Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Gaat om door de wijken van Jeruzalem, en ziet nu toe, en verneemt, en zoekt op haar straten, of gij iemand vindt, of er een is, die recht doet, die waarheid zoekt, zo zal Ik haar genadig zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Gaat om door de wijkenH2351 van JeruzalemH3389, en zietH7200 nu toe, en verneemtH3045, en zoektH1245 op haar stratenH7339, ofH518 gij iemandH376vindtH4672, ofH518 er een is, die rechtH4941doetH6213, die waarheidH530zoektH1245, zo zal Ik haar genadigH5545 zijn.Gaat om door de wijken van Jeruzalem, en ziet nu toe, en verneemt, en zoekt op haar straten, of gij iemand vindt, of er een is, die recht doet, die waarheid zoekt, zo zal Ik haar genadig zijn.
KJVRun ye to and fro1through the streets2of Jerusalem,3and see4now, and know,6and seek7in the broad places8thereof, if ye can find10a man,11if there be13any that executeth14judgment,15that seeketh16the truth;17and I will pardon
1שׁוֹטְט֞וּH7751trekken, Trek, doorlopengo (about, through, to and fro), mariner, rower, run to and fro2בְּחוּצ֣וֹתH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without3יְרוּשָׁלִַ֗םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem4וּרְאוּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5נָ֤אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh6וּדְעוּ֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot7וּבַקְשׁ֣וּH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)8בִרְחוֹבוֹתֶ֔יהָH7339straten, straat, wijkenbroad place (way), street. See also H1050 (בֵּית רְחוֹב)9אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet10תִּמְצְא֣וּH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on11אִ֔ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)12אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet13יֵ֛שׁH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest14עֹשֶׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15מִשְׁפָּ֖טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong16מְבַקֵּ֣שׁH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)17אֱמוּנָ֑הH530waarheid, getrouwheid, ambtfaith(-ful, -ly, -ness, (man)), set office, stability, steady, truly, truth, verily18וְאֶסְלַ֖חH5545vergeven, vergeef, vergeveforgive, pardon, spare19לָֽהּ
2En of zij al zeggen: Zo waarachtig als de HEERE leeft! zo zweren zij toch valselijk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En of zij al zeggenH559: Zo waarachtig alsH518 de HEEREH3068leeftH2416! zo zwerenH7650 zij toch valselijkH8267.En of zij al zeggen: Zo waarachtig als de HEERE leeft! zo zweren zij toch valselijk.
KJVAnd though they say,4The LORD3liveth;2surely they swear7falsely.
1וְאִ֥םH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2חַיH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop3יְהֹוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4יֹאמֵ֑רוּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5לָכֵ֥ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you6לַשֶּׁ֖קֶרH8267leugen, valse, valsheidwithout a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully7יִשָּׁבֵֽעוּH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear
3O HEERE! zien Uw ogen niet naar waarheid? Gij hebt hen geslagen, maar zij hebben geen pijn gevoeld; Gij hebt hen verteerd, maar zij hebben geweigerd de tucht aan te nemen; zij hebben hun aangezichten harder gemaakt dan een steenrots, zij hebben geweigerd zich te bekeren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3O HEEREH3068! zien Uw ogenH5869nietH3808 naar waarheidH530? Gij hebt hen geslagenH5221, maar zij hebben geenH3808pijn gevoeldH2342; Gij hebt hen verteerdH3615, maar zij hebben geweigerdH3985 de tuchtH4148 aan te nemenH3947; zij hebben hun aangezichtenH6440harderH2388 gemaakt dan een steenrotsH5553, zij hebben geweigerdH3985 zich te bekerenH7725.O HEERE! zien Uw ogen niet naar waarheid? Gij hebt hen geslagen, maar zij hebben geen pijn gevoeld; Gij hebt hen verteerd, maar zij hebben geweigerd de tucht aan te nemen; zij hebben hun aangezichten harder gemaakt dan een steenrots, zij hebben geweigerd zich te bekeren.
KJVO LORD,1are not thine eyes2upon the truth?4thou hast stricken5them, but they have not grieved;8thou hast consumed9them, but they have refused10to receive11correction:12they have made their faces14harder13than a rock;15they have refused16to return.
1יְהֹוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)2עֵינֶיךָ֮H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)3הֲל֣וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4לֶאֱמוּנָה֒H530waarheid, getrouwheid, ambtfaith(-ful, -ly, -ness, (man)), set office, stability, steady, truly, truth, verily5הִכִּ֤יתָהH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound6אֹתָם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7וְֽלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8חָ֔לוּH2342geboren, barensnood, bevenbear, (make to) bring forth, (make to) calve, dance, drive away, fall grievously (with pain), fear, form, great, grieve, (be) grievous, hope, look, make, be in pain, be much (sore) pained, rest, shake, shapen, (be) sorrow(-ful), stay, tarry, travail (with pain), tremble, trust, wait carefully (patiently), be wounded9כִּלִּיתָ֕םH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste10מֵאֲנ֖וּH3985weigerde, weigert, geweigerdrefuse, [idiom] utterly11קַ֣חַתH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win12מוּסָ֑רH4148tucht, kastijding, onderwijsbond, chastening(-eth), chastisement, check, correction, discipline, doctrine, instruction, rebuke13חִזְּק֤וּH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand14פְנֵיהֶם֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you15מִסֶּ֔לַעH5553steenrots, rotssteen, steenrotsen(ragged) rock, stone(-ny), strong hold16מֵאֲנ֖וּH3985weigerde, weigert, geweigerdrefuse, [idiom] utterly17לָשֽׁוּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw
4Doch ik zeide: Zekerlijk, deze zijn arm; zij handelen zottelijk, omdat zij den weg des HEEREN, het recht hun Gods niet weten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Doch ikH589zeideH559: Zekerlijk, deze zijn armH1800; zijH1992 handelen zottelijkH2973, omdatH3588 zij den wegH1870 des HEERENH3068, het rechtH4941 hun GodsH430nietH3808wetenH3045.Doch ik zeide: Zekerlijk, deze zijn arm; zij handelen zottelijk, omdat zij den weg des HEEREN, het recht hun Gods niet weten.
KJVTherefore I said,2Surely these are poor;4they are foolish:6for they know9not the way10of the LORD,11nor the judgment12of their God.
1וַאֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who2אָמַ֔רְתִּיH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3אַךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)4דַּלִּ֖יםH1800armen, arme, armlean, needy, poor (man), weaker5הֵ֑םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye6נוֹאֲל֕וּH2973zot, zottelijkdote, be (become, do) foolish(-ly)7כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9יָדְעוּ֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot10דֶּ֣רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)11יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12מִשְׁפַּ֖טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong13אֱלֹהֵיהֶֽםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
5Ik zal gaan tot de groten, en met hen spreken, want die weten den weg des HEEREN, het recht huns Gods; maar zij hadden te zamen het juk verbroken, en de banden verscheurd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Ik zal gaanH3212totH413 de grotenH1419, en met hen sprekenH1696, wantH3588dieH1992wetenH3045 den wegH1870 des HEERENH3068, het rechtH4941 huns GodsH430; maar zijH1992 hadden te zamenH3162 het jukH5923verbrokenH7665, en de bandenH4147verscheurdH5423.Ik zal gaan tot de groten, en met hen spreken, want die weten den weg des HEEREN, het recht huns Gods; maar zij hadden te zamen het juk verbroken, en de banden verscheurd.
KJVI will get1me unto the great men,4and will speak5unto them; for they have known9the way10of the LORD,11and the judgment12of their God:13but these have altogether16broken17the yoke,18and burst19the bonds.
1אֵֽלֲכָהH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2לִּ֤י3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הַגְּדֹלִים֙H1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very5וַאֲדַבְּרָ֣הH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work6אוֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8הֵ֗מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye9יָדְעוּ֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot10דֶּ֣רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)11יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12מִשְׁפַּ֖טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong13אֱלֹהֵיהֶ֑םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty14אַ֣ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)15הֵ֤מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye16יַחְדָּו֙H3162samen, tezamenalike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal17שָׁ֣בְרוּH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))18עֹ֔לH5923juk, juks, maaktet jukyoke19נִתְּק֖וּH5423afgetrokken, verscheurd, verscheurenbreak (off), burst, draw (away), lift up, pluck (away, off), pull (out), root out20מוֹסֵרֽוֹתH4147banden, andenband, bond
6Daarom heeft hen een leeuw uit het woud verslagen, een wolf der wildernissen zal hen verwoesten; een luipaard waakt tegen hun steden; al wie uit dezelve uitgaat, zal verscheurd worden; want hun overtredingen zijn vermenigvuldigd, hun afkeringen zijn machtig veel geworden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6DaaromH3651 heeft hen een leeuwH738 uit het woudH3293verslagenH5221, een wolfH2061 der wildernissenH6160 zal hen verwoestenH7703; een luipaardH5246waaktH8245tegenH5921 hun stedenH5892; alH3605 wie uit dezelve uitgaatH3318, zal verscheurdH2963 worden; wantH3588 hun overtredingenH6588 zijn vermenigvuldigdH7231, hun afkeringenH4878 zijn machtig veelH6105 geworden.Daarom heeft hen een leeuw uit het woud verslagen, een wolf der wildernissen zal hen verwoesten; een luipaard waakt tegen hun steden; al wie uit dezelve uitgaat, zal verscheurd worden; want hun overtredingen zijn vermenigvuldigd, hun afkeringen zijn machtig veel geworden.
KJVWherefore a lion4out of the forest5shall slay3them, and a wolf6of the evenings7shall spoil8them, a leopard9shall watch10over their cities:12every one that goeth out14thence shall15be torn in pieces:16because their transgressions19are many,18and their backslidings21are increased.
1עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2כֵּן֩H3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you3הִכָּ֨םH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound4אַרְיֵ֜הH738leeuw, leeuwen, leeuws(young) lion, [phrase] pierce (from the margin)5מִיַּ֗עַרH3293woud, wouds, wouden(honey-) comb, forest, wood6זְאֵ֤בH2061wolf, wolvenwolf7עֲרָבוֹת֙H6160vlakke velden, vlakke veld, wildernisArabah, champaign, desert, evening, heaven, plain, wilderness. See also H1026 (בֵּית הָעֲרָבָה)8יְשָׁדְדֵ֔םH7703verwoest, verstoord, verstoorderdead, destroy(-er), oppress, robber, spoil(-er), [idiom] utterly, (lay) waste9נָמֵ֤רH5246luipaard, luipaardenleopard10שֹׁקֵד֙H8245waken, gewaakt, waakthasten, remain, wake, watch (for)11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12עָ֣רֵיהֶ֔םH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14הַיּוֹצֵ֥אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter15מֵהֵ֖נָּהH2007zij, deze (vrouwelijk meervoud)[idiom] in, [idiom] such (and such things), their, (into) them, thence, therein, these, they (had), on this side, whose, wherein16יִטָּרֵ֑ףH2963verscheurd, verscheurt, rovencatch, [idiom] without doubt, feed, ravin, rend in pieces, [idiom] surely, tear (in pieces)17כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18רַבּוּ֙H7231vermenigvuldigd, vermenigvuldigen, veleincrease, be many(-ifold), be more, multiply, ten thousands19פִּשְׁעֵיהֶ֔םH6588overtredingen, overtreding, afvalrebellion, sin, transgression, trespass20עָצְמ֖וּH6105machtig, machtig veel, machtigerbreak the bones, close, be great, be increased, be (wax) mighty(-ier), be more, shut, be(-come, make) strong(-er)21מְשׁוּבוֹתֵיהֶֽםH4878afgekeerde, afkering, afkeringenbacksliding, turning away
7Hoe zou Ik over zulks u vergeven? Uw kinderen verlaten Mij, en zweren bij hen, die geen God zijn; als Ik hen verzadigd heb, zo bedrijven zij overspel, en verzamelen bij hopen in het hoerenhuis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7HoeH335 zou Ik over zulks u vergevenH5545? Uw kinderenH1121verlatenH5800 Mij, en zwerenH7650 bij hen, die geenH3808GodH430 zijn; als Ik hen verzadigdH7650 heb, zo bedrijven zij overspelH5003, en verzamelen bij hopenH1413 in het hoerenhuisH2181.Hoe zou Ik over zulks u vergeven? Uw kinderen verlaten Mij, en zweren bij hen, die geen God zijn; als Ik hen verzadigd heb, zo bedrijven zij overspel, en verzamelen bij hopen in het hoerenhuis.
KJVHow1shall I pardon3thee for this?2thy children5have forsaken6me, and sworn7by them that are no8gods:9when I had fed them to the full,they then committed adultery,12and assembled themselves by troops15in the harlots'14houses.
1אֵ֤יH335waar?; hoe?how, what, whence, where, whether, which (way)2לָזֹאת֙H2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus3אֶֽסְלַֽחH5545vergeven, vergeef, vergeveforgive, pardon, spare4לָ֔ךְH5545vergeven, vergeef, vergeveforgive, pardon, spare5בָּנַ֣יִךְH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6עֲזָב֔וּנִיH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely7וַיִּשָּׁבְע֖וּH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear8בְּלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9אֱלֹהִ֑יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty10וָאַשְׂבִּ֤עַH7646verzadigd, verzadigen, verzadigthave enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of11אוֹתָם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12וַיִּנְאָ֔פוּH5003overspel, overspelers, bedrijven overspeladulterer(-ess), commit(-ing) adultery, woman that breaketh wedlock13וּבֵ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)14זוֹנָ֖הH2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish15יִתְגֹּדָֽדוּH1413gesneden, hopen, insnijdenassemble (selves by troops), gather (selves together, self in troops), cut selves
8Als welgevoederde hengsten zijn zij vroeg op; zij hunkeren een iegelijk naar zijns naasten huisvrouw.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Als welgevoederdeH2109hengstenH5483 zijn zij vroegH7904 op; zijH1961hunkerenH6670 een iegelijkH376naarH413 zijns naastenH7453huisvrouwH802.Als welgevoederde hengsten zijn zij vroeg op; zij hunkeren een iegelijk naar zijns naasten huisvrouw.
KJVThey were as fed2horses1in the morning:3every one5neighed9after his neighbour's8wife.
1סוּסִ֥יםH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)2מְיֻזָּנִ֖יםH2109welgevoederdefeed3מַשְׁכִּ֣יםH7904vroegin the morning (by mistake for H7925 (שָׁכַם))4הָי֑וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5אִ֛ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7אֵ֥שֶׁתH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English8רֵעֵ֖הוּH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other9יִצְהָֽלוּH6670Juich, Roep luide, blinkenbellow, cry aloud (out), lift up, neigh, rejoice, make to shine, shout
9Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen? spreekt de HEERE. Of zou Mijn ziel zich niet wreken aan zulk een volk, als dit is?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Zou Ik over die dingen geenH3808bezoekingH6485 doen? spreektH5002 de HEEREH3068. Of zou Mijn zielH5315 zich nietH3808wrekenH5358 aan zulk een volkH1471, als dit is?Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen? spreekt de HEERE. Of zou Mijn ziel zich niet wreken aan zulk een volk, als dit is?
KJVShall I not visit4for these things? saith5the LORD:6and shall not my soul13be avenged12on such a nation
1הַֽעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2אֵ֥לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)3לוֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4אֶפְקֹ֖דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want5נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith6יְהֹוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7וְאִם֙H518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet8בְּג֣וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people9אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10כָּזֶ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)11לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12תִתְנַקֵּ֖םH5358wreken, gewroken, wrekeavenge(-r, self), punish, revenge (self), [idiom] surely, take vengeance13נַפְשִֽׁיH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
10Beklimt haar muren, en verderft ze (doch maakt geen voleinding); doet haar spitsen weg, want zij zijn des HEEREN niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10BeklimtH5927 haar murenH8284, en verderftH7843 ze (doch maakt geen voleindingH3617); doetH6213 haar spitsenH5189wegH5493, wantH3588zijH1992 zijn des HEERENH3068 niet.Beklimt haar muren, en verderft ze (doch maakt geen voleinding); doet haar spitsen weg, want zij zijn des HEEREN niet.
KJVGo ye up1upon her walls,2and destroy;3but make6not a full end:4take away7her battlements;8for they are not the LORD'S.
1עֲל֤וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2בְשָׁרוֹתֶ֨יהָ֙H8284murensing (by mistake for H7891 (שִׁיר)), wall3וְשַׁחֵ֔תוּH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)4וְכָלָ֖הH3617voleinding, uiterste, verdelgingaltogether, (be, utterly) consume(-d), consummation(-ption), was determined, (full, utter) end, riddance5אַֽלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than6תַּעֲשׂ֑וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7הָסִ֨ירוּ֙H5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without8נְטִ֣ישׁוֹתֶ֔יהָH5189spitsen, takken, wijnrankenbattlement, branch, plant9כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10ל֥וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12הֵֽמָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye
11Want het huis van Israel en het huis van Juda hebben gans trouwelooslijk tegen Mij gehandeld, spreekt de HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11WantH3588 het huisH1004 van IsraelH3478 en het huisH1004 van JudaH3063 hebben gansH898trouwelooslijkH898 tegen Mij gehandeld, spreektH5002 de HEEREH3068.Want het huis van Israel en het huis van Juda hebben gans trouwelooslijk tegen Mij gehandeld, spreekt de HEERE.
KJVFor the house5of Israel6and the house7of Judah8have dealt very2treacherously3against me, saith9the LORD.
12Zij verloochenen den HEERE, en zeggen: Hij is het niet, en ons zal geen kwaad overkomen, wij zullen noch zwaard noch honger zien.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Zij verloochenenH3584 den HEEREH3068, en zeggenH559: Hij is het nietH3808, en ons zal geenH3808kwaadH7451overkomenH935, wij zullen noch zwaardH2719 noch hongerH7458zienH7200.Zij verloochenen den HEERE, en zeggen: Hij is het niet, en ons zal geen kwaad overkomen, wij zullen noch zwaard noch honger zien.
KJVThey have belied1the LORD,2and said,3It is not he; neither shall evil9come7upon us; neither shall we see13sword10nor famine:
1כִּֽחֲשׁוּ֙H3584liegen, gelogen, geveinsdelijk onderworpendeceive, deny, dissemble, fail, deal falsely, be found liars, (be-) lie, lying, submit selves2בַּיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3וַיֹּאמְר֖וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5ה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7תָב֤וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8עָלֵ֨ינוּ֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9רָעָ֔הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)10וְחֶ֥רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool11וְרָעָ֖בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger12ל֥וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13נִרְאֶֽהH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions
13Ja, die profeten zullen tot wind worden, want het woord is niet bij hen; hun zelven zal zo geschieden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Ja, die profetenH5030 zullen tot windH7307 worden, want het woordH1696 is nietH369 bij hen; hun zelvenH6213 zal zoH3541 geschieden.Ja, die profeten zullen tot wind worden, want het woord is niet bij hen; hun zelven zal zo geschieden.
KJVAnd the prophets1shall become wind,3and the wordis not in them: thus shall it be done
1וְהַנְּבִיאִים֙H5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet2יִֽהְי֣וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3לְר֔וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)4וְהַדִּבֵּ֖רH1699kooi, wijzefold, manner5אֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)6בָּהֶ֑ם7כֹּ֥הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder8יֵעָשֶׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9לָהֶֽם
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
14Daarom zegt de HEERE, de God der heirscharen, alzo, omdat gijlieden dit woord spreekt: Ziet, Ik zal Mijn woorden in uw mond tot vuur maken, en dit volk tot hout, en het zal hen verteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14DaaromH3651zegtH559 de HEEREH3068, de GodH430 der heirscharenH6635, alzo, omdat gijlieden ditH2088woordH1697spreektH1696: ZietH2005, Ik zal Mijn woordenH1697 in uw mondH6310 tot vuurH784 maken, en ditH2088volkH5971 tot houtH6086, en het zal hen verterenH398.Daarom zegt de HEERE, de God der heirscharen, alzo, omdat gijlieden dit woord spreekt: Ziet, Ik zal Mijn woorden in uw mond tot vuur maken, en dit volk tot hout, en het zal hen verteren.
KJVWherefore thus saith3the LORD4God5of hosts,6Because ye speak8this word,10behold, I will make13my words14in thy mouth15fire,16and this people17wood,19and it shall devour
1לָכֵ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֤רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6צְבָא֔וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)7יַ֚עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why8דַּבֶּרְכֶ֔םH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הַדָּבָ֖רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work11הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)12הִנְנִ֣יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though13נֹתֵן֩H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14דְּבָרַ֨יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work15בְּפִ֜יךָH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word16לְאֵ֗שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot17וְהָעָ֥םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people18הַזֶּ֛הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)19עֵצִ֖יםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood20וַאֲכָלָֽתַםH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
15Ziet, Ik zal over ulieden een volk van verre brengen, o huis Israels! spreekt de HEERE; het is een sterk volk, het is een zeer oud volk, een volk, welks spraak gij niet zult kennen, en niet horen, wat het spreken zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15ZietH2005, Ik zal overH5921 ulieden een volkH1471 van verreH4801brengenH935, o huisH1004IsraelsH3478! spreektH5002 de HEEREH3068; het is een sterkH386volkH1471, hetH1931 is een zeer oudH5769volkH1471, een volkH1471, welks spraakH3956 gij nietH3808 zult kennenH3045, en nietH3808horenH8085, watH4100 het sprekenH1696 zal.Ziet, Ik zal over ulieden een volk van verre brengen, o huis Israels! spreekt de HEERE; het is een sterk volk, het is een zeer oud volk, een volk, welks spraak gij niet zult kennen, en niet horen, wat het spreken zal.
KJVLo, I will bring2a nation4upon you from far,5O house6of Israel,7saith8the LORD:9it is a mighty11nation,10it is an ancient14nation,13a nation16whose language19thou knowest18not, neither understandest21what they say.
1הִנְנִ֣יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though2מֵבִיא֩H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3עֲלֵיכֶ֨םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4גּ֧וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people5מִמֶּרְחָ֛קH4801verre, verren, ver(a-, dwell in, very) far (country, off). See also H1023 (בֵּית הַמֶּרְחָק)6בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith9יְהֹוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10גּ֣וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people11אֵיתָ֣ןH386sterke, kracht, machtigenhard, mighty, rough, strength, strong12ה֗וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who13גּ֤וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people14מֵעוֹלָם֙H5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)15ה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who16גּ֚וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people17לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18תֵדַ֣עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot19לְשֹׁנ֔וֹH3956tong, spraak, tongen[phrase] babbler, bay, [phrase] evil speaker, language, talker, tongue, wedge20וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21תִשְׁמַ֖עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness22מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why23יְדַבֵּֽרH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
16Zijn pijlkoker is als een open graf; zij zijn altemaal helden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Zijn pijlkokerH827 is als een openH6605grafH6913; zij zijn altemaal heldenH1368.Zijn pijlkoker is als een open graf; zij zijn altemaal helden.
KJVTheir quiver1is as an open3sepulchre,2they are all mighty men.
1אַשְׁפָּת֖וֹH827pijlkokerquiver2כְּקֶ֣בֶרH6913graf, graven, begrafenissenburying place, grave, sepulchre3פָּת֑וּחַH6605open, opende, geopendappear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent4כֻּלָּ֖םH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5גִּבּוֹרִֽיםH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man
17En het zal uw oogst en uw brood opeten, dat uw zonen en uw dochteren zouden eten; het zal uw schapen en uw runderen opeten; het zal uw wijnstok en uw vijgeboom opeten; uw vaste steden, op dewelke gij vertrouwt, zal het arm maken, door het zwaard.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En het zal uw oogstH7105 en uw broodH3899opetenH398, dat uw zonenH1121 en uw dochterenH1323 zouden etenH398; het zal uw schapenH6629 en uw runderenH1241opetenH398; het zal uw wijnstokH1612 en uw vijgeboomH8384opetenH398; uw vasteH4013stedenH5892, op dewelkeH834gijH859vertrouwtH982, zal het armH7567 maken, door het zwaardH2719.En het zal uw oogst en uw brood opeten, dat uw zonen en uw dochteren zouden eten; het zal uw schapen en uw runderen opeten; het zal uw wijnstok en uw vijgeboom opeten; uw vaste steden, op dewelke gij vertrouwt, zal het arm maken, door het zwaard.
18Nochtans zal Ik ook in die dagen, spreekt de HEERE, geen voleinding met ulieden maken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Nochtans zal Ik ookH1571 in dieH1992dagenH3117, spreektH5002 de HEEREH3068, geenH3808voleindingH3617metH854 ulieden makenH6213.Nochtans zal Ik ook in die dagen, spreekt de HEERE, geen voleinding met ulieden maken.
KJVNevertheless in those days,2saith4the LORD,5I will not make7a full end
1וְגַ֛םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2בַּיָּמִ֥יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3הָהֵ֖מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye4נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith5יְהֹוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7אֶעֱשֶׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8אִתְּכֶ֖םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix9כָּלָֽהH3617voleinding, uiterste, verdelgingaltogether, (be, utterly) consume(-d), consummation(-ption), was determined, (full, utter) end, riddance
19En het zal geschieden, wanneer gij zult zeggen: Waarom heeft ons de HEERE, onze God, al deze dingen gedaan? dat gij tot hen zeggen zult: Gelijk als gijlieden Mij hebt verlaten, en vreemde goden in uw land gediend, alzo zult gij de uitlandse dienen, in een land, dat het uwe niet is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En het zal geschieden, wanneer gij zult zeggenH559: WaaromH4100 heeft ons de HEEREH3068, onze GodH430, alH3605dezeH428 dingen gedaanH6213? dat gij totH413 hen zeggenH559 zult: Gelijk alsH3588 gijlieden Mij hebt verlatenH5800, en vreemdeH5236godenH430 in uw landH776gediendH5647, alzoH3651 zult gij de uitlandseH2114dienenH5647, in een landH776, dat het uwe nietH3808isH1961.En het zal geschieden, wanneer gij zult zeggen: Waarom heeft ons de HEERE, onze God, al deze dingen gedaan? dat gij tot hen zeggen zult: Gelijk als gijlieden Mij hebt verlaten, en vreemde goden in uw land gediend, alzo zult gij de uitlandse dienen, in een land, dat het uwe niet is.
KJVAnd it shall come to pass, when ye shall say,3Wherefore4doeth6the LORD7our God8all these things unto us? then shalt thou answer13them, Like as ye have forsaken16me, and served18strange20gods19in your land,21so shall ye serve23strangers24in a land
1וְהָיָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3תֹאמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4תַּ֣חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with5מֶ֗הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why6עָשָׂ֨הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7יְהֹוָ֧הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֱלֹהֵ֛ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9לָ֖נוּ10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12אֵ֑לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)13וְאָמַרְתָּ֣H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14אֲלֵיהֶ֗םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15כַּאֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16עֲזַבְתֶּ֤םH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely17אוֹתִי֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18וַתַּעַבְד֞וּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,19אֱלֹהֵ֤יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty20נֵכָר֙H5236vreemden, vreemde, vreemdalien, strange ([phrase] -er)21בְּאַרְצְכֶ֔םH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world22כֵּ֚ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you23תַּעַבְד֣וּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,24זָרִ֔יםH2114vreemde, vreemden, vreemd(come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman)25בְּאֶ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world26לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without27לָכֶֽם
20Verkondigt dit in het huis van Jakob, en laat het horen in Juda, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20VerkondigtH5046ditH2063 in het huisH1004 van JakobH3290, en laat het horenH8085 in JudaH3063, zeggendeH559:Verkondigt dit in het huis van Jakob, en laat het horen in Juda, zeggende:
KJVDeclare1this in the house3of Jacob,4and publish5it in Judah,6saying,
21Hoort nu dit, gij dwaas en harteloos volk! die ogen hebben, maar zien niet, die oren hebben, maar horen niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21HoortH8085 nu ditH2063, gij dwaasH5530 en harteloosH3820volkH5971! die ogenH5869 hebben, maar zienH7200 niet, die orenH241 hebben, maar horenH8085 niet.Hoort nu dit, gij dwaas en harteloos volk! die ogen hebben, maar zien niet, die oren hebben, maar horen niet.
KJVHear1now this, O foolish5people,4and without understanding;7which have eyes,8and see11not; which have ears,12and hear
1שִׁמְעוּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2נָ֣אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh3זֹ֔אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus4עַ֥םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5סָכָ֖לH5530dwaas, wees dwaas, zottefool(-ish), sottish6וְאֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)7לֵ֑בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom8עֵינַ֤יִםH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)9לָהֶם֙10וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11יִרְא֔וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions12אָזְנַ֥יִםH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show13לָהֶ֖ם14וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15יִשְׁמָֽעוּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness
22Zult gijlieden Mij niet vrezen? spreekt de HEERE; zult gij voor Mijn aangezicht niet beven? Die der zee het zand tot een paal gesteld heb, met een eeuwige inzetting, dat zij daarover niet zal gaan; ofschoon haar golven zich bewegen, zo zullen zij toch niet vermogen, ofschoon zij bruisen, zo zullen zij toch daarover niet gaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Zult gijlieden Mij nietH3808vrezenH3372? spreektH5002 de HEEREH3068; zult gij voor Mijn aangezichtH6440nietH3808bevenH2342? DieH834 der zeeH3220 het zandH2344 tot een paalH1366gesteldH7760 heb, met een eeuwigeH5769inzettingH2706, dat zij daarover nietH3808 zal gaan; ofschoon haar golvenH1530 zich bewegenH1607, zo zullen zij toch nietH3808vermogenH3201, ofschoon zij bruisenH1993, zo zullen zij toch daarover nietH3808 gaan.Zult gijlieden Mij niet vrezen? spreekt de HEERE; zult gij voor Mijn aangezicht niet beven? Die der zee het zand tot een paal gesteld heb, met een eeuwige inzetting, dat zij daarover niet zal gaan; ofschoon haar golven zich bewegen, zo zullen zij toch niet vermogen, ofschoon zij bruisen, zo zullen zij toch daarover niet gaan.
KJVFear3ye not me? saith4the LORD:5will ye not tremble9at my presence,7which have placed11the sand12for the bound13of the sea14by a perpetual16decree,15that it cannot pass18it: and though the waves23thereof toss19themselves, yet can they not prevail;21though they roar,22yet can they not pass over
1הַאוֹתִ֨יH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3תִירָ֜אוּH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)4נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith5יְהֹוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אִ֤םH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet7מִפָּנַי֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תָחִ֔ילוּH2342geboren, barensnood, bevenbear, (make to) bring forth, (make to) calve, dance, drive away, fall grievously (with pain), fear, form, great, grieve, (be) grievous, hope, look, make, be in pain, be much (sore) pained, rest, shake, shapen, (be) sorrow(-ful), stay, tarry, travail (with pain), tremble, trust, wait carefully (patiently), be wounded10אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11שַׂ֤מְתִּיH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work12חוֹל֙H2344zand, zandssand13גְּב֣וּלH1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space14לַיָּ֔םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)15חָקH2706inzettingen, inzetting, bescheidenappointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task16עוֹלָ֖םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)17וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18יַעַבְרֶ֑נְהוּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath19וַיִּֽתְגָּעֲשׁוּ֙H1607bewegen, daverde, daverdenmove, shake, toss, trouble20וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21יוּכָ֔לוּH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer22וְהָמ֥וּH1993bruisen, getier, onrustigclamorous, concourse, cry aloud, be disquieted, loud, mourn, be moved, make a noise, rage, roar, sound, be troubled, make in tumult, tumultuous, be in an uproar23גַלָּ֖יוH1530golven, hoop, hopenbillow, heap, spring, wave24וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without25יַעַבְרֻֽנְהוּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath
23Maar dit volk heeft een afvallig en wederspannig hart; zij zijn afgevallen en heengegaan;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Maar ditH2088volkH5971 heeft een afvalligH5637 en wederspannigH4784hartH3820; zij zijn afgevallenH5493 en heengegaanH3212;Maar dit volk heeft een afvallig en wederspannig hart; zij zijn afgevallen en heengegaan;
KJVBut this people1hath a revolting5and a rebellious6heart;4they are revolted7and gone.
1וְלָעָ֤םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people2הַזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)3הָיָ֔הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4לֵ֖בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom5סוֹרֵ֣רH5637afvalligen, wederstrevig, afvallen[idiom] away, backsliding, rebellious, revolter(-ing), slide back, stubborn, withdrew6וּמוֹרֶ֑הH4784wederspannig, verbitterden, wederspannigenbitter, change, be disobedient, disobey, grievously, provocation, provoke(-ing), (be) rebel (against, -lious)7סָ֖רוּH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without8וַיֵּלֵֽכוּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak
24En zij zeggen niet in hun hart: Laat ons nu den HEERE, onzen God, vrezen, Die den regen geeft, zo vroegen regen als spaden regen, op Zijn tijd; Die ons de weken, de gezette tijden van den oogst, bewaart.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En zij zeggenH559nietH3808 in hun hartH3824: Laat ons nu den HEEREH3068, onzen GodH430, vrezenH3372, Die den regenH1653geeftH5414, zo vroegen regenH3138 als spaden regenH4456, op Zijn tijdH6256; Die ons de weken, de gezetteH2708tijdenH7620 van den oogstH7105, bewaartH8104.En zij zeggen niet in hun hart: Laat ons nu den HEERE, onzen God, vrezen, Die den regen geeft, zo vroegen regen als spaden regen, op Zijn tijd; Die ons de weken, de gezette tijden van den oogst, bewaart.
KJVNeither say2they in their heart,3Let us now fear4the LORD7our God,8that giveth9rain,10both the former11and the latter,12in his season:13he reserveth17unto us the appointed15weeks14of the harvest.
1וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2אָמְר֣וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3בִלְבָבָ֗םH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding4נִ֤ירָאH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)5נָא֙H4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֱלֹהֵ֔ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9הַנֹּתֵ֗ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield10גֶּ֛שֶׁםH1653regen, plasregen, plasregensrain, shower11יוֹרֶ֥הH3138vroegen regenfirst rain, former (rain)12וּמַלְק֖וֹשׁH4456spaden regen, spade regen, spaden regenslatter rain13בְּעִתּ֑וֹH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when14שְׁבֻע֛וֹתH7620weken, week, tijdenseven, week15חֻקּ֥וֹתH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute16קָצִ֖ירH7105oogst, oogstes, takbough, branch, harvest (man)17יִשְׁמָרH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)18לָֽנוּ
25Uw ongerechtigheden wenden die dingen af, en uw zonden weren dat goede van ulieden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Uw ongerechtighedenH5771wendenH5186dieH428 dingen af, en uw zondenH2403werenH4513 dat goedeH2896vanH4480 ulieden.Uw ongerechtigheden wenden die dingen af, en uw zonden weren dat goede van ulieden.
KJVYour iniquities1have turned away2these things, and your sins4have withholden5good
1עֲוֺנוֹתֵיכֶ֖םH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin2הִטּוּH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield3אֵ֑לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)4וְחַטֹּ֣אותֵיכֶ֔םH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)5מָנְע֥וּH4513geweerd, onthouden, Bedwingdeny, keep (back), refrain, restrain, withhold6הַטּ֖וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)7מִכֶּֽםH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
26Want onder Mijn volk worden goddelozen gevonden; een ieder van hen loert, gelijk zich de vogelvangers schikken; zij zetten een verderfelijken strik, zij vangen de mensen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26WantH3588 onder Mijn volkH5971 worden goddelozenH7563gevondenH4672; een iederH376 van hen loertH7789, gelijk zich de vogelvangersH3353schikkenH7918; zij zettenH5324 een verderfelijken strikH4889, zij vangenH3920 de mensenH582.Want onder Mijn volk worden goddelozen gevonden; een ieder van hen loert, gelijk zich de vogelvangers schikken; zij zetten een verderfelijken strik, zij vangen de mensen.
KJVFor among my people3are found2wicked4men: they lay wait,5as he that setteth6snares;7they set8a trap,9they catch11men.
1כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2נִמְצְא֥וּH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on3בְעַמִּ֖יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4רְשָׁעִ֑יםH7563goddelozen, goddeloze, goddeloos[phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong5יָשׁוּר֙H7789aanschouwen, zien, aanschouwbehold, lay wait, look, observe, perceive, regard, see6כְּשַׁ֣ךְH7918gestild, schikken, stilappease, assuage, make to cease, pacify, set7יְקוּשִׁ֔יםH3353vogelvangersfowler, snare8הִצִּ֥יבוּH5324gesteld, stonden, stondappointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state9מַשְׁחִ֖יתH4889verderve, Mashith, verderfelijken strikcorruption, (to) destroy(-ing), destruction, trap, [idiom] utterly10אֲנָשִׁ֥יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11יִלְכֹּֽדוּH3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
27Gelijk een kouw vol is van gevogelte, alzo zijn hun huizen vol van bedrog; daarom zijn zij groot en rijk geworden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Gelijk een kouwH3619volH4392 is van gevogelteH5775, alzoH3651 zijn hun huizenH1004volH4392 van bedrogH4820; daaromH3651 zijn zij grootH1431 en rijkH6238 geworden.Gelijk een kouw vol is van gevogelte, alzo zijn hun huizen vol van bedrog; daarom zijn zij groot en rijk geworden.
KJVAs a cage1is full2of birds,3so are their houses5full6of deceit:7therefore they are become great,10and waxen rich.
1כִּכְלוּב֙H3619korf, kouwbasket, cage2מָ֣לֵאH4392vol, volle, Vol[idiom] she that was with child, fill(-ed, -ed with), full(-ly), multitude, as is worth3ע֔וֹףH5775gevogelte, vogelen, vogelbird, that flieth, flying, fowl4כֵּ֥ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you5בָּתֵּיהֶ֖םH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6מְלֵאִ֣יםH4392vol, volle, Vol[idiom] she that was with child, fill(-ed, -ed with), full(-ly), multitude, as is worth7מִרְמָ֑הH4820bedrog, bedriegelijke, bedrogscraft, deceit(-ful, -fully), false, feigned, guile, subtilly, treachery8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9כֵּ֥ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you10גָּדְל֖וּH1431groot, groter, maaktadvance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower11וַֽיַּעֲשִֽׁירוּH6238rijk, maakt rijk, verrijktbe(-come, en-, make, make self, wax) rich, make (1 Kings 22:48 marg). See H6240 (עָשָׂר)
28Zij zijn vet, zij zijn glad, zelfs de daden der bozen gaan zij te boven; de rechtzaak richten zij niet, zelfs de rechtzaak des wezen, nochtans zijn zij voorspoedig; ook oordelen zij het recht der nooddruftigen niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Zij zijn vetH8080, zij zijn gladH6245, zelfsH1571 de dadenH1697 der bozenH7451 gaan zij te boven; de rechtzaak richtenH1777 zij nietH3808, zelfs de rechtzaak des wezen, nochtans zijn zij voorspoedigH6743; ook oordelenH8199 zij het rechtH4941 der nooddruftigenH34nietH3808.Zij zijn vet, zij zijn glad, zelfs de daden der bozen gaan zij te boven; de rechtzaak richten zij niet, zelfs de rechtzaak des wezen, nochtans zijn zij voorspoedig; ook oordelen zij het recht der nooddruftigen niet.
Ook in dit vers
rechtzaakH1779
rechtzaakH3490
KJVThey are waxen fat,1they shine:2yea, they overpass4the deeds5of the wicked:6they judge9not the cause,7the cause of the fatherless,11yet they prosper;12and the right13of the needy14do they not judge.
1שָׁמְנ֣וּH8080vetbecome (make, wax) fat2עָשְׁת֗וּH6245gedenken, gladshine, think3גַּ֚םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea4עָֽבְר֣וּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath5דִבְרֵיH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work6רָ֔עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)7דִּ֣יןH1779rechtzaak, gericht, rechtshandelcause, judgement, plea, strife8לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9דָ֔נוּH1777richten, recht, gericht(come) with a straight course10דִּ֥יןH1779rechtzaak, gericht, rechtshandelcause, judgement, plea, strife11יָת֖וֹםH3490wees, niemand, rechtzaakfatherless (child), orphan12וְיַצְלִ֑יחוּH6743voorspoedig, vaardig, gedijenbreak out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously)13וּמִשְׁפַּ֥טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong14אֶבְיוֹנִ֖יםH34nooddruftige, nooddruftigen, armenbeggar, needy, poor (man)15לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16שָׁפָֽטוּH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule
29Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen? spreekt de HEERE; zou Mijn ziel zich niet wreken aan zulk een volk als dit is?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Zou Ik over die dingen geenH3808bezoekingH6485 doen? spreektH5002 de HEEREH3068; zou Mijn zielH5315 zich nietH3808wrekenH5358 aan zulk een volkH1471alsH518 dit is?Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen? spreekt de HEERE; zou Mijn ziel zich niet wreken aan zulk een volk als dit is?
KJVShall I not visit4for these things? saith5the LORD:6shall not my soul13be avenged12on such a nation
1הַֽעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2אֵ֥לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)3לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4אֶפְקֹ֖דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want5נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith6יְהֹוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אִ֚םH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet8בְּג֣וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people9אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10כָּזֶ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)11לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12תִתְנַקֵּ֖םH5358wreken, gewroken, wrekeavenge(-r, self), punish, revenge (self), [idiom] surely, take vengeance13נַפְשִֽׁיH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
30Een schrikkelijke en afschuwelijke zaak geschiedt er in het land.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Een schrikkelijkeH8047 en afschuwelijkeH8186zaakH1961 geschiedt er in het landH776.Een schrikkelijke en afschuwelijke zaak geschiedt er in het land.
KJVA wonderful1and horrible thing2is committed3in the land;
31De profeten profeteren valselijk, en de priesters heersen door hun handen; en Mijn volk heeft het gaarne alzo; maar wat zult gij ten einde van dien maken?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31De profetenH5030profeterenH5012valselijkH8267, en de priestersH3548heersenH7287 door hun handenH3027; en Mijn volkH5971 heeft het gaarneH157alzoH3651; maar watH4100 zult gij ten eindeH319 van dien makenH6213?De profeten profeteren valselijk, en de priesters heersen door hun handen; en Mijn volk heeft het gaarne alzo; maar wat zult gij ten einde van dien maken?
KJVThe prophets1prophesy2falsely,3and the priests4bear rule5by their means;7and my people8love9to have it so: and what will ye do12in the end
1הַנְּבִיאִ֞יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet2נִבְּא֣וּH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet3בַשֶּׁ֗קֶרH8267leugen, valse, valsheidwithout a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully4וְהַכֹּהֲנִים֙H3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer5יִרְדּ֣וּH7287heerschappij, heersen, heerste(come to, make to) have dominion, prevail against, reign, (bear, make to) rule,(-r, over), take6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7יְדֵיהֶ֔םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8וְעַמִּ֖יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9אָ֣הֲבוּH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend10כֵ֑ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you11וּמַֽהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why12תַּעֲשׂ֖וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13לְאַחֲרִיתָֽהּH319laatste, einde, nakomelingen(last, latter) end (time), hinder (utter) -most, length, posterity, remnant, residue, reward
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 5:1— Gaat om door de wijken van Jeruzalem, en ziet nu toe, en verneemt, en zoekt op haar straten, of gij iemand vindt, of er een is, die recht doet, die waarheid zoekt, zo zal Ik haar genadig zijn.2 Kronieken 16:9→Ezechiël 22:30→Genesis 18:23→Daniël 12:4→Psalmen 12:1→Psalmen 53:2→Psalmen 14:3→Jesaja 59:4→
Jeremia 5:2— En of zij al zeggen: Zo waarachtig als de HEERE leeft! zo zweren zij toch valselijk.Titus 1:16→Jeremia 7:9→Jeremia 4:2→Jesaja 48:1→1 Timotheüs 1:10→Hosea 10:4→Zacharia 5:3→Maleachi 3:5→
Jeremia 5:3— O HEERE! zien Uw ogen niet naar waarheid? Gij hebt hen geslagen, maar zij hebben geen pijn gevoeld; Gij hebt hen verteerd, maar zij hebben geweigerd de tucht aan te nemen; zij hebben hun aangezichten harder gemaakt dan een steenrots, zij hebben geweigerd zich te bekeren.2 Kronieken 16:9→Jeremia 2:30→Jeremia 7:28→Jesaja 9:13→Zacharia 7:11→Psalmen 11:4→Sefanja 3:1→Sefanja 3:7→
Jeremia 5:4— Doch ik zeide: Zekerlijk, deze zijn arm; zij handelen zottelijk, omdat zij den weg des HEEREN, het recht hun Gods niet weten.Hosea 4:6→Jeremia 8:7→Mattheüs 11:5→Jesaja 27:11→Jeremia 4:22→Johannes 7:48→Jesaja 28:9→Jeremia 7:8→
Jeremia 5:5— Ik zal gaan tot de groten, en met hen spreken, want die weten den weg des HEEREN, het recht huns Gods; maar zij hadden te zamen het juk verbroken, en de banden verscheurd.Jeremia 2:20→Jakobus 2:5→Jeremia 6:13→Micha 7:3→Lukas 19:14→Lukas 18:24→Sefanja 3:3→Maleachi 2:7→
Jeremia 5:6— Daarom heeft hen een leeuw uit het woud verslagen, een wolf der wildernissen zal hen verwoesten; een luipaard waakt tegen hun steden; al wie uit dezelve uitgaat, zal verscheurd worden; want hun overtredingen zijn vermenigvuldigd, hun afkeringen zijn machtig veel geworden.Jeremia 4:7→Habakuk 1:8→Sefanja 3:3→Ezechiël 22:27→Daniël 7:4→Psalmen 104:20→Jeremia 49:19→Jeremia 30:24→
Jeremia 5:7— Hoe zou Ik over zulks u vergeven? Uw kinderen verlaten Mij, en zweren bij hen, die geen God zijn; als Ik hen verzadigd heb, zo bedrijven zij overspel, en verzamelen bij hopen in het hoerenhuis.Deuteronomium 32:21→Jozua 23:7→Galaten 4:8→Jeremia 2:11→Sefanja 1:5→Jeremia 23:10→Jeremia 12:16→Jeremia 9:2→
Jeremia 5:8— Als welgevoederde hengsten zijn zij vroeg op; zij hunkeren een iegelijk naar zijns naasten huisvrouw.Jeremia 13:27→Ezechiël 22:11→2 Samuël 11:2→Genesis 39:9→Jeremia 29:23→Mattheüs 5:27→Job 31:9→Exodus 20:14→
Jeremia 5:9— Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen? spreekt de HEERE. Of zou Mijn ziel zich niet wreken aan zulk een volk, als dit is?Jeremia 9:9→Jeremia 5:29→Hosea 2:13→Deuteronomium 32:35→Nahum 1:2→Klaagliederen 4:22→Ezechiël 5:13→Jeremia 23:2→
Jeremia 5:10— Beklimt haar muren, en verderft ze (doch maakt geen voleinding); doet haar spitsen weg, want zij zijn des HEEREN niet.Jeremia 4:27→Psalmen 78:61→Jeremia 39:8→2 Koningen 24:2→Mattheüs 22:7→Jeremia 25:9→Jesaja 10:5→Jesaja 13:1→
Jeremia 5:11— Want het huis van Israel en het huis van Juda hebben gans trouwelooslijk tegen Mij gehandeld, spreekt de HEERE.Jeremia 3:20→Hosea 6:7→Hosea 5:7→Jesaja 48:8→Jeremia 3:6→
Jeremia 5:12— Zij verloochenen den HEERE, en zeggen: Hij is het niet, en ons zal geen kwaad overkomen, wij zullen noch zwaard noch honger zien.2 Kronieken 36:16→Jeremia 43:2→Jeremia 28:15→Micha 3:11→Jeremia 28:4→Deuteronomium 29:19→Psalmen 10:6→Jesaja 28:14→
Jeremia 5:13— Ja, die profeten zullen tot wind worden, want het woord is niet bij hen; hun zelven zal zo geschieden.Jeremia 14:15→Job 8:2→Jeremia 14:13→Jeremia 28:3→Jeremia 18:18→Jeremia 20:8→Hosea 9:7→Job 6:26→
Jeremia 5:14— Daarom zegt de HEERE, de God der heirscharen, alzo, omdat gijlieden dit woord spreekt: Ziet, Ik zal Mijn woorden in uw mond tot vuur maken, en dit volk tot hout, en het zal hen verteren.Jeremia 1:9→Jeremia 23:29→Hosea 6:5→2 Koningen 1:10→Openbaring 11:5→Zacharia 1:6→Jeremia 28:15→
Jeremia 5:15— Ziet, Ik zal over ulieden een volk van verre brengen, o huis Israels! spreekt de HEERE; het is een sterk volk, het is een zeer oud volk, een volk, welks spraak gij niet zult kennen, en niet horen, wat het spreken zal.Deuteronomium 28:49→Jeremia 4:16→Jesaja 28:11→Jesaja 5:26→Jeremia 1:15→Jesaja 33:19→1 Korinthe 14:21→Jesaja 29:3→
Jeremia 5:16— Zijn pijlkoker is als een open graf; zij zijn altemaal helden.Jesaja 5:28→Psalmen 5:9→Romeinen 3:13→
Jeremia 5:17— En het zal uw oogst en uw brood opeten, dat uw zonen en uw dochteren zouden eten; het zal uw schapen en uw runderen opeten; het zal uw wijnstok en uw vijgeboom opeten; uw vaste steden, op dewelke gij vertrouwt, zal het arm maken, door het zwaard.Deuteronomium 28:33→Leviticus 26:16→Jesaja 62:9→Jeremia 50:17→Jeremia 4:26→Habakuk 3:17→Jeremia 4:7→Sefanja 3:6→
Jeremia 5:18— Nochtans zal Ik ook in die dagen, spreekt de HEERE, geen voleinding met ulieden maken.Jeremia 5:10→Jeremia 4:27→Ezechiël 9:8→Ezechiël 11:13→Romeinen 11:1→
Jeremia 5:19— En het zal geschieden, wanneer gij zult zeggen: Waarom heeft ons de HEERE, onze God, al deze dingen gedaan? dat gij tot hen zeggen zult: Gelijk als gijlieden Mij hebt verlaten, en vreemde goden in uw land gediend, alzo zult gij de uitlandse dienen, in een land, dat het uwe niet is.1 Koningen 9:8→Jeremia 13:22→Jeremia 22:8→Deuteronomium 28:47→Jeremia 16:13→Jeremia 16:10→Deuteronomium 29:24→Deuteronomium 4:25→
Jeremia 5:21— Hoort nu dit, gij dwaas en harteloos volk! die ogen hebben, maar zien niet, die oren hebben, maar horen niet.Ezechiël 12:2→Handelingen 28:26→Jesaja 6:9→Johannes 12:40→Romeinen 11:8→Jeremia 4:22→Deuteronomium 32:6→Jeremia 8:7→
Jeremia 5:22— Zult gijlieden Mij niet vrezen? spreekt de HEERE; zult gij voor Mijn aangezicht niet beven? Die der zee het zand tot een paal gesteld heb, met een eeuwige inzetting, dat zij daarover niet zal gaan; ofschoon haar golven zich bewegen, zo zullen zij toch niet vermogen, ofschoon zij bruisen, zo zullen zij toch daarover niet gaan.Psalmen 119:120→Jeremia 10:7→Deuteronomium 28:58→Job 38:10→Psalmen 104:9→Spreuken 8:29→Openbaring 15:4→Job 26:10→
Jeremia 5:23— Maar dit volk heeft een afvallig en wederspannig hart; zij zijn afgevallen en heengegaan;Jeremia 6:28→Deuteronomium 21:18→Psalmen 95:10→Jeremia 5:5→Hebreeën 3:12→Jeremia 17:9→Hosea 11:7→Jesaja 31:6→
Jeremia 5:24— En zij zeggen niet in hun hart: Laat ons nu den HEERE, onzen God, vrezen, Die den regen geeft, zo vroegen regen als spaden regen, op Zijn tijd; Die ons de weken, de gezette tijden van den oogst, bewaart.Psalmen 147:8→Genesis 8:22→Handelingen 14:17→Mattheüs 5:45→Joël 2:23→Job 5:10→Jeremia 14:22→Hosea 6:1→
Jeremia 5:25— Uw ongerechtigheden wenden die dingen af, en uw zonden weren dat goede van ulieden.Jeremia 3:3→Psalmen 107:34→Psalmen 107:17→Deuteronomium 28:23→Jeremia 2:17→Klaagliederen 4:22→Klaagliederen 3:39→Jesaja 59:2→
Jeremia 5:26— Want onder Mijn volk worden goddelozen gevonden; een ieder van hen loert, gelijk zich de vogelvangers schikken; zij zetten een verderfelijken strik, zij vangen de mensen.Spreuken 1:11→Jeremia 18:22→Habakuk 1:14→Jeremia 4:22→Lukas 5:10→Ezechiël 22:2→Jesaja 58:1→Psalmen 10:9→
Jeremia 5:27— Gelijk een kouw vol is van gevogelte, alzo zijn hun huizen vol van bedrog; daarom zijn zij groot en rijk geworden.Openbaring 18:2→Hosea 12:7→Micha 6:10→Spreuken 1:11→Habakuk 2:9→Micha 1:12→Jeremia 9:6→Amos 8:4→
Jeremia 5:28— Zij zijn vet, zij zijn glad, zelfs de daden der bozen gaan zij te boven; de rechtzaak richten zij niet, zelfs de rechtzaak des wezen, nochtans zijn zij voorspoedig; ook oordelen zij het recht der nooddruftigen niet.Zacharia 7:10→Jesaja 1:23→Deuteronomium 32:15→Psalmen 73:12→Jeremia 7:6→Psalmen 82:2→Jakobus 5:4→Job 12:6→
Jeremia 5:29— Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen? spreekt de HEERE; zou Mijn ziel zich niet wreken aan zulk een volk als dit is?Jeremia 5:9→Maleachi 3:5→Jakobus 5:4→Jeremia 9:9→
Jeremia 5:30— Een schrikkelijke en afschuwelijke zaak geschiedt er in het land.Hosea 6:10→Jeremia 23:14→Jeremia 2:12→Jesaja 1:2→
Jeremia 5:31— De profeten profeteren valselijk, en de priesters heersen door hun handen; en Mijn volk heeft het gaarne alzo; maar wat zult gij ten einde van dien maken?Micha 2:11→Ezechiël 13:6→Jeremia 14:14→Jesaja 10:3→2 Korinthe 11:13→Deuteronomium 32:29→2 Timotheüs 4:3→2 Petrus 2:1→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 5 vers 1— Gaat om door de wijken van Jeruzalem, en ziet nu toe, en verneemt, en zoekt op haar straten, of gij iemand vindt, of er een is, die recht doet, die waarheid zoekt, zo zal Ik haar genadig zijn.
waarheid zoekt,
Of, trouw, geloof. De Heere wil zeggen dat het overal vol huichelarij was.
Hertaald:waarheid zoekt,
Of: trouw, geloof. De HEERE wil zeggen dat het overal vol huichelarij was.
haar genadig zijn
Of, vergeven; dat is, Ik zal de ganse stad Jeruzalem verschonen en sparen om des vromen mans wil. Vergelijk Gen. 18:24 , enz.
Hertaald:haar genadig zijn
Of: vergeven — dat is: Ik zal de hele stad Jeruzalem sparen en verschonen omwille van die ene vrome man. Vergelijk Gen. 18:24, enzovoort.
Jeremia 5 vers 2— En of zij al zeggen: Zo waarachtig als de HEERE leeft! zo zweren zij toch valselijk.
zeggen
Wanneer zij somtijds bij mijnen naam zweren tot een dekmantel van hun afgodisch zweren, waarvan onder vs.7.
Hertaald:zeggen
Wanneer zij soms bij Mijn Naam zweren als dekmantel voor hun afgodisch zweren, waarover hieronder vers 7.
toch valselijk
Of, voorzeker, alzo. Anders: daarom; te weten, omdat zij geen recht of trouw of waarheid zoeken.
Hertaald:toch valselijk
Of: voorzeker, zo. Anders: daarom, namelijk omdat zij geen recht, trouw of waarheid zoeken.
Jeremia 5 vers 3— O HEERE! zien Uw ogen niet naar waarheid? Gij hebt hen geslagen, maar zij hebben geen pijn gevoeld; Gij hebt hen verteerd, maar zij hebben geweigerd de tucht aan te nemen; zij hebben hun aangezichten harder gemaakt dan een steenrots, zij hebben geweigerd zich te bekeren.
zien
Dat is, het is zonder twijfel waarachtig, dat Gij acht neemt op geloof en waarheid, zonder welke Gij allen uiterlijken schijn als louter huichelwerk haat.
Hertaald:zien
Dat is: het is ongetwijfeld waar dat U acht slaat op trouw en waarheid, zonder welke U alle uiterlijke schijn als louter huichelwerk haat.
geslagen,
Dat is, geplaagd op verscheidene wijzen en tot verscheidene tijden, verterende een groot deel van hen, gelijk volgt, doch zij zijn daardoor niet gebeterd, maar even verstokt gebleven.
Hertaald:geslagen,
Dat is: op verschillende manieren en op verschillende tijden geplaagd, waarbij een groot deel van hen verteerd is, zoals volgt; maar zij zijn daardoor niet gebeterd en even verstokt gebleven.
harder gemaakt
Zodat zij gans onbeschaamd zijn. Vergelijk boven Jer. 3:3 .
Hertaald:harder gemaakt
Zodat zij volkomen onbeschaamd zijn. Vergelijk hierboven Jer. 3:3.
Jeremia 5 vers 4— Doch ik zeide: Zekerlijk, deze zijn arm; zij handelen zottelijk, omdat zij den weg des HEEREN, het recht hun Gods niet weten.
zeide
Te weten bij mijzelven, dat is ik dacht.
Hertaald:zeide
Namelijk: bij mijzelf, dat is: ik dacht.
arm;
Een slechte arme hoop, geringe en gemene onverstandige lieden.
Hertaald:arm;
Een eenvoudige, arme groep, geringe en gewone, onverstandige mensen.
Jeremia 5 vers 5— Ik zal gaan tot de groten, en met hen spreken, want die weten den weg des HEEREN, het recht huns Gods; maar zij hadden te zamen het juk verbroken, en de banden verscheurd.
Ik zal gaan
Hebreeuws, ik zal mij gaan, naar der Hebreën manier van spreken.
Hertaald:Ik zal gaan
Hebreeuws: ik zal mij gaan, naar de manier van spreken van de Hebreeën.
juk verbroken,
Vergelijk Ps. 2:3 .
Hertaald:juk verbroken,
Vergelijk Ps. 2:3.
Jeremia 5 vers 6— Daarom heeft hen een leeuw uit het woud verslagen, een wolf der wildernissen zal hen verwoesten; een luipaard waakt tegen hun steden; al wie uit dezelve uitgaat, zal verscheurd worden; want hun overtredingen zijn vermenigvuldigd, hun afkeringen zijn machtig veel geworden.
heeft hen
Dat is, zal hen, enz. profetischer wijze gesproken van den toekomstigen overval der Babyloniërs.
Hertaald:heeft hen
Dat is: zal hen, enzovoort; op de wijze van de profeten gesproken over de toekomende inval van de Babyloniërs.
der wildernissen
Of, der avonden.
Hertaald:der wildernissen
Of: van de avonden.
verscheurd
Zie van het Hebreeuwse woord Ps. 50:22 .
Hertaald:verscheurd
Over het Hebreeuwse woord, zie Ps. 50:22.
Jeremia 5 vers 7— Hoe zou Ik over zulks u vergeven? Uw kinderen verlaten Mij, en zweren bij hen, die geen God zijn; als Ik hen verzadigd heb, zo bedrijven zij overspel, en verzamelen bij hopen in het hoerenhuis.
u vergeven?
Jeruzalem.
Hertaald:u vergeven?
Jeruzalem.
Jeremia 5 vers 8— Als welgevoederde hengsten zijn zij vroeg op; zij hunkeren een iegelijk naar zijns naasten huisvrouw.
hunkeren
Of, neien, briesen van geilheid, gelijk de moedwillige hengsten; vergelijk onder Jer. 13:27 .
Hertaald:hunkeren
Of: hinniken, briesen van geilheid, zoals de dartele hengsten; vergelijk hieronder Jer. 13:27.
Jeremia 5 vers 9— Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen? spreekt de HEERE. Of zou Mijn ziel zich niet wreken aan zulk een volk, als dit is?
bezoeking doen?
Door straf; Gen. 21:1 .
Hertaald:bezoeking doen?
Door straf; Gen. 21:1.
Jeremia 5 vers 10— Beklimt haar muren, en verderft ze (doch maakt geen voleinding); doet haar spitsen weg, want zij zijn des HEEREN niet.
zijn des HEEREN niet
Te weten het volk, of de muren en spitsen horen den Heere niet toe, die Jeruzalem met al haar schone vestingen nu niet meer voor de zijne kent, overmits de boosheid der inwoners.
Hertaald:zijn des HEEREN niet
Namelijk: het volk; of: de muren en de tinnen behoren de HEERE niet toe, Die Jeruzalem met al haar schone versterkingen nu niet meer als de Zijne erkent, vanwege de boosheid van de inwoners.
Jeremia 5 vers 11— Want het huis van Israel en het huis van Juda hebben gans trouwelooslijk tegen Mij gehandeld, spreekt de HEERE.
Jeremia 5 vers 12— Zij verloochenen den HEERE, en zeggen: Hij is het niet, en ons zal geen kwaad overkomen, wij zullen noch zwaard noch honger zien.
Hij is het niet,
Het is de Heere niet, door wiens last de profeten ons alle kwaad dreigen.
Hertaald:Hij is het niet,
Het is de HEERE niet door Wiens opdracht de profeten ons met allerlei kwaad dreigen.
zien
Dat is, ondervinden. Zie Job 7:7 .
Hertaald:zien
Dat is: ondervinden. Zie Job 7:7.
Jeremia 5 vers 13— Ja, die profeten zullen tot wind worden, want het woord is niet bij hen; hun zelven zal zo geschieden.
profeten
De ware profeten; dit zijn nog de woorden van het volk.
Hertaald:profeten
De ware profeten; dit zijn nog steeds de woorden van het volk.
wind
Hunne profetieën zullen niet volbracht worden, daar zal niets van komen, het is maar wind. Vergelijk Job 6:26 , en Mi. 2:11 .
Hertaald:wind
Hun profetieën zullen niet uitkomen, er zal niets van komen, het is maar wind. Vergelijk Job 6:26 en Micha 2:11.
woord
Zij hebben des Heeren woord niet, Hij spreekt zulks niet door hen. Vergelijk 2 Kron. 36:16 .
Hertaald:woord
Zij hebben het woord van de HEERE niet; Hij spreekt zoiets niet door hen. Vergelijk 2 Kron. 36:16.
zo geschieden
Dat zij ons dreigen zal hunzelven overkomen.
Hertaald:zo geschieden
Wat zij ons dreigen zal henzelf overkomen.
Jeremia 5 vers 14— Daarom zegt de HEERE, de God der heirscharen, alzo, omdat gijlieden dit woord spreekt: Ziet, Ik zal Mijn woorden in uw mond tot vuur maken, en dit volk tot hout, en het zal hen verteren.
heirscharen,
Zie 1 Kon. 18:15 .
Hertaald:heirscharen,
Zie 1 Kon. 18:15.
uw mond
Dit spreekt God tot Jeremia.
Hertaald:uw mond
Dit spreekt God tot Jeremia.
maken,
Hebreeuws, geven. Vergelijk boven Jer. 1:9-10 , alwaar God ook zijn eigen werk den profeet toeschrijft, omdat Hij het woord van zijnen dienaar wilde bekrachtigen. Zie aldaar vs.10.
Hertaald:maken,
Hebreeuws: geven. Vergelijk hierboven Jer. 1:9-10, waar God ook Zijn eigen werk aan de profeet toeschrijft, omdat Hij het woord van Zijn dienaar wilde bekrachtigen. Zie daar vers 10.
Jeremia 5 vers 15— Ziet, Ik zal over ulieden een volk van verre brengen, o huis Israels! spreekt de HEERE; het is een sterk volk, het is een zeer oud volk, een volk, welks spraak gij niet zult kennen, en niet horen, wat het spreken zal.
Hertaald:verre brengen,
Uit Babylonië; zie Deut. 28:49 en Jes. 5:26.
sterk volk,
Of, ruw, hard.
Hertaald:sterk volk,
Of: ruw, hard.
zeer oud volk,
Hebreeuws, een volk van oudheid, eeuwigheid, of der eeuw; dat is, een machtig volk vanouds, van Nimrods tijd af; zie Gen. 10:8 , enz. en boven Jer. 2:20 .
Hertaald:zeer oud volk,
Hebreeuws: een volk van oudheid, van eeuwigheid, of van de eeuw — dat is: een volk dat van oudsher machtig is, vanaf de tijd van Nimrod; zie Gen. 10:8, enzovoort, en hierboven Jer. 2:20.
horen,
Dat is, verstaan; zie Gen. 11:7 .
Hertaald:horen,
Dat is: verstaan; zie Gen. 11:7.
Jeremia 5 vers 16— Zijn pijlkoker is als een open graf; zij zijn altemaal helden.
Zijn pijlkoker
Van dit volk, waarvan in vs.15.
Hertaald:Zijn pijlkoker
Van dat volk waarover in vers 15 gesproken is.
open graf;
Dat is, zij zullen met hunne pijlen menigten van u doodschieten en in het graf brengen.
Hertaald:open graf;
Dat is: zij zullen met hun pijlen menigten van u doodschieten en in het graf brengen.
zij zijn altemaal helden
De Babyloniërs.
Hertaald:zij zijn altemaal helden
De Babyloniërs.
Jeremia 5 vers 17— En het zal uw oogst en uw brood opeten, dat uw zonen en uw dochteren zouden eten; het zal uw schapen en uw runderen opeten; het zal uw wijnstok en uw vijgeboom opeten; uw vaste steden, op dewelke gij vertrouwt, zal het arm maken, door het zwaard.
het zal uw oogst
Dat vreemde volk.
Hertaald:het zal uw oogst
Dat vreemde volk.
uw zonen
Anders: zij zullen uwe zonen en uwe dochters opeten; dat is, verteren; vergelijk onder Jer. 8:16 .
Hertaald:uw zonen
Anders: zij zullen uw zonen en uw dochters opeten — dat is: verteren; vergelijk hieronder Jer. 8:16.
schapen
Uw klein en groot vee.
Hertaald:schapen
Uw klein- en grootvee.
uw wijnstok
Dat is, de vrucht uwer wijnstokken en vijgebomen.
Hertaald:uw wijnstok
Dat is: de vrucht van uw wijnstokken en vijgenbomen.
het arm maken,
Het Babylonische krijgsvolk.
Hertaald:het arm maken,
Het Babylonische krijgsvolk.
Jeremia 5 vers 18— Nochtans zal Ik ook in die dagen, spreekt de HEERE, geen voleinding met ulieden maken.
voleinding
Zie boven Jer. 4:27 .
Hertaald:voleinding
Zie hierboven Jer. 4:27.
Jeremia 5 vers 19— En het zal geschieden, wanneer gij zult zeggen: Waarom heeft ons de HEERE, onze God, al deze dingen gedaan? dat gij tot hen zeggen zult: Gelijk als gijlieden Mij hebt verlaten, en vreemde goden in uw land gediend, alzo zult gij de uitlandse dienen, in een land, dat het uwe niet is.
zeggen zult
In mijnen naam, met mijne woorden, gelijk blijkt uit het volgende.
Hertaald:zeggen zult
In Mijn Naam, met Mijn woorden, zoals blijkt uit het vervolg.
Jeremia 5 vers 21— Hoort nu dit, gij dwaas en harteloos volk! die ogen hebben, maar zien niet, die oren hebben, maar horen niet.
harteloos volk
Dat is, dat geen verstand heeft; geen ogen noch oren der ziel om Gods woord te betrachten en te gehoorzamen; vergelijk onder Jer. 6:10 .
Hertaald:harteloos volk
Dat is: dat geen verstand heeft, en geen ogen of oren van de ziel om Gods Woord te overwegen en te gehoorzamen; vergelijk hieronder Jer. 6:10.
Jeremia 5 vers 24— En zij zeggen niet in hun hart: Laat ons nu den HEERE, onzen God, vrezen, Die den regen geeft, zo vroegen regen als spaden regen, op Zijn tijd; Die ons de weken, de gezette tijden van den oogst, bewaart.
vroegen regen
Zie Deut. 11:14 .
Hertaald:vroegen regen
Zie Deut. 11:14.
op Zijn tijd;
Zie Ps. 1:3 .
Hertaald:op Zijn tijd;
Zie Ps. 1:3.
weken,
Hierdoor verstaan sommigen elk zevende jaar, waarin zij het land moesten laten rusten en onbebouwd laten, in welke jaren God hun een zonderlingen zegen beloofd had. Zie Lev. 25:4 , enz. en vs.20, enz. Anders: de gezette, of verordineerde weken van den oogst, zie Lev. 26:5 , Lev. 26:10 . Anders: de eedzweringen der gezette tijden.
Hertaald:weken,
Sommigen verstaan hieronder elk zevende jaar, waarin zij het land moesten laten rusten en onbebouwd laten en waarin God hun een bijzondere zegen beloofd had. Zie Lev. 25:4, enzovoort, en daar vers 20, enzovoort. Anders: de vastgestelde of verordende weken van de oogst; zie Lev. 26:5 en Lev. 26:10. Anders: de eedzweringen van de vastgestelde tijden.
Jeremia 5 vers 25— Uw ongerechtigheden wenden die dingen af, en uw zonden weren dat goede van ulieden.
die dingen af,
Den zegen, in het voorgaande vermeld.
Hertaald:die dingen af,
De zegen die in het voorgaande genoemd is.
Jeremia 5 vers 26— Want onder Mijn volk worden goddelozen gevonden; een ieder van hen loert, gelijk zich de vogelvangers schikken; zij zetten een verderfelijken strik, zij vangen de mensen.
een ieder
Hebreeuws, hij loert; dat is, elkeen van hen.
Hertaald:een ieder
Hebreeuws: hij loert — dat is: ieder van hen.
schikken;
Die zich nederleggen, buigen, krommen en schikken om de vogelen met alle behendigheid te vangen. Anders: gelijk de vogelvangers [strikken] zetten.
Hertaald:schikken;
Die zich neerleggen, buigen, krommen en schikken om de vogels met alle behendigheid te vangen. Anders: zoals de vogelvangers strikken zetten.
verderfelijken strik,
Hebreeuws, de verderving, of iets dat verderft; dat is dat de mensen vernielt.
Hertaald:verderfelijken strik,
Hebreeuws: het verderf, of iets wat verderft — dat is: wat de mensen vernietigt.
Jeremia 5 vers 27— Gelijk een kouw vol is van gevogelte, alzo zijn hun huizen vol van bedrog; daarom zijn zij groot en rijk geworden.
rijk geworden
Dat is, vol van goed, dat zij met bedrog gewonnen hebben.
Hertaald:rijk geworden
Dat is: vol van goed dat zij met bedrog verworven hebben.
Jeremia 5 vers 28— Zij zijn vet, zij zijn glad, zelfs de daden der bozen gaan zij te boven; de rechtzaak richten zij niet, zelfs de rechtzaak des wezen, nochtans zijn zij voorspoedig; ook oordelen zij het recht der nooddruftigen niet.
vet,
Vergelijk Deut. 32:15 .
Hertaald:vet,
Vergelijk Deut. 32:15.
zelfs de daden
Dat is, zij zijn erger in hun doen, dan zelfs de allerboosten plegen te wezen; vergelijk boven Jer. 2:33 . Anders: zij overtreden [met] boze stukken. Hebreeuws, zij gaan teboven, of overtreffen de woorden, dingen, zaken, of handelingen des, of eens bozen; of aldus: Zij gaan door, door boze stukken; dat is, bedrijven allerlei boosheid stoutelijk.
Hertaald:zelfs de daden
Dat is: zij zijn in hun doen erger dan zelfs de allerboosten plegen te zijn; vergelijk hierboven Jer. 2:33. Anders: zij overtreden met boze stukken. Hebreeuws: zij gaan de woorden, dingen, zaken of handelingen van een boze te boven, of overtreffen die. Of zo: zij gaan door met boze stukken — dat is: zij bedrijven brutaal allerlei boosheid.
voorspoedig;
Varen wel, worden rijk, vet en glad gelijk in het voorgaande gezegd is.
Hertaald:voorspoedig;
Zij varen wel, worden rijk, vet en glad, zoals in het voorgaande gezegd is.
Jeremia 5 vers 30— Een schrikkelijke en afschuwelijke zaak geschiedt er in het land.
afschuwelijke zaak
Vergelijk onder Jer. 18:13 , en Jer. 23:14 ; Hos. 6:10 .
Hertaald:afschuwelijke zaak
Vergelijk hieronder Jer. 18:13 en Jer. 23:14, en Hos. 6:10.
Jeremia 5 vers 31— De profeten profeteren valselijk, en de priesters heersen door hun handen; en Mijn volk heeft het gaarne alzo; maar wat zult gij ten einde van dien maken?
profeten
Te weten de valse profeten.
Hertaald:profeten
Namelijk: de valse profeten.
valselijk,
Hebreeuws, in, of met valsheid, of leugen.
Hertaald:valselijk,
Hebreeuws: in of met valsheid, of leugen.
hun handen;
Dat is, door behulp en dienst der valse profeten; de een helpt en stijft den ander; of zij heersen aan hunne zijden. Anders: nemen in hunne handen; te weten geschenken.
Hertaald:hun handen;
Dat is: met de hulp en de dienst van de valse profeten; de een helpt en stijft de ander. Of: zij heersen aan hun zijde. Anders: nemen in hun handen, namelijk geschenken.
heeft het gaarne
Hebreeuws, heeft het zo lief, bemint het zo.
Hertaald:heeft het gaarne
Hebreeuws: heeft het zo lief, bemint het zozeer.
einde
Hebreeuws, in het achterste, laatste, of uiterste van dien, of van haar, te weten van Jeruzalem, of van het land; dat is, hoe zult gij ten laatste hier over varen, als Ik zulks, of Jeruzalem, of het land zal tehuis zoeken? vergelijk Deut. 32:20 . Anders: wat zoudt gij ten laatste wel doen? welke grove gruwelen zoudt gij ten laatste niet bedrijven?
Hertaald:einde
Hebreeuws: in het achterste, laatste of uiterste daarvan, of van haar, namelijk van Jeruzalem of van het land — dat is: hoe zult u het er ten slotte afbrengen wanneer Ik dit, of Jeruzalem, of het land zal bezoeken? Vergelijk Deut. 32:20. Anders: wat zou u ten slotte wel doen? Welke grove gruwelen zou u ten slotte niet bedrijven?
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De zoektocht naar één rechtvaardige — een opdracht om de stad door te lopen en te zien of er één is die recht doet (Jer. 5:1-5)
"Gaat om door de wijken van Jeruzalem, en ziet nu toe, en verneemt, en zoekt op haar straten, of gij iemand vindt, of er een is, die recht doet, die waarheid zoekt, zo zal Ik haar genadig zijn" (Jer. 5:1). De profeet gaat en vindt niemand, en hij zoekt naar een verklaring: misschien ligt het aan de armen, die de weg des HEEREN niet weten (Jer. 5:4). Dan gaat hij naar de groten, want die kennen het recht van hun God — "maar zij hadden te zamen het juk verbroken, en de banden verscheurd" (Jer. 5:5). Van het volk als geheel staat er: "Gij hebt hen geslagen, maar zij hebben geen pijn gevoeld" (Jer. 5:3).
Bijbelse betekenis: Merk op hoe klein de voorwaarde is. Eén mens die recht doet, en de stad zou gespaard worden; dat is nog minder dan Abraham voor Sodom bedong (reeds behandeld bij Gen. 18:32). Wat dit gedeelte zo zwaar maakt, is niet de strengheid van de eis maar de uitkomst van de zoektocht. Let vervolgens op de gang van de profeet. Hij gaat eerst naar de armen en verontschuldigt hen; pas daarna gaat hij naar de groten. Wie de stand van een volk wil peilen, moet bij de bovenkant zijn, en daar is het niet beter. Let ten slotte op Jer. 5:3. Er is wel geslagen, maar het deed geen pijn; dat is een zwaarder oordeel dan de slag zelf. Wie niets meer voelt, wordt door tegenslag ook niet meer teruggebracht.
Typologie: Wat hier gezocht en niet gevonden wordt, is later wel gevonden in Eén: van Hem staat dat Hij geen zonde gedaan heeft, noch bedrog in Zijn mond geweest is (reeds behandeld bij Jes. 53:9). En Paulus vat het oordeel over de mensheid samen in de woorden van de psalm: "Er is niemand rechtvaardig, ook niet een" (Rom. 3:10).
Jer. 5:1-5; Gen. 18:32; Jes. 53:9; Rom. 3:10
Valse profeten — profeten die spreken wat het volk graag hoort, en het volk dat het graag zo heeft (Jer. 5:30-31)
"Een schrikkelijke en afschuwelijke zaak geschiedt er in het land" (Jer. 5:30). Wat dat is, staat in het vers erna: "De profeten profeteren valselijk, en de priesters heersen door hun handen; en Mijn volk heeft het gaarne alzo; maar wat zult gij ten einde van dien maken?" (Jer. 5:31). Het staat aan het slot van een hoofdstuk waarin ook de rijken genoemd worden: hun huizen zijn vol bedrog, zij zijn vet en glad geworden, en de rechtszaak van de wees behandelen zij niet (Jer. 5:27-28).
Bijbelse betekenis: Merk op dat er drie partijen genoemd worden en niet één. De profeten spreken vals, de priesters gebruiken hun positie, en het volk heeft het graag zo. Het laatste is het pijnlijkst: een valse profeet houdt het niet lang vol zonder hoorders die hem willen geloven. De toets voor ware en valse profetie is in de wet gegeven (reeds behandeld bij Deut. 18:20-22); wat Jeremia eraan toevoegt, is de vraag naar de vraag. Let vervolgens op de slotzin van Jer. 5:31. Er staat geen dreigement maar een vraag: "wat zult gij ten einde van dien maken?" De prediker vraagt naar de afloop, en die vraag laat hij bij de hoorder liggen. Let ten slotte op de plaats van dit vers. Het volgt op de aanklacht over bedrog en over het recht van de wees; de valse prediking en het verdraaide recht horen bij elkaar. Waar de waarheid van de kansel week is, wordt het onrecht in de poort niet meer aangeraakt.
Typologie: Paulus beschrijft dezelfde tijd bij de gemeente: er komt een tijd dat men de gezonde leer niet zal verdragen, "maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen, naar hun eigen begeerlijkheden" (2 Tim. 4:3). En de Heere Jezus waarschuwt voor wie in schaapsklederen komen (Matt. 7:15).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het koninkrijkniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
Het zand tot een paal der zee — 5:20-25
Jeremia heeft de straten van Jeruzalem doorzocht om te zien of er één man te vinden was die recht deed, en hij vond er geen. In dat verband stelt God een vraag die niet over de zonde gaat maar over Zichzelf, en Hij onderbouwt haar met iets dat iedereen kan zien.
God wijst op de kustlijn als bewijs van Zijn macht: de zee bruist en komt er niet overheen, want er ligt zand.
De aanspraak begint hard: hoort nu dit, gij dwaas en harteloos volk, die ogen hebben maar zien niet, en oren hebben maar horen niet. Het gaat dus niet om gebrek aan gegevens maar om gebrek aan waarneming.
En dan komt de vraag, met haar bewijs erbij: “Zult gijlieden Mij niet vrezen? spreekt de HEERE; zult gij voor Mijn aangezicht niet beven? Die der zee het zand tot een paal gesteld heb, met een eeuwige inzetting, dat zij daarover niet zal gaan.”
Daar wordt het argument uit iets onaanzienlijks gehaald. God had kunnen wijzen op de bergen of op de sterren. Hij wijst op zand. Het slapste materiaal dat er is, vormt de grens waar de zee niet overheen komt. En de tekst voegt eraan toe dat de golven zich wel bewegen en wel bruisen, maar niets vermogen.
Dat de zee in bedwang gehouden wordt, is in het Oude Testament een recht dat God Zich uitdrukkelijk voorbehoudt. Job krijgt het te horen uit het onweder: wie heeft de zee met deuren toegesloten, en gezegd tot hiertoe zult gij komen en niet verder? Een psalm zegt dat Hij heerst over de opgeblazenheid der zee en haar golven stilt. Het is geen kleinigheid; het is een goddelijk voorrecht.
Daarom is er in de Evangeliën een tafereel dat men in dit licht anders leest. Een boot vaart 's nachts het meer over en er steekt een storm op. De Mens Die achterin ligt te slapen komt overeind en bestraft de wind en de zee. En dan staat er dat de mensen zich verwonderden en zeiden: “Hoedanig een is Deze, dat ook de winden en de zee Hem gehoorzaam zijn!”
Dat is precies de vraag die Jeremia 5 stelt, maar dan omgekeerd. Bij Jeremia zegt God: Ik houd de zee in bedwang, zult gij Mij dan niet vrezen? In de boot zeggen mensen: de zee gehoorzaamt Hem — wie is Deze dan? De ene tekst leidt van het wonder naar de vrees, de andere van het wonder naar de vraag. Beide keren gaat het over dezelfde macht.
En het slot van het gedeelte laat zien wat er ontbreekt. Zij zeggen niet in hun hart: laat ons nu de HEERE onze God vrezen, Die de regen geeft op Zijn tijd en die ons de gezette weken van de oogst bewaart. Er is geen gebrek aan tekenen. Er is gebrek aan de zin die niemand uitspreekt.
Jeremia 5:21 — Ogen die niet zien en oren die niet horen; het ligt niet aan de gegevens.
Jeremia 5:22 — Het bewijs komt uit het slapste materiaal dat er is: zand.
Job 38:8-11 — Tot hiertoe zult gij komen en niet verder — een goddelijk voorrecht.
Psalm 89:10 — Gij heerst over de opgeblazenheid der zee, en Gij stilt haar golven.
Markus 4:39 — Een Mens staat op in een boot en bestraft de wind en de zee.
Mattheüs 8:27 — Hoedanig een is Deze, dat ook de winden en de zee Hem gehoorzaam zijn?
In het Nieuwe Testament: Mattheüs 8:23-27; Markus 4:39-41; Job 38:8-11; Psalm 89:10; Kolossenzen 1:17
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Jeremia 5 niet aan. Wat hier gelegd wordt rust op een gegeven dat door het hele Oude Testament loopt: het bedwingen van de zee is een goddelijk voorrecht, en de Schrift noemt het op meer plaatsen zo. Dat de vraag van de discipelen in de boot daarop een antwoord vraagt, is een gevolgtrekking uit die achtergrond en geen aanhaling.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Jeremia 5:1.Kruisverwijzingen2 Kronieken 16:9→Ezechiël 22:30→Genesis 18:23→Daniël 12:4→Psalmen 12:1→Psalmen 53:2→Psalmen 14:3→Jesaja 59:4→ — Gaat om door de wijken van Jeruzalem, en ziet nu toe, en verneemt, en zoekt op haar straten, of gij iemand vindt, of er een is, die recht doet, die waarheid zoekt, zo zal Ik haar genadig zijn. Het was een heel wonderlijk aanbod van Gods zijde om de inwoners van de hele stad Jeruzalem te vergeven om één mens. En het was des te opmerkelijker omdat Hij hun de tijd gaf een grondig onderzoek te doen of zo iemand te vinden was: “of er iemand zij, die recht doe, die waarheid zoeke”. In wat een verschrikkelijke staat van schuld moet de Joodse hoofdstad gevallen zijn! Er was niet één mens, zelfs niet onder de overheden of de priesters, die zich bekommerde om wat rechtvaardig en waar was. Moge God Londen en Engeland verhoeden zo te worden als Jeruzalem en Juda! Mogen waarheid en gerechtigheid in ons land bloeien!
Jeremia 5:2.KruisverwijzingenTitus 1:16→Jeremia 7:9→Jeremia 4:2→Jesaja 48:1→1 Timotheüs 1:10→Hosea 10:4→Zacharia 5:3→Maleachi 3:5→ — En of zij al zeggen: Zo waarachtig als de HEERE leeft! zo zweren zij toch valselijk. Zelfs wie zich de schijn gaven godsdienstig te zijn en die zeiden: “Zo waarachtig als de HEERE leeft” — ook zij waren valse zweerders. In wat een verschrikkelijk droevige staat was die tijd gekomen, toen zijn godsdienst zelf een leugen was en zijn zogenaamd heilige zaken door en door verrot!
Jeremia 5:3.Kruisverwijzingen2 Kronieken 16:9→Jeremia 2:30→Jeremia 7:28→Jesaja 9:13→Zacharia 7:11→Psalmen 11:4→Sefanja 3:1→Sefanja 3:7→ — O HEERE! zien Uw ogen niet naar waarheid? Gij hebt hen geslagen, maar zij hebben geen pijn gevoeld; Gij hebt hen verteerd, maar zij hebben geweigerd de tucht aan te nemen; zij hebben hun aangezichten harder gemaakt dan een steenrots, zij hebben geweigerd zich te bekeren. Is er ergens een waarheidsgetrouw mens, dan ziet God hem. Zijn ogen zijn op hem, Hij aanschouwt hem met aandachtig welbehagen, en Hij zal met de uiterste zorgvuldigheid voor hem waken. Maar wat was het werkelijke karakter van dit volk? Hoor toe. Niets kon hen bewegen recht te handelen; wat God ook met hen deed, zij bleven in hun ongerechtigheid volharden.
Jeremia 5:4-5.KruisverwijzingenHosea 4:6→Jeremia 8:7→Mattheüs 11:5→Jesaja 27:11→Jeremia 2:20→Jakobus 2:5→Jeremia 4:22→Johannes 7:48→ — Doch ik zeide: Zekerlijk, deze zijn arm; zij handelen zottelijk, omdat zij den weg des HEEREN, het recht hun Gods niet weten. Ik zal gaan tot de groten, en met hen spreken, want die weten den weg des HEEREN, het recht huns Gods; maar zij hadden te zamen het juk verbroken, en de banden verscheurd. Na onder de armen en de onwijzen gezocht te hebben, besloot Jeremia dat zij de weg van de HEERE niet kenden. Daarom wendde hij zich tot de machtigen van zijn dagen. Maar hij vond onder hen geen verbetering; zij waren zelfs erger dan de armen en de onkundigen.
Jeremia 5:10-12.KruisverwijzingenJeremia 3:20→Jeremia 4:27→2 Kronieken 36:16→Psalmen 78:61→Jeremia 39:8→2 Koningen 24:2→Mattheüs 22:7→Jeremia 25:9→ — Beklimt haar muren, en verderft ze (doch maakt geen voleinding); doet haar spitsen weg, want zij zijn des HEEREN niet. Want het huis van Israel en het huis van Juda hebben gans trouwelooslijk tegen Mij gehandeld, spreekt de HEERE. Zij verloochenen den HEERE, en zeggen: Hij is het niet, en ons zal geen kwaad overkomen, wij zullen noch zwaard noch honger zien. Zij hebben het voorgesteld alsof God Zelf een leugenaar was. Zij hebben Hem tegengesproken, wiens woord de waarheid zelf is. Zij hebben Zijn dreigingen veracht, zij hebben Zijn uitnodigingen geweigerd, zij hebben Zijn beloften niet geloofd: “Zij verloochenen den HEERE.”
Jeremia 5:13-14.KruisverwijzingenJeremia 1:9→Jeremia 14:15→Jeremia 23:29→Hosea 6:5→Job 8:2→Jeremia 14:13→2 Koningen 1:10→Openbaring 11:5→ — Ja, die profeten zullen tot wind worden, want het woord is niet bij hen; hun zelven zal zo geschieden. Daarom zegt de HEERE, de God der heirscharen, alzo, omdat gijlieden dit woord spreekt: Ziet, Ik zal Mijn woorden in uw mond tot vuur maken, en dit volk tot hout, en het zal hen verteren. Het is een vreselijke staat van zaken wanneer God van het pleiten met mensen overgaat tot het dreigen. Dan houdt Hij op hen uit te nodigen tot Hem terug te keren, en klaagt Hij hen aan als overtreders van Zijn wetten. Op zulke tijden maakt Hij de woorden die uit de mond van Zijn profeten komen als vuur. De mensen worden er volkomen door verteerd, zoals de stoppels in het veld door de verslindende vlammen verwoest worden.
Jeremia 5:15-18.KruisverwijzingenDeuteronomium 28:49→Jeremia 4:16→Jesaja 5:28→Deuteronomium 28:33→Leviticus 26:16→Jesaja 28:11→Jesaja 5:26→Psalmen 5:9→ — Ziet, Ik zal over ulieden een volk van verre brengen, o huis Israels! spreekt de HEERE; het is een sterk volk, het is een zeer oud volk, een volk, welks spraak gij niet zult kennen, en niet horen, wat het spreken zal. Zijn pijlkoker is als een open graf; zij zijn altemaal helden. En het zal uw oogst en uw brood opeten, dat uw zonen en uw dochteren zouden eten; het zal uw schapen en uw runderen opeten; het zal uw wijnstok en uw vijgeboom opeten; uw vaste steden, op dewelke gij vertrouwt, zal het arm maken, door het zwaard. Nochtans zal Ik ook in die dagen, spreekt de HEERE, geen voleinding met ulieden maken. Zie hoe God te midden van Zijn toorn de barmhartigheid gedenkt. Hij spreekt een verschrikkelijk vonnis over de overtreders uit, en dan houdt Hij stil en zegt: “nochtans”. Hoor de zachte toon van medelijden in dat woord: “Nochtans zal Ik in die dagen, spreekt de HEERE, geen voleinding met ulieden maken.” Nog altijd spaart Hij de schuldigen, en in Zijn lankmoedigheid geeft Hij hun verdere gelegenheid tot bekering.
Jeremia 5:19.Kruisverwijzingen1 Koningen 9:8→Jeremia 13:22→Jeremia 22:8→Deuteronomium 28:47→Jeremia 16:13→Jeremia 16:10→Deuteronomium 29:24→Deuteronomium 4:25→ — En het zal geschieden, wanneer gij zult zeggen: Waarom heeft ons de HEERE, onze God, al deze dingen gedaan? dat gij tot hen zeggen zult: Gelijk als gijlieden Mij hebt verlaten, en vreemde goden in uw land gediend, alzo zult gij de uitlandse dienen, in een land, dat het uwe niet is. Een mens kan zijn zonde vaak in haar straf zien. Omdat zij vreemde goden gediend hadden, zond de HEERE hen om vreemden te dienen in een vreemd land. Bedenk, o overtreder, dat uw zonde in de een of andere vorm bij u thuiskomt! Zaaien wij wind, dan zullen wij wervelwind oogsten. “Zo wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien.” Laten wij ons er daarom voor wachten zaden van zonde uit te strooien, want zij zullen een verschrikkelijke oogst van wee voortbrengen.
Jeremia 5:20-21.KruisverwijzingenEzechiël 12:2→Handelingen 28:26→Jesaja 6:9→Johannes 12:40→Romeinen 11:8→Jeremia 4:22→Deuteronomium 32:6→Jeremia 8:7→ — Verkondigt dit in het huis van Jakob, en laat het horen in Juda, zeggende: Hoort nu dit, gij dwaas en harteloos volk! die ogen hebben, maar zien niet, die oren hebben, maar horen niet. En helaas, er zijn nog veel te veel van zulke mensen. Zij horen Gods Woord, en toch bereikt het hun hart nooit. Zij zien wat Gods hand overal om hen heen doet, en toch zien zij het niet en willen zij het niet werkelijk zien zoals het behoort.
Jeremia 5:22.KruisverwijzingenPsalmen 119:120→Jeremia 10:7→Deuteronomium 28:58→Job 38:10→Psalmen 104:9→Spreuken 8:29→Openbaring 15:4→Job 26:10→ — Zult gijlieden Mij niet vrezen? spreekt de HEERE; zult gij voor Mijn aangezicht niet beven? Die der zee het zand tot een paal gesteld heb, met een eeuwige inzetting, dat zij daarover niet zal gaan; ofschoon haar golven zich bewegen, zo zullen zij toch niet vermogen, ofschoon zij bruisen, zo zullen zij toch daarover niet gaan. Er is een smalle gordel zand die de bruisende zee tegenhoudt. Hij zegt tot haar: tot hiertoe zult u komen en niet verder, en hier zullen uw hoge golven gestild worden. Zand is zo zwak een ding, en toch houdt het de machtige oceaan binnen zijn grenzen. Hoe gereed behoorden u en ik dan te zijn om door God geregeerd te worden, en in toom gehouden zelfs door de geringste aanduiding van Zijn wil!
Jeremia 5:23.KruisverwijzingenJeremia 6:28→Deuteronomium 21:18→Psalmen 95:10→Jeremia 5:5→Hebreeën 3:12→Jeremia 17:9→Hosea 11:7→Jesaja 31:6→ — Maar dit volk heeft een afvallig en wederspannig hart; zij zijn afgevallen en heengegaan; God bedwingt de zee, maar niets lijkt de zondigheid van de mens te kunnen bedwingen. Hij verbreekt elke slagboom die hem tegen zou moeten houden; hij is als een verwoestende stroom wanneer hij zich aan de ongerechtigheid overgeeft.
Jeremia 5:24.KruisverwijzingenPsalmen 147:8→Genesis 8:22→Handelingen 14:17→Mattheüs 5:45→Joël 2:23→Job 5:10→Jeremia 14:22→Hosea 6:1→ — En zij zeggen niet in hun hart: Laat ons nu den HEERE, onzen God, vrezen, Die den regen geeft, zo vroegen regen als spaden regen, op Zijn tijd; Die ons de weken, de gezette tijden van den oogst, bewaart. God geeft tijdige en gepaste jaargetijden voor de groei en de inzameling van het koren: regen wanneer die nodig is om de halm te helpen opkomen, en mooi weer om de oogst binnen te halen. Toch zien veel mensen de hand van God in het geheel niet. Zij worden dus niet door dankbaarheid bewogen Zijn Naam te zegenen en Hem te vrezen aan wie zij alles verschuldigd zijn wat zij ontvangen. Och, wat een ondankbaar en blind schepsel is de mens!
Jeremia 5:25.KruisverwijzingenJeremia 3:3→Psalmen 107:34→Psalmen 107:17→Deuteronomium 28:23→Jeremia 2:17→Klaagliederen 4:22→Klaagliederen 3:39→Jesaja 59:2→ — Uw ongerechtigheden wenden die dingen af, en uw zonden weren dat goede van ulieden. Weet een onbekeerd mens hier wel welke goede dingen hij tot op dit ogenblik gemist heeft? Stel dat u, mijn vriend, vanavond behouden werd — kunt u zich dan zelfs voorstellen welke vreugde u door al die jaren van uw onboetvaardigheid verloren hebt? Niets kan u de jaren die heengegaan zijn ooit teruggeven, of u in de toekomst de vreugde geven die u had kunnen hebben maar die u gemist hebt. En let op: al was er geen hel te verduren, het is hel genoeg de hemel gemist te hebben. Het zal uw hart aan het einde smart genoeg zijn te bevinden dat uw zonden de goede dingen van u geweerd hebben.
Jeremia 5:26.KruisverwijzingenSpreuken 1:11→Jeremia 18:22→Habakuk 1:14→Jeremia 4:22→Lukas 5:10→Ezechiël 22:2→Jesaja 58:1→Psalmen 10:9→ — Want onder Mijn volk worden goddelozen gevonden; een ieder van hen loert, gelijk zich de vogelvangers schikken; zij zetten een verderfelijken strik, zij vangen de mensen. “Onder Mijn volk”, zegt de HEERE — in de kerk zelf, met een even luide belijdenis als de oprechtste christen — “worden gevonden goddelozen”. Ook hier, op deze plaats, vanavond, onder de godvruchtigen in deze gemeente, worden goddeloze mensen gevonden. De HEERE ontferme Zich over hen en bekere hen van hun boze wegen!
Wacht u voor deze mensenvangers, die zielen verstrikken en hen voor altijd te gronde richten, en die hen inspinnen door hen tot boze gewoonten en overtredingen te brengen.
Jeremia 5:27-29.KruisverwijzingenZacharia 7:10→Jesaja 1:23→Deuteronomium 32:15→Psalmen 73:12→Jeremia 5:9→Jeremia 7:6→Maleachi 3:5→Openbaring 18:2→ — Gelijk een kouw vol is van gevogelte, alzo zijn hun huizen vol van bedrog; daarom zijn zij groot en rijk geworden. Zij zijn vet, zij zijn glad, zelfs de daden der bozen gaan zij te boven; de rechtzaak richten zij niet, zelfs de rechtzaak des wezen, nochtans zijn zij voorspoedig; ook oordelen zij het recht der nooddruftigen niet. Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen? spreekt de HEERE; zou Mijn ziel zich niet wreken aan zulk een volk als dit is? God zegt tot de engelen in de hemel: “Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen?” En zij antwoorden: “Ja, Heere.” Zelfs tot de duivelen in de hel kan Hij dezelfde vraag stellen. Zij smarten al onder Zijn toorn, en Hij kan tot hen zeggen: “Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen?” En ook zij antwoorden: “Ja.” Hij stelt de vraag aan alle verstandige wezens die weten wat recht en waar is, en zij antwoorden eenstemmig: “Ja, Heere, het moet zo zijn.”
Jeremia 5:30-31.KruisverwijzingenHosea 6:10→Jeremia 23:14→Micha 2:11→Ezechiël 13:6→Jeremia 14:14→Jesaja 10:3→2 Korinthe 11:13→Deuteronomium 32:29→ — Een schrikkelijke en afschuwelijke zaak geschiedt er in het land. De profeten profeteren valselijk, en de priesters heersen door hun handen; en Mijn volk heeft het gaarne alzo; maar wat zult gij ten einde van dien maken? Het is iets allerafschuwelijkst dat Gods eigen volk ooit zou willen dat er dwaling gepredikt wordt en dat er verdrukking en onrecht van welke soort ook bedreven wordt. U weet dat als Gods eigen volk de valse leer niet verdroeg, die op veel plaatsen spoedig niet meer gehoord zou worden. Maar juist doordat wie voorgeven Gods Woord te kennen hun zegel zetten op wat tegen de waarheid ingaat, blijft de dwaling in het land in stand: “de profeten profeteren valselijk, en de priesters heersen door hun handen; en Mijn volk heeft het gaarne alzo.”
Dat is een vraag die ik in Gods Naam aan ieder hier zou willen stellen. Is uw godsdienst van zo’n aard dat hij u staande houdt wanneer u komt te sterven? Of hebt u zich verlaten op de een of andere vorm van leugen, die de toets van uw sterfuur niet zal doorstaan? Leeft u in verwaarlozing van God? Is uw leven zo dat Hij op u vertoornd moet zijn, want Hij is op de goddelozen alle dagen vertoornd? Neem dan de vraag mee naar huis waarmee dit hoofdstuk sluit: “wat zult gij dan doen ten einde van dit alles?”
III. Vs. 1-31.Kruisverwijzingen2 Kronieken 16:9→Ezechiël 22:30→Jeremia 2:30→Deuteronomium 32:21→Jozua 23:7→Galaten 4:8→Jeremia 9:9→Genesis 18:23→ — Gaat om door de wijken van Jeruzalem, en ziet nu toe, en verneemt, en zoekt op haar straten, of gij iemand vindt, of er een is, die recht doet, die waarheid zoekt, zo zal Ik haar genadig zijn. En of zij al zeggen: Zo waarachtig als de HEERE leeft! zo zweren zij toch valselijk. O HEERE! zien Uw ogen niet naar waarheid? Gij hebt hen geslagen, maar zij hebben geen pijn gevoeld; Gij hebt hen verteerd, maar zij hebben geweigerd de tucht aan te nemen; zij hebben hun aangezichten harder gemaakt dan een steenrots, zij hebben geweigerd zich te bekeren. Doch ik zeide: Zekerlijk, deze zijn arm; zij handelen zottelijk, omdat zij den weg des HEEREN, het recht hun Gods niet weten. Ik zal gaan tot de groten, en met hen spreken, want die weten den weg des HEEREN, het recht huns Gods; maar zij hadden te zamen het juk verbroken, en de banden verscheurd. Daarom heeft hen een leeuw uit het woud verslagen, een wolf der wildernissen zal hen verwoesten; een luipaard waakt tegen hun steden; al wie uit dezelve uitgaat, zal verscheurd worden; want hun overtredingen zijn vermenigvuldigd, hun afkeringen zijn machtig veel geworden. Hoe zou Ik over zulks u vergeven? Uw kinderen verlaten Mij, en zweren bij hen, die geen God zijn; als Ik hen verzadigd heb, zo bedrijven zij overspel, en verzamelen bij hopen in het hoerenhuis. Als welgevoederde hengsten zijn zij vroeg op; zij hunkeren een iegelijk naar zijns naasten huisvrouw. Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen? spreekt de HEERE. Of zou Mijn ziel zich niet wreken aan zulk een volk, als dit is? Beklimt haar muren, en verderft ze (doch maakt geen voleinding); doet haar spitsen weg, want zij zijn des HEEREN niet. De oordelen, welke in de vorige rede waren aangekondigd, worden nu hier voorgesteld als volkomen rechtvaardig van de zijne des Heeren, en als wel verdiend van de zijde des volks. Hij, de Heere, gaat zo ongaarne over tot de uitvoering van deze gerichten, dat ook de geringste mogelijkheid, om genade vóór recht te laten, Hem zeer welkom zou zijn en ook de geringste mate van geloof, wanneer Hij die vond, Hem genoegzaam tot verschoning zou wezen. Het volk van Juda en Jeruzalem maakt echter door zijne onverbeterlijke boosheid de verschoning onmogelijk. God zou moeten ophouden te zijn, wat Hij is, de Heilige en Rechtvaardige, de Waarachtige en Getrouwe, indien Hij ene zo geheel verdorvene menigte nog verder wilde laten bestaan en Zich niet wreken aan zulk een volk als dit is. Wel zijn in Juda en Jeruzalem zulke zielen aanwezig als koning Josia met den stand der ware profeten vertegenwoordigd, maar juist daarom is het onafwendbare gericht ook door het “Ik zal gene voleinding maken” verzacht, en wordt in den korten tijd tot aan het begin van het gericht nog alles beproeft, om ook andere zielen te redden, zo vele of zo weinige maar te redden zijn.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 16:9→Ezechiël 22:30→Genesis 18:23→Daniël 12:4→Psalmen 12:1→Psalmen 53:2→Psalmen 14:3→Jesaja 59:4→— Gaat om door de wijken van Jeruzalem, en ziet nu toe, en verneemt, en zoekt op haar straten, of gij iemand vindt, of er een is, die recht doet, die waarheid zoekt, zo zal Ik haar genadig zijn.
Gaat om. zegt de Heere tot de weinigen, die Hem nog aanhangen, en de straf, door hun voorbede, even als een Abraham van Sodom en Gomorra (Gen. 18:17 vv.). van Jeruzalem zoeken af te wenden (2 (Kon. 22:11 vv.), gaat om door de wijken van Jeruzalem, en ziet nu toe, en verneemt, en zoekt op hare straten, zo nauwkeurig, als gij kunt, en zo lang gij wilt, of gij iemand onder het gehele volk vindt, of er één is, die recht doet, die waarheid zoekt, zodat hij naar het richtsnoer van Mijn woord in waarheid en getrouwheid zijn leven zoekt te richten, zo zal Ik haar, de stad, om der wille van dien éénen rechtvaardige, genadig zijn 1) (vgl. Gen. 18:32, 33).
Sterker kon de gehele verdorvenheid van Jeruzalem niet worden uitgedrukt, dan hier geschiedt. Nog wil de Heere van Zijne stad het gericht afkeren; dat over haar besloten is, wanneer men er slechts éénen in vindt, die recht doet en waarheid zoekt. Men moet dit niet zo volstrekt verstaan, alsof alle inwoners van Jeruzalem tot één toe snode deugnieten waren. Er werden, behalve Jeremia en Baruch, nog enige weinige godvrezende lieden gevonden. Maar de Heere spreekt hier bepaaldelijk van de grote en aanzienlijke lieden (vs. 5), en schoon er onder mensen van allerlei rang nog hier en daar deze en die wezen mocht, die God in waarheid diende, zij waren onbekend omdat zij zich schuil hielden en niet openlijk uitkwamen, noch zich tegen het heersend verderf aankantten. Snijdender, scherper kon het niet. Ongetwijfeld beroemde het Israël van die dagen er zich op, dat het de heilige stad Jeruzalem bewoonde, dat het behoorde tot het heilige zaad. Het liet zich voorstaan op uitwendige godsdienstplichten. En daarom zegt de Heere, door den mond van Jeremia, dat het zo treurig gesteld is, dat degenen die recht doen en die de waarheid zoeken, als het ware niet te vinden zijn. Niet dat er niet een enkele vrome meer te vinden was, maar de grote menigte had zo haar weg verdorven, dat de enkelen, die nog den Heere vreesden, schier niet te vinden waren. Het ganse hoofd is mat het ganse hart ziek had Jesaja gezegd. Dit wordt hier bevestigd.
KruisverwijzingenTitus 1:16→Jeremia 7:9→Jeremia 4:2→Jesaja 48:1→1 Timotheüs 1:10→Hosea 10:4→Zacharia 5:3→Maleachi 3:5→— En of zij al zeggen: Zo waarachtig als de HEERE leeft! zo zweren zij toch valselijk.
En of zij, de inwoners van Jeruzalem bij hun beweringen al zeggen: Zo waarachtig als de HEERE leeft, en daardoor Mij schijnen te belijden (Deut. 10:20), zo zweren zij toch valselijk; zelfs de heilige naam Gods is hun tot ene nietige phrase geworden, en wordt tot liegen en bedriegen in den mond genomen (Jes. 48:1).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 16:9→Jeremia 2:30→Jeremia 7:28→Jesaja 9:13→Zacharia 7:11→Psalmen 11:4→Sefanja 3:1→Sefanja 3:7→— O HEERE! zien Uw ogen niet naar waarheid? Gij hebt hen geslagen, maar zij hebben geen pijn gevoeld; Gij hebt hen verteerd, maar zij hebben geweigerd de tucht aan te nemen; zij hebben hun aangezichten harder gemaakt dan een steenrots, zij hebben geweigerd zich te bekeren.
O HEERE! zien Uwe ogen niet naar waarheid? Gij hebt een welgevallen in een oprecht U toegewijd hart, niet in den uitwendigen schijn van godzaligheid. En wanneer Gij nu ons, die voor Juda en Jeruzalem spreken, oproept, om U slechts éénen rechtvaardige in dien zin aan te wijzen, om wiens wil Gij ons zoudt kunnen sparen, zo moeten wij bekennen: wij vinden niemand; wij vinden niets dan onverbeterlijke harten. Gij hebt hen) geslagen, maar zij hebben gene pijn gevoeld, geen enkele trek op hun gelaat heeft het getoond, dat de slagen hun smart deden, Gij hebt hen verteerd, maar zij hebben geweigerd de tucht aan te nemen (Hoofdst. 2:30. (Jes. 9:13); zij hebben hun aangezichten harder gemaakt dan ene steenrots, zij hebben geweigerd zich te bekeren 1) (Jes. 48:4. (Ezech. 2:4).
Het verband tussen het eerste en tweede gedeelte van dit vers is dit: De Heere vraagt naar waarheid, naar oprechtheid. Bij Israël werd geen trouw gevonden. Zij zwoeren wel bij den Naam des Heeren, zij dienden den Heere nog wel in naam, maar het hart was verre van ware godsvrucht. Daarom had de Heere het volk gekastijd; gekastijd, opdat het in oprechtheid naar Hem zou vragen. Helaas! de kastijding had niet het doel bereikt. Tegen de oordelen in had Juda zich verhard. Jeruzalem’s inwoners hadden zich niet verootmoedigd. Zij waren tegen de oordelen ingegaan en hadden daardoor getoond, dat hun hart harder was dan een rotssteen. Dit is wel het treurigste. Er is tweeërlei verbrijzeling. Een verbrijzeling tot bekering en een verbrijzeling tot oordeel. Het laatste was het geval bij Juda.
KruisverwijzingenHosea 4:6→Jeremia 8:7→Mattheüs 11:5→Jesaja 27:11→Jeremia 4:22→Johannes 7:48→Jesaja 28:9→Jeremia 7:8→— Doch ik zeide: Zekerlijk, deze zijn arm; zij handelen zottelijk, omdat zij den weg des HEEREN, het recht hun Gods niet weten.
Doch ik zei, nadat ik zulk een toestand des harten bij Mijn volk gevonden had: Zeker deze, die ik bij het oordeel in vs. 3 voornamelijk in het oog had, zijn arm; ten gevolge hunner armoede zijn zij onkundige, en zij handelen dientengevolge zottelijk, omdat zij den weg des HEEREN, het recht huns Gods niet weten; men verwondere zich daarom bij hen niet al te zeer, wanneer alle proeven ter verbetering zonder gevolg blijven.
KruisverwijzingenJeremia 2:20→Jakobus 2:5→Jeremia 6:13→Micha 7:3→Lukas 19:14→Lukas 18:24→Sefanja 3:3→Maleachi 2:7→— Ik zal gaan tot de groten, en met hen spreken, want die weten den weg des HEEREN, het recht huns Gods; maar zij hadden te zamen het juk verbroken, en de banden verscheurd.
Ik zal gaan tot de groten, tot de voorname standen, de ontwikkelden en rijken, en ik zal met hen spreken, om hun gezindheid en hunnen wandel te leren kennen, want die weten den weg des HEEREN, het recht huns Gods, zodat de toestand bij hen beter zal zijn; maar zij hadden te zamen, gelijk al spoedig bleek, in den overmoed van hun vleselijke zelf- en heerszuchtige gezindheid (Deut. 32:15. (Spr. 30:9), het juk der Goddelijke wet, dat zij wel kenden, verbroken (Hoofdst. 2:20) en de banden, waarmee de Heere hen aan Zijnen heiligen wil gebonden had, verscheurd1) (Ps. 2:3).
Dit groot gebrek aan trouw en recht vindt men niet alleen bij de onderste lagen des volks, bij de geringen en het onwetende gemeen, maar ook bij de hogere standen der beschaafden. Deze gedachte is rhetorisch zo uitgedrukt, dat Jeremia in de mening, dat slechts het gemene volk zo diep gezonken was, zich tot de groten wendt, om met hen te spreken en bij dezen algehele losmaking van de Wet Gods waarneemt. Het juk des Heeren is den discipelen licht, den knechten onverdraaglijk (Matth. 10:30). van ijzer zijn de banden zolang zij gevreesd worden: wanneer men ze leert beminnen, zullen zij van goud zijn. Niet alleen derhalve de armen en geringen, maar ook de machtigen en aanzienlijken hebben de wet Gods verlaten, hebben het verbond verbroken. Het gehele volk, in al zijn rangen en standen, is verdorven en daarom zal de Heere, ja moet Hij komen met Zijne oordelen. Dit wordt in het volgende vers nader aangeduid.
KruisverwijzingenJeremia 4:7→Habakuk 1:8→Sefanja 3:3→Ezechiël 22:27→Daniël 7:4→Psalmen 104:20→Jeremia 49:19→Jeremia 30:24→— Daarom heeft hen een leeuw uit het woud verslagen, een wolf der wildernissen zal hen verwoesten; een luipaard waakt tegen hun steden; al wie uit dezelve uitgaat, zal verscheurd worden; want hun overtredingen zijn vermenigvuldigd, hun afkeringen zijn machtig veel geworden.
Daarom heeft hen, gelijk in Hoofdst. 4:7 gezegd wordt, een leeuw uit het woud, Nebukadnezar, koning van Babel, verslagen, gelijk ik, de Ziener Gods, reeds de toekomst als tegenwoordig zie, en, om hier nog enige dergelijke beelden tot aanwijzing derzelfde zaak bij te voegen, een wolf der wildernissen zal hen verwoesten; een luipaard waakt, loert tegen hun steden (Hos. 13:7); al wie uit dezelve uitgaat, zal verscheurd worden (Hoofdst. 6:25. 2 Kon. 25:4 vv. want hun overtredingen zijn vermenigvuldigd, hun afkeringen zijn machtig vele geworden, zodat afwending van het verderf onmogelijk gemaakt is. De machtigen menen dikwijls, dat hun alles past, en al wat zij doen recht is; dat wanneer God over de zonde vertoornt, dit alleen het volk geldt. Hier zegt echter God, de Heere, het tegendeel. Omdat zij het juk des Goddelijken woords verbreken en de banden Zijner geboden verscheuren, zo zou ook de leeuw uit het woud hen verscheuren, zowel als den armen hoop. Ja, er zal eens een streng gericht over zulke machtigen komen, omdat zij dikwijls hun tot ergernis zijn, die zij door hun goed voorbeeld moesten voorgaan.
KruisverwijzingenDeuteronomium 32:21→Jozua 23:7→Galaten 4:8→Jeremia 2:11→Sefanja 1:5→Jeremia 23:10→Jeremia 12:16→Jeremia 9:2→— Hoe zou Ik over zulks u vergeven? Uw kinderen verlaten Mij, en zweren bij hen, die geen God zijn; als Ik hen verzadigd heb, zo bedrijven zij overspel, en verzamelen bij hopen in het hoerenhuis.
Hoe zou Ik over zulks u, Jeruzalem vergeven, hoe gaarne Ik ook aan ‘t verlangen van uwen vromen koning zou willen voldoen (2 Kon. 22:13)? Uwe kinderen verlaten Mij en vallen tot de vreemde goden af, en zweren bij hen, die geen God zijn(Hoofdst. 2:11 11); als Ik hen in het land, dat Ik hun gegeven heb, met allerlei goed verzadigd heb, zo bedrijven zij, gelijk dat reeds in Deut. 32:13 vv. is voorzien, overspelin theokratischen zin, en verzamelen bij hopen in het hoerenhuis, in de tempels der afgoden, waar ook hoererij in lichamelijken zin op de gruwelijkste wijze wordt bedreven.
KruisverwijzingenJeremia 13:27→Ezechiël 22:11→2 Samuël 11:2→Genesis 39:9→Jeremia 29:23→Mattheüs 5:27→Job 31:9→Exodus 20:14→— Als welgevoederde hengsten zijn zij vroeg op; zij hunkeren een iegelijk naar zijns naasten huisvrouw.
Als welgevoederde hengsten, die ter wellust worden onderhouden en met sterk voedsel worden aangezet, zijn zij vroeg op; zij hunkeren, een iegelijk naar zijns naasten huisvrouw (Ezech. 22:10 vv. 23:20; 33:26 Het beeld is zo geheel Oosters en geschikt om de vuilste dierlijkste wellust aan te duiden, dat men gene woordelijke vertaling wagen mag. Het woord “welgevoederd”, betekent eigenlijk “zwaar van lichaamsdelen, het woord hunkeren” “toehinneken, ” gelijk hengsten doen. Het blijkt dat hier niet enkel figuurlijke, maar ook eigenlijke hoererij bedoeld wordt. De Heidenen hebben, gelijk de Apostel zegt (Rom. 1:25) het schepsel geëerd in plaats van den Schepper. Zij hebben de vruchtbaarheid en de voortbrengingskracht der natuur vergood. Moet nu dit zinnelijk leven op zichzelf reeds het goddelijke zijn, en wel, hoe sterker het zich ontwikkelt, des te meer, hoe kan het anders zijn, dan dat nu dezelfde dierlijke kracht zo als zij in den mens is, losbarst, maar juist als zinnelijke kracht wild en bandeloos, ontdaan van de tucht des Geestes, onder welke de zegen van een geheiligden echt staat, die niet gelijk is aan de ongebondenheid van het vlees? Dat is de treurige uitwerking van de treurige oorzaak, gelijk de Apostel het wederom voorstelt (Rom. 1:24): “Daarom heeft hen God ook overgegeven in de begeerlijkheden hunner harten tot onreinheid, om hun lichamen onder elkaar te onteren. ” Hoe verschrikkelijk kan een volk ontaarden, wanneer het eenmaal begonnen is op die helling uit te glijden! Daar gaat het verdichten van afschuwelijke verhalen over de goden en het bedrijven van afschuwelijke zaken, gelijk aan die goden hand aan hand. Daar moeten in den dienst, vooral van Baäl Peor, zich jonge dochters aan de zonde wijden (Num. 25:1 vv.). Daar behoorden tot afgodentempels als slaven en slavinnen jongelingen en dochters, die enen naam droegen, oorspronkelijk van gelijke betekenis als heilig; maar deze heiligen van den afgodentempel zijn aan genen anderen dienst dan die der ontucht gewijd (Gen 38:15). In de Sukkoth-Benoth, die later uit Babel in ‘t land kwamen (2 Kon. 17:30) werden waarschijnlijk zulke dingen bedreven, zo als ook de Griekse geschiedschrijver Herodotus (I 199) ze als zeer schandelijk voorstelt.
KruisverwijzingenJeremia 9:9→Jeremia 5:29→Hosea 2:13→Deuteronomium 32:35→Nahum 1:2→Klaagliederen 4:22→Ezechiël 5:13→Jeremia 23:2→— Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen? spreekt de HEERE. Of zou Mijn ziel zich niet wreken aan zulk een volk, als dit is?
Zou Ik dat alles rustig kunnen aanzien en over die dingen gene bezoeking doen (Jes. 27:1)? spreekt de HEERE. Of zou Mijne ziel Zich niet wreken over zulk een volk, als dit is(vs. 29. Hoofdst. 9:9).
Deze zijn dingen, die verrekend moeten worden, of anders kan de eer van Gods regering niet gehandhaafd worden, noch Zijne wetten voor verachting bewaard; maar de zondaars zouden in verzoeking komen, om te denken, dat God ganselijk hun gelijk was, strijdig met die overtuiging van hun eigenlijk geweten betrekkelijk Gods oordeel, welke noodzakelijk moet onderhouden worden, dat zij, die zulke dingen doen, des doods waardig zijn. (Rom. 1:32). Rechtvaardig is de wrake van den heiligen God, die het recht van Zijn verbond handhaaft. Anders ware het Hem geen ernst met Zijn verbond.
KruisverwijzingenJeremia 4:27→Psalmen 78:61→Jeremia 39:8→2 Koningen 24:2→Mattheüs 22:7→Jeremia 25:9→Jesaja 10:5→Jesaja 13:1→— Beklimt haar muren, en verderft ze (doch maakt geen voleinding); doet haar spitsen weg, want zij zijn des HEEREN niet.
Integendeel, Ik heb de uitverkoren werktuigen Mijner wraak reeds voor de poorten van Jeruzalem besteld en geef hun nu bevel: Beklimt hare muren en verderft ze, richt ene grote verwoesting in de stad aan (2 (Kon. 25:4 vv.), (doch maakt a) gene voleinding; tot gehele vernietiging van haar mag het volgens Mijn raadsbesluit (Hoofdst. 6:27) niet komen); doet hare spitsen 1), hare sterkten en vestingen weg, want zij zijn des HEEREN niet.
Jer. 4:27.
Liever: Doet hare wijnranken, de ranken van dien wilden wijnstok (Hoofdst. 2:21) weg, voert ze in ballingschap naar een vreemd land, want zij behoren den Heere niet meer toe, Hij geeft ze over.
KruisverwijzingenJeremia 3:20→Hosea 6:7→Hosea 5:7→Jesaja 48:8→Jeremia 3:6→— Want het huis van Israel en het huis van Juda hebben gans trouwelooslijk tegen Mij gehandeld, spreekt de HEERE.
Want het huis van Israël, dat Ik daarom reeds vroeger verstoten heb (Jer. 3:8), en het huis van Juda, waaraan Ik nu den scheidbrief wil geven, hebben gans a) trouwelooslijk tegen Mij gehandeld, spreekt de HEERE.
Jer. 3:20.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 36:16→Jeremia 43:2→Jeremia 28:15→Micha 3:11→Jeremia 28:4→Deuteronomium 29:19→Psalmen 10:6→Jesaja 28:14→— Zij verloochenen den HEERE, en zeggen: Hij is het niet, en ons zal geen kwaad overkomen, wij zullen noch zwaard noch honger zien.
Zij verloochenen door hun ongeloof, waarin zij des profeten woord verachten, den HEERE en zeggen: Hij is het niet 1) Hij is zulk een hard en gestreng God niet, als de profeten ons Hem beschrijven, en ons a) zal geen kwaad overkomen, gelijk zij profeteren; wij zullen noch zwaard noch honger zien (Gen. 19:14).
Jes. 28:15.
Het was gene verloochening van God, zo als bij de Atheïsten (die het bestaan van God ontkennen) gevonden wordt; doch daar zij de straffende gerechtigheid Gods loochenden, was het even goed, alsof zij God zelven verloochend hadden. Wie toch aan God de heiligheid en gerechtigheid wil ontnemen, of Hem voor zo machteloos wil aanzien, dat Hij het kwaad niet zou kunnen bestraffen, maar alles van der mensen zijde Zich zou moeten laten welgevallen, voor dien blijft er in werkelijkheid geen God meer over. Uit het volgende vers is duidelijk, dat de valse profeten het volk voorspiegelden, dat die God, welken de ware Profeten verkondigden, als heilig in Zijn richten en rechtvaardig in Zijn straffen niet bestond. Zij hielden het volk een God voor, die Zijn volk niet zou of niet kon straffen. Daarom zeiden zij: Hij is niet. Hij is niet die God der andere profeten. Het volk zou echter ondervinden, dat niet de valse, maar de ware Profeten gelijk hadden, dat die valse Profeten tot wind zouden worden.
KruisverwijzingenJeremia 14:15→Job 8:2→Jeremia 14:13→Jeremia 28:3→Jeremia 18:18→Jeremia 20:8→Hosea 9:7→Job 6:26→— Ja, die profeten zullen tot wind worden, want het woord is niet bij hen; hun zelven zal zo geschieden.
Ja, die profeten, die dergelijke straffen aankondigen, zullen tot wind worden; de uitkomst zal het bewijzen, dat hun woorden slechts ijdele klanken waren (Job 11:2); want het woord is niet bij hen 1) zo als zij voorgeven, zij zijn predikers van leugen (Mich. 2:11); hunzelven zal zo geschieden, gelijk zij ons bedreigen.
In het Hebreeuws staat met een ongewonen spreekvorm het Hij heeft gesproken, was niet in hen; zij mochten zeggen: “de Heere heeft het tot mij gesproken, ” het was zo niet. Zo spreken de valse van de ware profeten, om het volk in zijn blindheid te sterken en in zijne zonde te stijven. Zij zeggen van de ware profeten, dat zij tot wind, n. l. dat hun woorden tot wind zullen worden, dat het woord des Heeren niet in hen is, dat zij niet door den Geest spreken. Zodat zij zelf tot wind zullen worden en de straf dragen, die zij uitspreken.
KruisverwijzingenJeremia 1:9→Jeremia 23:29→Hosea 6:5→2 Koningen 1:10→Openbaring 11:5→Zacharia 1:6→Jeremia 28:15→— Daarom zegt de HEERE, de God der heirscharen, alzo, omdat gijlieden dit woord spreekt: Ziet, Ik zal Mijn woorden in uw mond tot vuur maken, en dit volk tot hout, en het zal hen verteren.
Daarom zegt de HEERE, de God der heirscharen (1 Sam. 1:3), daar Hij zelf Zich als scheidsrechter tussen mij, Zijnen profeet, en mijne ongelovige tijdgenoten plaatst, Zich aanstonds tot mij wendende, alzo, omdat gijlieden dit woord spreekt, en door uw ongeloof verhindert, dat de Heere berouw hebbe over ‘t bedreigde kwaad (Hoofdst. 18:8): Ziet, Ik zal
Mijne woorden in uwen mond tot vuur maken. Ik zal maken, dat zij zo weinig wind zijn, dat zij integendeel een vuur zijn, en dat dit volk tot hout is, opdat het vuur ene stof hebbe om zijne kracht te bewijzen, en het zal hen verteren1) (Jes. 5:24
Jer. 1:9.
Het volk echter zal de waarheid van het Woord des Heeren ervaren. Wijl het van de dreigingen met het strafgericht verachtend spreekt: ongeluk zal ons niet treffen, zo zal de Heere het woord, in den mond van Jeremia, tot een vuur maken en het volk tot hout, opdat het vuur hetzelve vertere. De zondaars maken zich door de zonde de brandstof van den toorn van God, welke geopenbaard wordt van den hemel tegen alle goddeloosheid en ongerechtigheid der mensen in de H. Schriftuur. Het woord van God zal zeker al te hard zijn voor degenen, die met hetzelve twisten. Zij zullen breken, die voor hetzelve niet willen buigen.
KruisverwijzingenDeuteronomium 28:49→Jeremia 4:16→Jesaja 28:11→Jesaja 5:26→Jeremia 1:15→Jesaja 33:19→1 Korinthe 14:21→Jesaja 29:3→— Ziet, Ik zal over ulieden een volk van verre brengen, o huis Israels! spreekt de HEERE; het is een sterk volk, het is een zeer oud volk, een volk, welks spraak gij niet zult kennen, en niet horen, wat het spreken zal.
Ziet, met dat woord wendt Zich de Heere nu tot de ongelovigen, Ik zal over ulieden, die nu nog in het land der vaderen zijt (Hoofdst. 4:1), een volk van verre, en wel van het noorden (Hoofdst. 6:22) brengen, o huis Israëls! welks naam gij ook te zijner tijd zult vernemen (Hoofdst. 26:12. Habak. 1:6 vv.), spreekt de HEERE; het is een sterk volk, het is een zeer oud volk; zij reiken door hun afstamming tot de oudste tijden (Gen. 10:22. 2 Kon. 20:12), al staan zij dan ook nog niet geheel zelfstandig in de wereldgeschiedenis (Jes. 23:13), een volk, welks spraak gij niet zult kennen, en niet horen wat het spreken zal, zodat het geheel geschikt is, om de bedreiging in Deut. 28:49 vv. te volbrengen.
KruisverwijzingenJesaja 5:28→Psalmen 5:9→Romeinen 3:13→— Zijn pijlkoker is als een open graf; zij zijn altemaal helden.
Zijn pijlkoker is als een open graf, daar deze zovele dodelijke pijlen in zich bevat, dat ene ontelbare menigte van u het graf ten buit zal worden (Ps. 5:10); zij zijn allemaal helden, tegen welke al uw tegenstand niets zal kunnen uitrichten (Hoofdst. 4:5 vv.).
KruisverwijzingenDeuteronomium 28:33→Leviticus 26:16→Jesaja 62:9→Jeremia 50:17→Jeremia 4:26→Habakuk 3:17→Jeremia 4:7→Sefanja 3:6→— En het zal uw oogst en uw brood opeten, dat uw zonen en uw dochteren zouden eten; het zal uw schapen en uw runderen opeten; het zal uw wijnstok en uw vijgeboom opeten; uw vaste steden, op dewelke gij vertrouwt, zal het arm maken, door het zwaard.
En het zal uwen a) oogst en uw brood opeten, zodat het tot den zwaarsten hongersnood zal komen (2 (Kon. 25:3), het brood, dat uwe zonen en uwe dochteren zouden eten; het zal uwe schapen en uwe runderen opeten; het zal uwen wijnstok en uwen vijgeboom opeten, al wat die aan vruchten dragen; uwe vaste steden, op welke gij vertrouwt, als kondet gij achter deze Mijne oordelen trotseren (Deut. 28:62), zal het arm maken, zal dat volk vernielen door het zwaard.
Lev. 26:16. Deut. 28:31, 33.
KruisverwijzingenJeremia 5:10→Jeremia 4:27→Ezechiël 9:8→Ezechiël 11:13→Romeinen 11:1→— Nochtans zal Ik ook in die dagen, spreekt de HEERE, geen voleinding met ulieden maken.
Nochtans zal Ik, hoewel het zwaard tot aan de ziel komen zal (Hoofdst. 4:10), ook in die dagen, spreekt de HEERE, gene voleinding met ulieden maken. 1) Ook bij het hevigst woeden van Mijnen storm vergeet Ik toch niet hoever het volgens de raadsbesluiten Mijner wijsheid moet gaan (Jes. 6:13).
Wat de Heere hier dreigt is in aansluiting met Deut. 28. De Heere God voorspelt echter tevens, dat Hij in den toorn des ontfermens nog gedachtig zal zijn. Hij zal niet een volkomene voleindiging met u maken. Er zal nog een overblijfsel zijn in Zijne grote goedertierenheid. Hij had nog barmhartigheid over, daarom zou Hij de Chaldeën niet toelaten, dat zij het volk geheel zouden uitroeien.
Kruisverwijzingen1 Koningen 9:8→Jeremia 13:22→Jeremia 22:8→Deuteronomium 28:47→Jeremia 16:13→Jeremia 16:10→Deuteronomium 29:24→Deuteronomium 4:25→— En het zal geschieden, wanneer gij zult zeggen: Waarom heeft ons de HEERE, onze God, al deze dingen gedaan? dat gij tot hen zeggen zult: Gelijk als gijlieden Mij hebt verlaten, en vreemde goden in uw land gediend, alzo zult gij de uitlandse dienen, in een land, dat het uwe niet is.
En, zo zegt de Heere verder, Zich van mijne tijdgenoten weer tot mij wendende: (vs. 14) het zal geschieden, wanneer gebeurt, wat gij geprofeteerd hebt en zij uw woord geen wind meer zullen kunnen noemen, en gij zult zeggen (liever: men zal zeggen, gelijk men in verblinding (Hoofdst. 16:10) heeft gedaan): Waarom heeft ons de HEERE, onze God, al deze dingen gedaan? wij zijn toch het volk van Zijn eigendom, dat gij tot hen zeggen zult in den naam des Heeren: Gelijk als gijlieden Mij hebt verlaten, en vreemde goden in uw land hebt gediend, hoewel Ik alles aanwendde (Gen. 12:7) om u bij Mij te houden, alzo zult gij de uitlandsen, de Chaldeën (Hoofdst. 25:11) dienen, in een land dat het uwe niet is, in Babylonië. Hoe meer overeenkomst er bestaat tussen misdrijf en straf, des te eer wordt zij door het geweten als straf erkend.
— Verkondigt dit in het huis van Jakob, en laat het horen in Juda, zeggende:
Verkondigt dit, dat Ik in vs. 21 vv. nader zal verklaren, o, mijn Profeet, en gij weinigen, die u nog aan Mij vasthoudt (vs. 1), in het huis van Jakob, zo lang de korte tijd vóór het begin van het gericht nog duurt, en laat het horen in Juda, zonder u te storen aan den spot der verachters (vs. 12 vv.). Roept, of het nog mogelijk ware, de ene of andere ziel te rukken uit het verderf en te verlichten met het licht des levens, zeggende:
KruisverwijzingenEzechiël 12:2→Handelingen 28:26→Jesaja 6:9→Johannes 12:40→Romeinen 11:8→Jeremia 4:22→Deuteronomium 32:6→Jeremia 8:7→— Hoort nu dit, gij dwaas en harteloos volk! die ogen hebben, maar zien niet, die oren hebben, maar horen niet.
Hoort nu dit, gij dwaas (Hoofdst. 4:22)en harteloos volk (Hos. 7:11), die ogen hebben, maar zien niet, die oren hebben, maar horen niet 1) (Jes. 6:9 vv.).
In de volgende verzen wordt nader aangegeven, waarin dat blind en dat doof zijn bestaat. Zij zien noch Gods majesteit en heerlijkheid in het rijk der natuur, noch Zijne barmhartigheid en genade in dat der genade. Zij zijn blind voor Gods orde in de schepping, voor Zijne Voorzienige zorg, voor Zijne weldaden en zegeningen en doof voor de waarschuwingen en vermaningen, die tot hen komen. Zij letten er niet op, dat die God, die de zee haar paal zet en de golven breidelt, die den vroegen en spaden regen geeft, ook machtig is, om Zijn toorn te openbaren en Zijne zegeningen in te houden. De goedertierenheden Gods hebben het volk niet gedrongen Hem te vrezen; de vermaningen en waarschuwingen hebben het niet teruggehouden van de zonde, daarom is het een dwaas en harteloos volk.
KruisverwijzingenPsalmen 119:120→Jeremia 10:7→Deuteronomium 28:58→Job 38:10→Psalmen 104:9→Spreuken 8:29→Openbaring 15:4→Job 26:10→— Zult gijlieden Mij niet vrezen? spreekt de HEERE; zult gij voor Mijn aangezicht niet beven? Die der zee het zand tot een paal gesteld heb, met een eeuwige inzetting, dat zij daarover niet zal gaan; ofschoon haar golven zich bewegen, zo zullen zij toch niet vermogen, ofschoon zij bruisen, zo zullen zij toch daarover niet gaan.
Zult gijlieden Mij dan ganselijk niet vrezen? spreekt de HEERE, zult gij voor Mijn aangezicht niet beven, zodat gij door hartelijke boete en oprechte bekering Mijnen toorn zoekt af te wenden? Ik ben dieGod, die ten duidelijken bewijze Mijner almacht der zee het zand tot enen a) paal gesteld heb (Job 38:8 vv.), met ene eeuwige inzetting, dat zij daarover niet zal gaan. Ofschoon hare golven zich bewegen, en schijnen te beproeven de haar gestelde grenzen door te breken, zo zullen zij toch niet vermogen; ofschoon zij bruischen, zo zullen zij toch daarover niet gaan, al is ook wat haar terughoudt slechts licht wegstuivend zand.
Ps. 33:7; 104:9.
KruisverwijzingenJeremia 6:28→Deuteronomium 21:18→Psalmen 95:10→Jeremia 5:5→Hebreeën 3:12→Jeremia 17:9→Hosea 11:7→Jesaja 31:6→— Maar dit volk heeft een afvallig en wederspannig hart; zij zijn afgevallen en heengegaan;
Nu moest men toch inzien hoe dwaas het is, zich tegen Mijnen heiligen wil te verzetten, en hoe men slechts zichzelven den ondergang bereidt, wanneer men in zulk een opstand volhardt; maar dit volk begrijpt het niet, het heeft een afvallig en weerspannig hart, dat vijandig tegen Mij overstaat; zij zijn, ondanks alle Mijne bemoeiingen, om ze tot bekering te brengen, afgevallen en heengegaan, als die Mijn woord zelfs niet meer willen aanhoren (Hoofdst 6:10).
KruisverwijzingenPsalmen 147:8→Genesis 8:22→Handelingen 14:17→Mattheüs 5:45→Joël 2:23→Job 5:10→Jeremia 14:22→Hosea 6:1→— En zij zeggen niet in hun hart: Laat ons nu den HEERE, onzen God, vrezen, Die den regen geeft, zo vroegen regen als spaden regen, op Zijn tijd; Die ons de weken, de gezette tijden van den oogst, bewaart.
De bewijzen Mijner goedheid maken niet den minsten indruk meer, en zij zeggen niet in hun hart: Laat ons nu den HEERE, onzen God, vrezen, die den regen heeft, welken wij zo zeer nodig hebben, opdat het land ons zijn gewas geve, a) zo vroegen regen als spaden regen (Lev. 26:4 vv.), op zijnen tijd (Hand. 14:17); die ons de weken, de zeven weken tussen Pasen en Pinksteren (Lev. 23:15 vv. (Deut. 16:9 vv.), de gezette tijden van den oogst, van het midden van April tot het begin van Juni (Lev. 23:17) bewaart, zodat Hij ons niet alleen koren laat groeien, maar ook goed en veilig inoogsten laat, naar Zijne belofte (Gen. 8:22).
Deut. 11:14.
KruisverwijzingenJeremia 3:3→Psalmen 107:34→Psalmen 107:17→Deuteronomium 28:23→Jeremia 2:17→Klaagliederen 4:22→Klaagliederen 3:39→Jesaja 59:2→— Uw ongerechtigheden wenden die dingen af, en uw zonden weren dat goede van ulieden.
Uwe ongerechtigheden, waardoor gij niets dan straffen verdient, wenden die dingen af, dat de Heere, uw God, u ook verder regen en vruchtbare tijden zou geven, gelijk Hij dan ook reeds den vroegen en den spaden regen gedeeltelijk heeft laten uitblijven (Hoofdst. 3:3), en uwe zonden weren dat goede van ulieden 1) zodat gij, daar gij u niet wilt bekeren, ten laatste ganselijk geen oog meer zult hebben.
Merk hier aan, dat het de zonde is, die den stroom der goddelijke gunsten voor ons stopt, en ons berooft van de zegeningen, die wij gewoon waren te ontvangen. En deze is het, die den hemel als koper en de aarde als ijzer maakt.
KruisverwijzingenSpreuken 1:11→Jeremia 18:22→Habakuk 1:14→Jeremia 4:22→Lukas 5:10→Ezechiël 22:2→Jesaja 58:1→Psalmen 10:9→— Want onder Mijn volk worden goddelozen gevonden; een ieder van hen loert, gelijk zich de vogelvangers schikken; zij zetten een verderfelijken strik, zij vangen de mensen.
Want onder Mijn volk en wel aan het hoofd daarvan worden goddelozen gevonden; een ieder van hen loert, gelijk zich de vogelvangers schikken, zij zoeken op allerlei verkeerde wegen zichzelven te bevoordelen; zij zetten enen verderflijken strik, zij vangen de mensen, hun goddeloze ontwerpen gelukken hun menigmaal.
KruisverwijzingenOpenbaring 18:2→Hosea 12:7→Micha 6:10→Spreuken 1:11→Habakuk 2:9→Micha 1:12→Jeremia 9:6→Amos 8:4→— Gelijk een kouw vol is van gevogelte, alzo zijn hun huizen vol van bedrog; daarom zijn zij groot en rijk geworden.
Gelijk ene kouw, waarmee de vogelaar uitgaat, vol is van gevogelte, van vogels, die hij gevangen heeft, alzo zijn hun huizen vol met bedrog, gevuld met allerlei wat door bedrog is verkregen, daaromalleen om zulk een onrechtvaardig najagen zijn zij groot en rijk geworden.
KruisverwijzingenZacharia 7:10→Jesaja 1:23→Deuteronomium 32:15→Psalmen 73:12→Jeremia 7:6→Psalmen 82:2→Jakobus 5:4→Job 12:6→— Zij zijn vet, zij zijn glad, zelfs de daden der bozen gaan zij te boven; de rechtzaak richten zij niet, zelfs de rechtzaak des wezen, nochtans zijn zij voorspoedig; ook oordelen zij het recht der nooddruftigen niet.
Zij zijn vet, zij zijn glad van wege hun overdadig leven (Deut. 32:15), zelfs de daden des bozen gaan zij te boven {1} hun handelen gaat over alle slechtheid heen (Hoofdst. 9:2); de {a} rechtzaken richten zij niet, terwijl zij toch verplicht waren recht en gerechtigheid bij het volk te onderhouden, zelfs de rechtzaak des wezen wordt verwaarloosd. Nochtans zijn zij voorspoedigen gelukt hun hun boosheid; ook oordelen zij het recht der nooddruftigen niet; de arme wordt in zijne ellende verlaten. {a} Jes. 1:3 Zach. 7:10. {1} In het Hebr. Gam-aberoe dibrae ra’. Letterlijk: zelfs gaan zij de zaken des bozen te boven, d. i. Zelfs overschrijden zij de maat van het boze. M. a. w. er is geen schelmstuk wat zij niet durven bestaan, Dit wordt nader aangeduid door het volgende.
KruisverwijzingenJeremia 5:9→Maleachi 3:5→Jakobus 5:4→Jeremia 9:9→— Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen? spreekt de HEERE; zou Mijn ziel zich niet wreken aan zulk een volk als dit is?
a) Zou Ik over die dingen gene bezoeking doen? spreekt de HEERE: Zou Mijne ziel Zich niet wreken aan zulk een volk, als dit is?
Vs. 9. Jer. 9:9 Men moest liever den Turksen keizer met zijn geheel leger tot vijand willen hebben, dan ene arme weduwe met hare vaderloze wezen. De tranen van de wezen zijn het water, dat boven alle bergen opstijgt en dan weer nedervalt en al hun vijanden in de hel overstroomt.
KruisverwijzingenHosea 6:10→Jeremia 23:14→Jeremia 2:12→Jesaja 1:2→— Een schrikkelijke en afschuwelijke zaak geschiedt er in het land.
Hoe nauwkeuriger men de toestanden onderzoekt, des te meer moest men zeggen: Ene schrikkelijke en afschuwelijke zaak geschiedt er in het land, want er vallen ontzettende zaken voor (Hoofdst. 18:13; 23:14).
KruisverwijzingenMicha 2:11→Ezechiël 13:6→Jeremia 14:14→Jesaja 10:3→2 Korinthe 11:13→Deuteronomium 32:29→2 Timotheüs 4:3→2 Petrus 2:1→— De profeten profeteren valselijk, en de priesters heersen door hun handen; en Mijn volk heeft het gaarne alzo; maar wat zult gij ten einde van dien maken?
De profeten, die tot mondelinge verklaring van het geschreven woord, en tot juiste toepassing op de bijzondere gevallen van het praktische leven zijn geroepen, profeteren a) valselijk, wanneer zij voorgeven nieuwe openbaringen te hebben ontvangen (Hoofdst. 20:6; 29:8 vv.). En de priesters, die er voor moeten waken, dat er gene nieuwe profetie geschiede, die tegen het woord der Schrift streed (Mal. 2:7) heersen door hun handen, door den invloed dier valse profeten. Die beiden maken met elkaar gemene zaak, en Mijn volk heeft het gaarne alzo; indien dit zich door Mijnen Geest wilde laten leiden, zo zou de verdorvenheid van Profeten en priesters bij hen moeten schipbreuk lijden, maar in plaats van tegen hen over te staan, is dat ongeloof naar hun hart. (Hoofdst. 18:18). Maar wat zult gij ten einde van dien (Jes. 10:2) maken?
Jer. 14:18. 23:25, 26. Ezech. 13:6. Al wat in dit hoofdstuk gezegd is, keert in tijden van verdorvenheid ook in de Christelijke kerk terug. Men heeft slechts in de plaats der valse Profeten de volgelingen van den geest des tijds te stellen. De leiders misleiden het volk, de profeten profeteerden valselijk, verdichtten een last van den hemel, wanneer zij werkten voor de hel. De godsdienst wordt nooit gevaarlijker aangerand, dan onder schijn en voorwendsel van goddelijke openbaring. Doch waarom bedwongen de Priesters, die de macht in handen hadden tot dat einde, deze valse profetie niet. Helaas, in plaats van dit te doen, maakten zij gebruik van hen, als de werktuigen van hun heerszucht en tyrannie. En het volk was er genoeg mede gediend, om zo misleid te worden. Zij willen gaarne met een lossen teugel gereden worden en zulke regeerders lijken hun zeer wel, die hun begeerlijkheid niet bedwingen, en zulke leraars, die hen niet bestraffen zullen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Jeremia 5
Jeremia 5:1.Kruisverwijzingen2 Kronieken 16:9→Ezechiël 22:30→Genesis 18:23→Daniël 12:4→Psalmen 12:1→Psalmen 53:2→Psalmen 14:3→Jesaja 59:4→
— Gaat om door de wijken van Jeruzalem, en ziet nu toe, en verneemt, en zoekt op haar straten, of gij iemand vindt, of er een is, die recht doet, die waarheid zoekt, zo zal Ik haar genadig zijn.
Het was een heel wonderlijk aanbod van Gods zijde om de inwoners van de hele stad Jeruzalem te vergeven om één mens. En het was des te opmerkelijker omdat Hij hun de tijd gaf een grondig onderzoek te doen of zo iemand te vinden was: “of er iemand zij, die recht doe, die waarheid zoeke”. In wat een verschrikkelijke staat van schuld moet de Joodse hoofdstad gevallen zijn! Er was niet één mens, zelfs niet onder de overheden of de priesters, die zich bekommerde om wat rechtvaardig en waar was. Moge God Londen en Engeland verhoeden zo te worden als Jeruzalem en Juda! Mogen waarheid en gerechtigheid in ons land bloeien!
Jeremia 5:2.KruisverwijzingenTitus 1:16→Jeremia 7:9→Jeremia 4:2→Jesaja 48:1→1 Timotheüs 1:10→Hosea 10:4→Zacharia 5:3→Maleachi 3:5→
— En of zij al zeggen: Zo waarachtig als de HEERE leeft! zo zweren zij toch valselijk.
Zelfs wie zich de schijn gaven godsdienstig te zijn en die zeiden: “Zo waarachtig als de HEERE leeft” — ook zij waren valse zweerders. In wat een verschrikkelijk droevige staat was die tijd gekomen, toen zijn godsdienst zelf een leugen was en zijn zogenaamd heilige zaken door en door verrot!
Jeremia 5:3.Kruisverwijzingen2 Kronieken 16:9→Jeremia 2:30→Jeremia 7:28→Jesaja 9:13→Zacharia 7:11→Psalmen 11:4→Sefanja 3:1→Sefanja 3:7→
— O HEERE! zien Uw ogen niet naar waarheid? Gij hebt hen geslagen, maar zij hebben geen pijn gevoeld; Gij hebt hen verteerd, maar zij hebben geweigerd de tucht aan te nemen; zij hebben hun aangezichten harder gemaakt dan een steenrots, zij hebben geweigerd zich te bekeren.
Is er ergens een waarheidsgetrouw mens, dan ziet God hem. Zijn ogen zijn op hem, Hij aanschouwt hem met aandachtig welbehagen, en Hij zal met de uiterste zorgvuldigheid voor hem waken. Maar wat was het werkelijke karakter van dit volk? Hoor toe. Niets kon hen bewegen recht te handelen; wat God ook met hen deed, zij bleven in hun ongerechtigheid volharden.
Jeremia 5:4-5.KruisverwijzingenHosea 4:6→Jeremia 8:7→Mattheüs 11:5→Jesaja 27:11→Jeremia 2:20→Jakobus 2:5→Jeremia 4:22→Johannes 7:48→
— Doch ik zeide: Zekerlijk, deze zijn arm; zij handelen zottelijk, omdat zij den weg des HEEREN, het recht hun Gods niet weten. Ik zal gaan tot de groten, en met hen spreken, want die weten den weg des HEEREN, het recht huns Gods; maar zij hadden te zamen het juk verbroken, en de banden verscheurd.
Na onder de armen en de onwijzen gezocht te hebben, besloot Jeremia dat zij de weg van de HEERE niet kenden. Daarom wendde hij zich tot de machtigen van zijn dagen. Maar hij vond onder hen geen verbetering; zij waren zelfs erger dan de armen en de onkundigen.
Jeremia 5:10-12.KruisverwijzingenJeremia 3:20→Jeremia 4:27→2 Kronieken 36:16→Psalmen 78:61→Jeremia 39:8→2 Koningen 24:2→Mattheüs 22:7→Jeremia 25:9→
— Beklimt haar muren, en verderft ze (doch maakt geen voleinding); doet haar spitsen weg, want zij zijn des HEEREN niet. Want het huis van Israel en het huis van Juda hebben gans trouwelooslijk tegen Mij gehandeld, spreekt de HEERE. Zij verloochenen den HEERE, en zeggen: Hij is het niet, en ons zal geen kwaad overkomen, wij zullen noch zwaard noch honger zien.
Zij hebben het voorgesteld alsof God Zelf een leugenaar was. Zij hebben Hem tegengesproken, wiens woord de waarheid zelf is. Zij hebben Zijn dreigingen veracht, zij hebben Zijn uitnodigingen geweigerd, zij hebben Zijn beloften niet geloofd: “Zij verloochenen den HEERE.”
Jeremia 5:13-14.KruisverwijzingenJeremia 1:9→Jeremia 14:15→Jeremia 23:29→Hosea 6:5→Job 8:2→Jeremia 14:13→2 Koningen 1:10→Openbaring 11:5→
— Ja, die profeten zullen tot wind worden, want het woord is niet bij hen; hun zelven zal zo geschieden. Daarom zegt de HEERE, de God der heirscharen, alzo, omdat gijlieden dit woord spreekt: Ziet, Ik zal Mijn woorden in uw mond tot vuur maken, en dit volk tot hout, en het zal hen verteren.
Het is een vreselijke staat van zaken wanneer God van het pleiten met mensen overgaat tot het dreigen. Dan houdt Hij op hen uit te nodigen tot Hem terug te keren, en klaagt Hij hen aan als overtreders van Zijn wetten. Op zulke tijden maakt Hij de woorden die uit de mond van Zijn profeten komen als vuur. De mensen worden er volkomen door verteerd, zoals de stoppels in het veld door de verslindende vlammen verwoest worden.
Jeremia 5:15-18.KruisverwijzingenDeuteronomium 28:49→Jeremia 4:16→Jesaja 5:28→Deuteronomium 28:33→Leviticus 26:16→Jesaja 28:11→Jesaja 5:26→Psalmen 5:9→
— Ziet, Ik zal over ulieden een volk van verre brengen, o huis Israels! spreekt de HEERE; het is een sterk volk, het is een zeer oud volk, een volk, welks spraak gij niet zult kennen, en niet horen, wat het spreken zal. Zijn pijlkoker is als een open graf; zij zijn altemaal helden. En het zal uw oogst en uw brood opeten, dat uw zonen en uw dochteren zouden eten; het zal uw schapen en uw runderen opeten; het zal uw wijnstok en uw vijgeboom opeten; uw vaste steden, op dewelke gij vertrouwt, zal het arm maken, door het zwaard. Nochtans zal Ik ook in die dagen, spreekt de HEERE, geen voleinding met ulieden maken.
Zie hoe God te midden van Zijn toorn de barmhartigheid gedenkt. Hij spreekt een verschrikkelijk vonnis over de overtreders uit, en dan houdt Hij stil en zegt: “nochtans”. Hoor de zachte toon van medelijden in dat woord: “Nochtans zal Ik in die dagen, spreekt de HEERE, geen voleinding met ulieden maken.” Nog altijd spaart Hij de schuldigen, en in Zijn lankmoedigheid geeft Hij hun verdere gelegenheid tot bekering.
Jeremia 5:19.Kruisverwijzingen1 Koningen 9:8→Jeremia 13:22→Jeremia 22:8→Deuteronomium 28:47→Jeremia 16:13→Jeremia 16:10→Deuteronomium 29:24→Deuteronomium 4:25→
— En het zal geschieden, wanneer gij zult zeggen: Waarom heeft ons de HEERE, onze God, al deze dingen gedaan? dat gij tot hen zeggen zult: Gelijk als gijlieden Mij hebt verlaten, en vreemde goden in uw land gediend, alzo zult gij de uitlandse dienen, in een land, dat het uwe niet is.
Een mens kan zijn zonde vaak in haar straf zien. Omdat zij vreemde goden gediend hadden, zond de HEERE hen om vreemden te dienen in een vreemd land. Bedenk, o overtreder, dat uw zonde in de een of andere vorm bij u thuiskomt! Zaaien wij wind, dan zullen wij wervelwind oogsten. “Zo wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien.” Laten wij ons er daarom voor wachten zaden van zonde uit te strooien, want zij zullen een verschrikkelijke oogst van wee voortbrengen.
Jeremia 5:20-21.KruisverwijzingenEzechiël 12:2→Handelingen 28:26→Jesaja 6:9→Johannes 12:40→Romeinen 11:8→Jeremia 4:22→Deuteronomium 32:6→Jeremia 8:7→
— Verkondigt dit in het huis van Jakob, en laat het horen in Juda, zeggende: Hoort nu dit, gij dwaas en harteloos volk! die ogen hebben, maar zien niet, die oren hebben, maar horen niet.
En helaas, er zijn nog veel te veel van zulke mensen. Zij horen Gods Woord, en toch bereikt het hun hart nooit. Zij zien wat Gods hand overal om hen heen doet, en toch zien zij het niet en willen zij het niet werkelijk zien zoals het behoort.
Jeremia 5:22.KruisverwijzingenPsalmen 119:120→Jeremia 10:7→Deuteronomium 28:58→Job 38:10→Psalmen 104:9→Spreuken 8:29→Openbaring 15:4→Job 26:10→
— Zult gijlieden Mij niet vrezen? spreekt de HEERE; zult gij voor Mijn aangezicht niet beven? Die der zee het zand tot een paal gesteld heb, met een eeuwige inzetting, dat zij daarover niet zal gaan; ofschoon haar golven zich bewegen, zo zullen zij toch niet vermogen, ofschoon zij bruisen, zo zullen zij toch daarover niet gaan.
Er is een smalle gordel zand die de bruisende zee tegenhoudt. Hij zegt tot haar: tot hiertoe zult u komen en niet verder, en hier zullen uw hoge golven gestild worden. Zand is zo zwak een ding, en toch houdt het de machtige oceaan binnen zijn grenzen. Hoe gereed behoorden u en ik dan te zijn om door God geregeerd te worden, en in toom gehouden zelfs door de geringste aanduiding van Zijn wil!
Jeremia 5:23.KruisverwijzingenJeremia 6:28→Deuteronomium 21:18→Psalmen 95:10→Jeremia 5:5→Hebreeën 3:12→Jeremia 17:9→Hosea 11:7→Jesaja 31:6→
— Maar dit volk heeft een afvallig en wederspannig hart; zij zijn afgevallen en heengegaan;
God bedwingt de zee, maar niets lijkt de zondigheid van de mens te kunnen bedwingen. Hij verbreekt elke slagboom die hem tegen zou moeten houden; hij is als een verwoestende stroom wanneer hij zich aan de ongerechtigheid overgeeft.
Jeremia 5:24.KruisverwijzingenPsalmen 147:8→Genesis 8:22→Handelingen 14:17→Mattheüs 5:45→Joël 2:23→Job 5:10→Jeremia 14:22→Hosea 6:1→
— En zij zeggen niet in hun hart: Laat ons nu den HEERE, onzen God, vrezen, Die den regen geeft, zo vroegen regen als spaden regen, op Zijn tijd; Die ons de weken, de gezette tijden van den oogst, bewaart.
God geeft tijdige en gepaste jaargetijden voor de groei en de inzameling van het koren: regen wanneer die nodig is om de halm te helpen opkomen, en mooi weer om de oogst binnen te halen. Toch zien veel mensen de hand van God in het geheel niet. Zij worden dus niet door dankbaarheid bewogen Zijn Naam te zegenen en Hem te vrezen aan wie zij alles verschuldigd zijn wat zij ontvangen. Och, wat een ondankbaar en blind schepsel is de mens!
Jeremia 5:25.KruisverwijzingenJeremia 3:3→Psalmen 107:34→Psalmen 107:17→Deuteronomium 28:23→Jeremia 2:17→Klaagliederen 4:22→Klaagliederen 3:39→Jesaja 59:2→
— Uw ongerechtigheden wenden die dingen af, en uw zonden weren dat goede van ulieden.
Weet een onbekeerd mens hier wel welke goede dingen hij tot op dit ogenblik gemist heeft? Stel dat u, mijn vriend, vanavond behouden werd — kunt u zich dan zelfs voorstellen welke vreugde u door al die jaren van uw onboetvaardigheid verloren hebt? Niets kan u de jaren die heengegaan zijn ooit teruggeven, of u in de toekomst de vreugde geven die u had kunnen hebben maar die u gemist hebt. En let op: al was er geen hel te verduren, het is hel genoeg de hemel gemist te hebben. Het zal uw hart aan het einde smart genoeg zijn te bevinden dat uw zonden de goede dingen van u geweerd hebben.
Jeremia 5:26.KruisverwijzingenSpreuken 1:11→Jeremia 18:22→Habakuk 1:14→Jeremia 4:22→Lukas 5:10→Ezechiël 22:2→Jesaja 58:1→Psalmen 10:9→
— Want onder Mijn volk worden goddelozen gevonden; een ieder van hen loert, gelijk zich de vogelvangers schikken; zij zetten een verderfelijken strik, zij vangen de mensen.
“Onder Mijn volk”, zegt de HEERE — in de kerk zelf, met een even luide belijdenis als de oprechtste christen — “worden gevonden goddelozen”. Ook hier, op deze plaats, vanavond, onder de godvruchtigen in deze gemeente, worden goddeloze mensen gevonden. De HEERE ontferme Zich over hen en bekere hen van hun boze wegen!
Wacht u voor deze mensenvangers, die zielen verstrikken en hen voor altijd te gronde richten, en die hen inspinnen door hen tot boze gewoonten en overtredingen te brengen.
Jeremia 5:27-29.KruisverwijzingenZacharia 7:10→Jesaja 1:23→Deuteronomium 32:15→Psalmen 73:12→Jeremia 5:9→Jeremia 7:6→Maleachi 3:5→Openbaring 18:2→
— Gelijk een kouw vol is van gevogelte, alzo zijn hun huizen vol van bedrog; daarom zijn zij groot en rijk geworden. Zij zijn vet, zij zijn glad, zelfs de daden der bozen gaan zij te boven; de rechtzaak richten zij niet, zelfs de rechtzaak des wezen, nochtans zijn zij voorspoedig; ook oordelen zij het recht der nooddruftigen niet. Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen? spreekt de HEERE; zou Mijn ziel zich niet wreken aan zulk een volk als dit is?
God zegt tot de engelen in de hemel: “Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen?” En zij antwoorden: “Ja, Heere.” Zelfs tot de duivelen in de hel kan Hij dezelfde vraag stellen. Zij smarten al onder Zijn toorn, en Hij kan tot hen zeggen: “Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen?” En ook zij antwoorden: “Ja.” Hij stelt de vraag aan alle verstandige wezens die weten wat recht en waar is, en zij antwoorden eenstemmig: “Ja, Heere, het moet zo zijn.”
Jeremia 5:30-31.KruisverwijzingenHosea 6:10→Jeremia 23:14→Micha 2:11→Ezechiël 13:6→Jeremia 14:14→Jesaja 10:3→2 Korinthe 11:13→Deuteronomium 32:29→
— Een schrikkelijke en afschuwelijke zaak geschiedt er in het land. De profeten profeteren valselijk, en de priesters heersen door hun handen; en Mijn volk heeft het gaarne alzo; maar wat zult gij ten einde van dien maken?
Het is iets allerafschuwelijkst dat Gods eigen volk ooit zou willen dat er dwaling gepredikt wordt en dat er verdrukking en onrecht van welke soort ook bedreven wordt. U weet dat als Gods eigen volk de valse leer niet verdroeg, die op veel plaatsen spoedig niet meer gehoord zou worden. Maar juist doordat wie voorgeven Gods Woord te kennen hun zegel zetten op wat tegen de waarheid ingaat, blijft de dwaling in het land in stand: “de profeten profeteren valselijk, en de priesters heersen door hun handen; en Mijn volk heeft het gaarne alzo.”
Dat is een vraag die ik in Gods Naam aan ieder hier zou willen stellen. Is uw godsdienst van zo’n aard dat hij u staande houdt wanneer u komt te sterven? Of hebt u zich verlaten op de een of andere vorm van leugen, die de toets van uw sterfuur niet zal doorstaan? Leeft u in verwaarlozing van God? Is uw leven zo dat Hij op u vertoornd moet zijn, want Hij is op de goddelozen alle dagen vertoornd? Neem dan de vraag mee naar huis waarmee dit hoofdstuk sluit: “wat zult gij dan doen ten einde van dit alles?”
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
III. Vs. 1-31.Kruisverwijzingen2 Kronieken 16:9→Ezechiël 22:30→Jeremia 2:30→Deuteronomium 32:21→Jozua 23:7→Galaten 4:8→Jeremia 9:9→Genesis 18:23→
— Gaat om door de wijken van Jeruzalem, en ziet nu toe, en verneemt, en zoekt op haar straten, of gij iemand vindt, of er een is, die recht doet, die waarheid zoekt, zo zal Ik haar genadig zijn. En of zij al zeggen: Zo waarachtig als de HEERE leeft! zo zweren zij toch valselijk. O HEERE! zien Uw ogen niet naar waarheid? Gij hebt hen geslagen, maar zij hebben geen pijn gevoeld; Gij hebt hen verteerd, maar zij hebben geweigerd de tucht aan te nemen; zij hebben hun aangezichten harder gemaakt dan een steenrots, zij hebben geweigerd zich te bekeren. Doch ik zeide: Zekerlijk, deze zijn arm; zij handelen zottelijk, omdat zij den weg des HEEREN, het recht hun Gods niet weten. Ik zal gaan tot de groten, en met hen spreken, want die weten den weg des HEEREN, het recht huns Gods; maar zij hadden te zamen het juk verbroken, en de banden verscheurd. Daarom heeft hen een leeuw uit het woud verslagen, een wolf der wildernissen zal hen verwoesten; een luipaard waakt tegen hun steden; al wie uit dezelve uitgaat, zal verscheurd worden; want hun overtredingen zijn vermenigvuldigd, hun afkeringen zijn machtig veel geworden. Hoe zou Ik over zulks u vergeven? Uw kinderen verlaten Mij, en zweren bij hen, die geen God zijn; als Ik hen verzadigd heb, zo bedrijven zij overspel, en verzamelen bij hopen in het hoerenhuis. Als welgevoederde hengsten zijn zij vroeg op; zij hunkeren een iegelijk naar zijns naasten huisvrouw. Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen? spreekt de HEERE. Of zou Mijn ziel zich niet wreken aan zulk een volk, als dit is? Beklimt haar muren, en verderft ze (doch maakt geen voleinding); doet haar spitsen weg, want zij zijn des HEEREN niet.
De oordelen, welke in de vorige rede waren aangekondigd, worden nu hier voorgesteld als volkomen rechtvaardig van de zijne des Heeren, en als wel verdiend van de zijde des volks. Hij, de Heere, gaat zo ongaarne over tot de uitvoering van deze gerichten, dat ook de geringste mogelijkheid, om genade vóór recht te laten, Hem zeer welkom zou zijn en ook de geringste mate van geloof, wanneer Hij die vond, Hem genoegzaam tot verschoning zou wezen. Het volk van Juda en Jeruzalem maakt echter door zijne onverbeterlijke boosheid de verschoning onmogelijk. God zou moeten ophouden te zijn, wat Hij is, de Heilige en Rechtvaardige, de Waarachtige en Getrouwe, indien Hij ene zo geheel verdorvene menigte nog verder wilde laten bestaan en Zich niet wreken aan zulk een volk als dit is. Wel zijn in Juda en Jeruzalem zulke zielen aanwezig als koning Josia met den stand der ware profeten vertegenwoordigd, maar juist daarom is het onafwendbare gericht ook door het “Ik zal gene voleinding maken” verzacht, en wordt in den korten tijd tot aan het begin van het gericht nog alles beproeft, om ook andere zielen te redden, zo vele of zo weinige maar te redden zijn.
Gaat om. zegt de Heere tot de weinigen, die Hem nog aanhangen, en de straf, door hun voorbede, even als een Abraham van Sodom en Gomorra (Gen. 18:17 vv.). van Jeruzalem zoeken af te wenden (2 (Kon. 22:11 vv.), gaat om door de wijken van Jeruzalem, en ziet nu toe, en verneemt, en zoekt op hare straten, zo nauwkeurig, als gij kunt, en zo lang gij wilt, of gij iemand onder het gehele volk vindt, of er één is, die recht doet, die waarheid zoekt, zodat hij naar het richtsnoer van Mijn woord in waarheid en getrouwheid zijn leven zoekt te richten, zo zal Ik haar, de stad, om der wille van dien éénen rechtvaardige, genadig zijn 1) (vgl. Gen. 18:32, 33).
Sterker kon de gehele verdorvenheid van Jeruzalem niet worden uitgedrukt, dan hier geschiedt. Nog wil de Heere van Zijne stad het gericht afkeren; dat over haar besloten is, wanneer men er slechts éénen in vindt, die recht doet en waarheid zoekt. Men moet dit niet zo volstrekt verstaan, alsof alle inwoners van Jeruzalem tot één toe snode deugnieten waren. Er werden, behalve Jeremia en Baruch, nog enige weinige godvrezende lieden gevonden. Maar de Heere spreekt hier bepaaldelijk van de grote en aanzienlijke lieden (vs. 5), en schoon er onder mensen van allerlei rang nog hier en daar deze en die wezen mocht, die God in waarheid diende, zij waren onbekend omdat zij zich schuil hielden en niet openlijk uitkwamen, noch zich tegen het heersend verderf aankantten. Snijdender, scherper kon het niet. Ongetwijfeld beroemde het Israël van die dagen er zich op, dat het de heilige stad Jeruzalem bewoonde, dat het behoorde tot het heilige zaad. Het liet zich voorstaan op uitwendige godsdienstplichten. En daarom zegt de Heere, door den mond van Jeremia, dat het zo treurig gesteld is, dat degenen die recht doen en die de waarheid zoeken, als het ware niet te vinden zijn. Niet dat er niet een enkele vrome meer te vinden was, maar de grote menigte had zo haar weg verdorven, dat de enkelen, die nog den Heere vreesden, schier niet te vinden waren. Het ganse hoofd is mat het ganse hart ziek had Jesaja gezegd. Dit wordt hier bevestigd.
En of zij, de inwoners van Jeruzalem bij hun beweringen al zeggen: Zo waarachtig als de HEERE leeft, en daardoor Mij schijnen te belijden (Deut. 10:20), zo zweren zij toch valselijk; zelfs de heilige naam Gods is hun tot ene nietige phrase geworden, en wordt tot liegen en bedriegen in den mond genomen (Jes. 48:1).
O HEERE! zien Uwe ogen niet naar waarheid? Gij hebt een welgevallen in een oprecht U toegewijd hart, niet in den uitwendigen schijn van godzaligheid. En wanneer Gij nu ons, die voor Juda en Jeruzalem spreken, oproept, om U slechts éénen rechtvaardige in dien zin aan te wijzen, om wiens wil Gij ons zoudt kunnen sparen, zo moeten wij bekennen: wij vinden niemand; wij vinden niets dan onverbeterlijke harten. Gij hebt hen) geslagen, maar zij hebben gene pijn gevoeld, geen enkele trek op hun gelaat heeft het getoond, dat de slagen hun smart deden, Gij hebt hen verteerd, maar zij hebben geweigerd de tucht aan te nemen (Hoofdst. 2:30. (Jes. 9:13); zij hebben hun aangezichten harder gemaakt dan ene steenrots, zij hebben geweigerd zich te bekeren 1) (Jes. 48:4. (Ezech. 2:4).
Het verband tussen het eerste en tweede gedeelte van dit vers is dit: De Heere vraagt naar waarheid, naar oprechtheid. Bij Israël werd geen trouw gevonden. Zij zwoeren wel bij den Naam des Heeren, zij dienden den Heere nog wel in naam, maar het hart was verre van ware godsvrucht. Daarom had de Heere het volk gekastijd; gekastijd, opdat het in oprechtheid naar Hem zou vragen. Helaas! de kastijding had niet het doel bereikt. Tegen de oordelen in had Juda zich verhard. Jeruzalem’s inwoners hadden zich niet verootmoedigd. Zij waren tegen de oordelen ingegaan en hadden daardoor getoond, dat hun hart harder was dan een rotssteen. Dit is wel het treurigste. Er is tweeërlei verbrijzeling. Een verbrijzeling tot bekering en een verbrijzeling tot oordeel. Het laatste was het geval bij Juda.
Doch ik zei, nadat ik zulk een toestand des harten bij Mijn volk gevonden had: Zeker deze, die ik bij het oordeel in vs. 3 voornamelijk in het oog had, zijn arm; ten gevolge hunner armoede zijn zij onkundige, en zij handelen dientengevolge zottelijk, omdat zij den weg des HEEREN, het recht huns Gods niet weten; men verwondere zich daarom bij hen niet al te zeer, wanneer alle proeven ter verbetering zonder gevolg blijven.
Ik zal gaan tot de groten, tot de voorname standen, de ontwikkelden en rijken, en ik zal met hen spreken, om hun gezindheid en hunnen wandel te leren kennen, want die weten den weg des HEEREN, het recht huns Gods, zodat de toestand bij hen beter zal zijn; maar zij hadden te zamen, gelijk al spoedig bleek, in den overmoed van hun vleselijke zelf- en heerszuchtige gezindheid (Deut. 32:15. (Spr. 30:9), het juk der Goddelijke wet, dat zij wel kenden, verbroken (Hoofdst. 2:20) en de banden, waarmee de Heere hen aan Zijnen heiligen wil gebonden had, verscheurd1) (Ps. 2:3).
Dit groot gebrek aan trouw en recht vindt men niet alleen bij de onderste lagen des volks, bij de geringen en het onwetende gemeen, maar ook bij de hogere standen der beschaafden. Deze gedachte is rhetorisch zo uitgedrukt, dat Jeremia in de mening, dat slechts het gemene volk zo diep gezonken was, zich tot de groten wendt, om met hen te spreken en bij dezen algehele losmaking van de Wet Gods waarneemt. Het juk des Heeren is den discipelen licht, den knechten onverdraaglijk (Matth. 10:30). van ijzer zijn de banden zolang zij gevreesd worden: wanneer men ze leert beminnen, zullen zij van goud zijn. Niet alleen derhalve de armen en geringen, maar ook de machtigen en aanzienlijken hebben de wet Gods verlaten, hebben het verbond verbroken. Het gehele volk, in al zijn rangen en standen, is verdorven en daarom zal de Heere, ja moet Hij komen met Zijne oordelen. Dit wordt in het volgende vers nader aangeduid.
Daarom heeft hen, gelijk in Hoofdst. 4:7 gezegd wordt, een leeuw uit het woud, Nebukadnezar, koning van Babel, verslagen, gelijk ik, de Ziener Gods, reeds de toekomst als tegenwoordig zie, en, om hier nog enige dergelijke beelden tot aanwijzing derzelfde zaak bij te voegen, een wolf der wildernissen zal hen verwoesten; een luipaard waakt, loert tegen hun steden (Hos. 13:7); al wie uit dezelve uitgaat, zal verscheurd worden (Hoofdst. 6:25. 2 Kon. 25:4 vv. want hun overtredingen zijn vermenigvuldigd, hun afkeringen zijn machtig vele geworden, zodat afwending van het verderf onmogelijk gemaakt is. De machtigen menen dikwijls, dat hun alles past, en al wat zij doen recht is; dat wanneer God over de zonde vertoornt, dit alleen het volk geldt. Hier zegt echter God, de Heere, het tegendeel. Omdat zij het juk des Goddelijken woords verbreken en de banden Zijner geboden verscheuren, zo zou ook de leeuw uit het woud hen verscheuren, zowel als den armen hoop. Ja, er zal eens een streng gericht over zulke machtigen komen, omdat zij dikwijls hun tot ergernis zijn, die zij door hun goed voorbeeld moesten voorgaan.
Hoe zou Ik over zulks u, Jeruzalem vergeven, hoe gaarne Ik ook aan ‘t verlangen van uwen vromen koning zou willen voldoen (2 Kon. 22:13)? Uwe kinderen verlaten Mij en vallen tot de vreemde goden af, en zweren bij hen, die geen God zijn(Hoofdst. 2:11 11); als Ik hen in het land, dat Ik hun gegeven heb, met allerlei goed verzadigd heb, zo bedrijven zij, gelijk dat reeds in Deut. 32:13 vv. is voorzien, overspelin theokratischen zin, en verzamelen bij hopen in het hoerenhuis, in de tempels der afgoden, waar ook hoererij in lichamelijken zin op de gruwelijkste wijze wordt bedreven.
Als welgevoederde hengsten, die ter wellust worden onderhouden en met sterk voedsel worden aangezet, zijn zij vroeg op; zij hunkeren, een iegelijk naar zijns naasten huisvrouw (Ezech. 22:10 vv. 23:20; 33:26 Het beeld is zo geheel Oosters en geschikt om de vuilste dierlijkste wellust aan te duiden, dat men gene woordelijke vertaling wagen mag. Het woord “welgevoederd”, betekent eigenlijk “zwaar van lichaamsdelen, het woord hunkeren” “toehinneken, ” gelijk hengsten doen. Het blijkt dat hier niet enkel figuurlijke, maar ook eigenlijke hoererij bedoeld wordt. De Heidenen hebben, gelijk de Apostel zegt (Rom. 1:25) het schepsel geëerd in plaats van den Schepper. Zij hebben de vruchtbaarheid en de voortbrengingskracht der natuur vergood. Moet nu dit zinnelijk leven op zichzelf reeds het goddelijke zijn, en wel, hoe sterker het zich ontwikkelt, des te meer, hoe kan het anders zijn, dan dat nu dezelfde dierlijke kracht zo als zij in den mens is, losbarst, maar juist als zinnelijke kracht wild en bandeloos, ontdaan van de tucht des Geestes, onder welke de zegen van een geheiligden echt staat, die niet gelijk is aan de ongebondenheid van het vlees? Dat is de treurige uitwerking van de treurige oorzaak, gelijk de Apostel het wederom voorstelt (Rom. 1:24): “Daarom heeft hen God ook overgegeven in de begeerlijkheden hunner harten tot onreinheid, om hun lichamen onder elkaar te onteren. ” Hoe verschrikkelijk kan een volk ontaarden, wanneer het eenmaal begonnen is op die helling uit te glijden! Daar gaat het verdichten van afschuwelijke verhalen over de goden en het bedrijven van afschuwelijke zaken, gelijk aan die goden hand aan hand. Daar moeten in den dienst, vooral van Baäl Peor, zich jonge dochters aan de zonde wijden (Num. 25:1 vv.). Daar behoorden tot afgodentempels als slaven en slavinnen jongelingen en dochters, die enen naam droegen, oorspronkelijk van gelijke betekenis als heilig; maar deze heiligen van den afgodentempel zijn aan genen anderen dienst dan die der ontucht gewijd (Gen 38:15). In de Sukkoth-Benoth, die later uit Babel in ‘t land kwamen (2 Kon. 17:30) werden waarschijnlijk zulke dingen bedreven, zo als ook de Griekse geschiedschrijver Herodotus (I 199) ze als zeer schandelijk voorstelt.
Zou Ik dat alles rustig kunnen aanzien en over die dingen gene bezoeking doen (Jes. 27:1)? spreekt de HEERE. Of zou Mijne ziel Zich niet wreken over zulk een volk, als dit is(vs. 29. Hoofdst. 9:9).
Deze zijn dingen, die verrekend moeten worden, of anders kan de eer van Gods regering niet gehandhaafd worden, noch Zijne wetten voor verachting bewaard; maar de zondaars zouden in verzoeking komen, om te denken, dat God ganselijk hun gelijk was, strijdig met die overtuiging van hun eigenlijk geweten betrekkelijk Gods oordeel, welke noodzakelijk moet onderhouden worden, dat zij, die zulke dingen doen, des doods waardig zijn. (Rom. 1:32). Rechtvaardig is de wrake van den heiligen God, die het recht van Zijn verbond handhaaft. Anders ware het Hem geen ernst met Zijn verbond.
Integendeel, Ik heb de uitverkoren werktuigen Mijner wraak reeds voor de poorten van Jeruzalem besteld en geef hun nu bevel: Beklimt hare muren en verderft ze, richt ene grote verwoesting in de stad aan (2 (Kon. 25:4 vv.), (doch maakt a) gene voleinding; tot gehele vernietiging van haar mag het volgens Mijn raadsbesluit (Hoofdst. 6:27) niet komen); doet hare spitsen 1), hare sterkten en vestingen weg, want zij zijn des HEEREN niet.
Jer. 4:27.
Liever: Doet hare wijnranken, de ranken van dien wilden wijnstok (Hoofdst. 2:21) weg, voert ze in ballingschap naar een vreemd land, want zij behoren den Heere niet meer toe, Hij geeft ze over.
Want het huis van Israël, dat Ik daarom reeds vroeger verstoten heb (Jer. 3:8), en het huis van Juda, waaraan Ik nu den scheidbrief wil geven, hebben gans a) trouwelooslijk tegen Mij gehandeld, spreekt de HEERE.
Jer. 3:20.
Zij verloochenen door hun ongeloof, waarin zij des profeten woord verachten, den HEERE en zeggen: Hij is het niet 1) Hij is zulk een hard en gestreng God niet, als de profeten ons Hem beschrijven, en ons a) zal geen kwaad overkomen, gelijk zij profeteren; wij zullen noch zwaard noch honger zien (Gen. 19:14).
Jes. 28:15.
Het was gene verloochening van God, zo als bij de Atheïsten (die het bestaan van God ontkennen) gevonden wordt; doch daar zij de straffende gerechtigheid Gods loochenden, was het even goed, alsof zij God zelven verloochend hadden. Wie toch aan God de heiligheid en gerechtigheid wil ontnemen, of Hem voor zo machteloos wil aanzien, dat Hij het kwaad niet zou kunnen bestraffen, maar alles van der mensen zijde Zich zou moeten laten welgevallen, voor dien blijft er in werkelijkheid geen God meer over. Uit het volgende vers is duidelijk, dat de valse profeten het volk voorspiegelden, dat die God, welken de ware Profeten verkondigden, als heilig in Zijn richten en rechtvaardig in Zijn straffen niet bestond. Zij hielden het volk een God voor, die Zijn volk niet zou of niet kon straffen. Daarom zeiden zij: Hij is niet. Hij is niet die God der andere profeten. Het volk zou echter ondervinden, dat niet de valse, maar de ware Profeten gelijk hadden, dat die valse Profeten tot wind zouden worden.
Ja, die profeten, die dergelijke straffen aankondigen, zullen tot wind worden; de uitkomst zal het bewijzen, dat hun woorden slechts ijdele klanken waren (Job 11:2); want het woord is niet bij hen 1) zo als zij voorgeven, zij zijn predikers van leugen (Mich. 2:11); hunzelven zal zo geschieden, gelijk zij ons bedreigen.
In het Hebreeuws staat met een ongewonen spreekvorm het Hij heeft gesproken, was niet in hen; zij mochten zeggen: “de Heere heeft het tot mij gesproken, ” het was zo niet. Zo spreken de valse van de ware profeten, om het volk in zijn blindheid te sterken en in zijne zonde te stijven. Zij zeggen van de ware profeten, dat zij tot wind, n. l. dat hun woorden tot wind zullen worden, dat het woord des Heeren niet in hen is, dat zij niet door den Geest spreken. Zodat zij zelf tot wind zullen worden en de straf dragen, die zij uitspreken.
Daarom zegt de HEERE, de God der heirscharen (1 Sam. 1:3), daar Hij zelf Zich als scheidsrechter tussen mij, Zijnen profeet, en mijne ongelovige tijdgenoten plaatst, Zich aanstonds tot mij wendende, alzo, omdat gijlieden dit woord spreekt, en door uw ongeloof verhindert, dat de Heere berouw hebbe over ‘t bedreigde kwaad (Hoofdst. 18:8): Ziet, Ik zal
Mijne woorden in uwen mond tot vuur maken. Ik zal maken, dat zij zo weinig wind zijn, dat zij integendeel een vuur zijn, en dat dit volk tot hout is, opdat het vuur ene stof hebbe om zijne kracht te bewijzen, en het zal hen verteren1) (Jes. 5:24
Jer. 1:9.
Het volk echter zal de waarheid van het Woord des Heeren ervaren. Wijl het van de dreigingen met het strafgericht verachtend spreekt: ongeluk zal ons niet treffen, zo zal de Heere het woord, in den mond van Jeremia, tot een vuur maken en het volk tot hout, opdat het vuur hetzelve vertere. De zondaars maken zich door de zonde de brandstof van den toorn van God, welke geopenbaard wordt van den hemel tegen alle goddeloosheid en ongerechtigheid der mensen in de H. Schriftuur. Het woord van God zal zeker al te hard zijn voor degenen, die met hetzelve twisten. Zij zullen breken, die voor hetzelve niet willen buigen.
Ziet, met dat woord wendt Zich de Heere nu tot de ongelovigen, Ik zal over ulieden, die nu nog in het land der vaderen zijt (Hoofdst. 4:1), een volk van verre, en wel van het noorden (Hoofdst. 6:22) brengen, o huis Israëls! welks naam gij ook te zijner tijd zult vernemen (Hoofdst. 26:12. Habak. 1:6 vv.), spreekt de HEERE; het is een sterk volk, het is een zeer oud volk; zij reiken door hun afstamming tot de oudste tijden (Gen. 10:22. 2 Kon. 20:12), al staan zij dan ook nog niet geheel zelfstandig in de wereldgeschiedenis (Jes. 23:13), een volk, welks spraak gij niet zult kennen, en niet horen wat het spreken zal, zodat het geheel geschikt is, om de bedreiging in Deut. 28:49 vv. te volbrengen.
Zijn pijlkoker is als een open graf, daar deze zovele dodelijke pijlen in zich bevat, dat ene ontelbare menigte van u het graf ten buit zal worden (Ps. 5:10); zij zijn allemaal helden, tegen welke al uw tegenstand niets zal kunnen uitrichten (Hoofdst. 4:5 vv.).
En het zal uwen a) oogst en uw brood opeten, zodat het tot den zwaarsten hongersnood zal komen (2 (Kon. 25:3), het brood, dat uwe zonen en uwe dochteren zouden eten; het zal uwe schapen en uwe runderen opeten; het zal uwen wijnstok en uwen vijgeboom opeten, al wat die aan vruchten dragen; uwe vaste steden, op welke gij vertrouwt, als kondet gij achter deze Mijne oordelen trotseren (Deut. 28:62), zal het arm maken, zal dat volk vernielen door het zwaard.
Lev. 26:16. Deut. 28:31, 33.
Nochtans zal Ik, hoewel het zwaard tot aan de ziel komen zal (Hoofdst. 4:10), ook in die dagen, spreekt de HEERE, gene voleinding met ulieden maken. 1) Ook bij het hevigst woeden van Mijnen storm vergeet Ik toch niet hoever het volgens de raadsbesluiten Mijner wijsheid moet gaan (Jes. 6:13).
Wat de Heere hier dreigt is in aansluiting met Deut. 28. De Heere God voorspelt echter tevens, dat Hij in den toorn des ontfermens nog gedachtig zal zijn. Hij zal niet een volkomene voleindiging met u maken. Er zal nog een overblijfsel zijn in Zijne grote goedertierenheid. Hij had nog barmhartigheid over, daarom zou Hij de Chaldeën niet toelaten, dat zij het volk geheel zouden uitroeien.
En, zo zegt de Heere verder, Zich van mijne tijdgenoten weer tot mij wendende: (vs. 14) het zal geschieden, wanneer gebeurt, wat gij geprofeteerd hebt en zij uw woord geen wind meer zullen kunnen noemen, en gij zult zeggen (liever: men zal zeggen, gelijk men in verblinding (Hoofdst. 16:10) heeft gedaan): Waarom heeft ons de HEERE, onze God, al deze dingen gedaan? wij zijn toch het volk van Zijn eigendom, dat gij tot hen zeggen zult in den naam des Heeren: Gelijk als gijlieden Mij hebt verlaten, en vreemde goden in uw land hebt gediend, hoewel Ik alles aanwendde (Gen. 12:7) om u bij Mij te houden, alzo zult gij de uitlandsen, de Chaldeën (Hoofdst. 25:11) dienen, in een land dat het uwe niet is, in Babylonië. Hoe meer overeenkomst er bestaat tussen misdrijf en straf, des te eer wordt zij door het geweten als straf erkend.
Verkondigt dit, dat Ik in vs. 21 vv. nader zal verklaren, o, mijn Profeet, en gij weinigen, die u nog aan Mij vasthoudt (vs. 1), in het huis van Jakob, zo lang de korte tijd vóór het begin van het gericht nog duurt, en laat het horen in Juda, zonder u te storen aan den spot der verachters (vs. 12 vv.). Roept, of het nog mogelijk ware, de ene of andere ziel te rukken uit het verderf en te verlichten met het licht des levens, zeggende:
Hoort nu dit, gij dwaas (Hoofdst. 4:22)en harteloos volk (Hos. 7:11), die ogen hebben, maar zien niet, die oren hebben, maar horen niet 1) (Jes. 6:9 vv.).
In de volgende verzen wordt nader aangegeven, waarin dat blind en dat doof zijn bestaat. Zij zien noch Gods majesteit en heerlijkheid in het rijk der natuur, noch Zijne barmhartigheid en genade in dat der genade. Zij zijn blind voor Gods orde in de schepping, voor Zijne Voorzienige zorg, voor Zijne weldaden en zegeningen en doof voor de waarschuwingen en vermaningen, die tot hen komen. Zij letten er niet op, dat die God, die de zee haar paal zet en de golven breidelt, die den vroegen en spaden regen geeft, ook machtig is, om Zijn toorn te openbaren en Zijne zegeningen in te houden. De goedertierenheden Gods hebben het volk niet gedrongen Hem te vrezen; de vermaningen en waarschuwingen hebben het niet teruggehouden van de zonde, daarom is het een dwaas en harteloos volk.
Zult gijlieden Mij dan ganselijk niet vrezen? spreekt de HEERE, zult gij voor Mijn aangezicht niet beven, zodat gij door hartelijke boete en oprechte bekering Mijnen toorn zoekt af te wenden? Ik ben dieGod, die ten duidelijken bewijze Mijner almacht der zee het zand tot enen a) paal gesteld heb (Job 38:8 vv.), met ene eeuwige inzetting, dat zij daarover niet zal gaan. Ofschoon hare golven zich bewegen, en schijnen te beproeven de haar gestelde grenzen door te breken, zo zullen zij toch niet vermogen; ofschoon zij bruischen, zo zullen zij toch daarover niet gaan, al is ook wat haar terughoudt slechts licht wegstuivend zand.
Ps. 33:7; 104:9.
Nu moest men toch inzien hoe dwaas het is, zich tegen Mijnen heiligen wil te verzetten, en hoe men slechts zichzelven den ondergang bereidt, wanneer men in zulk een opstand volhardt; maar dit volk begrijpt het niet, het heeft een afvallig en weerspannig hart, dat vijandig tegen Mij overstaat; zij zijn, ondanks alle Mijne bemoeiingen, om ze tot bekering te brengen, afgevallen en heengegaan, als die Mijn woord zelfs niet meer willen aanhoren (Hoofdst 6:10).
De bewijzen Mijner goedheid maken niet den minsten indruk meer, en zij zeggen niet in hun hart: Laat ons nu den HEERE, onzen God, vrezen, die den regen heeft, welken wij zo zeer nodig hebben, opdat het land ons zijn gewas geve, a) zo vroegen regen als spaden regen (Lev. 26:4 vv.), op zijnen tijd (Hand. 14:17); die ons de weken, de zeven weken tussen Pasen en Pinksteren (Lev. 23:15 vv. (Deut. 16:9 vv.), de gezette tijden van den oogst, van het midden van April tot het begin van Juni (Lev. 23:17) bewaart, zodat Hij ons niet alleen koren laat groeien, maar ook goed en veilig inoogsten laat, naar Zijne belofte (Gen. 8:22).
Deut. 11:14.
Uwe ongerechtigheden, waardoor gij niets dan straffen verdient, wenden die dingen af, dat de Heere, uw God, u ook verder regen en vruchtbare tijden zou geven, gelijk Hij dan ook reeds den vroegen en den spaden regen gedeeltelijk heeft laten uitblijven (Hoofdst. 3:3), en uwe zonden weren dat goede van ulieden 1) zodat gij, daar gij u niet wilt bekeren, ten laatste ganselijk geen oog meer zult hebben.
Merk hier aan, dat het de zonde is, die den stroom der goddelijke gunsten voor ons stopt, en ons berooft van de zegeningen, die wij gewoon waren te ontvangen. En deze is het, die den hemel als koper en de aarde als ijzer maakt.
Want onder Mijn volk en wel aan het hoofd daarvan worden goddelozen gevonden; een ieder van hen loert, gelijk zich de vogelvangers schikken, zij zoeken op allerlei verkeerde wegen zichzelven te bevoordelen; zij zetten enen verderflijken strik, zij vangen de mensen, hun goddeloze ontwerpen gelukken hun menigmaal.
Gelijk ene kouw, waarmee de vogelaar uitgaat, vol is van gevogelte, van vogels, die hij gevangen heeft, alzo zijn hun huizen vol met bedrog, gevuld met allerlei wat door bedrog is verkregen, daaromalleen om zulk een onrechtvaardig najagen zijn zij groot en rijk geworden.
Zij zijn vet, zij zijn glad van wege hun overdadig leven (Deut. 32:15), zelfs de daden des bozen gaan zij te boven {1} hun handelen gaat over alle slechtheid heen (Hoofdst. 9:2); de {a} rechtzaken richten zij niet, terwijl zij toch verplicht waren recht en gerechtigheid bij het volk te onderhouden, zelfs de rechtzaak des wezen wordt verwaarloosd. Nochtans zijn zij voorspoedigen gelukt hun hun boosheid; ook oordelen zij het recht der nooddruftigen niet; de arme wordt in zijne ellende verlaten. {a} Jes. 1:3 Zach. 7:10. {1} In het Hebr. Gam-aberoe dibrae ra’. Letterlijk: zelfs gaan zij de zaken des bozen te boven, d. i. Zelfs overschrijden zij de maat van het boze. M. a. w. er is geen schelmstuk wat zij niet durven bestaan, Dit wordt nader aangeduid door het volgende.
a) Zou Ik over die dingen gene bezoeking doen? spreekt de HEERE: Zou Mijne ziel Zich niet wreken aan zulk een volk, als dit is?
Vs. 9. Jer. 9:9 Men moest liever den Turksen keizer met zijn geheel leger tot vijand willen hebben, dan ene arme weduwe met hare vaderloze wezen. De tranen van de wezen zijn het water, dat boven alle bergen opstijgt en dan weer nedervalt en al hun vijanden in de hel overstroomt.
Hoe nauwkeuriger men de toestanden onderzoekt, des te meer moest men zeggen: Ene schrikkelijke en afschuwelijke zaak geschiedt er in het land, want er vallen ontzettende zaken voor (Hoofdst. 18:13; 23:14).
De profeten, die tot mondelinge verklaring van het geschreven woord, en tot juiste toepassing op de bijzondere gevallen van het praktische leven zijn geroepen, profeteren a) valselijk, wanneer zij voorgeven nieuwe openbaringen te hebben ontvangen (Hoofdst. 20:6; 29:8 vv.). En de priesters, die er voor moeten waken, dat er gene nieuwe profetie geschiede, die tegen het woord der Schrift streed (Mal. 2:7) heersen door hun handen, door den invloed dier valse profeten. Die beiden maken met elkaar gemene zaak, en Mijn volk heeft het gaarne alzo; indien dit zich door Mijnen Geest wilde laten leiden, zo zou de verdorvenheid van Profeten en priesters bij hen moeten schipbreuk lijden, maar in plaats van tegen hen over te staan, is dat ongeloof naar hun hart. (Hoofdst. 18:18). Maar wat zult gij ten einde van dien (Jes. 10:2) maken?
Jer. 14:18. 23:25, 26. Ezech. 13:6. Al wat in dit hoofdstuk gezegd is, keert in tijden van verdorvenheid ook in de Christelijke kerk terug. Men heeft slechts in de plaats der valse Profeten de volgelingen van den geest des tijds te stellen. De leiders misleiden het volk, de profeten profeteerden valselijk, verdichtten een last van den hemel, wanneer zij werkten voor de hel. De godsdienst wordt nooit gevaarlijker aangerand, dan onder schijn en voorwendsel van goddelijke openbaring. Doch waarom bedwongen de Priesters, die de macht in handen hadden tot dat einde, deze valse profetie niet. Helaas, in plaats van dit te doen, maakten zij gebruik van hen, als de werktuigen van hun heerszucht en tyrannie. En het volk was er genoeg mede gediend, om zo misleid te worden. Zij willen gaarne met een lossen teugel gereden worden en zulke regeerders lijken hun zeer wel, die hun begeerlijkheid niet bedwingen, en zulke leraars, die hen niet bestraffen zullen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel