Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Ter zelfder tijd, spreekt de HEERE, zullen zij de beenderen der koningen van Juda, en de beenderen hunner vorsten, en de beenderen der priesteren, en de beenderen der profeten, en de beenderen der inwoners van Jeruzalem, uit hun graven uithalen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Ter zelfder tijdH6256, spreektH5002 de HEEREH3068, zullen zijH1931 de beenderenH6106 der koningenH4428 van JudaH3063, en de beenderenH6106 hunner vorstenH8269, en de beenderenH6106 der priesterenH3548, en de beenderenH6106 der profetenH5030, en de beenderenH6106 der inwonersH3427 van JeruzalemH3389, uit hun gravenH6913uithalenH3318.Ter zelfder tijd, spreekt de HEERE, zullen zij de beenderen der koningen van Juda, en de beenderen hunner vorsten, en de beenderen der priesteren, en de beenderen der profeten, en de beenderen der inwoners van Jeruzalem, uit hun graven uithalen.
KJVAt that time,1saith3the LORD,4they shall bring out5the bones7of the kings8of Judah,9and the bones11of his princes,12and the bones14of the priests,15and the bones17of the prophets,18and the bones20of the inhabitants21of Jerusalem,22out of their graves:
1בָּעֵ֣תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when2הַהִ֣יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who3נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith4יְהוָ֡הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5יוֹצִ֣יאוּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7עַצְמ֣וֹתH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very8מַלְכֵֽיH4428koning, konings, koningenking, royal9יְהוּדָ֣הH3063JudaJudah10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11עַצְמוֹתH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very12שָׂרָיו֩H8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward13וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14עַצְמ֨וֹתH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very15הַכֹּהֲנִ֜יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer16וְאֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17עַצְמ֣וֹתH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very18הַנְּבִיאִ֗יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet19וְאֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20עַצְמ֥וֹתH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very21יוֹשְׁבֵֽיH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry22יְרוּשָׁלִָ֖םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem23מִקִּבְרֵיהֶֽםH6913graf, graven, begrafenissenburying place, grave, sepulchre
2En zij zullen ze uitspreiden voor de zon, en voor de maan, en voor het ganse heir des hemels, die zij liefgehad, en die zij gediend, en die zij nagewandeld, en die zij gezocht hebben, en voor dewelke zij zich nedergebogen hebben; zij zullen niet verzameld noch begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En zij zullen ze uitspreidenH7849 voor de zonH8121, en voor de maanH3394, en voor het ganseH3605heirH6635 des hemelsH8064, dieH834 zij liefgehadH157, en dieH834 zij gediendH5647, en dieH834 zij nagewandeldH310, en dieH834 zij gezochtH1875 hebben, en voor dewelkeH834 zij zich nedergebogenH7812 hebben; zij zullen niet verzameldH622nochH3808begravenH6912 worden; tot mestH1828opH5921 den aardbodemH127 zullen zij zijn.En zij zullen ze uitspreiden voor de zon, en voor de maan, en voor het ganse heir des hemels, die zij liefgehad, en die zij gediend, en die zij nagewandeld, en die zij gezocht hebben, en voor dewelke zij zich nedergebogen hebben; zij zullen niet verzameld noch begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn.
KJVAnd they shall spread1them before the sun,2and the moon,3and all the host5of heaven,6whom they have loved,8and whom they have served,10and after13whom they have walked,12and whom they have sought,15and whom they have worshipped:17they shall not be gathered,20nor be buried;22they shall be for dung23upon the face25of the earth.
1וּשְׁטָחוּם֩H7849breidt, spreidden, strekall abroad, enlarge, spread, stretch out2לַשֶּׁ֨מֶשׁH8121zon, Zon, glasvensters[phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ)3וְלַיָּרֵ֜חַH3394maanmoon. Yrechow. See H3405 (יְרִיחוֹ)4וּלְכֹ֣לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5צְבָ֣אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)6הַשָּׁמַ֗יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)7אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8אֲהֵב֜וּםH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend9וַאֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10עֲבָדוּם֙H5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,11וַֽאֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12הָלְכ֣וּH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl13אַֽחֲרֵיהֶ֔םH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with14וַאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15דְּרָשׁ֔וּםH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely16וַאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17הִֽשְׁתַּחֲו֖וּH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship18לָהֶ֑ם19לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without20יֵאָֽסְפוּ֙H622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw21וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without22יִקָּבֵ֔רוּH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)23לְדֹ֛מֶןH1828mest, drekdung24עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with25פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you26הָאֲדָמָ֖הH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land27יִֽהְיֽוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
3En de dood zal voor het leven verkoren worden, bij het ganse overblijfsel der overgeblevenen uit dit boze geslacht, in al de plaatsen der overgeblevenen, waar Ik hen henengedreven zal hebben, spreekt de HEERE der heirscharen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En de doodH4194 zal voor het levenH2416verkorenH977 worden, bij het ganseH3605overblijfselH7611 der overgeblevenenH7604uitH4480ditH2063bozeH7451geslachtH4940, in alH3605 de plaatsenH4725 der overgeblevenenH7604, waar Ik hen henengedrevenH5080 zal hebben, spreektH5002 de HEEREH3068 der heirscharenH6635.En de dood zal voor het leven verkoren worden, bij het ganse overblijfsel der overgeblevenen uit dit boze geslacht, in al de plaatsen der overgeblevenen, waar Ik hen henengedreven zal hebben, spreekt de HEERE der heirscharen.
KJVAnd death2shall be chosen1rather than life3by all the residue5of them that remain6of this evil9family,8which remain13in all the places12whither I have driven15them, saith17the LORD18of hosts.
1וְנִבְחַ֥רH977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require2מָ֨וֶת֙H4194dood, doods, stierf(be) dead(-ly), death, die(-d)3מֵֽחַיִּ֔יםH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop4לְכֹ֗לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הַשְּׁאֵרִית֙H7611overblijfsel, overige, overigenthat had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest6הַנִּשְׁאָרִ֔יםH7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest7מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with8הַמִּשְׁפָּחָ֥הH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)9הָֽרָעָ֖הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)10הַזֹּ֑אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus11בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12הַמְּקֹמ֤וֹתH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)13הַנִּשְׁאָרִים֙H7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest14אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15הִדַּחְתִּ֣יםH5080gedreven, verdreven, verdrevenenbanish, bring, cast down (out), chase, compel, draw away, drive (away, out, quite), fetch a stroke, force, go away, outcast, thrust away (out), withdraw16שָׁ֔םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither17נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith18יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)19צְבָאֽוֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
4Zeg wijders tot hen: Zo zegt de HEERE: Zal men vallen, en niet weder opstaan? Zal men afkeren, en niet wederkeren?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4ZegH559 wijders totH413 hen: Zo zegtH559 de HEEREH3068: Zal men vallenH5307, en nietH3808 weder opstaanH6965? Zal men afkerenH7725, en nietH3808wederkerenH7725?Zeg wijders tot hen: Zo zegt de HEERE: Zal men vallen, en niet weder opstaan? Zal men afkeren, en niet wederkeren?
KJVMoreover thou shalt say1unto them, Thus saith4the LORD;5Shall they fall,6and not arise?8shall he turn away,10and not return?
1וְאָמַרְתָּ֣H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵיהֶ֗םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3כֹּ֚הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder4אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6הֲיִפְּל֖וּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down7וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8יָק֑וּמוּH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)9אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet10יָשׁ֖וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw11וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12יָשֽׁוּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw
5Waarom keert dan dit volk te Jeruzalem af met een altoosdurende afkering? Zij houden vast aan bedrog, zij weigeren weder te keren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Waarom keert dan ditH2088volkH5971 te JeruzalemH3389 af met een altoosdurendeH5329afkeringH4878? Zij houden vastH2388 aan bedrogH8649, zij weigerenH3985 weder te kerenH7725.Waarom keert dan dit volk te Jeruzalem af met een altoosdurende afkering? Zij houden vast aan bedrog, zij weigeren weder te keren.
KJVWhy then is this people3of Jerusalem5slidden back2by a perpetual7backsliding?6they hold8fast deceit,9they refuse10to return.
1מַדּ֨וּעַH4069waarom?how, wherefore, why2שׁוֹבְבָ֜הH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw3הָעָ֥םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4הַזֶּ֛הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)5יְרוּשָׁלִַ֖םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem6מְשֻׁבָ֣הH4878afgekeerde, afkering, afkeringenbacksliding, turning away7נִצַּ֑חַתH5329opperzangmeester, opzieners, altoosdurendeexcel, chief musician (singer), oversee(-r), set forward8הֶחֱזִ֨יקוּ֙H2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand9בַּתַּרְמִ֔יתH8649bedriegerij, bedrog, bedriegelijkedeceit(-ful), privily10מֵאֲנ֖וּH3985weigerde, weigert, geweigerdrefuse, [idiom] utterly11לָשֽׁוּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw
6Ik heb geluisterd en toegehoord, zij spreken dat niet recht is, er is niemand, die berouw heeft over zijn boosheid, zeggende: Wat heb ik gedaan? Een ieder keert zich om in zijn loop, gelijk een onbesuisd paard in den strijd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Ik heb geluisterdH7181 en toegehoordH8085, zij sprekenH1696 dat niet rechtH3651 is, er is niemandH376, die berouwH5162 heeft overH5921 zijn boosheidH7451, zeggendeH559: WatH4100 heb ik gedaanH6213? Een iederH3605 keert zich om in zijn loopH4794, gelijk een onbesuisdH7857paardH5483 in den strijdH4421.Ik heb geluisterd en toegehoord, zij spreken dat niet recht is, er is niemand, die berouw heeft over zijn boosheid, zeggende: Wat heb ik gedaan? Een ieder keert zich om in zijn loop, gelijk een onbesuisd paard in den strijd.
KJVI hearkened1and heard,2but they spake not aright:5no man7repented8him of9his wickedness,10saying,11What have I done?13every one turned15to his course,16as the horse17rusheth18into the battle.
1הִקְשַׁ֤בְתִּיH7181merk, merkt, opmerkenattend, (cause to) hear(-ken), give heed, incline, mark (well), regard2וָֽאֶשְׁמָע֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3לוֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4כֵ֣ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you5יְדַבֵּ֔רוּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work6אֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)7אִ֗ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8נִחָם֙H5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10רָ֣עָת֔וֹH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)11לֵאמֹ֖רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12מֶ֣הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why13עָשִׂ֑יתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14כֻּלֹּ֗הH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15שָׁ֚בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw16בִּמְר֣וּצָתָ֔םH4794loopcourse, running. Compare H4835 (מְרֻצָה)17כְּס֥וּסH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)18שׁוֹטֵ֖ףH7857overstromen, gespoeld, overlopendrown, (over-) flow(-whelm, rinse, run, rush, (throughly) wash (away)19בַּמִּלְחָמָֽהH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)
7Zelfs een ooievaar aan den hemel weet zijn gezette tijden, en een tortelduif, en kraan, en zwaluw, nemen den tijd hunner aankomst waar; maar Mijn volk weet het recht des HEEREN niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7ZelfsH1571 een ooievaarH2624 aan den hemelH8064weetH3045 zijn gezette tijdenH4150, en een tortelduifH8449, en kraanH5483, en zwaluwH5693, nemenH8104 den tijdH6256 hunner aankomstH935 waar; maar Mijn volkH5971weetH3045 het rechtH4941 des HEERENH3068nietH3808.Zelfs een ooievaar aan den hemel weet zijn gezette tijden, en een tortelduif, en kraan, en zwaluw, nemen den tijd hunner aankomst waar; maar Mijn volk weet het recht des HEEREN niet.
KJVYea, the stork2in the heaven3knoweth4her appointed times;5and the turtle6and the crane7and the swallow8observe9the time11of their coming;12but my people13know15not the judgment17of the LORD.
1גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2חֲסִידָ֣הH2624ooievaar, ooievaars[idiom] feather, stork3בַשָּׁמַ֗יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)4יָֽדְעָה֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot5מֽוֹעֲדֶ֔יהָH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)6וְתֹ֤רH8449tortelduiven, tortelduif(turtle) dove7וְסִיס֙H5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)8וְעָג֔וּרH5693zwaluwswallow9שָׁמְר֖וּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11עֵ֣תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when12בֹּאָ֑נָהH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13וְעַמִּ֕יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people14לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15יָֽדְע֔וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot16אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17מִשְׁפַּ֥טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong18יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
8Hoe zegt gij dan: Wij zijn wijs en de wet des HEEREN is bij ons! Ziet, waarlijk tevergeefs werkt de valse pen der schriftgeleerden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8HoeH349zegtH559 gij dan: Wij zijn wijsH2450 en de wetH8451 des HEERENH3068 is bijH854 ons! ZietH2009, waarlijkH403tevergeefsH8267werktH6213 de valseH8267penH5842 der schriftgeleerdenH5608.Hoe zegt gij dan: Wij zijn wijs en de wet des HEEREN is bij ons! Ziet, waarlijk tevergeefs werkt de valse pen der schriftgeleerden.
KJVHow do ye say,2We are wise,3and the law5of the LORD6is with us? Lo, certainly8in vain10made11he it; the pen12of the scribes14is in vain.
1אֵיכָ֤הH349hoehow, what2תֹֽאמְרוּ֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3חֲכָמִ֣יםH2450wijzen, wijs, wijzecunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man)4אֲנַ֔חְנוּH587wijourselves, us, we5וְתוֹרַ֥תH8451wet, wetten, leerlaw6יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אִתָּ֑נוּH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix8אָכֵן֙H403waarlijk, Voorwaar, Waarlijkbut, certainly, nevertheless, surely, truly, verily9הִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see10לַשֶּׁ֣קֶרH8267leugen, valse, valsheidwithout a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully11עָשָׂ֔הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12עֵ֖טH5842griffie, penpen13שֶׁ֥קֶרH8267leugen, valse, valsheidwithout a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully14סֹפְרִֽיםH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer
9De wijzen zijn beschaamd, verschrikt en gevangen; ziet, zij hebben des HEEREN woord verworpen, wat wijsheid zouden zij dan hebben?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9De wijzenH2450 zijn beschaamdH3001, verschriktH2865 en gevangenH3920; zietH2009, zij hebben des HEERENH3068woordH1697verworpenH3988, watH4100wijsheidH2451 zouden zij dan hebben?De wijzen zijn beschaamd, verschrikt en gevangen; ziet, zij hebben des HEEREN woord verworpen, wat wijsheid zouden zij dan hebben?
KJVThe wise2men are ashamed,they are dismayed3and taken:4lo, they have rejected8the word6of the LORD;7and what wisdom
1הֹבִ֣ישׁוּH954beschaamd, beschaamt, schamen(be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long2חֲכָמִ֔יםH2450wijzen, wijs, wijzecunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man)3חַ֖תּוּH2865ontzet, verbroken, verschriktabolish, affright, be (make) afraid, amaze, beat down, discourage, (cause to) dismay, go down, scare, terrify4וַיִּלָּכֵ֑דוּH3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take5הִנֵּ֤הH2009ziet, ziebehold, lo, see6בִדְבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8מָאָ֔סוּH3988verworpen, verwerpen, versmaadabhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person9וְחָכְמַֽתH2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit10מֶ֖הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why11לָהֶֽם
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
10Daarom zal Ik hun vrouwen aan anderen geven, hun akkers aan andere bezitters; want van den kleinste aan tot den grootste toe pleegt een ieder van hen gierigheid; van den profeet aan tot den priester toe bedrijft een ieder van hen valsheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10DaaromH3651 zal Ik hun vrouwenH802 aan anderen gevenH5414, hun akkersH7704 aan andere bezittersH3423; wantH3588 van den kleinsteH6996 aan totH5704 den grootsteH1419 toe pleegtH1214 een iederH3605 van hen gierigheidH1215; van den profeetH5030 aan totH5704 den priesterH3548 toe bedrijftH6213 een iederH3605 van hen valsheidH8267.Daarom zal Ik hun vrouwen aan anderen geven, hun akkers aan andere bezitters; want van den kleinste aan tot den grootste toe pleegt een ieder van hen gierigheid; van den profeet aan tot den priester toe bedrijft een ieder van hen valsheid.
KJVTherefore will I give2their wives4unto others,5and their fields6to them that shall inherit7them: for every one from the least9even unto the greatest11is given13to covetousness,14from the prophet15even unto the priest17every one dealeth19falsely.
1לָכֵן֩H3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2אֶתֵּ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4נְשֵׁיהֶ֜םH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English5לַאֲחֵרִ֗יםH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange6שְׂדֽוֹתֵיהֶם֙H7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild7לְי֣וֹרְשִׁ֔יםH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly8כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9מִקָּטֹן֙H6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)10וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11גָּד֔וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very12כֻּלֹּ֖הH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13בֹּצֵ֣עַH1214pleegt, einde, afsnijden(be) covet(-ous), cut (off), finish, fulfill, gain (greedily), get, be given to (covetousness), greedy, perform, be wounded14בָּ֑צַעH1215gierigheid, gewin, nuttigheidcovetousness, (dishonest) gain, lucre, profit15מִנָּבִיא֙H5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet16וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet17כֹּהֵ֔ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer18כֻּלֹּ֖הH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19עֹ֥שֶׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use20שָּֽׁקֶרH8267leugen, valse, valsheidwithout a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully
11En zij genezen de breuk van de dochter Mijns volks op het lichtste, zeggende: Vrede, vrede! doch daar is geen vrede.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En zij genezenH7495 de breukH7667 van de dochterH1323 Mijns volksH5971opH5921 het lichtsteH7043, zeggendeH559: VredeH7965, vredeH7965! doch daar is geenH369vredeH7965.En zij genezen de breuk van de dochter Mijns volks op het lichtste, zeggende: Vrede, vrede! doch daar is geen vrede.
KJVFor they have healed1the hurt3of the daughter4of my people5slightly,7saying,8Peace,9peace;10when there is no peace.
1וַיְרַפּ֞וּH7495genezen, gezond, helencure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3שֶׁ֤בֶרH7667breuk, verbreking, Breukaffliction, breach, breaking, broken(-footed, -handed), bruise, crashing, destruction, hurt, interpretation, vexation4בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village5עַמִּי֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7נְקַלָּ֔הH7043lichter, vloeken, vloekteabate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet8לֵאמֹ֖רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9שָׁל֣וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly10שָׁל֑וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly11וְאֵ֖יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)12שָׁלֽוֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly
12Zijn zij beschaamd, omdat zij gruwel bedreven hebben? Ja, zij schamen zich in het minste niet, en weten niet schaamrood te worden; daarom zullen zij vallen onder de vallenden; ten tijde hunner bezoeking zullen zij struikelen, zegt de HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Zijn zij beschaamdH3001, omdatH3588 zij gruwelH8441bedrevenH6213 hebben? JaH1571, zij schamenH954 zich in het minsteH954 niet, en wetenH3045nietH3808schaamroodH3637 te worden; daaromH3651 zullen zij vallenH5307 onder de vallendenH5307; ten tijdeH6256 hunner bezoekingH6486 zullen zij struikelenH3782, zegtH559 de HEEREH3068.Zijn zij beschaamd, omdat zij gruwel bedreven hebben? Ja, zij schamen zich in het minste niet, en weten niet schaamrood te worden; daarom zullen zij vallen onder de vallenden; ten tijde hunner bezoeking zullen zij struikelen, zegt de HEERE.
KJVWere they ashamed1when they had committed4abomination?3nay, they were not at all6ashamed,8neither could11they blush:9therefore shall they fall13among them that fall:14in the time15of their visitation16they shall be cast down,17saith18the LORD.
1הֹבִ֕שׁוּH3001beschaamd, verdord, verdrogenbe ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away)2כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3תוֹעֵבָ֖הH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination4עָשׂ֑וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea6בּ֣וֹשׁH954beschaamd, beschaamt, schamen(be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long7לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8יֵבֹ֗שׁוּH954beschaamd, beschaamt, schamen(be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long9וְהִכָּלֵם֙H3637schande, schaamrood, beschaamdbe (make) ashamed, blush, be confounded, be put to confusion, hurt, reproach, (do, put to) shame10לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11יָדָ֔עוּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot12לָכֵ֞ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you13יִפְּל֣וּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down14בַנֹּפְלִ֗יםH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down15בְּעֵ֧תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when16פְּקֻדָּתָ֛םH6486bezoeking, opzicht, ambtaccount, (that have the) charge, custody, that which...laid up, numbers, office(-r), ordering, oversight, [phrase] prison, reckoning, visitation17יִכָּשְׁל֖וּH3782struikelen, vallen, aanstotenbereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak18אָמַ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet19יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
13Ik zal hen voorzeker wegrapen, spreekt de HEERE; er zijn geen druiven aan den wijnstok, en geen vijgen aan den vijgeboom, ja, het blad is afgevallen; en de geboden, die Ik hun gegeven heb, die overtreden zij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Ik zal hen voorzekerH622wegrapenH5486, spreektH5002 de HEEREH3068; er zijn geenH369druivenH6025 aan den wijnstokH1612, en geenH369vijgenH8384 aan den vijgeboomH8384, ja, het bladH5929 is afgevallenH5034; en de geboden, die Ik hun gegevenH5414 heb, die overtredenH5674 zij.Ik zal hen voorzeker wegrapen, spreekt de HEERE; er zijn geen druiven aan den wijnstok, en geen vijgen aan den vijgeboom, ja, het blad is afgevallen; en de geboden, die Ik hun gegeven heb, die overtreden zij.
KJVI will surely1consume2them, saith3the LORD:4there shall be no grapes6on the vine,7nor figs9on the fig tree,10and the leaf11shall fade;12and the things that I have given13them shall pass away
1אָסֹ֥ףH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw2אֲסִיפֵ֖םH5486wegrapen, einde nemen, nemen eindeconsume, have an end, perish, [idiom] be utterly3נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith4יְהֹוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֵין֩H369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)6עֲנָבִ֨יםH6025druiven, wijndruiven, wijn(ripe) grape, wine7בַּגֶּ֜פֶןH1612wijnstok, wijnstokken, wijnstoksvine, tree8וְאֵ֧יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)9תְּאֵנִ֣יםH8384vijgeboom, vijgen, vijgebomenfig (tree)10בַּתְּאֵנָ֗הH8384vijgeboom, vijgen, vijgebomenfig (tree)11וְהֶֽעָלֶה֙H5929blad, takken, loofbranch, leaf12נָבֵ֔לH5034afvallen, afvalt, vervallendisgrace, dishounour, lightly esteem, fade (away, -ing), fall (down, -ling, off), do foolishly, come to nought, [idiom] surely, make vile, wither13וָאֶתֵּ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14לָהֶ֖ם15יַעַבְרֽוּםH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath
14Waarom blijven wij zitten? Verzamelt u, en laat ons ingaan in de vaste steden, en aldaar stilzwijgen; immers heeft ons de HEERE, onze God, doen stilzwijgen, en ons met gallewater gedrenkt, omdat wij tegen den HEERE gezondigd hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14WaaromH4100 blijven wij zittenH3427? VerzameltH622 u, en laat ons ingaanH935 in de vasteH4013stedenH5892, en aldaarH8033stilzwijgenH1826; immers heeft ons de HEEREH3068, onze GodH430, doen stilzwijgenH1826, en ons met gallewaterH4325gedrenktH8248, omdatH3588 wij tegen den HEEREH3068gezondigdH2398 hebben.Waarom blijven wij zitten? Verzamelt u, en laat ons ingaan in de vaste steden, en aldaar stilzwijgen; immers heeft ons de HEERE, onze God, doen stilzwijgen, en ons met gallewater gedrenkt, omdat wij tegen den HEERE gezondigd hebben.
KJVWhy do we sit still?4assemble5yourselves, and let us enter6into the defenced9cities,8and let us be silent10there: for the LORD13our God14hath put us to silence,15and given us water17of gall18to drink,16because we have sinned20against the LORD.
1עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2מָה֙H4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why3אֲנַ֣חְנוּH587wijourselves, us, we4יֹֽשְׁבִ֔יםH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry5הֵֽאָסְפ֗וּH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw6וְנָב֛וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8עָרֵ֥יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town9הַמִּבְצָ֖רH4013vaste, vastigheden, vesting(de-, most) fenced, fortress, (most) strong (hold)10וְנִדְּמָהH1826stil, uitgeroeid, zwijgencease, be cut down (off), forbear, hold peace, quiet self, rest, be silent, keep (put to) silence, be (stand) still, tarry, wait11שָּׁ֑םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither12כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13יְהוָ֨הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֱלֹהֵ֤ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15הֲדִמָּ֨נוּ֙H1826stil, uitgeroeid, zwijgencease, be cut down (off), forbear, hold peace, quiet self, rest, be silent, keep (put to) silence, be (stand) still, tarry, wait16וַיַּשְׁקֵ֣נוּH8248drinken, drenken, schenkerscause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה)17מֵיH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))18רֹ֔אשׁH7219gal, galle, adderenvergiftgall, hemlock, poison, venom19כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet20חָטָ֖אנוּH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass21לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
15Men wacht naar vrede, maar er is niets goeds, naar tijd van genezing, maar ziet, er is verschrikking.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Men wachtH6960 naar vredeH7965, maar er is nietsH369goedsH2896, naar tijdH6256 van genezingH4832, maar zietH2009, er is verschrikkingH1205.Men wacht naar vrede, maar er is niets goeds, naar tijd van genezing, maar ziet, er is verschrikking.
KJVWe looked1for peace,2but no good4came; and for a time5of health,6and behold trouble!
16Van Dan af wordt het gesnuif zijner paarden gehoord; het ganse land beeft van het geluid der briesingen zijner sterken; en zij komen daarhenen, dat zij het land opeten en diens volheid, de stad en die daarin wonen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Van Dan af wordt het gesnuifH5170 zijner paardenH5483gehoordH8085; het ganseH3605landH776beeftH7493 van het geluidH6963 der briesingenH4684 zijner sterkenH47; en zij komenH935 daarhenen, dat zij het landH776opetenH398 en diens volheidH4393, de stadH5892 en die daarin wonenH3427.Van Dan af wordt het gesnuif zijner paarden gehoord; het ganse land beeft van het geluid der briesingen zijner sterken; en zij komen daarhenen, dat zij het land opeten en diens volheid, de stad en die daarin wonen.
KJVThe snorting3of his horses4was heard2from Dan:1the whole land10trembled8at the sound5of the neighing6of his strong ones;7for they are come,11and have devoured12the land,13and all14that is in it; the city,15and those that dwell
1מִדָּ֤ןH1835DanDaniel2נִשְׁמַע֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3נַחְרַ֣תH5170gesnuifnostrils, snorting4סוּסָ֗יוH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)5מִקּוֹל֙H6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell6מִצְהֲל֣וֹתH4684briesingen, hunkeringenneighing7אַבִּירָ֔יוH47sterke, sterken, machtigenangel, bull, chiefest, mighty (one), stout(-hearted), strong (one), valiant8רָעֲשָׁ֖הH7493beven, beefde, beeftmake afraid, (re-) move, quake, (make to) shake, (make to) tremble9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11וַיָּב֗וֹאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12וַיֹּֽאכְלוּ֙H398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite13אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14וּמְלוֹאָ֔הּH4393volheid, vol, volle menigte[idiom] all along, [idiom] all that is (there-) in, fill, ([idiom] that whereof...was) full, fulness, (hand-) full, multitude15עִ֖ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town16וְיֹ֥שְׁבֵיH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry17בָֽהּ
17Want ziet, Ik zend slangen, basilisken onder ulieden, tegen dewelke geen bezwering is; die zullen u bijten, spreekt de HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17WantH3588zietH2005, Ik zendH7971slangenH5175, basiliskenH6848 onder ulieden, tegen dewelke geenH369bezweringH3908 is; die zullen u bijtenH5391, spreektH5002 de HEEREH3068.Want ziet, Ik zend slangen, basilisken onder ulieden, tegen dewelke geen bezwering is; die zullen u bijten, spreekt de HEERE.
KJVFor, behold, I will send3serpents,5cockatrices,6among you, which will not be charmed,10and they shall bite11you, saith13the LORD.
1כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2הִנְנִ֨יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though3מְשַׁלֵּ֜חַH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)4בָּכֶ֗ם5נְחָשִׁים֙H5175slang, slangenserpent6צִפְעֹנִ֔יםH6848basilisk, adder, basiliskenadder, cockatrice7אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8אֵיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)9לָהֶ֖ם10לָ֑חַשׁH3908bezwering, ezwering, oorringencharmed, earring, enchantment, orator, prayer11וְנִשְּׁכ֥וּH5391bijten, woekeren, beetbite, lend upon usury12אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith14יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
18Mijn verkwikking is in droefenis; mijn hart is flauw in mij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Mijn verkwikkingH4010 is in droefenisH3015; mijn hartH3820 is flauwH1742 in mij.Mijn verkwikking is in droefenis; mijn hart is flauw in mij.
KJVWhen I would comfort1myself against sorrow,3my heart5is faint
1מַבְלִ֥יגִיתִ֖יH4010verkwikkingcomfort self2עֲלֵ֣יH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3יָג֑וֹןH3015droefenis, jammer, treuringgrief, sorrow4עָלַ֖יH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5לִבִּ֥יH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom6דַוָּֽיH1742mat, flauwfaint
19Ziet, de stem van het geschrei der dochteren mijns volks is uit zeer verren lande: Is dan de HEERE niet te Sion, is haar koning niet bij haar? Waarom hebben zij Mij vertoornd met hun gesneden beelden, met ijdelheden der vreemden?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19ZietH2009, de stemH6963 van het geschreiH7775 der dochterenH1323 mijns volksH5971 is uit zeer verrenH4801landeH776: Is dan de HEEREH3068nietH369 te SionH6726, is haar koningH4428nietH369 bij haar? Waarom hebben zij Mij vertoorndH3707 met hun gesneden beeldenH6456, met ijdelhedenH1892 der vreemdenH5236?Ziet, de stem van het geschrei der dochteren mijns volks is uit zeer verren lande: Is dan de HEERE niet te Sion, is haar koning niet bij haar? Waarom hebben zij Mij vertoornd met hun gesneden beelden, met ijdelheden der vreemden?
KJVBehold the voice2of the cry3of the daughter4of my people5because of them that dwell in a far7country:6Is not the LORD8in Zion?10is not her king12in her? Why have they provoked me to anger16with their graven images,17and with strange19vanities?
20De oogst is voorbijgaande, de zomer is ten einde; nog zijn wij niet verlost.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20De oogstH7105 is voorbijgaandeH5674, de zomerH7019 is ten eindeH3615; nog zijn wij nietH3808verlostH3467.De oogst is voorbijgaande, de zomer is ten einde; nog zijn wij niet verlost.
KJVThe harvest2is past,1the summer4is ended,3and we are not saved.
1עָבַ֥רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath2קָצִ֖ירH7105oogst, oogstes, takbough, branch, harvest (man)3כָּ֣לָהH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste4קָ֑יִץH7019zomervruchten, zomer, zomerhuissummer (fruit, house)5וַאֲנַ֖חְנוּH587wijourselves, us, we6ל֥וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7נוֹשָֽׁעְנוּH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory
21Ik ben gebroken vanwege de breuk der dochter mijns volks; ik ga in het zwart, ontzetting heeft mij aangegrepen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Ik ben gebrokenH7665vanwegeH5921 de breukH7667 der dochterH1323 mijns volksH5971; ik ga in het zwartH6937, ontzettingH8047 heeft mij aangegrepenH2388.Ik ben gebroken vanwege de breuk der dochter mijns volks; ik ga in het zwart, ontzetting heeft mij aangegrepen.
KJVFor the hurt2of the daughter3of my people4am I hurt;5I am black;6astonishment7hath taken hold
1עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2שֶׁ֥בֶרH7667breuk, verbreking, Breukaffliction, breach, breaking, broken(-footed, -handed), bruise, crashing, destruction, hurt, interpretation, vexation3בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village4עַמִּ֖יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5הָשְׁבָּ֑רְתִּיH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))6קָדַ֕רְתִּיH6937zwart, rouwdragenden, verdonkerdbe black(-ish), be (make) dark(-en), [idiom] heavily, (cause to) mourn7שַׁמָּ֖הH8047verwoesting, ontzetting, schrikastonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing8הֶחֱזִקָֽתְנִיH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand
22Is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester aldaar? Want waarom is de gezondheid der dochter mijns volks niet gerezen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Is er geen balsemH6875 in GileadH1568? Is er geen heelmeesterH7495aldaarH8033? WantH3588 waarom is de gezondheidH724 der dochterH1323 mijns volksH5971 niet gerezenH5927?Is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester aldaar? Want waarom is de gezondheid der dochter mijns volks niet gerezen?
KJVIs there no balm1in Gilead;3is there no physician5there? why then8is not the health12of the daughter13of my people14recovered?
1הַצֳרִי֙H6875balsembalm2אֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)3בְּגִלְעָ֔דH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite4אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet5רֹפֵ֖אH7495genezen, gezond, helencure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה)6אֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)7שָׁ֑םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither8כִּ֗יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9מַדּ֨וּעַ֙H4069waarom?how, wherefore, why10לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11עָֽלְתָ֔הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work12אֲרֻכַ֖תH724gezondheid, betering, genezinghealth, made up, perfected13בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village14עַמִּֽיH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 8:1— Ter zelfder tijd, spreekt de HEERE, zullen zij de beenderen der koningen van Juda, en de beenderen hunner vorsten, en de beenderen der priesteren, en de beenderen der profeten, en de beenderen der inwoners van Jeruzalem, uit hun graven uithalen.Ezechiël 6:5→Ezechiël 37:1→Jeremia 7:32→2 Kronieken 34:4→2 Koningen 23:20→Amos 2:1→2 Koningen 23:16→1 Koningen 13:2→
Jeremia 8:2— En zij zullen ze uitspreiden voor de zon, en voor de maan, en voor het ganse heir des hemels, die zij liefgehad, en die zij gediend, en die zij nagewandeld, en die zij gezocht hebben, en voor dewelke zij zich nedergebogen hebben; zij zullen niet verzameld noch begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn.2 Koningen 23:5→Handelingen 7:42→Jeremia 9:22→Ezechiël 8:16→2 Koningen 21:3→Jeremia 22:19→Deuteronomium 4:19→Sefanja 1:5→
Jeremia 8:3— En de dood zal voor het leven verkoren worden, bij het ganse overblijfsel der overgeblevenen uit dit boze geslacht, in al de plaatsen der overgeblevenen, waar Ik hen henengedreven zal hebben, spreekt de HEERE der heirscharen.Openbaring 9:6→Jeremia 23:8→Job 7:15→Jeremia 29:14→Jeremia 23:3→Deuteronomium 30:1→Daniël 9:7→Deuteronomium 30:4→
Jeremia 8:4— Zeg wijders tot hen: Zo zegt de HEERE: Zal men vallen, en niet weder opstaan? Zal men afkeren, en niet wederkeren?Spreuken 24:16→Hosea 6:1→Micha 7:8→Amos 5:2→Hosea 14:1→Hosea 7:10→Ezechiël 18:23→Jesaja 55:7→
Jeremia 8:5— Waarom keert dan dit volk te Jeruzalem af met een altoosdurende afkering? Zij houden vast aan bedrog, zij weigeren weder te keren.Jeremia 9:6→Zacharia 7:11→Jesaja 30:10→Hosea 11:7→Jesaja 44:20→Jesaja 1:20→Jeremia 5:27→Jeremia 5:3→
Jeremia 8:6— Ik heb geluisterd en toegehoord, zij spreken dat niet recht is, er is niemand, die berouw heeft over zijn boosheid, zeggende: Wat heb ik gedaan? Een ieder keert zich om in zijn loop, gelijk een onbesuisd paard in den strijd.Psalmen 14:2→Job 39:19→Micha 7:2→Maleachi 3:16→Ezechiël 22:30→2 Petrus 3:9→Hagai 1:5→Job 10:2→
Jeremia 8:7— Zelfs een ooievaar aan den hemel weet zijn gezette tijden, en een tortelduif, en kraan, en zwaluw, nemen den tijd hunner aankomst waar; maar Mijn volk weet het recht des HEEREN niet.Jesaja 1:3→Jeremia 5:4→Hooglied 2:12→Spreuken 6:6→Jesaja 5:12→
Jeremia 8:8— Hoe zegt gij dan: Wij zijn wijs en de wet des HEEREN is bij ons! Ziet, waarlijk tevergeefs werkt de valse pen der schriftgeleerden.Romeinen 1:22→Job 5:12→Psalmen 147:19→Jesaja 10:1→Johannes 9:41→Spreuken 17:6→Romeinen 2:17→Job 11:12→
Jeremia 8:9— De wijzen zijn beschaamd, verschrikt en gevangen; ziet, zij hebben des HEEREN woord verworpen, wat wijsheid zouden zij dan hebben?Jeremia 6:15→Jesaja 19:11→Deuteronomium 4:6→Jeremia 6:19→Psalmen 119:98→Job 5:12→Ezechiël 7:26→Jeremia 49:7→
Jeremia 8:10— Daarom zal Ik hun vrouwen aan anderen geven, hun akkers aan andere bezitters; want van den kleinste aan tot den grootste toe pleegt een ieder van hen gierigheid; van den profeet aan tot den priester toe bedrijft een ieder van hen valsheid.Jeremia 6:12→Jesaja 28:7→Jeremia 23:11→Deuteronomium 28:30→Sefanja 1:13→Jesaja 56:10→Ezechiël 33:31→Titus 1:11→
Jeremia 8:11— En zij genezen de breuk van de dochter Mijns volks op het lichtste, zeggende: Vrede, vrede! doch daar is geen vrede.Jeremia 6:14→Klaagliederen 2:14→Jeremia 28:3→1 Koningen 22:13→Jeremia 27:9→Ezechiël 13:10→Micha 2:11→1 Koningen 22:6→
Jeremia 8:12— Zijn zij beschaamd, omdat zij gruwel bedreven hebben? Ja, zij schamen zich in het minste niet, en weten niet schaamrood te worden; daarom zullen zij vallen onder de vallenden; ten tijde hunner bezoeking zullen zij struikelen, zegt de HEERE.Jeremia 3:3→Psalmen 52:7→Jeremia 6:15→Jesaja 3:9→Deuteronomium 32:35→Sefanja 3:5→Psalmen 52:1→Hosea 4:5→
Jeremia 8:13— Ik zal hen voorzeker wegrapen, spreekt de HEERE; er zijn geen druiven aan den wijnstok, en geen vijgen aan den vijgeboom, ja, het blad is afgevallen; en de geboden, die Ik hun gegeven heb, die overtreden zij.Mattheüs 21:19→Joël 1:7→Jesaja 5:4→Jeremia 17:8→Ezechiël 22:19→Joël 1:10→Deuteronomium 28:39→Habakuk 3:17→
Jeremia 8:14— Waarom blijven wij zitten? Verzamelt u, en laat ons ingaan in de vaste steden, en aldaar stilzwijgen; immers heeft ons de HEERE, onze God, doen stilzwijgen, en ons met gallewater gedrenkt, omdat wij tegen den HEERE gezondigd hebben.Jeremia 23:15→Jeremia 9:15→Klaagliederen 3:19→Jeremia 35:11→Deuteronomium 29:18→2 Samuël 20:6→Mattheüs 27:34→Psalmen 69:21→
Jeremia 8:15— Men wacht naar vrede, maar er is niets goeds, naar tijd van genezing, maar ziet, er is verschrikking.Jeremia 14:19→Jeremia 8:11→1 Thessalonicenzen 5:3→Jeremia 4:10→Micha 1:12→
Jeremia 8:16— Van Dan af wordt het gesnuif zijner paarden gehoord; het ganse land beeft van het geluid der briesingen zijner sterken; en zij komen daarhenen, dat zij het land opeten en diens volheid, de stad en die daarin wonen.Richteren 5:22→Richteren 18:29→Jeremia 4:15→Habakuk 3:10→Jeremia 10:25→Jeremia 6:23→1 Korinthe 10:28→Psalmen 24:1→
Jeremia 8:17— Want ziet, Ik zend slangen, basilisken onder ulieden, tegen dewelke geen bezwering is; die zullen u bijten, spreekt de HEERE.Deuteronomium 32:24→Psalmen 58:4→Numeri 21:6→Prediker 10:11→Amos 5:19→Amos 9:3→Jesaja 14:29→Openbaring 9:19→
Jeremia 8:18— Mijn verkwikking is in droefenis; mijn hart is flauw in mij.Jesaja 22:4→Klaagliederen 5:17→Klaagliederen 1:16→Habakuk 3:16→Jeremia 10:19→Job 7:13→Daniël 10:16→Jeremia 6:24→
Jeremia 8:19— Ziet, de stem van het geschrei der dochteren mijns volks is uit zeer verren lande: Is dan de HEERE niet te Sion, is haar koning niet bij haar? Waarom hebben zij Mij vertoornd met hun gesneden beelden, met ijdelheden der vreemden?Jesaja 39:3→Jesaja 13:5→Jeremia 4:30→Jeremia 8:5→Jeremia 4:16→Joël 2:32→Jesaja 1:4→Jeremia 31:6→
Jeremia 8:20— De oogst is voorbijgaande, de zomer is ten einde; nog zijn wij niet verlost.Lukas 19:44→Spreuken 10:5→Hebreeën 3:7→Mattheüs 25:1→Lukas 13:25→
Jeremia 8:21— Ik ben gebroken vanwege de breuk der dochter mijns volks; ik ga in het zwart, ontzetting heeft mij aangegrepen.Jeremia 14:17→Nahum 2:10→Joël 2:6→Jeremia 4:19→Romeinen 9:1→Jeremia 9:1→Psalmen 137:3→Jeremia 17:16→
Jeremia 8:22— Is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester aldaar? Want waarom is de gezondheid der dochter mijns volks niet gerezen?Jeremia 46:11→Genesis 37:25→Jeremia 30:12→Jeremia 51:8→Lukas 8:43→Genesis 43:11→Jesaja 1:5→Lukas 5:31→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 8 vers 1— Ter zelfder tijd, spreekt de HEERE, zullen zij de beenderen der koningen van Juda, en de beenderen hunner vorsten, en de beenderen der priesteren, en de beenderen der profeten, en de beenderen der inwoners van Jeruzalem, uit hun graven uithalen.
zij de beenderen
De Babyloniërs.
Hertaald:zij de beenderen
De Babyloniërs.
Jeremia 8 vers 2— En zij zullen ze uitspreiden voor de zon, en voor de maan, en voor het ganse heir des hemels, die zij liefgehad, en die zij gediend, en die zij nagewandeld, en die zij gezocht hebben, en voor dewelke zij zich nedergebogen hebben; zij zullen niet verzameld noch begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn.
die zij liefgehad,
Zon, maan, enz.
Hertaald:die zij liefgehad,
De zon, de maan, enzovoort.
gezocht
Of, raad gevraagd.
Hertaald:gezocht
Of: raad gevraagd.
zij zullen niet
De voorzegde beenderen.
Hertaald:zij zullen niet
De genoemde beenderen.
aardbodem
Hebreeuws, op het aangezicht der aarde; dat is op het open land.
Hertaald:aardbodem
Hebreeuws: op het aangezicht van de aarde — dat is: in het open veld.
Jeremia 8 vers 3— En de dood zal voor het leven verkoren worden, bij het ganse overblijfsel der overgeblevenen uit dit boze geslacht, in al de plaatsen der overgeblevenen, waar Ik hen henengedreven zal hebben, spreekt de HEERE der heirscharen.
verkoren
Dat is, zij zullen liever wensen dood te zijn dan te leven; vergelijk Openb. 9:6 .
Hertaald:verkoren
Dat is: zij zullen liever dood willen zijn dan leven; vergelijk Openb. 9:6.
heirscharen
Zie 1 Kon. 18:15 .
Hertaald:heirscharen
Zie 1 Kon. 18:15.
Jeremia 8 vers 4— Zeg wijders tot hen: Zo zegt de HEERE: Zal men vallen, en niet weder opstaan? Zal men afkeren, en niet wederkeren?
Zal men vallen,
Hebreeuws, zullen zij; te weten de mensen, alzo in het volgende, zal hij, enz.; dat is, daar is toch niemand zo onzinnig, dat hij niet gaarne weder zou willen opstaan als hij gevallen is, en dat hij niet tot den rechten weg zou willen keren als hij afgedwaald is.
Hertaald:Zal men vallen,
Hebreeuws: zullen zij, namelijk de mensen; zo ook in het vervolg: zal hij, enzovoort. Dat is: er is toch niemand zo onzinnig dat hij niet graag weer zou willen opstaan wanneer hij gevallen is, en dat hij niet naar de rechte weg zou willen terugkeren wanneer hij afgedwaald is.
Jeremia 8 vers 5— Waarom keert dan dit volk te Jeruzalem af met een altoosdurende afkering? Zij houden vast aan bedrog, zij weigeren weder te keren.
altoosdurende
Of, sterke, doordringende, immer voortgaande, oneindelijke, eeuwige; dat is, een uitermate hardnekkige afkering. Van het Hebreeuwse woord, zie Ps. 4:1 , en Ps. 13:2 .
Hertaald:altoosdurende
Of: sterke, doordringende, altijd voortgaande, oneindige, eeuwige — dat is: een buitengewoon hardnekkige afkering. Over het Hebreeuwse woord, zie Ps. 4:1 en Ps. 13:2.
Jeremia 8 vers 6— Ik heb geluisterd en toegehoord, zij spreken dat niet recht is, er is niemand, die berouw heeft over zijn boosheid, zeggende: Wat heb ik gedaan? Een ieder keert zich om in zijn loop, gelijk een onbesuisd paard in den strijd.
onbesuisd paard
Dat jaagt, briest, doorbreekt, en overal doorloopt, gelijk een watervloed, waarvan het Hebreeuwse woord eigenlijk gebruikt wordt; alzo vergelijk ook de Heilige Schrift het briesen van het paard bij een donder; Job 39:22 .
Hertaald:onbesuisd paard
Dat jaagt, briest, doorbreekt en overal doorheen loopt, zoals een watervloed, waarvoor het Hebreeuwse woord eigenlijk gebruikt wordt. Zo vergelijkt de Heilige Schrift het briesen van het paard ook met een donder; Job 39:22.
Jeremia 8 vers 7— Zelfs een ooievaar aan den hemel weet zijn gezette tijden, en een tortelduif, en kraan, en zwaluw, nemen den tijd hunner aankomst waar; maar Mijn volk weet het recht des HEEREN niet.
aan den hemel
Hebreeuws, in den hemel; dat is, in de lucht. Of een ooievaar weet door den hemel; dat is, door de gelegenheid en verandering van lucht. Deze beesten weten door een natuurlijk ingeven, dat zij van God hebben, wat tot hun best dient; vergelijk Jes. 1:3 .
Hertaald:aan den hemel
Hebreeuws: in de hemel — dat is: in de lucht. Of: een ooievaar weet het door de hemel, dat is: door de gesteldheid en de verandering van de lucht. Deze dieren weten door een natuurlijke ingeving die zij van God hebben wat hun het beste dient; vergelijk Jes. 1:3.
recht
Let niet op hetgeen hun van God in zijn woord is voorgeschreven. Anders: oordeel, gericht, hetwelk zij uit alle tekenen behoorden te merken, dat God voorhad over hen te laten gaan zo zij zich niet bekeerden.
Hertaald:recht
Zij letten niet op wat God hun in Zijn Woord voorgeschreven heeft. Anders: oordeel, gericht — dat zij uit alle tekenen hadden moeten opmaken, namelijk dat God van plan was dat over hen te laten komen als zij zich niet bekeerden.
Jeremia 8 vers 8— Hoe zegt gij dan: Wij zijn wijs en de wet des HEEREN is bij ons! Ziet, waarlijk tevergeefs werkt de valse pen der schriftgeleerden.
tevergeefs
Hebreeuws, tot leugen; dat is, tevergeefs; zie 1 Sam. 25:21 ; of tot valsheid, valselijk.
Hertaald:tevergeefs
Hebreeuws: tot leugen — dat is: tevergeefs; zie 1 Sam. 25:21. Of: tot valsheid, valselijk.
schriftgeleerden
Die de wet recht behoorden te verstaan en uit te leggen, gaan om met enkel valsheid, zie Ezra 7:6 . Deze woorden worden verscheidenlijk overgezet, doch het komt al op een uit, te weten dat zij tevergeefs veel schreven van des Heeren wet, dewijl zij alles tot valsheid en leugen misbruikten en in het minst daarnaar niet deden noch anderen leerden doen. Vergelijk Matt. 23:13 ; Luc. 11:52 ; Rom. 2:17 , enz.
Hertaald:schriftgeleerden
Zij die de wet goed zouden moeten verstaan en uitleggen, gaan om met louter valsheid; zie Ezra 7:6. Deze woorden worden verschillend vertaald, maar het komt op hetzelfde neer: dat zij tevergeefs veel over de wet van de HEERE schreven, omdat zij alles tot valsheid en leugen misbruikten en er zelf in het minst niet naar deden en anderen dat ook niet leerden. Vergelijk Matth. 23:13, Luk. 11:52 en Rom. 2:17, enzovoort.
Jeremia 8 vers 9— De wijzen zijn beschaamd, verschrikt en gevangen; ziet, zij hebben des HEEREN woord verworpen, wat wijsheid zouden zij dan hebben?
wijzen
De schriftgeleerden, die zich van wijsheid valselijk beroemen, gelijk in vs.8 gezegd is. Anders: hebben [deze] wijzen [iemand] beschaamd? zijn [de lieden] verschrikt en gevangen geworden? Te weten door hunne bestraffingen, zodat zij zich van de boosheid zouden bekeerd hebben?
Hertaald:wijzen
De schriftgeleerden, die zich ten onrechte op wijsheid beroemen, zoals in vers 8 gezegd is. Anders: hebben deze wijzen iemand beschaamd? Zijn de mensen verschrikt en gevangen geworden, namelijk door hun bestraffingen, zodat zij zich van hun boosheid bekeerd zouden hebben?
wat wijsheid
Hebreeuws, welks [dings] wijsheid.
Hertaald:wat wijsheid
Hebreeuws: wijsheid van welk ding.
Jeremia 8 vers 10— Daarom zal Ik hun vrouwen aan anderen geven, hun akkers aan andere bezitters; want van den kleinste aan tot den grootste toe pleegt een ieder van hen gierigheid; van den profeet aan tot den priester toe bedrijft een ieder van hen valsheid.
den kleinste
Zie dezelfde woorden, die hier en in het volgende tot aan het 13 vs. staan, boven Jer. 6:13-15 ; uitgenomen enige verandering. Zie de aantekening aldaar.
Hertaald:den kleinste
Zie dezelfde woorden, die hier en in het vervolg tot aan vers 13 staan, hierboven in Jer. 6:13-15, op enkele veranderingen na. Zie de aantekening daarbij.
Jeremia 8 vers 12— Zijn zij beschaamd, omdat zij gruwel bedreven hebben? Ja, zij schamen zich in het minste niet, en weten niet schaamrood te worden; daarom zullen zij vallen onder de vallenden; ten tijde hunner bezoeking zullen zij struikelen, zegt de HEERE.
omdat zij gruwel
Of, wanneer zij, enz.
Hertaald:omdat zij gruwel
Of: wanneer zij, enzovoort.
Jeremia 8 vers 13— Ik zal hen voorzeker wegrapen, spreekt de HEERE; er zijn geen druiven aan den wijnstok, en geen vijgen aan den vijgeboom, ja, het blad is afgevallen; en de geboden, die Ik hun gegeven heb, die overtreden zij.
wegrapen,
Van het Hebreeuwse woord, zie Ps. 26:9 . Hebreeuws, verzamelende zal Ik hen verzamelen. Anders: verteren.
Hertaald:wegrapen,
Over het Hebreeuwse woord, zie Ps. 26:9. Hebreeuws: verzamelend zal Ik hen verzamelen. Anders: verteren.
daar zijn geen
Dit kan men alzo verstaan, dat zij gans geen goede werken voortbrachten, ja zelfs geen schijn van die hadden; vergelijk Isa 5 , en Matt. 21:19 ; of, men kan het met anderen nemen voor de toekomstige algemene verwoesting des lands, of dat het tot een voorteken van die tegenwoordiglijk bereids alzo met de landvruchten gesteld was, en wat er nog moet overig zijn, dat de vijand voorts alle zou wegnemen.
Hertaald:daar zijn geen
Men kan dit zo verstaan dat zij helemaal geen goede werken voortbrachten, ja zelfs niet de schijn ervan hadden; vergelijk Jes. 5 en Matth. 21:19. Of men kan het met anderen opvatten van de toekomstige algemene verwoesting van het land. Of zo, dat het als voorteken daarvan op dat moment al zo met de landvruchten gesteld was, en dat de vijand wat er nog over zou zijn verder allemaal zou wegnemen.
en
Of, want.
Hertaald:en
Of: want.
de geboden, die
Anderen: en [de dingen], die Ik hun gegeven heb; [te weten landvruchten en andere gaven] zullen van hen wijken, of voorbijgaan, of, Ik had ze hun wel gegeven, [maar] zij zullen van hen wijken.
Hertaald:de geboden, die
Anderen: en de dingen die Ik hun gegeven heb — namelijk landvruchten en andere gaven — zullen van hen wijken of voorbijgaan. Of: Ik had ze hun wel gegeven, maar zij zullen van hen wijken.
Jeremia 8 vers 14— Waarom blijven wij zitten? Verzamelt u, en laat ons ingaan in de vaste steden, en aldaar stilzwijgen; immers heeft ons de HEERE, onze God, doen stilzwijgen, en ons met gallewater gedrenkt, omdat wij tegen den HEERE gezondigd hebben.
Waarom
Woorden van het benauwde en vluchtende volk.
Hertaald:Waarom
Woorden van het benauwde en vluchtende volk.
vaste steden,
Hebreeuws, steden der vesting.
Hertaald:vaste steden,
Hebreeuws: steden van de vesting.
stilzwijgen;
Wachtende op hulp of verlossing, gelijk sommigen dit nemen, ziende op vs.15, of, opdat wij daar stil mogen zijn.
Hertaald:stilzwijgen;
Terwijl wij op hulp of verlossing wachten, zoals sommigen dit opvatten met het oog op vers 15; of: opdat wij daar stil mogen zijn.
immers
Woorden van den profeet, waarmede hij de woorden van het volk beantwoordt, bespottende [gelijk sommigen verstaan] de ijdele hoop der Joden.
Hertaald:immers
Woorden van de profeet, waarmee hij de woorden van het volk beantwoordt, terwijl hij, zoals sommigen het verstaan, de ijdele hoop van de Joden bespot.
doen stilzwijgen,
Zodat wij niets hebben te zeggen tegen al deze plagen, alsof ons ongelijk geschiedt.
Hertaald:doen stilzwijgen,
Zodat wij niets in te brengen hebben tegen al deze plagen, alsof ons onrecht wordt aangedaan.
gallewater
Dat is, een bittere en dodelijke ellende toegeschikt. Zie Ps. 69:22 ; alzo onder Jer. 9:15 , en Jer. 23:15 .
Hertaald:gallewater
Dat is: een bittere en dodelijke ellende toebedeeld. Zie Ps. 69:22; zo ook hieronder Jer. 9:15 en Jer. 23:15.
Jeremia 8 vers 15— Men wacht naar vrede, maar er is niets goeds, naar tijd van genezing, maar ziet, er is verschrikking.
Men wacht
Of, wij wachten, zij wachten, idem, wacht [vrij] daar toch, enz. als in enen zin.
Hertaald:Men wacht
Of: wij wachten, zij wachten; en ook: wacht maar gerust, enzovoort — het komt op hetzelfde neer.
genezing,
Zie Ps. 30:3 . Deze en dergelijke manieren van spreken worden gesteld tegen anderen, die van breuk, slagen, wonden, enz. vermelden.
Hertaald:genezing,
Zie Ps. 30:3. Deze en dergelijke manieren van spreken staan tegenover andere, die over breuk, slagen, wonden enzovoort spreken.
Jeremia 8 vers 16— Van Dan af wordt het gesnuif zijner paarden gehoord; het ganse land beeft van het geluid der briesingen zijner sterken; en zij komen daarhenen, dat zij het land opeten en diens volheid, de stad en die daarin wonen.
Dan
Zie boven Jer. 4:15 .
Hertaald:Dan
Zie hierboven Jer. 4:15.
zijner paarden
Van den koning van Babel.
Hertaald:zijner paarden
Van de koning van Babel.
sterken;
Dit kan men verstaan van het gejuich der sterke helden van zijn heirleger, of het gebries zijner sterke paarden. Zie Ps. 22:13 , en onder Jer. 47:3 .
Hertaald:sterken;
Dit kan men verstaan van het gejuich van de sterke helden uit zijn leger, of van het gebries van zijn sterke paarden. Zie Ps. 22:13 en hieronder Jer. 47:3.
volheid,
Dat is, al wat er in is, vergelijk Ps. 24:1 , enz.
Hertaald:volheid,
Dat is: alles wat erin is; vergelijk Ps. 24:1, enzovoort.
Jeremia 8 vers 17— Want ziet, Ik zend slangen, basilisken onder ulieden, tegen dewelke geen bezwering is; die zullen u bijten, spreekt de HEERE.
Want ziet,
Woorden des Heeren.
Hertaald:Want ziet,
Woorden van de HEERE.
slangen,
De allerschadelijkste vijanden, de Chaldeën, wier macht en wreedheid gij niet zult kennen afwenden of ontgaan.
Hertaald:slangen,
De allerschadelijkste vijanden, de Chaldeeën, wier macht en wreedheid u niet zult kunnen afwenden of ontgaan.
bezwering is;
Zie Ps. 58:6 .
Hertaald:bezwering is;
Zie Ps. 58:6.
Jeremia 8 vers 18— Mijn verkwikking is in droefenis; mijn hart is flauw in mij.
in droefenis;
Of, met; dat is, als ik mijne natuur verkwikken of versterken zou met kost, drank of slaap, zo overvalt mij de droefenis. Anders: als ik mij wil verkwikken, of versterken tegen droefenis, zo wordt mijn hart, enz. in enen zin. De profeet houdt zich alsof hij de toekomstige ellende van zijn volk voor ogen zag.
Hertaald:in droefenis;
Of: met droefheid — dat is: wanneer ik mijn natuur zou verkwikken of versterken met eten, drinken of slapen, overvalt de droefheid mij. Anders: wanneer ik mij wil verkwikken of versterken tegen de droefheid, dan wordt mijn hart, enzovoort; het komt op hetzelfde neer. De profeet doet alsof hij de toekomstige ellende van zijn volk voor ogen ziet.
Jeremia 8 vers 19— Ziet, de stem van het geschrei der dochteren mijns volks is uit zeer verren lande: Is dan de HEERE niet te Sion, is haar koning niet bij haar? Waarom hebben zij Mij vertoornd met hun gesneden beelden, met ijdelheden der vreemden?
uit zeer
Babel, waar zij heen zouden gevoerd worden. Anders: [zal gehoord worden] vanwege [degenen die] uit verren lande [komen;] te weten de Chaldeën. Hebreeuws alsof men zeide: land der verheden.
Hertaald:uit zeer
Babel, waarheen zij weggevoerd zouden worden. Anders: zal gehoord worden vanwege hen die uit een ver land komen, namelijk de Chaldeeën. In het Hebreeuws staat het alsof men zei: het land van de verten.
is haar koning
Is dan de belofte uit, [mocht iemand zeggen] die Hij van Zion en zijn volk zo dikwijls heeft gedaan?
Hertaald:is haar koning
Is de belofte dan afgelopen — zo zou iemand kunnen zeggen — die Hij over Sion en Zijn volk zo vaak gedaan heeft?
Waarom
Antwoord van God op de voorgaande vraag.
Hertaald:Waarom
Antwoord van God op de voorgaande vraag.
vertoornd
Of, getergd.
Hertaald:vertoornd
Of: getergd.
ijdelheden
Afgoderijen der vreemde heidense volken, of met vreemde goden, zie 2 Kon. 17:15 . Hebreeuws, des vreemden, onbekenden, uitlandsen.
Hertaald:ijdelheden
Afgoderijen van de vreemde, heidense volken, of met vreemde goden; zie 2 Kon. 17:15. Hebreeuws: van de vreemde, onbekende, uitheemse.
Jeremia 8 vers 21— Ik ben gebroken vanwege de breuk der dochter mijns volks; ik ga in het zwart, ontzetting heeft mij aangegrepen.
gebroken
Van hartzeer en innerlijke smart, vergelijk Ps. 51:19 .
Hertaald:gebroken
Van hartzeer en innerlijke smart; vergelijk Ps. 51:19.
de breuk
Zie boven Jer. 4:6 .
Hertaald:de breuk
Zie hierboven Jer. 4:6.
zwart,
Gelijk de rouwdragenden; zie Ps. 35:14 .
Hertaald:zwart,
Zoals de rouwdragenden; zie Ps. 35:14.
Jeremia 8 vers 22— Is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester aldaar? Want waarom is de gezondheid der dochter mijns volks niet gerezen?
balsem
Zie Gen. 37:25 , en onder Jer. 46:11 . Gelijk er menigte van kostelijke specerijen en kruiden in Gilead geweest is, alzo dat men ze ook vandaar in andere landen placht te vervoeren, zo schijnt het dat er ook kloeke geneesheren geweest zijn. Maar deze manieren van spreken duiden sommigen klagenderwijze op de verachting der geestelijke middelen, waardoor zij deze ellenden zouden moeten ontgaan, te weten de ware bekering en navolging van den raad der getrouwe profeten. Anderen verstaan het als ene bespotting der ijdele middelen, door welke het volk tevergeefs dit kwaad poogde te ontgaan, beide in een goeden zin, maar op het eerste past hier zeer wel het begin van Jer 9 .
Hertaald:balsem
Zie Gen. 37:25 en hieronder Jer. 46:11. Zoals er in Gilead een overvloed van kostbare specerijen en kruiden geweest is, zodat men die ook vandaar naar andere landen placht uit te voeren, zo lijkt het dat er ook bekwame geneesheren geweest zijn. Maar sommigen betrekken deze manieren van spreken bij wijze van klacht op de verachting van de geestelijke middelen waardoor zij deze ellende hadden kunnen ontgaan, namelijk de ware bekering en het opvolgen van de raad van de trouwe profeten. Anderen vatten het op als een bespotting van de ijdele middelen waarmee het volk dit kwaad tevergeefs probeerde te ontgaan. Beide opvattingen zijn goed te verdedigen, maar bij de eerste past het begin van Jer. 9 heel goed.
heelmeester
Chirurgijn of medicijnmeester.
Hertaald:heelmeester
Chirurgijn of geneesmeester.
gezondheid
Of, heling.
Hertaald:gezondheid
Of: heling.
gerezen?
Of, waarom heeft zij niet toegenomen; dat is, waarom is mijn volk niet gezond geworden, of geheeld, verbeterd? Zie dezelfde manier van spreken 2 Kron. 24:13 ; Neh. 4:7 , en onder Jer. 30:13 , Jer. 30:17 , met de aantekening.
Hertaald:gerezen?
Of: waarom is zij niet toegenomen — dat is: waarom is mijn volk niet gezond geworden, geheeld, verbeterd? Zie dezelfde manier van spreken in 2 Kron. 24:13, Neh. 4:7 en hieronder Jer. 30:13 en Jer. 30:17, met de aantekening.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De gezette tijden van de trekvogels — een vergelijking met vogels die hun seizoen kennen (Jer. 8:7)
"Zelfs een ooievaar aan den hemel weet zijn gezette tijden, en een tortelduif, en kraan, en zwaluw, nemen den tijd hunner aankomst waar; maar Mijn volk weet het recht des HEEREN niet" (Jer. 8:7). Vier vogels worden bij name genoemd, en van alle vier wordt hetzelfde gezegd: zij weten wanneer het tijd is om te komen.
Bijbelse betekenis: Merk op waarmee vergeleken wordt. Niet met een dier dat sterk is of slim, maar met een trekvogel; wat die kan, is precies één ding: op tijd zijn. Dat is dus geen hoge vorm van kennis, en juist die ontbreekt bij het volk. Dat is dezelfde manier van vergelijken als aan het begin van Jesaja, waar de os zijn bezitter kent (reeds behandeld bij Jes. 1:3). Let vervolgens op wat er precies gemist wordt: het recht des HEEREN. Niet Zijn bestaan en niet Zijn geschiedenis, maar hoe Hij het hebben wil. Let ten slotte op het woord tijd. Een vogel die te laat vertrekt, komt om; de vergelijking heeft dus een scherpe kant. Er is een seizoen om terug te keren, en dat seizoen duurt niet eeuwig.
Typologie: De Heere Jezus verwijt Zijn hoorders hetzelfde gebrek aan tijdsbesef: zij konden het aanschijn van de hemel wel onderscheiden, maar "de tekenen der tijden" niet (Matt. 16:3). En over Jeruzalem zegt Hij dat zij de tijd van haar bezoeking niet gekend heeft (reeds behandeld bij Luk. 19:44).
Jer. 8:7; Jes. 1:3; Matt. 16:3; Luk. 19:44
De balsem in Gilead — een vraag naar geneesmiddel en heelmeester, gesteld over een volk dat niet geneest (Jer. 8:20-22)
Het gedeelte begint met een zin die als een spreekwoord klinkt: "De oogst is voorbijgaande, de zomer is ten einde; nog zijn wij niet verlost" (Jer. 8:20). Dan spreekt de profeet over zichzelf: "Ik ben gebroken vanwege de breuk der dochter mijns volks; ik ga in het zwart, ontzetting heeft mij aangegrepen" (Jer. 8:21). En dan volgen de drie vragen waarom dit gedeelte bekendstaat: "Is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester aldaar? Want waarom is de gezondheid der dochter mijns volks niet gerezen?" (Jer. 8:22). Gilead was bekend om zijn balsem, een hars die als geneesmiddel gebruikt werd.
Bijbelse betekenis: Merk op hoe de drie vragen zich verhouden. De eerste twee worden gesteld alsof het antwoord nee zou kunnen zijn, en juist daarom valt de derde zo zwaar: er ís balsem en er ís een heelmeester, en toch geneest het volk niet. Het ligt dus niet aan het middel. Let vervolgens op Jer. 8:20. Wie de oogst voorbij laat gaan, kan de zomer niet overdoen; dat is de nuchterste manier om te zeggen dat een tijd verstrijken kan. Let ten slotte op de plaats van de profeet zelf. Hij vraagt niet van een afstand maar zegt eerst dat hij gebroken is en in het zwart gaat. Deze vragen komen van iemand die meelijdt, en dat is in dit boek de vaste toon (reeds behandeld bij Jes. 15:5).
Typologie: Het antwoord op deze vraag klinkt in het Evangelie: "Die gezond zijn hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn" (Matt. 9:12). En van de Knecht des HEEREN staat dat door Zijn striemen genezing gekomen is (reeds behandeld bij Jes. 53:5).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
Is er geen balsem in Gilead? — 8:18-22
Jeremia hoort het volk roepen uit een ver land, en het antwoord dat God erop geeft is een tegenvraag over hun beelden. Dan spreekt de profeet over zichzelf, en hij verbergt niets: mijn hart is in mij ziek.
De profeet vraagt niet om uitleg maar om genezing — en hij vraagt het in de vorm van een vraag die niemand hem beantwoordt.
Er staat een zin die zo modern klinkt dat men schrikt: De oogst is voorbijgaande, de zomer is ten einde; nog zijn wij niet verlost. Let op dat eerste woord: de oogst is nog áán het voorbijgaan. Het glijdt weg terwijl zij toekijken, en er is niets gebeurd.
Jeremia's eigen toestand komt daarna: over de breuk der dochter mijns volks ben ik gebroken; ik ga in het zwart, verbaasdheid heeft mij aangegrepen. Hij staat er niet buiten.
En dan de drie vragen waarmee het hoofdstuk eindigt: is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester aldaar? Want waarom is de gezondheid der dochter mijns volks niet gerezen?
De kanttekening legt uit waarom juist Gilead genoemd wordt. Daar was een overvloed van kostbare specerijen en kruiden, zodat men die vandaar naar andere landen placht uit te voeren; en het lijkt dat er ook bekwame geneesheren geweest zijn. Zij verwijst naar Genesis 37, waar de karavaan met specerijen langskomt op het moment dat Jozef verkocht wordt.
De vragen worden niet beantwoord. Dat is met opzet: er ís balsem, en er zijn heelmeesters, en tóch geneest het niet. Het gaat dus niet om een tekort aan middelen maar om een wond die met balsem niet te helen is.
De Schrift trekt hier geen lijn naar Christus, en Jeremia noemt Hem niet. Maar de vraag die hij stelt loopt door zijn hele boek, en hij geeft er zelf elders het antwoord bij: genees mij, HEERE, zo zal ik genezen worden.
En wanneer Christus verwijt krijgt dat Hij met tollenaars en zondaars eet, gebruikt Hij precies dit beeld: die gezond zijn hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Wat in Gilead niet te koop was, blijkt een Persoon te zijn.
Genesis 37:25 — De karavaan uit Gilead met specerijen en balsem.
Jeremia 8:20 — De oogst is voorbijgaande; nog zijn wij niet verlost.
Jeremia 8:22 — Is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester aldaar?
Jeremia 17:14 — Genees mij, HEERE, zo zal ik genezen worden.
Markus 2:17 — Die ziek zijn hebben den medicijnmeester van node.
Jesaja 53:5 — Door Zijn striemen is ons genezing geworden.
In het Nieuwe Testament: Markus 2:17; Jesaja 53:5; Lukas 4:18; Openbaring 22:2
Hoever dit reikt: Niveau 3. Jeremia spreekt hier niet over Christus, en het Nieuwe Testament haalt deze verzen niet aan. De lijn loopt over de vraag zelf: een wond die met de middelen van Gilead niet te helen is.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Jeremia 8:1.KruisverwijzingenEzechiël 6:5→Ezechiël 37:1→Jeremia 7:32→2 Kronieken 34:4→2 Koningen 23:20→Amos 2:1→2 Koningen 23:16→1 Koningen 13:2→ — Ter zelfder tijd, spreekt de HEERE, zullen zij de beenderen der koningen van Juda, en de beenderen hunner vorsten, en de beenderen der priesteren, en de beenderen der profeten, en de beenderen der inwoners van Jeruzalem, uit hun graven uithalen. De profeet Jeremia moest verschrikkelijke oordelen aanzeggen over het schuldige volk. Zij waren vaak gewaarschuwd, maar zij waren ten laatste alle verdraagzaamheid voorbijgegaan en stonden op het punt door de Chaldeën verwoest te worden. Hier hebben wij het beeld van Juda en Jeruzalem, overvallen door de Chaldeën en de Babyloniërs, kort voordat de stad volkomen verwoest werd.
Het was een heel gewone gewoonte schatten met de lichamen van koningen te begraven. Wanneer een land dus door vreemde vijanden overvallen werd, braken zij de graven open en zochten naar verborgen kostbaarheden. En wanneer die vijand de lijken uit de graven sleepte en de beenderen naar de vier winden van de hemel verstrooide, was dat een teken van bijzondere afschuw en van zijn woede tegen het volk. Hier werd voorzegd dat die schennis niet alleen de beenderen van de koningen zou treffen, in wier graven de grootste schat te verwachten was. Ook de beenderen van vorsten, priesters, profeten en volk zouden alle op gelijke wijze naar buiten gebracht worden.
Jeremia 8:2.Kruisverwijzingen2 Koningen 23:5→Handelingen 7:42→Jeremia 9:22→Ezechiël 8:16→2 Koningen 21:3→Jeremia 22:19→Deuteronomium 4:19→Sefanja 1:5→ — En zij zullen ze uitspreiden voor de zon, en voor de maan, en voor het ganse heir des hemels, die zij liefgehad, en die zij gediend, en die zij nagewandeld, en die zij gezocht hebben, en voor dewelke zij zich nedergebogen hebben; zij zullen niet verzameld noch begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn. Wat een treffend en passend oordeel was dat! Omdat zij de zon gediend hadden, zou juist die zon hun beenderen drogen. Omdat zij de maan gediend hadden, zouden de stralen van die maan op hun overblijfselen vallen; en de sterren die zij vereerd hadden, zouden hen evenzeer niet kunnen helpen.
Jeremia 8:3.KruisverwijzingenOpenbaring 9:6→Jeremia 23:8→Job 7:15→Jeremia 29:14→Jeremia 23:3→Deuteronomium 30:1→Daniël 9:7→Deuteronomium 30:4→ — En de dood zal voor het leven verkoren worden, bij het ganse overblijfsel der overgeblevenen uit dit boze geslacht, in al de plaatsen der overgeblevenen, waar Ik hen henengedreven zal hebben, spreekt de HEERE der heirscharen. Er wachtte een strenge behandeling op de doden; maar met de levenden zou het erger zijn, want de Chaldeën waren sterk, wreed en buitengewoon vindingrijk in de pijnigingen die zij hun gevangenen aandeden. Het was een ontzettende zaak in zulke tijden te leven, en het is altijd verschrikkelijk te leven wanneer Gods oordelen op de aarde rondgaan en de zondaars in hun zonde verhard zijn.
Jeremia 8:4-5.KruisverwijzingenJeremia 9:6→Spreuken 24:16→Hosea 6:1→Micha 7:8→Zacharia 7:11→Amos 5:2→Hosea 14:1→Hosea 7:10→ — Zeg wijders tot hen: Zo zegt de HEERE: Zal men vallen, en niet weder opstaan? Zal men afkeren, en niet wederkeren? Waarom keert dan dit volk te Jeruzalem af met een altoosdurende afkering? Zij houden vast aan bedrog, zij weigeren weder te keren. Volharding in de zonde is een grote verzwaring ervan. Er zijn er die in zonde vallen maar door Gods genade er weer uit opgericht worden; zij keren zich van de ongerechtigheid af en worden in Gods gunst hersteld. Waar ware genade in het hart is, waar geestelijk leven is, daar zal vroeg of laat herstelling volgen. Maar er zijn anderen, zoals het volk van Jeruzalem, die “met een gestadige afkering” afkerig geworden zijn. Dag na dag worden zij uitzinniger in hun boosheid.
Jeremia 8:6.KruisverwijzingenPsalmen 14:2→Job 39:19→Micha 7:2→Maleachi 3:16→Ezechiël 22:30→2 Petrus 3:9→Hagai 1:5→Job 10:2→ — Ik heb geluisterd en toegehoord, zij spreken dat niet recht is, er is niemand, die berouw heeft over zijn boosheid, zeggende: Wat heb ik gedaan? Een ieder keert zich om in zijn loop, gelijk een onbesuisd paard in den strijd. God luisterde; Hij wachtte om genadig te zijn; Hij verlangde ernaar één boetvaardige roep te horen en één traan van echte bekering te zien. Maar zoals het strijdros begerig is naar het gevecht en bij het eerste geschal van de bazuin de kern van de strijd in wil stormen, zo deden deze goddeloze mensen. In plaats van zich tot God te keren, keerden zij zich des te vertwijfelder tot de zonde.
Jeremia 8:7.KruisverwijzingenJesaja 1:3→Jeremia 5:4→Hooglied 2:12→Spreuken 6:6→Jesaja 5:12→ — Zelfs een ooievaar aan den hemel weet zijn gezette tijden, en een tortelduif, en kraan, en zwaluw, nemen den tijd hunner aankomst waar; maar Mijn volk weet het recht des HEEREN niet. Wanneer Gods oordelen ondervonden worden, is het hoog tijd zich te bekeren. Maar deze mensen dachten daar niet aan; zij waren nog niet half zo verstandig als de trekvogels, die komen en gaan zoals de jaargetijden hen leiden.
Jeremia 8:8.KruisverwijzingenRomeinen 1:22→Job 5:12→Psalmen 147:19→Jesaja 10:1→Johannes 9:41→Spreuken 17:6→Romeinen 2:17→Job 11:12→ — Hoe zegt gij dan: Wij zijn wijs en de wet des HEEREN is bij ons! Ziet, waarlijk tevergeefs werkt de valse pen der schriftgeleerden. Wat? Spreken zíj zo, de mensen die Gods oordelen niet kennen en er niet op letten? Ach ja! Sommigen van de goddelooste onder hen hebben een zogenaamde godsdienst waarop zij zich nog altijd beroemen. Hun handen zijn rood van bloed, en toch houden zij een Bijbel bij de hand. Zij zeggen: “Wij zijn wijs, en de wet des HEEREN is bij ons”, en dat de hele tijd terwijl zij tegen de HEERE en Zijn wet zondigen.
De schrijvers vermenigvuldigden afschriften van de wet, en sommigen van juist deze mensen, die het meest in schuld verhard waren, bezaten een exemplaar. Maar God zegt: “zie, waarlijk tevergeefs heeft hij die gemaakt, tevergeefs is de pen der schrijvers.” Ook onze eigen Bijbelgenootschappen mogen bij miljoenen Bijbels blijven drukken. Maar zolang mensen niet gehoorzamen aan wat de Bijbel leert, zal het werk van de drukpers, evenals dat van de afschrijver, tevergeefs zijn. Wij hebben meer nodig dan de letter van het Woord, hoe kostbaar die ook is. Wij moeten in geest en in waarheid kennen wat de Geest door de letter leert, en het ook doen. God geve dat zelfs onze Bijbels niet tegen ons opstaan in het gericht.
Jeremia 8:9.KruisverwijzingenJeremia 6:15→Jesaja 19:11→Deuteronomium 4:6→Jeremia 6:19→Psalmen 119:98→Job 5:12→Ezechiël 7:26→Jeremia 49:7→ — De wijzen zijn beschaamd, verschrikt en gevangen; ziet, zij hebben des HEEREN woord verworpen, wat wijsheid zouden zij dan hebben? Zie Gods oordeel over een mens die wijs is in zijn eigen ogen. U hoort af en toe van de een of andere wonderlijk geleerde, wijsgerige, wetenschappelijke man, en veel mensen zijn bevreesd omdat hij een ongelovige is. Hij bezit de ware wijsheid niet. Gods beschrijving van zo’n mens is deze: “De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God.”
Jeremia 8:10-11.KruisverwijzingenJeremia 6:12→Jeremia 6:14→Jesaja 28:7→Jeremia 23:11→Deuteronomium 28:30→Sefanja 1:13→Jesaja 56:10→Ezechiël 33:31→ — Daarom zal Ik hun vrouwen aan anderen geven, hun akkers aan andere bezitters; want van den kleinste aan tot den grootste toe pleegt een ieder van hen gierigheid; van den profeet aan tot den priester toe bedrijft een ieder van hen valsheid. En zij genezen de breuk van de dochter Mijns volks op het lichtste, zeggende: Vrede, vrede! doch daar is geen vrede. Het is een vreselijke zaak wanneer zij die het volk behoorden te waarschuwen, het enkel vleien; wanneer zij, in plaats van scherpe, strenge, eerlijke, getrouwe woorden te spreken, roepen: “Vrede, vrede! terwijl er geen vrede is.” Zulke valse leraars zeggen: “Maak u niet ongerust; alles komt ten laatste wel goed. U mag leven zoals u wilt, want er is geen hierna dat u behoeft te verontrusten; in een andere staat kunt u nog rechtgezet worden” — wat Gods Woord ook verklaart over de straf van de onboetvaardigen. Er leven veel te veel van deze zoetgevooisde bedriegers. God verlosse dit land van hen, opdat zij geen oorzaak van oordeel over het volk worden!
Jeremia 8:12.KruisverwijzingenJeremia 3:3→Psalmen 52:7→Jeremia 6:15→Jesaja 3:9→Deuteronomium 32:35→Sefanja 3:5→Psalmen 52:1→Hosea 4:5→ — Zijn zij beschaamd, omdat zij gruwel bedreven hebben? Ja, zij schamen zich in het minste niet, en weten niet schaamrood te worden; daarom zullen zij vallen onder de vallenden; ten tijde hunner bezoeking zullen zij struikelen, zegt de HEERE. Zij waren zo ver gegaan dat zij niet meer blozen konden. Het is een vreselijke zaak wanneer een mens het besef van schaamte zelf verloren heeft; waar dat het geval is, zal geen bekering zijn.
Jeremia 8:13.KruisverwijzingenMattheüs 21:19→Joël 1:7→Jesaja 5:4→Jeremia 17:8→Ezechiël 22:19→Joël 1:10→Deuteronomium 28:39→Habakuk 3:17→ — Ik zal hen voorzeker wegrapen, spreekt de HEERE; er zijn geen druiven aan den wijnstok, en geen vijgen aan den vijgeboom, ja, het blad is afgevallen; en de geboden, die Ik hun gegeven heb, die overtreden zij. Zij wilden de Gever niet erkennen, en daarom zou de gave hun ontnomen worden. Nu beginnen de mensen die in de dorpen van het land wonen bevreesd te worden om de Chaldeën.
Jeremia 8:14-16.KruisverwijzingenJeremia 23:15→Jeremia 9:15→Jeremia 14:19→Klaagliederen 3:19→Jeremia 35:11→Richteren 5:22→Deuteronomium 29:18→2 Samuël 20:6→ — Waarom blijven wij zitten? Verzamelt u, en laat ons ingaan in de vaste steden, en aldaar stilzwijgen; immers heeft ons de HEERE, onze God, doen stilzwijgen, en ons met gallewater gedrenkt, omdat wij tegen den HEERE gezondigd hebben. Men wacht naar vrede, maar er is niets goeds, naar tijd van genezing, maar ziet, er is verschrikking. Van Dan af wordt het gesnuif zijner paarden gehoord; het ganse land beeft van het geluid der briesingen zijner sterken; en zij komen daarhenen, dat zij het land opeten en diens volheid, de stad en die daarin wonen. Dan was de noordelijkste stam, grenzend aan Fenikië; en nadat Nebukadnezar de Feniciers overwonnen had, begon hij door het gebied van Dan te trekken. De machtige paarden van de Chaldeën zijn te zien op de platen die de heer Layard heeft meegebracht; zij vormen een zeer opvallend deel van de Chaldese krijgsmacht. Zo beeldt de dichter-profeet ze af als gehoord tot van Dan af helemaal tot Jeruzalem, zo verschrikkelijk was hun gesnuif. Dit is natuurlijk de beeldspraak van de poëzie, maar er lag een verschrikkelijke werkelijkheid achter.
Jeremia 8:17.KruisverwijzingenDeuteronomium 32:24→Psalmen 58:4→Numeri 21:6→Prediker 10:11→Amos 5:19→Amos 9:3→Jesaja 14:29→Openbaring 9:19→ — Want ziet, Ik zend slangen, basilisken onder ulieden, tegen dewelke geen bezwering is; die zullen u bijten, spreekt de HEERE. Zo waren de Chaldeën: listig als slangen, vol van het venijn van de wreedheid waar zij ook kwamen. Er was geen middel om hen te bezweren zoals men een slang bezweren kan. Zij kwamen op een dodelijke boodschap, en zij volbrachten die grondig.
Jeremia 8:18-21.KruisverwijzingenJeremia 14:17→Jesaja 39:3→Nahum 2:10→Joël 2:6→Jesaja 22:4→Klaagliederen 5:17→Klaagliederen 1:16→Jesaja 13:5→ — Mijn verkwikking is in droefenis; mijn hart is flauw in mij. Ziet, de stem van het geschrei der dochteren mijns volks is uit zeer verren lande: Is dan de HEERE niet te Sion, is haar koning niet bij haar? Waarom hebben zij Mij vertoornd met hun gesneden beelden, met ijdelheden der vreemden? De oogst is voorbijgaande, de zomer is ten einde; nog zijn wij niet verlost. Ik ben gebroken vanwege de breuk der dochter mijns volks; ik ga in het zwart, ontzetting heeft mij aangegrepen. De wenende profeet treurt over de verwoesting van zijn land, in woorden die om hun verheven medegevoel en aandoening zelden overtroffen zijn.
Jeremia 8:22.KruisverwijzingenJeremia 46:11→Genesis 37:25→Jeremia 30:12→Jeremia 51:8→Lukas 8:43→Genesis 43:11→Jesaja 1:5→Lukas 5:31→ — Is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester aldaar? Want waarom is de gezondheid der dochter mijns volks niet gerezen? “Is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester aldaar?” Nee, er is er geen. Er ís balsem in Christus, en er is een Heelmeester die eens aan het kruis van Golgotha gehangen heeft; maar in Gilead is geen balsem en geen heelmeester.
KruisverwijzingenEzechiël 6:5→Ezechiël 37:1→Jeremia 7:32→2 Kronieken 34:4→2 Koningen 23:20→Amos 2:1→2 Koningen 23:16→1 Koningen 13:2→— Ter zelfder tijd, spreekt de HEERE, zullen zij de beenderen der koningen van Juda, en de beenderen hunner vorsten, en de beenderen der priesteren, en de beenderen der profeten, en de beenderen der inwoners van Jeruzalem, uit hun graven uithalen.
Terzelver tijd, waarvan in 7:32 vv. sprake was, spreekt de HEERE, zullen zij de beenderen der koningen van Juda1), op wie het in vs. 2 gezegde doelt, en die aanstonds buiten de graven der koningen (1 Kon. 2:10) gebleven zijn (2 Kron. 28:27. 2 Kon. 21, 18 en 26 de beenderen hunner vorsten, die door bozen invloed hen op ‘t dwaalspoor hebben geleid (2 Kon. 21:9), en de beenderen der priesteren, en de beenderen der profeten, die beide deze gruwelen hebben ondersteund (Hoofdst. 6:13 vv.), en de beenderen der inwoners van Jeruzalem, die Mijne stem niet wilden gehoorzamen (Hoofdst. 6:16 vv.), uit hun graven uithalen, zo als Josia met de beenderen der priesters van Bethels hoogte gedaan heeft (2 Kon. 20:16). De Chaldeën zijn bij hun wreedheid door ene geheime besturing en macht Gods geleid, om Gods wil aan de goddelozen te volvoeren. (J. LANGE). De graven der vromen bleven veilig; want op Davids graf beroept zich nog Petrus in Hand. 2:29.
Kruisverwijzingen2 Koningen 23:5→Handelingen 7:42→Jeremia 9:22→Ezechiël 8:16→2 Koningen 21:3→Jeremia 22:19→Deuteronomium 4:19→Sefanja 1:5→— En zij zullen ze uitspreiden voor de zon, en voor de maan, en voor het ganse heir des hemels, die zij liefgehad, en die zij gediend, en die zij nagewandeld, en die zij gezocht hebben, en voor dewelke zij zich nedergebogen hebben; zij zullen niet verzameld noch begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn.
En zij, die Mijne gerechtigheid aan de beenderen van al deze afgodendienaars hebben voltrokken, zullen ze uitspreiden voor de zon en voor de maan, en voor het ganse heir des hemels, die zij, de afgodendienaars, in verachting van Mijn woord (Deut. 4:19 vv. 17:3) lief gehad, en die zij a) gediend, en die zij nagewandeld, en die zij gezocht hebben, en voor welke zij zich nedergebogen hebben (2 Kon. 22:11 vv. zo verstrooide beenderen, zullen niet verzameld, noch later op eerlijke wijze begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn 1) (2 (Sam. 22:43. 1 Kon. 14:10. 2 Kon. 9:37).
Jer. 7:18; 19:13.
Over degenen, die reeds dood zijn, zal de dood als in nieuwe gedaante komen; de beenderen der begravenen zullen namelijk worden opgegraven, en, uitgestrooid in ‘t aangezicht der sterren, hun machteloze goden, tot stinkende mest worden. Men lette op de ironie: machteloos zien de sterren op de beenderen hunner vereerders, terwijl deze hun stank tot hen doen opwaarts rijzen. Bij de Oosterse volken, en wel bij de afgodische, was het de gewoonte, om de doden met veel kostbaarheden te begraven. Vandaar dat bij inname der steden de vijanden ook de graven openden, om de kostbaarheden te roven. Dit zou ook geschieden door de Chaldeën, daardoor zouden zij deze profetie vervullen. Schrikkelijk zou derhalve de belegering en verwoesting zijn. Zelfs de doden zouden niet met rust gelaten worden in hun graven; de smaad der wegwerping van hun beenderen zou hun te beurt vallen.
KruisverwijzingenOpenbaring 9:6→Jeremia 23:8→Job 7:15→Jeremia 29:14→Jeremia 23:3→Deuteronomium 30:1→Daniël 9:7→Deuteronomium 30:4→— En de dood zal voor het leven verkoren worden, bij het ganse overblijfsel der overgeblevenen uit dit boze geslacht, in al de plaatsen der overgeblevenen, waar Ik hen henengedreven zal hebben, spreekt de HEERE der heirscharen.
En de dood zal voor het leven verkozen worden van wege den smaad en de ellende, waaronder men moet zuchten (Lev. 26:17; 26:39) bij het ganse overblijfsel der overgeblevenen uit dit boze geslacht, die bij het moorden (Hoofdst. 7:32) zijn gespaard en nu in ballingschap zijn weggevoerd (2 Kon. 25:5 vv. 11 vv.), in al de plaatsen der overgeblevenen, waar Ik hen heengedreven zal hebben, spreekt de HEERE der heirscharen. 4. DE ONBOETVAARDIGE JODEN WORDEN MET DEN INVAL DER CHALDEEN BEDREIGD.
II. Vs. 4-11.KruisverwijzingenJesaja 1:3→Jeremia 9:6→Jeremia 6:12→Spreuken 24:16→Hosea 6:1→Micha 7:8→Zacharia 7:11→Psalmen 14:2→ — Zeg wijders tot hen: Zo zegt de HEERE: Zal men vallen, en niet weder opstaan? Zal men afkeren, en niet wederkeren? Waarom keert dan dit volk te Jeruzalem af met een altoosdurende afkering? Zij houden vast aan bedrog, zij weigeren weder te keren. Ik heb geluisterd en toegehoord, zij spreken dat niet recht is, er is niemand, die berouw heeft over zijn boosheid, zeggende: Wat heb ik gedaan? Een ieder keert zich om in zijn loop, gelijk een onbesuisd paard in den strijd. Zelfs een ooievaar aan den hemel weet zijn gezette tijden, en een tortelduif, en kraan, en zwaluw, nemen den tijd hunner aankomst waar; maar Mijn volk weet het recht des HEEREN niet. Hoe zegt gij dan: Wij zijn wijs en de wet des HEEREN is bij ons! Ziet, waarlijk tevergeefs werkt de valse pen der schriftgeleerden. De wijzen zijn beschaamd, verschrikt en gevangen; ziet, zij hebben des HEEREN woord verworpen, wat wijsheid zouden zij dan hebben? Daarom zal Ik hun vrouwen aan anderen geven, hun akkers aan andere bezitters; want van den kleinste aan tot den grootste toe pleegt een ieder van hen gierigheid; van den profeet aan tot den priester toe bedrijft een ieder van hen valsheid. En zij genezen de breuk van de dochter Mijns volks op het lichtste, zeggende: Vrede, vrede! doch daar is geen vrede. Hoofdst. 9:1 Met ongehoorde hardnekkigheid volhardt het volk op den eenmaal ingeslagen verkeerden weg. Het wil niet inzien, dat die weg een verkeerde is, maar beweert op den waren, in de Schrift geboden weg te zijn, daar het zich door valse Schriftgeleerden laat bedriegen. Daarom moeten ook zulke leraars te schande worden, en zullen zij door het gericht op den dag der vergelding het hardst worden getroffen. Nu staat deze dag der bezoeking met al zijne verschrikkingen en angsten, met al zijne gevolgen en voorspellingen van ene latere nog zwaardere straf, den Profeet zo helder en duidelijk voor de ziel, dat hij zijnen toehoorders voor de ogen kan schilderen wat hen wacht, maar ook in diep medelijden over het ondraaglijk wee en den hopelozen jammer van zijn volk in smartelijke klachten uitbreekt.
KruisverwijzingenSpreuken 24:16→Hosea 6:1→Micha 7:8→Amos 5:2→Hosea 14:1→Hosea 7:10→Ezechiël 18:23→Jesaja 55:7→— Zeg wijders tot hen: Zo zegt de HEERE: Zal men vallen, en niet weder opstaan? Zal men afkeren, en niet wederkeren?
Zeg wijders tot hen, om nog alles te beproeven, ten einde hen tot nadenken te brengen voordat de gedreigde tijd van verschrikking komt, hoewel Ik u gezegd heb, dat zij u toch niet zullen horen (Hoofdst. 7:27): Zo zegt de HEERE: Zal men in het dagelijks leven vallen en niet weer opstaan? Zal men afkeren op ene verkeerde straat, en niet wederkeren op den rechten weg?
KruisverwijzingenJeremia 9:6→Zacharia 7:11→Jesaja 30:10→Hosea 11:7→Jesaja 44:20→Jesaja 1:20→Jeremia 5:27→Jeremia 5:3→— Waarom keert dan dit volk te Jeruzalem af met een altoosdurende afkering? Zij houden vast aan bedrog, zij weigeren weder te keren.
Waarom keert dan daar het in geestelijke zaken toch oneindig gevaarlijker is op enen verkeerden weg gekomen te zijn, dit volk te Jeruzalem af, met ene altoosdurende afkering? Zij houden vast aan bedrog, aan hunnen valsen godsdienst; zij weigeren weer te keren 1) hoewel Ik den enen Profeet na den anderen tot hen zend, om hen terecht te brengen.
In deze woorden is opzettelijke tegenstand tegen de opwekking tot bekering uitgesproken, die dan begint, wanneer God sterk bij ons aandringt, en waarvan in den grond der zaak de bedoeling is: wij willen omkomen; wij willen ons niet laten bekeren.
KruisverwijzingenPsalmen 14:2→Job 39:19→Micha 7:2→Maleachi 3:16→Ezechiël 22:30→2 Petrus 3:9→Hagai 1:5→Job 10:2→— Ik heb geluisterd en toegehoord, zij spreken dat niet recht is, er is niemand, die berouw heeft over zijn boosheid, zeggende: Wat heb ik gedaan? Een ieder keert zich om in zijn loop, gelijk een onbesuisd paard in den strijd.
Ik heb geluisterd en toebehoord, al hun spreken en handelen gadegeslagen, en moet getuigen: zij spreken dat niet recht is, maar onwaarheid, leugen; zo versterkt de een den ander in het kwaad. Er is niemand, die berouw heeft over zijne boosheid zodat hij er aan zou denken, zich daarvan af te keren, zeggende: Wat heb Ik gedaan, om mij zo moedwillig in het verderf te storten? Een ieder keert zich om in zijnen loop1), gaat de eenmaal ingeslagene verkeerde richting in, die hem ten laatste aan den afgrond des verderfs brengt; gelijk een onbesuisd paard in den strijd, zonder aan enig gevaar te denken (Job 39:19 vv.), jagen zij in dolle drift op den zondeweg voort.
In plaats van zich te bezinnen, berouw te gevoelen, gaan zij voort op hun boze loopbaan (Hoofdst. 23:10) even als zij begonnen zijn, zonder ophouden, even als paarden der ruiterij bij den aanval in den slag. Zij denken òf dat hun leven, hun handel en wandel, hun doen en laten reeds zo goed zijn, dat er gene verbetering nodig is, òf hun zonden hebben niets te betekenen. Zij zondigen steeds voort op genade, even als kwade schuldenaars altijd laten opschrijven en er niet aan denken, wat het einde zal zijn. In het Hebr. Kullah schaab bimroetsatham. Beter: Zij allen keren weer tot hun loop, d. w. z. : zij allen zetten hun boze plannen voort, zodat zij volstrekt geen berouw hebben over hun zonden. Vandaar dat de Profeet ook het beeld gebruikt van het paard, hetwelk onbesuisd, zonder enig gevaar te duchten zich in den strijd werpt.
KruisverwijzingenJesaja 1:3→Jeremia 5:4→Hooglied 2:12→Spreuken 6:6→Jesaja 5:12→— Zelfs een ooievaar aan den hemel weet zijn gezette tijden, en een tortelduif, en kraan, en zwaluw, nemen den tijd hunner aankomst waar; maar Mijn volk weet het recht des HEEREN niet.
Zelfs een ooievaar aan den hemel weet zijne gezette tijden, en trekt heen en komt weer ter juister tijd, en ene tortelduif, die in het Oosten eveneens tot de trekvogels behoort (Hoogl. 2:12), en kraan en zwaluw nemen den tijd hunner aankomst waar; maar Mijn volk a) weet het recht des HEEREN niet (Jes. 1:3), hoewel in Mijn woord zo bepaald en duidelijk gezegd is, wat goed en nuttig is (Micha 6:8).
Jer. 5:4, 5. God slaat voor ons het boek der natuur open, niet alleen, opdat wij daaruit Zijne wijsheid en almacht zouden leren kennen, maar ook, opdat wij daaruit goede lessen zouden trekken tot onze verbetering. Wanneer wij vele voorbeelden in de natuur aanzien, zo moeten wij ons met reden schamen, dat de redeloze schepselen zo gewillig en gehoorzaam zijn, en doen, waartoe zij zijn geschapen; maar wij mensen, die toch naar Zijn evenbeeld zijn geschapen, zijn zo weerspannig, oproerig en ongehoorzaam. Dat zal zeker, indien er gene verandering komt, een duivels boog einde nemen. Dit wijst aan de grote domheid der Joden, die minder verstand schenen te hebben dan de vogelen des hemels, wijl zij niet kenden den zomer van voorspoed, om goed gebruik te maken van de Goddelijke gunstbewijzen. noch den winter van tegenspoed, om den toorn Gods, die hen boven het hoofd hing, af te keren en te voorkomen (Jes. 5:12. Luk 19:42, 44). Zij wisten niet den tijd der bekering, om hunnen vrede met God te maken, in welk opzicht zij ook vergeleken zijn bij de beesten des velds (Jes. 1:3). Een dergelijk verwijt doet de Zaligmaker aan de Farizeën (Matth. 16:2, 3).
KruisverwijzingenRomeinen 1:22→Job 5:12→Psalmen 147:19→Jesaja 10:1→Johannes 9:41→Spreuken 17:6→Romeinen 2:17→Job 11:12→— Hoe zegt gij dan: Wij zijn wijs en de wet des HEEREN is bij ons! Ziet, waarlijk tevergeefs werkt de valse pen der schriftgeleerden.
Hoe zegt gij dan, alsof Ik u ten onrechte beschuldigde: Wij zijn wijs en de wet des HEEREN is bij ons; 1) onze Schriftgeleerden leggen ons die uit, en naar die uitlegging richten wij ons leven? Ziet, waarlijk te vergeefs werkt de valse pen der schriftgeleerden 2) (Hoofdst. 7:8).
Vanwege dat niet-achten van de rechten des Heeren, pochen zij te vergeefs op de kennis en het onderwijs van de wet Gods. Zij, die zeiden, wij zijn wijs enz. zijn hoofdzakelijk de Priesters en de valse profeten. Onder de wijsheid waarop deze leiders zich beroepen, is, zoals het volgende lid van dit vers aangeeft, de kennis van de wet te verstaan. Zij pochten op het bezit van de Wet, waaruit zij meenden hun wijsheid geput te hebben. Dat de geschrevene Wet bedoeld is, leert de tweede helft van het vers. De wet is bij ons, is niet bloot van het uiterlijk bezit te verstaan, maar bevat tegelijk het innerlijke bezit, de toegeëigende kennis, het inwendig bezit van de Wet. De wet des Heeren in de vijf boeken van Mozes, geeft niet enkel aanwijzing, omtrent de verhouding van den mens tegenover God, maar ook onderwijzing omtrent de verhouding Gods tegenover Zijn volk. De kennis van deze wet bevat levenswijsheid, zodat men weet hoe God te vereren en Zijne genade te verwerven, Zijn toorn te stillen is.
In Jeremia’s woord ligt opgesloten, dat er toen reeds een geschrijf plaats had, dat werd uitgegeven voor wet Gods, voor van God uitgaande onderwijzing, maar niet met waarheid. Want wat zij als in Jehova’s naam zeker ook met beroep op de wet schreven, was menschenverzinsel en leugen. Of: Tot leugen maakt het de valse pen of griffel der Schriftgeleerden. Deze Schriftgeleerden zijn hier inzonderheid de Priesters, wier roeping het was om het volk in de Wet te onderwijzen. In plaats van nu waarlijk het volk te zeggen wat de wet eist, waren zij heengegaan om de wet in overeenstemming te brengen met hun valse, leugenachtige redeneringen. Uit de Wet trachtten zij hun ongerechtigheid goed te praten.
KruisverwijzingenJeremia 6:15→Jesaja 19:11→Deuteronomium 4:6→Jeremia 6:19→Psalmen 119:98→Job 5:12→Ezechiël 7:26→Jeremia 49:7→— De wijzen zijn beschaamd, verschrikt en gevangen; ziet, zij hebben des HEEREN woord verworpen, wat wijsheid zouden zij dan hebben?
Het moest vóór alles openbaar worden, dat het niets dan leugen was, wat zij u hebben gezegd. De wijzen zijn beschaamd, als hetgeen Mijne profeten gezegd hebben geschiedt; zij zijn verschrikt en gevangen, daar zij radeloos staan met hun ingebeelde wijsheid, en even als de eersten door de straf worden getroffen (2 Kon. 24:14 vv.). Ziet, zij hebben des HEEREN woord verworpen voor zichzelven, en nu is het hun belang, dat ook anderen niet tot kennis der waarheid komen (Matth. 23:13), wat wijsheid zouden zij dan hebben? Hoe kunnen zij zeggen wijs te wezen, daar zij niet bezitten de vreze des Heeren, die het beginsel der wijsheid is (Spr. 1:7), daar zij in het geheel gene achting hebben voor Gods woord, om het te brengen tot ene heilige betrachting, waarin de bron van alle wijsheid bestaat (Deut. 4:6. Ps. 19:8. 2 Tim. 3:15 Zij geven zich voor goede zielenartsen uit en willen de wonden van anderen met woorden (van eigene wijsheid) helen, terwijl zij toch zelf uit vele wonden van eigene schanddaden bloeden.
KruisverwijzingenJeremia 6:12→Jesaja 28:7→Jeremia 23:11→Deuteronomium 28:30→Sefanja 1:13→Jesaja 56:10→Ezechiël 33:31→Titus 1:11→— Daarom zal Ik hun vrouwen aan anderen geven, hun akkers aan andere bezitters; want van den kleinste aan tot den grootste toe pleegt een ieder van hen gierigheid; van den profeet aan tot den priester toe bedrijft een ieder van hen valsheid.
Daarom zal Ik, gelijk reeds in Hoofdst. 6:12-15 gezegd is, hun vrouwen als slavinnen aan anderen geven, hun akkers aan andere bezitters; want van den kleinste aan tot den grootste toe
pleegt een ieder van hen gierigheid, zij zijn vol van winstbejag. Van den Profeet aan tot den priester toe bedrijft een ieder van hen valsheid door leugenachtige uitlegging, van Mijn woord.
Jes. 56:11.
KruisverwijzingenJeremia 6:14→Klaagliederen 2:14→Jeremia 28:3→1 Koningen 22:13→Jeremia 27:9→Ezechiël 13:10→Micha 2:11→1 Koningen 22:6→— En zij genezen de breuk van de dochter Mijns volks op het lichtste, zeggende: Vrede, vrede! doch daar is geen vrede.
En zij genezen de breuk van de dochter Mijns volks op het lichtste. Zij maken het volk wijs, dat geen kwaad te vrezen is, terwijl Mijne Profeten het als zeer nabij voorstellen. Zij stellen gerust, zeggende: Vrede, vrede! laat u niet bevreesd maken, alles zal goed aflopen, doch daar is geen vrede, het is geen tijd voor gerustheid, er is het grootste gevaar. Het valse Evangelie bestaat voornamelijk in den valsen troost, dien men geruste zondaars toespreekt, daar men ze in hunnen onboetvaardigen toestand toch zalig prijst. O, zulke valse troosters doen in de gemeente onuitsprekelijk veel schade; maar zij zullen ook eens te schande worden en in het gericht des Heeren vallen. Zij vleiden het volk in hun zonden, en zo vleiden zij hen in hun verderf. Zij gaven voor de geneesmeesters van den staat te zijn, maar wisten geen geneesmiddelen aan te wenden tegen deszelfs toenemende ziekte. Zij brachten de lijders om het leven met strelende middelen, door een zachte geneeswijze, hun vreze en klachten stillende met te roepen vrede, vrede, alles is wel en zonder gevaar, toen de God des hemels reeds met hen voortging in dezen tucht zodat er geen vrede voor hen zijn kon.
KruisverwijzingenJeremia 3:3→Psalmen 52:7→Jeremia 6:15→Jesaja 3:9→Deuteronomium 32:35→Sefanja 3:5→Psalmen 52:1→Hosea 4:5→— Zijn zij beschaamd, omdat zij gruwel bedreven hebben? Ja, zij schamen zich in het minste niet, en weten niet schaamrood te worden; daarom zullen zij vallen onder de vallenden; ten tijde hunner bezoeking zullen zij struikelen, zegt de HEERE.
Zijn zij beschaamd, omdat zij gruwel bedreven hebben?omdat zij door valsen troost Mijn volk hebben bedorven? Het tegendeel is waar. Ja, zij schamen zich in het minste niet, en weten niet schaamrood te worden; zij houden zich onbeschaamd aan hun leugenen vast. Daarom zullen zij vallen onder de vallenden, ten tijde hunner bezoeking zullen zij struikelen, zegt de HEERE. Het zal hun niet gelukken zichzelven te redden.
KruisverwijzingenMattheüs 21:19→Joël 1:7→Jesaja 5:4→Jeremia 17:8→Ezechiël 22:19→Joël 1:10→Deuteronomium 28:39→Habakuk 3:17→— Ik zal hen voorzeker wegrapen, spreekt de HEERE; er zijn geen druiven aan den wijnstok, en geen vijgen aan den vijgeboom, ja, het blad is afgevallen; en de geboden, die Ik hun gegeven heb, die overtreden zij.
Ik zal bij die bezoeking, die Ik bedoel en die aan ene aflezing der wijnstokken zal gelijken, hen allen, verleiden en verleiders, voorzeker wegrapen, spreekt de HEERE, die wel weet, dat de verleiden evenveel schuld hebben als hun verleiders (Hoofdst. 6:16). Er zijn na die aflezing gene druiven aan den a) wijnstok meer, en gene vijgen aan den b) vijgeboom. Ja, het blad is afgevallen en de geboden, die Ik hun gegeven heb, die overtreden zij.
(Jes. 5:1, 7. b) Matth. 22:19 Luk. 13:6 vv. De schilderij van den ziener neemt ene herfstachtige kleur aan. De Heere wil de onboetvaardigen laten verzamelen als de vruchten van den wijnberg en den tuin. Wij zien nu in ene treurige dorheid; de bladeren zijn verwelkt, geen druif is meer aan den stok, geen vijg meer aan den boom, alles is den vijanden prijsgegeven, die de Heere over de velden liet trekken. De laatste woorden van het vers zijn duister. Onze overzetters verstaan het van de hardnekkige boosheid der Joden, te midden van Gods geduchte oordelen. zij lassen daarom de woorden “de geboden, ” enz. in. Eigenlijk staat er: “Ik zal hun geven, die hen overtreden zullen. ” Het Hebreeuwse woord door “overtreden” vertaald, zegt eigenlijk het opzwellen van ene overstromende rivier, en kan daarom zeer eigenaardig worden overgebracht tot het invallen van een vijandig leger, hetwelk het ganse land als overstroomt en alles wegvoert. De mening is derhalve deze, dat de Heere de Chaldeën zou doen komen, om het Joodse land als een watervloed te overstromen. Ook hier vinden we het beeld van den wijnstok, maar versterkt met dat van den vijgeboom. Geen vrucht wordt meer gezien, ja wat meer zegt, het blad is afgevallen (letterlijk: verwelkt) en een boom, wiens bladeren verwelkt zijn, is der versterving nabij. Zo was ook de toestand van Juda. Gelijk hierboven is aangemerkt, zijn de laatste woorden van het vers duister. Onze Staten-Overzetters volgen de Vulgata en andere oude overzettingen, maar, zoals Klinkenberg terecht aanmerkt, kan hier ook sprake zijn van vijanden, die het land zullen overstromen. Dewijl het volk geen vrucht meer droeg en der versterving als natie nabij was, zou de Heere den vijand doen aanrukken om het in ballingschap mee te nemen.
KruisverwijzingenJeremia 23:15→Jeremia 9:15→Klaagliederen 3:19→Jeremia 35:11→Deuteronomium 29:18→2 Samuël 20:6→Mattheüs 27:34→Psalmen 69:21→— Waarom blijven wij zitten? Verzamelt u, en laat ons ingaan in de vaste steden, en aldaar stilzwijgen; immers heeft ons de HEERE, onze God, doen stilzwijgen, en ons met gallewater gedrenkt, omdat wij tegen den HEERE gezondigd hebben.
Waarom blijven wij zitten, wanneer het ongeluk (vs. 11) ons overvalt. Is er geen vluchten uit de versterkte plaatsen nodig? Verzamelt u, en laat ons ingaan in de vaste steden(Hoofdst. 4:5; 6:1), en aldaar stilzwijgen. 1) Immers heeft ons de HEERE, onze God, doen stilzwijgen en ons met a) gallewater gedrenkt, uit den kelk Zijns toorns, dien wij moeten ledigen, omdat wij tegen den HEERE gezondigd hebben, 2) en ons verstokten tegen al Zijn roepen tot boete en bekering.
Jer. 9:15; 23:15.
In het Hebr. Nidmah-schaam. Beter: Laat ons daar ondergaan. Want wel betekent het woord in een anderen vorm, zwijgen, maar wij hebben hier den passieven vorm: tot zwijgen gebracht worden, d. i. sterven De Profeet voert hier het mismoedige en benauwde volk sprekende in, het volk, hetwelk den vijand ziet aanrukken en nu volstrekt geen hoop meer heeft op behoud. Den Naam des Heeren hadden zij verworpen als volk. Die Naam kon voor hen een sterke toren zijn ten dage der benauwdheid. Het is daarom, nu er geen geloof aanwezig is in de trouwe Gods, dat zij in wanhoop en treurigheid ter neer zitten. Het tweede doen stilzwijgen, heeft dan ook de betekenis van: den ondergang besloten.
Is dat de taal des wrevels of der belijdenis dat God rechtvaardig is. Het is in elk geval een belijden dat God rechtvaardig is, en dat al het onheil overkomt vanwege de zonde en schuld.
Waarom blijven wij zitten, wanneer het ongeluk (vs. 11) ons overvalt. Is er geen vluchten uit de versterkte plaatsen nodig? Verzamelt u, en laat ons ingaan in de vaste steden(Hoofdst. 4:5; 6:1), en aldaar stilzwijgen. 1) Immers heeft ons de HEERE, onze God, doen stilzwijgen en ons met a) gallewater gedrenkt, uit den kelk Zijns toorns, dien wij moeten ledigen, omdat wij tegen den HEERE gezondigd hebben, 2) en ons verstokten tegen al Zijn roepen tot boete en bekering.
Jer. 9:15; 23:15.
In het Hebr. Nidmah-schaam. Beter: Laat ons daar ondergaan. Want wel betekent het woord in een anderen vorm, zwijgen, maar wij hebben hier den passieven vorm: tot zwijgen gebracht worden, d. i. sterven De Profeet voert hier het mismoedige en benauwde volk sprekende in, het volk, hetwelk den vijand ziet aanrukken en nu volstrekt geen hoop meer heeft op behoud. Den Naam des Heeren hadden zij verworpen als volk. Die Naam kon voor hen een sterke toren zijn ten dage der benauwdheid. Het is daarom, nu er geen geloof aanwezig is in de trouwe Gods, dat zij in wanhoop en treurigheid ter neer zitten. Het tweede doen stilzwijgen, heeft dan ook de betekenis van: den ondergang besloten.
Is dat de taal des wrevels of der belijdenis dat God rechtvaardig is. Het is in elk geval een belijden dat God rechtvaardig is, en dat al het onheil overkomt vanwege de zonde en schuld.
KruisverwijzingenJeremia 14:19→Jeremia 8:11→1 Thessalonicenzen 5:3→Jeremia 4:10→Micha 1:12→— Men wacht naar vrede, maar er is niets goeds, naar tijd van genezing, maar ziet, er is verschrikking.
Men wacht naar vrede, maar er is niets goeds, zo blijkt het troostwoord der profeten bedrog te zijn (vs. 11), naar tijd van genezing, maar ziet, er is verschrikking. Zij zijn arme bedrogenen; er is slechts verderf (Hoofdst. 14:19).
In deze woorden ligt een ontzettende beschuldiging tegen de valse profeten. Zij hebben immers geroepen van vrede en geen gevaar en, ziet nu dreigt ernstig gevaar. De vijand staat voor de poort. Overal is het ellende. Straks komt de verwoester. Zo gaat het ook op geestelijk gebied. De arme zondaar, die dwazelijk immer geluisterd heeft naar het vrede vrede roepen van de leugen-profeten, zal het eenmaal schrikkelijk ondervinden, dat hij met een leugen is gepaaid en op bedrieglijke gronden der hope de eeuwigheid is ingegaan.
KruisverwijzingenRichteren 5:22→Richteren 18:29→Jeremia 4:15→Habakuk 3:10→Jeremia 10:25→Jeremia 6:23→1 Korinthe 10:28→Psalmen 24:1→— Van Dan af wordt het gesnuif zijner paarden gehoord; het ganse land beeft van het geluid der briesingen zijner sterken; en zij komen daarhenen, dat zij het land opeten en diens volheid, de stad en die daarin wonen.
Van Dan af (Hoofdst. 4:15) wordt het gesnuif Zijner paarden gehoord, want de vijanden komen er wel van het Noorden (Hoofdst. 6:22 vv.); het ganse land beeft van het geluid der brieschingen Zijner sterken (Hoofdst. 47:3; 50:11), der hengsten, die begerig zijn naar den strijd en van de overwinning zeker. En zij komen daarhenen, dat zij het land opeten en diens volheid, de stad en die daarin wonen. 1)
KruisverwijzingenDeuteronomium 32:24→Psalmen 58:4→Numeri 21:6→Prediker 10:11→Amos 5:19→Amos 9:3→Jesaja 14:29→Openbaring 9:19→— Want ziet, Ik zend slangen, basilisken onder ulieden, tegen dewelke geen bezwering is; die zullen u bijten, spreekt de HEERE.
Want ziet, om het nog onder een ander beeld te zeggen, wat u bescheiden is, Ik zend u de verdervers, die over u komen, slangen, basilisken 1) (Jes. 11:8) onder ulieden, tegen dewelke gene bezwering is (Ps. 58:5 vv.), die door gene bezwering en kunsten (Exod. 7:9) onschadelijk kunnen gemaakt worden, die zullen u bijten, zonder dat uwe profeten en waarzeggers (Hoofdst. 27:9) iets daartegen verrichten, spreekt de HEERE. 2)
De basilisk hier bedoeld is de serpens-regulus, een kleine, maar zeer vergiftige slang, wier beet immer dodelijk is. Hiermede wordt den ook de algehele verwoesting van stad en tempel aangekondigd.
Men zou ene strofe als deze kunnen vergelijken met de variaties van een muzikaal thema; hoe meermalen het thema van gedachte verandert, des te beter uitdrukking verkrijgt het, en des te meer wegen van ingang openen zich er voor.
KruisverwijzingenJesaja 22:4→Klaagliederen 5:17→Klaagliederen 1:16→Habakuk 3:16→Jeremia 10:19→Job 7:13→Daniël 10:16→Jeremia 6:24→— Mijn verkwikking is in droefenis; mijn hart is flauw in mij.
Mijne verkwikking is in droefenis, in klagen; zuchten slechts gaven mij lucht, mijn hart is flauw in mij, kwijnt in mij weg, zo moet ik, de profeet, uitroepen, omdat mij het ongeluk van mijn volk diep in het hart snijdt. Hij zou het zo gaarne redden, al zijn streven heeft dat op het oog, maar te vergeefs. Geen berouw, gene bekering volgt, het oordeel moet beginnen; hij ziet het reeds in zijn gehelen omvang voor zich, en daarom is hij troosteloos. Te meer daar achter de dagen van angst en schrik een donkere nacht zich vertoont, een nacht van verstoting zijns volks in het verre land, van godverlatenheid en hopeloosheid, waaraan het daar zal zijn overgegeven.
KruisverwijzingenJesaja 39:3→Jesaja 13:5→Jeremia 4:30→Jeremia 8:5→Jeremia 4:16→Joël 2:32→Jesaja 1:4→Jeremia 31:6→— Ziet, de stem van het geschrei der dochteren mijns volks is uit zeer verren lande: Is dan de HEERE niet te Sion, is haar koning niet bij haar? Waarom hebben zij Mij vertoornd met hun gesneden beelden, met ijdelheden der vreemden?
Ziet, de stem van het geschrei der dochteren mijns volks (Hoofdst. 4:11; 6:23) is uit zeer verren lande, waarheen zij in ballingschap zijn weggevoerd, en waar zij nu eerst erkennen, hoe goed zij het hadden kunnen hebben in dit land onder haren God. Dat geschrei is: Is dan de HEERE niet te Zion, dat Hij ons niet wederhaalt in het land, waarvan gezegd is, dat het ‘t onze is (Hoofdst. 2:7). Is haar Koning niet bij haar, 1) niet bij Zion, dat Hij ons zo onder vreemde heerschappij laat zuchten? Daarop zal de Heere antwoorden: Ik wil ze niet terughalen, Ik wil hun Koning niet zijn. Waarom hebben zij Mij, toen zij Mijne weldaden ondervonden, vertoornd met hun gesnedene beelden, die zij dienden in plaats van Mij, met ijdelheden der vreemden, die zij zich kozen in de plaats van het door Mij bevolene?
Zij twisten met God alsof Hij onvriendelijk met hen had gehandeld, door hen te verlaten, daar zij zelf Hem door hun afgoderij van zich verdreven hadden. Zij hebben zich onttrokken van hun verbintenis aan Hem, en zo hebben zij zich buiten Zijne bescherming geworpen. Israël in de ballingschap klaagt hier over zijn ellende der ballingschap, beschuldigt God, den Heere, dat Hij Zijnen arm niet uitstrekt om hen te helpen. Nu de nood zo groot is, nu de druk zo zwaar is, herinneren zij zich wel de macht en sterkte des Heeren, maar in plaats van berouwvol en met diepe schuldbelijdenis tot Hem te komen, twisten Zij met Hem. Het is daarom dat de Heere God ook dadelijk wijst op de oorzaak van hun ellende, n. l. dat zij Hem verlieten en zich gewend hebben tot de afgoden, welke Hij hier in al hun nietigheid openbaart maakt door ze te noemen, ijdelheden der vreemden.
KruisverwijzingenLukas 19:44→Spreuken 10:5→Hebreeën 3:7→Mattheüs 25:1→Lukas 13:25→— De oogst is voorbijgaande, de zomer is ten einde; nog zijn wij niet verlost.
Wederom zal het volk zijne klacht verheffen, nadat de ene tijd na den anderen, van welken zij bepaald hun verlossing en wederaanneming verwachtten, voorbijgaat, zonder dat hun verwachting vervuld wordt: De oogst is voorbijgegaan, de zomer (Jes. 16:9; 29:4) is ten einde; nog zijn wij niet verlost. Zulk een vergeefs hopen en die gedurige teleurstelling zullen hen ten laatste tot een toestand van gehele radeloosheid brengen, waarin men het zelfs niet meer waagt, enige hoop te koesteren. De Joden klagen hier, dat de zomer, de rechte tijd voor den optocht van een leger, ten einde was gelopen, terwijl zich nog niets voordeed van den onderstand der Egyptenaren, of van hun andere bondgenoten. Niet verlost, lieve lezer! is dit uw treurig lot? Gewaarschuwd om den toekomenden toorn te ontvlieden, vermaand om te vluchten, om uws levens wil, en och! op dezen ogenblik niet verlost. Gij kent den weg der zaligheid, gij leest dien in den Bijbel, gij hoort dien van den kansel verkondigen, gij ziet dien aangewezen door vrienden, en toch verwaarloost gij dien weg; daarom zijt gij nog niet verlost. Gij zult niet te verontschuldigen zijn, wanneer de Heere de levenden en de doden zal oordelen. De Heilige Geest heeft in meerdere of mindere mate Zijn zegen gegeven op het woord, dat in uw oor werd gepredikt; tijden van verlevendiging zijn van het aangezicht des Heeren over u gekomen, en toch zijt gij buiten Christus. Al deze hoopvolle tijden kwamen en gingen, uw oogst en uw zomer zijn voorbijgegaan, nog zijt gij niet verlost. Jaren hebben elkaar gedrongen naar de eeuwigheid, spoedig zal het uw laatste jaar hier zijn; de jeugd is verdwenen, de mannelijke leeftijd gaat voorbij, en nog zijt gij niet verlost! Laat mij u vragen zult gij ooit verlost worden? Is dit waarschijnlijk? De meest geschikte gelegenheden hebben u onbehouden gelaten; zullen andere omstandigheden uw toestand veranderen? Middelen faalden, de beste middelen met volharding en liefde aangewend; wat kan er meer voor u worden gedaan? Lijden en voorspoed maakten even weinig indruk op u, tranen en gebeden en predikingen werden op uw onvruchtbaar hart verspild. Staan niet al de kansen u tegen om ooit verlost te worden? Is het niet meer dan waarschijnlijk, dat gij blijven zult wat gij thans zijt, totdat de dood de deur der hope voor eeuwig sluit? Deinst gij voor deze gedachte terug? Toch is zij niet van grond ontbloot. Hij, die door zovele wateren niet is rein gewassen, zal naar alle waarschijnlijkheid, onrein het einde bereiken. De gelegene tijd kwam tot hiertoe niet, waarom zou hij ooit komen? Het is gans niet onredelijk te vrezen, dat die gelegenheid nooit voor u zal aanbreken, en dat gij even als Felix, dien niet zult vinden, totdat gij uwe ogen in de hel openen zult. O bedenk toch wat die hel is, en stel u de ontzettende waarschijnlijkheid voor, dat gij daar spoedig in geworpen zult worden. Lezer! veronderstel, dat op sterven zoudt zonder verlost te zijn; gene woorden zouden uwe ellende kunnen beschrijven, Schrijf uwen ontzettenden toestand in bloed en tranen, spreek er van met wenen en knersen der tanden; gij zult worden gestraft met het eeuwige derven van de heerlijkheid des Heeren en van de heerlijkheid Zijner kracht. De stem van een broeder wilde u zo gaarne tot ernst doen opwaken. O word wijs, wordt wijs in tijds.
KruisverwijzingenJeremia 14:17→Nahum 2:10→Joël 2:6→Jeremia 4:19→Romeinen 9:1→Jeremia 9:1→Psalmen 137:3→Jeremia 17:16→— Ik ben gebroken vanwege de breuk der dochter mijns volks; ik ga in het zwart, ontzetting heeft mij aangegrepen.
Is er geen balsem 1) tot genezing der wonden in Gilead? Is er geen heelmeester aldaar? 2) Heeft niet juist het heilige land boven alle andere landen den voorrang, dat daar de echte balsem gevonden wordt (Gen. 37:25), en kundige artsen genoeg om die te bereiden en aan te wenden? Want waarom is de gezondheid der dochter mijns volks niet gerezen? Wanneer ook in geestelijk opzicht het heilige land juist dat is, dat boven alle landen der heidenen Gods woord bezit en in de door God gezondene Profeten de ware uitleggers (Deut. 4:7 vv. 18:14 vv. (Ps. 147:19. (Rom. 3:2), is het den niet hoogst beklagenswaardig, dat zij, ondanks alle middelen der zaligheid nochtans verloren gaat?
Eigenlijk, de hars van den mastikboom, die gebruikt werd tot heling der wonden. De Profeet wijst hiermede den rouwklagenden in Babel op de enige genezing, op den geestelijken balsem, die alleen in staat is om de schreiende wonden des harten te genezen. En die balsem is, dat Israël, in schuldbelijdenis terugkerende tot den Heere, door Hem, en door Hem alleen worde genezen.
De Heere is inderdaad in Zijne genade onze geneesmeester geworden. Het bloed van Christus en de invloed des Heiligen Geestes is meer geschikt om het gewonde geweten te genezen en het ontroerde hart, dan enige geneesmeesters, om de ziekten der lichaams te genezen. Waarom zijn de zondaars dan niet gered? Is er geen Verlosser, geen Heiland? Helaas! zij veroordeelden zichzelven, of beminnen de krankheden, of haten den Geneesheer en Zijne geneesmiddelen, of misschien zoeken zij in hun dwaasheid naar andere middelen van herstel. Daarom sterven zij zonder vergiffenis en bekering, want zij willen niet tot Christus komen om gered te worden. . In tijden van groten druk der kerk geeft onze tekst (vs. 19-22) aanleiding om te spreken over
. Zions klacht 2) Zions schuld 3) Zions redding.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Het volharden in het kwade is het venijn van het kwade.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Jeremia 8
Jeremia 8:1.KruisverwijzingenEzechiël 6:5→Ezechiël 37:1→Jeremia 7:32→2 Kronieken 34:4→2 Koningen 23:20→Amos 2:1→2 Koningen 23:16→1 Koningen 13:2→
— Ter zelfder tijd, spreekt de HEERE, zullen zij de beenderen der koningen van Juda, en de beenderen hunner vorsten, en de beenderen der priesteren, en de beenderen der profeten, en de beenderen der inwoners van Jeruzalem, uit hun graven uithalen.
De profeet Jeremia moest verschrikkelijke oordelen aanzeggen over het schuldige volk. Zij waren vaak gewaarschuwd, maar zij waren ten laatste alle verdraagzaamheid voorbijgegaan en stonden op het punt door de Chaldeën verwoest te worden. Hier hebben wij het beeld van Juda en Jeruzalem, overvallen door de Chaldeën en de Babyloniërs, kort voordat de stad volkomen verwoest werd.
Het was een heel gewone gewoonte schatten met de lichamen van koningen te begraven. Wanneer een land dus door vreemde vijanden overvallen werd, braken zij de graven open en zochten naar verborgen kostbaarheden. En wanneer die vijand de lijken uit de graven sleepte en de beenderen naar de vier winden van de hemel verstrooide, was dat een teken van bijzondere afschuw en van zijn woede tegen het volk. Hier werd voorzegd dat die schennis niet alleen de beenderen van de koningen zou treffen, in wier graven de grootste schat te verwachten was. Ook de beenderen van vorsten, priesters, profeten en volk zouden alle op gelijke wijze naar buiten gebracht worden.
Jeremia 8:2.Kruisverwijzingen2 Koningen 23:5→Handelingen 7:42→Jeremia 9:22→Ezechiël 8:16→2 Koningen 21:3→Jeremia 22:19→Deuteronomium 4:19→Sefanja 1:5→
— En zij zullen ze uitspreiden voor de zon, en voor de maan, en voor het ganse heir des hemels, die zij liefgehad, en die zij gediend, en die zij nagewandeld, en die zij gezocht hebben, en voor dewelke zij zich nedergebogen hebben; zij zullen niet verzameld noch begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn.
Wat een treffend en passend oordeel was dat! Omdat zij de zon gediend hadden, zou juist die zon hun beenderen drogen. Omdat zij de maan gediend hadden, zouden de stralen van die maan op hun overblijfselen vallen; en de sterren die zij vereerd hadden, zouden hen evenzeer niet kunnen helpen.
Jeremia 8:3.KruisverwijzingenOpenbaring 9:6→Jeremia 23:8→Job 7:15→Jeremia 29:14→Jeremia 23:3→Deuteronomium 30:1→Daniël 9:7→Deuteronomium 30:4→
— En de dood zal voor het leven verkoren worden, bij het ganse overblijfsel der overgeblevenen uit dit boze geslacht, in al de plaatsen der overgeblevenen, waar Ik hen henengedreven zal hebben, spreekt de HEERE der heirscharen.
Er wachtte een strenge behandeling op de doden; maar met de levenden zou het erger zijn, want de Chaldeën waren sterk, wreed en buitengewoon vindingrijk in de pijnigingen die zij hun gevangenen aandeden. Het was een ontzettende zaak in zulke tijden te leven, en het is altijd verschrikkelijk te leven wanneer Gods oordelen op de aarde rondgaan en de zondaars in hun zonde verhard zijn.
Jeremia 8:4-5.KruisverwijzingenJeremia 9:6→Spreuken 24:16→Hosea 6:1→Micha 7:8→Zacharia 7:11→Amos 5:2→Hosea 14:1→Hosea 7:10→
— Zeg wijders tot hen: Zo zegt de HEERE: Zal men vallen, en niet weder opstaan? Zal men afkeren, en niet wederkeren? Waarom keert dan dit volk te Jeruzalem af met een altoosdurende afkering? Zij houden vast aan bedrog, zij weigeren weder te keren.
Volharding in de zonde is een grote verzwaring ervan. Er zijn er die in zonde vallen maar door Gods genade er weer uit opgericht worden; zij keren zich van de ongerechtigheid af en worden in Gods gunst hersteld. Waar ware genade in het hart is, waar geestelijk leven is, daar zal vroeg of laat herstelling volgen. Maar er zijn anderen, zoals het volk van Jeruzalem, die “met een gestadige afkering” afkerig geworden zijn. Dag na dag worden zij uitzinniger in hun boosheid.
Jeremia 8:6.KruisverwijzingenPsalmen 14:2→Job 39:19→Micha 7:2→Maleachi 3:16→Ezechiël 22:30→2 Petrus 3:9→Hagai 1:5→Job 10:2→
— Ik heb geluisterd en toegehoord, zij spreken dat niet recht is, er is niemand, die berouw heeft over zijn boosheid, zeggende: Wat heb ik gedaan? Een ieder keert zich om in zijn loop, gelijk een onbesuisd paard in den strijd.
God luisterde; Hij wachtte om genadig te zijn; Hij verlangde ernaar één boetvaardige roep te horen en één traan van echte bekering te zien. Maar zoals het strijdros begerig is naar het gevecht en bij het eerste geschal van de bazuin de kern van de strijd in wil stormen, zo deden deze goddeloze mensen. In plaats van zich tot God te keren, keerden zij zich des te vertwijfelder tot de zonde.
Jeremia 8:7.KruisverwijzingenJesaja 1:3→Jeremia 5:4→Hooglied 2:12→Spreuken 6:6→Jesaja 5:12→
— Zelfs een ooievaar aan den hemel weet zijn gezette tijden, en een tortelduif, en kraan, en zwaluw, nemen den tijd hunner aankomst waar; maar Mijn volk weet het recht des HEEREN niet.
Wanneer Gods oordelen ondervonden worden, is het hoog tijd zich te bekeren. Maar deze mensen dachten daar niet aan; zij waren nog niet half zo verstandig als de trekvogels, die komen en gaan zoals de jaargetijden hen leiden.
Jeremia 8:8.KruisverwijzingenRomeinen 1:22→Job 5:12→Psalmen 147:19→Jesaja 10:1→Johannes 9:41→Spreuken 17:6→Romeinen 2:17→Job 11:12→
— Hoe zegt gij dan: Wij zijn wijs en de wet des HEEREN is bij ons! Ziet, waarlijk tevergeefs werkt de valse pen der schriftgeleerden.
Wat? Spreken zíj zo, de mensen die Gods oordelen niet kennen en er niet op letten? Ach ja! Sommigen van de goddelooste onder hen hebben een zogenaamde godsdienst waarop zij zich nog altijd beroemen. Hun handen zijn rood van bloed, en toch houden zij een Bijbel bij de hand. Zij zeggen: “Wij zijn wijs, en de wet des HEEREN is bij ons”, en dat de hele tijd terwijl zij tegen de HEERE en Zijn wet zondigen.
De schrijvers vermenigvuldigden afschriften van de wet, en sommigen van juist deze mensen, die het meest in schuld verhard waren, bezaten een exemplaar. Maar God zegt: “zie, waarlijk tevergeefs heeft hij die gemaakt, tevergeefs is de pen der schrijvers.” Ook onze eigen Bijbelgenootschappen mogen bij miljoenen Bijbels blijven drukken. Maar zolang mensen niet gehoorzamen aan wat de Bijbel leert, zal het werk van de drukpers, evenals dat van de afschrijver, tevergeefs zijn. Wij hebben meer nodig dan de letter van het Woord, hoe kostbaar die ook is. Wij moeten in geest en in waarheid kennen wat de Geest door de letter leert, en het ook doen. God geve dat zelfs onze Bijbels niet tegen ons opstaan in het gericht.
Jeremia 8:9.KruisverwijzingenJeremia 6:15→Jesaja 19:11→Deuteronomium 4:6→Jeremia 6:19→Psalmen 119:98→Job 5:12→Ezechiël 7:26→Jeremia 49:7→
— De wijzen zijn beschaamd, verschrikt en gevangen; ziet, zij hebben des HEEREN woord verworpen, wat wijsheid zouden zij dan hebben?
Zie Gods oordeel over een mens die wijs is in zijn eigen ogen. U hoort af en toe van de een of andere wonderlijk geleerde, wijsgerige, wetenschappelijke man, en veel mensen zijn bevreesd omdat hij een ongelovige is. Hij bezit de ware wijsheid niet. Gods beschrijving van zo’n mens is deze: “De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God.”
Jeremia 8:10-11.KruisverwijzingenJeremia 6:12→Jeremia 6:14→Jesaja 28:7→Jeremia 23:11→Deuteronomium 28:30→Sefanja 1:13→Jesaja 56:10→Ezechiël 33:31→
— Daarom zal Ik hun vrouwen aan anderen geven, hun akkers aan andere bezitters; want van den kleinste aan tot den grootste toe pleegt een ieder van hen gierigheid; van den profeet aan tot den priester toe bedrijft een ieder van hen valsheid. En zij genezen de breuk van de dochter Mijns volks op het lichtste, zeggende: Vrede, vrede! doch daar is geen vrede.
Het is een vreselijke zaak wanneer zij die het volk behoorden te waarschuwen, het enkel vleien; wanneer zij, in plaats van scherpe, strenge, eerlijke, getrouwe woorden te spreken, roepen: “Vrede, vrede! terwijl er geen vrede is.” Zulke valse leraars zeggen: “Maak u niet ongerust; alles komt ten laatste wel goed. U mag leven zoals u wilt, want er is geen hierna dat u behoeft te verontrusten; in een andere staat kunt u nog rechtgezet worden” — wat Gods Woord ook verklaart over de straf van de onboetvaardigen. Er leven veel te veel van deze zoetgevooisde bedriegers. God verlosse dit land van hen, opdat zij geen oorzaak van oordeel over het volk worden!
Jeremia 8:12.KruisverwijzingenJeremia 3:3→Psalmen 52:7→Jeremia 6:15→Jesaja 3:9→Deuteronomium 32:35→Sefanja 3:5→Psalmen 52:1→Hosea 4:5→
— Zijn zij beschaamd, omdat zij gruwel bedreven hebben? Ja, zij schamen zich in het minste niet, en weten niet schaamrood te worden; daarom zullen zij vallen onder de vallenden; ten tijde hunner bezoeking zullen zij struikelen, zegt de HEERE.
Zij waren zo ver gegaan dat zij niet meer blozen konden. Het is een vreselijke zaak wanneer een mens het besef van schaamte zelf verloren heeft; waar dat het geval is, zal geen bekering zijn.
Jeremia 8:13.KruisverwijzingenMattheüs 21:19→Joël 1:7→Jesaja 5:4→Jeremia 17:8→Ezechiël 22:19→Joël 1:10→Deuteronomium 28:39→Habakuk 3:17→
— Ik zal hen voorzeker wegrapen, spreekt de HEERE; er zijn geen druiven aan den wijnstok, en geen vijgen aan den vijgeboom, ja, het blad is afgevallen; en de geboden, die Ik hun gegeven heb, die overtreden zij.
Zij wilden de Gever niet erkennen, en daarom zou de gave hun ontnomen worden. Nu beginnen de mensen die in de dorpen van het land wonen bevreesd te worden om de Chaldeën.
Jeremia 8:14-16.KruisverwijzingenJeremia 23:15→Jeremia 9:15→Jeremia 14:19→Klaagliederen 3:19→Jeremia 35:11→Richteren 5:22→Deuteronomium 29:18→2 Samuël 20:6→
— Waarom blijven wij zitten? Verzamelt u, en laat ons ingaan in de vaste steden, en aldaar stilzwijgen; immers heeft ons de HEERE, onze God, doen stilzwijgen, en ons met gallewater gedrenkt, omdat wij tegen den HEERE gezondigd hebben. Men wacht naar vrede, maar er is niets goeds, naar tijd van genezing, maar ziet, er is verschrikking. Van Dan af wordt het gesnuif zijner paarden gehoord; het ganse land beeft van het geluid der briesingen zijner sterken; en zij komen daarhenen, dat zij het land opeten en diens volheid, de stad en die daarin wonen.
Dan was de noordelijkste stam, grenzend aan Fenikië; en nadat Nebukadnezar de Feniciers overwonnen had, begon hij door het gebied van Dan te trekken. De machtige paarden van de Chaldeën zijn te zien op de platen die de heer Layard heeft meegebracht; zij vormen een zeer opvallend deel van de Chaldese krijgsmacht. Zo beeldt de dichter-profeet ze af als gehoord tot van Dan af helemaal tot Jeruzalem, zo verschrikkelijk was hun gesnuif. Dit is natuurlijk de beeldspraak van de poëzie, maar er lag een verschrikkelijke werkelijkheid achter.
Jeremia 8:17.KruisverwijzingenDeuteronomium 32:24→Psalmen 58:4→Numeri 21:6→Prediker 10:11→Amos 5:19→Amos 9:3→Jesaja 14:29→Openbaring 9:19→
— Want ziet, Ik zend slangen, basilisken onder ulieden, tegen dewelke geen bezwering is; die zullen u bijten, spreekt de HEERE.
Zo waren de Chaldeën: listig als slangen, vol van het venijn van de wreedheid waar zij ook kwamen. Er was geen middel om hen te bezweren zoals men een slang bezweren kan. Zij kwamen op een dodelijke boodschap, en zij volbrachten die grondig.
Jeremia 8:18-21.KruisverwijzingenJeremia 14:17→Jesaja 39:3→Nahum 2:10→Joël 2:6→Jesaja 22:4→Klaagliederen 5:17→Klaagliederen 1:16→Jesaja 13:5→
— Mijn verkwikking is in droefenis; mijn hart is flauw in mij. Ziet, de stem van het geschrei der dochteren mijns volks is uit zeer verren lande: Is dan de HEERE niet te Sion, is haar koning niet bij haar? Waarom hebben zij Mij vertoornd met hun gesneden beelden, met ijdelheden der vreemden? De oogst is voorbijgaande, de zomer is ten einde; nog zijn wij niet verlost. Ik ben gebroken vanwege de breuk der dochter mijns volks; ik ga in het zwart, ontzetting heeft mij aangegrepen.
De wenende profeet treurt over de verwoesting van zijn land, in woorden die om hun verheven medegevoel en aandoening zelden overtroffen zijn.
Jeremia 8:22.KruisverwijzingenJeremia 46:11→Genesis 37:25→Jeremia 30:12→Jeremia 51:8→Lukas 8:43→Genesis 43:11→Jesaja 1:5→Lukas 5:31→
— Is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester aldaar? Want waarom is de gezondheid der dochter mijns volks niet gerezen?
“Is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester aldaar?” Nee, er is er geen. Er ís balsem in Christus, en er is een Heelmeester die eens aan het kruis van Golgotha gehangen heeft; maar in Gilead is geen balsem en geen heelmeester.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Terzelver tijd, waarvan in 7:32 vv. sprake was, spreekt de HEERE, zullen zij de beenderen der koningen van Juda1), op wie het in vs. 2 gezegde doelt, en die aanstonds buiten de graven der koningen (1 Kon. 2:10) gebleven zijn (2 Kron. 28:27. 2 Kon. 21, 18 en 26 de beenderen hunner vorsten, die door bozen invloed hen op ‘t dwaalspoor hebben geleid (2 Kon. 21:9), en de beenderen der priesteren, en de beenderen der profeten, die beide deze gruwelen hebben ondersteund (Hoofdst. 6:13 vv.), en de beenderen der inwoners van Jeruzalem, die Mijne stem niet wilden gehoorzamen (Hoofdst. 6:16 vv.), uit hun graven uithalen, zo als Josia met de beenderen der priesters van Bethels hoogte gedaan heeft (2 Kon. 20:16). De Chaldeën zijn bij hun wreedheid door ene geheime besturing en macht Gods geleid, om Gods wil aan de goddelozen te volvoeren. (J. LANGE). De graven der vromen bleven veilig; want op Davids graf beroept zich nog Petrus in Hand. 2:29.
En zij, die Mijne gerechtigheid aan de beenderen van al deze afgodendienaars hebben voltrokken, zullen ze uitspreiden voor de zon en voor de maan, en voor het ganse heir des hemels, die zij, de afgodendienaars, in verachting van Mijn woord (Deut. 4:19 vv. 17:3) lief gehad, en die zij a) gediend, en die zij nagewandeld, en die zij gezocht hebben, en voor welke zij zich nedergebogen hebben (2 Kon. 22:11 vv. zo verstrooide beenderen, zullen niet verzameld, noch later op eerlijke wijze begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn 1) (2 (Sam. 22:43. 1 Kon. 14:10. 2 Kon. 9:37).
Jer. 7:18; 19:13.
Over degenen, die reeds dood zijn, zal de dood als in nieuwe gedaante komen; de beenderen der begravenen zullen namelijk worden opgegraven, en, uitgestrooid in ‘t aangezicht der sterren, hun machteloze goden, tot stinkende mest worden. Men lette op de ironie: machteloos zien de sterren op de beenderen hunner vereerders, terwijl deze hun stank tot hen doen opwaarts rijzen. Bij de Oosterse volken, en wel bij de afgodische, was het de gewoonte, om de doden met veel kostbaarheden te begraven. Vandaar dat bij inname der steden de vijanden ook de graven openden, om de kostbaarheden te roven. Dit zou ook geschieden door de Chaldeën, daardoor zouden zij deze profetie vervullen. Schrikkelijk zou derhalve de belegering en verwoesting zijn. Zelfs de doden zouden niet met rust gelaten worden in hun graven; de smaad der wegwerping van hun beenderen zou hun te beurt vallen.
En de dood zal voor het leven verkozen worden van wege den smaad en de ellende, waaronder men moet zuchten (Lev. 26:17; 26:39) bij het ganse overblijfsel der overgeblevenen uit dit boze geslacht, die bij het moorden (Hoofdst. 7:32) zijn gespaard en nu in ballingschap zijn weggevoerd (2 Kon. 25:5 vv. 11 vv.), in al de plaatsen der overgeblevenen, waar Ik hen heengedreven zal hebben, spreekt de HEERE der heirscharen. 4. DE ONBOETVAARDIGE JODEN WORDEN MET DEN INVAL DER CHALDEEN BEDREIGD.
II. Vs. 4-11.KruisverwijzingenJesaja 1:3→Jeremia 9:6→Jeremia 6:12→Spreuken 24:16→Hosea 6:1→Micha 7:8→Zacharia 7:11→Psalmen 14:2→
— Zeg wijders tot hen: Zo zegt de HEERE: Zal men vallen, en niet weder opstaan? Zal men afkeren, en niet wederkeren? Waarom keert dan dit volk te Jeruzalem af met een altoosdurende afkering? Zij houden vast aan bedrog, zij weigeren weder te keren. Ik heb geluisterd en toegehoord, zij spreken dat niet recht is, er is niemand, die berouw heeft over zijn boosheid, zeggende: Wat heb ik gedaan? Een ieder keert zich om in zijn loop, gelijk een onbesuisd paard in den strijd. Zelfs een ooievaar aan den hemel weet zijn gezette tijden, en een tortelduif, en kraan, en zwaluw, nemen den tijd hunner aankomst waar; maar Mijn volk weet het recht des HEEREN niet. Hoe zegt gij dan: Wij zijn wijs en de wet des HEEREN is bij ons! Ziet, waarlijk tevergeefs werkt de valse pen der schriftgeleerden. De wijzen zijn beschaamd, verschrikt en gevangen; ziet, zij hebben des HEEREN woord verworpen, wat wijsheid zouden zij dan hebben? Daarom zal Ik hun vrouwen aan anderen geven, hun akkers aan andere bezitters; want van den kleinste aan tot den grootste toe pleegt een ieder van hen gierigheid; van den profeet aan tot den priester toe bedrijft een ieder van hen valsheid. En zij genezen de breuk van de dochter Mijns volks op het lichtste, zeggende: Vrede, vrede! doch daar is geen vrede.
Hoofdst. 9:1 Met ongehoorde hardnekkigheid volhardt het volk op den eenmaal ingeslagen verkeerden weg. Het wil niet inzien, dat die weg een verkeerde is, maar beweert op den waren, in de Schrift geboden weg te zijn, daar het zich door valse Schriftgeleerden laat bedriegen. Daarom moeten ook zulke leraars te schande worden, en zullen zij door het gericht op den dag der vergelding het hardst worden getroffen. Nu staat deze dag der bezoeking met al zijne verschrikkingen en angsten, met al zijne gevolgen en voorspellingen van ene latere nog zwaardere straf, den Profeet zo helder en duidelijk voor de ziel, dat hij zijnen toehoorders voor de ogen kan schilderen wat hen wacht, maar ook in diep medelijden over het ondraaglijk wee en den hopelozen jammer van zijn volk in smartelijke klachten uitbreekt.
Zeg wijders tot hen, om nog alles te beproeven, ten einde hen tot nadenken te brengen voordat de gedreigde tijd van verschrikking komt, hoewel Ik u gezegd heb, dat zij u toch niet zullen horen (Hoofdst. 7:27): Zo zegt de HEERE: Zal men in het dagelijks leven vallen en niet weer opstaan? Zal men afkeren op ene verkeerde straat, en niet wederkeren op den rechten weg?
Waarom keert dan daar het in geestelijke zaken toch oneindig gevaarlijker is op enen verkeerden weg gekomen te zijn, dit volk te Jeruzalem af, met ene altoosdurende afkering? Zij houden vast aan bedrog, aan hunnen valsen godsdienst; zij weigeren weer te keren 1) hoewel Ik den enen Profeet na den anderen tot hen zend, om hen terecht te brengen.
In deze woorden is opzettelijke tegenstand tegen de opwekking tot bekering uitgesproken, die dan begint, wanneer God sterk bij ons aandringt, en waarvan in den grond der zaak de bedoeling is: wij willen omkomen; wij willen ons niet laten bekeren.
Ik heb geluisterd en toebehoord, al hun spreken en handelen gadegeslagen, en moet getuigen: zij spreken dat niet recht is, maar onwaarheid, leugen; zo versterkt de een den ander in het kwaad. Er is niemand, die berouw heeft over zijne boosheid zodat hij er aan zou denken, zich daarvan af te keren, zeggende: Wat heb Ik gedaan, om mij zo moedwillig in het verderf te storten? Een ieder keert zich om in zijnen loop1), gaat de eenmaal ingeslagene verkeerde richting in, die hem ten laatste aan den afgrond des verderfs brengt; gelijk een onbesuisd paard in den strijd, zonder aan enig gevaar te denken (Job 39:19 vv.), jagen zij in dolle drift op den zondeweg voort.
In plaats van zich te bezinnen, berouw te gevoelen, gaan zij voort op hun boze loopbaan (Hoofdst. 23:10) even als zij begonnen zijn, zonder ophouden, even als paarden der ruiterij bij den aanval in den slag. Zij denken òf dat hun leven, hun handel en wandel, hun doen en laten reeds zo goed zijn, dat er gene verbetering nodig is, òf hun zonden hebben niets te betekenen. Zij zondigen steeds voort op genade, even als kwade schuldenaars altijd laten opschrijven en er niet aan denken, wat het einde zal zijn. In het Hebr. Kullah schaab bimroetsatham. Beter: Zij allen keren weer tot hun loop, d. w. z. : zij allen zetten hun boze plannen voort, zodat zij volstrekt geen berouw hebben over hun zonden. Vandaar dat de Profeet ook het beeld gebruikt van het paard, hetwelk onbesuisd, zonder enig gevaar te duchten zich in den strijd werpt.
Zelfs een ooievaar aan den hemel weet zijne gezette tijden, en trekt heen en komt weer ter juister tijd, en ene tortelduif, die in het Oosten eveneens tot de trekvogels behoort (Hoogl. 2:12), en kraan en zwaluw nemen den tijd hunner aankomst waar; maar Mijn volk a) weet het recht des HEEREN niet (Jes. 1:3), hoewel in Mijn woord zo bepaald en duidelijk gezegd is, wat goed en nuttig is (Micha 6:8).
Jer. 5:4, 5. God slaat voor ons het boek der natuur open, niet alleen, opdat wij daaruit Zijne wijsheid en almacht zouden leren kennen, maar ook, opdat wij daaruit goede lessen zouden trekken tot onze verbetering. Wanneer wij vele voorbeelden in de natuur aanzien, zo moeten wij ons met reden schamen, dat de redeloze schepselen zo gewillig en gehoorzaam zijn, en doen, waartoe zij zijn geschapen; maar wij mensen, die toch naar Zijn evenbeeld zijn geschapen, zijn zo weerspannig, oproerig en ongehoorzaam. Dat zal zeker, indien er gene verandering komt, een duivels boog einde nemen. Dit wijst aan de grote domheid der Joden, die minder verstand schenen te hebben dan de vogelen des hemels, wijl zij niet kenden den zomer van voorspoed, om goed gebruik te maken van de Goddelijke gunstbewijzen. noch den winter van tegenspoed, om den toorn Gods, die hen boven het hoofd hing, af te keren en te voorkomen (Jes. 5:12. Luk 19:42, 44). Zij wisten niet den tijd der bekering, om hunnen vrede met God te maken, in welk opzicht zij ook vergeleken zijn bij de beesten des velds (Jes. 1:3). Een dergelijk verwijt doet de Zaligmaker aan de Farizeën (Matth. 16:2, 3).
Hoe zegt gij dan, alsof Ik u ten onrechte beschuldigde: Wij zijn wijs en de wet des HEEREN is bij ons; 1) onze Schriftgeleerden leggen ons die uit, en naar die uitlegging richten wij ons leven? Ziet, waarlijk te vergeefs werkt de valse pen der schriftgeleerden 2) (Hoofdst. 7:8).
Vanwege dat niet-achten van de rechten des Heeren, pochen zij te vergeefs op de kennis en het onderwijs van de wet Gods. Zij, die zeiden, wij zijn wijs enz. zijn hoofdzakelijk de Priesters en de valse profeten. Onder de wijsheid waarop deze leiders zich beroepen, is, zoals het volgende lid van dit vers aangeeft, de kennis van de wet te verstaan. Zij pochten op het bezit van de Wet, waaruit zij meenden hun wijsheid geput te hebben. Dat de geschrevene Wet bedoeld is, leert de tweede helft van het vers. De wet is bij ons, is niet bloot van het uiterlijk bezit te verstaan, maar bevat tegelijk het innerlijke bezit, de toegeëigende kennis, het inwendig bezit van de Wet. De wet des Heeren in de vijf boeken van Mozes, geeft niet enkel aanwijzing, omtrent de verhouding van den mens tegenover God, maar ook onderwijzing omtrent de verhouding Gods tegenover Zijn volk. De kennis van deze wet bevat levenswijsheid, zodat men weet hoe God te vereren en Zijne genade te verwerven, Zijn toorn te stillen is.
In Jeremia’s woord ligt opgesloten, dat er toen reeds een geschrijf plaats had, dat werd uitgegeven voor wet Gods, voor van God uitgaande onderwijzing, maar niet met waarheid. Want wat zij als in Jehova’s naam zeker ook met beroep op de wet schreven, was menschenverzinsel en leugen. Of: Tot leugen maakt het de valse pen of griffel der Schriftgeleerden. Deze Schriftgeleerden zijn hier inzonderheid de Priesters, wier roeping het was om het volk in de Wet te onderwijzen. In plaats van nu waarlijk het volk te zeggen wat de wet eist, waren zij heengegaan om de wet in overeenstemming te brengen met hun valse, leugenachtige redeneringen. Uit de Wet trachtten zij hun ongerechtigheid goed te praten.
Het moest vóór alles openbaar worden, dat het niets dan leugen was, wat zij u hebben gezegd. De wijzen zijn beschaamd, als hetgeen Mijne profeten gezegd hebben geschiedt; zij zijn verschrikt en gevangen, daar zij radeloos staan met hun ingebeelde wijsheid, en even als de eersten door de straf worden getroffen (2 Kon. 24:14 vv.). Ziet, zij hebben des HEEREN woord verworpen voor zichzelven, en nu is het hun belang, dat ook anderen niet tot kennis der waarheid komen (Matth. 23:13), wat wijsheid zouden zij dan hebben? Hoe kunnen zij zeggen wijs te wezen, daar zij niet bezitten de vreze des Heeren, die het beginsel der wijsheid is (Spr. 1:7), daar zij in het geheel gene achting hebben voor Gods woord, om het te brengen tot ene heilige betrachting, waarin de bron van alle wijsheid bestaat (Deut. 4:6. Ps. 19:8. 2 Tim. 3:15 Zij geven zich voor goede zielenartsen uit en willen de wonden van anderen met woorden (van eigene wijsheid) helen, terwijl zij toch zelf uit vele wonden van eigene schanddaden bloeden.
Daarom zal Ik, gelijk reeds in Hoofdst. 6:12-15 gezegd is, hun vrouwen als slavinnen aan anderen geven, hun akkers aan andere bezitters; want van den kleinste aan tot den grootste toe
pleegt een ieder van hen gierigheid, zij zijn vol van winstbejag. Van den Profeet aan tot den priester toe bedrijft een ieder van hen valsheid door leugenachtige uitlegging, van Mijn woord.
Jes. 56:11.
En zij genezen de breuk van de dochter Mijns volks op het lichtste. Zij maken het volk wijs, dat geen kwaad te vrezen is, terwijl Mijne Profeten het als zeer nabij voorstellen. Zij stellen gerust, zeggende: Vrede, vrede! laat u niet bevreesd maken, alles zal goed aflopen, doch daar is geen vrede, het is geen tijd voor gerustheid, er is het grootste gevaar. Het valse Evangelie bestaat voornamelijk in den valsen troost, dien men geruste zondaars toespreekt, daar men ze in hunnen onboetvaardigen toestand toch zalig prijst. O, zulke valse troosters doen in de gemeente onuitsprekelijk veel schade; maar zij zullen ook eens te schande worden en in het gericht des Heeren vallen. Zij vleiden het volk in hun zonden, en zo vleiden zij hen in hun verderf. Zij gaven voor de geneesmeesters van den staat te zijn, maar wisten geen geneesmiddelen aan te wenden tegen deszelfs toenemende ziekte. Zij brachten de lijders om het leven met strelende middelen, door een zachte geneeswijze, hun vreze en klachten stillende met te roepen vrede, vrede, alles is wel en zonder gevaar, toen de God des hemels reeds met hen voortging in dezen tucht zodat er geen vrede voor hen zijn kon.
Zijn zij beschaamd, omdat zij gruwel bedreven hebben?omdat zij door valsen troost Mijn volk hebben bedorven? Het tegendeel is waar. Ja, zij schamen zich in het minste niet, en weten niet schaamrood te worden; zij houden zich onbeschaamd aan hun leugenen vast. Daarom zullen zij vallen onder de vallenden, ten tijde hunner bezoeking zullen zij struikelen, zegt de HEERE. Het zal hun niet gelukken zichzelven te redden.
Ik zal bij die bezoeking, die Ik bedoel en die aan ene aflezing der wijnstokken zal gelijken, hen allen, verleiden en verleiders, voorzeker wegrapen, spreekt de HEERE, die wel weet, dat de verleiden evenveel schuld hebben als hun verleiders (Hoofdst. 6:16). Er zijn na die aflezing gene druiven aan den a) wijnstok meer, en gene vijgen aan den b) vijgeboom. Ja, het blad is afgevallen en de geboden, die Ik hun gegeven heb, die overtreden zij.
(Jes. 5:1, 7. b) Matth. 22:19 Luk. 13:6 vv. De schilderij van den ziener neemt ene herfstachtige kleur aan. De Heere wil de onboetvaardigen laten verzamelen als de vruchten van den wijnberg en den tuin. Wij zien nu in ene treurige dorheid; de bladeren zijn verwelkt, geen druif is meer aan den stok, geen vijg meer aan den boom, alles is den vijanden prijsgegeven, die de Heere over de velden liet trekken. De laatste woorden van het vers zijn duister. Onze overzetters verstaan het van de hardnekkige boosheid der Joden, te midden van Gods geduchte oordelen. zij lassen daarom de woorden “de geboden, ” enz. in. Eigenlijk staat er: “Ik zal hun geven, die hen overtreden zullen. ” Het Hebreeuwse woord door “overtreden” vertaald, zegt eigenlijk het opzwellen van ene overstromende rivier, en kan daarom zeer eigenaardig worden overgebracht tot het invallen van een vijandig leger, hetwelk het ganse land als overstroomt en alles wegvoert. De mening is derhalve deze, dat de Heere de Chaldeën zou doen komen, om het Joodse land als een watervloed te overstromen. Ook hier vinden we het beeld van den wijnstok, maar versterkt met dat van den vijgeboom. Geen vrucht wordt meer gezien, ja wat meer zegt, het blad is afgevallen (letterlijk: verwelkt) en een boom, wiens bladeren verwelkt zijn, is der versterving nabij. Zo was ook de toestand van Juda. Gelijk hierboven is aangemerkt, zijn de laatste woorden van het vers duister. Onze Staten-Overzetters volgen de Vulgata en andere oude overzettingen, maar, zoals Klinkenberg terecht aanmerkt, kan hier ook sprake zijn van vijanden, die het land zullen overstromen. Dewijl het volk geen vrucht meer droeg en der versterving als natie nabij was, zou de Heere den vijand doen aanrukken om het in ballingschap mee te nemen.
Waarom blijven wij zitten, wanneer het ongeluk (vs. 11) ons overvalt. Is er geen vluchten uit de versterkte plaatsen nodig? Verzamelt u, en laat ons ingaan in de vaste steden(Hoofdst. 4:5; 6:1), en aldaar stilzwijgen. 1) Immers heeft ons de HEERE, onze God, doen stilzwijgen en ons met a) gallewater gedrenkt, uit den kelk Zijns toorns, dien wij moeten ledigen, omdat wij tegen den HEERE gezondigd hebben, 2) en ons verstokten tegen al Zijn roepen tot boete en bekering.
Jer. 9:15; 23:15.
In het Hebr. Nidmah-schaam. Beter: Laat ons daar ondergaan. Want wel betekent het woord in een anderen vorm, zwijgen, maar wij hebben hier den passieven vorm: tot zwijgen gebracht worden, d. i. sterven De Profeet voert hier het mismoedige en benauwde volk sprekende in, het volk, hetwelk den vijand ziet aanrukken en nu volstrekt geen hoop meer heeft op behoud. Den Naam des Heeren hadden zij verworpen als volk. Die Naam kon voor hen een sterke toren zijn ten dage der benauwdheid. Het is daarom, nu er geen geloof aanwezig is in de trouwe Gods, dat zij in wanhoop en treurigheid ter neer zitten. Het tweede doen stilzwijgen, heeft dan ook de betekenis van: den ondergang besloten.
Is dat de taal des wrevels of der belijdenis dat God rechtvaardig is. Het is in elk geval een belijden dat God rechtvaardig is, en dat al het onheil overkomt vanwege de zonde en schuld.
Waarom blijven wij zitten, wanneer het ongeluk (vs. 11) ons overvalt. Is er geen vluchten uit de versterkte plaatsen nodig? Verzamelt u, en laat ons ingaan in de vaste steden(Hoofdst. 4:5; 6:1), en aldaar stilzwijgen. 1) Immers heeft ons de HEERE, onze God, doen stilzwijgen en ons met a) gallewater gedrenkt, uit den kelk Zijns toorns, dien wij moeten ledigen, omdat wij tegen den HEERE gezondigd hebben, 2) en ons verstokten tegen al Zijn roepen tot boete en bekering.
Jer. 9:15; 23:15.
In het Hebr. Nidmah-schaam. Beter: Laat ons daar ondergaan. Want wel betekent het woord in een anderen vorm, zwijgen, maar wij hebben hier den passieven vorm: tot zwijgen gebracht worden, d. i. sterven De Profeet voert hier het mismoedige en benauwde volk sprekende in, het volk, hetwelk den vijand ziet aanrukken en nu volstrekt geen hoop meer heeft op behoud. Den Naam des Heeren hadden zij verworpen als volk. Die Naam kon voor hen een sterke toren zijn ten dage der benauwdheid. Het is daarom, nu er geen geloof aanwezig is in de trouwe Gods, dat zij in wanhoop en treurigheid ter neer zitten. Het tweede doen stilzwijgen, heeft dan ook de betekenis van: den ondergang besloten.
Is dat de taal des wrevels of der belijdenis dat God rechtvaardig is. Het is in elk geval een belijden dat God rechtvaardig is, en dat al het onheil overkomt vanwege de zonde en schuld.
Men wacht naar vrede, maar er is niets goeds, zo blijkt het troostwoord der profeten bedrog te zijn (vs. 11), naar tijd van genezing, maar ziet, er is verschrikking. Zij zijn arme bedrogenen; er is slechts verderf (Hoofdst. 14:19).
In deze woorden ligt een ontzettende beschuldiging tegen de valse profeten. Zij hebben immers geroepen van vrede en geen gevaar en, ziet nu dreigt ernstig gevaar. De vijand staat voor de poort. Overal is het ellende. Straks komt de verwoester. Zo gaat het ook op geestelijk gebied. De arme zondaar, die dwazelijk immer geluisterd heeft naar het vrede vrede roepen van de leugen-profeten, zal het eenmaal schrikkelijk ondervinden, dat hij met een leugen is gepaaid en op bedrieglijke gronden der hope de eeuwigheid is ingegaan.
Van Dan af (Hoofdst. 4:15) wordt het gesnuif Zijner paarden gehoord, want de vijanden komen er wel van het Noorden (Hoofdst. 6:22 vv.); het ganse land beeft van het geluid der brieschingen Zijner sterken (Hoofdst. 47:3; 50:11), der hengsten, die begerig zijn naar den strijd en van de overwinning zeker. En zij komen daarhenen, dat zij het land opeten en diens volheid, de stad en die daarin wonen. 1)
Want ziet, om het nog onder een ander beeld te zeggen, wat u bescheiden is, Ik zend u de verdervers, die over u komen, slangen, basilisken 1) (Jes. 11:8) onder ulieden, tegen dewelke gene bezwering is (Ps. 58:5 vv.), die door gene bezwering en kunsten (Exod. 7:9) onschadelijk kunnen gemaakt worden, die zullen u bijten, zonder dat uwe profeten en waarzeggers (Hoofdst. 27:9) iets daartegen verrichten, spreekt de HEERE. 2)
De basilisk hier bedoeld is de serpens-regulus, een kleine, maar zeer vergiftige slang, wier beet immer dodelijk is. Hiermede wordt den ook de algehele verwoesting van stad en tempel aangekondigd.
Men zou ene strofe als deze kunnen vergelijken met de variaties van een muzikaal thema; hoe meermalen het thema van gedachte verandert, des te beter uitdrukking verkrijgt het, en des te meer wegen van ingang openen zich er voor.
Mijne verkwikking is in droefenis, in klagen; zuchten slechts gaven mij lucht, mijn hart is flauw in mij, kwijnt in mij weg, zo moet ik, de profeet, uitroepen, omdat mij het ongeluk van mijn volk diep in het hart snijdt. Hij zou het zo gaarne redden, al zijn streven heeft dat op het oog, maar te vergeefs. Geen berouw, gene bekering volgt, het oordeel moet beginnen; hij ziet het reeds in zijn gehelen omvang voor zich, en daarom is hij troosteloos. Te meer daar achter de dagen van angst en schrik een donkere nacht zich vertoont, een nacht van verstoting zijns volks in het verre land, van godverlatenheid en hopeloosheid, waaraan het daar zal zijn overgegeven.
Ziet, de stem van het geschrei der dochteren mijns volks (Hoofdst. 4:11; 6:23) is uit zeer verren lande, waarheen zij in ballingschap zijn weggevoerd, en waar zij nu eerst erkennen, hoe goed zij het hadden kunnen hebben in dit land onder haren God. Dat geschrei is: Is dan de HEERE niet te Zion, dat Hij ons niet wederhaalt in het land, waarvan gezegd is, dat het ‘t onze is (Hoofdst. 2:7). Is haar Koning niet bij haar, 1) niet bij Zion, dat Hij ons zo onder vreemde heerschappij laat zuchten? Daarop zal de Heere antwoorden: Ik wil ze niet terughalen, Ik wil hun Koning niet zijn. Waarom hebben zij Mij, toen zij Mijne weldaden ondervonden, vertoornd met hun gesnedene beelden, die zij dienden in plaats van Mij, met ijdelheden der vreemden, die zij zich kozen in de plaats van het door Mij bevolene?
Zij twisten met God alsof Hij onvriendelijk met hen had gehandeld, door hen te verlaten, daar zij zelf Hem door hun afgoderij van zich verdreven hadden. Zij hebben zich onttrokken van hun verbintenis aan Hem, en zo hebben zij zich buiten Zijne bescherming geworpen. Israël in de ballingschap klaagt hier over zijn ellende der ballingschap, beschuldigt God, den Heere, dat Hij Zijnen arm niet uitstrekt om hen te helpen. Nu de nood zo groot is, nu de druk zo zwaar is, herinneren zij zich wel de macht en sterkte des Heeren, maar in plaats van berouwvol en met diepe schuldbelijdenis tot Hem te komen, twisten Zij met Hem. Het is daarom dat de Heere God ook dadelijk wijst op de oorzaak van hun ellende, n. l. dat zij Hem verlieten en zich gewend hebben tot de afgoden, welke Hij hier in al hun nietigheid openbaart maakt door ze te noemen, ijdelheden der vreemden.
Wederom zal het volk zijne klacht verheffen, nadat de ene tijd na den anderen, van welken zij bepaald hun verlossing en wederaanneming verwachtten, voorbijgaat, zonder dat hun verwachting vervuld wordt: De oogst is voorbijgegaan, de zomer (Jes. 16:9; 29:4) is ten einde; nog zijn wij niet verlost. Zulk een vergeefs hopen en die gedurige teleurstelling zullen hen ten laatste tot een toestand van gehele radeloosheid brengen, waarin men het zelfs niet meer waagt, enige hoop te koesteren. De Joden klagen hier, dat de zomer, de rechte tijd voor den optocht van een leger, ten einde was gelopen, terwijl zich nog niets voordeed van den onderstand der Egyptenaren, of van hun andere bondgenoten. Niet verlost, lieve lezer! is dit uw treurig lot? Gewaarschuwd om den toekomenden toorn te ontvlieden, vermaand om te vluchten, om uws levens wil, en och! op dezen ogenblik niet verlost. Gij kent den weg der zaligheid, gij leest dien in den Bijbel, gij hoort dien van den kansel verkondigen, gij ziet dien aangewezen door vrienden, en toch verwaarloost gij dien weg; daarom zijt gij nog niet verlost. Gij zult niet te verontschuldigen zijn, wanneer de Heere de levenden en de doden zal oordelen. De Heilige Geest heeft in meerdere of mindere mate Zijn zegen gegeven op het woord, dat in uw oor werd gepredikt; tijden van verlevendiging zijn van het aangezicht des Heeren over u gekomen, en toch zijt gij buiten Christus. Al deze hoopvolle tijden kwamen en gingen, uw oogst en uw zomer zijn voorbijgegaan, nog zijt gij niet verlost. Jaren hebben elkaar gedrongen naar de eeuwigheid, spoedig zal het uw laatste jaar hier zijn; de jeugd is verdwenen, de mannelijke leeftijd gaat voorbij, en nog zijt gij niet verlost! Laat mij u vragen zult gij ooit verlost worden? Is dit waarschijnlijk? De meest geschikte gelegenheden hebben u onbehouden gelaten; zullen andere omstandigheden uw toestand veranderen? Middelen faalden, de beste middelen met volharding en liefde aangewend; wat kan er meer voor u worden gedaan? Lijden en voorspoed maakten even weinig indruk op u, tranen en gebeden en predikingen werden op uw onvruchtbaar hart verspild. Staan niet al de kansen u tegen om ooit verlost te worden? Is het niet meer dan waarschijnlijk, dat gij blijven zult wat gij thans zijt, totdat de dood de deur der hope voor eeuwig sluit? Deinst gij voor deze gedachte terug? Toch is zij niet van grond ontbloot. Hij, die door zovele wateren niet is rein gewassen, zal naar alle waarschijnlijkheid, onrein het einde bereiken. De gelegene tijd kwam tot hiertoe niet, waarom zou hij ooit komen? Het is gans niet onredelijk te vrezen, dat die gelegenheid nooit voor u zal aanbreken, en dat gij even als Felix, dien niet zult vinden, totdat gij uwe ogen in de hel openen zult. O bedenk toch wat die hel is, en stel u de ontzettende waarschijnlijkheid voor, dat gij daar spoedig in geworpen zult worden. Lezer! veronderstel, dat op sterven zoudt zonder verlost te zijn; gene woorden zouden uwe ellende kunnen beschrijven, Schrijf uwen ontzettenden toestand in bloed en tranen, spreek er van met wenen en knersen der tanden; gij zult worden gestraft met het eeuwige derven van de heerlijkheid des Heeren en van de heerlijkheid Zijner kracht. De stem van een broeder wilde u zo gaarne tot ernst doen opwaken. O word wijs, wordt wijs in tijds.
Is er geen balsem 1) tot genezing der wonden in Gilead? Is er geen heelmeester aldaar? 2) Heeft niet juist het heilige land boven alle andere landen den voorrang, dat daar de echte balsem gevonden wordt (Gen. 37:25), en kundige artsen genoeg om die te bereiden en aan te wenden? Want waarom is de gezondheid der dochter mijns volks niet gerezen? Wanneer ook in geestelijk opzicht het heilige land juist dat is, dat boven alle landen der heidenen Gods woord bezit en in de door God gezondene Profeten de ware uitleggers (Deut. 4:7 vv. 18:14 vv. (Ps. 147:19. (Rom. 3:2), is het den niet hoogst beklagenswaardig, dat zij, ondanks alle middelen der zaligheid nochtans verloren gaat?
Eigenlijk, de hars van den mastikboom, die gebruikt werd tot heling der wonden. De Profeet wijst hiermede den rouwklagenden in Babel op de enige genezing, op den geestelijken balsem, die alleen in staat is om de schreiende wonden des harten te genezen. En die balsem is, dat Israël, in schuldbelijdenis terugkerende tot den Heere, door Hem, en door Hem alleen worde genezen.
De Heere is inderdaad in Zijne genade onze geneesmeester geworden. Het bloed van Christus en de invloed des Heiligen Geestes is meer geschikt om het gewonde geweten te genezen en het ontroerde hart, dan enige geneesmeesters, om de ziekten der lichaams te genezen. Waarom zijn de zondaars dan niet gered? Is er geen Verlosser, geen Heiland? Helaas! zij veroordeelden zichzelven, of beminnen de krankheden, of haten den Geneesheer en Zijne geneesmiddelen, of misschien zoeken zij in hun dwaasheid naar andere middelen van herstel. Daarom sterven zij zonder vergiffenis en bekering, want zij willen niet tot Christus komen om gered te worden. . In tijden van groten druk der kerk geeft onze tekst (vs. 19-22) aanleiding om te spreken over
. Zions klacht 2) Zions schuld 3) Zions redding.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel