Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jeremia 46

1 Het woord des HEEREN, dat tot den profeet Jeremia geschied is tegen de heidenen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Het woordH1697 des HEERENH3068, datH834 totH413 den profeetH5030 JeremiaH3414 geschied is tegen de heidenenH1471. Het woord des HEEREN, dat tot den profeet Jeremia geschied is tegen de heidenen.

KJV The word3 of the LORD4 which came to Jeremiah6 the prophet7 against the Gentiles;

1 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 2 הָיָ֧ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 4 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 יִרְמְיָ֥הוּ H3414 Jeremia, Jirmeja, Jormeja Jeremiah 7 הַנָּבִ֖יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 הַגּוֹיִֽם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Tegen Egypte; tegen het heir van Farao Necho, koning van Egypte, dat aan de rivier Frath, bij Karchemis was, dat Nebukadrezar, de koning van Babel, sloeg, in het vierde jaar van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Tegen EgypteH4714; tegenH5921 het heirH2428 van Farao NechoH6549, koningH4428 van EgypteH4714, datH834 aanH5921 de rivierH5104 FrathH6578, bij KarchemisH3751 wasH1961, datH834 NebukadrezarH5019, de koningH4428 van BabelH894, sloegH5221, in het vierdeH7243 jaarH8141 van JojakimH3079, den zoonH1121 van JosiaH2977, den koningH4428 van JudaH3063. Tegen Egypte; tegen het heir van Farao Necho, koning van Egypte, dat aan de rivier Frath, bij Karchemis was, dat Nebukadrezar, de koning van Babel, sloeg, in het vierde jaar van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda.

KJV Against Egypt,1 against the army3 of Pharaohnecho4 king6 of Egypt,7 which was by the river11 Euphrates12 in Carchemish,13 which Nebuchadrezzar16 king17 of Babylon18 smote15 in the fourth20 year19 of Jehoiakim21 the son22 of Josiah23 king24 of Judah.

1 לְמִצְרַ֗יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 חֵ֨יל H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 4 פַּרְעֹ֤ה H6549 Farao Necho Pharaoh-necho, Pharaohnechoh 5 נְכוֹ֙ H6549 Farao Necho Pharaoh-necho, Pharaohnechoh 6 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 מִצְרַ֔יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 8 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 הָיָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 נְהַר H5104 rivier, rivieren, stromen flood, river 12 פְּרָ֖ת H6578 Frath Euphrates 13 בְּכַרְכְּמִ֑שׁ H3751 Karchemis Carchemish 14 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 הִכָּ֗ה H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 16 נְבֽוּכַדְרֶאצַּר֙ H5019 Nebukadnezar, Nebukadrezar Nebuchadnezzar, Nebuchadrezzar 17 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 18 בָּבֶ֔ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 19 בִּשְׁנַת֙ H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 20 הָֽרְבִיעִ֔ית H7243 vierde, vierendeel, vierden foursquare, fourth (part) 21 לִיהוֹיָקִ֥ים H3079 Jojakim, Jojakims, jojakim Jehoiakim. Compare H3113 (יוֹיָקִים) 22 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 23 יֹאשִׁיָּ֖הוּ H2977 Josia Josiah 24 מֶ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 25 יְהוּדָֽה H3063 Juda Judah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Rust het schild en de rondas toe, en nadert tot den strijd!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 RustH6186 het schildH4043 en de rondasH6793 toe, en nadertH5066 tot den strijdH4421! Rust het schild en de rondas toe, en nadert tot den strijd!

KJV Order1 ye the buckler2 and shield,3 and draw near4 to battle.

1 עִרְכ֤וּ H6186 stelden, schikken, toegerust put (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value 2 מָגֵן֙ H4043 schild, Schild, schilden [idiom] armed, buckler, defence, ruler, [phrase] scale, shield 3 וְצִנָּ֔ה H6793 rondas, rondassen, haken buckler, cold, hook, shield, target 4 וּגְשׁ֖וּ H5066 trad, naderde, naderen (make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand 5 לַמִּלְחָמָֽה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Spant de paarden aan, en klimt op, gij ruiters! en stelt u met helmen; vaagt de spiesen, trekt de pantsiers aan!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 SpantH631 de paardenH5483 aan, en klimtH5927 op, gij ruitersH6571! en steltH3320 u met helmenH3553; vaagt de spiesenH7420, trektH3847 de pantsiersH5630 aan! Spant de paarden aan, en klimt op, gij ruiters! en stelt u met helmen; vaagt de spiesen, trekt de pantsiers aan!

Ook in dit vers veegtH4838

KJV Harness1 the horses;2 and get up,3 ye horsemen,4 and stand forth5 with your helmets;6 furbish7 the spears,8 and put on9 the brigandines.

1 אִסְר֣וּ H631 gebonden, verbonden, binden bind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie 2 הַסּוּסִ֗ים H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 3 וַֽעֲלוּ֙ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 4 הַפָּ֣רָשִׁ֔ים H6571 ruiteren, ruiters, paarden horseman 5 וְהִֽתְיַצְּב֖וּ H3320 stelde, stellen, stelt present selves, remaining, resort, set (selves), (be able to, can, with-) stand (fast, forth, -ing, still, up) 6 בְּכ֥וֹבָעִ֑ים H3553 helm, helmen helmet. Compare H6959 (קוֹבַע) 7 מִרְקוּ֙ H4838 gepolijst, geschuurd, veegt bright, furbish, scour 8 הָֽרְמָחִ֔ים H7420 spiesen, spies, priemen buckler, javelin, lancet, spear 9 לִבְשׁ֖וּ H3847 bekleed, aantrekken, trok (in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear 10 הַסִּרְיֹנֹֽת H5630 pantsier, pantsiers brigandine
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Waarom zie Ik, dat zij versaagd en achterwaarts gedreven zijn? Zelfs hun helden zijn verslagen, en nemen de vlucht, en zien niet om; er is schrik van rondom, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Waarom zieH7200 Ik, dat zijH1992 versaagdH2844 en achterwaartsH268 gedrevenH5472 zijn? Zelfs hun heldenH1368 zijn verslagenH3807, en nemen de vluchtH4498, en zienH6437 nietH3808 om; er is schrikH4032 van rondomH5439, spreektH5002 de HEEREH3068. Waarom zie Ik, dat zij versaagd en achterwaarts gedreven zijn? Zelfs hun helden zijn verslagen, en nemen de vlucht, en zien niet om; er is schrik van rondom, spreekt de HEERE.

Ook in dit vers nemen vluchtH5127

KJV Wherefore have I seen2 them dismayed4 and turned5 away back?6 and their mighty ones7 are beaten down,8 and are fled10 apace,9 and look not back:12 for fear13 was round about,14 saith15 the LORD.

1 מַדּ֣וּעַ H4069 waarom? how, wherefore, why 2 רָאִ֗יתִי H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 3 הֵ֣מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 4 חַתִּים֮ H2844 gebroken, schrik, versaagd broken, dismayed, dread, fear 5 נְסֹגִ֣ים H5472 gedreven, gekeerd, terugkeren backslider, drive, go back, turn (away, back) 6 אָחוֹר֒ H268 achterwaarts, achteren, achterste after(-ward), back (part, -side, -ward), hereafter, (be-) hind(-er part), time to come, without 7 וְגִבּוֹרֵיהֶ֣ם H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 8 יֻכַּ֔תּוּ H3807 slaan, stampte, vermorzeld beat (down, to pieces), break in pieces, crushed, destroy, discomfit, smite, stamp. l 9 וּמָנ֥וֹס H4498 Toevlucht, ontvlieden, toevlucht [idiom] apace, escape, way to flee, flight, refuge 10 נָ֖סוּ H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard 11 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 הִפְנ֑וּ H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 13 מָג֥וֹר H4032 schrik, vreze, Magor-missabib fear, terror. Compare H4036 (מָגוֹר מִסָּבִיב) 14 מִסָּבִ֖יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 15 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 16 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 De snelle ontvliede niet, en de held ontkome niet; tegen het noorden, aan den oever der rivier Frath zijn zij gestruikeld en gevallen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 De snelleH7031 ontvliedeH5127 nietH408, en de heldH1368 ontkomeH4422 nietH408; tegen het noordenH6828, aanH5921 den oeverH3027 der rivierH5104 FrathH6578 zijn zij gestruikeldH3782 en gevallenH5307. De snelle ontvliede niet, en de held ontkome niet; tegen het noorden, aan den oever der rivier Frath zijn zij gestruikeld en gevallen.

KJV Let not the swift3 flee away,2 nor the mighty man6 escape;5 they shall stumble,12 and fall13 toward the north7 by9 the river10 Euphrates.

1 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 2 יָנ֣וּס H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard 3 הַקַּ֔ל H7031 snelle, licht, lichtelijk light, swift(-ly) 4 וְאַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 5 יִמָּלֵ֖ט H4422 ontkomen, ontkwam, bevrijden deliver (self), escape, lay, leap out, let alone, let go, preserve, save, [idiom] speedily, [idiom] surely 6 הַגִּבּ֑וֹר H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 7 צָפ֨וֹנָה֙ H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 יַ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 10 נְהַר H5104 rivier, rivieren, stromen flood, river 11 פְּרָ֔ת H6578 Frath Euphrates 12 כָּשְׁל֖וּ H3782 struikelen, vallen, aanstoten bereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak 13 וְנָפָֽלוּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Wie is deze, die optrekt als een stroom, wiens wateren zich bewegen als de rivieren?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Wie is deze, die optrektH5927 als een stroomH2975, wiensH4310 waterenH4325 zich bewegenH1607 als de rivierenH5104? Wie is deze, die optrekt als een stroom, wiens wateren zich bewegen als de rivieren?

KJV Who is this that cometh up4 as a flood,3 whose waters7 are moved6 as the rivers?

1 מִי H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 2 זֶ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 3 כַּיְאֹ֣ר H2975 rivier, rivieren, stromen brook, flood, river, stream 4 יַֽעֲלֶ֑ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 5 כַּנְּהָר֕וֹת H5104 rivier, rivieren, stromen flood, river 6 יִֽתְגָּעֲשׁ֖וּ H1607 bewegen, daverde, daverden move, shake, toss, trouble 7 מֵימָֽיו H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Egypte trekt op als een stroom, en zijn wateren bewegen zich als de rivieren; en hij zegt: Ik zal optrekken, ik zal de aarde bedekken, ik zal de stad, en die daarin wonen, verderven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 EgypteH4714 trektH5927 op als een stroomH2975, en zijn waterenH4325 bewegenH1607 zich als de rivierenH5104; en hij zegtH559: Ik zal optrekkenH5927, ik zal de aardeH776 bedekkenH3680, ik zal de stadH5892, en die daarin wonenH3427, verdervenH6. Egypte trekt op als een stroom, en zijn wateren bewegen zich als de rivieren; en hij zegt: Ik zal optrekken, ik zal de aarde bedekken, ik zal de stad, en die daarin wonen, verderven.

KJV Egypt1 riseth up3 like a flood,2 and his waters6 are moved5 like the rivers;4 and he saith,7 I will go up,8 and will cover9 the earth;10 I will destroy11 the city12 and the inhabitants

1 מִצְרַ֨יִם֙ H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 2 כַּיְאֹ֣ר H2975 rivier, rivieren, stromen brook, flood, river, stream 3 יַֽעֲלֶ֔ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 4 וְכַנְּהָר֖וֹת H5104 rivier, rivieren, stromen flood, river 5 יִתְגֹּ֣עֲשׁוּ H1607 bewegen, daverde, daverden move, shake, toss, trouble 6 מָ֑יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 7 וַיֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 אַֽעֲלֶה֙ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 9 אֲכַסֶּה H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה) 10 אֶ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 אֹבִ֥ידָה H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 12 עִ֖יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 13 וְיֹ֥שְׁבֵי H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 14 בָֽהּ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Trekt op, gij paarden! en raast, gij wagens! en laat de helden uittrekken: de Moren, en de Puteers, die het schild handelen, en de Lydiers, die den boog handelen en spannen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 TrektH5927 op, gij paardenH5483! en raastH1984, gij wagensH7393! en laat de heldenH1368 uittrekkenH3318: de MorenH3568, en de PuteersH6316, die het schildH4043 handelenH8610, en de LydiersH3866, die den boogH7198 handelenH8610 en spannenH1869. Trekt op, gij paarden! en raast, gij wagens! en laat de helden uittrekken: de Moren, en de Puteers, die het schild handelen, en de Lydiers, die den boog handelen en spannen.

KJV Come up,1 ye horses;2 and rage,3 ye chariots;4 and let the mighty men6 come forth;5 the Ethiopians7 and the Libyans,8 that handle9 the shield;10 and the Lydians,11 that handle12 and bend13 the bow.

1 עֲל֤וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 2 הַסּוּסִים֙ H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 3 וְהִתְהֹלְל֣וּ H1984 prijzen, Looft, Hallelujah (make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine 4 הָרֶ֔כֶב H7393 wagenen, wagen, wagens chariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon 5 וְיֵצְא֖וּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 6 הַגִּבּוֹרִ֑ים H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 7 כּ֤וּשׁ H3568 Morenland, Cusch, Moren Chush, Cush, Ethiopia 8 וּפוּט֙ H6316 Put, Puteers Phut, Put 9 תֹּפְשֵׂ֣י H8610 gegrepen, grepen, handelen catch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take 10 מָגֵ֔ן H4043 schild, Schild, schilden [idiom] armed, buckler, defence, ruler, [phrase] scale, shield 11 וְלוּדִ֕ים H3866 Ludieten, Lydiers Ludim. Lydians 12 תֹּפְשֵׂ֖י H8610 gegrepen, grepen, handelen catch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take 13 דֹּ֥רְכֵי H1869 treden, gespannen, getreden archer, bend, come, draw, go (over), guide, lead (forth), thresh, tread (down), walk 14 קָֽשֶׁת H7198 boog, bogen, Boog [idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Maar deze dag is des HEEREN, des HEEREN der heirscharen, een dag der wrake, dat Hij zich wreke van Zijn wederpartijders, en het zwaard zal vreten, en verzadigd, en dronken worden van hun bloed; want de Heere, HEERE der heirscharen, heeft een slachtoffer in het land van het noorden, aan de rivier Frath.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Maar deze dagH3117 is des HEERENH3069, des HEERENH3069 der heirscharenH6635, een dagH3117 der wrakeH5360, dat Hij zich wrekeH5358 van Zijn wederpartijdersH6862, en het zwaardH2719 zal vretenH398, en verzadigdH7646, en dronkenH7301 worden van hun bloedH1818; wantH3588 de HeereH136, HEERE der heirscharenH6635, heeft een slachtofferH2077 in het landH776 van het noordenH6828, aanH413 de rivierH5104 FrathH6578. Maar deze dag is des HEEREN, des HEEREN der heirscharen, een dag der wrake, dat Hij zich wreke van Zijn wederpartijders, en het zwaard zal vreten, en verzadigd, en dronken worden van hun bloed; want de Heere, HEERE der heirscharen, heeft een slachtoffer in het land van het noorden, aan de rivier Frath.

Ook in dit vers HEERENH136

KJV For this is the day1 of the Lord3 GOD4 of hosts,5 a day6 of vengeance,7 that he may avenge8 him of his adversaries:9 and the sword11 shall devour,10 and it shall be satiate12 and made drunk13 with their blood:14 for the Lord17 GOD18 of hosts19 hath a sacrifice16 in the north21 country20 by the river23 Euphrates.

1 וְֽהַיּ֨וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 הַה֜וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 3 לַאדֹנָ֧י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 4 יְהוִ֣ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 5 צְבָא֗וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 6 י֤וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 נְקָמָה֙ H5360 wraak, volkomene wraak, wrake [phrase] avenge, revenge(-ing), vengeance 8 לְהִנָּקֵ֣ם H5358 wreken, gewroken, wreke avenge(-r, self), punish, revenge (self), [idiom] surely, take vengeance 9 מִצָּרָ֔יו H6862 wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijders adversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble 10 וְאָכְלָ֥ה H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 11 חֶ֨רֶב֙ H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 12 וְשָׂ֣בְעָ֔ה H7646 verzadigd, verzadigen, verzadigt have enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of 13 וְרָוְתָ֖ה H7301 dronken, bevochtigt, doordronken bathe, make drunk, (take the) fill, satiate, (abundantly) satisfy, soak, water (abundantly) 14 מִדָּמָ֑ם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 15 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 16 זֶ֠בַח H2077 slachtoffer, dankoffer, slachtofferen offer(-ing), sacrifice 17 לַאדֹנָ֨י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 18 יְהוִ֧ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 19 צְבָא֛וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 20 בְּאֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 21 צָפ֖וֹן H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 22 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 23 נְהַר H5104 rivier, rivieren, stromen flood, river 24 פְּרָֽת H6578 Frath Euphrates
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Ga henen op naar Gilead, en haal balsem, gij jonkvrouw, dochter van Egypte! Tevergeefs vermenigvuldigt gij de medicijnen, er is geen heling voor u.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Ga henen op naar GileadH1568, en haalH3947 balsemH6875, gij jonkvrouwH1330, dochterH1323 van EgypteH4714! TevergeefsH7723 vermenigvuldigtH7235 gij de medicijnenH7499, er is geenH369 helingH8585 voor u. Ga henen op naar Gilead, en haal balsem, gij jonkvrouw, dochter van Egypte! Tevergeefs vermenigvuldigt gij de medicijnen, er is geen heling voor u.

KJV Go up1 into Gilead,2 and take3 balm,4 O virgin,5 the daughter6 of Egypt:7 in vain8 shalt thou use many9 medicines;10 for thou shalt not be cured.

1 עֲלִ֤י H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 2 גִלְעָד֙ H1568 Gilead, Gileadieten, Gileads Gilead, Gileadite 3 וּקְחִ֣י H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 4 צֳרִ֔י H6875 balsem balm 5 בְּתוּלַ֖ת H1330 jonkvrouw, maagd, maagden maid, virgin 6 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 7 מִצְרָ֑יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 8 לַשָּׁוְא֙ H7723 ijdelheid, ijdellijk, vergeefs false(-ly), lie, lying, vain, vanity 9 הִרְבֵּ֣ית H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 10 רְפֻא֔וֹת H7499 medicijnen, pleisters heal(-ed), medicine 11 תְּעָלָ֖ה H8585 watergang, groeve, heelpleisters conduit, cured, healing, little river, trench, watercourse 12 אֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 13 לָֽךְ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 De volken hebben uw schande gehoord, en het land is vol van uw gekrijt; want zij hebben zich gestoten, held tegen held, zij zijn beiden te zamen gevallen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 De volkenH1471 hebben uw schandeH7036 gehoordH8085, en het landH776 is volH4390 van uw gekrijtH6682; wantH3588 zij hebben zich gestotenH3782, heldH1368 tegen heldH1368, zij zijn beidenH8147 te zamenH3162 gevallenH5307. De volken hebben uw schande gehoord, en het land is vol van uw gekrijt; want zij hebben zich gestoten, held tegen held, zij zijn beiden te zamen gevallen.

KJV The nations2 have heard1 of thy shame,3 and thy cry4 hath filled5 the land:6 for the mighty man8 hath stumbled10 against the mighty,9 and they are fallen12 both13 together.

1 שָׁמְע֤וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 גוֹיִם֙ H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 3 קְלוֹנֵ֔ךְ H7036 schande, schandvlek confusion, dishonour, ignominy, reproach, shame 4 וְצִוְחָתֵ֖ךְ H6682 gekrijs, gekrijt, geschrei cry(-ing) 5 מָלְאָ֣ה H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 6 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 גִבּ֤וֹר H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 9 בְּגִבּוֹר֙ H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 10 כָּשָׁ֔לוּ H3782 struikelen, vallen, aanstoten bereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak 11 יַחְדָּ֖יו H3162 samen, tezamen alike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal 12 נָפְל֥וּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 13 שְׁנֵיהֶֽם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Het woord, dat de HEERE tot den profeet Jeremia sprak, van de aankomst van Nebukadrezar, den koning van Babel, om Egypteland te slaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Het woordH1697, datH834 de HEEREH3068 totH413 den profeetH5030 JeremiaH3414 sprakH1696, van de aankomstH935 van NebukadrezarH5019, den koningH4428 van BabelH894, om EgyptelandH776 te slaanH5221. Het woord, dat de HEERE tot den profeet Jeremia sprak, van de aankomst van Nebukadrezar, den koning van Babel, om Egypteland te slaan.

KJV The word1 that the LORD4 spake3 to Jeremiah6 the prophet,7 how Nebuchadrezzar9 king10 of Babylon11 should come8 and smite12 the land14 of Egypt.

1 הַדָּבָר֙ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 2 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 דִּבֶּ֣ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 4 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 אֶֽל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 יִרְמְיָ֖הוּ H3414 Jeremia, Jirmeja, Jormeja Jeremiah 7 הַנָּבִ֑יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 8 לָב֗וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 נְבֽוּכַדְרֶאצַּר֙ H5019 Nebukadnezar, Nebukadrezar Nebuchadnezzar, Nebuchadrezzar 10 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 11 בָּבֶ֔ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 12 לְהַכּ֖וֹת H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 אֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 15 מִצְרָֽיִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Verkondigt in Egypte, en doet het horen te Migdol; doet het ook horen te Nof en Tachpanhes; zegt: Stelt er u naar, en maakt u gereed, want het zwaard heeft verteerd, wat rondom u is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 VerkondigtH5046 in EgypteH4714, en doet het horenH8085 te MigdolH4024; doet het ook horenH8085 te NofH5297 en TachpanhesH8471; zegtH559: SteltH3320 er u naar, en maakt u gereedH3559, wantH3588 het zwaardH2719 heeft verteerdH398, wat rondomH5439 u is. Verkondigt in Egypte, en doet het horen te Migdol; doet het ook horen te Nof en Tachpanhes; zegt: Stelt er u naar, en maakt u gereed, want het zwaard heeft verteerd, wat rondom u is.

KJV Declare1 ye in Egypt,2 and publish3 in Migdol,4 and publish5 in Noph6 and in Tahpanhes:7 say8 ye, Stand fast,9 and prepare10 thee; for the sword14 shall devour13 round about

1 הַגִּ֤ידוּ H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 2 בְמִצְרַ֨יִם֙ H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 3 וְהַשְׁמִ֣יעוּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 4 בְמִגְדּ֔וֹל H4024 Migdol, toren, Toren Migdol, tower 5 וְהַשְׁמִ֥יעוּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 6 בְנֹ֖ף H5297 Nof Noph 7 וּבְתַחְפַּנְחֵ֑ס H8471 Tachpanhes Tahapanes, Tahpanhes, Tehaphnehes 8 אִמְר֗וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 הִתְיַצֵּב֙ H3320 stelde, stellen, stelt present selves, remaining, resort, set (selves), (be able to, can, with-) stand (fast, forth, -ing, still, up) 10 וְהָכֵ֣ן H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 11 לָ֔ךְ 12 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 אָכְלָ֥ה H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 14 חֶ֖רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 15 סְבִיבֶֽיךָ H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Waarom zijn uw sterken weggeveegd? Zij stonden niet, omdat hen de HEERE voortdreef.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Waarom zijn uw sterkenH47 weggeveegdH5502? Zij stondenH5975 nietH3808, omdatH3588 hen de HEEREH3068 voortdreefH1920. Waarom zijn uw sterken weggeveegd? Zij stonden niet, omdat hen de HEERE voortdreef.

KJV Why are thy valiant3 men swept away?2 they stood5 not, because the LORD7 did drive

1 מַדּ֖וּעַ H4069 waarom? how, wherefore, why 2 נִסְחַ֣ף H5502 weggeveegd, wegvagende sweep (away) 3 אַבִּירֶ֑יךָ H47 sterke, sterken, machtigen angel, bull, chiefest, mighty (one), stout(-hearted), strong (one), valiant 4 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 עָמַ֔ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 6 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 הֲדָפֽוֹ H1920 gestoten, stoten, afstoten cast away (out), drive, expel, thrust (away)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Hij maakte der struikelenden veel; ja, de een viel op den ander; zodat zij zeiden: Staat op en laat ons wederkeren tot ons volk, en tot het land onzer geboorte, vanwege het verdrukkende zwaard.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Hij maakte der struikelendenH3782 veelH7235; jaH1571, de een vielH5307 op den anderH7453; zodat zij zeidenH559: StaatH6965 op en laat ons wederkerenH7725 totH413 ons volkH5971, en totH413 het landH776 onzer geboorteH4138, vanwegeH6440 het verdrukkendeH3238 zwaardH2719. Hij maakte der struikelenden veel; ja, de een viel op den ander; zodat zij zeiden: Staat op en laat ons wederkeren tot ons volk, en tot het land onzer geboorte, vanwege het verdrukkende zwaard.

KJV He made many1 to fall,2 yea, one5 fell4 upon another:7 and they said,8 Arise,9 and let us go again10 to our own people,12 and to the land14 of our nativity,15 from16 the oppressing18 sword.

1 הִרְבָּ֖ה H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 2 כּוֹשֵׁ֑ל H3782 struikelen, vallen, aanstoten bereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak 3 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 4 נָפַ֞ל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 5 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 רֵעֵ֗הוּ H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other 8 וַיֹּֽאמְרוּ֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 ק֣וּמָה H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 10 וְנָשֻׁ֣בָה H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 11 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 עַמֵּ֗נוּ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 13 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 אֶ֨רֶץ֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 15 מֽוֹלַדְתֵּ֔נוּ H4138 maagschap, geboorte, geboren begotten, born, issue, kindred, native(-ity) 16 מִפְּנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 17 חֶ֥רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 18 הַיּוֹנָֽה H3238 verdrukken, verdrukkende, verdrukt destroy, (thrust out by) oppress(-ing, -ion, -or), proud, vex, do violence
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Daar riepen zij: Farao, de koning van Egypte, is maar een gedruis; hij heeft den gezetten tijd laten voorbijgaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 DaarH8033 riepenH7121 zij: FaraoH6547, de koningH4428 van EgypteH4714, is maar een gedruisH7588; hij heeft den gezetten tijdH4150 laten voorbijgaanH5674. Daar riepen zij: Farao, de koning van Egypte, is maar een gedruis; hij heeft den gezetten tijd laten voorbijgaan.

KJV They did cry1 there, Pharaoh3 king4 of Egypt5 is but a noise;6 he hath passed7 the time appointed.

1 קָרְא֖וּ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 שָׁ֑ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 3 פַּרְעֹ֤ה H6547 Farao Pharaoh 4 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 מִצְרַ֨יִם֙ H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 6 שָׁא֔וֹן H7588 gedruis, bruisen, ruisen [idiom] horrible, noise, pomp, rushing, tumult ([idiom] -uous) 7 הֶעֱבִ֖יר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 8 הַמּוֹעֵֽד H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Koning, Wiens Naam is HEERE der heirscharen; hij zal voorzeker, als Thabor onder de bergen, en als Karmel bij de zee, aankomen!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Zo waarachtig als IkH589 leefH2416, spreektH5002 de KoningH4428, Wiens NaamH8034 is HEEREH3068 der heirscharenH6635; hij zal voorzeker, als ThaborH8396 onder de bergenH2022, en als KarmelH3760 bij de zeeH3220, aankomenH935! Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Koning, Wiens Naam is HEERE der heirscharen; hij zal voorzeker, als Thabor onder de bergen, en als Karmel bij de zee, aankomen!

KJV As I live,1 saith3 the King,4 whose name7 is the LORD5 of hosts,6 Surely as Tabor9 is among the mountains,10 and as Carmel11 by the sea,12 so shall he come.

1 חַי H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 2 אָ֨נִי֙ H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 3 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 4 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 7 שְׁמ֑וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 8 כִּ֚י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 כְּתָב֣וֹר H8396 Thabor Tabor 10 בֶּֽהָרִ֔ים H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 11 וּכְכַרְמֶ֖ל H3760 Karmel, schonen velds, vruchtbaar land Carmel, fruitful (plentiful) field, (place) 12 בַּיָּ֥ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 13 יָבֽוֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Maak voor u gereedschap der gevankelijke wegvoering, gij inwoneres, gij dochter van Egypte! want Nof zal ter verwoesting worden, en zal verbrand worden, dat er niemand in wone.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 MaakH6213 voor u gereedschapH3627 der gevankelijke wegvoeringH1473, gij inwoneresH3427, gij dochterH1323 van EgypteH4714! wantH3588 NofH5297 zal ter verwoestingH8047 worden, en zal verbrandH3341 worden, dat er niemandH369 in woneH3427. Maak voor u gereedschap der gevankelijke wegvoering, gij inwoneres, gij dochter van Egypte! want Nof zal ter verwoesting worden, en zal verbrand worden, dat er niemand in wone.

KJV O thou daughter6 dwelling5 in Egypt,7 furnish3 thyself to go into captivity:1 for Noph9 shall be waste10 and desolate12 without an inhabitant.

1 כְּלֵ֤י H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 2 גוֹלָה֙ H1473 gevangenis, gevankelijk, weggevoerden (carried away), captive(-ity), removing 3 עֲשִׂ֣י H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 4 לָ֔ךְ 5 יוֹשֶׁ֖בֶת H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 6 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 7 מִצְרָ֑יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 8 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 נֹף֙ H5297 Nof Noph 10 לְשַׁמָּ֣ה H8047 verwoesting, ontzetting, schrik astonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing 11 תִֽהְיֶ֔ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 12 וְנִצְּתָ֖ה H3341 aansteken, aangestoken, verbrand burn (up), be desolate, set (on) fire (fire), kindle 13 מֵאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 14 יוֹשֵֽׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Egypte is een zeer schone vaarze; de slachter komt, hij komt van het noorden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 EgypteH4714 is een zeer schoneH3304 vaarzeH5697; de slachterH7171 komtH935, hij komtH935 van het noordenH6828. Egypte is een zeer schone vaarze; de slachter komt, hij komt van het noorden.

KJV Egypt4 is like a very fair2 heifer,1 but destruction5 cometh;7 it cometh out8 of the north.

1 עֶגְלָ֥ה H5697 jonge koe, vaars, kalf calf, cow, heifer 2 יְפֵֽה H3304 schone very fair 3 פִיָּ֖ה H3304 schone very fair 4 מִצְרָ֑יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 5 קֶ֥רֶץ H7171 slachter destruction 6 מִצָּפ֖וֹן H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 7 בָּ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 בָֽא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Zelfs haar gehuurden in haar midden zijn als gemeste kalveren; maar die hebben zich ook gewend, zij zijn te zamen gevlucht, zij hebben niet gestaan; want de dag huns verderfs is over hen gekomen, de tijd hunner bezoeking.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 ZelfsH1571 haar gehuurdenH7916 in haar middenH7130 zijn als gemesteH4770 kalverenH5695; maar die hebben zich ookH1571 gewendH6437, zij zijn te zamenH3162 gevluchtH5127, zij hebben nietH3808 gestaanH5975; wantH3588 de dagH3117 huns verderfsH343 is overH5921 hen gekomenH935, de tijdH6256 hunner bezoekingH6486. Zelfs haar gehuurden in haar midden zijn als gemeste kalveren; maar die hebben zich ook gewend, zij zijn te zamen gevlucht, zij hebben niet gestaan; want de dag huns verderfs is over hen gekomen, de tijd hunner bezoeking.

KJV Also her hired men2 are in the midst3 of her like fatted5 bullocks;4 for they also are turned back,9 and are fled away10 together:11 they did not stand,13 because the day15 of their calamity16 was come17 upon them, and the time19 of their visitation.

1 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 שְׂכִרֶ֤יהָ H7916 dagloner, dagloners, gehuurd hired (man, servant), hireling 3 בְקִרְבָּהּ֙ H7130 midden, binnenste, ingewand [idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self 4 כְּעֶגְלֵ֣י H5695 kalf, kalveren, kalfs bullock, calf 5 מַרְבֵּ֔ק H4770 gemest, gemeste, meststal [idiom] fat(-ted), stall 6 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 גַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 8 הֵ֧מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 9 הִפְנ֛וּ H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 10 נָ֥סוּ H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard 11 יַחְדָּ֖יו H3162 samen, tezamen alike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal 12 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 עָמָ֑דוּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 14 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 י֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 16 אֵידָ֛ם H343 verderf, verderfs, ongevals calamity, destruction 17 בָּ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 18 עֲלֵיהֶ֖ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 עֵ֥ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 20 פְּקֻדָּתָֽם H6486 bezoeking, opzicht, ambt account, (that have the) charge, custody, that which...laid up, numbers, office(-r), ordering, oversight, [phrase] prison, reckoning, visitation
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Haar stem zal gaan als van een slang; want zij zullen met krijgsmacht daarhenen trekken, en tot haar met bijlen komen, gelijk houthouwers.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Haar stemH6963 zal gaan als van een slangH5175; want zij zullen met krijgsmachtH2428 daarhenen trekkenH3212, en tot haar met bijlenH7134 komenH935, gelijk houthouwersH2404. Haar stem zal gaan als van een slang; want zij zullen met krijgsmacht daarhenen trekken, en tot haar met bijlen komen, gelijk houthouwers.

KJV The voice1 thereof shall go3 like a serpent;2 for they shall march6 with an army,5 and come8 against her with axes,7 as hewers10 of wood.

1 קוֹלָ֖הּ H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 2 כַּנָּחָ֣שׁ H5175 slang, slangen serpent 3 יֵלֵ֑ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 4 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 בְחַ֣יִל H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 6 יֵלֵ֔כוּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 7 וּבְקַרְדֻּמּוֹת֙ H7134 bijlen, bijl ax 8 בָּ֣אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 לָ֔הּ 10 כְּחֹטְבֵ֖י H2404 houthouwers, houwen, houthouwer cut down, hew(-er), polish 11 עֵצִֽים H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Zij hebben haar woud afgehouwen, spreekt de HEERE, hoewel het niet is te onderzoeken; want zij zijn meerder dan de sprinkhanen, zodat men hen niet tellen kan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Zij hebben haar woudH3293 afgehouwenH3772, spreektH5002 de HEEREH3068, hoewel het niet is te onderzoekenH2713; wantH3588 zij zijn meerderH7231 dan de sprinkhanenH697, zodat men hen niet tellen kanH4557. Zij hebben haar woud afgehouwen, spreekt de HEERE, hoewel het niet is te onderzoeken; want zij zijn meerder dan de sprinkhanen, zodat men hen niet tellen kan.

KJV They shall cut down1 her forest,2 saith3 the LORD,4 though it cannot be searched;7 because they are more9 than the grasshoppers,10 and are innumerable.11

1 כָּרְת֤וּ H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 2 יַעְרָהּ֙ H3293 woud, wouds, wouden (honey-) comb, forest, wood 3 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 4 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 כִּ֖י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 יֵֽחָקֵ֑ר H2713 onderzocht, doorzoeken, onderzoeken find out, (make) search (out), seek (out), sound, try 8 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 רַבּוּ֙ H7231 vermenigvuldigd, vermenigvuldigen, vele increase, be many(-ifold), be more, multiply, ten thousands 10 מֵֽאַרְבֶּ֔ה H697 sprinkhanen, sprinkhaan grasshopper, locust 11 וְאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 12 לָהֶ֖ם 13 מִסְפָּֽר H4557 getal, tellen, geteld [phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 De dochter van Egypte is beschaamd; zij is gegeven in de hand des volks van het noorden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 De dochterH1323 van EgypteH4714 is beschaamdH3001; zij is gegevenH5414 in de handH3027 des volksH5971 van het noordenH6828. De dochter van Egypte is beschaamd; zij is gegeven in de hand des volks van het noorden.

KJV The daughter2 of Egypt3 shall be confounded;1 she shall be delivered4 into the hand5 of the people6 of the north.

1 הֹבִ֖ישָׁה H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 2 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 3 מִצְרָ֑יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 4 נִתְּנָ֖ה H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 5 בְּיַ֥ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 6 עַם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 7 צָפֽוֹן H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 De HEERE der heirscharen, de God Israels, zegt: Ziet, Ik zal bezoeking doen over de menigte van No, en over Farao, en over Egypte, en over haar goden, en over haar koningen, ja, over Farao, en over degenen, die op hem vertrouwen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 De HEEREH3068 der heirscharenH6635, de GodH430 IsraelsH3478, zegtH559: ZietH2005, Ik zal bezoekingH6485 doen over de menigteH527 van NoH4996, en overH5921 FaraoH6547, en overH5921 EgypteH4714, en overH5921 haar godenH430, en overH5921 haar koningenH4428, ja, overH5921 FaraoH6547, en over degenen, die op hem vertrouwenH982. De HEERE der heirscharen, de God Israels, zegt: Ziet, Ik zal bezoeking doen over de menigte van No, en over Farao, en over Egypte, en over haar goden, en over haar koningen, ja, over Farao, en over degenen, die op hem vertrouwen.

KJV The LORD2 of hosts,3 the God4 of Israel,5 saith;1 Behold, I will punish7 the multitude9 of No,10 and Pharaoh,12 and Egypt,14 with their gods,16 and their kings;18 even Pharaoh,20 and all them that trust

1 אָמַר֩ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוָ֨ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 צְבָא֜וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 4 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 5 יִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 הִנְנִ֤י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 7 פוֹקֵד֙ H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 אָמ֣וֹן H528 multitude, populous 10 מִנֹּ֔א H4996 No No. Compare H528 (אָמוֹן) 11 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 פַּרְעֹה֙ H6547 Farao Pharaoh 13 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 מִצְרַ֔יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 15 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 אֱלֹהֶ֖יהָ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 17 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 מְלָכֶ֑יהָ H4428 koning, konings, koningen king, royal 19 וְעַ֨ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 20 פַּרְעֹ֔ה H6547 Farao Pharaoh 21 וְעַ֥ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 22 הַבֹּטְחִ֖ים H982 vertrouwt, vertrouwen, vertrouw be bold (confident, secure, sure), careless (one, woman), put confidence, (make to) hope, (put, make to) trust 23 בּֽוֹ

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En Ik zal hen geven in de hand dergenen, die hunlieder ziel zoeken, en in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, en in de hand zijner knechten. Maar daarna zal zij bewoond worden als in de dagen van ouds, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 En Ik zal hen gevenH5414 in de handH3027 dergenen, die hunlieder zielH5315 zoekenH1245, en in de handH3027 van NebukadrezarH5019, den koningH4428 van BabelH894, en in de handH3027 zijner knechtenH5650. Maar daarnaH310 zal zij bewoondH7931 worden als in de dagenH3117 van oudsH6924, spreektH5002 de HEEREH3068. En Ik zal hen geven in de hand dergenen, die hunlieder ziel zoeken, en in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, en in de hand zijner knechten. Maar daarna zal zij bewoond worden als in de dagen van ouds, spreekt de HEERE.

KJV And I will deliver1 them into the hand2 of those that seek3 their lives,4 and into the hand5 of Nebuchadrezzar6 king7 of Babylon,8 and into the hand9 of his servants:10 and afterward11 it shall be inhabited,13 as in the days14 of old,15 saith16 the LORD.

1 וּנְתַתִּ֗ים H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 בְּיַד֙ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 3 מְבַקְשֵׁ֣י H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 4 נַפְשָׁ֔ם H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 5 וּבְיַ֛ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 6 נְבֽוּכַדְרֶאצַּ֥ר H5019 Nebukadnezar, Nebukadrezar Nebuchadnezzar, Nebuchadrezzar 7 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 8 בָּבֶ֖ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 9 וּבְיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 10 עֲבָדָ֑יו H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 11 וְאַחֲרֵי H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 12 כֵ֛ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 13 תִּשְׁכֹּ֥ן H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up) 14 כִּֽימֵי H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 15 קֶ֖דֶם H6924 oosten, ouds, oostwaarts aforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה) 16 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 17 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Maar gij, Mijn knecht Jakob! vrees niet, en ontzet u niet, o Israel! want zie, Ik zal u verlossen uit verre landen, en uw zaad uit het land hunner gevangenis; en Jakob zal wederkomen, en stil en gerust zijn, en niemand zal hem verschrikken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Maar gij, Mijn knechtH5650 JakobH3290! vreesH3372 niet, en ontzetH2865 u niet, o IsraelH3478! wantH3588 zieH2005, Ik zal u verlossenH3467 uit verreH7350 landen, en uw zaadH2233 uit het landH776 hunner gevangenisH7628; en JakobH3290 zal wederkomenH7725, en stilH8252 en gerustH7599 zijn, en niemandH369 zal hem verschrikkenH2729. Maar gij, Mijn knecht Jakob! vrees niet, en ontzet u niet, o Israel! want zie, Ik zal u verlossen uit verre landen, en uw zaad uit het land hunner gevangenis; en Jakob zal wederkomen, en stil en gerust zijn, en niemand zal hem verschrikken.

KJV But fear3 not thou, O my servant4 Jacob,5 and be not dismayed,7 O Israel:8 for, behold, I will save11 thee from afar off,12 and thy seed14 from the land15 of their captivity;16 and Jacob18 shall return,17 and be in rest19 and at ease,20 and none shall make him afraid.

1 וְ֠אַתָּה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 3 תִּירָ֞א H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 4 עַבְדִּ֤י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 5 יַֽעֲקֹב֙ H3290 Jakob, Jakobs Jacob 6 וְאַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 7 תֵּחַ֣ת H2865 ontzet, verbroken, verschrikt abolish, affright, be (make) afraid, amaze, beat down, discourage, (cause to) dismay, go down, scare, terrify 8 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 כִּ֠י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 הִנְנִ֤י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 11 מוֹשִֽׁעֲךָ֙ H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory 12 מֵֽרָח֔וֹק H7350 verre, verren, ver (a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come 13 וְאֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 זַרְעֲךָ֖ H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 15 מֵאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 16 שִׁבְיָ֑ם H7628 gevangenis, gevangenen, gevangene captive(-ity), prisoners, [idiom] take away, that was taken 17 וְשָׁ֧ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 18 יַעֲק֛וֹב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 19 וְשָׁקַ֥ט H8252 stil, rusten, rust appease, idleness, (at, be at, be in, give) quiet(-ness), (be at, be in, give, have, take) rest, settle, be still 20 וְשַׁאֲנַ֖ן H7599 gerust, rust be at ease, be quiet, rest. See also H1052 (בֵּית שְׁאָן) 21 וְאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 22 מַחֲרִֽיד H2729 verschrikken, verschrikte, bevende be (make) afraid, be careful, discomfit, fray (away), quake, tremble
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Gij dan Mijn knecht Jakob! vrees niet, spreekt de HEERE; want Ik ben met u; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u gedreven zal hebben, doch met u zal Ik geen voleinding maken, maar u kastijden met mate, en u niet gans onschuldig houden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 Gij dan Mijn knechtH5650 JakobH3290! vreesH3372 niet, spreektH5002 de HEEREH3068; wantH3588 Ik ben metH854 u; wantH3588 Ik zal een voleindingH3617 makenH6213 met alH3605 de heidenenH1471, waarhenen Ik u gedrevenH5080 zal hebben, doch met u zal Ik geen voleindingH3617 makenH6213, maar u kastijdenH3256 met mateH4941, en u niet gansH5352 onschuldig houdenH5352. Gij dan Mijn knecht Jakob! vrees niet, spreekt de HEERE; want Ik ben met u; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u gedreven zal hebben, doch met u zal Ik geen voleinding maken, maar u kastijden met mate, en u niet gans onschuldig houden.

KJV Fear3 thou not, O Jacob5 my servant,4 saith6 the LORD:7 for I am with thee; for I will make12 a full end13 of all the nations15 whither I have driven17 thee: but I will not make21 a full end22 of thee, but correct23 thee in measure;24 yet will I not leave thee wholly25 unpunished.

1 אַ֠תָּה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 3 תִּירָ֞א H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 4 עַבְדִּ֤י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 5 יַֽעֲקֹב֙ H3290 Jakob, Jakobs Jacob 6 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 7 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 אִתְּךָ֖ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 10 אָ֑נִי H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 11 כִּי֩ H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 אֶעֱשֶׂ֨ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 13 כָלָ֜ה H3617 voleinding, uiterste, verdelging altogether, (be, utterly) consume(-d), consummation(-ption), was determined, (full, utter) end, riddance 14 בְּכָֽל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 הַגּוֹיִ֣ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 16 אֲשֶׁ֧ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 הִדַּחְתִּ֣יךָ H5080 gedreven, verdreven, verdrevenen banish, bring, cast down (out), chase, compel, draw away, drive (away, out, quite), fetch a stroke, force, go away, outcast, thrust away (out), withdraw 18 שָׁ֗מָּה H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 19 וְאֹֽתְךָ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 21 אֶעֱשֶׂ֣ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 22 כָלָ֔ה H3617 voleinding, uiterste, verdelging altogether, (be, utterly) consume(-d), consummation(-ption), was determined, (full, utter) end, riddance 23 וְיִסַּרְתִּ֨יךָ֙ H3256 gekastijd, kastijden, getuchtigd bind, chasten, chastise, correct, instruct, punish, reform, reprove, sore, teach 24 לַמִּשְׁפָּ֔ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 25 וְנַקֵּ֖ה H5352 onschuldig, onschuldig houden, rein acquit [idiom] at all, [idiom] altogether, be blameless, cleanse, (be) clear(-ing), cut off, be desolate, be free, be (hold) guiltless, be (hold) innocent, [idiom] by no means, be quit, be (leave) unpunished, [idiom] utterly, [idiom] wholly 26 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 27 אֲנַקֶּֽךָּ H5352 onschuldig, onschuldig houden, rein acquit [idiom] at all, [idiom] altogether, be blameless, cleanse, (be) clear(-ing), cut off, be desolate, be free, be (hold) guiltless, be (hold) innocent, [idiom] by no means, be quit, be (leave) unpunished, [idiom] utterly, [idiom] wholly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Hettitisch cavalerierelief uit Karkemis Een reliëf van Hettitische ruiters uit de "Lange Muur" van Karkemis, nu in het Museum van Anatolische Beschavingen te Ankara — de stad waar Nebukadnezar in 605 v.C. het leger van farao Necho versloeg.
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 46:1 Jeremia 1:10 Genesis 10:5 Jeremia 25:15 Romeinen 3:29 Zacharia 2:8 Jeremia 4:7 Numeri 23:9
Jeremia 46:2 2 Koningen 23:29 Jeremia 25:19 Jeremia 36:1 Jesaja 10:9 Ezechiël 29:1 Jeremia 25:1 Jeremia 46:14 Jeremia 45:1
Jeremia 46:3 Jesaja 21:5 Jeremia 51:11 Nahum 2:1 Joël 3:9 Nahum 3:14 Jesaja 8:9
Jeremia 46:4 Ezechiël 21:9 Jeremia 51:3 1 Samuël 17:5 2 Kronieken 26:14 Nehemia 4:16 1 Samuël 17:38 Ezechiël 21:28
Jeremia 46:5 Jeremia 6:25 Jeremia 49:29 Jeremia 46:21 Jeremia 20:10 Jeremia 46:15 Ezechiël 32:10 Openbaring 6:15 Jeremia 20:3
Jeremia 46:6 Daniël 11:19 Jeremia 46:12 Jesaja 30:16 Jeremia 50:32 Daniël 11:22 Richteren 4:15 Amos 9:1 Jeremia 1:14
Jeremia 46:7 Jeremia 47:2 Daniël 11:22 Jesaja 8:7 Amos 8:8 Jesaja 63:1 Daniël 9:26 Openbaring 12:15 Hooglied 3:6
Jeremia 46:8 Exodus 15:9 Ezechiël 29:3 Jesaja 37:24 Ezechiël 32:2 Jesaja 10:13
Jeremia 46:9 Jesaja 66:19 Ezechiël 27:10 Nahum 3:9 Handelingen 2:10 Jeremia 30:5 Nahum 2:3 1 Kronieken 1:11 Genesis 10:13
Jeremia 46:10 Joël 1:15 Deuteronomium 32:42 Jeremia 46:2 Jeremia 46:6 2 Koningen 24:7 Ezechiël 39:17 Jeremia 50:15 Sefanja 1:7
Jeremia 46:11 Jeremia 8:22 Micha 1:9 Jesaja 47:1 Nahum 3:19 Genesis 37:25 Lukas 8:43 Jeremia 51:8 Genesis 43:11
Jeremia 46:12 Nahum 3:8 Jeremia 46:6 Jesaja 19:2 Jeremia 14:2 Jeremia 51:54 Jeremia 48:34 1 Samuël 5:12 Jeremia 49:21
Jeremia 46:13 Jeremia 44:30 Jeremia 43:10 Jesaja 19:1 Jesaja 29:1
Jeremia 46:14 Jeremia 46:10 Jeremia 44:1 Jesaja 1:20 Nahum 2:13 Jeremia 46:3 Jeremia 43:8 Jeremia 2:30 Ezechiël 30:16
Jeremia 46:15 Jesaja 66:15 Psalmen 18:14 Jeremia 46:5 Psalmen 18:39 Psalmen 68:2 Deuteronomium 11:23 Psalmen 114:2 Jeremia 46:21
Jeremia 46:16 Jeremia 51:9 Leviticus 26:36 Jeremia 50:16 Jeremia 46:21 Jeremia 46:6
Jeremia 46:17 Jesaja 19:11 1 Koningen 20:10 Exodus 15:9 Ezechiël 29:3 Jesaja 37:27 Jesaja 31:3 Ezechiël 31:18 1 Koningen 20:18
Jeremia 46:18 Jeremia 48:15 Jozua 19:22 Richteren 4:6 Jesaja 48:2 Psalmen 89:12 Jesaja 47:4 Maleachi 1:14 Mattheüs 5:35
Jeremia 46:19 Jesaja 20:4 Jeremia 48:18 Jeremia 44:1 Ezechiël 30:13 Jeremia 26:9 Jeremia 51:29 Sefanja 2:5 Jeremia 34:22
Jeremia 46:20 Hosea 10:11 Jeremia 47:2 Jeremia 46:6 Jeremia 46:10 Jeremia 1:14 Jeremia 50:11 Jeremia 25:9 Jeremia 46:24
Jeremia 46:21 2 Koningen 7:6 Jeremia 46:5 Obadja 1:13 Jeremia 50:27 Micha 7:4 2 Samuël 10:6 Amos 6:4 Psalmen 37:13
Jeremia 46:22 Jesaja 29:4 Jesaja 14:8 Jesaja 10:33 Jeremia 51:20 Jesaja 10:15 Zacharia 11:2 Jesaja 37:24 Micha 1:8
Jeremia 46:23 Richteren 7:12 Richteren 6:5 Joël 2:25 Jesaja 10:18 Ezechiël 20:46 Openbaring 9:2
Jeremia 46:24 Jeremia 1:15 Ezechiël 29:1 Jeremia 46:19 Psalmen 137:8 Jeremia 46:11
Jeremia 46:25 Jesaja 20:5 Jeremia 43:12 Sefanja 2:11 Exodus 12:12 Ezechiël 32:9 Jesaja 19:1 Jeremia 42:14 Nahum 3:8
Jeremia 46:26 Jeremia 44:30 Ezechiël 32:11 Ezechiël 29:8 Jeremia 48:47 Jeremia 49:39
Jeremia 46:27 Jesaja 43:5 Jeremia 50:19 Jeremia 30:10 Jeremia 29:14 Jeremia 23:6 Jesaja 41:13 Jeremia 23:3 Ezechiël 39:25
Jeremia 46:28 Jeremia 10:24 Jeremia 4:27 Jeremia 30:11 Psalmen 46:11 Amos 9:8 Jeremia 1:19 Openbaring 3:19 Hebreeën 12:5
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 46 vers 2

Tegen Egypte; Of, van Egypte, of de Egyptenaars.

Hertaald: Tegen Egypte; Of: over Egypte, of over de Egyptenaren.

dat aan de rivier Of, die, te weten Farao Necho.

Hertaald: dat aan de rivier Of: die, namelijk Farao Necho.

Frath, Eufraat. Zie Gen. 2:14 ; alzo in het volgende.

Hertaald: Frath, De Eufraat. Zie Gen. 2:14; zo ook in het vervolg.

bij Kárchemis was, Of, te Karchemis; verstaande zulks van den koning Farao Necho zelf, hebbende zijn leger daaromtrent; alzo het onzeker is of hij ten tijde van Josia, dien hij overwon, deze stad [die Sanherib den Syriërs afgenomen had] na de overwinning heeft ingenomen, dan of hij nu wederom met zijn leger daarvoor is geweest om die te winnen, òf van dien tijd af de belegering voortgezet heeft; zie 2 Kon. 23:29 ; en 2 Kron. 35:20 ; idem, Jes. 10:9 .

Hertaald: bij Kárchemis was, Of: te Karchemis. Dat wordt dan van koning Farao Necho zelf verstaan, die daar zijn leger had. Het is namelijk onzeker of hij in de tijd van Josia, die hij overwon, deze stad — die Sanherib de Syriërs afgenomen had — na de overwinning ingenomen heeft, of dat hij er nu opnieuw met zijn leger voor lag om haar te veroveren, of dat hij de belegering vanaf die tijd voortgezet heeft; zie 2 Kon. 23:29 en 2 Kron. 35:20, en ook Jes. 10:9.

sloeg, Bij het leven van zijn vader Nabopolassar, nadat Jeremia zulks alles tevoren geprofeteerd had, gelijk volgt; na welke nederlaag de koning van Egypte tehuis bleef, hoewel hij ten tijde van Zedekia nog een tocht voornam, maar tevergeefs;; zie 2 Kon. 24:7 , en boven Jer. 37:5 , Jer. 37:11 .

Hertaald: sloeg, Bij het leven van zijn vader Nabopolassar, nadat Jeremia dat alles tevoren geprofeteerd had, zoals volgt. Na die nederlaag bleef de koning van Egypte thuis, hoewel hij in de tijd van Zedekia nog een veldtocht ondernam, maar tevergeefs; zie 2 Kon. 24:7 en hierboven Jer. 37:5 en Jer. 37:11.

Jeremia 46 vers 3

nadert tot den strijd Om slag te leveren. Aldus spreekt de profeet de Egyptische krijgslieden aan, bespottenderwijze, alsof hij zeide: Bereidt u vrij op het best dat gij moogt, het zal maar tevergeefs zijn, gij zult evenwel geslagen worden. Vergelijk onder Jer. 51:11 .

Hertaald: nadert tot den strijd Om slag te leveren. Zo spreekt de profeet de Egyptische krijgslieden spottend aan, alsof hij zei: maak u gerust zo goed mogelijk gereed, het zal toch tevergeefs zijn, u zult evengoed verslagen worden. Vergelijk hieronder Jer. 51:11.

Jeremia 46 vers 4

Spant de paarden aan en klimt op, Te weten, aan de wagens, van dewelke de wagenruiters te dien tijde plachten te vechten; zie 2 Sam. 10:18 . Hebreeuws, bindt. Vergelijk Gen. 46:29 , en Ex. 14:6 ; 1 Kon. 18:44 , enz. alwaar hetzelfde Hebreeuwse woord gebruikt wordt. Anders: zadelt de paarden.

Hertaald: Spant de paarden aan en klimt op, Namelijk: aan de wagens, vanwaar de wagenstrijders in die tijd plachten te vechten; zie 2 Sam. 10:18. Hebreeuws: bindt. Vergelijk Gen. 46:29, Ex. 14:6 en 1 Kon. 18:44, enzovoort, waar hetzelfde Hebreeuwse woord gebruikt wordt. Anders: zadelt de paarden.

Jeremia 46 vers 5

zie Ik, In het profetisch gezicht, dat hem God dienaangaande vertoonde.

Hertaald: zie Ik, In het profetisch gezicht dat God hem daarover liet zien.

nemen de vlucht, Hebreeuws, vluchtende vlucht.

Hertaald: nemen de vlucht, Hebreeuws: vluchtend vlucht.

Jeremia 46 vers 6

snelle ontvliede niet, Hebreeuws, lichte; te weten op de voeten; gelijk 2 Sam. 2:18 ; dat is, snel in het lopen. God wil zeggen dat hen noch snelheid noch sterkte zal helpen. Anders: de snelle zal niet ontvlieden, en de held zal niet ontkomen.

Hertaald: snelle ontvliede niet, Hebreeuws: de lichte, namelijk ter been, zoals 2 Sam. 2:18 — dat is: snel in het lopen. God wil zeggen dat snelheid noch sterkte hun zal helpen. Anders: de snelle zal niet ontvluchten en de held zal niet ontkomen.

oever der rivier Frath Hebreeuws, aan de hand, of zijde; zie boven Jer. 41:9 .

Hertaald: oever der rivier Frath Hebreeuws: aan de hand, of de zijde; zie hierboven Jer. 41:9.

Jeremia 46 vers 7

stroom, Deze gelijkenissen zien op de gelegenheid van Egypteland, dat vele rivieren of waterstromen had. Versta hierdoor de menigte zijner krijgslieden, met welke Farao zeer prachtig aankwam.

Hertaald: stroom, Deze vergelijkingen zien op de gesteldheid van Egypte, dat veel rivieren of waterstromen had. Versta eronder de menigte van zijn krijgslieden, waarmee Farao zeer praalziek optrok.

Jeremia 46 vers 8

Egypte trekt op als een stroom, Dat is, de Egyptenaars.

Hertaald: Egypte trekt op als een stroom, Dat is: de Egyptenaren.

bedekken, Met de menigte van mijn krijgsvolk, als met een wolk.

Hertaald: bedekken, Met de menigte van mijn krijgsvolk, als met een wolk.

stad, Indien men dit duidt op Karchemis, waarvan boven vs.2, zo heeft hij deze stad nog niet ingehad, maar nu gemeend te vermeesteren. Anderen verstaan door de stad, in het algemeen, steden en inwoners; alzo onder Jer. 47:2 .

Hertaald: stad, Wanneer men dit betrekt op Karchemis, waarover hierboven vers 2, dan had hij die stad nog niet in bezit maar meende hij haar nu te veroveren. Anderen verstaan onder de stad in het algemeen steden en inwoners; zo ook hieronder Jer. 47:2.

Jeremia 46 vers 9

raast, Alsof gij dol en onzinnig waart.

Hertaald: raast, Alsof u dol en waanzinnig was.

Moren, Hebreeuws, Chus; zie hiervan, en van de Puteërs en Lydiërs, Gen. 10:6 , Gen. 10:13 ; dezen waren gehuurd door den koning van Egypte; zie vs.16,17, 21.

Hertaald: Moren, Hebreeuws: Chus; zie daarover, en over de Puteërs en Lydiërs, Gen. 10:6 en Gen. 10:13. Dezen waren door de koning van Egypte gehuurd; zie vers 16, 17 en 21.

handelen, Dat is, voeren, daarmede omgaan.

Hertaald: handelen, Dat is: voeren, ermee omgaan.

spannen Hebreeuws eigenlijk, treden; zie Ps. 7:13 .

Hertaald: spannen Hebreeuws eigenlijk: treden; zie Ps. 7:13.

Jeremia 46 vers 10

heirscharen, Zie 1 Kon. 18:15 .

Hertaald: heirscharen, Zie 1 Kon. 18:15.

slachtoffer in het land Of slachtmaal; dat is, Hij zal zijne vijanden laten slachten, en dit zijn rechtvaardig oordeel zal voor hem zo aangenaam zijn als een slachtoffer, want zijn naam zal daardoor verheerlijkt worden. Vergelijk Jes. 34:6 ; Ezech. 39:17 , enz. met de aantekening.

Hertaald: slachtoffer in het land Of: slachtmaal — dat is: Hij zal Zijn vijanden laten slachten, en dit rechtvaardige oordeel van Hem zal Hem even aangenaam zijn als een slachtoffer, want Zijn Naam zal erdoor verheerlijkt worden. Vergelijk Jes. 34:6 en Ezech. 39:17, enzovoort, met de aantekening.

noorden, Want Karchemis was tegen het noorden van Egypte af gelegen.

Hertaald: noorden, Want Karchemis lag ten noorden van Egypte.

Jeremia 46 vers 11

Gilead, Zie Gen. 37:25 , met de aantekening.

Hertaald: Gilead, Zie Gen. 37:25 met de aantekening.

haal Hebreeuws, neem. Zie boven Jer. 37:17 .

Hertaald: haal Hebreeuws: neem. Zie hierboven Jer. 37:17.

balsem, Om de geslagen wonden te genezen. Vergelijk boven Jer. 8:22 , en onder Jer. 51:8 .

Hertaald: balsem, Om de toegebrachte wonden te genezen. Vergelijk hierboven Jer. 8:22 en hieronder Jer. 51:8.

jonkvrouw, Dat is, gij volk of inwoners van Egypte, die met uwe menigte, macht, weelde en onoverwinnelijkheid praalt, alsof u niemand zou kunnen overweldigen of schofferen, gelijk een jonge dochter praalt met hare schoonheid en maagdelijken staat. VergelijK 2 Kon. 19:21 .

Hertaald: jonkvrouw, Dat is: u, volk of inwoners van Egypte, die praalt met uw menigte, macht, weelde en onoverwinnelijkheid, alsof niemand u zou kunnen overweldigen of onteren — zoals een jonge dochter praalt met haar schoonheid en haar maagdelijke staat. Vergelijk 2 Kon. 19:21.

heling voor u Of, pleister. Hebreeuws, opgang, rijzing, opkomen, enz., [zie boven Jer. 30:13 , Jer. 30:17 ] zodat al uw medicineren niet helpen zal.

Hertaald: heling voor u Of: pleister. Hebreeuws: opgang, rijzing, opkomen, enzovoort (zie hierboven Jer. 30:13 en Jer. 30:17), zodat al uw geneesmiddelen niet zullen helpen.

Jeremia 46 vers 12

tegen held, Of, is gestruikeld over den ander. Hebreeuws, held tegen held hebben zich gestoten, of held over held zijn gestruikeld.

Hertaald: tegen held, Of: is over de ander gestruikeld. Hebreeuws: held tegen held hebben zich gestoten, of: held over held zijn gestruikeld.

Jeremia 46 vers 13

Het woord, Dit is nu ene profetie van Nebukadnezars optocht naar Egypte. Vergelijk Jes. 19:1 , enz., en Eze 29 , 30, 32.

Hertaald: Het woord, Dit is nu een profetie over de veldtocht van Nebukadnezar naar Egypte. Vergelijk Jes. 19:1, enzovoort, en Ezech. 29, 30 en 32.

slaan Dat is, het land te overweldigen en de inwoners te verslaan. Vergelijk boven Jer. 43:11 , en onder Jer. 47:1 , enz.

Hertaald: slaan Dat is: het land te overweldigen en de inwoners te verslaan. Vergelijk hierboven Jer. 43:11 en hieronder Jer. 47:1, enzovoort.

Jeremia 46 vers 14

Migdol; Zie van deze plaatsen boven Jer. 44:1 .

Hertaald: Migdol; Over deze plaatsen, zie hierboven Jer. 44:1.

Stelt er u naar, Tot tegenweer, gelijk boven vs.4.

Hertaald: Stelt er u naar, Tot tegenweer, zoals hierboven vers 4.

verteerd, Zal het zekerlijk doen; of gelijk het zwaard der Babyloniërs verslonden heeft wat rondom u is, alzo zal het nu uwe beurt zijn.

Hertaald: verteerd, Het zal het zeker doen. Of: zoals het zwaard van de Babyloniërs verslonden heeft wat om u heen is, zo zal het nu uw beurt zijn.

Jeremia 46 vers 15

zijn uw sterken weggeveegd? Hebreeuws staat het woord sterken, [in het getal van velen] weggevaagd, [in het getal van enen], dat is, elkeen van uw sterke krijgslieden; alzo in het volgende.

Hertaald: zijn uw sterken weggeveegd? In het Hebreeuws staat het woord sterken in het meervoud en weggeveegd in het enkelvoud — dat is: ieder van uw sterke krijgslieden; zo ook in het vervolg.

stonden niet, Dat is, zij konden en durfden niet blijven staan tegen de Babyloniërs.

Hertaald: stonden niet, Dat is: zij konden en durfden niet staande te blijven tegen de Babyloniërs.

voortdreef Of, aanstoot, nederstiet.

Hertaald: voortdreef Of: aanstootte, neerstootte.

Jeremia 46 vers 16

maakte der struikelenden veel; Hebreeuws, Hij vermenigvuldigde den struikelende.

Hertaald: maakte der struikelenden veel; Hebreeuws: Hij vermenigvuldigde de struikelende.

de een viel op den ander; Hebreeuws, de man op, of met zijnen naaste.

Hertaald: de een viel op den ander; Hebreeuws: de man op of tegen zijn naaste.

zeiden Die Farao uit andere landen waren te hulp gekomen, zeiden alzo tot elkander; vergelijk Jes. 13:14 .

Hertaald: zeiden Zij die Farao uit andere landen te hulp gekomen waren, zeiden dat tegen elkaar; vergelijk Jes. 13:14.

geboorte, Dat is, ons vaderland.

Hertaald: geboorte, Dat is: ons vaderland.

vanwege Of, slechtelijk, voor, van. Hebreeuws, van het aangezicht.

Hertaald: vanwege Of eenvoudig: voor, van. Hebreeuws: van het aangezicht.

verdrukkende zwaard Anders: vanwege het zwaard des verdrukkenden [lands]. Zie boven Jer. 25:38 .

Hertaald: verdrukkende zwaard Anders: vanwege het zwaard van het verdrukkende land. Zie hierboven Jer. 25:38.

Jeremia 46 vers 17

gedruis; Dat is, een pocher en snorker, die ene grote beweging en gewoel maakt, maar het heeft met hem inderdaad niets te beduiden; hij heeft zijn tijd zorgelooslijk verzuimd, hij is te laat op; dat moeten wij nu mede ontgelden. Anders: is verwoest, of geruineerd. Hebreeuws, een groot gedruis, of ene verwoesting, die met groot gedruis of gekraak geschiedt.

Hertaald: gedruis; Dat is: een pocher en snoever, die groot rumoer en drukte maakt maar met wie het in werkelijkheid niets voorstelt; hij heeft zijn tijd zorgeloos verzuimd, hij is te laat — en dat moeten wij nu meebetalen. Anders: is verwoest of geruïneerd. Hebreeuws: een groot gedruis, of een verwoesting die met groot gedruis of gekraak gepaard gaat.

gezetten tijd laten voorbijgaan Of, bekwamen tijd, om te krijgen, of dit onheil, volgende de gedane waarschuwing, voor te komen.

Hertaald: gezetten tijd laten voorbijgaan Of: de geschikte tijd, om oorlog te voeren, of om dit onheil na de gedane waarschuwing te voorkomen.

Jeremia 46 vers 18

als Thabor onder de bergen, Dat is, gelijk de berg Thabor boven andere bergen, en de berg Karmel in zee uitsteekt, alzo zal Nebukadnezar al zijne vijanden teboven gaan, en hen onder zich brengen. Anderen nemen het als een afgebroken rede van eedzwering in dezen zin; zo zeker als die bergen vast en wel geworteld zijn, zal ook dit mijn werk volbracht worden. Van Thabor, zie Richt. 4:6 , van Karmel, 1 Kon. 18:19 .

Hertaald: als Thabor onder de bergen, Dat is: zoals de berg Thabor boven de andere bergen uitsteekt en de berg Karmel in zee uitsteekt, zo zal Nebukadnezar al zijn vijanden te boven gaan en hen onder zich brengen. Anderen vatten het op als een afgebroken eedformule, in deze zin: zo zeker als die bergen vast en goed geworteld zijn, zal ook dit werk van Mij volbracht worden. Over Thabor, zie Richt. 4:6; over Karmel, 1 Kon. 18:19.

Jeremia 46 vers 19

gereedschap der gevankelijke wegvoering, Dat is, pak en zak [gelijk men zegt] en maak uw bagage gereed, die gij van doen moogt hebben, als gij gaan zult in gevangenschap. Vergelijk Ezech. 12:4 , enz.

Hertaald: gereedschap der gevankelijke wegvoering, Dat is: pak uw boeltje, zoals men zegt, en maak de bagage gereed die u nodig zult hebben wanneer u in gevangenschap gaat. Vergelijk Ezech. 12:4, enzovoort.

inwoneres, Die gij zo zeker en vast meent te wonen; vergelijk Jes. 47:8 , en onder Jer. 48:18 .

Hertaald: inwoneres, U die meent zo veilig en vast te wonen; vergelijk Jes. 47:8 en hieronder Jer. 48:18.

Nof zal ter verwoesting worden, Gelijk boven vs.14.

Hertaald: Nof zal ter verwoesting worden, Zoals hierboven vers 14.

verbrand worden, Anders: zal verwoest, of bedorven worden.

Hertaald: verbrand worden, Anders: zal verwoest of te gronde gericht worden.

Jeremia 46 vers 20

vaarze; Dat is, gelijk een jong koekalf, een jonge vaars, vet, dartel en weelderig.

Hertaald: vaarze; Dat is: als een jong koekalf, een jonge vaars: vet, dartel en uitgelaten.

slachter Of, kerver, houwer. Hebreeuws, de kerving, snijding, versnijding; dat is, de kerver, [dien wij noemen slachter ] of houwer. Zie Job 35:13 , en Job 33:6 .

Hertaald: slachter Of: kerver, houwer. Hebreeuws: de kerving, snijding, versnijding — dat is: de kerver, die wij slachter noemen, of de houwer. Zie Job 35:13 en Job 33:6.

komt, Of, de slachter van het noorden, die komt, die komt; dat is, zal gewisselijk en haast komen.

Hertaald: komt, Of: de slachter uit het noorden, die komt, die komt — dat is: hij zal zeker en spoedig komen.

Jeremia 46 vers 21

gehuurden in haar midden zijn Die soldaten, die Egypte [die jonge vaars, die weelderige dochter] om geld of soldij gehuurd en aangenomen heeft, die onder haar krijgsvolk zijn.

Hertaald: gehuurden in haar midden zijn De soldaten die Egypte — die jonge vaars, die weelderige dochter — voor geld of soldij gehuurd en aangenomen heeft en die onder haar krijgsvolk dienen.

gemeste kalveren; Hebreeuws, kalveren der mesting.

Hertaald: gemeste kalveren; Hebreeuws: kalveren van de mesting.

hebben zich ook gewend, Dat is, zullen zich omwenden, en zo in het volgende.

Hertaald: hebben zich ook gewend, Dat is: zullen zich omkeren; en zo ook in het vervolg.

verderfs is over hen gekomen, Of, van ondergang, dodelijk ongeval.

Hertaald: verderfs is over hen gekomen, Of: van hun ondergang, hun dodelijk onheil.

bezoeking Dat is, straf; zie Gen. 21:1 .

Hertaald: bezoeking Dat is: straf; zie Gen. 21:1.

Jeremia 46 vers 22

Haar stem zal gaan als van een slang; Dat is, Egypte zal niet meer zo blazen en snorken als tevoren, maar wel klein piepen en ootmoedig spreken, als de Babyloniërs hen zullen overkomen. Vergelijk Jes. 29:4 .

Hertaald: Haar stem zal gaan als van een slang; Dat is: Egypte zal niet meer zo blazen en snoeven als tevoren, maar zachtjes piepen en ootmoedig spreken wanneer de Babyloniërs over hen komen. Vergelijk Jes. 29:4.

zij zullen met krijgsmacht daarhenen trekken, De Babyloniërs.

Hertaald: zij zullen met krijgsmacht daarhenen trekken, De Babyloniërs.

Jeremia 46 vers 23

woud afgehouwen, Dat is, de steden en dorpen, idem het volk, of de krijgslieden van Egypte, die vanwege de dichte menigte der mensen bij een woud vol bomen worden vergeleken; vergelijk Jes. 10:18-19 .

Hertaald: woud afgehouwen, Dat is: de steden en dorpen, en ook het volk of de krijgslieden van Egypte, die vanwege de dichte menigte mensen met een woud vol bomen vergeleken worden; vergelijk Jes. 10:18-19.

onderzoeken; Te weten het getal der bomen, dat is der mensen.

Hertaald: onderzoeken; Namelijk: het aantal bomen, dat is: van de mensen.

niet tellen kan Hebreeuws, zij hebben geen getal; alzo Richt. 6:5 .

Hertaald: niet tellen kan Hebreeuws: zij hebben geen getal; zo ook Richt. 6:5.

Jeremia 46 vers 24

noorden Dat is, der Babyloniërs.

Hertaald: noorden Dat is: van de Babyloniërs.

Jeremia 46 vers 25

menigte van No, Of, gemeen volk. Het Hebreeuwse woord Amon wordt ook alzo in dit boek genomen, onder Jer. 52:15 , voor Hamon; dat is, menigte, hoop volks, of schare, die door gewoel en menigte gedruis maakt; vergelijk Ezech. 30:15 , gelijk dan de stad No, dat is, naar het algemeen gevoelen, Alexandrië, een zeer vermaarde volkrijke zee en koopstad in Egypte was. Anders betekent Amon een voeder, voedsterheer, of voedsterling, die iemand voedt en opkweekt, of van iemand gevoed wordt; waarom sommigen hier overzetten: De voedsterheer, of de voedsterlingen; dat is, zich generen van No, gelijk zulks ook met waarheid van grote koopsteden gezegd mag worden, dat vele mensen daarvan leven; vergelijk Nah. 3:8 .

Hertaald: menigte van No, Of: het gewone volk. Het Hebreeuwse woord Amon wordt ook zo opgevat in dit boek, hieronder Jer. 52:15, voor Hamon, dat is: menigte, volksmassa of schare, die door gewoel en aantal rumoer maakt; vergelijk Ezech. 30:15. De stad No was volgens de algemene opvatting Alexandrië: een zeer beroemde, volkrijke zee- en handelsstad in Egypte. Anders betekent Amon een voedstervader, voedsterheer of voedsterling: iemand die een ander voedt en grootbrengt, of die door een ander gevoed wordt. Daarom vertalen sommigen hier: de voedsterheer, of de voedsterlingen — dat is: zij die hun brood verdienen aan No, zoals van grote handelssteden inderdaad gezegd mag worden dat veel mensen ervan leven; vergelijk Nah. 3:8.

koningen, Dat is, niet alleen dezen koning, maar ook zijne navolgers, of de vorsten en regenten van Egypte, die op hun koning vertrouwden, en mede als kleine koningen in zo een machtig koninkrijk waren; vergelijk boven Jer. 19:3 , en wijders Gen. 14:1 , en Deut. 33:5 ; idem Joz. 12:9 , enz.

Hertaald: koningen, Dat is: niet alleen deze koning maar ook zijn opvolgers, of de vorsten en bestuurders van Egypte, die op hun koning vertrouwden en in zo'n machtig koninkrijk zelf ook als kleine koningen waren; vergelijk hierboven Jer. 19:3, en verder Gen. 14:1 en Deut. 33:5, en ook Joz. 12:9, enzovoort.

Jeremia 46 vers 26

ziel zoeken, Dat is, die naar hun leven staan; gelijk boven dikwijls.

Hertaald: ziel zoeken, Dat is: die naar hun leven staan; zoals hierboven vaak.

zal zij Namelijk de dochter van Egypte, dat is Egypteland. Zie vs.24, en vs.11 met de aantekening.

Hertaald: zal zij Namelijk: de dochter van Egypte, dat is: het land Egypte. Zie vers 24, en vers 11 met de aantekening.

bewoond worden Vergelijk Ezech. 29:11 , Ezech. 29:13-14 , en zie het tegendeel van Babel, onder Jer. 50:39 .

Hertaald: bewoond worden Vergelijk Ezech. 29:11 en Ezech. 29:13-14, en zie het tegendeel over Babel hieronder in Jer. 50:39.

Jeremia 46 vers 27

zaad uit het land hunner gevangenis; Dat is nakomelingen.

Hertaald: zaad uit het land hunner gevangenis; Dat is: nakomelingen.

verschrikken Of, sidderen, beven.

Hertaald: verschrikken Of: sidderen, beven.

Jeremia 46 vers 28

voleinding maken Zie boven Jer. 4:27 .

Hertaald: voleinding maken Zie hierboven Jer. 4:27.

mate, Zie boven Jer. 10:24 .

Hertaald: mate, Zie hierboven Jer. 10:24.

niet gans onschuldig houden Hebreeuws, onschuldig houdende, niet onschuldig houden; gelijk boven Jer. 30:11 ; dat is, ten enenmale ongestraft laten.

Hertaald: niet gans onschuldig houden Hebreeuws: onschuldig houdend niet onschuldig houden, zoals hierboven Jer. 30:11 — dat is: volkomen ongestraft laten.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Karkemis  — "vesting van Kamosh" of "kade van Kemosh" (Hettitisch/Semitisch)

Ligging: Een machtige vestingstad aan de bovenloop van de Eufraat, op de grens van het latere Syrië en Turkije.

Geschiedenis: Hier versloeg Nebukadnezar, kroonprins van Babel, in 605 voor Christus het leger van farao Necho van Egypte in een van de beslissende veldslagen van de oudheid — een overwinning die de Egyptische macht in het Nabije Oosten definitief brak en de weg vrijmaakte voor Babels overheersing, ook over Juda (Jer. 46:2; 2 Kron. 35:20; 2 Kon. 24:7).

Bijbelse betekenis: Jeremia's profetie over Karkemis, uitgesproken vóórdat de slag plaatsvond, toont hoe de HEERE de opkomst en ondergang van wereldmachten reeds van tevoren aankondigt en bestuurt — de "grote koning" Necho blijkt uiteindelijk evenzeer aan Gods raad onderworpen als het kleine Juda zelf.

Archeologie: Britse opgravingen (o.a. door de jonge T.E. Lawrence, "Lawrence of Arabia", vóór de Eerste Wereldoorlog) legden bij het huidige Karkamış/Jerablus indrukwekkende Hettitische en Neo-Hettitische reliëfs en stadsmuren bloot.

Recente inzichten: Het huidige Karkamış (Turkije) / Jerablus (Syrië), verdeeld door de moderne Turks-Syrische grens.

2 Kon. 24:7; 2 Kron. 35:20; Jer. 46:2

No (Thebe)  — Egyptisch "Niwt", "de Stad" bij uitstek

Ligging: Aan beide oevers van de Nijl in Opper-Egypte, ver ten zuiden van Memfis — eeuwenlang de machtigste stad van het oude Egypte.

Geschiedenis: Jeremia kondigt aan dat de HEERE bezoeking zal doen over "No", zoals Hij eerder over Babel deed (Jer. 46:25) — een oordeel dat de profeet Nahum, sprekend over de val van Ninevé, bevestigt door terug te wijzen naar de eerdere, eveneens onontkoombare val van het machtige No-Amon (Nah. 3:8-10), destijds een van de grootste steden ter wereld.

Bijbelse betekenis: Dat zelfs No-Amon, met zijn schier onneembare ligging tussen de rivierarmen van de Nijl, uiteindelijk ten val kwam, is voor Ninevé — en voor elke lezer — een blijvende waarschuwing dat geen enkele aardse macht, hoe onaantastbaar ook, buiten Gods oordeel valt.

Archeologie: De ruïnes van No-Amon liggen verspreid over het huidige Luxor en Karnak, met de beroemde tempelcomplexen van Karnak en Luxor, het Dal der Koningen en talloze andere wereldberoemde oudheidkundige vondsten.

Recente inzichten: Het huidige Luxor, Egypte.

Jer. 46:25; Ez. 30:14-16; Nah. 3:8-10

Tachpanhes  — van Egyptische afleiding, mogelijk "fort van de Nubische"

Ligging: Een grensvesting in het oosten van de Nijldelta, aan de weg van Kanaän naar Egypte.

Geschiedenis: Hierheen vluchtte een deel van het overblijfsel van Juda na de moord op de door Babel aangestelde stadhouder Gedalja, tegen Jeremia's uitdrukkelijke waarschuwing in — en namen zij de profeet zelf, tegen zijn wil, met zich mee (Jer. 43:5-9). Hier voorzegde Jeremia, door de stenen onder de tichelen te verbergen als teken, dat Nebukadnezar ook Egypte zou binnenvallen en juist híer zijn troon zou oprichten (Jer. 43:8-13; 44:1; 46:14).

Bijbelse betekenis: De vlucht naar Tachpanhes, in openlijke ongehoorzaamheid aan Gods bevel door Jeremia, illustreert hoe menselijke angst voor de gevolgen van gehoorzaamheid mensen er soms toe brengt uit te wijken naar juist die plaats waar het aangekondigde oordeel hen alsnog zal achterhalen.

Archeologie: Doorgaans geïdentificeerd met Tell Defenneh in de oostelijke Nijldelta, waar de Britse archeoloog Flinders Petrie (1886) een groot, versterkt platform blootlegde dat mogelijk overeenkomt met de "tichelen" van Jer. 43:9.

Recente inzichten: Tell Defenneh (of Tell Dafana), Egypte.

Jer. 43:5-13; 44:1; 46:14

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De woorden tegen de heidenen  — de opzet van het laatste deel van het boek, waarin de volken aan de beurt komen (Jer. 46:1-2)

"Het woord des HEEREN, dat tot den profeet Jeremia geschied is tegen de heidenen" (Jer. 46:1). Met dat opschrift begint het laatste deel van het boek, dat doorloopt tot en met Jer. 51. De volgorde is: Egypte (Jer. 46), de Filistijnen (Jer. 47), Moab (Jer. 48), Ammon, Edom, Damascus, Kedar en Elam (Jer. 49), en ten slotte Babel in twee lange hoofdstukken (Jer. 50-51). Het begint bij de slag te Karchemis, waar Nebukadrezar het leger van Farao Necho versloeg (Jer. 46:2).

Bijbelse betekenis: Merk op dat deze woorden tot de volken zelf gericht zijn en niet alleen over hen gaan. De profeet was bij zijn roeping "den volken tot een profeet" gesteld (reeds behandeld bij Jer. 1:5); dit deel van het boek laat zien wat dat betekende. Let vervolgens op de toon waarin het gebeurt. Die is bij Jesaja al vastgelegd en geldt ook hier: oordeel aankondigen zonder er behagen in te scheppen, en de profeet huilt erbij (reeds behandeld bij Jes. 15:5). Bij Moab zegt God dat zelfs van Zichzelf (Jer. 48:31). Let ten slotte op de volgorde. Babel staat achteraan, en het krijgt de meeste ruimte. Het volk dat God als werktuig gebruikte, wordt aan het einde zelf geoordeeld; dat is dezelfde lijn als bij Assur (reeds behandeld bij Jes. 10:5).

Typologie: Paulus zegt dat God "uit een bloede het ganse geslacht der mensen gemaakt" heeft, en dat Hij de tijden en de grenzen van hun woonplaats bepaald heeft (Hand. 17:26). Dat is de grond waarop een profeet van Juda over Egypte en Elam spreken kan.

Jer. 46:1-2; Jer. 1:5; Jes. 15:5; Jes. 10:5; Hand. 17:26

Kastijden met mate  — midden tussen de oordelen over de volken staat een woord voor Jakob (Jer. 46:27-28)

"Maar gij, Mijn knecht Jakob! vrees niet, en ontzet u niet, o Israel! want zie, Ik zal u verlossen uit verre landen, en uw zaad uit het land hunner gevangenis" (Jer. 46:27). En dan volgt het onderscheid: "Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u gedreven zal hebben, doch met u zal Ik geen voleinding maken, maar u kastijden met mate, en u niet gans onschuldig houden" (Jer. 46:28).

Bijbelse betekenis: Merk op waar dit woord staat: midden in de reeks profetieën over de volken. Terwijl het oordeel rondgaat, wordt tegen dit ene volk gezegd: vrees niet. Let vervolgens op het onderscheid dat gemaakt wordt. Het is niet dat Jakob gespaard wordt en de volken niet; er staat dat hij gekastijd wordt, en dat hij niet gans onschuldig gehouden wordt. Het verschil zit in het einde: met de volken maakt God een voleinding, met Jakob niet. Let ten slotte op de woorden met mate. Die uitdrukking stond eerder in het boek (reeds behandeld bij Jer. 30:11). Zij is het hart van de zaak: de kastijding heeft een grens, en die grens wordt door God bepaald en niet door de kracht van wie haar draagt.

Typologie: De Hebreeënbrief legt dezelfde lijn uit: de kastijding is het bewijs dat men zoon is, en God "kastijdt ons tot ons nut, opdat wij Zijner heiligheid zouden deelachtig worden" (Hebr. 12:10). En Paulus zegt dat God niet zal toelaten dat men boven vermogen verzocht wordt (reeds behandeld bij 1 Kor. 10:13).

Jer. 46:27-28; Jer. 30:11; Hebr. 12:10; 1 Kor. 10:13

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Jeremia 46

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content