Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jeremia 5

1 Gaat om door de wijken van Jeruzalem, en ziet nu toe, en verneemt, en zoekt op haar straten, of gij iemand vindt, of er een is, die recht doet, die waarheid zoekt, zo zal Ik haar genadig zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Gaat om door de wijkenH2351 van JeruzalemH3389, en zietH7200 nu toe, en verneemtH3045, en zoektH1245 op haar stratenH7339, ofH518 gij iemandH376 vindtH4672, ofH518 er een is, die rechtH4941 doetH6213, die waarheidH530 zoektH1245, zo zal Ik haar genadigH5545 zijn. Gaat om door de wijken van Jeruzalem, en ziet nu toe, en verneemt, en zoekt op haar straten, of gij iemand vindt, of er een is, die recht doet, die waarheid zoekt, zo zal Ik haar genadig zijn.

KJV Run ye to and fro1 through the streets2 of Jerusalem,3 and see4 now, and know,6 and seek7 in the broad places8 thereof, if ye can find10 a man,11 if there be13 any that executeth14 judgment,15 that seeketh16 the truth;17 and I will pardon

1 שׁוֹטְט֞וּ H7751 trekken, Trek, doorlopen go (about, through, to and fro), mariner, rower, run to and fro 2 בְּחוּצ֣וֹת H2351 buiten, straten, straat abroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without 3 יְרוּשָׁלִַ֗ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 4 וּרְאוּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 5 נָ֤א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 6 וּדְעוּ֙ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 7 וּבַקְשׁ֣וּ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 8 בִרְחוֹבוֹתֶ֔יהָ H7339 straten, straat, wijken broad place (way), street. See also H1050 (בֵּית רְחוֹב) 9 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 10 תִּמְצְא֣וּ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 11 אִ֔ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 12 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 13 יֵ֛שׁ H3426 ware, Hoe lang, Voorwaar (there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest 14 עֹשֶׂ֥ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 15 מִשְׁפָּ֖ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 16 מְבַקֵּ֣שׁ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 17 אֱמוּנָ֑ה H530 waarheid, getrouwheid, ambt faith(-ful, -ly, -ness, (man)), set office, stability, steady, truly, truth, verily 18 וְאֶסְלַ֖ח H5545 vergeven, vergeef, vergeve forgive, pardon, spare 19 לָֽהּ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En of zij al zeggen: Zo waarachtig als de HEERE leeft! zo zweren zij toch valselijk.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En of zij al zeggenH559: Zo waarachtig alsH518 de HEEREH3068 leeftH2416! zo zwerenH7650 zij toch valselijkH8267. En of zij al zeggen: Zo waarachtig als de HEERE leeft! zo zweren zij toch valselijk.

KJV And though they say,4 The LORD3 liveth;2 surely they swear7 falsely.

1 וְאִ֥ם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 חַי H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 3 יְהֹוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 יֹאמֵ֑רוּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 לָכֵ֥ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 6 לַשֶּׁ֖קֶר H8267 leugen, valse, valsheid without a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully 7 יִשָּׁבֵֽעוּ H7650 gezworen, zweren, zwoer adjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 O HEERE! zien Uw ogen niet naar waarheid? Gij hebt hen geslagen, maar zij hebben geen pijn gevoeld; Gij hebt hen verteerd, maar zij hebben geweigerd de tucht aan te nemen; zij hebben hun aangezichten harder gemaakt dan een steenrots, zij hebben geweigerd zich te bekeren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 O HEEREH3068! zien Uw ogenH5869 nietH3808 naar waarheidH530? Gij hebt hen geslagenH5221, maar zij hebben geenH3808 pijn gevoeldH2342; Gij hebt hen verteerdH3615, maar zij hebben geweigerdH3985 de tuchtH4148 aan te nemenH3947; zij hebben hun aangezichtenH6440 harderH2388 gemaakt dan een steenrotsH5553, zij hebben geweigerdH3985 zich te bekerenH7725. O HEERE! zien Uw ogen niet naar waarheid? Gij hebt hen geslagen, maar zij hebben geen pijn gevoeld; Gij hebt hen verteerd, maar zij hebben geweigerd de tucht aan te nemen; zij hebben hun aangezichten harder gemaakt dan een steenrots, zij hebben geweigerd zich te bekeren.

KJV O LORD,1 are not thine eyes2 upon the truth?4 thou hast stricken5 them, but they have not grieved;8 thou hast consumed9 them, but they have refused10 to receive11 correction:12 they have made their faces14 harder13 than a rock;15 they have refused16 to return.

1 יְהֹוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 2 עֵינֶיךָ֮ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 3 הֲל֣וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 לֶאֱמוּנָה֒ H530 waarheid, getrouwheid, ambt faith(-ful, -ly, -ness, (man)), set office, stability, steady, truly, truth, verily 5 הִכִּ֤יתָה H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 6 אֹתָם֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 וְֽלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 חָ֔לוּ H2342 geboren, barensnood, beven bear, (make to) bring forth, (make to) calve, dance, drive away, fall grievously (with pain), fear, form, great, grieve, (be) grievous, hope, look, make, be in pain, be much (sore) pained, rest, shake, shapen, (be) sorrow(-ful), stay, tarry, travail (with pain), tremble, trust, wait carefully (patiently), be wounded 9 כִּלִּיתָ֕ם H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 10 מֵאֲנ֖וּ H3985 weigerde, weigert, geweigerd refuse, [idiom] utterly 11 קַ֣חַת H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 12 מוּסָ֑ר H4148 tucht, kastijding, onderwijs bond, chastening(-eth), chastisement, check, correction, discipline, doctrine, instruction, rebuke 13 חִזְּק֤וּ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 14 פְנֵיהֶם֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 15 מִסֶּ֔לַע H5553 steenrots, rotssteen, steenrotsen (ragged) rock, stone(-ny), strong hold 16 מֵאֲנ֖וּ H3985 weigerde, weigert, geweigerd refuse, [idiom] utterly 17 לָשֽׁוּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Doch ik zeide: Zekerlijk, deze zijn arm; zij handelen zottelijk, omdat zij den weg des HEEREN, het recht hun Gods niet weten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Doch ikH589 zeideH559: Zekerlijk, deze zijn armH1800; zijH1992 handelen zottelijkH2973, omdatH3588 zij den wegH1870 des HEERENH3068, het rechtH4941 hun GodsH430 nietH3808 wetenH3045. Doch ik zeide: Zekerlijk, deze zijn arm; zij handelen zottelijk, omdat zij den weg des HEEREN, het recht hun Gods niet weten.

KJV Therefore I said,2 Surely these are poor;4 they are foolish:6 for they know9 not the way10 of the LORD,11 nor the judgment12 of their God.

1 וַאֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 2 אָמַ֔רְתִּי H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 אַךְ H389 doch, alleen; voorzeker also, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but) 4 דַּלִּ֖ים H1800 armen, arme, arm lean, needy, poor (man), weaker 5 הֵ֑ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 6 נוֹאֲל֕וּ H2973 zot, zottelijk dote, be (become, do) foolish(-ly) 7 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 יָדְעוּ֙ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 10 דֶּ֣רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 11 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 מִשְׁפַּ֖ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 13 אֱלֹהֵיהֶֽם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Ik zal gaan tot de groten, en met hen spreken, want die weten den weg des HEEREN, het recht huns Gods; maar zij hadden te zamen het juk verbroken, en de banden verscheurd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Ik zal gaanH3212 totH413 de grotenH1419, en met hen sprekenH1696, wantH3588 dieH1992 wetenH3045 den wegH1870 des HEERENH3068, het rechtH4941 huns GodsH430; maar zijH1992 hadden te zamenH3162 het jukH5923 verbrokenH7665, en de bandenH4147 verscheurdH5423. Ik zal gaan tot de groten, en met hen spreken, want die weten den weg des HEEREN, het recht huns Gods; maar zij hadden te zamen het juk verbroken, en de banden verscheurd.

KJV I will get1 me unto the great men,4 and will speak5 unto them; for they have known9 the way10 of the LORD,11 and the judgment12 of their God:13 but these have altogether16 broken17 the yoke,18 and burst19 the bonds.

1 אֵֽלֲכָה H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 לִּ֤י 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 הַגְּדֹלִים֙ H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 5 וַאֲדַבְּרָ֣ה H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 6 אוֹתָ֔ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 הֵ֗מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 9 יָדְעוּ֙ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 10 דֶּ֣רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 11 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 מִשְׁפַּ֖ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 13 אֱלֹהֵיהֶ֑ם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 14 אַ֣ךְ H389 doch, alleen; voorzeker also, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but) 15 הֵ֤מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 16 יַחְדָּו֙ H3162 samen, tezamen alike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal 17 שָׁ֣בְרוּ H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 18 עֹ֔ל H5923 juk, juks, maaktet juk yoke 19 נִתְּק֖וּ H5423 afgetrokken, verscheurd, verscheuren break (off), burst, draw (away), lift up, pluck (away, off), pull (out), root out 20 מוֹסֵרֽוֹת H4147 banden, anden band, bond
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Daarom heeft hen een leeuw uit het woud verslagen, een wolf der wildernissen zal hen verwoesten; een luipaard waakt tegen hun steden; al wie uit dezelve uitgaat, zal verscheurd worden; want hun overtredingen zijn vermenigvuldigd, hun afkeringen zijn machtig veel geworden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 DaaromH3651 heeft hen een leeuwH738 uit het woudH3293 verslagenH5221, een wolfH2061 der wildernissenH6160 zal hen verwoestenH7703; een luipaardH5246 waaktH8245 tegenH5921 hun stedenH5892; alH3605 wie uit dezelve uitgaatH3318, zal verscheurdH2963 worden; wantH3588 hun overtredingenH6588 zijn vermenigvuldigdH7231, hun afkeringenH4878 zijn machtig veelH6105 geworden. Daarom heeft hen een leeuw uit het woud verslagen, een wolf der wildernissen zal hen verwoesten; een luipaard waakt tegen hun steden; al wie uit dezelve uitgaat, zal verscheurd worden; want hun overtredingen zijn vermenigvuldigd, hun afkeringen zijn machtig veel geworden.

KJV Wherefore a lion4 out of the forest5 shall slay3 them, and a wolf6 of the evenings7 shall spoil8 them, a leopard9 shall watch10 over their cities:12 every one that goeth out14 thence shall15 be torn in pieces:16 because their transgressions19 are many,18 and their backslidings21 are increased.

1 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 כֵּן֩ H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 3 הִכָּ֨ם H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 4 אַרְיֵ֜ה H738 leeuw, leeuwen, leeuws (young) lion, [phrase] pierce (from the margin) 5 מִיַּ֗עַר H3293 woud, wouds, wouden (honey-) comb, forest, wood 6 זְאֵ֤ב H2061 wolf, wolven wolf 7 עֲרָבוֹת֙ H6160 vlakke velden, vlakke veld, wildernis Arabah, champaign, desert, evening, heaven, plain, wilderness. See also H1026 (בֵּית הָעֲרָבָה) 8 יְשָׁדְדֵ֔ם H7703 verwoest, verstoord, verstoorder dead, destroy(-er), oppress, robber, spoil(-er), [idiom] utterly, (lay) waste 9 נָמֵ֤ר H5246 luipaard, luipaarden leopard 10 שֹׁקֵד֙ H8245 waken, gewaakt, waakt hasten, remain, wake, watch (for) 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 עָ֣רֵיהֶ֔ם H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 13 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 הַיּוֹצֵ֥א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 15 מֵהֵ֖נָּה H2007 zij, deze (vrouwelijk meervoud) [idiom] in, [idiom] such (and such things), their, (into) them, thence, therein, these, they (had), on this side, whose, wherein 16 יִטָּרֵ֑ף H2963 verscheurd, verscheurt, roven catch, [idiom] without doubt, feed, ravin, rend in pieces, [idiom] surely, tear (in pieces) 17 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 18 רַבּוּ֙ H7231 vermenigvuldigd, vermenigvuldigen, vele increase, be many(-ifold), be more, multiply, ten thousands 19 פִּשְׁעֵיהֶ֔ם H6588 overtredingen, overtreding, afval rebellion, sin, transgression, trespass 20 עָצְמ֖וּ H6105 machtig, machtig veel, machtiger break the bones, close, be great, be increased, be (wax) mighty(-ier), be more, shut, be(-come, make) strong(-er) 21 מְשׁוּבוֹתֵיהֶֽם H4878 afgekeerde, afkering, afkeringen backsliding, turning away
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Hoe zou Ik over zulks u vergeven? Uw kinderen verlaten Mij, en zweren bij hen, die geen God zijn; als Ik hen verzadigd heb, zo bedrijven zij overspel, en verzamelen bij hopen in het hoerenhuis.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 HoeH335 zou Ik over zulks u vergevenH5545? Uw kinderenH1121 verlatenH5800 Mij, en zwerenH7650 bij hen, die geenH3808 GodH430 zijn; als Ik hen verzadigdH7650 heb, zo bedrijven zij overspelH5003, en verzamelen bij hopenH1413 in het hoerenhuisH2181. Hoe zou Ik over zulks u vergeven? Uw kinderen verlaten Mij, en zweren bij hen, die geen God zijn; als Ik hen verzadigd heb, zo bedrijven zij overspel, en verzamelen bij hopen in het hoerenhuis.

KJV How1 shall I pardon3 thee for this?2 thy children5 have forsaken6 me, and sworn7 by them that are no8 gods:9 when I had fed them to the full, they then committed adultery,12 and assembled themselves by troops15 in the harlots'14 houses.

1 אֵ֤י H335 waar?; hoe? how, what, whence, where, whether, which (way) 2 לָזֹאת֙ H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 3 אֶֽסְלַֽח H5545 vergeven, vergeef, vergeve forgive, pardon, spare 4 לָ֔ךְ H5545 vergeven, vergeef, vergeve forgive, pardon, spare 5 בָּנַ֣יִךְ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 עֲזָב֔וּנִי H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 7 וַיִּשָּׁבְע֖וּ H7650 gezworen, zweren, zwoer adjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear 8 בְּלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 אֱלֹהִ֑ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 10 וָאַשְׂבִּ֤עַ H7646 verzadigd, verzadigen, verzadigt have enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of 11 אוֹתָם֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 וַיִּנְאָ֔פוּ H5003 overspel, overspelers, bedrijven overspel adulterer(-ess), commit(-ing) adultery, woman that breaketh wedlock 13 וּבֵ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 14 זוֹנָ֖ה H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 15 יִתְגֹּדָֽדוּ H1413 gesneden, hopen, insnijden assemble (selves by troops), gather (selves together, self in troops), cut selves
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Als welgevoederde hengsten zijn zij vroeg op; zij hunkeren een iegelijk naar zijns naasten huisvrouw.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Als welgevoederdeH2109 hengstenH5483 zijn zij vroegH7904 op; zijH1961 hunkerenH6670 een iegelijkH376 naarH413 zijns naastenH7453 huisvrouwH802. Als welgevoederde hengsten zijn zij vroeg op; zij hunkeren een iegelijk naar zijns naasten huisvrouw.

KJV They were as fed2 horses1 in the morning:3 every one5 neighed9 after his neighbour's8 wife.

1 סוּסִ֥ים H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 2 מְיֻזָּנִ֖ים H2109 welgevoederde feed 3 מַשְׁכִּ֣ים H7904 vroeg in the morning (by mistake for H7925 (שָׁכַם)) 4 הָי֑וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 5 אִ֛ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 אֵ֥שֶׁת H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 8 רֵעֵ֖הוּ H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other 9 יִצְהָֽלוּ H6670 Juich, Roep luide, blinken bellow, cry aloud (out), lift up, neigh, rejoice, make to shine, shout
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen? spreekt de HEERE. Of zou Mijn ziel zich niet wreken aan zulk een volk, als dit is?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Zou Ik over die dingen geenH3808 bezoekingH6485 doen? spreektH5002 de HEEREH3068. Of zou Mijn zielH5315 zich nietH3808 wrekenH5358 aan zulk een volkH1471, als dit is? Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen? spreekt de HEERE. Of zou Mijn ziel zich niet wreken aan zulk een volk, als dit is?

KJV Shall I not visit4 for these things? saith5 the LORD:6 and shall not my soul13 be avenged12 on such a nation

1 הַֽעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 אֵ֥לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 3 לוֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 אֶפְקֹ֖ד H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 5 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 6 יְהֹוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 וְאִם֙ H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 8 בְּג֣וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 9 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 כָּזֶ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 11 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 תִתְנַקֵּ֖ם H5358 wreken, gewroken, wreke avenge(-r, self), punish, revenge (self), [idiom] surely, take vengeance 13 נַפְשִֽׁי H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Beklimt haar muren, en verderft ze (doch maakt geen voleinding); doet haar spitsen weg, want zij zijn des HEEREN niet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 BeklimtH5927 haar murenH8284, en verderftH7843 ze (doch maakt geen voleindingH3617); doetH6213 haar spitsenH5189 wegH5493, wantH3588 zijH1992 zijn des HEERENH3068 niet. Beklimt haar muren, en verderft ze (doch maakt geen voleinding); doet haar spitsen weg, want zij zijn des HEEREN niet.

KJV Go ye up1 upon her walls,2 and destroy;3 but make6 not a full end:4 take away7 her battlements;8 for they are not the LORD'S.

1 עֲל֤וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 2 בְשָׁרוֹתֶ֨יהָ֙ H8284 muren sing (by mistake for H7891 (שִׁיר)), wall 3 וְשַׁחֵ֔תוּ H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 4 וְכָלָ֖ה H3617 voleinding, uiterste, verdelging altogether, (be, utterly) consume(-d), consummation(-ption), was determined, (full, utter) end, riddance 5 אַֽל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 6 תַּעֲשׂ֑וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 הָסִ֨ירוּ֙ H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 8 נְטִ֣ישׁוֹתֶ֔יהָ H5189 spitsen, takken, wijnranken battlement, branch, plant 9 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 ל֥וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 לַיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 הֵֽמָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Want het huis van Israel en het huis van Juda hebben gans trouwelooslijk tegen Mij gehandeld, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 WantH3588 het huisH1004 van IsraelH3478 en het huisH1004 van JudaH3063 hebben gansH898 trouwelooslijkH898 tegen Mij gehandeld, spreektH5002 de HEEREH3068. Want het huis van Israel en het huis van Juda hebben gans trouwelooslijk tegen Mij gehandeld, spreekt de HEERE.

KJV For the house5 of Israel6 and the house7 of Judah8 have dealt very2 treacherously3 against me, saith9 the LORD.

1 כִּי֩ H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 בָג֨וֹד H898 trouwelooslijk, trouwelozen, trouweloze deal deceitfully (treacherously, unfaithfully), offend, transgress(-or), (depart), treacherous (dealer, -ly, man), unfaithful(-ly, man), [idiom] very 3 בָּגְד֜וּ H898 trouwelooslijk, trouwelozen, trouweloze deal deceitfully (treacherously, unfaithfully), offend, transgress(-or), (depart), treacherous (dealer, -ly, man), unfaithful(-ly, man), [idiom] very 4 בִּ֗י 5 בֵּ֧ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 יִשְׂרָאֵ֛ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 וּבֵ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 9 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 10 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Zij verloochenen den HEERE, en zeggen: Hij is het niet, en ons zal geen kwaad overkomen, wij zullen noch zwaard noch honger zien.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Zij verloochenenH3584 den HEEREH3068, en zeggenH559: Hij is het nietH3808, en ons zal geenH3808 kwaadH7451 overkomenH935, wij zullen noch zwaardH2719 noch hongerH7458 zienH7200. Zij verloochenen den HEERE, en zeggen: Hij is het niet, en ons zal geen kwaad overkomen, wij zullen noch zwaard noch honger zien.

KJV They have belied1 the LORD,2 and said,3 It is not he; neither shall evil9 come7 upon us; neither shall we see13 sword10 nor famine:

1 כִּֽחֲשׁוּ֙ H3584 liegen, gelogen, geveinsdelijk onderworpen deceive, deny, dissemble, fail, deal falsely, be found liars, (be-) lie, lying, submit selves 2 בַּיהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 וַיֹּאמְר֖וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 ה֑וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 6 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 תָב֤וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 עָלֵ֨ינוּ֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 רָעָ֔ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 10 וְחֶ֥רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 11 וְרָעָ֖ב H7458 honger, hongers, honger lijden dearth, famine, [phrase] famished, hunger 12 ל֥וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 נִרְאֶֽה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Ja, die profeten zullen tot wind worden, want het woord is niet bij hen; hun zelven zal zo geschieden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Ja, die profetenH5030 zullen tot windH7307 worden, want het woordH1696 is nietH369 bij hen; hun zelvenH6213 zal zoH3541 geschieden. Ja, die profeten zullen tot wind worden, want het woord is niet bij hen; hun zelven zal zo geschieden.

KJV And the prophets1 shall become wind,3 and the word is not in them: thus shall it be done

1 וְהַנְּבִיאִים֙ H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 2 יִֽהְי֣וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 לְר֔וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 4 וְהַדִּבֵּ֖ר H1699 kooi, wijze fold, manner 5 אֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 6 בָּהֶ֑ם 7 כֹּ֥ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 8 יֵעָשֶׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 9 לָהֶֽם

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Daarom zegt de HEERE, de God der heirscharen, alzo, omdat gijlieden dit woord spreekt: Ziet, Ik zal Mijn woorden in uw mond tot vuur maken, en dit volk tot hout, en het zal hen verteren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 DaaromH3651 zegtH559 de HEEREH3068, de GodH430 der heirscharenH6635, alzo, omdat gijlieden ditH2088 woordH1697 spreektH1696: ZietH2005, Ik zal Mijn woordenH1697 in uw mondH6310 tot vuurH784 maken, en ditH2088 volkH5971 tot houtH6086, en het zal hen verterenH398. Daarom zegt de HEERE, de God der heirscharen, alzo, omdat gijlieden dit woord spreekt: Ziet, Ik zal Mijn woorden in uw mond tot vuur maken, en dit volk tot hout, en het zal hen verteren.

KJV Wherefore thus saith3 the LORD4 God5 of hosts,6 Because ye speak8 this word,10 behold, I will make13 my words14 in thy mouth15 fire,16 and this people17 wood,19 and it shall devour

1 לָכֵ֗ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֤ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 6 צְבָא֔וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 7 יַ֚עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 8 דַּבֶּרְכֶ֔ם H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 הַדָּבָ֖ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 11 הַזֶּ֑ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 12 הִנְנִ֣י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 13 נֹתֵן֩ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 14 דְּבָרַ֨י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 15 בְּפִ֜יךָ H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 16 לְאֵ֗שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 17 וְהָעָ֥ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 18 הַזֶּ֛ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 19 עֵצִ֖ים H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 20 וַאֲכָלָֽתַם H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Ziet, Ik zal over ulieden een volk van verre brengen, o huis Israels! spreekt de HEERE; het is een sterk volk, het is een zeer oud volk, een volk, welks spraak gij niet zult kennen, en niet horen, wat het spreken zal.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 ZietH2005, Ik zal overH5921 ulieden een volkH1471 van verreH4801 brengenH935, o huisH1004 IsraelsH3478! spreektH5002 de HEEREH3068; het is een sterkH386 volkH1471, hetH1931 is een zeer oudH5769 volkH1471, een volkH1471, welks spraakH3956 gij nietH3808 zult kennenH3045, en nietH3808 horenH8085, watH4100 het sprekenH1696 zal. Ziet, Ik zal over ulieden een volk van verre brengen, o huis Israels! spreekt de HEERE; het is een sterk volk, het is een zeer oud volk, een volk, welks spraak gij niet zult kennen, en niet horen, wat het spreken zal.

KJV Lo, I will bring2 a nation4 upon you from far,5 O house6 of Israel,7 saith8 the LORD:9 it is a mighty11 nation,10 it is an ancient14 nation,13 a nation16 whose language19 thou knowest18 not, neither understandest21 what they say.

1 הִנְנִ֣י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 2 מֵבִיא֩ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 עֲלֵיכֶ֨ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 גּ֧וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 5 מִמֶּרְחָ֛ק H4801 verre, verren, ver (a-, dwell in, very) far (country, off). See also H1023 (בֵּית הַמֶּרְחָק) 6 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 7 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 8 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 9 יְהֹוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 גּ֣וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 11 אֵיתָ֣ן H386 sterke, kracht, machtigen hard, mighty, rough, strength, strong 12 ה֗וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 13 גּ֤וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 14 מֵעוֹלָם֙ H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 15 ה֔וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 16 גּ֚וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 17 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 18 תֵדַ֣ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 19 לְשֹׁנ֔וֹ H3956 tong, spraak, tongen [phrase] babbler, bay, [phrase] evil speaker, language, talker, tongue, wedge 20 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 21 תִשְׁמַ֖ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 22 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 23 יְדַבֵּֽר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Zijn pijlkoker is als een open graf; zij zijn altemaal helden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Zijn pijlkokerH827 is als een openH6605 grafH6913; zij zijn altemaal heldenH1368. Zijn pijlkoker is als een open graf; zij zijn altemaal helden.

KJV Their quiver1 is as an open3 sepulchre,2 they are all mighty men.

1 אַשְׁפָּת֖וֹ H827 pijlkoker quiver 2 כְּקֶ֣בֶר H6913 graf, graven, begrafenissen burying place, grave, sepulchre 3 פָּת֑וּחַ H6605 open, opende, geopend appear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent 4 כֻּלָּ֖ם H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 גִּבּוֹרִֽים H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En het zal uw oogst en uw brood opeten, dat uw zonen en uw dochteren zouden eten; het zal uw schapen en uw runderen opeten; het zal uw wijnstok en uw vijgeboom opeten; uw vaste steden, op dewelke gij vertrouwt, zal het arm maken, door het zwaard.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En het zal uw oogstH7105 en uw broodH3899 opetenH398, dat uw zonenH1121 en uw dochterenH1323 zouden etenH398; het zal uw schapenH6629 en uw runderenH1241 opetenH398; het zal uw wijnstokH1612 en uw vijgeboomH8384 opetenH398; uw vasteH4013 stedenH5892, op dewelkeH834 gijH859 vertrouwtH982, zal het armH7567 maken, door het zwaardH2719. En het zal uw oogst en uw brood opeten, dat uw zonen en uw dochteren zouden eten; het zal uw schapen en uw runderen opeten; het zal uw wijnstok en uw vijgeboom opeten; uw vaste steden, op dewelke gij vertrouwt, zal het arm maken, door het zwaard.

KJV And they shall eat up1 thine harvest,2 and thy bread,3 which thy sons5 and thy daughters6 should eat:4 they shall eat up7 thy flocks8 and thine herds:9 they shall eat up10 thy vines11 and thy fig trees:12 they shall impoverish13 thy fenced15 cities,14 wherein thou19 trustedst,18 with the sword.

1 וְאָכַ֨ל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 2 קְצִֽירְךָ֜ H7105 oogst, oogstes, tak bough, branch, harvest (man) 3 וְלַחְמֶ֗ךָ H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 4 יֹאכְלוּ֙ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 5 בָּנֶ֣יךָ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 וּבְנוֹתֶ֔יךָ H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 7 יֹאכַ֤ל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 8 צֹאנְךָ֙ H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 9 וּבְקָרֶ֔ךָ H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 10 יֹאכַ֥ל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 11 גַּפְנְךָ֖ H1612 wijnstok, wijnstokken, wijnstoks vine, tree 12 וּתְאֵנָתֶ֑ךָ H8384 vijgeboom, vijgen, vijgebomen fig (tree) 13 יְרֹשֵׁ֞שׁ H7567 arm, verarmd impoverish 14 עָרֵ֣י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 15 מִבְצָרֶ֗יךָ H4013 vaste, vastigheden, vesting (de-, most) fenced, fortress, (most) strong (hold) 16 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 אַתָּ֛ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 18 בּוֹטֵ֥חַ H982 vertrouwt, vertrouwen, vertrouw be bold (confident, secure, sure), careless (one, woman), put confidence, (make to) hope, (put, make to) trust 19 בָּהֵ֖נָּה H2007 zij, deze (vrouwelijk meervoud) [idiom] in, [idiom] such (and such things), their, (into) them, thence, therein, these, they (had), on this side, whose, wherein 20 בֶּחָֽרֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Nochtans zal Ik ook in die dagen, spreekt de HEERE, geen voleinding met ulieden maken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Nochtans zal Ik ookH1571 in dieH1992 dagenH3117, spreektH5002 de HEEREH3068, geenH3808 voleindingH3617 metH854 ulieden makenH6213. Nochtans zal Ik ook in die dagen, spreekt de HEERE, geen voleinding met ulieden maken.

KJV Nevertheless in those days,2 saith4 the LORD,5 I will not make7 a full end

1 וְגַ֛ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 בַּיָּמִ֥ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 הָהֵ֖מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 4 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 5 יְהֹוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 אֶעֱשֶׂ֥ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 אִתְּכֶ֖ם H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 9 כָּלָֽה H3617 voleinding, uiterste, verdelging altogether, (be, utterly) consume(-d), consummation(-ption), was determined, (full, utter) end, riddance
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En het zal geschieden, wanneer gij zult zeggen: Waarom heeft ons de HEERE, onze God, al deze dingen gedaan? dat gij tot hen zeggen zult: Gelijk als gijlieden Mij hebt verlaten, en vreemde goden in uw land gediend, alzo zult gij de uitlandse dienen, in een land, dat het uwe niet is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En het zal geschieden, wanneer gij zult zeggenH559: WaaromH4100 heeft ons de HEEREH3068, onze GodH430, alH3605 dezeH428 dingen gedaanH6213? dat gij totH413 hen zeggenH559 zult: Gelijk alsH3588 gijlieden Mij hebt verlatenH5800, en vreemdeH5236 godenH430 in uw landH776 gediendH5647, alzoH3651 zult gij de uitlandseH2114 dienenH5647, in een landH776, dat het uwe nietH3808 isH1961. En het zal geschieden, wanneer gij zult zeggen: Waarom heeft ons de HEERE, onze God, al deze dingen gedaan? dat gij tot hen zeggen zult: Gelijk als gijlieden Mij hebt verlaten, en vreemde goden in uw land gediend, alzo zult gij de uitlandse dienen, in een land, dat het uwe niet is.

KJV And it shall come to pass, when ye shall say,3 Wherefore4 doeth6 the LORD7 our God8 all these things unto us? then shalt thou answer13 them, Like as ye have forsaken16 me, and served18 strange20 gods19 in your land,21 so shall ye serve23 strangers24 in a land

1 וְהָיָה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 3 תֹאמְר֔וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 תַּ֣חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 5 מֶ֗ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 6 עָשָׂ֨ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 יְהֹוָ֧ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 אֱלֹהֵ֛ינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 9 לָ֖נוּ 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 אֵ֑לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 13 וְאָמַרְתָּ֣ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 14 אֲלֵיהֶ֗ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 כַּאֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 עֲזַבְתֶּ֤ם H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 17 אוֹתִי֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 וַתַּעַבְד֞וּ H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 19 אֱלֹהֵ֤י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 20 נֵכָר֙ H5236 vreemden, vreemde, vreemd alien, strange ([phrase] -er) 21 בְּאַרְצְכֶ֔ם H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 22 כֵּ֚ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 23 תַּעַבְד֣וּ H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 24 זָרִ֔ים H2114 vreemde, vreemden, vreemd (come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman) 25 בְּאֶ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 26 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 27 לָכֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Verkondigt dit in het huis van Jakob, en laat het horen in Juda, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 VerkondigtH5046 ditH2063 in het huisH1004 van JakobH3290, en laat het horenH8085 in JudaH3063, zeggendeH559: Verkondigt dit in het huis van Jakob, en laat het horen in Juda, zeggende:

KJV Declare1 this in the house3 of Jacob,4 and publish5 it in Judah,6 saying,

1 הַגִּ֥ידוּ H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 2 זֹ֖את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 3 בְּבֵ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 4 יַעֲקֹ֑ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 5 וְהַשְׁמִיע֥וּהָ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 6 בִיהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 7 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Hoort nu dit, gij dwaas en harteloos volk! die ogen hebben, maar zien niet, die oren hebben, maar horen niet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 HoortH8085 nu ditH2063, gij dwaasH5530 en harteloosH3820 volkH5971! die ogenH5869 hebben, maar zienH7200 niet, die orenH241 hebben, maar horenH8085 niet. Hoort nu dit, gij dwaas en harteloos volk! die ogen hebben, maar zien niet, die oren hebben, maar horen niet.

KJV Hear1 now this, O foolish5 people,4 and without understanding;7 which have eyes,8 and see11 not; which have ears,12 and hear

1 שִׁמְעוּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 נָ֣א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 3 זֹ֔את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 4 עַ֥ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 סָכָ֖ל H5530 dwaas, wees dwaas, zotte fool(-ish), sottish 6 וְאֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 7 לֵ֑ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 8 עֵינַ֤יִם H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 9 לָהֶם֙ 10 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 יִרְא֔וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 12 אָזְנַ֥יִם H241 oren, oor, Oren [phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show 13 לָהֶ֖ם 14 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 יִשְׁמָֽעוּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Zult gijlieden Mij niet vrezen? spreekt de HEERE; zult gij voor Mijn aangezicht niet beven? Die der zee het zand tot een paal gesteld heb, met een eeuwige inzetting, dat zij daarover niet zal gaan; ofschoon haar golven zich bewegen, zo zullen zij toch niet vermogen, ofschoon zij bruisen, zo zullen zij toch daarover niet gaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Zult gijlieden Mij nietH3808 vrezenH3372? spreektH5002 de HEEREH3068; zult gij voor Mijn aangezichtH6440 nietH3808 bevenH2342? DieH834 der zeeH3220 het zandH2344 tot een paalH1366 gesteldH7760 heb, met een eeuwigeH5769 inzettingH2706, dat zij daarover nietH3808 zal gaan; ofschoon haar golvenH1530 zich bewegenH1607, zo zullen zij toch nietH3808 vermogenH3201, ofschoon zij bruisenH1993, zo zullen zij toch daarover nietH3808 gaan. Zult gijlieden Mij niet vrezen? spreekt de HEERE; zult gij voor Mijn aangezicht niet beven? Die der zee het zand tot een paal gesteld heb, met een eeuwige inzetting, dat zij daarover niet zal gaan; ofschoon haar golven zich bewegen, zo zullen zij toch niet vermogen, ofschoon zij bruisen, zo zullen zij toch daarover niet gaan.

KJV Fear3 ye not me? saith4 the LORD:5 will ye not tremble9 at my presence,7 which have placed11 the sand12 for the bound13 of the sea14 by a perpetual16 decree,15 that it cannot pass18 it: and though the waves23 thereof toss19 themselves, yet can they not prevail;21 though they roar,22 yet can they not pass over

1 הַאוֹתִ֨י H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 תִירָ֜אוּ H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 4 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 5 יְהֹוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 אִ֤ם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 7 מִפָּנַי֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 8 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 תָחִ֔ילוּ H2342 geboren, barensnood, beven bear, (make to) bring forth, (make to) calve, dance, drive away, fall grievously (with pain), fear, form, great, grieve, (be) grievous, hope, look, make, be in pain, be much (sore) pained, rest, shake, shapen, (be) sorrow(-ful), stay, tarry, travail (with pain), tremble, trust, wait carefully (patiently), be wounded 10 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 שַׂ֤מְתִּי H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 12 חוֹל֙ H2344 zand, zands sand 13 גְּב֣וּל H1366 landpale, landpalen, palen border, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space 14 לַיָּ֔ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 15 חָק H2706 inzettingen, inzetting, bescheiden appointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task 16 עוֹלָ֖ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 17 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 18 יַעַבְרֶ֑נְהוּ H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 19 וַיִּֽתְגָּעֲשׁוּ֙ H1607 bewegen, daverde, daverden move, shake, toss, trouble 20 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 21 יוּכָ֔לוּ H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 22 וְהָמ֥וּ H1993 bruisen, getier, onrustig clamorous, concourse, cry aloud, be disquieted, loud, mourn, be moved, make a noise, rage, roar, sound, be troubled, make in tumult, tumultuous, be in an uproar 23 גַלָּ֖יו H1530 golven, hoop, hopen billow, heap, spring, wave 24 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 25 יַעַבְרֻֽנְהוּ H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Maar dit volk heeft een afvallig en wederspannig hart; zij zijn afgevallen en heengegaan;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Maar ditH2088 volkH5971 heeft een afvalligH5637 en wederspannigH4784 hartH3820; zij zijn afgevallenH5493 en heengegaanH3212; Maar dit volk heeft een afvallig en wederspannig hart; zij zijn afgevallen en heengegaan;

KJV But this people1 hath a revolting5 and a rebellious6 heart;4 they are revolted7 and gone.

1 וְלָעָ֤ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 2 הַזֶּה֙ H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 3 הָיָ֔ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 לֵ֖ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 5 סוֹרֵ֣ר H5637 afvalligen, wederstrevig, afvallen [idiom] away, backsliding, rebellious, revolter(-ing), slide back, stubborn, withdrew 6 וּמוֹרֶ֑ה H4784 wederspannig, verbitterden, wederspannigen bitter, change, be disobedient, disobey, grievously, provocation, provoke(-ing), (be) rebel (against, -lious) 7 סָ֖רוּ H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 8 וַיֵּלֵֽכוּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En zij zeggen niet in hun hart: Laat ons nu den HEERE, onzen God, vrezen, Die den regen geeft, zo vroegen regen als spaden regen, op Zijn tijd; Die ons de weken, de gezette tijden van den oogst, bewaart.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En zij zeggenH559 nietH3808 in hun hartH3824: Laat ons nu den HEEREH3068, onzen GodH430, vrezenH3372, Die den regenH1653 geeftH5414, zo vroegen regenH3138 als spaden regenH4456, op Zijn tijdH6256; Die ons de weken, de gezetteH2708 tijdenH7620 van den oogstH7105, bewaartH8104. En zij zeggen niet in hun hart: Laat ons nu den HEERE, onzen God, vrezen, Die den regen geeft, zo vroegen regen als spaden regen, op Zijn tijd; Die ons de weken, de gezette tijden van den oogst, bewaart.

KJV Neither say2 they in their heart,3 Let us now fear4 the LORD7 our God,8 that giveth9 rain,10 both the former11 and the latter,12 in his season:13 he reserveth17 unto us the appointed15 weeks14 of the harvest.

1 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 אָמְר֣וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 בִלְבָבָ֗ם H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 4 נִ֤ירָא H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 5 נָא֙ H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 אֱלֹהֵ֔ינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 9 הַנֹּתֵ֗ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 10 גֶּ֛שֶׁם H1653 regen, plasregen, plasregens rain, shower 11 יוֹרֶ֥ה H3138 vroegen regen first rain, former (rain) 12 וּמַלְק֖וֹשׁ H4456 spaden regen, spade regen, spaden regens latter rain 13 בְּעִתּ֑וֹ H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 14 שְׁבֻע֛וֹת H7620 weken, week, tijden seven, week 15 חֻקּ֥וֹת H2708 inzettingen, inzetting, ordinantien appointed, custom, manner, ordinance, site, statute 16 קָצִ֖יר H7105 oogst, oogstes, tak bough, branch, harvest (man) 17 יִשְׁמָר H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 18 לָֽנוּ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Uw ongerechtigheden wenden die dingen af, en uw zonden weren dat goede van ulieden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Uw ongerechtighedenH5771 wendenH5186 dieH428 dingen af, en uw zondenH2403 werenH4513 dat goedeH2896 vanH4480 ulieden. Uw ongerechtigheden wenden die dingen af, en uw zonden weren dat goede van ulieden.

KJV Your iniquities1 have turned away2 these things, and your sins4 have withholden5 good

1 עֲוֺנוֹתֵיכֶ֖ם H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 2 הִטּוּ H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 3 אֵ֑לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 4 וְחַטֹּ֣אותֵיכֶ֔ם H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 5 מָנְע֥וּ H4513 geweerd, onthouden, Bedwing deny, keep (back), refrain, restrain, withhold 6 הַטּ֖וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 7 מִכֶּֽם H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Want onder Mijn volk worden goddelozen gevonden; een ieder van hen loert, gelijk zich de vogelvangers schikken; zij zetten een verderfelijken strik, zij vangen de mensen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 WantH3588 onder Mijn volkH5971 worden goddelozenH7563 gevondenH4672; een iederH376 van hen loertH7789, gelijk zich de vogelvangersH3353 schikkenH7918; zij zettenH5324 een verderfelijken strikH4889, zij vangenH3920 de mensenH582. Want onder Mijn volk worden goddelozen gevonden; een ieder van hen loert, gelijk zich de vogelvangers schikken; zij zetten een verderfelijken strik, zij vangen de mensen.

KJV For among my people3 are found2 wicked4 men: they lay wait,5 as he that setteth6 snares;7 they set8 a trap,9 they catch11 men.

1 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 נִמְצְא֥וּ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 3 בְעַמִּ֖י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 רְשָׁעִ֑ים H7563 goddelozen, goddeloze, goddeloos [phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong 5 יָשׁוּר֙ H7789 aanschouwen, zien, aanschouw behold, lay wait, look, observe, perceive, regard, see 6 כְּשַׁ֣ךְ H7918 gestild, schikken, stil appease, assuage, make to cease, pacify, set 7 יְקוּשִׁ֔ים H3353 vogelvangers fowler, snare 8 הִצִּ֥יבוּ H5324 gesteld, stonden, stond appointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state 9 מַשְׁחִ֖ית H4889 verderve, Mashith, verderfelijken strik corruption, (to) destroy(-ing), destruction, trap, [idiom] utterly 10 אֲנָשִׁ֥ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 11 יִלְכֹּֽדוּ H3920 nam, ingenomen, gevangen [idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Gelijk een kouw vol is van gevogelte, alzo zijn hun huizen vol van bedrog; daarom zijn zij groot en rijk geworden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Gelijk een kouwH3619 volH4392 is van gevogelteH5775, alzoH3651 zijn hun huizenH1004 volH4392 van bedrogH4820; daaromH3651 zijn zij grootH1431 en rijkH6238 geworden. Gelijk een kouw vol is van gevogelte, alzo zijn hun huizen vol van bedrog; daarom zijn zij groot en rijk geworden.

KJV As a cage1 is full2 of birds,3 so are their houses5 full6 of deceit:7 therefore they are become great,10 and waxen rich.

1 כִּכְלוּב֙ H3619 korf, kouw basket, cage 2 מָ֣לֵא H4392 vol, volle, Vol [idiom] she that was with child, fill(-ed, -ed with), full(-ly), multitude, as is worth 3 ע֔וֹף H5775 gevogelte, vogelen, vogel bird, that flieth, flying, fowl 4 כֵּ֥ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 5 בָּתֵּיהֶ֖ם H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 מְלֵאִ֣ים H4392 vol, volle, Vol [idiom] she that was with child, fill(-ed, -ed with), full(-ly), multitude, as is worth 7 מִרְמָ֑ה H4820 bedrog, bedriegelijke, bedrogs craft, deceit(-ful, -fully), false, feigned, guile, subtilly, treachery 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 כֵּ֥ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 10 גָּדְל֖וּ H1431 groot, groter, maakt advance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower 11 וַֽיַּעֲשִֽׁירוּ H6238 rijk, maakt rijk, verrijkt be(-come, en-, make, make self, wax) rich, make (1 Kings 22:48 marg). See H6240 (עָשָׂר)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Zij zijn vet, zij zijn glad, zelfs de daden der bozen gaan zij te boven; de rechtzaak richten zij niet, zelfs de rechtzaak des wezen, nochtans zijn zij voorspoedig; ook oordelen zij het recht der nooddruftigen niet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 Zij zijn vetH8080, zij zijn gladH6245, zelfsH1571 de dadenH1697 der bozenH7451 gaan zij te boven; de rechtzaak richtenH1777 zij nietH3808, zelfs de rechtzaak des wezen, nochtans zijn zij voorspoedigH6743; ook oordelenH8199 zij het rechtH4941 der nooddruftigenH34 nietH3808. Zij zijn vet, zij zijn glad, zelfs de daden der bozen gaan zij te boven; de rechtzaak richten zij niet, zelfs de rechtzaak des wezen, nochtans zijn zij voorspoedig; ook oordelen zij het recht der nooddruftigen niet.

Ook in dit vers rechtzaakH1779 rechtzaakH3490

KJV They are waxen fat,1 they shine:2 yea, they overpass4 the deeds5 of the wicked:6 they judge9 not the cause,7 the cause of the fatherless,11 yet they prosper;12 and the right13 of the needy14 do they not judge.

1 שָׁמְנ֣וּ H8080 vet become (make, wax) fat 2 עָשְׁת֗וּ H6245 gedenken, glad shine, think 3 גַּ֚ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 4 עָֽבְר֣וּ H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 5 דִבְרֵי H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 6 רָ֔ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 7 דִּ֣ין H1779 rechtzaak, gericht, rechtshandel cause, judgement, plea, strife 8 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 דָ֔נוּ H1777 richten, recht, gericht (come) with a straight course 10 דִּ֥ין H1779 rechtzaak, gericht, rechtshandel cause, judgement, plea, strife 11 יָת֖וֹם H3490 wees, niemand, rechtzaak fatherless (child), orphan 12 וְיַצְלִ֑יחוּ H6743 voorspoedig, vaardig, gedijen break out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously) 13 וּמִשְׁפַּ֥ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 14 אֶבְיוֹנִ֖ים H34 nooddruftige, nooddruftigen, armen beggar, needy, poor (man) 15 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 שָׁפָֽטוּ H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen? spreekt de HEERE; zou Mijn ziel zich niet wreken aan zulk een volk als dit is?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Zou Ik over die dingen geenH3808 bezoekingH6485 doen? spreektH5002 de HEEREH3068; zou Mijn zielH5315 zich nietH3808 wrekenH5358 aan zulk een volkH1471 alsH518 dit is? Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen? spreekt de HEERE; zou Mijn ziel zich niet wreken aan zulk een volk als dit is?

KJV Shall I not visit4 for these things? saith5 the LORD:6 shall not my soul13 be avenged12 on such a nation

1 הַֽעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 אֵ֥לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 3 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 אֶפְקֹ֖ד H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 5 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 6 יְהֹוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 אִ֚ם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 8 בְּג֣וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 9 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 כָּזֶ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 11 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 תִתְנַקֵּ֖ם H5358 wreken, gewroken, wreke avenge(-r, self), punish, revenge (self), [idiom] surely, take vengeance 13 נַפְשִֽׁי H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Een schrikkelijke en afschuwelijke zaak geschiedt er in het land.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 Een schrikkelijkeH8047 en afschuwelijkeH8186 zaakH1961 geschiedt er in het landH776. Een schrikkelijke en afschuwelijke zaak geschiedt er in het land.

KJV A wonderful1 and horrible thing2 is committed3 in the land;

1 שַׁמָּה֙ H8047 verwoesting, ontzetting, schrik astonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing 2 וְשַׁ֣עֲרוּרָ֔ה H8186 afschuwelijke, afschuwelijkheid horrible thing 3 נִהְיְתָ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 בָּאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 De profeten profeteren valselijk, en de priesters heersen door hun handen; en Mijn volk heeft het gaarne alzo; maar wat zult gij ten einde van dien maken?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 De profetenH5030 profeterenH5012 valselijkH8267, en de priestersH3548 heersenH7287 door hun handenH3027; en Mijn volkH5971 heeft het gaarneH157 alzoH3651; maar watH4100 zult gij ten eindeH319 van dien makenH6213? De profeten profeteren valselijk, en de priesters heersen door hun handen; en Mijn volk heeft het gaarne alzo; maar wat zult gij ten einde van dien maken?

KJV The prophets1 prophesy2 falsely,3 and the priests4 bear rule5 by their means;7 and my people8 love9 to have it so: and what will ye do12 in the end

1 הַנְּבִיאִ֞ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 2 נִבְּא֣וּ H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 3 בַשֶּׁ֗קֶר H8267 leugen, valse, valsheid without a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully 4 וְהַכֹּהֲנִים֙ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 5 יִרְדּ֣וּ H7287 heerschappij, heersen, heerste (come to, make to) have dominion, prevail against, reign, (bear, make to) rule,(-r, over), take 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 יְדֵיהֶ֔ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 8 וְעַמִּ֖י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 9 אָ֣הֲבוּ H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 10 כֵ֑ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 11 וּמַֽה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 12 תַּעֲשׂ֖וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 13 לְאַחֲרִיתָֽהּ H319 laatste, einde, nakomelingen (last, latter) end (time), hinder (utter) -most, length, posterity, remnant, residue, reward
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 5:1 2 Kronieken 16:9 Ezechiël 22:30 Genesis 18:23 Daniël 12:4 Psalmen 12:1 Psalmen 53:2 Psalmen 14:3 Jesaja 59:4
Jeremia 5:2 Titus 1:16 Jeremia 7:9 Jeremia 4:2 Jesaja 48:1 1 Timotheüs 1:10 Hosea 10:4 Zacharia 5:3 Maleachi 3:5
Jeremia 5:3 2 Kronieken 16:9 Jeremia 2:30 Jeremia 7:28 Jesaja 9:13 Zacharia 7:11 Psalmen 11:4 Sefanja 3:1 Sefanja 3:7
Jeremia 5:4 Hosea 4:6 Jeremia 8:7 Mattheüs 11:5 Jesaja 27:11 Jeremia 4:22 Johannes 7:48 Jesaja 28:9 Jeremia 7:8
Jeremia 5:5 Jeremia 2:20 Jakobus 2:5 Jeremia 6:13 Micha 7:3 Lukas 19:14 Lukas 18:24 Sefanja 3:3 Maleachi 2:7
Jeremia 5:6 Jeremia 4:7 Habakuk 1:8 Sefanja 3:3 Ezechiël 22:27 Daniël 7:4 Psalmen 104:20 Jeremia 49:19 Jeremia 30:24
Jeremia 5:7 Deuteronomium 32:21 Jozua 23:7 Galaten 4:8 Jeremia 2:11 Sefanja 1:5 Jeremia 23:10 Jeremia 12:16 Jeremia 9:2
Jeremia 5:8 Jeremia 13:27 Ezechiël 22:11 2 Samuël 11:2 Genesis 39:9 Jeremia 29:23 Mattheüs 5:27 Job 31:9 Exodus 20:14
Jeremia 5:9 Jeremia 9:9 Jeremia 5:29 Hosea 2:13 Deuteronomium 32:35 Nahum 1:2 Klaagliederen 4:22 Ezechiël 5:13 Jeremia 23:2
Jeremia 5:10 Jeremia 4:27 Psalmen 78:61 Jeremia 39:8 2 Koningen 24:2 Mattheüs 22:7 Jeremia 25:9 Jesaja 10:5 Jesaja 13:1
Jeremia 5:11 Jeremia 3:20 Hosea 6:7 Hosea 5:7 Jesaja 48:8 Jeremia 3:6
Jeremia 5:12 2 Kronieken 36:16 Jeremia 43:2 Jeremia 28:15 Micha 3:11 Jeremia 28:4 Deuteronomium 29:19 Psalmen 10:6 Jesaja 28:14
Jeremia 5:13 Jeremia 14:15 Job 8:2 Jeremia 14:13 Jeremia 28:3 Jeremia 18:18 Jeremia 20:8 Hosea 9:7 Job 6:26
Jeremia 5:14 Jeremia 1:9 Jeremia 23:29 Hosea 6:5 2 Koningen 1:10 Openbaring 11:5 Zacharia 1:6 Jeremia 28:15
Jeremia 5:15 Deuteronomium 28:49 Jeremia 4:16 Jesaja 28:11 Jesaja 5:26 Jeremia 1:15 Jesaja 33:19 1 Korinthe 14:21 Jesaja 29:3
Jeremia 5:16 Jesaja 5:28 Psalmen 5:9 Romeinen 3:13
Jeremia 5:17 Deuteronomium 28:33 Leviticus 26:16 Jesaja 62:9 Jeremia 50:17 Jeremia 4:26 Habakuk 3:17 Jeremia 4:7 Sefanja 3:6
Jeremia 5:18 Jeremia 5:10 Jeremia 4:27 Ezechiël 9:8 Ezechiël 11:13 Romeinen 11:1
Jeremia 5:19 1 Koningen 9:8 Jeremia 13:22 Jeremia 22:8 Deuteronomium 28:47 Jeremia 16:13 Jeremia 16:10 Deuteronomium 29:24 Deuteronomium 4:25
Jeremia 5:21 Ezechiël 12:2 Handelingen 28:26 Jesaja 6:9 Johannes 12:40 Romeinen 11:8 Jeremia 4:22 Deuteronomium 32:6 Jeremia 8:7
Jeremia 5:22 Psalmen 119:120 Jeremia 10:7 Deuteronomium 28:58 Job 38:10 Psalmen 104:9 Spreuken 8:29 Openbaring 15:4 Job 26:10
Jeremia 5:23 Jeremia 6:28 Deuteronomium 21:18 Psalmen 95:10 Jeremia 5:5 Hebreeën 3:12 Jeremia 17:9 Hosea 11:7 Jesaja 31:6
Jeremia 5:24 Psalmen 147:8 Genesis 8:22 Handelingen 14:17 Mattheüs 5:45 Joël 2:23 Job 5:10 Jeremia 14:22 Hosea 6:1
Jeremia 5:25 Jeremia 3:3 Psalmen 107:34 Psalmen 107:17 Deuteronomium 28:23 Jeremia 2:17 Klaagliederen 4:22 Klaagliederen 3:39 Jesaja 59:2
Jeremia 5:26 Spreuken 1:11 Jeremia 18:22 Habakuk 1:14 Jeremia 4:22 Lukas 5:10 Ezechiël 22:2 Jesaja 58:1 Psalmen 10:9
Jeremia 5:27 Openbaring 18:2 Hosea 12:7 Micha 6:10 Spreuken 1:11 Habakuk 2:9 Micha 1:12 Jeremia 9:6 Amos 8:4
Jeremia 5:28 Zacharia 7:10 Jesaja 1:23 Deuteronomium 32:15 Psalmen 73:12 Jeremia 7:6 Psalmen 82:2 Jakobus 5:4 Job 12:6
Jeremia 5:29 Jeremia 5:9 Maleachi 3:5 Jakobus 5:4 Jeremia 9:9
Jeremia 5:30 Hosea 6:10 Jeremia 23:14 Jeremia 2:12 Jesaja 1:2
Jeremia 5:31 Micha 2:11 Ezechiël 13:6 Jeremia 14:14 Jesaja 10:3 2 Korinthe 11:13 Deuteronomium 32:29 2 Timotheüs 4:3 2 Petrus 2:1
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 5 vers 1

waarheid zoekt, Of, trouw, geloof. De Heere wil zeggen dat het overal vol huichelarij was.

Hertaald: waarheid zoekt, Of: trouw, geloof. De HEERE wil zeggen dat het overal vol huichelarij was.

haar genadig zijn Of, vergeven; dat is, Ik zal de ganse stad Jeruzalem verschonen en sparen om des vromen mans wil. Vergelijk Gen. 18:24 , enz.

Hertaald: haar genadig zijn Of: vergeven — dat is: Ik zal de hele stad Jeruzalem sparen en verschonen omwille van die ene vrome man. Vergelijk Gen. 18:24, enzovoort.

Jeremia 5 vers 2

zeggen Wanneer zij somtijds bij mijnen naam zweren tot een dekmantel van hun afgodisch zweren, waarvan onder vs.7.

Hertaald: zeggen Wanneer zij soms bij Mijn Naam zweren als dekmantel voor hun afgodisch zweren, waarover hieronder vers 7.

toch valselijk Of, voorzeker, alzo. Anders: daarom; te weten, omdat zij geen recht of trouw of waarheid zoeken.

Hertaald: toch valselijk Of: voorzeker, zo. Anders: daarom, namelijk omdat zij geen recht, trouw of waarheid zoeken.

Jeremia 5 vers 3

zien Dat is, het is zonder twijfel waarachtig, dat Gij acht neemt op geloof en waarheid, zonder welke Gij allen uiterlijken schijn als louter huichelwerk haat.

Hertaald: zien Dat is: het is ongetwijfeld waar dat U acht slaat op trouw en waarheid, zonder welke U alle uiterlijke schijn als louter huichelwerk haat.

geslagen, Dat is, geplaagd op verscheidene wijzen en tot verscheidene tijden, verterende een groot deel van hen, gelijk volgt, doch zij zijn daardoor niet gebeterd, maar even verstokt gebleven.

Hertaald: geslagen, Dat is: op verschillende manieren en op verschillende tijden geplaagd, waarbij een groot deel van hen verteerd is, zoals volgt; maar zij zijn daardoor niet gebeterd en even verstokt gebleven.

harder gemaakt Zodat zij gans onbeschaamd zijn. Vergelijk boven Jer. 3:3 .

Hertaald: harder gemaakt Zodat zij volkomen onbeschaamd zijn. Vergelijk hierboven Jer. 3:3.

Jeremia 5 vers 4

zeide Te weten bij mijzelven, dat is ik dacht.

Hertaald: zeide Namelijk: bij mijzelf, dat is: ik dacht.

arm; Een slechte arme hoop, geringe en gemene onverstandige lieden.

Hertaald: arm; Een eenvoudige, arme groep, geringe en gewone, onverstandige mensen.

Jeremia 5 vers 5

Ik zal gaan Hebreeuws, ik zal mij gaan, naar der Hebreën manier van spreken.

Hertaald: Ik zal gaan Hebreeuws: ik zal mij gaan, naar de manier van spreken van de Hebreeën.

juk verbroken, Vergelijk Ps. 2:3 .

Hertaald: juk verbroken, Vergelijk Ps. 2:3.

Jeremia 5 vers 6

heeft hen Dat is, zal hen, enz. profetischer wijze gesproken van den toekomstigen overval der Babyloniërs.

Hertaald: heeft hen Dat is: zal hen, enzovoort; op de wijze van de profeten gesproken over de toekomende inval van de Babyloniërs.

der wildernissen Of, der avonden.

Hertaald: der wildernissen Of: van de avonden.

verscheurd Zie van het Hebreeuwse woord Ps. 50:22 .

Hertaald: verscheurd Over het Hebreeuwse woord, zie Ps. 50:22.

Jeremia 5 vers 7

u vergeven? Jeruzalem.

Hertaald: u vergeven? Jeruzalem.

Jeremia 5 vers 8

hunkeren Of, neien, briesen van geilheid, gelijk de moedwillige hengsten; vergelijk onder Jer. 13:27 .

Hertaald: hunkeren Of: hinniken, briesen van geilheid, zoals de dartele hengsten; vergelijk hieronder Jer. 13:27.

Jeremia 5 vers 9

bezoeking doen? Door straf; Gen. 21:1 .

Hertaald: bezoeking doen? Door straf; Gen. 21:1.

Jeremia 5 vers 10

Beklimt Aanspraak aan de vijanden.

Hertaald: Beklimt Aanspraak tot de vijanden.

haar muren, Van Jeruzalem.

Hertaald: haar muren, Van Jeruzalem.

voleinding Vergelijk boven Jer. 4:27 .

Hertaald: voleinding Vergelijk hierboven Jer. 4:27.

spitsen weg, Of, uitstekingen, tinnen, kantelen. Anders: planten, ranken, grondvesten.

Hertaald: spitsen weg, Of: uitstekende delen, tinnen, kantelen. Anders: planten, ranken, grondvesten.

zijn des HEEREN niet Te weten het volk, of de muren en spitsen horen den Heere niet toe, die Jeruzalem met al haar schone vestingen nu niet meer voor de zijne kent, overmits de boosheid der inwoners.

Hertaald: zijn des HEEREN niet Namelijk: het volk; of: de muren en de tinnen behoren de HEERE niet toe, Die Jeruzalem met al haar schone versterkingen nu niet meer als de Zijne erkent, vanwege de boosheid van de inwoners.

Jeremia 5 vers 11

gans Hebreeuws, trouwelooslijk handelen, trouwelooslijk gehandeld.

Hertaald: gans Hebreeuws: trouweloos handelend trouweloos gehandeld.

Jeremia 5 vers 12

Hij is het niet, Het is de Heere niet, door wiens last de profeten ons alle kwaad dreigen.

Hertaald: Hij is het niet, Het is de HEERE niet door Wiens opdracht de profeten ons met allerlei kwaad dreigen.

zien Dat is, ondervinden. Zie Job 7:7 .

Hertaald: zien Dat is: ondervinden. Zie Job 7:7.

Jeremia 5 vers 13

profeten De ware profeten; dit zijn nog de woorden van het volk.

Hertaald: profeten De ware profeten; dit zijn nog steeds de woorden van het volk.

wind Hunne profetieën zullen niet volbracht worden, daar zal niets van komen, het is maar wind. Vergelijk Job 6:26 , en Mi. 2:11 .

Hertaald: wind Hun profetieën zullen niet uitkomen, er zal niets van komen, het is maar wind. Vergelijk Job 6:26 en Micha 2:11.

woord Zij hebben des Heeren woord niet, Hij spreekt zulks niet door hen. Vergelijk 2 Kron. 36:16 .

Hertaald: woord Zij hebben het woord van de HEERE niet; Hij spreekt zoiets niet door hen. Vergelijk 2 Kron. 36:16.

zo geschieden Dat zij ons dreigen zal hunzelven overkomen.

Hertaald: zo geschieden Wat zij ons dreigen zal henzelf overkomen.

Jeremia 5 vers 14

heirscharen, Zie 1 Kon. 18:15 .

Hertaald: heirscharen, Zie 1 Kon. 18:15.

uw mond Dit spreekt God tot Jeremia.

Hertaald: uw mond Dit spreekt God tot Jeremia.

maken, Hebreeuws, geven. Vergelijk boven Jer. 1:9-10 , alwaar God ook zijn eigen werk den profeet toeschrijft, omdat Hij het woord van zijnen dienaar wilde bekrachtigen. Zie aldaar vs.10.

Hertaald: maken, Hebreeuws: geven. Vergelijk hierboven Jer. 1:9-10, waar God ook Zijn eigen werk aan de profeet toeschrijft, omdat Hij het woord van Zijn dienaar wilde bekrachtigen. Zie daar vers 10.

Jeremia 5 vers 15

verre brengen, Uit Babylonië; zie Deut. 28:49 ; Jes. 5:26 .

Hertaald: verre brengen, Uit Babylonië; zie Deut. 28:49 en Jes. 5:26.

sterk volk, Of, ruw, hard.

Hertaald: sterk volk, Of: ruw, hard.

zeer oud volk, Hebreeuws, een volk van oudheid, eeuwigheid, of der eeuw; dat is, een machtig volk vanouds, van Nimrods tijd af; zie Gen. 10:8 , enz. en boven Jer. 2:20 .

Hertaald: zeer oud volk, Hebreeuws: een volk van oudheid, van eeuwigheid, of van de eeuw — dat is: een volk dat van oudsher machtig is, vanaf de tijd van Nimrod; zie Gen. 10:8, enzovoort, en hierboven Jer. 2:20.

horen, Dat is, verstaan; zie Gen. 11:7 .

Hertaald: horen, Dat is: verstaan; zie Gen. 11:7.

Jeremia 5 vers 16

Zijn pijlkoker Van dit volk, waarvan in vs.15.

Hertaald: Zijn pijlkoker Van dat volk waarover in vers 15 gesproken is.

open graf; Dat is, zij zullen met hunne pijlen menigten van u doodschieten en in het graf brengen.

Hertaald: open graf; Dat is: zij zullen met hun pijlen menigten van u doodschieten en in het graf brengen.

zij zijn altemaal helden De Babyloniërs.

Hertaald: zij zijn altemaal helden De Babyloniërs.

Jeremia 5 vers 17

het zal uw oogst Dat vreemde volk.

Hertaald: het zal uw oogst Dat vreemde volk.

uw zonen Anders: zij zullen uwe zonen en uwe dochters opeten; dat is, verteren; vergelijk onder Jer. 8:16 .

Hertaald: uw zonen Anders: zij zullen uw zonen en uw dochters opeten — dat is: verteren; vergelijk hieronder Jer. 8:16.

schapen Uw klein en groot vee.

Hertaald: schapen Uw klein- en grootvee.

uw wijnstok Dat is, de vrucht uwer wijnstokken en vijgebomen.

Hertaald: uw wijnstok Dat is: de vrucht van uw wijnstokken en vijgenbomen.

het arm maken, Het Babylonische krijgsvolk.

Hertaald: het arm maken, Het Babylonische krijgsvolk.

Jeremia 5 vers 18

voleinding Zie boven Jer. 4:27 .

Hertaald: voleinding Zie hierboven Jer. 4:27.

Jeremia 5 vers 19

zeggen zult In mijnen naam, met mijne woorden, gelijk blijkt uit het volgende.

Hertaald: zeggen zult In Mijn Naam, met Mijn woorden, zoals blijkt uit het vervolg.

Jeremia 5 vers 21

harteloos volk Dat is, dat geen verstand heeft; geen ogen noch oren der ziel om Gods woord te betrachten en te gehoorzamen; vergelijk onder Jer. 6:10 .

Hertaald: harteloos volk Dat is: dat geen verstand heeft, en geen ogen of oren van de ziel om Gods Woord te overwegen en te gehoorzamen; vergelijk hieronder Jer. 6:10.

Jeremia 5 vers 24

vroegen regen Zie Deut. 11:14 .

Hertaald: vroegen regen Zie Deut. 11:14.

op Zijn tijd; Zie Ps. 1:3 .

Hertaald: op Zijn tijd; Zie Ps. 1:3.

weken, Hierdoor verstaan sommigen elk zevende jaar, waarin zij het land moesten laten rusten en onbebouwd laten, in welke jaren God hun een zonderlingen zegen beloofd had. Zie Lev. 25:4 , enz. en vs.20, enz. Anders: de gezette, of verordineerde weken van den oogst, zie Lev. 26:5 , Lev. 26:10 . Anders: de eedzweringen der gezette tijden.

Hertaald: weken, Sommigen verstaan hieronder elk zevende jaar, waarin zij het land moesten laten rusten en onbebouwd laten en waarin God hun een bijzondere zegen beloofd had. Zie Lev. 25:4, enzovoort, en daar vers 20, enzovoort. Anders: de vastgestelde of verordende weken van de oogst; zie Lev. 26:5 en Lev. 26:10. Anders: de eedzweringen van de vastgestelde tijden.

Jeremia 5 vers 25

die dingen af, Den zegen, in het voorgaande vermeld.

Hertaald: die dingen af, De zegen die in het voorgaande genoemd is.

Jeremia 5 vers 26

een ieder Hebreeuws, hij loert; dat is, elkeen van hen.

Hertaald: een ieder Hebreeuws: hij loert — dat is: ieder van hen.

schikken; Die zich nederleggen, buigen, krommen en schikken om de vogelen met alle behendigheid te vangen. Anders: gelijk de vogelvangers [strikken] zetten.

Hertaald: schikken; Die zich neerleggen, buigen, krommen en schikken om de vogels met alle behendigheid te vangen. Anders: zoals de vogelvangers strikken zetten.

verderfelijken strik, Hebreeuws, de verderving, of iets dat verderft; dat is dat de mensen vernielt.

Hertaald: verderfelijken strik, Hebreeuws: het verderf, of iets wat verderft — dat is: wat de mensen vernietigt.

Jeremia 5 vers 27

rijk geworden Dat is, vol van goed, dat zij met bedrog gewonnen hebben.

Hertaald: rijk geworden Dat is: vol van goed dat zij met bedrog verworven hebben.

Jeremia 5 vers 28

vet, Vergelijk Deut. 32:15 .

Hertaald: vet, Vergelijk Deut. 32:15.

zelfs de daden Dat is, zij zijn erger in hun doen, dan zelfs de allerboosten plegen te wezen; vergelijk boven Jer. 2:33 . Anders: zij overtreden [met] boze stukken. Hebreeuws, zij gaan teboven, of overtreffen de woorden, dingen, zaken, of handelingen des, of eens bozen; of aldus: Zij gaan door, door boze stukken; dat is, bedrijven allerlei boosheid stoutelijk.

Hertaald: zelfs de daden Dat is: zij zijn in hun doen erger dan zelfs de allerboosten plegen te zijn; vergelijk hierboven Jer. 2:33. Anders: zij overtreden met boze stukken. Hebreeuws: zij gaan de woorden, dingen, zaken of handelingen van een boze te boven, of overtreffen die. Of zo: zij gaan door met boze stukken — dat is: zij bedrijven brutaal allerlei boosheid.

voorspoedig; Varen wel, worden rijk, vet en glad gelijk in het voorgaande gezegd is.

Hertaald: voorspoedig; Zij varen wel, worden rijk, vet en glad, zoals in het voorgaande gezegd is.

Jeremia 5 vers 30

afschuwelijke zaak Vergelijk onder Jer. 18:13 , en Jer. 23:14 ; Hos. 6:10 .

Hertaald: afschuwelijke zaak Vergelijk hieronder Jer. 18:13 en Jer. 23:14, en Hos. 6:10.

Jeremia 5 vers 31

profeten Te weten de valse profeten.

Hertaald: profeten Namelijk: de valse profeten.

valselijk, Hebreeuws, in, of met valsheid, of leugen.

Hertaald: valselijk, Hebreeuws: in of met valsheid, of leugen.

hun handen; Dat is, door behulp en dienst der valse profeten; de een helpt en stijft den ander; of zij heersen aan hunne zijden. Anders: nemen in hunne handen; te weten geschenken.

Hertaald: hun handen; Dat is: met de hulp en de dienst van de valse profeten; de een helpt en stijft de ander. Of: zij heersen aan hun zijde. Anders: nemen in hun handen, namelijk geschenken.

heeft het gaarne Hebreeuws, heeft het zo lief, bemint het zo.

Hertaald: heeft het gaarne Hebreeuws: heeft het zo lief, bemint het zozeer.

einde Hebreeuws, in het achterste, laatste, of uiterste van dien, of van haar, te weten van Jeruzalem, of van het land; dat is, hoe zult gij ten laatste hier over varen, als Ik zulks, of Jeruzalem, of het land zal tehuis zoeken? vergelijk Deut. 32:20 . Anders: wat zoudt gij ten laatste wel doen? welke grove gruwelen zoudt gij ten laatste niet bedrijven?

Hertaald: einde Hebreeuws: in het achterste, laatste of uiterste daarvan, of van haar, namelijk van Jeruzalem of van het land — dat is: hoe zult u het er ten slotte afbrengen wanneer Ik dit, of Jeruzalem, of het land zal bezoeken? Vergelijk Deut. 32:20. Anders: wat zou u ten slotte wel doen? Welke grove gruwelen zou u ten slotte niet bedrijven?

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De zoektocht naar één rechtvaardige  — een opdracht om de stad door te lopen en te zien of er één is die recht doet (Jer. 5:1-5)

"Gaat om door de wijken van Jeruzalem, en ziet nu toe, en verneemt, en zoekt op haar straten, of gij iemand vindt, of er een is, die recht doet, die waarheid zoekt, zo zal Ik haar genadig zijn" (Jer. 5:1). De profeet gaat en vindt niemand, en hij zoekt naar een verklaring: misschien ligt het aan de armen, die de weg des HEEREN niet weten (Jer. 5:4). Dan gaat hij naar de groten, want die kennen het recht van hun God — "maar zij hadden te zamen het juk verbroken, en de banden verscheurd" (Jer. 5:5). Van het volk als geheel staat er: "Gij hebt hen geslagen, maar zij hebben geen pijn gevoeld" (Jer. 5:3).

Bijbelse betekenis: Merk op hoe klein de voorwaarde is. Eén mens die recht doet, en de stad zou gespaard worden; dat is nog minder dan Abraham voor Sodom bedong (reeds behandeld bij Gen. 18:32). Wat dit gedeelte zo zwaar maakt, is niet de strengheid van de eis maar de uitkomst van de zoektocht. Let vervolgens op de gang van de profeet. Hij gaat eerst naar de armen en verontschuldigt hen; pas daarna gaat hij naar de groten. Wie de stand van een volk wil peilen, moet bij de bovenkant zijn, en daar is het niet beter. Let ten slotte op Jer. 5:3. Er is wel geslagen, maar het deed geen pijn; dat is een zwaarder oordeel dan de slag zelf. Wie niets meer voelt, wordt door tegenslag ook niet meer teruggebracht.

Typologie: Wat hier gezocht en niet gevonden wordt, is later wel gevonden in Eén: van Hem staat dat Hij geen zonde gedaan heeft, noch bedrog in Zijn mond geweest is (reeds behandeld bij Jes. 53:9). En Paulus vat het oordeel over de mensheid samen in de woorden van de psalm: "Er is niemand rechtvaardig, ook niet een" (Rom. 3:10).

Jer. 5:1-5; Gen. 18:32; Jes. 53:9; Rom. 3:10

Valse profeten  — profeten die spreken wat het volk graag hoort, en het volk dat het graag zo heeft (Jer. 5:30-31)

"Een schrikkelijke en afschuwelijke zaak geschiedt er in het land" (Jer. 5:30). Wat dat is, staat in het vers erna: "De profeten profeteren valselijk, en de priesters heersen door hun handen; en Mijn volk heeft het gaarne alzo; maar wat zult gij ten einde van dien maken?" (Jer. 5:31). Het staat aan het slot van een hoofdstuk waarin ook de rijken genoemd worden: hun huizen zijn vol bedrog, zij zijn vet en glad geworden, en de rechtszaak van de wees behandelen zij niet (Jer. 5:27-28).

Bijbelse betekenis: Merk op dat er drie partijen genoemd worden en niet één. De profeten spreken vals, de priesters gebruiken hun positie, en het volk heeft het graag zo. Het laatste is het pijnlijkst: een valse profeet houdt het niet lang vol zonder hoorders die hem willen geloven. De toets voor ware en valse profetie is in de wet gegeven (reeds behandeld bij Deut. 18:20-22); wat Jeremia eraan toevoegt, is de vraag naar de vraag. Let vervolgens op de slotzin van Jer. 5:31. Er staat geen dreigement maar een vraag: "wat zult gij ten einde van dien maken?" De prediker vraagt naar de afloop, en die vraag laat hij bij de hoorder liggen. Let ten slotte op de plaats van dit vers. Het volgt op de aanklacht over bedrog en over het recht van de wees; de valse prediking en het verdraaide recht horen bij elkaar. Waar de waarheid van de kansel week is, wordt het onrecht in de poort niet meer aangeraakt.

Typologie: Paulus beschrijft dezelfde tijd bij de gemeente: er komt een tijd dat men de gezonde leer niet zal verdragen, "maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen, naar hun eigen begeerlijkheden" (2 Tim. 4:3). En de Heere Jezus waarschuwt voor wie in schaapsklederen komen (Matt. 7:15).

Jer. 5:26-31; Deut. 18:20-22; 2 Tim. 4:3; Matt. 7:15

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het koninkrijk niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking

Het zand tot een paal der zee — 5:20-25

Jeremia heeft de straten van Jeruzalem doorzocht om te zien of er één man te vinden was die recht deed, en hij vond er geen. In dat verband stelt God een vraag die niet over de zonde gaat maar over Zichzelf, en Hij onderbouwt haar met iets dat iedereen kan zien.

God wijst op de kustlijn als bewijs van Zijn macht: de zee bruist en komt er niet overheen, want er ligt zand.

De aanspraak begint hard: hoort nu dit, gij dwaas en harteloos volk, die ogen hebben maar zien niet, en oren hebben maar horen niet. Het gaat dus niet om gebrek aan gegevens maar om gebrek aan waarneming.

En dan komt de vraag, met haar bewijs erbij: “Zult gijlieden Mij niet vrezen? spreekt de HEERE; zult gij voor Mijn aangezicht niet beven? Die der zee het zand tot een paal gesteld heb, met een eeuwige inzetting, dat zij daarover niet zal gaan.”

Daar wordt het argument uit iets onaanzienlijks gehaald. God had kunnen wijzen op de bergen of op de sterren. Hij wijst op zand. Het slapste materiaal dat er is, vormt de grens waar de zee niet overheen komt. En de tekst voegt eraan toe dat de golven zich wel bewegen en wel bruisen, maar niets vermogen.

Dat de zee in bedwang gehouden wordt, is in het Oude Testament een recht dat God Zich uitdrukkelijk voorbehoudt. Job krijgt het te horen uit het onweder: wie heeft de zee met deuren toegesloten, en gezegd tot hiertoe zult gij komen en niet verder? Een psalm zegt dat Hij heerst over de opgeblazenheid der zee en haar golven stilt. Het is geen kleinigheid; het is een goddelijk voorrecht.

Daarom is er in de Evangeliën een tafereel dat men in dit licht anders leest. Een boot vaart 's nachts het meer over en er steekt een storm op. De Mens Die achterin ligt te slapen komt overeind en bestraft de wind en de zee. En dan staat er dat de mensen zich verwonderden en zeiden: “Hoedanig een is Deze, dat ook de winden en de zee Hem gehoorzaam zijn!”

Dat is precies de vraag die Jeremia 5 stelt, maar dan omgekeerd. Bij Jeremia zegt God: Ik houd de zee in bedwang, zult gij Mij dan niet vrezen? In de boot zeggen mensen: de zee gehoorzaamt Hem — wie is Deze dan? De ene tekst leidt van het wonder naar de vrees, de andere van het wonder naar de vraag. Beide keren gaat het over dezelfde macht.

En het slot van het gedeelte laat zien wat er ontbreekt. Zij zeggen niet in hun hart: laat ons nu de HEERE onze God vrezen, Die de regen geeft op Zijn tijd en die ons de gezette weken van de oogst bewaart. Er is geen gebrek aan tekenen. Er is gebrek aan de zin die niemand uitspreekt.

  1. Jeremia 5:21 — Ogen die niet zien en oren die niet horen; het ligt niet aan de gegevens.
  2. Jeremia 5:22 — Het bewijs komt uit het slapste materiaal dat er is: zand.
  3. Job 38:8-11 — Tot hiertoe zult gij komen en niet verder — een goddelijk voorrecht.
  4. Psalm 89:10 — Gij heerst over de opgeblazenheid der zee, en Gij stilt haar golven.
  5. Markus 4:39 — Een Mens staat op in een boot en bestraft de wind en de zee.
  6. Mattheüs 8:27 — Hoedanig een is Deze, dat ook de winden en de zee Hem gehoorzaam zijn?

In het Nieuwe Testament: Mattheüs 8:23-27; Markus 4:39-41; Job 38:8-11; Psalm 89:10; Kolossenzen 1:17

Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Jeremia 5 niet aan. Wat hier gelegd wordt rust op een gegeven dat door het hele Oude Testament loopt: het bedwingen van de zee is een goddelijk voorrecht, en de Schrift noemt het op meer plaatsen zo. Dat de vraag van de discipelen in de boot daarop een antwoord vraagt, is een gevolgtrekking uit die achtergrond en geen aanhaling.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Jeremia 5

Jeremia 5:1.Kruisverwijzingen2 Kronieken 16:9Ezechiël 22:30Genesis 18:23Daniël 12:4Psalmen 12:1Psalmen 53:2Psalmen 14:3Jesaja 59:4
— Gaat om door de wijken van Jeruzalem, en ziet nu toe, en verneemt, en zoekt op haar straten, of gij iemand vindt, of er een is, die recht doet, die waarheid zoekt, zo zal Ik haar genadig zijn.
Het was een heel wonderlijk aanbod van Gods zijde om de inwoners van de hele stad Jeruzalem te vergeven om één mens. En het was des te opmerkelijker omdat Hij hun de tijd gaf een grondig onderzoek te doen of zo iemand te vinden was: “of er iemand zij, die recht doe, die waarheid zoeke”. In wat een verschrikkelijke staat van schuld moet de Joodse hoofdstad gevallen zijn! Er was niet één mens, zelfs niet onder de overheden of de priesters, die zich bekommerde om wat rechtvaardig en waar was. Moge God Londen en Engeland verhoeden zo te worden als Jeruzalem en Juda! Mogen waarheid en gerechtigheid in ons land bloeien!

Jeremia 5:2.KruisverwijzingenTitus 1:16Jeremia 7:9Jeremia 4:2Jesaja 48:11 Timotheüs 1:10Hosea 10:4Zacharia 5:3Maleachi 3:5
— En of zij al zeggen: Zo waarachtig als de HEERE leeft! zo zweren zij toch valselijk.
Zelfs wie zich de schijn gaven godsdienstig te zijn en die zeiden: “Zo waarachtig als de HEERE leeft” — ook zij waren valse zweerders. In wat een verschrikkelijk droevige staat was die tijd gekomen, toen zijn godsdienst zelf een leugen was en zijn zogenaamd heilige zaken door en door verrot!

Jeremia 5:3.Kruisverwijzingen2 Kronieken 16:9Jeremia 2:30Jeremia 7:28Jesaja 9:13Zacharia 7:11Psalmen 11:4Sefanja 3:1Sefanja 3:7
— O HEERE! zien Uw ogen niet naar waarheid? Gij hebt hen geslagen, maar zij hebben geen pijn gevoeld; Gij hebt hen verteerd, maar zij hebben geweigerd de tucht aan te nemen; zij hebben hun aangezichten harder gemaakt dan een steenrots, zij hebben geweigerd zich te bekeren.
Is er ergens een waarheidsgetrouw mens, dan ziet God hem. Zijn ogen zijn op hem, Hij aanschouwt hem met aandachtig welbehagen, en Hij zal met de uiterste zorgvuldigheid voor hem waken. Maar wat was het werkelijke karakter van dit volk? Hoor toe. Niets kon hen bewegen recht te handelen; wat God ook met hen deed, zij bleven in hun ongerechtigheid volharden.

Jeremia 5:4-5.KruisverwijzingenHosea 4:6Jeremia 8:7Mattheüs 11:5Jesaja 27:11Jeremia 2:20Jakobus 2:5Jeremia 4:22Johannes 7:48
— Doch ik zeide: Zekerlijk, deze zijn arm; zij handelen zottelijk, omdat zij den weg des HEEREN, het recht hun Gods niet weten. Ik zal gaan tot de groten, en met hen spreken, want die weten den weg des HEEREN, het recht huns Gods; maar zij hadden te zamen het juk verbroken, en de banden verscheurd.
Na onder de armen en de onwijzen gezocht te hebben, besloot Jeremia dat zij de weg van de HEERE niet kenden. Daarom wendde hij zich tot de machtigen van zijn dagen. Maar hij vond onder hen geen verbetering; zij waren zelfs erger dan de armen en de onkundigen.

Jeremia 5:10-12.KruisverwijzingenJeremia 3:20Jeremia 4:272 Kronieken 36:16Psalmen 78:61Jeremia 39:82 Koningen 24:2Mattheüs 22:7Jeremia 25:9
— Beklimt haar muren, en verderft ze (doch maakt geen voleinding); doet haar spitsen weg, want zij zijn des HEEREN niet. Want het huis van Israel en het huis van Juda hebben gans trouwelooslijk tegen Mij gehandeld, spreekt de HEERE. Zij verloochenen den HEERE, en zeggen: Hij is het niet, en ons zal geen kwaad overkomen, wij zullen noch zwaard noch honger zien.
Zij hebben het voorgesteld alsof God Zelf een leugenaar was. Zij hebben Hem tegengesproken, wiens woord de waarheid zelf is. Zij hebben Zijn dreigingen veracht, zij hebben Zijn uitnodigingen geweigerd, zij hebben Zijn beloften niet geloofd: “Zij verloochenen den HEERE.”

Jeremia 5:13-14.KruisverwijzingenJeremia 1:9Jeremia 14:15Jeremia 23:29Hosea 6:5Job 8:2Jeremia 14:132 Koningen 1:10Openbaring 11:5
— Ja, die profeten zullen tot wind worden, want het woord is niet bij hen; hun zelven zal zo geschieden. Daarom zegt de HEERE, de God der heirscharen, alzo, omdat gijlieden dit woord spreekt: Ziet, Ik zal Mijn woorden in uw mond tot vuur maken, en dit volk tot hout, en het zal hen verteren.
Het is een vreselijke staat van zaken wanneer God van het pleiten met mensen overgaat tot het dreigen. Dan houdt Hij op hen uit te nodigen tot Hem terug te keren, en klaagt Hij hen aan als overtreders van Zijn wetten. Op zulke tijden maakt Hij de woorden die uit de mond van Zijn profeten komen als vuur. De mensen worden er volkomen door verteerd, zoals de stoppels in het veld door de verslindende vlammen verwoest worden.

Jeremia 5:15-18.KruisverwijzingenDeuteronomium 28:49Jeremia 4:16Jesaja 5:28Deuteronomium 28:33Leviticus 26:16Jesaja 28:11Jesaja 5:26Psalmen 5:9
— Ziet, Ik zal over ulieden een volk van verre brengen, o huis Israels! spreekt de HEERE; het is een sterk volk, het is een zeer oud volk, een volk, welks spraak gij niet zult kennen, en niet horen, wat het spreken zal. Zijn pijlkoker is als een open graf; zij zijn altemaal helden. En het zal uw oogst en uw brood opeten, dat uw zonen en uw dochteren zouden eten; het zal uw schapen en uw runderen opeten; het zal uw wijnstok en uw vijgeboom opeten; uw vaste steden, op dewelke gij vertrouwt, zal het arm maken, door het zwaard. Nochtans zal Ik ook in die dagen, spreekt de HEERE, geen voleinding met ulieden maken.
Zie hoe God te midden van Zijn toorn de barmhartigheid gedenkt. Hij spreekt een verschrikkelijk vonnis over de overtreders uit, en dan houdt Hij stil en zegt: “nochtans”. Hoor de zachte toon van medelijden in dat woord: “Nochtans zal Ik in die dagen, spreekt de HEERE, geen voleinding met ulieden maken.” Nog altijd spaart Hij de schuldigen, en in Zijn lankmoedigheid geeft Hij hun verdere gelegenheid tot bekering.

Jeremia 5:19.Kruisverwijzingen1 Koningen 9:8Jeremia 13:22Jeremia 22:8Deuteronomium 28:47Jeremia 16:13Jeremia 16:10Deuteronomium 29:24Deuteronomium 4:25
— En het zal geschieden, wanneer gij zult zeggen: Waarom heeft ons de HEERE, onze God, al deze dingen gedaan? dat gij tot hen zeggen zult: Gelijk als gijlieden Mij hebt verlaten, en vreemde goden in uw land gediend, alzo zult gij de uitlandse dienen, in een land, dat het uwe niet is.
Een mens kan zijn zonde vaak in haar straf zien. Omdat zij vreemde goden gediend hadden, zond de HEERE hen om vreemden te dienen in een vreemd land. Bedenk, o overtreder, dat uw zonde in de een of andere vorm bij u thuiskomt! Zaaien wij wind, dan zullen wij wervelwind oogsten. “Zo wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien.” Laten wij ons er daarom voor wachten zaden van zonde uit te strooien, want zij zullen een verschrikkelijke oogst van wee voortbrengen.

Jeremia 5:20-21.KruisverwijzingenEzechiël 12:2Handelingen 28:26Jesaja 6:9Johannes 12:40Romeinen 11:8Jeremia 4:22Deuteronomium 32:6Jeremia 8:7
— Verkondigt dit in het huis van Jakob, en laat het horen in Juda, zeggende: Hoort nu dit, gij dwaas en harteloos volk! die ogen hebben, maar zien niet, die oren hebben, maar horen niet.
En helaas, er zijn nog veel te veel van zulke mensen. Zij horen Gods Woord, en toch bereikt het hun hart nooit. Zij zien wat Gods hand overal om hen heen doet, en toch zien zij het niet en willen zij het niet werkelijk zien zoals het behoort.

Jeremia 5:22.KruisverwijzingenPsalmen 119:120Jeremia 10:7Deuteronomium 28:58Job 38:10Psalmen 104:9Spreuken 8:29Openbaring 15:4Job 26:10
— Zult gijlieden Mij niet vrezen? spreekt de HEERE; zult gij voor Mijn aangezicht niet beven? Die der zee het zand tot een paal gesteld heb, met een eeuwige inzetting, dat zij daarover niet zal gaan; ofschoon haar golven zich bewegen, zo zullen zij toch niet vermogen, ofschoon zij bruisen, zo zullen zij toch daarover niet gaan.
Er is een smalle gordel zand die de bruisende zee tegenhoudt. Hij zegt tot haar: tot hiertoe zult u komen en niet verder, en hier zullen uw hoge golven gestild worden. Zand is zo zwak een ding, en toch houdt het de machtige oceaan binnen zijn grenzen. Hoe gereed behoorden u en ik dan te zijn om door God geregeerd te worden, en in toom gehouden zelfs door de geringste aanduiding van Zijn wil!

Jeremia 5:23.KruisverwijzingenJeremia 6:28Deuteronomium 21:18Psalmen 95:10Jeremia 5:5Hebreeën 3:12Jeremia 17:9Hosea 11:7Jesaja 31:6
— Maar dit volk heeft een afvallig en wederspannig hart; zij zijn afgevallen en heengegaan;
God bedwingt de zee, maar niets lijkt de zondigheid van de mens te kunnen bedwingen. Hij verbreekt elke slagboom die hem tegen zou moeten houden; hij is als een verwoestende stroom wanneer hij zich aan de ongerechtigheid overgeeft.

Jeremia 5:24.KruisverwijzingenPsalmen 147:8Genesis 8:22Handelingen 14:17Mattheüs 5:45Joël 2:23Job 5:10Jeremia 14:22Hosea 6:1
— En zij zeggen niet in hun hart: Laat ons nu den HEERE, onzen God, vrezen, Die den regen geeft, zo vroegen regen als spaden regen, op Zijn tijd; Die ons de weken, de gezette tijden van den oogst, bewaart.
God geeft tijdige en gepaste jaargetijden voor de groei en de inzameling van het koren: regen wanneer die nodig is om de halm te helpen opkomen, en mooi weer om de oogst binnen te halen. Toch zien veel mensen de hand van God in het geheel niet. Zij worden dus niet door dankbaarheid bewogen Zijn Naam te zegenen en Hem te vrezen aan wie zij alles verschuldigd zijn wat zij ontvangen. Och, wat een ondankbaar en blind schepsel is de mens!

Jeremia 5:25.KruisverwijzingenJeremia 3:3Psalmen 107:34Psalmen 107:17Deuteronomium 28:23Jeremia 2:17Klaagliederen 4:22Klaagliederen 3:39Jesaja 59:2
— Uw ongerechtigheden wenden die dingen af, en uw zonden weren dat goede van ulieden.
Weet een onbekeerd mens hier wel welke goede dingen hij tot op dit ogenblik gemist heeft? Stel dat u, mijn vriend, vanavond behouden werd — kunt u zich dan zelfs voorstellen welke vreugde u door al die jaren van uw onboetvaardigheid verloren hebt? Niets kan u de jaren die heengegaan zijn ooit teruggeven, of u in de toekomst de vreugde geven die u had kunnen hebben maar die u gemist hebt. En let op: al was er geen hel te verduren, het is hel genoeg de hemel gemist te hebben. Het zal uw hart aan het einde smart genoeg zijn te bevinden dat uw zonden de goede dingen van u geweerd hebben.

Jeremia 5:26.KruisverwijzingenSpreuken 1:11Jeremia 18:22Habakuk 1:14Jeremia 4:22Lukas 5:10Ezechiël 22:2Jesaja 58:1Psalmen 10:9
— Want onder Mijn volk worden goddelozen gevonden; een ieder van hen loert, gelijk zich de vogelvangers schikken; zij zetten een verderfelijken strik, zij vangen de mensen.
“Onder Mijn volk”, zegt de HEERE — in de kerk zelf, met een even luide belijdenis als de oprechtste christen — “worden gevonden goddelozen”. Ook hier, op deze plaats, vanavond, onder de godvruchtigen in deze gemeente, worden goddeloze mensen gevonden. De HEERE ontferme Zich over hen en bekere hen van hun boze wegen!

Wacht u voor deze mensenvangers, die zielen verstrikken en hen voor altijd te gronde richten, en die hen inspinnen door hen tot boze gewoonten en overtredingen te brengen.

Jeremia 5:27-29.KruisverwijzingenZacharia 7:10Jesaja 1:23Deuteronomium 32:15Psalmen 73:12Jeremia 5:9Jeremia 7:6Maleachi 3:5Openbaring 18:2
— Gelijk een kouw vol is van gevogelte, alzo zijn hun huizen vol van bedrog; daarom zijn zij groot en rijk geworden. Zij zijn vet, zij zijn glad, zelfs de daden der bozen gaan zij te boven; de rechtzaak richten zij niet, zelfs de rechtzaak des wezen, nochtans zijn zij voorspoedig; ook oordelen zij het recht der nooddruftigen niet. Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen? spreekt de HEERE; zou Mijn ziel zich niet wreken aan zulk een volk als dit is?
God zegt tot de engelen in de hemel: “Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen?” En zij antwoorden: “Ja, Heere.” Zelfs tot de duivelen in de hel kan Hij dezelfde vraag stellen. Zij smarten al onder Zijn toorn, en Hij kan tot hen zeggen: “Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen?” En ook zij antwoorden: “Ja.” Hij stelt de vraag aan alle verstandige wezens die weten wat recht en waar is, en zij antwoorden eenstemmig: “Ja, Heere, het moet zo zijn.”

Jeremia 5:30-31.KruisverwijzingenHosea 6:10Jeremia 23:14Micha 2:11Ezechiël 13:6Jeremia 14:14Jesaja 10:32 Korinthe 11:13Deuteronomium 32:29
— Een schrikkelijke en afschuwelijke zaak geschiedt er in het land. De profeten profeteren valselijk, en de priesters heersen door hun handen; en Mijn volk heeft het gaarne alzo; maar wat zult gij ten einde van dien maken?
Het is iets allerafschuwelijkst dat Gods eigen volk ooit zou willen dat er dwaling gepredikt wordt en dat er verdrukking en onrecht van welke soort ook bedreven wordt. U weet dat als Gods eigen volk de valse leer niet verdroeg, die op veel plaatsen spoedig niet meer gehoord zou worden. Maar juist doordat wie voorgeven Gods Woord te kennen hun zegel zetten op wat tegen de waarheid ingaat, blijft de dwaling in het land in stand: “de profeten profeteren valselijk, en de priesters heersen door hun handen; en Mijn volk heeft het gaarne alzo.”

Dat is een vraag die ik in Gods Naam aan ieder hier zou willen stellen. Is uw godsdienst van zo’n aard dat hij u staande houdt wanneer u komt te sterven? Of hebt u zich verlaten op de een of andere vorm van leugen, die de toets van uw sterfuur niet zal doorstaan? Leeft u in verwaarlozing van God? Is uw leven zo dat Hij op u vertoornd moet zijn, want Hij is op de goddelozen alle dagen vertoornd? Neem dan de vraag mee naar huis waarmee dit hoofdstuk sluit: “wat zult gij dan doen ten einde van dit alles?”

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content