Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
De lastH4853 van BabelH894, dienH834 JesajaH3470, de zoonH1121 van AmozH531, gezien heeft.
De last van Babel, dien Jesaja, de zoon van Amoz, gezien heeft.
KJV
The burden1
of Babylon,2
which Isaiah5
the son6
of Amoz7
did see.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
HeftH5375 op een banierH5251, op een hogenH8192 bergH2022; verheftH7311 een stemH6963 tot hen; beweegtH5130 de handH3027 omhoog, dat zij intrekken door de deurenH6607 der prinsenH5081.
Heft op een banier, op een hogen berg; verheft een stem tot hen; beweegt de hand omhoog, dat zij intrekken door de deuren der prinsen.
Ook in dit vers
omhoog intrekkenH935
KJV
Lift ye up4
a banner5
upon the high3
mountain,2
exalt6
the voice7
unto them, shake9
the hand,10
that they may go11
into the gates12
of the nobles.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Ik heb aan Mijn geheiligdenH6942 bevelH6680 gegeven; ookH1571 heb Ik tot Mijn toornH639 geroepenH7121 Mijn heldenH1368, de vrolijkenH5947 Mijner hoogheidH1346.
Ik heb aan Mijn geheiligden bevel gegeven; ook heb Ik tot Mijn toorn geroepen Mijn helden, de vrolijken Mijner hoogheid.
KJV
I have commanded2
my sanctified ones,3
I have also called5
my mighty ones6
for mine anger,7
even them that rejoice8
in my highness.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Er is een ruisendeH1995 stemH6963 op de bergenH2022, gelijk eens groten volksH5971; een stemH6963 van gedruisH7588 der koninkrijkenH4467, der verzameldeH622 heidenenH1471; de HEEREH3068 der heirscharenH6635 monstertH6485 het krijgsheirH6635.
Er is een ruisende stem op de bergen, gelijk eens groten volks; een stem van gedruis der koninkrijken, der verzamelde heidenen; de HEERE der heirscharen monstert het krijgsheir.
KJV
The noise1
of a multitude2
in the mountains,3
like as4
of a great6
people;5
a tumultuous8
noise7
of the kingdoms9
of nations10
gathered together:11
the LORD12
of hosts13
mustereth14
the host15
of the battle.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Zij komenH935 uit verrenH4801 landeH776, van het eindeH7097 des hemelsH8064; de HEEREH3068 en de instrumentenH3627 Zijner gramschapH2195, om dat ganseH3605 landH776 te verdervenH2254.
Zij komen uit verren lande, van het einde des hemels; de HEERE en de instrumenten Zijner gramschap, om dat ganse land te verderven.
KJV
They come1
from a far3
country,2
from the end4
of heaven,5
even the LORD,6
and the weapons7
of his indignation,8
to destroy9
the whole land.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
HuiltH3213 gijlieden, wantH3588 de dagH3117 des HEERENH3068 is nabijH7138; hij komtH935 als een verwoestingH7701 van den AlmachtigeH7706.
Huilt gijlieden, want de dag des HEEREN is nabij; hij komt als een verwoesting van den Almachtige.
KJV
Howl1
ye; for the day4
of the LORD5
is at hand;3
it shall come8
as a destruction6
from the Almighty.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
DaaromH3651 zullen alleH3605 handenH3027 slapH7503 worden, en allerH3605 mensenH582 hartH3824 zal versmeltenH4549;
Daarom zullen alle handen slap worden, en aller mensen hart zal versmelten;
KJV
Therefore shall all hands4
be faint,5
and every man's8
heart7
shall melt:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
En zij zullen verschriktH926 worden, smartenH6735 en weeenH2256 zullen hen aangrijpenH270, zij zullen bangH2342 zijn als een barendeH3205 vrouw; een iegelijkH376 zal over zijn naasteH7453 verbaasdH8539 zijn; hun aangezichtenH6440 zullen vlammendeH3851 aangezichten zijn.
En zij zullen verschrikt worden, smarten en weeen zullen hen aangrijpen, zij zullen bang zijn als een barende vrouw; een iegelijk zal over zijn naaste verbaasd zijn; hun aangezichten zullen vlammende aangezichten zijn.
KJV
And they shall be afraid:1
pangs2
and sorrows3
shall take hold4
of them; they shall be in pain6
as a woman that travaileth:5
they shall be amazed10
one7
at another;9
their faces11
shall be as flames.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
ZietH2009, de dagH3117 des HEERENH3068 komtH935, gruwelijkH394, met verbolgenheidH5678 en hittigenH2740 toornH639, om het landH776 te stellenH7760 tot verwoestingH8047, en deszelfs zondaarsH2400 daaruit te verdelgenH8045.
Ziet, de dag des HEEREN komt, gruwelijk, met verbolgenheid en hittigen toorn, om het land te stellen tot verwoesting, en deszelfs zondaars daaruit te verdelgen.
KJV
Behold, the day2
of the LORD3
cometh,4
cruel5
both with wrath6
and fierce7
anger,8
to lay9
the land10
desolate:11
and he shall destroy13
the sinners
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
WantH3588 de sterrenH3556 des hemelsH8064 en zijn gesterntenH3685 zullen haar lichtH216 nietH3808 laten lichtenH1984; de zonH8121 zal verduisterdH2821 worden, wanneer zij zal opgaanH3318, en de maanH3394 zal haar lichtH216 nietH3808 laten schijnenH5050.
Want de sterren des hemels en zijn gesternten zullen haar licht niet laten lichten; de zon zal verduisterd worden, wanneer zij zal opgaan, en de maan zal haar licht niet laten schijnen.
KJV
For the stars2
of heaven3
and the constellations4
thereof shall not give6
their light:7
the sun9
shall be darkened8
in his going forth,10
and the moon11
shall not cause her light14
to shine.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Want Ik zal over de wereldH8398 de boosheidH7451 bezoekenH6485, en overH5921 de goddelozenH7563 hun ongerechtigheidH5771; en Ik zal den hoogmoedH1347 der stoutenH2086 doen ophoudenH7673, en de hovaardijH1346 der tirannenH6184 zal Ik vernederenH8213.
Want Ik zal over de wereld de boosheid bezoeken, en over de goddelozen hun ongerechtigheid; en Ik zal den hoogmoed der stouten doen ophouden, en de hovaardij der tirannen zal Ik vernederen.
KJV
And I will punish1
the world3
for their evil,4
and the wicked6
for their iniquity;7
and I will cause the arrogancy9
of the proud10
to cease,8
and will lay low13
the haughtiness11
of the terrible.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Ik zal maken, dat een manH582 dierbaarderH3365 zal zijn dan dicht goudH3800, en een mensH120 dan fijn goudH6337 van OfirH211.
Ik zal maken, dat een man dierbaarder zal zijn dan dicht goud, en een mens dan fijn goud van Ofir.
KJV
I will make a man2
more precious1
than fine gold;3
even a man4
than the golden wedge5
of Ophir.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
DaaromH3651 zal Ik den hemelH8064 beroerenH7264, en de aardeH776 zal bewogenH7493 worden van haar plaatsH4725, vanwege de verbolgenheidH5678 des HEERENH3068 der heirscharenH6635, en vanwege den dagH3117 Zijns hittigenH2740 toornsH639.
Daarom zal Ik den hemel beroeren, en de aarde zal bewogen worden van haar plaats, vanwege de verbolgenheid des HEEREN der heirscharen, en vanwege den dag Zijns hittigen toorns.
KJV
Therefore I will shake4
the heavens,3
and the earth6
shall remove5
out of her place,7
in the wrath8
of the LORD9
of hosts,10
and in the day11
of his fierce12
anger.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
En een iegelijk zal zijnH1961 als een verjaagdeH5080 reeH6643, en als een schaapH6629, dat niemand vergadertH6908; een iegelijkH376 zal naarH413 zijn volkH5971 omzienH6437, en een iegelijkH376 zal naarH413 zijn landH776 vluchtenH5127.
En een iegelijk zal zijn als een verjaagde ree, en als een schaap, dat niemand vergadert; een iegelijk zal naar zijn volk omzien, en een iegelijk zal naar zijn land vluchten.
KJV
And it shall be as the chased3
roe,2
and as a sheep4
that no man taketh up:6
they shall every man7
turn10
to his own people,9
and flee14
every one11
into his own land.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
AlH3605 wie gevondenH4672 wordt, zal doorstokenH1856 worden, en alH3605 wie daarbij gevoegdH5595 is, zal door het zwaardH2719 vallenH5307.
Al wie gevonden wordt, zal doorstoken worden, en al wie daarbij gevoegd is, zal door het zwaard vallen.
KJV
Every one that is found2
shall be thrust through;3
and every one that is joined5
unto them shall fall6
by the sword.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
Ook zullen hun kinderkensH5768 voor hun ogenH5869 verpletterdH7376 worden; hun huizenH1004 zullen geplunderdH8155, en hun vrouwenH802 geschondenH7901 worden.
Ook zullen hun kinderkens voor hun ogen verpletterd worden; hun huizen zullen geplunderd, en hun vrouwen geschonden worden.
KJV
Their children1
also shall be dashed to pieces2
before their eyes;3
their houses5
shall be spoiled,4
and their wives6
ravished.7
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
ZietH2005, Ik zal de MedenH4074 tegenH5921 hen verwekkenH5782, dieH834 het zilverH3701 nietH3808 zullen achtenH2803, en aan het goudH2091 zullen zij geenH3808 lustH2654 hebben.
Ziet, Ik zal de Meden tegen hen verwekken, die het zilver niet zullen achten, en aan het goud zullen zij geen lust hebben.
KJV
Behold, I will stir up2
the Medes5
against them, which shall not regard9
silver;7
and as for gold,10
they shall not delight
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
Maar hun bogenH7198 zullen de jongelingenH5288 verpletterenH7376, en zij zullen zich niet ontfermenH7355 overH5921 de vruchtH6529 des buiksH990; hun oogH5869 zal de kinderenH1121 nietH3808 verschonenH2347.
Maar hun bogen zullen de jongelingen verpletteren, en zij zullen zich niet ontfermen over de vrucht des buiks; hun oog zal de kinderen niet verschonen.
KJV
Their bows1
also shall dash3
the young men2
to pieces;
and they shall have no pity7
on the fruit4
of the womb;5
their eye12
shall not spare11
children.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
Alzo zal BabelH894, het sieraadH6643 der koninkrijkenH4467, de heerlijkheidH8597, de hovaardigheidH1347 der ChaldeenH3778, zijnH1961 gelijk als GodH430 SodomH5467 en GomorraH6017 omgekeerdH4114 heeft.
Alzo zal Babel, het sieraad der koninkrijken, de heerlijkheid, de hovaardigheid der Chaldeen, zijn gelijk als God Sodom en Gomorra omgekeerd heeft.
KJV
And Babylon,2
the glory3
of kingdoms,4
the beauty5
of the Chaldees'7
excellency,6
shall be as when God9
overthrew8
Sodom11
and Gomorrah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
DaarH8033 zal geenH3808 woonplaatsH3427 zijn in der eeuwigheidH5331, en zij zal nietH3808 bewoondH7931 worden van geslachtH1755 totH5704 geslachtH1755; en de ArabierH6163 zal daarH8033 geenH3808 tent spannenH167, en de herdersH7462 zullen er nietH3808 legerenH7257.
Daar zal geen woonplaats zijn in der eeuwigheid, en zij zal niet bewoond worden van geslacht tot geslacht; en de Arabier zal daar geen tent spannen, en de herders zullen er niet legeren.
KJV
It shall never3
be inhabited,2
neither shall it be dwelt5
in from generation7
to generation:8
neither shall the Arabian12
pitch tent10
there; neither shall the shepherds13
make their fold
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
Maar daarH8033 zullen nederliggenH7257 de wilde dieren der woestijnen, en hun huizenH1004 zullen vervuldH4390 worden met schrikkelijke gediertenH255, en daarH8033 zullen de jongeH1323 struisenH3284 wonenH7931, en de duivelenH8163 zullen er huppelenH7540.
Maar daar zullen nederliggen de wilde dieren der woestijnen, en hun huizen zullen vervuld worden met schrikkelijke gedierten, en daar zullen de jonge struisen wonen, en de duivelen zullen er huppelen.
Ook in dit vers
wilde dieren woestijnenH6728
KJV
But wild beasts of the desert3
shall lie1
there; and their houses5
shall be full4
of doleful creatures;6
and owls9
shall dwell7
there, and satyrs11
shall dance
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
En wilde dieren der eilanden zullen in zijn verlaten plaatsenH490 elkander toeroepenH6030, mitsgaders de drakenH8577 in de wellustigeH6027 paleizenH1964; hun tijdH6256 toch is nabijH7138 om te komenH935, en hun dagenH3117 zullen nietH3808 vertogenH4900 worden.
En wilde dieren der eilanden zullen in zijn verlaten plaatsen elkander toeroepen, mitsgaders de draken in de wellustige paleizen; hun tijd toch is nabij om te komen, en hun dagen zullen niet vertogen worden.
Ook in dit vers
wilde dieren eilandenH338
KJV
And the wild beasts of the islands2
shall cry1
in their desolate houses,3
and dragons4
in their pleasant6
palaces:5
and her time9
is near7
to come,8
and her days10
shall not be prolonged.
last
Dit is de titel van alle bezwaarlijke dreigprofetieën; het is als een ontzegsbrief, welken de Heere door zijn profeet is zendende. Zie de aantekening 2 Kon. 9:25 . En dit dreigement gaat niet alleen den koning te Babel aan, maar ook de stad Babel en het gehele koninkrijk.
Hertaald:
last
Dit is de titel van alle zware dreigprofetieën; het is als een opzeggingsbrief die de HEERE door Zijn profeet zendt. Zie de aantekening bij 2 Kon. 9:25. Dit dreigement betreft niet alleen de koning van Babel, maar ook de stad Babel en het hele koninkrijk.
dien Jesája,
Dat is, dien God hem in een gezicht geopenbaard heeft.
Hertaald:
dien Jesája,
Dat is: die God hem in een gezicht geopenbaard heeft.
Heft op
Hier spreekt God den koning der Perzen en der Meden aan, hem vermanende, dat hij zich ten oorlog zou bereiden, tegen de Babyloniërs.
Hertaald:
Heft op
Hier spreekt God de koning van de Perzen en de Meden aan en vermaant Hij hem zich gereed te maken voor de oorlog tegen de Babyloniërs.
een banier,
Te weten tot een teken dat zich het krijgsvolk verzamele.
Hertaald:
een banier,
Namelijk: als een teken dat het krijgsvolk zich moet verzamelen.
verheft
Dat is, roept met luider stem de krijgslieden, die nabij wonen.
Hertaald:
verheft
Dat is: roept met luide stem de krijgslieden die dichtbij wonen.
beweegt
Te weten om een leger uit verre landen aan te lokken en te verzamelen.
Hertaald:
beweegt
Namelijk: om een leger uit verre landen aan te lokken en te verzamelen.
zij
Te weten de verzamelde krijgslieden der Perzen en Meden.
Hertaald:
zij
Namelijk: de verzamelde krijgslieden van de Perzen en de Meden.
intrekken
Te weten in de stad Babel.
Hertaald:
intrekken
Namelijk: in de stad Babel.
der prinsen
Te weten de prinsen of vorsten te Babel. Aldus noemt de profeet de Babyloniërs, omdat velen hunner van den roof hunner naburen en der voortreffelijke neringen machtig en rijk geworden waren, ja als prinsen en vorsten; alsook omdat zij te dien tijde over vele koninkrijken en landen heersten. Zie Jes. 10:8 .
Hertaald:
der prinsen
Namelijk: de vorsten of machthebbers in Babel. Zo noemt de profeet de Babyloniërs, omdat velen van hen machtig en rijk geworden waren — ja als vorsten en machthebbers — door de roof van hun buren en door hun uitgebreide handel, en ook omdat zij in die tijd over veel koninkrijken en landen heersten. Zie Jes. 10:8.
Ik heb
Te weten, Ik de Heere.
Hertaald:
Ik heb
Namelijk: Ik, de HEERE.
aan
Versta hier de Perzen en Meden, die God had geheiligd; dat is, tot een heilig werk geordineerd, namelijk tot verdelging der goddeloze Babyloniërs. Zie Jer. 22:7 .
Hertaald:
aan
Versta hier de Perzen en Meden, die God geheiligd had — dat is: tot een heilig werk bestemd had, namelijk tot de verdelging van de goddeloze Babyloniërs. Zie Jer. 22:7.
bevel gegeven;
Niet door een uiterlijke stem, maar door een inwendige beweging, in de harten der Perzen en Meden, door mijne regering de zaak tot mijn eer besturende. Zie 2 Sam. 16:11 ; Jes. 23:11 .
Hertaald:
bevel gegeven;
Niet door een uiterlijke stem, maar door een innerlijke beweging in de harten van de Perzen en Meden, terwijl Ik de zaak door Mijn bestuur tot Mijn eer leid. Zie 2 Sam. 16:11 en Jes. 23:11.
tot
Dat is, tot uitvoering mijns toorns.
Hertaald:
tot
Dat is: tot uitvoering van Mijn toorn.
Mijn helden,
Dat is, de Perzen en Meden, wien Ik sterkte en kloekmoedigheid gegeven heb en nog verder geven zal.
Hertaald:
Mijn helden,
Dat is: de Perzen en Meden, aan wie Ik sterkte en moed gegeven heb en nog verder geven zal.
de vrolijken
Dat is, welken Ik een dapperen en vrolijken moed en courage gegeven heb, om de Babyloniërs aan te tasten. Maar hoe de goddelozen dit doen, zie Jes. 10:6-7 .
Hertaald:
de vrolijken
Dat is: aan wie Ik een dappere en opgewekte moed gegeven heb om de Babyloniërs aan te vallen. Maar hoe de goddelozen dit doen, zie Jes. 10:6-7.
er is
Hier spreekt de profeet wederom. Anders: daar is een stem der menigte, of der veelheid; want het Hebreeuwse woord betekent zulks beide.
Hertaald:
er is
Hier spreekt de profeet weer. Anders: daar is een stem van de menigte, of van de veelheid; want het Hebreeuwse woord betekent beide.
op de bergen,
Te weten op de bergen in Medië.
Hertaald:
op de bergen,
Namelijk: op de bergen in Medië.
gelijk
Hebreeuws, de gelijkenis van een groot volk.
Hertaald:
gelijk
Hebreeuws: de gelijkenis van een groot volk.
een stem
De zin is: Daar is zulk rumoer, alsof al de koninkrijken der heidenen zich vergaderden en samenliepen.
Hertaald:
een stem
De betekenis is: er is zo'n rumoer alsof alle koninkrijken van de heidenen zich verzamelden en samenliepen.
monstert
Als zijnde veldoverste, of generaal.
Hertaald:
monstert
Als opperbevelhebber of veldheer.
uit verren lande,
Te weten uit Perzië, hetwelk van Babel gelegen is omtrent 225 Duitse mijlen, gelijk enigen schrijven.
Hertaald:
uit verren lande,
Namelijk: uit Perzië, dat volgens sommigen ongeveer 225 Duitse mijlen van Babel ligt.
van het einde
Anders: van het uiterste des hemels; dat is van de wijdgelegen landen.
Hertaald:
van het einde
Anders: van het uiterste van de hemel — dat is: uit de verst gelegen landen.
de instrumenten
Of, de wapenen, die hij in zijnen toorn gebruiken wil om het land der Chaldeën en van Babylonië, mitsgaders die ganse monarchie te verderven; zie Jer. 50:25 .
Hertaald:
de instrumenten
Of: de wapens die Hij in Zijn toorn wil gebruiken om het land van de Chaldeeën en Babylonië en dat hele wereldrijk te verderven; zie Jer. 50:25.
gijlieden,
Te weten, o gij Babyloniërs, met al uwe aanhangers.
Hertaald:
gijlieden,
Namelijk: o Babyloniërs, met al uw aanhang.
de dag
Dat is, de dag, in welken de Heere zijn gestreng gericht over Babylon zal uitoefenen; gelijk Jes. 2:12 , en Jes. 61:2 ; Joël 1:15 . Zie Job 24:1 , en Ps. 37:13 .
Hertaald:
de dag
Dat is: de dag waarop de HEERE Zijn strenge gericht over Babel zal uitoefenen, zoals in Jes. 2:12, Jes. 61:2 en Joël 1:15. Zie Job 24:1 en Ps. 37:13.
hij komt
Alsof hij zeide: Het zal zulks een verschrikkelijke verwoesting zijn, dat het genoegzaam blijken zal dat ze van de hand van den almachtigen God komende is.
Hertaald:
hij komt
Alsof hij zei: het zal zo'n verschrikkelijke verwoesting zijn dat het duidelijk genoeg zal blijken dat zij van de hand van de almachtige God komt.
Daarom
Te weten omdat het verderf zo verschrikkelijk en zo groot is.
Hertaald:
Daarom
Namelijk: omdat het verderf zo verschrikkelijk en zo groot is.
alle handen
Te weten alle handen der Babyloniërs.
Hertaald:
alle handen
Namelijk: alle handen van de Babyloniërs.
aller mensen hart
Hebreeuws, al het hart eens mensen.
Hertaald:
aller mensen hart
Hebreeuws: heel het hart van een mens.
zal versmelten;
Te weten van angst, schrik en vrees.
Hertaald:
zal versmelten;
Namelijk: van angst, schrik en vrees.
zij zullen
Te weten de Babyloniërs en hunne aanhangers.
Hertaald:
zij zullen
Namelijk: de Babyloniërs en hun aanhang.
een iegelijk
Of, de een zal zich over, of met den anderen verwonderen.
Hertaald:
een iegelijk
Of: de een zal zich over de ander verwonderen.
hun aangezichten
Dat is, hunne aangezichten zullen zo rood zijn als vuur, te weten van schaamte, namelijk omdat zij, die tevoren zulke helden geweest zijn, die over de gehele wereld hebben willen heersen, van de Perzen en Meden, die tevoren zozeer niet geacht waren, zouden overheerd en verslagen worden. Doch anderen verstaan dit alzo, dat de aangezichten der Perzen en der Meden als vuurvlammen zouden zijn, dat is vol toorn en gramschap, dorstende naar het bloed der Babyloniërs, hetwelk de roodheid hunner aangezichten zou te kennen geven.
Hertaald:
hun aangezichten
Dat is: hun gezichten zullen zo rood zijn als vuur, namelijk van schaamte, omdat zij die tevoren zulke helden geweest zijn en over de hele wereld hebben willen heersen, overheerd en verslagen zouden worden door de Perzen en Meden, die tevoren niet zo hoog aangeschreven stonden. Anderen vatten het echter zo op dat de gezichten van de Perzen en de Meden als vuurvlammen zouden zijn — dat is: vol toorn en gramschap, dorstend naar het bloed van de Babyloniërs, wat door de roodheid van hun gezichten te kennen gegeven wordt.
de dag
Zie vs.6.
Hertaald:
de dag
Zie vers 6.
hittigen toorn,
Hebreeuws, hittigheid des toorns.
Hertaald:
hittigen toorn,
Hebreeuws: hittigheid van de toorn.
het land
Te weten het land van Babylonië.
Hertaald:
het land
Namelijk: het land Babylonië.
te stellen
Dat is, om het land te verwoesten en ellendig te maken.
Hertaald:
te stellen
Dat is: om het land te verwoesten en ellendig te maken.
deszelfs
Dat is, de zondaars die daarin zijn.
Hertaald:
deszelfs
Dat is: de zondaars die daarin zijn.
de sterren
De zin is: Het zal de Babyloniërs alles tegen zijn, zodat zelfs de sterren des hemels haar schijnsel hun zullen onttrekken. Deze manier van spreken gebruiken de profeten, om daardoor te betekenen grote ellenden. Zie Ezech. 32:7 ; Joël 2:31 , en Joël 3:15 .
Hertaald:
de sterren
De betekenis is: alles zal de Babyloniërs tegenzitten, zodat zelfs de sterren van de hemel hun schijnsel aan hen zullen onthouden. De profeten gebruiken deze manier van spreken om daarmee grote ellende aan te duiden. Zie Ezech. 32:7, Joël 2:31 en Joël 3:15.
gesternten
Door ster wordt verstaan een enige ster, door gesternte verscheidene sterren bij elkander. Anders: Orion. Zie Job 9:9 .
Hertaald:
gesternten
Onder ster wordt één enkele ster verstaan, onder gesternte verschillende sterren bij elkaar. Anders: Orion. Zie Job 9:9.
wanneer zij
Hebreeuws, als zij uitgaat; te weten uit hare slaapkamer; Ps. 19:6 .
Hertaald:
wanneer zij
Hebreeuws: wanneer zij uitgaat, namelijk uit haar slaapkamer; Ps. 19:6.
Ik zal
Hier spreekt de Heere wedeRom.
Hertaald:
Ik zal
Hier spreekt de HEERE weer.
wereld
Versta hier door de wereld de landen, die onder de gehoorzaamheid van den koning van Babel stonden, welker vele waren. Zie Dan. 4:17 , enz.
Hertaald:
wereld
Versta hier onder de wereld de landen die onder het gezag van de koning van Babel stonden, en dat waren er veel. Zie Dan. 4:17, enzovoort.
bezoeken,
Dat is, straffen.
Hertaald:
bezoeken,
Dat is: straffen.
dierbaarder
De zin is: Ik zal maken dat der Babyloniërs weinig zullen worden, want van hen zullen velen verslagen worden. Vergelijk 1 Sam. 3:1 .
Hertaald:
dierbaarder
De betekenis is: Ik zal ervoor zorgen dat er weinig Babyloniërs overblijven, want velen van hen zullen verslagen worden. Vergelijk 1 Sam. 3:1.
dicht goud,
Zie 1 Kon. 10:18 .
Hertaald:
dicht goud,
Zie 1 Kon. 10:18.
Ofir
Zie de aantekening 1 Kon. 9:28 .
Hertaald:
Ofir
Zie de aantekening bij 1 Kon. 9:28.
Daarom
Te weten vanwege den hoogmoed en de goddeloosheid der Babyloniërs, vs.11.
Hertaald:
Daarom
Namelijk: vanwege de hoogmoed en de goddeloosheid van de Babyloniërs, vers 11.
den hemel
De zin is: Ik zal zo schrikkelijke straffen over de Chaldeën en Babyloniërs laten komen, dat met reden hemel en aarde zich daarover ontzetten zullen; of dat de Babyloniërs zullen menen dat hemel en aarde bewogen worden.
Hertaald:
den hemel
De betekenis is: Ik zal zulke verschrikkelijke straffen over de Chaldeeën en Babyloniërs laten komen dat hemel en aarde zich daar met reden over zullen ontzetten; of dat de Babyloniërs zullen menen dat hemel en aarde bewogen worden.
den dag
Zie de aantekening op Job 20:28 .
Hertaald:
den dag
Zie de aantekening bij Job 20:28.
als een schaap,
Of, als een kudde schapen, die niemand vergadert.
Hertaald:
als een schaap,
Of: als een kudde schapen die niemand bijeenbrengt.
een iegelijk
Te weten die uit verre landen gekomen is, gehuurd zijnde tot hulp der Babyloniërs.
Hertaald:
een iegelijk
Namelijk: ieder die uit verre landen gekomen is en ingehuurd was om de Babyloniërs te helpen.
zal naar zijn volk
Dat is, zal wensen weder in zijn vaderland te zijn, gelijk er straks volgt.
Hertaald:
zal naar zijn volk
Dat is: zal wensen weer in zijn vaderland te zijn, zoals er meteen daarna volgt.
gevonden wordt,
Te weten te Babel, of van de Babyloniërs. De zin is: Wie de soldaten der Perzen en Meden vinden zullen, die zullen zij doden, ziende dat het Babyloniërs zijn.
Hertaald:
gevonden wordt,
Namelijk: in Babel, of onder de Babyloniërs. De betekenis is: wie de soldaten van de Perzen en Meden zullen vinden, die zullen zij doden zodra zij zien dat het Babyloniërs zijn.
wie daarbij
Hij zij burger of vreemdeling; of versta degenen, die zich omtrent de stad Babel hier en daar in kastelen of vaste plaatsen begeven hebben. Anders: al die uitgeteerd is; te weten van groten ouderdom.
Hertaald:
wie daarbij
Of hij nu burger of vreemdeling is; of versta daaronder hen die zich in de omgeving van de stad Babel hier en daar in kastelen of versterkte plaatsen teruggetrokken hebben. Anders: al wie uitgeteerd is, namelijk door hoge ouderdom.
verpletterd
Zie Ps. 137:9 . Anders: vergruisd worden.
Hertaald:
verpletterd
Zie Ps. 137:9. Anders: vergruisd worden.
de Meden
Dat is, der Meden heirleger, onder het bevel van Cyrus, den koning der Perzen en Meden. Hebreeuws, Madai. Zie de aantekening Gen. 10:2 .
Hertaald:
de Meden
Dat is: het leger van de Meden, onder bevel van Cyrus, de koning van de Perzen en Meden. Hebreeuws: Madai. Zie de aantekening bij Gen. 10:2.
die het zilver
Of, die op geen zilver denken of passen zullen. Hij wil zeggen dat de Meden zo bloeddorstig over de Babyloniërs zullen zijn, dat zij geen geld noch rantsoen tot verschoning nemen zullen, hoe groot het ook zou mogen wezen; maar zij zullen der Babyloniërs bloed of leven zoeken. Zie boven vs.12.
Hertaald:
die het zilver
Of: die niet aan zilver zullen denken of erop uit zullen zijn. Hij wil zeggen dat de Meden zo bloeddorstig tegenover de Babyloniërs zullen zijn dat zij geen geld of losprijs als vrijkoping zullen aannemen, hoe groot die ook zou zijn, maar dat zij het bloed of het leven van de Babyloniërs zullen zoeken. Zie hierboven vers 12.
over de vrucht
Dat is, over de kinderen in moeders buik.
Hertaald:
over de vrucht
Dat is: over de kinderen in de moederschoot.
verschonen
Of, sparen.
Hertaald:
verschonen
Of: sparen.
het sieraad
Dat is, die nu de schoonste en voortreffelijkste is onder al de koninkrijken des aardbodems.
Hertaald:
het sieraad
Dat is: die nu de schoonste en voortreffelijkste is onder alle koninkrijken van de aardbodem.
gelijk
Deze profetie is wel van de Perzen en Meden zo dadelijk niet voltrokken geweest toen zij deze stad hebben ingenomen, maar het is van tijd tot tijd verder en verder geschied, alzo dat men heden ten dage nauwelijks weet waar die machtige en prachtige stad gestaan heeft. Ten tijde van den keizer Vespasianus is daar alleen overig geweest Jovis Beli tempel; Plin.in natur.hist.lib.6 cap.26.
Hertaald:
gelijk
Deze profetie is door de Perzen en Meden niet meteen volledig uitgevoerd toen zij deze stad innamen, maar zij is van tijd tot tijd verder en verder in vervulling gegaan, zodat men tegenwoordig nauwelijks nog weet waar die machtige en prachtige stad gestaan heeft. In de tijd van keizer Vespasianus was daar alleen nog de tempel van Jupiter Belus over; Plinius, Naturalis Historia, boek 6, hoofdstuk 26.
Daar
Te weten in de stad Babel.
Hertaald:
Daar
Namelijk: in de stad Babel.
zal geen woonplaats
Of, men zal er gene zitplaats hebben. Zie Jer. 17:6 ; te weten, hoewel zij zich anders inbeeldt, vanwege haar grote macht, menende onoverwinnelijk te zijn. Anders: zij zal in der eeuwigheid [dat is, nimmermeer] niet bewoond worden; dat is, zij zal nimmermeer weder in haar vorigen staat komen, te weten nadat zij eens ten gronde zal afgebroken zijn.
Hertaald:
zal geen woonplaats
Of: men zal er geen verblijfplaats hebben. Zie Jer. 17:6 — en dat terwijl zij zich vanwege haar grote macht iets heel anders inbeeldt en meent onoverwinnelijk te zijn. Anders: zij zal in eeuwigheid, dat is: nooit meer, bewoond worden — dat is: zij zal nooit meer in haar vroegere staat komen, namelijk nadat zij eenmaal tot de grond toe afgebroken zal zijn.
de Arabier
De Arabieren plachten geen vaste woonplaats en blijvende stad te hebben, maar hier en daar te wandelen en in hutten te wonen, zich nederslaande waar zij het beste voeder vonden voor hunne beesten. Dezen, ziende en bevindende dat het land omtrent Babylon zo verwoest en zo ellendig is, dat er geen voedsel genoeg voor hun vee te vinden is, zullen het mijden.
Hertaald:
de Arabier
De Arabieren hadden gewoonlijk geen vaste woonplaats en geen blijvende stad, maar zij trokken hier en daar rond en woonden in tenten, terwijl zij zich neersloegen waar zij het beste voer voor hun dieren vonden. Wanneer zij zien en ondervinden dat het land rond Babel zo verwoest en zo ellendig is dat er niet genoeg voedsel voor hun vee te vinden is, zullen zij het mijden.
de wilde dieren
Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk wildernissen, en hier zodanige dieren, die in de wildernissen of in dorre woeste plaatsen zich ophouden. Zie Jer. 50:39 .
Hertaald:
de wilde dieren
Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk wildernissen, en hier zulke dieren die zich in de wildernis of op dorre, woeste plaatsen ophouden. Zie Jer. 50:39.
met schrikkelijke
Of, schadelijke dieren. Het Hebreeuwse woord betekent zulke dieren, die de mensen ach en wee doen roepen van bangheid. Anders: dieren die een droevig geluid maken.
Hertaald:
met schrikkelijke
Of: schadelijke dieren. Het Hebreeuwse woord betekent zulke dieren die de mensen van angst ach en wee doen roepen. Anders: dieren die een droevig geluid maken.
de jonge
Hebreeuws, de dochters der struisen. Zie de aantekening Lev. 11:16 , en Job 30:29 .
Hertaald:
de jonge
Hebreeuws: de dochters van de struisvogels. Zie de aantekening bij Lev. 11:16 en Job 30:29.
de duivelen
Zie Lev. 17:7 , alsook 2 Kron. 11:15 ; Openb. 18:2 .
Hertaald:
de duivelen
Zie Lev. 17:7, en ook 2 Kron. 11:15 en Openb. 18:2.
wilde dieren
Het Hebreeuwse woord heeft zijnen naam van eilanden, maar wat het eigenlijk voor dieren geweest zijn, is onzeker. Sommigen hebben hier [vogels] uit de eilanden; anders: wilde dieren uit de eilanden; anderen meerkatten, of wilde katten; anderen uilen, omdat die gaarne in woeste, verlaten, vervallen huizen en plaatsen zich ophouden. Dit woord is ook Jer. 50:39 .
Hertaald:
wilde dieren
Het Hebreeuwse woord heeft zijn naam van eilanden, maar wat voor dieren het eigenlijk geweest zijn, is onzeker. Sommigen lezen hier vogels uit de eilanden; anders: wilde dieren uit de eilanden; anderen meerkatten of wilde katten; weer anderen uilen, omdat die zich graag ophouden in woeste, verlaten, vervallen huizen en plaatsen. Dit woord staat ook in Jer. 50:39.
in zijn
Te weten, van den koning van Babel.
Hertaald:
in zijn
Namelijk: van de koning van Babel.
verlaten
Of, weduwlijke; dat is, verlaten of ledige plaatsen, of, gelijk enige paleizen, door verwisseling van de letter res in de letter lamed; gelijk het is Jes. 34:13 .
Hertaald:
verlaten
Of: weduwlijke — dat is: verlaten of lege plaatsen; of: sommige paleizen, door verwisseling van de letter resj met de letter lamed, zoals in Jes. 34:13.
elkander
Of, elkander toeschreeuwen. Hebreeuws, antwoorden.
Hertaald:
elkander
Of: elkaar toeschreeuwen. Hebreeuws: antwoorden.
haar tijd
Te weten, de tijd van de stad Babel. En versta hier dien tijd, in welken het verderf der stad en van het rijk van Babylon beginnen zou, alsook het begin van den tijd van de verlossing der Joden uit hunne tirannie. Er zijn tot de vervulling dezer profetie verlopen omtrent tweehonderd jaren.
Hertaald:
haar tijd
Namelijk: de tijd van de stad Babel. Versta daaronder de tijd waarin het verderf van de stad en van het rijk Babel zou beginnen, en tegelijk het begin van de tijd van de verlossing van de Joden uit hun tirannie. Tot de vervulling van deze profetie zijn ongeveer tweehonderd jaar verlopen. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "De last van Babel, dien Jesaja, de zoon van Amoz, gezien heeft" (Jes. 13:1). Met dat opschrift begint een lange reeks woorden over de volken rondom. Het woord last duidt een godsspraak aan die zwaar weegt en die de profeet te dragen krijgt. Wat volgt is een oproep om een banier op te heffen en een leger te verzamelen (Jes. 13:2). Dan valt een verrassende uitdrukking: "Ik heb aan Mijn geheiligden bevel gegeven; ook heb Ik tot Mijn toorn geroepen Mijn helden" (Jes. 13:3). De legers komen "uit verren lande, van het einde des hemels", en zij heten "de instrumenten Zijner gramschap" (Jes. 13:5). Later wordt gezegd wie dat leger is: de Meden (Jes. 13:17). Bijbelse betekenis: Merk op dat de profeet ook over andere volken spreekt dan zijn eigen. Juda is niet het enige volk waarover God iets te zeggen heeft; Hij is niet de God van één land. Let vervolgens op de woorden van Jes. 13:3. God noemt een heidens leger Zijn geheiligden, dus apart gezet voor een taak. Dat is dezelfde lijn als bij Assur, dat de roede van Zijn toorn heette (reeds behandeld bij Jes. 10:5). Apart gezet zijn voor een taak is dus iets anders dan God kennen. Let ten slotte op het woord last. Het gaat hier niet om een mening van de profeet over de buurlanden. Wat hij zegt is hem opgelegd, en het drukt op hem. Typologie: Het einde van deze lijn staat in Openbaring, waar Babylon valt en de stem uit de hemel roept: "Gaat uit van haar, Mijn volk" (Op. 18:4). De naam Babel staat daar voor alle macht die zich tegen God verheft, en het oordeel erover is hetzelfde. Jes. 13:1-5; Jes. 13:17; Jes. 10:5; Op. 18:4 "Huilt gijlieden, want de dag des HEEREN is nabij; hij komt als een verwoesting van den Almachtige" (Jes. 13:6). Wat volgt tekent de schrik: alle handen worden slap en aller mensen hart versmelt (Jes. 13:7). Dan wordt de dag zelf aangekondigd: "Ziet, de dag des HEEREN komt, gruwelijk, met verbolgenheid en hittigen toorn" (Jes. 13:9). En de beelden worden groter dan een stad: "de zon zal verduisterd worden, wanneer zij zal opgaan, en de maan zal haar licht niet laten schijnen" (Jes. 13:10). Ook het onderwerp verbreedt zich: "Want Ik zal over de wereld de boosheid bezoeken, en over de goddelozen hun ongerechtigheid" (Jes. 13:11). Van Babel zelf wordt gezegd dat het zal worden "gelijk als God Sodom en Gomorra omgekeerd heeft" (Jes. 13:19). Bijbelse betekenis: Merk op hoe het gezichtsveld zich verwijdt. Het hoofdstuk begint bij één stad en spreekt in Jes. 13:11 over de wereld; wat aan Babel gebeurt, is een voorbeeld van wat de dag des HEEREN is. Die dag is eerder in dit boek al getekend als de dag waarop alles wat hoog is gebogen wordt (reeds behandeld bij Jes. 2:11). Let vervolgens op wat er met het licht gebeurt. Zon, maan en sterren houden op te schijnen, en dat is meer dan een natuurverschijnsel: wat vast en betrouwbaar leek, blijkt afhankelijk. Let ten slotte op Jes. 13:12. Er wordt niet gezegd dat mensen waardeloos zijn, maar dat zij zeldzaam zullen worden. Het is een zin die de omvang aangeeft zonder er behagen in te scheppen, en het register volgt die toon. Typologie: De Heere Jezus gebruikt dezelfde beelden wanneer Hij over Zijn wederkomst spreekt: "zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven" (Matt. 24:29). Paulus voegt daaraan toe wat het voor de gemeente betekent: die dag komt onverwacht, "gelijk een dief in de nacht" (1 Thess. 5:2, reeds behandeld). Jes. 13:6-13; Jes. 13:19; Jes. 2:11; Matt. 24:29; 1 Thess. 5:2 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Jesaja 13
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen


Jesaja 13
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Op den zaligen blik in het volmaakte Godsrijk, waarmee de voorgaande rij van voorzeggingen eindigt, volgt thans een droevige blik in de geschiedenis der rondom wonende volken, welke in hun vijandschap tegen Israël de vertegenwoordigers zijn van de machten der wereld uit alle tijden, die zich strijdende tegenover het rijk van God stellen. De nu volgende reeks van profetieën (Hoofdstuk 13-23) bevat alzo enkel godsspraken, die het gericht aankondigen over alle Gode vijandige rijken, steden en personen. Zij werken de gedachten uit, hoe alle rijken der aarde en de gehele wereld zullen worden gedwongen bij den Heere, den God Israël’s, het heil te zoeken, en hoe zij, die dit niet doen, moeten vernietigd worden, en hoe ook de verste en vreemdste heidenen eens aan den Heere hun gaven zullen brengen tot opbouwing van Zijn rijk.
I. Vs. 1.KruisverwijzingenJesaja 1:1→Jesaja 47:1→Jesaja 14:28→Jesaja 15:1→Jeremia 25:12→Jesaja 21:13→Daniël 5:28→Jesaja 44:1→
— De last van Babel, dien Jesaja, de zoon van Amoz, gezien heeft.
Hoofdstuk 14:27. Ene rechterlijke Godsspraak over Babel opent de rij van deze voorzeggingen. Babel is de zetel van die macht der wereld, welke de erfgenaam zal wezen van de nu nog bestaande Assyrische, en die het gericht van God over Israël ten einde toe zal volvoeren. De Godsspraak begint met ene aansporing tot den krijg, welke ons midden in de zaak verplaatst, hoe de Heere plotseling in een tot nu toe onbekenden volkstam een onweerstaanbaren drang verwekt, zodat deze opstaat, in de wereldgebeurtenissen ingrijpt en niet zal rusten, tot hij de door den Heere toegedachte zending heeft volbracht (vs. 2 en 3). Ten gevolge dier oproeping is dan ook spoedig het leger te zamen. Wij zien uit het noordelijke bergachtige gedeelte van Iran naar Babylonië afdalen, onder leiding van hem, die tot volvoering van Gods vonnis geroepen is (vs. 4 en 5), en voor het leger, dat uit de verte komt, gaat de schrik heen door alle landen (vs. 6-8). Even als nu het gericht ons in zijn aantocht vreselijk dreigend wordt voorgesteld, zo is het ook verschrikkelijk in zijn uitbreken, want het is om de zondaren te verdelgen van den aardbodem (vs. 9-16). Het laat dan ook niets dan schrik achter, daar de vergelding ene volkomen is. Babel zal tot ene woestijn worden en moet dat altijd blijven (vs. 17-22). De vrucht van dat gericht is Israël’s herstelling. Dit wordt op nieuw in genade door den Heere aangenomen en op zijn eigen grond geplant. Vele vreemdelingen sluiten zich aan hen aan, en het bevindt zich voortaan in een staat van overmacht in plaats van in afhankelijkheid, waaraan het vroeger was overgegeven. (Hoofdstuk 14:1, 2). Uit alle moeite bevrijd, verheft het in een triomferend spotlied den val der overweldigers. Die spot vindt zijn echo zelfs in de hel, waar de hoogmoedige en vermetele koning van Babel nu in neergestort is, wie niet eens de eer van ene gepaste begrafenis ten dele wordt, en wiens geslacht voor eeuwig vernietigd is (14:3-23). Eindelijk wordt een blik teruggeslagen op Assyrië, de wereldmacht, die bestond ten tijde der profetie; want de voorzegging tegen haar is het postament (onderstel), waarop de last tegen Babel geplaatst is.
De last 1), de rechterlijke bedreiging Gods (2 (Kon. 9:25) van Babel 2), dien Jesaja, de zoon van Amos, gezien heeft (Hoofdstuk 1:1), in werkelijk gebeurtenissen voor het oog des geestes zich zag ontvouwen.
Het Hebr. woord asm leidt men af van asn, a) of in de betekenis: opladen (Deut 31:17) en vertaalt het door last (Vulg. onus. Zie (2 (Kon. 5:17) zodat het woord onheilvolle orakelen kan beteken; b) of in de betekenis van; uitspreken, voortbrengen (Ex. 20:7: den naam Gods tot nietige of misdadige zaken op de lippen nemen, misbruiken), en men vertaalt het door: de woorden, de uitspraak (Spr. 30:1; 31:1), in ‘t bijzonder het woord des Heren (Zach. 9:1; 12:1),
of in de betekenis van nemen, ontvangen (Ps. 24:5) en vertaalt het: het ontvangen (van God Septuaginta: lhmma), d) of in de betekenis: de stem verheffen, met verheven stem iets voortbrengen (Hoofdstuk 3:7- Luther: zweren), en vertaalt het door: spreuk in hogeren stijl (Klaagt. 2:14- Luther: prediking). Hoe dit zij, in elk geval is het woord op te vatten in den zin van: rechterlijke Godsspraak, orakel van dreigenden inhoud. Last is hier op te vatten in den zin van, rechterlijke godsspraak. De Profeet deelt hier mede, wat hij gezien heeft, van God vernomen heeft, welke rechterlijke godsspraak hij omtrent Babel heeft ontvangen.
In dien tijd was Assyrië nog op het toppunt van hare macht, Babel was nog steeds de tweede hoofdstad van het rijk en de zetel van nog afhankelijke onderkoningen: toch ziet de profeet reeds in den geest vooruit, wat eerst meer dan 100 jaren later voorviel, dat niet Assyrië de volvoerder van het gehele gericht over Juda zou zijn, maar een ander rijk: het Chaldeeuwse, dat Babel tot middelpunt zou hebben. Maar ook aan Babel, even als aan Assur (Hoofdstuk 10:5 vv.) zou de Heere Zijn volk weten te wreken en het weer uit Babels dienstbaarheid weten te verlossen; dit is het troostvolle uitzicht, tot hetwelk de profeet zich verheft en daarmee tevens aanduidt, in welke betekenis de naam Assur op vele plaatsen van vorige orakelen moet worden genomen. Wij moeten echter voordat wij de volgende voorzeggingen beschouwen, vooraf de stad, wie zij betreft nader in ogenschouw nemen. Babel, in ene grote vlakte aan den Eufraat gelegen, die haar in twee helften verdeelt, was ten tijde van haren hoogsten bloei in het vierkant gebouwd, had volgens Herodotus, die haar zelf zag, 12 geogr. mijlen in omvang, een muur van 200 ellen hoogte, en 50 ellen dikte met 250 torens (Jer. 51:58) en 100 koperen poorten (Jes. 45:2). Ene met water gevulde gracht liep om den muur; ook werd de stad, waarschijnlijk aan de westzijde, door moerassen, die men uit den Eufraat door kunst had gevormd, beschermd (Jer. 51:32). De huizen, 3-4 verdiepingen hoog, waren even als de muren uit gebrande en ongebrande bakstenen door middel van asfalt gebouwd. Er waren 50 straten, die elkaar in rechte hoeken doorsneden en zo de stad in een aantal kwadraten verdeelden. De beide merkwaardigste gebouwen der dubbele stad waren: de koninklijke door vaste muren omsloten burg (Dan. 4:26) en de tempel van Belus, een vierhoek, aan iedere zijde twee stadiën (1209 voeten) lang. Midden in de ruimte des tempels was een horen toren, die uit 8 boven elkaar opgerichte torens bestond, met van buiten opleidende, rondom lopende trappen. Deze bevatte twee heilige vertrekken, waarvan een tot slaapkamer voor den afgod, het andere tot eetkamer bestemd en prachtig versierd was. Bovendien komen als bijzondere merkwaardigheden in aanmerking de stenen, ene stadie lange brug over den Eufraat, ongeveer in het midden der stad, en de hangende tuinen in den vorm van terrassen, aan beide zijden vier morgen groot.
Heft op ene banier; richt een hoge staak op met ene lange vlag ten teken voor de krijgstroepen, dat zij zich moeten verzamelen tot den veldtocht (Hoofdstuk 5:26; 11:10). Plaatst die banier op enen hogen door het uitroeien van bomen voor dit doel kaal gemaakten berg, 1) opdat men het teken verre kan zien; verheft met luid geroep ene stem tot hen, tot de troepen, die zich verzamelen, om hen tot ijver aan te sporen; beweegt de hand omhoog met sterk wenken om tot haasten aan te drijven, dat zij als overwinnaars intrekken door de deuren der prinsen, 2) in de poorten van Babel, de hoofdstad der Chaldeeërs, die de wereld beheersen.
In het Hebr. Al har-nischfèh. LXX vertalen: orov pedinon. Beter: op een kalen berg, d. i. een berg, die van bomen en bossen ontbloot is. Op zulk een berg moest de banier worden geplant, opdat van alle zijden deze zou kunnen gezien worden en zo ver mogelijk.
Het is het doel des H. Geestes, door deze figuurlijke wijze van spreken, waarmee Hij de koninklijke dienaren inleidt, om een banier op te richten en de volken te verzamelen tot een oorlogstoerusting, om te leren, dat God door Zijne Goddelijke Voorzienigheid, aan Wie alles ter beschikking staat, er voor zou zorgen, dat ten tijde, waarop Zijne oordelen tegen Babel zouden worden uitgevoerd, er ten dienste van Zijn volk zouden wezen, de ten oorlog verzamelden en toegerusten, om de besluiten van het Goddelijk gericht uit te voeren. Wie hier spreekt en tot wie gesproken wordt, zegt ons Jesaja niet. Dit spant onze opmerkzaamheid en legt iets schemerends over de rede. Den naam van hem, die aanspreekt, noemt vs. 4; eerst vs. 17 zegt wie de aangesprokene is.
Maar wie, zo vraagt gij, laat zulk ene oproeping ten strijde horen? en wie zullen wij roepen en wenken? Ik, de Heere, die ook Koning over de heidenen ben (Ps. 47:9), heb aan Mijne geheiligden, de tot Mijne werktuigen reeds uitverkorene legerscharen, bevel gegeven; ook heb Ik tot Mijnen toorn, om dien te volvoeren, geroepen Mijne helden, die reeds tot Mijnen dienst zijn geworven, de vrolijken Mijner hoogheid, die dan ook het werk, dat tot Mijne ere verstrekt, verheugd en moedig verrichten. Men vergelijke de bij 2 Kon. 25:27 en 2 Kron. 36:20. Volgens deze zijn het eigenlijk meer nog dan de Mediërs, de Perzen (Ezra 1:4), die Gods oordelen aan Babel volvoerden; deze toch worden eerst van Ezechiël en Daniël af in het O. Testament genoemd; men moet dus in vs. 17 van ons Hoofdstuk den naam “Mediërs” als algemene benaming der Arabische volken van den tegenwoordigen stam, welke aan den heersenden en meest betekenenden volksstam ontleend is, opvatten. De Heere laat het hun zeggen, dat Hij Zijne geheiligden, of liever Zijne gewijden, die door Hem zijn gewijd en bestemd, om zijn bevel ten uitvoer te brengen, heeft bijeen verzameld, dat Hij die helden heeft geroepen, die Zijn toorn zullen uitvoeren tegen Babel. En dat dit niet slechts een dreiging was, maar een vast voornemen, hetwelk zeker ten uitvoer zou worden gebracht, dit laat de Heere in het volgende vers zo duidelijk mogelijk zeggen, waar Hij zegt, dat Hij reeds hoort het gedruis der grote menigte, die in Zijn dienst staat.
Er is, terwijl door de volken, die tot den strijd tegen Babel zijn opgeroepen (vs. 2), aanstonds aan het bevel gehoor is gegeven, ene ruisende stem, een hevig geraas op de bergen, die noordoostelijk van Babel gelegen zijn, het Zagrosgebergte, gelijk eens groten volks, dat zich daar verenigd heeft; ene stem van gedruis der koninkrijken, der verzamelde Heidenen of natiën, daar strijdwagen tegen strijdwagen stoot. De HEERE der heirscharen monstert het krijgsheir der samengeroepene scharen. Nadat het weelderige Babel lang in trotse zekerheid als koningin der wereld getroond heeft, galmt van Hem, die eens reeds den toren verstoorde, welke den hemel bereiken zou, de roepstem uit de hoogte: “het valle!” Hij zelf stijgt van den troon des lichts en der zalige rust op de aarde des oproers en krijgs neer, om Zijn wrekend leger tegen de stad des hoogmoeds aan te voeren; met eigen mond deelt Hij den aanvoerder bevelen mede tot verhaaste verzameling aller benden, en ten zegepralenden intocht in de poorten der goddeloze verdrukkers Zijns gevangenen volks. Want waar de Heere der hemelse heirscharen Zijn volk zelf ten strijde voert, daar is alle weerstand des vijands vergeefs. Daarom zegt ook de profeet van het heir niet, dat het den slag beginnen, maar dat het intrekken zal in de poorten der tirannen. Wij vernemen aanstonds, wie te voren zo geweldig geroepen heeft. Maar juist die ongenoemde stem deed de grote werking. Zie de helden, hoe zij tegen Babel trekken, trots en juichend over hun macht en sterkte! Zij weten niet, dat zij niet hunnen, maar Gods toorn dienen, dat zij gewijden zijn naar Zijn hemels raadsbesluit, een heir des gerichts voor den hoogmoed der heidense volken. Afgodendienaars voert hij tegen afgodendienaars aan; Hij straft den boze door den boze! Welk een gevoel! Welk ene schaar! Ganse koninkrijken en natiën zijn vergaderd tegen Babel, en zij komen over de bergen als een schrik der stad (Perzen en Meden maakten in de eerste plaats het leger van Cyrus uit, maar Jer. 50:9 laat in ‘t algemeen “een hoop van grote volken, ” uit het land van ‘t Noorden tegen Babel optreden; Xenophon (Cyrop. II) voegt bij de belegeringstroepen nog de Armeniërs. Deze volken kwamen over de bergen, welke Medië en Babylonië scheiden, gelijk reeds Vitringa opmerkt: “Jayrus vel Niphotes aut Choatras”. En tegenover dit gedruis het stille woord des profeets: “Jehova Zebaoth monstert een krijgsheir!” Hij beschrijft dat heir als een zeer vreselijk, daar het uit de verste, onbekende landen komt (vs. 5), en hij noemt het naar zijne hoge bestemming de werktuigen der goddelijke gramschap, bestemd, niet alleen om het Babylonische gebied te verwoesten, maar de ganse aarde te verderven, in zo verre de trotse stad een afbeeldsel van allen aardsen trots tegen de hemelse macht is.
Zij komen uit verren lande, van het einde des hemels, het bergachtige noorden van Azië; de HEERE zelf is daarheen gekomen en de instrumenten, de werktuigen Zijner gramschap, om dat ganse land, het gehele gebied der heersende wereldmacht, de Chaldeeuws-Babylonische monarchie (2 Kon. 25:27 2) te verderven.
Huilt gijlieden, die tot dit rijk behoort, want de dag des HEREN ten gerichte over u is nabij; hij komt als ene verwoesting niet slechts van mensen, dat ware nog te dragen, maar, gelijk het werkelijk is, van den Almachtige, die onbeperkte macht bezit om te verderven (Joël 1:15). Er is geen wreedheid of woede bij God, en echter wordt Zijn dag als een dag van verwoesting des Heren omschreven, in welke Hij alle de fiolen Zijner gramschap over Babel en zijne inwoners zou uitstorten. God zal strengelijk oordeel houden over degenen, die hun eigene wreedheid bot getierd hebben tegen de zijnen, en Hij zal den wrede een felle straf doen bezuren en den bloeddorstige bloed te drinken geven.
Daarom zullen, omdat zij, wie het treft, dit ook opmerken, alle handen slap worden als verlamd van schrik, zodat zij niet eens tegenweer bieden, en aller mensen hart in het gehele land (vs. 5) zal versmelten in de hitte van den angst (Hoofdstuk 19:1).
En zij zullen verschrikt worden, smarten en weeën zullen hen aangrijpen zij zullen bang zijn als ene barende vrouw, die zich kromt (Hoofdstuk 21: 3); een iegelijk zal over zijgen naaste verbaasd zijn; hun aangezichten zullen vlammende aangezichten zijn, daar de angst het bloed naar boven drijft. Volgens Xenophon en Herodotus hebben de Babyloniërs, in vertrouwen op de sterke stad en op den voorraad van levensmiddelen, met de belegering gespot (vgl. Hoofdstuk 21:6 en 2 Kron. 36:20). Daarmee komt onze afdeling juist overeen, want in de eerste plaats is het doel dezer gehele schildering meer, om het naderend gevaar naar de gehele maat van zijne vreselijkheid te schilderen; de vervulling is eigenlijk veel meer te zoeken in hetgeen de Perzen geweest zijn, dan in hetgeen de Babyloniërs gedaan hebben; ten tweede is het hier gezegde geenszins tot de Babyloniërs te beperken: voor het leger, dat uit de verte komt, gaat de schrik heen door alle landen.
Ziet, de dag des HEREN, ene catastrofe uit de geschiedenis der volken, die een groot deel der aarde mede in lijden brengt, komt, gruwelijk met verbolgenheid en hittigen toorn, vol tekenen van den toorn van Hem, die hen zendt, om het land, of de aarde, te stellen tot verwoesting, het te veranderen in ene woestenij (vs. 19 vv.) en zijne zondaren daaruit te verdelgen, allen, die zich tegen den Heere bezondigd hebben door allerlei grove en fijne afgoderij, en voornamelijk ook de wijze, waarop zij het gericht aan Juda hebben volbracht (Hoofdstuk 47).
Want de sterren des hemels, omdat overal, waar de Heere gerichten uitoefent, de gehele natuur mede moet lijden, en in ‘t bijzonder de sterren in den beginne door Hem tot tekenen gesteld zijn (Gen. 1:14), en zijne gesternten 1) de Orion, het glinsterende licht aan den sterrenhemel gedurende het warme jaargetijde (Job 9:9. (Amos 5:8) zullen haar licht niet laten lichten, niet helder glinsteren; a) de zon zal verduisterd worden op dien dag der wrake, wanneer zij zal opgaan, en de maan zal haar licht niet laten schijnen, alzo zal het een nachtelijke dag zonder zon, en ook een sterreloze nacht zijn.
Ezechiël. 32:7. Joël 2:10, 31; 3:4, 15, 20. MATTHEUS. 24:29. Mark. 13:24. Luk. 21:35
In het Hebr. Oekesilehem. Beter en zijne Orionen, d. i. zijn Orion en de andere grote gesternten. Zelfs de Orion en de andere in het oog vallende, helder stralende sterren zouden het licht terughouden. Dit zou gevolg zijn van de zonde en daarin zou hun straf bestaan. Had de Heere gezegd, dat het licht voor de rechtvaardigen gezaaid was (Ps. 97:11), hier wordt de duisternis aangekondigd als straf voor de onrechtvaardiger, voor de goddelozen. Alle de hemellichamen, zowel des daags als des nachts, zouden hun licht terughouden. Het zou een dag zijn zonder zon en een nacht zonder maan en sterren.
Want Ik zal, zo openbaart de Heere verder aan mij, Zijnen profeet, om mij ook bekend te maken, wat Hij met dien dag (vs. 6 en 9) eigenlijk bedoelt, en op welke wijze Hij Zijn doel denkt te bereiken, over de wereld de boosheid bezoeken, zover die wereld in den tegenwoordigen gezichtskring ligt, en over de goddelozen zal Ik bezoeken hun ongerechtigheid; en Ik zal den hoogmoed der stouten, der trotsen, doen ophouden, en de hovaardij der tirannen zal Ik vernederen.
Ik zal maken door de vele nederlagen, waardoor zo velen worden gedood, dat een man van wege de zeldzaamheid dierbaarder zal zijn dan dicht goud, dat zo weinig bestaat, en een mens dan fijn goud van Ofir, het landschap Oman in Arabië (Gen. 10:29 vv. 1 Kon 9:28). Heeft de Heere door Jesaja in het eerste gedeelte van het Boek aan het volk de belofte laten zeggen, dat de hoge van ogen zou vernederd worden en dat er slechts een klein gedeelte zou overblijven, zodat zeven vrouwen naar één man zouden grijpen, in deze Goddelijke rechtspraak over Babel wordt dezelfde gedachte aangetroffen. Ook van Babels inwoners zal de hoogmoed der stouten ophouden en ook na de voltrekking van het vonnis zal een man dierbaarder zijn dan dicht goud.
Daarom, om deze straf aan de mensen tot hun vernietiging te volvoeren, zal Ik den hemel beroeren, en de aarde zal bewogen worden van hare plaats (Job 9:6), van wege de verbolgenheid des HEREN der heirscharen, en van wege den dag Zijns hittigen toorns 1).
Dit betekent, dat op de aarde de grootste beroeringen zouden ontstaan en de grootste en verwonderlijkste veranderingen in het burgerlijk regiment der wereld zou teweeggebracht worden, terwijl door de zeer duidelijke openbaring van de Goddelijke gerechtigheid en gestrengheid het bijna niet anders zou zijn, dan alsof de hemel en aarde van hun plaats zouden bewogen worden. De dag des Heren, de dag des Heren-hij vervult met zijn stroom de ganse ziel des profeets, en daarom noemt deze hem steeds op nieuw, en laat ons zijn verpletterend aanbreken met beven van hemel en aarde, met verduistering der zon, der maan en van alle sterren horen en aanschouwen.
En een iegelijk zal zijn als ene verjaagde ree en als een schaap, dat niemand vergadert; een iegelijk van degenen, die van buiten kwamen tot Babel, de wereldmarkt voor midden-Azië en de verzamelplaats der verschillendste volken, zal naar zijn volk omzien, en een iegelijk van hen, die daar gevangen waren, zal naar zijn land vluchten (Jer. 50:16; 51:9);
Daarom, omdat men weet, dat al wie gevonden wordt in de door de overwinnaars ingenomene stad zonder onderscheid zal doorstoken worden, en al wie daarbij gevoegd is, die reeds vluchtende nog gegrepen wordt, zal door het zwaard vallen (Jer. 50:30).
Ook zullen, om de maat der straffen voor de inwoners vol te maken, hun kinderkens voor hun ogen verpletterd worden (Ps. 137:9); hun huizen zullen geplunderd en hun vrouwen geschonden worden 1) (Zach. 14:2).
In vs. 15 en 16 wordt gezegd wat geschieden zou, welke onheilen zouden volgen. Eerst wordt gewezen op de vlucht, daarna op een gruwelijken dood, ten derde op de plundering en ten vierde op het onteren en schenden hunner vrouwen. Babels inwoners hadden geen medelijden gehad met de door hen overwonnen volken, ook aan hen, volgens het Goddelijk recht der vergelding, zou geen medelijden getoond worden.
Ziet, om u nu ook den naam te noemen van hen, die Ik tegen de Babyloniërs als werktuigen van Mijn gericht denk op te roepen, Ik zal de Meden 1) (vgl. vs. 3) tegen hen verwekken, die het zilver niet zullen achten, en aan het goud zullen zij geen lust hebben; zij zullen niet komen om buit te maken en zich ook niet door geld laten afkopen.
De vijanden, aan wie dit werk van hoger hand was aanbevolen of toegelaten zou worden, zouden, omdat men hen door hoon en smaad getergd had, onverbiddelijk zijn, of God zelf zou de Meden tot deze strengheid nopen tegen de Babyloniërs, om door hen Zijne heilige oogmerken te bereiken en hun harten te sterken in de woede tegen hun vijanden, de inwoners van Babel, want Hij zou de zonde niet toelaten, indien Hij ze niet wist te doen strekken tot verheerlijking van Zich zelven en van Zijn heiligen Naam. De Profeet spreekt hier van de Meden en niet van de Perzen, dewijl wat Cyrus volvoerde, reeds door de Meden was begonnen, n. l aan de alvermogende heerschappij van Babel een einde te maken. Hun tocht naar Babel was wraak, om den door Nebukadnezar over hen gebrachten smaad der slavernij. (Jer. 25:25).
Maar hun bogen zullen, daar zij een oorlog der wrake voeren (Jer. 51:11), diegenen, in wie zij de meeste schade veroorzaken, de jongelingen verpletteren, en zij zullen zich niet ontfermen over de vrucht des buiks, waarover men zich het meest ontfermt; hun oog zal de kinderen zonder aanzien van geslacht niet verschonen (Neh. 3:10).
Alzo zal Babel, het sieraad der koninkrijken, vallen. Reeds genoeg ere is het voor ene stad het sieraad van een enkel land, de hoofdstad van een rijk te zijn, maar zij nam die plaats onder koninkrijken in en stond daar als ene keizerin (Hoofdstuk 47:5). En toch zij, de heerlijkheid, de hovaardigheid der Chaldeeën, het pronkstuk onder alles, waarop de Chaldeeën, die zelf de uitverkorenen van de volken der aarde zijn (vs. 2), zich kunnen verheffen, zij zal zijn a) als God Sodom en Gomorra omgekeerd heeft, zo geheel zal de door mensenhand gewerkte verwoesting haar te gronde richten.
Gen. 19:24 vv, Jes. 1:9. Jer. 49:18; 50:40.
Daar zal gene woonplaats zijn in der eeuwigheid, en zij zal niet bewoond worden van geslacht tot geslacht, en de Arabier, die in tenten woont en met de woestijn zo wel bekend is, zal daar gene tent spannen, en de herders, die met hun kudden rondtrekken, zullen er niet legeren, zullen er gene omtuiningen maken, waar het vee gedurende den nacht in verblijft (Num. 32:19).
Maar daar zullen neerliggen de wilde dieren der woestijnen, en hun huizen, de bouwvallen der vroegere huizen en pleinen der stad, zullen vervuld worden met schrikkelijke gedierten, en daar zullen de jonge struisen (Job. 39:13) wonen, en de duivelen, de demonen, zullen er huppelen. Wat de onreine geesten aangaat, zo mag men niet vergeten, dat er een gebied is, hetwelk de wijsheid des Heren genadig voor den mens verborgen heeft. Men denke hier aan de woorden: MATTHEUS. 12:43. Luk. 11:24 vgl. Openbaring 9:14; 18:2. Ook is het merkwaardig, dat de zendeling Jozef Wolf, de reiziger naar Borchare, op de puinhopen van Babylon bedevaartgangers zag van de Jeziden-sekte (duivelaanbidders), die daar bij maneschijn zeldzame ontzettende godsdienstplechtigheden verrichtten en er verwonderlijke dansen met eigenaardige gebaren en klanken dansten. Te recht herinnerde hij zich bij dezen spookachtigen, huilenden troep de voorspelde “dansende veldgeesten. ” .
En wilde dieren der eilanden wilde honden zullen in zijne verlatene plaatsen elkaar toeroepen, zullen daar huilen, mitsgaders de draken 1) in de wellustige paleizen, de woningen, waar het vroeger zo uitgelaten toeging; hun tijd, de tijd van Babels huizen en inwoners, toch is nabij om te komen, spoedig zullen zij vallen, en hun dagen zullen niet vertogen worden; de toorn des Heren toeft niet met zich te openbaren 2).
Draak, draco, wordt bij Grieken en Romeinen genoemd ene grote, vreselijke slang, gelijk er in de oudheden veel waren volgens het volksgeloof, en door dichters naar hun verbeelding waren geschilderd. Men verhaalde, dat deze dieren ene verwonderlijke lengte hadden, tot zelfs meer dan 130 voet; zij beschrijven ze niet zelden als van hoornen voorzien (even als de cerastus of gehoornde ander, Gen. 49:17) of met een kam op den kop, ook wel als gevleugeld (Hoofdstuk 14:29; 30:6).
Ook hier vinden wij, dat de profeet onderworpen is aan de wet der prospectieve bekorting; want wat hij heeft verkondigd is wel alles letterlijk vervuld, maar niet op eens, eerst in den loop van eeuwen. Toen Cyrus, de aanvoerder van het Medo-Perzische leger, de stad in het jaar 538 vóór Chr. inname (2 Kron. 36:20) liet hij haar nog bestaan met haren dubbelen ringmuur; eerst 18-24 jaren later liet Darius Hystaspes bij de tweede inneming (Ezra 1:4; 6:18) de vaste muren tot op een vierde deel van hun hoogte afbreken, zodat nog 50 ellen overbleven; hij maakte de stad, die verwoestte, tot ene verwoeste (Ps. 137:8). Daarop vernietigde Xerxes (van 486-465 v. Chr.) geheel en al haren zo heerlijken Belus-tempel (Jer. 51:44). Toen Alexander de Grote (van 336-323 v. Chr.) zijnen wereldveroverenden tocht volbracht had, dacht hij Babylon tot het middelpunt van zijn wereldrijk te maken, en 10. 000 arbeiders moesten twee maanden alleen daarmee bezig zijn om het puin op het fondament van den Belustempel weg te ruimen. De gehele onderneming mislukte echter, daar deze vorst door een vroegen dood werd weggenomen. De vloek, dat Babylon in eeuwigheid niet weer ene bewoonde en bevolkte stad zou worden, bleek een vloek Gods te zijn (vgl. Jer. 51:9). Dit werd steeds meer bevestigd, als zij door veelvuldig overstromen van den Eufraat in moerassen wegzonk. Seleucus Nicator, de stichter van het rijk der Seleuciden in Syrië (van 312-281 v. Chr.), legde dan ook ene nieuwe stad aan den Tigris aan, welke hij naar zijn eigen naam Seleucia noemde (Dan. 11:5). Babylon, zo zegt Plinius, geraakte later verlaten, van alle inwoners beroofd door het naburige van Seleucia. Strabo (in het jaar 60 v. Chr. geboren) past op haar, die in zijnen tijd reeds ene grote woestijn was, het woord van den dichter toe: “ene grote woestijn is de grote stad. ” Een geleerd Theoloog van onzen tijd zegt: “De gehele landstreek komt voor als ene woeste streek, van mensen ontbloot, slechts met ellendigen plantengroei en aan de dieren des velds overgegeven; door de grote puinhopen van bakstenen en overblijfsels van muren is zij te huiveringwekkender. ” Over de ruïnen der stad, volgens de onderzoekingen van den tegenwoordigen tijd, en over den toren van Nimrod bij Borsippa zullen wij bij Daniël breedvoeriger handelen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel