Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jeremia 8

1 Ter zelfder tijd, spreekt de HEERE, zullen zij de beenderen der koningen van Juda, en de beenderen hunner vorsten, en de beenderen der priesteren, en de beenderen der profeten, en de beenderen der inwoners van Jeruzalem, uit hun graven uithalen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Ter zelfder tijdH6256, spreektH5002 de HEEREH3068, zullen zijH1931 de beenderenH6106 der koningenH4428 van JudaH3063, en de beenderenH6106 hunner vorstenH8269, en de beenderenH6106 der priesterenH3548, en de beenderenH6106 der profetenH5030, en de beenderenH6106 der inwonersH3427 van JeruzalemH3389, uit hun gravenH6913 uithalenH3318. Ter zelfder tijd, spreekt de HEERE, zullen zij de beenderen der koningen van Juda, en de beenderen hunner vorsten, en de beenderen der priesteren, en de beenderen der profeten, en de beenderen der inwoners van Jeruzalem, uit hun graven uithalen.

KJV At that time,1 saith3 the LORD,4 they shall bring out5 the bones7 of the kings8 of Judah,9 and the bones11 of his princes,12 and the bones14 of the priests,15 and the bones17 of the prophets,18 and the bones20 of the inhabitants21 of Jerusalem,22 out of their graves:

1 בָּעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 2 הַהִ֣יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 3 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 4 יְהוָ֡ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 יוֹצִ֣יאוּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 עַצְמ֣וֹת H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 8 מַלְכֵֽי H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 יְהוּדָ֣ה H3063 Juda Judah 10 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 עַצְמוֹת H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 12 שָׂרָיו֩ H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 13 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 עַצְמ֨וֹת H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 15 הַכֹּהֲנִ֜ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 16 וְאֵ֣ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 עַצְמ֣וֹת H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 18 הַנְּבִיאִ֗ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 19 וְאֵ֛ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 עַצְמ֥וֹת H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 21 יוֹשְׁבֵֽי H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 22 יְרוּשָׁלִָ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 23 מִקִּבְרֵיהֶֽם H6913 graf, graven, begrafenissen burying place, grave, sepulchre
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En zij zullen ze uitspreiden voor de zon, en voor de maan, en voor het ganse heir des hemels, die zij liefgehad, en die zij gediend, en die zij nagewandeld, en die zij gezocht hebben, en voor dewelke zij zich nedergebogen hebben; zij zullen niet verzameld noch begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En zij zullen ze uitspreidenH7849 voor de zonH8121, en voor de maanH3394, en voor het ganseH3605 heirH6635 des hemelsH8064, dieH834 zij liefgehadH157, en dieH834 zij gediendH5647, en dieH834 zij nagewandeldH310, en dieH834 zij gezochtH1875 hebben, en voor dewelkeH834 zij zich nedergebogenH7812 hebben; zij zullen niet verzameldH622 nochH3808 begravenH6912 worden; tot mestH1828 opH5921 den aardbodemH127 zullen zij zijn. En zij zullen ze uitspreiden voor de zon, en voor de maan, en voor het ganse heir des hemels, die zij liefgehad, en die zij gediend, en die zij nagewandeld, en die zij gezocht hebben, en voor dewelke zij zich nedergebogen hebben; zij zullen niet verzameld noch begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn.

KJV And they shall spread1 them before the sun,2 and the moon,3 and all the host5 of heaven,6 whom they have loved,8 and whom they have served,10 and after13 whom they have walked,12 and whom they have sought,15 and whom they have worshipped:17 they shall not be gathered,20 nor be buried;22 they shall be for dung23 upon the face25 of the earth.

1 וּשְׁטָחוּם֩ H7849 breidt, spreidden, strek all abroad, enlarge, spread, stretch out 2 לַשֶּׁ֨מֶשׁ H8121 zon, Zon, glasvensters [phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ) 3 וְלַיָּרֵ֜חַ H3394 maan moon. Yrechow. See H3405 (יְרִיחוֹ) 4 וּלְכֹ֣ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 צְבָ֣א H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 6 הַשָּׁמַ֗יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 7 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 אֲהֵב֜וּם H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 9 וַאֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 עֲבָדוּם֙ H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 11 וַֽאֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 הָלְכ֣וּ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 13 אַֽחֲרֵיהֶ֔ם H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 14 וַאֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 דְּרָשׁ֔וּם H1875 zoeken, vragen, gezocht ask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely 16 וַאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 הִֽשְׁתַּחֲו֖וּ H7812 boog, bogen, nederbuigen bow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship 18 לָהֶ֑ם 19 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 20 יֵאָֽסְפוּ֙ H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 21 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 22 יִקָּבֵ֔רוּ H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 23 לְדֹ֛מֶן H1828 mest, drek dung 24 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 25 פְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 26 הָאֲדָמָ֖ה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 27 יִֽהְיֽוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En de dood zal voor het leven verkoren worden, bij het ganse overblijfsel der overgeblevenen uit dit boze geslacht, in al de plaatsen der overgeblevenen, waar Ik hen henengedreven zal hebben, spreekt de HEERE der heirscharen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En de doodH4194 zal voor het levenH2416 verkorenH977 worden, bij het ganseH3605 overblijfselH7611 der overgeblevenenH7604 uitH4480 ditH2063 bozeH7451 geslachtH4940, in alH3605 de plaatsenH4725 der overgeblevenenH7604, waar Ik hen henengedrevenH5080 zal hebben, spreektH5002 de HEEREH3068 der heirscharenH6635. En de dood zal voor het leven verkoren worden, bij het ganse overblijfsel der overgeblevenen uit dit boze geslacht, in al de plaatsen der overgeblevenen, waar Ik hen henengedreven zal hebben, spreekt de HEERE der heirscharen.

KJV And death2 shall be chosen1 rather than life3 by all the residue5 of them that remain6 of this evil9 family,8 which remain13 in all the places12 whither I have driven15 them, saith17 the LORD18 of hosts.

1 וְנִבְחַ֥ר H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require 2 מָ֨וֶת֙ H4194 dood, doods, stierf (be) dead(-ly), death, die(-d) 3 מֵֽחַיִּ֔ים H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 4 לְכֹ֗ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 הַשְּׁאֵרִית֙ H7611 overblijfsel, overige, overigen that had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest 6 הַנִּשְׁאָרִ֔ים H7604 overgebleven, overblijven, overgelaten leave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest 7 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 8 הַמִּשְׁפָּחָ֥ה H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 9 הָֽרָעָ֖ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 10 הַזֹּ֑את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 11 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 הַמְּקֹמ֤וֹת H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 13 הַנִּשְׁאָרִים֙ H7604 overgebleven, overblijven, overgelaten leave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest 14 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 הִדַּחְתִּ֣ים H5080 gedreven, verdreven, verdrevenen banish, bring, cast down (out), chase, compel, draw away, drive (away, out, quite), fetch a stroke, force, go away, outcast, thrust away (out), withdraw 16 שָׁ֔ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 17 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 18 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 19 צְבָאֽוֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Zeg wijders tot hen: Zo zegt de HEERE: Zal men vallen, en niet weder opstaan? Zal men afkeren, en niet wederkeren?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 ZegH559 wijders totH413 hen: Zo zegtH559 de HEEREH3068: Zal men vallenH5307, en nietH3808 weder opstaanH6965? Zal men afkerenH7725, en nietH3808 wederkerenH7725? Zeg wijders tot hen: Zo zegt de HEERE: Zal men vallen, en niet weder opstaan? Zal men afkeren, en niet wederkeren?

KJV Moreover thou shalt say1 unto them, Thus saith4 the LORD;5 Shall they fall,6 and not arise?8 shall he turn away,10 and not return?

1 וְאָמַרְתָּ֣ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֲלֵיהֶ֗ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 כֹּ֚ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 4 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 הֲיִפְּל֖וּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 7 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 יָק֑וּמוּ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 9 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 10 יָשׁ֖וּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 11 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 יָשֽׁוּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Waarom keert dan dit volk te Jeruzalem af met een altoosdurende afkering? Zij houden vast aan bedrog, zij weigeren weder te keren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Waarom keert dan ditH2088 volkH5971 te JeruzalemH3389 af met een altoosdurendeH5329 afkeringH4878? Zij houden vastH2388 aan bedrogH8649, zij weigerenH3985 weder te kerenH7725. Waarom keert dan dit volk te Jeruzalem af met een altoosdurende afkering? Zij houden vast aan bedrog, zij weigeren weder te keren.

KJV Why then is this people3 of Jerusalem5 slidden back2 by a perpetual7 backsliding?6 they hold8 fast deceit,9 they refuse10 to return.

1 מַדּ֨וּעַ H4069 waarom? how, wherefore, why 2 שׁוֹבְבָ֜ה H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 3 הָעָ֥ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 הַזֶּ֛ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 5 יְרוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 6 מְשֻׁבָ֣ה H4878 afgekeerde, afkering, afkeringen backsliding, turning away 7 נִצַּ֑חַת H5329 opperzangmeester, opzieners, altoosdurende excel, chief musician (singer), oversee(-r), set forward 8 הֶחֱזִ֨יקוּ֙ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 9 בַּתַּרְמִ֔ית H8649 bedriegerij, bedrog, bedriegelijke deceit(-ful), privily 10 מֵאֲנ֖וּ H3985 weigerde, weigert, geweigerd refuse, [idiom] utterly 11 לָשֽׁוּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Ik heb geluisterd en toegehoord, zij spreken dat niet recht is, er is niemand, die berouw heeft over zijn boosheid, zeggende: Wat heb ik gedaan? Een ieder keert zich om in zijn loop, gelijk een onbesuisd paard in den strijd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Ik heb geluisterdH7181 en toegehoordH8085, zij sprekenH1696 dat niet rechtH3651 is, er is niemandH376, die berouwH5162 heeft overH5921 zijn boosheidH7451, zeggendeH559: WatH4100 heb ik gedaanH6213? Een iederH3605 keert zich om in zijn loopH4794, gelijk een onbesuisdH7857 paardH5483 in den strijdH4421. Ik heb geluisterd en toegehoord, zij spreken dat niet recht is, er is niemand, die berouw heeft over zijn boosheid, zeggende: Wat heb ik gedaan? Een ieder keert zich om in zijn loop, gelijk een onbesuisd paard in den strijd.

KJV I hearkened1 and heard,2 but they spake not aright:5 no man7 repented8 him of9 his wickedness,10 saying,11 What have I done?13 every one turned15 to his course,16 as the horse17 rusheth18 into the battle.

1 הִקְשַׁ֤בְתִּי H7181 merk, merkt, opmerken attend, (cause to) hear(-ken), give heed, incline, mark (well), regard 2 וָֽאֶשְׁמָע֙ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 3 לוֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 כֵ֣ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 5 יְדַבֵּ֔רוּ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 6 אֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 7 אִ֗ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 8 נִחָם֙ H5162 troosten, berouwde, berouw comfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self) 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 רָ֣עָת֔וֹ H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 11 לֵאמֹ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 מֶ֣ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 13 עָשִׂ֑יתִי H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 14 כֻּלֹּ֗ה H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 שָׁ֚ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 16 בִּמְר֣וּצָתָ֔ם H4794 loop course, running. Compare H4835 (מְרֻצָה) 17 כְּס֥וּס H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 18 שׁוֹטֵ֖ף H7857 overstromen, gespoeld, overlopen drown, (over-) flow(-whelm, rinse, run, rush, (throughly) wash (away) 19 בַּמִּלְחָמָֽה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Zelfs een ooievaar aan den hemel weet zijn gezette tijden, en een tortelduif, en kraan, en zwaluw, nemen den tijd hunner aankomst waar; maar Mijn volk weet het recht des HEEREN niet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 ZelfsH1571 een ooievaarH2624 aan den hemelH8064 weetH3045 zijn gezette tijdenH4150, en een tortelduifH8449, en kraanH5483, en zwaluwH5693, nemenH8104 den tijdH6256 hunner aankomstH935 waar; maar Mijn volkH5971 weetH3045 het rechtH4941 des HEERENH3068 nietH3808. Zelfs een ooievaar aan den hemel weet zijn gezette tijden, en een tortelduif, en kraan, en zwaluw, nemen den tijd hunner aankomst waar; maar Mijn volk weet het recht des HEEREN niet.

KJV Yea, the stork2 in the heaven3 knoweth4 her appointed times;5 and the turtle6 and the crane7 and the swallow8 observe9 the time11 of their coming;12 but my people13 know15 not the judgment17 of the LORD.

1 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 חֲסִידָ֣ה H2624 ooievaar, ooievaars [idiom] feather, stork 3 בַשָּׁמַ֗יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 4 יָֽדְעָה֙ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 5 מֽוֹעֲדֶ֔יהָ H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 6 וְתֹ֤ר H8449 tortelduiven, tortelduif (turtle) dove 7 וְסִיס֙ H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 8 וְעָג֔וּר H5693 zwaluw swallow 9 שָׁמְר֖וּ H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 עֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 12 בֹּאָ֑נָה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 13 וְעַמִּ֕י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 14 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 יָֽדְע֔וּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 16 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 מִשְׁפַּ֥ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 18 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Hoe zegt gij dan: Wij zijn wijs en de wet des HEEREN is bij ons! Ziet, waarlijk tevergeefs werkt de valse pen der schriftgeleerden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 HoeH349 zegtH559 gij dan: Wij zijn wijsH2450 en de wetH8451 des HEERENH3068 is bijH854 ons! ZietH2009, waarlijkH403 tevergeefsH8267 werktH6213 de valseH8267 penH5842 der schriftgeleerdenH5608. Hoe zegt gij dan: Wij zijn wijs en de wet des HEEREN is bij ons! Ziet, waarlijk tevergeefs werkt de valse pen der schriftgeleerden.

KJV How do ye say,2 We are wise,3 and the law5 of the LORD6 is with us? Lo, certainly8 in vain10 made11 he it; the pen12 of the scribes14 is in vain.

1 אֵיכָ֤ה H349 hoe how, what 2 תֹֽאמְרוּ֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 חֲכָמִ֣ים H2450 wijzen, wijs, wijze cunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man) 4 אֲנַ֔חְנוּ H587 wij ourselves, us, we 5 וְתוֹרַ֥ת H8451 wet, wetten, leer law 6 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 אִתָּ֑נוּ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 8 אָכֵן֙ H403 waarlijk, Voorwaar, Waarlijk but, certainly, nevertheless, surely, truly, verily 9 הִנֵּ֣ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 10 לַשֶּׁ֣קֶר H8267 leugen, valse, valsheid without a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully 11 עָשָׂ֔ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 12 עֵ֖ט H5842 griffie, pen pen 13 שֶׁ֥קֶר H8267 leugen, valse, valsheid without a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully 14 סֹפְרִֽים H5608 schrijver, vertellen, tellen commune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 De wijzen zijn beschaamd, verschrikt en gevangen; ziet, zij hebben des HEEREN woord verworpen, wat wijsheid zouden zij dan hebben?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 De wijzenH2450 zijn beschaamdH3001, verschriktH2865 en gevangenH3920; zietH2009, zij hebben des HEERENH3068 woordH1697 verworpenH3988, watH4100 wijsheidH2451 zouden zij dan hebben? De wijzen zijn beschaamd, verschrikt en gevangen; ziet, zij hebben des HEEREN woord verworpen, wat wijsheid zouden zij dan hebben?

KJV The wise2 men are ashamed, they are dismayed3 and taken:4 lo, they have rejected8 the word6 of the LORD;7 and what wisdom

1 הֹבִ֣ישׁוּ H954 beschaamd, beschaamt, schamen (be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long 2 חֲכָמִ֔ים H2450 wijzen, wijs, wijze cunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man) 3 חַ֖תּוּ H2865 ontzet, verbroken, verschrikt abolish, affright, be (make) afraid, amaze, beat down, discourage, (cause to) dismay, go down, scare, terrify 4 וַיִּלָּכֵ֑דוּ H3920 nam, ingenomen, gevangen [idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take 5 הִנֵּ֤ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 6 בִדְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 7 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 מָאָ֔סוּ H3988 verworpen, verwerpen, versmaad abhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person 9 וְחָכְמַֽת H2451 wijsheid, Wijsheid, wijs skilful, wisdom, wisely, wit 10 מֶ֖ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 11 לָהֶֽם

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Daarom zal Ik hun vrouwen aan anderen geven, hun akkers aan andere bezitters; want van den kleinste aan tot den grootste toe pleegt een ieder van hen gierigheid; van den profeet aan tot den priester toe bedrijft een ieder van hen valsheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 DaaromH3651 zal Ik hun vrouwenH802 aan anderen gevenH5414, hun akkersH7704 aan andere bezittersH3423; wantH3588 van den kleinsteH6996 aan totH5704 den grootsteH1419 toe pleegtH1214 een iederH3605 van hen gierigheidH1215; van den profeetH5030 aan totH5704 den priesterH3548 toe bedrijftH6213 een iederH3605 van hen valsheidH8267. Daarom zal Ik hun vrouwen aan anderen geven, hun akkers aan andere bezitters; want van den kleinste aan tot den grootste toe pleegt een ieder van hen gierigheid; van den profeet aan tot den priester toe bedrijft een ieder van hen valsheid.

KJV Therefore will I give2 their wives4 unto others,5 and their fields6 to them that shall inherit7 them: for every one from the least9 even unto the greatest11 is given13 to covetousness,14 from the prophet15 even unto the priest17 every one dealeth19 falsely.

1 לָכֵן֩ H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 אֶתֵּ֨ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 נְשֵׁיהֶ֜ם H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 5 לַאֲחֵרִ֗ים H312 ander, anders, aarde (an-) other man, following, next, strange 6 שְׂדֽוֹתֵיהֶם֙ H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 7 לְי֣וֹרְשִׁ֔ים H3423 erfelijk, erven, bezitting cast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly 8 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 מִקָּטֹן֙ H6996 kleinste, kleine, klein least, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est) 10 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 11 גָּד֔וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 12 כֻּלֹּ֖ה H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 בֹּצֵ֣עַ H1214 pleegt, einde, afsnijden (be) covet(-ous), cut (off), finish, fulfill, gain (greedily), get, be given to (covetousness), greedy, perform, be wounded 14 בָּ֑צַע H1215 gierigheid, gewin, nuttigheid covetousness, (dishonest) gain, lucre, profit 15 מִנָּבִיא֙ H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 16 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 17 כֹּהֵ֔ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 18 כֻּלֹּ֖ה H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 19 עֹ֥שֶׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 20 שָּֽׁקֶר H8267 leugen, valse, valsheid without a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En zij genezen de breuk van de dochter Mijns volks op het lichtste, zeggende: Vrede, vrede! doch daar is geen vrede.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En zij genezenH7495 de breukH7667 van de dochterH1323 Mijns volksH5971 opH5921 het lichtsteH7043, zeggendeH559: VredeH7965, vredeH7965! doch daar is geenH369 vredeH7965. En zij genezen de breuk van de dochter Mijns volks op het lichtste, zeggende: Vrede, vrede! doch daar is geen vrede.

KJV For they have healed1 the hurt3 of the daughter4 of my people5 slightly,7 saying,8 Peace,9 peace;10 when there is no peace.

1 וַיְרַפּ֞וּ H7495 genezen, gezond, helen cure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה) 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 שֶׁ֤בֶר H7667 breuk, verbreking, Breuk affliction, breach, breaking, broken(-footed, -handed), bruise, crashing, destruction, hurt, interpretation, vexation 4 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 5 עַמִּי֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 נְקַלָּ֔ה H7043 lichter, vloeken, vloekte abate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet 8 לֵאמֹ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 שָׁל֣וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 10 שָׁל֑וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 11 וְאֵ֖ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 12 שָׁלֽוֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Zijn zij beschaamd, omdat zij gruwel bedreven hebben? Ja, zij schamen zich in het minste niet, en weten niet schaamrood te worden; daarom zullen zij vallen onder de vallenden; ten tijde hunner bezoeking zullen zij struikelen, zegt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Zijn zij beschaamdH3001, omdatH3588 zij gruwelH8441 bedrevenH6213 hebben? JaH1571, zij schamenH954 zich in het minsteH954 niet, en wetenH3045 nietH3808 schaamroodH3637 te worden; daaromH3651 zullen zij vallenH5307 onder de vallendenH5307; ten tijdeH6256 hunner bezoekingH6486 zullen zij struikelenH3782, zegtH559 de HEEREH3068. Zijn zij beschaamd, omdat zij gruwel bedreven hebben? Ja, zij schamen zich in het minste niet, en weten niet schaamrood te worden; daarom zullen zij vallen onder de vallenden; ten tijde hunner bezoeking zullen zij struikelen, zegt de HEERE.

KJV Were they ashamed1 when they had committed4 abomination?3 nay, they were not at all6 ashamed,8 neither could11 they blush:9 therefore shall they fall13 among them that fall:14 in the time15 of their visitation16 they shall be cast down,17 saith18 the LORD.

1 הֹבִ֕שׁוּ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 2 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 3 תוֹעֵבָ֖ה H8441 gruwelen, gruwel, gruwelijke abominable (custom, thing), abomination 4 עָשׂ֑וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 5 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 6 בּ֣וֹשׁ H954 beschaamd, beschaamt, schamen (be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long 7 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 יֵבֹ֗שׁוּ H954 beschaamd, beschaamt, schamen (be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long 9 וְהִכָּלֵם֙ H3637 schande, schaamrood, beschaamd be (make) ashamed, blush, be confounded, be put to confusion, hurt, reproach, (do, put to) shame 10 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 יָדָ֔עוּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 12 לָכֵ֞ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 13 יִפְּל֣וּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 14 בַנֹּפְלִ֗ים H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 15 בְּעֵ֧ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 16 פְּקֻדָּתָ֛ם H6486 bezoeking, opzicht, ambt account, (that have the) charge, custody, that which...laid up, numbers, office(-r), ordering, oversight, [phrase] prison, reckoning, visitation 17 יִכָּשְׁל֖וּ H3782 struikelen, vallen, aanstoten bereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak 18 אָמַ֥ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 19 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Ik zal hen voorzeker wegrapen, spreekt de HEERE; er zijn geen druiven aan den wijnstok, en geen vijgen aan den vijgeboom, ja, het blad is afgevallen; en de geboden, die Ik hun gegeven heb, die overtreden zij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Ik zal hen voorzekerH622 wegrapenH5486, spreektH5002 de HEEREH3068; er zijn geenH369 druivenH6025 aan den wijnstokH1612, en geenH369 vijgenH8384 aan den vijgeboomH8384, ja, het bladH5929 is afgevallenH5034; en de geboden, die Ik hun gegevenH5414 heb, die overtredenH5674 zij. Ik zal hen voorzeker wegrapen, spreekt de HEERE; er zijn geen druiven aan den wijnstok, en geen vijgen aan den vijgeboom, ja, het blad is afgevallen; en de geboden, die Ik hun gegeven heb, die overtreden zij.

KJV I will surely1 consume2 them, saith3 the LORD:4 there shall be no grapes6 on the vine,7 nor figs9 on the fig tree,10 and the leaf11 shall fade;12 and the things that I have given13 them shall pass away

1 אָסֹ֥ף H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 2 אֲסִיפֵ֖ם H5486 wegrapen, einde nemen, nemen einde consume, have an end, perish, [idiom] be utterly 3 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 4 יְהֹוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 אֵין֩ H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 6 עֲנָבִ֨ים H6025 druiven, wijndruiven, wijn (ripe) grape, wine 7 בַּגֶּ֜פֶן H1612 wijnstok, wijnstokken, wijnstoks vine, tree 8 וְאֵ֧ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 9 תְּאֵנִ֣ים H8384 vijgeboom, vijgen, vijgebomen fig (tree) 10 בַּתְּאֵנָ֗ה H8384 vijgeboom, vijgen, vijgebomen fig (tree) 11 וְהֶֽעָלֶה֙ H5929 blad, takken, loof branch, leaf 12 נָבֵ֔ל H5034 afvallen, afvalt, vervallen disgrace, dishounour, lightly esteem, fade (away, -ing), fall (down, -ling, off), do foolishly, come to nought, [idiom] surely, make vile, wither 13 וָאֶתֵּ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 14 לָהֶ֖ם 15 יַעַבְרֽוּם H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Waarom blijven wij zitten? Verzamelt u, en laat ons ingaan in de vaste steden, en aldaar stilzwijgen; immers heeft ons de HEERE, onze God, doen stilzwijgen, en ons met gallewater gedrenkt, omdat wij tegen den HEERE gezondigd hebben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 WaaromH4100 blijven wij zittenH3427? VerzameltH622 u, en laat ons ingaanH935 in de vasteH4013 stedenH5892, en aldaarH8033 stilzwijgenH1826; immers heeft ons de HEEREH3068, onze GodH430, doen stilzwijgenH1826, en ons met gallewaterH4325 gedrenktH8248, omdatH3588 wij tegen den HEEREH3068 gezondigdH2398 hebben. Waarom blijven wij zitten? Verzamelt u, en laat ons ingaan in de vaste steden, en aldaar stilzwijgen; immers heeft ons de HEERE, onze God, doen stilzwijgen, en ons met gallewater gedrenkt, omdat wij tegen den HEERE gezondigd hebben.

KJV Why do we sit still?4 assemble5 yourselves, and let us enter6 into the defenced9 cities,8 and let us be silent10 there: for the LORD13 our God14 hath put us to silence,15 and given us water17 of gall18 to drink,16 because we have sinned20 against the LORD.

1 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 מָה֙ H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 3 אֲנַ֣חְנוּ H587 wij ourselves, us, we 4 יֹֽשְׁבִ֔ים H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 5 הֵֽאָסְפ֗וּ H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 6 וְנָב֛וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 עָרֵ֥י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 9 הַמִּבְצָ֖ר H4013 vaste, vastigheden, vesting (de-, most) fenced, fortress, (most) strong (hold) 10 וְנִדְּמָה H1826 stil, uitgeroeid, zwijgen cease, be cut down (off), forbear, hold peace, quiet self, rest, be silent, keep (put to) silence, be (stand) still, tarry, wait 11 שָּׁ֑ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 12 כִּי֩ H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 יְהוָ֨ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 אֱלֹהֵ֤ינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 15 הֲדִמָּ֨נוּ֙ H1826 stil, uitgeroeid, zwijgen cease, be cut down (off), forbear, hold peace, quiet self, rest, be silent, keep (put to) silence, be (stand) still, tarry, wait 16 וַיַּשְׁקֵ֣נוּ H8248 drinken, drenken, schenkers cause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה) 17 מֵי H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 18 רֹ֔אשׁ H7219 gal, galle, adderenvergift gall, hemlock, poison, venom 19 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 20 חָטָ֖אנוּ H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 21 לַיהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Men wacht naar vrede, maar er is niets goeds, naar tijd van genezing, maar ziet, er is verschrikking.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Men wachtH6960 naar vredeH7965, maar er is nietsH369 goedsH2896, naar tijdH6256 van genezingH4832, maar zietH2009, er is verschrikkingH1205. Men wacht naar vrede, maar er is niets goeds, naar tijd van genezing, maar ziet, er is verschrikking.

KJV We looked1 for peace,2 but no good4 came; and for a time5 of health,6 and behold trouble!

1 קַוֵּ֥ה H6960 verwacht, verwachten, wacht gather (together), look, patiently, tarry, wait (for, on, upon) 2 לְשָׁל֖וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 3 וְאֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 4 ט֑וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 5 לְעֵ֥ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 6 מַרְפֵּ֖ה H4832 medicijn, genezing, genezen (in-)cure(-able), healing(-lth), remedy, sound, wholesome, yielding 7 וְהִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 8 בְעָתָֽה H1205 verschrikking trouble
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Van Dan af wordt het gesnuif zijner paarden gehoord; het ganse land beeft van het geluid der briesingen zijner sterken; en zij komen daarhenen, dat zij het land opeten en diens volheid, de stad en die daarin wonen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Van Dan af wordt het gesnuifH5170 zijner paardenH5483 gehoordH8085; het ganseH3605 landH776 beeftH7493 van het geluidH6963 der briesingenH4684 zijner sterkenH47; en zij komenH935 daarhenen, dat zij het landH776 opetenH398 en diens volheidH4393, de stadH5892 en die daarin wonenH3427. Van Dan af wordt het gesnuif zijner paarden gehoord; het ganse land beeft van het geluid der briesingen zijner sterken; en zij komen daarhenen, dat zij het land opeten en diens volheid, de stad en die daarin wonen.

KJV The snorting3 of his horses4 was heard2 from Dan:1 the whole land10 trembled8 at the sound5 of the neighing6 of his strong ones;7 for they are come,11 and have devoured12 the land,13 and all14 that is in it; the city,15 and those that dwell

1 מִדָּ֤ן H1835 Dan Daniel 2 נִשְׁמַע֙ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 3 נַחְרַ֣ת H5170 gesnuif nostrils, snorting 4 סוּסָ֗יו H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 5 מִקּוֹל֙ H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 6 מִצְהֲל֣וֹת H4684 briesingen, hunkeringen neighing 7 אַבִּירָ֔יו H47 sterke, sterken, machtigen angel, bull, chiefest, mighty (one), stout(-hearted), strong (one), valiant 8 רָעֲשָׁ֖ה H7493 beven, beefde, beeft make afraid, (re-) move, quake, (make to) shake, (make to) tremble 9 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 וַיָּב֗וֹאוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 12 וַיֹּֽאכְלוּ֙ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 13 אֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 14 וּמְלוֹאָ֔הּ H4393 volheid, vol, volle menigte [idiom] all along, [idiom] all that is (there-) in, fill, ([idiom] that whereof...was) full, fulness, (hand-) full, multitude 15 עִ֖יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 16 וְיֹ֥שְׁבֵי H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 17 בָֽהּ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Want ziet, Ik zend slangen, basilisken onder ulieden, tegen dewelke geen bezwering is; die zullen u bijten, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 WantH3588 zietH2005, Ik zendH7971 slangenH5175, basiliskenH6848 onder ulieden, tegen dewelke geenH369 bezweringH3908 is; die zullen u bijtenH5391, spreektH5002 de HEEREH3068. Want ziet, Ik zend slangen, basilisken onder ulieden, tegen dewelke geen bezwering is; die zullen u bijten, spreekt de HEERE.

KJV For, behold, I will send3 serpents,5 cockatrices,6 among you, which will not be charmed,10 and they shall bite11 you, saith13 the LORD.

1 כִּי֩ H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 הִנְנִ֨י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 3 מְשַׁלֵּ֜חַ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 4 בָּכֶ֗ם 5 נְחָשִׁים֙ H5175 slang, slangen serpent 6 צִפְעֹנִ֔ים H6848 basilisk, adder, basilisken adder, cockatrice 7 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 אֵין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 9 לָהֶ֖ם 10 לָ֑חַשׁ H3908 bezwering, ezwering, oorringen charmed, earring, enchantment, orator, prayer 11 וְנִשְּׁכ֥וּ H5391 bijten, woekeren, beet bite, lend upon usury 12 אֶתְכֶ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 14 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Mijn verkwikking is in droefenis; mijn hart is flauw in mij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Mijn verkwikkingH4010 is in droefenisH3015; mijn hartH3820 is flauwH1742 in mij. Mijn verkwikking is in droefenis; mijn hart is flauw in mij.

KJV When I would comfort1 myself against sorrow,3 my heart5 is faint

1 מַבְלִ֥יגִיתִ֖י H4010 verkwikking comfort self 2 עֲלֵ֣י H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 יָג֑וֹן H3015 droefenis, jammer, treuring grief, sorrow 4 עָלַ֖י H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 לִבִּ֥י H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 6 דַוָּֽי H1742 mat, flauw faint
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Ziet, de stem van het geschrei der dochteren mijns volks is uit zeer verren lande: Is dan de HEERE niet te Sion, is haar koning niet bij haar? Waarom hebben zij Mij vertoornd met hun gesneden beelden, met ijdelheden der vreemden?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 ZietH2009, de stemH6963 van het geschreiH7775 der dochterenH1323 mijns volksH5971 is uit zeer verrenH4801 landeH776: Is dan de HEEREH3068 nietH369 te SionH6726, is haar koningH4428 nietH369 bij haar? Waarom hebben zij Mij vertoorndH3707 met hun gesneden beeldenH6456, met ijdelhedenH1892 der vreemdenH5236? Ziet, de stem van het geschrei der dochteren mijns volks is uit zeer verren lande: Is dan de HEERE niet te Sion, is haar koning niet bij haar? Waarom hebben zij Mij vertoornd met hun gesneden beelden, met ijdelheden der vreemden?

KJV Behold the voice2 of the cry3 of the daughter4 of my people5 because of them that dwell in a far7 country:6 Is not the LORD8 in Zion?10 is not her king12 in her? Why have they provoked me to anger16 with their graven images,17 and with strange19 vanities?

1 הִנֵּה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 ק֞וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 3 שַֽׁוְעַ֣ת H7775 geroep, geschrei, gekrijt crying 4 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 5 עַמִּ֗י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 6 מֵאֶ֨רֶץ֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 מַרְחַקִּ֔ים H4801 verre, verren, ver (a-, dwell in, very) far (country, off). See also H1023 (בֵּית הַמֶּרְחָק) 8 הַֽיהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 אֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 10 בְּצִיּ֔וֹן H6726 Sion, Sions Zion 11 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 12 מַלְכָּ֖הּ H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 אֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 14 בָּ֑הּ 15 מַדּ֗וּעַ H4069 waarom? how, wherefore, why 16 הִכְעִס֛וּנִי H3707 toorn verwekken, vertoornen, getergd be angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth 17 בִּפְסִלֵיהֶ֖ם H6456 gesneden beelden, gesneden, gesnedene beelden carved (graven) image, quarry 18 בְּהַבְלֵ֥י H1892 ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid [idiom] altogether, vain, vanity 19 נֵכָֽר H5236 vreemden, vreemde, vreemd alien, strange ([phrase] -er)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 De oogst is voorbijgaande, de zomer is ten einde; nog zijn wij niet verlost.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 De oogstH7105 is voorbijgaandeH5674, de zomerH7019 is ten eindeH3615; nog zijn wij nietH3808 verlostH3467. De oogst is voorbijgaande, de zomer is ten einde; nog zijn wij niet verlost.

KJV The harvest2 is past,1 the summer4 is ended,3 and we are not saved.

1 עָבַ֥ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 2 קָצִ֖יר H7105 oogst, oogstes, tak bough, branch, harvest (man) 3 כָּ֣לָה H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 4 קָ֑יִץ H7019 zomervruchten, zomer, zomerhuis summer (fruit, house) 5 וַאֲנַ֖חְנוּ H587 wij ourselves, us, we 6 ל֥וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 נוֹשָֽׁעְנוּ H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Ik ben gebroken vanwege de breuk der dochter mijns volks; ik ga in het zwart, ontzetting heeft mij aangegrepen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Ik ben gebrokenH7665 vanwegeH5921 de breukH7667 der dochterH1323 mijns volksH5971; ik ga in het zwartH6937, ontzettingH8047 heeft mij aangegrepenH2388. Ik ben gebroken vanwege de breuk der dochter mijns volks; ik ga in het zwart, ontzetting heeft mij aangegrepen.

KJV For the hurt2 of the daughter3 of my people4 am I hurt;5 I am black;6 astonishment7 hath taken hold

1 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 שֶׁ֥בֶר H7667 breuk, verbreking, Breuk affliction, breach, breaking, broken(-footed, -handed), bruise, crashing, destruction, hurt, interpretation, vexation 3 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 4 עַמִּ֖י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 הָשְׁבָּ֑רְתִּי H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 6 קָדַ֕רְתִּי H6937 zwart, rouwdragenden, verdonkerd be black(-ish), be (make) dark(-en), [idiom] heavily, (cause to) mourn 7 שַׁמָּ֖ה H8047 verwoesting, ontzetting, schrik astonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing 8 הֶחֱזִקָֽתְנִי H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester aldaar? Want waarom is de gezondheid der dochter mijns volks niet gerezen?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Is er geen balsemH6875 in GileadH1568? Is er geen heelmeesterH7495 aldaarH8033? WantH3588 waarom is de gezondheidH724 der dochterH1323 mijns volksH5971 niet gerezenH5927? Is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester aldaar? Want waarom is de gezondheid der dochter mijns volks niet gerezen?

KJV Is there no balm1 in Gilead;3 is there no physician5 there? why then8 is not the health12 of the daughter13 of my people14 recovered?

1 הַצֳרִי֙ H6875 balsem balm 2 אֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 3 בְּגִלְעָ֔ד H1568 Gilead, Gileadieten, Gileads Gilead, Gileadite 4 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 5 רֹפֵ֖א H7495 genezen, gezond, helen cure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה) 6 אֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 7 שָׁ֑ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 8 כִּ֗י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 מַדּ֨וּעַ֙ H4069 waarom? how, wherefore, why 10 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 עָֽלְתָ֔ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 12 אֲרֻכַ֖ת H724 gezondheid, betering, genezing health, made up, perfected 13 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 14 עַמִּֽי H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 8:1 Ezechiël 6:5 Ezechiël 37:1 Jeremia 7:32 2 Kronieken 34:4 2 Koningen 23:20 Amos 2:1 2 Koningen 23:16 1 Koningen 13:2
Jeremia 8:2 2 Koningen 23:5 Handelingen 7:42 Jeremia 9:22 Ezechiël 8:16 2 Koningen 21:3 Jeremia 22:19 Deuteronomium 4:19 Sefanja 1:5
Jeremia 8:3 Openbaring 9:6 Jeremia 23:8 Job 7:15 Jeremia 29:14 Jeremia 23:3 Deuteronomium 30:1 Daniël 9:7 Deuteronomium 30:4
Jeremia 8:4 Spreuken 24:16 Hosea 6:1 Micha 7:8 Amos 5:2 Hosea 14:1 Hosea 7:10 Ezechiël 18:23 Jesaja 55:7
Jeremia 8:5 Jeremia 9:6 Zacharia 7:11 Jesaja 30:10 Hosea 11:7 Jesaja 44:20 Jesaja 1:20 Jeremia 5:27 Jeremia 5:3
Jeremia 8:6 Psalmen 14:2 Job 39:19 Micha 7:2 Maleachi 3:16 Ezechiël 22:30 2 Petrus 3:9 Hagai 1:5 Job 10:2
Jeremia 8:7 Jesaja 1:3 Jeremia 5:4 Hooglied 2:12 Spreuken 6:6 Jesaja 5:12
Jeremia 8:8 Romeinen 1:22 Job 5:12 Psalmen 147:19 Jesaja 10:1 Johannes 9:41 Spreuken 17:6 Romeinen 2:17 Job 11:12
Jeremia 8:9 Jeremia 6:15 Jesaja 19:11 Deuteronomium 4:6 Jeremia 6:19 Psalmen 119:98 Job 5:12 Ezechiël 7:26 Jeremia 49:7
Jeremia 8:10 Jeremia 6:12 Jesaja 28:7 Jeremia 23:11 Deuteronomium 28:30 Sefanja 1:13 Jesaja 56:10 Ezechiël 33:31 Titus 1:11
Jeremia 8:11 Jeremia 6:14 Klaagliederen 2:14 Jeremia 28:3 1 Koningen 22:13 Jeremia 27:9 Ezechiël 13:10 Micha 2:11 1 Koningen 22:6
Jeremia 8:12 Jeremia 3:3 Psalmen 52:7 Jeremia 6:15 Jesaja 3:9 Deuteronomium 32:35 Sefanja 3:5 Psalmen 52:1 Hosea 4:5
Jeremia 8:13 Mattheüs 21:19 Joël 1:7 Jesaja 5:4 Jeremia 17:8 Ezechiël 22:19 Joël 1:10 Deuteronomium 28:39 Habakuk 3:17
Jeremia 8:14 Jeremia 23:15 Jeremia 9:15 Klaagliederen 3:19 Jeremia 35:11 Deuteronomium 29:18 2 Samuël 20:6 Mattheüs 27:34 Psalmen 69:21
Jeremia 8:15 Jeremia 14:19 Jeremia 8:11 1 Thessalonicenzen 5:3 Jeremia 4:10 Micha 1:12
Jeremia 8:16 Richteren 5:22 Richteren 18:29 Jeremia 4:15 Habakuk 3:10 Jeremia 10:25 Jeremia 6:23 1 Korinthe 10:28 Psalmen 24:1
Jeremia 8:17 Deuteronomium 32:24 Psalmen 58:4 Numeri 21:6 Prediker 10:11 Amos 5:19 Amos 9:3 Jesaja 14:29 Openbaring 9:19
Jeremia 8:18 Jesaja 22:4 Klaagliederen 5:17 Klaagliederen 1:16 Habakuk 3:16 Jeremia 10:19 Job 7:13 Daniël 10:16 Jeremia 6:24
Jeremia 8:19 Jesaja 39:3 Jesaja 13:5 Jeremia 4:30 Jeremia 8:5 Jeremia 4:16 Joël 2:32 Jesaja 1:4 Jeremia 31:6
Jeremia 8:20 Lukas 19:44 Spreuken 10:5 Hebreeën 3:7 Mattheüs 25:1 Lukas 13:25
Jeremia 8:21 Jeremia 14:17 Nahum 2:10 Joël 2:6 Jeremia 4:19 Romeinen 9:1 Jeremia 9:1 Psalmen 137:3 Jeremia 17:16
Jeremia 8:22 Jeremia 46:11 Genesis 37:25 Jeremia 30:12 Jeremia 51:8 Lukas 8:43 Genesis 43:11 Jesaja 1:5 Lukas 5:31
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 8 vers 1

zij de beenderen De Babyloniërs.

Hertaald: zij de beenderen De Babyloniërs.

Jeremia 8 vers 2

die zij liefgehad, Zon, maan, enz.

Hertaald: die zij liefgehad, De zon, de maan, enzovoort.

gezocht Of, raad gevraagd.

Hertaald: gezocht Of: raad gevraagd.

zij zullen niet De voorzegde beenderen.

Hertaald: zij zullen niet De genoemde beenderen.

aardbodem Hebreeuws, op het aangezicht der aarde; dat is op het open land.

Hertaald: aardbodem Hebreeuws: op het aangezicht van de aarde — dat is: in het open veld.

Jeremia 8 vers 3

verkoren Dat is, zij zullen liever wensen dood te zijn dan te leven; vergelijk Openb. 9:6 .

Hertaald: verkoren Dat is: zij zullen liever dood willen zijn dan leven; vergelijk Openb. 9:6.

heirscharen Zie 1 Kon. 18:15 .

Hertaald: heirscharen Zie 1 Kon. 18:15.

Jeremia 8 vers 4

Zal men vallen, Hebreeuws, zullen zij; te weten de mensen, alzo in het volgende, zal hij, enz.; dat is, daar is toch niemand zo onzinnig, dat hij niet gaarne weder zou willen opstaan als hij gevallen is, en dat hij niet tot den rechten weg zou willen keren als hij afgedwaald is.

Hertaald: Zal men vallen, Hebreeuws: zullen zij, namelijk de mensen; zo ook in het vervolg: zal hij, enzovoort. Dat is: er is toch niemand zo onzinnig dat hij niet graag weer zou willen opstaan wanneer hij gevallen is, en dat hij niet naar de rechte weg zou willen terugkeren wanneer hij afgedwaald is.

Jeremia 8 vers 5

altoosdurende Of, sterke, doordringende, immer voortgaande, oneindelijke, eeuwige; dat is, een uitermate hardnekkige afkering. Van het Hebreeuwse woord, zie Ps. 4:1 , en Ps. 13:2 .

Hertaald: altoosdurende Of: sterke, doordringende, altijd voortgaande, oneindige, eeuwige — dat is: een buitengewoon hardnekkige afkering. Over het Hebreeuwse woord, zie Ps. 4:1 en Ps. 13:2.

Jeremia 8 vers 6

onbesuisd paard Dat jaagt, briest, doorbreekt, en overal doorloopt, gelijk een watervloed, waarvan het Hebreeuwse woord eigenlijk gebruikt wordt; alzo vergelijk ook de Heilige Schrift het briesen van het paard bij een donder; Job 39:22 .

Hertaald: onbesuisd paard Dat jaagt, briest, doorbreekt en overal doorheen loopt, zoals een watervloed, waarvoor het Hebreeuwse woord eigenlijk gebruikt wordt. Zo vergelijkt de Heilige Schrift het briesen van het paard ook met een donder; Job 39:22.

Jeremia 8 vers 7

aan den hemel Hebreeuws, in den hemel; dat is, in de lucht. Of een ooievaar weet door den hemel; dat is, door de gelegenheid en verandering van lucht. Deze beesten weten door een natuurlijk ingeven, dat zij van God hebben, wat tot hun best dient; vergelijk Jes. 1:3 .

Hertaald: aan den hemel Hebreeuws: in de hemel — dat is: in de lucht. Of: een ooievaar weet het door de hemel, dat is: door de gesteldheid en de verandering van de lucht. Deze dieren weten door een natuurlijke ingeving die zij van God hebben wat hun het beste dient; vergelijk Jes. 1:3.

recht Let niet op hetgeen hun van God in zijn woord is voorgeschreven. Anders: oordeel, gericht, hetwelk zij uit alle tekenen behoorden te merken, dat God voorhad over hen te laten gaan zo zij zich niet bekeerden.

Hertaald: recht Zij letten niet op wat God hun in Zijn Woord voorgeschreven heeft. Anders: oordeel, gericht — dat zij uit alle tekenen hadden moeten opmaken, namelijk dat God van plan was dat over hen te laten komen als zij zich niet bekeerden.

Jeremia 8 vers 8

tevergeefs Hebreeuws, tot leugen; dat is, tevergeefs; zie 1 Sam. 25:21 ; of tot valsheid, valselijk.

Hertaald: tevergeefs Hebreeuws: tot leugen — dat is: tevergeefs; zie 1 Sam. 25:21. Of: tot valsheid, valselijk.

schriftgeleerden Die de wet recht behoorden te verstaan en uit te leggen, gaan om met enkel valsheid, zie Ezra 7:6 . Deze woorden worden verscheidenlijk overgezet, doch het komt al op een uit, te weten dat zij tevergeefs veel schreven van des Heeren wet, dewijl zij alles tot valsheid en leugen misbruikten en in het minst daarnaar niet deden noch anderen leerden doen. Vergelijk Matt. 23:13 ; Luc. 11:52 ; Rom. 2:17 , enz.

Hertaald: schriftgeleerden Zij die de wet goed zouden moeten verstaan en uitleggen, gaan om met louter valsheid; zie Ezra 7:6. Deze woorden worden verschillend vertaald, maar het komt op hetzelfde neer: dat zij tevergeefs veel over de wet van de HEERE schreven, omdat zij alles tot valsheid en leugen misbruikten en er zelf in het minst niet naar deden en anderen dat ook niet leerden. Vergelijk Matth. 23:13, Luk. 11:52 en Rom. 2:17, enzovoort.

Jeremia 8 vers 9

wijzen De schriftgeleerden, die zich van wijsheid valselijk beroemen, gelijk in vs.8 gezegd is. Anders: hebben [deze] wijzen [iemand] beschaamd? zijn [de lieden] verschrikt en gevangen geworden? Te weten door hunne bestraffingen, zodat zij zich van de boosheid zouden bekeerd hebben?

Hertaald: wijzen De schriftgeleerden, die zich ten onrechte op wijsheid beroemen, zoals in vers 8 gezegd is. Anders: hebben deze wijzen iemand beschaamd? Zijn de mensen verschrikt en gevangen geworden, namelijk door hun bestraffingen, zodat zij zich van hun boosheid bekeerd zouden hebben?

wat wijsheid Hebreeuws, welks [dings] wijsheid.

Hertaald: wat wijsheid Hebreeuws: wijsheid van welk ding.

Jeremia 8 vers 10

den kleinste Zie dezelfde woorden, die hier en in het volgende tot aan het 13 vs. staan, boven Jer. 6:13-15 ; uitgenomen enige verandering. Zie de aantekening aldaar.

Hertaald: den kleinste Zie dezelfde woorden, die hier en in het vervolg tot aan vers 13 staan, hierboven in Jer. 6:13-15, op enkele veranderingen na. Zie de aantekening daarbij.

Jeremia 8 vers 12

omdat zij gruwel Of, wanneer zij, enz.

Hertaald: omdat zij gruwel Of: wanneer zij, enzovoort.

Jeremia 8 vers 13

wegrapen, Van het Hebreeuwse woord, zie Ps. 26:9 . Hebreeuws, verzamelende zal Ik hen verzamelen. Anders: verteren.

Hertaald: wegrapen, Over het Hebreeuwse woord, zie Ps. 26:9. Hebreeuws: verzamelend zal Ik hen verzamelen. Anders: verteren.

daar zijn geen Dit kan men alzo verstaan, dat zij gans geen goede werken voortbrachten, ja zelfs geen schijn van die hadden; vergelijk Isa 5 , en Matt. 21:19 ; of, men kan het met anderen nemen voor de toekomstige algemene verwoesting des lands, of dat het tot een voorteken van die tegenwoordiglijk bereids alzo met de landvruchten gesteld was, en wat er nog moet overig zijn, dat de vijand voorts alle zou wegnemen.

Hertaald: daar zijn geen Men kan dit zo verstaan dat zij helemaal geen goede werken voortbrachten, ja zelfs niet de schijn ervan hadden; vergelijk Jes. 5 en Matth. 21:19. Of men kan het met anderen opvatten van de toekomstige algemene verwoesting van het land. Of zo, dat het als voorteken daarvan op dat moment al zo met de landvruchten gesteld was, en dat de vijand wat er nog over zou zijn verder allemaal zou wegnemen.

en Of, want.

Hertaald: en Of: want.

de geboden, die Anderen: en [de dingen], die Ik hun gegeven heb; [te weten landvruchten en andere gaven] zullen van hen wijken, of voorbijgaan, of, Ik had ze hun wel gegeven, [maar] zij zullen van hen wijken.

Hertaald: de geboden, die Anderen: en de dingen die Ik hun gegeven heb — namelijk landvruchten en andere gaven — zullen van hen wijken of voorbijgaan. Of: Ik had ze hun wel gegeven, maar zij zullen van hen wijken.

Jeremia 8 vers 14

Waarom Woorden van het benauwde en vluchtende volk.

Hertaald: Waarom Woorden van het benauwde en vluchtende volk.

vaste steden, Hebreeuws, steden der vesting.

Hertaald: vaste steden, Hebreeuws: steden van de vesting.

stilzwijgen; Wachtende op hulp of verlossing, gelijk sommigen dit nemen, ziende op vs.15, of, opdat wij daar stil mogen zijn.

Hertaald: stilzwijgen; Terwijl wij op hulp of verlossing wachten, zoals sommigen dit opvatten met het oog op vers 15; of: opdat wij daar stil mogen zijn.

immers Woorden van den profeet, waarmede hij de woorden van het volk beantwoordt, bespottende [gelijk sommigen verstaan] de ijdele hoop der Joden.

Hertaald: immers Woorden van de profeet, waarmee hij de woorden van het volk beantwoordt, terwijl hij, zoals sommigen het verstaan, de ijdele hoop van de Joden bespot.

doen stilzwijgen, Zodat wij niets hebben te zeggen tegen al deze plagen, alsof ons ongelijk geschiedt.

Hertaald: doen stilzwijgen, Zodat wij niets in te brengen hebben tegen al deze plagen, alsof ons onrecht wordt aangedaan.

gallewater Dat is, een bittere en dodelijke ellende toegeschikt. Zie Ps. 69:22 ; alzo onder Jer. 9:15 , en Jer. 23:15 .

Hertaald: gallewater Dat is: een bittere en dodelijke ellende toebedeeld. Zie Ps. 69:22; zo ook hieronder Jer. 9:15 en Jer. 23:15.

Jeremia 8 vers 15

Men wacht Of, wij wachten, zij wachten, idem, wacht [vrij] daar toch, enz. als in enen zin.

Hertaald: Men wacht Of: wij wachten, zij wachten; en ook: wacht maar gerust, enzovoort — het komt op hetzelfde neer.

genezing, Zie Ps. 30:3 . Deze en dergelijke manieren van spreken worden gesteld tegen anderen, die van breuk, slagen, wonden, enz. vermelden.

Hertaald: genezing, Zie Ps. 30:3. Deze en dergelijke manieren van spreken staan tegenover andere, die over breuk, slagen, wonden enzovoort spreken.

Jeremia 8 vers 16

Dan Zie boven Jer. 4:15 .

Hertaald: Dan Zie hierboven Jer. 4:15.

zijner paarden Van den koning van Babel.

Hertaald: zijner paarden Van de koning van Babel.

sterken; Dit kan men verstaan van het gejuich der sterke helden van zijn heirleger, of het gebries zijner sterke paarden. Zie Ps. 22:13 , en onder Jer. 47:3 .

Hertaald: sterken; Dit kan men verstaan van het gejuich van de sterke helden uit zijn leger, of van het gebries van zijn sterke paarden. Zie Ps. 22:13 en hieronder Jer. 47:3.

volheid, Dat is, al wat er in is, vergelijk Ps. 24:1 , enz.

Hertaald: volheid, Dat is: alles wat erin is; vergelijk Ps. 24:1, enzovoort.

Jeremia 8 vers 17

Want ziet, Woorden des Heeren.

Hertaald: Want ziet, Woorden van de HEERE.

slangen, De allerschadelijkste vijanden, de Chaldeën, wier macht en wreedheid gij niet zult kennen afwenden of ontgaan.

Hertaald: slangen, De allerschadelijkste vijanden, de Chaldeeën, wier macht en wreedheid u niet zult kunnen afwenden of ontgaan.

bezwering is; Zie Ps. 58:6 .

Hertaald: bezwering is; Zie Ps. 58:6.

Jeremia 8 vers 18

in droefenis; Of, met; dat is, als ik mijne natuur verkwikken of versterken zou met kost, drank of slaap, zo overvalt mij de droefenis. Anders: als ik mij wil verkwikken, of versterken tegen droefenis, zo wordt mijn hart, enz. in enen zin. De profeet houdt zich alsof hij de toekomstige ellende van zijn volk voor ogen zag.

Hertaald: in droefenis; Of: met droefheid — dat is: wanneer ik mijn natuur zou verkwikken of versterken met eten, drinken of slapen, overvalt de droefheid mij. Anders: wanneer ik mij wil verkwikken of versterken tegen de droefheid, dan wordt mijn hart, enzovoort; het komt op hetzelfde neer. De profeet doet alsof hij de toekomstige ellende van zijn volk voor ogen ziet.

Jeremia 8 vers 19

uit zeer Babel, waar zij heen zouden gevoerd worden. Anders: [zal gehoord worden] vanwege [degenen die] uit verren lande [komen;] te weten de Chaldeën. Hebreeuws alsof men zeide: land der verheden.

Hertaald: uit zeer Babel, waarheen zij weggevoerd zouden worden. Anders: zal gehoord worden vanwege hen die uit een ver land komen, namelijk de Chaldeeën. In het Hebreeuws staat het alsof men zei: het land van de verten.

is haar koning Is dan de belofte uit, [mocht iemand zeggen] die Hij van Zion en zijn volk zo dikwijls heeft gedaan?

Hertaald: is haar koning Is de belofte dan afgelopen — zo zou iemand kunnen zeggen — die Hij over Sion en Zijn volk zo vaak gedaan heeft?

Waarom Antwoord van God op de voorgaande vraag.

Hertaald: Waarom Antwoord van God op de voorgaande vraag.

vertoornd Of, getergd.

Hertaald: vertoornd Of: getergd.

ijdelheden Afgoderijen der vreemde heidense volken, of met vreemde goden, zie 2 Kon. 17:15 . Hebreeuws, des vreemden, onbekenden, uitlandsen.

Hertaald: ijdelheden Afgoderijen van de vreemde, heidense volken, of met vreemde goden; zie 2 Kon. 17:15. Hebreeuws: van de vreemde, onbekende, uitheemse.

Jeremia 8 vers 21

gebroken Van hartzeer en innerlijke smart, vergelijk Ps. 51:19 .

Hertaald: gebroken Van hartzeer en innerlijke smart; vergelijk Ps. 51:19.

de breuk Zie boven Jer. 4:6 .

Hertaald: de breuk Zie hierboven Jer. 4:6.

zwart, Gelijk de rouwdragenden; zie Ps. 35:14 .

Hertaald: zwart, Zoals de rouwdragenden; zie Ps. 35:14.

Jeremia 8 vers 22

balsem Zie Gen. 37:25 , en onder Jer. 46:11 . Gelijk er menigte van kostelijke specerijen en kruiden in Gilead geweest is, alzo dat men ze ook vandaar in andere landen placht te vervoeren, zo schijnt het dat er ook kloeke geneesheren geweest zijn. Maar deze manieren van spreken duiden sommigen klagenderwijze op de verachting der geestelijke middelen, waardoor zij deze ellenden zouden moeten ontgaan, te weten de ware bekering en navolging van den raad der getrouwe profeten. Anderen verstaan het als ene bespotting der ijdele middelen, door welke het volk tevergeefs dit kwaad poogde te ontgaan, beide in een goeden zin, maar op het eerste past hier zeer wel het begin van Jer 9 .

Hertaald: balsem Zie Gen. 37:25 en hieronder Jer. 46:11. Zoals er in Gilead een overvloed van kostbare specerijen en kruiden geweest is, zodat men die ook vandaar naar andere landen placht uit te voeren, zo lijkt het dat er ook bekwame geneesheren geweest zijn. Maar sommigen betrekken deze manieren van spreken bij wijze van klacht op de verachting van de geestelijke middelen waardoor zij deze ellende hadden kunnen ontgaan, namelijk de ware bekering en het opvolgen van de raad van de trouwe profeten. Anderen vatten het op als een bespotting van de ijdele middelen waarmee het volk dit kwaad tevergeefs probeerde te ontgaan. Beide opvattingen zijn goed te verdedigen, maar bij de eerste past het begin van Jer. 9 heel goed.

heelmeester Chirurgijn of medicijnmeester.

Hertaald: heelmeester Chirurgijn of geneesmeester.

gezondheid Of, heling.

Hertaald: gezondheid Of: heling.

gerezen? Of, waarom heeft zij niet toegenomen; dat is, waarom is mijn volk niet gezond geworden, of geheeld, verbeterd? Zie dezelfde manier van spreken 2 Kron. 24:13 ; Neh. 4:7 , en onder Jer. 30:13 , Jer. 30:17 , met de aantekening.

Hertaald: gerezen? Of: waarom is zij niet toegenomen — dat is: waarom is mijn volk niet gezond geworden, geheeld, verbeterd? Zie dezelfde manier van spreken in 2 Kron. 24:13, Neh. 4:7 en hieronder Jer. 30:13 en Jer. 30:17, met de aantekening.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De gezette tijden van de trekvogels  — een vergelijking met vogels die hun seizoen kennen (Jer. 8:7)

"Zelfs een ooievaar aan den hemel weet zijn gezette tijden, en een tortelduif, en kraan, en zwaluw, nemen den tijd hunner aankomst waar; maar Mijn volk weet het recht des HEEREN niet" (Jer. 8:7). Vier vogels worden bij name genoemd, en van alle vier wordt hetzelfde gezegd: zij weten wanneer het tijd is om te komen.

Bijbelse betekenis: Merk op waarmee vergeleken wordt. Niet met een dier dat sterk is of slim, maar met een trekvogel; wat die kan, is precies één ding: op tijd zijn. Dat is dus geen hoge vorm van kennis, en juist die ontbreekt bij het volk. Dat is dezelfde manier van vergelijken als aan het begin van Jesaja, waar de os zijn bezitter kent (reeds behandeld bij Jes. 1:3). Let vervolgens op wat er precies gemist wordt: het recht des HEEREN. Niet Zijn bestaan en niet Zijn geschiedenis, maar hoe Hij het hebben wil. Let ten slotte op het woord tijd. Een vogel die te laat vertrekt, komt om; de vergelijking heeft dus een scherpe kant. Er is een seizoen om terug te keren, en dat seizoen duurt niet eeuwig.

Typologie: De Heere Jezus verwijt Zijn hoorders hetzelfde gebrek aan tijdsbesef: zij konden het aanschijn van de hemel wel onderscheiden, maar "de tekenen der tijden" niet (Matt. 16:3). En over Jeruzalem zegt Hij dat zij de tijd van haar bezoeking niet gekend heeft (reeds behandeld bij Luk. 19:44).

Jer. 8:7; Jes. 1:3; Matt. 16:3; Luk. 19:44

De balsem in Gilead  — een vraag naar geneesmiddel en heelmeester, gesteld over een volk dat niet geneest (Jer. 8:20-22)

Het gedeelte begint met een zin die als een spreekwoord klinkt: "De oogst is voorbijgaande, de zomer is ten einde; nog zijn wij niet verlost" (Jer. 8:20). Dan spreekt de profeet over zichzelf: "Ik ben gebroken vanwege de breuk der dochter mijns volks; ik ga in het zwart, ontzetting heeft mij aangegrepen" (Jer. 8:21). En dan volgen de drie vragen waarom dit gedeelte bekendstaat: "Is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester aldaar? Want waarom is de gezondheid der dochter mijns volks niet gerezen?" (Jer. 8:22). Gilead was bekend om zijn balsem, een hars die als geneesmiddel gebruikt werd.

Bijbelse betekenis: Merk op hoe de drie vragen zich verhouden. De eerste twee worden gesteld alsof het antwoord nee zou kunnen zijn, en juist daarom valt de derde zo zwaar: er ís balsem en er ís een heelmeester, en toch geneest het volk niet. Het ligt dus niet aan het middel. Let vervolgens op Jer. 8:20. Wie de oogst voorbij laat gaan, kan de zomer niet overdoen; dat is de nuchterste manier om te zeggen dat een tijd verstrijken kan. Let ten slotte op de plaats van de profeet zelf. Hij vraagt niet van een afstand maar zegt eerst dat hij gebroken is en in het zwart gaat. Deze vragen komen van iemand die meelijdt, en dat is in dit boek de vaste toon (reeds behandeld bij Jes. 15:5).

Typologie: Het antwoord op deze vraag klinkt in het Evangelie: "Die gezond zijn hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn" (Matt. 9:12). En van de Knecht des HEEREN staat dat door Zijn striemen genezing gekomen is (reeds behandeld bij Jes. 53:5).

Jer. 8:20-22; Jes. 15:5; Matt. 9:12; Jes. 53:5

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking

Is er geen balsem in Gilead? — 8:18-22

Jeremia hoort het volk roepen uit een ver land, en het antwoord dat God erop geeft is een tegenvraag over hun beelden. Dan spreekt de profeet over zichzelf, en hij verbergt niets: mijn hart is in mij ziek.

De profeet vraagt niet om uitleg maar om genezing — en hij vraagt het in de vorm van een vraag die niemand hem beantwoordt.

Er staat een zin die zo modern klinkt dat men schrikt: De oogst is voorbijgaande, de zomer is ten einde; nog zijn wij niet verlost. Let op dat eerste woord: de oogst is nog áán het voorbijgaan. Het glijdt weg terwijl zij toekijken, en er is niets gebeurd.

Jeremia's eigen toestand komt daarna: over de breuk der dochter mijns volks ben ik gebroken; ik ga in het zwart, verbaasdheid heeft mij aangegrepen. Hij staat er niet buiten.

En dan de drie vragen waarmee het hoofdstuk eindigt: is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester aldaar? Want waarom is de gezondheid der dochter mijns volks niet gerezen?

De kanttekening legt uit waarom juist Gilead genoemd wordt. Daar was een overvloed van kostbare specerijen en kruiden, zodat men die vandaar naar andere landen placht uit te voeren; en het lijkt dat er ook bekwame geneesheren geweest zijn. Zij verwijst naar Genesis 37, waar de karavaan met specerijen langskomt op het moment dat Jozef verkocht wordt.

De vragen worden niet beantwoord. Dat is met opzet: er ís balsem, en er zijn heelmeesters, en tóch geneest het niet. Het gaat dus niet om een tekort aan middelen maar om een wond die met balsem niet te helen is.

De Schrift trekt hier geen lijn naar Christus, en Jeremia noemt Hem niet. Maar de vraag die hij stelt loopt door zijn hele boek, en hij geeft er zelf elders het antwoord bij: genees mij, HEERE, zo zal ik genezen worden.

En wanneer Christus verwijt krijgt dat Hij met tollenaars en zondaars eet, gebruikt Hij precies dit beeld: die gezond zijn hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Wat in Gilead niet te koop was, blijkt een Persoon te zijn.

  1. Genesis 37:25 — De karavaan uit Gilead met specerijen en balsem.
  2. Jeremia 8:20 — De oogst is voorbijgaande; nog zijn wij niet verlost.
  3. Jeremia 8:22 — Is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester aldaar?
  4. Jeremia 17:14 — Genees mij, HEERE, zo zal ik genezen worden.
  5. Markus 2:17 — Die ziek zijn hebben den medicijnmeester van node.
  6. Jesaja 53:5 — Door Zijn striemen is ons genezing geworden.

In het Nieuwe Testament: Markus 2:17; Jesaja 53:5; Lukas 4:18; Openbaring 22:2

Hoever dit reikt: Niveau 3. Jeremia spreekt hier niet over Christus, en het Nieuwe Testament haalt deze verzen niet aan. De lijn loopt over de vraag zelf: een wond die met de middelen van Gilead niet te helen is.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Jeremia 8

Jeremia 8:1.KruisverwijzingenEzechiël 6:5Ezechiël 37:1Jeremia 7:322 Kronieken 34:42 Koningen 23:20Amos 2:12 Koningen 23:161 Koningen 13:2
— Ter zelfder tijd, spreekt de HEERE, zullen zij de beenderen der koningen van Juda, en de beenderen hunner vorsten, en de beenderen der priesteren, en de beenderen der profeten, en de beenderen der inwoners van Jeruzalem, uit hun graven uithalen.
De profeet Jeremia moest verschrikkelijke oordelen aanzeggen over het schuldige volk. Zij waren vaak gewaarschuwd, maar zij waren ten laatste alle verdraagzaamheid voorbijgegaan en stonden op het punt door de Chaldeën verwoest te worden. Hier hebben wij het beeld van Juda en Jeruzalem, overvallen door de Chaldeën en de Babyloniërs, kort voordat de stad volkomen verwoest werd.

Het was een heel gewone gewoonte schatten met de lichamen van koningen te begraven. Wanneer een land dus door vreemde vijanden overvallen werd, braken zij de graven open en zochten naar verborgen kostbaarheden. En wanneer die vijand de lijken uit de graven sleepte en de beenderen naar de vier winden van de hemel verstrooide, was dat een teken van bijzondere afschuw en van zijn woede tegen het volk. Hier werd voorzegd dat die schennis niet alleen de beenderen van de koningen zou treffen, in wier graven de grootste schat te verwachten was. Ook de beenderen van vorsten, priesters, profeten en volk zouden alle op gelijke wijze naar buiten gebracht worden.

Jeremia 8:2.Kruisverwijzingen2 Koningen 23:5Handelingen 7:42Jeremia 9:22Ezechiël 8:162 Koningen 21:3Jeremia 22:19Deuteronomium 4:19Sefanja 1:5
— En zij zullen ze uitspreiden voor de zon, en voor de maan, en voor het ganse heir des hemels, die zij liefgehad, en die zij gediend, en die zij nagewandeld, en die zij gezocht hebben, en voor dewelke zij zich nedergebogen hebben; zij zullen niet verzameld noch begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn.
Wat een treffend en passend oordeel was dat! Omdat zij de zon gediend hadden, zou juist die zon hun beenderen drogen. Omdat zij de maan gediend hadden, zouden de stralen van die maan op hun overblijfselen vallen; en de sterren die zij vereerd hadden, zouden hen evenzeer niet kunnen helpen.

Jeremia 8:3.KruisverwijzingenOpenbaring 9:6Jeremia 23:8Job 7:15Jeremia 29:14Jeremia 23:3Deuteronomium 30:1Daniël 9:7Deuteronomium 30:4
— En de dood zal voor het leven verkoren worden, bij het ganse overblijfsel der overgeblevenen uit dit boze geslacht, in al de plaatsen der overgeblevenen, waar Ik hen henengedreven zal hebben, spreekt de HEERE der heirscharen.
Er wachtte een strenge behandeling op de doden; maar met de levenden zou het erger zijn, want de Chaldeën waren sterk, wreed en buitengewoon vindingrijk in de pijnigingen die zij hun gevangenen aandeden. Het was een ontzettende zaak in zulke tijden te leven, en het is altijd verschrikkelijk te leven wanneer Gods oordelen op de aarde rondgaan en de zondaars in hun zonde verhard zijn.

Jeremia 8:4-5.KruisverwijzingenJeremia 9:6Spreuken 24:16Hosea 6:1Micha 7:8Zacharia 7:11Amos 5:2Hosea 14:1Hosea 7:10
— Zeg wijders tot hen: Zo zegt de HEERE: Zal men vallen, en niet weder opstaan? Zal men afkeren, en niet wederkeren? Waarom keert dan dit volk te Jeruzalem af met een altoosdurende afkering? Zij houden vast aan bedrog, zij weigeren weder te keren.
Volharding in de zonde is een grote verzwaring ervan. Er zijn er die in zonde vallen maar door Gods genade er weer uit opgericht worden; zij keren zich van de ongerechtigheid af en worden in Gods gunst hersteld. Waar ware genade in het hart is, waar geestelijk leven is, daar zal vroeg of laat herstelling volgen. Maar er zijn anderen, zoals het volk van Jeruzalem, die “met een gestadige afkering” afkerig geworden zijn. Dag na dag worden zij uitzinniger in hun boosheid.

Jeremia 8:6.KruisverwijzingenPsalmen 14:2Job 39:19Micha 7:2Maleachi 3:16Ezechiël 22:302 Petrus 3:9Hagai 1:5Job 10:2
— Ik heb geluisterd en toegehoord, zij spreken dat niet recht is, er is niemand, die berouw heeft over zijn boosheid, zeggende: Wat heb ik gedaan? Een ieder keert zich om in zijn loop, gelijk een onbesuisd paard in den strijd.
God luisterde; Hij wachtte om genadig te zijn; Hij verlangde ernaar één boetvaardige roep te horen en één traan van echte bekering te zien. Maar zoals het strijdros begerig is naar het gevecht en bij het eerste geschal van de bazuin de kern van de strijd in wil stormen, zo deden deze goddeloze mensen. In plaats van zich tot God te keren, keerden zij zich des te vertwijfelder tot de zonde.

Jeremia 8:7.KruisverwijzingenJesaja 1:3Jeremia 5:4Hooglied 2:12Spreuken 6:6Jesaja 5:12
— Zelfs een ooievaar aan den hemel weet zijn gezette tijden, en een tortelduif, en kraan, en zwaluw, nemen den tijd hunner aankomst waar; maar Mijn volk weet het recht des HEEREN niet.
Wanneer Gods oordelen ondervonden worden, is het hoog tijd zich te bekeren. Maar deze mensen dachten daar niet aan; zij waren nog niet half zo verstandig als de trekvogels, die komen en gaan zoals de jaargetijden hen leiden.

Jeremia 8:8.KruisverwijzingenRomeinen 1:22Job 5:12Psalmen 147:19Jesaja 10:1Johannes 9:41Spreuken 17:6Romeinen 2:17Job 11:12
— Hoe zegt gij dan: Wij zijn wijs en de wet des HEEREN is bij ons! Ziet, waarlijk tevergeefs werkt de valse pen der schriftgeleerden.
Wat? Spreken zíj zo, de mensen die Gods oordelen niet kennen en er niet op letten? Ach ja! Sommigen van de goddelooste onder hen hebben een zogenaamde godsdienst waarop zij zich nog altijd beroemen. Hun handen zijn rood van bloed, en toch houden zij een Bijbel bij de hand. Zij zeggen: “Wij zijn wijs, en de wet des HEEREN is bij ons”, en dat de hele tijd terwijl zij tegen de HEERE en Zijn wet zondigen.

De schrijvers vermenigvuldigden afschriften van de wet, en sommigen van juist deze mensen, die het meest in schuld verhard waren, bezaten een exemplaar. Maar God zegt: “zie, waarlijk tevergeefs heeft hij die gemaakt, tevergeefs is de pen der schrijvers.” Ook onze eigen Bijbelgenootschappen mogen bij miljoenen Bijbels blijven drukken. Maar zolang mensen niet gehoorzamen aan wat de Bijbel leert, zal het werk van de drukpers, evenals dat van de afschrijver, tevergeefs zijn. Wij hebben meer nodig dan de letter van het Woord, hoe kostbaar die ook is. Wij moeten in geest en in waarheid kennen wat de Geest door de letter leert, en het ook doen. God geve dat zelfs onze Bijbels niet tegen ons opstaan in het gericht.

Jeremia 8:9.KruisverwijzingenJeremia 6:15Jesaja 19:11Deuteronomium 4:6Jeremia 6:19Psalmen 119:98Job 5:12Ezechiël 7:26Jeremia 49:7
— De wijzen zijn beschaamd, verschrikt en gevangen; ziet, zij hebben des HEEREN woord verworpen, wat wijsheid zouden zij dan hebben?
Zie Gods oordeel over een mens die wijs is in zijn eigen ogen. U hoort af en toe van de een of andere wonderlijk geleerde, wijsgerige, wetenschappelijke man, en veel mensen zijn bevreesd omdat hij een ongelovige is. Hij bezit de ware wijsheid niet. Gods beschrijving van zo’n mens is deze: “De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God.”

Jeremia 8:10-11.KruisverwijzingenJeremia 6:12Jeremia 6:14Jesaja 28:7Jeremia 23:11Deuteronomium 28:30Sefanja 1:13Jesaja 56:10Ezechiël 33:31
— Daarom zal Ik hun vrouwen aan anderen geven, hun akkers aan andere bezitters; want van den kleinste aan tot den grootste toe pleegt een ieder van hen gierigheid; van den profeet aan tot den priester toe bedrijft een ieder van hen valsheid. En zij genezen de breuk van de dochter Mijns volks op het lichtste, zeggende: Vrede, vrede! doch daar is geen vrede.
Het is een vreselijke zaak wanneer zij die het volk behoorden te waarschuwen, het enkel vleien; wanneer zij, in plaats van scherpe, strenge, eerlijke, getrouwe woorden te spreken, roepen: “Vrede, vrede! terwijl er geen vrede is.” Zulke valse leraars zeggen: “Maak u niet ongerust; alles komt ten laatste wel goed. U mag leven zoals u wilt, want er is geen hierna dat u behoeft te verontrusten; in een andere staat kunt u nog rechtgezet worden” — wat Gods Woord ook verklaart over de straf van de onboetvaardigen. Er leven veel te veel van deze zoetgevooisde bedriegers. God verlosse dit land van hen, opdat zij geen oorzaak van oordeel over het volk worden!

Jeremia 8:12.KruisverwijzingenJeremia 3:3Psalmen 52:7Jeremia 6:15Jesaja 3:9Deuteronomium 32:35Sefanja 3:5Psalmen 52:1Hosea 4:5
— Zijn zij beschaamd, omdat zij gruwel bedreven hebben? Ja, zij schamen zich in het minste niet, en weten niet schaamrood te worden; daarom zullen zij vallen onder de vallenden; ten tijde hunner bezoeking zullen zij struikelen, zegt de HEERE.
Zij waren zo ver gegaan dat zij niet meer blozen konden. Het is een vreselijke zaak wanneer een mens het besef van schaamte zelf verloren heeft; waar dat het geval is, zal geen bekering zijn.

Jeremia 8:13.KruisverwijzingenMattheüs 21:19Joël 1:7Jesaja 5:4Jeremia 17:8Ezechiël 22:19Joël 1:10Deuteronomium 28:39Habakuk 3:17
— Ik zal hen voorzeker wegrapen, spreekt de HEERE; er zijn geen druiven aan den wijnstok, en geen vijgen aan den vijgeboom, ja, het blad is afgevallen; en de geboden, die Ik hun gegeven heb, die overtreden zij.
Zij wilden de Gever niet erkennen, en daarom zou de gave hun ontnomen worden. Nu beginnen de mensen die in de dorpen van het land wonen bevreesd te worden om de Chaldeën.

Jeremia 8:14-16.KruisverwijzingenJeremia 23:15Jeremia 9:15Jeremia 14:19Klaagliederen 3:19Jeremia 35:11Richteren 5:22Deuteronomium 29:182 Samuël 20:6
— Waarom blijven wij zitten? Verzamelt u, en laat ons ingaan in de vaste steden, en aldaar stilzwijgen; immers heeft ons de HEERE, onze God, doen stilzwijgen, en ons met gallewater gedrenkt, omdat wij tegen den HEERE gezondigd hebben. Men wacht naar vrede, maar er is niets goeds, naar tijd van genezing, maar ziet, er is verschrikking. Van Dan af wordt het gesnuif zijner paarden gehoord; het ganse land beeft van het geluid der briesingen zijner sterken; en zij komen daarhenen, dat zij het land opeten en diens volheid, de stad en die daarin wonen.
Dan was de noordelijkste stam, grenzend aan Fenikië; en nadat Nebukadnezar de Feniciers overwonnen had, begon hij door het gebied van Dan te trekken. De machtige paarden van de Chaldeën zijn te zien op de platen die de heer Layard heeft meegebracht; zij vormen een zeer opvallend deel van de Chaldese krijgsmacht. Zo beeldt de dichter-profeet ze af als gehoord tot van Dan af helemaal tot Jeruzalem, zo verschrikkelijk was hun gesnuif. Dit is natuurlijk de beeldspraak van de poëzie, maar er lag een verschrikkelijke werkelijkheid achter.

Jeremia 8:17.KruisverwijzingenDeuteronomium 32:24Psalmen 58:4Numeri 21:6Prediker 10:11Amos 5:19Amos 9:3Jesaja 14:29Openbaring 9:19
— Want ziet, Ik zend slangen, basilisken onder ulieden, tegen dewelke geen bezwering is; die zullen u bijten, spreekt de HEERE.
Zo waren de Chaldeën: listig als slangen, vol van het venijn van de wreedheid waar zij ook kwamen. Er was geen middel om hen te bezweren zoals men een slang bezweren kan. Zij kwamen op een dodelijke boodschap, en zij volbrachten die grondig.

Jeremia 8:18-21.KruisverwijzingenJeremia 14:17Jesaja 39:3Nahum 2:10Joël 2:6Jesaja 22:4Klaagliederen 5:17Klaagliederen 1:16Jesaja 13:5
— Mijn verkwikking is in droefenis; mijn hart is flauw in mij. Ziet, de stem van het geschrei der dochteren mijns volks is uit zeer verren lande: Is dan de HEERE niet te Sion, is haar koning niet bij haar? Waarom hebben zij Mij vertoornd met hun gesneden beelden, met ijdelheden der vreemden? De oogst is voorbijgaande, de zomer is ten einde; nog zijn wij niet verlost. Ik ben gebroken vanwege de breuk der dochter mijns volks; ik ga in het zwart, ontzetting heeft mij aangegrepen.
De wenende profeet treurt over de verwoesting van zijn land, in woorden die om hun verheven medegevoel en aandoening zelden overtroffen zijn.

Jeremia 8:22.KruisverwijzingenJeremia 46:11Genesis 37:25Jeremia 30:12Jeremia 51:8Lukas 8:43Genesis 43:11Jesaja 1:5Lukas 5:31
— Is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester aldaar? Want waarom is de gezondheid der dochter mijns volks niet gerezen?
“Is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester aldaar?” Nee, er is er geen. Er ís balsem in Christus, en er is een Heelmeester die eens aan het kruis van Golgotha gehangen heeft; maar in Gilead is geen balsem en geen heelmeester.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Het volharden in het kwade is het venijn van het kwade.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content