ” Men denke dan aan aarden flessen en wijnvaten, waarin men den zeer vermaarden en gezochten wijn van Kir-Hareseth pleegt te bewaren, en waarmee de kooplieden grote winsten deden. De flessen waren gebroken, geheel onbruikbaar en onnut geworden, waarvan de reden vervolgens wordt opgegeven. Anderen vertalen: over de druivenkoeken van Kir-Hareseth, ook in verband met het volgorde vers.
En gelijk die ene, zo gaat ook de heerlijkheid van al de anderen ten einde; want de velden van Hesbon (= list) zijn verflauwd, ook de wijnstok van Sibma (= lieflijke geur), in de nabijheid van Hesbon (Num. 32:38), beroemd door zijne bijzondere soorten van wijn, de heren, de vorsten, der Heidenen hebben met hun zegerijke, onweerstaanbare krijgslegers zijne uitgelezene planten verpletterd. Die planten waren heerlijk, die ranken heerlijk, zij reiken naar het noorden tot Jaëzer toe (= dien Jehova helpt) (Num. 21:32), zij dwalen door de woestijn, oostelijk heen naar de Arabische woestijn:
hun scheuten zijn uitgespreid, zij zijn gegaan over zee, tot over het meer van Jaëzer, waarin de Arnon zich verliest, en deze zijn woest en baldadig afgehouwen, dat ganse heerlijke land is verwoest.
Jer. 48:32, 33 Of: de scheuten, de afleggers, de afgesneden tweejarige wijnranken, die in de aarde werden gelegd, om wortel te schieten. De scheuten breidden zich zo verre van deze stad uit, dat zij zelfs de Dode zee overgingen en ook daar tot wijnplantingen werden gebezigd. De rijke en weelderige wijn-plantingen van het land der Ammonieten en Moabieten zijn voorgesteld onder het beeld van enen groten ver uitgebreiden en weelderig groeienden wijnstok, die zijne ranken ten noorden tot Jaëzer, ten oosten tot in de woestijn, ten westen tot over de Dode zee uitbreidt. Nog tegenwoordig levert Szalt d. i. Ramoth in Gilead, waarvan Jaëzer niet zeer ver verwijderd was, druiven in buitengewone menigte; men verkoopt ze gedroogd.
Daarom, omdat de ellende van het land zo groot is, en ik die mede gevoel, beween ik, in of behalve de wening over Jaëzer, den wijnstok van Sibma; Ik maak u doornat met mijne tranen, o Hesbon en Eléale! want het vreugdegeschrei over uwe zomervruchten en over uwen oogst is gevallen, is opgehouden; Of: “een krijgsgeschrei is in uwe zomervruchten en in uwen oogst gevallen; ” in plaats van het blijde roepen der wijntreders, wanneer zij met hun voeten de saamgelezene druiven treden, wordt een wild geschreeuw gehoord van de krijgslieden, die de rijke velden vertreden.
Alzo dat de blijdschap en vrolijkheid van de zijde van hen, die daar oogsten, weggenomen is, van het vruchtbare veld, en in de wijngaarden wordt niet gezongen, noch, zo als men anders deed, enig gejuich gemaakt; de druiventreder treedt geen wijn uit in de wijnbakken (Richt. 6:11); Ik, de Heere, heb het vreugdegeschrei der druiventreders doen ophouden. Het is opmerkelijk, dat de vernieling van den wijnbouw op ene wijze wordt voorgesteld, alsof dat de hoofdzaak was. Men heeft het daarom beproefd, de rede van den profeet te verstaan als in oneigenlijken zin bedoeld. Intussen wordt het vreemde daarvan weggenomen, zodra men bedenkt, dat alles daarop aankomt, dat Moab word getroffen in hetgeen het middelpunt van zijn leven was. Moab was in den dienst van het vlees, van weelderig leven, overvloed en wellust als weggezonken. Zij, de genot zoekenden, moeten van het genot worden beroofd. zij, de vreugde najagenden, in enkel klachten en schreien gedompeld worden. Dit is de reden, waarom in onze profetie zoveel sprake is van treurigheid en weeklacht in hare sterkste openbaringen. Het natuurschoon en de vruchtbaarheid van het land, welke het deel van enig volk worden, zijn gaven uit den rijkdom der goddelijke goedheid, een overblijfsel van het paradijs van den beginne en typen van het paradijs aan het einde van de geschiedenis der mensen, en juist daarom ook voor den geest der profetie gene onverschillige dingen. Het is daarom ook juist den profeet niet onwaardig, die de vernieuwing en volmaking der natuur tot de schoonheid van een paradijs voorzegt, over zulke verwoestingen te wenen, als thans voor zijnen geest staan; de zowel menselijke als goddelijke profetie wordt hier week en vloeiend als ene elegie, d. i. een klaagzang.
Daarom, over hetgeen mijn mond heeft moeten verkondigen, ben ik in mijn binnenste op het zeerst ontroerd, en rommelt Mijn ingewand over Moab als ene harp, en mijn binnenste over Kir-héres, Kir-Hareseth (vs. 7) of Kir Moab (Hoofdstuk 15:1). “Hart, lever en nieren, de edelste organen der ziel zijn als het ware de klankborden van dit in iedere mens zich verbindende verborgen geluid. ” Des profeten hart dreunt als de diepe toon ener harp. Ook dan zelfs, als hij over heidenen, hoogmoedigen, afgodendienaars, ja over vijanden Gods het vonnis uitspreekt, voelt hij het in het binnenste. De hartstochtelijke taal der Hebreeuwen en in ‘t gemeen der Oosterlingen, is veel sterker dan de onze niet enkel omdat zij de grootspraak zozeer beminnen, maar eenvoudig, omdat zij heviger hartstochten hebben dan wij.
En het zal, als de tijd der boven geprofeteerde straf en de gehele verwoesting komt, geschieden, als men zien zal, dat Moab vermoeid is geworden op de hoogten, 1) zich geheel en al te vergeefs vermoeid heeft met alle mogelijke gaven en offeranden en boetedoeningen, met welke het bij de altaren der afgoden zich heeft beziggehouden (1 (Kon. 18:26 vv.), dan zal hij, Moab, in zijn heiligdom, den tempel van zijnen afgod Kamoz (2 (Kon. 10:23) gaan, om te aanbidden, maar hij zal a) niet vermogen, daar afgoden noch horen noch helpen kunnen.
Deut. 32:37, 38, 39.
Eerst afgoderij op de hoogten, dan afgoderij in het heiligdom, maar alles te vergeefs. De kennis van den waarachtigen God ontbreekt; het faalt aan kennis der zonde en aan verbrijzeling des harten. Het laatste deel van het orakel (vs. 6-12) vormt eniger mate op zich zelf een geheel; even als de profetie tegen Babel met een spotlied (Hoofdstuk 14:3 vv.) eindigt, zo ons orakel met ene elegie op Moabs val. Er is gene profetie in het boek van Jesaja, waarin het hart van den profeet zo smartelijk bewogen is door hetgeen zijn geest ziet en zijn mond moet profeteren; alles, wat hij voorzegt, gevoelt hij mede, als behoorde hij tot het arme volk, welks ongeluksbode hij moet zijn.
Dit, wat in Hoofdstuk 15:1-16:2 gezegd is, is het woord, dat de HEERE tegen Moab gesproken heeft van toen af, waarschijnlijk in dezelfden tijd, waarin Jesaja ook het orakel over de Filistijnen ontving (Hoofdstuk 14:28), dus in het jaar 727 vóór Chr.
Maar nu de Godsspraak is neergeschreven, spreekt de HEERE verder, ook den tijd der vervulling bepaald aanwijzende, zeggende: Binnen drie jaren van het tegenwoordige tijdstip af (als de jaren eens huurlings, d. i. juist na drie jaren, want van den tijd van arbeid laat de meester niet varen, en de arbeider geeft niets toe), dan zal de eer van Moab verachtzaam gemaakt worden met al die grote menigte, ondanks den groten hoop van mensen, waarop het zich nu verheft; en het overblijfsel zal klein, weinig, onmachtig wezen, zodat het overgeblevene gemakkelijk zal kunnen geteld worden (Hoofdstuk 10:19). Nadat het land der Moabieten 60-70 jaren lang aan den scepter van het huis van David onderworpen geweest was, viel het bij de scheuring van het rijk in het jaar 975 v. C. den koningen van Israël ten deel, en gaf het schatting van zijne kudden aan Samaria. Aan deze cynsplichtigheid onttrok zich echter de Moabietische koning Mesa bij den dood van Achab in het jaar 807. De veldtocht der beide verbondene koningen Joram van Israël en Josafat van Juda tegen hem, welke in het daarop volgende jaar valt, had geen gewenst gevolg (2 Kon. 1:1; 3:4 vv.) Ook de inval, welken de Moabieten in vereniging met andere volken enige jaren later (ongeveer 891 v. C.) in ‘t rijk van Juda deden, en waarbij zij niets minder bedoelden dan ene verdrijving van Gods volk, mislukte geheel, doordien de Heere tussenbeide trad (2 Kron. 20.) Later maakten de eindeloze gevechten met de Syriërs voor het noordelijk rijk het in bedwang houden van Moab en in ‘t algemeen van het gehele land ten Oosten van den Jordaan onmogelijk. De daar aanwezige volken verdrukten de Israëlitische bevolking en wreekten aan het verzwakte rijk het verlies hunner zelfstandigheid (2 Kon. 10:32 v. 13:20). Eerst Jerobeam II (van 824-783 v. C) heroverde, gelijk de profeet Jona voorspeld had, het gehele gebied, van Haurath in het Noorden tot aan de Dode zee in het Zuiden (2 Kon. 14:25 vv.), en de Moabieten bleven naar allen schijn rustig, totdat de stammen ten Oosten van den Jordaan in het jaar 749 door Tiglath-Pilezer in ballingschap werden vervoerd (2 Kon. 15:29), wanneer zij van de gelegenheid gebruik maakten, om hun vroegere bezitting (Num. 21:30) terug te nemen, en zich in al de steden ten noorden van den Arnon zetelden, die sedert dien tijd door de stammen van Ruben en Gad waren bevolkt geweest. Deze is de stand van zaken, dien wij bij onze profetie aantreffen. Daar toch is van Hesbon, Eléale, Jaëzer, enz. als Moabietische steden sprake, terwijl zij in Joz. 13:15 vv. (vgl. Num. 32:3 vv.) als steden der kinderen van Ruben en Gad voorkomen. Het ongeluk over deze nu Moabietische steden in het eigenlijke zuidelijk daarvan, aan gene zijde van den Arnon gelegene land der Moabieten komt van het noorden, d. i. zonder twijfel van Assyrië en eindigt met ene volkomen verdelging. Daar wij echter niet weten, met welken termijn de rekening van drie jaren in vs. 14 begint, kunnen wij ook niet zeggen, welke Assyrische koning, of Salmanassar, Sargon of Sanherib (2 Kon. 17:3, vgl. 2 Kon. 15:20) het geweest is, die de Moabieten zozeer gestraft heeft. In elk geval was de catastrofe, die nog onder Jesaja volgde, de gehele vervulling zijner voorspelling niet, deze was integendeel slechts ene bestraffing van minder betekenis, dan men volgens den inhoud van het orakel zou menen, daar later Jeremia in Hoofdstuk 48 van zijn Boek de profetie van Jesaja weer opneemt en zij bij hem voorkomt, als eerst in zijnen tijd in vervulling komende. De voorname volvoering der bedreiging bleef later voor de Chaldeeën bewaard, die de Moabieten eerst bij hun ondernemingen tegen Jeruzalem bijstonden (2 Kon. 24:2), van welke zij later den koning Zedekia afkerig zochten te maken (Jer. 27:1 vv. vgl. 2 Kon. 24:20), en als wier verbondenen zij weer bij de verwoesting van Jeruzalem voorkomen (Ezechiël. 25:8 vv. Zef. 2:8 vv.). In het vijfde jaar daarna, zo verhaalt Josefus (Aut. 10:9, 7) beoorloogde Nebukadnezar de Moabieten en onderwierp ze geheel, waarna hun naam slechts zelden voorkomt en ten laatste geheel in dien der Arabieren verdwijnt. Jesaja heeft echter ook weer de gehele toekomst in ene schilderij samengevat; de crisis, welke na afloop van de door vs. 14 vastgestelde tijdruimte plaats heeft, kwam slechts daar tussen in als meer of min op den voorgrond tredende.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel