Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Het woord, dat tot Jeremia geschiedde aan al de Joden, die in Egypteland woonden, die te Migdol woonden, en te Tachpanhes, en te Nof, en in het land Pathros, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Het woordH1697, datH834totH413JeremiaH3414geschieddeH1961aanH413alH3605 de JodenH3064, die in EgyptelandH776woondenH3427, die te MigdolH4024woondenH3427, en te TachpanhesH8471, en te NofH5297, en in het landH776PathrosH6624, zeggendeH559:Het woord, dat tot Jeremia geschiedde aan al de Joden, die in Egypteland woonden, die te Migdol woonden, en te Tachpanhes, en te Nof, en in het land Pathros, zeggende:
KJVThe word1that came to Jeremiah5concerning all the Jews8which dwell9in the land10of Egypt,11which dwell12at Migdol,13and at Tahpanhes,14and at Noph,15and in the country16of Pathros,17saying,
1הַדָּבָר֙H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work2אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3הָיָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5יִרְמְיָ֔הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah6אֶ֚לH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8הַיְּהוּדִ֔יםH3064Joden, Jood, JoodsJew9הַיֹּשְׁבִ֖יםH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry10בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim12הַיֹּשְׁבִ֤יםH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry13בְּמִגְדֹּל֙H4024Migdol, toren, TorenMigdol, tower14וּבְתַחְפַּנְחֵ֣סH8471TachpanhesTahapanes, Tahpanhes, Tehaphnehes15וּבְנֹ֔ףH5297NofNoph16וּבְאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17פַּתְר֖וֹסH6624PathrosPathros18לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
2Alzo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Gij hebt gezien al het kwaad, dat Ik gebracht heb over Jeruzalem en over alle steden van Juda; en ziet, zij zijn een woestheid te deze dage, en niemand woont daarin;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2AlzoH3541zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, de GodH430IsraelsH3478: GijH859 hebt gezienH7200alH3605 het kwaadH7451, dat Ik gebrachtH935 heb overH5921JeruzalemH3389 en overH5921alleH3605stedenH5892 van JudaH3063; en ziet, zij zijn een woestheidH2723 te dezeH2088dageH3117, en niemandH369woontH3427 daarin;Alzo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Gij hebt gezien al het kwaad, dat Ik gebracht heb over Jeruzalem en over alle steden van Juda; en ziet, zij zijn een woestheid te deze dage, en niemand woont daarin;
KJVThus saith2the LORD3of hosts,4the God5of Israel;6Ye have seen8all the evil11that I have brought13upon Jerusalem,15and upon all the cities18of Judah;19and, behold, this day22they are a desolation,21and no man dwelleth
1כֹּהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֞רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4צְבָאוֹת֙H6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)5אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7אַתֶּ֣םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you8רְאִיתֶ֗םH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions9אֵ֤תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11הָֽרָעָה֙H7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)12אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13הֵבֵ֨אתִי֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15יְר֣וּשָׁלִַ֔םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem16וְעַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18עָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town19יְהוּדָ֑הH3063JudaJudah20וְהִנָּ֤םH2005ziet, ziebehold, if, lo, though21חָרְבָּה֙H2723woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsendecayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place)22הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger23הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)24וְאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)25בָּהֶ֖ם26יוֹשֵֽׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry
3Vanwege hun boosheid, die zij gedaan hebben, om Mij te tergen, gaande om te roken en andere goden te dienen, die zij niet kenden, zij, gij, noch uw vaders.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3VanwegeH6440 hun boosheidH7451, die zij gedaanH6213 hebben, om Mij te tergenH3707, gaandeH3212 om te rokenH6999 en andere godenH430 te dienenH5647, die zij nietH3808kendenH3045, zijH1992, gijH859, noch uw vadersH1.Vanwege hun boosheid, die zij gedaan hebben, om Mij te tergen, gaande om te roken en andere goden te dienen, die zij niet kenden, zij, gij, noch uw vaders.
KJVBecause1of their wickedness2which they have committed4to provoke me to anger,5in that they went6to burn incense,7and to serve8other10gods,9whom they knew13not, neither they, ye, nor your fathers.
1מִפְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you2רָעָתָ֗םH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)3אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4עָשׂוּ֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5לְהַכְעִסֵ֔נִיH3707toorn verwekken, vertoornen, getergdbe angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth6לָלֶ֣כֶתH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak7לְקַטֵּ֔רH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)8לַעֲבֹ֖דH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,9לֵאלֹהִ֣יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty10אֲחֵרִ֑יםH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange11אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13יְדָע֔וּםH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot14הֵ֖מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye15אַתֶּ֥םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you16וַאֲבֹתֵיכֶֽםH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
4En Ik heb tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende, om te zeggen: Doet toch deze gruwelijke zaak niet, die Ik haat.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En Ik heb totH413 u gezondenH7971alH3605 Mijn knechtenH5650, de profetenH5030, vroegH7925 op zijnde en zendendeH7971, om te zeggenH559: DoetH6213tochH4994dezeH2063gruwelijkeH8441zaakH1697nietH408, dieH834 Ik haatH8130.En Ik heb tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende, om te zeggen: Doet toch deze gruwelijke zaak niet, die Ik haat.
KJVHowbeit I sent1unto you all my servants5the prophets,6rising early7and sending8them, saying,9Oh, do12not this abominable15thing14that I hate.
1וָאֶשְׁלַ֤חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2אֲלֵיכֶם֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5עֲבָדַ֣יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant6הַנְּבִיאִ֔יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet7הַשְׁכֵּ֥יםH7925vroeg, stond, stonden(arise, be up, get (oneself) up, rise up) early (betimes), morning8וְשָׁלֹ֖חַH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)9לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than11נָ֣אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh12תַעֲשׂ֗וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13אֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14דְּבַֽרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work15הַתֹּעֵבָ֥הH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination16הַזֹּ֖אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus17אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18שָׂנֵֽאתִיH8130haat, haten, hatersenemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly
5Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd, om zich van hun boosheid te bekeren, dat zij anderen goden niet roken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Maar zij hebben niet gehoordH8085, nochH3808 hun oorH241geneigdH5186, om zich van hun boosheidH7451 te bekerenH7725, dat zij anderen godenH430 niet rokenH6999.Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd, om zich van hun boosheid te bekeren, dat zij anderen goden niet roken.
KJVBut they hearkened2not, nor inclined4their ear6to turn7from their wickedness,8to burn no incense10unto other12gods.
1וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2שָֽׁמְעוּ֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4הִטּ֣וּH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אָזְנָ֔םH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show7לָשׁ֖וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw8מֵרָֽעָתָ֑םH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)9לְבִלְתִּ֥יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without10קַטֵּ֖רH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)11לֵאלֹהִ֥יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12אֲחֵרִֽיםH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange
6Daarom is Mijn grimmigheid en Mijn toorn uitgestort, en heeft gebrand in de steden van Juda en in de straten van Jeruzalem; zodat zij tot eenzaamheid en tot verwoesting geworden zijn, gelijk het is te dezen dage.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Daarom is Mijn grimmigheidH2534 en Mijn toornH639uitgestortH5413, en heeft gebrandH1197 in de stedenH5892 van JudaH3063 en in de stratenH2351 van JeruzalemH3389; zodat zijH1961 tot eenzaamheidH2723 en tot verwoestingH8077 geworden zijn, gelijk het is te dezenH2088dageH3117.Daarom is Mijn grimmigheid en Mijn toorn uitgestort, en heeft gebrand in de steden van Juda en in de straten van Jeruzalem; zodat zij tot eenzaamheid en tot verwoesting geworden zijn, gelijk het is te dezen dage.
KJVWherefore my fury2and mine anger3was poured forth,1and was kindled4in the cities5of Judah6and in the streets7of Jerusalem;8and they are wasted10and desolate,11as at this day.
1וַתִּתַּ֤ךְH5413uitgestort, uitgegoten, gesmoltendrop, gather (together), melt, pour (forth, out)2חֲמָתִי֙H2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)3וְאַפִּ֔יH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath4וַתִּבְעַר֙H1197wegdoen, branden, aangestokenbe brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste5בְּעָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town6יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah7וּבְחֻצ֖וֹתH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without8יְרֽוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem9וַתִּהְיֶ֛ינָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10לְחָרְבָּ֥הH2723woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsendecayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place)11לִשְׁמָמָ֖הH8077verwoesting, woest, woeste(laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste12כַּיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger13הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
7En nu, zo zegt de HEERE, de God der heirscharen, de God Israels: Waarom doet gij zulk een groot kwaad tegen uw zielen, opdat gij u den man en de vrouw, het kind en den zuigeling uit het midden van Juda uitroeit, opdat gij u geen overblijfsel overlaat?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En nuH6258, zoH3541zegtH559 de HEEREH3068, de GodH430 der heirscharenH6635, de GodH430IsraelsH3478: WaaromH4100doetH6213gijH859 zulk een grootH1419kwaadH7451tegenH413 uw zielenH5315, opdat gij u den manH376 en de vrouwH802, het kindH5768 en den zuigelingH3243 uit het middenH8432 van JudaH3063uitroeitH3772, opdat gij u geen overblijfselH7611overlaatH3498?En nu, zo zegt de HEERE, de God der heirscharen, de God Israels: Waarom doet gij zulk een groot kwaad tegen uw zielen, opdat gij u den man en de vrouw, het kind en den zuigeling uit het midden van Juda uitroeit, opdat gij u geen overblijfsel overlaat?
KJVTherefore now thus saith3the LORD,4the God5of hosts,6the God7of Israel;8Wherefore commit11ye this great13evil12against your souls,15to cut off16from you man18and woman,19child20and suckling,21out22of Judah,23to leave25you none to remain;
1וְעַתָּ֡הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהוָה֩H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֱלֹהֵ֨יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6צְבָא֜וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)7אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9לָמָה֩H4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why10אַתֶּ֨םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you11עֹשִׂ֜יםH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12רָעָ֤הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)13גְדוֹלָה֙H1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15נַפְשֹׁ֣תֵכֶ֔םH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it16לְהַכְרִ֨יתH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want17לָכֶ֧ם18אִישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)19וְאִשָּׁ֛הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English20עוֹלֵ֥לH5768kinderkens, kinderen, kindbabe, (young) child, infant, little one21וְיוֹנֵ֖קH3243zuigen, voedster, zuigelingmilch, nurse(-ing mother), (give, make to) suck(-ing child, -ling)22מִתּ֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)23יְהוּדָ֑הH3063JudaJudah24לְבִלְתִּ֛יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without25הוֹתִ֥ירH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest26לָכֶ֖ם27שְׁאֵרִֽיתH7611overblijfsel, overige, overigenthat had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest
8Tergende Mij door de werken uwer handen, rokende anderen goden in het land van Egypte, alwaar gij gekomen zijt, om daar als vreemdeling te verkeren; opdat gij uzelven uitroeit, en opdat gij wordt tot een vloek, en tot een smaadheid onder alle volken der aarde?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8TergendeH3707 Mij door de werkenH4639 uwer handenH3027, rokendeH6999 anderen godenH430 in het landH776 van EgypteH4714, alwaar gijH859gekomenH935 zijt, om daarH8033 als vreemdeling te verkeren; opdatH4616 gij uzelven uitroeitH3772, en opdatH4616 gij wordt tot een vloekH7045, en tot een smaadheidH2781 onder alleH3605volkenH1471 der aardeH776?Tergende Mij door de werken uwer handen, rokende anderen goden in het land van Egypte, alwaar gij gekomen zijt, om daar als vreemdeling te verkeren; opdat gij uzelven uitroeit, en opdat gij wordt tot een vloek, en tot een smaadheid onder alle volken der aarde?
Ook in dit vers
vreemdeling verkerenH1481
KJVIn that ye provoke me unto wrath1with the works2of your hands,3burning incense4unto other6gods5in the land7of Egypt,8whither ye be gone11to dwell,12that ye might cut yourselves off,15and that ye might be a curse19and a reproach20among all the nations22of the earth?
1לְהַכְעִסֵ֨נִי֙H3707toorn verwekken, vertoornen, getergdbe angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth2בְּמַעֲשֵׂ֣יH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought3יְדֵיכֶ֔םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves4לְקַטֵּ֞רH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)5לֵאלֹהִ֤יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6אֲחֵרִים֙H312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange7בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim9אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10אַתֶּ֥םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you11בָּאִ֖יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12לָג֣וּרH1481vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeertabide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely13שָׁ֑םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither14לְמַ֨עַן֙H4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to15הַכְרִ֣יתH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want16לָכֶ֔ם17וּלְמַ֤עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to18הֱיֽוֹתְכֶם֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use19לִקְלָלָ֣הH7045vloek, vloeken(ac-) curse(-d, -ing)20וּלְחֶרְפָּ֔הH2781smaadheid, smaad, versmaadheidrebuke, reproach(-fully), shame21בְּכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)22גּוֹיֵ֥יH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people23הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
9Hebt gij vergeten de boosheden uwer vaderen, en de boosheden der koningen van Juda, en de boosheden hunner vrouwen, en uw boosheden, en de boosheden uwer vrouwen, die zij gedaan hebben in het land van Juda en in de straten van Jeruzalem?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Hebt gij vergetenH7911 de booshedenH7451 uwer vaderenH1, en de booshedenH7451 der koningenH4428 van JudaH3063, en de booshedenH7451 hunner vrouwenH802, en uw booshedenH7451, en de booshedenH7451 uwer vrouwenH802, dieH834 zij gedaanH6213 hebben in het landH776 van JudaH3063 en in de stratenH2351 van JeruzalemH3389?Hebt gij vergeten de boosheden uwer vaderen, en de boosheden der koningen van Juda, en de boosheden hunner vrouwen, en uw boosheden, en de boosheden uwer vrouwen, die zij gedaan hebben in het land van Juda en in de straten van Jeruzalem?
KJVHave ye forgotten1the wickedness3of your fathers,4and the wickedness6of the kings7of Judah,8and the wickedness10of their wives,11and your own wickedness,13and the wickedness15of your wives,16which they have committed18in the land19of Judah,20and in the streets21of Jerusalem?
1הַֽשְׁכַחְתֶּם֩H7911vergeten, vergeet, vergaten[idiom] at all, (cause to) forget2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3רָע֨וֹתH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)4אֲבוֹתֵיכֶ֜םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6רָע֣וֹתH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)7מַלְכֵ֣יH4428koning, konings, koningenking, royal8יְהוּדָ֗הH3063JudaJudah9וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10רָע֣וֹתH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)11נָשָׁ֔יוH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English12וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13רָעֹ֣תֵכֶ֔םH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)14וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15רָעֹ֣תH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)16נְשֵׁיכֶ֑םH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English17אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18עָשׂוּ֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use19בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world20יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah21וּבְחֻצ֖וֹתH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without22יְרוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
10Zij zijn tot op dezen dag nog niet verbrijzeld van hart, en zij hebben niet gevreesd, noch gewandeld in Mijn wet en in Mijn inzettingen, die Ik voor ulieder aangezicht en voor het aangezicht uwer vaderen gegeven heb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Zij zijn totH5704 op dezenH2088dagH3117 nog nietH3808verbrijzeldH1792 van hart, en zij hebben niet gevreesdH3372, nochH3808gewandeldH1980 in Mijn wetH8451 en in Mijn inzettingenH2708, die Ik voor ulieder aangezichtH6440 en voor het aangezichtH6440 uwer vaderenH1gegevenH5414 heb.Zij zijn tot op dezen dag nog niet verbrijzeld van hart, en zij hebben niet gevreesd, noch gewandeld in Mijn wet en in Mijn inzettingen, die Ik voor ulieder aangezicht en voor het aangezicht uwer vaderen gegeven heb.
KJVThey are not humbled2even unto this day,4neither have they feared,7nor walked9in my law,10nor in my statutes,11that I set13before14you and before15your fathers.
1לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2דֻכְּא֔וּH1792verbrijzeld, verbrijzelen, verbrijzeltbeat to pieces, break (in pieces), bruise, contrite, crush, destroy, humble, oppress, smite3עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet4הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)6וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7יָרְא֗וּH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)8וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9הָלְכ֤וּH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl10בְתֽוֹרָתִי֙H8451wet, wetten, leerlaw11וּבְחֻקֹּתַ֔יH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute12אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13נָתַ֥תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14לִפְנֵיכֶ֖םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you15וְלִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you16אֲבוֹתֵיכֶֽםH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
11Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal Mijn aangezicht tegen ulieden stellen ten kwade, en om gans Juda uit te roeien.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11DaaromH3651, zo zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, de GodH430IsraelsH3478: ZietH2005, Ik zal Mijn aangezichtH6440 tegen ulieden stellenH7760 ten kwadeH7451, en om gansH3605JudaH3063 uit te roeienH3772.Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal Mijn aangezicht tegen ulieden stellen ten kwade, en om gans Juda uit te roeien.
KJVTherefore thus saith3the LORD4of hosts,5the God6of Israel;7Behold, I will set9my face10against you for evil,12and to cut off13all Judah.
1לָכֵ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֞רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5צְבָאוֹת֙H6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)6אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8הִנְנִ֨יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though9שָׂ֥םH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work10פָּנַ֛יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11בָּכֶ֖ם12לְרָעָ֑הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)13וּלְהַכְרִ֖יתH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16יְהוּדָֽהH3063JudaJudah
12En Ik zal het overblijfsel van Juda wegnemen, die hun aangezichten gesteld hebben, om in Egypteland te gaan, om aldaar als vreemdelingen te verkeren; en zij zullen allen in Egypteland verteerd worden; door het zwaard zullen zij vallen, door den honger zullen zij verteerd worden, van den kleinste tot den grootste toe; door het zwaard en door den honger zullen zij sterven; en zij zullen worden tot een vervloeking, tot een ontzetting en tot een vloek, en tot een smaadheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En Ik zal het overblijfselH7611 van JudaH3063wegnemenH3947, dieH834 hun aangezichtenH6440gesteldH7760 hebben, om in EgyptelandH776 te gaan, om aldaarH8033 als vreemdelingenH1481 te verkeren; en zij zullen allenH3605 in EgyptelandH776verteerdH8552 worden; door het zwaardH2719 zullen zij vallenH5307, door den hongerH7458 zullen zij verteerdH8552 worden, van den kleinsteH6996totH5704 den grootsteH1419 toe; door het zwaardH2719 en door den hongerH7458 zullen zij stervenH4191; en zij zullen worden tot een vervloekingH423, tot een ontzettingH8047 en tot een vloekH7045, en tot een smaadheidH2781.En Ik zal het overblijfsel van Juda wegnemen, die hun aangezichten gesteld hebben, om in Egypteland te gaan, om aldaar als vreemdelingen te verkeren; en zij zullen allen in Egypteland verteerd worden; door het zwaard zullen zij vallen, door den honger zullen zij verteerd worden, van den kleinste tot den grootste toe; door het zwaard en door den honger zullen zij sterven; en zij zullen worden tot een vervloeking, tot een ontzetting en tot een vloek, en tot een smaadheid.
KJVAnd I will take1the remnant3of Judah,4that have set6their faces7to go8into the land9of Egypt10to sojourn11there, and they shall all be consumed,13and fall17in the land15of Egypt;16they shall even be consumed20by the sword18and by the famine:19they shall die,26from the least21even unto the greatest,23by the sword24and by the famine:25and they shall be an execration,28and an astonishment,29and a curse,30and a reproach.
1וְלָקַחְתִּ֞יH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3שְׁאֵרִ֣יתH7611overblijfsel, overige, overigenthat had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest4יְהוּדָ֗הH3063JudaJudah5אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6שָׂ֨מוּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work7פְנֵיהֶ֜םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8לָב֣וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9אֶֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10מִצְרַיִם֮H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim11לָג֣וּרH1481vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeertabide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely12שָׁם֒H8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither13וְתַ֨מּוּH8552verteerd, verdaan, geeindigdaccomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole14כֹ֜לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15בְּאֶ֧רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16מִצְרַ֣יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim17יִפֹּ֗לוּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down18בַּחֶ֤רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool19בָּֽרָעָב֙H7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger20יִתַּ֔מּוּH8552verteerd, verdaan, geeindigdaccomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole21מִקָּטֹן֙H6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)22וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet23גָּד֔וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very24בַּחֶ֥רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool25וּבָרָעָ֖בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger26יָמֻ֑תוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise27וְהָיוּ֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use28לְאָלָ֣הH423vloek, eed, eed vloekscurse, cursing, execration, oath, swearing29לְשַׁמָּ֔הH8047verwoesting, ontzetting, schrikastonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing30וְלִקְלָלָ֖הH7045vloek, vloeken(ac-) curse(-d, -ing)31וּלְחֶרְפָּֽהH2781smaadheid, smaad, versmaadheidrebuke, reproach(-fully), shame
13Want Ik zal bezoeking doen over degenen, die in Egypteland wonen, gelijk als Ik bezoeking gedaan heb over Jeruzalem, door het zwaard, door den honger en door de pestilentie;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Want Ik zal bezoekingH6485 doen overH5921 degenen, dieH834 in EgyptelandH776wonenH3427, gelijk als Ik bezoekingH6485 gedaan heb overH5921JeruzalemH3389, door het zwaardH2719, door den hongerH7458 en door de pestilentieH1698;Want Ik zal bezoeking doen over degenen, die in Egypteland wonen, gelijk als Ik bezoeking gedaan heb over Jeruzalem, door het zwaard, door den honger en door de pestilentie;
KJVFor I will punish1them that dwell3in the land4of Egypt,5as I have punished7Jerusalem,9by the sword,10by the famine,11and by the pestilence:
1וּפָקַדְתִּ֗יH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want2עַ֤לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3הַיּֽוֹשְׁבִים֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry4בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim6כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7פָּקַ֖דְתִּיH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9יְרֽוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem10בַּחֶ֥רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool11בָּרָעָ֖בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger12וּבַדָּֽבֶרH1698pestilentie, pest, pestilentienmurrain, pestilence, plague
14Zodat het overblijfsel van Juda, die in Egypteland gekomen zijn, om aldaar als vreemdelingen te verkeren, geen zal hebben, die ontkome, of overblijve; te weten om weder te keren in het land van Juda, waarnaar hun ziel verlangt weder te keren, om aldaar te wonen; maar zij zullen er niet wederkeren, behalve die ontkomen zullen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Zodat het overblijfselH7611 van JudaH3063, die in EgyptelandH776gekomenH935zijnH1961, om aldaarH8033 als vreemdelingenH1481 te verkeren, geenH3808 zal hebben, die ontkomeH6412, ofH518overblijveH8300; te weten om weder te kerenH7725 in het landH776 van JudaH3063, waarnaar hunH1992zielH5315verlangtH5375 weder te kerenH7725, om aldaarH8033 te wonenH3427; maarH3588 zij zullen er nietH3808wederkerenH7725, behalve die ontkomenH6405 zullen.Zodat het overblijfsel van Juda, die in Egypteland gekomen zijn, om aldaar als vreemdelingen te verkeren, geen zal hebben, die ontkome, of overblijve; te weten om weder te keren in het land van Juda, waarnaar hun ziel verlangt weder te keren, om aldaar te wonen; maar zij zullen er niet wederkeren, behalve die ontkomen zullen.
KJVSo that none of the remnant5of Judah,6which are gone7into the land10of Egypt11to sojourn8there, shall escape3or remain,4that they should return12into the land13of Judah,14to the which they have17a desire19to return20to dwell21there: for none shall return25but such as shall escape.
1וְלֹ֨אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2יִהְיֶ֜הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3פָּלִ֤יטH6412ontkomen, ontkome, ontkomene(that have) escape(-d, -th), fugitive4וְשָׂרִיד֙H8300overigen, overgeblevenen, niemand[idiom] alive, left, remain(-ing), remnant, rest5לִשְׁאֵרִ֣יתH7611overblijfsel, overige, overigenthat had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest6יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah7הַבָּאִ֥יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8לָגֽוּרH1481vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeertabide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely9שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither10בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim12וְלָשׁ֣וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw13אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14יְהוּדָ֗הH3063JudaJudah15אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16הֵ֜מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye17מְנַשְּׂאִ֤יםH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield18אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19נַפְשָׁם֙H5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it20לָשׁוּב֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw21לָשֶׁ֣בֶתH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry22שָׁ֔םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither23כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet24לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without25יָשׁ֖וּבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw26כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet27אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet28פְּלֵטִֽיםH6412ontkomen, ontkome, ontkomene(that have) escape(-d, -th), fugitive
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
15Toen antwoordden aan Jeremia al de mannen, die wisten, dat hun vrouwen anderen goden rookten, en al de vrouwen, die daar stonden, zijnde een grote hoop, mitsgaders al het volk, die in Egypteland, in Pathros, woonde, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Toen antwoorddenH6030 aan JeremiaH3414alH3605 de mannenH582, die wistenH3045, datH3588 hun vrouwenH802 anderen godenH430rooktenH6999, en alH3605 de vrouwenH802, die daar stondenH5975, zijnde een groteH1419hoopH6951, mitsgaders alH3605 het volkH5971, die in EgyptelandH776, in PathrosH6624, woondeH3427, zeggendeH559:Toen antwoordden aan Jeremia al de mannen, die wisten, dat hun vrouwen anderen goden rookten, en al de vrouwen, die daar stonden, zijnde een grote hoop, mitsgaders al het volk, die in Egypteland, in Pathros, woonde, zeggende:
KJVThen all the menwhich knew6that their wives9had burned incense8unto other11gods,10and all the women13that stood by,14a great16multitude,15even all the people18that dwelt19in the land20of Egypt,21in Pathros,22answered1Jeremiah,3saying,
1וַיַּעֲנ֣וּH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3יִרְמְיָ֗הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הָאֲנָשִׁ֤יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6הַיֹּֽדְעִים֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot7כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8מְקַטְּר֤וֹתH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)9נְשֵׁיהֶם֙H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English10לֵאלֹהִ֣יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11אֲחֵרִ֔יםH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange12וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13הַנָּשִׁ֥יםH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English14הָעֹמְד֖וֹתH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry15קָהָ֣לH6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude16גָּד֑וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very17וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18הָעָ֛םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people19הַיֹּשְׁבִ֥יםH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry20בְּאֶֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world21מִצְרַ֖יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim22בְּפַתְר֥וֹסH6624PathrosPathros23לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
16Aangaande het woord, dat gij tot ons in des HEEREN Naam gesproken hebt, wij zullen naar u niet horen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Aangaande het woordH1697, datH834 gij tot ons in des HEERENH3068NaamH8034gesprokenH1696 hebt, wij zullen naarH413 u nietH369horenH8085.Aangaande het woord, dat gij tot ons in des HEEREN Naam gesproken hebt, wij zullen naar u niet horen.
KJVAs for the word1that thou hast spoken3unto us in the name5of the LORD,6we will not hearken
1הַדָּבָ֛רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work2אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3דִּבַּ֥רְתָּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work4אֵלֵ֖ינוּH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5בְּשֵׁ֣םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report6יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֵינֶ֥נּוּH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)8שֹׁמְעִ֖יםH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness9אֵלֶֽיךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
17Maar wij zullen ganselijk doen al hetgeen uit onzen mond is uitgegaan, rokende aan Melecheth des hemels, en haar drankofferen offerende, gelijk als wij gedaan hebben, wij en onze vaders, onze koningen en onze vorsten, in de steden van Juda en in de straten van Jeruzalem; toen werden wij met brood verzadigd, en waren vrolijk, en zagen geen kwaad.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17MaarH3588 wij zullen ganselijkH6213 doen alH3605hetgeenH834 uit onzen mondH6310 is uitgegaanH3318, rokendeH6999 aan MelechethH4446 des hemelsH8064, en haar drankofferenH5262offerendeH5258, gelijk als wij gedaan hebben, wij en onze vadersH1, onze koningenH4428 en onze vorstenH8269, in de stedenH5892 van JudaH3063 en in de stratenH2351 van JeruzalemH3389; toen werden wij met broodH3899verzadigdH7646, en warenH1961vrolijkH2896, en zagenH7200geenH3808kwaadH7451.Maar wij zullen ganselijk doen al hetgeen uit onzen mond is uitgegaan, rokende aan Melecheth des hemels, en haar drankofferen offerende, gelijk als wij gedaan hebben, wij en onze vaders, onze koningen en onze vorsten, in de steden van Juda en in de straten van Jeruzalem; toen werden wij met brood verzadigd, en waren vrolijk, en zagen geen kwaad.
KJVBut we will certainly2do3whatsoever thing6goeth forth8out of our own mouth,9to burn incense10unto the queen11of heaven,12and to pour out13drink offerings15unto her, as we have done,17we, and our fathers,19our kings,20and our princes,21in the cities22of Judah,23and in the streets24of Jerusalem:25for then had we plenty26of victuals,27and were well,29and saw32no evil.
1כִּ֩יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2עָשֹׂ֨הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use3נַעֲשֶׂ֜הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הַדָּבָ֣רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8יָצָ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter9מִפִּ֗ינוּH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word10לְקַטֵּ֞רH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)11לִמְלֶ֣כֶתH4446Melechethqueen12הַשָּׁמַיִם֮H8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)13וְהַסֵּֽיךְH5258offeren, goot, geofferdcover, melt, offer, (cause to) pour (out), set (up)14לָ֣הּ15נְסָכִים֒H5262drankofferen, drankoffer, beeldcover, drink offering, molten image16כַּאֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17עָשִׂ֜ינוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use18אֲנַ֤חְנוּH587wijourselves, us, we19וַאֲבֹתֵ֨ינוּ֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'20מְלָכֵ֣ינוּH4428koning, konings, koningenking, royal21וְשָׂרֵ֔ינוּH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward22בְּעָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town23יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah24וּבְחֻצ֖וֹתH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without25יְרוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem26וַנִּֽשְׂבַּֽעH7646verzadigd, verzadigen, verzadigthave enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of27לֶ֨חֶם֙H3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals28וַנִּֽהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use29טוֹבִ֔יםH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)30וְרָעָ֖הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)31לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without32רָאִֽינוּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions
18Maar van toen af, dat wij opgehouden hebben aan Melecheth des hemels te roken, en haar drankofferen te offeren, hebben wij van alles gebrek gehad, en zijn door het zwaard en door den honger verteerd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Maar van toen af, dat wij opgehoudenH2308 hebben aan MelechethH4446 des hemelsH8064 te rokenH6999, en haar drankofferenH5262 te offerenH5258, hebben wij van allesH3605gebrekH2637 gehad, en zijn door het zwaardH2719 en door den hongerH7458verteerdH8552.Maar van toen af, dat wij opgehouden hebben aan Melecheth des hemels te roken, en haar drankofferen te offeren, hebben wij van alles gebrek gehad, en zijn door het zwaard en door den honger verteerd.
KJVBut since we left off3to burn incense4to the queen5of heaven,6and to pour out7drink offerings9unto her, we have wanted10all things, and have been consumed14by the sword12and by the famine.
1וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with2אָ֡זH227toen, alsdanbeginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet3חָדַ֜לְנוּH2308ophouden, hielden, nalatencease, end, fall, forbear, forsake, leave (off), let alone, rest, be unoccupied, want4לְקַטֵּ֨רH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)5לִמְלֶ֧כֶתH4446Melechethqueen6הַשָּׁמַ֛יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)7וְהַסֵּֽךְH5258offeren, goot, geofferdcover, melt, offer, (cause to) pour (out), set (up)8לָ֥הּ9נְסָכִ֖יםH5262drankofferen, drankoffer, beeldcover, drink offering, molten image10חָסַ֣רְנוּH2637ontbreken, gebrek, ontbreektbe abated, bereave, decrease, (cause to) fail, (have) lack, make lower, want11כֹ֑לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12וּבַחֶ֥רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool13וּבָרָעָ֖בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger14תָּֽמְנוּH8552verteerd, verdaan, geeindigdaccomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole
19Ook wanneer wij aan Melecheth des hemels roken en haar drankofferen offeren, maken wij haar gebeelde koeken, om haar af te beelden, en offeren wij haar drankofferen, zonder onze mannen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Ook wanneer wij aan MelechethH4446 des hemelsH8064rokenH6999 en haar drankofferenH5262offerenH5258, makenH6213 wij haar gebeelde koekenH3561, om haar af te beeldenH6087, en offerenH5258 wij haar drankofferenH5262, zonder onze mannenH582?Ook wanneer wij aan Melecheth des hemels roken en haar drankofferen offeren, maken wij haar gebeelde koeken, om haar af te beelden, en offeren wij haar drankofferen, zonder onze mannen?
KJVAnd when we burned incense3to the queen4of heaven,5and poured out6drink offerings8unto her, did we make11her cakes13to worship14her, and pour out15drink offerings17unto her, without9our men?
1וְכִֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2אֲנַ֤חְנוּH587wijourselves, us, we3מְקַטְּרִים֙H6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)4לִמְלֶ֣כֶתH4446Melechethqueen5הַשָּׁמַ֔יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)6וּלְהַסֵּ֥ךְH5258offeren, goot, geofferdcover, melt, offer, (cause to) pour (out), set (up)7לָ֖הּ8נְסָכִ֑יםH5262drankofferen, drankoffer, beeldcover, drink offering, molten image9הֲמִֽבַּלְעֲדֵ֣יH1107zonder, behalve, buitenbeside, not (in), save, without10אֲנָשֵׁ֗ינוּH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11עָשִׂ֨ינוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12לָ֤הּ13כַּוָּנִים֙H3561koekencake14לְהַ֣עֲצִבָ֔הH6087smart, bedroeft, bekommerddisplease, grieve, hurt, make, be sorry, vex, worship, wrest15וְהַסֵּ֥ךְH5258offeren, goot, geofferdcover, melt, offer, (cause to) pour (out), set (up)16לָ֖הּ17נְסָכִֽיםH5262drankofferen, drankoffer, beeldcover, drink offering, molten image
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
20Toen sprak Jeremia tot al het volk, tot de mannen en tot de vrouwen, en tot al het volk, die hem zulks geantwoord hadden, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Toen sprakH559JeremiaH3414totH413alH3605 het volkH5971, tot de mannenH1397 en tot de vrouwenH802, en tot alH3605 het volkH5971, die hem zulks geantwoordH6030 hadden, zeggendeH559:Toen sprak Jeremia tot al het volk, tot de mannen en tot de vrouwen, en tot al het volk, die hem zulks geantwoord hadden, zeggende:
KJVThen Jeremiah2said1unto all the people,5to the men,7and to the women,9and to all the people12which had given him that answer,15saying,
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יִרְמְיָ֖הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הָעָ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7הַגְּבָרִ֤יםH1397man, mans, mannenevery one, man, [idiom] mighty8וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הַנָּשִׁים֙H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English10וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people13הָעֹנִ֥יםH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)14אֹת֛וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15דָּבָ֖רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work16לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
21Het roken, dat gijlieden in de steden van Juda en in de straten van Jeruzalem gerookt hebt, gij en uw vaderen, uw koningen en uw vorsten, en het volk des lands, heeft de HEERE daaraan niet gedacht, en is het niet in Zijn hart opgekomen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Het rokenH7002, datH834 gijlieden in de stedenH5892 van JudaH3063 en in de stratenH2351 van JeruzalemH3389gerooktH6999 hebt, gijH859 en uw vaderenH1, uw koningenH4428 en uw vorstenH8269, en het volkH5971 des landsH776, heeft de HEEREH3068 daaraan niet gedachtH2142, en is het niet in Zijn hartH3820opgekomenH5927?Het roken, dat gijlieden in de steden van Juda en in de straten van Jeruzalem gerookt hebt, gij en uw vaderen, uw koningen en uw vorsten, en het volk des lands, heeft de HEERE daaraan niet gedacht, en is het niet in Zijn hart opgekomen?
KJVThe incense3that ye burned5in the cities6of Judah,7and in the streets8of Jerusalem,9ye, and your fathers,11your kings,12and your princes,13and the people14of the land,15did not the LORD18remember17them, and came19it not into his mind?
1הֲל֣וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַקִּטֵּ֗רH7002rokenincense4אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5קִטַּרְתֶּ֜םH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)6בְּעָרֵ֤יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town7יְהוּדָה֙H3063JudaJudah8וּבְחֻצ֣וֹתH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without9יְרוּשָׁלִַ֔םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem10אַתֶּ֧םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you11וַאֲבֽוֹתֵיכֶ֛םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'12מַלְכֵיכֶ֥םH4428koning, konings, koningenking, royal13וְשָׂרֵיכֶ֖םH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward14וְעַ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people15הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16אֹתָם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17זָכַ֣רH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well18יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)19וַֽתַּעֲלֶ֖הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work20עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with21לִבּֽוֹH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom
22Zodat het de HEERE niet meer kon verdragen, vanwege de boosheid uwer handelingen, vanwege de gruwelen, die gij deedt; daarom is uw land geworden tot een woestheid, en tot ontzetting, en tot een vloek, dat er niemand in woont, gelijk het is te dezen dage;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Zodat het de HEEREH3068 niet meerH5750konH3201verdragenH5375, vanwegeH6440 de boosheidH7455 uwer handelingenH4611, vanwegeH6440 de gruwelenH8441, die gij deedtH6213; daarom isH1961 uw landH776 geworden tot een woestheidH2723, en tot ontzettingH8047, en tot een vloekH7045, dat er niemandH369 in woontH3427, gelijk het is te dezenH2088dageH3117;Zodat het de HEERE niet meer kon verdragen, vanwege de boosheid uwer handelingen, vanwege de gruwelen, die gij deedt; daarom is uw land geworden tot een woestheid, en tot ontzetting, en tot een vloek, dat er niemand in woont, gelijk het is te dezen dage;
KJVSo that the LORD3could2no longer bear,5because6of the evil7of your doings,8and because9of the abominations10which ye have committed;12therefore is your land14a desolation,15and an astonishment,16and a curse,17without an inhabitant,19as at this day.
1וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2יוּכַל֩H3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer3יְהוָ֨הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4ע֜וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)5לָשֵׂ֗אתH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield6מִפְּנֵי֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7רֹ֣עַH7455boosheid, droefheid, lelijkheid[idiom] be so bad, badness, ([idiom] be so) evil, naughtiness, sadness, sorrow, wickedness8מַעַלְלֵיכֶ֔םH4611handelingen, daden, werkendoing, endeavour, invention, work9מִפְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10הַתּוֹעֵבֹ֖תH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination11אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12עֲשִׂיתֶ֑םH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13וַתְּהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use14אַ֠רְצְכֶםH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world15לְחָרְבָּ֨הH2723woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsendecayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place)16וּלְשַׁמָּ֧הH8047verwoesting, ontzetting, schrikastonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing17וְלִקְלָלָ֛הH7045vloek, vloeken(ac-) curse(-d, -ing)18מֵאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)19יוֹשֵׁ֖בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry20כְּהַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger21הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
23Vanwege dat gij gerookt hebt, en dat gij tegen den HEERE gezondigd hebt, en des HEEREN stem niet gehoorzaam zijt geweest, en in Zijn wet en in Zijn inzettingen, en in Zijn getuigenissen niet hebt gewandeld; daarom is u dit kwaad wedervaren, gelijk het is te dezen dage.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Vanwege dat gij gerooktH6999 hebt, en dat gij tegenH5921 den HEEREH3068gezondigdH2398 hebt, en des HEERENH3068stemH6963nietH3808gehoorzaamH8085 zijt geweest, en in Zijn wetH8451 en in Zijn inzettingenH2708, en in Zijn getuigenissenH5715nietH3808 hebt gewandeldH1980; daaromH3651 is u dit kwaadH7451wedervarenH7122, gelijk het is te dezenH2088dageH3117.Vanwege dat gij gerookt hebt, en dat gij tegen den HEERE gezondigd hebt, en des HEEREN stem niet gehoorzaam zijt geweest, en in Zijn wet en in Zijn inzettingen, en in Zijn getuigenissen niet hebt gewandeld; daarom is u dit kwaad wedervaren, gelijk het is te dezen dage.
KJVBecause1ye have burned incense,3and because ye have sinned5against the LORD,6and have not obeyed8the voice9of the LORD,10nor walked15in his law,11nor in his statutes,12nor in his testimonies;13therefore this evil20is happened18unto you, as at this day.
1מִפְּנֵי֩H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you2אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3קִטַּרְתֶּ֜םH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)4וַאֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5חֲטָאתֶ֣םH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass6לַיהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8שְׁמַעְתֶּם֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness9בְּק֣וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell10יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11וּבְתֹרָת֧וֹH8451wet, wetten, leerlaw12וּבְחֻקֹּתָ֛יוH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute13וּבְעֵדְוֺתָ֖יוH5715getuigenis, getuigenissentestimony, witness14לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15הֲלַכְתֶּ֑םH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl16עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17כֵּ֞ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you18קָרָ֥אתH7122wedervaren, geval, ontmoettebefall, (by) chance, (cause to) come (upon), fall out, happen, meet19אֶתְכֶ֛םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20הָרָעָ֥הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)21הַזֹּ֖אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus22כַּיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger23הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
24Voorts zeide Jeremia tot al het volk, en tot al de vrouwen: Hoort des HEEREN woord, gij gans Juda, die in Egypteland zijt!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Voorts zeideH559JeremiaH3414totH413alH3605 het volkH5971, en totH413alH3605 de vrouwenH802: HoortH8085 des HEERENH3068woordH1697, gij gansH3605JudaH3063, dieH834 in EgyptelandH776 zijt!Voorts zeide Jeremia tot al het volk, en tot al de vrouwen: Hoort des HEEREN woord, gij gans Juda, die in Egypteland zijt!
KJVMoreover Jeremiah2said1unto all the people,5and to all the women,8Hear9the word10of the LORD,11all Judah13that are in the land15of Egypt:
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יִרְמְיָ֨הוּ֙H3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6וְאֶ֖לH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8הַנָּשִׁ֑יםH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English9שִׁמְעוּ֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness10דְּבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work11יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13יְהוּדָ֕הH3063JudaJudah14אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15בְּאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
25Zo spreekt de HEERE der heirscharen, de God Israels, zeggende: Aangaande u en uw vrouwen, zij hebben toch met uw mond gesproken, en gij hebt het met uw handen vervuld, zeggende: Wij zullen onze geloften, die wij beloofd hebben, ganselijk houden, rokende aan Melecheth des hemels, en haar drankofferen offerende; nu, zij hebben uw geloften volkomenlijk bevestigd en uw geloften volkomenlijk gehouden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25ZoH3541spreektH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, de GodH430IsraelsH3478, zeggendeH559: Aangaande uH859 en uw vrouwenH802, zij hebben toch met uw mondH6310gesprokenH1696, en gij hebt het met uw handenH3027vervuldH4390, zeggendeH559: Wij zullen onze geloftenH5088, dieH834 wij beloofdH5087 hebben, ganselijkH6213houdenH6213, rokendeH6999 aan MelechethH4446 des hemelsH8064, en haar drankofferenH5262offerendeH5258; nu, zij hebben uw geloftenH5088 volkomenlijk bevestigdH6965 en uw geloftenH5088 volkomenlijk gehouden.Zo spreekt de HEERE der heirscharen, de God Israels, zeggende: Aangaande u en uw vrouwen, zij hebben toch met uw mond gesproken, en gij hebt het met uw handen vervuld, zeggende: Wij zullen onze geloften, die wij beloofd hebben, ganselijk houden, rokende aan Melecheth des hemels, en haar drankofferen offerende; nu, zij hebben uw geloften volkomenlijk bevestigd en uw geloften volkomenlijk gehouden.
Ook in dit vers
volkomenlijkH6213
volkomenlijkH6965
KJVThus saith2the LORD3of hosts,4the God5of Israel,6saying;7Ye and your wives9have both spoken10with your mouths,11and fulfilled13with your hand,12saying,14We will surely15perform16our vows18that we have vowed,20to burn incense21to the queen22of heaven,23and to pour out24drink offerings26unto her: ye will surely27accomplish28your vows,30and surely31perform32your vows.
1כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4צְבָאוֹת֩H6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)5אֱלֹהֵ֨יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6יִשְׂרָאֵ֜לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8אַתֶּ֨םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you9וּנְשֵׁיכֶ֜םH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English10וַתְּדַבֵּ֣רְנָהH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work11בְּפִיכֶם֮H6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word12וּבִידֵיכֶ֣םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves13מִלֵּאתֶ֣םH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly14לֵאמֹר֒H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet15עָשֹׂ֨הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use16נַעֲשֶׂ֜הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18נְדָרֵ֗ינוּH5088gelofte, geloftenvow(-ed)19אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20נָדַ֨רְנוּ֙H5087beloofd, beloofde, belooft(make a) vow21לְקַטֵּר֙H6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)22לִמְלֶ֣כֶתH4446Melechethqueen23הַשָּׁמַ֔יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)24וּלְהַסֵּ֥ךְH5258offeren, goot, geofferdcover, melt, offer, (cause to) pour (out), set (up)25לָ֖הּ26נְסָכִ֑יםH5262drankofferen, drankoffer, beeldcover, drink offering, molten image27הָקֵ֤יםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)28תָּקִ֨ימְנָה֙H6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)29אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)30נִדְרֵיכֶ֔םH5088gelofte, geloftenvow(-ed)31וְעָשֹׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use32תַעֲשֶׂ֖ינָהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use33אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)34נִדְרֵיכֶֽםH5088gelofte, geloftenvow(-ed)
26Daarom hoort des HEEREN woord, gij gans Juda, die in Egypteland woont! Ziet, Ik zweer bij Mijn groten Naam, zegt de HEERE, zo Mijn Naam met den mond van enig man van Juda in gans Egypteland meer zal genoemd worden, die zegge: Zo waarachtig als de Heere HEERE leeft!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26DaaromH3651hoortH8085 des HEERENH3068woordH1697, gij gans JudaH3063, die in EgyptelandH776woontH3427! ZietH2005, Ik zweerH7650 bij Mijn grotenH1419NaamH8034, zegtH559 de HEEREH3068, zo Mijn NaamH8034 met den mondH6310 van enigH3605manH376 van JudaH3063 in gans EgyptelandH776meerH5750 zal genoemdH7121 worden, die zeggeH559: Zo waarachtig alsH518 de HeereH136HEEREH3069leeftH2416!Daarom hoort des HEEREN woord, gij gans Juda, die in Egypteland woont! Ziet, Ik zweer bij Mijn groten Naam, zegt de HEERE, zo Mijn Naam met den mond van enig man van Juda in gans Egypteland meer zal genoemd worden, die zegge: Zo waarachtig als de Heere HEERE leeft!
KJVTherefore hear2ye the word3of the LORD,4all Judah6that dwell7in the land8of Egypt;9Behold, I have sworn11by my great13name,12saith14the LORD,15that my name19shall no more be named20in the mouth21of any man23of Judah24in all the land30of Egypt,31saying,25The Lord27GOD28liveth.
1לָכֵן֙H3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2שִׁמְע֣וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3דְבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work4יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6יְהוּדָ֕הH3063JudaJudah7הַיֹּשְׁבִ֖יםH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry8בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim10הִנְנִ֨יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though11נִשְׁבַּ֜עְתִּיH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear12בִּשְׁמִ֤יH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report13הַגָּדוֹל֙H1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very14אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet15יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet17יִהְיֶה֩H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use18ע֨וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)19שְׁמִ֜יH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report20נִקְרָ֣אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say21בְּפִ֣יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word22כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)23אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)24יְהוּדָ֗הH3063JudaJudah25אֹמֵ֛רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet26חַיH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop27אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord28יְהוִ֖הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod29בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)30אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world31מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
27Ziet, Ik zal over hen waken ten kwade en niet ten goede; en alle mannen van Juda, die in Egypteland zijn, zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden, totdat zij ten einde zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27ZietH2005, Ik zal overH5921 hen wakenH8245 ten kwadeH7451 en nietH3808 ten goedeH2896; en alleH3605mannenH376 van JudaH3063, dieH834 in EgyptelandH776 zijn, zullen door het zwaardH2719 en door den hongerH7458verteerdH8552 worden, totdatH5704 zij ten eindeH3615 zijn.Ziet, Ik zal over hen waken ten kwade en niet ten goede; en alle mannen van Juda, die in Egypteland zijn, zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden, totdat zij ten einde zijn.
KJVBehold, I will watch2over them for evil,4and not for good:6and all the men9of Judah10that are in the land12of Egypt13shall be consumed7by the sword14and by the famine,15until there be an end
1הִנְנִ֨יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though2שֹׁקֵ֧דH8245waken, gewaakt, waakthasten, remain, wake, watch (for)3עֲלֵיהֶ֛םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4לְרָעָ֖הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)5וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6לְטוֹבָ֑הH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)7וְתַמּוּ֩H8552verteerd, verdaan, geeindigdaccomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole8כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9אִ֨ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10יְהוּדָ֜הH3063JudaJudah11אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12בְּאֶֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13מִצְרַ֛יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim14בַּחֶ֥רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool15וּבָרָעָ֖בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger16עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet17כְּלוֹתָֽםH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste
28Maar die van het zwaard ontkomen, zullen uit Egypteland wederkeren in het land van Juda, weinig in getal; en het ganse overblijfsel van Juda, die in Egypteland gekomen zijn, om aldaar als vreemdelingen te verkeren, zullen weten, wiens woord bestaan zal, het Mijn of het hunne.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Maar die van het zwaardH2719ontkomenH6412, zullen uit EgyptelandH776wederkerenH7725 in het landH776 van JudaH3063, weinigH4962 in getalH4557; en het ganseH3605overblijfselH7611 van JudaH3063, die in EgyptelandH776gekomenH935 zijn, om aldaarH8033 als vreemdelingenH1481 te verkeren, zullen wetenH3045, wiensH4310woordH1697bestaanH6965 zal, het Mijn of het hunne.Maar die van het zwaard ontkomen, zullen uit Egypteland wederkeren in het land van Juda, weinig in getal; en het ganse overblijfsel van Juda, die in Egypteland gekomen zijn, om aldaar als vreemdelingen te verkeren, zullen weten, wiens woord bestaan zal, het Mijn of het hunne.
KJVYet a small9number10that escape1the sword2shall return out3of the land5of Egypt6into the land7of Judah,8and all the remnant13of Judah,14that are gone15into the land16of Egypt17to sojourn18there, shall know11whose words20shall stand,
1וּפְלִיטֵ֨יH6412ontkomen, ontkome, ontkomene(that have) escape(-d, -th), fugitive2חֶ֜רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool3יְשֻׁב֨וּןH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw4מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with5אֶ֧רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6מִצְרַ֛יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim7אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah9מְתֵ֣יH4962lieden, mannen, mensen[phrase] few, [idiom] friends, men, persons, [idiom] small10מִסְפָּ֑רH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time11וְֽיָדְע֞וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13שְׁאֵרִ֣יתH7611overblijfsel, overige, overigenthat had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest14יְהוּדָ֗הH3063JudaJudah15הַבָּאִ֤יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way16לְאֶֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17מִצְרַ֨יִם֙H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim18לָג֣וּרH1481vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeertabide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely19שָׁ֔םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither20דְּבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work21מִ֥יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God22יָק֖וּםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)23מִמֶּ֥נִּיH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with24וּמֵהֶֽם
29En dit zal ulieden het teken zijn, spreekt de HEERE, dat Ik in deze plaats over u bezoeking zal doen; opdat gij weet, dat Mijn woorden zekerlijk over u bestaan zullen ten kwade;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29En dit zal ulieden het tekenH226 zijn, spreektH5002 de HEEREH3068, dat IkH589 in deze plaatsH4725overH5921 u bezoekingH6485 zal doen; opdatH4616 gij weetH3045, dat Mijn woordenH1697zekerlijkH6965overH5921 u bestaanH6965 zullen ten kwadeH7451;En dit zal ulieden het teken zijn, spreekt de HEERE, dat Ik in deze plaats over u bezoeking zal doen; opdat gij weet, dat Mijn woorden zekerlijk over u bestaan zullen ten kwade;
KJVAnd this shall be a sign3unto you, saith4the LORD,5that I will punish7you in this place,10that ye may know13that my words17shall surely15stand16against you for evil:
1וְזֹאתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus2לָכֶ֤ם3הָאוֹת֙H226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token4נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith5יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7פֹקֵ֥דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want8אֲנִ֛יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who9עֲלֵיכֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10בַּמָּק֣וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)11הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)12לְמַ֨עַן֙H4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to13תֵּֽדְע֔וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot14כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet15ק֨וֹםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)16יָק֧וּמוּH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)17דְבָרַ֛יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work18עֲלֵיכֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19לְרָעָֽהH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
30Alzo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal Farao Hofra, den koning van Egypte, geven in de hand zijner vijanden, en in de hand dergenen, die zijn ziel zoeken, gelijk als Ik Zedekia, den koning van Juda, gegeven heb in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, zijn vijand, en die zijn ziel zocht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30AlzoH3541zegtH559 de HEEREH3068: ZietH2005, Ik zal Farao HofraH6548, den koningH4428 van EgypteH4714, geven in de handH3027 zijner vijandenH341, en in de handH3027 dergenen, dieH834 zijn zielH5315zoekenH1245, gelijk als Ik ZedekiaH6667, den koningH4428 van JudaH3063, gegevenH5414 heb in de handH3027 van NebukadrezarH5019, den koningH4428 van BabelH894, zijn vijandH341, en die zijn ziel zochtH1245.Alzo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal Farao Hofra, den koning van Egypte, geven in de hand zijner vijanden, en in de hand dergenen, die zijn ziel zoeken, gelijk als Ik Zedekia, den koning van Juda, gegeven heb in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, zijn vijand, en die zijn ziel zocht.
KJVThus saith2the LORD;3Behold, I will give5Pharaohhophra7king9of Egypt10into the hand11of his enemies,12and into the hand13of them that seek14his life;15as I gave17Zedekiah19king20of Judah21into the hand22of Nebuchadrezzar23king24of Babylon,25his enemy,26and that sought27his life.
1כֹּ֣הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4הִנְנִ֣יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though5נֹ֠תֵןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7פַּרְעֹ֨הH6548Farao HofraPharaoh-hophra8חָפְרַ֤עH6548Farao HofraPharaoh-hophra9מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal10מִצְרַ֨יִם֙H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim11בְּיַ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves12אֹֽיְבָ֔יוH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe13וּבְיַ֖דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves14מְבַקְשֵׁ֣יH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)15נַפְשׁ֑וֹH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it16כַּאֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17נָתַ֜תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield18אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19צִדְקִיָּ֣הוּH6667Zedekia, ZidkiaZedekiah, Zidkijah20מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal21יְהוּדָ֗הH3063JudaJudah22בְּיַ֨דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves23נְבוּכַדְרֶאצַּ֧רH5019Nebukadnezar, NebukadrezarNebuchadnezzar, Nebuchadrezzar24מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal25בָּבֶ֛לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon26אֹיְב֖וֹH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe27וּמְבַקֵּ֥שׁH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)28נַפְשֽׁוֹH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 44:1— Het woord, dat tot Jeremia geschiedde aan al de Joden, die in Egypteland woonden, die te Migdol woonden, en te Tachpanhes, en te Nof, en in het land Pathros, zeggende:Jeremia 46:14→Exodus 14:2→Jesaja 11:11→Jesaja 19:13→Ezechiël 30:16→Ezechiël 30:14→Ezechiël 29:14→Ezechiël 30:18→
Jeremia 44:2— Alzo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Gij hebt gezien al het kwaad, dat Ik gebracht heb over Jeruzalem en over alle steden van Juda; en ziet, zij zijn een woestheid te deze dage, en niemand woont daarin;Jesaja 6:11→Jeremia 34:22→Jeremia 9:11→Jeremia 4:7→Micha 3:12→Leviticus 26:32→Jozua 23:3→Klaagliederen 1:16→
Jeremia 44:3— Vanwege hun boosheid, die zij gedaan hebben, om Mij te tergen, gaande om te roken en andere goden te dienen, die zij niet kenden, zij, gij, noch uw vaders.Deuteronomium 13:6→Deuteronomium 29:26→Deuteronomium 32:17→Daniël 9:5→Jeremia 2:17→Nehemia 9:33→Ezechiël 8:17→Jeremia 44:8→
Jeremia 44:4— En Ik heb tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende, om te zeggen: Doet toch deze gruwelijke zaak niet, die Ik haat.Jeremia 7:25→Jeremia 7:13→Jeremia 26:5→Zacharia 7:7→Ezechiël 8:10→Jeremia 16:18→Jeremia 29:19→2 Kronieken 36:15→
Jeremia 44:5— Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd, om zich van hun boosheid te bekeren, dat zij anderen goden niet roken.2 Kronieken 36:16→Zacharia 7:11→Jeremia 11:8→Psalmen 81:11→Jeremia 19:13→Jeremia 44:17→Jesaja 48:4→Openbaring 2:21→
Jeremia 44:6— Daarom is Mijn grimmigheid en Mijn toorn uitgestort, en heeft gebrand in de steden van Juda en in de straten van Jeruzalem; zodat zij tot eenzaamheid en tot verwoesting geworden zijn, gelijk het is te dezen dage.Ezechiël 8:18→Jesaja 51:17→Jesaja 51:20→Jeremia 42:18→Jeremia 7:20→Ezechiël 6:12→Jeremia 7:34→Ezechiël 24:13→
Jeremia 44:7— En nu, zo zegt de HEERE, de God der heirscharen, de God Israels: Waarom doet gij zulk een groot kwaad tegen uw zielen, opdat gij u den man en de vrouw, het kind en den zuigeling uit het midden van Juda uitroeit, opdat gij u geen overblijfsel overlaat?Numeri 16:38→Habakuk 2:10→Jeremia 51:22→Jeremia 9:21→Ezechiël 33:11→Klaagliederen 2:11→Jeremia 7:19→Jeremia 44:8→
Jeremia 44:8— Tergende Mij door de werken uwer handen, rokende anderen goden in het land van Egypte, alwaar gij gekomen zijt, om daar als vreemdeling te verkeren; opdat gij uzelven uitroeit, en opdat gij wordt tot een vloek, en tot een smaadheid onder alle volken der aarde?Jeremia 42:18→Jeremia 44:3→Jeremia 25:6→1 Korinthe 10:21→1 Koningen 9:7→2 Koningen 17:15→Jeremia 18:16→2 Kronieken 7:20→
Jeremia 44:9— Hebt gij vergeten de boosheden uwer vaderen, en de boosheden der koningen van Juda, en de boosheden hunner vrouwen, en uw boosheden, en de boosheden uwer vrouwen, die zij gedaan hebben in het land van Juda en in de straten van Jeruzalem?Jeremia 7:17→Jeremia 44:15→Ezra 9:7→Jozua 22:17→Daniël 9:5→Jeremia 44:21→
Jeremia 44:10— Zij zijn tot op dezen dag nog niet verbrijzeld van hart, en zij hebben niet gevreesd, noch gewandeld in Mijn wet en in Mijn inzettingen, die Ik voor ulieder aangezicht en voor het aangezicht uwer vaderen gegeven heb.Spreuken 28:14→Jeremia 8:12→Jeremia 10:7→Ezechiël 9:4→Spreuken 8:13→Exodus 10:3→Lukas 23:40→1 Koningen 21:29→
Jeremia 44:11— Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal Mijn aangezicht tegen ulieden stellen ten kwade, en om gans Juda uit te roeien.Jeremia 21:10→Amos 9:4→Leviticus 26:17→Leviticus 20:5→Leviticus 17:10→Psalmen 34:16→Ezechiël 14:7→Ezechiël 15:7→
Jeremia 44:12— En Ik zal het overblijfsel van Juda wegnemen, die hun aangezichten gesteld hebben, om in Egypteland te gaan, om aldaar als vreemdelingen te verkeren; en zij zullen allen in Egypteland verteerd worden; door het zwaard zullen zij vallen, door den honger zullen zij verteerd worden, van den kleinste tot den grootste toe; door het zwaard en door den honger zullen zij sterven; en zij zullen worden tot een vervloeking, tot een ontzetting en tot een vloek, en tot een smaadheid.Jeremia 42:22→Jeremia 42:15→Jesaja 65:15→Hosea 4:6→Jeremia 44:7→Jeremia 29:18→Jeremia 18:16→Jesaja 1:28→
Jeremia 44:13— Want Ik zal bezoeking doen over degenen, die in Egypteland wonen, gelijk als Ik bezoeking gedaan heb over Jeruzalem, door het zwaard, door den honger en door de pestilentie;Jeremia 44:27→Jeremia 11:22→Jeremia 43:11→Jeremia 42:18→Jeremia 21:9→Jeremia 24:10→
Jeremia 44:14— Zodat het overblijfsel van Juda, die in Egypteland gekomen zijn, om aldaar als vreemdelingen te verkeren, geen zal hebben, die ontkome, of overblijve; te weten om weder te keren in het land van Juda, waarnaar hun ziel verlangt weder te keren, om aldaar te wonen; maar zij zullen er niet wederkeren, behalve die ontkomen zullen.Jeremia 22:26→Romeinen 9:27→Jesaja 10:20→Jeremia 44:27→Jeremia 42:17→Jesaja 4:2→Romeinen 11:5→Jesaja 30:1→
Jeremia 44:15— Toen antwoordden aan Jeremia al de mannen, die wisten, dat hun vrouwen anderen goden rookten, en al de vrouwen, die daar stonden, zijnde een grote hoop, mitsgaders al het volk, die in Egypteland, in Pathros, woonde, zeggende:Jeremia 5:1→Spreuken 11:21→Jesaja 1:5→Mattheüs 7:13→Genesis 19:4→Nehemia 13:26→2 Petrus 2:1→
Jeremia 44:16— Aangaande het woord, dat gij tot ons in des HEEREN Naam gesproken hebt, wij zullen naar u niet horen.Jeremia 38:4→Psalmen 2:3→Jeremia 18:18→Job 15:25→Job 21:14→Jeremia 8:6→Lukas 19:27→Jeremia 16:15→
Jeremia 44:17— Maar wij zullen ganselijk doen al hetgeen uit onzen mond is uitgegaan, rokende aan Melecheth des hemels, en haar drankofferen offerende, gelijk als wij gedaan hebben, wij en onze vaders, onze koningen en onze vorsten, in de steden van Juda en in de straten van Jeruzalem; toen werden wij met brood verzadigd, en waren vrolijk, en zagen geen kwaad.Nehemia 9:34→Jeremia 7:18→Deuteronomium 23:23→Hosea 2:5→Jeremia 44:21→Jeremia 19:13→Jeremia 44:25→Filippenzen 3:19→
Jeremia 44:18— Maar van toen af, dat wij opgehouden hebben aan Melecheth des hemels te roken, en haar drankofferen te offeren, hebben wij van alles gebrek gehad, en zijn door het zwaard en door den honger verteerd.Maleachi 3:13→Jeremia 40:12→Numeri 11:5→Psalmen 73:9→Job 21:14→
Jeremia 44:19— Ook wanneer wij aan Melecheth des hemels roken en haar drankofferen offeren, maken wij haar gebeelde koeken, om haar af te beelden, en offeren wij haar drankofferen, zonder onze mannen?Jeremia 7:18→Jeremia 44:15→2 Kronieken 21:6→Deuteronomium 7:3→1 Koningen 21:25→Genesis 3:16→Genesis 3:6→Markus 6:19→
Jeremia 44:21— Het roken, dat gijlieden in de steden van Juda en in de straten van Jeruzalem gerookt hebt, gij en uw vaderen, uw koningen en uw vorsten, en het volk des lands, heeft de HEERE daaraan niet gedacht, en is het niet in Zijn hart opgekomen?Jeremia 14:10→Jeremia 11:13→Jesaja 64:9→Psalmen 79:8→Jeremia 44:17→Jeremia 44:9→Hosea 7:2→Amos 8:7→
Jeremia 44:22— Zodat het de HEERE niet meer kon verdragen, vanwege de boosheid uwer handelingen, vanwege de gruwelen, die gij deedt; daarom is uw land geworden tot een woestheid, en tot ontzetting, en tot een vloek, dat er niemand in woont, gelijk het is te dezen dage;Jeremia 25:18→Jeremia 44:12→Maleachi 2:17→Jesaja 43:24→Jesaja 7:13→Jeremia 18:16→Jeremia 25:11→Jeremia 25:38→
Jeremia 44:23— Vanwege dat gij gerookt hebt, en dat gij tegen den HEERE gezondigd hebt, en des HEEREN stem niet gehoorzaam zijt geweest, en in Zijn wet en in Zijn inzettingen, en in Zijn getuigenissen niet hebt gewandeld; daarom is u dit kwaad wedervaren, gelijk het is te dezen dage.Daniël 9:11→1 Koningen 9:9→Nehemia 13:18→Psalmen 119:150→Jeremia 7:13→Jeremia 32:31→1 Korinthe 10:20→2 Korinthe 6:16→
Jeremia 44:24— Voorts zeide Jeremia tot al het volk, en tot al de vrouwen: Hoort des HEEREN woord, gij gans Juda, die in Egypteland zijt!Jeremia 43:7→Jeremia 42:15→Jeremia 44:15→Jeremia 44:26→Ezechiël 2:7→Mattheüs 11:15→Jesaja 1:10→Ezechiël 20:32→
Jeremia 44:25— Zo spreekt de HEERE der heirscharen, de God Israels, zeggende: Aangaande u en uw vrouwen, zij hebben toch met uw mond gesproken, en gij hebt het met uw handen vervuld, zeggende: Wij zullen onze geloften, die wij beloofd hebben, ganselijk houden, rokende aan Melecheth des hemels, en haar drankofferen offerende; nu, zij hebben uw geloften volkomenlijk bevestigd en uw geloften volkomenlijk gehouden.Mattheüs 14:9→Jakobus 1:14→Jesaja 28:15→Handelingen 23:12→Job 34:22→Jeremia 44:15→Judas 1:13→Ezechiël 20:39→
Jeremia 44:26— Daarom hoort des HEEREN woord, gij gans Juda, die in Egypteland woont! Ziet, Ik zweer bij Mijn groten Naam, zegt de HEERE, zo Mijn Naam met den mond van enig man van Juda in gans Egypteland meer zal genoemd worden, die zegge: Zo waarachtig als de Heere HEERE leeft!Hebreeën 6:13→Genesis 22:16→Psalmen 50:16→Ezechiël 20:39→Jeremia 4:2→Jeremia 5:2→Jesaja 48:1→Amos 6:8→
Jeremia 44:27— Ziet, Ik zal over hen waken ten kwade en niet ten goede; en alle mannen van Juda, die in Egypteland zijn, zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden, totdat zij ten einde zijn.Jeremia 31:28→2 Koningen 21:14→Jeremia 1:10→Jeremia 21:10→Jeremia 44:18→Jeremia 44:12→Ezechiël 7:6→
Jeremia 44:28— Maar die van het zwaard ontkomen, zullen uit Egypteland wederkeren in het land van Juda, weinig in getal; en het ganse overblijfsel van Juda, die in Egypteland gekomen zijn, om aldaar als vreemdelingen te verkeren, zullen weten, wiens woord bestaan zal, het Mijn of het hunne.Jeremia 44:14→Jeremia 44:25→Jesaja 10:19→Zacharia 1:6→Psalmen 33:11→Jesaja 27:12→Jesaja 46:10→Numeri 14:41→
Jeremia 44:29— En dit zal ulieden het teken zijn, spreekt de HEERE, dat Ik in deze plaats over u bezoeking zal doen; opdat gij weet, dat Mijn woorden zekerlijk over u bestaan zullen ten kwade;Spreuken 19:21→Jesaja 40:8→Mattheüs 24:15→Jeremia 44:30→Lukas 21:29→Lukas 21:20→Markus 13:14→1 Samuël 2:34→
Jeremia 44:30— Alzo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal Farao Hofra, den koning van Egypte, geven in de hand zijner vijanden, en in de hand dergenen, die zijn ziel zoeken, gelijk als Ik Zedekia, den koning van Juda, gegeven heb in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, zijn vijand, en die zijn ziel zocht.2 Koningen 25:4→Jeremia 34:21→Jeremia 39:5→Ezechiël 30:21→Jeremia 43:9→Jeremia 46:13→Ezechiël 29:1→Ezechiël 31:18→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 44 vers 1— Het woord, dat tot Jeremia geschiedde aan al de Joden, die in Egypteland woonden, die te Migdol woonden, en te Tachpanhes, en te Nof, en in het land Pathros, zeggende:
woord,
Namelijk des Heeren.
Hertaald:woord,
Namelijk: van de HEERE.
Migdol woonden,
Zie Ex. 14:2 .
Hertaald:Migdol woonden,
Zie Ex. 14:2.
Tachpanhes,
Gelijk boven Jer. 43:7 .
Hertaald:Tachpanhes,
Zoals hierboven Jer. 43:7.
Nof,
Zie Jes. 19:13 .
Hertaald:Nof,
Zie Jes. 19:13.
Pathros,
Zie Gen. 10:14 .
Hertaald:Pathros,
Zie Gen. 10:14.
Jeremia 44 vers 2— Alzo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Gij hebt gezien al het kwaad, dat Ik gebracht heb over Jeruzalem en over alle steden van Juda; en ziet, zij zijn een woestheid te deze dage, en niemand woont daarin;
heirscharen,
Zie 1 Kon. 18:15 .
Hertaald:heirscharen,
Zie 1 Kon. 18:15.
kwaad,
Der straf.
Hertaald:kwaad,
Van de straf.
Jeremia 44 vers 4— En Ik heb tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende, om te zeggen: Doet toch deze gruwelijke zaak niet, die Ik haat.
vroeg op zijnde en zendende,
Zie boven Jer. 7:13 .
Hertaald:vroeg op zijnde en zendende,
Zie hierboven Jer. 7:13.
toch deze gruwelijke zaak niet,
Hebreeuws, de zaak dezes gruwels.
Hertaald:toch deze gruwelijke zaak niet,
Hebreeuws: de zaak van deze gruwel.
Jeremia 44 vers 7— En nu, zo zegt de HEERE, de God der heirscharen, de God Israels: Waarom doet gij zulk een groot kwaad tegen uw zielen, opdat gij u den man en de vrouw, het kind en den zuigeling uit het midden van Juda uitroeit, opdat gij u geen overblijfsel overlaat?
kwaad
Der schuld, dat is, zonde.
Hertaald:kwaad
Van de schuld, dat is: van de zonde.
zielen,
Dat is, tot uw eigen verderf, tegen uzelven, tegen uw leven, enz. Vergelijk Num. 16:38 .
Hertaald:zielen,
Dat is: tot uw eigen verderf, tegen uzelf, tegen uw leven, enzovoort. Vergelijk Num. 16:38.
opdat gij u den man en de vrouw,
Dit alles, wil de Heere zeggen, zult gij veroorzaken door deze uwe boosheid; gij gedraagt u anders niet dan of gijzelf lust daartoe hadt om u zulks op den hals te halen; alzo in het volgende. Vergelijk boven Jer. 18:16 .
Hertaald:opdat gij u den man en de vrouw,
Dit alles, wil de HEERE zeggen, zult u met deze boosheid van u veroorzaken; u gedraagt zich niet anders dan alsof u er zelf zin in had het uzelf op de hals te halen; zo ook in het vervolg. Vergelijk hierboven Jer. 18:16.
kind en den zuigeling
Zie van het Hebreeuwse woord Ps. 8:3 .
Hertaald:kind en den zuigeling
Over het Hebreeuwse woord, zie Ps. 8:3.
Jeremia 44 vers 8— Tergende Mij door de werken uwer handen, rokende anderen goden in het land van Egypte, alwaar gij gekomen zijt, om daar als vreemdeling te verkeren; opdat gij uzelven uitroeit, en opdat gij wordt tot een vloek, en tot een smaadheid onder alle volken der aarde?
Hertaald:uzelven uitroeit,
Of: u — heel het overblijfsel — uitroeit.
Jeremia 44 vers 9— Hebt gij vergeten de boosheden uwer vaderen, en de boosheden der koningen van Juda, en de boosheden hunner vrouwen, en uw boosheden, en de boosheden uwer vrouwen, die zij gedaan hebben in het land van Juda en in de straten van Jeruzalem?
boosheden uwer vaderen,
Anders: kwaden; dat is, plagen, alzo in het volgende. Doch vergelijk vs.10.
Hertaald:boosheden uwer vaderen,
Anders: kwaden — dat is: plagen; zo ook in het vervolg. Maar vergelijk vers 10.
zij gedaan hebben
Namelijk de vaders, koningen, enz. Anders: de plagen, die zij [de vijanden] geoefend hebben in uw land, het kwaad, dat zij daar bedreven hebben.
Hertaald:zij gedaan hebben
Namelijk: de vaders, de koningen, enzovoort. Anders: de plagen die zij — de vijanden — in uw land aangericht hebben, het kwaad dat zij daar bedreven hebben.
Jeremia 44 vers 10— Zij zijn tot op dezen dag nog niet verbrijzeld van hart, en zij hebben niet gevreesd, noch gewandeld in Mijn wet en in Mijn inzettingen, die Ik voor ulieder aangezicht en voor het aangezicht uwer vaderen gegeven heb.
verbrijzeld van hart,
Dat is, zij zijn niet vermurwd, noch gebroken van hart, zij hebben geen hartelijk berouw en leedwezen gehad, noch om genade gebeden; zie Ps. 51:19 .
Hertaald:verbrijzeld van hart,
Dat is: zij zijn niet vermurwd of gebroken van hart; zij hebben geen hartelijk berouw en leedwezen gehad en niet om genade gebeden; zie Ps. 51:19.
niet gevreesd,
Vergelijk Spr. 28:14 , en boven Jer. 3:8 .
Hertaald:niet gevreesd,
Vergelijk Spr. 28:14 en hierboven Jer. 3:8.
aangezicht uwer vaderen gegeven heb
Dat is, die Ik u en uwen vaderen klaarlijk en in het openbaar voorgelegd heb, opdat gij uwen wandel daarnaar zoudt richten.
Hertaald:aangezicht uwer vaderen gegeven heb
Dat is: die Ik u en uw vaderen duidelijk en in het openbaar voorgelegd heb, opdat u uw wandel daarnaar zou richten.
Jeremia 44 vers 11— Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal Mijn aangezicht tegen ulieden stellen ten kwade, en om gans Juda uit te roeien.
aangezicht tegen ulieden stellen
Te weten mijn toornig aangezicht; alsof God zeide: Gelijk zij hun aangezicht hardnekkiglijk stellen tegen al mijne geboden, alzo zal Ik mijn aangezicht tegen hen stellen tot hun verderf; vergelijk Lev. 17:10 , en Ps. 21:10 .
Hertaald:aangezicht tegen ulieden stellen
Namelijk: Mijn toornig aangezicht. Alsof God zei: zoals zij hun aangezicht hardnekkig tegen al Mijn geboden zetten, zo zal Ik Mijn aangezicht tegen hen zetten tot hun verderf; vergelijk Lev. 17:10 en Ps. 21:10.
Jeremia 44 vers 12— En Ik zal het overblijfsel van Juda wegnemen, die hun aangezichten gesteld hebben, om in Egypteland te gaan, om aldaar als vreemdelingen te verkeren; en zij zullen allen in Egypteland verteerd worden; door het zwaard zullen zij vallen, door den honger zullen zij verteerd worden, van den kleinste tot den grootste toe; door het zwaard en door den honger zullen zij sterven; en zij zullen worden tot een vervloeking, tot een ontzetting en tot een vloek, en tot een smaadheid.
aangezichten gesteld hebben
Zie boven Jer. 42:15 .
Hertaald:aangezichten gesteld hebben
Zie hierboven Jer. 42:15.
vervloeking,
Zie boven Jer. 42:18 .
Hertaald:vervloeking,
Zie hierboven Jer. 42:18.
Jeremia 44 vers 14— Zodat het overblijfsel van Juda, die in Egypteland gekomen zijn, om aldaar als vreemdelingen te verkeren, geen zal hebben, die ontkome, of overblijve; te weten om weder te keren in het land van Juda, waarnaar hun ziel verlangt weder te keren, om aldaar te wonen; maar zij zullen er niet wederkeren, behalve die ontkomen zullen.
ontkome,
Hebreeuws, geen ontkome of overgeblevene, gelijk boven Jer. 42:17 .
Hertaald:ontkome,
Hebreeuws: geen ontkomene of overgeblevene, zoals hierboven Jer. 42:17.
waarnaar hun ziel verlangt
Hebreeuws, waarnaar zij hunne ziel opheffen; zie boven Jer. 22:27 .
Hertaald:waarnaar hun ziel verlangt
Hebreeuws: waarheen zij hun ziel opheffen; zie hierboven Jer. 22:27.
ontkomen zullen
Hebreeuws, de ontkomenen; te weten enigen vromen, die tegen hunnen dank in Egypte gevoerd zijn; of anderszins, die het God zal believen genadiglijk te bekeren en over te laten, om getuigen te zijn van de waarheid van deze zijne profetieën. Vergelijk onder vs.28.
Hertaald:ontkomen zullen
Hebreeuws: de ontkomenen — namelijk enkele vromen die tegen hun zin naar Egypte gevoerd zijn; of anders zij die het God zal behagen genadig te bekeren en over te laten, om getuigen te zijn van de waarheid van deze profetieën van Hem. Vergelijk hieronder vers 28.
Jeremia 44 vers 17— Maar wij zullen ganselijk doen al hetgeen uit onzen mond is uitgegaan, rokende aan Melecheth des hemels, en haar drankofferen offerende, gelijk als wij gedaan hebben, wij en onze vaders, onze koningen en onze vorsten, in de steden van Juda en in de straten van Jeruzalem; toen werden wij met brood verzadigd, en waren vrolijk, en zagen geen kwaad.
uit onzen mond is uitgegaan,
Dat is, wij zullen onze geloften volbrengen, zie Num. 30:2 ; Richt. 11:36 , en onder vs.25.
Hertaald:uit onzen mond is uitgegaan,
Dat is: wij zullen onze geloften volbrengen; zie Num. 30:2, Richt. 11:36 en hieronder vers 25.
Melecheth des hemels,
Zie boven de aantekening Jer. 7:18 .
Hertaald:Melecheth des hemels,
Zie de aantekening hierboven bij Jer. 7:18.
vrolijk,
Hebreeuws, goed; dat is, vrolijk. Zie Richt. 16:25 .
Hertaald:vrolijk,
Hebreeuws: goed — dat is: vrolijk. Zie Richt. 16:25.
zagen geen kwaad
Dat is, ons wedervoer geen ongeluk of tegenspoed; zie Job 7:7 .
Hertaald:zagen geen kwaad
Dat is: ons overkwam geen ongeluk of tegenspoed; zie Job 7:7.
Jeremia 44 vers 19— Ook wanneer wij aan Melecheth des hemels roken en haar drankofferen offeren, maken wij haar gebeelde koeken, om haar af te beelden, en offeren wij haar drankofferen, zonder onze mannen?
koeken,
Zie boven Jer. 7:18 .
Hertaald:koeken,
Zie hierboven Jer. 7:18.
af te beelden,
Te weten zonderling en met moeite. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk smart en verdriet aandoen; waarvan voorts de afgodische beelden den naam hebben, omdat zij de mensen in smart en verdriet brengen; [zie 1 Sam. 31:9 , en 2 Sam. 5:21 ] , en wijders het woord, dat hier staat, genomen wordt voor zonderling afbeelden, en tot een afgod formeren; vergelijk Job 10:8 . Anders, om haar te vereren; idem tot verdriet, bekommernis, en voorts tot medelijden te bewegen.
Hertaald:af te beelden,
Namelijk: met bijzondere zorg en moeite. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk smart en verdriet aandoen; daaraan ontlenen de afgodsbeelden hun naam, omdat zij de mensen in smart en verdriet brengen (zie 1 Sam. 31:9 en 2 Sam. 5:21). Verder wordt het woord dat hier staat opgevat als: met bijzondere zorg afbeelden en tot een afgod vormen; vergelijk Job 10:8. Anders: om haar te vereren; en ook: om tot verdriet, bekommernis en vervolgens tot medelijden te bewegen.
zonder onze mannen?
Dat is, zonder wil en toelating, of gezelschap en hulp onzer mannen; alsof haar dat verschonen kon; door hare mannen versta haar echte mannen; gelijk vs.15, 25.
Hertaald:zonder onze mannen?
Dat is: zonder de wil en de toestemming van onze mannen, of zonder hun gezelschap en hulp — alsof hun dat zou kunnen verontschuldigen. Onder hun mannen versta: hun wettige echtgenoten, zoals in vers 15 en 25.
Jeremia 44 vers 20— Toen sprak Jeremia tot al het volk, tot de mannen en tot de vrouwen, en tot al het volk, die hem zulks geantwoord hadden, zeggende:
zulks geantwoord hadden,
Hebreeuws, een, of het woord.
Hertaald:zulks geantwoord hadden,
Hebreeuws: een, of: het woord.
Jeremia 44 vers 21— Het roken, dat gijlieden in de steden van Juda en in de straten van Jeruzalem gerookt hebt, gij en uw vaderen, uw koningen en uw vorsten, en het volk des lands, heeft de HEERE daaraan niet gedacht, en is het niet in Zijn hart opgekomen?
is het niet in Zijn hart opgekomen?
Dat is, heeft Hij het niet ter harte genomen, zodat Hij u daarom dus zwaarlijk gestraft heeft; vergelijk boven Jer. 7:31 .
Hertaald:is het niet in Zijn hart opgekomen?
Dat is: heeft Hij het niet ter harte genomen, zodat Hij u daarom zo zwaar gestraft heeft? Vergelijk hierboven Jer. 7:31.
Jeremia 44 vers 22— Zodat het de HEERE niet meer kon verdragen, vanwege de boosheid uwer handelingen, vanwege de gruwelen, die gij deedt; daarom is uw land geworden tot een woestheid, en tot ontzetting, en tot een vloek, dat er niemand in woont, gelijk het is te dezen dage;
ontzetting,
Zie boven Jer. 18:16 .
Hertaald:ontzetting,
Zie hierboven Jer. 18:16.
Jeremia 44 vers 25— Zo spreekt de HEERE der heirscharen, de God Israels, zeggende: Aangaande u en uw vrouwen, zij hebben toch met uw mond gesproken, en gij hebt het met uw handen vervuld, zeggende: Wij zullen onze geloften, die wij beloofd hebben, ganselijk houden, rokende aan Melecheth des hemels, en haar drankofferen offerende; nu, zij hebben uw geloften volkomenlijk bevestigd en uw geloften volkomenlijk gehouden.
zij hebben toch met uw mond gesproken,
De vrouwen, zie boven vs.15, enz. Alsof de Heere zeide: Gij zijt deze zaak tezamen wel eens, de een zegt het, de ander doet het, gij helpt elkander. Anders: Gij en uwe vrouwen, gij hebt, enz.
Hertaald:zij hebben toch met uw mond gesproken,
De vrouwen, zie hierboven vers 15, enzovoort. Alsof de HEERE zei: u bent het in deze zaak samen volkomen eens; de een zegt het en de ander doet het, u helpt elkaar. Anders: u en uw vrouwen, u hebt, enzovoort.
vervuld,
Dat is, metterdaad volbracht.
Hertaald:vervuld,
Dat is: metterdaad volbracht.
ganselijk houden,
Hebreeuws, doende doen; dat is, zonder fout in het werk stellen, volbrengen.
Hertaald:ganselijk houden,
Hebreeuws: doende doen — dat is: zonder mankeren uitvoeren en volbrengen.
zij hebben uw geloften
Uwe vrouwen.
Hertaald:zij hebben uw geloften
Uw vrouwen.
volkomenlijk bevestigd
Hebreeuws, bevestigende bevestigd. Zie boven Jer. 35:14 , met de aantekening.
Hertaald:volkomenlijk bevestigd
Hebreeuws: bevestigend bevestigd. Zie hierboven Jer. 35:14 met de aantekening.
Jeremia 44 vers 26— Daarom hoort des HEEREN woord, gij gans Juda, die in Egypteland woont! Ziet, Ik zweer bij Mijn groten Naam, zegt de HEERE, zo Mijn Naam met den mond van enig man van Juda in gans Egypteland meer zal genoemd worden, die zegge: Zo waarachtig als de Heere HEERE leeft!
man van Juda in gans Egypteland
Dat is, mensen; zie Job 12:10 , alzo in vs.27.
Hertaald:man van Juda in gans Egypteland
Dat is: mensen; zie Job 12:10; zo ook in vers 27.
*
Een afgebroken rede in het eedzweren gebruikelijk; zie Deut. 1:35 .
Hertaald:*
Een afgebroken zin die bij het zweren gebruikelijk is; zie Deut. 1:35.
Jeremia 44 vers 27— Ziet, Ik zal over hen waken ten kwade en niet ten goede; en alle mannen van Juda, die in Egypteland zijn, zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden, totdat zij ten einde zijn.
waken ten kwade
Of, wakker zijn; zie boven Jer. 1:11-12 .
Hertaald:waken ten kwade
Of: wakker zijn; zie hierboven Jer. 1:11-12.
mannen van Juda,
Hebreeuws, alle man; zie boven Jer. 4:3 .
Hertaald:mannen van Juda,
Hebreeuws: alle man; zie hierboven Jer. 4:3.
Jeremia 44 vers 28— Maar die van het zwaard ontkomen, zullen uit Egypteland wederkeren in het land van Juda, weinig in getal; en het ganse overblijfsel van Juda, die in Egypteland gekomen zijn, om aldaar als vreemdelingen te verkeren, zullen weten, wiens woord bestaan zal, het Mijn of het hunne.
van het zwaard ontkomen,
Hebreeuws, ontkomenen van het zwaard.
Hertaald:van het zwaard ontkomen,
Hebreeuws: ontkomenen van het zwaard.
weinig in getal;
Hebreeuws, lieden van getal; zie Gen. 34:30 ; en vergelijk boven vs.14.
Hertaald:weinig in getal;
Hebreeuws: lieden van getal; zie Gen. 34:30, en vergelijk hierboven vers 14.
zijn,
Anders: waren, verstaande de ontkomenen.
Hertaald:zijn,
Anders: waren; waarbij de ontkomenen bedoeld worden.
weten,
Dat is, ervaren, vernemen, ondervinden; alzo in vs.29.
Hertaald:weten,
Dat is: ervaren, vernemen, ondervinden; zo ook in vers 29.
het Mijn of het hunne
Hebreeuws, van mij, of van hen; dat is, dat van mij is uitgegaan, of hetgeen dat van hen is uitgegaan.
Hertaald:het Mijn of het hunne
Hebreeuws: van Mij, of van hen — dat is: wat van Mij uitgegaan is, of wat van hen uitgegaan is.
Jeremia 44 vers 29— En dit zal ulieden het teken zijn, spreekt de HEERE, dat Ik in deze plaats over u bezoeking zal doen; opdat gij weet, dat Mijn woorden zekerlijk over u bestaan zullen ten kwade;
dit zal ulieden het teken zijn,
Dat in vs.30 verhaald wordt.
Hertaald:dit zal ulieden het teken zijn,
Dat in vers 30 verhaald wordt.
over u bezoeking zal doen;
Dat is, u straffen zal; zie Gen. 21:1 .
Hertaald:over u bezoeking zal doen;
Dat is: u straffen zal; zie Gen. 21:1.
zekerlijk over u bestaan zullen ten kwade;
Hebreeuws, bestaande, of oprijzende bestaan zullen.
Hertaald:zekerlijk over u bestaan zullen ten kwade;
Hebreeuws: bestaand, of oprijzend bestaan zullen.
Jeremia 44 vers 30— Alzo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal Farao Hofra, den koning van Egypte, geven in de hand zijner vijanden, en in de hand dergenen, die zijn ziel zoeken, gelijk als Ik Zedekia, den koning van Juda, gegeven heb in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, zijn vijand, en die zijn ziel zocht.
Hofra,
Bij de heidense schrijver genoemd Apries, bij anderen Vafres. Deze was een kindskind van Farao Necho, gelijk Herodotus in zijn tweede boek betuigt.
Hertaald:Hofra,
Bij de heidense schrijvers Apries genoemd, bij anderen Vafres. Hij was een kleinzoon van Farao Necho, zoals Herodotus in zijn tweede boek getuigt.
ziel zoeken,
Die naar zijn leven staan; zie Ex. 4:19 ; 2 Sam. 4:8 . Herodotus schrijft dat hij van zijn eigen onderdaan Amasis overwonnen zijnde, ten laatste den Egyptenaars, die tegen hem waren opgestaan, is overgeleverd en van henlieden verworgd. Eenigen menen dat deze Apries den profeet Jeremia heeft laten ombrengen, misschien om deze profetie, en ter begeerte van deze boze Joden, wien hij hem mag hebben overgeleverd om te stenigen.
Hertaald:ziel zoeken,
Die naar zijn leven staan; zie Ex. 4:19 en 2 Sam. 4:8. Herodotus schrijft dat hij, overwonnen door zijn eigen onderdaan Amasis, ten slotte overgeleverd is aan de Egyptenaren die tegen hem opgestaan waren, en door hen gewurgd is. Sommigen menen dat deze Apries de profeet Jeremia heeft laten ombrengen, misschien vanwege deze profetie en op verzoek van deze boze Joden, aan wie hij hem mogelijk overgeleverd heeft om gestenigd te worden.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Farao Hofra — (Egyptische farao-naam, ook Apries genoemd)
Koning van Egypte, tot wie de overgebleven Joden na de moord op Gedalia vluchtten. Jeremia kondigde aan dat de HEERE hem, evenals Zedekia, in de hand van zijn vijanden zou geven (Jer. 44:30).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De Melecheth des hemels in Egypte — de afgodendienst keert terug, en wordt nu met een argument verdedigd (Jer. 44:15-19)
Het antwoord van het volk in Egypte is onomwonden: "Aangaande het woord, dat gij tot ons in des HEEREN Naam gesproken hebt, wij zullen naar u niet horen" (Jer. 44:16). Wat zij wél zullen doen staat erbij: "wij zullen ganselijk doen al hetgeen uit onzen mond is uitgegaan, rokende aan Melecheth des hemels", zoals zij en hun vaders en hun koningen deden in de steden van Juda (Jer. 44:17). Deze dienst is eerder in het boek al beschreven (reeds behandeld bij Jer. 7:18). Nieuw is de redenering die zij eraan toevoegen: "van toen af, dat wij opgehouden hebben aan Melecheth des hemels te roken, en haar drankofferen te offeren, hebben wij van alles gebrek gehad, en zijn door het zwaard en door den honger verteerd" (Jer. 44:18). En de vrouwen voegen eraan toe dat zij het niet buiten hun mannen om deden (Jer. 44:19).
Bijbelse betekenis: Merk op wat voor soort argument hier gebruikt wordt. Zij tellen terug: toen wij dit deden ging het goed, sinds wij ermee ophielden ging het slecht, dus lag het daaraan. Dat is een redenering uit de uitkomst, en zij is uiterst hardnekkig, want er valt weinig tegen in te brengen zolang men alleen naar de opeenvolging kijkt. Let vervolgens op wat zij overslaan. De reformatie waarop zij doelen was die van Josia, en juist daarna kwam het oordeel dat de profeten al vóór die reformatie hadden aangezegd. De volgorde die zij zien is echt; het verband dat zij eruit afleiden is dat niet. Let ten slotte op wat dit over voorspoed zegt. Voorspoed en tegenspoed zijn in de Schrift geen betrouwbare maat voor Gods oordeel over een weg; dat is bij Job en bij de psalmen al vastgelegd (reeds behandeld bij Ps. 73:1-15).
Typologie: De Heere Jezus wijst diezelfde redenering af bij hen die meenden dat de Galileërs zwaarder gezondigd hadden omdat zij zwaarder getroffen waren (reeds behandeld bij Luk. 13:2-3). En Paulus zegt dat de godzaligheid niet gemeten wordt aan het gewin (1 Tim. 6:5-6).
Wiens woord bestaan zal — de toets die God Zelf aanlegt aan het einde van de strijd om de waarheid (Jer. 44:28)
"Maar die van het zwaard ontkomen, zullen uit Egypteland wederkeren in het land van Juda, weinig in getal; en het ganse overblijfsel van Juda, die in Egypteland gekomen zijn, om aldaar als vreemdelingen te verkeren, zullen weten, wiens woord bestaan zal, het Mijn of het hunne" (Jer. 44:28). Het staat aan het slot van een hoofdstuk waarin het volk zei niet te zullen horen, en God zegt over hen te zullen waken "ten kwade en niet ten goede" (Jer. 44:27).
Bijbelse betekenis: Merk op hoe de zaak wordt teruggebracht tot één vraag: wiens woord houdt stand. Niet wie het hardst roept, niet wie de meeste aanhang heeft, en ook niet wie op dit moment gelijk lijkt te krijgen; alleen wat blijft staan telt. Let vervolgens op wie het weten zullen. Er staat dat het overblijfsel het zal weten — dus de mensen die het tegendeel volhielden. Het bewijs komt bij de tegenpartij terecht. Let ten slotte op het woord waken in Jer. 44:27. Datzelfde woord stond aan het begin van het boek, toen God zei wakker te zijn over Zijn woord om het te doen (reeds behandeld bij Jer. 1:12). Het boek eindigt daarmee waar het begon: God waakt over wat Hij gesproken heeft, ten goede en ten kwade.
Typologie: Paulus zegt hetzelfde in het algemeen: "God zij waarachtig, maar alle mens leugenachtig" (reeds behandeld bij Rom. 3:4). En Petrus zegt: "het Woord des Heeren blijft in der eeuwigheid" (reeds behandeld bij 1 Petr. 1:25).
Jeremia 44:4.KruisverwijzingenJeremia 7:25→Jeremia 7:13→Jeremia 26:5→Zacharia 7:7→Ezechiël 8:10→Jeremia 16:18→Jeremia 29:19→2 Kronieken 36:15→ — En Ik heb tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende, om te zeggen: Doet toch deze gruwelijke zaak niet, die Ik haat. “En Ik heb tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende, om te zeggen: Doet toch deze gruwelijke zaak niet, die Ik haat.”
Dit vers geeft twee argumenten tegen de zonde. Het eerste is ontleend aan de aard van de zonde zelf: “deze gruwelijke zaak”. Het tweede aan wat God tegenover de zonde gevoelt: “die Ik haat”.
De gruwelijke zonde waarover Jeremia hier spreekt, is de afgoderij. Zij is een verfoeilijke daad, omdat zij de mens zo verlaagt en vernedert.
De tweede reden waarom de zonde berouwd en verlaten moet worden, is dus wat God tegenover haar gevoelt. Let erop hoe krachtig Hij het zegt: “deze gruwelijke zaak… die Ik haat” (zie ook Jesaja 28:21).
Het aangrijpendste van deze tekst is voor mij het pleiten van God bij mensen: “Doet toch deze gruwelijke zaak niet.” Het is een wonderlijke neerbuiging van God dat Hij zo met zondaars pleit. Maar het grootste wonder is dit: God heeft niet één keer zo met mensen gepleit. Hij deed het vele malen. “Ik heb tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende.”
V. Vs. 1-30.KruisverwijzingenJeremia 46:14→Exodus 14:2→Jesaja 11:11→Jeremia 44:3→Jeremia 25:6→Jesaja 19:13→Jesaja 6:11→Jeremia 34:22→ — Het woord, dat tot Jeremia geschiedde aan al de Joden, die in Egypteland woonden, die te Migdol woonden, en te Tachpanhes, en te Nof, en in het land Pathros, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Gij hebt gezien al het kwaad, dat Ik gebracht heb over Jeruzalem en over alle steden van Juda; en ziet, zij zijn een woestheid te deze dage, en niemand woont daarin; Vanwege hun boosheid, die zij gedaan hebben, om Mij te tergen, gaande om te roken en andere goden te dienen, die zij niet kenden, zij, gij, noch uw vaders. En Ik heb tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende, om te zeggen: Doet toch deze gruwelijke zaak niet, die Ik haat. Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd, om zich van hun boosheid te bekeren, dat zij anderen goden niet roken. Daarom is Mijn grimmigheid en Mijn toorn uitgestort, en heeft gebrand in de steden van Juda en in de straten van Jeruzalem; zodat zij tot eenzaamheid en tot verwoesting geworden zijn, gelijk het is te dezen dage. En nu, zo zegt de HEERE, de God der heirscharen, de God Israels: Waarom doet gij zulk een groot kwaad tegen uw zielen, opdat gij u den man en de vrouw, het kind en den zuigeling uit het midden van Juda uitroeit, opdat gij u geen overblijfsel overlaat? Tergende Mij door de werken uwer handen, rokende anderen goden in het land van Egypte, alwaar gij gekomen zijt, om daar als vreemdeling te verkeren; opdat gij uzelven uitroeit, en opdat gij wordt tot een vloek, en tot een smaadheid onder alle volken der aarde? Hebt gij vergeten de boosheden uwer vaderen, en de boosheden der koningen van Juda, en de boosheden hunner vrouwen, en uw boosheden, en de boosheden uwer vrouwen, die zij gedaan hebben in het land van Juda en in de straten van Jeruzalem? Zij zijn tot op dezen dag nog niet verbrijzeld van hart, en zij hebben niet gevreesd, noch gewandeld in Mijn wet en in Mijn inzettingen, die Ik voor ulieder aangezicht en voor het aangezicht uwer vaderen gegeven heb. Als de Joden zich in Egypte op verschillende plaatsen hadden nedergezet, gaven zij zich ijverig over aan den dienst van de koningin des hemels, waarschijnlijk daartoe bewogen door het voorbeeld hunner heidense omgeving, in den waan daardoor hun burgerlijke welvaart te bevorderen (vs. 17 vv.), De Profeet maakte daarom van ene vergadering dergenen, die verstrooid in het land woonden en zich tot een feest in Opper-Egypte (vs. 15) hadden verenigd, gebruik, om hun de verderflijke gevolgen van hun gedrag ernstig voor te houden. Hij herinnert hen eerst aan het gericht, dat zij en hun vaderen door aanhoudenden afval van den Heere en door afgodendienst over Jeruzalem en Juda hebben gebracht (vs. 2-7), en waarschuwt hen door voortzetting van den afgodendienst, niet den ondergang van Juda’s overblijfsel te weeg te brengen (vs. 8-10), met de dreiging, dat de Heere allen, die naar Egypte waren getrokken, door zwaard, honger en pest verdelgen zou (vs. 11-14). De gehele vergadering verklaart hem echter, dat zij zijn woord niet willen gehoorzamen, maar bij de verering van de koningin des hemels willen volharden, dewijl het hunnen vaderen was welgegaan, zo lang zij dezen dienst hadden, en eerst na het verlaten van dezen, krijg en honger over hen gekomen was (vs. 15-19), Jeremia weerlegt dien waan, en (vs. 22-30) kondigt hun nogmaals op plechtige wijze het gericht der verdelging door zwaard en honger in Egypte aan, waarbij hij ten laatste (vs. 24-30) ten teken daarvan, dat de Heere zijn woord zal houden, de overgave van koning Hofra in de hand van Nebukadnezar voorzegt.
KruisverwijzingenJeremia 46:14→Exodus 14:2→Jesaja 11:11→Jesaja 19:13→Ezechiël 30:16→Ezechiël 30:14→Ezechiël 29:14→Ezechiël 30:18→— Het woord, dat tot Jeremia geschiedde aan al de Joden, die in Egypteland woonden, die te Migdol woonden, en te Tachpanhes, en te Nof, en in het land Pathros, zeggende:
Het woord, dat tot Jeremia geschiedde, een geruimen tijd na de openbaring in Hoofdst. 43:8-13, ongeveer tussen 585 en 580 v. C. aan al de Joden, die in Egypteland woonden, namelijk die te Migdol (= vesting) in Beneden-Egypte bij de Rode zee, woonden, en te Tachpanhes of Daphne (Hoofdst. 43:7) en te Nof (= poort der gezegenden) of Memfis in Midden-Egypte, en in het land Pathros (= zuidelijke streek), in Opper-Egypte of Thebaïs, zeggendetot hen bij gelegenheid van een feest, waartoe zij allen vergaderd waren:
KruisverwijzingenJesaja 6:11→Jeremia 34:22→Jeremia 9:11→Jeremia 4:7→Micha 3:12→Leviticus 26:32→Jozua 23:3→Klaagliederen 1:16→— Alzo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Gij hebt gezien al het kwaad, dat Ik gebracht heb over Jeruzalem en over alle steden van Juda; en ziet, zij zijn een woestheid te deze dage, en niemand woont daarin;
Alzo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Gij hebt gezien al het kwaad, dat Ik gebracht heb over Jeruzalem en over alle steden van Juda; en ziet, zij zijn ene woestheid te dezen dage, en niemand woont daarin:
KruisverwijzingenDeuteronomium 13:6→Deuteronomium 29:26→Deuteronomium 32:17→Daniël 9:5→Jeremia 2:17→Nehemia 9:33→Ezechiël 8:17→Jeremia 44:8→— Vanwege hun boosheid, die zij gedaan hebben, om Mij te tergen, gaande om te roken en andere goden te dienen, die zij niet kenden, zij, gij, noch uw vaders.
Vanwege hun boosheid, die zij gedaan hebben, om Mij te tergen, gaande om te roken en andere goden te dienen, die zij niet kenden, zij, gij, noch uwe vaders.
KruisverwijzingenJeremia 7:25→Jeremia 7:13→Jeremia 26:5→Zacharia 7:7→Ezechiël 8:10→Jeremia 16:18→Jeremia 29:19→2 Kronieken 36:15→— En Ik heb tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende, om te zeggen: Doet toch deze gruwelijke zaak niet, die Ik haat.
En Ik heb tot u gezonden al Mijne knechten, de Profeten, vroeg op zijnde en zendende, om te zeggen: Doet toch deze gruwelijke zaak niet, die Ik haat. Eeuwen lang onafgebroken gewaarschuwd-en hoe gewaarschuwd! niet door sentimenteel gepraat, maar door donderende woorden en krachtige slagen; men denke slechts aan Elia, Elisa, Hosea, Jesaja, enz! heeft toch Juda den trotsen nek niet gebogen. Toen kwam dan eindelijk het gericht der rechtvaardige liefde, nadat de lankmoedige liefde was uitgeput. En nu is toch in het nietig overblijfsel de gehele oude wortel van ongeloof en ongehoorzaamheid nog onveranderd.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 36:16→Zacharia 7:11→Jeremia 11:8→Psalmen 81:11→Jeremia 19:13→Jeremia 44:17→Jesaja 48:4→Openbaring 2:21→— Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd, om zich van hun boosheid te bekeren, dat zij anderen goden niet roken.
Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd, om zich van hun boosheid te bekeren, dat zij anderen goden niet rookten.
KruisverwijzingenEzechiël 8:18→Jesaja 51:17→Jesaja 51:20→Jeremia 42:18→Jeremia 7:20→Ezechiël 6:12→Jeremia 7:34→Ezechiël 24:13→— Daarom is Mijn grimmigheid en Mijn toorn uitgestort, en heeft gebrand in de steden van Juda en in de straten van Jeruzalem; zodat zij tot eenzaamheid en tot verwoesting geworden zijn, gelijk het is te dezen dage.
Daarom is Mijne grimmigheid en Mijn toorn a) uitgestort, en heeft gebrand in de steden van Juda en in de straten van Jeruzalem; zodat zij tot eenzaamheid en tot verwoesting geworden zijn, gelijk het is te dezen dage1), en gij voor uwe ogen ziet.
Jer. 7:20; 42:18.
Het betaamt ons van de zonde te spreken met den uitersten schrik en verfoeiing, als ene gruwelijke zaak; zij is zeker zodanig, want het is datgene, hetwelk God haat en wij zijn verzekerd, dat Zijn oordeel naar waarheid is. Noem het hatelijk, noem het smartelijk, dat wij onszelven en anderen door alle mogelijke middelen buiten Gods liefde daarmee kunnen stellen. Het betaamt ons tegen het gevaar der zonde te waarschuwen en tegen derzelver schadelijke gevolgen, met allen ernst en aandrang. Indien gij God liefhebt, doet ze niet, want het is Hem tergen; indien gij uwe zielen liefhebt doet ze niet, want het is verderflijk voor dezelve.
KruisverwijzingenNumeri 16:38→Habakuk 2:10→Jeremia 51:22→Jeremia 9:21→Ezechiël 33:11→Klaagliederen 2:11→Jeremia 7:19→Jeremia 44:8→— En nu, zo zegt de HEERE, de God der heirscharen, de God Israels: Waarom doet gij zulk een groot kwaad tegen uw zielen, opdat gij u den man en de vrouw, het kind en den zuigeling uit het midden van Juda uitroeit, opdat gij u geen overblijfsel overlaat?
En nu 1), zo zegt de HEERE, de God der heirscharen, de God Israëls: Waarom doet gij altijd door zulk een groot kwaad tegen uwe zielen, opdat gij u door Mijnen rechtvaardigen toorn te verwekken, den man en de vrouw, het kind en den zuigeling uit het midden van Juda uitroeit, opdat gij u ten laatste zelfs geen overblijfsel overlaat?
Nadat de Profeet heeft gesproken van de vaderen en van der vaderen zonde, gaat hij nu over om het thans levende geslacht aan te spreken. Zij hadden niets geleerd uit de straf die over hen gekomen was, ja wat meer zegt, zij hadden in de zonde volhard, zij hadden blijven wandelen op de paden der zonde, en het was daarom dat de Heere ook hen dreigt, indien zij hunnen goddelozen weg vervolgen.
KruisverwijzingenJeremia 42:18→Jeremia 44:3→Jeremia 25:6→1 Korinthe 10:21→1 Koningen 9:7→2 Koningen 17:15→Jeremia 18:16→2 Kronieken 7:20→— Tergende Mij door de werken uwer handen, rokende anderen goden in het land van Egypte, alwaar gij gekomen zijt, om daar als vreemdeling te verkeren; opdat gij uzelven uitroeit, en opdat gij wordt tot een vloek, en tot een smaadheid onder alle volken der aarde?
Waarom handelt gij aldus, tergende door de werken uwer handen, nu weer rokende andere goden in het land van Egypte, alwaar gij gekomen zijt, om daar als vreemdelingen te verkeren; opdat gij uzelven, gelijk Ik u herhaaldelijk heb bedreigd, uitroeit, en opdat gij wordt tot enen vloek, en tot ene smaadheid onder alle volken der aarde?
KruisverwijzingenJeremia 7:17→Jeremia 44:15→Ezra 9:7→Jozua 22:17→Daniël 9:5→Jeremia 44:21→— Hebt gij vergeten de boosheden uwer vaderen, en de boosheden der koningen van Juda, en de boosheden hunner vrouwen, en uw boosheden, en de boosheden uwer vrouwen, die zij gedaan hebben in het land van Juda en in de straten van Jeruzalem?
Hebt gij dan werkelijk nu reeds vergeten de boosheden uwer vaderen, en de boosheden der koningen van Juda, en de boosheden hunner vrouwen, die altijd den afgodendienst, vooral dien van de koningin des hemels, het ijverigst bedreven; en hebt gij vergeten uwe boosheden, en de boosheden uwer vrouwen, die zij gedaan hebben in het land van Juda en in de straten van Jeruzalem?
KruisverwijzingenSpreuken 28:14→Jeremia 8:12→Jeremia 10:7→Ezechiël 9:4→Spreuken 8:13→Exodus 10:3→Lukas 23:40→1 Koningen 21:29→— Zij zijn tot op dezen dag nog niet verbrijzeld van hart, en zij hebben niet gevreesd, noch gewandeld in Mijn wet en in Mijn inzettingen, die Ik voor ulieder aangezicht en voor het aangezicht uwer vaderen gegeven heb.
Van zulke mensen moet Ik Mijn heilig aangezicht afwenden. Zij zijn tot op dezen dag nog niet verbrijzeld 1) van hart, en zij hebben niet gevreesd, noch gewandeld in Mijne wet en in Mijne inzettingen, die Ik voor ulieder aangezicht en voor het aangezicht uwer vaderen gegeven heb.
God had hen genoeg getoond hoe zwaar Hij beledigd was door hun goddeloosheid. Dewijl derhalve het schrikkelijk oordeel Gods over allen doorzichtig was, beschuldigt de Profeet hier hun hardnekkigheid, dat zij niet bekeerd waren tot een gezonde zin om God te vrezen. Hij roept er nu die andere misdaad van opstand bij, dat zij namelijk niet gewandeld hadden in de wet Gods en naar Zijne bevelen. Derhalve toont hij hun dubbele zonde, dat het onderwijs Gods hen als het ware niets geholpen had en zij ook door de straffen niet wijs waren geworden. De Wet zelf was hun de regel om God zuiver te dienen en zij mochten nergens anders zoeken, wat gedaan moest worden. Dewijl zij derhalve het bewijs van de ware religie in de Wet hadden was deze verachting niet te verdragen geweest, én dat zij uit eigen beweging van den weg waren geweken én zich hadden gewaagd op dwaalwegen. Maar de Profeet toont ons dat zij meer dan onleerzaam waren geweest, omdat zij niet slechts alle onderzoek van de Wet hadden verworpen, maar ook hare leiding hadden verworpen en niet door enige straf waren verbeterd.
KruisverwijzingenJeremia 21:10→Amos 9:4→Leviticus 26:17→Leviticus 20:5→Leviticus 17:10→Psalmen 34:16→Ezechiël 14:7→Ezechiël 15:7→— Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal Mijn aangezicht tegen ulieden stellen ten kwade, en om gans Juda uit te roeien.
Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Ziet, Ik zal, nadat gij uw aangezicht tegen Mij en Mijn gebod hebt gesteld, ook Mijn aangezicht tegen ulieden stellen ten kwade, en om gans Judavoor zover het in Egypte woont, uit te roeien.
Jer. 21:10. Amos 9:4.
KruisverwijzingenJeremia 42:22→Jeremia 42:15→Jesaja 65:15→Hosea 4:6→Jeremia 44:7→Jeremia 29:18→Jeremia 18:16→Jesaja 1:28→— En Ik zal het overblijfsel van Juda wegnemen, die hun aangezichten gesteld hebben, om in Egypteland te gaan, om aldaar als vreemdelingen te verkeren; en zij zullen allen in Egypteland verteerd worden; door het zwaard zullen zij vallen, door den honger zullen zij verteerd worden, van den kleinste tot den grootste toe; door het zwaard en door den honger zullen zij sterven; en zij zullen worden tot een vervloeking, tot een ontzetting en tot een vloek, en tot een smaadheid.
En Ik zal het overblijfsel van Juda wegnemen, die hun aangezichten tegen Mijnen wil gesteld hebben, om in Egypteland te gaan, om aldaar als vreemdelingen te verkeren; en zij zullen allen in Egypteland verteerd worden: door het zwaard zullen zij vallen, door den honger zullen zij verteerd worden, van den kleinste tot den grootste toe; door het zwaard en door den honger zullen zij sterven en zij zullen worden tot ene vervloeking, tot een ontzetting, en tot enen vloek, en tot ene smaadheid 1) (Hoofdst. 42:17).
Hier nu wordt tegen die afgodische Joden in Egypte gedreigd: 1e. dat zij allen zullen verteerd worden zonder uitzondering, geen rang of orde onder hen zal ontkomen, zij zullen vallen van den kleinste tot den grootste, hogen en lagen, rijken en armen. 2e. dat zij door dezelfde oordelen zullen verteerd worden, welke God gebruikt had in het straffen van Jeruzalem, het zwaard, de honger en de pestilentie (vs. 12, 13). Zij zullen niet vernield worden door een natuurlijken dood, gelijk Israël in de woestijn, maar door die smartvolle oordelen, welke zij, door in Egypte te vluchten, dachten te ontwijken en buiten derzelver bereik te komen.
KruisverwijzingenJeremia 44:27→Jeremia 11:22→Jeremia 43:11→Jeremia 42:18→Jeremia 21:9→Jeremia 24:10→— Want Ik zal bezoeking doen over degenen, die in Egypteland wonen, gelijk als Ik bezoeking gedaan heb over Jeruzalem, door het zwaard, door den honger en door de pestilentie;
Want Ik zal bezoeking doen over degenen, die in Egypteland wonen, gelijk als Ik bezoeking gedaan heb over Jeruzalem, door het zwaard, door den honger en door de pestilentie;
KruisverwijzingenJeremia 22:26→Romeinen 9:27→Jesaja 10:20→Jeremia 44:27→Jeremia 42:17→Jesaja 4:2→Romeinen 11:5→Jesaja 30:1→— Zodat het overblijfsel van Juda, die in Egypteland gekomen zijn, om aldaar als vreemdelingen te verkeren, geen zal hebben, die ontkome, of overblijve; te weten om weder te keren in het land van Juda, waarnaar hun ziel verlangt weder te keren, om aldaar te wonen; maar zij zullen er niet wederkeren, behalve die ontkomen zullen.
Zodat tevens door het gericht het afvallige overblijfsel van Juda, die in Egypteland gekomen zijn, om aldaar slechts als vreemdelingen te verkeren, genen zal hebben, die ontkome of overblijve, te weten om weer te keren in het land van Juda, waarnaar hun ziel verlangt weer te keren, om aldaar te wonen; maar zij zullen er niet wederkeren, behalve deweinigen die gedurende het gericht ontkomen zullen 1), maar om hun gering getal niet in aanmerking komen.
Zij waren niet van plan om altijd in Egypte te blijven. Zij wilden er slechts als vreemdelingen verkeren, totdat de macht van Babel verbroken was. Dan dachten zij weer naar het land der vaderen terug te keren. Uit Babel, zo meenden zij, kwam nooit iemand weer, maar Egypte lag dicht bij, en de tocht uit dat land naar Palestina was zonder bezwaar. Juda’s overblijfsel meende derhalve dat het al een zeer veilige weg was, dien het koos, maar het bedacht niet dat het op eigen gekozen wegen wandelde, en dat op eigen gekozen wegen, des Heeren zegen niet te verwachten is. De weg Gods lag uit Babel en niet uit Egypte naar Kanaän. Daarom laat het de Heere verkondigen door zijn Profeet, dat op dien eigen gekozen weg niet anders dan verderf en ondergang was te wachten.
KruisverwijzingenJeremia 5:1→Spreuken 11:21→Jesaja 1:5→Mattheüs 7:13→Genesis 19:4→Nehemia 13:26→2 Petrus 2:1→— Toen antwoordden aan Jeremia al de mannen, die wisten, dat hun vrouwen anderen goden rookten, en al de vrouwen, die daar stonden, zijnde een grote hoop, mitsgaders al het volk, die in Egypteland, in Pathros, woonde, zeggende:
Toen antwoorden aan Jeremia al de mannen, die wisten, dat hun vrouwen andere goden, en met name de koningin des hemels, rookten, en dien afgodendienst duldden, en van vs. 19 af ook al de vrouwen, die daar stonden, zijnde een grote hoop 1), want men vierde waarschijnlijk juist een feest der hemelkoningin, waarbij de vrouwen de hoofdrol speelden, mitsgaders al het volk, die in Egypteland, en wel in Pathros, of Opper-Egypte, waar deze vergadering plaats vond, woonden zeggende:
Het feit, dat er een grote hoop vrouwen op die plaats tegenwoordig was bewijst duidelijk, dat er een feestviering plaats had, ter ere van de afgoden, waarbij gewoonlijk de vrouwen de hoofdrol vervulden.
KruisverwijzingenJeremia 38:4→Psalmen 2:3→Jeremia 18:18→Job 15:25→Job 21:14→Jeremia 8:6→Lukas 19:27→Jeremia 16:15→— Aangaande het woord, dat gij tot ons in des HEEREN Naam gesproken hebt, wij zullen naar u niet horen.
Aangaande het woord, dat gij tot ons in des HEEREN naam gesproken hebt, wij zullen naar u uit horen.
KruisverwijzingenNehemia 9:34→Jeremia 7:18→Deuteronomium 23:23→Hosea 2:5→Jeremia 44:21→Jeremia 19:13→Jeremia 44:25→Filippenzen 3:19→— Maar wij zullen ganselijk doen al hetgeen uit onzen mond is uitgegaan, rokende aan Melecheth des hemels, en haar drankofferen offerende, gelijk als wij gedaan hebben, wij en onze vaders, onze koningen en onze vorsten, in de steden van Juda en in de straten van Jeruzalem; toen werden wij met brood verzadigd, en waren vrolijk, en zagen geen kwaad.
Maar wij zullen ganselijk doen al het geen uit onzen mondals belofte is uitgegaan, rokende volgens die toezegging, aan Melécheth (= koningin) des hemels, en haar drankofferen offerende, gelijk als wij ook vroeger gedaan hebben, wij en onze vaders, onze koningen en onze vorsten, in de steden van Juda en in de straten van Jeruzalem; toen werden wij ten gevolge van den dienst met brood verzadigd, en waren vrolijk en zagen geen kwaad. De verering van de koningin des hemels (Hoofdst. 7:17. Deut. 16:21) was afkomstig uit Assyrië. De maan met haar zacht, vriendelijk licht werd door de Assyriërs en Perzen onder den naam Tanaïs, als zinnebeeld van het “eeuwig-vrouwelijke” in de natuur, de stede ontvangende en barende kracht, maar ook als zinnebeeld van kuisheid en reinheid en als beschermster van den echt goddelijk vereerd, het meest door vrouwen. Maar reeds vroegtijdig werd deze oorspronkelijk relatief reine dienst uitgelatene dweperij, en verbond zich met allerlei gruwelen der wellust. Toen deze ook in Palestina zich verbreidde, en zich daar vermengde met ene dergelijken afgodendienst, die van Aschera, en als Artemisdienst naar voor-Azië in Griekenland kwam, was zij reeds ene hoogst weelderige en gruwelijke dienst, die echter door het volk van Israël, in ‘t bijzonder echter door de Joodse vrouwen, met grote geestdrift werd aangenomen, en met grote onverzetlijkheid werd vastgehouden, ja zelfs mede naar Egypte gebracht. Geen wonder! “de dweepachtige neiging tot aanbidding der voortbrengende kracht onder vrouwelijke gedaante is zelfs in de Christelijke kerk, vooral bij de vrouwen, weer ingeslopen en heersende geworden; ook zij hebben ene hemelkoningin. ” Ook kan gemakkelijk worden aangetoond, dat de eerste beginselen ener goddelijke verering der maagd Maria door de Kollyridiaanse vrouwen in Arabië in de vierde eeuw met het laatste overblijfsel der verering van de koningin des hemels, de godin der maan, in verband staan.
KruisverwijzingenMaleachi 3:13→Jeremia 40:12→Numeri 11:5→Psalmen 73:9→Job 21:14→— Maar van toen af, dat wij opgehouden hebben aan Melecheth des hemels te roken, en haar drankofferen te offeren, hebben wij van alles gebrek gehad, en zijn door het zwaard en door den honger verteerd.
Maar van toen af, dat wij, door den koning van Juda daartoe gedwongen (2 (Kon. 23:4 vv.), opgehouden hebben aan Melécheth des hemels te roken, er haar drankofferen te offeren, hebben wij van alles gebrek gehad, en zijn, ten gevolge van vele vijandelijke invallen, de Egyptenaren en Chaldeën onder Josia en diens opvolgers tot Zedekia, door het zwaard er door den honger verteerd. 1)
Hier maken zij de maat van hun ondankbaarheid vol, omdat zij als het ware God de schuld geven van al hun ellende, terwijl echter, zoals later de Profeet hun zal zeggen, God hen uit de duisternis tot het licht zou getrokken hebben, indien zij te genezen waren geweest. Zij hadden derhalve door de straffen tot de gezondheid naar de ziele moeten teruggeroepen worden. Maar zo ver was het er vandaan dat zij onder de roede Gods waren vooruitgegaan, dat zij integendeel meer en meer verhard waren geworden. Zij zeggen derhalve, dat zodra zij hun afgoden hadden laten varen te dienen, zij ellendig waren geworden, gebrek aan alles hadden geleden en door het zwaard en door den honger waren verteerd. Te voren waren zij door honger en zwaard verteerd, zoals genoeg bekend is en zoals wij hebben gezien; te voren ook hadden zij vele verliezen geleden. Waarom vermelden zij derhalve niet de straffen, waar zij zo dikwijls en zo langen tijd tegen God de verzenen hadden opgeheven? Maar zij verduisteren de oordelen Gods op boze manier. Ondertussen zeggen zij, dat zij op allerlei wijze ellendig zijn geworden sedert zij van dezen goddelozen eredienst zijn afgeweken. Maar zijn zij daarom begonnen ellendig te zijn, dewijl zij niet de sterren en de afgoden aanbaden? Ja, maar de oorzaak was een andere, zoals ook de Profeet straks hun zegt. Het ongeloof bidt altijd het gevolg aan, en beoordeelt de handelingen en gebeurtenissen naar hun uitkomst: post haec, ergo propter (daarna, alzo daardoor). “Israëls ongeluk is na de hervorming van Josia en de uitroeiing van den afgodendienst gekomen; derhalve is deze de oorzaak van dat. ” Daarbij is de goddeloosheid zo blind, dat zij het vroegere ongeluk, de voorboden van de laatste gerichten Gods geheel vergeet en voorbijziet. Maar zo is het altijd geweest. Ook heden nog verwacht de wereld van de verscheuring der banden en van de wegwerping der touwen Gods den gouden tijd voor het volk, en waar in een land wanorde en ellende heerst, moet de Kerk en Gods Woord daarvan de schuld dragen. Hiervoor was echter dit overblijfsel volslagen blind. Juda’s volk had onder Josia wel voor het uitwendige de afgoden laten varen en den afgodendienst prijs gegeven. Wel was het bij hen tot een uiterlijke bekering gekomen, maar God had er zijn zegen niet op gegeven, dewijl deze slechts de klederen en niet het hart had geraakt. Met het hart hadden zij de afgoden blijven aanhangen, en daarom was de roede niet opgeheven en waren de oordelen niet uitgebleven. Josia’s hervorming kon voor een wijl het oordeel en de uitvoering er van opschorten maar niet verhoeden, dewijl Juda in den grond der zaak den Heere en Zijn dienst had verlaten.
KruisverwijzingenJeremia 7:18→Jeremia 44:15→2 Kronieken 21:6→Deuteronomium 7:3→1 Koningen 21:25→Genesis 3:16→Genesis 3:6→Markus 6:19→— Ook wanneer wij aan Melecheth des hemels roken en haar drankofferen offeren, maken wij haar gebeelde koeken, om haar af te beelden, en offeren wij haar drankofferen, zonder onze mannen?
Vervolgens namen ook de vrouwen het woord en zeiden: Ook wanneer wij aan Melécheth des hemels roken en haar drankofferen offeren, maken wij haar gebeelde koeken, in de gedaante der volle maan, om die als spijsoffers te brengen, en om haar af te beelden, en offeren wij haar drankofferen, zonder onze mannen, zonder dat deze te voren van onze gelofte hebben geweten (Num. 30:9 vv.)? Het is buiten twijfel, dat de onbestendige, lichtvaardige vrouwen zich het eerst tot afgoderij hebben laten verleiden even als Eva (2 Kor. 11:3). Wanneer deze zijn ingenomen, dan gaat de duivel verder en weet ook wel Adam in te trekken. Bewaar de deuren uws monds voor haar, die in uwen schoot ligt (Micha 7:5). De vrouwen verklaren hier dat zij dezen offerdienst en de bereiding van de offertekenen niet zonder hare mannen, d. i. zonder hun weten en toestemming verrichten, om zich te rechtvaardigen, dewijl volgens de wet (Num. 30:9 en 10) de man een zonder zijn weten gedane gelofte zijner vrouw opheffen, d. i. voor ongeldig kon verklaren.
— Toen sprak Jeremia tot al het volk, tot de mannen en tot de vrouwen, en tot al het volk, die hem zulks geantwoord hadden, zeggende:
Toen sprak Jeremia tot al het vergaderde volk, tot de mannen en tot de vrouwen, en tot al het andere ongehuwde volk, die hem zulks geantwoord hadden, zeggende:
KruisverwijzingenJeremia 14:10→Jeremia 11:13→Jesaja 64:9→Psalmen 79:8→Jeremia 44:17→Jeremia 44:9→Hosea 7:2→Amos 8:7→— Het roken, dat gijlieden in de steden van Juda en in de straten van Jeruzalem gerookt hebt, gij en uw vaderen, uw koningen en uw vorsten, en het volk des lands, heeft de HEERE daaraan niet gedacht, en is het niet in Zijn hart opgekomen?
Gij zegt, omdat gij geen afgodendienst hebt bedreven, daarom is al dat ongeluk sedert Josia’s tijden over u gekomen, ik meen het tegendeel. Het roken, dat gijlieden in de steden van Juda en in de straten van Jeruzalemvoor de afgoden gerookt hebt, vóór en na Josia’s tijden, gij en uwe vaderen, uwe koningen en uwe vorsten, en het volk des lands in ‘t algemeen, heeft de HEERE daaraan niet gedacht, en is het niet in Zijn hart opgekomen?1)
Hiermede en wat hij verder zegt, wijst de Profeet hen op de grootste oorzaak van hun ellende. Zij hadden niet opgehouden met de afgoden te dienen, met op de straten van Jeruzalem te roken. Zij hadden het vroeger gedaan en zij hadden het later gedaan, en daarom was de Heere hen tegengekomen met Zijne gerichten en straffen. Ook toen zij voor een ogenblik de uitwendige daad hadden laten varen, waren zij toch niet opgehouden in hun hart afgodendienaars en verlaters van den Heere te zijn. Daarom konden zij niet spreken van een laten varen van hun afgodendienst.
KruisverwijzingenJeremia 25:18→Jeremia 44:12→Maleachi 2:17→Jesaja 43:24→Jesaja 7:13→Jeremia 18:16→Jeremia 25:11→Jeremia 25:38→— Zodat het de HEERE niet meer kon verdragen, vanwege de boosheid uwer handelingen, vanwege de gruwelen, die gij deedt; daarom is uw land geworden tot een woestheid, en tot ontzetting, en tot een vloek, dat er niemand in woont, gelijk het is te dezen dage;
Zodat eindelijk de mate Zijner lankmoedigheid was uitgeput, en het de HEERE niet meer kon verdragen van wege de boosheid uwer handelingen, van wege de gruwelen, die gij deedt; daarom is uw land geworden tot ene woestheid, en tot ontzetting, en tot enen vloek voor de heidenen, dat er niemand in woont, gelijk het is te dezen dage, volkomen zo als de Heere lang te voren heeft gedreigd, maar niet, zo als gij meent, omdat gij de hemelkoningin hadt verlaten.
KruisverwijzingenDaniël 9:11→1 Koningen 9:9→Nehemia 13:18→Psalmen 119:150→Jeremia 7:13→Jeremia 32:31→1 Korinthe 10:20→2 Korinthe 6:16→— Vanwege dat gij gerookt hebt, en dat gij tegen den HEERE gezondigd hebt, en des HEEREN stem niet gehoorzaam zijt geweest, en in Zijn wet en in Zijn inzettingen, en in Zijn getuigenissen niet hebt gewandeld; daarom is u dit kwaad wedervaren, gelijk het is te dezen dage.
Juist van wege dat gij haar gerookt hebt, en dat gij tegen den HEERE gezondigd hebt, en des HEEREN stem niet gehoorzaam zijt geweest, en in Zijne wet en in Zijne inzettingen en in Zijne getuigenissen niet hebt gewandeld; daarom is u dit kwaad wedervaren, gelijk het is te dezen dage.
KruisverwijzingenJeremia 43:7→Jeremia 42:15→Jeremia 44:15→Jeremia 44:26→Ezechiël 2:7→Mattheüs 11:15→Jesaja 1:10→Ezechiël 20:32→— Voorts zeide Jeremia tot al het volk, en tot al de vrouwen: Hoort des HEEREN woord, gij gans Juda, die in Egypteland zijt!
Voorts zei Jeremia tot al het volk, en in ‘t bijzonder tot al de vrouwen, die het meest aan de verering der maangodin hingen: Hoort des HEEREN woord, Zijn laatste beslissende woord, gij gans Juda, die in Egypteland zijt!
KruisverwijzingenMattheüs 14:9→Jakobus 1:14→Jesaja 28:15→Handelingen 23:12→Job 34:22→Jeremia 44:15→Judas 1:13→Ezechiël 20:39→— Zo spreekt de HEERE der heirscharen, de God Israels, zeggende: Aangaande u en uw vrouwen, zij hebben toch met uw mond gesproken, en gij hebt het met uw handen vervuld, zeggende: Wij zullen onze geloften, die wij beloofd hebben, ganselijk houden, rokende aan Melecheth des hemels, en haar drankofferen offerende; nu, zij hebben uw geloften volkomenlijk bevestigd en uw geloften volkomenlijk gehouden.
Zo spreekt de HEERE der heirscharen, de God Israëls, zeggende: Aangaande u en uwe vrouwen, zij hebben toch met uwen mond gesproken, overeenkomstig uwen wil de belofte gedaan om de hemelkoningin te dienen, en gij hebt het met uwe handen vervuld, gelijk de belofte luidde, zeggende: wij zullen onze geloften, die wij beloofd hebben, ganselijk houdende, rokende aan Melécheth des hemels en haar drankofferen offerende: nu zij hebben uwe geloften volkomenlijk bevestigd en uwe geloften volkomenlijk gehouden 1); gij zijt te samen wel getrouw geweest aan uw woord!
De Heere houdt hun hun getrouwheid in het vervullen der belofte, die zij gedaan hadden, als hun grote schuld voor ogen. Want aan wien hebben zij gelofte gedaan? Wien zijn zij getrouw geweest? Den duivel. Dat is dubbele zonde, eerst het beloven, vervolgens het houden. God zegt hier duidelijk, dat nademaal zij ten volle besloten hadden bij hun afgoden te blijven, God ten volle voorgenomen had in Zijn twist met hen voort te gaan. Indien zij willen voortgaan met Hem te tergen, zou Hij voortgaan met hen te straffen en zien wie er ten laatste het best bij zou varen.
KruisverwijzingenHebreeën 6:13→Genesis 22:16→Psalmen 50:16→Ezechiël 20:39→Jeremia 4:2→Jeremia 5:2→Jesaja 48:1→Amos 6:8→— Daarom hoort des HEEREN woord, gij gans Juda, die in Egypteland woont! Ziet, Ik zweer bij Mijn groten Naam, zegt de HEERE, zo Mijn Naam met den mond van enig man van Juda in gans Egypteland meer zal genoemd worden, die zegge: Zo waarachtig als de Heere HEERE leeft!
Daarom hoort des HEEREN woord, gij gans Juda, die in Egypteland woont! Gij hebt trouw bewezen aan uw woord, Ik zal ook getrouw zijn aan dit Mijn woord: Ziet, Ik zweer bij Mijnen groten Naam, zo waarlijk Ik de alleen waarachtige, heilige en rechtvaardige, almachtige en eeuwige God ben, en Mij als zodanig genoegzaam aan u heb geopenbaard, zegt de HEERE, zo Mijn naam met den mond van enig man van Juda, die den afgoden geloften deed en zijn verbond met Mij daardoor verbroken heeft, in gans Egypteland meer zal genoemd worden, die tot bevestiging ener gelofte zegge: zo waarachtig als de Heere HEERE leeft 1)!
Dat is de hoogste en allerzwaarste straf, dat God Zijnen heiligen naam en Zijn woord wil wegnemen, gelijk Hij in Deut. 32:20 zegt: Ik zal Mijn aangezicht van hen verbergen; Ik zal zien welk hunlieder einde zijn zal. En dat is de honger, niet naar brood, maar naar het woord Gods, dat zij zullen zoeken en toch niet vinden (Amos 8:11). Dit wil zeggen, dat er geen enkele Jood meer in Egypte zou worden gevonden. In het toevlucht zoeken in Egypte zouden zij den dood vinden, en daarom zweert de Heere hier bij Zich zelven dat Zijn Naam door niemand meer in Egypte zou genoemd worden.
KruisverwijzingenJeremia 31:28→2 Koningen 21:14→Jeremia 1:10→Jeremia 21:10→Jeremia 44:18→Jeremia 44:12→Ezechiël 7:6→— Ziet, Ik zal over hen waken ten kwade en niet ten goede; en alle mannen van Juda, die in Egypteland zijn, zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden, totdat zij ten einde zijn.
Ziet, Ik zal over hen met open oog waken ten kwade en niet ten goede 1); en alle mannen van Juda, die in Egypteland zijn, zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden, totdat zij ten einde zijn, en Mijnen heiligen naam niet meer kunnen ontheiligen.
Wanneer het ontzaglijk gericht openbaar wordt, dat God niet meer mag worden aangeroepen, is dit een zeker teken van den ondergang, die over hen besloten is door God met enen eed, en dus niet meer kan worden afgewend. Dat is een gericht der duivelen, die wel weten dat er een God is, maar van wege hun boosheid Hem niet kunnen toeëigenen, veel minder met enige toeëigening kunnen aanroepen. Zo dikwijls men daarentegen den dierbaren naam van God nog met enige toeëigening des harten kan noemen, of ook wel met het vertrouwen ener genadige verhoring kan aanroepen, is dat een teken van genade, even als het eerste een verschrikkelijk teken van verwerping is. Voor zulken welke God als onbekeerlijke zondaars vindt, zal Hij een onverzoenbaar rechter zijn. Zij zeiden dat zij zich zouden herstellen, wanneer zij wederkeerden tot den dienst der koningin des hemels, maar God zegt, dat zij zich zouden verderven, en nu zal de uitkomst tonen, wat of recht was. De twist tussen God en zondaars is, wiens woord zal bestaan, wiens wil geschieden zal, wien er het best bij staan zal. De zondaars zeggen dat zij vrede zullen hebben, hoewel zij voortgaan met zondigen, maar God zei zij zullen geen vrede hebben. Maar wanneer God oordeelt, zal Hij overwinnen. Gods woord zal bestaan en niet dat van zondaars.
KruisverwijzingenJeremia 44:14→Jeremia 44:25→Jesaja 10:19→Zacharia 1:6→Psalmen 33:11→Jesaja 27:12→Jesaja 46:10→Numeri 14:41→— Maar die van het zwaard ontkomen, zullen uit Egypteland wederkeren in het land van Juda, weinig in getal; en het ganse overblijfsel van Juda, die in Egypteland gekomen zijn, om aldaar als vreemdelingen te verkeren, zullen weten, wiens woord bestaan zal, het Mijn of het hunne.
Maar die van het zwaard ontkomen, zullen uit Egypteland wederkeren in het land van Juda, weinig in getal; en het ganse overblijfsel van Juda, die in Egypteland gekomen zijn, om aldaar als vreemdelingen te verkeren, zullen weten, wiens woord bestaan zal, het Mijne of het hun, maar dan te laat en tot hun eigen verdoemenis. Ongelukkigen! wat wilt gij? Denkt gij, dat Gods waarheid zal onderliggen, of gij die zelfs door uwe razernij en uwen tegenstand zult verbreken? Waarlijk, God zal harder zijn den uw tegenstand.
KruisverwijzingenSpreuken 19:21→Jesaja 40:8→Mattheüs 24:15→Jeremia 44:30→Lukas 21:29→Lukas 21:20→Markus 13:14→1 Samuël 2:34→— En dit zal ulieden het teken zijn, spreekt de HEERE, dat Ik in deze plaats over u bezoeking zal doen; opdat gij weet, dat Mijn woorden zekerlijk over u bestaan zullen ten kwade;
En dit zal ulieden het teken zijn, spreekt de HEERE, waaraan gij zult zien, dat Ik in deze plaats, zo als Ik u zo even heb gedreigd, over u bezoeking zal doen; opdat gij weet, reeds voor dat het komt, dat Mijne woorden zeker over u bestaan zullen ten kwade:
Kruisverwijzingen2 Koningen 25:4→Jeremia 34:21→Jeremia 39:5→Ezechiël 30:21→Jeremia 43:9→Jeremia 46:13→Ezechiël 29:1→Ezechiël 31:18→— Alzo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal Farao Hofra, den koning van Egypte, geven in de hand zijner vijanden, en in de hand dergenen, die zijn ziel zoeken, gelijk als Ik Zedekia, den koning van Juda, gegeven heb in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, zijn vijand, en die zijn ziel zocht.
Alzo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal Faraö Hofra of Apriës, gelijk hem de Grieken noemen, den koning van Egypte, die nu nog regeert, wiens macht, waarop gij vertrouwt, nog ongebroken is, geven in de hand zijner vijanden, en in de hand dergenen, die zijne ziel zoeken. Hij zal door zijne vijanden worden geslagen en eindelijk troon en leven verliezen, en ellendig omkomen, gelijk als Ik Zedekia, den koning van Juda, gegeven heb in de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel, zijnen vijand, en die zijne ziel zocht. Het was ongeveer in het jaar 580, toen Jeremia den afvalligen Joden dit teken van de zekere vervulling van Gods gericht over hen deed horen. Tien jaren later, 570, werd Faraö Hofra (Hoofdst. 43:13) ten gevolge van zijnen ongelukkigen veldtocht tegen Cyrene bij een opstand der ontevredenen door zijnen trouwelozen veldoverste Amasis gevangen genomen, eerst in den koningsburg te Laïs met verschoning behandeld, en vervolgens door het woedende volk geworgd. Nergens is echter door Jeremia geprofeteerd, dat juist Nebukadnezar Faraö Hofra zou doden, gelijk vele uitleggers hebben beweerd. Het is door vele verklaarders betwijfeld, dat de bedreiging van Jeremia aan de Joden, die naar Egypte tegen Gods uitdrukkelijken wil waren uitgetrokken, dat zij op weinige uitzonderingen na door zwaard, honger en pest verdelgd zouden worden, ook werkelijk zou vervuld zijn, daar toch ten tijde van Alexander den Grote, zo vele Joden in Egypte waren, dat Alexander zijne nieuw gestichte stad Alexandrië voor het grootst gedeelte met hen kon bevolken. Het kan echter niet worden bewezen, dat deze nakomelingen zijn geweest van die ten tijde van Jeremia uitgewekene en met het gericht der uitroeiing bedreigde Joden. Daarentegen staat vast, dat in de laatste Perzische tijden (vooral na de weer onderwerping van Egypte door Artaxerxes III Ochus in het jaar 349 v. Christus) vele Joden naar Egypte werden overgebracht, dat verder de pas gestichte stad Alexandrië dadelijk van hare stichting nog onder Alexander, meer nog onder Ptolemeus Lagi, ene steeds aangroeiende menigte van Joden tot zich trok; dat diezelfde Ptolemeus, toen hij zich in het jaar 320 van Fenicië en van Coele-Syrië, en gelijk het schijnt, door ene list op enen sabbat ook van Jeruzalem had meester gemaakt, vele Joodse gevangenen en gijzelaars uit het gehele land naar Egypte overgebracht, ja, dat hij 30. 000 Joodse krijgslieden in de vaste steden van Egypte als bezetting had gelegd. Zo is het gemakkelijk te verklaren, hoe in de 250 jaren tussen Jeremia en de stichting van Alexandrië het getal van Joden in Egypte door gevangenschap, slavernij en vrijwillig intrekken zo bijzonder vermeerde, als onder Ptolemeus voorkomt. Dat echter reeds Alexander daar zo vele Joden gevonden heeft, dat hij er bijna geheel Alexandrië mede kon bevolken, is mede onbewijsbaar. Er bestaat dus ook gene reden daaraan te twijfelen, dat het door Jeremia in ons Hoofdstuk gedreigde gericht van uitroeiing aan de Joodse kolonie, die met Jeremia naar Egypte was getrokken, bij de verovering van Egypte door de Chaldeën onder Nebukadnezar en later op het nauwkeurigst is vervuld. Het vonnis van vernietiging, dat Jeremia den Joden bij de feestelijke bijeenkomst te Patros verkondigde, was de laatste openbaring aan hem, die wij in zijn boek bezitten, en dus ook wel de laatste, die hij ontving. Alzo vond zijne profetische werkzaamheid een besluit, dat overeenkwam met zijne gehele roeping, die in de verkondiging en persoonlijke ervaring van het definitieve gericht van God bestond. Buitendien moet men niet vergeten, dat dit oordeel Gods niet gericht was tegen de Joden, die alrede in Egypte woonden, maar tegen hen, die nu uit Palestina naar Egypte waren getogen, om het zwaard van Nebukadnezar te ontvluchten, en dit tegen Gods bevel deden.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
God haat alle kwaad, alle onrecht, alle verkeerdheid, alle onzedelijkheid, alle zonde van welke soort ook. Hij haat het! Hij staat er niet onverschillig tegenover en Hij verdraagt het niet, maar heel Zijn wezen gaat in een rechtvaardige verontwaardiging tegen het kwaad uit. Hij haat het ten eerste omdat Hij oneindig rein is. Hij haat het ook omdat het Zijn schepselen zo beschadigt. Hij haat het omdat het zo bitter bederft wat Hij gemaakt heeft; mensen zijn, zoals God hen ziet, door de zonde lelijk geworden. En Hij haat het omdat het Hem drijft tot wat Hij ongaarne doet: Zijn vreemde werk van het oordeel.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Jeremia 44
Jeremia 44:4.KruisverwijzingenJeremia 7:25→Jeremia 7:13→Jeremia 26:5→Zacharia 7:7→Ezechiël 8:10→Jeremia 16:18→Jeremia 29:19→2 Kronieken 36:15→
— En Ik heb tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende, om te zeggen: Doet toch deze gruwelijke zaak niet, die Ik haat.
“En Ik heb tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende, om te zeggen: Doet toch deze gruwelijke zaak niet, die Ik haat.”
Dit vers geeft twee argumenten tegen de zonde. Het eerste is ontleend aan de aard van de zonde zelf: “deze gruwelijke zaak”. Het tweede aan wat God tegenover de zonde gevoelt: “die Ik haat”.
De gruwelijke zonde waarover Jeremia hier spreekt, is de afgoderij. Zij is een verfoeilijke daad, omdat zij de mens zo verlaagt en vernedert.
De tweede reden waarom de zonde berouwd en verlaten moet worden, is dus wat God tegenover haar gevoelt. Let erop hoe krachtig Hij het zegt: “deze gruwelijke zaak… die Ik haat” (zie ook Jesaja 28:21).
Het aangrijpendste van deze tekst is voor mij het pleiten van God bij mensen: “Doet toch deze gruwelijke zaak niet.” Het is een wonderlijke neerbuiging van God dat Hij zo met zondaars pleit. Maar het grootste wonder is dit: God heeft niet één keer zo met mensen gepleit. Hij deed het vele malen. “Ik heb tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende.”
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
V. Vs. 1-30.KruisverwijzingenJeremia 46:14→Exodus 14:2→Jesaja 11:11→Jeremia 44:3→Jeremia 25:6→Jesaja 19:13→Jesaja 6:11→Jeremia 34:22→
— Het woord, dat tot Jeremia geschiedde aan al de Joden, die in Egypteland woonden, die te Migdol woonden, en te Tachpanhes, en te Nof, en in het land Pathros, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Gij hebt gezien al het kwaad, dat Ik gebracht heb over Jeruzalem en over alle steden van Juda; en ziet, zij zijn een woestheid te deze dage, en niemand woont daarin; Vanwege hun boosheid, die zij gedaan hebben, om Mij te tergen, gaande om te roken en andere goden te dienen, die zij niet kenden, zij, gij, noch uw vaders. En Ik heb tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende, om te zeggen: Doet toch deze gruwelijke zaak niet, die Ik haat. Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd, om zich van hun boosheid te bekeren, dat zij anderen goden niet roken. Daarom is Mijn grimmigheid en Mijn toorn uitgestort, en heeft gebrand in de steden van Juda en in de straten van Jeruzalem; zodat zij tot eenzaamheid en tot verwoesting geworden zijn, gelijk het is te dezen dage. En nu, zo zegt de HEERE, de God der heirscharen, de God Israels: Waarom doet gij zulk een groot kwaad tegen uw zielen, opdat gij u den man en de vrouw, het kind en den zuigeling uit het midden van Juda uitroeit, opdat gij u geen overblijfsel overlaat? Tergende Mij door de werken uwer handen, rokende anderen goden in het land van Egypte, alwaar gij gekomen zijt, om daar als vreemdeling te verkeren; opdat gij uzelven uitroeit, en opdat gij wordt tot een vloek, en tot een smaadheid onder alle volken der aarde? Hebt gij vergeten de boosheden uwer vaderen, en de boosheden der koningen van Juda, en de boosheden hunner vrouwen, en uw boosheden, en de boosheden uwer vrouwen, die zij gedaan hebben in het land van Juda en in de straten van Jeruzalem? Zij zijn tot op dezen dag nog niet verbrijzeld van hart, en zij hebben niet gevreesd, noch gewandeld in Mijn wet en in Mijn inzettingen, die Ik voor ulieder aangezicht en voor het aangezicht uwer vaderen gegeven heb.
Als de Joden zich in Egypte op verschillende plaatsen hadden nedergezet, gaven zij zich ijverig over aan den dienst van de koningin des hemels, waarschijnlijk daartoe bewogen door het voorbeeld hunner heidense omgeving, in den waan daardoor hun burgerlijke welvaart te bevorderen (vs. 17 vv.), De Profeet maakte daarom van ene vergadering dergenen, die verstrooid in het land woonden en zich tot een feest in Opper-Egypte (vs. 15) hadden verenigd, gebruik, om hun de verderflijke gevolgen van hun gedrag ernstig voor te houden. Hij herinnert hen eerst aan het gericht, dat zij en hun vaderen door aanhoudenden afval van den Heere en door afgodendienst over Jeruzalem en Juda hebben gebracht (vs. 2-7), en waarschuwt hen door voortzetting van den afgodendienst, niet den ondergang van Juda’s overblijfsel te weeg te brengen (vs. 8-10), met de dreiging, dat de Heere allen, die naar Egypte waren getrokken, door zwaard, honger en pest verdelgen zou (vs. 11-14). De gehele vergadering verklaart hem echter, dat zij zijn woord niet willen gehoorzamen, maar bij de verering van de koningin des hemels willen volharden, dewijl het hunnen vaderen was welgegaan, zo lang zij dezen dienst hadden, en eerst na het verlaten van dezen, krijg en honger over hen gekomen was (vs. 15-19), Jeremia weerlegt dien waan, en (vs. 22-30) kondigt hun nogmaals op plechtige wijze het gericht der verdelging door zwaard en honger in Egypte aan, waarbij hij ten laatste (vs. 24-30) ten teken daarvan, dat de Heere zijn woord zal houden, de overgave van koning Hofra in de hand van Nebukadnezar voorzegt.
Het woord, dat tot Jeremia geschiedde, een geruimen tijd na de openbaring in Hoofdst. 43:8-13, ongeveer tussen 585 en 580 v. C. aan al de Joden, die in Egypteland woonden, namelijk die te Migdol (= vesting) in Beneden-Egypte bij de Rode zee, woonden, en te Tachpanhes of Daphne (Hoofdst. 43:7) en te Nof (= poort der gezegenden) of Memfis in Midden-Egypte, en in het land Pathros (= zuidelijke streek), in Opper-Egypte of Thebaïs, zeggendetot hen bij gelegenheid van een feest, waartoe zij allen vergaderd waren:
Alzo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Gij hebt gezien al het kwaad, dat Ik gebracht heb over Jeruzalem en over alle steden van Juda; en ziet, zij zijn ene woestheid te dezen dage, en niemand woont daarin:
Vanwege hun boosheid, die zij gedaan hebben, om Mij te tergen, gaande om te roken en andere goden te dienen, die zij niet kenden, zij, gij, noch uwe vaders.
En Ik heb tot u gezonden al Mijne knechten, de Profeten, vroeg op zijnde en zendende, om te zeggen: Doet toch deze gruwelijke zaak niet, die Ik haat. Eeuwen lang onafgebroken gewaarschuwd-en hoe gewaarschuwd! niet door sentimenteel gepraat, maar door donderende woorden en krachtige slagen; men denke slechts aan Elia, Elisa, Hosea, Jesaja, enz! heeft toch Juda den trotsen nek niet gebogen. Toen kwam dan eindelijk het gericht der rechtvaardige liefde, nadat de lankmoedige liefde was uitgeput. En nu is toch in het nietig overblijfsel de gehele oude wortel van ongeloof en ongehoorzaamheid nog onveranderd.
Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd, om zich van hun boosheid te bekeren, dat zij anderen goden niet rookten.
Daarom is Mijne grimmigheid en Mijn toorn a) uitgestort, en heeft gebrand in de steden van Juda en in de straten van Jeruzalem; zodat zij tot eenzaamheid en tot verwoesting geworden zijn, gelijk het is te dezen dage1), en gij voor uwe ogen ziet.
Jer. 7:20; 42:18.
Het betaamt ons van de zonde te spreken met den uitersten schrik en verfoeiing, als ene gruwelijke zaak; zij is zeker zodanig, want het is datgene, hetwelk God haat en wij zijn verzekerd, dat Zijn oordeel naar waarheid is. Noem het hatelijk, noem het smartelijk, dat wij onszelven en anderen door alle mogelijke middelen buiten Gods liefde daarmee kunnen stellen. Het betaamt ons tegen het gevaar der zonde te waarschuwen en tegen derzelver schadelijke gevolgen, met allen ernst en aandrang. Indien gij God liefhebt, doet ze niet, want het is Hem tergen; indien gij uwe zielen liefhebt doet ze niet, want het is verderflijk voor dezelve.
En nu 1), zo zegt de HEERE, de God der heirscharen, de God Israëls: Waarom doet gij altijd door zulk een groot kwaad tegen uwe zielen, opdat gij u door Mijnen rechtvaardigen toorn te verwekken, den man en de vrouw, het kind en den zuigeling uit het midden van Juda uitroeit, opdat gij u ten laatste zelfs geen overblijfsel overlaat?
Nadat de Profeet heeft gesproken van de vaderen en van der vaderen zonde, gaat hij nu over om het thans levende geslacht aan te spreken. Zij hadden niets geleerd uit de straf die over hen gekomen was, ja wat meer zegt, zij hadden in de zonde volhard, zij hadden blijven wandelen op de paden der zonde, en het was daarom dat de Heere ook hen dreigt, indien zij hunnen goddelozen weg vervolgen.
Waarom handelt gij aldus, tergende door de werken uwer handen, nu weer rokende andere goden in het land van Egypte, alwaar gij gekomen zijt, om daar als vreemdelingen te verkeren; opdat gij uzelven, gelijk Ik u herhaaldelijk heb bedreigd, uitroeit, en opdat gij wordt tot enen vloek, en tot ene smaadheid onder alle volken der aarde?
Hebt gij dan werkelijk nu reeds vergeten de boosheden uwer vaderen, en de boosheden der koningen van Juda, en de boosheden hunner vrouwen, die altijd den afgodendienst, vooral dien van de koningin des hemels, het ijverigst bedreven; en hebt gij vergeten uwe boosheden, en de boosheden uwer vrouwen, die zij gedaan hebben in het land van Juda en in de straten van Jeruzalem?
Van zulke mensen moet Ik Mijn heilig aangezicht afwenden. Zij zijn tot op dezen dag nog niet verbrijzeld 1) van hart, en zij hebben niet gevreesd, noch gewandeld in Mijne wet en in Mijne inzettingen, die Ik voor ulieder aangezicht en voor het aangezicht uwer vaderen gegeven heb.
God had hen genoeg getoond hoe zwaar Hij beledigd was door hun goddeloosheid. Dewijl derhalve het schrikkelijk oordeel Gods over allen doorzichtig was, beschuldigt de Profeet hier hun hardnekkigheid, dat zij niet bekeerd waren tot een gezonde zin om God te vrezen. Hij roept er nu die andere misdaad van opstand bij, dat zij namelijk niet gewandeld hadden in de wet Gods en naar Zijne bevelen. Derhalve toont hij hun dubbele zonde, dat het onderwijs Gods hen als het ware niets geholpen had en zij ook door de straffen niet wijs waren geworden. De Wet zelf was hun de regel om God zuiver te dienen en zij mochten nergens anders zoeken, wat gedaan moest worden. Dewijl zij derhalve het bewijs van de ware religie in de Wet hadden was deze verachting niet te verdragen geweest, én dat zij uit eigen beweging van den weg waren geweken én zich hadden gewaagd op dwaalwegen. Maar de Profeet toont ons dat zij meer dan onleerzaam waren geweest, omdat zij niet slechts alle onderzoek van de Wet hadden verworpen, maar ook hare leiding hadden verworpen en niet door enige straf waren verbeterd.
Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Ziet, Ik zal, nadat gij uw aangezicht tegen Mij en Mijn gebod hebt gesteld, ook Mijn aangezicht tegen ulieden stellen ten kwade, en om gans Judavoor zover het in Egypte woont, uit te roeien.
Jer. 21:10. Amos 9:4.
En Ik zal het overblijfsel van Juda wegnemen, die hun aangezichten tegen Mijnen wil gesteld hebben, om in Egypteland te gaan, om aldaar als vreemdelingen te verkeren; en zij zullen allen in Egypteland verteerd worden: door het zwaard zullen zij vallen, door den honger zullen zij verteerd worden, van den kleinste tot den grootste toe; door het zwaard en door den honger zullen zij sterven en zij zullen worden tot ene vervloeking, tot een ontzetting, en tot enen vloek, en tot ene smaadheid 1) (Hoofdst. 42:17).
Hier nu wordt tegen die afgodische Joden in Egypte gedreigd: 1e. dat zij allen zullen verteerd worden zonder uitzondering, geen rang of orde onder hen zal ontkomen, zij zullen vallen van den kleinste tot den grootste, hogen en lagen, rijken en armen. 2e. dat zij door dezelfde oordelen zullen verteerd worden, welke God gebruikt had in het straffen van Jeruzalem, het zwaard, de honger en de pestilentie (vs. 12, 13). Zij zullen niet vernield worden door een natuurlijken dood, gelijk Israël in de woestijn, maar door die smartvolle oordelen, welke zij, door in Egypte te vluchten, dachten te ontwijken en buiten derzelver bereik te komen.
Want Ik zal bezoeking doen over degenen, die in Egypteland wonen, gelijk als Ik bezoeking gedaan heb over Jeruzalem, door het zwaard, door den honger en door de pestilentie;
Zodat tevens door het gericht het afvallige overblijfsel van Juda, die in Egypteland gekomen zijn, om aldaar slechts als vreemdelingen te verkeren, genen zal hebben, die ontkome of overblijve, te weten om weer te keren in het land van Juda, waarnaar hun ziel verlangt weer te keren, om aldaar te wonen; maar zij zullen er niet wederkeren, behalve deweinigen die gedurende het gericht ontkomen zullen 1), maar om hun gering getal niet in aanmerking komen.
Zij waren niet van plan om altijd in Egypte te blijven. Zij wilden er slechts als vreemdelingen verkeren, totdat de macht van Babel verbroken was. Dan dachten zij weer naar het land der vaderen terug te keren. Uit Babel, zo meenden zij, kwam nooit iemand weer, maar Egypte lag dicht bij, en de tocht uit dat land naar Palestina was zonder bezwaar. Juda’s overblijfsel meende derhalve dat het al een zeer veilige weg was, dien het koos, maar het bedacht niet dat het op eigen gekozen wegen wandelde, en dat op eigen gekozen wegen, des Heeren zegen niet te verwachten is. De weg Gods lag uit Babel en niet uit Egypte naar Kanaän. Daarom laat het de Heere verkondigen door zijn Profeet, dat op dien eigen gekozen weg niet anders dan verderf en ondergang was te wachten.
Toen antwoorden aan Jeremia al de mannen, die wisten, dat hun vrouwen andere goden, en met name de koningin des hemels, rookten, en dien afgodendienst duldden, en van vs. 19 af ook al de vrouwen, die daar stonden, zijnde een grote hoop 1), want men vierde waarschijnlijk juist een feest der hemelkoningin, waarbij de vrouwen de hoofdrol speelden, mitsgaders al het volk, die in Egypteland, en wel in Pathros, of Opper-Egypte, waar deze vergadering plaats vond, woonden zeggende:
Het feit, dat er een grote hoop vrouwen op die plaats tegenwoordig was bewijst duidelijk, dat er een feestviering plaats had, ter ere van de afgoden, waarbij gewoonlijk de vrouwen de hoofdrol vervulden.
Aangaande het woord, dat gij tot ons in des HEEREN naam gesproken hebt, wij zullen naar u uit horen.
Maar wij zullen ganselijk doen al het geen uit onzen mondals belofte is uitgegaan, rokende volgens die toezegging, aan Melécheth (= koningin) des hemels, en haar drankofferen offerende, gelijk als wij ook vroeger gedaan hebben, wij en onze vaders, onze koningen en onze vorsten, in de steden van Juda en in de straten van Jeruzalem; toen werden wij ten gevolge van den dienst met brood verzadigd, en waren vrolijk en zagen geen kwaad. De verering van de koningin des hemels (Hoofdst. 7:17. Deut. 16:21) was afkomstig uit Assyrië. De maan met haar zacht, vriendelijk licht werd door de Assyriërs en Perzen onder den naam Tanaïs, als zinnebeeld van het “eeuwig-vrouwelijke” in de natuur, de stede ontvangende en barende kracht, maar ook als zinnebeeld van kuisheid en reinheid en als beschermster van den echt goddelijk vereerd, het meest door vrouwen. Maar reeds vroegtijdig werd deze oorspronkelijk relatief reine dienst uitgelatene dweperij, en verbond zich met allerlei gruwelen der wellust. Toen deze ook in Palestina zich verbreidde, en zich daar vermengde met ene dergelijken afgodendienst, die van Aschera, en als Artemisdienst naar voor-Azië in Griekenland kwam, was zij reeds ene hoogst weelderige en gruwelijke dienst, die echter door het volk van Israël, in ‘t bijzonder echter door de Joodse vrouwen, met grote geestdrift werd aangenomen, en met grote onverzetlijkheid werd vastgehouden, ja zelfs mede naar Egypte gebracht. Geen wonder! “de dweepachtige neiging tot aanbidding der voortbrengende kracht onder vrouwelijke gedaante is zelfs in de Christelijke kerk, vooral bij de vrouwen, weer ingeslopen en heersende geworden; ook zij hebben ene hemelkoningin. ” Ook kan gemakkelijk worden aangetoond, dat de eerste beginselen ener goddelijke verering der maagd Maria door de Kollyridiaanse vrouwen in Arabië in de vierde eeuw met het laatste overblijfsel der verering van de koningin des hemels, de godin der maan, in verband staan.
Maar van toen af, dat wij, door den koning van Juda daartoe gedwongen (2 (Kon. 23:4 vv.), opgehouden hebben aan Melécheth des hemels te roken, er haar drankofferen te offeren, hebben wij van alles gebrek gehad, en zijn, ten gevolge van vele vijandelijke invallen, de Egyptenaren en Chaldeën onder Josia en diens opvolgers tot Zedekia, door het zwaard er door den honger verteerd. 1)
Hier maken zij de maat van hun ondankbaarheid vol, omdat zij als het ware God de schuld geven van al hun ellende, terwijl echter, zoals later de Profeet hun zal zeggen, God hen uit de duisternis tot het licht zou getrokken hebben, indien zij te genezen waren geweest. Zij hadden derhalve door de straffen tot de gezondheid naar de ziele moeten teruggeroepen worden. Maar zo ver was het er vandaan dat zij onder de roede Gods waren vooruitgegaan, dat zij integendeel meer en meer verhard waren geworden. Zij zeggen derhalve, dat zodra zij hun afgoden hadden laten varen te dienen, zij ellendig waren geworden, gebrek aan alles hadden geleden en door het zwaard en door den honger waren verteerd. Te voren waren zij door honger en zwaard verteerd, zoals genoeg bekend is en zoals wij hebben gezien; te voren ook hadden zij vele verliezen geleden. Waarom vermelden zij derhalve niet de straffen, waar zij zo dikwijls en zo langen tijd tegen God de verzenen hadden opgeheven? Maar zij verduisteren de oordelen Gods op boze manier. Ondertussen zeggen zij, dat zij op allerlei wijze ellendig zijn geworden sedert zij van dezen goddelozen eredienst zijn afgeweken. Maar zijn zij daarom begonnen ellendig te zijn, dewijl zij niet de sterren en de afgoden aanbaden? Ja, maar de oorzaak was een andere, zoals ook de Profeet straks hun zegt. Het ongeloof bidt altijd het gevolg aan, en beoordeelt de handelingen en gebeurtenissen naar hun uitkomst: post haec, ergo propter (daarna, alzo daardoor). “Israëls ongeluk is na de hervorming van Josia en de uitroeiing van den afgodendienst gekomen; derhalve is deze de oorzaak van dat. ” Daarbij is de goddeloosheid zo blind, dat zij het vroegere ongeluk, de voorboden van de laatste gerichten Gods geheel vergeet en voorbijziet. Maar zo is het altijd geweest. Ook heden nog verwacht de wereld van de verscheuring der banden en van de wegwerping der touwen Gods den gouden tijd voor het volk, en waar in een land wanorde en ellende heerst, moet de Kerk en Gods Woord daarvan de schuld dragen. Hiervoor was echter dit overblijfsel volslagen blind. Juda’s volk had onder Josia wel voor het uitwendige de afgoden laten varen en den afgodendienst prijs gegeven. Wel was het bij hen tot een uiterlijke bekering gekomen, maar God had er zijn zegen niet op gegeven, dewijl deze slechts de klederen en niet het hart had geraakt. Met het hart hadden zij de afgoden blijven aanhangen, en daarom was de roede niet opgeheven en waren de oordelen niet uitgebleven. Josia’s hervorming kon voor een wijl het oordeel en de uitvoering er van opschorten maar niet verhoeden, dewijl Juda in den grond der zaak den Heere en Zijn dienst had verlaten.
Vervolgens namen ook de vrouwen het woord en zeiden: Ook wanneer wij aan Melécheth des hemels roken en haar drankofferen offeren, maken wij haar gebeelde koeken, in de gedaante der volle maan, om die als spijsoffers te brengen, en om haar af te beelden, en offeren wij haar drankofferen, zonder onze mannen, zonder dat deze te voren van onze gelofte hebben geweten (Num. 30:9 vv.)? Het is buiten twijfel, dat de onbestendige, lichtvaardige vrouwen zich het eerst tot afgoderij hebben laten verleiden even als Eva (2 Kor. 11:3). Wanneer deze zijn ingenomen, dan gaat de duivel verder en weet ook wel Adam in te trekken. Bewaar de deuren uws monds voor haar, die in uwen schoot ligt (Micha 7:5). De vrouwen verklaren hier dat zij dezen offerdienst en de bereiding van de offertekenen niet zonder hare mannen, d. i. zonder hun weten en toestemming verrichten, om zich te rechtvaardigen, dewijl volgens de wet (Num. 30:9 en 10) de man een zonder zijn weten gedane gelofte zijner vrouw opheffen, d. i. voor ongeldig kon verklaren.
Toen sprak Jeremia tot al het vergaderde volk, tot de mannen en tot de vrouwen, en tot al het andere ongehuwde volk, die hem zulks geantwoord hadden, zeggende:
Gij zegt, omdat gij geen afgodendienst hebt bedreven, daarom is al dat ongeluk sedert Josia’s tijden over u gekomen, ik meen het tegendeel. Het roken, dat gijlieden in de steden van Juda en in de straten van Jeruzalemvoor de afgoden gerookt hebt, vóór en na Josia’s tijden, gij en uwe vaderen, uwe koningen en uwe vorsten, en het volk des lands in ‘t algemeen, heeft de HEERE daaraan niet gedacht, en is het niet in Zijn hart opgekomen?1)
Hiermede en wat hij verder zegt, wijst de Profeet hen op de grootste oorzaak van hun ellende. Zij hadden niet opgehouden met de afgoden te dienen, met op de straten van Jeruzalem te roken. Zij hadden het vroeger gedaan en zij hadden het later gedaan, en daarom was de Heere hen tegengekomen met Zijne gerichten en straffen. Ook toen zij voor een ogenblik de uitwendige daad hadden laten varen, waren zij toch niet opgehouden in hun hart afgodendienaars en verlaters van den Heere te zijn. Daarom konden zij niet spreken van een laten varen van hun afgodendienst.
Zodat eindelijk de mate Zijner lankmoedigheid was uitgeput, en het de HEERE niet meer kon verdragen van wege de boosheid uwer handelingen, van wege de gruwelen, die gij deedt; daarom is uw land geworden tot ene woestheid, en tot ontzetting, en tot enen vloek voor de heidenen, dat er niemand in woont, gelijk het is te dezen dage, volkomen zo als de Heere lang te voren heeft gedreigd, maar niet, zo als gij meent, omdat gij de hemelkoningin hadt verlaten.
Juist van wege dat gij haar gerookt hebt, en dat gij tegen den HEERE gezondigd hebt, en des HEEREN stem niet gehoorzaam zijt geweest, en in Zijne wet en in Zijne inzettingen en in Zijne getuigenissen niet hebt gewandeld; daarom is u dit kwaad wedervaren, gelijk het is te dezen dage.
Voorts zei Jeremia tot al het volk, en in ‘t bijzonder tot al de vrouwen, die het meest aan de verering der maangodin hingen: Hoort des HEEREN woord, Zijn laatste beslissende woord, gij gans Juda, die in Egypteland zijt!
Zo spreekt de HEERE der heirscharen, de God Israëls, zeggende: Aangaande u en uwe vrouwen, zij hebben toch met uwen mond gesproken, overeenkomstig uwen wil de belofte gedaan om de hemelkoningin te dienen, en gij hebt het met uwe handen vervuld, gelijk de belofte luidde, zeggende: wij zullen onze geloften, die wij beloofd hebben, ganselijk houdende, rokende aan Melécheth des hemels en haar drankofferen offerende: nu zij hebben uwe geloften volkomenlijk bevestigd en uwe geloften volkomenlijk gehouden 1); gij zijt te samen wel getrouw geweest aan uw woord!
De Heere houdt hun hun getrouwheid in het vervullen der belofte, die zij gedaan hadden, als hun grote schuld voor ogen. Want aan wien hebben zij gelofte gedaan? Wien zijn zij getrouw geweest? Den duivel. Dat is dubbele zonde, eerst het beloven, vervolgens het houden. God zegt hier duidelijk, dat nademaal zij ten volle besloten hadden bij hun afgoden te blijven, God ten volle voorgenomen had in Zijn twist met hen voort te gaan. Indien zij willen voortgaan met Hem te tergen, zou Hij voortgaan met hen te straffen en zien wie er ten laatste het best bij zou varen.
Daarom hoort des HEEREN woord, gij gans Juda, die in Egypteland woont! Gij hebt trouw bewezen aan uw woord, Ik zal ook getrouw zijn aan dit Mijn woord: Ziet, Ik zweer bij Mijnen groten Naam, zo waarlijk Ik de alleen waarachtige, heilige en rechtvaardige, almachtige en eeuwige God ben, en Mij als zodanig genoegzaam aan u heb geopenbaard, zegt de HEERE, zo Mijn naam met den mond van enig man van Juda, die den afgoden geloften deed en zijn verbond met Mij daardoor verbroken heeft, in gans Egypteland meer zal genoemd worden, die tot bevestiging ener gelofte zegge: zo waarachtig als de Heere HEERE leeft 1)!
Dat is de hoogste en allerzwaarste straf, dat God Zijnen heiligen naam en Zijn woord wil wegnemen, gelijk Hij in Deut. 32:20 zegt: Ik zal Mijn aangezicht van hen verbergen; Ik zal zien welk hunlieder einde zijn zal. En dat is de honger, niet naar brood, maar naar het woord Gods, dat zij zullen zoeken en toch niet vinden (Amos 8:11). Dit wil zeggen, dat er geen enkele Jood meer in Egypte zou worden gevonden. In het toevlucht zoeken in Egypte zouden zij den dood vinden, en daarom zweert de Heere hier bij Zich zelven dat Zijn Naam door niemand meer in Egypte zou genoemd worden.
Ziet, Ik zal over hen met open oog waken ten kwade en niet ten goede 1); en alle mannen van Juda, die in Egypteland zijn, zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden, totdat zij ten einde zijn, en Mijnen heiligen naam niet meer kunnen ontheiligen.
Wanneer het ontzaglijk gericht openbaar wordt, dat God niet meer mag worden aangeroepen, is dit een zeker teken van den ondergang, die over hen besloten is door God met enen eed, en dus niet meer kan worden afgewend. Dat is een gericht der duivelen, die wel weten dat er een God is, maar van wege hun boosheid Hem niet kunnen toeëigenen, veel minder met enige toeëigening kunnen aanroepen. Zo dikwijls men daarentegen den dierbaren naam van God nog met enige toeëigening des harten kan noemen, of ook wel met het vertrouwen ener genadige verhoring kan aanroepen, is dat een teken van genade, even als het eerste een verschrikkelijk teken van verwerping is. Voor zulken welke God als onbekeerlijke zondaars vindt, zal Hij een onverzoenbaar rechter zijn. Zij zeiden dat zij zich zouden herstellen, wanneer zij wederkeerden tot den dienst der koningin des hemels, maar God zegt, dat zij zich zouden verderven, en nu zal de uitkomst tonen, wat of recht was. De twist tussen God en zondaars is, wiens woord zal bestaan, wiens wil geschieden zal, wien er het best bij staan zal. De zondaars zeggen dat zij vrede zullen hebben, hoewel zij voortgaan met zondigen, maar God zei zij zullen geen vrede hebben. Maar wanneer God oordeelt, zal Hij overwinnen. Gods woord zal bestaan en niet dat van zondaars.
Maar die van het zwaard ontkomen, zullen uit Egypteland wederkeren in het land van Juda, weinig in getal; en het ganse overblijfsel van Juda, die in Egypteland gekomen zijn, om aldaar als vreemdelingen te verkeren, zullen weten, wiens woord bestaan zal, het Mijne of het hun, maar dan te laat en tot hun eigen verdoemenis. Ongelukkigen! wat wilt gij? Denkt gij, dat Gods waarheid zal onderliggen, of gij die zelfs door uwe razernij en uwen tegenstand zult verbreken? Waarlijk, God zal harder zijn den uw tegenstand.
En dit zal ulieden het teken zijn, spreekt de HEERE, waaraan gij zult zien, dat Ik in deze plaats, zo als Ik u zo even heb gedreigd, over u bezoeking zal doen; opdat gij weet, reeds voor dat het komt, dat Mijne woorden zeker over u bestaan zullen ten kwade:
Alzo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal Faraö Hofra of Apriës, gelijk hem de Grieken noemen, den koning van Egypte, die nu nog regeert, wiens macht, waarop gij vertrouwt, nog ongebroken is, geven in de hand zijner vijanden, en in de hand dergenen, die zijne ziel zoeken. Hij zal door zijne vijanden worden geslagen en eindelijk troon en leven verliezen, en ellendig omkomen, gelijk als Ik Zedekia, den koning van Juda, gegeven heb in de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel, zijnen vijand, en die zijne ziel zocht. Het was ongeveer in het jaar 580, toen Jeremia den afvalligen Joden dit teken van de zekere vervulling van Gods gericht over hen deed horen. Tien jaren later, 570, werd Faraö Hofra (Hoofdst. 43:13) ten gevolge van zijnen ongelukkigen veldtocht tegen Cyrene bij een opstand der ontevredenen door zijnen trouwelozen veldoverste Amasis gevangen genomen, eerst in den koningsburg te Laïs met verschoning behandeld, en vervolgens door het woedende volk geworgd. Nergens is echter door Jeremia geprofeteerd, dat juist Nebukadnezar Faraö Hofra zou doden, gelijk vele uitleggers hebben beweerd. Het is door vele verklaarders betwijfeld, dat de bedreiging van Jeremia aan de Joden, die naar Egypte tegen Gods uitdrukkelijken wil waren uitgetrokken, dat zij op weinige uitzonderingen na door zwaard, honger en pest verdelgd zouden worden, ook werkelijk zou vervuld zijn, daar toch ten tijde van Alexander den Grote, zo vele Joden in Egypte waren, dat Alexander zijne nieuw gestichte stad Alexandrië voor het grootst gedeelte met hen kon bevolken. Het kan echter niet worden bewezen, dat deze nakomelingen zijn geweest van die ten tijde van Jeremia uitgewekene en met het gericht der uitroeiing bedreigde Joden. Daarentegen staat vast, dat in de laatste Perzische tijden (vooral na de weer onderwerping van Egypte door Artaxerxes III Ochus in het jaar 349 v. Christus) vele Joden naar Egypte werden overgebracht, dat verder de pas gestichte stad Alexandrië dadelijk van hare stichting nog onder Alexander, meer nog onder Ptolemeus Lagi, ene steeds aangroeiende menigte van Joden tot zich trok; dat diezelfde Ptolemeus, toen hij zich in het jaar 320 van Fenicië en van Coele-Syrië, en gelijk het schijnt, door ene list op enen sabbat ook van Jeruzalem had meester gemaakt, vele Joodse gevangenen en gijzelaars uit het gehele land naar Egypte overgebracht, ja, dat hij 30. 000 Joodse krijgslieden in de vaste steden van Egypte als bezetting had gelegd. Zo is het gemakkelijk te verklaren, hoe in de 250 jaren tussen Jeremia en de stichting van Alexandrië het getal van Joden in Egypte door gevangenschap, slavernij en vrijwillig intrekken zo bijzonder vermeerde, als onder Ptolemeus voorkomt. Dat echter reeds Alexander daar zo vele Joden gevonden heeft, dat hij er bijna geheel Alexandrië mede kon bevolken, is mede onbewijsbaar. Er bestaat dus ook gene reden daaraan te twijfelen, dat het door Jeremia in ons Hoofdstuk gedreigde gericht van uitroeiing aan de Joodse kolonie, die met Jeremia naar Egypte was getrokken, bij de verovering van Egypte door de Chaldeën onder Nebukadnezar en later op het nauwkeurigst is vervuld. Het vonnis van vernietiging, dat Jeremia den Joden bij de feestelijke bijeenkomst te Patros verkondigde, was de laatste openbaring aan hem, die wij in zijn boek bezitten, en dus ook wel de laatste, die hij ontving. Alzo vond zijne profetische werkzaamheid een besluit, dat overeenkwam met zijne gehele roeping, die in de verkondiging en persoonlijke ervaring van het definitieve gericht van God bestond. Buitendien moet men niet vergeten, dat dit oordeel Gods niet gericht was tegen de Joden, die alrede in Egypte woonden, maar tegen hen, die nu uit Palestina naar Egypte waren getogen, om het zwaard van Nebukadnezar te ontvluchten, en dit tegen Gods bevel deden.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel