Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Het woord, dat de HEERE gesproken heeft tegen Babel, tegen het land der Chaldeen, door den dienst van den profeet Jeremia.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Het woordH1697, datH834 de HEEREH3068gesprokenH1696 heeft tegen BabelH894, tegenH413 het landH776 der ChaldeenH3778, door den dienstH3027 van den profeetH5030JeremiaH3414.Het woord, dat de HEERE gesproken heeft tegen Babel, tegen het land der Chaldeen, door den dienst van den profeet Jeremia.
KJVThe word1that the LORD4spake3against Babylon6and against the land8of the Chaldeans9by10Jeremiah11the prophet.
1הַדָּבָ֗רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work2אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3דִּבֶּ֧רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work4יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6בָּבֶ֖לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9כַּשְׂדִּ֑יםH3778Chaldeen, ChaldeaChaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea10בְּיַ֖דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves11יִרְמְיָ֥הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah12הַנָּבִֽיאH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet
2Verkondigt onder de heidenen, en doet horen, en werpt een banier op, laat horen, verbergt het niet; zegt: Babel is ingenomen, Bel is beschaamd, Merodach is verpletterd, haar afgoden zijn beschaamd, haar drekgoden zijn verpletterd!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2VerkondigtH5046 onder de heidenenH1471, en doet horenH8085, en werptH5375 een banierH5251 op, laat horenH8085, verbergtH3582 het nietH408; zegtH559: BabelH894 is ingenomenH3920, BelH1078 is beschaamdH3001, MerodachH4781 is verpletterdH2865, haar afgodenH6091 zijn beschaamdH3001, haar drekgodenH1544 zijn verpletterdH2865!Verkondigt onder de heidenen, en doet horen, en werpt een banier op, laat horen, verbergt het niet; zegt: Babel is ingenomen, Bel is beschaamd, Merodach is verpletterd, haar afgoden zijn beschaamd, haar drekgoden zijn verpletterd!
KJVDeclare1ye among the nations,2and publish,3and set up4a standard;5publish,6and conceal8not: say,9Babylon11is taken,10Bel13is confounded,12Merodach15is broken in pieces;14her idols17are confounded,16her images19are broken in pieces.
1הַגִּ֨ידוּH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter2בַגּוֹיִ֤םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people3וְהַשְׁמִ֨יעוּ֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4וּֽשְׂאוּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield5נֵ֔סH5251banier, stang, zeilbanner, pole, sail, (en-) sign, standard6הַשְׁמִ֖יעוּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness7אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than8תְּכַחֵ֑דוּH3582verborgen, afgesneden, verbergenconceal, cut down (off), desolate, hide9אִמְרוּ֩H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10נִלְכְּדָ֨הH3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take11בָבֶ֜לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon12הֹבִ֥ישׁH3001beschaamd, verdord, verdrogenbe ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away)13בֵּל֙H1078BelBel14חַ֣תH2865ontzet, verbroken, verschriktabolish, affright, be (make) afraid, amaze, beat down, discourage, (cause to) dismay, go down, scare, terrify15מְרֹדָ֔ךְH4781MerodachMerodach. Compare H4757 (מְרֹאדַךְ בַּלְאָדָן)16הֹבִ֣ישׁוּH3001beschaamd, verdord, verdrogenbe ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away)17עֲצַבֶּ֔יהָH6091afgodenidol, image18חַ֖תּוּH2865ontzet, verbroken, verschriktabolish, affright, be (make) afraid, amaze, beat down, discourage, (cause to) dismay, go down, scare, terrify19גִּלּוּלֶֽיהָH1544drekgodenidol
3Want een volk komt tegen haar op van het noorden; dat zal haar land zetten in verwoesting, dat er geen inwoner in zal zijn; van de mensen aan tot de beesten toe zijn zij weggezworven, doorgegaan!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3WantH3588 een volkH1471komtH5927 tegen haar op van hetH1931noordenH6828; dat zal haar landH776zettenH7896 in verwoestingH8047, dat er geenH3808inwonerH3427 in zal zijnH1961; van de mensenH120 aan totH5704 de beestenH929 toe zijn zij weggezworvenH5110, doorgegaanH1980!Want een volk komt tegen haar op van het noorden; dat zal haar land zetten in verwoesting, dat er geen inwoner in zal zijn; van de mensen aan tot de beesten toe zijn zij weggezworven, doorgegaan!
KJVFor out of the north5there cometh up2a nation4against her, which shall make7her land9desolate,10and none shall dwell13therein: they shall remove,18they shall depart,19both man15and beast.
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2עָלָה֩H5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work3עָלֶ֨יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4גּ֜וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people5מִצָּפ֗וֹןH6828noorden, noordwaarts, Noordennorth(-ern, side, -ward, wind)6הֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7יָשִׁ֤יתH7896zetten, zet, zetteapply, appoint, array, bring, consider, lay (up), let alone, [idiom] look, make, mark, put (on), [phrase] regard, set, shew, be stayed, [idiom] take8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9אַרְצָהּ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10לְשַׁמָּ֔הH8047verwoesting, ontzetting, schrikastonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing11וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12יִהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13יוֹשֵׁ֖בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry14בָּ֑הּ15מֵאָדָ֥םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person16וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet17בְּהֵמָ֖הH929beesten, vee, beestbeast, cattle18נָ֥דוּH5110medelijden, beklaagt, dolendebemoan, flee, get, mourn, make to move, take pity, remove, shake, skip for joy, be sorry, vagabond, way, wandering19הָלָֽכוּH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl
4In dezelve dagen en ter zelver tijd, spreekt de HEERE, zullen de kinderen Israels komen, zij en de kinderen van Juda te zamen; wandelende en wenende zullen zij henengaan, en den HEERE, hun God, zoeken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4In dezelve dagenH3117 en ter zelver tijdH6256, spreektH5002 de HEEREH3068, zullen de kinderenH1121IsraelsH3478komenH935, zij en de kinderenH1121 van JudaH3063 te zamenH3162; wandelendeH1980 en wenendeH1058 zullen zij henengaanH3212, en den HEEREH3068, hunH1992GodH430, zoekenH1245.In dezelve dagen en ter zelver tijd, spreekt de HEERE, zullen de kinderen Israels komen, zij en de kinderen van Juda te zamen; wandelende en wenende zullen zij henengaan, en den HEERE, hun God, zoeken.
KJVIn those days,1and in that time,3saith5the LORD,6the children8of Israel9shall come,7they and the children11of Judah12together,13going14and weeping:15they shall go,16and seek20the LORD18their God.
1בַּיָּמִ֨יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2הָהֵ֜מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye3וּבָעֵ֤תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when4הַהִיא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith6יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7יָבֹ֧אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10הֵ֥מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye11וּבְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah13יַחְדָּ֑וH3162samen, tezamenalike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal14הָל֤וֹךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl15וּבָכוֹ֙H1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep16יֵלֵ֔כוּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak17וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)19אֱלֹהֵיהֶ֖םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty20יְבַקֵּֽשׁוּH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)
5Zij zullen naar Sion vragen; op den weg herwaarts zullen hun aangezichten zijn; zij zullen komen en den HEERE toegevoegd worden, met een eeuwig verbond, dat niet zal worden vergeten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Zij zullen naarH413SionH6726vragenH7592; op den wegH1870herwaartsH2008 zullen hun aangezichtenH6440 zijn; zij zullen komenH935 en den HEEREH3068toegevoegdH3867 worden, met een eeuwigH5769verbondH1285, dat nietH3808 zal worden vergetenH7911.Zij zullen naar Sion vragen; op den weg herwaarts zullen hun aangezichten zijn; zij zullen komen en den HEERE toegevoegd worden, met een eeuwig verbond, dat niet zal worden vergeten.
KJVThey shall ask2the way3to Zion1with their faces5thitherward,4saying, Come,6and let us join7ourselves to the LORD9in a perpetual11covenant10that shall not be forgotten.
1צִיּ֣וֹןH6726Sion, SionsZion2יִשְׁאָ֔לוּH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish3דֶּ֖רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)4הֵ֣נָּהH2008herwaarts, hierheenhere, hither(-to), now, on this (that) side, [phrase] since, this (that) way, thitherward, [phrase] thus far, to...fro, [phrase] yet5פְנֵיהֶ֑םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6בֹּ֚אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7וְנִלְו֣וּH3867leent, lenen, vervoegenabide with, borrow(-er), cleave, join (self), lend(-er)8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10בְּרִ֥יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league11עוֹלָ֖םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)12לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13תִשָּׁכֵֽחַH7911vergeten, vergeet, vergaten[idiom] at all, (cause to) forget
6Mijn volk waren verloren schapen, hun herders hadden hen verleid, zij hadden hen gevoerd naar de bergen, zij gingen van berg tot heuvel, zij vergaten hun legering.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Mijn volkH5971warenH1961verlorenH6schapenH6629, hun herdersH7462 hadden hen verleidH8582, zij hadden hen gevoerdH7725 naar de bergenH2022, zij gingenH1980 van bergH2022totH413heuvelH1389, zij vergatenH7911 hun legeringH7258.Mijn volk waren verloren schapen, hun herders hadden hen verleid, zij hadden hen gevoerd naar de bergen, zij gingen van berg tot heuvel, zij vergaten hun legering.
KJVMy people4hath been lost2sheep:1their shepherds5have caused them to go astray,6they have turned them away8on the mountains:7they have gone12from mountain9to hill,11they have forgotten13their restingplace.
1צֹ֤אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)2אֹֽבְדוֹת֙H6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee3הָי֣וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4עַמִּ֔יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5רֹעֵיהֶ֣םH7462weiden, herders, herder[idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste6הִתְע֔וּםH8582dwalen, dolen, verleid(cause to) go astray, deceive, dissemble, (cause to, make to) err, pant, seduce, (make to) stagger, (cause to) wander, be out of the way7הָרִ֖יםH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion8שֽׁוֹבְב֑וּםH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw9מֵהַ֤רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11גִּבְעָה֙H1389heuvelen, heuvel, heuvelshill, little hill12הָלָ֔כוּH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl13שָׁכְח֖וּH7911vergeten, vergeet, vergaten[idiom] at all, (cause to) forget14רִבְצָֽםH7258gelegen, legering, legerplaatswhere each lay, lie down in, resting place
7Allen, die hen vonden, aten hen op, en hun wederpartijders zeiden: Wij zullen geen schuld hebben; daarom dat zij gezondigd hebben tegen den HEERE, in de woning der gerechtigheid, ja, tegen den HEERE, de Verwachting hunner vaderen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7AllenH3605, die hen vondenH4672, atenH398 hen op, en hun wederpartijdersH6862zeidenH559: Wij zullen geenH3808schuldH816 hebben; daarom datH834 zij gezondigdH2398 hebben tegen den HEEREH3068, in de woningH5116 der gerechtigheidH6664, ja, tegen den HEEREH3068, de VerwachtingH4723 hunner vaderenH1.Allen, die hen vonden, aten hen op, en hun wederpartijders zeiden: Wij zullen geen schuld hebben; daarom dat zij gezondigd hebben tegen den HEERE, in de woning der gerechtigheid, ja, tegen den HEERE, de Verwachting hunner vaderen.
KJVAll that found2them have devoured3them: and their adversaries4said,5We offend7not, because they have sinned10against the LORD,11the habitation12of justice,13even the LORD,16the hope14of their fathers.
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2מוֹצְאֵיהֶ֣םH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on3אֲכָל֔וּםH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite4וְצָרֵיהֶ֥םH6862wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijdersadversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble5אָמְר֖וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7נֶאְשָׁ֑םH816schuldig, verwoest, schuld[idiom] certainly, be(-come, made) desolate, destroy, [idiom] greatly, be(-come, found, hold) guilty, offend (acknowledge offence), trespass8תַּ֗חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with9אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10חָטְא֤וּH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass11לַֽיהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12נְוֵהH5116woning, schaapskooi, kooicomely, dwelling (place), fold, habitation, pleasant place, sheepcote, stable, tarried13צֶ֔דֶקH6664gerechtigheid, rechte, rechtvaardige[idiom] even, ([idiom] that which is altogether) just(-ice), (un-)right(-eous) (cause, -ly, -ness)14וּמִקְוֵ֥הH4723Verwachting, vergadering, linnen garenabiding, gathering together, hope, linen yarn, plenty (of water), pool15אֲבֽוֹתֵיהֶ֖םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'16יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
8Vliedt weg uit het midden van Babel, en gaat uit der Chaldeen land; en weest als de bokken voor de kudde henen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Vliedt wegH5110 uit het middenH8432 van BabelH894, en gaat uit der ChaldeenH3778landH776; en weest als de bokkenH6260voorH6440 de kuddeH6629 henen.Vliedt weg uit het midden van Babel, en gaat uit der Chaldeen land; en weest als de bokken voor de kudde henen.
KJVRemove1out of the midst2of Babylon,3and go forth6out of the land4of the Chaldeans,5and be as the he goats8before9the flocks.
1נֻ֚דוּH5110medelijden, beklaagt, dolendebemoan, flee, get, mourn, make to move, take pity, remove, shake, skip for joy, be sorry, vagabond, way, wandering2מִתּ֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)3בָּבֶ֔לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon4וּמֵאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5כַּשְׂדִּ֖יםH3778Chaldeen, ChaldeaChaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea6צֵ֑אוּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter7וִהְי֕וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8כְּעַתּוּדִ֖יםH6260bokkenchief one, (he) goat, ram9לִפְנֵיH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10צֹֽאןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)
9Want ziet, Ik zal een verzameling van grote volken uit het land van het noorden verwekken, en tegen Babel opbrengen; die zullen zich tegen haar rusten; van daar zal zij ingenomen worden; hun pijlen zullen zijn als eens kloeken helds, geen zal ledig wederkeren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Want zietH2009, IkH595 zal een verzamelingH6951 van groteH1419volkenH1471 uit het landH776 van het noordenH6828verwekkenH5782, en tegen BabelH894opbrengenH5927; die zullen zich tegen haar rustenH6186; van daarH8033 zal zij ingenomenH3920 worden; hun pijlenH2671 zullen zijn als eens kloekenH1368heldsH7919, geenH3808 zal ledigH7387wederkerenH7725.Want ziet, Ik zal een verzameling van grote volken uit het land van het noorden verwekken, en tegen Babel opbrengen; die zullen zich tegen haar rusten; van daar zal zij ingenomen worden; hun pijlen zullen zijn als eens kloeken helds, geen zal ledig wederkeren.
KJVFor, lo, I will raise4and cause to come up5against Babylon7an assembly8of great10nations9from the north12country:11and they shall set themselves in array13against her; from thence she shall be taken:16their arrows17shall be as of a mighty18expert man;19none shall return21in vain.
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2הִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see3אָנֹכִ֡יH595ik, mijI, me, [idiom] which4מֵעִיר֩H5782opgewekt, verwekken, waak(a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self)5וּמַעֲלֶ֨הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7בָּבֶ֜לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon8קְהַלH6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude9גּוֹיִ֤םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people10גְּדֹלִים֙H1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very11מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12צָפ֔וֹןH6828noorden, noordwaarts, Noordennorth(-ern, side, -ward, wind)13וְעָ֣רְכוּH6186stelden, schikken, toegerustput (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value14לָ֔הּ15מִשָּׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither16תִּלָּכֵ֑דH3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take17חִצָּיו֙H2671pijlen, pijl, moordpijl[phrase] archer, arrow, dart, shaft, staff, wound18כְּגִבּ֣וֹרH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man19מַשְׁכִּ֔ילH7919verstandelijk, verstandig, verstaanconsider, expert, instruct, prosper, (deal) prudent(-ly), (give) skill(-ful), have good success, teach, (have, make to) understand(-ing), wisdom, (be, behave self, consider, make) wise(-ly), guide wittingly20לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21יָשׁ֖וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw22רֵיקָֽםH7387ledig, oorzaakwithout cause, empty, in vain, void
10En Chaldea zal ten roof zijn; allen, die het beroven, zullen verzadigd worden, spreekt de HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En ChaldeaH3778 zal ten roofH7998zijnH1961; allenH3605, die het berovenH7997, zullen verzadigdH7646 worden, spreektH5002 de HEEREH3068.En Chaldea zal ten roof zijn; allen, die het beroven, zullen verzadigd worden, spreekt de HEERE.
KJVAnd Chaldea2shall be a spoil:3all that spoil5her shall be satisfied,6saith7the LORD.
1וְהָיְתָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כַשְׂדִּ֖יםH3778Chaldeen, ChaldeaChaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea3לְשָׁלָ֑לH7998buit, roof, roofsprey, spoil4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5שֹׁלְלֶ֥יהָH7997beroofd, buiten, berovenlet fall, make self a prey, [idiom] of purpose, (make a, (take)) spoil6יִשְׂבָּ֖עוּH7646verzadigd, verzadigen, verzadigthave enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of7נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith8יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
11Omdat gij u verblijd hebt, omdat gij van vreugde hebt opgesprongen, gij plunderaars Mijner erfenis! omdat gij geil geworden zijt als een grazige vaars, en hebt gebriest als de sterke paarden;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Omdat gij u verblijdH8055 hebt, omdatH3588 gij van vreugdeH5937 hebt opgesprongen, gij plunderaarsH8154 Mijner erfenisH5159! omdatH3588 gij geilH6335 geworden zijt als een grazigeH1877vaarsH5697, en hebt gebriestH6670 als de sterkeH47 paarden;Omdat gij u verblijd hebt, omdat gij van vreugde hebt opgesprongen, gij plunderaars Mijner erfenis! omdat gij geil geworden zijt als een grazige vaars, en hebt gebriest als de sterke paarden;
KJVBecause ye were glad,2because ye rejoiced,4O ye destroyers5of mine heritage,6because ye are grown fat8as the heifer9at grass,10and bellow11as bulls;
12Zo is uw moeder zeer beschaamd; die u gebaard heeft, is schaamrood geworden; ziet, zij is geworden de achterste der heidenen, een woestijn, dorheid en wildernis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Zo is uw moederH517zeerH3966beschaamdH954; die u gebaardH3205 heeft, is schaamroodH2659 geworden; zietH2009, zij is geworden de achtersteH319 der heidenenH1471, een woestijnH4057, dorheidH6723 en wildernisH6160.Zo is uw moeder zeer beschaamd; die u gebaard heeft, is schaamrood geworden; ziet, zij is geworden de achterste der heidenen, een woestijn, dorheid en wildernis.
KJVYour mother2shall be sore3confounded;1she that bare5you shall be ashamed:4behold, the hindermost7of the nations8shall be a wilderness,9a dry land,10and a desert.
1בּ֤וֹשָׁהH954beschaamd, beschaamt, schamen(be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long2אִמְּכֶם֙H517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting3מְאֹ֔דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well4חָפְרָ֖הH2659schaamrood, schaamt, schaamtebe ashamed, be confounded, be brought to confusion (unto shame), come (be put to) shame, bring reproach5יֽוֹלַדְתְּכֶ֑םH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)6הִנֵּה֙H2009ziet, ziebehold, lo, see7אַחֲרִ֣יתH319laatste, einde, nakomelingen(last, latter) end (time), hinder (utter) -most, length, posterity, remnant, residue, reward8גּוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people9מִדְבָּ֖רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness10צִיָּ֥הH6723dor, dorre, plaatsenbarren, drought, dry (land, place), solitary place, wilderness11וַעֲרָבָֽהH6160vlakke velden, vlakke veld, wildernisArabah, champaign, desert, evening, heaven, plain, wilderness. See also H1026 (בֵּית הָעֲרָבָה)
13Vanwege de verbolgenheid des HEEREN zal zij niet bewoond worden, maar zij zal geheel een verwoesting worden; al wie aan Babel voorbijgaat, zal zich ontzetten, en fluiten over al haar plagen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Vanwege de verbolgenheidH7110 des HEERENH3068 zal zij nietH3808bewoondH3427 worden, maar zijH1961 zal geheel een verwoestingH8077 worden; alH3605 wie aanH5921BabelH894voorbijgaatH5674, zal zich ontzettenH8074, en fluitenH8319overH5921alH3605 haar plagenH4347.Vanwege de verbolgenheid des HEEREN zal zij niet bewoond worden, maar zij zal geheel een verwoesting worden; al wie aan Babel voorbijgaat, zal zich ontzetten, en fluiten over al haar plagen.
KJVBecause of the wrath1of the LORD2it shall not be inhabited,4but it shall be wholly desolate:6every one that goeth9by Babylon11shall be astonished,12and hiss13at all her plagues.
1מִקֶּ֤צֶףH7110toorn, verbolgenheid, toornigheidfoam, indignation, [idiom] sore, wrath2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4תֵשֵׁ֔בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry5וְהָיְתָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6שְׁמָמָ֖הH8077verwoesting, woest, woeste(laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste7כֻּלָּ֑הּH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8כֹּ֚לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9עֹבֵ֣רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11בָּבֶ֔לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon12יִשֹּׁ֥םH8074verwoest, verwoeste, ontzettenmake amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder13וְיִשְׁרֹ֖קH8319fluiten, toesissen, aanfluitenhiss14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16מַכּוֹתֶֽיהָH4347slag, plagen, plagebeaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed)
14Rust u tegen Babel rondom, gij allen, die den boog spant! schiet in haar, en spaart de pijlen niet; want zij heeft tegen den HEERE gezondigd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14RustH6186 u tegen BabelH894rondomH5439, gij allenH3605, die den boogH7198spantH1869! schietH3034 in haar, en spaartH2550 de pijlenH2671nietH408; wantH3588 zij heeft tegen den HEEREH3068gezondigdH2398.Rust u tegen Babel rondom, gij allen, die den boog spant! schiet in haar, en spaart de pijlen niet; want zij heeft tegen den HEERE gezondigd.
KJVPut yourselves in array1against Babylon3round about:4all ye that bend6the bow,7shoot8at her, spare11no arrows:13for she hath sinned16against the LORD.
1עִרְכ֨וּH6186stelden, schikken, toegerustput (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3בָּבֶ֤לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon4סָבִיב֙H5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6דֹּ֣רְכֵיH1869treden, gespannen, getredenarcher, bend, come, draw, go (over), guide, lead (forth), thresh, tread (down), walk7קֶ֔שֶׁתH7198boog, bogen, Boog[idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot)8יְד֣וּH3034loven, Looft, belijdencast (out), (make) confess(-ion), praise, shoot, (give) thank(-ful, -s, -sgiving)9אֵלֶ֔יהָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10אַֽלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than11תַּחְמְל֖וּH2550verschonen, sparen, verschoondehave compassion, (have) pity, spare12אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13חֵ֑ץH2671pijlen, pijl, moordpijl[phrase] archer, arrow, dart, shaft, staff, wound14כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet15לַֽיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16חָטָֽאָהH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass
15Juicht over haar rondom, zij heeft haar hand gegeven; haar fondamenten zijn gevallen, haar muren zijn afgebroken; want dat is des HEEREN wraak, wreekt u aan haar, doet haar, gelijk als zij gedaan heeft!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15JuichtH7321overH5921 haar rondomH5439, zij heeft haar handH3027gegevenH5414; haar fondamentenH803 zijn gevallenH5307, haar murenH2346 zijn afgebrokenH2040; wantH3588 dat is des HEERENH3068wraakH5360, wreektH5358 u aan haar, doet haar, gelijk als zij gedaan heeft!Juicht over haar rondom, zij heeft haar hand gegeven; haar fondamenten zijn gevallen, haar muren zijn afgebroken; want dat is des HEEREN wraak, wreekt u aan haar, doet haar, gelijk als zij gedaan heeft!
KJVShout1against her round about:3she hath given4her hand:5her foundations7are fallen,6her walls9are thrown down:8for it is the vengeance11of the LORD:12take vengeance14upon her; as she hath done,17do
1הָרִ֨יעוּH7321juichen, juichte, Juichtblow an alarm, cry (alarm, aloud, out), destroy, make a joyful noise, smart, shout (for joy), sound an alarm, triumph2עָלֶ֤יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3סָבִיב֙H5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side4נָתְנָ֣הH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5יָדָ֔הּH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves6נָֽפְלוּ֙H5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down7אָשְׁיוֹתֶ֔יהָH803fondamentenfoundation8נֶהֶרְס֖וּH2040afbreken, afgebroken, verbrokenbeat down, break (down, through), destroy, overthrow, pluck down, pull down, ruin, throw down, [idiom] utterly9חֽוֹמוֹתֶ֑יהָH2346muur, muren, muurswall, walled10כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11נִקְמַ֨תH5360wraak, volkomene wraak, wrake[phrase] avenge, revenge(-ing), vengeance12יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13הִיא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who14הִנָּ֣קְמוּH5358wreken, gewroken, wrekeavenge(-r, self), punish, revenge (self), [idiom] surely, take vengeance15בָ֔הּ16כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17עָשְׂתָ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use18עֲשׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use19לָֽהּ
16Roeit uit van Babel den zaaier, en dien, die de sikkel handelt in den oogsttijd; laat hen vanwege het verdrukkende zwaard, zich keren, een iegelijk tot zijn volk, en vlieden, een iegelijk naar zijn land.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16RoeitH3772 uit van BabelH894 den zaaierH2232, en dien, die de sikkelH4038handeltH8610 in den oogsttijdH6256; laat hen vanwegeH6440 het verdrukkendeH3238zwaardH2719, zich kerenH6437, een iegelijkH376totH413 zijn volkH5971, en vliedenH5127, een iegelijkH376 naar zijn landH776.Roeit uit van Babel den zaaier, en dien, die de sikkel handelt in den oogsttijd; laat hen vanwege het verdrukkende zwaard, zich keren, een iegelijk tot zijn volk, en vlieden, een iegelijk naar zijn land.
KJVCut off1the sower2from Babylon,3and him that handleth4the sickle5in the time6of harvest:7for fear8of the oppressing10sword9they shall turn14every one11to his people,13and they shall flee17every one15to his own land.
1כִּרְת֤וּH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want2זוֹרֵ֨עַ֙H2232zaaien, gezaaid, bezaaienbear, conceive seed, set with sow(-er), yield3מִבָּבֶ֔לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon4וְתֹפֵ֥שׂH8610gegrepen, grepen, handelencatch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take5מַגָּ֖לH4038sikkelsickle6בְּעֵ֣תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when7קָצִ֑ירH7105oogst, oogstes, takbough, branch, harvest (man)8מִפְּנֵי֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9חֶ֣רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool10הַיּוֹנָ֔הH3238verdrukken, verdrukkende, verdruktdestroy, (thrust out by) oppress(-ing, -ion, -or), proud, vex, do violence11אִ֤ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)12אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13עַמּוֹ֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people14יִפְנ֔וּH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)15וְאִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)16לְאַרְצ֖וֹH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17יָנֻֽסוּH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard
17Israel is een verbijsterd lam, dat de leeuwen verjaagd hebben; de eerste, die hem heeft opgegeten, was de koning van Assur, en deze de laatste, Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft hem de beenderen verbrijzeld.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17IsraelH3478 is een verbijsterdH6340lamH7716, dat de leeuwenH738verjaagdH5080 hebben; de eersteH7223, die hem heeft opgegetenH398, was de koningH4428 van AssurH804, en dezeH2088 de laatsteH314, NebukadrezarH5019, de koningH4428 van BabelH894, heeft hem de beenderen verbrijzeldH6105.Israel is een verbijsterd lam, dat de leeuwen verjaagd hebben; de eerste, die hem heeft opgegeten, was de koning van Assur, en deze de laatste, Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft hem de beenderen verbrijzeld.
KJVIsrael3is a scattered2sheep;1the lions4have driven him away:5first6the king8of Assyria9hath devoured7him; and last11this Nebuchadrezzar13king14of Babylon15hath broken his bones.
1שֶׂ֧הH7716klein vee, lam, schaap(lesser, small) cattle, ewe, goat, lamb, sheep. Compare H2089 (זֶה)2פְזוּרָ֛הH6340verstrooid, strooit, uitstrooitdisperse, scatter (abroad)3יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4אֲרָי֣וֹתH738leeuw, leeuwen, leeuws(young) lion, [phrase] pierce (from the margin)5הִדִּ֑יחוּH5080gedreven, verdreven, verdrevenenbanish, bring, cast down (out), chase, compel, draw away, drive (away, out, quite), fetch a stroke, force, go away, outcast, thrust away (out), withdraw6הָרִאשׁ֤וֹןH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past7אֲכָלוֹ֙H398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite8מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal9אַשּׁ֔וּרH804Assyrie, Assur, AssyriersAsshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר)10וְזֶ֤הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)11הָאַחֲרוֹן֙H314laatste, achterste, navolgendeafter (-ward), to come, following, hind(-er, -ermost, -most), last, latter, rereward, ut(ter) most12עִצְּמ֔וֹH6105machtig, machtig veel, machtigerbreak the bones, close, be great, be increased, be (wax) mighty(-ier), be more, shut, be(-come, make) strong(-er)13נְבוּכַדְרֶאצַּ֖רH5019Nebukadnezar, NebukadrezarNebuchadnezzar, Nebuchadrezzar14מֶ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal15בָּבֶֽלH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon
18Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal bezoeking doen over den koning van Babel en over zijn land, gelijk als Ik bezoeking gedaan heb over den koning van Assur.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18DaaromH3651, zo zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, de GodH430IsraelsH3478: ZietH2005, Ik zal bezoekingH6485 doen over den koningH4428 van BabelH894 en over zijn landH776, gelijk als Ik bezoekingH6485 gedaan heb over den koningH4428 van AssurH804.Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal bezoeking doen over den koning van Babel en over zijn land, gelijk als Ik bezoeking gedaan heb over den koning van Assur.
KJVTherefore thus saith3the LORD4of hosts,5the God6of Israel;7Behold, I will punish9the king11of Babylon12and his land,14as I have punished16the king18of Assyria.
1לָכֵ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֞רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5צְבָאוֹת֙H6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)6אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8הִנְנִ֥יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though9פֹקֵ֛דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11מֶ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal12בָּבֶ֖לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon13וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14אַרְצ֑וֹH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world15כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16פָּקַ֖דְתִּיH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want17אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18מֶ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal19אַשּֽׁוּרH804Assyrie, Assur, AssyriersAsshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר)
19En Ik zal Israel weder tot zijn woning brengen, en hij zal weiden op den Karmel en op den Basan; en zijn ziel zal op het gebergte van Efraim en Gilead verzadigd worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En Ik zal IsraelH3478 weder totH413 zijn woningH5116brengenH7725, en hij zal weidenH7462 op den KarmelH3760 en op den BasanH1316; en zijn zielH5315 zal op het gebergteH2022 van EfraimH669 en GileadH1568verzadigdH7646 worden.En Ik zal Israel weder tot zijn woning brengen, en hij zal weiden op den Karmel en op den Basan; en zijn ziel zal op het gebergte van Efraim en Gilead verzadigd worden.
KJVAnd I will bring1Israel3againto his habitation,5and he shall feed6on Carmel7and Bashan,8and his soul13shall be satisfied12upon mount9Ephraim10and Gilead.
1וְשֹׁבַבְתִּ֤יH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5נָוֵ֔הוּH5116woning, schaapskooi, kooicomely, dwelling (place), fold, habitation, pleasant place, sheepcote, stable, tarried6וְרָעָ֥הH7462weiden, herders, herder[idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste7הַכַּרְמֶ֖לH3760Karmel, schonen velds, vruchtbaar landCarmel, fruitful (plentiful) field, (place)8וְהַבָּשָׁ֑ןH1316Bazan, BasanBashan9וּבְהַ֥רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion10אֶפְרַ֛יִםH669Efraim, Efraims, EfraimietenEphraim, Ephraimites11וְהַגִּלְעָ֖דH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite12תִּשְׂבַּ֥עH7646verzadigd, verzadigen, verzadigthave enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of13נַפְשֽׁוֹH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
20In die dagen en te dier tijd, spreekt de HEERE, zal Israels ongerechtigheid gezocht worden, maar zij zal er niet zijn, en de zonden van Juda, maar zullen niet gevonden worden; want Ik zal ze dengenen vergeven, die Ik zal doen overblijven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20In die dagenH3117 en te dier tijdH6256, spreektH5002 de HEEREH3068, zal IsraelsH3478ongerechtigheidH5771gezochtH1245 worden, maar zij zal er niet zijn, en de zondenH2403 van JudaH3063, maar zullen niet gevondenH4672 worden; wantH3588 Ik zal ze dengenen vergevenH5545, die Ik zal doen overblijvenH7604.In die dagen en te dier tijd, spreekt de HEERE, zal Israels ongerechtigheid gezocht worden, maar zij zal er niet zijn, en de zonden van Juda, maar zullen niet gevonden worden; want Ik zal ze dengenen vergeven, die Ik zal doen overblijven.
KJVIn those days,1and in that time,3saith5the LORD,6the iniquity9of Israel10shall be sought for,7and there shall be none; and the sins13of Judah,14and they shall not be found:16for I will pardon18them whom I reserve.
1בַּיָּמִ֣יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2הָהֵם֩H1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye3וּבָעֵ֨תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when4הַהִ֜יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith6יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7יְבֻקַּ֞שׁH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9עֲוֺ֤ןH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin10יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11וְאֵינֶ֔נּוּH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)12וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13חַטֹּ֥אתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)14יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah15וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16תִמָּצֶ֑אינָהH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on17כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18אֶסְלַ֖חH5545vergeven, vergeef, vergeveforgive, pardon, spare19לַאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20אַשְׁאִֽירH7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest
21Tegen het land Merathaim, trek tegen hetzelve op, en tegen de inwoners van Pekod; verwoest en verban achter hen, spreekt de HEERE, en doe naar alles, wat Ik u geboden heb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Tegen het landH776MerathaimH4850, trekH5927 tegen hetzelve opH5921, en tegen de inwonersH3427 van PekodH6489; verwoestH2717 en verbanH2763achterH310 hen, spreektH5002 de HEEREH3068, en doeH6213naarH413 alles, watH834 Ik u gebodenH6680 heb.Tegen het land Merathaim, trek tegen hetzelve op, en tegen de inwoners van Pekod; verwoest en verban achter hen, spreekt de HEERE, en doe naar alles, wat Ik u geboden heb.
KJVGo up4against the land2of Merathaim,3even against it, and against the inhabitants7of Pekod:8waste9and utterly destroy10after11them, saith12the LORD,13and do14according to all that I have commanded
1עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2הָאָ֤רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world3מְרָתַ֨יִם֙H4850MerathaimMerathaim4עֲלֵ֣הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work5עָלֶ֔יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7יוֹשְׁבֵ֖יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry8פְּק֑וֹדH6489PekodPekod9חֲרֹ֨בH2717verwoest, woest, verdroogddecay, (be) desolate, destroy(-er), (be) dry (up), slay, [idiom] surely, (lay, lie, make) waste10וְהַחֲרֵ֤םH2763verbannen, verbande, verbandenmake accursed, consecrate, (utterly) destroy, devote, forfeit, have a flat nose, utterly (slay, make away)11אַֽחֲרֵיהֶם֙H310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with12נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith13יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14וַעֲשֵׂ֕הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15כְּכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17צִוִּיתִֽיךָH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order
22Er is een krijgsgeschrei in het land, en een grote breuk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Er is een krijgsgeschreiH6963 in het landH776, en een groteH1419breukH7667.Er is een krijgsgeschrei in het land, en een grote breuk.
KJVA sound1of battle2is in the land,3and of great5destruction.
23Hoe is de hamer der ganse aarde zo afgehouwen en verbroken! Hoe is Babel geworden tot een ontzetting onder de heidenen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Hoe is de hamerH6360 der ganseH3605aardeH776 zo afgehouwenH1438 en verbrokenH7665! HoeH349isH1961BabelH894 geworden tot een ontzettingH8047 onder de heidenenH1471.Hoe is de hamer der ganse aarde zo afgehouwen en verbroken! Hoe is Babel geworden tot een ontzetting onder de heidenen.
KJVHow is the hammer4of the whole earth6cut asunder2and broken!3how is Babylon10become a desolation9among the nations!
1אֵ֤יךְH349hoehow, what2נִגְדַּע֙H1438afgehouwen, afgesneden, afhouwencut (asunder, in sunder, down, off), hew down3וַיִּשָּׁבֵ֔רH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))4פַּטִּ֖ישׁH6360hamerhammer5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7אֵ֣יךְH349hoehow, what8הָיְתָ֧הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9לְשַׁמָּ֛הH8047verwoesting, ontzetting, schrikastonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing10בָּבֶ֖לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon11בַּגּוֹיִֽםH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people
24Ik heb u een strik gesteld, dies zijt gij ook gevangen, o Babel! dat gij het niet wist; gij zijt gevonden, en ook gegrepen, omdat gij u tegen den HEERE in strijd gemengd hebt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Ik heb u een strik gesteldH3369, dies zijt gij ookH1571gevangenH3920, o BabelH894! dat gijH859 het nietH3808wistH3045; gij zijt gevondenH4672, en ookH1571gegrepenH8610, omdatH3588 gij u tegen den HEEREH3068 in strijd gemengdH1624 hebt.Ik heb u een strik gesteld, dies zijt gij ook gevangen, o Babel! dat gij het niet wist; gij zijt gevonden, en ook gegrepen, omdat gij u tegen den HEERE in strijd gemengd hebt.
KJVI have laid a snare1for thee, and thou art also taken,4O Babylon,5and thou wast not aware:8thou art found,9and also caught,11because thou hast striven14against the LORD.
1יָקֹ֨שְׁתִּיH3369verstrikt, gelegd, strik gesteldfowler (lay a) snare2לָ֤ךְ3וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea4נִלְכַּדְתְּ֙H3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take5בָּבֶ֔לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon6וְאַ֖תְּH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you7לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8יָדָ֑עַתְּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot9נִמְצֵאת֙H4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on10וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea11נִתְפַּ֔שְׂתְּH8610gegrepen, grepen, handelencatch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take12כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13בַֽיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14הִתְגָּרִֽיתH1624mengen, meng, verwektcontend, meddle, stir up, strive
25De HEERE heeft Zijn schatkamer opengedaan, en de instrumenten Zijner gramschap voortgebracht; want dat is een werk van den HEERE, den HEERE der heirscharen, in het land der Chaldeen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25De HEEREH3068 heeft Zijn schatkamerH214opengedaanH6605, en de instrumentenH3627 Zijner gramschapH2195voortgebrachtH3318; wantH3588 dat is een werkH4399 van den HEEREH3069, den HEERE der heirscharenH6635, in hetH1931landH776 der ChaldeenH3778.De HEERE heeft Zijn schatkamer opengedaan, en de instrumenten Zijner gramschap voortgebracht; want dat is een werk van den HEERE, den HEERE der heirscharen, in het land der Chaldeen.
Ook in dit vers
HeereH136
KJVThe LORD2hath opened1his armoury,4and hath brought forth5the weapons7of his indignation:8for this is the work10of the Lord12GOD13of hosts14in the land15of the Chaldeans.
1פָּתַ֤חH6605open, opende, geopendappear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4א֣וֹצָר֔וֹH214schatten, schat, schatkamerenarmory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y)5וַיּוֹצֵ֖אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7כְּלֵ֣יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever8זַעְמ֑וֹH2195gramschap, verstoordheid, grimmigheidangry, indignation, rage9כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10מְלָאכָ֣הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)11הִ֗יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who12לַֽאדֹנָ֧יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord13יְהוִ֛הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod14צְבָא֖וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)15בְּאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16כַּשְׂדִּֽיםH3778Chaldeen, ChaldeaChaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea
26Komt aan tegen haar van het uiterste, opent haar schuren, vertreedt haar als korenhopen, en verbant ze; laat ze geen overblijfsel hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26KomtH935 aan tegen haar van het uitersteH7093, opentH6605 haar schurenH3965, vertreedtH5549 haar als korenhopenH6194, en verbantH2763 ze; laatH1961 ze geenH408overblijfselH7611 hebben.Komt aan tegen haar van het uiterste, opent haar schuren, vertreedt haar als korenhopen, en verbant ze; laat ze geen overblijfsel hebben.
KJVCome1against her from the utmost border,3open4her storehouses:5cast her up6as heaps,8and destroy her utterly:9let nothing of her be left.
1בֹּֽאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2לָ֤הּ3מִקֵּץ֙H7093einde, uiterste[phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process4פִּתְח֣וּH6605open, opende, geopendappear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent5מַאֲבֻסֶ֔יהָH3965schurenstorehouse6סָלּ֥וּהָH5549verhoogt, Verhef, Verheftcast up, exalt (self), extol, make plain, raise up7כְמוֹH3644gelijk, alsaccording to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth8עֲרֵמִ֖יםH6194hopen, hoop, garvenheap (of corn), sheaf9וְהַחֲרִימ֑וּהָH2763verbannen, verbande, verbandenmake accursed, consecrate, (utterly) destroy, devote, forfeit, have a flat nose, utterly (slay, make away)10אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than11תְּהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12לָ֖הּ13שְׁאֵרִֽיתH7611overblijfsel, overige, overigenthat had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest
27Doodt met het zwaard al haar varren, laat ze afgaan ter slachting; wee over hen, want hun dag is gekomen, de tijd hunner bezoeking!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27DoodtH2717 met het zwaard alH3605 haar varrenH6499, laat ze afgaanH3381 ter slachtingH2874; weeH1945overH5921 hen, wantH3588 hun dagH3117 is gekomenH935, de tijdH6256 hunner bezoekingH6486!Doodt met het zwaard al haar varren, laat ze afgaan ter slachting; wee over hen, want hun dag is gekomen, de tijd hunner bezoeking!
KJVSlay1all her bullocks;3let them go down4to the slaughter:5woe6unto them! for their day10is come,9the time11of their visitation.
1חִרְבוּ֙H2717verwoest, woest, verdroogddecay, (be) desolate, destroy(-er), (be) dry (up), slay, [idiom] surely, (lay, lie, make) waste2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3פָּרֶ֔יהָH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox4יֵרְד֖וּH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down5לַטָּ֑בַחH2874slachting, slachtvee, slachten[idiom] beast, slaughter, [idiom] slay, [idiom] sore6ה֣וֹיH1945Wee, wee, Ochah, alas, ho, O, woe7עֲלֵיהֶ֔םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9בָ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10יוֹמָ֖םH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11עֵ֥תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when12פְּקֻדָּתָֽםH6486bezoeking, opzicht, ambtaccount, (that have the) charge, custody, that which...laid up, numbers, office(-r), ordering, oversight, [phrase] prison, reckoning, visitation
28Er is een stem der gevluchten en ontkomenen uit het land van Babel, om in Sion te verkondigen de wraak des HEEREN, onzes Gods, de wraak Zijns tempels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Er is een stemH6963 der gevluchtenH5127 en ontkomenenH6405 uit het landH776 van BabelH894, om in SionH6726 te verkondigenH5046 de wraakH5360 des HEERENH3068, onzes GodsH430, de wraakH5360 Zijns tempelsH1964.Er is een stem der gevluchten en ontkomenen uit het land van Babel, om in Sion te verkondigen de wraak des HEEREN, onzes Gods, de wraak Zijns tempels.
KJVThe voice1of them that flee2and escape outof the land4of Babylon,5to declare6in Zion7the vengeance9of the LORD10our God,11the vengeance12of his temple.
1ק֥וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell2נָסִ֛יםH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard3וּפְלֵטִ֖יםH6412ontkomen, ontkome, ontkomene(that have) escape(-d, -th), fugitive4מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5בָּבֶ֑לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon6לְהַגִּ֣ידH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter7בְּצִיּ֗וֹןH6726Sion, SionsZion8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9נִקְמַת֙H5360wraak, volkomene wraak, wrake[phrase] avenge, revenge(-ing), vengeance10יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֱלֹהֵ֔ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12נִקְמַ֖תH5360wraak, volkomene wraak, wrake[phrase] avenge, revenge(-ing), vengeance13הֵיכָלֽוֹH1964tempel, tempels, paleispalace, temple
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
29Laat u horen tegen Babel, gij schutters! gij allen, die den boog spant! legert u tegen haar rondom, laat niemand van hen ontkomen; vergeldt haar naar haar werk, doet haar naar alles, wat zij gedaan heeft; want zij heeft trotselijk gehandeld tegen den HEERE, tegen den Heilige Israels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Laat u horenH8085 tegen BabelH894, gij schuttersH7228! gij allenH3605, die den boogH7198spantH1869! legertH2583 u tegen haar rondomH5439, laatH1961 niemand van hen ontkomenH6413; vergeldtH7999 haar naar haar werkH6467, doet haar naar allesH6213, watH834 zij gedaan heeft; wantH3588 zij heeft trotselijkH2102 gehandeld tegen den HEEREH3068, tegen den HeiligeH6918IsraelsH3478.Laat u horen tegen Babel, gij schutters! gij allen, die den boog spant! legert u tegen haar rondom, laat niemand van hen ontkomen; vergeldt haar naar haar werk, doet haar naar alles, wat zij gedaan heeft; want zij heeft trotselijk gehandeld tegen den HEERE, tegen den Heilige Israels.
KJVCall together1the archers4against Babylon:3all ye that bend6the bow,7camp8against it round about;10let none thereof escape:14recompense15her according to her work;17according to all that she hath done,20do21unto her: for she hath been proud26against the LORD,25against the Holy One28of Israel.
1הַשְׁמִ֣יעוּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בָּבֶ֣לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon4רַ֠בִּיםH7228schuttersarcher5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6דֹּ֨רְכֵיH1869treden, gespannen, getredenarcher, bend, come, draw, go (over), guide, lead (forth), thresh, tread (down), walk7קֶ֜שֶׁתH7198boog, bogen, Boog[idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot)8חֲנ֧וּH2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent9עָלֶ֣יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10סָבִ֗יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side11אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than12יְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13לָהּ֙14פְּלֵטָ֔הH6413ontkomen, ontkoming, ontkomenendeliverance, (that is) escape(-d), remnant15שַׁלְּמוּH7999vergelden, wedergeven, betalenmake amends, (make an) end, finish, full, give again, make good, (re-) pay (again), (make) (to) (be at) peace(-able), that is perfect, perform, (make) prosper(-ous), recompense, render, requite, make restitution, restore, reward, [idiom] surely16לָ֣הּ17כְּפָעֳלָ֔הּH6467werk, daden, arbeidenact, deed, do, getting, maker, work18כְּכֹ֛לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20עָשְׂתָ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use21עֲשׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use22לָ֑הּ23כִּ֧יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet24אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)25יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)26זָ֖דָהH2102trotselijk, gekookt, handeldenbe proud, deal proudly, presume, (come) presumptuously, sod27אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)28קְד֥וֹשׁH6918heilig, Heilige, heiligeholy (One), saint29יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
30Daarom zullen haar jongelingen vallen op haar straten, en al haar krijgslieden te dien dage uitgeroeid worden, spreekt de HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30DaaromH3651 zullen haar jongelingenH970vallenH5307 op haar stratenH7339, en alH3605 haar krijgsliedenH582 te dienH1931dageH3117uitgeroeidH1826 worden, spreektH5002 de HEEREH3068.Daarom zullen haar jongelingen vallen op haar straten, en al haar krijgslieden te dien dage uitgeroeid worden, spreekt de HEERE.
KJVTherefore shall her young men3fall2in the streets,4and all her menof war7shall be cut off8in that day,9saith11the LORD.
1לָכֵ֛ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2יִפְּל֥וּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down3בַחוּרֶ֖יהָH970jongelingen, jongeling, Jongelingen(choice) young (man), chosen, [idiom] hole4בִּרְחֹבֹתֶ֑יהָH7339straten, straat, wijkenbroad place (way), street. See also H1050 (בֵּית רְחוֹב)5וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6אַנְשֵׁ֨יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7מִלְחַמְתָּ֥הּH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)8יִדַּ֛מּוּH1826stil, uitgeroeid, zwijgencease, be cut down (off), forbear, hold peace, quiet self, rest, be silent, keep (put to) silence, be (stand) still, tarry, wait9בַּיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger10הַה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who11נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith12יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
31Ziet, Ik wil aan u, gij trotse! spreekt de HEERE, de HEERE der heirscharen; want uw dag is gekomen, de tijd, dat Ik u bezoeken zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31ZietH2005, Ik wil aanH413 u, gij trotseH2087! spreektH5002 de HEEREH3069, de HEERE der heirscharenH6635; wantH3588 uw dagH3117 is gekomenH935, de tijdH6256, dat Ik u bezoekenH6485 zal.Ziet, Ik wil aan u, gij trotse! spreekt de HEERE, de HEERE der heirscharen; want uw dag is gekomen, de tijd, dat Ik u bezoeken zal.
Ook in dit vers
HeereH136
KJVBehold, I am against thee, O thou most proud,3saith4the Lord5GOD6of hosts:7for thy day10is come,9the time11that I will visit
1הִנְנִ֤יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though2אֵלֶ֨יךָ֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3זָד֔וֹןH2087trotsheid, hovaardigheid, trotsepresumptuously, pride, proud (man)4נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith5אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord6יְהוִ֖הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod7צְבָא֑וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)8כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9בָּ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10יוֹמְךָ֖H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11עֵ֥תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when12פְּקַדְתִּֽיךָH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want
32Dan zal de trotse aanstoten en vallen, en er zal niemand zijn, die hem opricht; ja, Ik zal een vuur aansteken in zijn steden, dat zal alle plaatsen rondom hem verteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Dan zal de trotseH2087aanstotenH3782 en vallenH5307, en er zal niemandH369 zijn, die hem oprichtH6965; ja, Ik zal een vuurH784aanstekenH3341 in zijn stedenH5892, dat zal alleH3605 plaatsen rondomH5439 hem verterenH398.Dan zal de trotse aanstoten en vallen, en er zal niemand zijn, die hem opricht; ja, Ik zal een vuur aansteken in zijn steden, dat zal alle plaatsen rondom hem verteren.
KJVAnd the most proud2shall stumble1and fall,3and none shall raise him up:6and I will kindle7a fire8in his cities,9and it shall devour10all round about
1וְכָשַׁ֤לH3782struikelen, vallen, aanstotenbereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak2זָדוֹן֙H2087trotsheid, hovaardigheid, trotsepresumptuously, pride, proud (man)3וְנָפַ֔לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down4וְאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)5ל֖וֹ6מֵקִ֑יםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)7וְהִצַּ֤תִּיH3341aansteken, aangestoken, verbrandburn (up), be desolate, set (on) fire (fire), kindle8אֵשׁ֙H784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot9בְּעָרָ֔יוH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10וְאָכְלָ֖הH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12סְבִיבֹתָֽיוH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side
33Zo zegt de HEERE der heirscharen: De kinderen Israels en de kinderen van Juda zijn te zamen verdrukt geweest; en allen, die hen gevangen hadden, hebben hen vast gehouden; zij hebben hen geweigerd los te laten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: De kinderenH1121IsraelsH3478 en de kinderenH1121 van JudaH3063 zijn te zamenH3162verdruktH6231 geweest; en allenH3605, die hen gevangenH7617 hadden, hebben hen vastH2388 gehouden; zij hebben hen geweigerdH3985 los te latenH7971.Zo zegt de HEERE der heirscharen: De kinderen Israels en de kinderen van Juda zijn te zamen verdrukt geweest; en allen, die hen gevangen hadden, hebben hen vast gehouden; zij hebben hen geweigerd los te laten.
KJVThus saith2the LORD3of hosts;4The children6of Israel7and the children8of Judah9were oppressed5together:10and all that took them captives12held them fast;13they refused15to let them go.
1כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4צְבָא֔וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)5עֲשׁוּקִ֛יםH6231verdrukt, geweld, verdrukkenget deceitfully, deceive, defraud, drink up, (use) oppress(-ion), -or), do violence (wrong)6בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7יִשְׂרָאֵ֥לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8וּבְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah10יַחְדָּ֑וH3162samen, tezamenalike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal11וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12שֹֽׁבֵיהֶם֙H7617gevankelijk, gevangen, voerden(bring away, carry, carry away, lead, lead away, take) captive(-s), drive (take) away13הֶחֱזִ֣יקוּH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand14בָ֔ם15מֵאֲנ֖וּH3985weigerde, weigert, geweigerdrefuse, [idiom] utterly16שַׁלְּחָֽםH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)
34Maar hun Verlosser is sterk, HEERE der heirscharen is Zijn Naam; Hij zal hun twist zekerlijk twisten, opdat Hij het land in rust brenge, maar de inwoners van Babel beroere.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34Maar hun VerlosserH1350 is sterkH2389, HEEREH3068 der heirscharenH6635 is Zijn NaamH8034; Hij zal hun twistH7379zekerlijkH7378twistenH7378, opdatH4616 Hij het landH776 in rust brengeH7280, maar de inwonersH3427 van BabelH894beroereH7264.Maar hun Verlosser is sterk, HEERE der heirscharen is Zijn Naam; Hij zal hun twist zekerlijk twisten, opdat Hij het land in rust brenge, maar de inwoners van Babel beroere.
KJVTheir Redeemer1is strong;2the LORD3of hosts4is his name:5he shall throughly6plead7their cause,9that he may give rest11to the land,13and disquiet14the inhabitants15of Babylon.
1גֹּאֲלָ֣םH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger2חָזָ֗קH2389sterke, sterk, sterkenharder, hottest, [phrase] impudent, loud, mighty, sore, stiff(-hearted), strong(-er)3יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4צְבָאוֹת֙H6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)5שְׁמ֔וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report6רִ֥יבH7378twisten, twist, getwistadversary, chide, complain, contend, debate, [idiom] ever, [idiom] lay wait, plead, rebuke, strive, [idiom] thoroughly7יָרִ֖יבH7378twisten, twist, getwistadversary, chide, complain, contend, debate, [idiom] ever, [idiom] lay wait, plead, rebuke, strive, [idiom] thoroughly8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9רִיבָ֑םH7379twist, twistzaak, geschil[phrase] adversary, cause, chiding, contend(-tion), controversy, multitude (from the margin), pleading, strife, strive(-ing), suit10לְמַ֨עַן֙H4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to11הִרְגִּ֣יעַH7280klieft, ogenblik, gekliefdbreak, divide, find ease, be a moment, (cause, give, make to) rest, make suddenly12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14וְהִרְגִּ֖יזH7264beroerd, woeden, beroerdenbe afraid, stand in awe, disquiet, fall out, fret, move, provoke, quake, rage, shake, tremble, trouble, be wroth15לְיֹשְׁבֵ֥יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry16בָבֶֽלH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon
35Het zwaard zal zijn over de Chaldeen, spreekt de HEERE; en over de inwoners van Babel, en over haar vorsten, en over haar wijzen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35Het zwaardH2719 zal zijn overH5921 de ChaldeenH3778, spreektH5002 de HEEREH3068; en over de inwonersH3427 van BabelH894, en over haar vorstenH8269, en over haar wijzenH2450.Het zwaard zal zijn over de Chaldeen, spreekt de HEERE; en over de inwoners van Babel, en over haar vorsten, en over haar wijzen.
KJVA sword1is upon the Chaldeans,3saith4the LORD,5and upon the inhabitants7of Babylon,8and upon her princes,10and upon her wise
1חֶ֥רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3כַּשְׂדִּ֖יםH3778Chaldeen, ChaldeaChaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea4נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith5יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7יֹשְׁבֵ֣יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry8בָבֶ֔לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon9וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10שָׂרֶ֖יהָH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward11וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12חֲכָמֶֽיהָH2450wijzen, wijs, wijzecunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man)
36Het zwaard zal zijn over de leugenaars, dat zij zot worden; het zwaard zal zijn over haar helden, dat zij versagen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36Het zwaardH2719 zal zijn over de leugenaarsH907, dat zij zotH2973 worden; het zwaardH2719 zal zijn over haar heldenH1368, dat zij versagenH2865;Het zwaard zal zijn over de leugenaars, dat zij zot worden; het zwaard zal zijn over haar helden, dat zij versagen;
KJVA sword1is upon the liars;3and they shall dote:4a sword5is upon her mighty men;7and they shall be dismayed.
1חֶ֥רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3הַבַּדִּ֖יםH907grendelen, leden, leugenaarsliar, lie4וְנֹאָ֑לוּH2973zot, zottelijkdote, be (become, do) foolish(-ly)5חֶ֥רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7גִּבּוֹרֶ֖יהָH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man8וָחָֽתּוּH2865ontzet, verbroken, verschriktabolish, affright, be (make) afraid, amaze, beat down, discourage, (cause to) dismay, go down, scare, terrify
37Het zwaard zal zijn over zijn paarden en over zijn wagenen, en over den gansen gemengden hoop, die in het midden van hen is, dat zij tot wijven worden; het zwaard zal zijn over haar schatten, dat zij geplunderd worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37Het zwaardH2719 zal zijn over zijn paardenH5483 en over zijn wagenenH7393, en over den gansenH3605gemengden hoopH6153, dieH834 in het middenH8432 van hen is, dat zij totH413wijvenH802 worden; het zwaardH2719 zal zijn over haar schattenH214, dat zij geplunderdH962 worden.Het zwaard zal zijn over zijn paarden en over zijn wagenen, en over den gansen gemengden hoop, die in het midden van hen is, dat zij tot wijven worden; het zwaard zal zijn over haar schatten, dat zij geplunderd worden.
KJVA sword1is upon their horses,3and upon their chariots,5and upon all the mingled peoplethat are in the midst10of her; and they shall become as women:12a sword13is upon her treasures;15and they shall be robbed.
1חֶ֜רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3סוּסָ֣יוH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)4וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5רִכְבּ֗וֹH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon6וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8הָעֶ֛רֶבH6154inslag, vermengd, vermengelingArabia, mingled people, mixed (multitude), woof9אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10בְּתוֹכָ֖הּH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)11וְהָי֣וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12לְנָשִׁ֑יםH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English13חֶ֥רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15אוֹצְרֹתֶ֖יהָH214schatten, schat, schatkamerenarmory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y)16וּבֻזָּֽזוּH962roven, roofden, plunderencatch, gather, (take) for a prey, rob(-ber), spoil, take (away, spoil), [idiom] utterly
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
38Droogte zal zijn over haar wateren, dat zij uitdrogen; want het is een land van gesneden beelden, en zij razen naar de schrikkelijke afgoden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38DroogteH2721 zal zijn over haar waterenH4325, dat zij uitdrogenH3001; wantH3588 het is een landH776 van gesneden beeldenH6456, en zijH1931razenH1984naarH413 de schrikkelijkeH367 afgoden.Droogte zal zijn over haar wateren, dat zij uitdrogen; want het is een land van gesneden beelden, en zij razen naar de schrikkelijke afgoden.
KJVA drought1is upon her waters;3and they shall be dried up:4for it is the land6of graven images,7and they are mad10upon their idols.
1חֹ֥רֶבH2721hitte, droogte, Droogtedesolation, drought, dry, heat, [idiom] utterly, waste2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3מֵימֶ֖יהָH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))4וְיָבֵ֑שׁוּH3001beschaamd, verdord, verdrogenbe ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away)5כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6אֶ֤רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7פְּסִלִים֙H6456gesneden beelden, gesneden, gesnedene beeldencarved (graven) image, quarry8הִ֔יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who9וּבָאֵימִ֖יםH367verschrikking, schrik, verschrikkingendread, fear, horror, idol, terrible, terror10יִתְהֹלָֽלוּH1984prijzen, Looft, Hallelujah(make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine
39Daarom zo zullen de wilde dieren der woestijnen met de wilde dieren der eilanden daarin wonen; ook zullen de jonge struisen daarin wonen; en men zal er geen verblijf meer hebben in eeuwigheid, en zij zal niet bewoond worden van geslacht tot geslacht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39Daarom zo zullen de wilde dieren der woestijnen met de wilde dieren der eilanden daarin wonenH3427; ook zullen de jongeH1323struisenH3284 daarin wonenH3427; en men zal er geenH3808verblijfH3427meerH5750 hebben in eeuwigheidH5331, en zij zal nietH3808bewoondH7931 worden van geslachtH1755 tot geslachtH1755.Daarom zo zullen de wilde dieren der woestijnen met de wilde dieren der eilanden daarin wonen; ook zullen de jonge struisen daarin wonen; en men zal er geen verblijf meer hebben in eeuwigheid, en zij zal niet bewoond worden van geslacht tot geslacht.
Ook in dit vers
wilde dieren eilandenH338
wilde dieren woestijnenH6728
KJVTherefore the wild beasts of the desert3with the wild beasts of the islands5shall dwell2there, and the owls8shall dwell6therein: and it shall be no more inhabited11for ever;13neither shall it be dwelt15in from generation17to generation.
1לָכֵ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2יֵשְׁב֤וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry3צִיִּים֙H6728wilde dieren woestijnen, dorre plaatsen, plaatsenwild beast of the desert, that dwell in (inhabiting) the wilderness4אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix5אִיִּ֔יםH338wilde dieren eilandenwild beast of the islands6וְיָ֥שְׁבוּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry7בָ֖הּ8בְּנ֣וֹתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village9יַֽעֲנָ֑הH3284struisen[phrase] owl10וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11תֵשֵׁ֥בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry12עוֹד֙H5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)13לָנֶ֔צַחH5331eeuwigheid, altoos, overwinningalway(-s), constantly, end, ([phrase] n-) ever(more), perpetual, strength, victory14וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15תִשְׁכּ֖וֹןH7931wonen, woont, woneabide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up)16עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet17דּ֥וֹרH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity18וָדֽוֹרH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity
40Gelijk God Sodom en Gomorra en haar naburen heeft omgekeerd, spreekt de HEERE, alzo zal niemand aldaar wonen, en geen mensenkind in haar verkeren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40Gelijk GodH430SodomH5467 en GomorraH6017 en haar naburenH7934 heeft omgekeerdH4114, spreektH5002 de HEEREH3068, alzo zal niemandH376aldaarH8033wonenH3427, en geenH3808mensenkindH1121 in haar verkerenH1481.Gelijk God Sodom en Gomorra en haar naburen heeft omgekeerd, spreekt de HEERE, alzo zal niemand aldaar wonen, en geen mensenkind in haar verkeren.
KJVAs God2overthrew1Sodom4and Gomorrah6and the neighbour8cities thereof, saith9the LORD;10so shall no man14abide12there, neither shall any son18of man19dwell
1כְּמַהְפֵּכַ֨תH4114omkering, omgekeerd, omkeerdewhen...overthrew, overthrow(-n)2אֱלֹהִ֜יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4סְדֹ֧םH5467SodomSodom5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6עֲמֹרָ֛הH6017GomorraGomorrah7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8שְׁכֵנֶ֖יהָH7934naburen, nabuur, gebureninhabitant, neighbour, nigh9נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith10יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12יֵשֵׁ֥בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry13שָׁם֙H8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither14אִ֔ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)15וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16יָג֥וּרH1481vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeertabide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely17בָּ֖הּ18בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth19אָדָֽםH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person
41Ziet, daar komt een volk uit het noorden; en een grote natie, en geweldige koningen zullen van de zijden der aarde opgewekt worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41ZietH2009, daar komtH935 een volkH5971 uit het noordenH6828; en een groteH1419natieH1471, en geweldigeH7227koningenH4428 zullen van de zijdenH3411 der aardeH776opgewektH5782 worden.Ziet, daar komt een volk uit het noorden; en een grote natie, en geweldige koningen zullen van de zijden der aarde opgewekt worden.
KJVBehold, a people2shall come3from the north,4and a great6nation,5and many8kings7shall be raised up9from the coasts10of the earth.
1הִנֵּ֛הH2009ziet, ziebehold, lo, see2עַ֥םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people3בָּ֖אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4מִצָּפ֑וֹןH6828noorden, noordwaarts, Noordennorth(-ern, side, -ward, wind)5וְג֤וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people6גָּדוֹל֙H1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very7וּמְלָכִ֣יםH4428koning, konings, koningenking, royal8רַבִּ֔יםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)9יֵעֹ֖רוּH5782opgewekt, verwekken, waak(a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self)10מִיַּרְכְּתֵיH3411zijdenborder, coast, part, quarter, side11אָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
42Boog en spies zullen zij voeren; wreed zijn zij, en zullen niet barmhartig zijn; hun stem zal bruisen als de zee, en op paarden zullen zij rijden; het is toegerust als een man ten oorlog, tegen u, o dochter van Babel!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42BoogH7198 en spiesH3591 zullen zij voerenH2388; wreedH394 zijn zijH1992, en zullen nietH3808barmhartigH7355 zijn; hun stemH6963 zal bruisenH1993 als de zeeH3220, en opH5921paardenH5483 zullen zij rijdenH7392; het is toegerustH6186 als een manH376 ten oorlogH4421, tegenH5921 u, o dochterH1323 van BabelH894!Boog en spies zullen zij voeren; wreed zijn zij, en zullen niet barmhartig zijn; hun stem zal bruisen als de zee, en op paarden zullen zij rijden; het is toegerust als een man ten oorlog, tegen u, o dochter van Babel!
KJVThey shall hold3the bow1and the lance:2they are cruel,4and will not shew mercy:7their voice8shall roar10like the sea,9and they shall ride13upon horses,12every one put in array,14like a man15to the battle,16against thee, O daughter18of Babylon.
1קֶ֣שֶׁתH7198boog, bogen, Boog[idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot)2וְכִידֹ֞ןH3591spies, lans, schildlance, shield, spear, target3יַחֲזִ֗יקוּH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand4אַכְזָרִ֥יH394wreed, wrede, gruwelijkcruel (one)5הֵ֨מָּה֙H1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye6וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7יְרַחֵ֔מוּH7355ontfermen, ontferme, Ontfermerhave compassion (on, upon), love, (find, have, obtain, shew) mercy(-iful, on, upon), (have) pity, Ruhamah, [idiom] surely8קוֹלָם֙H6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell9כַּיָּ֣םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)10יֶהֱמֶ֔הH1993bruisen, getier, onrustigclamorous, concourse, cry aloud, be disquieted, loud, mourn, be moved, make a noise, rage, roar, sound, be troubled, make in tumult, tumultuous, be in an uproar11וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12סוּסִ֖יםH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)13יִרְכָּ֑בוּH7392rijden, rijdende, reedbring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set14עָר֗וּךְH6186stelden, schikken, toegerustput (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value15כְּאִישׁ֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)16לַמִּלְחָמָ֔הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)17עָלַ֖יִךְH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village19בָּבֶֽלH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon
43De koning van Babel heeft hunlieder gerucht gehoord, en zijn handen zijn slap geworden; benauwdheid heeft hem aangegrepen, weedom als van een barende vrouw.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43De koningH4428 van BabelH894 heeft hunlieder geruchtH8088gehoordH8085, en zijn handenH3027 zijn slapH7503 geworden; benauwdheidH6869 heeft hem aangegrepenH2388, weedomH2427 als van een barendeH3205 vrouw.De koning van Babel heeft hunlieder gerucht gehoord, en zijn handen zijn slap geworden; benauwdheid heeft hem aangegrepen, weedom als van een barende vrouw.
KJVThe king2of Babylon3hath heard1the report5of them, and his hands7waxed feeble:6anguish8took hold9of him, and pangs10as of a woman in travail.
1שָׁמַ֧עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3בָּבֶ֛לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5שִׁמְעָ֖םH8088gerucht, tijding, gehoorbruit, fame, hear(-ing), loud, report, speech, tidings6וְרָפ֣וּH7503slap, begeven, ledigabate, cease, consume, draw (toward evening), fail, (be) faint, be (wax) feeble, forsake, idle, leave, let alone (go, down), (be) slack, stay, be still, be slothful, (be) weak(-en). See H7495 (רָפָא)7יָדָ֑יוH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8צָרָה֙H6869benauwdheid, benauwdheden, noodadversary, adversity, affliction, anguish, distress, tribulation, trouble9הֶחֱזִיקַ֔תְהוּH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand10חִ֖ילH2427weedom, smart, weepain, pang, sorrow11כַּיּוֹלֵדָֽהH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)
44Ziet, gelijk een leeuw van de verheffing der Jordaan, zal hij opkomen tegen de sterke woning; want Ik zal hen in een ogenblik daaruit doen lopen; en wie daartoe verkoren is, dien zal Ik tegen haar bestellen; want wie is Mij gelijk, en wie zou Mij dagvaarden? En wie is de herder, die voor Mijn aangezicht bestaan zou?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44ZietH2009, gelijk een leeuwH738 van de verheffingH1347 der JordaanH3383, zal hij opkomenH5927 tegen de sterkeH386woningH5116; wantH3588 Ik zal hen in een ogenblikH7280 daaruit doen lopenH7323; en wieH4310 daartoe verkorenH977 is, dien zal Ik tegen haar bestellenH6485; wantH3588 wie is Mij gelijk, en wieH4310 zou Mij dagvaardenH3259? En wieH4310 is de herderH7462, die voor Mijn aangezichtH6440bestaanH5975 zou?Ziet, gelijk een leeuw van de verheffing der Jordaan, zal hij opkomen tegen de sterke woning; want Ik zal hen in een ogenblik daaruit doen lopen; en wie daartoe verkoren is, dien zal Ik tegen haar bestellen; want wie is Mij gelijk, en wie zou Mij dagvaarden? En wie is de herder, die voor Mijn aangezicht bestaan zou?
KJVBehold, he shall come up3like a lion2from the swelling4of Jordan5unto the habitation7of the strong:8but I will make11them suddenly10run awayfrom her: and who is a chosenman, that I may appoint16over her? for who is like me? and who will appoint me the time?21and who is that shepherd24that will stand26before
1הִ֠נֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see2כְּאַרְיֵ֞הH738leeuw, leeuwen, leeuws(young) lion, [phrase] pierce (from the margin)3יַעֲלֶ֨הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work4מִגְּא֣וֹןH1347hovaardij, hoogmoed, heerlijkheidarrogancy, excellency(-lent), majesty, pomp, pride, proud, swelling5הַיַּרְדֵּן֮H3383JordaanJordan6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7נְוֵ֣הH5116woning, schaapskooi, kooicomely, dwelling (place), fold, habitation, pleasant place, sheepcote, stable, tarried8אֵיתָן֒H386sterke, kracht, machtigenhard, mighty, rough, strength, strong9כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10אַרְגִּ֤עָהH7280klieft, ogenblik, gekliefdbreak, divide, find ease, be a moment, (cause, give, make to) rest, make suddenly11אֲרִיצֵם֙H7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post12מֵֽעָלֶ֔יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13וּמִ֥יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God14בָח֖וּרH970jongelingen, jongeling, Jongelingen(choice) young (man), chosen, [idiom] hole15אֵלֶ֣יהָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16אֶפְקֹ֑דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want17כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18מִ֤יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God19כָמ֨וֹנִי֙H3644gelijk, alsaccording to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth20וּמִ֣יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God21יוֹעִדֶ֔נִּיH3259vergaderd, dagvaarden, komenagree,(maxke an) appoint(-ment, a time), assemble (selves), betroth, gather (selves, together), meet (together), set (a time)22וּמִֽיH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God23זֶ֣הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)24רֹעֶ֔הH7462weiden, herders, herder[idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste25אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection26יַעֲמֹ֖דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry27לְפָנָֽיH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
45Daarom hoort den raadslag des HEEREN, dien Hij over Babel heeft beraadslaagd, en Zijn gedachten, die Hij gedacht heeft over het land der Chaldeen: Zo de geringsten van de kudde hen niet zullen nedertrekken! Zo hij de woning boven hen niet zal verwoesten!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
45DaaromH3651hoortH8085 den raadslagH6098 des HEERENH3068, dienH834 Hij over BabelH894 heeft beraadslaagdH3289, en Zijn gedachtenH4284, dieH834 Hij gedachtH2803 heeft over het landH776 der ChaldeenH3778: Zo de geringstenH6810 van de kuddeH6629 hen nietH3808 zullen nedertrekkenH5498! Zo hij de woningH5116bovenH5921 hen nietH3808 zal verwoestenH8074!Daarom hoort den raadslag des HEEREN, dien Hij over Babel heeft beraadslaagd, en Zijn gedachten, die Hij gedacht heeft over het land der Chaldeen: Zo de geringsten van de kudde hen niet zullen nedertrekken! Zo hij de woning boven hen niet zal verwoesten!
KJVTherefore hear2ye the counsel3of the LORD,4that he hath taken6against Babylon;8and his purposes,9that he hath purposed11against the land13of the Chaldeans:14Surely the least18of the flock19shall draw them out:17surely he shall make their habitation24desolate
1לָכֵ֞ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2שִׁמְע֣וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3עֲצַתH6098raad, raadslag, raadslagenadvice, advisement, counsel(l-(or)), purpose4יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6יָעַץ֙H3289raad, beraadslaagd, geradenadvertise, take advise, advise (well), consult, (give, take) counsel(-lor), determine, devise, guide, purpose7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8בָּבֶ֔לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon9וּמַ֨חְשְׁבוֹתָ֔יוH4284gedachten, gedachte, vernuftigen arbeidcunning (work), curious work, device(-sed), imagination, invented, means, purpose, thought10אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11חָשַׁ֖בH2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think12אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14כַּשְׂדִּ֑יםH3778Chaldeen, ChaldeaChaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea15אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet16לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17יִסְחָבוּם֙H5498nedertrekken, slependraw (out), tear18צְעִירֵ֣יH6810jongste, kleinste, geringstenleast, little (one), small (one), [phrase] young(-er, -est)19הַצֹּ֔אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)20אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet21לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without22יַשִּׁ֛יםH8074verwoest, verwoeste, ontzettenmake amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder23עֲלֵיהֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with24נָוֶֽהH5116woning, schaapskooi, kooicomely, dwelling (place), fold, habitation, pleasant place, sheepcote, stable, tarried
46De aarde is bevende geworden van het geluid der inneming van Babel, en het gekrijt is gehoord onder de volken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
46De aardeH776 is bevendeH7493 geworden van het geluidH6963 der innemingH8610 van BabelH894, en het gekrijtH2201 is gehoordH8085 onder de volkenH1471.De aarde is bevende geworden van het geluid der inneming van Babel, en het gekrijt is gehoord onder de volken.
KJVAt the noise1of the taking2of Babylon3the earth5is moved,4and the cry6is heard8among the nations.
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 50:1— Het woord, dat de HEERE gesproken heeft tegen Babel, tegen het land der Chaldeen, door den dienst van den profeet Jeremia.Jeremia 25:26→Jesaja 13:1→Jeremia 51:1→Jesaja 14:4→Jesaja 23:13→2 Petrus 1:21→2 Samuël 23:2→Openbaring 18:1→
Jeremia 50:2— Verkondigt onder de heidenen, en doet horen, en werpt een banier op, laat horen, verbergt het niet; zegt: Babel is ingenomen, Bel is beschaamd, Merodach is verpletterd, haar afgoden zijn beschaamd, haar drekgoden zijn verpletterd!Jesaja 46:1→Jesaja 21:9→Jeremia 51:47→Jeremia 51:44→Jeremia 4:16→Jeremia 43:12→Openbaring 14:6→Psalmen 96:3→
Jeremia 50:3— Want een volk komt tegen haar op van het noorden; dat zal haar land zetten in verwoesting, dat er geen inwoner in zal zijn; van de mensen aan tot de beesten toe zijn zij weggezworven, doorgegaan!Sefanja 1:3→Jeremia 50:9→Jeremia 51:11→Jeremia 51:62→Jeremia 51:48→Jeremia 51:37→Jeremia 50:35→Jesaja 14:22→
Jeremia 50:4— In dezelve dagen en ter zelver tijd, spreekt de HEERE, zullen de kinderen Israels komen, zij en de kinderen van Juda te zamen; wandelende en wenende zullen zij henengaan, en den HEERE, hun God, zoeken.Hosea 3:5→Hosea 1:11→Jeremia 31:31→Ezra 3:12→Jesaja 11:12→Zacharia 12:10→Ezechiël 37:16→Psalmen 105:4→
Jeremia 50:5— Zij zullen naar Sion vragen; op den weg herwaarts zullen hun aangezichten zijn; zij zullen komen en den HEERE toegevoegd worden, met een eeuwig verbond, dat niet zal worden vergeten.Jeremia 32:40→Hebreeën 8:6→Jesaja 55:3→Genesis 17:7→Jesaja 35:8→Jeremia 6:16→2 Samuël 23:5→Jesaja 56:6→
Jeremia 50:6— Mijn volk waren verloren schapen, hun herders hadden hen verleid, zij hadden hen gevoerd naar de bergen, zij gingen van berg tot heuvel, zij vergaten hun legering.Jesaja 53:6→Mattheüs 9:36→Mattheüs 10:6→Jeremia 50:17→Ezechiël 34:14→Jeremia 3:6→Psalmen 23:2→Psalmen 119:176→
Jeremia 50:7— Allen, die hen vonden, aten hen op, en hun wederpartijders zeiden: Wij zullen geen schuld hebben; daarom dat zij gezondigd hebben tegen den HEERE, in de woning der gerechtigheid, ja, tegen den HEERE, de Verwachting hunner vaderen.Jeremia 14:8→Jeremia 40:2→Jeremia 2:3→Jeremia 31:23→Zacharia 11:5→Psalmen 91:1→Jesaja 47:6→Psalmen 90:1→
Jeremia 50:8— Vliedt weg uit het midden van Babel, en gaat uit der Chaldeen land; en weest als de bokken voor de kudde henen.Jeremia 51:6→Jesaja 48:20→Openbaring 18:4→Jeremia 51:45→Jesaja 52:1→2 Korinthe 6:17→Numeri 16:26→Zacharia 2:6→
Jeremia 50:9— Want ziet, Ik zal een verzameling van grote volken uit het land van het noorden verwekken, en tegen Babel opbrengen; die zullen zich tegen haar rusten; van daar zal zij ingenomen worden; hun pijlen zullen zijn als eens kloeken helds, geen zal ledig wederkeren.Jeremia 50:3→Jeremia 50:29→Jeremia 50:26→Jesaja 13:2→Jeremia 51:11→Jeremia 51:1→Jesaja 41:25→Jeremia 51:27→
Jeremia 50:10— En Chaldea zal ten roof zijn; allen, die het beroven, zullen verzadigd worden, spreekt de HEERE.Jeremia 25:12→Jesaja 33:4→Jeremia 27:7→Jesaja 45:3→Openbaring 17:16→Jesaja 33:23→
Jeremia 50:11— Omdat gij u verblijd hebt, omdat gij van vreugde hebt opgesprongen, gij plunderaars Mijner erfenis! omdat gij geil geworden zijt als een grazige vaars, en hebt gebriest als de sterke paarden;Jesaja 47:6→Psalmen 83:1→Spreuken 17:5→Jesaja 10:6→Klaagliederen 2:15→Deuteronomium 32:15→Jeremia 5:8→Psalmen 22:12→
Jeremia 50:12— Zo is uw moeder zeer beschaamd; die u gebaard heeft, is schaamrood geworden; ziet, zij is geworden de achterste der heidenen, een woestijn, dorheid en wildernis.Jeremia 51:43→Jeremia 51:25→Jeremia 49:2→Jesaja 14:22→Jeremia 50:35→Galaten 4:26→Openbaring 17:5→Openbaring 18:21→
Jeremia 50:13— Vanwege de verbolgenheid des HEEREN zal zij niet bewoond worden, maar zij zal geheel een verwoesting worden; al wie aan Babel voorbijgaat, zal zich ontzetten, en fluiten over al haar plagen.Jeremia 18:16→Jeremia 49:17→Job 27:23→Jeremia 51:37→Sefanja 2:15→Jesaja 14:4→Jeremia 19:8→Zacharia 1:15→
Jeremia 50:14— Rust u tegen Babel rondom, gij allen, die den boog spant! schiet in haar, en spaart de pijlen niet; want zij heeft tegen den HEERE gezondigd.Jeremia 50:29→Habakuk 2:8→Jeremia 50:42→Jeremia 50:7→Habakuk 2:17→Jeremia 50:9→Jeremia 51:27→Openbaring 17:5→
Jeremia 50:15— Juicht over haar rondom, zij heeft haar hand gegeven; haar fondamenten zijn gevallen, haar muren zijn afgebroken; want dat is des HEEREN wraak, wreekt u aan haar, doet haar, gelijk als zij gedaan heeft!Jeremia 51:58→Jeremia 46:10→Openbaring 18:6→Jeremia 51:6→Jeremia 51:44→1 Kronieken 29:24→2 Kronieken 30:8→Klaagliederen 5:6→
Jeremia 50:16— Roeit uit van Babel den zaaier, en dien, die de sikkel handelt in den oogsttijd; laat hen vanwege het verdrukkende zwaard, zich keren, een iegelijk tot zijn volk, en vlieden, een iegelijk naar zijn land.Jesaja 13:14→Jeremia 51:9→Jeremia 46:16→Joël 1:11→Jeremia 25:38→Jeremia 51:23→Amos 5:16→
Jeremia 50:17— Israel is een verbijsterd lam, dat de leeuwen verjaagd hebben; de eerste, die hem heeft opgegeten, was de koning van Assur, en deze de laatste, Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft hem de beenderen verbrijzeld.Jeremia 2:15→Jeremia 50:6→Joël 3:2→2 Koningen 18:9→Johannes 10:10→Jesaja 36:1→Ezechiël 34:5→Daniël 6:24→
Jeremia 50:18— Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal bezoeking doen over den koning van Babel en over zijn land, gelijk als Ik bezoeking gedaan heb over den koning van Assur.Jesaja 10:12→Jesaja 37:36→Sefanja 2:13→Ezechiël 31:3→Nahum 1:1→
Jeremia 50:19— En Ik zal Israel weder tot zijn woning brengen, en hij zal weiden op den Karmel en op den Basan; en zijn ziel zal op het gebergte van Efraim en Gilead verzadigd worden.Micha 7:14→Jeremia 31:6→Ezechiël 34:13→Jesaja 65:9→Hooglied 6:5→Jeremia 30:18→Amos 9:14→Ezechiël 36:33→
Jeremia 50:20— In die dagen en te dier tijd, spreekt de HEERE, zal Israels ongerechtigheid gezocht worden, maar zij zal er niet zijn, en de zonden van Juda, maar zullen niet gevonden worden; want Ik zal ze dengenen vergeven, die Ik zal doen overblijven.Micha 7:19→Jeremia 31:34→Jesaja 1:9→Jesaja 43:25→Jeremia 33:15→Romeinen 5:16→2 Petrus 3:15→Romeinen 8:33→
Jeremia 50:21— Tegen het land Merathaim, trek tegen hetzelve op, en tegen de inwoners van Pekod; verwoest en verban achter hen, spreekt de HEERE, en doe naar alles, wat Ik u geboden heb.Ezechiël 23:23→Jesaja 48:14→1 Samuël 15:3→Jeremia 50:9→Jesaja 10:6→1 Samuël 15:11→Jeremia 50:3→2 Koningen 18:25→
Jeremia 50:22— Er is een krijgsgeschrei in het land, en een grote breuk.Jeremia 4:19→Jeremia 51:54→Jesaja 21:2→
Jeremia 50:23— Hoe is de hamer der ganse aarde zo afgehouwen en verbroken! Hoe is Babel geworden tot een ontzetting onder de heidenen.Jeremia 51:20→Jesaja 14:12→Jesaja 14:4→Openbaring 18:16→
Jeremia 50:24— Ik heb u een strik gesteld, dies zijt gij ook gevangen, o Babel! dat gij het niet wist; gij zijt gevonden, en ook gegrepen, omdat gij u tegen den HEERE in strijd gemengd hebt.Daniël 5:30→Job 9:4→Job 40:2→Job 40:9→Jeremia 51:31→Exodus 10:3→Jesaja 21:3→Jesaja 45:9→
Jeremia 50:25— De HEERE heeft Zijn schatkamer opengedaan, en de instrumenten Zijner gramschap voortgebracht; want dat is een werk van den HEERE, den HEERE der heirscharen, in het land der Chaldeen.Jeremia 51:25→Jeremia 51:55→Jeremia 50:15→Jesaja 14:22→Jesaja 13:2→Psalmen 45:3→Jesaja 21:7→Jesaja 46:10→
Jeremia 50:26— Komt aan tegen haar van het uiterste, opent haar schuren, vertreedt haar als korenhopen, en verbant ze; laat ze geen overblijfsel hebben.Jesaja 14:23→Jesaja 45:3→Jeremia 50:10→Jesaja 63:3→Jeremia 51:44→Jeremia 50:41→Jeremia 50:23→Openbaring 18:21→
Jeremia 50:27— Doodt met het zwaard al haar varren, laat ze afgaan ter slachting; wee over hen, want hun dag is gekomen, de tijd hunner bezoeking!Jesaja 34:7→Jeremia 46:21→Psalmen 37:13→Jeremia 48:44→Psalmen 22:12→Jeremia 27:7→Jeremia 50:11→Openbaring 19:17→
Jeremia 50:28— Er is een stem der gevluchten en ontkomenen uit het land van Babel, om in Sion te verkondigen de wraak des HEEREN, onzes Gods, de wraak Zijns tempels.Jeremia 50:15→Klaagliederen 1:10→Jesaja 48:20→Psalmen 149:6→Jeremia 51:10→Klaagliederen 2:6→Daniël 5:23→Zacharia 12:2→
Jeremia 50:29— Laat u horen tegen Babel, gij schutters! gij allen, die den boog spant! legert u tegen haar rondom, laat niemand van hen ontkomen; vergeldt haar naar haar werk, doet haar naar alles, wat zij gedaan heeft; want zij heeft trotselijk gehandeld tegen den HEERE, tegen den Heilige Israels.Jeremia 51:56→Jesaja 47:10→Daniël 4:37→Exodus 10:3→Jeremia 50:14→Openbaring 18:6→Jesaja 37:23→Daniël 5:23→
Jeremia 50:30— Daarom zullen haar jongelingen vallen op haar straten, en al haar krijgslieden te dien dage uitgeroeid worden, spreekt de HEERE.Jeremia 49:26→Jeremia 9:21→Jeremia 18:21→Jeremia 51:3→Openbaring 19:18→Jeremia 50:36→Jesaja 13:15→Jeremia 51:56→
Jeremia 50:31— Ziet, Ik wil aan u, gij trotse! spreekt de HEERE, de HEERE der heirscharen; want uw dag is gekomen, de tijd, dat Ik u bezoeken zal.Jeremia 21:13→Jeremia 50:29→Nahum 2:13→Jakobus 4:6→Ezechiël 39:1→Jeremia 48:29→Jeremia 50:32→Nahum 3:5→
Jeremia 50:32— Dan zal de trotse aanstoten en vallen, en er zal niemand zijn, die hem opricht; ja, Ik zal een vuur aansteken in zijn steden, dat zal alle plaatsen rondom hem verteren.Jeremia 21:14→Jeremia 49:27→Jesaja 10:12→Ezechiël 28:2→Amos 1:14→Daniël 5:20→Spreuken 16:18→Amos 1:7→
Jeremia 50:33— Zo zegt de HEERE der heirscharen: De kinderen Israels en de kinderen van Juda zijn te zamen verdrukt geweest; en allen, die hen gevangen hadden, hebben hen vast gehouden; zij hebben hen geweigerd los te laten.Jesaja 14:17→Jesaja 58:6→Exodus 9:2→Jeremia 50:17→Jeremia 50:7→Jesaja 47:6→Zacharia 1:15→Jesaja 51:23→
Jeremia 50:34— Maar hun Verlosser is sterk, HEERE der heirscharen is Zijn Naam; Hij zal hun twist zekerlijk twisten, opdat Hij het land in rust brenge, maar de inwoners van Babel beroere.Jeremia 51:36→Micha 7:9→Jesaja 43:14→Jesaja 47:4→Spreuken 23:11→Jesaja 51:22→Jesaja 41:14→Openbaring 18:8→
Jeremia 50:35— Het zwaard zal zijn over de Chaldeen, spreekt de HEERE; en over de inwoners van Babel, en over haar vorsten, en over haar wijzen.Jeremia 47:6→Daniël 5:7→Hosea 11:6→Daniël 5:30→Daniël 5:1→Jeremia 51:57→Jeremia 51:39→Zacharia 11:17→
Jeremia 50:36— Het zwaard zal zijn over de leugenaars, dat zij zot worden; het zwaard zal zijn over haar helden, dat zij versagen;Jeremia 49:22→Jesaja 44:25→Nahum 3:13→2 Kronieken 25:16→Jesaja 43:14→2 Thessalonicenzen 2:9→2 Samuël 17:14→Jeremia 50:30→
Jeremia 50:37— Het zwaard zal zijn over zijn paarden en over zijn wagenen, en over den gansen gemengden hoop, die in het midden van hen is, dat zij tot wijven worden; het zwaard zal zijn over haar schatten, dat zij geplunderd worden.Jeremia 51:30→Nahum 3:13→Jeremia 48:41→Jeremia 25:20→Jeremia 51:21→Jesaja 19:16→Jesaja 45:3→Psalmen 20:7→
Jeremia 50:38— Droogte zal zijn over haar wateren, dat zij uitdrogen; want het is een land van gesneden beelden, en zij razen naar de schrikkelijke afgoden.Jeremia 50:2→Jesaja 44:27→Jeremia 51:47→Openbaring 16:12→Jeremia 51:52→Openbaring 17:5→Openbaring 17:15→Jesaja 46:1→
Jeremia 50:39— Daarom zo zullen de wilde dieren der woestijnen met de wilde dieren der eilanden daarin wonen; ook zullen de jonge struisen daarin wonen; en men zal er geen verblijf meer hebben in eeuwigheid, en zij zal niet bewoond worden van geslacht tot geslacht.Jesaja 13:20→Openbaring 18:2→Jeremia 25:12→Jeremia 51:43→Jeremia 50:12→Openbaring 18:21→Jeremia 51:37→Jeremia 51:26→
Jeremia 50:40— Gelijk God Sodom en Gomorra en haar naburen heeft omgekeerd, spreekt de HEERE, alzo zal niemand aldaar wonen, en geen mensenkind in haar verkeren.Genesis 19:24→Lukas 17:28→Jeremia 49:18→2 Petrus 2:6→Judas 1:7→Sefanja 2:9→Openbaring 11:8→Deuteronomium 29:23→
Jeremia 50:41— Ziet, daar komt een volk uit het noorden; en een grote natie, en geweldige koningen zullen van de zijden der aarde opgewekt worden.Jeremia 51:27→Jeremia 6:22→Jeremia 50:9→Jesaja 13:2→Jeremia 51:1→Openbaring 17:16→Jesaja 13:17→Jeremia 50:2→
Jeremia 50:42— Boog en spies zullen zij voeren; wreed zijn zij, en zullen niet barmhartig zijn; hun stem zal bruisen als de zee, en op paarden zullen zij rijden; het is toegerust als een man ten oorlog, tegen u, o dochter van Babel!Jesaja 5:30→Jeremia 8:16→Jesaja 47:6→Jesaja 13:17→Jeremia 47:3→Openbaring 16:6→Jesaja 5:28→Jeremia 6:22→
Jeremia 50:43— De koning van Babel heeft hunlieder gerucht gehoord, en zijn handen zijn slap geworden; benauwdheid heeft hem aangegrepen, weedom als van een barende vrouw.Jeremia 49:24→Jeremia 51:31→Jesaja 13:6→Daniël 5:5→Jesaja 21:3→Jeremia 49:22→
Jeremia 50:44— Ziet, gelijk een leeuw van de verheffing der Jordaan, zal hij opkomen tegen de sterke woning; want Ik zal hen in een ogenblik daaruit doen lopen; en wie daartoe verkoren is, dien zal Ik tegen haar bestellen; want wie is Mij gelijk, en wie zou Mij dagvaarden? En wie is de herder, die voor Mijn aangezicht bestaan zou?Jeremia 49:19→Jesaja 40:25→Jesaja 46:9→Exodus 15:11→Psalmen 89:8→Jesaja 40:18→Jesaja 46:11→Jeremia 25:38→
Jeremia 50:45— Daarom hoort den raadslag des HEEREN, dien Hij over Babel heeft beraadslaagd, en Zijn gedachten, die Hij gedacht heeft over het land der Chaldeen: Zo de geringsten van de kudde hen niet zullen nedertrekken! Zo hij de woning boven hen niet zal verwoesten!Jeremia 49:20→Jeremia 51:10→Jeremia 37:10→Psalmen 33:10→Jesaja 14:24→Handelingen 4:28→Openbaring 17:16→Efeze 1:11→
Jeremia 50:46— De aarde is bevende geworden van het geluid der inneming van Babel, en het gekrijt is gehoord onder de volken.Jeremia 49:21→Openbaring 18:9→Ezechiël 26:18→Ezechiël 31:16→Jesaja 14:9→Ezechiël 32:10→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 50 vers 1— Het woord, dat de HEERE gesproken heeft tegen Babel, tegen het land der Chaldeen, door den dienst van den profeet Jeremia.
dienst van den profeet Jeremia
Hebreeuws, hand.
Hertaald:dienst van den profeet Jeremia
Hebreeuws: hand.
Jeremia 50 vers 2— Verkondigt onder de heidenen, en doet horen, en werpt een banier op, laat horen, verbergt het niet; zegt: Babel is ingenomen, Bel is beschaamd, Merodach is verpletterd, haar afgoden zijn beschaamd, haar drekgoden zijn verpletterd!
werpt een banier op,
Om elkeen tot opmerking te verwekken, en inzonderheid Gods volk, als door een teken of sein bijeen te roepen, en hun deze vreemde en anderszins ongelofelijke profetie van Babels gewissen val en ondergang, mitsgaders de verlossing van Gods volk, tot zijne eer en aller gelovigen troost, bekend te maken. De manier van spreken is genomen van krijgszaken.
Hertaald:werpt een banier op,
Om ieder tot opmerkzaamheid te wekken, en in het bijzonder Gods volk als door een teken of sein bijeen te roepen, en hun deze vreemde en anders ongelofelijke profetie van Babels zekere val en ondergang, en ook de verlossing van Gods volk, tot Zijn eer en tot troost van alle gelovigen bekend te maken. Deze manier van spreken is ontleend aan het krijgswezen.
is ingenomen,
Dat is, zal zo zekerlijk worden ingenomen, alsof het alrede geschied ware. Alzo in het volgende.
Hertaald:is ingenomen,
Dat is: het zal zo zeker ingenomen worden alsof het al gebeurd was. Zo ook in het vervolg.
Bel is beschaamd,
De voornaamste afgod der Babyloniërs; zie Jes. 46:1 , en onder Jer. 51:44 .
Hertaald:Bel is beschaamd,
De voornaamste afgod van de Babyloniërs; zie Jes. 46:1 en hieronder Jer. 51:44.
Meródach is verpletterd,
Dit schijnt ook een naam van een afgod geweest te zijn, hoewel er ook koningen van Babel vermeld worden, die dien naam gevoerd hebben [zie Jes. 39:1 ] , vermoedelijk ter ere van dezen afgod, gelijk de kinderen Israëls den naam Gods, Ia en El, veel in hunne namen gebruikt hebben, alzo deden de Babyloniërs ook met den naam dezer afgoden, Bel en Nebo of Nebu, enz.
Hertaald:Meródach is verpletterd,
Dit schijnt ook de naam van een afgod geweest te zijn, hoewel er ook koningen van Babel vermeld worden die deze naam gedragen hebben (zie Jes. 39:1), vermoedelijk ter ere van deze afgod. Zoals de kinderen Israëls de naam van God, Ia en El, veel in hun namen gebruikt hebben, zo deden de Babyloniërs dat ook met de naam van deze afgoden, Bel en Nebo of Nebu, enzovoort.
haar
Van de stad Babel.
Hertaald:haar
Van de stad Babel.
afgoden zijn beschaamd,
Zie van het Hebreeuwse woord 1 Sam. 31:9 , en 2 Sam. 5:21 .
Hertaald:afgoden zijn beschaamd,
Zie over het Hebreeuwse woord 1 Sam. 31:9 en 2 Sam. 5:21.
drekgoden zijn verpletterd
Zie Lev. 26:30 .
Hertaald:drekgoden zijn verpletterd
Zie Lev. 26:30.
Jeremia 50 vers 3— Want een volk komt tegen haar op van het noorden; dat zal haar land zetten in verwoesting, dat er geen inwoner in zal zijn; van de mensen aan tot de beesten toe zijn zij weggezworven, doorgegaan!
noorden;
Versta de Perzen en Meden, welke noordwaarts van Chaldea gelegen waren, door welken dit oordeel Gods over Babylonië begonnen, en voorts van tijd tot tijd vervolgd zou worden tot de eindelijke en gehele verwoesting toe.
Hertaald:noorden;
Versta: de Perzen en Meden, die ten noorden van Chaldea lagen. Door hen begon dit oordeel van God over Babylonië, dat vervolgens van tijd tot tijd voortgezet zou worden tot de uiteindelijke en volledige verwoesting toe.
mensen aan tot de beesten toe
Hebreeuws, van den mens tot het beest toe. Manier van spreken, die de uiterste verwoesting betekent; zie boven Jer. 4:25 , en Jer. 9:10 .
Hertaald:mensen aan tot de beesten toe
Hebreeuws: van de mens tot het beest toe. Een manier van spreken die de uiterste verwoesting aanduidt; zie hierboven Jer. 4:25 en Jer. 9:10.
weggezworven,
Gelijk boven Jer. 9:10 .
Hertaald:weggezworven,
Zoals hierboven Jer. 9:10.
Jeremia 50 vers 4— In dezelve dagen en ter zelver tijd, spreekt de HEERE, zullen de kinderen Israels komen, zij en de kinderen van Juda te zamen; wandelende en wenende zullen zij henengaan, en den HEERE, hun God, zoeken.
Israëls komen,
Voorzoveel als deze belofte de uiterlijke verlossing uit de gevangenschap van Babel mag aangaan, kan men dit verstaan van degenen, die van de tien stammen in het land overgebleven zijnde, daarna met die van Juda en Benjamin gevankelijk zijn weggevoerd naar Babel, en met hen uit de gevangenschap zouden wederkeren. Zie 1 Kron. 9:3 , en Neh. 11:3 . Aangaande het geestelijke, dat in dezen het voornaamste is, zie boven Jer. 3:18 , met de aantekening.
Hertaald:Israëls komen,
Voor zover deze belofte de uiterlijke verlossing uit de gevangenschap van Babel betreft, kan men dit verstaan van hen die van de tien stammen in het land overgebleven waren en daarna met die van Juda en Benjamin gevankelijk naar Babel weggevoerd zijn, en die met hen uit de gevangenschap zouden terugkeren. Zie 1 Kron. 9:3 en Neh. 11:3. Wat het geestelijke betreft, dat hierin het voornaamste is, zie hierboven Jer. 3:18 met de aantekening.
wenende zullen zij henengaan,
Vanwege hunne onwaardigheid en Gods onverdiende grote genade.
Hertaald:wenende zullen zij henengaan,
Vanwege hun onwaardigheid en Gods onverdiende grote genade.
Jeremia 50 vers 5— Zij zullen naar Sion vragen; op den weg herwaarts zullen hun aangezichten zijn; zij zullen komen en den HEERE toegevoegd worden, met een eeuwig verbond, dat niet zal worden vergeten.
aangezichten zijn;
Dat is, zij zullen zonder omzien, of recht toe recht aan, [gelijk men zegt] naar Zion trekken; waar hun hart is, derwaarts zullen zij haasten.
Hertaald:aangezichten zijn;
Dat is: zij zullen zonder omzien, of rechttoe rechtaan (zoals men zegt) naar Sion trekken; waar hun hart is, daarheen zullen zij zich haasten.
zij zullen komen
Anders, [zeggende]: Komt, laat ons ons voegen tot den Heere, of vervoegt u tot den Heere.
Hertaald:zij zullen komen
Anders: (zeggende:) Komt, laten wij ons voegen tot de HEERE; of: vervoegt u tot de HEERE.
met een eeuwig verbond,
Of, het eeuwig verbond zal niet vergeten worden. Hebreeuws, verbond der eeuwigheid; zie boven Jer. 31:31-33 .
Hertaald:met een eeuwig verbond,
Of: het eeuwig verbond zal niet vergeten worden. Hebreeuws: verbond der eeuwigheid; zie hierboven Jer. 31:31-33.
Jeremia 50 vers 6— Mijn volk waren verloren schapen, hun herders hadden hen verleid, zij hadden hen gevoerd naar de bergen, zij gingen van berg tot heuvel, zij vergaten hun legering.
herders
Kerkelijke en politieke regeerders.
Hertaald:herders
Kerkelijke en politieke regeerders.
legering
Gelijk de kudden hare rustplaatsen plegen te hebben, waar zij nederliggen. De zin is dat Gods volk van geestelijke en lichamelijke welvaart en rust beroofd was, gelijk in het volgende verklaard wordt.
Hertaald:legering
Zoals de kudden hun rustplaatsen plegen te hebben, waar zij neerliggen. De betekenis is dat Gods volk van geestelijke en lichamelijke welvaart en rust beroofd was, zoals in het vervolg verklaard wordt.
Jeremia 50 vers 7— Allen, die hen vonden, aten hen op, en hun wederpartijders zeiden: Wij zullen geen schuld hebben; daarom dat zij gezondigd hebben tegen den HEERE, in de woning der gerechtigheid, ja, tegen den HEERE, de Verwachting hunner vaderen.
aten hen op,
Vergelijk Deut. 7:16 , en Ps. 14:4 , alzo onder Jer. 51:34 .
Hertaald:aten hen op,
Vergelijk Deut. 7:16 en Ps. 14:4, zo ook hieronder Jer. 51:34.
woning der gerechtigheid,
Namelijk in Judea en bijzonderlijk Jeruzalem, waar God en zijn volk wonen, en waar God de ware gerechtigheid geopenbaard had. Zie boven Jer. 31:23 .
Hertaald:woning der gerechtigheid,
Namelijk in Judea en in het bijzonder Jeruzalem, waar God en Zijn volk wonen en waar God de ware gerechtigheid geopenbaard had. Zie hierboven Jer. 31:23.
ja,
Of, daar, hoewel, de HEERE de verwachting hunner vaderen geweest is; dat is, diegene, op welke hunne voorvaders gehoopt hebben [zie boven Jer. 14:8 ] , welker voetstappen zij nu niet gevolgd hebben, daarom met recht van hen gestraft en van ons ook geplaagd zijn, willen zij zeggen, spottenderwijze.
Hertaald:ja,
Of: daar, hoewel, de HEERE de verwachting van hun vaderen geweest is; dat is: Degene op Wie hun voorvaders gehoopt hebben (zie hierboven Jer. 14:8), in Wiens voetstappen zij nu niet getreden zijn, en daarom terecht door Hem gestraft en ook door ons geplaagd zijn — dat willen zij spottend zeggen.
Jeremia 50 vers 8— Vliedt weg uit het midden van Babel, en gaat uit der Chaldeen land; en weest als de bokken voor de kudde henen.
bokken
Kloekmoedig en onversaagd daarheen trekkende, gelijk de bokken voor de schapen vooraan treden.
Hertaald:bokken
Kloekmoedig en onbevreesd daarheen trekkend, zoals de bokken vooraan gaan voor de schapen uit.
voor de kudde henen
Hebreeuws, voor het aangezicht der kudde.
Hertaald:voor de kudde henen
Hebreeuws: voor het aangezicht van de kudde.
Jeremia 50 vers 9— Want ziet, Ik zal een verzameling van grote volken uit het land van het noorden verwekken, en tegen Babel opbrengen; die zullen zich tegen haar rusten; van daar zal zij ingenomen worden; hun pijlen zullen zijn als eens kloeken helds, geen zal ledig wederkeren.
rusten;
Of, in orde stellen. Alzo vs.14.
Hertaald:rusten;
Of: in orde stellen. Zo ook vers 14.
hun pijlen
Der voorzegde verzameling.
Hertaald:hun pijlen
Van de voorzegde verzameling.
kloeken helds,
Of, ervaren. Anders: van een held, die van kinderen berooft; dat is, die zelfs de jongelingen of jonge manschap nedervelt.
Hertaald:kloeken helds,
Of: ervaren. Anders: van een held die van kinderen berooft; dat is: die zelfs de jongelingen of de jonge manschappen neervelt.
ledig wederkeren
Geen van hunne pijlen zal vergeefs geschoten worden; vergelijk 2 Sam. 1:22 , of, [die], [te weten, held] niet ledig wederkeert, zonder nederlaag des vijands.
Hertaald:ledig wederkeren
Geen van hun pijlen zal tevergeefs afgeschoten worden; vergelijk 2 Sam. 1:22. Of: (die), (namelijk de held) keert niet leeg terug, zonder de vijand verslagen te hebben.
Jeremia 50 vers 10— En Chaldea zal ten roof zijn; allen, die het beroven, zullen verzadigd worden, spreekt de HEERE.
verzadigd worden,
Van roof en buit volop hebben.
Hertaald:verzadigd worden,
Van roof en buit volop hebben.
Jeremia 50 vers 11— Omdat gij u verblijd hebt, omdat gij van vreugde hebt opgesprongen, gij plunderaars Mijner erfenis! omdat gij geil geworden zijt als een grazige vaars, en hebt gebriest als de sterke paarden;
gij plunderaars
Of, plunderende, of als gij plundert.
Hertaald:gij plunderaars
Of: plunderend, of: als u plundert.
erfenis
Van het land Kanaän en van mijn volk.
Hertaald:erfenis
Van het land Kanaän en van Mijn volk.
geil geworden zijt
Of, gegroeid zijn, aan het lichaam toegenomen zijt, als een jonge vaars, die in jong teder gras gaat weiden.
Hertaald:geil geworden zijt
Of: gegroeid zijn, in lichaamsomvang toegenomen bent, als een jonge vaars die in jong en teder gras gaat weiden.
paarden ;
Gelijk boven Jer. 47:3 .
Hertaald:paarden ;
Zoals hierboven Jer. 47:3.
Jeremia 50 vers 12— Zo is uw moeder zeer beschaamd; die u gebaard heeft, is schaamrood geworden; ziet, zij is geworden de achterste der heidenen, een woestijn, dorheid en wildernis.
moeder zeer beschaamd;
Babylon, de hoofdstad van Chaldea.
Hertaald:moeder zeer beschaamd;
Babylon, de hoofdstad van Chaldea.
achterste der heidenen,
Dat is, de snoodste, veilste, slechtste onder alle natiën. Hebreeuws, het achterste.
Hertaald:achterste der heidenen,
Dat is: de snoodste, laagste en slechtste onder alle volken. Hebreeuws: het achterste.
Jeremia 50 vers 13— Vanwege de verbolgenheid des HEEREN zal zij niet bewoond worden, maar zij zal geheel een verwoesting worden; al wie aan Babel voorbijgaat, zal zich ontzetten, en fluiten over al haar plagen.
fluiten over al haar plagen
Of, schuifelen. Zie boven Jer. 18:16 .
Hertaald:fluiten over al haar plagen
Of: schuifelen. Zie hierboven Jer. 18:16.
Jeremia 50 vers 14— Rust u tegen Babel rondom, gij allen, die den boog spant! schiet in haar, en spaart de pijlen niet; want zij heeft tegen den HEERE gezondigd.
spant
Hebreeuws, treedt.
Hertaald:spant
Hebreeuws: treedt.
in haar,
Of, op, tegen.
Hertaald:in haar,
Of: op, tegen.
pijlen niet;
Hebreeuws, pijl.
Hertaald:pijlen niet;
Hebreeuws: pijl.
Jeremia 50 vers 15— Juicht over haar rondom, zij heeft haar hand gegeven; haar fondamenten zijn gevallen, haar muren zijn afgebroken; want dat is des HEEREN wraak, wreekt u aan haar, doet haar, gelijk als zij gedaan heeft!
hand gegeven;
Dat is, zich den Perzen en Meden onderworpen. Zie 2 Kron. 30:8 , met de aantekening.
Hertaald:hand gegeven;
Dat is: zich aan de Perzen en Meden onderworpen. Zie 2 Kron. 30:8 met de aantekening.
doet haar,
Gelijk onder vs.29.
Hertaald:doet haar,
Zoals hieronder vers 29.
Jeremia 50 vers 16— Roeit uit van Babel den zaaier, en dien, die de sikkel handelt in den oogsttijd; laat hen vanwege het verdrukkende zwaard, zich keren, een iegelijk tot zijn volk, en vlieden, een iegelijk naar zijn land.
zaaier,
Zelfs de landlieden, die meest weerloos zijn en nochtans zeer nodig in het land.
Hertaald:zaaier,
Zelfs de landlieden, die het meest weerloos zijn en toch zeer nodig in het land.
de sikkel handelt
Dat is, den maaier.
Hertaald:de sikkel handelt
Dat is: de maaier.
laat hen vanwege
Of, zij zullen zich keren, vlieden, enz.; te weten, die uit andere landen gekomen waren, om aldaar [als in een zeer rijk land] te verkeren, of die zij in dienstbaarheid getrokken hadden, of hun te hulp mochten gekomen zijn.
Hertaald:laat hen vanwege
Of: zij zullen zich keren, vluchten, enzovoort; namelijk zij die uit andere landen gekomen waren om daar (als in een zeer rijk land) te verkeren, of die zij tot dienstbaarheid gebracht hadden, of die hun te hulp gekomen mochten zijn.
verdrukkende zwaard,
Vergelijk boven Jer. 25:38 , en Jer. 46:16 , met de aantekening.
Hertaald:verdrukkende zwaard,
Vergelijk hierboven Jer. 25:38 en Jer. 46:16 met de aantekening.
Jeremia 50 vers 17— Israel is een verbijsterd lam, dat de leeuwen verjaagd hebben; de eerste, die hem heeft opgegeten, was de koning van Assur, en deze de laatste, Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft hem de beenderen verbrijzeld.
opgegeten,
Gelijk boven vs.7.
Hertaald:opgegeten,
Zoals hierboven vers 7.
Assur,
Dat is, Assyrië, te weten Pul, Tiglath-Pileser en Salmanassar. Zie 2 Kon. 15:19-20 , 2 Kon. 15:29 , en 2 Kon. 16:7 , en 2 Kon. 17:3 , enz.
Hertaald:Assur,
Dat is: Assyrië, namelijk Pul, Tiglath-Pileser en Salmanassar. Zie 2 Kon. 15:19-20, 2 Kon. 15:29, 2 Kon. 16:7 en 2 Kon. 17:3, enzovoort.
beenderen verbrijzeld
Hebreeuws alsof men zeide: Heeft hem gebeenderd; dat is ten uiterste verdorven en machteloos gemaakt.
Hertaald:beenderen verbrijzeld
In het Hebreeuws staat het alsof men zei: heeft hem gebeenderd; dat is: uiterst bedorven en machteloos gemaakt.
Jeremia 50 vers 18— Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal bezoeking doen over den koning van Babel en over zijn land, gelijk als Ik bezoeking gedaan heb over den koning van Assur.
bezoeking doen
Met straffen; zie Gen. 21:1 .
Hertaald:bezoeking doen
Met straffen; zie Gen. 21:1.
Jeremia 50 vers 19— En Ik zal Israel weder tot zijn woning brengen, en hij zal weiden op den Karmel en op den Basan; en zijn ziel zal op het gebergte van Efraim en Gilead verzadigd worden.
weder tot zijn woning brengen,
Dit kan men enigszins duiden op het lichamelijke, maar ziet voornamelijk op de geestelijke verzameling tot Gods kerk door den Messias, gelijk boven dikwijls.
Hertaald:weder tot zijn woning brengen,
Dit kan men enigszins op het lichamelijke duiden, maar het ziet vooral op de geestelijke verzameling tot Gods kerk door de Messias, zoals hierboven vaker.
Karmel . . . Basan
Beide in zeer vette en vruchtbare landouwen gelegen, en daarvan vermaard. Van Basan, zie Deut. 32:14 , en Ps. 22:13 . Van Karmel, zie 1 Kon. 18:19 , en een ander Karmel, 1 Sam. 25:2 , enz., alwaar Nabal zijne schapen had, zelfs wordt het woord Karmel ook in het algemeen gebruikt tot betekenis van een vruchtbare landouw. Zie boven Jer. 2:7 .
Hertaald:Karmel . . . Basan
Beide liggen in zeer vette en vruchtbare landstreken en zijn daarom vermaard. Over Basan, zie Deut. 32:14 en Ps. 22:13. Over Karmel, zie 1 Kon. 18:19, en over een ander Karmel 1 Sam. 25:2 enzovoort, waar Nabal zijn schapen had. Het woord Karmel wordt zelfs in het algemeen gebruikt in de betekenis van een vruchtbare landstreek. Zie hierboven Jer. 2:7.
Jeremia 50 vers 20— In die dagen en te dier tijd, spreekt de HEERE, zal Israels ongerechtigheid gezocht worden, maar zij zal er niet zijn, en de zonden van Juda, maar zullen niet gevonden worden; want Ik zal ze dengenen vergeven, die Ik zal doen overblijven.
gezocht worden,
De Heere wil zeggen dat Hij volkomenlijk met zijn volk zal verzoend zijn door den Messias Jezus Christus. Vergelijk boven Jer. 31:34 , en Jer. 33:8 , enz.
Hertaald:gezocht worden,
De HEERE wil zeggen dat Hij volkomen met Zijn volk verzoend zal zijn door de Messias Jezus Christus. Vergelijk hierboven Jer. 31:34 en Jer. 33:8, enzovoort.
Jeremia 50 vers 21— Tegen het land Merathaim, trek tegen hetzelve op, en tegen de inwoners van Pekod; verwoest en verban achter hen, spreekt de HEERE, en doe naar alles, wat Ik u geboden heb.
Tegen het land
Gods bevel aan den koning Cyrus, van zijn optocht tegen Babel. Vergelijk Jes. 45:1 , enz.
Hertaald:Tegen het land
Gods bevel aan koning Cyrus over zijn optocht tegen Babel. Vergelijk Jes. 45:1, enzovoort.
Meratháïm,
Dit vertalen velen: land der rebellieën, of rebellen, te weten der Babyloniërs, die wederspannig en bitter tegen God en zijn volk geweest waren. Zie vs.24, 29, of de twee rebellen, te weten Assyriërs en Babyloniërs. Anderen houden het voor een eigennaam van zeker land in Assyrië, waar een zeker volk, Mardi genoemd, gewoond heeft, en verstaande dat God hier den koning Cyrus last en bevel geeft, dat hij door Merathaïm en Pekod zal optrekken, en al wat achter deze landen gelegen was verwoesten.
Hertaald:Meratháïm,
Velen vertalen dit met: land van de opstanden, of van de opstandelingen, namelijk van de Babyloniërs, die weerspannig en verbitterd tegen God en Zijn volk geweest waren. Zie vers 24 en 29. Of: de twee opstandelingen, namelijk Assyriërs en Babyloniërs. Anderen houden het voor de eigennaam van een bepaald land in Assyrië, waar een volk gewoond heeft dat Mardi genoemd werd, en verstaan het zo dat God hier koning Cyrus opdracht en bevel geeft door Merathaïm en Pekod op te trekken en alles te verwoesten wat achter deze landen lag.
Pekod;
Zie Ezech. 23:23 , waar aan dit landschap ook gedacht wordt.
Hertaald:Pekod;
Zie Ezech. 23:23, waar aan dit landschap ook gedacht wordt.
verban achter hen,
Zie Deut. 2:34 , alzo onder vs.26.
Hertaald:verban achter hen,
Zie Deut. 2:34, zo ook hieronder vers 26.
Jeremia 50 vers 22— Er is een krijgsgeschrei in het land, en een grote breuk.
breuk
Zie boven Jer. 4:6 .
Hertaald:breuk
Zie hierboven Jer. 4:6.
Jeremia 50 vers 23— Hoe is de hamer der ganse aarde zo afgehouwen en verbroken! Hoe is Babel geworden tot een ontzetting onder de heidenen.
Hoe is
Eene vraag, die uit verwondering voortkomt, gelijk onder Jer. 51:41 .
Hertaald:Hoe is
Een vraag die uit verwondering voortkomt, zoals hieronder Jer. 51:41.
hamer der ganse aarde
De Babyloniër, door wien God zijne oordelen over vele volken had uitgevoerd, die Hij door hem, als met een hamer, geslagen en verpletterd heeft. Vergelijk onder Jer. 51:20 , en boven Jer. 25:9 ; Jes. 41:7 .
Hertaald:hamer der ganse aarde
De Babyloniër, door wie God Zijn oordelen over veel volken uitgevoerd had; Hij heeft ze door hem als met een hamer geslagen en verpletterd. Vergelijk hieronder Jer. 51:20 en hierboven Jer. 25:9; Jes. 41:7.
ontzetting onder de heidenen
Of, verwoesting.
Hertaald:ontzetting onder de heidenen
Of: verwoesting.
Jeremia 50 vers 24— Ik heb u een strik gesteld, dies zijt gij ook gevangen, o Babel! dat gij het niet wist; gij zijt gevonden, en ook gegrepen, omdat gij u tegen den HEERE in strijd gemengd hebt.
Ik heb u een strik gesteld,
Dit is Gods antwoord op de voorgaande vraag, die voortkwam uit verwondering over ene zaak, die den mensen onmogelijk scheen te zijn.
Hertaald:Ik heb u een strik gesteld,
Dit is Gods antwoord op de voorgaande vraag, die voortkwam uit verwondering over een zaak die de mensen onmogelijk leek.
gevangen, o Babel
Als een groot wild.
Hertaald:gevangen, o Babel
Als een groot stuk wild.
dat gij het niet wist;
Dit is onvoorziens, zonder dat gij het dacht of verwachttet, want Cyrus, de rivier de Eufraat afgeleid hebbende over het droge, is onvoorziens in de stad gevallen, bij nacht. Vergelijk onder vs.38; Dan. 5:30 .
Hertaald:dat gij het niet wist;
Dat is: onvoorzien, zonder dat u het dacht of verwachtte, want Cyrus is, nadat hij de rivier de Eufraat over het droge had afgeleid, onvoorzien bij nacht in de stad gevallen. Vergelijk hieronder vers 38; Dan. 5:30.
gevonden,
Dat is, betrapt, achterhaald; vergelijk boven Jer. 2:26 .
Hertaald:gevonden,
Dat is: betrapt, achterhaald; vergelijk hierboven Jer. 2:26.
in strijd gemengd hebt
Dat is, tegen God gestreden hebt, wiens volk gij geplaagd hebt. De manier van spreken wordt alzo vol gevonden Deut. 2:9 , Deut. 2:24 , enz.
Hertaald:in strijd gemengd hebt
Dat is: tegen God gestreden hebt, Wiens volk u geplaagd hebt. Deze manier van spreken wordt zo voluit gevonden in Deut. 2:9, Deut. 2:24, enzovoort.
Jeremia 50 vers 25— De HEERE heeft Zijn schatkamer opengedaan, en de instrumenten Zijner gramschap voortgebracht; want dat is een werk van den HEERE, den HEERE der heirscharen, in het land der Chaldeen.
schatkamer opengedaan,
Dat is, wapenhuis.
Hertaald:schatkamer opengedaan,
Dat is: wapenhuis.
instrumenten Zijner gramschap
Dat is, wapenen, die Hij gebruiken zal tot uitvoering van zijn rechtvaardig en verschrikkelijk oordeel over Babel; alzo Jes. 13:5 ; vergelijk Ps. 7:13-14 , enz.
Hertaald:instrumenten Zijner gramschap
Dat is: wapens die Hij gebruiken zal om Zijn rechtvaardig en verschrikkelijk oordeel over Babel uit te voeren; zo Jes. 13:5; vergelijk Ps. 7:13-14, enzovoort.
werk van den HEERE,
Gelijk boven Jer. 48:10 .
Hertaald:werk van den HEERE,
Zoals hierboven Jer. 48:10.
Jeremia 50 vers 26— Komt aan tegen haar van het uiterste, opent haar schuren, vertreedt haar als korenhopen, en verbant ze; laat ze geen overblijfsel hebben.
haar
Namelijk Babel, of tegen het, te weten land der Chaldeën, alzo in het volgende.
Hertaald:haar
Namelijk Babel, of: tegen het, namelijk land van de Chaldeeën; zo ook in het vervolg.
uiterste,
Der aarde, of des lands, alzo dat gij van het einde af begint. Anders: van dat, of tegen dat [hun] einde voorhanden is, of vanwege het einde. Men kan dit ook vergelijken met onder Jer. 51:31 .
Hertaald:uiterste,
Van de aarde, of van het land, zodat u bij het uiteinde begint. Anders: van dat, of tegen dat (hun) einde nabij is, of: vanwege het einde. Men kan dit ook vergelijken met hieronder Jer. 51:31.
vertreedt haar als korenhopen,
Gelijk de dorsende ossen het koren treden; vergelijk Jes. 21:10 , en onder Jer. 51:33 . Anders: werpt hen op als hopen; dat is, maakt grote hopen der verslagenen; of werpt alles overhoop, maakt ze tot enkel opgeworpen hopen.
Hertaald:vertreedt haar als korenhopen,
Zoals de dorsende ossen het koren treden; vergelijk Jes. 21:10 en hieronder Jer. 51:33. Anders: werpt hen op als hopen; dat is: maakt grote hopen van de verslagenen; of: werpt alles overhoop, maakt er enkel opgeworpen hopen van.
verbant ze;
Gelijk boven vs.21.
Hertaald:verbant ze;
Zoals hierboven vers 21.
Jeremia 50 vers 27— Doodt met het zwaard al haar varren, laat ze afgaan ter slachting; wee over hen, want hun dag is gekomen, de tijd hunner bezoeking!
Doodt met het zwaard
In het Hebreeuws is een woord, alsof men zeide: zwaardt; dat is, slaat, doodt met het zwaard.
Hertaald:Doodt met het zwaard
In het Hebreeuws staat een woord alsof men zei: zwaardt; dat is: slaat en doodt met het zwaard.
varren,
Dat is, rijke, geweldige, stoute pochers. Vergelijk Ps. 22:13 , en Ps. 68:31 , enz.
Hertaald:varren,
Dat is: rijke, machtige en overmoedige pochers. Vergelijk Ps. 22:13 en Ps. 68:31, enzovoort.
afgaan ter slachting;
Gelijk boven Jer. 48:15 .
Hertaald:afgaan ter slachting;
Zoals hierboven Jer. 48:15.
dag is gekomen,
Dat is, de tijd hunner straf, hun van God verordineerd; zie Ps. 37:13 , alzo vs.31.
Hertaald:dag is gekomen,
Dat is: de tijd van hun straf, die God voor hen bepaald heeft; zie Ps. 37:13, zo ook vers 31.
Jeremia 50 vers 28— Er is een stem der gevluchten en ontkomenen uit het land van Babel, om in Sion te verkondigen de wraak des HEEREN, onzes Gods, de wraak Zijns tempels.
gevluchten en ontkomenen
Der Joden, die vandaar zouden ontkomen om Gods wonderwerk te boodschappen.
Hertaald:gevluchten en ontkomenen
Van de Joden, die vandaar zouden ontkomen om Gods wonderwerk te melden.
tempels
Die God aan de Chaldeën geoefend heeft, omdat zij den tempel verstoord en verbrand hadden; 2 Kon. 25:9 , alzo onder Jer. 51:11 .
Hertaald:tempels
Die God aan de Chaldeeën voltrokken heeft, omdat zij de tempel verwoest en verbrand hadden; 2 Kon. 25:9, zo ook hieronder Jer. 51:11.
Jeremia 50 vers 29— Laat u horen tegen Babel, gij schutters! gij allen, die den boog spant! legert u tegen haar rondom, laat niemand van hen ontkomen; vergeldt haar naar haar werk, doet haar naar alles, wat zij gedaan heeft; want zij heeft trotselijk gehandeld tegen den HEERE, tegen den Heilige Israels.
schutters
Alzo wordt het Hebreeuwse woord ook genomen Gen. 49:23 ; Job 16:13 ; zie ook Ps. 18:15 .
Hertaald:schutters
Zo wordt het Hebreeuwse woord ook opgevat in Gen. 49:23; Job 16:13; zie ook Ps. 18:15.
spant
Hebreeuws, treedt.
Hertaald:spant
Hebreeuws: treedt.
laat niemand van hen ontkomen;
Hebreeuws, hun is, of zij hebben gene ontkoming.
Hertaald:laat niemand van hen ontkomen;
Hebreeuws: hun is, of: zij hebben geen ontkoming.
doet haar naar alles,
Gelijk boven vs.15.
Hertaald:doet haar naar alles,
Zoals hierboven vers 15.
Heilige Israëls
Zie Ps. 71:22 .
Hertaald:Heilige Israëls
Zie Ps. 71:22.
Jeremia 50 vers 31— Ziet, Ik wil aan u, gij trotse! spreekt de HEERE, de HEERE der heirscharen; want uw dag is gekomen, de tijd, dat Ik u bezoeken zal.
aan u,
Zie boven Jer. 21:13 .
Hertaald:aan u,
Zie hierboven Jer. 21:13.
trotse
Hebreeuws, trotsheid, hovaardij, hoogmoed. Zie van zulk een gebruik der Hebreeuwse spraak Job 35:13 , de zin is: Die zo trots is, dat hij de trotsheid zelve is of genoemd mag worden; alzo in vs.32.
Hertaald:trotse
Hebreeuws: trotsheid, hoogmoed. Zie over zo'n gebruik van het Hebreeuwse taaleigen Job 35:13. De betekenis is: hij die zo trots is dat hij de trotsheid zelf is, of zo genoemd mag worden; zo ook in vers 32.
dag is gekomen,
Gelijk boven vs.27.
Hertaald:dag is gekomen,
Zoals hierboven vers 27.
Jeremia 50 vers 34— Maar hun Verlosser is sterk, HEERE der heirscharen is Zijn Naam; Hij zal hun twist zekerlijk twisten, opdat Hij het land in rust brenge, maar de inwoners van Babel beroere.
zekerlijk twisten,
Hebreeuws, twistende twisten; zie Ps. 35:1 , alzo onder Jer. 51:36 .
Hertaald:zekerlijk twisten,
Hebreeuws: twistende twisten; zie Ps. 35:1, zo ook hieronder Jer. 51:36.
land in rust brenge,
Het Joodse land, of zijne kerk, voornamelijk, en voorts andere landen, die van Babel zijn geplaagd.
Hertaald:land in rust brenge,
Het Joodse land, of vooral Zijn kerk, en verder andere landen die door Babel geplaagd zijn.
Jeremia 50 vers 36— Het zwaard zal zijn over de leugenaars, dat zij zot worden; het zwaard zal zijn over haar helden, dat zij versagen;
leugenaars,
Of, leugendichters. Versta, waarzeggers, sterrenkijkers, waar Chaldea vol van was; alzo Jes. 44:25 .
Hertaald:leugenaars,
Of: leugendichters. Versta: waarzeggers en sterrenwichelaars, waar Chaldea vol van was; zo Jes. 44:25.
Jeremia 50 vers 37— Het zwaard zal zijn over zijn paarden en over zijn wagenen, en over den gansen gemengden hoop, die in het midden van hen is, dat zij tot wijven worden; het zwaard zal zijn over haar schatten, dat zij geplunderd worden.
zijn paarden en over zijn wagenen,
Het vrouwelijke geslacht [hier merendeels gebruikt] wordt hier twee malen veranderd in het mannelijke; men kan dit duiden op den koning of zijn volk.
Hertaald:zijn paarden en over zijn wagenen,
Het vrouwelijk geslacht, dat hier meestal gebruikt wordt, verandert hier tweemaal in het mannelijk; men kan dit op de koning of op zijn volk duiden.
gemengden hoop,
Krijgslieden en ander gemeen volk uit allerlei natiën bestaande.
Hertaald:gemengden hoop,
Krijgslieden en ander gewoon volk, uit allerlei volken samengesteld.
wijven worden;
Moedeloos en weerloos. Alzo onder Jer. 51:30 . Vergelijk Jes. 19:16 ; Nah. 3:13 , enz.
Hertaald:wijven worden;
Moedeloos en weerloos. Zo ook hieronder Jer. 51:30. Vergelijk Jes. 19:16; Nah. 3:13, enzovoort.
Jeremia 50 vers 38— Droogte zal zijn over haar wateren, dat zij uitdrogen; want het is een land van gesneden beelden, en zij razen naar de schrikkelijke afgoden.
Droogte zal zijn over haar wateren,
Vergelijk boven de aantekening vs.24.
Hertaald:Droogte zal zijn over haar wateren,
Vergelijk hierboven de aantekening bij vers 24.
van gesneden beelden,
Vol van afgoderij, die zij met de gesneden beelden bedrijven.
Hertaald:van gesneden beelden,
Vol van de afgoderij die zij met de gesneden beelden bedrijven.
razen naar
Als dolle, onzinnige mensen. Zie van het Hebreeuwse woord Ps. 5:6 .
Hertaald:razen naar
Als dolle, waanzinnige mensen. Zie over het Hebreeuwse woord Ps. 5:6.
schrikkelijke afgoden
Hebreeuws, verschrikkingen. Alzo worden de afgoden met recht genoemd, omdat sommige schrikkelijk van gedaante zijn, en in het algemeen den afgodendienaren schrik aanbrengen. Gelijk zij elders om gelijke oorzaak smarten genoemd worden. Zie 2 Sam. 5:21 . Met denzelfden naam, Emim, zijn eertijds vanwege hunne verschrikkelijkheid, enige reuzen genoemd. Zie Gen. 14:5 , en Deut. 2:10 , met de aantekening. En zodanigen plegen zich wel de macht en heerschappij over anderen aan te nemen, en voorts naar de wijze der heidenen tot afgoden gemaakt te worden. Zulk een is ook zonder twijfel geweest Nimrod de eerste stichter der Assyrische en Babylonische heerschappij; zie Gen. 6:4 , en Gen. 10:8 .
Hertaald:schrikkelijke afgoden
Hebreeuws: verschrikkingen. Zo worden de afgoden terecht genoemd, omdat sommige verschrikkelijk van gedaante zijn en zij in het algemeen de afgodendienaars schrik aanjagen. Zoals zij elders om dezelfde reden smarten genoemd worden. Zie 2 Sam. 5:21. Met dezelfde naam, Emim, zijn vroeger vanwege hun verschrikkelijkheid enige reuzen genoemd. Zie Gen. 14:5 en Deut. 2:10 met de aantekening. En zulke mensen plegen zich de macht en heerschappij over anderen aan te matigen en vervolgens naar de gewoonte van de heidenen tot afgoden gemaakt te worden. Zo iemand is ongetwijfeld ook Nimrod geweest, de eerste stichter van de Assyrische en Babylonische heerschappij; zie Gen. 6:4 en Gen. 10:8.
Jeremia 50 vers 39— Daarom zo zullen de wilde dieren der woestijnen met de wilde dieren der eilanden daarin wonen; ook zullen de jonge struisen daarin wonen; en men zal er geen verblijf meer hebben in eeuwigheid, en zij zal niet bewoond worden van geslacht tot geslacht.
wilde dieren der woestijnen
Hebreeuws, Tsijm en Jim; het eerste heeft den naam van dorre woeste plaatsen, het andere van eilanden; zie Jes. 13:21-22 , met de aantekening.
Hertaald:wilde dieren der woestijnen
Hebreeuws: Tsijm en Jim; het eerste heeft zijn naam van dorre, woeste plaatsen, het andere van eilanden; zie Jes. 13:21-22 met de aantekening.
geen verblijf meer hebben . . . niet bewoond worden
Zie van zulk een gebruik van het Hebreeuwse woord, boven Jer. 17:6 .
Hertaald:geen verblijf meer hebben . . . niet bewoond worden
Zie over zo'n gebruik van het Hebreeuwse woord hierboven Jer. 17:6.
van geslacht tot geslacht
Hebreeuws, tot geslacht en geslacht toe.
Hertaald:van geslacht tot geslacht
Hebreeuws: tot geslacht en geslacht toe.
Jeremia 50 vers 40— Gelijk God Sodom en Gomorra en haar naburen heeft omgekeerd, spreekt de HEERE, alzo zal niemand aldaar wonen, en geen mensenkind in haar verkeren.
omgekeerd,
Hebreeuws, gelijk de omkering Gods van Sodom, enz.; vergelijk boven Jer. 49:18 .
Hertaald:omgekeerd,
Hebreeuws: zoals de omkering door God van Sodom, enzovoort; vergelijk hierboven Jer. 49:18.
aldaar wonen,
In Babel.
Hertaald:aldaar wonen,
In Babel.
Jeremia 50 vers 41— Ziet, daar komt een volk uit het noorden; en een grote natie, en geweldige koningen zullen van de zijden der aarde opgewekt worden.
noorden;
Zie boven vs.3.
Hertaald:noorden;
Zie hierboven vers 3.
geweldige koningen
Of, vele.
Hertaald:geweldige koningen
Of: vele.
aarde opgewekt worden
Of, des lands; zie boven Jer. 6:22-24 , alwaar een gelijke profetie is van Babel aankomst tegen Juda, gelijk hier van de Meden en Perzen tegen Babel; zie de aantekening aldaar.
Hertaald:aarde opgewekt worden
Of: van het land; zie hierboven Jer. 6:22-24, waar een soortgelijke profetie staat over de komst van Babel tegen Juda, zoals hier over die van de Meden en Perzen tegen Babel; zie de aantekening daar.
Jeremia 50 vers 42— Boog en spies zullen zij voeren; wreed zijn zij, en zullen niet barmhartig zijn; hun stem zal bruisen als de zee, en op paarden zullen zij rijden; het is toegerust als een man ten oorlog, tegen u, o dochter van Babel!
het is toegerust als een man ten oorlog,
Te weten volk, of een ieder van hen is toegerust, gelijk boven Jer. 6:23 , van Babel, tegen de dochter van Zion.
Hertaald:het is toegerust als een man ten oorlog,
Namelijk het volk, of: ieder van hen is toegerust, zoals hierboven Jer. 6:23 over Babel tegen de dochter van Sion.
Jeremia 50 vers 44— Ziet, gelijk een leeuw van de verheffing der Jordaan, zal hij opkomen tegen de sterke woning; want Ik zal hen in een ogenblik daaruit doen lopen; en wie daartoe verkoren is, dien zal Ik tegen haar bestellen; want wie is Mij gelijk, en wie zou Mij dagvaarden? En wie is de herder, die voor Mijn aangezicht bestaan zou?
Ziet,
Zie boven Jer. 49:19 , en de volgende verzen, tot het 22 vs. toe, waar vast met dezelfde woorden geprofeteerd wordt van den optocht des konings van Babel tegen Edom, die hier staan van Cyrus' optocht tegen Babel, om te kennen te geven dat men Babel weder zou doen gelijk zij anderen volken gedaan had. Zie de aantekening aldaar en vergelijk Openb. 18:6 .
Hertaald:Ziet,
Zie hierboven Jer. 49:19 en de volgende verzen tot vers 22 toe, waar vrijwel met dezelfde woorden geprofeteerd wordt over de optocht van de koning van Babel tegen Edom; hier staan ze van Cyrus' optocht tegen Babel, om te kennen te geven dat men Babel weer zou doen zoals zij andere volken gedaan had. Zie de aantekening daar en vergelijk Openb. 18:6.
zal hen in een ogenblik daaruit doen lopen;
Te weten de Babyloniërs uit Babel.
Hertaald:zal hen in een ogenblik daaruit doen lopen;
Namelijk de Babyloniërs uit Babel.
Jeremia 50 vers 46— De aarde is bevende geworden van het geluid der inneming van Babel, en het gekrijt is gehoord onder de volken.
geluid der inneming van Babel,
Of, gerucht. Hebreeuws, stem.
Hertaald:geluid der inneming van Babel,
Of: gerucht. Hebreeuws: stem.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De hamer der ganse aarde — het werktuig waarmee God sloeg, wordt zelf verbroken (Jer. 50:23)
"Hoe is de hamer der ganse aarde zo afgehouwen en verbroken! Hoe is Babel geworden tot een ontzetting onder de heidenen" (Jer. 50:23). Het staat in het eerste van de twee lange hoofdstukken over Babel (Jer. 50-51), die samen het slot vormen van de woorden tegen de heidenen.
Bijbelse betekenis: Merk op welk beeld voor Babel gekozen wordt. Een hamer is gereedschap: hij slaat niet uit zichzelf en hij kiest niet waarop hij neerkomt. Dat is precies wat er eerder in dit boek van Nebukadnezar gezegd werd, die Mijn knecht heet (reeds behandeld bij Jer. 27:6). Let vervolgens op wat er met de hamer gebeurt. Hij wordt afgehouwen en verbroken; wie het werktuig geweest is, ontkomt niet aan het oordeel. Dat is dezelfde lijn als bij Assur (reeds behandeld bij Jes. 10:5), en het is de reden dat Babel in dit boek achteraan staat en de meeste ruimte krijgt. Let ten slotte op het woord ontzetting. Babel was de schrik van de volken; nu schrikken de volken van wat er met Babel gebeurd is.
Typologie: Jesaja zegt hetzelfde over Assur met een ander beeld: zal een bijl zich beroemen tegen dien die daarmede houwt (reeds behandeld bij Jes. 10:15). En in het laatste boek valt Babylon met één zin: "zij is gevallen, zij is gevallen, het grote Babylon" (Op. 18:2).
Hun Verlosser is sterk — de reden waarom Babel valt, ligt bij de Losser van de gevangenen (Jer. 50:33-34)
"De kinderen Israels en de kinderen van Juda zijn te zamen verdrukt geweest; en allen, die hen gevangen hadden, hebben hen vast gehouden; zij hebben hen geweigerd los te laten" (Jer. 50:33). Daartegenover staat: "Maar hun Verlosser is sterk, HEERE der heirscharen is Zijn Naam; Hij zal hun twist zekerlijk twisten, opdat Hij het land in rust brenge, maar de inwoners van Babel beroere" (Jer. 50:34).
Bijbelse betekenis: Merk op welk woord hier gebruikt wordt. Verlosser is in de wet de losser: de naaste bloedverwant die het recht en de plicht had de zaak van zijn familielid op zich te nemen (reeds behandeld bij Lev. 25:25). God treedt hier op als de Losser van een volk dat niemand anders heeft. Let vervolgens op de tegenstelling in de twee verzen. Aan de ene kant mensen die weigeren los te laten, aan de andere kant Eén Die sterk is; het gaat om een krachtsverhouding en niet om een verzoek. Let ten slotte op de uitdrukking hun twist twisten. Het is rechtstaal: God voert hun rechtszaak. Wat de gevangenen zelf niet konden bepleiten, neemt Hij over.
Typologie: Job wist zich al zo'n Losser: "ik weet, mijn Verlosser leeft" (reeds behandeld bij Job 19:25). En Paulus zegt van Christus dat Hij ons "getrokken heeft uit de macht der duisternis, en overgezet heeft in het Koninkrijk van den Zoon Zijner liefde" (Kol. 1:13).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenambt
Hun Verlosser is sterk — 50:17-34
Twee hoofdstukken lang gaat het over Babel, de stad die Jeruzalem verwoest heeft. Midden in dat oordeel staat een beeld dat het volk beschrijft zoals God het ziet: als een schaap dat door leeuwen is opgejaagd.
Tegenover een wereldmacht wordt niet een leger gesteld maar een Losser, en van Hem wordt gezegd dat Hij sterk is.
Israël is een verstrooid schaap, dat de leeuwen verjaagd hebben. Eerst heeft de koning van Assur hem opgegeten, en ten laatste heeft Nebukadnezar zijn beenderen gebroken.
En dan wordt er iets gezegd wat men na zo'n opsomming niet verwacht: in die dagen zal Israels ongerechtigheid gezocht worden, maar zij zal er niet zijn, en de zonden van Juda, maar zullen niet gevonden worden.
Er wordt dus gezocht en niet gevonden. Dat is meer dan vergeten; het is weggedaan.
Daarna komt de zin die dit gedeelte draagt: maar hun Verlosser is sterk, HEERE der heirscharen is Zijn Naam; Hij zal hun twist zekerlijk twisten, opdat Hij het land in rust brenge.
Het woord Verlosser is hier het woord voor de losser: de naaste bloedverwant die instaat voor wie zichzelf niet redden kan. In Ruth koopt hij een akker terug; hier staat hij tegenover een wereldrijk. De kanttekening merkt bij dat twisten op dat er in het Hebreeuws staat: twistende twisten — dus met nadruk, als een pleitbezorger die de zaak werkelijk voert.
De verhouding is opvallend. Aan de ene kant Babel, met zijn muren en zijn goden. Aan de andere kant geen leger, maar Eén Die de zaak op Zich neemt en van Wie gezegd wordt dat Hij sterk is.
Dat woord komt in het Nieuwe Testament terug in de taal van de verlossing: Christus heeft ons losgekocht, en wij zijn duur gekocht. En wat hier van de zonden gezegd wordt — gezocht en niet gevonden — staat in Hebreeën als belofte van het nieuwe verbond: hun zonden zal Ik niet meer gedenken.
Leviticus 25:25 — De losser is de bloedverwant die terugkoopt wat verloren ging.
Jeremia 50:20 — De ongerechtigheid zal gezocht worden en niet gevonden.
Jeremia 50:34 — Maar hun Verlosser is sterk; Hij zal hun twist zekerlijk twisten.
Job 19:25 — Ik weet: mijn Verlosser leeft.
Galaten 3:13 — Christus heeft ons losgekocht van den vloek der wet.
Hebreeën 8:12 — Hunner zonden zal Ik geenszins meer gedenken.
In het Nieuwe Testament: Galaten 3:13; 1 Petrus 1:18-19; Hebreeën 8:12; Openbaring 18:2
Hoever dit reikt: Niveau 2. Het Nieuwe Testament haalt deze verzen niet met name aan. De lijn loopt over het woord losser, dat in Leviticus en Ruth zijn betekenis krijgt en in de brieven de taal van de verlossing levert.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Jeremia 50:4-5.KruisverwijzingenJeremia 32:40→Hosea 3:5→Hosea 1:11→Hebreeën 8:6→Jesaja 55:3→Jeremia 31:31→Ezra 3:12→Jesaja 11:12→ — In dezelve dagen en ter zelver tijd, spreekt de HEERE, zullen de kinderen Israels komen, zij en de kinderen van Juda te zamen; wandelende en wenende zullen zij henengaan, en den HEERE, hun God, zoeken. Zij zullen naar Sion vragen; op den weg herwaarts zullen hun aangezichten zijn; zij zullen komen en den HEERE toegevoegd worden, met een eeuwig verbond, dat niet zal worden vergeten. “In dezelve dagen en ter zelver tijd, spreekt de HEERE, zullen de kinderen Israels komen, zij en de kinderen van Juda te zamen; wandelende en wenende zullen zij henengaan, en den HEERE, hun God, zoeken.”
Deze tekst laat ons zien wat zij waren die door Gods genadige leiding naar Sion terugkeerden. In de eerste plaats treurenden, in de tweede plaats zoekers, en in de derde plaats verbondsluiters.
Na al uw zonden zal ik niet geloven dat u werkelijk tot God komt. Niet als er geen grote droefheid over de zonde bij u is, en geen klagen naar de HEERE. Kunt u zich voorstellen dat de Joden uit de ballingschap terugkeerden zonder de zonden te bewenen die hen naar het land van hun verbanning gedreven hadden? Hoe konden zij tot God hersteld worden als zij hun vroegere goddeloze vervreemding niet beweenden? Hoe kan er vrede zijn voor een overtreder zolang hij over zijn overtredingen geen berouw heeft? Zulke belijdenissen kunnen, als zij oprecht zijn, niet uitgesproken worden zonder zuchten en droefheid: “wandelende en wenende”. Aan de menigte van onze zonden kan niet gedacht worden zonder een beweging van de ziel en een mate van harteleed.
Let er verder op dat er tussen Israël en Juda een oude vete lag. Zij waren broeders, en zo had het niet mogen zijn, maar zij waren bittere tegenstanders van elkaar geworden. En nu zij tot de HEERE terugkeren, lezen wij: “zij en de kinderen van Juda te zamen”. Worden wij met God verzoend, dan worden wij ook met elkaar verzoend.
Wij mogen de woorden “en den HEERE, hun God, zoeken” niet overslaan. Zij zijn een leidraad om te weten of uw gemoedsgesteldheid u de goede kant op leidt. Wat zoekt u?
Vervolgens werden deze treurenden zoekers: “Zij zullen naar Sion vragen; op den weg herwaarts zullen hun aangezichten zijn.” Zij waren in Babel geboren en grootgebracht en hadden de weg naar Jeruzalem nooit betreden. Uit hun vragen naar de weg blijkt dat deze zoekers leerzaam waren. Zij lieten zich niet alleen onderwijzen; zij verlangden ernaar onderwezen te worden, en daarom vroegen zij om inlichting.
Maar terwijl zij vragen, staan zij toch vast. Zij vragen naar de weg naar Sion, maar zij reízen ook in de goede richting. Zij stellen geen vragen om te vitten en zo een verontschuldiging te hebben om te blijven zitten. Zij vragen omdat zij het volstrekt ernstig menen. Al vragen zij naar de weg, zij weten waar zij heen gaan: naar Sion. Zij zoeken Gods eigen woonplaats. Zij vragen vrijmoedig, want zij schamen zich niet zoekend gevonden te worden. En zodra zij ingelicht zijn, staan hun aangezichten al die kant op, zodat zij niets anders te doen hebben dan rechtdoor te gaan.
Ten slotte werden deze vragers verbondsluiters: “zij zullen komen en den HEERE toegevoegd worden, met een eeuwig verbond, dat niet zal worden vergeten.” Het onheil van onze gevallen staat kwam voort uit onze poging om afzonderlijk en onafhankelijk van God te zijn. Dit is een blijvend verbond. Een afspraak? Een belofte? Nee — er staat “verbond”. En hun verbondmaken met God “zal niet worden vergeten”.
Jeremia 50:20.KruisverwijzingenMicha 7:19→Jeremia 31:34→Jesaja 1:9→Jesaja 43:25→Jeremia 33:15→Romeinen 5:16→2 Petrus 3:15→Romeinen 8:33→ — In die dagen en te dier tijd, spreekt de HEERE, zal Israels ongerechtigheid gezocht worden, maar zij zal er niet zijn, en de zonden van Juda, maar zullen niet gevonden worden; want Ik zal ze dengenen vergeven, die Ik zal doen overblijven. “In die dagen en te dier tijd, spreekt de HEERE, zal Israels ongerechtigheid gezocht worden, maar zij zal er niet zijn, en de zonden van Juda, maar zullen niet gevonden worden; want Ik zal ze dengenen vergeven, die Ik zal doen overblijven.”
Die zonden waren niet van de gewone soort. De Israëlieten waren altijd een hardnekkig en weerspannig geslacht. Hun zonden waren van de zwaarste aard, vanwege de grootheid van hun voorrechten en vanwege de bijzondere liefde die de HEERE aan hen besteed had. In schuld werden zij door geen volk onder de hemel geëvenaard. En bij dat alles wierpen zij hun God weg. Zij die de HEERE gediend hadden, keerden zich van Hem af, bogen zich voor Baäl, gingen andere goden na en aanbaden afgoden.
Maar hun tergingen, hun afgoderijen en hun begeerlijkheden zouden alle weggevaagd en vergeten worden. In deze tekst wordt van een volkomen vergeving gesproken. Niet alleen zullen die zonden niet gevónden worden; er zullen er geen zíjn om te vinden. Zij zullen zo volledig weggenomen en zo volstrekt tenietgedaan zijn dat zij opgehouden hebben te bestaan. Wat een vreugde is het te weten dat zelfs de HEERE geen zonde meer zal kunnen vinden in een van Zijn in bloed gewassen kinderen. Wanneer God Zijn volk vergeeft, vergeeft Hij al hun zonden tegelijk — niet de helft, maar alle. “Het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde” (1 Johannes 1:7).
IXa. vs. 1-28. Jeremia heeft op des Heeren bevel den beker van Gods toorn eerst aan het afvallige volk van God, vervolgens aan acht heidense volken in den omtrek van Egypte tot aan Elam gereikt. Het werktuig, waardoor deze Goddelijke gerichten zullen worden volvoerd, is de trotse wereldstad Babel, die bestemd was tot leiding der wereldgeschiedenis van het eerste jaar van Nebukadnezar gedurende een zeventigtal jaren. Eindelijk zou ook Babel den beker des toorns drinken (Hoofdst. 25:26), en het gericht over Babel zou tevens de verlossing voor de onderdrukte volken zijn, vooral ook voor het volk van God, voor Juda en Israël. De kroon en de sleutel der gehele profetie van Jeremia is dit profetisch triomfgezang over Babels val, dat in de beide hoofdstukken 50 en 51, 104 verzen lang voor ons ligt. Dit gezang is in den hoogsten zin des woords profetisch, niet omdat het bijna zestig jaren te voren vele bijzondere karakteristieke omstandigheden verkondigt, die bij de inneming van Babel door de Meden en Perzen plaats hadden, maar vooral omdat hij over dat Babel van dien tijd heenziet, en in het grote en uitgebreide van den profetischen blik het gericht Gods over Babel schildert, als het door alle gelovigen gewenste gericht over de macht der wereld, over ieder groot wereldrijk en over den vorst der wereld, over satan. Het geschiedkundige Babel is hem slechts type van het mystische Babel, terwijl de menigte van prachtige beelden van den krijg der volken tegen Babel eigenlijk toch slechts de Goddelijke machten moeten voorstellen, die de macht dezer wereld vernietigen. Niet eerst de profeten hebben Babel voorgesteld als een middelpunt en type van de Gode vijandige macht der wereld; van den beginne af droeg het dit karakter, want het is de plaats van de eerste aardse vorstelijke macht geweest. Die Nimrod, aan wien nog heden ten dage door de ruïne van den toren Rers Nimrud herinnerd wordt, en die in de tradities van het Oosten nog steeds voortleeft als een groot misdadiger en vijand der godheid, had volgens Gen. 10 als begin zijner heerschappij, Babel. De eerste despoot en veroveraar is dus van Babel uitgegaan. Daarbij komt dat de Babylonische torenbouw een werk was van den God trotserenden, menselijken overmoed. Dat in dien vroegen tijd nedergelegde zaad is in Nebukadnezar tot vollen bloei en ontwikkeling gekomen. Door hem is Babel werkelijk het eerste, alles verslindende wereldrijk geworden. Wat zijne macht boven die van Assyrië, Perzië en Rome onderscheidde, was, dat hij ook het rijk van God heeft verslonden, zodat het op dezen tijd nog niet uit de boeien van de macht der wereld is losgekomen. juist omdat Babel de eerste macht der wereld is, die Gods rijk in dezen toestand bracht, komt zij in de Schrift voor als de wereldmacht, en alle trekken, die aan de bijzondere wereldmachten worden toegeschreven, worden in het O. T. op Babel overgedragen, en het komt voor als het beeld van het rijk van de antichrist. Even als Babel den buit, van alle volken binnen zijne muren heeft zaamgebracht en zijne pracht daardoor heeft gevestigd, zo hoopt Jeremia in dit verheven gezang des Goddelijken gerichts ook de woorden der vroegere Profeten ten gerichte (vooral Jes. 13, 14, 21, 41 Micha 4. Habakuk) over Babel en alle andere zondige volken op Babels hoofd opeen. Zijne profetie vormt alzo het toppunt der oud-Testamentische voorzegging tegen Babel. Ja, alle vroegere gerichten over de volken lopen in dit laatste grootse gericht te zamen. De hoofdgedachte van het geheel is Babels ondergang en Israëls verlossing uit Babel. Deze wordt in ene rij los zamenhangende beelden door 3 hoofddoelen (Hoofdst. 50:2-28; 50:29-51 :26; 51:27-58), die telkens met ene levendige vermaning tot den strijd beginnen, uitgevoerd. In het eerste deel staat de blik op de noodzakelijke verlossing van Israël op den voorgrond. Hoewel in de bijzondere delen een welgerangschikte gedachtengang aanwezig is, zo kan de inhoud toch moeilijk in korte woorden worden weer gegeven. In de eerste plaats verkondigt de profeet luide aan alle volken den val van Babel. Vervolgens zullen de gevangenen van Juda en Israël wegtrekken, om van zonde en ellende verlost, hunnen God in een eeuwig verbond aan te hangen. Na lange, zware kastijding slaat voor Gods volk het uur der bevrijding, wanneer de Heere door ene menigte volken uit het noorden Babel zal verwoesten (vs. 2-13. De Profeet roept de vijanden op, om zich tegen Babel toe te rusten en Gods wraak aan het te volbrengen, want Israël zal aan Babel zowel als aan Assur worden gewroken, in zijn land terugkeren, en volle vergeving zijner zonden verkrijgen. Nogmaals ontbiedt de Profeet den volvoerder van het gericht, om Gods wrake aan Babel te voltrekken en schildert hij de volvoering daarvan (vs. 14-28
KruisverwijzingenJeremia 25:26→Jesaja 13:1→Jeremia 51:1→Jesaja 14:4→Jesaja 23:13→2 Petrus 1:21→2 Samuël 23:2→Openbaring 18:1→— Het woord, dat de HEERE gesproken heeft tegen Babel, tegen het land der Chaldeen, door den dienst van den profeet Jeremia.
Het woord, dat de HEERE gesproken heeft tegen Babel, tegen het gehele land der Chaldeën, door den dienst van den Profeet Jeremia1).
Tot hiertoe heeft onze Profeet over de naburige volken gesproken, die het uitverkoren volk wredelijk hadden behandeld; doch dit was enige vertroosting, wanneer de kinderen Abrahams begrepen, dat hun heil er mede begon en dat het een oordeel was over zo vele beledigingen, welke zij hadden verdragen. Maar die vertroosting was nog maar een middelmatige ja, zij kon velen koud laten, dewijl er ondertussen geen hoop was op redding. Het was toch een zwakke troost, meerderen te hebben als deelgenoten in hun ellende. Maar indien Jeremia slechts geleerd had, dat er niemand van dengenen, die de Kerke Gods lastig hadden gevallen, ongestraft gelaten was, hadden de Joden kunnen tegenwerpen, dat zij van hun ellende niet bevrijd waren, dewijl de monarchie van Babel bloeide en zij als het ware door een altijddurend graf waren ingesloten. Het was derhalve noodzakelijk dat voorspeld werd, wat wij hier lezen. Doch ofschoon deze Godsspraak in de laatste plaats wordt geplaatst, is het op te merken, dat de Profeet terstond van den beginne vrijmoedig over het verderf en den val van Babel heeft gesproken. Overigens, deze profetie was als het slotstuk van het Boek, opdat zij de smart lenigde bij de arme ballingen, wanneer zij hoorden, dat de verdrukking, waarmee zij allen geteisterd en onder welke zij als het ware ontzield ter neer lagen, niet altijd durend zou wezen.
KruisverwijzingenJesaja 46:1→Jesaja 21:9→Jeremia 51:47→Jeremia 51:44→Jeremia 4:16→Jeremia 43:12→Openbaring 14:6→Psalmen 96:3→— Verkondigt onder de heidenen, en doet horen, en werpt een banier op, laat horen, verbergt het niet; zegt: Babel is ingenomen, Bel is beschaamd, Merodach is verpletterd, haar afgoden zijn beschaamd, haar drekgoden zijn verpletterd!
Verkondigt het onder de overige heidenende volken, en doet uwe stem luide horen, en werpt ene banier, een hogen signaal-staak op, opdat zich de gewichtige tijding zo snel mogelijk verbreide; laat met gejubel de stem horen, verbergt het niet, wat allen volken, inzonderheid Israël en Juda verlossing belooft, zegt: Babel, de machtige, grote stad en met haar het gehele Gode vijandige rijk, is ingenomen; Bel of Baäl, hun opperste god, dien zij als den koning des hemels en der aarde vereren, is beschaamd, hij heeft zijne stad niet kunnen redden; zijne machteloosheid en nietigheid is openbaar geworden. Merodachof Bel-Merodach (= dood), zo als zij hunnen oppersten god als beschermgod van Babel ook noemden (Jes. 46:1) is verpletterd, omdat hij zijn rijk niet heeft kunnen beschermen; hare afgoden zijnallen te zamen beschaamd, hare drekgoden zijn verpletterd. 1)
Bij deze schilderij van Babels verwoesting, even als bij al het volgende, is steeds in het oog te houden, dat Babel in den geest der voorzegging tevens voorbeeld is van de wereldmacht in ‘t algemeen, die vol Titanischen overmoed het rijk van God zoekt te vernietigen en zich alleen de hoogste macht op aarde zoekt aan te matigen, dat dus de vervulling der voorzegging van Babels verwoesting tot in de laatste tijden der wereldgeschiedenis zich uitstrekt. De veelheid der woorden dient, om de blijdschap over den val van Babel uit te drukken. Daarom roept hij ook uit, om het onder de volken te verkondigen, dat ook eindelijk Babel’s val komt, dat de Heere Zijne oordelen over Babel volbrengt. De banier- of signaalstaak diende, om de tijding overal zo spoedig mogelijk te verbreiden. Babel had zich beroemd op zijne afgoden. De valse profeten hadden het volk misleid, maar het was nu gebleken, de Profeet spreekt van wat geschieden zou, al was ‘t reeds geschied-dat de afgoden van Babel voor het heilig aangezicht van den God van Israël niet hadden kunnen bestaan. Zij waren verpletterd geworden.
KruisverwijzingenSefanja 1:3→Jeremia 50:9→Jeremia 51:11→Jeremia 51:62→Jeremia 51:48→Jeremia 51:37→Jeremia 50:35→Jesaja 14:22→— Want een volk komt tegen haar op van het noorden; dat zal haar land zetten in verwoesting, dat er geen inwoner in zal zijn; van de mensen aan tot de beesten toe zijn zij weggezworven, doorgegaan!
Want een volk, ja ene gehele menigte van grote en machtige volken (vs. 9; (Hoofdst. 51:27 vv.) komt tegen haar op, gedreven door den Geest des Heeren, van het noorden; dat zal haar land zetten in verwoesting, 1) dat er geen inwoner in zal zijn; van de mensen aan tot de beesten toe zijn zij weggezworven, doorgegaan!
Het land der Chaldeën zou tot eeuwige en aanhoudende verwoestingen gesteld worden. Na eeuwen lang verwoest en beroofd te zijn geweest, verdween eindelijk de heerlijkheid van Chaldea geheel en al en het land werd woest, gelijk het thans is. Rauwolff, die er in 1574 doortrok, beschrijft het land als bar, en zo droog en onvruchtbaar, dat het niet bewoond kan worden. En de latere reizigers stemmen allen overeen met het in dezelfde uitdrukkingen te beschrijven.
KruisverwijzingenHosea 3:5→Hosea 1:11→Jeremia 31:31→Ezra 3:12→Jesaja 11:12→Zacharia 12:10→Ezechiël 37:16→Psalmen 105:4→— In dezelve dagen en ter zelver tijd, spreekt de HEERE, zullen de kinderen Israels komen, zij en de kinderen van Juda te zamen; wandelende en wenende zullen zij henengaan, en den HEERE, hun God, zoeken.
In dezelve dagen en ter zelver tijd, wanneer Babel zal gevallen zijn, spreekt de HEERE, zal Ik ook Mijn uitverkoren volk uit de gevangenis, uit zonde en nood verlossen. Dan zullen de kinderen Israëls komen, de 10 stammen van het noordelijke rijk, dat Ik naar Assur heb laten wegvoeren; zij en de kinderen van Juda te zamen, die 70 jaren lang in Babel hebben gesmacht, zullen weer vreedzaam tot één volk worden verzameld; wandelende en wenende met bittere tranen van berouw en boete over hun afval van hunnen getrouwen Verbondsgod, zullen zij uit Babel henengaan naar hun land, en den HEERE, hunnen God, dien zij verlaten hadden, zoeken.
KruisverwijzingenJeremia 32:40→Hebreeën 8:6→Jesaja 55:3→Genesis 17:7→Jesaja 35:8→Jeremia 6:16→2 Samuël 23:5→Jesaja 56:6→— Zij zullen naar Sion vragen; op den weg herwaarts zullen hun aangezichten zijn; zij zullen komen en den HEERE toegevoegd worden, met een eeuwig verbond, dat niet zal worden vergeten.
Zij zullen naar Zion vragen, de plaats, waar de Heere Zijnen troon heeft gevestigd en onder Zijn volk wil tegenwoordig zijn; op den weg herwaarts zullen hun aangezichten zijn; met groot verlangen zullen zij aan den terugtocht denken; zij zullen komen, en den HEERE met oprecht berouw toegevoegd worden met een eeuwig verbond, dat niet zal worden vergeten, 1) en dat ook wij niet weer willen verbreken (Hoofdst. 31:31 vv.).
Terwijl de Profeet aan het uit Babel terugkerend Israël de begeerte naar een eeuwig verbond met Jehova in den mond legt, laat hij hen 1) belijden, dat zij het eerste verbond hebben vergeten; 2) toont hij ons, dat voor hem de tijd des Nieuwen verbonds met de verlossing uit de Babylonische ballingschap begint. Hij was er echter ver van daan te vermoeden, dat deze verlossing slechts een zwak begin was, dat de verschijning van den Heilaanbrenger nog eeuwen zou worden verschoven, dat Israël nog steeds dieper zinken zou, en dat eindelijk het Israël des Nieuwen Verbonds als een geheim zou voorkomen, waarin ook de engelen begeerden in te zien (1 (Petr. 1:9-12). De val van Babel heeft de verlossing van Israël tot onmiddellijk gevolg. De Profeet ziet hier deze zo, dat alle trappen der vervulling: het terugkeren uit Babel, de hereniging van de vroeger gescheidene stammen, hun oprechte bekering tot den Heere, en het sluiten van een nieuw verbond voor de eeuwigheid welke in werkelijkheid allengs in lange tijdruimten zullen volgen, in éénen blik zijn zaamgevat. Israël en Juda, het weer verenigde volk, zal al wenend en schuldbelijdend tot den Heere, tot Zion komen. Het zal vragen naar den weg naar Zion en van uit Zion zal haar worden toegeroepen, want zo is de vertaling beter: “Komt en voegt u tot den Heere met een eeuwig verbond, hetwelk niet zal worden vergeten, d. i. hetwelk niet zal worden verbroken. ” De Profeet spreekt dan duidelijk van de redding van zijn volk. Als een schuldbelijdend volk zal het tot den Heere komen, en waar het als een schuldbelijdend volk tot den Heere komt, daar zal het ook ervaren dat het de zegeningen des Nieuwen Verbonds geniet. Op Zion heeft de Heere Zijn troon en daarom zal het wenende volk vragen naar Zion, om weer met den Heere in gemeenschap te treden. Het door zondeschuld gebroken hart heeft geen vrede aleer het weer de gemeenschap van een verzoend God mag genieten.
KruisverwijzingenJesaja 53:6→Mattheüs 9:36→Mattheüs 10:6→Jeremia 50:17→Ezechiël 34:14→Jeremia 3:6→Psalmen 23:2→Psalmen 119:176→— Mijn volk waren verloren schapen, hun herders hadden hen verleid, zij hadden hen gevoerd naar de bergen, zij gingen van berg tot heuvel, zij vergaten hun legering.
1) Tot zulk een besluit om tot hunnen God en Heere terug te keren, zal de ellende, waarin zij gekomen zijn, de kinderen Israëls voeren. Mijn volk waren verlorene schapen, hun trouweloze herders, de valse profeten, vorsten en priesters, hadden hen verleid; zij hadden hen gevoerd naar de bergen, de verleidelijke plaatsen van den afgodendienst, verreweg van de groene weiden en de frisse wateren der gemeenschap met zijnen God; zij gingen van berg tot heuvel, van de ene tot de andere plaats van afgodendienst; zij verlaten hun legering, 2) de plaats, waar zij wel verzorgd met rijk voedsel, veilig en welgeborgen voor iederen vijand konden legeren, namelijk hunnen God en Zijne genadige beloften.
In vs. 6 en 7 wordt gewezen op de ellende, waarin Israël had verkeerd, aleer het tot verlossing kwam, en het volk werd vergeleken bij een kudde verloren schapen, die door hare herders op dwaalwegen was geleid.
De Profeet wijst er hier op dat Juda, de legering, d. w. z. hun rustplaats, d. i. hun God hadden vergeten, dewijl zij in plaats van enkel en alleen in den tempel, op alle hoge plaatsen, op bergen en heuvelen zelfs de afgoden hadden gediend. Want ja, wel hield men de meeste tijden nog vast aan de vormen van den tempeldienst, maar de Heere zegt het hier zo snijdend scherp mogelijk, dat het toch feitelijk een vergeten was van den Heere. Men hing met heel zijn hart aan de afgoden en welke plaats zou er den nog overblijven voor den Heere God? God eist een volkomen dienst. Een vormdienst staat bij Hem op dezelfde lijn met een vergeten, een verlaten van Hem.
KruisverwijzingenJeremia 14:8→Jeremia 40:2→Jeremia 2:3→Jeremia 31:23→Zacharia 11:5→Psalmen 91:1→Jesaja 47:6→Psalmen 90:1→— Allen, die hen vonden, aten hen op, en hun wederpartijders zeiden: Wij zullen geen schuld hebben; daarom dat zij gezondigd hebben tegen den HEERE, in de woning der gerechtigheid, ja, tegen den HEERE, de Verwachting hunner vaderen.
Allen, die hen van de wilde dieren op hun dwaalwegen vonden, aten hen op, en hun wederpartijders 1), de heidense volken, die, zo lang Israël zijnen God een getrouw, heilig volk was, nooit zonder zware straf het zouden hebben kunnen schaden, zeiden: Wij zullen gene schuld hebben; daarom dat zij gezondigd hebben tegen den HEERE in de woning der gerechtigheid, 2) den Heere, in wien al hun gerechtigheid, en daarmee al hun tijdelijk en eeuwig hen verborgen ligt (Hoofdst. 31:23), ja, tegen den HEERE, de verwachting hunner vaderen, hun rots, waarop zij al hun vertrouwen stelden; daarom heeft ook deze hun Heere hen aan ons, hun vijanden, prijs gegeven.
Israël was op een eeuwigen grond gegrondvest, op Gods woord en belofte. De zonden der burgers hebben veroorzaakt, dat het ook in het stof werd gelegd, maar op hoop ener betere opstandig. Babel moet echter voor eeuwig ten ondergaan, want daarin is de booste wereldmacht tot den hoogsten bloei gekomen. Jeremia bekent de nietigheid van alle wereldrijken, dat zij allen tot deze natuurlijke orde behoren en allen slechts een tijd lang dienen. Men moet hun onderdanig zijn en hun bestwil zoeken om de zielen der mensen, welke God daarin opvoedt; een Christus kan echter niet meer naar de wijze der oude Heidenen, naar de wijze van het oude Israël vol geestdrift voor haar zijn; want wij hebben hier gene blijvende stad, ons burgerschap is in den hemel. De wereldrijken zijn gene heiligdommen voor ons, maar de regelingen Gods in hen zijn wel heiligdommen, en hun bestaan bidden wij met het dagelijks brood in de vierde bede. Jeremia gebruikt vele woorden en beelden, die hij bij de gerichten van andere volken reeds heeft gebruikt, hier van Babel te zamen, om daardoor aan te tonen, dat in Babel het heidendom der ganse wereld op enen hoop komt. Daarom zal daar ook de grootste angst ontstaan. Wat echter hier van Babel wordt gesproken moet steeds weer in alle machten der wereld tot vervulling komen, in zo verre zij, in Babel’s voetstappen gaande, vlees tot hunnen arm stellen, en de stof dezer wereld voor macht houden, hetzij ze staten of kerken genoemd worden.
Onze Staten-Overzetters hebben het woordje en tussen HEERE en de woning der gerechtigheid ingevoegd. Dit is echter onjuist. Jehova zelf wordt hier genoemd, de woning der gerechtigheid, zoals in Ps. 18:3, burcht, elders Zon en schild (Ps. 84:12), en in het vorige vers wordt juist gezegd dat zij de plaats hunner legering, n. l. God, hadden vergeten. God de Heere was voor Zijn volk, indien het op Hem vertrouwde, Hem diende en vreesde een vaste woning, een woning der gerechtigheid. In het volgende lid wordt de Heere genoemd, de verwachting hunner vaderen. Gerechtigheid moet dan ook hier niet, zoals Calvijn terecht aanmerkt, in den eigenlijken zin worden opgevat, maar in dien van, vastheid.
KruisverwijzingenJeremia 51:6→Jesaja 48:20→Openbaring 18:4→Jeremia 51:45→Jesaja 52:1→2 Korinthe 6:17→Numeri 16:26→Zacharia 2:6→— Vliedt weg uit het midden van Babel, en gaat uit der Chaldeen land; en weest als de bokken voor de kudde henen.
a) Vliedt dan, o kinderen Israëls, volk van God, hetwelk de Heere wil verlossen, vliedt haastig weg uit het midden van Babelvoordat Gods gericht over hen komt, en gaat uit, uit der Chaldeën land; en weest als de bokken, die voor de kudde henen trekken aan het hoofd van allen, die Gods gericht ontvlieden en hun ziel willen redden (Jes. 48:20).
Jes. 51:6. Openb. 18:4. Babel is geopend, nu moet men ook Babel verlaten en er niet aan verkleefd blijven, want de ballingschap is ene tijdelijke tucht, maar niet Gods beschikking voor de kinderen Gods. Gods volk moet bij de algemene verlossing als bokken voor de kudde der volken heengaan, opdat zij zich ook aan Israël aansluiten, zo als dat ook ten hoogste in den tijd van Christus aan de eerste gemeenten en de Apostelen vervuld is, die nu de gehele heidenwereld achter zich heentrekken tot het eeuwige leven. Nu ziet de Profeet reeds de nieuwe mensheid, die uit de puinhopen der oude te voorschijn treedt. Het oude Israël gaat vooraan, zo worde allen, die volgden, tot Israël.
KruisverwijzingenJeremia 50:3→Jeremia 50:29→Jeremia 50:26→Jesaja 13:2→Jeremia 51:11→Jeremia 51:1→Jesaja 41:25→Jeremia 51:27→— Want ziet, Ik zal een verzameling van grote volken uit het land van het noorden verwekken, en tegen Babel opbrengen; die zullen zich tegen haar rusten; van daar zal zij ingenomen worden; hun pijlen zullen zijn als eens kloeken helds, geen zal ledig wederkeren.
Want ziet, Ik zal ene verzameling van grote volken uit het land van het noorden door Mijnen Geest verwekken, en tegen Babel opbrengen, die zullen zich tegen haar rusten, van daar zal zij ingenomen worden; zijne pijlen, die van dit leger van volken zullen zijn als eens kloeken helds, geen zal ledig wederkeren, niemand zal onverrichter zake teruggaan.
KruisverwijzingenJeremia 25:12→Jesaja 33:4→Jeremia 27:7→Jesaja 45:3→Openbaring 17:16→Jesaja 33:23→— En Chaldea zal ten roof zijn; allen, die het beroven, zullen verzadigd worden, spreekt de HEERE.
En Chaldea zal ten roof zijn van deze door Mij verwekte volken; allen, die het beroven, zullen verzadigd worden 1) van buit, spreekt de HEERE.
Hiermede wordt de volstrekte ondergang van Babel nader aangeduid. Alle pijlen des vijands zullen doel treffen en alle degenen, die Babel beroven, zullen het geheel leeg plunderen, zullen geheel van roof verzadigd worden. En dit alles, zoals het volgende vers zegt, dewijl het met blijdschap, in dolle blijdschap en met volkomen verheuging des harten Gods volk heeft geplunderd en gedood. Zeker, Babel was uitvoerster van Gods Raad om het nakroost van Abraham te kastijden, vanwege zijn zonde en afval van God, maar Babel deed het niet om Gods Raad te volbrengen maar enkel en alleen om zichzelf, ten koste van dat volk en van dat land, te vergroten en te verrijken, om over geheel de wereld de oppermacht, de heerschappij te hebben.
KruisverwijzingenJesaja 47:6→Psalmen 83:1→Spreuken 17:5→Jesaja 10:6→Klaagliederen 2:15→Deuteronomium 32:15→Jeremia 5:8→Psalmen 22:12→— Omdat gij u verblijd hebt, omdat gij van vreugde hebt opgesprongen, gij plunderaars Mijner erfenis! omdat gij geil geworden zijt als een grazige vaars, en hebt gebriest als de sterke paarden;
Dat zal ook u Chaldeën wedervaren, omdat gij u verblijdt hebt; hoewel gij toch slechts werktuigen van Mijnen toorn waart, omdat gij van vreugde hebt opgesprongen, gij plunderaars Mijner erfenis, van Israël en zijn land; omdat gij geil geworden zijt als ene grazige(liever: dorsende) vaars, en hebt gebriest als de sterke paarden, als hengsten hebt gij gehinnikt. Deze vergelijking rust daarop, dat de koe op het veld tussen ene grote menigte koren, zonder dat zij gemuilband is (Deut. 25:10), vol vreugde springt en dartelt. (S. AVETENS).
KruisverwijzingenJeremia 51:43→Jeremia 51:25→Jeremia 49:2→Jesaja 14:22→Jeremia 50:35→Galaten 4:26→Openbaring 17:5→Openbaring 18:21→— Zo is uw moeder zeer beschaamd; die u gebaard heeft, is schaamrood geworden; ziet, zij is geworden de achterste der heidenen, een woestijn, dorheid en wildernis.
Waar gij alzo handelt, zal uwe straf niet uitblijven. Reeds staat zij Mij voor ogen, als reeds gekomen. Zo is uwe moeder, het land en het volk, die u hebben voortgebracht; zeer beschaamd; die u gebaard heeft, is schaamrood geworden; ziet, zij is even als Amalek geworden de achterste de laatste der Heidenen, de laatste, die Gods volk en rijk gehaat, bestreden, ja verslonden heeft, gelijk Amalek het eerste volk was; dat den strijd tegen Gods volk ondernam, en daarom ten gronde ging (Num. 24:20). Nu is het ene woestijn, dorheid en wildernis
geworden met het gehele volk.
Waar arbeiders onder de schaduw van honderd voet hoge palmbomen, de velden bewaterden, tot alles ruim bevochtigd werd door talloze kanalen, kan thans de wandelaar, terwijl zijn oog niets ontmoet den lage en korte heesters, zijne voeten nauwelijks nederzetten zonder pijn van de middaghitte op den verdroogden en verzengden grond, terwijl hij zijn weg voortzet in een woest, dor land en een wildernis.
KruisverwijzingenJeremia 18:16→Jeremia 49:17→Job 27:23→Jeremia 51:37→Sefanja 2:15→Jesaja 14:4→Jeremia 19:8→Zacharia 1:15→— Vanwege de verbolgenheid des HEEREN zal zij niet bewoond worden, maar zij zal geheel een verwoesting worden; al wie aan Babel voorbijgaat, zal zich ontzetten, en fluiten over al haar plagen.
Van wege de verbolgenheid des HEEREN, dat zij zich tegen Hem verzet heeft, zal zij niet bewoond worden; maar zij zal geheel ene verwoesting, worden; al wie aan Babel voorbijgaat, zal zich over hare woestheid en verlatenheid ontzetten, en vol spot en hoon fluiten over alle hare plagen, die de Heere over haar gebracht heeft. (Hoofdst. 49:17).
KruisverwijzingenJeremia 50:29→Habakuk 2:8→Jeremia 50:42→Jeremia 50:7→Habakuk 2:17→Jeremia 50:9→Jeremia 51:27→Openbaring 17:5→— Rust u tegen Babel rondom, gij allen, die den boog spant! schiet in haar, en spaart de pijlen niet; want zij heeft tegen den HEERE gezondigd.
Welaan! Rust u ten strijde tegen Babel rondomhare muren, gij allen; die den boog spant, schiet in haar zonder te verschonen, en spaart de pijlen niet; want zij heeft tegen den HEERE gezondigd.
KruisverwijzingenJeremia 51:58→Jeremia 46:10→Openbaring 18:6→Jeremia 51:6→Jeremia 51:44→1 Kronieken 29:24→2 Kronieken 30:8→Klaagliederen 5:6→— Juicht over haar rondom, zij heeft haar hand gegeven; haar fondamenten zijn gevallen, haar muren zijn afgebroken; want dat is des HEEREN wraak, wreekt u aan haar, doet haar, gelijk als zij gedaan heeft!
Juicht met luid krijgsgeschreeuw over haar rondom; zij heeft hare hand gegeven, zij heeft zich op genade of ongenade overgeven; reeds zie Ik in den Geest, dat het geschied is; hare fundamenten zijn gevallen, hare muren zijn afgebroken. Het is onmogelijk dat zij weerstand bieden, want dat, namelijk hare verwoesting, is des HEEREN wraak; wreekt u aan haar, gij volken der aarde, die haar tot hiertoe in onverzadelijke begeerlijkheid bedwongen hebt, doet haar, gelijk als zij gedaan heeft aan u, in ‘t bijzonder aan het volk Gods (Openb. 18:6 vv.). Hier wordt Babel als stad voorgesteld met bepaalde vermelding van hare beroemde muren. De uitleggers hebben zich te vergeef, veel moeite gegeven met de letterlijke verklaring dezer plaats, vermits door den eersten, die Babel veroverde, Cyrus, de muren der stad niet verwoest zijn en dat eerst later Darius Hystaspes ze heeft laten slechten, om na een nieuwen opstand de stad te straffen en te verzwakken. Babels val, dien Jeremia in den Geest aanschouwt, stelt hem het volledige laatste gericht over de ongoddelijke wereldmacht voor ogen. Het historische Babel van gindsen tijd levert slechts de verven en figuren tot het tafereel, en daarmee wordt geschilderd en voorgesteld wat van het geestelijke Babel geldt. De verovering van Babel onder Cyrus was slechts een typisch voorteken voor de toekomstige vervulling van ene veel verder strekkende profetie, en daarvoor is het volkomen genoegzaam, wanneer daarbij enkele trekken van het beeld vermeld worden, terwijl anderen, ja de meesten nog op de vervulling in ene gewijzigde gedaante wachten. De volle betekenis der profetie is eerst in Openb. 18 door Johannes aan het licht gebracht, maar ook onder apocalyptische beelden; die wel voor ogen stellen wat er geschiedt, maar niet beschrijven, hoe het geschiedt. Intussen vervangen zodanige beelden voor ons de nog niet geopenbaarde historische werkelijkheid, waarvan zij steeds enige scherp getekende trekken bevatten.
KruisverwijzingenJesaja 13:14→Jeremia 51:9→Jeremia 46:16→Joël 1:11→Jeremia 25:38→Jeremia 51:23→Amos 5:16→— Roeit uit van Babel den zaaier, en dien, die de sikkel handelt in den oogsttijd; laat hen vanwege het verdrukkende zwaard, zich keren, een iegelijk tot zijn volk, en vlieden, een iegelijk naar zijn land.
Roeit uit van Babel, uit het land van Babylonië, den zaaier, en dien, die de sikkel handelt in den oogsttijd. Maakt dus het land tot ene onvruchtbare woestijn; laat hen van wege het alles verwoestende, het verdrukkende zwaard des machtigen, dien de Heere ten gerichte zendt, zich keren, een iegelijk tot zijn volk, en vlieden een iegelijk, die niet tot dat volk behoort, naar zijn land 1).
Volgens vs. 12b zal niet alleen de stad Babel, maar ook het landschap Babel, woest en dor worden. Vandaar dat hier het bevel komt om den zaaier en den maaier er uit te roeien. Geen zaaier zal er meer zijn, geen maaier meer nodig wezen. Geen vreemdeling, burger van een ander land, zal zich meer vestigen in Babel, want des Heeren oordeel zal over geheel het land voltrokken worden.
KruisverwijzingenJeremia 2:15→Jeremia 50:6→Joël 3:2→2 Koningen 18:9→Johannes 10:10→Jesaja 36:1→Ezechiël 34:5→Daniël 6:24→— Israel is een verbijsterd lam, dat de leeuwen verjaagd hebben; de eerste, die hem heeft opgegeten, was de koning van Assur, en deze de laatste, Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft hem de beenderen verbrijzeld.
1) Dat zal echter Babel wedervaren om zijne misdaad tegen Gods volk, want Israël is een verbijsterd lam, dat de leeuwen uit zijne omheining in de wijde wereld verjaagd hebben; de eerste, die hem heeft opgegeten, was de koning van Assur, als deze de 10 stammen van het noordelijk rijk onder de Heidenen verstrooide, en deze, de laatste, Nebukadnezar, de koning van Babel, heeft hem de beenderen verbrijzelddaardoor, dat hij het rijk van Juda verwoestte, en door wegvoering van zijne bewoners den staat Gods geheel ineen deed storten.
In vs. 17 en 18 wordt de reden opgegeven, waarom dit oordeel zal voltrokken worden. Omdat het Israël als een verbijsterd, enig lam niet alleen had opgejaagd, maar ook de beenderen verbrijzeld. Babel had zichzelve ten oordeel opgeschreven, toen het Juda verdrukte. En opdat dit waarlijk zou gevoeld worden, daarom zegt de Heere hier, dat Israël weer tot zijn woning zou worden gebracht, dat Israël weer zou groeien en bloeien. Niet omdat Israël het verdiende of verdiend had, maar (vs. 20) dewijl de Heere Zijn vriendelijk Aangezicht weer tot Israël had gekeerd in schuldvergevende genade.
KruisverwijzingenJesaja 10:12→Jesaja 37:36→Sefanja 2:13→Ezechiël 31:3→Nahum 1:1→— Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal bezoeking doen over den koning van Babel en over zijn land, gelijk als Ik bezoeking gedaan heb over den koning van Assur.
Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Ziet, Ik zal om zulk ene vernietiging van Mijn rijk bezoeking doen over den koning van Babel en over zijn land, gelijk als Ik bezoeking gedaan hebvoor het leed aan Mijn volk en rijk berokkend, over den a) koning van Assur, door eveneens zijn rijk te verstoren zonder hoop op wederherstelling.
2 Kon. 19:35, 37. Jes. 37:36, 38.
KruisverwijzingenMicha 7:14→Jeremia 31:6→Ezechiël 34:13→Jesaja 65:9→Hooglied 6:5→Jeremia 30:18→Amos 9:14→Ezechiël 36:33→— En Ik zal Israel weder tot zijn woning brengen, en hij zal weiden op den Karmel en op den Basan; en zijn ziel zal op het gebergte van Efraim en Gilead verzadigd worden.
En Ik zal Israël door Mijne almacht weer doen opstaan en weer tot zijne woning brengen, en hij zal weiden op de vruchtbaarste delen des lands, op den Karmel aan deze, en op den Basan aan gene zijde van den Jordaan; en zijne ziel zal op groene en frisse weiden worden gevoed, op het gebergte van Efraïm en Gilead verzadigd worden (Jes. 33:9. Micha 7:14. Nah. 1:4. Hoogl. 4:1).
KruisverwijzingenMicha 7:19→Jeremia 31:34→Jesaja 1:9→Jesaja 43:25→Jeremia 33:15→Romeinen 5:16→2 Petrus 3:15→Romeinen 8:33→— In die dagen en te dier tijd, spreekt de HEERE, zal Israels ongerechtigheid gezocht worden, maar zij zal er niet zijn, en de zonden van Juda, maar zullen niet gevonden worden; want Ik zal ze dengenen vergeven, die Ik zal doen overblijven.
In die dagen en te dier tijd, spreekt de HEERE, wanneer Mijn volk uit Babel zal gered en ontvlucht zijn, zal Ik een nieuw verbond der genade met hem oprichten en hem al zijne zonden vergeven. Dan zal Israëls ongerechtigheid gezocht worden, maar zij zal er niet zijn, en de zonden van Juda, maar zullen niet gevonden worden 1), want Ik zal ze dengenen vergeven, die Ik zal doen overblijven 2) uit de ballingschap in Babel (Hoofdst. 31:34; 33:8).
De grote wereldmachten vormen wel de wereldgeschiedenis, maar zij hebben gene toekomst; Israël komt altijd weer terug in het geliefde, heerlijke land. De Joden konden ten bewijze daarvan onder Cyrus terugkeren. De zaak is echter deze, dat de ware Heilige in Israël, Christus, ons in het paradijs terugleidt, wanneer wij aan Zijne hand uit het Babel dezer wereld vlieden, haar voor ons laten gekruisigd zijn. Het volk Gods met zijn verdiend ongeluk werd den Heidenen ten verderve, want zij hadden zich daaraan verzondigd. Onder het beeld van een door wilde dieren verscheurd schaap toont God Zijne tedere liefde voor Israël en Zijnen toorn tegen de vijanden. God wil de Herder Israëls zijn, dat is het beste, wat Hij hun belooft, Hij zal zijne zonde wegdoen. De wereld heeft genoeg, wanneer zij van straf en ellende verlost is, meer begeert zij niets, even als een slecht geneesheer alleen de tekenen zoekt te verdelgen van de ziekte, die aanwezig ja, bijv. den dorst of de hitte van den zieke, maar niet de ziekte zelf. Gelovige zielen zijn echter niet eerder tevreden, voordat zij de zekerheid hebben gevonden, dat zij met God verzoend zijn. Wij moeten de oorzaak van den nood, de inwendige verkeerdheid opmerken. Zo bidt David niet slechts: “Heere! bevrijd mij van mijne vijanden, red mij van den dood, maak mij gezond, maar hij smeekt om barmhartigheid Gods over den zondaar. ” .
God doet hier den Joden gevoelen, dat zij zich zeer bedriegen, indien zij menen, dat zij immer ongedeerd zullen blijven. De Profeet zegt hier, dat God niet aan allen, zonder onderscheid, nabij zou wezen maar hun, die Hij zou doen overblijven, en ondertussen wijst God aan, dat men dit aan Zijne genadevolle Goedheid moest toeschrijven, dat er enigen overgebleven waren, zoals ook Jesaja zegt in het eerste hoofdstuk: Indien Hij geen zaad had overgelaten, als Gomorra waren wij geweest en aan Sodom gelijk geworden. God bevestigt hier derhalve, dat het overblijfsel behouden zou worden, niet anders dan door Zijn mededogen, zoals ook Paulus in Hoofdst. 11 van de Romeinen zegt, dat er voor de Joden geen heil was te hopen, dan door het genadig mededogen Gods.
KruisverwijzingenEzechiël 23:23→Jesaja 48:14→1 Samuël 15:3→Jeremia 50:9→Jesaja 10:6→1 Samuël 15:11→Jeremia 50:3→2 Koningen 18:25→— Tegen het land Merathaim, trek tegen hetzelve op, en tegen de inwoners van Pekod; verwoest en verban achter hen, spreekt de HEERE, en doe naar alles, wat Ik u geboden heb.
Welaan, Mijn werktuig tot bestraffing en uitroeiing van Babel!tegen het land Merathaïm (= dubbele opstand), dat zich in zijnen hoogmoed meer dan alle volken tegen God heeft verheven 1), trek tegen hetzelve land op, en tegen de inwoners van Pekod (= bezoeking), van het land, dat meer dan elk ander bezocht en verbannen moet worden; verwoest en verban achter hen, spreekt de HEERE, totdat niemand overig is, en doe naar alles tot bestraffing van Babel wat Ik u geboden heb. Om voor te stellen, hoe vreeslijk de misdaad van Babel is en hoe daaraan geëvenredigd ook zijne straf zal zijn, geeft hier Jeremia aan het land twee eigennamen. Even als Jesaja (30:7) Egypte den naam Rahab d. i. woestheid, of Ezechiël (2:5) aan het huis van Israël den naam “huis van Meri” d. i. huis der weerspannigheid geeft, zo noemt Jeremia hier Babel eerst Merathaïm, vervolgens Pekod. Waarom hij het “dubbele opstand” noemt, daarover hebben de uitleggers verschillende gedachten. Sommige menen, omdat Babel reeds vroeger in Nimrod en den torenbouw van Babel, vervolgens in den laatsten tijd door verwoesting van het rijk Gods en onderwerping van alle volken zich in hemel bestormenden hoogmoed heeft verheven. Anderen zijn van mening, omdat het in den laatsten tijd twee malen met haat en vijandschap tegen Gods volk en land was opgetreden, eerst toen de Assyriërs, als wier erfgenaam Babel de schuld draagt, het rijk der 10 stammen vernietigden, vervolgens toen Babel zelf Juda verwoestte en in ballingschap sleepte. Want al had het ook als werktuig des Heeren tot bestraffing van Zijn volk gehandeld, zo kwam toch zijn handelen uit misdadigen overmoed en ene stoute verachting van het heiligste voort, welke bestraft moet worden. Het waarschijnlijkste is, dat de Profeet aan al deze bijzonderheden in Babels geschiedenis, waardoor het zijn satanischen hoogmoed en geest van opstand tegen God toonde, gedacht heeft. Pekod noemt hij het als de plaats waar de Goddelijke bezoeking en straf in de hoogste mate en voor alle misdaad aan de wereldmacht in ‘t algemeen zou worden volvoerd.
KruisverwijzingenJeremia 4:19→Jeremia 51:54→Jesaja 21:2→— Er is een krijgsgeschrei in het land, en een grote breuk.
Alzo beveelt de Heere Zijnen knechten, die Hij naar Babel zendt. Spoedig volbrengen zij Zijn bevel. Hoor! Er is een krijgsgeschrei in het land van Babylon en ene grote breuk, ene grote nederlaag.
KruisverwijzingenJeremia 51:20→Jesaja 14:12→Jesaja 14:4→Openbaring 18:16→— Hoe is de hamer der ganse aarde zo afgehouwen en verbroken! Hoe is Babel geworden tot een ontzetting onder de heidenen.
Hoe is de hamer der ganse aarde, met welken de Heere de volken en koninkrijken der gehele wereld verslagen heeft, nu zelf zo afgehouwen en verbroken! (Jes. 14:5). Hoe is Babel!waarvoor de volken sidderden, geworden tot ene ontzetting onder de Heidenen, een land, waarover zij zich verwonderen?
KruisverwijzingenDaniël 5:30→Job 9:4→Job 40:2→Job 40:9→Jeremia 51:31→Exodus 10:3→Jesaja 21:3→Jesaja 45:9→— Ik heb u een strik gesteld, dies zijt gij ook gevangen, o Babel! dat gij het niet wist; gij zijt gevonden, en ook gegrepen, omdat gij u tegen den HEERE in strijd gemengd hebt.
Geheel onverwacht en plotseling zal deze verwoesting over u komen, o Babel! Ik zelf, de Heere, heb u, even als een vogelaar een strik gesteld, dies zijt gij ook gevangen, o Babel, dat gij het niet wist1) (Hoofdst. 51:8. (Jes. 47:11); gij zijt gevonden, en ook gegrepen, omdat gij u tegen den HEERE, den God van hemel en aarde, in strijd gemengd hebt, daar gij weigerdet Zijn heilig volk te laten gaan (vs. 33). Niets was in den tijd, toen Jeremia sprak, ongelooflijker dan de vervulling zijner woorden omtrent Babel, wanneer men bedenkt hoe onbeduidend nog de macht der Meden of Perzen, hoe groot en onwankelbaar die der Chaldeën was, wanneer men het overwinningsgejuich, den overmoed en de gerustheid en weelderigheid der Babyloniërs beschouwt, wanneer men aan de buitengewoon sterke bevestiging van Babylon, aan het wonder van zijn stadsmuur denkt, die hoog als een toren was, en zo breed, dat verscheidene wagens naast elkaar daarop konden rijden, aan de talrijke legers, die Babylon beschermden, dan is het geen wonder dat de Profeet door allen werd uitgelachen, die niet als hij door dat schijnsel van het menselijke heen zagen in de waarheid der Goddelijke almacht en gerechtigheid. En toch is wat zo ongelooflijk scheen, de plotselinge en onvoorziene verovering van Babylon, woordelijk vervuld. Cyrus nam daardoor Babylon in, dat hij den Eufraat liet afleiden. Daardoor kwamen dr Perzen den Babyloniërs zo onverwacht op het lijf, dat toen de buitenste delen der stad reeds bezet waren, degenen, die in het midden woonden, nog in het geheel niet bemerkten, dat zij genomen waren. Zo werden zij ook bij de inneming der stad onder Darius Hystaspes daardoor verrast, dat Zopyrus door verraad den belegeraars de poorten opende. Dit vers geeft aan, dat het onheil Babel onverwacht en ongedacht zou overkomen, gelijk ook, zoals hierboven herinnerd wordt, geschied is. Een strik vangt den vogel onverwacht, zo zou het ook Babel’s koning en volk gaan.
KruisverwijzingenJeremia 51:25→Jeremia 51:55→Jeremia 50:15→Jesaja 14:22→Jesaja 13:2→Psalmen 45:3→Jesaja 21:7→Jesaja 46:10→— De HEERE heeft Zijn schatkamer opengedaan, en de instrumenten Zijner gramschap voortgebracht; want dat is een werk van den HEERE, den HEERE der heirscharen, in het land der Chaldeen.
De HEERE heeft Zijne schatkamer, Zijn verzamelplaats, van de wapenen Zijns toorns opengedaan, om Zijn werk aan het land der Chaldeën te verrichten, en de instrumenten Zijner gramschap daaruit voortgebracht: want dat straffen van Babel is een werk 1) van den Heere, den HEERE der heirscharen, in het land der Chaldeën.
Hier drukt de Profeet nog helderder uit wat hij heeft aangevoerd, dat n. l. de oorlog niet was die der Perzen, maar des Heeren zelven. Hij zegt dat God Zijn schatkamer heeft geopend, n. l. dewijl Hij verschillende en veelvuldige wijzen heeft, die in het menselijk verstand niet kunnen opkomen, om de goddelozen te verderven. Die monarchie was niet te bevechten, n. l. voor het menselijk verstand. Maar God zegt hier dat Hij een wijze kent, die verborgen was, waardoor Hij Babel zou verwoesten en tot niets terugbrengen. Bij gelijkenis spreekt hij van de schatkamer Gods, een beeld genomen in overeenstemming met het menselijk verstand, waar God n. l. Zijne oordelen uitvoert op verborgen en ongedachte wijze. Dewijl derhalve de gelovigen nauwelijks in hun harten konden opnemen wat Jeremia leert, daarom heft hij hun harten op tot de Voorzienigheid Gods, welke niet met het menselijk vernuft moet op één lijn gesteld worden.
KruisverwijzingenJesaja 14:23→Jesaja 45:3→Jeremia 50:10→Jesaja 63:3→Jeremia 51:44→Jeremia 50:41→Jeremia 50:23→Openbaring 18:21→— Komt aan tegen haar van het uiterste, opent haar schuren, vertreedt haar als korenhopen, en verbant ze; laat ze geen overblijfsel hebben.
Komt aan, gij Mijne knechten! die Mijne wraak zult uitoefenen, tegen haar van het uiterste, van den eersten tot den laatsten, opent hare voorraad-schuren, vertreedt haar als korenhopen, en verbant ze, vernietigt al haren voorraad door het vuur (Joz. 11:12 vv.) laat ze geen overblijfsel hebben noch van hare stad, noch van haren voorraad.
KruisverwijzingenJesaja 34:7→Jeremia 46:21→Psalmen 37:13→Jeremia 48:44→Psalmen 22:12→Jeremia 27:7→Jeremia 50:11→Openbaring 19:17→— Doodt met het zwaard al haar varren, laat ze afgaan ter slachting; wee over hen, want hun dag is gekomen, de tijd hunner bezoeking!
Doodt met het zwaard al hare inwoners, voornamen en geringen, mannen en vrouwen, ook al hare varren, laat ze afgaan ter slachting, opdat ze den Heere ten zoenoffer worden gebracht; wee over hen, want hun dag is gekomen, de dag der wraak, de tijd hunner bezoeking1) (Hoofdst. 46:21. Jes. 34).
Hiermede zegt de Heere het weer dat het alles geschiedt naar den bepaalden raad van Zijn wil. Tot nog toe kon Babel zich verzetten; tot nog toe kon het trots zijn op haar macht; tot nog toe moest het volk Gods in de ellende der ballingschap zuchten, dewijl de tijd des Heeren nog niet gekomen was. Maar nu was de tijd der bezoeking daar, nu was de ure aangebroken door den Souvereinen God vastgesteld, en daarom kon niets ter wereld den val van Babel tegenhouden.
KruisverwijzingenJeremia 50:15→Klaagliederen 1:10→Jesaja 48:20→Psalmen 149:6→Jeremia 51:10→Klaagliederen 2:6→Daniël 5:23→Zacharia 12:2→— Er is een stem der gevluchten en ontkomenen uit het land van Babel, om in Sion te verkondigen de wraak des HEEREN, onzes Gods, de wraak Zijns tempels.
Hoort! Er is te dier tijd ene stem der gevluchten en ontkomenen uit het land van Babel, namelijk der kinderen Israëls, die de Heere door dat gericht over Babel uit hun gevangenis zal bevrijden, en die Zijne roepstem, om uit het land te vluchten in vs. 3 gevolgd zijn. Het is ene stem, om in Zion te verkondigen de wraak des HEEREN, onzes Gods aan Babel, de wraak Zijns tempels, dat het verbranden van Zijnen tempel door de Chaldeën nu gewroken is. Het stoffelijke Zion, dat bij de verovering van Babel nog in puin lag, komt hier niet in aanmerking, maar het Zion in geestelijken zin, de woning der gerechtigheid vs. 7. Het heiligdom van Jehova is voor Israël het hoogste, dat Babel kon verwoesten, het heiligdom, waarin Zijne eeuwige Godheid zegenend nabij was. Daarin toch was verborgen het verheerlijkt bestaan des volks. Maar het eeuwige laat zich niet vertreden door de macht van het stoffelijke, en Israëls roeping tot het rijk des Heeren, waarom gerechtigheid en vrede elkaar kussen, is ene eeuwige. 29. IXb. Vs. 29-Hoofdst 51:26. Wederom roept de Heere de krijgslieden der volken van het noorden op, om aan Babel vergelding uit te oefenen. Het is hoogmoed van Babel, dien het tegenover den Heere aan den dag heeft gelegd, welke door gehele vernietiging van volk en land moet worden vernederd. Zijne manschap moet omkomen en al zijne macht moet door vuur worden verteerd. Juda en Israël moeten door de sterke hand des Heeren uit Babels slavernij worden gered, terwijl alle steunsels van Babels macht en heerlijkheid moeten verwoest worden, en zijn land tot ene ontzettende woestijn worden (vs. 29-40). De volvoerder van dit gericht over Babel zal echter eveneens een uit het noorden komende vijand zijn; even als eens bij Juda en bij Edom. De gerichten en rechtvaardige bezoekingen Gods over de volken vormen voor Gods ogen ene eenheid. Daarom past de Profeet datgene, wat hij in Hoofdst 6:22-24 van Israël, en in Hoofdst. 49:19-21 van Edoms gericht door de Chaldeën gezegd heeft, nu op het gericht over de Chaldeën zelf toe. Ene krijgsmacht als een leeuw in sterkte zal Babel, het hart van alle tegenstanders des Heeren, als kaf wannen (vs. 41 tot Hoofdst 51:4), want Israël heeft ene rechtvaardige zaak tegen Babel. Het is gene verlatene weduwe meer, integendeel het zal gered worden, en ‘s Heeren wraak aan Babel zal worden volvoerd. Eens was Babel wel als een gouden beker, door welken de Heere den wijn Zijns toorns den volken reikte, nu is het een ziek man, wien de aan hem dienstbaar gewordene volken, te vergeefs artsenij reiken. Daarom zullen zij allen, ook Israël, uit de gevangenis ontvlieden, en Gods volk zal naar het vaderland terugtrekken, en daar de grote daden Gods tot zijne redding en rechtvaardiging verkondigen. Nu verheft de Profeet een driemalen herhaald geroep van dreiging tegen Babel, dat hare overweldigers naderen, hare muren bestijgen en de stad veroveren zullen (51: 5-14). Dit zal aan Babel volvoeren Hij, die de gehele wereld heeft geschapen en alle afgoden met hun dienaren verplettert. Hij zal Zich enen hamer verkiezen, met welken Hij volken en koninkrijken te morzel slaat, en in ‘t bijzonder alles aan Babel vergeldt, wat zij aan Zion gedaan heeft. Babel geleek wel enen verderf aanbrengenden vulkaan, maar hij is uitgewoed en zijne stenen zullen zo verwoest worden, dat het tot niets meer kan worden aangewend .
KruisverwijzingenJeremia 51:56→Jesaja 47:10→Daniël 4:37→Exodus 10:3→Jeremia 50:14→Openbaring 18:6→Jesaja 37:23→Daniël 5:23→— Laat u horen tegen Babel, gij schutters! gij allen, die den boog spant! legert u tegen haar rondom, laat niemand van hen ontkomen; vergeldt haar naar haar werk, doet haar naar alles, wat zij gedaan heeft; want zij heeft trotselijk gehandeld tegen den HEERE, tegen den Heilige Israels.
Laat u horen tegen Babel, gij schutters! gij allen, die den boog spant! legert u tegen haar rondom, laat niemand van hen ontkomen; vergeldt 1) haar naar haar werk, doet haar naar alles, wat zij aan u, den volken, gedaan heeft, want zij heeft trotselijk gehandeld tegen den HEERE, tegen den Heilige Israëls, 2) daar zij het heiligdom Gods met vuur heeft verwoest en Zijn heilig volk in gevangenis heeft gehouden.
Met deze woorden wijst de Profeet aan, dat het oordeel rechtvaardig was; hetwelk God aan de Chaldeën voltrok, daar niets billijker was, dan dat zij ontving naar dat zij anderen hadden gedaan. Met welke maat gij anderen gemeten hebt, zult ge weer gemeten worden, zegt Christus. Dewijl derhalve het gezond verstand zegt, dat de straf zeer rechtvaardig is, welke aan de ongelovigen wordt voltrokken, daar herinnert de Profeet hier dat God een rechtvaardig rechter zal zijn, wanneer men zal zien dat Hij tegen de Chaldeën woedt. Maar hij vestigt op veel meer de aandacht. Hij wijst op dit beginsel, dat God rechter is der wereld. Wanneer dit alzo is, den volgt daaruit dat het niet anders kan, dan dat hij die anderen onrechtvaardig onderdrukt, eindelijk zelf zijn loon ontvangt.
Babel had den tempel Gods, de woning des Allerhoogsten, ja van den Heilige Israëls verbrand. Daarmee had het tegen Hem trotselijk gehandeld. Het was geen euveldaad tegen een der afgoden of tegen een mensenkind, maar tegen den Heilige Israëls geweest. Deze laatste benaming heeft Jeremia overgenomen van Jesaja (Hoofd. 51:6). En omdat het een euveldaad was geweest tegen den Heilige Israëls, daarom zou Babel zo zwaar gestraft worden, zoals in de volgende verzen gezegd wordt.
KruisverwijzingenJeremia 49:26→Jeremia 9:21→Jeremia 18:21→Jeremia 51:3→Openbaring 19:18→Jeremia 50:36→Jesaja 13:15→Jeremia 51:56→— Daarom zullen haar jongelingen vallen op haar straten, en al haar krijgslieden te dien dage uitgeroeid worden, spreekt de HEERE.
Daarom zullen nu ook hare jongelingen ellendig door het zwaard vallen op hare straten, en al hare krijgslieden te dien dage uitgeroeid worden als de dag Mijner wrake komt, spreekt de HEERE(Hoofdst. 49:26).
KruisverwijzingenJeremia 21:13→Jeremia 50:29→Nahum 2:13→Jakobus 4:6→Ezechiël 39:1→Jeremia 48:29→Jeremia 50:32→Nahum 3:5→— Ziet, Ik wil aan u, gij trotse! spreekt de HEERE, de HEERE der heirscharen; want uw dag is gekomen, de tijd, dat Ik u bezoeken zal.
Ziet, Ik wil aan u, gij trotse, belichaamde hoogmoed tegen God (vs. 21)! spreekt de Heere, de HEERE der heirscharen: want uw gerichts-dag is gekomen, de tijd, dat Ik u bezoeken zal. Hij noemt de Babyloniërs “de trotsheid” als degenen, welke niet door lichtvaardigheid of dwaasheid of enige andere ijdele begeerte ten strijde zijn gedrongen, maar die zich tegen God hebben verheven, als mensen zonder enigen eerbied voor het heilige, zonder enig ontzien van mensen. De trotsheid moet vallen, want zij is leugen tegen God, en al hare macht moet in ‘t vuur worden vernietigd: zo blijven de ootmoedigen en zachtmoedigen in het bezit van het aardrijk, dat heeft ruime toepassing door alle tijden tot in eeuwigheid.
KruisverwijzingenJeremia 21:14→Jeremia 49:27→Jesaja 10:12→Ezechiël 28:2→Amos 1:14→Daniël 5:20→Spreuken 16:18→Amos 1:7→— Dan zal de trotse aanstoten en vallen, en er zal niemand zijn, die hem opricht; ja, Ik zal een vuur aansteken in zijn steden, dat zal alle plaatsen rondom hem verteren.
Dan zal de trotse, deze vlees geworden hoogmoed, aanstoten, nederstorten, en vallen, en er zal niemand zijn, die hem weer opricht; ja, Ik zal een vuur aansteken in zijne steden, die om de moederstad liggen en haar gehoorzamen, dat zal alle plaatsen rondom hem verteren, de ganse omgeving, die tot Babel behoort, en aan hare zonden deelneemt.
KruisverwijzingenJesaja 14:17→Jesaja 58:6→Exodus 9:2→Jeremia 50:17→Jeremia 50:7→Jesaja 47:6→Zacharia 1:15→Jesaja 51:23→— Zo zegt de HEERE der heirscharen: De kinderen Israels en de kinderen van Juda zijn te zamen verdrukt geweest; en allen, die hen gevangen hadden, hebben hen vast gehouden; zij hebben hen geweigerd los te laten.
Zo zegt de HEERE der heirscharen: De kinderen Israëls en de kinderen van Juda zijn door hun overmoedige onderdrukkers, de Chaldeën, te zamen verdrukt geweest; en allen, die hen gevangen hadden, zowel de Assyriërs als de Chaldeën, hebben hen vastgehouden, zodat zij onder den druk der verbanning moesten smachten; zij hebben hen geweigerd los te laten, gelijk eens Faraö (Exod. 7:14, 22; 9:2. Jes. 14:17.
KruisverwijzingenJeremia 51:36→Micha 7:9→Jesaja 43:14→Jesaja 47:4→Spreuken 23:11→Jesaja 51:22→Jesaja 41:14→Openbaring 18:8→— Maar hun Verlosser is sterk, HEERE der heirscharen is Zijn Naam; Hij zal hun twist zekerlijk twisten, opdat Hij het land in rust brenge, maar de inwoners van Babel beroere.
Maar hun Verdediger en Verlosser is sterk, HEERE der heirscharen (Jes. 41:14; 44:6) is Zijn Naam. 1) Hij zal hen bevrijden en lossen, hoewel niet met goud en zilver; Hij zal als hun pleiter optreden en hunnen twist zeker twisten, opdat Hijhen werkelijk recht verschaffe (Jes. 34:8; 49:25) en het land, de aarde, die tot heden door Babel in onrust en angst werd gehouden in rust brenge, maar de inwoners van Babel beroere, vol onrust doen zijn in afwachting der rechtvaardige vergelding Gods (Jes. 14:3, 7, 16).
Gelijk Faraö eertijds, zo ook had Babel Israël en Juda vastgehouden, zodat zij hen niet wilde laten gaan. Zwaar, zeer zwaar hadden Babels vorsten het volk Gods onderdrukt, maar zij hadden niet bedacht dat hun strijd tegen het nakroost van Abraham, een strijd was geweest tegen Israëls God. Sterk was Babel, machtig waren hare vorsten, maar Israëls Verlosser zou zich in waarheid sterker betonen. Zijn Naam toch was HEERE der heirscharen. En omdat alzo Zijn Naam was, daarom zou Hij het vonnis en Zijn oordeel zeker uitvoeren. Zo zou God zich immer tegenover de vijanden van Zijn geestelijk volk betonen. Sterk, machtig mogen zich de vijanden van Christus kerk wanen, maar ten slotte zal het blijken dat zij het moeten afleggen tegen Hem, wiens naam is Heere der heren en Koning der koningen. Dat is voor alle eeuwen de grootste troost voor alle Gods kinderen.
KruisverwijzingenJeremia 47:6→Daniël 5:7→Hosea 11:6→Daniël 5:30→Daniël 5:1→Jeremia 51:57→Jeremia 51:39→Zacharia 11:17→— Het zwaard zal zijn over de Chaldeen, spreekt de HEERE; en over de inwoners van Babel, en over haar vorsten, en over haar wijzen.
Het wrekende zwaard 1) des Heeren zal zijn over de Chaldeën, spreekt de HEERE, en over de inwoners van Babel, en over hare vorsten, en over hare wijzen, zodat hun ingebeelde wijsheid zal blijken dwaasheid te zijn (Jes. 19:11).
Om de rechtzaak Israëls tegen Babel te voeren roept de Heere het zwaard op tegen de Chaldeën, de bewoners van Babel, over hun vorsten waren, helden en de gehele krijgsmacht, de schatten en de wateren. Het zwaard zal komen, zijn kracht betonen aan de Chaldeën, d. i. aan de bevolking van het land, aan de bewoners van de hoofdstad, verder aan de vorsten en wijzen (Magiërs).
KruisverwijzingenJeremia 49:22→Jesaja 44:25→Nahum 3:13→2 Kronieken 25:16→Jesaja 43:14→2 Thessalonicenzen 2:9→2 Samuël 17:14→Jeremia 50:30→— Het zwaard zal zijn over de leugenaars, dat zij zot worden; het zwaard zal zijn over haar helden, dat zij versagen;
Het wrekende zwaard des Heeren zal zijn over de leugenaars, 1) die met vele ijdele woorden de toekomst uit de sterren verkondigen (Jes. 44:25; 47:13), dat zijvoor de mensen zot worden, en als leugenaars en dwazen staan, die het tegendeel hebben geprofeteerd van hetgeen geschied is; het zwaard zal zijn over hare helden, die in den krijg ervaren waren, dat zij versagen.
Eigenlijk, zwetsers, zij, die onbezonnen, in het wilde er maar wat heen praten. Hiermede zijn de Magiërs bedoeld, de wijzen en sterrewichelaars van Babel. Deze zullen als dwazen, als zotten openbaar worden, dewijl zij altijd hebben voorgespiegeld dat Babel onverwinbaar was.
KruisverwijzingenJeremia 51:30→Nahum 3:13→Jeremia 48:41→Jeremia 25:20→Jeremia 51:21→Jesaja 19:16→Jesaja 45:3→Psalmen 20:7→— Het zwaard zal zijn over zijn paarden en over zijn wagenen, en over den gansen gemengden hoop, die in het midden van hen is, dat zij tot wijven worden; het zwaard zal zijn over haar schatten, dat zij geplunderd worden.
Het wrekende zwaard des Heeren zal zijn over zijne paarden en over zijne krijgswagenen, waarop zij voornamelijk hun vertrouwen stelden (Jes. 43:17. Ps. 20:8); en over den gansen gemengden hoop, (alle huur- en hulptroepen), die in het midden van hen is, dat zij tot wijven worden, zwak en machteloos tot het bieden van tegenstand; het zwaard der wrake zal zijn over hare schatten, dat zij geplunderd worden.
KruisverwijzingenJeremia 50:2→Jesaja 44:27→Jeremia 51:47→Openbaring 16:12→Jeremia 51:52→Openbaring 17:5→Openbaring 17:15→Jesaja 46:1→— Droogte zal zijn over haar wateren, dat zij uitdrogen; want het is een land van gesneden beelden, en zij razen naar de schrikkelijke afgoden.
Droogte en dorheid zal zijn over al hare wateren, hare stromen en kanalen en waterleidingen, waarvan de vruchtbaarheid van hun land afhangt, dat zij uitdrogen, zodat Babel met hare gehele bevolking en al hare hulpmiddelen zal vernietigd worden; wantdit is de hoofdzaak van haar verderf, het is een land van gesnedene beelden, en zij razen naar de schrikkelijke afgoden, zij dragen roem op de schrikgestalten, afgoden 1), die iedereen door hun wanstaltigheid afschuw inboezemen en schrik verwekken.
Het zwaard des Heeren brengt van den hemel af verderf te weeg, want het sluit den weg af tot den boom des levens (Gen. 3:24). In vijfvoudige opklimming (anaphora) wordt het wrekende zwaard Gods tot vernietiging der vijanden Gods met alles wat zij zijn en hebben, opgeroepen; want in den grondtekst wordt het zwaard zelf aangesproken- ene opklimming, welke de verpletterende macht van de gerichten des Heeren voorstelt en scherpsnijdend oor en hart treft. Het treft Babel in alle delen van haar bestaan, alle klassen harer bewoners, al hare macht. En wanneer eindelijk de droogte komt (vs. 38) dan is in de golven van den Eufraat de macht en levensbron van Babel verdroogd. In het Hebreeuws is hier een woordenspel. Cherebh betekent zwaard, “Chorebh” beduidt droogte. Het zwaard is ene voorbijgaande bestraffing voor de inwoners, de droogte een blijvende rampspoed voor het ganse land, waardoor het tot ene woestijn wordt, dat Babel, dat aan den Eufraat, aan grote wateren ligt. Reeds Jesaja (21:1) had veelbetekenend Babel de woestijn der zee genoemd. Het historische Babel is wel is waar niet tot ene woestijn geworden, want zijne puinhopen liggen nog aan den Eufraat, maar het is niettemin eenzaam en verwoest en de volkscharen, die er in- en uitstroomden, zijn verdwenen. Vele uitleggers hebben daarop gewezen, dat Cyrus Babel veroverde door het water van den Eufraat af te leiden, waardoor hij door de droog geworden bedding in de stad kon binnendringen. Anderen merken zeer terecht aan, dat dit drooglopen van den Eufraat slechts zeer tijdelijk was en het water toch in de nabijheid der stad in grachten en poelen bleef staan. De Geest des Heeren kan dus hier op het gedachte historische feit slechts als op de bijzaak hebben gedoeld en gezinspeeld; de hoofdzaak voor den Profeet was zeker de in het lot van het historische Babel slechts onvolkomen afgespiegelde typische betekenis, die hem bij het historisch gezicht voor ogen zweefde. De oorzaak van Babels verderf en ondergang is haar afgodendienst. Dit leert ons, dat als God onder ons in oprechtheid vereerd wordt, en de ware leer bij ons in ere is, dit voor ons de beste bescherming is. Alzo zullen wij onverwinbaarder zijn, dan wanneer alle macht en alle schatten der wereld ons toevloeien, wanneer wij Gode de rechte eer geven, en er ons op toeleggen in Zijne zuivere verering te volharden. CALVYN).
KruisverwijzingenJesaja 13:20→Openbaring 18:2→Jeremia 25:12→Jeremia 51:43→Jeremia 50:12→Openbaring 18:21→Jeremia 51:37→Jeremia 51:26→— Daarom zo zullen de wilde dieren der woestijnen met de wilde dieren der eilanden daarin wonen; ook zullen de jonge struisen daarin wonen; en men zal er geen verblijf meer hebben in eeuwigheid, en zij zal niet bewoond worden van geslacht tot geslacht.
Daarom zo zal Babel tot ene eeuwige woestijn worden, enzullen de wilde dieren der woestijnen, als wilde katten, met de wilde dieren der eilanden, als jakhalzen (Jes. 34:14) daarin wonen, ook zullen de jonge struisen, die in dorre zandwoestijnen hun klagend geschrei laten horen (Job 39:13), daarin wonen; en men zal er geen verblijf van menselijke wezens meer hebben in eeuwigheid, en zij zal niet bewoond worden van geslacht tot geslacht; 1) zij zal ene door God vervloekte plaats blijven.
KruisverwijzingenGenesis 19:24→Lukas 17:28→Jeremia 49:18→2 Petrus 2:6→Judas 1:7→Sefanja 2:9→Openbaring 11:8→Deuteronomium 29:23→— Gelijk God Sodom en Gomorra en haar naburen heeft omgekeerd, spreekt de HEERE, alzo zal niemand aldaar wonen, en geen mensenkind in haar verkeren.
a) Gelijk God Sodom en Gomorra en hare naburen, Adama en Zeboïm door een gericht heeft omgekeerd, spreekt de HEERE, alzo zal het ook Babel gaan. Er zal niemand aldaar wonen, en geen mensenkind in haar verkeren. (Hoofdst. 49:18).
Gen. 19:25. Jer. 49:18. De Profeten zijn alzo gewoon te spreken waar er geen hoop overblijft. Wij hebben vroeger gezegd dat Babylon niet zo verwoest zou worden of er zouden nog mensen in wonen, die ook naderhand prettig daarin hebben geleefd. Van de stad is onder Cyrus en zijn zoon altijd bevolkt geweest. Vervolgens na de verwoesting begon zij weer bewoond te worden. En toen Alexander Azië onderwierp, bloeide Babylon zowel door volkrijkheid als door rijkdom en schatten. En toen hij aldaar stierf liet hij de stad zeer bloeiend achter. Hieruit merken wij op, dat niet terstond is vervuld, wat Jeremia hier heeft verkondigd. Maar dewijl de straffen zelf licht of middelmatig zijn, welke een voorspel zijn van het eeuwige en het laatste verderf van de ongelovigen, daarom strekken de Profeten, waar zij over de oordelen Gods handelden, altijd hun rede uit tot den laatsten ondergang, en dit blijkt ook duidelijk uit het volgende vers. Niet op ene is dit oordeel over Babel voltrokken maar trapsgewijze, totdat stad en land een en al verwoesting was en bleef, tot op onzen tijd.
KruisverwijzingenJeremia 51:27→Jeremia 6:22→Jeremia 50:9→Jesaja 13:2→Jeremia 51:1→Openbaring 17:16→Jesaja 13:17→Jeremia 50:2→— Ziet, daar komt een volk uit het noorden; en een grote natie, en geweldige koningen zullen van de zijden der aarde opgewekt worden.
Ziet, wat Ik eens van Juda heb voorzegd in Hoofdst. 6:22-24, dat zal tot vergelding uzelven wedervaren, daar komt een volk uit het noorden, en ene grote natie, en geweldige koningen zullen van de zijden van het uiterste der aarde, d. i. uit het hoge noorden opgewekt worden.
KruisverwijzingenJesaja 5:30→Jeremia 8:16→Jesaja 47:6→Jesaja 13:17→Jeremia 47:3→Openbaring 16:6→Jesaja 5:28→Jeremia 6:22→— Boog en spies zullen zij voeren; wreed zijn zij, en zullen niet barmhartig zijn; hun stem zal bruisen als de zee, en op paarden zullen zij rijden; het is toegerust als een man ten oorlog, tegen u, o dochter van Babel!
Boog en spies zullen zij voeren; wreed zijn zij, en zullen niet barmhartig zijn; hun stem zal bruisen als de zee, en op paarden zullen zij rijden; het is toegerust als een man ten oorlog, tegen u, o dochter van Babel!(Hoofdst. 6:13).
KruisverwijzingenJeremia 49:24→Jeremia 51:31→Jesaja 13:6→Daniël 5:5→Jesaja 21:3→Jeremia 49:22→— De koning van Babel heeft hunlieder gerucht gehoord, en zijn handen zijn slap geworden; benauwdheid heeft hem aangegrepen, weedom als van een barende vrouw.
De koning van Babel heeft hunlieder gerucht, het gerucht der naderende vijanden gehoord, en zijne handen zijn slap gewordenvan moedeloosheid en vreze; a) benauwdheid heeft hem aangegrepen, weedom als van ene barende vrouw (Hoofdst. 6:24; 48:41 1).
Jer. 49:24.
KruisverwijzingenJeremia 49:19→Jesaja 40:25→Jesaja 46:9→Exodus 15:11→Psalmen 89:8→Jesaja 40:18→Jesaja 46:11→Jeremia 25:38→— Ziet, gelijk een leeuw van de verheffing der Jordaan, zal hij opkomen tegen de sterke woning; want Ik zal hen in een ogenblik daaruit doen lopen; en wie daartoe verkoren is, dien zal Ik tegen haar bestellen; want wie is Mij gelijk, en wie zou Mij dagvaarden? En wie is de herder, die voor Mijn aangezicht bestaan zou?
Ziet, 1) wat Ik verder eens van u tegen Edom heb voorzegd (Hoofdst. 49:19-21), dat zal eveneens tot rechtvaardige vergelding van uwen overmoed uzelven wedervaren. Gelijk eenhongerige, naar buit dorstende leeuw van de verheffing van den Jordaanvan het dichte riet der trotse rivier, zal hij, dien Ik gesteld heb tot volvoerder Mijner oordelen, opkomen tegen de sterke woning. Hij zal komen tegen de stad Babel, die met hare talrijke kanalen en sterke muren daar ligt als een rotsvallei, maar verschrikkelijk zal de verwoesting zijn, die deze leeuw veroorzaakt; want hij zal indringen in de opeengehoopte kudde volks van Babel. Ik zal hen in een ogenblik daaruit doen lopen; en wie daartoe verkoren is, dien zal Ik tegen haar bestellen, zal Ik over hen stellen als herder en heer. Geen middel zal baten, want wie zou Mij kunnen tegenstaan? a) Wie is Mij, den eeuwigen God, gelijk 1) in sterkte en macht? en wie zou Mij dagvaarden, 2) Mij rekenschap omtrent Mijn handelen kunnen vragen? En wie is de herder, die voor Mijn aangezicht bestaan zou 3) die zijne kudde tegen Mij zou kunnen beschermen, wanneer Ik ze verdrijven en verwoesten wil (Hoofdst. 49:19)?
Job. 41:1.
Het citaat (vs. 44-46) voegt deze gedachte aan het vorige toe, dat het optreden van dezen vijand tegen Babel op de raadsbesluiten des Heeren berust, wier uitvoering niemand kan verhinderen, wijl niemand den Heere gelijk is.
Hier toont de Profeet aan, dat de Babyloniërs te vergeefs zouden vertrouwen op hun bescherming, dewijl, wanneer zij alles zouden beproefd hebben, zij zouden ervaren dat het niets anders dan nul was waar tegenover Gods onverwinlijke kracht werd gesteld.
Het is alsof Hij wil zeggen: Ofschoon alles tegen Mij opstond, zou Ik echter niet toelaten, om met Mij te twisten, en dat zou ook te vergeefs kunnen plaats hebben. God wijst hier aan, dat men te vergeefs tegen Zijn oordeel zich verzet, dewijl Hij niet anders ten uitvoer brengt, den wat Hij heeft besloten.
De Heere heeft gesproken, dat Hij den vijand als een leeuw zou doen opkomen tegen Babel. Maar opdat nog eens Babel het goed zou verstaan, dat het de Heere was, die dien leeuw zond, daarom zegt Hij hier, of vraagt Hij hier: Wie is de herder, die voor mijn aangezicht zou bestaan? m. a. w. wie zou de herder zijn, die zijn kudde tegen den leeuw, door Mij gezonden, zou kunnen beschermen? Niemand zou Babel uit de hand des Heeren kunnen redden, wanneer Hij besloten had, om Zijne oordelen aan dat volk te voltrekken.
KruisverwijzingenJeremia 49:20→Jeremia 51:10→Jeremia 37:10→Psalmen 33:10→Jesaja 14:24→Handelingen 4:28→Openbaring 17:16→Efeze 1:11→— Daarom hoort den raadslag des HEEREN, dien Hij over Babel heeft beraadslaagd, en Zijn gedachten, die Hij gedacht heeft over het land der Chaldeen: Zo de geringsten van de kudde hen niet zullen nedertrekken! Zo hij de woning boven hen niet zal verwoesten!
Daarom hoort het vaste besluit, den raadslag des HEEREN, dien Hij over Babel heeft beraadslaagd, en Zijne gedachten der vergelding, die Hij gedacht heeft over het land der Chaldeën. Waarlijk 1) zo de geringste van de kudde hen, de Chaldeën, niet als zwakke hulpeloze schapen zullen nedertrekken, uit het land zullen wegslepen! Waarlijk, zo hij de woning boven hen niet zal verwoesten! zo verschrikkelijk zal hun lot zijn. (Hoofdst. 49:20).
De Heere bevestigt hier met een eed, zoals Calvijn ook terecht aanmerkt, dat Babel naar Zijn onwrikbaar raadsbesluit zal ontledigd en verwoest worden. Zie verder Hoofdst. 49:20
KruisverwijzingenJeremia 49:21→Openbaring 18:9→Ezechiël 26:18→Ezechiël 31:16→Jesaja 14:9→Ezechiël 32:10→— De aarde is bevende geworden van het geluid der inneming van Babel, en het gekrijt is gehoord onder de volken.
De aarde is van schrik en angst bevende geworden van het geluid der inneming van Babel (liever: van het geluid: Babel is ingenomen), en het gekrijt (liever: een kreet) van ontzetting en vreugde is gehoord onder de volken. Jeremia past hier op diepzinnige wijze straffen, die hij vroeger tegen volken heeft uitgesproken, met verandering der namen en van enkele woorden, op Babel toe. Babel erft als het ware het strafgericht over deze volken, en deze verenigen zich over Babel, omdat de zonde der gehele wereld in haar verenigd is.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Er moet tederheid tegenover God zijn, willen wij verzoening met God verwachten.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Jeremia 50
Jeremia 50:4-5.KruisverwijzingenJeremia 32:40→Hosea 3:5→Hosea 1:11→Hebreeën 8:6→Jesaja 55:3→Jeremia 31:31→Ezra 3:12→Jesaja 11:12→
— In dezelve dagen en ter zelver tijd, spreekt de HEERE, zullen de kinderen Israels komen, zij en de kinderen van Juda te zamen; wandelende en wenende zullen zij henengaan, en den HEERE, hun God, zoeken. Zij zullen naar Sion vragen; op den weg herwaarts zullen hun aangezichten zijn; zij zullen komen en den HEERE toegevoegd worden, met een eeuwig verbond, dat niet zal worden vergeten.
“In dezelve dagen en ter zelver tijd, spreekt de HEERE, zullen de kinderen Israels komen, zij en de kinderen van Juda te zamen; wandelende en wenende zullen zij henengaan, en den HEERE, hun God, zoeken.”
Deze tekst laat ons zien wat zij waren die door Gods genadige leiding naar Sion terugkeerden. In de eerste plaats treurenden, in de tweede plaats zoekers, en in de derde plaats verbondsluiters.
Na al uw zonden zal ik niet geloven dat u werkelijk tot God komt. Niet als er geen grote droefheid over de zonde bij u is, en geen klagen naar de HEERE. Kunt u zich voorstellen dat de Joden uit de ballingschap terugkeerden zonder de zonden te bewenen die hen naar het land van hun verbanning gedreven hadden? Hoe konden zij tot God hersteld worden als zij hun vroegere goddeloze vervreemding niet beweenden? Hoe kan er vrede zijn voor een overtreder zolang hij over zijn overtredingen geen berouw heeft? Zulke belijdenissen kunnen, als zij oprecht zijn, niet uitgesproken worden zonder zuchten en droefheid: “wandelende en wenende”. Aan de menigte van onze zonden kan niet gedacht worden zonder een beweging van de ziel en een mate van harteleed.
Let er verder op dat er tussen Israël en Juda een oude vete lag. Zij waren broeders, en zo had het niet mogen zijn, maar zij waren bittere tegenstanders van elkaar geworden. En nu zij tot de HEERE terugkeren, lezen wij: “zij en de kinderen van Juda te zamen”. Worden wij met God verzoend, dan worden wij ook met elkaar verzoend.
Wij mogen de woorden “en den HEERE, hun God, zoeken” niet overslaan. Zij zijn een leidraad om te weten of uw gemoedsgesteldheid u de goede kant op leidt. Wat zoekt u?
Vervolgens werden deze treurenden zoekers: “Zij zullen naar Sion vragen; op den weg herwaarts zullen hun aangezichten zijn.” Zij waren in Babel geboren en grootgebracht en hadden de weg naar Jeruzalem nooit betreden. Uit hun vragen naar de weg blijkt dat deze zoekers leerzaam waren. Zij lieten zich niet alleen onderwijzen; zij verlangden ernaar onderwezen te worden, en daarom vroegen zij om inlichting.
Maar terwijl zij vragen, staan zij toch vast. Zij vragen naar de weg naar Sion, maar zij reízen ook in de goede richting. Zij stellen geen vragen om te vitten en zo een verontschuldiging te hebben om te blijven zitten. Zij vragen omdat zij het volstrekt ernstig menen. Al vragen zij naar de weg, zij weten waar zij heen gaan: naar Sion. Zij zoeken Gods eigen woonplaats. Zij vragen vrijmoedig, want zij schamen zich niet zoekend gevonden te worden. En zodra zij ingelicht zijn, staan hun aangezichten al die kant op, zodat zij niets anders te doen hebben dan rechtdoor te gaan.
Ten slotte werden deze vragers verbondsluiters: “zij zullen komen en den HEERE toegevoegd worden, met een eeuwig verbond, dat niet zal worden vergeten.” Het onheil van onze gevallen staat kwam voort uit onze poging om afzonderlijk en onafhankelijk van God te zijn. Dit is een blijvend verbond. Een afspraak? Een belofte? Nee — er staat “verbond”. En hun verbondmaken met God “zal niet worden vergeten”.
Jeremia 50:20.KruisverwijzingenMicha 7:19→Jeremia 31:34→Jesaja 1:9→Jesaja 43:25→Jeremia 33:15→Romeinen 5:16→2 Petrus 3:15→Romeinen 8:33→
— In die dagen en te dier tijd, spreekt de HEERE, zal Israels ongerechtigheid gezocht worden, maar zij zal er niet zijn, en de zonden van Juda, maar zullen niet gevonden worden; want Ik zal ze dengenen vergeven, die Ik zal doen overblijven.
“In die dagen en te dier tijd, spreekt de HEERE, zal Israels ongerechtigheid gezocht worden, maar zij zal er niet zijn, en de zonden van Juda, maar zullen niet gevonden worden; want Ik zal ze dengenen vergeven, die Ik zal doen overblijven.”
Die zonden waren niet van de gewone soort. De Israëlieten waren altijd een hardnekkig en weerspannig geslacht. Hun zonden waren van de zwaarste aard, vanwege de grootheid van hun voorrechten en vanwege de bijzondere liefde die de HEERE aan hen besteed had. In schuld werden zij door geen volk onder de hemel geëvenaard. En bij dat alles wierpen zij hun God weg. Zij die de HEERE gediend hadden, keerden zich van Hem af, bogen zich voor Baäl, gingen andere goden na en aanbaden afgoden.
Maar hun tergingen, hun afgoderijen en hun begeerlijkheden zouden alle weggevaagd en vergeten worden. In deze tekst wordt van een volkomen vergeving gesproken. Niet alleen zullen die zonden niet gevónden worden; er zullen er geen zíjn om te vinden. Zij zullen zo volledig weggenomen en zo volstrekt tenietgedaan zijn dat zij opgehouden hebben te bestaan. Wat een vreugde is het te weten dat zelfs de HEERE geen zonde meer zal kunnen vinden in een van Zijn in bloed gewassen kinderen. Wanneer God Zijn volk vergeeft, vergeeft Hij al hun zonden tegelijk — niet de helft, maar alle. “Het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde” (1 Johannes 1:7).
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
IXa. vs. 1-28. Jeremia heeft op des Heeren bevel den beker van Gods toorn eerst aan het afvallige volk van God, vervolgens aan acht heidense volken in den omtrek van Egypte tot aan Elam gereikt. Het werktuig, waardoor deze Goddelijke gerichten zullen worden volvoerd, is de trotse wereldstad Babel, die bestemd was tot leiding der wereldgeschiedenis van het eerste jaar van Nebukadnezar gedurende een zeventigtal jaren. Eindelijk zou ook Babel den beker des toorns drinken (Hoofdst. 25:26), en het gericht over Babel zou tevens de verlossing voor de onderdrukte volken zijn, vooral ook voor het volk van God, voor Juda en Israël. De kroon en de sleutel der gehele profetie van Jeremia is dit profetisch triomfgezang over Babels val, dat in de beide hoofdstukken 50 en 51, 104 verzen lang voor ons ligt. Dit gezang is in den hoogsten zin des woords profetisch, niet omdat het bijna zestig jaren te voren vele bijzondere karakteristieke omstandigheden verkondigt, die bij de inneming van Babel door de Meden en Perzen plaats hadden, maar vooral omdat hij over dat Babel van dien tijd heenziet, en in het grote en uitgebreide van den profetischen blik het gericht Gods over Babel schildert, als het door alle gelovigen gewenste gericht over de macht der wereld, over ieder groot wereldrijk en over den vorst der wereld, over satan. Het geschiedkundige Babel is hem slechts type van het mystische Babel, terwijl de menigte van prachtige beelden van den krijg der volken tegen Babel eigenlijk toch slechts de Goddelijke machten moeten voorstellen, die de macht dezer wereld vernietigen. Niet eerst de profeten hebben Babel voorgesteld als een middelpunt en type van de Gode vijandige macht der wereld; van den beginne af droeg het dit karakter, want het is de plaats van de eerste aardse vorstelijke macht geweest. Die Nimrod, aan wien nog heden ten dage door de ruïne van den toren Rers Nimrud herinnerd wordt, en die in de tradities van het Oosten nog steeds voortleeft als een groot misdadiger en vijand der godheid, had volgens Gen. 10 als begin zijner heerschappij, Babel. De eerste despoot en veroveraar is dus van Babel uitgegaan. Daarbij komt dat de Babylonische torenbouw een werk was van den God trotserenden, menselijken overmoed. Dat in dien vroegen tijd nedergelegde zaad is in Nebukadnezar tot vollen bloei en ontwikkeling gekomen. Door hem is Babel werkelijk het eerste, alles verslindende wereldrijk geworden. Wat zijne macht boven die van Assyrië, Perzië en Rome onderscheidde, was, dat hij ook het rijk van God heeft verslonden, zodat het op dezen tijd nog niet uit de boeien van de macht der wereld is losgekomen. juist omdat Babel de eerste macht der wereld is, die Gods rijk in dezen toestand bracht, komt zij in de Schrift voor als de wereldmacht, en alle trekken, die aan de bijzondere wereldmachten worden toegeschreven, worden in het O. T. op Babel overgedragen, en het komt voor als het beeld van het rijk van de antichrist. Even als Babel den buit, van alle volken binnen zijne muren heeft zaamgebracht en zijne pracht daardoor heeft gevestigd, zo hoopt Jeremia in dit verheven gezang des Goddelijken gerichts ook de woorden der vroegere Profeten ten gerichte (vooral Jes. 13, 14, 21, 41 Micha 4. Habakuk) over Babel en alle andere zondige volken op Babels hoofd opeen. Zijne profetie vormt alzo het toppunt der oud-Testamentische voorzegging tegen Babel. Ja, alle vroegere gerichten over de volken lopen in dit laatste grootse gericht te zamen. De hoofdgedachte van het geheel is Babels ondergang en Israëls verlossing uit Babel. Deze wordt in ene rij los zamenhangende beelden door 3 hoofddoelen (Hoofdst. 50:2-28; 50:29-51 :26; 51:27-58), die telkens met ene levendige vermaning tot den strijd beginnen, uitgevoerd. In het eerste deel staat de blik op de noodzakelijke verlossing van Israël op den voorgrond. Hoewel in de bijzondere delen een welgerangschikte gedachtengang aanwezig is, zo kan de inhoud toch moeilijk in korte woorden worden weer gegeven. In de eerste plaats verkondigt de profeet luide aan alle volken den val van Babel. Vervolgens zullen de gevangenen van Juda en Israël wegtrekken, om van zonde en ellende verlost, hunnen God in een eeuwig verbond aan te hangen. Na lange, zware kastijding slaat voor Gods volk het uur der bevrijding, wanneer de Heere door ene menigte volken uit het noorden Babel zal verwoesten (vs. 2-13. De Profeet roept de vijanden op, om zich tegen Babel toe te rusten en Gods wraak aan het te volbrengen, want Israël zal aan Babel zowel als aan Assur worden gewroken, in zijn land terugkeren, en volle vergeving zijner zonden verkrijgen. Nogmaals ontbiedt de Profeet den volvoerder van het gericht, om Gods wrake aan Babel te voltrekken en schildert hij de volvoering daarvan (vs. 14-28
Het woord, dat de HEERE gesproken heeft tegen Babel, tegen het gehele land der Chaldeën, door den dienst van den Profeet Jeremia1).
Tot hiertoe heeft onze Profeet over de naburige volken gesproken, die het uitverkoren volk wredelijk hadden behandeld; doch dit was enige vertroosting, wanneer de kinderen Abrahams begrepen, dat hun heil er mede begon en dat het een oordeel was over zo vele beledigingen, welke zij hadden verdragen. Maar die vertroosting was nog maar een middelmatige ja, zij kon velen koud laten, dewijl er ondertussen geen hoop was op redding. Het was toch een zwakke troost, meerderen te hebben als deelgenoten in hun ellende. Maar indien Jeremia slechts geleerd had, dat er niemand van dengenen, die de Kerke Gods lastig hadden gevallen, ongestraft gelaten was, hadden de Joden kunnen tegenwerpen, dat zij van hun ellende niet bevrijd waren, dewijl de monarchie van Babel bloeide en zij als het ware door een altijddurend graf waren ingesloten. Het was derhalve noodzakelijk dat voorspeld werd, wat wij hier lezen. Doch ofschoon deze Godsspraak in de laatste plaats wordt geplaatst, is het op te merken, dat de Profeet terstond van den beginne vrijmoedig over het verderf en den val van Babel heeft gesproken. Overigens, deze profetie was als het slotstuk van het Boek, opdat zij de smart lenigde bij de arme ballingen, wanneer zij hoorden, dat de verdrukking, waarmee zij allen geteisterd en onder welke zij als het ware ontzield ter neer lagen, niet altijd durend zou wezen.
Verkondigt het onder de overige heidenende volken, en doet uwe stem luide horen, en werpt ene banier, een hogen signaal-staak op, opdat zich de gewichtige tijding zo snel mogelijk verbreide; laat met gejubel de stem horen, verbergt het niet, wat allen volken, inzonderheid Israël en Juda verlossing belooft, zegt: Babel, de machtige, grote stad en met haar het gehele Gode vijandige rijk, is ingenomen; Bel of Baäl, hun opperste god, dien zij als den koning des hemels en der aarde vereren, is beschaamd, hij heeft zijne stad niet kunnen redden; zijne machteloosheid en nietigheid is openbaar geworden. Merodachof Bel-Merodach (= dood), zo als zij hunnen oppersten god als beschermgod van Babel ook noemden (Jes. 46:1) is verpletterd, omdat hij zijn rijk niet heeft kunnen beschermen; hare afgoden zijnallen te zamen beschaamd, hare drekgoden zijn verpletterd. 1)
Bij deze schilderij van Babels verwoesting, even als bij al het volgende, is steeds in het oog te houden, dat Babel in den geest der voorzegging tevens voorbeeld is van de wereldmacht in ‘t algemeen, die vol Titanischen overmoed het rijk van God zoekt te vernietigen en zich alleen de hoogste macht op aarde zoekt aan te matigen, dat dus de vervulling der voorzegging van Babels verwoesting tot in de laatste tijden der wereldgeschiedenis zich uitstrekt. De veelheid der woorden dient, om de blijdschap over den val van Babel uit te drukken. Daarom roept hij ook uit, om het onder de volken te verkondigen, dat ook eindelijk Babel’s val komt, dat de Heere Zijne oordelen over Babel volbrengt. De banier- of signaalstaak diende, om de tijding overal zo spoedig mogelijk te verbreiden. Babel had zich beroemd op zijne afgoden. De valse profeten hadden het volk misleid, maar het was nu gebleken, de Profeet spreekt van wat geschieden zou, al was ‘t reeds geschied-dat de afgoden van Babel voor het heilig aangezicht van den God van Israël niet hadden kunnen bestaan. Zij waren verpletterd geworden.
Want een volk, ja ene gehele menigte van grote en machtige volken (vs. 9; (Hoofdst. 51:27 vv.) komt tegen haar op, gedreven door den Geest des Heeren, van het noorden; dat zal haar land zetten in verwoesting, 1) dat er geen inwoner in zal zijn; van de mensen aan tot de beesten toe zijn zij weggezworven, doorgegaan!
Het land der Chaldeën zou tot eeuwige en aanhoudende verwoestingen gesteld worden. Na eeuwen lang verwoest en beroofd te zijn geweest, verdween eindelijk de heerlijkheid van Chaldea geheel en al en het land werd woest, gelijk het thans is. Rauwolff, die er in 1574 doortrok, beschrijft het land als bar, en zo droog en onvruchtbaar, dat het niet bewoond kan worden. En de latere reizigers stemmen allen overeen met het in dezelfde uitdrukkingen te beschrijven.
In dezelve dagen en ter zelver tijd, wanneer Babel zal gevallen zijn, spreekt de HEERE, zal Ik ook Mijn uitverkoren volk uit de gevangenis, uit zonde en nood verlossen. Dan zullen de kinderen Israëls komen, de 10 stammen van het noordelijke rijk, dat Ik naar Assur heb laten wegvoeren; zij en de kinderen van Juda te zamen, die 70 jaren lang in Babel hebben gesmacht, zullen weer vreedzaam tot één volk worden verzameld; wandelende en wenende met bittere tranen van berouw en boete over hun afval van hunnen getrouwen Verbondsgod, zullen zij uit Babel henengaan naar hun land, en den HEERE, hunnen God, dien zij verlaten hadden, zoeken.
Zij zullen naar Zion vragen, de plaats, waar de Heere Zijnen troon heeft gevestigd en onder Zijn volk wil tegenwoordig zijn; op den weg herwaarts zullen hun aangezichten zijn; met groot verlangen zullen zij aan den terugtocht denken; zij zullen komen, en den HEERE met oprecht berouw toegevoegd worden met een eeuwig verbond, dat niet zal worden vergeten, 1) en dat ook wij niet weer willen verbreken (Hoofdst. 31:31 vv.).
Terwijl de Profeet aan het uit Babel terugkerend Israël de begeerte naar een eeuwig verbond met Jehova in den mond legt, laat hij hen 1) belijden, dat zij het eerste verbond hebben vergeten; 2) toont hij ons, dat voor hem de tijd des Nieuwen verbonds met de verlossing uit de Babylonische ballingschap begint. Hij was er echter ver van daan te vermoeden, dat deze verlossing slechts een zwak begin was, dat de verschijning van den Heilaanbrenger nog eeuwen zou worden verschoven, dat Israël nog steeds dieper zinken zou, en dat eindelijk het Israël des Nieuwen Verbonds als een geheim zou voorkomen, waarin ook de engelen begeerden in te zien (1 (Petr. 1:9-12). De val van Babel heeft de verlossing van Israël tot onmiddellijk gevolg. De Profeet ziet hier deze zo, dat alle trappen der vervulling: het terugkeren uit Babel, de hereniging van de vroeger gescheidene stammen, hun oprechte bekering tot den Heere, en het sluiten van een nieuw verbond voor de eeuwigheid welke in werkelijkheid allengs in lange tijdruimten zullen volgen, in éénen blik zijn zaamgevat. Israël en Juda, het weer verenigde volk, zal al wenend en schuldbelijdend tot den Heere, tot Zion komen. Het zal vragen naar den weg naar Zion en van uit Zion zal haar worden toegeroepen, want zo is de vertaling beter: “Komt en voegt u tot den Heere met een eeuwig verbond, hetwelk niet zal worden vergeten, d. i. hetwelk niet zal worden verbroken. ” De Profeet spreekt dan duidelijk van de redding van zijn volk. Als een schuldbelijdend volk zal het tot den Heere komen, en waar het als een schuldbelijdend volk tot den Heere komt, daar zal het ook ervaren dat het de zegeningen des Nieuwen Verbonds geniet. Op Zion heeft de Heere Zijn troon en daarom zal het wenende volk vragen naar Zion, om weer met den Heere in gemeenschap te treden. Het door zondeschuld gebroken hart heeft geen vrede aleer het weer de gemeenschap van een verzoend God mag genieten.
1) Tot zulk een besluit om tot hunnen God en Heere terug te keren, zal de ellende, waarin zij gekomen zijn, de kinderen Israëls voeren. Mijn volk waren verlorene schapen, hun trouweloze herders, de valse profeten, vorsten en priesters, hadden hen verleid; zij hadden hen gevoerd naar de bergen, de verleidelijke plaatsen van den afgodendienst, verreweg van de groene weiden en de frisse wateren der gemeenschap met zijnen God; zij gingen van berg tot heuvel, van de ene tot de andere plaats van afgodendienst; zij verlaten hun legering, 2) de plaats, waar zij wel verzorgd met rijk voedsel, veilig en welgeborgen voor iederen vijand konden legeren, namelijk hunnen God en Zijne genadige beloften.
In vs. 6 en 7 wordt gewezen op de ellende, waarin Israël had verkeerd, aleer het tot verlossing kwam, en het volk werd vergeleken bij een kudde verloren schapen, die door hare herders op dwaalwegen was geleid.
De Profeet wijst er hier op dat Juda, de legering, d. w. z. hun rustplaats, d. i. hun God hadden vergeten, dewijl zij in plaats van enkel en alleen in den tempel, op alle hoge plaatsen, op bergen en heuvelen zelfs de afgoden hadden gediend. Want ja, wel hield men de meeste tijden nog vast aan de vormen van den tempeldienst, maar de Heere zegt het hier zo snijdend scherp mogelijk, dat het toch feitelijk een vergeten was van den Heere. Men hing met heel zijn hart aan de afgoden en welke plaats zou er den nog overblijven voor den Heere God? God eist een volkomen dienst. Een vormdienst staat bij Hem op dezelfde lijn met een vergeten, een verlaten van Hem.
Allen, die hen van de wilde dieren op hun dwaalwegen vonden, aten hen op, en hun wederpartijders 1), de heidense volken, die, zo lang Israël zijnen God een getrouw, heilig volk was, nooit zonder zware straf het zouden hebben kunnen schaden, zeiden: Wij zullen gene schuld hebben; daarom dat zij gezondigd hebben tegen den HEERE in de woning der gerechtigheid, 2) den Heere, in wien al hun gerechtigheid, en daarmee al hun tijdelijk en eeuwig hen verborgen ligt (Hoofdst. 31:23), ja, tegen den HEERE, de verwachting hunner vaderen, hun rots, waarop zij al hun vertrouwen stelden; daarom heeft ook deze hun Heere hen aan ons, hun vijanden, prijs gegeven.
Israël was op een eeuwigen grond gegrondvest, op Gods woord en belofte. De zonden der burgers hebben veroorzaakt, dat het ook in het stof werd gelegd, maar op hoop ener betere opstandig. Babel moet echter voor eeuwig ten ondergaan, want daarin is de booste wereldmacht tot den hoogsten bloei gekomen. Jeremia bekent de nietigheid van alle wereldrijken, dat zij allen tot deze natuurlijke orde behoren en allen slechts een tijd lang dienen. Men moet hun onderdanig zijn en hun bestwil zoeken om de zielen der mensen, welke God daarin opvoedt; een Christus kan echter niet meer naar de wijze der oude Heidenen, naar de wijze van het oude Israël vol geestdrift voor haar zijn; want wij hebben hier gene blijvende stad, ons burgerschap is in den hemel. De wereldrijken zijn gene heiligdommen voor ons, maar de regelingen Gods in hen zijn wel heiligdommen, en hun bestaan bidden wij met het dagelijks brood in de vierde bede. Jeremia gebruikt vele woorden en beelden, die hij bij de gerichten van andere volken reeds heeft gebruikt, hier van Babel te zamen, om daardoor aan te tonen, dat in Babel het heidendom der ganse wereld op enen hoop komt. Daarom zal daar ook de grootste angst ontstaan. Wat echter hier van Babel wordt gesproken moet steeds weer in alle machten der wereld tot vervulling komen, in zo verre zij, in Babel’s voetstappen gaande, vlees tot hunnen arm stellen, en de stof dezer wereld voor macht houden, hetzij ze staten of kerken genoemd worden.
Onze Staten-Overzetters hebben het woordje en tussen HEERE en de woning der gerechtigheid ingevoegd. Dit is echter onjuist. Jehova zelf wordt hier genoemd, de woning der gerechtigheid, zoals in Ps. 18:3, burcht, elders Zon en schild (Ps. 84:12), en in het vorige vers wordt juist gezegd dat zij de plaats hunner legering, n. l. God, hadden vergeten. God de Heere was voor Zijn volk, indien het op Hem vertrouwde, Hem diende en vreesde een vaste woning, een woning der gerechtigheid. In het volgende lid wordt de Heere genoemd, de verwachting hunner vaderen. Gerechtigheid moet dan ook hier niet, zoals Calvijn terecht aanmerkt, in den eigenlijken zin worden opgevat, maar in dien van, vastheid.
a) Vliedt dan, o kinderen Israëls, volk van God, hetwelk de Heere wil verlossen, vliedt haastig weg uit het midden van Babelvoordat Gods gericht over hen komt, en gaat uit, uit der Chaldeën land; en weest als de bokken, die voor de kudde henen trekken aan het hoofd van allen, die Gods gericht ontvlieden en hun ziel willen redden (Jes. 48:20).
Jes. 51:6. Openb. 18:4. Babel is geopend, nu moet men ook Babel verlaten en er niet aan verkleefd blijven, want de ballingschap is ene tijdelijke tucht, maar niet Gods beschikking voor de kinderen Gods. Gods volk moet bij de algemene verlossing als bokken voor de kudde der volken heengaan, opdat zij zich ook aan Israël aansluiten, zo als dat ook ten hoogste in den tijd van Christus aan de eerste gemeenten en de Apostelen vervuld is, die nu de gehele heidenwereld achter zich heentrekken tot het eeuwige leven. Nu ziet de Profeet reeds de nieuwe mensheid, die uit de puinhopen der oude te voorschijn treedt. Het oude Israël gaat vooraan, zo worde allen, die volgden, tot Israël.
Want ziet, Ik zal ene verzameling van grote volken uit het land van het noorden door Mijnen Geest verwekken, en tegen Babel opbrengen, die zullen zich tegen haar rusten, van daar zal zij ingenomen worden; zijne pijlen, die van dit leger van volken zullen zijn als eens kloeken helds, geen zal ledig wederkeren, niemand zal onverrichter zake teruggaan.
En Chaldea zal ten roof zijn van deze door Mij verwekte volken; allen, die het beroven, zullen verzadigd worden 1) van buit, spreekt de HEERE.
Hiermede wordt de volstrekte ondergang van Babel nader aangeduid. Alle pijlen des vijands zullen doel treffen en alle degenen, die Babel beroven, zullen het geheel leeg plunderen, zullen geheel van roof verzadigd worden. En dit alles, zoals het volgende vers zegt, dewijl het met blijdschap, in dolle blijdschap en met volkomen verheuging des harten Gods volk heeft geplunderd en gedood. Zeker, Babel was uitvoerster van Gods Raad om het nakroost van Abraham te kastijden, vanwege zijn zonde en afval van God, maar Babel deed het niet om Gods Raad te volbrengen maar enkel en alleen om zichzelf, ten koste van dat volk en van dat land, te vergroten en te verrijken, om over geheel de wereld de oppermacht, de heerschappij te hebben.
Dat zal ook u Chaldeën wedervaren, omdat gij u verblijdt hebt; hoewel gij toch slechts werktuigen van Mijnen toorn waart, omdat gij van vreugde hebt opgesprongen, gij plunderaars Mijner erfenis, van Israël en zijn land; omdat gij geil geworden zijt als ene grazige(liever: dorsende) vaars, en hebt gebriest als de sterke paarden, als hengsten hebt gij gehinnikt. Deze vergelijking rust daarop, dat de koe op het veld tussen ene grote menigte koren, zonder dat zij gemuilband is (Deut. 25:10), vol vreugde springt en dartelt. (S. AVETENS).
Waar gij alzo handelt, zal uwe straf niet uitblijven. Reeds staat zij Mij voor ogen, als reeds gekomen. Zo is uwe moeder, het land en het volk, die u hebben voortgebracht; zeer beschaamd; die u gebaard heeft, is schaamrood geworden; ziet, zij is even als Amalek geworden de achterste de laatste der Heidenen, de laatste, die Gods volk en rijk gehaat, bestreden, ja verslonden heeft, gelijk Amalek het eerste volk was; dat den strijd tegen Gods volk ondernam, en daarom ten gronde ging (Num. 24:20). Nu is het ene woestijn, dorheid en wildernis
geworden met het gehele volk.
Waar arbeiders onder de schaduw van honderd voet hoge palmbomen, de velden bewaterden, tot alles ruim bevochtigd werd door talloze kanalen, kan thans de wandelaar, terwijl zijn oog niets ontmoet den lage en korte heesters, zijne voeten nauwelijks nederzetten zonder pijn van de middaghitte op den verdroogden en verzengden grond, terwijl hij zijn weg voortzet in een woest, dor land en een wildernis.
Van wege de verbolgenheid des HEEREN, dat zij zich tegen Hem verzet heeft, zal zij niet bewoond worden; maar zij zal geheel ene verwoesting, worden; al wie aan Babel voorbijgaat, zal zich over hare woestheid en verlatenheid ontzetten, en vol spot en hoon fluiten over alle hare plagen, die de Heere over haar gebracht heeft. (Hoofdst. 49:17).
Welaan! Rust u ten strijde tegen Babel rondomhare muren, gij allen; die den boog spant, schiet in haar zonder te verschonen, en spaart de pijlen niet; want zij heeft tegen den HEERE gezondigd.
Juicht met luid krijgsgeschreeuw over haar rondom; zij heeft hare hand gegeven, zij heeft zich op genade of ongenade overgeven; reeds zie Ik in den Geest, dat het geschied is; hare fundamenten zijn gevallen, hare muren zijn afgebroken. Het is onmogelijk dat zij weerstand bieden, want dat, namelijk hare verwoesting, is des HEEREN wraak; wreekt u aan haar, gij volken der aarde, die haar tot hiertoe in onverzadelijke begeerlijkheid bedwongen hebt, doet haar, gelijk als zij gedaan heeft aan u, in ‘t bijzonder aan het volk Gods (Openb. 18:6 vv.). Hier wordt Babel als stad voorgesteld met bepaalde vermelding van hare beroemde muren. De uitleggers hebben zich te vergeef, veel moeite gegeven met de letterlijke verklaring dezer plaats, vermits door den eersten, die Babel veroverde, Cyrus, de muren der stad niet verwoest zijn en dat eerst later Darius Hystaspes ze heeft laten slechten, om na een nieuwen opstand de stad te straffen en te verzwakken. Babels val, dien Jeremia in den Geest aanschouwt, stelt hem het volledige laatste gericht over de ongoddelijke wereldmacht voor ogen. Het historische Babel van gindsen tijd levert slechts de verven en figuren tot het tafereel, en daarmee wordt geschilderd en voorgesteld wat van het geestelijke Babel geldt. De verovering van Babel onder Cyrus was slechts een typisch voorteken voor de toekomstige vervulling van ene veel verder strekkende profetie, en daarvoor is het volkomen genoegzaam, wanneer daarbij enkele trekken van het beeld vermeld worden, terwijl anderen, ja de meesten nog op de vervulling in ene gewijzigde gedaante wachten. De volle betekenis der profetie is eerst in Openb. 18 door Johannes aan het licht gebracht, maar ook onder apocalyptische beelden; die wel voor ogen stellen wat er geschiedt, maar niet beschrijven, hoe het geschiedt. Intussen vervangen zodanige beelden voor ons de nog niet geopenbaarde historische werkelijkheid, waarvan zij steeds enige scherp getekende trekken bevatten.
Roeit uit van Babel, uit het land van Babylonië, den zaaier, en dien, die de sikkel handelt in den oogsttijd. Maakt dus het land tot ene onvruchtbare woestijn; laat hen van wege het alles verwoestende, het verdrukkende zwaard des machtigen, dien de Heere ten gerichte zendt, zich keren, een iegelijk tot zijn volk, en vlieden een iegelijk, die niet tot dat volk behoort, naar zijn land 1).
Volgens vs. 12b zal niet alleen de stad Babel, maar ook het landschap Babel, woest en dor worden. Vandaar dat hier het bevel komt om den zaaier en den maaier er uit te roeien. Geen zaaier zal er meer zijn, geen maaier meer nodig wezen. Geen vreemdeling, burger van een ander land, zal zich meer vestigen in Babel, want des Heeren oordeel zal over geheel het land voltrokken worden.
1) Dat zal echter Babel wedervaren om zijne misdaad tegen Gods volk, want Israël is een verbijsterd lam, dat de leeuwen uit zijne omheining in de wijde wereld verjaagd hebben; de eerste, die hem heeft opgegeten, was de koning van Assur, als deze de 10 stammen van het noordelijk rijk onder de Heidenen verstrooide, en deze, de laatste, Nebukadnezar, de koning van Babel, heeft hem de beenderen verbrijzelddaardoor, dat hij het rijk van Juda verwoestte, en door wegvoering van zijne bewoners den staat Gods geheel ineen deed storten.
In vs. 17 en 18 wordt de reden opgegeven, waarom dit oordeel zal voltrokken worden. Omdat het Israël als een verbijsterd, enig lam niet alleen had opgejaagd, maar ook de beenderen verbrijzeld. Babel had zichzelve ten oordeel opgeschreven, toen het Juda verdrukte. En opdat dit waarlijk zou gevoeld worden, daarom zegt de Heere hier, dat Israël weer tot zijn woning zou worden gebracht, dat Israël weer zou groeien en bloeien. Niet omdat Israël het verdiende of verdiend had, maar (vs. 20) dewijl de Heere Zijn vriendelijk Aangezicht weer tot Israël had gekeerd in schuldvergevende genade.
Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Ziet, Ik zal om zulk ene vernietiging van Mijn rijk bezoeking doen over den koning van Babel en over zijn land, gelijk als Ik bezoeking gedaan hebvoor het leed aan Mijn volk en rijk berokkend, over den a) koning van Assur, door eveneens zijn rijk te verstoren zonder hoop op wederherstelling.
2 Kon. 19:35, 37. Jes. 37:36, 38.
En Ik zal Israël door Mijne almacht weer doen opstaan en weer tot zijne woning brengen, en hij zal weiden op de vruchtbaarste delen des lands, op den Karmel aan deze, en op den Basan aan gene zijde van den Jordaan; en zijne ziel zal op groene en frisse weiden worden gevoed, op het gebergte van Efraïm en Gilead verzadigd worden (Jes. 33:9. Micha 7:14. Nah. 1:4. Hoogl. 4:1).
In die dagen en te dier tijd, spreekt de HEERE, wanneer Mijn volk uit Babel zal gered en ontvlucht zijn, zal Ik een nieuw verbond der genade met hem oprichten en hem al zijne zonden vergeven. Dan zal Israëls ongerechtigheid gezocht worden, maar zij zal er niet zijn, en de zonden van Juda, maar zullen niet gevonden worden 1), want Ik zal ze dengenen vergeven, die Ik zal doen overblijven 2) uit de ballingschap in Babel (Hoofdst. 31:34; 33:8).
De grote wereldmachten vormen wel de wereldgeschiedenis, maar zij hebben gene toekomst; Israël komt altijd weer terug in het geliefde, heerlijke land. De Joden konden ten bewijze daarvan onder Cyrus terugkeren. De zaak is echter deze, dat de ware Heilige in Israël, Christus, ons in het paradijs terugleidt, wanneer wij aan Zijne hand uit het Babel dezer wereld vlieden, haar voor ons laten gekruisigd zijn. Het volk Gods met zijn verdiend ongeluk werd den Heidenen ten verderve, want zij hadden zich daaraan verzondigd. Onder het beeld van een door wilde dieren verscheurd schaap toont God Zijne tedere liefde voor Israël en Zijnen toorn tegen de vijanden. God wil de Herder Israëls zijn, dat is het beste, wat Hij hun belooft, Hij zal zijne zonde wegdoen. De wereld heeft genoeg, wanneer zij van straf en ellende verlost is, meer begeert zij niets, even als een slecht geneesheer alleen de tekenen zoekt te verdelgen van de ziekte, die aanwezig ja, bijv. den dorst of de hitte van den zieke, maar niet de ziekte zelf. Gelovige zielen zijn echter niet eerder tevreden, voordat zij de zekerheid hebben gevonden, dat zij met God verzoend zijn. Wij moeten de oorzaak van den nood, de inwendige verkeerdheid opmerken. Zo bidt David niet slechts: “Heere! bevrijd mij van mijne vijanden, red mij van den dood, maak mij gezond, maar hij smeekt om barmhartigheid Gods over den zondaar. ” .
God doet hier den Joden gevoelen, dat zij zich zeer bedriegen, indien zij menen, dat zij immer ongedeerd zullen blijven. De Profeet zegt hier, dat God niet aan allen, zonder onderscheid, nabij zou wezen maar hun, die Hij zou doen overblijven, en ondertussen wijst God aan, dat men dit aan Zijne genadevolle Goedheid moest toeschrijven, dat er enigen overgebleven waren, zoals ook Jesaja zegt in het eerste hoofdstuk: Indien Hij geen zaad had overgelaten, als Gomorra waren wij geweest en aan Sodom gelijk geworden. God bevestigt hier derhalve, dat het overblijfsel behouden zou worden, niet anders dan door Zijn mededogen, zoals ook Paulus in Hoofdst. 11 van de Romeinen zegt, dat er voor de Joden geen heil was te hopen, dan door het genadig mededogen Gods.
Welaan, Mijn werktuig tot bestraffing en uitroeiing van Babel!tegen het land Merathaïm (= dubbele opstand), dat zich in zijnen hoogmoed meer dan alle volken tegen God heeft verheven 1), trek tegen hetzelve land op, en tegen de inwoners van Pekod (= bezoeking), van het land, dat meer dan elk ander bezocht en verbannen moet worden; verwoest en verban achter hen, spreekt de HEERE, totdat niemand overig is, en doe naar alles tot bestraffing van Babel wat Ik u geboden heb. Om voor te stellen, hoe vreeslijk de misdaad van Babel is en hoe daaraan geëvenredigd ook zijne straf zal zijn, geeft hier Jeremia aan het land twee eigennamen. Even als Jesaja (30:7) Egypte den naam Rahab d. i. woestheid, of Ezechiël (2:5) aan het huis van Israël den naam “huis van Meri” d. i. huis der weerspannigheid geeft, zo noemt Jeremia hier Babel eerst Merathaïm, vervolgens Pekod. Waarom hij het “dubbele opstand” noemt, daarover hebben de uitleggers verschillende gedachten. Sommige menen, omdat Babel reeds vroeger in Nimrod en den torenbouw van Babel, vervolgens in den laatsten tijd door verwoesting van het rijk Gods en onderwerping van alle volken zich in hemel bestormenden hoogmoed heeft verheven. Anderen zijn van mening, omdat het in den laatsten tijd twee malen met haat en vijandschap tegen Gods volk en land was opgetreden, eerst toen de Assyriërs, als wier erfgenaam Babel de schuld draagt, het rijk der 10 stammen vernietigden, vervolgens toen Babel zelf Juda verwoestte en in ballingschap sleepte. Want al had het ook als werktuig des Heeren tot bestraffing van Zijn volk gehandeld, zo kwam toch zijn handelen uit misdadigen overmoed en ene stoute verachting van het heiligste voort, welke bestraft moet worden. Het waarschijnlijkste is, dat de Profeet aan al deze bijzonderheden in Babels geschiedenis, waardoor het zijn satanischen hoogmoed en geest van opstand tegen God toonde, gedacht heeft. Pekod noemt hij het als de plaats waar de Goddelijke bezoeking en straf in de hoogste mate en voor alle misdaad aan de wereldmacht in ‘t algemeen zou worden volvoerd.
Alzo beveelt de Heere Zijnen knechten, die Hij naar Babel zendt. Spoedig volbrengen zij Zijn bevel. Hoor! Er is een krijgsgeschrei in het land van Babylon en ene grote breuk, ene grote nederlaag.
Hoe is de hamer der ganse aarde, met welken de Heere de volken en koninkrijken der gehele wereld verslagen heeft, nu zelf zo afgehouwen en verbroken! (Jes. 14:5). Hoe is Babel!waarvoor de volken sidderden, geworden tot ene ontzetting onder de Heidenen, een land, waarover zij zich verwonderen?
Geheel onverwacht en plotseling zal deze verwoesting over u komen, o Babel! Ik zelf, de Heere, heb u, even als een vogelaar een strik gesteld, dies zijt gij ook gevangen, o Babel, dat gij het niet wist1) (Hoofdst. 51:8. (Jes. 47:11); gij zijt gevonden, en ook gegrepen, omdat gij u tegen den HEERE, den God van hemel en aarde, in strijd gemengd hebt, daar gij weigerdet Zijn heilig volk te laten gaan (vs. 33). Niets was in den tijd, toen Jeremia sprak, ongelooflijker dan de vervulling zijner woorden omtrent Babel, wanneer men bedenkt hoe onbeduidend nog de macht der Meden of Perzen, hoe groot en onwankelbaar die der Chaldeën was, wanneer men het overwinningsgejuich, den overmoed en de gerustheid en weelderigheid der Babyloniërs beschouwt, wanneer men aan de buitengewoon sterke bevestiging van Babylon, aan het wonder van zijn stadsmuur denkt, die hoog als een toren was, en zo breed, dat verscheidene wagens naast elkaar daarop konden rijden, aan de talrijke legers, die Babylon beschermden, dan is het geen wonder dat de Profeet door allen werd uitgelachen, die niet als hij door dat schijnsel van het menselijke heen zagen in de waarheid der Goddelijke almacht en gerechtigheid. En toch is wat zo ongelooflijk scheen, de plotselinge en onvoorziene verovering van Babylon, woordelijk vervuld. Cyrus nam daardoor Babylon in, dat hij den Eufraat liet afleiden. Daardoor kwamen dr Perzen den Babyloniërs zo onverwacht op het lijf, dat toen de buitenste delen der stad reeds bezet waren, degenen, die in het midden woonden, nog in het geheel niet bemerkten, dat zij genomen waren. Zo werden zij ook bij de inneming der stad onder Darius Hystaspes daardoor verrast, dat Zopyrus door verraad den belegeraars de poorten opende. Dit vers geeft aan, dat het onheil Babel onverwacht en ongedacht zou overkomen, gelijk ook, zoals hierboven herinnerd wordt, geschied is. Een strik vangt den vogel onverwacht, zo zou het ook Babel’s koning en volk gaan.
De HEERE heeft Zijne schatkamer, Zijn verzamelplaats, van de wapenen Zijns toorns opengedaan, om Zijn werk aan het land der Chaldeën te verrichten, en de instrumenten Zijner gramschap daaruit voortgebracht: want dat straffen van Babel is een werk 1) van den Heere, den HEERE der heirscharen, in het land der Chaldeën.
Hier drukt de Profeet nog helderder uit wat hij heeft aangevoerd, dat n. l. de oorlog niet was die der Perzen, maar des Heeren zelven. Hij zegt dat God Zijn schatkamer heeft geopend, n. l. dewijl Hij verschillende en veelvuldige wijzen heeft, die in het menselijk verstand niet kunnen opkomen, om de goddelozen te verderven. Die monarchie was niet te bevechten, n. l. voor het menselijk verstand. Maar God zegt hier dat Hij een wijze kent, die verborgen was, waardoor Hij Babel zou verwoesten en tot niets terugbrengen. Bij gelijkenis spreekt hij van de schatkamer Gods, een beeld genomen in overeenstemming met het menselijk verstand, waar God n. l. Zijne oordelen uitvoert op verborgen en ongedachte wijze. Dewijl derhalve de gelovigen nauwelijks in hun harten konden opnemen wat Jeremia leert, daarom heft hij hun harten op tot de Voorzienigheid Gods, welke niet met het menselijk vernuft moet op één lijn gesteld worden.
Komt aan, gij Mijne knechten! die Mijne wraak zult uitoefenen, tegen haar van het uiterste, van den eersten tot den laatsten, opent hare voorraad-schuren, vertreedt haar als korenhopen, en verbant ze, vernietigt al haren voorraad door het vuur (Joz. 11:12 vv.) laat ze geen overblijfsel hebben noch van hare stad, noch van haren voorraad.
Doodt met het zwaard al hare inwoners, voornamen en geringen, mannen en vrouwen, ook al hare varren, laat ze afgaan ter slachting, opdat ze den Heere ten zoenoffer worden gebracht; wee over hen, want hun dag is gekomen, de dag der wraak, de tijd hunner bezoeking1) (Hoofdst. 46:21. Jes. 34).
Hiermede zegt de Heere het weer dat het alles geschiedt naar den bepaalden raad van Zijn wil. Tot nog toe kon Babel zich verzetten; tot nog toe kon het trots zijn op haar macht; tot nog toe moest het volk Gods in de ellende der ballingschap zuchten, dewijl de tijd des Heeren nog niet gekomen was. Maar nu was de tijd der bezoeking daar, nu was de ure aangebroken door den Souvereinen God vastgesteld, en daarom kon niets ter wereld den val van Babel tegenhouden.
Hoort! Er is te dier tijd ene stem der gevluchten en ontkomenen uit het land van Babel, namelijk der kinderen Israëls, die de Heere door dat gericht over Babel uit hun gevangenis zal bevrijden, en die Zijne roepstem, om uit het land te vluchten in vs. 3 gevolgd zijn. Het is ene stem, om in Zion te verkondigen de wraak des HEEREN, onzes Gods aan Babel, de wraak Zijns tempels, dat het verbranden van Zijnen tempel door de Chaldeën nu gewroken is. Het stoffelijke Zion, dat bij de verovering van Babel nog in puin lag, komt hier niet in aanmerking, maar het Zion in geestelijken zin, de woning der gerechtigheid vs. 7. Het heiligdom van Jehova is voor Israël het hoogste, dat Babel kon verwoesten, het heiligdom, waarin Zijne eeuwige Godheid zegenend nabij was. Daarin toch was verborgen het verheerlijkt bestaan des volks. Maar het eeuwige laat zich niet vertreden door de macht van het stoffelijke, en Israëls roeping tot het rijk des Heeren, waarom gerechtigheid en vrede elkaar kussen, is ene eeuwige. 29. IXb. Vs. 29-Hoofdst 51:26. Wederom roept de Heere de krijgslieden der volken van het noorden op, om aan Babel vergelding uit te oefenen. Het is hoogmoed van Babel, dien het tegenover den Heere aan den dag heeft gelegd, welke door gehele vernietiging van volk en land moet worden vernederd. Zijne manschap moet omkomen en al zijne macht moet door vuur worden verteerd. Juda en Israël moeten door de sterke hand des Heeren uit Babels slavernij worden gered, terwijl alle steunsels van Babels macht en heerlijkheid moeten verwoest worden, en zijn land tot ene ontzettende woestijn worden (vs. 29-40). De volvoerder van dit gericht over Babel zal echter eveneens een uit het noorden komende vijand zijn; even als eens bij Juda en bij Edom. De gerichten en rechtvaardige bezoekingen Gods over de volken vormen voor Gods ogen ene eenheid. Daarom past de Profeet datgene, wat hij in Hoofdst 6:22-24 van Israël, en in Hoofdst. 49:19-21 van Edoms gericht door de Chaldeën gezegd heeft, nu op het gericht over de Chaldeën zelf toe. Ene krijgsmacht als een leeuw in sterkte zal Babel, het hart van alle tegenstanders des Heeren, als kaf wannen (vs. 41 tot Hoofdst 51:4), want Israël heeft ene rechtvaardige zaak tegen Babel. Het is gene verlatene weduwe meer, integendeel het zal gered worden, en ‘s Heeren wraak aan Babel zal worden volvoerd. Eens was Babel wel als een gouden beker, door welken de Heere den wijn Zijns toorns den volken reikte, nu is het een ziek man, wien de aan hem dienstbaar gewordene volken, te vergeefs artsenij reiken. Daarom zullen zij allen, ook Israël, uit de gevangenis ontvlieden, en Gods volk zal naar het vaderland terugtrekken, en daar de grote daden Gods tot zijne redding en rechtvaardiging verkondigen. Nu verheft de Profeet een driemalen herhaald geroep van dreiging tegen Babel, dat hare overweldigers naderen, hare muren bestijgen en de stad veroveren zullen (51: 5-14). Dit zal aan Babel volvoeren Hij, die de gehele wereld heeft geschapen en alle afgoden met hun dienaren verplettert. Hij zal Zich enen hamer verkiezen, met welken Hij volken en koninkrijken te morzel slaat, en in ‘t bijzonder alles aan Babel vergeldt, wat zij aan Zion gedaan heeft. Babel geleek wel enen verderf aanbrengenden vulkaan, maar hij is uitgewoed en zijne stenen zullen zo verwoest worden, dat het tot niets meer kan worden aangewend .
Laat u horen tegen Babel, gij schutters! gij allen, die den boog spant! legert u tegen haar rondom, laat niemand van hen ontkomen; vergeldt 1) haar naar haar werk, doet haar naar alles, wat zij aan u, den volken, gedaan heeft, want zij heeft trotselijk gehandeld tegen den HEERE, tegen den Heilige Israëls, 2) daar zij het heiligdom Gods met vuur heeft verwoest en Zijn heilig volk in gevangenis heeft gehouden.
Met deze woorden wijst de Profeet aan, dat het oordeel rechtvaardig was; hetwelk God aan de Chaldeën voltrok, daar niets billijker was, dan dat zij ontving naar dat zij anderen hadden gedaan. Met welke maat gij anderen gemeten hebt, zult ge weer gemeten worden, zegt Christus. Dewijl derhalve het gezond verstand zegt, dat de straf zeer rechtvaardig is, welke aan de ongelovigen wordt voltrokken, daar herinnert de Profeet hier dat God een rechtvaardig rechter zal zijn, wanneer men zal zien dat Hij tegen de Chaldeën woedt. Maar hij vestigt op veel meer de aandacht. Hij wijst op dit beginsel, dat God rechter is der wereld. Wanneer dit alzo is, den volgt daaruit dat het niet anders kan, dan dat hij die anderen onrechtvaardig onderdrukt, eindelijk zelf zijn loon ontvangt.
Babel had den tempel Gods, de woning des Allerhoogsten, ja van den Heilige Israëls verbrand. Daarmee had het tegen Hem trotselijk gehandeld. Het was geen euveldaad tegen een der afgoden of tegen een mensenkind, maar tegen den Heilige Israëls geweest. Deze laatste benaming heeft Jeremia overgenomen van Jesaja (Hoofd. 51:6). En omdat het een euveldaad was geweest tegen den Heilige Israëls, daarom zou Babel zo zwaar gestraft worden, zoals in de volgende verzen gezegd wordt.
Daarom zullen nu ook hare jongelingen ellendig door het zwaard vallen op hare straten, en al hare krijgslieden te dien dage uitgeroeid worden als de dag Mijner wrake komt, spreekt de HEERE(Hoofdst. 49:26).
Ziet, Ik wil aan u, gij trotse, belichaamde hoogmoed tegen God (vs. 21)! spreekt de Heere, de HEERE der heirscharen: want uw gerichts-dag is gekomen, de tijd, dat Ik u bezoeken zal. Hij noemt de Babyloniërs “de trotsheid” als degenen, welke niet door lichtvaardigheid of dwaasheid of enige andere ijdele begeerte ten strijde zijn gedrongen, maar die zich tegen God hebben verheven, als mensen zonder enigen eerbied voor het heilige, zonder enig ontzien van mensen. De trotsheid moet vallen, want zij is leugen tegen God, en al hare macht moet in ‘t vuur worden vernietigd: zo blijven de ootmoedigen en zachtmoedigen in het bezit van het aardrijk, dat heeft ruime toepassing door alle tijden tot in eeuwigheid.
Dan zal de trotse, deze vlees geworden hoogmoed, aanstoten, nederstorten, en vallen, en er zal niemand zijn, die hem weer opricht; ja, Ik zal een vuur aansteken in zijne steden, die om de moederstad liggen en haar gehoorzamen, dat zal alle plaatsen rondom hem verteren, de ganse omgeving, die tot Babel behoort, en aan hare zonden deelneemt.
Zo zegt de HEERE der heirscharen: De kinderen Israëls en de kinderen van Juda zijn door hun overmoedige onderdrukkers, de Chaldeën, te zamen verdrukt geweest; en allen, die hen gevangen hadden, zowel de Assyriërs als de Chaldeën, hebben hen vastgehouden, zodat zij onder den druk der verbanning moesten smachten; zij hebben hen geweigerd los te laten, gelijk eens Faraö (Exod. 7:14, 22; 9:2. Jes. 14:17.
Maar hun Verdediger en Verlosser is sterk, HEERE der heirscharen (Jes. 41:14; 44:6) is Zijn Naam. 1) Hij zal hen bevrijden en lossen, hoewel niet met goud en zilver; Hij zal als hun pleiter optreden en hunnen twist zeker twisten, opdat Hijhen werkelijk recht verschaffe (Jes. 34:8; 49:25) en het land, de aarde, die tot heden door Babel in onrust en angst werd gehouden in rust brenge, maar de inwoners van Babel beroere, vol onrust doen zijn in afwachting der rechtvaardige vergelding Gods (Jes. 14:3, 7, 16).
Gelijk Faraö eertijds, zo ook had Babel Israël en Juda vastgehouden, zodat zij hen niet wilde laten gaan. Zwaar, zeer zwaar hadden Babels vorsten het volk Gods onderdrukt, maar zij hadden niet bedacht dat hun strijd tegen het nakroost van Abraham, een strijd was geweest tegen Israëls God. Sterk was Babel, machtig waren hare vorsten, maar Israëls Verlosser zou zich in waarheid sterker betonen. Zijn Naam toch was HEERE der heirscharen. En omdat alzo Zijn Naam was, daarom zou Hij het vonnis en Zijn oordeel zeker uitvoeren. Zo zou God zich immer tegenover de vijanden van Zijn geestelijk volk betonen. Sterk, machtig mogen zich de vijanden van Christus kerk wanen, maar ten slotte zal het blijken dat zij het moeten afleggen tegen Hem, wiens naam is Heere der heren en Koning der koningen. Dat is voor alle eeuwen de grootste troost voor alle Gods kinderen.
Het wrekende zwaard 1) des Heeren zal zijn over de Chaldeën, spreekt de HEERE, en over de inwoners van Babel, en over hare vorsten, en over hare wijzen, zodat hun ingebeelde wijsheid zal blijken dwaasheid te zijn (Jes. 19:11).
Om de rechtzaak Israëls tegen Babel te voeren roept de Heere het zwaard op tegen de Chaldeën, de bewoners van Babel, over hun vorsten waren, helden en de gehele krijgsmacht, de schatten en de wateren. Het zwaard zal komen, zijn kracht betonen aan de Chaldeën, d. i. aan de bevolking van het land, aan de bewoners van de hoofdstad, verder aan de vorsten en wijzen (Magiërs).
Het wrekende zwaard des Heeren zal zijn over de leugenaars, 1) die met vele ijdele woorden de toekomst uit de sterren verkondigen (Jes. 44:25; 47:13), dat zijvoor de mensen zot worden, en als leugenaars en dwazen staan, die het tegendeel hebben geprofeteerd van hetgeen geschied is; het zwaard zal zijn over hare helden, die in den krijg ervaren waren, dat zij versagen.
Eigenlijk, zwetsers, zij, die onbezonnen, in het wilde er maar wat heen praten. Hiermede zijn de Magiërs bedoeld, de wijzen en sterrewichelaars van Babel. Deze zullen als dwazen, als zotten openbaar worden, dewijl zij altijd hebben voorgespiegeld dat Babel onverwinbaar was.
Het wrekende zwaard des Heeren zal zijn over zijne paarden en over zijne krijgswagenen, waarop zij voornamelijk hun vertrouwen stelden (Jes. 43:17. Ps. 20:8); en over den gansen gemengden hoop, (alle huur- en hulptroepen), die in het midden van hen is, dat zij tot wijven worden, zwak en machteloos tot het bieden van tegenstand; het zwaard der wrake zal zijn over hare schatten, dat zij geplunderd worden.
Droogte en dorheid zal zijn over al hare wateren, hare stromen en kanalen en waterleidingen, waarvan de vruchtbaarheid van hun land afhangt, dat zij uitdrogen, zodat Babel met hare gehele bevolking en al hare hulpmiddelen zal vernietigd worden; wantdit is de hoofdzaak van haar verderf, het is een land van gesnedene beelden, en zij razen naar de schrikkelijke afgoden, zij dragen roem op de schrikgestalten, afgoden 1), die iedereen door hun wanstaltigheid afschuw inboezemen en schrik verwekken.
Het zwaard des Heeren brengt van den hemel af verderf te weeg, want het sluit den weg af tot den boom des levens (Gen. 3:24). In vijfvoudige opklimming (anaphora) wordt het wrekende zwaard Gods tot vernietiging der vijanden Gods met alles wat zij zijn en hebben, opgeroepen; want in den grondtekst wordt het zwaard zelf aangesproken- ene opklimming, welke de verpletterende macht van de gerichten des Heeren voorstelt en scherpsnijdend oor en hart treft. Het treft Babel in alle delen van haar bestaan, alle klassen harer bewoners, al hare macht. En wanneer eindelijk de droogte komt (vs. 38) dan is in de golven van den Eufraat de macht en levensbron van Babel verdroogd. In het Hebreeuws is hier een woordenspel. Cherebh betekent zwaard, “Chorebh” beduidt droogte. Het zwaard is ene voorbijgaande bestraffing voor de inwoners, de droogte een blijvende rampspoed voor het ganse land, waardoor het tot ene woestijn wordt, dat Babel, dat aan den Eufraat, aan grote wateren ligt. Reeds Jesaja (21:1) had veelbetekenend Babel de woestijn der zee genoemd. Het historische Babel is wel is waar niet tot ene woestijn geworden, want zijne puinhopen liggen nog aan den Eufraat, maar het is niettemin eenzaam en verwoest en de volkscharen, die er in- en uitstroomden, zijn verdwenen. Vele uitleggers hebben daarop gewezen, dat Cyrus Babel veroverde door het water van den Eufraat af te leiden, waardoor hij door de droog geworden bedding in de stad kon binnendringen. Anderen merken zeer terecht aan, dat dit drooglopen van den Eufraat slechts zeer tijdelijk was en het water toch in de nabijheid der stad in grachten en poelen bleef staan. De Geest des Heeren kan dus hier op het gedachte historische feit slechts als op de bijzaak hebben gedoeld en gezinspeeld; de hoofdzaak voor den Profeet was zeker de in het lot van het historische Babel slechts onvolkomen afgespiegelde typische betekenis, die hem bij het historisch gezicht voor ogen zweefde. De oorzaak van Babels verderf en ondergang is haar afgodendienst. Dit leert ons, dat als God onder ons in oprechtheid vereerd wordt, en de ware leer bij ons in ere is, dit voor ons de beste bescherming is. Alzo zullen wij onverwinbaarder zijn, dan wanneer alle macht en alle schatten der wereld ons toevloeien, wanneer wij Gode de rechte eer geven, en er ons op toeleggen in Zijne zuivere verering te volharden. CALVYN).
Daarom zo zal Babel tot ene eeuwige woestijn worden, enzullen de wilde dieren der woestijnen, als wilde katten, met de wilde dieren der eilanden, als jakhalzen (Jes. 34:14) daarin wonen, ook zullen de jonge struisen, die in dorre zandwoestijnen hun klagend geschrei laten horen (Job 39:13), daarin wonen; en men zal er geen verblijf van menselijke wezens meer hebben in eeuwigheid, en zij zal niet bewoond worden van geslacht tot geslacht; 1) zij zal ene door God vervloekte plaats blijven.
a) Gelijk God Sodom en Gomorra en hare naburen, Adama en Zeboïm door een gericht heeft omgekeerd, spreekt de HEERE, alzo zal het ook Babel gaan. Er zal niemand aldaar wonen, en geen mensenkind in haar verkeren. (Hoofdst. 49:18).
Gen. 19:25. Jer. 49:18. De Profeten zijn alzo gewoon te spreken waar er geen hoop overblijft. Wij hebben vroeger gezegd dat Babylon niet zo verwoest zou worden of er zouden nog mensen in wonen, die ook naderhand prettig daarin hebben geleefd. Van de stad is onder Cyrus en zijn zoon altijd bevolkt geweest. Vervolgens na de verwoesting begon zij weer bewoond te worden. En toen Alexander Azië onderwierp, bloeide Babylon zowel door volkrijkheid als door rijkdom en schatten. En toen hij aldaar stierf liet hij de stad zeer bloeiend achter. Hieruit merken wij op, dat niet terstond is vervuld, wat Jeremia hier heeft verkondigd. Maar dewijl de straffen zelf licht of middelmatig zijn, welke een voorspel zijn van het eeuwige en het laatste verderf van de ongelovigen, daarom strekken de Profeten, waar zij over de oordelen Gods handelden, altijd hun rede uit tot den laatsten ondergang, en dit blijkt ook duidelijk uit het volgende vers. Niet op ene is dit oordeel over Babel voltrokken maar trapsgewijze, totdat stad en land een en al verwoesting was en bleef, tot op onzen tijd.
Ziet, wat Ik eens van Juda heb voorzegd in Hoofdst. 6:22-24, dat zal tot vergelding uzelven wedervaren, daar komt een volk uit het noorden, en ene grote natie, en geweldige koningen zullen van de zijden van het uiterste der aarde, d. i. uit het hoge noorden opgewekt worden.
Boog en spies zullen zij voeren; wreed zijn zij, en zullen niet barmhartig zijn; hun stem zal bruisen als de zee, en op paarden zullen zij rijden; het is toegerust als een man ten oorlog, tegen u, o dochter van Babel!(Hoofdst. 6:13).
De koning van Babel heeft hunlieder gerucht, het gerucht der naderende vijanden gehoord, en zijne handen zijn slap gewordenvan moedeloosheid en vreze; a) benauwdheid heeft hem aangegrepen, weedom als van ene barende vrouw (Hoofdst. 6:24; 48:41 1).
Jer. 49:24.
Ziet, 1) wat Ik verder eens van u tegen Edom heb voorzegd (Hoofdst. 49:19-21), dat zal eveneens tot rechtvaardige vergelding van uwen overmoed uzelven wedervaren. Gelijk eenhongerige, naar buit dorstende leeuw van de verheffing van den Jordaanvan het dichte riet der trotse rivier, zal hij, dien Ik gesteld heb tot volvoerder Mijner oordelen, opkomen tegen de sterke woning. Hij zal komen tegen de stad Babel, die met hare talrijke kanalen en sterke muren daar ligt als een rotsvallei, maar verschrikkelijk zal de verwoesting zijn, die deze leeuw veroorzaakt; want hij zal indringen in de opeengehoopte kudde volks van Babel. Ik zal hen in een ogenblik daaruit doen lopen; en wie daartoe verkoren is, dien zal Ik tegen haar bestellen, zal Ik over hen stellen als herder en heer. Geen middel zal baten, want wie zou Mij kunnen tegenstaan? a) Wie is Mij, den eeuwigen God, gelijk 1) in sterkte en macht? en wie zou Mij dagvaarden, 2) Mij rekenschap omtrent Mijn handelen kunnen vragen? En wie is de herder, die voor Mijn aangezicht bestaan zou 3) die zijne kudde tegen Mij zou kunnen beschermen, wanneer Ik ze verdrijven en verwoesten wil (Hoofdst. 49:19)?
Job. 41:1.
Het citaat (vs. 44-46) voegt deze gedachte aan het vorige toe, dat het optreden van dezen vijand tegen Babel op de raadsbesluiten des Heeren berust, wier uitvoering niemand kan verhinderen, wijl niemand den Heere gelijk is.
Hier toont de Profeet aan, dat de Babyloniërs te vergeefs zouden vertrouwen op hun bescherming, dewijl, wanneer zij alles zouden beproefd hebben, zij zouden ervaren dat het niets anders dan nul was waar tegenover Gods onverwinlijke kracht werd gesteld.
Het is alsof Hij wil zeggen: Ofschoon alles tegen Mij opstond, zou Ik echter niet toelaten, om met Mij te twisten, en dat zou ook te vergeefs kunnen plaats hebben. God wijst hier aan, dat men te vergeefs tegen Zijn oordeel zich verzet, dewijl Hij niet anders ten uitvoer brengt, den wat Hij heeft besloten.
De Heere heeft gesproken, dat Hij den vijand als een leeuw zou doen opkomen tegen Babel. Maar opdat nog eens Babel het goed zou verstaan, dat het de Heere was, die dien leeuw zond, daarom zegt Hij hier, of vraagt Hij hier: Wie is de herder, die voor mijn aangezicht zou bestaan? m. a. w. wie zou de herder zijn, die zijn kudde tegen den leeuw, door Mij gezonden, zou kunnen beschermen? Niemand zou Babel uit de hand des Heeren kunnen redden, wanneer Hij besloten had, om Zijne oordelen aan dat volk te voltrekken.
Daarom hoort het vaste besluit, den raadslag des HEEREN, dien Hij over Babel heeft beraadslaagd, en Zijne gedachten der vergelding, die Hij gedacht heeft over het land der Chaldeën. Waarlijk 1) zo de geringste van de kudde hen, de Chaldeën, niet als zwakke hulpeloze schapen zullen nedertrekken, uit het land zullen wegslepen! Waarlijk, zo hij de woning boven hen niet zal verwoesten! zo verschrikkelijk zal hun lot zijn. (Hoofdst. 49:20).
De Heere bevestigt hier met een eed, zoals Calvijn ook terecht aanmerkt, dat Babel naar Zijn onwrikbaar raadsbesluit zal ontledigd en verwoest worden. Zie verder Hoofdst. 49:20
De aarde is van schrik en angst bevende geworden van het geluid der inneming van Babel (liever: van het geluid: Babel is ingenomen), en het gekrijt (liever: een kreet) van ontzetting en vreugde is gehoord onder de volken. Jeremia past hier op diepzinnige wijze straffen, die hij vroeger tegen volken heeft uitgesproken, met verandering der namen en van enkele woorden, op Babel toe. Babel erft als het ware het strafgericht over deze volken, en deze verenigen zich over Babel, omdat de zonde der gehele wereld in haar verenigd is.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel