Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jeremia 50

1 Het woord, dat de HEERE gesproken heeft tegen Babel, tegen het land der Chaldeen, door den dienst van den profeet Jeremia.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Het woordH1697, datH834 de HEEREH3068 gesprokenH1696 heeft tegen BabelH894, tegenH413 het landH776 der ChaldeenH3778, door den dienstH3027 van den profeetH5030 JeremiaH3414. Het woord, dat de HEERE gesproken heeft tegen Babel, tegen het land der Chaldeen, door den dienst van den profeet Jeremia.

KJV The word1 that the LORD4 spake3 against Babylon6 and against the land8 of the Chaldeans9 by10 Jeremiah11 the prophet.

1 הַדָּבָ֗ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 2 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 דִּבֶּ֧ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 4 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 בָּבֶ֖ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 אֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 9 כַּשְׂדִּ֑ים H3778 Chaldeen, Chaldea Chaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea 10 בְּיַ֖ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 11 יִרְמְיָ֥הוּ H3414 Jeremia, Jirmeja, Jormeja Jeremiah 12 הַנָּבִֽיא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Verkondigt onder de heidenen, en doet horen, en werpt een banier op, laat horen, verbergt het niet; zegt: Babel is ingenomen, Bel is beschaamd, Merodach is verpletterd, haar afgoden zijn beschaamd, haar drekgoden zijn verpletterd!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 VerkondigtH5046 onder de heidenenH1471, en doet horenH8085, en werptH5375 een banierH5251 op, laat horenH8085, verbergtH3582 het nietH408; zegtH559: BabelH894 is ingenomenH3920, BelH1078 is beschaamdH3001, MerodachH4781 is verpletterdH2865, haar afgodenH6091 zijn beschaamdH3001, haar drekgodenH1544 zijn verpletterdH2865! Verkondigt onder de heidenen, en doet horen, en werpt een banier op, laat horen, verbergt het niet; zegt: Babel is ingenomen, Bel is beschaamd, Merodach is verpletterd, haar afgoden zijn beschaamd, haar drekgoden zijn verpletterd!

KJV Declare1 ye among the nations,2 and publish,3 and set up4 a standard;5 publish,6 and conceal8 not: say,9 Babylon11 is taken,10 Bel13 is confounded,12 Merodach15 is broken in pieces;14 her idols17 are confounded,16 her images19 are broken in pieces.

1 הַגִּ֨ידוּ H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 2 בַגּוֹיִ֤ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 3 וְהַשְׁמִ֨יעוּ֙ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 4 וּֽשְׂאוּ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 5 נֵ֔ס H5251 banier, stang, zeil banner, pole, sail, (en-) sign, standard 6 הַשְׁמִ֖יעוּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 7 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 8 תְּכַחֵ֑דוּ H3582 verborgen, afgesneden, verbergen conceal, cut down (off), desolate, hide 9 אִמְרוּ֩ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 נִלְכְּדָ֨ה H3920 nam, ingenomen, gevangen [idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take 11 בָבֶ֜ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 12 הֹבִ֥ישׁ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 13 בֵּל֙ H1078 Bel Bel 14 חַ֣ת H2865 ontzet, verbroken, verschrikt abolish, affright, be (make) afraid, amaze, beat down, discourage, (cause to) dismay, go down, scare, terrify 15 מְרֹדָ֔ךְ H4781 Merodach Merodach. Compare H4757 (מְרֹאדַךְ בַּלְאָדָן) 16 הֹבִ֣ישׁוּ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 17 עֲצַבֶּ֔יהָ H6091 afgoden idol, image 18 חַ֖תּוּ H2865 ontzet, verbroken, verschrikt abolish, affright, be (make) afraid, amaze, beat down, discourage, (cause to) dismay, go down, scare, terrify 19 גִּלּוּלֶֽיהָ H1544 drekgoden idol
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Want een volk komt tegen haar op van het noorden; dat zal haar land zetten in verwoesting, dat er geen inwoner in zal zijn; van de mensen aan tot de beesten toe zijn zij weggezworven, doorgegaan!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 WantH3588 een volkH1471 komtH5927 tegen haar op van hetH1931 noordenH6828; dat zal haar landH776 zettenH7896 in verwoestingH8047, dat er geenH3808 inwonerH3427 in zal zijnH1961; van de mensenH120 aan totH5704 de beestenH929 toe zijn zij weggezworvenH5110, doorgegaanH1980! Want een volk komt tegen haar op van het noorden; dat zal haar land zetten in verwoesting, dat er geen inwoner in zal zijn; van de mensen aan tot de beesten toe zijn zij weggezworven, doorgegaan!

KJV For out of the north5 there cometh up2 a nation4 against her, which shall make7 her land9 desolate,10 and none shall dwell13 therein: they shall remove,18 they shall depart,19 both man15 and beast.

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 עָלָה֩ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 3 עָלֶ֨יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 גּ֜וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 5 מִצָּפ֗וֹן H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 6 הֽוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 7 יָשִׁ֤ית H7896 zetten, zet, zette apply, appoint, array, bring, consider, lay (up), let alone, [idiom] look, make, mark, put (on), [phrase] regard, set, shew, be stayed, [idiom] take 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 אַרְצָהּ֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 לְשַׁמָּ֔ה H8047 verwoesting, ontzetting, schrik astonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing 11 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 יִהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 יוֹשֵׁ֖ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 14 בָּ֑הּ 15 מֵאָדָ֥ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 16 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 17 בְּהֵמָ֖ה H929 beesten, vee, beest beast, cattle 18 נָ֥דוּ H5110 medelijden, beklaagt, dolende bemoan, flee, get, mourn, make to move, take pity, remove, shake, skip for joy, be sorry, vagabond, way, wandering 19 הָלָֽכוּ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 In dezelve dagen en ter zelver tijd, spreekt de HEERE, zullen de kinderen Israels komen, zij en de kinderen van Juda te zamen; wandelende en wenende zullen zij henengaan, en den HEERE, hun God, zoeken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 In dezelve dagenH3117 en ter zelver tijdH6256, spreektH5002 de HEEREH3068, zullen de kinderenH1121 IsraelsH3478 komenH935, zij en de kinderenH1121 van JudaH3063 te zamenH3162; wandelendeH1980 en wenendeH1058 zullen zij henengaanH3212, en den HEEREH3068, hunH1992 GodH430, zoekenH1245. In dezelve dagen en ter zelver tijd, spreekt de HEERE, zullen de kinderen Israels komen, zij en de kinderen van Juda te zamen; wandelende en wenende zullen zij henengaan, en den HEERE, hun God, zoeken.

KJV In those days,1 and in that time,3 saith5 the LORD,6 the children8 of Israel9 shall come,7 they and the children11 of Judah12 together,13 going14 and weeping:15 they shall go,16 and seek20 the LORD18 their God.

1 בַּיָּמִ֨ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 הָהֵ֜מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 3 וּבָעֵ֤ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 4 הַהִיא֙ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 5 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 6 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 יָבֹ֧אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 בְנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 יִשְׂרָאֵ֛ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 10 הֵ֥מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 11 וּבְנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 13 יַחְדָּ֑ו H3162 samen, tezamen alike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal 14 הָל֤וֹךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 15 וּבָכוֹ֙ H1058 weende, weenden, wenen [idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep 16 יֵלֵ֔כוּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 17 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 19 אֱלֹהֵיהֶ֖ם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 20 יְבַקֵּֽשׁוּ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Zij zullen naar Sion vragen; op den weg herwaarts zullen hun aangezichten zijn; zij zullen komen en den HEERE toegevoegd worden, met een eeuwig verbond, dat niet zal worden vergeten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Zij zullen naarH413 SionH6726 vragenH7592; op den wegH1870 herwaartsH2008 zullen hun aangezichtenH6440 zijn; zij zullen komenH935 en den HEEREH3068 toegevoegdH3867 worden, met een eeuwigH5769 verbondH1285, dat nietH3808 zal worden vergetenH7911. Zij zullen naar Sion vragen; op den weg herwaarts zullen hun aangezichten zijn; zij zullen komen en den HEERE toegevoegd worden, met een eeuwig verbond, dat niet zal worden vergeten.

KJV They shall ask2 the way3 to Zion1 with their faces5 thitherward,4 saying, Come,6 and let us join7 ourselves to the LORD9 in a perpetual11 covenant10 that shall not be forgotten.

1 צִיּ֣וֹן H6726 Sion, Sions Zion 2 יִשְׁאָ֔לוּ H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 3 דֶּ֖רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 4 הֵ֣נָּה H2008 herwaarts, hierheen here, hither(-to), now, on this (that) side, [phrase] since, this (that) way, thitherward, [phrase] thus far, to...fro, [phrase] yet 5 פְנֵיהֶ֑ם H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 6 בֹּ֚אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 7 וְנִלְו֣וּ H3867 leent, lenen, vervoegen abide with, borrow(-er), cleave, join (self), lend(-er) 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 בְּרִ֥ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 11 עוֹלָ֖ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 12 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 תִשָּׁכֵֽחַ H7911 vergeten, vergeet, vergaten [idiom] at all, (cause to) forget
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Mijn volk waren verloren schapen, hun herders hadden hen verleid, zij hadden hen gevoerd naar de bergen, zij gingen van berg tot heuvel, zij vergaten hun legering.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Mijn volkH5971 warenH1961 verlorenH6 schapenH6629, hun herdersH7462 hadden hen verleidH8582, zij hadden hen gevoerdH7725 naar de bergenH2022, zij gingenH1980 van bergH2022 totH413 heuvelH1389, zij vergatenH7911 hun legeringH7258. Mijn volk waren verloren schapen, hun herders hadden hen verleid, zij hadden hen gevoerd naar de bergen, zij gingen van berg tot heuvel, zij vergaten hun legering.

KJV My people4 hath been lost2 sheep:1 their shepherds5 have caused them to go astray,6 they have turned them away8 on the mountains:7 they have gone12 from mountain9 to hill,11 they have forgotten13 their restingplace.

1 צֹ֤אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 2 אֹֽבְדוֹת֙ H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 3 הָי֣וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 עַמִּ֔י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 רֹעֵיהֶ֣ם H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 6 הִתְע֔וּם H8582 dwalen, dolen, verleid (cause to) go astray, deceive, dissemble, (cause to, make to) err, pant, seduce, (make to) stagger, (cause to) wander, be out of the way 7 הָרִ֖ים H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 8 שֽׁוֹבְב֑וּם H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 9 מֵהַ֤ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 גִּבְעָה֙ H1389 heuvelen, heuvel, heuvels hill, little hill 12 הָלָ֔כוּ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 13 שָׁכְח֖וּ H7911 vergeten, vergeet, vergaten [idiom] at all, (cause to) forget 14 רִבְצָֽם H7258 gelegen, legering, legerplaats where each lay, lie down in, resting place
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Allen, die hen vonden, aten hen op, en hun wederpartijders zeiden: Wij zullen geen schuld hebben; daarom dat zij gezondigd hebben tegen den HEERE, in de woning der gerechtigheid, ja, tegen den HEERE, de Verwachting hunner vaderen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 AllenH3605, die hen vondenH4672, atenH398 hen op, en hun wederpartijdersH6862 zeidenH559: Wij zullen geenH3808 schuldH816 hebben; daarom datH834 zij gezondigdH2398 hebben tegen den HEEREH3068, in de woningH5116 der gerechtigheidH6664, ja, tegen den HEEREH3068, de VerwachtingH4723 hunner vaderenH1. Allen, die hen vonden, aten hen op, en hun wederpartijders zeiden: Wij zullen geen schuld hebben; daarom dat zij gezondigd hebben tegen den HEERE, in de woning der gerechtigheid, ja, tegen den HEERE, de Verwachting hunner vaderen.

KJV All that found2 them have devoured3 them: and their adversaries4 said,5 We offend7 not, because they have sinned10 against the LORD,11 the habitation12 of justice,13 even the LORD,16 the hope14 of their fathers.

1 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 מוֹצְאֵיהֶ֣ם H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 3 אֲכָל֔וּם H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 4 וְצָרֵיהֶ֥ם H6862 wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijders adversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble 5 אָמְר֖וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 נֶאְשָׁ֑ם H816 schuldig, verwoest, schuld [idiom] certainly, be(-come, made) desolate, destroy, [idiom] greatly, be(-come, found, hold) guilty, offend (acknowledge offence), trespass 8 תַּ֗חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 9 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 חָטְא֤וּ H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 11 לַֽיהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 נְוֵה H5116 woning, schaapskooi, kooi comely, dwelling (place), fold, habitation, pleasant place, sheepcote, stable, tarried 13 צֶ֔דֶק H6664 gerechtigheid, rechte, rechtvaardige [idiom] even, ([idiom] that which is altogether) just(-ice), (un-)right(-eous) (cause, -ly, -ness) 14 וּמִקְוֵ֥ה H4723 Verwachting, vergadering, linnen garen abiding, gathering together, hope, linen yarn, plenty (of water), pool 15 אֲבֽוֹתֵיהֶ֖ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 16 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Vliedt weg uit het midden van Babel, en gaat uit der Chaldeen land; en weest als de bokken voor de kudde henen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Vliedt wegH5110 uit het middenH8432 van BabelH894, en gaat uit der ChaldeenH3778 landH776; en weest als de bokkenH6260 voorH6440 de kuddeH6629 henen. Vliedt weg uit het midden van Babel, en gaat uit der Chaldeen land; en weest als de bokken voor de kudde henen.

KJV Remove1 out of the midst2 of Babylon,3 and go forth6 out of the land4 of the Chaldeans,5 and be as the he goats8 before9 the flocks.

1 נֻ֚דוּ H5110 medelijden, beklaagt, dolende bemoan, flee, get, mourn, make to move, take pity, remove, shake, skip for joy, be sorry, vagabond, way, wandering 2 מִתּ֣וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 3 בָּבֶ֔ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 4 וּמֵאֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 כַּשְׂדִּ֖ים H3778 Chaldeen, Chaldea Chaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea 6 צֵ֑אוּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 7 וִהְי֕וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 כְּעַתּוּדִ֖ים H6260 bokken chief one, (he) goat, ram 9 לִפְנֵי H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 10 צֹֽאן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Want ziet, Ik zal een verzameling van grote volken uit het land van het noorden verwekken, en tegen Babel opbrengen; die zullen zich tegen haar rusten; van daar zal zij ingenomen worden; hun pijlen zullen zijn als eens kloeken helds, geen zal ledig wederkeren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Want zietH2009, IkH595 zal een verzamelingH6951 van groteH1419 volkenH1471 uit het landH776 van het noordenH6828 verwekkenH5782, en tegen BabelH894 opbrengenH5927; die zullen zich tegen haar rustenH6186; van daarH8033 zal zij ingenomenH3920 worden; hun pijlenH2671 zullen zijn als eens kloekenH1368 heldsH7919, geenH3808 zal ledigH7387 wederkerenH7725. Want ziet, Ik zal een verzameling van grote volken uit het land van het noorden verwekken, en tegen Babel opbrengen; die zullen zich tegen haar rusten; van daar zal zij ingenomen worden; hun pijlen zullen zijn als eens kloeken helds, geen zal ledig wederkeren.

KJV For, lo, I will raise4 and cause to come up5 against Babylon7 an assembly8 of great10 nations9 from the north12 country:11 and they shall set themselves in array13 against her; from thence she shall be taken:16 their arrows17 shall be as of a mighty18 expert man;19 none shall return21 in vain.

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 הִנֵּ֣ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 3 אָנֹכִ֡י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 4 מֵעִיר֩ H5782 opgewekt, verwekken, waak (a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self) 5 וּמַעֲלֶ֨ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 בָּבֶ֜ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 8 קְהַל H6951 gemeente, vergadering, hoop assembly, company, congregation, multitude 9 גּוֹיִ֤ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 10 גְּדֹלִים֙ H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 11 מֵאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 12 צָפ֔וֹן H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 13 וְעָ֣רְכוּ H6186 stelden, schikken, toegerust put (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value 14 לָ֔הּ 15 מִשָּׁ֖ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 16 תִּלָּכֵ֑ד H3920 nam, ingenomen, gevangen [idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take 17 חִצָּיו֙ H2671 pijlen, pijl, moordpijl [phrase] archer, arrow, dart, shaft, staff, wound 18 כְּגִבּ֣וֹר H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 19 מַשְׁכִּ֔יל H7919 verstandelijk, verstandig, verstaan consider, expert, instruct, prosper, (deal) prudent(-ly), (give) skill(-ful), have good success, teach, (have, make to) understand(-ing), wisdom, (be, behave self, consider, make) wise(-ly), guide wittingly 20 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 21 יָשׁ֖וּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 22 רֵיקָֽם H7387 ledig, oorzaak without cause, empty, in vain, void
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En Chaldea zal ten roof zijn; allen, die het beroven, zullen verzadigd worden, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En ChaldeaH3778 zal ten roofH7998 zijnH1961; allenH3605, die het berovenH7997, zullen verzadigdH7646 worden, spreektH5002 de HEEREH3068. En Chaldea zal ten roof zijn; allen, die het beroven, zullen verzadigd worden, spreekt de HEERE.

KJV And Chaldea2 shall be a spoil:3 all that spoil5 her shall be satisfied,6 saith7 the LORD.

1 וְהָיְתָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כַשְׂדִּ֖ים H3778 Chaldeen, Chaldea Chaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea 3 לְשָׁלָ֑ל H7998 buit, roof, roofs prey, spoil 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 שֹׁלְלֶ֥יהָ H7997 beroofd, buiten, beroven let fall, make self a prey, [idiom] of purpose, (make a, (take)) spoil 6 יִשְׂבָּ֖עוּ H7646 verzadigd, verzadigen, verzadigt have enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of 7 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 8 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Omdat gij u verblijd hebt, omdat gij van vreugde hebt opgesprongen, gij plunderaars Mijner erfenis! omdat gij geil geworden zijt als een grazige vaars, en hebt gebriest als de sterke paarden;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Omdat gij u verblijdH8055 hebt, omdatH3588 gij van vreugdeH5937 hebt opgesprongen, gij plunderaarsH8154 Mijner erfenisH5159! omdatH3588 gij geilH6335 geworden zijt als een grazigeH1877 vaarsH5697, en hebt gebriestH6670 als de sterkeH47 paarden; Omdat gij u verblijd hebt, omdat gij van vreugde hebt opgesprongen, gij plunderaars Mijner erfenis! omdat gij geil geworden zijt als een grazige vaars, en hebt gebriest als de sterke paarden;

KJV Because ye were glad,2 because ye rejoiced,4 O ye destroyers5 of mine heritage,6 because ye are grown fat8 as the heifer9 at grass,10 and bellow11 as bulls;

1 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 תִשְׂמְחוּ֙ H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 3 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 4 תַֽעֲלְז֔וּ H5937 vreugde opspringen, springt vreugde, vreugde opgesprongen be joyful, rejoice, triumph 5 שֹׁסֵ֖י H8154 beroven, rovers, beroofde destroyer, rob, spoil(-er) 6 נַחֲלָתִ֑י H5159 erfenis, erfdeel, erve heritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל) 7 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 תָפ֨וּשׁוּ֙ H6335 geil, toenemen, verspreiden grow up, be grown fat, spread selves, be scattered 9 כְּעֶגְלָ֣ה H5697 jonge koe, vaars, kalf calf, cow, heifer 10 דָשָׁ֔ה H1877 grasscheutjes, grazige, tedere gras (tender) grass, green, (tender) herb 11 וְתִצְהֲל֖וּ H6670 Juich, Roep luide, blinken bellow, cry aloud (out), lift up, neigh, rejoice, make to shine, shout 12 כָּאֲבִּרִֽים H47 sterke, sterken, machtigen angel, bull, chiefest, mighty (one), stout(-hearted), strong (one), valiant
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Zo is uw moeder zeer beschaamd; die u gebaard heeft, is schaamrood geworden; ziet, zij is geworden de achterste der heidenen, een woestijn, dorheid en wildernis.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Zo is uw moederH517 zeerH3966 beschaamdH954; die u gebaardH3205 heeft, is schaamroodH2659 geworden; zietH2009, zij is geworden de achtersteH319 der heidenenH1471, een woestijnH4057, dorheidH6723 en wildernisH6160. Zo is uw moeder zeer beschaamd; die u gebaard heeft, is schaamrood geworden; ziet, zij is geworden de achterste der heidenen, een woestijn, dorheid en wildernis.

KJV Your mother2 shall be sore3 confounded;1 she that bare5 you shall be ashamed:4 behold, the hindermost7 of the nations8 shall be a wilderness,9 a dry land,10 and a desert.

1 בּ֤וֹשָׁה H954 beschaamd, beschaamt, schamen (be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long 2 אִמְּכֶם֙ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 3 מְאֹ֔ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 4 חָפְרָ֖ה H2659 schaamrood, schaamt, schaamte be ashamed, be confounded, be brought to confusion (unto shame), come (be put to) shame, bring reproach 5 יֽוֹלַדְתְּכֶ֑ם H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 6 הִנֵּה֙ H2009 ziet, zie behold, lo, see 7 אַחֲרִ֣ית H319 laatste, einde, nakomelingen (last, latter) end (time), hinder (utter) -most, length, posterity, remnant, residue, reward 8 גּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 9 מִדְבָּ֖ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 10 צִיָּ֥ה H6723 dor, dorre, plaatsen barren, drought, dry (land, place), solitary place, wilderness 11 וַעֲרָבָֽה H6160 vlakke velden, vlakke veld, wildernis Arabah, champaign, desert, evening, heaven, plain, wilderness. See also H1026 (בֵּית הָעֲרָבָה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Vanwege de verbolgenheid des HEEREN zal zij niet bewoond worden, maar zij zal geheel een verwoesting worden; al wie aan Babel voorbijgaat, zal zich ontzetten, en fluiten over al haar plagen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Vanwege de verbolgenheidH7110 des HEERENH3068 zal zij nietH3808 bewoondH3427 worden, maar zijH1961 zal geheel een verwoestingH8077 worden; alH3605 wie aanH5921 BabelH894 voorbijgaatH5674, zal zich ontzettenH8074, en fluitenH8319 overH5921 alH3605 haar plagenH4347. Vanwege de verbolgenheid des HEEREN zal zij niet bewoond worden, maar zij zal geheel een verwoesting worden; al wie aan Babel voorbijgaat, zal zich ontzetten, en fluiten over al haar plagen.

KJV Because of the wrath1 of the LORD2 it shall not be inhabited,4 but it shall be wholly desolate:6 every one that goeth9 by Babylon11 shall be astonished,12 and hiss13 at all her plagues.

1 מִקֶּ֤צֶף H7110 toorn, verbolgenheid, toornigheid foam, indignation, [idiom] sore, wrath 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 תֵשֵׁ֔ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 5 וְהָיְתָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 שְׁמָמָ֖ה H8077 verwoesting, woest, woeste (laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste 7 כֻּלָּ֑הּ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 כֹּ֚ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 עֹבֵ֣ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 בָּבֶ֔ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 12 יִשֹּׁ֥ם H8074 verwoest, verwoeste, ontzetten make amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder 13 וְיִשְׁרֹ֖ק H8319 fluiten, toesissen, aanfluiten hiss 14 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 מַכּוֹתֶֽיהָ H4347 slag, plagen, plage beaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Rust u tegen Babel rondom, gij allen, die den boog spant! schiet in haar, en spaart de pijlen niet; want zij heeft tegen den HEERE gezondigd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 RustH6186 u tegen BabelH894 rondomH5439, gij allenH3605, die den boogH7198 spantH1869! schietH3034 in haar, en spaartH2550 de pijlenH2671 nietH408; wantH3588 zij heeft tegen den HEEREH3068 gezondigdH2398. Rust u tegen Babel rondom, gij allen, die den boog spant! schiet in haar, en spaart de pijlen niet; want zij heeft tegen den HEERE gezondigd.

KJV Put yourselves in array1 against Babylon3 round about:4 all ye that bend6 the bow,7 shoot8 at her, spare11 no arrows:13 for she hath sinned16 against the LORD.

1 עִרְכ֨וּ H6186 stelden, schikken, toegerust put (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 בָּבֶ֤ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 4 סָבִיב֙ H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 דֹּ֣רְכֵי H1869 treden, gespannen, getreden archer, bend, come, draw, go (over), guide, lead (forth), thresh, tread (down), walk 7 קֶ֔שֶׁת H7198 boog, bogen, Boog [idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot) 8 יְד֣וּ H3034 loven, Looft, belijden cast (out), (make) confess(-ion), praise, shoot, (give) thank(-ful, -s, -sgiving) 9 אֵלֶ֔יהָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 אַֽל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 11 תַּחְמְל֖וּ H2550 verschonen, sparen, verschoonde have compassion, (have) pity, spare 12 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 חֵ֑ץ H2671 pijlen, pijl, moordpijl [phrase] archer, arrow, dart, shaft, staff, wound 14 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 לַֽיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 חָטָֽאָה H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Juicht over haar rondom, zij heeft haar hand gegeven; haar fondamenten zijn gevallen, haar muren zijn afgebroken; want dat is des HEEREN wraak, wreekt u aan haar, doet haar, gelijk als zij gedaan heeft!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 JuichtH7321 overH5921 haar rondomH5439, zij heeft haar handH3027 gegevenH5414; haar fondamentenH803 zijn gevallenH5307, haar murenH2346 zijn afgebrokenH2040; wantH3588 dat is des HEERENH3068 wraakH5360, wreektH5358 u aan haar, doet haar, gelijk als zij gedaan heeft! Juicht over haar rondom, zij heeft haar hand gegeven; haar fondamenten zijn gevallen, haar muren zijn afgebroken; want dat is des HEEREN wraak, wreekt u aan haar, doet haar, gelijk als zij gedaan heeft!

KJV Shout1 against her round about:3 she hath given4 her hand:5 her foundations7 are fallen,6 her walls9 are thrown down:8 for it is the vengeance11 of the LORD:12 take vengeance14 upon her; as she hath done,17 do

1 הָרִ֨יעוּ H7321 juichen, juichte, Juicht blow an alarm, cry (alarm, aloud, out), destroy, make a joyful noise, smart, shout (for joy), sound an alarm, triumph 2 עָלֶ֤יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 סָבִיב֙ H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 4 נָתְנָ֣ה H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 5 יָדָ֔הּ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 6 נָֽפְלוּ֙ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 7 אָשְׁיוֹתֶ֔יהָ H803 fondamenten foundation 8 נֶהֶרְס֖וּ H2040 afbreken, afgebroken, verbroken beat down, break (down, through), destroy, overthrow, pluck down, pull down, ruin, throw down, [idiom] utterly 9 חֽוֹמוֹתֶ֑יהָ H2346 muur, muren, muurs wall, walled 10 כִּי֩ H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 נִקְמַ֨ת H5360 wraak, volkomene wraak, wrake [phrase] avenge, revenge(-ing), vengeance 12 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 הִיא֙ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 14 הִנָּ֣קְמוּ H5358 wreken, gewroken, wreke avenge(-r, self), punish, revenge (self), [idiom] surely, take vengeance 15 בָ֔הּ 16 כַּאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 עָשְׂתָ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 18 עֲשׂוּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 19 לָֽהּ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Roeit uit van Babel den zaaier, en dien, die de sikkel handelt in den oogsttijd; laat hen vanwege het verdrukkende zwaard, zich keren, een iegelijk tot zijn volk, en vlieden, een iegelijk naar zijn land.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 RoeitH3772 uit van BabelH894 den zaaierH2232, en dien, die de sikkelH4038 handeltH8610 in den oogsttijdH6256; laat hen vanwegeH6440 het verdrukkendeH3238 zwaardH2719, zich kerenH6437, een iegelijkH376 totH413 zijn volkH5971, en vliedenH5127, een iegelijkH376 naar zijn landH776. Roeit uit van Babel den zaaier, en dien, die de sikkel handelt in den oogsttijd; laat hen vanwege het verdrukkende zwaard, zich keren, een iegelijk tot zijn volk, en vlieden, een iegelijk naar zijn land.

KJV Cut off1 the sower2 from Babylon,3 and him that handleth4 the sickle5 in the time6 of harvest:7 for fear8 of the oppressing10 sword9 they shall turn14 every one11 to his people,13 and they shall flee17 every one15 to his own land.

1 כִּרְת֤וּ H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 2 זוֹרֵ֨עַ֙ H2232 zaaien, gezaaid, bezaaien bear, conceive seed, set with sow(-er), yield 3 מִבָּבֶ֔ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 4 וְתֹפֵ֥שׂ H8610 gegrepen, grepen, handelen catch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take 5 מַגָּ֖ל H4038 sikkel sickle 6 בְּעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 7 קָצִ֑יר H7105 oogst, oogstes, tak bough, branch, harvest (man) 8 מִפְּנֵי֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 9 חֶ֣רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 10 הַיּוֹנָ֔ה H3238 verdrukken, verdrukkende, verdrukt destroy, (thrust out by) oppress(-ing, -ion, -or), proud, vex, do violence 11 אִ֤ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 12 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 עַמּוֹ֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 14 יִפְנ֔וּ H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 15 וְאִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 16 לְאַרְצ֖וֹ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 17 יָנֻֽסוּ H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Israel is een verbijsterd lam, dat de leeuwen verjaagd hebben; de eerste, die hem heeft opgegeten, was de koning van Assur, en deze de laatste, Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft hem de beenderen verbrijzeld.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 IsraelH3478 is een verbijsterdH6340 lamH7716, dat de leeuwenH738 verjaagdH5080 hebben; de eersteH7223, die hem heeft opgegetenH398, was de koningH4428 van AssurH804, en dezeH2088 de laatsteH314, NebukadrezarH5019, de koningH4428 van BabelH894, heeft hem de beenderen verbrijzeldH6105. Israel is een verbijsterd lam, dat de leeuwen verjaagd hebben; de eerste, die hem heeft opgegeten, was de koning van Assur, en deze de laatste, Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft hem de beenderen verbrijzeld.

KJV Israel3 is a scattered2 sheep;1 the lions4 have driven him away:5 first6 the king8 of Assyria9 hath devoured7 him; and last11 this Nebuchadrezzar13 king14 of Babylon15 hath broken his bones.

1 שֶׂ֧ה H7716 klein vee, lam, schaap (lesser, small) cattle, ewe, goat, lamb, sheep. Compare H2089 (זֶה) 2 פְזוּרָ֛ה H6340 verstrooid, strooit, uitstrooit disperse, scatter (abroad) 3 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 אֲרָי֣וֹת H738 leeuw, leeuwen, leeuws (young) lion, [phrase] pierce (from the margin) 5 הִדִּ֑יחוּ H5080 gedreven, verdreven, verdrevenen banish, bring, cast down (out), chase, compel, draw away, drive (away, out, quite), fetch a stroke, force, go away, outcast, thrust away (out), withdraw 6 הָרִאשׁ֤וֹן H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 7 אֲכָלוֹ֙ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 8 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 אַשּׁ֔וּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר) 10 וְזֶ֤ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 11 הָאַחֲרוֹן֙ H314 laatste, achterste, navolgende after (-ward), to come, following, hind(-er, -ermost, -most), last, latter, rereward, ut(ter) most 12 עִצְּמ֔וֹ H6105 machtig, machtig veel, machtiger break the bones, close, be great, be increased, be (wax) mighty(-ier), be more, shut, be(-come, make) strong(-er) 13 נְבוּכַדְרֶאצַּ֖ר H5019 Nebukadnezar, Nebukadrezar Nebuchadnezzar, Nebuchadrezzar 14 מֶ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 15 בָּבֶֽל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal bezoeking doen over den koning van Babel en over zijn land, gelijk als Ik bezoeking gedaan heb over den koning van Assur.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 DaaromH3651, zo zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, de GodH430 IsraelsH3478: ZietH2005, Ik zal bezoekingH6485 doen over den koningH4428 van BabelH894 en over zijn landH776, gelijk als Ik bezoekingH6485 gedaan heb over den koningH4428 van AssurH804. Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal bezoeking doen over den koning van Babel en over zijn land, gelijk als Ik bezoeking gedaan heb over den koning van Assur.

KJV Therefore thus saith3 the LORD4 of hosts,5 the God6 of Israel;7 Behold, I will punish9 the king11 of Babylon12 and his land,14 as I have punished16 the king18 of Assyria.

1 לָכֵ֗ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֞ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 צְבָאוֹת֙ H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 6 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 8 הִנְנִ֥י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 9 פֹקֵ֛ד H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 מֶ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 12 בָּבֶ֖ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 13 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 אַרְצ֑וֹ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 15 כַּאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 פָּקַ֖דְתִּי H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 17 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 18 מֶ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 19 אַשּֽׁוּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En Ik zal Israel weder tot zijn woning brengen, en hij zal weiden op den Karmel en op den Basan; en zijn ziel zal op het gebergte van Efraim en Gilead verzadigd worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En Ik zal IsraelH3478 weder totH413 zijn woningH5116 brengenH7725, en hij zal weidenH7462 op den KarmelH3760 en op den BasanH1316; en zijn zielH5315 zal op het gebergteH2022 van EfraimH669 en GileadH1568 verzadigdH7646 worden. En Ik zal Israel weder tot zijn woning brengen, en hij zal weiden op den Karmel en op den Basan; en zijn ziel zal op het gebergte van Efraim en Gilead verzadigd worden.

KJV And I will bring1 Israel3 again to his habitation,5 and he shall feed6 on Carmel7 and Bashan,8 and his soul13 shall be satisfied12 upon mount9 Ephraim10 and Gilead.

1 וְשֹׁבַבְתִּ֤י H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 נָוֵ֔הוּ H5116 woning, schaapskooi, kooi comely, dwelling (place), fold, habitation, pleasant place, sheepcote, stable, tarried 6 וְרָעָ֥ה H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 7 הַכַּרְמֶ֖ל H3760 Karmel, schonen velds, vruchtbaar land Carmel, fruitful (plentiful) field, (place) 8 וְהַבָּשָׁ֑ן H1316 Bazan, Basan Bashan 9 וּבְהַ֥ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 10 אֶפְרַ֛יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 11 וְהַגִּלְעָ֖ד H1568 Gilead, Gileadieten, Gileads Gilead, Gileadite 12 תִּשְׂבַּ֥ע H7646 verzadigd, verzadigen, verzadigt have enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of 13 נַפְשֽׁוֹ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 In die dagen en te dier tijd, spreekt de HEERE, zal Israels ongerechtigheid gezocht worden, maar zij zal er niet zijn, en de zonden van Juda, maar zullen niet gevonden worden; want Ik zal ze dengenen vergeven, die Ik zal doen overblijven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 In die dagenH3117 en te dier tijdH6256, spreektH5002 de HEEREH3068, zal IsraelsH3478 ongerechtigheidH5771 gezochtH1245 worden, maar zij zal er niet zijn, en de zondenH2403 van JudaH3063, maar zullen niet gevondenH4672 worden; wantH3588 Ik zal ze dengenen vergevenH5545, die Ik zal doen overblijvenH7604. In die dagen en te dier tijd, spreekt de HEERE, zal Israels ongerechtigheid gezocht worden, maar zij zal er niet zijn, en de zonden van Juda, maar zullen niet gevonden worden; want Ik zal ze dengenen vergeven, die Ik zal doen overblijven.

KJV In those days,1 and in that time,3 saith5 the LORD,6 the iniquity9 of Israel10 shall be sought for,7 and there shall be none; and the sins13 of Judah,14 and they shall not be found:16 for I will pardon18 them whom I reserve.

1 בַּיָּמִ֣ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 הָהֵם֩ H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 3 וּבָעֵ֨ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 4 הַהִ֜יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 5 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 6 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 יְבֻקַּ֞שׁ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 עֲוֺ֤ן H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 10 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 11 וְאֵינֶ֔נּוּ H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 12 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 חַטֹּ֥את H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 14 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 15 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 תִמָּצֶ֑אינָה H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 17 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 18 אֶסְלַ֖ח H5545 vergeven, vergeef, vergeve forgive, pardon, spare 19 לַאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 20 אַשְׁאִֽיר H7604 overgebleven, overblijven, overgelaten leave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Tegen het land Merathaim, trek tegen hetzelve op, en tegen de inwoners van Pekod; verwoest en verban achter hen, spreekt de HEERE, en doe naar alles, wat Ik u geboden heb.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Tegen het landH776 MerathaimH4850, trekH5927 tegen hetzelve opH5921, en tegen de inwonersH3427 van PekodH6489; verwoestH2717 en verbanH2763 achterH310 hen, spreektH5002 de HEEREH3068, en doeH6213 naarH413 alles, watH834 Ik u gebodenH6680 heb. Tegen het land Merathaim, trek tegen hetzelve op, en tegen de inwoners van Pekod; verwoest en verban achter hen, spreekt de HEERE, en doe naar alles, wat Ik u geboden heb.

KJV Go up4 against the land2 of Merathaim,3 even against it, and against the inhabitants7 of Pekod:8 waste9 and utterly destroy10 after11 them, saith12 the LORD,13 and do14 according to all that I have commanded

1 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 הָאָ֤רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 3 מְרָתַ֨יִם֙ H4850 Merathaim Merathaim 4 עֲלֵ֣ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 5 עָלֶ֔יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 יוֹשְׁבֵ֖י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 8 פְּק֑וֹד H6489 Pekod Pekod 9 חֲרֹ֨ב H2717 verwoest, woest, verdroogd decay, (be) desolate, destroy(-er), (be) dry (up), slay, [idiom] surely, (lay, lie, make) waste 10 וְהַחֲרֵ֤ם H2763 verbannen, verbande, verbanden make accursed, consecrate, (utterly) destroy, devote, forfeit, have a flat nose, utterly (slay, make away) 11 אַֽחֲרֵיהֶם֙ H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 12 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 13 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 וַעֲשֵׂ֕ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 15 כְּכֹ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 צִוִּיתִֽיךָ H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Er is een krijgsgeschrei in het land, en een grote breuk.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Er is een krijgsgeschreiH6963 in het landH776, en een groteH1419 breukH7667. Er is een krijgsgeschrei in het land, en een grote breuk.

KJV A sound1 of battle2 is in the land,3 and of great5 destruction.

1 ק֥וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 2 מִלְחָמָ֖ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 3 בָּאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 וְשֶׁ֖בֶר H7667 breuk, verbreking, Breuk affliction, breach, breaking, broken(-footed, -handed), bruise, crashing, destruction, hurt, interpretation, vexation 5 גָּדֽוֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Hoe is de hamer der ganse aarde zo afgehouwen en verbroken! Hoe is Babel geworden tot een ontzetting onder de heidenen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Hoe is de hamerH6360 der ganseH3605 aardeH776 zo afgehouwenH1438 en verbrokenH7665! HoeH349 isH1961 BabelH894 geworden tot een ontzettingH8047 onder de heidenenH1471. Hoe is de hamer der ganse aarde zo afgehouwen en verbroken! Hoe is Babel geworden tot een ontzetting onder de heidenen.

KJV How is the hammer4 of the whole earth6 cut asunder2 and broken!3 how is Babylon10 become a desolation9 among the nations!

1 אֵ֤יךְ H349 hoe how, what 2 נִגְדַּע֙ H1438 afgehouwen, afgesneden, afhouwen cut (asunder, in sunder, down, off), hew down 3 וַיִּשָּׁבֵ֔ר H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 4 פַּטִּ֖ישׁ H6360 hamer hammer 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 אֵ֣יךְ H349 hoe how, what 8 הָיְתָ֧ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 לְשַׁמָּ֛ה H8047 verwoesting, ontzetting, schrik astonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing 10 בָּבֶ֖ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 11 בַּגּוֹיִֽם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Ik heb u een strik gesteld, dies zijt gij ook gevangen, o Babel! dat gij het niet wist; gij zijt gevonden, en ook gegrepen, omdat gij u tegen den HEERE in strijd gemengd hebt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Ik heb u een strik gesteldH3369, dies zijt gij ookH1571 gevangenH3920, o BabelH894! dat gijH859 het nietH3808 wistH3045; gij zijt gevondenH4672, en ookH1571 gegrepenH8610, omdatH3588 gij u tegen den HEEREH3068 in strijd gemengdH1624 hebt. Ik heb u een strik gesteld, dies zijt gij ook gevangen, o Babel! dat gij het niet wist; gij zijt gevonden, en ook gegrepen, omdat gij u tegen den HEERE in strijd gemengd hebt.

KJV I have laid a snare1 for thee, and thou art also taken,4 O Babylon,5 and thou wast not aware:8 thou art found,9 and also caught,11 because thou hast striven14 against the LORD.

1 יָקֹ֨שְׁתִּי H3369 verstrikt, gelegd, strik gesteld fowler (lay a) snare 2 לָ֤ךְ 3 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 4 נִלְכַּדְתְּ֙ H3920 nam, ingenomen, gevangen [idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take 5 בָּבֶ֔ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 6 וְאַ֖תְּ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 7 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 יָדָ֑עַתְּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 9 נִמְצֵאת֙ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 10 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 11 נִתְפַּ֔שְׂתְּ H8610 gegrepen, grepen, handelen catch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take 12 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 בַֽיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 הִתְגָּרִֽית H1624 mengen, meng, verwekt contend, meddle, stir up, strive
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 De HEERE heeft Zijn schatkamer opengedaan, en de instrumenten Zijner gramschap voortgebracht; want dat is een werk van den HEERE, den HEERE der heirscharen, in het land der Chaldeen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 De HEEREH3068 heeft Zijn schatkamerH214 opengedaanH6605, en de instrumentenH3627 Zijner gramschapH2195 voortgebrachtH3318; wantH3588 dat is een werkH4399 van den HEEREH3069, den HEERE der heirscharenH6635, in hetH1931 landH776 der ChaldeenH3778. De HEERE heeft Zijn schatkamer opengedaan, en de instrumenten Zijner gramschap voortgebracht; want dat is een werk van den HEERE, den HEERE der heirscharen, in het land der Chaldeen.

Ook in dit vers HeereH136

KJV The LORD2 hath opened1 his armoury,4 and hath brought forth5 the weapons7 of his indignation:8 for this is the work10 of the Lord12 GOD13 of hosts14 in the land15 of the Chaldeans.

1 פָּתַ֤ח H6605 open, opende, geopend appear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 א֣וֹצָר֔וֹ H214 schatten, schat, schatkameren armory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y) 5 וַיּוֹצֵ֖א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 כְּלֵ֣י H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 8 זַעְמ֑וֹ H2195 gramschap, verstoordheid, grimmigheid angry, indignation, rage 9 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 מְלָאכָ֣ה H4399 werk, werks, handwerk business, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship) 11 הִ֗יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 12 לַֽאדֹנָ֧י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 13 יְהוִ֛ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 14 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 15 בְּאֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 16 כַּשְׂדִּֽים H3778 Chaldeen, Chaldea Chaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Komt aan tegen haar van het uiterste, opent haar schuren, vertreedt haar als korenhopen, en verbant ze; laat ze geen overblijfsel hebben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 KomtH935 aan tegen haar van het uitersteH7093, opentH6605 haar schurenH3965, vertreedtH5549 haar als korenhopenH6194, en verbantH2763 ze; laatH1961 ze geenH408 overblijfselH7611 hebben. Komt aan tegen haar van het uiterste, opent haar schuren, vertreedt haar als korenhopen, en verbant ze; laat ze geen overblijfsel hebben.

KJV Come1 against her from the utmost border,3 open4 her storehouses:5 cast her up6 as heaps,8 and destroy her utterly:9 let nothing of her be left.

1 בֹּֽאוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 לָ֤הּ 3 מִקֵּץ֙ H7093 einde, uiterste [phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process 4 פִּתְח֣וּ H6605 open, opende, geopend appear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent 5 מַאֲבֻסֶ֔יהָ H3965 schuren storehouse 6 סָלּ֥וּהָ H5549 verhoogt, Verhef, Verheft cast up, exalt (self), extol, make plain, raise up 7 כְמוֹ H3644 gelijk, als according to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth 8 עֲרֵמִ֖ים H6194 hopen, hoop, garven heap (of corn), sheaf 9 וְהַחֲרִימ֑וּהָ H2763 verbannen, verbande, verbanden make accursed, consecrate, (utterly) destroy, devote, forfeit, have a flat nose, utterly (slay, make away) 10 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 11 תְּהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 12 לָ֖הּ 13 שְׁאֵרִֽית H7611 overblijfsel, overige, overigen that had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Doodt met het zwaard al haar varren, laat ze afgaan ter slachting; wee over hen, want hun dag is gekomen, de tijd hunner bezoeking!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 DoodtH2717 met het zwaard alH3605 haar varrenH6499, laat ze afgaanH3381 ter slachtingH2874; weeH1945 overH5921 hen, wantH3588 hun dagH3117 is gekomenH935, de tijdH6256 hunner bezoekingH6486! Doodt met het zwaard al haar varren, laat ze afgaan ter slachting; wee over hen, want hun dag is gekomen, de tijd hunner bezoeking!

KJV Slay1 all her bullocks;3 let them go down4 to the slaughter:5 woe6 unto them! for their day10 is come,9 the time11 of their visitation.

1 חִרְבוּ֙ H2717 verwoest, woest, verdroogd decay, (be) desolate, destroy(-er), (be) dry (up), slay, [idiom] surely, (lay, lie, make) waste 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 פָּרֶ֔יהָ H6499 var, varren, vars ([phrase] young) bull(-ock), calf, ox 4 יֵרְד֖וּ H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 5 לַטָּ֑בַח H2874 slachting, slachtvee, slachten [idiom] beast, slaughter, [idiom] slay, [idiom] sore 6 ה֣וֹי H1945 Wee, wee, Och ah, alas, ho, O, woe 7 עֲלֵיהֶ֔ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 בָ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 יוֹמָ֖ם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 11 עֵ֥ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 12 פְּקֻדָּתָֽם H6486 bezoeking, opzicht, ambt account, (that have the) charge, custody, that which...laid up, numbers, office(-r), ordering, oversight, [phrase] prison, reckoning, visitation
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Er is een stem der gevluchten en ontkomenen uit het land van Babel, om in Sion te verkondigen de wraak des HEEREN, onzes Gods, de wraak Zijns tempels.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 Er is een stemH6963 der gevluchtenH5127 en ontkomenenH6405 uit het landH776 van BabelH894, om in SionH6726 te verkondigenH5046 de wraakH5360 des HEERENH3068, onzes GodsH430, de wraakH5360 Zijns tempelsH1964. Er is een stem der gevluchten en ontkomenen uit het land van Babel, om in Sion te verkondigen de wraak des HEEREN, onzes Gods, de wraak Zijns tempels.

KJV The voice1 of them that flee2 and escape out of the land4 of Babylon,5 to declare6 in Zion7 the vengeance9 of the LORD10 our God,11 the vengeance12 of his temple.

1 ק֥וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 2 נָסִ֛ים H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard 3 וּפְלֵטִ֖ים H6412 ontkomen, ontkome, ontkomene (that have) escape(-d, -th), fugitive 4 מֵאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 בָּבֶ֑ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 6 לְהַגִּ֣יד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 7 בְּצִיּ֗וֹן H6726 Sion, Sions Zion 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 נִקְמַת֙ H5360 wraak, volkomene wraak, wrake [phrase] avenge, revenge(-ing), vengeance 10 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 אֱלֹהֵ֔ינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 12 נִקְמַ֖ת H5360 wraak, volkomene wraak, wrake [phrase] avenge, revenge(-ing), vengeance 13 הֵיכָלֽוֹ H1964 tempel, tempels, paleis palace, temple

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Laat u horen tegen Babel, gij schutters! gij allen, die den boog spant! legert u tegen haar rondom, laat niemand van hen ontkomen; vergeldt haar naar haar werk, doet haar naar alles, wat zij gedaan heeft; want zij heeft trotselijk gehandeld tegen den HEERE, tegen den Heilige Israels.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Laat u horenH8085 tegen BabelH894, gij schuttersH7228! gij allenH3605, die den boogH7198 spantH1869! legertH2583 u tegen haar rondomH5439, laatH1961 niemand van hen ontkomenH6413; vergeldtH7999 haar naar haar werkH6467, doet haar naar allesH6213, watH834 zij gedaan heeft; wantH3588 zij heeft trotselijkH2102 gehandeld tegen den HEEREH3068, tegen den HeiligeH6918 IsraelsH3478. Laat u horen tegen Babel, gij schutters! gij allen, die den boog spant! legert u tegen haar rondom, laat niemand van hen ontkomen; vergeldt haar naar haar werk, doet haar naar alles, wat zij gedaan heeft; want zij heeft trotselijk gehandeld tegen den HEERE, tegen den Heilige Israels.

KJV Call together1 the archers4 against Babylon:3 all ye that bend6 the bow,7 camp8 against it round about;10 let none thereof escape:14 recompense15 her according to her work;17 according to all that she hath done,20 do21 unto her: for she hath been proud26 against the LORD,25 against the Holy One28 of Israel.

1 הַשְׁמִ֣יעוּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 בָּבֶ֣ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 4 רַ֠בִּים H7228 schutters archer 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 דֹּ֨רְכֵי H1869 treden, gespannen, getreden archer, bend, come, draw, go (over), guide, lead (forth), thresh, tread (down), walk 7 קֶ֜שֶׁת H7198 boog, bogen, Boog [idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot) 8 חֲנ֧וּ H2583 legerden, legeren, gelegerd abide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent 9 עָלֶ֣יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 סָבִ֗יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 11 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 12 יְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 לָהּ֙ 14 פְּלֵטָ֔ה H6413 ontkomen, ontkoming, ontkomenen deliverance, (that is) escape(-d), remnant 15 שַׁלְּמוּ H7999 vergelden, wedergeven, betalen make amends, (make an) end, finish, full, give again, make good, (re-) pay (again), (make) (to) (be at) peace(-able), that is perfect, perform, (make) prosper(-ous), recompense, render, requite, make restitution, restore, reward, [idiom] surely 16 לָ֣הּ 17 כְּפָעֳלָ֔הּ H6467 werk, daden, arbeiden act, deed, do, getting, maker, work 18 כְּכֹ֛ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 19 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 20 עָשְׂתָ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 21 עֲשׂוּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 22 לָ֑הּ 23 כִּ֧י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 24 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 25 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 26 זָ֖דָה H2102 trotselijk, gekookt, handelden be proud, deal proudly, presume, (come) presumptuously, sod 27 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 28 קְד֥וֹשׁ H6918 heilig, Heilige, heilige holy (One), saint 29 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Daarom zullen haar jongelingen vallen op haar straten, en al haar krijgslieden te dien dage uitgeroeid worden, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 DaaromH3651 zullen haar jongelingenH970 vallenH5307 op haar stratenH7339, en alH3605 haar krijgsliedenH582 te dienH1931 dageH3117 uitgeroeidH1826 worden, spreektH5002 de HEEREH3068. Daarom zullen haar jongelingen vallen op haar straten, en al haar krijgslieden te dien dage uitgeroeid worden, spreekt de HEERE.

KJV Therefore shall her young men3 fall2 in the streets,4 and all her men of war7 shall be cut off8 in that day,9 saith11 the LORD.

1 לָכֵ֛ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 יִפְּל֥וּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 3 בַחוּרֶ֖יהָ H970 jongelingen, jongeling, Jongelingen (choice) young (man), chosen, [idiom] hole 4 בִּרְחֹבֹתֶ֑יהָ H7339 straten, straat, wijken broad place (way), street. See also H1050 (בֵּית רְחוֹב) 5 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 אַנְשֵׁ֨י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 7 מִלְחַמְתָּ֥הּ H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 8 יִדַּ֛מּוּ H1826 stil, uitgeroeid, zwijgen cease, be cut down (off), forbear, hold peace, quiet self, rest, be silent, keep (put to) silence, be (stand) still, tarry, wait 9 בַּיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 10 הַה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 11 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 12 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Ziet, Ik wil aan u, gij trotse! spreekt de HEERE, de HEERE der heirscharen; want uw dag is gekomen, de tijd, dat Ik u bezoeken zal.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 ZietH2005, Ik wil aanH413 u, gij trotseH2087! spreektH5002 de HEEREH3069, de HEERE der heirscharenH6635; wantH3588 uw dagH3117 is gekomenH935, de tijdH6256, dat Ik u bezoekenH6485 zal. Ziet, Ik wil aan u, gij trotse! spreekt de HEERE, de HEERE der heirscharen; want uw dag is gekomen, de tijd, dat Ik u bezoeken zal.

Ook in dit vers HeereH136

KJV Behold, I am against thee, O thou most proud,3 saith4 the Lord5 GOD6 of hosts:7 for thy day10 is come,9 the time11 that I will visit

1 הִנְנִ֤י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 2 אֵלֶ֨יךָ֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 זָד֔וֹן H2087 trotsheid, hovaardigheid, trotse presumptuously, pride, proud (man) 4 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 5 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 6 יְהוִ֖ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 7 צְבָא֑וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 8 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 בָּ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 יוֹמְךָ֖ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 11 עֵ֥ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 12 פְּקַדְתִּֽיךָ H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Dan zal de trotse aanstoten en vallen, en er zal niemand zijn, die hem opricht; ja, Ik zal een vuur aansteken in zijn steden, dat zal alle plaatsen rondom hem verteren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 Dan zal de trotseH2087 aanstotenH3782 en vallenH5307, en er zal niemandH369 zijn, die hem oprichtH6965; ja, Ik zal een vuurH784 aanstekenH3341 in zijn stedenH5892, dat zal alleH3605 plaatsen rondomH5439 hem verterenH398. Dan zal de trotse aanstoten en vallen, en er zal niemand zijn, die hem opricht; ja, Ik zal een vuur aansteken in zijn steden, dat zal alle plaatsen rondom hem verteren.

KJV And the most proud2 shall stumble1 and fall,3 and none shall raise him up:6 and I will kindle7 a fire8 in his cities,9 and it shall devour10 all round about

1 וְכָשַׁ֤ל H3782 struikelen, vallen, aanstoten bereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak 2 זָדוֹן֙ H2087 trotsheid, hovaardigheid, trotse presumptuously, pride, proud (man) 3 וְנָפַ֔ל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 4 וְאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 5 ל֖וֹ 6 מֵקִ֑ים H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 7 וְהִצַּ֤תִּי H3341 aansteken, aangestoken, verbrand burn (up), be desolate, set (on) fire (fire), kindle 8 אֵשׁ֙ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 9 בְּעָרָ֔יו H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 10 וְאָכְלָ֖ה H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 11 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 סְבִיבֹתָֽיו H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Zo zegt de HEERE der heirscharen: De kinderen Israels en de kinderen van Juda zijn te zamen verdrukt geweest; en allen, die hen gevangen hadden, hebben hen vast gehouden; zij hebben hen geweigerd los te laten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 ZoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: De kinderenH1121 IsraelsH3478 en de kinderenH1121 van JudaH3063 zijn te zamenH3162 verdruktH6231 geweest; en allenH3605, die hen gevangenH7617 hadden, hebben hen vastH2388 gehouden; zij hebben hen geweigerdH3985 los te latenH7971. Zo zegt de HEERE der heirscharen: De kinderen Israels en de kinderen van Juda zijn te zamen verdrukt geweest; en allen, die hen gevangen hadden, hebben hen vast gehouden; zij hebben hen geweigerd los te laten.

KJV Thus saith2 the LORD3 of hosts;4 The children6 of Israel7 and the children8 of Judah9 were oppressed5 together:10 and all that took them captives12 held them fast;13 they refused15 to let them go.

1 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 צְבָא֔וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 5 עֲשׁוּקִ֛ים H6231 verdrukt, geweld, verdrukken get deceitfully, deceive, defraud, drink up, (use) oppress(-ion), -or), do violence (wrong) 6 בְּנֵי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 יִשְׂרָאֵ֥ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 8 וּבְנֵי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 10 יַחְדָּ֑ו H3162 samen, tezamen alike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal 11 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 שֹֽׁבֵיהֶם֙ H7617 gevankelijk, gevangen, voerden (bring away, carry, carry away, lead, lead away, take) captive(-s), drive (take) away 13 הֶחֱזִ֣יקוּ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 14 בָ֔ם 15 מֵאֲנ֖וּ H3985 weigerde, weigert, geweigerd refuse, [idiom] utterly 16 שַׁלְּחָֽם H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Maar hun Verlosser is sterk, HEERE der heirscharen is Zijn Naam; Hij zal hun twist zekerlijk twisten, opdat Hij het land in rust brenge, maar de inwoners van Babel beroere.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 Maar hun VerlosserH1350 is sterkH2389, HEEREH3068 der heirscharenH6635 is Zijn NaamH8034; Hij zal hun twistH7379 zekerlijkH7378 twistenH7378, opdatH4616 Hij het landH776 in rust brengeH7280, maar de inwonersH3427 van BabelH894 beroereH7264. Maar hun Verlosser is sterk, HEERE der heirscharen is Zijn Naam; Hij zal hun twist zekerlijk twisten, opdat Hij het land in rust brenge, maar de inwoners van Babel beroere.

KJV Their Redeemer1 is strong;2 the LORD3 of hosts4 is his name:5 he shall throughly6 plead7 their cause,9 that he may give rest11 to the land,13 and disquiet14 the inhabitants15 of Babylon.

1 גֹּאֲלָ֣ם H1350 Verlosser, lossen, verlost [idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger 2 חָזָ֗ק H2389 sterke, sterk, sterken harder, hottest, [phrase] impudent, loud, mighty, sore, stiff(-hearted), strong(-er) 3 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 צְבָאוֹת֙ H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 5 שְׁמ֔וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 6 רִ֥יב H7378 twisten, twist, getwist adversary, chide, complain, contend, debate, [idiom] ever, [idiom] lay wait, plead, rebuke, strive, [idiom] thoroughly 7 יָרִ֖יב H7378 twisten, twist, getwist adversary, chide, complain, contend, debate, [idiom] ever, [idiom] lay wait, plead, rebuke, strive, [idiom] thoroughly 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 רִיבָ֑ם H7379 twist, twistzaak, geschil [phrase] adversary, cause, chiding, contend(-tion), controversy, multitude (from the margin), pleading, strife, strive(-ing), suit 10 לְמַ֨עַן֙ H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 11 הִרְגִּ֣יעַ H7280 klieft, ogenblik, gekliefd break, divide, find ease, be a moment, (cause, give, make to) rest, make suddenly 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 14 וְהִרְגִּ֖יז H7264 beroerd, woeden, beroerden be afraid, stand in awe, disquiet, fall out, fret, move, provoke, quake, rage, shake, tremble, trouble, be wroth 15 לְיֹשְׁבֵ֥י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 16 בָבֶֽל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Het zwaard zal zijn over de Chaldeen, spreekt de HEERE; en over de inwoners van Babel, en over haar vorsten, en over haar wijzen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 Het zwaardH2719 zal zijn overH5921 de ChaldeenH3778, spreektH5002 de HEEREH3068; en over de inwonersH3427 van BabelH894, en over haar vorstenH8269, en over haar wijzenH2450. Het zwaard zal zijn over de Chaldeen, spreekt de HEERE; en over de inwoners van Babel, en over haar vorsten, en over haar wijzen.

KJV A sword1 is upon the Chaldeans,3 saith4 the LORD,5 and upon the inhabitants7 of Babylon,8 and upon her princes,10 and upon her wise

1 חֶ֥רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 כַּשְׂדִּ֖ים H3778 Chaldeen, Chaldea Chaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea 4 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 5 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 יֹשְׁבֵ֣י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 8 בָבֶ֔ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 9 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 שָׂרֶ֖יהָ H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 11 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 חֲכָמֶֽיהָ H2450 wijzen, wijs, wijze cunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Het zwaard zal zijn over de leugenaars, dat zij zot worden; het zwaard zal zijn over haar helden, dat zij versagen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 Het zwaardH2719 zal zijn over de leugenaarsH907, dat zij zotH2973 worden; het zwaardH2719 zal zijn over haar heldenH1368, dat zij versagenH2865; Het zwaard zal zijn over de leugenaars, dat zij zot worden; het zwaard zal zijn over haar helden, dat zij versagen;

KJV A sword1 is upon the liars;3 and they shall dote:4 a sword5 is upon her mighty men;7 and they shall be dismayed.

1 חֶ֥רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 הַבַּדִּ֖ים H907 grendelen, leden, leugenaars liar, lie 4 וְנֹאָ֑לוּ H2973 zot, zottelijk dote, be (become, do) foolish(-ly) 5 חֶ֥רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 גִּבּוֹרֶ֖יהָ H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 8 וָחָֽתּוּ H2865 ontzet, verbroken, verschrikt abolish, affright, be (make) afraid, amaze, beat down, discourage, (cause to) dismay, go down, scare, terrify
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 Het zwaard zal zijn over zijn paarden en over zijn wagenen, en over den gansen gemengden hoop, die in het midden van hen is, dat zij tot wijven worden; het zwaard zal zijn over haar schatten, dat zij geplunderd worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 Het zwaardH2719 zal zijn over zijn paardenH5483 en over zijn wagenenH7393, en over den gansenH3605 gemengden hoopH6153, dieH834 in het middenH8432 van hen is, dat zij totH413 wijvenH802 worden; het zwaardH2719 zal zijn over haar schattenH214, dat zij geplunderdH962 worden. Het zwaard zal zijn over zijn paarden en over zijn wagenen, en over den gansen gemengden hoop, die in het midden van hen is, dat zij tot wijven worden; het zwaard zal zijn over haar schatten, dat zij geplunderd worden.

KJV A sword1 is upon their horses,3 and upon their chariots,5 and upon all the mingled people that are in the midst10 of her; and they shall become as women:12 a sword13 is upon her treasures;15 and they shall be robbed.

1 חֶ֜רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 סוּסָ֣יו H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 4 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 רִכְבּ֗וֹ H7393 wagenen, wagen, wagens chariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon 6 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 הָעֶ֛רֶב H6154 inslag, vermengd, vermengeling Arabia, mingled people, mixed (multitude), woof 9 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 בְּתוֹכָ֖הּ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 11 וְהָי֣וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 12 לְנָשִׁ֑ים H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 13 חֶ֥רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 14 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 אוֹצְרֹתֶ֖יהָ H214 schatten, schat, schatkameren armory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y) 16 וּבֻזָּֽזוּ H962 roven, roofden, plunderen catch, gather, (take) for a prey, rob(-ber), spoil, take (away, spoil), [idiom] utterly

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 Droogte zal zijn over haar wateren, dat zij uitdrogen; want het is een land van gesneden beelden, en zij razen naar de schrikkelijke afgoden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 DroogteH2721 zal zijn over haar waterenH4325, dat zij uitdrogenH3001; wantH3588 het is een landH776 van gesneden beeldenH6456, en zijH1931 razenH1984 naarH413 de schrikkelijkeH367 afgoden. Droogte zal zijn over haar wateren, dat zij uitdrogen; want het is een land van gesneden beelden, en zij razen naar de schrikkelijke afgoden.

KJV A drought1 is upon her waters;3 and they shall be dried up:4 for it is the land6 of graven images,7 and they are mad10 upon their idols.

1 חֹ֥רֶב H2721 hitte, droogte, Droogte desolation, drought, dry, heat, [idiom] utterly, waste 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 מֵימֶ֖יהָ H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 4 וְיָבֵ֑שׁוּ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 5 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 אֶ֤רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 פְּסִלִים֙ H6456 gesneden beelden, gesneden, gesnedene beelden carved (graven) image, quarry 8 הִ֔יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 9 וּבָאֵימִ֖ים H367 verschrikking, schrik, verschrikkingen dread, fear, horror, idol, terrible, terror 10 יִתְהֹלָֽלוּ H1984 prijzen, Looft, Hallelujah (make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 Daarom zo zullen de wilde dieren der woestijnen met de wilde dieren der eilanden daarin wonen; ook zullen de jonge struisen daarin wonen; en men zal er geen verblijf meer hebben in eeuwigheid, en zij zal niet bewoond worden van geslacht tot geslacht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 Daarom zo zullen de wilde dieren der woestijnen met de wilde dieren der eilanden daarin wonenH3427; ook zullen de jongeH1323 struisenH3284 daarin wonenH3427; en men zal er geenH3808 verblijfH3427 meerH5750 hebben in eeuwigheidH5331, en zij zal nietH3808 bewoondH7931 worden van geslachtH1755 tot geslachtH1755. Daarom zo zullen de wilde dieren der woestijnen met de wilde dieren der eilanden daarin wonen; ook zullen de jonge struisen daarin wonen; en men zal er geen verblijf meer hebben in eeuwigheid, en zij zal niet bewoond worden van geslacht tot geslacht.

Ook in dit vers wilde dieren eilandenH338 wilde dieren woestijnenH6728

KJV Therefore the wild beasts of the desert3 with the wild beasts of the islands5 shall dwell2 there, and the owls8 shall dwell6 therein: and it shall be no more inhabited11 for ever;13 neither shall it be dwelt15 in from generation17 to generation.

1 לָכֵ֗ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 יֵשְׁב֤וּ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 3 צִיִּים֙ H6728 wilde dieren woestijnen, dorre plaatsen, plaatsen wild beast of the desert, that dwell in (inhabiting) the wilderness 4 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 5 אִיִּ֔ים H338 wilde dieren eilanden wild beast of the islands 6 וְיָ֥שְׁבוּ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 7 בָ֖הּ 8 בְּנ֣וֹת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 9 יַֽעֲנָ֑ה H3284 struisen [phrase] owl 10 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 תֵשֵׁ֥ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 12 עוֹד֙ H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 13 לָנֶ֔צַח H5331 eeuwigheid, altoos, overwinning alway(-s), constantly, end, ([phrase] n-) ever(more), perpetual, strength, victory 14 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 תִשְׁכּ֖וֹן H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up) 16 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 17 דּ֥וֹר H1755 geslacht, geslachten, Geslacht age, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity 18 וָדֽוֹר H1755 geslacht, geslachten, Geslacht age, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 Gelijk God Sodom en Gomorra en haar naburen heeft omgekeerd, spreekt de HEERE, alzo zal niemand aldaar wonen, en geen mensenkind in haar verkeren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 Gelijk GodH430 SodomH5467 en GomorraH6017 en haar naburenH7934 heeft omgekeerdH4114, spreektH5002 de HEEREH3068, alzo zal niemandH376 aldaarH8033 wonenH3427, en geenH3808 mensenkindH1121 in haar verkerenH1481. Gelijk God Sodom en Gomorra en haar naburen heeft omgekeerd, spreekt de HEERE, alzo zal niemand aldaar wonen, en geen mensenkind in haar verkeren.

KJV As God2 overthrew1 Sodom4 and Gomorrah6 and the neighbour8 cities thereof, saith9 the LORD;10 so shall no man14 abide12 there, neither shall any son18 of man19 dwell

1 כְּמַהְפֵּכַ֨ת H4114 omkering, omgekeerd, omkeerde when...overthrew, overthrow(-n) 2 אֱלֹהִ֜ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 סְדֹ֧ם H5467 Sodom Sodom 5 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 עֲמֹרָ֛ה H6017 Gomorra Gomorrah 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 שְׁכֵנֶ֖יהָ H7934 naburen, nabuur, geburen inhabitant, neighbour, nigh 9 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 10 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 יֵשֵׁ֥ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 13 שָׁם֙ H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 14 אִ֔ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 15 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 יָג֥וּר H1481 vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeert abide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely 17 בָּ֖הּ 18 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 19 אָדָֽם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 Ziet, daar komt een volk uit het noorden; en een grote natie, en geweldige koningen zullen van de zijden der aarde opgewekt worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 ZietH2009, daar komtH935 een volkH5971 uit het noordenH6828; en een groteH1419 natieH1471, en geweldigeH7227 koningenH4428 zullen van de zijdenH3411 der aardeH776 opgewektH5782 worden. Ziet, daar komt een volk uit het noorden; en een grote natie, en geweldige koningen zullen van de zijden der aarde opgewekt worden.

KJV Behold, a people2 shall come3 from the north,4 and a great6 nation,5 and many8 kings7 shall be raised up9 from the coasts10 of the earth.

1 הִנֵּ֛ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 עַ֥ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 בָּ֖א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 מִצָּפ֑וֹן H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 5 וְג֤וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 6 גָּדוֹל֙ H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 7 וּמְלָכִ֣ים H4428 koning, konings, koningen king, royal 8 רַבִּ֔ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 9 יֵעֹ֖רוּ H5782 opgewekt, verwekken, waak (a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self) 10 מִיַּרְכְּתֵי H3411 zijden border, coast, part, quarter, side 11 אָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 Boog en spies zullen zij voeren; wreed zijn zij, en zullen niet barmhartig zijn; hun stem zal bruisen als de zee, en op paarden zullen zij rijden; het is toegerust als een man ten oorlog, tegen u, o dochter van Babel!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 BoogH7198 en spiesH3591 zullen zij voerenH2388; wreedH394 zijn zijH1992, en zullen nietH3808 barmhartigH7355 zijn; hun stemH6963 zal bruisenH1993 als de zeeH3220, en opH5921 paardenH5483 zullen zij rijdenH7392; het is toegerustH6186 als een manH376 ten oorlogH4421, tegenH5921 u, o dochterH1323 van BabelH894! Boog en spies zullen zij voeren; wreed zijn zij, en zullen niet barmhartig zijn; hun stem zal bruisen als de zee, en op paarden zullen zij rijden; het is toegerust als een man ten oorlog, tegen u, o dochter van Babel!

KJV They shall hold3 the bow1 and the lance:2 they are cruel,4 and will not shew mercy:7 their voice8 shall roar10 like the sea,9 and they shall ride13 upon horses,12 every one put in array,14 like a man15 to the battle,16 against thee, O daughter18 of Babylon.

1 קֶ֣שֶׁת H7198 boog, bogen, Boog [idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot) 2 וְכִידֹ֞ן H3591 spies, lans, schild lance, shield, spear, target 3 יַחֲזִ֗יקוּ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 4 אַכְזָרִ֥י H394 wreed, wrede, gruwelijk cruel (one) 5 הֵ֨מָּה֙ H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 6 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 יְרַחֵ֔מוּ H7355 ontfermen, ontferme, Ontfermer have compassion (on, upon), love, (find, have, obtain, shew) mercy(-iful, on, upon), (have) pity, Ruhamah, [idiom] surely 8 קוֹלָם֙ H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 9 כַּיָּ֣ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 10 יֶהֱמֶ֔ה H1993 bruisen, getier, onrustig clamorous, concourse, cry aloud, be disquieted, loud, mourn, be moved, make a noise, rage, roar, sound, be troubled, make in tumult, tumultuous, be in an uproar 11 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 סוּסִ֖ים H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 13 יִרְכָּ֑בוּ H7392 rijden, rijdende, reed bring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set 14 עָר֗וּךְ H6186 stelden, schikken, toegerust put (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value 15 כְּאִישׁ֙ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 16 לַמִּלְחָמָ֔ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 17 עָלַ֖יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 19 בָּבֶֽל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 De koning van Babel heeft hunlieder gerucht gehoord, en zijn handen zijn slap geworden; benauwdheid heeft hem aangegrepen, weedom als van een barende vrouw.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 De koningH4428 van BabelH894 heeft hunlieder geruchtH8088 gehoordH8085, en zijn handenH3027 zijn slapH7503 geworden; benauwdheidH6869 heeft hem aangegrepenH2388, weedomH2427 als van een barendeH3205 vrouw. De koning van Babel heeft hunlieder gerucht gehoord, en zijn handen zijn slap geworden; benauwdheid heeft hem aangegrepen, weedom als van een barende vrouw.

KJV The king2 of Babylon3 hath heard1 the report5 of them, and his hands7 waxed feeble:6 anguish8 took hold9 of him, and pangs10 as of a woman in travail.

1 שָׁמַ֧ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 בָּבֶ֛ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 שִׁמְעָ֖ם H8088 gerucht, tijding, gehoor bruit, fame, hear(-ing), loud, report, speech, tidings 6 וְרָפ֣וּ H7503 slap, begeven, ledig abate, cease, consume, draw (toward evening), fail, (be) faint, be (wax) feeble, forsake, idle, leave, let alone (go, down), (be) slack, stay, be still, be slothful, (be) weak(-en). See H7495 (רָפָא) 7 יָדָ֑יו H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 8 צָרָה֙ H6869 benauwdheid, benauwdheden, nood adversary, adversity, affliction, anguish, distress, tribulation, trouble 9 הֶחֱזִיקַ֔תְהוּ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 10 חִ֖יל H2427 weedom, smart, wee pain, pang, sorrow 11 כַּיּוֹלֵדָֽה H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 Ziet, gelijk een leeuw van de verheffing der Jordaan, zal hij opkomen tegen de sterke woning; want Ik zal hen in een ogenblik daaruit doen lopen; en wie daartoe verkoren is, dien zal Ik tegen haar bestellen; want wie is Mij gelijk, en wie zou Mij dagvaarden? En wie is de herder, die voor Mijn aangezicht bestaan zou?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 ZietH2009, gelijk een leeuwH738 van de verheffingH1347 der JordaanH3383, zal hij opkomenH5927 tegen de sterkeH386 woningH5116; wantH3588 Ik zal hen in een ogenblikH7280 daaruit doen lopenH7323; en wieH4310 daartoe verkorenH977 is, dien zal Ik tegen haar bestellenH6485; wantH3588 wie is Mij gelijk, en wieH4310 zou Mij dagvaardenH3259? En wieH4310 is de herderH7462, die voor Mijn aangezichtH6440 bestaanH5975 zou? Ziet, gelijk een leeuw van de verheffing der Jordaan, zal hij opkomen tegen de sterke woning; want Ik zal hen in een ogenblik daaruit doen lopen; en wie daartoe verkoren is, dien zal Ik tegen haar bestellen; want wie is Mij gelijk, en wie zou Mij dagvaarden? En wie is de herder, die voor Mijn aangezicht bestaan zou?

KJV Behold, he shall come up3 like a lion2 from the swelling4 of Jordan5 unto the habitation7 of the strong:8 but I will make11 them suddenly10 run away from her: and who is a chosen man, that I may appoint16 over her? for who is like me? and who will appoint me the time?21 and who is that shepherd24 that will stand26 before

1 הִ֠נֵּה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 כְּאַרְיֵ֞ה H738 leeuw, leeuwen, leeuws (young) lion, [phrase] pierce (from the margin) 3 יַעֲלֶ֨ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 4 מִגְּא֣וֹן H1347 hovaardij, hoogmoed, heerlijkheid arrogancy, excellency(-lent), majesty, pomp, pride, proud, swelling 5 הַיַּרְדֵּן֮ H3383 Jordaan Jordan 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 נְוֵ֣ה H5116 woning, schaapskooi, kooi comely, dwelling (place), fold, habitation, pleasant place, sheepcote, stable, tarried 8 אֵיתָן֒ H386 sterke, kracht, machtigen hard, mighty, rough, strength, strong 9 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 אַרְגִּ֤עָה H7280 klieft, ogenblik, gekliefd break, divide, find ease, be a moment, (cause, give, make to) rest, make suddenly 11 אֲרִיצֵם֙ H7323 liep, lopen, trawanten break down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post 12 מֵֽעָלֶ֔יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 וּמִ֥י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 14 בָח֖וּר H970 jongelingen, jongeling, Jongelingen (choice) young (man), chosen, [idiom] hole 15 אֵלֶ֣יהָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 16 אֶפְקֹ֑ד H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 17 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 18 מִ֤י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 19 כָמ֨וֹנִי֙ H3644 gelijk, als according to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth 20 וּמִ֣י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 21 יוֹעִדֶ֔נִּי H3259 vergaderd, dagvaarden, komen agree,(maxke an) appoint(-ment, a time), assemble (selves), betroth, gather (selves, together), meet (together), set (a time) 22 וּמִֽי H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 23 זֶ֣ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 24 רֹעֶ֔ה H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 25 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 26 יַעֲמֹ֖ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 27 לְפָנָֽי H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
45 Daarom hoort den raadslag des HEEREN, dien Hij over Babel heeft beraadslaagd, en Zijn gedachten, die Hij gedacht heeft over het land der Chaldeen: Zo de geringsten van de kudde hen niet zullen nedertrekken! Zo hij de woning boven hen niet zal verwoesten!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

45 DaaromH3651 hoortH8085 den raadslagH6098 des HEERENH3068, dienH834 Hij over BabelH894 heeft beraadslaagdH3289, en Zijn gedachtenH4284, dieH834 Hij gedachtH2803 heeft over het landH776 der ChaldeenH3778: Zo de geringstenH6810 van de kuddeH6629 hen nietH3808 zullen nedertrekkenH5498! Zo hij de woningH5116 bovenH5921 hen nietH3808 zal verwoestenH8074! Daarom hoort den raadslag des HEEREN, dien Hij over Babel heeft beraadslaagd, en Zijn gedachten, die Hij gedacht heeft over het land der Chaldeen: Zo de geringsten van de kudde hen niet zullen nedertrekken! Zo hij de woning boven hen niet zal verwoesten!

KJV Therefore hear2 ye the counsel3 of the LORD,4 that he hath taken6 against Babylon;8 and his purposes,9 that he hath purposed11 against the land13 of the Chaldeans:14 Surely the least18 of the flock19 shall draw them out:17 surely he shall make their habitation24 desolate

1 לָכֵ֞ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 שִׁמְע֣וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 3 עֲצַת H6098 raad, raadslag, raadslagen advice, advisement, counsel(l-(or)), purpose 4 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 יָעַץ֙ H3289 raad, beraadslaagd, geraden advertise, take advise, advise (well), consult, (give, take) counsel(-lor), determine, devise, guide, purpose 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 בָּבֶ֔ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 9 וּמַ֨חְשְׁבוֹתָ֔יו H4284 gedachten, gedachte, vernuftigen arbeid cunning (work), curious work, device(-sed), imagination, invented, means, purpose, thought 10 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 חָשַׁ֖ב H2803 geacht, gedacht, bedenken (make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think 12 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 אֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 14 כַּשְׂדִּ֑ים H3778 Chaldeen, Chaldea Chaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea 15 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 16 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 יִסְחָבוּם֙ H5498 nedertrekken, slepen draw (out), tear 18 צְעִירֵ֣י H6810 jongste, kleinste, geringsten least, little (one), small (one), [phrase] young(-er, -est) 19 הַצֹּ֔אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 20 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 21 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 22 יַשִּׁ֛ים H8074 verwoest, verwoeste, ontzetten make amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder 23 עֲלֵיהֶ֖ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 24 נָוֶֽה H5116 woning, schaapskooi, kooi comely, dwelling (place), fold, habitation, pleasant place, sheepcote, stable, tarried
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
46 De aarde is bevende geworden van het geluid der inneming van Babel, en het gekrijt is gehoord onder de volken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

46 De aardeH776 is bevendeH7493 geworden van het geluidH6963 der innemingH8610 van BabelH894, en het gekrijtH2201 is gehoordH8085 onder de volkenH1471. De aarde is bevende geworden van het geluid der inneming van Babel, en het gekrijt is gehoord onder de volken.

KJV At the noise1 of the taking2 of Babylon3 the earth5 is moved,4 and the cry6 is heard8 among the nations.

1 מִקּוֹל֙ H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 2 נִתְפְּשָׂ֣ה H8610 gegrepen, grepen, handelen catch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take 3 בָבֶ֔ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 4 נִרְעֲשָׁ֖ה H7493 beven, beefde, beeft make afraid, (re-) move, quake, (make to) shake, (make to) tremble 5 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 וּזְעָקָ֖ה H2201 geroep, gekrijt, geschreeuws cry(-ing) 7 בַּגּוֹיִ֥ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 8 נִשְׁמָֽע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 50:1 Jeremia 25:26 Jesaja 13:1 Jeremia 51:1 Jesaja 14:4 Jesaja 23:13 2 Petrus 1:21 2 Samuël 23:2 Openbaring 18:1
Jeremia 50:2 Jesaja 46:1 Jesaja 21:9 Jeremia 51:47 Jeremia 51:44 Jeremia 4:16 Jeremia 43:12 Openbaring 14:6 Psalmen 96:3
Jeremia 50:3 Sefanja 1:3 Jeremia 50:9 Jeremia 51:11 Jeremia 51:62 Jeremia 51:48 Jeremia 51:37 Jeremia 50:35 Jesaja 14:22
Jeremia 50:4 Hosea 3:5 Hosea 1:11 Jeremia 31:31 Ezra 3:12 Jesaja 11:12 Zacharia 12:10 Ezechiël 37:16 Psalmen 105:4
Jeremia 50:5 Jeremia 32:40 Hebreeën 8:6 Jesaja 55:3 Genesis 17:7 Jesaja 35:8 Jeremia 6:16 2 Samuël 23:5 Jesaja 56:6
Jeremia 50:6 Jesaja 53:6 Mattheüs 9:36 Mattheüs 10:6 Jeremia 50:17 Ezechiël 34:14 Jeremia 3:6 Psalmen 23:2 Psalmen 119:176
Jeremia 50:7 Jeremia 14:8 Jeremia 40:2 Jeremia 2:3 Jeremia 31:23 Zacharia 11:5 Psalmen 91:1 Jesaja 47:6 Psalmen 90:1
Jeremia 50:8 Jeremia 51:6 Jesaja 48:20 Openbaring 18:4 Jeremia 51:45 Jesaja 52:1 2 Korinthe 6:17 Numeri 16:26 Zacharia 2:6
Jeremia 50:9 Jeremia 50:3 Jeremia 50:29 Jeremia 50:26 Jesaja 13:2 Jeremia 51:11 Jeremia 51:1 Jesaja 41:25 Jeremia 51:27
Jeremia 50:10 Jeremia 25:12 Jesaja 33:4 Jeremia 27:7 Jesaja 45:3 Openbaring 17:16 Jesaja 33:23
Jeremia 50:11 Jesaja 47:6 Psalmen 83:1 Spreuken 17:5 Jesaja 10:6 Klaagliederen 2:15 Deuteronomium 32:15 Jeremia 5:8 Psalmen 22:12
Jeremia 50:12 Jeremia 51:43 Jeremia 51:25 Jeremia 49:2 Jesaja 14:22 Jeremia 50:35 Galaten 4:26 Openbaring 17:5 Openbaring 18:21
Jeremia 50:13 Jeremia 18:16 Jeremia 49:17 Job 27:23 Jeremia 51:37 Sefanja 2:15 Jesaja 14:4 Jeremia 19:8 Zacharia 1:15
Jeremia 50:14 Jeremia 50:29 Habakuk 2:8 Jeremia 50:42 Jeremia 50:7 Habakuk 2:17 Jeremia 50:9 Jeremia 51:27 Openbaring 17:5
Jeremia 50:15 Jeremia 51:58 Jeremia 46:10 Openbaring 18:6 Jeremia 51:6 Jeremia 51:44 1 Kronieken 29:24 2 Kronieken 30:8 Klaagliederen 5:6
Jeremia 50:16 Jesaja 13:14 Jeremia 51:9 Jeremia 46:16 Joël 1:11 Jeremia 25:38 Jeremia 51:23 Amos 5:16
Jeremia 50:17 Jeremia 2:15 Jeremia 50:6 Joël 3:2 2 Koningen 18:9 Johannes 10:10 Jesaja 36:1 Ezechiël 34:5 Daniël 6:24
Jeremia 50:18 Jesaja 10:12 Jesaja 37:36 Sefanja 2:13 Ezechiël 31:3 Nahum 1:1
Jeremia 50:19 Micha 7:14 Jeremia 31:6 Ezechiël 34:13 Jesaja 65:9 Hooglied 6:5 Jeremia 30:18 Amos 9:14 Ezechiël 36:33
Jeremia 50:20 Micha 7:19 Jeremia 31:34 Jesaja 1:9 Jesaja 43:25 Jeremia 33:15 Romeinen 5:16 2 Petrus 3:15 Romeinen 8:33
Jeremia 50:21 Ezechiël 23:23 Jesaja 48:14 1 Samuël 15:3 Jeremia 50:9 Jesaja 10:6 1 Samuël 15:11 Jeremia 50:3 2 Koningen 18:25
Jeremia 50:22 Jeremia 4:19 Jeremia 51:54 Jesaja 21:2
Jeremia 50:23 Jeremia 51:20 Jesaja 14:12 Jesaja 14:4 Openbaring 18:16
Jeremia 50:24 Daniël 5:30 Job 9:4 Job 40:2 Job 40:9 Jeremia 51:31 Exodus 10:3 Jesaja 21:3 Jesaja 45:9
Jeremia 50:25 Jeremia 51:25 Jeremia 51:55 Jeremia 50:15 Jesaja 14:22 Jesaja 13:2 Psalmen 45:3 Jesaja 21:7 Jesaja 46:10
Jeremia 50:26 Jesaja 14:23 Jesaja 45:3 Jeremia 50:10 Jesaja 63:3 Jeremia 51:44 Jeremia 50:41 Jeremia 50:23 Openbaring 18:21
Jeremia 50:27 Jesaja 34:7 Jeremia 46:21 Psalmen 37:13 Jeremia 48:44 Psalmen 22:12 Jeremia 27:7 Jeremia 50:11 Openbaring 19:17
Jeremia 50:28 Jeremia 50:15 Klaagliederen 1:10 Jesaja 48:20 Psalmen 149:6 Jeremia 51:10 Klaagliederen 2:6 Daniël 5:23 Zacharia 12:2
Jeremia 50:29 Jeremia 51:56 Jesaja 47:10 Daniël 4:37 Exodus 10:3 Jeremia 50:14 Openbaring 18:6 Jesaja 37:23 Daniël 5:23
Jeremia 50:30 Jeremia 49:26 Jeremia 9:21 Jeremia 18:21 Jeremia 51:3 Openbaring 19:18 Jeremia 50:36 Jesaja 13:15 Jeremia 51:56
Jeremia 50:31 Jeremia 21:13 Jeremia 50:29 Nahum 2:13 Jakobus 4:6 Ezechiël 39:1 Jeremia 48:29 Jeremia 50:32 Nahum 3:5
Jeremia 50:32 Jeremia 21:14 Jeremia 49:27 Jesaja 10:12 Ezechiël 28:2 Amos 1:14 Daniël 5:20 Spreuken 16:18 Amos 1:7
Jeremia 50:33 Jesaja 14:17 Jesaja 58:6 Exodus 9:2 Jeremia 50:17 Jeremia 50:7 Jesaja 47:6 Zacharia 1:15 Jesaja 51:23
Jeremia 50:34 Jeremia 51:36 Micha 7:9 Jesaja 43:14 Jesaja 47:4 Spreuken 23:11 Jesaja 51:22 Jesaja 41:14 Openbaring 18:8
Jeremia 50:35 Jeremia 47:6 Daniël 5:7 Hosea 11:6 Daniël 5:30 Daniël 5:1 Jeremia 51:57 Jeremia 51:39 Zacharia 11:17
Jeremia 50:36 Jeremia 49:22 Jesaja 44:25 Nahum 3:13 2 Kronieken 25:16 Jesaja 43:14 2 Thessalonicenzen 2:9 2 Samuël 17:14 Jeremia 50:30
Jeremia 50:37 Jeremia 51:30 Nahum 3:13 Jeremia 48:41 Jeremia 25:20 Jeremia 51:21 Jesaja 19:16 Jesaja 45:3 Psalmen 20:7
Jeremia 50:38 Jeremia 50:2 Jesaja 44:27 Jeremia 51:47 Openbaring 16:12 Jeremia 51:52 Openbaring 17:5 Openbaring 17:15 Jesaja 46:1
Jeremia 50:39 Jesaja 13:20 Openbaring 18:2 Jeremia 25:12 Jeremia 51:43 Jeremia 50:12 Openbaring 18:21 Jeremia 51:37 Jeremia 51:26
Jeremia 50:40 Genesis 19:24 Lukas 17:28 Jeremia 49:18 2 Petrus 2:6 Judas 1:7 Sefanja 2:9 Openbaring 11:8 Deuteronomium 29:23
Jeremia 50:41 Jeremia 51:27 Jeremia 6:22 Jeremia 50:9 Jesaja 13:2 Jeremia 51:1 Openbaring 17:16 Jesaja 13:17 Jeremia 50:2
Jeremia 50:42 Jesaja 5:30 Jeremia 8:16 Jesaja 47:6 Jesaja 13:17 Jeremia 47:3 Openbaring 16:6 Jesaja 5:28 Jeremia 6:22
Jeremia 50:43 Jeremia 49:24 Jeremia 51:31 Jesaja 13:6 Daniël 5:5 Jesaja 21:3 Jeremia 49:22
Jeremia 50:44 Jeremia 49:19 Jesaja 40:25 Jesaja 46:9 Exodus 15:11 Psalmen 89:8 Jesaja 40:18 Jesaja 46:11 Jeremia 25:38
Jeremia 50:45 Jeremia 49:20 Jeremia 51:10 Jeremia 37:10 Psalmen 33:10 Jesaja 14:24 Handelingen 4:28 Openbaring 17:16 Efeze 1:11
Jeremia 50:46 Jeremia 49:21 Openbaring 18:9 Ezechiël 26:18 Ezechiël 31:16 Jesaja 14:9 Ezechiël 32:10
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 50 vers 1

dienst van den profeet Jeremia Hebreeuws, hand.

Hertaald: dienst van den profeet Jeremia Hebreeuws: hand.

Jeremia 50 vers 2

werpt een banier op, Om elkeen tot opmerking te verwekken, en inzonderheid Gods volk, als door een teken of sein bijeen te roepen, en hun deze vreemde en anderszins ongelofelijke profetie van Babels gewissen val en ondergang, mitsgaders de verlossing van Gods volk, tot zijne eer en aller gelovigen troost, bekend te maken. De manier van spreken is genomen van krijgszaken.

Hertaald: werpt een banier op, Om ieder tot opmerkzaamheid te wekken, en in het bijzonder Gods volk als door een teken of sein bijeen te roepen, en hun deze vreemde en anders ongelofelijke profetie van Babels zekere val en ondergang, en ook de verlossing van Gods volk, tot Zijn eer en tot troost van alle gelovigen bekend te maken. Deze manier van spreken is ontleend aan het krijgswezen.

is ingenomen, Dat is, zal zo zekerlijk worden ingenomen, alsof het alrede geschied ware. Alzo in het volgende.

Hertaald: is ingenomen, Dat is: het zal zo zeker ingenomen worden alsof het al gebeurd was. Zo ook in het vervolg.

Bel is beschaamd, De voornaamste afgod der Babyloniërs; zie Jes. 46:1 , en onder Jer. 51:44 .

Hertaald: Bel is beschaamd, De voornaamste afgod van de Babyloniërs; zie Jes. 46:1 en hieronder Jer. 51:44.

Meródach is verpletterd, Dit schijnt ook een naam van een afgod geweest te zijn, hoewel er ook koningen van Babel vermeld worden, die dien naam gevoerd hebben [zie Jes. 39:1 ] , vermoedelijk ter ere van dezen afgod, gelijk de kinderen Israëls den naam Gods, Ia en El, veel in hunne namen gebruikt hebben, alzo deden de Babyloniërs ook met den naam dezer afgoden, Bel en Nebo of Nebu, enz.

Hertaald: Meródach is verpletterd, Dit schijnt ook de naam van een afgod geweest te zijn, hoewel er ook koningen van Babel vermeld worden die deze naam gedragen hebben (zie Jes. 39:1), vermoedelijk ter ere van deze afgod. Zoals de kinderen Israëls de naam van God, Ia en El, veel in hun namen gebruikt hebben, zo deden de Babyloniërs dat ook met de naam van deze afgoden, Bel en Nebo of Nebu, enzovoort.

haar Van de stad Babel.

Hertaald: haar Van de stad Babel.

afgoden zijn beschaamd, Zie van het Hebreeuwse woord 1 Sam. 31:9 , en 2 Sam. 5:21 .

Hertaald: afgoden zijn beschaamd, Zie over het Hebreeuwse woord 1 Sam. 31:9 en 2 Sam. 5:21.

drekgoden zijn verpletterd Zie Lev. 26:30 .

Hertaald: drekgoden zijn verpletterd Zie Lev. 26:30.

Jeremia 50 vers 3

noorden; Versta de Perzen en Meden, welke noordwaarts van Chaldea gelegen waren, door welken dit oordeel Gods over Babylonië begonnen, en voorts van tijd tot tijd vervolgd zou worden tot de eindelijke en gehele verwoesting toe.

Hertaald: noorden; Versta: de Perzen en Meden, die ten noorden van Chaldea lagen. Door hen begon dit oordeel van God over Babylonië, dat vervolgens van tijd tot tijd voortgezet zou worden tot de uiteindelijke en volledige verwoesting toe.

mensen aan tot de beesten toe Hebreeuws, van den mens tot het beest toe. Manier van spreken, die de uiterste verwoesting betekent; zie boven Jer. 4:25 , en Jer. 9:10 .

Hertaald: mensen aan tot de beesten toe Hebreeuws: van de mens tot het beest toe. Een manier van spreken die de uiterste verwoesting aanduidt; zie hierboven Jer. 4:25 en Jer. 9:10.

weggezworven, Gelijk boven Jer. 9:10 .

Hertaald: weggezworven, Zoals hierboven Jer. 9:10.

Jeremia 50 vers 4

Israëls komen, Voorzoveel als deze belofte de uiterlijke verlossing uit de gevangenschap van Babel mag aangaan, kan men dit verstaan van degenen, die van de tien stammen in het land overgebleven zijnde, daarna met die van Juda en Benjamin gevankelijk zijn weggevoerd naar Babel, en met hen uit de gevangenschap zouden wederkeren. Zie 1 Kron. 9:3 , en Neh. 11:3 . Aangaande het geestelijke, dat in dezen het voornaamste is, zie boven Jer. 3:18 , met de aantekening.

Hertaald: Israëls komen, Voor zover deze belofte de uiterlijke verlossing uit de gevangenschap van Babel betreft, kan men dit verstaan van hen die van de tien stammen in het land overgebleven waren en daarna met die van Juda en Benjamin gevankelijk naar Babel weggevoerd zijn, en die met hen uit de gevangenschap zouden terugkeren. Zie 1 Kron. 9:3 en Neh. 11:3. Wat het geestelijke betreft, dat hierin het voornaamste is, zie hierboven Jer. 3:18 met de aantekening.

wenende zullen zij henengaan, Vanwege hunne onwaardigheid en Gods onverdiende grote genade.

Hertaald: wenende zullen zij henengaan, Vanwege hun onwaardigheid en Gods onverdiende grote genade.

Jeremia 50 vers 5

aangezichten zijn; Dat is, zij zullen zonder omzien, of recht toe recht aan, [gelijk men zegt] naar Zion trekken; waar hun hart is, derwaarts zullen zij haasten.

Hertaald: aangezichten zijn; Dat is: zij zullen zonder omzien, of rechttoe rechtaan (zoals men zegt) naar Sion trekken; waar hun hart is, daarheen zullen zij zich haasten.

zij zullen komen Anders, [zeggende]: Komt, laat ons ons voegen tot den Heere, of vervoegt u tot den Heere.

Hertaald: zij zullen komen Anders: (zeggende:) Komt, laten wij ons voegen tot de HEERE; of: vervoegt u tot de HEERE.

met een eeuwig verbond, Of, het eeuwig verbond zal niet vergeten worden. Hebreeuws, verbond der eeuwigheid; zie boven Jer. 31:31-33 .

Hertaald: met een eeuwig verbond, Of: het eeuwig verbond zal niet vergeten worden. Hebreeuws: verbond der eeuwigheid; zie hierboven Jer. 31:31-33.

Jeremia 50 vers 6

herders Kerkelijke en politieke regeerders.

Hertaald: herders Kerkelijke en politieke regeerders.

legering Gelijk de kudden hare rustplaatsen plegen te hebben, waar zij nederliggen. De zin is dat Gods volk van geestelijke en lichamelijke welvaart en rust beroofd was, gelijk in het volgende verklaard wordt.

Hertaald: legering Zoals de kudden hun rustplaatsen plegen te hebben, waar zij neerliggen. De betekenis is dat Gods volk van geestelijke en lichamelijke welvaart en rust beroofd was, zoals in het vervolg verklaard wordt.

Jeremia 50 vers 7

aten hen op, Vergelijk Deut. 7:16 , en Ps. 14:4 , alzo onder Jer. 51:34 .

Hertaald: aten hen op, Vergelijk Deut. 7:16 en Ps. 14:4, zo ook hieronder Jer. 51:34.

woning der gerechtigheid, Namelijk in Judea en bijzonderlijk Jeruzalem, waar God en zijn volk wonen, en waar God de ware gerechtigheid geopenbaard had. Zie boven Jer. 31:23 .

Hertaald: woning der gerechtigheid, Namelijk in Judea en in het bijzonder Jeruzalem, waar God en Zijn volk wonen en waar God de ware gerechtigheid geopenbaard had. Zie hierboven Jer. 31:23.

ja, Of, daar, hoewel, de HEERE de verwachting hunner vaderen geweest is; dat is, diegene, op welke hunne voorvaders gehoopt hebben [zie boven Jer. 14:8 ] , welker voetstappen zij nu niet gevolgd hebben, daarom met recht van hen gestraft en van ons ook geplaagd zijn, willen zij zeggen, spottenderwijze.

Hertaald: ja, Of: daar, hoewel, de HEERE de verwachting van hun vaderen geweest is; dat is: Degene op Wie hun voorvaders gehoopt hebben (zie hierboven Jer. 14:8), in Wiens voetstappen zij nu niet getreden zijn, en daarom terecht door Hem gestraft en ook door ons geplaagd zijn — dat willen zij spottend zeggen.

Jeremia 50 vers 8

bokken Kloekmoedig en onversaagd daarheen trekkende, gelijk de bokken voor de schapen vooraan treden.

Hertaald: bokken Kloekmoedig en onbevreesd daarheen trekkend, zoals de bokken vooraan gaan voor de schapen uit.

voor de kudde henen Hebreeuws, voor het aangezicht der kudde.

Hertaald: voor de kudde henen Hebreeuws: voor het aangezicht van de kudde.

Jeremia 50 vers 9

rusten; Of, in orde stellen. Alzo vs.14.

Hertaald: rusten; Of: in orde stellen. Zo ook vers 14.

hun pijlen Der voorzegde verzameling.

Hertaald: hun pijlen Van de voorzegde verzameling.

kloeken helds, Of, ervaren. Anders: van een held, die van kinderen berooft; dat is, die zelfs de jongelingen of jonge manschap nedervelt.

Hertaald: kloeken helds, Of: ervaren. Anders: van een held die van kinderen berooft; dat is: die zelfs de jongelingen of de jonge manschappen neervelt.

ledig wederkeren Geen van hunne pijlen zal vergeefs geschoten worden; vergelijk 2 Sam. 1:22 , of, [die], [te weten, held] niet ledig wederkeert, zonder nederlaag des vijands.

Hertaald: ledig wederkeren Geen van hun pijlen zal tevergeefs afgeschoten worden; vergelijk 2 Sam. 1:22. Of: (die), (namelijk de held) keert niet leeg terug, zonder de vijand verslagen te hebben.

Jeremia 50 vers 10

verzadigd worden, Van roof en buit volop hebben.

Hertaald: verzadigd worden, Van roof en buit volop hebben.

Jeremia 50 vers 11

gij plunderaars Of, plunderende, of als gij plundert.

Hertaald: gij plunderaars Of: plunderend, of: als u plundert.

erfenis Van het land Kanaän en van mijn volk.

Hertaald: erfenis Van het land Kanaän en van Mijn volk.

geil geworden zijt Of, gegroeid zijn, aan het lichaam toegenomen zijt, als een jonge vaars, die in jong teder gras gaat weiden.

Hertaald: geil geworden zijt Of: gegroeid zijn, in lichaamsomvang toegenomen bent, als een jonge vaars die in jong en teder gras gaat weiden.

paarden ; Gelijk boven Jer. 47:3 .

Hertaald: paarden ; Zoals hierboven Jer. 47:3.

Jeremia 50 vers 12

moeder zeer beschaamd; Babylon, de hoofdstad van Chaldea.

Hertaald: moeder zeer beschaamd; Babylon, de hoofdstad van Chaldea.

achterste der heidenen, Dat is, de snoodste, veilste, slechtste onder alle natiën. Hebreeuws, het achterste.

Hertaald: achterste der heidenen, Dat is: de snoodste, laagste en slechtste onder alle volken. Hebreeuws: het achterste.

Jeremia 50 vers 13

fluiten over al haar plagen Of, schuifelen. Zie boven Jer. 18:16 .

Hertaald: fluiten over al haar plagen Of: schuifelen. Zie hierboven Jer. 18:16.

Jeremia 50 vers 14

spant Hebreeuws, treedt.

Hertaald: spant Hebreeuws: treedt.

in haar, Of, op, tegen.

Hertaald: in haar, Of: op, tegen.

pijlen niet; Hebreeuws, pijl.

Hertaald: pijlen niet; Hebreeuws: pijl.

Jeremia 50 vers 15

hand gegeven; Dat is, zich den Perzen en Meden onderworpen. Zie 2 Kron. 30:8 , met de aantekening.

Hertaald: hand gegeven; Dat is: zich aan de Perzen en Meden onderworpen. Zie 2 Kron. 30:8 met de aantekening.

doet haar, Gelijk onder vs.29.

Hertaald: doet haar, Zoals hieronder vers 29.

Jeremia 50 vers 16

zaaier, Zelfs de landlieden, die meest weerloos zijn en nochtans zeer nodig in het land.

Hertaald: zaaier, Zelfs de landlieden, die het meest weerloos zijn en toch zeer nodig in het land.

de sikkel handelt Dat is, den maaier.

Hertaald: de sikkel handelt Dat is: de maaier.

laat hen vanwege Of, zij zullen zich keren, vlieden, enz.; te weten, die uit andere landen gekomen waren, om aldaar [als in een zeer rijk land] te verkeren, of die zij in dienstbaarheid getrokken hadden, of hun te hulp mochten gekomen zijn.

Hertaald: laat hen vanwege Of: zij zullen zich keren, vluchten, enzovoort; namelijk zij die uit andere landen gekomen waren om daar (als in een zeer rijk land) te verkeren, of die zij tot dienstbaarheid gebracht hadden, of die hun te hulp gekomen mochten zijn.

verdrukkende zwaard, Vergelijk boven Jer. 25:38 , en Jer. 46:16 , met de aantekening.

Hertaald: verdrukkende zwaard, Vergelijk hierboven Jer. 25:38 en Jer. 46:16 met de aantekening.

Jeremia 50 vers 17

opgegeten, Gelijk boven vs.7.

Hertaald: opgegeten, Zoals hierboven vers 7.

Assur, Dat is, Assyrië, te weten Pul, Tiglath-Pileser en Salmanassar. Zie 2 Kon. 15:19-20 , 2 Kon. 15:29 , en 2 Kon. 16:7 , en 2 Kon. 17:3 , enz.

Hertaald: Assur, Dat is: Assyrië, namelijk Pul, Tiglath-Pileser en Salmanassar. Zie 2 Kon. 15:19-20, 2 Kon. 15:29, 2 Kon. 16:7 en 2 Kon. 17:3, enzovoort.

beenderen verbrijzeld Hebreeuws alsof men zeide: Heeft hem gebeenderd; dat is ten uiterste verdorven en machteloos gemaakt.

Hertaald: beenderen verbrijzeld In het Hebreeuws staat het alsof men zei: heeft hem gebeenderd; dat is: uiterst bedorven en machteloos gemaakt.

Jeremia 50 vers 18

bezoeking doen Met straffen; zie Gen. 21:1 .

Hertaald: bezoeking doen Met straffen; zie Gen. 21:1.

Jeremia 50 vers 19

weder tot zijn woning brengen, Dit kan men enigszins duiden op het lichamelijke, maar ziet voornamelijk op de geestelijke verzameling tot Gods kerk door den Messias, gelijk boven dikwijls.

Hertaald: weder tot zijn woning brengen, Dit kan men enigszins op het lichamelijke duiden, maar het ziet vooral op de geestelijke verzameling tot Gods kerk door de Messias, zoals hierboven vaker.

Karmel . . . Basan Beide in zeer vette en vruchtbare landouwen gelegen, en daarvan vermaard. Van Basan, zie Deut. 32:14 , en Ps. 22:13 . Van Karmel, zie 1 Kon. 18:19 , en een ander Karmel, 1 Sam. 25:2 , enz., alwaar Nabal zijne schapen had, zelfs wordt het woord Karmel ook in het algemeen gebruikt tot betekenis van een vruchtbare landouw. Zie boven Jer. 2:7 .

Hertaald: Karmel . . . Basan Beide liggen in zeer vette en vruchtbare landstreken en zijn daarom vermaard. Over Basan, zie Deut. 32:14 en Ps. 22:13. Over Karmel, zie 1 Kon. 18:19, en over een ander Karmel 1 Sam. 25:2 enzovoort, waar Nabal zijn schapen had. Het woord Karmel wordt zelfs in het algemeen gebruikt in de betekenis van een vruchtbare landstreek. Zie hierboven Jer. 2:7.

Jeremia 50 vers 20

gezocht worden, De Heere wil zeggen dat Hij volkomenlijk met zijn volk zal verzoend zijn door den Messias Jezus Christus. Vergelijk boven Jer. 31:34 , en Jer. 33:8 , enz.

Hertaald: gezocht worden, De HEERE wil zeggen dat Hij volkomen met Zijn volk verzoend zal zijn door de Messias Jezus Christus. Vergelijk hierboven Jer. 31:34 en Jer. 33:8, enzovoort.

overblijven Vergelijk Jes. 10:22 ; Rom. 9:27-29 .

Hertaald: overblijven Vergelijk Jes. 10:22; Rom. 9:27-29.

Jeremia 50 vers 21

Tegen het land Gods bevel aan den koning Cyrus, van zijn optocht tegen Babel. Vergelijk Jes. 45:1 , enz.

Hertaald: Tegen het land Gods bevel aan koning Cyrus over zijn optocht tegen Babel. Vergelijk Jes. 45:1, enzovoort.

Meratháïm, Dit vertalen velen: land der rebellieën, of rebellen, te weten der Babyloniërs, die wederspannig en bitter tegen God en zijn volk geweest waren. Zie vs.24, 29, of de twee rebellen, te weten Assyriërs en Babyloniërs. Anderen houden het voor een eigennaam van zeker land in Assyrië, waar een zeker volk, Mardi genoemd, gewoond heeft, en verstaande dat God hier den koning Cyrus last en bevel geeft, dat hij door Merathaïm en Pekod zal optrekken, en al wat achter deze landen gelegen was verwoesten.

Hertaald: Meratháïm, Velen vertalen dit met: land van de opstanden, of van de opstandelingen, namelijk van de Babyloniërs, die weerspannig en verbitterd tegen God en Zijn volk geweest waren. Zie vers 24 en 29. Of: de twee opstandelingen, namelijk Assyriërs en Babyloniërs. Anderen houden het voor de eigennaam van een bepaald land in Assyrië, waar een volk gewoond heeft dat Mardi genoemd werd, en verstaan het zo dat God hier koning Cyrus opdracht en bevel geeft door Merathaïm en Pekod op te trekken en alles te verwoesten wat achter deze landen lag.

Pekod; Zie Ezech. 23:23 , waar aan dit landschap ook gedacht wordt.

Hertaald: Pekod; Zie Ezech. 23:23, waar aan dit landschap ook gedacht wordt.

verban achter hen, Zie Deut. 2:34 , alzo onder vs.26.

Hertaald: verban achter hen, Zie Deut. 2:34, zo ook hieronder vers 26.

Jeremia 50 vers 22

breuk Zie boven Jer. 4:6 .

Hertaald: breuk Zie hierboven Jer. 4:6.

Jeremia 50 vers 23

Hoe is Eene vraag, die uit verwondering voortkomt, gelijk onder Jer. 51:41 .

Hertaald: Hoe is Een vraag die uit verwondering voortkomt, zoals hieronder Jer. 51:41.

hamer der ganse aarde De Babyloniër, door wien God zijne oordelen over vele volken had uitgevoerd, die Hij door hem, als met een hamer, geslagen en verpletterd heeft. Vergelijk onder Jer. 51:20 , en boven Jer. 25:9 ; Jes. 41:7 .

Hertaald: hamer der ganse aarde De Babyloniër, door wie God Zijn oordelen over veel volken uitgevoerd had; Hij heeft ze door hem als met een hamer geslagen en verpletterd. Vergelijk hieronder Jer. 51:20 en hierboven Jer. 25:9; Jes. 41:7.

ontzetting onder de heidenen Of, verwoesting.

Hertaald: ontzetting onder de heidenen Of: verwoesting.

Jeremia 50 vers 24

Ik heb u een strik gesteld, Dit is Gods antwoord op de voorgaande vraag, die voortkwam uit verwondering over ene zaak, die den mensen onmogelijk scheen te zijn.

Hertaald: Ik heb u een strik gesteld, Dit is Gods antwoord op de voorgaande vraag, die voortkwam uit verwondering over een zaak die de mensen onmogelijk leek.

gevangen, o Babel Als een groot wild.

Hertaald: gevangen, o Babel Als een groot stuk wild.

dat gij het niet wist; Dit is onvoorziens, zonder dat gij het dacht of verwachttet, want Cyrus, de rivier de Eufraat afgeleid hebbende over het droge, is onvoorziens in de stad gevallen, bij nacht. Vergelijk onder vs.38; Dan. 5:30 .

Hertaald: dat gij het niet wist; Dat is: onvoorzien, zonder dat u het dacht of verwachtte, want Cyrus is, nadat hij de rivier de Eufraat over het droge had afgeleid, onvoorzien bij nacht in de stad gevallen. Vergelijk hieronder vers 38; Dan. 5:30.

gevonden, Dat is, betrapt, achterhaald; vergelijk boven Jer. 2:26 .

Hertaald: gevonden, Dat is: betrapt, achterhaald; vergelijk hierboven Jer. 2:26.

in strijd gemengd hebt Dat is, tegen God gestreden hebt, wiens volk gij geplaagd hebt. De manier van spreken wordt alzo vol gevonden Deut. 2:9 , Deut. 2:24 , enz.

Hertaald: in strijd gemengd hebt Dat is: tegen God gestreden hebt, Wiens volk u geplaagd hebt. Deze manier van spreken wordt zo voluit gevonden in Deut. 2:9, Deut. 2:24, enzovoort.

Jeremia 50 vers 25

schatkamer opengedaan, Dat is, wapenhuis.

Hertaald: schatkamer opengedaan, Dat is: wapenhuis.

instrumenten Zijner gramschap Dat is, wapenen, die Hij gebruiken zal tot uitvoering van zijn rechtvaardig en verschrikkelijk oordeel over Babel; alzo Jes. 13:5 ; vergelijk Ps. 7:13-14 , enz.

Hertaald: instrumenten Zijner gramschap Dat is: wapens die Hij gebruiken zal om Zijn rechtvaardig en verschrikkelijk oordeel over Babel uit te voeren; zo Jes. 13:5; vergelijk Ps. 7:13-14, enzovoort.

werk van den HEERE, Gelijk boven Jer. 48:10 .

Hertaald: werk van den HEERE, Zoals hierboven Jer. 48:10.

Jeremia 50 vers 26

haar Namelijk Babel, of tegen het, te weten land der Chaldeën, alzo in het volgende.

Hertaald: haar Namelijk Babel, of: tegen het, namelijk land van de Chaldeeën; zo ook in het vervolg.

uiterste, Der aarde, of des lands, alzo dat gij van het einde af begint. Anders: van dat, of tegen dat [hun] einde voorhanden is, of vanwege het einde. Men kan dit ook vergelijken met onder Jer. 51:31 .

Hertaald: uiterste, Van de aarde, of van het land, zodat u bij het uiteinde begint. Anders: van dat, of tegen dat (hun) einde nabij is, of: vanwege het einde. Men kan dit ook vergelijken met hieronder Jer. 51:31.

vertreedt haar als korenhopen, Gelijk de dorsende ossen het koren treden; vergelijk Jes. 21:10 , en onder Jer. 51:33 . Anders: werpt hen op als hopen; dat is, maakt grote hopen der verslagenen; of werpt alles overhoop, maakt ze tot enkel opgeworpen hopen.

Hertaald: vertreedt haar als korenhopen, Zoals de dorsende ossen het koren treden; vergelijk Jes. 21:10 en hieronder Jer. 51:33. Anders: werpt hen op als hopen; dat is: maakt grote hopen van de verslagenen; of: werpt alles overhoop, maakt er enkel opgeworpen hopen van.

verbant ze; Gelijk boven vs.21.

Hertaald: verbant ze; Zoals hierboven vers 21.

Jeremia 50 vers 27

Doodt met het zwaard In het Hebreeuws is een woord, alsof men zeide: zwaardt; dat is, slaat, doodt met het zwaard.

Hertaald: Doodt met het zwaard In het Hebreeuws staat een woord alsof men zei: zwaardt; dat is: slaat en doodt met het zwaard.

varren, Dat is, rijke, geweldige, stoute pochers. Vergelijk Ps. 22:13 , en Ps. 68:31 , enz.

Hertaald: varren, Dat is: rijke, machtige en overmoedige pochers. Vergelijk Ps. 22:13 en Ps. 68:31, enzovoort.

afgaan ter slachting; Gelijk boven Jer. 48:15 .

Hertaald: afgaan ter slachting; Zoals hierboven Jer. 48:15.

dag is gekomen, Dat is, de tijd hunner straf, hun van God verordineerd; zie Ps. 37:13 , alzo vs.31.

Hertaald: dag is gekomen, Dat is: de tijd van hun straf, die God voor hen bepaald heeft; zie Ps. 37:13, zo ook vers 31.

Jeremia 50 vers 28

gevluchten en ontkomenen Der Joden, die vandaar zouden ontkomen om Gods wonderwerk te boodschappen.

Hertaald: gevluchten en ontkomenen Van de Joden, die vandaar zouden ontkomen om Gods wonderwerk te melden.

tempels Die God aan de Chaldeën geoefend heeft, omdat zij den tempel verstoord en verbrand hadden; 2 Kon. 25:9 , alzo onder Jer. 51:11 .

Hertaald: tempels Die God aan de Chaldeeën voltrokken heeft, omdat zij de tempel verwoest en verbrand hadden; 2 Kon. 25:9, zo ook hieronder Jer. 51:11.

Jeremia 50 vers 29

schutters Alzo wordt het Hebreeuwse woord ook genomen Gen. 49:23 ; Job 16:13 ; zie ook Ps. 18:15 .

Hertaald: schutters Zo wordt het Hebreeuwse woord ook opgevat in Gen. 49:23; Job 16:13; zie ook Ps. 18:15.

spant Hebreeuws, treedt.

Hertaald: spant Hebreeuws: treedt.

laat niemand van hen ontkomen; Hebreeuws, hun is, of zij hebben gene ontkoming.

Hertaald: laat niemand van hen ontkomen; Hebreeuws: hun is, of: zij hebben geen ontkoming.

doet haar naar alles, Gelijk boven vs.15.

Hertaald: doet haar naar alles, Zoals hierboven vers 15.

Heilige Israëls Zie Ps. 71:22 .

Hertaald: Heilige Israëls Zie Ps. 71:22.

Jeremia 50 vers 31

aan u, Zie boven Jer. 21:13 .

Hertaald: aan u, Zie hierboven Jer. 21:13.

trotse Hebreeuws, trotsheid, hovaardij, hoogmoed. Zie van zulk een gebruik der Hebreeuwse spraak Job 35:13 , de zin is: Die zo trots is, dat hij de trotsheid zelve is of genoemd mag worden; alzo in vs.32.

Hertaald: trotse Hebreeuws: trotsheid, hoogmoed. Zie over zo'n gebruik van het Hebreeuwse taaleigen Job 35:13. De betekenis is: hij die zo trots is dat hij de trotsheid zelf is, of zo genoemd mag worden; zo ook in vers 32.

dag is gekomen, Gelijk boven vs.27.

Hertaald: dag is gekomen, Zoals hierboven vers 27.

Jeremia 50 vers 34

zekerlijk twisten, Hebreeuws, twistende twisten; zie Ps. 35:1 , alzo onder Jer. 51:36 .

Hertaald: zekerlijk twisten, Hebreeuws: twistende twisten; zie Ps. 35:1, zo ook hieronder Jer. 51:36.

land in rust brenge, Het Joodse land, of zijne kerk, voornamelijk, en voorts andere landen, die van Babel zijn geplaagd.

Hertaald: land in rust brenge, Het Joodse land, of vooral Zijn kerk, en verder andere landen die door Babel geplaagd zijn.

Jeremia 50 vers 36

leugenaars, Of, leugendichters. Versta, waarzeggers, sterrenkijkers, waar Chaldea vol van was; alzo Jes. 44:25 .

Hertaald: leugenaars, Of: leugendichters. Versta: waarzeggers en sterrenwichelaars, waar Chaldea vol van was; zo Jes. 44:25.

Jeremia 50 vers 37

zijn paarden en over zijn wagenen, Het vrouwelijke geslacht [hier merendeels gebruikt] wordt hier twee malen veranderd in het mannelijke; men kan dit duiden op den koning of zijn volk.

Hertaald: zijn paarden en over zijn wagenen, Het vrouwelijk geslacht, dat hier meestal gebruikt wordt, verandert hier tweemaal in het mannelijk; men kan dit op de koning of op zijn volk duiden.

gemengden hoop, Krijgslieden en ander gemeen volk uit allerlei natiën bestaande.

Hertaald: gemengden hoop, Krijgslieden en ander gewoon volk, uit allerlei volken samengesteld.

wijven worden; Moedeloos en weerloos. Alzo onder Jer. 51:30 . Vergelijk Jes. 19:16 ; Nah. 3:13 , enz.

Hertaald: wijven worden; Moedeloos en weerloos. Zo ook hieronder Jer. 51:30. Vergelijk Jes. 19:16; Nah. 3:13, enzovoort.

Jeremia 50 vers 38

Droogte zal zijn over haar wateren, Vergelijk boven de aantekening vs.24.

Hertaald: Droogte zal zijn over haar wateren, Vergelijk hierboven de aantekening bij vers 24.

van gesneden beelden, Vol van afgoderij, die zij met de gesneden beelden bedrijven.

Hertaald: van gesneden beelden, Vol van de afgoderij die zij met de gesneden beelden bedrijven.

razen naar Als dolle, onzinnige mensen. Zie van het Hebreeuwse woord Ps. 5:6 .

Hertaald: razen naar Als dolle, waanzinnige mensen. Zie over het Hebreeuwse woord Ps. 5:6.

schrikkelijke afgoden Hebreeuws, verschrikkingen. Alzo worden de afgoden met recht genoemd, omdat sommige schrikkelijk van gedaante zijn, en in het algemeen den afgodendienaren schrik aanbrengen. Gelijk zij elders om gelijke oorzaak smarten genoemd worden. Zie 2 Sam. 5:21 . Met denzelfden naam, Emim, zijn eertijds vanwege hunne verschrikkelijkheid, enige reuzen genoemd. Zie Gen. 14:5 , en Deut. 2:10 , met de aantekening. En zodanigen plegen zich wel de macht en heerschappij over anderen aan te nemen, en voorts naar de wijze der heidenen tot afgoden gemaakt te worden. Zulk een is ook zonder twijfel geweest Nimrod de eerste stichter der Assyrische en Babylonische heerschappij; zie Gen. 6:4 , en Gen. 10:8 .

Hertaald: schrikkelijke afgoden Hebreeuws: verschrikkingen. Zo worden de afgoden terecht genoemd, omdat sommige verschrikkelijk van gedaante zijn en zij in het algemeen de afgodendienaars schrik aanjagen. Zoals zij elders om dezelfde reden smarten genoemd worden. Zie 2 Sam. 5:21. Met dezelfde naam, Emim, zijn vroeger vanwege hun verschrikkelijkheid enige reuzen genoemd. Zie Gen. 14:5 en Deut. 2:10 met de aantekening. En zulke mensen plegen zich de macht en heerschappij over anderen aan te matigen en vervolgens naar de gewoonte van de heidenen tot afgoden gemaakt te worden. Zo iemand is ongetwijfeld ook Nimrod geweest, de eerste stichter van de Assyrische en Babylonische heerschappij; zie Gen. 6:4 en Gen. 10:8.

Jeremia 50 vers 39

wilde dieren der woestijnen Hebreeuws, Tsijm en Jim; het eerste heeft den naam van dorre woeste plaatsen, het andere van eilanden; zie Jes. 13:21-22 , met de aantekening.

Hertaald: wilde dieren der woestijnen Hebreeuws: Tsijm en Jim; het eerste heeft zijn naam van dorre, woeste plaatsen, het andere van eilanden; zie Jes. 13:21-22 met de aantekening.

jonge struisen daarin wonen; Hebreeuws, struisdochteren. Anders, jonge uilen.

Hertaald: jonge struisen daarin wonen; Hebreeuws: struisdochters. Anders: jonge uilen.

geen verblijf meer hebben . . . niet bewoond worden Zie van zulk een gebruik van het Hebreeuwse woord, boven Jer. 17:6 .

Hertaald: geen verblijf meer hebben . . . niet bewoond worden Zie over zo'n gebruik van het Hebreeuwse woord hierboven Jer. 17:6.

van geslacht tot geslacht Hebreeuws, tot geslacht en geslacht toe.

Hertaald: van geslacht tot geslacht Hebreeuws: tot geslacht en geslacht toe.

Jeremia 50 vers 40

omgekeerd, Hebreeuws, gelijk de omkering Gods van Sodom, enz.; vergelijk boven Jer. 49:18 .

Hertaald: omgekeerd, Hebreeuws: zoals de omkering door God van Sodom, enzovoort; vergelijk hierboven Jer. 49:18.

aldaar wonen, In Babel.

Hertaald: aldaar wonen, In Babel.

Jeremia 50 vers 41

noorden; Zie boven vs.3.

Hertaald: noorden; Zie hierboven vers 3.

geweldige koningen Of, vele.

Hertaald: geweldige koningen Of: vele.

aarde opgewekt worden Of, des lands; zie boven Jer. 6:22-24 , alwaar een gelijke profetie is van Babel aankomst tegen Juda, gelijk hier van de Meden en Perzen tegen Babel; zie de aantekening aldaar.

Hertaald: aarde opgewekt worden Of: van het land; zie hierboven Jer. 6:22-24, waar een soortgelijke profetie staat over de komst van Babel tegen Juda, zoals hier over die van de Meden en Perzen tegen Babel; zie de aantekening daar.

Jeremia 50 vers 42

het is toegerust als een man ten oorlog, Te weten volk, of een ieder van hen is toegerust, gelijk boven Jer. 6:23 , van Babel, tegen de dochter van Zion.

Hertaald: het is toegerust als een man ten oorlog, Namelijk het volk, of: ieder van hen is toegerust, zoals hierboven Jer. 6:23 over Babel tegen de dochter van Sion.

Jeremia 50 vers 44

Ziet, Zie boven Jer. 49:19 , en de volgende verzen, tot het 22 vs. toe, waar vast met dezelfde woorden geprofeteerd wordt van den optocht des konings van Babel tegen Edom, die hier staan van Cyrus' optocht tegen Babel, om te kennen te geven dat men Babel weder zou doen gelijk zij anderen volken gedaan had. Zie de aantekening aldaar en vergelijk Openb. 18:6 .

Hertaald: Ziet, Zie hierboven Jer. 49:19 en de volgende verzen tot vers 22 toe, waar vrijwel met dezelfde woorden geprofeteerd wordt over de optocht van de koning van Babel tegen Edom; hier staan ze van Cyrus' optocht tegen Babel, om te kennen te geven dat men Babel weer zou doen zoals zij andere volken gedaan had. Zie de aantekening daar en vergelijk Openb. 18:6.

zal hen in een ogenblik daaruit doen lopen; Te weten de Babyloniërs uit Babel.

Hertaald: zal hen in een ogenblik daaruit doen lopen; Namelijk de Babyloniërs uit Babel.

Jeremia 50 vers 46

geluid der inneming van Babel, Of, gerucht. Hebreeuws, stem.

Hertaald: geluid der inneming van Babel, Of: gerucht. Hebreeuws: stem.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De hamer der ganse aarde  — het werktuig waarmee God sloeg, wordt zelf verbroken (Jer. 50:23)

"Hoe is de hamer der ganse aarde zo afgehouwen en verbroken! Hoe is Babel geworden tot een ontzetting onder de heidenen" (Jer. 50:23). Het staat in het eerste van de twee lange hoofdstukken over Babel (Jer. 50-51), die samen het slot vormen van de woorden tegen de heidenen.

Bijbelse betekenis: Merk op welk beeld voor Babel gekozen wordt. Een hamer is gereedschap: hij slaat niet uit zichzelf en hij kiest niet waarop hij neerkomt. Dat is precies wat er eerder in dit boek van Nebukadnezar gezegd werd, die Mijn knecht heet (reeds behandeld bij Jer. 27:6). Let vervolgens op wat er met de hamer gebeurt. Hij wordt afgehouwen en verbroken; wie het werktuig geweest is, ontkomt niet aan het oordeel. Dat is dezelfde lijn als bij Assur (reeds behandeld bij Jes. 10:5), en het is de reden dat Babel in dit boek achteraan staat en de meeste ruimte krijgt. Let ten slotte op het woord ontzetting. Babel was de schrik van de volken; nu schrikken de volken van wat er met Babel gebeurd is.

Typologie: Jesaja zegt hetzelfde over Assur met een ander beeld: zal een bijl zich beroemen tegen dien die daarmede houwt (reeds behandeld bij Jes. 10:15). En in het laatste boek valt Babylon met één zin: "zij is gevallen, zij is gevallen, het grote Babylon" (Op. 18:2).

Jer. 50:23; Jer. 27:6; Jes. 10:5; Jes. 10:15; Op. 18:2

Hun Verlosser is sterk  — de reden waarom Babel valt, ligt bij de Losser van de gevangenen (Jer. 50:33-34)

"De kinderen Israels en de kinderen van Juda zijn te zamen verdrukt geweest; en allen, die hen gevangen hadden, hebben hen vast gehouden; zij hebben hen geweigerd los te laten" (Jer. 50:33). Daartegenover staat: "Maar hun Verlosser is sterk, HEERE der heirscharen is Zijn Naam; Hij zal hun twist zekerlijk twisten, opdat Hij het land in rust brenge, maar de inwoners van Babel beroere" (Jer. 50:34).

Bijbelse betekenis: Merk op welk woord hier gebruikt wordt. Verlosser is in de wet de losser: de naaste bloedverwant die het recht en de plicht had de zaak van zijn familielid op zich te nemen (reeds behandeld bij Lev. 25:25). God treedt hier op als de Losser van een volk dat niemand anders heeft. Let vervolgens op de tegenstelling in de twee verzen. Aan de ene kant mensen die weigeren los te laten, aan de andere kant Eén Die sterk is; het gaat om een krachtsverhouding en niet om een verzoek. Let ten slotte op de uitdrukking hun twist twisten. Het is rechtstaal: God voert hun rechtszaak. Wat de gevangenen zelf niet konden bepleiten, neemt Hij over.

Typologie: Job wist zich al zo'n Losser: "ik weet, mijn Verlosser leeft" (reeds behandeld bij Job 19:25). En Paulus zegt van Christus dat Hij ons "getrokken heeft uit de macht der duisternis, en overgezet heeft in het Koninkrijk van den Zoon Zijner liefde" (Kol. 1:13).

Jer. 50:33-34; Lev. 25:25; Job 19:25; Kol. 1:13

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen ambt

Hun Verlosser is sterk — 50:17-34

Twee hoofdstukken lang gaat het over Babel, de stad die Jeruzalem verwoest heeft. Midden in dat oordeel staat een beeld dat het volk beschrijft zoals God het ziet: als een schaap dat door leeuwen is opgejaagd.

Tegenover een wereldmacht wordt niet een leger gesteld maar een Losser, en van Hem wordt gezegd dat Hij sterk is.

Israël is een verstrooid schaap, dat de leeuwen verjaagd hebben. Eerst heeft de koning van Assur hem opgegeten, en ten laatste heeft Nebukadnezar zijn beenderen gebroken.

En dan wordt er iets gezegd wat men na zo'n opsomming niet verwacht: in die dagen zal Israels ongerechtigheid gezocht worden, maar zij zal er niet zijn, en de zonden van Juda, maar zullen niet gevonden worden.

Er wordt dus gezocht en niet gevonden. Dat is meer dan vergeten; het is weggedaan.

Daarna komt de zin die dit gedeelte draagt: maar hun Verlosser is sterk, HEERE der heirscharen is Zijn Naam; Hij zal hun twist zekerlijk twisten, opdat Hij het land in rust brenge.

Het woord Verlosser is hier het woord voor de losser: de naaste bloedverwant die instaat voor wie zichzelf niet redden kan. In Ruth koopt hij een akker terug; hier staat hij tegenover een wereldrijk. De kanttekening merkt bij dat twisten op dat er in het Hebreeuws staat: twistende twisten — dus met nadruk, als een pleitbezorger die de zaak werkelijk voert.

De verhouding is opvallend. Aan de ene kant Babel, met zijn muren en zijn goden. Aan de andere kant geen leger, maar Eén Die de zaak op Zich neemt en van Wie gezegd wordt dat Hij sterk is.

Dat woord komt in het Nieuwe Testament terug in de taal van de verlossing: Christus heeft ons losgekocht, en wij zijn duur gekocht. En wat hier van de zonden gezegd wordt — gezocht en niet gevonden — staat in Hebreeën als belofte van het nieuwe verbond: hun zonden zal Ik niet meer gedenken.

  1. Leviticus 25:25 — De losser is de bloedverwant die terugkoopt wat verloren ging.
  2. Jeremia 50:20 — De ongerechtigheid zal gezocht worden en niet gevonden.
  3. Jeremia 50:34 — Maar hun Verlosser is sterk; Hij zal hun twist zekerlijk twisten.
  4. Job 19:25 — Ik weet: mijn Verlosser leeft.
  5. Galaten 3:13 — Christus heeft ons losgekocht van den vloek der wet.
  6. Hebreeën 8:12 — Hunner zonden zal Ik geenszins meer gedenken.

In het Nieuwe Testament: Galaten 3:13; 1 Petrus 1:18-19; Hebreeën 8:12; Openbaring 18:2

Hoever dit reikt: Niveau 2. Het Nieuwe Testament haalt deze verzen niet met name aan. De lijn loopt over het woord losser, dat in Leviticus en Ruth zijn betekenis krijgt en in de brieven de taal van de verlossing levert.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Jeremia 50

Jeremia 50:4-5.KruisverwijzingenJeremia 32:40Hosea 3:5Hosea 1:11Hebreeën 8:6Jesaja 55:3Jeremia 31:31Ezra 3:12Jesaja 11:12
— In dezelve dagen en ter zelver tijd, spreekt de HEERE, zullen de kinderen Israels komen, zij en de kinderen van Juda te zamen; wandelende en wenende zullen zij henengaan, en den HEERE, hun God, zoeken. Zij zullen naar Sion vragen; op den weg herwaarts zullen hun aangezichten zijn; zij zullen komen en den HEERE toegevoegd worden, met een eeuwig verbond, dat niet zal worden vergeten.
“In dezelve dagen en ter zelver tijd, spreekt de HEERE, zullen de kinderen Israels komen, zij en de kinderen van Juda te zamen; wandelende en wenende zullen zij henengaan, en den HEERE, hun God, zoeken.”

Deze tekst laat ons zien wat zij waren die door Gods genadige leiding naar Sion terugkeerden. In de eerste plaats treurenden, in de tweede plaats zoekers, en in de derde plaats verbondsluiters.

Na al uw zonden zal ik niet geloven dat u werkelijk tot God komt. Niet als er geen grote droefheid over de zonde bij u is, en geen klagen naar de HEERE. Kunt u zich voorstellen dat de Joden uit de ballingschap terugkeerden zonder de zonden te bewenen die hen naar het land van hun verbanning gedreven hadden? Hoe konden zij tot God hersteld worden als zij hun vroegere goddeloze vervreemding niet beweenden? Hoe kan er vrede zijn voor een overtreder zolang hij over zijn overtredingen geen berouw heeft? Zulke belijdenissen kunnen, als zij oprecht zijn, niet uitgesproken worden zonder zuchten en droefheid: “wandelende en wenende”. Aan de menigte van onze zonden kan niet gedacht worden zonder een beweging van de ziel en een mate van harteleed.

Let er verder op dat er tussen Israël en Juda een oude vete lag. Zij waren broeders, en zo had het niet mogen zijn, maar zij waren bittere tegenstanders van elkaar geworden. En nu zij tot de HEERE terugkeren, lezen wij: “zij en de kinderen van Juda te zamen”. Worden wij met God verzoend, dan worden wij ook met elkaar verzoend.

Wij mogen de woorden “en den HEERE, hun God, zoeken” niet overslaan. Zij zijn een leidraad om te weten of uw gemoedsgesteldheid u de goede kant op leidt. Wat zoekt u?

Vervolgens werden deze treurenden zoekers: “Zij zullen naar Sion vragen; op den weg herwaarts zullen hun aangezichten zijn.” Zij waren in Babel geboren en grootgebracht en hadden de weg naar Jeruzalem nooit betreden. Uit hun vragen naar de weg blijkt dat deze zoekers leerzaam waren. Zij lieten zich niet alleen onderwijzen; zij verlangden ernaar onderwezen te worden, en daarom vroegen zij om inlichting.

Maar terwijl zij vragen, staan zij toch vast. Zij vragen naar de weg naar Sion, maar zij reízen ook in de goede richting. Zij stellen geen vragen om te vitten en zo een verontschuldiging te hebben om te blijven zitten. Zij vragen omdat zij het volstrekt ernstig menen. Al vragen zij naar de weg, zij weten waar zij heen gaan: naar Sion. Zij zoeken Gods eigen woonplaats. Zij vragen vrijmoedig, want zij schamen zich niet zoekend gevonden te worden. En zodra zij ingelicht zijn, staan hun aangezichten al die kant op, zodat zij niets anders te doen hebben dan rechtdoor te gaan.

Ten slotte werden deze vragers verbondsluiters: “zij zullen komen en den HEERE toegevoegd worden, met een eeuwig verbond, dat niet zal worden vergeten.” Het onheil van onze gevallen staat kwam voort uit onze poging om afzonderlijk en onafhankelijk van God te zijn. Dit is een blijvend verbond. Een afspraak? Een belofte? Nee — er staat “verbond”. En hun verbondmaken met God “zal niet worden vergeten”.

Jeremia 50:20.KruisverwijzingenMicha 7:19Jeremia 31:34Jesaja 1:9Jesaja 43:25Jeremia 33:15Romeinen 5:162 Petrus 3:15Romeinen 8:33
— In die dagen en te dier tijd, spreekt de HEERE, zal Israels ongerechtigheid gezocht worden, maar zij zal er niet zijn, en de zonden van Juda, maar zullen niet gevonden worden; want Ik zal ze dengenen vergeven, die Ik zal doen overblijven.
“In die dagen en te dier tijd, spreekt de HEERE, zal Israels ongerechtigheid gezocht worden, maar zij zal er niet zijn, en de zonden van Juda, maar zullen niet gevonden worden; want Ik zal ze dengenen vergeven, die Ik zal doen overblijven.”

Die zonden waren niet van de gewone soort. De Israëlieten waren altijd een hardnekkig en weerspannig geslacht. Hun zonden waren van de zwaarste aard, vanwege de grootheid van hun voorrechten en vanwege de bijzondere liefde die de HEERE aan hen besteed had. In schuld werden zij door geen volk onder de hemel geëvenaard. En bij dat alles wierpen zij hun God weg. Zij die de HEERE gediend hadden, keerden zich van Hem af, bogen zich voor Baäl, gingen andere goden na en aanbaden afgoden.

Maar hun tergingen, hun afgoderijen en hun begeerlijkheden zouden alle weggevaagd en vergeten worden. In deze tekst wordt van een volkomen vergeving gesproken. Niet alleen zullen die zonden niet gevónden worden; er zullen er geen zíjn om te vinden. Zij zullen zo volledig weggenomen en zo volstrekt tenietgedaan zijn dat zij opgehouden hebben te bestaan. Wat een vreugde is het te weten dat zelfs de HEERE geen zonde meer zal kunnen vinden in een van Zijn in bloed gewassen kinderen. Wanneer God Zijn volk vergeeft, vergeeft Hij al hun zonden tegelijk — niet de helft, maar alle. “Het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde” (1 Johannes 1:7).

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Er moet tederheid tegenover God zijn, willen wij verzoening met God verwachten.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content