Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Het woord des HEEREN, dat tot den profeet Jeremia geschied is tegen de heidenen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Het woordH1697 des HEERENH3068, datH834totH413 den profeetH5030JeremiaH3414 geschied is tegen de heidenenH1471.Het woord des HEEREN, dat tot den profeet Jeremia geschied is tegen de heidenen.
KJVThe word3of the LORD4which came to Jeremiah6the prophet7against the Gentiles;
1אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection2הָיָ֧הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3דְבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work4יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6יִרְמְיָ֥הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah7הַנָּבִ֖יאH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הַגּוֹיִֽםH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people
2Tegen Egypte; tegen het heir van Farao Necho, koning van Egypte, dat aan de rivier Frath, bij Karchemis was, dat Nebukadrezar, de koning van Babel, sloeg, in het vierde jaar van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Tegen EgypteH4714; tegenH5921 het heirH2428 van Farao NechoH6549, koningH4428 van EgypteH4714, datH834aanH5921 de rivierH5104FrathH6578, bij KarchemisH3751wasH1961, datH834NebukadrezarH5019, de koningH4428 van BabelH894, sloegH5221, in het vierdeH7243jaarH8141 van JojakimH3079, den zoonH1121 van JosiaH2977, den koningH4428 van JudaH3063.Tegen Egypte; tegen het heir van Farao Necho, koning van Egypte, dat aan de rivier Frath, bij Karchemis was, dat Nebukadrezar, de koning van Babel, sloeg, in het vierde jaar van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda.
KJVAgainst Egypt,1against the army3of Pharaohnecho4king6of Egypt,7which was by the river11Euphrates12in Carchemish,13which Nebuchadrezzar16king17of Babylon18smote15in the fourth20year19of Jehoiakim21the son22of Josiah23king24of Judah.
1לְמִצְרַ֗יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3חֵ֨ילH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)4פַּרְעֹ֤הH6549Farao NechoPharaoh-necho, Pharaohnechoh5נְכוֹ֙H6549Farao NechoPharaoh-necho, Pharaohnechoh6מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim8אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9הָיָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11נְהַרH5104rivier, rivieren, stromenflood, river12פְּרָ֖תH6578FrathEuphrates13בְּכַרְכְּמִ֑שׁH3751KarchemisCarchemish14אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15הִכָּ֗הH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound16נְבֽוּכַדְרֶאצַּר֙H5019Nebukadnezar, NebukadrezarNebuchadnezzar, Nebuchadrezzar17מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal18בָּבֶ֔לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon19בִּשְׁנַת֙H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)20הָֽרְבִיעִ֔יתH7243vierde, vierendeel, vierdenfoursquare, fourth (part)21לִיהוֹיָקִ֥יםH3079Jojakim, Jojakims, jojakimJehoiakim. Compare H3113 (יוֹיָקִים)22בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth23יֹאשִׁיָּ֖הוּH2977JosiaJosiah24מֶ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal25יְהוּדָֽהH3063JudaJudah
3Rust het schild en de rondas toe, en nadert tot den strijd!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3RustH6186 het schildH4043 en de rondasH6793 toe, en nadertH5066 tot den strijdH4421!Rust het schild en de rondas toe, en nadert tot den strijd!
KJVOrder1ye the buckler2and shield,3and draw near4to battle.
4Spant de paarden aan, en klimt op, gij ruiters! en stelt u met helmen; vaagt de spiesen, trekt de pantsiers aan!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4SpantH631 de paardenH5483 aan, en klimtH5927 op, gij ruitersH6571! en steltH3320 u met helmenH3553; vaagt de spiesenH7420, trektH3847 de pantsiersH5630 aan!Spant de paarden aan, en klimt op, gij ruiters! en stelt u met helmen; vaagt de spiesen, trekt de pantsiers aan!
Ook in dit vers
veegtH4838
KJVHarness1the horses;2and get up,3ye horsemen,4and stand forth5with your helmets;6furbish7the spears,8and put on9the brigandines.
1אִסְר֣וּH631gebonden, verbonden, bindenbind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie2הַסּוּסִ֗יםH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)3וַֽעֲלוּ֙H5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work4הַפָּ֣רָשִׁ֔יםH6571ruiteren, ruiters, paardenhorseman5וְהִֽתְיַצְּב֖וּH3320stelde, stellen, steltpresent selves, remaining, resort, set (selves), (be able to, can, with-) stand (fast, forth, -ing, still, up)6בְּכ֥וֹבָעִ֑יםH3553helm, helmenhelmet. Compare H6959 (קוֹבַע)7מִרְקוּ֙H4838gepolijst, geschuurd, veegtbright, furbish, scour8הָֽרְמָחִ֔יםH7420spiesen, spies, priemenbuckler, javelin, lancet, spear9לִבְשׁ֖וּH3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear10הַסִּרְיֹנֹֽתH5630pantsier, pantsiersbrigandine
5Waarom zie Ik, dat zij versaagd en achterwaarts gedreven zijn? Zelfs hun helden zijn verslagen, en nemen de vlucht, en zien niet om; er is schrik van rondom, spreekt de HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Waarom zieH7200 Ik, dat zijH1992versaagdH2844 en achterwaartsH268gedrevenH5472 zijn? Zelfs hun heldenH1368 zijn verslagenH3807, en nemen de vluchtH4498, en zienH6437nietH3808 om; er is schrikH4032 van rondomH5439, spreektH5002 de HEEREH3068.Waarom zie Ik, dat zij versaagd en achterwaarts gedreven zijn? Zelfs hun helden zijn verslagen, en nemen de vlucht, en zien niet om; er is schrik van rondom, spreekt de HEERE.
Ook in dit vers
nemen vluchtH5127
KJVWherefore have I seen2them dismayed4and turned5away back?6and their mighty ones7are beaten down,8and are fled10apace,9and look not back:12for fear13was round about,14saith15the LORD.
1מַדּ֣וּעַH4069waarom?how, wherefore, why2רָאִ֗יתִיH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions3הֵ֣מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye4חַתִּים֮H2844gebroken, schrik, versaagdbroken, dismayed, dread, fear5נְסֹגִ֣יםH5472gedreven, gekeerd, terugkerenbackslider, drive, go back, turn (away, back)6אָחוֹר֒H268achterwaarts, achteren, achtersteafter(-ward), back (part, -side, -ward), hereafter, (be-) hind(-er part), time to come, without7וְגִבּוֹרֵיהֶ֣םH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man8יֻכַּ֔תּוּH3807slaan, stampte, vermorzeldbeat (down, to pieces), break in pieces, crushed, destroy, discomfit, smite, stamp. l9וּמָנ֥וֹסH4498Toevlucht, ontvlieden, toevlucht[idiom] apace, escape, way to flee, flight, refuge10נָ֖סוּH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard11וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12הִפְנ֑וּH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)13מָג֥וֹרH4032schrik, vreze, Magor-missabibfear, terror. Compare H4036 (מָגוֹר מִסָּבִיב)14מִסָּבִ֖יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side15נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith16יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
6De snelle ontvliede niet, en de held ontkome niet; tegen het noorden, aan den oever der rivier Frath zijn zij gestruikeld en gevallen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6De snelleH7031ontvliedeH5127nietH408, en de heldH1368ontkomeH4422nietH408; tegen het noordenH6828, aanH5921 den oeverH3027 der rivierH5104FrathH6578 zijn zij gestruikeldH3782 en gevallenH5307.De snelle ontvliede niet, en de held ontkome niet; tegen het noorden, aan den oever der rivier Frath zijn zij gestruikeld en gevallen.
KJVLet not the swift3flee away,2nor the mighty man6escape;5they shall stumble,12and fall13toward the north7by9the river10Euphrates.
1אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than2יָנ֣וּסH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard3הַקַּ֔לH7031snelle, licht, lichtelijklight, swift(-ly)4וְאַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than5יִמָּלֵ֖טH4422ontkomen, ontkwam, bevrijdendeliver (self), escape, lay, leap out, let alone, let go, preserve, save, [idiom] speedily, [idiom] surely6הַגִּבּ֑וֹרH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man7צָפ֨וֹנָה֙H6828noorden, noordwaarts, Noordennorth(-ern, side, -ward, wind)8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9יַ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10נְהַרH5104rivier, rivieren, stromenflood, river11פְּרָ֔תH6578FrathEuphrates12כָּשְׁל֖וּH3782struikelen, vallen, aanstotenbereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak13וְנָפָֽלוּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down
7Wie is deze, die optrekt als een stroom, wiens wateren zich bewegen als de rivieren?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Wie is deze, die optrektH5927 als een stroomH2975, wiensH4310waterenH4325 zich bewegenH1607 als de rivierenH5104?Wie is deze, die optrekt als een stroom, wiens wateren zich bewegen als de rivieren?
KJVWho is this that cometh up4as a flood,3whose waters7are moved6as the rivers?
1מִיH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God2זֶ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)3כַּיְאֹ֣רH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream4יַֽעֲלֶ֑הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work5כַּנְּהָר֕וֹתH5104rivier, rivieren, stromenflood, river6יִֽתְגָּעֲשׁ֖וּH1607bewegen, daverde, daverdenmove, shake, toss, trouble7מֵימָֽיוH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
8Egypte trekt op als een stroom, en zijn wateren bewegen zich als de rivieren; en hij zegt: Ik zal optrekken, ik zal de aarde bedekken, ik zal de stad, en die daarin wonen, verderven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8EgypteH4714trektH5927 op als een stroomH2975, en zijn waterenH4325bewegenH1607 zich als de rivierenH5104; en hij zegtH559: Ik zal optrekkenH5927, ik zal de aardeH776bedekkenH3680, ik zal de stadH5892, en die daarin wonenH3427, verdervenH6.Egypte trekt op als een stroom, en zijn wateren bewegen zich als de rivieren; en hij zegt: Ik zal optrekken, ik zal de aarde bedekken, ik zal de stad, en die daarin wonen, verderven.
KJVEgypt1riseth up3like a flood,2and his waters6are moved5like the rivers;4and he saith,7I will go up,8and will cover9the earth;10I will destroy11the city12and the inhabitants
1מִצְרַ֨יִם֙H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim2כַּיְאֹ֣רH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream3יַֽעֲלֶ֔הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work4וְכַנְּהָר֖וֹתH5104rivier, rivieren, stromenflood, river5יִתְגֹּ֣עֲשׁוּH1607bewegen, daverde, daverdenmove, shake, toss, trouble6מָ֑יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))7וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8אַֽעֲלֶה֙H5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work9אֲכַסֶּהH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)10אֶ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11אֹבִ֥ידָהH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee12עִ֖ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town13וְיֹ֥שְׁבֵיH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry14בָֽהּ
9Trekt op, gij paarden! en raast, gij wagens! en laat de helden uittrekken: de Moren, en de Puteers, die het schild handelen, en de Lydiers, die den boog handelen en spannen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9TrektH5927 op, gij paardenH5483! en raastH1984, gij wagensH7393! en laat de heldenH1368uittrekkenH3318: de MorenH3568, en de PuteersH6316, die het schildH4043handelenH8610, en de LydiersH3866, die den boogH7198handelenH8610 en spannenH1869.Trekt op, gij paarden! en raast, gij wagens! en laat de helden uittrekken: de Moren, en de Puteers, die het schild handelen, en de Lydiers, die den boog handelen en spannen.
KJVCome up,1ye horses;2and rage,3ye chariots;4and let the mighty men6come forth;5the Ethiopians7and the Libyans,8that handle9the shield;10and the Lydians,11that handle12and bend13the bow.
1עֲל֤וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2הַסּוּסִים֙H5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)3וְהִתְהֹלְל֣וּH1984prijzen, Looft, Hallelujah(make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine4הָרֶ֔כֶבH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon5וְיֵצְא֖וּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter6הַגִּבּוֹרִ֑יםH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man7כּ֤וּשׁH3568Morenland, Cusch, MorenChush, Cush, Ethiopia8וּפוּט֙H6316Put, PuteersPhut, Put9תֹּפְשֵׂ֣יH8610gegrepen, grepen, handelencatch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take10מָגֵ֔ןH4043schild, Schild, schilden[idiom] armed, buckler, defence, ruler, [phrase] scale, shield11וְלוּדִ֕יםH3866Ludieten, LydiersLudim. Lydians12תֹּפְשֵׂ֖יH8610gegrepen, grepen, handelencatch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take13דֹּ֥רְכֵיH1869treden, gespannen, getredenarcher, bend, come, draw, go (over), guide, lead (forth), thresh, tread (down), walk14קָֽשֶׁתH7198boog, bogen, Boog[idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot)
10Maar deze dag is des HEEREN, des HEEREN der heirscharen, een dag der wrake, dat Hij zich wreke van Zijn wederpartijders, en het zwaard zal vreten, en verzadigd, en dronken worden van hun bloed; want de Heere, HEERE der heirscharen, heeft een slachtoffer in het land van het noorden, aan de rivier Frath.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Maar deze dagH3117 is des HEERENH3069, des HEERENH3069 der heirscharenH6635, een dagH3117 der wrakeH5360, dat Hij zich wrekeH5358 van Zijn wederpartijdersH6862, en het zwaardH2719 zal vretenH398, en verzadigdH7646, en dronkenH7301 worden van hun bloedH1818; wantH3588 de HeereH136, HEERE der heirscharenH6635, heeft een slachtofferH2077 in het landH776 van het noordenH6828, aanH413 de rivierH5104FrathH6578.Maar deze dag is des HEEREN, des HEEREN der heirscharen, een dag der wrake, dat Hij zich wreke van Zijn wederpartijders, en het zwaard zal vreten, en verzadigd, en dronken worden van hun bloed; want de Heere, HEERE der heirscharen, heeft een slachtoffer in het land van het noorden, aan de rivier Frath.
Ook in dit vers
HEERENH136
KJVFor this is the day1of the Lord3GOD4of hosts,5a day6of vengeance,7that he may avenge8him of his adversaries:9and the sword11shall devour,10and it shall be satiate12and made drunk13with their blood:14for the Lord17GOD18of hosts19hath a sacrifice16in the north21country20by the river23Euphrates.
1וְֽהַיּ֨וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2הַה֜וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who3לַאדֹנָ֧יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord4יְהוִ֣הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod5צְבָא֗וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)6י֤וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7נְקָמָה֙H5360wraak, volkomene wraak, wrake[phrase] avenge, revenge(-ing), vengeance8לְהִנָּקֵ֣םH5358wreken, gewroken, wrekeavenge(-r, self), punish, revenge (self), [idiom] surely, take vengeance9מִצָּרָ֔יוH6862wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijdersadversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble10וְאָכְלָ֥הH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite11חֶ֨רֶב֙H2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool12וְשָׂ֣בְעָ֔הH7646verzadigd, verzadigen, verzadigthave enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of13וְרָוְתָ֖הH7301dronken, bevochtigt, doordronkenbathe, make drunk, (take the) fill, satiate, (abundantly) satisfy, soak, water (abundantly)14מִדָּמָ֑םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent15כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16זֶ֠בַחH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice17לַאדֹנָ֨יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord18יְהוִ֧הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod19צְבָא֛וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)20בְּאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world21צָפ֖וֹןH6828noorden, noordwaarts, Noordennorth(-ern, side, -ward, wind)22אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)23נְהַרH5104rivier, rivieren, stromenflood, river24פְּרָֽתH6578FrathEuphrates
11Ga henen op naar Gilead, en haal balsem, gij jonkvrouw, dochter van Egypte! Tevergeefs vermenigvuldigt gij de medicijnen, er is geen heling voor u.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Ga henen op naar GileadH1568, en haalH3947balsemH6875, gij jonkvrouwH1330, dochterH1323 van EgypteH4714! TevergeefsH7723vermenigvuldigtH7235 gij de medicijnenH7499, er is geenH369helingH8585 voor u.Ga henen op naar Gilead, en haal balsem, gij jonkvrouw, dochter van Egypte! Tevergeefs vermenigvuldigt gij de medicijnen, er is geen heling voor u.
KJVGo up1into Gilead,2and take3balm,4O virgin,5the daughter6of Egypt:7in vain8shalt thou use many9medicines;10for thou shalt not be cured.
1עֲלִ֤יH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2גִלְעָד֙H1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite3וּקְחִ֣יH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win4צֳרִ֔יH6875balsembalm5בְּתוּלַ֖תH1330jonkvrouw, maagd, maagdenmaid, virgin6בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village7מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim8לַשָּׁוְא֙H7723ijdelheid, ijdellijk, vergeefsfalse(-ly), lie, lying, vain, vanity9הִרְבֵּ֣יתH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very10רְפֻא֔וֹתH7499medicijnen, pleistersheal(-ed), medicine11תְּעָלָ֖הH8585watergang, groeve, heelpleistersconduit, cured, healing, little river, trench, watercourse12אֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)13לָֽךְ
12De volken hebben uw schande gehoord, en het land is vol van uw gekrijt; want zij hebben zich gestoten, held tegen held, zij zijn beiden te zamen gevallen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12De volkenH1471 hebben uw schandeH7036gehoordH8085, en het landH776 is volH4390 van uw gekrijtH6682; wantH3588 zij hebben zich gestotenH3782, heldH1368 tegen heldH1368, zij zijn beidenH8147 te zamenH3162gevallenH5307.De volken hebben uw schande gehoord, en het land is vol van uw gekrijt; want zij hebben zich gestoten, held tegen held, zij zijn beiden te zamen gevallen.
KJVThe nations2have heard1of thy shame,3and thy cry4hath filled5the land:6for the mighty man8hath stumbled10against the mighty,9and they are fallen12both13together.
1שָׁמְע֤וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2גוֹיִם֙H1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people3קְלוֹנֵ֔ךְH7036schande, schandvlekconfusion, dishonour, ignominy, reproach, shame4וְצִוְחָתֵ֖ךְH6682gekrijs, gekrijt, geschreicry(-ing)5מָלְאָ֣הH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly6הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8גִבּ֤וֹרH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man9בְּגִבּוֹר֙H1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man10כָּשָׁ֔לוּH3782struikelen, vallen, aanstotenbereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak11יַחְדָּ֖יוH3162samen, tezamenalike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal12נָפְל֥וּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down13שְׁנֵיהֶֽםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two
13Het woord, dat de HEERE tot den profeet Jeremia sprak, van de aankomst van Nebukadrezar, den koning van Babel, om Egypteland te slaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Het woordH1697, datH834 de HEEREH3068totH413 den profeetH5030JeremiaH3414sprakH1696, van de aankomstH935 van NebukadrezarH5019, den koningH4428 van BabelH894, om EgyptelandH776 te slaanH5221.Het woord, dat de HEERE tot den profeet Jeremia sprak, van de aankomst van Nebukadrezar, den koning van Babel, om Egypteland te slaan.
14Verkondigt in Egypte, en doet het horen te Migdol; doet het ook horen te Nof en Tachpanhes; zegt: Stelt er u naar, en maakt u gereed, want het zwaard heeft verteerd, wat rondom u is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14VerkondigtH5046 in EgypteH4714, en doet het horenH8085 te MigdolH4024; doet het ook horenH8085 te NofH5297 en TachpanhesH8471; zegtH559: SteltH3320 er u naar, en maakt u gereedH3559, wantH3588 het zwaardH2719 heeft verteerdH398, wat rondomH5439 u is.Verkondigt in Egypte, en doet het horen te Migdol; doet het ook horen te Nof en Tachpanhes; zegt: Stelt er u naar, en maakt u gereed, want het zwaard heeft verteerd, wat rondom u is.
KJVDeclare1ye in Egypt,2and publish3in Migdol,4and publish5in Noph6and in Tahpanhes:7say8ye, Stand fast,9and prepare10thee; for the sword14shall devour13round about
1הַגִּ֤ידוּH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter2בְמִצְרַ֨יִם֙H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim3וְהַשְׁמִ֣יעוּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4בְמִגְדּ֔וֹלH4024Migdol, toren, TorenMigdol, tower5וְהַשְׁמִ֥יעוּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness6בְנֹ֖ףH5297NofNoph7וּבְתַחְפַּנְחֵ֑סH8471TachpanhesTahapanes, Tahpanhes, Tehaphnehes8אִמְר֗וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9הִתְיַצֵּב֙H3320stelde, stellen, steltpresent selves, remaining, resort, set (selves), (be able to, can, with-) stand (fast, forth, -ing, still, up)10וְהָכֵ֣ןH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed11לָ֔ךְ12כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13אָכְלָ֥הH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite14חֶ֖רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool15סְבִיבֶֽיךָH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side
15Waarom zijn uw sterken weggeveegd? Zij stonden niet, omdat hen de HEERE voortdreef.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Waarom zijn uw sterkenH47weggeveegdH5502? Zij stondenH5975nietH3808, omdatH3588 hen de HEEREH3068voortdreefH1920.Waarom zijn uw sterken weggeveegd? Zij stonden niet, omdat hen de HEERE voortdreef.
KJVWhy are thy valiant3men swept away?2they stood5not, because the LORD7did drive
1מַדּ֖וּעַH4069waarom?how, wherefore, why2נִסְחַ֣ףH5502weggeveegd, wegvagendesweep (away)3אַבִּירֶ֑יךָH47sterke, sterken, machtigenangel, bull, chiefest, mighty (one), stout(-hearted), strong (one), valiant4לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5עָמַ֔דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry6כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8הֲדָפֽוֹH1920gestoten, stoten, afstotencast away (out), drive, expel, thrust (away)
16Hij maakte der struikelenden veel; ja, de een viel op den ander; zodat zij zeiden: Staat op en laat ons wederkeren tot ons volk, en tot het land onzer geboorte, vanwege het verdrukkende zwaard.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Hij maakte der struikelendenH3782veelH7235; jaH1571, de een vielH5307 op den anderH7453; zodat zij zeidenH559: StaatH6965 op en laat ons wederkerenH7725totH413 ons volkH5971, en totH413 het landH776 onzer geboorteH4138, vanwegeH6440 het verdrukkendeH3238zwaardH2719.Hij maakte der struikelenden veel; ja, de een viel op den ander; zodat zij zeiden: Staat op en laat ons wederkeren tot ons volk, en tot het land onzer geboorte, vanwege het verdrukkende zwaard.
KJVHe made many1to fall,2yea, one5fell4upon another:7and they said,8Arise,9and let us go again10to our own people,12and to the land14of our nativity,15from16the oppressing18sword.
1הִרְבָּ֖הH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very2כּוֹשֵׁ֑לH3782struikelen, vallen, aanstotenbereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak3גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea4נָפַ֞לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down5אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7רֵעֵ֗הוּH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other8וַיֹּֽאמְרוּ֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9ק֣וּמָהH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)10וְנָשֻׁ֣בָהH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw11אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12עַמֵּ֗נוּH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people13וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14אֶ֨רֶץ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world15מֽוֹלַדְתֵּ֔נוּH4138maagschap, geboorte, geborenbegotten, born, issue, kindred, native(-ity)16מִפְּנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you17חֶ֥רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool18הַיּוֹנָֽהH3238verdrukken, verdrukkende, verdruktdestroy, (thrust out by) oppress(-ing, -ion, -or), proud, vex, do violence
17Daar riepen zij: Farao, de koning van Egypte, is maar een gedruis; hij heeft den gezetten tijd laten voorbijgaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17DaarH8033riepenH7121 zij: FaraoH6547, de koningH4428 van EgypteH4714, is maar een gedruisH7588; hij heeft den gezetten tijdH4150 laten voorbijgaanH5674.Daar riepen zij: Farao, de koning van Egypte, is maar een gedruis; hij heeft den gezetten tijd laten voorbijgaan.
KJVThey did cry1there, Pharaoh3king4of Egypt5is but a noise;6he hath passed7the time appointed.
1קָרְא֖וּH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2שָׁ֑םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither3פַּרְעֹ֤הH6547FaraoPharaoh4מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5מִצְרַ֨יִם֙H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim6שָׁא֔וֹןH7588gedruis, bruisen, ruisen[idiom] horrible, noise, pomp, rushing, tumult ([idiom] -uous)7הֶעֱבִ֖ירH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath8הַמּוֹעֵֽדH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)
18Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Koning, Wiens Naam is HEERE der heirscharen; hij zal voorzeker, als Thabor onder de bergen, en als Karmel bij de zee, aankomen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Zo waarachtig als IkH589leefH2416, spreektH5002 de KoningH4428, Wiens NaamH8034 is HEEREH3068 der heirscharenH6635; hij zal voorzeker, als ThaborH8396 onder de bergenH2022, en als KarmelH3760 bij de zeeH3220, aankomenH935!Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Koning, Wiens Naam is HEERE der heirscharen; hij zal voorzeker, als Thabor onder de bergen, en als Karmel bij de zee, aankomen!
KJVAs I live,1saith3the King,4whose name7is the LORD5of hosts,6Surely as Tabor9is among the mountains,10and as Carmel11by the sea,12so shall he come.
1חַיH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop2אָ֨נִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who3נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith4הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6צְבָא֖וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)7שְׁמ֑וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report8כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9כְּתָב֣וֹרH8396ThaborTabor10בֶּֽהָרִ֔יםH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion11וּכְכַרְמֶ֖לH3760Karmel, schonen velds, vruchtbaar landCarmel, fruitful (plentiful) field, (place)12בַּיָּ֥םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)13יָבֽוֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
19Maak voor u gereedschap der gevankelijke wegvoering, gij inwoneres, gij dochter van Egypte! want Nof zal ter verwoesting worden, en zal verbrand worden, dat er niemand in wone.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19MaakH6213 voor u gereedschapH3627 der gevankelijke wegvoeringH1473, gij inwoneresH3427, gij dochterH1323 van EgypteH4714! wantH3588NofH5297 zal ter verwoestingH8047 worden, en zal verbrandH3341 worden, dat er niemandH369 in woneH3427.Maak voor u gereedschap der gevankelijke wegvoering, gij inwoneres, gij dochter van Egypte! want Nof zal ter verwoesting worden, en zal verbrand worden, dat er niemand in wone.
KJVO thou daughter6dwelling5in Egypt,7furnish3thyself to go into captivity:1for Noph9shall be waste10and desolate12without an inhabitant.
1כְּלֵ֤יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever2גוֹלָה֙H1473gevangenis, gevankelijk, weggevoerden(carried away), captive(-ity), removing3עֲשִׂ֣יH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4לָ֔ךְ5יוֹשֶׁ֖בֶתH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry6בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village7מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim8כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9נֹף֙H5297NofNoph10לְשַׁמָּ֣הH8047verwoesting, ontzetting, schrikastonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing11תִֽהְיֶ֔הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12וְנִצְּתָ֖הH3341aansteken, aangestoken, verbrandburn (up), be desolate, set (on) fire (fire), kindle13מֵאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)14יוֹשֵֽׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry
20Egypte is een zeer schone vaarze; de slachter komt, hij komt van het noorden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20EgypteH4714 is een zeer schoneH3304vaarzeH5697; de slachterH7171komtH935, hij komtH935 van het noordenH6828.Egypte is een zeer schone vaarze; de slachter komt, hij komt van het noorden.
KJVEgypt4is like a very fair2heifer,1but destruction5cometh;7it cometh out8of the north.
1עֶגְלָ֥הH5697jonge koe, vaars, kalfcalf, cow, heifer2יְפֵֽהH3304schonevery fair3פִיָּ֖הH3304schonevery fair4מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim5קֶ֥רֶץH7171slachterdestruction6מִצָּפ֖וֹןH6828noorden, noordwaarts, Noordennorth(-ern, side, -ward, wind)7בָּ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8בָֽאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
21Zelfs haar gehuurden in haar midden zijn als gemeste kalveren; maar die hebben zich ook gewend, zij zijn te zamen gevlucht, zij hebben niet gestaan; want de dag huns verderfs is over hen gekomen, de tijd hunner bezoeking.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21ZelfsH1571 haar gehuurdenH7916 in haar middenH7130 zijn als gemesteH4770kalverenH5695; maar die hebben zich ookH1571gewendH6437, zij zijn te zamenH3162gevluchtH5127, zij hebben nietH3808gestaanH5975; wantH3588 de dagH3117 huns verderfsH343 is overH5921 hen gekomenH935, de tijdH6256 hunner bezoekingH6486.Zelfs haar gehuurden in haar midden zijn als gemeste kalveren; maar die hebben zich ook gewend, zij zijn te zamen gevlucht, zij hebben niet gestaan; want de dag huns verderfs is over hen gekomen, de tijd hunner bezoeking.
KJVAlso her hired men2are in the midst3of her like fatted5bullocks;4for they also are turned back,9and are fled away10together:11they did not stand,13because the day15of their calamity16was come17upon them, and the time19of their visitation.
1גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2שְׂכִרֶ֤יהָH7916dagloner, dagloners, gehuurdhired (man, servant), hireling3בְקִרְבָּהּ֙H7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self4כְּעֶגְלֵ֣יH5695kalf, kalveren, kalfsbullock, calf5מַרְבֵּ֔קH4770gemest, gemeste, meststal[idiom] fat(-ted), stall6כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7גַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea8הֵ֧מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye9הִפְנ֛וּH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)10נָ֥סוּH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard11יַחְדָּ֖יוH3162samen, tezamenalike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal12לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13עָמָ֑דוּH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry14כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet15י֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger16אֵידָ֛םH343verderf, verderfs, ongevalscalamity, destruction17בָּ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way18עֲלֵיהֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19עֵ֥תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when20פְּקֻדָּתָֽםH6486bezoeking, opzicht, ambtaccount, (that have the) charge, custody, that which...laid up, numbers, office(-r), ordering, oversight, [phrase] prison, reckoning, visitation
22Haar stem zal gaan als van een slang; want zij zullen met krijgsmacht daarhenen trekken, en tot haar met bijlen komen, gelijk houthouwers.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Haar stemH6963 zal gaan als van een slangH5175; want zij zullen met krijgsmachtH2428 daarhenen trekkenH3212, en tot haar met bijlenH7134komenH935, gelijk houthouwersH2404.Haar stem zal gaan als van een slang; want zij zullen met krijgsmacht daarhenen trekken, en tot haar met bijlen komen, gelijk houthouwers.
KJVThe voice1thereof shall go3like a serpent;2for they shall march6with an army,5and come8against her with axes,7as hewers10of wood.
1קוֹלָ֖הּH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell2כַּנָּחָ֣שׁH5175slang, slangenserpent3יֵלֵ֑ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak4כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5בְחַ֣יִלH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)6יֵלֵ֔כוּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak7וּבְקַרְדֻּמּוֹת֙H7134bijlen, bijlax8בָּ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9לָ֔הּ10כְּחֹטְבֵ֖יH2404houthouwers, houwen, houthouwercut down, hew(-er), polish11עֵצִֽיםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood
23Zij hebben haar woud afgehouwen, spreekt de HEERE, hoewel het niet is te onderzoeken; want zij zijn meerder dan de sprinkhanen, zodat men hen niet tellen kan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Zij hebben haar woudH3293afgehouwenH3772, spreektH5002 de HEEREH3068, hoewel het niet is te onderzoekenH2713; wantH3588 zij zijn meerderH7231 dan de sprinkhanenH697, zodat men hen niet tellen kanH4557.Zij hebben haar woud afgehouwen, spreekt de HEERE, hoewel het niet is te onderzoeken; want zij zijn meerder dan de sprinkhanen, zodat men hen niet tellen kan.
KJVThey shall cut down1her forest,2saith3the LORD,4though it cannot be searched;7because they are more9than the grasshoppers,10and are innumerable.11
1כָּרְת֤וּH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want2יַעְרָהּ֙H3293woud, wouds, wouden(honey-) comb, forest, wood3נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith4יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5כִּ֖יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7יֵֽחָקֵ֑רH2713onderzocht, doorzoeken, onderzoekenfind out, (make) search (out), seek (out), sound, try8כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9רַבּוּ֙H7231vermenigvuldigd, vermenigvuldigen, veleincrease, be many(-ifold), be more, multiply, ten thousands10מֵֽאַרְבֶּ֔הH697sprinkhanen, sprinkhaangrasshopper, locust11וְאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)12לָהֶ֖ם13מִסְפָּֽרH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time
24De dochter van Egypte is beschaamd; zij is gegeven in de hand des volks van het noorden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24De dochterH1323 van EgypteH4714 is beschaamdH3001; zij is gegevenH5414 in de handH3027 des volksH5971 van het noordenH6828.De dochter van Egypte is beschaamd; zij is gegeven in de hand des volks van het noorden.
KJVThe daughter2of Egypt3shall be confounded;1she shall be delivered4into the hand5of the people6of the north.
25De HEERE der heirscharen, de God Israels, zegt: Ziet, Ik zal bezoeking doen over de menigte van No, en over Farao, en over Egypte, en over haar goden, en over haar koningen, ja, over Farao, en over degenen, die op hem vertrouwen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25De HEEREH3068 der heirscharenH6635, de GodH430IsraelsH3478, zegtH559: ZietH2005, Ik zal bezoekingH6485 doen over de menigteH527 van NoH4996, en overH5921FaraoH6547, en overH5921EgypteH4714, en overH5921 haar godenH430, en overH5921 haar koningenH4428, ja, overH5921FaraoH6547, en over degenen, die op hem vertrouwenH982.De HEERE der heirscharen, de God Israels, zegt: Ziet, Ik zal bezoeking doen over de menigte van No, en over Farao, en over Egypte, en over haar goden, en over haar koningen, ja, over Farao, en over degenen, die op hem vertrouwen.
KJVThe LORD2of hosts,3the God4of Israel,5saith;1Behold, I will punish7the multitude9of No,10and Pharaoh,12and Egypt,14with their gods,16and their kings;18even Pharaoh,20and all them that trust
1אָמַר֩H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֨הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3צְבָא֜וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)4אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6הִנְנִ֤יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though7פוֹקֵד֙H6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9אָמ֣וֹןH528multitude, populous10מִנֹּ֔אH4996NoNo. Compare H528 (אָמוֹן)11וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12פַּרְעֹה֙H6547FaraoPharaoh13וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim15וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16אֱלֹהֶ֖יהָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty17וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18מְלָכֶ֑יהָH4428koning, konings, koningenking, royal19וְעַ֨לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20פַּרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh21וְעַ֥לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with22הַבֹּטְחִ֖יםH982vertrouwt, vertrouwen, vertrouwbe bold (confident, secure, sure), careless (one, woman), put confidence, (make to) hope, (put, make to) trust23בּֽוֹ
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
26En Ik zal hen geven in de hand dergenen, die hunlieder ziel zoeken, en in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, en in de hand zijner knechten. Maar daarna zal zij bewoond worden als in de dagen van ouds, spreekt de HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En Ik zal hen gevenH5414 in de handH3027 dergenen, die hunlieder zielH5315zoekenH1245, en in de handH3027 van NebukadrezarH5019, den koningH4428 van BabelH894, en in de handH3027 zijner knechtenH5650. Maar daarnaH310 zal zij bewoondH7931 worden als in de dagenH3117 van oudsH6924, spreektH5002 de HEEREH3068.En Ik zal hen geven in de hand dergenen, die hunlieder ziel zoeken, en in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, en in de hand zijner knechten. Maar daarna zal zij bewoond worden als in de dagen van ouds, spreekt de HEERE.
KJVAnd I will deliver1them into the hand2of those that seek3their lives,4and into the hand5of Nebuchadrezzar6king7of Babylon,8and into the hand9of his servants:10and afterward11it shall be inhabited,13as in the days14of old,15saith16the LORD.
27Maar gij, Mijn knecht Jakob! vrees niet, en ontzet u niet, o Israel! want zie, Ik zal u verlossen uit verre landen, en uw zaad uit het land hunner gevangenis; en Jakob zal wederkomen, en stil en gerust zijn, en niemand zal hem verschrikken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Maar gij, Mijn knechtH5650JakobH3290! vreesH3372 niet, en ontzetH2865 u niet, o IsraelH3478! wantH3588zieH2005, Ik zal u verlossenH3467 uit verreH7350 landen, en uw zaadH2233 uit het landH776 hunner gevangenisH7628; en JakobH3290 zal wederkomenH7725, en stilH8252 en gerustH7599 zijn, en niemandH369 zal hem verschrikkenH2729.Maar gij, Mijn knecht Jakob! vrees niet, en ontzet u niet, o Israel! want zie, Ik zal u verlossen uit verre landen, en uw zaad uit het land hunner gevangenis; en Jakob zal wederkomen, en stil en gerust zijn, en niemand zal hem verschrikken.
KJVBut fear3not thou, O my servant4Jacob,5and be not dismayed,7O Israel:8for, behold, I will save11thee from afar off,12and thy seed14from the land15of their captivity;16and Jacob18shall return,17and be in rest19and at ease,20and none shall make him afraid.
1וְ֠אַתָּהH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than3תִּירָ֞אH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)4עַבְדִּ֤יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant5יַֽעֲקֹב֙H3290Jakob, JakobsJacob6וְאַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than7תֵּחַ֣תH2865ontzet, verbroken, verschriktabolish, affright, be (make) afraid, amaze, beat down, discourage, (cause to) dismay, go down, scare, terrify8יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9כִּ֠יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10הִנְנִ֤יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though11מוֹשִֽׁעֲךָ֙H3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory12מֵֽרָח֔וֹקH7350verre, verren, ver(a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come13וְאֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14זַרְעֲךָ֖H2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time15מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16שִׁבְיָ֑םH7628gevangenis, gevangenen, gevangenecaptive(-ity), prisoners, [idiom] take away, that was taken17וְשָׁ֧בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw18יַעֲק֛וֹבH3290Jakob, JakobsJacob19וְשָׁקַ֥טH8252stil, rusten, rustappease, idleness, (at, be at, be in, give) quiet(-ness), (be at, be in, give, have, take) rest, settle, be still20וְשַׁאֲנַ֖ןH7599gerust, rustbe at ease, be quiet, rest. See also H1052 (בֵּית שְׁאָן)21וְאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)22מַחֲרִֽידH2729verschrikken, verschrikte, bevendebe (make) afraid, be careful, discomfit, fray (away), quake, tremble
28Gij dan Mijn knecht Jakob! vrees niet, spreekt de HEERE; want Ik ben met u; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u gedreven zal hebben, doch met u zal Ik geen voleinding maken, maar u kastijden met mate, en u niet gans onschuldig houden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Gij dan Mijn knechtH5650JakobH3290! vreesH3372 niet, spreektH5002 de HEEREH3068; wantH3588 Ik ben metH854 u; wantH3588 Ik zal een voleindingH3617makenH6213 met alH3605 de heidenenH1471, waarhenen Ik u gedrevenH5080 zal hebben, doch met u zal Ik geen voleindingH3617makenH6213, maar u kastijdenH3256 met mateH4941, en u niet gansH5352onschuldig houdenH5352.Gij dan Mijn knecht Jakob! vrees niet, spreekt de HEERE; want Ik ben met u; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u gedreven zal hebben, doch met u zal Ik geen voleinding maken, maar u kastijden met mate, en u niet gans onschuldig houden.
KJVFear3thou not, O Jacob5my servant,4saith6the LORD:7for I am with thee; for I will make12a full end13of all the nations15whither I have driven17thee: but I will not make21a full end22of thee, but correct23thee in measure;24yet will I not leave thee wholly25unpunished.
1אַ֠תָּהH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than3תִּירָ֞אH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)4עַבְדִּ֤יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant5יַֽעֲקֹב֙H3290Jakob, JakobsJacob6נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith7יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9אִתְּךָ֖H854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix10אָ֑נִיH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who11כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12אֶעֱשֶׂ֨הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13כָלָ֜הH3617voleinding, uiterste, verdelgingaltogether, (be, utterly) consume(-d), consummation(-ption), was determined, (full, utter) end, riddance14בְּכָֽלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15הַגּוֹיִ֣םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people16אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17הִדַּחְתִּ֣יךָH5080gedreven, verdreven, verdrevenenbanish, bring, cast down (out), chase, compel, draw away, drive (away, out, quite), fetch a stroke, force, go away, outcast, thrust away (out), withdraw18שָׁ֗מָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither19וְאֹֽתְךָ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21אֶעֱשֶׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use22כָלָ֔הH3617voleinding, uiterste, verdelgingaltogether, (be, utterly) consume(-d), consummation(-ption), was determined, (full, utter) end, riddance23וְיִסַּרְתִּ֨יךָ֙H3256gekastijd, kastijden, getuchtigdbind, chasten, chastise, correct, instruct, punish, reform, reprove, sore, teach24לַמִּשְׁפָּ֔טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong25וְנַקֵּ֖הH5352onschuldig, onschuldig houden, reinacquit [idiom] at all, [idiom] altogether, be blameless, cleanse, (be) clear(-ing), cut off, be desolate, be free, be (hold) guiltless, be (hold) innocent, [idiom] by no means, be quit, be (leave) unpunished, [idiom] utterly, [idiom] wholly26לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without27אֲנַקֶּֽךָּH5352onschuldig, onschuldig houden, reinacquit [idiom] at all, [idiom] altogether, be blameless, cleanse, (be) clear(-ing), cut off, be desolate, be free, be (hold) guiltless, be (hold) innocent, [idiom] by no means, be quit, be (leave) unpunished, [idiom] utterly, [idiom] wholly
Hettitisch cavalerierelief uit KarkemisEen reliëf van Hettitische ruiters uit de "Lange Muur" van Karkemis, nu in het Museum van Anatolische Beschavingen te Ankara — de stad waar Nebukadnezar in 605 v.C. het leger van farao Necho versloeg.
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 46:1— Het woord des HEEREN, dat tot den profeet Jeremia geschied is tegen de heidenen.Jeremia 1:10→Genesis 10:5→Jeremia 25:15→Romeinen 3:29→Zacharia 2:8→Jeremia 4:7→Numeri 23:9→
Jeremia 46:2— Tegen Egypte; tegen het heir van Farao Necho, koning van Egypte, dat aan de rivier Frath, bij Karchemis was, dat Nebukadrezar, de koning van Babel, sloeg, in het vierde jaar van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda.2 Koningen 23:29→Jeremia 25:19→Jeremia 36:1→Jesaja 10:9→Ezechiël 29:1→Jeremia 25:1→Jeremia 46:14→Jeremia 45:1→
Jeremia 46:3— Rust het schild en de rondas toe, en nadert tot den strijd!Jesaja 21:5→Jeremia 51:11→Nahum 2:1→Joël 3:9→Nahum 3:14→Jesaja 8:9→
Jeremia 46:4— Spant de paarden aan, en klimt op, gij ruiters! en stelt u met helmen; vaagt de spiesen, trekt de pantsiers aan!Ezechiël 21:9→Jeremia 51:3→1 Samuël 17:5→2 Kronieken 26:14→Nehemia 4:16→1 Samuël 17:38→Ezechiël 21:28→
Jeremia 46:5— Waarom zie Ik, dat zij versaagd en achterwaarts gedreven zijn? Zelfs hun helden zijn verslagen, en nemen de vlucht, en zien niet om; er is schrik van rondom, spreekt de HEERE.Jeremia 6:25→Jeremia 49:29→Jeremia 46:21→Jeremia 20:10→Jeremia 46:15→Ezechiël 32:10→Openbaring 6:15→Jeremia 20:3→
Jeremia 46:6— De snelle ontvliede niet, en de held ontkome niet; tegen het noorden, aan den oever der rivier Frath zijn zij gestruikeld en gevallen.Daniël 11:19→Jeremia 46:12→Jesaja 30:16→Jeremia 50:32→Daniël 11:22→Richteren 4:15→Amos 9:1→Jeremia 1:14→
Jeremia 46:7— Wie is deze, die optrekt als een stroom, wiens wateren zich bewegen als de rivieren?Jeremia 47:2→Daniël 11:22→Jesaja 8:7→Amos 8:8→Jesaja 63:1→Daniël 9:26→Openbaring 12:15→Hooglied 3:6→
Jeremia 46:8— Egypte trekt op als een stroom, en zijn wateren bewegen zich als de rivieren; en hij zegt: Ik zal optrekken, ik zal de aarde bedekken, ik zal de stad, en die daarin wonen, verderven.Exodus 15:9→Ezechiël 29:3→Jesaja 37:24→Ezechiël 32:2→Jesaja 10:13→
Jeremia 46:9— Trekt op, gij paarden! en raast, gij wagens! en laat de helden uittrekken: de Moren, en de Puteers, die het schild handelen, en de Lydiers, die den boog handelen en spannen.Jesaja 66:19→Ezechiël 27:10→Nahum 3:9→Handelingen 2:10→Jeremia 30:5→Nahum 2:3→1 Kronieken 1:11→Genesis 10:13→
Jeremia 46:10— Maar deze dag is des HEEREN, des HEEREN der heirscharen, een dag der wrake, dat Hij zich wreke van Zijn wederpartijders, en het zwaard zal vreten, en verzadigd, en dronken worden van hun bloed; want de Heere, HEERE der heirscharen, heeft een slachtoffer in het land van het noorden, aan de rivier Frath.Joël 1:15→Deuteronomium 32:42→Jeremia 46:2→Jeremia 46:6→2 Koningen 24:7→Ezechiël 39:17→Jeremia 50:15→Sefanja 1:7→
Jeremia 46:11— Ga henen op naar Gilead, en haal balsem, gij jonkvrouw, dochter van Egypte! Tevergeefs vermenigvuldigt gij de medicijnen, er is geen heling voor u.Jeremia 8:22→Micha 1:9→Jesaja 47:1→Nahum 3:19→Genesis 37:25→Lukas 8:43→Jeremia 51:8→Genesis 43:11→
Jeremia 46:12— De volken hebben uw schande gehoord, en het land is vol van uw gekrijt; want zij hebben zich gestoten, held tegen held, zij zijn beiden te zamen gevallen.Nahum 3:8→Jeremia 46:6→Jesaja 19:2→Jeremia 14:2→Jeremia 51:54→Jeremia 48:34→1 Samuël 5:12→Jeremia 49:21→
Jeremia 46:13— Het woord, dat de HEERE tot den profeet Jeremia sprak, van de aankomst van Nebukadrezar, den koning van Babel, om Egypteland te slaan.Jeremia 44:30→Jeremia 43:10→Jesaja 19:1→Jesaja 29:1→
Jeremia 46:14— Verkondigt in Egypte, en doet het horen te Migdol; doet het ook horen te Nof en Tachpanhes; zegt: Stelt er u naar, en maakt u gereed, want het zwaard heeft verteerd, wat rondom u is.Jeremia 46:10→Jeremia 44:1→Jesaja 1:20→Nahum 2:13→Jeremia 46:3→Jeremia 43:8→Jeremia 2:30→Ezechiël 30:16→
Jeremia 46:15— Waarom zijn uw sterken weggeveegd? Zij stonden niet, omdat hen de HEERE voortdreef.Jesaja 66:15→Psalmen 18:14→Jeremia 46:5→Psalmen 18:39→Psalmen 68:2→Deuteronomium 11:23→Psalmen 114:2→Jeremia 46:21→
Jeremia 46:16— Hij maakte der struikelenden veel; ja, de een viel op den ander; zodat zij zeiden: Staat op en laat ons wederkeren tot ons volk, en tot het land onzer geboorte, vanwege het verdrukkende zwaard.Jeremia 51:9→Leviticus 26:36→Jeremia 50:16→Jeremia 46:21→Jeremia 46:6→
Jeremia 46:17— Daar riepen zij: Farao, de koning van Egypte, is maar een gedruis; hij heeft den gezetten tijd laten voorbijgaan.Jesaja 19:11→1 Koningen 20:10→Exodus 15:9→Ezechiël 29:3→Jesaja 37:27→Jesaja 31:3→Ezechiël 31:18→1 Koningen 20:18→
Jeremia 46:18— Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Koning, Wiens Naam is HEERE der heirscharen; hij zal voorzeker, als Thabor onder de bergen, en als Karmel bij de zee, aankomen!Jeremia 48:15→Jozua 19:22→Richteren 4:6→Jesaja 48:2→Psalmen 89:12→Jesaja 47:4→Maleachi 1:14→Mattheüs 5:35→
Jeremia 46:19— Maak voor u gereedschap der gevankelijke wegvoering, gij inwoneres, gij dochter van Egypte! want Nof zal ter verwoesting worden, en zal verbrand worden, dat er niemand in wone.Jesaja 20:4→Jeremia 48:18→Jeremia 44:1→Ezechiël 30:13→Jeremia 26:9→Jeremia 51:29→Sefanja 2:5→Jeremia 34:22→
Jeremia 46:20— Egypte is een zeer schone vaarze; de slachter komt, hij komt van het noorden.Hosea 10:11→Jeremia 47:2→Jeremia 46:6→Jeremia 46:10→Jeremia 1:14→Jeremia 50:11→Jeremia 25:9→Jeremia 46:24→
Jeremia 46:21— Zelfs haar gehuurden in haar midden zijn als gemeste kalveren; maar die hebben zich ook gewend, zij zijn te zamen gevlucht, zij hebben niet gestaan; want de dag huns verderfs is over hen gekomen, de tijd hunner bezoeking.2 Koningen 7:6→Jeremia 46:5→Obadja 1:13→Jeremia 50:27→Micha 7:4→2 Samuël 10:6→Amos 6:4→Psalmen 37:13→
Jeremia 46:22— Haar stem zal gaan als van een slang; want zij zullen met krijgsmacht daarhenen trekken, en tot haar met bijlen komen, gelijk houthouwers.Jesaja 29:4→Jesaja 14:8→Jesaja 10:33→Jeremia 51:20→Jesaja 10:15→Zacharia 11:2→Jesaja 37:24→Micha 1:8→
Jeremia 46:23— Zij hebben haar woud afgehouwen, spreekt de HEERE, hoewel het niet is te onderzoeken; want zij zijn meerder dan de sprinkhanen, zodat men hen niet tellen kan.Richteren 7:12→Richteren 6:5→Joël 2:25→Jesaja 10:18→Ezechiël 20:46→Openbaring 9:2→
Jeremia 46:24— De dochter van Egypte is beschaamd; zij is gegeven in de hand des volks van het noorden.Jeremia 1:15→Ezechiël 29:1→Jeremia 46:19→Psalmen 137:8→Jeremia 46:11→
Jeremia 46:25— De HEERE der heirscharen, de God Israels, zegt: Ziet, Ik zal bezoeking doen over de menigte van No, en over Farao, en over Egypte, en over haar goden, en over haar koningen, ja, over Farao, en over degenen, die op hem vertrouwen.Jesaja 20:5→Jeremia 43:12→Sefanja 2:11→Exodus 12:12→Ezechiël 32:9→Jesaja 19:1→Jeremia 42:14→Nahum 3:8→
Jeremia 46:26— En Ik zal hen geven in de hand dergenen, die hunlieder ziel zoeken, en in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, en in de hand zijner knechten. Maar daarna zal zij bewoond worden als in de dagen van ouds, spreekt de HEERE.Jeremia 44:30→Ezechiël 32:11→Ezechiël 29:8→Jeremia 48:47→Jeremia 49:39→
Jeremia 46:27— Maar gij, Mijn knecht Jakob! vrees niet, en ontzet u niet, o Israel! want zie, Ik zal u verlossen uit verre landen, en uw zaad uit het land hunner gevangenis; en Jakob zal wederkomen, en stil en gerust zijn, en niemand zal hem verschrikken.Jesaja 43:5→Jeremia 50:19→Jeremia 30:10→Jeremia 29:14→Jeremia 23:6→Jesaja 41:13→Jeremia 23:3→Ezechiël 39:25→
Jeremia 46:28— Gij dan Mijn knecht Jakob! vrees niet, spreekt de HEERE; want Ik ben met u; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u gedreven zal hebben, doch met u zal Ik geen voleinding maken, maar u kastijden met mate, en u niet gans onschuldig houden.Jeremia 10:24→Jeremia 4:27→Jeremia 30:11→Psalmen 46:11→Amos 9:8→Jeremia 1:19→Openbaring 3:19→Hebreeën 12:5→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 46 vers 2— Tegen Egypte; tegen het heir van Farao Necho, koning van Egypte, dat aan de rivier Frath, bij Karchemis was, dat Nebukadrezar, de koning van Babel, sloeg, in het vierde jaar van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda.
Tegen Egypte;
Of, van Egypte, of de Egyptenaars.
Hertaald:Tegen Egypte;
Of: over Egypte, of over de Egyptenaren.
dat aan de rivier
Of, die, te weten Farao Necho.
Hertaald:dat aan de rivier
Of: die, namelijk Farao Necho.
Frath,
Eufraat. Zie Gen. 2:14 ; alzo in het volgende.
Hertaald:Frath,
De Eufraat. Zie Gen. 2:14; zo ook in het vervolg.
bij Kárchemis was,
Of, te Karchemis; verstaande zulks van den koning Farao Necho zelf, hebbende zijn leger daaromtrent; alzo het onzeker is of hij ten tijde van Josia, dien hij overwon, deze stad [die Sanherib den Syriërs afgenomen had] na de overwinning heeft ingenomen, dan of hij nu wederom met zijn leger daarvoor is geweest om die te winnen, òf van dien tijd af de belegering voortgezet heeft; zie 2 Kon. 23:29 ; en 2 Kron. 35:20 ; idem, Jes. 10:9 .
Hertaald:bij Kárchemis was,
Of: te Karchemis. Dat wordt dan van koning Farao Necho zelf verstaan, die daar zijn leger had. Het is namelijk onzeker of hij in de tijd van Josia, die hij overwon, deze stad — die Sanherib de Syriërs afgenomen had — na de overwinning ingenomen heeft, of dat hij er nu opnieuw met zijn leger voor lag om haar te veroveren, of dat hij de belegering vanaf die tijd voortgezet heeft; zie 2 Kon. 23:29 en 2 Kron. 35:20, en ook Jes. 10:9.
sloeg,
Bij het leven van zijn vader Nabopolassar, nadat Jeremia zulks alles tevoren geprofeteerd had, gelijk volgt; na welke nederlaag de koning van Egypte tehuis bleef, hoewel hij ten tijde van Zedekia nog een tocht voornam, maar tevergeefs;; zie 2 Kon. 24:7 , en boven Jer. 37:5 , Jer. 37:11 .
Hertaald:sloeg,
Bij het leven van zijn vader Nabopolassar, nadat Jeremia dat alles tevoren geprofeteerd had, zoals volgt. Na die nederlaag bleef de koning van Egypte thuis, hoewel hij in de tijd van Zedekia nog een veldtocht ondernam, maar tevergeefs; zie 2 Kon. 24:7 en hierboven Jer. 37:5 en Jer. 37:11.
Jeremia 46 vers 3— Rust het schild en de rondas toe, en nadert tot den strijd!
nadert tot den strijd
Om slag te leveren. Aldus spreekt de profeet de Egyptische krijgslieden aan, bespottenderwijze, alsof hij zeide: Bereidt u vrij op het best dat gij moogt, het zal maar tevergeefs zijn, gij zult evenwel geslagen worden. Vergelijk onder Jer. 51:11 .
Hertaald:nadert tot den strijd
Om slag te leveren. Zo spreekt de profeet de Egyptische krijgslieden spottend aan, alsof hij zei: maak u gerust zo goed mogelijk gereed, het zal toch tevergeefs zijn, u zult evengoed verslagen worden. Vergelijk hieronder Jer. 51:11.
Jeremia 46 vers 4— Spant de paarden aan, en klimt op, gij ruiters! en stelt u met helmen; vaagt de spiesen, trekt de pantsiers aan!
Spant de paarden aan en klimt op,
Te weten, aan de wagens, van dewelke de wagenruiters te dien tijde plachten te vechten; zie 2 Sam. 10:18 . Hebreeuws, bindt. Vergelijk Gen. 46:29 , en Ex. 14:6 ; 1 Kon. 18:44 , enz. alwaar hetzelfde Hebreeuwse woord gebruikt wordt. Anders: zadelt de paarden.
Hertaald:Spant de paarden aan en klimt op,
Namelijk: aan de wagens, vanwaar de wagenstrijders in die tijd plachten te vechten; zie 2 Sam. 10:18. Hebreeuws: bindt. Vergelijk Gen. 46:29, Ex. 14:6 en 1 Kon. 18:44, enzovoort, waar hetzelfde Hebreeuwse woord gebruikt wordt. Anders: zadelt de paarden.
Jeremia 46 vers 5— Waarom zie Ik, dat zij versaagd en achterwaarts gedreven zijn? Zelfs hun helden zijn verslagen, en nemen de vlucht, en zien niet om; er is schrik van rondom, spreekt de HEERE.
zie Ik,
In het profetisch gezicht, dat hem God dienaangaande vertoonde.
Hertaald:zie Ik,
In het profetisch gezicht dat God hem daarover liet zien.
nemen de vlucht,
Hebreeuws, vluchtende vlucht.
Hertaald:nemen de vlucht,
Hebreeuws: vluchtend vlucht.
Jeremia 46 vers 6— De snelle ontvliede niet, en de held ontkome niet; tegen het noorden, aan den oever der rivier Frath zijn zij gestruikeld en gevallen.
snelle ontvliede niet,
Hebreeuws, lichte; te weten op de voeten; gelijk 2 Sam. 2:18 ; dat is, snel in het lopen. God wil zeggen dat hen noch snelheid noch sterkte zal helpen. Anders: de snelle zal niet ontvlieden, en de held zal niet ontkomen.
Hertaald:snelle ontvliede niet,
Hebreeuws: de lichte, namelijk ter been, zoals 2 Sam. 2:18 — dat is: snel in het lopen. God wil zeggen dat snelheid noch sterkte hun zal helpen. Anders: de snelle zal niet ontvluchten en de held zal niet ontkomen.
oever der rivier Frath
Hebreeuws, aan de hand, of zijde; zie boven Jer. 41:9 .
Hertaald:oever der rivier Frath
Hebreeuws: aan de hand, of de zijde; zie hierboven Jer. 41:9.
Jeremia 46 vers 7— Wie is deze, die optrekt als een stroom, wiens wateren zich bewegen als de rivieren?
stroom,
Deze gelijkenissen zien op de gelegenheid van Egypteland, dat vele rivieren of waterstromen had. Versta hierdoor de menigte zijner krijgslieden, met welke Farao zeer prachtig aankwam.
Hertaald:stroom,
Deze vergelijkingen zien op de gesteldheid van Egypte, dat veel rivieren of waterstromen had. Versta eronder de menigte van zijn krijgslieden, waarmee Farao zeer praalziek optrok.
Jeremia 46 vers 8— Egypte trekt op als een stroom, en zijn wateren bewegen zich als de rivieren; en hij zegt: Ik zal optrekken, ik zal de aarde bedekken, ik zal de stad, en die daarin wonen, verderven.
Egypte trekt op als een stroom,
Dat is, de Egyptenaars.
Hertaald:Egypte trekt op als een stroom,
Dat is: de Egyptenaren.
bedekken,
Met de menigte van mijn krijgsvolk, als met een wolk.
Hertaald:bedekken,
Met de menigte van mijn krijgsvolk, als met een wolk.
stad,
Indien men dit duidt op Karchemis, waarvan boven vs.2, zo heeft hij deze stad nog niet ingehad, maar nu gemeend te vermeesteren. Anderen verstaan door de stad, in het algemeen, steden en inwoners; alzo onder Jer. 47:2 .
Hertaald:stad,
Wanneer men dit betrekt op Karchemis, waarover hierboven vers 2, dan had hij die stad nog niet in bezit maar meende hij haar nu te veroveren. Anderen verstaan onder de stad in het algemeen steden en inwoners; zo ook hieronder Jer. 47:2.
Jeremia 46 vers 9— Trekt op, gij paarden! en raast, gij wagens! en laat de helden uittrekken: de Moren, en de Puteers, die het schild handelen, en de Lydiers, die den boog handelen en spannen.
raast,
Alsof gij dol en onzinnig waart.
Hertaald:raast,
Alsof u dol en waanzinnig was.
Moren,
Hebreeuws, Chus; zie hiervan, en van de Puteërs en Lydiërs, Gen. 10:6 , Gen. 10:13 ; dezen waren gehuurd door den koning van Egypte; zie vs.16,17, 21.
Hertaald:Moren,
Hebreeuws: Chus; zie daarover, en over de Puteërs en Lydiërs, Gen. 10:6 en Gen. 10:13. Dezen waren door de koning van Egypte gehuurd; zie vers 16, 17 en 21.
handelen,
Dat is, voeren, daarmede omgaan.
Hertaald:handelen,
Dat is: voeren, ermee omgaan.
spannen
Hebreeuws eigenlijk, treden; zie Ps. 7:13 .
Hertaald:spannen
Hebreeuws eigenlijk: treden; zie Ps. 7:13.
Jeremia 46 vers 10— Maar deze dag is des HEEREN, des HEEREN der heirscharen, een dag der wrake, dat Hij zich wreke van Zijn wederpartijders, en het zwaard zal vreten, en verzadigd, en dronken worden van hun bloed; want de Heere, HEERE der heirscharen, heeft een slachtoffer in het land van het noorden, aan de rivier Frath.
heirscharen,
Zie 1 Kon. 18:15 .
Hertaald:heirscharen,
Zie 1 Kon. 18:15.
slachtoffer in het land
Of slachtmaal; dat is, Hij zal zijne vijanden laten slachten, en dit zijn rechtvaardig oordeel zal voor hem zo aangenaam zijn als een slachtoffer, want zijn naam zal daardoor verheerlijkt worden. Vergelijk Jes. 34:6 ; Ezech. 39:17 , enz. met de aantekening.
Hertaald:slachtoffer in het land
Of: slachtmaal — dat is: Hij zal Zijn vijanden laten slachten, en dit rechtvaardige oordeel van Hem zal Hem even aangenaam zijn als een slachtoffer, want Zijn Naam zal erdoor verheerlijkt worden. Vergelijk Jes. 34:6 en Ezech. 39:17, enzovoort, met de aantekening.
noorden,
Want Karchemis was tegen het noorden van Egypte af gelegen.
Hertaald:noorden,
Want Karchemis lag ten noorden van Egypte.
Jeremia 46 vers 11— Ga henen op naar Gilead, en haal balsem, gij jonkvrouw, dochter van Egypte! Tevergeefs vermenigvuldigt gij de medicijnen, er is geen heling voor u.
Gilead,
Zie Gen. 37:25 , met de aantekening.
Hertaald:Gilead,
Zie Gen. 37:25 met de aantekening.
balsem,
Om de geslagen wonden te genezen. Vergelijk boven Jer. 8:22 , en onder Jer. 51:8 .
Hertaald:balsem,
Om de toegebrachte wonden te genezen. Vergelijk hierboven Jer. 8:22 en hieronder Jer. 51:8.
jonkvrouw,
Dat is, gij volk of inwoners van Egypte, die met uwe menigte, macht, weelde en onoverwinnelijkheid praalt, alsof u niemand zou kunnen overweldigen of schofferen, gelijk een jonge dochter praalt met hare schoonheid en maagdelijken staat. VergelijK 2 Kon. 19:21 .
Hertaald:jonkvrouw,
Dat is: u, volk of inwoners van Egypte, die praalt met uw menigte, macht, weelde en onoverwinnelijkheid, alsof niemand u zou kunnen overweldigen of onteren — zoals een jonge dochter praalt met haar schoonheid en haar maagdelijke staat. Vergelijk 2 Kon. 19:21.
heling voor u
Of, pleister. Hebreeuws, opgang, rijzing, opkomen, enz., [zie boven Jer. 30:13 , Jer. 30:17 ] zodat al uw medicineren niet helpen zal.
Hertaald:heling voor u
Of: pleister. Hebreeuws: opgang, rijzing, opkomen, enzovoort (zie hierboven Jer. 30:13 en Jer. 30:17), zodat al uw geneesmiddelen niet zullen helpen.
Jeremia 46 vers 12— De volken hebben uw schande gehoord, en het land is vol van uw gekrijt; want zij hebben zich gestoten, held tegen held, zij zijn beiden te zamen gevallen.
tegen held,
Of, is gestruikeld over den ander. Hebreeuws, held tegen held hebben zich gestoten, of held over held zijn gestruikeld.
Hertaald:tegen held,
Of: is over de ander gestruikeld. Hebreeuws: held tegen held hebben zich gestoten, of: held over held zijn gestruikeld.
Jeremia 46 vers 13— Het woord, dat de HEERE tot den profeet Jeremia sprak, van de aankomst van Nebukadrezar, den koning van Babel, om Egypteland te slaan.
Het woord,
Dit is nu ene profetie van Nebukadnezars optocht naar Egypte. Vergelijk Jes. 19:1 , enz., en Eze 29 , 30, 32.
Hertaald:Het woord,
Dit is nu een profetie over de veldtocht van Nebukadnezar naar Egypte. Vergelijk Jes. 19:1, enzovoort, en Ezech. 29, 30 en 32.
slaan
Dat is, het land te overweldigen en de inwoners te verslaan. Vergelijk boven Jer. 43:11 , en onder Jer. 47:1 , enz.
Hertaald:slaan
Dat is: het land te overweldigen en de inwoners te verslaan. Vergelijk hierboven Jer. 43:11 en hieronder Jer. 47:1, enzovoort.
Jeremia 46 vers 14— Verkondigt in Egypte, en doet het horen te Migdol; doet het ook horen te Nof en Tachpanhes; zegt: Stelt er u naar, en maakt u gereed, want het zwaard heeft verteerd, wat rondom u is.
Migdol;
Zie van deze plaatsen boven Jer. 44:1 .
Hertaald:Migdol;
Over deze plaatsen, zie hierboven Jer. 44:1.
Stelt er u naar,
Tot tegenweer, gelijk boven vs.4.
Hertaald:Stelt er u naar,
Tot tegenweer, zoals hierboven vers 4.
verteerd,
Zal het zekerlijk doen; of gelijk het zwaard der Babyloniërs verslonden heeft wat rondom u is, alzo zal het nu uwe beurt zijn.
Hertaald:verteerd,
Het zal het zeker doen. Of: zoals het zwaard van de Babyloniërs verslonden heeft wat om u heen is, zo zal het nu uw beurt zijn.
Jeremia 46 vers 15— Waarom zijn uw sterken weggeveegd? Zij stonden niet, omdat hen de HEERE voortdreef.
zijn uw sterken weggeveegd?
Hebreeuws staat het woord sterken, [in het getal van velen] weggevaagd, [in het getal van enen], dat is, elkeen van uw sterke krijgslieden; alzo in het volgende.
Hertaald:zijn uw sterken weggeveegd?
In het Hebreeuws staat het woord sterken in het meervoud en weggeveegd in het enkelvoud — dat is: ieder van uw sterke krijgslieden; zo ook in het vervolg.
stonden niet,
Dat is, zij konden en durfden niet blijven staan tegen de Babyloniërs.
Hertaald:stonden niet,
Dat is: zij konden en durfden niet staande te blijven tegen de Babyloniërs.
voortdreef
Of, aanstoot, nederstiet.
Hertaald:voortdreef
Of: aanstootte, neerstootte.
Jeremia 46 vers 16— Hij maakte der struikelenden veel; ja, de een viel op den ander; zodat zij zeiden: Staat op en laat ons wederkeren tot ons volk, en tot het land onzer geboorte, vanwege het verdrukkende zwaard.
maakte der struikelenden veel;
Hebreeuws, Hij vermenigvuldigde den struikelende.
Hertaald:maakte der struikelenden veel;
Hebreeuws: Hij vermenigvuldigde de struikelende.
de een viel op den ander;
Hebreeuws, de man op, of met zijnen naaste.
Hertaald:de een viel op den ander;
Hebreeuws: de man op of tegen zijn naaste.
zeiden
Die Farao uit andere landen waren te hulp gekomen, zeiden alzo tot elkander; vergelijk Jes. 13:14 .
Hertaald:zeiden
Zij die Farao uit andere landen te hulp gekomen waren, zeiden dat tegen elkaar; vergelijk Jes. 13:14.
geboorte,
Dat is, ons vaderland.
Hertaald:geboorte,
Dat is: ons vaderland.
vanwege
Of, slechtelijk, voor, van. Hebreeuws, van het aangezicht.
Hertaald:vanwege
Of eenvoudig: voor, van. Hebreeuws: van het aangezicht.
verdrukkende zwaard
Anders: vanwege het zwaard des verdrukkenden [lands]. Zie boven Jer. 25:38 .
Hertaald:verdrukkende zwaard
Anders: vanwege het zwaard van het verdrukkende land. Zie hierboven Jer. 25:38.
Jeremia 46 vers 17— Daar riepen zij: Farao, de koning van Egypte, is maar een gedruis; hij heeft den gezetten tijd laten voorbijgaan.
gedruis;
Dat is, een pocher en snorker, die ene grote beweging en gewoel maakt, maar het heeft met hem inderdaad niets te beduiden; hij heeft zijn tijd zorgelooslijk verzuimd, hij is te laat op; dat moeten wij nu mede ontgelden. Anders: is verwoest, of geruineerd. Hebreeuws, een groot gedruis, of ene verwoesting, die met groot gedruis of gekraak geschiedt.
Hertaald:gedruis;
Dat is: een pocher en snoever, die groot rumoer en drukte maakt maar met wie het in werkelijkheid niets voorstelt; hij heeft zijn tijd zorgeloos verzuimd, hij is te laat — en dat moeten wij nu meebetalen. Anders: is verwoest of geruïneerd. Hebreeuws: een groot gedruis, of een verwoesting die met groot gedruis of gekraak gepaard gaat.
gezetten tijd laten voorbijgaan
Of, bekwamen tijd, om te krijgen, of dit onheil, volgende de gedane waarschuwing, voor te komen.
Hertaald:gezetten tijd laten voorbijgaan
Of: de geschikte tijd, om oorlog te voeren, of om dit onheil na de gedane waarschuwing te voorkomen.
Jeremia 46 vers 18— Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Koning, Wiens Naam is HEERE der heirscharen; hij zal voorzeker, als Thabor onder de bergen, en als Karmel bij de zee, aankomen!
als Thabor onder de bergen,
Dat is, gelijk de berg Thabor boven andere bergen, en de berg Karmel in zee uitsteekt, alzo zal Nebukadnezar al zijne vijanden teboven gaan, en hen onder zich brengen. Anderen nemen het als een afgebroken rede van eedzwering in dezen zin; zo zeker als die bergen vast en wel geworteld zijn, zal ook dit mijn werk volbracht worden. Van Thabor, zie Richt. 4:6 , van Karmel, 1 Kon. 18:19 .
Hertaald:als Thabor onder de bergen,
Dat is: zoals de berg Thabor boven de andere bergen uitsteekt en de berg Karmel in zee uitsteekt, zo zal Nebukadnezar al zijn vijanden te boven gaan en hen onder zich brengen. Anderen vatten het op als een afgebroken eedformule, in deze zin: zo zeker als die bergen vast en goed geworteld zijn, zal ook dit werk van Mij volbracht worden. Over Thabor, zie Richt. 4:6; over Karmel, 1 Kon. 18:19.
Jeremia 46 vers 19— Maak voor u gereedschap der gevankelijke wegvoering, gij inwoneres, gij dochter van Egypte! want Nof zal ter verwoesting worden, en zal verbrand worden, dat er niemand in wone.
gereedschap der gevankelijke wegvoering,
Dat is, pak en zak [gelijk men zegt] en maak uw bagage gereed, die gij van doen moogt hebben, als gij gaan zult in gevangenschap. Vergelijk Ezech. 12:4 , enz.
Hertaald:gereedschap der gevankelijke wegvoering,
Dat is: pak uw boeltje, zoals men zegt, en maak de bagage gereed die u nodig zult hebben wanneer u in gevangenschap gaat. Vergelijk Ezech. 12:4, enzovoort.
inwoneres,
Die gij zo zeker en vast meent te wonen; vergelijk Jes. 47:8 , en onder Jer. 48:18 .
Hertaald:inwoneres,
U die meent zo veilig en vast te wonen; vergelijk Jes. 47:8 en hieronder Jer. 48:18.
Nof zal ter verwoesting worden,
Gelijk boven vs.14.
Hertaald:Nof zal ter verwoesting worden,
Zoals hierboven vers 14.
verbrand worden,
Anders: zal verwoest, of bedorven worden.
Hertaald:verbrand worden,
Anders: zal verwoest of te gronde gericht worden.
Jeremia 46 vers 20— Egypte is een zeer schone vaarze; de slachter komt, hij komt van het noorden.
vaarze;
Dat is, gelijk een jong koekalf, een jonge vaars, vet, dartel en weelderig.
Hertaald:vaarze;
Dat is: als een jong koekalf, een jonge vaars: vet, dartel en uitgelaten.
slachter
Of, kerver, houwer. Hebreeuws, de kerving, snijding, versnijding; dat is, de kerver, [dien wij noemen slachter ] of houwer. Zie Job 35:13 , en Job 33:6 .
Hertaald:slachter
Of: kerver, houwer. Hebreeuws: de kerving, snijding, versnijding — dat is: de kerver, die wij slachter noemen, of de houwer. Zie Job 35:13 en Job 33:6.
komt,
Of, de slachter van het noorden, die komt, die komt; dat is, zal gewisselijk en haast komen.
Hertaald:komt,
Of: de slachter uit het noorden, die komt, die komt — dat is: hij zal zeker en spoedig komen.
Jeremia 46 vers 21— Zelfs haar gehuurden in haar midden zijn als gemeste kalveren; maar die hebben zich ook gewend, zij zijn te zamen gevlucht, zij hebben niet gestaan; want de dag huns verderfs is over hen gekomen, de tijd hunner bezoeking.
gehuurden in haar midden zijn
Die soldaten, die Egypte [die jonge vaars, die weelderige dochter] om geld of soldij gehuurd en aangenomen heeft, die onder haar krijgsvolk zijn.
Hertaald:gehuurden in haar midden zijn
De soldaten die Egypte — die jonge vaars, die weelderige dochter — voor geld of soldij gehuurd en aangenomen heeft en die onder haar krijgsvolk dienen.
gemeste kalveren;
Hebreeuws, kalveren der mesting.
Hertaald:gemeste kalveren;
Hebreeuws: kalveren van de mesting.
hebben zich ook gewend,
Dat is, zullen zich omwenden, en zo in het volgende.
Hertaald:hebben zich ook gewend,
Dat is: zullen zich omkeren; en zo ook in het vervolg.
verderfs is over hen gekomen,
Of, van ondergang, dodelijk ongeval.
Hertaald:verderfs is over hen gekomen,
Of: van hun ondergang, hun dodelijk onheil.
bezoeking
Dat is, straf; zie Gen. 21:1 .
Hertaald:bezoeking
Dat is: straf; zie Gen. 21:1.
Jeremia 46 vers 22— Haar stem zal gaan als van een slang; want zij zullen met krijgsmacht daarhenen trekken, en tot haar met bijlen komen, gelijk houthouwers.
Haar stem zal gaan als van een slang;
Dat is, Egypte zal niet meer zo blazen en snorken als tevoren, maar wel klein piepen en ootmoedig spreken, als de Babyloniërs hen zullen overkomen. Vergelijk Jes. 29:4 .
Hertaald:Haar stem zal gaan als van een slang;
Dat is: Egypte zal niet meer zo blazen en snoeven als tevoren, maar zachtjes piepen en ootmoedig spreken wanneer de Babyloniërs over hen komen. Vergelijk Jes. 29:4.
zij zullen met krijgsmacht daarhenen trekken,
De Babyloniërs.
Hertaald:zij zullen met krijgsmacht daarhenen trekken,
De Babyloniërs.
Jeremia 46 vers 23— Zij hebben haar woud afgehouwen, spreekt de HEERE, hoewel het niet is te onderzoeken; want zij zijn meerder dan de sprinkhanen, zodat men hen niet tellen kan.
woud afgehouwen,
Dat is, de steden en dorpen, idem het volk, of de krijgslieden van Egypte, die vanwege de dichte menigte der mensen bij een woud vol bomen worden vergeleken; vergelijk Jes. 10:18-19 .
Hertaald:woud afgehouwen,
Dat is: de steden en dorpen, en ook het volk of de krijgslieden van Egypte, die vanwege de dichte menigte mensen met een woud vol bomen vergeleken worden; vergelijk Jes. 10:18-19.
onderzoeken;
Te weten het getal der bomen, dat is der mensen.
Hertaald:onderzoeken;
Namelijk: het aantal bomen, dat is: van de mensen.
niet tellen kan
Hebreeuws, zij hebben geen getal; alzo Richt. 6:5 .
Hertaald:niet tellen kan
Hebreeuws: zij hebben geen getal; zo ook Richt. 6:5.
Jeremia 46 vers 24— De dochter van Egypte is beschaamd; zij is gegeven in de hand des volks van het noorden.
noorden
Dat is, der Babyloniërs.
Hertaald:noorden
Dat is: van de Babyloniërs.
Jeremia 46 vers 25— De HEERE der heirscharen, de God Israels, zegt: Ziet, Ik zal bezoeking doen over de menigte van No, en over Farao, en over Egypte, en over haar goden, en over haar koningen, ja, over Farao, en over degenen, die op hem vertrouwen.
menigte van No,
Of, gemeen volk. Het Hebreeuwse woord Amon wordt ook alzo in dit boek genomen, onder Jer. 52:15 , voor Hamon; dat is, menigte, hoop volks, of schare, die door gewoel en menigte gedruis maakt; vergelijk Ezech. 30:15 , gelijk dan de stad No, dat is, naar het algemeen gevoelen, Alexandrië, een zeer vermaarde volkrijke zee en koopstad in Egypte was. Anders betekent Amon een voeder, voedsterheer, of voedsterling, die iemand voedt en opkweekt, of van iemand gevoed wordt; waarom sommigen hier overzetten: De voedsterheer, of de voedsterlingen; dat is, zich generen van No, gelijk zulks ook met waarheid van grote koopsteden gezegd mag worden, dat vele mensen daarvan leven; vergelijk Nah. 3:8 .
Hertaald:menigte van No,
Of: het gewone volk. Het Hebreeuwse woord Amon wordt ook zo opgevat in dit boek, hieronder Jer. 52:15, voor Hamon, dat is: menigte, volksmassa of schare, die door gewoel en aantal rumoer maakt; vergelijk Ezech. 30:15. De stad No was volgens de algemene opvatting Alexandrië: een zeer beroemde, volkrijke zee- en handelsstad in Egypte. Anders betekent Amon een voedstervader, voedsterheer of voedsterling: iemand die een ander voedt en grootbrengt, of die door een ander gevoed wordt. Daarom vertalen sommigen hier: de voedsterheer, of de voedsterlingen — dat is: zij die hun brood verdienen aan No, zoals van grote handelssteden inderdaad gezegd mag worden dat veel mensen ervan leven; vergelijk Nah. 3:8.
koningen,
Dat is, niet alleen dezen koning, maar ook zijne navolgers, of de vorsten en regenten van Egypte, die op hun koning vertrouwden, en mede als kleine koningen in zo een machtig koninkrijk waren; vergelijk boven Jer. 19:3 , en wijders Gen. 14:1 , en Deut. 33:5 ; idem Joz. 12:9 , enz.
Hertaald:koningen,
Dat is: niet alleen deze koning maar ook zijn opvolgers, of de vorsten en bestuurders van Egypte, die op hun koning vertrouwden en in zo'n machtig koninkrijk zelf ook als kleine koningen waren; vergelijk hierboven Jer. 19:3, en verder Gen. 14:1 en Deut. 33:5, en ook Joz. 12:9, enzovoort.
Jeremia 46 vers 26— En Ik zal hen geven in de hand dergenen, die hunlieder ziel zoeken, en in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, en in de hand zijner knechten. Maar daarna zal zij bewoond worden als in de dagen van ouds, spreekt de HEERE.
ziel zoeken,
Dat is, die naar hun leven staan; gelijk boven dikwijls.
Hertaald:ziel zoeken,
Dat is: die naar hun leven staan; zoals hierboven vaak.
zal zij
Namelijk de dochter van Egypte, dat is Egypteland. Zie vs.24, en vs.11 met de aantekening.
Hertaald:zal zij
Namelijk: de dochter van Egypte, dat is: het land Egypte. Zie vers 24, en vers 11 met de aantekening.
bewoond worden
Vergelijk Ezech. 29:11 , Ezech. 29:13-14 , en zie het tegendeel van Babel, onder Jer. 50:39 .
Hertaald:bewoond worden
Vergelijk Ezech. 29:11 en Ezech. 29:13-14, en zie het tegendeel over Babel hieronder in Jer. 50:39.
Jeremia 46 vers 27— Maar gij, Mijn knecht Jakob! vrees niet, en ontzet u niet, o Israel! want zie, Ik zal u verlossen uit verre landen, en uw zaad uit het land hunner gevangenis; en Jakob zal wederkomen, en stil en gerust zijn, en niemand zal hem verschrikken.
zaad uit het land hunner gevangenis;
Dat is nakomelingen.
Hertaald:zaad uit het land hunner gevangenis;
Dat is: nakomelingen.
verschrikken
Of, sidderen, beven.
Hertaald:verschrikken
Of: sidderen, beven.
Jeremia 46 vers 28— Gij dan Mijn knecht Jakob! vrees niet, spreekt de HEERE; want Ik ben met u; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u gedreven zal hebben, doch met u zal Ik geen voleinding maken, maar u kastijden met mate, en u niet gans onschuldig houden.
voleinding maken
Zie boven Jer. 4:27 .
Hertaald:voleinding maken
Zie hierboven Jer. 4:27.
mate,
Zie boven Jer. 10:24 .
Hertaald:mate,
Zie hierboven Jer. 10:24.
niet gans onschuldig houden
Hebreeuws, onschuldig houdende, niet onschuldig houden; gelijk boven Jer. 30:11 ; dat is, ten enenmale ongestraft laten.
Hertaald:niet gans onschuldig houden
Hebreeuws: onschuldig houdend niet onschuldig houden, zoals hierboven Jer. 30:11 — dat is: volkomen ongestraft laten.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Karkemis — "vesting van Kamosh" of "kade van Kemosh" (Hettitisch/Semitisch)
Ligging: Een machtige vestingstad aan de bovenloop van de Eufraat, op de grens van het latere Syrië en Turkije.
Geschiedenis: Hier versloeg Nebukadnezar, kroonprins van Babel, in 605 voor Christus het leger van farao Necho van Egypte in een van de beslissende veldslagen van de oudheid — een overwinning die de Egyptische macht in het Nabije Oosten definitief brak en de weg vrijmaakte voor Babels overheersing, ook over Juda (Jer. 46:2; 2 Kron. 35:20; 2 Kon. 24:7).
Bijbelse betekenis: Jeremia's profetie over Karkemis, uitgesproken vóórdat de slag plaatsvond, toont hoe de HEERE de opkomst en ondergang van wereldmachten reeds van tevoren aankondigt en bestuurt — de "grote koning" Necho blijkt uiteindelijk evenzeer aan Gods raad onderworpen als het kleine Juda zelf.
Archeologie: Britse opgravingen (o.a. door de jonge T.E. Lawrence, "Lawrence of Arabia", vóór de Eerste Wereldoorlog) legden bij het huidige Karkamış/Jerablus indrukwekkende Hettitische en Neo-Hettitische reliëfs en stadsmuren bloot.
Recente inzichten: Het huidige Karkamış (Turkije) / Jerablus (Syrië), verdeeld door de moderne Turks-Syrische grens.
2 Kon. 24:7; 2 Kron. 35:20; Jer. 46:2
No (Thebe) — Egyptisch "Niwt", "de Stad" bij uitstek
Ligging: Aan beide oevers van de Nijl in Opper-Egypte, ver ten zuiden van Memfis — eeuwenlang de machtigste stad van het oude Egypte.
Geschiedenis: Jeremia kondigt aan dat de HEERE bezoeking zal doen over "No", zoals Hij eerder over Babel deed (Jer. 46:25) — een oordeel dat de profeet Nahum, sprekend over de val van Ninevé, bevestigt door terug te wijzen naar de eerdere, eveneens onontkoombare val van het machtige No-Amon (Nah. 3:8-10), destijds een van de grootste steden ter wereld.
Bijbelse betekenis: Dat zelfs No-Amon, met zijn schier onneembare ligging tussen de rivierarmen van de Nijl, uiteindelijk ten val kwam, is voor Ninevé — en voor elke lezer — een blijvende waarschuwing dat geen enkele aardse macht, hoe onaantastbaar ook, buiten Gods oordeel valt.
Archeologie: De ruïnes van No-Amon liggen verspreid over het huidige Luxor en Karnak, met de beroemde tempelcomplexen van Karnak en Luxor, het Dal der Koningen en talloze andere wereldberoemde oudheidkundige vondsten.
Recente inzichten: Het huidige Luxor, Egypte.
Jer. 46:25; Ez. 30:14-16; Nah. 3:8-10
Tachpanhes — van Egyptische afleiding, mogelijk "fort van de Nubische"
Ligging: Een grensvesting in het oosten van de Nijldelta, aan de weg van Kanaän naar Egypte.
Geschiedenis: Hierheen vluchtte een deel van het overblijfsel van Juda na de moord op de door Babel aangestelde stadhouder Gedalja, tegen Jeremia's uitdrukkelijke waarschuwing in — en namen zij de profeet zelf, tegen zijn wil, met zich mee (Jer. 43:5-9). Hier voorzegde Jeremia, door de stenen onder de tichelen te verbergen als teken, dat Nebukadnezar ook Egypte zou binnenvallen en juist híer zijn troon zou oprichten (Jer. 43:8-13; 44:1; 46:14).
Bijbelse betekenis: De vlucht naar Tachpanhes, in openlijke ongehoorzaamheid aan Gods bevel door Jeremia, illustreert hoe menselijke angst voor de gevolgen van gehoorzaamheid mensen er soms toe brengt uit te wijken naar juist die plaats waar het aangekondigde oordeel hen alsnog zal achterhalen.
Archeologie: Doorgaans geïdentificeerd met Tell Defenneh in de oostelijke Nijldelta, waar de Britse archeoloog Flinders Petrie (1886) een groot, versterkt platform blootlegde dat mogelijk overeenkomt met de "tichelen" van Jer. 43:9.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De woorden tegen de heidenen — de opzet van het laatste deel van het boek, waarin de volken aan de beurt komen (Jer. 46:1-2)
"Het woord des HEEREN, dat tot den profeet Jeremia geschied is tegen de heidenen" (Jer. 46:1). Met dat opschrift begint het laatste deel van het boek, dat doorloopt tot en met Jer. 51. De volgorde is: Egypte (Jer. 46), de Filistijnen (Jer. 47), Moab (Jer. 48), Ammon, Edom, Damascus, Kedar en Elam (Jer. 49), en ten slotte Babel in twee lange hoofdstukken (Jer. 50-51). Het begint bij de slag te Karchemis, waar Nebukadrezar het leger van Farao Necho versloeg (Jer. 46:2).
Bijbelse betekenis: Merk op dat deze woorden tot de volken zelf gericht zijn en niet alleen over hen gaan. De profeet was bij zijn roeping "den volken tot een profeet" gesteld (reeds behandeld bij Jer. 1:5); dit deel van het boek laat zien wat dat betekende. Let vervolgens op de toon waarin het gebeurt. Die is bij Jesaja al vastgelegd en geldt ook hier: oordeel aankondigen zonder er behagen in te scheppen, en de profeet huilt erbij (reeds behandeld bij Jes. 15:5). Bij Moab zegt God dat zelfs van Zichzelf (Jer. 48:31). Let ten slotte op de volgorde. Babel staat achteraan, en het krijgt de meeste ruimte. Het volk dat God als werktuig gebruikte, wordt aan het einde zelf geoordeeld; dat is dezelfde lijn als bij Assur (reeds behandeld bij Jes. 10:5).
Typologie: Paulus zegt dat God "uit een bloede het ganse geslacht der mensen gemaakt" heeft, en dat Hij de tijden en de grenzen van hun woonplaats bepaald heeft (Hand. 17:26). Dat is de grond waarop een profeet van Juda over Egypte en Elam spreken kan.
Kastijden met mate — midden tussen de oordelen over de volken staat een woord voor Jakob (Jer. 46:27-28)
"Maar gij, Mijn knecht Jakob! vrees niet, en ontzet u niet, o Israel! want zie, Ik zal u verlossen uit verre landen, en uw zaad uit het land hunner gevangenis" (Jer. 46:27). En dan volgt het onderscheid: "Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u gedreven zal hebben, doch met u zal Ik geen voleinding maken, maar u kastijden met mate, en u niet gans onschuldig houden" (Jer. 46:28).
Bijbelse betekenis: Merk op waar dit woord staat: midden in de reeks profetieën over de volken. Terwijl het oordeel rondgaat, wordt tegen dit ene volk gezegd: vrees niet. Let vervolgens op het onderscheid dat gemaakt wordt. Het is niet dat Jakob gespaard wordt en de volken niet; er staat dat hij gekastijd wordt, en dat hij niet gans onschuldig gehouden wordt. Het verschil zit in het einde: met de volken maakt God een voleinding, met Jakob niet. Let ten slotte op de woorden met mate. Die uitdrukking stond eerder in het boek (reeds behandeld bij Jer. 30:11). Zij is het hart van de zaak: de kastijding heeft een grens, en die grens wordt door God bepaald en niet door de kracht van wie haar draagt.
Typologie: De Hebreeënbrief legt dezelfde lijn uit: de kastijding is het bewijs dat men zoon is, en God "kastijdt ons tot ons nut, opdat wij Zijner heiligheid zouden deelachtig worden" (Hebr. 12:10). En Paulus zegt dat God niet zal toelaten dat men boven vermogen verzocht wordt (reeds behandeld bij 1 Kor. 10:13).
De volgende hoofdstukken vormen een klein boek op zichzelven. De bijzondere delen daarvan zijn misschien op verschillende tijden door den Profeet ontvangen en uitgesproken en nedergeschreven; zij zijn echter bij de rangschikking van het geheel opzettelijk bij elkaar geplaatst en op deze hun plaats gesteld. Deze woorden tegen de Heidenen (Hoofdst. 46-51), zijn ene nadere uiteenzetting van het gericht, dat de Profeet in Hoofdst. 25, kort vóór het optreden van Nebukadnezar, den koning van Babel, in het 4de jaar van Jojakim, aan alle volken en koninkrijken der aarde heeft aangekondigd. De lange rij van volken en volksstammen nabij en verre, dien hij in Hoofdst. 25:17-26 den beker des Goddelijken toorns uit de hand des Heeren reikt, is hier tot het getal van 9 volken beperkt. Hier begint even als daar Egypte, en sluit Babel de rij als de beide hoofdpunten onder de machten, in welke zich de geest der goddeloosheid openbaarde. Tussen beide staan de volken. die ook geografisch tussen hen woonden, en wel zo, dat de Feniciërs met de Filistijnen worden zaamgevat, de verschillende Arabische volksstammen door de namen Kedar en Hazor, de koninkrijken van het noorden door Damascus, die van het oosten door Elam worden voorgesteld. Aan de drie met Israël verwante volken, Moab, Ammon en Edom, wordt elk ene bijzondere voorzegging gewijd. Tot volvoering van dit door Jeremia verkondigde gericht over de Heidenen, had God den koning van Babel bestemd, die in den eerstvolgenden tijd de wereldheerschappij zou bezitten tot op den bepaalden tijd. Na verloop daarvan zou ook Babel bezwijken en voor Israël verlossing en zegen aanbreken, waarin alle volken zouden delen. Dergelijke voorzeggingen over Heidense volken hebben ook Amos, Jesaja en Ezechiël uitgesproken, maar met een ander doel en uit verschillende oogpunten. Aan deze, zo ver zij voor hem lagen, sluit Jeremia zich in zijne aankondigingen aan, terwijl hij hun uitspraken naar de tijdsomstandigheden regelt en verder ontwikkelt. “De gezichtspunten, ” waaruit de geschiedenis der Heidenen door den Profeet beschouwd wordt, zijn de volgende: 1) God de Almachtige, Schepper, de Heilige Israëls, is de Heere, die de lotgevallen van alle volken bestuurt; 2) de Heere straft de volken om hun zonden, maar ontfermt Zich ook weer over hen, en wil Zijne heerlijkheid aan hen openbaren, 3) Hij straft in ‘t bijzonder de trotse Heidenen, die met Zijnen naam spotten, die Zijn volk verleiden en verdrukken, en zal Israël na alle welverdiende straffen wreken en redden. “
KruisverwijzingenJeremia 1:10→Genesis 10:5→Jeremia 25:15→Romeinen 3:29→Zacharia 2:8→Jeremia 4:7→Numeri 23:9→— Het woord des HEEREN, dat tot den profeet Jeremia geschied is tegen de heidenen.
Het woord des HEEREN, dat tot den Profeet Jeremia geschied is, tegen de Heidenen, 2. Ia. Vs. 2-12. het eerste volk, tegen hetwelk zich Jeremia wendt, is Egypte, dat trots op eigen macht, Gods volk tot vertrouwen op vleselijke macht verleidt. Het zijn twee voorzeggingen, die de Profeet tegen Egypte uitspreekt: de eerste, vs. 2-12, in het 4de jaar van Jojakim tegen Faraö Necho, die toen als mededinger der Chaldeën, zijn rijk tot aan den Eufraat uitbreidde en de vroeger bezette stad Karchemis (Circesium) bij de zamenvloeiing van Eufraat en Chahoras, door een leger tegen de Chaldeën zocht te verdedigen, maar geslagen werd, en kort daarop de veroverde provincies verloor (2 Kon 23:29. 2 Kron. 35:20 Deze nederlaag van het Egyptische leger bij Karchemis wordt hier geprofeteerd en uitvoerig geschilderd, en wel zo, dat in de eerste strofe (vs. 3-6), eerst de krijgslieden worden vermaand, om zich voor den slag gereed te maken, vervolgens de nederlaag en ontzaglijke vlucht met opgaaf van de plaats van den slag, geschilderd wordt. In de tweede strofe (vs. 7-12), wordt eveneens de gehele gang van den strijd van het begin tot aan het einde in zijne hoofdtrekken en wel met bepaald Egyptische kleuren geschilderd, maar de nederlaag bepaald als een door God over Egypte beschikt oordeel aangewezen. Boven deze voorzegging is in vs. 2 een geschiedkundig opschrift gesteld, dat natuurlijk eerst, toen de profetie vervuld en door den Profeet geboekt was, is vervaardigd.
Kruisverwijzingen2 Koningen 23:29→Jeremia 25:19→Jeremia 36:1→Jesaja 10:9→Ezechiël 29:1→Jeremia 25:1→Jeremia 46:14→Jeremia 45:1→— Tegen Egypte; tegen het heir van Farao Necho, koning van Egypte, dat aan de rivier Frath, bij Karchemis was, dat Nebukadrezar, de koning van Babel, sloeg, in het vierde jaar van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda.
Wat in het volgende hoofdstuk voorkomt, is het woord der bedreiging Gods tegen Egypte; en wel in de eerste plaats tegen het heir van Faraö Necho II, den zoon van Psammetichus I, uit de 25ste Dynastie, van 614-598 v. C. koning van Egypte (2 Kon. 23:29. 2 Kron. 35:20). Toen het bericht was gekomen dat Ninevé (door Cyaxares en Nabopolassar werd belegerd, en het Assyrische rijk op het punt was van in elkaar te storten, dacht hij voor Egypte een groot gedeelte van het rijk te zullen verkrijgen en zijne heerschappij tot aan den Eufraat uit te breiden. Hij landde te Acco, sloeg den koning Josia bij Megiddo en doodde hem. Hij stelde Jojakim als onderworpen koning aan, en rukte verder naar het Oosten, om ene vaste plaats in te nemen. Nu verhief Jeremia zijn woord tegen dat heir, dat aan de rivier Frath bij Karchemis, ene vesting op een schiereiland was, dat gevormd werd door den Eufraat en den Chaboras, en tegenwoordig Abu-Psera wordt genoemd, dat echter Nebukadnezar, de koning van Babel, die toen, in plaats van zijnen zieken vader Nabopolasser, het opperbevel over het leger op zich had genomen, maar die eerst in het volgende jaar 605 koning werd, sloeg, en uit Syrië en Palestina naar Egypte terugdreef, in het vierde jaar van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda, d. i. in het jaar 600 v. C. (zie Hoofdst. 25:1).
KruisverwijzingenJesaja 21:5→Jeremia 51:11→Nahum 2:1→Joël 3:9→Nahum 3:14→Jesaja 8:9→— Rust het schild en de rondas toe, en nadert tot den strijd!
Rust het kleine schild en de rondas toe, het grote schild, dat het gehele lichaam bedekt (1 Kon. 10:17), en nadert tot den strijd, gij tot den oorlog bestemde krijgslieden van Egypte!
KruisverwijzingenEzechiël 21:9→Jeremia 51:3→1 Samuël 17:5→2 Kronieken 26:14→Nehemia 4:16→1 Samuël 17:38→Ezechiël 21:28→— Spant de paarden aan, en klimt op, gij ruiters! en stelt u met helmen; vaagt de spiesen, trekt de pantsiers aan!
Spant de paarden aan de krijgswagenen, gij wagenmenners, en klimt op uwe paarden, gij ruiters! en stelt u met helmen; a) vaagt, scherpt de spiesen, trekt de pantsers aan, opdat gij tot den strijd moogt toegerust zijn, gij knechten!
Jer. 51:11.
KruisverwijzingenJeremia 6:25→Jeremia 49:29→Jeremia 46:21→Jeremia 20:10→Jeremia 46:15→Ezechiël 32:10→Openbaring 6:15→Jeremia 20:3→— Waarom zie Ik, dat zij versaagd en achterwaarts gedreven zijn? Zelfs hun helden zijn verslagen, en nemen de vlucht, en zien niet om; er is schrik van rondom, spreekt de HEERE.
Ziet, wel uitgerust trekt het Egyptische leger tot den slag! Maar waarom zie ik, dat zij, die zo moedig uittrokken, op eens versaagd en achterwaarts gedreven zijn. Wat is de oorzaak? Ziet! zelfs hun helden, die anders geen gevaar vreesden, zijn verslagen van schrik, en nemen de vlucht, en zien niet om. Er is schrik van rondom, spreekt de HEERE, ter beantwoording mijner vraag.
KruisverwijzingenDaniël 11:19→Jeremia 46:12→Jesaja 30:16→Jeremia 50:32→Daniël 11:22→Richteren 4:15→Amos 9:1→Jeremia 1:14→— De snelle ontvliede niet, en de held ontkome niet; tegen het noorden, aan den oever der rivier Frath zijn zij gestruikeld en gevallen.
De snelle ontvliede niet, en de held ontkome niet. Tegen het noorden, aan den oever der rivier Frath zie ik ze reeds in den geest overwonnen; daar zijn zij gestruikeld en gevallen! Het is waarschijnlijk, dat Jeremia deze profetie kort vóór den slag bij Circesium uitsprak, toen Faraö Necho weer koning Josia had overwonnen en zich bij den Chaboras had gelegerd. Want het is voornamelijk de nederlaag van de Egyptische wereldmacht door Nebukadnezar, waarop zijne profetie doelt. Toen de Profeet vernam, dat het Egyptische leger aan den Eufraat bij Karchemis zich had gelegerd, erkende hij aanstonds de betekenis dier stelling. Hij wist, dat nu een treffen van de zuidelijke, en de noordelijke wereldmacht onvermijdelijk was, dat daar aan den Eufraat het lot der wereld voor de naast bijzijnde toekomst moest worden beslist. Egypte aan den Eufraat! Dat was de noodlottige vereniging, die hem tot het profetische woord drong.
KruisverwijzingenJeremia 47:2→Daniël 11:22→Jesaja 8:7→Amos 8:8→Jesaja 63:1→Daniël 9:26→Openbaring 12:15→Hooglied 3:6→— Wie is deze, die optrekt als een stroom, wiens wateren zich bewegen als de rivieren?
Wie is deze, die met geweldige legerscharen optrekt als een stroom, als de Nijl, die buiten de oevers gaat en het gehele land overstroomt, wiens wateren zich bewegen en ruisen als de rivieren, als de golven van den Nijl.
KruisverwijzingenExodus 15:9→Ezechiël 29:3→Jesaja 37:24→Ezechiël 32:2→Jesaja 10:13→— Egypte trekt op als een stroom, en zijn wateren bewegen zich als de rivieren; en hij zegt: Ik zal optrekken, ik zal de aarde bedekken, ik zal de stad, en die daarin wonen, verderven.
Egypte trekt op als een stroom, alles met zijne legers bedekkende, en zijne wateren bewegen zich als de rivieren; en hij zegt: Ik zal optrekken, ik zal de aarde, het land rondom, bedekken; ik zal de stad, de steden, en die daarin wonen, verderven.
KruisverwijzingenJesaja 66:19→Ezechiël 27:10→Nahum 3:9→Handelingen 2:10→Jeremia 30:5→Nahum 2:3→1 Kronieken 1:11→Genesis 10:13→— Trekt op, gij paarden! en raast, gij wagens! en laat de helden uittrekken: de Moren, en de Puteers, die het schild handelen, en de Lydiers, die den boog handelen en spannen.
Trekt op, gij paarden! en raast, gij beroemde krijgswagens! en laat de in den krijg geoefende helden uittrekken: de Moren of Ethiopiërs; en de Puteërs, de Libiërs, uwe hulptroepen, die het schild zo voortreflijk handelen, en de Lydiërs uit Afrika, die den boog met zoveel juistheid handelen, beter, houden, en spannen(Gen. 10:13, 22. Jes. 66:19. #Isa Ezech. 27:10).
KruisverwijzingenJoël 1:15→Deuteronomium 32:42→Jeremia 46:2→Jeremia 46:6→2 Koningen 24:7→Ezechiël 39:17→Jeremia 50:15→Sefanja 1:7→— Maar deze dag is des HEEREN, des HEEREN der heirscharen, een dag der wrake, dat Hij zich wreke van Zijn wederpartijders, en het zwaard zal vreten, en verzadigd, en dronken worden van hun bloed; want de Heere, HEERE der heirscharen, heeft een slachtoffer in het land van het noorden, aan de rivier Frath.
Die ganse voortreflijke krijgsmacht zal u niets baten. Maar deze dag der slachting, tot welken gij genaderd zijt, is de dag des Heeren, des HEEREN der heirscharen, dien Hij naar Zijnen voorbedachten raad heeft gemaakt en doen komen. Het is een dag der wrake, dat Hij Zich wreke van Zijne wederpartijders, tot welke gij Egyptenaren van vroegen tijd af, tot op den dag dat gij den vromen koning Josia hebt gedood, Joahaz hebt weggesleept, en Jojakin, hebt aangesteld, behoord hebt; en het zwaardvan Nebukadnezar zal Gods vijanden vreten, en verzadigd, en dronken worden van hun bloed: want de Heere HEERE der heirscharen heeft een slachtoffer in het land van het noorden, aan de rivier Frath, opdat Hij die zware schuld verzoene (Jes. 34:6). Jeremia beschrijft nauwkeurig de statige en prachtige krijgstoerusting der Egyptenaars, om des te beter aan te tonen, hoe Gods arm, wanneer Hij wil straffen, op gene menselijke macht acht slaat. Het is nodig dit tot ons te zeggen, die zozeer aan het uitwendige en zichtbare blijven hangen, en de overwinning alleen van de zichtbare macht verwachten. Dat wekke onzen moed op, wanneer het schijnt, dat de vijanden der kerk overwinnen; want voor den Heere moeten zij spoedig vluchten. Hoe groter de hoogmoed en het vertrouwen op de overwinning bij de Egyptenaars was, des te meer werd Gods macht aan hen verheerlijkt, die hen nederwierp, en Gods gerechtigheid, die hen strafte. In deze en de volgende voorzeggingen zien wij de waarheid van het woord, dat aan het begin van het Boek staat: (Hoofdst. 1:10): Ziet, Ik stel u te dezen dage over de volken en over de koninkrijken. om uit te rukken en af te breken, en te verderven, en te verstoren, om te bouwen ten te planten. Deze wraak des Heeren over de Egyptenaars wordt hier vergeleken bij een geheimzinnigen maaltijd, waarin God wordt aangemerkt als de Gastheer, de Egyptenaars komen voor als de spijs, de Chaldeën als de gasten, die genodigd werden om deze spijs te eten. Het is nu als de dag der wrake voor Egypte. Egypte heeft zich zwaar bezondigd tegen des Heeren volk en Zijn erfdeel. Niet alleen nu maar al de eeuwen door, en daarom zal het een verschrikkelijke dag voor Egypte zijn. Het zal zo geslagen worden dat er geen heling, geen genezing mogelijk is.
KruisverwijzingenJeremia 8:22→Micha 1:9→Jesaja 47:1→Nahum 3:19→Genesis 37:25→Lukas 8:43→Jeremia 51:8→Genesis 43:11→— Ga henen op naar Gilead, en haal balsem, gij jonkvrouw, dochter van Egypte! Tevergeefs vermenigvuldigt gij de medicijnen, er is geen heling voor u.
Ga henen op naar het kruidrijke land (Hoofdst. 8:22), naar Gilead, en haal u genezenden balsemvoor den zwaren, dodelijken slag, dien gij van den Heere door Zijnen knecht Nebukadnezar bij Karchemis ontvangen hebt, gij jonkvrouw, tot hiertoe nog onverwonnene dochter van Egypte! Te vergeefs vermenigvuldigt gij de medicijnen; er is gene heling voor u.
KruisverwijzingenNahum 3:8→Jeremia 46:6→Jesaja 19:2→Jeremia 14:2→Jeremia 51:54→Jeremia 48:34→1 Samuël 5:12→Jeremia 49:21→— De volken hebben uw schande gehoord, en het land is vol van uw gekrijt; want zij hebben zich gestoten, held tegen held, zij zijn beiden te zamen gevallen.
Gij zijt nu beroofd van uwen maagdom. De volken hebben uwe schande gehoord, en het land, de aarde, is vol van uw gekrijt over den geleden smaad; want zij hebben zich gestoten, held tegen held; 1) zij zijn beide te zamen gevallen, zo verschrikkelijk en verward zal uwe vlucht zijn.
In het Hebr. Ki gibboor begibboor kaschaloe. Beter: Want held over held zijn gestruikeld. n. l. in het vluchten, op de vlucht. De helden zijn gevallen. Egypte’s leger is totaal vernietigd, daarom was er geen balsem voor hen. Ditzelfde wordt in vs. 16a bijna letterlijk herhaald. 13. Ib. Vs. 13-28. De tweede profetie over Egypte, niet zeer lang na de eerste, en dus niet lang na den slag bij Karchemis ontvangen, verkondigt volgens het opschrift (vs. 13), de verovering van het land door Nebukadnezar, den koning van Babylon. Deze profetie is dezelfde. die Jeremia ook aan de in Zuid-Egypte verzamelde Joden in Hoofdst. 43:8 vv. verkondigde, zodat deze laatste aankondiging waarschijnlijk slechts ene vernieuwing geweest is van onze profetie, bijzonder naar de omstandigheden aldaar voor de Joden. Ook deze rede splitst zich in twee strofen (vs. 14-19 en 20-26), waarbij vervolgens in vs. 27 en 28 nog een troostwoord voor Israël wordt gevoegd. De gang der gedachten is de volgende: Egypte moge zich toerusten, zijne macht zal toch geen stand houden, en de volken, die bondgenoten zijn zullen vlieden (vs. 14-16). Faraö’s ondergang is zeker; de vijand zal komen met macht, en geheel Egypte in ene woestijn veranderen (vs. 17-19). De verderver komt van het Noorden, de huurlingen vlieden, en de vijanden houden het ontelbare menschenwoud neer (vs. 20-23). Egypte wordt in de hand van het volk uit het Noorden gegeven, want de Heere zal goden, vorsten en volk straffen, en Egypte aan den koning van Babel overgeven; eens zal echter Egypte weer bewoond worden als vroeger (vs. 24-26). Daarentegen behoeft Israël niets te vrezen, want zijn God zal het uit de ballingschap terugvoeren (vs. 27 en 28). Dat hier over Egypte twee profetieën worden uitgesproken, meer dan over de naburige volken, kan ons bij de veel hogere betekenis van Egypte voor het rijk van God niet bevreemden.
KruisverwijzingenJeremia 44:30→Jeremia 43:10→Jesaja 19:1→Jesaja 29:1→— Het woord, dat de HEERE tot den profeet Jeremia sprak, van de aankomst van Nebukadrezar, den koning van Babel, om Egypteland te slaan.
Het woord, 1) dat de HEERE tot den Profeet Jeremia sprak, enigen tijd na het eerste woord der profetie omtrent de nederlaag van Egypte aan den Eufraat, van de aankomst van Nebukadnezar, den koning van Babel, om Egypteland te slaan.
Vs. 3-12 is niet een bloot overwinningslied, over de reeds plaats gehad hebbende nederlaag, gehouden, maar een profetie van de nederlaag, die zou plaats hebben, waartoe de Profeet nog een tweede voorspelling voegt, waarin hij Egypte ook de verwoesting van zijn land vooruit verkondigt, zodat over Egypte meer als over de naburige landen is voorspeld, wijl Egypte voor de theokratie veel groter gewicht had als het land der Filistijnen, Moab, enz.
KruisverwijzingenJeremia 46:10→Jeremia 44:1→Jesaja 1:20→Nahum 2:13→Jeremia 46:3→Jeremia 43:8→Jeremia 2:30→Ezechiël 30:16→— Verkondigt in Egypte, en doet het horen te Migdol; doet het ook horen te Nof en Tachpanhes; zegt: Stelt er u naar, en maakt u gereed, want het zwaard heeft verteerd, wat rondom u is.
Verkondigt, gij bewoners der grenzen! in Egypte, en doet het horen te Migdol, de naast bijliggende stad aan de noordelijke grenzen; doet het ook horen te Nof of Memfis, de noordelijke hoofdstad van het rijk, en te Tachpanhes, of Daphne aan den Pelusischen arm van den Nijl (Hoofdst. 2:16; 44:1), zegt: Stelt er u naar, dat gij u verdedigt, o Egypte! en maakt u gereed, want het zwaard van den vijand heeft verteerd 1) wat van rijken en landen in het noorden rondom is, als Juda, Filistea en Edom.
Hieruit kan niet worden besloten, dat onze profetie eerst na de verwoesting van Jeruzalem zou zijn uitgesproken; want reeds in het eerste jaar van den slag bij Karchemis kon men spreken als hier, daar Nebukadnezar dadelijk na den slag de Egyptenaars tot aan de grenzen van hun land vervolgde, en alleen daarom toen niet verder doordrong en in Egypte inviel, omdat het bericht omtrent den dood zijns vaders, Nabopolassar, hem naar Babylon terugriep, opdat hij zich van de heerschappij mocht verzekeren. Maar reeds toen heette het in 2 Kon. 24:7 : de koning van Babel had van de rivier van Egypte af tot aan de rivier Frath ingenomen, al wat van den koning van Egypte was.
KruisverwijzingenJesaja 66:15→Psalmen 18:14→Jeremia 46:5→Psalmen 18:39→Psalmen 68:2→Deuteronomium 11:23→Psalmen 114:2→Jeremia 46:21→— Waarom zijn uw sterken weggeveegd? Zij stonden niet, omdat hen de HEERE voortdreef.
Maar wat zie ik? Waarom zijn uwe sterken, uw koning met zijne vorsten weggeveegd? Zij stonden niet tegen den vijand, omdat hen de HEERE voortdreef, daarom was hun tegenstand te vergeefs.
KruisverwijzingenJeremia 51:9→Leviticus 26:36→Jeremia 50:16→Jeremia 46:21→Jeremia 46:6→— Hij maakte der struikelenden veel; ja, de een viel op den ander; zodat zij zeiden: Staat op en laat ons wederkeren tot ons volk, en tot het land onzer geboorte, vanwege het verdrukkende zwaard.
Hij maakt der struikelenden vele; ja de een dergenen, die het land moesten verdedigen, viel op den ander, zodat zij, die als vreemdelingen in het land wonen, hetzij als kooplieden, hetzij als huur- of hulptroepen, zeiden: Staat op en laat ons wederkeren tot ons volk, en tot het land onzer geboorte, vanwege het verdrukkende zwaard 1) des machtigen veroveraars, die tegen Egypte optrekt. Wat zullen wij te vergeefs ons leven prijs geven, daar de tegenstand toch zonder gevolg is.
Hij sprak hun van het verwoestende zwaard, hetwelk reeds dronken was van veel bloed en hetwelk vele slagen had uitgedeeld. Doch hij verstaat er onder de zwaarden van de soldaten van Nebukadnezar. Sommigen vertalen ook van ‘t treurig stemmend zwaard, maar die uitlegging schijnt mij te flauw te zijn. Zij zeggen derhalve: Dewijl we reeds verbroken zijn, en wij zien, dat de vijanden strafloos een hevige slachting aanrichten, is er niets veiliger dan terug te keren tot ons land.
KruisverwijzingenJesaja 19:11→1 Koningen 20:10→Exodus 15:9→Ezechiël 29:3→Jesaja 37:27→Jesaja 31:3→Ezechiël 31:18→1 Koningen 20:18→— Daar riepen zij: Farao, de koning van Egypte, is maar een gedruis; hij heeft den gezetten tijd laten voorbijgaan.
Daar riepen zij te midden der algemene verwoesting en ontzetting: Faraö, de koning van Egypte is maar een gedruis 1); er is niets van hem tegen de vijanden te verwachten; hij heeft den gezetten tijd laten voorbijgaan, 2) hij heeft den tijd, hem door den Heere na de nederlaag bij Karchemis gegund, toen Nebukadnezar niet dadelijk zijn land veroverde, verzuimd, zonder iets te beproeven om zijn ongeluk af te wenden.
In plaats van in die nederlaag een oordeel Gods te zien, wekte Faraö door herhaalde aanvallen op de Chaldeeuwse macht den toorn van Nebukadnezar op, en veroorzaakte alzo zelf zijnen ondergang. In het Hebr. Kareoe schaam Paroh mèlek-mitsraïm schaoon. Beter, zij roepen aldaar: Faraö, de koning van Egypte is verwoesting, d. i. is verloren. Calvijn vertaalt: Zij roepen aldaar: Faraö de koning van Egypte, is ons een koning der verwoesting. Het laatste woord betekent letterlijk, verwoesting. Men had gedacht dat het leger van Egypte sterk genoeg was en de koning krijgsmanswijsheid genoeg bezat, om tegen Babel op te trekken en hen te overwinnen, maar het bleek nu dat hij niet bestand was en zijn leger niet berekend tegen den machtigen Nebukadnezar. Waarom niet? Dewijl hij den Heere tegen had en het in diens Raad was besloten Egypte te tuchtigen.
Het gezegde heeft de gedaante van een spreekwoord, waarvan de zin te dezer plaatse is, wij willen gene verraders dienen, die slechts een burgerkrijg en de verwarring der tijden hun gezag verschuldigd zijn. De bestemde tijd is dan de tijd, voor welken zij in dienst en soldij van Egypte waren overgegaan, ‘t geen men thans de capitulatie van vreemde hulptroepen noemt. De geloofwaardigste der oude geschiedschrijvers aangaande de zaken van Egypte, Herodotus, bericht ons, dat Apriës in den strijd tegen Amasis zich voornamelijk van zulke benden bediende, dat zij den koning dapperlijk verdedigden, maar voor de overmacht zwichten moesten. In het woord dat zij, ten minste diegenen onder hen, die in vs. 9 genoemd worden, Amasis niet helpen wilden tegen den gevreesden Nebukadnezar, maar naar hun land terugtrokken en uit hoofde van het gebeurde zich niet langer gehouden rekenden aan het vervullen van hunnen overigen diensttijd, en dat dit een der redenen was van Nebukadnezars gemakkelijke zegepraal? Anders: “Farao de koning van Egypte, is verloren. Of hij (Faraö) heeft zijnen tijd laten voorbijgaan. ” Men kan echter niet ontkennen, dat de plaats duister blijft en men naar den zin slechts raden kan.
KruisverwijzingenJeremia 48:15→Jozua 19:22→Richteren 4:6→Jesaja 48:2→Psalmen 89:12→Jesaja 47:4→Maleachi 1:14→Mattheüs 5:35→— Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Koning, Wiens Naam is HEERE der heirscharen; hij zal voorzeker, als Thabor onder de bergen, en als Karmel bij de zee, aankomen!
Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Koning, de ware Koning die in de eeuwigheid troont (Ps. 29:10), wiens naam is HEERE der heirscharen: hij, Mijn uitverkoren werktuig tot uitoefening van het gericht over Faraö, den koning van Babel, zal voorzekertegen Egypte optrekken, hoog verheven boven alle andere aardse machten, als Thabor onder de bergen van den kleinen Hermon, en als Karmel bij de zee, die ongeveer 500 voet zich boven de zee verheft (1 (Kon. 18:20), zal hij aankomen. 1)
Onder de bergen van het Joodse land, waren Thabor en Karmel niet van de minst beroemde. Thabor lag in de vlakte van Jizreël aan den oorsprong der beek Kison, op de Noordelijke grenzen van den stam Issaschar; deze berg is zeer hoog en boven al de omliggende bergen van Galilea ver weg verheven. Karmel lag aan de Middellandse zee, daarom hier nader beschreven als Karmel aan de zee, in onderscheiding van Juda. (Joz. 15:55). De hier bedoelde berg was zeer beroemd, niet alleen om zijne hoogte, maar om de ongemene vruchtbaarheid, (vgl. Jes. 35:2). Bij deze bergen nu wordt de komst van Nebukadnezar in Egypte vergeleken: Hij zal voor ieder als Thabor en Karmel aankomen, enz. dat is met één woord te zeggen: Gelijk Thabor en Karmel, boven al de bergen van het Joodse land uitsteken, evenzo zal ook de macht van Nebukadnezar, wanneer hij tegen Egypte optrekt, boven die van Faraö uitmunten. In vs. 18 wordt de bedreiging (vs. 17) positief vastgesteld. Met een eed kondigt de Heere het komen van de verwoesting over Egypte aan. Zoals de over alle naburige bergen zich verheffende Thabor en gelijk de als van een hogen wachttoren in de zee blikkende Karmel, zo zal hij komen, n. l. hij, van wien de verwoesting van Egypte uitgaat, de koning van Babel. Het punt van vergelijking vormt de alle andere koningen overtreffende macht van Nebukadnezar. Thabor heeft den vorm van een afgebroken kegel. De top verheft zich 1350 voet boven de vlakte of 1805 boven de vlakte der zee. De berg Karmel strekt zich over 3 mijlen uit.
KruisverwijzingenJesaja 20:4→Jeremia 48:18→Jeremia 44:1→Ezechiël 30:13→Jeremia 26:9→Jeremia 51:29→Sefanja 2:5→Jeremia 34:22→— Maak voor u gereedschap der gevankelijke wegvoering, gij inwoneres, gij dochter van Egypte! want Nof zal ter verwoesting worden, en zal verbrand worden, dat er niemand in wone.
Maak voor u gereedschap der gevankelijke wegvoering, bereid u daarop voor, gij inwoneres des lands, gij dochter van Egypte! want Nof, Memfis, de hoofdstad van het land, zal ter verwoesting worden, en zal verbrand worden, dat er niemand in wone, dan zult ook gij in het land der verbanning moeten gaan.
KruisverwijzingenHosea 10:11→Jeremia 47:2→Jeremia 46:6→Jeremia 46:10→Jeremia 1:14→Jeremia 50:11→Jeremia 25:9→Jeremia 46:24→— Egypte is een zeer schone vaarze; de slachter komt, hij komt van het noorden.
Egypte is nu ene zeer schone vaarze, in een vruchtbaar land, goed en rijkelijk gevoed, maar de slachter 1) komt, hij komt van het noorden, die zal Egypte slachten.
Liever: “de horzel. ” “Het schijnt, dat door het Hebreeuwse woord zodanig een insekt wordt aangeduid, welks steek het vee niet verdragen kan, en het radeloos door velden en weiden doet lopen. Dit woord komt slechts eenmaal voor in de H. S. en wordt op onderscheidene wijze vertaald. Onze Staten-Overzetters vertalen door, slachter. Anderen zoals Ewald door, walvis. Weer anderen zoals Gesenius en Umbreit in navolging van de Rabbijnen door, verderf. Anderen zoals Hitzig door horzel. Met vs. 20 begint de Profeet tegen Egypte als op nieuw om onder nieuwe beelden, de verwoesting van Egypte te schilderen. En dat om daarmee te doen uitkomen dat het kwaad over dat land ten volle besloten is. Om derhalve bij Israël alle vertrouwen op dat land weg te nemen.
Kruisverwijzingen2 Koningen 7:6→Jeremia 46:5→Obadja 1:13→Jeremia 50:27→Micha 7:4→2 Samuël 10:6→Amos 6:4→Psalmen 37:13→— Zelfs haar gehuurden in haar midden zijn als gemeste kalveren; maar die hebben zich ook gewend, zij zijn te zamen gevlucht, zij hebben niet gestaan; want de dag huns verderfs is over hen gekomen, de tijd hunner bezoeking.
Zelfs hare gehuurden, die zo talrijk in haar middenwonen, zijn als gemeste kalveren, welgevoed; maar die hebben zich ook gewend; zij zijn te zamen gevlucht, zij hebben niet gestaan, geen stand gehouden: want de dag huns verderfs is over hen gekomen, de tijd hunnerrechtvaardige, goddelijke bezoeking. De Egyptische krijgstroepen bestonden toen ten dele uit hulptroepen als de Libiërs en Lydiërs (vs. 9), ten dele uit huurtroepen, in zonderheid Kariërs en Ioniërs, met welke Psammetichus de heerschappij over geheel Egypte had verworven. Zij waren in bijzondere dorpen van krijgslieden tussen Bubastis en Pelusium aan beide oevers van den oostelijken arm van den Nijl gevestigd en werden zeer in achting gehouden, daar de koningen op hen vertrouwden.
KruisverwijzingenJesaja 29:4→Jesaja 14:8→Jesaja 10:33→Jeremia 51:20→Jesaja 10:15→Zacharia 11:2→Jesaja 37:24→Micha 1:8→— Haar stem zal gaan als van een slang; want zij zullen met krijgsmacht daarhenen trekken, en tot haar met bijlen komen, gelijk houthouwers.
Hare stem, de stem der dochter van Egypte, daar zij diep gebogen op den grond ligt kermende en steunende, zal gaan zal gelijken op het geschuifel als van ene slang, niet meer als van ene vaarze, maar sissende en schuifelende, gelijk ene, die van vrees nauwelijks geluid kan geven: want zij (hare vijanden) zullen met krijgsmacht daarhenen trekken, en tot haar met bijlen komen, gelijk houthouwers, om het bos van Egyptenaren neer te houwen.
KruisverwijzingenRichteren 7:12→Richteren 6:5→Joël 2:25→Jesaja 10:18→Ezechiël 20:46→Openbaring 9:2→— Zij hebben haar woud afgehouwen, spreekt de HEERE, hoewel het niet is te onderzoeken; want zij zijn meerder dan de sprinkhanen, zodat men hen niet tellen kan.
Zij hebben, zo zie Ik het reeds voor Mij, haar woud afgehouwen, spreekt de HEERE; hoewel (want) het getal der vijanden niet is te onderzoeken: want zij zijn meerder dan de sprinkhanen, zodat men hen niet tellen kan.
KruisverwijzingenJeremia 1:15→Ezechiël 29:1→Jeremia 46:19→Psalmen 137:8→Jeremia 46:11→— De dochter van Egypte is beschaamd; zij is gegeven in de hand des volks van het noorden.
De anders zo trotse en overmoedige dochter van Egypte is beschaamd; zij is gegeven in de hand des volks van het noorden, van de Chaldeën.
KruisverwijzingenJesaja 20:5→Jeremia 43:12→Sefanja 2:11→Exodus 12:12→Ezechiël 32:9→Jesaja 19:1→Jeremia 42:14→Nahum 3:8→— De HEERE der heirscharen, de God Israels, zegt: Ziet, Ik zal bezoeking doen over de menigte van No, en over Farao, en over Egypte, en over haar goden, en over haar koningen, ja, over Farao, en over degenen, die op hem vertrouwen.
De HEERE der heirscharen, de God Israëls, zegt: Ziet, Ik zal met Mijn gericht bezoeking doen over de beide grootste machten, onder wier bescherming en bestuur het land staat, namelijk over de hoogste goden, over Amon, de god der lentezon te No of Thebe, de oude beroemde koningsstad van Opper-Egypte, met ene talrijke, geleerde priesterschap en een beroemd orakel (Nah. 3:8) (in onze overzetting minder juist de menigte van No) 1) en over Faraö en over het gehele land van Egypte, en over al hare andere goden, en over hare koningen), ja over Faraö, en over degenen, die op hem vertrouwen 3), dus ook over de Joden, die van hem hulp tegenover hun vijanden, de Chaldeën, verwachten.
In het Hebr. Hinneni fokeed el-amoon minno. Beter: Ik zal bezoeking doen over Amon van No. Amon was de zonnegod. Zijn tempel stond te Thebe, waar toen een beroemd orakel zich bevond. vele priesters waren aan dien tempel toegevoegd.
Onder deze koningen moet men niet onderkoningen of stadhouders verstaan, de Profeet heeft hier het gehele volk niet alleen van dezen tijd, maar ook van het verledene op het oog, als dat zal gestraft worden. Over alle door Egypte en zijne koningen bedreven zonden wordt nu gericht gehouden; zo treft de straf zowel de goden, als ook in ‘t algemeen de koningen.
Het is goed op den Heere te vertrouwen en zich niet te verlaten op vorsten (Ps. 146). Als zij het beste zullen helpen, leggen zij zich neer en sterven.
KruisverwijzingenJeremia 44:30→Ezechiël 32:11→Ezechiël 29:8→Jeremia 48:47→Jeremia 49:39→— En Ik zal hen geven in de hand dergenen, die hunlieder ziel zoeken, en in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, en in de hand zijner knechten. Maar daarna zal zij bewoond worden als in de dagen van ouds, spreekt de HEERE.
En Ik zal hen geven in de hand dergenen, die hunlieder ziel zoeken, en in de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel, en in de hand zijner knechten. Maar toch zal deze nederlaag en verwoesting, die Ik om uwen afgodendienst en om de verleiding van Mijn volk over u breng, niet het einde van uw volk en rijk zijn, maar daarna, wanneer Mijn rijk in heerlijkheid zal komen, en over alle volken, ook over Egypte zal uitgebreid zijn, zal zij (Egypte) weer in bloeienden toestand komen. Zij zal bewoond worden even als in de dagen van ouds, toen het tot de wijste en gelukkigste en rijkste volken behoorde, spreekt de HEERE, die macht heeft zowel om Zijne bedreigingen als om Zijne beloften te volbrengen. Desgelijks wordt ook aan Moab (Hoofdst. 48:17), aan Ammon (Hoofdst. 49:6) en aan Elam (Hoofdst. 49:39) aan het einde van de aankondiging des gerichts het uitzicht gegeven op ene omkering van hun gevangenis in den laatsten tijd. Over de vervulling van ene profetie van straf over Egypte, vgl. Hoofdst 43:13 .
KruisverwijzingenJesaja 43:5→Jeremia 50:19→Jeremia 30:10→Jeremia 29:14→Jeremia 23:6→Jesaja 41:13→Jeremia 23:3→Ezechiël 39:25→— Maar gij, Mijn knecht Jakob! vrees niet, en ontzet u niet, o Israel! want zie, Ik zal u verlossen uit verre landen, en uw zaad uit het land hunner gevangenis; en Jakob zal wederkomen, en stil en gerust zijn, en niemand zal hem verschrikken.
Ja, met het oordeel der vernietiging zal Ik bezoeken allen, die zich op Faraö’s macht verlaten, in ‘t bijzonder ook de afvallige leden van Mijn volk Israël. Maar a) gij, 1) Mijn knecht) Jakob! Mijn waar verbondsvolk, vrees niet, gelijk Ik u reeds eens (Hoofdst. 30:10 v.) gezegd heb, voor de zware straffen, die Ik over u zal brengen, en ontzet u niet, o Israël, gij echt volk van God! in uw verdrukking. Want zie, Ik zal u wel om uwe ongehoorzaamheid aan de Heidenen ter pijniging overgeven, maar Ik zal u verlossen uit de verre landen, waartoe Ik u moet verstrooien, en uw zaad zal Ik terugbrengen uit het land hunner gevangenis, waarheen Ik u moet verstoten, zo als Ik u vooraf heb verkondigd, en Jakob zal wederkomen in het land zijner vaderen en stil en gerust zijn te midden van alle goederen, die tot tijdelijk en eeuwig geluk kunnen dienen, en niemand zal hem ooit weer verschrikken3) dat het nogmaals van deze goederen en van Mijne genadige gemeenschap zal worden beroofd.
Jes. 41:13; 43:5; 44:1
Nu keert de Profeet het gesprek tot de Israëlieten. Wij hebben gezegd dat hij niet bestemd was tot een leermeester van de profane volken. Derhalve wat hij heeft voorspeld omtrent de profane volken, dat had betrekking op het heil van het volk. Wij hebben nu gezegd, waarom de Profeten hun Godspraken uitbrachten omtrent de oordelen Gods tegen alle volken. Anders toch waren de Israëlieten ontmoedigd geworden, alsof hun conditie slechter was dan die der vreemden. Wat betekent dit? God heeft ons uitverkoren tot zijn bijzonder volk, ondertussen zijn wij enkel ellendig. God heeft zijn gehele gestrengheid over ons uitgestort en ondertussen spaart Hij de ongelovigen. Het zou beter zijn, dat wij door Hem geheel verworpen waren, dewijl het verbond hetwelk Hij met ons heeft opgericht dit slechte meebrengt, dat wij ellendiger zijn dan de anderen. De ellendigen Israëls zouden derhalve tot wanhoop worden gebracht, indien er niet ter rechter tijd een tegemoet komen was geweest. Daarom ook dat andere voorspellen der Profeten, of liever des H. Geestes, die door hen sprak. Wanneer er niets anders was voorspeld dan zouden de oordelen, die God bracht over al hun naburen als met geslotene ogen zijn voorbijgegaan. Indien zij hadden gezwegen over het verderf van Egypte, van de Filistijnen en van de Moabieten, het volk, zo was het als het ware door zorgeloosheid verteerd, zou geen oog hebben gehad voor de oordelen, maar had gemeend dat dit alles als bij toeval had plaats gehad. De Profeten hebben derhalve als in een spiegel de macht Gods aanschouwelijk gemaakt, opdat de Israëlieten zouden weten, dat deze zich uitstrekt tot over geheel de aarde en over de enkele volken. Dit is derhalve de reden waarom de Profeet zich weer wendt tot het uitverkoren volk.
Hier merken we weer de kracht van het verbond. Israël was van den Heere afgeweken. Israël was in ballingschap gezonden. Echter het verbond was niet te niet gegaan. Om des verbonds wille was Jakob nog knecht des Heeren, dewijl er nog een overblijfsel was naar de verkiezing der genade.
Met deze woorden tekent hij de vastheid der genade Gods, alsof hij wilde zeggen, dat daarin niet slechts doorzichtig was, dat Hij het volk ongedeerd uit de ballingschap zou terugbrengen, maar omdat Hij die ellendigen zo zou herstellen, dat bij hen het volle en voortdurende geluk zou bloeien.
KruisverwijzingenJeremia 10:24→Jeremia 4:27→Jeremia 30:11→Psalmen 46:11→Amos 9:8→Jeremia 1:19→Openbaring 3:19→Hebreeën 12:5→— Gij dan Mijn knecht Jakob! vrees niet, spreekt de HEERE; want Ik ben met u; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u gedreven zal hebben, doch met u zal Ik geen voleinding maken, maar u kastijden met mate, en u niet gans onschuldig houden.
Gij dan, Mijn uitverkoren knecht Jakob! door welken Ik Mijn eeuwig raadsbesluit nog wil voleindigen, vrees niet, spreekt de HEERE: want Ik ben met u, om u te troosten en te sterken ook midden in Mijne oordelen en in het land uwer gevangenis; want Ik zal ene voleinding maken met al de Heidenen, waarhenen Ik u om uwer zonden wil gedreven zal hebben, wanneer Mijn tijd der gerichten over hen komt, doch met u, dien Ik van eeuwigheid tot een werktuig van het raadsbesluit Mijner genade verkoren heb, zal Ik, al heeft het ook al den schijn daarvan, gene voleinding maken, maar Ik zal u met roeden der liefde a) kastijden met mate, zo verre het Mijne gerechtigheid en wijsheid eisen, en u niet gans onschuldig houden, maar u reinigen en louteren en tot de beloofde heerlijkheid brengen.
Jer. 10:24; 30:11. Even als in de bedreiging des gerichts aan Babel beloften voor Israël ingelast zijn (Hoofdst. 50:4-7, 19, 20; 51:5 vv. 10, 35 vv. 45, 50), zo is ook deze belofte aan het slot der aankondiging van het zware gericht aan Egypte geplaatst; want Babel en Egypte waren onder de negen volken, wien Jeremia het gericht aankondigde, voor het lot van het rijk Gods het meest betekenend en het rijkst aan invloed. De troost van de vromen in Israël is na deze aankondiging van Egypte’s verwoesting en in ‘t bijzonder van alle plaatsen, waar Joodse volkplantingen waren, geheel op zijne plaats. Dit is ten onrechte door vele geleerde uitleggers miskend, die meenden, dat vs. 27 en 28 uit Jer. 30:10-11, waar zij eveneens worden gelezen, hierheen zouden verdwaald zijn. Integendeel, zij zijn het eigenlijke doel van de gehele voorgaande profetie; zij moeten als citaat vers 20 dit gehele vertroostende hoofdstuk in herinnering brengen, en na het valse vertrouwen op Egypte te niet gedaan te hebben, het ware vertrouwen op den Heere op nieuw levend maken. Alle oude volken zijn ten onder gegaan; Israël, het op ontzettende wijze verstrooide volk, bestaat zonder voorbeeld wonderbaar en onvermengd tot op heden! En wanneer God de anti-christelijk gewordene volken zal richten, dan zal Israël worden wedergebracht, en dan zullen aan hen alle gegevene beloften recht worden vervuld. Nog wacht deze belofte voor Israël op hare volledige vervulling. Nog wacht ook het gericht over den geest der vleselijke wellust, waarvan Egypte de type is, even als over den machtigen geest der verheffing boven alles, wat God en Godsrijk heet, die zich beide midden in de christenheid hoe langer hoe verder uitbreiden, zijne vervulling. Wanneer God reeds het onderste boven keert, en het zich laat aanzien, dat noch het een noch het ander zal blijven, dan moet toch Zijn hoopje behouden worden. De straffen, die den goddelozen ten verderve dienen, strekken den godzaligen ter verbetering. Want van deze neemt Hij de eeuwige straf weg, en de tijdelijke moet hun ook ten voordeel strekken, maar de goddelozen drinken den droesem uit.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Jeremia 46
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
De volgende hoofdstukken vormen een klein boek op zichzelven. De bijzondere delen daarvan zijn misschien op verschillende tijden door den Profeet ontvangen en uitgesproken en nedergeschreven; zij zijn echter bij de rangschikking van het geheel opzettelijk bij elkaar geplaatst en op deze hun plaats gesteld. Deze woorden tegen de Heidenen (Hoofdst. 46-51), zijn ene nadere uiteenzetting van het gericht, dat de Profeet in Hoofdst. 25, kort vóór het optreden van Nebukadnezar, den koning van Babel, in het 4de jaar van Jojakim, aan alle volken en koninkrijken der aarde heeft aangekondigd. De lange rij van volken en volksstammen nabij en verre, dien hij in Hoofdst. 25:17-26 den beker des Goddelijken toorns uit de hand des Heeren reikt, is hier tot het getal van 9 volken beperkt. Hier begint even als daar Egypte, en sluit Babel de rij als de beide hoofdpunten onder de machten, in welke zich de geest der goddeloosheid openbaarde. Tussen beide staan de volken. die ook geografisch tussen hen woonden, en wel zo, dat de Feniciërs met de Filistijnen worden zaamgevat, de verschillende Arabische volksstammen door de namen Kedar en Hazor, de koninkrijken van het noorden door Damascus, die van het oosten door Elam worden voorgesteld. Aan de drie met Israël verwante volken, Moab, Ammon en Edom, wordt elk ene bijzondere voorzegging gewijd. Tot volvoering van dit door Jeremia verkondigde gericht over de Heidenen, had God den koning van Babel bestemd, die in den eerstvolgenden tijd de wereldheerschappij zou bezitten tot op den bepaalden tijd. Na verloop daarvan zou ook Babel bezwijken en voor Israël verlossing en zegen aanbreken, waarin alle volken zouden delen. Dergelijke voorzeggingen over Heidense volken hebben ook Amos, Jesaja en Ezechiël uitgesproken, maar met een ander doel en uit verschillende oogpunten. Aan deze, zo ver zij voor hem lagen, sluit Jeremia zich in zijne aankondigingen aan, terwijl hij hun uitspraken naar de tijdsomstandigheden regelt en verder ontwikkelt. “De gezichtspunten, ” waaruit de geschiedenis der Heidenen door den Profeet beschouwd wordt, zijn de volgende: 1) God de Almachtige, Schepper, de Heilige Israëls, is de Heere, die de lotgevallen van alle volken bestuurt; 2) de Heere straft de volken om hun zonden, maar ontfermt Zich ook weer over hen, en wil Zijne heerlijkheid aan hen openbaren, 3) Hij straft in ‘t bijzonder de trotse Heidenen, die met Zijnen naam spotten, die Zijn volk verleiden en verdrukken, en zal Israël na alle welverdiende straffen wreken en redden. “
Het woord des HEEREN, dat tot den Profeet Jeremia geschied is, tegen de Heidenen, 2. Ia. Vs. 2-12. het eerste volk, tegen hetwelk zich Jeremia wendt, is Egypte, dat trots op eigen macht, Gods volk tot vertrouwen op vleselijke macht verleidt. Het zijn twee voorzeggingen, die de Profeet tegen Egypte uitspreekt: de eerste, vs. 2-12, in het 4de jaar van Jojakim tegen Faraö Necho, die toen als mededinger der Chaldeën, zijn rijk tot aan den Eufraat uitbreidde en de vroeger bezette stad Karchemis (Circesium) bij de zamenvloeiing van Eufraat en Chahoras, door een leger tegen de Chaldeën zocht te verdedigen, maar geslagen werd, en kort daarop de veroverde provincies verloor (2 Kon 23:29. 2 Kron. 35:20 Deze nederlaag van het Egyptische leger bij Karchemis wordt hier geprofeteerd en uitvoerig geschilderd, en wel zo, dat in de eerste strofe (vs. 3-6), eerst de krijgslieden worden vermaand, om zich voor den slag gereed te maken, vervolgens de nederlaag en ontzaglijke vlucht met opgaaf van de plaats van den slag, geschilderd wordt. In de tweede strofe (vs. 7-12), wordt eveneens de gehele gang van den strijd van het begin tot aan het einde in zijne hoofdtrekken en wel met bepaald Egyptische kleuren geschilderd, maar de nederlaag bepaald als een door God over Egypte beschikt oordeel aangewezen. Boven deze voorzegging is in vs. 2 een geschiedkundig opschrift gesteld, dat natuurlijk eerst, toen de profetie vervuld en door den Profeet geboekt was, is vervaardigd.
Wat in het volgende hoofdstuk voorkomt, is het woord der bedreiging Gods tegen Egypte; en wel in de eerste plaats tegen het heir van Faraö Necho II, den zoon van Psammetichus I, uit de 25ste Dynastie, van 614-598 v. C. koning van Egypte (2 Kon. 23:29. 2 Kron. 35:20). Toen het bericht was gekomen dat Ninevé (door Cyaxares en Nabopolassar werd belegerd, en het Assyrische rijk op het punt was van in elkaar te storten, dacht hij voor Egypte een groot gedeelte van het rijk te zullen verkrijgen en zijne heerschappij tot aan den Eufraat uit te breiden. Hij landde te Acco, sloeg den koning Josia bij Megiddo en doodde hem. Hij stelde Jojakim als onderworpen koning aan, en rukte verder naar het Oosten, om ene vaste plaats in te nemen. Nu verhief Jeremia zijn woord tegen dat heir, dat aan de rivier Frath bij Karchemis, ene vesting op een schiereiland was, dat gevormd werd door den Eufraat en den Chaboras, en tegenwoordig Abu-Psera wordt genoemd, dat echter Nebukadnezar, de koning van Babel, die toen, in plaats van zijnen zieken vader Nabopolasser, het opperbevel over het leger op zich had genomen, maar die eerst in het volgende jaar 605 koning werd, sloeg, en uit Syrië en Palestina naar Egypte terugdreef, in het vierde jaar van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda, d. i. in het jaar 600 v. C. (zie Hoofdst. 25:1).
Rust het kleine schild en de rondas toe, het grote schild, dat het gehele lichaam bedekt (1 Kon. 10:17), en nadert tot den strijd, gij tot den oorlog bestemde krijgslieden van Egypte!
Spant de paarden aan de krijgswagenen, gij wagenmenners, en klimt op uwe paarden, gij ruiters! en stelt u met helmen; a) vaagt, scherpt de spiesen, trekt de pantsers aan, opdat gij tot den strijd moogt toegerust zijn, gij knechten!
Jer. 51:11.
Ziet, wel uitgerust trekt het Egyptische leger tot den slag! Maar waarom zie ik, dat zij, die zo moedig uittrokken, op eens versaagd en achterwaarts gedreven zijn. Wat is de oorzaak? Ziet! zelfs hun helden, die anders geen gevaar vreesden, zijn verslagen van schrik, en nemen de vlucht, en zien niet om. Er is schrik van rondom, spreekt de HEERE, ter beantwoording mijner vraag.
De snelle ontvliede niet, en de held ontkome niet. Tegen het noorden, aan den oever der rivier Frath zie ik ze reeds in den geest overwonnen; daar zijn zij gestruikeld en gevallen! Het is waarschijnlijk, dat Jeremia deze profetie kort vóór den slag bij Circesium uitsprak, toen Faraö Necho weer koning Josia had overwonnen en zich bij den Chaboras had gelegerd. Want het is voornamelijk de nederlaag van de Egyptische wereldmacht door Nebukadnezar, waarop zijne profetie doelt. Toen de Profeet vernam, dat het Egyptische leger aan den Eufraat bij Karchemis zich had gelegerd, erkende hij aanstonds de betekenis dier stelling. Hij wist, dat nu een treffen van de zuidelijke, en de noordelijke wereldmacht onvermijdelijk was, dat daar aan den Eufraat het lot der wereld voor de naast bijzijnde toekomst moest worden beslist. Egypte aan den Eufraat! Dat was de noodlottige vereniging, die hem tot het profetische woord drong.
Wie is deze, die met geweldige legerscharen optrekt als een stroom, als de Nijl, die buiten de oevers gaat en het gehele land overstroomt, wiens wateren zich bewegen en ruisen als de rivieren, als de golven van den Nijl.
Egypte trekt op als een stroom, alles met zijne legers bedekkende, en zijne wateren bewegen zich als de rivieren; en hij zegt: Ik zal optrekken, ik zal de aarde, het land rondom, bedekken; ik zal de stad, de steden, en die daarin wonen, verderven.
Trekt op, gij paarden! en raast, gij beroemde krijgswagens! en laat de in den krijg geoefende helden uittrekken: de Moren of Ethiopiërs; en de Puteërs, de Libiërs, uwe hulptroepen, die het schild zo voortreflijk handelen, en de Lydiërs uit Afrika, die den boog met zoveel juistheid handelen, beter, houden, en spannen(Gen. 10:13, 22. Jes. 66:19. #Isa Ezech. 27:10).
Die ganse voortreflijke krijgsmacht zal u niets baten. Maar deze dag der slachting, tot welken gij genaderd zijt, is de dag des Heeren, des HEEREN der heirscharen, dien Hij naar Zijnen voorbedachten raad heeft gemaakt en doen komen. Het is een dag der wrake, dat Hij Zich wreke van Zijne wederpartijders, tot welke gij Egyptenaren van vroegen tijd af, tot op den dag dat gij den vromen koning Josia hebt gedood, Joahaz hebt weggesleept, en Jojakin, hebt aangesteld, behoord hebt; en het zwaardvan Nebukadnezar zal Gods vijanden vreten, en verzadigd, en dronken worden van hun bloed: want de Heere HEERE der heirscharen heeft een slachtoffer in het land van het noorden, aan de rivier Frath, opdat Hij die zware schuld verzoene (Jes. 34:6). Jeremia beschrijft nauwkeurig de statige en prachtige krijgstoerusting der Egyptenaars, om des te beter aan te tonen, hoe Gods arm, wanneer Hij wil straffen, op gene menselijke macht acht slaat. Het is nodig dit tot ons te zeggen, die zozeer aan het uitwendige en zichtbare blijven hangen, en de overwinning alleen van de zichtbare macht verwachten. Dat wekke onzen moed op, wanneer het schijnt, dat de vijanden der kerk overwinnen; want voor den Heere moeten zij spoedig vluchten. Hoe groter de hoogmoed en het vertrouwen op de overwinning bij de Egyptenaars was, des te meer werd Gods macht aan hen verheerlijkt, die hen nederwierp, en Gods gerechtigheid, die hen strafte. In deze en de volgende voorzeggingen zien wij de waarheid van het woord, dat aan het begin van het Boek staat: (Hoofdst. 1:10): Ziet, Ik stel u te dezen dage over de volken en over de koninkrijken. om uit te rukken en af te breken, en te verderven, en te verstoren, om te bouwen ten te planten. Deze wraak des Heeren over de Egyptenaars wordt hier vergeleken bij een geheimzinnigen maaltijd, waarin God wordt aangemerkt als de Gastheer, de Egyptenaars komen voor als de spijs, de Chaldeën als de gasten, die genodigd werden om deze spijs te eten. Het is nu als de dag der wrake voor Egypte. Egypte heeft zich zwaar bezondigd tegen des Heeren volk en Zijn erfdeel. Niet alleen nu maar al de eeuwen door, en daarom zal het een verschrikkelijke dag voor Egypte zijn. Het zal zo geslagen worden dat er geen heling, geen genezing mogelijk is.
Ga henen op naar het kruidrijke land (Hoofdst. 8:22), naar Gilead, en haal u genezenden balsemvoor den zwaren, dodelijken slag, dien gij van den Heere door Zijnen knecht Nebukadnezar bij Karchemis ontvangen hebt, gij jonkvrouw, tot hiertoe nog onverwonnene dochter van Egypte! Te vergeefs vermenigvuldigt gij de medicijnen; er is gene heling voor u.
Gij zijt nu beroofd van uwen maagdom. De volken hebben uwe schande gehoord, en het land, de aarde, is vol van uw gekrijt over den geleden smaad; want zij hebben zich gestoten, held tegen held; 1) zij zijn beide te zamen gevallen, zo verschrikkelijk en verward zal uwe vlucht zijn.
In het Hebr. Ki gibboor begibboor kaschaloe. Beter: Want held over held zijn gestruikeld. n. l. in het vluchten, op de vlucht. De helden zijn gevallen. Egypte’s leger is totaal vernietigd, daarom was er geen balsem voor hen. Ditzelfde wordt in vs. 16a bijna letterlijk herhaald. 13. Ib. Vs. 13-28. De tweede profetie over Egypte, niet zeer lang na de eerste, en dus niet lang na den slag bij Karchemis ontvangen, verkondigt volgens het opschrift (vs. 13), de verovering van het land door Nebukadnezar, den koning van Babylon. Deze profetie is dezelfde. die Jeremia ook aan de in Zuid-Egypte verzamelde Joden in Hoofdst. 43:8 vv. verkondigde, zodat deze laatste aankondiging waarschijnlijk slechts ene vernieuwing geweest is van onze profetie, bijzonder naar de omstandigheden aldaar voor de Joden. Ook deze rede splitst zich in twee strofen (vs. 14-19 en 20-26), waarbij vervolgens in vs. 27 en 28 nog een troostwoord voor Israël wordt gevoegd. De gang der gedachten is de volgende: Egypte moge zich toerusten, zijne macht zal toch geen stand houden, en de volken, die bondgenoten zijn zullen vlieden (vs. 14-16). Faraö’s ondergang is zeker; de vijand zal komen met macht, en geheel Egypte in ene woestijn veranderen (vs. 17-19). De verderver komt van het Noorden, de huurlingen vlieden, en de vijanden houden het ontelbare menschenwoud neer (vs. 20-23). Egypte wordt in de hand van het volk uit het Noorden gegeven, want de Heere zal goden, vorsten en volk straffen, en Egypte aan den koning van Babel overgeven; eens zal echter Egypte weer bewoond worden als vroeger (vs. 24-26). Daarentegen behoeft Israël niets te vrezen, want zijn God zal het uit de ballingschap terugvoeren (vs. 27 en 28). Dat hier over Egypte twee profetieën worden uitgesproken, meer dan over de naburige volken, kan ons bij de veel hogere betekenis van Egypte voor het rijk van God niet bevreemden.
Het woord, 1) dat de HEERE tot den Profeet Jeremia sprak, enigen tijd na het eerste woord der profetie omtrent de nederlaag van Egypte aan den Eufraat, van de aankomst van Nebukadnezar, den koning van Babel, om Egypteland te slaan.
Vs. 3-12 is niet een bloot overwinningslied, over de reeds plaats gehad hebbende nederlaag, gehouden, maar een profetie van de nederlaag, die zou plaats hebben, waartoe de Profeet nog een tweede voorspelling voegt, waarin hij Egypte ook de verwoesting van zijn land vooruit verkondigt, zodat over Egypte meer als over de naburige landen is voorspeld, wijl Egypte voor de theokratie veel groter gewicht had als het land der Filistijnen, Moab, enz.
Verkondigt, gij bewoners der grenzen! in Egypte, en doet het horen te Migdol, de naast bijliggende stad aan de noordelijke grenzen; doet het ook horen te Nof of Memfis, de noordelijke hoofdstad van het rijk, en te Tachpanhes, of Daphne aan den Pelusischen arm van den Nijl (Hoofdst. 2:16; 44:1), zegt: Stelt er u naar, dat gij u verdedigt, o Egypte! en maakt u gereed, want het zwaard van den vijand heeft verteerd 1) wat van rijken en landen in het noorden rondom is, als Juda, Filistea en Edom.
Hieruit kan niet worden besloten, dat onze profetie eerst na de verwoesting van Jeruzalem zou zijn uitgesproken; want reeds in het eerste jaar van den slag bij Karchemis kon men spreken als hier, daar Nebukadnezar dadelijk na den slag de Egyptenaars tot aan de grenzen van hun land vervolgde, en alleen daarom toen niet verder doordrong en in Egypte inviel, omdat het bericht omtrent den dood zijns vaders, Nabopolassar, hem naar Babylon terugriep, opdat hij zich van de heerschappij mocht verzekeren. Maar reeds toen heette het in 2 Kon. 24:7 : de koning van Babel had van de rivier van Egypte af tot aan de rivier Frath ingenomen, al wat van den koning van Egypte was.
Maar wat zie ik? Waarom zijn uwe sterken, uw koning met zijne vorsten weggeveegd? Zij stonden niet tegen den vijand, omdat hen de HEERE voortdreef, daarom was hun tegenstand te vergeefs.
Hij maakt der struikelenden vele; ja de een dergenen, die het land moesten verdedigen, viel op den ander, zodat zij, die als vreemdelingen in het land wonen, hetzij als kooplieden, hetzij als huur- of hulptroepen, zeiden: Staat op en laat ons wederkeren tot ons volk, en tot het land onzer geboorte, vanwege het verdrukkende zwaard 1) des machtigen veroveraars, die tegen Egypte optrekt. Wat zullen wij te vergeefs ons leven prijs geven, daar de tegenstand toch zonder gevolg is.
Hij sprak hun van het verwoestende zwaard, hetwelk reeds dronken was van veel bloed en hetwelk vele slagen had uitgedeeld. Doch hij verstaat er onder de zwaarden van de soldaten van Nebukadnezar. Sommigen vertalen ook van ‘t treurig stemmend zwaard, maar die uitlegging schijnt mij te flauw te zijn. Zij zeggen derhalve: Dewijl we reeds verbroken zijn, en wij zien, dat de vijanden strafloos een hevige slachting aanrichten, is er niets veiliger dan terug te keren tot ons land.
Daar riepen zij te midden der algemene verwoesting en ontzetting: Faraö, de koning van Egypte is maar een gedruis 1); er is niets van hem tegen de vijanden te verwachten; hij heeft den gezetten tijd laten voorbijgaan, 2) hij heeft den tijd, hem door den Heere na de nederlaag bij Karchemis gegund, toen Nebukadnezar niet dadelijk zijn land veroverde, verzuimd, zonder iets te beproeven om zijn ongeluk af te wenden.
In plaats van in die nederlaag een oordeel Gods te zien, wekte Faraö door herhaalde aanvallen op de Chaldeeuwse macht den toorn van Nebukadnezar op, en veroorzaakte alzo zelf zijnen ondergang. In het Hebr. Kareoe schaam Paroh mèlek-mitsraïm schaoon. Beter, zij roepen aldaar: Faraö, de koning van Egypte is verwoesting, d. i. is verloren. Calvijn vertaalt: Zij roepen aldaar: Faraö de koning van Egypte, is ons een koning der verwoesting. Het laatste woord betekent letterlijk, verwoesting. Men had gedacht dat het leger van Egypte sterk genoeg was en de koning krijgsmanswijsheid genoeg bezat, om tegen Babel op te trekken en hen te overwinnen, maar het bleek nu dat hij niet bestand was en zijn leger niet berekend tegen den machtigen Nebukadnezar. Waarom niet? Dewijl hij den Heere tegen had en het in diens Raad was besloten Egypte te tuchtigen.
Het gezegde heeft de gedaante van een spreekwoord, waarvan de zin te dezer plaatse is, wij willen gene verraders dienen, die slechts een burgerkrijg en de verwarring der tijden hun gezag verschuldigd zijn. De bestemde tijd is dan de tijd, voor welken zij in dienst en soldij van Egypte waren overgegaan, ‘t geen men thans de capitulatie van vreemde hulptroepen noemt. De geloofwaardigste der oude geschiedschrijvers aangaande de zaken van Egypte, Herodotus, bericht ons, dat Apriës in den strijd tegen Amasis zich voornamelijk van zulke benden bediende, dat zij den koning dapperlijk verdedigden, maar voor de overmacht zwichten moesten. In het woord dat zij, ten minste diegenen onder hen, die in vs. 9 genoemd worden, Amasis niet helpen wilden tegen den gevreesden Nebukadnezar, maar naar hun land terugtrokken en uit hoofde van het gebeurde zich niet langer gehouden rekenden aan het vervullen van hunnen overigen diensttijd, en dat dit een der redenen was van Nebukadnezars gemakkelijke zegepraal? Anders: “Farao de koning van Egypte, is verloren. Of hij (Faraö) heeft zijnen tijd laten voorbijgaan. ” Men kan echter niet ontkennen, dat de plaats duister blijft en men naar den zin slechts raden kan.
Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Koning, de ware Koning die in de eeuwigheid troont (Ps. 29:10), wiens naam is HEERE der heirscharen: hij, Mijn uitverkoren werktuig tot uitoefening van het gericht over Faraö, den koning van Babel, zal voorzekertegen Egypte optrekken, hoog verheven boven alle andere aardse machten, als Thabor onder de bergen van den kleinen Hermon, en als Karmel bij de zee, die ongeveer 500 voet zich boven de zee verheft (1 (Kon. 18:20), zal hij aankomen. 1)
Onder de bergen van het Joodse land, waren Thabor en Karmel niet van de minst beroemde. Thabor lag in de vlakte van Jizreël aan den oorsprong der beek Kison, op de Noordelijke grenzen van den stam Issaschar; deze berg is zeer hoog en boven al de omliggende bergen van Galilea ver weg verheven. Karmel lag aan de Middellandse zee, daarom hier nader beschreven als Karmel aan de zee, in onderscheiding van Juda. (Joz. 15:55). De hier bedoelde berg was zeer beroemd, niet alleen om zijne hoogte, maar om de ongemene vruchtbaarheid, (vgl. Jes. 35:2). Bij deze bergen nu wordt de komst van Nebukadnezar in Egypte vergeleken: Hij zal voor ieder als Thabor en Karmel aankomen, enz. dat is met één woord te zeggen: Gelijk Thabor en Karmel, boven al de bergen van het Joodse land uitsteken, evenzo zal ook de macht van Nebukadnezar, wanneer hij tegen Egypte optrekt, boven die van Faraö uitmunten. In vs. 18 wordt de bedreiging (vs. 17) positief vastgesteld. Met een eed kondigt de Heere het komen van de verwoesting over Egypte aan. Zoals de over alle naburige bergen zich verheffende Thabor en gelijk de als van een hogen wachttoren in de zee blikkende Karmel, zo zal hij komen, n. l. hij, van wien de verwoesting van Egypte uitgaat, de koning van Babel. Het punt van vergelijking vormt de alle andere koningen overtreffende macht van Nebukadnezar. Thabor heeft den vorm van een afgebroken kegel. De top verheft zich 1350 voet boven de vlakte of 1805 boven de vlakte der zee. De berg Karmel strekt zich over 3 mijlen uit.
Maak voor u gereedschap der gevankelijke wegvoering, bereid u daarop voor, gij inwoneres des lands, gij dochter van Egypte! want Nof, Memfis, de hoofdstad van het land, zal ter verwoesting worden, en zal verbrand worden, dat er niemand in wone, dan zult ook gij in het land der verbanning moeten gaan.
Egypte is nu ene zeer schone vaarze, in een vruchtbaar land, goed en rijkelijk gevoed, maar de slachter 1) komt, hij komt van het noorden, die zal Egypte slachten.
Liever: “de horzel. ” “Het schijnt, dat door het Hebreeuwse woord zodanig een insekt wordt aangeduid, welks steek het vee niet verdragen kan, en het radeloos door velden en weiden doet lopen. Dit woord komt slechts eenmaal voor in de H. S. en wordt op onderscheidene wijze vertaald. Onze Staten-Overzetters vertalen door, slachter. Anderen zoals Ewald door, walvis. Weer anderen zoals Gesenius en Umbreit in navolging van de Rabbijnen door, verderf. Anderen zoals Hitzig door horzel. Met vs. 20 begint de Profeet tegen Egypte als op nieuw om onder nieuwe beelden, de verwoesting van Egypte te schilderen. En dat om daarmee te doen uitkomen dat het kwaad over dat land ten volle besloten is. Om derhalve bij Israël alle vertrouwen op dat land weg te nemen.
Zelfs hare gehuurden, die zo talrijk in haar middenwonen, zijn als gemeste kalveren, welgevoed; maar die hebben zich ook gewend; zij zijn te zamen gevlucht, zij hebben niet gestaan, geen stand gehouden: want de dag huns verderfs is over hen gekomen, de tijd hunnerrechtvaardige, goddelijke bezoeking. De Egyptische krijgstroepen bestonden toen ten dele uit hulptroepen als de Libiërs en Lydiërs (vs. 9), ten dele uit huurtroepen, in zonderheid Kariërs en Ioniërs, met welke Psammetichus de heerschappij over geheel Egypte had verworven. Zij waren in bijzondere dorpen van krijgslieden tussen Bubastis en Pelusium aan beide oevers van den oostelijken arm van den Nijl gevestigd en werden zeer in achting gehouden, daar de koningen op hen vertrouwden.
Hare stem, de stem der dochter van Egypte, daar zij diep gebogen op den grond ligt kermende en steunende, zal gaan zal gelijken op het geschuifel als van ene slang, niet meer als van ene vaarze, maar sissende en schuifelende, gelijk ene, die van vrees nauwelijks geluid kan geven: want zij (hare vijanden) zullen met krijgsmacht daarhenen trekken, en tot haar met bijlen komen, gelijk houthouwers, om het bos van Egyptenaren neer te houwen.
Zij hebben, zo zie Ik het reeds voor Mij, haar woud afgehouwen, spreekt de HEERE; hoewel (want) het getal der vijanden niet is te onderzoeken: want zij zijn meerder dan de sprinkhanen, zodat men hen niet tellen kan.
De anders zo trotse en overmoedige dochter van Egypte is beschaamd; zij is gegeven in de hand des volks van het noorden, van de Chaldeën.
De HEERE der heirscharen, de God Israëls, zegt: Ziet, Ik zal met Mijn gericht bezoeking doen over de beide grootste machten, onder wier bescherming en bestuur het land staat, namelijk over de hoogste goden, over Amon, de god der lentezon te No of Thebe, de oude beroemde koningsstad van Opper-Egypte, met ene talrijke, geleerde priesterschap en een beroemd orakel (Nah. 3:8) (in onze overzetting minder juist de menigte van No) 1) en over Faraö en over het gehele land van Egypte, en over al hare andere goden, en over hare koningen), ja over Faraö, en over degenen, die op hem vertrouwen 3), dus ook over de Joden, die van hem hulp tegenover hun vijanden, de Chaldeën, verwachten.
In het Hebr. Hinneni fokeed el-amoon minno. Beter: Ik zal bezoeking doen over Amon van No. Amon was de zonnegod. Zijn tempel stond te Thebe, waar toen een beroemd orakel zich bevond. vele priesters waren aan dien tempel toegevoegd.
Onder deze koningen moet men niet onderkoningen of stadhouders verstaan, de Profeet heeft hier het gehele volk niet alleen van dezen tijd, maar ook van het verledene op het oog, als dat zal gestraft worden. Over alle door Egypte en zijne koningen bedreven zonden wordt nu gericht gehouden; zo treft de straf zowel de goden, als ook in ‘t algemeen de koningen.
Het is goed op den Heere te vertrouwen en zich niet te verlaten op vorsten (Ps. 146). Als zij het beste zullen helpen, leggen zij zich neer en sterven.
En Ik zal hen geven in de hand dergenen, die hunlieder ziel zoeken, en in de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel, en in de hand zijner knechten. Maar toch zal deze nederlaag en verwoesting, die Ik om uwen afgodendienst en om de verleiding van Mijn volk over u breng, niet het einde van uw volk en rijk zijn, maar daarna, wanneer Mijn rijk in heerlijkheid zal komen, en over alle volken, ook over Egypte zal uitgebreid zijn, zal zij (Egypte) weer in bloeienden toestand komen. Zij zal bewoond worden even als in de dagen van ouds, toen het tot de wijste en gelukkigste en rijkste volken behoorde, spreekt de HEERE, die macht heeft zowel om Zijne bedreigingen als om Zijne beloften te volbrengen. Desgelijks wordt ook aan Moab (Hoofdst. 48:17), aan Ammon (Hoofdst. 49:6) en aan Elam (Hoofdst. 49:39) aan het einde van de aankondiging des gerichts het uitzicht gegeven op ene omkering van hun gevangenis in den laatsten tijd. Over de vervulling van ene profetie van straf over Egypte, vgl. Hoofdst 43:13 .
Ja, met het oordeel der vernietiging zal Ik bezoeken allen, die zich op Faraö’s macht verlaten, in ‘t bijzonder ook de afvallige leden van Mijn volk Israël. Maar a) gij, 1) Mijn knecht) Jakob! Mijn waar verbondsvolk, vrees niet, gelijk Ik u reeds eens (Hoofdst. 30:10 v.) gezegd heb, voor de zware straffen, die Ik over u zal brengen, en ontzet u niet, o Israël, gij echt volk van God! in uw verdrukking. Want zie, Ik zal u wel om uwe ongehoorzaamheid aan de Heidenen ter pijniging overgeven, maar Ik zal u verlossen uit de verre landen, waartoe Ik u moet verstrooien, en uw zaad zal Ik terugbrengen uit het land hunner gevangenis, waarheen Ik u moet verstoten, zo als Ik u vooraf heb verkondigd, en Jakob zal wederkomen in het land zijner vaderen en stil en gerust zijn te midden van alle goederen, die tot tijdelijk en eeuwig geluk kunnen dienen, en niemand zal hem ooit weer verschrikken3) dat het nogmaals van deze goederen en van Mijne genadige gemeenschap zal worden beroofd.
Jes. 41:13; 43:5; 44:1
Nu keert de Profeet het gesprek tot de Israëlieten. Wij hebben gezegd dat hij niet bestemd was tot een leermeester van de profane volken. Derhalve wat hij heeft voorspeld omtrent de profane volken, dat had betrekking op het heil van het volk. Wij hebben nu gezegd, waarom de Profeten hun Godspraken uitbrachten omtrent de oordelen Gods tegen alle volken. Anders toch waren de Israëlieten ontmoedigd geworden, alsof hun conditie slechter was dan die der vreemden. Wat betekent dit? God heeft ons uitverkoren tot zijn bijzonder volk, ondertussen zijn wij enkel ellendig. God heeft zijn gehele gestrengheid over ons uitgestort en ondertussen spaart Hij de ongelovigen. Het zou beter zijn, dat wij door Hem geheel verworpen waren, dewijl het verbond hetwelk Hij met ons heeft opgericht dit slechte meebrengt, dat wij ellendiger zijn dan de anderen. De ellendigen Israëls zouden derhalve tot wanhoop worden gebracht, indien er niet ter rechter tijd een tegemoet komen was geweest. Daarom ook dat andere voorspellen der Profeten, of liever des H. Geestes, die door hen sprak. Wanneer er niets anders was voorspeld dan zouden de oordelen, die God bracht over al hun naburen als met geslotene ogen zijn voorbijgegaan. Indien zij hadden gezwegen over het verderf van Egypte, van de Filistijnen en van de Moabieten, het volk, zo was het als het ware door zorgeloosheid verteerd, zou geen oog hebben gehad voor de oordelen, maar had gemeend dat dit alles als bij toeval had plaats gehad. De Profeten hebben derhalve als in een spiegel de macht Gods aanschouwelijk gemaakt, opdat de Israëlieten zouden weten, dat deze zich uitstrekt tot over geheel de aarde en over de enkele volken. Dit is derhalve de reden waarom de Profeet zich weer wendt tot het uitverkoren volk.
Hier merken we weer de kracht van het verbond. Israël was van den Heere afgeweken. Israël was in ballingschap gezonden. Echter het verbond was niet te niet gegaan. Om des verbonds wille was Jakob nog knecht des Heeren, dewijl er nog een overblijfsel was naar de verkiezing der genade.
Met deze woorden tekent hij de vastheid der genade Gods, alsof hij wilde zeggen, dat daarin niet slechts doorzichtig was, dat Hij het volk ongedeerd uit de ballingschap zou terugbrengen, maar omdat Hij die ellendigen zo zou herstellen, dat bij hen het volle en voortdurende geluk zou bloeien.
Gij dan, Mijn uitverkoren knecht Jakob! door welken Ik Mijn eeuwig raadsbesluit nog wil voleindigen, vrees niet, spreekt de HEERE: want Ik ben met u, om u te troosten en te sterken ook midden in Mijne oordelen en in het land uwer gevangenis; want Ik zal ene voleinding maken met al de Heidenen, waarhenen Ik u om uwer zonden wil gedreven zal hebben, wanneer Mijn tijd der gerichten over hen komt, doch met u, dien Ik van eeuwigheid tot een werktuig van het raadsbesluit Mijner genade verkoren heb, zal Ik, al heeft het ook al den schijn daarvan, gene voleinding maken, maar Ik zal u met roeden der liefde a) kastijden met mate, zo verre het Mijne gerechtigheid en wijsheid eisen, en u niet gans onschuldig houden, maar u reinigen en louteren en tot de beloofde heerlijkheid brengen.
Jer. 10:24; 30:11. Even als in de bedreiging des gerichts aan Babel beloften voor Israël ingelast zijn (Hoofdst. 50:4-7, 19, 20; 51:5 vv. 10, 35 vv. 45, 50), zo is ook deze belofte aan het slot der aankondiging van het zware gericht aan Egypte geplaatst; want Babel en Egypte waren onder de negen volken, wien Jeremia het gericht aankondigde, voor het lot van het rijk Gods het meest betekenend en het rijkst aan invloed. De troost van de vromen in Israël is na deze aankondiging van Egypte’s verwoesting en in ‘t bijzonder van alle plaatsen, waar Joodse volkplantingen waren, geheel op zijne plaats. Dit is ten onrechte door vele geleerde uitleggers miskend, die meenden, dat vs. 27 en 28 uit Jer. 30:10-11, waar zij eveneens worden gelezen, hierheen zouden verdwaald zijn. Integendeel, zij zijn het eigenlijke doel van de gehele voorgaande profetie; zij moeten als citaat vers 20 dit gehele vertroostende hoofdstuk in herinnering brengen, en na het valse vertrouwen op Egypte te niet gedaan te hebben, het ware vertrouwen op den Heere op nieuw levend maken. Alle oude volken zijn ten onder gegaan; Israël, het op ontzettende wijze verstrooide volk, bestaat zonder voorbeeld wonderbaar en onvermengd tot op heden! En wanneer God de anti-christelijk gewordene volken zal richten, dan zal Israël worden wedergebracht, en dan zullen aan hen alle gegevene beloften recht worden vervuld. Nog wacht deze belofte voor Israël op hare volledige vervulling. Nog wacht ook het gericht over den geest der vleselijke wellust, waarvan Egypte de type is, even als over den machtigen geest der verheffing boven alles, wat God en Godsrijk heet, die zich beide midden in de christenheid hoe langer hoe verder uitbreiden, zijne vervulling. Wanneer God reeds het onderste boven keert, en het zich laat aanzien, dat noch het een noch het ander zal blijven, dan moet toch Zijn hoopje behouden worden. De straffen, die den goddelozen ten verderve dienen, strekken den godzaligen ter verbetering. Want van deze neemt Hij de eeuwige straf weg, en de tijdelijke moet hun ook ten voordeel strekken, maar de goddelozen drinken den droesem uit.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel