Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jeremia 51

1 Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal een verdervenden wind opwekken tegen Babel, en tegen degenen, die daar wonen in het hart van degenen, die tegen Mij opstaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 ZoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: ZietH2005, Ik zal een verdervendenH7843 windH7307 opwekkenH5782 tegen BabelH894, en tegen degenen, die daar wonenH3427 in het hartH3820 van degenen, die tegen Mij opstaanH6965. Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal een verdervenden wind opwekken tegen Babel, en tegen degenen, die daar wonen in het hart van degenen, die tegen Mij opstaan.

KJV Thus saith2 the LORD;3 Behold, I will raise up5 against Babylon,7 and against them that dwell9 in the midst10 of them that rise up11 against me, a destroying13 wind;

1 כֹּ֚ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 הִנְנִי֙ H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 5 מֵעִ֣יר H5782 opgewekt, verwekken, waak (a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self) 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 בָּבֶ֔ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 8 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 יֹשְׁבֵ֖י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 10 לֵ֣ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 11 קָמָ֑י H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 12 ר֖וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 13 מַשְׁחִֽית H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En Ik zal Babel wanners toeschikken, die haar wannen, en haar land uitledigen zullen; want zij zullen ten dage des kwaads van rondom tegen haar zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En Ik zal BabelH894 wannersH2114 toeschikkenH7971, die haar wannenH2219, en haar landH776 uitledigenH1238 zullen; wantH3588 zijH1961 zullen ten dageH3117 des kwaadsH7451 van rondomH5439 tegenH5921 haar zijn. En Ik zal Babel wanners toeschikken, die haar wannen, en haar land uitledigen zullen; want zij zullen ten dage des kwaads van rondom tegen haar zijn.

KJV And will send1 unto Babylon2 fanners,3 that shall fan4 her, and shall empty5 her land:7 for in the day12 of trouble13 they shall be against her round about.

1 וְשִׁלַּחְתִּ֨י H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 לְבָבֶ֤ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 3 זָרִים֙ H2114 vreemde, vreemden, vreemd (come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman) 4 וְזֵר֔וּהָ H2219 verstrooien, wannen, verspreiden cast away, compass, disperse, fan, scatter (away), spread, strew, winnow 5 וִיבֹקְק֖וּ H1238 ledig, ganselijk, ledigmakers (make) empty (out), fail, [idiom] utterly, make void 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 אַרְצָ֑הּ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 הָי֥וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 עָלֶ֛יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 מִסָּבִ֖יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 12 בְּי֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 13 רָעָֽה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 De schutter spanne zijn boog tegen dien, die spant, en tegen dien, die zich verheft in zijn pantsier; en verschoont haar jongelingen niet, verbant al haar heir;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 De schutterH1869 spanneH1869 zijn boogH7198 tegen dien, die spant, en tegen dien, die zich verheftH5927 in zijn pantsierH5630; en verschoontH2550 haar jongelingenH970 nietH408, verbantH2763 alH3605 haar heirH6635; De schutter spanne zijn boog tegen dien, die spant, en tegen dien, die zich verheft in zijn pantsier; en verschoont haar jongelingen niet, verbant al haar heir;

KJV Against him that bendeth2 let the archer3 bend his bow,4 and against him that lifteth himself up6 in his brigandine:7 and spare9 ye not her young men;11 destroy ye utterly12 all her host.

1 אֶֽל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 2 יִדְרֹ֤ךְ H1869 treden, gespannen, getreden archer, bend, come, draw, go (over), guide, lead (forth), thresh, tread (down), walk 3 הַדֹּרֵךְ֙ H1869 treden, gespannen, getreden archer, bend, come, draw, go (over), guide, lead (forth), thresh, tread (down), walk 4 קַשְׁתּ֔וֹ H7198 boog, bogen, Boog [idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot) 5 וְאֶל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 6 יִתְעַ֖ל H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 7 בְּסִרְיֹנ֑וֹ H5630 pantsier, pantsiers brigandine 8 וְאַֽל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 תַּחְמְלוּ֙ H2550 verschonen, sparen, verschoonde have compassion, (have) pity, spare 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 בַּ֣חֻרֶ֔יהָ H970 jongelingen, jongeling, Jongelingen (choice) young (man), chosen, [idiom] hole 12 הַחֲרִ֖ימוּ H2763 verbannen, verbande, verbanden make accursed, consecrate, (utterly) destroy, devote, forfeit, have a flat nose, utterly (slay, make away) 13 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 צְבָאָֽהּ H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Dat de verslagenen liggen in het land der Chaldeen, en de doorstokenen op haar straten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Dat de verslagenenH2491 liggenH5307 in het landH776 der ChaldeenH3778, en de doorstokenenH1856 op haar stratenH2351. Dat de verslagenen liggen in het land der Chaldeen, en de doorstokenen op haar straten.

KJV Thus the slain2 shall fall1 in the land3 of the Chaldeans,4 and they that are thrust through5 in her streets.

1 וְנָפְל֥וּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 2 חֲלָלִ֖ים H2491 verslagenen, verslagen, verslagene kill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded 3 בְּאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 כַּשְׂדִּ֑ים H3778 Chaldeen, Chaldea Chaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea 5 וּמְדֻקָּרִ֖ים H1856 doorstoken, doorstak, doorsteek pierce, strike (thrust) through, wound 6 בְּחוּצוֹתֶֽיהָ H2351 buiten, straten, straat abroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Want Israel of Juda zal niet in weduwschap gelaten worden van zijn God, van den HEERE der heirscharen (hoewel hunlieder land vol van schuld is), van den Heilige Israels.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 WantH3588 IsraelH3478 of JudaH3063 zal nietH3808 in weduwschapH488 gelaten worden van zijn GodH430, van den HEEREH3068 der heirscharenH6635 (hoewel hunlieder landH776 volH4390 van schuldH817 is), van den HeiligeH6918 IsraelsH3478. Want Israel of Juda zal niet in weduwschap gelaten worden van zijn God, van den HEERE der heirscharen (hoewel hunlieder land vol van schuld is), van den Heilige Israels.

KJV For Israel4 hath not been forsaken,3 nor Judah5 of his God,6 of the LORD7 of hosts;8 though their land10 was filled11 with sin12 against the Holy One13 of Israel.

1 כִּ֠י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 אַלְמָ֨ן H488 weduwschap forsaken 4 יִשְׂרָאֵ֤ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 5 וִֽיהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 6 מֵֽאֱלֹהָ֔יו H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 מֵֽיְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 צְבָא֑וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 9 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 אַרְצָם֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 מָלְאָ֣ה H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 12 אָשָׁ֔ם H817 schuldoffer, schuldoffers, schuld guiltiness, (offering for) sin, trespass (offering) 13 מִקְּד֖וֹשׁ H6918 heilig, Heilige, heilige holy (One), saint 14 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Vliedt uit het midden van Babel, en redt, een iegelijk zijn ziel; wordt niet uitgeroeid in haar ongerechtigheid; want dit is de tijd der wraak des HEEREN, Die haar de verdienste betaalt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 VliedtH5127 uit hetH1931 middenH8432 van BabelH894, en redtH4422, een iegelijkH376 zijn zielH5315; wordt nietH408 uitgeroeidH1826 in haar ongerechtigheidH5771; wantH3588 dit is de tijdH6256 der wraakH5360 des HEERENH3068, DieH1931 haar de verdiensteH1576 betaaltH7999. Vliedt uit het midden van Babel, en redt, een iegelijk zijn ziel; wordt niet uitgeroeid in haar ongerechtigheid; want dit is de tijd der wraak des HEEREN, Die haar de verdienste betaalt.

KJV Flee out1 of the midst2 of Babylon,3 and deliver4 every man5 his soul:6 be not cut off8 in her iniquity;9 for this is the time11 of the LORD'S14 vengeance;12 he will render17 unto her a recompence.

1 נֻ֣סוּ H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard 2 מִתּ֣וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 3 בָּבֶ֗ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 4 וּמַלְּטוּ֙ H4422 ontkomen, ontkwam, bevrijden deliver (self), escape, lay, leap out, let alone, let go, preserve, save, [idiom] speedily, [idiom] surely 5 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 6 נַפְשׁ֔וֹ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 7 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 8 תִּדַּ֖מּוּ H1826 stil, uitgeroeid, zwijgen cease, be cut down (off), forbear, hold peace, quiet self, rest, be silent, keep (put to) silence, be (stand) still, tarry, wait 9 בַּעֲוֺנָ֑הּ H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 10 כִּי֩ H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 עֵ֨ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 12 נְקָמָ֥ה H5360 wraak, volkomene wraak, wrake [phrase] avenge, revenge(-ing), vengeance 13 הִיא֙ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 14 לַֽיהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 גְּמ֕וּל H1576 vergelding, verdienste, weldaad [phrase] as hast served, benefit, desert, deserving, that which he hath given, recompense, reward 16 ה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 17 מְשַׁלֵּ֖ם H7999 vergelden, wedergeven, betalen make amends, (make an) end, finish, full, give again, make good, (re-) pay (again), (make) (to) (be at) peace(-able), that is perfect, perform, (make) prosper(-ous), recompense, render, requite, make restitution, restore, reward, [idiom] surely 18 לָֽהּ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Babel was een gouden beker in de hand des HEEREN, die de ganse aarde dronken maakte; de volken hebben van haar wijn gedronken, daarom zijn de volken dol geworden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 BabelH894 was een goudenH2091 bekerH3563 in de handH3027 des HEERENH3068, die de ganseH3605 aardeH776 dronkenH7937 maakte; de volkenH1471 hebben van haar wijnH3196 gedronkenH8354, daaromH3651 zijn de volkenH1471 dolH1984 geworden. Babel was een gouden beker in de hand des HEEREN, die de ganse aarde dronken maakte; de volken hebben van haar wijn gedronken, daarom zijn de volken dol geworden.

KJV Babylon3 hath been a golden2 cup1 in the LORD'S5 hand,4 that made all the earth8 drunken:6 the nations11 have drunken10 of her wine;9 therefore the nations15 are mad.

1 כּוֹס H3563 beker, bekers, steenuil cup, (small) owl. Compare H3599 (כִּיס) 2 זָהָ֤ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 3 בָּבֶל֙ H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 4 בְּיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 5 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 מְשַׁכֶּ֖רֶת H7937 dronken, dronken aanstellen, dronkenen (be filled with) drink (abundantly), (be, make) drunk(-en), be merry. (Superlative of H8248 (שָׁקָה).) 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 9 מִיֵּינָהּ֙ H3196 wijn, wijns, Wijn banqueting, wine, wine(-bibber) 10 שָׁת֣וּ H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 11 גוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 כֵּ֖ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 14 יִתְהֹלְל֥וּ H1984 prijzen, Looft, Hallelujah (make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine 15 גוֹיִֽם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Schielijk is Babel gevallen en verbroken; huilt over haar, neemt balsem tot haar pijn, misschien zal zij genezen worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 SchielijkH6597 is BabelH894 gevallenH5307 en verbrokenH7665; huiltH3213 overH5921 haar, neemtH3947 balsemH6875 tot haar pijnH4341, misschien zal zij genezenH7495 worden. Schielijk is Babel gevallen en verbroken; huilt over haar, neemt balsem tot haar pijn, misschien zal zij genezen worden.

KJV Babylon3 is suddenly1 fallen2 and destroyed:4 howl5 for her; take7 balm8 for her pain,9 if so be she may be healed.

1 פִּתְאֹ֛ם H6597 haastelijk, snellijk, haastig straightway, sudden(-ly) 2 נָפְלָ֥ה H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 3 בָבֶ֖ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 4 וַתִּשָּׁבֵ֑ר H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 5 הֵילִ֣ילוּ H3213 huilen, Huilt, huilt (make to) howl, be howling 6 עָלֶ֗יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 קְח֤וּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 8 צֳרִי֙ H6875 balsem balm 9 לְמַכְאוֹבָ֔הּ H4341 smart, smarten, pijn grief, pain, sorrow 10 אוּלַ֖י H194 misschien, mogelijk if so be, may be, peradventure, unless 11 תֵּרָפֵֽא H7495 genezen, gezond, helen cure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Wij hebben Babel gemeesterd, maar zij is niet genezen; verlaat haar dan, en laat ons een iegelijk in zijn land trekken; want haar oordeel reikt tot aan den hemel, en is verheven tot aan de bovenste wolken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Wij hebben BabelH894 gemeesterdH7495, maar zij is nietH3808 genezenH7495; verlaatH5800 haar dan, en laat ons een iegelijkH376 in zijn landH776 trekkenH3212; wantH3588 haar oordeelH4941 reiktH5060 tot aan den hemelH8064, en is verhevenH5375 tot aan de bovenste wolkenH7834. Wij hebben Babel gemeesterd, maar zij is niet genezen; verlaat haar dan, en laat ons een iegelijk in zijn land trekken; want haar oordeel reikt tot aan den hemel, en is verheven tot aan de bovenste wolken.

KJV We would have healed1 Babylon,3 but she is not healed:5 forsake6 her, and let us go7 every one8 into his own country:9 for her judgment14 reacheth11 unto heaven,13 and is lifted up15 even to the skies.

1 רִפִּ֣ינוּ H7495 genezen, gezond, helen cure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה) 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בָּבֶל֙ H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 4 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 נִרְפָּ֔תָה H7495 genezen, gezond, helen cure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה) 6 עִזְב֕וּהָ H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 7 וְנֵלֵ֖ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 8 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 9 לְאַרְצ֑וֹ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 נָגַ֤ע H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 12 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 הַשָּׁמַ֨יִם֙ H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 14 מִשְׁפָּטָ֔הּ H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 15 וְנִשָּׂ֖א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 16 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 17 שְׁחָקִֽים H7834 wolken, hemel, hemels cloud, small dust, heaven, sky
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 De HEERE heeft onze gerechtigheden hervoor gebracht; komt en laat ons te Sion het werk des HEEREN, onzes Gods, vertellen!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 De HEEREH3068 heeft onze gerechtighedenH6666 hervoor gebrachtH3318; komtH935 en laat ons te SionH6726 het werkH4639 des HEERENH3068, onzes GodsH430, vertellenH5608! De HEERE heeft onze gerechtigheden hervoor gebracht; komt en laat ons te Sion het werk des HEEREN, onzes Gods, vertellen!

KJV The LORD2 hath brought forth1 our righteousness:4 come,5 and let us declare6 in Zion7 the work9 of the LORD10 our God.

1 הוֹצִ֥יא H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 צִדְקֹתֵ֑ינוּ H6666 gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheid justice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness) 5 בֹּ֚אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 6 וּנְסַפְּרָ֣ה H5608 schrijver, vertellen, tellen commune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer 7 בְצִיּ֔וֹן H6726 Sion, Sions Zion 8 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 מַעֲשֵׂ֖ה H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 10 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 אֱלֹהֵֽינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Zuivert de pijlen, rust de schilden volkomenlijk toe; de HEERE heeft den geest der koningen van Medie opgewekt; want Zijn voornemen is tegen Babel, dat Hij haar verderve; want dit is de wraak des HEEREN, de wraak Zijns tempels.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 ZuivertH1305 de pijlenH2671, rustH4390 de schildenH7982 volkomenlijkH4390 toe; de HEEREH3068 heeft den geestH7307 der koningenH4428 van MedieH4074 opgewektH5782; wantH3588 Zijn voornemenH4209 is tegenH5921 BabelH894, dat HijH1931 haar verderveH7843; wantH3588 dit is de wraakH5360 des HEERENH3068, de wraakH5360 Zijns tempelsH1964. Zuivert de pijlen, rust de schilden volkomenlijk toe; de HEERE heeft den geest der koningen van Medie opgewekt; want Zijn voornemen is tegen Babel, dat Hij haar verderve; want dit is de wraak des HEEREN, de wraak Zijns tempels.

KJV Make bright1 the arrows;2 gather3 the shields:4 the LORD6 hath raised up5 the spirit8 of the kings9 of the Medes:10 for his device14 is against Babylon,13 to destroy15 it; because it is the vengeance17 of the LORD,18 the vengeance20 of his temple.

1 הָבֵ֣רוּ H1305 reine, uitgelezen, zuiveren make bright, choice, chosen, cleanse (be clean), clearly, polished, (shew self) pure(-ify), purge (out) 2 הַחִצִּים֮ H2671 pijlen, pijl, moordpijl [phrase] archer, arrow, dart, shaft, staff, wound 3 מִלְא֣וּ H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 4 הַשְּׁלָטִים֒ H7982 schilden shield 5 הֵעִ֣יר H5782 opgewekt, verwekken, waak (a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self) 6 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 ר֨וּחַ֙ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 9 מַלְכֵ֣י H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 מָדַ֔י H4074 Meden, Medie, Madai Madai, Medes, Media 11 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 בָּבֶ֥ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 14 מְזִמָּת֖וֹ H4209 bedachtzaamheid, gedachten, schandelijke verdichtselen (wicked) device, discretion, intent, witty invention, lewdness, mischievous (device), thought, wickedly 15 לְהַשְׁחִיתָ֑הּ H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 16 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 17 נִקְמַ֤ת H5360 wraak, volkomene wraak, wrake [phrase] avenge, revenge(-ing), vengeance 18 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 19 הִ֔יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 20 נִקְמַ֖ת H5360 wraak, volkomene wraak, wrake [phrase] avenge, revenge(-ing), vengeance 21 הֵיכָלֽוֹ H1964 tempel, tempels, paleis palace, temple
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Verheft de banier op de muren van Babel, versterkt de wacht, stelt wachters, bereidt de lagen; want gelijk de HEERE heeft voorgenomen, alzo heeft Hij gedaan, wat Hij over de inwoners van Babel gesproken heeft.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 VerheftH5375 de banierH5251 op de murenH2346 van BabelH894, versterktH2388 de wachtH4929, steltH6965 wachtersH8104, bereidtH3559 de lagenH693; wantH3588 gelijk de HEEREH3068 heeft voorgenomenH2161, alzo heeft Hij gedaanH6213, watH834 Hij over de inwonersH3427 van BabelH894 gesprokenH1696 heeft. Verheft de banier op de muren van Babel, versterkt de wacht, stelt wachters, bereidt de lagen; want gelijk de HEERE heeft voorgenomen, alzo heeft Hij gedaan, wat Hij over de inwoners van Babel gesproken heeft.

KJV Set up4 the standard5 upon the walls2 of Babylon,3 make the watch7 strong,6 set up8 the watchmen,9 prepare10 the ambushes:11 for the LORD15 hath both devised14 and done17 that which he spake20 against the inhabitants22 of Babylon.

1 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 2 חוֹמֹ֨ת H2346 muur, muren, muurs wall, walled 3 בָּבֶ֜ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 4 שְׂאוּ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 5 נֵ֗ס H5251 banier, stang, zeil banner, pole, sail, (en-) sign, standard 6 הַחֲזִ֨יקוּ֙ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 7 הַמִּשְׁמָ֔ר H4929 wacht, bewaring, wachten diligence, guard, office, prison, ward, watch 8 הָקִ֨ימוּ֙ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 9 שֹֽׁמְרִ֔ים H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 10 הָכִ֖ינוּ H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 11 הָאֹֽרְבִ֑ים H693 achterlage, lagen, loeren (lie in) ambush(-ment), lay (lie in) wait 12 כִּ֚י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 14 זָמַ֣ם H2161 gedacht, voorgenomen, bedacht consider, devise, imagine, plot, purpose, think (evil) 15 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 17 עָשָׂ֕ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 18 אֵ֥ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 20 דִּבֶּ֖ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 21 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 22 יֹשְׁבֵ֥י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 23 בָבֶֽל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Gij, die aan vele wateren woont, die machtig zijt van schatten! uw einde is gekomen, de maat uwer gierigheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Gij, die aanH5921 veleH7227 waterenH4325 woontH7931, die machtigH7227 zijt van schattenH214! uw eindeH7093 is gekomenH935, de maatH520 uwer gierigheidH1215. Gij, die aan vele wateren woont, die machtig zijt van schatten! uw einde is gekomen, de maat uwer gierigheid.

KJV O thou that dwellest1 upon many4 waters,3 abundant5 in treasures,6 thine end8 is come,7 and the measure9 of thy covetousness.

1 שֹׁכַנְתְּ֙ H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up) 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 מַ֣יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 4 רַבִּ֔ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 5 רַבַּ֖ת H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 6 אֽוֹצָרֹ֑ת H214 schatten, schat, schatkameren armory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y) 7 בָּ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 קִצֵּ֖ךְ H7093 einde, uiterste [phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process 9 אַמַּ֥ת H520 ellen, el, anderhalve cubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post 10 בִּצְעֵֽךְ H1215 gierigheid, gewin, nuttigheid covetousness, (dishonest) gain, lucre, profit
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 De HEERE der heirscharen heeft gezworen bij Zijn ziel: Ofschoon Ik u met mensen als met kevers vervuld heb, nochtans zullen zij elkander een vreugdegeschrei over u toeroepen!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 De HEEREH3068 der heirscharenH6635 heeft gezworenH7650 bij Zijn zielH5315: Ofschoon Ik u met mensenH120 als met keversH3218 vervuldH4390 heb, nochtans zullen zij elkander een vreugdegeschreiH1959 overH5921 u toeroepenH6030! De HEERE der heirscharen heeft gezworen bij Zijn ziel: Ofschoon Ik u met mensen als met kevers vervuld heb, nochtans zullen zij elkander een vreugdegeschrei over u toeroepen!

KJV The LORD2 of hosts3 hath sworn1 by himself,4 saying, Surely I will fill7 thee with men,8 as with caterpillers;9 and they shall lift up10 a shout

1 נִשְׁבַּ֛ע H7650 gezworen, zweren, zwoer adjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear 2 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 4 בְּנַפְשׁ֑וֹ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 5 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 7 מִלֵּאתִ֤יךְ H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 8 אָדָם֙ H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 9 כַּיֶּ֔לֶק H3218 kevers, kever cankerworm, caterpillar 10 וְעָנ֥וּ H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 11 עָלַ֖יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 הֵידָֽד H1959 vreugdegeschrei shout(-ing)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Die de aarde gemaakt heeft door Zijn kracht, Die de wereld bereid heeft door Zijn wijsheid, en den hemel uitgebreid door Zijn verstand;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Die de aardeH776 gemaaktH6213 heeft door Zijn krachtH3581, Die de wereldH8398 bereidH3559 heeft door Zijn wijsheidH2451, en den hemelH8064 uitgebreidH5186 door Zijn verstandH8394; Die de aarde gemaakt heeft door Zijn kracht, Die de wereld bereid heeft door Zijn wijsheid, en den hemel uitgebreid door Zijn verstand;

KJV He hath made1 the earth2 by his power,3 he hath established4 the world5 by his wisdom,6 and hath stretched out8 the heaven9 by his understanding.

1 עֹשֵׂ֥ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 אֶ֨רֶץ֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 3 בְּכֹח֔וֹ H3581 kracht, macht, vermogen ability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth 4 מֵכִ֥ין H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 5 תֵּבֵ֖ל H8398 wereld, aardrijk habitable part, world 6 בְּחָכְמָת֑וֹ H2451 wijsheid, Wijsheid, wijs skilful, wisdom, wisely, wit 7 וּבִתְבוּנָת֖וֹ H8394 verstand, verstandigheid, verstands discretion, reason, skilfulness, understanding, wisdom 8 נָטָ֥ה H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 9 שָׁמָֽיִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Als Hij Zijn stem geeft, zo is er een gedruis van wateren in den hemel, en Hij doet de dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen, en doet den wind voortkomen uit Zijn schatkameren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Als Hij Zijn stemH6963 geeftH5414, zo is er een gedruisH1995 van waterenH4325 in den hemelH8064, en Hij doet de dampenH5387 opklimmenH5927 van het eindeH7097 der aardeH776; Hij maaktH6213 de bliksemenH1300 met den regenH4306, en doet den windH7307 voortkomenH3318 uit Zijn schatkamerenH214. Als Hij Zijn stem geeft, zo is er een gedruis van wateren in den hemel, en Hij doet de dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen, en doet den wind voortkomen uit Zijn schatkameren.

KJV When he uttereth2 his voice,1 there is a multitude3 of waters4 in the heavens;5 and he causeth the vapours7 to ascend6 from the ends8 of the earth:9 he maketh12 lightnings10 with rain,11 and bringeth forth13 the wind14 out of his treasures.

1 לְק֨וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 2 תִּתּ֜וֹ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 3 הֲמ֥וֹן H1995 menigte, veelheid, rumoer abundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult 4 מַ֨יִם֙ H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 5 בַּשָּׁמַ֔יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 6 וַיַּ֥עַל H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 7 נְשִׂאִ֖ים H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 8 מִקְצֵה H7097 einde, uiterste, deel [idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part) 9 אָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 בְּרָקִ֤ים H1300 bliksemen, bliksem, bliksemende bright, glitter(-ing sword), lightning 11 לַמָּטָר֙ H4306 regen, plasregen rain 12 עָשָׂ֔ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 13 וַיֹּ֥צֵא H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 14 ר֖וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 15 מֵאֹצְרֹתָֽיו H214 schatten, schat, schatkameren armory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Een ieder mens is onvernuftig geworden, zodat hij geen wetenschap heeft; een ieder goudsmid is beschaamd van het gesneden beeld; want zijn gegoten beeld is leugen, en er is geen geest in hen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Een iederH3605 mensH120 is onvernuftigH1197 geworden, zodat hij geen wetenschapH1847 heeft; een iederH3605 goudsmidH6884 is beschaamdH3001 van het gesnedenH6459 beeldH5262; wantH3588 zijn gegoten beeld is leugenH8267, en er is geenH3808 geestH7307 in hen. Een ieder mens is onvernuftig geworden, zodat hij geen wetenschap heeft; een ieder goudsmid is beschaamd van het gesneden beeld; want zijn gegoten beeld is leugen, en er is geen geest in hen.

KJV Every man3 is brutish1 by his knowledge;4 every founder7 is confounded5 by the graven image:8 for his molten image11 is falsehood,10 and there is no breath

1 נִבְעַ֤ר H1197 wegdoen, branden, aangestoken be brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 אָדָם֙ H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 4 מִדַּ֔עַת H1847 wetenschap, kennis, kennen cunning, (ig-) norantly, know(-ledge), (un-) awares (wittingly) 5 הֹבִ֥ישׁ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 צֹרֵ֖ף H6884 goudsmid, gelouterd, doorlouterd cast, (re-) fine(-er), founder, goldsmith, melt, pure, purge away, try 8 מִפָּ֑סֶל H6459 gesneden beeld, gesneden beelden, beeld carved (graven) image 9 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 שֶׁ֥קֶר H8267 leugen, valse, valsheid without a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully 11 נִסְכּ֖וֹ H5262 drankofferen, drankoffer, beeld cover, drink offering, molten image 12 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 ר֥וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 14 בָּֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Ijdelheid zijn zij, een werk van verleidingen; ten tijde hunner bezoeking zullen zij vergaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 IjdelheidH1892 zijn zijH1992, een werkH4639 van verleidingenH8595; ten tijdeH6256 hunner bezoekingH6486 zullen zij vergaanH6. Ijdelheid zijn zij, een werk van verleidingen; ten tijde hunner bezoeking zullen zij vergaan.

KJV They are vanity,1 the work3 of errors:4 in the time5 of their visitation6 they shall perish.

1 הֶ֣בֶל H1892 ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid [idiom] altogether, vain, vanity 2 הֵ֔מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 3 מַעֲשֵׂ֖ה H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 4 תַּעְתֻּעִ֑ים H8595 verleidingen error 5 בְּעֵ֥ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 6 פְּקֻדָּתָ֖ם H6486 bezoeking, opzicht, ambt account, (that have the) charge, custody, that which...laid up, numbers, office(-r), ordering, oversight, [phrase] prison, reckoning, visitation 7 יֹאבֵֽדוּ H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Jakobs deel is niet gelijk die; want Hij is de Formeerder van alles, en Israel is de roede Zijner erfenis; HEERE der heirscharen is Zijn Naam.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 JakobsH3290 deelH2506 is nietH3808 gelijk die; wantH3588 HijH1931 is de FormeerderH3335 van allesH3605, en Israel is de roedeH7626 Zijner erfenisH5159; HEEREH3068 der heirscharenH6635 is Zijn NaamH8034. Jakobs deel is niet gelijk die; want Hij is de Formeerder van alles, en Israel is de roede Zijner erfenis; HEERE der heirscharen is Zijn Naam.

KJV The portion3 of Jacob4 is not like them; for he is the former6 of all things: and Israel is the rod9 of his inheritance:10 the LORD11 of hosts12 is his name.

1 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 כְאֵ֜לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 3 חֵ֣לֶק H2506 deel, delen, stuk flattery, inheritance, part, [idiom] partake, portion 4 יַעֲק֗וֹב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 5 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 יוֹצֵ֤ר H3335 geformeerd, formeert, pottenbakker [idiom] earthen, fashion, form, frame, make(-r), potter, purpose 7 הַכֹּל֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 ה֔וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 9 וְשֵׁ֖בֶט H7626 stammen, stam, roede [idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe 10 נַחֲלָת֑וֹ H5159 erfenis, erfdeel, erve heritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל) 11 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 13 שְׁמֽוֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Gij zijt Mij een voorhamer, en krijgswapenen; en door u zal Ik volken in stukken slaan, en door u zal Ik koninkrijken verderven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Gij zijt Mij een voorhamerH4661, en krijgswapenenH3627; en door u zal Ik volkenH1471 in stukken slaanH5310, en door u zal Ik koninkrijkenH4467 verdervenH7843. Gij zijt Mij een voorhamer, en krijgswapenen; en door u zal Ik volken in stukken slaan, en door u zal Ik koninkrijken verderven.

KJV Thou art my battle axe1 and weapons4 of war:5 for with thee will I break in pieces6 the nations,8 and with thee will I destroy9 kingdoms;

1 מַפֵּץ H4661 voorhamer battle ax 2 אַתָּ֣ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 3 לִ֔י 4 כְּלֵ֖י H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 5 מִלְחָמָ֑ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 6 וְנִפַּצְתִּ֤י H5310 slaan, stukken slaan, verstrooid be beaten in sunder, break (in pieces), broken, dash (in pieces), cause to be discharged, dispersed, be overspread, scatter 7 בְךָ֙ 8 גּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 9 וְהִשְׁחַתִּ֥י H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 10 בְךָ֖ 11 מַמְלָכֽוֹת H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En door u zal Ik in stukken slaan het paard en zijn ruiter; en door u zal Ik in stukken slaan den wagen en zijn ruiter.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En door u zal Ik in stukken slaanH5310 het paardH5483 en zijn ruiterH7392; en door u zal Ik in stukken slaanH5310 den wagenH7393 en zijn ruiterH7392. En door u zal Ik in stukken slaan het paard en zijn ruiter; en door u zal Ik in stukken slaan den wagen en zijn ruiter.

KJV And with thee will I break in pieces1 the horse3 and his rider;4 and with thee will I break in pieces5 the chariot7 and his rider;

1 וְנִפַּצְתִּ֣י H5310 slaan, stukken slaan, verstrooid be beaten in sunder, break (in pieces), broken, dash (in pieces), cause to be discharged, dispersed, be overspread, scatter 2 בְךָ֔ 3 ס֖וּס H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 4 וְרֹֽכְב֑וֹ H7392 rijden, rijdende, reed bring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set 5 וְנִפַּצְתִּ֣י H5310 slaan, stukken slaan, verstrooid be beaten in sunder, break (in pieces), broken, dash (in pieces), cause to be discharged, dispersed, be overspread, scatter 6 בְךָ֔ 7 רֶ֖כֶב H7393 wagenen, wagen, wagens chariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon 8 וְרֹכְבֽוֹ H7392 rijden, rijdende, reed bring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En door u zal Ik in stukken slaan den man en de vrouw; en door u zal Ik in stukken slaan den oude en den jonge; en door u zal Ik in stukken slaan den jongeling en de jonkvrouw.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En door u zal Ik in stukken slaanH5310 den manH376 en de vrouwH802; en door u zal Ik in stukken slaanH5310 den oudeH2205 en den jongeH5288; en door u zal Ik in stukken slaanH5310 den jongelingH970 en de jonkvrouwH1330. En door u zal Ik in stukken slaan den man en de vrouw; en door u zal Ik in stukken slaan den oude en den jonge; en door u zal Ik in stukken slaan den jongeling en de jonkvrouw.

KJV With thee also will I break in pieces1 man3 and woman;4 and with thee will I break in pieces5 old7 and young;8 and with thee will I break in pieces9 the young man11 and the maid;

1 וְנִפַּצְתִּ֤י H5310 slaan, stukken slaan, verstrooid be beaten in sunder, break (in pieces), broken, dash (in pieces), cause to be discharged, dispersed, be overspread, scatter 2 בְךָ֙ 3 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 וְאִשָּׁ֔ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 5 וְנִפַּצְתִּ֥י H5310 slaan, stukken slaan, verstrooid be beaten in sunder, break (in pieces), broken, dash (in pieces), cause to be discharged, dispersed, be overspread, scatter 6 בְךָ֖ 7 זָקֵ֣ן H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 8 וָנָ֑עַר H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man) 9 וְנִפַּצְתִּ֣י H5310 slaan, stukken slaan, verstrooid be beaten in sunder, break (in pieces), broken, dash (in pieces), cause to be discharged, dispersed, be overspread, scatter 10 בְךָ֔ 11 בָּח֖וּר H970 jongelingen, jongeling, Jongelingen (choice) young (man), chosen, [idiom] hole 12 וּבְתוּלָֽה H1330 jonkvrouw, maagd, maagden maid, virgin
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En door u zal Ik in stukken slaan den herder en zijn kudde; en door u zal Ik in stukken slaan den akkerman en zijn juk ossen; en door u zal Ik in stukken slaan landvoogden en overheden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En door u zal Ik in stukken slaanH5310 den herderH7462 en zijn kuddeH5739; en door u zal Ik in stukken slaanH5310 den akkermanH406 en zijn jukH6776 ossen; en door u zal Ik in stukken slaanH5310 landvoogdenH6346 en overhedenH5461. En door u zal Ik in stukken slaan den herder en zijn kudde; en door u zal Ik in stukken slaan den akkerman en zijn juk ossen; en door u zal Ik in stukken slaan landvoogden en overheden.

KJV I will also break in pieces1 with thee the shepherd3 and his flock;4 and with thee will I break in pieces5 the husbandman7 and his yoke of oxen;8 and with thee will I break in pieces9 captains11 and rulers.

1 וְנִפַּצְתִּ֤י H5310 slaan, stukken slaan, verstrooid be beaten in sunder, break (in pieces), broken, dash (in pieces), cause to be discharged, dispersed, be overspread, scatter 2 בְךָ֙ 3 רֹעֶ֣ה H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 4 וְעֶדְר֔וֹ H5739 kudde, kudden, schaapskudden drove, flock, herd 5 וְנִפַּצְתִּ֥י H5310 slaan, stukken slaan, verstrooid be beaten in sunder, break (in pieces), broken, dash (in pieces), cause to be discharged, dispersed, be overspread, scatter 6 בְךָ֖ 7 אִכָּ֣ר H406 akkerlieden, akkerman husbandman, ploughman 8 וְצִמְדּ֑וֹ H6776 juk, paar, bunderen acre, couple, [idiom] together, two (donkeys), yoke (of oxen) 9 וְנִפַּצְתִּ֣י H5310 slaan, stukken slaan, verstrooid be beaten in sunder, break (in pieces), broken, dash (in pieces), cause to be discharged, dispersed, be overspread, scatter 10 בְךָ֔ 11 פַּח֖וֹת H6346 landvoogden, vorst, vorsten captain, deputy, governor 12 וּסְגָנִֽים H5461 overheden prince, ruler
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Maar Ik zal Babel en allen inwoneren van Chaldea vergelden al hun boosheid, die zij gedaan hebben aan Sion, voor ulieder ogen, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Maar Ik zal BabelH894 en allenH3605 inwonerenH3427 van ChaldeaH3778 vergeldenH7999 alH3605 hun boosheidH7451, dieH834 zij gedaanH6213 hebben aan SionH6726, voor ulieder ogenH5869, spreektH5002 de HEEREH3068. Maar Ik zal Babel en allen inwoneren van Chaldea vergelden al hun boosheid, die zij gedaan hebben aan Sion, voor ulieder ogen, spreekt de HEERE.

KJV And I will render1 unto Babylon2 and to all the inhabitants4 of Chaldea5 all their evil8 that they have done10 in Zion11 in your sight,12 saith13 the LORD.

1 וְשִׁלַּמְתִּ֨י H7999 vergelden, wedergeven, betalen make amends, (make an) end, finish, full, give again, make good, (re-) pay (again), (make) (to) (be at) peace(-able), that is perfect, perform, (make) prosper(-ous), recompense, render, requite, make restitution, restore, reward, [idiom] surely 2 לְבָבֶ֜ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 3 וּלְכֹ֣ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 יוֹשְׁבֵ֣י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 5 כַשְׂדִּ֗ים H3778 Chaldeen, Chaldea Chaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea 6 אֵ֧ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 רָעָתָ֛ם H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 9 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 עָשׂ֥וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 11 בְצִיּ֖וֹן H6726 Sion, Sions Zion 12 לְעֵֽינֵיכֶ֑ם H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 13 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 14 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Ziet, Ik wil aan u, gij verdervende berg! spreekt de HEERE, gij, die de ganse aarde verderft, en Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken, en u van de steenrotsen afwentelen, en zal u stellen tot een berg des brands.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 ZietH2005, Ik wil aan u, gij verdervendeH4889 bergH2022! spreektH5002 de HEEREH3068, gij, die de ganseH3605 aardeH776 verderftH7843, en Ik zal Mijn handH3027 tegen u uitstrekkenH5186, en u vanH4480 de steenrotsenH5553 afwentelenH1556, en zal u stellenH5414 totH413 een bergH2022 des brandsH8316. Ziet, Ik wil aan u, gij verdervende berg! spreekt de HEERE, gij, die de ganse aarde verderft, en Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken, en u van de steenrotsen afwentelen, en zal u stellen tot een berg des brands.

KJV Behold, I am against thee, O destroying4 mountain,3 saith5 the LORD,6 which destroyest7 all the earth:10 and I will stretch out11 mine hand13 upon thee, and roll thee down15 from the rocks,17 and will make18 thee a burnt20 mountain.

1 הִנְנִ֨י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 2 אֵלֶ֜יךָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 הַ֤ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 4 הַמַּשְׁחִית֙ H4889 verderve, Mashith, verderfelijken strik corruption, (to) destroy(-ing), destruction, trap, [idiom] utterly 5 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 6 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 הַמַּשְׁחִ֖ית H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 וְנָטִ֨יתִי H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 יָדִ֜י H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 14 עָלֶ֗יךָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 וְגִלְגַּלְתִּ֨יךָ֙ H1556 Wentel, gewenteld, wentelt commit, remove, roll (away, down, together), run down, seek occasion, trust, wallow 16 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 17 הַסְּלָעִ֔ים H5553 steenrots, rotssteen, steenrotsen (ragged) rock, stone(-ny), strong hold 18 וּנְתַתִּ֖יךָ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 19 לְהַ֥ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 20 שְׂרֵפָֽה H8316 brand, branding, brands burning
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En zij zullen uit u geen steen nemen tot een hoek, ook geen steen tot fondamenten; want gij zult tot eeuwige woestheden zijn, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 En zij zullen uitH4480 u geen steenH68 nemenH3947 tot een hoekH6438, ook geen steenH68 tot fondamentenH4146; wantH3588 gij zult tot eeuwigeH5769 woesthedenH8077 zijnH1961, spreektH5002 de HEEREH3068. En zij zullen uit u geen steen nemen tot een hoek, ook geen steen tot fondamenten; want gij zult tot eeuwige woestheden zijn, spreekt de HEERE.

KJV And they shall not take2 of thee a stone4 for a corner,5 nor a stone6 for foundations;7 but thou shalt be desolate9 for ever,10 saith12 the LORD.

1 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 יִקְח֤וּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 3 מִמְּךָ֙ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 4 אֶ֣בֶן H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 5 לְפִנָּ֔ה H6438 hoeken, hoek, hoeksteen bulwark, chief, corner, stay, tower 6 וְאֶ֖בֶן H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 7 לְמֽוֹסָד֑וֹת H4146 fondamenten, gronden, grondvesten foundation 8 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 שִׁמְמ֥וֹת H8077 verwoesting, woest, woeste (laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste 10 עוֹלָ֛ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 11 תִּֽהְיֶ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 12 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 13 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Verheft de banier in het land, blaast de bazuin onder de heidenen, heiligt de heidenen tegen haar, roept tegen haar bijeen de koninkrijken van Ararat, Minni en Askenaz; bestelt een krijgsoverste tegen haar, brengt paarden opwaarts, als ruige kevers!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 VerheftH5375 de banierH5251 in het landH776, blaastH8628 de bazuinH7782 onder de heidenenH1471, heiligtH6942 de heidenenH1471 tegen haar, roept tegenH5921 haar bijeen de koninkrijkenH4467 van AraratH780, MinniH4508 en AskenazH813; besteltH6485 een krijgsoversteH2951 tegenH5921 haar, brengtH5927 paardenH5483 opwaartsH5927, als ruigeH5569 keversH3218! Verheft de banier in het land, blaast de bazuin onder de heidenen, heiligt de heidenen tegen haar, roept tegen haar bijeen de koninkrijken van Ararat, Minni en Askenaz; bestelt een krijgsoverste tegen haar, brengt paarden opwaarts, als ruige kevers!

Ook in dit vers roept bijeenH8085

KJV Set ye up1 a standard2 in the land,3 blow4 the trumpet5 among the nations,6 prepare7 the nations9 against her, call together10 against her the kingdoms12 of Ararat,13 Minni,14 and Ashchenaz;15 appoint16 a captain18 against her; cause the horses20 to come up19 as the rough22 caterpillers.

1 שְׂאוּ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 2 נֵ֣ס H5251 banier, stang, zeil banner, pole, sail, (en-) sign, standard 3 בָּאָ֗רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 תִּקְע֨וּ H8628 blazen, blies, bliezen blow (a trumpet), cast, clap, fasten, pitch (tent), smite, sound, strike, [idiom] suretiship, thrust 5 שׁוֹפָ֤ר H7782 bazuin, bazuinen, ramsbazuinen cornet, trumpet 6 בַּגּוֹיִם֙ H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 7 קַדְּשׁ֤וּ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 8 עָלֶ֨יהָ֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 גּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 10 הַשְׁמִ֧יעוּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 11 עָלֶ֛יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 מַמְלְכ֥וֹת H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal 13 אֲרָרַ֖ט H780 Ararat Ararat, Armenia 14 מִנִּ֣י H4508 Minni Minni 15 וְאַשְׁכְּנָ֑ז H813 Askenaz Ashkenaz 16 פִּקְד֤וּ H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 17 עָלֶ֨יהָ֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 טִפְסָ֔ר H2951 krijgsoverste, krijgsoversten captain 19 הַֽעֲלוּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 20 ס֖וּס H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 21 כְּיֶ֥לֶק H3218 kevers, kever cankerworm, caterpillar 22 סָמָֽר H5569 ruige rough
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Heiligt tegen haar de heidenen, de koningen van Medie, haar landvoogden en al haar overheden, ja, het ganse land harer heerschappij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 HeiligtH6942 tegenH5921 haar de heidenenH1471, de koningenH4428 van MedieH4074, haar landvoogdenH6346 en alH3605 haar overhedenH5461, ja, het ganseH3605 landH776 harer heerschappijH4475. Heiligt tegen haar de heidenen, de koningen van Medie, haar landvoogden en al haar overheden, ja, het ganse land harer heerschappij.

KJV Prepare1 against her the nations3 with the kings5 of the Medes,6 the captains8 thereof, and all the rulers11 thereof, and all the land14 of his dominion.

1 קַדְּשׁ֨וּ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 2 עָלֶ֤יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 גוֹיִם֙ H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 מַלְכֵ֣י H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 מָדַ֔י H4074 Meden, Medie, Madai Madai, Medes, Media 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 פַּחוֹתֶ֖יהָ H6346 landvoogden, vorst, vorsten captain, deputy, governor 9 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 סְגָנֶ֑יהָ H5461 overheden prince, ruler 12 וְאֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 אֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 15 מֶמְשַׁלְתּֽוֹ H4475 heerschappij, volkomene heerschappij dominion, government, power, to rule
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Dan zal het land beven en pijn lijden; want elk een van des HEEREN gedachten staat vast tegen Babel, om Babels land te stellen tot een verwoesting, dat er geen inwoner zij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Dan zal het landH776 bevenH7493 en pijn lijdenH2342; wantH3588 elk een van des HEERENH3068 gedachtenH4284 staat vastH6965 tegenH5921 BabelH894, om BabelsH894 landH776 te stellenH7760 tot een verwoestingH8047, dat er geenH369 inwonerH3427 zij. Dan zal het land beven en pijn lijden; want elk een van des HEEREN gedachten staat vast tegen Babel, om Babels land te stellen tot een verwoesting, dat er geen inwoner zij.

KJV And the land2 shall tremble1 and sorrow:3 for every purpose8 of the LORD9 shall be performed5 against Babylon,7 to make10 the land12 of Babylon13 a desolation14 without an inhabitant.

1 וַתִּרְעַ֥שׁ H7493 beven, beefde, beeft make afraid, (re-) move, quake, (make to) shake, (make to) tremble 2 הָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 3 וַתָּחֹ֑ל H2342 geboren, barensnood, beven bear, (make to) bring forth, (make to) calve, dance, drive away, fall grievously (with pain), fear, form, great, grieve, (be) grievous, hope, look, make, be in pain, be much (sore) pained, rest, shake, shapen, (be) sorrow(-ful), stay, tarry, travail (with pain), tremble, trust, wait carefully (patiently), be wounded 4 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 קָ֤מָה H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 בָּבֶל֙ H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 8 מַחְשְׁב֣וֹת H4284 gedachten, gedachte, vernuftigen arbeid cunning (work), curious work, device(-sed), imagination, invented, means, purpose, thought 9 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 לָשׂ֞וּם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 אֶ֧רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 13 בָּבֶ֛ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 14 לְשַׁמָּ֖ה H8047 verwoesting, ontzetting, schrik astonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing 15 מֵאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 16 יוֹשֵֽׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Babels helden hebben opgehouden te strijden, zij zijn gebleven in de vestingen, hun macht is bezweken, zij zijn tot wijven geworden; zij hebben hun woningen aangestoken, hun grendels zijn verbroken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 BabelsH894 heldenH1368 hebben opgehoudenH2308 te strijdenH3898, zij zijn geblevenH3427 in de vestingenH4679, hun machtH1369 is bezwekenH5405, zijH1961 zijn tot wijvenH802 geworden; zij hebben hun woningenH4908 aangestokenH3341, hun grendelsH1280 zijn verbrokenH7665. Babels helden hebben opgehouden te strijden, zij zijn gebleven in de vestingen, hun macht is bezweken, zij zijn tot wijven geworden; zij hebben hun woningen aangestoken, hun grendels zijn verbroken.

KJV The mighty men2 of Babylon3 have forborn1 to fight,4 they have remained5 in their holds:6 their might8 hath failed;7 they became as women:10 they have burned11 her dwellingplaces;12 her bars14 are broken.

1 חָדְלוּ֩ H2308 ophouden, hielden, nalaten cease, end, fall, forbear, forsake, leave (off), let alone, rest, be unoccupied, want 2 גִבּוֹרֵ֨י H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 3 בָבֶ֜ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 4 לְהִלָּחֵ֗ם H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 5 יָֽשְׁבוּ֙ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 6 בַּמְּצָד֔וֹת H4679 vestingen, vesting, burg castle, fort, (strong) hold, munition 7 נָשְׁתָ֥ה H5405 bezweken, vergaan, versmacht fail 8 גְבוּרָתָ֖ם H1369 macht, mogendheden, sterkte force, mastery, might, mighty (act, power), power, strength 9 הָי֣וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 לְנָשִׁ֑ים H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 11 הִצִּ֥יתוּ H3341 aansteken, aangestoken, verbrand burn (up), be desolate, set (on) fire (fire), kindle 12 מִשְׁכְּנֹתֶ֖יהָ H4908 tabernakel, tabernakels, woningen dwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent 13 נִשְׁבְּר֥וּ H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 14 בְרִיחֶֽיהָ H1280 grendelen, richelen, grendel bar, fugitive
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 De loper zal den loper tegemoet lopen, en de kondschapper den kondschapper tegemoet, om den koning van Babel bekend te maken, dat zijn stad van het einde is ingenomen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 De loperH7323 zal den loperH7323 tegemoetH7125 lopenH7323, en de kondschapperH5046 den kondschapperH5046 tegemoetH7125, om den koningH4428 van BabelH894 bekendH5046 te maken, datH3588 zijn stadH5892 van het eindeH7097 is ingenomenH3920; De loper zal den loper tegemoet lopen, en de kondschapper den kondschapper tegemoet, om den koning van Babel bekend te maken, dat zijn stad van het einde is ingenomen;

KJV One post1 shall run3 to meet2 another,4 and one messenger5 to meet6 another,7 to shew8 the king9 of Babylon10 that his city13 is taken12 at one end,

1 רָ֤ץ H7323 liep, lopen, trawanten break down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post 2 לִקְרַאת H7125 tegemoet, egemoet, ontmoette [idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way 3 רָץ֙ H7323 liep, lopen, trawanten break down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post 4 יָר֔וּץ H7323 liep, lopen, trawanten break down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post 5 וּמַגִּ֖יד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 6 לִקְרַ֣את H7125 tegemoet, egemoet, ontmoette [idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way 7 מַגִּ֑יד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 8 לְהַגִּיד֙ H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 9 לְמֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 בָּבֶ֔ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 11 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 נִלְכְּדָ֥ה H3920 nam, ingenomen, gevangen [idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take 13 עִיר֖וֹ H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 14 מִקָּצֶֽה H7097 einde, uiterste, deel [idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En dat de veren ingenomen, en de rietpoelen met vuur verbrand zijn; en dat de krijgslieden verbaasd zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 En dat de verenH4569 ingenomenH8610, en de rietpoelenH98 met vuurH784 verbrandH8313 zijn; en dat de krijgsliedenH582 verbaasdH926 zijn. En dat de veren ingenomen, en de rietpoelen met vuur verbrand zijn; en dat de krijgslieden verbaasd zijn.

KJV And that the passages1 are stopped,2 and the reeds4 they have burned5 with fire,6 and the men of war8 are affrighted.

1 וְהַמַּעְבָּר֣וֹת H4569 veren, doorgang, doorgegaan ford, place where...pass, passage 2 נִתְפָּ֔שׂוּ H8610 gegrepen, grepen, handelen catch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take 3 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הָאֲגַמִּ֖ים H98 poelen, waterpoel, rietpoelen pond, pool, standing (water) 5 שָׂרְפ֣וּ H8313 verbranden, verbrand, verbrandde (cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly 6 בָאֵ֑שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 7 וְאַנְשֵׁ֥י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 8 הַמִּלְחָמָ֖ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 9 נִבְהָֽלוּ H926 verschrikt, beroerd, verbaasd be (make) affrighted (afraid, amazed, dismayed, rash), (be, get, make) haste(-n, -y, -ily), (give) speedy(-ily), thrust out, trouble, vex

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: De dochter van Babel is als een dorsvloer, het is tijd, dat men ze trede; nog een weinig, dan zal haar de tijd des oogstes overkomen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 WantH3588 zoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, de GodH430 IsraelsH3478: De dochterH1323 van BabelH894 is als een dorsvloerH1637, het is tijdH6256, dat men ze tredeH1869; nogH5750 een weinigH4592, dan zal haar de tijdH6256 des oogstesH7105 overkomenH935. Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: De dochter van Babel is als een dorsvloer, het is tijd, dat men ze trede; nog een weinig, dan zal haar de tijd des oogstes overkomen.

KJV For thus saith3 the LORD4 of hosts,5 the God6 of Israel;7 The daughter8 of Babylon9 is like a threshingfloor,10 it is time11 to thresh12 her: yet a little while,14 and the time16 of her harvest17 shall come.

1 כִּי֩ H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כֹ֨ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֜ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 צְבָאוֹת֙ H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 6 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 8 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 9 בָּבֶ֕ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 10 כְּגֹ֖רֶן H1637 dorsvloer, dorsvloers, plein (barn, corn, threshing-) floor, (threshing-, void) place 11 עֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 12 הִדְרִיכָ֑הּ H1869 treden, gespannen, getreden archer, bend, come, draw, go (over), guide, lead (forth), thresh, tread (down), walk 13 ע֣וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 14 מְעַ֔ט H4592 weinig, weinige, bijna almost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very 15 וּבָ֥אָה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 16 עֵֽת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 17 הַקָּצִ֖יר H7105 oogst, oogstes, tak bough, branch, harvest (man) 18 לָֽהּ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft mij opgegeten, hij heeft mij verpletterd, hij heeft mij gesteld als een ledig vat, hij heeft mij verslonden als een draak, hij heeft zijn balg gevuld van mijn lekkernijen; hij heeft mij verdreven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 NebukadrezarH5019, de koningH4428 van BabelH894, heeft mij opgegetenH398, hij heeft mij verpletterdH2000, hij heeft mij gesteldH3322 als een ledigH7385 vatH3627, hij heeft mij verslondenH1104 als een draakH8577, hij heeft zijn balgH3770 gevuldH4390 van mijn lekkernijenH5730; hij heeft mij verdrevenH1740. Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft mij opgegeten, hij heeft mij verpletterd, hij heeft mij gesteld als een ledig vat, hij heeft mij verslonden als een draak, hij heeft zijn balg gevuld van mijn lekkernijen; hij heeft mij verdreven.

KJV Nebuchadrezzar3 the king4 of Babylon5 hath devoured1 me, he hath crushed2 me, he hath made6 me an empty8 vessel,7 he hath swallowed me up9 like a dragon,10 he hath filled11 his belly12 with my delicates,13 he hath cast me out.

1 אֲכָלַ֣נִי H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 2 הֲמָמַ֗נִי H2000 verschrikte, verslaan, breekt break, consume, crush, destroy, discomfit, trouble, vex 3 נְבוּכַדְרֶאצַּר֮ H5019 Nebukadnezar, Nebukadrezar Nebuchadnezzar, Nebuchadrezzar 4 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 בָּבֶל֒ H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 6 הִצִּיגַ֨נִי֙ H3322 stelden, gesteld, stelde establish, leave, make, present, put, set, stay 7 כְּלִ֣י H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 8 רִ֔יק H7385 vergeefs, ijdelheid, tevergeefs empty, to no purpose, (in) vain (thing), vanity 9 בְּלָעַ֨נִי֙ H1104 verslonden, verslinden, verslond cover, destroy, devour, eat up, be at end, spend up, swallow down (up) 10 כַּתַּנִּ֔ין H8577 draken, draak, zeedraak dragon, sea-monster, serpent, whale 11 מִלָּ֥א H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 12 כְרֵשׂ֖וֹ H3770 balg belly 13 מֵֽעֲדָנָ֑י H5730 lekkernijen, weelde, wellust delicate, delight, pleasure. See also H1040 (בֵּית עֵדֶן) 14 הֱדִיחָֽנִי H1740 verdreven, staken, wies cast out, purge, wash
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Het geweld, dat mij en mijn vlees is aangedaan, zij op Babel! zegge de inwoneres van Sion; en mijn bloed zij op de inwoners van Chaldea! zegge Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 Het geweldH2555, dat mij en mijn vleesH7607 is aangedaan, zij opH5921 BabelH894! zeggeH559 de inwoneresH3427 van SionH6726; en mijn bloedH1818 zij op de inwonersH3427 van ChaldeaH3778! zeggeH559 JeruzalemH3389. Het geweld, dat mij en mijn vlees is aangedaan, zij op Babel! zegge de inwoneres van Sion; en mijn bloed zij op de inwoners van Chaldea! zegge Jeruzalem.

KJV The violence1 done to me and to my flesh2 be upon Babylon,4 shall the inhabitant6 of Zion7 say;5 and my blood8 upon the inhabitants10 of Chaldea,11 shall Jerusalem13 say.

1 חֲמָסִ֤י H2555 geweld, gewelds, wrevel cruel(-ty), damage, false, injustice, [idiom] oppressor, unrighteous, violence (against, done), violent (dealing), wrong 2 וּשְׁאֵרִי֙ H7607 vlees, nabestaande, bloedvriend body, flesh, food, (near) kin(-sman, -swoman), near (nigh) (of kin) 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 בָּבֶ֔ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 5 תֹּאמַ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 יֹשֶׁ֣בֶת H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 7 צִיּ֑וֹן H6726 Sion, Sions Zion 8 וְדָמִי֙ H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 יֹשְׁבֵ֣י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 11 כַשְׂדִּ֔ים H3778 Chaldeen, Chaldea Chaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea 12 תֹּאמַ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 13 יְרוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Daarom, zo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal uw twist twisten, en uw wraak wreken; en Ik zal haar zee droog maken, en haar springader opdrogen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 DaaromH3651, zo zegtH559 de HEEREH3068: ZietH2005, Ik zal uw twistH7379 twistenH7378, en uw wraakH5360 wrekenH5358; en Ik zal haar zeeH3220 droogH2717 maken, en haar springaderH4726 opdrogenH3001. Daarom, zo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal uw twist twisten, en uw wraak wreken; en Ik zal haar zee droog maken, en haar springader opdrogen.

KJV Therefore thus saith3 the LORD;4 Behold, I will plead6 thy cause,8 and take vengeance9 for thee;11 and I will dry up12 her sea,14 and make her springs17 dry.

1 לָכֵ֗ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 כֹּ֚ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 הִנְנִי H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 6 רָב֙ H7378 twisten, twist, getwist adversary, chide, complain, contend, debate, [idiom] ever, [idiom] lay wait, plead, rebuke, strive, [idiom] thoroughly 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 רִיבֵ֔ךְ H7379 twist, twistzaak, geschil [phrase] adversary, cause, chiding, contend(-tion), controversy, multitude (from the margin), pleading, strife, strive(-ing), suit 9 וְנִקַּמְתִּ֖י H5358 wreken, gewroken, wreke avenge(-r, self), punish, revenge (self), [idiom] surely, take vengeance 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 נִקְמָתֵ֑ךְ H5360 wraak, volkomene wraak, wrake [phrase] avenge, revenge(-ing), vengeance 12 וְהַחֲרַבְתִּי֙ H2717 verwoest, woest, verdroogd decay, (be) desolate, destroy(-er), (be) dry (up), slay, [idiom] surely, (lay, lie, make) waste 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 יַמָּ֔הּ H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 15 וְהֹבַשְׁתִּ֖י H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 16 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 מְקוֹרָֽהּ H4726 springader, fontein, Springader fountain, issue, spring, well(-spring)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 En Babel zal worden tot steen hopen, een woning der draken, een ontzetting en aanfluiting, dat er geen inwoner zij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 En BabelH894 zal worden tot steen hopenH1530, een woningH4583 der drakenH8577, een ontzettingH8047 en aanfluitingH8322, dat er geenH369 inwonerH3427 zijH1961. En Babel zal worden tot steen hopen, een woning der draken, een ontzetting en aanfluiting, dat er geen inwoner zij.

KJV And Babylon2 shall become heaps,3 a dwellingplace4 for dragons,5 an astonishment,6 and an hissing,7 without an inhabitant.

1 וְהָיְתָה֩ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בָבֶ֨ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 3 לְגַלִּ֧ים H1530 golven, hoop, hopen billow, heap, spring, wave 4 מְעוֹן H4583 woning, Toevlucht, Vertrek den, dwelling((-) place), habitation 5 תַּנִּ֛ים H8577 draken, draak, zeedraak dragon, sea-monster, serpent, whale 6 שַׁמָּ֥ה H8047 verwoesting, ontzetting, schrik astonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing 7 וּשְׁרֵקָ֖ה H8322 aanfluiting hissing 8 מֵאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 9 יוֹשֵֽׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 Zij zullen te zamen brullen als jonge leeuwen, briesen als leeuwenwelpen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 Zij zullen te zamenH3162 brullenH7580 als jonge leeuwenH3715, briesenH5286 als leeuwenwelpenH738. Zij zullen te zamen brullen als jonge leeuwen, briesen als leeuwenwelpen.

KJV They shall roar3 together1 like lions:2 they shall yell4 as lions'6 whelps.

1 יַחְדָּ֖ו H3162 samen, tezamen alike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal 2 כַּכְּפִרִ֣ים H3715 jonge leeuwen, jonge leeuw, jongen leeuws (young) lion, village. Compare H3723 (כָּפָר) 3 יִשְׁאָ֑גוּ H7580 brullen, brullende, gebruld [idiom] mightily, roar 4 נָעֲר֖וּ H5286 briesen yell 5 כְּגוֹרֵ֥י H1484 welpen whelp 6 אֲרָיֽוֹת H738 leeuw, leeuwen, leeuws (young) lion, [phrase] pierce (from the margin)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 Als zij verhit zijn, zal Ik hun drank opzetten, en zal hen dronken maken, opdat zij opspringen; maar zij zullen een eeuwigen slaap slapen, en niet opwaken, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 Als zij verhitH2527 zijn, zal Ik hun drankH4960 opzettenH7896, en zal hen dronkenH7937 maken, opdatH4616 zij opspringenH5937; maar zij zullen een eeuwigenH5769 slaapH8142 slapenH3462, en nietH3808 opwakenH6974, spreektH5002 de HEEREH3068. Als zij verhit zijn, zal Ik hun drank opzetten, en zal hen dronken maken, opdat zij opspringen; maar zij zullen een eeuwigen slaap slapen, en niet opwaken, spreekt de HEERE.

KJV In their heat1 I will make2 their feasts,4 and I will make them drunken,5 that they may rejoice,7 and sleep8 a perpetual10 sleep,9 and not wake,12 saith13 the LORD.

1 בְּחֻמָּ֞ם H2527 heet, hitte, warm heat, to be hot (warm) 2 אָשִׁ֣ית H7896 zetten, zet, zette apply, appoint, array, bring, consider, lay (up), let alone, [idiom] look, make, mark, put (on), [phrase] regard, set, shew, be stayed, [idiom] take 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 מִשְׁתֵּיהֶ֗ם H4960 maaltijd, maaltijden, bruiloft banquet, drank, drink, feast((-ed), -ing) 5 וְהִשְׁכַּרְתִּים֙ H7937 dronken, dronken aanstellen, dronkenen (be filled with) drink (abundantly), (be, make) drunk(-en), be merry. (Superlative of H8248 (שָׁקָה).) 6 לְמַ֣עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 7 יַעֲלֹ֔זוּ H5937 vreugde opspringen, springt vreugde, vreugde opgesprongen be joyful, rejoice, triumph 8 וְיָשְׁנ֥וּ H3462 slapen, sliep, ontslape old (store), remain long, (make to) sleep 9 שְׁנַת H8142 slaap, slapens sleep 10 עוֹלָ֖ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 11 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 יָקִ֑יצוּ H6974 opwaken, wakker, ontwaakt arise, (be) (a-) wake, watch 13 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 14 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 Ik zal hen afvoeren als lammeren om te slachten, als rammen met bokken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 Ik zal hen afvoerenH3381 als lammerenH3733 om te slachtenH2873, als rammenH352 metH5973 bokkenH6260. Ik zal hen afvoeren als lammeren om te slachten, als rammen met bokken.

KJV I will bring them down1 like lambs2 to the slaughter,3 like rams4 with he goats.

1 אֽוֹרִידֵ֖ם H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 2 כְּכָרִ֣ים H3733 lammeren, stormrammen, hoofdmannen captain, furniture, lamb, (large) pasture, ram. See also H1033 (בֵּית כַּר), H3746 (כָּרִי) 3 לִטְב֑וֹחַ H2873 geslacht, slachten, slacht kill, (make) slaughter, slay 4 כְּאֵילִ֖ים H352 ram, rammen, posten mighty (man), lintel, oak, post, ram, tree 5 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 6 עַתּוּדִֽים H6260 bokken chief one, (he) goat, ram
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 Hoe is Sesach zo veroverd, en de roem der ganse aarde ingenomen! Hoe is Babel geworden tot een ontzetting onder de heidenen!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 Hoe is SesachH8347 zo veroverdH3920, en de roemH8416 der ganseH3605 aardeH776 ingenomenH8610! HoeH349 isH1961 BabelH894 geworden tot een ontzettingH8047 onder de heidenenH1471! Hoe is Sesach zo veroverd, en de roem der ganse aarde ingenomen! Hoe is Babel geworden tot een ontzetting onder de heidenen!

KJV How is Sheshach3 taken!2 and how is the praise5 of the whole earth7 surprised!4 how is Babylon11 become an astonishment10 among the nations!

1 אֵ֚יךְ H349 hoe how, what 2 נִלְכְּדָ֣ה H3920 nam, ingenomen, gevangen [idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take 3 שֵׁשַׁ֔ךְ H8347 Sesach Sheshach 4 וַתִּתָּפֵ֖שׂ H8610 gegrepen, grepen, handelen catch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take 5 תְּהִלַּ֣ת H8416 lof, roem, lofzang praise 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 אֵ֣יךְ H349 hoe how, what 9 הָיְתָ֧ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 לְשַׁמָּ֛ה H8047 verwoesting, ontzetting, schrik astonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing 11 בָּבֶ֖ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 12 בַּגּוֹיִֽם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 Een zee is over Babel gerezen, door de veelheid harer golven is zij bedekt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 Een zeeH3220 is overH5921 BabelH894 gerezenH5927, door de veelheidH1995 harer golvenH1530 is zij bedektH3680. Een zee is over Babel gerezen, door de veelheid harer golven is zij bedekt.

KJV The sea4 is come up1 upon Babylon:3 she is covered7 with the multitude5 of the waves

1 עָלָ֥ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 בָּבֶ֖ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 4 הַיָּ֑ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 5 בַּהֲמ֥וֹן H1995 menigte, veelheid, rumoer abundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult 6 גַּלָּ֖יו H1530 golven, hoop, hopen billow, heap, spring, wave 7 נִכְסָֽתָה H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 Haar steden zijn geworden tot verwoesting, een dor land en wildernis; een land, waarin niemand woont, en waar geen mensenkind doorgaat.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 Haar stedenH5892 zijnH1961 geworden tot verwoestingH8047, een dorH6723 landH776 en wildernisH6160; een landH776, waarin niemandH376 woontH3427, en waar geenH3808 mensenkindH1121 doorgaatH5674. Haar steden zijn geworden tot verwoesting, een dor land en wildernis; een land, waarin niemand woont, en waar geen mensenkind doorgaat.

KJV Her cities2 are a desolation,3 a dry5 land,4 and a wilderness,6 a land7 wherein no man12 dwelleth,9 neither doth any son16 of man17 pass14 thereby.

1 הָי֤וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 עָרֶ֨יהָ֙ H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 3 לְשַׁמָּ֔ה H8047 verwoesting, ontzetting, schrik astonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing 4 אֶ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 צִיָּ֣ה H6723 dor, dorre, plaatsen barren, drought, dry (land, place), solitary place, wilderness 6 וַעֲרָבָ֑ה H6160 vlakke velden, vlakke veld, wildernis Arabah, champaign, desert, evening, heaven, plain, wilderness. See also H1026 (בֵּית הָעֲרָבָה) 7 אֶ֗רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 יֵשֵׁ֤ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 10 בָּהֵן֙ 11 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 אִ֔ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 13 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 יַעֲבֹ֥ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 15 בָּהֵ֖ן H2004 zij, haar (vrouwelijk meervoud) [idiom] in, such like, (with) them, thereby, therein, (more than) they, wherein, in which, whom, withal 16 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 17 אָדָֽם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 En Ik zal bezoeking doen over Bel te Babel, en Ik zal uit zijn muil uithalen, wat hij verslonden heeft; en de heidenen zullen niet meer tot hem toevloeien, want ook Babels muur is gevallen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 En Ik zal bezoekingH6485 doen overH5921 BelH1078 te BabelH894, en Ik zal uit zijn muilH6310 uithalenH3318, wat hij verslondenH1105 heeft; en de heidenenH1471 zullen nietH3808 meerH5750 totH413 hem toevloeienH5102, want ookH1571 BabelsH894 muurH2346 is gevallenH5307. En Ik zal bezoeking doen over Bel te Babel, en Ik zal uit zijn muil uithalen, wat hij verslonden heeft; en de heidenen zullen niet meer tot hem toevloeien, want ook Babels muur is gevallen.

KJV And I will punish1 Bel3 in Babylon,4 and I will bring forth5 out of his mouth8 that which he hath swallowed up:7 and the nations13 shall not flow together10 any more unto him: yea, the wall15 of Babylon16 shall fall.

1 וּפָקַדְתִּ֨י H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 בֵּ֜ל H1078 Bel Bel 4 בְּבָבֶ֗ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 5 וְהֹצֵאתִ֤י H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 בִּלְעוֹ֙ H1105 verslinding, verslonden devouring, that which he hath swallowed up 8 מִפִּ֔יו H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 9 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 יִנְהֲר֥וּ H5102 toevloeien, samenvloeien, waterstroom aangelopen flow (together), be lightened 11 אֵלָ֛יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 ע֖וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 13 גּוֹיִ֑ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 14 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 15 חוֹמַ֥ת H2346 muur, muren, muurs wall, walled 16 בָּבֶ֖ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 17 נָפָֽלָה H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
45 Gaat uit, Mijn volk, uit het midden van haar, en redt een iegelijk zijn ziel, vanwege de hittigheid van den toorn des HEEREN.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

45 Gaat uit, Mijn volkH5971, uit het middenH8432 van haar, en redtH4422 een iegelijkH376 zijn zielH5315, vanwege de hittigheidH2740 van den toornH639 des HEERENH3068. Gaat uit, Mijn volk, uit het midden van haar, en redt een iegelijk zijn ziel, vanwege de hittigheid van den toorn des HEEREN.

KJV My people,3 go ye out1 of the midst2 of her, and deliver4 ye every man5 his soul7 from the fierce8 anger9 of the LORD.

1 צְא֤וּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 מִתּוֹכָהּ֙ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 3 עַמִּ֔י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 וּמַלְּט֖וּ H4422 ontkomen, ontkwam, bevrijden deliver (self), escape, lay, leap out, let alone, let go, preserve, save, [idiom] speedily, [idiom] surely 5 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 נַפְשׁ֑וֹ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 8 מֵחֲר֖וֹן H2740 hittigheid, hitte, brandende toorn sore displeasure, fierce(-ness), fury, (fierce) wrath(-ful) 9 אַף H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 10 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
46 En opdat ulieder hart misschien niet week worde, en gij vreest van het gerucht, dat gehoord zal worden in het land; want er zal een gerucht komen in het ene jaar, en daarna een gerucht in het andere jaar; en er zal geweld zijn in het land, heer over heer.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

46 En opdat ulieder hartH3824 misschien niet weekH7401 worde, en gij vreestH3372 van het geruchtH8052, dat gehoordH8085 zal worden in het landH776; want er zal een geruchtH8052 komenH935 in het ene jaarH8141, en daarnaH310 een geruchtH8052 in het andere jaarH8141; en er zal geweldH2555 zijn in het landH776, heerH4910 overH5921 heerH4910. En opdat ulieder hart misschien niet week worde, en gij vreest van het gerucht, dat gehoord zal worden in het land; want er zal een gerucht komen in het ene jaar, en daarna een gerucht in het andere jaar; en er zal geweld zijn in het land, heer over heer.

KJV And lest your heart3 faint,2 and ye fear4 for the rumour5 that shall be heard6 in the land;7 a rumour10 shall both come8 one year,9 and after11 that in another year12 shall come a rumour,13 and violence14 in the land,15 ruler16 against ruler.

1 וּפֶן H6435 opdat niet, anders (lest) (peradventure), that...not 2 יֵרַ֤ךְ H7401 week, verzacht, zachter (be) faint(-hearted), mollify, (be, make) soft(-er), be tender 3 לְבַבְכֶם֙ H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 4 וְתִֽירְא֔וּ H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 5 בַּשְּׁמוּעָ֖ה H8052 gerucht, tijding, gehoord bruit, doctrine, fame, mentioned, news, report, rumor, tidings 6 הַנִּשְׁמַ֣עַת H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 7 בָּאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 וּבָ֧א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 בַשָּׁנָ֣ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 10 הַשְּׁמוּעָ֗ה H8052 gerucht, tijding, gehoord bruit, doctrine, fame, mentioned, news, report, rumor, tidings 11 וְאַחֲרָ֤יו H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 12 בַּשָּׁנָה֙ H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 13 הַשְּׁמוּעָ֔ה H8052 gerucht, tijding, gehoord bruit, doctrine, fame, mentioned, news, report, rumor, tidings 14 וְחָמָ֣ס H2555 geweld, gewelds, wrevel cruel(-ty), damage, false, injustice, [idiom] oppressor, unrighteous, violence (against, done), violent (dealing), wrong 15 בָּאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 16 וּמֹשֵׁ֖ל H4910 heersen, heerst, heerser (have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power 17 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 מֹשֵֽׁל H4910 heersen, heerst, heerser (have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
47 Daarom ziet, de dagen komen, dat Ik bezoeking zal doen over de gesneden beelden van Babel; en haar ganse land zal beschaamd worden, en al haar verslagenen zullen in het midden van haar liggen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

47 DaaromH3651 zietH2009, de dagenH3117 komenH935, dat Ik bezoekingH6485 zal doen overH5921 de gesneden beeldenH6456 van BabelH894; en haar ganseH3605 landH776 zal beschaamdH954 worden, en alH3605 haar verslagenenH2491 zullen in het middenH8432 van haar liggenH5307. Daarom ziet, de dagen komen, dat Ik bezoeking zal doen over de gesneden beelden van Babel; en haar ganse land zal beschaamd worden, en al haar verslagenen zullen in het midden van haar liggen.

KJV Therefore, behold, the days3 come,4 that I will do judgment5 upon the graven images7 of Babylon:8 and her whole land10 shall be confounded,11 and all her slain13 shall fall14 in the midst

1 לָכֵן֙ H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 הִנֵּ֣ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 3 יָמִ֣ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 4 בָּאִ֔ים H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 וּפָקַדְתִּי֙ H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 פְּסִילֵ֣י H6456 gesneden beelden, gesneden, gesnedene beelden carved (graven) image, quarry 8 בָבֶ֔ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 9 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 אַרְצָ֖הּ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 תֵּב֑וֹשׁ H954 beschaamd, beschaamt, schamen (be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long 12 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 חֲלָלֶ֖יהָ H2491 verslagenen, verslagen, verslagene kill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded 14 יִפְּל֥וּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 15 בְתוֹכָֽהּ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
48 En de hemel en de aarde, mitsgaders al wat daarin is, zullen juichen over Babel; want van het noorden zullen haar de verstoorders aankomen, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

48 En de hemelH8064 en de aardeH776, mitsgaders alH3605 watH834 daarin is, zullen juichenH7442 overH5921 BabelH894; wantH3588 van het noordenH6828 zullen haar de verstoordersH7703 aankomenH935, spreektH5002 de HEEREH3068. En de hemel en de aarde, mitsgaders al wat daarin is, zullen juichen over Babel; want van het noorden zullen haar de verstoorders aankomen, spreekt de HEERE.

KJV Then the heaven4 and the earth,5 and all that is therein, shall sing1 for Babylon:3 for the spoilers13 shall come11 unto her from the north,10 saith14 the LORD.

1 וְרִנְּנ֤וּ H7442 juichen, vrolijk zingen, juicht aloud for joy, cry out, be joyful (greatly, make to) rejoice, (cause to) shout (for joy), (cause to) sing (aloud, for joy, out), triumph 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 בָּבֶל֙ H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 4 שָׁמַ֣יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 5 וָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 וְכֹ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 בָּהֶ֑ם 9 כִּ֧י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 מִצָּפ֛וֹן H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 11 יָבוֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 12 לָ֥הּ 13 הַשּׁוֹדְדִ֖ים H7703 verwoest, verstoord, verstoorder dead, destroy(-er), oppress, robber, spoil(-er), [idiom] utterly, (lay) waste 14 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 15 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
49 Gelijk Babel geweest is tot een val der verslagenen van Israel, alzo zullen te Babel de verslagenen des gansen lands vallen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

49 Gelijk BabelH894 geweest is tot een valH5307 der verslagenenH2491 van IsraelH3478, alzo zullen te BabelH894 de verslagenenH2491 des gansenH3605 landsH776 vallenH5307. Gelijk Babel geweest is tot een val der verslagenen van Israel, alzo zullen te Babel de verslagenen des gansen lands vallen.

KJV As1 Babylon2 hath caused the slain4 of Israel5 to fall,3 so at Babylon7 shall fall8 the slain9 of all the earth.

1 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 בָּבֶ֕ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 3 לִנְפֹּ֖ל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 4 חַֽלְלֵ֣י H2491 verslagenen, verslagen, verslagene kill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded 5 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 7 לְבָבֶ֥ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 8 נָפְל֖וּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 9 חַֽלְלֵ֥י H2491 verslagenen, verslagen, verslagene kill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded 10 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
50 Gij ontkomenen van het zwaard, gaat weg, en blijft niet staan; gedenkt des HEEREN van verre, en laat Jeruzalem in ulieder hart opkomen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

50 Gij ontkomenenH6405 van het zwaardH2719, gaat wegH1980, en blijft nietH408 staanH5975; gedenktH2142 des HEERENH3068 van verreH7350, en laat JeruzalemH3389 in ulieder hartH3824 opkomenH5927. Gij ontkomenen van het zwaard, gaat weg, en blijft niet staan; gedenkt des HEEREN van verre, en laat Jeruzalem in ulieder hart opkomen.

KJV Ye that have escaped the sword,2 go away,3 stand not still:5 remember6 the LORD9 afar off,7 and let Jerusalem10 come11 into your mind.

1 פְּלֵטִ֣ים H6412 ontkomen, ontkome, ontkomene (that have) escape(-d, -th), fugitive 2 מֵחֶ֔רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 3 הִלְכ֖וּ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 4 אַֽל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 5 תַּעֲמֹ֑דוּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 6 זִכְר֤וּ H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 7 מֵֽרָחוֹק֙ H7350 verre, verren, ver (a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 וִירֽוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 11 תַּעֲלֶ֥ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 לְבַבְכֶֽם H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
51 Gij moogt zeggen: Wij zijn beschaamd geworden, want wij hebben versmaadheid gehoord, schaamroodheid heeft ons aangezicht bedekt; omdat uitlandsen over de heiligdommen van des HEEREN huis gekomen zijn;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

51 Gij moogt zeggen: Wij zijn beschaamdH954 geworden, wantH3588 wij hebben versmaadheidH2781 gehoordH8085, schaamroodheidH3639 heeft ons aangezichtH6440 bedektH3680; omdatH3588 uitlandsenH2114 overH5921 de heiligdommenH4720 van des HEERENH3068 huisH1004 gekomenH935 zijn; Gij moogt zeggen: Wij zijn beschaamd geworden, want wij hebben versmaadheid gehoord, schaamroodheid heeft ons aangezicht bedekt; omdat uitlandsen over de heiligdommen van des HEEREN huis gekomen zijn;

KJV We are confounded,1 because we have heard3 reproach:4 shame6 hath covered5 our faces:7 for strangers10 are come9 into the sanctuaries12 of the LORD'S14 house.

1 בֹּ֚שְׁנוּ H954 beschaamd, beschaamt, schamen (be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long 2 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 3 שָׁמַ֣עְנוּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 4 חֶרְפָּ֔ה H2781 smaadheid, smaad, versmaadheid rebuke, reproach(-fully), shame 5 כִּסְּתָ֥ה H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה) 6 כְלִמָּ֖ה H3639 schande, smaad, smaadheden confusion, dishonour, reproach, shame 7 פָּנֵ֑ינוּ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 8 כִּ֚י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 בָּ֣אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 זָרִ֔ים H2114 vreemde, vreemden, vreemd (come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman) 11 עַֽל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 מִקְדְּשֵׁ֖י H4720 heiligdom, heiligdoms, heiligdommen chapel, hallowed part, holy place, sanctuary 13 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 14 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
52 Daarom ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik bezoeking doen zal over haar gesneden beelden; en de dodelijk verwonde zal kermen in haar ganse land.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

52 DaaromH3651 zietH2009, de dagenH3117 komenH935, spreektH5002 de HEEREH3068, dat Ik bezoekingH6485 doen zal overH5921 haar gesneden beeldenH6456; en de dodelijk verwondeH2491 zal kermenH602 in haar ganseH3605 landH776. Daarom ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik bezoeking doen zal over haar gesneden beelden; en de dodelijk verwonde zal kermen in haar ganse land.

KJV Wherefore, behold, the days3 come,4 saith5 the LORD,6 that I will do judgment7 upon her graven images:9 and through all her land11 the wounded13 shall groan.

1 לָכֵ֞ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 הִנֵּֽה H2009 ziet, zie behold, lo, see 3 יָמִ֤ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 4 בָּאִים֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 6 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 וּפָקַדְתִּ֖י H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 פְּסִילֶ֑יהָ H6456 gesneden beelden, gesneden, gesnedene beelden carved (graven) image, quarry 10 וּבְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 אַרְצָ֖הּ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 12 יֶאֱנֹ֥ק H602 kermen, uitroepen cry, groan 13 חָלָֽל H2491 verslagenen, verslagen, verslagene kill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
53 Al klom Babel ten hemel op, en al maakte zij vast de hoogte harer sterkte, zo zullen haar toch verstoorders van Mij overkomen, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

53 Al klomH5927 BabelH894 ten hemelH8064 op, en al maakte zij vastH1219 de hoogteH4791 harer sterkteH5797, zo zullen haar toch verstoordersH7703 vanH854 Mij overkomenH935, spreektH5002 de HEEREH3068. Al klom Babel ten hemel op, en al maakte zij vast de hoogte harer sterkte, zo zullen haar toch verstoorders van Mij overkomen, spreekt de HEERE.

KJV Though Babylon3 should mount up2 to heaven,4 and though she should fortify6 the height7 of her strength,8 yet from me shall spoilers11 come10 unto her, saith13 the LORD.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 תַעֲלֶ֤ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 3 בָבֶל֙ H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 4 הַשָּׁמַ֔יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 5 וְכִ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 תְבַצֵּ֖ר H1219 vaste, gesterkt, vast cut off, (de-) fenced, fortify, (grape) gather(-er), mighty things, restrain, strong, wall (up), withhold 7 מְר֣וֹם H4791 hoogte, hoogten, omhoog (far) above, dignity, haughty, height, (most, on) high (one, place), loftily, upward 8 עֻזָּ֑הּ H5797 sterkte, Sterkte, sterke boldness, loud, might, power, strength, strong 9 מֵאִתִּ֗י H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 10 יָבֹ֧אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 11 שֹׁדְדִ֛ים H7703 verwoest, verstoord, verstoorder dead, destroy(-er), oppress, robber, spoil(-er), [idiom] utterly, (lay) waste 12 לָ֖הּ 13 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 14 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
54 Er is een stem des gekrijts uit Babel, en een grote breuk uit het land der Chaldeen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

54 Er is een stemH6963 des gekrijtsH2201 uit BabelH894, en een groteH1419 breukH7667 uit het landH776 der ChaldeenH3778. Er is een stem des gekrijts uit Babel, en een grote breuk uit het land der Chaldeen.

KJV A sound1 of a cry2 cometh from Babylon,3 and great5 destruction4 from the land6 of the Chaldeans:

1 ק֥וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 2 זְעָקָ֖ה H2201 geroep, gekrijt, geschreeuws cry(-ing) 3 מִבָּבֶ֑ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 4 וְשֶׁ֥בֶר H7667 breuk, verbreking, Breuk affliction, breach, breaking, broken(-footed, -handed), bruise, crashing, destruction, hurt, interpretation, vexation 5 גָּד֖וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 6 מֵאֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 כַּשְׂדִּֽים H3778 Chaldeen, Chaldea Chaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
55 Want de HEERE verstoort Babel, en zal de grootse stem uit haar doen vergaan; want hunlieder golven zullen bruisen als grote wateren; het geruis van hunlieder geluid zal zich verheffen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

55 WantH3588 de HEEREH3068 verstoortH7703 BabelH894, en zal de grootseH1419 stemH6963 uitH4480 haar doen vergaanH6; want hunlieder golvenH1530 zullen bruisenH1993 als groteH7227 waterenH4325; het geruisH7588 van hunlieder geluidH6963 zal zich verheffenH5414. Want de HEERE verstoort Babel, en zal de grootse stem uit haar doen vergaan; want hunlieder golven zullen bruisen als grote wateren; het geruis van hunlieder geluid zal zich verheffen.

KJV Because the LORD3 hath spoiled2 Babylon,5 and destroyed6 out of her the great9 voice;8 when her waves11 do roar10 like great13 waters,12 a noise15 of their voice16 is uttered:

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 שֹׁדֵ֤ד H7703 verwoest, verstoord, verstoorder dead, destroy(-er), oppress, robber, spoil(-er), [idiom] utterly, (lay) waste 3 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 בָּבֶ֔ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 6 וְאִבַּ֥ד H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 7 מִמֶּ֖נָּה H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 8 ק֣וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 9 גָּד֑וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 10 וְהָמ֤וּ H1993 bruisen, getier, onrustig clamorous, concourse, cry aloud, be disquieted, loud, mourn, be moved, make a noise, rage, roar, sound, be troubled, make in tumult, tumultuous, be in an uproar 11 גַלֵּיהֶם֙ H1530 golven, hoop, hopen billow, heap, spring, wave 12 כְּמַ֣יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 13 רַבִּ֔ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 14 נִתַּ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 15 שְׁא֖וֹן H7588 gedruis, bruisen, ruisen [idiom] horrible, noise, pomp, rushing, tumult ([idiom] -uous) 16 קוֹלָֽם H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
56 Want de verstoorder komt over haar, over Babel, en haar helden zullen gevangen worden; hunlieder bogen zijn verbroken; want de HEERE, de God der vergelding, zal hun zekerlijk betalen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

56 WantH3588 de verstoorderH7703 komtH935 overH5921 haar, overH5921 BabelH894, en haar heldenH1368 zullen gevangenH3920 worden; hunlieder bogenH7198 zijn verbrokenH2865; wantH3588 de HEEREH3068, de GodH410 der vergeldingH1578, zal hun zekerlijkH7999 betalenH7999. Want de verstoorder komt over haar, over Babel, en haar helden zullen gevangen worden; hunlieder bogen zijn verbroken; want de HEERE, de God der vergelding, zal hun zekerlijk betalen.

KJV Because the spoiler6 is come2 upon her, even upon Babylon,5 and her mighty men8 are taken,7 every one of their bows10 is broken:9 for the LORD14 God12 of recompences13 shall surely15 requite.

1 כִּי֩ H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 בָ֨א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 עָלֶ֤יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 בָּבֶל֙ H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 6 שׁוֹדֵ֔ד H7703 verwoest, verstoord, verstoorder dead, destroy(-er), oppress, robber, spoil(-er), [idiom] utterly, (lay) waste 7 וְנִלְכְּדוּ֙ H3920 nam, ingenomen, gevangen [idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take 8 גִּבּוֹרֶ֔יהָ H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 9 חִתְּתָ֖ה H2865 ontzet, verbroken, verschrikt abolish, affright, be (make) afraid, amaze, beat down, discourage, (cause to) dismay, go down, scare, terrify 10 קַשְּׁתוֹתָ֑ם H7198 boog, bogen, Boog [idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot) 11 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 אֵ֧ל H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.' 13 גְּמֻל֛וֹת H1578 vergelding, werken deed, recompense, such a reward 14 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 שַׁלֵּ֥ם H7999 vergelden, wedergeven, betalen make amends, (make an) end, finish, full, give again, make good, (re-) pay (again), (make) (to) (be at) peace(-able), that is perfect, perform, (make) prosper(-ous), recompense, render, requite, make restitution, restore, reward, [idiom] surely 16 יְשַׁלֵּֽם H7999 vergelden, wedergeven, betalen make amends, (make an) end, finish, full, give again, make good, (re-) pay (again), (make) (to) (be at) peace(-able), that is perfect, perform, (make) prosper(-ous), recompense, render, requite, make restitution, restore, reward, [idiom] surely
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
57 En Ik zal haar vorsten, en haar wijzen, haar landvoogden, en haar overheden, en haar helden dronken maken; en zij zullen een eeuwigen slaap slapen, en niet opwaken, spreekt de Koning, Wiens Naam is HEERE der heirscharen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

57 En Ik zal haar vorstenH8269, en haar wijzenH2450, haar landvoogdenH6346, en haar overhedenH5461, en haar heldenH1368 dronkenH7937 maken; en zij zullen een eeuwigenH5769 slaapH8142 slapenH3462, en nietH3808 opwakenH6974, spreektH5002 de KoningH4428, Wiens NaamH8034 is HEEREH3068 der heirscharenH6635. En Ik zal haar vorsten, en haar wijzen, haar landvoogden, en haar overheden, en haar helden dronken maken; en zij zullen een eeuwigen slaap slapen, en niet opwaken, spreekt de Koning, Wiens Naam is HEERE der heirscharen.

KJV And I will make drunk1 her princes,2 and her wise3 men, her captains,4 and her rulers,5 and her mighty men:6 and they shall sleep7 a perpetual9 sleep,8 and not wake,11 saith12 the King,13 whose name16 is the LORD14 of hosts.

1 וְ֠הִשְׁכַּרְתִּי H7937 dronken, dronken aanstellen, dronkenen (be filled with) drink (abundantly), (be, make) drunk(-en), be merry. (Superlative of H8248 (שָׁקָה).) 2 שָׂרֶ֨יהָ H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 3 וַחֲכָמֶ֜יהָ H2450 wijzen, wijs, wijze cunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man) 4 פַּחוֹתֶ֤יהָ H6346 landvoogden, vorst, vorsten captain, deputy, governor 5 וּסְגָנֶ֨יהָ֙ H5461 overheden prince, ruler 6 וְגִבּוֹרֶ֔יהָ H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 7 וְיָשְׁנ֥וּ H3462 slapen, sliep, ontslape old (store), remain long, (make to) sleep 8 שְׁנַת H8142 slaap, slapens sleep 9 עוֹלָ֖ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 10 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 יָקִ֑יצוּ H6974 opwaken, wakker, ontwaakt arise, (be) (a-) wake, watch 12 נְאֻ֨ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 13 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 14 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 16 שְׁמֽוֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
58 Zo zegt de HEERE der heirscharen: Die brede muur van Babel zal ten enenmale ontbloot worden, en haar hoge poorten zullen met vuur aangestoken worden; zodat de volken tevergeefs, en de natien ten vure zullen gearbeid hebben, dat zij mat worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

58 ZoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: Die bredeH7342 muurH2346 van BabelH894 zal ten enenmale ontblootH6209 worden, en haar hogeH1364 poortenH8179 zullen met vuurH784 aangestokenH3341 worden; zodat de volkenH5971 tevergeefsH7385, en de natienH3816 ten vureH784 zullen gearbeidH3021 hebben, dat zij matH3286 worden. Zo zegt de HEERE der heirscharen: Die brede muur van Babel zal ten enenmale ontbloot worden, en haar hoge poorten zullen met vuur aangestoken worden; zodat de volken tevergeefs, en de natien ten vure zullen gearbeid hebben, dat zij mat worden.

Ook in dit vers enemaleH6209

KJV Thus saith2 the LORD3 of hosts;4 The broad7 walls5 of Babylon6 shall be utterly8 broken,9 and her high11 gates10 shall be burned13 with fire;12 and the people15 shall labour14 in vain,17 and the folk18 in16 the fire,20 and they shall be weary.

1 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֞ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 צְבָא֗וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 5 חֹ֠מוֹת H2346 muur, muren, muurs wall, walled 6 בָּבֶ֤ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 7 הָֽרְחָבָה֙ H7342 wijd, wijde, breden broad, large, at liberty, proud, wide 8 עַרְעֵ֣ר H6209 ontbloot, bouwden, enemale make bare, break, raise up (perhaps by clerical error for raze), [idiom] utterly 9 תִּתְעַרְעָ֔ר H6209 ontbloot, bouwden, enemale make bare, break, raise up (perhaps by clerical error for raze), [idiom] utterly 10 וּשְׁעָרֶ֥יהָ H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 11 הַגְּבֹהִ֖ים H1364 hogen, hoge, hoog haughty, height, high(-er), lofty, proud, [idiom] exceeding proudly 12 בָּאֵ֣שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 13 יִצַּ֑תּוּ H3341 aansteken, aangestoken, verbrand burn (up), be desolate, set (on) fire (fire), kindle 14 וְיִֽגְע֨וּ H3021 gearbeid, moede, vermoeid faint, (make to) labour, (be) weary 15 עַמִּ֧ים H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 16 בְּדֵי H1767 genoeg, genoegzaam, sinds able, according to, after (ability), among, as (oft as), (more than) enough, from, in, since, (much as is) sufficient(-ly), too much, very, when 17 רִ֛יק H7385 vergeefs, ijdelheid, tevergeefs empty, to no purpose, (in) vain (thing), vanity 18 וּלְאֻמִּ֥ים H3816 volken, natien, volk nation, people 19 בְּדֵי H1767 genoeg, genoegzaam, sinds able, according to, after (ability), among, as (oft as), (more than) enough, from, in, since, (much as is) sufficient(-ly), too much, very, when 20 אֵ֖שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 21 וְיָעֵֽפוּ H3286 mat, moede, amechtig faint, cause to fly, (be) weary (self)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
59 Het woord, dat de profeet Jeremia beval aan Seraja, den zoon van Nerija, den zoon van Machseja, als hij van Zedekia, den koning van Juda, naar Babel toog, in het vierde jaar zijner regering; en Seraja was een vreemdzaam vorst.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

59 Het woordH1697, datH834 de profeetH5030 JeremiaH3414 bevalH6680 aan SerajaH8304, den zoonH1121 van NerijaH5374, den zoonH1121 van MachsejaH4271, als hij van ZedekiaH6667, den koningH4428 vanH854 JudaH3063, naar BabelH894 toogH3212, in het vierdeH7243 jaarH8141 zijner regeringH4427; en SerajaH8304 was een vreemdzaamH4496 vorstH8269. Het woord, dat de profeet Jeremia beval aan Seraja, den zoon van Nerija, den zoon van Machseja, als hij van Zedekia, den koning van Juda, naar Babel toog, in het vierde jaar zijner regering; en Seraja was een vreemdzaam vorst.

KJV The word1 which Jeremiah4 the prophet5 commanded3 Seraiah7 the son8 of Neriah,9 the son10 of Maaseiah,11 when he went12 with Zedekiah14 the king15 of Judah16 into Babylon17 in the fourth19 year18 of his reign.20 And this Seraiah21 was a quiet23 prince.

1 הַדָּבָ֞ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 2 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 צִוָּ֣ה H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 4 יִרְמְיָ֣הוּ H3414 Jeremia, Jirmeja, Jormeja Jeremiah 5 הַנָּבִ֗יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 שְׂרָיָ֣ה H8304 Seraja, Zeraja Seraiah 8 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 נֵרִיָּה֮ H5374 Nerija Neriah 10 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 מַחְסֵיָה֒ H4271 Machseja Maaseiah 12 בְּלֶכְתּ֞וֹ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 13 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 14 צִדְקִיָּ֤הוּ H6667 Zedekia, Zidkia Zedekiah, Zidkijah 15 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 16 יְהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 17 בָּבֶ֔ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 18 בִּשְׁנַ֥ת H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 19 הָרְבִעִ֖ית H7243 vierde, vierendeel, vierden foursquare, fourth (part) 20 לְמָלְכ֑וֹ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 21 וּשְׂרָיָ֖ה H8304 Seraja, Zeraja Seraiah 22 שַׂ֥ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 23 מְנוּחָֽה H4496 rust, gemakkelijk, geruste plaatsen comfortable, ease, quiet, rest(-ing place), still
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
60 Jeremia nu schreef al het kwaad, dat over Babel komen zou, in een boek, te weten al deze woorden, die tegen Babel geschreven zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

60 JeremiaH3414 nu schreefH3789 alH3605 het kwaadH7451, datH834 over BabelH894 komenH935 zou, in eenH259 boekH5612, te weten alH3605 dezeH428 woordenH1697, die tegenH413 BabelH894 geschrevenH3789 zijn. Jeremia nu schreef al het kwaad, dat over Babel komen zou, in een boek, te weten al deze woorden, die tegen Babel geschreven zijn.

KJV So Jeremiah2 wrote1 in a12 book11 all the evil5 that should come7 upon Babylon,9 even all these words15 that are written17 against Babylon.

1 וַיִּכְתֹּ֣ב H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 2 יִרְמְיָ֗הוּ H3414 Jeremia, Jirmeja, Jormeja Jeremiah 3 אֵ֧ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 הָרָעָ֛ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 6 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 תָּב֥וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 בָּבֶ֖ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 סֵ֣פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 12 אֶחָ֑ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 13 אֵ֚ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 הַדְּבָרִ֣ים H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 16 הָאֵ֔לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 17 הַכְּתֻבִ֖ים H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 18 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 19 בָּבֶֽל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
61 En Jeremia zeide tot Seraja: Als gij te Babel komt, zo zult gij zien en lezen al deze woorden;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

61 En JeremiaH3414 zeideH559 totH413 SerajaH8304: Als gij te BabelH894 komtH935, zo zult gij zienH7200 en lezenH7121 alH3605 dezeH428 woordenH1697; En Jeremia zeide tot Seraja: Als gij te Babel komt, zo zult gij zien en lezen al deze woorden;

KJV And Jeremiah2 said1 to Seraiah,4 When thou comest5 to Babylon,6 and shalt see,7 and shalt read8 all these words;

1 וַיֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יִרְמְיָ֖הוּ H3414 Jeremia, Jirmeja, Jormeja Jeremiah 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 שְׂרָיָ֑ה H8304 Seraja, Zeraja Seraiah 5 כְּבֹאֲךָ֣ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 6 בָבֶ֔ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 7 וְֽרָאִ֔יתָ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 8 וְֽקָרָ֔אתָ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 9 אֵ֥ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 הַדְּבָרִ֖ים H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 12 הָאֵֽלֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
62 En gij zult zeggen: O HEERE, Gij hebt over deze plaats gesproken, dat Gij ze zult uitroeien, zodat er geen inwoner in zij, van den mens tot op het beest, maar dat zij worden zal tot eeuwige woestheden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

62 En gij zult zeggenH559: O HEEREH3068, Gij hebt over dezeH2088 plaatsH4725 gesprokenH1696, dat Gij ze zult uitroeienH3772, zodat er geen inwonerH3427 in zijH1961, van den mensH120 tot op het beestH929, maarH3588 dat zijH1961 worden zal tot eeuwigeH5769 woesthedenH8077. En gij zult zeggen: O HEERE, Gij hebt over deze plaats gesproken, dat Gij ze zult uitroeien, zodat er geen inwoner in zij, van den mens tot op het beest, maar dat zij worden zal tot eeuwige woestheden.

KJV Then shalt thou say,1 O LORD,2 thou hast spoken4 against this place,6 to cut it off,8 that none shall remain12 in it, neither man13 nor beast,15 but that it shall be desolate17 for ever.

1 וְאָמַרְתָּ֗ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אַתָּ֨ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 4 דִבַּ֜רְתָּ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 הַמָּק֤וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 7 הַזֶּה֙ H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 8 לְהַכְרִית֔וֹ H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 9 לְבִלְתִּ֤י H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 10 הֱיֽוֹת H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 בּוֹ֙ 12 יוֹשֵׁ֔ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 13 לְמֵאָדָ֖ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 14 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 15 בְּהֵמָ֑ה H929 beesten, vee, beest beast, cattle 16 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 17 שִׁמְמ֥וֹת H8077 verwoesting, woest, woeste (laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste 18 עוֹלָ֖ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 19 תִּֽהְיֶֽה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
63 En het zal geschieden, als gij geeindigd zult hebben dit boek te lezen, dan zult gij een steen daaraan binden, en werpen het in het midden van den Frath;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

63 En het zal geschiedenH1961, als gij geeindigdH3615 zult hebben ditH2088 boekH5612 te lezenH7121, dan zult gij een steenH68 daaraan bindenH7194, en werpenH7993 het in het middenH8432 van den FrathH6578; En het zal geschieden, als gij geeindigd zult hebben dit boek te lezen, dan zult gij een steen daaraan binden, en werpen het in het midden van den Frath;

KJV And it shall be, when thou hast made an end2 of reading3 this book,5 that thou shalt bind7 a stone9 to it, and cast10 it into the midst12 of Euphrates:

1 וְהָיָה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כְּכַלֹּ֣תְךָ֔ H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 3 לִקְרֹ֖א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 הַסֵּ֣פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 6 הַזֶּ֑ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 7 תִּקְשֹׁ֤ר H7194 verbintenis, binden, maakten bind (up), (make a) conspire(-acy, -ator), join together, knit, stronger, work (treason) 8 עָלָיו֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 אֶ֔בֶן H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 10 וְהִשְׁלַכְתּ֖וֹ H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 11 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 תּ֥וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 13 פְּרָֽת H6578 Frath Euphrates
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
64 En zult zeggen: Alzo zal Babel zinken, en niet weder opkomen, vanwege het kwaad, dat Ik over haar zal brengen, en zij zullen mat worden. Tot hiertoe zijn de woorden van Jeremia.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

64 En zult zeggenH559: Alzo zal BabelH894 zinkenH8257, en nietH3808 weder opkomenH6965, vanwege het kwaadH7451, datH834 IkH595 overH5921 haar zal brengenH935, en zij zullen matH3286 worden. TotH5704 hiertoe zijn de woordenH1697 van JeremiaH3414. En zult zeggen: Alzo zal Babel zinken, en niet weder opkomen, vanwege het kwaad, dat Ik over haar zal brengen, en zij zullen mat worden. Tot hiertoe zijn de woorden van Jeremia.

KJV And thou shalt say,1 Thus shall Babylon4 sink,3 and shall not rise6 from7 the evil8 that I will bring11 upon her: and they shall be weary.13 Thus far are the words16 of Jeremiah.

1 וְאָמַרְתָּ֗ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 כָּ֠כָה H3602 alzo, op deze wijze after that (this) manner, this matter, (even) so, in such a case, thus 3 תִּשְׁקַ֨ע H8257 verdronken, zinken, gedempt make deep, let down, drown, quench, sink 4 בָּבֶ֤ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 5 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 תָקוּם֙ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 7 מִפְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 8 הָרָעָ֗ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 9 אֲשֶׁ֧ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 אָנֹכִ֛י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 11 מֵבִ֥יא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 12 עָלֶ֖יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 וְיָעֵ֑פוּ H3286 mat, moede, amechtig faint, cause to fly, (be) weary (self) 14 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 15 הֵ֖נָּה H2008 herwaarts, hierheen here, hither(-to), now, on this (that) side, [phrase] since, this (that) way, thitherward, [phrase] thus far, to...fro, [phrase] yet 16 דִּבְרֵ֥י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 17 יִרְמְיָֽהוּ H3414 Jeremia, Jirmeja, Jormeja Jeremiah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 51:1 Jeremia 4:11 Hosea 13:15 Jeremia 50:14 Jeremia 50:9 Jeremia 49:36 Jeremia 50:29 Zacharia 2:8 Jeremia 50:33
Jeremia 51:2 Mattheüs 3:12 Jeremia 15:7 Jesaja 41:16 Jeremia 50:14 Ezechiël 5:12 Jeremia 51:27 Jeremia 50:29 Jeremia 50:32
Jeremia 51:3 Jeremia 46:4 Jeremia 50:14 Jeremia 50:21 Jeremia 50:29 Deuteronomium 32:25 Jeremia 9:21 Jakobus 2:13 Jesaja 13:10
Jeremia 51:4 Jeremia 49:26 Jesaja 13:15 Jeremia 50:30 Jesaja 14:19 Jeremia 50:37
Jeremia 51:5 Hosea 4:1 Jeremia 33:24 Jeremia 23:15 Jesaja 54:3 Jeremia 31:37 Micha 7:18 Jeremia 46:28 Amos 9:8
Jeremia 51:6 Jeremia 50:8 Jeremia 50:28 Jeremia 50:15 Numeri 16:26 Jeremia 25:14 Jeremia 51:45 1 Timotheüs 5:22 Genesis 19:15
Jeremia 51:7 Openbaring 14:8 Openbaring 17:4 Openbaring 18:3 Openbaring 17:2 Jeremia 50:38 Habakuk 2:15 Daniël 3:1 Jeremia 25:14
Jeremia 51:8 Jesaja 21:9 Jeremia 46:11 Openbaring 14:8 Jeremia 50:2 Jeremia 48:20 Openbaring 18:2 Jeremia 30:12 Ezechiël 30:2
Jeremia 51:9 Jeremia 50:16 Jesaja 13:14 Openbaring 18:5 Jeremia 46:16 Ezra 9:6 Mattheüs 25:10 Jeremia 8:20 2 Kronieken 28:9
Jeremia 51:10 Jeremia 50:28 Psalmen 37:6 Jesaja 40:2 Psalmen 116:18 Psalmen 102:19 Jesaja 51:11 Micha 7:9 Jeremia 31:6
Jeremia 51:11 Jeremia 46:4 Jeremia 50:45 Jeremia 50:9 Jeremia 46:9 Jesaja 45:5 Zacharia 12:2 Jesaja 10:26 1 Kronieken 5:26
Jeremia 51:12 Jesaja 13:2 Jeremia 51:29 Jeremia 51:11 Nahum 2:1 Jozua 8:14 Jesaja 8:9 Joël 3:9 Klaagliederen 2:17
Jeremia 51:13 Openbaring 17:1 Jesaja 45:3 Openbaring 17:15 Jeremia 51:36 Jeremia 17:11 2 Petrus 2:14 Jeremia 50:31 Daniël 5:26
Jeremia 51:14 Amos 6:8 Jeremia 49:13 Jeremia 50:15 Joël 2:25 Jeremia 51:27 Richteren 6:5 Joël 1:4 Joël 2:3
Jeremia 51:15 Jeremia 10:12 Romeinen 1:20 Job 9:8 Psalmen 146:5 Handelingen 14:15 Openbaring 4:11 Jeremia 32:17 Psalmen 104:2
Jeremia 51:16 Psalmen 135:7 Psalmen 18:13 Jona 1:4 Job 36:26 Amos 9:7 Genesis 8:1 Exodus 10:13 Job 38:22
Jeremia 51:17 Jeremia 10:14 Habakuk 2:18 Jesaja 44:18 Jeremia 50:2 Psalmen 135:17 Psalmen 115:5 Psalmen 53:1 Psalmen 115:8
Jeremia 51:18 Sefanja 2:11 Exodus 12:12 Jona 2:8 Jeremia 10:8 Jeremia 10:15 Jeremia 48:7 Jesaja 19:1 Jeremia 43:12
Jeremia 51:19 Jeremia 10:16 Psalmen 73:26 Psalmen 33:12 Psalmen 135:4 Deuteronomium 32:9 Exodus 19:5 Klaagliederen 3:24 Jeremia 12:7
Jeremia 51:20 Jesaja 41:15 Micha 4:13 Jesaja 10:5 Jeremia 50:23 Mattheüs 22:7 Jesaja 10:15 Jeremia 25:11 Jeremia 27:5
Jeremia 51:21 Exodus 15:1 Openbaring 19:18 Nahum 2:13 Exodus 15:21 Psalmen 76:6 Zacharia 10:5 Zacharia 12:4 Jeremia 50:37
Jeremia 51:22 2 Kronieken 36:17 Jesaja 13:18 Klaagliederen 2:11 Jeremia 6:11 Deuteronomium 32:25 1 Samuël 15:3 Jesaja 13:16 Jesaja 20:4
Jeremia 51:23 Jeremia 51:57
Jeremia 51:24 Jeremia 50:15 Jeremia 51:11 Openbaring 6:10 1 Thessalonicenzen 2:15 Jesaja 51:22 Jeremia 50:17 Jesaja 61:2 Openbaring 18:24
Jeremia 51:25 Openbaring 8:8 Zacharia 4:7 Jeremia 50:31 Jesaja 13:2 Jeremia 25:9 Openbaring 17:1 Daniël 4:30 Jeremia 51:53
Jeremia 51:26 Jesaja 13:19 Jeremia 51:43 Jeremia 50:12 Jeremia 51:29 Openbaring 18:20 Jesaja 34:8 Jeremia 51:37 Jesaja 14:23
Jeremia 51:27 Genesis 10:3 Genesis 8:4 Jeremia 51:12 Jeremia 25:14 Jeremia 50:2 Jesaja 18:3 Jeremia 51:14 Jeremia 50:41
Jeremia 51:28 Jeremia 51:11 Daniël 9:1 Jeremia 51:27 Daniël 6:8 Jesaja 13:17 Daniël 8:20 Genesis 10:2 Esther 1:3
Jeremia 51:29 Jeremia 51:43 Jeremia 8:16 Jesaja 13:19 Jeremia 10:10 Jeremia 50:45 Jeremia 51:11 Amos 8:8 Jeremia 50:13
Jeremia 51:30 Nahum 3:13 Klaagliederen 2:9 Jeremia 50:36 Jesaja 19:16 Jesaja 13:7 Amos 1:5 Psalmen 76:5 Jesaja 45:1
Jeremia 51:31 2 Samuël 18:19 2 Kronieken 30:6 Jeremia 50:24 1 Samuël 4:12 Esther 8:10 Esther 8:14 Job 9:25 Jesaja 21:3
Jeremia 51:32 Jeremia 51:30 Jeremia 50:37 Jesaja 44:27
Jeremia 51:33 Jesaja 21:10 Joël 3:13 Hosea 6:11 Jesaja 41:15 Micha 4:13 Amos 1:3 Jesaja 17:5 Openbaring 14:15
Jeremia 51:34 Jeremia 50:17 Jeremia 51:44 Job 20:15 Jesaja 24:1 Amos 8:4 Nahum 2:2 Klaagliederen 1:1 Spreuken 1:12
Jeremia 51:35 Richteren 9:24 Mattheüs 7:2 Openbaring 6:10 Richteren 9:56 Zacharia 1:15 Jeremia 50:29 Jakobus 2:13 Richteren 9:20
Jeremia 51:36 Romeinen 12:19 Jeremia 50:38 Psalmen 140:12 Deuteronomium 32:43 Jesaja 44:27 Hebreeën 10:30 Deuteronomium 32:35 Jeremia 50:33
Jeremia 51:37 Openbaring 18:2 Jeremia 18:16 Jeremia 25:9 Openbaring 18:21 Sefanja 2:15 Jesaja 14:23 Jeremia 51:29 Jeremia 50:38
Jeremia 51:38 Jeremia 2:15 Jesaja 35:9 Zacharia 11:3 Job 4:10 Nahum 2:11 Psalmen 58:6 Psalmen 34:10 Richteren 16:20
Jeremia 51:39 Jeremia 51:57 Jeremia 25:27 Jeremia 48:26 Jesaja 22:12 Daniël 5:30 Nahum 3:11 Jesaja 21:4 Daniël 5:1
Jeremia 51:40 Jeremia 50:27 Ezechiël 39:18 Psalmen 44:22 Psalmen 37:20 Jesaja 34:6
Jeremia 51:41 Jeremia 25:26 Jesaja 13:19 Jeremia 49:25 2 Kronieken 7:21 Openbaring 18:10 Jeremia 51:37 Daniël 5:1 Jeremia 50:46
Jeremia 51:42 Jesaja 8:7 Daniël 9:26 Psalmen 18:16 Psalmen 93:3 Lukas 21:25 Psalmen 18:4 Ezechiël 27:26 Openbaring 17:15
Jeremia 51:43 Jesaja 13:20 Jeremia 2:6 Jeremia 51:29 Jeremia 51:37 Ezechiël 29:10 Jeremia 50:12 Jeremia 50:39
Jeremia 51:44 Jeremia 51:34 Jeremia 51:58 Jeremia 50:2 Jesaja 2:2 Daniël 5:19 2 Kronieken 36:7 Jeremia 51:18 Openbaring 18:9
Jeremia 51:45 Jeremia 51:6 Openbaring 18:4 Jeremia 50:8 Jesaja 48:20 Handelingen 2:40 Genesis 19:12 2 Korinthe 6:17 Openbaring 14:8
Jeremia 51:46 2 Koningen 19:7 Jesaja 13:3 Jesaja 19:2 Mattheüs 24:6 Lukas 21:28 1 Samuël 14:16 Markus 13:7 2 Kronieken 20:23
Jeremia 51:47 Jeremia 50:2 Jeremia 51:52 Jesaja 46:1 Jesaja 21:9 Jeremia 13:21 Jeremia 50:35 Jeremia 51:18 Jeremia 51:24
Jeremia 51:48 Openbaring 18:20 Jesaja 44:23 Jeremia 50:3 Jesaja 49:13 Jesaja 48:20 Openbaring 16:4 Jeremia 50:41 Psalmen 58:10
Jeremia 51:49 Jeremia 50:29 Jeremia 51:24 Richteren 1:7 Jeremia 50:11 Jeremia 50:17 Jeremia 50:33 Jakobus 2:13 Openbaring 18:5
Jeremia 51:50 Jeremia 44:28 Jeremia 51:45 Openbaring 18:4 Deuteronomium 4:29 Jeremia 50:8 Ezra 1:3 Psalmen 122:6 Daniël 9:2
Jeremia 51:51 Klaagliederen 1:10 Psalmen 79:4 Psalmen 44:13 Psalmen 74:3 Psalmen 109:29 Jeremia 14:3 Psalmen 69:7 Jeremia 3:22
Jeremia 51:52 Jeremia 51:47 Jeremia 50:38 Ezechiël 30:24 Daniël 5:30 Jesaja 13:15
Jeremia 51:53 Jeremia 49:16 Genesis 11:4 Psalmen 139:8 Jeremia 51:25 Obadja 1:3 Jeremia 51:58 Jesaja 47:5 Jesaja 10:6
Jeremia 51:54 Jeremia 50:22 Jeremia 48:3 Jeremia 50:46 Jeremia 50:43 Jeremia 50:27 Jesaja 15:5 Jesaja 13:6 Openbaring 18:17
Jeremia 51:55 Psalmen 93:3 Openbaring 17:15 Lukas 21:25 Jesaja 15:1 Jesaja 47:5 Jeremia 51:42 Jesaja 24:8 Jesaja 17:13
Jeremia 51:56 Psalmen 94:1 Jeremia 51:48 Jeremia 51:6 Habakuk 2:8 Psalmen 46:9 Deuteronomium 32:35 Psalmen 76:3 Jesaja 59:18
Jeremia 51:57 Jeremia 46:18 Jeremia 48:15 Jeremia 25:27 Jeremia 51:39 Psalmen 76:5 Daniël 5:30 Jesaja 37:36 Openbaring 18:6
Jeremia 51:58 Jeremia 51:64 Habakuk 2:13 Jeremia 51:44 Jeremia 50:15 Jesaja 45:1 Psalmen 127:1 Jeremia 51:9 Jeremia 51:30
Jeremia 51:59 Jeremia 36:4 Jeremia 32:12 Jeremia 45:1 Jeremia 28:1 Jeremia 52:1
Jeremia 51:60 Jeremia 36:32 Jesaja 30:8 Jeremia 30:2 Habakuk 2:2 Jeremia 36:2 Openbaring 1:11 Openbaring 1:19 Daniël 12:4
Jeremia 51:61 Markus 13:1 Mattheüs 24:1 1 Thessalonicenzen 4:18 Openbaring 1:3 1 Thessalonicenzen 5:27 Kolossenzen 4:16 Jeremia 29:1
Jeremia 51:62 Jeremia 50:3 Jeremia 50:13 Jeremia 50:39 Jesaja 13:19 Ezechiël 35:9 Jesaja 14:22 Openbaring 18:20 Jeremia 51:37
Jeremia 51:63 Openbaring 18:21 Jeremia 19:10
Jeremia 51:64 Jeremia 51:58 Job 31:40 Nahum 1:8 Openbaring 18:21 Psalmen 72:20 Psalmen 76:12 Jeremia 25:27 Jeremia 51:42
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 51 vers 1

verdervenden wind opwekken tegen Babel, Versta, de Meden en Perzen en vergelijk boven Jer. 4:11 .

Hertaald: verdervenden wind opwekken tegen Babel, Versta: de Meden en Perzen, en vergelijk hierboven Jer. 4:11.

hart van degenen, Gelijk wij ook in onze taal zeggen: In het hart van het land. Versta, de inwoners van Babel, die de hoofdstad was van Chaldea en als het midden des lands; zie Deut. 4:11 .

Hertaald: hart van degenen, Zoals wij ook in onze taal zeggen: in het hart van het land. Versta: de inwoners van Babel, dat de hoofdstad van Chaldea was en als het ware het midden van het land; zie Deut. 4:11.

Jeremia 51 vers 2

wanners toeschikken, Anders, vreemdelingen toeschikken, die hen verstrooien zullen.

Hertaald: wanners toeschikken, Anders: vreemdelingen toeschikken, die hen verstrooien zullen.

zullen ten dage Hebreeuws, zijn geweest. Profetischerwijze gesproken; dat is, zullen haar van alle kanten bestrijden.

Hertaald: zullen ten dage Hebreeuws: zijn geweest. Op profetische wijze gesproken; dat is: zij zullen haar van alle kanten bestrijden.

kwaads Dat is, van haar ongeluk, ongeval, dat over haar bestemd is.

Hertaald: kwaads Dat is: van haar ongeluk en onheil, dat voor haar bestemd is.

Jeremia 51 vers 3

schutter spanne zijn boog Hebreeuws, de treder trede; dat is, de spanner spanne; woorden Gods tot de schutters van de Meden en Perzen.

Hertaald: schutter spanne zijn boog Hebreeuws: de treder trede; dat is: de spanner spanne. Het zijn woorden van God tot de schutters van de Meden en Perzen.

spant, Tegen de schutters van Babel.

Hertaald: spant, Tegen de schutters van Babel.

pantsier; Zijnde zwaarder gewapend dan de schutters.

Hertaald: pantsier; Die zwaarder gewapend zijn dan de schutters.

haar jongelingen niet, Van Babel.

Hertaald: haar jongelingen niet, Van Babel.

verbant al haar heir; Zie Deut. 2:34 , en boven Jer. 50:21 .

Hertaald: verbant al haar heir; Zie Deut. 2:34 en hierboven Jer. 50:21.

Jeremia 51 vers 4

liggen in het land der Chaldeën, Hebreeuws eigenlijk vallen; maar het Hebreeuwse woord wordt ook somtijds voor liggen genomen; zie boven Jer. 9:22 , alzo onder vs.47, 49, enz.

Hertaald: liggen in het land der Chaldeën, Hebreeuws eigenlijk: vallen; maar het Hebreeuwse woord wordt soms ook voor liggen gebruikt; zie hierboven Jer. 9:22, zo ook hieronder vers 47 en 49, enzovoort.

Jeremia 51 vers 5

weduwschap gelaten worden van zijn God, Anders, geen weduwnaar, of gene weduwe gelaten worden. Het Hebreeuwse woord alman wordt alleen hier gevonden, betekenende iemand, die in den weduwlijken staat gesteld, of gelaten is, gelijk almana ene weduwe betekent. De manier van spreken ziet op het geestelijk huwelijk, dat God met zijn volk gemaakt had; alsof Hij zeide: Al is het dat mijn volk een tijdlang alzo gehandeld is alsof het niemand toebehoorde, of haar man en beschermer dood ware, en zij van hem en van ieder verstoten en verlaten ware, zo zal nochtans zulks niet altoos duren; Ik zal nog tonen dat zij mijne getrouwde is, en hare zaak ter hand nemen, en het ongelijk, dat haar gedaan is, wreken; vergelijk Joh. 14:18 .

Hertaald: weduwschap gelaten worden van zijn God, Anders: geen weduwnaar, of geen weduwe gelaten worden. Het Hebreeuwse woord alman komt alleen hier voor en betekent iemand die in de staat van weduwnaar gebracht of gelaten is, zoals almana een weduwe betekent. Deze manier van spreken ziet op het geestelijke huwelijk dat God met Zijn volk gesloten had, alsof Hij zei: al is het zo dat met Mijn volk een tijdlang gehandeld is alsof het niemand toebehoorde, of alsof haar man en beschermer dood was en zij door hem en door ieder verstoten en verlaten was, toch zal dat niet altijd duren. Ik zal nog tonen dat zij Mijn getrouwde is, en Ik zal haar zaak ter hand nemen en het onrecht wreken dat haar aangedaan is; vergelijk Joh. 14:18.

heirscharen Zie 1 Kon. 18:15 .

Hertaald: heirscharen Zie 1 Kon. 18:15.

hunlieder land Te weten van Israël en Juda. Anders: dewijl hunlieder land; [te weten der Chaldeën], enz.

Hertaald: hunlieder land Namelijk van Israël en Juda. Anders: omdat hun land, (namelijk dat van de Chaldeeën), enzovoort.

van schuld is Of, verwoesting, die zij met hunne zonde verschuldigd hebben. Anderen duiden dit op de Chaldeën aldus: Want hun [der Chaldeën] land is vol schuld tegen, of vanwege den Heilige Israëls; dat is, om de zonden, die de Chaldeën tegen God gedaan hebben, waarom Hij hen straffen zal; vergelijk boven Jer. 50:19 .

Hertaald: van schuld is Of: verwoesting, die zij met hun zonde verdiend hebben. Anderen duiden dit op de Chaldeeën, en wel zo: want hun (van de Chaldeeën) land is vol schuld tegen, of vanwege de Heilige Israëls; dat is: om de zonden die de Chaldeeën tegen God bedreven hebben, waarom Hij hen straffen zal; vergelijk hierboven Jer. 50:19.

Heilige Israëls Zie Ps. 71:22 .

Hertaald: Heilige Israëls Zie Ps. 71:22.

Jeremia 51 vers 6

ongerechtigheid; Dat is, wacht u dat gij niet omkomt in de straf harer ongerechtigheid. Zie Lev. 5:1 ; Ps. 31:11 , en onder vs.45, en boven Jer. 50:8 .

Hertaald: ongerechtigheid; Dat is: pas op dat u niet omkomt in de straf van haar ongerechtigheid. Zie Lev. 5:1; Ps. 31:11, en hieronder vers 45, en hierboven Jer. 50:8.

verdienste betaalt Alzo wordt het Hebreeuwse woord ook genomen Richt. 9:16 . Zie wijders 2 Kron. 20:11 .

Hertaald: verdienste betaalt Zo wordt het Hebreeuwse woord ook opgevat in Richt. 9:16. Zie verder 2 Kron. 20:11.

Jeremia 51 vers 7

beker in de hand des HEEREN, De zin dezer verbloemde manier van spreken is dat God Babel gebruikt heeft als zijn knecht en instrument om zijn rechtvaardige oordelen over de inwoners der aarde uit te voeren. Vergelijk boven Jer. 25:9 met de aantekening; idem Jer. 25:15 , enz., en Jer. 49:12 , en onder vs.20,21, enz.

Hertaald: beker in de hand des HEEREN, De betekenis van deze beeldende manier van spreken is dat God Babel gebruikt heeft als Zijn knecht en werktuig om Zijn rechtvaardige oordelen over de inwoners van de aarde uit te voeren. Vergelijk hierboven Jer. 25:9 met de aantekening; eveneens Jer. 25:15 enzovoort, en Jer. 49:12, en hieronder vers 20 en 21, enzovoort.

haar wijn gedronken, Van Babel.

Hertaald: haar wijn gedronken, Van Babel.

dol geworden Van de plagen, die hun door de Babyloniërs van Gods hand zijn toegezonden. Vergelijk boven Jer. 25:27 . Van het Hebreeuwse woord zie Ps. 5:6 .

Hertaald: dol geworden Van de plagen die hun door de Babyloniërs vanuit Gods hand toegezonden zijn. Vergelijk hierboven Jer. 25:27. Over het Hebreeuwse woord, zie Ps. 5:6.

Jeremia 51 vers 8

balsem tot haar pijn, Zie boven Jer. 8:22 .

Hertaald: balsem tot haar pijn, Zie hierboven Jer. 8:22.

Jeremia 51 vers 9

gemeesterd, Het Hebreeuwse woord betekent beide, meesteren, medicineren, geneesmiddelen gebruiken, en genezen of gezondmaken, beide betekenissen worden in vs.9 gebruikt, alsof zij zeiden: Wij hebben ons best gedaan om haar te helpen, maar tevergeefs.

Hertaald: gemeesterd, Het Hebreeuwse woord betekent beide: behandelen, geneesmiddelen toedienen, én genezen of gezond maken. Beide betekenissen worden in vers 9 gebruikt, alsof zij zeiden: wij hebben ons best gedaan om haar te helpen, maar tevergeefs.

laat ons een iegelijk in zijn land trekken; Gelijk boven Jer. 46:16 . Dit zijn woorden van het gehuurde krijgsvolk der Babyloniërs.

Hertaald: laat ons een iegelijk in zijn land trekken; Zoals hierboven Jer. 46:16. Dit zijn woorden van de gehuurde krijgslieden van de Babyloniërs.

oordeel reikt tot aan den hemel, Dat is, straf. Zie boven Jer. 48:21 .

Hertaald: oordeel reikt tot aan den hemel, Dat is: straf. Zie hierboven Jer. 48:21.

verheven Of, verheft zich.

Hertaald: verheven Of: verheft zich.

bovenste wolken Of, dunste.

Hertaald: bovenste wolken Of: dunste.

Jeremia 51 vers 10

De HEERE Woorden van Gods volk.

Hertaald: De HEERE Woorden van Gods volk.

gerechtigheden hervoor gebracht; Dat is, de rechtvaardigheid onzer zaak tegen Babel. Want ofschoon God met recht zijn volk gestraft heeft, zo was Babel daarom niet onschuldig. Vergelijk Jes. 10:7 ; Mi. 7:9 , enz.

Hertaald: gerechtigheden hervoor gebracht; Dat is: de rechtvaardigheid van onze zaak tegenover Babel. Want ook al heeft God Zijn volk terecht gestraft, daarom was Babel nog niet onschuldig. Vergelijk Jes. 10:7; Micha 7:9, enzovoort.

Jeremia 51 vers 11

Zuivert de pijlen, Maakt ze schoon, spottenderwijze tot de Babyloniërs gesproken. Vergelijk boven Jer. 46:4 , en hier vs.12.

Hertaald: Zuivert de pijlen, Maakt ze schoon — spottend tot de Babyloniërs gesproken. Vergelijk hierboven Jer. 46:4, en hier vers 12.

rust de schilden volkomenlijk toe; Hebreeuws eigenlijk, vult, vervult; dat is, maakt ze ten volle gereed, of vat ze met volle hand, of (gelijk sommigen) verzamelt ze, breng ze te volle bijeen; idem, volmaakt ze, of er iets aan scheelde. Anders: vult de pijlkokers.

Hertaald: rust de schilden volkomenlijk toe; Hebreeuws eigenlijk: vult, vervult; dat is: maakt ze volledig gereed, of vat ze met volle hand, of (zoals sommigen menen) verzamelt ze, brengt ze voltallig bijeen; eveneens: maakt ze volmaakt, voor het geval er iets aan mankeerde. Anders: vult de pijlkokers.

Medië opgewekt; Versta daarbij ook Perzië. Alzo onder vs.28.

Hertaald: Medië opgewekt; Versta daarbij ook Perzië. Zo ook hieronder vers 28.

tempels Zie boven Jer. 50:28 .

Hertaald: tempels Zie hierboven Jer. 50:28.

Jeremia 51 vers 12

lagen; Of, lagenleggers, loerder, die op den vijand mogen passen, en dien onvoorziens een voordeel afzien (gelijk men zeg): het zal altemaal niet helpen, wil de Heere zeggen, want gij zult met al uwe krijgsmaatregelen Gods voornemen en werk niet kunnen beletten.

Hertaald: lagen; Of: hinderlaagleggers, loerders, die de vijand kunnen bespieden en hem onvoorzien een voordeel afzien (zoals men zegt). Het zal allemaal niet helpen, wil de HEERE zeggen, want u zult met al uw krijgsmaatregelen Gods voornemen en werk niet kunnen tegenhouden.

voorgenomen, Hebreeuws, ook heeft de HEERE gedacht, of voorgenomen, ook heeft Hij gedaan, enz.; dat is, gelijk, alzo, enz.; of, Hij heeft het niet alleen voorgenomen, maar ook gedaan; dat is, zal het ook gewisselijk doen. Vergelijk onder vs.49.

Hertaald: voorgenomen, Hebreeuws: ook heeft de HEERE gedacht, of voorgenomen, ook heeft Hij gedaan, enzovoort; dat is: zoals, zo ook, enzovoort; of: Hij heeft het niet alleen voorgenomen maar ook gedaan; dat is: Hij zal het ook zeker doen. Vergelijk hieronder vers 49.

Jeremia 51 vers 13

wateren woont, Omdat de grote rivier Eufraat niet alleen aan Babel, maar ook daardoor liep, en rondom vele watergrachten waren. Vergelijk Openb. 17:1 , Openb. 17:15 .

Hertaald: wateren woont, Omdat de grote rivier de Eufraat niet alleen langs Babel maar ook er dwars doorheen liep, en er rondom veel watergrachten waren. Vergelijk Openb. 17:1, Openb. 17:15.

einde is gekomen, Dat is, tijd van uwen ondergang, dien God over u bestemd heeft.

Hertaald: einde is gekomen, Dat is: de tijd van uw ondergang, die God voor u bestemd heeft.

maat uwer gierigheid Hebreeuws, el, of maat. Versta hierdoor het perk, dat God hun onverzadelijke begeerlijkheid gesteld had, dat zij niet zouden kunnen overtreden, maar daarmede zou het uit en ten einde zijn.

Hertaald: maat uwer gierigheid Hebreeuws: el, of maat. Versta hieronder de grens die God aan hun onverzadelijke begeerte gesteld had, die zij niet zouden kunnen overschrijden; daarmee zou het uit en ten einde zijn.

Jeremia 51 vers 14

bij Zijn ziel Menselijk van God gesproken, dat is, bij zichzelven, gelijk God spreekt boven Jer. 22:24 , en Jer. 49:13 . Zie Gen. 22:16 .

Hertaald: bij Zijn ziel Op menselijke wijze van God gesproken; dat is: bij Zichzelf, zoals God spreekt hierboven Jer. 22:24 en Jer. 49:13. Zie Gen. 22:16.

Ofschoon Ik u Gelijk de Hebreeuwse woorden genomen zijn, boven Jer. 2:22 , en Jer. 37:10 , zie 1 Sam. 14:39 . Anders: zo Ik u [niet] vervulde, en zij, enz., verstaande het grote krijgsheir der Meden en Perzen, waarmede God hier zweren zou hen te zullen vervullen.

Hertaald: Ofschoon Ik u Zoals de Hebreeuwse woorden opgevat zijn hierboven Jer. 2:22 en Jer. 37:10; zie 1 Sam. 14:39. Anders: als Ik u (niet) vervulde, en zij, enzovoort — waarbij het grote leger van de Meden en Perzen bedoeld is, waarmee God hier zou zweren hen te zullen vervullen.

kevers vervuld heb, Een soort van ongedierte, hebbende in het Hebreeuws de naam [gelijk enigen menen] van het verderven der vruchten door lekking. Zie Ps. 105:34 , onder vs.27; Joël 1:4 , en Joël 2:25 ; Nah. 3:15-16 . Sommigen noemen ze kankerwormen, of kruidwormen.

Hertaald: kevers vervuld heb, Een soort ongedierte, dat in het Hebreeuws zijn naam heeft (zoals sommigen menen) van het verderven van de vruchten door eraan te likken. Zie Ps. 105:34, hieronder vers 27; Joël 1:4 en Joël 2:25; Nah. 3:15-16. Sommigen noemen ze kankerwormen of kruidwormen.

vreugdegeschrei Zie hiervan boven Jer. 25:30 , en versta dit van de vijanden, die Babel zouden overvallen.

Hertaald: vreugdegeschrei Zie hierover hierboven Jer. 25:30, en versta dit van de vijanden die Babel zouden overvallen.

over u toeroepen Triomferende over u, of tegen u, een veldgeschrei maken om elkander tot den aanval en overwinning van u te verwakkeren, al waar gij nog zo vol volk.

Hertaald: over u toeroepen Triomferend over u, of tegen u een strijdkreet aanheffen om elkaar tot de aanval op u en tot de overwinning aan te vuren, al was u nog zo vol volk.

Jeremia 51 vers 15

Die de aarde gemaakt heeft door Zijn kracht, Zie boven Jer. 10:12-16 , waar vast dezelfde woorden gevonden worden, die hier staan tot aan vs.20. Zie de aantekening aldaar.

Hertaald: Die de aarde gemaakt heeft door Zijn kracht, Zie hierboven Jer. 10:12-16, waar vrijwel dezelfde woorden staan die hier tot aan vers 20 volgen. Zie de aantekening daar.

Jeremia 51 vers 19

Israël Dit is hier ingevoegd uit boven Jer. 10:16 . Anders: en [Hij] [te weten God] is de roede zijner [te weten Jakobs] erfenis; dat is, die zichzelven zijn volk tot een erfdeel gegeven heeft.

Hertaald: Israël Dit is hier ingevoegd uit hierboven Jer. 10:16. Anders: en (Hij), (namelijk God), is de roede van zijn (namelijk Jakobs) erfenis; dat is: Die Zichzelf aan Zijn volk tot een erfdeel gegeven heeft.

Jeremia 51 vers 20

Gij zijt Mij Gods woorden tot den Babyloniër. Anderen verstaan dit als een aanspraak aan den koning Cyrus, die de Babyloniërs zou overweldigen, en zetten (het) over vs.24:en ik zal, enz.

Hertaald: Gij zijt Mij Gods woorden tot de Babyloniër. Anderen verstaan dit als een aanspraak tot koning Cyrus, die de Babyloniërs zou overweldigen, en zetten (het) over naar vers 24: en Ik zal, enzovoort.

voorhamer, Of, drijfhamer; versta, zulk een hamer Gods, die alles, zelfs de rotsstenen, in stukken en te morzel slaat; vergelijk boven Jer. 23:29 . De gelijkenis [gelijk blijkt uit het volgende], is genomen van de krijgslieden, bijzonderlijk van de curassiers, die hunne vuisthamers of heirhamers plegen te hebben, om de ijzeren wapens daarmede door te houwen en te verbreken, en den vijand neder te vellen.

Hertaald: voorhamer, Of: drijfhamer; versta: zo'n hamer van God, die alles, zelfs de rotsstenen, in stukken en aan gruzelementen slaat; vergelijk hierboven Jer. 23:29. De vergelijking is (zoals uit het vervolg blijkt) ontleend aan de krijgslieden, in het bijzonder aan de kurassiers, die hun vuisthamers of strijdhamers plegen te hebben om de ijzeren wapenrusting ermee door te houwen en te breken en de vijand neer te vellen.

krijgswapenen; Of, gereedschap, instrumenten; dat is, gij zult een instrument en roede zijn van mijn toorn en rechtvaardig oordeel over vele volken.

Hertaald: krijgswapenen; Of: gereedschap, werktuigen; dat is: u zult een werktuig en een roede zijn van Mijn toorn en van Mijn rechtvaardig oordeel over veel volken.

zal Ik volken in stukken slaan, Hier spreekt God met eigenlijke woorden, te weten in den toekomenden tijd, en niet in den verleden tijd, gelijk anderszins profetischerwijze in deze voorzegging veel geschiedt.

Hertaald: zal Ik volken in stukken slaan, Hier spreekt God met eigenlijke woorden, namelijk in de toekomende tijd en niet in de verleden tijd, zoals in deze voorzegging op profetische wijze vaak gebeurt.

Jeremia 51 vers 21

ruiter Of, die daarop rijdt. Van wagenruiters, die in die tijden van de wagens plachten te vechten; zie 2 Sam. 10:18 .

Hertaald: ruiter Of: hem die daarop rijdt. Het gaat over wagenstrijders, die in die tijden vanaf de wagens plachten te vechten; zie 2 Sam. 10:18.

Jeremia 51 vers 23

Juk- ossen; Of, koppel, paar ossen. Dat is, de ossen, die in het juk (koppel) samen gaan arbeiden.

Hertaald: Juk- ossen; Of: koppel, span ossen. Dat is: de ossen die in het juk (het koppel) samen gaan werken.

Jeremia 51 vers 24

Maar Ik zal Babel Alsof de Heere zeide: Als Ik de Babyloniërs in al de voorgemelde oordelen, als mijn instrument, zal gebruikt hebben, dan zal Ik niet nalaten te straffen de boosheid, die zij ondertussen daarin gepleegd en bedreven hebben, bijzonderlijk aan mijn volk; vergelijk boven vs.10.

Hertaald: Maar Ik zal Babel Alsof de HEERE zei: als Ik de Babyloniërs in al de genoemde oordelen als Mijn werktuig gebruikt zal hebben, dan zal Ik niet nalaten de boosheid te straffen die zij ondertussen daarbij gepleegd en bedreven hebben, in het bijzonder aan Mijn volk; vergelijk hierboven vers 10.

Chaldea Dat is, van het land der Chaldeën, of van Chaldea; alzo vs.35.

Hertaald: Chaldea Dat is: van het land van de Chaldeeën, of van Chaldea; zo ook vers 35.

ulieder ogen, Dit spreekt God tot zijn volk, voor welker ogen Hij dit oordeel over Babel wilde laten gaan.

Hertaald: ulieder ogen, Dit spreekt God tot Zijn volk, voor wier ogen Hij dit oordeel over Babel wilde laten gaan.

Jeremia 51 vers 25

wil aan u, Gelijk boven Jer. 50:31 .

Hertaald: wil aan u, Zoals hierboven Jer. 50:31.

berg Alzo wordt Babel genoemd vanwege de koninklijke hoogheid en pracht en de gelijkheid, die zij had met een berg, vermits haar hoge dikke muren en hoge koninklijke gebouwen; vergelijk Openb. 17:9 .

Hertaald: berg Zo wordt Babel genoemd vanwege haar koninklijke hoogheid en pracht en vanwege de gelijkenis die zij met een berg had, door haar hoge en dikke muren en haar hoge koninklijke gebouwen; vergelijk Openb. 17:9.

aarde verderft, Vergelijk Openb. 11:18 , en Openb. 13:14 .

Hertaald: aarde verderft, Vergelijk Openb. 11:18 en Openb. 13:14.

steenrotsen afwentelen, Uit uw hoge vestingen nederstorten, dat gij daarheen zult tuimelen en rollen, gelijk een vat of iets anders, dat van een klip wordt afgewenteld, in stukken berst en als verbrijzeld wordt.

Hertaald: steenrotsen afwentelen, Uit uw hoge vestingen neerstorten, zodat u daarvandaan zult tuimelen en rollen zoals een vat of iets anders dat van een klip wordt afgewenteld, in stukken barst en als het ware verbrijzeld wordt.

brands Daar alles als in de as zal liggen, en niets dan enkel as en verbrande steenhopen [gelijk in afgebrande plaatsen] overig zullen zijn; zie onder vs.58.

Hertaald: brands Waar alles als in de as zal liggen en er niets dan enkel as en verbrande steenhopen (zoals op afgebrande plaatsen) over zal zijn; zie hieronder vers 58.

Jeremia 51 vers 26

steen nemen tot een hoek, Dat is, gij zult niet weder gebouwd worden, of zo woest en verdorven zijn, dat men niet een steen onder uw overige steenhopen zal vinden, die bekwaam is tot een hoeksteen of grondsteen.

Hertaald: steen nemen tot een hoek, Dat is: u zult niet weer opgebouwd worden, of u zult zo woest en verwoest zijn dat men onder uw overgebleven steenhopen geen steen zal vinden die geschikt is tot hoeksteen of grondsteen.

want gij zult Of, maar.

Hertaald: want gij zult Of: maar.

eeuwige woestheden zijn, Hebreeuws, woestheden, of verwoesting der eeuwigheid. Alzo onder vs.62.

Hertaald: eeuwige woestheden zijn, Hebreeuws: woestheden, of verwoesting der eeuwigheid. Zo ook hieronder vers 62.

Jeremia 51 vers 27

heiligt de heidenen tegen haar, Dat is, zondert hen af, bereidt hen, rust toe, tot dit werk des Heeren tegen Babel; vergelijk boven Jer. 6:4 , met de aantekening; alzo in vs.28.

Hertaald: heiligt de heidenen tegen haar, Dat is: zondert hen af, bereidt hen voor, rust hen toe voor dit werk van de HEERE tegen Babel; vergelijk hierboven Jer. 6:4 met de aantekening; zo ook in vers 28.

roept tegen haar bijeen de koninkrijken Hebreeuws eigenlijk, doet, of laat horen; dat is somtijds, door uitroeping vergaderen.

Hertaald: roept tegen haar bijeen de koninkrijken Hebreeuws eigenlijk: doet, of laat horen; dat betekent soms: door omroeping bijeenbrengen.

Ararat, Groot-Armenië; zie Gen. 8:4 .

Hertaald: Ararat, Groot-Armenië; zie Gen. 8:4.

Minni Klein-Armenië.

Hertaald: Minni Klein-Armenië.

Askenaz; Zie Gen. 10:3 . Welke landen men houdt dat Cyrus ingenomen had eer hij Babel veroverde; of dat zij ten dele zijne bondgenoten waren.

Hertaald: Askenaz; Zie Gen. 10:3. Men houdt het ervoor dat Cyrus deze landen ingenomen had voordat hij Babel veroverde, of dat zij gedeeltelijk zijn bondgenoten waren.

krijgsoverste tegen haar, Het Hebreeuwse woord wordt alleen hier en Nah. 3:17 gevonden, betekenende [gelijk sommigen menen] zulk een kommandeur of overste, die de bevelen des konings ontvangt en aan het krijgsvolk overdraagt en verklaart. Anderen verstaan den koning Cyrus zelf, of Darius [naar hun gevoelen] zijn schoonvader.

Hertaald: krijgsoverste tegen haar, Het Hebreeuwse woord komt alleen hier en in Nah. 3:17 voor en betekent (zoals sommigen menen) zo'n commandant of bevelhebber die de bevelen van de koning ontvangt en aan de krijgslieden overbrengt en uitlegt. Anderen verstaan er koning Cyrus zelf onder, of Darius, naar hun mening zijn schoonvader.

ruige Of, ruwe, harige, die de haren overeind steken, alsof zij te berge stonden en ijselijk er uitzien; vergelijk Job 4:15 ; Ps. 119:120 , waar hetzelfde woord gebruikt wordt. Hebreeuws, paard als kever, [die] ruig is.

Hertaald: ruige Of: ruwe, harige, die de haren overeind zetten alsof ze te berge stonden en er afschuwelijk uitzien; vergelijk Job 4:15; Ps. 119:120, waar hetzelfde woord gebruikt wordt. Hebreeuws: paard als een kever, (die) ruig is.

kevers Paarden in menigte, als sprinkhanen; zie boven vs.14.

Hertaald: kevers Paarden in menigte, als sprinkhanen; zie hierboven vers 14.

Jeremia 51 vers 28

Medië, Gelijk boven vs.11.

Hertaald: Medië, Zoals hierboven vers 11.

haar landvoogden Versta, landvoogden of vorsten van Medië.

Hertaald: haar landvoogden Versta: landvoogden of vorsten van Medië.

zijner heerschappij Hebreeuws, zijner; te weten een ieder koning, of de geslachten worden verwisseld, omdat het Hebreeuwse woord, dat een land en de aarde betekent, in beiderlei geslachten gebruikt wordt.

Hertaald: zijner heerschappij Hebreeuws: zijn; namelijk van elke koning afzonderlijk. Of de geslachten worden verwisseld, omdat het Hebreeuwse woord dat een land en de aarde betekent in beide geslachten gebruikt wordt.

Jeremia 51 vers 29

elk een van des HEEREN Hebreeuws, de gedachten des Heeren staan vast; dat is, elkeen zijner gedachten, dat is, al zijn voornemen.

Hertaald: elk een van des HEEREN Hebreeuws: de gedachten van de HEERE staan vast; dat is: elk van Zijn gedachten, dat is: heel Zijn voornemen.

Jeremia 51 vers 30

gebleven in de vestingen, Zij zullen geen moed hebben om te veld en den vijand onder de ogen te trekken.

Hertaald: gebleven in de vestingen, Zij zullen geen moed hebben om te velde te trekken en de vijand onder ogen te komen.

wijven geworden; Zie boven Jer. 50:37 , en vergelijk Jes. 3:12 .

Hertaald: wijven geworden; Zie hierboven Jer. 50:37 en vergelijk Jes. 3:12.

zij hebben hun woningen aangestoken, De vijanden, Meden en Perzen.

Hertaald: zij hebben hun woningen aangestoken, De vijanden, de Meden en Perzen.

grendels zijn verbroken Van huizen en kleine poorten, die bij menigte naar de rivier toe waren, Herodotus, lib.1.

Hertaald: grendels zijn verbroken Van huizen en kleine poorten, die er in menigte naar de rivier toe waren; Herodotus, boek 1.

Jeremia 51 vers 31

De loper zal den loper tegemoet lopen, Gelijk in een onvoorzienen of onverwachten inval en inbreuk des vijands placht te geschieden.

Hertaald: De loper zal den loper tegemoet lopen, Zoals bij een onvoorziene of onverwachte inval en inbraak van de vijand pleegt te gebeuren.

van alle einden is ingenomen; Waar de Perzen en Meden inbraken en de stad innamen, eer men het in het midden en op het andere einde van de stad [vermits hare grootheid] eens wist. Ditzelfde betuigt Herodotus even alzo geschied te zijn, gelijk hier geprofeteerd is.

Hertaald: van alle einden is ingenomen; Waar de Perzen en Meden inbraken en de stad innamen voordat men het in het midden en aan het andere einde van de stad (vanwege haar grootte) ook maar wist. Herodotus getuigt dat het net zo gebeurd is als hier geprofeteerd wordt.

Jeremia 51 vers 32

veren ingenomen, Dewijl Cyrus het water van den Eufraat had afgeleid, zodat het krijgsvolk daardoor in de stad ging. Anders: slechtelijk, passen, passagen.

Hertaald: veren ingenomen, Omdat Cyrus het water van de Eufraat had afgeleid, zodat de krijgslieden daardoor de stad binnengingen. Anders: eenvoudig doorgangen, passages.

rietpoelen met vuur verbrand zijn; Of, biezen, poelen, uit de rivier hier en daar afgeleid, die de vijand aanmerkelijk hinder hadden kunnen doen. Sommigen verstaan dat het slechtelijk van de waterpoelen bij gelijkenis gesproken is, dat zij uitgedroogd waren, alsof zij met vuur uitgebrand en verdroogd waren.

Hertaald: rietpoelen met vuur verbrand zijn; Of: biezen, poelen, die hier en daar uit de rivier waren afgeleid en die de vijand aanzienlijk hinder hadden kunnen doen. Sommigen verstaan het eenvoudig als een vergelijking met waterpoelen: dat zij uitgedroogd waren alsof zij met vuur uitgebrand en verdroogd waren.

Jeremia 51 vers 33

De dochter van Babel Dat is, Babel, die een schone wellustige jonkvrouw gelijk is, zal nu behandeld worden als een dorsvloer en het koren daarop.

Hertaald: De dochter van Babel Dat is: Babel, dat op een schone en wellustige jonkvrouw lijkt, zal nu behandeld worden als een dorsvloer met het koren erop.

trede; Of, doe treden; dat is, effen, hard en gelijk make om het koren daarop te dorsen, of dat men ze dorse. Want de dorsende ossen of runderen treden het koren.

Hertaald: trede; Of: doe treden; dat is: maak hem effen, hard en gelijk om het koren erop te dorsen, of: dat men hem dorst. Want de dorsende ossen of runderen treden het koren.

weinig, Te weten, tijd; het zal haast, niet lang uitblijven.

Hertaald: weinig, Namelijk tijd; het zal spoedig gebeuren, het zal niet lang uitblijven.

oogstes overkomen En vervolgens, de dorstijd; versta, den tijd van haar ongeval, door de Meden en Perzen, die haar als vertreden en uitdorsen zouden, gelijk zij Gods volk en anderen tevoren gedaan hebben. Zie Jes. 21:10 .

Hertaald: oogstes overkomen En vervolgens de dorstijd; versta: de tijd van haar onheil door de Meden en Perzen, die haar als het ware zouden vertreden en uitdorsen, zoals zij dat eerder met Gods volk en met anderen gedaan hebben. Zie Jes. 21:10.

Jeremia 51 vers 34

Nebukadrezar, Dat is, een klacht van Gods volk gelijk vs.35 uitwijst.

Hertaald: Nebukadrezar, Dat is: een klacht van Gods volk, zoals vers 35 uitwijst.

opgegeten, Vergelijk Deut. 31:17 , met de aantekening; idem Jes. 30:14 , en boven Jer. 19:11 , en Jer. 50:7 .

Hertaald: opgegeten, Vergelijk Deut. 31:17 met de aantekening; eveneens Jes. 30:14, en hierboven Jer. 19:11 en Jer. 50:7.

balg gevuld Of, pens, ingewand. Het Hebreeuwse woord wordt alleenlijk hier gevonden.

Hertaald: balg gevuld Of: pens, ingewand. Het Hebreeuwse woord komt alleen hier voor.

verdreven Uit mijn land; of hij heeft mij weggespoeld, in eenen zin.

Hertaald: verdreven Uit mijn land; of: hij heeft mij weggespoeld — het komt op hetzelfde neer.

Jeremia 51 vers 35

dat mij en mijn Hebreeuws, mijn geweld en van mijn vlees; dat is, het geweld, dat mij en mijn vlees is aangedaan; vergelijk boven Jer. 2:2 ; Richt. 9:24 ; Ob. 1:10 .

Hertaald: dat mij en mijn Hebreeuws: mijn geweld en van mijn vlees; dat is: het geweld dat mij en mijn vlees is aangedaan; vergelijk hierboven Jer. 2:2; Richt. 9:24; Obadja 1:10.

vlees is aangedaan, Dat is, mijnen broeders en bloedverwanten. Vergelijk Rom. 11:14 , en Lev. 18:6 .

Hertaald: vlees is aangedaan, Dat is: mijn broeders en bloedverwanten. Vergelijk Rom. 11:14 en Lev. 18:6.

zij op Babel Of, is; dat is, ligt; zie Richt. 9:24 .

Hertaald: zij op Babel Of: is; dat is: ligt; zie Richt. 9:24.

de inwoneres van Sion; Het volk, dat te Jeruzalem tehuis behoort, of Gods kerk.

Hertaald: de inwoneres van Sion; Het volk dat in Jeruzalem thuishoort, of Gods kerk.

bloed zij op de inwoners Vergelijk Matt. 27:25 .

Hertaald: bloed zij op de inwoners Vergelijk Matth. 27:25.

Chaldea Dat is, van Chaldea, gelijk boven vs.24.

Hertaald: Chaldea Dat is: van Chaldea, zoals hierboven vers 24.

Jeremia 51 vers 36

Ziet, Gods antwoord op de voorgaande woorden van zijn volk.

Hertaald: Ziet, Gods antwoord op de voorgaande woorden van Zijn volk.

twist twisten, Zie boven Jer. 50:34 .

Hertaald: twist twisten, Zie hierboven Jer. 50:34.

zee droog maken, De wateren van den Eufraat, die rondom en in haar midden zijn. Zie van het gebruik van het woord zee, Gen. 1:10 , en vergelijk boven Jer. 50:38 , met de aantekening.

Hertaald: zee droog maken, De wateren van de Eufraat, die rondom en midden door haar heen lopen. Zie over het gebruik van het woord zee Gen. 1:10, en vergelijk hierboven Jer. 50:38 met de aantekening.

springader opdrogen Dat is, de rivier, die uit haar springader voortkomt.

Hertaald: springader opdrogen Dat is: de rivier die uit haar bron voortkomt.

Jeremia 51 vers 37

aanfluiting, Zie 1 Kon. 9:8 , boven Jer. 18:16 .

Hertaald: aanfluiting, Zie 1 Kon. 9:8, hierboven Jer. 18:16.

Jeremia 51 vers 38

Zij zullen te zamen brullen als jonge leeuwen, De Babyloniërs zullen in hun feestbanket juichen, razen en tieren, als dartele jonge wilde leeuwen; waarop vs.39 past. Of, [gelijk sommigen] zij zullen als verhongerde jonge leeuwen brullen en briesen, omdat hun de roof benomen is. Anderen verstaan het van de Perzen en Meden, die over den roof van Babel als leeuwen zouden brullen.

Hertaald: Zij zullen te zamen brullen als jonge leeuwen, De Babyloniërs zullen bij hun feestmaal juichen, razen en tieren als dartele jonge wilde leeuwen; daar sluit vers 39 op aan. Of (zoals sommigen): zij zullen als uitgehongerde jonge leeuwen brullen en briesen, omdat hun de buit ontnomen is. Anderen verstaan het van de Perzen en Meden, die over de buit van Babel als leeuwen zouden brullen.

briesen als leeuwenwelpen Of, ruchelen; dat is een onvolkomen gebrul voortbrengen, dat aan het geluid der ezels gelijk is. Anderen: zich uitschudden, of het haar verschudden; vergelijk Richt. 16:20 , met de aantekening.

Hertaald: briesen als leeuwenwelpen Of: rochelen; dat is: een onvolkomen gebrul voortbrengen dat op het geluid van ezels lijkt. Anderen: zich uitschudden, of de haren schudden; vergelijk Richt. 16:20 met de aantekening.

Jeremia 51 vers 39

verhit zijn, Van dronkenschap in hun goddeloos banket. Dan zal Ik hun een anderen drank opzetten. Zie de vervulling, naar sommiger gevoelen, Dan 5 .

Hertaald: verhit zijn, Van dronkenschap bij hun goddeloze feestmaal. Dan zal Ik hun een andere drank voorzetten. Zie de vervulling, naar de mening van sommigen, in Dan. 5.

drank opzetten, Hebreeuws, drinkingen, of dronken, elkeen zijn drank, dien Ik een ieder in mijn beker des toorn bereid heb en hun zal doen drinken.

Hertaald: drank opzetten, Hebreeuws: drinkingen, of dronken; ieder zijn eigen drank, die Ik voor elk van hen in de beker van Mijn toorn bereid heb en hun zal laten drinken.

opspringen; Doch niet van vreugde, maar van schrik en siddering.

Hertaald: opspringen; Maar niet van vreugde, doch van schrik en siddering.

eeuwigen slaap slapen, Hebreeuws, slaap der eeuwigheid; dat is den langen slaap, den dood sterven, omgebracht worden, en op aarde of in dit leven niet wederkeren. Vergelijk Ps. 76:6 , en Pred. 12:5 , met de aantekening en onder vs.57, idem Ps. 13:4 .

Hertaald: eeuwigen slaap slapen, Hebreeuws: slaap der eeuwigheid; dat is: de lange slaap slapen, de dood sterven, omgebracht worden en op aarde of in dit leven niet terugkeren. Vergelijk Ps. 76:6 en Pred. 12:5 met de aantekening, en hieronder vers 57; eveneens Ps. 13:4.

Jeremia 51 vers 40

slachten, Dat is, ter slachting, tot de slachtbank, om geslacht te worden, gelijk boven Jer. 11:19 , en Jer. 25:34 , en Jer. 48:15 , en Jer. 50:27 .

Hertaald: slachten, Dat is: ter slachting, naar de slachtbank, om geslacht te worden, zoals hierboven Jer. 11:19, Jer. 25:34, Jer. 48:15 en Jer. 50:27.

met bokken Dat is, en als bokken.

Hertaald: met bokken Dat is: en als bokken.

Jeremia 51 vers 41

Hoe is Gelijk boven Jer. 50:23 .

Hertaald: Hoe is Zoals hierboven Jer. 50:23.

Sesach zo veroverd, Zie boven Jer. 25:26 .

Hertaald: Sesach zo veroverd, Zie hierboven Jer. 25:26.

roem der ganse aarde ingenomen Dat is, beroemd door de ganse wereld. Vergelijk boven Jer. 49:25 , en Jes. 13:19 .

Hertaald: roem der ganse aarde ingenomen Dat is: beroemd over de hele wereld. Vergelijk hierboven Jer. 49:25 en Jes. 13:19.

ontzetting onder de heidenen Dat zich een ieder daarover verwondert en ontzet, gelijk boven vs.37, en dikwijls in het voorgaande.

Hertaald: ontzetting onder de heidenen Zodat ieder zich daarover verwondert en ontzet, zoals hierboven vers 37 en vaker in het voorgaande.

Jeremia 51 vers 42

Een zee is over Babel gerezen, Antwoord op de voorgaande vraag, waarvan de zin is, dat Babel, hetwelk onoverwinnelijk scheen te zijn, door een onwederstaanlijk geweld zou worden overrompeld, te weten door het grote heirleger der Meden en Perzen, zijnde aangevoerd en gesterkt door Gods machtige Hand.

Hertaald: Een zee is over Babel gerezen, Antwoord op de voorgaande vraag. De betekenis is dat Babel, dat onoverwinnelijk leek te zijn, door een onweerstaanbaar geweld overrompeld zou worden, namelijk door het grote leger van de Meden en Perzen, dat door Gods machtige hand aangevoerd en gesterkt werd.

Jeremia 51 vers 43

waarin Hebreeuws, in welks, of in deszelfs [steden].

Hertaald: waarin Hebreeuws: in wier, of: in haar (steden).

niemand woont, Hebreeuws, niet alle man; dat is, niemand, niet een mens.

Hertaald: niemand woont, Hebreeuws: niet alle man; dat is: niemand, geen mens.

Jeremia 51 vers 44

Bel te Babel, Zie boven Jer. 50:2 .

Hertaald: Bel te Babel, Zie hierboven Jer. 50:2.

verslonden heeft; Hebreeuws, zijne verslinding. Sommigen duiden dit op de offeranden, die men dezen afgod moest doen, waarvan men mag lezen de apocriefe stukken van Daniël en Herodotus. Anderen verstaan den roof en de ondergebrachte landen, van welker overwinning zij dezen afgod de eer gaven. Vergelijk boven Jer. 49:1 ; Richt. 11:24 .

Hertaald: verslonden heeft; Hebreeuws: zijn verslinding. Sommigen duiden dit op de offers die men aan deze afgod moest brengen; daarover kan men lezen in de apocriefe stukken van Daniël en bij Herodotus. Anderen verstaan er de buit en de onderworpen landen onder, voor de verovering waarvan zij deze afgod de eer gaven. Vergelijk hierboven Jer. 49:1; Richt. 11:24.

toevloeien, Als waterstromen, waarvan het Hebreeuwse woord komt. Vergelijk Ps. 34:6 , met de aantekening.

Hertaald: toevloeien, Als waterstromen, waar het Hebreeuwse woord vandaan komt. Vergelijk Ps. 34:6 met de aantekening.

gevallen Dat is, zal zekerlijk vallen, niettegenstaande dat men het houdt voor een eeuwig en onverbrekelijk werk. Zie onder vs.58.

Hertaald: gevallen Dat is: hij zal zeker vallen, ook al houdt men het voor een eeuwig en onverwoestbaar bouwwerk. Zie hieronder vers 58.

Jeremia 51 vers 45

vanwege de hittigheid van den toorn des HEEREN Dat gij in hunne straffen niet mede omkomt, vergelijk boven vs.6; en opdat gij ontgaat de gevaren, waarvan in het volgende.

Hertaald: vanwege de hittigheid van den toorn des HEEREN Zodat u niet mee omkomt in hun straffen; vergelijk hierboven vers 6; en opdat u de gevaren ontgaat waarover het in het vervolg gaat.

Jeremia 51 vers 46

gerucht, Dat is, tijding, die men horen zal van den optocht, de aankomst en den voortgang der koningen van Medië en Perzië tegen Babel. Hebreeuws eigenlijk, horing.

Hertaald: gerucht, Dat is: het bericht dat men horen zal over de optocht, de aankomst en de voortgang van de koningen van Medië en Perzië tegen Babel. Hebreeuws eigenlijk: horing.

ene jaar, Hebreeuws, in het jaar, en in het jaar; of het jaar door en het jaar door; dat is, in het ene jaar en in het andere jaar, of het ene jaar voor en het andere jaar na, jaar op jaar, het ganse jaar door, zo in het eerste jaar als in het tweede jaar. De geschiedenissen vermelden dat Cyrus in het eerste jaar van zijn optocht nog niet voor Babel gekomen is, maar in het tweede.

Hertaald: ene jaar, Hebreeuws: in het jaar, en in het jaar; of: het jaar door en het jaar door; dat is: in het ene jaar en in het andere jaar, of: het ene jaar vooraf en het andere jaar erna, jaar op jaar, het hele jaar door, zowel in het eerste als in het tweede jaar. De geschiedschrijvers vermelden dat Cyrus in het eerste jaar van zijn optocht nog niet voor Babel gekomen is, maar pas in het tweede.

heer over heer Of, heerser tegen heerser; te weten de heren van Medië en Perzië zullen zijn over en tegen de Babyloniërs.

Hertaald: heer over heer Of: heerser tegen heerser; namelijk: de heren van Medië en Perzië zullen over en tegen de Babyloniërs zijn.

Jeremia 51 vers 47

gesneden beelden van Babel; Of, gegravene.

Hertaald: gesneden beelden van Babel; Of: gegraveerde.

haar verslagenen Dat is, die van haar volk dodelijk gewond en nedergehouwen zullen zijn.

Hertaald: haar verslagenen Dat is: zij van haar volk die dodelijk gewond en neergehouwen zullen zijn.

liggen Zie boven vs.4, en alzo in het volgende.

Hertaald: liggen Zie hierboven vers 4, en zo ook in het vervolg.

Jeremia 51 vers 48

hemel en de aarde, Vergelijk Openb. 12:12 , en Openb. 18:20 , en Openb. 19:1 , enz.

Hertaald: hemel en de aarde, Vergelijk Openb. 12:12, Openb. 18:20 en Openb. 19:1, enzovoort.

Babel; Dat is, over Babels ondergang.

Hertaald: Babel; Dat is: over Babels ondergang.

noorden Zie boven Jer. 50:3 .

Hertaald: noorden Zie hierboven Jer. 50:3.

zullen haar de verstoorders aankomen, Hebreeuws, zal haar verstoorders, enz.; dat is, allen en ieder van degenen, die haar verstoren zullen.

Hertaald: zullen haar de verstoorders aankomen, Hebreeuws: zal haar verstoorders, enzovoort; dat is: allen en ieder van hen die haar zullen verwoesten.

Jeremia 51 vers 49

tot een val Hebreeuws, toevallen; dat is, zij heeft daartoe gearbeid, is daartoe gesteld geweest, het is haar hart en zin geweest, zij heeft daartoe gediend. Of aldus: Gelijk Babel de verslagenen van Israël heeft doen vallen. De zin is enerlei.

Hertaald: tot een val Hebreeuws: toevallen; dat is: zij heeft daaraan gewerkt, is daartoe gesteld geweest, het is haar hart en haar zin geweest, zij heeft daartoe gediend. Of aldus: zoals Babel de verslagenen van Israël heeft doen vallen. De betekenis komt op hetzelfde neer.

verslagenen van Israël, Dat het overvol lag van verslagen Joden [zie boven vs.4, met de aantekening], alzo zal het land van Babel weder vol worden van verslagenen. Hebreeuws, ook [is] Babel, ook zullen te Babel, enz.; vergelijk boven vs.12, met de aantekening.

Hertaald: verslagenen van Israël, Zoals het overvol lag van verslagen Joden (zie hierboven vers 4 met de aantekening), zo zal het land van Babel op zijn beurt vol worden van verslagenen. Hebreeuws: ook (is) Babel, ook zullen te Babel, enzovoort; vergelijk hierboven vers 12 met de aantekening.

te Babel Of, der Babel, in Babel.

Hertaald: te Babel Of: van Babel, in Babel.

Jeremia 51 vers 50

Gij ontkomenen van het zwaard, Aanspraak aan de gevangen overgebleven Joden in Babel.

Hertaald: Gij ontkomenen van het zwaard, Aanspraak tot de overgebleven gevangen Joden in Babel.

verre, Uit Babylonië; gedenkt alsdan wat Babel aan Jeruzalem gedaan heeft, en hoe het haar vergolden wordt; en voorts, stelt uw hart om weder te keren naar Jeruzalem, enz.

Hertaald: verre, Uit Babylonië; denkt dan aan wat Babel Jeruzalem aangedaan heeft en hoe het haar vergolden wordt; en zet vervolgens uw hart erop om naar Jeruzalem terug te keren, enzovoort.

opkomen Vergelijk boven Jer. 3:16 , en Jer. 7:31 , met de aantekening.

Hertaald: opkomen Vergelijk hierboven Jer. 3:16 en Jer. 7:31 met de aantekening.

Jeremia 51 vers 51

zeggen Als gij aan Jeruzalem gedenkt.

Hertaald: zeggen Als u aan Jeruzalem denkt.

uitlandsen over de heiligdommen De Babyloniërs, die den tempel verbrand hebben.

Hertaald: uitlandsen over de heiligdommen De Babyloniërs, die de tempel verbrand hebben.

Jeremia 51 vers 52

Daarom ziet, Gods antwoord op de voorgaande klacht van zijn volk.

Hertaald: Daarom ziet, Gods antwoord op de voorgaande klacht van Zijn volk.

haar gesneden beelden; Babels afgoden alzo in het volgende.

Hertaald: haar gesneden beelden; Babels afgoden; zo ook in het vervolg.

kermen in haar ganse land Of, stenen, zuchten; dat is, hun ganse land zal vol zijn van het kermen en krijten der verwonden, die als verslagenen sterven zullen; vergelijk vs.49. Het Hebreeuwse woord betekent beide, een dodelijk verwonde en verslagene.

Hertaald: kermen in haar ganse land Of: kreunen, zuchten; dat is: hun hele land zal vol zijn van het kermen en schreeuwen van de gewonden, die als verslagenen zullen sterven; vergelijk vers 49. Het Hebreeuwse woord betekent beide: een dodelijk gewonde en een verslagene.

Jeremia 51 vers 53

al maakte zij vast Anders: al maakte zij hare sterkte vast [in] de hoogte; vergelijk boven Jer. 49:16 ; Ob. 1:4 .

Hertaald: al maakte zij vast Anders: al maakte zij haar sterkte vast (in) de hoogte; vergelijk hierboven Jer. 49:16; Obadja 1:4.

Jeremia 51 vers 54

breuk uit het land der Chaldeën Dat is, verwoesting, jammer, ellende, enz.; zie Jer. 4:6 . Anders: gekraak.

Hertaald: breuk uit het land der Chaldeën Dat is: verwoesting, jammer, ellende, enzovoort; zie Jer. 4:6. Anders: gekraak.

Jeremia 51 vers 55

HEERE verstoort Babel, Als de bewerker van dezen krijg, of de opperste krijgsoverste der Meden en Perzen.

Hertaald: HEERE verstoort Babel, Als de bewerker van deze oorlog, of als de opperste legeraanvoerder van de Meden en Perzen.

grootse stem uit haar doen vergaan; Dat is, den hogen roem, het hoog spreken en pochen der Babyloniërs, dat zij gewoon waren te gebruiken, als hunne monarchie in bloei was. Anders: het groot gedruis; dat is het gewoel, dat binnen Babel was vanwege de veelheid der volken daarbinnen.

Hertaald: grootse stem uit haar doen vergaan; Dat is: de hoge roem, het hoogdravende spreken en pochen van de Babyloniërs, dat zij gewoon waren te gebruiken toen hun rijk in bloei was. Anders: het grote rumoer; dat is: het gewoel dat er binnen Babel was vanwege de veelheid van volken daarbinnen.

hunlieder golven De Meden en Perzen, die Babel als een zee zullen overlopen; zie boven vs.42. Anders: hoewel hunlieder [der Babyloniërs] golven, enz.; dat is, hoewel zij nu zulk een gewoel maken, enz.

Hertaald: hunlieder golven De Meden en Perzen, die Babel als een zee zullen overspoelen; zie hierboven vers 42. Anders: hoewel hun (van de Babyloniërs) golven, enzovoort; dat is: hoewel zij nu zo'n gewoel maken, enzovoort.

grote wateren; Of, vele.

Hertaald: grote wateren; Of: vele.

geruis van hunlieder geluid Of, gedreun, groot gedruis hunner stem, te weten der Babyloniërs, die groot getier en geroep maakten over hunne ellenden.

Hertaald: geruis van hunlieder geluid Of: gedreun, groot rumoer van hun stem, namelijk van de Babyloniërs, die groot getier en geroep maakten over hun ellende.

zal zich verheffen Hebreeuws, is, of wordt gegeven, uitgegeven; dat is, zal verheven worden, zal zich verheffen, zal zich uitgeven, zodat men hunne aankomst van verre zal kunnen horen.

Hertaald: zal zich verheffen Hebreeuws: is, of: wordt gegeven, uitgegeven; dat is: het zal verheven worden, het zal zich verheffen, het zal zich laten horen, zodat men hun komst van verre zal kunnen horen.

Jeremia 51 vers 56

Want de verstoorder komt over haar, Of, wanneer de verstoorder, enz., dan zullen, enz.

Hertaald: Want de verstoorder komt over haar, Of: wanneer de verstoorder, enzovoort, dan zullen, enzovoort.

zijn verbroken; Hebreeuws, is verbroken; elkeen van hunne bogen zal verbroken worden.

Hertaald: zijn verbroken; Hebreeuws: is verbroken; elk van hun bogen zal verbroken worden.

zekerlijk betalen Hebreeuws, betalende betalen.

Hertaald: zekerlijk betalen Hebreeuws: betalende betalen.

Jeremia 51 vers 57

dronken maken; Uit den beker van mijn toorn.

Hertaald: dronken maken; Uit de beker van Mijn toorn.

eeuwigen slaap slapen, Zie boven vs.39.

Hertaald: eeuwigen slaap slapen, Zie hierboven vers 39.

Jeremia 51 vers 58

brede Die vijftig koninklijke ellen dik en breed was, zodat er twee wagens nevens elkander bekwamelijk op rijden konden, blijvende nog een goede ruimte tussen beide, gelijk de geschiedenissen betuigen.

Hertaald: brede Die vijftig koninklijke ellen dik en breed was, zodat er twee wagens gemakkelijk naast elkaar op konden rijden en er tussen beide nog een goede ruimte overbleef, zoals de geschiedschrijvers getuigen.

muur van Babel Hebreeuws, muren, in het getal van velen, omdat die muur zo uitermate dik was, alsof het vele muren geweest waren; gelijk Behemoth, beesten, genomen wordt voor een groot beest, gelijk een olifant, enz. Zie Job 40:10 ; Ps. 73:22 .

Hertaald: muur van Babel Hebreeuws: muren, in het meervoud, omdat die muur zo uitermate dik was alsof het vele muren waren; zoals Behemoth, beesten, gebruikt wordt voor één groot beest, zoals een olifant, enzovoort. Zie Job 40:10; Ps. 73:22.

ontbloot worden, Te weten tot de fondamenten toe; vergelijk Ps. 137:7 . Anders: verbroken.

Hertaald: ontbloot worden, Namelijk tot op de fundamenten toe; vergelijk Ps. 137:7. Anders: verbroken.

volken Welker arbeid de Babyloniërs gebruikt hebben in het maken van dezen muur.

Hertaald: volken Wier arbeid de Babyloniërs bij het maken van deze muur gebruikt hebben.

tevergeefs, Of, tot uitlediging; dat is, dat alles weder mocht weggenomen, verdorven en verstrooid worden, wat daartoe aangevoerd en samengebracht was.

Hertaald: tevergeefs, Of: tot lediging; dat is: zodat alles wat daarvoor aangevoerd en samengebracht was weer weggenomen, bedorven en verstrooid zou worden.

vure zullen gearbeid hebben, Of, om des vuurs wil; dat is, opdat hun arbeid met vuur mocht verbrand worden; niet dat dit de mening of het oogmerk der bouwlieden geweest is, maar dat hun arbeid door Gods regering alzo uitgevallen is en daartoe gediend heeft. Vergelijk Hab. 2:13 .

Hertaald: vure zullen gearbeid hebben, Of: omwille van het vuur; dat is: opdat hun arbeid met vuur verbrand zou worden. Niet dat dit de bedoeling of het oogmerk van de bouwers geweest is, maar dat hun arbeid door Gods bestuur zo uitgevallen is en daartoe gediend heeft. Vergelijk Hab. 2:13.

Jeremia 51 vers 59

woord, Of, de zaak die, enz.

Hertaald: woord, Of: de zaak die, enzovoort.

van Zedekia, Of, vanwege. Het Hebreeuwse woord wordt somtijds genomen voor van, vanwege, uit, gelijk te zien is Gen. 4:1 , en Gen. 44:4 ; Ex. 9:29 ; Ezech. 6:9 ; Mi. 3:8 , en in deze plaats. Anders, met Zedekia; maar zulks wordt nergens elders in de Schrift vermeld, en het schijnt niet wel gelooflijk dat Zedekia, gerebelleerd hebbende tegen den koning van Babel, zelf in persoon naar Babel zou hebben durven trekken, maar wel, dat hij door dezen vreedzamen vromen dienaar verzoening en vrede gezocht mag hebben te bemiddelen.

Hertaald: van Zedekia, Of: vanwege. Het Hebreeuwse woord wordt soms opgevat als van, vanwege, uit, zoals te zien is in Gen. 4:1 en Gen. 44:4; Ex. 9:29; Ezech. 6:9; Micha 3:8, en op deze plaats. Anders: met Zedekia; maar dat wordt nergens anders in de Schrift vermeld, en het lijkt niet erg geloofwaardig dat Zedekia, die tegen de koning van Babel in opstand gekomen was, zelf in persoon naar Babel zou hebben durven reizen. Wel is aannemelijk dat hij door deze vreedzame, vrome dienaar verzoening en vrede heeft willen laten bemiddelen.

vreedzaam vorst Hebreeuws, vorst der rust; dat is, een vroom, stil en vreedzaam man, wien Jeremia deze zaak heeft mogen vertrouwen, waarmede een ander te dien tijde den spot zou hebben gedreven, of zulks geweigerd hebben, als vol gevaar en zwarigheid zijnde. Anders: overste der rust des konings; dat is, overste kamerling . Sommigen houden het voor een naam van zekeren omtrek, waarvan te zien is 1 Kron. 2:52 .

Hertaald: vreedzaam vorst Hebreeuws: vorst van de rust; dat is: een vroom, stil en vreedzaam man, aan wie Jeremia deze zaak kon toevertrouwen, terwijl een ander er in die tijd de spot mee gedreven zou hebben of het geweigerd zou hebben omdat het vol gevaar en moeite was. Anders: overste van de rust van de koning; dat is: opperste kamerheer. Sommigen houden het voor de naam van een bepaalde streek, waarover te lezen is in 1 Kron. 2:52.

Jeremia 51 vers 60

boek, Versta, een bijzonder boek, of dubbel, copie, afschrift, dat hij dezen Seraja mede gaf.

Hertaald: boek, Versta: een apart boek, of een dubbel, een kopie, een afschrift, dat hij aan deze Seraja meegaf.

Jeremia 51 vers 61

zien en lezen al deze woorden; Of, [haar, namelijk Babel] aanzien, of aanschouwen, bezien, om deze profetie met Babels tegenwoordigen staat te vergelijken. Of, als gij ze zult zien, enz.

Hertaald: zien en lezen al deze woorden; Of: (haar, namelijk Babel) aanzien, of aanschouwen en bezien, om deze profetie met Babels toenmalige toestand te vergelijken. Of: als u ze zult zien, enzovoort.

Jeremia 51 vers 62

eeuwige woestheden Hebreeuws, woestheden, of verwoestingen der eeuwigheid, gelijk boven vs.26.

Hertaald: eeuwige woestheden Hebreeuws: woestheden, of verwoestingen der eeuwigheid, zoals hierboven vers 26.

Jeremia 51 vers 63

Frath; De rivier Eufraat, die aan en door Babel liep.

Hertaald: Frath; De rivier de Eufraat, die langs en door Babel liep.

Jeremia 51 vers 64

vanwege het kwaad, Hebreeuws, van het aangezicht des kwaads; dat is, van, of vanwege het kwaad der straf, des ongevals, ongeluks, verderfs, enz.

Hertaald: vanwege het kwaad, Hebreeuws: van het aangezicht van het kwaad; dat is: van, of vanwege het kwaad van de straf, van het onheil, het ongeluk, het verderf, enzovoort.

haar zal brengen, Babel.

Hertaald: haar zal brengen, Babel.

zij zullen mat worden Namelijk de Babyloniërs zullen amechtig machteloos worden en bezwijken, dat zij niet weder zullen kunnen rijzen of opkomen, hoezeer zij ook zich daarom bemoeien.

Hertaald: zij zullen mat worden Namelijk de Babyloniërs zullen uitgeput en machteloos worden en bezwijken, zodat zij niet weer overeind zullen kunnen komen, hoezeer zij zich daarvoor ook inspannen.

Tot hiertoe Vergelijk boven Jer. 48:47 .

Hertaald: Tot hiertoe Vergelijk hierboven Jer. 48:47.

woorden van Jeremia Te weten van Babels straf, of in het algemeen van de profetieën van Jeremia, die in dit boek begrepen en samengebracht zijn. Hieruit wordt bij sommigen afgenomen dat Jer 52 door enigen anderen man Gods daar bijgevoegd is, als tot een zegel en nadere verklaring van de voorgaande profetieën. Vergelijk de aantekening op Deu 34 .

Hertaald: woorden van Jeremia Namelijk over Babels straf, of in het algemeen over de profetieën van Jeremia die in dit boek verzameld en samengebracht zijn. Hieruit leiden sommigen af dat Jer. 52 door een andere man Gods hieraan toegevoegd is, als een zegel en een nadere verklaring van de voorgaande profetieën. Vergelijk de aantekening bij Deut. 34.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Seraja (zoon van Nerija)  — de HEERE strijdt

Zoon van Nerija, zoon van Machseja, en dus een broer van Baruch; een vreedzame vorst, die met koning Zedekia naar Babel trok. Jeremia gaf hem een boekrol mee met het oordeel over Babel, met de opdracht deze, na voorlezing, aan een steen gebonden in de Eufraat te werpen, als teken van Babels ondergang (Jer. 51:59-64).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Askenaz  — vernoemd naar Askenaz, een kleinzoon van Jafeth, zoon van Gomer (Gen. 10:3)

Ligging: Een volk/koninkrijk in het gebied rondom het Van-meer, in het huidige Oost-Turkije/Armenië — geassocieerd met het latere Scythische gebied.

Geschiedenis: Jeremia roept de koninkrijken van Ararat (reeds bestaand), Minni (reeds bestaand) en Askenaz op om zich tegen Babel te wapenen als instrumenten van Gods oordeel over die stad (Jer. 51:27) — dezelfde volken die eeuwen eerder, in de Tafel der volken, als nakomelingen van Jafeth werden opgesomd (Gen. 10:3).

Bijbelse betekenis: Dat de HEERE juist verre, aan Israël onbekende volken als werktuigen van Zijn oordeel over het machtige Babel oproept, onderstreept dat geen enkele aardse grootmacht buiten Zijn wereldwijde regering over alle volken der aarde valt.

Recente inzichten: Wordt door de meeste uitleggers in verband gebracht met de Scythen of een verwant volk in de Kaukasus-/Armeense regio.

Gen. 10:3; Jer. 51:27

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Vliedt uit het midden van Babel  — de oproep om de stad te verlaten voordat het oordeel valt (Jer. 51:6,9)

"Vliedt uit het midden van Babel, en redt, een iegelijk zijn ziel; wordt niet uitgeroeid in haar ongerechtigheid; want dit is de tijd der wraak des HEEREN" (Jer. 51:6). Even verderop staat waarom er geen andere uitweg is: "Wij hebben Babel gemeesterd, maar zij is niet genezen; verlaat haar dan, en laat ons een iegelijk in zijn land trekken; want haar oordeel reikt tot aan den hemel" (Jer. 51:9).

Bijbelse betekenis: Merk op waarom er gevlucht moet worden. Niet om aan de vijand te ontkomen maar om niet te delen in wat de stad zelf over zich haalt: wordt niet uitgeroeid in haar ongerechtigheid. Wie blijft, deelt in de schuld en dus in de straf. Let vervolgens op Jer. 51:9. Er is geprobeerd haar te genezen, en het hielp niet; pas daarna komt het verlaten. Het is dus geen onverschilligheid maar de uitkomst van een mislukte behandeling. Let ten slotte op wie geroepen wordt. Het gaat om het volk van God dat in ballingschap in die stad woonde — dezelfde mensen aan wie eerder geschreven was dat zij huizen moesten bouwen en de vrede van de stad moesten zoeken (reeds behandeld bij Jer. 29:7). Blijven wonen en op tijd vertrekken sluiten elkaar niet uit; er is een tijd voor beide.

Typologie: Johannes hoort dezelfde stem over het Babylon van zijn gezicht: "Gaat uit van haar, Mijn volk, opdat gij aan haar zonden geen gemeenschap hebt" (reeds behandeld bij Op. 18:4). En Paulus haalt bij de gemeente hetzelfde beginsel aan uit Jesaja: gaat uit het midden van hen en scheidt u af (reeds behandeld bij 2 Kor. 6:17).

Jer. 51:6,9; Jer. 29:7; Op. 18:4; 2 Kor. 6:17

De steen in de Frath  — de laatste tekenhandeling van het boek, uitgevoerd in Babel zelf (Jer. 51:59-64)

Jeremia geeft een boek mee aan Seraja, die met koning Zedekia naar Babel reist (Jer. 51:59). "Jeremia nu schreef al het kwaad, dat over Babel komen zou, in een boek" (Jer. 51:60). De opdracht luidt: lees het daar hardop, zeg het God na, "en het zal geschieden, als gij geeindigd zult hebben dit boek te lezen, dan zult gij een steen daaraan binden, en werpen het in het midden van den Frath" (Jer. 51:63). En daarbij moet gezegd worden: "Alzo zal Babel zinken, en niet weder opkomen" (Jer. 51:64). Dat vers eindigt met de zin die het boek afsluit: "Tot hiertoe zijn de woorden van Jeremia."

Bijbelse betekenis: Merk op waar dit gebeurt. Niet in Jeruzalem maar in Babel, aan de rivier van de stad zelf, en zonder toehoorders die het konden navertellen. Het teken wordt gedaan omdat God het ziet, niet om indruk te maken. Let vervolgens op wat er met het boek gebeurt. Eerder in dit boek werd een rol door een koning verbrand (reeds behandeld bij Jer. 36:23); hier laat de profeet zijn eigen boek zinken. Het eerste was verzet tegen het woord, het tweede is de vervulling ervan uitbeelden. Let ten slotte op de slotzin. "Tot hiertoe zijn de woorden van Jeremia" — daarmee is het boek van de profeet afgesloten, en wat erna komt is een aanhangsel van een andere hand.

Typologie: In het laatste boek werpt een sterke engel een steen als een grote molensteen in de zee met dezelfde woorden: zo zal Babylon met geweld geworpen worden en niet meer gevonden worden (Op. 18:21).

Jer. 51:59-64; Jer. 36:23; Op. 18:21

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Jeremia 51

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content